Artikel 1. Aan artikel 34/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014, worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"De overdracht van een erkenning is alleen mogelijk op voorwaarde dat de dienst de intentie om zijn erkenning over te dragen, bekendmaakt aan alle erkende diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die hulp- en dienstverlening aanbieden in een van de gemeenten van het werkgebied van die dienst. Na het bekendmaken van die intentie krijgen geĂŻnteresseerde diensten minstens een maand de tijd om daarover in overleg te gaan met de dienst. De dienst bezorgt vervolgens zijn gemotiveerde beslissing tot overdracht van de erkenning aan alle diensten die interesse betoonden. De overdracht van de erkenning van een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg mag niet gekoppeld worden aan de overdracht van de erkenning van een woonzorgcentrum of een centrum voor kortverblijf.
Het vorige lid is niet van toepassing als de initiatiefnemer van de dienst die zijn erkenning wil overdragen, lid is van de rechtspersoon waaraan de erkenning wordt overgedragen en vertegenwoordigd is in het bestuur van die rechtspersoon.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
26 FEBRUARI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen uit de regelgeving betreffende de woonzorgvoorzieningen
Titre
26 FEVRIER 2016. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant diverses dispositions de la rĂ©glementation relative aux structures de services de soins et de logement
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van bijlage I bij he...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van bijlage II bij h...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van bijlage IV bij h...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het ministerieel...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het ministerieel...
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gou...
CHAPITRE 2. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 3. - Modifications de l'annexe Ire Ă l...
CHAPITRE 4. - Modifications de l'annexe II Ă l'...
CHAPITRE 5. - Modifications Ă l'annexe IV Ă l'a...
CHAPITRE 6. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©r...
CHAPITRE 7. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©r...
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Tekst (28)
Texte (28)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers
CHAPITRE 1er. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 relatif aux procĂ©dures pour les structures de services de soins et de logement et les associations d'usagers et intervenants de proximitĂ© ;
Article 1er. A l'article 34/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 relatif aux procĂ©dures pour les structures de services de soins et de logement et les associations d'usagers et intervenants de proximitĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 avril 2014, il est ajoutĂ© un alinĂ©a 2 et un alinĂ©a 3, rĂ©digĂ©s comme suit :
" Le transfert d'un agrĂ©ment n'est possible qu'Ă condition que le service communique l'intention de transfĂ©rer son agrĂ©ment Ă tous les services agréés d'aide aux familles et d'aide complĂ©mentaire Ă domicile offrant de l'aide et des services dans une des communes de la zone d'action du service en question. AprĂšs la communication de cette intention, les services intĂ©ressĂ©s disposent d'un mois au moins pour se concerter Ă ce sujet avec le service. Ensuite, le service transmet sa dĂ©cision motivĂ©e quant au transfert de l'agrĂ©ment Ă tous les services s'Ă©tant montrĂ©s intĂ©ressĂ©s. Le transfert de l'agrĂ©ment d'un service d'aide aux familles et d'aide complĂ©mentaire Ă domicile ne peut ĂȘtre liĂ© au transfert de l'agrĂ©ment d'un centre de soins et de logement ou d'un centre de court sĂ©jour.
L'alinéa précédent ne s'applique pas si l'initiateur du service qui souhaite transférer son agrément est membre de la personne morale à laquelle l'agrément est transféré et est représenté dans la direction de cette personne morale. ".
" Le transfert d'un agrĂ©ment n'est possible qu'Ă condition que le service communique l'intention de transfĂ©rer son agrĂ©ment Ă tous les services agréés d'aide aux familles et d'aide complĂ©mentaire Ă domicile offrant de l'aide et des services dans une des communes de la zone d'action du service en question. AprĂšs la communication de cette intention, les services intĂ©ressĂ©s disposent d'un mois au moins pour se concerter Ă ce sujet avec le service. Ensuite, le service transmet sa dĂ©cision motivĂ©e quant au transfert de l'agrĂ©ment Ă tous les services s'Ă©tant montrĂ©s intĂ©ressĂ©s. Le transfert de l'agrĂ©ment d'un service d'aide aux familles et d'aide complĂ©mentaire Ă domicile ne peut ĂȘtre liĂ© au transfert de l'agrĂ©ment d'un centre de soins et de logement ou d'un centre de court sĂ©jour.
L'alinéa précédent ne s'applique pas si l'initiateur du service qui souhaite transférer son agrément est membre de la personne morale à laquelle l'agrément est transféré et est représenté dans la direction de cette personne morale. ".
Art. 2. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014, worden een artikel 34/2 tot en met 34/7 ingevoegd, die luiden als volgt:
"Art. 34/2. De erkenning van een dienst voor oppashulp die erkend is met toepassing van hoofdstuk II en aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het aantal subsidiabele uren vrijwilligersoppas dat aan die dienst is toegewezen, op 1 januari worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° voor 1 september van het voorgaande jaar wordt een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan het agentschap bezorgd;
2° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die door de overgedragen dienst werd verstrekt. De wijze waarop de continuïteit van de hulp- en dienstverlening wordt verzekerd, wordt aangetoond aan de hand van een personeelsplan en een opvolgingsplan voor de gebruikers van de dienst waarvan de erkenning wordt overgedragen;
3° het aantal subsidiabele uren vrijwilligersoppas dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;
4° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
De overdracht van een erkenning is alleen mogelijk op voorwaarde dat de dienst de intentie om zijn erkenning over te dragen, bekendmaakt aan alle erkende diensten voor oppashulp die hulp- en dienstverlening aanbieden in een van de gemeenten van het werkgebied van die dienst. Na het bekendmaken van die intentie krijgen geĂŻnteresseerde diensten minstens een maand de tijd om daarover in overleg te gaan met de dienst. De dienst bezorgt vervolgens zijn gemotiveerde beslissing tot overdracht van de erkenning aan alle diensten die interesse betoonden.
