Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
18 DECEMBER 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, wat betreft activering en opvolging van het zoekgedrag
Titre
18 DECEMBRE 2015. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle, en ce qui concerne l'activation et le suivi du comportement de recherche
Documentinformatie
Numac: 2016035098
Datum: 2015-12-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016035098
Date: 2015-12-18
Moniteur: Voir
Tekst (23)
Texte (23)
Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2010, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 21° wordt tussen het woord "decreet" en het woord "betreffende" de zinsnede "van 10 december 2010" ingevoegd.
  2° er worden een punt 23° tot en met punt 26° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "23° bemiddelaar: personeelslid van de VDAB dat de nodige initiatieven neemt om de werkzoekende te ondersteunen bij de verbetering van zijn tewerkstellingsmogelijkheden;
  24° controledienst: de dienst die binnen de VDAB is belast met de controle van de beschikbaarheid van de verplicht ingeschreven werkzoekende en het in voorkomend geval bepalen van de bijbehorende sanctie;
  25° partnerorganisaties: organisaties waarmee de VDAB samenwerkt in het kader van een overheidsopdracht, subsidieovereenkomst of samenwerkingsovereenkomst;
  26° RVA: de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening."
Article 1er. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 21°, le membre de phrase " du 10 décembre 2010 " est inséré entre le mot " décret " et le mot " relatif " ;
  2° il est ajouté des points 23° à 26° inclus, rédigés comme suit :
  " 23° médiateur : un membre du personnel du VDAB qui prend les initiatives nécessaires pour aider le demandeur d'emploi à améliorer ses possibilités d'emploi ;
  24° service de contrôle : le service au sein du VDAB qui est chargé du contrôle de la disponibilité du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et, le cas échéant, de la détermination de la sanction correspondante ;
  25° organisations partenaires : les organisations avec lesquelles le VDAB collabore dans le cadre d'un marché public, d'une convention de subvention ou d'un accord de coopération ;
  26° Onem : l'Office national de l'Emploi. "
Art. 2. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de woorden "De niet-werkende werkzoekende is ertoe gehouden" vervangen door de woorden "De niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende zijn ertoe gehouden".
Art. 2. Dans l'article 5 du même arrêté, les mots " Le demandeur d'emploi inoccupé est tenu " sont remplacés par les mots " Le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement sont tenus ".
Art. 3. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014, wordt een artikel 5/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 5/1. De VDAB stelt, na advies van de raad van bestuur, een charter op dat de rechten en plichten van werkzoekenden en werkgevers in het kader van dit besluit weergeeft.".
Art. 3. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2014, il est inséré un article 5/1, rédigé comme suit :
  " Art. 5/1. Après l'avis du conseil d'administration, le VDAB établit une charte relative aux droits et obligations des demandeurs d'emploi et des employeurs dans le cadre du présent arrêté. ".
Art. 4. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de cursist die bij de VDAB is ingeschreven als niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende;";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "De cursist die bij de VDAB is ingeschreven als niet-werkende werkzoekende en die zijn studie of leertijd heeft beëindigd" vervangen door de woorden "De cursist die bij de VDAB is ingeschreven als niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende die hun studie of leertijd hebben beëindigd";
  3° in paragraaf 3, eerste lid, 3°, worden de woorden "de niet-werkende werkzoekende die een of meer personen ten laste heeft" vervangen door de woorden "de niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende die een of meer personen ten laste hebben";
  4° in paragraaf 3, derde lid, worden tussen de woorden "De VDAB kan een afwijking toestaan voor de niet-werkende werkzoekenden" en de woorden "met een indicatie van arbeidshandicap" de woorden "en de verplicht ingeschreven werkzoekende" ingevoegd.
Art. 4. A l'article 6 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° l'apprenant qui est inscrit auprès du VDAB comme demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ; " ;
  2° dans le § 2, les mots " L'apprenant qui est inscrit auprès du VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé et qui a terminé son étude ou apprentissage " sont remplacés par les mots " L'apprenant qui est inscrit auprès du VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui ont terminé leur étude ou apprentissage " ;
  3° dans le § 3, alinéa 1er, 3°, les mots " le demandeur d'emploi inoccupé qui a une ou plusieurs personnes à charge " sont remplacés par les mots " le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui ont une ou plusieurs personnes à charge " ;
  4° dans le § 3, alinéa 3, les mots " et au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement " sont insérés entre les mots " Le VDAB peut accorder une dérogation aux demandeurs d'emploi inoccupés " et les mots " avec une indication d'un handicap à l'emploi ".
Art. 5. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de woorden "De cursist die bij de VDAB is ingeschreven als niet-werkende werkzoekende en die een door de VDAB erkende beroepsopleiding volgt" vervangen door de woorden "De cursist die bij de VDAB is ingeschreven als niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende die een door de VDAB erkende beroepsopleiding volgen".
Art. 5. Dans l'article 7 du même arrêté, les mots " L'apprenant qui est inscrit auprès du VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé et qui suit une formation professionnelle reconnue par le VDAB " sont remplacés par les mots " L'apprenant qui est inscrit auprès du VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui suivent une formation professionnelle reconnue par le VDAB ".
Art. 6. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de woorden "De cursist die bij de VDAB is ingeschreven als niet-werkende werkzoekende en die een opleiding volgt in een onderwijsinstelling" vervangen door de woorden "De cursist die bij de VDAB is ingeschreven als niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende die een opleiding volgen in een onderwijsinstelling".
Art. 6. Dans l'article 8 du même arrêté, les mots " L'apprenant qui est inscrit auprès du VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé et qui suit une formation dans un établissement d'enseignement " sont remplacés par les mots " L'apprenant qui est inscrit auprès du VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui suivent une formation dans un établissement d'enseignement ".
Art. 7. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden "ingeschreven als niet-werkende werkzoekende en die een opleiding volgt" vervangen door de woorden "ingeschreven als niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende die een opleiding volgen".
Art. 7. Dans l'article 9 du même arrêté, les mots " inscrit auprès du VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé et qui suit une formation " sont remplacés par les mots " inscrit auprès du VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui suivent une formation ".
Art. 8. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de woorden "waardoor de niet-werkende werkzoekende een verminderd tarief kan genieten voor verplaatsingen" vervangen door de woorden "waardoor de niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende een verminderd tarief kunnen genieten voor verplaatsingen".
Art. 8. Dans l'article 10 du même arrêté, les mots " par lesquelles le demandeur d'emploi inoccupé peut bénéficier d'un tarif réduit pour des déplacements " sont remplacés par les mots " par lesquelles le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peuvent bénéficier d'un tarif réduit pour des déplacements ".
Art. 9. In artikel 15, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden "opleidings- en begeleidingscheques" vervangen door het woord "opleidingscheques".
Art. 9. Dans l'article 15, 1°, du même arrêté, les mots " chèques-formation et chèques-accompagnement " sont remplacés par les mots " chèques-formation ".
Art. 10. In artikel 22, tweede lid, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden "opleidings- en begeleidingscheques" vervangen door het woord "opleidingscheques".
Art. 10. Dans l'article 22, alinéa 2, 1°, du même arrêté, les mots " chèques-formation et chèques-accompagnement " sont remplacés par les mots " chèques-formation ".
Art. 11. In artikel 28, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden "opleidings- en begeleidingscheques" vervangen door het woord "opleidingscheques".
Art. 11. Dans l'article 28, 1°, du même arrêté, les mots " chèques-formation et chèques-accompagnement " sont remplacés par les mots " chèques-formation ".
Art. 12. Artikel 35 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 35. In het belang van de niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende kan de VDAB, met het oog op een werkaanbieding, een beroepsopleiding of een trajectbepaling:
  1° de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende laten nagaan door middel van een geneeskundig onderzoek;
  2° de niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende onderwerpen aan een psychologisch onderzoek;
  3° de beroepskwalificatie van de niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende laten onderzoeken.
  De niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende hebben recht op een bespreking van de resultaten van de onderzoeken, vermeld in het eerste lid. De onderzoeken zijn gratis voor de niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende.".
Art. 12. L'article 35 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 35. Dans l'intérêt du demandeur d'emploi inoccupé et du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le VDAB peut en vue d'une offre d'emploi, d'une formation professionnelle ou d'une détermination du parcours :
  1° soumettre le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement à un examen médical pour vérifier sa capacité physique ou mentale ;
  2° soumettre le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement à un examen psychologique ;
  3° faire examiner la qualification professionnelle du demandeur d'emploi inoccupé et du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
  Le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ont droit à une discussion des résultats des examens, visés à l'alinéa 1er. Les examens sont gratuits pour le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. ".
Art. 13. Artikel 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 36. De begeleiding naar werk omvat alle opleidings-, begeleidings- en bemiddelingsacties en start met de inschatting van de behoeften van de werkzoekende. Tijdens die inschatting worden de stappen uitgestippeld die nodig zijn voor de integratie op de arbeidsmarkt.
  Het eerste lid is ook van toepassing als de begeleiding naar werk wordt georganiseerd door natuurlijke personen of rechtspersonen met wie de VDAB samenwerkt of die in opdracht van de VDAB begeleiding organiseren voor niet-werkende werkzoekenden.".
Art. 13. L'article 36 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 36. L'accompagnement à l'emploi comprend toutes les actions de formation, d'accompagnement et de médiation et commence par l'appréciation des besoins du demandeur d'emploi. Pendant cette appréciation, les étapes nécessaires à l'intégration dans le marché de l'emploi sont identifiées.
