Artikel 1. In artikel 1, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 2°, worden de woorden "die in België woonachtig zijn" vervangen door de woorden "van wie de hoofdverblijfplaats in het Vlaamse Gewest gelegen is";
  2° in het eerste lid, wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
  "3° het departement : het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie;";
  3° in eerste lid, 4°, worden de woorden "de RVA" vervangen door de woorden "het departement";
  4° in het eerste lid, 5°, worden tussen de woorden "erkend is" en de woorden "en die daarbij" de woorden "voor het Vlaamse Gewest" ingevoegd;
  5° in het eerste lid, 6°, worden de woorden "de federale staat" vervangen door de woorden "het Vlaamse gewest";
  6° in het eerste lid wordt punt 10° opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  "10° Minister van Werk : de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid.";
  7° tussen het eerste en het tweede lid worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt :
  " Onder hoofdverblijfplaats, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt de hoofdverblijfplaats begrepen als vermeld in artikel 3 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
  Voor de toepassing van dit besluit worden de personen die in het Vlaamse Gewest verblijven en vrijgesteld zijn van inschrijving in de bevolkingsregisters vanwege hun diplomatieke onschendbaarheid of hun bijzonder statuut, gelijkgesteld met personen die over een dergelijke hoofdverblijfplaats beschikken.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 DECEMBER 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques en het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques
Titre
18 DECEMBRE 2015. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services et l'arrĂȘtĂ© royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (29)
Texte (29)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques
CHAPITRE 1er. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services
Article 1er. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 2012, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa premier, les mots " qui sont domiciliés en Belgique " sont remplacés par les mots " dont la résidence principale est située en Région flamande " :
  2° à l'alinéa premier, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
  3° le département : le " Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie " (Département de l'Emploi et de l'Economie sociale du MinistÚre flamand de l'Emploi et de l'Economie sociale );
  3° à l'alinéa 1er, 4°, les mots " l'ONEm " sont remplacés par les mots " le département " ;
  4° à l'alinéa premier, 5°, les mots " spour la Région flamande " sont insérés entre les mots " est agréée " et les mots " à cette fin ";
  5° à l'alinéa premier, 6°, les mots " l'Etat fédéral " sont remplacés par les mots " la Région flamande " ;
  6° à l'alinéa premier, le point 10° est rétabli dans la lecture suivante :
  " 10° Ministre de l'Emploi : le Ministre flamand chargé de la politique de l'emploi. " ;
  7° entre le premier et le deuxiÚme alinéa, deux alinéas sont insérés, rédigés comme suit :
  " Par résidence principale, visée à l'alinéa premier, 2°, on entend la résidence principale, telle que visée à l'article 3 de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
  Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les personnes rĂ©sidant en RĂ©gion flamande, dispensĂ©es de l'inscription dans les registres de la population pour cause de leur immunitĂ© diplomatique ou de leur statut particulier, sont assimilĂ©es Ă des personnes disposant d'une telle rĂ©sidence principale. "
  1° à l'alinéa premier, les mots " qui sont domiciliés en Belgique " sont remplacés par les mots " dont la résidence principale est située en Région flamande " :
  2° à l'alinéa premier, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
  3° le département : le " Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie " (Département de l'Emploi et de l'Economie sociale du MinistÚre flamand de l'Emploi et de l'Economie sociale );
  3° à l'alinéa 1er, 4°, les mots " l'ONEm " sont remplacés par les mots " le département " ;
  4° à l'alinéa premier, 5°, les mots " spour la Région flamande " sont insérés entre les mots " est agréée " et les mots " à cette fin ";
  5° à l'alinéa premier, 6°, les mots " l'Etat fédéral " sont remplacés par les mots " la Région flamande " ;
  6° à l'alinéa premier, le point 10° est rétabli dans la lecture suivante :
  " 10° Ministre de l'Emploi : le Ministre flamand chargé de la politique de l'emploi. " ;
  7° entre le premier et le deuxiÚme alinéa, deux alinéas sont insérés, rédigés comme suit :
  " Par résidence principale, visée à l'alinéa premier, 2°, on entend la résidence principale, telle que visée à l'article 3 de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
  Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les personnes rĂ©sidant en RĂ©gion flamande, dispensĂ©es de l'inscription dans les registres de la population pour cause de leur immunitĂ© diplomatique ou de leur statut particulier, sont assimilĂ©es Ă des personnes disposant d'une telle rĂ©sidence principale. "
Art. 2. In artikel 2, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, wordt de zinsnede "zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 6°, van de wet" opgeheven.
Art. 2. A l'article 2, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 9 janvier 2004, le membre de phrase " visĂ©e Ă l'article 2, § 1er, 6° ), de la loi, " est abrogĂ©.
Art. 3. Artikel 2ter van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 juli 2009, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 2ter. § 1. Er wordt bij het departement een adviescommissie voor dienstencheque-activiteiten opgericht, hierna "de Commissie" genoemd, die advies moet verstrekken betreffende de toekenning of de intrekking van de erkenning van de ondernemingen, vermeld in artikel 2, § 1, 5°, van de wet.
