Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
2° besluit van 4 februari 2011: het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap;
3° besluit van 27 november 2015: het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget;
4° budgethouders: de personen met een handicap die gebruik maken van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning of hun wettelijke vertegenwoordigers;
[1 4/1° MFC: een multifunctioneel centrum zoals vermeld in artikel 1, 6А van het besluit van de Vlaamse Regering 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiыring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;]1
5° voucher: de voucher, vermeld in artikel 2, 11° van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
6° zorgaanbieder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die niet rechtstreeks toegankelijke zorg of ondersteuning aanbiedt aan een budgethouder.
[1 7° Zorginspectie: Zorginspectie als vermeld in artikel 4, Ї 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg.]1
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 JUNI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-08-2016 en tekstbijwerking tot 08-10-2025)
Titre
24 JUIN 2016. - Arrêté du Gouvernement flamand portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-08-2016 et mise à jour au 08-10-2025)
Documentinformatie
Numac: 2016036144
Datum: 2016-06-24
Info du document
Numac: 2016036144
Date: 2016-06-24
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Vergunningsnormen
Afdeling 1. - Vergunningsvoorwaarden
Afdeling 2. - Vergunningsvoorschriften
HOOFDSTUK 3. - Procedure voor aanvragen en verl...
HOOFDSTUK 4. - Toezicht, evaluatie en sancties
HOOFDSTUK 5. - Overgangs- en wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Normes d'autorisation
Section 1. - Conditions d'autorisation
Section 2. - Prescriptions d'autorisation
CHAPITRE 3. - Procédure de demande et délivranc...
CHAPITRE 4. - Contrôle, évaluation et sanctions
CHAPITRE 5. - Dispositions transitoires et modi...
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Tekst (32)
Texte (32)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées), créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
2° arrêté du 4 février 2011 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées ;
3° arrêté du 27 novembre 2015 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapées majeures et relatif à la mise à disposition dudit budget ;
4° bénéficiaires d'enveloppe : les personnes handicapées qui utilisent un budget pour des soins et un soutien non directement accessibles, ou les représentants légaux de ces personnes ;
[1 4/1° CMF : un centre multifonctionnel tel que visé à l'article 1er, 6°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ; ]1
5° voucher : le voucher visé à l'article 2, 11° du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
6° offreur de soins : la personne physique ou morale qui propose à un bénéficiaire d'enveloppe les soins ou le soutien non directement accessibles;
[1 7° Inspection des Soins : l'Inspection des Soins telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins.]1
1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées), créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
2° arrêté du 4 février 2011 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées ;
3° arrêté du 27 novembre 2015 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapées majeures et relatif à la mise à disposition dudit budget ;
4° bénéficiaires d'enveloppe : les personnes handicapées qui utilisent un budget pour des soins et un soutien non directement accessibles, ou les représentants légaux de ces personnes ;
[1 4/1° CMF : un centre multifonctionnel tel que visé à l'article 1er, 6°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ; ]1
5° voucher : le voucher visé à l'article 2, 11° du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
6° offreur de soins : la personne physique ou morale qui propose à un bénéficiaire d'enveloppe les soins ou le soutien non directement accessibles;
[1 7° Inspection des Soins : l'Inspection des Soins telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins.]1
Wijzigingen
Art.2. Elke zorgaanbieder die voor het verstrekken van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg of ondersteuning personeel tewerkstelt, moet over een vergunning beschikken, tenzij niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning wordt verleend op basis van een van de volgende overeenkomsten:
1° een overeenkomst met een organisatie of een dienst die erkend of vergund is door een andere overheidsdienst van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over het verlenen van zorg en ondersteuning en die zorg en ondersteuning organiseert voor maximum vijftien personen met een handicap die deze ondersteuning vergoeden met een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap. [1 De zorg en ondersteuning wordt geboden buiten de capaciteit waarvoor de organisatie of dienst is erkend of vergund.]1;
2° een van de volgende overeenkomsten waarbij wordt voorzien in het verlenen van zorg en ondersteuning in een één op één relatie met de persoon met een handicap of aan verschillende personen met een handicap die op hetzelfde adres wonen en tot hetzelfde gezin behoren:
a) een arbeidsovereenkomst met inbegrip van een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten als vermeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
b) een overeenkomst met een erkend uitzendbureau over het voorzien in zorg en ondersteuning;
c) een overeenkomst met een onderneming die door het bevoegde gewest is erkend als een dienstenchequeonderneming over het verlenen van ondersteuning;
d) [2 een gebruikersovereenkomst met een organisator als vermeld in artikel 3, 4°, van het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017, om wijk-werkcheques te gebruiken]2;
e) een overeenkomst met een natuurlijke persoon of een rechtspersoon over het vervoer van de budgethouder;
f) een overeenkomst met een organisatie die vrijwilligers ter beschikking steltver het verlenen van zorg en ondersteuning;
g) een overeenkomst over hoogdrempelige individuele bijstand met een bijstandsorganisatie;
h) een overeenkomst met een natuurlijke persoon of rechtspersoon over het verlenen van individuele ondersteuningsfuncties als vermeld in artikel 1, 7°, van het besluit van 27 november 2015;
i) een overeenkomst die afgesloten wordt met een familielid dat tot de tweede graad verwant is of met een persoon die deel uitmaakt van het gezin van de budgethouder;
j) een overeenkomst met een organisatie of dienst die erkend of vergund is door een andere overheidsdienst van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over het verlenen van zorg en ondersteuning.
3° [1 [3 een overeenkomst met een rechtspersoon die zorg en ondersteuning organiseert voor maximaal vijftien personen met een handicap per dag, die al of niet beschikken over een budget. De ingezette budgetten worden in solidariteit aangewend om zorg en ondersteuning te organiseren voor alle personen met een handicap. Minimaal een derde van de leden van de organen van de rechtspersoon, vermeld in het wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, zijn mantelzorgers of familie tot de tweede graad van de personen met een handicap die worden ondersteund. De rechtspersoon registreert zich bij het agentschap op de wijze die wordt vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen]3]1.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan vaststellen in welke gevallen en onder welke voorwaarden groene zorg initiatieven die zich registeren bij het agentschap, dagondersteuning als vermeld in artikel 1, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, kunnen verlenen aan verschillende personen met een handicap zonder vergunning.
1° een overeenkomst met een organisatie of een dienst die erkend of vergund is door een andere overheidsdienst van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over het verlenen van zorg en ondersteuning en die zorg en ondersteuning organiseert voor maximum vijftien personen met een handicap die deze ondersteuning vergoeden met een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap. [1 De zorg en ondersteuning wordt geboden buiten de capaciteit waarvoor de organisatie of dienst is erkend of vergund.]1;
2° een van de volgende overeenkomsten waarbij wordt voorzien in het verlenen van zorg en ondersteuning in een één op één relatie met de persoon met een handicap of aan verschillende personen met een handicap die op hetzelfde adres wonen en tot hetzelfde gezin behoren:
a) een arbeidsovereenkomst met inbegrip van een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten als vermeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
b) een overeenkomst met een erkend uitzendbureau over het voorzien in zorg en ondersteuning;
c) een overeenkomst met een onderneming die door het bevoegde gewest is erkend als een dienstenchequeonderneming over het verlenen van ondersteuning;
d) [2 een gebruikersovereenkomst met een organisator als vermeld in artikel 3, 4°, van het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017, om wijk-werkcheques te gebruiken]2;
e) een overeenkomst met een natuurlijke persoon of een rechtspersoon over het vervoer van de budgethouder;
f) een overeenkomst met een organisatie die vrijwilligers ter beschikking steltver het verlenen van zorg en ondersteuning;
g) een overeenkomst over hoogdrempelige individuele bijstand met een bijstandsorganisatie;
h) een overeenkomst met een natuurlijke persoon of rechtspersoon over het verlenen van individuele ondersteuningsfuncties als vermeld in artikel 1, 7°, van het besluit van 27 november 2015;
i) een overeenkomst die afgesloten wordt met een familielid dat tot de tweede graad verwant is of met een persoon die deel uitmaakt van het gezin van de budgethouder;
j) een overeenkomst met een organisatie of dienst die erkend of vergund is door een andere overheidsdienst van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over het verlenen van zorg en ondersteuning.
3° [1 [3 een overeenkomst met een rechtspersoon die zorg en ondersteuning organiseert voor maximaal vijftien personen met een handicap per dag, die al of niet beschikken over een budget. De ingezette budgetten worden in solidariteit aangewend om zorg en ondersteuning te organiseren voor alle personen met een handicap. Minimaal een derde van de leden van de organen van de rechtspersoon, vermeld in het wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, zijn mantelzorgers of familie tot de tweede graad van de personen met een handicap die worden ondersteund. De rechtspersoon registreert zich bij het agentschap op de wijze die wordt vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen]3]1.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan vaststellen in welke gevallen en onder welke voorwaarden groene zorg initiatieven die zich registeren bij het agentschap, dagondersteuning als vermeld in artikel 1, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, kunnen verlenen aan verschillende personen met een handicap zonder vergunning.
Art.2. Tout offreur de soins qui emploie du personnel en vue de fournir des soins ou un soutien non directement accessibles doit disposer d'une autorisation, sauf si les soins et le soutien non directement accessibles sont fournis sur la base d'une des conventions suivantes :
1° une convention avec une organisation ou un service qui est agréé ou autorisé par un autre service public du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, en rapport avec la fourniture de soins et de soutien, et qui organise ces soins et ce soutien pour un maximum de quinze personnes handicapées qui paient ce soutien au moyen d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles, tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées. [1 Les soins et le soutien sont fournis en dehors de la capacité pour laquelle l'organisation ou le service a été reconnu ou agréé]1 ;
2° une des conventions suivantes, qui prévoit la fourniture de soins et de soutien dans le cadre d'une relation " un à un " avec la personne handicapée ou à différentes personnes handicapées qui habitent la même adresse et font partie d'un même ménage :
a) un contrat de travail, en ce compris un contrat d'occupation d'étudiants tel que visé dans la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail ;
b) un contrat avec un bureau de travail intérimaire agréé en rapport avec la fourniture de soins et de soutien ;
c) un contrat avec une entreprise agréée par la région compétente en tant qu'entreprise de titres-services, en rapport avec la fourniture de soutien ;
d) [2 un accord d'utilisation avec un organisateur, tel que visé à l'article 3, 4°, du décret du 7 juillet 2017 relatif au travail de proximité, pour l'utilisation de chèques-travail de proximité]2 ;
e) un contrat avec une personne physique ou morale en rapport avec le transport du bénéficiaire d'enveloppe ;
f) un contrat avec une organisation qui met à disposition des bénévoles pour la fourniture de soins et de soutien ;
g) un contrat avec une organisation d'assistance en rapport avec l'assistance individuelle très accessible ;
h) un contrat avec une personne physique ou morale en rapport avec les fonctions de soutien individuel, telles que visées à l'article 1er, 7°, de l'arrêté du 27 novembre 2015 ;
i) un contrat conclu avec un membre de la famille lié jusqu'au deuxième degré, ou avec une personne faisant partie du ménage du bénéficiaire d'enveloppe ;
j) un contrat avec une organisation ou un service agréé ou autorisé par un autre service public du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, en rapport avec la fourniture de soins et de soutien.
3° [1 [3 une convention avec une personne morale qui organise les soins et le soutien d'un maximum de quinze personnes porteuses d'un handicap, bénéficiant ou non d'un budget. Les budgets mis en oeuvre sont utilisés en solidarité pour organiser les soins et le soutien pour toutes les personnes porteuses d'un handicap. Au moins un tiers des membres des organes de la personne morale visés dans le Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019 sont des aidants proches ou des membres de la famille jusqu'au deuxième degré des personnes handicapées bénéficiant du soutien. La personne morale doit s'enregistrer auprès de l'agence de la manière déterminée par le ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions ]3]1.
Le ministre flamand qui a l'aide aux personnes dans ses attributions peut déterminer les cas dans lesquels et les conditions auxquelles les initiatives de soins verts qui s'inscrivent auprès de l'agence peuvent, sans avoir besoin d'autorisation, fournir aux différentes personnes handicapées un accompagnement de jour tel que visé à l'article 1er, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget.
