Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
4 MAART 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering [1...]1, [...] [over de rangschikking binnen prioriteitengroepen]<Opschrift gewijzigd bij BVR2020-10-16/08, art. , 006; Inwerkingtreding : 20-07-2020> <Opschrift gewijzigdBVR2023-01-27/04, art. 14 , 007; Inwerkingtreding : 01-02-2023> (1)<BVR2024-01-19/12, art.28 , 008; Inwerkingtreding : 01-01-2024>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-04-2016 en tekstbijwerking tot 13-03-2024)
Titre
4 MARS 2016. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif Ă [1...]1l'identification de groupes prioritaires, [...], [et au classement au sein de groupes prioritaires] <IntitulĂ© modifiĂ© par AGF2020-10-16/08, art. 1, 006; En vigueur : 20-07-2020> ) <IntitulĂ© modifiĂ© par AGF2023-01-27/04, art. 14, 007; En vigueur : 01-02-2023> (1)<AGF2024-01-19/12, art.28 , 008; En vigueur : 01-01-2024> (NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 20-04-2016 et mise Ă  jour au 13-03-2024)
Documentinformatie
Numac: 2016035677
Datum: 2016-03-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016035677
Date: 2016-03-04
Moniteur: Voir
Tekst (74)
Texte (74)
Hoofdstuk 1. - Definities
Chapitre 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° agentschap : het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
[1 1° /1 besluit van 27 november 2015: het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget;]1
[1 1° /2 besluit van 10 juni 2016: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering;]1
2° [3 ...]3;
3° budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning : een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
4° budgethouder : de persoon met een handicap die gebruikmaakt van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, of zijn wettelijke vertegenwoordiger;
5° bovengebruikelijke zorg : de zorg die in samenspraak met de persoon met een handicap geboden wordt door gezinsleden binnen hetzelfde huishouden aan een gezinslid met een handicap, en die de gebruikelijke zorg overstijgt;
6° coördinatiepunt : het coördinatiepunt, vermeld in artikel 8 van het besluit van 17 maart 2006;
7° [3 ...]3;
8° gebruikelijke zorg : de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden;
9° grootte van de ondersteuningskloof : de grootte van de discrepantie tussen de ondersteuning die een persoon met een handicap nodig heeft en de huidige ondersteuning van die persoon, zoals hulpmiddelen, ondersteuning door mantelzorgers, ondersteuning door het sociale netwerk, reguliere diensten en het gebruik van rechtstreeks en niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning, gesubsidieerd door het agentschap;
10° multidisciplinair team : een instantie die door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren als vermeld in artikel 22 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, en die een multidisciplinair verslag opmaakt in het kader van een aanvraag van budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning;
[2 10/1° netwerk: de familie, de vrienden en de informele contacten die zorg en ondersteuning bieden en/of samenwonen met de persoon met een handicap;]2
11° ROG : het regionaal overleg gehandicaptenzorg, vermeld in artikel 3 van het besluit van 17 maart 2006;
12° zorgaanbieder : de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die niet rechtstreeks toegankelijke zorg of ondersteuning aanbiedt aan een budgethouder;
13° besluit van 17 maart 2006 : het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2006 betreffende de regie van de zorg en bijstand tot sociale integratie van personen met een handicap en betreffende de erkenning en subsidiëring van een Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap.
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
1° agence : la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
[1 1° /1 arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă  l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es majeures et relatif Ă  la mise Ă  disposition dudit budget ;]1
[1 1° /2 arrĂȘtĂ© du 10 juin 2016 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active vers le financement personnalisĂ© ;]1
2°[3 ...]3 ;
3° budget pour des soins et du soutien non directement accessibles : un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles au sens du chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
4° bénéficiaire du budget : la personne handicapée utilisant un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles ou son représentant légal ;
5° soins en complĂ©ment des soins habituels : les soins prodiguĂ©s par les membres de la famille appartenant au mĂȘme mĂ©nage Ă  un membre du mĂ©nage atteint d'un handicap en concertation avec ce dernier, ces soins dĂ©passant les soins ordinaires normalement donnĂ©s ;
6° point de coordination : le point de coordination, visĂ© Ă  l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© du 17 mars 2006 ;
7°[3 ...]3 ;
8° soins habituels : les soins ordinaires journaliers normalement prodigués mutuellement par les partenaires ou les parents et les enfants cohabitants parce qu'ils vivent en communauté de vie dans un ménage commun et portent sur cette base une responsabilité commune du fonctionnement de ce ménage ;
9° profondeur du fossé entre le soutien requis et le soutien reçu : l'importance de l'écart entre le soutien dont a besoin la personne handicapée et l'actuel soutien prodigué à cette personne, tels que les équipements, le soutien par les aidants proches, le soutien par le réseau social, les services réguliers et l'utilisation du soutien directement et non directement accessible, subventionné par l'agence ;
10° Ă©quipe multidisciplinaire : une instance agréée par l'agence pour dĂ©livrer un rapport multidisciplinaire tel que visĂ© Ă  l'article 22 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif Ă  l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprĂšs de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " et qui rĂ©dige un rapport multidisciplinaire dans le cadre d'une demande de budget pour des soins et du soutien non directement accessibles ;
[2 10/1° réseau : la famille, les amis et les contacts informels qui offrent des soins et du soutien et/ou cohabitent avec la personne handicapée ;]2
11° ROG : le rĂ©seau rĂ©gional de concertation pour l'aide aux handicapĂ©s, visĂ© Ă  l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du 17 mars 2006 ;
12° prestataire de soins : la personne physique ou la personne morale prodiguant des soins ou du soutien non directement accessibles à un bénéficiaire du budget ;
13° arrĂȘtĂ© du 17 mars 2006: l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mars 2006 relatif Ă  la rĂ©gie de l'aide et de l'assistance Ă  l'intĂ©gration sociale de personnes handicapĂ©es et Ă  l'agrĂ©ment et au subventionnement d'une " Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap " (Plate-forme flamande d'associations de personnes handicapĂ©es).
Hoofdstuk 2. [1 De toekenning van een prioriteitengroep en de rangschikking binnen prioriteitengroepen]1
Chapitre 2. [1 L'attribution d'un groupe prioritaire et le classement au sein de groupes prioritaires ]1
Afdeling 1.
Section 1re.
Art. 2.
Art. 2.
