Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° agentschap : het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
2° besluit van 15 december 2000 : het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap;
3° besluit van 22 februari 2013 : het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap;
4° besluit van 27 november 2015 : het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget;
5° besluit van 26 februari 2016 : het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van flexibele aanbodcentra voor meerderjarige personen met een handicap;
6° betrokkene : de persoon met een handicap of de wettelijke vertegenwoordiger of, als de persoon met een handicap rechtelijk beschermd is met toepassing van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, de bewindvoerder als de persoon volledig onbekwaam is verklaard, zowel wat betreft de persoon als wat betreft de goederen, en als de bewindvoerder vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft gekregen, of, in de andere gevallen, de persoon met een handicap en de bewindvoerder;
7° budget : een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
8° budgethouder : de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger aan wie het agentschap een persoonlijke-assistentiebudget en het persoonsgebonden budget toekent;
9° FAM : een flexibel aanbodcentrum als vermeld in artikel 2 van het besluit van 26 februari 2016;
10° gebruiker : de persoon die een beroep doet op ondersteuning van een FAM of een thuisbegeleidingsdienst;
11° meerderjarige : de natuurlijke persoon die achttien jaar is of ouder en die een beroep doet op ondersteuning van een FAM of een thuisbegeleidingsdienst, of de persoon die in een FAM opgenomen is krachtens artikel 8, § 2, van het besluit van 26 februari 2016;
12° niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning : de ondersteuning die de duur, de intensiteit en de frequentie van de rechtstreeks toegankelijke zorghulp, vermeld in artikel 6 van het besluit van 22 februari 2013, overschrijdt;
13° persoonlijke-assistentiebudget : een persoonlijke-assistentiebudget als vermeld in artikel 1, § 2, van het besluit van 15 december 2000;
14° persoonsgebonden budget : een persoonsgebonden budget als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 november 2008 betreffende het opzetten van een experiment voor de toekenning van een persoonsgebonden budget aan bepaalde personen met een handicap;
15° rechtstreeks toegankelijke hulp : de rechtstreeks toegankelijke ondersteuning, vermeld in artikel 2, 9°, van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
16° thuisbegeleidingsdienst : een thuisbegeleidingsdienst als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1996 betreffende de erkenning en subsidiëring van thuisbegeleidingsdiensten voor personen met een handicap;
17° werkingssubsidies : de werkingssubsidies, vermeld in artikel 14, eerste lid, 2° en 3°, van het besluit van 26 februari 2016, aangevuld met de socioculturele toelagen die conform artikel 6bis van het ministerieel besluit van 24 april 1973 tot bepaling, wat betreft het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin, van de te volgen bijzondere regels voor de vaststelling van de toelagen per dag, toegekend voor het onderhoud en de behandeling van de gehandicapten, geplaatst ten laste van de openbare besturen, zijn verleend in het jaar 2015;
18° zorgzwaarte : de zorgzwaarte, vermeld in artikel 1, 25°, van het besluit van 27 november 2015.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 JUNI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de transitie van personen met een handicap die gebruikmaken van een persoonlijke-assistentiebudget of een persoonsgebonden budget of die ondersteund worden door een flexibel aanbodcentrum voor meerderjarigen of een thuisbegeleidingsdienst, naar persoonsvolgende financiering en houdende de transitie van de flexibele aanbodcentra voor meerderjarigen en de thuisbegeleidingsdiensten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-09-2016 en tekstbijwerking tot 28-08-2024)
Titre
24 JUIN 2016. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand portant la transition de personnes handicapĂ©es qui font usage d'un budget d'assistance personnelle ou d'un budget personnalisĂ© ou qui sont soutenues par un centre d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures ou un service d'aide Ă domicile vers un financement qui suit la personne et portant la transition des centres d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures et des service d'aide Ă domicile(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 07-09-2016 et mise Ă jour au 28-08-2024)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Transitie van meerderjarige pers...
Afdeling 1. - Vertaling naar zorggebonden middelen
Afdeling 2. - De vertaling van het persoonlijke...
Afdeling 3. - De vertaling van persoonsgebonden...
HOOFDSTUK 3. - Transitie van de huidige meerder...
HOOFDSTUK 4. - Herziening
HOOFDSTUK 5. - Transitie FAM en thuisbegeleidin...
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Transition de personnes handicapé...
Section 1re. - Transposition en moyens liés aux...
Section 2. - La transposition du budget d'assis...
Section 3. - La transposition de budgets person...
CHAPITRE 3. - Transition des usagers majeurs ac...
CHAPITRE 4. - Révision
CHAPITRE 5. - Transition des FAM et services d'...
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
ANNEXE.
Tekst (55)
Texte (55)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
2° arrĂȘtĂ© du 15 dĂ©cembre 2000 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000 Ă©tablissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapĂ©es ;
3° arrĂȘtĂ© du 22 fĂ©vrier 2013 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2013 relatif Ă l'aide directement accessible pour les personnes handicapĂ©es ;
4° arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget ;
5° arrĂȘtĂ© du 26 fĂ©vrier 2016 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres d'offre de services flexibles en faveur de personnes handicapĂ©es majeures ;
6° intéressé : la personne handicapée ou le représentant légal ou, si la personne handicapée est juridiquement protégée en application de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, l'administrateur si la personne a été déclarée totalement incapable, tant en ce qui concerne la personne et les biens et, si l'administrateur a reçu un pouvoir de représentation ou dans les autres cas, la personne handicapée et l'administrateur ;
7° budget : un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
8° titulaire du budget : la personne handicapée à laquelle l'agence octroie un budget d'assistance personnelle et un budget personnalisé, ou son représentant légal ;
9° FAM : un centre d'offre de services flexible tel que visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du 26 fĂ©vrier 2016 ;
10° usager : la personne qui fait appel au soutien d'un FAM ou d'un service d'aide à domicile ;
11° majeur : la personne physique ĂągĂ©e de dix-huit ans ou plus, qui fait appel au soutien d'un FAM ou d'un service d'aide Ă domicile ou la personne reprise dans un FAM en vertu de l'article 8, § 2, de l'arrĂȘtĂ© du 26 fĂ©vrier 2016 ;
12° soutien non directement accessible : le soutien qui dĂ©passe la durĂ©e, l'intensitĂ© et la frĂ©quence des soins directement accessibles visĂ©s Ă l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du 22 fĂ©vrier 2013 ;
13° budget d'assistance personnelle : un budget d'assistance personnelle tel que visĂ© Ă l'article 1er, § 2, de l'arrĂȘtĂ© du 15 dĂ©cembre 2000 ;
14° budget personnalisĂ© : un budget personnalisĂ© tel que visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 novembre 2008 relatif au lancement d'une expĂ©rience en matiĂšre d'octroi d'un budget personnalisĂ© Ă certaines personnes handicapĂ©es ;
15° aide directement accessible : le soutien directement accessible visé à l'article 2, 9°, du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
16° service d'aide Ă domicile : un service d'aide Ă domicile tel que visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 dĂ©cembre 1996 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des services d'aide Ă domicile pour handicapĂ©s ;
17° subventions de fonctionnement : les subventions de fonctionnement visĂ©es Ă l'article 14, alinĂ©a 1er, 2° et 3°, de l'arrĂȘtĂ© du 26 fĂ©vrier 2016, complĂ©tĂ©es des allocations socioculturelles octroyĂ©es au cours de l'annĂ©e 2015 conformĂ©ment Ă l'article 6bis de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 24 avril 1973 dĂ©terminant, en ce qui concerne le MinistĂšre de la SantĂ© publique et de la Famille, les rĂšgles particuliĂšres Ă suivre pour fixer les subventions journaliĂšres allouĂ©es pour l'entretien et le traitement des handicapĂ©s placĂ©s Ă charge des pouvoirs publics ;
18° lourdeur des soins requis : la lourdeur des soins requis visĂ©e Ă l'article 1er, 25°, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015.
1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
2° arrĂȘtĂ© du 15 dĂ©cembre 2000 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000 Ă©tablissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapĂ©es ;
3° arrĂȘtĂ© du 22 fĂ©vrier 2013 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2013 relatif Ă l'aide directement accessible pour les personnes handicapĂ©es ;
4° arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget ;
5° arrĂȘtĂ© du 26 fĂ©vrier 2016 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres d'offre de services flexibles en faveur de personnes handicapĂ©es majeures ;
6° intéressé : la personne handicapée ou le représentant légal ou, si la personne handicapée est juridiquement protégée en application de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, l'administrateur si la personne a été déclarée totalement incapable, tant en ce qui concerne la personne et les biens et, si l'administrateur a reçu un pouvoir de représentation ou dans les autres cas, la personne handicapée et l'administrateur ;
7° budget : un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
8° titulaire du budget : la personne handicapée à laquelle l'agence octroie un budget d'assistance personnelle et un budget personnalisé, ou son représentant légal ;
9° FAM : un centre d'offre de services flexible tel que visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du 26 fĂ©vrier 2016 ;
10° usager : la personne qui fait appel au soutien d'un FAM ou d'un service d'aide à domicile ;
11° majeur : la personne physique ĂągĂ©e de dix-huit ans ou plus, qui fait appel au soutien d'un FAM ou d'un service d'aide Ă domicile ou la personne reprise dans un FAM en vertu de l'article 8, § 2, de l'arrĂȘtĂ© du 26 fĂ©vrier 2016 ;
12° soutien non directement accessible : le soutien qui dĂ©passe la durĂ©e, l'intensitĂ© et la frĂ©quence des soins directement accessibles visĂ©s Ă l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du 22 fĂ©vrier 2013 ;
13° budget d'assistance personnelle : un budget d'assistance personnelle tel que visĂ© Ă l'article 1er, § 2, de l'arrĂȘtĂ© du 15 dĂ©cembre 2000 ;
14° budget personnalisĂ© : un budget personnalisĂ© tel que visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 novembre 2008 relatif au lancement d'une expĂ©rience en matiĂšre d'octroi d'un budget personnalisĂ© Ă certaines personnes handicapĂ©es ;
15° aide directement accessible : le soutien directement accessible visé à l'article 2, 9°, du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
16° service d'aide Ă domicile : un service d'aide Ă domicile tel que visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 dĂ©cembre 1996 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des services d'aide Ă domicile pour handicapĂ©s ;
17° subventions de fonctionnement : les subventions de fonctionnement visĂ©es Ă l'article 14, alinĂ©a 1er, 2° et 3°, de l'arrĂȘtĂ© du 26 fĂ©vrier 2016, complĂ©tĂ©es des allocations socioculturelles octroyĂ©es au cours de l'annĂ©e 2015 conformĂ©ment Ă l'article 6bis de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 24 avril 1973 dĂ©terminant, en ce qui concerne le MinistĂšre de la SantĂ© publique et de la Famille, les rĂšgles particuliĂšres Ă suivre pour fixer les subventions journaliĂšres allouĂ©es pour l'entretien et le traitement des handicapĂ©s placĂ©s Ă charge des pouvoirs publics ;
18° lourdeur des soins requis : la lourdeur des soins requis visĂ©e Ă l'article 1er, 25°, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt voor de omzetting van zorggebonden personeelspunten of zorggebonden punten in euro en omgekeerd de volgende vertaalsleutel gehanteerd : een zorggebonden punt of een zorggebonden personeelspunt = 924,6 euro.
Art. 2. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, la clĂ© de transposition suivante est appliquĂ©e pour la conversion de points de prestataires de soins ou de points liĂ©s aux soins en euros et inversement : un point liĂ© aux soins ou un point de prestataire de soins = 924,6 euros.
HOOFDSTUK 2. - Transitie van meerderjarige personen met een handicap die gebruikmaken van een persoonlijke-assistentiebudget of een persoonsgebonden budget
CHAPITRE 2. - Transition de personnes handicapées majeures qui font usage d'un budget d'assistance personnelle ou d'un budget personnalisé
Afdeling 1. - Vertaling naar zorggebonden middelen
Section 1re. - Transposition en moyens liés aux soins
Art. 3. De persoonlijke-assistentiebudgetten die zijn toegewezen door het agentschap aan meerderjarige personen met een handicap of aan minderjarige personen met een handicap die meerderjarig zijn op 31 december 2016, waarbij een persoonlijke assistent vóór 31 december 2016 is begonnen met het verlenen van persoonlijke assistentie, en de persoonsgebonden budgetten die zijn toegewezen door het agentschap aan meerderjarige personen met een handicap, worden door het agentschap vertaald in een individueel aantal zorggebonden middelen dat wordt uitgedrukt in euro's of in zorggebonden personeelspunten.
Art. 3. Les budgets d'assistance personnelle attribués par l'agence à des personnes handicapées majeures ou à des personnes handicapées mineures qui ont atteint la majorité au 31 décembre 2016, un assistant personnel ayant commencé à fournir une assistance personnelle avant le 31 décembre 2016, et les budgets personnalisés attribués par l'agence à des personnes handicapées majeures, sont transposés par l'agence en un nombre individuel de moyens liés aux soins qui est exprimé en euros ou en points de prestataires de soins.
Afdeling 2. - De vertaling van het persoonlijke-assistentiebudget
Section 2. - La transposition du budget d'assistance personnelle
Art. 4. [1 Het agentschap gaat bij de vertaling van het persoonlijke-assistentiebudget in principe uit van het resultaat van de inschaling van de deskundigencommissie, vermeld in artikel 8, § 1, van het besluit van 15 december 2000, in voorkomend geval van de inschaling na de herziening, vermeld in artikel 8, § 2 of § 3, van het voormelde besluit, en geïndexeerd conform artikel 9, § 1, van het voormelde besluit. Het agentschap gaat bij de vertaling van het persoonlijke-assistentiebudget dat is toegewezen met toepassing van artikel 8bis van het voormelde besluit, uit van het maximumbedrag, vermeld in artikel 9, § 1, eerste lid, van het voormelde besluit, in voorkomend geval geïndexeerd conform artikel 9, § 1, van het voormelde besluit.
Als het persoonlijke-assistentiebudget gecombineerd wordt met ondersteuning, verleend door een FAM op de wijze, vermeld in artikel 10, § 4, tweede en derde lid, van het besluit van 15 december 2000, bepaalt het agentschap het bedrag van het persoonlijke-assistentiebudget dat conform artikel 6 of artikel 7 van dit besluit wordt vertaald in zorggebonden middelen, op basis van tabel 1 tot en met 6, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd. De ondersteuning door een FAM wordt vertaald conform artikel 5 van dit besluit.
Het agentschap bepaalt het resterende deel van het persoonlijke-assistentiebudget dat vertaald zal worden in zorggebonden middelen rekening houdend met de combinatie van het persoonlijke assistentiebudget met de ondersteuning van een FAM, vermeld in het tweede lid, in de maand augustus van het jaar 2016.
Als het persoonlijke-assistentiebudget gecombineerd wordt met ondersteuning, verleend door een MFC op de wijze, vermeld in artikel 10, § 4, tweede en derde lid, van het besluit van 15 december 2000, bepaalt het agentschap het bedrag van het persoonlijke-assistentiebudget dat vertaald wordt in zorggebonden middelen conform artikel 6 of artikel 7 van dit besluit, op basis van tabel 7 tot en met 9, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Als het persoonlijke-assistentiebudget gecombineerd wordt met residentiële en semi-residentiële voorzieningen die door gemeenschaps- of gewestoverheden worden gesubsidieerd op de wijze, vermeld in artikel 10, § 4, zesde en zevende lid, van het besluit van 15 december 2000, bepaalt het agentschap het bedrag van het persoonlijke-assistentiebudget dat vertaald wordt in zorggebonden middelen conform artikel 6 of artikel 7 van dit besluit, op basis van tabel 5, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Het agentschap bepaalt het resterende deel van het persoonlijke-assistentiebudget dat zal vertaald worden in zorggebonden middelen, vermeld in het vierde en vijfde lid, rekening houdend met de combinaties, vermeld in het vierde en vijfde lid, op 31 december 2016.]1
Als het persoonlijke-assistentiebudget gecombineerd wordt met ondersteuning, verleend door een FAM op de wijze, vermeld in artikel 10, § 4, tweede en derde lid, van het besluit van 15 december 2000, bepaalt het agentschap het bedrag van het persoonlijke-assistentiebudget dat conform artikel 6 of artikel 7 van dit besluit wordt vertaald in zorggebonden middelen, op basis van tabel 1 tot en met 6, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd. De ondersteuning door een FAM wordt vertaald conform artikel 5 van dit besluit.
Het agentschap bepaalt het resterende deel van het persoonlijke-assistentiebudget dat vertaald zal worden in zorggebonden middelen rekening houdend met de combinatie van het persoonlijke assistentiebudget met de ondersteuning van een FAM, vermeld in het tweede lid, in de maand augustus van het jaar 2016.
Als het persoonlijke-assistentiebudget gecombineerd wordt met ondersteuning, verleend door een MFC op de wijze, vermeld in artikel 10, § 4, tweede en derde lid, van het besluit van 15 december 2000, bepaalt het agentschap het bedrag van het persoonlijke-assistentiebudget dat vertaald wordt in zorggebonden middelen conform artikel 6 of artikel 7 van dit besluit, op basis van tabel 7 tot en met 9, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Als het persoonlijke-assistentiebudget gecombineerd wordt met residentiële en semi-residentiële voorzieningen die door gemeenschaps- of gewestoverheden worden gesubsidieerd op de wijze, vermeld in artikel 10, § 4, zesde en zevende lid, van het besluit van 15 december 2000, bepaalt het agentschap het bedrag van het persoonlijke-assistentiebudget dat vertaald wordt in zorggebonden middelen conform artikel 6 of artikel 7 van dit besluit, op basis van tabel 5, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Het agentschap bepaalt het resterende deel van het persoonlijke-assistentiebudget dat zal vertaald worden in zorggebonden middelen, vermeld in het vierde en vijfde lid, rekening houdend met de combinaties, vermeld in het vierde en vijfde lid, op 31 december 2016.]1
Wijzigingen
Art. 4. [1 Pour la traduction en budget d'assistance personnelle, l'agence se fonde, en principe, sur le rĂ©sultat du classement par catĂ©gories effectuĂ© par la commission d'experts, visĂ©e Ă l'article 8, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000, le cas Ă©chĂ©ant, du classement aprĂšs la rĂ©vision visĂ©e Ă l'article 8, §§ 2 et 3, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© et indexĂ© conformĂ©ment Ă l'article 9, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©. Pour la traduction en budget d'assistance personnelle attribuĂ© en application de l'article 8bis de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, l'agence se fonde sur le montant maximum visĂ© Ă l'article 9, § 1er, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, le cas Ă©chĂ©ant, indexĂ© conformĂ©ment Ă l'article 9, § 1er de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©.
Lorsque le budget d'assistance personnelle est combinĂ© avec le soutien dispensĂ© par un FAM selon les modalitĂ©s prĂ©vues Ă l'article 10, § 4, alinĂ©as 2 et 3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000, l'agence dĂ©termine le montant du budget d'assistance personnelle qui sera traduit conformĂ©ment Ă l'article 6 ou l'article 7 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, en des moyens liĂ©s aux soins, sur la base des tableaux 1 Ă 6 figurant Ă l'annexe du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Le soutien dispensĂ© par un FAM est traduit conformĂ©ment Ă l'article 5 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
L'agence détermine la partie restante du budget d'assistance personnelle qui sera traduit en moyens liés aux soins, compte tenu de la combinaison du budget d'assistance personnelle avec le soutien accordé par un FAM visé à l'alinéa 2, dans le mois d'août 2016.
Lorsque le budget d'assistance personnelle est combinĂ© au soutien dispensĂ© par un MFC selon les modalitĂ©s prĂ©vues Ă l'article 10, § 4, alinĂ©as 2 et 3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000, l'agence dĂ©termine le montant du budget d'assistance personnelle qui sera traduit, conformĂ©ment Ă l'article 6 ou l'article 7 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, en moyens liĂ©s aux soins sur la base des tableaux 7 Ă 9 figurant Ă l'annexe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Lorsque le budget d'assistance personnelle est combinĂ© Ă un accueil dans des structures rĂ©sidentielles ou semi-rĂ©sidentielles subventionnĂ©es par les autoritĂ©s communautaires ou rĂ©gionales selon les modalitĂ©s prĂ©vues Ă l'article 10, § 4, alinĂ©as 6 et 7, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000, l'agence dĂ©termine le montant du budget d'assistance personnelle qui sera traduit,conformĂ©ment Ă l'article 6 ou l'article 7 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, en moyens liĂ©s aux soins, sur la base du tableau 5 figurant Ă l'annexe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
L'agence détermine la partie restante du budget d'assistance personnelle qui sera traduit en moyens liés aux soins visés aux alinéas 4 et 5, compte tenu des combinaisons visées aux alinéas 4 et 5, au 31 décembre 2016. ]1
Lorsque le budget d'assistance personnelle est combinĂ© avec le soutien dispensĂ© par un FAM selon les modalitĂ©s prĂ©vues Ă l'article 10, § 4, alinĂ©as 2 et 3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000, l'agence dĂ©termine le montant du budget d'assistance personnelle qui sera traduit conformĂ©ment Ă l'article 6 ou l'article 7 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, en des moyens liĂ©s aux soins, sur la base des tableaux 1 Ă 6 figurant Ă l'annexe du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Le soutien dispensĂ© par un FAM est traduit conformĂ©ment Ă l'article 5 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
L'agence détermine la partie restante du budget d'assistance personnelle qui sera traduit en moyens liés aux soins, compte tenu de la combinaison du budget d'assistance personnelle avec le soutien accordé par un FAM visé à l'alinéa 2, dans le mois d'août 2016.
Lorsque le budget d'assistance personnelle est combinĂ© au soutien dispensĂ© par un MFC selon les modalitĂ©s prĂ©vues Ă l'article 10, § 4, alinĂ©as 2 et 3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000, l'agence dĂ©termine le montant du budget d'assistance personnelle qui sera traduit, conformĂ©ment Ă l'article 6 ou l'article 7 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, en moyens liĂ©s aux soins sur la base des tableaux 7 Ă 9 figurant Ă l'annexe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Lorsque le budget d'assistance personnelle est combinĂ© Ă un accueil dans des structures rĂ©sidentielles ou semi-rĂ©sidentielles subventionnĂ©es par les autoritĂ©s communautaires ou rĂ©gionales selon les modalitĂ©s prĂ©vues Ă l'article 10, § 4, alinĂ©as 6 et 7, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000, l'agence dĂ©termine le montant du budget d'assistance personnelle qui sera traduit,conformĂ©ment Ă l'article 6 ou l'article 7 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, en moyens liĂ©s aux soins, sur la base du tableau 5 figurant Ă l'annexe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
L'agence détermine la partie restante du budget d'assistance personnelle qui sera traduit en moyens liés aux soins visés aux alinéas 4 et 5, compte tenu des combinaisons visées aux alinéas 4 et 5, au 31 décembre 2016. ]1
Wijzigingen
Art. 5. De vertaling in zorggebonden middelen van de ondersteuning door een FAM, vermeld in artikel 4, tweede lid, gebeurt op de wijze, vermeld in hoofdstuk 3.
Art. 5. La transposition en moyens liés aux soins du soutien accordé par un FAM, visée à l'article 4, alinéa 2, est opérée selon les modalités visées au chapitre 3.
Art. 6. Het agentschap stelt vast of de budgethouder [1 in de maand augustus van het jaar 2016]1 het persoonlijke-assistentiebudget inzet voor de combinatie van het persoonlijke-assistentiebudget met ondersteuning, verleend door een FAM [1 of door een MFC]1 op de wijze, vermeld in artikel 10, § 4, vierde lid, van het besluit van 15 december 2000, of op basis van een overeenkomst, waarbij wordt voorzien in zijn persoonlijke assistentie, met een voorziening die erkend is door het agentschap als vermeld in artikel 12, eerste lid, 2°, van het voormelde besluit, en stelt vast welk deel van het persoonlijke-assistentiebudget op de voormelde wijzen wordt ingezet.
Voor de vertaling van het persoonlijke-assistentiebudget in een individueel aantal zorggebonden middelen wordt het deel van het persoonlijke-assistentiebudget dat gebruikt wordt op de wijzen, vermeld in het eerste lid, gedeeld door 1,2535.
Voor de vertaling van het persoonlijke-assistentiebudget in een individueel aantal zorggebonden middelen wordt het deel van het persoonlijke-assistentiebudget dat gebruikt wordt op de wijzen, vermeld in het eerste lid, gedeeld door 1,2535.
Wijzigingen
Art. 6. L'agence Ă©tablit si, [1 dans le mois d'aoĂ»t de l'annĂ©e 2016 ]1, le titulaire du budget utilise le budget d'assistance personnelle pour la combinaison du budget d'assistance personnelle avec le soutien accordĂ© par un FAM [1 ou par un MFC]1 selon les modalitĂ©s visĂ©es Ă l'article 10, § 4, de l'arrĂȘtĂ© du 15 dĂ©cembre 2000, ou sur la base d'un contrat assurant son assistance personnelle conclu avec une structure agréée par l'agence tel que visĂ© Ă l'article 12, alinĂ©a 1er, 2°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, et constate quelle partie du budget d'assistance personnelle est utilisĂ©e selon les modalitĂ©s prĂ©citĂ©es.
Pour la transposition du budget d'assistance personnelle en un nombre individuel de moyens liés aux soins, la partie du budget d'assistance personnelle utilisée selon les modalités visées à l'alinéa 1er est divisée par 1,2535.
Pour la transposition du budget d'assistance personnelle en un nombre individuel de moyens liés aux soins, la partie du budget d'assistance personnelle utilisée selon les modalités visées à l'alinéa 1er est divisée par 1,2535.
Wijzigingen
Art. 7. Het deel van het persoonlijke-assistentiebudget dat niet wordt gebruikt op de wijze, vermeld in artikel 6, wordt verhoogd met 50 euro.
Dat deel van het persoonlijke-assistentiebudget, vermeld in het eerste lid, wordt bijkomend verhoogd als de budgethouder het persoonlijke-assistentiebudget inzet op basis van arbeidsovereenkomsten als vermeld in artikel 12, eerste lid, 1°, van het besluit van 15 december 2000. Het agentschap bepaalt het bedrag dat wordt toegevoegd. Het agentschap bepaalt welk deel van het totale bedrag van de middelen die zijn ingeschreven op de begroting van het agentschap voor de uitvoering van de maatregelen die opgenomen zijn in het VIA4-akkoord van 2 december 2011 met betrekking tot het minimumloon en verplaatsingen, betrekking heeft op budgethouders die op 31 december 2016 minderjarig zijn. Het overige deel van de VIA4-middelen wordt verdeeld over de budgethouders die het persoonlijke-assistentiebudget of het persoonsgebonden budget inzetten op basis van arbeidsovereenkomsten, rekening houdend met het aandeel van arbeidsovereenkomsten bij de inzet van hun persoonlijke-assistentiebudget of hun persoonsgebonden budget.
