Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
1 DECEMBER 2016. - Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende het beheer van afvalstoffen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 13-01-2017 en tekstbijwerking tot 13-02-2025)
Titre
1 DECEMBRE 2016. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale relatif Ă  la gestion des dĂ©chets(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 13-01-2017 et mise Ă  jour au 13-02-2025)
Documentinformatie
Numac: 2016031801
Datum: 2016-12-01
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016031801
Date: 2016-12-01
Moniteur: Voir
Inhoud
TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied HOOFDSTUK 2. - Traceerbaarheid, register en rap... Afdeling 1. [1 Bepalingen betreffende de tracee... Afdeling 2. [1 Register en rapport van afvalsto... HOOFDSTUK 3. - Afvalstoffenlijst HOOFDSTUK 4. [1 Verwerking van persoonsgegevens ]1 Afdeling 1. [1 . - Gebruik van de gegevens ]1 Art. 1.10.1 [1 De in artikel 2.2.9, 1° bedoelde... Art. 1.10.2 [1 De gegevens bedoeld in artikel 2... Art. 1.10.3 [1 De in [2 artikelen 3.3.2, 3.4.2,... Art. 1.10.4 [1 . § 1. De in artikel 3.9.9 § 2 b... Art. 1.10.5 [1 De in artikel 4.7.5, § 2 bedoeld... Afdeling 2. [1 Verwerkingsverantwoordelijke voo... Afdeling 3. [1 Transparantie ]1 TITEL II. - Bepalingen betreffende de uitgebrei... HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Doelstelling en toepassingsgebied Afdeling 2. - Personen onderworpen aan de uitge... HOOFDSTUK 2. - Algemene verplichtingen met betr... Afdeling 1. - De terugnameplicht Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Onderafdeling 2. - Terugname van de afvalstoffen Onderafdeling 3. - Financiering van de terugnam... Onderafdeling 4. - De samenwerking met de venno... Afdeling 2. - Verwerking van de afvalstoffen Afdeling 3. - Preventie- en beheersplan Afdeling 4. - Informatie en rapportage Onderafdeling 1. - Rapportage Onderafdeling 2. - Sensibilisering van de consu... HOOFDSTUK 3. - Delegaties Afdeling 1. - Het erkende organisme Afdeling 2. - Het beheersorganisme Afdeling 3. - De minimuminhoud van de milieuove... Afdeling 4. - Identificatie van de kosten Afdeling 5. - Goedkeuring door en advies van he... HOOFDSTUK 4. - Verplichtingen per afvalstroom Afdeling 1. - Afgedankte batterijen en accu's Onderafdeling 1. - Definities en toepassingsgebied Onderafdeling 2. - Terugnameplicht Onderafdeling 3. - Verwerking Onderafdeling 4. - Financiering Onderafdeling 5. - Doelstellingen Onderafdeling 6. - Rapportage Onderafdeling 7. - Preventie- en beheersplan Onderafdeling 8. - Sensibilisering van de consu... Onderafdeling 9. - Register van de producenten Afdeling 2. - Versleten banden Onderafdeling 1. - Definities en toepassingsgebied Onderafdeling 2. - Terugnameplicht Onderafdeling 3. - Verwerking Onderafdeling 4. - Financiering Onderafdeling 5. - Doelstellingen Onderafdeling 6. - Rapportage Onderafdeling 7. - Preventie- en beheersplan Onderafdeling 8. - Sensibilisering van de consu... Afdeling 3. - Afgewerkte oliën Onderafdeling 1. - Definities en toepassingsgebied Onderafdeling 2. - Terugnameplicht Onderafdeling 3. - Verwerking Onderafdeling 4. - Financiering Onderafdeling 5. - Doelstellingen Onderafdeling 6. - Rapportage Onderafdeling 7. - Preventie- en beheersplan Onderafdeling 8. - Sensibilisering van de consu... Afdeling 4. - Afgedankte voertuigen Onderafdeling 1. - Definities en toepassingsgebied Onderafdeling 2. - Terugnameplicht Onderafdeling 3. - Verwerking Onderafdeling 4. - Financiering Onderafdeling 5. - Doelstellingen Onderafdeling 6. - Rapportage Onderafdeling 7. - Preventie- en beheersplan Onderafdeling 8. - Sensibilisering van de consu... Afdeling 5. - Afgedankte elektrische en elektro... Onderafdeling 1. - Definities en toepassingsgebied Onderafdeling 2. - Terugnameplicht Onderafdeling 3. - Verwerking Onderafdeling 4. - Financiering Onderafdeling 5. - Doelstellingen Onderafdeling 6. - Rapportage Onderafdeling 7. - Preventie- en beheersplan Onderafdeling 8. - Sensibilisering van de consu... Onderafdeling 9. - Registratie van de producenten Onderafdeling 10. - De gevolmachtigde Afdeling 6. [1 - Afgedankte matrassen ]1 Onderafdeling 1. [1 Definities en toepassingsge... Onderafdeling 2. [1 Terugnameplicht ]1 Onderafdeling 3. [1 Verwerking ]1 Onderafdeling 4. [1 Financiering ]1 Onderafdeling 5. [1 Doelstellingen]1 Onderafdeling 6. [1 Rapportage ]1 Onderafdeling 7. [1 Preventie]1 Onderafdeling 8. [1 Sensibilisering van de gebr... TITEL III. - Bepalingen betreffende afvalbeheer... HOOFDSTUK 1. - Registratie, erkenning en milieu... Afdeling 1. - Algemene bepalingen Afdeling 2. - Gemeenschappelijke bepalingen voo... HOOFDSTUK 2. - Vervoerder, vervoer en overbreng... Afdeling 1. - Vervoerder Onderafdeling 1. - Registratie van rechtswege Onderafdeling 2. - Algemene voorwaarden voor de... Afdeling 2. - Vervoer Afdeling 3. - Grensoverschrijdende overbrenging... HOOFDSTUK 3. - Inzamelaar, handelaar en makelaa... Afdeling 1. - Registratieaanvraag Afdeling 2. - Algemene voorwaarden voor de uito... HOOFDSTUK 4. - Inzamelaar, handelaar en makelaa... Afdeling 1. - Erkenningsaanvraag Afdeling 2. - Algemene voorwaarden voor de uito... HOOFDSTUK 5. - Inrichting voor het inzamelen of... Afdeling 1. - Milieuvergunningsaanvraag Afdeling 2. - Algemene uitbatingsvoorwaarden Afdeling 3. - Bepalingen voor sommige inzamelin... Afdeling 4. [1 Bepalingen betreffende bijkomend... Art. 3.5.18. [1 Toepassingsgebied Art. 3.5.19. [1 Uitbating HOOFDSTUK 6. - Einde-afvalfase HOOFDSTUK 7. - Gescheiden inzameling van afvals... HOOFDSTUK 8. - Verbranding van afvalstoffen Afdeling 1. - Het energetisch rendement Afdeling 2. [1 - Belasting op het verbranden va... Onderafdeling 1. [1 - Definities]1 Onderafdeling 2. [1 - Kohieren]1 Onderafdeling 3. [1 - Inning en invordering]1 Onderafdeling 4. [1 - Oplossing van moeilijkhed... HOOFDSTUK 9. [1 Composteren ]1 Afdeling 1. [1 Wijkcompostering en bedrijfscomp... Onderafdeling 1. [1 - Toepassingsgebied en afwi... Art. 3.9.1. [1 Toepassingsgebied en afwijkingen Onderafdeling 2. [1 Algemeen ]1 Onderafdeling 3. [1 Exploitatie ]1 Afdeling 2. [1 Kleinschalig composteren ]1 Onderafdeling 1. [1 Toepassingsgebied ]1 Onderafdeling 2. [1 Algemeen ]1 Onderafdeling 3. [1 Uitbating ]1 Afdeling 3. [1 Grootschalig composteren ]1 Onderafdeling 1. [1 Toepassingsgebied ]1 Onderafdeling 2. [1 Algemeen ]1 Onderafdeling 3. [1 Uitbating ]1 TITEL IV. - Bepalingen betreffende bepaalde afv... HOOFDSTUK 1. - Afgedankte elektrische en electr... Afdeling 1. - Definities Afdeling 2. - De handelingen voor het beheer va... Onderafdeling 1. - Voorbereiding voor hergebrui... Onderafdeling 2. - Inzameling en verwerking Onderafdeling 3. [1 Grensoverschrijdende overbr... Afdeling 3. - De operatoren van het beheer van ... Onderafdeling 1. - De opslag- en inzamelplaats Onderafdeling 2. - De verwerkingssite Afdeling 4. - Rapportage met betrekking tot de ... HOOFDSTUK 2. Afdeling 1. Afdeling 2. Afdeling 3. Afdeling 4. Afdeling 5. HOOFDSTUK 3. - Afvalstoffen van geneesmiddelen Afdeling 1. - Algemene Bepalingen Afdeling 2. - Beheer van afvalstoffen van genee... Afdeling 3. - Rapportage Afdeling 4. - Sensibilisering van de consument HOOFDSTUK 4. - Afgedankte voertuigen HOOFDSTUK 5. [1 Dierlijke bijproducten en afgel... Afdeling 1. [1 Algemene bepalingen ]1 Afdeling 2. [1 - Handelingen voor het beheer va... Art. 4.5.2. [1 Verpakking Art. 4.5.3. [1 Contract en melding van inzameling Art. 4.5.4. [1 Bewaring en vervoer Art. 4.5.5. [1 Verwijdering en gebruik Afdeling 3. [1 Operatoren voor het beheer van d... Afdeling 4. [1 Specifieke regels]1 Onderafdeling 1. [1 Mest]1 Onderafdeling 2. [1 Afgewerkte voedingsolie en ... HOOFDSTUK 6. - Verpakkingsafval Afdeling I. - Plastic zakjes Afdeling 2. [1 Producten voor eenmalig gebruik ]1 HOOFDSTUK 7. [1 Afvalstoffen van activiteiten i... Afdeling 1. [1 Toepassingsgebied en definities ]1 Afdeling 2. [1 Operaties voor het beheer van de... Onderafdeling 1. [1 Preventie ]1 Onderafdeling 2 [1 Sorteren ]1 Onderafdeling 3 [1 Verpakking en opslag]1 Onderafdeling 4. [1 Inzameling ]1 Onderafdeling 5. [1 Behandeling en nuttige toep... HOOFDSTUK 8. [1 - Gerecycleerde granulaten]1 Afdeling 1. [1 - Algemeen]1 Afdeling 2. [1 - Toelatingen voor de productie ... Afdeling 3. [1 - Productie van gerecycleerde gr... Art. 4.8.4.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 § 1. De breker b... Art. 4.8.5.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 Kwaliteitbeheers... Art. 4.8.6.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 Algemene voorwaa... Afdeling 4.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 - Voorwaarden vo... Onderafdeling 1.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 - Kwaliteit... Onderafdeling 2.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 - Controle ... Onderafdeling 3.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 - Bevoorrad... Afdeling 5.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 - Traceerbaarhei... Onderafdeling 1.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 - Algemeen]1 Onderafdeling 2.TOEKOMSTIG_RECHT. [1 - Conformi... Afdeling 6. [1 - Beheerorganisatie van gerecycl... Onderafdeling 1. [1 - Registratieaanvraag]1 Onderafdeling 2. [1 - Algemene voorwaarden voor... HOOFDSTUK 9. [1 - Gronden en gerecycleerde gran... Afdeling 1. [1 - Algemeen]1 Afdeling 2. [1 - Voorwaarden voor gebruik]1 Onderafdeling 1. [1 - Algemeen]1 Onderafdeling 2. [1 - Algemeen gebruik]1 Onderafdeling 3. [1 - Gebruik van gronden op ee... Onderafdeling 4. [1 - Ander gebruik van gronden]1 Afdeling 3. [1 - Traceerbaarheidsprocedure]1 Onderafdeling 1. [1 - Algemeen]1 Onderafdeling 2. [1 - Administratieve procedure]1 Afdeling 4. [1 - Grondbeheerorganisatie]1 TITEL V. - Wijzigings-, opheffings-, overgangs-... HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepalingen HOOFDSTUK 2. - Opheffingsbepalingen Afdeling 1. - Gedeeltelijke opheffing Afdeling 2. - Volledige opheffing HOOFDSTUK 3. - Overgangs- en slotbepalingen Afdeling 1. - Inwerkingtreding Afdeling 2. - Slotbepaling BIJLAGEN.
Inhoud
TITRE Ier. - Dispositions générales CHAPITRE 1er. - Définitions et champ d'application CHAPITRE 2. - Traçabilité, registre et rapportage Section 1re. [1 Dispositions relatives à la tra... Section 2. [1 Registre et rapport de déchets et... CHAPITRE 3. - Liste de déchets CHAPITRE 4. [1 - Traitement des données à carac... Section 1re. [1 - Utilisation des données ]1 Section 2. [1 Responsable du traitement des don... Art. 1.11.1. [1 Le responsable du traitement de... Art. 1.11.2. [1 Le responsable du traitement de... Art. 1.11.3. [1 Le responsable du traitement de... Art. 1.11.4. [1 § 1er. Les responsables du trai... Art. 1.11.5. [1 Les responsables du traitement ... Art. 1.11.6. [1 Le responsable du traitement de... Section 3. [1 Transparence ]1 Art. 1.12.1. [1 Bruxelles Environnement prend d... TITRE II. - Dispositions relatives a la respons... CHAPITRE 1er. - Dispositions communes Section 1re. - Objectif et champ d'application Section 2. - Des personnes soumises à la respon... CHAPITRE 2. - Des obligations générales liées à... Section 1re. - De l'obligation de reprise Sous-section 1re. - Dispositions générales Sous-section 2. - De la reprise des déchets Sous-section 3. - Du financement de la reprise ... Sous-section 4. - De la collaboration avec les ... Section 2. - Du traitement des déchets Section 3. - Du plan de prévention et de gestion Section 4. - De l'information et du rapportage Sous-section 1re. - Du rapportage Sous-section 2. - De l'information des consomma... CHAPITRE 3. - Délégations Section 1re. - De l'organisme agréé Section 2. - De l'organisme de gestion Section 3. - Du contenu minimal de la conventio... Section 4. - De l'identification des coûts Section 5. - De l'approbation et de l'avis de l... CHAPITRE 4. - Obligations par flux Section 1re. - Déchets de piles et accumulateurs Sous-section 1re. - Définitions et champ d'appl... Sous-section 2. - Obligation de reprise Sous-section 3. - Traitement Sous-section 4. - Financement Sous-section 5. - Taux Sous-section 6. - Rapportage Sous-section 7. - Plan de prévention et de gestion Sous-section 8. - Information du consommateur Sous-section 9. - Registre de producteurs Section 2. - Des pneus usés Sous-section 1re. - Définitions et champ d'appl... Sous-section 2. - Obligation de reprise Sous-section 3. - Traitement Sous-section 4. - Financement Sous-section 5. - Taux Sous-section 6. - Rapportage Sous-section 7. - Plan de prévention et de gestion Sous-section 8. - Information du consommateur Section 3. - Des huiles usagées Sous-section 1re. - Définitions et champ d'appl... Sous-section 2. - Obligation de reprise Sous-section 3. - Traitement Sous-section 4. - Financement Sous-section 5. - Taux Sous-section 6. - Rapportage Sous-section 7. - Plan de prévention et de gestion Sous-section 8. - Information du consommateur Section 4. - Des véhicules hors d'usage Sous-section 1re. - Définitions et champ d'appl... Sous-section 2. - Obligation de reprise Sous-section 3.-. Traitement Sous-section 4. - Financement Sous-section 5. - Taux Sous-section 6. - Rapportage Sous-section 7. - Plan de prévention et de gestion Sous-section 8. - Information du consommateur Section 5. - Des déchets d'équipements électriq... Sous-section 1re. - Définitions et champ d'appl... Sous-section 2. - Obligation de reprise Sous-section 3.-. Traitement Sous-section 4. - Financement Sous-section 5. - Taux Sous-section 6. - Rapportage Sous-section 7. - Plan de prévention et de gestion Sous-section 8. - Information du consommateur e... Sous-section 9. - Registre des producteurs Sous-section 10. - Du mandataire Section 6. [1 Déchets de matelas ]1 Sous-section 1re. [1 Définitions et champ d'app... Sous-section 2. [1 Obligation de reprise ]1 Sous-section 3. [1 Traitement ]1 Sous-section 4. [1 Financement ]1 Sous-section 5. [1 Taux]1 Sous-section 6. [1 Rapportage]1 Sous-section 7. [1 Prévention]1 Sous-section 8. [1 Information des utilisateurs... TITRE III. - Dispositions relatives aux opérati... CHAPITRE 1er. - Enregistrement, agrément et per... Section 1re. - Dispositions générales Section 2. - Dispositions communes aux procédur... CHAPITRE 2. - Transporteur, transport et transf... Section 1re. - Transporteur Sous-section 1re. - Enregistrement de plein droit Sous-section 2. - Conditions générales pour l'e... Section 2. - Transport Section 3. - Transfert transfrontalier de déchets CHAPITRE 3. - Collecteur, négociant et courtier... Section 1re. - Demande d'enregistrement Section 2. - Conditions générales pour l'exerci... CHAPITRE 4. - Collecteur, négociant et courtier... Section 1re. - Demande d'agrément Section 2. - Conditions générales pour l'exerci... CHAPITRE 5. - Installation de collecte ou de tr... Section 1re. - Demande de permis d'environnement Section 2. - Conditions générales d'exploitation Section 3. - Dispositions relatives à certaines... Section 4. [1 Dispositions relatives aux points... CHAPITRE 6. - Fin du statut de déchet CHAPITRE 7. - Collecte séparée des déchets autr... CHAPITRE 8. - Incinération de déchets Section 1re. - Du rendement énergétique Section 2. [1 - De la taxe à l'incinération des... Sous-section 1re. [1 - Définitions ]1 Sous-Section 2. [1 - RÎles]1 Sous-Section 3. [1 - Perception et recouvrement]1 Sous-Section 4. [1 - Solution de difficultés]1 CHAPITRE 9. [1 Compostage ]1 Section 1re. [1 Compostage de quartier et compo... Sous-Section 1. [1 Champ d'application et dérog... Sous-Section 2. [1 Généralités]1 Sous-Section 3. [1 Exploitation ]1 Section 2. [1 Compostage de petite taille ]1 Sous-Section 1re. [1 Champ d'application ]1 Sous-Section 2. [1 - Généralités ]1 Sous-Section 3. [1 Exploitation ]1 Section 3. [1 Compostage de grande taille ]1 Sous-Section 1re. [1 Champ d'application ]1 Sous-Section 2. [1 Généralités ]1 Sous-Section 3. [1 Exploitation ]1 TITRE IV. - Dispositions relatives à certains f... CHAPITRE 1er. - Des déchets d'équipements élect... Section 1re. - Définitions Section 2. - Des opérations de gestion des DEEE Sous-section 1er. - De la préparation en vue du... Sous-section 2. - Collecte et traitement Sous-section 3. [1 Du transfert transfrontalier... Section 3. - Des opérateurs de gestion des DEEE Sous-Section 1re. - Le site de dépÎt et de coll... Sous-section 2. - Le site de traitement Section 4. - Rapportage relatif aux opérations ... CHAPITRE 2. Section 1re. Section 2. Section 3. Section 4. Section 5. CHAPITRE 3. - Des déchets de médicaments Section 1re. - Généralités Section 2. - Gestion des déchets de médicaments Section 3. - Rapportage Section 4. - Information du consommateur CHAPITRE 4. - Véhicules hors d'usage CHAPITRE 5. [1 Sous-produits animaux et produit... Section 1re. [1 Dispositions générales ]1 Art. 4.5.1 [1 Champ d'application Section 2. [1 Opérations de gestion des sous-pr... Section 3. [1 Opérateurs de gestion des sous-pr... Section 4. [1 RÚgles spécifiques ]1 Sous-Section 1re. [1 Lisier ]1 Sous-Section 2. [1 Déchets d'huiles et graisses... CHAPITRE 6. - Déchets d'emballages Section Ire. - Des sacs plastiques Section 2. [1 Produits à usage unique ]1 CHAPITRE 7. [1 Des déchets d'activités de soins... Section 1re. [1 Champ d'application et définiti... Section 2. [1 Opérations de gestion des déchets... Sous-Section 1re. [1 Prévention ]1 Art. 4.7.5 . [1 Formation du personnel Sous-section 2. [1 Tri ]1 Sous-section 3. [1 Conditionnement et dépÎt ]1 Sous-section 4. [1 Sous-section 4. - Collecte ]1 Sous-section 5. [1 Traitement et valorisation ]1 CHAPITRE 8. [1 - Granulats recyclés]1 Section 1re. [1 - Généralités]1 Section 2. [1 - Autorisations de production de ... Section 3. DROIT_FUTUR.[1 - Production de granu... Section 4.DROIT_FUTUR.[1 - Conditions d'utilisa... Sous-section 1re.DROIT_FUTUR.[1 - CritÚres de q... Sous-section 2.DROIT_FUTUR.[1 - ContrÎle des gr... Sous-section 3.DROIT_FUTUR.[1 - Approvisionneme... Section 5.DROIT_FUTUR.[1 - Procédure de traçabi... Sous-section 1re.DROIT_FUTUR.[1 - Généralités]1 Sous-section 2.DROIT_FUTUR.[1 - Déclaration de ... Section 6. [1 - Organisme de gestion de granula... Sous-section 1re. [1 - Demande d'enregistrement]1 Sous-section 2. [1 - Conditions générales pour ... CHAPITRE 9. [1 - Terres et granulats recyclés u... Section 1re. [1 - Généralités]1 Section 2. [1 - Conditions d'utilisation]1 Sous-section 1re. [1 - Généralités]1 Sous-section 2. [1 - Utilisation générale]1 Sous-section 3. [1 - Utilisation de terres sur ... Sous-section 4. [1 - Autre utilisation de terres]1 Art. 4.9.7. [1 Par dérogation aux conditions de... Section 3. [1 - Procédure de traçabilité]1 Sous-section 1re. [1 - Généralités]1 Art. 4.9.8. DROIT_FUTUR.[1 L'échange des docume... Art. 4.9.9. [1 Le détenteur de déchets et l'uti... Sous-section 2. [1 - Procédure administrative]1 Art. 4.9.10. [1 Rapport technique Art. 4.9.11. [1 Exécution, notification et appr... Art. 4.9.12. [1 Transport et autorisation de tr... Art. 4.9.13. [1 Déclaration de réception Art. 4.9.14. [1 Rapport de gestion de terres Section 4. [1 - Organisme de gestion de terres]1 TITRE V. - Dispositions modificatives abrogatoi... CHAPITRE 1er. - Dispositions modificatives CHAPITRE 2. - Dispositions abrogatoires Section 1re. - Abrogation partielle Section 2. - Abrogation complÚte CHAPITRE 3. - Dispositions transitoires et finales Section 1re. - Entrée en vigueur Section 2. - Disposition finale ANNEXES.
Tekst (564)
Texte (564)
TITEL I. - Algemene bepalingen
TITRE Ier. - Dispositions générales
HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied
CHAPITRE 1er. - Définitions et champ d'application
Artikel 1.1. Definities
  § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° "afvalstoffenlijst": de lijst van afvalstoffen zoals bepaald in artikel 10 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen;
  2° "vervoer": het geheel van de operaties van laden, lossen en verplaatsen van afvalstoffen van een plaats naar een andere;
  3° "financieringsovereenkomst": een lening-, lease-, huur- of afbetalingsovereenkomst of een regeling met betrekking tot enige apparatuur, ongeacht of volgens die overeenkomst of regeling dan wel volgens een bijkomende overeenkomst of regeling eigendomsoverdracht van het apparaat zal of kan plaatsvinden;
  4° "in de handel brengen": het voor het eerst beroepsmatig op de markt aanbieden van een product op het Belgisch grondgebied;
  5° "op de markt aanbieden": het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een product met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de Belgische markt;
  6° [1 "distributeur": elke persoon in de toeleveringsketen die een product op de markt aanbiedt;]1;
  7° "kleinhandelaar": iedere persoon die een product te koop aanbiedt aan de consument;
  8° "consument": de natuurlijke of rechtspersoon die de producten voor privé- of beroepsmatige doeleinden verwerft om ze te verbruiken of gebruiken;
  9° [2 ...]2
  10° [3 "producent": onder de producenten van producten in de zin van artikel 3, 13° van de ordonnantie afval, iedere natuurlijke of rechtspersoon die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, inclusief de verkoop op afstand:
   a) in België gevestigd is en onder zijn eigen naam of merknaam een product vervaardigt, of laat ontwerpen of vervaardigen en het onder zijn eigen naam of merknaam op de markt brengt op het Belgisch grondgebied;
   b) in België gevestigd is en in België onder zijn eigen naam of handelsmerk een product wederverkoopt die door andere leveranciers is geproduceerd, hierbij wordt de wederverkoper niet als producent aangemerkt wanneer het merkteken zoals bepaald in punt a) op het product zichtbaar is;
   c) in België gevestigd is en die beroepsmatig een product uit een derde land of een andere lidstaat van de Europese Unie op het Belgische grondgebied in de handel brengt;
   d) in België gevestigd is en een product vervaardigt of invoert en het beroepsmatig voor eigen gebruik toewijst;
   e) buiten België gevestigd is en via communicatie op afstand een product, in de zin van artikel I.8. 15° van het Wetboek van economisch recht, rechtstreeks verkoopt aan huishoudens of aan andere gebruikers dan huishoudens in België.
   Diegene die uitsluitend voorziet in financiering op grond van of in het kader van een financieringsovereenkomst wordt niet als "producent" aangemerkt, tenzij hij tevens optreedt als producent in de zin van het bepaalde onder de punten a) tot en met e)]3
;
  11° "terugnameplicht": verplichting voor de producent om de afvalstoffen die het gevolg zijn van het in de handel brengen van zijn producten, terug te nemen of te laten terugnemen, in te zamelen of te laten inzamelen;
  12° "milieuovereenkomst": de overeenkomst geregeld door de ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de milieuovereenkomsten;
  13° "milieu-informatie": de informatie zoals omschreven door de ordonnantie van 18 maart 2004 inzake toegang tot milieu-informatie;
  14° "batterijen en accu's": bron van door rechtstreekse omzetting van chemische energie verkregen elektrische energie, bestaande uit een of meer primaire (niet-oplaadbare) batterijcellen of uit een of meer secundaire (oplaadbare) batterijcellen;
  15° "afgedankte batterijen of accu's": elke batterij of accu waarvan de houder zich ontdoet, of voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen en die een afvalstof vormt in de zin van de ordonnantie afvalstoffen, ongeacht het gewicht, de vorm, het volume, de samenstelling of het gebruik;
  16° "band": elke volle of met lucht gevulde rubberband, met inbegrip van bandages en met uitzondering van fietsbanden;
  17° "versleten band": elke band die, zonder voorbereiding voor hergebruik, niet of niet meer kan gebruikt worden voor het doel waarvoor de band oorspronkelijk bestemd was en waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;
  18° "elektrische en elektronische apparatuur (EEA)": apparaten die afhankelijk zijn van elektrische stromen of elektromagnetische velden om naar behoren te werken en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden en die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1 000 volt bij wisselstroom en 1 500 volt bij gelijkstroom;
  19° "afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)": de elektrische en elektronische apparatuur, met inbegrip van alle onderdelen, sub-eenheden en verbruiksmaterialen die volledig deel uitmaken van het product op het moment dat het wordt afgedankt, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen en die een afvalstof vormt in de zin van de ordonnantie afvalstoffen;
  20° "huishoudelijk AEEA": AEEA dat afkomstig is van particuliere huishoudens en AEEA dat afkomstig is van commerciële, industriële, institutionele en andere bronnen en die naar aard en hoeveelheid met die van particuliere huishoudens vergelijkbaar is. Afvalstoffen van EEA die waarschijnlijk zowel door particuliere huishoudens als door andere gebruikers dan particuliere huishoudens worden gebruikt, worden in elk geval als huishoudelijk AEEA aangemerkt; In geval van twijfel over het huishoudelijk of professionele karakter van een apparaat wordt de beslissing ter goedkeuring voorgelegd aan het Instituut;
  21° "vennootschappen met sociaal oogmerk": verenigingen zonder winstoogmerk en vennootschappen met sociaal oogmerk, erkend overeenkomstig het besluit van 16 juli 2010 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de erkenning en de betoelaging van verenigingen zonder winstoogmerk en van vennootschappen met sociaal oogmerk die bedrijvig zijn in de hergebruik- en recyclingsector in de zin van het besluit.
  22° "valoriseerbare materialen" : afvalstoffen die het statuut van afvalstoffen kunnen verliezen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest :
  - als ze de einde-afvalfase hebben bereikt in het Vlaams Gewest volgens artikel 36 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen of
  - als ze de einde-afvalfase hebben bereikt in het Waals Gewest volgens artikel 4 ter van het decreet van 27 juni 1996 betreffende afvalstoffen of als ze gevaloriseerd kunnen worden volgens de bepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt;
  23° "ordonnantie milieuvergunningen": de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;
  24° "ordonnantie afvalstoffen": de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen;
  25° "ordonnantie bodem": de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems;
  26° "wetboek van inspectie": het wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid, zoals ingesteld door de ordonnantie van 8 mei 2014 tot wijziging van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu alsook andere wetgevingen inzake milieu, en tot instelling van een Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid;
  27° "Minister": de Minister tot wiens bevoegdheid het leefmilieu behoort.
  [3 28° "Verordening (EG) nr. 1013/2006": Verordening (EG) Nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen;
   29° "Verordening (EG) nr. 1069/2009": Verordening (EG) Nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002;
   30° "Verordening (EU) nr. 142/2011": Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn;
   31° "compostering": een aerobe gecontroleerde afbraak van biodegradeerbare materie, die door het vrijkomen van biologische warmte toelaat om geschikte temperaturen te bekomen voor het ontwikkelen van thermofiele bacteriën;
   32° "bijkomend inzamelpunt": inrichting voor het inzamelen van afvalstoffen zoals bedoeld in punt 14 toegevoegd na de tabel van de bijlage van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;
   33° "matras": product bestemd om op te slapen en te rusten, geschikt voor het gebruik door elk persoon voor een lange periode, bestaand uit een sterke hoes, gevuld met kernmaterialen, en dat kan worden geplaatst op een bestaande ondersteunende bedstructuur, inclusief toppers die bovenop de matras worden gelegd;
   34° "afgedankte matras": elke matras die onder de definitie van "afvalstof" valt zoals beoogd in artikel 3, 1°, van de ordonnantie afvalstoffen, ongeacht het gewicht, de vorm, het volume, de samenstelling of het gebruik;
   35° "kunststof": een materiaal bestaande uit een polymeer zoals bedoeld in artikel 3, punt 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006, waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt, met uitzondering van natuurlijke polymeren die niet chemisch zijn gewijzigd;
   36° "product voor eenmalig gebruik": een product dat niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te maken door te worden teruggestuurd naar een producent om opnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te worden voor het doel waarvoor het gemaakt was;
   37° "kunststofproduct voor eenmalig gebruik": een product dat geheel of gedeeltelijk van kunststof is gemaakt en niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te maken door te worden teruggestuurd naar een producent om opnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te worden voor het doel waarvoor het gemaakt was;
   38° "vistuig": elk voorwerp of onderdeel van een werktuig dat wordt gebruikt in de visserij of de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen, te vangen of te kweken, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken, te vangen of te kweken;
   39° "vistuigafval": elk vistuig dat valt onder de definitie van "afvalstoffen" in artikel 3, 1°, van de ordonnantie afvalstoffen, met inbegrip van alle afzonderlijke bestanddelen, stoffen of materialen die deel uitmaakten of bevestigd waren aan dergelijk vistuig toen het werd afgedankt, werd achtergelaten of verloren raakte;
   40° "vochtige doekjes": alle vooraf bevochtigde doekjes voor persoonlijke hygiëne, en huishoudelijk gebruik;
   41° "ballonnen": alle ballonnen, met uitzondering van ballonnen voor industriële of andere professionele toepassingen en die niet op particuliere basis aan consumenten worden verstrekt;
   42° "tabaksproducten": producten die geconsumeerd kunnen worden en die, al is het slechts ten dele, bestaan uit tabak, ook indien genetisch gemodificeerd;
   43° "peuken": alle afval van tabaksproducten met plastic filters voor eenmalig gebruik en alle afval van plastic filters voor eenmalig gebruik dat op de markt is gebracht als producten die in combinatie met tabaksproducten moeten worden gebruikt;
   44° "cateringmateriaal": alles wat gebruikt wordt voor het aanbieden en het nuttigen van etenswaren en drank, met uitsluiting van voorverpakte dranken of etenswaren;
   45° "cateringmateriaal voor eenmalig gebruik": cateringmateriaal dat een product voor eenmalig gebruik is;
   46° "bereide voedingsmiddelen": voedingsmiddelen die ter plaatse worden klaargemaakt, samengesteld, geschikt, opgewarmd, geregenereerd of ontdooid;
   47° "openbare entiteit": elke rechtspersoon die behoort tot één van de categorieën bedoeld in artikel 1.3.1, 4°, van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, met uitzondering van federale en gemeenschapsoverheden en van Europese en internationale instellingen]3
;
  [5 48° "openbare weg": een weg zoals gedefinieerd in artikel 2, 18° van de ordonnantie van 3 juli 2008 betreffende bouwplaatsen op de openbare weg;
   49° "constructie": een bouwwerk, kunstwerk, waterbouwkundig werk of een weg;
   50° "partij": een afgescheiden en identificeerbare hoeveelheid afvalstoffen, stoffen of materialen van homogene milieuhygiënische kwaliteit van maximum 5.000 ton;
   51° "eindgebruiker": de eigenaar, exploitant of gebruiker van het ontvangende perceel die de opdracht heeft gegeven om het gerecycleerd granulaat of de grond te gebruiken, of bij ontstentenis de aannemer belast met deze werken;
   52° "puin": de granulometrische steenachtige en zandige fractie en de bitumineuze fractie van bouw- en sloopafval afkomstig van bouw-, renovatie- of sloopwerken van constructies;
   53° "gerecycleerd granulaat": de granulometrische steenachtige en zandige fractie en de bitumineuze fractie afkomstig van de verwerking van puin;
   54° "breker": een inrichting of een uitrusting voor de mechanische verwerking van puin tot gerecycleerd granulaat.]5

  § 2. [4 § 2. Onverminderd de definities in dit artikel zijn de definities van
   - de ordonnantie milieuvergunningen,
   - de ordonnantie afvalstoffen,
   - de ordonnantie bodem,
   - de Europese verordeningen bedoeld in paragraaf 1
   van toepassing op het huidig besluit]4
.
  
Article 1.1 er.Définitions
  § 1er. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° " liste de déchets " : la liste de déchets visée par l'article 10 de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets ;
  2° " transport " : l'ensemble des opérations de chargement, de déchargement et de déplacement des déchets d'un endroit à un autre ;
  3° " contrat de financement " : tout contrat ou accord de prĂȘt, de leasing, de location ou de vente diffĂ©rĂ©e concernant un Ă©quipement quelconque, qu'il soit prĂ©vu ou non, dans les conditions de ce contrat ou accord ou de tout contrat ou accord accessoire, qu'un transfert de propriĂ©tĂ© de cet Ă©quipement aura ou pourra avoir lieu ;
  4° " mise sur le marché " : la premiÚre mise à disposition d'un produit sur le marché, à titre professionnel, sur le territoire belge ;
  5° " mise Ă  disposition sur le marchĂ© " : toute fourniture d'un produit destinĂ© Ă  ĂȘtre distribuĂ©, consommĂ© ou utilisĂ© sur le marchĂ© belge dans le cadre d'une activitĂ© commerciale, Ă  titre onĂ©reux ou gratuit ;
  6° [1 "distributeur" : toute personne dans la chaßne d'approvisionnement, qui met un produit à disposition sur le marché ]1;
  7° " détaillant " : toute personne qui offre en vente au consommateur un produit ;
  8° " consommateur " : la personne physique ou morale qui acquiert les produits, à titre privé ou professionnel, afin de les consommer ou de les utiliser ;
  9° [2 ...]2
  10° [3 producteur " : parmi les producteurs de produits au sens de l'article 3, 13° de l'ordonnance déchets, toute personne physique ou morale qui, quelle que soit la technique de vente utilisée, y compris par communication à distance :
   a) est établie en Belgique et fabrique un produit sous son propre nom ou sa propre marque, ou le fait concevoir ou fabriquer et le commercialise sous son propre nom ou sa propre marque sur le territoire belge ;
   b) est Ă©tablie en Belgique et revend, en Belgique, sous son propre nom ou sa propre marque, un produit fabriquĂ© par d'autres fournisseurs, le revendeur ne devant pas ĂȘtre considĂ©rĂ© comme producteur lorsque la marque du producteur figure sur le produit, conformĂ©ment au point a) ;
   c) est établie en Belgique et met sur le marché sur le territoire belge, à titre professionnel, un produit provenant d'un pays tiers ou d'un autre Etat membre de l'Union européenne ;
   d) est établie en Belgique et fabrique ou importe un produit et l'affecte à son propre usage, à titre professionnel ;
   e) est établie en dehors de la Belgique et vend un produit par communication à distance, au sens de l'article I.8.15° du Code de droit économique, directement aux ménages ou à des utilisateurs autres que les ménages en Belgique.
   La personne qui assure exclusivement un financement en vertu de, ou conformément à un contrat de financement, n'est pas considérée comme "producteur", à moins qu'elle n'agisse aussi comme producteur au sens des points a) à e) ]3
;
  11° " obligation de reprise " : obligation mise à charge du producteur de reprendre ou de faire reprendre, de collecter ou de faire collecter, les déchets qui résultent de la mise sur le marché de ses produits ;
  12° " convention environnementale " : la convention régie par l'ordonnance du 29 avril 2004 relative aux conventions environnementales ;
  13° " information environnementale ": l'information telle que définie par l'ordonnance du 18 mars 2004 sur l'accÚs à l'information relative à l'environnement ;
  14° " piles et accumulateurs " : toute source d'énergie électrique obtenue par transformation directe d'énergie chimique, constituée d'un ou de plusieurs éléments primaires (non rechargeables) ou d'un ou de plusieurs éléments secondaires (rechargeables) ;
  15° " déchets de piles ou accumulateurs " : toute pile ou accumulateur dont le détenteur se défait ou a l'intention ou l'obligation de se défaire et qui constitue un déchet au sens de l'ordonnance déchets, quel que soit son poids, sa forme, son volume, sa composition ou son utilisation ;
  16° " pneu " : tout pneu en caoutchouc, pneumatique ou plein, en ce compris les bandages et à l'exception de pneus de vélo ;
  17° " pneu usé " : tout pneu qu'il n'est pas ou plus possible d'utiliser conformément à sa destination initiale sans préparation en vue du réemploi et dont le détenteur se défait, a l'intention ou l'obligation de se défaire ;
  18° " Ă©quipements Ă©lectriques et Ă©lectroniques " (EEE) : les Ă©quipements fonctionnant grĂące Ă  des courants Ă©lectriques ou Ă  des champs Ă©lectromagnĂ©tiques et les Ă©quipements de production, de transfert et de mesure de ces courants et champs, conçus pour ĂȘtre utilisĂ©s Ă  une tension ne dĂ©passant pas 1 000 volts en courant alternatif et 1 500 volts en courant continu ;
  19° " déchets d'équipements électriques et électroniques " (DEEE) : les équipements électriques et électroniques, y compris tous les composants, sous-ensembles et produits consommables faisant partie intégrante du produit au moment de la mise au rebut, dont le détenteur se défait ou a l'intention ou l'obligation de se défaire et qui constituent des déchets au sens de l'ordonnance déchets ;
  20° " DEEE domestiques " : les DEEE provenant des mĂ©nages et les DEEE d'origine commerciale, industrielle, institutionnelle et autre qui, en raison de leur nature et de leur quantitĂ©, sont similaires Ă  ceux des mĂ©nages. Les dĂ©chets provenant d'EEE qui sont susceptibles d'ĂȘtre utilisĂ©s Ă  la fois par les mĂ©nages et par des utilisateurs autres que les mĂ©nages sont en tout Ă©tat de cause considĂ©rĂ©s comme Ă©tant des DEEE domestiques. En cas de doute quant au caractĂšre domestique ou professionnel d'un appareil, la dĂ©cision est soumise Ă  l'approbation de l'Institut;
  21° " entreprises Ă  finalitĂ© sociale " : associations sans but lucratif et sociĂ©tĂ©s Ă  finalitĂ© sociale agréées conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© du 16 juillet 2010 du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale relatif Ă  l'agrĂ©ment et au subventionnement des associations sans but lucratif et des sociĂ©tĂ©s Ă  finalitĂ© sociale actives dans le secteur du rĂ©emploi et du recyclage agréées au sens de l'arrĂȘtĂ© ;
  22° " matériaux valorisables" " : déchets qui peuvent perdre leur statut de déchets en Région de Bruxelles-Capitale :
  - s'ils ont cessĂ© d'ĂȘtre des dĂ©chets en RĂ©gion flamande conformĂ©ment Ă  l'article 36 du dĂ©cret du 23 dĂ©cembre 2011 relatif Ă  la gestion durable de cycles de matĂ©riaux et de dĂ©chets ou
  - s'ils ont cessĂ© d'ĂȘtre des dĂ©chets en RĂ©gion wallonne conformĂ©ment Ă  l'article 4 ter du dĂ©cret du 27 juin 1996 relatif aux dĂ©chets ou s'ils peuvent ĂȘtre valorisĂ©s selon l'arrĂȘtĂ© Wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains dĂ©chets;
  23° " ordonnance permis d'environnement " : l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement ;
  24° " ordonnance déchets " : l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets ;
  25° " ordonnance sol " : l'ordonnance du 5 mars 2009 relative à la gestion et à l'assainissement des sols pollués ;
  26° " code de l'inspection " : le code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions et de la responsabilité environnementale, tel qu'institué par l'Ordonnance du 8 mai 2014 modifiant l'ordonnance du 25 mars 1999 relative à la recherche, la constatation, la poursuite et la répression des infractions en matiÚre d'environnement et instituant un Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matiÚre d'environnement et de la responsabilité environnementale ;
  27° " Ministre " : le ministre ayant l'environnement dans ses attributions.
  [3 28° " RÚglement (CE) N° 1013/2006 " : RÚglement (CE) N° 1013/2006 du Parlement Européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets ;
   29° " RÚglement (CE) N° 1069/2009 " : RÚglement (CE) N° 1069/2009 du Parlement Européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des rÚgles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le RÚglement (CE) N° 1774/2002 ;
   30° " RÚglement (UE) N° 142/2011 " : RÚglement (UE) N° 142/2011 de la Commission du 25 février 2011, portant application du RÚglement (CE) N° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil établissant des rÚgles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et portant application de la directive 97/78/CE du Conseil en ce qui concerne certains échantillons et articles exemptés des contrÎles vétérinaires effectués aux frontiÚres en vertu de cette directive ;
   31° " compostage " : une décomposition aérobie maßtrisée des matiÚres biodégradables, qui, du fait d'un dégagement de chaleur biologique, permet d'obtenir des températures propices au développement de bactéries thermophiles ;
   32° " point de collecte complĂ©mentaire " : l'installation de collecte de dĂ©chets visĂ©e au point 14 ajoutĂ© Ă  la suite du tableau de l'annexe de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 4 mars 1999 fixant la liste des installations de classe IB, IC, ID, II et III en exĂ©cution de l'article 4 de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement ;
   33° " matelas " : produit destinĂ© au couchage et au repos, pouvant ĂȘtre utilisĂ© par toute personne pendant une longue pĂ©riode, constituĂ© d'une housse solide, rembourrĂ©e de matĂ©riaux de base, et susceptible d'ĂȘtre mis sur une structure de lit de support, ainsi que des surmatelas qui sont posĂ©s sur les matelas ;
   34° " déchets de matelas ": tout matelas couvert par la définition de " déchets " qui figure à l'article 3, 1°, de l'ordonnance déchets, quel que soit son poids, sa forme, son volume, sa composition ou son utilisation ;
   35° " plastique " : un matériau constitué d'un polymÚre tel que défini à l'article 3, point 5), du RÚglement (CE) N° 1907/2006, auquel des additifs ou d'autres substances peuvent avoir été ajoutés, et qui peut jouer le rÎle de composant structurel principal de produits finaux, à l'exception des polymÚres naturels qui n'ont pas été chimiquement modifiés ;
   36° " produit Ă  usage unique " : un produit qui n'est pas conçu, créé ou mis sur le marchĂ© pour accomplir, pendant sa durĂ©e de vie, plusieurs trajets ou rotations en Ă©tant retournĂ© Ă  un producteur pour ĂȘtre rempli Ă  nouveau ou rĂ©utilisĂ© pour un usage identique Ă  celui pour lequel il a Ă©tĂ© conçu ;
   37° " produit en plastique Ă  usage unique " : un produit fabriquĂ© entiĂšrement ou partiellement Ă  partir de plastique et qui n'est pas conçu, créé ou mis sur le marchĂ© pour accomplir, pendant sa durĂ©e de vie, plusieurs trajets ou rotations en Ă©tant retournĂ© Ă  un producteur pour ĂȘtre rempli Ă  nouveau ou rĂ©utilisĂ© pour un usage identique Ă  celui pour lequel il a Ă©tĂ© conçu ;
   38° " engin de pĂȘche " : tout Ă©lĂ©ment ou toute piĂšce d'Ă©quipement qui est utilisĂ©(e) dans le cadre de la pĂȘche ou de l'aquaculture pour cibler, capturer ou Ă©lever des ressources biologiques de la mer, ou qui flotte Ă  la surface de la mer, et est dĂ©ployĂ©(e) dans le but d'attirer et de capturer ou d'Ă©lever de telles ressources biologiques de la mer ;
   39° " dĂ©chets d'engin de pĂȘche " : tout engin de pĂȘche couvert par la dĂ©finition de " dĂ©chets " qui figure Ă  l'article 3, 1°, de l'ordonnance dĂ©chets, y compris tous les composants, les substances ou les matĂ©riaux sĂ©parĂ©s qui faisaient partie de l'engin de pĂȘche ou qui y Ă©taient attachĂ©s lors de son rejet, y compris lorsqu'il a Ă©tĂ© abandonnĂ© ou perdu ;
   40° " lingettes humides " : toutes lingettes pré-imbibées pour usages corporels et domestiques ;
   41° " ballons de baudruche " : tous ballons de baudruche, à l'exception des ballons de baudruche utilisés pour des usages et applications industriels ou professionnels et qui ne sont pas distribués aux consommateurs à titre privé ;
   42° " produits du tabac " : des produits pouvant ĂȘtre consommĂ©s et composĂ©s, mĂȘme partiellement, de tabac, qu'il soit ou non gĂ©nĂ©tiquement modifiĂ© ;
   43° " mĂ©gots " : tous dĂ©chets de produits du tabac avec filtres en plastique Ă  usage unique et tous dĂ©chets de filtres en plastique Ă  usage unique commercialisĂ©s lorsqu'ils Ă©taient des produits pour ĂȘtre utilisĂ©s en combinaison avec des produits Ă  base de tabac ;
   44° " matériel de restauration " : tout matériel utilisé pour l'offre et la consommation d'aliments et de boissons, à l'exception de boissons ou d'aliments préemballés ;
   45° " matériel de restauration à usage unique " : matériel de restauration constituant un produit un usage unique ;
   46° " aliments préparés " : aliments qui sont préparés, composés, arrangés, réchauffés, régénérés ou décongelés sur les lieux ;
   47° " entité publique " : toute personne morale qui relÚve d'une des catégories visées à l'article 1.3.1, 4°, de l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maßtrise de l'Energie, à l'exception des autorités fédérales et communautaires et des institutions européennes et internationales]3
;
  [5 48° " voirie " : une voirie telle que définie à l'article 2, 18° de l'ordonnance du 3 juillet 2008 relative aux chantiers en voirie ;
   49° " construction " : un bùtiment, un ouvrage d'art, un ouvrage d'art hydraulique ou une route ;
   50° " lot " : une quantité séparée et identifiable de maximum 5.000 tonnes de déchets, substances ou matériaux de qualité environnementale homogÚne ;
   51° " utilisateur final " : le propriétaire, l'exploitant ou l'utilisateur de la parcelle réceptrice qui a donné l'ordre d'utiliser le granulat recyclé ou la terre, ou à défaut l'entrepreneur en charge de ces travaux ;
   52° " gravats " : la fraction granulométrique pierreuse et sableuse et la fraction bitumineuse des déchets de construction, rénovation ou démolition de constructions ;
   53° " granulat recyclé " : la fraction granulométrique pierreuse et sableuse et la fraction bitumineuse issue du traitement des gravats ;
   54° " concasseur " : une installation ou un équipement pour le traitement mécanique de gravats en granulats recyclés]5
.
  § 2. [4 Sans préjudice des définitions figurant dans le présent article, les définitions figurant dans
   - l'ordonnance permis d'environnement,
   - l'ordonnance déchets,
   - l'ordonnance sol,
   - les rÚglements européens visés au paragraphe 1er
   sont d'application dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©.]4
.
  
