Artikel 1. In artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het eerste lid wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
", en over de verzoeken tot heroverweging van het voornemen van beslissingen van het agentschap tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap";
2° aan het tweede lid wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
", en van de regionale prioriteitencommissie, vermeld in artikel 16, derde lid, van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en ondersteuning voor personen met een handicap".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 MEI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering over de adviescommissie bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap die belast is met het verlenen van advies over de verzoeken tot heroverweging
Titre
27 MAI 2016. - Arrêté du Gouvernement flamand sur les commissions consultatives auprès de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) chargée de la fourniture d'avis sur les demandes de reconsidération
Documentinformatie
Numac: 2016036024
Datum: 2016-05-27
Info du document
Numac: 2016036024
Date: 2016-05-27
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1er. A l'article 29 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et traitement de la demande de soutien auprès de l'" Agentschap voor Personen met een Handicap ", remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 février 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase suivant est ajouté :
" , et sur les demandes de reconsidération de l'intention de décisions de l'agence d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées " ;
2° à l'alinéa 2, le membre de phrase suivant est ajouté :
" , et de la commission régionale de priorités, visée à l'article 16, alinéa 3, du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ".
1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase suivant est ajouté :
" , et sur les demandes de reconsidération de l'intention de décisions de l'agence d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées " ;
2° à l'alinéa 2, le membre de phrase suivant est ajouté :
" , et de la commission régionale de priorités, visée à l'article 16, alinéa 3, du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ".
Art.2. In artikel 30 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997, en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 februari 2007, 18 juli 2008 en 20 juli 2012, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
" § 2. Elke kamer bestaat uit acht leden, met name:
1° een licentiaat, master of doctor in de rechten, die bij voorkeur ook ambtenaar van het agentschap is;
2° een doctor in de genees-, heel- en verloskunde;
3° een licentiaat of master in de psychologische of pedagogische wetenschappen;
4° een licentiaat of master in de gedrags-, psychosociale, sociale of paramedische wetenschappen;
5° twee leden met een van de volgende kwalificaties:
a) licentiaat, master, of gegradueerde in de kinesitherapie, logopedie of ergotherapie;
b) houder van een diploma van een basisopleiding van één cyclus in het hoger onderwijs, studiegebied sociaal-agogisch werk of een houder van het diploma van gegradueerde verpleegkundige;
c) deskundige in de hulpmiddelentechniek;
6° een ervaringsdeskundige;
7° een ambtenaar van het agentschap.
Elk lid heeft ten minste vijf jaar nuttige ervaring in de welzijnssector in het algemeen, en in de sector personen met een handicap in het bijzonder, met uitzondering van de leden, vermeld in het eerste lid, 1° en 6°.
In elke kamer zijn de specialisaties handicap, objectivering van de ondersteuningsnood als vermeld in artikel 8, eerste lid, 2°, van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en ondersteuning voor personen met een handicap, prioritering als vermeld in artikel 16, vierde lid, van het voormelde decreet, en individuele materiële bijstand, verenigd, waarbij een lid ten hoogste twee specialisaties kan vertegenwoordigen.
Een lid kan in verschillende kamers zetelen.".
Het lidmaatschap van een adviescommissie is onverenigbaar met het lidmaatschap van een provinciale evaluatiecommissie.
" § 2. Elke kamer bestaat uit acht leden, met name:
1° een licentiaat, master of doctor in de rechten, die bij voorkeur ook ambtenaar van het agentschap is;
2° een doctor in de genees-, heel- en verloskunde;
3° een licentiaat of master in de psychologische of pedagogische wetenschappen;
4° een licentiaat of master in de gedrags-, psychosociale, sociale of paramedische wetenschappen;
5° twee leden met een van de volgende kwalificaties:
a) licentiaat, master, of gegradueerde in de kinesitherapie, logopedie of ergotherapie;
b) houder van een diploma van een basisopleiding van één cyclus in het hoger onderwijs, studiegebied sociaal-agogisch werk of een houder van het diploma van gegradueerde verpleegkundige;
c) deskundige in de hulpmiddelentechniek;
6° een ervaringsdeskundige;
7° een ambtenaar van het agentschap.
Elk lid heeft ten minste vijf jaar nuttige ervaring in de welzijnssector in het algemeen, en in de sector personen met een handicap in het bijzonder, met uitzondering van de leden, vermeld in het eerste lid, 1° en 6°.
In elke kamer zijn de specialisaties handicap, objectivering van de ondersteuningsnood als vermeld in artikel 8, eerste lid, 2°, van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en ondersteuning voor personen met een handicap, prioritering als vermeld in artikel 16, vierde lid, van het voormelde decreet, en individuele materiële bijstand, verenigd, waarbij een lid ten hoogste twee specialisaties kan vertegenwoordigen.
Een lid kan in verschillende kamers zetelen.".
Het lidmaatschap van een adviescommissie is onverenigbaar met het lidmaatschap van een provinciale evaluatiecommissie.