1° une convention avec une organisation ou un service qui est agréé ou autorisé par un autre service public du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, en rapport avec la fourniture de soins et de soutien, et qui organise ces soins et ce soutien pour un maximum de quinze personnes handicapées qui paient ce soutien au moyen d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles, tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées. [1 Les soins et le soutien sont fournis en dehors de la capacité pour laquelle l'organisation ou le service a été reconnu ou agréé]1 ;
2° une des conventions suivantes, qui prévoit la fourniture de soins et de soutien dans le cadre d'une relation " un à un " avec la personne handicapée ou à différentes personnes handicapées qui habitent la même adresse et font partie d'un même ménage :
a) un contrat de travail, en ce compris un contrat d'occupation d'étudiants tel que visé dans la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail ;
b) un contrat avec un bureau de travail intérimaire agréé en rapport avec la fourniture de soins et de soutien ;
c) un contrat avec une entreprise agréée par la région compétente en tant qu'entreprise de titres-services, en rapport avec la fourniture de soutien ;
d) [2 un accord d'utilisation avec un organisateur, tel que visé à l'article 3, 4°, du décret du 7 juillet 2017 relatif au travail de proximité, pour l'utilisation de chèques-travail de proximité]2 ;
e) un contrat avec une personne physique ou morale en rapport avec le transport du bénéficiaire d'enveloppe ;
f) un contrat avec une organisation qui met à disposition des bénévoles pour la fourniture de soins et de soutien ;
g) un contrat avec une organisation d'assistance en rapport avec l'assistance individuelle très accessible ;
h) un contrat avec une personne physique ou morale en rapport avec les fonctions de soutien individuel, telles que visées à l'article 1er, 7°, de l'arrêté du 27 novembre 2015 ;
i) un contrat conclu avec un membre de la famille lié jusqu'au deuxième degré, ou avec une personne faisant partie du ménage du bénéficiaire d'enveloppe ;
j) un contrat avec une organisation ou un service agréé ou autorisé par un autre service public du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, en rapport avec la fourniture de soins et de soutien.
3° [1 [3 une convention avec une personne morale qui organise les soins et le soutien d'un maximum de quinze personnes porteuses d'un handicap, bénéficiant ou non d'un budget. Les budgets mis en oeuvre sont utilisés en solidarité pour organiser les soins et le soutien pour toutes les personnes porteuses d'un handicap. Au moins un tiers des membres des organes de la personne morale visés dans le Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019 sont des aidants proches ou des membres de la famille jusqu'au deuxième degré des personnes handicapées bénéficiant du soutien. La personne morale doit s'enregistrer auprès de l'agence de la manière déterminée par le ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions ]3]1.
Le ministre flamand qui a l'aide aux personnes dans ses attributions peut déterminer les cas dans lesquels et les conditions auxquelles les initiatives de soins verts qui s'inscrivent auprès de l'agence peuvent, sans avoir besoin d'autorisation, fournir aux différentes personnes handicapées un accompagnement de jour tel que visé à l'article 1er, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget.
HOOFDSTUK 2. - Vergunningsnormen
CHAPITRE 2. - Normes d'autorisation
Afdeling 1. - Vergunningsvoorwaarden
Section 1. - Conditions d'autorisation
Art.3. De zorgaanbieder kan een vergunning bekomen als hij voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° opgericht zijn als een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is hun leden een vermogensvoordeel te bezorgen of als een vennootschap met rechtspersoonlijkheid en [1 erkend als een sociale onderneming]1 of door een ondergeschikt bestuur zoals een provincie, een gemeente, een intercommunale van gemeenten of een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
[1 1° /1 over het bestuursorgaan de volgende elementen kunnen aantonen:
a) er kan intern of extern een beroep worden gedaan op de nodige expertise, en dit op het vlak van juridische, pedagogische en financiыle kennis en gebruikerservaring;
b) de voorzitter is niet belast met de dagelijkse leiding;
c) er bestaat tussen meer dan de helft van de leden geen bloed- of aanverwantschap tot de tweede graad;]1
2° in de statuten moet het bieden van ondersteuning aan personen met een handicap als doelstelling opgenomen zijn;
3° een ondernemingsplan voorleggen dat minstens volgende elementen bevat:
a) de missie visie en waarden van de vergunde zorgaanbieder conform het kwaliteitshandboek, bepaald in artikel 46 van het besluit van 4 februari 2011;
b) een beschrijving van de zorgvragen waarop de vergunde zorgaanbieder een antwoord wil bieden;
c) een beschrijving van de competenties en de activiteiten die nodig zijn om het antwoord, vermeld in b), te bieden [1 en een beschrijving van de wijze waarop het bestuursorgaan een beroep kan doen op de expertise, vermeld in punt 1° /1, a)]1;
d) een beschrijving van de organisatie van het ondersteuningsaanbod, dat de bevordering van de kwaliteit van bestaan van de budgethouder als doel heeft en een beschrijving van de manier waarop de kwaliteit van bestaan van de budgethouder bevorderd zal worden;
e) een raming van het potentiele aantal budgethouders met de zorgvragen, bepaald in b) [1 , die bij de start van de werking hun persoonsvolgend budget zullen inzetten bij de zorgaanbieder, een raming van de inkomsten die die budgethouders zullen genereren, en een raming van de datum waarop de ondersteuning van de eerste budgethouder start]1;
f) een analyse van de sterke en zwakke punten van de vergunde zorgaanbieder en een inschatting van de kansen en bedreigingen die zich in de omgeving voordoen;
[1 f)/1) een overzicht van alle organisaties waarin de zorgaanbieder aandeelhouder is of op een andere manier financieel participeert of een borgstelling heeft verleend;]1
g) [1 een financieel plan dat al de volgende elementen bevat:
1) een beschrijving van het startkapitaal en de manier waarop dat startkapitaal wordt verkregen;
2) een beschrijving van de investeringen en de subsidies van allerlei aard die het Vlaams Infrastructuurfonds verstrekt die nodig zijn om de beoogde werking te kunnen uitbouwen;
3) een raming van het aantal budgethouders, en een raming van de te verwachten inkomsten en uitgaven, gerelateerd aan de ondersteuning van die budgethouders, voor de komende vijf jaren vanaf de datum, vermeld in punt 3А, e). De voormelde raming gaat uit van de inkomsten die minimaal noodzakelijk zijn om een financieel leefbare organisatie uit te baten;
4) als dat van toepassing is, een raming van de inkomsten en uitgaven die worden verwacht van alle activiteiten die rechtstreeks of onrechtstreeks gesubsidieerd of betoelaagd worden door het agentschap, en dat voor de komende vijf jaren vanaf de datum, vermeld in punt 3А, e)]1;
4° de collectieve arbeidsovereenkomsten en loonbarema's van het paritair comité 319.01 of van het sectoraal akkoord indien het een openbaar bestuur betreft, zijn van toepassing op de tewerkstelling van personeel;
5° indien de organisatie is ingebed in een grotere organisatie, moet ze kunnen optreden als een autonome entiteit en afzonderlijk verantwoording afleggen aan het agentschap.
[1 In het eerste lid, 3°, g), 2), wordt verstaan onder het Vlaams Infrastructuurfonds: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, opgericht bij het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden.
In afwijking van het eerste lid, 1/1°, is het mogelijk dat de zorgaanbieder niet voldoet aan één of meerdere voorwaarden zoals vermeld in de punten a) tot en met c). Een schriftelijke en omstandige motivatie waarom niet kan worden voldaan aan één of meerdere van deze voorwaarden is bij de zorgaanbieder beschikbaar, raadpleegbaar en opvraagbaar door het agentschap en Zorginspectie. De zorgaanbieder dient het bestuursorgaan te organiseren conform het eerste lid, 1/1°, van zodra dit mogelijk is. Het agentschap kan op elk ogenblik de voorwaarden zoals vermeld in het eerste lid, 1/1° evalueren en hierover bijkomende informatie opvragen aan de zorgaanbieder. Deze evaluatie gebeurt in elk geval op het moment van de behandeling van de aanvraag tot verlenging van de vergunning van bepaalde duur, zoals bedoeld in artikel 10.
In afwijking van het eerste lid, 4°, kunnen de collectieve arbeidsovereenkomsten en loonbarema's van een ander paritair comité dan 319.01 van toepassing zijn op de tewerkstelling van personeel, op voorwaarde dat de zorgaanbieder wegens zijn hoofdactiviteit valt onder een ander paritair comité dan het paritair comité 319.01, en het onmogelijk is om de werking van die hoofdactiviteit af te scheiden van de activiteit waarop de collectieve arbeidsovereenkomsten en loonbarema's van het paritair comité 319.01 van toepassing zijn.
Het agentschap stelt een model van aanvraagformulier, ondernemingsplan, en financieel plan ter beschikking.]1
1° opgericht zijn als een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is hun leden een vermogensvoordeel te bezorgen of als een vennootschap met rechtspersoonlijkheid en [1 erkend als een sociale onderneming]1 of door een ondergeschikt bestuur zoals een provincie, een gemeente, een intercommunale van gemeenten of een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
[1 1° /1 over het bestuursorgaan de volgende elementen kunnen aantonen:
a) er kan intern of extern een beroep worden gedaan op de nodige expertise, en dit op het vlak van juridische, pedagogische en financiыle kennis en gebruikerservaring;
b) de voorzitter is niet belast met de dagelijkse leiding;
c) er bestaat tussen meer dan de helft van de leden geen bloed- of aanverwantschap tot de tweede graad;]1
2° in de statuten moet het bieden van ondersteuning aan personen met een handicap als doelstelling opgenomen zijn;
3° een ondernemingsplan voorleggen dat minstens volgende elementen bevat:
a) de missie visie en waarden van de vergunde zorgaanbieder conform het kwaliteitshandboek, bepaald in artikel 46 van het besluit van 4 februari 2011;
b) een beschrijving van de zorgvragen waarop de vergunde zorgaanbieder een antwoord wil bieden;
c) een beschrijving van de competenties en de activiteiten die nodig zijn om het antwoord, vermeld in b), te bieden [1 en een beschrijving van de wijze waarop het bestuursorgaan een beroep kan doen op de expertise, vermeld in punt 1° /1, a)]1;
d) een beschrijving van de organisatie van het ondersteuningsaanbod, dat de bevordering van de kwaliteit van bestaan van de budgethouder als doel heeft en een beschrijving van de manier waarop de kwaliteit van bestaan van de budgethouder bevorderd zal worden;
e) een raming van het potentiele aantal budgethouders met de zorgvragen, bepaald in b) [1 , die bij de start van de werking hun persoonsvolgend budget zullen inzetten bij de zorgaanbieder, een raming van de inkomsten die die budgethouders zullen genereren, en een raming van de datum waarop de ondersteuning van de eerste budgethouder start]1;
f) een analyse van de sterke en zwakke punten van de vergunde zorgaanbieder en een inschatting van de kansen en bedreigingen die zich in de omgeving voordoen;
[1 f)/1) een overzicht van alle organisaties waarin de zorgaanbieder aandeelhouder is of op een andere manier financieel participeert of een borgstelling heeft verleend;]1
g) [1 een financieel plan dat al de volgende elementen bevat:
1) een beschrijving van het startkapitaal en de manier waarop dat startkapitaal wordt verkregen;
2) een beschrijving van de investeringen en de subsidies van allerlei aard die het Vlaams Infrastructuurfonds verstrekt die nodig zijn om de beoogde werking te kunnen uitbouwen;
3) een raming van het aantal budgethouders, en een raming van de te verwachten inkomsten en uitgaven, gerelateerd aan de ondersteuning van die budgethouders, voor de komende vijf jaren vanaf de datum, vermeld in punt 3А, e). De voormelde raming gaat uit van de inkomsten die minimaal noodzakelijk zijn om een financieel leefbare organisatie uit te baten;
4) als dat van toepassing is, een raming van de inkomsten en uitgaven die worden verwacht van alle activiteiten die rechtstreeks of onrechtstreeks gesubsidieerd of betoelaagd worden door het agentschap, en dat voor de komende vijf jaren vanaf de datum, vermeld in punt 3А, e)]1;
4° de collectieve arbeidsovereenkomsten en loonbarema's van het paritair comité 319.01 of van het sectoraal akkoord indien het een openbaar bestuur betreft, zijn van toepassing op de tewerkstelling van personeel;
5° indien de organisatie is ingebed in een grotere organisatie, moet ze kunnen optreden als een autonome entiteit en afzonderlijk verantwoording afleggen aan het agentschap.
[1 In het eerste lid, 3°, g), 2), wordt verstaan onder het Vlaams Infrastructuurfonds: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, opgericht bij het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden.
In afwijking van het eerste lid, 1/1°, is het mogelijk dat de zorgaanbieder niet voldoet aan één of meerdere voorwaarden zoals vermeld in de punten a) tot en met c). Een schriftelijke en omstandige motivatie waarom niet kan worden voldaan aan één of meerdere van deze voorwaarden is bij de zorgaanbieder beschikbaar, raadpleegbaar en opvraagbaar door het agentschap en Zorginspectie. De zorgaanbieder dient het bestuursorgaan te organiseren conform het eerste lid, 1/1°, van zodra dit mogelijk is. Het agentschap kan op elk ogenblik de voorwaarden zoals vermeld in het eerste lid, 1/1° evalueren en hierover bijkomende informatie opvragen aan de zorgaanbieder. Deze evaluatie gebeurt in elk geval op het moment van de behandeling van de aanvraag tot verlenging van de vergunning van bepaalde duur, zoals bedoeld in artikel 10.
In afwijking van het eerste lid, 4°, kunnen de collectieve arbeidsovereenkomsten en loonbarema's van een ander paritair comité dan 319.01 van toepassing zijn op de tewerkstelling van personeel, op voorwaarde dat de zorgaanbieder wegens zijn hoofdactiviteit valt onder een ander paritair comité dan het paritair comité 319.01, en het onmogelijk is om de werking van die hoofdactiviteit af te scheiden van de activiteit waarop de collectieve arbeidsovereenkomsten en loonbarema's van het paritair comité 319.01 van toepassing zijn.