Art. 1.2. Toepassingsgebied
  § 1. Dit besluit regelt het beheer van afvalstoffen.
  § 2. Dit besluit voorziet in de omzetting van de volgende richtlijnen:
  1. richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van richtlijn 91/157/EEG;
  2. richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende afgedankte voertuigen;
  3. richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA);
  4. richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen.
  [1 5. artikelen 4 en 8 van de richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu.
   6. artikel 16.2, lid 2, c) van de richtlijn (EU) 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water.]1

  
Art. 1.2. Champ d'application
  § 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© rĂ©git la gestion des dĂ©chets.
  § 2. Cet arrĂȘtĂ© transpose les directives suivantes:
  1. la directive 2006/66/CE du Parlement Européen et du Conseil du 6 septembre 2006 relative aux piles et accumulateurs ainsi qu'aux déchets de piles et d'accumulateurs et abrogeant la Directive 91/157/CEE ;
  2. la directive 2000/53/CE du Parlement européen et du Conseil du 18 septembre 2000 relative aux véhicules hors d'usage ;
  3. la directive 2012/19/UE du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2012 relative aux déchets d'équipements électriques et électroniques (DEEE) ;
  4. la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil relative aux déchets et abrogeant certaines directives.
  [1 5. les articles 4 et 8 de la directive (UE) 2019/904 du Parlement européen et du Conseil du 5 juin 2019 relative à la réduction de l'incidence de certains produits en plastique sur l'environnement.
   6. l'article 16.2, al. 2, c) de la directive (UE) 2020/2184 du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2020 relative à la qualité des eaux destinées à la consommation humaine. 1
  
HOOFDSTUK 2. - Traceerbaarheid, register en rapportage
CHAPITRE 2. - Traçabilité, registre et rapportage
Afdeling 1. [1 Bepalingen betreffende de traceerbaarheid van afvalstoffen en materialen]1
Section 1re. [1 Dispositions relatives à la traçabilité des déchets et des matériaux]1
Art. 1.3. De traceerbaarheid van afvalstoffen in de zin van artikel 46 van de ordonnantie afvalstoffen wordt gegarandeerd door het traceerbaarheidsdocument. Deze traceerbaarheid is niet van toepassing voor afvalstoffen afkomstig van huishoudens totdat deze worden aanvaard voor inzameling, verwijdering of nuttige toepassing door een vergunde installatie of onderneming.
Art. 1.3. La traçabilité des déchets au sens de l'article 46 de l'ordonnance déchets est assurée par le document de traçabilité. Cette traçabilité ne s'applique pas aux déchets produits par les ménages tant que leur collecte, leur élimination ou leur valorisation n'a pas été acceptée par une installation ou entreprise autorisée.
Art. 1.4. Traceerbaarheidsdocument
  § 1. Het traceerbaarheidsdocument voor niet gevaarlijke afvalstoffen bevat minstens de volgende gegevens:
  1. datum van vervoer, afgifte of indien van toepassing de frequentie van ophaling;
  2. naam, adres en ondernemingsnummer van de afvalstoffenhouder en het adres van inontvangstneming van de afvalstoffen, indien verschillend;
  3. naam, adres en registratie- of erkenningsnummer van de inzamelaar, handelaar of makelaar, indien van toepassing;
  4. naam, adres en registratienummer van de vervoerder(s), indien van toepassing;
  5. naam, ondernemingsnummer en adres van de uitbatingszetel van de onderneming waar de afvalstoffen worden afgegeven;
  6. aard van de verwerking in overeenstemming met de in bijlagen 1 en 2 van de ordonnantie afvalstoffen opgenomen lijsten (D- of R-code);
  7. hoeveelheid in ton, kg, mĂŒ of indien van toepassing de verzamelstaat van de opgehaalde hoeveelheden;
  8. omschrijving van de afvalstoffen;
  9. de code van de afvalstoffenlijst.
  § 2. Aanvullend bij de gegevens van § 1, bevat het traceerbaarheidsdocument voor gevaarlijke afvalstoffen de volgende gegevens:
  1. samenstelling en fysische eigenschappen van de afvalstof;
  2. type en aantal verpakkingen;
  3. speciale instructies voor het vervoer indien van toepassing.
  § 3. De factuur die de gegevens van vorige paragrafen 1 en 2 bevat, kan gelden als traceerbaarheidsdocument.
  § 4. Het Instituut kan een model van het traceerbaarheidsdocument ter beschikking stellen aan het publiek.
  [1 § 5. 1. In het geval van een grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen zoals bedoeld in de Verordening (EG) nr. 1013/2006 gelden de door deze verordening opgelegde documenten als traceerbaarheidsdocument in de zin van dit besluit.
   2. In het geval van een overbrenging van dierlijke bijproducten, met uitzondering van keukenafval en etensresten van categorie 3, geldt het handelsdocument zoals bedoeld in bijlage VIII, hoofdstuk III, punt 6 van de Verordening (EU) nr. 142/2011 als traceerbaarheidsdocument in de zin van dit besluit.]1

  [2 § 6. In afwijking van de gegevens van paragrafen 1 en 2, bevat het traceerbaarheidsdocument voor gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik niet in of op de bodem, de gegevens vermeld in de conformiteitsverklaring zoals vastgelegd in artikelen 4.8.15 en 4.8.16 van huidig besluit en bevestigd in het afgeleverd granulatenbeheerrapport.
   § 7. Aanvullend bij de gegevens van paragrafen 1 en 2, bevat het traceerbaarheidsdocument voor gronden en gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik in of op de bodem, in voorkomend geval, de volgende gegevens:
   1. de referentie en de datum van de goedkeuring van het technisch verslag en de grondverzettoelating;
   2. de referentie en de datum van de gelijkvormigheidsverklaring van het sanerings- of risicobeheersvoorstel;
   3. de referentie en de datum van de melding tot behandeling van beperkte duur.]2

  
Art. 1.4. Document de traçabilité
  § 1er. Le document de traçabilité relatif aux déchets non dangereux comporte au minimum les données suivantes :
  1. la date du transport, de remise ou, s'il y a lieu, la fréquence de collecte ;
  2. le nom, l'adresse et le numéro d'entreprise du détenteur de déchets ainsi que l'adresse de prise en charge des déchets, si celle-ci est différente ;
  3. le nom, l'adresse et le numéro d'enregistrement ou d'agrément du collecteur, du négociant ou du courtier, s'il y a lieu ;
  4. le nom, l'adresse et le numéro d'enregistrement du ou des transporteur(s), s'il y a lieu ;
  5. le nom, le numĂ©ro d'entreprise et l'adresse du siĂšge d'exploitation de l'entreprise oĂč les dĂ©chets sont remis ;
  6. la nature du traitement conformément aux listes reprises aux annexes 1 et 2 de l'ordonnance déchets (code D ou R) ;
  7. la quantitĂ© en tonnes, en kilogrammes, en mĂŒ, ou s'il y a lieu, le rĂ©capitulatif des quantitĂ©s collectĂ©es ;
  8. la description de déchets ;
  9. le code repris sur la liste de déchets.
  § 2. Outre les informations figurant au § 1er, le document de traçabilité relatif aux déchets dangereux comporte les données suivantes :
  1. la composition et les caractéristiques physiques des déchets ;
  2. le type et le nombre d'emballages ;
  3. les instructions spéciales relatives au transport, s'il y a lieu.
  § 3. La facture comportant les informations visées aux paragraphes 1 et 2 peut faire office de document de traçabilité.
  § 4. L'Institut peut mettre à disposition du public un modÚle de document de traçabilité.
  [1 § 5. 1. En cas de transfert transfrontalier de dĂ©chets visĂ© par le RĂšglement (CE) N° 1013/2006, les documents imposĂ©s par ce rĂšglement font office de document de traçabilitĂ© au sens du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
   2. En cas de transfert de sous-produits animaux, Ă  l'exception de transfert des dĂ©chets de cuisine et de table de catĂ©gorie 3, le document commercial visĂ© Ă  l'annexe VIII, chapitre III, point 6 du RĂšglement (UE) N° 142/2011 fait office de document de traçabilitĂ© au sens du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.]1

  [2 § 6. En dĂ©rogation aux informations des paragraphes 1 et 2, le document de traçabilitĂ© concernant les granulats recyclĂ©s destinĂ©s Ă  ne pas ĂȘtre utilisĂ©s dans ou sur le sol contient les donnĂ©es mentionnĂ©es dans la dĂ©claration de conformitĂ© telle que visĂ©e aux articles 4.8.15 et 4.8.16 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et confirmĂ©es dans le rapport de gestion de granulats dĂ©livrĂ©.
   § 7. Outre les informations visĂ©es aux paragraphes 1 et 2, le document de traçabilitĂ© concernant les terres et les granulats recyclĂ©s destinĂ©s Ă  ĂȘtre utilisĂ©s dans ou sur le sol contient le cas Ă©chĂ©ant, les donnĂ©es suivantes :
   1. la référence et la date de l'approbation du rapport technique et l'autorisation de déplacement des terres ;
   2. la référence et la date de la déclaration de conformité du projet d'assainissement ou de gestion du risque ;
   3. la référence et la date de la notification de traitement de durée limitée.]2

  
Art. 1.5. Traceerbaarheid tijdens vervoer
  § 1. Uitgezonderd de gevallen voorzien in § 2, vergezelt een voldoende ingevuld traceerbaarheidsdocument steeds het vervoer van afvalstoffen.
  § 2. In de volgende gevallen kan het vervoer van afvalstoffen gebeuren zonder een traceerbaarheidsdocument:
  1. [1 de inzameling in één ophaalronde bij de eerste producenten op voorwaarde dat de lijst van ophaalpunten beschikbaar is in het voertuig:
   - van niet gevaarlijke afvalstoffen, of
   - van keukenafval en etensresten van categorie 3]1
;
  2. de inzameling van marktafval en afvalstoffen afkomstig van het reinigen van riolen in één ophaalronde;
  3. het vervoer van afvalstoffen onderworpen aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid door de kleinhandelaar naar zijn uitbatingszetel;
  4. het vervoer door de persoon die geen uitbater van een inzamel- of verwerkingsinrichting is, van zijn eigen afvalstoffen naar:
  - [1 een inzamel- of verwerkingsinrichting van afvalstoffen voor zover de vervoerde hoeveelheid afvalstoffen niet groter is dan 500 kg en de afvalstoffen geen dierlijke bijproducten of afgeleide producten zijn bedoeld in Verordening (EG) nr. 1069/2009, of]1
  - een inrichting zoals bepaald in artikel 3.5.15.
  [1 5. het vervoer van mest tussen twee plaatsen op hetzelfde agrarische bedrijf.]1
  § 3. Het traceerbaarheidsdocument, volledig ingevuld, is aanwezig in het vervoersmiddel of kan onmiddellijk ter beschikking gesteld worden van de overheden die belast zijn met het uitvoeren van controles.
  Bij gebruik van een traceerbaarheidsdocument in elektronische vorm, worden dit document en de ondersteunende software voorafgaand goedgekeurd door het Instituut.
  § 4. [1 ...]1
  § 5. Het traceerbaarheidsdocument wordt ingevuld en ondertekend vóór het vervoer van de afvalstoffen aanvangt, door:
  - de afvalstoffenhouder die zijn eigen afvalstoffen vervoert of laat vervoeren, of
  - de inzamelaar, handelaar of makelaar.
  Hij is verantwoordelijk voor het opvolgen van het document en bewaart het volledig ingevulde document.
  Het document wordt overhandigd aan de vervoerder.
  [2 § 6. Het traceerbaarheidsdocument van gerecycleerde granulaten wordt ingevuld en ondertekend, vóór het vervoer aanvangt, door de producent van de gerecycleerde granulaten.
   Hij is verantwoordelijk voor het aanmelden van het document in het digitaal platform van de geregistreerde beheerorganisatie waarbij hij is aangesloten.
   Het document wordt overhandigd aan de vervoerder.]2

  
Art. 1.5. Traçabilité pendant le transport
  § 1er. Sauf les cas prévus au § 2, un document de traçabilité, dûment complété, accompagne en permanence le transport des déchets.
  § 2. Dans les cas suivants, le transport des déchets peut s'effectuer sans document de traçabilité :
  1. [1 la collecte en une seule tournée auprÚs des producteurs initiaux à condition que la liste des points de collecte soit disponible dans le véhicule :
   - des déchets non dangereux, ou
   - des déchets de cuisine et de table de catégorie 3 ]1
;
  2. la collecte des déchets de marchés et déchets provenant du nettoyage des égouts en une seule tournée ;
  3. le transport de déchets soumis à la responsabilité élargie du producteur par le détaillant vers son siÚge d'exploitation ;
  4. le transport effectué par la personne qui n'est pas exploitant d'une installation de collecte ou de traitement, de ses propres déchets vers :
  - [1 une installation de collecte ou de traitement des déchets, pour autant que la quantité de déchets transportée ne dépasse pas 500 kg et que les déchets ne sont pas des sous-produits animaux ou produits dérivés visé par le RÚglement (CE) N° 1069/2009, ou]1
  - une installation visée à l'article 3.5.15.
  [1 5. le transport du lisier entre deux points situĂ©s au sein d'une mĂȘme exploitation agricole. ]1
  § 3. Le document de traçabilitĂ©, dĂ»ment complĂ©tĂ©, est prĂ©sent dans le moyen de transport ou peut ĂȘtre mis immĂ©diatement Ă  disposition des autoritĂ©s habilitĂ©es Ă  effectuer des contrĂŽles.
  En cas d'utilisation d'un document de traçabilité sous forme électronique, ce document et le logiciel de support sont approuvés au préalable par l'Institut.
  § 4. [1 ...]1
  § 5. Le document de traçabilité est complété et signé avant que ne débute le transport de déchets par :
  - le détenteur de déchets qui transporte ou fait transporter ses propres déchets, ou
  - le collecteur, le négociant ou le courtier.
  Il est responsable du suivi du document et conserve le document intégralement complété.
  Le document est remis au transporteur;
  [2 § 6. Le document de traçabilité des granulats recyclés est rempli et signé, avant le transport, par le producteur de granulats recyclés.
   Il est responsable pour la notification du document sur la plateforme numérique de l'organisme de gestion enregistré auprÚs duquel il est affilié.
   Le document est transmis au transporteur]2
.
  
Art. 1.6. Traceerbaarheid bij overdracht
  § 1. Uitgezonderd de gevallen voorzien in paragrafen 2 en 3, wordt elke afgifte van afvalstoffen aangetoond door een traceerbaarheidsdocument, ondertekend door de persoon die de afvalstoffen aanvaardt.
  § 2. [1 § 2. De afgifte van afvalstoffen aan een inrichting zoals bepaald in artikel 3.5.15, 1° door de afvalstoffenhouder kan gebeuren zonder een traceerbaarheidsdocument.]1
  § 3. [1 § 3. In volgende gevallen kan de afgifte van afvalstoffen gebeuren door, minstens jaarlijks een traceerbaarheidsdocument te bezorgen aan de afvalstoffenhouder:
   1. de afgifte van niet gevaarlijke niet huishoudelijke afvalstoffen, met uitzondering van dierlijke bijproducten bedoeld door de Verordening (EG) nr. 1069/2009, ingezameld bij de eerste afvalproducent;
   2. de afgifte van afvalstoffen aan een inrichting zoals bepaald in punt 3° van artikel 3.5.15;
   3. in afwijking van punt 1, de afgifte van keukenafval en etensresten van categorie 3 ingezameld bij de eerste afvalproducent]1
.
  § 4. De afvalstoffenproducent die afvalstoffen produceert in het kader van zijn professionele activiteit aan een installatie of op de site van een derde geeft een traceerbaarheidsdocument af aan de eigenaar en/of beheerder van de installatie of site waar de afvalstoffen worden geproduceerd, indien hij de verantwoordelijkheid neemt voor het verwijderen van de afvalstoffen.
  
Art. 1.6. Traçabilité en cas de remise de déchets
  § 1er. Sauf les cas prévus aux paragraphes 2 et 3, toute remise de déchets est justifiée par un document de traçabilité, signée par la personne qui accepte les déchets.
  § 2. [1 § 2. La remise de déchets à une installation visée à l'article 3.5.15, 1° par le détenteur de déchets peut s'effectuer sans document de traçabilité]1.
  § 3. [1 Dans les cas suivants, la remise de déchets peut s'effectuer contre délivrance, au moins une fois par an, d'un document de traçabilité au détenteur de déchets :
   1. la remise de déchets non dangereux non ménagers, à l'exclusion des sous-produits animaux visés par le RÚglement (CE) N° 1069/2009, collectés auprÚs du producteur initial de déchets ;
   2. la remise de déchets à une installation visée au point 3° de l'article 3.5.15 ;
   3. par dérogation au point 1, la remise de déchets de cuisine et de table de catégorie 3 collectés auprÚs du producteur initial de déchets]1
.
  § 4. Le producteur de dĂ©chets qui produit des dĂ©chets dans le cadre de son activitĂ© professionnelle sur une installation ou le site d'un tiers, dĂ©livre un document de traçabilitĂ© au propriĂ©taire et/ou gestionnaire de l'installation ou du site oĂč les dĂ©chets sont produits, s'il prend la responsabilitĂ© de l'enlĂšvement des dĂ©chets.
  
Afdeling 2. [1 Register en rapport van afvalstoffen en materialen]1
Section 2. [1 Registre et rapport de déchets et de matériaux]1
Art. 1.7. Afvalstoffenregister
  § 1. Het afvalstoffenregister wordt bijgehouden door:
  1. de afvalstoffenhouder van ander dan huishoudelijk afval voor de afvalstoffen die hij produceert of bezit;
  2. de vervoerder van afvalstoffen voor de afvalstoffen die hij vervoert;
  3. de inzamelaar, handelaar en makelaar voor de afvalstoffen die hij inzamelt, verhandelt of makelt;
  4. de uitbater van een inzamel- of verwerkingsinrichting voor de afvalstoffen die hij inzamelt en/of verwerkt. Hij houdt eveneens een afvalstoffenregister bij als afvalstoffenhouder,
  [2 5. de producent van gerecycleerde granulaten;
   6. de eindgebruiker van gerecycleerde granulaten en gronden]2
.
  § 2. Het afvalstoffenregister bevat, in voorkomend geval:
  1. de traceerbaarheidsdocumenten, en
  2. indien de afvalstoffenproducent zijn afvalstoffen zelf verwerkt, informatie over de hoeveelheid, de omschrijving en de code van de afvalstoffenlijst, en
  3. het bewijs van het beheer van ander dan huishoudelijk afval zoals vermeld in artikel 23 paragraaf 4 van de ordonnantie afvalstoffen [2 , en]2
  [2 4. de documenten die de productie, het beheer en het gebruik van gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik niet in of op de bodem aantoont, en
   5. de documenten die de productie, het beheer en het gebruik van gronden en gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik in of op de bodem aantoont.]2

  § 3. Het [2 afvalstoffen- en materialenregister]2 ligt ter inzage op de uitbatingszetel en voor binnenschippers op het schip. Deze bepaling geldt niet voor de uitbater van de uitbatingszetel voor zijn afvalstoffen die hij overbrengt naar een inrichting zoals omschreven in punten 1° en 3° van artikel 3.5.15.
  § 4. Het [2 afvalstoffen- en materialenregister]2 wordt op eenvoudig verzoek aan de overheden die belast zijn met het toezicht voorgelegd.
  § 5. De persoon zoals omschreven [2 in punten 1 tot 3 en 5 en 6]2 van paragraaf 1 voegt op regelmatige wijze de bewijsdocumenten toe aan het [2 afvalstoffen- en materialenregister]2. De uitbater van een inzamel- of verwerkingsinrichting voegt dagelijks de bewijsstukken toe.
  [1 § 6. De beheerder van de afvalstoffen controleert de gegevens op de traceerbaarheidsdocumenten.
   In geval van dierlijke bijproducten bedoeld door de Verordening (EG) nr. 1069/2009 brengt de afvalstoffenhouder Leefmilieu Brussel schriftelijk op de hoogte als op de traceerbaarheidsdocumenten de vermeldingen ontbreken die de afvalstoffen beschrijven en die bewijzen dat de afvalstoffen gehanteerd, verzameld, verwerkt of gebruikt zijn.]1

  
Art. 1.7. [2 Registre de déchets et de matériaux]2
  § 1er. Le registre de déchets est tenu par :
  1. le détenteur de déchets autres que ménagers, pour les déchets qu'il produit ou détient ;
  2. le transporteur de déchets pour les déchets qu'il transporte ;
  3. le collecteur, négociant et courtier pour les déchets dont il assure la collecte, le négoce ou le courtage ;
  4. l'exploitant d'une installation de collecte ou de traitement pour les déchets qu'il collecte et/ou traite. Il tient également un registre de déchets en tant que détenteur de déchets;
  [2 5. le producteur de granulats recyclés ;
   6. l'utilisateur final de granulats recyclés et terres]2
.
  § 2. Le registre de déchets comporte, le cas échéant :
  1. les documents de traçabilité, et
  2. des informations relatives aux dĂ©chets traitĂ©s par le producteur de dĂ©chets lui-mĂȘme, reprenant la quantitĂ©, la description et le code repris sur la liste de dĂ©chets, et
  3. la preuve de gestion des déchets autre que ménagers visée à l'article 23 paragraphe 4 de l'ordonnance déchets [2 , et]2
  [2 4. les documents dĂ©montrant la production, la gestion et l'utilisation des granulats recyclĂ©s destinĂ©s Ă  ne pas ĂȘtre utilisĂ©s dans ou sur le sol, et
   5. les documents dĂ©montrant la production, la gestion et l'utilisation des terres et des granulats recyclĂ©s destinĂ©s Ă  ĂȘtre utilisĂ©s dans ou sur le sol]2
.
  § 3. Le [2 registre de déchets et de matériaux]2 est conservé au siÚge d'exploitation et, pour les bateliers, à bord du bateau. Cette disposition ne s'applique pas au siÚge d'exploitation dont les déchets sont transportés vers une installation visée aux points 1° et 3° de l'article 3.5.15.
  § 4. Le [2 registre de déchets et de matériaux]2 est présenté sur simple demande aux autorités habilitées à exercer des contrÎles.
  § 5. La personne visée [2 aux points 1 à 3 et 5 et 6]2 du paragraphe 1er ajoute réguliÚrement les piÚces justificatives au [2 registre de déchets et de matériaux]2. L'exploitant de l'installation de collecte ou de traitement ajoute quotidiennement les piÚces justificatives.
  [1 § 6. Le gestionnaire de déchets vérifie les données reprises sur les documents de traçabilité.
   En cas de sous-produits animaux visés par le RÚglement (CE) N° 1069/2009, le détenteur de déchets informe Bruxelles Environnement par écrit si des mentions décrivant les déchets et prouvant qu'ils ont été manipulés, rassemblés, transformés ou utilisés sont manquantes sur les documents de traçabilité. ]1

  
Art. 1.8. Afvalstoffenrapport
  § 1. Het afvalstoffenrapport bevat minstens, de jaartotalen van de hoeveelheden voor elke afvalstroom opgenomen in het afvalstoffenregister per kalenderjaar, en maakt een onderscheid:
  1. volgens de codes van de afvalstoffenlijst en
  2. tussen enerzijds de huishoudelijke afvalstoffen, straat- en veegvuil, afvalstoffen uit openbare vuilbakken, zwerfafval dat niet kan toegewezen worden aan de afvalstoffenhouder en anderzijds afvalstoffen andere dan huishoudelijke en
  3. volgens naam, adres en ondernemingsnummer van de afvalstoffenhouder met uitzondering van de houder van [1 huishoudelijke afvalstoffen]1, en het adres van inontvangstneming van de afvalstoffen indien verschillend en
  4. volgens naam, adres en registratie- of erkenningsnummer van de inzamelaar, handelaar of makelaar, indien van toepassing en
  5. volgens naam, ondernemingsnummer en adres van de uitbatingszetel van de onderneming waar de afvalstoffen worden afgegeven; indien van toepassing en
  6. volgens aard van de verwerking in overeenstemming met de in bijlagen 1 en 2 van de ordonnantie afvalstoffen opgenomen lijsten (D- of R-code).
  Het afvalstoffenrapport van de afvalstoffenhouder maakt enkel een onderscheid volgens punten 1, 4, 5 en 6 van de huidige paragraaf.
  § 2. Het afvalstoffenrapport wordt jaarlijks vóór 15 maart van het jaar volgend op het rapportagejaar overgemaakt aan het Instituut door:
  1. de inzamelaar, handelaar en makelaar van afvalstoffen;
  2. de uitbater van een inzamel- of verwerkingsinrichting van afvalstoffen die onderworpen is aan het bekomen van een milieuvergunning, met uitzondering van de uitbater van een inrichting zoals omschreven in artikel 3.5.15, voor de afvalstoffen die hij inzamelt en/of verwerkt en als afvalstoffenhouder voor de afvalstoffen die hij produceert of bezit.
  § 3. Het afvalstoffenrapport wordt opgesteld per:
  - maatschappelijke zetel door de inzamelaar, handelaar en makelaar;
  - uitbatingszetel door de uitbater van de inzamel- of verwerkingsinrichting van afvalstoffen.
  § 4. Het Instituut kan een afvalstoffenrapport van elke persoon vermeld in artikel 1.7 paragraaf 1, opvragen onder meer om gegevens te verzamelen over de productie en het beheer van afvalstoffen.
  In dat geval maakt het Instituut een selectie van de personen die een afvalstoffenrapport dienen over te maken.
  Zij publiceert op haar website uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het rapportagejaar:
  - de selectie van de personen;
  - de modaliteiten van het afvalstoffenrapport;
  - de datum van indiening.
  § 5. Het afvalstoffenrapport wordt aan het Instituut overgemaakt [1 ...]1via elektronische weg volgens de vorm en de modaliteiten bepaald door het Instituut.
  § 6. Het Instituut kan een model van afvalstoffenrapport ter beschikking stellen van het publiek.
  
Art. 1.8. Rapport relatif aux déchets
  § 1er Le rapport relatif aux déchets contient, au minimum, les quantités totales annuelles de chaque flux de déchets repris dans le registre sur l'année civile écoulée et opÚre une distinction :
  1. selon les codes de la liste de déchets et
  2. entre d'une part les dĂ©chets mĂ©nagers, les balayures et dĂ©chets de nettoyage de rues, les dĂ©chets provenant des poubelles publiques et les dĂ©chets abandonnĂ©s qui ne peuvent ĂȘtre attribuĂ©s au dĂ©tenteur de dĂ©chets, et d'autre part les dĂ©chets autres que mĂ©nagers et
  3. sur base du nom, de l'adresse et du numéro d'entreprise du détenteur de déchets à l'exclusion du détenteur de déchets [1 ...]1 ménagers, ainsi que l'adresse de prise en charge des déchets, si celle-ci est différente et
  4. sur base du nom, de l'adresse et du numéro d'enregistrement ou d'agrément du collecteur, négociant ou courtier, s'il y a lieu et
  5. sur base du nom, du numĂ©ro d'entreprise et de l'adresse du siĂšge d'exploitation de l'entreprise oĂč sont remis les dĂ©chets, s'il y a lieu et
  6. sur base de la nature du traitement conformément aux listes reprises aux annexes 1 et 2 de l'ordonnance déchets (code D ou R).
  Le rapport relatif aux déchets du détenteur de déchets n'opÚre une distinction que selon les points 1, 4, 5 et 6 du présent paragraphe.
  § 2. Le rapport relatif aux déchets est transmis chaque année à l'Institut, avant le 15 mars de l'année suivant l'exercice faisant l'objet du rapport, par :
  1. le collecteur, négociant et courtier de déchets;
  2. l'exploitant d'une installation de collecte ou de traitement de déchets soumise à l'obtention d'un permis d'environnement, à l'exception de l'exploitant d'une installation visée à l'article 3.5.15, concernant les déchets qu'il collecte et/ou traite et comme producteur de déchets concernant les déchets qu'il produit ou détient.
  § 3. Le rapport relatif aux déchets est effectué par :
  - siÚge social dans le chef du collecteur, négociant et courtier ;
  - siÚge d'exploitation dans le chef de l'exploitant de l'installation de collecte ou de traitement de déchets.
  § 4. L'Institut peut exiger le rapport de déchets de chaque personne visée à l'article 1.7 paragraphe 1er, notamment en vue de collecter des données sur la production et la gestion de déchets.
  Le cas échéant, l'Institut sélectionne les personnes qui doivent lui transmettre le rapport de déchets.
  Il publie sur son site Internet au plus tard le 31 décembre de l'année précédant l'exercice faisant l'objet du rapport :
  - les personnes sélectionnées ;
  - les modalités du rapport de déchets ;
  - la date du rapportage.
  § 5. Le rapport relatif aux déchets est transmis à l'Institut [1 ...]1 par voie électronique selon la forme et les modalités définies par l'Institut.
  § 6. L'Institut peut mettre à disposition du public un modÚle de rapport relatif au déchet.
  
HOOFDSTUK 3. - Afvalstoffenlijst
CHAPITRE 3. - Liste de déchets
Art. 1.9. De lijst van afvalstoffen zoals bepaald in artikel 10 van de ordonnantie afvalstoffen is de lijst zoals vastgelegd door de beschikking van de commissie 2000/532/EG van 3 mei 2000 tot vaststelling van een lijst van afvalstoffen.
Art. 1.9. La liste de déchets visée par l'article 10 de l'ordonnance déchets est la liste établie par la décision de la Commission 2000/532/CE du 3 mai 2000 établissant une liste de déchets.
HOOFDSTUK 4. [1 Verwerking van persoonsgegevens ]1
CHAPITRE 4. [1 - Traitement des données à caractÚre personnel]1
Afdeling 1. [1 . - Gebruik van de gegevens ]1
Section 1re. [1 - Utilisation des données ]1
Art. 1.10.1 [1 De in artikel 2.2.9, 1° bedoelde gegevens worden gebruikt in het kader van de beoordeling van het preventie- en beheersplan van de afvalstoffen om de producent die het plan heeft ingediend te identificeren. ]1
Art. 1.10.1. [1 Les données visées à l'article 2.2.9, 1° sont utilisées dans le cadre de l'évaluation du plan de prévention et de gestion des déchets pour identifier le producteur ayant introduit ledit plan. ]1
Art. 1.10.2 [1 De gegevens bedoeld in artikel 2.3.1, § 2, 2° worden gebruikt na de afgifte van de erkenning met het oog op de controle van de naleving van dit besluit door de met het toezicht belaste personeelsleden. ]1
Art. 1.10.2. [1 Les donnĂ©es visĂ©es Ă  l'article 2.3.1, § 2, 2° sont utilisĂ©es postĂ©rieurement Ă  la dĂ©livrance de l'agrĂ©ment en vue du contrĂŽle du respect du prĂ©sent arrĂȘtĂ© par les agents chargĂ©s de la surveillance. ]1
Art. 1.10.3 [1 De in [2 artikelen 3.3.2, 3.4.2, 3.5.2, 4.7.5, § 3, 4.8.20, 4.9.17 en 4.9.21]2 bedoelde gegevens worden gebruikt in het kader van de aanvraag van registratie, erkenning of milieuvergunning, om te controleren of de aanvrager van de registratie, de erkenning of de milieuvergunning bekwaam is of beschikt over personeel dat bekwaam is op het vlak van afvalstoffenbeheer.
Art. 1.10.3.[1 Les données visées [2 aux articles 3.3.2, 3.4.2, 3.5.2, 4.7.5, § 3, 4.8.20, 4.9.17 et 4.9.21]2 sont utilisées dans le cadre de la demande d'enregistrement, d'agrément ou de permis d'environnement pour vérifier si le demandeur de l'enregistrement, de l'agrément ou du permis d'environnement est compétent ou dispose d'un personnel compétent en matiÚre de gestion de déchets.
Art. 1.10.4 [1 . § 1. De in artikel 3.9.9 § 2 bedoelde gegevens worden gebruikt om te controleren of de uitbater van een wijkcomposteersite of de door hem aangestelde persoon bekwaam is op het vlak van compostering.
Art. 1.10.4. [1 § 1er. Les données visées à l'article 3.9.9 § 2 sont utilisées pour vérifier si l'exploitant d'un site de compostage de quartier ou la personne désignée par lui est compétent en matiÚre de compostage.
Art. 1.10.5 [1 De in artikel 4.7.5, § 2 bedoelde gegevens worden gebruikt in het kader van de milieuvergunningsaanvraag om te controleren of de aanvrager van de milieuvergunning beschikt over personeel dat is opgeleid in het domein van het beheer van afvalstoffen van de zorg.
Art. 1.10.5. [1 Les données visées à l'article 4.7.5, § 2 sont utilisées dans le cadre de la demande de permis d'environnement pour vérifier si le demandeur du permis d'environnement dispose d'un personnel formé à la gestion des déchets de soins.
Art. 1.10.6. [1 De gegevens in de artikelen 4.8.3, § 5 en 4.8.6 worden gebruikt in het kader van de aanvraag tot registratie of vergunning om zich te verzekeren dat de aanvrager van de registratie of vergunning aangesloten is aan een geregistreerde beheerorganisatie zoals bepaald in dit besluit en derhalve, dat hij zijn kwaliteitbeheersysteem en zelfcontrole op punt heeft gesteld inzake de traceerbaarheid van afvalstoffen.
   Deze gegevens worden ook gebruikt na de afgifte van de registratie of vergunning met het oog op de controle van de naleving van dit besluit door de met het toezicht belaste personeelsleden.]1

  
Art. 1.10.6. [1 Les donnĂ©es aux articles 4.8.3, § 5 et 4.8.6 sont utilisĂ©es dans le cadre de la demande d'enregistrement ou de permis pour s'assurer que le demandeur de l'enregistrement ou du permis est bien affiliĂ© Ă  un organisme de gestion enregistrĂ© en application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et de ce fait qu'il a bien mis en place son systĂšme de gestion de la qualitĂ© et d'autocontrĂŽle en matiĂšre de traçabilitĂ© des dĂ©chets.
   Ces donnĂ©es sont Ă©galement utilisĂ©es postĂ©rieurement Ă  la dĂ©livrance de l'enregistrement ou du permis en vue du contrĂŽle du respect du prĂ©sent arrĂȘtĂ© par les agents chargĂ©s de la surveillance.]1

  
Art. 1.10.7. [1 De in artikel 4.8.4 bedoelde gegevens worden gebruikt door de beheerorganisatie zoals bedoeld in artikel 4.8.18 om na te gaan waar en wanneer de gerecycleerde granulaten geproduceerd werden teneinde de controle van hun traceerbaarheid te verzekeren.
   Deze gegevens worden nadien ook gebruikt met het oog op de controle van de naleving van dit besluit door de met het toezicht belaste personeelsleden.]1

  
Art. 1.10.7. [1 Les donnĂ©es visĂ©es Ă  l'article 4.8.4 sont utilisĂ©es par l'organisme de gestion visĂ© Ă  l'article 4.8.18 afin de vĂ©rifier oĂč et quand sont produits les granulats recyclĂ©s de maniĂšre Ă  assurer le contrĂŽle de leur traçabilitĂ©.
   Ces donnĂ©es sont Ă©galement utilisĂ©es postĂ©rieurement en vue du contrĂŽle du respect du prĂ©sent arrĂȘtĂ© par les agents chargĂ©s de la surveillance.]1

