Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° beroep doen op de VLIF-waarborg : het vorderen van de uitbetaling van de VLIF-waarborg door een kredietinstelling;
2° bevoegde entiteit : het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij;
3° blokperiode : een periode van maximaal drie maanden waarin aanvragen van investerings- of opstartsteun ingediend kunnen worden;
4° krediet : elke kredietopening waarvoor het VLIF zijn waarborg of een rentesubsidie heeft verleend of kan verlenen;
5° kredietinstelling : een met toepassing van het ministerieel besluit van 2 februari 2016 tot erkenning van kredietinstellingen ter uitvoering van artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 betreffende het beheer en de werking van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds en tot opheffing van het ministerieel besluit van 30 september 2005 tot erkenning van kredietinstellingen voor het toekennen van kredieten die in aanmerking komen voor steun van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds door de Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw, erkende kredietinstelling;
6° kredietnemer : een land- of tuinbouwer die een VLIF-steunaanvraag heeft ingediend;
7° VLIF : het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, opgericht bij artikel 12 van het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994;
8° waarborgadvies : de kennisgeving van het VLIF aan een erkende kredietinstelling of het een principieel akkoord kan geven om al dan niet VLIF-waarborg toe te kennen na dossierbehandeling, als alle vooropgestelde, meegedeelde voorwaarden zijn vervuld;
9° besluit van 11 december 2015 : het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 houdende vaststelling van de regelen tot de werking en het beheer van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 FEBRUARI 2016. - Ministerieel besluit betreffende de taken, het beheer en de werkwijze van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds
Titre
3 FEVRIER 2016. - Arrêté ministériel relatif aux tâches, à la gestion et au mode de fonctionnement du " Vlaams Landbouwinvesteringsfonds " (Fonds flamand d'Investissement agricole)
Documentinformatie
Numac: 2016035184
Datum: 2016-02-03
Info du document
Numac: 2016035184
Date: 2016-02-03
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Erkenning en tussenkomst van een...
HOOFDSTUK 3. - Rentesubsidie : berekening, opvr...
Afdeling 1. - Berekening rentesubsidie
Afdeling 2. - Opvraging en uitbetaling rentesub...
Afdeling 3. - Stopzetten van rentesubsidie
HOOFDSTUK 4. - Waarborgadvies en waarborg
Afdeling 1. - Waarborgadvies
Afdeling 2. - Voorwaarden tijdens de looptijd v...
Afdeling 3. - Beroep en uitbetaling waarborg
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Agrément et intervention d'un éta...
CHAPITRE 3. - Subvention d'intérêt : calcul, ap...
Section 1. - Calcul de la subvention d'intérêt
Section 2. - Appel de fonds et paiement de la s...
Section 3. - Cessation de la subvention d'intérêt
CHAPITRE 4. - Avis de garantie et garantie
Section 1. - Avis de garantie
Section 2. - Conditions pendant la durée de la ...
Section 3. - Recours et paiement de la garantie
Tekst (36)
Texte (36)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° faire appel à la garantie VLIF : le recouvrement du paiement de la garantie VLIF par un établissement de crédit ;
2° entité compétente : le Département de l'Agriculture et de la Pêche du Ministère flamand de l'Agriculture et de la Pêche ;
3° période bloc : une période de 3 mois au maximum dans laquelle les demandes d'aides aux investissements ou au démarrage peuvent être introduites ;
4° crédit : toute ouverture de crédit pour laquelle le VLIF a octroyé ou peut octroyer sa garantie ou une subvention d'intérêt ;
5° établissement de crédit : un établissement de crédit agréé en application de l'arrêté ministériel du 2 février 2016 portant agrément d'établissements de crédit en exécution de l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2015 relatif aux tâches, à la gestion et au mode de fonctionnement du " Vlaams Landbouwinvesteringsfonds " (Fonds flamand d'Investissement agricole) et portant abrogation de l'arrêté ministériel du 30 septembre 2005 portant agrément d'établissements de crédit pour l'octroi de crédits éligibles à l'aide du " Vlaams Landbouwinvesteringsfonds " (Fonds flamand d'Investissement agricole) par le Ministre flamand chargé de l'agriculture ;
6° emprunteur : un agriculteur ou horticulteur qui a introduit une demande d'aide VLIF ;
7° VLIF : le " Vlaams Landbouwinvesteringsfonds " (Fonds flamand d'Investissement agricole), créé par l'article 12 du décret du 22 décembre 1993 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1994 ;
8° avis de garantie : la notification du VLIF à un établissement de crédit agréé disant qu'il peut ou non donner un accord de principe pour l'octroi d'une garantie VLIF après traitement du dossier, si toutes les conditions prescrites et communiquées sont remplies ;
9° arrêté du 11 décembre 2015 : l'arrêté du Gouvernement flamand arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2015 relatif aux tâches, à la gestion et au mode de fonctionnement du " Vlaams Landbouwinvesteringsfonds " (Fonds flamand d'Investissement agricole).