Art. 34/3. De erkenning van een dienst voor thuisverpleging die erkend is met toepassing van hoofdstuk II en aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet, kan worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst wordt aan het agentschap bezorgd;
2° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die door de overgedragen dienst werd verstrekt. De wijze waarop de continuïteit van de hulp- en dienstverlening wordt verzekerd, wordt aangetoond aan de hand van een personeelsplan en een opvolgingsplan voor de gebruikers van de dienst waarvan de erkenning wordt overgedragen;
3° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Art. 34/4. De erkenning van een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds die erkend is met toepassing van hoofdstuk II en aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het aantal vte dat aan de dienst is toegewezen, op 1 januari worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° voor 1 september van het voorgaande jaar wordt een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan het agentschap bezorgd;
2° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die door de overgedragen dienst werd verstrekt. De wijze waarop de continuïteit van de hulp- en dienstverlening wordt verzekerd, wordt aangetoond aan de hand van een personeelsplan en een opvolgingsplan voor de gebruikers van de dienst waarvan de erkenning wordt overgedragen;
3° het aantal vte dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;
4° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Art. 34/5. De erkenning en, als dat van toepassing is, het recht op subsidiëring van een lokaal of een regionaal dienstencentrum dat erkend is met toepassing van hoofdstuk II en aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet, kunnen op 1 januari worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° voor 1 september van het voorgaande jaar wordt een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van het dienstencentrum aan het agentschap bezorgd;
2° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die door het overgedragen dienstencentrum werd verstrekt. De wijze waarop de continuïteit van de hulp- en dienstverlening wordt verzekerd, wordt aangetoond aan de hand van een personeelsplan en een opvolgingsplan voor de gebruikers van het dienstencentrum waarvan de erkenning wordt overgedragen;
3° het dienstencentrum blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Art. 34/6. De erkenning van een dienst voor gastopvang die erkend is met toepassing van hoofdstuk II en aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het aantal subsidiabele uren gastopvang dat aan de dienst is toegewezen, op 1 januari worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° voor 1 september van het voorgaande jaar wordt een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan het agentschap bezorgd;
2° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die door de overgedragen dienst werd verstrekt. De wijze waarop de continuïteit van de hulp- en dienstverlening wordt verzekerd, wordt aangetoond aan de hand van een personeelsplan en een opvolgingsplan voor de gebruikers van de dienst waarvan de erkenning wordt overgedragen;
3° het aantal subsidiabele uren gastopvang dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;
4° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Art. 34/7. De erkenning en, als dat van toepassing is, het recht op subsidiëring van een vereniging van gebruikers en mantelzorgers die erkend is met toepassing van hoofdstuk II en aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet, kunnen op 1 januari worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° voor 1 september van het voorgaande jaar wordt een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de vereniging aan het agentschap bezorgd;
2° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die door de overgedragen vereniging werd verstrekt. De wijze waarop de continuïteit van de hulp- en dienstverlening wordt verzekerd, wordt aangetoond aan de hand van een personeelsplan en een opvolgingsplan voor de gebruikers en mantelzorgers van de vereniging waarvan de erkenning wordt overgedragen;
3° de vereniging blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.".
"Art. 34/2. De erkenning van een dienst voor oppashulp die erkend is met toepassing van hoofdstuk II en aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het aantal subsidiabele uren vrijwilligersoppas dat aan die dienst is toegewezen, op 1 januari worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° voor 1 september van het voorgaande jaar wordt een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan het agentschap bezorgd;
2° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die door de overgedragen dienst werd verstrekt. De wijze waarop de continuïteit van de hulp- en dienstverlening wordt verzekerd, wordt aangetoond aan de hand van een personeelsplan en een opvolgingsplan voor de gebruikers van de dienst waarvan de erkenning wordt overgedragen;
3° het aantal subsidiabele uren vrijwilligersoppas dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;
4° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
De overdracht van een erkenning is alleen mogelijk op voorwaarde dat de dienst de intentie om zijn erkenning over te dragen, bekendmaakt aan alle erkende diensten voor oppashulp die hulp- en dienstverlening aanbieden in een van de gemeenten van het werkgebied van die dienst. Na het bekendmaken van die intentie krijgen geĂŻnteresseerde diensten minstens een maand de tijd om daarover in overleg te gaan met de dienst. De dienst bezorgt vervolgens zijn gemotiveerde beslissing tot overdracht van de erkenning aan alle diensten die interesse betoonden.
Art. 34/3. De erkenning van een dienst voor thuisverpleging die erkend is met toepassing van hoofdstuk II en aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet, kan worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst wordt aan het agentschap bezorgd;
2° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die door de overgedragen dienst werd verstrekt. De wijze waarop de continuïteit van de hulp- en dienstverlening wordt verzekerd, wordt aangetoond aan de hand van een personeelsplan en een opvolgingsplan voor de gebruikers van de dienst waarvan de erkenning wordt overgedragen;
3° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Art. 34/4. De erkenning van een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds die erkend is met toepassing van hoofdstuk II en aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het aantal vte dat aan de dienst is toegewezen, op 1 januari worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° voor 1 september van het voorgaande jaar wordt een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan het agentschap bezorgd;
2° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die door de overgedragen dienst werd verstrekt. De wijze waarop de continuïteit van de hulp- en dienstverlening wordt verzekerd, wordt aangetoond aan de hand van een personeelsplan en een opvolgingsplan voor de gebruikers van de dienst waarvan de erkenning wordt overgedragen;
3° het aantal vte dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;
4° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Art. 34/5. De erkenning en, als dat van toepassing is, het recht op subsidiëring van een lokaal of een regionaal dienstencentrum dat erkend is met toepassing van hoofdstuk II en aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet, kunnen op 1 januari worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° voor 1 september van het voorgaande jaar wordt een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van het dienstencentrum aan het agentschap bezorgd;
2° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die door het overgedragen dienstencentrum werd verstrekt. De wijze waarop de continuïteit van de hulp- en dienstverlening wordt verzekerd, wordt aangetoond aan de hand van een personeelsplan en een opvolgingsplan voor de gebruikers van het dienstencentrum waarvan de erkenning wordt overgedragen;
3° het dienstencentrum blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Art. 34/6. De erkenning van een dienst voor gastopvang die erkend is met toepassing van hoofdstuk II en aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het aantal subsidiabele uren gastopvang dat aan de dienst is toegewezen, op 1 januari worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° voor 1 september van het voorgaande jaar wordt een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan het agentschap bezorgd;
2° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die door de overgedragen dienst werd verstrekt. De wijze waarop de continuïteit van de hulp- en dienstverlening wordt verzekerd, wordt aangetoond aan de hand van een personeelsplan en een opvolgingsplan voor de gebruikers van de dienst waarvan de erkenning wordt overgedragen;
3° het aantal subsidiabele uren gastopvang dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;
4° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Art. 34/7. De erkenning en, als dat van toepassing is, het recht op subsidiëring van een vereniging van gebruikers en mantelzorgers die erkend is met toepassing van hoofdstuk II en aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet, kunnen op 1 januari worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° voor 1 september van het voorgaande jaar wordt een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de vereniging aan het agentschap bezorgd;
2° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die door de overgedragen vereniging werd verstrekt. De wijze waarop de continuïteit van de hulp- en dienstverlening wordt verzekerd, wordt aangetoond aan de hand van een personeelsplan en een opvolgingsplan voor de gebruikers en mantelzorgers van de vereniging waarvan de erkenning wordt overgedragen;
3° de vereniging blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.".