  L'alinéa 1er s'applique également si l'accompagnement à l'emploi est organisé par des personnes physiques ou morales avec qui le VDAB collabore ou qui organisent l'accompagnement pour des demandeurs d'emploi inoccupés pour le compte du VDAB. ".
Art. 14. Artikel 37, 38, 39 en 40 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 14. Les articles 37, 38, 39 et 40 du même arrêté sont abrogés.
Art. 15. Artikel 42 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 42. De niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende die een oriënterende stage lopen, hebben recht op de vergoedingen, vermeld in artikel 6.".
Art. 15. L'article 42 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 42. Le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui suivent un stage d'orientation ont droit aux indemnités, visées à l'article 6. ".
Art. 16. In artikel 66 van hetzelfde besluit worden tussen het woord "werkzoekende" en het woord "voorstellen" de woorden "en de verplicht ingeschreven werkzoekende" ingevoegd.
Art. 16. Dans l'article 66 du même arrêté, les mots " et au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement " sont insérés entre les mots " au demandeur d'emploi inoccupé " et les mots " de suivre ".
Art. 17. In artikel 72, § 2, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt a) worden de woorden "werkloosheids- of wachtuitkeringen" vervangen door de woorden "werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen";
  2° in punt e), 1), wordt de zinsnede "werkloosheids-, wacht- of onderbrekingsuitkeringen" vervangen door de zinsnede "werkloosheids-, inschakelings- of onderbrekingsuitkeringen".
Art. 17. Dans l'article 72, § 2, alinéa 1er, 1°, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point a), les mots " des allocations de chômage ou d'attente " sont remplacés par les mots " des allocations de chômage ou d'insertion " ;
  2° dans le point e), 1), le membre de phrase " d'allocations de chômage, d'attente ou d'interruption " est remplacé par le membre de phrase " d'allocations de chômage, d'insertion ou d'interruption ".
Art. 18. In artikel 83 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan het eerste lid worden de woorden "en verplicht ingeschreven werkzoekenden" toegevoegd;
  2° in het tweede lid worden de woorden "welke opleidingen een niet-werkende werkzoekende kan volgen" vervangen door de woorden "welke opleidingen een niet-werkende werkzoekende en een verplicht ingeschreven werkzoekende kunnen volgen".
Art. 18. A l'article 83 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " et demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement, " sont insérés entre les mots " pour demandeurs d'emploi inoccupés " et les mots " pour le compte du VDAB " ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " les formations qu'un demandeur d'emploi inoccupé peut suivre " sont remplacés par les mots " les formations qu'un demandeur d'emploi inoccupé et un demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peuvent suivre ".
Art. 19. In artikel 87 van hetzelfde besluit worden de woorden "welke opleidingen een niet-werkende werkzoekende kan volgen" vervangen door de woorden "welke opleidingen en onder welke voorwaarden een niet-werkende werkzoekende en een verplicht ingeschreven werkzoekende kunnen volgen".
Art. 19. Dans l'article 87 du même arrêté, les mots " les formations qu'un demandeur d'emploi inoccupé peut suivre " sont remplacés par les mots " les formations qu'un demandeur d'emploi inoccupé et un demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peuvent suivre, et les conditions auxquelles ils peuvent les suivre, ".
Art. 20. In artikel 88 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De VDAB beslist of een niet-werkende werkzoekende en een verplicht ingeschreven werkzoekende een opleiding in een onderwijsinstelling kunnen volgen met een VDAB-overeenkomst.";
  2° in het derde lid wordt het woord "wachttijd" vervangen door het woord "beroepsinschakelingstijd";
  3° in het vierde lid worden tussen de woorden "niet-werkende werkzoekende" en de woorden "om een herziening" de woorden "en de verplicht ingeschreven werkzoekende" ingevoegd.
Art. 20. A l'article 88 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Le VDAB décide si un demandeur d'emploi inoccupé et un demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peuvent suivre une formation avec un contrat VDAB dans un établissement d'enseignement. " ;
  2° dans l'alinéa 3, les mots " au délai de carence " sont remplacés par les mots " au stage d'insertion professionnelle " ;
  3° dans l'alinéa 4, les mots " et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement " sont insérés entre les mots " le demandeur d'emploi inoccupé " et les mots " peut demander ".
Art. 21. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014, wordt een titel III/I, die bestaat uit artikel 111/1 tot en met 111/30, ingevoegd, die luidt als volgt:
  "Titel III/1. Activering en beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt
  Hoofdstuk 1. Activering en opvolging zoekgedrag
  Afdeling 1. Algemene bepalingen
  Art. 111/1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
  1° actie: het ingaan op een voorstel tot gesprek, bemiddeling, werkaanbieding, werkervaring, inschakeling, opleiding of begeleiding;
  2° afspraken: de verbintenissen die zijn opgenomen in het afsprakenblad en in het ultieme afsprakenblad;
  3° schriftelijk: via brief of elektronisch;
  4° verblijfplaats: het laatst aan de VDAB doorgegeven adres als dat binnen het Vlaamse Gewest ligt of, bij gebrek daaraan, de verblijfplaats, vermeld in artikel 3 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
  5° passende dienstbetrekking: de dienstbetrekking, vermeld in hoofdstuk V, afdeling 2 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering;
  6° passend aanbod: een aanbod tot begeleiding, bemiddeling, opleiding of werk dat aansluit bij de noden en competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende;
  7° opvolgingsgesprek: het gesprek tussen de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende dat de opvolging van het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende opent of voortzet.
  Art. 111/2. Om termijnen te berekenen met toepassing van dit hoofdstuk, worden als dagen alle kalenderdagen meegeteld. Als een termijn eindigt op een zaterdag, zondag, of feestdag als vermeld in artikel X 11 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wordt als laatste dag van de termijn de eerstvolgende werkdag bedoeld.
  Art. 111/3. De bemiddelaar volgt het werkzoekgedrag op van de verplicht ingeschreven werkzoekende.
  Art. 111/4. Bij de inschrijving als werkzoekende wordt de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte gebracht:
  1° dat hij zich moet integreren op de arbeidsmarkt, enerzijds door actief een betrekking te zoeken tijdens zijn werkloosheid, en anderzijds door mee te werken aan de acties en afspraken die hem door de VDAB worden voorgesteld;
  2° dat hij kan worden uitgenodigd voor een opvolgingsgesprek, waarop hij verplicht aanwezig moet zijn;
  3° van de mogelijke gevolgen van de beoordeling van zijn werkzoekgedrag;
  4° van zijn rechten en plichten.
  Art. 111/5. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt door de VDAB uitgenodigd om na te gaan welke zijn mogelijkheden zijn om een of meer acties uit te voeren. Zijn aanwezigheid op dat gesprek is verplicht. De verplicht ingeschreven werkzoekende moet de acties uitvoeren die in onderling overleg zijn overeengekomen.
  Afdeling 2. Opvolging van het werkzoekgedrag
  Art. 111/6. § 1. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt door de VDAB uitgenodigd voor een opvolgingsgesprek om na te gaan of hij zich voldoende heeft geïntegreerd op de arbeidsmarkt, enerzijds door elke overeengekomen actie en afspraak uit te voeren, anderzijds door voldoende inspanningen te leveren om actief een betrekking te zoeken.
  Het opvolgingsgesprek vindt op zijn vroegst plaats de zevende dag na de verzending, tenzij anders overeengekomen. De verplicht ingeschreven werkzoekende moet aanwezig zijn op elk opvolgingsgesprek.
  § 2. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet aanwezig is op het opvolgingsgesprek en hij een geldige reden heeft, wordt hem een tweede uitnodiging gestuurd.
  Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op de tweede uitnodiging voor het opvolgingsgesprek, vermeld in het eerste lid, ongeacht of hij al dan niet een geldige reden heeft, wordt hem aangetekend een derde uitnodiging gestuurd.
  Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op de derde uitnodiging, vermeld in het tweede lid, ongeacht of hij al dan niet een geldige reden heeft, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst.
  § 3. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet aanwezig is op het opvolgingsgesprek en hij geen geldige reden heeft, wordt hem aangetekend een tweede uitnodiging gestuurd.
  Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op de tweede uitnodiging, vermeld in het eerste lid, en hij een geldige reden heeft, wordt hem aangetekend een derde uitnodiging gestuurd.
  Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op de derde uitnodiging, vermeld in het tweede lid, ongeacht of hij al dan niet een geldige reden heeft, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst.
  § 4. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet aanwezig is op het opvolgingsgesprek en hij geen geldige reden heeft, wordt hem aangetekend een tweede uitnodiging gestuurd.
  Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op de tweede uitnodiging, vermeld in het eerste lid, en hij geen geldige reden heeft, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst.
  § 5. Een opvolgingsgesprek kan ook plaatsvinden op verzoek van de verplicht ingeschreven werkzoekende, binnen een redelijke termijn na het vorige opvolgingsgesprek.
  Art. 111/7. § 1. Tijdens het opvolgingsgesprek beoordeelt de bemiddelaar het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende op basis van:
  1° de volgende inlichtingen waarover de VDAB al beschikt en die tijdens het gesprek aan de verplicht ingeschreven werkzoekende worden meegedeeld:
  a) de overeengekomen acties en afspraken;
  b) de sollicitatiefeedback van de werkgever en de verplicht ingeschreven werkzoekende;
  c) de informatie afkomstig van de RVA en de partnerorganisaties van de VDAB;
  d) de gegevens over de loopbaan van de werkzoekende. Die inlichtingen worden tijdens het gesprek aan de verplicht ingeschreven werkzoekende meegedeeld;
  2° de inlichtingen over de inspanningen die de verplicht ingeschreven werkzoekende heeft geleverd om zich te integreren op de arbeidsmarkt, en die door de verplicht ingeschreven werkzoekende zelf zijn meegedeeld.