Het agentschap stelt een model van aanvraagformulier, ondernemingsplan, en financieel plan ter beschikking.]1
Art.3. L'offreur de soins peut obtenir une autorisation lorsqu'il remplit les conditions suivantes :
1° être constitué en tant qu'association de droit privé dotée de la personnalité juridique, à laquelle il est interdit par la loi de fournir un avantage de fortune à ses membres, ou en tant que société de dotée de la personnalité juridique et [1 reconnue comme entreprise sociale]1, ou par une administration subordonnée telle qu'une province, une commune, une intercommunale de communes ou un centre public d'aide sociale ;
[1 1° /1 pouvoir démontrer les éléments suivants concernant l'organe d'administration :
a) l'expertise nécessaire peut être sollicitée en interne ou en externe, et ce en termes de connaissances juridiques, pédagogiques et financières et d'expérience des utilisateurs ;
b) le président n'est pas chargé de la direction journalière ;
c) aucun lien de parenté ou d'alliance jusqu'au deuxième degré n'existe entre plus de la moitié des membres ; ]1
2° le soutien fourni aux personnes handicapées doit faire partie des objectifs mentionnés dans les statuts ;
3° présenter un plan d'entreprise contenant au moins les éléments suivants :
a) la mission, la vision et les valeurs de l'offreur de soins autorisé, conformément au manuel de qualité défini à l'article 46 de l'arrêté du 4 février 2011 ;
b) une description des demandes de soins auxquelles l'offreur de soin souhaite répondre ;
c) une description des compétences et activités nécessaires pour répondre aux demandes visées au point b) [1 et une description de la manière dont l'organe d'administration peut faire appel à l'expertise visée au point 1° /1, a)]1;
d) une description de l'organisation de l'offre de soutien, qui a pour objectif la promotion de la qualité de vie du bénéficiaire d'enveloppe, ainsi qu'une description de la façon dont sera promue la qualité de vie du bénéficiaire d'enveloppe ;
e) une estimation du nombre potentiel de bénéficiaires d'enveloppe avec les demandes de soins visées au point b) [1 , qui utiliseront leur budget personnalisé auprès de l'offreur de soins au début du fonctionnement, une estimation des revenus que ces titulaires de budget généreront, et une estimation de la date à laquelle commencera le soutien du premier titulaire de budget]1;
f) une analyse des points forts et des points faibles de l'offreur de soins autorisé, ainsi qu'une estimation des opportunités et des menaces présentes dans l'environnement ;
[1 f)/1 un aperçu de toutes les organisations dans lesquelles l'offreur de soins est actionnaire, participe financièrement d'une autre manière ou a accordé une caution ; ]1
g) [1 un plan financier qui comprend tous les éléments suivants :
1) une description du capital de départ et de son mode d'obtention ;
2) une description des investissements et des subventions de toute nature, fournis par le Fonds flamand de l'Infrastructure, qui sont nécessaires pour pouvoir élaborer le fonctionnement envisagé ;
3) une estimation du nombre de titulaires de budget, et une estimation des recettes et dépenses escomptées, en rapport avec le soutien de ces titulaires de budget, pour les cinq années suivant la date visée au point 3°, e). L'estimation précitée repose sur les recettes minimales nécessaires à l'exploitation d'une organisation financièrement viable ;
4) le cas échéant, une estimation des recettes et dépenses attendues de toutes les activités qui sont directement ou indirectement subventionnées ou financées par l'agence, pour les cinq années suivant la date visée au point 3°, e)]1 ;
4° les conventions collectives de travail et les barèmes salariaux de la commission paritaire 319.01 ou de l'accord sectoriel s'il s'agit d'une administration publique sont applicables à l'occupation de personnel ;
5° si l'organisation est incorporée dans une organisation plus grande, elle doit pouvoir intervenir en tant qu'entité autonome et rendre compte à l'agence en toute indépendance.
[1 Dans l'alinéa 1er, 3°, g), 2), on entend par Fonds flamand de l'Infrastructure : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables, créée par le décret du 2 juin 2006 portant transformation du Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 1/1°, il est possible que l'offreur de soins ne réponde pas à une ou plusieurs conditions telles que visées aux points a) à c). Une justification écrite et complète des raisons pour lesquelles une ou plusieurs de ces conditions ne peuvent être remplies est fournie par l'offreur de soins et peut être consultée par l'agence et l'Inspection des Soins. L'offreur de soins doit organiser l'organe d'administration conformément à l'alinéa 1er, 1/1°, dès que possible. L'agence peut à tout moment évaluer les conditions telles que visées à l'alinéa 1er, 1/1°, et demander des informations complémentaires à l'offreur de soins à cet égard. Cette évaluation se fait en tout cas au moment du traitement de la demande de prolongation de l'autorisation à durée déterminée, telle que visée à l'article 10.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 4°, les conventions collectives de travail et les barèmes salariaux d'une commission paritaire autre que 319.01 peuvent s'appliquer à la mise à l'emploi de personnel, à condition que l'offreur de soins relève d'une autre commission paritaire que la commission paritaire 319.01 en raison de son activité principale, et qu'il soit impossible de séparer le fonctionnement de cette activité principale de l'activité à laquelle s'appliquent les conventions collectives de travail et les barèmes salariaux de la commission paritaire 319.01.
L'agence met à disposition un modèle de formulaire de demande, de plan d'entreprise et de plan financier.]1
1° être constitué en tant qu'association de droit privé dotée de la personnalité juridique, à laquelle il est interdit par la loi de fournir un avantage de fortune à ses membres, ou en tant que société de dotée de la personnalité juridique et [1 reconnue comme entreprise sociale]1, ou par une administration subordonnée telle qu'une province, une commune, une intercommunale de communes ou un centre public d'aide sociale ;
[1 1° /1 pouvoir démontrer les éléments suivants concernant l'organe d'administration :
a) l'expertise nécessaire peut être sollicitée en interne ou en externe, et ce en termes de connaissances juridiques, pédagogiques et financières et d'expérience des utilisateurs ;
b) le président n'est pas chargé de la direction journalière ;
c) aucun lien de parenté ou d'alliance jusqu'au deuxième degré n'existe entre plus de la moitié des membres ; ]1
2° le soutien fourni aux personnes handicapées doit faire partie des objectifs mentionnés dans les statuts ;
3° présenter un plan d'entreprise contenant au moins les éléments suivants :
a) la mission, la vision et les valeurs de l'offreur de soins autorisé, conformément au manuel de qualité défini à l'article 46 de l'arrêté du 4 février 2011 ;
b) une description des demandes de soins auxquelles l'offreur de soin souhaite répondre ;
c) une description des compétences et activités nécessaires pour répondre aux demandes visées au point b) [1 et une description de la manière dont l'organe d'administration peut faire appel à l'expertise visée au point 1° /1, a)]1;
d) une description de l'organisation de l'offre de soutien, qui a pour objectif la promotion de la qualité de vie du bénéficiaire d'enveloppe, ainsi qu'une description de la façon dont sera promue la qualité de vie du bénéficiaire d'enveloppe ;
e) une estimation du nombre potentiel de bénéficiaires d'enveloppe avec les demandes de soins visées au point b) [1 , qui utiliseront leur budget personnalisé auprès de l'offreur de soins au début du fonctionnement, une estimation des revenus que ces titulaires de budget généreront, et une estimation de la date à laquelle commencera le soutien du premier titulaire de budget]1;
f) une analyse des points forts et des points faibles de l'offreur de soins autorisé, ainsi qu'une estimation des opportunités et des menaces présentes dans l'environnement ;
[1 f)/1 un aperçu de toutes les organisations dans lesquelles l'offreur de soins est actionnaire, participe financièrement d'une autre manière ou a accordé une caution ; ]1
g) [1 un plan financier qui comprend tous les éléments suivants :
1) une description du capital de départ et de son mode d'obtention ;
2) une description des investissements et des subventions de toute nature, fournis par le Fonds flamand de l'Infrastructure, qui sont nécessaires pour pouvoir élaborer le fonctionnement envisagé ;
3) une estimation du nombre de titulaires de budget, et une estimation des recettes et dépenses escomptées, en rapport avec le soutien de ces titulaires de budget, pour les cinq années suivant la date visée au point 3°, e). L'estimation précitée repose sur les recettes minimales nécessaires à l'exploitation d'une organisation financièrement viable ;
4) le cas échéant, une estimation des recettes et dépenses attendues de toutes les activités qui sont directement ou indirectement subventionnées ou financées par l'agence, pour les cinq années suivant la date visée au point 3°, e)]1 ;
4° les conventions collectives de travail et les barèmes salariaux de la commission paritaire 319.01 ou de l'accord sectoriel s'il s'agit d'une administration publique sont applicables à l'occupation de personnel ;
5° si l'organisation est incorporée dans une organisation plus grande, elle doit pouvoir intervenir en tant qu'entité autonome et rendre compte à l'agence en toute indépendance.
[1 Dans l'alinéa 1er, 3°, g), 2), on entend par Fonds flamand de l'Infrastructure : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables, créée par le décret du 2 juin 2006 portant transformation du Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 1/1°, il est possible que l'offreur de soins ne réponde pas à une ou plusieurs conditions telles que visées aux points a) à c). Une justification écrite et complète des raisons pour lesquelles une ou plusieurs de ces conditions ne peuvent être remplies est fournie par l'offreur de soins et peut être consultée par l'agence et l'Inspection des Soins. L'offreur de soins doit organiser l'organe d'administration conformément à l'alinéa 1er, 1/1°, dès que possible. L'agence peut à tout moment évaluer les conditions telles que visées à l'alinéa 1er, 1/1°, et demander des informations complémentaires à l'offreur de soins à cet égard. Cette évaluation se fait en tout cas au moment du traitement de la demande de prolongation de l'autorisation à durée déterminée, telle que visée à l'article 10.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 4°, les conventions collectives de travail et les barèmes salariaux d'une commission paritaire autre que 319.01 peuvent s'appliquer à la mise à l'emploi de personnel, à condition que l'offreur de soins relève d'une autre commission paritaire que la commission paritaire 319.01 en raison de son activité principale, et qu'il soit impossible de séparer le fonctionnement de cette activité principale de l'activité à laquelle s'appliquent les conventions collectives de travail et les barèmes salariaux de la commission paritaire 319.01.
L'agence met à disposition un modèle de formulaire de demande, de plan d'entreprise et de plan financier.]1
Wijzigingen
Afdeling 2. - Vergunningsvoorschriften
Section 2. - Prescriptions d'autorisation
Art.4. Het besluit van 4 februari 2011 is van toepassing op de vergunde zorgaanbieders.
Art.4. L'arrêté du 4 février 2011 est applicable aux offreurs de soins autorisés.
Art.5. Een vergunde zorgaanbieder biedt de ondersteuningsfuncties aan zoals omschreven in artikel 1 van het besluit van 27 november 2015 en mag geen rol als bijstandsorganisatie opnemen zoals vermeld in hoofdstuk 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering.
Art.5. Un offreur de soins autorisé propose les fonctions de soutien telles que décrites à l'article 1er de l'arrêté du 27 novembre 2015 et ne peut remplir les fonctions de l'organisation d'assistance telle que visé au chapitre 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2015 portant conditions d'autorisation et règlement de subvention des organisations d'assistance aux bénéficiaires d'enveloppe dans le cadre du financement personnalisé.
Art.6. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan bepalen dat een vergunde zorgaanbieder over relevante topics cijfermatig of inhoudelijk moet rapporteren.
Art.6. Le ministre flamand qui a l'aide aux personnes dans ses attributions peut déterminer qu'un offreur de soins autorisé doive rendre compte de sujets pertinents sous forme de chiffres ou de rapports.
Art.6/2. [1 Vergunde zorgaanbieders brengen het agentschap onmiddellijk op de hoogte van al de volgende elementen:
1А een borgstelling die wordt verleend voor een andere organisatie of entiteit;
2А de aanstelling van een voorlopige bewindvoerder door de ondernemingsrechtbank, vermeld in artikel XX.32, Ї 2, van het Wetboek van economisch recht;
3А een schuld ten aanzien van een administratieve overheid, zoals bedoeld in artikel 14, Ї 1, 1А van de gecoіrdineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973.]1
1А een borgstelling die wordt verleend voor een andere organisatie of entiteit;
2А de aanstelling van een voorlopige bewindvoerder door de ondernemingsrechtbank, vermeld in artikel XX.32, Ї 2, van het Wetboek van economisch recht;
3А een schuld ten aanzien van een administratieve overheid, zoals bedoeld in artikel 14, Ї 1, 1А van de gecoіrdineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973.]1
Art.6/2. [1 Les offreurs de soins autorisés informent l'agence immédiatement de tous les éléments suivants :
1° une caution qui est accordée pour une autre organisation ou entité ;
2° la désignation d'un administrateur provisoire par le tribunal de l'entreprise, visée à l'article XX.32, § 2, du Code de droit économique ;
3° une dette à l'égard d'une autorité administrative telle que visée à l'article 14, § 1er, 1°, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat du 12 janvier 1973.]1
1° une caution qui est accordée pour une autre organisation ou entité ;
2° la désignation d'un administrateur provisoire par le tribunal de l'entreprise, visée à l'article XX.32, § 2, du Code de droit économique ;
3° une dette à l'égard d'une autorité administrative telle que visée à l'article 14, § 1er, 1°, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat du 12 janvier 1973.]1
Art.6/3. [1 De vergunde zorgaanbieder registreert elke vestigingseenheid in een webapplicatie die het agentschap ter beschikking stelt.