  
Art. 1.10.8. [1 De in artikel 4.8.20 bedoelde gegevens worden gebruikt in het kader van de aanvraag tot registratie om te controleren of de aanvrager van de registratie over personeel beschikt dat bekwaam is op het vlak van recyclage van granulaten.
   Deze gegevens worden nadien ook gebruikt met het oog op de controle van de naleving van dit besluit door de met het toezicht belaste personeelsleden.]1

  
Art. 1.10.8. [1 Les données visées à l'article 4.8.20 sont utilisées dans le cadre de la demande d'enregistrement pour vérifier si le demandeur de l'enregistrement dispose d'un personnel formé dans des matiÚres liées aux recyclage de granulats.
   Ces donnĂ©es sont Ă©galement utilisĂ©es postĂ©rieurement en vue du contrĂŽle du respect du prĂ©sent arrĂȘtĂ© par les agents chargĂ©s de la surveillance.]1

  
Art. 1.10.9. [1 De in artikel 4.8.28 bedoelde gegevens worden gepubliceerd teneinde de mensen die dienst moeten doen op een toegelaten breker te laten weten met wie ze contact kunnen opnemen.]1
  
Art. 1.10.9. [1 Les données visées à l'article 4.8.28 sont publiées afin de permettre aux personnes devant faire appel à un concasseur autorisé de savoir à qui s'adresser. ]1
  
Afdeling 2. [1 Verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens en bewaartermijn ]1
Section 2. [1 Responsable du traitement des données et durée de conservation]1
Art. 1.11.1. [1 De verwerkingsverantwoordelijke voor de in artikel 2.2.9, 1° bedoelde gegevens is Leefmilieu Brussel.
Art. 1.11.1. [1 Le responsable du traitement des données visées à l'article 2.2.9, 1° est Bruxelles Environnement.
Art. 1.11.2.[1 De verwerkingsverantwoordelijke voor de [2 in artikelen 2.3.1, § 2, 2° en 3°, 4.8.3, § 5, 4.8.6 en 4.8.20]2 bedoelde gegevens is Leefmilieu Brussel.
Art. 1.11.2. [1 Le responsable du traitement des données visées [2 aux articles 2.3.1, § 2, 2° et 3°, 4.8.3, § 5, 4.8.6 et 4.8.20 ]2 est Bruxelles Environnement.
Art. 1.11.3. [1 . De verwerkingsverantwoordelijke voor de in artikel 3.3.2, 3.4.2, 3.5.2 en 4.7.5, § 3 bedoelde gegevens is Leefmilieu Brussel.
Art. 1.11.3. [1 Le responsable du traitement des données visées aux articles 3.3.2, 3.4.2, 3.5.2 et 4.7.5, § 3 est Bruxelles Environnement.
Art. 1.11.4. [1 § 1. De verwerkingsverantwoordelijken voor de in artikelen 3.9.9, § 2 en 3.9.9, § 3 bedoelde gegevens zijn de beheerder van de wijkcomposteersite en Leefmilieu Brussel.
Art. 1.11.4. [1 § 1er. Les responsables du traitement des données visées aux articles 3.9.9, § 2 et 3.9.9, § 3 sont le gestionnaire du site de compostage de quartier et Bruxelles Environnement.
Art. 1.11.5. [1 De verwerkingsverantwoordelijke voor de in artikel 4.7.5, § 2 bedoelde gegevens zijn de titularis van de milieuvergunning en Leefmilieu Brussel.
Art. 1.11.5. [1 Les responsables du traitement des données visées à l'article 4.7.5, § 2 sont le titulaire du permis d'environnement et Bruxelles Environnement.
Art. 1.11.6. [1 De verwerkingsverantwoordelijke voor de in artikelen 4.8.4 en 4.8.28 bedoelde gegevens is de beheerorganisatie bedoeld in artikel 4.8.18.
Art. 1.11.6. [1 Le responsable du traitement des données visées aux articles 4.8.4 et 4.8.28 est l'organisme de gestion visé à l'article 4.8.18.
Afdeling 3. [1 Transparantie ]1
Section 3. [1 Transparence ]1
Art. 1.12.1.[1 Leefmilieu Brussel neemt de passende maatregelen om aan de betrokken persoon de in artikelen 13 en 14 van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europese Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) bedoelde informatie en de in artikelen 15 tot en met 22 en in artikel 34 van dezelfde verordening bedoelde communicatie in verband met de verwerking van zijn persoonsgegevens, voor het in artikelen 1.10.1 tot en met [2 1.10.9]2 van het huidig besluit bedoelde doel, te verstrekken in een duidelijke en eenvoudige taal en in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm. ]1
Art. 1.12.1. [1 Bruxelles Environnement prend des mesures appropriĂ©es afin de transmettre Ă  la personne concernĂ©e les informations visĂ©es aux articles 13 et 14 du RĂšglement (UE) 2016/679 du Parlement EuropĂ©en et du Conseil du 27 avril 2016 relatif Ă  la protection des personnes physiques Ă  l'Ă©gard du traitement des donnĂ©es Ă  caractĂšre personnel et Ă  la libre circulation de ces donnĂ©es, et abrogeant la directive 95/46/CE (rĂšglement gĂ©nĂ©ral sur la protection des donnĂ©es) et la communication visĂ©e aux articles 15 Ă  22 et Ă  l'article 34 du mĂȘme rĂšglement en ce qui concerne le traitement de ses donnĂ©es Ă  caractĂšre personnel aux fins visĂ©es aux articles 1.10.1 Ă  [2 1.10.9]2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, en des termes clairs et simples, sous une forme concise, transparente, comprĂ©hensible et aisĂ©ment accessible.]1
TITEL II. - Bepalingen betreffende de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van producten
TITRE II. - Dispositions relatives a la responsabilite élargie du producteur de produits
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions communes
Afdeling 1. - Doelstelling en toepassingsgebied
Section 1re. - Objectif et champ d'application
Art. 2.1.1. § 1. Deze titel omschrijft een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die tot doel heeft de preventie, het hergebruik, de voorbereiding voor hergebruik, de recycling of de nuttige toepassing van afvalstoffen te bevorderen met inachtneming van de bescherming van het milieu en met het oog op een verantwoord gebruik van de natuurlijke rijkdommen.
  § 2. Het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid dat door dit besluit wordt ingevoerd, voorziet, naargelang het type van afval, in één of meer van de volgende verplichtingen:
  1. een terugnameplicht van de afvalstoffen;
  2. een verplichting om te waarborgen dat de afvalstoffen worden verwerkt met inachtneming van de ordonnantie afvalstoffen;
  3. een verplichting om het afvalbeheer te financieren;
  4. een verplichting om de doelstellingen inzake inzameling, hergebruik, recycling en nuttige toepassing te bereiken;
  5. een verplichting tot rapportage aan het Instituut;
  6. een verplichting om een preventie- en beheersplan goed te keuren;
  7. een informatieplicht ten aanzien van de consument.
  [1 8. een verplichting gelinkt aan openbare netheid.]1
  § 3. Het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid dat door deze titel wordt ingevoerd, heeft betrekking op de volgende afvalstoffen:
  1. afgedankte batterijen en accu's;
  2. versleten banden;
  3. afgewerkte oliën;
  4. afgedankte voertuigen;
  5. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
  [1 "6. afgedankte matrassen;
   7. afval van vochtige doekjes;
   8. afval van ballonnen;
   9. afval van kunststofhoudend vistuig;
   10. peuken.]1

  [1 § 4. De regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die zijn vastgesteld voor de in punten 7° tot en met 10° van paragraaf 3 bedoelde stromen, worden weerspiegeld in de volgende verplichtingen:
   1. de in paragraaf 2, 5° bedoelde verplichting, overeenkomstig de artikelen 2.2.12. en 2.2.13.;
   2. de in paragraaf 2, 6° bedoelde verplichting, overeenkomstig de artikelen 2.2.9. tot en met 2.2.11.;
   3. de in paragraaf 2, 7° bedoelde verplichting, overeenkomstig artikel 2.2.14.;
   4. de in paragraaf 2, 8° bedoelde verplichting;
   5. het instaan voor de kosten van de onder 1. tot en met 4. bedoelde verplichtingen, alsmede de kosten bedoeld in artikel 26/1, § 4, 1°, d) en e), van de ordonnantie afvalstoffen.]1

  
Art. 2.1.1. § 1er. Le présent titre établit un régime de responsabilité élargie du producteur dont l'objectif est de renforcer la prévention des déchets, leur réemploi, leur préparation au réemploi, leur recyclage ou leur valorisation, dans le respect de la protection de l'environnement et dans une perspective d'utilisation responsable des ressources naturelles.
  § 2. Le rĂ©gime de responsabilitĂ© Ă©largie du producteur instaurĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ© se traduit, selon le type de dĂ©chet visĂ©, par une ou plusieurs des obligations suivantes:
  1. une obligation de reprise des déchets ;
  2. une obligation d'assurer que le traitement des déchets soit effectué dans le respect de l'ordonnance déchets ;
  3. une obligation de financement de la gestion des déchets ;
  4. une obligation d'atteindre des taux de collecte, de réemploi, de recyclage et de valorisation ;
  5. une obligation de rapportage auprÚs de l'Institut ;
  6. une obligation d'adopter un plan de prévention et de gestion ;
  7. une obligation d'information du consommateur.
  [1 8. une obligation liée à la propreté publique. ]1
  § 3. Le régime de responsabilité élargie du producteur instauré par le présent titre s'applique à l'égard des déchets suivants :
  1. les déchets de piles et accumulateurs ;
  2. les pneus usés ;
  3. les huiles usagées ;
  4. les véhicules hors d'usage ;
  5. les déchets d'équipements électriques et électroniques.
  [1 6. les déchets de matelas ;
   7. les déchets de lingettes humides ;
   8. les déchets de ballons de baudruche ;
   9. les dĂ©chets d'engins de pĂȘche contenant du plastique ;
   10. les mégots.]1

  [1 § 4. Les régimes de responsabilité élargie du producteur instaurés pour les flux visés aux points 7° à 10° du paragraphe 3 se traduisent par les obligations suivantes :
   1. l'obligation visée au paragraphe 2, 5° conformément aux articles 2.2.12. et 2.2.13. ;
   2. l'obligation visée au paragraphe 2, 6° conformément aux articles 2.2.9. à 2.2.11. ;
   3. l'obligation visée au paragraphe 2, 7° conformément à l'article 2.2.14. ;
   4. l'obligation visée au paragraphe 2, 8° ;
   5. la prise en charge des coûts relatifs aux obligations visées au 1. à 4. ainsi que les coûts visés à l'article 26/1, § 4, 1°, d) et e), de l'ordonnance déchets. ]1

  
Afdeling 2. - Personen onderworpen aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
Section 2. - Des personnes soumises à la responsabilité élargie du producteur
Art. 2.1.2. § 1. Het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is gericht op de producent van wie producten die hij in de handel heeft gebracht aan de oorsprong liggen van de afvalstoffen die bedoeld worden in artikel 2.1.1, onder de voorwaarden bepaald in deze titel.
  § 2. De producent kan:
  1° hetzij zijn verplichtingen zelf nakomen overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze titel, eventueel door een overeenkomst af te sluiten met een derde;
  2° hetzij zijn verplichtingen door een erkend organisme laten uitvoeren overeenkomstig hoofdstuk 3, afdeling 1 van deze titel, en in dat kader de uitvoering van al zijn verplichtingen of een deel ervan toevertrouwen aan een erkend organisme waarbij hij zich aangesloten heeft; in dat geval wordt hij geacht zijn verplichtingen te zijn nagekomen als hij kan bewijzen dat hij een contract heeft gesloten met het erkende organisme, hetzij rechtstreeks of via tussenkomst van een persoon die gemachtigd is hem te vertegenwoordigen;
  3° hetzij een, overeenkomstig hoofdstuk 3, afdeling 2 van deze titel gesloten milieuovereenkomst uitvoeren en in dat kader de uitvoering van al zijn verplichtingen of een deel ervan toevertrouwen aan een beheersorganisme waarbij hij zich aangesloten heeft. In dat geval wordt hij geacht zijn verplichtingen na te komen als hij kan bewijzen lid te zijn van een organisatie die de overeenkomst ondertekend heeft of aangesloten te zijn bij het beheersorganisme.
  § 3. In de gevallen 2° en 3° van paragraaf 2 van dit artikel en tenzij anders bepaald in deze titel of krachtens deze titel, is het erkende organisme of het beheersorganisme gehouden tot de verplichtingen die het door de producent werden toevertrouwd.
Art. 2.1.2. § 1er. Le régime de responsabilité élargie du producteur s'adresse au producteur dont les produits qu'il a mis sur le marché sont à l'origine des déchets qui sont visés à l'article 2.1.1, dans les conditions fixées au présent titre.
  § 2. Le producteur peut :
  1° soit remplir lui-mĂȘme ses obligations, conformĂ©ment au chapitre 2 du prĂ©sent titre, le cas Ă©chĂ©ant en contractant avec un tiers ;
  2° soit faire exécuter ses obligations par un organisme agréé conformément au chapitre 3, section 1Úre, du présent titre et confier dans ce cadre l'exécution de tout ou partie des obligations à un organisme agréé auquel il a adhéré, auquel cas il est réputé satisfaire à ses obligations dÚs et tant qu'il établit avoir contracté avec l'organisme agréé directement ou par l'intermédiaire d'une personne habilitée à le représenter ;
  3° soit exĂ©cuter une convention environnementale conclue conformĂ©ment au chapitre 3, section 2 du prĂ©sent titre et confier dans ce cadre l'exĂ©cution de tout ou partie des obligations Ă  un organisme de gestion auquel il a adhĂ©rĂ©, auquel cas il est rĂ©putĂ© satisfaire Ă  ses obligations dĂšs et tant qu'il Ă©tablit ĂȘtre membre d'une organisation signataire de la convention, ou adhĂ©rent de l'organisme de gestion.
  § 3. Dans les cas 2° et 3° du paragraphe 2 du présent article, et sauf disposition contraire dans le présent titre ou en vertu de celui-ci, l'organisme agréé ou l'organisme de gestion est tenu des obligations qui lui ont été déléguées par le producteur.
HOOFDSTUK 2. - Algemene verplichtingen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
CHAPITRE 2. - Des obligations générales liées à la responsabilité élargie du producteur
Afdeling 1. - De terugnameplicht
Section 1re. - De l'obligation de reprise
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Sous-section 1re. - Dispositions générales
Art. 2.2.1. § 1. De terugnameplicht legt de producent de verplichting op om op zijn kosten de afvalstoffen voortkomend van zijn producten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest terug te nemen of te laten terugnemen.
  § 2. De producent waarborgt de naleving van de in hoofdstuk 4 van deze titel bedoelde doelstellingen en neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat ze binnen de voorgeschreven termijnen worden bereikt.
  § 3. Om de teruggave van de aan de terugnameplicht onderworpen afvalstoffen aan te moedigen, kan de producent statiegeld invoeren op de producten die hij in de handel brengt.
Art. 2.2.1. § 1er. L'obligation de reprise impose au producteur l'obligation de reprendre ou de faire reprendre à sa charge les déchets issus, en Région de Bruxelles-Capitale, de ses produits.
  § 2. Le producteur garantit le respect des taux visés au chapitre 4 du présent titre et prend toutes les dispositions nécessaires pour qu'ils soient atteints dans les délais prescrits.
  § 3. Afin de stimuler la remise des déchets soumis à l'obligation de reprise, le producteur peut assortir les produits qu'il met sur le marché d'une consigne.
Onderafdeling 2. - Terugname van de afvalstoffen
Sous-section 2. - De la reprise des déchets
Art. 2.2.2. § 1. De [1 in artikel 2.1.1., § 3, 1° tot en met 6° ]1 van dit besluit bedoelde afvalstoffen zijn onderworpen aan de terugnameplicht.
  § 2. Voor de afvalstoffen van voor huishoudens bestemde producten, stelt de producent de nodige verpakkingen en andere inzamelingsmiddelen kosteloos ter beschikking van alle inzamelpunten waarmee een contract is afgesloten met het oog op de terugname van de afvalstoffen. Bij de keuze van de inzamelingsmiddelen wordt rekening gehouden met de maximale opslagcapaciteit van de kleinhandelaars en de containerparken en wordt gestreefd naar het optimaliseren van de opslagbeveiliging, de voorbereiding voor hergebruik en het hergebruik.
  
Art. 2.2.2. § 1er. Les déchets [1 visés à l'article 2.1.1., § 3, 1° à 6° ]1 du présent titre sont soumis à l'obligation de reprise.
  § 2. Pour ce qui concerne les déchets issus des produits destinés aux ménages, le producteur met gratuitement les conditionnements et autres moyens de collecte nécessaires à la disposition de tous les points de collecte avec lesquels un contrat est conclu en vue de la reprise des déchets. Les moyens de collecte tiennent notamment compte des capacités maximales de stockage des détaillants et des parcs à conteneurs, et veillent à optimiser la sécurité des stockages, la préparation en vue du réemploi et le réemploi.
  
Art. 2.2.3. § 1. De producent moet op zijn kosten alle afvalstoffen, onderworpen aan de terugnameplicht en afkomstig van zijn producten op regelmatige wijze inzamelen wanneer die afvalstoffen worden teruggebracht naar distributeurs en kleinhandelaars in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  § 2. De distributeur of in voorkomend geval de producent moet ermee instemmen de afvalstoffen van producten die hij op de markt aanbiedt en die aan de terugnameplicht onderworpen zijn, kosteloos te aanvaarden van de kleinhandelaar.
  § 3. De kleinhandelaar moet van de consument kosteloos de afvalstoffen terugnemen van een product dat dezelfde functies vervult als datgene dat hij op de markt aanbiedt en dat aan de terugnameplicht onderworpen is, op voorwaarde dat de consument zich bij deze kleinhandelaar een product aanschaft dat dezelfde functies vervult of hij dat maximaal dertig kalenderdagen eerder heeft gedaan.
  § 4. De in dit artikel bedoelde distributeur en kleinhandelaar moeten aan de producent de afvalstoffen teruggeven die zij overeenkomstig de paragrafen 2 en 3 hebben aanvaard, behoudens de afwijkingen beschreven in hoofdstuk 4. In het geval van een afwijking op deze teruggaveplicht moeten de distributeur en de kleinhandelaar die afvalstoffen in vergunde inrichtingen laten verwerken overeenkomstig de voorschriften, opgelegd door of krachtens de ordonnantie afvalstoffen.
Art. 2.2.3. § 1er. Le producteur est tenu, à ses frais, de collecter de maniÚre réguliÚre tous les déchets soumis à l'obligation de reprise et issus de ses produits, lorsque ces déchets sont rapportés auprÚs des distributeurs et des détaillants en Région de Bruxelles-Capitale.
  § 2. Le distributeur ou le producteur le cas échéant, est tenu d'accepter gratuitement du détaillant, les déchets issus des produits qu'il met à disposition sur le marché et qui sont soumis à l'obligation de reprise.
  § 3. Le dĂ©taillant est tenu d'accepter gratuitement du consommateur, tout dĂ©chet issu d'un produit remplissant les mĂȘmes fonctions que celui qu'il met Ă  disposition sur le marchĂ© et qui est soumis Ă  l'obligation de reprise, Ă  condition que celui-ci se procure ou se soit procurĂ© au maximum trente jours calendrier auparavant, auprĂšs dudit dĂ©taillant un produit remplissant les mĂȘmes fonctions.
  § 4. Le distributeur et le détaillant visés au présent article sont tenus de remettre au producteur les déchets qu'ils ont acceptés conformément aux paragraphes 2 et 3, sauf les dérogations prévues au chapitre 4. Dans l'hypothÚse d'une dérogation à cette obligation de remise, le distributeur et le détaillant sont tenus de faire traiter ces déchets dans des installations autorisées, conformément aux rÚgles prescrites par ou en vertu de l'ordonnance déchets.
Art. 2.2.4. Onverminderd artikel 2.2.3 van deze titel kunnen aan de terugnameplicht onderworpen afvalstoffen afzonderlijk worden ingezameld op initiatief en op kosten van de producent, waarbij ze moeten worden teruggebracht naar vergunde inzamelaars, handelaars, makelaars, inzamelinrichtingen of verwerkingsinstallaties.
Art. 2.2.4. Sans préjudice de l'article 2.2.3 du présent titre, les déchets soumis à l'obligation de reprise peuvent faire l'objet d'une collecte séparée, à l'initiative et à charge du producteur, impliquant leur remise à des collecteurs, négociants, courtiers autorisés, installations de collecte ou de traitement autorisées.
Art. 2.2.5. Tenzij anders wordt bepaald in een overeenkomst tussen de producent en de publiekrechtelijke rechtspersonen, moet de producent regelmatig en zonder een vergoeding te eisen, de afvalstoffen terugnemen die onderworpen zijn aan de op hem van toepassing zijnde terugnameplicht en dat door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen, die werden ingezameld, via huis aan huisinzamelingen, via containerparken of via andere inzamelpunten.
Art. 2.2.5. Sauf convention contraire entre le producteur et les personnes morales de droit public, le producteur est tenu de reprendre de maniÚre périodique et sans exiger de rétribution les déchets soumis à l'obligation de reprise qui le concerne, collectés par les personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers, soit en porte à porte, soit auprÚs des parcs à conteneurs ou d'autres points de collecte.
Onderafdeling 3. - Financiering van de terugname van huishoudelijke afvalstoffen
Sous-section 3. - Du financement de la reprise des déchets ménagers
Art. 2.2.6. De producent draagt de werkelijke en volledige kosten van de inzameling, het sorteren en de verwerking van de afvalstoffen waarvoor hij onderworpen is aan een terugnameplicht en die door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen beheerd worden. De terugbetaling van de nettokosten en de verdeling van de eventuele ontvangsten worden in onderling overleg overeengekomen.
  Bij de bepaling van de in dit artikel bedoelde kosten worden de volgende elementen in aanmerking genomen: de kosten met betrekking tot de containers, de infrastructuur, het personeel belast met het beheer van de inzamel- en sorteerinrichtingen, hierbij inbegrepen de kosten voor het administratief beheer, de algemene kosten voor het beheer van de installaties en de opleiding van de werknemers van de installaties met betrekking tot de betrokken afvalcategorie. De kosten worden bepaald volgens het model dat in onderling overleg werd opgesteld door de betrokken publiekrechtelijke rechtspersonen en de producenten.
  De verdeling van de eventuele ontvangsten met de publiekrechtelijke rechtspersonen geldt alleen als de totale kosten, die toegerekend zijn aan de producent voor de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aan dewelke deze is onderworpen, gedekt zijn door de wederverkoop van de ingezamelde materialen.
  Indien geen overeenstemming wordt bereikt, kan de Minister, na advies van het Instituut, bindende regels uitvaardigen voor de aanrekening van de kosten en de ontvangsten. Deze bindende regels moeten een lijst van de te betalen kosten omvatten. Zij worden opgesteld na advies van de betrokken producenten en de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen.
Art. 2.2.6. Le producteur couvre le coût réel et complet de la collecte, du tri et du traitement des déchets soumis à l'obligation de reprise qui le concerne, pris en charge par les personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers. La couverture des coûts et le partage des éventuelles recettes sont convenus de commun accord.
  Sont pris en considération, pour l'établissement des coûts visés au présent article: les coûts afférents aux conteneurs, à l'infrastructure, au personnel affecté à la gestion des installations de collecte et de tri, en ce compris pour la gestion administrative, aux frais généraux liés à la gestion des installations et à la formation du personnel desdites installations portant sur la catégorie de déchets concernés. Ils sont déterminés sur le modÚle établi de commun accord entre les personnes morales de droit public concernées et les producteurs.
  Le partage des éventuelles recettes avec les personnes morales de droit public ne vaut que si les coûts imputés au producteur pour l'exécution de la responsabilité élargie du producteur à laquelle il est soumis, sont couverts par la revente des matériaux collectés.
  Lorsqu'aucun accord n'est obtenu, le Ministre peut, aprÚs avis de l'Institut, édicter des rÚgles contraignantes pour l'imputation des coûts et des recettes. Ces rÚgles contraignantes doivent inclure une liste des frais à payer. Elles sont établies aprÚs avoir recueilli l'avis des producteurs concernés et des personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers.
Onderafdeling 4. - De samenwerking met de vennootschappen met sociaal oogmerk
Sous-section 4. - De la collaboration avec les entreprises à finalité sociale
Art. 2.2.7. § 1. De producent moet regelmatig en zonder een vergoeding te eisen, de aan de op hem van toepassing zijnde terugnameplicht onderworpen afvalstoffen die werden ingezameld door de vennootschappen met sociaal oogmerk waarmee hij een contract heeft overeengekomen, terugnemen.
  De producent draagt de werkelijke en volledige kosten van de inzameling van de aan de op hem van toepassing zijnde terugnameplicht onderworpen afvalstoffen die ten laste genomen zijn door de vennootschappen met sociaal oogmerk. De dekking van de kosten wordt overeengekomen in dit contract.
  § 2. Onverminderd paragraaf 3, geeft de venootschap met sociaal oogmerk het geheel van de volledige en niet herbruikbare afvalstoffen die hij bekomen heeft via de inzamelkanalen van de producent terug aan de producent.
  § 3. Om de voorbereiding voor hergebruik van afvalstoffen onderworpen aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te verhogen, kan de vennootschap met sociaal oogmerk noodzakelijke stukken uithalen voor de reparatie van de afvalstoffen die onderworpen zijn aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Dit kan niet als doel de recyclage van het betrokken stuk hebben.
Art. 2.2.7. § 1er. Le producteur est tenu de reprendre de maniÚre périodique et sans exiger de rétribution les déchets soumis à l'obligation de reprise qui le concerne collectés par les entreprises à finalité sociale avec lesquelles il a conclu un contrat.
  Le producteur couvre le coût réel et complet de la collecte des déchets soumis à l'obligation de reprise qui le concerne, pris en charge par les entreprises à finalité sociale. La couverture des coûts est convenue dans ledit contrat.
  § 2. Sans préjudice du paragraphe 3, l'entreprise à finalité sociale remet au producteur l'ensemble des déchets complets et non réemployables auxquels il a accédé via les canaux de collecte du producteur.
  § 3. Pour augmenter la préparation en vue du réemploi des déchets issus des produits soumis à responsabilité élargie du producteur, l'entreprise à finalité sociale peut extraire des piÚces nécessaires à la réparation des déchets soumis à responsabilité élargie du producteur. L'extraction ne peut avoir pour but le recyclage de ladite piÚce.
Afdeling 2. - Verwerking van de afvalstoffen
Section 2. - Du traitement des déchets
Art. 2.2.8. § 1. Alle afvalstoffen die aan de terugnameplicht onderworpen zijn en die overeenkomstig de artikelen 2.2.2 tot 2.2.7 van deze titel ingezameld werden, worden op kosten van de producent in vergunde inrichtingen verwerkt volgens de regels die door of krachtens de ordonnantie afvalstoffen worden opgelegd.
  § 2. Om de voorbereiding voor hergebruik en het hergebruik te bevorderen, garandeert de producent de centra voor de voorbereiding voor hergebruik, toegang tot de afvalstoffen die werden ingezameld in het kader van de terugnameplicht. De vennootschappen met sociaal oogmerk of de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen zijn de bevoorrechte partners van de producenten. De modaliteiten voor de toegang tot de afvalstoffen worden in onderling overleg overeengekomen tussen de producenten en de centra voor voorbereiding voor hergebruik en de betrokken vennootschappen met sociaal oogmerk.
  § 3. De producent moet ervoor zorgen dat de ingezamelde afvalstoffen volgens de beste beschikbare technieken voor de bescherming van de gezondheid en het milieu worden verwerkt. De producent moet ervoor zorgen dat de verplichtingen inzake verwerking en recycling worden nagekomen.
Art. 2.2.8. § 1er. Tous les déchets soumis à l'obligation de reprise et collectés conformément aux articles 2.2.2 à 2.2.7 du présent titre sont traités, à charge du producteur, dans des installations autorisées, conformément aux rÚgles prescrites par ou en vertu de l'ordonnance déchets.
  § 2. Afin de favoriser la préparation en vue du réemploi et le réemploi, le producteur garantit l'accÚs au gisement des déchets collectés dans le cadre de l'obligation de reprise aux centres de préparation en vue du réemploi. Les entreprises à finalité sociale et/ou les personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers sont les partenaires privilégiés des producteurs. Les modalités d'accÚs au gisement sont convenues de commun accord entre les producteurs et les centres de préparation en vue du réemploi et les entreprises à finalité sociale concernés.
  § 3. Le producteur assure que les déchets collectés sont traités en utilisant les meilleures techniques disponibles en termes de protection de la santé et de l'environnement. Le producteur est tenu d'assurer que les obligations en matiÚre de traitement et de recyclage sont atteintes.
Afdeling 3. - Preventie- en beheersplan
Section 3. - Du plan de prévention et de gestion
Art. 2.2.9. Binnen 6 maanden na de inwerkingtreding van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die op hem van toepassing is, moet de producent een plan voor afvalpreventie en -beheer opstellen dat de volgende elementen en verplichtingen bevat:
  1° identificatiegegevens:
  a) de naam, de rechtsvorm en het handelsregisternummer of een overeenstemmende registratie en het btw-nummer van de producent voor de overeenkomstige afvalstoffen;
  b) de verblijfplaats en het adres van de producent en, in voorkomend geval, de maatschappelijke, de administratieve en de exploitatiezetel, met een adres in België, dat van een gevolmachtigde kan zijn;
  c) het telefoonnummer van de verblijfplaats of van de zetel waar de producent of zijn gemachtigde kan worden bereikt;
  d) de naam en de functie van de ondertekenaar van het plan inzake de preventie en het beheer van de afvalstoffen die onderworpen zijn aan een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
  2° voorwerp:
  a) de aard van de aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onderworpen afvalstoffen waarop het plan voor afvalpreventie en -beheer van toepassing is;
  b) de raming van de hoeveelheden in de handel gebrachte producten en van de hoeveelheid afvalstoffen van deze producten waarop de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van toepassing is;
  3° een preventieplan met de beschrijving van de maatregelen dat de volgende doelstellingen beoogt:
  a) verbeteren van het potentiële hergebruik en van de recycleerbaarheid van de producten die de producent in de handel brengt;
  b) vermindering van de hoeveelheden gevaarlijke afvalstoffen en materialen die potentieel schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid en/of het milieu in de producten die in de handel worden gebracht;
  c) vermindering van de hoeveelheid afvalstoffen veroorzaakt door het in de handel brengen van producten die aan de terugnameplicht onderworpen zijn;
  d) de milieuhinder beperken, en dit zowel bij het ontwerp als bij het gebruik van het product, hierbij inbegrepen de informatiemaatregelen waarvan sprake is in artikel 2.2.14.
  4° een beheersplan dat de modaliteiten tot uitvoering van de verplichtingen betreffende de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid beschrijft, rekening houdend met de specifieke voorschriften die gelden voor deze afvalstoffen, bedoeld in hoofdstuk 4, en dat borg staat voor een maximale terugname van de afvalstoffen. Dit plan bevat onder meer de volgende informatie:
  a) de maatregelen genomen ter dekking van de kosten van de terugnameplicht overeenkomstig de artikelen 2.2.2 tot 2.2.7, en van alle andere acties die vereist zijn met toepassing van deze titel;
  b) de modaliteiten tot uitvoering van de terugnameplicht, ook wanneer derden, zoals kleinhandelaars en distributeurs in het bezit zijn van de betrokken afvalstoffen;
  c) wanneer het plan huishoudelijke afvalstoffen betreft; de modaliteiten tot samenwerking met de publiekrechtelijke rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van het huishoudelijke afvalstoffen;
  d) de maatregelen genomen ter handhaving en ontwikkeling van banen met een maatschappelijk doel in vennootschappen met sociaal oogmerk waarop het plan betrekking heeft;
  e) de modaliteiten tot samenwerking met de afvalbeheerders die tussenkomen in het inzamel- en verwerkingssysteem waar hij beroep op doet;
  f) de maatregelen tot informatieverstrekking aan en sensibilisering van de houders van afvalstoffen ten einde de bij deze titel bepaalde doelstellingen te halen;
  g) de maatregelen inzake de traceerbaarheid van de afvalstoffen uit in de handel gebrachte producten waarop het plan betrekking heeft;
  h) de maatregelen met betrekking tot de verwerking van de afvalstoffen die in het kader van de terugnameplicht worden ingezameld;
  i) de maatregelen met het oog op het verzekeren van de jaarlijkse rapportage aan het Instituut, overeenkomstig artikel 2.2.12.
  5° de voorgestelde geldigheidsduur van het plan voor de preventie en/of het beheer van de afvalstoffen waarop de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van toepassing is;
  6° een financieel plan en een begroting voor de duur van het plan;
  7° het afschrift van de financiële zekerheid, aangelegd overeenkomstig artikel 2.2.11;
  8° de gedateerde en ondertekende schriftelijke verbintenis van de producent of, in voorkomend geval, van een natuurlijke persoon die de vennootschap kan verbinden, waaruit blijkt dat hij de afvalstoffen die, met toepassing van deze titel, door het plan voor de preventie en het beheer van de afvalstoffen worden geregeld en hem door derden, meer bepaald door kleinhandelaars en distributeurs, worden afgeleverd, kosteloos zal aanvaarden en verwerken met naleving van de voorschriften van deze titel;
  9° een beschrijving van het inzamelnetwerk in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waar de houders van de betrokken afvalstoffen ze kosteloos kunnen afleveren.
Art. 2.2.9. Endéans les 6 mois suivant l'entrée en vigueur de la responsabilité élargie le concernant, le producteur est tenu de réaliser un plan de prévention et de gestion des déchets, contenant les éléments et engagements suivants :
  1° données d'identification:
  a) les noms, forme juridique, siÚge et numéro de registre de commerce ou un enregistrement correspondant et le numéro T.V.A. du producteur pour les déchets correspondants;
  b) le domicile et l'adresse du producteur et, le cas Ă©chĂ©ant, des siĂšges social, administratif et d'exploitation, dont une adresse en Belgique, qui peut ĂȘtre celle d'un mandataire;
  c) le numĂ©ro de tĂ©lĂ©phone du domicile ou du siĂšge oĂč le producteur ou son mandataire peuvent ĂȘtre contactĂ©s;
  d) le nom et la fonction du signataire du plan de prévention et de gestion des déchets soumis à la responsabilité élargie du producteur.
  2° objet :
  a) la nature des déchets soumis à la responsabilité élargie du producteur régis par le plan de prévention et de gestion des déchets ;
  b) l'estimation des quantités de produits mis sur le marché et des déchets issus de ces produits visées par la responsabilité élargie du producteur.
  3° un plan de prévention comprenant la description des mesures visant à :
  a) améliorer le potentiel de réemploi et la recyclabilité des produits que le producteur met sur le marché;
  b) diminuer la quantité de déchets dangereux et de matériaux potentiellement nuisibles pour la santé humaine et/ou l'environnement dans les produits mis sur le marché;
  c) diminuer la quantité de déchets occasionnés du fait de la mise sur le marché des produits soumis à la responsabilité élargie du producteur;
  d) limiter les nuisances environnementales tant lors de la conception du produit que lors de son utilisation, en ce compris les mesures d'information visées à l'article 2.2.14.
  4° un plan de gestion précisant les modalités de l'acquittement des obligations de la responsabilité élargie du producteur, compte tenu des prescriptions spécifiques applicables à ces déchets, visées au chapitre 4 et assurant la reprise maximale des déchets. Ce plan comprend notamment les données suivantes :
  a) les dispositions prises en vue de couvrir les coûts de l'obligation de reprise, conformément aux articles 2.2.2 à 2.2.7, et de toutes autres actions requises en application du présent titre;
  b) les modalités de l'acquittement de l'obligation de reprise, en ce compris lorsque les déchets concernés sont détenus par des tiers tels que des détaillants et distributeurs;
  c) lorsque le plan concerne des déchets provenant des ménages, les modalités de collaboration avec les personnes morales de droit public responsables de la gestion des déchets ménagers;
  d) les dispositions prises pour maintenir et développer, les emplois à finalité sociale dans les entreprises à finalité sociale concernées par le plan;
  e) les modalités de collaboration avec les gestionnaires de déchets intervenant dans le systÚme de collecte et de traitement auquel il recourt ;
  f) les mesures d'information et de sensibilisation des détenteurs des déchets en vue d'atteindre les objectifs fixés par le présent titre;
  g) les mesures de traçabilité des déchets résultant des produits mis sur le marché et concernés par le plan;
  h) les mesures afférentes au traitement des déchets collectés dans le cadre de l'obligation de reprise;
  i) les mesures destinées à assurer le rapportage annuel à l'Institut, conformément à l'article 2.2.12.
  5° la durée proposée de validité du plan de prévention et/ou de gestion des déchets soumis à la responsabilité élargie du producteur;
  6° un plan financier et un budget pour la durée du plan;
  7° la copie de la sûreté constituée conformément à l'article 2.2.11;
  8° l'engagement écrit, daté et signé par le producteur ou, le cas échéant, par une personne physique qui peut engager la société, par lequel il atteste que les déchets qui sont régis par le plan de prévention et de gestion des déchets et qui lui sont présentés par des tiers, en application du présent titre, en particulier des détaillants et des distributeurs, seront acceptés gratuitement par lui et traités dans le respect des prescriptions du présent titre;
  9° une description du rĂ©seau de collecte en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale oĂč les dĂ©tenteurs des dĂ©chets concernĂ©s peuvent les remettre gratuitement.
Art. 2.2.10. § 1. Het ontwerpplan voor de preventie en het beheer van afvalstoffen wordt bij het Instituut ingediend via een per post aangetekende zending of per elektronische post op het adres en volgens de modaliteiten die zijn voorgeschreven door de Minister.
  § 2. Binnen dertig dagen na ontvangst van het ontwerp van preventie- en beheersplan controleert het Instituut of dit plan de in dit artikel beschreven informatie en documenten bevat. Binnen dezelfde termijn zal het Instituut:
  1° indien het dossier volledig is; de aanvrager een bericht van ontvangst toesturen waarin bevestigd wordt dat het dossier volledig is;
  2° indien het dossier niet volledig is; de aanvrager hiervan in kennis stellen en hem meedelen welke aanvullende documenten of inlichtingen die nuttig geacht worden voor het onderzoek van het project, hij moet afleveren en binnen welke termijn deze elementen moeten worden afgeleverd. Wanneer het dossier volledig geacht wordt, stelt het Instituut de aanvrager hiervan in kennis binnen twintig dagen vanaf de ontvangst van de laatste elementen.
  De in § 3 van dit artikel bepaalde termijn begint te lopen bij de kennisgeving die de volledigheid van het project bevestigt.
  Indien het Instituut niet heeft gereageerd aan het einde van de termijn die is toegekend om het dossier volledig te verklaren, wordt de procedure voortgezet.
  § 3. Het Instituut beoordeelt of het ontwerp van het preventie- en beheersplan in overeenstemming is met de toepasselijke reglementaire bepalingen en keurt het project goed of af. Het bepaalt de geldigheidsduur van het plan, die niet meer dan acht jaar kan bedragen.
  De beslissing wordt genomen binnen een termijn van vier maanden vanaf de kennisgeving die de volledigheid van het ontwerp van preventie- en beheersplan bevestigt. De beslissing wordt binnen deze termijn aan de aanvrager meegedeeld via een per post aangetekende zending of per elektronische post, onder de voorwaarden vastgesteld door de Minister. Bij het uitblijven van een beslissing na die termijn kan de aanvrager een aanmaning naar het Instituut sturen,via een per post aangetekende zending of per elektronische post onder de voorwaarden vastgesteld door de Minister. Het ontbreken van een beslissing binnen dertig dagen na verzending van de aangetekende aanmaningsbrief geldt als een aanvaarding van het ontwerpplan.
  Bij dezelfde beslissing stelt het Instituut een financiële zekerheid waarvan het bedrag gelijk is aan de kostenraming voor de ten laste neming gedurende zes maanden van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de afvalstoffen van voor huishoudens bestemde producten door het Gewest.
  Het preventie- en beheersplan is pas uitvoerbaar wanneer het Instituut bij een per post aangetekende zending of per elektronische post onder voorwaarden, vastgesteld door de Minister, bevestigt dat de financiële zekerheid correct werd gesteld door de producent, met naleving van de voorwaarden vastgesteld in artikel 2.2.11.
Art. 2.2.10. § 1er. Le projet de plan de prévention et de gestion des déchets, est introduit, auprÚs de l'Institut, par lettre recommandé à la poste ou par voie électronique à l'adresse et selon les modalités précisées par le Ministre.
  § 2. Dans les trente jours de la rĂ©ception du projet de plan de prĂ©vention et de gestion, l'Institut vĂ©rifie si celui-ci contient les indications et documents prĂ©vus au prĂ©sent article et, endĂ©ans ce mĂȘme dĂ©lai :
  1° lorsque le dossier est complet, adresse à l'auteur du projet, un accusé de réception précisant que le dossier est complet;
  2° lorsque le dossier n'est pas complet, en informe l'auteur du projet et lui indique les piĂšces ou les renseignements complĂ©mentaires Ă  fournir, qu'il estime utiles Ă  l'examen du projet, ainsi que le dĂ©lai dans lequel ces Ă©lĂ©ments doivent lui ĂȘtre communiquĂ©s. Lorsqu'il estime le dossier complet, l'Institut en informe l'auteur du projet dans un dĂ©lai de vingt jours Ă  compter de la rĂ©ception des derniers Ă©lĂ©ments.
  La notification, attestant du caractÚre complet du projet, fait courir le délai fixé au § 3 du présent article.
  En cas de silence de l'Institut au terme du délai imparti pour déclarer le dossier complet, la procédure est poursuivie.
  § 3. L'Institut évalue la conformité du projet de plan de prévention et de gestion avec les dispositions réglementaires applicables et approuve ou refuse le projet. Il impose la durée de validité du plan, qui ne peut excéder huit ans.
  La dĂ©cision est prise dans un dĂ©lai de quatre mois Ă  compter de la notification du caractĂšre complet du projet de plan de prĂ©vention et de gestion. La dĂ©cision est notifiĂ©e Ă  l'auteur du projet endĂ©ans ce dĂ©lai par lettre recommandĂ©e Ă  la poste ou par voie Ă©lectronique selon les modalitĂ©s arrĂȘtĂ©es par le Ministre. En cas de silence au terme de ce dĂ©lai, l'auteur du projet peut envoyer un rappel Ă  l'Institut, par lettre recommandĂ©e ou par voie Ă©lectronique selon les modalitĂ©s arrĂȘtĂ©es par le Ministre. L'absence de notification d'une dĂ©cision dans les trente jours qui suivent l'envoi de la lettre recommandĂ©e de rappel vaut acceptation du projet de plan.
  Par la mĂȘme dĂ©cision, l'Institut fixe une sĂ»retĂ© dont le montant est Ă©quivalent aux frais estimĂ©s pour la prise en charge, pendant une pĂ©riode de six mois, de la responsabilitĂ© Ă©largie du producteur par la RĂ©gion pour les dĂ©chets issus de produits destinĂ©s aux mĂ©nages.
  Le plan de prĂ©vention et de gestion n'est exĂ©cutoire qu'Ă  partir du moment oĂč l'Institut confirme, par lettre recommandĂ©e Ă  la poste ou par voie Ă©lectronique selon les modalitĂ©s arrĂȘtĂ©es par le Ministre, que la sĂ»retĂ© a Ă©tĂ© constituĂ©e rĂ©guliĂšrement par le producteur, dans le respect des conditions fixĂ©es Ă  l'article 2.2.11.
Art. 2.2.11. § 1. De financiële zekerheid wordt door de producent gesteld binnen dertig werkdagen vanaf de datum van kennisgeving waarvan sprake is in artikel 2.2.10, § 3 of vanaf de stilzwijgende aanvaarding van het preventie- en beheersplan, onder de in diezelfde paragraaf bedoelde voorwaarden.
  De financiële zekerheid wordt gesteld door een storting op de rekening van de Deposito- en Consignatiekas of door middel van een bankgarantie. De producent preciseert dat de financiële zekerheid opeisbaar is bij eenvoudig en gemotiveerd verzoek door het Instituut in geval van niet-uitvoering van de verplichtingen.
  Indien de financiële zekerheid bestaat uit een bankgarantie, moet die uitgegeven zijn door een kredietinstelling die erkend is hetzij door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, hetzij door een overheid van een lidstaat van de Europese Unie die gemachtigd is kredietinstellingen te controleren.
  § 2. Indien een producent zijn verplichtingen of een deel ervan niet correct uitvoert, vraagt het Instituut de vrijgave van de financiële zekerheid om de kosten veroorzaakt door de niet-uitvoering van zijn verplichtingen te dekken.
  § 3. De financiële zekerheid wordt teruggegeven wanneer het Instituut heeft vastgesteld dat aan het einde van de geldigheidsduur van het preventie- en beheersplan, geen aanvraag wordt ingediend om het te verlengen.
  Binnen zes maanden na het einde van de geldigheidsduur van het preventie- en beheersplan beslist het Instituut over de teruggave van de zekerheid waarvan sprake is in § 1. Het betekent zijn beslissing aan de Deposito- en Consignatiekas of bij de bankinstelling die de zekerheid gesteld heeft, alsook aan de producent.
Art. 2.2.11. § 1er. La sĂ»retĂ© est constituĂ©e par le producteur dans un dĂ©lai de trente jours ouvrables Ă  compter de la date de notification visĂ©e Ă  l'article 2.2.10, § 3 ou Ă  compter de l'acceptation tacite du plan de prĂ©vention et de gestion, selon les conditions visĂ©es au mĂȘme paragraphe.
  La sûreté financiÚre est constituée soit par un versement au compte de la Caisse des DépÎts et Consignations, soit par une garantie bancaire. Le producteur précise que la sûreté est libérable sur simple demande de l'Institut motivée par le cas de non-exécution des obligations.
  Dans le cas oĂč la sĂ»retĂ© financiĂšre consiste en une garantie bancaire, celle-ci est obligatoirement Ă©mise par un Ă©tablissement de crĂ©dit agréé, soit auprĂšs de la Commission bancaire et financiĂšre, soit auprĂšs d'une autoritĂ© d'un Etat membre de la CommunautĂ© europĂ©enne qui est habilitĂ©e Ă  contrĂŽler les Ă©tablissements de crĂ©dits.
  § 2. Si un producteur n'exécute pas correctement tout ou partie de ses obligations, l'Institut sollicite la libération de la sûreté financiÚre pour couvrir les frais liés à l'inexécution de ses obligations.
  § 3. La sûreté est restituée aprÚs que l'Institut a dûment constaté qu'au terme du plan de prévention et de gestion, le renouvellement de celui-ci n'est pas sollicité.
  Dans les six mois suivant l'expiration du plan de prévention et de gestion, l'Institut statue sur la restitution de la sûreté visée au § 1er. Il notifie sa décision à la Caisse des DépÎts et Consignations ou à l'organisme bancaire ayant constitué la sûreté, ainsi qu'au producteur.
Afdeling 4. - Informatie en rapportage
Section 4. - De l'information et du rapportage
Onderafdeling 1. - Rapportage
Sous-section 1re. - Du rapportage
Art. 2.2.12. § 1. De producent bezorgt het Instituut jaarlijks, vóór 31 mei, een rapport over:
  1° de manier waarop hij zijn verplichtingen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomt;
  2° de totale hoeveelheid producten, uitgedrukt in kilogram, die tijdens het jaar voorafgaand aan het rapportagejaar in de handel werd gebracht;
  3° de inzamel- en recyclingsystemen waarop hij een beroep doet;
  4° de lijst van de inrichtingen waar de afvalstoffen worden verwerkt, alsook de restfractie van de verwerking en de verwerkingsmethoden;
  5° de ingezamelde en beheerde hoeveelheden zoals omschreven in hoofdstuk 4 van deze titel, met indien mogelijk een onderscheid tussen de hoeveelheden van huishoudelijke afvalstoffen en de afvalstoffen andere dan huishoudelijke;
  6° de raming van de totale hoeveelheid producten, uitgedrukt in kilogram, die tijdens het lopende jaar in de handel zal worden gebracht, behoudens de afwijking bedoeld in hoofdstuk 4;
  7° indien een beroep wordt gedaan op een erkend organisme of een beheersorganisme, de aan dit organisme betaalde bijdrage(n), met de berekeningsmodaliteiten en de ledenlijst van het organisme.
  § 2. Het Instituut kan van elke producent eisen dat hij alle relevante informatie verstrekt om te beoordelen in hoeverre de in deze titel beschreven doelstellingen werden bereikt en om de uitvoering te controleren met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de doorgegeven gegevens.
  § 3. Alle aan het Instituut afgeleverde cijfergegevens worden door een bedrijfsrevisor of door een onafhankelijk controlebureau gecertificeerd, op de manier vastgesteld door het Instituut.
  De technische recyclinggegevens worden door een hiertoe geaccrediteerd onafhankelijk controlebureau gecertificeerd op de manier, vastgesteld door het Instituut.
  Indien de afvalstoffen worden uitgevoerd, worden alle meegedeelde gegevens door een hiertoe geaccrediteerd onafhankelijk controlebureau gecertificeerd op de manier, vastgesteld door het Instituut.
  De Minister, of het Instituut door delegatie, kan op kosten van de producent een externe controleur aanstellen.
  § 4. De krachtens dit artikel verstrekte milieu-informatie, waarvan de producent verklaart dat ze vertrouwelijk moet blijven om een gewettigd economisch belang te beschermen en waarbij de openbaarmaking hem schade kan toebrengen, komt in aanmerking voor de beperking op de toegang tot informatie met naleving van de eisen, vastgesteld in artikel 111, §§ 2 tot 5, van de ordonnantie van 18 maart 2004 inzake toegang tot milieu-informatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  § 5. Het jaarverslag waarvan sprake is in paragraaf één van dit artikel, wordt ingediend en bekendgemaakt onder de voorwaarden, vastgesteld door het Instituut. Het Instituut kan, onder de voorwaarden die het zelf bepaalt, toestaan of eisen dat dit jaarverslag of een deel ervan wordt ingediend op een elektronische wijze.
Art. 2.2.12. § 1er. Le producteur fournit annuellement à l'Institut, avant le 31 mai de chaque année, un rapport portant sur :
  1° la maniÚre dont il remplit les obligations découlant de la responsabilité élargie du producteur;
  2° la quantité totale, exprimée en kilos, de produits qui ont été mis sur le marché durant l'année faisant l'objet du rapportage;
  3° les systÚmes de collecte et de recyclage auxquels il recourt;
  4° la liste des installations au sein desquels sont traités les déchets, ainsi que les résidus de leur traitement et les modes de traitement;
  5° les quantités collectées et gérées telles que définies au chapitre 4 du présent titre, en distinguant s'il y a lieu les quantités de déchets ménagers des déchets autres que ménagers;
  6° les prévisions de la quantité totale, exprimée en kilogramme, de produits qui seront mis sur le marché durant l'année en cours, sauf dérogation prévue au chapitre 4.
  7° en cas de délégation à un organisme agréé ou à un organisme de gestion, la ou les cotisations versées à cet organisme, avec les modalités de calcul et la liste des membres adhérents à l'organisme.
  § 2. L'Institut peut exiger de tout producteur de lui fournir toute information pertinente pour l'appréciation de la réalisation des objectifs visés par le présent titre et le contrÎle de leur mise en oeuvre, moyennant respect de la confidentialité des données transmises.
  § 3. Toutes les données chiffrées transmises à l'Institut sont certifiées par un réviseur d'entreprises ou par un bureau de contrÎle indépendant, de la maniÚre établie par l'Institut.
  Les données techniques de recyclage sont certifiées de la maniÚre établie par l'Institut par un bureau de contrÎle indépendant accrédité à cet effet.
  En cas d'exportation des déchets, toutes les données communiquées sont certifiées de la maniÚre établie par l'Institut par un bureau de contrÎle indépendant accrédité à cet effet.
  Le Ministre, ou l'Institut sur délégation, peut désigner un contrÎleur externe aux frais du producteur.
  § 4. L'information environnementale rapportĂ©e en vertu du prĂ©sent article, dont le producteur Ă©tablit que la confidentialitĂ© relĂšve de la nĂ©cessitĂ© de protĂ©ger un intĂ©rĂȘt Ă©conomique lĂ©gitime et que la publication est de nature Ă  lui causer un prĂ©judice, peut bĂ©nĂ©ficier de restrictions d'accĂšs Ă  l'information dans le respect des exigences fixĂ©es Ă  l'article 11, §§ 2 Ă  5, de l'ordonnance du 18 mars 2004 sur l'accĂšs Ă  l'information relative Ă  l'environnement dans la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale.
  § 5. Le rapport annuel visé au premier paragraphe du présent article est présenté et communiqué conformément aux modalités fixées par l'Institut. L'Institut peut autoriser ou exiger, aux conditions qu'il fixe, le dépÎt en tout ou partie de ce rapport annuel sous forme électronique
Art. 2.2.13. § 1. De inzamelaars, handelaars, makelaars en de verwerkingsoperatoren die afvalstoffen beheren voor de producenten verstrekken, op eenvoudig verzoek en binnen een redelijke termijn, aan de producent of, in geval van een collectief systeem, aan het erkend organisme of beheersorganisme, de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de rapportageplichten waarin artikel 2.2.12 voorziet.
  § 2. De producent of, in geval van een collectief systeem, het erkende organisme of het beheersorganisme, verstrekt de gegevens over de afvalstoffen die ingezameld worden, aan de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal bevoegd zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen.
Art. 2.2.13. § 1er. Les collecteurs, négociants, courtiers et les opérateurs de traitement gérant les déchets pour les producteurs remettent, à premiÚre demande et dans un délai raisonnable, au producteur ou, en cas de systÚme collectif, à l'organisme agréé ou à l'organisme de gestion, les informations nécessaires à l'établissement des obligations de rapportage prévues à l'article 2.2.12.
  § 2. Le producteur ou, en cas de systÚme collectif, l'organisme agréé ou l'organisme de gestion communique aux personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers les données afférentes aux déchets collectés.
Onderafdeling 2. - Sensibilisering van de consumenten
Sous-section 2. - De l'information des consommateurs
Art. 2.2.14. § 1. Via onder meer voorlichtingscampagnes zorgen de producenten ervoor dat de consumenten, met inbegrip van de professionele gebruikers, geïnformeerd worden:
  1° over het belang van het hergebruik en over de wenselijkheid om de afvalstoffen van hun producten niet als ongesorteerde afvalstoffen te verwijderen en om deel te nemen aan een gescheiden inzameling met het oog op een betere verwerking en recycling;
  2° over het ecologisch rationeel gebruik van hun producten en over de manier waarop het product hergebruikt, voorbereid voor hergebruik, gerecycleerd of op een andere manier nuttig toegepast kan worden;
  3° over de inzamel- en beheerssystemen die hen ter beschikking staan;
  4° over de rol die zij kunnen spelen in de recycling van de afvalstoffen van hun producten;
  § 2. De producenten staan in voor de doeltreffendheid van de keten voor de terugname van de afvalstoffen, meer bepaald via de sensibilisering van de inzamelaars en de vervoerders, distributeurs, kleinhandelaars en verwerkingsinstallaties.
  § 3. De kleinhandelaar zorgt ervoor dat de consumenten geïnformeerd worden over de mogelijkheid om de aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onderworpen afvalstoffen naar hun verkooppunten terug te brengen.
  Op een zichtbare plaats plakt hij een advies aan dat onder de titel "TERUGNAMEPLICHT" aangeeft op welke manier hij aan de bepalingen van deze titel voldoet, hierbij inbegrepen de manier waarop de consument zich van de betrokken afvalstoffen kan ontdoen.
  [1 § 4. De paragrafen 2 en 3 zijn niet van toepassing op de afvalstoffen bedoeld in artikel 2.1.1., § 3, 7° tot en met 10°.]1
  