Voor de vertaling van het persoonlijke-assistentiebudget in een individueel aantal zorggebonden middelen wordt het deel van het persoonlijke-assistentiebudget, dat niet wordt ingezet op de wijze, vermeld in artikel 5, of nog niet wordt ingezet, gedeeld door 1,1194.
Dat deel van het persoonlijke-assistentiebudget, vermeld in het eerste lid, wordt bijkomend verhoogd als de budgethouder het persoonlijke-assistentiebudget inzet op basis van arbeidsovereenkomsten als vermeld in artikel 12, eerste lid, 1°, van het besluit van 15 december 2000. Het agentschap bepaalt het bedrag dat wordt toegevoegd. Het agentschap bepaalt welk deel van het totale bedrag van de middelen die zijn ingeschreven op de begroting van het agentschap voor de uitvoering van de maatregelen die opgenomen zijn in het VIA4-akkoord van 2 december 2011 met betrekking tot het minimumloon en verplaatsingen, betrekking heeft op budgethouders die op 31 december 2016 minderjarig zijn. Het overige deel van de VIA4-middelen wordt verdeeld over de budgethouders die het persoonlijke-assistentiebudget of het persoonsgebonden budget inzetten op basis van arbeidsovereenkomsten, rekening houdend met het aandeel van arbeidsovereenkomsten bij de inzet van hun persoonlijke-assistentiebudget of hun persoonsgebonden budget.
Voor de vertaling van het persoonlijke-assistentiebudget in een individueel aantal zorggebonden middelen wordt het deel van het persoonlijke-assistentiebudget, dat niet wordt ingezet op de wijze, vermeld in artikel 5, of nog niet wordt ingezet, gedeeld door 1,1194.
Art. 7. La partie du budget d'assistance personnelle non utilisée selon les modalités visées à l'article 6 est majorée de 50 euros.
Cette partie du budget d'assistance personnelle visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er est majorĂ©e en supplĂ©ment si le titulaire du budget utilise le budget d'assistance personnelle sur la base de contrats de travail tels que visĂ©s Ă l'article 12, alinĂ©a 1er, 1°, de l'arrĂȘtĂ© du 15 dĂ©cembre 2000. L'agence dĂ©termine le montant Ă ajouter. L'agence dĂ©termine quelle partie du montant total des moyens inscrits au budget de l'agence pour la mise en oeuvre des mesures figurant dans l'accord VIA4 du 2 dĂ©cembre 2011 relatif au salaire minimum et aux dĂ©placements se rapporte Ă des titulaires de budget mineurs au 31 dĂ©cembre 2016. Le surplus des moyens VIA4 est rĂ©parti entre les titulaires de budget qui utilisent le budget d'assistance personnelle ou le budget personnalisĂ© sur la base de contrats de travail, compte tenu de la part de contrats de travail dans l'utilisation de leur budget d'assistance personnelle ou leur budget personnalisĂ©.
Pour la transposition du budget d'assistance personnelle en un nombre individuel de moyens liés aux soins, la partie du budget d'assistance personnelle non utilisée selon les modalités visées à l'article 5 ou encore non utilisée est divisée par 1,1194.
Cette partie du budget d'assistance personnelle visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er est majorĂ©e en supplĂ©ment si le titulaire du budget utilise le budget d'assistance personnelle sur la base de contrats de travail tels que visĂ©s Ă l'article 12, alinĂ©a 1er, 1°, de l'arrĂȘtĂ© du 15 dĂ©cembre 2000. L'agence dĂ©termine le montant Ă ajouter. L'agence dĂ©termine quelle partie du montant total des moyens inscrits au budget de l'agence pour la mise en oeuvre des mesures figurant dans l'accord VIA4 du 2 dĂ©cembre 2011 relatif au salaire minimum et aux dĂ©placements se rapporte Ă des titulaires de budget mineurs au 31 dĂ©cembre 2016. Le surplus des moyens VIA4 est rĂ©parti entre les titulaires de budget qui utilisent le budget d'assistance personnelle ou le budget personnalisĂ© sur la base de contrats de travail, compte tenu de la part de contrats de travail dans l'utilisation de leur budget d'assistance personnelle ou leur budget personnalisĂ©.
Pour la transposition du budget d'assistance personnelle en un nombre individuel de moyens liés aux soins, la partie du budget d'assistance personnelle non utilisée selon les modalités visées à l'article 5 ou encore non utilisée est divisée par 1,1194.
Art. 8. Het agentschap deelt aan de budgethouder het aantal zorggebonden middelen mee dat hij als een budget kan besteden. Die beslissing van het agentschap heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017.
De zorggebonden middelen worden uitgedrukt in euro met uitzondering van het deel dat wordt ingezet voor de combinatie, vermeld in artikel 4. Dat deel wordt uitgedrukt in zorggebonden personeelspunten.
De zorggebonden middelen worden uitgedrukt in euro met uitzondering van het deel dat wordt ingezet voor de combinatie, vermeld in artikel 4. Dat deel wordt uitgedrukt in zorggebonden personeelspunten.
Art. 8. L'agence communique au titulaire du budget le nombre de moyens liés aux soins qu'il peut affecter comme budget. Cette décision de l'agence produit ses effets à compter du 1er janvier 2017.
Les moyens liés aux soins sont exprimés en euros, à l'exception de la partie utilisée pour la combinaison visée à l'article 4. Cette partie est exprimée en points de prestataires de soins.
Les moyens liés aux soins sont exprimés en euros, à l'exception de la partie utilisée pour la combinaison visée à l'article 4. Cette partie est exprimée en points de prestataires de soins.
Art.8/1. [1 Als de personen met een handicap die het persoonlijke assistentiebudget op 31 december 2016 combineren met ondersteuning, verleend door een MFC op de wijze, vermeld in artikel 10, § 4, tweede en derde lid, van het besluit van 15 december 2000, of combineren met residentiële en semi-residentiële voorzieningen die door de federale, communautaire of regionale overheden worden gesubsidieerd op de wijze, vermeld in artikel 10, § 4, zesde en zevende lid, van voormelde besluit, die combinatie na 1 januari 2017 stopzetten, wordt het aantal zorggebonden middelen dat het agentschap conform artikel 8 van dit besluit, heeft meegedeeld verhoogd met het bedrag dat conform artikel 4, vierde of vijfde lid, van dit besluit, in mindering is gebracht van het persoonlijke assistentiebudget gedeeld door 1,1194. ]1
Art.8/1.[1 Lorsque des personnes handicapĂ©es qui combinent au 31 dĂ©cembre 2016 le budget d'assistance personnelle au soutien dispensĂ© par un MFC selon les modalitĂ©s prĂ©vues Ă l'article 10, § 4, alinĂ©as 2 et 3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000, ou Ă un accueil dans des structures rĂ©sidentielles ou semi-rĂ©sidentielles subventionnĂ©es par les autoritĂ©s fĂ©dĂ©rales, communautaires ou rĂ©gionales selon les modalitĂ©s prĂ©vues Ă l'article 10, § 4, alinĂ©as 6 et 7, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, dĂ©cident de ne plus opter pour cette combinaison aprĂšs le 1er janvier 2017, le nombre de moyens liĂ©s aux soins que l'agence a communiquĂ© conformĂ©ment Ă l'article 8 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, est majorĂ© du montant qui est dĂ©duit conformĂ©ment Ă l'article 4, alinĂ©a 4 ou alinĂ©a 5, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, du budget d'assistance personnelle divisĂ© par 1,1194.]1
Wijzigingen
Art.8/2. [1 De personen met een handicap die het persoonlijke-assistentiebudget op 31 december 2016 combineerden met ondersteuning, verleend door een MFC op de wijze, vermeld in artikel 10, § 4, tweede lid, van het besluit van 15 december 2000, kunnen de besteding van de zorggebonden middelen, vermeld in artikel 8 van dit besluit, uitsluitend combineren met schoolaanvullende dagopvang als vermeld in artikel 10, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, of met schoolvervangende dagopvang als vermeld in artikel 10, § 4, van het voormelde besluit van 26 februari 2016.]1
Art.8/2. [1 Les personnes handicapĂ©es qui combinent le budget d'assistance personnelle au 31 dĂ©cembre 2016 avec le soutien fourni par un MFC selon les modalitĂ©s visĂ©es Ă l'article 10, § 4, alinĂ©a deux, de l'arrĂȘtĂ© du 15 dĂ©cembre 2000, peuvent combiner les ressources liĂ©es aux soins visĂ©es Ă l'article 8 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© exclusivement avec la garderie scolaire complĂ©mentaire visĂ©e Ă l'article 10, § 3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement des centres multifonctionnels pour mineurs handicapĂ©s, ou avec la garderie scolaire de remplacement visĂ©e Ă l'article 10, § 4, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© du 26 fĂ©vrier 2016.]1
Wijzigingen
Afdeling 3. - De vertaling van persoonsgebonden budgetten
Section 3. - La transposition de budgets personnalisés
Art. 9. Het agentschap stelt op basis van de effectieve besteding van het toegewezen persoonsgebonden budget op 31 maart 2016 vast of het persoonsgebonden budget of een deel ervan wordt ingezet :
1° bij een FAM of bij een thuisbegeleidingsdienst, die erkend zijn door het agentschap, met een voucher;
2° bij een FAM of bij een thuisbegeleidingsdienst, die erkend zijn door het agentschap, in geld;
3° in geld, maar niet bij een FAM of bij een thuisbegeleidingsdienst, die erkend zijn door het agentschap.
1° bij een FAM of bij een thuisbegeleidingsdienst, die erkend zijn door het agentschap, met een voucher;
2° bij een FAM of bij een thuisbegeleidingsdienst, die erkend zijn door het agentschap, in geld;
3° in geld, maar niet bij een FAM of bij een thuisbegeleidingsdienst, die erkend zijn door het agentschap.
Art. 9. L'agence établit, sur la base de l'affectation effective du budget personnalisé attribué au 31 mars 2016, si le budget personnalisé est utilisé en tout ou en partie :
1° auprÚs d'un FAM ou d'un service d'aide à domicile, agréés par l'agence, au moyen d'un voucher ;
2° auprÚs d'un FAM ou d'un service d'aide à domicile, agréés par l'agence, en espÚces ;
3° en espÚces, mais pas auprÚs d'un FAM ou d'un service d'aide à domicile, agréés par l'agence ;
1° auprÚs d'un FAM ou d'un service d'aide à domicile, agréés par l'agence, au moyen d'un voucher ;
2° auprÚs d'un FAM ou d'un service d'aide à domicile, agréés par l'agence, en espÚces ;
3° en espÚces, mais pas auprÚs d'un FAM ou d'un service d'aide à domicile, agréés par l'agence ;
Art. 10. Voor de vertaling van het persoonsgebonden budget in een individueel aantal zorggebonden middelen wordt het deel van het budget dat wordt gebruikt op de wijze, vermeld in artikel 9, 1° en 2°, vermenigvuldigd met 1,15 en gedeeld door 1,2535.
Art. 10. Pour la transposition du budget personnalisé en un nombre individuel de moyens liés aux soins, la partie du budget utilisée selon les modalités visées à l'article 9, 1° en 2°, est multipliée par 1,15 et divisée par 1,2535.
Art. 11. Het deel van het persoonsgebonden budget dat wordt gebruikt op de wijze, vermeld in artikel 9, 3°, wordt vermenigvuldigd met 1,02.
Een bedrag van vijftig euro wordt toegevoegd.
Het deel van het persoonsgebonden budget, vermeld in het eerste lid, wordt bijkomend verhoogd als de budgethouder het persoonsgebonden budget inzet op basis van een arbeidsovereenkomst. Het bedrag dat wordt toegevoegd, is het bedrag dat door het agentschap wordt berekend met toepassing artikel 7, tweede lid.
Het deel, vermeld in het eerste lid, wordt vervolgens gedeeld door 1,1194.
Een bedrag van vijftig euro wordt toegevoegd.
Het deel van het persoonsgebonden budget, vermeld in het eerste lid, wordt bijkomend verhoogd als de budgethouder het persoonsgebonden budget inzet op basis van een arbeidsovereenkomst. Het bedrag dat wordt toegevoegd, is het bedrag dat door het agentschap wordt berekend met toepassing artikel 7, tweede lid.
Het deel, vermeld in het eerste lid, wordt vervolgens gedeeld door 1,1194.
Art. 11. La partie du budget personnalisé utilisée selon les modalités visées à l'article 9, 3°, est multipliée par 1,02.
Un montant de cinquante euros est ajouté.
La partie du budget personnalisé, visée à l'alinéa 1er est majorée en supplément si le titulaire du budget utilise le budget personnalisé sur la base d'un contrat de travail. Le montant ajouté est celui calculé par l'agence en application de l'article 7, alinéa 2.
La partie visée à l'alinéa 1er est ensuite divisée par 1,1194.
Un montant de cinquante euros est ajouté.
La partie du budget personnalisé, visée à l'alinéa 1er est majorée en supplément si le titulaire du budget utilise le budget personnalisé sur la base d'un contrat de travail. Le montant ajouté est celui calculé par l'agence en application de l'article 7, alinéa 2.
La partie visée à l'alinéa 1er est ensuite divisée par 1,1194.
Art. 12. Het agentschap deelt aan de persoon met een handicap het individuele aantal zorggebonden middelen mee die hij als een budget kan besteden. Die beslissing van het agentschap heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017.
De zorggebonden middelen worden uitgedrukt in euro met uitzondering van de zorggebonden middelen die voortvloeien uit de vertaling van het deel dat wordt gebruikt op de wijze, vermeld in artikel 9, 1°. Dat deel wordt uitgedrukt in zorggebonden punten.
De zorggebonden middelen worden uitgedrukt in euro met uitzondering van de zorggebonden middelen die voortvloeien uit de vertaling van het deel dat wordt gebruikt op de wijze, vermeld in artikel 9, 1°. Dat deel wordt uitgedrukt in zorggebonden punten.
Art. 12. L'agence communique à la personne handicapée le nombre individuel de moyens liés aux soins qu'elle peut affecter comme budget. Cette décision de l'agence produit ses effets à compter du 1er janvier 2017.
Les moyens liés aux soins sont exprimés en euros, à l'exception de ceux qui découlent de la transposition de la partie utilisée selon les modalités visées à l'article 9, 1°. Cette partie est exprimée en points liés aux soins.
Les moyens liés aux soins sont exprimés en euros, à l'exception de ceux qui découlent de la transposition de la partie utilisée selon les modalités visées à l'article 9, 1°. Cette partie est exprimée en points liés aux soins.
HOOFDSTUK 3. - Transitie van de huidige meerderjarige gebruikers van zorg en ondersteuning naar persoonsvolgende financiering
CHAPITRE 3. - Transition des usagers majeurs actuels des soins et du soutien vers un financement qui suit la personne
Art. 13. § 1. Het agentschap bepaalt voor elk FAM en voor elke thuisbegeleidingsdienst de middelen, uitgedrukt in personeelspunten, die worden ingezet voor zorg en ondersteuning van meerderjarige personen met een handicap. Het agentschap gaat daarbij voor de FAM's uit van de subsidies die een FAM ontvangt conform hoofdstuk 4 van het besluit 26 februari 2016 inclusief de middelen die ingezet zijn conform het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap, en het bedrag van de socioculturele toelagen die het agentschap conform artikel 6bis van het ministerieel besluit van 24 april 1973 tot bepaling, wat betreft het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin, van de te volgen bijzondere regels voor de vaststelling van de toelagen per dag, toegekend voor het onderhoud en de behandeling van de gehandicapten, geplaatst ten laste van de openbare besturen, heeft verleend in het jaar 2015. Voor de thuisbegeleidingsdiensten gaat het agentschap daarbij uit van de subsidies die ze ontvangen met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1996 betreffende de erkenning en subsidiëring van thuisbegeleidingsdiensten voor personen met een handicap.
Van de middelen, vermeld in het eerste lid, worden de volgende middelen afgetrokken :
1° de personeelssubsidies en werkingssubsidies die overeenstemmen met de personeelssubsidies en werkingssubsidies voor observatie-eenheden voor volwassenen, vermeld in voetnoot 7 bij tabel II, opgenomen in bijlage II, die gevoegd is bij het ministerieel besluit van 24 april 1973 tot bepaling, wat betreft het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin, van de te volgen bijzondere regels voor de vaststelling van de toelagen per dag, toegekend voor het onderhoud en de behandeling van de gehandicapten, geplaatst ten laste van de openbare besturen;
2° de personeelssubsidies en werkingssubsidies die overeenstemmen met de personeelssubsidies en werkingssubsidies voor specifieke projecten voor geïnterneerden, vermeld in voetnoot 8 bij tabel II, opgenomen in bijlage II, die gevoegd is bij het voormelde ministerieel besluit;
3° de personeelssubsidies en werkingssubsidies die overeenstemmen met de personeelssubsidies en werkingssubsidies die, met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 houdende heroverweging van de budgettaire middelen door de organisatie van de ambulante begeleiding door bepaalde voorzieningen inzake sociale integratie van personen met een handicap en houdende de aanpassing van de werkingskosten van de semi-internaten voor schoolgaanden, konden worden toegekend voor projecten ter ondersteuning van personen met een handicap met het statuut van internering binnen de gevangenis;
4° de personeelssubsidies en werkingssubsidies die ingezet zijn voor minderjarige personen in het kader van kortdurende opvang;
[1 5° de personeels- en werkingssubsidies die worden ingezet voor de ondersteuning van meerderjarige personen met een handicap, die toegekend zijn met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.]1
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, bepaalt op welke wijze de middelen, vermeld in het tweede lid, bepaald worden.
De middelen, vermeld in het tweede lid, 1°, 2° en 3°, kunnen verder worden ingezet binnen een erkenning als FAM.
De middelen, vermeld in het tweede lid, 4° [1 en 5°]1, kunnen verder ingezet worden binnen een erkenning als een multifunctioneel centrum voor minderjarige personen met een handicap als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap.
§ 2. De middelen, uitgedrukt in personeelspunten, die worden ingezet voor zorg en ondersteuning van meerderjarige personen met een handicap in een FAM, worden op basis van de middelen, vastgesteld conform paragraaf 1, als volgt bepaald :
1° de personeelssubsidies en werkingssubsidies die aan het FAM zijn toegekend op basis van een voormalige erkenning als dienst zelfstandig wonen, begeleid wonen, beschermd wonen, geïntegreerd wonen en dienst inclusieve ondersteuning, worden vastgesteld binnen de personeelspunten en werkingsmiddelen die bij de erkenning aan het FAM zijn toegekend;
2° de personeelssubsidies en werkingssubsidies die aan het FAM zijn toegekend op basis van persoonsvolgende convenanten als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap, en die ingezet zijn, worden vastgesteld;
3° voor de middelen die vastgesteld zijn conform paragraaf 1, met aftrek van de middelen, vermeld in punt 1° en 2°, worden de middelen die ingezet zijn voor zorg en ondersteuning van meerderjarige personen met een handicap, berekend op basis van het resterende deel van de personeelspunten waarvoor het FAM erkend is, rekening houdend met een percentage voor organisatiegebonden werkingskosten, met de volgende formule :[1
Van de middelen, vermeld in het eerste lid, worden de volgende middelen afgetrokken :
1° de personeelssubsidies en werkingssubsidies die overeenstemmen met de personeelssubsidies en werkingssubsidies voor observatie-eenheden voor volwassenen, vermeld in voetnoot 7 bij tabel II, opgenomen in bijlage II, die gevoegd is bij het ministerieel besluit van 24 april 1973 tot bepaling, wat betreft het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin, van de te volgen bijzondere regels voor de vaststelling van de toelagen per dag, toegekend voor het onderhoud en de behandeling van de gehandicapten, geplaatst ten laste van de openbare besturen;
2° de personeelssubsidies en werkingssubsidies die overeenstemmen met de personeelssubsidies en werkingssubsidies voor specifieke projecten voor geïnterneerden, vermeld in voetnoot 8 bij tabel II, opgenomen in bijlage II, die gevoegd is bij het voormelde ministerieel besluit;
3° de personeelssubsidies en werkingssubsidies die overeenstemmen met de personeelssubsidies en werkingssubsidies die, met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 houdende heroverweging van de budgettaire middelen door de organisatie van de ambulante begeleiding door bepaalde voorzieningen inzake sociale integratie van personen met een handicap en houdende de aanpassing van de werkingskosten van de semi-internaten voor schoolgaanden, konden worden toegekend voor projecten ter ondersteuning van personen met een handicap met het statuut van internering binnen de gevangenis;
4° de personeelssubsidies en werkingssubsidies die ingezet zijn voor minderjarige personen in het kader van kortdurende opvang;
[1 5° de personeels- en werkingssubsidies die worden ingezet voor de ondersteuning van meerderjarige personen met een handicap, die toegekend zijn met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.]1
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, bepaalt op welke wijze de middelen, vermeld in het tweede lid, bepaald worden.
De middelen, vermeld in het tweede lid, 1°, 2° en 3°, kunnen verder worden ingezet binnen een erkenning als FAM.
De middelen, vermeld in het tweede lid, 4° [1 en 5°]1, kunnen verder ingezet worden binnen een erkenning als een multifunctioneel centrum voor minderjarige personen met een handicap als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap.
§ 2. De middelen, uitgedrukt in personeelspunten, die worden ingezet voor zorg en ondersteuning van meerderjarige personen met een handicap in een FAM, worden op basis van de middelen, vastgesteld conform paragraaf 1, als volgt bepaald :
1° de personeelssubsidies en werkingssubsidies die aan het FAM zijn toegekend op basis van een voormalige erkenning als dienst zelfstandig wonen, begeleid wonen, beschermd wonen, geïntegreerd wonen en dienst inclusieve ondersteuning, worden vastgesteld binnen de personeelspunten en werkingsmiddelen die bij de erkenning aan het FAM zijn toegekend;
2° de personeelssubsidies en werkingssubsidies die aan het FAM zijn toegekend op basis van persoonsvolgende convenanten als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap, en die ingezet zijn, worden vastgesteld;
3° voor de middelen die vastgesteld zijn conform paragraaf 1, met aftrek van de middelen, vermeld in punt 1° en 2°, worden de middelen die ingezet zijn voor zorg en ondersteuning van meerderjarige personen met een handicap, berekend op basis van het resterende deel van de personeelspunten waarvoor het FAM erkend is, rekening houdend met een percentage voor organisatiegebonden werkingskosten, met de volgende formule :[1
Art. 13. § 1er. L'agence dĂ©termine pour chaque FAM et pour chaque service d'aide Ă domicile les moyens, exprimĂ©s en points de personnel, utilisĂ©s pour les soins et le soutien de personnes handicapĂ©es majeures. A cet Ă©gard, l'agence considĂšre, pour les FAM, les subventions que reçoit un FAM conformĂ©ment au chapitre 4 de l'arrĂȘtĂ© du 26 fĂ©vrier 2016, y compris les moyens utilisĂ©s conformĂ©ment Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 portant des mesures visant Ă rencontrer les besoins urgents des personnes handicapĂ©es, et le montant des allocations socioculturelles octroyĂ©es au cours de l'annĂ©e 2015 par l'agence conformĂ©ment Ă l'article 6bis de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 24 avril 1973 dĂ©terminant, en ce qui concerne le MinistĂšre de la SantĂ© publique et de la Famille, les rĂšgles particuliĂšres Ă suivre pour fixer les subventions journaliĂšres allouĂ©es pour l'entretien et le traitement des handicapĂ©s placĂ©s Ă charge des pouvoirs publics. Pour ce qui est des services d'aide Ă domicile, l'agence considĂšre Ă cet Ă©gard les subventions qu'ils reçoivent en application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 dĂ©cembre 1996 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des services d'aide Ă domicile pour handicapĂ©s.
Des moyens visés à l'alinéa 1er sont déduits les moyens suivants :
1° les subventions de personnel et les subventions de fonctionnement correspondant aux subventions de personnel et aux subventions de fonctionnement en faveur d'unitĂ©s d'observation pour adultes visĂ©es Ă la note de bas de page 7 du tableau II, figurant Ă l'annexe II jointe Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 24 avril 1973 dĂ©terminant, en ce qui concerne le MinistĂšre de la SantĂ© publique et de la Famille, les rĂšgles particuliĂšres Ă suivre pour fixer les subventions journaliĂšres allouĂ©es pour l'entretien et le traitement des handicapĂ©s placĂ©s Ă charge des pouvoirs publics ;
2° les subventions de personnel et les subventions de fonctionnement correspondant aux subventions de personnel et aux subventions de fonctionnement en faveur de projets spĂ©cifiques pour internĂ©s, visĂ©s Ă la note de bas de page 8 du tableau II, figurant Ă l'annexe II jointe Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© ;
3° les subventions de personnel et les subventions de fonctionnement correspondant aux subventions de personnel et aux subventions de fonctionnement qui ont pu ĂȘtre octroyĂ©es pour des projets de soutien de personnes handicapĂ©es sous statut d'internement pĂ©nitentiaire en application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 reconsidĂ©rant les fonds budgĂ©taires par l'organisation de l'accompagnement ambulatoire par certaines organisations en matiĂšre d'intĂ©gration sociale des personnes handicapĂ©es et adaptant les frais de fonctionnement des semi-internats pour bĂ©nĂ©ficiaires scolarisĂ©s ;
4° les subventions de personnel et les subventions de fonctionnement utilisées pour les mineurs dans le cadre de l'accueil de courte durée;
[1 5° les subventions de personnel et de fonctionnement affectées au soutien des personnes majeures handicapées, accordées en application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse.]1
Le ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions arrĂȘte les conditions dans lesquelles les moyens visĂ©s Ă l'alinĂ©a 2 seront dĂ©terminĂ©s.
Les moyens visĂ©s Ă l'alinĂ©a 2, 1°, 2° et 3°, peuvent Ă©galement ĂȘtre utilisĂ©s dans le cadre d'un agrĂ©ment en tant que FAM.
Les moyens visĂ©s Ă l'alinĂ©a 2, 4° [1 et 5°]1, peuvent Ă©galement ĂȘtre utilisĂ©s dans le cadre d'un agrĂ©ment en tant que centre multifonctionnel pour personnes handicapĂ©es mineures tel que visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures.
