Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° actieve zorgvraag : de zorgvraag waar volgens de persoon met een handicap, in samenspraak met zijn contactpersoon zorgregie, binnen het jaar een oplossing voor gevonden dient te worden. De persoon met een handicap en zijn contactpersoon zorgregie gaan actief op zoek naar een oplossing. De persoon met een handicap is bereid om op een passend aanbod in te gaan. De persoon met een handicap beschikt over een beslissing van het agentschap tot toewijzing van de gevraagde ondersteuning of onderneemt stappen om dit aan te vragen.
2° agentschap : het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
3° besluit van 24 juli 1991 : het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, zoals van kracht op 31 maart 2016;
4° besluit van 15 december 2000 : het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap, zoals van kracht op 31 maart 2016;
5° besluit van 17 maart 2006 : het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2006 betreffende de regie van de zorg en bijstand tot sociale integratie van personen met een handicap en betreffende de erkenning en subsidiëring van een Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap;
6° besluit van 27 november 2015 : het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget;
7° betrokkene : de persoon met een handicap of de wettelijke vertegenwoordiger of, als de persoon met een handicap rechtelijk beschermd is met toepassing van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, de bewindvoerder als de persoon volledig onbekwaam is verklaard, zowel wat betreft de persoon als wat betreft de goederen, en als de bewindvoerder vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft gekregen of, in de andere gevallen, de persoon met een handicap en de bewindvoerder;
8° budget : een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
9° centrale gegevensbank : de centrale gegevensbank, vermeld in artikel 1, 11°, van het besluit van 17 maart 2006;
10° contactpersoon zorgregie : de contactpersoon zorgregie, vermeld in artikel 1, 23°, van het besluit van 17 maart 2006,
11° meerderjarige : elke natuurlijke persoon die achttien jaar of ouder is;
12° ondersteuningsfuncties : de ondersteuningsfuncties, vermeld in artikel 1, 14°, van het besluit van 27 november 2015;
13° prioriteitengroep : een prioriteitengroep als vermeld in artikel 23 van het besluit van 27 november 2015;
14° status prioritair te bemiddelen zorgvraag : een status prioritair te bemiddelen zorgvraag als vermeld in artikel 1, 20°, van het besluit van 17 maart 2006, zoals van kracht op 31 maart 2016;
15° zorgvraag : een vraag als vermeld in artikel 1, 10°, van het besluit van 17 maart 2006.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 JUNI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-09-2016 en tekstbijwerking tot 25-05-2020)
Titre
10 JUIN 2016. - Arrêté du Gouvernement flamand portant la transition de personnes handicapées ayant une demande de soins active vers le financement personnalisé(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-09-2016 et mise à jour au 25-05-2020)
Documentinformatie
Numac: 2016036128
Datum: 2016-06-10
Info du document
Numac: 2016036128
Date: 2016-06-10
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Transitie van de actieve zorgvragen
Afdeling 1. - Vertaling van actieve zorgvragen
Afdeling 2. - Actieve zorgvragen
Afdeling 3. - Vertaling naar een budgetcategorie
Afdeling 4. - Toekenning van een prioriteitengroep
Afdeling 5. [1 De beslissing tot toewijzing van...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Transition des demandes de soins ...
Section 1. - Traduction de demandes de soins ac...
Section 2. - Demandes de soins actives
Section 3. - Traduction en une catégorie budgét...
Section 4. - Attribution d'un groupe de priorités
Section 5. [1 - La décision d'attribution d'un ...
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
ANNEXE.
Tekst (41)
Texte (41)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° demande de soins active : la demande d'aide qui requiert selon la personne handicapée, de concert avec sa personne de contact de la régie des soins, une solution dans le délai d'un an. La personne handicapée et sa personne de contact de la régie des soins cherchent activement une solution. La personne handicapée est disposée à accéder à une offre appropriée. La personne handicapée dispose d'une décision de l'agence attribuant l'assistance demandée, ou entreprend des démarches afin de la demander.
2° agence : l'Agence flamande pour les Personnes handicapées, créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
3° arrêté du 24 juillet 1991 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprès de l'" Agentschap voor Personen met een Handicap ", tel qu'en vigueur le 31 mars 2016 ;
4° arrêté du 15 décembre 2000 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées, tel qu'en vigueur le 31 mars 2016 ;
5° arrêté du 17 mars 2006 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mars 2006 relatif à la régie de l'aide et de l'assistance à l'intégration sociale de personnes handicapées et à l'agrément et le subventionnement d'une " Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap " (Plate-forme flamande d'associations de personnes handicapées) ;
6° arrêté du 27 novembre 2015 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget ;
7° intéressé : la personne handicapée ou le représentant légal ou, si la personne handicapée est protégée de droit en application de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, l'administrateur si la personne a été déclarée totalement inapte, tant en ce qui concerne la personne que les marchandises, et si l'administrateur a reçu une compétence de représentation ou, dans les autres cas, la personne handicapée et l'administrateur ;
8° budget : un budget pour des soins et une aide non directement accessibles, tels que visés au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
9° banque de données centrale : la banque de données centrale, visée à l'article 1er, 11°, de l'arrêté du 17 mars 2006 ;
10° personne de contact de la régie des soins : la personne de contact de la régie des soins, visée à l'article 1er, 23°, de l'arrêté du 17 mars 2006 ;
11° majeur : toute personne physique âgée de dix-huit ans ou plus ;
12° fonctions de soutien : les fonctions de soutien, visées à l'article 1er, 14°, de l'arrêté du 27 novembre 2015 ;
13° groupe de priorités : un groupe de priorités tel que visé à l'article 23 de l'arrêté du 27 novembre 2015 ;
14° statut de demande de soins à médiation prioritaire : un statut de demande de soins à médiation prioritaire, tel que visé à l'article 1er, 20°, de l'arrêté du 17 mars 2006, tel qu'en vigueur le 31 mars 2016 ;
15° demande de soins : une demande telle que visée à l'article 1er, 10°, de l'arrêté du 17 mars 2006.
1° demande de soins active : la demande d'aide qui requiert selon la personne handicapée, de concert avec sa personne de contact de la régie des soins, une solution dans le délai d'un an. La personne handicapée et sa personne de contact de la régie des soins cherchent activement une solution. La personne handicapée est disposée à accéder à une offre appropriée. La personne handicapée dispose d'une décision de l'agence attribuant l'assistance demandée, ou entreprend des démarches afin de la demander.
2° agence : l'Agence flamande pour les Personnes handicapées, créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
3° arrêté du 24 juillet 1991 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprès de l'" Agentschap voor Personen met een Handicap ", tel qu'en vigueur le 31 mars 2016 ;
4° arrêté du 15 décembre 2000 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées, tel qu'en vigueur le 31 mars 2016 ;
5° arrêté du 17 mars 2006 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mars 2006 relatif à la régie de l'aide et de l'assistance à l'intégration sociale de personnes handicapées et à l'agrément et le subventionnement d'une " Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap " (Plate-forme flamande d'associations de personnes handicapées) ;
6° arrêté du 27 novembre 2015 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget ;
7° intéressé : la personne handicapée ou le représentant légal ou, si la personne handicapée est protégée de droit en application de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, l'administrateur si la personne a été déclarée totalement inapte, tant en ce qui concerne la personne que les marchandises, et si l'administrateur a reçu une compétence de représentation ou, dans les autres cas, la personne handicapée et l'administrateur ;
8° budget : un budget pour des soins et une aide non directement accessibles, tels que visés au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
9° banque de données centrale : la banque de données centrale, visée à l'article 1er, 11°, de l'arrêté du 17 mars 2006 ;
10° personne de contact de la régie des soins : la personne de contact de la régie des soins, visée à l'article 1er, 23°, de l'arrêté du 17 mars 2006 ;
11° majeur : toute personne physique âgée de dix-huit ans ou plus ;
12° fonctions de soutien : les fonctions de soutien, visées à l'article 1er, 14°, de l'arrêté du 27 novembre 2015 ;
13° groupe de priorités : un groupe de priorités tel que visé à l'article 23 de l'arrêté du 27 novembre 2015 ;
14° statut de demande de soins à médiation prioritaire : un statut de demande de soins à médiation prioritaire, tel que visé à l'article 1er, 20°, de l'arrêté du 17 mars 2006, tel qu'en vigueur le 31 mars 2016 ;
15° demande de soins : une demande telle que visée à l'article 1er, 10°, de l'arrêté du 17 mars 2006.
HOOFDSTUK 2. - Transitie van de actieve zorgvragen
CHAPITRE 2. - Transition des demandes de soins actives
Afdeling 1. - Vertaling van actieve zorgvragen
Section 1. - Traduction de demandes de soins actives
Art.2. Het agentschap vertaalt zorgvragen van meerderjarige personen met een handicap naar een budget, met vermelding van een budgetcategorie en een prioriteitengroep.
Art.2. L'agence traduit des demandes de soins de personnes majeures handicapées en un budget, avec mention d'une catégorie budgétaire et d'un groupe de priorités.
Afdeling 2. - Actieve zorgvragen
Section 2. - Demandes de soins actives
Art.3. In dit artikel wordt verstaan onder toekomstgerichte vraag : een zorgvraag waarvan de persoon met een handicap aangeeft dat een oplossing niet binnen het jaar noodzakelijk of wenselijk is en onder migratievraag : de zorgvraag van een persoon met een handicap, die reeds ondersteuning krijgt van een voorziening die erkend is door het agentschap en waarvan deze huidige ondersteuning eenzelfde of een grotere intensiteit en frequentie heeft als wat de persoon nodig heeft. Als de gevraagde ondersteuning geboden kan worden zal de huidige ondersteuning stopgezet worden. Het kan gaan om een vraag tot migratie binnen dezelfde zorgvorm maar naar een andere voorziening of een vraag naar migratie naar een minder dure zorgvorm.
Het agentschap vertaalt de zorgvragen van meerderjarige personen met een handicap die op 1 mei 2016 als actieve zorgvraag geregistreerd zijn in de centrale gegevensbank, naar een budget als het agentschap voor die zorgvragen een beslissing tot toewijzing heeft genomen als vermeld in artikel 10 van het besluit van 24 juli 1991.
Het agentschap vertaalt de zorgvragen van meerderjarige personen met een handicap die op 31 december 2016 als actieve zorgvraag geregistreerd zijn in de centrale gegevensbank, naar een budget als het agentschap voor die zorgvragen een beslissing tot toewijzing heeft genomen als vermeld in artikel 10 van het besluit van 24 juli 1991, als er in de periode van 1 april 2016 tot en met 31 december 2016 een van de volgende wijzigingen plaatsvindt :
1° de registratie van zorgvragen in de centrale gegevensbank van een persoon met een handicap is gewijzigd;
2° het agentschap heeft een beslissing tot toewijzing genomen als vermeld in artikel 10 van het besluit van 24 juli 1991, met betrekking tot een van de zorgvragen van een persoon met een handicap die geregistreerd zijn in de centrale gegevensbank;
3° de persoon met een handicap is inmiddels meerderjarig geworden.
De zorgvragen worden niet vertaald naar een budget als :
1° de zorgvragen niet geregistreerd zijn in de centrale gegevensbank;
2° de zorgvragen in de centrale gegevensbank geregistreerd zijn als een toekomstgerichte zorgvraag;
3° de zorgvragen als actieve zorgvragen geregistreerd zijn in de centrale gegevensbank zonder dat het agentschap voor die zorgvragen een beslissing tot toewijzing heeft genomen als vermeld in artikel 10 van het besluit van 24 juli 1991;
4° de zorgvragen in de centrale gegevensbank geregistreerd zijn als een migratievraag.
Het agentschap vertaalt de zorgvragen van meerderjarige personen met een handicap die op 1 mei 2016 als actieve zorgvraag geregistreerd zijn in de centrale gegevensbank, naar een budget als het agentschap voor die zorgvragen een beslissing tot toewijzing heeft genomen als vermeld in artikel 10 van het besluit van 24 juli 1991.