  § 2. De Commissie is samengesteld als volgt :
  1° een voorzitter als vertegenwoordiger van de Minister van Werk en een plaatsvervanger;
  2° drie werkende leden en drie plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werknemersorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
  3° drie werkende leden en drie plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werkgeversorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
  4° twee werkende leden en twee plaatsvervangende leden als vertegenwoordigers van het departement.
  § 3. De Minister van Werk benoemt de Commissieleden en waakt erover dat maximaal twee derde van de leden van hetzelfde geslacht zijn.
  Het mandaat van de leden geldt voor een hernieuwbare duur van vier jaar die een einde neemt :
  1° in geval van ontslag;
  2° als de mandaterende instantie die een lid heeft voorgedragen, om zijn vervanging verzoekt;
  3° als een lid niet langer de hoedanigheid heeft die zijn mandaat rechtvaardigde.
  Het lid dat afstand doet van zijn mandaat vóór de geplande einddatum, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voleindigt. In dat geval wordt een nieuw plaatsvervangend lid aangewezen.
  § 4. Om op geldige wijze een advies te kunnen uitbrengen, moeten aanwezig zijn :
  1° de voorzitter of zijn plaatsvervanger;
  2° een lid dat de werknemers vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger;
  3° een lid dat de werkgevers vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger;
  4° een lid dat het departement vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger.
  § 5. Het departement staat in voor het secretariaat van de Commissie.
  § 6. De Commissie bepaalt haar huishoudelijk reglement dat ter goedkeuring aan de Minister van Werk wordt voorgelegd.".
  "Art. 2ter. § 1. Er wordt bij het departement een adviescommissie voor dienstencheque-activiteiten opgericht, hierna "de Commissie" genoemd, die advies moet verstrekken betreffende de toekenning of de intrekking van de erkenning van de ondernemingen, vermeld in artikel 2, § 1, 5°, van de wet.
  § 2. De Commissie is samengesteld als volgt :
  1° een voorzitter als vertegenwoordiger van de Minister van Werk en een plaatsvervanger;
  2° drie werkende leden en drie plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werknemersorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
  3° drie werkende leden en drie plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werkgeversorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
  4° twee werkende leden en twee plaatsvervangende leden als vertegenwoordigers van het departement.
  § 3. De Minister van Werk benoemt de Commissieleden en waakt erover dat maximaal twee derde van de leden van hetzelfde geslacht zijn.
  Het mandaat van de leden geldt voor een hernieuwbare duur van vier jaar die een einde neemt :
  1° in geval van ontslag;
  2° als de mandaterende instantie die een lid heeft voorgedragen, om zijn vervanging verzoekt;
  3° als een lid niet langer de hoedanigheid heeft die zijn mandaat rechtvaardigde.
  Het lid dat afstand doet van zijn mandaat vóór de geplande einddatum, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voleindigt. In dat geval wordt een nieuw plaatsvervangend lid aangewezen.
  § 4. Om op geldige wijze een advies te kunnen uitbrengen, moeten aanwezig zijn :
  1° de voorzitter of zijn plaatsvervanger;
  2° een lid dat de werknemers vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger;
  3° een lid dat de werkgevers vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger;
  4° een lid dat het departement vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger.
  § 5. Het departement staat in voor het secretariaat van de Commissie.
  § 6. De Commissie bepaalt haar huishoudelijk reglement dat ter goedkeuring aan de Minister van Werk wordt voorgelegd.".
Art. 3. L'article 2ter du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 9 janvier 2004 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 12 juillet 2009, est remplacĂ© par ce qui suit :
  "Art. 2ter. § 1er. Une commission consultative, ci-aprÚs désignée par " la Commission " est établie au sein du département pour les activités de titres-services, chargée de rendre des avis sur l'octroi ou le retrait de l'agrément des entreprises, visées à l'article 2, § 1er, 5° de la loi.
  § 2. La Commission est composée comme suit :
  1° un président agissant comme représentant du Ministre de l'Emploi et un suppléant ;
  2° trois membres effectifs et trois membres suppléants proposés par les organisations les plus représentatives des travailleurs au sein du SERV (conseil socio-économique de la Flandre) :
  3° trois membres effectifs et trois membres suppléants proposés par les organisations les plus représentatives des employeurs au sein du SERV (conseil socio-économique de la Flandre) :
  4° deux membres effectifs et deux membres suppléants en tant que représentants du département.
  § 3. Le Ministre de l'Emploi nomme les membres de la Commission et veille Ă ce qu'au maximum deux tiers des membres sont du mĂȘme sexe.
  Le mandat des membres est valable pour une durée renouvelable de quatre ans, qui prend fin :
  1° en cas de démission ;
  2° lorsque l'organisation mandante qui a proposé un membre, demande son remplacement ;
  3° lorsqu'un membre perd la qualité justifiant son mandat.