Art. 2. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014, sont insĂ©rĂ©s les articles 34/2 Ă 34/7 inclus, rĂ©digĂ©s comme suit :
" Art. 34/2. L'agrĂ©ment d'un service de garde agréé par application du chapitre II et rĂ©pondant Ă toutes les conditions d'agrĂ©ment, y compris le nombre d'heures subventionnables de garde volontaire attribuĂ© audit service, peut ĂȘtre transfĂ©rĂ© au 1er janvier lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes :
1° une copie de la convention de transfert du service est transmise à l'agence avant le 1er septembre de l'année précédente ;
2° aprÚs le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée ; La maniÚre dont la continuité de l'aide et des services est assurée, est démontrée au moyen d'un plan du personnel et d'un plan de suivi pour les usagers du service dont l'agrément est transféré ;
3° le nombre d'heures subventionnables de garde volontaire attribué au service est entiÚrement transféré au repreneur ;
4° le service continue à répondre à toutes les conditions d'agrément.
Le transfert d'un agrément n'est possible qu'à condition que le service communique l'intention de transférer son agrément à tous les services de garde agréés offrant de l'aide et des services dans une des communes de la zone d'action du service en question. AprÚs la communication de cette intention, les services intéressés disposent d'un mois au moins pour se concerter à ce sujet avec le service. Ensuite, le service transmet sa décision motivée quant au transfert de l'agrément à tous les services s'étant montrés intéressés.
" Art. 34/3. L'agrĂ©ment d'un service de soins infirmiers Ă domicile agréé par application du chapitre II et rĂ©pondant Ă toutes les conditions d'agrĂ©ment, peut ĂȘtre transfĂ©rĂ© s'est satisfait aux conditions suivantes :
1° une copie de la convention de transfert du service est transmise à l'agence ;
2° aprÚs le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée. La maniÚre dont la continuité de l'aide et des services est assurée, est démontrée au moyen d'un plan du personnel et d'un plan de suivi pour les usagers du service dont l'agrément est transféré ;
3° le service continue à répondre à toutes les conditions d'agrément.
Art. 34/4. L'agrĂ©ment d'un service d'assistance sociale de la mutualitĂ©l agréé par application du chapitre II et rĂ©pondant Ă toutes les conditions d'agrĂ©ment, y compris le nombre d'Ă©quivalents Ă temps plein (ETP) attribuĂ© au service, peut ĂȘtre transfĂ©rĂ© au 1er janvier lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes :
1° une copie de la convention de transfert du service est transmise à l'agence avant le 1er septembre de l'année précédente ;
2° aprÚs le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée. La maniÚre dont la continuité de l'aide et des services est assurée, est démontrée au moyen d'un plan du personnel et d'un plan de suivi pour les usagers du service dont l'agrément est transféré ;
3° le nombre d'équivalents à temps plein (ETP) attribué au service est entiÚrement transféré au repreneur ;
4° le service continue à répondre à toutes les conditions d'agrément.
Art. 34/5. L'agrĂ©ment et, si d'application, le droit au subventionnement d'un centre de services local ou rĂ©gional agréé par application du chapitre II et rĂ©pondant Ă toutes les conditions d'agrĂ©ment, peut ĂȘtre transfĂ©rĂ© au 1er janvier lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes :
1° une copie de la convention de transfert du centre de services est transmise à l'agence avant le 1er septembre de l'année précédente ;
2° aprÚs le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le centre de services transféré reste assurée. La maniÚre dont la continuité de l'aide et des services est assurée, est démontrée au moyen d'un plan du personnel et d'un plan de suivi pour les usagers du centre de services dont l'agrément est transféré ;
3° le centre de services continue à remplir toutes les conditions d'agrément.
Art. 34/6. L'agrĂ©ment d'un service d'accueil temporaire agréé par application du chapitre II et rĂ©pondant Ă toutes les conditions d'agrĂ©ment, y compris le nombre d'heures subventionnables d'accueil temporaire attribuĂ© au service, peut ĂȘtre transfĂ©rĂ© au 1er janvier lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes :
1° une copie de la convention de transfert du service est transmise à l'agence avant le 1er septembre de l'année précédente ;
2° aprÚs le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée. La maniÚre dont la continuité de l'aide et des services est assurée, est démontrée au moyen d'un plan du personnel et d'un plan de suivi pour les usagers du service dont l'agrément est transféré ;
3° le nombre d'heures subventionnables d'acceuil temporaire attribué au service est entiÚrement transféré au repreneur ;
4° le service continue à répondre à toutes les conditions d'agrément.
Art. 34/7. L'agrĂ©ment et, si d'application, le droit au subventionnement d'une association d'usagers et d'intervenants de proximitĂ© agréée par application du chapitre II et rĂ©pondant Ă toutes les conditions d'agrĂ©ment, peut ĂȘtre transfĂ©rĂ© au 1er janvier lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes :
1° une copie de la convention de transfert de l'association est transmise à l'agence avant le 1er septembre de l'année précédente ;
2° aprÚs le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par l'association transférée reste assurée. La maniÚre dont la continuité de l'aide et des services est assurée, est démontrée au moyen d'un plan du personnel et d'un plan de suivi pour les usagers et les intervenants de proximité de l'association dont l'agrément est transféré ;
3° l'association continue à répondre à toutes les conditions d'agrément. ".
" Art. 34/2. L'agrĂ©ment d'un service de garde agréé par application du chapitre II et rĂ©pondant Ă toutes les conditions d'agrĂ©ment, y compris le nombre d'heures subventionnables de garde volontaire attribuĂ© audit service, peut ĂȘtre transfĂ©rĂ© au 1er janvier lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes :
1° une copie de la convention de transfert du service est transmise à l'agence avant le 1er septembre de l'année précédente ;
2° aprÚs le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée ; La maniÚre dont la continuité de l'aide et des services est assurée, est démontrée au moyen d'un plan du personnel et d'un plan de suivi pour les usagers du service dont l'agrément est transféré ;
3° le nombre d'heures subventionnables de garde volontaire attribué au service est entiÚrement transféré au repreneur ;
4° le service continue à répondre à toutes les conditions d'agrément.
Le transfert d'un agrément n'est possible qu'à condition que le service communique l'intention de transférer son agrément à tous les services de garde agréés offrant de l'aide et des services dans une des communes de la zone d'action du service en question. AprÚs la communication de cette intention, les services intéressés disposent d'un mois au moins pour se concerter à ce sujet avec le service. Ensuite, le service transmet sa décision motivée quant au transfert de l'agrément à tous les services s'étant montrés intéressés.