§ 2. Les moyens, exprimĂ©s en points de personnel, utilisĂ©s pour les soins et le soutien de personnes handicapĂ©es majeures dans un FAM sont dĂ©terminĂ©s comme suit sur la base des moyens arrĂȘtĂ©s conformĂ©ment au paragraphe 1er :
1° les subventions de personnel et les subventions de fonctionnement octroyĂ©es au FAM sur la base d'un prĂ©cĂ©dent agrĂ©ment en tant que service de logement autonome, de logement assistĂ©, de logement protĂ©gĂ©, de logement intĂ©grĂ© et de service d'accompagnement sont arrĂȘtĂ©es dans les limites des points de personnel et des moyens de fonctionnement accordĂ©s au FAM lors de l'agrĂ©ment ;
2° les subventions de personnel et les subventions de fonctionnement qui ont Ă©tĂ© octroyĂ©es au FAM sur la base de conventions qui suivent la personne, telles que visĂ©es Ă l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 portant des mesures visant Ă rencontrer les besoins urgents des personnes handicapĂ©es, et qui ont Ă©tĂ© utilisĂ©es sont arrĂȘtĂ©es ;
3° pour les moyens arrĂȘtĂ©s conformĂ©ment au paragraphe 1er, sous dĂ©duction des moyens visĂ©s aux points 1° et 2°, les moyens utilisĂ©s pour les soins et le soutien de personnes handicapĂ©es majeures sont calculĂ©s sur la base du solde des points de personnel pour lesquels le FAM a Ă©tĂ© agréé, compte tenu d'un pourcentage pour les frais de fonctionnement liĂ©s Ă l'organisation, Ă l'aide de formule suivante :[1
Des moyens visés à l'alinéa 1er sont déduits les moyens suivants :
1° les subventions de personnel et les subventions de fonctionnement correspondant aux subventions de personnel et aux subventions de fonctionnement en faveur d'unitĂ©s d'observation pour adultes visĂ©es Ă la note de bas de page 7 du tableau II, figurant Ă l'annexe II jointe Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 24 avril 1973 dĂ©terminant, en ce qui concerne le MinistĂšre de la SantĂ© publique et de la Famille, les rĂšgles particuliĂšres Ă suivre pour fixer les subventions journaliĂšres allouĂ©es pour l'entretien et le traitement des handicapĂ©s placĂ©s Ă charge des pouvoirs publics ;
2° les subventions de personnel et les subventions de fonctionnement correspondant aux subventions de personnel et aux subventions de fonctionnement en faveur de projets spĂ©cifiques pour internĂ©s, visĂ©s Ă la note de bas de page 8 du tableau II, figurant Ă l'annexe II jointe Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© ;
3° les subventions de personnel et les subventions de fonctionnement correspondant aux subventions de personnel et aux subventions de fonctionnement qui ont pu ĂȘtre octroyĂ©es pour des projets de soutien de personnes handicapĂ©es sous statut d'internement pĂ©nitentiaire en application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 reconsidĂ©rant les fonds budgĂ©taires par l'organisation de l'accompagnement ambulatoire par certaines organisations en matiĂšre d'intĂ©gration sociale des personnes handicapĂ©es et adaptant les frais de fonctionnement des semi-internats pour bĂ©nĂ©ficiaires scolarisĂ©s ;
4° les subventions de personnel et les subventions de fonctionnement utilisées pour les mineurs dans le cadre de l'accueil de courte durée;
[1 5° les subventions de personnel et de fonctionnement affectées au soutien des personnes majeures handicapées, accordées en application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse.]1
Le ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions arrĂȘte les conditions dans lesquelles les moyens visĂ©s Ă l'alinĂ©a 2 seront dĂ©terminĂ©s.
Les moyens visĂ©s Ă l'alinĂ©a 2, 1°, 2° et 3°, peuvent Ă©galement ĂȘtre utilisĂ©s dans le cadre d'un agrĂ©ment en tant que FAM.
Les moyens visĂ©s Ă l'alinĂ©a 2, 4° [1 et 5°]1, peuvent Ă©galement ĂȘtre utilisĂ©s dans le cadre d'un agrĂ©ment en tant que centre multifonctionnel pour personnes handicapĂ©es mineures tel que visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures.
§ 2. Les moyens, exprimĂ©s en points de personnel, utilisĂ©s pour les soins et le soutien de personnes handicapĂ©es majeures dans un FAM sont dĂ©terminĂ©s comme suit sur la base des moyens arrĂȘtĂ©s conformĂ©ment au paragraphe 1er :
1° les subventions de personnel et les subventions de fonctionnement octroyĂ©es au FAM sur la base d'un prĂ©cĂ©dent agrĂ©ment en tant que service de logement autonome, de logement assistĂ©, de logement protĂ©gĂ©, de logement intĂ©grĂ© et de service d'accompagnement sont arrĂȘtĂ©es dans les limites des points de personnel et des moyens de fonctionnement accordĂ©s au FAM lors de l'agrĂ©ment ;
2° les subventions de personnel et les subventions de fonctionnement qui ont Ă©tĂ© octroyĂ©es au FAM sur la base de conventions qui suivent la personne, telles que visĂ©es Ă l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 portant des mesures visant Ă rencontrer les besoins urgents des personnes handicapĂ©es, et qui ont Ă©tĂ© utilisĂ©es sont arrĂȘtĂ©es ;
3° pour les moyens arrĂȘtĂ©s conformĂ©ment au paragraphe 1er, sous dĂ©duction des moyens visĂ©s aux points 1° et 2°, les moyens utilisĂ©s pour les soins et le soutien de personnes handicapĂ©es majeures sont calculĂ©s sur la base du solde des points de personnel pour lesquels le FAM a Ă©tĂ© agréé, compte tenu d'un pourcentage pour les frais de fonctionnement liĂ©s Ă l'organisation, Ă l'aide de formule suivante :[1
| resterende personeelspunten FAM + (resterende personeelspunten FAM x werkgeversforfait) + | (resterende personeelspunten FAM x 3,03)/85,85 |
]1
4° als het totale bedrag van de subsidies die het agentschap conform het besluit van 26 februari 2016 moet betalen aan een FAM, verminderd met de middelen, vermeld in punt 1° en 2°, groter is dan het resultaat van de berekening, vermeld in punt 3°, worden de middelen, vastgesteld op basis van de personeelspunten waarvoor het FAM is erkend, verhoogd met het aantal personeelspunten dat het resultaat is van de omzetting van de werkingssubsidies die conform het besluit van 26 februari 2016 aan het FAM worden toegekend met aftrek van de door het FAM te innen financiële bijdragen van de gebruikers. Voor de omzetting wordt de volgende formule gebruikt :
| points de personnel résiduels FAM+ (points de personnel résiduels FAM x forfait employeur) + | (points de personnel résiduels FAM x 3,03)/85,85 |
]1
4° si le montant total des subventions que l'agence doit payer Ă un FAM conformĂ©ment Ă l'arrĂȘtĂ© du 26 fĂ©vrier 2016 FAM, diminuĂ© des moyens visĂ©s aux points 1° et 2°, est supĂ©rieur au rĂ©sultat du calcul visĂ© au point 3°, les moyens arrĂȘtĂ©s sur la base des points de personnel pour lesquels le FAM a Ă©tĂ© agréé sont augmentĂ©s du nombre de points de personnel qui rĂ©sulte de la conversion des subventions de fonctionnement octroyĂ©es au FAM conformĂ©ment Ă l'arrĂȘtĂ© du 26 fĂ©vrier 2016 sous dĂ©duction des contributions financiĂšres des usagers Ă percevoir par le FAM. Pour la conversion, la formule suivante est utilisĂ©e :
| werkingssubsidies [1 /894,87]1 | - te innen financiële bijdrage; |
5° het totale aantal middelen, uitgedrukt in personeelspunten die door het FAM worden ingezet voor zorg en ondersteuning van meerderjarige personen met een handicap, is gelijk aan de som van het resultaat van de berekening, vermeld in punt 3° of 4°, en de middelen, vermeld in punt 1° en 2°. De werkingssubsidies, vermeld in punt 1° en 2°, worden omgezet in personeelspunten door het totale bedrag van de werkingstoelagen te delen door [1 894,87]1.
§ 3. In deze paragraaf wordt verstaan onder minderjarige : een persoon met een handicap die jonger is dan achttien jaar.
Voor de thuisbegeleidingsdiensten bepaalt het agentschap de middelen die voor ondersteuning van meerderjarige personen met een handicap worden ingezet, uitgaand van het aantal personeelspunten dat voor elke thuisgeleidingsdienst op basis van zijn erkenning conform het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1996 betreffende de erkenning en subsidiëring van thuisbegeleidingsdiensten voor personen met een handicap maximaal kan worden gesubsidieerd, en van het maximale bedrag van werkingstoelagen dat door het agentschap kan worden toegekend. Het bedrag van de werkingstoelagen wordt omgezet in personeelspunten door het totale bedrag van de werkingstoelagen te delen door [1 894,87]1.
Om het aandeel te bepalen dat voor ondersteuning van meerderjarige personen met een handicap wordt ingezet, wordt het aantal personeelspunten dat berekend is met toepassing van het tweede lid, proportioneel verdeeld, rekening houdend met het aantal begeleidingen van meerderjarigen en het aantal begeleidingen van minderjarige personen met een handicap.
Wijzigingen
| subventions de fonctionnement[1 /894,87]1 | - contribution financiĂšre Ă percevoir ; |
5° le total des moyens, exprimé en points de personnel, utilisés par le FAM pour les soins et le soutien de personnes handicapées majeures, est égal à la somme du résultat du calcul visé au point 3° ou 4° et des moyens visés aux points 1° et 2°. Les subventions de fonctionnement visées aux points 1° et 2° sont converties en points de personnel en divisant le montant total des allocations de fonctionnement par [1 894,87]1.
§ 3. Dans ce paragraphe, on entend par " mineur " : la personne handicapée ùgée de moins de dix-huit ans.
Pour ce qui est des services d'aide Ă domicile, l'agence dĂ©termine les moyens utilisĂ©s pour les soins et le soutien de personnes handicapĂ©es majeures en partant du nombre maximum de points de personnel pouvant ĂȘtre subventionnĂ© pour chaque service d'aide Ă domicile sur la base de son agrĂ©ment conformĂ©ment Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 dĂ©cembre 1996 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des services d'aide Ă domicile pour handicapĂ©s et du montant maximum d'allocations de fonctionnement qui peut ĂȘtre octroyĂ© par l'agence. Le montant d'allocations de fonctionnement est converti en points de personnel en divisant le montant total d'allocations de fonctionnement par [1 894,87]1.
Pour déterminer la part utilisée pour le soutien de personnes handicapées majeures, le nombre de points de personnel calculé en application de l'alinéa 2 est réparti proportionnellement, compte tenu du nombre d'accompagnements de personnes majeures et du nombre d'accompagnements de personnes handicapées mineures.
Wijzigingen
Art. 14. De FAM's [1 ...]1 vertalen de huidige ondersteuning die ze bieden aan meerderjarige personen met een handicap, in ondersteuningsfuncties als vermeld in artikel 1, 14°, van het besluit van 27 november 2015, met vermelding van de frequentie, vermeld in artikel 7, eerste lid, 8°, van het voormelde besluit.
[1 De thuisbegeleidingsdiensten schatten in of ze aan meerderjarige personen met een handicap rechtstreeks toegankelijke hulp of niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning bieden en vertalen de huidige ondersteuning die ze bieden aan meerderjarige personen met een handicap aan wie ze niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning bieden, in ondersteuningsfuncties als vermeld in artikel 1, 14°, van het besluit van 27 november 2015, met vermelding van de frequentie, vermeld in artikel 7, eerste lid, 8°, van het voormelde besluit.
De thuisbegeleidingsdiensten bieden rechtstreeks toegankelijke hulp als vermeld in het eerste lid, als de inschatting van de ondersteuningsfuncties waarvan de persoon gebruikmaakt, met toepassing van artikel 19 en 20 van het besluit van 27 november 2015, resulteert in een gewicht van minder dan 2.]1
De FAM's en de thuisbegeleidingsdiensten vertalen zowel de ondersteuning die ze bieden aan personen met een handicap binnen hun erkende capaciteit, als de ondersteuning die ze bieden aan personen met een handicap op basis van een persoonsvolgende convenant als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap.
Het agentschap stelt een sjabloon ter beschikking met bijbehorende richtlijnen om de huidige ondersteuning te omschrijven in ondersteuningsfuncties met vermelding van de frequentie.
[1 De thuisbegeleidingsdiensten schatten in of ze aan meerderjarige personen met een handicap rechtstreeks toegankelijke hulp of niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning bieden en vertalen de huidige ondersteuning die ze bieden aan meerderjarige personen met een handicap aan wie ze niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning bieden, in ondersteuningsfuncties als vermeld in artikel 1, 14°, van het besluit van 27 november 2015, met vermelding van de frequentie, vermeld in artikel 7, eerste lid, 8°, van het voormelde besluit.
De thuisbegeleidingsdiensten bieden rechtstreeks toegankelijke hulp als vermeld in het eerste lid, als de inschatting van de ondersteuningsfuncties waarvan de persoon gebruikmaakt, met toepassing van artikel 19 en 20 van het besluit van 27 november 2015, resulteert in een gewicht van minder dan 2.]1
De FAM's en de thuisbegeleidingsdiensten vertalen zowel de ondersteuning die ze bieden aan personen met een handicap binnen hun erkende capaciteit, als de ondersteuning die ze bieden aan personen met een handicap op basis van een persoonsvolgende convenant als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap.
Het agentschap stelt een sjabloon ter beschikking met bijbehorende richtlijnen om de huidige ondersteuning te omschrijven in ondersteuningsfuncties met vermelding van de frequentie.
Wijzigingen
Art. 14. Les FAM [1 ...]1 transposent le soutien actuel qu'ils offrent aux personnes handicapĂ©es majeures en fonctions d'accompagnement telles que visĂ©es Ă l'article 1er, 14°, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, en mentionnant la frĂ©quence visĂ©e Ă l'article 7, alinĂ©a 1er, 8°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©.
[1 Les services d'aide Ă domicile Ă©valuent si elles offrent aux personnes majeures handicapĂ©es de l'aide directement accessible ou des soins et du soutien non directement accessibles, et traduisent l'actuel soutien qu'ils offrent aux personnes majeures handicapĂ©es auxquelles ils offrent des soins et du soutien non directement accessibles, en fonctions de soutien telles que visĂ©es Ă l'article 1er, 14° de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, en indiquant la frĂ©quence, visĂ©e Ă l'article 7, alinĂ©a 1er, 8°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©.
Les services d'aide Ă domicile offrent de l'aide directement accessible telle que visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, si le poids des fonctions de soutien dont la personne fait usage est Ă©valuĂ© Ă moins de 2 en vertu des articles 19 et 20 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015.]1
Les FAM et les services d'aide Ă domicile transposent tant le soutien qu'ils offrent aux personnes handicapĂ©es dans les limites de leur capacitĂ© agréée que le soutien qu'ils offrent aux personnes handicapĂ©es sur la base d'une convention qui suit la personne telle que visĂ©e Ă l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 portant des mesures visant Ă rencontrer les besoins urgents des personnes handicapĂ©es.
L'agence met à disposition un modÚle et les directives y afférentes pour décrire le soutien actuel en fonctions d'accompagnement avec mention de la fréquence.
[1 Les services d'aide Ă domicile Ă©valuent si elles offrent aux personnes majeures handicapĂ©es de l'aide directement accessible ou des soins et du soutien non directement accessibles, et traduisent l'actuel soutien qu'ils offrent aux personnes majeures handicapĂ©es auxquelles ils offrent des soins et du soutien non directement accessibles, en fonctions de soutien telles que visĂ©es Ă l'article 1er, 14° de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, en indiquant la frĂ©quence, visĂ©e Ă l'article 7, alinĂ©a 1er, 8°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©.
Les services d'aide Ă domicile offrent de l'aide directement accessible telle que visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, si le poids des fonctions de soutien dont la personne fait usage est Ă©valuĂ© Ă moins de 2 en vertu des articles 19 et 20 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015.]1
Les FAM et les services d'aide Ă domicile transposent tant le soutien qu'ils offrent aux personnes handicapĂ©es dans les limites de leur capacitĂ© agréée que le soutien qu'ils offrent aux personnes handicapĂ©es sur la base d'une convention qui suit la personne telle que visĂ©e Ă l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 portant des mesures visant Ă rencontrer les besoins urgents des personnes handicapĂ©es.
L'agence met à disposition un modÚle et les directives y afférentes pour décrire le soutien actuel en fonctions d'accompagnement avec mention de la fréquence.
Wijzigingen
Art. 15. De FAM's [1 ...]1 maken ook een inschatting van de zorgzwaarte van de verschillende meerderjarige personen met een handicap aan wie ze ondersteuning bieden. Ze maken in dat kader een inschatting voor de parameter begeleiding, die de behoefte aan ondersteuning door personen overdag uitdrukt, en de parameter permanentie, die de behoefte aan aanwezigheid van en toezicht door personen overdag uitdrukt.
[1 De thuisbegeleidingsdiensten maken een inschatting van de zorgzwaarte van de meerderjarige personen met een handicap aan wie ze niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning bieden. Ze maken in dat kader een inschatting voor de parameter begeleiding, die de behoefte aan ondersteuning door personen overdag uitdrukt, en de parameter permanentie, die de behoefte aan aanwezigheid van en toezicht door personen overdag uitdrukt.]1
Het agentschap stelt sjablonen met bijbehorende richtlijnen ter beschikking.
[1 De thuisbegeleidingsdiensten maken een inschatting van de zorgzwaarte van de meerderjarige personen met een handicap aan wie ze niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning bieden. Ze maken in dat kader een inschatting voor de parameter begeleiding, die de behoefte aan ondersteuning door personen overdag uitdrukt, en de parameter permanentie, die de behoefte aan aanwezigheid van en toezicht door personen overdag uitdrukt.]1
Het agentschap stelt sjablonen met bijbehorende richtlijnen ter beschikking.
Wijzigingen
Art. 15. Les FAM [1 ...]1 dressent également une estimation de la lourdeur des soins des différentes personnes handicapées majeures auxquelles ils offrent un soutien. Dans ce cadre, ils dressent une estimation pour le paramÚtre " accompagnement ", qui exprime la nécessité d'un soutien par des personnes en journée, et le paramÚtre " permanence ", qui exprime la nécessité d'une présence et d'une surveillance par des personnes en journée.
[1 Les services d'aide à domicile évaluent le besoin en soins des personnes majeures handicapées auxquelles ils offrent des soins et du soutien non directement accessibles. A cet effet, ils évaluent les paramÚtres " accompagnement ", exprimant le besoin en soutien de jour par des personnes, et " permanence ", exprimant le besoin de présence et de surveillance de jour par des personnes.]1
L'agence met à disposition un modÚle et les directives y afférentes.
[1 Les services d'aide à domicile évaluent le besoin en soins des personnes majeures handicapées auxquelles ils offrent des soins et du soutien non directement accessibles. A cet effet, ils évaluent les paramÚtres " accompagnement ", exprimant le besoin en soutien de jour par des personnes, et " permanence ", exprimant le besoin de présence et de surveillance de jour par des personnes.]1
L'agence met à disposition un modÚle et les directives y afférentes.
Wijzigingen
Art. 16. De FAM's en thuisbegeleidingsdiensten bezorgen de resultaten van de vertaling in ondersteuningsfuncties en de inschatting van de zorgzwaarte aan het agentschap. Het agentschap controleert of de vertaling in ondersteuningsfuncties en frequenties uitgevoerd is conform de sjablonen en de richtlijnen, vermeld in artikel 14, en of de inschatting van de zorgzwaarte is gemaakt is conform de sjablonen en de richtlijnen, vermeld in artikel 15.
Het agentschap kan aan een multidisciplinair team als vermeld in artikel 1, 9°, van het besluit van 27 november 2015, of aan een door het agentschap opgeleide inschaler zorgzwaarte-instrument vragen om bij wijze van controle het zorgzwaarte-instrument af te nemen. Als de inschatting van de zorgzwaarte die resulteert uit de afname van het zorgzwaarte-instrument, afwijkt van de inschatting die door een FAM of thuisbegeleidingsdienst is gemaakt, wordt de inschatting op basis van het zorgzwaarte-instrument in aanmerking genomen.
In het tweede lid wordt verstaan onder zorgzwaarte-instrument : het zorgzwaarte-instrument, vermeld in artikel 1, 24°, van het besluit van 27 november 2015 [1 en of de inschatting van de zorgzwaarte is gebeurd conform de sjablonen en de richtlijnen, vermeld in artikel 15, derde lid]1.
Het agentschap kan aan een multidisciplinair team als vermeld in artikel 1, 9°, van het besluit van 27 november 2015, of aan een door het agentschap opgeleide inschaler zorgzwaarte-instrument vragen om bij wijze van controle het zorgzwaarte-instrument af te nemen. Als de inschatting van de zorgzwaarte die resulteert uit de afname van het zorgzwaarte-instrument, afwijkt van de inschatting die door een FAM of thuisbegeleidingsdienst is gemaakt, wordt de inschatting op basis van het zorgzwaarte-instrument in aanmerking genomen.
In het tweede lid wordt verstaan onder zorgzwaarte-instrument : het zorgzwaarte-instrument, vermeld in artikel 1, 24°, van het besluit van 27 november 2015 [1 en of de inschatting van de zorgzwaarte is gebeurd conform de sjablonen en de richtlijnen, vermeld in artikel 15, derde lid]1.
Wijzigingen
Art. 16. Les FAM et les services d'aide à domicile transmettent les résultats de la transposition en fonctions d'accompagnement et l'estimation de la lourdeur des soins à l'agence. L'agence contrÎle si la transposition en fonctions d'accompagnement et fréquences a été exécutée conformément aux modÚles et aux directives visés à l'article 14, et si l'estimation de la lourdeur des soins a été réalisée conformément aux modÚles et aux directives visés à l'article 15.
L'agence peut demander Ă une Ă©quipe multidisciplinaire, telle que visĂ©e Ă l'article 1er, 9°, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, ou Ă un mesureur formĂ© par l'agence Ă l'instrument de mesure des soins requis d'utiliser en guise de contrĂŽle l'instrument de mesure des soins requis. Si l'estimation de la lourdeur des soins requis rĂ©sultant de l'utilisation de l'instrument de mesure des soins requis diffĂšre de celle rĂ©alisĂ©e par un FAM ou un service d'aide Ă domicile, l'estimation basĂ©e sur l'instrument de mesure des soins requis est prise en considĂ©ration.
A l'alinĂ©a 2, on entend par " instrument de mesure des soins requis " : l'instrument de mesure des soins requis visĂ© Ă l'article 1er, 24°, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 [1 et si l'Ă©valuation du besoin en soins s'est fait conformĂ©ment aux modĂšles et lignes directrices, visĂ©s Ă l'article 15, alinĂ©a 3]1.
L'agence peut demander Ă une Ă©quipe multidisciplinaire, telle que visĂ©e Ă l'article 1er, 9°, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, ou Ă un mesureur formĂ© par l'agence Ă l'instrument de mesure des soins requis d'utiliser en guise de contrĂŽle l'instrument de mesure des soins requis. Si l'estimation de la lourdeur des soins requis rĂ©sultant de l'utilisation de l'instrument de mesure des soins requis diffĂšre de celle rĂ©alisĂ©e par un FAM ou un service d'aide Ă domicile, l'estimation basĂ©e sur l'instrument de mesure des soins requis est prise en considĂ©ration.
A l'alinĂ©a 2, on entend par " instrument de mesure des soins requis " : l'instrument de mesure des soins requis visĂ© Ă l'article 1er, 24°, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 [1 et si l'Ă©valuation du besoin en soins s'est fait conformĂ©ment aux modĂšles et lignes directrices, visĂ©s Ă l'article 15, alinĂ©a 3]1.
Wijzigingen
Art. 17. Het agentschap legt voor iedere meerderjarige persoon met een handicap de ondersteuningsfuncties, frequenties en de inschatting van de zorgzwaarte vast en berekent op basis van die gegevens voor elke persoon met een handicap een voorlopig individueel aantal zorggebonden punten. Het agentschap bepaalt het voorlopige individuele aantal zorggebonden punten.
Indien de inschatting van de ondersteuningsfuncties waarvan de persoon gebruik maakt, met toepassing van artikel 19 en 20 van het BVR van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, resulteert in een gewicht van 2 of meer, wordt er een budgetcategorie toegekend. In het andere geval wordt de persoon toegeleid naar de rechtstreeks toegankelijke hulpverlening.
Als het agentschap bij controle, als vermeld in artikel 16, vaststelt dat de inschatting van de parameter begeleiding of de inschatting van de parameter permanentie, vermeld in artikel 15, eerste lid, bij een FAM of bij een thuisbegeleidingsdienst in minstens de helft van de gevallen, twee waarden [1 hoger]1 ligt dan de waarden die door het agentschap worden bekomen, wordt het individueel aantal zorggebonden punten dat door het agentschap wordt berekend voor iedere meerderjarige persoon met een handicap die gebruik maakt van die FAM of die thuisbegeleidingsdienst verminderd met vijf procent.
Indien de inschatting van de ondersteuningsfuncties waarvan de persoon gebruik maakt, met toepassing van artikel 19 en 20 van het BVR van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, resulteert in een gewicht van 2 of meer, wordt er een budgetcategorie toegekend. In het andere geval wordt de persoon toegeleid naar de rechtstreeks toegankelijke hulpverlening.
Als het agentschap bij controle, als vermeld in artikel 16, vaststelt dat de inschatting van de parameter begeleiding of de inschatting van de parameter permanentie, vermeld in artikel 15, eerste lid, bij een FAM of bij een thuisbegeleidingsdienst in minstens de helft van de gevallen, twee waarden [1 hoger]1 ligt dan de waarden die door het agentschap worden bekomen, wordt het individueel aantal zorggebonden punten dat door het agentschap wordt berekend voor iedere meerderjarige persoon met een handicap die gebruik maakt van die FAM of die thuisbegeleidingsdienst verminderd met vijf procent.
Wijzigingen
Art. 17. L'agence établit pour chaque personne handicapée majeure les fonctions d'accompagnement, les fréquences et l'estimation de la lourdeur des soins requis et, sur la base de ces éléments, calcule pour chaque personne handicapée un nombre individuel provisoire de points liés aux soins. L'agence détermine le nombre individuel provisoire de points liés aux soins.
Si l'estimation des fonctions d'accompagnement qu'utilise la personne en application des articles 19 et 20 de l'AGF du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget débouche sur une pondération de 2 ou plus, une catégorie budgétaire est attribuée. Dans le cas inverse, la personne est orientée vers l'aide directement accessible.
Si, lors du contrÎle visé à l'article 16, l'agence constate que l'estimation du paramÚtre " accompagnement " ou l'estimation du paramÚtre " permanence " visés à l'article, alinéa 1er, au sein d'un FAM ou d'un service d'aide à domicile est, dans la moitié des cas au moins, [1 supérieure]1 de deux valeurs aux valeurs obtenues par l'agence, le nombre individuel de points liés aux soins calculé par l'agence pour chaque personne handicapée majeure qui utilise ce FAM ou ce service d'aide à domicile est diminué de cinq pour cent.
