Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
26 FEBRUARI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten en kmo-groeitrajecten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-04-2016 en tekstbijwerking tot 03-02-2026)
Titre
26 FEVRIER 2016. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat et des trajectoires de croissance PME(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 11-04-2016 et mise Ă  jour au 03-02-2026)
Documentinformatie
Numac: 2016035422
Datum: 2016-02-26
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016035422
Date: 2016-02-26
Moniteur: Voir
Tekst (85)
Texte (85)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° Agentschap Innoveren en Ondernemen: het intern verzelfstandigd agentschap, vermeld in artikel 1, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 inzake de ontbinding zonder vereffening van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie en tot regeling van de overdracht van zijn activiteiten aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
  2° [1 ...]1
  3° decreet van 16 maart 2012: het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
  4° kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;
  5° kleine en middelgrote ondernemingen: de ondernemingen, vermeld in artikel 3, 2° en 3°, van het decreet van 16 maart 2012;
  [2 5° /1 maatwerkbedrijf: een maatwerkbedrijf als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;]2
  6° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de economie;
  7° onderneming: een onderneming als vermeld in artikel 3, 1°, van het decreet van 16 maart 2012;
  8° [1 ...]1
  9° steun: de steun, vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 16 maart 2012;
  10° steunintensiteit: de steunintensiteit, vermeld in artikel 3, 6°, van het decreet van 16 maart 2012;
  11° webplatform kmo-portefeuille: de webapplicatie, genaamd kmo-portefeuille, die toegankelijk is via de website en beheerd wordt door het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
  12° website: de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
  
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° Agentschap Innoveren en Ondernemen: l'agence autonomisĂ©e interne, visĂ©e Ă  l'article 1er, 2°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2015 relatif Ă  la dissolution sans liquidation de l'" Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " et rĂ©glant le transfert de ses activitĂ©s Ă  l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
  2° [1 ...]1
  3° décret du 16 mars 2012 : le décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
  4° année calendaire : la période du 1er janvier au 31 décembre ;
  5° petites et moyennes entreprises : les entreprises visées à l'article 3, 2° et 3°, du décret du 16 mars 2012 ;
  [2 5° /1 entreprise de travail adapté : une entreprise de travail adapté au sens de l'article 3, 5°, du décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration collective ;]2
  6° Ministre : le Ministre flamand chargé de l'économie ;
  7° entreprise : une entreprise telle que visée à l'article 3, 1°, du décret du 16 mars 2012 ;
  8° [1 ...]1
  9° aide : l'aide, visée à l'article 3, 5°, du décret du 16 mars 2012 ;
  10° intensité d'aide : l'intensité, visée à l'article 3, 6°, du décret du 16 mars 2012 ;
  11° plateforme web portefeuille PME : l'application web baptisée " Portefeuille PME " qui est accessible par le biais du site web et gérée par l'Agentschap Innoveren en Ondernemen ;
  12° site web : le site web de l'Agentschap Innoveren en Ondernemen.
  
Afdeling 2. - Definitie van kleine en middelgrote ondernemingen
Section 2. - Définition de petites et moyennes entreprises
Art. 2. De grootte van de onderneming, bepaald in de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen, vermeld in bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening, wordt vastgesteld op basis van een verklaring op erewoord van de onderneming, en op basis van de bepalingen van artikel 3.
  [1 In het eerste lid wordt verstaan onder algemene groepsvrijstellingsververordening: de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Publicatieblad van 26 juni 2014, L 187, blz. 1 - 78), en de latere wijzigingen ervan.]1
  
Art. 2. L'ampleur de l'entreprise dont il est question dans la définition de petites et moyennes entreprises visée à l'annexe Ire du RÚglement général d'exemption par catégorie, est déterminée sur la base d'une déclaration sur l'honneur de l'entreprise et sur la base des dispositions de l'article 3.
  [1 Dans l'alinéa premier, il faut entendre par rÚglement général d'exemption par catégorie : le RÚglement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aide compatibles avec le marché commun en application des articles 107 et 108 du Traité (Journal Officiel du 26 juin 2014, L 187, p. 1- 78), et des modifications ultérieures.]1
  
Art. 3. De gegevens voor de berekening van de jaaromzet, het balanstotaal en het aantal werkzame personen worden vastgesteld op basis van de laatste twee jaarrekeningen die bij de Nationale Bank van België zijn neergelegd voor de indieningsdatum van de steunaanvraag, en die beschikbaar is via een centrale databank.
  Voor ondernemingen die geen jaarrekening moeten opmaken, worden de gegevens voor de berekening van de jaaromzet vastgesteld op basis van de twee laatste aangiftes bij de directe belastingen voor de indieningsdatum van de steunaanvraag. De gegevens voor de berekening van het aantal werkzame personen worden in dat geval vastgesteld aan de hand van het aantal werknemers die in de onderneming waren tewerkgesteld gedurende de laatste acht kwartalen die de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid kan attesteren voor de indieningsdatum van de steunaanvraag.
  Bij recent opgerichte ondernemingen, waarvan de eerste jaarrekening nog niet is neergelegd en de eerste fiscale aangifte nog niet is gedaan, worden de gegevens vastgesteld op basis van een financieel plan van het eerste productiejaar.
  De minister bepaalt wat er onder werkzame personen wordt verstaan.
Art. 3. Les données pour le calcul du chiffre d'affaires annuel, du total du bilan et du nombre de personnes actives sont fixées sur la base des deux derniers comptes annuels déposés auprÚs de la Banque nationale de Belgique avant la date d'introduction de la demande d'aide et sont consultables via une base de données centrale.
  Pour les entreprises qui ne sont pas obligées d'établir des comptes annuels, les données pour le calcul du chiffre d'affaires annuel sont déterminées sur la base des deux derniÚres déclarations aux impÎts directs avant la date d'introduction de la demande d'aide. Les données pour le calcul du nombre de personnes actives sont dans ce cas fixées à l'aide du nombre de travailleurs employés par l'entreprise pendant les huit derniers trimestres attestables par l'Office national de Sécurité sociale avant la date d'introduction de la demande d'aide.
  Dans le cas d'entreprises récemment créées dont le premier compte annuel n'a pas encore été déposé et dont la premiÚre déclaration fiscale n'a pas encore été faite, les données sont établies sur la base d'un plan financier de la premiÚre année de production.
  Le Ministre précise ce qu'il faut entendre par personnes actives.
Afdeling 3. - Algemene voorwaarden
Section 3. - Conditions générales
Art. 4. [1 Een onderneming komt alleen voor steun in aanmerking als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
   1° de onderneming is een natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
   2° de onderneming is een vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht;
   3° de onderneming is een buitenlandse onderneming met een statuut dat gelijkwaardig is aan het statuut, vermeld in punt 1° en 2°.]1

  De minister kan de in aanmerking komende ondernemingen verder uitbreiden met gelijksoortige types van ondernemingen.
  De onderneming moet, vanaf de indieningsdatum van de steunaanvraag, beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest om in aanmerking te komen voor steun.
  
Art. 4. [1 Une entreprise n'est admissible à l'aide que si elle répond à l'une des conditions suivantes :
   1° l'entreprise est une personne physique exerçant une activité professionnelle en tant qu'indépendant ;
   2° l'entreprise est une société avec personnalité juridique de droit privé ;
   3° l'entreprise est une entreprise étrangÚre ayant un statut équivalent au statut visé aux points 1° et 2°.]1

  Le Ministre peut étendre les entreprises éligibles à des types d'entreprises similaires.
  Pour ĂȘtre admissible aux aides, l'entreprise doit avoir un siĂšge d'exploitation en RĂ©gion flamande Ă  compter de la date d'introduction de la demande d'aide.
  
Art. 5. Er wordt alleen steun verleend aan ondernemingen die voldoen aan alle regelgeving die van toepassing is in het Vlaamse Gewest.
  [1 [2 Er wordt alleen steun verleend aan ondernemingen die op de datum van de indiening van de steunaanvraag en op de datum van de steuntoekenning geen procedure op basis van Europees recht hebben lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd.]2]1
  [1 Bij een steunaanvraag voor kmo-groeitrajecten via de kmo-groeisubsidie, vermeld in hoofdstuk 3, mag de onderneming op de indieningsdatum van de steunaanvraag geen negatief eigen vermogen hebben.]1
  
Art. 5. Une aide est uniquement octroyée à des entreprises qui répondent à l'ensemble de la réglementation applicable en Région flamande.
  [1 [2 Aucune aide n'est octroyée aux entreprises qui, à la date d'introduction de la demande d'aide et à la date d'octroi de l'aide, font l'objet d'une procédure en cours en vertu du droit européen visant la récupération d'une aide octroyée.]2]1
  [1 Dans le cas d'une demande d'aide en faveur des parcours de croissance des PME au moyen de la subvention de croissance des PME visée au chapitre 3, l'entreprise ne doit pas avoir de fonds propres négatifs à la date d'introduction de la demande d'aide.]1
  
Art. 6. De steun, verleend in het kader van dit besluit, kan niet gecumuleerd worden met andere steun, ongeacht de bron, de vorm en het doel van de steun.
Art. 6. L'aide attribuĂ©e dans le cadre du prĂ©sent arrĂȘtĂ© n'est pas cumulable avec une autre aide, quels qu'en soient la source, la forme et le but.
Art. 7. Er kan geen steun verleend worden aan een onderneming als een administratieve overheid als vermeld in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, of een buitenlandse vergelijkbare administratieve overheid, over een dominerende invloed beschikt. Er is een vermoeden van dominerende invloed als de onderneming voor 25% of meer van het kapitaal [1 , de inbreng]1 of de stemrechten rechtstreeks of onrechtstreeks in handen is van de administratieve overheid.
  Het vermoeden, vermeld in het eerste lid, kan worden weerlegd als de onderneming kan aantonen dat de administratieve overheid, vermeld in het eerste lid, in werkelijkheid geen dominerende invloed uitoefent op het beleid van de onderneming.
  