" Art. 34/3. L'agrĂ©ment d'un service de soins infirmiers Ă domicile agréé par application du chapitre II et rĂ©pondant Ă toutes les conditions d'agrĂ©ment, peut ĂȘtre transfĂ©rĂ© s'est satisfait aux conditions suivantes :
1° une copie de la convention de transfert du service est transmise à l'agence ;
2° aprÚs le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée. La maniÚre dont la continuité de l'aide et des services est assurée, est démontrée au moyen d'un plan du personnel et d'un plan de suivi pour les usagers du service dont l'agrément est transféré ;
3° le service continue à répondre à toutes les conditions d'agrément.
Art. 34/4. L'agrĂ©ment d'un service d'assistance sociale de la mutualitĂ©l agréé par application du chapitre II et rĂ©pondant Ă toutes les conditions d'agrĂ©ment, y compris le nombre d'Ă©quivalents Ă temps plein (ETP) attribuĂ© au service, peut ĂȘtre transfĂ©rĂ© au 1er janvier lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes :
1° une copie de la convention de transfert du service est transmise à l'agence avant le 1er septembre de l'année précédente ;
2° aprÚs le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée. La maniÚre dont la continuité de l'aide et des services est assurée, est démontrée au moyen d'un plan du personnel et d'un plan de suivi pour les usagers du service dont l'agrément est transféré ;
3° le nombre d'équivalents à temps plein (ETP) attribué au service est entiÚrement transféré au repreneur ;
4° le service continue à répondre à toutes les conditions d'agrément.
Art. 34/5. L'agrĂ©ment et, si d'application, le droit au subventionnement d'un centre de services local ou rĂ©gional agréé par application du chapitre II et rĂ©pondant Ă toutes les conditions d'agrĂ©ment, peut ĂȘtre transfĂ©rĂ© au 1er janvier lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes :
1° une copie de la convention de transfert du centre de services est transmise à l'agence avant le 1er septembre de l'année précédente ;
2° aprÚs le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le centre de services transféré reste assurée. La maniÚre dont la continuité de l'aide et des services est assurée, est démontrée au moyen d'un plan du personnel et d'un plan de suivi pour les usagers du centre de services dont l'agrément est transféré ;
3° le centre de services continue à remplir toutes les conditions d'agrément.
Art. 34/6. L'agrĂ©ment d'un service d'accueil temporaire agréé par application du chapitre II et rĂ©pondant Ă toutes les conditions d'agrĂ©ment, y compris le nombre d'heures subventionnables d'accueil temporaire attribuĂ© au service, peut ĂȘtre transfĂ©rĂ© au 1er janvier lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes :
1° une copie de la convention de transfert du service est transmise à l'agence avant le 1er septembre de l'année précédente ;
2° aprÚs le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée. La maniÚre dont la continuité de l'aide et des services est assurée, est démontrée au moyen d'un plan du personnel et d'un plan de suivi pour les usagers du service dont l'agrément est transféré ;
3° le nombre d'heures subventionnables d'acceuil temporaire attribué au service est entiÚrement transféré au repreneur ;
4° le service continue à répondre à toutes les conditions d'agrément.
Art. 34/7. L'agrĂ©ment et, si d'application, le droit au subventionnement d'une association d'usagers et d'intervenants de proximitĂ© agréée par application du chapitre II et rĂ©pondant Ă toutes les conditions d'agrĂ©ment, peut ĂȘtre transfĂ©rĂ© au 1er janvier lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes :
1° une copie de la convention de transfert de l'association est transmise à l'agence avant le 1er septembre de l'année précédente ;
2° aprÚs le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par l'association transférée reste assurée. La maniÚre dont la continuité de l'aide et des services est assurée, est démontrée au moyen d'un plan du personnel et d'un plan de suivi pour les usagers et les intervenants de proximité de l'association dont l'agrément est transféré ;
3° l'association continue à répondre à toutes les conditions d'agrément. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers
CHAPITRE 2. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©
Art. 3. In artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2012, wordt de zinsnede "bijlage I tot en met XII" vervangen door de zinsnede "bijlage I tot en met III, V tot en met XII".
Art. 3. A l'article 2 de l'annexe XI de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 septembre 2012, le membre de phrase " aux annexes Ire Ă XII incluse " est remplacĂ© par le membre de phrase " aux annexes Ire Ă III incluse, V Ă XII incluse ".
Art. 4. In artikel 6, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2012, wordt het jaartal "2015" vervangen door het jaartal "2017".
Art. 4. A l'article 6, § 1er, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 octobre 2012, l'annĂ©e " 2015 " est remplacĂ©e par l'annĂ©e " 2017 ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers
CHAPITRE 3. - Modifications de l'annexe Ire Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©
Art. 5. In artikel 1 van bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, 14 september 2012, 5 oktober 2012, 21 december 2012 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 11° wordt vervangen door wat volgt:
"11° lokale diensteneconomie: de lokale diensteneconomie, vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;";
2° punt 12° wordt opgeheven;
3° punt 14° wordt vervangen door wat volgt:
"14° omkaderingspersoneel: de personen die belast zijn met de begeleiding van de doelgroepwerknemer met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;".
1° punt 11° wordt vervangen door wat volgt:
"11° lokale diensteneconomie: de lokale diensteneconomie, vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;";
2° punt 12° wordt opgeheven;
3° punt 14° wordt vervangen door wat volgt:
"14° omkaderingspersoneel: de personen die belast zijn met de begeleiding van de doelgroepwerknemer met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;".
Art. 5. A l'article 1er de l'annexe Ire, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 16 dĂ©cembre 2011, 14 septembre 2012, 5 octobre 2012, 21 dĂ©cembre 2012 et 25 avril 2014, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° le point 11° est remplacé par ce qui suit :
" 11° économie de services locaux : l'économie de services locaux visée à l'article 3, 4°, du décret du 22 novembre 2013 relatif à l'économie de services locaux ; " ;
2° le point 12° est abrogé ;
3° le point 14° est remplacé par ce qui suit :
" 14° personnel d'encadrement : les personnes chargĂ©es de l'accompagnement du travailleur de groupe-cible par application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 dĂ©cembre 2014 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 22 novembre 2013 relatif Ă l'Ă©conomie de services locaux ; ".
1° le point 11° est remplacé par ce qui suit :
" 11° économie de services locaux : l'économie de services locaux visée à l'article 3, 4°, du décret du 22 novembre 2013 relatif à l'économie de services locaux ; " ;
2° le point 12° est abrogé ;
3° le point 14° est remplacé par ce qui suit :
" 14° personnel d'encadrement : les personnes chargĂ©es de l'accompagnement du travailleur de groupe-cible par application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 dĂ©cembre 2014 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 22 novembre 2013 relatif Ă l'Ă©conomie de services locaux ; ".