Het agentschap vertaalt de zorgvragen van meerderjarige personen met een handicap die op 31 december 2016 als actieve zorgvraag geregistreerd zijn in de centrale gegevensbank, naar een budget als het agentschap voor die zorgvragen een beslissing tot toewijzing heeft genomen als vermeld in artikel 10 van het besluit van 24 juli 1991, als er in de periode van 1 april 2016 tot en met 31 december 2016 een van de volgende wijzigingen plaatsvindt :
1° de registratie van zorgvragen in de centrale gegevensbank van een persoon met een handicap is gewijzigd;
2° het agentschap heeft een beslissing tot toewijzing genomen als vermeld in artikel 10 van het besluit van 24 juli 1991, met betrekking tot een van de zorgvragen van een persoon met een handicap die geregistreerd zijn in de centrale gegevensbank;
3° de persoon met een handicap is inmiddels meerderjarig geworden.
De zorgvragen worden niet vertaald naar een budget als :
1° de zorgvragen niet geregistreerd zijn in de centrale gegevensbank;
2° de zorgvragen in de centrale gegevensbank geregistreerd zijn als een toekomstgerichte zorgvraag;
3° de zorgvragen als actieve zorgvragen geregistreerd zijn in de centrale gegevensbank zonder dat het agentschap voor die zorgvragen een beslissing tot toewijzing heeft genomen als vermeld in artikel 10 van het besluit van 24 juli 1991;
4° de zorgvragen in de centrale gegevensbank geregistreerd zijn als een migratievraag.
Art.3. Dans le présent article, on entend par demande orientée vers l'avenir : une demande de soins dont la personne handicapée indique qu'une solution n'est pas nécessaire ou souhaitable dans le délai d'un an, et par demande de migration : la demande de soins d'une personne handicapée qui bénéficie déjà d'un soutien d'une structure agréée par l'agence et dont ce soutien actuel a une intensité et fréquence identique ou plus importante que ce dont la personne a besoin. Si le soutien demandé peut être offert, le soutien actuel sera terminé. Il peut s'agir d'une demande de migration au sein de la même forme de soins mais vers une autre structure, ou d'une demande de migration vers une forme de soins moins chère.
L'agence traduit les demandes de soins de personnes majeures handicapées qui sont enregistrées, le 1er mai 2016, comme demande de soins active dans la banque de données centrale, en un budget si l'agence a pris une décision d'attribution pour ces demandes de soins, telle que visée à l'article 10 de l'arrêté du 24 juillet 1991.
L'agence traduit les demandes de soins de personnes majeures handicapées qui sont enregistrées, le 31 décembre 2016, comme demande de soins active dans la banque de données centrale, en un budget si l'agence a pris une décision d'attribution pour ces demandes de soins, telle que visée à l'article 10 de l'arrêté du 24 juillet 1991, si une des modifications s'opère pendant la période du 1er avril 2016 au 31 décembre 2016 inclus :
1° l'enregistrement des demandes de soins dans la banque de données centrale d'une personne handicapée est modifié ;
2° l'agence a pris une décision d'attribution telle que visée à l'article 10 de l'arrêté du 24 juillet 1991, en ce qui concerne une des demandes de soins d'une personne handicapée qui sont enregistrées dans la banque de données centrale ;
3° la personne handicapée est entre-temps devenue majeure.
Les demandes de soins ne sont pas traduites en un budget si :
1° les demandes de soins ne sont pas enregistrées dans la banque de données centrale ;
2° les demandes de soins sont enregistrées dans la banque de données centrale comme une demande de soins orientée vers l'avenir ;
3° les demandes de soins sont enregistrées comme des demandes de soins actives dans la banque de données centrale sans que l'agence a pris, pour ces demandes de soins, une décision d'attribution telle que visée à l'article 10 de l'arrêté du 24 juillet 1991 ;
4° les demandes de soins sont enregistrées dans la banque de données centrale comme une demande de migration.
L'agence traduit les demandes de soins de personnes majeures handicapées qui sont enregistrées, le 1er mai 2016, comme demande de soins active dans la banque de données centrale, en un budget si l'agence a pris une décision d'attribution pour ces demandes de soins, telle que visée à l'article 10 de l'arrêté du 24 juillet 1991.
L'agence traduit les demandes de soins de personnes majeures handicapées qui sont enregistrées, le 31 décembre 2016, comme demande de soins active dans la banque de données centrale, en un budget si l'agence a pris une décision d'attribution pour ces demandes de soins, telle que visée à l'article 10 de l'arrêté du 24 juillet 1991, si une des modifications s'opère pendant la période du 1er avril 2016 au 31 décembre 2016 inclus :
1° l'enregistrement des demandes de soins dans la banque de données centrale d'une personne handicapée est modifié ;
2° l'agence a pris une décision d'attribution telle que visée à l'article 10 de l'arrêté du 24 juillet 1991, en ce qui concerne une des demandes de soins d'une personne handicapée qui sont enregistrées dans la banque de données centrale ;
3° la personne handicapée est entre-temps devenue majeure.
Les demandes de soins ne sont pas traduites en un budget si :
1° les demandes de soins ne sont pas enregistrées dans la banque de données centrale ;
2° les demandes de soins sont enregistrées dans la banque de données centrale comme une demande de soins orientée vers l'avenir ;
3° les demandes de soins sont enregistrées comme des demandes de soins actives dans la banque de données centrale sans que l'agence a pris, pour ces demandes de soins, une décision d'attribution telle que visée à l'article 10 de l'arrêté du 24 juillet 1991 ;
4° les demandes de soins sont enregistrées dans la banque de données centrale comme une demande de migration.
Art.4. Als één zorgvraag als actieve zorgvraag geregistreerd is in de centrale gegevensbank, wordt die zorgvraag vertaald naar een budget.
Art.4. Si une seule demande de soins est enregistrée comme demande de soins active dans la banque de données centrale, cette demande de soins est traduite en un budget.
Art.5. Als verschillende zorgvragen als actieve zorgvraag geregistreerd zijn in de centrale gegevensbank, worden de volgende zorgvragen vertaald naar een budget :
1° de zorgvraag waaraan de status prioritair te bemiddelen zorgvraag is toegekend;
2° de zorgvraag die betrekking heeft op een ondersteuningsvorm die conform tabel 2, opgenomen in de bijlage bij het ministerieel van 1 maart 2012 houdende vaststelling van de ondersteuningsvelden, de meest intensieve ondersteuningsvorm is;
3° de zorgvraag naar opname in een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden van een persoon met een handicap die de ondersteuning door een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden had stopgezet om over te stappen naar beschermd wonen, diensten inclusieve ondersteuning of geïntegreerd wonen en die binnen een periode van twee jaar aan het agentschap heeft gevraagd om opnieuw over te stappen naar ondersteuning door een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden;
4° alle zorgvragen als de zorgvragen gecombineerd kunnen worden conform de rekentabel, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Als er in de gevallen, vermeld in het eerste lid, 1° of 3°, ook een andere zorgvraag als een actieve zorgvraag in de centrale gegevensbank geregistreerd is die betrekking heeft op een ondersteuningsvorm die conform tabel 2, opgenomen in de bijlage bij het ministerieel van 1 maart 2012 houdende vaststelling van de ondersteuningsvelden, een meer intensieve ondersteuningsvorm is, worden beide zorgvragen vertaald naar een budget. De actieve vraag met de status prioritair te bemiddelen zorgvraag wordt beschouwd als een deelvraag als vermeld in artikel 7, derde lid, van het besluit van 27 november 2015. Het agentschap kent voor beide zorgvragen een prioriteitengroep toe.
1° de zorgvraag waaraan de status prioritair te bemiddelen zorgvraag is toegekend;
2° de zorgvraag die betrekking heeft op een ondersteuningsvorm die conform tabel 2, opgenomen in de bijlage bij het ministerieel van 1 maart 2012 houdende vaststelling van de ondersteuningsvelden, de meest intensieve ondersteuningsvorm is;
3° de zorgvraag naar opname in een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden van een persoon met een handicap die de ondersteuning door een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden had stopgezet om over te stappen naar beschermd wonen, diensten inclusieve ondersteuning of geïntegreerd wonen en die binnen een periode van twee jaar aan het agentschap heeft gevraagd om opnieuw over te stappen naar ondersteuning door een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden;
4° alle zorgvragen als de zorgvragen gecombineerd kunnen worden conform de rekentabel, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Als er in de gevallen, vermeld in het eerste lid, 1° of 3°, ook een andere zorgvraag als een actieve zorgvraag in de centrale gegevensbank geregistreerd is die betrekking heeft op een ondersteuningsvorm die conform tabel 2, opgenomen in de bijlage bij het ministerieel van 1 maart 2012 houdende vaststelling van de ondersteuningsvelden, een meer intensieve ondersteuningsvorm is, worden beide zorgvragen vertaald naar een budget. De actieve vraag met de status prioritair te bemiddelen zorgvraag wordt beschouwd als een deelvraag als vermeld in artikel 7, derde lid, van het besluit van 27 november 2015. Het agentschap kent voor beide zorgvragen een prioriteitengroep toe.
Art.5. Si plusieurs demandes de soins sont enregistrées comme demande de soins active dans la banque de données centrale, les demandes de soins suivantes sont traduites en un budget :
1° la demande de soins à laquelle est octroyé le statut de demande de soins à médiation prioritaire ;
2° la demande de soins ayant trait à une forme d'assistance qui est la forme d'assistance la plus intensive conformément au tableau 2, repris en annexe à l'arrêté ministériel du 1er mars 2012 portant fixation des champs d'assistance ;
3° la demande de soins d'une admission dans une maison pour non-travailleurs ou dans une maison pour travailleurs d'une personne handicapée qui avait terminé le soutien par une maison pour non-travailleurs ou une maison pour travailleurs afin de passer au logement protégé, aux services d'accompagnement inclusif ou au logement intégré, et qui, dans une période de deux années, a demandé à l'agence de repasser au soutien par une maison pour non-travailleurs ou une maison pour travailleurs ;
4° toutes les demandes de soins si elles peuvent être combinées conformément au tableau de calcul, repris en annexe jointe au présent arrêté.
Si, dans les cas visés à l'alinéa 1er, 1° ou 3°, une autre demande de soins est également enregistrée comme demande de soins active dans la banque de données centrale, qui concerne une forme de soutien qui est une forme de soutien plus intensive conformément au tableau 2, repris en annexe à l'arrêté ministériel du 1er mars 2012 portant fixation des champs d'assistance, les deux demandes de soins sont traduites en un budget. La demande active ayant le statut de demande de soins à médiation prioritaire est considérée comme une demande partielle telle que visée à l'article 7, alinéa 3, de l'arrêté du 27 novembre 2015. L'agence attribue un groupe de priorités aux deux demandes de soins.
1° la demande de soins à laquelle est octroyé le statut de demande de soins à médiation prioritaire ;
2° la demande de soins ayant trait à une forme d'assistance qui est la forme d'assistance la plus intensive conformément au tableau 2, repris en annexe à l'arrêté ministériel du 1er mars 2012 portant fixation des champs d'assistance ;
3° la demande de soins d'une admission dans une maison pour non-travailleurs ou dans une maison pour travailleurs d'une personne handicapée qui avait terminé le soutien par une maison pour non-travailleurs ou une maison pour travailleurs afin de passer au logement protégé, aux services d'accompagnement inclusif ou au logement intégré, et qui, dans une période de deux années, a demandé à l'agence de repasser au soutien par une maison pour non-travailleurs ou une maison pour travailleurs ;
4° toutes les demandes de soins si elles peuvent être combinées conformément au tableau de calcul, repris en annexe jointe au présent arrêté.
Si, dans les cas visés à l'alinéa 1er, 1° ou 3°, une autre demande de soins est également enregistrée comme demande de soins active dans la banque de données centrale, qui concerne une forme de soutien qui est une forme de soutien plus intensive conformément au tableau 2, repris en annexe à l'arrêté ministériel du 1er mars 2012 portant fixation des champs d'assistance, les deux demandes de soins sont traduites en un budget. La demande active ayant le statut de demande de soins à médiation prioritaire est considérée comme une demande partielle telle que visée à l'article 7, alinéa 3, de l'arrêté du 27 novembre 2015. L'agence attribue un groupe de priorités aux deux demandes de soins.