Art. 7. Aucune aide ne peut ĂȘtre octroyĂ©e Ă  une entreprise lorsqu'une autoritĂ© administrative, telle que visĂ©e Ă  l'article 14 des lois sur le Conseil d'Etat coordonnĂ©es le 12 janvier 1973, ou une autoritĂ© administrative Ă©trangĂšre comparable, dispose d'une influence dominante. Il est question d'une prĂ©somption d'influence dominante lorsque 25% ou plus du capital [1 , de l'apport]1 ou des droits de vote de l'entreprise sont directement ou indirectement dĂ©tenus par l'autoritĂ© administrative.
  La prĂ©somption, mentionnĂ©e dans l'alinĂ©a 1er, peut ĂȘtre rĂ©futĂ©e si le bĂ©nĂ©ficiaire peut dĂ©montrer que l'autoritĂ© administrative, visĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er, n'exerce en rĂ©alitĂ© aucune influence dominante sur la politique de l'entreprise.
  
Art. 8. Alleen ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit op de indieningsdatum van de steunaanvraag behoort tot de sectoren bepaald door de minister komen in aanmerking voor steun.
  De hoofdactiviteit is de activiteit die is opgenomen als activiteit in de Kruispuntbank van Ondernemingen en die het grootste gedeelte van de omzet vertegenwoordigt.
Art. 8. Seules les entreprises dont l'activité principale à la date d'introduction de la demande d'aide relÚve des secteurs, déterminés par le Ministre, sont éligibles aux aides.
  L'activité principale est l'activité qui est enregistrée comme activité dans la Banque-Carrefour des Entreprises et qui génÚre la majeure partie du chiffre d'affaires.
HOOFDSTUK 2. - Steun voor ondernemerschapsbevorderende diensten via de kmo-portefeuille
CHAPITRE 2. - Aides aux services promouvant l'entrepreneuriat via le portefeuille PME
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Art. 9. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
  [1 1° cybersecurity: het beschermen van computers, mobiele apparaten, servers, software, netwerken, elektronische systemen en gegevens tegen schadelijke aanvallen;]1
  [1 1°/1]1 dienstverlener: een natuurlijke persoon met ondernemingsnummer of een rechtspersoon en die geregistreerd is overeenkomstig artikel 14, om ondernemerschapsbevorderende diensten te verlenen;
  2° ondernemerschapsbevorderende diensten:
  a) opleiding: het onderricht, gevolgd door de werkenden in de onderneming bij een dienstverlener dat uitsluitend of hoofdzakelijk gericht is op het verbeteren van het huidige of het toekomstige bedrijfsfunctioneren van de onderneming en gericht is op de kernprocessen van de onderneming. De opleiding draagt bij tot de versterking, groei of transformatie van de onderneming in Vlaanderen;
  b) advies: het advies [3 op het vlak van cybersecurity]3, verleend door de dienstverlener dat uitsluitend of hoofdzakelijk gericht is op het verbeteren van het huidige of het toekomstige bedrijfsfunctioneren van de onderneming en dat bijdraagt tot de versterking, groei of transformatie van de onderneming in Vlaanderen.
  [1 3° thema: [3 een advies dat gericht is op cybersecurity of een opleiding die gericht is op een van de volgende aspecten]3:
   a) bedrijfsstrategie: het bepalen van de koers en structuur van een onderneming om haar strategische bedrijfsdoelstellingen te bereiken;
   b) beroepsspecifieke competenties: de theoretische of praktische kennis en vaardigheden die in een bepaald vaktechnisch gebied nodig zijn om de kerntaken van een functie of beroep uit te oefenen;
   c) digitalisering: het gebruik van digitale technologieën, innovaties en data die leiden tot nieuwe activiteiten of wijzigingen in bestaande activiteiten op het vlak van hardware, software en onlinetoepassingen van de onderneming en cybersecurity;
   d) duurzaamheid: een economisch systeem dat leidt tot een efficiënter gebruik van grondstoffen, onderdelen en producten met respect voor milieu en maatschappij;
   e) financiële geletterdheid: financiële en boekhoudkundige kennis die nodig is om een onderneming succesvol te beheren;
   f) innovatie: het invoeren van nieuwe technieken of inzichten als antwoord op een specifieke technologische kennisvraag over een product, proces of dienst;
   g) internationalisering: het beleid om het internationaal ondernemen van ondernemingen gelegen in Vlaanderen te stimuleren, te ondersteunen en te bevorderen;
   h) personeelsmanagement: het personeelsbeleid van een onderneming om een doelmatige en functionerende arbeidsorganisatie te verwezenlijken, dat gericht is op de algemene werking van de [2 ...]2 onderneming, en dat betrekking heeft op minstens een van de volgende onderwerpen:
   1) arbeidsorganisatie en bedrijfsprocessen;
   2) competentiebeleid;
   3) diversiteits- en non-discriminatiebeleid;
   4) evaluatie- en functioneringsbeleid;
   5) personeelsplanning;
   6) sociale wetgeving.]1

  Het advies kan de volgende vormen aannemen:
  1) schriftelijke raadgevingen en aanbevelingen die bestaan uit een analyse van de probleemstelling, een eigenlijk advies, een implementatieplan en de begeleiding bij de implementatie;
  2) schriftelijke raadgevingen en aanbevelingen die bestaan uit het identificeren, in kaart brengen en onderzoeken van opportuniteiten en oplossingen met betrekking tot het bedrijfsfunctioneren van de onderneming.
  De minister kan de definitie van ondernemerschapsbevorderende diensten [1 vermeld in het eerste lid, 2°, en de omschrijving van de thema's, vermeld in het eerste lid, 3°, ]1 verfijnen rekening houdend met de beleidsprioriteiten.
  
Art. 9. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
  [1 1° cybersécurité : la protection des ordinateurs, des appareils mobiles, des serveurs, des logiciels, des réseaux, des systÚmes électroniques et des données contre les attaques malveillantes ; ]1
  [1 1°/1]1 prestataire de services : une personne physique avec un numéro d'entreprise ou une personne morale qui est enregistrée conformément à l'article 14, pour la prestation de services promouvant l'entrepreneuriat ;
  2° services promouvant l'entrepreneuriat :
  a) formation : la formation suivie par les travailleurs dans l'entreprise auprÚs du prestataire de services, visant exclusivement ou principalement à améliorer le fonctionnement actuel ou futur de l'entreprise et ayant pour objet les processus clés de l'entreprise. La formation contribue au renforcement, à la croissance ou à la transformation de l'entreprise en Flandre ;
  b) conseils : les conseils [3 en matiÚre de cybersécurité,]3 délivrés par le prestataire de services, visant exclusivement ou principalement à améliorer le fonctionnement actuel ou futur de l'entreprise et contribuant au renforcement, à la croissance ou à la transformation de l'entreprise en Flandre.
  [1 3° thÚme : [3 un conseil axé sur la cybersécurité ou une formation axée sur l'un des aspects suivants]3 :
   a) stratégie d'entreprise : définir la direction et la structure d'une entreprise pour atteindre ses objectifs stratégiques ;
   b) compétences professionnelles spécifiques : les connaissances et aptitudes théoriques ou pratiques requises dans un certain domaine technique professionnel pour accomplir les tùches essentielles d'une fonction ou d'une profession ;
   c) numérisation : l'utilisation de technologies numériques, d'innovations et de données menant à de nouvelles activités ou à des changements dans les activités existantes en termes de matériel, de logiciels et d'applications en ligne de l'entreprise et de cybersécurité ;
   d) durabilité : un systÚme économique menant à une utilisation plus efficace des ressources, des composants et des produits dans le respect de l'environnement et de la société ;
   e) éducation financiÚre : les connaissances financiÚres et comptables nécessaires pour gérer avec succÚs une entreprise ;
   f) innovation : l'introduction de nouvelles techniques ou idées en réponse à une question technologique spécifique sur un produit, un processus ou un service ;
   g) internationalisation : la politique visant à encourager, soutenir et promouvoir les activités internationales des entreprises situées en Flandre ;
   h) gestion du personnel : la politique du personnel d'une entreprise mise en oeuvre afin de parvenir à une organisation du travail efficace et fonctionnelle, axée sur le fonctionnement global [2 de l'entreprise]2, et qui couvre au moins l'un des sujets suivants :
   1) l'organisation du travail et les processus d'entreprise ;
   2) la politique des compétences ;
   3) la politique de diversité et de non-discrimination ;
   4) la politique d'évaluation et de performance ;
   5) la planification du personnel ;
   6) la législation sociale.]1

  Les conseils peuvent prendre les formes suivantes :
  1) des conseils et recommandations écrits, composés d'une analyse de la problématique, d'un conseil proprement dit, d'un plan de mise en oeuvre et de l'accompagnement de la mise en oeuvre ;
  2) des conseils et recommandations écrits visant à identifier, cartographier et examiner des opportunités et solutions relatives au fonctionnement de l'entreprise.
  Le Ministre peut affiner la définition des services promouvant l'entrepreneuriat [1 , visés à l'alinéa 1er, 2°, et la description des thÚmes, visée à l'alinéa 1er, 3°,]1 en tenant compte des priorités politiques.
  