Art. 6. In artikel 4, A, 2°, van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "tot maximaal een week erna" worden vervangen door de woorden "tot maximaal 14 dagen erna";
2° de volgende zin wordt toegevoegd:
"De dienst hoeft geen sociaal onderzoek uit te voeren als de gezinszorg niet voortgezet wordt na die 14 dagen.".
1° de woorden "tot maximaal een week erna" worden vervangen door de woorden "tot maximaal 14 dagen erna";
2° de volgende zin wordt toegevoegd:
"De dienst hoeft geen sociaal onderzoek uit te voeren als de gezinszorg niet voortgezet wordt na die 14 dagen.".
Art. 6. A l'article 4, A, 2°, de l'annexe Ire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2011, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° les mots " jusqu' à une semaine aprÚs au maximum " sont remplacés par les mots " jusqu'à 14 jours aprÚs au maximum " ;
2° la phrase suivante est ajoutée :
" Le service ne doit par effectuer une enquĂȘte sociale si l'aide aux familles n'est pas continuĂ©e aprĂšs ces 14 jours. ".
1° les mots " jusqu' à une semaine aprÚs au maximum " sont remplacés par les mots " jusqu'à 14 jours aprÚs au maximum " ;
2° la phrase suivante est ajoutée :
" Le service ne doit par effectuer une enquĂȘte sociale si l'aide aux familles n'est pas continuĂ©e aprĂšs ces 14 jours. ".
Art. 7. In artikel 4, A, van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, 14 september 2012, 5 oktober 2012, 12 oktober 2012, 7 december 2012 en 25 april 2014, wordt een punt 10° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"10° /2 de dienst vordert een bijdrage van de gebruiker voor de tijd die een verzorgend of logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich te verplaatsen van de ene naar de andere gebruiker, op voorwaarde dat die twee hulpverleningsmomenten aansluitend zijn. In dat geval wordt de verplaatsingstijd gelijk verdeeld over beide gebruikers. De dienst vordert een bijdrage van de gebruiker voor de tijd die een verzorgend of logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich te verplaatsen van een gebruiker naar een werkvergadering, of omgekeerd. In dat geval wordt voor de helft van de verplaatsingstijd een gebruikersbijdrage aangerekend aan de gebruiker. Voor alle andere verplaatsingen dan de voormelde verplaatsingen, bijvoorbeeld het woon-werkverkeer of de verplaatsingen van een gebruiker naar een bijscholing, mag de verplaatsingstijd niet aangerekend worden aan de gebruiker;".
"10° /2 de dienst vordert een bijdrage van de gebruiker voor de tijd die een verzorgend of logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich te verplaatsen van de ene naar de andere gebruiker, op voorwaarde dat die twee hulpverleningsmomenten aansluitend zijn. In dat geval wordt de verplaatsingstijd gelijk verdeeld over beide gebruikers. De dienst vordert een bijdrage van de gebruiker voor de tijd die een verzorgend of logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich te verplaatsen van een gebruiker naar een werkvergadering, of omgekeerd. In dat geval wordt voor de helft van de verplaatsingstijd een gebruikersbijdrage aangerekend aan de gebruiker. Voor alle andere verplaatsingen dan de voormelde verplaatsingen, bijvoorbeeld het woon-werkverkeer of de verplaatsingen van een gebruiker naar een bijscholing, mag de verplaatsingstijd niet aangerekend worden aan de gebruiker;".
Art. 7. Dans l'article 4, A, de l'annexe Ire au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 16 dĂ©cembre 2011, 14 septembre 2012, 5 octobre 2012, 12 octobre 2012, 7 dĂ©cembre 2012 et 25 avril 2014, est ajoutĂ© un point 10° /2, Ă©noncĂ© comme suit :
" 10° /2 le service rĂ©clame une contribution de la part de l'usager pour le temps requis par un membre du personnel soignant ou logistique ou par un travailleur de groupe-cible pour se dĂ©placer d'un usager Ă l'autre, Ă condition que ces deux moments d'aide se suivent. Dans cas, le temps de dĂ©placement est rĂ©parti uniformĂ©ment entre les deux usagers. Le service rĂ©clame une contribution de la part de l'usager pour le temps requis par un membre du personnel soignant ou logistique ou par un travailleur de groupe-cible pour se dĂ©placer d'un usager Ă une rĂ©union de travail, ou inversement. Dans ce cas, une contribution d'usager est facturĂ©e Ă l'usager pour la moitiĂ© du temps de dĂ©placement. Pour tous les dĂ©placements autres que les dĂ©placements susmentionnĂ©s, par exemple les dĂ©placements domicile - lieu de travail ou les dĂ©placements d'un usager Ă un recyclage, le temps de dĂ©placement ne peut pas ĂȘtre facturĂ© Ă l'usager ; ".
" 10° /2 le service rĂ©clame une contribution de la part de l'usager pour le temps requis par un membre du personnel soignant ou logistique ou par un travailleur de groupe-cible pour se dĂ©placer d'un usager Ă l'autre, Ă condition que ces deux moments d'aide se suivent. Dans cas, le temps de dĂ©placement est rĂ©parti uniformĂ©ment entre les deux usagers. Le service rĂ©clame une contribution de la part de l'usager pour le temps requis par un membre du personnel soignant ou logistique ou par un travailleur de groupe-cible pour se dĂ©placer d'un usager Ă une rĂ©union de travail, ou inversement. Dans ce cas, une contribution d'usager est facturĂ©e Ă l'usager pour la moitiĂ© du temps de dĂ©placement. Pour tous les dĂ©placements autres que les dĂ©placements susmentionnĂ©s, par exemple les dĂ©placements domicile - lieu de travail ou les dĂ©placements d'un usager Ă un recyclage, le temps de dĂ©placement ne peut pas ĂȘtre facturĂ© Ă l'usager ; ".
Art. 8. In artikel 4, C, 7°, van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "Minstens eenmaal per jaar" en de woorden "wordt iedere hulpverleningssituatie" de zinsnede ", of minstens om de twee jaar als aan de gebruiker uitsluitend aanvullende thuiszorg verleend wordt," ingevoegd.
Art. 8. Dans l'article 4, C, 7°, de l'annexe Ire au mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " , ou au moins tous les 2 ans lorsque l'usager reçoit uniquement de l'aide complĂ©mentaire Ă domicile, " est insĂ©rĂ© entre les mots " Au moins une fois par an " et les mots " chaque situation d'aide ".
Art. 9. Aan artikel 10 van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 december 2012 en 25 april 2014, worden een vijfde tot en met een zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"De tijd die een verzorgend personeelslid nodig heeft om zich van de ene naar de andere gebruiker te verplaatsen, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de gepresteerde uren, vermeld in het eerste lid, 1°, op voorwaarde dat die twee hulpverleningsmomenten aansluitend zijn.