1° faire appel à la garantie VLIF : le recouvrement du paiement de la garantie VLIF par un établissement de crédit ;
2° entité compétente : le Département de l'Agriculture et de la Pêche du Ministère flamand de l'Agriculture et de la Pêche ;
3° période bloc : une période de 3 mois au maximum dans laquelle les demandes d'aides aux investissements ou au démarrage peuvent être introduites ;
4° crédit : toute ouverture de crédit pour laquelle le VLIF a octroyé ou peut octroyer sa garantie ou une subvention d'intérêt ;
5° établissement de crédit : un établissement de crédit agréé en application de l'arrêté ministériel du 2 février 2016 portant agrément d'établissements de crédit en exécution de l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2015 relatif aux tâches, à la gestion et au mode de fonctionnement du " Vlaams Landbouwinvesteringsfonds " (Fonds flamand d'Investissement agricole) et portant abrogation de l'arrêté ministériel du 30 septembre 2005 portant agrément d'établissements de crédit pour l'octroi de crédits éligibles à l'aide du " Vlaams Landbouwinvesteringsfonds " (Fonds flamand d'Investissement agricole) par le Ministre flamand chargé de l'agriculture ;
6° emprunteur : un agriculteur ou horticulteur qui a introduit une demande d'aide VLIF ;
7° VLIF : le " Vlaams Landbouwinvesteringsfonds " (Fonds flamand d'Investissement agricole), créé par l'article 12 du décret du 22 décembre 1993 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1994 ;
8° avis de garantie : la notification du VLIF à un établissement de crédit agréé disant qu'il peut ou non donner un accord de principe pour l'octroi d'une garantie VLIF après traitement du dossier, si toutes les conditions prescrites et communiquées sont remplies ;
9° arrêté du 11 décembre 2015 : l'arrêté du Gouvernement flamand arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2015 relatif aux tâches, à la gestion et au mode de fonctionnement du " Vlaams Landbouwinvesteringsfonds " (Fonds flamand d'Investissement agricole).
HOOFDSTUK 2. - Erkenning en tussenkomst van een kredietinstelling bij een VLIF- steunaanvraag
CHAPITRE 2. - Agrément et intervention d'un établissement de crédit en cas d'une demande d'aide VLIF
Art.2. De aanvraag tot erkenning van een kredietinstelling, vermeld in artikel 8 van het besluit van 11 december 2015, bevat de volgende documenten en informatie :
1° de samenstelling van de raad van bestuur en van het dagelijks bestuur;
2° het financiële plan, als de instelling nog geen drie jaar bestaat;
3° alle andere door het VLIF opgevraagde gegevens die noodzakelijk zijn om een duidelijk beeld van de werkzaamheden van de kredietinstelling te verkrijgen.
1° de samenstelling van de raad van bestuur en van het dagelijks bestuur;
2° het financiële plan, als de instelling nog geen drie jaar bestaat;
3° alle andere door het VLIF opgevraagde gegevens die noodzakelijk zijn om een duidelijk beeld van de werkzaamheden van de kredietinstelling te verkrijgen.
Art.2. La demande d'agrément d'un établissement de crédit, visée à l'article 8 de l'arrêté du 11 décembre 2015, comprend les documents et informations suivants :
1° la composition du conseil d'administration et du bureau exécutif ;
2° le plan financier, si l'établissement existe depuis moins de 3 ans ;
3° toutes les autres informations demandées par le VLIF qui sont nécessaires pour obtenir une image claire des activités de l'établissement de crédit.
1° la composition du conseil d'administration et du bureau exécutif ;
2° le plan financier, si l'établissement existe depuis moins de 3 ans ;
3° toutes les autres informations demandées par le VLIF qui sont nécessaires pour obtenir une image claire des activités de l'établissement de crédit.
Art.3. De steunaanvraag, vermeld in artikel 10 van het besluit van 11december 2015, wordt ingediend via het e-loket.
In het eerste lid wordt verstaan onder e-loket : het elektronische loket voor steunaanvragen dat ontwikkeld en beheerd wordt door de bevoegde entiteit.
De kredietinstelling dient de steunaanvraag voor rentesubsidie uiterlijk in voor het afsluiten van de initiële blokperiode waarin steun voor de onderliggende subsidiabele investering of overname is aangevraagd.
De kredietinstelling dient de waarborgaanvraag uiterlijk in drie maanden na het afsluiten van de initiële blokperiode waarin steun voor de onderliggende subsidiabele investering of overname is aangevraagd.
In het vierde lid wordt verstaan onder waarborgaanvraag : de kennisgeving van de erkende kredietinstelling aan het VLIF dat er steun in de vorm van een VLIF-waarborg gevraagd wordt.
In het eerste lid wordt verstaan onder e-loket : het elektronische loket voor steunaanvragen dat ontwikkeld en beheerd wordt door de bevoegde entiteit.
De kredietinstelling dient de steunaanvraag voor rentesubsidie uiterlijk in voor het afsluiten van de initiële blokperiode waarin steun voor de onderliggende subsidiabele investering of overname is aangevraagd.
De kredietinstelling dient de waarborgaanvraag uiterlijk in drie maanden na het afsluiten van de initiële blokperiode waarin steun voor de onderliggende subsidiabele investering of overname is aangevraagd.
In het vierde lid wordt verstaan onder waarborgaanvraag : de kennisgeving van de erkende kredietinstelling aan het VLIF dat er steun in de vorm van een VLIF-waarborg gevraagd wordt.
Art.3. La demande d'aide, visée à l'article 10 de l'arrêté du 11 décembre 2015, est introduite par le biais du e-guichet.