Art. 3.
Art. 3.
Art. 4.
Art. 4.
Art. 5.
Art. 5.
Art. 6.
Art. 6.
Art. 7.
Art. 7.
Afdeling 2. - De toekenning van een prioriteitengroep
Section 2. - L'identification comme appartenant Ă  un groupe prioritaire
Art. 8. [1 Een prioriteitengroep wordt toegekend op basis van de volgende elementen;
1° de afweging van de noodzaak tot onmiddellijke terbeschikkingstelling van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning;
2° de mate waarin met de terbeschikkingstelling van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning een einde gemaakt kan worden aan een situatie die al langere tijd onhoudbaar is.
De beoordeling van de elementen, vermeld in het eerste lid, wordt gebaseerd op de gegevens over de dringendheid van de vraag naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning die de aanvrager, vermeld in artikel 1, 1°, van het besluit van 27 november 2015, en het multidisciplinair team conform artikel 12, tweede lid, 4°, van het voormelde besluit, aanleveren ]1
.
Art. 8. [1 L'attribution d'un groupe prioritaire se fait sur la base des éléments suivants :
1° la considération de la nécessité d'une mise à disposition immédiate d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles ;
2° la mesure dans laquelle la mise à disposition d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles peut mettre fin à une situation qui est déjà intenable depuis un certain temps ;
L'Ă©valuation des Ă©lĂ©ments visĂ©s Ă  l'alinĂ©a 1er est basĂ©e sur les donnĂ©es relatives Ă  l'urgence de la demande d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles qui sont fournies par le demandeur, visĂ© Ă  l'article 1er, 1°, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, et de l'Ă©quipe multidisciplinaire conformĂ©ment Ă  l'article 12, alinĂ©a 2, 4°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ]1
.
Art. 9. [1 Bij de afweging, vermeld in artikel 8, eerste lid, worden de volgende criteria beoordeeld:
1° in welke mate het uitblijven van een terbeschikkingstelling van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning een impact heeft op het netwerk;
2° in welke mate het uitblijven van een terbeschikkingstelling van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning een impact heeft op het functioneren van de persoon met een handicap;
3° in welke mate er een kloof is tussen de ondersteuning die de persoon nodig heeft en de ondersteuning die de persoon krijgt.
Er wordt voor de verschillende criteria, vermeld in het eerste lid, een score van 1 tot en met 6 toegekend, waarbij een score 1 wijst op de meest acute situatie en de score 6 op de minst acute situatie.
In afwijking van het tweede lid wordt geen score toegekend voor het criterium, vermeld in het eerste lid, 1°, als er geen netwerk of er geen ondersteunend netwerk is ]1
.
Art. 9. [1 Lors de la considération, visée à l'article 8, alinéa 1er, les critÚres suivants sont évalués :
1° la mesure dans laquelle l'absence d'une mise à disposition d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles a un impact sur le réseau ;
2° la mesure dans laquelle l'absence d'une mise à disposition d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles a un impact sur le fonctionnement de la personne handicapée ;
3° la mesure dans laquelle il existe un écart entre le soutien dont la personne a besoin et le soutien qu'elle reçoit.
Un score de 1 à 6 est attribué pour les différents critÚres visés à l'alinéa 1er, un score de 1 indiquant la situation la plus aiguë et un score de 6 indiquant la situation la moins aiguë.
Par dérogation à l'alinéa 2, aucun score n'est attribué pour le critÚre visé à l'alinéa 1er, 1°, s'il n'y a pas de réseau ou pas de réseau de soutien ]1
.
Art. 10. [1 Bij de beoordeling van het criterium, vermeld in artikel 9, eerste lid, 1°, wordt rekening gehouden met de individuele kenmerken van het netwerk en met minstens de volgende indicatoren:
1° overschrijding van de draagkracht van het netwerk;
2° bovengebruikelijke zorg in het verleden of in het heden;
3° risico op een schending van de integriteit van het netwerk of van personen in de ruimere omgeving van de persoon met een handicap;
4° daling van de levenskwaliteit van het netwerk.
Als geoordeeld wordt dat de draagkracht van het netwerk overschreden is of binnen een periode van maximaal een jaar overschreden zal zijn en het netwerk niet meer in staat is of zal zijn om de geboden ondersteuning voort te zetten, wordt de nog aanwezige ondersteuning van het netwerk buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van de criteria, vermeld in artikel 9, eerste lid, 2° en 3° ]1
.
Art. 10. [1 Lors de l'évaluation du critÚre visé à l'article 9, alinéa 1er, 1°, il est tenu compte des caractéristiques individuelles du réseau et au moins des indicateurs suivants :
1° dépassement de la capacité du réseau ;
2° soins en complément des soins habituels, passés ou présents ;
3° risque d'atteinte à l'intégrité du réseau ou de personnes dans l'environnement plus large de la personne handicapée ;
4° réduction de la qualité de vie du réseau.
S'il est considéré que la capacité du réseau a été ou sera dépassée dans un délai maximal d'un an et que le réseau n'est plus ou ne sera plus en mesure de poursuivre le soutien fourni, le soutien encore présent du réseau n'est pas pris en compte lors de l'évaluation des critÚres visés à l'article 9, alinéa 1er, 2° et 3° ]1
.
Art. 11. [1 Bij de beoordeling van het criterium, vermeld in artikel 9, eerste lid, 2°, wordt minstens rekening gehouden met de volgende indicatoren:
1° de daling van de levenskwaliteit van de persoon met een handicap;
2° het risico op een schending van de integriteit van de persoon met een handicap;
3° de daling van de ontplooiingskansen van de persoon met een handicap ]1
.
Art. 11. [1 Lors de l'évaluation du critÚre visé à l'article 9, alinéa 1er, 2°, il est tenu compte au moins des indicateurs suivants :
1° la réduction de la qualité de vie de la personne handicapée ;
2° le risque d'atteinte à l'intégrité de la personne handicapée ;
3° la réduction des possibilités de développement de la personne handicapée ]1
.
Art. 12. [1 Bij de beoordeling van het criterium, vermeld in artikel 9, eerste lid, 3°, wordt minstens rekening gehouden met de volgende indicatoren:
1° er zijn grote of intensieve ondersteuningsnoden;
2° de huidige ondersteuning is onvoldoende of onaangepast;
3° er is geen ondersteuning mogelijk van reguliere diensten of in het kader van rechtstreeks toegankelijke hulp als vermeld in artikel 1, 7° en 9°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap;
4° er is nog geen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning ter beschikking gesteld]1
.