In het eerste lid wordt verstaan onder vestigingseenheid een plaats die men geografisch kan identificeren door een uniek adres, waar ten minste een activiteit van de vergunde zorgaanbieder wordt uitgeoefend of van waaruit de activiteit wordt uitgeoefend.]1
In het eerste lid wordt verstaan onder vestigingseenheid een plaats die men geografisch kan identificeren door een uniek adres, waar ten minste een activiteit van de vergunde zorgaanbieder wordt uitgeoefend of van waaruit de activiteit wordt uitgeoefend.]1
Art.6/3. [1 L'offreur de soins autorisé enregistre chaque unité d'établissement dans une application web mise à disposition par l'agence.
Dans l'alinéa 1er, on entend par unité d'établissement un endroit qui peut être identifié géographiquement par une adresse unique, où au moins une activité de l'offreur de soins autorisé est exercée ou à partir duquel l'activité est exercée.]1
Dans l'alinéa 1er, on entend par unité d'établissement un endroit qui peut être identifié géographiquement par une adresse unique, où au moins une activité de l'offreur de soins autorisé est exercée ou à partir duquel l'activité est exercée.]1
HOOFDSTUK 3. - Procedure voor aanvragen en verlenen van de vergunning
CHAPITRE 3. - Procédure de demande et délivrance de l'autorisation
Art.7. Om een vergunning te bekomen dient de zorgaanbieder minstens zes maanden voor de gewenste aanvangsdatum een aanvraag in bij het agentschap.
De aanvraag bevat, op straffe van nietigheid, alle documentatie om aan te tonen dat de organisatie voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in [1 artikel 3]1.
[2 De aanvraag wordt op straffe van nietigheid ingediend conform het model van aanvraagformulier, ondernemingsplan en financieel plan, vermeld in artikel 3, vijfde lid.]2
De aanvraag bevat, op straffe van nietigheid, alle documentatie om aan te tonen dat de organisatie voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in [1 artikel 3]1.
[2 De aanvraag wordt op straffe van nietigheid ingediend conform het model van aanvraagformulier, ondernemingsplan en financieel plan, vermeld in artikel 3, vijfde lid.]2
Art.7. Pour obtenir une autorisation, l'offreur de soins est tenu d'introduire une demande auprès de l'agence, et ce au moins six mois avant la date de début souhaitée.
La demande contient, à peine de nullité, toute la documentation requise pour prouver que l'organisation remplit toutes les conditions visées à l'[1 article 3 ]1.
[2 La demande est introduite sous peine de nullité conformément au modèle de formulaire de demande, de plan d'entreprise et de plan financier, visé à l'article 3, alinéa 5.]2
La demande contient, à peine de nullité, toute la documentation requise pour prouver que l'organisation remplit toutes les conditions visées à l'[1 article 3 ]1.
[2 La demande est introduite sous peine de nullité conformément au modèle de formulaire de demande, de plan d'entreprise et de plan financier, visé à l'article 3, alinéa 5.]2
Art.8. Het agentschap onderzoekt de aanvraag en kan, indien nodig, bijkomende inlichtingen vragen of inwinnen. [1 Het agentschap kan aan de aanvrager van een vergunning vragen om het ondernemingsplan of het financieel plan, vermeld in artikel 3, eerste lid, 3А, bij te sturen in geval van onduidelijkheden of onrealistische verwachtingen.]1
De beslissing tot vergunning of weigering van de vergunning wordt genomen binnen de zes maanden volgend op de datum van het indienen van een geldige aanvraag.
Bij weigering van de vergunning wordt de beslissing met redenen omkleed.
[1 In de beslissing tot vergunning kunnen bepaalde bezorgdheden worden opgenomen als het agentschap meent dat die in de toekomst kunnen leiden tot het niet meer voldoen aan de vergunningsnormen, vermeld in hoofdstuk 2.]1
De beslissing tot vergunning of weigering van vergunning wordt meegedeeld aan de aanvrager vóór het einde van de maand die volgt op de maand van de beslissing.
Tegen een beslissing tot weigering van de vergunning kan beroep worden aangetekend conform de bepalingen van artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
De beslissing tot vergunning of weigering van de vergunning wordt genomen binnen de zes maanden volgend op de datum van het indienen van een geldige aanvraag.
Bij weigering van de vergunning wordt de beslissing met redenen omkleed.
[1 In de beslissing tot vergunning kunnen bepaalde bezorgdheden worden opgenomen als het agentschap meent dat die in de toekomst kunnen leiden tot het niet meer voldoen aan de vergunningsnormen, vermeld in hoofdstuk 2.]1
De beslissing tot vergunning of weigering van vergunning wordt meegedeeld aan de aanvrager vóór het einde van de maand die volgt op de maand van de beslissing.
Tegen een beslissing tot weigering van de vergunning kan beroep worden aangetekend conform de bepalingen van artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
Art.8. L'agence examine la demande et peut, si nécessaire, demander ou recueillir des renseignements complémentaires. [1 L'agence peut demander au demandeur d'une autorisation d'adapter le plan d'entreprise ou le plan financier, visé à l'article 3, alinéa 1er, 3°, en cas d'imprécisions ou d'attentes irréalistes.]1
La décision d'accorder ou de refuser l'autorisation est prise dans les six mois qui suivent la date de l'introduction d'une demande valide.
En cas de refus d'accorder l'autorisation, la décision est motivée.
[1 Certaines préoccupations peuvent être incluses dans la décision d'autorisation si l'agence estime qu'elles peuvent conduire à un non-respect futur des normes d'autorisation visées au chapitre 2.]1
La décision d'accorder ou de refuser l'autorisation est communiquée au demandeur avant la fin du mois qui suit le mois de la décision.
Il peut être interjeté appel d'une décision de refuser l'autorisation, conformément aux dispositions de l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par l'Agence flamande pour les Personnes handicapées.
La décision d'accorder ou de refuser l'autorisation est prise dans les six mois qui suivent la date de l'introduction d'une demande valide.
En cas de refus d'accorder l'autorisation, la décision est motivée.
[1 Certaines préoccupations peuvent être incluses dans la décision d'autorisation si l'agence estime qu'elles peuvent conduire à un non-respect futur des normes d'autorisation visées au chapitre 2.]1
La décision d'accorder ou de refuser l'autorisation est communiquée au demandeur avant la fin du mois qui suit le mois de la décision.
Il peut être interjeté appel d'une décision de refuser l'autorisation, conformément aux dispositions de l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par l'Agence flamande pour les Personnes handicapées.
Wijzigingen
Art.8/1. [1 Het agentschap kent een vergunning toe als de aanvrager voldoet aan de vergunningsnormen, vermeld in hoofdstuk 2 en de volgende voorwaarden:
1А de aanvrager kan aan de hand van het ondernemingsplan en het financieel plan, vermeld in artikel 3, eerste lid, 3А, van dit besluit, aantonen dat het initiatief voldoende financieel leefbaar is. Om de financiыle leefbaarheid te beoordelen, kan het agentschap zich baseren op de jaarrekeningen en de resultatenrekening, als die beschikbaar zijn. Uit die jaarrekeningen en resultatenrekening mogen geen ernstige problemen voor de rendabiliteit, solvabiliteit of liquiditeit blijken;
2А er werden door de Vlaamse Regering of Zorginspectie geen beschermende maatregelen opgelegd betreffende het gezondheidsbeleid en het welzijns-en gezinsbeleid zoals vermeld in artikel 14 van het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid, die tot gevolg hebben dat er niet meer is voldaan aan de vergunningsnormen vermeld in hoofdstuk 2, of de bepalingen van het besluit van 4 februari 2011;
3А er werden door een overheidsinstantie of door Zorginspectie geen begeleidende maatregelen of toezichtsmaatregelen opgelegd ten gevolge een inspectie uitgevoerd door Zorginspectie, die tot gevolg hebben dat er niet meer is voldaan aan de vergunningsnormen vermeld in hoofdstuk 2, of de bepalingen van het besluit van 4 februari 2011.
De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 2А en 3А, gelden voor elke activiteit die de aanvrager uitoefent in het kader van het gezondheidsbeleid en het welzijns- en gezinsbeleid.]1
1А de aanvrager kan aan de hand van het ondernemingsplan en het financieel plan, vermeld in artikel 3, eerste lid, 3А, van dit besluit, aantonen dat het initiatief voldoende financieel leefbaar is. Om de financiыle leefbaarheid te beoordelen, kan het agentschap zich baseren op de jaarrekeningen en de resultatenrekening, als die beschikbaar zijn. Uit die jaarrekeningen en resultatenrekening mogen geen ernstige problemen voor de rendabiliteit, solvabiliteit of liquiditeit blijken;
2А er werden door de Vlaamse Regering of Zorginspectie geen beschermende maatregelen opgelegd betreffende het gezondheidsbeleid en het welzijns-en gezinsbeleid zoals vermeld in artikel 14 van het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid, die tot gevolg hebben dat er niet meer is voldaan aan de vergunningsnormen vermeld in hoofdstuk 2, of de bepalingen van het besluit van 4 februari 2011;
3А er werden door een overheidsinstantie of door Zorginspectie geen begeleidende maatregelen of toezichtsmaatregelen opgelegd ten gevolge een inspectie uitgevoerd door Zorginspectie, die tot gevolg hebben dat er niet meer is voldaan aan de vergunningsnormen vermeld in hoofdstuk 2, of de bepalingen van het besluit van 4 februari 2011.
De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 2А en 3А, gelden voor elke activiteit die de aanvrager uitoefent in het kader van het gezondheidsbeleid en het welzijns- en gezinsbeleid.]1
Art.8/1. [1 L'agence accorde une autorisation si le demandeur satisfait aux normes d'autorisation visées au chapitre 2, et aux conditions suivantes :
1° le demandeur peut démontrer, sur la base du plan d'entreprise et du plan financier visés à l'article 3, alinéa 1er, 3°, du présent arrêté, que l'initiative est suffisamment viable financièrement. Pour évaluer la viabilité financière, l'agence peut s'appuyer sur les comptes annuels et le compte de résultat, s'ils sont disponibles. Ces comptes annuels et compte de résultat ne doivent pas faire apparaître de graves problèmes de rentabilité, de solvabilité ou de liquidité ;
2° aucune mesure de protection n'a été imposée par le Gouvernement flamand ou l'Inspection des Soins dans le cadre de la politique de la santé et de la politique du bien-être et de la famille, telles que visées à l'article 14 du décret du 19 janvier 2018 relatif au contrôle public dans le cadre de la politique de la santé et de l'aide sociale, entraînant le non-respect des normes d'autorisation visées au chapitre 2, ou des dispositions de l'arrêté du 4 février 2011 ;
3° aucune mesure d'accompagnement ou de surveillance n'a été imposée par une instance publique ou par l'Inspection des Soins à la suite d'une inspection effectuée par l'Inspection des Soins, entraînant le non-respect des normes d'autorisation visées au chapitre 2, ou des dispositions de l'arrêté du 4 février 2011.
Les conditions visées à l'alinéa 1er, 2° et 3°, s'appliquent à toute activité exercée par le demandeur dans le cadre de la politique de la santé et de la politique du bien-être et de la famille.]1
1° le demandeur peut démontrer, sur la base du plan d'entreprise et du plan financier visés à l'article 3, alinéa 1er, 3°, du présent arrêté, que l'initiative est suffisamment viable financièrement. Pour évaluer la viabilité financière, l'agence peut s'appuyer sur les comptes annuels et le compte de résultat, s'ils sont disponibles. Ces comptes annuels et compte de résultat ne doivent pas faire apparaître de graves problèmes de rentabilité, de solvabilité ou de liquidité ;
2° aucune mesure de protection n'a été imposée par le Gouvernement flamand ou l'Inspection des Soins dans le cadre de la politique de la santé et de la politique du bien-être et de la famille, telles que visées à l'article 14 du décret du 19 janvier 2018 relatif au contrôle public dans le cadre de la politique de la santé et de l'aide sociale, entraînant le non-respect des normes d'autorisation visées au chapitre 2, ou des dispositions de l'arrêté du 4 février 2011 ;
3° aucune mesure d'accompagnement ou de surveillance n'a été imposée par une instance publique ou par l'Inspection des Soins à la suite d'une inspection effectuée par l'Inspection des Soins, entraînant le non-respect des normes d'autorisation visées au chapitre 2, ou des dispositions de l'arrêté du 4 février 2011.
Les conditions visées à l'alinéa 1er, 2° et 3°, s'appliquent à toute activité exercée par le demandeur dans le cadre de la politique de la santé et de la politique du bien-être et de la famille.]1
Art.9. De vergunning wordt verleend voor onbepaalde duur. De beslissing tot vergunning vermeldt de aanvangsdatum van de vergunning.