Afdeling 3. - Vertaling naar een budgetcategorie
Section 3. - Traduction en une catégorie budgétaire
Art.6. Het agentschap vertaalt de actieve zorgvragen naar ondersteuningsfuncties met gemiddelde frequentie, en naar een voorlopige budgetcategorie op basis van de rekentabel, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
In afwijking van het eerste lid wordt de zorgvraag naar een persoonlijke-assistentiebudget rechtstreeks vertaald naar een voorlopige budgetcategorie op basis van de rekentabel, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, rekening houdend met het resultaat van de inschaling door de deskundigencommissie, vermeld in artikel 8 van het besluit van 15 december 2000.
In afwijking van het eerste lid wordt de zorgvraag naar een persoonlijke-assistentiebudget rechtstreeks vertaald naar een voorlopige budgetcategorie op basis van de rekentabel, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, rekening houdend met het resultaat van de inschaling door de deskundigencommissie, vermeld in artikel 8 van het besluit van 15 december 2000.
Art.6. L'agence traduit les demandes de soins actives en des fonctions de soutien à fréquence moyenne, et en une catégorie budgétaire provisoire sur la base du tableau de calcul, repris en annexe jointe au présent arrêté.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la demande de soins d'un budget d'assistance personnelle est traduite directement en une catégorie budgétaire provisoire sur la base du tableau de calcul, repris en annexe jointe au présent arrêté, en tenant compte du résultat de l'appréciation par la commission d'experts, visée à l'article 8 de l'arrêté du 15 décembre 2000.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la demande de soins d'un budget d'assistance personnelle est traduite directement en une catégorie budgétaire provisoire sur la base du tableau de calcul, repris en annexe jointe au présent arrêté, en tenant compte du résultat de l'appréciation par la commission d'experts, visée à l'article 8 de l'arrêté du 15 décembre 2000.
Art.7. Het agentschap deelt de vertaling naar ondersteuningsfuncties met gemiddelde frequentie en met vermelding van de voorlopige budgetcategorie mee aan de betrokkenen.
De betrokkenen kunnen de meegedeelde frequentie aanpassen binnen de grenzen van de maximale frequentie, vermeld in de rekentabel, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, of kunnen aan het agentschap meedelen dat ze akkoord gaan met het voorstel van frequentie.
Als de betrokkenen niet reageren op het voorstel binnen een termijn van drie maanden na de datum van de verzending ervan, worden ze geacht akkoord te gaan met het voorstel. De betrokkenen kunnen de contactpersoon zorgregie vragen om ondersteuning te bieden bij de beoordeling van het voorstel van frequentie.
De betrokkenen kunnen de meegedeelde frequentie aanpassen binnen de grenzen van de maximale frequentie, vermeld in de rekentabel, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, of kunnen aan het agentschap meedelen dat ze akkoord gaan met het voorstel van frequentie.
Als de betrokkenen niet reageren op het voorstel binnen een termijn van drie maanden na de datum van de verzending ervan, worden ze geacht akkoord te gaan met het voorstel. De betrokkenen kunnen de contactpersoon zorgregie vragen om ondersteuning te bieden bij de beoordeling van het voorstel van frequentie.
Art.7. L'agence communique la traduction en fonctions de soutien à fréquence moyenne avec mention de la catégorie budgétaire provisoire aux intéressés.
Les intéressés peuvent adapter la fréquence moyenne dans les limites de la fréquence maximale, visée au tableau de calcul, repris en annexe jointe au présent arrêté, ou peuvent informer l'agence qu'ils sont d'accord avec la proposition de fréquence.
Si les intéressés ne réagissent pas à la proposition dans un délai de trois mois après la date de son envoi, ils sont censés être d'accord avec la proposition. Les intéressés peuvent demander à la personne de contact de la régie des soins de fournir un soutien lors de l'évaluation de la proposition de fréquence.
Les intéressés peuvent adapter la fréquence moyenne dans les limites de la fréquence maximale, visée au tableau de calcul, repris en annexe jointe au présent arrêté, ou peuvent informer l'agence qu'ils sont d'accord avec la proposition de fréquence.
Si les intéressés ne réagissent pas à la proposition dans un délai de trois mois après la date de son envoi, ils sont censés être d'accord avec la proposition. Les intéressés peuvent demander à la personne de contact de la régie des soins de fournir un soutien lors de l'évaluation de la proposition de fréquence.
Art.8. Als de betrokkenen het voorstel van frequentie wijzigen, wordt het gemiddelde budget, vermeld in de rekentabel, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, herberekend, rekening houdend met het aandeel van de ondersteuningsfuncties in het gemiddelde budget en met de kostprijs voor één eenheid van de ondersteuningsfuncties.
Het bedrag dat het resultaat is van de herberekening, vermeld in het eerste lid, wordt gedeeld door 1,2535.
De voorlopige budgetcategorie die door het agentschap in aanmerking wordt genomen, is de budgetcategorie die het dichtst aansluit bij het resultaat van de berekening, vermeld in het eerste en tweede lid.
Het bedrag dat het resultaat is van de herberekening, vermeld in het eerste lid, wordt gedeeld door 1,2535.
De voorlopige budgetcategorie die door het agentschap in aanmerking wordt genomen, is de budgetcategorie die het dichtst aansluit bij het resultaat van de berekening, vermeld in het eerste en tweede lid.
Art.8. Si les intéressés modifient la proposition de fréquence, le budget moyen, visé au tableau de calcul repris en annexe jointe au présent arrêté, est recalculé, en tenant compte de la part des fonctions de soutien dans le budget moyen et du coût d'une unité des fonctions de soutien.
Le montant résultant du recalcul, visé à l'alinéa 1er, est divisé par 1,2535.
La catégorie budgétaire provisoire prise en compte par l'agence est la catégorie budgétaire qui correspond le mieux avec le résultat du calcul, visé aux alinéas 1er et 2.
Le montant résultant du recalcul, visé à l'alinéa 1er, est divisé par 1,2535.
La catégorie budgétaire provisoire prise en compte par l'agence est la catégorie budgétaire qui correspond le mieux avec le résultat du calcul, visé aux alinéas 1er et 2.
Art.9. Als de budgetcategorie die met toepassing van artikel 6 of 8 door het agentschap in aanmerking is genomen, lager is dan 80% van de laagste budgetcategorie, vermeld in tabel 1, opgenomen in de bijlage die bij het besluit van 27 november 2015 is gevoegd, wordt de actieve zorgvraag niet vertaald naar een budget.
Art.9. Si la catégorie budgétaire, prise en compte par l'agence en application de l'article 6 ou 8, est inférieure à 80% de la catégorie budgétaire la plus basse, visée au tableau 1er repris en annexe jointe à l'arrêté du 27 novembre 2015, la demande de soins active n'est pas traduite en un budget.
Afdeling 4. - Toekenning van een prioriteitengroep
Section 4. - Attribution d'un groupe de priorités
Art.10. Het agentschap kent een prioriteitengroep toe aan de personen met een handicap met een actieve zorgvraag die vertaald wordt naar een budget.
Art.10. L'agence attribue un groupe de priorités aux personnes handicapées ayant une demande de soins active qui est traduite en un budget.
Art.11. In dit artikel wordt verstaan onder een convenant : een convenant als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap die voor bepaalde duur wordt toegekend.
Het agentschap kent prioriteitengroep 1 toe aan de volgende personen met een handicap :
1° de persoon met een handicap die in aanmerking komt voor een convenant op voorstel van de regionale prioriteitencommissie als vermeld in artikel 8/2, 4°, van het besluit van 17 maart 2006, zoals van kracht op 31 maart 2016;
2° de persoon met een actieve zorgvraag die de status prioritair te bemiddelen zorgvraag heeft gekregen;
3° de persoon met een handicap die het gebruik van een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden stopzet omdat hij wil overstappen naar de ondersteuningsvorm beschermd wonen, dienst inclusieve ondersteuning of geïntegreerd wonen en binnen een periode van twee jaar aan het agentschap vraagt om opnieuw over te stappen naar ondersteuning door een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden;
4° de persoon met een handicap die in het kader van de registratie van zorgvragen bij het agentschap aangemeld is als geïnterneerde;
5° [1 ...]1
Het agentschap kent prioriteitengroep 1 toe aan de volgende personen met een handicap :
1° de persoon met een handicap die in aanmerking komt voor een convenant op voorstel van de regionale prioriteitencommissie als vermeld in artikel 8/2, 4°, van het besluit van 17 maart 2006, zoals van kracht op 31 maart 2016;
2° de persoon met een actieve zorgvraag die de status prioritair te bemiddelen zorgvraag heeft gekregen;
3° de persoon met een handicap die het gebruik van een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden stopzet omdat hij wil overstappen naar de ondersteuningsvorm beschermd wonen, dienst inclusieve ondersteuning of geïntegreerd wonen en binnen een periode van twee jaar aan het agentschap vraagt om opnieuw over te stappen naar ondersteuning door een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden;
4° de persoon met een handicap die in het kader van de registratie van zorgvragen bij het agentschap aangemeld is als geïnterneerde;
5° [1 ...]1
Art.11. Dans le présent article, on entend par convention : une convention telle que visée à l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 portant des mesures visant à rencontrer les besoins urgents des personnes handicapées, qui est accordée à durée déterminée.
L'agence attribue le groupe de priorités 1 aux personnes handicapées suivantes :
1° la personne handicapée admissible à une convention sur la proposition de la commission régionale des priorités telle que visée à l'article 8/2, 4°, de l'arrêté du 17 mars 2006, tel qu'en vigueur le 31 mars 2016 ;
2° la personne ayant une demande de soins active qui a obtenu le statut de demande de soins à médiation prioritaire ;
3° la personne handicapée qui termine l'utilisation d'une maison pour non-travailleurs ou d'une maison pour travailleurs parce qu'elle souhaite passer au logement protégé, aux services d'accompagnement inclusif ou au logement intégré, et qui demande, dans une période de deux années, à l'agence de repasser au soutien par une maison pour non-travailleurs ou une maison pour travailleurs ;
4° la personne handicapée notifiée comme interné dans le cadre de l'enregistrement des demandes de soins auprès de l'agence ;
5° [1 ...]1
L'agence attribue le groupe de priorités 1 aux personnes handicapées suivantes :
1° la personne handicapée admissible à une convention sur la proposition de la commission régionale des priorités telle que visée à l'article 8/2, 4°, de l'arrêté du 17 mars 2006, tel qu'en vigueur le 31 mars 2016 ;
2° la personne ayant une demande de soins active qui a obtenu le statut de demande de soins à médiation prioritaire ;
3° la personne handicapée qui termine l'utilisation d'une maison pour non-travailleurs ou d'une maison pour travailleurs parce qu'elle souhaite passer au logement protégé, aux services d'accompagnement inclusif ou au logement intégré, et qui demande, dans une période de deux années, à l'agence de repasser au soutien par une maison pour non-travailleurs ou une maison pour travailleurs ;
4° la personne handicapée notifiée comme interné dans le cadre de l'enregistrement des demandes de soins auprès de l'agence ;
5° [1 ...]1
Wijzigingen
Art.12. Binnen prioriteitengroep 1 worden de actieve zorgvragen gerangschikt.
Actieve zorgvragen met de status prioritair te bemiddelen zorgvraag worden gerangschikt volgens de datum waarop de status prioritair te bemiddelen zorgvraag is toegekend.
Als aan zorgvragen van verschillende personen met een handicap op dezelfde datum de status prioritair te bemiddelen zorgvraag is toegekend, worden ze binnen deze groep gerangschikt volgens de datum van registratie van de zorgvraag als actieve zorgvraag in de centrale gegevensbank.
In afwijking van het derde lid wordt de zorgvraag naar een persoonlijke-assistentiebudget binnen die groep gerangschikt, rekening houdend met de datum waarop het agentschap de aanvraag om een persoonlijke-assistentiebudget te verkrijgen, vermeld in artikel 3 van het besluit van 15 december 2000, heeft ontvangen.
De zorgvraag naar opname in een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden van een persoon die de ondersteuning door een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden had stopgezet om over te stappen naar beschermd wonen, dienst inclusieve ondersteuning of geïntegreerd wonen en binnen een periode van twee jaar aan het agentschap heeft gevraagd om opnieuw over te stappen naar ondersteuning door een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden, wordt gerangschikt, rekening houdend met de datum van de vraag om terug te keren naar een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden.