Art. 12. [1 Lors de l'évaluation du critÚre visé à l'article 9, alinéa 1er, 3°, il est tenu compte au moins des indicateurs suivants :
1° il existe des besoins de soutien importants ou intensifs ;
2° le soutien actuel est insuffisant ou inapproprié ;
3° aucun soutien n'est possible des services rĂ©guliers ou dans le cadre de l'aide directement accessible telle que visĂ©e Ă  l'article 1er, 7° et 9° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2013 relatif Ă  l'aide directement accessible pour les personnes handicapĂ©es ;
4° aucun budget n'a encore été mis à disposition pour les soins et le soutien non directement accessibles]1

Art. 13. [1 De scores die worden toegekend voor de criteria, vermeld in artikel 9, worden opgeteld.
De som van de toegekende scores bepaalt op de volgende wijze de prioriteitengroep die kan worden toegekend:
1° prioriteitengroep 1: een getal van 3 tot en met 7;
2° prioriteitengroep 2: een getal van 8 tot en met 12;
3° prioriteitengroep 3: een getal van 13 tot en met 18.
Als conform artikel 9, derde lid, geen score wordt toegekend voor het criterium, vermeld in artikel 9, eerste lid, 1°, bepaalt de som van de toegekende scores op de volgende wijze de prioriteitengroep die kan worden toegekend:
1° prioriteitengroep 1: een getal van 2 tot en met 4;
2° prioriteitengroep 2: een getal van 5 tot en met 8;
3° prioriteitengroep 3: een getal van 9 tot en met 12 ]1
.
Art. 13. [1 es scores attribués pour les critÚres visés à l'article 9 sont additionnés.
La somme des scores attribuĂ©s dĂ©termine le groupe prioritaire qui peut ĂȘtre attribuĂ©, de la maniĂšre suivante :
1° groupe prioritaire 1 : un nombre de 3 à 7 ;
2° groupe prioritaire 2 : un nombre de 8 à 12 ;
3° groupe prioritaire 3 : un nombre de 13 à 18.
Si, conformĂ©ment Ă  l'article 9, alinĂ©a 3, aucun score n'est attribuĂ© pour le critĂšre visĂ© Ă  l'article 9, alinĂ©a 1er, 1°, la somme des scores attribuĂ©s dĂ©termine le groupe prioritaire qui peut ĂȘtre attribuĂ©, de la maniĂšre suivante :
1° groupe prioritaire 1 : un nombre de 2 à 4 ;
2° groupe prioritaire 2 : un nombre de 5 à 8 ;
3° groupe prioritaire 3 : un nombre de 9 à 12 ]1
.
Art. 14.
Art. 14.
Art. 15. In dit artikel wordt verstaan onder basisondersteuningsbudget : het basisondersteuningsbudget, vermeld in hoofdstuk 4 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap.
Als de budgethouder die het gebruik van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat het agentschap ter beschikking heeft gesteld, stopzet omdat hij de ondersteuning die hij nodig heeft, wil organiseren met een basisondersteuningsbudget, eventueel aangevuld met rechtstreeks toegankelijke hulp, gesubsidieerd door het agentschap, binnen een periode van twee jaar vanaf de datum van de stopzetting van het gebruik van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning die de budgethouder heeft meegedeeld, aan het agentschap vraagt om het hem toegewezen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning opnieuw ter beschikking te stellen, hoeft het dossier niet te worden voorgelegd aan de [2 Vlaamse toeleidingscommissie]2. Aan het verzoek om ter beschikkingstelling van het toegewezen budget wordt ambtshalve prioriteitengroep 1 toegekend.
Als de budgethouder aanspraak wil maken op een hogere budgetcategorie dan de budgetcategorie van het budget waarvan de budgethouder het gebruik heeft stopgezet, moet hij een aanvraag om herziening indienen conform artikel 35 van [1 het besluit van 27 november 2015]1. Het dossier moet voorgelegd worden aan de [2 Vlaamse toeleidingscommissie]2 voor de toekenning van een prioriteitengroep, voor het gedeelte dat de budgetcategorie van het budget waarvan de budgethouder het gebruik heeft stopgezet, overschrijdt. Aan het gedeelte van de budgetcategorie dat overeenstemt met de budgetcategorie waarvan de budgethouder het gebruik heeft stopgezet, wordt ambtshalve prioriteitengroep 1 toegekend.
Art. 15. Dans le présent article, on entend par budget d'assistance de base : le budget d'assistance de base visé à l'article 4 du décret du 25 avril 2014 portant le financement personnalisé pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées.
Si le bĂ©nĂ©ficiaire du budget mettant fin Ă  l'utilisation du budget pour des soins et du soutien non directement accessibles mis Ă  sa disposition par l'agence parce qu'il veut organiser les soins dont il a besoin avec un budget d'assistance de base, Ă©ventuellement complĂ©tĂ© par une aide directement accessible, subventionnĂ©e par l'agence, dans une pĂ©riode de deux ans Ă  partir de la date d'arrĂȘt de l'utilisation du budget pour des soins et du soutien non directement accessibles communiquĂ©e par le bĂ©nĂ©ficiaire du budget, demande Ă  l'agence de recevoir Ă  nouveau le budget pour des soins et du soutien non directement accessibles qui lui Ă©tait attribuĂ©, le dossier ne doit pas ĂȘtre soumis Ă  la [2 commission d'orientation flamande]2. A la demande de mise Ă  disposition du budget attribuĂ©, le groupe prioritaire 1 est attribuĂ© d'office.
Si le bĂ©nĂ©ficiaire du budget veut prĂ©tendre Ă  une catĂ©gorie budgĂ©taire qui est supĂ©rieure Ă  la catĂ©gorie budgĂ©taire du budget que le bĂ©nĂ©ficiaire du budget a cessĂ© d'utiliser, il doit dĂ©poser une demande de rĂ©vision telle que visĂ©e Ă  l'article 35 de [1 l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015]1. Le dossier doit ĂȘtre dĂ©posĂ© Ă  la [2 commission d'orientation flamande]2 pour l'attribution d'un groupe prioritaire, pour la partie que dĂ©passe la catĂ©gorie budgĂ©taire dont le bĂ©nĂ©ficiaire du budget a cessĂ© l'utilisation. A la partie de la catĂ©gorie budgĂ©taire qui correspond Ă  la catĂ©gorie budgĂ©taire dont le bĂ©nĂ©ficiaire a cessĂ© l'utilisation, le groupe prioritaire 1 est attribuĂ© d'office.