  Le membre qui cesse d'exercer son mandat avant la date normale d'expiration est remplacé par son suppléant qui achÚve le mandat. Dans ce cas, un nouveau suppléant est désigné.
  § 4. Doivent ĂȘtre prĂ©sents pour pouvoir rendre un avis valablement :
  1° le président ou son suppléant ;
  2° un membre représentant les travailleurs ou son suppléant ;
  3° un membre représentant les employeurs ou son suppléant ;
  4° un membre représentant le département ou son suppléant.
  § 5. Le secrétariat de la Commission est assuré par le département.
  § 6. La Commission arrĂȘte son rĂšglement d'ordre intĂ©rieur qui est soumis Ă l'approbation du Ministre de l'Emploi.
  "Art. 2ter. § 1er. Une commission consultative, ci-aprÚs désignée par " la Commission " est établie au sein du département pour les activités de titres-services, chargée de rendre des avis sur l'octroi ou le retrait de l'agrément des entreprises, visées à l'article 2, § 1er, 5° de la loi.
  § 2. La Commission est composée comme suit :
  1° un président agissant comme représentant du Ministre de l'Emploi et un suppléant ;
  2° trois membres effectifs et trois membres suppléants proposés par les organisations les plus représentatives des travailleurs au sein du SERV (conseil socio-économique de la Flandre) :
  3° trois membres effectifs et trois membres suppléants proposés par les organisations les plus représentatives des employeurs au sein du SERV (conseil socio-économique de la Flandre) :
  4° deux membres effectifs et deux membres suppléants en tant que représentants du département.
  § 3. Le Ministre de l'Emploi nomme les membres de la Commission et veille Ă ce qu'au maximum deux tiers des membres sont du mĂȘme sexe.
  Le mandat des membres est valable pour une durée renouvelable de quatre ans, qui prend fin :
  1° en cas de démission ;
  2° lorsque l'organisation mandante qui a proposé un membre, demande son remplacement ;
  3° lorsqu'un membre perd la qualité justifiant son mandat.
  Le membre qui cesse d'exercer son mandat avant la date normale d'expiration est remplacé par son suppléant qui achÚve le mandat. Dans ce cas, un nouveau suppléant est désigné.
  § 4. Doivent ĂȘtre prĂ©sents pour pouvoir rendre un avis valablement :
  1° le président ou son suppléant ;
  2° un membre représentant les travailleurs ou son suppléant ;
  3° un membre représentant les employeurs ou son suppléant ;
  4° un membre représentant le département ou son suppléant.
  § 5. Le secrétariat de la Commission est assuré par le département.
  § 6. La Commission arrĂȘte son rĂšglement d'ordre intĂ©rieur qui est soumis Ă l'approbation du Ministre de l'Emploi.
Art. 4. In artikel 2quater, § 4, eerste lid, punt 19° van hetzelfde koninklijk besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 december 2012, worden de woorden "de RVA" telkens vervangen door de woorden "het departement".
Art. 4. A l'article 2quater, § 4, alinĂ©a premier, point 19°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© royal du 14 dĂ©cembre 2012, les mots " l'Onem " sont chaque fois remplacĂ©s par les mots " le dĂ©partement ".
Art. 5. In artikel 2sexies van hetzelfde koninklijk besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, 7°, worden de woorden "de RVA" vervangen door de woorden "het departement";
  2° in paragraaf 3 wordt het laatste lid opgeheven.
  1° in paragraaf 1, tweede lid, 7°, worden de woorden "de RVA" vervangen door de woorden "het departement";
  2° in paragraaf 3 wordt het laatste lid opgeheven.
Art. 5. A l'article 2sexies du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© royal du 3 aoĂ»t 2012, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, alinéa deux, 7°, les mots " l'ONEm" sont remplacés par les mots " le département " ;
  2° au paragraphe 3, le dernier alinéa est abrogé.
  1° au paragraphe 1er, alinéa deux, 7°, les mots " l'ONEm" sont remplacés par les mots " le département " ;
  2° au paragraphe 3, le dernier alinéa est abrogé.
Art. 6. In artikel 2septies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 maart 2006, 28 september 2008 en 12 juli 2009, wordt paragraaf 4 opgeheven.
Art. 6. A l'article 2septies du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 9 janvier 2004 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 5 mars 2006, 28 septembre 2008 et 12 juillet 2009, le paragraphe 4 est abrogĂ©.
Art. 7. In artikel 2octies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 september 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "van Werk" ingevoegd tussen de woorden "De Minister" en "zal inzonderheid";
  2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "van Werk" ingevoegd tussen de woorden "De Minister" en "zal inzonderheid";
  2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. 7. A l'article 2octies du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 9 janvier 2004 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 28 septembre 2008, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " de l'Emploi " sont insérés entre les mots " Le Ministre " et le mot " procÚdera " ;
  2° le paragraphe 3 est abrogé.