  In geval van twijfel over de juistheid van de inlichtingen die de verplicht ingeschreven werkzoekende meedeelt, kan de VDAB de verklaringen en documenten die de verplicht ingeschreven werkzoekende voorlegt, verifiëren.
  § 2. Bij de beoordeling van de inspanningen die de verplicht ingeschreven werkzoekende heeft geleverd, houdt de bemiddelaar rekening met:
  1° zijn competenties;
  2° zijn leeftijd;
  3° zijn opleidingsniveau;
  4° zijn verplaatsingsmogelijkheden;
  5° zijn fysieke en mentale capaciteiten;
  6° de toestand van de arbeidsmarkt in de subregio waar de verplicht ingeschreven werkzoekende zijn verblijfplaats heeft. Onder subregio wordt het gebied verstaan waarin inwoners van dezelfde gemeente als de verplicht ingeschreven werkzoekende en van de aangrenzende gemeenten zich verplaatsen om te gaan werken;
  7° zijn sociale en familiale situatie
  8° andere relevante gegevens.
  § 3. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende van oordeel is dat hij fysiek of mentaal niet of niet meer geschikt is om een bepaald beroep uit te oefenen of bepaalde acties te verrichten, kan de VDAB een medisch onderzoek laten uitvoeren. De verplicht ingeschreven werkzoekende mag zich laten bijstaan door zijn behandelende arts. De arts die aangewezen is door de VDAB, geeft een advies over de beroepen die de verplicht ingeschreven werkzoekende nog kan uitoefenen of over de acties die hij nog kan verrichten.
  Art. 111/8. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/6, vaststelt dat de verplicht ingeschreven werkzoekende voldoende inspanningen heeft geleverd om zich te integreren op de arbeidsmarkt, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die beoordeling uiterlijk veertien dagen na het gesprek. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt er ook van op de hoogte gebracht dat hij zijn inspanningen om zich te integreren op de arbeidsmarkt moet voortzetten en dat later een nieuw opvolgingsgesprek volgt. De bemiddelaar bepaalt de frequentie van de opvolgingsgesprekken.
  Art. 111/9. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/6, vaststelt dat de verplicht ingeschreven werkzoekende onvoldoende inspanningen heeft geleverd om zich te integreren op de arbeidsmarkt, dan maken de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende tijdens het opvolgingsgesprek in onderling overleg een afsprakenblad op, rekening houdend met de persoonlijke situatie en competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en de criteria van de passende dienstbetrekking.
  Het afsprakenblad wordt opgesteld in twee exemplaren, gedateerd en ondertekend door de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende. Een exemplaar wordt aan de verplicht ingeschreven werkzoekende overhandigd. Door de ondertekening verbindt de verplicht ingeschreven werkzoekende zich ertoe de afspraken uit te voeren tijdens de afgesproken periode. De bemiddelaar brengt de verplicht ingeschreven werkzoekende tevens op de hoogte van de beoordeling van zijn inspanningen om zich te integreren op de arbeidsmarkt uiterlijk veertien dagen na het gesprek.
  Art. 111/10. Op het tijdstip dat afgesproken is in het afsprakenblad, vermeld in artikel 111/9, vindt opnieuw een opvolgingsgesprek plaats. Tijdens dat opvolgingsgesprek beoordeelt de bemiddelaar de naleving door de verplicht ingeschreven werkzoekende van de afspraken die zijn opgenomen in het afsprakenblad en de inspanningen die hij heeft geleverd om zich te integreren op de arbeidsmarkt. De verplicht ingeschreven werkzoekende moet aanwezig zijn op het opvolgingsgesprek.
  Art. 111/11. § 1. Als de bemiddelaar vaststelt dat de verplicht ingeschreven werkzoekende de afspraken die hij in het afsprakenblad, vermeld in artikel 111/9, is aangegaan, heeft nageleefd en voldoende inspanningen heeft geleverd om zich te integreren op de arbeidsmarkt, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die beoordeling uiterlijk veertien dagen na het opvolgingsgesprek. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt er ook van op de hoogte gebracht dat hij zijn inspanningen om zich te integreren op de arbeidsmarkt moet voortzetten en dat hij voor een nieuw opvolgingsgesprek zal worden uitgenodigd.
  Tijdens hetzelfde opvolgingsgesprek maken de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende in onderling overleg een nieuw afsprakenblad op, rekening houdend met de persoonlijke situatie en competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en met de criteria van de passende dienstbetrekking.
  § 2. Als het afsprakenblad, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, ter ondertekening wordt voorgelegd aan de verplicht ingeschreven werkzoekende in toepassing van artikel 111/9, ondertekenen hij en de bemiddelaar het afsprakenblad. De verplicht ingeschreven werkzoekende verbindt zich ertoe de afspraken uit te voeren die van hem verwacht worden tijdens de afgesproken periode. Het afsprakenblad wordt opgesteld in twee exemplaren, gedateerd, waarvan een exemplaar aan de verplicht ingeschreven werkzoekende wordt overhandigd.
  Ook als het afsprakenblad, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, niet ter ondertekening wordt voorgelegd aan de verplicht ingeschreven werkzoekende, in toepassing van artikel 111/6, verbindt hij zich ertoe de afspraken uit te voeren die van hem verwacht worden tijdens de afgesproken periode.
  Art. 111/12. Als de bemiddelaar vaststelt dat de verplicht ingeschreven werkzoekende de afspraken die hij in het afsprakenblad, vermeld in artikel 111/9, is aangegaan, niet heeft nageleefd, en onvoldoende inspanningen heeft geleverd om zich te integreren op de arbeidsmarkt, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die beoordeling tijdens het opvolgingsgesprek.
  Tijdens hetzelfde opvolgingsgesprek bepaalt de bemiddelaar de afspraken die worden opgenomen op een ultiem afsprakenblad, rekening houdend met de persoonlijke situatie en competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en de criteria van de passende dienstbetrekking. De verplicht ingeschreven werkzoekende verbindt zich ertoe de afspraken uit te voeren tijdens de volgende maand.
  Het ultieme afsprakenblad wordt opgesteld in twee exemplaren, gedateerd en ondertekend door de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende. Een exemplaar wordt aan de verplicht ingeschreven werkzoekende overhandigd. Door de ondertekening verbindt de verplicht ingeschreven werkzoekende zich tot de uitvoering van de afspraken tijdens de afgesproken periode. Dit ultieme afsprakenblad wordt beschouwd als een formele verwittiging in het kader van de controle op de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt van de verplicht ingeschreven werkzoekende.
  Art. 111/13. Op het tijdstip dat afgesproken is in het ultieme afsprakenblad, vermeld in artikel 111/12, vindt een nieuw opvolgingsgesprek plaats. Tijdens dat opvolgingsgesprek beoordeelt de bemiddelaar de naleving door de verplicht ingeschreven werkzoekende van de afspraken die zijn opgenomen in het ultieme afsprakenblad.
  Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op de uitnodiging voor het opvolgingsgesprek, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst.
  Art. 111/14. Als de bemiddelaar vaststelt dat de verplicht ingeschreven werkzoekende de afspraken die hij in het ultieme afsprakenblad is aangegaan, heeft nageleefd, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die positieve beoordeling uiterlijk veertien dagen na het opvolgingsgesprek.
  De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt er ook van op de hoogte gebracht dat hij zijn inspanningen om zich te integreren op de arbeidsmarkt moet voortzetten en dat hij voor een nieuw opvolgingsgesprek zal worden uitgenodigd.
  Tijdens hetzelfde opvolgingsgesprek maken de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende in onderling overleg een aangepast afsprakenblad op, rekening houdend met de persoonlijke situatie van de verplicht ingeschreven werkzoekende en de criteria van de passende dienstbetrekking.
  Als het afsprakenblad, vermeld in het derde lid, ter ondertekening aan de verplicht ingeschreven werkzoekende wordt voorgelegd, in toepassing van artikel 111/9, ondertekenen hij en de bemiddelaar het afsprakenblad. De verplicht ingeschreven werkzoekende verbindt zich ertoe de afspraken uit te voeren die van hem verwacht worden tijdens de afgesproken periode. Het afsprakenblad wordt opgesteld in twee gedateerde exemplaren, waarvan een exemplaar wordt overhandigd aan de verplicht ingeschreven werkzoekende.
  Ook als het afsprakenblad, vermeld in het derde lid, niet ter ondertekening wordt voorgelegd aan de verplicht ingeschreven werkzoekende, in toepassing van artikel 111/6, verbindt hij zich ertoe de afspraken uit te voeren die van hem verwacht worden tijdens de afgesproken periode.
  Art. 111/15. Als de bemiddelaar vaststelt dat de verplicht ingeschreven werkzoekende de afspraken die hij in het ultieme afsprakenblad is aangegaan, niet heeft nageleefd, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende, uiterlijk veertien dagen na het opvolgingsgesprek, op de hoogte van die negatieve beoordeling en bezorgt hij zijn dossier aan de controledienst.