[1 In afwijking van het eerste lid wordt aan zorgaanbieders zonder vergunning eerst een vergunning van bepaalde duur voor een periode van maximum vijf jaar verleend.]1.
[1 In afwijking van het eerste lid wordt aan zorgaanbieders zonder vergunning eerst een vergunning van bepaalde duur voor een periode van maximum vijf jaar verleend.]1.
Art.9. L'autorisation est accordée pour une durée indéterminée. La décision d'autorisation mentionne la date du début de l'autorisation.
[1 Par dérogation à l'alinéa 1er, les offreurs de soins ne disposant pas d'une autorisation se voient d'abord octroyer une autorisation à durée déterminée pour une période maximale de cinq ans.]1
[1 Par dérogation à l'alinéa 1er, les offreurs de soins ne disposant pas d'une autorisation se voient d'abord octroyer une autorisation à durée déterminée pour une période maximale de cinq ans.]1
Wijzigingen
Art.10. De vergunde zorgaanbieder met een vergunning van bepaalde duur dient, uiterlijk zes maanden vóór het verstrijken van de lopende vergunningsperiode, bij het agentschap een aanvraag tot verlenging in. Hij krijgt een vergunning van onbepaalde duur toegekend, tenzij hij niet aan de [1 de vergunningsnormen, vermeld in hoofdstuk 2 en de voorwaarden, vermeld in artikel 10/1, voldoet]1.
Art.10. Au plus tard six mois avant l'expiration de la période d'autorisation en cours, l'offreur de soins autorisé à qui il a été accordé une autorisation à durée déterminée introduit une demande de prolongation auprès de l'agence. Il lui est alors accordé une autorisation à durée indéterminée, sauf s'il ne satisfait pas [1 aux normes d'autorisation visées au chapitre 2 et aux conditions visées à l'article 10/1]1.
Wijzigingen
Art.10/1. [1 § 1. De vergunde zorgaanbieder kan een vergunning van onbepaalde duur krijgen als de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1А binnen een aaneengesloten periode van minstens drie jaar kan de vergunde zorgaanbieder een effectieve werking aantonen. Onder de voormelde effectieve werking wordt verstaan dat er op elk moment ten minste щщn budgethouder een persoonsvolgend budget heeft besteed;
2А op het einde van de drie jaar, vermeld in punt 1А, besteden er minstens drie budgethouders een persoonsvolgend budget;
3А Zorginspectie heeft geen inbreuken vastgesteld op artikel 45 tot en met 49 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011, tenzij uit een verslag van Zorginspectie blijkt dat die inbreuken ondertussen zijn geremedieerd. Voor nog openstaande inbreuken op het moment van de verlenging wordt er gekeken naar het plan van aanpak om de inbreuken weg te werken binnen de remediыringstermijnen, vermeld in artikel 55 tot en met 59/1 van het besluit van 4 februari 2011;
4А uit de beschikbare financiыle gegevens en het ingediende ondernemings- en financieel plan blijken al de volgende elementen:
a) er zijn geen ernstige problemen met de rendabiliteit, solvabiliteit of liquiditeit;
b) de minimumdoelen om financieel leefbaar te zijn, vermeld in artikel 3, eerste lid, 3А, g), 3), van dit besluit, die bij de eerste aanvraag zijn vooropgesteld, de inkomsten uit de inzet van een persoonsvolgend budget door budgethouders, vermeld in artikel 3, eerste lid, 3А, e), van dit besluit, en het verwachte jaarresultaat zijn behaald;
c) er zijn geen ernstige moeilijkheden met de doelmatige aanwending van de overheidsmiddelen die bestemd zijn voor de zorg en ondersteuning van budgethouders;
d) er zijn tijdens de periode van de vergunning van bepaalde duur geen schulden geweest bij een administratieve overheid, zoals bedoeld in artikel 14, Ї 1, 1А van de gecoіrdineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973.
§ 2. De aanvraag tot verlenging van een vergunning van bepaalde duur naar onbepaalde duur kan ten vroegste ingediend worden na een aaneengesloten periode van tweeыnhalf jaar waarin de vergunde zorgaanbieder een effectieve werking aantoont als vermeld in paragraaf 1, 1А.
§ 3. Het agentschap kan de vergunning van bepaalde duur щщn keer verlengen met vijf jaar als de vergunde zorgaanbieder niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Het agentschap deelt aan de vergunde zorgaanbieder mee aan welke punten hij niet voldoet.
In het geval, vermeld in het eerste lid, dient de vergunde zorgaanbieder de aanvraag om een vergunning van onbepaalde duur te verkrijgen opnieuw in bij het agentschap als hij kan aantonen dat hij voldoet aan de vergunningsnormen, vermeld in hoofdstuk 2 en de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in paragraaf 1, 1А, kan de periode van effectieve werking plaatsvinden tijdens de termijn van de eerste vergunning van bepaalde duur of de verlenging van die vergunning conform het eerste lid.
Als de vergunde zorgaanbieder na toepassing van de procedure, vermeld in het tweede lid, nog altijd niet voldoet aan de vergunningsnormen, vermeld in hoofdstuk 2 en de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, of als hij geen aanvraag indient bij het agentschap binnen vijf jaar vanaf de verlenging van de vergunning van bepaalde duur, verliest de vergunde zorgaanbieder definitief zijn vergunning.
§ 4. Artikel 8 is van toepassing op de behandeling van de aanvragen, vermeld in dit artikel.]1
1А binnen een aaneengesloten periode van minstens drie jaar kan de vergunde zorgaanbieder een effectieve werking aantonen. Onder de voormelde effectieve werking wordt verstaan dat er op elk moment ten minste щщn budgethouder een persoonsvolgend budget heeft besteed;
2А op het einde van de drie jaar, vermeld in punt 1А, besteden er minstens drie budgethouders een persoonsvolgend budget;
3А Zorginspectie heeft geen inbreuken vastgesteld op artikel 45 tot en met 49 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011, tenzij uit een verslag van Zorginspectie blijkt dat die inbreuken ondertussen zijn geremedieerd. Voor nog openstaande inbreuken op het moment van de verlenging wordt er gekeken naar het plan van aanpak om de inbreuken weg te werken binnen de remediыringstermijnen, vermeld in artikel 55 tot en met 59/1 van het besluit van 4 februari 2011;
4А uit de beschikbare financiыle gegevens en het ingediende ondernemings- en financieel plan blijken al de volgende elementen:
a) er zijn geen ernstige problemen met de rendabiliteit, solvabiliteit of liquiditeit;
b) de minimumdoelen om financieel leefbaar te zijn, vermeld in artikel 3, eerste lid, 3А, g), 3), van dit besluit, die bij de eerste aanvraag zijn vooropgesteld, de inkomsten uit de inzet van een persoonsvolgend budget door budgethouders, vermeld in artikel 3, eerste lid, 3А, e), van dit besluit, en het verwachte jaarresultaat zijn behaald;
c) er zijn geen ernstige moeilijkheden met de doelmatige aanwending van de overheidsmiddelen die bestemd zijn voor de zorg en ondersteuning van budgethouders;
d) er zijn tijdens de periode van de vergunning van bepaalde duur geen schulden geweest bij een administratieve overheid, zoals bedoeld in artikel 14, Ї 1, 1А van de gecoіrdineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973.
§ 2. De aanvraag tot verlenging van een vergunning van bepaalde duur naar onbepaalde duur kan ten vroegste ingediend worden na een aaneengesloten periode van tweeыnhalf jaar waarin de vergunde zorgaanbieder een effectieve werking aantoont als vermeld in paragraaf 1, 1А.
§ 3. Het agentschap kan de vergunning van bepaalde duur щщn keer verlengen met vijf jaar als de vergunde zorgaanbieder niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Het agentschap deelt aan de vergunde zorgaanbieder mee aan welke punten hij niet voldoet.
In het geval, vermeld in het eerste lid, dient de vergunde zorgaanbieder de aanvraag om een vergunning van onbepaalde duur te verkrijgen opnieuw in bij het agentschap als hij kan aantonen dat hij voldoet aan de vergunningsnormen, vermeld in hoofdstuk 2 en de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in paragraaf 1, 1А, kan de periode van effectieve werking plaatsvinden tijdens de termijn van de eerste vergunning van bepaalde duur of de verlenging van die vergunning conform het eerste lid.
Als de vergunde zorgaanbieder na toepassing van de procedure, vermeld in het tweede lid, nog altijd niet voldoet aan de vergunningsnormen, vermeld in hoofdstuk 2 en de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, of als hij geen aanvraag indient bij het agentschap binnen vijf jaar vanaf de verlenging van de vergunning van bepaalde duur, verliest de vergunde zorgaanbieder definitief zijn vergunning.
§ 4. Artikel 8 is van toepassing op de behandeling van de aanvragen, vermeld in dit artikel.]1
Art.10/1. [1 § 1er. L'offreur de soins autorisé peut obtenir une autorisation à durée indéterminée si les conditions suivantes sont remplies :
1° au cours d'une période ininterrompue d'au moins trois ans, l'offreur de soins autorisé peut justifier d'un fonctionnement effectif. Par le fonctionnement effectif précité, on entend qu'au moins un titulaire de budget a dépensé un budget personnalisé à tout moment ;
2° au terme des trois années visées au point 1°, au moins trois titulaires de budget dépensent un budget personnalisé ;
3° L'Inspection des Soins n'a pas constaté d'infractions aux articles 45 à 49 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011, à moins qu'un rapport de l'Inspection des Soins n'indique qu'il a été remédié à ces infractions entre-temps. Pour les infractions encore en cours au moment de la prolongation, le plan d'action pour remédier aux infractions dans les délais de remédiation visés aux articles 55 à 59/1 de l'arrêté du 4 février 2011 est pris en compte ;
4° les données financières disponibles et le plan d'entreprise et financier soumis montrent tous les éléments suivants :
a) il n'y a pas de problèmes graves de rentabilité, de solvabilité ou de liquidité ;
b) les objectifs minimaux de viabilité financière, visés à l'article 3, alinéa 1er, 3°, g), 3) du présent arrêté, qui ont été fixés lors de la première demande, les recettes provenant de l'utilisation d'un budget personnalisé par les titulaires de budget, visés à l'article 3, alinéa 1er, 3°, e) du présent arrêté, et le résultat annuel escompté ont été atteints ;
c) l'utilisation efficace des fonds publics destinés aux soins et au soutien des titulaires de budget ne pose pas de difficultés sérieuses ;
d) il n'y a eu aucune dette à l'égard d'une autorité administrative telle que visée à l'article 14, § 1er, 1°, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat du 12 janvier 1973, pendant la période de l'autorisation à durée déterminée.
§ 2. La demande de prolongation d'une autorisation à durée déterminée à une durée indéterminée peut être introduite au plus tôt après une période ininterrompue de deux ans et demi au cours de laquelle l'offreur de soins autorisé fait preuve d'un fonctionnement effectif tel que visé au paragraphe 1er, 1°.
§ 3. L'agence peut prolonger l'autorisation à durée déterminée une fois de cinq ans si l'offreur de soins autorisé ne remplit pas les conditions visées au paragraphe 1er. L'agence informe l'offreur de soins autorisé des points qu'il ne respecte pas.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, l'offreur de soins autorisé introduit à nouveau la demande d'autorisation à durée indéterminée auprès de l'agence s'il peut démontrer qu'il satisfait aux normes d'autorisation visées au chapitre 2 et aux conditions visées au paragraphe 1er. Pour satisfaire à la condition visée au paragraphe 1er, 1°, la période de fonctionnement effectif peut avoir lieu pendant la durée de la première autorisation à durée déterminée ou de la prolongation de cette autorisation conformément à l'alinéa 1er.
Si, après application de la procédure visée à l'alinéa 2, l'offreur de soins autorisé ne satisfait toujours pas aux normes d'autorisation visées au chapitre 2 et aux conditions visées au paragraphe 1er, ou s'il n'introduit pas de demande auprès de l'agence dans un délai de cinq ans à compter de la prolongation de l'autorisation à durée déterminée, l'offreur de soins autorisé perd définitivement son autorisation.
§ 4. L'article 8 s'applique au traitement des demandes visées au présent article.]1
1° au cours d'une période ininterrompue d'au moins trois ans, l'offreur de soins autorisé peut justifier d'un fonctionnement effectif. Par le fonctionnement effectif précité, on entend qu'au moins un titulaire de budget a dépensé un budget personnalisé à tout moment ;
2° au terme des trois années visées au point 1°, au moins trois titulaires de budget dépensent un budget personnalisé ;
3° L'Inspection des Soins n'a pas constaté d'infractions aux articles 45 à 49 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011, à moins qu'un rapport de l'Inspection des Soins n'indique qu'il a été remédié à ces infractions entre-temps. Pour les infractions encore en cours au moment de la prolongation, le plan d'action pour remédier aux infractions dans les délais de remédiation visés aux articles 55 à 59/1 de l'arrêté du 4 février 2011 est pris en compte ;
4° les données financières disponibles et le plan d'entreprise et financier soumis montrent tous les éléments suivants :
a) il n'y a pas de problèmes graves de rentabilité, de solvabilité ou de liquidité ;
b) les objectifs minimaux de viabilité financière, visés à l'article 3, alinéa 1er, 3°, g), 3) du présent arrêté, qui ont été fixés lors de la première demande, les recettes provenant de l'utilisation d'un budget personnalisé par les titulaires de budget, visés à l'article 3, alinéa 1er, 3°, e) du présent arrêté, et le résultat annuel escompté ont été atteints ;
c) l'utilisation efficace des fonds publics destinés aux soins et au soutien des titulaires de budget ne pose pas de difficultés sérieuses ;
d) il n'y a eu aucune dette à l'égard d'une autorité administrative telle que visée à l'article 14, § 1er, 1°, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat du 12 janvier 1973, pendant la période de l'autorisation à durée déterminée.