De tijd die een verzorgend personeelslid nodig heeft om zich van een gebruiker naar een werkvergadering te verplaatsen, of omgekeerd, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de gepresteerde uren, vermeld in het eerste lid, 1°, op voorwaarde dat de helft van die tijd in rekening gebracht wordt bij de gelijkgestelde uren, vermeld in artikel 13, eerste lid, 4°.
Voor alle andere verplaatsingen dan de voormelde verplaatsingen, bijvoorbeeld het woon-werkverkeer of de verplaatsingen van een gebruiker naar een bijscholing, wordt de verplaatsingstijd niet in aanmerking genomen voor de berekening van de gepresteerde uren.".
"De tijd die een verzorgend personeelslid nodig heeft om zich van de ene naar de andere gebruiker te verplaatsen, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de gepresteerde uren, vermeld in het eerste lid, 1°, op voorwaarde dat die twee hulpverleningsmomenten aansluitend zijn.
De tijd die een verzorgend personeelslid nodig heeft om zich van een gebruiker naar een werkvergadering te verplaatsen, of omgekeerd, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de gepresteerde uren, vermeld in het eerste lid, 1°, op voorwaarde dat de helft van die tijd in rekening gebracht wordt bij de gelijkgestelde uren, vermeld in artikel 13, eerste lid, 4°.
Voor alle andere verplaatsingen dan de voormelde verplaatsingen, bijvoorbeeld het woon-werkverkeer of de verplaatsingen van een gebruiker naar een bijscholing, wordt de verplaatsingstijd niet in aanmerking genomen voor de berekening van de gepresteerde uren.".
Art. 9. L'article 10 de l'annexe Ire au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 dĂ©cembre 2012 et 25 avril 2014, est complĂ©tĂ© par les alinĂ©as 5 Ă 7 inclus, rĂ©digĂ©s comme suit :
" Le temps requis par un membre du personnel soignant pour se déplacer d'un usager à l'autre est pris en compte pour le calcul des heures prestées, visées à l'alinéa 1er, 1°, à condition que ces deux moments d'aide se suivent.
Le temps requis par un membre du personnel soignant pour se déplacer d'un usager à une réunion de travail, ou inversement, est pris en compte pour le calcul des heures prestées, visées à l'alinéa premier, 1°, à condition que la moitié de ce temps soit portée en compte comme des heures assimilées, telle que visées à l'article 13, alinéa 1er, 4°.
Pour tous les dĂ©placements autres que les dĂ©placements susmentionnĂ©s, par exemple les dĂ©placements domicile - lieu de travail ou les dĂ©placements d'un usager Ă un recyclage, le temps de dĂ©placement ne peut pas ĂȘtre pris en compte pour le calcul des heures prestĂ©es. ".
" Le temps requis par un membre du personnel soignant pour se déplacer d'un usager à l'autre est pris en compte pour le calcul des heures prestées, visées à l'alinéa 1er, 1°, à condition que ces deux moments d'aide se suivent.
Le temps requis par un membre du personnel soignant pour se déplacer d'un usager à une réunion de travail, ou inversement, est pris en compte pour le calcul des heures prestées, visées à l'alinéa premier, 1°, à condition que la moitié de ce temps soit portée en compte comme des heures assimilées, telle que visées à l'article 13, alinéa 1er, 4°.
Pour tous les dĂ©placements autres que les dĂ©placements susmentionnĂ©s, par exemple les dĂ©placements domicile - lieu de travail ou les dĂ©placements d'un usager Ă un recyclage, le temps de dĂ©placement ne peut pas ĂȘtre pris en compte pour le calcul des heures prestĂ©es. ".
Art. 10. In artikel 33 van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt paragraaf 3, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
" § 3. De tijd die een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich van de ene naar de andere gebruiker te verplaatsen, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de gefactureerde uren, vermeld in paragraaf 1 en 2, op voorwaarde dat die twee hulpverleningsmomenten aansluitend zijn.
De helft van de tijd die een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich van een gebruiker naar een werkvergadering te verplaatsen, of omgekeerd, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de gefactureerde uren, vermeld in paragraaf 1 en 2.
Voor alle andere verplaatsingen dan de voormelde verplaatsingen, bijvoorbeeld het woon-werkverkeer of de verplaatsingen van een gebruiker naar een bijscholing, wordt de verplaatsingstijd niet in aanmerking genomen voor de berekening van de gefactureerde uren.".
" § 3. De tijd die een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich van de ene naar de andere gebruiker te verplaatsen, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de gefactureerde uren, vermeld in paragraaf 1 en 2, op voorwaarde dat die twee hulpverleningsmomenten aansluitend zijn.
De helft van de tijd die een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich van een gebruiker naar een werkvergadering te verplaatsen, of omgekeerd, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de gefactureerde uren, vermeld in paragraaf 1 en 2.
Voor alle andere verplaatsingen dan de voormelde verplaatsingen, bijvoorbeeld het woon-werkverkeer of de verplaatsingen van een gebruiker naar een bijscholing, wordt de verplaatsingstijd niet in aanmerking genomen voor de berekening van de gefactureerde uren.".
Art. 10. A l'article 33 de l'annexe Ire au mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 3, abrogĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2011, est rĂ©tabli dans la rĂ©daction suivante :
" § 3. Le temps requis par un membre du personnel logistique ou un travailleur de groupe-cible pour se déplacer d'un usager à l'autre est pris en compte pour le calcul des heures facturées, visées aux paragraphes 1er et 2, à condition que ces deux moments d'aide se suivent.
La moitié du temps requis par un membre du personnel logistique ou un travailleur de groupe-cible pour se déplacer d'un usager à une réunion de travail, ou inversement, est pris en compte pour le calcul des heures facturées visées aux paragraphes 1er et 2.
Pour tous les dĂ©placements autres que les dĂ©placements susmentionnĂ©s, par exemple les dĂ©placements domicile - lieu de travail ou les dĂ©placements d'un usager Ă un recyclage, le temps de dĂ©placement ne peut pas ĂȘtre pris en compte pour le calcul des heures facturĂ©es. ".
" § 3. Le temps requis par un membre du personnel logistique ou un travailleur de groupe-cible pour se déplacer d'un usager à l'autre est pris en compte pour le calcul des heures facturées, visées aux paragraphes 1er et 2, à condition que ces deux moments d'aide se suivent.
La moitié du temps requis par un membre du personnel logistique ou un travailleur de groupe-cible pour se déplacer d'un usager à une réunion de travail, ou inversement, est pris en compte pour le calcul des heures facturées visées aux paragraphes 1er et 2.