  Art. 111/16. Met behoud van de toepassing van artikel 111/6, 111/13 en 111/15 bezorgt de bemiddelaar een dossier aan de controledienst als:
  1° de verplicht ingeschreven werkzoekende weigert een trajectovereenkomst, afsprakenblad of ultiem afsprakenblad te ondertekenen als hem dat ter ondertekening wordt voorgelegd;
  2° de verplicht ingeschreven werkzoekende zich niet aanmeldt bij een werkgever en daarvoor geen geldige reden heeft, nadat hij daarvoor van de VDAB een opdracht heeft ontvangen;
  3° de verplicht ingeschreven werkzoekende weigert een passende dienstbetrekking of een passend aanbod te aanvaarden;
  4° door toedoen van de verplicht ingeschreven werkzoekende een begeleidingsplan, competentieversterking of opleidingscontract mislukt of wordt stopgezet.
  De verplicht ingeschreven werkzoekende die zich op een medische reden beroept om een passende dienstbetrekking of een passend aanbod te weigeren, kan onderworpen worden aan een medisch onderzoek als vermeld in artikel 111/7, § 3. Als de medische reden waarop de verplicht ingeschreven werkzoekende zich beroept om de passende dienstbetrekking of het passende aanbod te weigeren, niet voldoende wordt geacht, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst.
  Art. 111/17. Als de briefwisseling van de VDAB naar de verblijfplaats van de verplicht ingeschreven werkzoekende terugkeert naar de VDAB, en de VDAB alle redelijke pogingen heeft ondernomen om de verplicht ingeschreven werkzoekende te bereiken, wordt het dossier van de verplicht ingeschreven werkzoekende bezorgd aan de controledienst.
  Als de controledienst vaststelt dat de uitnodigingen voor het opvolgingsgesprek zijn verzonden naar de verblijfplaats van de verplicht ingeschreven werkzoekende, gaat die onmiddellijk over tot schorsing van het recht op een uitkering tot de verplicht ingeschreven werkzoekende zich opnieuw inschrijft bij de VDAB.
  Afdeling 3. De controledienst en het verhoor
  Art. 111/18. Er wordt een controledienst opgericht die kennisneemt van de dossiers die hem worden bezorgd. Die controledienst is een onafhankelijke en neutrale dienst.
  De controledienst oefent zijn taken onpartijdig uit en de controletaak wordt gescheiden van de bemiddelings-, begeleidings- en opleidingstaken van de VDAB. De medewerkers van de controledienst vermijden ieder reëel en vermeend belangenconflict. Telkens als een verdenking zou kunnen ontstaan op dat vlak, moet de medewerker zich laten vervangen.
  De controledienst is bovendien onafhankelijk, hetgeen betekent dat de medewerkers van de VDAB die met de controletaak zijn belast, niet mogen worden beïnvloed bij het nemen van hun beslissingen en zich alleen mogen laten leiden door objectieve overwegingen en feiten. Onafhankelijkheid in de adviesfunctie, vermeld in artikel 111/20, wil zeggen dat de controledienst alle belangen en standpunten in overweging neemt en als adviseur volledig losstaat van de belangen van enige partij.
  Art. 111/19. De controledienst beoordeelt de ontvankelijkheid van dossiers die aan hem worden bezorgd. Als het dossier ontvankelijk is, wordt de verplicht ingeschreven werkzoekende uitgenodigd om gehoord te worden over de feiten die aan de grondslag liggen van de reden waarom het dossier is doorgestuurd naar de controledienst, en over zijn verweermiddelen.
  Art. 111/20. De controledienst kan ook, als de bemiddelaar daarom verzoekt, een niet-bindend, onafhankelijk en neutraal advies verstrekken over de toepassing van deze titel. Dat advies kan geen gevolgen hebben voor de werkloosheids- of inschakelingsuitkering van de verplicht ingeschreven werkzoekende.
  Art. 111/21. § 1. Het verhoor, vermeld in artikel 111/19, vindt op zijn vroegst plaats de eenentwintigste dag na de verzending van de uitnodiging. De uitnodiging wordt verstuurd met een brief die de reden, de dag, het uur en de plaats van het verhoor vermeldt, alsook de mogelijkheid om niet te verschijnen maar schriftelijk verweermiddelen naar voren te brengen. De controledienst brengt de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van zijn rechten en plichten en bezorgt hem de informatie bedoeld in artikel 111/22, § 2, 2° en 3°.
  Als de verplicht ingeschreven werkzoekende wil gebruikmaken van het schriftelijke verweer, moet de bevoegde regionale afdeling van de controledienst, behoudens in geval van overmacht, dat verweer ontvangen uiterlijk de werkdag die voorafgaat aan de werkdag waarop de verplicht ingeschreven werkzoekende voor het verhoor is uitgenodigd.
  Schriftelijk verweer is niet mogelijk als de reden waarom het dossier bezorgd is aan de controledienst, betrekking heeft op het niet-uitvoeren van de afspraken die opgenomen zijn in het afsprakenblad, het ultieme afsprakenblad of de trajectovereenkomst.
  § 2. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende de dag waarvoor hij uitgenodigd is, verhinderd is, mag hij vragen dat het verhoor verdaagd wordt tot een datum die niet later mag vallen dan zeven dagen na de datum die eerst was vastgesteld. Behalve in geval van overmacht wordt het uitstel slechts eenmaal verleend. De bevoegde regionale afdeling van de controledienst moet, behoudens in geval van overmacht, het verzoek tot uitstel uiterlijk ontvangen de zevende dag nadat de uitnodiging verzonden is.
  § 3. De verplicht ingeschreven werkzoekende heeft de mogelijkheid om zich op het verhoor te laten bijstaan door een persoon naar keuze of om zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat, een afgevaardigde van een werknemersorganisatie of zijn voorlopige bewindvoerder.
  § 4. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet aanwezig is op het verhoor, noch in persoon noch door vertegenwoordiging, of geen schriftelijk verweer indient en als hij geen uitstel van het verhoor heeft aangevraagd, neemt de controledienst een beslissing bij verstek.
  Art. 111/22. § 1. De controledienst beslist over de schorsing, vermindering of uitsluiting van het recht op werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen. De controledienst kan ook een verwittiging geven.
  § 2. De controledienst houdt, voor zover die informatie ter beschikking is uiterlijk op het moment van het verhoor, rekening met:
  1° de informatie, afkomstig van de verplicht ingeschreven werkzoekende;
  2° de informatie, afkomstig van de bemiddelaar. Hieronder vallen het dossier dat de bemiddelaar heeft bezorgd aan de controledienst, de beoordelingen en de evaluaties die de bemiddelaar heeft opgemaakt conform afdeling 2;
  3° de informatie, afkomstig van partnerorganisaties;
  4° de beslissingen die zijn genomen binnen een periode van twaalf maanden vóór de controledienst een beslissing heeft genomen;
  5° de informatie, afkomstig van de RVA, met inbegrip van de door RVA of de diensten van de andere gewesten bevoegd voor de controle op de beschikbaarheid opgelegde sancties, als die sancties zijn opgelegd binnen de periode van vierentwintig maanden vóór de controledienst een beslissing heeft genomen.
  De controledienst heeft het recht om alle relevante informatie op te vragen ter verduidelijking van de dossiers die hem worden bezorgd, zowel bij VDAB-medewerkers als bij partnerorganisaties en overheidsinstellingen die relevante informatie over de dossiers kunnen bezitten. Bij een vermoeden van het gebruik van vervalste stukken zal de controledienst de RVA hiervan op de hoogte stellen.
  Art. 111/23. § 1. De gemotiveerde beslissing van de controledienst wordt schriftelijk meegedeeld aan de verplicht ingeschreven werkzoekende binnen veertien kalenderdagen na het verhoor. Als de beslissing invloed heeft op het recht op uitkeringen, wordt ze meegedeeld aan de RVA ter uitvoering.
  De gemotiveerde beslissing die bezorgd wordt aan de werkzoekende, vermeldt onder meer de beroepsmogelijkheid, de bevoegde rechtbank, de termijn waarin en de wijze waarop het beroep moet worden ingesteld.
  § 2. Als een beroep bij de arbeidsrechtbank wordt ingesteld tegen een beslissing van de controledienst, brengt de VDAB de RVA daarvan op de hoogte.
  Afdeling 4. Herzieningsprocedure
  Art. 111/24. Met behoud van de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen over verjaring kan de controledienst zijn beslissing herzien binnen de termijn voor het instellen van een beroep bij het bevoegde rechtscollege of, als het beroep al is ingesteld, tot de sluiting van de debatten als:
  1° vastgesteld wordt dat de beslissing van de controledienst is aangetast door een juridische of materiële vergissing;
  2° op de datum waarop de beslissing is ingegaan, het recht door een wettelijke of reglementaire bepaling is gewijzigd;
  3° een nieuw feit of nieuw bewijsmateriaal dat een weerslag heeft op de rechten van de verzoeker, ingeroepen wordt;
  4° vastgesteld wordt dat de beslissing van de controledienst is aangetast doordat de verplicht ingeschreven werkzoekende onjuiste of onvolledige verklaringen heeft afgelegd, een vereiste aangifte niet heeft gedaan of te laat heeft gedaan, onjuiste of vervalste stukken heeft voorgelegd of onregelmatigheden heeft begaan.
  De nieuwe beslissing heeft uitwerking op de datum waarop de verbeterde beslissing had moeten ingaan, met behoud van de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen over verjaring. Die beslissing wordt aan de RVA meegedeeld.
  Art. 111/25. Als tegen de beslissing van de controledienst beroep is ingesteld, en die beslissing wordt herzien met toepassing van deze afdeling, wordt de herziening aan het bevoegde arbeidsgerecht meegedeeld. De controledienst brengt het bevoegde arbeidsgerecht op de hoogte van de nieuwe beslissing als ze een weerslag kan hebben op het geding.