§ 2. La demande de prolongation d'une autorisation à durée déterminée à une durée indéterminée peut être introduite au plus tôt après une période ininterrompue de deux ans et demi au cours de laquelle l'offreur de soins autorisé fait preuve d'un fonctionnement effectif tel que visé au paragraphe 1er, 1°.
§ 3. L'agence peut prolonger l'autorisation à durée déterminée une fois de cinq ans si l'offreur de soins autorisé ne remplit pas les conditions visées au paragraphe 1er. L'agence informe l'offreur de soins autorisé des points qu'il ne respecte pas.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, l'offreur de soins autorisé introduit à nouveau la demande d'autorisation à durée indéterminée auprès de l'agence s'il peut démontrer qu'il satisfait aux normes d'autorisation visées au chapitre 2 et aux conditions visées au paragraphe 1er. Pour satisfaire à la condition visée au paragraphe 1er, 1°, la période de fonctionnement effectif peut avoir lieu pendant la durée de la première autorisation à durée déterminée ou de la prolongation de cette autorisation conformément à l'alinéa 1er.
Si, après application de la procédure visée à l'alinéa 2, l'offreur de soins autorisé ne satisfait toujours pas aux normes d'autorisation visées au chapitre 2 et aux conditions visées au paragraphe 1er, ou s'il n'introduit pas de demande auprès de l'agence dans un délai de cinq ans à compter de la prolongation de l'autorisation à durée déterminée, l'offreur de soins autorisé perd définitivement son autorisation.
§ 4. L'article 8 s'applique au traitement des demandes visées au présent article.]1
Art.11. [1 § 1. In de volgende gevallen kan de vergunning van onbepaalde duur omgezet worden in een vergunning van bepaalde duur voor een periode van vijf jaar:
1А uit de beschikbare financiыle gegevens en het ingediende ondernemings- en financieel plan blijkt minstens щщn van de volgende situaties:
a) er zijn ernstige problemen met de rendabiliteit, solvabiliteit of liquiditeit;
b) de minimumdoelen om financieel leefbaar te zijn, vermeld in artikel 3, eerste lid, 3А, g), 3), die bij de eerste aanvraag zijn vooropgesteld, de inkomsten uit de inzet van een persoonsvolgend budget door budgethouders, vermeld in artikel 3, eerste lid, 3А, e), of het verwachte jaarresultaat zijn niet behaald;
c) er zijn ernstige moeilijkheden met de doelmatige aanwending van de overheidsmiddelen die bestemd zijn voor de zorg en ondersteuning van budgethouders;
d) er zijn openstaande schulden bij een administratieve overheid, zoals bedoeld in artikel 14, Ї 1, 1А van de gecoіrdineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973;
2А binnen een aaneengesloten periode van negentig dagen hebben er minder dan drie budgethouders een persoonsvolgend budget ingezet bij de vergunde zorgaanbieder.
§ 2. In het geval, vermeld in paragraaf 1, 1А, gaat het agentschap in gesprek met de vergunde zorgaanbieder vѓѓr het de vergunning van onbepaalde duur omzet in een vergunning van bepaalde duur. Het agentschap kan aan de vergunde zorgaanbieder vragen om een herstelplan op te maken.
In de volgende gevallen zet het agentschap de vergunning van onbepaalde duur om in een vergunning van bepaalde duur:
1А het agentschap is van oordeel dat een van de gevallen, vermeld in paragraaf 1, te ernstig is;
2А de vergunde zorgaanbieder laat na om het herstelplan afdoende uit te voeren;
3А de stappen in het herstelplan zijn ontoereikend om een van de situaties, vermeld in paragraaf 1, 1А, te herstellen.
Om opnieuw een vergunning van onbepaalde duur te krijgen, dient de vergunde zorgaanbieder een aanvraag in conform artikel 10. Op de voormelde aanvraag zijn artikel 10 en 10/1 van toepassing, met uitzondering van artikel 10/1, Ї 1, 4А, d), en Ї 3. Op het moment van de voormelde aanvraag heeft de vergunde zorgaanbieder wel alle eventuele schulden bij een overheidsinstantie weggewerkt.
Als binnen twee jaar vanaf de toekenning van de vergunning van onbepaalde duur, vermeld in het derde lid, er opnieuw tekortkomingen zijn als vermeld in paragraaf 1, kan het agentschap de vergunning definitief intrekken als het gaat om dezelfde tekortkoming die aanleiding heeft gegeven tot de omzetting van de vergunning van onbepaalde duur in de vergunning van bepaalde duur.
§ 3. Als de vergunning van onbepaalde duur als gevolg van een geval als vermeld in paragraaf 1, 2А, is omgezet in een vergunning van bepaalde duur, dient de vergunde zorgaanbieder een aanvraag conform artikel 10 in om opnieuw een vergunning van onbepaalde duur te verkrijgen. Op de voormelde aanvraag zijn artikel 10 en 10/1 van toepassing, met uitzondering van artikel 10/1, Ї 3.
§ 4. Als de vergunning van bepaalde duur, vermeld in paragraaf 1, afloopt, en er zijn op dat moment minder dan drie budgethouders die hun persoonsvolgend budget inzetten, wordt de vergunning definitief ingetrokken.
Als er binnen twee jaar vanaf het moment dat de vergunde zorgaanbieder opnieuw een vergunning van onbepaalde duur heeft gekregen, er een aaneengesloten periode van negentig dagen is waarin minder dan drie budgethouders een persoonsvolgend budget inzetten, kan het agentschap de vergunning definitief intrekken.
§ 5. Tegen een beslissing tot intrekking van de vergunning kan beroep worden aangetekend conform artikel 17 van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.]1
1А uit de beschikbare financiыle gegevens en het ingediende ondernemings- en financieel plan blijkt minstens щщn van de volgende situaties:
a) er zijn ernstige problemen met de rendabiliteit, solvabiliteit of liquiditeit;
b) de minimumdoelen om financieel leefbaar te zijn, vermeld in artikel 3, eerste lid, 3А, g), 3), die bij de eerste aanvraag zijn vooropgesteld, de inkomsten uit de inzet van een persoonsvolgend budget door budgethouders, vermeld in artikel 3, eerste lid, 3А, e), of het verwachte jaarresultaat zijn niet behaald;
c) er zijn ernstige moeilijkheden met de doelmatige aanwending van de overheidsmiddelen die bestemd zijn voor de zorg en ondersteuning van budgethouders;
d) er zijn openstaande schulden bij een administratieve overheid, zoals bedoeld in artikel 14, Ї 1, 1А van de gecoіrdineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973;
2А binnen een aaneengesloten periode van negentig dagen hebben er minder dan drie budgethouders een persoonsvolgend budget ingezet bij de vergunde zorgaanbieder.
§ 2. In het geval, vermeld in paragraaf 1, 1А, gaat het agentschap in gesprek met de vergunde zorgaanbieder vѓѓr het de vergunning van onbepaalde duur omzet in een vergunning van bepaalde duur. Het agentschap kan aan de vergunde zorgaanbieder vragen om een herstelplan op te maken.
In de volgende gevallen zet het agentschap de vergunning van onbepaalde duur om in een vergunning van bepaalde duur:
1А het agentschap is van oordeel dat een van de gevallen, vermeld in paragraaf 1, te ernstig is;
2А de vergunde zorgaanbieder laat na om het herstelplan afdoende uit te voeren;
3А de stappen in het herstelplan zijn ontoereikend om een van de situaties, vermeld in paragraaf 1, 1А, te herstellen.
Om opnieuw een vergunning van onbepaalde duur te krijgen, dient de vergunde zorgaanbieder een aanvraag in conform artikel 10. Op de voormelde aanvraag zijn artikel 10 en 10/1 van toepassing, met uitzondering van artikel 10/1, Ї 1, 4А, d), en Ї 3. Op het moment van de voormelde aanvraag heeft de vergunde zorgaanbieder wel alle eventuele schulden bij een overheidsinstantie weggewerkt.
Als binnen twee jaar vanaf de toekenning van de vergunning van onbepaalde duur, vermeld in het derde lid, er opnieuw tekortkomingen zijn als vermeld in paragraaf 1, kan het agentschap de vergunning definitief intrekken als het gaat om dezelfde tekortkoming die aanleiding heeft gegeven tot de omzetting van de vergunning van onbepaalde duur in de vergunning van bepaalde duur.
§ 3. Als de vergunning van onbepaalde duur als gevolg van een geval als vermeld in paragraaf 1, 2А, is omgezet in een vergunning van bepaalde duur, dient de vergunde zorgaanbieder een aanvraag conform artikel 10 in om opnieuw een vergunning van onbepaalde duur te verkrijgen. Op de voormelde aanvraag zijn artikel 10 en 10/1 van toepassing, met uitzondering van artikel 10/1, Ї 3.
§ 4. Als de vergunning van bepaalde duur, vermeld in paragraaf 1, afloopt, en er zijn op dat moment minder dan drie budgethouders die hun persoonsvolgend budget inzetten, wordt de vergunning definitief ingetrokken.
Als er binnen twee jaar vanaf het moment dat de vergunde zorgaanbieder opnieuw een vergunning van onbepaalde duur heeft gekregen, er een aaneengesloten periode van negentig dagen is waarin minder dan drie budgethouders een persoonsvolgend budget inzetten, kan het agentschap de vergunning definitief intrekken.
§ 5. Tegen een beslissing tot intrekking van de vergunning kan beroep worden aangetekend conform artikel 17 van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.]1
Art.11. [1 § 1er. Dans les cas suivants, l'autorisation à durée indéterminée peut être convertie en une autorisation à durée déterminée pour une période de cinq ans :
1° les données financières disponibles et le plan d'entreprise et financier soumis font preuve d'au moins une des situations suivantes :
a) il y a des problèmes graves de rentabilité, de solvabilité ou de liquidité ;
b) les objectifs minimaux de viabilité financière, visés à l'article 3, alinéa 1er, 3°, g), 3), qui ont été fixés lors de la première demande, les recettes provenant de l'utilisation d'un budget personnalisé par les titulaires de budget, visés à l'article 3, alinéa 1er, 3°, e), ou le résultat annuel escompté n'ont pas été atteints ;
c) l'utilisation efficace des fonds publics destinés aux soins et au soutien des titulaires de budget pose des difficultés sérieuses ;
d) il y a des dettes en cours auprès d'une autorité administrative telle que visée à l'article 14, § 1er, 1°, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat du 12 janvier 1973 ;
2° au cours d'une période ininterrompue de nonante jours, moins de trois titulaires de budget ont utilisé un budget personnalisé auprès de l'offreur de soins autorisé.
§ 2. Dans le cas visé au paragraphe 1er, 1°, l'agence entame un dialogue avec l'offreur de soins autorisé avant de convertir l'autorisation à durée indéterminée en une autorisation à durée déterminée. L'agence peut demander à l'offreur de soins autorisé d'élaborer un plan de redressement.
Dans les cas suivants, l'agence convertit l'autorisation à durée indéterminée en une autorisation à durée déterminée :
1° l'agence considère que l'un des cas mentionnés au paragraphe 1er est trop grave ;
2° l'offreur de soins autorisé omet d'exécuter le plan de redressement de manière adéquate ;
3° les étapes du plan de redressement sont insuffisantes pour remédier à l'une des situations visées au paragraphe 1er, 1°.
Pour obtenir à nouveau une autorisation à durée indéterminée, l'offreur de soins autorisé introduit une demande conformément à l'article 10. Les articles 10 et 10/1, à l'exception de l'article 10/1, § 1er, 4°, d), et § 3, s'appliquent à la demande précitée. Au moment de la demande précitée, l'offreur de soins autorisé a toutefois réglé toute dette éventuelle auprès d'une instance publique.
Si, dans les deux ans qui suivent l'octroi de l'autorisation à durée indéterminée, visé à l'alinéa 3, des manquements tels que visés au paragraphe 1er sont à nouveau constatés, l'agence peut retirer définitivement l'autorisation lorsqu'il s'agit du même manquement que celui qui a donné lieu à la conversion de l'autorisation à durée indéterminée en l'autorisation à durée déterminée.
§ 3. Si l'autorisation à durée indéterminée est convertie en une autorisation à durée déterminée à la suite d'un cas tel que visé au paragraphe 1er, 2°, l'offreur de soins autorisé introduit une demande conformément à l'article 10 pour obtenir à nouveau une autorisation à durée indéterminée. Les articles 10 et 10/1, à l'exception de l'article 10/1, § 3, s'appliquent à la demande précitée.