Dans l'alinéa 1er on entend par e-guichet : le guichet électronique pour la demande d'aides qui est développé et géré par l'entité compétente.
L'établissement de crédit introduit la demande d'aide pour une subvention d'intérêt au plus tard avant la conclusion de la période bloc initiale dans laquelle l'aide à l'investissement subventionnable sous-jacent ou à la reprise est demandée.
L'établissement de crédit introduit la demande de garantie au plus tard trois mois après la conclusion de la période bloc initiale dans laquelle l'aide à l'investissement subventionnable sous-jacent ou à la reprise est demandée.
Dans l'alinéa 4 on entend par demande de garantie : la notification de l'établissement de crédit agréé au VLIF qu'une aide sous forme d'une garantie VLIF est demandée.
Dans l'alinéa 1er on entend par e-guichet : le guichet électronique pour la demande d'aides qui est développé et géré par l'entité compétente.
L'établissement de crédit introduit la demande d'aide pour une subvention d'intérêt au plus tard avant la conclusion de la période bloc initiale dans laquelle l'aide à l'investissement subventionnable sous-jacent ou à la reprise est demandée.
L'établissement de crédit introduit la demande de garantie au plus tard trois mois après la conclusion de la période bloc initiale dans laquelle l'aide à l'investissement subventionnable sous-jacent ou à la reprise est demandée.
Dans l'alinéa 4 on entend par demande de garantie : la notification de l'établissement de crédit agréé au VLIF qu'une aide sous forme d'une garantie VLIF est demandée.
Art.4. Bij een steunaanvraag als vermeld in artikel 4, licht het VLIF de kredietinstelling in over de selectiebeslissing over de aangemelde investeringen.
Het VLIF deelt de beslissingsfiche en de bijbehorende gegevens elektronisch mee aan de kredietinstelling.
In het tweede lid wordt verstaan onder beslissingsfiche : de kennisgeving van de definitieve steunverlening nadat het dossier behandeld is.
Het VLIF deelt de beslissingsfiche en de bijbehorende gegevens elektronisch mee aan de kredietinstelling.
In het tweede lid wordt verstaan onder beslissingsfiche : de kennisgeving van de definitieve steunverlening nadat het dossier behandeld is.
Art.4. En cas d'une demande d'aide telle que visée à l'article 4, le VLIF informe l'établissement de crédit sur la décision de sélection relative aux investissements notifiés.
Le VLIF communique la fiche de décision et les données y afférentes par voie électronique à l'établissement de crédit.
Dans l'alinéa 2 on entend par fiche de décision : la notification de l'aide définitive après traitement du dossier.
Le VLIF communique la fiche de décision et les données y afférentes par voie électronique à l'établissement de crédit.
Dans l'alinéa 2 on entend par fiche de décision : la notification de l'aide définitive après traitement du dossier.
Art.5. De kredietinstelling deelt de kredietverrichtingen van de kredieten gesubsidieerd via rentesubsidie of waarborg elektronisch mee aan het VLIF vanaf het moment dat ze bekend zijn. Hiermee wordt bedoeld :
1° de datum van de eerste kapitaalvervaldag;
2° de datum en het bedrag van de geplande opname van de kredietschijven;
3° de rentevoetwijzigingen.
De kredietinstelling brengt het VLIF gedurende de looptijd van de steunverlening via rentesubsidie en waarborg en, als er rentesubsidie wordt verleend, bij iedere trimestriële opvraging elektronisch op de hoogte van :
1° de gewijzigde kredietmodaliteiten;
2° het niet-opgenomen krediet of de niet-opgenomen kredietschijven;
3° de schorsing van krediet;
4° de vervroegde terugbetalingen;
5° het uitstel van kapitaalaflossing;
6° de kredietopzeggingen en de redenen van de opzegging.
1° de datum van de eerste kapitaalvervaldag;
2° de datum en het bedrag van de geplande opname van de kredietschijven;
3° de rentevoetwijzigingen.
De kredietinstelling brengt het VLIF gedurende de looptijd van de steunverlening via rentesubsidie en waarborg en, als er rentesubsidie wordt verleend, bij iedere trimestriële opvraging elektronisch op de hoogte van :
1° de gewijzigde kredietmodaliteiten;
2° het niet-opgenomen krediet of de niet-opgenomen kredietschijven;
3° de schorsing van krediet;
4° de vervroegde terugbetalingen;
5° het uitstel van kapitaalaflossing;
6° de kredietopzeggingen en de redenen van de opzegging.
Art.5. L'établissement de crédit communique les opérations de crédit des crédits subventionnés par le biais d'une subvention d'intérêt ou d'une garantie par voie électronique au VLIF dès qu'elles sont connues. Par ceci, on entend :
1° la date de la première échéance de capital ;
2° la date et le montant du prélèvement prévu des tranches de crédit ;
3° les modifications du taux d'intérêt.
Pendant la durée de l'aide par le biais d'une subvention d'intérêt et d'une garantie et, en cas d'octroi d'une subvention d'intérêt, lors de chaque appel de fonds trimestriel, l'établissement de crédit informe le VLIF par voie électronique sur :
1° les modalités de crédit modifiées ;
2° le crédit non utilisé ou les tranches de crédit non utilisées ;
3° la suspension du crédit ;
4° les remboursements anticipés ;
5° le report de l'amortissement du capital ;
6° les dénonciations du crédit et les motifs de la dénonciation.