De zorgvragen van de persoon met een handicap, vermeld in artikel 11, tweede lid, 4°, worden gerangschikt met de datum 1 april 2016. Als er meerdere personen met een handicap gerangschikt moeten worden met de datum 1 april 2016 worden ze binnen deze groep gerangschikt rekening houdend met de schriftelijke aanvraag van ondersteuning als vermeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit van 24 juli 1991.
De zorgvragen van personen met een handicap, vermeld in artikel 11, tweede lid, 1° en 5°, worden gerangschikt volgens de datum van registratie als actieve zorgvraag in de centrale gegevensbank.
De vroegste datum van aanvraag komt binnen prioriteitengroep 1 het eerst in aanmerking voor de terbeschikkingstelling van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning.
Actieve zorgvragen met de status prioritair te bemiddelen zorgvraag worden gerangschikt volgens de datum waarop de status prioritair te bemiddelen zorgvraag is toegekend.
Als aan zorgvragen van verschillende personen met een handicap op dezelfde datum de status prioritair te bemiddelen zorgvraag is toegekend, worden ze binnen deze groep gerangschikt volgens de datum van registratie van de zorgvraag als actieve zorgvraag in de centrale gegevensbank.
In afwijking van het derde lid wordt de zorgvraag naar een persoonlijke-assistentiebudget binnen die groep gerangschikt, rekening houdend met de datum waarop het agentschap de aanvraag om een persoonlijke-assistentiebudget te verkrijgen, vermeld in artikel 3 van het besluit van 15 december 2000, heeft ontvangen.
De zorgvraag naar opname in een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden van een persoon die de ondersteuning door een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden had stopgezet om over te stappen naar beschermd wonen, dienst inclusieve ondersteuning of geïntegreerd wonen en binnen een periode van twee jaar aan het agentschap heeft gevraagd om opnieuw over te stappen naar ondersteuning door een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden, wordt gerangschikt, rekening houdend met de datum van de vraag om terug te keren naar een tehuis voor niet-werkenden of een tehuis voor werkenden.
De zorgvragen van de persoon met een handicap, vermeld in artikel 11, tweede lid, 4°, worden gerangschikt met de datum 1 april 2016. Als er meerdere personen met een handicap gerangschikt moeten worden met de datum 1 april 2016 worden ze binnen deze groep gerangschikt rekening houdend met de schriftelijke aanvraag van ondersteuning als vermeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit van 24 juli 1991.
De zorgvragen van personen met een handicap, vermeld in artikel 11, tweede lid, 1° en 5°, worden gerangschikt volgens de datum van registratie als actieve zorgvraag in de centrale gegevensbank.
De vroegste datum van aanvraag komt binnen prioriteitengroep 1 het eerst in aanmerking voor de terbeschikkingstelling van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning.
Art.12. Au sein du groupe de priorités 1, les demandes de soins actives sont classées.
Les demandes de soins actives au statut de demande de soins à médiation prioritaire sont classées selon la date d'octroi du statut de demande de soins à médiation prioritaire.
Si le statut de demande de soins à médiation prioritaire est attribué à la même date à des demandes de soins de plusieurs personnes handicapées, elles sont classées au sein de ce groupe selon la date d'enregistrement de la demande de soins comme demande de soins active dans la banque de données centrale.
Par dérogation à l'alinéa 3, la demande de soins d'un budget d'assistance personnelle est classée au sein de ce groupe en tenant compte de la date à laquelle l'agence a reçu la demande d'un budget d'assistance personnelle, visée à l'article 3 de l'arrêté du 15 décembre 2000.
La demande de soins d'une admission dans une maison pour non-travailleurs ou dans une maison pour travailleurs d'une personne qui avait terminé le soutien par une maison pour non-travailleurs ou une maison pour travailleurs afin de passer au logement protégé, aux services d'accompagnement inclusif ou au logement intégré, et qui, dans une période de deux années, a demandé à l'agence de repasser au soutien par une maison pour non-travailleurs ou une maison pour travailleurs, est classée, en tenant compte de la date de la demande de retour à une maison pour non-travailleurs ou une maison pour travailleurs.
Les demandes de soins de la personne handicapée, visées à l'article 11, alinéa 2, 4°, sont classées avec la date du 1er avril 2016. Si plusieurs personnes handicapées doivent être classées avec la date du 1er avril 2016, elles sont classées au sein de ce groupe en tenant compte de la demande écrite de soutien telle que visée à l'article 11, alinéa 1er, de l'arrêté du 24 juillet 1991.
Les demandes de soins de personnes handicapées, visées à l'article 11, alinéa 2, 1° et 5°, sont classées selon la date d'enregistrement comme demande de soins active dans la banque de données centrale.
La date la plus antérieure de demande est la première, au sein du groupe de priorités 1, à entrer en ligne de compte pour la mise à disposition d'un budget pour des soins et une aide non directement accessibles.
Les demandes de soins actives au statut de demande de soins à médiation prioritaire sont classées selon la date d'octroi du statut de demande de soins à médiation prioritaire.
Si le statut de demande de soins à médiation prioritaire est attribué à la même date à des demandes de soins de plusieurs personnes handicapées, elles sont classées au sein de ce groupe selon la date d'enregistrement de la demande de soins comme demande de soins active dans la banque de données centrale.
Par dérogation à l'alinéa 3, la demande de soins d'un budget d'assistance personnelle est classée au sein de ce groupe en tenant compte de la date à laquelle l'agence a reçu la demande d'un budget d'assistance personnelle, visée à l'article 3 de l'arrêté du 15 décembre 2000.
La demande de soins d'une admission dans une maison pour non-travailleurs ou dans une maison pour travailleurs d'une personne qui avait terminé le soutien par une maison pour non-travailleurs ou une maison pour travailleurs afin de passer au logement protégé, aux services d'accompagnement inclusif ou au logement intégré, et qui, dans une période de deux années, a demandé à l'agence de repasser au soutien par une maison pour non-travailleurs ou une maison pour travailleurs, est classée, en tenant compte de la date de la demande de retour à une maison pour non-travailleurs ou une maison pour travailleurs.
Les demandes de soins de la personne handicapée, visées à l'article 11, alinéa 2, 4°, sont classées avec la date du 1er avril 2016. Si plusieurs personnes handicapées doivent être classées avec la date du 1er avril 2016, elles sont classées au sein de ce groupe en tenant compte de la demande écrite de soutien telle que visée à l'article 11, alinéa 1er, de l'arrêté du 24 juillet 1991.
Les demandes de soins de personnes handicapées, visées à l'article 11, alinéa 2, 1° et 5°, sont classées selon la date d'enregistrement comme demande de soins active dans la banque de données centrale.
La date la plus antérieure de demande est la première, au sein du groupe de priorités 1, à entrer en ligne de compte pour la mise à disposition d'un budget pour des soins et une aide non directement accessibles.
Art.13. Het agentschap kent prioriteitengroep 3 toe aan de personen met een handicap met een actieve zorgvraag die vertaald wordt naar een budget die niet vermeld worden in artikel 11, tweede lid.
Binnen prioriteitengroep 3 worden de zorgvragen gerangschikt volgens de datum van de registratie als actieve zorgvraag in de centrale gegevensbank.
In afwijking van het tweede lid wordt de zorgvraag naar een persoonlijke-assistentiebudget die in de centrale gegevensbank als actieve zorgvraag is geregistreerd, gerangschikt, rekening houdend met de datum waarop het agentschap de aanvraag om een persoonlijke-assistentiebudget te verkrijgen, vermeld in artikel 3 van het besluit van 15 december 2000, heeft ontvangen.
De vroegste datum van aanvraag komt binnen prioriteitengroep 3 het eerst in aanmerking voor de terbeschikkingstelling van een budget.
Binnen prioriteitengroep 3 worden de zorgvragen gerangschikt volgens de datum van de registratie als actieve zorgvraag in de centrale gegevensbank.
In afwijking van het tweede lid wordt de zorgvraag naar een persoonlijke-assistentiebudget die in de centrale gegevensbank als actieve zorgvraag is geregistreerd, gerangschikt, rekening houdend met de datum waarop het agentschap de aanvraag om een persoonlijke-assistentiebudget te verkrijgen, vermeld in artikel 3 van het besluit van 15 december 2000, heeft ontvangen.
De vroegste datum van aanvraag komt binnen prioriteitengroep 3 het eerst in aanmerking voor de terbeschikkingstelling van een budget.
Art.13. L'agence attribue un groupe de priorités 3 aux personnes handicapées ayant une demande de soins active qui est traduite en un budget qui ne sont pas mentionnées à l'article 11, alinéa 2.
Au sein du groupe de priorités 3, les demandes de soins sont classées selon la date d'enregistrement comme demande de soins active dans la banque de données centrale.
Par dérogation à l'alinéa 2, la demande de soins d'un budget d'assistance personnelle qui est enregistrée comme demande de soins active dans la banque de données centrale, est classée en tenant compte de la date à laquelle l'agence a reçu la demande d'un budget d'assistance personnelle, visée à l'article 3 de l'arrêté du 15 décembre 2000.
La date la plus antérieure de demande est la première, au sein du groupe de priorités 3, à entrer en ligne de compte pour la mise à disposition d'un budget.
Au sein du groupe de priorités 3, les demandes de soins sont classées selon la date d'enregistrement comme demande de soins active dans la banque de données centrale.
Par dérogation à l'alinéa 2, la demande de soins d'un budget d'assistance personnelle qui est enregistrée comme demande de soins active dans la banque de données centrale, est classée en tenant compte de la date à laquelle l'agence a reçu la demande d'un budget d'assistance personnelle, visée à l'article 3 de l'arrêté du 15 décembre 2000.
La date la plus antérieure de demande est la première, au sein du groupe de priorités 3, à entrer en ligne de compte pour la mise à disposition d'un budget.
Afdeling 5. [1 De beslissing tot toewijzing van een budget]1
Section 5. [1 - La décision d'attribution d'un budget]1
Art.14. Het agentschap deelt aan de betrokkenen het voorstel van beslissing tot toewijzing van een budget mee, met vermelding van de ondersteuningsfuncties, de frequenties, de budgetcategorie en de prioriteitengroep.
Als de betrokkenen niet akkoord gaan met het voorstel van frequenties, kunnen ze vragen om de frequenties aan te passen conform artikel 7. Het agentschap verstuurt een beslissing tot toewijzing van een budget, na de herberekening, vermeld in artikel 8.
Als de betrokkenen akkoord gaan met het voorstel van frequenties, vermeld in artikel 7, of niet reageren binnen de termijn, vermeld in het derde lid van het voormelde artikel, geldt het voorstel van beslissing als beslissing tot toewijzing van een budget.
In afwijking van het eerste lid deelt het agentschap, na de vertaling van de zorgvraag naar een persoonlijke-assistentiebudget conform artikel 6, tweede lid, aan de betrokkenen een beslissing tot toewijzing van een budget mee.
In het geval, vermeld in artikel 9, deelt het agentschap aan de betrokkenen mee dat er geen budget wordt toegewezen.
Voor de personen met een handicap waarvoor het agentschap de zorgvragen die op 1 mei 2016 en op 31 december 2016 geregistreerd zijn als actieve zorgvraag, heeft vertaald naar een budget, geldt de beslissing tot toewijzing van een budget op grond van de vertaling van de zorgvragen die op 31 december 2016 als actieve zorgvraag geregistreerd zijn, als beslissing tot toewijzing van een budget.
Als de betrokkenen niet akkoord gaan met het voorstel van frequenties, kunnen ze vragen om de frequenties aan te passen conform artikel 7. Het agentschap verstuurt een beslissing tot toewijzing van een budget, na de herberekening, vermeld in artikel 8.
Als de betrokkenen akkoord gaan met het voorstel van frequenties, vermeld in artikel 7, of niet reageren binnen de termijn, vermeld in het derde lid van het voormelde artikel, geldt het voorstel van beslissing als beslissing tot toewijzing van een budget.