Art. 2.2.14. § 1er. Les producteurs veillent, notamment par des campagnes d'information, à ce que les consommateurs, en ce compris les utilisateurs professionnels, soient informés:
  1° de l'intĂ©rĂȘt du rĂ©emploi et de l'importance de ne pas Ă©liminer les dĂ©chets de leurs produits comme des dĂ©chets non triĂ©s et de prendre part Ă  leur collecte sĂ©parĂ©e de maniĂšre Ă  en faciliter le rĂ©emploi, traitement et le recyclage;
  2° de l'utilisation Ă©cologiquement rationnelle de leurs produits et de la maniĂšre dont le produit peut faire l'objet d'un rĂ©emploi, ĂȘtre prĂ©parĂ© au rĂ©emploi, recyclĂ© ou autrement valorisĂ©;
  3° des systÚmes de collecte et de gestion mis à leur disposition;
  4° du rÎle qu'ils ont à jouer dans le recyclage des déchets de leurs produits;
  § 2. Les producteurs veillent à l'efficacité de la filiÚre de reprise des déchets, notamment par une information et une sensibilisation des collecteurs et transporteurs, des distributeurs, des détaillants et des installations de traitement.
  § 3. Le détaillant veille à ce que les consommateurs soient informés de la possibilité de remettre les déchets soumis à la responsabilité élargie du producteur à leurs points de vente.
  Il appose, à un endroit visible, un avis dans lequel il est stipulé, sous l'intitulé "OBLIGATION DE REPRISE", de quelle maniÚre ils répondent aux dispositions du présent titre, en ce compris la maniÚre dont le consommateur peut se défaire du déchet concerné.
  [1 § 4. Les paragraphes 2 et 3 ne s'appliquent pas aux déchets visés à l'article 2.1.1., § 3, 7° à 10°. ]1
  
HOOFDSTUK 3. - Delegaties
CHAPITRE 3. - Délégations
Afdeling 1. - Het erkende organisme
Section 1re. - De l'organisme agréé
Art. 2.3.1. § 1. De erkenning van een organisme dat door de producenten belast wordt met de uitvoering van al of deels van de verplichtingen die hen door dit besluit worden opgelegd, kan alleen worden toegekend aan rechtspersonen die aan de volgende voorwaarden voldoen:
  1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstgevend doel in de zin van de wet van 27 juni 1921 over de verenigingen zonder winstgevend oogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
  2° de ten laste neming voor rekening van zijn contractanten van één of meer verplichtingen in het kader van de hen opgelegde uitgebreide producentenverantwoordelijkheid als statutair doel hebben;
  3° onder zijn bestuurders of onder de personen die ertoe gemachtigd zijn de vereniging te verbinden, alleen personen tellen die hun burger- en politieke rechten genieten;
  4° onder zijn bestuurders of onder de personen die ertoe gemachtigd zijn de vereniging te verbinden, geen enkele persoon tellen die bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing is veroordeeld voor een overtreding van de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geldende milieuwetgeving en van zijn uitvoeringsbesluiten of van elke gelijkwaardige wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie;
  5° over voldoende financiële garanties en menselijke en technische middelen beschikken om de verplichtingen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te vervullen;
  6° een boekhouding overleggen die voldoet aan de bepalingen van het Wetboek van Economisch Recht, boek III, titel 3, hoofdstuk 2;
  7° hun jaarrekeningen laten onderzoeken door een bedrijfsrevisor.
  § 2. De erkenningsaanvraag bevat de volgende gegevens en stukken:
  1° een kopie van de oprichtingsakte, de statuten en hun eventuele wijzigingen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad;
  2° de nominatieve lijst van de bestuurders en van de personen die ertoe gemachtigd zijn de vereniging te verbinden;
  3°[1 een verklaring op eer dat de bestuurders en de personen die de vereniging kunnen verbinden voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in § 1, 3° en 4° van dit artikel;]1;
  4° de aard van de afvalstoffen en de handelingen waarvoor de erkenning wordt aangevraagd;
  5° een financieel plan en een begroting voor de geldigheidsduur van de gevraagde erkenning, met op zijn minst de volgende elementen:
  a) de modaliteiten voor de berekening en de raming van de bijdragen van de producenten alsook de modaliteiten voor de herziening van die bijdragen;
  b) de raming van de kosten van het hergebruik, de inzameling en de verwerking van de afvalstoffen, met inbegrip van de eventuele ontvangsten van de recycling;
  c) de bestemming van eventuele overschotten voor de werking van het systeem;
  d) de modaliteiten voor de berekening en de raming van de bijdragen van de consumenten alsook de modaliteiten voor de herziening van die bijdragen;
  e) de raming van de uitgaven i.v.m. de preventiemaatregelen, de ontwikkeling van het hergebruik en de communicatie en sensibilisering die nodig zijn om de toegewezen doelstellingen te halen;
  f) de financiering van eventuele verliezen.
  § 3. Overeenkomstig artikelen 2.2.10 et 2.2.11, vereist de erkenning de aanstelling van een financiële zekerheid of het afsluiten van een verzekeringspolis om de kosten, voortvloeiend uit de uitvoering van de verplichtingen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, te dekken bij niet-uitvoering of gebrekkige uitvoering van de terugnameplicht.
  § 4. De erkenning wordt toegekend, geschorst en ingetrokken overeenkomstig de artikelen 70 en volgende van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen.
  
Art. 2.3.1. § 1er. L'agrĂ©ment d'un organisme, chargĂ© par des producteurs de remplir tout ou partie des obligations qui leurs incombent en vertu du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ne peut ĂȘtre accordĂ© qu'aux personnes morales qui remplissent les conditions suivantes :
  1° ĂȘtre constituĂ© en association sans but lucratif en conformitĂ© avec la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations;
  2° avoir, comme objet statutaire, la prise en charge pour le compte de ses contractants d'une ou de plusieurs obligations de la responsabilité élargie du producteur qui leur incombe(nt);
  3° ne compter, parmi ses administrateurs ou parmi les personnes pouvant engager l'association, que des personnes jouissant de leurs droits civils et politiques;
  4° ne compter, parmi ses administrateurs ou parmi les personnes pouvant engager l'association, aucune personne qui ait Ă©tĂ© condamnĂ©e par une dĂ©cision coulĂ©e en force de chose jugĂ©e pour une infraction Ă  la lĂ©gislation environnementale en vigueur en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale et Ă  ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution ou Ă  toute autre lĂ©gislation Ă©quivalente d'un Etat membre de l'Union europĂ©enne;
  5° disposer des garanties financiÚres et des moyens techniques et humains suffisants pour assurer les obligations liées à la responsabilité élargie du producteur;
  6° présenter une comptabilité conforme aux dispositions du livre III, titre III, chapitre II du Code de droit économique ;
  7° faire examiner ses comptes d'exploitation par un réviseur d'entreprise;
  § 2. La demande d'agrément contient les indications et documents suivants :
  1° une copie de l'acte de constitution, des statuts et modifications éventuelles de ceux-ci publiés au Moniteur belge;
  2° la liste des administrateurs et personnes pouvant engager l'association;
  3° [1 une déclaration sur l'honneur que les administrateurs et les personnes pouvant engager l'association répondent aux conditions fixées au § 1er, 3° et 4° du présent article]1;
  4° la nature des déchets et des opérations pour lesquels l'agrément est sollicité;
  5° un plan financier et un budget pour la durée de l'agrément demandé, comportant au moins les éléments suivants :
  a) les modalités de calcul et d'évaluation des contributions des producteurs ainsi que les conditions et les modalités de révision de ces contributions;
  b) l'estimation des coûts du réemploi, de la collecte et du traitement des déchets, incluant les recettes éventuelles du recyclage;
  c) l'affectation d'éventuels excédents au fonctionnement du systÚme;
  d) les modalités de calcul et d'évaluation des contributions des consommateurs ainsi que les conditions et les modalités de révision de ces contributions;
  e) l'estimation des dépenses inhérentes aux mesures de prévention, au développement du réemploi, à la communication et à la sensibilisation nécessaires pour atteindre les objectifs impartis;
  f) le financement d'éventuelles pertes.
  § 3. Conformément aux articles 2.2.10 et 2.2.11, l'agrément impose la constitution d'une sûreté ou la conclusion d'une assurance qui garantisse la couverture des frais résultant de l'exécution des obligations liées à la responsabilité élargie du producteur, en cas d'inexécution ou de mauvaise exécution de ces obligations.
  § 4. L'agrément est octroyé, suspendu et retiré conformément aux articles 70 et suivants de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement.
  