Afdeling 2. - Europese regelgeving
Section 2. - Réglementation européenne
Art. 10. De steun voor ondernemerschapsbevorderende diensten via de kmo-portefeuille valt onder de toepassing van [1 de de-minimisverordening, vermeld in artikel 3, 9°, van het decreet van 16 maart 2012]1.
  
Art. 10. Les aides aux services promouvant l'entrepreneuriat via le portefeuille PME relÚvent [1 du rÚglement de minimis, visé à l'article 3, 9°, du décret du 16 mars 2012]1.
  
Afdeling 3. - Toepassingsgebied
Section 3. - Champ d'application
Art. 11. Er wordt steun verleend aan kleine en middelgrote ondernemingen [2 en maatwerkbedrijven]2 voor ondernemerschapsbevorderende diensten [1 binnen een thema]1 verleend door een dienstverlener aan en ten behoeve van die ondernemingen, onder de voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012, dit besluit en de uitvoeringsbesluiten.
  [2 De voorwaarden vermeld in artikel 4, eerste lid en artikel 7 zijn niet van toepassing op maatwerkbedrijven.]2
  
Art. 11. Des aides sont octroyĂ©es aux petites et moyennes entreprises [2 et aux entreprises de travail adaptĂ©]2 pour des services promouvant l'entrepreneuriat, [1 dans un thĂšme ]1 fournis par un prestataire de services, Ă  et au bĂ©nĂ©fice de ces entreprises, aux conditions, visĂ©es au dĂ©cret du 16 mars 2012, au prĂ©sent arrĂȘtĂ© et aux arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution.
  [2 Les conditions visées à l'article 4, alinéa 1er, et à l'article 7 ne s'appliquent pas aux entreprises de travail adapté.]2
  
Art. 12. De volgende diensten komen niet in aanmerking voor steun:
  1° wettelijk verplichte diensten;
  2° diensten van permanente of periodieke aard;
  3° diensten die behoren tot de gewone bedrijfsuitgaven van de onderneming en niet-gespecialiseerde adviezen;
  4° diensten met betrekking tot subsidies.
  [1 5° de diensten die in geen geval ondernemerschapsbevorderend zijn, als vermeld in artikel 9, eerste lid, 2°, die opgenomen zijn in de lijst die als bijlage is toegevoegd.]1
  [2 6° diensten die strijdig zijn met de openbare orde;
   7° diensten die strijdig zijn met de openbare veiligheid;
   8° diensten die inbreuk maken op de volksgezondheid;
   9° diensten die strijdig zijn met de algemeen wetenschappelijk aanvaarde inzichten.]2

  De minister kan de niet in aanmerking komende diensten verder verfijnen en uitbreiden gelet op de beleidsprioriteiten.
  
Art. 12. Les services suivants ne sont pas éligibles aux aides :
  1° les services légalement obligatoires ;
  2° les services de nature permanente ou périodique ;
  3° les services qui font partie des dépenses normales d'exploitation de l'entreprise et les conseils non spécialisés ;
  4° les services relatifs aux subventions.
  [1 5° les services ne promouvant en aucun cas l'entrepreneuriat, tels que visés à l'article 9, alinéa premier, 2°, repris dans la liste jointe en annexe]1
  [2 6° les services contraires à l'ordre public ;
   7° les services contraires à la sécurité publique ;
   8° les services portant atteinte à la santé publique ;
   9° les services contraires aux connaissances scientifiques généralement admises.]2

  Le Ministre peut affiner et étendre les services non éligibles vu les priorités politiques.
  
Art.12/1.[1 De minister stelt een lijst op met [2 opleidingen]2 die gericht zijn op de beroepsspecifieke competenties als vermeld in artikel 9, eerste lid, 3°, b). Alleen [2 opleidingen]2 die voldoen aan ten minste een van de volgende voorwaarden, worden geregistreerd op de voormelde lijst en komen in aanmerking voor steun binnen dit thema:
   1° de [2 opleiding]2 is erop gericht competenties aan te leren die deel uitmaken van een knelpuntberoep dat is opgenomen in de lijst van knelpuntberoepen die op de VDAB-website is bekendgemaakt;
   2° de [2 opleiding]2 is erop gericht technologische, technische, exact-wetenschappelijke of wiskundige kennis en de toepassing ervan in beroepen aan te leren. STEM-opleidingen en zorg-STEM-opleidingen die gepubliceerd worden op de Onderwijskiezerwebsite, voldoen aan de voormelde voorwaarde;
   3° de [2 opleiding]2 speelt in op een toekomstig sectoraal tekort aan competenties dat aangetoond wordt door een competentieprognose die uitgevoerd wordt conform de methodiek van het VLAMT of op een wijze die wetenschappelijk verantwoord, onderbouwd en aantoonbaar is;
   4° de [2 opleiding]2 leidt tot een attest of certificaat dat in België vereist is voor de uitoefening van een beroep.
   Onder STEM, Onderwijskiezer en VLAMT, vermeld in het eerste lid, 2° en 3°, worden verstaan:
   1° STEM: Science, Technology, Engineering, Mathematics;
   2° Onderwijskiezerwebsite: de website van de Centra voor Leerlingbegeleiding bedoeld voor iedereen die op zoek is naar objectieve, onafhankelijke en kwaliteitsvolle informatie over het onderwijslandschap;
   3° VLAMT: Vlaamse Arbeidsmarktonderzoek voor de Toekomst. ]1

  
Art.12/1.[1 Le ministre établit une liste des [2 formations axées]2 sur les compétences professionnelles spécifiques visées à l'article 9, alinéa 1er, 3°, b). [2 Seules les formations qui remplissent au moins une des conditions suivantes sont inscrites]2 sur la liste précitée et sont éligibles à une aide dans le cadre de ce thÚme :
   1° [2 la formation]2 vise à enseigner des compétences qui font partie d'une profession en pénurie inscrite sur la liste des professions en pénurie publiée sur le site web du VDAB ;
   2° [2 la formation]2 vise à enseigner des connaissances technologiques, techniques, scientifiques exactes ou mathématiques et leur application dans les professions. Les formations STEM et les formations STEM de soins qui sont publiées sur le site web Onderwijskiezer répondent à la condition précitée ;
   3° [2 la formation]2 anticipe une future pénurie sectorielle de compétences démontrée par une prévision des compétences effectuée conformément à la méthodologie VLAMT ou par une méthode scientifiquement justifiée, fondée et démontrable ;
   4° [2 la formation]2 conduit à une attestation ou un certificat requis en Belgique pour l'exercice d'une profession.
   On entend par STEM, Onderwijskiezer et VLAMT, visés à l'alinéa 1er, 2° et 3°, :
   1° STEM : Science, Technology, Engineering, Mathematics ;
   2° Site web Onderwijskiezer : le site web des Centres d'encadrement des élÚves, destiné à tous ceux qui recherchent une information objective, indépendante et de qualité sur le paysage éducatif ;
   3° VLAMT : " Vlaams Arbeidsmarktonderzoek voor de Toekomst " (Recherche du marché de l'emploi flamand pour l'avenir). ]1