In afwijking van het eerste lid deelt het agentschap, na de vertaling van de zorgvraag naar een persoonlijke-assistentiebudget conform artikel 6, tweede lid, aan de betrokkenen een beslissing tot toewijzing van een budget mee.
In het geval, vermeld in artikel 9, deelt het agentschap aan de betrokkenen mee dat er geen budget wordt toegewezen.
Voor de personen met een handicap waarvoor het agentschap de zorgvragen die op 1 mei 2016 en op 31 december 2016 geregistreerd zijn als actieve zorgvraag, heeft vertaald naar een budget, geldt de beslissing tot toewijzing van een budget op grond van de vertaling van de zorgvragen die op 31 december 2016 als actieve zorgvraag geregistreerd zijn, als beslissing tot toewijzing van een budget.
Art.14. L'agence communique aux intéressés la proposition de décision d'attribution d'un budget, avec mention des fonctions de soutien, des fréquences, de la catégorie budgétaire et du groupe de priorités.
Si les intéressés ne sont pas d'accord avec la proposition des fréquences, ils peuvent demander une adaptation des fréquences conformément à l'article 7. L'agence envoie une décision d'attribution d'un budget, après le recalcul visé à l'article 8.
Si les intéressés sont d'accord avec la proposition de fréquences, visée à l'article 7, ou ne réagissent pas dans le délai, visé à l'alinéa 3 de l'article précité, la proposition de décision vaut comme décision d'attribution d'un budget.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'agence communique aux intéressés une décision d'attribution d'un budget, après la traduction de la demande de soins en un budget d'assistance personnelle conformément à l'article 6, alinéa 2.
Dans le cas, visé à l'article 9, l'agence communique aux intéressés qu'aucun budget n'est attribué.
Pour les personnes handicapées pour lesquelles l'agence a traduit les demandes de soins qui sont enregistrées, les 1er mai 2016 et 31 décembre 2016, comme demande de soins active, en un budget, la décision d'attribution d'un budget vaut comme décision d'attribution d'un budget, sur la base de la traduction des demandes de soins qui sont enregistrées comme demande de soins active le 31 décembre 2016.
Si les intéressés ne sont pas d'accord avec la proposition des fréquences, ils peuvent demander une adaptation des fréquences conformément à l'article 7. L'agence envoie une décision d'attribution d'un budget, après le recalcul visé à l'article 8.
Si les intéressés sont d'accord avec la proposition de fréquences, visée à l'article 7, ou ne réagissent pas dans le délai, visé à l'alinéa 3 de l'article précité, la proposition de décision vaut comme décision d'attribution d'un budget.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'agence communique aux intéressés une décision d'attribution d'un budget, après la traduction de la demande de soins en un budget d'assistance personnelle conformément à l'article 6, alinéa 2.
Dans le cas, visé à l'article 9, l'agence communique aux intéressés qu'aucun budget n'est attribué.
Pour les personnes handicapées pour lesquelles l'agence a traduit les demandes de soins qui sont enregistrées, les 1er mai 2016 et 31 décembre 2016, comme demande de soins active, en un budget, la décision d'attribution d'un budget vaut comme décision d'attribution d'un budget, sur la base de la traduction des demandes de soins qui sont enregistrées comme demande de soins active le 31 décembre 2016.
Art.15. Als de persoon met een handicap niet akkoord gaat met de beslissing tot toewijzing van een budget, kan hij een herziening vragen conform hoofdstuk 7 van het besluit van 27 november 2015.
Art.15. Si la personne handicapée n'est pas d'accord avec la décision d'attribution d'un budget, elle peut demander une révision conformément au chapitre 7 de l'arrêté du 27 novembre 2015.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
Art.18. In artikel 18/1, eerste lid, van het besluit van 17 maart 2006, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 2015, wordt de zinsnede ", binnen het quotum dat het agentschap heeft vastgesteld," opgeheven.
Art.18. Dans l'article 18/1, alinéa 1er, de l'arrêté du 17 mars 2006, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 janvier 2015, le membre de phrase " dans le quota fixé par l'agence " est abrogé.
Art.19. In artikel 47/2, § 2,van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
"1° de gegevens van de persoon met een handicap in de centrale gegevensbank registreren, actualiseren en, in voorkomend geval, afsluiten, rekening houdend met de effecten van die registraties in het kader van de transitie;";
2° er worden een punt 7° en een punt 8° toegevoegd, die luiden als volgt :
"7° op verzoek van de persoon met een handicap ondersteuning bieden bij de beoordeling van het voorstel van het agentschap voor ondersteuningsfuncties, met vermelding van frequenties in het kader van de transitie naar een persoonsvolgend budget;
8° advisering van hun cliënten in het kader van de transitie naar een persoonsvolgend budget.".
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
"1° de gegevens van de persoon met een handicap in de centrale gegevensbank registreren, actualiseren en, in voorkomend geval, afsluiten, rekening houdend met de effecten van die registraties in het kader van de transitie;";
2° er worden een punt 7° en een punt 8° toegevoegd, die luiden als volgt :
"7° op verzoek van de persoon met een handicap ondersteuning bieden bij de beoordeling van het voorstel van het agentschap voor ondersteuningsfuncties, met vermelding van frequenties in het kader van de transitie naar een persoonsvolgend budget;
8° advisering van hun cliënten in het kader van de transitie naar een persoonsvolgend budget.".
Art.19. A l'article 47/2, § 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 février 2011, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° enregistrer, actualiser et, le cas échéant, clôturer les données de la personne handicapée dans la banque de données centrale, en tenant compte des effets de ces enregistrements dans le cadre de la transition ; " ;
2° il est ajouté un point 7° et un point 8°, rédigés comme suit :
" 7° offrir un soutien, à la demande de la personne handicapée, lors de l'évaluation de la proposition de l'agence pour des fonctions de soutien, avec mention des fréquences dans le cadre de la transition vers un budget personnalisé ;
8° fournir des conseils à leurs clients dans le cadre de la transition vers un budget personnalisé. ".
1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° enregistrer, actualiser et, le cas échéant, clôturer les données de la personne handicapée dans la banque de données centrale, en tenant compte des effets de ces enregistrements dans le cadre de la transition ; " ;
2° il est ajouté un point 7° et un point 8°, rédigés comme suit :
" 7° offrir un soutien, à la demande de la personne handicapée, lors de l'évaluation de la proposition de l'agence pour des fonctions de soutien, avec mention des fréquences dans le cadre de la transition vers un budget personnalisé ;
8° fournir des conseils à leurs clients dans le cadre de la transition vers un budget personnalisé. ".
Art.20. In artikel 6, derde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 februari 2016, worden de woorden "meer dan 90%"" vervangen door de woorden "meer dan 92%" en worden de woorden "maximaal 75" vervangen door de woorden "maximaal 20".
Art.20. Dans l'article 6, alinéa 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2013 relatif à l'aide directement accessible pour les personnes handicapées, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 février 2016, les mots " plus de 90% " sont remplacés par les mots " plus de 92% " et les mots " au maximum 75 " sont remplacés par les mots " au maximum 20 ".
Art.21. Aan artikel 35 van het besluit van 27 november 2015 wordt een paragraaf 3 toegevoegd die luidt als volgt :
" § 3. Als een herziening wordt gevraagd, wordt de vraag naar een budget na herziening binnen elke prioriteitengroep chronologisch gerangschikt, rekening houdend met de datum van die aanvraag, die conform artikel 5 van dit besluit wordt vastgesteld. Als de herziening alleen de inschatting van de dringendheid van de vraag betreft, vermeld in artikel 35, § 2, gebeurt de chronologische rangschikking binnen elke prioriteitengroep rekening houdend met de datum waarop het multidisciplinair team de informatie over de dringendheid van de vraag bezorgt aan het agentschap."
" § 3. Als een herziening wordt gevraagd, wordt de vraag naar een budget na herziening binnen elke prioriteitengroep chronologisch gerangschikt, rekening houdend met de datum van die aanvraag, die conform artikel 5 van dit besluit wordt vastgesteld. Als de herziening alleen de inschatting van de dringendheid van de vraag betreft, vermeld in artikel 35, § 2, gebeurt de chronologische rangschikking binnen elke prioriteitengroep rekening houdend met de datum waarop het multidisciplinair team de informatie over de dringendheid van de vraag bezorgt aan het agentschap."
Art.21. L'article 35 de l'arrêté du 27 novembre 2015 est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Si une révision est demandée, la demande d'un budget après la révision est classée chronologiquement au sein de chaque groupe de priorités, en tenant compte de la date de cette demande, fixée conformément à l'article 5 du présent arrêté. Si la révision ne concerne que l'appréciation de l'urgence de la demande, visée à l'article 35, § 2, le classement chronologique se fait au sein de chaque groupe de priorités en tenant compte de la date à laquelle l'équipe multidisciplinaire transmet les informations sur l'urgence de la demande à l'agence. "
" § 3. Si une révision est demandée, la demande d'un budget après la révision est classée chronologiquement au sein de chaque groupe de priorités, en tenant compte de la date de cette demande, fixée conformément à l'article 5 du présent arrêté. Si la révision ne concerne que l'appréciation de l'urgence de la demande, visée à l'article 35, § 2, le classement chronologique se fait au sein de chaque groupe de priorités en tenant compte de la date à laquelle l'équipe multidisciplinaire transmet les informations sur l'urgence de la demande à l'agence. "
Art.22. In artikel 54 van hetzelfde besluit worden het eerste en het tweede lid vervangen door wat volgt :
"De aanvragen van opvang, behandeling en begeleiding door een voorziening die wordt erkend en gesubsidieerd door het agentschap, die bij het agentschap worden ingediend voor 1 april 2016, worden afgehandeld conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap als een schriftelijke aanvraag van ondersteuning als vermeld in artikel 11, eerste lid, van het voormelde besluit, is ingediend vóór 1 april 2016 en de aanvraag vervolledigd is vóór 1 juli 2016, conform artikel 2 van het voormelde besluit.
De aanvragen tot toewijzing van een persoonlijke-assistentiebudget die bij het agentschap worden ingediend vóór 1 april 2016, worden door het agentschap afgehandeld conform de bepalingen van het voormelde besluit van 24 juli 1991 en conform artikel 2, § 2, en artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap als een schriftelijke aanvraag tot toewijzing van een persoonlijke-assistentiebudget als vermeld in artikel 11, eerste lid, van het voormelde besluit van 24 juli 1991 is ingediend vóór 1 april 2016 en de aanvraag vervolledigd is vóór 1 juli 2016, conform artikel 2 van het voormelde besluit van 24 juli 1991 en conform artikel 2, § 2, en artikel 6 van het voormelde besluit van 15 december 2000.".
"De aanvragen van opvang, behandeling en begeleiding door een voorziening die wordt erkend en gesubsidieerd door het agentschap, die bij het agentschap worden ingediend voor 1 april 2016, worden afgehandeld conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap als een schriftelijke aanvraag van ondersteuning als vermeld in artikel 11, eerste lid, van het voormelde besluit, is ingediend vóór 1 april 2016 en de aanvraag vervolledigd is vóór 1 juli 2016, conform artikel 2 van het voormelde besluit.
De aanvragen tot toewijzing van een persoonlijke-assistentiebudget die bij het agentschap worden ingediend vóór 1 april 2016, worden door het agentschap afgehandeld conform de bepalingen van het voormelde besluit van 24 juli 1991 en conform artikel 2, § 2, en artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap als een schriftelijke aanvraag tot toewijzing van een persoonlijke-assistentiebudget als vermeld in artikel 11, eerste lid, van het voormelde besluit van 24 juli 1991 is ingediend vóór 1 april 2016 en de aanvraag vervolledigd is vóór 1 juli 2016, conform artikel 2 van het voormelde besluit van 24 juli 1991 en conform artikel 2, § 2, en artikel 6 van het voormelde besluit van 15 december 2000.".