Afdeling 3. [1 - Rangschikking binnen een prioriteitengroep]1
Section 3. [1 - Classement au sein d'un groupe prioritaire]1
Art. 15/1. [1 Binnen elke prioriteitengroep worden de vragen naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning chronologisch gerangschikt, rekening houdend met de datum van de aanvraag, vermeld in artikel 5 van het besluit van 27 november 2015.]1
Art. 15/1. [1 Au sein de chaque groupe prioritaire, les demandes de budget pour les soins et le soutien non directement accessibles sont classĂ©es par ordre chronologique, en tenant compte de la date de la demande visĂ©e Ă  l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015.]1
Art. 15/2. [1 Als een herziening wordt gevraagd van een budgetcategorie en de prioriteitengroep die is toegewezen, of van een prioriteitengroep die is toegekend met toepassing van hoofdstuk 2 en 3 van het besluit van 27 november 2015 of met toepassing van artikel 3 tot en met 14 van het besluit van 10 juni 2016, of als herziening wordt gevraagd met toepassing van artikel 27/1, § 2, tweede lid en § 3, eerste lid, van besluit van 10 juni 2016, wordt de vraag naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning na herziening binnen elke prioriteitengroep als volgt chronologisch gerangschikt:
1° als de [2 Vlaamse toeleidingscommissie]2 in het kader van de aanvraag van herziening een hogere prioriteitengroep toekent dan de prioriteitengroep die eerder is toegekend, gebeurt de chronologische rangschikking binnen de toegekende prioriteitengroep, rekening houdend met de datum van de aanvraag van herziening, die wordt vastgesteld conform artikel 5 van het besluit van 27 november 2015, of rekening houdend met de datum waarop het multidisciplinair team de informatie over de dringendheid, vermeld in artikel 35, § 2, van het besluit van 27 november 2015, bezorgt aan het agentschap, als alleen een herziening van de toegekende prioriteitengroep wordt gevraagd;
2° als de [2 Vlaamse toeleidingscommissie]2 in het kader van de aanvraag van herziening dezelfde of een lagere prioriteitengroep toekent dan de eerder toegekende prioriteitengroep, gebeurt de chronologische rangschikking binnen de toegekende prioriteitengroep met dezelfde datum waarmee de vraag naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning waarop de aanvraag van herziening betrekking heeft, was gerangschikt.
Als herziening wordt gevraagd van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning budget dat ter beschikking gesteld is, wordt de vraag naar een budget na herziening binnen elke prioriteitengroep chronologisch gerangschikt, rekening houdend met de datum van de aanvraag van herziening, die wordt vastgesteld conform artikel 5 van het besluit van 27 november 2015.]1

Art. 15/2. [1 En cas de demande de rĂ©vision d'une catĂ©gorie budgĂ©taire et du groupe prioritaire attribuĂ©, ou d'un groupe prioritaire attribuĂ© en application des chapitres 2 et 3 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 ou en application des articles 3 Ă  14 de l'arrĂȘtĂ© du 10 juin 2016, ou si une rĂ©vision est demandĂ©e en application de l'article 27/1, § 2, alinĂ©a deux, et § 3, alinĂ©a premier, de l'arrĂȘtĂ© du 10 juin 2016, la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles est classĂ©e chronologiquement, aprĂšs rĂ©vision, au sein de chaque groupe prioritaire comme suit :
1° si, dans le cadre de la demande de rĂ©vision, la [2 commission d'orientation flamande]2 attribue un groupe prioritaire supĂ©rieur au groupe prioritaire prĂ©cĂ©demment attribuĂ©, le classement chronologique au sein du groupe prioritaire attribuĂ© intervient en tenant compte de la date de la demande de rĂ©vision, qui est Ă©tablie conformĂ©ment Ă  l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, ou de la date Ă  laquelle l'Ă©quipe multidisciplinaire fournit Ă  l'agence les informations sur l'urgence visĂ©e Ă  l'article 35, § 2, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, si seule une rĂ©vision du groupe prioritaire attribuĂ© est demandĂ©e ;
2° si, dans le cadre de la demande de rĂ©vision, la [2 commission d'orientation flamande]2 accorde le mĂȘme groupe prioritaire ou un groupe prioritaire infĂ©rieur au groupe prioritaire prĂ©cĂ©demment accordĂ©, le classement chronologique interviendra dans le groupe prioritaire attribuĂ© avec la mĂȘme date que la date de classement de la demande de budget pour les soins et le soutien non directement accessibles et qui fait l'objet de la demande de rĂ©vision.
En cas de demande de rĂ©vision d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles qui a Ă©tĂ© mis Ă  disposition, la demande de budget aprĂšs rĂ©vision est classĂ©e chronologiquement au sein de chaque groupe prioritaire, en tenant compte de la date de la demande de rĂ©vision, qui est dĂ©terminĂ©e conformĂ©ment Ă  l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015.]1

Art. 15/3. [1 In dit artikel wordt verstaan onder jeugdhulpverlening: de niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening die is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of is toegewezen door het agentschap en die bestaat uit een van de volgende vormen van ondersteuning:
1° de niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning die wordt geboden door een multifunctioneel centrum voor minderjarigen als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
2° de persoonsvolgende middelen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 over persoonsvolgende middelen voor minderjarige personen met een handicap met dringende noden;
3° een persoonlijke-assistentiebudget als vermeld in artikel 19/1 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
In afwijking van artikel 15/1 wordt de vraag naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning van personen met een handicap aan wie jeugdhulpverlening is toegekend met uitzondering van een persoonlijke-assistentiebudget, zonder dat daar gebruik van kon worden gemaakt, binnen elke prioriteitengroep gerangschikt met een datum die drie jaar voorafgaat aan de datum van de aanvraag van het budget, vermeld in artikel 5 van het besluit van 27 november 2015, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de persoon met een handicap stond gedurende minstens drie jaar voor de datum van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning onafgebroken op de intersectorale registratielijst, vermeld in artikel 26, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
2° het agentschap heeft gedurende de periode, vermeld in punt 1°, geen niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp voor de persoon met een handicap gefinancierd.