  Afdeling 5. Controle van beschikbaarheid tijdens outplacementbegeleiding
  Art. 111/26. Het dossier van de verplicht ingeschreven werkzoekende wordt bezorgd aan de controledienst als:
  1° een werknemer weigert mee te werken aan of in te gaan op een aanbod van outplacementbegeleiding, als dat aanbod reglementair verplicht is;
  2° een werknemer zich niet inschrijft of niet ingeschreven blijft als hij daartoe verplicht is, in overeenstemming met de termijnen, bepaald krachtens artikel 34 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, bij een tewerkstellingscel waaraan de werkgever deelneemt;
  3° een werknemer zijn werkgever niet schriftelijk in gebreke stelt als die laatste geen outplacementbegeleiding heeft aangeboden met toepassing van artikel 13 van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers, binnen de termijnen en conform de procedure, vermeld in cao nr. 82, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 10 juli 2002;
  4° een werknemer weigert mee te werken aan of in te gaan op een aanbod van outplacementbegeleiding dat georganiseerd wordt door een tewerkstellingscel waaraan de werkgever deelneemt.
  De verplicht ingeschreven werkzoekende die zich op een medische reden beroept om de situaties, vermeld in het eerste lid, 1°, 2° en 4°, te rechtvaardigen, kan onderworpen worden aan een medisch onderzoek. De medische onderzoeken worden uitgevoerd door de artsen die door de VDAB zijn aangesteld. De verplicht ingeschreven werkzoekende mag zich laten bijstaan door zijn behandelende arts.
  Als de medische reden waarop de verplicht ingeschreven werkzoekende zich beroept om de situaties, vermeld in het eerste lid, 1°, 2° en 4°, te rechtvaardigen niet voldoende wordt geacht, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst.
  Afdeling 6. Jonge verplicht ingeschreven werkzoekende in beroepsinschakelingstijd
  Art. 111/27. § 1. In deze afdeling wordt onder jonge verplicht ingeschreven werkzoekende verstaan de verplicht ingeschreven werkzoekende die is ingeschreven met het oog op het verkrijgen van inschakelingsuitkeringen en die voldoet aan de voorwaarden inzake leeftijd en studies, vermeld in artikel 36 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.
  § 2. Bij zijn eerste inschrijving als werkzoekende in het kader van de beroepsinschakelingstijd wordt de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende er schriftelijk van op de hoogte gebracht:
  1° dat hij zich moet integreren op de arbeidsmarkt, enerzijds door actief een betrekking te zoeken tijdens zijn werkloosheid en anderzijds door mee te werken aan de acties en afspraken die hem door de VDAB worden voorgesteld;
  2° dat in de loop van de zesde en elfde maand van de beroepsinschakelingstijd, zijn werkzoekgedrag door de VDAB beoordeeld zal worden;
  3° dat hij op het einde van de beroepsinschakelingstijd toegelaten kan worden tot het recht op inschakelingsuitkeringen als hij voldoet aan de voorwaarden, vermeld in deze afdeling en aan de vereisten gesteld in het voormelde koninklijk besluit van 25 november 1991.
  De jonge verplicht ingeschreven werkzoekende wordt ook op de hoogte gebracht van het verdere verloop van de opvolgingsprocedure van het actieve werkzoekgedrag en van de eventuele gevolgen.
  § 3. De jonge verplicht ingeschreven werkzoekende wordt uitgenodigd voor een gesprek bij een bemiddelaar in de loop van de zesde en elfde maand van zijn beroepsinschakelingstijd met het oog op de beoordeling van zijn werkzoekgedrag.
  § 4. In afwijking van paragraaf 3 zal de VDAB geen uitnodiging sturen naar de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende die over een geldige reden beschikt waardoor hij niet beschikbaar is voor een gesprek.
  Een nieuwe uitnodiging wordt op zijn vroegst gestuurd als de gebeurtenis die een geldige reden is als vermeld in het eerste lid, is afgelopen.
  § 5. Er zal ook geen uitnodiging gestuurd worden naar de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende als de bemiddelaar op basis van het dossier over genoeg elementen beschikt die tot een positieve beoordeling leiden.
  Art. 111/28. De jonge verplicht ingeschreven werkzoekende moet aanwezig zijn op de gesprekken, vermeld in artikel 111/27. Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende zich niet aanmeldt op die gesprekken, wordt hem een nieuwe aangetekende uitnodiging gestuurd. Als hij niet ingaat op de nieuwe aangetekende uitnodiging, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst.
  Art. 111/29. § 1. Tijdens het gesprek, vermeld in artikel 111/27, § 3, beoordeelt de VDAB het werkzoekgedrag van de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende op basis van:
  1° de volgende inlichtingen waarover de VDAB al beschikt in verband met de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende:
  a) de overeengekomen acties en afspraken;
  b) de tewerkstellingsperiodes;
  c) de ziekteperiodes;
  d) de inlichtingen van de RVA;
  e) andere relevante gegevens;
  2° de inlichtingen van de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende zelf over de stappen die hij gezet heeft om werk te zoeken.
  De inlichtingen, vermeld in het eerste lid, worden tijdens het gesprek aan de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende meegedeeld. In geval van twijfel over de juistheid van de informatie die de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende meedeelt, kan de VDAB de verklaringen en documenten die de verplicht ingeschreven werkzoekende voorlegt, verifiëren.
  § 2. Bij de beoordeling van de inspanningen die de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende heeft geleverd, houdt de VDAB rekening met:
  1° zijn competenties;
  2° zijn leeftijd;
  3° zijn opleidingsniveau;
  4° zijn verplaatsingsmogelijkheden;
  5° zijn fysieke en mentale capaciteiten;
  6° de toestand van de arbeidsmarkt in de subregio waar de verplicht ingeschreven werkzoekende zijn hoofdverblijfplaats heeft. Onder subregio wordt verstaan het gebied waarin inwoners van dezelfde gemeente als de verplicht ingeschreven werkzoekende en van de aangrenzende gemeenten zich verplaatsen om te gaan werken;
  7° zijn sociale en familiale situatie;
  8° andere relevante gegevens.
  § 3. In geval van een positieve beoordeling informeert de VDAB de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende schriftelijk daarover, uiterlijk veertien dagen na het gesprek. Als het gaat om het gesprek tijdens de zesde maand van de beroepsinschakelingstijd, wordt de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende er ook van op de hoogte gebracht dat hij opgeroepen zal worden voor een nieuw gesprek in de loop van de elfde maand van de beroepsinschakelingstijd.
  De jonge verplicht ingeschreven werkzoekende wordt er verder van op de hoogte gebracht dat het recht op inschakelingsuitkeringen kan worden geopend als hij een tweede al dan niet opeenvolgende positieve beoordeling van zijn werkzoekgedrag krijgt, op voorwaarde dat hij voldoet aan de andere voorwaarden, vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.
  § 4. Als de bemiddelaar geen positieve beoordeling geeft, bezorgt hij het dossier aan de controledienst, samen met zijn advies. De controledienst geeft het dossier een positieve of negatieve beoordeling. Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende dat wil, kan hij gehoord worden bij de controledienst over de beoordeling van zijn werkzoekgedrag.
  Het verhoor vindt op zijn vroegst plaats de eenentwintigste dag na de verzending van de uitnodiging. De uitnodiging wordt verstuurd met een brief die de reden, de dag, het uur en de plaats van het verhoor vermeldt. De controledienst brengt de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van zijn rechten en plichten.
  Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende de dag waarvoor hij uitgenodigd is, verhinderd is, mag hij vragen dat het verhoor verdaagd wordt tot een datum die, behoudens in geval van overmacht, niet later mag vallen dan veertien dagen na de datum die eerst was vastgesteld. Behalve in geval van overmacht wordt het uitstel slechts eenmaal verleend. De controledienst moet het verzoek tot uitstel uiterlijk ontvangen binnen zeven dagen nadat de uitnodiging verzonden is, behoudens in geval van overmacht.
  De jonge verplicht ingeschreven werkzoekende heeft de mogelijkheid om zich op het verhoor te laten bijstaan door een persoon naar keuze of om zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat, een afgevaardigde van een werknemersorganisatie of zijn voorlopige bewindvoerder. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet aanwezig is op het verhoor, noch in persoon noch door vertegenwoordiging, en hij geen uitstel van het verhoor heeft aangevraagd, neemt de controledienst een beslissing bij verstek.
  § 5. De controledienst zal een negatieve beoordeling uitspreken als:
  1° de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op de uitnodiging, vermeld in artikel 111/28;
  2° de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende niet aanwezig is, noch in persoon noch door vertegenwoordiging, op het verhoor, vermeld in paragraaf 4;
  3° de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende tijdens het verhoor niet kan aantonen dat hij zich voldoende integreert op de arbeidsmarkt.
  § 6. In geval van een negatieve beoordeling brengt de VDAB uiterlijk veertien dagen na het gesprek de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende daarvan op de hoogte.
  Als het gaat om het gesprek tijdens de zesde maand van de beroepsinschakelingstijd, wordt de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende er ook van op de hoogte gebracht dat hij opgeroepen zal worden voor een nieuw gesprek in de loop van de elfde maand van de beroepsinschakelingstijd.
  De jonge verplicht ingeschreven werkzoekende wordt er verder van op de hoogte gebracht dat hij als gevolg van de negatieve beoordeling voor een nieuwe beoordeling van zijn werkzoekgedrag zal opgeroepen worden, op zijn vroegst in de loop van de vijftiende maand en daarna telkens in de loop van de drie maanden die volgen op het vorige gesprek.