Pour tous les dĂ©placements autres que les dĂ©placements susmentionnĂ©s, par exemple les dĂ©placements domicile - lieu de travail ou les dĂ©placements d'un usager Ă un recyclage, le temps de dĂ©placement ne peut pas ĂȘtre pris en compte pour le calcul des heures facturĂ©es. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van bijlage II bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers
CHAPITRE 4. - Modifications de l'annexe II Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©
Art. 11. In artikel 1 van bijlage II bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, 5 oktober 2012 en 25 april 2014, worden punt 5° en 6° vervangen door wat volgt:
"5° lokale diensteneconomie: de lokale diensteneconomie, vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;
6° omkaderingspersoneel: de personen die belast zijn met de begeleiding van de doelgroepwerknemer met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;".
"5° lokale diensteneconomie: de lokale diensteneconomie, vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;
6° omkaderingspersoneel: de personen die belast zijn met de begeleiding van de doelgroepwerknemer met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;".
Art. 11. A l'article 1er de l'annexe II de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 16 dĂ©cembre 2011, 5 octobre 2012 et 25 avril 2014, les points 5° et 6° sont remplacĂ©s par ce qui suit :
" 5° économie de services locaux : l'économie de services locaux visée à l'article 3, 4°, du décret du 22 novembre 2013 relatif à l'économie de services locaux ;
6° personnel d'encadrement : les personnes chargĂ©es de l'accompagnement du travailleur de groupe-cible par application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 dĂ©cembre 2014 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 22 novembre 2013 relatif Ă l'Ă©conomie de services locaux ; ".
" 5° économie de services locaux : l'économie de services locaux visée à l'article 3, 4°, du décret du 22 novembre 2013 relatif à l'économie de services locaux ;
6° personnel d'encadrement : les personnes chargĂ©es de l'accompagnement du travailleur de groupe-cible par application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 dĂ©cembre 2014 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 22 novembre 2013 relatif Ă l'Ă©conomie de services locaux ; ".
Art. 12. In artikel 3, A, van bijlage II bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, 5 oktober 2012, 7 december 2012 en 25 april 2014, wordt een punt 6° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"6° /2 de dienst vordert een bijdrage van de gebruiker voor de tijd die een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich te verplaatsen van de ene naar de andere gebruiker, op voorwaarde dat die twee hulpverleningsmomenten aansluitend zijn. In dat geval wordt de verplaatsingstijd gelijk verdeeld over beide gebruikers. De dienst vordert een bijdrage van de gebruiker voor de tijd die een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich te verplaatsen van een gebruiker naar een werkvergadering, of omgekeerd. In dat geval wordt voor de helft van de verplaatsingstijd een gebruikersbijdrage aangerekend aan de gebruiker. Voor alle andere verplaatsingen dan de voormelde verplaatsingen, bijvoorbeeld het woon-werkverkeer of de verplaatsingen van een gebruiker naar een bijscholing, mag de verplaatsingstijd niet aangerekend worden aan de gebruiker;".
"6° /2 de dienst vordert een bijdrage van de gebruiker voor de tijd die een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich te verplaatsen van de ene naar de andere gebruiker, op voorwaarde dat die twee hulpverleningsmomenten aansluitend zijn. In dat geval wordt de verplaatsingstijd gelijk verdeeld over beide gebruikers. De dienst vordert een bijdrage van de gebruiker voor de tijd die een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich te verplaatsen van een gebruiker naar een werkvergadering, of omgekeerd. In dat geval wordt voor de helft van de verplaatsingstijd een gebruikersbijdrage aangerekend aan de gebruiker. Voor alle andere verplaatsingen dan de voormelde verplaatsingen, bijvoorbeeld het woon-werkverkeer of de verplaatsingen van een gebruiker naar een bijscholing, mag de verplaatsingstijd niet aangerekend worden aan de gebruiker;".
Art. 12. Dans l'article 3, A, de l'annexe II au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 16 dĂ©cembre 2011, 5 octobre 2012, 7 dĂ©cembre 2012 et 25 avril 2014, est ajoutĂ© un point 6° /2, Ă©noncĂ© comme suit :
" 6° /2 le service rĂ©clame une contribution de la part de l'usager pour le temps requis par un membre du personnel logistique ou par un travailleur de groupe-cible pour se dĂ©placer d'un usager Ă l'autre, Ă condition que ces deux moments d'aide se suivent. Dans cas, le temps de dĂ©placement est rĂ©parti uniformĂ©ment entre les deux usagers. Le service rĂ©clame une contribution de la part de l'usager pour le temps requis par un membre du personnel logistique ou par un travailleur de groupe-cible pour se dĂ©placer d'un usager Ă une rĂ©union de travail, ou inversement. Dans ce cas, une contribution d'usager est facturĂ©e Ă l'usager pour la moitiĂ© du temps de dĂ©placement. Pour tous les dĂ©placements autres que les dĂ©placements susmentionnĂ©s, par exemple les dĂ©placements domicile - lieu de travail ou les dĂ©placements d'un usager Ă un recyclage, le temps de dĂ©placement ne peut pas ĂȘtre facturĂ© Ă l'usager ; ".
" 6° /2 le service rĂ©clame une contribution de la part de l'usager pour le temps requis par un membre du personnel logistique ou par un travailleur de groupe-cible pour se dĂ©placer d'un usager Ă l'autre, Ă condition que ces deux moments d'aide se suivent. Dans cas, le temps de dĂ©placement est rĂ©parti uniformĂ©ment entre les deux usagers. Le service rĂ©clame une contribution de la part de l'usager pour le temps requis par un membre du personnel logistique ou par un travailleur de groupe-cible pour se dĂ©placer d'un usager Ă une rĂ©union de travail, ou inversement. Dans ce cas, une contribution d'usager est facturĂ©e Ă l'usager pour la moitiĂ© du temps de dĂ©placement. Pour tous les dĂ©placements autres que les dĂ©placements susmentionnĂ©s, par exemple les dĂ©placements domicile - lieu de travail ou les dĂ©placements d'un usager Ă un recyclage, le temps de dĂ©placement ne peut pas ĂȘtre facturĂ© Ă l'usager ; ".
Art. 13. In artikel 3, C, 7°, van bijlage II bij hetzelfde besluit worden de woorden "eenmaal per jaar" vervangen door de woorden "om de twee jaar".
Art. 13. A l'article 3, C, 7°, de l'annexe II au mĂȘme arrĂȘtĂ© les mots " une fois par an " sont remplacĂ©s par les mots " une fois tous les deux ans ".
Art. 14. In artikel 12 van bijlage II bij hetzelfde besluit wordt paragraaf 3, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
" § 3. De tijd die een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich van de ene naar de andere gebruiker te verplaatsen, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de gefactureerde uren, vermeld in paragraaf 1 en 2, op voorwaarde dat die twee hulpverleningsmomenten aansluitend zijn.