Als de jeugdhulpverlening die was toegekend zonder dat daar gebruik van kon worden gemaakt, bestond uit een persoonlijke-assistentiebudget, wordt de vraag naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning van de personen met een handicap die voldoen aan de voorwaarden vermeld in het tweede lid, in afwijking van artikel 15/1, binnen elke prioriteitengroep gerangschikt met de datum van de aanvraag van het persoonlijke-assistentiebudget, met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp decreet, of met de datum waarop het agentschap de aanvraag van een persoonlijke-assistentiebudget, vermeld in artikel 3 van het besluit van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het besluit van 27 november 2015, heeft ontvangen.]1

Art. 15/3. [1 Aux fins du présent article, on entend par " aide à la jeunesse " l'aide à la jeunesse qui n'est pas directement accessible et qui est accordée en vertu du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou qui a été attribuée par l'agence et qui consiste en l'une des formes d'aide suivantes :
1° le soutien non directement accessible qui est offert par un centre multifonctionnel pour personnes mineures tel que visĂ© Ă  l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures ;
2° les ressources personnelles telles que visĂ©es dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif au versement d'aides personnalisĂ©es aux personnes handicapĂ©es ayant des besoins urgents ;
3° un budget d'assistance personnelle tel que visé à l'article 19/1 du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées).
Par dĂ©rogation Ă  l'article 15/1, la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour les personnes handicapĂ©es auxquelles une aide Ă  la jeunesse est octroyĂ©e, Ă  l'exception d'un budget d'assistance personnelle, qui n'a pu ĂȘtre utilisĂ©, est classĂ©e au sein de chaque groupe prioritaire avec une date prĂ©cĂ©dant de trois ans la date d'application du budget visĂ© Ă  l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, pour autant que toutes les conditions suivantes soient remplies :
1° la personne handicapée a été inscrite, pendant au moins trois ans avant la date de la demande de budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, sur la liste d'enregistrement intersectorielle visée à l'article 26, § 1er, alinéa premier, 1°, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ;
2° l'agence n'a financé aucune aide à la jeunesse non directement accessible pour les personnes handicapées pendant la période visée au point 1°.
Par dĂ©rogation Ă  l'article 15/1, si l'aide Ă  la jeunesse accordĂ©e sans possibilitĂ© de l'utiliser a consistĂ© en un budget d'assistance personnelle, la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles aux personnes handicapĂ©es qui rĂ©pondent aux conditions visĂ©es Ă  l'alinĂ©a deux, est classĂ©e au sein de chaque groupe prioritaire en fonction de la date de la demande de budget d'assistance personnelle, en application du dĂ©cret du 12 juillet 2013 relatif Ă  l'aide intĂ©grale Ă  la jeunesse, ou de la date Ă  laquelle l'agence a reçu la demande de budget d'assistance personnelle, visĂ©e Ă  l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du 15 dĂ©cembre 2000 fixant les conditions d'attribution d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapĂ©es, en vigueur avant l'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015.]1

Art. 15/4. [1 De vraag naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning wordt in het geval, vermeld in artikel 15, binnen prioriteitengroep 1 gerangschikt met de datum waarop het verzoek om terbeschikkingstelling van het toegewezen budget, vermeld in artikel 15, tweede lid, is bezorgd aan het agentschap.]1
Art. 15/4. [1 La demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles est, dans le cas visé à l'article 15, classée dans le groupe prioritaire 1 à la date à laquelle la demande de mise à disposition du budget alloué, visée à l'article 15, alinéa deux, a été transmise à l'agence.]1
Art. 15/5. [1 In dit artikel wordt verstaan onder:
1° FAM: een flexibel aanbodcentrum als vermeld in artikel 2 het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van flexibele aanbodcentra voor meerderjarige personen met een handicap zoals van toepassing op 31 december 2016;
2° thuisbegeleidingsdienst: een thuisbegeleidingsdienst als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 december 1996 betreffende de erkenning en subsidiëring van thuisbegeleidingsdiensten voor personen met een handicap zoals van toepassing op 31 december 2016.
De personen met een handicap die op 31 december 2016 gebruikmaakten van de ondersteuning van een FAM of een thuisbegeleidingsdienst, en die niet moeten worden beschouwd als personen die gebruikmaken van rechtstreeks toegankelijke hulp, conform artikel 17, tweede lid, of artikel 18, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap die gebruikmaken van een persoonlijke- assistentiebudget of een persoonsgebonden budget of die ondersteund worden door een flexibel aanbodcentrum voor meerderjarigen of een thuisbegeleidingsdienst, maar aan wie als gevolg van de sectorale afspraken over de operationalisering van de transitie van de meerderjarige gebruikers van zorg en ondersteuning naar persoonsvolgende financiering als vermeld in hoofdstuk 3 van het voormelde besluit, geen aantal zorggebonden punten als vermeld in artikel 23, eerste lid, van het voormelde besluit, wordt toegekend, worden ambtshalve in prioriteitengroep 1 geplaatst met als datum 1 juli 2017 en met een aantal zorggebonden punten dat door het agentschap wordt berekend conform artikel 17, eerste en tweede lid, van het voormelde besluit, op basis van de resultaten van de vertaling door de FAM of de thuisbegeleidingsdienst van de geboden ondersteuning conform de sjablonen en de richtlijnen, vermeld in artikel 14, vijfde lid, van het voormelde besluit, en op basis van de inschatting van de zorgzwaarte die door de FAM of de thuisbegeleidingsdienst is gemaakt conform de sjablonen en de richtlijnen, vermeld in artikel 15, derde lid, van het voormelde besluit.
De personen met een handicap, vermeld in het tweede lid, kunnen tot op het moment van de terbeschikkingstelling van het budget, vermeld in het tweede lid, bij de zorgaanbieder die vergund is door het agentschap en die hen op 31 december 2016 ondersteuning bood ten laste van die zorgaanbieder, aanspraak blijven maken op dezelfde ondersteuning.]1

Art. 15/5. [1 Dans le présent article, on entend par :
1° FAM : un centre d'offre de services flexibles tel que visĂ© Ă  l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement des centres offrant des services flexibles aux personnes handicapĂ©es majeures tel qu'applicable le 31 dĂ©cembre 2016 ;
2° service d'aide Ă  domicile : un service d'aide Ă  domicile tel que visĂ© Ă  l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 dĂ©cembre 1996 relatif Ă  l'agrĂ©ment et au subventionnement des services d'aide Ă  domicile pour personnes handicapĂ©es tel qu'applicable le 31 dĂ©cembre 2016.