  De termijn van drie maanden, vermeld in het derde lid, wordt berekend vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de beoordeling had moeten plaatsvinden als dat gesprek niet kon plaatsvinden om een reden die niet toe te schrijven is aan de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende.
  Art. 111/30. De VDAB brengt de RVA ervan op de hoogte als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende een beoordeling van zijn werkzoekgedrag heeft gekregen.".
Art. 21. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2014, il est inséré un titre III/1, comprenant les articles 111/1 à 111/30 inclus, rédigés comme suit :
  " Titre III/1. Activation et disponibilité pour le marché de l'emploi
  Chapitre 1er. Activation et suivi du comportement de recherche
  Section 1. Dispositions générales
  Art. 111/1. Dans le présent chapitre, on entend par :
  1° action : donner suite à une proposition d'entretien, de médiation, d'offre d'emploi, d'expérience professionnelle, d'insertion, de formation ou d'accompagnement ;
  2° accords : les engagements repris sur la feuille d'accords et la feuille d'accords ultime ;
  3° par écrit : par lettre ou par voie électronique ;
  4° résidence : l'adresse communiquée en dernier lieu au VDAB si elle se situe en Région flamande ou, à défaut, la résidence, visée à l'article 3 de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques ;
  5° emploi convenable : l'emploi, visé au chapitre V, section 2 de l'arrêté ministériel du 26 novembre 1991 portant les modalités d'application de la réglementation du chômage ;
  6° offre convenable : une offre d'accompagnement, de médiation, de formation ou d'emploi qui s'aligne sur les besoins et compétences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ;
  7° entretien de suivi : l'entretien entre le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui lance ou continue le suivi du comportement de recherche du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
  Art. 111/2. Pour calculer des délais en application du présent chapitre, tous les jours calendaires sont pris en compte comme des jours. Si un délai se termine un samedi, un dimanche ou un jour férié tel que visé à l'article X 11 du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, on entend par dernier jour du délai le premier jour ouvrable suivant.
  Art. 111/3. Le médiateur suit le comportement de recherche du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
  Art. 111/4. Lors de l'inscription comme demandeur d'emploi, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est informé :
  1° qu'il doit s'intégrer sur le marché de l'emploi, d'une part en recherchant activement un emploi lors de son chômage, et d'autre part en collaborant aux actions et accords qui lui sont proposés par le VDAB ;
  2° qu'il peut être invité à un entretien de suivi, auquel il doit obligatoirement être présent ;
  3° des conséquences éventuelles de l'évaluation de son comportement de recherche ;
  4° de ses droits et obligations.
  Art. 111/5. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité par le VDAB à vérifier ses possibilités de réaliser une ou plusieurs actions. Sa présence lors de cet entretien est obligatoire. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement doit réaliser les actions convenues de commun accord.
  Section 2. Suivi du comportement de recherche d'un emploi
  Art. 111/6. § 1er. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité par le VDAB à un entretien de suivi pour vérifier s'il s'est intégré suffisamment sur le marché de l'emploi, d'une part en exécutant chaque action et accord convenu, d'autre part en fournissant suffisamment d'efforts afin de rechercher activement un emploi.
  L'entretien de suivi a lieu au plus tôt le septième jour après l'envoi, sauf convention contraire. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement doit être présent à chaque entretien de suivi.
  § 2. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas présent à l'entretien de suivi et il a une raison valable, une deuxième invitation lui est envoyée.
  Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne répond pas à la deuxième invitation à l'entretien de suivi, visée à l'alinéa 1er, qu'il a une raison valable ou non, une troisième invitation lui est envoyée par lettre recommandée.
  Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne répond pas à la troisième invitation, visée à l'alinéa 2, qu'il a une raison valable ou non, son dossier est transmis au service de contrôle.
  § 3. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas présent à l'entretien de suivi et il n'a pas de raison valable, une deuxième invitation lui est envoyée par lettre recommandée.
  Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne répond pas à la deuxième invitation, visée à l'alinéa 1er, et il a une raison valable, une troisième invitation lui est envoyée par lettre recommandée.
  Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne répond pas à la troisième invitation, visée à l'alinéa 2, qu'il a une raison valable ou non, son dossier est transmis au service de contrôle.
  § 4. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas présent à l'entretien de suivi et il n'a pas de raison valable, une deuxième invitation lui est envoyée par lettre recommandée.
  Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne répond pas à la deuxième invitation, visée à l'alinéa 1er, et il n'a pas de raison valable, son dossier est transmis au service de contrôle.
  § 5. Un entretien de suivi peut également avoir lieu à la demande du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, dans un délai raisonnable après l'entretien de suivi précédent.
  Art. 111/7. § 1er. Pendant l'entretien de suivi, le médiateur évalue le comportement de recherche du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement sur la base des :
  1° informations suivantes dont le VDAB dispose déjà et qui sont communiquées au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement pendant l'entretien :
  a) les actions et accords convenus ;
  b) le feedback de l'employeur et du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, sur la candidature ;
  c) les informations provenant de l'Onem et des organisations partenaires du VDAB ;
  d) les données sur la carrière du demandeur d'emploi. Ces informations sont communiquées au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement pendant l'entretien ;
  2° informations sur les efforts fournis par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement pour s'intégrer sur le marché de l'emploi, communiquées par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement lui-même.
  En cas de doute sur l'exactitude des informations communiquées par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le VDAB peut vérifier les déclarations et documents présentés par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
  § 2. Lors de l'évaluation des efforts fournis par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le médiateur tient compte :
  1° de ses compétences ;
  2° de son âge ;
  3° de son niveau de formation ;
  4° de sa mobilité ;
  5° de ses capacités physiques et mentales ;
  6° de la situation du marché de l'emploi dans la sous-région où le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a sa résidence. Par sous-région, on entend la région où les habitants de la même commune que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et des communes limitrophes se déplacent pour aller travailler ;
  7° de sa situation sociale et familiale ;
  8° d'autres informations pertinentes.
  § 3. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement estime qu'il n'est pas (ou plus) apte du point de vue physique ou mental à exercer une profession déterminée ou à effectuer certaines actions, le VDAB peut faire exécuter un examen médical. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peut se faire assister par son médecin traitant. Le médecin désigné par le VDAB formule un avis sur les professions que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peut encore exercer ou sur les actions qu'il peut encore effectuer.
  Art. 111/8. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/6, que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a fourni suffisamment d'efforts pour s'intégrer sur le marché de l'emploi, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation au plus tard quatorze jours après l'entretien. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est également informé du fait qu'il doit poursuivre ses efforts pour s'intégrer sur le marché de l'emploi, et qu'un nouvel entretien de suivi est prévu ultérieurement. Le médiateur détermine la fréquence des entretiens de suivi.
  Art. 111/9. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/6, que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a fourni insuffisamment d'efforts pour s'intégrer sur le marché de l'emploi, le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement établissent de commun accord une feuille d'accords pendant l'entretien de suivi, en tenant compte de la situation personnelle et des compétences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et des critères de l'emploi convenable.
  La feuille d'accords est établie en 2 exemplaires, datés et signés par le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. Un exemplaire est transmis au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. Par sa signature, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à réaliser les accords pendant la période convenue. Le médiateur informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement également de l'évaluation de ses efforts pour s'intégrer sur le marché de l'emploi, au plus tard quatorze jours après l'entretien.
  Art. 111/10. Au moment convenu dans la feuille d'accords, visée à l'article 111/9, un nouvel entretien de suivi a lieu. Pendant cet entretien de suivi, le médiateur évalue le respect par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement des accords repris sur la feuille d'accords, et les efforts qu'il a fournis pour s'intégrer sur le marché de l'emploi. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement doit être présent à l'entretien de suivi.
  Art. 111/11. § 1er. Si le médiateur constate que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a respecté les accords contractés sur la feuille d'accords, visée à l'article 111/9, et a fourni suffisamment d'efforts pour s'intégrer sur le marché de l'emploi, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation au plus tard quatorze jours après l'entretien de suivi. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est également informé du fait qu'il doit poursuivre ses efforts pour s'intégrer sur le marché de l'emploi, et qu'il sera invité à un nouvel entretien de suivi.
  Pendant le même entretien de suivi, le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement établissent de commun accord une nouvelle feuille d'accords, en tenant compte de la situation personnelle et des compétences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, et des critères de l'emploi convenable.
  § 2. Si la feuille d'accords, visée au § 1er, alinéa 2, est soumise à la signature du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en application de l'article 111/9, lui et le médiateur signent la feuille d'accords. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à réaliser les accords attendus de lui pendant la période convenue. La feuille d'accords est établie en 2 exemplaires datés, dont 1 exemplaire est transmis au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
  Même si la feuille d'accords, visée au § 1er, alinéa 2, n'est pas soumise à la signature du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, en application de l'article 111/6, il s'engage à réaliser les accords attendus de lui pendant la période convenue.
  Art. 111/12. Si le médiateur constate que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'a pas respecté les accords contractés sur la feuille d'accords, visée à l'article 111/9, et a fourni insuffisamment d'efforts pour s'intégrer sur le marché de l'emploi, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation pendant l'entretien de suivi.
  Pendant le même entretien de suivi, le médiateur détermine les accords qui sont repris sur une feuille d'accords ultime, en tenant compte de la situation personnelle et des compétences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, et des critères de l'emploi convenable. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à réaliser les accords au cours du mois suivant.