§ 4. Si l'autorisation à durée déterminée, visée au paragraphe 1er, expire et qu'il y a moins de trois titulaires de budget qui utilisent leur budget personnalisé à ce moment-là, l'autorisation est définitivement retirée.
Si, dans les deux ans qui suivent le moment auquel l'offreur de soins autorisé a obtenu à nouveau une autorisation à durée indéterminée, il y a une période ininterrompue de 90 jours au cours de laquelle moins de trois titulaires de budget utilisent un budget personnalisé, l'agence peut retirer définitivement l'autorisation.
§ 5. Une décision de retrait de l'autorisation peut faire l'objet d'un recours conformément à l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par l'Agence flamande pour des personnes handicapées.]1
1° les données financières disponibles et le plan d'entreprise et financier soumis font preuve d'au moins une des situations suivantes :
a) il y a des problèmes graves de rentabilité, de solvabilité ou de liquidité ;
b) les objectifs minimaux de viabilité financière, visés à l'article 3, alinéa 1er, 3°, g), 3), qui ont été fixés lors de la première demande, les recettes provenant de l'utilisation d'un budget personnalisé par les titulaires de budget, visés à l'article 3, alinéa 1er, 3°, e), ou le résultat annuel escompté n'ont pas été atteints ;
c) l'utilisation efficace des fonds publics destinés aux soins et au soutien des titulaires de budget pose des difficultés sérieuses ;
d) il y a des dettes en cours auprès d'une autorité administrative telle que visée à l'article 14, § 1er, 1°, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat du 12 janvier 1973 ;
2° au cours d'une période ininterrompue de nonante jours, moins de trois titulaires de budget ont utilisé un budget personnalisé auprès de l'offreur de soins autorisé.
§ 2. Dans le cas visé au paragraphe 1er, 1°, l'agence entame un dialogue avec l'offreur de soins autorisé avant de convertir l'autorisation à durée indéterminée en une autorisation à durée déterminée. L'agence peut demander à l'offreur de soins autorisé d'élaborer un plan de redressement.
Dans les cas suivants, l'agence convertit l'autorisation à durée indéterminée en une autorisation à durée déterminée :
1° l'agence considère que l'un des cas mentionnés au paragraphe 1er est trop grave ;
2° l'offreur de soins autorisé omet d'exécuter le plan de redressement de manière adéquate ;
3° les étapes du plan de redressement sont insuffisantes pour remédier à l'une des situations visées au paragraphe 1er, 1°.
Pour obtenir à nouveau une autorisation à durée indéterminée, l'offreur de soins autorisé introduit une demande conformément à l'article 10. Les articles 10 et 10/1, à l'exception de l'article 10/1, § 1er, 4°, d), et § 3, s'appliquent à la demande précitée. Au moment de la demande précitée, l'offreur de soins autorisé a toutefois réglé toute dette éventuelle auprès d'une instance publique.
Si, dans les deux ans qui suivent l'octroi de l'autorisation à durée indéterminée, visé à l'alinéa 3, des manquements tels que visés au paragraphe 1er sont à nouveau constatés, l'agence peut retirer définitivement l'autorisation lorsqu'il s'agit du même manquement que celui qui a donné lieu à la conversion de l'autorisation à durée indéterminée en l'autorisation à durée déterminée.
§ 3. Si l'autorisation à durée indéterminée est convertie en une autorisation à durée déterminée à la suite d'un cas tel que visé au paragraphe 1er, 2°, l'offreur de soins autorisé introduit une demande conformément à l'article 10 pour obtenir à nouveau une autorisation à durée indéterminée. Les articles 10 et 10/1, à l'exception de l'article 10/1, § 3, s'appliquent à la demande précitée.
§ 4. Si l'autorisation à durée déterminée, visée au paragraphe 1er, expire et qu'il y a moins de trois titulaires de budget qui utilisent leur budget personnalisé à ce moment-là, l'autorisation est définitivement retirée.
Si, dans les deux ans qui suivent le moment auquel l'offreur de soins autorisé a obtenu à nouveau une autorisation à durée indéterminée, il y a une période ininterrompue de 90 jours au cours de laquelle moins de trois titulaires de budget utilisent un budget personnalisé, l'agence peut retirer définitivement l'autorisation.
§ 5. Une décision de retrait de l'autorisation peut faire l'objet d'un recours conformément à l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par l'Agence flamande pour des personnes handicapées.]1
Wijzigingen
Art.11/1. [1 Een Multifunctioneel Centrum als vermeld in artikel 1, 6А, van het besluit van de Vlaamse Regering 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiыring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, krijgt van rechtswege een vergunning voor onbepaalde duur. De voormelde vergunning kan alleen gebruikt worden om ondersteuning te bieden als de volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn:
1А het moet gaan om een gebruiker van het MFC die een persoonsvolgend budget ter beschikking heeft gekregen van het agentschap;
2А op het moment van de terbeschikkingstelling van het persoonsvolgend budget, dient er een lopende individuele dienstverleningsovereenkomst, zoals vermeld in artikel 7А /1 van het besluit van 4 februari 2011, te bestaan tussen de gebruiker en het MFC;
3А de besteding van het persoonsvolgend budget moet opgestart worden binnen de wettelijke termijn waarbinnen het persoonsvolgend budget moet opgestart worden;
4А de ondersteuning door de inzet van een persoonsvolgend budget kan enkel щщnmalig gebeuren en voor een periode van maximum twee aaneengesloten jaren.
Artikel 3, en artikel 6 tot en met 11 zijn niet van toepassing op de vergunning voor onbepaalde duur, vermeld in het eerste lid.]1
1А het moet gaan om een gebruiker van het MFC die een persoonsvolgend budget ter beschikking heeft gekregen van het agentschap;
2А op het moment van de terbeschikkingstelling van het persoonsvolgend budget, dient er een lopende individuele dienstverleningsovereenkomst, zoals vermeld in artikel 7А /1 van het besluit van 4 februari 2011, te bestaan tussen de gebruiker en het MFC;
3А de besteding van het persoonsvolgend budget moet opgestart worden binnen de wettelijke termijn waarbinnen het persoonsvolgend budget moet opgestart worden;
4А de ondersteuning door de inzet van een persoonsvolgend budget kan enkel щщnmalig gebeuren en voor een periode van maximum twee aaneengesloten jaren.
Artikel 3, en artikel 6 tot en met 11 zijn niet van toepassing op de vergunning voor onbepaalde duur, vermeld in het eerste lid.]1
Art.11/1. [1 Un centre multifonctionnel tel que visé à l'article 1er, 6°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures, obtient de plein droit une autorisation à durée indéterminée. L'autorisation précitée ne peut être utilisée pour fournir un soutien que si les conditions suivantes sont cumulativement remplies :
1° il doit s'agir d'un usager du CMF qui a reçu un budget personnalisé de l'agence ;
2° au moment de la mise à disposition du budget personnalisé, un contrat individuel de services en cours, tel que visé à l'article 7° /1 de l'arrêté du 4 février 2011, doit exister entre l'usager et le CMF ;
3° l'affectation du budget personnalisé doit commencer dans le délai légal au cours duquel le budget personnalisé doit commencer ;
4° le soutien par l'utilisation d'un budget personnalisé ne peut être fourni qu'une seule fois et pour une période maximale de deux années consécutives.
L'article 3 et les articles 6 à 11 ne s'appliquent pas à l'autorisation à durée indéterminée, visée à l'alinéa 1er. ]1
1° il doit s'agir d'un usager du CMF qui a reçu un budget personnalisé de l'agence ;
2° au moment de la mise à disposition du budget personnalisé, un contrat individuel de services en cours, tel que visé à l'article 7° /1 de l'arrêté du 4 février 2011, doit exister entre l'usager et le CMF ;
3° l'affectation du budget personnalisé doit commencer dans le délai légal au cours duquel le budget personnalisé doit commencer ;
4° le soutien par l'utilisation d'un budget personnalisé ne peut être fourni qu'une seule fois et pour une période maximale de deux années consécutives.
L'article 3 et les articles 6 à 11 ne s'appliquent pas à l'autorisation à durée indéterminée, visée à l'alinéa 1er. ]1
HOOFDSTUK 4. - Toezicht, evaluatie en sancties
CHAPITRE 4. - Contrôle, évaluation et sanctions
Art.12. De afdeling Zorginspectie van het [1 Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]1 Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein, controleert ter plaatse of de vergunningsnormen, vermeld in hoofdstuk 2 van dit besluit, worden nageleefd.
[2 Tijdens de periode van de vergunning van bepaalde duur, vermeld in artikel 9, tweede lid, van dit besluit, voert Zorginspectie ten vroegste een eerste controle uit als de eerste budgethouder een overeenkomst heeft gesloten met de vergunde zorgaanbieder. De voormelde controle heeft ook betrekking op de naleving van de bepalingen van het besluit van 4 februari 2011.]2
De afdeling Zorginspectie voert het toezicht en evaluatie uit zoals bepaald in hoofdstuk 11 van het besluit van 4 februari 2011.
[2 Tijdens de periode van de vergunning van bepaalde duur, vermeld in artikel 9, tweede lid, van dit besluit, voert Zorginspectie ten vroegste een eerste controle uit als de eerste budgethouder een overeenkomst heeft gesloten met de vergunde zorgaanbieder. De voormelde controle heeft ook betrekking op de naleving van de bepalingen van het besluit van 4 februari 2011.]2
De afdeling Zorginspectie voert het toezicht en evaluatie uit zoals bepaald in hoofdstuk 11 van het besluit van 4 februari 2011.
Art.12. [1 L'Inspection des Soins, telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins ]1, contrôle sur place le respect des normes d'autorisation visées au chapitre 2 du présent arrêté.
[2 Pendant la durée de l'autorisation à durée déterminée visée à l'article 9, alinéa 2, du présent arrêté, l'Inspection des Soins effectue un premier contrôle au plus tôt lorsque le premier titulaire de budget a conclu un contrat avec l'offreur de soins autorisé. Le contrôle précité porte également sur le respect des dispositions de l'arrêté du 4 février 2011. ]2
Le service Inspection des soins prend en charge le contrôle et l'évaluation ainsi que précisé au chapitre 11 de l'arrêté du 4 février 2011.
[2 Pendant la durée de l'autorisation à durée déterminée visée à l'article 9, alinéa 2, du présent arrêté, l'Inspection des Soins effectue un premier contrôle au plus tôt lorsque le premier titulaire de budget a conclu un contrat avec l'offreur de soins autorisé. Le contrôle précité porte également sur le respect des dispositions de l'arrêté du 4 février 2011. ]2
Le service Inspection des soins prend en charge le contrôle et l'évaluation ainsi que précisé au chapitre 11 de l'arrêté du 4 février 2011.
Art.13. Artikel 55 tot en met artikel 59 van het besluit van 4 februari 2011 zijn van toepassing op de vergunde zorgaanbieders.
Art.13. Les articles 55 à 59 inclus de l'arrêté du 4 février 2011 sont applicables aux offreurs de soins autorisés.
Art.14. Als een ernstige overtreding van de vergunningsnormen een duidelijk gevaar betekent voor de fysieke of psychishe gezondheid van de budgethouder, dan kan de vergunning door het agentschap worden geschorst of ingetrokken.
Art.14. Lorsqu'une infraction grave aux normes d'autorisation représente un danger manifeste pour la santé physique ou psychique du bénéficiaire d'enveloppe, l'agence est en droit de suspendre ou de retirer l'autorisation.
HOOFDSTUK 5. - Overgangs- en wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions transitoires et modificatives
Art.15. Aan de volgende organisaties wordt van rechtswege een vergunning toegekend:
1° de voorzieningen erkend als multifunctioneel centrum voor minderjarige personen met een handicap met toepassing van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
2° de voorzieningen erkend als flexibel aanbodcentrum voor meerderjarige personen met een handicap met toepassing van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van flexibele aanbodcentra voor meerderjarige personen met een handicap;
3° de thuisbegeleidingsdiensten, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1996 betreffende de erkenning en subsidiëring van thuisbegeleidingsdiensten voor personen met een handicap.
1° de voorzieningen erkend als multifunctioneel centrum voor minderjarige personen met een handicap met toepassing van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
2° de voorzieningen erkend als flexibel aanbodcentrum voor meerderjarige personen met een handicap met toepassing van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van flexibele aanbodcentra voor meerderjarige personen met een handicap;
3° de thuisbegeleidingsdiensten, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1996 betreffende de erkenning en subsidiëring van thuisbegeleidingsdiensten voor personen met een handicap.
Art.15. Il est accordé de plein droit une autorisation aux organisations suivantes :
1° les structures agréées en tant que centre multifonctionnel pour personnes handicapées mineures, en application de l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ;
2° les structures agréées en tant que centre d'offre de services flexibles pour personnes handicapées majeures, en application de l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres d'offre de services flexibles en faveur de personnes handicapées majeures ;
3° les services d'aide à domicile visés à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 1996 relatif à l'agrément et au subventionnement des services d'aide à domicile pour handicapés.