Art.22. Dans l'article 54 du même arrêté, les alinéas 1er et deux sont remplacés par ce qui suit :
" Les demandes d'accueil, de traitement et d'accompagnement par une structure agréée et subventionnée par l'agence, qui sont introduites avant le 1er avril 2016, sont traitées conformément aux dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprès de l' " Agentschap voor Personen met een Handicap " si une demande écrite de soutien telle que visée à l'article 11, alinéa 1er, de l'arrêté précité, est introduite avant le 1er avril 2016 et la demande est complétée avant le 1er juillet 2016, conformément à l'article 2 de l'arrêté précité.
Les demandes d'attribution d'un budget d'assistance personnelle qui sont introduites auprès de l'agence avant le 1er avril 2016, sont traitées par l'agence conformément aux dispositions de l'arrêté précité du 24 juillet 1991 et conformément à l'article 2, § 2, et à l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées si une demande écrite d'attribution d'un budget d'assistance personnelle telle que visée à l'article 11, alinéa 1er, de l'arrêté précité du 24 juillet 1991 est introduite avant le 1er avril 2016 et la demande est complétée avant le 1er juillet 2016, conformément à l'article 2 de l'arrêté précité du 24 juillet 1991 et conformément à l'article 2, § 2, et à l'article 6 de l'arrêté précité du 15 décembre 2000. ".
" Les demandes d'accueil, de traitement et d'accompagnement par une structure agréée et subventionnée par l'agence, qui sont introduites avant le 1er avril 2016, sont traitées conformément aux dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprès de l' " Agentschap voor Personen met een Handicap " si une demande écrite de soutien telle que visée à l'article 11, alinéa 1er, de l'arrêté précité, est introduite avant le 1er avril 2016 et la demande est complétée avant le 1er juillet 2016, conformément à l'article 2 de l'arrêté précité.
Les demandes d'attribution d'un budget d'assistance personnelle qui sont introduites auprès de l'agence avant le 1er avril 2016, sont traitées par l'agence conformément aux dispositions de l'arrêté précité du 24 juillet 1991 et conformément à l'article 2, § 2, et à l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées si une demande écrite d'attribution d'un budget d'assistance personnelle telle que visée à l'article 11, alinéa 1er, de l'arrêté précité du 24 juillet 1991 est introduite avant le 1er avril 2016 et la demande est complétée avant le 1er juillet 2016, conformément à l'article 2 de l'arrêté précité du 24 juillet 1991 et conformément à l'article 2, § 2, et à l'article 6 de l'arrêté précité du 15 décembre 2000. ".
Art.23. In artikel 6, eerste lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering worden de woorden "privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk" vervangen door de woorden "privaatrechtelijke vereniging of vennootschap met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk".
Art.23. Dans l'article 6, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2015 portant conditions d'autorisation et règlement de subvention des organisations d'assistance aux gestionnaires de budget dans le cadre du financement personnalisé, les mots " association de droit privé sans but lucratif, dotée de la personnalité juridique " sont remplacés par les mots " association ou société de droit privé sans but lucratif, dotée de la personnalité juridique ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art.24. In de periode van 1 april 2016 tot en met 31 december 2016 kunnen de basisgegevens over zorgvragen geregistreerd worden in de centrale gegevensbank volgens de richtlijnen die opgemaakt zijn met toepassing van artikel 12, § 2, 2°, van het besluit van 17 maart 2006, zoals van kracht op 31 maart 2016.
De basisgegevens, vermeld in het eerste lid, waarover het agentschap beschikt als gevolg van de behandeling van de aanvraag van ondersteuning, vermeld in het besluit van 24 juli 1991, worden automatisch door het agentschap ingebracht in de centrale gegevensbank.
De basisgegevens, vermeld in het eerste lid, waarover het agentschap niet beschikt, worden in de centrale gegevensbank ingevoerd door de contactpersoon zorgregie.
Het agentschap bepaalt op welke wijze en op welk moment de contactpersoon zorgregie de basisgegevens invoert in de centrale gegevensbank.
De basisgegevens, vermeld in het eerste lid, waarover het agentschap beschikt als gevolg van de behandeling van de aanvraag van ondersteuning, vermeld in het besluit van 24 juli 1991, worden automatisch door het agentschap ingebracht in de centrale gegevensbank.
De basisgegevens, vermeld in het eerste lid, waarover het agentschap niet beschikt, worden in de centrale gegevensbank ingevoerd door de contactpersoon zorgregie.
Het agentschap bepaalt op welke wijze en op welk moment de contactpersoon zorgregie de basisgegevens invoert in de centrale gegevensbank.
Art.24. Dans la période du 1er avril 2016 au 31 décembre 2016 inclus, les données de base sur les demandes de soins peuvent être enregistrées dans la banque de données centrale selon les directives établies en application de l'article 12, § 2, 2°, de l'arrêté du 17 mars 2006, telles qu'en vigueur le 31 mars 2016.
Les données de base, visées à l'alinéa 1er, dont l'agence dispose suite au traitement de la demande de soutien, visée à l'arrêté du 24 juillet 1991, sont automatiquement introduites dans la banque de données centrale par l'agence.
Les données de base, visées à l'alinéa 1er, dont l'agence ne dispose pas, sont introduites dans la banque de données centrale par la personne de contact de la régie des soins.
L'agence détermine le mode selon lequel et le moment auquel la personne de contact de la régie des soins introduit les données de base dans la banque de données centrale.
Les données de base, visées à l'alinéa 1er, dont l'agence dispose suite au traitement de la demande de soutien, visée à l'arrêté du 24 juillet 1991, sont automatiquement introduites dans la banque de données centrale par l'agence.
Les données de base, visées à l'alinéa 1er, dont l'agence ne dispose pas, sont introduites dans la banque de données centrale par la personne de contact de la régie des soins.
L'agence détermine le mode selon lequel et le moment auquel la personne de contact de la régie des soins introduit les données de base dans la banque de données centrale.
Art.25. Onverminderd de toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, conform hoofdstuk 1 van dit besluit, kunnen voorzieningen, die erkend zijn door het agentschap in de periode van 1 april 2016 tot en met 31 december 2016 de meerderjarige persoon met een handicap met een beslissing tot toewijzing van opvang, behandeling of begeleiding door een voorziening die erkend is door het agentschap, opnemen conform titel II, hoofdstuk VI, afdeling I, van het besluit van 17 maart 2006.
Art.25. Sans préjudice de l'attribution d'un budget pour des soins et une aide non directement accessibles, conformément au chapitre 1er du présent arrêté, les structures qui sont agréées par l'agence dans la période du 1er avril 2016 au 31 décembre 2016 inclus peuvent admettre la personne majeure handicapée qui dispose d'une décision d'attribution d'accueil, de traitement ou d'accompagnement par une structure agréée par l'agence, conformément au titre II, chapitre VI, section I, de l'arrêté du 17 mars 2006.
Art.26. Het agentschap kan binnen de grenzen van de middelen die voor de toekenning van persoonlijke-assistentiebudgetten zijn vastgelegd op zijn begroting in de periode van 1 april 2016 tot 31 augustus 2016 een persoonlijke- assistentiebudget toekennen aan meerderjarige personen met een handicap als aan de navolgende voorwaarden is voldaan :
1° het agentschap heeft een beslissing tot toewijzing van een persoonlijke-assistentiebudget genomen;
2° de vraag naar een persoonlijke-assistentiebudget werd conform hoofdstuk 1 van dit besluit vertaald naar een budget;
3° de vraag naar een persoonlijke-assistentiebudget is erkend als een prioritair te bemiddelen zorgvraag als vermeld in artikel 1, 20° van het besluit van 17 maart 2006, zoals van kracht op 31 maart 2016.
In de periode van 1 september 2016 tot 31 december 2016 kan het agentschap binnen de grenzen van de middelen die voor de toekenning van persoonlijke-assistentiebudgetten zijn vastgelegd op de begroting van het agentschap, een budget ter beschikking stellen aan de meerderjarige personen met een handicap die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. Het agentschap houdt bij de ter beschikkingstelling rekening met de rangschikking van de personen met een handicap binnen de prioriteitengroep 1, vermeld in artikel 12.
1° het agentschap heeft een beslissing tot toewijzing van een persoonlijke-assistentiebudget genomen;
2° de vraag naar een persoonlijke-assistentiebudget werd conform hoofdstuk 1 van dit besluit vertaald naar een budget;
3° de vraag naar een persoonlijke-assistentiebudget is erkend als een prioritair te bemiddelen zorgvraag als vermeld in artikel 1, 20° van het besluit van 17 maart 2006, zoals van kracht op 31 maart 2016.
In de periode van 1 september 2016 tot 31 december 2016 kan het agentschap binnen de grenzen van de middelen die voor de toekenning van persoonlijke-assistentiebudgetten zijn vastgelegd op de begroting van het agentschap, een budget ter beschikking stellen aan de meerderjarige personen met een handicap die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. Het agentschap houdt bij de ter beschikkingstelling rekening met de rangschikking van de personen met een handicap binnen de prioriteitengroep 1, vermeld in artikel 12.
Art.26. Dans les limites des moyens engagés au budget pour l'attribution de budgets d'assistance personnelle dans la période du 1er avril 2016 au 31 août 2016 inclus, l'agence peut attribuer un budget d'assistance personnelle à des personnes majeures handicapées si une des conditions suivantes est remplie :
1° l'agence a pris une décision d'attribution d'un budget d'assistance personnelle ;
2° la demande d'un budget d'assistance personnelle a été traduite en un budget conformément au chapitre 1er du présent arrêté ;
3° la demande d'un budget d'assistance personnelle est reconnue comme une demande de soins à médiation prioritaire, telle que visée à l'article 1er, 20°, de l'arrêté du 17 mars 2006, tel qu'en vigueur le 31 mars 2016.
Dans la période du 1er septembre au 31 décembre 2016 inclus, et dans les limites des moyens engagés au budget de l'agence pour l'attribution de budgets d'assistance personnelle, l'agence peut mettre un budget à la disposition des personnes majeures handicapées qui répondent aux conditions visées à l'alinéa 1er. Lors de la mise à disposition l'agence tient compte du classement des personnes handicapées au sein du groupe de priorités 1, visé à l'article 12.
1° l'agence a pris une décision d'attribution d'un budget d'assistance personnelle ;
2° la demande d'un budget d'assistance personnelle a été traduite en un budget conformément au chapitre 1er du présent arrêté ;
3° la demande d'un budget d'assistance personnelle est reconnue comme une demande de soins à médiation prioritaire, telle que visée à l'article 1er, 20°, de l'arrêté du 17 mars 2006, tel qu'en vigueur le 31 mars 2016.
Dans la période du 1er septembre au 31 décembre 2016 inclus, et dans les limites des moyens engagés au budget de l'agence pour l'attribution de budgets d'assistance personnelle, l'agence peut mettre un budget à la disposition des personnes majeures handicapées qui répondent aux conditions visées à l'alinéa 1er. Lors de la mise à disposition l'agence tient compte du classement des personnes handicapées au sein du groupe de priorités 1, visé à l'article 12.
Art.27. Voor de personen met een handicap voor wie het agentschap met toepassing van dit besluit een beslissing tot toewijzing van een budget heeft genomen, vervallen de beslissingen van het agentschap tot toewijzing van ondersteuning door een voorziening die erkend is door het agentschap, of tot toewijzing van een persoonlijke-assistentiebudget, vermeld in artikel 10 van het besluit van 24 juli 1991, met ingang van 1 januari 2017.
De beslissingen van het agentschap tot toewijzing van ondersteuning door een voorziening die erkend is door het agentschap of tot toewijzing van een persoonlijke-assistentiebudget, vermeld in artikel 10 van het besluit van 24 juli 1991, met betrekking tot zorgvragen die met toepassing van dit besluit niet worden vertaald, blijven met ingang van 1 januari 2017, alleen gelden als erkenning als persoon met een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, maar geven vanaf die datum geen recht meer op niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning.
De beslissingen van het agentschap tot toewijzing van ondersteuning door een voorziening die erkend is door het agentschap of tot toewijzing van een persoonlijke-assistentiebudget, vermeld in artikel 10 van het besluit van 24 juli 1991, met betrekking tot zorgvragen die met toepassing van dit besluit niet worden vertaald, blijven met ingang van 1 januari 2017, alleen gelden als erkenning als persoon met een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, maar geven vanaf die datum geen recht meer op niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning.