  La feuille d'accords ultime est établie en 2 exemplaires, datés et signés par le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. Un exemplaire est transmis au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. Par sa signature, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à réaliser les accords pendant la période convenue. Cette feuille d'accords ultime est considérée comme un avertissement formel dans le cadre du contrôle de la disponibilité pour le marché de l'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
  Art. 111/13. Au moment convenu dans la feuille d'accords ultime, visée à l'article 111/12, un nouvel entretien de suivi a lieu. Pendant cet entretien de suivi, le médiateur évalue le respect par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement des accords repris sur la feuille d'accords ultime.
  Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne répond pas à l'invitation à l'entretien de suivi, son dossier est transmis au service de contrôle.
  Art. 111/14. Si le médiateur constate que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a respecté les accords contractés sur la feuille d'accords ultime, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation positive au plus tard quatorze jours après l'entretien de suivi.
  Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est également informé du fait qu'il doit poursuivre ses efforts pour s'intégrer sur le marché de l'emploi, et qu'il sera invité à un nouvel entretien de suivi.
  Pendant le même entretien de suivi, le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement établissent de commun accord une feuille d'accords adaptée, en tenant compte de la situation personnelle du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, et des critères de l'emploi convenable.
  Si la feuille d'accords, visée à l'alinéa 3, est soumise à la signature du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en application de l'article 111/9, lui et le médiateur signent la feuille d'accords. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à réaliser les accords attendus de lui pendant la période convenue. La feuille d'accords est établie en 2 exemplaires datés, dont 1 exemplaire est transmis au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
  Même si la feuille d'accords, visée à l'alinéa 3, n'est pas soumise à la signature du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, en application de l'article 111/6, il s'engage à réaliser les accords attendus de lui pendant la période convenue.
  Art. 111/15. Si le médiateur constate que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'a pas respecté les accords contractés sur la feuille d'accords ultime, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation négative au plus tard quatorze jours après l'entretien de suivi, et il transmet son dossier au service de contrôle.
  Art. 111/16. Sans préjudice de l'application des articles 111/6, 111/13 et 111/15, le médiateur transmet un dossier au service de contrôle si :
  1° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement refuse de signer une convention de parcours, une feuille d'accords ou une feuille d'accords ultime si celle-ci est soumise à sa signature ;
  2° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne se présente pas à un employeur et ne peut donner de raison valable, après avoir reçu l'ordre à cet effet du VDAB ;
  3° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement refuse d'accepter un emploi convenable ou une offre convenable ;
  4° par l'intervention du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, un plan d'accompagnement, un renforcement des compétences ou un contrat de formation a échoué ou est arrêté.
  Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui invoque une raison médicale pour refuser un emploi convenable ou une offre convenable, peut être soumis à un examen médical tel que visé à l'article 111/7, § 3. Si la raison médicale invoquée par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement pour refuser l'emploi convenable ou l'offre convenable, est considérée insuffisante, son dossier est transmis au service de contrôle.
  Art. 111/17. Lorsque la correspondance du VDAB à la résidence du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement retourne au VDAB, et le VDAB a entrepris toutes les tentatives raisonnables d'atteindre le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le dossier du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est transmis au service de contrôle.
  Lorsque le service de contrôle constate que les invitations à l'entretien de suivi sont envoyées à la résidence du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, il procède immédiatement à la suspension du droit à une allocation jusqu'à ce que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement se réinscrit auprès du VDAB.
  Section 3. Le service de contrôle et l'audition
  Art. 111/18. Il est créé un service de contrôle qui prend connaissance des dossiers qui lui sont transmis. Ce service de contrôle est un service indépendant et neutre.
  Le service de contrôle exerce ses missions de manière impartiale, et la mission de contrôle est séparée des missions de médiation, d'accompagnement et de formation du VDAB. Les collaborateurs du service de contrôle évitent tout conflit d'intérêts réel et prétendu. Chaque fois qu'un soupçon pourrait émerger à ce niveau, le collaborateur doit se faire remplacer.
  En outre, le service de contrôle est indépendant, ce qui signifie que les collaborateurs du VDAB qui sont chargés de la mission de contrôle, ne peuvent pas être influencés lors de la prise de leurs décisions, et ne peuvent se laisser guider que par des considérations et des faits objectifs. L'indépendance dans la fonction de conseil, visée à l'article 111/20, implique que le service de contrôle prend en considération tous les intérêts et positions, et qu'il est indépendant, en tant que conseiller, des intérêts d'une partie quelconque.
  Art. 111/19. Le service de contrôle évalue la recevabilité des dossiers qui lui sont transmis. Si le dossier est recevable, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité à être entendu sur les faits qui sont à la base de la raison de transmission du dossier au service de contrôle, et sur ses moyens de défense.
  Art. 111/20. Si le médiateur le demande, le service de contrôle peut également émettre un avis non contraignant, indépendant et neutre sur l'application de ce titre. Cet avis ne peut pas avoir des conséquences pour l'allocation de chômage ou d'insertion du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
  Art. 111/21. § 1er. L'audition, visée à l'article 111/19, a lieu au plus tôt le 21ème jour après l'envoi de l'invitation. L'invitation est envoyée par lettre mentionnant la raison, le jour, l'heure et l'endroit de l'audition, ainsi que la possibilité de ne pas comparaître mais de présenter ses moyens de défense par écrit. Le service de contrôle informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de ses droits et obligations et lui transmet les informations visées à l'article 111/22, § 2, 2° et 3°.
  Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement souhaite mener une défense écrite, la division régionale compétente du service de contrôle doit recevoir cette défense, sauf en cas de force majeure, au plus tard le jour ouvrable précédant le jour ouvrable auquel le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité à l'audition.
  Une défense écrite n'est pas possible si la raison pour laquelle le dossier est transmis au service de contrôle, concerne la non exécution des accords repris sur la feuille d'accords, la feuille d'accords ultime ou la convention de parcours.
  § 2. Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est empêché le jour auquel il est invité, il peut demander de reporter l'audition à une date qui ne peut être postérieure à 7 jours après la date fixée initialement. Sauf en cas de force majeure, le report ne peut être octroyé qu'une seule fois. Sauf en cas de force majeure, la division régionale compétente du service de contrôle doit recevoir la demande de report au plus tard le 7ème jour après l'envoi de l'invitation.
  § 3. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a la possibilité de se faire assister à l'audition par une personne de son choix, ou de se faire représenter par un avocat, un délégué d'une organisation de travailleurs ou son administrateur provisoire.
  § 4. Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas présent à l'audition, ni en personne ni par représentation, ou n'introduit pas de défense écrite et qu'il n'a pas demandé de report de l'audition, le service de contrôle prend une décision par défaut.
  Art. 111/22. § 1er. Le service de contrôle décide de la suspension, de la réduction ou de l'exclusion du droit aux allocations de chômage ou d'insertion. Le service de contrôle peut également remettre un avertissement.
  § 2. Dans la mesure où ces informations sont disponibles au moment de l'audition, le service de contrôle tient compte :
  1° des informations provenant du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ;
  2° des informations provenant du médiateur. Celles-ci comprennent le dossier que le médiateur a transmis au service de contrôle, les appréciations et évaluations établies par le médiateur conformément à la section 2 ;
  3° des informations provenant d'organisations partenaires ;
  4° des décisions prises dans une période de douze mois avant la prise de décision par le service de contrôle ;
  5° des informations provenant de l'Onem, y compris les sanctions imposées par l'Onem ou les services des autres régions compétents pour le contrôle de la disponibilité, si ces sanctions ont été imposées dans la période de 24 mois avant la prise de décision par le service de contrôle.
  Le service de contrôle a le droit de demander toutes les informations pertinentes afin de clarifier les dossiers qui lui sont transmis, tant auprès des collaborateurs du VDAB qu'auprès d'organisations partenaires et organismes publics pouvant disposer d'informations pertinentes relatives aux dossiers. En cas de présomption d'utilisation de documents faux, le service de contrôle en informera l'Onem.
  Art. 111/23. § 1er. La décision motivée du service de contrôle est communiquée par écrit au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement dans les 14 jours calendaires après l'audition. Lorsque la décision a un effet sur le droit aux allocations, elle est communiquée à l'Onem en vue de son exécution.
  La décision motivée transmise au demandeur d'emploi mentionne entre autres la possibilité de recours, le tribunal compétent, le délai et le mode d'introduction du recours.
  § 2. Lorsqu'un recours est introduit auprès du tribunal du travail contre une décision du service de contrôle, le VDAB en informe l'Onem.
  Section 4. Procédure de révision
  Art. 111/24. Sans préjudice des dispositions légales et réglementaires relatives à la prescription, le service de contrôle peut réviser sa décision dans le délai d'introduction d'un recours auprès du collège juridictionnel compétent ou, si le recours est déjà introduit, jusqu'à la clôture des débats si :
  1° il est constaté que la décision du service de contrôle est entachée d'une erreur juridique ou matérielle ;
  2° à la date à laquelle la décision a pris effet, le droit a été modifié par une disposition légale ou réglementaire ;
  3° un nouveau fait ou une nouvelle preuve ayant un impact sur les droits du demandeur, est invoqué(e) ;
  4° il est constaté que la décision du service de contrôle est entachée parce que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a fourni des déclarations ou des données inexactes ou incomplètes, n'a pas fait une déclaration requise ou l'a faite tardivement, a présenté des documents inexacts ou faux, ou a commis des irrégularités.
  La nouvelle décision produit ses effets à la date à laquelle la décision corrigée aurait dû prendre effet, sans préjudice des dispositions légales et réglementaires relatives à la prescription. Cette décision est communiquée à l'Onem.