1° les structures agréées en tant que centre multifonctionnel pour personnes handicapées mineures, en application de l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ;
2° les structures agréées en tant que centre d'offre de services flexibles pour personnes handicapées majeures, en application de l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres d'offre de services flexibles en faveur de personnes handicapées majeures ;
3° les services d'aide à domicile visés à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 1996 relatif à l'agrément et au subventionnement des services d'aide à domicile pour handicapés.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art.16. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2016.
Art.16. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2016.
Art.17. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.17. Le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. N. [1 Bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap
Model van beleidsplan als vermeld in artikel 6/1, zevende lid
De vergunde zorgaanbieder versterkt de interne werking om continuïteit in zorg en ondersteuning te bieden.
Model van beleidsplan als vermeld in artikel 6/1, zevende lid
De vergunde zorgaanbieder versterkt de interne werking om continuïteit in zorg en ondersteuning te bieden.
Art. N. [1 Annexe à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées
Modèle de plan stratégique, tel que visé à l'article 6/1, alinéa sept
L'offreur de soins autorisé renforce le fonctionnement interne afin d'offrir de la continuité dans les soins et le soutien.
Modèle de plan stratégique, tel que visé à l'article 6/1, alinéa sept
L'offreur de soins autorisé renforce le fonctionnement interne afin d'offrir de la continuité dans les soins et le soutien.
| streefdoel | voorbeelden van mogelijke indicatoren | voorbeelden van gegevensverzameling |
| zelf te definiëren | percentage contracten van onbepaalde duur | inventaris van de lopende contracten |
| percentage ziekteverzuim | gegevens over ziekteverzuim | |
| percentage verloop | gegevens over verloop binnen de organisatie | |
| termijn waarin contracten van onbepaalde duur worden aangeboden | ||
| mate waarin bepaalde taken worden uitbesteed (onderhoud, keuken, verzorging ...) |
De vergunde zorgaanbieder beschikt over competente medewerkers (personeel en vrijwilligers).
| objectif | exemples d'indicateurs potentiels | exemples de collecte de données |
| à définir soi-même | pourcentage de contrats de durée indéterminée | inventaire des contrats en cours |
| pourcentage d'absences pour cause de maladie | données relatives aux absences pour cause de maladie | |
| pourcentage de mouvements de personnel | données relatives aux mouvements de personnel au sein de l'organisation | |
| délai endéans lequel des contrats de durée indéterminée sont offerts | ||
| mesure dans laquelle certaines tâches sont soutraitées (entretien, cuisine, soins ...) |
L'offreur de soins autorisé dispose de collaborateurs compétents (personnel et bénévoles).
| streefdoel | voorbeelden van mogelijke indicatoren | voorbeelden van gegevensverzameling |
| zelf te definiëren | percentage van de medewerkers dat vorming heeft gevolgd | inventaris van de gevolgde vorming (door wie + aard van de vorming) |
| oog voor alle personeelscategorieën bij vorming | ||
| interne krijtlijnen rond werken met vrijwilligers binnen de organisatie (wie doet wat) | ||
| percentage van de medewerkers dat geëvalueerd is | inventaris van de uitgevoerde evaluatiegesprekken | |
| aanwervingsvoorwaarden voor nieuwe medewerkers | ||
| opleidingsniveau/elders verworven competenties van de medewerkers per functie | inventaris van diploma en competenties | |
| voldoende ervaring op het vlak van zorg die nodig is binnen de organisatie | inventaris van anciënniteit/ beroepservaring |
beroepservaring
De vergunde zorgaanbieder draagt via zijn werking en het zorg- en ondersteuningsaanbod bij tot een versterking van de levenskwaliteit van de budgethouders en vertrekt van de behoefte van de personen met een handicap en van zelfregie.
| objectif | exemples d'indicateurs potentiels | exemples de collectes de données |
| à définir soi-même | pourcentage de collaborateurs qui a suivi une formation | inventaire des formations qui ont été suivies (par qui + nature de la formation) |
| vigilance à l'association de toutes les catégories de personnel à la formation | ||
| cadre interne relatif au recours à des bénévoles au sein de l'organisation (qui fait quoi) | ||
| pourcentage des collaborateurs qui ont été évalués | inventaire des entretiens d'évaluation | |
| conditions de recrutement pour nouveaux collaborateurs | ||
| niveau de formation/ compétences acquises ailleurs des collaborateurs par fonction | inventaire des diplômes et compétences | |
| expérience suffisante au niveau des soins nécessaires au sein de l'organisation | inventaire d'ancienneté/ d'expérience professionnelle |
d'expérience professionnelle
L'offreur de soins autorisé contribue à un renforcement de la qualité de vie des gestionnaires de budget à travers son fonctionnement et l'offre de soins et de soutien et prend les besoins des personnes handicapées et l'autorégie comme point de départ.
| streefdoel | voorbeelden van mogelijke indicatoren | voorbeelden gegevensverzameling |
| zelf te definiëren | mate waarin het medewerkersteam multidisciplinair is samengesteld | diploma van medewerkers |
| de aanwezigheid van medewerkers op cruciale momenten om een normaal dagverloop(1) te garanderen | - De bewoners zijn uit bed en aangekleed tegen x uur. - De gebruikers krijgen hun maaltijden op de gebruikelijke uren. - De bewoners gaan op een normaal uur slapen. | |
| de oproepbaarheid van medewerkers bij crisissituaties | ||
| de verdeling van medewerkers over de woningen, leefeenheden en activiteitencentra | ||
| percentage van de tijd voor zorggebonden functies dat aan rechtstreekse ondersteuning van de gebruikers wordt besteed | ||
| manier waarop de verzorgings- en begeleidingsmomenten georganiseerd worden | ||
| - manier waarop de nachtpermanentie georganiseerd wordt (slapende/wakende nacht, aantal ingezette medewerkers, oproepbare nacht ...) - mate van technische ondersteuning 's nachts (oproepsystemen, toezichtsystemen ...) - nabijheid van de nachtpermanentie (te overbruggen afstand ...) | ||
| - interne afspraken over medicatieverdeling (wie kan medicatie klaarzetten, wat bij problemen ...) - intern toezicht daarop |
- De gebruikers krijgen hun maaltijden op de gebruikelijke uren.
- De bewoners gaan op een normaal uur slapen.de oproepbaarheid van medewerkers bij crisissituaties de verdeling van medewerkers over de woningen, leefeenheden en activiteitencentra percentage van de tijd voor zorggebonden functies dat aan rechtstreekse ondersteuning van de gebruikers wordt besteed manier waarop de verzorgings- en begeleidingsmomenten georganiseerd worden - manier waarop de nachtpermanentie georganiseerd wordt (slapende/wakende nacht, aantal ingezette medewerkers, oproepbare nacht ...)
- mate van technische ondersteuning 's nachts (oproepsystemen, toezichtsystemen ...)
- nabijheid van de nachtpermanentie (te overbruggen afstand ...) - interne afspraken over medicatieverdeling (wie kan medicatie klaarzetten, wat bij problemen ...)
- intern toezicht daarop
De ingezette infrastructuur is kwaliteitsvol.
| objectif | exemples d'indicateurs potentiels | exemples de collectes de données |
| à définir soi-même | mesure dans laquelle la composition de l'équipe des collaborateurs est multidisciplinaire | diplôme de collaborateurs |
| la présence de collaborateurs à des moments clés afin d'assurer un déroulement normal de la journée(1) | - Les habitants se sont levés et sont habillés vers x heures. - Les usagers reçoivent leurs repas aux heures usuelles. - Les habitants se couchent à une heure acceptable. | |
| - la possibilité d'appeler les collaborateurs dans des situations d'urgence | ||
| la répartition des collaborateurs sur les habitations, unités de vie et centres d'activités | ||
| pourcentage du temps réservé aux fonctions liées aux soins, qui est affecté au soutien direct des usagers | ||
| manière dont les moments d'administration de soins et d'accompagnement sont organisés | ||
| - manière dont la permanence de nuit est organisée (garde dormante/garde éveillée, nombre de collaborateurs affectés, nombre d'effectifs rappelables pendant la nuit ...) - mesure de soutien technique pendant la nuit (systèmes d'appel, systèmes de surveillance ...) - proximité de la permanence de nuit (distance à combler ...) | ||
| - accords internes relatifs à la distribution de la médication (qui peut préparer la médications, que faire en cas de problèmes ...) - contrôle interne sur le point susvisé |
- Les usagers reçoivent leurs repas aux heures usuelles.
- Les habitants se couchent à une heure acceptable.- la possibilité d'appeler les collaborateurs dans des situations d'urgence la répartition des collaborateurs sur les habitations, unités de vie et centres d'activités pourcentage du temps réservé aux fonctions liées aux soins, qui est affecté au soutien direct des usagers manière dont les moments d'administration de soins et d'accompagnement sont organisés - manière dont la permanence de nuit est organisée (garde dormante/garde éveillée, nombre de collaborateurs affectés, nombre d'effectifs rappelables pendant la nuit ...)
- mesure de soutien technique pendant la nuit (systèmes d'appel, systèmes de surveillance ...)
- proximité de la permanence de nuit (distance à combler ...) - accords internes relatifs à la distribution de la médication (qui peut préparer la médications, que faire en cas de problèmes ...)
- contrôle interne sur le point susvisé
L'infrastructure utilisée est de qualité.
| streefdoel | voorbeelden van mogelijke indicatoren | voorbeelden van gegevensverzameling |
| zelf te definiëren | afspraken over dagelijks onderhoud infrastructuur (inzet logistieke krachten ...) en de uitvoering ervan | |
| De infrastructuur ondersteunt de medewerkers bij de uitvoering van hun taken. |
De vergunde zorgaanbieder speelt in op het veranderende zorglandschap.
| objectif | exemples d'indicateurs potentiels | exemples de collecte de données |
| à définir soi-même | arrangements quant à l'entretien quotidien de l'infrastructure ( utilisation de ressources logistiques ...) et la mise en oeuvre de ceux-ci | |
| L'infrastructure soutient les collaborateurs lors de la mise en oeuvre de leurs tâches. |
L'offreur de soins autorisé répond au paysage d'administration de soins changeant
| streefdoel | voorbeelden van mogelijke indicatoren | voorbeelden van gegevensverzameling |
| zelf te definiëren | Medewerkers zijn op de hoogte van de persoonsvolgende financiering. | |
| Er is een methodiek die toelaat om te anticiperen op de golfbeweging van de veranderende in- en uitstroom van budgethouders. | ||
| vastgelegde langetermijndoelstellingen, waarvan minstens een deel opgemaakt wordt op basis van gegevens over de levenskwaliteit | ||
| vastgelegde kortetermijndoelstellingen, waarvan minstens een deel opgemaakt wordt op basis van gegevens over de levenskwaliteit | ||
| bespreking en goedkeuring van de planningen door de raad van bestuur, medewerkersoverleg/ ondernemersraad en gebruikersraad | ||
| Alle processen in het kader van interne zelfevaluatie komen aan bod. | ||
| (inter)sectorale samenwerking onderzoeken en ervoor openstaan |
ondernemersraad en gebruikersraad Alle processen in het kader van interne zelfevaluatie komen aan bod. (inter)sectorale samenwerking onderzoeken en ervoor openstaan
De situatie van de vergunde zorgaanbieder is financieel leefbaar.
| objectif | exemples d'indicateurs potentiels | exemples de collectes de données |
| à définir soi-même | Les collaborateurs sont au courant de l'aide financière personnalisée. | |
| Il y a une méthodique qui permet d'anticiper au flux de l'entrée et de la sortie changeantes des gestionnaires de budget. | ||
| objectifs à long terme fixés, dont au moins une partie est établie sur la base de données relatives à la qualité de vie | ||
| objectifs à court terme fixés, dont au moins une partie est établie sur la base de données relatives à la qualité de vie | ||
| discussion et approbation des planifications par le conseil d'administration, concertation entre collaborateurs/conseil d'entreprise et conseil des usagers | ||
| Tous les processus dans le cadre de l'auto-évaluation interne sont abordés. | ||
| examiner les possibilités de coopération (inter)sectorielle et être ouvert à une telle coopération |
La situation de l'offreur de soins autorisé est financièrement viable.
| streefdoel | voorbeelden van mogelijke indicatoren | voorbeelden gegevensverzameling |
| zelf te definiëren | Voor een aantal indicatoren haalt de vergunde zorgaanbieder een minimale score. | dashboard jaarrekeningen [2 Departement Zorg]2 (voor neergelegde jaarrekeningen) |
| (2)<BVR 2023-05-12/09, art. 381, 005; Inwerkingtreding : 10-07-2023> | ||
| objectif | exemples d'indicateurs potentiels | exemples de collecte de données |
| à définir soi-même | L'offreur de soins autorisé obtient un score minimal pour certains indicateurs. | tableau de bord comptes annuels [2 Département Soins]2 (pour les comptes annuels déposés) |
| (2)<AGF 2023-05-12/09, art. 381, 005; En vigueur : 10-07-2023> | ||
Nota
(1) De aard van de zorg en ondersteuning bepaalt welke de cruciale momenten zijn.]1
(1) De aard van de zorg en ondersteuning bepaalt welke de cruciale momenten zijn.]1
Note
(1) La définition des moments clés est déterminée par la nature des soins et du soutien.]1
(1) La définition des moments clés est déterminée par la nature des soins et du soutien.]1