Les personnes handicapĂ©es qui, au 31 dĂ©cembre 2016, ont eu recours au soutien d'un FAM ou d'un service d'aide Ă  domicile et qui ne doivent pas ĂȘtre considĂ©rĂ©es comme des personnes utilisant une assistance directement accessible, conformĂ©ment Ă  l'article 17, alinĂ©a deux, ou Ă  l'article 18, alinĂ©a premier, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es qui font usage d'un budget d'assistance personnelle ou d'un budget personnalisĂ© ou qui sont soutenues par un centre d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures ou un service d'aide Ă  domicile vers une aide financiĂšre personnalisĂ©e, mais Ă  qui, Ă  la suite des accords sectoriels sur la mise en oeuvre de la transition des utilisateurs majeurs de soins et de soutien vers un financement personnalisĂ© visĂ© au chapitre 3 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, aucun point liĂ© aux soins visĂ©s Ă  l'article 23, alinĂ©a premier, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© n'est attribuĂ©, sont automatiquement placĂ©es dans le groupe prioritaire 1 en date du 1er juillet 2017 et avec un nombre de points liĂ©s aux soins calculĂ© par l'agence conformĂ©ment Ă  l'article 17, alinĂ©a premier et alinĂ©a deux, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, sur la base des rĂ©sultats de la traduction par FAM ou du service d'aide Ă  domicile du soutien fourni conformĂ©ment aux modĂšles et lignes directrices visĂ©s Ă  l'article 14, alinĂ©a cinq, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, et sur la base de l'Ă©valuation de la lourdeur des soins fournis par FAM ou le service d'aide Ă  domicile conformĂ©ment aux modĂšles et lignes directrices visĂ©s Ă  l'article 15, alinĂ©a trois, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©.
Les personnes handicapĂ©es visĂ©es Ă  l'alinĂ©a deux peuvent, jusqu'Ă  la mise Ă  disposition du budget repris dans ledit alinĂ©a, continuer de bĂ©nĂ©ficier du mĂȘme soutien de la part du prestataire de soins agréé par l'agence, qui a fourni le soutien aux frais de ce prestataire de soins au 31 dĂ©cembre 2016.]1

Art. 15/7. [1 Binnen elke prioriteitengroep komen de personen met een handicap met de vroegste data het eerst in aanmerking voor de terbeschikkingstelling van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning.]1
Art. 15/7. [1 Au sein de chaque groupe prioritaire, les personnes handicapées sont les premiÚres à bénéficier le plus tÎt possible de la mise à disposition d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles.]1
Hoofdstuk 3.
Chapitre 3.
Art. 16.
Art. 16.
Hoofdstuk 4.
Chapitre 4.
Afdeling 1.
Section 1re.
Art. 17.
Art. 17.
Art. 18.
Art. 18.
Art. 19.
Art. 19.
Art. 20.
Art. 20.
Afdeling 2.
Section 2.
Art. 21.
Art. 21.
Art. 22.
Art. 22.
Art. 23.
Art. 23.
Art. 24.
Art. 24.
Afdeling 3.
Section 3.
Art. 25.
Art. 25.
Art. 26.
Art. 26.
Art. 27.
Art. 27.
Art. 28.
Art. 28.
Hoofdstuk 5. - Wijzigingsbepalingen
Chapitre 5. - Dispositions modificatives
Art. 29. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2006 betreffende de regie van de zorg en bijstand tot sociale integratie van personen met een handicap en betreffende de erkenning en subsidiëring van een Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 februari 2011, 17 februari 2012 en 9 januari 2015, worden punt 12°, 13° en 15°, punt 17° tot en met 20°, en punt 24° en 25° opgeheven.
Art. 29. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mars 2006 relatif Ă  la rĂ©gie de l'aide et de l'assistance Ă  l'intĂ©gration sociale de personnes handicapĂ©es et Ă  l'agrĂ©ment et au subventionnement d'une " Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap " (Plate-forme flamande d'associations de personnes handicapĂ©es), modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 18 fĂ©vrier 2011, 17 fĂ©vrier 2012 et 9 janvier 2015, les points 12°, 13° et 15°, les points 17° Ă  20°, et les points 24° et 25° sont abrogĂ©s.
Art. 30. In artikel 2, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° worden de woorden "opname- en bemiddelingsbeleid" vervangen door het woord "opnamebeleid";
2° punt 2° en punt 3° worden opgeheven.
Art. 30. Dans l'article 2, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans le point 1°, les mots " politique d'admission et de médiation " sont remplacés par les mots " politique d'admission ".
2° les points 2° et 3° sont abrogés.
Art. 31. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden punt 1°, punt 4°, punt 5° en punt 8° opgeheven;
2° in het tweede lid worden de zinsnede "zorgvraagregistratie," en de woorden "en zorgafstemming" opgeheven.
Art. 31. Dans l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 fĂ©vrier 2011 les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° les points 1°, 4°, 5° et 8° de l'alinéa 1er sont abrogés ;
2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " de l'enregistrement de la demande de soins, " et les mots " et de l'harmonisation des soins " sont abrogés.
Art. 32. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2011, wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
"1° het maakt rapporten op ter ondersteuning van het ROG bij de uitvoering van zijn opdracht met betrekking tot de bemiddeling, de afstemming en de planning. Het coördinatiepunt respecteert daarbij de kwaliteitseisen, vastgesteld door het agentschap;".
Art. 32. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 fĂ©vrier 2011, le point 1° est remplacĂ© par la disposition suivante :
1° il rédige des rapports en vue de soutenir le ROG dans l'accomplissement de ses missions de médiation, d'harmonisation et de planification. Le point de coordination respecte les exigences de qualité fixées par l'agence ; ".
Art. 33. In titel II van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 2015, wordt hoofdstuk II/1, dat bestaat uit artikel 8/1 tot en met artikel 8/3, opgeheven.
Art. 33. Dans le titre II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 janvier 2015, le chapitre II/1, qui se compose des articles 8/1 Ă  8/3 inclus, est abrogĂ©.