  
Afdeling 4. - Registratie van de dienstverleners
Section 4. - Enregistrement des prestataires de services
Art. 13. Dienstverleners moeten geregistreerd zijn voor het verlenen van ondernemerschapsbevorderende diensten binnen de kmo-portefeuille.
Art. 13. Les prestataires de services doivent ĂȘtre enregistrĂ©s pour la prestation de services promouvant l'entrepreneuriat au sein du portefeuille PME.
Art. 14. § 1. Een dienstverlener wordt geregistreerd voor opleiding in een van de volgende gevallen:
  1° de sectorfondsen, die voorgedragen zijn door de functioneel bevoegde minister, op voorwaarde dat de minister en de Vlaamse minister, bevoegd voor de professionele vorming, hun akkoord verlenen. De registratie geldt zolang de steunverlening voor ondernemerschapsbevorderende diensten van toepassing is;
  2° de dienstverlener, die voorgedragen is door de functioneel bevoegde minister en waarvan de kwaliteit van de opleidingen wordt bewaakt door die minister, op voorwaarde dat de minister en de Vlaamse minister, bevoegd voor de professionele vorming, hun akkoord verlenen. De registratie geldt zolang de steunverlening voor ondernemerschapsbevorderende diensten van toepassing is;
  3° de dienstverlener, die [1 op basis van een positieve audit van een auditbureau dat wordt aangesteld conform paragraaf 3, vierde lid, aan de hand van een kwaliteitsnorm]1 voldoet aan de voorwaarden, bepaald door de minister en de Vlaamse minister, bevoegd voor de professionele vorming. De minister en de Vlaamse minister, bevoegd voor de professionele vorming, bepalen deze voorwaarden met het oog op de kwaliteitsbewaking van de dienstverlening en de geldigheidsduur van de registratie rekening houdend met de beleidsdoelstellingen.
  § 2. Een dienstverlener wordt geregistreerd voor advies in een van de volgende gevallen:
  1° de dienstverlener, die voorgedragen is door de functioneel bevoegde minister en waarvan de kwaliteit van de adviesverlening wordt bewaakt door die minister, op voorwaarde dat de minister zijn akkoord verleent. De registratie geldt zolang de steunverlening voor ondernemerschapsbevorderende diensten van toepassing is;
  2° de dienstverlener, die [1 op basis van een positieve audit van een auditbureau dat wordt aangesteld conform paragraaf 3, vierde lid, aan de hand van een kwaliteitsnorm]1 voldoet aan de voorwaarden, bepaald door de minister. De minister bepaalt deze voorwaarden met het oog op de kwaliteitsbewaking van de dienstverlening en de geldigheidsduur van de registratie rekening houdend met de beleidsdoelstellingen.
  § 3. De minister en de Vlaams minister, bevoegd voor de professionele vorming, bepalen de procedure [1 , de kwaliteitsnorm]1 en de aanvullende voorwaarden voor de registratie van de dienstverleners, vermeld in paragraaf 1.
  De minister bepaalt de [1 procedure, de kwaliteitsnorm en de aanvullende]1 voorwaarden voor de registratie van de dienstverleners, vermeld in paragraaf 2, en de weigering, schorsing en uitsluiting van de dienstverleners. [1 Het resultaat van de audit, vermeld in paragraaf 2, 2° is niet bindend. De minister kan op grond van gemotiveerde redenen afwijken van dit resultaat.]1
  De minister bepaalt de verplichtingen van de dienstverleners inzake de communicatie omtrent de draagwijdte van de registratie.
  [1 "De minister bepaalt de voorwaarden en procedure voor de aanstelling en werking van de auditbureaus, vermeld in paragraaf 1 en 2, en ook de controle en sanctionering.]1
  
Art. 14. § 1er. Un prestataire de services est enregistré pour le pilier formation dans un des cas suivants :
  1° les fonds sectoriels proposés par le Ministre fonctionnellement compétent à condition que le Ministre et le Ministre flamand chargé de la formation professionnelle marquent leur accord. L'enregistrement vaut tant que l'octroi des aides aux services promouvant l'entrepreneuriat s'applique ;
  2° le prestataire de services proposé par le Ministre fonctionnellement compétent et dont la qualité des formations est contrÎlée par ce Ministre à condition que le Ministre et le Ministre flamand chargé de la formation professionnelle marquent leur accord. L'enregistrement vaut tant que l'octroi des aides aux services promouvant l'entrepreneuriat s'applique ;
  3° le prestataire de services qui [1 , sur la base d'un audit positif d'un bureau d'audit désigné conformément au paragraphe 3, alinéa 4, à l'aide d'une norme de qualité,]1 répond aux conditions, déterminées par le Ministre et par le Ministre flamand chargé de la formation professionnelle. Le Ministre et le Ministre flamand compétent pour la formation professionnelle déterminent ces conditions en vue du contrÎle qualitatif des services et de la validité de l'enregistrement en tenant compte des objectifs politiques.
  § 2. Un prestataire de services est enregistré pour la prestation de conseils dans un des cas suivants :
  1° le prestataire de services proposé par le Ministre fonctionnellement compétent et dont la qualité des prestations de conseils est contrÎlée par ce Ministre à condition que le Ministre marque son accord. L'enregistrement vaut tant que l'octroi des aides aux services promouvant l'entrepreneuriat s'applique ;
  2° le prestataire de services [1 , sur la base d'un audit positif d'un bureau d'audit désigné conformément au paragraphe 3, alinéa 4, à l'aide d'une norme de qualité, ]1 répond aux conditions fixées par le Ministre. Le Ministre détermine ces conditions en vue du contrÎle qualitatif des services et de la validité de l'enregistrement en tenant compte des objectifs politiques.
  § 3. Le Ministre et le Ministre flamand compétent pour la formation professionnelle déterminent la procédure [1 , la norme de qualité]1 et les modalités de l'enregistrement des prestataires de services, visés au paragraphe 1er.
  Le Ministre fixe la procédure et les modalités de l'enregistrement des prestataires de services, visés au paragraphe 2 et le refus, la suspension et l'exclusion des prestataires de services. [1 Le résultat de l'audit, visé au paragraphe 2, 2°, n'est pas contraignant. Le ministre peut déroger à ce résultat sur la base de raisons justifiées. ]1
  Le Ministre arrĂȘte les obligations des prestataires de services concernant la communication sur l'ampleur de l'enregistrement.
  [1 Le ministre fixe les conditions et la procédure de désignation et de fonctionnement des bureaux d'audit, visés aux paragraphes 1er et 2, ainsi que le contrÎle et la sanction.]1
  
Afdeling 4/1. [1 Het toezichtcomité ]1
Section 4/1. [1 Le comité de surveillance ]1
Art.14/1. [1 Er wordt een toezichtcomité opgericht dat belast is met:
   1° het verlenen van advies aan de minister en het Agentschap Innoveren en Ondernemen omtrent het toezicht op de naleving van de voorwaarden van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten door de aangestelde auditbureaus;
   2° het verlenen van advies aan de minister en het Agentschap Innoveren en Ondernemen omtrent de behandeling van klachten over de aangestelde auditbureaus;
   3° het verlenen van advies aan de minister en het Agentschap Innoveren en Ondernemen met betrekking tot de aanstelling en uitsluiting van de auditbureaus;
   4° de organisatie van de opleiding, vermeld in artikel 12, 1° van het ministerieel besluit van 14 februari 2013 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten en kmo-groeitrajecten, wat betreft de aanstelling en de werking van de auditbureaus. ]1

  
Art.14/1. [1 Il est créé un comité de surveillance, chargé :
   1° de fournir des conseils au ministre et Ă  l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat sur le contrĂŽle du respect des conditions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et des arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution par les bureaux d'audit dĂ©signĂ©s ;
   2° de fournir des conseils au ministre et à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat sur le traitement des plaintes concernant les bureaux d'audit désignés ;
   3° de fournir des conseils au ministre et à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat sur la désignation et l'exclusion des bureaux d'audit ;
   4° de l'organisation de la formation, visĂ©e Ă  l'article 12, 1°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 14 fĂ©vrier 2013 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat et des trajectoires de croissance PME, en ce qui concerne la dĂ©signation et le fonctionnement des bureaux d'audit. ]1

  
Art.14/2. [1 Het Agentschap Innoveren en Ondernemen stelt het intern werkingsreglement van het toezichtcomité op. ]1
  
Art.14/2. [1 Art. 14/2. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat établit le rÚglement de fonctionnement interne du comité de surveillance. ]1
  
Afdeling 5. - Steunintensiteit
Section 5. - Intensité d'aide
Art. 15. De steun wordt toegekend in de vorm van een subsidie.
Art. 15. L'aide est octroyée sous la forme d'une subvention.
Art. 16. De subsidie wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten van de ondernemerschapsbevorderende diensten.
  De in aanmerking komende kosten, vermeld in het eerste lid, worden berekend exclusief btw.
  De minister bepaalt welke kosten van de ondernemerschapsbevorderende diensten wel en niet in aanmerking komen.
Art. 16. La subvention est calculée comme un pourcentage des coûts éligibles des services promouvant l'entrepreneuriat.
  Les coûts éligibles visés à l'alinéa 1er, sont calculés hors T.V.A..
  Le Ministre détermine l'éligibilité ou la non éligibilité des coûts des services promouvant l'entrepreneuriat.
Art. 17. De ondernemerschapsbevorderende diensten zijn alleen subsidiabel als de in aanmerking komende kosten, vermeld in artikel 16, minimaal 100 euro bedragen, voor een opleiding, en minimaal 500 euro, voor een advies. De minister kan deze bedragen aanpassen afhankelijk van de budgettaire middelen en de beleidsprioriteiten.
Art. 17. Les services promouvant l'entrepreneuriat ne sont subventionnables que si les coûts éligibles, visés à l'article 16, s'élÚvent à au moins 100 euros pour une formation et au moins 500 euros pour des conseils. Le Ministre peut adapter ces montants selon les moyens budgétaires et les priorités politiques.
Art. 18. [1 De subsidie wordt berekend als een percentage op de in aanmerking komende kosten, vermeld in artikel 16, en bedraagt:
   1° 30% voor een kleine onderneming en een klein maatwerkbedrijf;
   2° 20% voor een middelgrote onderneming en middelgrote en grote maatwerkbedrijven.
   Voor ondernemerschapsbevorderende diensten gericht op cybersecurity of energie-efficiëntie en het gebruik van alternatieve energiebronnen wordt het steunpercentage, vermeld in het eerste lid, verhoogd met 15%.
   De minister kan de percentages, vermeld in het eerste en tweede lid, wijzigen afhankelijk van de budgettaire middelen en de beleidsprioriteiten.]1

  
Art. 18. [1 La subvention est calculée comme un pourcentage des coûts éligibles visés à l'article 16 et s'élÚve à :
   1° 30 % pour une petite entreprise et une petite entreprise de travail adapté ;
   2° 20 % pour une moyenne entreprise et pour une moyenne ou une grande entreprise de travail adapté.
   Pour les services de promotion de l'entrepreneuriat axés sur la cybersécurité ou l'efficacité énergétique et l'utilisation de sources d'énergie alternatives, le pourcentage d'aide visé à l'alinéa 1er est augmenté de 15 %.
   Le ministre peut adapter les pourcentages visés aux alinéas 1er et 2 en fonction des moyens budgétaires et des priorités politiques.]1

  
Art. 19. [1 Het maximale subsidiebedrag bedraagt 7500 euro per kalenderjaar voor een kleine en middelgrote onderneming.]1 [2 en maatwerkbedrijf]2. Het maximale subsidiebedrag kan over verschillende subsidieaanvragen worden gespreid binnen hetzelfde kalenderjaar.
  De minister kan deze bedragen verminderen afhankelijk van de budgettaire middelen en de beleidsprioriteiten.
  