  Art. 111/25. Lorsqu'un recours est introduit contre la décision du service de contrôle, et cette décision est révisée en application de la présente section, la révision est communiquée au tribunal du travail compétent. Le service de contrôle informe le tribunal du travail compétent de la nouvelle décision si elle peut avoir un impact sur la cause.
  Section 5. Contrôle de la disponibilité pendant l'accompagnement de l'outplacement
  Art. 111/26. Le dossier du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est transmis au service de contrôle si :
  1° un travailleur refuse de collaborer à ou d'accepter une offre d'accompagnement de l'outplacement, si cette offre est réglementairement obligatoire ;
  2° un travailleur ne s'inscrit pas ou reste non-inscrit s'il y est obligé, conformément aux délais fixés en vertu de l'article 34 de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations, auprès d'une cellule pour l'emploi à laquelle l'employeur participe ;
  3° un travailleur ne met pas en demeure son employeur par écrit si ce dernier n'a pas offert d'accompagnement de l'outplacement en application de l'article 13 de la loi du 5 septembre 2001 visant à améliorer le taux d'emploi des travailleurs, dans les délais et conformément à la procédure, visés à la CCT n° 82, conclue au sein du Conseil national du Travail du 10 juillet 2002 ;
  4° un travailleur refuse de collaborer à ou d'accepter une offre d'accompagnement de l'outplacement organisée par une cellule pour l'emploi à laquelle l'employeur participe.
  Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui invoque une raison médicale pour justifier les situations visées aux alinéas 1er, 1°, 2° et 4°, peut être soumis à un examen médical. Les examens médicaux sont effectués par les médecins désignés par le VDAB. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peut se faire assister par son médecin traitant.
  Si la raison médicale invoquée par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement pour justifier les situations visées à l'alinéa 1er, 1°, 2° et 4°, est considérée insuffisante, son dossier est transmis au service de contrôle.
  Section 6. Jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en stage d'insertion professionnelle
  Art. 111/27. § 1er. Dans la présente section, on entend par jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui est inscrit en vue de l'obtention d'allocations d'insertion et qui répond aux conditions en matière d'âge et d'études, visées à l'article 36 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage.
  § 2. Lors de sa première inscription comme demandeur d'emploi dans le cadre du stage d'insertion professionnelle, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est informé par écrit :
  1° qu'il doit s'intégrer sur le marché de l'emploi, d'une part en recherchant activement un emploi lors de son chômage, et d'autre part en collaborant aux actions et accords qui lui sont proposés par le VDAB ;
  2° que le VDAB évaluera son comportement de recherche au cours du 6ème et 11ème mois du stage d'insertion professionnelle ;
  3° qu'il peut être admis au droit aux allocations d'insertion à la fin du stage d'insertion professionnelle s'il répond aux conditions, visées à la présente section, et aux exigences fixées à l'arrêté royal précité du 25 novembre 1991.
  Le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est également informé du déroulement ultérieur de la procédure de suivi du comportement de recherche actif et des conséquences éventuelles.
  § 3. Le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité à un entretien avec un médiateur au cours du 6ème et 11ème mois de son stage d'insertion professionnelle en vue de l'évaluation de son comportement de recherche.
  § 4. Par dérogation au § 3, le VDAB n'enverra pas d'invitation au jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui dispose d'une raison valable pour son indisponibilité pour un entretien.
  Une nouvelle invitation est envoyée au plus tôt quand l'événement qui est une raison valable telle que visée à l'alinéa 1er, s'est terminé.
  § 5. Le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne recevra pas non plus d'invitation si, sur la base du dossier, le médiateur dispose de suffisamment d'éléments aboutissant à une évaluation positive.
  Art. 111/28. Le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement doit être présent aux entretiens, visés à l'article 111/27. Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne se présente pas à ces entretiens, une nouvelle invitation recommandée lui est envoyée. S'il ne répond pas à la nouvelle invitation recommandée, son dossier est transmis au service de contrôle.
  Art. 111/29. § 1er. Pendant l'entretien, visé à l'article 111/27, § 3, le VDAB évalue le comportement de recherche du jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement sur la base des :
  1° informations suivantes dont le VDAB dispose déjà concernant le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement :
  a) les actions et accords convenus ;
  b) les périodes d'emploi ;
  c) les périodes de maladie ;
  d) les informations de l'Onem ;
  e) d'autres informations pertinentes ;
  2° informations fournies par le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement lui-même sur les démarches qu'il a entreprises pour chercher un emploi.
  Les informations, visées à l'alinéa 1er, sont communiquées au jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement pendant l'entretien. En cas de doute sur l'exactitude des informations communiquées par le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le VDAB peut vérifier les déclarations et documents présentés par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
  § 2. Lors de l'évaluation des efforts fournis par le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le médiateur tient compte :
  1° de ses compétences ;
  2° de son âge ;
  3° de son niveau de formation ;
  4° de sa mobilité ;
  5° de ses capacités physiques et mentales ;
  6° de la situation du marché de l'emploi dans la sous-région où le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a sa résidence principale. Par sous-région, on entend la région où les habitants de la même commune que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et des communes limitrophes se déplacent pour aller travailler ;
  7° de sa situation sociale et familiale ;
  8° d'autres informations pertinentes.
  § 3. En cas d'une évaluation positive, le VDAB en informe le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement par écrit, au plus tard 14 jours après l'entretien. Lorsqu'il s'agit de l'entretien pendant le 6ème mois du stage d'insertion professionnelle, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est également informé du fait qu'il sera convoqué à un nouvel entretien au cours du 11ème mois du stage d'insertion professionnelle.
  En outre, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est informé que le droit aux allocations d'insertion peut être ouvert lorsqu'il obtient une deuxième évaluation positive consécutive ou non de son comportement de recherche, à condition qu'il répond aux autres conditions visées à l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage.
  § 4. Lorsque le médiateur ne formule pas d'évaluation positive, il transmet le dossier et son avis au service de contrôle. Le service de contrôle formule une évaluation positive ou négative au sujet du dossier. Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement le souhaite, il peut être entendu par le service de contrôle sur l'évaluation de son comportement de recherche.
  L'audition a lieu au plus tôt le 21ème jour après l'envoi de l'invitation. L'invitation est envoyée par lettre mentionnant la raison, le jour, l'heure et l'endroit de l'audition. Le service de contrôle informe le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de ses droits et obligations.
  Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est empêché le jour auquel il est invité, il peut demander de reporter l'audition à une date qui, sauf en cas de force majeure, ne peut être postérieure à 14 jours après la date fixée initialement. Sauf en cas de force majeure, le report ne peut être octroyé qu'une seule fois. Le service de contrôle doit recevoir la demande de report au plus tard dans les 7 jours après l'envoi de l'invitation, sauf en cas de force majeure.
  Le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a la possibilité de se faire assister à l'audition par une personne de son choix, ou de se faire représenter par un avocat, un délégué d'une organisation de travailleurs ou son administrateur provisoire. Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas présent à l'audition, ni en personne ni par représentation, et qu'il n'a pas demandé de report de l'audition, le service de contrôle prend une décision par défaut.
  § 5. Le service de contrôle formulera une évaluation négative si :
  1° le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne répond pas à l'invitation, visée à l'article 111/28 ;
  2° le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas présent, ni en personne ni par représentation, à l'audition visée au § 4 ;
  3° le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne peut pas démontrer pendant l'audition qu'il s'intègre suffisamment sur le marché de l'emploi.
  § 6. En cas d'une évaluation négative, le VDAB en informe le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement au plus tard 14 jours après l'entretien.
  Lorsqu'il s'agit de l'entretien pendant le 6ème mois du stage d'insertion professionnelle, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est également informé du fait qu'il sera convoqué à un nouvel entretien au cours du 11ème mois du stage d'insertion professionnelle.
  En outre, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est informé que, suite à l'évaluation négative, il sera convoqué en vue d'une nouvelle évaluation de son comportement de recherche, au plus tôt au cours du 15ème mois et ensuite à chaque fois au cours des trois mois suivant l'entretien précédent.
  Le délai de 3 mois, visé à l'alinéa 3, est calculé à partir du 1er jour du mois qui suit le mois auquel l'évaluation aurait dû avoir lieu si cet entretien n'a pas pu avoir lieu pour une raison qui n'est pas due au jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
  Art. 111/30. Le VDAB informe l'Onem lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a obtenu une évaluation de son comportement de recherche. ".
Art. 22. De volgende regelgevende teksten treden in werking op 1 januari 2016:
  1° hoofdstuk 9 van het decreet van 24 april 2015 houdende de implementatie van de zesde staatshervorming en houdende diverse bepalingen inzake het beleidsdomein Werk en Sociale Economie, met uitzondering van:
  a) Artikel 34, 2°, laatste lid dat reeds in werking is getreden;
  b) Artikel 34, 2°, voor wat betreft de invoering van een punt b in artikel 5, § 1, 7° van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
  2° dit besluit.
Art. 22. Les textes réglementaires suivants entrent en vigueur le 1er janvier 2016 :
  1° le chapitre 9 du décret du 24 avril 2015 portant mise en oeuvre de la sixième réforme de l'Etat et portant diverses dispositions relatives au domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale, à l'exception de :
  a) l'article 34, 2°, alinéa dernier, qui est déjà entré en vigueur ;
  b) l'article 34, 2°, en ce qui concerne l'introduction d'un point b à l'article 5, § 1er, 7°, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle) ;
  2° le présent arrêté.
Art. 23. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 23. Le Ministre flamand ayant la politique de l'emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.