Si l'estimation des fonctions d'accompagnement qu'utilise la personne en application des articles 19 et 20 de l'AGF du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget débouche sur une pondération de 2 ou plus, une catégorie budgétaire est attribuée. Dans le cas inverse, la personne est orientée vers l'aide directement accessible.
Si, lors du contrÎle visé à l'article 16, l'agence constate que l'estimation du paramÚtre " accompagnement " ou l'estimation du paramÚtre " permanence " visés à l'article, alinéa 1er, au sein d'un FAM ou d'un service d'aide à domicile est, dans la moitié des cas au moins, [1 supérieure]1 de deux valeurs aux valeurs obtenues par l'agence, le nombre individuel de points liés aux soins calculé par l'agence pour chaque personne handicapée majeure qui utilise ce FAM ou ce service d'aide à domicile est diminué de cinq pour cent.
Wijzigingen
Art. 18. [1 De ondersteuning van de personen die met toepassing van artikel 17, tweede lid, of overeenkomstig de inschatting van de thuisbegeleidingsdiensten moeten worden beschouwd als personen die gebruikmaken van rechtstreeks toegankelijke hulp, wordt niet vertaald in zorggebonden punten die kunnen worden besteed als een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning]1.
De FAM's en thuisbegeleidingsdiensten worden ambtshalve erkend voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013, voor een aantal personeelspunten dat overeenstemt met het aantal personeelspunten dat nodig is om de ondersteuning van de personen, vermeld in het eerste lid, te continueren binnen rechtstreeks toegankelijke hulp. In afwijking van artikel 3 van het besluit van 22 februari 2013 blijven de FAM's en thuisbegebeleidingsdiensen tot 31 december 2018 erkend voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp als ze zijn erkend voor minder dan 35 personeelspunten.
De FAM's en thuisbegeleidingsdiensten worden ambtshalve erkend voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013, voor een aantal personeelspunten dat overeenstemt met het aantal personeelspunten dat nodig is om de ondersteuning van de personen, vermeld in het eerste lid, te continueren binnen rechtstreeks toegankelijke hulp. In afwijking van artikel 3 van het besluit van 22 februari 2013 blijven de FAM's en thuisbegebeleidingsdiensen tot 31 december 2018 erkend voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp als ze zijn erkend voor minder dan 35 personeelspunten.
Wijzigingen
Art. 18. [1 Le soutien aux personnes qui, en vertu de l'article 17, alinĂ©a 2, ou conformĂ©ment Ă l'Ă©valuation par les services d'aide Ă domicile, doivent ĂȘtre considĂ©rĂ©es comme usagers de l'aide directement accessible, n'est pas traduit en points liĂ©s aux soins qui peuvent ĂȘtre utilisĂ©s comme budget pour des soins et du soutien non directement accessibles]1.
Les FAM et services d'aide Ă domicile sont agréés d'office pour le dĂ©veloppement d'aide directement accessible visĂ©e Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2013 pour un nombre de points de personnel correspondant au nombre de points de personnel nĂ©cessaire pour poursuivre le soutien des personnes visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er dans le cadre de l'aide directement accessible. Par dĂ©rogation Ă l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du 22 fĂ©vrier 2013, les FAM et services d'aide Ă domicile restent agréés jusqu'au 31 dĂ©cembre 2018 pour le dĂ©veloppement d'aide directement accessible s'ils ont Ă©tĂ© agréés pour moins de 35 points de personnel.
Les FAM et services d'aide Ă domicile sont agréés d'office pour le dĂ©veloppement d'aide directement accessible visĂ©e Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2013 pour un nombre de points de personnel correspondant au nombre de points de personnel nĂ©cessaire pour poursuivre le soutien des personnes visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er dans le cadre de l'aide directement accessible. Par dĂ©rogation Ă l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du 22 fĂ©vrier 2013, les FAM et services d'aide Ă domicile restent agréés jusqu'au 31 dĂ©cembre 2018 pour le dĂ©veloppement d'aide directement accessible s'ils ont Ă©tĂ© agréés pour moins de 35 points de personnel.
Wijzigingen
Art. 19. Het agentschap bepaalt voor elk FAM en elke thuisbegeleidingsdienst de middelen die nodig zijn om de ondersteuning van de personen, vermeld in artikel 18, eerste lid, zoals vastgesteld door het agentschap conform artikel 17, te continueren binnen rechtstreeks toegankelijke hulp.
Art. 19. L'agence détermine pour chaque FAM et chaque service d'aide à domicile les moyens nécessaires pour poursuivre le soutien des personnes visé à l'article 18, alinéa 1er, tel qu'établi par l'agence conformément à l'article 17, dans le cadre de l'aide directement accessible.
Art. 20. Het agentschap bepaalt voor elk FAM en elke thuisbegeleidingsdienst de middelen die beschikbaar zijn voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning van hun gebruikers, door de middelen die voor elk FAM resulteren uit de toepassing van artikel 13, § 2, en die voor elke thuisbegeleidingsdienst resulteren uit de toepassing van artikel 13, § 3, te verminderen met de middelen die conform artikel 19 door het agentschap zijn bepaald.
Art. 20. L'agence détermine pour chaque FAM et chaque service d'aide à domicile les moyens disponibles pour les soins et le soutien non directement accessibles de leurs usagers, en diminuant les moyens résultant pour chaque FAM de l'application de l'article 13, § 2, et ceux résultant pour chaque service d'aide à domicile de l'application de l'article 13, § 3, des moyens déterminés par l'agence conformément à l'article 19.
Art. 21. Het agentschap bepaalt voor elk FAM en elke thuisbegeleidingsdienst het beschikbare aantal zorggebonden middelen op basis van de middelen die beschikbaar zijn voor de niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning, vermeld in artikel 20, met toepassing van de volgende formule :
Art. 21. L'agence détermine pour chaque FAM et chaque service d'aide à domicile le nombre disponible de moyens liés aux soins sur la base des moyens disponibles pour le soutien non directement accessible visés à l'article 20 en appliquant la formule suivante :
| middelen voor niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning x 100 125,35 |
De som van het beschikbare aantal zorggebonden middelen voor alle FAM's en thuisbegeleidingsdiensten is het totale aantal zorggebonden middelen dat beschikbaar is voor de niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning van meerderjarige gebruikers.
| moyens pour le soutien non directement accessible x 100 125,35 |
La somme du nombre disponible de moyens liés aux soins pour l'ensemble des FAM et services d'aide à domicile est le total des moyens liés aux soins qui est disponible pour le soutien non directement accessible d'usagers majeurs.
Art. 22. [1 Als de som van het voorlopige individuele aantal zorggebonden punten, vermeld in artikel 17, van de meerderjarige gebruikers van een FAM of een thuisbegeleidingsdienst, met uitzondering van de gebruikers, vermeld in artikel 18, eerste lid, groter is dan het aantal zorggebonden middelen dat voor een FAM of een thuisbegeleidingsdienst beschikbaar is voor de niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning, vermeld in artikel 21, eerste lid, wordt het voorlopige individuele aantal zorggebonden punten van elke gebruiker, met uitzondering van de gebruikers, vermeld in artikel 18, eerste lid, verminderd met een percentage dat wordt bepaald door het verschil.
Als het aantal zorggebonden middelen dat voor een FAM of thuisbegeleidingsdienst beschikbaar is voor niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning, vermeld in artikel 21, eerste lid, groter is dan de som van het voorlopige individuele aantal zorggebonden punten van alle meerderjarige gebruikers van een FAM of een thuisbegeleidingsdienst, met uitzondering van de gebruikers, vermeld in artikel 18, eerste lid, wordt het voorlopige individuele aantal zorggebonden punten van elke meerderjarige gebruiker, met uitzondering van de gebruikers, vermeld in artikel 18, eerste lid, vermeerderd met een percentage dat wordt bepaald door het verschil.
In afwijking van het tweede lid wordt het voorlopige individuele aantal zorggebonden middelen niet vermeerderd voor de meerderjarige gebruikers van een FAM of een thuisbegeleidingsdienst die alleen gebruikmaken van individuele ondersteuningsfuncties als vermeld in artikel 1, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2016 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget.
De FAM of thuisbegeleidingsdienst wordt amtshalve erkend voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp, vermeld in artikel 2 van het besluit van 22 februari 2013, voor het gedeelte van het aantal zorggebonden middelen dat voor een FAM of thuisbegeleidingsdienst beschikbaar is voor niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning, vermeld in artikel 21, eerste lid, van dit besluit, dat als gevolg van de toepassing van het tweede lid niet wordt benut.]1
Als het aantal zorggebonden middelen dat voor een FAM of thuisbegeleidingsdienst beschikbaar is voor niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning, vermeld in artikel 21, eerste lid, groter is dan de som van het voorlopige individuele aantal zorggebonden punten van alle meerderjarige gebruikers van een FAM of een thuisbegeleidingsdienst, met uitzondering van de gebruikers, vermeld in artikel 18, eerste lid, wordt het voorlopige individuele aantal zorggebonden punten van elke meerderjarige gebruiker, met uitzondering van de gebruikers, vermeld in artikel 18, eerste lid, vermeerderd met een percentage dat wordt bepaald door het verschil.
In afwijking van het tweede lid wordt het voorlopige individuele aantal zorggebonden middelen niet vermeerderd voor de meerderjarige gebruikers van een FAM of een thuisbegeleidingsdienst die alleen gebruikmaken van individuele ondersteuningsfuncties als vermeld in artikel 1, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2016 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget.
De FAM of thuisbegeleidingsdienst wordt amtshalve erkend voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp, vermeld in artikel 2 van het besluit van 22 februari 2013, voor het gedeelte van het aantal zorggebonden middelen dat voor een FAM of thuisbegeleidingsdienst beschikbaar is voor niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning, vermeld in artikel 21, eerste lid, van dit besluit, dat als gevolg van de toepassing van het tweede lid niet wordt benut.]1
Wijzigingen
Art. 22. [1 Si la somme du nombre individuel provisoire de points liés aux soins, visé à l'article 17, de l'ensemble des usagers majeurs des FAM et services d'aide à domicile, à l'exception des usagers visés à l'article 18, alinéa 1er, est supérieure au total des moyens liés aux soins disponibles à un FAM ou à un service d'aide à domicile pour le soutien non directement accessible, visé à l'article 21, alinéa 1er, le nombre individuel provisoire de points liés aux soins de chaque usager, à l'exception des usagers visés à l'article 18, alinéa 1er, est diminué d'un pourcentage déterminé par la différence.
Si le total des moyens liés aux soins, disponibles à un FAM ou à un service d'aide à domicile pour le soutien non directement accessible, visé à l'article 21, alinéa 1er, est supérieur à la somme du nombre individuel provisoire de points liés aux soins de l'ensemble des usagers majeurs des FAM et services d'aide à domicile, à l'exception des usagers visés à l'article 18, alinéa 1er, le nombre individuel provisoire de points liés aux soins de chaque usager majeur, à l'exception des usagers visés à l'article 18, alinéa 1er, est augmenté d'un pourcentage déterminé par la différence.
Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 2, le total individuel provisoire de moyens liĂ©s aux soins n'est pas augmentĂ© pour les usagers majeurs des FAM ou des services d'aide Ă domicile qui font uniquement usage des fonctions de soutien individuel, visĂ©es Ă l'article 1er, 7° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es majeures et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget.
Le FAM ou le service d'aide Ă domicile est agréé d'office pour dĂ©velopper l'aide directement accessible, visĂ©e Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du 22 fĂ©vrier 2013, pour ce qui concerne la partie des moyens liĂ©s aux soins, disponibles Ă un FAM ou Ă un service d'aide Ă domicile pour le soutien non directement accessible, visĂ© Ă l'article 21, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, dont il n'est pas fait usage en vertu de l'alinĂ©a 2.]1
Si le total des moyens liés aux soins, disponibles à un FAM ou à un service d'aide à domicile pour le soutien non directement accessible, visé à l'article 21, alinéa 1er, est supérieur à la somme du nombre individuel provisoire de points liés aux soins de l'ensemble des usagers majeurs des FAM et services d'aide à domicile, à l'exception des usagers visés à l'article 18, alinéa 1er, le nombre individuel provisoire de points liés aux soins de chaque usager majeur, à l'exception des usagers visés à l'article 18, alinéa 1er, est augmenté d'un pourcentage déterminé par la différence.
Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 2, le total individuel provisoire de moyens liĂ©s aux soins n'est pas augmentĂ© pour les usagers majeurs des FAM ou des services d'aide Ă domicile qui font uniquement usage des fonctions de soutien individuel, visĂ©es Ă l'article 1er, 7° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es majeures et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget.
Le FAM ou le service d'aide Ă domicile est agréé d'office pour dĂ©velopper l'aide directement accessible, visĂ©e Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du 22 fĂ©vrier 2013, pour ce qui concerne la partie des moyens liĂ©s aux soins, disponibles Ă un FAM ou Ă un service d'aide Ă domicile pour le soutien non directement accessible, visĂ© Ă l'article 21, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, dont il n'est pas fait usage en vertu de l'alinĂ©a 2.]1
Wijzigingen
Art. 23. Het aantal zorggebonden punten dat kan worden besteed als een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning door meerderjarige gebruikers van een FAM of een thuisbegeleidingsdienst, met uitzondering van de gebruikers, vermeld in artikel 18, eerste lid, is het voorlopige aantal zorggebonden punten, vermeld in artikel 17, in voorkomend geval gecorrigeerd met toepassing van artikel 22.
Het agentschap deelt het aantal zorggebonden punten, vermeld in het eerste lid, mee aan de betrokkenen.
Het agentschap deelt aan de personen met een handicap, vermeld in artikel 18, eerste lid, of aan hun vertegenwoordigers mee dat ze hun ondersteuning kunnen continueren binnen rechtstreeks toegankelijke hulp.
Het agentschap deelt het aantal zorggebonden punten, vermeld in het eerste lid, mee aan de betrokkenen.
Het agentschap deelt aan de personen met een handicap, vermeld in artikel 18, eerste lid, of aan hun vertegenwoordigers mee dat ze hun ondersteuning kunnen continueren binnen rechtstreeks toegankelijke hulp.
Art. 23. Le nombre de points liĂ©s aux soins pouvant ĂȘtre affectĂ©s comme budget pour les soins et le soutien non directement accessibles par des usagers majeurs d'un FAM ou d'un service d'aide Ă domicile, Ă l'exception des usagers visĂ©s Ă l'article 18, alinĂ©a 1er, est le nombre provisoire de points liĂ©s aux soins, visĂ© Ă l'article 17, corrigĂ© le cas Ă©chĂ©ant en application de l'article 22.
L'agence communique aux intéressés le nombre de points liés aux soins visé à l'alinéa 1er.
L'agence communique aux personnes handicapées visées à l'article 18, alinéa 1er, ou à leurs représentants qu'elles peuvent poursuivre leur soutien dans le cadre de l'aide directement accessible.
L'agence communique aux intéressés le nombre de points liés aux soins visé à l'alinéa 1er.
L'agence communique aux personnes handicapées visées à l'article 18, alinéa 1er, ou à leurs représentants qu'elles peuvent poursuivre leur soutien dans le cadre de l'aide directement accessible.
HOOFDSTUK 4. - Herziening
CHAPITRE 4. - Révision
Art. 24. Als de betrokkenen aanspraak willen maken op meer zorggebonden middelen of zorggebonden punten dan het aantal zorggebonden middelen of zorggebonden punten, vermeld in de beslissing, vermeld in artikel 8, 12 of 23 van dit besluit, moeten ze een herziening van de beslissing vragen conform artikel 35, § 1, van het besluit 27 november 2015.
Als de budgetcategorie van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat door het agentschap wordt toegewezen na herziening, groter is dan het aantal zorggebonden middelen of zorggebonden punten,vermeld in de beslissing, vermeld in artikel 8, 12 of 23 van dit besluit, legt het agentschap het dossier voor aan de regionale prioriteitencommissie, vermeld in artikel 23 van het besluit van 27 november 2015, voor het deel van de budgetcategorie dat het aantal zorggebonden middelen of zorggebonden punten, vermeld in de beslissing, vermeld in artikel 8, 12 of 23 van dit besluit, overschrijdt.
Als de budgetcategorie van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat door het agentschap wordt toegewezen na herziening, lager is dan het aantal zorggebonden middelen of zorggebonden punten, vermeld in de beslissing, vermeld in artikel 8, 12 of 23 van dit besluit, kunnen de betrokkenen nog gedurende drie maanden vanaf de datum, vermeld in de beslising van het agentschap tot toewijzing na herziening, beschikken over het deel van de zorggebonden middelen of zorggebonden punten dat de budgetcategorie van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat door het agentschap wordt toegewezen, overschrijdt.
Als de budgetcategorie van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat door het agentschap wordt toegewezen na herziening, groter is dan het aantal zorggebonden middelen of zorggebonden punten,vermeld in de beslissing, vermeld in artikel 8, 12 of 23 van dit besluit, legt het agentschap het dossier voor aan de regionale prioriteitencommissie, vermeld in artikel 23 van het besluit van 27 november 2015, voor het deel van de budgetcategorie dat het aantal zorggebonden middelen of zorggebonden punten, vermeld in de beslissing, vermeld in artikel 8, 12 of 23 van dit besluit, overschrijdt.
Als de budgetcategorie van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat door het agentschap wordt toegewezen na herziening, lager is dan het aantal zorggebonden middelen of zorggebonden punten, vermeld in de beslissing, vermeld in artikel 8, 12 of 23 van dit besluit, kunnen de betrokkenen nog gedurende drie maanden vanaf de datum, vermeld in de beslising van het agentschap tot toewijzing na herziening, beschikken over het deel van de zorggebonden middelen of zorggebonden punten dat de budgetcategorie van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat door het agentschap wordt toegewezen, overschrijdt.
Art. 24. Si les intĂ©ressĂ©s dĂ©sirent bĂ©nĂ©ficier de plus de moyens ou de points liĂ©s aux soins que le nombre de moyens ou de points liĂ©s aux soins mentionnĂ© dans la dĂ©cision visĂ©e aux articles 8, 12 ou 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ils peuvent demander une rĂ©vision de la dĂ©cision conformĂ©ment Ă l'article 35, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015.
Si la catĂ©gorie budgĂ©taire du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles attribuĂ©e par l'agence aprĂšs rĂ©vision est supĂ©rieure au nombre de moyens ou de points liĂ©s aux soins mentionnĂ© dans la dĂ©cision visĂ©e aux articles 8, 12 ou 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, l'agence soumet le dossier Ă la commission rĂ©gionale des prioritĂ©s visĂ©e Ă l'article 23 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 pour la partie de la catĂ©gorie budgĂ©taire qui dĂ©passe le nombre de moyens ou de points liĂ©s aux soins mentionnĂ© dans la dĂ©cision visĂ©e aux articles 8, 12 ou 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Si la catĂ©gorie budgĂ©taire du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles attribuĂ©e par l'agence aprĂšs rĂ©vision est infĂ©rieure au nombre de moyens ou de points liĂ©s aux soins mentionnĂ© dans la dĂ©cision visĂ©e aux articles 8, 12 ou 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les intĂ©ressĂ©s peuvent encore disposer, pendant trois mois Ă partir de la date mentionnĂ©e dans la dĂ©cision de l'agence d'attribution aprĂšs rĂ©vision, de la partie des moyens ou points liĂ©s aux soins qui dĂ©passe la catĂ©gorie budgĂ©taire du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles attribuĂ©e par l'agence.
Si la catĂ©gorie budgĂ©taire du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles attribuĂ©e par l'agence aprĂšs rĂ©vision est supĂ©rieure au nombre de moyens ou de points liĂ©s aux soins mentionnĂ© dans la dĂ©cision visĂ©e aux articles 8, 12 ou 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, l'agence soumet le dossier Ă la commission rĂ©gionale des prioritĂ©s visĂ©e Ă l'article 23 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 pour la partie de la catĂ©gorie budgĂ©taire qui dĂ©passe le nombre de moyens ou de points liĂ©s aux soins mentionnĂ© dans la dĂ©cision visĂ©e aux articles 8, 12 ou 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Si la catĂ©gorie budgĂ©taire du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles attribuĂ©e par l'agence aprĂšs rĂ©vision est infĂ©rieure au nombre de moyens ou de points liĂ©s aux soins mentionnĂ© dans la dĂ©cision visĂ©e aux articles 8, 12 ou 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les intĂ©ressĂ©s peuvent encore disposer, pendant trois mois Ă partir de la date mentionnĂ©e dans la dĂ©cision de l'agence d'attribution aprĂšs rĂ©vision, de la partie des moyens ou points liĂ©s aux soins qui dĂ©passe la catĂ©gorie budgĂ©taire du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles attribuĂ©e par l'agence.
HOOFDSTUK 5. - Transitie FAM en thuisbegeleidingsdiensten
CHAPITRE 5. - Transition des FAM et services d'aide Ă domicile
Art. 25.
Art. 25.
Art.25/1.
Art.25/1.
Art.25/2.
Art.25/2.
Art. 26. In dit artikel wordt verstaan onder financiële bijdragen : de financiële bijdragen, vermeld in artikel 22 van het besluit van 26 februari 2016 [2 zoals van toepassing op 31 december 2016]2.
De FAM, dat vergund is door het agentschap als zorgaanbieder, kan, [1 na een positief advies van het collectieve overlegorgaan]1, bepalen op welke wijze ze voor de gebruikers, die op 1 januari 2017 financiële bijdragen betalen, in de periode van 1 januari 2017 tot 1 januari 2021 overgaan van een systeem van financiële bijdragen naar een systeem waarbij de gebruiker zelf instaat voor de woon- en leefkosten [1 als vermeld in artikel 8, § 2 en § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap]1.
[1 De overgang naar een systeem waarbij de gebruiker zelf instaat voor de woon- en leefkosten is alleen mogelijk als het FAM kan aantonen dat het mogelijk is om alleen de woon- en leefkosten, vermeld in artikel 8, § 3, van het voormelde besluit van 4 februari 2011, aan te rekenen, en dat er intern compensaties werden gerealiseerd voor het deel van de financiële bijdragen dat de woon- en leefkosten oversteeg.
Het agentschap gaat in het tweede semester van 2019 na welke FAM's op 31 december 2018 de overgang naar een systeem van woon- en leefkosten nog niet hebben gemaakt. Die FAM's bezorgen uiterlijk op 31 december 2019 een plan van aanpak voor de overgang naar een systeem van woon- en leefkosten op 1 januari 2021.]1
[2 Een FAM dat door het agentschap als zorgaanbieder vergund is, betaalt met ingang van 1 januari 2017 socioculturele bijdragen aan de gebruiker die gebruikmaakt van woonondersteuning en daarvoor de financiële bijdrage betaalt, op voorwaarde dat de gebruiker of zijn bewindvoerder de toelage besteedt voor activiteiten of diensten die bijdragen tot de sociale integratie of tot de handhaving ervan, tot op het ogenblik dat het FAM dat door het agentschap als zorgaanbieder vergund is, volledig is overgeschakeld op het systeem waarbij de gebruiker zelf instaat voor de woon- en leefkosten]2.
[2 Voor een gebruiker met motorische of zintuiglijke beperkingen bedraagt de bijdrage, vermeld in het vijfde lid, 2,2780 euro per nacht, vermeerderd met factor 1,65. Voor een gebruiker met lichte of matige mentale beperkingen bedraagt de bijdrage, vermeld in het vijfde lid, 1,4807 euro per nacht, vermeerderd met factor 1,65. Op jaarbasis wordt de socioculturele toelage begrensd tot respectievelijk maximaal 365 dagen of 366 dagen.
De bedragen, vermeld in het zesde lid, zijn gekoppeld aan de spilindex van de consumptieprijzen, daarvoor berekend en benoemd in het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De basis is de spilindex die geldig is op 1 januari 2014.
De bedragen, vermeld in het zesde lid, worden telkens op 1 januari en 1 juli aangepast overeenkomstig de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.]2
De FAM, dat vergund is door het agentschap als zorgaanbieder, kan, [1 na een positief advies van het collectieve overlegorgaan]1, bepalen op welke wijze ze voor de gebruikers, die op 1 januari 2017 financiële bijdragen betalen, in de periode van 1 januari 2017 tot 1 januari 2021 overgaan van een systeem van financiële bijdragen naar een systeem waarbij de gebruiker zelf instaat voor de woon- en leefkosten [1 als vermeld in artikel 8, § 2 en § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap]1.
[1 De overgang naar een systeem waarbij de gebruiker zelf instaat voor de woon- en leefkosten is alleen mogelijk als het FAM kan aantonen dat het mogelijk is om alleen de woon- en leefkosten, vermeld in artikel 8, § 3, van het voormelde besluit van 4 februari 2011, aan te rekenen, en dat er intern compensaties werden gerealiseerd voor het deel van de financiële bijdragen dat de woon- en leefkosten oversteeg.
Het agentschap gaat in het tweede semester van 2019 na welke FAM's op 31 december 2018 de overgang naar een systeem van woon- en leefkosten nog niet hebben gemaakt. Die FAM's bezorgen uiterlijk op 31 december 2019 een plan van aanpak voor de overgang naar een systeem van woon- en leefkosten op 1 januari 2021.]1
[2 Een FAM dat door het agentschap als zorgaanbieder vergund is, betaalt met ingang van 1 januari 2017 socioculturele bijdragen aan de gebruiker die gebruikmaakt van woonondersteuning en daarvoor de financiële bijdrage betaalt, op voorwaarde dat de gebruiker of zijn bewindvoerder de toelage besteedt voor activiteiten of diensten die bijdragen tot de sociale integratie of tot de handhaving ervan, tot op het ogenblik dat het FAM dat door het agentschap als zorgaanbieder vergund is, volledig is overgeschakeld op het systeem waarbij de gebruiker zelf instaat voor de woon- en leefkosten]2.
[2 Voor een gebruiker met motorische of zintuiglijke beperkingen bedraagt de bijdrage, vermeld in het vijfde lid, 2,2780 euro per nacht, vermeerderd met factor 1,65. Voor een gebruiker met lichte of matige mentale beperkingen bedraagt de bijdrage, vermeld in het vijfde lid, 1,4807 euro per nacht, vermeerderd met factor 1,65. Op jaarbasis wordt de socioculturele toelage begrensd tot respectievelijk maximaal 365 dagen of 366 dagen.
De bedragen, vermeld in het zesde lid, zijn gekoppeld aan de spilindex van de consumptieprijzen, daarvoor berekend en benoemd in het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De basis is de spilindex die geldig is op 1 januari 2014.
De bedragen, vermeld in het zesde lid, worden telkens op 1 januari en 1 juli aangepast overeenkomstig de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.]2
Art. 26. Dans le prĂ©sent article, on entend par " contributions financiĂšres : les contributions financiĂšres visĂ©es Ă l'article 22 de l'arrĂȘtĂ© du 26 fĂ©vrier 2016 [2 tel que d'application le 31 dĂ©cembre 2016]2.