Art. 19. Le montant de subvention maximal s'Ă©lĂšve Ă  [1 7500]1 euros par annĂ©e calendaire pour [1 une petite ou]1 une moyenne entreprise [2 et une entreprise de travail adaptĂ©]2. Le montant de subvention maximal peut ĂȘtre ventilĂ© sur diffĂ©rentes demandes de subvention dans la mĂȘme annĂ©e calendaire.
  Le Ministre peut réduire ces montants selon les moyens budgétaires et les priorités politiques.
  
Afdeling 6. - Procedure
Section 6. - Procédure
Art. 20. De subsidieaanvraag wordt door de onderneming ingediend via het webplatform kmo-portefeuille en wordt elektronisch afgehandeld.
Art. 20. La demande de subvention est déposée par l'entreprise via la plateforme web Portefeuille PME et est traitée de maniÚre électronique.
Art. 21. Bij een eerste subsidieaanvraag wordt een elektronische portefeuille op naam van de onderneming aangemaakt op het webplatform kmo-portefeuille.
Art. 21. Lors d'une premiÚre demande de subvention, un portefeuille électronique au nom de l'entreprise est créé sur la plateforme Portefuille PME.
Art. 22. Het webplatform kmo-portefeuille onderzoekt of de subsidieaanvraag voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012, dit besluit en de uitvoeringsbesluiten, op basis van de ingediende subsidieaanvraag.
  Als de onderneming voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt de subsidie toegekend via het webplatform kmo-portefeuille.
Art. 22. La plateforme web Portefeuille PME vĂ©rifie si la demande de subvention rĂ©pond aux conditions, visĂ©es au dĂ©cret du 16 mars 2012, au prĂ©sent arrĂȘtĂ© et aux arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution, sur la base de la demande de subvention dĂ©posĂ©e.
  Si l'entreprise répond aux conditions visées à l'article 1er, la subvention est accordée via la plateforme web Portefeuille PME.
Art. 23. De minister bepaalt de voorwaarden waaronder de subsidieaanvraag wordt geannuleerd of stopgezet.
Art. 23. Le Ministre fixe les conditions auxquelles la demande de subvention est annulĂ©e ou arrĂȘtĂ©e.
Art. 24. De elektronische portefeuille, vermeld in artikel 21, wordt ingedeeld in cyclussen van één kalenderjaar. In elke cyclus kunnen nieuwe subsidieaanvragen ingediend worden, rekening houdend met de maximale subsidiebedragen, vermeld in artikel 19.
Art. 24. Le portefeuille Ă©lectronique, visĂ© Ă  l'article 21, est rĂ©parti en cycles d'une annĂ©e calendaire. Pendant chaque cycle, de nouvelles demandes de subvention peuvent ĂȘtre dĂ©posĂ©es, compte tenu des montants de subvention maximaux, visĂ©s Ă  l'article 19.
Art. 25. De minister bepaalt de nadere uitvoeringsvoorwaarden en de verdere regeling van de procedure.
Art. 25. Le Ministre détermine les conditions de mise en oeuvre plus précises ainsi que le rÚglement ultérieur de la procédure.
Afdeling 7. - Controle
Section 7. - ContrĂŽle
Art. 26. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan vanaf het ogenblik dat de subsidieaanvraag wordt ingediend, controleren of het decreet van 16 maart 2012, dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan worden nageleefd door de onderneming en de dienstverlener.
  Die controle kan het volgende tot gevolg hebben:
  1° de gevraagde subsidie wordt niet toegekend;
  2° de toegekende subsidie wordt teruggevorderd conform afdeling 8;
  3° de toegekende subsidie wordt geblokkeerd;
  4° de registratie wordt geweigerd of de dienstverlener, wordt geschorst of uitgesloten.
  De minister bepaalt de voorwaarden voor de maatregelen, vermeld in het tweede lid.
  [1 Als uit een controle blijkt dat de onderneming een steunaanvraag heeft ingediend op basis van onjuiste verklaringen of foutieve informatie en die niet spontaan heeft gecorrigeerd, komt die onderneming gedurende een periode van vijf jaar, vanaf het moment van de kennisgeving van de voormelde vaststelling, niet in aanmerking voor steun als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 16 maart 2012, artikel 4, eerste en vijfde lid, van het decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning van een hinderpremie aan kleine ondernemingen die ernstige hinder ondervinden van openbare werken in het Vlaamse Gewest, en artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.]1
  
Art. 26. DĂšs le dĂ©pĂŽt d'une demande de subvention, l'Agentschap Innoveren en Ondernemen peut contrĂŽler si le dĂ©cret du 16 mars 2012, le prĂ©sent arrĂȘtĂ© et ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution sont respectĂ©s par l'entreprise et le prestataire de services.
  Ce contrÎle peut avoir les conséquences suivantes:
  1° la subvention demandée n'est pas accordée ;
  2° la subvention accordée est recouvrée conformément à la section 8 ;
  3° la subvention accordée est bloquée ;
  4° l'enregistrement est refusé ou le prestataire de services est suspendu ou exclu.
  Le Ministre détermine les conditions pour les mesures, visées à l'alinéa 2.
  [1 S'il ressort d'un contrÎle que l'entreprise a introduit une demande d'aide sur la base de déclarations inexactes ou d'informations erronées et qu'elle n'a pas corrigé spontanément, cette entreprise n'est pas admissible, pendant une période de cinq ans à compter de la date de notification du constat précité, au bénéfice de l'aide telle que visée à l'article 3, 5°, du décret du 16 mars 2012, à l'article 4, alinéas 1 et 5, du décret du 15 juillet 2016 portant octroi d'une prime de nuisances aux petites entreprises sérieusement incommodées par des travaux publics en Région flamande, et à l'article 41ter, § 2, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002.]1
  
Afdeling 7/1. [1 Kwaliteitskamer ]1
Section 7/1. [1 Chambre de qualité ]1
Art.26/1. [1 Er wordt een kwaliteitskamer opgericht die de volgende taken heeft:
   1° het verlenen van advies aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen bij het toezicht op de naleving van de voorwaarden over de inhoud van de diensten, vermeld in dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, door de geregistreerde dienstverleners en de ondernemingen, voorafgaand en na de indiening van een steunaanvraag;
   2° het verlenen van advies aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen naar aanleiding van klachten over de inhoud van diensten die aangeboden worden door de geregistreerde dienstverleners;
   3° het verlenen van advies aan de minister en de Vlaamse Regering over de invulling van de thema's, vermeld in artikel 9, eerste lid, 3°, en het subsidiabele karakter van een dienst;
   4° het verlenen van advies aan de minister over het invullen van de lijst van ondernemerschapsbevorderende diensten die gericht zijn op de beroepsspecifieke competenties, vermeld in artikel 12/1, met toepassing van de voorwaarden, vermeld in artikel 12/1. ]1

  
Art.26/1. [1 Il est créé une chambre de qualité chargée des missions suivantes :
   1° fournir des conseils Ă  l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat sur le contrĂŽle du respect des conditions concernant le contenu des services, visĂ©s au prĂ©sent arrĂȘtĂ© et ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution, par les prestataires de services et les entreprises enregistrĂ©s, avant et aprĂšs l'introduction d'une demande d'aide ;
   2° fournir des conseils à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat à la suite de plaintes concernant le contenu des services offerts par les prestataires de services enregistrés ;
   3° fournir des conseils au ministre et au Gouvernement flamand sur la mise en oeuvre des thÚmes, visés à l'article 9, alinéa 1er, 3°, et sur le caractÚre éligible à la subvention d'un service ;
   4° fournir des conseils au ministre sur la maniÚre de compléter la liste des services promouvant l'entrepreneuriat axés sur les compétences professionnelles spécifiques visées à l'article 12/1, en appliquant les conditions visées à l'article 12/1. ]1

  
Art.26/2.[1 De kwaliteitskamer kan voor de uitvoering van zijn taken de nodige stukken opvragen bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
   Indien de stukken, vermeld in het eerste lid, persoonsgegevens bevatten worden deze geanonimiseerd.]1

  
Art.26/2.[1 Pour mener à bien ses missions, la chambre de qualité peut demander les documents nécessaires à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat.
   Si les documents visĂ©s Ă  l'alinĂ©a 1er contiennent des donnĂ©es Ă  caractĂšre personnel, ils doivent ĂȘtre anonymisĂ©s. ]1