De helft van de tijd die een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich van een gebruiker naar een werkvergadering te verplaatsen, of omgekeerd, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de gefactureerde uren, vermeld in paragraaf 1 en 2.
Voor alle andere verplaatsingen dan de voormelde verplaatsingen, bijvoorbeeld het woon-werkverkeer of de verplaatsingen van een gebruiker naar een bijscholing, wordt de verplaatsingstijd niet in aanmerking genomen voor de berekening van de gefactureerde uren.".
" § 3. De tijd die een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich van de ene naar de andere gebruiker te verplaatsen, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de gefactureerde uren, vermeld in paragraaf 1 en 2, op voorwaarde dat die twee hulpverleningsmomenten aansluitend zijn.
De helft van de tijd die een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer nodig heeft om zich van een gebruiker naar een werkvergadering te verplaatsen, of omgekeerd, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de gefactureerde uren, vermeld in paragraaf 1 en 2.
Voor alle andere verplaatsingen dan de voormelde verplaatsingen, bijvoorbeeld het woon-werkverkeer of de verplaatsingen van een gebruiker naar een bijscholing, wordt de verplaatsingstijd niet in aanmerking genomen voor de berekening van de gefactureerde uren.".
Art. 14. A l'article 12 de l'annexe II au mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 3, abrogĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2011, est rĂ©tabli dans la rĂ©daction suivante :
" § 3. Le temps requis par un membre du personnel logistique ou un travailleur de groupe-cible pour se déplacer d'un usager à l'autre est pris en compte pour le calcul des heures facturées, visées aux paragraphes 1er et 2, à condition que ces deux moments d'aide se suivent.
La moitié du temps requis par un membre du personnel logistique ou un travailleur de groupe-cible pour se déplacer d'un usager à une réunion de travail, ou inversement, est pris en compte pour le calcul des heures facturées visées aux paragraphes 1er et 2.
Pour tous les dĂ©placements autres que les dĂ©placements susmentionnĂ©s, par exemple les dĂ©placements domicile - lieu de travail ou les dĂ©placements d'un usager Ă un recyclage, le temps de dĂ©placement ne peut pas ĂȘtre pris en compte pour le calcul des heures facturĂ©es. ".
" § 3. Le temps requis par un membre du personnel logistique ou un travailleur de groupe-cible pour se déplacer d'un usager à l'autre est pris en compte pour le calcul des heures facturées, visées aux paragraphes 1er et 2, à condition que ces deux moments d'aide se suivent.
La moitié du temps requis par un membre du personnel logistique ou un travailleur de groupe-cible pour se déplacer d'un usager à une réunion de travail, ou inversement, est pris en compte pour le calcul des heures facturées visées aux paragraphes 1er et 2.
Pour tous les dĂ©placements autres que les dĂ©placements susmentionnĂ©s, par exemple les dĂ©placements domicile - lieu de travail ou les dĂ©placements d'un usager Ă un recyclage, le temps de dĂ©placement ne peut pas ĂȘtre pris en compte pour le calcul des heures facturĂ©es. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van bijlage IV bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers
CHAPITRE 5. - Modifications Ă l'annexe IV Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©
Art. 15. In bijlage IV bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers wordt hoofdstuk II, dat bestaat uit artikel 2, opgeheven.
Art. 15. Le chapitre II de l'annexe IV de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, qui se compose de l'article 2, est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het ministerieel besluit van 30 november 1999 inzake de kwaliteitszorg in de diensten voor Gezinszorg
CHAPITRE 6. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 30 novembre 1999 relatif Ă la gestion de la qualitĂ© dans les services d'aide aux familles
Art. 16. In het ministerieel besluit van 30 november 1999 inzake de kwaliteitszorg in de diensten voor Gezinszorg worden de volgende bepalingen opgeheven:
1° artikel 1;
2° artikel 5, 6 en 7;
3° de bijlage.
1° artikel 1;
2° artikel 5, 6 en 7;
3° de bijlage.
Art. 16. Les dispositions suivantes de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 30 novembre 1999 relatif Ă la gestion de la qualitĂ© dans les services d'aide aux familles sont abrogĂ©es :
1° l'article 1er ;
2° les articles 5, 6 et 7 ;
3° l'annexe.
1° l'article 1er ;
2° les articles 5, 6 et 7 ;
3° l'annexe.
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het ministerieel besluit van 22 maart 2002 inzake kwaliteitszorg in lokale dienstencentra, in de regionale dienstencentra en in de diensten voor oppashulp
CHAPITRE 7. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 mars 2002 relatif Ă la gestion de la qualitĂ© dans les centres de services locaux, dans les centres de services rĂ©gionaux et les services de garde
Art. 17. In het ministerieel besluit van 22 maart 2002 inzake kwaliteitszorg in lokale dienstencentra, in de regionale dienstencentra en in de diensten voor oppashulp worden de volgende bepalingen opgeheven:
1° artikel 1;
2° artikel 4;
3° bijlage I, II en III.
1° artikel 1;
2° artikel 4;
3° bijlage I, II en III.
Art. 17. Les dispositions suivantes de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 mars 2002 relatif Ă la gestion de la qualitĂ© dans les centres de services locaux, dans les centres de services rĂ©gionaux et les services de garde sont abrogĂ©es :
1° l'article 1er ;
2° l'article 4 ;
3° les annexes Ire, II et III.
1° l'article 1er ;
2° l'article 4 ;
3° les annexes Ire, II et III.
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Art. 18. Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2001 tot regeling van de subsidiëring van de diensten voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009, wordt opgeheven.
Art. 18. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juillet 2001 rĂ©glant le subventionnement des services d'aide logistique et de soins Ă domicile complĂ©mentaires, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009, est abrogĂ©.
Art. 19. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2016.
Artikel 3 en 15 hebben uitwerking met ingang van 24 augustus 2013.
Artikel 5 en 11 hebben uitwerking met ingang van 1 april 2015.
Artikel 16 en 17 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2010.
Artikel 3 en 15 hebben uitwerking met ingang van 24 augustus 2013.
Artikel 5 en 11 hebben uitwerking met ingang van 1 april 2015.
Artikel 16 en 17 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2010.
Art. 19. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er avril 2016.
Les articles 3 et 15 produisent leurs effets le 24 août 2013.
Les articles 5 et 11 produisent leurs effets le 1er avril 2015.
Les articles 16 et 17 produisent leurs effets le 1er janvier 2010.
Les articles 3 et 15 produisent leurs effets le 24 août 2013.
Les articles 5 et 11 produisent leurs effets le 1er avril 2015.
Les articles 16 et 17 produisent leurs effets le 1er janvier 2010.
Art. 20. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 20. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.