Le FAM, autorisĂ© par l'agence en tant que prestataire de soins, peut, [1 aprĂšs avis positif de l'organe de concertation collective]1, dĂ©terminer pour les usagers qui, au 1er janvier 2017, paient des contributions financiĂšres, les modalitĂ©s du passage, au cours de la pĂ©riode du 1er janvier 2017 au 1er janvier 2021, d'un systĂšme de contributions financiĂšres Ă un systĂšme oĂč l'usager prend lui-mĂȘme en charge les frais de logement et de subsistance [1 tel que visĂ© Ă l'article 8, §§ 2 et 3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 fĂ©vrier 2011 relatif aux conditions gĂ©nĂ©rales d'agrĂ©ment et Ă la gestion de la qualitĂ© des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapĂ©es ]1.
[1 Le passage Ă un systĂšme dans lequel l'usager prend en charge lui-mĂȘme les frais de logement et de subsistance est uniquement possible si le FAM peut dĂ©montrer qu'il est possible d'imputer uniquement les frais de logement et de subsistance visĂ©s Ă l'article 8, § 3, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© du 4 fĂ©vrier 2011, et que des compensations internes ont Ă©tĂ© rĂ©alisĂ©es pour la partie des contributions financiĂšres qui dĂ©passait les frais de logement et de subsistance.
Dans le second trimestre de 2019, l'agence examine quels FAM n'ont pas encore rĂ©alisĂ© le passage au systĂšme oĂč l'usager prend lui-mĂȘme en charge les frais de logement et de subsistance. Le 31 dĂ©cembre 2019 au plus tard, ces FAM transmettent un plan pour le passage Ă un systĂšme oĂč l'usager prend lui-mĂȘme en charge les frais de logement et de subsistance au 1er janvier 2021. ]1
[2 A partir du 1er janvier 2017, un FAM agréé par l'agence en tant qu'offreur de soins paiera des contributions socioculturelles Ă l'utilisateur qui a recours Ă l'accompagnement au logement et paie dĂšs lors la contribution financiĂšre, Ă condition que l'utilisateur ou son administrateur dĂ©pense l'allocation pour des activitĂ©s ou des services qui contribuent Ă l'intĂ©gration sociale ou Ă son entretien, jusqu'Ă ce que le FAM agréé par l'agence en tant qu'offreur de soins ait entiĂšrement basculĂ© vers le systĂšme dans lequel l'utilisateur supporte lui-mĂȘme les frais de logement et de subsistance]2.
[2 Pour un usager ayant des limitations motrices ou sensorielles, la contribution visée à l'alinéa cinq s'élÚve à 2,2780 euros par nuit, majorée d'un facteur de 1,65. Pour un usager présentant des limitations mentales légÚres ou modérées, la contribution visée à l'alinéa cinq s'élÚve à 1,4807 euros par nuit, majorée d'un facteur de 1,65. Sur une base annuelle, l'allocation socioculturelle est plafonnée à un maximum de 365 jours ou 366 jours respectivement.
Les montants visĂ©s Ă l'alinĂ©a six sont liĂ©s Ă l'indice pivot des prix Ă la consommation, calculĂ© et citĂ© dans l'arrĂȘtĂ© royal du 24 dĂ©cembre 1993 portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays. La base est l'indice pivot valable au 1er janvier 2014.
Les montants visés à l'alinéa six sont toujours adaptés les 1er janvier et 1er juillet conformément à la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matiÚre sociale aux travailleurs indépendants.]2
Le FAM, autorisĂ© par l'agence en tant que prestataire de soins, peut, [1 aprĂšs avis positif de l'organe de concertation collective]1, dĂ©terminer pour les usagers qui, au 1er janvier 2017, paient des contributions financiĂšres, les modalitĂ©s du passage, au cours de la pĂ©riode du 1er janvier 2017 au 1er janvier 2021, d'un systĂšme de contributions financiĂšres Ă un systĂšme oĂč l'usager prend lui-mĂȘme en charge les frais de logement et de subsistance [1 tel que visĂ© Ă l'article 8, §§ 2 et 3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 fĂ©vrier 2011 relatif aux conditions gĂ©nĂ©rales d'agrĂ©ment et Ă la gestion de la qualitĂ© des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapĂ©es ]1.
[1 Le passage Ă un systĂšme dans lequel l'usager prend en charge lui-mĂȘme les frais de logement et de subsistance est uniquement possible si le FAM peut dĂ©montrer qu'il est possible d'imputer uniquement les frais de logement et de subsistance visĂ©s Ă l'article 8, § 3, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© du 4 fĂ©vrier 2011, et que des compensations internes ont Ă©tĂ© rĂ©alisĂ©es pour la partie des contributions financiĂšres qui dĂ©passait les frais de logement et de subsistance.
Dans le second trimestre de 2019, l'agence examine quels FAM n'ont pas encore rĂ©alisĂ© le passage au systĂšme oĂč l'usager prend lui-mĂȘme en charge les frais de logement et de subsistance. Le 31 dĂ©cembre 2019 au plus tard, ces FAM transmettent un plan pour le passage Ă un systĂšme oĂč l'usager prend lui-mĂȘme en charge les frais de logement et de subsistance au 1er janvier 2021. ]1
[2 A partir du 1er janvier 2017, un FAM agréé par l'agence en tant qu'offreur de soins paiera des contributions socioculturelles Ă l'utilisateur qui a recours Ă l'accompagnement au logement et paie dĂšs lors la contribution financiĂšre, Ă condition que l'utilisateur ou son administrateur dĂ©pense l'allocation pour des activitĂ©s ou des services qui contribuent Ă l'intĂ©gration sociale ou Ă son entretien, jusqu'Ă ce que le FAM agréé par l'agence en tant qu'offreur de soins ait entiĂšrement basculĂ© vers le systĂšme dans lequel l'utilisateur supporte lui-mĂȘme les frais de logement et de subsistance]2.
[2 Pour un usager ayant des limitations motrices ou sensorielles, la contribution visée à l'alinéa cinq s'élÚve à 2,2780 euros par nuit, majorée d'un facteur de 1,65. Pour un usager présentant des limitations mentales légÚres ou modérées, la contribution visée à l'alinéa cinq s'élÚve à 1,4807 euros par nuit, majorée d'un facteur de 1,65. Sur une base annuelle, l'allocation socioculturelle est plafonnée à un maximum de 365 jours ou 366 jours respectivement.
Les montants visĂ©s Ă l'alinĂ©a six sont liĂ©s Ă l'indice pivot des prix Ă la consommation, calculĂ© et citĂ© dans l'arrĂȘtĂ© royal du 24 dĂ©cembre 1993 portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays. La base est l'indice pivot valable au 1er janvier 2014.
Les montants visés à l'alinéa six sont toujours adaptés les 1er janvier et 1er juillet conformément à la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matiÚre sociale aux travailleurs indépendants.]2
Art. 27.
Art. 27.
Art. 28.
Art. 28.
Art. 29. Het agentschap betaalt een vergoeding aan de FAM's en thuisbegeleidingsdiensten voor hun medewerking als vermeld in artikel 14 en 15 van dit besluit, aan de transitie naar persoonsvolgende financiering van de meerderjarige personen met een handicap die ze ondersteunen, en aan de bijstandsorganisaties, vermeld in artikel 1, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015, die personen met een handicap die gebruikmaken van een persoonlijke-assistentiebudget of een persoonsgebonden budget, begeleiden in het kader van hun transitie naar persoonsvolgende financiering als vermeld in hoofdstuk 2 van dit besluit. De vergoeding bedraagt veertig euro per persoon met een handicap voor wie de transitie gerealiseerd moet worden.
Art. 29. L'agence paie une indemnitĂ© aux FAM et aux services d'aide Ă domicile pour leur coopĂ©ration, telle que visĂ©e aux articles 14 et 15 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, Ă la transition vers un financement qui suit la personne des personnes handicapĂ©es majeures qu'ils soutiennent, et aux organisations d'assistance visĂ©es Ă l'article 1er, 2°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 dĂ©cembre 2015, qui accompagnent les personnes handicapĂ©es qui font usage d'un budget d'assistance personnelle ou d'un budget personnalisĂ© dans le cadre de leur transition vers un financement qui suit la personne tel que visĂ© au chapitre 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. L'indemnitĂ© s'Ă©lĂšve Ă quarante euros par personne handicapĂ©e pour laquelle la transition doit ĂȘtre rĂ©alisĂ©e.
Art.29/1.
Art.29/1.
Art.29/2. [1 De personen met een handicap aan wie conform artikel 13 tot en met 23 zorggebonden punten zijn toegekend of aan wie het agentschap een budget ter beschikking heeft gesteld en die deze zorggebonden punten of dit budget uitsluitend besteden voor dagondersteuning, kunnen jaarlijks gebruik maken van dertig dagen woonondersteuning en dagondersteuning bij een voorziening die daarvoor is erkend en die gesubsidieerd wordt door het agentschap, zonder dat zij daarvoor de toegekende zorggebonden middelen of het budget dat ter beschikking is gesteld moeten besteden.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° dagondersteuning: de dagondersteuning, vermeld in artikel 1, 3°, van het besluit van 27 november 2015;
2° woonondersteuning: de woonondersteuning,vermeld in artikel 1, 23°, van het voormelde besluit. ]1
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° dagondersteuning: de dagondersteuning, vermeld in artikel 1, 3°, van het besluit van 27 november 2015;
2° woonondersteuning: de woonondersteuning,vermeld in artikel 1, 23°, van het voormelde besluit. ]1
Art.29/2. [1 Les personnes handicapées auxquelles, conformément aux articles 13 à 23, des points liés aux soins sont attribués ou auxquelles l'agence a mis à disposition un budget et qui utilisent ces points liés aux soins ou ce budget uniquement pour l'accompagnement de jour, peuvent prétendre annuellement à 30 jours d'accompagnement au logement et de jour auprÚs d'une structure qui a été reconnue à cet effet et qui est subventionnée par l'agence, sans qu'elles soient tenues d'utiliser à cet effet les moyens liés aux soins ou le budget mis à disposition.
Dans l'alinéa 1er, il faut entendre par :
1° accompagnement de jour : l'assistance de jour, visĂ©e Ă l'article 1er, 3°, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 ;
2° accompagnement au logement : l'assistance au logement visĂ©e Ă l'article 1er, 23°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©. ]1
Dans l'alinéa 1er, il faut entendre par :
1° accompagnement de jour : l'assistance de jour, visĂ©e Ă l'article 1er, 3°, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 ;
2° accompagnement au logement : l'assistance au logement visĂ©e Ă l'article 1er, 23°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©. ]1
Wijzigingen
Art.29/3. [1 In het jaar 2017 stelt het agentschap een budget ter beschikking aan de volgende personen met een handicap:
1° personen met een handicap aan wie het agentschap een persoonsvolgende convenant heeft toegewezen, die nadien het FAM waar het persoonsvolgende convenant is ingezet, verlaten hebben terwijl het FAM de middelen die ressorteren uit de persoonsvolgende convenant, inzet voor de ondersteuning van een andere persoon met een handicap;
2° personen met een handicap aan wie het agentschap een persoonsvolgende convenant heeft toegewezen, dat gedeeltelijk is ingezet op 1 april 2016 en die aantonen dat ze in de loop van het jaar 2016 inspanningen hebben geleverd om mogelijkheden te zoeken om het toegewezen persoonsvolgende convenant volledig in te zetten;
3° personen met een handicap aan wie het agentschap een persoonsvolgende convenant heeft toegewezen, dat niet is ingezet op 1 april 2016 en dat gedeeltelijk is ingezet op 31 december 2016 en die aantonen dat de volledige inzet van het persoonsvolgende convenant wenselijk is;
4° personen met een handicap aan wie het agentschap een persoonsvolgende convenant heeft toegewezen, die noch op 1 april 2016 noch op 31 december 2016 is ingezet, en die aantonen dat ze in de loop van het jaar 2016 inspanningen hebben geleverd om mogelijkheden te zoeken om het toegewezen persoonsvolgende convenant in te zetten;
5° personen met een handicap aan wie het agentschap een persoonsvolgende convenant heeft toegewezen, dat wordt ingezet bij een multifunctioneel centrum voor minderjarige personen met een handicap als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap of bij een thuisbegeleidingsdienst.
Het agentschap bepaalt het bedrag van het budget dat ter beschikking wordt gesteld wordt door de zorgvraag, die aanleiding was tot de toewijzing van een persoonsvolgende convenant, te vertalen naar ondersteuningsfuncties met maximale frequentie op basis van de rekentabel, opgenomen in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering.
In dit artikel wordt verstaan onder persoonsvolgende convenant: een persoonsvolgende convenant als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap. ]1
1° personen met een handicap aan wie het agentschap een persoonsvolgende convenant heeft toegewezen, die nadien het FAM waar het persoonsvolgende convenant is ingezet, verlaten hebben terwijl het FAM de middelen die ressorteren uit de persoonsvolgende convenant, inzet voor de ondersteuning van een andere persoon met een handicap;
2° personen met een handicap aan wie het agentschap een persoonsvolgende convenant heeft toegewezen, dat gedeeltelijk is ingezet op 1 april 2016 en die aantonen dat ze in de loop van het jaar 2016 inspanningen hebben geleverd om mogelijkheden te zoeken om het toegewezen persoonsvolgende convenant volledig in te zetten;
3° personen met een handicap aan wie het agentschap een persoonsvolgende convenant heeft toegewezen, dat niet is ingezet op 1 april 2016 en dat gedeeltelijk is ingezet op 31 december 2016 en die aantonen dat de volledige inzet van het persoonsvolgende convenant wenselijk is;
4° personen met een handicap aan wie het agentschap een persoonsvolgende convenant heeft toegewezen, die noch op 1 april 2016 noch op 31 december 2016 is ingezet, en die aantonen dat ze in de loop van het jaar 2016 inspanningen hebben geleverd om mogelijkheden te zoeken om het toegewezen persoonsvolgende convenant in te zetten;
5° personen met een handicap aan wie het agentschap een persoonsvolgende convenant heeft toegewezen, dat wordt ingezet bij een multifunctioneel centrum voor minderjarige personen met een handicap als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap of bij een thuisbegeleidingsdienst.
Het agentschap bepaalt het bedrag van het budget dat ter beschikking wordt gesteld wordt door de zorgvraag, die aanleiding was tot de toewijzing van een persoonsvolgende convenant, te vertalen naar ondersteuningsfuncties met maximale frequentie op basis van de rekentabel, opgenomen in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering.
In dit artikel wordt verstaan onder persoonsvolgende convenant: een persoonsvolgende convenant als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap. ]1
Art.29/3. [1 Dans l'année 2017, l'agence met à disposition un budget aux personnes handicapées suivantes :
1° des personnes en situation de handicap bénéficiaires d'une convention personnalisée attribuée par l'agence qui ont quitté ensuite le FAM dans lequel la convention personnalisée a été utilisée tandis que le FAM utilise les moyens prévus par la convention personnalisée pour une autre personne en situation de handicap ;
2° des personnes en situation de handicap bénéficiaires d'une convention personnalisée attribuée par l'agence qui a été partiellement utilisée au 1er avril 2016 et qui démontrent qu'elles ont fait des efforts au cours de l'année 2016 pour utiliser la totalité des moyens de la convention personnalisée attribuée ;
3° des personnes en situation de handicap bénéficiaires d'une convention personnalisée attribuée par l'agence qui n'est pas utilisée au 1er avril 2016 et qui est partiellement utilisée au 31 décembre 2016 et qui démontrent qu'il est souhaitable d'utiliser la totalité des moyens de la convention personnalisée ;
4° des personnes en situation de handicap bénéficiaires d'une convention personnalisée attribuée par l'agence qui n'est utilisée ni au 1er avril 2016 ni au 31 décembre 2016 et qui démontrent qu'elles ont fait des efforts au cours de l'année 2016 pour utiliser la totalité des moyens de la convention personnalisée attribuée ;
5° des personnes en situation de handicap bĂ©nĂ©ficiaires d'une convention personnalisĂ©e attribuĂ©e par l'agence qui est utilisĂ©e auprĂšs d'un centre multifonctionnel pour personnes handicapĂ©es mineures au sens de l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures ou auprĂšs d'un service d'aide Ă domicile.
L'agence dĂ©termine le montant du budget qui est mis Ă disposition par la demande d'aide qui donnait lieu Ă l'attribution de la convention personnalisĂ©e, Ă traduire vers des fonctions d'accompagnement avec une frĂ©quence maximale sur la base d'un tableau de calcul figurant Ă l'annexe de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active vers le financement personnalisĂ©.
Dans le prĂ©sent article, on entend par convention personnalisĂ©e : la convention personnalisĂ©e au sens de l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 portant des mesures visant Ă rencontrer les besoins urgents des personnes handicapĂ©es.]1
1° des personnes en situation de handicap bénéficiaires d'une convention personnalisée attribuée par l'agence qui ont quitté ensuite le FAM dans lequel la convention personnalisée a été utilisée tandis que le FAM utilise les moyens prévus par la convention personnalisée pour une autre personne en situation de handicap ;
2° des personnes en situation de handicap bénéficiaires d'une convention personnalisée attribuée par l'agence qui a été partiellement utilisée au 1er avril 2016 et qui démontrent qu'elles ont fait des efforts au cours de l'année 2016 pour utiliser la totalité des moyens de la convention personnalisée attribuée ;
3° des personnes en situation de handicap bénéficiaires d'une convention personnalisée attribuée par l'agence qui n'est pas utilisée au 1er avril 2016 et qui est partiellement utilisée au 31 décembre 2016 et qui démontrent qu'il est souhaitable d'utiliser la totalité des moyens de la convention personnalisée ;
4° des personnes en situation de handicap bénéficiaires d'une convention personnalisée attribuée par l'agence qui n'est utilisée ni au 1er avril 2016 ni au 31 décembre 2016 et qui démontrent qu'elles ont fait des efforts au cours de l'année 2016 pour utiliser la totalité des moyens de la convention personnalisée attribuée ;
5° des personnes en situation de handicap bĂ©nĂ©ficiaires d'une convention personnalisĂ©e attribuĂ©e par l'agence qui est utilisĂ©e auprĂšs d'un centre multifonctionnel pour personnes handicapĂ©es mineures au sens de l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures ou auprĂšs d'un service d'aide Ă domicile.
L'agence dĂ©termine le montant du budget qui est mis Ă disposition par la demande d'aide qui donnait lieu Ă l'attribution de la convention personnalisĂ©e, Ă traduire vers des fonctions d'accompagnement avec une frĂ©quence maximale sur la base d'un tableau de calcul figurant Ă l'annexe de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active vers le financement personnalisĂ©.
Dans le prĂ©sent article, on entend par convention personnalisĂ©e : la convention personnalisĂ©e au sens de l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 portant des mesures visant Ă rencontrer les besoins urgents des personnes handicapĂ©es.]1
Wijzigingen
Art.29/4. [1 De beslissing van het agentschap, vermeld in artikel 23, vervalt op 1 januari 2020 als de ondersteuning in het FAM of de thuisbegeleidingsdienst die conform artikel 13 tot en met 23 is vertaald in een aantal zorggebonden middelen, is verleend op basis van een beslissing van het agentschap waarbij de toewijzing van de ondersteuning van het FAM of de thuisbegeleidingsdienst werd beperkt in de tijd behalve als vóór die datum een aanvraag tot herziening conform artikel 24 van dit besluit is ingediend.
Als de budgetcategorie, vermeld in de beslissing tot toewijzing, na de herziening, vermeld in het eerste lid, lager is dan het aantal zorggebonden middelen, vermeld in de beslissing, vermeld in artikel 23, stelt het agentschap de lagere budgetcategorie ter beschikking met ingang van de eerste dag van de vierde maand na de datum die opgenomen is in de beslissing tot toewijzing.
Als de budgetcategorie, vermeld in de beslissing tot toewijzing, na de herziening hoger is dan het aantal zorggebonden middelen dat conform artikel 23 van dit besluit is meegedeeld door het agentschap, kan het aantal zorggebonden middelen dat conform artikel 23 van dit besluit is meegedeeld door het agentschap, ook na 1 januari 2020 besteed worden als een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning. Het agentschap legt het dossier voor aan de regionale prioriteitencommissie, vermeld in artikel 23 van het besluit van 27 november 2015, voor het deel van de budgetcategorie dat het aantal zorggebonden middelen of de zorggebonden punten, vermeld in de beslissing, vermeld in artikel 23 van dit besluit, overschrijdt. ]1
Als de budgetcategorie, vermeld in de beslissing tot toewijzing, na de herziening, vermeld in het eerste lid, lager is dan het aantal zorggebonden middelen, vermeld in de beslissing, vermeld in artikel 23, stelt het agentschap de lagere budgetcategorie ter beschikking met ingang van de eerste dag van de vierde maand na de datum die opgenomen is in de beslissing tot toewijzing.
Als de budgetcategorie, vermeld in de beslissing tot toewijzing, na de herziening hoger is dan het aantal zorggebonden middelen dat conform artikel 23 van dit besluit is meegedeeld door het agentschap, kan het aantal zorggebonden middelen dat conform artikel 23 van dit besluit is meegedeeld door het agentschap, ook na 1 januari 2020 besteed worden als een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning. Het agentschap legt het dossier voor aan de regionale prioriteitencommissie, vermeld in artikel 23 van het besluit van 27 november 2015, voor het deel van de budgetcategorie dat het aantal zorggebonden middelen of de zorggebonden punten, vermeld in de beslissing, vermeld in artikel 23 van dit besluit, overschrijdt. ]1
Art.29/4.[1 La dĂ©cision de l'agence visĂ©e Ă l'article 23, Ă©choit au 1er janvier 2020 lorsque l'accompagnement par un FAM ou le service d'aide Ă domicile qui a Ă©tĂ© traduit conformĂ©ment aux articles 13 Ă 23 en un nombre de moyens liĂ©s aux soins, est attribuĂ© sur la base d'une dĂ©cision de l'agence par laquelle l'attribution de l'accompagnement par le FAM ou le service d'aide Ă domicile a Ă©tĂ© limitĂ©e dans le temps sauf si avant cette date une demande de rĂ©vision a Ă©tĂ© dĂ©posĂ©e conformĂ©ment Ă l'article 24 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Lorsque la catégorie budgétaire visée à la décision d'attribution est inférieure, aprÚs la révision visée à l'alinéa 1er, au nombre de moyens liés aux soins prévu à la décision visée à l'article 23, l'agence met à disposition la catégorie budgétaire inférieure à compter du premier jour du quatriÚme mois aprÚs la date figurant dans la décision d'attribution.
Lorsque la catĂ©gorie budgĂ©taire visĂ©e Ă la dĂ©cision d'attribution est supĂ©rieure, aprĂšs rĂ©vision, au nombre de moyens liĂ©s aux soins qui est communiquĂ© par l'agence, conformĂ©ment Ă l'article 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le nombre de moyens liĂ©s aux soins communiquĂ© par l'agence conformĂ©ment Ă l'article 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, peut Ă©galement ĂȘtre affectĂ© aprĂšs le 1er janvier 2020 Ă un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles. L'agence transmet le dossier Ă la commission rĂ©gionale des prioritĂ©s visĂ©e Ă l'article de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 pour la partie de la catĂ©gorie budgĂ©taire qui dĂ©passe le nombre de moyens liĂ©s aux soins ou les points liĂ©s aux soins visĂ©s Ă la dĂ©cision mentionnĂ©e Ă l'article 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ]1
Lorsque la catégorie budgétaire visée à la décision d'attribution est inférieure, aprÚs la révision visée à l'alinéa 1er, au nombre de moyens liés aux soins prévu à la décision visée à l'article 23, l'agence met à disposition la catégorie budgétaire inférieure à compter du premier jour du quatriÚme mois aprÚs la date figurant dans la décision d'attribution.
Lorsque la catĂ©gorie budgĂ©taire visĂ©e Ă la dĂ©cision d'attribution est supĂ©rieure, aprĂšs rĂ©vision, au nombre de moyens liĂ©s aux soins qui est communiquĂ© par l'agence, conformĂ©ment Ă l'article 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le nombre de moyens liĂ©s aux soins communiquĂ© par l'agence conformĂ©ment Ă l'article 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, peut Ă©galement ĂȘtre affectĂ© aprĂšs le 1er janvier 2020 Ă un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles. L'agence transmet le dossier Ă la commission rĂ©gionale des prioritĂ©s visĂ©e Ă l'article de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 pour la partie de la catĂ©gorie budgĂ©taire qui dĂ©passe le nombre de moyens liĂ©s aux soins ou les points liĂ©s aux soins visĂ©s Ă la dĂ©cision mentionnĂ©e Ă l'article 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ]1
Art.29/5.
Art.29/5.
Art.29/6.[1 § 1. In dit artikel wordt verstaan onder bijstandsorganisatie: de bijstandsorganisaties die door het agentschap zijn vergund conform het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering.
§ 2. In de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 kan het agentschap de bijstandsorganisaties subsidies toekennen die als volgt kunnen worden aangewend:
1° het verlenen van meer hoogdrempelige individuele bijstand als vermeld in artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering, aan meerderjarige personen met een handicap aan wie conform artikel 13 tot en met 23 een aantal zorggebonden punten werd toegekend dat kan worden besteed als een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning [3 of aan wie een budget is ter beschikking gesteld]3;
2° het betalen van het lidgeld, vermeld in artikel 1 van het ministerieel besluit van 1 juli 2016 tot vaststelling van het lidgeld dat bijstandsorganisaties aanrekenen aan budgethouders in het kader van persoonsvolgende financiering, voor de personen met een handicap, vermeld in punt 1°.
Het totale bedrag van de subsidies, vermeld in het tweede lid, bedraagt jaarlijks maximaal 500.000 euro.
Het totale subsidiebedrag, vermeld in het tweede lid, wordt over de verschillende bijstandsorganisaties verdeeld op basis van een verdeelsleutel. Deze verdeelsleutel zal telkens na afloop van zes maanden door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, worden aangepast rekening houdend met het aantal leden van elke bijstandsorganisatie gedurende de afgelopen periode van zes maanden en rekening houdend met de meer hoogdrempelige individuele bijstand, vermeld in het eerste lid, 1°, die elke bijstandsorganisaties in de voorbije zes maanden heeft verleend en de vergoeding die hiervoor werd gehanteerd.
Voor de eerste zes maanden van het kalenderjaar 2017 geldt volgende verdeelsleutel:
1° Onafhankelijk leven: 38%;
3° Absoluut: 38%;
3° Alin: 12%;
4° ZOOM: 12%.