  1° au paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " de l'Emploi " sont insérés entre les mots " Le Ministre " et le mot " procÚdera " ;
  2° le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 8. In artikel 2nonies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 5 maart 2006 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 september 2008 en 14 december 2012, wordt paragraaf 3 opgeheven.
Art. 8. A l'article 2nonies du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 5 mars 2006 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 28 septembre 2008 et 14 dĂ©cembre 2012, le paragraphe 3 est abrogĂ©.
Art. 9. In artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 augustus 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "de RVA", de woorden "de R.V.A.", de woorden "het Beheerscomité van de R.V.A." en de woorden "dit Beheerscomité" worden telkens vervangen door de woorden "het departement".
  2° in paragraaf 2 wordt een negende lid toegevoegd dat luidt als volgt :
  "De aangeschafte dienstencheques kunnen niet aangewend worden voor de betaling van de thuishulp van huishoudelijke aard, vermeld in artikel 1, eerste lid, 2°, die meer dan één jaar voor de datum van de uitgifte van de cheque werden gepresteerd. Indien de dienst niet binnen deze termijn werd vergoed door middel van een dienstencheque zal de gebruiker de volledige waarde van de dienstencheque, inclusief de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 8, dienen te betalen aan de erkende onderneming."
  1° de woorden "de RVA", de woorden "de R.V.A.", de woorden "het Beheerscomité van de R.V.A." en de woorden "dit Beheerscomité" worden telkens vervangen door de woorden "het departement".
  2° in paragraaf 2 wordt een negende lid toegevoegd dat luidt als volgt :
  "De aangeschafte dienstencheques kunnen niet aangewend worden voor de betaling van de thuishulp van huishoudelijke aard, vermeld in artikel 1, eerste lid, 2°, die meer dan één jaar voor de datum van de uitgifte van de cheque werden gepresteerd. Indien de dienst niet binnen deze termijn werd vergoed door middel van een dienstencheque zal de gebruiker de volledige waarde van de dienstencheque, inclusief de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 8, dienen te betalen aan de erkende onderneming."
Art. 9. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 aoĂ»t 2013, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° les mots " l'ONEm ", les mots " le Comité de gestion de l'Onem " et les mots " ce Comité de gestion " sont chaque fois remplacés par les mots " le département ".
  2° au paragraphe 2 est ajouté un alinéa neuf rédigé comme suit :
  "Les titres-services achetĂ©s ne peuvent pas ĂȘtre utilisĂ©s pour le paiement d'aide Ă domicile de nature mĂ©nagĂšre, visĂ©e Ă l'article 1er, alinĂ©a premier, 2°, qui a Ă©tĂ© prestĂ©e plus d'un an avant la date de l'Ă©mission du titre. Lorsque le service n'a pas Ă©tĂ© rĂ©munĂ©rĂ© endĂ©ans ce dĂ©lai au moyen d'un titre-services, l'utilisateur sera tenu de payer la valeur totale du titre-services, y compris l'intervention visĂ©e Ă l'article 8, Ă l'entreprise agréée."
  1° les mots " l'ONEm ", les mots " le Comité de gestion de l'Onem " et les mots " ce Comité de gestion " sont chaque fois remplacés par les mots " le département ".
  2° au paragraphe 2 est ajouté un alinéa neuf rédigé comme suit :
  "Les titres-services achetĂ©s ne peuvent pas ĂȘtre utilisĂ©s pour le paiement d'aide Ă domicile de nature mĂ©nagĂšre, visĂ©e Ă l'article 1er, alinĂ©a premier, 2°, qui a Ă©tĂ© prestĂ©e plus d'un an avant la date de l'Ă©mission du titre. Lorsque le service n'a pas Ă©tĂ© rĂ©munĂ©rĂ© endĂ©ans ce dĂ©lai au moyen d'un titre-services, l'utilisateur sera tenu de payer la valeur totale du titre-services, y compris l'intervention visĂ©e Ă l'article 8, Ă l'entreprise agréée."
Art. 10. In artikel 4, tweede lid, van het hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 maart 2006, worden de woorden "de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening" vervangen door de woorden "het departement".
Art. 10. A l'article 4, alinĂ©a deux, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 5 mars 2006, les mots " l'Office National de l'Emploi " sont remplacĂ©s par les mots " le dĂ©partement ".
Art. 11. In artikel 5, eerste lid, van het hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 17 september 2015, worden de woorden "de RVA" vervangen door de woorden "het departement".
Art. 11. A l'article 5, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, remplacĂ© par le dĂ©cret du 17 septembre 2015, les mots " l'ONEm " sont remplacĂ©s par les mots " le dĂ©partement ".
Art. 12. In artikel 8, § 2, van het hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 juli 2009, worden de woorden "de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening" vervangen door de woorden "het departement".
Art. 12. A l'article 8, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 12 juillet 2009, les mots " l'Office National de l'Emploi " sont remplacĂ©s par les mots " le dĂ©partement ".