Art. 2.3.2. Het erkend organisme moet:
  1° voldoen aan de voorwaarden van de erkenning;
  2° binnen de gestelde termijnen en voor alle producenten die met het organisme een overeenkomst hebben gesloten, voldoen aan de verplichtingen die deze producenten aan het organisme hebben overgedragen, met inbegrip van de verplichtingen die worden opgesomd in zijn plan voor de preventie en het beheer van afvalstoffen;
  3° een verzekeringscontract sluiten tot dekking van de schade die uit zijn activiteit kan voortvloeien;
  4° op niet-discriminerende wijze de bijdragen van de contractanten innen die nodig zijn om de kosten van alle verplichtingen van het organisme te dekken;
  5° op eenvormige wijze voor het volledige grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de inzameling organiseren van de afvalstoffen die aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onderworpen zijn, eventueel in overleg met de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en met de vennootschappen met sociaal oogmerk, voor wat betreft de voorbereiding met het oog op hergebruik, als het organisme ermee belast is de inzameling te organiseren voor de producenten die er een contract mee hebben gesloten;
  6° in voorkomend geval, uniforme overeenkomsten sluiten met de inzamel- en de verwerkingsoperatoren, met de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen en met de vennootschappen met sociaal oogmerk, die goedgekeurd zijn door het Instituut;
  7° jaarlijks bij het Instituut de jaarrekeningen van het voorbije jaar neerleggen nadat ze door een bedrijfsrevisor of een onafhankelijk controlebureau werden onderzocht. Die neerlegging gebeurt op de manier die door het Instituut werd vastgesteld;
  8° de doelstellingen van inzameling, recycling en nuttige toepassing voor de in de handel gebrachte producten laten vaststellen door een onafhankelijk controlebureau, op de manier, vastgesteld door het Instituut;
  9° de transparantie waarborgen en zich, met inachtneming van het gelijkheids- en mededingingsbeginsel, niet-discriminerend opstellen ten aanzien van de aannemers, leveranciers en dienstverleners waarop het een beroep doet voor de uitvoering van zijn verplichtingen.
Art. 2.3.2. L'organisme agréé est tenu de :
  1° se conformer aux conditions fixées dans l'agrément ;
  2° atteindre, pour l'ensemble des producteurs ayant contracté avec lui, dans les délais prévus, les obligations prescrites par le présent titre qui lui ont été délégués par ces producteurs, en ce compris celles qui sont énoncées dans son plan de prévention et de gestion des déchets ;
  3° conclure un contrat d'assurance couvrant les dommages susceptibles d'ĂȘtre causĂ©s par son activitĂ© ;
  4° percevoir, de maniÚre non discriminatoire, auprÚs de ses contractants les cotisations indispensables pour couvrir les coûts de l'ensemble des obligations qui lui incombent ;
  5° organiser la collecte des déchets soumis à la responsabilité élargie du producteur de façon homogÚne sur l'intégralité du territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, le cas échéant en concertation avec les personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers et les entreprises à finalité sociale pour ce qui concerne la préparation en vue du réemploi, s'il est responsable d'organiser la collecte pour les producteurs ayant contracté avec lui;
  6° conclure des contrats uniformes avec les opérateurs de collecte et de traitement, avec les personnes morales de droit public territorialement compétente pour la gestion des déchets ménagers et les entreprises à finalité sociale, approuvés par l'Institut, s'il échet;
  7° déposer chaque année, auprÚs de l'Institut, ses bilans et comptes de résultats pour l'année écoulée, qui auront au préalable été examinés par un réviseur d'entreprises ou par un bureau de contrÎle indépendant, de la maniÚre établie par l'Institut;
  8° faire attester par un bureau de contrÎle indépendant, de la maniÚre établie par l'Institut, les taux de collecte, de recyclage et de valorisation des déchets au regard des produits mis sur le marché;
  9° agir en toute transparence et traiter dans le respect du principe d'égalité et de concurrence, de maniÚre non discriminatoire, les entrepreneurs, les fournisseurs et les prestataires de services auxquels il fait appel pour l'exécution des obligations dont il est chargé.
Afdeling 2. - Het beheersorganisme
Section 2. - De l'organisme de gestion
Art. 2.3.3. § 1. Via één of meer representatieve organen kan de producent met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een milieuovereenkomst sluiten waarbij hij aan de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voldoet door aan een beheersorganisme verplichtingen over te dragen die identiek zijn aan de verplichtingen die een erkend organisme krachtens artikel 2.3.2 dient te vervullen, met uitzondering van 1° van dit artikel, dat vervangen wordt door de volgende verplichting: "1° voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in de milieuovereenkomst".
  § 2. De hoedanigheid van beheersorganisme kan alleen worden toegekend aan rechtspersonen die voldoen aan de voorwaarden, vastgesteld door artikel 2.3.1 § 1.
  § 3. Het beheersorganisme waarborgt dat vertegenwoordigers van het Instituut als waarnemers aanwezig zullen zijn op alle vergaderingen van zijn raad van bestuur en op zijn algemene vergaderingen, en bezorgt hen de uitnodigingen en de notulen van de vergaderingen.
  § 4. Binnen 6 maanden na de ondertekening van de milieuovereenkomst, bij de uitvoering van de verplichtingen waarmee het door zijn leden werd belast in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, moet het beheersorganisme de documenten, bedoeld in artikel 2.3.1 § 2, 5° ter goedkeuring voorleggen aan het Instituut.
Art. 2.3.3. § 1er. Le producteur, par le biais d'un ou plusieurs organismes représentatifs, peut conclure avec la Région de Bruxelles-Capitale une convention environnementale par laquelle il satisfait aux obligations de la responsabilité élargie du producteur en déléguant à un organisme de gestion des obligations identiques à celles qui incombent à un organisme agréé, en vertu de l'article 2.3.2, à l'exception du 1° de cet article, qui est remplacé par l'obligation suivante : "1° se conformer aux conditions fixées dans la convention environnementale".
  § 2. La qualitĂ© d'organisme de gestion ne peut ĂȘtre accordĂ©e qu'aux personnes morales qui remplissent les conditions fixĂ©es par l'article 2.3.1 § 1er.
  § 3. L'organisme de gestion invite les représentants de l'Institut, en tant qu'observateurs, à toutes les réunions de son conseil d'administration et de ses assemblées générales et leur transmet les procÚs-verbaux des réunions.
  § 4. Endéans les 6 mois suivant la signature de la convention environnementale, à l'exercice des obligations qui lui sont confiées par ses membres dans le cadre de la responsabilité élargie du producteur, l'organisme de gestion est tenu de soumettre à l'Institut pour approbation les documents visées à l'article 2.3.1 § 2, 5°.
Afdeling 3. - De minimuminhoud van de milieuovereenkomst
Section 3. - Du contenu minimal de la convention environnementale
Art. 2.3.4. Naast de aanstelling van het in artikel 2.3.3 bedoelde beheersorganisme en zijn verplichtingen legt de milieuovereenkomst minimaal de maatregelen op die nodig zijn om:
  1° de afvalpreventie, het hergebruik, de voorbereiding voor hergebruik en de recycling te bevorderen;
  2° de ontwikkeling van banen met een maatschappelijk doel in vennootschappen met sociaal oogmerk te bevorderen;
  3° de verplichtingen van de producenten en de beheersorganen te beschrijven;
  4° de handelingen op te sommen die voor advies of ter goedkeuring moeten worden voorgelegd aan het Instituut.
Art. 2.3.4. Outre la mise en place de l'organisme de gestion visé à l'article 2.3.3 et des obligations mises à sa charge, la convention environnementale prévoit au minimum les dispositions nécessaires pour :
  1° favoriser la prévention des déchets, le réemploi, la préparation au réemploi et le recyclage ;
  2° favoriser le développement des emplois à finalité sociale dans les entreprises à finalité sociale;
  3° préciser les obligations dont sont redevables les producteurs et les organismes de gestion;
  4° prĂ©ciser les actes qui doivent ĂȘtre soumis Ă  l'avis ou Ă  l'approbation de l'Institut.
Afdeling 4. - Identificatie van de kosten
Section 4. - De l'identification des coûts
Art. 2.3.5. § 1. In het geval van gemeenschappelijke systemen waarbij de consumenten rechtstreeks of onrechtstreeks een financiële bijdrage krijgen aangerekend, worden de kosten eigen aan de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid geïdentificeerd en uitsluitend toegerekend aan de afvalcategorie die onderworpen is aan de verplichting waarvoor ze worden gemaakt.
  Wanneer kosten worden opgelopen voor diverse afvalcategorieën tegelijk, moeten zij over die categorieën worden verdeeld volgens objectieve en verantwoorde criteria, rekening houdend met de doelstellingen van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
  Als de consument de bijdragen dient te betalen, zijn de modaliteiten voor de berekening en voor de herziening van die bijdragen ter goedkeuring aan het Instituut voorgelegd.
  § 2. Wat huishoudelijke afvalstoffen betreft, wordt bij de bepaling van de bijdragen die de producenten aan een erkend organisme of een beheersorganisme moeten betalen, rekening gehouden met:
  1° de kosten die moeten worden toegerekend aan elk van de categorieën van huishoudelijke afvalstoffen;
  2° de ontvangsten uit de verkoop van ingezamelde en gesorteerde materialen;
  3° eventueel het aandeel van ieder materiaal in het bereiken van de doelstellingen inzake recycling en nuttige toepassing die voor de producent werden opgelegd.
  Deze bijdragen zijn bestemd om, na aftrek van de restwaarde van de materialen, de werkelijke en volledige kosten te financieren van de verplichtingen die hen krachtens deze titel worden opgelegd, en meer in het bijzonder de kosten met betrekking tot:
  a) de bestaande en nog in te voeren gescheiden inzamelingen;
  b) het hergebruik, de recycling en de nuttige toepassing;
  c) de operationele voorlichting op gewestelijk en lokaal niveau en de sensibilisering van de consumenten;
  d) het sorteren van de ingezamelde afvalstoffen;
  e) de verwijdering van de reststoffen van de sortering, de recycling en de nuttige toepassing van de afvalstoffen.
  § 3. In voorkomend geval, maakt het beheersorganisme een onderscheid in hun rekeningen tussen kosten met betrekking tot huishoudelijke producten en deze met betrekking tot andere producten dan huishoudelijke.
Art. 2.3.5. § 1er. Dans le cas de systÚmes collectifs impliquant une contribution financiÚre directement ou indirectement portée à la charge des consommateurs, les coûts afférents à l'exécution de la responsabilité élargie du producteur sont identifiés et imputés exclusivement à la catégorie de déchets soumis à ladite obligation pour lesquels ils sont exposés.
  Lorsque des coĂ»ts sont exposĂ©s relativement Ă  plusieurs catĂ©gories de dĂ©chets Ă  la fois, ils doivent ĂȘtre imputĂ©s Ă  chacune des catĂ©gories concernĂ©es sur la base de critĂšres objectifs et justifiĂ©s au regard des objectifs poursuivis par la responsabilitĂ© Ă©largie du producteur.
  Lorsque les cotisations sont supportées par le consommateur, les modalités de calcul et de révision des contributions sont soumises à l'approbation de l'Institut.
  § 2. Pour ce qui concerne les déchets ménagers, les cotisations des producteurs à un organisme agréé ou un organisme de gestion tiennent compte:
  1° des coûts imputables à chacune des catégories de déchets ménagers ;
  2° des recettes émanant de la vente des matériaux collectés et triés;
  3° de la contribution de chaque matériau à la réalisation des objectifs de recyclage et de valorisation incombant au producteur, le cas échéant.
  Ces cotisations visent à financer, déduction faite de la valeur de revente des matériaux, le coût réel et complet des obligations qui leurs incombent en vertu du présent titre, et notamment :
  a) des collectes séparées existantes et à créer;
  b) du réemploi, du recyclage et de la valorisation;
  c) de l'information opérationnelle au niveau régional et local et de la sensibilisation auprÚs des consommateurs;
  d) du tri des déchets collectés;
  e) de l'élimination des résidus du tri, du recyclage et de la valorisation des déchets.
  § 3. L'organisme de gestion opÚre une distinction dans sa comptabilité entre les coûts afférents à des produits ménagers et ceux afférents à des produits autres que ménagers.
Afdeling 5. - Goedkeuring door en advies van het Instituut
Section 5. - De l'approbation et de l'avis de l'Institut
Art. 2.3.6. § 1. De volgende handelingen of documenten worden ter goedkeuring aan het Instituut voorgelegd onder de voorwaarden, vastgesteld in dit artikel:
  1° de documenten met de financiële maatregelen waarvan sprake is in artikel 2.3.1, § 2, 5° a), c) et d)
  2° de uniforme overeenkomsten afgesloten door de organismen waarvan sprake in artikel 2.3.1 en artikel 2.3.3, met de inzamel en verwerkingsoperatoren, met de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen en met de vennootschappen met sociaal oogmerk
  3° de communicatiestrategie om de informatieverplichtingen waarvan sprake is in artikel 2.2.14 na te komen;
  4° het jaarverslag waarvan sprake is in artikel 2.2.12;
  5° de criteria om het onderscheid te maken tussen de producten die respectievelijk als huishoudelijk en als professioneel worden beschouwd;
  6° alle handelingen die moeten worden goedgekeurd krachtens dit besluit of de milieuovereenkomst;
  7° alle handelingen die moeten worden goedgekeurd krachtens hoofdstuk 4 van deze titel.
  § 2. Het Instituut beschikt over 60 werkdagen vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag om de voorgelegde documenten al dan niet goed te keuren. Indien tijdens deze periode geen beslissing wordt genomen, worden de documenten geacht geweigerd te zijn.
Art. 2.3.6. § 1er. Sont soumis à l'approbation de l'Institut aux conditions fixées au présent article, les actes ou documents suivants :
  1° les documents reprenant les mesures financiÚres visé à l'article 2.3.1, § 2, 5° a), c) et d);
  2° les contrats uniformes conclus par les organismes visés à l'article 2.3.1 et l'article 2.3.3, avec les opérateurs de collecte et de traitement, avec les personnes morales de droit public territorialement compétentes pour la gestion des déchets ménagers et les entreprises à finalité sociale;
  3° la stratégie de communication destinée à remplir les obligations d'information visées à l'article 2.2.14;
  4° le rapport annuel visé à l'article 2.2.12
  5° les critÚres de distinction entre les produits considérés comme destinés aux ménages et les produits considérés comme destinés aux utilisateurs professionnels;
  6° tout acte soumis Ă  approbation en vertu de cet arrĂȘtĂ© ou de la convention environnementale ;
  7° tout acte soumis à approbation en vertu du chapitre 4 du présent titre.
  § 2. L'Institut dispose d'un délai de 60 jours ouvrables à compter du jour de la réception de la demande pour approuver ou non les documents qui lui sont proposés. Si aucune décision n'est prise durant ce laps de temps, les documents sont réputés refusés.
Art. 2.3.7. § 1. De volgende handelingen of documenten worden voor voorafgaand advies aan het Instituut voorgelegd onder de voorwaarden, vastgesteld in dit artikel:
  1° de documenten met de financiële maatregelen waarvan sprake is in artikel 2.3.1, § 2, 5° b), e) et f);
  2° alle handelingen die krachtens de milieuovereenkomst onderworpen zijn aan advies
  3° alle handelingen die krachtens hoofdstuk 4 van deze titel onderworpen zijn aan advies.
  § 2. Het Instituut beschikt over 45 dagen vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag om een gemotiveerd advies uit te brengen. Het beheersorganisme zorgt ervoor dat dit advies in overweging wordt genomen.
  Bij gebrek aan een advies binnen de gestelde termijn, wordt het advies geacht ongunstig te zijn.
Art. 2.3.7. § 1er. Sont soumis à l'avis préalable de l'Institut aux conditions fixées au présent article, les actes ou documents suivants :
  1° les documents reprenant les mesures financiÚres visé à l'article 2.3.1, § 2, 5°, b), e) et f);
  2° tout acte soumis à avis en vertu de la convention environnementale ;
  3° tout acte soumis à avis en vertu du chapitre 4 du présent titre.
  § 2. L'Institut dispose d'un délai de 45 jours à compter du jour de la réception de la demande pour émettre un avis motivé. L'organisme de gestion veille à prendre cet avis en considération.
  A défaut d'avis dans ce délai, l'avis est réputé défavorable.
HOOFDSTUK 4. - Verplichtingen per afvalstroom
CHAPITRE 4. - Obligations par flux
Art. 2.4.1. De bepalingen van dit hoofdstuk vullen de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 3 van deze titel aan.
Art. 2.4.1. Les dispositions du présent chapitre sont complémentaires aux dispositions des chapitres 1 à 3 du présent titre.
Afdeling 1. - Afgedankte batterijen en accu's
Section 1re. - Déchets de piles et accumulateurs
Onderafdeling 1. - Definities en toepassingsgebied
Sous-section 1re. - Définitions et champ d'application
Art. 2.4.2. § 1. In deze afdeling zijn de volgende definities van toepassing:
  1° "knoopcel": elke kleine ronde draagbare batterij of accu met een diameter die groter is dan de hoogte en die wordt gebruikt voor speciale doeleinden zoals gehoorapparaten, horloges, kleine draagbare apparatuur of als back-upstroomvoorziening;
  2° "draagbare batterij of accu": elke batterij, knoopcel, batterijpak of accu die/dat:
  a) afgedicht is, en
  b) met de hand kan worden gedragen, en
  c) geen industriële batterij of accu, noch een autobatterij of -accu is;
  3° "autobatterij of -accu": elke batterij of accu gebruikt voor het starten, de verlichting of het ontstekingsvermogen van een voertuig;
  4° "industriële batterij of -accu": elke batterij of accu die uitsluitend voor gebruik voor industriële of professionele doeleinden is ontworpen of in elk type elektrisch voertuig wordt gebruikt;
  5° "batterijpak" elke set batterijen of accu's die onderling verbonden zijn en/of van een buitenverpakking voorzien zijn, die één volledige eenheid vormt en niet is bedoeld om door de eindgebruiker te worden opgedeeld of geopend;
  6° "inzamelingspercentage": het percentage dat wordt verkregen door het gewicht van de tijdens één kalenderjaar ingezamelde afgedankte draagbare batterijen en accu's te delen door het gemiddelde gewicht van draagbare batterijen en accu's die producenten hetzij rechtstreeks verkopen aan de consument, hetzij leveren aan derde partijen om ze te verkopen aan de consument, gedurende dat kalenderjaar en de voorafgaande twee kalenderjaren.
  § 2. Voor de batterijen en accu's die in nieuwe EEA's of voertuigen geïntegreerd zijn, is de producent van deze EEA's of voertuigen de producent.
  § 3. In afwijking van artikel 2.1.1 van deze titel is het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid niet van toepassing op:
  1° batterijen en accu's in apparatuur die wordt aangewend in samenhang met de bescherming van wezenlijke belangen in verband met de veiligheid van België, wapens, munitie en oorlogsmateriaal, met uitzondering van producten die niet voor specifieke militaire doeleinden zijn bestemd;
  2° apparatuur die bestemd is om in de ruimte gelanceerd te worden.
Art. 2.4.2. § 1er. Au sens de la présente section, on entend par :
  1° " pile bouton " : toute pile ou accumulateur portable de petite taille et de forme ronde, dont le diamÚtre est plus grand que la hauteur et qui est utilisé pour des applications spéciales telles que les appareils auditifs, les montres, les petits appareils portatifs ou comme énergie de réserve;
  2° " pile ou accumulateur portable " : toute pile, pile bouton, assemblage en batterie ou accumulateur qui:
  a) est scellé, et
  b) peut ĂȘtre portĂ© Ă  la main, et
  c) n'est pas une pile ou un accumulateur industriel, ni une pile ou un accumulateur automobile;
  3° " pile ou accumulateur automobile ": toute pile ou accumulateur destiné à alimenter les systÚmes de démarrage, d'éclairage ou d'allumage;
  4° " pile ou accumulateur industriel ": toute pile ou accumulateur conçu à des fins exclusivement industrielles ou professionnelles ou utilisé dans tout type de véhicule électrique;
  5° " assemblage-batteries " : toute sĂ©rie de piles ou d'accumulateurs interconnectĂ©s et/ou enfermĂ©s dans un boĂźtier pour former une seule et mĂȘme unitĂ© complĂšte que le consommateur n'est pas censĂ© dĂ©manteler ou ouvrir;
  6° " taux de collecte ": le pourcentage obtenu en divisant le poids des déchets de piles et d'accumulateurs portables collectés pendant une année calendrier par le poids moyen des piles et accumulateurs portables que les producteurs soit vendent directement aux consommateurs, soit livrent à des tiers afin que ceux-ci les vendent à des consommateurs pendant ladite année civile et les deux années calendrier précédentes;
  § 2. Pour les piles et accumulateurs incorporés dans les EEE ou véhicules neufs, le producteur est le producteur desdits EEE ou véhicules.
  § 3. Par dérogation à l'article 2.1.1 du présent titre, le régime de responsabilité élargie du producteur n'est pas applicable :
  1° aux piles et accumulateurs utilisĂ©s dans les Ă©quipements liĂ©s Ă  la protection des intĂ©rĂȘts essentiels de la Belgique, les armes, les munitions et le matĂ©riel de guerre, Ă  l'exception des produits qui ne sont pas destinĂ©s Ă  des fins spĂ©cifiquement militaires ;
  2° aux Ă©quipements destinĂ©s Ă  ĂȘtre lancĂ©s dans l'espace.
Onderafdeling 2. - Terugnameplicht
Sous-section 2. - Obligation de reprise
Art. 2.4.3. Elke houder van afgedankte draagbare batterijen en -accu's is ertoe gehouden om ze hetzij aan een inzamelaar, vergund voor de inzameling van gevaarlijk afvalstoffen af te geven, hetzij te brengen naar één van de inzamelpunten die hiertoe werden ingericht door de producent en de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen.
  Het inzamelnetwerk moet zo opgevat zijn dat de inzamelpunten, rekening houdend met de bevolkingsdichtheid, dichtbijgelegen en goed bereikbaar zijn.
  De kleinhandelaar moet kosteloos alle afgedankte draagbare batterijen en accu's, afkomstig van de producten die hij in de handel aanbiedt, van de consumenten terugnemen, zelfs als deze consumenten geen product met dezelfde functies kopen.
  De producent moet op eigen kosten regelmatig alle afgedankte draagbare batterijen en accu's inzamelen die bij de kleinhandelaars, distributeurs, publiekrechtelijke rechtspersonen en andere inzamelpunten teruggenomen worden, ten einde die afvalstoffen op zijn kosten te laten verwerken in een daartoe vergunde inrichting. In dat geval mogen de inzamelaars geen verwerkingskosten factureren aan de eindgebruikers.
  Daarenboven is de producent gehouden tot terugname van alle afgedankte draagbare batterijen en accu's afkomstig van de installaties voor de ontmanteling en de depollutie van afgedankte elektrische of elektronische apparatuur, en van afgedankte voertuigen.
Art. 2.4.3. Tout détenteur de déchets de piles et d'accumulateurs portables est tenu, soit de les remettre à un collecteur autorisé pour la collecte de déchets dangereux, soit de les déposer dans un des points de collecte prévus à cet effet par le producteur et les personnes morales de droit public territorialement responsables de la gestion des déchets ménagers.
  Le rĂ©seau de collecte doit ĂȘtre conçu de maniĂšre Ă  ce que, compte tenu de la densitĂ© de population, les points de collecte soient proches et accessibles.
  Le dĂ©taillant est tenu de reprendre gratuitement tout dĂ©chet de piles et d'accumulateurs portables issus des produits qu'il met Ă  disposition sur le marchĂ© que les consommateurs lui prĂ©sentent, mĂȘme lorsque ces consommateurs ne se procurent pas de produit remplissant les mĂȘmes fonctions.
  Le producteur est tenu de collecter, à ses frais, de maniÚre réguliÚre, tous les déchets de piles et d'accumulateurs portables repris auprÚs des détaillants, des distributeurs, des personnes morales de droit public et des autres points de collecte en vue de les faire traiter à ses frais dans une installation autorisée. Dans ce cas, les collecteurs ne peuvent facturer des frais de traitement aux utilisateurs finaux.
  Le producteur est en outre tenu de reprendre l'ensemble des déchets de piles et d'accumulateurs portables provenant des installations de démantÚlement ou de dépollution de déchets d'équipements électriques ou électroniques et de véhicules hors d'usage.
Art. 2.4.4. De producent zorgt ervoor dat alle afgedankte industriële of autobatterijen of -accu's gescheiden van de andere afvalstromen kunnen worden ingezameld, ongeacht hun chemische samenstelling en herkomst.
  Iedere houder van afgedankte industriële of autobatterijen en -accu's moet deze afvalstoffen hetzij aan een voor de inzameling van gevaarlijke afvalstoffen vergunde inzamelaar afgeven, hetzij het brengen naar één van de inzamelpunten die de producent hiertoe heeft ingericht.
  De kleinhandelaar moet alle afgedankte industriële of autobatterijen of -accu's, afkomstig van de producten die hij op de markt aanbiedt, kosteloos van de consumenten terugnemen, zelfs als deze consumenten geen product met dezelfde functies kopen. Kleinhandelaars die zorgen voor het onderhoud, de herstelling en de vervanging van autobatterijen en -accu's, moeten alle autobatterijen en -accu's die hen door de consumenten worden gebracht, kosteloos terugnemen, zelfs als deze consumenten geen product met dezelfde functies kopen.
  De distributeur moet op eigen kosten, regelmatig en ter plaatse bij de kleinhandelaars alle, overeenkomstig de vorige leden ontvangen afgedankte industriële of autobatterijen en -accu's, terugnemen en aan de producent overmaken.
  De producent moet op eigen kosten regelmatig alle afgedankte industriële of autobatterijen en -accu's die bij de in de vorige leden bedoelde distributeurs of eventueel kleinhandelaars worden teruggenomen, ongeacht hun chemische samenstelling en oorsprong, inzamelen om ze in een hiertoe vergunde inrichting te laten verwerken.
  Daarenboven dient de producent alle afgedankte industriële of autobatterijen en -accu's afkomstig van de installaties voor de ontmanteling en depollutie van afgedankte elektrische of elektronische apparatuur en afgedankte voertuigen terug te nemen.
  De producent is verplicht afgedankte industriële batterijen en accu's, ongeacht hun chemische samenstelling en herkomst, die hem door de consumenten worden aangeboden, terug te nemen.
  Overeenkomstig artikel 2.2.3 § 4 kan er, voor wat betreft autobatterijen, van de afgifteplicht van de distributeurs en de kleinhandelaars bedoeld in leden 3 en 4 van dit artikel worden afgeweken in een milieuovereenkomst.
Art. 2.4.4. Le producteur veille Ă  ce que tous les dĂ©chets de piles et accumulateurs industriels ou automobiles puissent ĂȘtre collectĂ©s sĂ©parĂ©ment des autres flux de dĂ©chets, quelles que soient leur composition chimique et leur origine.
  Tout détenteur de déchets de piles et d'accumulateurs industriels ou automobiles est tenu, soit de les remettre à un collecteur autorisé pour la collecte de déchets dangereux, soit de les déposer dans un des points de collecte prévus à cet effet par le producteur.
  Le dĂ©taillant est tenu de reprendre gratuitement tout dĂ©chet de piles ou d'accumulateurs industriels ou automobiles issus des produits qu'il met Ă  disposition sur le marchĂ© que les consommateurs lui prĂ©sentent, mĂȘme lorsque ces consommateurs ne se procurent pas de produit remplissant les mĂȘmes fonctions. Les dĂ©taillants effectuant un service d'entretien, de rĂ©paration et de remplacement des piles et accumulateurs automobiles sont tenus de reprendre, gratuitement, tout dĂ©chet de pile ou d'accumulateur automobile qui leur sont prĂ©sentĂ©s par les consommateurs, mĂȘme lorsque ces consommateurs ne se procurent pas de produit remplissant les mĂȘmes fonctions.
  Le distributeur est tenu de reprendre, à ses frais, de maniÚre réguliÚre et sur place, auprÚs des détaillants tous les déchets de piles et d'accumulateurs industriels ou automobiles réceptionnés en application des alinéas précédents et les présenter au producteur.
  Le producteur est tenu, à ses frais, de collecter de maniÚre réguliÚre tous les déchets de piles et d'accumulateurs industriels ou automobiles, quelles que soient leur composition chimique et leur origine, acceptés auprÚs des distributeurs ou, à défaut, auprÚs des détaillants visés aux alinéas précédents en vue de les faire traiter dans une installation autorisée.
  Le producteur est tenu de reprendre l'ensemble des déchets de piles et accumulateurs industriels ou automobiles provenant des installations de démantÚlement ou de dépollution de déchets d'équipements électriques ou électroniques et de véhicules hors d'usage.
  Le producteur ne peut refuser de reprendre les déchets de piles et accumulateurs industriels, quelles que soient leur composition chimique et leur origine, que les consommateurs leur présentent.
  ConformĂ©ment Ă  l'article 2.2.3 § 4, pour ce qui concerne les piles automobiles, il peut ĂȘtre dĂ©rogĂ© Ă  l'obligation de remise des dĂ©chets collectĂ©s par les dĂ©taillants et les distributeurs visĂ©e aux alinĂ©as 3 et 4 du prĂ©sent article dans une convention environnementale.
Onderafdeling 3. - Verwerking
Sous-section 3. - Traitement
Art. 2.4.5. § 1. De batterijen en accu's worden verwerkt in een vergunde verwerkingsinstallatie. Afgedankte batterijen en accu's mogen niet verwijderd worden zonder voorafgaande behandeling met het oog op gehele of gedeeltelijke recyclage ervan. Het is verboden het zuur buiten een vergunde verwerkingsinstallatie te verwijderen uit de loodaccu's.
  § 2. De verwerking houdt minimaal het verwijderen van alle vloeistoffen en zuren in.
  § 3. De verwerking en de opslag, met inbegrip van tijdelijke opslag, in verwerkingsinstallaties vinden plaats op locaties met ondoorlaatbare oppervlakken en passende weerbestendige afdekkingen of in hiertoe geschikte containers.
Art. 2.4.5. § 1er. Le traitement des piles et accumulateurs s'effectue dans une installation de traitement autorisée. Il est interdit d'éliminer les déchets de piles ou d'accumulateurs sans traitement préalable visant le recyclage total ou partiel. Il est interdit de vider les accumulateurs au plomb de leur acide en dehors d'une installation de traitement autorisée.
  § 2. Le traitement consistera, au minimum, en l'extraction de tous les fluides et acides.
  § 3. Le traitement et tout stockage, y compris temporaire, dans les installations de traitement a lieu sur des sites offrant des surfaces imperméables et un recouvrement résistant aux intempéries ou dans des conteneurs appropriés.
Onderafdeling 4. - Financiering
Sous-section 4. - Financement
Art. 2.4.6. § 1. De producenten van batterijen en accu's zijn verantwoordelijk voor de financiering van de inzameling, de verwerking en de recyclage van de afvalstoffen van alle batterijen en van alle accu's, ongeacht wanneer die in de handel werden gebracht.
  Zij dragen ook de kosten van de voorlichtingscampagnes ten behoeve van de consumenten die handelen over de preventie, de inzameling, de verwerking en de recyclage van de afgedankte batterijen en accu's.
  § 2. De producenten en de gebruikers van industriële en autobatterijen en -accu's mogen overeenkomsten sluiten waarin andere dan de in lid 1 bedoelde financieringsregelingen worden gestipuleerd.
Art. 2.4.6. § 1er. Les producteurs des piles et accumulateurs sont responsables du financement de la collecte, du traitement et du recyclage des déchets de toutes les piles et de tous les accumulateurs, quelle que soit la date de leur mise sur le marché.
  Ils doivent prendre en charge les coûts des campagnes d'information des consommateurs concernant la prévention, la collecte, le traitement et le recyclage des déchets de piles et accumulateurs.
  § 2. Les producteurs et utilisateurs de piles et d'accumulateurs industriels et automobiles peuvent conclure des accords fixant d'autres méthodes de financement que celles visées au paragraphe 1.
Onderafdeling 5. - Doelstellingen
Sous-section 5. - Taux
Art. 2.4.7. § 1. Voor afgedankte draagbare batterijen en accu's moet de producent een minimum inzamelingspercentage van 50% bereiken.
  § 2. De producent moet alle afgedankte industriële en auto-accu's terugnemen die hem worden aangeboden.
Art. 2.4.7. § 1er. Pour les déchets de piles et accumulateurs portables, le producteur doit atteindre un taux de collecte minimum de 50%.
  § 2. Le producteur doit reprendre tous les déchets de piles et accumulateurs industriels et automobiles qui lui sont présentés.
Art. 2.4.8. Wat de afgedankte draagbare, industriële en autobatterijen en -accu's betreft, zorgt de producent ervoor dat bij de recyclingprocessen de volgende minimale recyclingpercentages en aanverwante doelstellingen worden bereikt:
  1° recycling van 65% van het gemiddelde gewicht van lood-zuurbatterijen en -accu's, met zo groot mogelijke recycling van het loodgehalte als technisch haalbaar met vermijding van buitensporige kosten, en met een volledige nuttige toepassing van kunststoffen met vermijding van buitensporige kosten,
  2° recycling van 75% van het gemiddelde gewicht van nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's, met zo groot mogelijke recycling van het cadmiumgehalte als technisch haalbaar is met vermijding van buitensporige kosten; en
  3° recycling van 50% van het gemiddelde gewicht van andere afgedankte batterijen en accu's.
  4° De recyclingrendementen worden berekend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 493/2012 van de Commissie van 11 juni 2012 houdende nadere bepalingen van de recyclingrendementen van de recyclingprocessen van afgedankte batterijen en accu's, overeenkomstig richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad.
  5° Afgedankte batterijen en accu's die in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgevingen, naar bestemmingen buiten de Europese Unie worden uitgevoerd, worden alleen geacht bij te dragen tot de naleving van de verplichtingen en de rendementen als bepaald in dit artikel, indien er harde bewijzen zijn dat de recycling heeft plaatsgevonden in omstandigheden die stroken met de eisen van dit besluit.
Art. 2.4.8. Pour les déchets de piles et accumulateurs portables, industriels et automobiles, le producteur s'assure que les processus de recyclage atteignent les rendements minimaux de recyclage suivants et les obligations connexes:
  1° un recyclage d'au moins 65 % du poids moyen des piles et des accumulateurs plomb-acide, y compris un recyclage du contenu en plomb qui soit techniquement le plus complet possible tout en évitant les coûts excessifs, et avec une valorisation qui soit la plus complÚte possible des matiÚres synthétiques tout en évitant les coûts excessifs
  2° un recyclage de 75 % du poids moyen des piles et des accumulateurs nickel-cadmium, y compris un recyclage du contenu en cadmium qui soit techniquement le plus complet possible tout en évitant les coûts excessifs; et
  3° un recyclage d'au moins 50 % du poids moyen des autres déchets de piles et d'accumulateurs.
  4° Les rendements de recyclage sont calculés conformément au RÚglement (UE) no 493/2012 de la Commission du 11 juin 2012 établissant, conformément à la directive 2006/66/CE du Parlement européen et du Conseil, les modalités de calcul des rendements de recyclage des processus de recyclage des déchets de piles et d'accumulateurs.
  5° Les dĂ©chets de piles et d'accumulateurs exportĂ©s hors de la CommunautĂ© conformĂ©ment aux lĂ©gislations en vigueur, ne sont comptabilisĂ©s aux fins des obligations et rendements prĂ©vus au prĂ©sent article que s'il existe des preuves tangibles que l'opĂ©ration de recyclage s'est dĂ©roulĂ©e dans des conditions Ă©quivalentes aux exigences imposĂ©es par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Onderafdeling 6. - Rapportage
Sous-section 6. - Rapportage
Art. 2.4.9. In het kader van de rapportageverplichtingen bedoeld in artikel 2.2.12 verstrekt de producent het Instituut vóór 30 april van ieder jaar de volgende gegevens met betrekking tot het vorige jaar en per type van batterijen (draagbare, industriële en autobatterijen):
  1° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid afgedankte batterijen en accu's, ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, op de manier vastgesteld door het Instituut;
  2° de totale hoeveelheid in de handel gebrachte batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, per chemisch systeem en in eenheden;
  3° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid afgedankte batterijen en accu's die voor verwerking werd toevertrouwd aan de vergunde inrichtingen, per verwerkingstype en per categorie;
  4° de lijst van inzamelaars, handelaars, makelaars en verwerkingsoperatoren die het beheer van de afgedankte batterijen en accu's hebben waargenomen;
  5° de wijze van verwerking van de afgedankte batterijen en accu's per verwerkingsproces, met inbegrip van de kwalitatieve en kwantitatieve omschrijving van de handelingen, per verwerkingsproces;
  6° de in kilogram uitgedrukte hoeveelheden afgedankte batterijen en accu's afkomstig van de centra voor de ontmanteling of de depollutie van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en afgedankte voertuigen.
Art. 2.4.9. Dans le cadre des obligations de rapportage visées à l'article 2.2.12, le producteur fournit à l'Institut, avant le 30 avril de chaque année, notamment les données suivantes, afférentes à l'année précédente et par type de piles, portables, industrielles et automobiles:
  1° la quantité totale, exprimée en kilos, de déchets de piles et d'accumulateurs collectés en Région de Bruxelles-Capitale, de la maniÚre établie par l'Institut;
  2° la quantité totale, exprimée en kilos, par systÚme chimique et en nombre, des piles et d'accumulateurs mis sur le marché;
  3° la quantité totale de déchets de piles et d'accumulateurs, exprimés en kilos, ayant été confiés aux installations autorisées pour leur traitement, par type de traitement et par catégorie;
  4° la liste des collecteurs, négociants, courtiers et des opérateurs de traitement ayant procédé à la gestion des déchets de piles et accumulateurs;
  5° le mode de traitement des déchets de piles et d'accumulateurs par procédé de traitement en ce compris la description qualitative et quantitative des opérations, par processus de traitement;
  6° les quantités exprimées en kilos de déchets de piles et accumulateurs en provenance des centres de démantÚlement ou de dépollution de déchets d'équipements électriques et électroniques et de véhicules hors d'usage.
Onderafdeling 7. - Preventie- en beheersplan
Sous-section 7. - Plan de prévention et de gestion
Art. 2.4.10. De producent stimuleert de preventieacties door voorlichtingscampagnes te organiseren die een aangepast gebruik van de batterijen en accu's bevorderen om hun levensduur te optimaliseren en, in voorkomend geval, door het gebruik van oplaadbare draagbare batterijen en accu's aan te moedigen.
Art. 2.4.10. Le producteur stimule les actions de prévention en organisant des campagnes de sensibilisation promouvant une utilisation adéquate des piles et accumulateurs en vue d'optimaliser leur durée de vie et, le cas échéant, en promouvant l'utilisation de piles et accumulateurs portables rechargeables.
Onderafdeling 8. - Sensibilisering van de consument
Sous-section 8. - Information du consommateur
Art. 2.4.11. § 1. De producenten van batterijen en accu's zorgen ervoor, in het bijzonder door middel van voorlichtingscampagnes, dat de consumenten volledig worden geïnformeerd over:
  1. de potentiële effecten van in batterijen en accu's gebruikte stoffen op het milieu en de menselijke gezondheid;
  2. het belang om afgedankte batterijen en accu's niet als ongesorteerde afvalstoffen te verwijderen en deel te nemen aan hun gescheiden inzameling met het oog op een betere verwerking en recycling;
  3. de inzamelings- en recyclingsystemen die hen ter beschikking staan;
  4. de rol die ze hebben bij de recycling van afgedankte batterijen en accu's;
  5. de betekenis van het symbool van de doorgestreepte vuilnisbak op wielen bedoeld in bijlage 3 en van de chemische symbolen Hg, Cd en Pb.
  § 2. De kleinhandelaars zorgen ervoor dat de consumenten geïnformeerd worden over de mogelijkheid om zich te ontdoen van hun afgedankte batterijen of accu's in hun verkooppunten.
  § 3. Bij de verkoop van nieuwe draagbare batterijen en accu's worden de kosten van de inzameling, de verwerking en de recycling voor de eindgebruikers niet afzonderlijk vermeld.
Art. 2.4.11. § 1er. Les producteurs de piles et accumulateurs veillent, notamment par des campagnes d'information, à ce que les consommateurs soient parfaitement informés :
  1. des effets potentiels des substances utilisées dans les piles et les accumulateurs sur l'environnement et la santé humaine ;
  2. de l'intĂ©rĂȘt de ne pas Ă©liminer les dĂ©chets de piles et d'accumulateurs comme des dĂ©chets non triĂ©s et de prendre part Ă  leur collecte sĂ©parĂ©e de maniĂšre Ă  en faciliter le traitement et le recyclage ;
  3. des systÚmes de collecte et de recyclage mis à leur disposition ;
  4. du rÎle qu'ils ont à jouer dans le recyclage des déchets de piles et d'accumulateurs.
  5. De la signification du symbole de la poubelle sur roues barrée d'une croix visé à l'annexe 3 et des symboles chimiques Hg, Cd et Pb
  § 2. Les détaillants veillent à ce que les consommateurs soient informés de la possibilité de se débarrasser des déchets de piles ou accumulateurs portables à leurs points de vente.
  § 3. Les coûts générés par la collecte, le traitement et le recyclage ne sont pas communiqués séparément aux utilisateurs finaux lors de la vente de nouvelles piles et de nouveaux accumulateurs portables.
Onderafdeling 9. - Register van de producenten
Sous-section 9. - Registre de producteurs
Art. 2.4.12. Elke producent van batterijen en accu's dient geregistreerd te zijn in het register van de producenten overeenkomstig de procedurele vereisten vermeld in bijlage 5. Het Instituut kan de nodige praktische modaliteiten van de registratie verduidelijken.
Art. 2.4.12. Chaque producteur de piles ou accumulateurs doit ĂȘtre enregistrĂ© au registre des producteurs conformĂ©ment aux exigences procĂ©durales relatives Ă  l'enregistrement visĂ© Ă  l'annexe 5. L'Institut peut prĂ©ciser les modalitĂ©s pratiques de l'enregistrement des producteurs.
Afdeling 2. - Versleten banden
Section 2. - Des pneus usés
Onderafdeling 1. - Definities en toepassingsgebied
Sous-section 1re. - Définitions et champ d'application
Art. 2.4.13. § 1. In deze afdeling zijn de volgende definities van toepassing:
  1° "inzamelingspercentage voor de vervangingsmarkt": het percentage, verkregen door het totaalgewicht van de ingezamelde versleten banden te delen door het totaalgewicht van de nieuwe banden die tijdens het betrokken kalenderjaar in de handel werden gebracht, na aftrek van het slijtagepercentage;
  2° "het inzamelingspercentage van de banden waarmee de nieuwe voertuigen zijn uitgerust": het percentage dat verkregen wordt door het totaalgewicht van de versleten banden, ingeleverd bij geregistreerde centra voor demontage of geregistreerde centra voor vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen te delen door het totaalgewicht van de tijdens het bedoelde kalenderjaar op de markt gebrachte banden die deel uitmaken van nieuwe voertuigen, na aftrek van het slijtagepercentage;
  3° "het gecumuleerd globaal percentage van hergebruik, loopvlakvernieuwing en recycling van de ingezamelde versleten banden": het percentage, verkregen door het totaalgewicht van de daadwerkelijk hergebruikte banden, banden met loopvlakvernieuwing en gerecycleerde banden te delen door het totaalgewicht van de ingezamelde versleten banden;
  4° "recyclingpercentage": het percentage, verkregen door het gewicht van de gerecycleerde versleten banden te delen door het totaalgewicht van de ingezamelde versleten banden;
  5° "rechapeerbare band": elke versleten band die, in de staat waarin hij zich bevindt, niet meer in aanmerking komt voor hergebruik en waarvan het loopvlak kan worden vervangen zodat hij opnieuw kan worden aangewend voor het doel waarvoor hij oorspronkelijk bestemd was.
  § 2. Voor de banden van de nieuwe voertuigen is de producent van deze voertuigen de producent.
  § 3. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is van toepassing op versleten banden.
  § 4. De weerslag van het in punten 1° en 2° bedoelde slijtagepercentage op het gewicht van de versleten banden wordt bepaald op basis van een onderzoek dat op objectieve en contradictoire wijze door de producent wordt uitgevoerd en waarvan de conclusies door het Instituut worden goedgekeurd.
Art. 2.4.13. § 1er. Au sens de la présente section, on entend par :
  1° " taux de collecte pour le marché de remplacement " : le pourcentage obtenu en divisant le poids total des pneus usés collectés par le poids total des pneus neufs mis sur le marché durant l'année calendrier concernée, déduction faite du taux d'usure;
  2° " taux de collecte des pneus équipant les véhicules neufs " : le pourcentage obtenu en divisant le poids total de pneus usés remis dans les centres enregistrés de démontage ou des centres enregistrés de destruction et de recyclage de véhicules hors d'usage par le poids total des pneus équipant les véhicules neufs mis sur le marché durant l'année calendrier concernée, déduction faite du taux d'usure;
  3° " taux global cumulé de réemploi, rechapage et recyclage des pneus usés collectés " : le pourcentage obtenu en divisant le poids total des pneus effectivement réemployés, rechapés et recyclés par le poids total des pneus usés collectés;
  4° " taux de recyclage ": le pourcentage obtenu en divisant le poids des pneus usés recyclés par le poids total des pneus usés collectés;
  5° " pneu rechapable " : tout pneu usĂ© qui dans l'Ă©tat oĂč il se trouve ne peut plus ĂȘtre rĂ©employĂ© et dont la bande de roulement peut ĂȘtre remplacĂ©e pour qu'il soit rĂ©affectĂ© Ă  son utilisation d'origine;
  § 2. Pour les pneus équipant les véhicules neufs, le producteur est le producteur desdits véhicules.
  § 3. La responsabilité élargie des producteurs s'applique aux pneus usés.
  § 4. L'impact du taux d'usure, visé aux points 1° et 2° du paragraphe 1er, sur le poids des pneus usés est déterminé sur la base d'une étude menée de maniÚre objective et contradictoire par le producteur, et dont les conclusions sont approuvées par l'Institut.
Onderafdeling 2. - Terugnameplicht
Sous-section 2. - Obligation de reprise
Art. 2.4.14. § 1. De kleinhandelaar neemt elke versleten band die hem door de consument wordt gebracht, gratis terug bij de aankoop van een nieuwe band. Indien de consument geen versleten band meebrengt op het ogenblik van de aankoop, beschikt hij over twaalf maanden om er alsnog één af te leveren met voorlegging van het aankoopbewijs. De kleinhandelaar kan in onderlinge samenspraak met de producent elke versleten band die hem gebracht wordt, terugnemen zonder dat de consument een nieuwe band hoeft te kopen. Dit is alleen mogelijk binnen de perken van de hoeveelheden die hij zelf van de producent gekocht heeft in de loop van het vorige kalenderjaar.
  § 2. De distributeur neemt op eigen kosten regelmatig alle ontvangen versleten banden bij de kleinhandelaars terug binnen de perken van de hoeveelheden die hij zelf in de loop van het vorige kalenderjaar bij de producenten gekocht heeft.
  § 3. De producent neemt op eigen kosten regelmatig alle teruggenomen banden bij de distributeurs of bij de kleinhandelaars en vergunde inzamelaars terug binnen de perken van de hoeveelheden die hij zelf op de markt heeft aangeboden.
  Hij bouwt een gratis inzamelnetwerk uit met een voldoend aantal inzamelpunten die evenwichtig geografisch verspreid zijn over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  § 4. De producent zamelt op zijn kosten en op regelmatige basis, alle versleten banden van de huishoudens in die ingezameld worden door de publiekrechtelijke rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, binnen de perken van de hoeveelheid banden die hij op de markt heeft aangeboden, en laat ze in een hiertoe vergunde inrichting verwerken.
  Een overeenkomst tussen de producent en de publiekrechtelijke rechtspersonen voorziet in de voorwaarden van aanvaarding en terugname van versleten banden, met name het maximumaantal banden dat door de huishoudens afgeleverd mag worden in de containerparken.
  De producent draagt de reële en volledige kost van de inzameling van de versleten banden die ten laste genomen zijn door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen.
Art. 2.4.14. § 1er. Le dĂ©taillant reprend gratuitement tout pneu usĂ© prĂ©sentĂ© par le consommateur Ă  l'achat d'un pneu neuf. Si ce dernier ne remet pas de pneu usĂ© au moment de l'achat, il dispose d'un dĂ©lai de douze mois pour en remettre avec prĂ©sentation de la preuve d'achat. De commun accord avec le producteur, le dĂ©taillant peut reprendre tout pneu usĂ© qui lui est prĂ©sentĂ©, sans nĂ©cessitĂ© d'achat concomitant, dans la limite des quantitĂ©s qu'il a lui-mĂȘme achetĂ©es durant l'annĂ©e calendrier prĂ©cĂ©dente.
  § 2. Le distributeur reprend Ă  ses frais, de maniĂšre rĂ©guliĂšre, auprĂšs des dĂ©taillants tous les pneus usĂ©s rĂ©ceptionnĂ©s, dans la limite des quantitĂ©s qu'il a lui-mĂȘme achetĂ©es auprĂšs des producteurs durant l'annĂ©e calendrier prĂ©cĂ©dente.
  § 3. Le producteur reprend à ses frais, de maniÚre réguliÚre, auprÚs des distributeurs ou à défaut auprÚs des détaillants et des collecteurs autorisés, tous les pneus usés acceptés, dans la limite des quantités de pneus qu'il a mis à disposition sur le marché.
  Il met en place un réseau de collecte gratuite qui comporte un nombre suffisant de points de reprise répartis sur la Région de Bruxelles-Capitale de maniÚre géographiquement équilibrée.
  § 4. Le producteur collecte à ses frais et de maniÚre réguliÚre, tous les pneus usés ménagers collectés par les personnes morales de droit public territorialement responsables de la gestion des déchets ménagers, dans la limite des quantités de pneus qu'il a mis à disposition sur le marché, et les fait traiter dans une installation autorisée.
  Une convention entre le producteur et lesdites personnes morales de droit public dĂ©termine les conditions d'acceptation et de reprise des pneus usĂ©s, notamment le nombre maximum de pneus pouvant ĂȘtre dĂ©posĂ©s par les mĂ©nages dans les parcs Ă  conteneurs.
  Le producteur couvre le coût réel et complet de la collecte des pneus usés, pris en charge par les personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers.
Onderafdeling 3. - Verwerking
Sous-section 3. - Traitement
Art. 2.4.15. § 1. De banden die geïdentificeerd worden als technisch rechapeerbaar hetzij door de kleinhandelaar voorafgaand aan de inzameling of hetzij door de inzamelaar tijdens de verplichte sortering na inzameling, zijn bij voorkeur bestemd voor loopvlakvernieuwingsketens.
  De banden die door de kleinhandelaars worden teruggenomen, alsook de banden van afgedankte voertuigen die in de vergunde centra voor de ontmanteling van afgedankte voertuigen worden afgeleverd en die niet in aanmerking komen voor hergebruik of loopvlakvernieuwing, zijn bij voorkeur bestemd voor recyclingketens.
  § 2. De ingezamelde banden die niet hergebruikt of gerecycleerd worden en waarvan het loopvlak niet vernieuwd wordt, worden gevaloriseerd door energieterugwinning.
Art. 2.4.15. § 1er. Les pneus identifiés comme techniquement rechapables soit par le détaillant préalablement à la collecte ou par le collecteur lors du tri obligatoire aprÚs collecte sont orientés prioritairement vers des filiÚres de rechapage.
  Les pneus repris par les détaillants ainsi que les pneus incorporés dans les véhicules hors d'usage remis dans les centres agréés de démantÚlement des véhicules hors d'usage et qui ne sont ni réemployables ni rechapables sont orientés prioritairement vers les filiÚres de recyclage.
  § 2. Les pneus collectés et non réemployés, rechapés ou recyclés sont valorisés énergétiquement.
Onderafdeling 4. - Financiering
Sous-section 4. - Financement
Art. 2.4.16. De bandenproducenten zijn verantwoordelijk voor de financiering van de inzameling, de loopvlakvernieuwing, de verwerking en de recycling van de ingezamelde versleten banden overeenkomstig deze titel.
  Zij dragen ook de kosten van de voorlichtingscampagnes ten behoeve van de consumenten die handelen over de preventie, de loopvlakvernieuwing, de inzameling, de verwerking en de recycling van de versleten banden.
Art. 2.4.16. Les producteurs des pneus sont responsables du financement de la collecte, du rechapage, du traitement et du recyclage des pneus usés collectés conformément au présent titre.
  Ils doivent prendre en charge les coûts des campagnes d'information des consommateurs concernant la prévention, le rechapage, la collecte, le traitement et le recyclage des pneus usés.
Onderafdeling 5. - Doelstellingen
Sous-section 5. - Taux
Art. 2.4.17. De producent moet een inzamelingspercentage van minimaal 85% behalen.
  De producent van banden, voor de uitrusting van nieuwe voertuigen, moet alle versleten banden terugnemen van de afgedankte voertuigen die ingeleverd worden bij de centra voor de ontmanteling en depollutie van afgedankte voertuigen.
Art. 2.4.17. Le producteur est tenu d'atteindre un taux minimum de collecte de 85 %.
  Le producteur des pneus équipant les véhicules neufs est tenu de collecter tous les pneus usés des véhicules hors d'usage remis aux installations de démantÚlement et de dépollution de véhicules hors d'usage.
Art. 2.4.18. § 1. De producent dient ieder jaar een gecumuleerd globaal percentage van minimaal 55% hergebruik, loopvlakvernieuwing en/of recycling van de ingezamelde banden bereiken.
  § 2. Het percentage hergebruik en het percentage loopvlakvernieuwing is minstens 10%.
Art. 2.4.18. § 1er. Le producteur est tenu d'atteindre chaque année un taux global cumulé de minimum 55% de réemploi, rechapage et/ou recyclage des pneus collectés.
  § 2. Le taux de réemploi et le taux de rechapage est de minimum 10%.
Onderafdeling 6. - Rapportage
Sous-section 6. - Rapportage
Art. 2.4.19. In het kader van de rapportageverplichtingen bedoeld in artikel 2.2.12 verstrekt de producent het Instituut vóór 31 mei van ieder jaar de volgende gegevens met betrekking tot het vorige jaar:
  1° de in kilogram en in eenheden uitgedrukte totale hoeveelheid banden per categorie die in de handel werden gebracht. Het rapport vermeldt respectievelijk de hoeveelheid banden die op de vervangingsmarkt werd gebracht en de banden die in de handel gebrachte nieuwe voertuigen uitrusten;
  2° de in kilogram en eenheden uitgedrukte totale hoeveelheid versleten banden, ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen de versleten banden ingezameld via het netwerk van publiekrechtelijke rechtspersonen, de banden ingezameld via het distributienetwerk en de banden ingezameld via de vergunde centra voor de ontmanteling van afgedankte voertuigen;
  3° de installaties waarin de ingezamelde versleten banden zijn verwerkt, de omschrijving van de verwerkingswijze en het percentage afvalstoffen dat verwijderd wordt na die verwerkingen;
  4° de in kilogram en eenheden uitgedrukte totale hoeveelheden versleten banden die respectievelijk hergebruikt, vernieuwd, gerecycleerd en energetisch gevaloriseerd werden;
  5° de in kg en eenheden uitgedrukte totale hoeveelheid banden afkomstig van de centra voor de ontmanteling van afgedankte voertuigen.
Art. 2.4.19. Dans le cadre des obligations de rapportage visées à l'article 2.2.12, le producteur fournit à l'Institut, avant le 31 mai de chaque année, notamment les données suivantes, afférentes à l'année précédente:
  1° la quantité totale, exprimée en kilos, en unités et par catégorie, de pneus mis sur le marché en distinguant la quantité de pneus respectivement mis sur le marché du remplacement et équipant les véhicules neufs mis sur le marché;
  2° la quantité totale, exprimée en kilos et en unités, de pneus usés collectés en Région de Bruxelles-Capitale en faisant la distinction entre les pneus usés collectés via le réseau des personnes morales de droit public, les pneus usés collectés via le réseau de distribution et les pneus usés collectés via les centres autorisés de démantÚlement de véhicules hors d'usage;
  3° les installations dans lesquelles les pneus usés collectés ont été traités, la description de leur mode de traitement, et le taux de déchets éliminés à l'issue de ces traitements;
  4° les quantités totales, exprimées en kilos et en unités, de pneus usés respectivement réemployés, rechapés, recyclés et valorisés énergétiquement;
  5 la quantité totale de pneus usés, exprimée en kilos et en unités, provenant des centres de démantÚlement de véhicules hors d'usage.
Onderafdeling 7. - Preventie- en beheersplan
Sous-section 7. - Plan de prévention et de gestion
Art. 2.4.20. De producenten moeten kwantitatieve en kwalitatieve afvalpreventiemaatregelen uitwerken om de milieuhinder te beperken zonder aan de veiligheid te raken.
Art. 2.4.20. Les producteurs sont tenus d'établir des mesures de prévention qualitative et quantitative en vue de réduire les nuisances environnementales sans porter atteinte à la sécurité.
Onderafdeling 8. - Sensibilisering van de consument
Sous-section 8. - Information du consommateur
Art. 2.4.21. § 1. De producent moedigt het gebruik van banden met geringe milieueffecten aan, zoals banden met een vernieuwbaar of uitdiepbaar loopvlak, en wijst de gebruikers op de milieuvoordelen van dergelijke banden.
  § 2. De producenten zorgen, in het bijzonder door middel van voorlichtingscampagnes, voor:
  1° de sensibilisering van de consumenten voor het systeem voor de inzameling en verwerking van versleten banden;
  2° de verstrekking van informatie aan de consumenten over de inzamel- en recyclingsystemen die hen ter beschikking worden gesteld en over hun rol bij de inzameling.
  § 3. De producenten staan in voor de doeltreffendheid van de keten voor de terugname van de versleten banden en de sensibilisering van de inzamelaars, vervoerders, kleinhandelaars en vergunde verwerkingscentra.
  § 4. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde initiatieven hebben tot doel bij te dragen tot:
  1° het duurzaam gebruik van de banden door de gebruikers;
  2° de levensduurverlenging van de banden;
  3° de verlaging van de CO2-uitstoot door het juiste gebruik van de band;
  4° initiatieven op het vlak van kwalitatieve preventie, bijvoorbeeld met betrekking tot de samenstelling en de slijtvastheid van de band;
  5° het informeren van de consumenten over de milieuvoordelen van de aankoop van gerechapeerde banden.
Art. 2.4.21. § 1er. Le producteur promeut l'utilisation de pneus présentant un faible impact environnemental, rechapables ou à bande de roulement recreusable et informe les utilisateurs des avantages environnementaux d'acquérir de tels pneus.
  § 2. Les producteurs veillent, notamment par des campagnes d'information, à :
  1° la sensibilisation des consommateurs concernant le dispositif de collecte et le traitement des pneus usés;
  2° l'information des consommateurs notamment concernant les systÚmes de collecte et de recyclage mis à leur disposition, et du rÎle qu'ils ont à jouer dans la collecte;
  § 3. Les producteurs veillent à l'efficacité de la filiÚre de reprise des pneus usés, notamment par une information et une sensibilisation des collecteurs et transporteurs, des détaillants et des installations de traitement autorisées.
  § 4. Les initiatives visées aux paragraphes 1 et 2 ont notamment pour objectif de contribuer à :
  1° l'utilisation durable des pneus par les utilisateurs;
  2° la prolongation de la durée de vie des pneus;
  3° la réduction de l'émission de CO2 par l'utilisation adéquate du pneu;
  4° la prévention qualitative, par exemple sur la composition du pneu et sa résistance à l'usure;
  5° l'information des consommateurs sur les avantages environnementaux liés à l'acquisition de pneus rechapés.
Afdeling 3. - Afgewerkte oliën
Section 3. - Des huiles usagées
Onderafdeling 1. - Definities en toepassingsgebied
Sous-section 1re. - Définitions et champ d'application
Art. 2.4.22. § 1. In deze afdeling zijn de volgende definities van toepassing:
  1° "inzamelingspercentage": het percentage, verkregen door het totaalgewicht van de ingezamelde afgewerkte oliën te delen door het totaalgewicht van de oliën die tijdens het beoogde kalenderjaar kunnen worden ingezameld;
  2° "percentage van valorisatie door regeneratie of ander hergebruik": het percentage verkregen door het totaalgewicht van de afgewerkte oliën die daadwerkelijk door regeneratie of andere technieken voor hergebruik gevaloriseerd werden, te delen door het totaalgewicht van de oliën ingezameld tijdens het beoogde kalenderjaar.
  § 2. Voor de oliën die in nieuwe voertuigen gebruikt worden, is de producent van deze voertuigen de producent.
  § 3. De hoeveelheden afgewerkte oliën die ingezameld kunnen worden, worden jaarlijks bepaald op basis van de hoeveelheden nieuwe oliën die in de handel gebracht worden, rekening houdend met de weer uitgevoerde oliën, de oliën vervat in de uitgevoerde tweedehandse voertuigen en de verliezen bij het gebruik van de oliën. Het verliespercentage bij gebruik van de oliën wordt bepaald op basis van een onderzoek dat op objectieve en contradictoire wijze gevoerd wordt door de producent, en waarvan de conclusies door het Instituut goedgekeurd worden. De oliehoeveelheden vervat in de uitgevoerde tweedehandse voertuigen worden bepaald op basis van een jaarlijkse raming van het door de constructeur uitgevoerde aantal voertuigen.
Art. 2.4.22. § 1er. Au sens de la présente section, on entend par :
  1° " taux de collecte " : le pourcentage obtenu en divisant le poids total des huiles usagées collectées par le poids total des huiles collectables durant l'année calendrier visée;
  2° " taux de valorisation par régénération ou autres réemplois ": le pourcentage obtenu en divisant le poids des huiles usagées effectivement valorisées par régénération ou autres réemplois par le poids total des huiles collectées durant l'année calendrier visée;
  § 2. Pour les huiles incorporées dans les véhicules neufs, le producteur est le producteur desdits véhicules.
  § 3. Les quantités d'huiles usagées collectables sont déterminées annuellement sur la base des quantités d'huiles neuves mises sur le marché, en tenant compte des huiles neuves réexportées, des huiles contenues dans les véhicules d'occasion exportés et des pertes lors de l'utilisation des huiles. Le taux de perte lors de l'utilisation des huiles est déterminé à l'issue d'une étude menée de maniÚre objective et contradictoire par le producteur, et dont les conclusions sont approuvées par l'Institut. Les quantités d'huiles contenues dans les véhicules d'occasion exportés sont déterminées sur la base d'une estimation annuelle du nombre de véhicules exportés par le producteur de véhicules.
Art. 2.4.23. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is van toepassing op afgewerkte huishoudelijke en andere dan huishoudelijke oliën.
Art. 2.4.23. La responsabilité élargie des producteurs s'applique aux huiles usagées ménagÚres et autres que ménagÚres.
Onderafdeling 2. - Terugnameplicht
Sous-section 2. - Obligation de reprise
Art. 2.4.24. § 1. De producent moet gratis de afgewerkte olie terugnemen die aan de distributeurs en de kleinhandelaars werd geleverd.
  Hij bouwt een gratis inzamelnetwerk uit met een voldoende groot aantal inzamelpunten die evenwichtig geografisch verspreid zijn over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  § 2. In afwijking van artikel 2.2.3 van deze titel zijn de kleinhandelaars in nieuwe oliën die op een zichtbare plaats in al hun verkooppunten duidelijk leesbare informatie verstrekken over de door de producenten ingerichte inzamelpunten, niet verplicht om de huishoudelijke afgewerkte oliën die hen door een consument worden teruggebracht, te aanvaarden.
  § 3. De producent moet de afgewerkte huishoudelijke olie die ingezameld werd door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen, gratis terugnemen en ze in een hiertoe vergunde inrichting laten verwerken.
  § 4. In afwijking op artikel 2.2.3 § 1er, moeten de distributeur en de kleinhandelaar zoals vermeld in huidig artikel, niet de door hen aanvaardde afvalstoffen teruggeven aan de producent.
  § 5. De inzameling van afgewerkte oliën uit beroepsactiviteiten gebeurt door dat de beroepsgebruikers deze toevertrouwen aan vergunde inzamelaars, vergunde inzamelinstallaties of vergunde verwerkingsbedrijven.
  § 6. De producent is verplicht alle afgewerkte oliën afkomstig van de demonteercentra en de centra voor vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen terug te nemen.
Art. 2.4.24. § 1er. Le producteur est tenu de reprendre gratuitement les huiles usagées remises aux distributeurs et aux détaillants.
  Il met en place un réseau de collecte gratuite qui comporte un nombre suffisant de points de reprise répartis sur la Région de Bruxelles-Capitale de maniÚre géographiquement équilibrée.
  § 2. Par dérogation à l'article 2.2.3 du présent titre, les détaillants d'huiles neuves qui affichent à un endroit visible de chacun de leurs points de vente un avis clairement lisible qui informe les consommateurs du réseau de points de collecte mis en place par les producteurs, ne sont pas tenus de reprendre les huiles usagées ménagÚres qui leur sont présentées par un consommateur.
  § 3. Le producteur est tenu de reprendre gratuitement et de faire traiter, dans une installation autorisée, les huiles usagées ménagÚres et qui sont collectées par les personnes morales de droit public territorialement responsables de la gestion des déchets ménagers.
  § 4. Par dérogation à l'article 2.2.3 § 1er, le distributeur et le détaillant visés au présent article ne sont pas tenus de remettre au producteur les déchets qu'ils ont acceptés.
  § 5. La collecte des huiles usagées professionnelles est effectuée par leur remise par les utilisateurs autres que les ménages à des collecteurs autorisés, installations de collecte ou de traitement autorisées.
  § 6. Le producteur est tenu de reprendre l'ensemble des huiles usagées collectées auprÚs des centres de démontage et des centres de destruction et de recyclage de véhicules hors d'usage.
Onderafdeling 3. - Verwerking
Sous-section 3. - Traitement
Art. 2.4.25. De producent waarborgt dat de afgewerkte oliën bij voorkeur door regeneratie of hergebruik worden gevaloriseerd met inachtneming van de doelstellingen vermeld in artikel 2.4.29.
  De overige afgewerkte oliën worden voor energieterugwinning verwerkt in een hiertoe vergunde installatie.
Art. 2.4.25. Le producteur garantit que les huiles usagées sont valorisées en priorité par régénération ou réemploi, dans le respect du taux visé à l'article 2.4.29.
  Pour le surplus, les huiles usagées sont traitées par voie de valorisation énergétique dans une installation autorisée.
Onderafdeling 4. - Financiering
Sous-section 4. - Financement
Art. 2.4.26. § 1. De olieproducenten zijn verantwoordelijk voor de financiering van de inzameling, de verwerking en de recycling van alle afgewerkte oliën.
  Zij dragen ook de kosten van de voorlichtingscampagnes ten behoeve van de consumenten die handelen over de preventie, de inzameling, de verwerking en de recyclage van de afgewerkte oliën.
  De producent draagt de werkelijke en volledige kosten van de inzameling, het sorteren en de verwerking van de afgewerkte oliën n die door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen beheerd worden.
  § 2. De producent betaalt de eventuele kosten, gemaakt in het kader van de in artikel 2.4.24 bedoelde terugname van de afvalstoffen, forfaitair terug aan de gebruikers andere dan huishoudens.
  De producent mag de kosten voor het verstrekken van de voor de rapportage nodige gegevens, terugbetalen aan de inzamelaars, handelaars, makelaars- en/of verwerkingsoperatoren.
Art. 2.4.26. § 1er. Les producteurs d'huiles sont responsables du financement de la collecte, du traitement et du recyclage de toutes les huiles usagées.
  Ils doivent prendre en charge les coûts des campagnes d'information des consommateurs concernant la prévention, la collecte, le traitement et le recyclage des huiles usagées.
  Le producteur couvre le coût réel et complet de la collecte, du tri et du traitement des déchets d'huiles usagées, pris en charge par les personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers.
  § 2. Le producteur rembourse de maniÚre forfaitaire aux utilisateurs autres que les ménages les frais éventuels exposés dans le cadre de la reprise des déchets visée à l'article 2.4.24.
  Le producteur peut rembourser aux collecteurs, négociants, courtiers et/ou aux opérateurs de traitement les frais de fourniture des données nécessaires au rapportage.
Art. 2.4.27. Als de afgewerkte huishoudelijke oliën die door de publiekrechtelijke rechtspersonen worden ingezameld, besmet zijn met pcb's of andere ongewenste stoffen, worden de extra kosten voor de verwerking van deze vloeistoffen door de producenten gedragen naar rato van de hoeveelheden die zij in de handel brengen en van een door de producenten en het Instituut of de publiekrechtelijke rechtspersonen verantwoordelijk voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen overeengekomen jaarlijks maximumvolume.
  Er kan een verwerkingsbijdrage van de beroepsgebruiker of de houder van afgewerkte oliën andere dan huishoudelijke geëist worden indien de afgewerkte oliën vermengd zijn met oplosmiddelen, reinigingsproducten, detergenten, antivriesmiddelen, PCB/PCT's, andere brandstoffen of stoffen. De bijdrage blijft beperkt tot de meerkosten voor het beheer.
Art. 2.4.27. Lorsque les huiles usagées ménagÚres et collectées par les personnes morales de droit public sont contaminées avec des PCB's ou d'autres substances indésirables, le surcoût de traitement de ce liquide est supporté par les producteurs au prorata des quantités qu'ils mettent sur le marché et à concurrence d'un volume maximal annuel convenu par les producteurs et l'Institut ou les personnes morales de droit public territorialement responsables de la gestion des déchets ménagers
  Une contribution financiĂšre de l'utilisateur professionnel ou du dĂ©tenteur d'huiles usagĂ©es autres que mĂ©nagĂšres peut ĂȘtre exigĂ©e si les huiles usagĂ©es ont Ă©tĂ© mĂ©langĂ©es avec des solvants, produits de nettoyage, dĂ©tergents, antigel, PCB/PCT, d'autres combustibles ou matiĂšres. La contribution est limitĂ©e au surcoĂ»t de gestion.
Onderafdeling 5. - Doelstellingen
Sous-section 5. - Taux
Art. 2.4.28. De producent moet een inzamelingspercentage van minimaal 90% halen.
Art. 2.4.28. Le producteur est tenu d'atteindre un taux de collecte de minimum 90%.
Art. 2.4.29. De producent is verplicht een minimaal percentage van regeneratie, recycling of ander hergebruik van de afgewerkte oliën van 85% te halen.
  De ingezamelde olie moet worden verwerkt om een maximum percentage van 15% te halen voor hoofdgebruik als brandstof of ander middel om energie te produceren.
Art. 2.4.29. Le producteur est tenu d'atteindre un taux minimum de 85% de régénération, recyclage ou autres réemplois des huiles usagées.
  Les huiles collectées sont traitées afin d'atteindre un taux maximum de 15% comme utilisation principale comme combustible ou autre moyen de produire de l'énergie.
Onderafdeling 6. - Rapportage
Sous-section 6. - Rapportage
Art. 2.4.30. Vóór 31 mei van ieder jaar bezorgt de producent het Instituut, overeenkomstig artikel 2.2.12 en voor het verstreken kalenderjaar, de volgende informatie:
  1° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid op in de handel gebrachte oliën, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de oliën bestemd voor huishoudens en de oliën voor beroepsgebruikers, volgens een door het Instituut bepaalde opsplitsing;
  2° een raming van de verliezen voortvloeiend uit het gebruik van de olie;
  3° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid afgewerkte oliën, ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waarbij het onderscheid gemaakt wordt tussen de oliën bestemd voor huishoudens en de oliën voor beroepsgebruikers, volgens een door het Instituut bepaalde opsplitsing;
  4° de inrichtingen waarin de ingezamelde afgewerkte oliën werden verwerkt en de beschrijving van de verwerkingsmethode;
  5° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheden afgewerkte oliën die opgenomen werden in de ketens voor respectievelijk regeneratie, overige hergebruiksvormen voor olie en energetische valorisatie;
  6° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheden basisoliën en andere bestanddelen afkomstig van respectievelijk de regeneratie en de andere vormen van hergebruik van de afgewerkte oliën;
  7° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid te verwijderen afvalstoffen uit te verwerking van afgewerkte oliën;
  8° de nodige gegevens voor de beoordeling van de preventieacties en de berekening van de resultatenindicatoren.
Art. 2.4.30. Le producteur fournit à l'Institut avant le 31 mai de chaque année, conformément à l'article 2.2.12et en ce qui concerne l'année civile écoulée :
  1° la quantité totale, exprimée en kilos, des huiles mises sur le marché, en faisant la distinction entre les huiles destinées aux ménages et les huiles destinées à des utilisateurs professionnels et suivant une ventilation déterminée par l'Institut ;
  2° une estimation des pertes découlant de l'utilisation des huiles;
  3° la quantité totale, exprimée en kilos, d'huiles usagées collectées en Région de Bruxelles-Capitale, en faisant la distinction entre les huiles destinées aux ménages et les huiles destinées aux utilisateurs professionnels et suivant une ventilation déterminée par l'Institut;
  4° les installations dans lesquelles les huiles usagées collectées ont été traitées et la description de leur mode de traitement;
  5° les quantités totales, exprimées en kilos, d'huiles usagées entrant respectivement dans des filiÚres de régénération, d'autres réemplois des huiles et de valorisation énergétique;
  6° les quantités totales, exprimées en kilos, d'huiles de base et des autres composants issus respectivement de la régénération et des autres réemplois des huiles usagées;
  7° la quantitĂ© totale, exprimĂ©e en kilos, de dĂ©chets issus du traitement d'huiles usagĂ©es, qui doivent ĂȘtre Ă©liminĂ©s;
  8° les données nécessaires à l'évaluation des actions de prévention et au calcul des indicateurs de résultats.
Onderafdeling 7. - Preventie- en beheersplan
Sous-section 7. - Plan de prévention et de gestion
Art. 2.4.31. § 1. De producent draagt bij aan de doeltreffendheid van de inzameling en de verwerking van de afgewerkte oliën, meer in het bijzonder door de garagisten, inzamelbedrijven, vervoerders en verwerkingscentra te sensibiliseren.
  § 2. De producent moet afvalpreventiemaatregelen uitwerken en uitvoeren, met name de ontwikkeling en bevordering van het gebruik van biologisch afbreekbare olie voor open smeersystemen zoals ontkistingsolie, kettingzaagolie en biosmeerolie voor toepassingen met betrekking tot oppervlaktewater.
  § 3. De producent neemt maatregelen om de aflevering van afgewerkte olie op de inzamelpunten te bevorderen en de gebruikers erop te wijzen dat deze olie niet met andere stoffen mag worden gemengd.
Art. 2.4.31. § 1er. Le producteur contribue à l'efficacité des activités de collecte et de traitement des huiles usagées, notamment par une sensibilisation des garagistes, des collecteurs, des transporteurs et des installations de traitement.
  § 2. Le producteur est tenu d'établir et de mettre en oeuvre des mesures de prévention des déchets incluant notamment le développement et la promotion de l'utilisation d'huiles biodégradables pour les applications en lubrification perdue telles que les huiles de décoffrage, les huiles de tronçonneuse et les bio-lubrifiants dans les applications liées aux eaux de surface.
  § 3. Le producteur met en oeuvre des mesures promouvant la remise des huiles usagées aux points de collecte et la nécessité de ne pas les mélanger à d'autres matiÚres.
Onderafdeling 8. - Sensibilisering van de consument
Sous-section 8. - Information du consommateur
Art. 2.4.32. De producenten verstrekken de consumenten, in het bijzonder door middel van voorlichtingscampagnes, informatie over:
  1. de potentiële effecten van de afgewerkte oliën op het milieu en de menselijke gezondheid;
  2. de wijzen waarop de oliën optimaal gebruikt worden;
  3. het verbod om de afgewerkte oliën met PCB's of andere gevaarlijke afvalstoffen te mengen, om vreemde stoffen aan de afgewerkte oliën toe te voegen of ermee te vermengen;
  4. de inzamelings- en valorisatiesystemen die hen ter beschikking gesteld worden en hun rol bij de valorisatie van de afgewerkte oliën;
  5. de voordelen en mogelijkheden die het gebruik van biologisch afbreekbare oliën hen biedt.
Art. 2.4.32. Les producteurs informent les consommateurs, notamment par des campagnes d'information, sur :
  1. les effets potentiels des huiles usagées sur l'environnement et la santé humaine;
  2. les modes d'utilisation optimale des huiles;
  3. l'interdiction de mélanger des huiles usagées avec des PCB's ou avec d'autres déchets dangereux, d'ajouter ou de mélanger à des huiles usagées toute substance étrangÚre;
  4. les systÚmes de collecte et de valorisation mis à leur disposition et du rÎle qu'ils ont à jouer dans la valorisation des huiles usagées
  5. les avantages et possibilités d'utiliser des huiles biodégradables.
Afdeling 4. - Afgedankte voertuigen
Section 4. - Des véhicules hors d'usage
Onderafdeling 1. - Definities en toepassingsgebied
Sous-section 1re. - Définitions et champ d'application
Art. 2.4.33. In deze afdeling zijn de volgende definities van toepassing:
  1° "hergebruiks- en recyclingpercentage": het percentage dat verkregen wordt door het gewicht van de hergebruikte en gerecycleerde onderdelen van de afgedankte voertuigen te delen door het totaalgewicht van de ingezamelde afgedankte voertuigen;
  2° "hergebruiks- en valorisatiepercentage": het percentage dat verkregen wordt door het gewicht van de hergebruikte en gevaloriseerde onderdelen van de afgedankte voertuigen te delen door het totaalgewicht van de ingezamelde afgedankte voertuigen;
  3° "verwerking": elke activiteit die plaatsvindt nadat het afgedankt voertuig is afgeleverd aan een depollutie-, demontage-, snij-, vermalings-, valorisatie-installatie of aan een installatie tot voorbereiding op de verwijdering van de vermalen afvalstoffen, alsook elke andere handeling uitgevoerd met het oog op de valorisatie en/of de verwijdering van het afgedankt voertuig en zijn onderdelen;
  4° "shredder": voorziening om de afgedankte voertuigen in stukken te snijden of te fragmenteren, inclusief om onmiddellijk bruikbaar schroot te verkrijgen;
  5° "voertuig": ieder voertuig in de zin van het besluit van 15 april 2004 betreffende het beheer van afgedankte voertuigen.
Art. 2.4.33. Au sens de la présente section, on entend par:
  1° " taux de réemploi et de recyclage " : le pourcentage obtenu en divisant le poids relatif des composants des véhicules hors d'usage réemployés et recyclés par le poids total des véhicules hors d'usage collectés;
  2° " taux de réemploi et de valorisation " : le pourcentage obtenu en divisant le poids relatif des composants des véhicules hors d'usage réemployés et valorisés par le poids total des véhicules hors d'usage collectés;
  3 " traitement ": toute activité intervenant aprÚs que le véhicule hors d'usage ait été remis à une installation de dépollution, de démontage, de découpage, de broyage, de valorisation ou de préparation à l'élimination des déchets broyés ainsi que toute autre opération effectuée en vue de la valorisation et/ou de l'élimination du véhicule hors d'usage et de ses composants;
  4° " broyage ": dispositif utilisé pour couper en morceaux ou fragmenter les véhicules hors d'usage, y compris en vue d'obtenir des ferrailles directement utilisables;
  5° " vĂ©hicule ": tout vĂ©hicule au sens de l'arrĂȘtĂ© du 15 avril 2004 relatif Ă  la gestion des vĂ©hicules hors d'usage.
Art. 2.4.34. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is van toepassing op voertuigen en afgedankte voertuigen, met inbegrip van hun onderdelen en materialen. Voor de producten die krachtens dit besluit aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onderworpen zijn en die in de nieuwe voertuigen geĂŻntegreerd zijn wanneer die in de handel worden gebracht, is de constructeur van deze voertuigen de producent.
Art. 2.4.34. La responsabilitĂ© Ă©largie des producteurs s'applique aux vĂ©hicules et aux vĂ©hicules hors d'usage, y compris leurs composants et matĂ©riaux. Pour les produits soumis Ă  responsabilitĂ© Ă©largie du producteur en vertu du prĂ©sent arrĂȘtĂ© incorporĂ©s dans les vĂ©hicules neufs au moment de leur mise sur le marchĂ©, le producteur est le producteur desdits vĂ©hicules.
Onderafdeling 2. - Terugnameplicht
Sous-section 2. - Obligation de reprise
Art. 2.4.35. § 1. De eigenaar of houder van een afgedankt voertuig moet zijn afgedankt voertuig naar een terugnamepunt brengen overeenkomstig § 2 van dit artikel.
  § 2. Het net van terugnamepunten telt een voldoende hoog aantal terugnamepunten en is geografisch evenwichtig verdeeld over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  Het wordt uitvoerig beschreven in het individuele preventie- en beheersplan, in de erkenningsaanvraag of in de milieuovereenkomst.
  Dat net bestaat uit garages, demontage- en depollutiecentra en uit centra voor de inzameling, sortering of recycling van afgedankte voertuigen, vergund door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Art. 2.4.35. § 1er. Le propriétaire ou détenteur d'un véhicule hors d'usage est tenu de remettre son véhicule hors d'usage à un point de reprise conformément au § 2 du présent article.
  § 2. Le réseau de points de reprise comporte un nombre de points de reprise suffisant et réparti sur la Région de Bruxelles-Capitale de maniÚre géographiquement équilibrée.
  Ce réseau est détaillé dans le plan individuel de prévention et de gestion, la demande d'agrément ou la convention environnementale.
  Ce réseau est composé de garages, de centres de démantÚlement et de dépollution et d'installations de collecte, tri ou récupération de véhicules hors d'usage, autorisés par la Région de Bruxelles-Capitale.
Art. 2.4.36. § 1. De kleinhandelaar is verplicht hetzij elk afgedankt voertuig dat hem aangeboden wordt en dat van een merk is dat hij op de markt aanbiedt, gratis terug te nemen, hetzij de houder het vergunde terugnamepunt aan te wijzen wanneer hij niet zelf voor de terugname zorgt.
  De kleinhandelaar is verplicht elk afgedankt voertuig dat hem aangeboden wordt, gratis terug te nemen in geval van aankoop van een vervangingsvoertuig, ongeacht het merk.
  § 2. De kleinhandelaar levert een aanvaardingsbewijs naar het door het Instituut opgestelde model af in ruil voor het afgedankt voertuig, vergezeld van het inschrijvingsbewijs het identificatieplaatje en eventueel het laatste keuringsbewijs. In afwachting van dit model geldt het aankoopborderel of de factuur met vermelding van de terugname als bewijs.
Art. 2.4.36. § 1er. Le dĂ©taillant est tenu soit de reprendre gratuitement tout vĂ©hicule hors d'usage qui lui est prĂ©sentĂ© et provenant d'une marque qu'il met Ă  disposition sur le marchĂ©, soit de dĂ©signer au dĂ©tenteur le point de reprise, lorsqu'il n'assure pas lui-mĂȘme celle-ci.
  Le détaillant est tenu de reprendre gratuitement tout véhicule hors d'usage quelle qu'en soit la marque, qui lui est présenté, en cas d'acquisition d'un véhicule de remplacement.
  § 2. Le détaillant délivre un certificat d'acceptation sur le modÚle établi par l'Institut, en échange du véhicule hors d'usage accompagné du certificat d'immatriculation, de la plaquette d'identification et, s'il échet, du dernier certificat de contrÎle technique. Dans l'attente dudit modÚle, le bordereau d'achat ou la facture mentionnant la reprise tient lieu de certificat.
Art. 2.4.37. De distributeur is ertoe verplicht op eigen kosten, regelmatig en ter plaatse bij de kleinhandelaars alle overeenkomstig artikel 2.4.36 in ontvangst genomen afgedankte voertuigen terug te nemen en aan de producent aan te bieden.
Art. 2.4.37. Le distributeur est tenu de reprendre, à ses frais, de maniÚre réguliÚre auprÚs des détaillants, tous les véhicules hors d'usage réceptionnés en application de l'article 2.4.36 et de les présenter au producteur.
Art. 2.4.38. § 1. Binnen de drie maanden na de terugname door de kleinhandelaars moet de producent op eigen kosten alle in ontvangst genomen afgedankte voertuigen terugnemen bij de distributeurs of de kleinhandelaars, en ze in een hiertoe geregistreerd demonteercentrum of een geregistreerd centrum voor vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen laten verwerken.
  § 2. Een afgedankt voertuig wordt zonder kosten voor de houder en/of de eigenaar ervan teruggenomen voor zover de volgende cumulatieve voorwaarden vervuld zijn:
  1° het afgedankt voertuig bevat alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor de werking van een voertuig;
  2° het afgedankt voertuig bevat geen afvalstoffen dat niet eigen is aan het voertuig. Bij gebreke daarvan kunnen kosten gevorderd worden, zonder overschrijding van de kosten gemaakt door de producent wegens niet-inachtneming van genoemde voorwaarden;
  3° het afgedankt voertuig wordt afgeleverd met het inschrijvingsbewijs, het identificatieplaatje en eventueel het laatste keuringsbewijs;
  4° het afgedankt voertuig wordt ingeleverd bij de door de kleinhandelaar of de producent aangegeven terugnamepunten.
  § 3. De producent zet met alle middelen waarover hij beschikt aan tot de aflevering van de afgedankte voertuigen in het net van terugnamepunten waarvan sprake is in artikel 2.4.35.
Art. 2.4.38. § 1er. Dans les trois mois de leur reprise par les détaillants, le producteur est tenu de reprendre, à ses frais et de maniÚre réguliÚre, tous les véhicules hors d'usage réceptionnés auprÚs des distributeurs ou des détaillants, et de les faire traiter dans un centre enregistré de démontage ou un centre enregistré de destruction et de recyclage de véhicules hors d'usage.
  § 2. La reprise d'un véhicule hors d'usage est gratuite pour le détenteur et/ou le propriétaire du véhicule pour autant que les conditions cumulatives suivantes soient rencontrées :
  1° le véhicule hors d'usage contient tous les composants indispensables au fonctionnement d'un véhicule;
  2° le vĂ©hicule hors d'usage ne contient pas de dĂ©chets Ă©trangers au vĂ©hicule hors d'usage. A dĂ©faut, des frais peuvent ĂȘtre rĂ©clamĂ©s sans pouvoir excĂ©der les frais exposĂ©s par le producteur du fait du non-respect desdites conditions;
  3° le véhicule hors d'usage est accompagné du certificat d'immatriculation, de la plaquette d'identification et, s'il échet, du dernier certificat de contrÎle technique;
  4° le véhicule hors d'usage est déposé aux points de reprise indiqués par le détaillant ou par le producteur.
  § 3. Le producteur stimule, par tous les moyens en sa possession, la remise des véhicules hors d'usage dans le réseau de points de reprise visés à l'article 2.4.35.
Art. 2.4.39. Voor zover dat technisch mogelijk is, stellen de producenten inzamelsystemen ter beschikking voor afgedankte onderdelen die als afvalstoffen te beschouwen zijn en die uit personenauto's worden gehaald tijdens herstellingen.
Art. 2.4.39. Dans la mesure oĂč cela est techniquement possible, les producteurs mettent en place des systĂšmes de collecte des piĂšces usagĂ©es qui constituent des dĂ©chets et qui sont retirĂ©es des voitures de passagers lorsqu'elles sont rĂ©parĂ©es.
Onderafdeling 3. - Verwerking
Sous-section 3.-. Traitement
Art. 2.4.40. § 1. De verwerking van afgedankte voertuigen wordt geregeld door het besluit van 15 april 2004 betreffende het beheer van afgedankte voertuigen.
  § 2. De producent zorgt ervoor dat, in de mate van het mogelijke, herbruikbare onderdelen worden hergebruikt, dat niet-herbruikbare componenten een nuttige toepassing krijgen en dat de voorkeur wordt gegeven aan recycling.
  § 3. De producenten bezorgen de centra voor de depollutie en ontmanteling van afgedankte voertuigen gratis de informatie die nodig is om de afgedankte voertuigen op correcte en milieuvriendelijke wijze te verwerken. Deze informatie heeft betrekking op de diverse onderdelen en materialen van de voertuigen en de plaats van alle gevaarlijke stoffen, meer in het bijzonder zware metalen, alsook het materieel dat nodig is om ze te verwijderen.
  Deze informatie wordt door de autoconstructeurs en de onderdelenfabrikanten ter beschikking van de vergunde verwerkingscentra gesteld in de vorm van handleidingen of van elektronische bestanden.
  De fabrikanten van voertuigonderdelen verstrekken op verzoek van de centra informatie over de demontage, de opslag en het testen van onderdelen die opnieuw kunnen worden gebruikt, rekening houdend met de vertrouwelijkheid van commerciële en industriële gegevens.
  § 4. De hierna aangegeven voorschriften zijn van toepassing op de aangegeven voertuigonderdelen en materialen.
  1° De batterijen en accu's worden gerecycleerd en gevaloriseerd overeenkomstig de doelstellingen en de bepalingen van afdeling 1 van dit hoofdstuk.
  2° De versleten banden worden gerecycleerd en gevaloriseerd overeenkomstig de doelstellingen en de bepalingen van afdeling 2 van dit hoofdstuk.
  3° De afgewerkte oliën worden gerecycleerd en gevaloriseerd overeenkomstig de doelstellingen en de bepalingen van afdeling 3 van dit hoofdstuk.
Art. 2.4.40. § 1er. Le traitement des vĂ©hicules hors d'usage est rĂ©gi par l'arrĂȘtĂ© du 15 avril 2004 relatif Ă  la gestion des vĂ©hicules hors d'usage.
  § 2. Le producteur veille Ă  intensifier le rĂ©emploi des composants qui peuvent ĂȘtre rĂ©employĂ©s et la valorisation des composants qui ne peuvent ĂȘtre rĂ©employĂ©s, en donnant la prĂ©fĂ©rence au recyclage.
  § 3. Les producteurs mettent gratuitement à disposition des centres de dépollution et de démantÚlement de véhicules hors d'usage autorisés toutes les informations nécessaires pour permettre le traitement approprié et compatible avec l'environnement des véhicules hors d'usage. Ces informations concernent les différentes piÚces et les différents matériaux des véhicules et l'emplacement de toutes les substances dangereuses, et en particulier des métaux lourds, et une indication des outillages nécessaires à leur élimination.
  Ces informations sont mises à la disposition des installations de traitement autorisées, par les constructeurs de véhicules et par les producteurs de composants sous forme de manuels ou sous forme électronique.
  Les producteurs de piĂšces de vĂ©hicules fournissent, Ă  la demande des centres, des informations Ă  propos du dĂ©montage, du stockage et des tests des piĂšces qui peuvent ĂȘtre rĂ©employĂ©es, en tenant compte de la confidentialitĂ© des donnĂ©es commerciales et industrielles.
  § 4. Pour les composants suivants des véhicules hors d'usage, les rÚgles décrites ci-dessous sont d'application :
  1° Les piles et accumulateurs sont recyclés et valorisés suivant les objectifs et les dispositions de la section 1Úre du présent chapitre;
  2° Les pneus usés sont recyclés et valorisés suivant les objectifs et les dispositions de la section 2 du présent chapitre;
  3° Les huiles usagées sont recyclées et valorisées suivant les objectifs et les dispositions de la section 3 du présent chapitre.
Onderafdeling 4. - Financiering
Sous-section 4. - Financement
Art. 2.4.41. De constructeurs van de voertuigen zijn verantwoordelijk voor de financiering van de inzameling, de verwerking en de recycling van alle afgedankte voertuigen.
  Zij dragen ook de kosten van de voorlichtingscampagnes ten behoeve van de consumenten die handelen over de preventie, de inzameling, de verwerking en de recyclage van de afgedankte voertuigen.
Art. 2.4.41. Les producteurs des véhicules sont responsables du financement de la collecte, du traitement et du recyclage de tous les véhicules hors d'usage.
  Ils doivent prendre en charge les coûts des campagnes d'information des consommateurs concernant la prévention, la collecte, le traitement et le recyclage des véhicules hors d'usage.
Onderafdeling 5. - Doelstellingen
Sous-section 5. - Taux
Art. 2.4.42. Wat de verwerking van afgedankte voertuigen betreft, dienen de producenten de volgende doelstellingen bereikt te hebben:
  a) hergebruik- en valorisatiepercentage van 95%;
  b) hergebruik- en recyclingpercentage van 85%.
Art. 2.4.42. Les objectifs suivants sont atteints par les producteurs en matiÚre de traitement des véhicules hors d'usage :
  a) taux de réemploi et de valorisation de 95 %;
  b) taux de réemploi et de recyclage de 85 %.
Onderafdeling 6. - Rapportage
Sous-section 6. - Rapportage
Art. 2.4.43. § 1. Vóór 31 mei van ieder jaar bezorgt de producent het Instituut, overeenkomstig artikel 2.2.12 van deze titel en voor het verstreken kalenderjaar, de volgende informatie:
  1° de in kilogram en aantal uitgedrukte totale hoeveelheid afgedankte voertuigen, ingezameld in het kader van de terugnameplicht;
  2° de inrichtingen waar de afgedankte voertuigen worden verwerkt, alsook de verwerkingsresten en de verwerkingsmethoden;
  3° de gegevens die het Instituut nodig heeft voor de beoordeling van het hergebruik van de afgedankte onderdelen die uit de afgedankte voertuigen werden gehaald;
  4° de in kilogram uitgedrukte hoeveelheden afvalstoffen die respectievelijk hergebruikt, gerecycleerd, gevaloriseerd en verwijderd worden, bevestigd door de certificaten van de in 2° bedoelde inrichtingen;
  § 2. Het Instituut kan de kleinhandelaar, de distributeur en de producent verzoeken om alle aanvullende informatie te verstrekken die het nuttig acht om de omschreven doelstellingen te beoordelen overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling.
  § 3. De producent kan een globaal rapport opmaken voor alle afvalstromen met betrekking tot de voertuigen die hij in de handel brengt. In dit rapport wordt rekening gehouden met de specifieke verplichtingen voor elk van die stromen.
Art. 2.4.43. § 1er. Le producteur fournit à l'Institut avant le 31 mai de chaque année, conformément à l'article 2.2.12 du présent titre et en ce qui concerne l'année civile écoulée:
  1° la quantité totale, exprimée en kilos et en nombre, des véhicules hors d'usage qui ont été collectés dans le cadre de l'obligation de reprise;
  2° les installations au sein desquelles sont traités les véhicules hors d'usage ainsi que les résidus de leur traitement et les modes de traitement;
  3° des données permettant à l'Institut d'évaluer le réemploi des piÚces usagées qui ont été démontées des véhicules hors d'usage ;
  4° les quantités, exprimées en kilos, de déchets respectivement réemployés, recyclés, valorisés et éliminés, et attestées par les certificats des installations visés au 2° ;
  § 2. L'Institut peut réclamer au détaillant, au distributeur et au producteur toute information complémentaire qu'il juge utile pour l'appréciation des objectifs définis conformément à la présente section.
  § 3. Le producteur peut établir un seul rapport pour tous les flux de déchets liés aux véhicules qu'il met sur le marché. Ce rapport tient compte des obligations spécifiques à chacun de ces flux.
Onderafdeling 7. - Preventie- en beheersplan
Sous-section 7. - Plan de prévention et de gestion
Art. 2.4.44. De producenten moeten kwantitatieve en kwalitatieve afvalpreventiemaatregelen uitwerken om de milieuhinder te beperken zonder aan de veiligheid te raken.
Art. 2.4.44. Les producteurs sont tenus d'établir des mesures de prévention qualitative et quantitative en vue de réduire les nuisances environnementales sans porter atteinte à la sécurité.
Onderafdeling 8. - Sensibilisering van de consument
Sous-section 8. - Information du consommateur
Art. 2.4.45. § 1. De producenten zorgen ervoor, met name via regelmatige voorlichtingscampagnes en sensibiliseringsacties, dat de gebruikers, kleinhandelaars en distributeurs ingelicht worden over de tot stand gebrachte inzamel- en verwerkingssystemen en over de rol die zij bij het beheer van de afgedankte voertuigen te vervullen hebben.
  § 2. Ze zien toe op de doeltreffendheid en de veiligheid van de activiteiten met betrekking tot de inzameling en verwerking van afgedankte voertuigen, met name via sensibiliseringsacties ten behoeve van de operatoren.
  De producenten kunnen globale communicatiemaatregelen vastleggen voor alle stromen in verband met de voertuigen.
  § 3. De producenten verstrekken alle vergunde verwerkingscentra gratis de informatie die zij nodig hebben om de afgedankte voertuigen te verwerken en te depollueren, inclusief de plaats van gevaarlijke stoffen en zware metalen die moeten worden verwijderd, een beschrijving van het noodzakelijke materieel en alle informatie over de gevaarlijke stoffen, en meer in het bijzonder de zware metalen.
Art. 2.4.45. § 1er. Les producteurs veillent, notamment par des campagnes réguliÚres d'information et des actions de sensibilisation, à ce que les utilisateurs, détaillants et distributeurs soient informés des systÚmes de collecte et de traitement mis en place, et du rÎle qu'ils ont à jouer dans la gestion des véhicules hors d'usage.
  § 2. Les producteurs veillent à l'efficacité et la sécurité des activités de collecte et de traitement des véhicules hors d'usage, notamment par des actions de sensibilisation vis-à-vis des opérateurs.
  Les producteurs peuvent établir des mesures de communication globales pour tous les flux apparentés aux véhicules.
  § 3. Les producteurs mettent gratuitement à disposition de tous les centres de traitement autorisés, les informations nécessaires au traitement et à la dépollution des véhicules hors d'usage, y compris la localisation des substances dangereuses et des métaux lourds à éliminer et une indication des outillages nécessaires et toutes les informations concernant les substances dangereuses et plus particuliÚrement les métaux lourds.
Afdeling 5. - Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur
Section 5. - Des déchets d'équipements électriques et électroniques
Onderafdeling 1. - Definities en toepassingsgebied
Sous-section 1re. - Définitions et champ d'application
Art. 2.4.46. § 1. In deze afdeling zijn de volgende definities van toepassing:
  1° "producent": de producent in de zin van artikel 1.1, § 1, 10°, met uitzondering van punt d) van deze definitie, dat als volgt wordt vervangen: "d) via verkoop op afstand EEA rechtstreeks verkoopt aan particuliere huishoudens of aan andere gebruikers dan particuliere huishoudens in België, en is gevestigd in een andere lidstaat of in een derde land. ".
  2° "grote, niet verplaatsbare industriële installaties": groot geheel van machines, apparatuur en/of onderdelen die samenwerken voor een bepaalde toepassing, op een vaste plaats door vakmensen worden geïnstalleerd of afgebroken en door vakmensen worden gebruikt en onderhouden in een industriële productieomgeving of een centrum voor onderzoek en ontwikkeling;
  3° "grote vaste installatie": een grootschalig samenstel van diverse typen apparaten en eventueel andere hulpmiddelen die:
  I. door vakmensen wordt gemonteerd, geïnstalleerd en afgebroken,
  II. bestemd is voor permanent gebruik als onderdeel van een gebouw of een structuur op een vooraf bepaalde en speciaal daarvoor bestemde plaats, en
  III. uitsluitend door dezelfde speciaal ontworpen apparatuur vervangen kan worden;
  4° "niet voor de weg bestemde mobiele machines": een machine met een interne krachtbron, waarvan de werking ofwel mobiliteit vereist, ofwel permanente of semipermanente beweging tussen een reeks vaste werklocaties tijdens het werk;
  5° "medisch hulpmiddel": een medisch hulpmiddel of hulpstuk l in de zin van artikel 1, § 2, 1° van het Koninklijk Besluit van 18 maart 1999 betreffende de medische hulpmiddelen, dat EEA is;
  6° "medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek": een hulpmiddel of hulpstuk voor in-vitrodiagnostiek in de zin van artikel 1, § 2, 2°, van het Koninklijk Besluit van 14 november 2001 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, dat EEA is;
  7° "actief implanteerbaar medisch hulpmiddel": actief implanteerbaar medisch hulpmiddel in de zin van artikel 1, § 1, tweede lid, 3°, van het Koninklijk Besluit van 15 juli 1997 betreffende de actieve implanteerbare medische hulpmiddelen, dat EEA is;
  8° "zeer klein AEEA": AEEA waarvan de buitenafmetingen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 25 cm.
  § 2. Deze afdeling is van toepassing op AEEA in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, afkomstig van EEA die in de handel gebracht wordt, op de manier die omschreven wordt in dit artikel.
  Tot 14 augustus 2018 moeten de apparaten waarop deze afdeling van toepassing is, worden ingedeeld in de volgende categorieën:
  1. grote huishoudelijke apparaten;
  2. kleine huishoudelijke apparaten;
  3. IT- en telecommunicatieapparatuur;
  4. consumentenapparatuur en fotovoltaïsche zonnepanelen;
  5. verlichtingsapparatuur;
  6. elektrisch en elektronisch gereedschap (uitgezonderd grote, niet-verplaatsbare industriële installaties);
  7. speelgoed, ontspannings- en sportapparatuur;
  8. medische hulpmiddelen (met uitzondering van alle geïmplanteerde of geïnfecteerde producten);
  9. meet- en controle-instrumenten;
  10. automaten.
  Bijlage 1 bevat een indicatieve lijst van EEA die behoort tot de in deze paragraaf vermelde categorieën.
  § 3. Vanaf 15 augustus 2018 zal deze afdeling van toepassing zijn op alle EEA. Die wordt ingedeeld in de volgende categorieën:
  1. warmte- of koude-uitwisselende apparatuur;
  2. schermen, monitors en apparatuur met schermen die een oppervlakte hebben van meer dan 100 cm;
  3. lampen
  4. grote apparatuur;
  5. kleine apparatuur (waarvan alle buitenafmetingen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 50 cm);
  6. kleine IT- en telecommunicatieapparatuur (waarvan alle buitenafmetingen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 50 cm).
  Bijlage 2 bevat een indicatieve lijst van EEA die behoort tot de in deze paragraaf vermelde categorieën.
  § 4. [1 § 4. Het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is niet van toepassing op de volgende EEA:
   1. apparatuur die noodzakelijk is voor de bescherming van de wezenlijke belangen van de veiligheid van België, met inbegrip van wapens, munitie en oorlogsmateriaal voor specifieke militaire doeleinden;
   2. apparatuur die specifiek is ontworpen en geïnstalleerd om deel uit te maken van andere apparatuur welke is uitgesloten van of niet onder het toepassingsgebied van deze afdeling valt, die haar functie alleen kan vervullen als zij deel uitmaakt van laatstbedoelde apparatuur;
   3. gloeilampen;
   4. apparatuur die ontworpen is om de ruimte ingestuurd te worden;
   5. grote, niet verplaatsbare industriële werktuigen;
   6. grote, vaste installaties met uitzondering van apparatuur die niet specifiek is ontworpen en geïnstalleerd wordt als onderdeel van zulke installaties, zoals bijvoorbeeld verlichtingsmateriaal of fotovoltaïsche zonnepanelen;
   7. vervoermiddelen voor personen of goederen, met uitzondering van elektrische tweewielers zonder typegoedkeuring;
   8. niet voor de weg bestemde mobiele machines die uitsluitend beroepsmatig ter beschikking zijn gesteld;
   9. apparatuur die speciaal is ontworpen uitsluitend voor doeleinden van onderzoek en ontwikkeling en die alleen door een bedrijf aan een ander bedrijf ter beschikking wordt gesteld;
   10. medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, wanneer deze hulpmiddelen naar verwachting vóór het einde van hun levensduur infectieus zijn, en actieve implanteerbare medische hulpmiddelen]1
.
  § 5.[1 ...]1
  