De bijstandsorganisaties registeren bij het agentschap permanent volgende gegevens:
1° de identificatiegegevens van de personen met een handicap voor wie het lidgeld, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt betaald;
2° de identificatiegegevens van de personen met een handicap aan wie hoogdrempelige individuele bijstand wordt verleend;
3° het bedrag van de vergoeding van de hoogdrempelige individuele bijstand, vermeld in punt 2°, dat wordt gehanteerd.
Het agentschap bepaalt de wijze waarop de registratie moet gebeuren.
De bijstandsorganisaties kunnen voor elke persoon met een handicap, vermeld in het eerste lid, 1°, voor de gehele periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 lidgelden en meer hoogdrempelige individuele bijstand registeren voor een totaal bedrag van maximum 300 euro en kunnen maximaal 20 % van het subsidiebedrag waarop de bijstandsorganisatie voor een semester recht heeft conform het derde lid en in voorkomend geval het vierde lid, aanwenden conform het eerste lid, 2°.
[2 In afwijking van het zevende lid kunnen de bijstandsorganisaties voor de gehele periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 voor een persoon met een handicap lidgelden en meer hoogdrempelige individuele bijstand registeren voor een totaal bedrag van maximaal 2000 euro, op voorwaarde dat ze aantonen dat het gelet op de specifieke situatie van de persoon met handicap noodzakelijk is meer, meer hoogdrempelige individuele bijstand te bieden.]2
§ 3. Het agentschap betaalt 80% van de helft van het jaarlijks subsidiebedrag, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, in de maand januari van het kalenderjaar waarop de subsidies betrekking hebben op basis van de verdeelsleutel, vermeld in paragraaf 2, derde lid, die voor het semester waarvoor de subsidies worden betaald, is vastgesteld.
In afwijking van het eerste lid betaalt het agentschap voor het eerste semester van het kalenderjaar 2017, 80% van de helft van het jaarlijks subsidiebedrag op basis van de verdeelsleutel, vermeld in paragraaf 2, vierde lid, in de maand maart van het jaar 2017.
Het agentschap betaalt 80% van de tweede helft van het jaarlijks subsidiebedrag, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, in de maand juli van het kalenderjaar waarop de subsidies betrekking hebben op basis van de verdeelsleutel, vermeld in paragraaf 2, derde lid, die voor het semester waarvoor de subsidies worden betaald is vastgesteld.
In het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de subsidies, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, betrekking hebben, betaalt het agentschap de resterende 20% van de subsidies waarop de bijstandsorganisatie voor dat kalenderjaar recht heeft conform paragraaf 2, derde lid en in voorkomend geval vierde lid, zonder dat het totale subsidiebedrag dat het agentschap voor een kalenderjaar aan een bijstandsorganisatie betaalt - hoger kan zijn dan het totale bedrag van de lidgelden en de meer hoogdrempelige individuele bijstand die de bijstandsorganisatie voor dat kalenderjaar heeft geregistreerd.
Als het totale bedrag van de lidgelden en de meer hoogdrempelige individuele bijstand die de bijstandsorganisatie voor een kalenderjaar heeft geregistreerd lager is dan het subsidiebedrag dat het agentschap conform het eerste tot en met derde lid, voor dat kalenderjaar heeft betaald, moet de bijstandsorganisatie het verschil terugstorten aan het agentschap.
Als een bijstandsorganisatie een deel van de subsidies die het agentschap heeft betaald voor een kalenderjaar conform het vijfde lid moet terugbetalen of als het agentschap een deel van de subsidies waarop een bijstandsorganisatie voor een kalenderjaar recht heeft conform paragraaf 2, derde lid en in voorkomend geval vierde lid, conform het vierde lid niet kan betalen, kan het agentschap de subsidies die moeten worden terugbetaald of die niet kunnen worden betaald verdelen over de bijstandsorganisaties voor wie het totale bedrag van de lidgelden en de meer hoogdrempelige individuele bijstand die voor dat kalenderjaar zijn geregistreerd groter is dan het subsidiebedrag waarop de bijstandsorganisatie voor dat kalenderjaar recht heeft conform paragraaf 2, derde en in voorkomend geval vierde lid. De verdeling gebeurt rekening houdend met het verschil tussen het totale bedrag van de lidgelden en de meer hoogdrempelige individuele bijstand die de bijstandsorganisaties voor het kalenderjaar hebben geregistreerd en het totale subsidiebedrag waarop de bijstandsorganisaties voor dat kalenderjaar recht hebben conform paragraaf 2, derde lid en in voorkomend geval vierde lid. Het agentschap kan voor een kalenderjaar jaar evenwel niet meer subsidies betalen dan het totale bedrag van de lidgelden en de meer hoogdrempelige individuele bijstand die een bijstandsorganisatie voor dat kalenderjaar heeft geregistreerd ]1
§ 2. In de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 kan het agentschap de bijstandsorganisaties subsidies toekennen die als volgt kunnen worden aangewend:
1° het verlenen van meer hoogdrempelige individuele bijstand als vermeld in artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering, aan meerderjarige personen met een handicap aan wie conform artikel 13 tot en met 23 een aantal zorggebonden punten werd toegekend dat kan worden besteed als een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning [3 of aan wie een budget is ter beschikking gesteld]3;
2° het betalen van het lidgeld, vermeld in artikel 1 van het ministerieel besluit van 1 juli 2016 tot vaststelling van het lidgeld dat bijstandsorganisaties aanrekenen aan budgethouders in het kader van persoonsvolgende financiering, voor de personen met een handicap, vermeld in punt 1°.
Het totale bedrag van de subsidies, vermeld in het tweede lid, bedraagt jaarlijks maximaal 500.000 euro.
Het totale subsidiebedrag, vermeld in het tweede lid, wordt over de verschillende bijstandsorganisaties verdeeld op basis van een verdeelsleutel. Deze verdeelsleutel zal telkens na afloop van zes maanden door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, worden aangepast rekening houdend met het aantal leden van elke bijstandsorganisatie gedurende de afgelopen periode van zes maanden en rekening houdend met de meer hoogdrempelige individuele bijstand, vermeld in het eerste lid, 1°, die elke bijstandsorganisaties in de voorbije zes maanden heeft verleend en de vergoeding die hiervoor werd gehanteerd.
Voor de eerste zes maanden van het kalenderjaar 2017 geldt volgende verdeelsleutel:
1° Onafhankelijk leven: 38%;
3° Absoluut: 38%;
3° Alin: 12%;
4° ZOOM: 12%.
De bijstandsorganisaties registeren bij het agentschap permanent volgende gegevens:
1° de identificatiegegevens van de personen met een handicap voor wie het lidgeld, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt betaald;
2° de identificatiegegevens van de personen met een handicap aan wie hoogdrempelige individuele bijstand wordt verleend;
3° het bedrag van de vergoeding van de hoogdrempelige individuele bijstand, vermeld in punt 2°, dat wordt gehanteerd.
Het agentschap bepaalt de wijze waarop de registratie moet gebeuren.
De bijstandsorganisaties kunnen voor elke persoon met een handicap, vermeld in het eerste lid, 1°, voor de gehele periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 lidgelden en meer hoogdrempelige individuele bijstand registeren voor een totaal bedrag van maximum 300 euro en kunnen maximaal 20 % van het subsidiebedrag waarop de bijstandsorganisatie voor een semester recht heeft conform het derde lid en in voorkomend geval het vierde lid, aanwenden conform het eerste lid, 2°.
[2 In afwijking van het zevende lid kunnen de bijstandsorganisaties voor de gehele periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 voor een persoon met een handicap lidgelden en meer hoogdrempelige individuele bijstand registeren voor een totaal bedrag van maximaal 2000 euro, op voorwaarde dat ze aantonen dat het gelet op de specifieke situatie van de persoon met handicap noodzakelijk is meer, meer hoogdrempelige individuele bijstand te bieden.]2
§ 3. Het agentschap betaalt 80% van de helft van het jaarlijks subsidiebedrag, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, in de maand januari van het kalenderjaar waarop de subsidies betrekking hebben op basis van de verdeelsleutel, vermeld in paragraaf 2, derde lid, die voor het semester waarvoor de subsidies worden betaald, is vastgesteld.
In afwijking van het eerste lid betaalt het agentschap voor het eerste semester van het kalenderjaar 2017, 80% van de helft van het jaarlijks subsidiebedrag op basis van de verdeelsleutel, vermeld in paragraaf 2, vierde lid, in de maand maart van het jaar 2017.
Het agentschap betaalt 80% van de tweede helft van het jaarlijks subsidiebedrag, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, in de maand juli van het kalenderjaar waarop de subsidies betrekking hebben op basis van de verdeelsleutel, vermeld in paragraaf 2, derde lid, die voor het semester waarvoor de subsidies worden betaald is vastgesteld.
In het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de subsidies, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, betrekking hebben, betaalt het agentschap de resterende 20% van de subsidies waarop de bijstandsorganisatie voor dat kalenderjaar recht heeft conform paragraaf 2, derde lid en in voorkomend geval vierde lid, zonder dat het totale subsidiebedrag dat het agentschap voor een kalenderjaar aan een bijstandsorganisatie betaalt - hoger kan zijn dan het totale bedrag van de lidgelden en de meer hoogdrempelige individuele bijstand die de bijstandsorganisatie voor dat kalenderjaar heeft geregistreerd.
Als het totale bedrag van de lidgelden en de meer hoogdrempelige individuele bijstand die de bijstandsorganisatie voor een kalenderjaar heeft geregistreerd lager is dan het subsidiebedrag dat het agentschap conform het eerste tot en met derde lid, voor dat kalenderjaar heeft betaald, moet de bijstandsorganisatie het verschil terugstorten aan het agentschap.
Als een bijstandsorganisatie een deel van de subsidies die het agentschap heeft betaald voor een kalenderjaar conform het vijfde lid moet terugbetalen of als het agentschap een deel van de subsidies waarop een bijstandsorganisatie voor een kalenderjaar recht heeft conform paragraaf 2, derde lid en in voorkomend geval vierde lid, conform het vierde lid niet kan betalen, kan het agentschap de subsidies die moeten worden terugbetaald of die niet kunnen worden betaald verdelen over de bijstandsorganisaties voor wie het totale bedrag van de lidgelden en de meer hoogdrempelige individuele bijstand die voor dat kalenderjaar zijn geregistreerd groter is dan het subsidiebedrag waarop de bijstandsorganisatie voor dat kalenderjaar recht heeft conform paragraaf 2, derde en in voorkomend geval vierde lid. De verdeling gebeurt rekening houdend met het verschil tussen het totale bedrag van de lidgelden en de meer hoogdrempelige individuele bijstand die de bijstandsorganisaties voor het kalenderjaar hebben geregistreerd en het totale subsidiebedrag waarop de bijstandsorganisaties voor dat kalenderjaar recht hebben conform paragraaf 2, derde lid en in voorkomend geval vierde lid. Het agentschap kan voor een kalenderjaar jaar evenwel niet meer subsidies betalen dan het totale bedrag van de lidgelden en de meer hoogdrempelige individuele bijstand die een bijstandsorganisatie voor dat kalenderjaar heeft geregistreerd ]1
Art.29/6.[1 § 1er. Dans le prĂ©sent article, on entend par organisations d'assistance : les organisations d'assistance autorisĂ©es par l'agence conformĂ©ment Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 dĂ©cembre 2015 portant conditions d'autorisation et rĂšglement de subventions des organisations d'assistance aux bĂ©nĂ©ficiaires d'enveloppe dans le cadre du financement personnalisĂ©.
§ 2. Dans la pĂ©riode du 1er janvier 2017 au 31 dĂ©cembre 2019, l'agence peut octroyer des subventions aux organisations d'assistance qui peuvent ĂȘtre utilisĂ©es comme suit :
1° la prestation d'une assistance individuelle moins accessible telle que visĂ©e Ă l'article 12 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 dĂ©cembre 2015 portant conditions d'autorisation et rĂšglement de subvention des organisations d'assistance aux bĂ©nĂ©ficiaires d'enveloppe dans le cadre du financement personnalisĂ©, Ă des personnes majeures en situation de handicap Ă qui, conformĂ©ment Ă l'article 13 Ă 23, il a Ă©tĂ© octroyĂ© un nombre de points liĂ©s aux soins qui peut ĂȘtre affectĂ© Ă un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles [3 ou Ă disposition desquelles un budget a Ă©tĂ© mis]3 ;
2° le paiement de la cotisation de membre, visĂ©e Ă l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 1er juillet 2016 fixant la cotisation de membre que les organisations d'assistance demandent aux bĂ©nĂ©ficiaires d'enveloppe dans le cadre du financement personnalisĂ©, pour les personnes en situation de handicap, visĂ©es au point 1°.
Le montant total des subventions visé à l'alinéa 2 s'élÚve au maximum 500.000 euros par an.
Le montant total de subventions visé à l'alinéa 2 est réparti sur les différentes organisations d'assistance sur la base d'une clé de répartition. Chaque fois à l'issue d'un délai de six mois, cette clé de répartition sera adaptée par le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions, en tenant compte du nombre de membres de chaque organisation d'assistance pendant la période écoulée de six mois et tenant compte de l'assistance individuelle moins accessible visée à l'alinéa 1er, 1°, offerte par chaque organisation d'assistance dans les six mois écoulés et de l'indemnité qui a été appliquée à cet effet.
Pour les six premiers mois de l'année calendaire 2017, la clé de répartition suivante est d'application :
1° Onafhankelijk leven (Vie autonome): 38% ;
3° Absoluut : 38% ;
3° Alin : 12% ;
4° ZOOM : 12%.
Les organisations d'assistance enregistrent en permanence les données suivantes auprÚs de l'agence :
1° les données d'identification des personnes en situation de handicap pour qui la cotisation de membre visée à l'alinéa 1er, 2°, est payée ;
2° les données d'identification des personnes en situation de handicap à qui une assistance individuelle moins accessible est fournie ;
3° le montant de l'indemnisation de l'assistance individuelle moins accessible visée au point 2° qui est appliqué.
L'agence définit les modalités de l'enregistrement.
Les organisations d'assistance peuvent enregistrer pour chaque personne en situation de handicap visée à l'alinéa 1er, 1°, pour la période entiÚre du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2019, des cotisations de membre et l'assistance individuelle moins accessible pour un montant total de 300 euros au maximum et peuvent affecter, conformément à l'alinéa 1er, 2°, au maximum 20% du montant de la subvention auquel l'organisation d'assistance a droit pour un semestre conformément à l'alinéa 3 et, le cas échéant, l'alinéa 4.
[2 Par dérogation à l'alinéa sept, les organismes d'assistance peuvent, pour toute la période du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2019, enregistrer des cotisations et une assistance individuelle plus accessible pour une personne handicapée pour un montant total allant jusqu'à 2 000 euros, à condition qu'elles démontrent qu'il est nécessaire d'offrir davantage d'assistance individuelle plus accessible compte tenu de la situation spécifique de la personne handicapée.]2
§ 3. L'agence paie 80% de la moitié du montant annuel de la subvention visé au paragraphe 2, alinéa 2, au mois de janvier de l'année calendaire à laquelle les subventions se rapportent sur la base de la clé de répartition visée au paragraphe 2, alinéa 3, qui a été déterminée pour le semestre pour lequel les subventions sont payées.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'agence paie pour le premier semestre de l'année calendaire 2017, 80% de la moitié du montant annuel de la subvention sur la base de la clé de répartition visée au paragraphe 2, alinéa 4, dans le mois de mars de l'année 2017.
L'agence paie 80% de la deuxiÚme moitié du montant annuel de la subvention visé au paragraphe 2, alinéa 2, au mois de juillet de l'année calendaire à laquelle les subventions se rapportent sur la base de la clé de répartition visée au paragraphe 2, alinéa 3, qui est déterminée pour le semestre pour lequel les subventions sont payées.
Dans l'annĂ©e calendaire qui suit l'annĂ©e calendaire Ă laquelle les subventions visĂ©es au paragraphe 2, alinĂ©a 1er, se rapportent, l'agence paie les 20% restants des subventions auxquelles l'organisation d'assistance a droit pour cette annĂ©e calendaire conformĂ©ment au paragraphe 2, alinĂ©a 3, et, le cas Ă©chĂ©ant, alinĂ©a 4, sans que le montant total de la subvention que l'agence paie pour une annĂ©e calendaire Ă une organisation d'assistance puisse ĂȘtre supĂ©rieur au montant total des cotisations de membre et de l'assistance individuelle moins accessible que l'organisation d'assistance a enregistrĂ© pour cette annĂ©e calendaire.
Lorsque le montant total des cotisations de membre et de l'assistance individuelle moins accessible que l'organisation d'assistance a enregistrées pour une année calendaire est inférieur au montant de la subvention que l'agence a payé conformément aux alinéas 1er à 3, pour cette année calendaire, l'organisation d'assistance doit restituer la différence à l'agence.
Lorsqu'une organisation d'assistance doit restituer une partie des subventions payĂ©es par l'agence pour une annĂ©e calendaire conformĂ©ment Ă l'alinĂ©a 5 ou lorsque l'agence ne peut pas payer une partie des subventions auxquelles une organisation d'assistance a droit pour une annĂ©e calendaire conformĂ©ment au paragraphe 2, alinĂ©a 3 et, le cas Ă©chĂ©ant, alinĂ©a 4, conformĂ©ment Ă l'alinĂ©a 4, l'agence peut rĂ©partir les subventions Ă restituer ou ne pouvant pas ĂȘtre payĂ©es sur les organisations d'assistance pour lesquelles le montant total des cotisations de membre et de l'assistance individuelle moins accessible enregistrĂ©es pour cette annĂ©e calendaire est supĂ©rieur au montant de la subvention auquel l'organisation d'assistance a droit pour cette annĂ©e calendaire conformĂ©ment au paragraphe 2, alinĂ©a 3 et, le cas Ă©chĂ©ant, alinĂ©a 4. La rĂ©partition s'effectue en tenant compte de la diffĂ©rence entre le montant total des cotisations de membre et de l'assistance individuelle moins accessible que les organisations d'assistance a enregistrĂ©es pour l'annĂ©e calendaire et le montant total de la subvention auquel les organisations d'assistance ont droit pour cette annĂ©e calendaire conformĂ©ment au paragraphe 2, alinĂ©a 3 et, le cas Ă©chĂ©ant, alinĂ©a 4. L'agence ne peut pas payer pour une annĂ©e calendaire des subventions plus Ă©levĂ©es que le montant total des cotisations de membre et de l'assistance individuelle moins accessible qu'une organisation d'assistance a enregistrĂ©es pour cette annĂ©e calendaire.]1
§ 2. Dans la pĂ©riode du 1er janvier 2017 au 31 dĂ©cembre 2019, l'agence peut octroyer des subventions aux organisations d'assistance qui peuvent ĂȘtre utilisĂ©es comme suit :
1° la prestation d'une assistance individuelle moins accessible telle que visĂ©e Ă l'article 12 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 dĂ©cembre 2015 portant conditions d'autorisation et rĂšglement de subvention des organisations d'assistance aux bĂ©nĂ©ficiaires d'enveloppe dans le cadre du financement personnalisĂ©, Ă des personnes majeures en situation de handicap Ă qui, conformĂ©ment Ă l'article 13 Ă 23, il a Ă©tĂ© octroyĂ© un nombre de points liĂ©s aux soins qui peut ĂȘtre affectĂ© Ă un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles [3 ou Ă disposition desquelles un budget a Ă©tĂ© mis]3 ;
2° le paiement de la cotisation de membre, visĂ©e Ă l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 1er juillet 2016 fixant la cotisation de membre que les organisations d'assistance demandent aux bĂ©nĂ©ficiaires d'enveloppe dans le cadre du financement personnalisĂ©, pour les personnes en situation de handicap, visĂ©es au point 1°.
Le montant total des subventions visé à l'alinéa 2 s'élÚve au maximum 500.000 euros par an.
Le montant total de subventions visé à l'alinéa 2 est réparti sur les différentes organisations d'assistance sur la base d'une clé de répartition. Chaque fois à l'issue d'un délai de six mois, cette clé de répartition sera adaptée par le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions, en tenant compte du nombre de membres de chaque organisation d'assistance pendant la période écoulée de six mois et tenant compte de l'assistance individuelle moins accessible visée à l'alinéa 1er, 1°, offerte par chaque organisation d'assistance dans les six mois écoulés et de l'indemnité qui a été appliquée à cet effet.
Pour les six premiers mois de l'année calendaire 2017, la clé de répartition suivante est d'application :
1° Onafhankelijk leven (Vie autonome): 38% ;
3° Absoluut : 38% ;
3° Alin : 12% ;
4° ZOOM : 12%.
Les organisations d'assistance enregistrent en permanence les données suivantes auprÚs de l'agence :
1° les données d'identification des personnes en situation de handicap pour qui la cotisation de membre visée à l'alinéa 1er, 2°, est payée ;
2° les données d'identification des personnes en situation de handicap à qui une assistance individuelle moins accessible est fournie ;
3° le montant de l'indemnisation de l'assistance individuelle moins accessible visée au point 2° qui est appliqué.
L'agence définit les modalités de l'enregistrement.
Les organisations d'assistance peuvent enregistrer pour chaque personne en situation de handicap visée à l'alinéa 1er, 1°, pour la période entiÚre du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2019, des cotisations de membre et l'assistance individuelle moins accessible pour un montant total de 300 euros au maximum et peuvent affecter, conformément à l'alinéa 1er, 2°, au maximum 20% du montant de la subvention auquel l'organisation d'assistance a droit pour un semestre conformément à l'alinéa 3 et, le cas échéant, l'alinéa 4.
[2 Par dérogation à l'alinéa sept, les organismes d'assistance peuvent, pour toute la période du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2019, enregistrer des cotisations et une assistance individuelle plus accessible pour une personne handicapée pour un montant total allant jusqu'à 2 000 euros, à condition qu'elles démontrent qu'il est nécessaire d'offrir davantage d'assistance individuelle plus accessible compte tenu de la situation spécifique de la personne handicapée.]2
§ 3. L'agence paie 80% de la moitié du montant annuel de la subvention visé au paragraphe 2, alinéa 2, au mois de janvier de l'année calendaire à laquelle les subventions se rapportent sur la base de la clé de répartition visée au paragraphe 2, alinéa 3, qui a été déterminée pour le semestre pour lequel les subventions sont payées.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'agence paie pour le premier semestre de l'année calendaire 2017, 80% de la moitié du montant annuel de la subvention sur la base de la clé de répartition visée au paragraphe 2, alinéa 4, dans le mois de mars de l'année 2017.
L'agence paie 80% de la deuxiÚme moitié du montant annuel de la subvention visé au paragraphe 2, alinéa 2, au mois de juillet de l'année calendaire à laquelle les subventions se rapportent sur la base de la clé de répartition visée au paragraphe 2, alinéa 3, qui est déterminée pour le semestre pour lequel les subventions sont payées.
Dans l'annĂ©e calendaire qui suit l'annĂ©e calendaire Ă laquelle les subventions visĂ©es au paragraphe 2, alinĂ©a 1er, se rapportent, l'agence paie les 20% restants des subventions auxquelles l'organisation d'assistance a droit pour cette annĂ©e calendaire conformĂ©ment au paragraphe 2, alinĂ©a 3, et, le cas Ă©chĂ©ant, alinĂ©a 4, sans que le montant total de la subvention que l'agence paie pour une annĂ©e calendaire Ă une organisation d'assistance puisse ĂȘtre supĂ©rieur au montant total des cotisations de membre et de l'assistance individuelle moins accessible que l'organisation d'assistance a enregistrĂ© pour cette annĂ©e calendaire.
Lorsque le montant total des cotisations de membre et de l'assistance individuelle moins accessible que l'organisation d'assistance a enregistrées pour une année calendaire est inférieur au montant de la subvention que l'agence a payé conformément aux alinéas 1er à 3, pour cette année calendaire, l'organisation d'assistance doit restituer la différence à l'agence.
Lorsqu'une organisation d'assistance doit restituer une partie des subventions payĂ©es par l'agence pour une annĂ©e calendaire conformĂ©ment Ă l'alinĂ©a 5 ou lorsque l'agence ne peut pas payer une partie des subventions auxquelles une organisation d'assistance a droit pour une annĂ©e calendaire conformĂ©ment au paragraphe 2, alinĂ©a 3 et, le cas Ă©chĂ©ant, alinĂ©a 4, conformĂ©ment Ă l'alinĂ©a 4, l'agence peut rĂ©partir les subventions Ă restituer ou ne pouvant pas ĂȘtre payĂ©es sur les organisations d'assistance pour lesquelles le montant total des cotisations de membre et de l'assistance individuelle moins accessible enregistrĂ©es pour cette annĂ©e calendaire est supĂ©rieur au montant de la subvention auquel l'organisation d'assistance a droit pour cette annĂ©e calendaire conformĂ©ment au paragraphe 2, alinĂ©a 3 et, le cas Ă©chĂ©ant, alinĂ©a 4. La rĂ©partition s'effectue en tenant compte de la diffĂ©rence entre le montant total des cotisations de membre et de l'assistance individuelle moins accessible que les organisations d'assistance a enregistrĂ©es pour l'annĂ©e calendaire et le montant total de la subvention auquel les organisations d'assistance ont droit pour cette annĂ©e calendaire conformĂ©ment au paragraphe 2, alinĂ©a 3 et, le cas Ă©chĂ©ant, alinĂ©a 4. L'agence ne peut pas payer pour une annĂ©e calendaire des subventions plus Ă©levĂ©es que le montant total des cotisations de membre et de l'assistance individuelle moins accessible qu'une organisation d'assistance a enregistrĂ©es pour cette annĂ©e calendaire.]1
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 30. In artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 februari 2016 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1996 betreffende de erkenning en subsidiëring van thuisbegeleidingsdiensten voor personen met een handicap en van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "31 december 2016" vervangen door de woorden "31 december 2018";
2° in het tweede lid worden de woorden "1 januari 2017" vervangen door de woorden "1 januari 2019".
1° in het eerste lid worden de woorden "31 december 2016" vervangen door de woorden "31 december 2018";
2° in het tweede lid worden de woorden "1 januari 2017" vervangen door de woorden "1 januari 2019".
Art. 30. A l'article 9 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 fĂ©vrier 2016 modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 dĂ©cembre 1996 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des services d'aide Ă domicile pour handicapĂ©s et de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2013 relatif Ă l'aide directement accessible pour les personnes handicapĂ©es, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° à l'alinéa 1er, les mots " 31 décembre 2016 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2018 " ;
2° à l'alinéa 2, les mots " 1er janvier 2017 " sont remplacés par les mots " 1er janvier 2019 " ;
1° à l'alinéa 1er, les mots " 31 décembre 2016 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2018 " ;
2° à l'alinéa 2, les mots " 1er janvier 2017 " sont remplacés par les mots " 1er janvier 2019 " ;
Art. 31. Artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 16. § 1. Na de goedkeuring van het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering en de ontvangst van het volledige multidisciplinaire verslag legt het agentschap het dossier voor aan de provinciale evaluatiecommissie.