Art. 13. Artikel 10 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 14 december 2012, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 10. § 1. De erkende onderneming stort het bedrag van de borgsom, vermeld in artikel 2bis, § 1, van de wet, bij de Deposito- en Consignatiekas.
  § 2. De rentevergoeding wordt jaarlijks uitgekeerd aan de erkende onderneming die de borgsom heeft gestort.
  § 3. In geval van weigering van de erkenning wordt de borgsom integraal teruggestort.
  In het geval de erkenning wordt ingetrokken overeenkomstig artikel 2, § 2, vierde, vijfde en zesde lid, van de wet, of bij de vrijwillige stopzetting van de activiteiten, vermeld in artikel 1, eerste lid, 2°, van dit koninklijk besluit, gaat het departement na of er nog bedragen verschuldigd zijn aan het departement. Als dat het geval is, wordt het bedrag van de borgsom gebruikt voor de aanzuivering van deze schuldvorderingen. Het resterende bedrag wordt teruggestort.
  § 4. Het terug te storten bedrag van de borgsom of een gedeelte ervan, evenals de jaarlijkse rentevergoedingen, waarvan de bestemmeling niet bereikbaar is, zijn 24 maanden na het moment dat de betaling had moeten plaatsvinden, bestemd voor het departement.".
  "Art. 10. § 1. De erkende onderneming stort het bedrag van de borgsom, vermeld in artikel 2bis, § 1, van de wet, bij de Deposito- en Consignatiekas.
  § 2. De rentevergoeding wordt jaarlijks uitgekeerd aan de erkende onderneming die de borgsom heeft gestort.
  § 3. In geval van weigering van de erkenning wordt de borgsom integraal teruggestort.
  In het geval de erkenning wordt ingetrokken overeenkomstig artikel 2, § 2, vierde, vijfde en zesde lid, van de wet, of bij de vrijwillige stopzetting van de activiteiten, vermeld in artikel 1, eerste lid, 2°, van dit koninklijk besluit, gaat het departement na of er nog bedragen verschuldigd zijn aan het departement. Als dat het geval is, wordt het bedrag van de borgsom gebruikt voor de aanzuivering van deze schuldvorderingen. Het resterende bedrag wordt teruggestort.
  § 4. Het terug te storten bedrag van de borgsom of een gedeelte ervan, evenals de jaarlijkse rentevergoedingen, waarvan de bestemmeling niet bereikbaar is, zijn 24 maanden na het moment dat de betaling had moeten plaatsvinden, bestemd voor het departement.".
Art. 13. L'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 14 dĂ©cembre 2012, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 10. § 1er. L'entreprise agréée verse le montant du cautionnement visé à l'article 2bis, § 1er de la loi, auprÚs de la Caisse des DépÎts et Consignations.
  § 2. L'entreprise agréée qui a versĂ© le cautionnement perçoit une bonification d'intĂ©rĂȘt annuelle.
  § 3. En cas de refus de l'agrément, le cautionnement est intégralement remboursé.
  En cas de refus de l'agrĂ©ment, conformĂ©ment Ă l'article 2, § 2, alinĂ©as quatre, cinq et six de la loi ou lors de la cessation volontaire des activitĂ©s, visĂ©es Ă l'article 1er, alinĂ©a premier, 2° du prĂ©sent arrĂȘtĂ© royal, le dĂ©partement examinera s'il y a des arriĂ©rĂ©s Ă percevoir par le dĂ©partement. Si tel est le cas, le montant du cautionnement sera utilisĂ© pour l'apurement de ces crĂ©ances. Le montant restant sera remboursĂ©.
  § 4. Le montant du cautionnement ou d'une partie de celui-ci Ă reverser, ainsi que les revenus d'intĂ©rĂȘt annuels, dont le destinataire n'est pas joignable, sont destinĂ©s au dĂ©partement et ce, 24 mois aprĂšs le moment oĂč le paiement aurait dĂ» ĂȘtre effectuĂ©.
  " Art. 10. § 1er. L'entreprise agréée verse le montant du cautionnement visé à l'article 2bis, § 1er de la loi, auprÚs de la Caisse des DépÎts et Consignations.
  § 2. L'entreprise agréée qui a versĂ© le cautionnement perçoit une bonification d'intĂ©rĂȘt annuelle.
  § 3. En cas de refus de l'agrément, le cautionnement est intégralement remboursé.
  En cas de refus de l'agrĂ©ment, conformĂ©ment Ă l'article 2, § 2, alinĂ©as quatre, cinq et six de la loi ou lors de la cessation volontaire des activitĂ©s, visĂ©es Ă l'article 1er, alinĂ©a premier, 2° du prĂ©sent arrĂȘtĂ© royal, le dĂ©partement examinera s'il y a des arriĂ©rĂ©s Ă percevoir par le dĂ©partement. Si tel est le cas, le montant du cautionnement sera utilisĂ© pour l'apurement de ces crĂ©ances. Le montant restant sera remboursĂ©.