Art. 2.4.46. § 1er. Au sens de la présente section, on entend par :
  1° " producteur " : le producteur au sens de l'article 1.1, § 1, 10°, à l'exception du point d) de cette définition, qui est remplacé de la maniÚre suivante : " d) vend des produits par communication à distance directement aux ménages et à des utilisateurs autres que les ménages, en Belgique, et est établie dans un autre Etat membre ou un pays tiers";
  2° " gros outils industriels fixes " : un ensemble de grande ampleur de machines, d'équipements et/ou de composants, qui fonctionnent ensemble pour une application spécifique, installés de façon permanente et démontés par des professionnels dans un lieu donné, et utilisés et entretenus par des professionnels dans un centre de fabrication industrielle ou un établissement de recherche et développement;
  3° " grosse installation fixe " : une combinaison de grande ampleur de plusieurs types d'appareils et, le cas échéant, d'autres dispositifs, qui :
  i. sont assemblés, installés et démontés par des professionnels;
  ii. sont destinĂ©s Ă  ĂȘtre utilisĂ©s de façon permanente comme partie intĂ©grante d'une construction ou d'une structure Ă  un endroit prĂ©dĂ©fini et dĂ©diĂ©; et
  iii. ne peuvent ĂȘtre remplacĂ©s que par le mĂȘme Ă©quipement spĂ©cifiquement conçu.
  4° " engins mobiles non routiers " : engins disposant d'un bloc d'alimentation embarqué, dont le fonctionnement nécessite soit la mobilité, soit un déplacement continu ou semi- continu entre une succession d'emplacements de travail fixes pendant le travail;
  5° " dispositif mĂ©dical " : un dispositif mĂ©dical ou accessoire d'un dispositif mĂ©dical au sens de l'article 1er, § 2, 1° de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 1999 relatif aux dispositifs mĂ©dicaux et qui est un Equipement ElĂ©ctrique et Electronique (EEE);
  6° " dispositif mĂ©dical de diagnostic in vitro " : un dispositif mĂ©dical de diagnostic in vitro ou accessoire d'un dispositif mĂ©dical de diagnostic in vitro au sens de l'article 1er, § 2, 2° de l'arrĂȘtĂ© royal du 14 novembre 2001 relatif aux dispositifs mĂ©dicaux de diagnostic in vitro et qui est un EEE;
  7° " dispositif mĂ©dical implantable actif " : un dispositif mĂ©dical implantable actif au sens de l'article 1er, § 1er, alinĂ©a 2, 3° de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 juillet 1997 relatif aux dispositifs mĂ©dicaux implantables actifs et qui est un EEE;
  8° " DEEE de trÚs petite dimension " : DEEE dont toutes les dimensions extérieures sont inférieures ou égales à 25 cm;
  § 2. La présente section s'applique aux DEEE issus, en Région de Bruxelles-Capitale, des EEE mis sur le marché et de la maniÚre définie dans le présent article.
  Jusqu'au 14 août 2018, les appareils auxquels s'applique la présente section sont à classer dans les catégories suivantes :
  1. gros appareils ménagers
  2. petits appareils ménagers
  3. équipements informatiques et de télécommunications
  4. matériel grand public et panneaux photovoltaïques
  5. matériel d'éclairage
  6. outils électriques et électroniques (à l'exception des gros outils industriels fixes)
  7. jouets, équipements de loisir et de sport
  8. dispositifs médicaux (à l'exception de tous les produits implantés ou infectés)
  9. instruments de surveillance et de contrÎle
  10. distributeurs automatiques
  L'annexe 1recontient une liste indicative d'EEE relevant des catégories énumérées au présent paragraphe.
  § 3. A compter du 15 août 2018, la présente section s'applique à tous les EEE. Ceux-ci sont classés dans les catégories suivantes :
  1. équipements d'échange thermique
  2. écrans, moniteurs et équipements comprenant des écrans d'une surface supérieure à 100 cm2
  3. lampes
  4. gros équipements
  5. petits équipements (dont toutes les dimensions extérieures sont inférieures ou égales à 50 cm).
  6. petits équipements informatiques et de télécommunications (dont toutes les dimensions extérieures sont inférieures ou égales à 50 cm)
  L'annexe 2 contient une liste indicative d'EEE relevant des catégories énumérées au présent paragraphe.
  § 4. [1 Le régime de responsabilité élargie du producteur ne s'applique pas aux EEE suivants :
   1. les Ă©quipements qui sont nĂ©cessaires Ă  la protection des intĂ©rĂȘts essentiels de sĂ©curitĂ© des Etats membres, y compris les armes, les munitions et le matĂ©riel de guerre destinĂ©s Ă  des fins spĂ©cifiquement militaires ;
   2. les équipements qui sont spécifiquement conçus et installés pour s'intégrer dans un autre type d'équipement exclu du champ d'application de la présente section ou n'en relevant pas, et qui ne peuvent remplir leur fonction que s'ils font partie de cet équipement ;
   3. les ampoules à filament ;
   4. les Ă©quipements destinĂ©s Ă  ĂȘtre envoyĂ©s dans l'espace ;
   5. les gros outils industriels fixes ;
   6. les grosses installations fixes, à l'exception de tout équipement qui est présent dans de telles installations, mais n'est pas spécifiquement conçu et monté pour s'intégrer dans lesdites installations tels que par exemple le matériel d'éclairage ou les panneaux photovoltaïques ;
   7. les moyens de transport de personnes ou de marchandises, à l'exception des véhicules électriques à deux roues qui ne sont pas homologués ;
   8. les engins mobiles non routiers destinés exclusivement à un usage professionnel ;
   9. les équipements spécifiquement conçus aux seules fins de recherche et de développement, et qui sont disponibles uniquement dans un contexte interentreprises ;
   10. les dispositifs médicaux et les dispositifs médicaux de diagnostic in vitro, lorsque ces dispositifs deviennent normalement infectieux avant la fin de leur cycle de vie, ainsi que les dispositifs médicaux implantables actifs]1
.
  § 5. [1 ...]1
  