1° la date de la première échéance de capital ;
2° la date et le montant du prélèvement prévu des tranches de crédit ;
3° les modifications du taux d'intérêt.
Pendant la durée de l'aide par le biais d'une subvention d'intérêt et d'une garantie et, en cas d'octroi d'une subvention d'intérêt, lors de chaque appel de fonds trimestriel, l'établissement de crédit informe le VLIF par voie électronique sur :
1° les modalités de crédit modifiées ;
2° le crédit non utilisé ou les tranches de crédit non utilisées ;
3° la suspension du crédit ;
4° les remboursements anticipés ;
5° le report de l'amortissement du capital ;
6° les dénonciations du crédit et les motifs de la dénonciation.
Art.6. Het VLIF kan een afwijking toestaan van de termijn, vermeld in artikel 11 van het besluit van 11 december 2015, als er aangetoond wordt dat het krediet buiten de wil van de kredietnemer om niet opgenomen kan worden binnen de termijn.
De situatie, vermeld in het eerste lid, wordt vermoed bij de gevallen van overmacht, vermeld in artikel 16, zesde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 betreffende steun aan de investering en aan de overname in de landbouw.
De situatie, vermeld in het eerste lid, wordt vermoed bij de gevallen van overmacht, vermeld in artikel 16, zesde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 betreffende steun aan de investering en aan de overname in de landbouw.
Art.6. Le VLIF peut accorder une dérogation au délai, visé à l'article 11 de l'arrêté du 11 décembre 2015 s'il est démontré que le crédit ne peut pas être prélevé dans le délai prévu hors de la volonté de l'emprunteur.
La situation visée à l'alinéa 1er est présumée dans les cas de force majeure, visés à l'article 16, alinéa 6, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2014 concernant les aides aux investissements et à la reprise dans l'agriculture.
La situation visée à l'alinéa 1er est présumée dans les cas de force majeure, visés à l'article 16, alinéa 6, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2014 concernant les aides aux investissements et à la reprise dans l'agriculture.
HOOFDSTUK 3. - Rentesubsidie : berekening, opvraging en uitbetaling
CHAPITRE 3. - Subvention d'intérêt : calcul, appel de fonds et paiement
Afdeling 1. - Berekening rentesubsidie
Section 1. - Calcul de la subvention d'intérêt
Art.7. Bij de berekening van de rentesubsidie en het rentesubsidieplan, vermeld in artikel 13, eerste lid, van het besluit van11 december 2015 :
1° telt een maand dertig dagen en een jaar driehonderdzestig dagen;
2° wordt de dag van de kredietopneming niet meegerekend, de dag van de aflossing wel;
3° worden de rentesubsidies berekend na de jaarlijkse kapitaalvervaldag;
4° komen uitsluitend de werkelijk uitstaande bedragen in aanmerking.
1° telt een maand dertig dagen en een jaar driehonderdzestig dagen;
2° wordt de dag van de kredietopneming niet meegerekend, de dag van de aflossing wel;
3° worden de rentesubsidies berekend na de jaarlijkse kapitaalvervaldag;
4° komen uitsluitend de werkelijk uitstaande bedragen in aanmerking.
Art.7. Pour le calcul de la subvention d'intérêt et du plan de subvention d'intérêt, visés à l'article 13, alinéa 1er, de l'arrêté du 11 décembre 2015 :
1° un mois compte 30 jours, et une année compte 360 jours ;
2° le jour du prélèvement de crédit n'est pas pris en compte, le jour de l'amortissement est bien pris en compte ;
3° les subventions d'intérêt sont calculées après l'échéance de capital annuelle ;
4° seuls les encours effectifs sont pris en compte.
1° un mois compte 30 jours, et une année compte 360 jours ;
2° le jour du prélèvement de crédit n'est pas pris en compte, le jour de l'amortissement est bien pris en compte ;
3° les subventions d'intérêt sont calculées après l'échéance de capital annuelle ;
4° seuls les encours effectifs sont pris en compte.
Art.8. Het uitstel van kapitaalaflossing kan worden opgenomen in het rentesubsidieplan na voorafgaand akkoord van het VLIF, hetzij bij de toekenning van de waarborg, hetzij in de loop van het krediet. Dat uitstel gaat gepaard met een van de volgende gevallen :
1° het behoud van de waarborg, waarbij de waarborg niet afgebouwd wordt op de kapitaalvervaldag en niet verlengd wordt in looptijd;
2° de verlenging van de waarborg, waarbij de waarborg niet afgebouwd wordt op de kapitaalvervaldag en verlengd wordt gedurende het toegestane uitstel van kapitaalaflossing.
Het openstaande kapitaal waarop de rentesubsidie wordt uitbetaald, is nooit hoger dan het werkelijk openstaande kredietbedrag noch het gesubsidieerde kredietgedeelte.
1° het behoud van de waarborg, waarbij de waarborg niet afgebouwd wordt op de kapitaalvervaldag en niet verlengd wordt in looptijd;
2° de verlenging van de waarborg, waarbij de waarborg niet afgebouwd wordt op de kapitaalvervaldag en verlengd wordt gedurende het toegestane uitstel van kapitaalaflossing.
Het openstaande kapitaal waarop de rentesubsidie wordt uitbetaald, is nooit hoger dan het werkelijk openstaande kredietbedrag noch het gesubsidieerde kredietgedeelte.