  § 4. Le montant du cautionnement ou d'une partie de celui-ci Ă reverser, ainsi que les revenus d'intĂ©rĂȘt annuels, dont le destinataire n'est pas joignable, sont destinĂ©s au dĂ©partement et ce, 24 mois aprĂšs le moment oĂč le paiement aurait dĂ» ĂȘtre effectuĂ©.
Art. 14. In artikel 10bis van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "de RVA" en de woorden "de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening" worden telkens vervangen door de woorden "het departement";
  2° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Het toezicht op de wet en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt uitgeoefend overeenkomstig het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.
  Bij het vaststellen van anomalieën die een invloed kunnen hebben op de erkenning van de onderneming wordt het Secretariaat ingelicht.";
  3° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "van niveau 4 zoals voorzien in artikel 177/1, § 1, van het Sociaal Strafwetboek of wegens het nalaten of weigeren inlichtingen te verstrekken, zoals voorzien in artikel 233, § 1, 2°, van het Sociaal strafwetboek of wegens oplichting zoals voorzien in artikel 235 van het Sociaal strafwetboek" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel 13/3, § 3, van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, wegens oplichting als vermeld in artikel 13/3, § 4, van hetzelfde decreet, of wegens het verhinderen van het toezicht, vermeld in artikel 24, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet";
  4° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. Als de onderneming het bewijs levert van de naleving van alle voorwaarden, vermeld in artikel 2, § 2, eerste en tweede lid, van de wet, en er geen bedragen verschuldigd zijn aan het departement, worden de ingehouden bedragen, vermeld in paragraaf 2 en 3, alsnog overgemaakt aan de onderneming.
  Als er wordt vastgesteld dat er nog bedragen verschuldigd zijn aan het departement, worden de ingehouden bedragen, vermeld in paragraaf 2 en 3, gebruikt voor de aanzuivering van deze schuldvorderingen. Het resterende bedrag wordt teruggestort.".
  1° de woorden "de RVA" en de woorden "de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening" worden telkens vervangen door de woorden "het departement";
  2° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Het toezicht op de wet en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt uitgeoefend overeenkomstig het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.
  Bij het vaststellen van anomalieën die een invloed kunnen hebben op de erkenning van de onderneming wordt het Secretariaat ingelicht.";
  3° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "van niveau 4 zoals voorzien in artikel 177/1, § 1, van het Sociaal Strafwetboek of wegens het nalaten of weigeren inlichtingen te verstrekken, zoals voorzien in artikel 233, § 1, 2°, van het Sociaal strafwetboek of wegens oplichting zoals voorzien in artikel 235 van het Sociaal strafwetboek" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel 13/3, § 3, van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, wegens oplichting als vermeld in artikel 13/3, § 4, van hetzelfde decreet, of wegens het verhinderen van het toezicht, vermeld in artikel 24, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet";
  4° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. Als de onderneming het bewijs levert van de naleving van alle voorwaarden, vermeld in artikel 2, § 2, eerste en tweede lid, van de wet, en er geen bedragen verschuldigd zijn aan het departement, worden de ingehouden bedragen, vermeld in paragraaf 2 en 3, alsnog overgemaakt aan de onderneming.
  Als er wordt vastgesteld dat er nog bedragen verschuldigd zijn aan het departement, worden de ingehouden bedragen, vermeld in paragraaf 2 en 3, gebruikt voor de aanzuivering van deze schuldvorderingen. Het resterende bedrag wordt teruggestort.".
Art. 14. A l'article 10bis du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 14 dĂ©cembre 2012, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° les mots " l'ONEm " et les mots " l'Office national de l'Emploi " sont chaque fois remplacés par les mots " le département " ;
  2° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. La surveillance du respect de la loi et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution s'exerce conformĂ©ment au dĂ©cret du 30 avril 2004 relatif au contrĂŽle des lois sociales.
  Lorsque des anomalies sont constatées qui peuvent influencer l'agrément de l'entreprise, le Secrétariat est informé. " ;
  3° au paragraphe 3, le membre de phrase " de niveau 4 telle que prĂ©vue par l'article 177/1, § 1er, du Code pĂ©nal social ou en raison de l'abstention ou du refus de fournir des renseignements, tels que prĂ©vus par l'article 233, § 1, 2°, du Code pĂ©nal social ou en raison de l'escroquerie, telle que prĂ©vue Ă l'article 235 du Code pĂ©nal social " est remplacĂ© par le membre de phrase " telle que prĂ©vue Ă l'article 13/3, § 3 du dĂ©cret du 30 avril 2004 relatif au contrĂŽle des lois sociales, en raison de l'escroquerie, telle que prĂ©vue Ă l'article 13/3, § 4 du mĂȘme dĂ©cret ou en raison de l'empĂȘchement du contrĂŽle, visĂ© Ă l'article 24, alinĂ©a premier, 3° du dĂ©cret prĂ©citĂ© " ;
  4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Si l'entreprise apporte la preuve du respect de l'ensemble des conditions prévues à l'article 2, § 2, alinéas 1er et 2, de la loi, et s'il n'y a pas d'arriérés à percevoir par le département, les montants retenus visés aux paragraphes 2 et 3 sont encore transmis à l'entreprise.