Art.2. Dans l'article 30 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 février 2007, 18 juillet 2008 et 20 juillet 2012, le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Chaque chambre se compose de huit membres, notamment :
1° un licencié, master ou docteur en droit, qui est de préférence aussi un fonctionnaire de l'agence ;
2° un docteur en médecine, chirurgie et accouchements ;
3° un licencié ou master en sciences psychologiques ou pédagogiques ;
4° un licencié ou master en sciences comportementales, sociales ou paramédicales ;
5° deux membres avec une des qualifications suivantes :
a) licencié, master ou gradué en kinésithérapie, logopédie ou ergothérapie ;
b) titulaire d'un diplôme d'une formation initiale d'un cycle dans l'enseignement supérieur, discipline " Sociaal-Agogisch Werk " (travail socio-éducatif) ou un titulaire du diplôme de gradué en nursing ;
c) expert en technique des ressources ;
6° un expert du vécu ;
7° un fonctionnaire de l'agence.
Chaque membre a au moins cinq ans d'expérience utile dans le secteur de l'aide sociale en général, et dans le secteur des personnes handicapées en particulier, à l'exception des membres visés à l'alinéa 1er, 1° et 6°.
Les spécialités handicap, objectivation du besoin de soins et de soutien telle que visée à l'article 8, alinéa 1er, 2°, du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées, priorisation telle que visée à l'article 16, alinéa 4, du décret précité, et assistance matérielle individuelle, sont réunies en chaque chambre, un membre représentant deux spécialités au maximum.
Un membre peut siéger dans plusieurs chambres. ".
La qualité de membre d'une commission consultative est incompatible avec celle de membre d'une commission provinciale d'évaluation.
" § 2. Chaque chambre se compose de huit membres, notamment :
1° un licencié, master ou docteur en droit, qui est de préférence aussi un fonctionnaire de l'agence ;
2° un docteur en médecine, chirurgie et accouchements ;
3° un licencié ou master en sciences psychologiques ou pédagogiques ;
4° un licencié ou master en sciences comportementales, sociales ou paramédicales ;
5° deux membres avec une des qualifications suivantes :
a) licencié, master ou gradué en kinésithérapie, logopédie ou ergothérapie ;
b) titulaire d'un diplôme d'une formation initiale d'un cycle dans l'enseignement supérieur, discipline " Sociaal-Agogisch Werk " (travail socio-éducatif) ou un titulaire du diplôme de gradué en nursing ;
c) expert en technique des ressources ;
6° un expert du vécu ;
7° un fonctionnaire de l'agence.
Chaque membre a au moins cinq ans d'expérience utile dans le secteur de l'aide sociale en général, et dans le secteur des personnes handicapées en particulier, à l'exception des membres visés à l'alinéa 1er, 1° et 6°.
Les spécialités handicap, objectivation du besoin de soins et de soutien telle que visée à l'article 8, alinéa 1er, 2°, du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées, priorisation telle que visée à l'article 16, alinéa 4, du décret précité, et assistance matérielle individuelle, sont réunies en chaque chambre, un membre représentant deux spécialités au maximum.
Un membre peut siéger dans plusieurs chambres. ".
La qualité de membre d'une commission consultative est incompatible avec celle de membre d'une commission provinciale d'évaluation.
Art.3. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, wordt een artikel 39bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 39bis. Als de aanvrager, vermeld in artikel 1, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, bij het agentschap heroverweging vraagt van een voornemen van beslissing van het agentschap tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, dan kan de adviescommissie voor de toegewezen budgetcategorie alleen nagaan of de nood aan ondersteuning, vermeld in artikel 12, tweede lid, 2°, van het voormelde besluit, werd geobjectiveerd conform de regels voor objectivering, vermeld in artikel 13, derde lid, van het voormelde besluit, en in voorkomend geval alleen adviseren om de nood aan ondersteuning opnieuw te laten objectiveren door een multidisciplinair team dat door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren.
Als de adviescommissie heeft geadviseerd om de nood aan ondersteuning opnieuw te laten objectiveren, neemt het agentschap een beslissing tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het voormelde decreet op basis van de nieuwe objectivering van de nood aan ondersteuning.".
"Art. 39bis. Als de aanvrager, vermeld in artikel 1, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, bij het agentschap heroverweging vraagt van een voornemen van beslissing van het agentschap tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, dan kan de adviescommissie voor de toegewezen budgetcategorie alleen nagaan of de nood aan ondersteuning, vermeld in artikel 12, tweede lid, 2°, van het voormelde besluit, werd geobjectiveerd conform de regels voor objectivering, vermeld in artikel 13, derde lid, van het voormelde besluit, en in voorkomend geval alleen adviseren om de nood aan ondersteuning opnieuw te laten objectiveren door een multidisciplinair team dat door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren.
Als de adviescommissie heeft geadviseerd om de nood aan ondersteuning opnieuw te laten objectiveren, neemt het agentschap een beslissing tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het voormelde decreet op basis van de nieuwe objectivering van de nood aan ondersteuning.".