Art. 2.4.47. Deze afdeling geldt onverminderd de voorschriften van de wetgeving inzake veiligheid en gezondheid en inzake chemische producten, met name de verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH).
Art. 2.4.47. La présente section s'applique sans préjudice des exigences de la législation en matiÚre de sécurité et de santé, et de produits chimiques, en particulier le rÚglement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH).
Art. 2.4.48. Deze afdeling heeft tot doel de verwijdering van AEEA in de vorm van ongesorteerde afvalstoffen tot een minimum te beperken, een correcte verwerking van alle ingezamelde AEEA te waarborgen en een hoog niveau van gescheiden inzameling van AEEA te bereiken, met name en bij voorrang voor warmte of koude uitwisselende apparatuur die ozon afbrekende stoffen en gefluoreerde broeikasgassen bevat, kwikhoudende fluorescentielampen, fotovoltaïsche zonnepanelen en kleine elektrische en elektronische apparatuur zoals bedoeld in de categorieën 5 en 6 van bijlage 2.
Art. 2.4.48. La présente section a pour but de réduire au minimum l'élimination des DEEE sous la forme de déchets non triés, à assurer le traitement adéquat de tous les DEEE collectés et atteindre un niveau élevé de collecte séparée des DEEE, notamment, et en priorité, pour les équipements d'échange thermique qui contiennent des substances appauvrissant la couche d'ozone et des gaz fluorés à effet de serre, les lampes fluorescentes contenant du mercure, les panneaux photovoltaïques et les petits équipements électriques et électroniques tel que visés aux catégories 5 et 6 de l'annexe 2.
Onderafdeling 2. - Terugnameplicht
Sous-section 2. - Obligation de reprise
Art. 2.4.49. § 1. De kleinhandelaar dient kosteloos, en op een één-voor-één basis, van de consument alle huishoudelijke AEEA terug te nemen die de consument aanbiedt, voor zover de consument een apparaat met gelijkwaardige functies of met dezelfde functies koopt, en dit ongeacht de verkoopvoorwaarden en de leverings-ophalingswijze van de apparatuur.
  Om de in artikel 2.4.59 omschreven inzamelingsdoelstellingen te bereiken, zorgen de kleinhandelaars met afzonderlijke verkoopruimte voor EEA van minimaal 400 m, gratis voor de terugname van zeer klein AEEA, afgeleverd door de consumenten, en dit zonder verplichting om EEA met dezelfde functies te kopen. De kleinhandelaar plaatst zijn inzamelrecipiënt op een voldoende zichtbare plaats in zijn verkoopruimte of in de onmiddellijke nabijheid ervan.
  De verplichting zoals vermeld in vorige alinea, kan worden opgeheven indien een door het Instituut goedgekeurd onderzoek aantoont dat er goedkopere alternatieven bestaan met dezelfde prestaties op het vlak van de inzameling van klein EEA. Die onderzoeken zijn voor het publiek beschikbaar.
  § 2. De kleinhandelaar bewaart de AEEA zoals hij hem door de consumenten werd afgegeven om hem toe te vertrouwen aan de distributeur of de producent. Hij mag de apparaten niet ontmantelen en/of de verschillende delen ervan niet scheiden, behalve om zijn klanten bij gelegenheid wisselstukken te bezorgen in het kader van een reparatiedienst die hij verstrekt.
  § 3. De distributeur of in voorkomend geval de producent, moet op zijn kosten, regelmatig en ter plaatse bij de kleinhandelaars alle met toepassing van paragraaf 1 teruggenomen AEEA ophalen en deze aan de producent of zijn vertegenwoordiger bezorgen.
  § 4. Huishoudelijk AEEA wordt gratis teruggenomen in de containerparken.
  § 5. De producent moet op zijn kosten regelmatig alle door de kleinhandelaars, distributeurs, ondernemingen met sociaal oogmerk en publiekrechtelijke rechtspersonen verantwoordelijk voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen ingezameld AEEA terugnemen.
  Hij stelt de nodige verpakkingen en andere inzamelingsmiddelen gratis ter beschikking van alle inzamelpunten waarmee een contract is gesloten met het oog op de terugname van de huishoudelijke AEEA. Bij de keuze van de inzamelingsmiddelen wordt onder meer rekening gehouden met de opslagcapaciteit van de kleinhandelaars, distributeurs en containerparken, en wordt gestreefd naar het optimaliseren van de opslagbeveiliging, de voorbereiding op hergebruik en het hergebruik.
  § 6. In afwijking van de paragrafen 1 tot 6 van dit artikel kan de producent, de distributeur of de kleinhandelaar de terugname van huishoudelijke AEEA weigeren indien:
  1° de apparatuur niet alle onderdelen bevat die essentieel zijn voor zijn werking;
  2° de afgedankte apparatuur afvalstoffen bevat vreemd aan het apparaat;
  3° de apparatuur elementen bevat die, ten gevolge van verontreiniging, een risico vormen voor de gezondheid of de veiligheid van zijn personeel. [1 In dit geval kan de producent, de distributeur of de kleinhandelaar de houder van het geweigerde huishoudelijke AEEA alternatieve oplossingen van terugname aanreiken bij inzamelaars, handelaars, makelaars of erkende verwerkingsinrichtingen voor het beheer van gevaarlijke afvalstoffen, conform de regels voorgeschreven door of krachtens de afvalordonnantie.]1
  
Art. 2.4.49. § 1er. Le dĂ©taillant est tenu de reprendre gratuitement et sur la base d'un pour un du consommateur tout DEEE domestique qu'il lui prĂ©sente, pour autant que ce dĂ©chet corresponde Ă  un appareil remplissant des fonctions Ă©quivalentes que celui achetĂ© par ce consommateur ou assurant les mĂȘmes fonctions, et ce quels que soient les modalitĂ©s de vente et le mode de livraison/d'enlĂšvement de l'Ă©quipement.
  En vue d'atteindre les objectifs de collecte dĂ©finis Ă  l'article 2.4.59, les dĂ©taillants assurent, dans les magasins de dĂ©tail disposant d'espaces de vente consacrĂ©s aux EEE d'une surface d'au moins 400 m2, la reprise des DEEE de trĂšs petite dimension gratuitement pour les consommateurs et sans obligation d'acheter des EEE remplissant les mĂȘmes fonctions. Le dĂ©taillant place son rĂ©cipient de collecte Ă  un endroit suffisamment visible dans son espace de vente ou dans sa proximitĂ© immĂ©diate.
  L'obligation visĂ©e Ă  l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent peut ĂȘtre levĂ©e si une Ă©tude, approuvĂ©e par l'Institut, dĂ©montre que des alternatives peuvent permettre d'atteindre les mĂȘmes performances en termes de collecte de petits DEEE Ă  moindre coĂ»t. Ces Ă©valuations sont rendues publiques.
  § 2. Le détaillant conserve les DEEE tels qu'ils lui ont été remis par les consommateurs, en vue de les confier au distributeur ou au producteur. Il ne peut démonter les appareils et/ou en séparer les différentes parties, sauf pour fournir occasionnellement des piÚces de rechange à ses clients dans le cadre d'un service de réparation qu'il procure.
  § 3. Le distributeur ou le producteur le cas échéant, est tenu de reprendre à ses frais, de maniÚre réguliÚre et sur place, auprÚs des détaillants tous les DEEE repris en application du paragraphe 1er . le distributeur présente les déchets repris au producteur.
  § 4. Les DEEE domestiques sont repris gratuitement dans les parcs à conteneurs.
  § 5. Le producteur est tenu de reprendre à ses frais et de maniÚre réguliÚre tous les DEEE collectés par les détaillants, les distributeurs, les entreprises à finalité sociale et les personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers.
  Il met gratuitement les conditionnements et autres moyens de collecte nécessaires à la disposition de tous les points de collecte avec lesquels un contrat est conclu en vue de la reprise des DEEE domestiques. Les moyens de collecte tiennent compte des capacités de stockage des détaillants, distributeurs et parcs à conteneurs, et veillent à optimiser la sécurité des stockages, la préparation en vue du réemploi et le réemploi.
  § 6. Par dĂ©rogation aux paragraphes 1 Ă  6 du prĂ©sent article, la reprise des DEEE domestiques peut ĂȘtre refusĂ©e par le producteur, le distributeur ou le dĂ©taillant, si :
  1° les équipements ne comprennent pas tous les composants essentiels au fonctionnement de ceux-ci;
  2° les équipements contiennent des déchets étrangers aux équipements ;
  3° les équipements contiennent des éléments qui, à la suite d'une contamination, présentent un risque pour la santé ou la sécurité de son personnel. [1 Dans ce cas, le producteur, le distributeur ou le détaillant informent le détenteur du DEEE domestique refusé des solutions alternatives de reprise auprÚs de collecteurs, négociants, courtiers ou d'installations de traitement autorisés pour la gestion des déchets dangereux, conformément aux rÚgles prescrites par ou en vertu de l'ordonnance déchets. ]1
  
Art. 2.4.50. De producenten staan in voor de inzameling van de professionele AEEA.
Art. 2.4.50. Les producteurs assurent la collecte des DEEE professionnels.
Art. 2.4.51. § 1. De gescheiden ingezamelde AEEA wordt gesorteerd naargelang het om herbruikbare of niet-herbruikbare apparatuur gaat. De producenten geven de centra voor voorbereiding voor hergebruik waarmee zij een overeenkomst tot bepaling van de modaliteiten rond het hergebruik en het voorbereiden voor hergebruik van AEEA hebben gesloten, toegang tot de ingezamelde AEEA.
  Er wordt voorrang gegeven aan het hergebruik en de voorbereiding voor hergebruik van de AEEA als deze apparatuur voldoet aan de criteria voor hergebruik, omschreven in artikel 4.1.2. en in bijlage 4.
  Een model van de overeenkomst met de centra voor voorbereiding voor hergebruik wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het Instituut.
  § 2. De publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen, stimuleren het hergebruik en de voorbereiding voor hergebruik van de AEEA, meer in het bijzonder door een overeenkomst te sluiten met één of meer ondernemingen met sociaal oogmerk en met de voorafgaande goedkeuring van de producenten. Deze overeenkomst bevat op zijn minst de bepalingen in verband met de sensibilisering van de consument voor het hergebruik en met de toegang tot het ingezamelde afval. De publiekrechtelijke rechtspersonen voeren voor al het door hen ingezamelde afval een selectie door met het oog op hergebruik.
  § 3. In samenwerking met de publiekrechtelijke rechtspersonen en/of met één of meer ondernemingen met sociaal oogmerk kunnen de producenten aanvullende inzamelkanalen organiseren om de sensibilisering van de consument, de gescheiden inzameling, het hergebruik en de voorbereiding voor hergebruik van AEEA in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verbeteren.
Art. 2.4.51. § 1er. Les DEEE collectés séparément sont triés en équipements réemployables et équipements non réemployables. Les producteurs garantissent l'accÚs au gisement de DEEE aux centres de préparation en vue du réemploi avec lesquels ils ont conclu un contrat définissant les modalités entourant le réemploi et la préparation en vue du réemploi des DEEE.
  La priorité est donnée au réemploi et à la préparation en vue du réemploi des DEEE, si ces équipements satisfont aux critÚres de réemploi définis à l'article 4.1.2 et à l'annexe 4.
  Un modÚle de contrat conclu avec les centres de préparation en vue du réemploi est soumis à l'approbation de l'Institut.
  § 2. Les personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers stimulent le réemploi et la préparation en vue du réemploi des DEEE, notamment en concluant une convention avec une ou plusieurs entreprises à finalité sociale et avec l'accord préalable des producteurs. Cette convention contient au minimum des dispositions relatives à la sensibilisation du consommateur au réemploi et à l'accÚs au gisement collecté. Une sélection en vue du réemploi est opérée sur l'ensemble des déchets collectés par les personnes morales de droit public.
  § 3. En collaboration avec les personnes morales de droit public et/ou avec une ou plusieurs entreprises à finalité sociale, les producteurs, peuvent organiser des canaux de collecte complémentaires visant à améliorer la sensibilisation du consommateur, la collecte séparée, le réemploi et la préparation en vue du réemploi des DEEE en Région de Bruxelles-Capitale.
Art. 2.4.52. De producent moet ervoor zorgen dat de inzameling en het vervoer van de overeenkomstig deze afdeling gescheiden ingezamelde AEEA, op zodanige wijze plaatsvinden dat de voorbereiding voor hergebruik, de recycling en de inperking van de gevaarlijke stoffen optimaal kunnen verlopen.
Art. 2.4.52. Le producteur est tenu d'assurer que la collecte et le transport des DEEE, collectés séparément conformément à la présente section, soient réalisés de maniÚre à assurer des conditions optimales de préparation en vue du réemploi, de recyclage et de confinement des substances dangereuses.
Onderafdeling 3. - Verwerking
Sous-section 3.-. Traitement
Art. 2.4.53. § 1. De producent moet ervoor zorgen dat de AEEA die hij in het kader van deze afdeling inzamelt, in een hiertoe vergunde inrichting wordt opgeslagen, gesorteerd, nuttig toegepast, gerecycleerd en verwerkt met inachtneming van de voorschriften van titel IV, hoofdstuk 1, van dit besluit.
  § 2. De verwerkingshandelingen mogen ook buiten het Belgisch grondgebied plaatsvinden, mits de overbrenging van het AEEA in overeenstemming is met verordening (EG) nr. 1013/2006.
Art. 2.4.53. § 1er. Le producteur est tenu d'assurer que les DEEE qu'il collecte dans le cadre de la prĂ©sente section soient stockĂ©s, triĂ©s, valorisĂ©s, recyclĂ©s et traitĂ©s dans une installation autorisĂ©e, dans le respect des exigences du chapitre 1 du titre IV du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  § 2. L'opĂ©ration de traitement peut Ă©galement ĂȘtre entreprise en dehors de l'Etat belge, pour autant que le transfert des DEEE soit conforme au rĂšglement (CE) n° 1013/2006.
Onderafdeling 4. - Financiering
Sous-section 4. - Financement
Art. 2.4.54. § 1. Voor huishoudelijke EEA en die na 13 augustus 2005 in de handel werden gebracht, is elke producent verantwoordelijk voor de inzameling bij de containerparken, de distributeurs of de kleinhandelaars en voor de verwerking van de afvalstoffen van zijn eigen producten.
  § 2. Voor huishoudelijk EEA en die vóór 13 augustus 2005 in de handel werden gebracht ("historische afvalstoffen"), berust het beheer bij één of meer systemen waaraan alle producenten die op de markt aanwezig zijn op het tijdstip waarop de betrokken kosten ontstaan, naar evenredigheid van hun marktaandeel voor de betrokken apparatuur, bijdragen.
Art. 2.4.54. § 1er. S'agissant d'EEE domestiques et qui auront été mis sur le marché aprÚs le 13 août 2005, chaque producteur sera responsable de la collecte auprÚs des parcs à conteneurs, des distributeurs ou des détaillants et du traitement des déchets de ses propres produits.
  § 2. S'agissant d'EEE domestiques et qui ont été mis sur le marché avant le 13 août 2005 (" déchets historiques "), la gestion sera assurée par un ou plusieurs systÚmes auxquels cotiseront tous les producteurs présents sur le marché au moment de la naissance des coûts concernés, et ce proportionnellement à leur part de marché respective par type d'équipements concernés.
Art. 2.4.55. § 1. De beheerskosten voor de professionele AEEA, afkomstig van producten die vóór 13 augustus 2005 in de handel werden gebracht, worden betaald:
  1° door de producent wanneer de apparatuur vervangen wordt door een gelijkwaardig product of door een product dat dezelfde functies heeft. Ter aanvulling kan de regering beslissen dat de beroepsmatige gebruikers eveneens al deze kosten volledig of gedeeltelijk ten laste moeten nemen;
  2° door de beroepsmatige gebruiker in de overige gevallen.
  § 2. De beheerskosten voor de professionele AEEA van die na 13 augustus 2005 in de handel werd gebracht, zijn ten laste van de producent.
  § 3 De producenten en de gebruikers van professionele AEEA's kunnen overeenkomsten sluiten die in andere financieringsmethoden voorzien.
Art. 2.4.55. § 1er. Les frais de gestion des DEEE professionnels issus de produits mis sur la marché avant le 13 août 2005, sont assurés de la maniÚre suivante:
  1° par le producteur lorsqu'ils font l'objet d'un remplacement par un produit Ă©quivalent ou par un produit assurant les mĂȘmes fonctions. A titre supplĂ©tif, le gouvernement peut dĂ©terminer que les utilisateurs professionnels prennent aussi en charge tout ou partie de ces frais;
  2° par l'utilisateur professionnel, dans les autres cas.
  § 2. Les frais de gestion des DEEE professionnels mis sur le marché aprÚs le 13 août 2005 sont pris en charge par le producteur.
  § 3. Les producteurs et les utilisateurs de DEEE professionnels peuvent conclure des accords stipulant d'autres méthodes de financement.
Art. 2.4.56. De producenten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de juiste mechanismen of procedures worden ingevoerd voor de terugbetaling van de bijdragen van de producenten aan de producenten wanneer de EEA is overgebracht om buiten het Belgisch grondgebied in de handel te brengen.
Art. 2.4.56. Les producteurs prennent les mesures nécessaires pour garantir que des mécanismes ou procédures appropriés sont mis en place pour le remboursement aux producteurs de leurs contributions lorsque des EEE sont transférés en vue de leur mise sur le marché en dehors du territoire belge.
Art. 2.4.57. Wanneer een product in de handel wordt gebracht, geeft elke producent een waarborg dat het beheer van alle AEEA zal worden gefinancierd. Deze garantie moet waarborgen dat de handelingen voor de inzameling, verwerking, nuttige toepassing en milieuvriendelijke verwijdering van de huishoudelijke AEEA die naar de inzamelinstallaties wordt gebracht, die betrekking hebben op dit product, gefinancierd zullen worden. Deze waarborg kan de vorm hebben van een bijdrage van de producent aan aangepaste systemen voor de financiering van het beheer van de AEEA, een recyclingverzekering of een geblokkeerde bankrekening.
Art. 2.4.57. Lorsqu'il met un produit sur le marché, chaque producteur fournit une garantie montrant que la gestion de l'ensemble des DEEE sera financée. L'objectif de cette garantie est d'assurer que les opérations de collecte, de traitement, de valorisation et d'élimination respectueuse de l'environnement des DEEE domestiques déposés dans les installations de collecte, et relatives à ce produit seront financées. La garantie peut prendre la forme d'une participation du producteur à des systÚmes appropriés de financement de la gestion des DEEE, d'une assurance-recyclage ou d'un compte bancaire bloqué.
Art. 2.4.58. Behoudens uitdrukkelijke afwijkingen goedgekeurd door het Instituut, verstrekken de producenten aan de kleinhandelaars en de distributeurs bij de verkoop van nieuwe producten informatie over de kosten voor de inzameling, de verwerking en de milieuvriendelijke verwijdering, en vermelden zij deze kosten op de factuur.
Art. 2.4.58. Sauf dérogation expresse approuvée par l'Institut, les producteurs informent les détaillants et les distributeurs, lors de la vente de nouveaux produits, du coût de la collecte, du traitement et de l'élimination respectueuse de l'environnement en indiquant ce coût sur la facture.
Onderafdeling 5. - Doelstellingen
Sous-section 5. - Taux
Art. 2.4.59. De producent wordt geacht de volgende doelstellingen te bereiken met betrekking tot de inzameling van AEEA:
  1° De minimaal ingezamelde hoeveelheid is 4 kilogram AEEA van particuliere huishoudens per inwoner en per jaar;
  2° Vanaf 2016 is het minimale inzamelingspercentage bepaald op 45%, berekend op basis van het totaalgewicht van de op het grondgebied ingezamelde AEEA en uitgedrukt in percentage van het gemiddelde gewicht van de apparatuur die tijdens de voorgaande drie jaar in de handel werd gebracht.
  De producenten zorgen ervoor dat het volume ingezamelde AEEA geleidelijk toeneemt tijdens de periode van 2016 tot 2019, tenzij het inzamelingspercentage dat is vastgelegd in paragraaf 3 reeds is bereikt.
  3° Vanaf 2019 bedraagt het jaarlijks te bereiken minimum- inzamelingspercentage 65% van het gemiddeld gewicht van de EEA die de voorgaande drie jaar in de handel is gebracht of 85% van de hoeveelheid geproduceerde AEEA op het grondgebied, in gewicht.
  De hoeveelheden gemeld door de inzamelaars, handelaars, makelaars en centra voor voorbereiding voor hergebruik, de kennisgevers in de zin van verordening (EG) nr. 1013/2006, die de AEEA buiten de door de producent ter beschikking gestelde inzamelkanalen beheren overeenkomstig de artikelen 4.1.9 tot 4.1.14 worden in rekening gebracht voor het bereiken van de in dit artikel bedoelde doelstellingen.
Art. 2.4.59. Le producteur atteint les objectifs suivants, portant sur la collecte des DEEE:
  1° Le taux de collecte minimal est fixé à 4 kilos de DEEE domestiques par habitant et par an;
  2° A partir de 2016, le taux de collecte minimal est fixé à 45 % et calculé sur la base du poids total de DEEE collectés sur le territoire et exprimé en pourcentage du poids moyen des équipements mis sur le marché au cours des trois années précédentes.
  Les producteurs veillent à ce que le volume de DEEE collectés progresse graduellement pendant la période de 2016 à 2019, à moins que le taux de collecte visé au paragraphe 3 n'ait déjà été atteint.
  3° A partir de 2019, le taux de collecte minimal des DEEE à atteindre annuellement est de 65 % du poids moyen d'EEE mis sur le marché au cours des trois années précédentes ou de 85 % des DEEE produits sur le territoire, en poids.
  Les quantités rapportées par les collecteurs, négociants, courtiers, les centres de préparation au réemploi, les notifiant au sens du rÚglement (CE) n° 1013/2006, qui gÚrent des DEEE en dehors des canaux de collecte mis en place par le producteur, conformément aux articles 4.1.9 à 4.1.14, sont pris en compte pour l'atteinte des objectifs visés au présent article.
Art. 2.4.60. § 1. De producent bereikt de volgende doelstellingen inzake nuttige toepassing, hergebruik en recycling.
  1° Van 13 augustus 2012 tot 14 augustus 2018 zijn de volgende minimumdoelstellingen per categorie van toepassing op de categorieën, vermeld in artikel 2.4.46, § 2:
  a. voor AEEA uit de categorie 1 of 10 van bijlage 1:
  - 85% wordt gevaloriseerd, en
  - 80% wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;
  b. voor AEEA uit de categorie 3 of 4 van bijlage 1:
  - 80% wordt gevaloriseerd, en
  - 70% wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;
  c. voor AEEA A uit de categorie 2, 5, 6, 7, 8 of 9 van bijlage 1:
  - 75% wordt gevaloriseerd, en
  - 55% wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;
  d. voor gasontladingslampen wordt 80% gerecycleerd.
  2° Vanaf 15 augustus 2018 zijn de volgende minimumdoelstellingen per categorie van toepassing op de categorieën, vermeld in artikel 2.4.46, § 3
  a. voor AEEA uit de categorie 1 of 4 van bijlage 2:
  - 85% wordt gevaloriseerd, en
  - 80% wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd
  b. voor AEEA uit de categorie 2 van bijlage 2:
  - 80% wordt gevaloriseerd, en
  - 70% wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;
  c. voor AEEA uit de categorie 5 of 6 van bijlage 2:
  - 75% wordt gevaloriseerd, en
  - 55% wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;
  voor AEEA uit de categorie 3 van bijlage 2, wordt 80% gerecycleerd
  § 2. De hergebruiks- en recyclingpercentages van de onderdelen afkomstig van de demontage en de verwerking, weergegeven in de tabel hieronder, moeten bovendien worden bereikt.
  Componenten Recycling
  Ferrometalen 95 %.
  Non-ferrometalen 95 %.
  Kunststoffen 50 %
  Van de kunststoffen wordt 80% gevaloriseerd.
  De batterijen en accu's worden gerecycleerd en gevaloriseerd overeenkomstig de doelstellingen en de bepalingen van hoofdstuk 4, afdeling 1 van deze titel.
  § 3. Of de doelstellingen werden behaald, wordt voor elke categorie berekend door het gewicht van het gevaloriseerde, gerecycleerde of tot hergebruik voorbereidde AEEA, na passende verwerking overeenkomstig artikel 4.1.3 tot 4.1.4 wat nuttige toepassing of recycling betreft, te delen door het geheel van het ingezamelde AEEA afzonderlijk voor deze categorie.
  Voorbereidende activiteiten, waaronder sorteren en opslag voorafgaand aan nuttige toepassing, tellen niet mee voor de verwezenlijking van deze doelstellingen.
  § 4. AEEA die buiten de Unie is uitgevoerd, wordt, bij de narekening of de in deze afdeling bedoelde verplichtingen en doelstellingen bereikt zijn, slechts meegeteld indien de uitvoerder in overeenstemming met Verordeningen (EG) nr. 1013/2006 en (EG) nr. 1418/2007 kan aantonen dat de verwerking gebeurde in omstandigheden die gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van dit besluit.
  § 5. Voor de berekening van die doelstellingen moeten de producenten ervoor zorgen dat de AEEA, wordt ingeschreven in registers het gewicht van de AEEA, van zijn onderdelen, materialen of stoffen op het moment dat zij de inzamelinrichtingen verlaten (output) en zij de verwerkingsinrichtingen binnenkomen (input) en verlaten (output), en dat zij de inrichting voor nuttige toepassing of recycling/voorbereiding voor hergebruik binnenkomen (input) en verlaten (output).
Art. 2.4.60. § 1er. Le producteur atteint les objectifs de valorisation, de réemploi et de recyclage suivants:
  1° Du 13 août 2012 au 14 août 2018, les objectifs minimaux applicables par catégorie pour les catégories énumérées à l'article 2.4.46, § 2:
  a. pour les DEEE relevant des catégories 1 ou 10 de l'annexe 1re:
  - 85 % sont valorisés, et
  - 80 % sont préparés en vue du réemploi et recyclés;
  b. pour les DEEE relevant des catégories 3 ou 4 de l'annexe 1re:
  - 80 % sont valorisés, et
  - 70 % sont préparés en vue du réemploi et recyclés;
  c. pour les DEEE relevant des catégories 2, 5, 6, 7, 8 ou 9 de l'annexe 1re:
  - 75 % sont valorisés, et
  - 55 % sont préparés en vue du réemploi et recyclés;
  d. pour les lampes à décharge, 80 % sont recyclés.
  2° A compter du 15 août 2018, les objectifs minimaux applicables par catégorie pour les catégories énumérées à l'article 2.4.46, § 3 :
  a. pour les DEEE relevant des catégories 1 ou 4 de l'annexe 2:
  - 85 % sont valorisés, et
  - 80 % sont préparés en vue du réemploi et recyclés;
  b. pour les DEEE relevant de la catégorie 2 de l'annexe 2:
  - 80 % sont valorisés, et
  - 70 % sont préparés en vue du réemploi et recyclés;
  c. pour les DEEE relevant des catégories 5 ou 6 de l'annexe 2 :
  - 75 % sont valorisés, et
  - 55 % sont préparés en vue du réemploi et recyclés;
  pour les DEEE relevant de la catégorie 3 de l'annexe 2, 80 % sont recyclés.
  § 2. Les taux de rĂ©emploi et de recyclage des composants issus du dĂ©montage et du traitement repris dans le tableau ci-dessous doivent par ailleurs ĂȘtre atteints :
  Composant Recyclage
  Métaux ferreux 95 %.
  Métaux non ferreux 95 %.
  MatiÚres synthétiques 50 %
  Les matiÚres synthétiques sont valorisées à 80%.
  Les piles et accumulateurs sont recyclés et valorisés suivant les objectifs et les dispositions du chapitre 4, section 1Úre du présent titre.
  § 3. La réalisation de ces objectifs est calculée, pour chaque catégorie, en divisant le poids des DEEE valorisés recyclés ou préparés en vue du réemploi, aprÚs un traitement approprié conformément à l'article 4.1.3 à 4.1.4 en ce qui concerne la valorisation ou le recyclage, par le poids de l'ensemble des DEEE collectés séparément pour cette catégorie.
  Les activités préliminaires comme le tri et le stockage préalables à la valorisation ne sont pas comptabilisées pour la réalisation de ces objectifs.
  § 4. Les DEEE exportĂ©s hors de l'Union ne sont comptabilisĂ©s pour l'exĂ©cution des obligations et la rĂ©alisation des objectifs Ă©noncĂ©s de la prĂ©sente section que si, en conformitĂ© avec les rĂšglements (CE) n° 1013/2006 et (CE) n° 1418/2007, l'exportateur est en mesure de prouver que le traitement s'est dĂ©roulĂ© dans des conditions Ă©quivalentes aux exigences dĂ©finies dans le titre III du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  § 5. En vue de calculer ces objectifs, les producteurs sont tenus d'assurer que soient consignés dans des registres le poids des DEEE, de leurs composants, matériaux ou substances lorsqu'ils quittent (output) les installations de collecte, lorsqu'ils entrent (input) dans les installations de traitement et lorsqu'ils les quittent (output), lorsqu'ils entrent (input) dans l'installation de valorisation ou de recyclage/de préparation en vue du réemploi et lorsqu'ils les quittent (output).
Onderafdeling 6. - Rapportage
Sous-section 6. - Rapportage
Art. 2.4.61. In het kader van de rapportageverplichtingen bedoeld in artikel 2.2.12 verstrekt de producent het Instituut vóór 31 mei van ieder jaar de volgende gegevens met betrekking tot het vorige jaar:
  1° de totale hoeveelheid EEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, die in de handel werd gebracht per categorie en per type (huishoudelijk of professioneel);
  2° de totale hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per categorie overeenkomstig artikel 2.4.46 en per type (huishoudelijk of professioneel), die werd ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;
  3° de totale hoeveelheid AEEA, onderdelen, materialen of stoffen ervan, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per categorie en per type, die de voorverwerkings- en verwerkingsinstallaties en de inrichtingen voor recycling of nuttige toepassing binnenkwamen (input) en verlieten (output);
  4° de totale hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per categorie en per type (huishoudelijk of professioneel), die door de in artikel 2.4.65 bedoelde centra voor voorbereiding voor hergebruik werd voorbereid voor hergebruik;
  5° de totale gevaloriseerde en verwijderde hoeveelheden, per materialenstroom (ferrometalen, non-ferrometalen, kunststoffen, andere), afkomstig van de verwerking van de AEEA, uitgedrukt in kilogram, per categorie en per type (huishoudelijk of professioneel);
  6° de totale hoeveelheid gevaarlijke afvalstoffen per categorie en per type (huishoudelijk of professioneel), uitgedrukt in gewicht en per soort;
  7° een beoordeling van de gemiddelde samenstelling van de apparatuur, inclusief de gebruikte gevaarlijke stoffen en onderdelen;
  8° de lijst van inzamel- en verwerkingsoperatoren en van centra voor voorbereiding voor hergebruik, evenals de verwerkingsmethoden en hun beschrijving, evenwel zonder vertrouwelijke gegevens te vermelden;
  9° de maatregelen die werden genomen om de traceerbaarheid van de verwerkte stromen en de inachtneming van de milieu- en sociale doelstellingen te waarborgen;
  10° de installatie(s) waar de AEEA werd(en) verwerkt alsook de verwerkingsresten en de toegepaste verwerkingsmethode;
  11° de preventiemaatregelen die werden genomen om:
  a) de recycleerbaarheid, de hergebruikbaarheid, de herstelbaarheid, van de in de handel gebrachte producten te verbeteren;
  b) het gebruik van materialen die gevaarlijke stoffen bevatten, te beperken;
  c) productietechnieken te gebruiken die het milieu zo weinig mogelijk belasten;
  d) besparingen van natuurlijke en energiehulpbronnen te bevorderen, zowel bij de productie als bij het gebruik van de apparatuur;
  12° de raming van de hoeveelheid EEA, uitgedrukt in kilogram, die in de loop van het jaar in de handel zal worden gebracht.
Art. 2.4.61. Dans le cadre des obligations de rapportage visées à l'article 2.2.12, le producteur fournit à l'Institut, avant le 31 mai de chaque année, notamment les données suivantes, afférentes à l'année précédente:
  1° la quantité totale, exprimée en kilogrammes et en nombre, d'EEE mis sur le marché, par catégorie et par sorte (domestique ou professionnel);
  2° la quantité totale, exprimée en kilogrammes et en nombre, par catégorie conformément à l'article 2.4.46 et par sorte (domestique ou professionnel), de DEEE collectés en Région de Bruxelles-Capitale dans le cadre de la responsabilité élargie du producteur ;
  3° la quantité totale, exprimée en kilogrammes et en nombre, par catégorie et par sorte, de DEEE, de leurs composants, matiÚres ou substances qui entrent (input) et qui sortent (output) des installations de pré-traitement et de traitement, de recyclage ou de valorisation;
  4° la quantité totale, exprimée en kilogrammes et en nombre, par catégorie et par sorte (domestique ou professionnel), de DEEE préparés au réemploi par les centres de préparations en vue du réemploi visés à l'article 2.4.65;
  5° les quantités totales valorisées et éliminées, par flux de matériaux (ferreux, non ferreux, plastiques, autres) provenant du traitement des DEEE, exprimées en kilogrammes, par catégorie et par sorte (domestique ou professionnel);
  6° la quantité totale de déchets dangereux par catégorie et par sorte (domestique ou professionnel), exprimée en poids et en type;
  7° une évaluation de la composition moyenne des équipements, en ce compris les substances et composants dangereux utilisés;
  8° la liste des opérateurs de collecte et de traitement, des centres de préparation en vue du réemploi, ainsi que les modes de traitement et leur description à l'exception des données à caractÚre confidentiel;
  9° les mesures mises en oeuvre pour assurer la traçabilité des flux traités et le respect des objectifs environnementaux et sociaux;
  10° le ou les installations au sein desquelles sont traités les DEEE ainsi que les résidus de leurs traitements et le mode de traitement appliqué;
  11° les mesures de prévention qui ont été prises en vue :
  a) d'améliorer, la réemployabilité, la réparabilité et la recyclabilité des produits mis sur le marché;
  b) de diminuer le recours à des matériaux comprenant des substances dangereuses;
  c) de recourir à des techniques de production les moins nuisibles possible pour l'environnement;
  d) d'encourager les économies de ressources naturelles et d'énergie que ce soit au niveau de la production ou de l'utilisation des équipements;
  12° les prévisions de la quantité exprimée en kilogrammes d'EEE mis sur le marché au cours de l'année.
Art. 2.4.62. De producenten bepalen de rapportagemodaliteiten in samenspraak met de andere actoren die aan een rapportageplicht inzake het beheer van de AEEA bedoelde in artikelen 4.1.9 tot 4.1.14 onderworpen zijn. Deze modaliteiten waarborgen de vertrouwelijkheid van de verstrekte gegevens en zorgen er voor dat de bevoegde controle-instanties toegang hebben tot de informatie. De rapportagemodaliteiten worden ter goedkeuring voorgelegd aan het Instituut, dat, op deze basis, een organisatie aanduidt, waaraan de rapportage moet uitgevoerd worden.
Art. 2.4.62. Les producteurs dĂ©terminent les modalitĂ©s de rapportage en concertation avec les autres acteurs soumis Ă  un rapportage en matiĂšre de gestion des DEEE visĂ©s aux articles 4.1.9 Ă  4.1.14. Ces modalitĂ©s garantissent la confidentialitĂ© des donnĂ©es fournies et assurent, l'accĂšs aux informations aux autoritĂ©s habilitĂ©es Ă  exercer des contrĂŽles. Les modalitĂ©s de rapportage sont soumises Ă  l'approbation de l'Institut qui dĂ©signe, sur cette base, une organisation auprĂšs de laquelle ce rapportage doit ĂȘtre effectuĂ©.
Onderafdeling 7. - Preventie- en beheersplan
Sous-section 7. - Plan de prévention et de gestion
Art. 2.4.63. § 1. In zijn preventie- en beheersplan waarvan sprake is in artikel 2.2.9, moet de producent maatregelen voor de preventie van AEEA, voorbereiding tot hergebruik van AEEA en het hergebruik van EEA uitwerken en ten uitvoer leggen. Die maatregelen beogen meer in het bijzonder de volgende doelstellingen:
  1° het ontwerp van gemakkelijk herstelbare apparatuur en de beschikbaarheid van wisselstukken bevorderen;
  2° gegevens verstrekken die nodig zijn voor de herstelling en het hergebruik van de apparatuur, met name aan de centra voor voorbereiding voor hergebruik, op het eerste verzoek van het (de) betrokken centrum (centra);
  3° de samenstelling van de diverse elementen en materialen van de apparatuur meedelen aan de betrokken actoren, met name wat gevaarlijke stoffen betreft;
  4° de samenwerking inzake voorbereiding voor hergebruik en hergebruik bevorderen met de betrokken operatoren, met name met de ondernemingen met sociaal oogmerk;
  5° een vlotte toegang verlenen tot de potentiële markt van de voor hergebruik geschikte apparatuur om de voorbereiding voor hergebruik en het hergebruik te bevorderen, met name voor de centra voor voorbereiding voor hergebruik van de ondernemingen met sociaal oogmerk.
  § 2. De producent bevordert het ontwerp en de productie van EEA die zich leent voor de demontage, het hergebruik en de nuttige toepassing van de AEEA en van zijn onderdelen en materialen.
  § 3. De producent mag het hergebruik van EEA niet verhinderen door bijzondere ontwerpkenmerken of fabricagetechnieken, tenzij die bijzondere ontwerpkenmerken of fabricagetechnieken doorslaggevende voordelen bieden, bijvoorbeeld wat milieubescherming en/of veiligheid betreft.
Art. 2.4.63. § 1er. Dans son plan de prévention et de gestion visé à l'article 2.2.9, le producteur est tenu d'élaborer et mettre en oeuvre des mesures de prévention des DEEE, de préparation au réemploi et de réemploi des EEE, visant notamment à:
  1° favoriser la conception d'équipements facilement réparables ainsi que la disponibilité des piÚces détachées ;
  2° assurer la fourniture d'informations nécessaires à la réparation et au réemploi des équipements, notamment aux centres de préparation en vue du réemploi, à premiÚre demande du ou des centres concernés;
  3° fournir aux acteurs concernés la composition des différents éléments et matériaux des équipements, notamment concernant les substances dangereuses;
  4° développer la collaboration en matiÚre de préparation en vue du réemploi et de réemploi avec les opérateurs concernés, notamment les entreprises à finalité sociale;
  5° faciliter l'accÚs au gisement des équipements réemployables afin de favoriser la préparation en vue du réemploi et le réemploi, notamment pour les centres de préparation au réemploi des entreprises à finalité sociale.
  § 2. Le producteur favorise la conception et la production d'EEE en vue de faciliter leur réemploi, leur démantÚlement, ainsi que la valorisation des DEEE et de leurs composants et matériaux.
  § 3. Le producteur ne peut empĂȘcher le rĂ©emploi des EEE par des caractĂ©ristiques de conception particuliĂšres ou des procĂ©dĂ©s de fabrication particuliers, Ă  moins que ces caractĂ©ristiques de conception particuliĂšres ou ces procĂ©dĂ©s de fabrication particuliers prĂ©sentent des avantages dĂ©terminants, par exemple en ce qui concerne la protection de l'environnement et/ou les exigences en matiĂšre de sĂ©curitĂ©.
Onderafdeling 8. - Sensibilisering van de consument en van de verwerkingsinrichtingen
Sous-section 8. - Information du consommateur et des installations de traitement
Art. 2.4.64. Via de gebruiksaanwijzing, in het verkooppunt of in het kader van sensibiliseringscampagnes verstrekken de producenten, de distributeurs en de kleinhandelaars de consument de nodige informatie over:
  1° de verplichting om AEEA niet langer samen met het ongesorteerd afval te verwijderen en om deel te nemen aan de gescheiden inzameling van AEEA;
  2° de terugname- en inzamelsystemen die hen ter beschikking worden gesteld, om zo de coördinatie van de informatie over de beschikbare inzamelpunten te bevorderen, ongeacht het de producent dan wel de operator is die ze ter beschikking stelt;
  3° hun rol in het hergebruik, de recycling en de andere vormen van nuttige toepassing van AEEA;
  4° de potentiële effecten van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in de EEA op het milieu en de menselijke gezondheid;
  5° de betekenis van het symbool dat in bijlage 3 wordt aangegeven.
Art. 2.4.64. Les producteurs, les distributeurs et les détaillants donnent, au moyen de la notice d'utilisation, au point de vente ou dans le cadre de campagnes de sensibilisation, les informations nécessaires au consommateur sur :
  1° l'obligation de ne pas se débarrasser des DEEE avec les déchets non triés et de procéder à la collecte séparée des DEEE ;
  2° les systÚmes de reprise et de collecte mis à leur disposition, encourageant la coordination des informations sur les points de collecte à disposition, quel que soit le producteur ou l'opérateur qui les met en place;
  3° leur rÎle dans le réemploi, le recyclage et les autres formes de valorisation des DEEE;
  4° les effets potentiels sur l'environnement et la santé humaine en raison de la présence de substances dangereuses dans les EEE;
  5° la signification du symbole figurant à l'annexe 3.
Art. 2.4.65. § 1. De producent verstrekt de centra voor voorbereiding voor hergebruik en de verwerkingsinrichtingen, op verzoek en gratis, de informatie over de voorbereiding voor hergebruik en de verwerking van de EEA waarvoor hij verantwoordelijk is.
  Voor elk in de handel gebracht nieuw type EEA stelt de producent kosteloos informatie voor voorbereiding voor hergebruik en verwerking, en wel binnen het jaar nadat zij die in de handel hebben gebracht, ter beschikking van de centra voor voorbereiding voor hergebruik en de verwerkings- en recycling-inrichtingen. Voor zover de centra die de voorbereiding voor hergebruik verrichten en de verwerkings- en recyclinginrichtingen zulks nodig hebben om aan dit besluit te kunnen voldoen, bevat de informatie aanwijzingen over de verschillende onderdelen en materialen van de EEA, de energielabels alsook de plaatsen in de apparatuur waar zich gevaarlijke stoffen en mengsels bevinden.
  De informatie wordt onder andere verstrekt in de vorm van handboeken of via elektronische media.
  De software voor de diagnose en de herinitialisatie van de EEA en zijn updates worden eveneens ter beschikking gesteld door de producenten. De producenten geven toegang tot de wisselstukken.
  § 2. De producenten van EEA organiseren minimaal 2 keer per jaar een overleg met de verwerkingsinrichtingen, de centra voor voorbereiding voor hergebruik en hun federaties om het hergebruik te bevorderen en de recycleerbaarheid van de EEA te verbeteren.
Art. 2.4.65. § 1er. Le producteur communique sur demande et gratuitement, aux centres de préparation en vue du réemploi et aux installations de traitement, les informations relatives à la préparation en vue du réemploi et au traitement des EEE qui relÚvent de sa responsabilité.
  Pour chaque type de nouvel EEE mis sur le marchĂ©, le producteur fournit, gratuitement, dans un dĂ©lai d'un an aprĂšs la mise sur le marchĂ© de l'Ă©quipement, les informations relatives Ă  la prĂ©paration au rĂ©emploi et au traitement Ă  la disposition des centres de prĂ©paration en vue du rĂ©emploi et des installations de traitement et de recyclage. Ces informations mentionnent, dans la mesure oĂč cela est nĂ©cessaire pour que ces centres puissent se conformer au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les diffĂ©rents composants et matĂ©riaux prĂ©sents dans les EEE, les labels Ă©nergĂ©tiques, ainsi que l'emplacement des substances ou mĂ©langes dangereux dans ces Ă©quipements.
  Ces informations sont transmises notamment au moyen de manuels ou de médias électroniques.
  Les logiciels de diagnostic et de réinitialisation des EEE, ainsi que leurs mises à jour, sont également mis à disposition par les producteurs. Les producteurs donnent accÚs aux piÚces de rechange.
  § 2. Les producteurs d'EEE organisent au minimum 2 fois par an une concertation avec les installations de traitement, les centres de préparation en vue du réemploi et leurs fédérations en vue de promouvoir le réemploi et d'améliorer la recyclabilité des EEE.
Onderafdeling 9. - Registratie van de producenten
Sous-section 9. - Registre des producteurs
Art. 2.4.66. § 1. Elke producent, met inbegrip van de producenten die EEA leveren door middel van communicatie op afstand, moet ingeschreven zijn in het register dat door de hiertoe aangestelde organisatie ter beschikking wordt gesteld, overeenkomstig artikel 2.4.62. De producenten die EEA leveren door middel van communicatie op afstand zijn geregistreerd door hun gevolmachtigden zoals bedoeld in artikel 2.4.67.
  § 2. Het in paragraaf 1 van dit artikel bedoelde register bevat alle nuttige informatie over de activiteiten van de producent in België, en meer in het bijzonder de volgende gegevens:
  1. naam en adres van de producent of naam en adres van zijn gevolmachtigde als die overeenkomstig dit artikel is aangesteld (postcode en gemeente, straat en nummer, land, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en contactpersoon). In het geval van een gevolmachtigde, ook de gegevens van de producent die hij of zij vertegenwoordigt;
  2. nationale identificatiecode van de producent, inclusief Europees of nationaal belastingnummer;
  3. categorie van de EEA, overeenkomstig artikel 2.4.46;
  4. type van EEA (huishoudelijk of bestemd voor andere gebruikers dan de huishoudens);
  5. handelsbenaming van de EEA;
  6. informatie over de wijze waarop de producent zijn verantwoordelijkheden nakomt: door middel van een individuele of een collectieve regeling, inclusief informatie over de financiële waarborgen;
  7. gebruikte verkoopmethode (bijvoorbeeld verkoop op afstand);
  8. verklaring die waarborgt dat de verstrekte informatie strookt met de werkelijkheid.
  [1 § 3. Het register dat wordt beoogd in paragraaf 1 is online beschikbaar en bevat links naar andere nationale registers om de registratie van producenten en gevolmachtigden te vergemakkelijken.]1
  