De provinciale evaluatiecommissie bepaalt of de persoon getroffen is door een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004.
De provinciale evaluatiecommissie steunt haar beoordeling op het multidisciplinaire verslag.
De aanvrager kan vragen om te worden gehoord door de provinciale evaluatiecommissie.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 moet het dossier niet worden voorgelegd aan de provinciale evaluatiecommissie als de persoon zich in één van de situaties bevindt, vermeld in artikel 2, § 2bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. De persoon die zich in één van de situaties bevindt, vermeld in voormeld artikel 2, § 2bis wordt automatisch erkend als een persoon met een handicap als vermeld in artikel 2, 2° van het decreet van 7 mei 2004.
"Art. 16. § 1. Na de goedkeuring van het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering en de ontvangst van het volledige multidisciplinaire verslag legt het agentschap het dossier voor aan de provinciale evaluatiecommissie.
De provinciale evaluatiecommissie bepaalt of de persoon getroffen is door een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004.
De provinciale evaluatiecommissie steunt haar beoordeling op het multidisciplinaire verslag.
De aanvrager kan vragen om te worden gehoord door de provinciale evaluatiecommissie.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 moet het dossier niet worden voorgelegd aan de provinciale evaluatiecommissie als de persoon zich in één van de situaties bevindt, vermeld in artikel 2, § 2bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. De persoon die zich in één van de situaties bevindt, vermeld in voormeld artikel 2, § 2bis wordt automatisch erkend als een persoon met een handicap als vermeld in artikel 2, 2° van het decreet van 7 mei 2004.
Art. 31. L'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 16. § 1. AprÚs l'approbation du plan de soutien du financement qui suit la personne et réception du rapport multidisciplinaire complet, l'agence soumet le dossier à la commission d'évaluation provinciale.
La commission d'évaluation provinciale détermine si la personne est atteinte d'un handicap tel que visé à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004.
La commission d'évaluation provinciale fonde son appréciation sur la base du rapport multidisciplinaire.
Le demandeur peut demander Ă ĂȘtre entendu par la commission d'Ă©valuation provinciale.
§ 2. Par dĂ©rogation au paragraphe 1er, le dossier ne doit pas ĂȘtre soumis Ă la commission d'Ă©valuation provinciale si la personne se trouve dans l'une des situations visĂ©es Ă l'article 2, § 2bis de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif flamand relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprĂšs de l'Agentschap voor Personen met een Handicap (Agence flamande pour les Personnes handicapĂ©es). La personne qui se trouve dans l'une des situations visĂ©es Ă l'article 2, § 2bis, prĂ©citĂ© est reconnue d'office comme personne atteinte d'un handicap tel que visĂ© Ă l'article 2, 2°, du dĂ©cret du 7 mai 2004.
" Art. 16. § 1. AprÚs l'approbation du plan de soutien du financement qui suit la personne et réception du rapport multidisciplinaire complet, l'agence soumet le dossier à la commission d'évaluation provinciale.
La commission d'évaluation provinciale détermine si la personne est atteinte d'un handicap tel que visé à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004.
La commission d'évaluation provinciale fonde son appréciation sur la base du rapport multidisciplinaire.
Le demandeur peut demander Ă ĂȘtre entendu par la commission d'Ă©valuation provinciale.
§ 2. Par dĂ©rogation au paragraphe 1er, le dossier ne doit pas ĂȘtre soumis Ă la commission d'Ă©valuation provinciale si la personne se trouve dans l'une des situations visĂ©es Ă l'article 2, § 2bis de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif flamand relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprĂšs de l'Agentschap voor Personen met een Handicap (Agence flamande pour les Personnes handicapĂ©es). La personne qui se trouve dans l'une des situations visĂ©es Ă l'article 2, § 2bis, prĂ©citĂ© est reconnue d'office comme personne atteinte d'un handicap tel que visĂ© Ă l'article 2, 2°, du dĂ©cret du 7 mai 2004.
Art. 32. In artikel 33, § 1, vierde lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "tweede lid, 1°, a), 1)," vervangen door de zinsnede "tweede lid, 1°, a), 9),".
Art. 32. A l'article 33, § 1er, alinĂ©a 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " alinĂ©a deux, 1°, a), 1°, " est remplacĂ© par le membre de phrase " alinĂ©a 2, 1°, a), 9), ".
Art. 33. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2016.
Art. 33. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets Ă compter du 1er avril 2016.
Art. 34. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 34. Le ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Tabel 1 : Combinatie PAB en dagcentrum voor personen met ticket TNW bezigheid (tehuis niet-werkenden bezigheid)/ticket dagcentrum/geen ticket) die met de combinatie zijn gestart na 11 november 2012
Art. N. Tableau 1 : Combinaison BAP et centre de jour pour les personnes avec ticket TNW occupation (foyer pour les personnes non actives de type occupationnel) / ticket centre de jour /pas de ticket) qui ont entamé la combinaison aprÚs le 11 novembre 2012
| Budgetcategorie toegekend door de Deskundigencommissie volgens de ernstcategorie handicap op jaarbasis. | ||||||||||||
| Aantal dagdelen/ per halve dag | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 45.195,53 |
| 10 | 4769,21 | 6358,95 | 7948,69 | 9538,42 | 11128,16 | 12717,90 | 14307,63 | 15897,37 | 17487,11 | 19076,85 | 20666,59 | 22256,32 |
| 9 | 5260,76 | 7014,36 | 8767,94 | 10521,53 | 12275,12 | 14028,71 | 15782,29 | 17535,88 | 19289,48 | 21043,07 | 22796,66 | 24550,24 |
| 8 | 5752,32 | 7669,76 | 9587,20 | 11504,64 | 13422,08 | 15339,52 | 17256,96 | 19174,40 | 21091,85 | 23009,29 | 24926,73 | 26844,16 |
| 7 | 6243,87 | 8325,17 | 10406,46 | 12487,75 | 14569,04 | 16650,33 | 18731,62 | 20812,91 | 22894,21 | 24975,50 | 27056,79 | 29138,09 |
| 6 | 6735,43 | 8980,57 | 11225,72 | 13470,86 | 15716,00 | 17961,14 | 20206,28 | 22451,42 | 24696,58 | 26941,72 | 29186,86 | 31432,01 |
| 5 | 7226,98 | 9635,98 | 12044,97 | 14453,97 | 16862,96 | 19271,95 | 21680,95 | 24089,94 | 26498,95 | 28907,94 | 31316,93 | 33725,93 |
| 4 | 7718,53 | 10291,39 | 12864,23 | 15437,08 | 18009,92 | 20582,76 | 23155,61 | 25728,45 | 28301,31 | 30874,16 | 33447,00 | 36019,85 |
| 3 | 8210,09 | 10946,79 | 13683,49 | 16420,18 | 19156,88 | 21893,58 | 24630,27 | 27366,97 | 30103,68 | 32840,38 | 35577,07 | 38313,77 |
| 2 | 8701,64 | 11602,20 | 14502,75 | 17403,29 | 20303,84 | 23204,39 | 26104,93 | 29005,48 | 31906,05 | 34806,59 | 37707,14 | 40607,69 |
| 1 | 9193,20 | 12257,60 | 15322,00 | 18386,40 | 21450,80 | 24515,20 | 27579,60 | 30644,00 | 33708,41 | 36772,81 | 39837,21 | 42901,61 |
per halve dag 9.684,75 12.913,01 16.141,26 19.369,51 22.597,76 25.826,01 29.054,26 32.282,51 35.510,78 38.739,03 41.967,28 45.195,5310 4769,21 6358,95 7948,69 9538,42 11128,16 12717,90 14307,63 15897,37 17487,11 19076,85 20666,59 22256,329 5260,76 7014,36 8767,94 10521,53 12275,12 14028,71 15782,29 17535,88 19289,48 21043,07 22796,66 24550,248 5752,32 7669,76 9587,20 11504,64 13422,08 15339,52 17256,96 19174,40 21091,85 23009,29 24926,73 26844,167 6243,87 8325,17 10406,46 12487,75 14569,04 16650,33 18731,62 20812,91 22894,21 24975,50 27056,79 29138,096 6735,43 8980,57 11225,72 13470,86 15716,00 17961,14 20206,28 22451,42 24696,58 26941,72 29186,86 31432,015 7226,98 9635,98 12044,97 14453,97 16862,96 19271,95 21680,95 24089,94 26498,95 28907,94 31316,93 33725,934 7718,53 10291,39 12864,23 15437,08 18009,92 20582,76 23155,61 25728,45 28301,31 30874,16 33447,00 36019,853 8210,09 10946,79 13683,49 16420,18 19156,88 21893,58 24630,27 27366,97 30103,68 32840,38 35577,07 38313,772 8701,64 11602,20 14502,75 17403,29 20303,84 23204,39 26104,93 29005,48 31906,05 34806,59 37707,14 40607,691 9193,20 12257,60 15322,00 18386,40 21450,80 24515,20 27579,60 30644,00 33708,41 36772,81 39837,21 42901,61
Tabel 2 : Combinatie PAB en dagcentrum voor personen met ticket TNW nursing (tehuis niet-werkenden nursing) die met de combinatie zijn gestart na 11 november 2012
| Catégorie budgétaire attribuée par la commission d'experts suivant la catégorie de gravité du handicap sur une base annuelle. | ||||||||||||
| Nombre de parties de journée/ par demi-journée | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 45.195,53 |
| 10 | 4769,21 | 6358,95 | 7948,69 | 9538,42 | 11128,16 | 12717,90 | 14307,63 | 15897,37 | 17487,11 | 19076,85 | 20666,59 | 22256,32 |
| 9 | 5260,76 | 7014,36 | 8767,94 | 10521,53 | 12275,12 | 14028,71 | 15782,29 | 17535,88 | 19289,48 | 21043,07 | 22796,66 | 24550,24 |
| 8 | 5752,32 | 7669,76 | 9587,20 | 11504,64 | 13422,08 | 15339,52 | 17256,96 | 19174,40 | 21091,85 | 23009,29 | 24926,73 | 26844,16 |
| 7 | 6243,87 | 8325,17 | 10406,46 | 12487,75 | 14569,04 | 16650,33 | 18731,62 | 20812,91 | 22894,21 | 24975,50 | 27056,79 | 29138,09 |
| 6 | 6735,43 | 8980,57 | 11225,72 | 13470,86 | 15716,00 | 17961,14 | 20206,28 | 22451,42 | 24696,58 | 26941,72 | 29186,86 | 31432,01 |
| 5 | 7226,98 | 9635,98 | 12044,97 | 14453,97 | 16862,96 | 19271,95 | 21680,95 | 24089,94 | 26498,95 | 28907,94 | 31316,93 | 33725,93 |
| 4 | 7718,53 | 10291,39 | 12864,23 | 15437,08 | 18009,92 | 20582,76 | 23155,61 | 25728,45 | 28301,31 | 30874,16 | 33447,00 | 36019,85 |
| 3 | 8210,09 | 10946,79 | 13683,49 | 16420,18 | 19156,88 | 21893,58 | 24630,27 | 27366,97 | 30103,68 | 32840,38 | 35577,07 | 38313,77 |
| 2 | 8701,64 | 11602,20 | 14502,75 | 17403,29 | 20303,84 | 23204,39 | 26104,93 | 29005,48 | 31906,05 | 34806,59 | 37707,14 | 40607,69 |
| 1 | 9193,20 | 12257,60 | 15322,00 | 18386,40 | 21450,80 | 24515,20 | 27579,60 | 30644,00 | 33708,41 | 36772,81 | 39837,21 | 42901,61 |
Tableau 2 : Combinaison BAP et centre de jour pour les personnes avec ticket TNW nursing (foyer pour les personnes non actives de type nursing) qui ont entamé la combinaison aprÚs le 11 novembre 2012
| Budgetcategorie toegekend door de Deskundigencommissie volgens de ernstcategorie handicap op jaarbasis. | ||||||||||||
| Aantal dagdelen/ per halve dag | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 45.195,53 |
| 10 | 5458,45 | 7277,94 | 9097,42 | 10916,90 | 12736,38 | 14555,87 | 16375,35 | 18194,83 | 20014,33 | 21833,81 | 23653,29 | 25472,77 |
| 9 | 5881,08 | 7841,44 | 9801,80 | 11762,16 | 13722,52 | 15682,88 | 17643,24 | 19603,60 | 21563,97 | 23524,33 | 25484,69 | 27445,05 |
| 8 | 6303,71 | 8404,95 | 10506,19 | 12607,42 | 14708,66 | 16809,90 | 18911,13 | 21012,37 | 23113,62 | 25214,85 | 27316,09 | 29417,33 |
| 7 | 6726,34 | 8968,46 | 11210,57 | 13452,68 | 15694,80 | 17936,91 | 20179,02 | 22421,14 | 24663,26 | 26905,38 | 29147,49 | 31389,60 |
| 6 | 7148,97 | 9531,97 | 11914,96 | 14297,94 | 16680,93 | 19063,92 | 21446,91 | 23829,90 | 26212,91 | 28595,90 | 30978,89 | 33361,88 |
| 5 | 7571,60 | 10095,47 | 12619,34 | 15143,21 | 17667,07 | 20190,94 | 22714,80 | 25238,67 | 27762,55 | 30286,42 | 32810,29 | 35334,15 |
| 4 | 7994,23 | 10658,98 | 13323,72 | 15988,47 | 18653,21 | 21317,95 | 23982,70 | 26647,44 | 29312,20 | 31976,94 | 34641,68 | 37306,43 |
| 3 | 8416,86 | 11222,49 | 14028,11 | 16833,73 | 19639,35 | 22444,97 | 25250,59 | 28056,21 | 30861,84 | 33667,46 | 36473,08 | 39278,70 |
| 2 | 8839,49 | 11786,00 | 14732,49 | 17678,99 | 20625,48 | 23571,98 | 26518,48 | 29464,97 | 32411,49 | 35357,99 | 38304,48 | 41250,98 |
| 1 | 9262,12 | 12349,50 | 15436,88 | 18524,25 | 21611,62 | 24699,00 | 27786,37 | 30873,74 | 33961,13 | 37048,51 | 40135,88 | 43223,25 |
per halve dag 9.684,75 12.913,01 16.141,26 19.369,51 22.597,76 25.826,01 29.054,26 32.282,51 35.510,78 38.739,03 41.967,28 45.195,5310 5458,45 7277,94 9097,42 10916,90 12736,38 14555,87 16375,35 18194,83 20014,33 21833,81 23653,29 25472,779 5881,08 7841,44 9801,80 11762,16 13722,52 15682,88 17643,24 19603,60 21563,97 23524,33 25484,69 27445,058 6303,71 8404,95 10506,19 12607,42 14708,66 16809,90 18911,13 21012,37 23113,62 25214,85 27316,09 29417,337 6726,34 8968,46 11210,57 13452,68 15694,80 17936,91 20179,02 22421,14 24663,26 26905,38 29147,49 31389,606 7148,97 9531,97 11914,96 14297,94 16680,93 19063,92 21446,91 23829,90 26212,91 28595,90 30978,89 33361,885 7571,60 10095,47 12619,34 15143,21 17667,07 20190,94 22714,80 25238,67 27762,55 30286,42 32810,29 35334,154 7994,23 10658,98 13323,72 15988,47 18653,21 21317,95 23982,70 26647,44 29312,20 31976,94 34641,68 37306,433 8416,86 11222,49 14028,11 16833,73 19639,35 22444,97 25250,59 28056,21 30861,84 33667,46 36473,08 39278,702 8839,49 11786,00 14732,49 17678,99 20625,48 23571,98 26518,48 29464,97 32411,49 35357,99 38304,48 41250,981 9262,12 12349,50 15436,88 18524,25 21611,62 24699,00 27786,37 30873,74 33961,13 37048,51 40135,88 43223,25
Tabel 3 : Combinatie PAB en begeleid werken voor personen met ticket bezigheid (tehuis niet-werkenden bezigheid/ticket dagcentrum/geen ticket) die met de combinatie zijn gestart na 11 november 2012
| Catégorie budgétaire attribuée par la commission d'experts suivant la catégorie de gravité du handicap sur une base annuelle. | ||||||||||||
| Nombre de parties de journée/ par demi-journée | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 45.195,53 |
| 10 | 5458,45 | 7277,94 | 9097,42 | 10916,90 | 12736,38 | 14555,87 | 16375,35 | 18194,83 | 20014,33 | 21833,81 | 23653,29 | 25472,77 |
| 9 | 5881,08 | 7841,44 | 9801,80 | 11762,16 | 13722,52 | 15682,88 | 17643,24 | 19603,60 | 21563,97 | 23524,33 | 25484,69 | 27445,05 |
| 8 | 6303,71 | 8404,95 | 10506,19 | 12607,42 | 14708,66 | 16809,90 | 18911,13 | 21012,37 | 23113,62 | 25214,85 | 27316,09 | 29417,33 |
| 7 | 6726,34 | 8968,46 | 11210,57 | 13452,68 | 15694,80 | 17936,91 | 20179,02 | 22421,14 | 24663,26 | 26905,38 | 29147,49 | 31389,60 |
| 6 | 7148,97 | 9531,97 | 11914,96 | 14297,94 | 16680,93 | 19063,92 | 21446,91 | 23829,90 | 26212,91 | 28595,90 | 30978,89 | 33361,88 |
| 5 | 7571,60 | 10095,47 | 12619,34 | 15143,21 | 17667,07 | 20190,94 | 22714,80 | 25238,67 | 27762,55 | 30286,42 | 32810,29 | 35334,15 |
| 4 | 7994,23 | 10658,98 | 13323,72 | 15988,47 | 18653,21 | 21317,95 | 23982,70 | 26647,44 | 29312,20 | 31976,94 | 34641,68 | 37306,43 |
| 3 | 8416,86 | 11222,49 | 14028,11 | 16833,73 | 19639,35 | 22444,97 | 25250,59 | 28056,21 | 30861,84 | 33667,46 | 36473,08 | 39278,70 |
| 2 | 8839,49 | 11786,00 | 14732,49 | 17678,99 | 20625,48 | 23571,98 | 26518,48 | 29464,97 | 32411,49 | 35357,99 | 38304,48 | 41250,98 |
| 1 | 9262,12 | 12349,50 | 15436,88 | 18524,25 | 21611,62 | 24699,00 | 27786,37 | 30873,74 | 33961,13 | 37048,51 | 40135,88 | 43223,25 |
Tableau 3 : Combinaison BAP et travail accompagné pour les personnes avec ticket occupation (foyer pour les personnes non actives de type occupationnel) / ticket centre de jour /pas de ticket) qui ont entamé la combinaison aprÚs le 11 novembre 2012
| gemiddeld aantal uren begeleiding per week | Budgetcategorie toegekend door de Deskundigencommissie volgens de ernstcategorie handicap op jaarbasis. | |||||||||||
| 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 45.195,53 | |
| 0,05 | 9603,64 | 12804,87 | 16006,08 | 19207,30 | 22408,51 | 25609,73 | 28810,94 | 32012,16 | 35213,39 | 38414,60 | 41615,82 | 44817,03 |
| 0,10 | 9522,54 | 12696,73 | 15870,91 | 19045,08 | 22219,26 | 25393,44 | 28567,62 | 31741,80 | 34916,00 | 38090,18 | 41264,36 | 44438,54 |
| 0,15 | 9441,43 | 12588,58 | 15735,73 | 18882,87 | 22030,01 | 25177,16 | 28324,30 | 31471,45 | 34618,61 | 37765,75 | 40912,90 | 44060,04 |
| 0,20 | 9360,32 | 12480,44 | 15600,55 | 18720,66 | 21840,77 | 24960,87 | 28080,98 | 31201,09 | 34321,22 | 37441,33 | 40561,43 | 43681,54 |
| 0,25 (= 15 min/week) | 9279,22 | 12372,30 | 15465,37 | 18558,45 | 21651,52 | 24744,59 | 27837,66 | 30930,74 | 34023,83 | 37116,90 | 40209,97 | 43303,05 |
| 0,30 | 9198,11 | 12264,16 | 15330,20 | 18396,23 | 21462,27 | 24528,31 | 27594,34 | 30660,38 | 33726,44 | 36792,47 | 39858,51 | 42924,55 |
| 0,35 | 9117,01 | 12156,02 | 15195,02 | 18234,02 | 21273,02 | 24312,02 | 27351,02 | 30390,03 | 33429,05 | 36468,05 | 39507,05 | 42546,05 |
| 0,40 | 9035,90 | 12047,87 | 15059,84 | 18071,81 | 21083,77 | 24095,74 | 27107,71 | 30119,67 | 33131,66 | 36143,62 | 39155,59 | 42167,55 |
| 0,45 | 8954,79 | 11939,73 | 14924,66 | 17909,59 | 20894,52 | 23879,45 | 26864,39 | 29849,32 | 32834,27 | 35819,20 | 38804,13 | 41789,06 |
| 0,5 (= 30min/week) | 8873,69 | 11831,59 | 14789,49 | 17747,38 | 20705,28 | 23663,17 | 26621,07 | 29578,96 | 32536,88 | 35494,77 | 38452,67 | 41410,56 |
| 0,55 | 8792,58 | 11723,45 | 14654,31 | 17585,17 | 20516,03 | 23446,89 | 26377,75 | 29308,61 | 32239,48 | 35170,34 | 38101,20 | 41032,06 |
| 0,60 | 8711,47 | 11615,31 | 14519,13 | 17422,95 | 20326,78 | 23230,60 | 26134,43 | 29038,25 | 31942,09 | 34845,92 | 37749,74 | 40653,57 |
| 0,65 | 8630,37 | 11507,16 | 14383,95 | 17260,74 | 20137,53 | 23014,32 | 25891,11 | 28767,90 | 31644,70 | 34521,49 | 37398,28 | 40275,07 |
| 0,70 | 8549,26 | 11399,02 | 14248,78 | 17098,53 | 19948,28 | 22798,04 | 25647,79 | 28497,54 | 31347,31 | 34197,07 | 37046,82 | 39896,57 |
| 0,75 | 8468,15 | 11290,88 | 14113,60 | 16936,32 | 19759,03 | 22581,75 | 25404,47 | 28227,19 | 31049,92 | 33872,64 | 36695,36 | 39518,08 |
| 0,8 | 8387,05 | 11182,74 | 13978,42 | 16774,10 | 19569,79 | 22365,47 | 25161,15 | 27956,83 | 30752,53 | 33548,21 | 36343,90 | 39139,58 |
| 0,85 | 8305,94 | 11074,60 | 13843,24 | 16611,89 | 19380,54 | 22149,18 | 24917,83 | 27686,48 | 30455,14 | 33223,79 | 35992,44 | 38761,08 |
| 1 (= 60min/week) | 8062,62 | 10750,17 | 13437,71 | 16125,25 | 18812,79 | 21500,33 | 24187,87 | 26875,41 | 29562,97 | 32250,51 | 34938,05 | 37625,59 |
| 1,2 | 7738,20 | 10317,60 | 12897,00 | 15476,40 | 18055,80 | 20635,20 | 23214,60 | 25793,99 | 28373,41 | 30952,81 | 33532,21 | 36111,60 |
0,05 9603,64 12804,87 16006,08 19207,30 22408,51 25609,73 28810,94 32012,16 35213,39 38414,60 41615,82 44817,030,10 9522,54 12696,73 15870,91 19045,08 22219,26 25393,44 28567,62 31741,80 34916,00 38090,18 41264,36 44438,540,15 9441,43 12588,58 15735,73 18882,87 22030,01 25177,16 28324,30 31471,45 34618,61 37765,75 40912,90 44060,040,20 9360,32 12480,44 15600,55 18720,66 21840,77 24960,87 28080,98 31201,09 34321,22 37441,33 40561,43 43681,540,25 (= 15 min/week) 9279,22 12372,30 15465,37 18558,45 21651,52 24744,59 27837,66 30930,74 34023,83 37116,90 40209,97 43303,050,30 9198,11 12264,16 15330,20 18396,23 21462,27 24528,31 27594,34 30660,38 33726,44 36792,47 39858,51 42924,550,35 9117,01 12156,02 15195,02 18234,02 21273,02 24312,02 27351,02 30390,03 33429,05 36468,05 39507,05 42546,050,40 9035,90 12047,87 15059,84 18071,81 21083,77 24095,74 27107,71 30119,67 33131,66 36143,62 39155,59 42167,550,45 8954,79 11939,73 14924,66 17909,59 20894,52 23879,45 26864,39 29849,32 32834,27 35819,20 38804,13 41789,060,5 (= 30min/week) 8873,69 11831,59 14789,49 17747,38 20705,28 23663,17 26621,07 29578,96 32536,88 35494,77 38452,67 41410,560,55 8792,58 11723,45 14654,31 17585,17 20516,03 23446,89 26377,75 29308,61 32239,48 35170,34 38101,20 41032,060,60 8711,47 11615,31 14519,13 17422,95 20326,78 23230,60 26134,43 29038,25 31942,09 34845,92 37749,74 40653,570,65 8630,37 11507,16 14383,95 17260,74 20137,53 23014,32 25891,11 28767,90 31644,70 34521,49 37398,28 40275,070,70 8549,26 11399,02 14248,78 17098,53 19948,28 22798,04 25647,79 28497,54 31347,31 34197,07 37046,82 39896,570,75 8468,15 11290,88 14113,60 16936,32 19759,03 22581,75 25404,47 28227,19 31049,92 33872,64 36695,36 39518,080,8 8387,05 11182,74 13978,42 16774,10 19569,79 22365,47 25161,15 27956,83 30752,53 33548,21 36343,90 39139,580,85 8305,94 11074,60 13843,24 16611,89 19380,54 22149,18 24917,83 27686,48 30455,14 33223,79 35992,44 38761,081 (= 60min/week) 8062,62 10750,17 13437,71 16125,25 18812,79 21500,33 24187,87 26875,41 29562,97 32250,51 34938,05 37625,591,2 7738,20 10317,60 12897,00 15476,40 18055,80 20635,20 23214,60 25793,99 28373,41 30952,81 33532,21 36111,60
Tabel 4 : Combinatie PAB en begeleid werken voor personen met ticket TNW nursing (tehuis niet-werkenden nursing) die met de combinatie zijn gestart na 11 november 2012
| nombre moyen d'heures d'accompagnement par semaine | Catégorie budgétaire attribuée par la commission d'experts suivant la catégorie de gravité du handicap sur une base annuelle. | |||||||||||
| 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 45.195,53 | |
| 0,05 | 9603,64 | 12804,87 | 16006,08 | 19207,30 | 22408,51 | 25609,73 | 28810,94 | 32012,16 | 35213,39 | 38414,60 | 41615,82 | 44817,03 |