Art.3. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015, il est ajouté un article 39bis, rédigé comme suit :
" Art. 39bis. Si le demandeur, visé à l'article 1er, 1°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget, demande à l'agence une reconsidération de l'intention de décision de l'agence d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées, la commission consultative ne peut vérifier pour la catégorie de budget accordée si le besoin de soins et de soutien, visé à l'article 12, alinéa 2, 2°, de l'arrêté précité, a été objectivé conformément aux règles pour l'objectivation, visées à l'article 13, alinéa 3, de l'arrêté précité. Le cas échéant, la commission ne peut conseiller de faire objectiver à nouveau le besoin de soins et de soutien par une équipe multidisciplinaire agréée par l'agence pour établir un rapport multidisciplinaire.
Après l'avis de la commission consultative de faire objectiver à nouveau le besoin de soins et de soutien, l'agence prend une décision d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tel que visé au chapitre 5 du décret précité, sur la base de la nouvelle objectivation du besoin de soins et de soutien. ".
" Art. 39bis. Si le demandeur, visé à l'article 1er, 1°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget, demande à l'agence une reconsidération de l'intention de décision de l'agence d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées, la commission consultative ne peut vérifier pour la catégorie de budget accordée si le besoin de soins et de soutien, visé à l'article 12, alinéa 2, 2°, de l'arrêté précité, a été objectivé conformément aux règles pour l'objectivation, visées à l'article 13, alinéa 3, de l'arrêté précité. Le cas échéant, la commission ne peut conseiller de faire objectiver à nouveau le besoin de soins et de soutien par une équipe multidisciplinaire agréée par l'agence pour établir un rapport multidisciplinaire.
Après l'avis de la commission consultative de faire objectiver à nouveau le besoin de soins et de soutien, l'agence prend une décision d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tel que visé au chapitre 5 du décret précité, sur la base de la nouvelle objectivation du besoin de soins et de soutien. ".
Art.4. Artikel 20/3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2006 betreffende de regie van de zorg en bijstand tot sociale integratie van personen met een handicap en betreffende de erkenning en subsidiëring van een Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 2015, wordt opgeheven.
Art.4. L'article 20/3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mars 2006 relatif à la régie de l'aide et de l'assistance à l'intégration sociale de personnes handicapées et à l'agrément et le subventionnement d'une " Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap ", inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 janvier 2015, est abrogé.
Art.5. In artikel 27 van het besluit van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. In dit artikel wordt verstaan onder adviescommissie: de adviescommissie, vermeld in artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.";
2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
" § 4. Als de aanvrager binnen de termijn, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, aan het agentschap een verzoek tot heroverweging heeft gericht, stuurt het agentschap het dossier onmiddellijk naar de adviescommissie. Als de aanvrager in het verzoekschrift daarom heeft gevraagd, wordt hij door de adviescommissie gehoord binnen zestig dagen na de ontvangst van het dossier.";
3° in paragraaf 5 worden de woorden "of de heroverwegingscommissie zorgregie" telkens opgeheven.
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. In dit artikel wordt verstaan onder adviescommissie: de adviescommissie, vermeld in artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.";
2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
" § 4. Als de aanvrager binnen de termijn, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, aan het agentschap een verzoek tot heroverweging heeft gericht, stuurt het agentschap het dossier onmiddellijk naar de adviescommissie. Als de aanvrager in het verzoekschrift daarom heeft gevraagd, wordt hij door de adviescommissie gehoord binnen zestig dagen na de ontvangst van het dossier.";
3° in paragraaf 5 worden de woorden "of de heroverwegingscommissie zorgregie" telkens opgeheven.
Art.5. A l'article 27 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget, sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Dans le présent article, on entend par commission consultative : la commission consultative visée à l'article 29 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprès de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ". ;
2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Si le demandeur a adressé à l'agence une demande de reconsidération dans le délai visé au paragraphe 2, alinéa 2, l'agence envoie le dossier immédiatement à la commission consultative. Si le demandeur l'a demandé dans sa requête, il est entendu par la commission consultative dans les soixante jours suivante la réception du dossier. " ;
3° au paragraphe 5, les mots " ou la commission de reconsidération régie des soins " sont à chaque fois supprimés.
1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Dans le présent article, on entend par commission consultative : la commission consultative visée à l'article 29 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprès de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ". ;
2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Si le demandeur a adressé à l'agence une demande de reconsidération dans le délai visé au paragraphe 2, alinéa 2, l'agence envoie le dossier immédiatement à la commission consultative. Si le demandeur l'a demandé dans sa requête, il est entendu par la commission consultative dans les soixante jours suivante la réception du dossier. " ;
3° au paragraphe 5, les mots " ou la commission de reconsidération régie des soins " sont à chaque fois supprimés.
Art.6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2016.
Art.6. Le présent arrêté produit ses effets le 1er avril 2016.
Art. 7. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.