  
Art.26/3. [1 De kwaliteitskamer is samengesteld uit deskundigen op het vlak van ondernemerschap en deskundigen uit de wetenschappelijke wereld die op de hoogte zijn van de kennisbehoeften van kleine en middelgrote ondernemingen. De kwaliteitskamer is op de volgende wijze samengesteld:
   1° de administrateur-generaal van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, die optreedt als voorzitter;
   2° twee vertegenwoordigers van de Vlaamse Hogescholenraad (VLOHRA);
   3° twee vertegenwoordigers van de Vlaamse Interuniversitaire raad (VLIR);
   4° twee vertegenwoordigers van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV).
   De minister duidt de vertegenwoordigers, vermeld in het eerste lid, aan en bepaalt de praktische werking van de kwaliteitskamer.
   De voorzitter, vermeld in het eerste lid, 1°, kan de kwaliteitskamer op ieder moment bijeenroepen.
   Het secretariaat van de kwaliteitskamer wordt waargenomen door het Agentschap Innoveren en Ondernemen ]1

  
Art.26/3. [1 La chambre de qualité est composée d'experts en entrepreneuriat et d'experts de la communauté scientifique conscients des besoins en connaissances des petites et moyennes entreprises. La chambre de qualité est composée de la maniÚre suivante :
   1° l'administrateur général de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, lequel fait office de président ;
   2° deux représentants du Conseil des Instituts supérieurs flamands (Vlaamse Hogescholenraad - VLOHRA) ;
   3° deux représentants du Conseil Interuniversitaire Flamand (Vlaamse Interuniversitaire Raad -VLIR) ;
   4° deux représentants du Conseil socio-économique de la Flandre (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen - SERV).
   Le ministre désigne les représentants visés à l'alinéa 1er, et détermine le fonctionnement pratique de la chambre de qualité.
   Le président, visé à l'alinéa 1er, 1°, peut convoquer la chambre de qualité à tout moment.
   Le secrétariat de la chambre de qualité est assuré par l'agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat. ]1

  
Afdeling 8. - Terugvordering
Section 8. - Recouvrement
Art. 27. De subsidie wordt teruggevorderd [1 ...]1:
  1° van de onderneming als die onderneming de wettelijke informatie- en raadplegingsprocedures niet naleeft bij collectief ontslag binnen een periode van vijf jaar na de datum van de beslissing tot toekenning;
  2° van de onderneming en/of de dienstverlener als die onderneming en/of die dienstverlener het decreet van 16 maart 2012, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten ervan niet naleeft binnen een periode van vijf jaar na de datum van de beslissing tot steuntoekenning.
  
Art. 27. La subvention est recouvrée [1 ...]1:
  1° de l'entreprise si celle-ci qui ne respecte pas les procédures légales d'information et de consultation en cas de licenciement collectif dans un délai de cinq ans suivant la date de décision d'octroi ;
  2° de l'entreprise et/ou du prestataire de services si cette entreprise et/ou ce prestataire de services qui ne respectent pas le dĂ©cret du 16 mars 2012, le prĂ©sent arrĂȘtĂ© ou ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution dans un dĂ©lai de cinq ans suivant la date de dĂ©cision d'octroi des aides.
  
Art. 28. In geval van terugvordering wordt de Europese referentierentevoet voor terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun toegepast[1 ...]1.
  
Art. 28. En cas de recouvrement, le taux d'intĂ©rĂȘt de rĂ©fĂ©rence europĂ©en pour la rĂ©cupĂ©ration des aides publiques accordĂ©es indĂ»ment, sera appliquĂ©[1 ...]1.
  
HOOFDSTUK 3. - Steun voor kmo-groeitrajecten via de kmo-groeisubsidie
CHAPITRE 3. - Aides aux trajectoires de croissance PME par le biais de la subvention de croissance PME
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Art. 29. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
  1° dienstverlener: een natuurlijke persoon met ondernemingsnummer of een rechtspersoon die advies verleent aan ondernemingen met betrekking tot het doorlopen van kmo-groeitrajecten;
  2° kmo-groeitrajecten: de oriëntatie- en heroriëntatietrajecten om de groei van een kleine of middelgrote onderneming te realiseren tijdens transformatie-, innovatie- of internationaliseringprocessen. De minister kan de definitie van kmo-groeitrajecten verfijnen.
  Het kmo-groeitraject moet aan al de volgende kenmerken voldoen om in aanmerking te komen voor steun:
  a) strategisch karakter;
  b) ondersteuning van groei tijdens transformatie-, innovatie- of internationaliseringsprocessen;
  c) moeilijk omkeerbaar karakter;
  d) substantiële impact op de ondernemingsprocessen van de hele onderneming.
  3° ondersteuning bij kmo-groeitrajecten: de bijstand bij het doorlopen van het kmo-groeitraject op één van de volgende wijzen:
  a) een advies van een dienstverlener;
  b) de werkzaamheden binnen de onderneming van een nieuw aangeworven strategisch profiel;
  4° strategisch profiel: een persoon die aangeworven wordt door de onderneming om werkzaamheden te verrichten voor de voornoemde onderneming en die een substantiële invloed heeft op de strategische beslissingen die genomen worden binnen die onderneming.
  De minister kan de definitie van kmo-groeitrajecten en strategisch profiel verfijnen rekening houdend met de beleidsprioriteiten.
Art. 29. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
  1° prestataire de services : une personne physique avec un numéro d'entreprise ou une personne morale qui rend des conseils aux entreprises relatifs aux trajectoires de croissance PME ;
  2° trajectoires de croissance PME : les trajectoires d'orientation et de réorientation pour réaliser la croissance d'une petite et moyenne entreprise pendant les processus de transformation, d'innovation ou d'internationalisation. Le Ministre peut affiner la définition des trajectoires de croissance PME.
  Pour ĂȘtre Ă©ligible aux aides, la trajectoire de croissance PME doit rĂ©pondre Ă  l'ensemble des critĂšres suivants :
  a) caractÚre stratégique ;
  b) soutien de la croissance pendant les processus de transformation, d'innovation ou d'internationalisation ;
  c) caractÚre difficilement réversible ;
  d) impact substantiel sur les processus d'entreprise de l'entreprise dans son ensemble.
  3° soutien aux trajectoires de croissance PME : accompagnement du déroulement de la trajectoire de croissance PME d'une des façons suivantes :
  a) des conseils rendus par un prestataire de services ;
  b) les activités dans l'entreprise d'un profil stratégique nouvellement recruté ;
  4° profil stratégique : une personne qui est recrutée par l'entreprise pour exercer des activités pour l'entreprise précitée et qui a une influence substantielle sur les décisions stratégiques qui sont prises au sein de cette entreprise.
  Le Ministre peut affiner la définition des trajectoires de croissance PME et du profil stratégique en tenant compte des priorités politiques.
Afdeling 2. - Europese regelgeving
Section 2. - Réglementation européenne
Art. 30. De steun voor kmo-groeitrajecten valt onder de toepassing van [1 de de-minimisverordening, vermeld in artikel 3, 9°, van het decreet van 16 maart 2012]1.
  
Art. 30. Les aides aux trajectoires de croissance PME relÚvent [1 du rÚglement de minimis, visé à l'article 3, 9°, du décret du 16 mars 2012]1.
  