| 0,10 | 9522,54 | 12696,73 | 15870,91 | 19045,08 | 22219,26 | 25393,44 | 28567,62 | 31741,80 | 34916,00 | 38090,18 | 41264,36 | 44438,54 |
| 0,15 | 9441,43 | 12588,58 | 15735,73 | 18882,87 | 22030,01 | 25177,16 | 28324,30 | 31471,45 | 34618,61 | 37765,75 | 40912,90 | 44060,04 |
| 0,20 | 9360,32 | 12480,44 | 15600,55 | 18720,66 | 21840,77 | 24960,87 | 28080,98 | 31201,09 | 34321,22 | 37441,33 | 40561,43 | 43681,54 |
| 0,25 (= 15 min/semaine) | 9279,22 | 12372,30 | 15465,37 | 18558,45 | 21651,52 | 24744,59 | 27837,66 | 30930,74 | 34023,83 | 37116,90 | 40209,97 | 43303,05 |
| 0,30 | 9198,11 | 12264,16 | 15330,20 | 18396,23 | 21462,27 | 24528,31 | 27594,34 | 30660,38 | 33726,44 | 36792,47 | 39858,51 | 42924,55 |
| 0,35 | 9117,01 | 12156,02 | 15195,02 | 18234,02 | 21273,02 | 24312,02 | 27351,02 | 30390,03 | 33429,05 | 36468,05 | 39507,05 | 42546,05 |
| 0,40 | 9035,90 | 12047,87 | 15059,84 | 18071,81 | 21083,77 | 24095,74 | 27107,71 | 30119,67 | 33131,66 | 36143,62 | 39155,59 | 42167,55 |
| 0,45 | 8954,79 | 11939,73 | 14924,66 | 17909,59 | 20894,52 | 23879,45 | 26864,39 | 29849,32 | 32834,27 | 35819,20 | 38804,13 | 41789,06 |
| 0,5 (= 30 min/semaine) | 8873,69 | 11831,59 | 14789,49 | 17747,38 | 20705,28 | 23663,17 | 26621,07 | 29578,96 | 32536,88 | 35494,77 | 38452,67 | 41410,56 |
| 0,55 | 8792,58 | 11723,45 | 14654,31 | 17585,17 | 20516,03 | 23446,89 | 26377,75 | 29308,61 | 32239,48 | 35170,34 | 38101,20 | 41032,06 |
| 0,60 | 8711,47 | 11615,31 | 14519,13 | 17422,95 | 20326,78 | 23230,60 | 26134,43 | 29038,25 | 31942,09 | 34845,92 | 37749,74 | 40653,57 |
| 0,65 | 8630,37 | 11507,16 | 14383,95 | 17260,74 | 20137,53 | 23014,32 | 25891,11 | 28767,90 | 31644,70 | 34521,49 | 37398,28 | 40275,07 |
| 0,70 | 8549,26 | 11399,02 | 14248,78 | 17098,53 | 19948,28 | 22798,04 | 25647,79 | 28497,54 | 31347,31 | 34197,07 | 37046,82 | 39896,57 |
| 0,75 | 8468,15 | 11290,88 | 14113,60 | 16936,32 | 19759,03 | 22581,75 | 25404,47 | 28227,19 | 31049,92 | 33872,64 | 36695,36 | 39518,08 |
| 0,8 | 8387,05 | 11182,74 | 13978,42 | 16774,10 | 19569,79 | 22365,47 | 25161,15 | 27956,83 | 30752,53 | 33548,21 | 36343,90 | 39139,58 |
| 0,85 | 8305,94 | 11074,60 | 13843,24 | 16611,89 | 19380,54 | 22149,18 | 24917,83 | 27686,48 | 30455,14 | 33223,79 | 35992,44 | 38761,08 |
| 1 (= 60 min/semaine) | 8062,62 | 10750,17 | 13437,71 | 16125,25 | 18812,79 | 21500,33 | 24187,87 | 26875,41 | 29562,97 | 32250,51 | 34938,05 | 37625,59 |
| 1,2 | 7738,20 | 10317,60 | 12897,00 | 15476,40 | 18055,80 | 20635,20 | 23214,60 | 25793,99 | 28373,41 | 30952,81 | 33532,21 | 36111,60 |
0,05 9603,64 12804,87 16006,08 19207,30 22408,51 25609,73 28810,94 32012,16 35213,39 38414,60 41615,82 44817,030,10 9522,54 12696,73 15870,91 19045,08 22219,26 25393,44 28567,62 31741,80 34916,00 38090,18 41264,36 44438,540,15 9441,43 12588,58 15735,73 18882,87 22030,01 25177,16 28324,30 31471,45 34618,61 37765,75 40912,90 44060,040,20 9360,32 12480,44 15600,55 18720,66 21840,77 24960,87 28080,98 31201,09 34321,22 37441,33 40561,43 43681,540,25 (= 15 min/semaine) 9279,22 12372,30 15465,37 18558,45 21651,52 24744,59 27837,66 30930,74 34023,83 37116,90 40209,97 43303,050,30 9198,11 12264,16 15330,20 18396,23 21462,27 24528,31 27594,34 30660,38 33726,44 36792,47 39858,51 42924,550,35 9117,01 12156,02 15195,02 18234,02 21273,02 24312,02 27351,02 30390,03 33429,05 36468,05 39507,05 42546,050,40 9035,90 12047,87 15059,84 18071,81 21083,77 24095,74 27107,71 30119,67 33131,66 36143,62 39155,59 42167,550,45 8954,79 11939,73 14924,66 17909,59 20894,52 23879,45 26864,39 29849,32 32834,27 35819,20 38804,13 41789,060,5 (= 30 min/semaine) 8873,69 11831,59 14789,49 17747,38 20705,28 23663,17 26621,07 29578,96 32536,88 35494,77 38452,67 41410,560,55 8792,58 11723,45 14654,31 17585,17 20516,03 23446,89 26377,75 29308,61 32239,48 35170,34 38101,20 41032,060,60 8711,47 11615,31 14519,13 17422,95 20326,78 23230,60 26134,43 29038,25 31942,09 34845,92 37749,74 40653,570,65 8630,37 11507,16 14383,95 17260,74 20137,53 23014,32 25891,11 28767,90 31644,70 34521,49 37398,28 40275,070,70 8549,26 11399,02 14248,78 17098,53 19948,28 22798,04 25647,79 28497,54 31347,31 34197,07 37046,82 39896,570,75 8468,15 11290,88 14113,60 16936,32 19759,03 22581,75 25404,47 28227,19 31049,92 33872,64 36695,36 39518,080,8 8387,05 11182,74 13978,42 16774,10 19569,79 22365,47 25161,15 27956,83 30752,53 33548,21 36343,90 39139,580,85 8305,94 11074,60 13843,24 16611,89 19380,54 22149,18 24917,83 27686,48 30455,14 33223,79 35992,44 38761,081 (= 60 min/semaine) 8062,62 10750,17 13437,71 16125,25 18812,79 21500,33 24187,87 26875,41 29562,97 32250,51 34938,05 37625,591,2 7738,20 10317,60 12897,00 15476,40 18055,80 20635,20 23214,60 25793,99 28373,41 30952,81 33532,21 36111,60
Tableau 4 : Combinaison BAP et travail accompagné pour les personnes avec ticket TNW nursing (foyer pour les personnes non actives de type nursing) qui ont entamé la combinaison aprÚs le 11 novembre 2012
| gemiddeld aantal uren begeleiding per week | Budgetcategorie toegekend door de Deskundigencommissie volgens de ernstcategorie handicap op jaarbasis. | |||||||||||
| 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 45.195,53 | |
| 0,05 | 9615,02 | 12820,03 | 16025,04 | 19230,04 | 22435,05 | 25640,05 | 28845,06 | 32050,06 | 35255,09 | 38460,09 | 41665,10 | 44870,10 |
| 0,10 | 9545,28 | 12727,05 | 15908,81 | 19090,57 | 22272,33 | 25454,10 | 28635,86 | 31817,62 | 34999,40 | 38181,16 | 41362,92 | 44544,68 |
| 0,15 | 9475,55 | 12634,07 | 15792,59 | 18951,11 | 22109,62 | 25268,14 | 28426,65 | 31585,17 | 34743,71 | 37902,22 | 41060,74 | 44219,25 |
| 0,20 | 9405,81 | 12541,10 | 15676,37 | 18811,64 | 21946,91 | 25082,18 | 28217,45 | 31352,72 | 34488,01 | 37623,29 | 40758,56 | 43893,83 |
| 0,25 (= 15 min/week) | 9336,08 | 12448,12 | 15560,14 | 18672,17 | 21784,20 | 24896,22 | 28008,25 | 31120,28 | 34232,32 | 37344,35 | 40456,38 | 43568,40 |
| 0,30 | 9266,35 | 12355,14 | 15443,92 | 18532,70 | 21621,48 | 24710,27 | 27799,05 | 30887,83 | 33976,63 | 37065,41 | 40154,20 | 43242,98 |
| 0,35 | 9196,61 | 12262,16 | 15327,70 | 18393,23 | 21458,77 | 24524,31 | 27589,85 | 30655,38 | 33720,94 | 36786,48 | 39852,01 | 42917,55 |
| 0,40 | 9126,88 | 12169,18 | 15211,47 | 18253,77 | 21296,06 | 24338,35 | 27380,64 | 30422,94 | 33465,25 | 36507,54 | 39549,83 | 42592,13 |
| 0,45 | 9057,14 | 12076,20 | 15095,25 | 18114,30 | 21133,35 | 24152,39 | 27171,44 | 30190,49 | 33209,56 | 36228,60 | 39247,65 | 42266,70 |
| 0,5 (= 30min/week) | 8987,41 | 11983,22 | 14979,03 | 17974,83 | 20970,63 | 23966,44 | 26962,24 | 29958,04 | 32953,87 | 35949,67 | 38945,47 | 41941,28 |
| 0,55 | 8917,68 | 11890,24 | 14862,80 | 17835,36 | 20807,92 | 23780,48 | 26753,04 | 29725,60 | 32698,17 | 35670,73 | 38643,29 | 41615,85 |
| 0,60 | 8847,94 | 11797,27 | 14746,58 | 17695,89 | 20645,21 | 23594,52 | 26543,84 | 29493,15 | 32442,48 | 35391,80 | 38341,11 | 41290,42 |
| 0,65 | 8778,21 | 11704,29 | 14630,36 | 17556,43 | 20482,49 | 23408,56 | 26334,63 | 29260,70 | 32186,79 | 35112,86 | 38038,93 | 40965,00 |
| 0,70 | 8708,47 | 11611,31 | 14514,13 | 17416,96 | 20319,78 | 23222,61 | 26125,43 | 29028,26 | 31931,10 | 34833,92 | 37736,75 | 40639,57 |
| 0,75 | 8638,74 | 11518,33 | 14397,91 | 17277,49 | 20157,07 | 23036,65 | 25916,23 | 28795,81 | 31675,41 | 34554,99 | 37434,57 | 40314,15 |
| 0,8 | 8569,01 | 11425,35 | 14281,69 | 17138,02 | 19994,36 | 22850,69 | 25707,03 | 28563,36 | 31419,72 | 34276,05 | 37132,39 | 39988,72 |
| 0,85 (= 55min/week) | 8499,27 | 11332,37 | 14165,46 | 16998,55 | 19831,64 | 22664,73 | 25497,83 | 28330,92 | 31164,02 | 33997,12 | 36830,21 | 39663,30 |
0,05 9615,02 12820,03 16025,04 19230,04 22435,05 25640,05 28845,06 32050,06 35255,09 38460,09 41665,10 44870,100,10 9545,28 12727,05 15908,81 19090,57 22272,33 25454,10 28635,86 31817,62 34999,40 38181,16 41362,92 44544,680,15 9475,55 12634,07 15792,59 18951,11 22109,62 25268,14 28426,65 31585,17 34743,71 37902,22 41060,74 44219,250,20 9405,81 12541,10 15676,37 18811,64 21946,91 25082,18 28217,45 31352,72 34488,01 37623,29 40758,56 43893,830,25 (= 15 min/week) 9336,08 12448,12 15560,14 18672,17 21784,20 24896,22 28008,25 31120,28 34232,32 37344,35 40456,38 43568,400,30 9266,35 12355,14 15443,92 18532,70 21621,48 24710,27 27799,05 30887,83 33976,63 37065,41 40154,20 43242,980,35 9196,61 12262,16 15327,70 18393,23 21458,77 24524,31 27589,85 30655,38 33720,94 36786,48 39852,01 42917,550,40 9126,88 12169,18 15211,47 18253,77 21296,06 24338,35 27380,64 30422,94 33465,25 36507,54 39549,83 42592,130,45 9057,14 12076,20 15095,25 18114,30 21133,35 24152,39 27171,44 30190,49 33209,56 36228,60 39247,65 42266,700,5 (= 30min/week) 8987,41 11983,22 14979,03 17974,83 20970,63 23966,44 26962,24 29958,04 32953,87 35949,67 38945,47 41941,280,55 8917,68 11890,24 14862,80 17835,36 20807,92 23780,48 26753,04 29725,60 32698,17 35670,73 38643,29 41615,850,60 8847,94 11797,27 14746,58 17695,89 20645,21 23594,52 26543,84 29493,15 32442,48 35391,80 38341,11 41290,420,65 8778,21 11704,29 14630,36 17556,43 20482,49 23408,56 26334,63 29260,70 32186,79 35112,86 38038,93 40965,000,70 8708,47 11611,31 14514,13 17416,96 20319,78 23222,61 26125,43 29028,26 31931,10 34833,92 37736,75 40639,570,75 8638,74 11518,33 14397,91 17277,49 20157,07 23036,65 25916,23 28795,81 31675,41 34554,99 37434,57 40314,150,8 8569,01 11425,35 14281,69 17138,02 19994,36 22850,69 25707,03 28563,36 31419,72 34276,05 37132,39 39988,720,85 (= 55min/week) 8499,27 11332,37 14165,46 16998,55 19831,64 22664,73 25497,83 28330,92 31164,02 33997,12 36830,21 39663,30
Tabel 5 : Combinatie van PAB met een dagcentum voor personen die met de combinatie zijn gestart voor 11 november 2012
| nombre moyen d'heures d'accompagnement par semaine | Catégorie budgétaire attribuée par la commission d'experts suivant la catégorie de gravité du handicap sur une base annuelle. | |||||||||||
| 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 45.195,53 | |
| 0,05 | 9615,02 | 12820,03 | 16025,04 | 19230,04 | 22435,05 | 25640,05 | 28845,06 | 32050,06 | 35255,09 | 38460,09 | 41665,10 | 44870,10 |
| 0,10 | 9545,28 | 12727,05 | 15908,81 | 19090,57 | 22272,33 | 25454,10 | 28635,86 | 31817,62 | 34999,40 | 38181,16 | 41362,92 | 44544,68 |
| 0,15 | 9475,55 | 12634,07 | 15792,59 | 18951,11 | 22109,62 | 25268,14 | 28426,65 | 31585,17 | 34743,71 | 37902,22 | 41060,74 | 44219,25 |
| 0,20 | 9405,81 | 12541,10 | 15676,37 | 18811,64 | 21946,91 | 25082,18 | 28217,45 | 31352,72 | 34488,01 | 37623,29 | 40758,56 | 43893,83 |
| 0,25 (= 15 min/semaine) | 9336,08 | 12448,12 | 15560,14 | 18672,17 | 21784,20 | 24896,22 | 28008,25 | 31120,28 | 34232,32 | 37344,35 | 40456,38 | 43568,40 |
| 0,30 | 9266,35 | 12355,14 | 15443,92 | 18532,70 | 21621,48 | 24710,27 | 27799,05 | 30887,83 | 33976,63 | 37065,41 | 40154,20 | 43242,98 |
| 0,35 | 9196,61 | 12262,16 | 15327,70 | 18393,23 | 21458,77 | 24524,31 | 27589,85 | 30655,38 | 33720,94 | 36786,48 | 39852,01 | 42917,55 |
| 0,40 | 9126,88 | 12169,18 | 15211,47 | 18253,77 | 21296,06 | 24338,35 | 27380,64 | 30422,94 | 33465,25 | 36507,54 | 39549,83 | 42592,13 |
| 0,45 | 9057,14 | 12076,20 | 15095,25 | 18114,30 | 21133,35 | 24152,39 | 27171,44 | 30190,49 | 33209,56 | 36228,60 | 39247,65 | 42266,70 |
| 0,5 (= 30 min/semaine) | 8987,41 | 11983,22 | 14979,03 | 17974,83 | 20970,63 | 23966,44 | 26962,24 | 29958,04 | 32953,87 | 35949,67 | 38945,47 | 41941,28 |
| 0,55 | 8917,68 | 11890,24 | 14862,80 | 17835,36 | 20807,92 | 23780,48 | 26753,04 | 29725,60 | 32698,17 | 35670,73 | 38643,29 | 41615,85 |
| 0,60 | 8847,94 | 11797,27 | 14746,58 | 17695,89 | 20645,21 | 23594,52 | 26543,84 | 29493,15 | 32442,48 | 35391,80 | 38341,11 | 41290,42 |
| 0,65 | 8778,21 | 11704,29 | 14630,36 | 17556,43 | 20482,49 | 23408,56 | 26334,63 | 29260,70 | 32186,79 | 35112,86 | 38038,93 | 40965,00 |
| 0,70 | 8708,47 | 11611,31 | 14514,13 | 17416,96 | 20319,78 | 23222,61 | 26125,43 | 29028,26 | 31931,10 | 34833,92 | 37736,75 | 40639,57 |
| 0,75 | 8638,74 | 11518,33 | 14397,91 | 17277,49 | 20157,07 | 23036,65 | 25916,23 | 28795,81 | 31675,41 | 34554,99 | 37434,57 | 40314,15 |
| 0,8 | 8569,01 | 11425,35 | 14281,69 | 17138,02 | 19994,36 | 22850,69 | 25707,03 | 28563,36 | 31419,72 | 34276,05 | 37132,39 | 39988,72 |
| 0,85 (= 55 min/semaine) | 8499,27 | 11332,37 | 14165,46 | 16998,55 | 19831,64 | 22664,73 | 25497,83 | 28330,92 | 31164,02 | 33997,12 | 36830,21 | 39663,30 |
0,05 9615,02 12820,03 16025,04 19230,04 22435,05 25640,05 28845,06 32050,06 35255,09 38460,09 41665,10 44870,100,10 9545,28 12727,05 15908,81 19090,57 22272,33 25454,10 28635,86 31817,62 34999,40 38181,16 41362,92 44544,680,15 9475,55 12634,07 15792,59 18951,11 22109,62 25268,14 28426,65 31585,17 34743,71 37902,22 41060,74 44219,250,20 9405,81 12541,10 15676,37 18811,64 21946,91 25082,18 28217,45 31352,72 34488,01 37623,29 40758,56 43893,830,25 (= 15 min/semaine) 9336,08 12448,12 15560,14 18672,17 21784,20 24896,22 28008,25 31120,28 34232,32 37344,35 40456,38 43568,400,30 9266,35 12355,14 15443,92 18532,70 21621,48 24710,27 27799,05 30887,83 33976,63 37065,41 40154,20 43242,980,35 9196,61 12262,16 15327,70 18393,23 21458,77 24524,31 27589,85 30655,38 33720,94 36786,48 39852,01 42917,550,40 9126,88 12169,18 15211,47 18253,77 21296,06 24338,35 27380,64 30422,94 33465,25 36507,54 39549,83 42592,130,45 9057,14 12076,20 15095,25 18114,30 21133,35 24152,39 27171,44 30190,49 33209,56 36228,60 39247,65 42266,700,5 (= 30 min/semaine) 8987,41 11983,22 14979,03 17974,83 20970,63 23966,44 26962,24 29958,04 32953,87 35949,67 38945,47 41941,280,55 8917,68 11890,24 14862,80 17835,36 20807,92 23780,48 26753,04 29725,60 32698,17 35670,73 38643,29 41615,850,60 8847,94 11797,27 14746,58 17695,89 20645,21 23594,52 26543,84 29493,15 32442,48 35391,80 38341,11 41290,420,65 8778,21 11704,29 14630,36 17556,43 20482,49 23408,56 26334,63 29260,70 32186,79 35112,86 38038,93 40965,000,70 8708,47 11611,31 14514,13 17416,96 20319,78 23222,61 26125,43 29028,26 31931,10 34833,92 37736,75 40639,570,75 8638,74 11518,33 14397,91 17277,49 20157,07 23036,65 25916,23 28795,81 31675,41 34554,99 37434,57 40314,150,8 8569,01 11425,35 14281,69 17138,02 19994,36 22850,69 25707,03 28563,36 31419,72 34276,05 37132,39 39988,720,85 (= 55 min/semaine) 8499,27 11332,37 14165,46 16998,55 19831,64 22664,73 25497,83 28330,92 31164,02 33997,12 36830,21 39663,30
Tableau 5 : Combinaison BAP et centre de jour pour les personnes qui ont entamé la combinaison avant le 11 novembre 2012
| Budgetcategorie toegekend door de Deskundigencommissie volgens de ernstcategorie handicap op jaarbasis. | ||||||||||||
| Aantal dagdelen/ per halve dag | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 45.195,53 |
| 10 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 19.369,51 | 19.369,51 | 19.369,51 | 19.369,51 | 19.369,51 | 19.369,51 | 19.369,51 | 19.369,51 |
| 9 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 22.597,76 | 22.597,76 | 22.597,76 | 22.597,76 | 22.597,76 | 22.597,76 | 22.597,76 |
| 8 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 |
| 7 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 |
| 6 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 29.054,26 | 29.054,26 | 29.054,26 | 29.054,26 | 29.054,26 |
| 5 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 32.282,51 | 32.282,51 | 32.282,51 | 32.282,51 |
| 4 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 35.510,78 | 35.510,78 | 35.510,78 |
| 3 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 38.739,03 | 38.739,03 |
| 2 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 38.739,03 | 38.739,03 |
| 1 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 41.967,28 |
per halve dag 9.684,75 12.913,01 16.141,26 19.369,51 22.597,76 25.826,01 29.054,26 32.282,51 35.510,78 38.739,03 41.967,28 45.195,5310 9.684,75 12.913,01 16.141,26 19.369,51 19.369,51 19.369,51 19.369,51 19.369,51 19.369,51 19.369,51 19.369,51 19.369,519 9.684,75 12.913,01 16.141,26 19.369,51 22.597,76 22.597,76 22.597,76 22.597,76 22.597,76 22.597,76 22.597,76 22.597,768 9.684,75 12.913,01 16.141,26 19.369,51 22.597,76 25.826,01 25.826,01 25.826,01 25.826,01 25.826,01 25.826,01 25.826,017 9.684,75 12.913,01 16.141,26 19.369,51 22.597,76 25.826,01 25.826,01 25.826,01 25.826,01 25.826,01 25.826,01 25.826,016 9.684,75 12.913,01 16.141,26 19.369,51 22.597,76 25.826,01 29.054,26 29.054,26 29.054,26 29.054,26 29.054,26 29.054,265 9.684,75 12.913,01 16.141,26 19.369,51 22.597,76 25.826,01 29.054,26 32.282,51 32.282,51 32.282,51 32.282,51 32.282,514 9.684,75 12.913,01 16.141,26 19.369,51 22.597,76 25.826,01 29.054,26 32.282,51 35.510,78 35.510,78 35.510,78 35.510,783 9.684,75 12.913,01 16.141,26 19.369,51 22.597,76 25.826,01 29.054,26 32.282,51 35.510,78 38.739,03 38.739,03 38.739,032 9.684,75 12.913,01 16.141,26 19.369,51 22.597,76 25.826,01 29.054,26 32.282,51 35.510,78 38.739,03 38.739,03 38.739,031 9.684,75 12.913,01 16.141,26 19.369,51 22.597,76 25.826,01 29.054,26 32.282,51 35.510,78 38.739,03 41.967,28 41.967,28
Tabel 6 : Combinatie van PAB en begeleid werken voor personen die met de combinatie zijn gestart voor 11 november 2012
| Catégorie budgétaire attribuée par la commission d'experts suivant la catégorie de gravité du handicap sur une base annuelle. | ||||||||||||
| Nombre de parties de journée/ par demi-journée | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 45.195,53 |
| 10 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 19.369,51 | 19.369,51 | 19.369,51 | 19.369,51 | 19.369,51 | 19.369,51 | 19.369,51 | 19.369,51 |
| 9 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 22.597,76 | 22.597,76 | 22.597,76 | 22.597,76 | 22.597,76 | 22.597,76 | 22.597,76 |
| 8 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 |
| 7 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 | 25.826,01 |
| 6 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 29.054,26 | 29.054,26 | 29.054,26 | 29.054,26 | 29.054,26 |
| 5 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 32.282,51 | 32.282,51 | 32.282,51 | 32.282,51 |
| 4 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 35.510,78 | 35.510,78 | 35.510,78 |
| 3 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 38.739,03 | 38.739,03 |
| 2 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 38.739,03 | 38.739,03 |
| 1 | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 41.967,28 |
Tableau 6 : Combinaison BAP et travail accompagné pour les personnes qui ont entamé la combinaison avant le 11 novembre 2012
| Budgetcategorie toegekend door de Deskundigencommissie volgens de ernstcategorie handicap op jaarbasis. | ||||||||||||
| Aantal dagdelen | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 45.195,53 |
| 10 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 35.510,78 | 35.510,78 | 35.510,78 |
| 9 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 35.510,78 | 35.510,78 | 35.510,78 |
| 8 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 38.739,03 | 38.739,03 |
| 7 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 38.739,03 | 38.739,03 |
| 6 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 38.739,03 | 38.739,03 |
| 5 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 41.967,28 |
| 4 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 41.967,28 |
| 3 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 41.967,28 |
| 2 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 41.967,28 |
| 1 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 45.195,53 |
| Catégorie budgétaire attribuée par la commission d'experts suivant la catégorie de gravité du handicap sur une base annuelle. | ||||||||||||
| Nombre de parties de journée | 9.684,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 45.195,53 |
| 10 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 35.510,78 | 35.510,78 | 35.510,78 |
| 9 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 35.510,78 | 35.510,78 | 35.510,78 |
| 8 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 38.739,03 | 38.739,03 |
| 7 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 38.739,03 | 38.739,03 |
| 6 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 38.739,03 | 38.739,03 |
| 5 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 41.967,28 |
| 4 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 41.967,28 |
| 3 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 41.967,28 |
| 2 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 41.967,28 |
| 1 | 9.864,75 | 12.913,01 | 16.141,26 | 19.369,51 | 22.597,76 | 25.826,01 | 29.054,26 | 32.282,51 | 35.510,78 | 38.739,03 | 41.967,28 | 45.195,53 |
tabel 7 tot en met 9 niet opgenomen om technische redenen (zie B.st. p. 68415-68418)
tableaux 7 Ă 9 non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 27-06-2017, p 68426-68429)