Art.8. Le report de l'amortissement du capital peut être repris au plan de subvention d'intérêt après l'accord préalable du VLIF, soit lors de l'octroi de la garantie, soit au cours du crédit. Ce report va de pair avec un des cas suivants :
1° le maintien de la garantie, lors duquel la garantie n'est pas progressivement réduite à l'échéance de capital et n'est pas prolongée ;
2° la prolongation de la garantie, lors de laquelle la garantie n'est pas progressivement réduite à l'échéance de capital et est prolongée pendant le report accordé de l'amortissement du capital.
Le capital non encore payé sur lequel la subvention d'intérêt est payée, n'est jamais supérieur au montant de crédit effectivement dû, ni à la partie subventionnée du crédit.
1° le maintien de la garantie, lors duquel la garantie n'est pas progressivement réduite à l'échéance de capital et n'est pas prolongée ;
2° la prolongation de la garantie, lors de laquelle la garantie n'est pas progressivement réduite à l'échéance de capital et est prolongée pendant le report accordé de l'amortissement du capital.
Le capital non encore payé sur lequel la subvention d'intérêt est payée, n'est jamais supérieur au montant de crédit effectivement dû, ni à la partie subventionnée du crédit.
Art.9. Bij een gespreide kredietopneming worden de verschillende opnemingen aangerekend op de gesubsidieerde schijven van het betreffende krediet in de volgorde van het rentesubsidienummer bij een eerste beslissing. Als een VLIF-beslissing herzien wordt, blijft de chronologie van de subsidies behouden en ook het eerste cijfer. Het karakter na het eerste cijfer geeft het nummer van de beslissing weer.
Art.9. En cas d'un prélèvement échelonné du crédit, les différents prélèvements sont imputés sur les tranches subventionnées du crédit concerné, dans l'ordre du numéro de la subvention d'intérêt en cas d'une première décision. Lorsqu'une décision VLIF est révisée, la chronologie des subventions ainsi que le premier chiffre sont maintenus. Le caractère après le premier chiffre indique le numéro de la décision.
Art.10. Bij een vervroegde terugbetaling worden eerst de niet-gesubsidieerde gedeelten van het krediet afgelost, vervolgens de door het VLIF gesubsidieerde gedeelten in omgekeerde volgorde van het volgnummer van de rentesubsidie. Daardoor ontstaat voor elke kredietschijf een nieuw fictief saldo dat opnieuw lineair daalt over de nog resterende duur van de rentesubsidie.
Art.10. En cas de remboursement anticipé, les parties non subventionnées du crédit sont amorties d'abord, et les parties subventionnées par le VLIF sont amorties ensuite dans l'ordre inverse du numéro d'ordre de la subvention d'intérêt. Un nouveau solde fictif est ainsi créé pour chaque tranche de crédit, qui diminue de nouveau linéairement pendant la durée restante de la subvention d'intérêt.
Afdeling 2. - Opvraging en uitbetaling rentesubsidie
Section 2. - Appel de fonds et paiement de la subvention d'intérêt
Art.11. Het VLIF kan de opgevraagde rentesubsidie goedkeuren voor uitbetaling aan de kredietinstelling, ten gunste van de kredietnemer, als de kredietnemer voldoet aan de opgelegde VLIF-steunvoorwaarden die verbonden zijn aan de investerings- of vestigingssteunaanvraag, en als de bewijsstukken zijn voorgelegd.
De kredietinstelling informeert de kredietnemer over de invloed van de toegekende rentesubsidie op het krediet in kwestie.
De kredietinstelling informeert de kredietnemer over de invloed van de toegekende rentesubsidie op het krediet in kwestie.
Art.11. Le VLIF peut approuver la subvention d'intérêt réclamée pour paiement à l'établissement de crédit, en faveur de l'emprunteur, si l'emprunteur répond aux conditions d'aide VLIF imposées qui sont liées à la demande d'aide à l'investissement ou à l'établissement, et si les pièces justificatives sont présentées.
L'établissement de crédit informe l'emprunteur quant à l'influence de la subvention d'intérêt accordée sur le crédit concerné.
L'établissement de crédit informe l'emprunteur quant à l'influence de la subvention d'intérêt accordée sur le crédit concerné.
Art.12. De kredietinstelling vraagt de uitbetaling van de toegekende rentesubsidie die verbonden is aan het krediet, jaarlijks op in het begin van het trimester van de jaarvervaldag, met uitzondering van de al verlopen toegekende rentesubsidie voor de datum van de gunstige beslissing. Die kan in het eerstvolgende trimester, na de ontvangst van de gunstige beslissing, opgevraagd worden.
Na verzenden van de eerste gunstige beslissing vraagt de erkende kredietinstelling ten laatste één jaar na deze datum de eerste uitbetaling van de verlopen toegekende rentesubsidie.
De uiterste opvraagdata voor de trimesters zijn respectievelijk 10 januari, 10 april, 10 juli of 10 oktober. De rentesubsidie wordt elektronisch opgevraagd.
Niet correct opgevraagde rentesubsidie wordt via elektronische weg gemeld aan de kredietinstelling, met vermelding van de vastgestelde afwijking. Als de kredietinstelling de opvraging opnieuw en correct doorstuurt voor de vijftiende dag van de laatste maand van het trimester, zal de rentesubsidie in het opgevraagde trimester worden uitbetaald.