Afdeling 3. - Toepassingsgebied
Section 3. - Champ d'application
Art. 31. Er wordt steun verleend aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondersteuning bij kmo-groeitrajecten, ten behoeve van die ondernemingen, onder de voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012, dit besluit en de uitvoeringsbesluiten.
Art. 31. Des aides sont octroyĂ©es aux petites et moyennes entreprises pour soutenir les trajectoires de croissance PME au bĂ©nĂ©fice de ces entreprises, aux conditions, visĂ©es au dĂ©cret du 16 mars 2012, au prĂ©sent arrĂȘtĂ© et aux arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution.
Afdeling 4. - Steunintensiteit
Section 4. - Intensité d'aide
Art. 32. De steun wordt toegekend in de vorm van een subsidie.
Art. 32. L'aide est octroyée sous la forme d'une subvention.
Art. 33. De subsidie wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten van de ondersteuning bij kmo-groeitrajecten.
  De in aanmerking komende kosten worden berekend exclusief btw.
  De in aanmerking komende kosten van de ondersteuning bij kmo-groeitrajecten zijn de kosten voor advies door een dienstverlener of de loonkost van een nieuw aangeworven strategisch profiel.
  De minister bepaalt de verdere invulling en verfijning van de in aanmerking komende kosten rekening houdend met de budgettaire middelen en de beleidsprioriteiten.
Art. 33. La subvention est calculée comme un pourcentage des coûts éligibles du soutien aux trajectoires de croissance PME.
  Les coûts éligibles sont calculés hors T.V.A..
  Les coûts éligibles du soutien aux trajectoires de croissance PME sont les coûts pour les conseils rendus par un prestataire de services ou le coût salarial d'un profil stratégique nouvellement recruté.
  Le Ministre fixe la concrétisation et le peaufinage ultérieurs des coûts éligibles en tenant compte des moyens budgétaires et des priorités politiques.
Art. 34. De ondersteuning bij kmo-groeitrajecten is enkel subsidiabel indien de in aanmerking komende kosten, vermeld in artikel 33, minimaal 20.000 euro bedragen. De minister kan dat bedrag aanpassen.
Art. 34. Le soutien aux trajectoires de croissance PME n'est subventionnable que si les coûts éligibles, visés à l'article 33, s'élÚvent à au moins 20.000 euros. Le Ministre peut ajuster ce montant.
Art. 35. De subsidie bedraagt 50% van de in aanmerking komende kosten, vermeld in artikel 33. De minister kan dit percentage verminderen afhankelijk van de budgettaire middelen en de beleidsprioriteiten.
Art. 35. La subvention s'élÚve à au plus 50% des coûts éligibles, visés à l'article 33. Le Ministre peut réduire ce pourcentage selon les moyens budgétaires et les priorités politiques.
Art. 36. Het maximale subsidiebedrag bedraagt 25.000 euro per kalenderjaar voor het advies van een dienstverlener en 25.000 euro per kalenderjaar voor de werkzaamheden binnen de onderneming van een nieuw aangeworven strategisch profiel.
  De minister bepaalt de modaliteiten en voorwaarden waaronder het maximale subsidiebedrag wordt toegekend. De minister kan het maximale subsidiebedrag verminderen afhankelijk van de budgettaire middelen en de beleidsprioriteiten.
Art. 36. Le montant de subvention maximal s'élÚve à 25.000 euros par année calendaire pour les conseils d'un prestataire de services et 25.000 euros par année calendaire pour les activités exercés au sein de l'entreprise par un profil stratégique nouvellement recruté.
  Le Ministre arrĂȘte les modalitĂ©s et les conditions auxquelles est accordĂ© le montant de subvention maximal. Le Ministre peut rĂ©duire ce montant de subvention maximal selon les moyens budgĂ©taires et les prioritĂ©s politiques.
Afdeling 5. - Procedure
Section 5. - Procédure
Art. 37. De subsidieaanvraag moet voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012, dit besluit en de uitvoeringsbesluiten, opdat de subsidie kan worden toegekend.
Art. 37. La demande de subvention doit satisfaire aux conditions, visĂ©es au dĂ©cret du 16 mars 2012, au prĂ©sent dĂ©cret et aux arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution pour que la subvention puisse ĂȘtre octroyĂ©e.
Art. 38. De subsidieaanvraag wordt ingediend bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen aan de hand van het aanvraagformulier dat daarvoor ter beschikking wordt gesteld via de website.
  De minister bepaalt de praktische organisatie van de beoordeling van de subsidieaanvragen, rekening houdend met de definitie en kenmerken van de kmo-groeitrajecten en met de budgettaire middelen en de beleidsprioriteiten.
Art. 38. La demande de subvention est déposée auprÚs de l'Agentschap Innoveren en Ondernemen à l'aide d'un formulaire de demande qui est mis à la disposition via le site web.
  Le Ministre détermine l'organisation pratique de l'évaluation des demandes de subvention en tenant compte de la définition et des caractéristiques des trajectoires de croissance PME et des moyens budgétaires et des priorités politiques.
Art. 39. De minister beslist over de steunverlening en kan deze beslissingsbevoegdheid delegeren aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
Art. 39. Le Ministre décide des aides et peut déléguer ce pouvoir décisionnel à l'Agentschap Innoveren en Ondernemen.
Art. 40. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen brengt de onderneming schriftelijk op de hoogte van de beslissing inzake de al dan niet toekenning van de steun.
Art. 40. L'Agentschap Innoveren en Ondernemen informe par écrit l'entreprise de la décision relative à l'octroi ou au refus du soutien.
Afdeling 6. - Uitbetaling
Section 6. - Paiement
Art. 41. Bij de toekenning van de steun voor het advies van een dienstverlener gebeurt de uitbetaling als volgt:
  1° een eerste schijf van 50%, op voorwaarde dat de onderneming:
  a) de uitbetaling van de schijf schriftelijk aanvraagt;
  b) verklaart dat de ondersteuning bij het kmo-groeitraject gestart is door een gedateerde factuur van de dienstverlener en een kopie van het bankuittreksel, als bewijs van de betaling ervan, voor te leggen;
  c) voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012, dit besluit en de uitvoeringsbesluiten;
  2° een tweede schijf van 50%, op voorwaarde dat de onderneming:
  a) de uitbetaling van de schijf schriftelijk aanvraagt;
  b) een kopie van alle facturen van de dienstverlener betreffende het verleende advies en een kopie van de bankuittreksels, als bewijs van de betaling ervan, voorlegt;
  c) het eindverslag voorlegt;
  d) voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012, dit besluit en de uitvoeringsbesluiten.
  Bij de toekenning van de steun voor de aanwerving van een strategisch profiel, gebeurt de uitbetaling als volgt:
  1° een eerste schijf van 50%, op voorwaarde dat de onderneming:
  a) de uitbetaling van de schijf schriftelijk aanvraagt;
  b) verklaart dat de ondersteuning bij het kmo-groeitraject gestart is door het voorleggen van de ondertekende en gedateerde arbeidsovereenkomst met het strategisch profiel;
  c) voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012, dit besluit en de uitvoeringsbesluiten;
  2° een tweede schijf van 50%, op voorwaarde dat de onderneming:
  a) de uitbetaling van de schijf schriftelijk aanvraagt;
  b) een kopie van de loonfiches van het strategisch profiel voorlegt;
  c) het eindverslag voorlegt;
  d) voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012, dit besluit en de uitvoeringsbesluiten.
Art. 41. Lors de l'octroi des aides aux conseils d'un prestataire de services, le paiement se fait comme suit :
  1° une premiÚre tranche de 50%, à la condition que l'entreprise :
  a) demande par écrit le paiement de la tranche ;
  b) déclare que le soutien à la trajectoire de croissance PME s'est effectué sur présentation d'une facture datée du prestataire de services et d'une copie de l'extrait de compte, comme preuve de paiement ;
  c) rĂ©pond Ă  toutes les conditions, visĂ©es au dĂ©cret du 16 mars 2012, au prĂ©sent arrĂȘtĂ© et aux arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution ;
  2° une deuxiÚme tranche de 50%, à la condition que l'entreprise :
  a) demande par écrit le paiement de la tranche ;
  b) présente une copie de toutes les factures du prestataire de services relatives aux conseils rendus et une copie des extraits de compte, comme preuve de paiement ;
  c) présente le rapport final ;
  d) rĂ©pond Ă  toutes les conditions, visĂ©es au dĂ©cret du 16 mars 2012, au prĂ©sent arrĂȘtĂ© et aux arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution.
  Lors de l'octroi des aides au recrutement d'un profil stratégique, le paiement se fait comme suit :
  1° une premiÚre tranche de 50%, à la condition que l'entreprise :
  a) demande par écrit le paiement de la tranche ;
  b) déclare que le soutien à la trajectoire de croissance PME s'est effectué sur présentation d'un contrat de travail signé et daté avec le profil stratégique ;
  c) rĂ©pond Ă  toutes les conditions, visĂ©es au dĂ©cret du 16 mars 2012, au prĂ©sent arrĂȘtĂ© et aux arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution ;
  2° une deuxiÚme tranche de 50%, à la condition que l'entreprise :
  a) demande par écrit le paiement de la tranche ;
  b) présente une copie des fiches salariales du profil stratégique ;
  c) présente le rapport final ;
  d) rĂ©pond Ă  toutes les conditions, visĂ©es au dĂ©cret du 16 mars 2012, au prĂ©sent arrĂȘtĂ© et aux arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution.
Art. 42. [1 Als de onderneming een openstaande en niet in het kader van een gerechtelijke procedure betwiste schuld heeft bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen of het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, vermeld in artikel 41, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt de uitbetaling opgeschort tot het teruggevorderde bedrag is terugbetaald of de procedure tot terugvordering is afgelopen.]1
  
Art. 42. [1 Si l'entreprise a une dette impayée et non contestée dans le cadre d'une procédure judiciaire à l'égard de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ou du Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat, visé à l'article 41, § 1er, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002, le paiement est suspendu jusqu'à ce que le montant récupéré ait été remboursé ou que la procédure de récupération soit terminée. ]1
  
Art. 43. De minister bepaalt de verdere voorwaarden voor de regeling van de procedure voor de aanvraag, toekenning en uitbetaling.
Art. 43. Le Ministre fixe les modalités de rÚglement de la procédure de demande, d'octroi et de paiement.
Afdeling 7. - Controle
Section 7. - ContrĂŽle
Art. 44. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan vanaf het ogenblik dat de subsidieaanvraag wordt ingediend, controleren of de bepalingen van het decreet van 16 maart 2012, dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan worden nageleefd.
  Die controle kan het volgende tot gevolg hebben:
  1° de gevraagde subsidie wordt niet toegekend;
  2° de toegekende subsidie wordt niet uitbetaald;
  3° de toegekende subsidie wordt teruggevorderd conform afdeling 8.
  De minister bepaalt de voorwaarden voor de maatregelen, vermeld in het tweede lid.
  [1 Als uit een controle blijkt dat de onderneming een steunaanvraag heeft ingediend op basis van onjuiste verklaringen of foutieve informatie en die niet spontaan heeft gecorrigeerd, komt die onderneming gedurende een periode van vijf jaar, vanaf het moment van de kennisgeving van de voormelde vaststelling, niet in aanmerking voor steun als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 16 maart 2012, artikel 4, eerste en vijfde lid, van het decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning van een hinderpremie aan kleine ondernemingen die ernstige hinder ondervinden van openbare werken in het Vlaamse Gewest, en artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.]1
  