Art.27. Pour les personnes handicapées pour lesquelles l'agence a pris une décision d'attribution d'un budget en application du présent arrêté, les décisions de l'agence d'attribution de soutien par une structure agréée par l'agence, ou d'attribution d'un budget d'assistance personnelle, visées à l'article 10 de l'arrêté du 24 juillet 1991, échoient à partir du 1er janvier 2017.
Les décisions de l'agence d'attribution de soutien par une structure agréée par l'agence ou d'attribution d'un budget d'assistance personnelle, visées à l'article 10 de l'arrêté du 24 juillet 1991, en ce qui concerne des demandes de soins qui ne sont pas traduites en application du présent arrêté, continuent à valoir uniquement comme reconnaissance comme personne handicapée telle que visée à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées), mais ne donnent plus droit, à partir de cette date, aux soins et à l'aide non directement accessibles.
Les décisions de l'agence d'attribution de soutien par une structure agréée par l'agence ou d'attribution d'un budget d'assistance personnelle, visées à l'article 10 de l'arrêté du 24 juillet 1991, en ce qui concerne des demandes de soins qui ne sont pas traduites en application du présent arrêté, continuent à valoir uniquement comme reconnaissance comme personne handicapée telle que visée à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées), mais ne donnent plus droit, à partir de cette date, aux soins et à l'aide non directement accessibles.
Art. 27/1. [1 § 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder jeugdhulpverlening: de niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning die is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of is toegewezen door het agentschap en die bestaat uit een van de volgende vormen van ondersteuning:
1° de niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning die wordt geboden door een multifunctioneel centrum voor minderjarigen als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
2° de ondersteuning die wordt geboden in het kader van een persoonsvolgende convenant als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap;
3° de ondersteuning die wordt geboden met de inzet van persoonsvolgende middelen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 over persoonsvolgende middelen voor minderjarige personen met een handicap met dringende noden;
4° de ondersteuning die wordt geboden met een persoonlijke- assistentiebudget als vermeld in artikel 19/1 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
In de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 kan het agentschap gefaseerd een budget ter beschikking stellen aan personen met een handicap aan wie het agentschap een budget heeft toegewezen met toepassing van artikel 3 tot en met 14 van dit besluit en die gebruikmaken van jeugdhulpverlening voor een bedrag dat maximaal overeenstemt met het bedrag van de subsidies dat berekend wordt conform artikel 34, derde en vierde lid, van het besluit van 27 november 2015.
[2 Als het gaat om jeugdhulpverlening als vermeld in het eerste lid, 4°, kan het agentschap, in afwijking van het tweede lid, een budget ter beschikking stellen als de jeugdhulpverlening is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp maar er nog geen gebruik van wordt gemaakt.]2
De beslissing tot toekenning van jeugdhulpverlening of van een aanvullend geïndividualiseerd hulpaanbod als vermeld in artikel 67, tweede lid, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of de beslissing betreffende de inschakeling van een intersectoraal zorgnetwerk als vermeld in artikel 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 betreffende het intersectorale zorgnetwerk en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, wat betreft de prioritair toe te wijzen hulpvragen, die is genomen met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of de beslissing van het agentschap tot toewijzing van jeugdhulpverlening, vervalt met ingang van de eerste dag van de vierde maand die volgt op de datum van de terbeschikkingstelling van het budget, vermeld in het vierde lid.
[2 Voor de terbeschikkingstellingen, vermeld in het tweede lid en derde lid, gelden de volgende fasen:
1° in 2017 wordt het budget ter beschikking gesteld aan de personen met een handicap die geboren zijn in 1994 of vroeger en die in 2017 gebruikmaken van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening;
2° in 2018 kan het budget ter beschikking gesteld worden aan de personen met een handicap die geboren zijn in 1996 of vroeger en die in 2018 gebruikmaken van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening of aan wie in 2018 jeugdhulpverlening als vermeld in het eerste lid, 4°, is toegekend;
3° in 2019 kan het budget ter beschikking gesteld worden aan de personen met een handicap die geboren zijn in 1998 of vroeger en die in 2019 gebruikmaken van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening of aan wie in 2019 jeugdhulpverlening als vermeld in het eerste lid, 4°, is toegekend.]2
§ 2. Voor de personen met een handicap die in 2017 in aanmerking komen voor de terbeschikkingstelling van een budget, vermeld in § 1, tweede lid, kan dat budget ter beschikking gesteld worden, op voorwaarde dat dat budget het budget dat met toepassing van artikel 3 tot en met 14 is toegewezen, niet overschrijdt. Als het budget, vermeld in § 1, tweede lid, groter is dan het budget dat met toepassing van artikel 3 tot en met 14 is toegewezen, wordt dat laatste budget ter beschikking gesteld.
Conform artikel 16 van dit besluit dienen de personen met een handicap, vermeld in het eerste lid, na de terbeschikkingstelling van het budget conform het eerste lid, een aanvraag van herziening in van het budget dat is toegewezen door het agentschap met toepassing van artikel 3 tot en met 14.
Als het budget, vermeld in de beslissing tot toewijzing na de aanvraag van herziening, vermeld in het tweede lid, hoger is dan het budget dat conform pararaaf 1, tweede lid, ter beschikking kan worden gesteld, wordt dat laatste budget ter beschikking gesteld.
Als het budget dat wordt toegewezen na de aanvraag van herziening, vermeld in het tweede lid, lager is dan het budget dat conform het eerste lid ter beschikking is gesteld, wordt het budget dat wordt toegewezen na de aanvraag van herziening ter beschikking gesteld met ingang van de eerste dag van de vierde maand na de datum die opgenomen is in de beslissing tot toewijzing van het budget na herziening.
§ 3. Voor de personen met een handicap die vanaf het jaar 2018 in aanmerking komen voor de terbeschikkingstelling van een budget, vermeld in pararaaf 1, tweede lid, kan het agentschap een budget als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, ter beschikking stellen nadat de personen met een handicap, conform hoofdstuk 7 van het besluit van 27 november 2015 een aanvraag van herziening van het budget dat is toegewezen met toepassing van artikel 3 tot en met 14 van dit besluit, hebben ingediend bij het agentschap en het agentschap heeft beslist om een budget toe te wijzen na de afhandeling van de aanvraag van herziening. In afwijking van artikel 22 van het voormelde besluit wordt het dossier alleen voorgelegd aan de regionale prioriteitencommissie als de budgetcategorie die kan worden toegewezen conform artikel 17 tot en met 21 van het voormelde besluit, groter is dan het bedrag, vermeld in paragraaf 1, tweede lid.
Als het budget, vermeld in de beslissing van het agentschap tot toewijzing van een budget na de aanvraag van herziening, vermeld in het eerste lid, hoger is dan of gelijk is aan het budget dat overeenstemt met het bedrag, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, stelt het agentschap een budget ter beschikking dat overeenstemt met het bedrag, vermeld in paragraaf 1, tweede lid. Als het budget, vermeld in de beslissing van het agentschap tot toewijzing van een budget na de aanvraag van herziening, vermeld in het eerste lid, lager is dan het budget dat overeenstemt met het bedrag, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, stelt het agentschap het budget, vermeld in de beslissing van het agentschap tot toewijzing van een budget na de aanvraag van herziening ter beschikking.]1
1° de niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning die wordt geboden door een multifunctioneel centrum voor minderjarigen als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
2° de ondersteuning die wordt geboden in het kader van een persoonsvolgende convenant als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap;
3° de ondersteuning die wordt geboden met de inzet van persoonsvolgende middelen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 over persoonsvolgende middelen voor minderjarige personen met een handicap met dringende noden;
4° de ondersteuning die wordt geboden met een persoonlijke- assistentiebudget als vermeld in artikel 19/1 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
In de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 kan het agentschap gefaseerd een budget ter beschikking stellen aan personen met een handicap aan wie het agentschap een budget heeft toegewezen met toepassing van artikel 3 tot en met 14 van dit besluit en die gebruikmaken van jeugdhulpverlening voor een bedrag dat maximaal overeenstemt met het bedrag van de subsidies dat berekend wordt conform artikel 34, derde en vierde lid, van het besluit van 27 november 2015.
[2 Als het gaat om jeugdhulpverlening als vermeld in het eerste lid, 4°, kan het agentschap, in afwijking van het tweede lid, een budget ter beschikking stellen als de jeugdhulpverlening is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp maar er nog geen gebruik van wordt gemaakt.]2
De beslissing tot toekenning van jeugdhulpverlening of van een aanvullend geïndividualiseerd hulpaanbod als vermeld in artikel 67, tweede lid, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of de beslissing betreffende de inschakeling van een intersectoraal zorgnetwerk als vermeld in artikel 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 betreffende het intersectorale zorgnetwerk en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, wat betreft de prioritair toe te wijzen hulpvragen, die is genomen met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of de beslissing van het agentschap tot toewijzing van jeugdhulpverlening, vervalt met ingang van de eerste dag van de vierde maand die volgt op de datum van de terbeschikkingstelling van het budget, vermeld in het vierde lid.
[2 Voor de terbeschikkingstellingen, vermeld in het tweede lid en derde lid, gelden de volgende fasen:
1° in 2017 wordt het budget ter beschikking gesteld aan de personen met een handicap die geboren zijn in 1994 of vroeger en die in 2017 gebruikmaken van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening;
2° in 2018 kan het budget ter beschikking gesteld worden aan de personen met een handicap die geboren zijn in 1996 of vroeger en die in 2018 gebruikmaken van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening of aan wie in 2018 jeugdhulpverlening als vermeld in het eerste lid, 4°, is toegekend;
3° in 2019 kan het budget ter beschikking gesteld worden aan de personen met een handicap die geboren zijn in 1998 of vroeger en die in 2019 gebruikmaken van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening of aan wie in 2019 jeugdhulpverlening als vermeld in het eerste lid, 4°, is toegekend.]2
§ 2. Voor de personen met een handicap die in 2017 in aanmerking komen voor de terbeschikkingstelling van een budget, vermeld in § 1, tweede lid, kan dat budget ter beschikking gesteld worden, op voorwaarde dat dat budget het budget dat met toepassing van artikel 3 tot en met 14 is toegewezen, niet overschrijdt. Als het budget, vermeld in § 1, tweede lid, groter is dan het budget dat met toepassing van artikel 3 tot en met 14 is toegewezen, wordt dat laatste budget ter beschikking gesteld.
Conform artikel 16 van dit besluit dienen de personen met een handicap, vermeld in het eerste lid, na de terbeschikkingstelling van het budget conform het eerste lid, een aanvraag van herziening in van het budget dat is toegewezen door het agentschap met toepassing van artikel 3 tot en met 14.
Als het budget, vermeld in de beslissing tot toewijzing na de aanvraag van herziening, vermeld in het tweede lid, hoger is dan het budget dat conform pararaaf 1, tweede lid, ter beschikking kan worden gesteld, wordt dat laatste budget ter beschikking gesteld.
Als het budget dat wordt toegewezen na de aanvraag van herziening, vermeld in het tweede lid, lager is dan het budget dat conform het eerste lid ter beschikking is gesteld, wordt het budget dat wordt toegewezen na de aanvraag van herziening ter beschikking gesteld met ingang van de eerste dag van de vierde maand na de datum die opgenomen is in de beslissing tot toewijzing van het budget na herziening.
§ 3. Voor de personen met een handicap die vanaf het jaar 2018 in aanmerking komen voor de terbeschikkingstelling van een budget, vermeld in pararaaf 1, tweede lid, kan het agentschap een budget als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, ter beschikking stellen nadat de personen met een handicap, conform hoofdstuk 7 van het besluit van 27 november 2015 een aanvraag van herziening van het budget dat is toegewezen met toepassing van artikel 3 tot en met 14 van dit besluit, hebben ingediend bij het agentschap en het agentschap heeft beslist om een budget toe te wijzen na de afhandeling van de aanvraag van herziening. In afwijking van artikel 22 van het voormelde besluit wordt het dossier alleen voorgelegd aan de regionale prioriteitencommissie als de budgetcategorie die kan worden toegewezen conform artikel 17 tot en met 21 van het voormelde besluit, groter is dan het bedrag, vermeld in paragraaf 1, tweede lid.