Na verzenden van de eerste gunstige beslissing vraagt de erkende kredietinstelling ten laatste één jaar na deze datum de eerste uitbetaling van de verlopen toegekende rentesubsidie.
De uiterste opvraagdata voor de trimesters zijn respectievelijk 10 januari, 10 april, 10 juli of 10 oktober. De rentesubsidie wordt elektronisch opgevraagd.
Niet correct opgevraagde rentesubsidie wordt via elektronische weg gemeld aan de kredietinstelling, met vermelding van de vastgestelde afwijking. Als de kredietinstelling de opvraging opnieuw en correct doorstuurt voor de vijftiende dag van de laatste maand van het trimester, zal de rentesubsidie in het opgevraagde trimester worden uitbetaald.
Art.12. L'établissement de crédit demande le versement de la subvention d'intérêt accordée qui est liée au crédit, annuellement au début du trimestre de l'échéance, à l'exception de la subvention d'intérêt accordée déjà écoulée avant la date de la décision favorable. Celle-ci peut être réclamée au trimestre suivant, après la réception de la décision favorable.
Après l'envoi de la première décision favorable, l'établissement de crédit demande le premier paiement de la subvention d'intérêt accordée écoulée, au plus tard un an après cette date.
Les dates limites d'appel de fonds pour les trimestres sont respectivement les 10 janvier, 10 avril, 10 juillet ou 10 octobre. La subvention d'intérêt est réclamée par voie électronique.
Une subvention d'intérêt réclamée incorrectement est notifiée par voie électronique à l'établissement de crédit, avec mention de l'écart constaté. Si l'établissement de crédit envoie la réclamation une nouvelle fois et correctement avant le 15ème jour du dernier mois du trimestre, la subvention d'intérêt sera payée dans le trimestre réclamé.
Après l'envoi de la première décision favorable, l'établissement de crédit demande le premier paiement de la subvention d'intérêt accordée écoulée, au plus tard un an après cette date.
Les dates limites d'appel de fonds pour les trimestres sont respectivement les 10 janvier, 10 avril, 10 juillet ou 10 octobre. La subvention d'intérêt est réclamée par voie électronique.
Une subvention d'intérêt réclamée incorrectement est notifiée par voie électronique à l'établissement de crédit, avec mention de l'écart constaté. Si l'établissement de crédit envoie la réclamation une nouvelle fois et correctement avant le 15ème jour du dernier mois du trimestre, la subvention d'intérêt sera payée dans le trimestre réclamé.
Afdeling 3. - Stopzetten van rentesubsidie
Section 3. - Cessation de la subvention d'intérêt
Art.13. Als de kredietinstelling er kennis van heeft dat de rentesubsidie stopgezet zal worden, of bij bericht van de stopzetting van de rentesubsidie berekent de kredietinstelling de rentesubsidie tot de datum van de stopzetting van de steun en past ze de opvraging op basis van die berekening aan. De rentesubsidie wordt elektronisch opgevraagd.
Art.13. Si l'établissement de crédit a connaissance du fait que la subvention d'intérêt sera arrêtée, ou en cas d'avis de la cessation de la subvention d'intérêt, l'établissement de crédit calcule la subvention d'intérêt jusqu'à la date de la cessation de l'aide et il adapte l'appel de fonds sur la base de ce calcul. La subvention d'intérêt est réclamée par voie électronique.
Art.14. De financiële afhandeling verloopt via de kredietinstelling als de reeds uitbetaalde rentesubsidie geheel of gedeeltelijk teruggevorderd wordt.
Art.14. Le traitement financier se déroule par le biais de l'établissement de crédit si la subvention d'intérêt déjà payée est recouvrée entièrement ou partiellement.
HOOFDSTUK 4. - Waarborgadvies en waarborg
CHAPITRE 4. - Avis de garantie et garantie
Afdeling 1. - Waarborgadvies
Section 1. - Avis de garantie
Art.15. De kredietinstelling kan een waarborgadvies aanvragen tot uiterlijk zes maanden na het afsluiten van de initiële blokperiode waarin steun voor de onderliggende subsidiabele investering of overname is aangevraagd.
Art.15. L'établissement de crédit peut demander un avis de garantie jusqu'à six mois après la conclusion de la période bloc initiale dans laquelle l'aide à l'investissement subventionnable sous-jacent ou à la reprise est demandée.
Art.16. Er wordt aangetoond dat er aan de voorwaarden, vermeld in artikel 21, tweede lid, van het besluit van 11 december 2015, voldaan is. Dit wordt bewezen met een bedrijfseconomische boekhouding, een volledig schema van de jaarrekening of vergelijkbare bewijskrachtige documenten.
Art.16. Il est démontré que les conditions, visées à l'article 21, alinéa 2, de l'arrêté du 11 décembre 2015, sont remplies. Ceci est prouvé à l'aide d'une comptabilité de gestion, d'un schéma complet des comptes annuels ou de documents probants comparables.
Art.17. De onderneming verkeert niet in financiële moeilijkheden, vermeld in artikel 21, tweede lid, 1°, van het besluit van11 december 2015, als aangetoond wordt dat de onderneming geen onderneming in moeilijkheden is als vermeld in de Communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (2004/C 244/02) .