  S'il est constaté qu'il y a des arriérés à percevoir par le département, les montants retenus visés aux paragraphes 2 et 3 sont utilisés pour l'apurement de ces créances. Le montant restant sera remboursé. ".
  1° les mots " l'ONEm " et les mots " l'Office national de l'Emploi " sont chaque fois remplacés par les mots " le département " ;
  2° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. La surveillance du respect de la loi et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution s'exerce conformĂ©ment au dĂ©cret du 30 avril 2004 relatif au contrĂŽle des lois sociales.
  Lorsque des anomalies sont constatées qui peuvent influencer l'agrément de l'entreprise, le Secrétariat est informé. " ;
  3° au paragraphe 3, le membre de phrase " de niveau 4 telle que prĂ©vue par l'article 177/1, § 1er, du Code pĂ©nal social ou en raison de l'abstention ou du refus de fournir des renseignements, tels que prĂ©vus par l'article 233, § 1, 2°, du Code pĂ©nal social ou en raison de l'escroquerie, telle que prĂ©vue Ă l'article 235 du Code pĂ©nal social " est remplacĂ© par le membre de phrase " telle que prĂ©vue Ă l'article 13/3, § 3 du dĂ©cret du 30 avril 2004 relatif au contrĂŽle des lois sociales, en raison de l'escroquerie, telle que prĂ©vue Ă l'article 13/3, § 4 du mĂȘme dĂ©cret ou en raison de l'empĂȘchement du contrĂŽle, visĂ© Ă l'article 24, alinĂ©a premier, 3° du dĂ©cret prĂ©citĂ© " ;
  4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Si l'entreprise apporte la preuve du respect de l'ensemble des conditions prévues à l'article 2, § 2, alinéas 1er et 2, de la loi, et s'il n'y a pas d'arriérés à percevoir par le département, les montants retenus visés aux paragraphes 2 et 3 sont encore transmis à l'entreprise.
  S'il est constaté qu'il y a des arriérés à percevoir par le département, les montants retenus visés aux paragraphes 2 et 3 sont utilisés pour l'apurement de ces créances. Le montant restant sera remboursé. ".
Art. 15. Artikel 10ter van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 2012, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 10ter. Ingeval er bedragen verschuldigd zijn aan het departement als de erkenning wordt ingetrokken of bij de vrijwillige stopzetting van de activiteiten, zullen de ingehouden bedragen, vermeld in artikel 10bis, § 2 en § 3, bij voorrang gebruikt worden voor de aanzuivering van deze schuldvorderingen".
  "Art. 10ter. Ingeval er bedragen verschuldigd zijn aan het departement als de erkenning wordt ingetrokken of bij de vrijwillige stopzetting van de activiteiten, zullen de ingehouden bedragen, vermeld in artikel 10bis, § 2 en § 3, bij voorrang gebruikt worden voor de aanzuivering van deze schuldvorderingen".
Art. 15. L'article 10ter du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 14 dĂ©cembre 2012, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 10ter. S'il y a des arriérés à percevoir par le département, lorsque l'agrément est retiré ou au moment de la cessation volontaire des activités, les montants retenus visés à l'article 10bis, § 2 et § 3, seront prioritairement utilisés pour l'apurement de ces créances. "
  " Art. 10ter. S'il y a des arriérés à percevoir par le département, lorsque l'agrément est retiré ou au moment de la cessation volontaire des activités, les montants retenus visés à l'article 10bis, § 2 et § 3, seront prioritairement utilisés pour l'apurement de ces créances. "
Art. 16. Artikel 11 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2007, wordt opgeheven.
Art. 16. L'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 juillet 2007, est abrogĂ©.
Art. 17. Artikel 11bis van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 11bis. In afwijking van artikel 3, § 3, tweede en derde lid, kunnen de dienstencheque, aangeschaft bij het uitgiftebedrijf aangesteld door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening bedoeld in artikel 7 van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, niet omgeruild of vervangen worden maar enkel worden gebruikt of terugbetaald indien ze niet werden gebruikt en nog geldig zijn.".
  "Art. 11bis. In afwijking van artikel 3, § 3, tweede en derde lid, kunnen de dienstencheque, aangeschaft bij het uitgiftebedrijf aangesteld door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening bedoeld in artikel 7 van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, niet omgeruild of vervangen worden maar enkel worden gebruikt of terugbetaald indien ze niet werden gebruikt en nog geldig zijn.".