Art. 34. In titel II van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 2015, wordt hoofdstuk IV, dat bestaat uit artikel 11 en artikel 12, opgeheven
Art. 34. Dans le titre II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 janvier 2015, le chapitre IV, qui se compose des articles 11 et 12, est abrogĂ©.
Art. 35. In titel II van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012, wordt hoofdstuk V, dat bestaat uit artikel 13 tot en met 17, opgeheven.
Art. 35. Dans le titre II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2012, le chapitre V, qui se compose des articles 13 et 17, est abrogĂ©.
Art. 36. In titel II van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 2015, wordt het opschrift van hoofdstuk VI vervangen door wat volgt :
"Hoofdstuk VI. Opnamebeleid voor de voorzieningen".
Art. 36. Dans le titre II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 janvier 2015, l'intitulĂ© du chapitre VI est remplacĂ© par ce qui suit :
" Chapitre VI. Politique d'admission des structures ".
Art. 37. In artikel 18, tweede en vierde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2011, wordt de zinsnede ", na advies van de permanente cel," opgeheven.
Art. 37. A l'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 fĂ©vrier 2011, le syntagme, " sur avis de la cellule permanente, " dans l'alinĂ©a 2 et le syntagme ", aprĂšs avoir pris l'avis de la cellule permanente, " dans l'alinĂ©a 4 sont abrogĂ©s.
Art. 38. Artikel 18/1 en artikel 18/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 2015, worden opgeheven.
Art. 38. Les articles 18/1 et 18/2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ©s par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 janvier 2015, sont abrogĂ©s.
Art. 39. Artikel 19 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2011, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 19. Een voorziening kan bij de opname van een persoon met een handicap alleen afwijken van de procedure, vermeld in artikel 18, tweede lid, als ze de motivering voor de opname voorlegt aan het agentschap en het agentschap oordeelt dat de motivering gegrond is.
Als het agentschap oordeelt dat de motivering niet gegrond is, is een volgende opname die afwijkt van de procedure, vermeld in artikel 18, tweede lid, alleen toegelaten nadat het agentschap de motivering voor die opname gegrond verklaard heeft. Het agentschap bepaalt de periode waarin een voorziening een opname die afwijkt van de procedure, vermeld in artikel 18, tweede lid, alleen kan realiseren nadat de motivering ervoor door het agentschap gegrond is verklaard.
Het agentschap bepaalt in het protocol prioriteiten bij opname de criteria waaraan de motivering moet beantwoorden.".
Art. 39. L'article 19 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 fĂ©vrier 2011, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 19. En cas d'admission d'une personne handicapée dans une structure, cette derniÚre ne peut déroger à l'article 18, alinéa 2, qu'à condition qu'elle soumette une motivation de cette admission à l'agence et que l'agence juge que la motivation est fondée.
Si l'agence juge que la motivation n'est pas fondée, une prochaine suivante qui déroge à la procédure visée à l'article 18, alinéa 2, n'est autorisée qu'aprÚs que l'agence a conclu au bien-fondé de la motivation de cette admission. L'agence fixe la période dans laquelle une structure ne peut réaliser une admission dérogeant à la procédure de l'article 18, alinéa 2, qu'aprÚs que la motivation pour ce faire a été déclarée fondée par l'agence.
L'agence détermine, dans le protocole " Priorités en cas d'admission " les critÚres auxquels doit satisfaire la motivation. ".
Art. 40. Artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 februari 2011 en 9 januari 2015, wordt opgeheven.
Art. 40. L'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 18 fĂ©vrier 2011 et 9 janvier 2015, est abrogĂ©.
Art. 41. Artikel 20/1, 20/2 en 20/3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 2015, worden opgeheven.
Art. 41. Les articles 20/1, 20/2 et 20/3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ©s par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 janvier 2015, sont abrogĂ©s.
Art. 42. In artikel 23 van hetzelfde besluit wordt punt 2° opgeheven.
Art. 42. Dans l'article 23 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le point 2° est abrogĂ©.
Art. 43. In titel II, hoofdstuk VI, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2011, wordt afdeling II, die bestaat uit artikel 24 tot en met 27, opgeheven.
Art. 43. Dans le titre II, chapitre VI, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 fĂ©vrier 2011, la section II, qui se compose des articles 24 Ă  27, est abrogĂ©e.
Art. 44. In titel II van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 2015, wordt hoofdstuk VII, dat bestaat uit artikel 28 tot en met artikel 30, opgeheven.
Art. 44. Dans le titre II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 janvier 2015, le chapitre VII, comprenant les articles 28 Ă  30, est abrogĂ©.
Art. 45. In titel II van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 2015, wordt hoofdstuk VIII, dat bestaat uit artikel 31 tot en met artikel 33, opgeheven.
Art. 45. Dans le titre II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 janvier 2015, le chapitre VIII, comprenant les articles 31 Ă  33, est abrogĂ©.
Art. 46. In artikel 37 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 2° worden de woorden "de zorgvraagregistratie en de zorgbemiddeling" vervangen door de woorden "de bemiddeling in het kader van persoonsvolgende financiering";
2° in punt 3° wordt punt a) opgeheven;
3° in punt 3°, b), wordt het woord "zorgbemiddeling" vervangen door de woorden "bemiddeling in het kader van persoonsvolgende financiering".
Art. 46. A l'article 37 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 fĂ©vrier 2014, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au point 2, les mots " l'enregistrement de la demande de soins et sur la médiation des soins " sont remplacés par les mots " la médiation dans le cadre de l'aide financiÚre personnalisée " ;
2° au point 3°, le point a) est abrogé ;
3° au point 3°, b), les mots " la médiation en matiÚre de soins " sont remplacés par les mots " la médiation dans le cadre de l'aide financiÚre personnalisée ".
Art. 47. In artikel 46, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "en in de permanente cel" vervangen door de zinsnede "in alle overlegorganen van het agentschap, en in het bijzonder in de overlegorganen die de materies behandelen betreffende de afhandeling van een vraag naar niet rechtstreeks toegankelijke hulp en ondersteuning en de terbeschikkingstelling van dat budget,".
Art. 47. Dans l'article 46, § 1er, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " et dans la cellule permanente " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " dans tous les organes de concertation de l'agence et plus particuliĂšrement dans les organes de concertation traitant les matiĂšres relatives au traitement d'une demande d'aide et de soutien non directement accessibles et la mise Ă  disposition de ce budget, ".