Art. 44. DĂšs le dĂ©pĂŽt d'une demande de subvention, l'Agentschap Innoveren en Ondernemen peut contrĂŽler si le dĂ©cret du 16 mars 2012, le prĂ©sent arrĂȘtĂ© et ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution sont respectĂ©s.
  Ce contrÎle peut avoir les conséquences suivantes:
  1° la subvention demandée n'est pas accordée ;
  2° la subvention accordée n'est pas payée ;
  3° la subvention accordée est recouvrée conformément à la section 8.
  Le Ministre détermine les conditions pour les mesures, visées à l'alinéa 2.
  [1 S'il ressort d'un contrÎle que l'entreprise a introduit une demande d'aide sur la base de déclarations inexactes ou d'informations erronées et qu'elle n'a pas corrigé spontanément, cette entreprise n'est pas admissible, pendant une période de cinq ans à compter de la date de notification du constat précité, au bénéfice de l'aide telle que visée à l'article 3, 5°, du décret du 16 mars 2012, à l'article 4, alinéas 1 et 5, du décret du 15 juillet 2016 portant octroi d'une prime de nuisances aux petites entreprises sérieusement incommodées par des travaux publics en Région flamande, et à l'article 41ter, § 2, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002.]1
  
Afdeling 8. - Terugvordering
Section 8. - Recouvrement
Art. 45. De subsidie wordt teruggevorderd [1 ...]1 van de onderneming in geval van:
  1° niet-naleving van de wettelijke informatie- en raadplegingsprocedures bij collectief ontslag binnen een periode van vijf jaar na de datum van de beslissing tot toekenning van de steun;
  2° niet-naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij het decreet van 16 maart 2012, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten ervan, binnen een periode van vijf jaar na de datum van de beslissing tot toekenning van de steun.
  
Art. 45. La subvention sera recouvrée [1 ...]1 de l'entreprise si :
  1° l'entreprise ne respecte pas les procédures légales d'information et de consultation en cas de licenciement collectif dans un délai de cinq ans suivant la date de décision d'octroi des aides ;
  2° l'entreprise ne respecte pas les conditions imposĂ©es par le dĂ©cret du 16 mars 2012, le prĂ©sent arrĂȘtĂ© ou ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution, dans une pĂ©riode de cinq ans aprĂšs la date de dĂ©cision d'octroi des aides.
  
Art. 46. In geval van terugvordering wordt de Europese referentierentevoet voor terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun toegepast [1 ...]1.
  
Art. 46. En cas de recouvrement, le taux d'intĂ©rĂȘt de rĂ©fĂ©rence europĂ©en pour la rĂ©cupĂ©ration des aides publiques accordĂ©es indĂ»ment, sera appliquĂ©[1 ...]1.
  
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 47. Het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009, 19 september 2011, 26 april 2013 en 20 maart 2015 en het ministerieel besluit van 28 mei 2009 wordt opgeheven vanaf 1 april 2016.
Art. 47. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 dĂ©cembre 2008 portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 janvier 2009, 19 septembre 2011, 26 avril 2013 et 20 mars 2015 et l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 28 mai 2009 est abrogĂ© Ă  partir du 1er avril 2016.
Art. 48. Het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, blijft van toepassing op de subsidieaanvragen voor steun voor ondernemerschapsbevorderende diensten die vóór 1 april 2016 zijn ingediend met toepassing van het voormelde besluit.
Art. 48. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 dĂ©cembre 2008 portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat, tel qu'en vigueur avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, reste d'application aux demandes de subvention pour des aides aux services promouvant l'entrepreneuriat, dĂ©posĂ©es avant le 1er avril 2016 par application de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©.
Art. 49. De erkenningen van de dienstverleners in de pijlers opleiding, advies, strategisch advies, advies voor internationaal ondernemen en technologieverkenning die verleend zijn met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten en de uitvoeringsbesluiten ervan, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, worden conform het tweede lid vervangen door een registratie voor opleiding of advies.
  Met toepassing van het eerste lid worden de erkenningen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit als volgt vervangen:
  1° de erkenning in het algemene domein van de pijler opleiding wordt vervangen door een registratie voor opleiding;
  2° de erkenning in het algemene domein van de pijler advies wordt vervangen door een registratie voor advies;
  3° de erkenning in de domeinen in de pijler strategisch advies wordt vervangen door een registratie voor advies;
  4° de erkenning in de domeinen in de pijler advies voor internationaal ondernemen wordt vervangen door een registratie voor advies;
  5° de erkenning in het algemene domein in de pijler technologieverkenning wordt vervangen door een registratie voor advies.
  De registratie voor opleiding blijft geldig voor de resterende geldigheidsduur van de oorspronkelijke erkenning in het algemene domein opleiding. De registratie voor advies blijft geldig voor de resterende geldigheidsduur van de oorspronkelijke erkenning met de langste nog resterende geldigheidsduur.
  De erkenningen van de dienstverleners in de pijler coaching die verleend zijn met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten en de uitvoeringsbesluiten ervan, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, worden stopgezet vanaf de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 49. Les agrĂ©ments des prestataires de services des piliers formation, conseils, conseils stratĂ©giques, conseils Ă  l'entrepreneuriat international et Ă  l'exploration des technologies, attribuĂ©s en application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 dĂ©cembre 2008 portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution, tels qu'en vigueur avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont remplacĂ©s conformĂ©ment Ă  l'alinĂ©a 2 par un enregistrement pour formation ou conseils.
  Par application de l'alinĂ©a 1er, les agrĂ©ments sont remplacĂ©s comme suit Ă  partir de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© :
  1° l'agrément dans le domaine général du pilier formation est remplacé par enregistrement pour formation ;
  2° l'agrément dans le domaine général du pilier conseils est remplacé par enregistrement pour conseils ;
  3° l'agrément dans les domaines du pilier conseils stratégiques est remplacé par enregistrement pour conseils ;
  4° l'agrément dans les domaines du pilier conseils à l'entrepreneuriat international est remplacé par enregistrement pour conseils ;
  5° l'agrément dans le domaine général du pilier exploration des technologies est remplacé par enregistrement pour conseils.
  L'enregistrement pour formation restera valable pour la durée de validité restante de l'agrément initial dans le domaine général formation. L'enregistrement pour conseils restera valable pour la durée de validité restante de l'agrément initial avec la validité restante la plus longue.
  Il sera mis fin aux agrĂ©ments des prestataires de services du pilier coaching, attribuĂ©s en application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 dĂ©cembre 2008 portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution, tels qu'en vigueur avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, Ă  partir de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 50. De minister legt de overige overgangsmaatregelen vast voor zover nodig om de rechtszekerheid te garanderen.
Art. 50. Le Ministre détermine les autres mesures transitoires si tel est nécessaire pour garantir la sécurité juridique.
Art. 51. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2016.
  Artikel 28 van het decreet van 20 november 2015 houdende diverse maatregelen inzake de herstructurering van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie treedt voor de toepassing van dit besluit in werking op 1 april 2016.
Art. 51. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er avril 2016.
  Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, l'article 28 du dĂ©cret du 20 novembre 2015 portant diverses mesures en matiĂšre de restructuration du domaine politique de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation (EWI) entre en vigueur le 1er avril 2016.
Art. 52. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 52. Le Ministre flamand ayant l'Ă©conomie dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE
ANNEXE. pas en version française
Art. N. [2 Bijlage. De lijst, vermeld in artikel 12, eerste lid, 5°.
   1° de diensten inzake shiatsu;
   2° de diensten inzake mindfulness;
   3° de diensten inzake reflexologie;
   4° de diensten inzake astrologie;
   5° de diensten inzake bachbloesemtherapie;
   6° de diensten inzake sjamanisme;
   7° de diensten gericht op het verbeteren van de fysieke en mentale gezondheid, met uitzondering van diensten gericht op de erkende medische beroepen, de paramedische beroepen zoals erkend bij het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen en de niet-conventionele praktijken zoals erkend bij de wet van 29 april 1999 inzake de geneeskunde, artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen, zijnde de homeopathie, de chiropraxie, de osteopathie en de acupunctuur;
   8° de diensten inzake Jungiaanse psychoanalyse;
   9° [3 ...]3;
   10° de diensten inzake Neuro-Linguistic Programming;
   11° de diensten inzake levenscoaching;
   12° de diensten inzake bewegingstherapie;
   13° de diensten inzake het afnemen van een examen en/of examenbegeleiding;
   14° de diensten inzake meridianen- en elementenleer;
   15° de diensten inzake pendelen;
   16° de diensten inzake kaartleggen;
   17° de diensten inzake hypnose;
   18° de diensten inzake therapie rond dierengedrag;
   19° de diensten inzake het behalen van een rijbewijs AM, A of B;
   20° de diensten inzake het behalen van een bewijs vliegtuig- of helikopterpiloot;
   21° de diensten inzake het behalen van een vaarbewijs of -brevet;
   22° de diensten waarvan de inhoud niet op voorhand bekend is en waarvoor een abonnements- of lidgeld wordt betaald;
   23° de diensten inzake teambuilding;
   24° de diensten inzake netwerksessies;
   25° de diensten inzake wandelcoaching of -therapie;
   26° de diensten inzake studiereizen of retraites.]2

  
Art. N. [1 (1) ]1
  

Wijzigingen