Art. 17. L'article 11bis du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 9 janvier 2004, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 11bis. Par dĂ©rogation Ă l'article 3, § 3, alinĂ©as deux et trois, les titres-services achetĂ©s auprĂšs de la sociĂ©tĂ© Ă©mettrice dĂ©signĂ©e par l'Office national de l'Emploi, visĂ© Ă l'article 7 de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs, ne peuvent pas ĂȘtre Ă©changĂ©s ou remplacĂ©s mais uniquement ĂȘtre utilisĂ©s ou remboursĂ©s s'ils n'ont pas Ă©tĂ© utilisĂ©s et qu'ils sont toujours valables. ".
  " Art. 11bis. Par dĂ©rogation Ă l'article 3, § 3, alinĂ©as deux et trois, les titres-services achetĂ©s auprĂšs de la sociĂ©tĂ© Ă©mettrice dĂ©signĂ©e par l'Office national de l'Emploi, visĂ© Ă l'article 7 de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs, ne peuvent pas ĂȘtre Ă©changĂ©s ou remplacĂ©s mais uniquement ĂȘtre utilisĂ©s ou remboursĂ©s s'ils n'ont pas Ă©tĂ© utilisĂ©s et qu'ils sont toujours valables. ".
Art. 18. Artikel 11ter van hetzelfde koninklijke besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004 en vervangen bij het koninklijk besluit van 17 augustus 2013, wordt opgeheven.
Art. 18. L'article 11ter du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 9 janvier 2004 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 aoĂ»t 2013, est abrogĂ©.
Art. 19. In artikel 12 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juli 2004 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 maart 2006 en 12 juli 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "De RVA" worden telkens vervangen door de woorden "Het departement";
  2° in het tweede lid worden de woorden "de kwartaalaangifte bij de voor de inning van de sociale zekerheidsbijdragen bevoegde instelling" vervangen door de woorden "de raadpleging van administratieve databanken";
  3° het derde lid wordt opgeheven.
  1° de woorden "De RVA" worden telkens vervangen door de woorden "Het departement";
  2° in het tweede lid worden de woorden "de kwartaalaangifte bij de voor de inning van de sociale zekerheidsbijdragen bevoegde instelling" vervangen door de woorden "de raadpleging van administratieve databanken";
  3° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 19. A l'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 14 juillet 2004 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 5 mars 2006 et 12 juillet 2009, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° les mots " l'ONEm " sont chaque fois remplacés par les mots " le département " ;
  2° à l'alinéa deux, les mots " la déclaration trimestrielle auprÚs de l'institution compétente pour la perception des cotisations de sécurité sociale " sont remplacés par les mots " la consultation de bases de données administratives " ;
  3° l'alinéa trois est abrogé.
  1° les mots " l'ONEm " sont chaque fois remplacés par les mots " le département " ;
  2° à l'alinéa deux, les mots " la déclaration trimestrielle auprÚs de l'institution compétente pour la perception des cotisations de sécurité sociale " sont remplacés par les mots " la consultation de bases de données administratives " ;
  3° l'alinéa trois est abrogé.
Art. 20. In artikel 13 van hetzelfde koninklijk besluit, vernummerd bij het koninklijk besluit van 14 juli 2004, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 20. A l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, renumĂ©rotĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 14 juillet 2004, l'alinĂ©a deux est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques
CHAPITRE 2. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services
Art. 21. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 maart 2015, wordt punt 3° opgeheven.
Art. 21. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 mars 2015, le point 3° est abrogĂ©.
Art. 22. Artikel 6quater van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 2013, wordt opgeheven.
Art. 22. L'article 6quater du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 octobre 2013, est abrogĂ©.
Art. 23. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 juli 2009 en 10 oktober 2013, wordt het derde lid opgeheven.
Art. 23. A l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 22 juillet 2009 et 10 octobre 2013, l'alinĂ©a trois est abrogĂ©.
Art. 24. In artikel 9 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 juli 2009 en 10 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de zinsnede ", artikel 6ter of artikel 6quater" wordt vervangen door de zinsnede "of artikel 6ter";
  2° de woorden "de RVA" worden telkens vervangen door de woorden "het departement".
  1° de zinsnede ", artikel 6ter of artikel 6quater" wordt vervangen door de zinsnede "of artikel 6ter";
  2° de woorden "de RVA" worden telkens vervangen door de woorden "het departement".
Art. 24. A l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 22 juillet 2009 et 10 octobre 2013, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le membre de phrase " , à l'article 6ter ou à l'article 6quater " est remplacé par le membre de phrase " ou à l'article 6ter " ;
  2° les mots " l'ONEm " sont chaque fois remplacés par les mots " le département ".
  1° le membre de phrase " , à l'article 6ter ou à l'article 6quater " est remplacé par le membre de phrase " ou à l'article 6ter " ;
  2° les mots " l'ONEm " sont chaque fois remplacés par les mots " le département ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 25. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2016 met uitzondering van artikel 20, 21 en 22, 1°, die op 1 juli 2016 in werking treden.
Art. 25. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1 janvier 2016, Ă l'exception des articles 20, 21 et 22, 1° qui entrent en vigueur le 1 juillet 2016.
Art. 26. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 26. Le Ministre flamand ayant la politique de l'emploi dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.