Art. 48. In artikel 47/2, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2011, worden punt 2°, punt 4° en punt 6° opgeheven.
Art. 48. A l'article 47/2, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 fĂ©vrier 2011, les points 2°, 4° et 6° sont abrogĂ©s.
Art. 49. In artikel 47/5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2011 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 2015, wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
"1° de bepalingen van dit besluit, de richtlijnen van het agentschap en het protocol prioriteiten bij opname, vermeld in artikel 18, naleven;".
Art. 49. A l'article 47/5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 fĂ©vrier 2011 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 janvier 2015, le point 1° est remplacĂ© par ce qui suit :
" 1° respectent les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les directives fixĂ©es par l'agence, le protocole " PrioritĂ©s en cas d'admission ", visĂ© Ă  l'article 18 ; ".
Art. 50. Artikel 23 van het besluit van de Vlaamse Regering over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 23. De regionale prioriteitencommissie kent prioriteitengroep één, prioriteitengroep twee of prioriteitengroep drie toe en stelt maatschappelijke noodzaak vast.".
Art. 50. L'article 23 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif Ă  l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă  la mise Ă  disposition dudit budget est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 23. La commission régionale des priorités attribue le groupe prioritaire un, deux ou trois et détermine la nécessité sociale. ".
Art. 51. In artikel 37, § 1, van hetzelfde besluit wordt een punt 5° toegevoegd dat luidt als volgt :
"5° de personen met een handicap voor wie de regionale prioriteitencommissie maatschappelijke noodzaak heeft vastgesteld als vermeld in artikel 23.".
Art. 51. A l'article 37, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un point 5°, rĂ©digĂ© comme suit :
" 5° aux personnes handicapées pour qui la commission régionale des priorités a déterminé la nécessité sociale au sens de l'article 23. ".
Art. 52. In artikel 56, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "met uitzondering van artikel 36, § 1, 2° en 4° " vervangen door de woorden " met uitzondering van artikel 37, § 1, 2°, 4° en 5° ".
Art. 52. A l'article 56, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " Ă  l'exception de l'article 36, § 1, 2° et 4° " sont remplacĂ©s par les mots " Ă  l'exception de l'article 37, § 1er, 2°, 4°, et 5° ".
Art. 52/1. [1 Als een persoon met een handicap aan wie een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning werd toegewezen met toepassing van artikel 3 tot en met 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering, een herziening van de toegekende prioriteitengroep vraagt en bovengebruikelijke zorg in de huidige situatie inroept, moet een gemotiveerde inschatting van het multidisciplinair team van de parameter begeleidingsintensiteit die de nood aan ondersteuning door personen overdag uitdrukt en van de parameter permanentie die de nood aan aanwezigheid van en toezicht door personen overdag uitdrukt bij de aanvraag worden gevoegd.
In afwijking van artikel 12, § 2, beoordeelt de regionale prioriteitencommissie de bovengebruikelijke zorg in de huidige situatie door de budgetcategorie die werd toegewezen te vergelijken met de budgetcategorie die overeenstemt met de gemotiveerde inschatting van het multidisciplinair team van de parameters begeleidingsintensiteit en permanentie.
Als de budgetcategorie die is toegewezen twee budgetcategorieën lager is dan de budgetcategorie die overeenstemt met de met de gemotiveerde inschatting van het multidisciplinair team van de parameters begeleidingsintensiteit en permanentie, is er sprake van bovengebruikelijke zorg in de huidige situatie.]1

Art. 52/1. [1 Lorsqu'une personne en situation de handicap Ă  qui un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles a Ă©tĂ© attribuĂ© en application des articles 3 Ă  14 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active vers le financement personnalisĂ©, demande une rĂ©vision du groupe prioritaire attribuĂ© et invoque les soins en complĂ©ment des soins habituels actuellement dispensĂ©s, une apprĂ©ciation motivĂ©e par l'Ă©quipe multidisciplinaire du paramĂštre " intensitĂ© d'accompagnement " exprimant le besoin de soutien par des personnes pendant la journĂ©e, et du paramĂštre " permanence " exprimant le besoin d'une prĂ©sence de et d'une surveillance par des personnes pendant la journĂ©e doit ĂȘtre jointe Ă  la demande.
Par dérogation à l'article 12, § 2, la commission régionale des priorités évalue les soins en complément des soins habituels actuellement dispensés en comparant la catégorie budgétaire attribuée avec la catégorie budgétaire qui correspond à l'appréciation motivée de l'équipe multidisciplinaire des paramÚtres " intensité d'accompagnement " et " permanence ".
Lorsque la catégorie budgétaire attribuée est deux catégories en-dessous de la catégorie budgétaire qui correspond à l'appréciation motivée de l'équipe multidisciplinaire des paramÚtres " intensité d'accompagnement " et " permanence ", il s'agit de soins en complément des soins habituels actuellement dispensés. ]1

Art. 52/2. [1 In afwijking van artikel 13, § 2, tweede lid worden de vragen naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning in het jaar 2017, op het niveau van de provincies chronologisch gerangschikt binnen elke prioriteitengroep.
Voor de toepassing van het eerste lid worden de vragen naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning van de personen met een handicap die gedomicilieerd zijn in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad conform het tweede lid gerangschikt in de prioriteitengroepen voor de provincie Vlaams-Brabant.]1

Art. 52/2. [1 Par dérogation à l'article 13, § 2, alinéa 2, les demandes d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles en 2017 sont classées chronologiquement dans chaque groupe prioritaire au niveau des provinces.
Pour l'application de l'alinéa 1er, les demandes d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles des personnes en situation de handicap qui sont domiciliés en région bilingue de Bruxelles-Capitale sont classées conformément à l'alinéa 2 dans les groupes prioritaires pour la province du Brabant flamand.]1

Hoofdstuk 6. - Slotbepalingen
Chapitre 6. - Dispositions finales
Art. 53. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2016 met uitzondering van artikel 17 dat in werking treedt op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, vast te stellen datum.
Art. 53. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er avril 2016, Ă  l'exception de l'article 17, qui entre en vigueur Ă  une date Ă  fixer par le Ministre flamand chargĂ© de l'assistance aux personnes.
Art. 54. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 54. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions, est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.