Art.17. L'entreprise n'est pas en difficultés financières, visées à l'article 21, alinéa 2, 1°, de l'arrêté du 11 décembre 2015, s'il est démontré que l'entreprise n'est pas d'entreprise en difficultés telle que visée aux Lignes directrices communautaires pour les aides d'Etat au sauvetage et à la restructuration d'entreprises en difficulté (2004/C 244/02).
Art.18. Uit het investeringsplan, vermeld in artikel 21, tweede lid, 2°, van het besluit van 11 december 2015, blijkt de financiële impact van het project op het bedrijf en blijkt dat de kredietnemer de financiële kosten van de investering kan dragen.
Art.18. Le plan d'investissement, visé à l'article 21, alinéa 2, 2°, de l'arrêté du 11 décembre 2015 démontre l'impact financier du projet sur l'entreprise, et que l'emprunteur peut prendre en charge les frais financiers de l'investissement.
Art.19. Het stellen van zekerheden, vermeld in artikel 21, tweede lid, 3°, van het besluit van 11 december 2015, wordt voor een investeringsproject aangetoond met akten waaruit blijkt dat ten minste 40 % van de nieuwwaarde van het onroerend gedeelte van het investeringsproject gedekt wordt door een hypotheek en het roerend gedeelte door een landbouwvoorrecht of pand op de handelszaak, en dat voor het overige kredietbedrag een hypothecaire volmacht wordt gegeven aan de kredietinstelling. Er wordt ook aangetoond dat onroerende goederen die verbonden zijn aan het bedrijf, gehypothekeerd worden. Als de kredietnemer een vennootschap is, wordt aangetoond dat de zaakvoerders zich borg stellen.
Het stellen van zekerheden, vermeld in artikel 21, tweede lid, 3°, van het voormelde besluit, wordt voor opstartsteun waarbij aandelen overgenomen zijn, aangetoond met akten waaruit blijkt dat de aandelen die verworven zijn in het kader van de overname, als zekerheid gesteld worden voor het krediet.
Het stellen van zekerheden, vermeld in artikel 21, tweede lid, 3°, van het voormelde besluit, wordt voor opstartsteun waarbij aandelen overgenomen zijn, aangetoond met akten waaruit blijkt dat de aandelen die verworven zijn in het kader van de overname, als zekerheid gesteld worden voor het krediet.
Art.19. Pour un projet d'investissement, la constitution de sûretés, visée à l'article 21, alinéa 2, 3°, de l'arrêté du 11 décembre 2015, est démontrée à l'aide d'actes dont il résulte qu'au moins 40% de la valeur à l'état neuf de la partie immobilière du projet d'investissement est couverte par une hypothèque et la partie mobilière par un privilège agricole ou un gage sur le fonds de commerce, et qu'une procuration hypothécaire est donnée à l'établissement de crédit pour le montant de crédit restant. Il est également démontré que les biens immobiliers liés à l'entreprise sont hypothéqués. Si l'emprunteur est une société, il est démontré que les gérants se portent garant.
Pour l'aide au démarrage avec reprise d'actions, la constitution de sûretés visée à l'article 21, alinéa 2, 3°, de l'arrêté précité est démontrée à l'aide d'actes dont il résulte que les actions acquises dans le cadre de la reprise, sont constituées comme sûretés pour le crédit.
Pour l'aide au démarrage avec reprise d'actions, la constitution de sûretés visée à l'article 21, alinéa 2, 3°, de l'arrêté précité est démontrée à l'aide d'actes dont il résulte que les actions acquises dans le cadre de la reprise, sont constituées comme sûretés pour le crédit.
Art.20. Het VLIF brengt binnen twee maanden nadat aangetoond is dat aan de voorwaarden, vermeld in artikel 21, tweede lid, van het besluit van 11 december 2015, voldaan is, een waarborgadvies uit. Die termijn kan bij gemotiveerde beslissing verlengd worden met twee maanden.
Art.20. Le VLIF émet un avis de garantie dans les deux mois après qu'il a été démontré que les conditions, visées à l'article 21, alinéa 2, de l'arrêté du 11 décembre 2015, sont remplies. Ce délai peut être prolongé de deux mois par décision motivée.
Afdeling 2. - Voorwaarden tijdens de looptijd van de waarborg
Section 2. - Conditions pendant la durée de la garantie
Art.21. Als de aan het gewaarborgde krediet gehechte zekerheden gedurende de looptijd van de waarborg wijzigen zonder voorafgaand akkoord van het VLIF, kan de waarborg afgebouwd worden voor het bedrag van de vermindering van de venale waarde.
Art.21. Si les sûretés attachées au crédit garantie changent pendant la durée de la garantie sans l'accord préalable du VLIF, la garantie peut être supprimée progressivement à concurrence du montant de la diminution de la valeur vénale.
Art.22. De kredietinstelling meldt alle verwervingen van onroerende goederen, waarvan ze kennis heeft, van de kredietnemer tijdens de gewaarborgde periode aan het VLIF. Als de te verwerven onroerende goederen gefinancierd worden met een krediet bij de betrokken kredietinstelling kan het VLIF vragen om de onroerende goederen te hypothekeren.
Art.22. L'établissement de crédit notifie au VLIF toutes les acquisitions de biens immobiliers dont il a connaissance, de l'emprunteur pendant la période garantie. Si les biens immobiliers à acquérir sont financés par un crédit chez l'établissement de crédit concerné, le VLIF peut demander d'hypothéquer les biens immobiliers.