Als het budget, vermeld in de beslissing van het agentschap tot toewijzing van een budget na de aanvraag van herziening, vermeld in het eerste lid, hoger is dan of gelijk is aan het budget dat overeenstemt met het bedrag, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, stelt het agentschap een budget ter beschikking dat overeenstemt met het bedrag, vermeld in paragraaf 1, tweede lid. Als het budget, vermeld in de beslissing van het agentschap tot toewijzing van een budget na de aanvraag van herziening, vermeld in het eerste lid, lager is dan het budget dat overeenstemt met het bedrag, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, stelt het agentschap het budget, vermeld in de beslissing van het agentschap tot toewijzing van een budget na de aanvraag van herziening ter beschikking.]1
Art. 27/1. [1 § 1er. Aux fins du présent paragraphe, on entend par " aide à la jeunesse " : les soins et le soutien non directement accessibles qui sont accordés en vertu du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou qui ont été attribués par l'agence et qui consistent en l'une des formes d'aide suivantes :
1° le soutien non directement accessible qui est offert par un centre multifonctionnel pour personnes mineures tel que visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ;
2° le soutien offert dans le cadre d'une convention personnalisée telle que visée à l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 portant des mesures visant à rencontrer les besoins urgents des personnes handicapées ;
3° le soutien offert par le déploiement de ressources personnelles telles que visées dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif au versement d'aides personnalisées aux personnes handicapées ayant des besoins urgents ;
4° le soutien qui est offert avec un budget d'assistance personnelle tel que visé à l'article 19/1 du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées).
Au cours de la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2019, l'agence peut mettre progressivement un budget à la disposition de personnes handicapées auxquelles l'agence a alloué un budget en application des articles 3 à 14 du présent arrêté et qui utilisent l'aide à la jeunesse jusqu'à concurrence d'un montant correspondant au montant des subventions calculé conformément à l'article 34, alinéas trois et quatre, de l'arrêté du 27 novembre 2015.
[2 Dans le cas de l'aide à la jeunesse visée au premier alinéa, 4°, l'agence peut, par dérogation au deuxième alinéa, mettre à disposition un budget si l'aide à la jeunesse a été accordée en vertu du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, mais n'est pas encore utilisée.]2
La décision d'accorder une aide à la jeunesse ou une offre d'aide individualisée complémentaire visée à l'article 67, alinéa deux, du décret du 12 juillet 2013 concernant l'aide intégrale à la jeunesse, ou la décision concernant l'utilisation d'un réseau intersectoriel de prise en charge visée à l'article 1er, 4°, de l'arrêté du 9 octobre 2015 concernant le réseau intersectoriel de prise en charge et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, en ce qui concerne les demandes d'aide prioritaires prises en vertu du décret du 12 juillet 2013 sur l'aide intégrale à la jeunesse, ou la décision de l'agence d'allouer l'aide à la jeunesse, deviennent caduques le premier jour du quatrième mois suivant la date à laquelle le budget visé à l'alinéa quatre est mis à disposition.
[2 Les mises à disposition visées aux alinéas 2 et 3 se déroulent selon les phases suivantes :
1° en 2017, le budget est mis à la disposition des personnes handicapées nées en 1994 ou avant et qui ont recours en 2017 à l'aide à la jeunesse non directement accessible ;
2° en 2018, le budget peut être mis à la disposition des personnes handicapées nées en 1996 ou avant et qui ont recours en 2018 à l'aide à la jeunesse non directement accessible, ou qui se sont vu attribuer en 2018 une aide à la jeunesse telle que mentionnée au premier alinéa, 4° ;
3° en 2019, le budget peut être mis à la disposition des personnes handicapées nées en 1998 ou avant et qui, en 2019, ont recours à l'aide à la jeunesse non directement accessible, ou qui se sont vu attribuer en 2019 une aide à la jeunesse telle que mentionnée au premier alinéa, 4°.]2
§ 2. Pour les personnes handicapées qui peuvent bénéficier d'un budget en 2017, tel que visé au § 1er, alinéa deux, ce budget peut être mis à disposition à condition de ne pas dépasser le budget alloué en application des articles 3 à 14. Si le budget visé au § 1er, alinéa deux, dépasse le budget alloué en application des articles 3 à 14, ce dernier budget est mis à disposition.
Conformément à l'article 16 du présent arrêté, les personnes handicapées visées à l'alinéa premier introduisent une demande de révision du budget alloué par l'agence conformément aux articles 3 à 14, après la mise à disposition du budget conformément à l'alinéa premier.
Si le budget visé dans la décision d'attribution de la demande de révision, visée à l'alinéa deux, est supérieur au budget qui peut être mis à disposition conformément au paragraphe 1er, alinéa deux, ce dernier budget est mis à disposition.
Si le budget alloué après la demande de révision visée à l'alinéa deux est inférieur au budget mis à disposition conformément au premier alinéa, le budget alloué après la demande de révision est mis à disposition à compter du premier jour du quatrième mois suivant la date incluse dans la décision d'allouer le budget après révision.
§ 3. Pour les personnes handicapées éligibles à l'octroi d'un budget visé au paragraphe 1er, alinéa deux, à compter de l'année 2018, l'agence peut mettre à disposition un budget visé au paragraphe 1er, alinéa deux, après que les personnes handicapées ont soumis à l'agence, conformément au chapitre 7 de l'arrêté du 27 novembre 2015, une demande de révision du budget alloué en application des articles 3 à 14 du présent arrêté, et que l'agence a décidé d'allouer un budget après l'examen de la demande de révision. Par dérogation à l'article 22 de l'arrêté précité, le dossier ne sera soumis à la commission régionale des priorités que si la catégorie budgétaire qui peut être allouée conformément aux articles 17 à 21 de l'arrêté précité dépasse le montant visé au paragraphe 1er, alinéa deux.
Si le budget visé dans la décision de l'agence d'attribuer un budget à la suite de la demande de révision visée à l'alinéa premier est supérieur ou égal au budget correspondant au montant visé au paragraphe 1er, alinéa deux, l'agence met à disposition un budget correspondant au montant visé au paragraphe 1er, alinéa deux. Si le budget visé dans la décision de l'agence d'attribuer un budget à la suite d'une demande de révision visée à l'alinéa premier, est inférieur au budget correspondant au montant visé au paragraphe 1er, alinéa deux, l'agence met à disposition le budget visé dans la décision de l'agence d'attribuer un budget à la suite de la demande de révision.]1
1° le soutien non directement accessible qui est offert par un centre multifonctionnel pour personnes mineures tel que visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ;
2° le soutien offert dans le cadre d'une convention personnalisée telle que visée à l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 portant des mesures visant à rencontrer les besoins urgents des personnes handicapées ;
3° le soutien offert par le déploiement de ressources personnelles telles que visées dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif au versement d'aides personnalisées aux personnes handicapées ayant des besoins urgents ;
4° le soutien qui est offert avec un budget d'assistance personnelle tel que visé à l'article 19/1 du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées).
Au cours de la période allant du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2019, l'agence peut mettre progressivement un budget à la disposition de personnes handicapées auxquelles l'agence a alloué un budget en application des articles 3 à 14 du présent arrêté et qui utilisent l'aide à la jeunesse jusqu'à concurrence d'un montant correspondant au montant des subventions calculé conformément à l'article 34, alinéas trois et quatre, de l'arrêté du 27 novembre 2015.
[2 Dans le cas de l'aide à la jeunesse visée au premier alinéa, 4°, l'agence peut, par dérogation au deuxième alinéa, mettre à disposition un budget si l'aide à la jeunesse a été accordée en vertu du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, mais n'est pas encore utilisée.]2
La décision d'accorder une aide à la jeunesse ou une offre d'aide individualisée complémentaire visée à l'article 67, alinéa deux, du décret du 12 juillet 2013 concernant l'aide intégrale à la jeunesse, ou la décision concernant l'utilisation d'un réseau intersectoriel de prise en charge visée à l'article 1er, 4°, de l'arrêté du 9 octobre 2015 concernant le réseau intersectoriel de prise en charge et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, en ce qui concerne les demandes d'aide prioritaires prises en vertu du décret du 12 juillet 2013 sur l'aide intégrale à la jeunesse, ou la décision de l'agence d'allouer l'aide à la jeunesse, deviennent caduques le premier jour du quatrième mois suivant la date à laquelle le budget visé à l'alinéa quatre est mis à disposition.
[2 Les mises à disposition visées aux alinéas 2 et 3 se déroulent selon les phases suivantes :
1° en 2017, le budget est mis à la disposition des personnes handicapées nées en 1994 ou avant et qui ont recours en 2017 à l'aide à la jeunesse non directement accessible ;
2° en 2018, le budget peut être mis à la disposition des personnes handicapées nées en 1996 ou avant et qui ont recours en 2018 à l'aide à la jeunesse non directement accessible, ou qui se sont vu attribuer en 2018 une aide à la jeunesse telle que mentionnée au premier alinéa, 4° ;
3° en 2019, le budget peut être mis à la disposition des personnes handicapées nées en 1998 ou avant et qui, en 2019, ont recours à l'aide à la jeunesse non directement accessible, ou qui se sont vu attribuer en 2019 une aide à la jeunesse telle que mentionnée au premier alinéa, 4°.]2
§ 2. Pour les personnes handicapées qui peuvent bénéficier d'un budget en 2017, tel que visé au § 1er, alinéa deux, ce budget peut être mis à disposition à condition de ne pas dépasser le budget alloué en application des articles 3 à 14. Si le budget visé au § 1er, alinéa deux, dépasse le budget alloué en application des articles 3 à 14, ce dernier budget est mis à disposition.
Conformément à l'article 16 du présent arrêté, les personnes handicapées visées à l'alinéa premier introduisent une demande de révision du budget alloué par l'agence conformément aux articles 3 à 14, après la mise à disposition du budget conformément à l'alinéa premier.
Si le budget visé dans la décision d'attribution de la demande de révision, visée à l'alinéa deux, est supérieur au budget qui peut être mis à disposition conformément au paragraphe 1er, alinéa deux, ce dernier budget est mis à disposition.
Si le budget alloué après la demande de révision visée à l'alinéa deux est inférieur au budget mis à disposition conformément au premier alinéa, le budget alloué après la demande de révision est mis à disposition à compter du premier jour du quatrième mois suivant la date incluse dans la décision d'allouer le budget après révision.
§ 3. Pour les personnes handicapées éligibles à l'octroi d'un budget visé au paragraphe 1er, alinéa deux, à compter de l'année 2018, l'agence peut mettre à disposition un budget visé au paragraphe 1er, alinéa deux, après que les personnes handicapées ont soumis à l'agence, conformément au chapitre 7 de l'arrêté du 27 novembre 2015, une demande de révision du budget alloué en application des articles 3 à 14 du présent arrêté, et que l'agence a décidé d'allouer un budget après l'examen de la demande de révision. Par dérogation à l'article 22 de l'arrêté précité, le dossier ne sera soumis à la commission régionale des priorités que si la catégorie budgétaire qui peut être allouée conformément aux articles 17 à 21 de l'arrêté précité dépasse le montant visé au paragraphe 1er, alinéa deux.
Si le budget visé dans la décision de l'agence d'attribuer un budget à la suite de la demande de révision visée à l'alinéa premier est supérieur ou égal au budget correspondant au montant visé au paragraphe 1er, alinéa deux, l'agence met à disposition un budget correspondant au montant visé au paragraphe 1er, alinéa deux. Si le budget visé dans la décision de l'agence d'attribuer un budget à la suite d'une demande de révision visée à l'alinéa premier, est inférieur au budget correspondant au montant visé au paragraphe 1er, alinéa deux, l'agence met à disposition le budget visé dans la décision de l'agence d'attribuer un budget à la suite de la demande de révision.]1
Art.28. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2016.
Artikel 18 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2016.
Artikel 18 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2016.
Art.28. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 2016.
L'article 18 produit ses effets le 1er janvier 2016.
L'article 18 produit ses effets le 1er janvier 2016.
Art.29. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.29. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 01-09-2016, p. 59165-59168)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 01-09-2016, p. 59174-59178)