Art.23. Als het krediet nog niet is opgezegd en nog geen beroep op de waarborg is gedaan, worden niet-betaalde, vervallen kapitaal- of intrestbedragen van een gesubsidieerd krediet uiterlijk zeven maanden na de vervaldag gemeld aan het VLIF. Als er nadien een aanzuivering is, wordt dat ook gemeld aan het VLIF.
Art.23. Si le crédit n'est pas encore résilié, et il n'est pas encore fait appel à la garantie, les montants de capital ou d'intérêt non payés et échus d'un crédit subventionné sont notifiés au VLIF au plus tard sept mois après l'échéance. S'il y a un apurement par après, il est également notifié au VLIF.
Art.24. Het VLIF kan, na verzoek, akkoord gaan met het behoud van de waarborg bij een kredietherschikking van het gewaarborgde krediet.
Art.24. Sur demande, le VLIF peut marquer son accord avec le maintien de la garantie en cas d'un rééchelonnement du crédit garanti.
Afdeling 3. - Beroep en uitbetaling waarborg
Section 3. - Recours et paiement de la garantie
Art.25. De kredietinstelling die zich beroept op de VLIF-waarborg, bezorgt de volgende documenten aan het VLIF in elektronische vorm :
1° de kredietopzegging;
2° de krediet- en zekerheidsakten;
3° de meldingen van niet-betaalde, vervallen kapitaal- of intrestbedragen en de berekening van het uitstaande kapitaal;
4° de hypothecaire akten van de zekerheden die verbonden zijn aan de gewaarborgde kredieten.
Voor de toepassing van het eerste lid geldt dat de gewaarborgde kredieten door de kredietinstelling formeel zijn opgezegd en dat de kredietnemer op formele wijze in gebreke is gesteld om de door het VLIF gewaarborgde kredieten terug te betalen.
1° de kredietopzegging;
2° de krediet- en zekerheidsakten;
3° de meldingen van niet-betaalde, vervallen kapitaal- of intrestbedragen en de berekening van het uitstaande kapitaal;
4° de hypothecaire akten van de zekerheden die verbonden zijn aan de gewaarborgde kredieten.
Voor de toepassing van het eerste lid geldt dat de gewaarborgde kredieten door de kredietinstelling formeel zijn opgezegd en dat de kredietnemer op formele wijze in gebreke is gesteld om de door het VLIF gewaarborgde kredieten terug te betalen.
Art.25. L'établissement de crédit qui a recours à la garantie VLIF, transmet les documents suivants sous forme électronique au VLIF :
1° la dénonciation du crédit ;
2° les actes de crédit et de sûreté ;
3° les notifications de montants de capital ou d'intérêt non payés et échus, et le calcul du capital restant dû ;
4° les actes hypothécaires des sûretés attachées aux crédits garantis.
Pour l'application de l'alinéa 1er, les crédits garantis sont dénoncés formellement par l'établissement de crédit, et l'emprunteur est formellement mis en demeure pour rembourser les crédits garantis par le VLIF.
1° la dénonciation du crédit ;
2° les actes de crédit et de sûreté ;
3° les notifications de montants de capital ou d'intérêt non payés et échus, et le calcul du capital restant dû ;
4° les actes hypothécaires des sûretés attachées aux crédits garantis.
Pour l'application de l'alinéa 1er, les crédits garantis sont dénoncés formellement par l'établissement de crédit, et l'emprunteur est formellement mis en demeure pour rembourser les crédits garantis par le VLIF.
Art. 26. Als de uitbetaalde provisie, vermeld in artikel 27 van het besluit van 11 december 2015, het definitieve bedrag van het uit te betalen waarborgsaldo overschrijdt, stort de kredietinstelling het te veel ontvangen bedrag terug, vermeerderd met de wettelijke intresten. Die worden berekend vanaf de datum van ontvangst van de provisie.
Als de uitbetaalde provisie lager is dan het definitieve uit te betalen waarborgsaldo, betaalt het VLIF het verschil, vermeerderd met de wettelijke intresten. De wettelijke intresten worden berekend vanaf dertig dagen na de dag waarop een beroep gedaan is op de waarborg.
Als de uitbetaalde provisie lager is dan het definitieve uit te betalen waarborgsaldo, betaalt het VLIF het verschil, vermeerderd met de wettelijke intresten. De wettelijke intresten worden berekend vanaf dertig dagen na de dag waarop een beroep gedaan is op de waarborg.
Art. 26. Si la provision payée, visée à l'article 27 de l'arrêté du 11 décembre 2015, dépasse le montant définitif du solde de garantie à payer, l'établissement de crédit rembourse le montant reçu en trop, majoré des intérêts légaux. Ceux-ci sont calculés à partir de la date de réception de la provision.
Si la provision payée est inférieure au solde de garantie à payer, le VLIF rembourse la différence, majorée des intérêts légaux. Les intérêts légaux sont calculés à partir de 30 jours après la date à laquelle un appel est fait à la garantie.
Si la provision payée est inférieure au solde de garantie à payer, le VLIF rembourse la différence, majorée des intérêts légaux. Les intérêts légaux sont calculés à partir de 30 jours après la date à laquelle un appel est fait à la garantie.