Art. 2.4.66. § 1er. Chaque producteur, y compris les producteurs qui fournissent des EEE par des moyens de communication Ă  distance, doit ĂȘtre enregistrĂ© dans le registre mis Ă  sa disposition par l'organisation dĂ©signĂ©e Ă  cet effet conformĂ©ment Ă  l'article 2.4.62. Les producteurs qui fournissent des EEE par des moyens de communication Ă  distance s'enregistrent par l'intermĂ©diaire de leurs mandataires tels que visĂ©s Ă  l'article 2.4.67.
  § 2. Le registre visé au paragraphe 1er du présent article contient toutes les informations utiles, rendant compte des activités du producteur en Belgique, dont notamment les données suivantes :
  1. nom et adresse du producteur ou nom et adresse du mandataire lorsqu'il est désigné en vertu du présent article (code postal et localité, rue et numéro, pays, numéros de téléphone et de télécopieur, adresse de courrier électronique, ainsi que personne de contact). Dans le cas d'un mandataire, également les coordonnées du producteur qu'il représente;
  2. numéro d'identification national du producteur, y compris numéro d'identification fiscal européen ou national;
  3. catégorie de l'EEE, conformément à l'article 2.4.46;
  4. type d'EEE (domestique ou destiné à des utilisateurs autres que les ménages);
  5. dénomination commerciale de l'EEE;
  6. informations relatives à la maniÚre dont le producteur assume ses responsabilités: dans le cadre d'un systÚme individuel ou collectif, y compris informations sur les garanties financiÚres;
  7. méthode de vente utilisée (par exemple, vente à distance);
  8. déclaration certifiant que les informations fournies sont conformes à la réalité.
  [1 § 3. Le registre visé au paragraphe 1er est disponible en ligne et des liens y sont mentionnés vers les autres registres nationaux afin de faciliter l'enregistrement des producteurs et mandataires.]1
  
Onderafdeling 10. - De gevolmachtigde
Sous-section 10. - Du mandataire
Art. 2.4.67. § 1. De in een andere Lidstaat gevestigde producent mag een in België gevestigde natuurlijke of rechtspersoon aanstellen als gevolmachtigde die moet toezien op de naleving van de verplichtingen die krachtens titels II en IV dit besluit op de producent rusten.
  Iedere producent zoals omschreven in artikel 1.1, § 1, 10° d) en door artikel 2.4.46, § 1, 1° ;gevestigd in een andere Lidstaat, die in België EEA rechtstreeks verkoopt aan de huishoudens en aan andere gebruikers dan de huishoudens, stelt een in België gevestigde natuurlijke of rechtspersoon aan als gevolmachtigde die moet toezien op de naleving van de verplichtingen die krachtens titels II en IV van dit besluit op de producent rusten.
  § 2. De aanstelling van een gevolmachtigde gebeurt via een schriftelijk mandaat. Wanneer het mandaat afloopt, stellen de gevolmachtigde en de producent het Instituut hiervan in kennis binnen de maand die op het einde van het mandaat volgt.
  § 3. Iedere op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gevestigde producent die EEA verkoopt in een andere Lidstaat waarin hij niet gevestigd is, stelt in deze Lidstaat een gevolmachtigde aan die moet toezien op de naleving van de verplichtingen die in op het grondgebied van deze Lidstaat op de producent rusten krachtens de geldende wetgeving in die andere Lidstaat.
Art. 2.4.67. § 1er. Le producteur Ă©tabli dans un autre Etat membre peut dĂ©signer une personne physique ou morale Ă©tablie en Belgique en tant que mandataire chargĂ© d'assurer le respect des obligations qui incombent au producteur en vertu des titres II et IV du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Tout producteur tel que dĂ©fini Ă  l'article 1.1, § 1, 10°, d) et par l'article 2.4.46, § 1, 1°, et Ă©tabli dans un autre Etat membre, qui vend des EEE directement aux mĂ©nages et Ă  des utilisateurs autres que les mĂ©nages, en Belgique, dĂ©signe une personne physique ou morale Ă©tablie en Belgique en tant que mandataire chargĂ© d'assurer le respect des obligations qui incombent au producteur en vertu des titres II et IV du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  § 2. La désignation d'un mandataire se fait par mandat écrit. Si le mandat prend fin, le mandataire et le producteur préviennent par écrit l'Institut dans le mois qui suit la fin du mandat.
  § 3. Tout producteur établi sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, qui vend des EEE dans un autre Etat-Membre dans lequel il n'est pas établi, désigne un mandataire dans ledit Etat membre chargé d'assurer le respect des obligations qui incombent audit producteur sur le territoire de cet Etat membre en vertu de la législation qui y est applicable.
Afdeling 6. [1 - Afgedankte matrassen ]1
Section 6. [1 Déchets de matelas ]1
Onderafdeling 1. [1 Definities en toepassingsgebied ]1
Sous-section 1re. [1 Définitions et champ d'application ]1
Art. 2.4.68. [1 In de zin van deze afdeling wordt verstaan onder:
   1° "inzamelingspercentage": het percentage dat wordt verkregen door het totale gewicht van de ingezamelde afgedankte matrassen te delen door het totale gewicht van de nieuwe matrassen die op de markt worden gebracht gedurende het betrokken kalenderjaar;
   2° "recyclagepercentage": het percentage dat wordt verkregen door het gewicht van de gerecycleerde afgedankte matrassen te delen door het totale gewicht van de gedurende het betrokken kalenderjaar ingezamelde afgedankte matrassen. ]1

  
Art. 2.4.68. [1 Au sens de la présente section, on entend par :
   1° " taux de collecte " : le pourcentage obtenu en divisant le poids total des déchets de matelas collectés par le poids total des matelas neufs mis sur le marché durant l'année calendrier concernée ;
   2° " taux de recyclage " : le pourcentage obtenu en divisant le poids des déchets de matelas recyclés par le poids total des déchets de matelas collectés durant l'année calendrier concernée. ]1

  
Onderafdeling 2. [1 Terugnameplicht ]1
Sous-section 2. [1 Obligation de reprise ]1
Art. 2.4.69. [1 § 1. De producent neemt gratis de afgedankte matrassen terug die aan de distributeurs en de kleinhandelaars werden teruggegeven.
   Hij bouwt een gratis inzamelnetwerk uit met een voldoende groot aantal inzamelpunten die evenwichtig geografisch verspreid zijn over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
   § 2. In afwijking van artikel 2.2.3, zijn de kleinhandelaars in nieuwe matrassen die de consumenten op een zichtbare plaats in al hun verkooppunten duidelijk leesbare informatie verstrekken over de door de producenten ingerichte inzamelpunten, niet verplicht om de huishoudelijke afgedankte matrassen te aanvaarden.
   § 3. De producent neemt de huishoudelijke afgedankte matrassen die ingezameld worden door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen, gratis terug en laat ze in een hiertoe vergunde inrichting verwerken. ]1

  
Art. 2.4.69. [1 § 1er. Le producteur reprend gratuitement les déchets de matelas remis aux distributeurs et aux détaillants.
   Il met en place un réseau de collecte gratuite qui comporte un nombre suffisant de points de reprise répartis sur la Région de Bruxelles-Capitale de maniÚre géographiquement équilibrée.
   § 2. Par dérogation à l'article 2.2.3, les détaillants de matelas neufs qui affichent à un endroit visible de chacun de leurs points de vente un avis clairement lisible qui informe les consommateurs du réseau de points de collecte mis en place par les producteurs, ne sont pas tenus de reprendre les déchets de matelas ménagers.
   § 3. Le producteur reprend gratuitement et fait traiter à ses frais, dans une installation autorisée, les déchets de matelas ménagers et qui sont collectés par les personnes morales de droit public territorialement responsables de la gestion des déchets ménagers. ]1

  
Art. 2.4.70. [1 Uiterlijk vanaf 1 januari 2023 organiseren de publiekrechtelijke rechtspersonen de selectieve inzameling en de opslag van de afgedankte matrassen in aangepaste containers of andere middelen die geschikt zijn om ze te beschermen tegen slechte weersomstandigheden of om gezondheidsrisico's te vermijden. De matrassen worden droog ingezameld, opgeslagen en vervoerd. ]1
  
Art. 2.4.70. [1 A partir du 1er janvier 2023 au plus tard, les personnes morales de droit public organisent la collecte sélective et le stockage des déchets de matelas dans des conteneurs adaptés ou autres moyens appropriés en vue de les protéger des intempéries et d'éviter les risques sanitaires. Les matelas sont collectés, entreposés et transportés au sec. ]1
  
Art. 2.4.71. [1 Een onderneming met sociaal oogmerk kan vrijwillig, gratis en op eigen kosten de afgedankte matrassen aannemen die door de huishoudens worden aangeboden. ]1
  
Art. 2.4.71. [1 Une entreprise à finalité sociale peut reprendre gratuitement et à ses frais, de maniÚre volontaire, les déchets de matelas qui lui sont déposés par les ménages. ]1
  
Art. 2.4.72. [1 De inzameling van de afgedankte matrassen andere dan huishoudelijke gebeurt door de indiening ervan bij een inzamelaar, handelaar of makelaar van niet gevaarlijke afvalstoffen, of bij een inzamel- of verwerkingsinrichting.
   Voor de vrijwillige inzameling van huishoudelijke afgedankte matrassen en afgedankte matrassen andere dan huishoudelijke werkt de producent stimulerende maatregelen uit. ]1

  
Art. 2.4.72. [1 La collecte des déchets de matelas autres que ménagers est effectuée par leur remise à un collecteur, négociant ou courtier de déchets non dangereux, ou à une installation de collecte ou de traitement.
   Pour la collecte volontaire de déchets de matelas ménagers et de déchets de matelas autres que ménagers, le producteur développe des mesures incitatives ]1

  
Onderafdeling 3. [1 Verwerking ]1
Sous-section 3. [1 Traitement ]1
Art. 2.4.73. [1 De ingezamelde afgedankte matrassen worden verwerkt met toepassing van de beste beschikbare technieken voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. De producent waarborgt de recyclage of het hergebruik van de matrassen met het oog op het behalen van de doelstellingen beoogd in onderafdeling 5.
   Een verwijderingshandeling zoals bepaald in bijlage 1 van de ordonnantie afvalstoffen is niet toegestaan voor afgedankte matrassen. ]1

  
Art. 2.4.73. [1 Les déchets de matelas collectés sont traités en utilisant les meilleures techniques disponibles en termes de protection de la santé et de l'environnement. Le producteur garantit que les matelas sont recyclés ou réutilisés, dans le respect des taux visés à la sous-section 5.
   Une opération d'élimination conformément à l'annexe 1er de l'ordonnance déchets n'est pas autorisée pour les déchets de matelas. ]1

  
Onderafdeling 4. [1 Financiering ]1
Sous-section 4. [1 Financement ]1
Art. 2.4.74. [1 De producent is verantwoordelijk voor de financiering van de preventie, de inzameling en de verwerking van de ingezamelde afgedankte matrassen overeenkomstig deze titel.
   Hij draagt de kosten van de voorlichtingscampagnes ten behoeve van de consumenten die handelen over de preventie, de inzameling en de verwerking van de afgedankte matrassen.
   De producent betaalt de kosten voor het verstrekken van de voor het rapport zoals voorzien in artikel 2.4.80. noodzakelijke gegevens terug aan de inzamelaars, handelaars en makelaars. ]1

  
Art. 2.4.74. [1 Le producteur est responsable du financement de la prévention, de la collecte et du traitement de tous les déchets de matelas collectés conformément au présent titre.
   Il prend en charge les coûts des campagnes d'information des consommateurs concernant la prévention, la collecte et le traitement des déchets de matelas.
   Le producteur rembourse aux collecteurs, négociants et courtiers les frais de fourniture des données nécessaires au rapportage visé à l'article 2.4.80 ]1

  
Art. 2.4.75. [1 Wanneer de huishoudelijke afgedankte matrassen die selectief worden ingezameld via het netwerk van overheidsinfrastructuren, worden verwerkt in het kader van een openbare aanbesteding gegund door de voor het beheer van het huishoudelijke afval verantwoordelijke publiekrechtelijke rechtspersonen, betaalt de producent de reële en volledige kosten van het afvalbeheer die voortvloeien uit deze aanbesteding terug, met inbegrip van de kosten van het administratief beheer, volgens de procedures die met deze publiekrechtelijke rechtspersonen zijn overeengekomen.
   Te dien einde sluit de producent een overeenkomst met de bovenvermelde publiekrechtelijke rechtspersonen binnen de 3 maanden na inwerkingtreding van huidige artikel.
   De overeenkomst regelt minstens de voorwaarden van inzameling en verwerking van de huishoudelijke afgedankte matrassen en het bedrag van de vergoedingen. ]1

  
Art. 2.4.75. [1 Lorsque les déchets de matelas ménagers, qui sont collectés sélectivement au moyen du réseau d'infrastructures publiques, sont traités dans le cadre d'un marché public passé par les personnes morales de droit public territorialement responsables de la gestion des déchets ménagers, le producteur rembourse le coût réel et complet de gestion des déchets résultant dudit marché, frais de gestion administrative inclus, selon les modalités convenues avec lesdites personnes morales de droit public.
   A cette fin, le producteur conclut une convention avec les personnes morales de droit public susmentionnées dans les 3 mois à dater de l'entrée en vigueur du présent article.
   La convention rÚgle au minimum les modalités de collecte et de traitement des déchets de matelas ménagers et le montant des indemnités.]1

  
Art. 2.4.76. [1 De producent sluit, met de vertegenwoordiger(s) van de vennootschappen met sociaal oogmerk, een overeenkomst over de huishoudelijke matrassen die minstens de volgende punten regelt:
   1. de financiële compensatie die de producent toekent per teruggenomen matras. Deze compensatie bedraagt minstens evenveel als de compensatie die wordt toegekend aan de kleinhandelaars.
   2. de organisatie en de financiering van een jaarlijkse informatiecampagne voor de verschillende doelgroepen, met name de huishoudens, de kleinhandelaars en de professionele gebruikers ter bevordering van het hergebruik van de matrassen via de vennootschappen met sociaal oogmerk voor hergebruik.
   3. de organisatie van een jaarlijkse vergadering voor beoordeling, coördinatie en aanpassing van het systeem en van de maatregelen die werden getroffen ter voorbereiding van hergebruik.
   4. de organisatie en de financiering van de rapportering van de jaarlijkse prestaties van de vennootschappen met sociaal oogmerk voor de voorbereiding voor hergebruik.
   5. het ter beschikking stellen, op kosten van de producent, voor alle aanvoerpunten van de vennootschappen met sociaal oogmerk voor de voorbereiding voor hergebruik, van een voldoende grote container voor de opslag van niet-herbruikbare matrassen met het doel de inzameling mogelijk te maken door een inzamelaar, handelaar of makelaar die een overeenkomst heeft gesloten met de producent. ]1

  
Art. 2.4.76. [1 Le producteur conclut une convention avec le(s) représentant(s) des entreprises à finalité sociale portant sur les matelas ménagers et réglant au minimum les points suivants :
   1. la compensation financiÚre que le producteur octroie par matelas repris. Cette derniÚre est au moins égale à celle octroyée aux détaillants.
   2. l'organisation et le financement d'une campagne d'information annuelle vers les différents public-cibles, à savoir les ménages, les détaillants et les utilisateurs professionnels, en faveur du réemploi des matelas via les entreprises à finalité sociale de réemploi.
   3. l'organisation d'une réunion annuelle d'évaluation, de coordination et d'adaptation du systÚme et des mesures pris en faveur de la préparation en vue du réemploi.
   4. l'organisation et le financement du rapportage des performances annuelles des entreprises à finalité sociale de préparation en vue du réemploi.
   5. la mise à disposition au frais du producteur pour l'ensemble des points d'apport des entreprises à finalité sociale de préparation en vue du réemploi d'un conteneur d'une taille suffisante au stockage des matelas non-réemployables afin de faciliter la collecte par un collecteur, négociant ou courtier ayant conclu une convention avec le producteur. ]1

  
Art. 2.4.77. [1 De producent legt de in artikelen 2.4.75 en 2.4.76 bedoelde overeenkomsten, evenals alle wijzigingen ervan, vooraf ter goedkeuring voor aan Leefmilieu Brussel. ]1
  
Art. 2.4.77. [1 Le producteur soumet les conventions visées aux articles 2.4.75 et 2.4.76 pour approbation préalable à Bruxelles Environnement ainsi que toute modification de celles-ci. ]1
  
Onderafdeling 5. [1 Doelstellingen]1
Sous-section 5. [1 Taux]1
Art. 2.4.78. [1 § 1. De producent behaalt een gecumuleerd inzamelingspercentage van minimaal:
   1° 50 % op 1 januari 2023,
   2° 65 % op 1 januari 2025,
   3° 80 % op 1 januari 2030.
   § 2. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden eveneens de volgende doelstellingen behaald:
   1° een gewicht van 0,60 kg/inwoner op 1 januari 2023,
   2° een gewicht van 0,70 kg/inwoner op 1 januari 2025,
   3° een gewicht van 0,80 kg/inwoner op 1 januari 2030. ]1

  
Art. 2.4.78. [1 § 1er. Le producteur atteint un taux minimum global de collecte de :
   1° 50 % au 1er janvier 2023,
   2° 65 % au 1er janvier 2025,
   3° 80 % au 1er janvier 2030.
   § 2. En Région de Bruxelles-Capitale, les objectifs suivants sont également atteints :
   1° un poids de 0,60 kg/habitant au 1er janvier 2023,
   2° un poids de 0,70 kg/habitant au 1er janvier 2025,
   3° un poids de 0,80 kg/habitant au 1er janvier 2030. ]1

  
Art. 2.4.79. [1 § 1. Voor de verwerking worden de volgende hergebruiks- en recyclagedoelstellingen behaald voor de ingezamelde hoeveelheden:
   1° 35 % op 1 januari 2023,
   2° 50 % op 1 januari 2025,
   3° 75 % op 1 januari 2030.
   § 2. Voor hergebruik worden de volgende doelstellingen behaald voor de ingezamelde hoeveelheden na voorbereiding voor hergebruik door de vennootschappen met sociaal oogmerk:
   1° 200 matrassen op 1 januari 2023,
   2° 300 matrassen op 1 januari 2025,
   3° 500 matrassen op 1 januari 2030. ]1

  
Art. 2.4.79. [1 1er. Pour le traitement des déchets de matelas, les taux minimums de recyclage suivants sont atteints pour les quantités collectées :
   1° 35 % au 1er janvier 2023,
   2° 50 % au 1er janvier 2025,
   3° 75 % au 1er janvier 2030.
   § 2. Les objectifs de réemploi suite à la préparation en vue du réemploi par entreprises à finalité sociale sont :
   1° 200 matelas au 1er janvier 2023,
   2° 300 matelas au 1er janvier 2025,
   3° 500 matelas au 1er janvier 2030. ]1

  
Onderafdeling 6. [1 Rapportage ]1
Sous-section 6. [1 Rapportage]1
Art. 2.4.80. [1 . Vóór 31 mei van ieder jaar bezorgt de producent Leefmilieu Brussel, overeenkomstig artikel 2.2.12 en voor het verstreken kalenderjaar, de volgende informatie:
   1° de in kilogram en in eenheden uitgedrukte totale hoeveelheid matrassen die in de handel werden gebracht;
   2° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid afgedankte matrassen, ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in België, per inzamelkanaal, met onderscheid tussen huishoudelijke en andere dan huishoudelijke matrassen;
   3° de inrichtingen waar de ingezamelde afgedankte matrassen zijn verwerkt, de omschrijving van de verwerkingswijze en het percentage afvalstoffen dat verwijderd wordt na die verwerkingen;
   4° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid afgedankte matrassen die:
   a. werden voorbereid met het oog op hergebruik;
   b. gerecycleerd werden;
   c. energetisch gevaloriseerd werden;
   5° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid materialen afkomstig van de verwerking afgedankte matrassen die:
   a. gerecycleerd werden;
   b. energetisch gevaloriseerd werden;
   c. verwijderd werden;
   6° de nodige gegevens voor de beoordeling van de preventieacties en de berekening van de resultatenindicatoren;
   7° indien een beroep wordt gedaan op een erkend organisme of een beheersorganisme, de aan dit organisme betaalde bijdragen, met de berekeningsmodaliteiten en de ledenlijst van het organisme;
   8° de lijst van studies, pilootprojecten en andere initiatieven die werden genomen, evenals de lijst van belanghebbenden en de bedragen. ]1

  
Art. [1 Le producteur fournit à Bruxelles Environnement avant le 31 mai de chaque année, conformément à l'article 2.2.12 et en ce qui concerne l'année civile écoulée :
   1° la quantité totale, exprimée en kilogramme et en unités, des matelas mis sur le marché ;
   2° la quantité totale, exprimée en kilogramme, des déchets de matelas collectés en Région de Bruxelles-Capitale et en Belgique, par canal de collecte, avec une distinction entre les matelas ménagers et autres que ménagers ;
   3° les installations dans lesquelles les déchets de matelas collectés ont été traités, la description de leur mode de traitement et le taux de déchets éliminés à l'issue de ces traitements ;
   4° la quantité totale, exprimée en kilogramme, des déchets de matelas qui :
   a. ont été préparés en vue du réemploi ;
   b. ont été recyclés ;
   c. ont été valorisés énergétiquement ;
   5° la quantité totale, exprimée en kilogramme, des matériaux provenant du traitement des déchets de matelas qui :
   a. ont été recyclés ;
   b. ont été valorisés énergétiquement ;
   c. ont été éliminés ;
   6° les données nécessaires à l'évaluation des actions de prévention et au calcul des indicateurs de résultats ;
   7° en cas de délégation à un organisme agréé ou à un organisme de gestion, les cotisations versées à cet organisme, avec les modalités de calcul et la liste des membres adhérents à l'organisme ;
   8° la liste des études, projets pilotes et autres initiatives prises ainsi que la liste des parties prenantes et des montants. ]1

  
Onderafdeling 7. [1 Preventie]1
Sous-section 7. [1 Prévention]1
Art. 2.4.81. [1 § 1. De producent stelt een preventieplan op, dat hij uitvoert, dat erop gericht is de hoeveelheid afval te verminderen en de recyclage van afgedankte matrassen te vergemakkelijken via, in het bijzonder, het principe van de eco-modulatie, om de producenten van matrassen aan te moedigen om alternatieven te zoeken voor de assemblage en de samenstelling van de matrassen, met het doel matrassen op de markt te brengen die gemakkelijker te ontmantelen en te recycleren zijn.
   § 2. De producent informeert de huishoudens en de professionele gebruikers van de voordelen en de mogelijkheden om dergelijke matrassen aan te schaffen.
   § 3. De producent beoordeelt zijn acties elk jaar en informeert Leefmilieu Brussel hierover samen met de rapportage zoals bedoeld in artikel 2.4.80. ]1

  
Art. 2.4.81. [1 § 1er. Le producteur établit et met en oeuvre un plan de prévention visant à diminuer les quantités de déchets et à faciliter le recyclage des déchets de matelas à travers notamment le principe d'éco-modulation, afin d'inciter les producteurs de matelas à rechercher des alternatives pour l'assemblage et la composition des matelas, en vue de mettre sur le marché des matelas dont le désassemblage et le recyclage sont facilités.
   § 2. Le producteur informe les ménages et les utilisateurs professionnels des avantages et des possibilités d'acquérir de tels matelas.
   § 3. Le producteur Ă©value annuellement son action et en informe Bruxelles Environnement en mĂȘme temps avec le rapportage visĂ© Ă  l'article 2.4.80. ]1

  
Onderafdeling 8. [1 Sensibilisering van de gebruikers en de operatoren ]1
Sous-section 8. [1 Information des utilisateurs et des opérateurs ]1
Art. 2.4.82. [1 § 1. Vanaf uiterlijk 1 januari 2023 verzekert de producent dat de consumenten en de professionele gebruikers, in het bijzonder door middel van voorlichtingscampagnes, volledig ingelicht worden:
   1° over de inzameling- en recyclagesystemen die hen ter beschikking gesteld worden;
   2° over hun rol bij de inzameling en de verwerking van afgedankte matrassen.
   § 2. De producent ziet toe op de doeltreffendheid en de veiligheid van de inzameling en verwerking van afgedankte matrassen, met name via sensibiliseringsacties ten behoeve van de inzameling- en verwerkingsoperatoren. ]1

  
Art. 2.4.82. [1 § 1er. A partir du 1er janvier 2023 au plus tard, le producteur veille, notamment par des campagnes d'information, à ce que les consommateurs et les utilisateurs professionnels soient parfaitement informés :
   1° des systÚmes de collecte et de recyclage mis à leur disposition ;
   2° du rÎle qu'ils ont à jouer dans la collecte et le traitement des déchets de matelas.
   § 2. Le producteur veille à l'efficacité et la sécurité de la collecte et du traitement des déchets de matelas, notamment par des actions de sensibilisation vis-à-vis des opérateurs de collecte et de traitement. ]1

  
TITEL III. - Bepalingen betreffende afvalbeheeroperaties en -operatoren
TITRE III. - Dispositions relatives aux opérations et aux opérateurs de gestion de déchets
HOOFDSTUK 1. - Registratie, erkenning en milieuvergunning gebonden aan afvalbeheeroperaties
CHAPITRE 1er. - Enregistrement, agrément et permis d'environnement liés aux opérations de gestion de déchets
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art. 3.1.1. [1 Registratie
   § 1. Laat zich registreren volgens de voorwaarden van de ordonnantie milieuvergunningen en de voorwaarden van de huidige titel, de persoon die activiteiten uitoefent als:
   1° vervoerder van afvalstoffen, met uitzondering van:
   a) de afvalstoffenproducent die zijn eigen afvalstoffen vervoert naar een inzamelinrichting zoals omschreven in artikel 3.5.15. of;
   b) de afvalstoffenproducent die zijn eigen afvalstoffen vervoert voor zover de hoeveelheid niet groter is dan 500 kg;
   2° inzamelaar, handelaar of makelaar van niet gevaarlijke afvalstoffen.
   § 2. Is niet onderworpen aan de registratie voor de inzamelactiviteit die plaats vindt op zijn site:
   1° de houder van een milieuvergunning voor een inzamel- en/of een verwerkingsinrichting van niet gevaarlijke afvalstoffen;
   2° de uitbater van een inzamelinrichting vallend onder artikel 3.5.15 ]1
.
  
Art. 3.1.1. [1 Enregistrement
   § 1er. Se fait enregistrer conformément aux dispositions prévues dans l'ordonnance permis d'environnement et aux conditions prévues dans le présent titre, la personne effectuant des activités de :
   1° transporteur de déchets, à l'exception :
   a) du producteur de déchets qui transporte ses propres déchets vers une installation de collecte visée à l'article 3.5.15. ou ;
   b) du producteur de déchets qui transporte ses propres déchets dont la quantité ne dépasse pas 500 kg ;
   2° collecteur, négociant ou courtier de déchets non dangereux.
   § 2. N'est pas soumis à un enregistrement pour les activités de collecte ayant lieu sur son site :
   1° le titulaire d'un permis d'environnement pour une installation de collecte et/ou de traitement de déchets non dangereux ;
   2° l'exploitant d'une installation de collecte visée à l'article 3.5.15 ]1
.
  
Art. 3.1.2. [1 Erkenning
   § 1. Laat zich erkennen volgens de voorwaarden van de ordonnantie milieuvergunningen en de voorwaarden van de huidige titel, de natuurlijke of rechtspersoon die activiteiten uitoefent als inzamelaar, handelaar of makelaar van gevaarlijke afvalstoffen.
   § 2. Is niet onderworpen aan de erkenning voor de inzamelactiviteit die plaats vindt op zijn site:
   1° de houder van een milieuvergunning voor een inzamel- en/of een verwerkingsinrichting van gevaarlijke afvalstoffen;
   2° de uitbater van een inzamelinrichting vallend onder artikel 3.5.15 ]1
.
  
Art. 3.1.2. [1 Agrément
   § 1er. Se fait agréer conformément aux dispositions prévues dans l'ordonnance permis d'environnement et aux conditions prévues dans le présent titre, la personne physique ou morale effectuant des activités de collecteur, négociant ou courtier de déchets dangereux.
   § 2. N'est pas soumis à l'agrément pour l'activité de collecte ayant lieu sur son site :
   1° le titulaire d'un permis d'environnement pour une installation de collecte et/ou de traitement de déchets dangereux ;
   2° l'exploitant d'une installation de collecte visée à l'article 3.5.15 ]1
.
  
Afdeling 2. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de registratie-, erkenning- en milieuvergunningsaanvraagprocedures
Section 2. - Dispositions communes aux procédures d'enregistrement, d'agrément et de demande de permis d'environnement
Art. 3.1.3. Uitgezonderd de vervoerders, voldoet de aanvrager van een registratie, erkenning of milieuvergunning, vermeld in titel III, aan volgende voorwaarden:
  1° de rechtspersoon:
  - is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
  - is ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen of in het handels- of beroepsregister volgens de eisen van het land waar hij gevestigd is;
  - telt onder zijn bestuurders, zaakvoerders [1 personen die de vennootschap kunnen verbinden of verantwoordelijken voor het afvalstoffenbeheer]1 enkel personen die niet ontzet zijn uit hun burgerlijke of politieke rechten;
  - telt onder zijn bestuurders, zaakvoerder(s) [1 , personen die de vennootschap kunnen verbinden of verantwoordelijken voor het afvalstoffenbeheer ]1 enkel personen die in de laatste tien jaar niet, bij een definitief vonnis of arrest, veroordeeld zijn voor een misdrijf dat door zijn aard hun beroepsmoraal aantast;
  2° de natuurlijke persoon:
  - is onderdaan van een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
  - is ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen of in het handels- of beroepsregister volgens de eisen van het land waar hij gevestigd is;
  - is niet ontzet uit zijn burgerlijke of politieke rechten;
  - is in de laatste tien jaar niet, bij een definitief vonnis of arrest, veroordeeld voor een misdrijf dat door zijn aard zijn beroepsmoraal aantast.
  
Art. 3.1.3. A l'exception des transporteurs, le demandeur d'un enregistrement, agrément ou permis d'environnement visés au titre III, remplit les conditions suivantes:
  1° la personne morale :
  - est établie conformément à la législation d'un Etat membre de l'Espace économique européen ;
  - est inscrite Ă  la Banque Carrefour des Entreprises, au registre du commerce ou au registre des mĂ©tiers, conformĂ©ment aux exigences formulĂ©es par le pays oĂč elle est Ă©tablie ;
  - ne compte, parmi ses dirigeants, gérants [1 , personnes habilitées à engager la société ou responsables pour la gestion de déchets]1, que des personnes n'ayant pas été déchues de leurs droits civils ou politiques ;
  - ne compte, parmi ses dirigeants, gĂ©rants [1 , personnes habilitĂ©es Ă  engager la sociĂ©tĂ© ou responsables pour la gestion de dĂ©chets ]1, que des personnes n'ayant pas, pendant les dix derniĂšres annĂ©es, Ă©tĂ© condamnĂ©es, par un jugement ou un arrĂȘt dĂ©finitif, pour un dĂ©lit qui, par sa nature, porte atteinte Ă  sa moralitĂ© professionnelle ;
  2° la personne physique :
  - est ressortissante d'un Etat membre de l'Espace économique européen ;
  - est inscrite Ă  la Banque Carrefour des Entreprises, au registre du commerce ou au registre des mĂ©tiers, conformĂ©ment aux exigences formulĂ©es par le pays oĂč elle est Ă©tablie ;
  - n'est pas déchue de ses droits civils ou politiques ;
  - pendant les dix derniĂšres annĂ©es, n'a pas Ă©tĂ© condamnĂ©e, par un jugement ou un arrĂȘt dĂ©finitif, pour un dĂ©lit qui, par sa nature, porte atteinte Ă  sa moralitĂ© professionnelle.
  
Art. 3.1.4. [1 § 1. De registratie- en de erkenningsaanvraag gebeurt met behulp van het formulier dat Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt. De minimale inhoud van het formulier is vastgelegd in bijlage 6, 7 en 8 van dit besluit.
   § 2. De aanvrager van een milieuvergunning voor een inzamel- en/of verwerkingsinrichting of de verlenging ervan, voegt aan de aanvraag het bijkomend formulier toe dat Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt. De minimale inhoud van het formulier is vastgelegd in bijlage 9 van dit besluit.
   § 3. Leefmilieu Brussel heeft het recht om tijdens het onderzoek van de aanvraag aanvullende informatie met betrekking tot het project te vragen.
   § 4. Leefmilieu Brussel kan deze formulieren aanpassen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang of aan wijzigingen in de Europese regelgeving ]1
.
  
Art. 3.1.4. [1 § 1er. La demande d'enregistrement et d'agrĂ©ment s'effectuent Ă  l'aide d'un formulaire que Bruxelles Environnement met Ă  disposition. Le contenu minimal du formulaire est prĂ©cisĂ© aux annexes 6, 7 et 8 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
   § 2. Le demandeur d'un permis d'environnement ou de sa prolongation pour une installation de collecte et/ou de traitement de dĂ©chets, joint Ă  sa demande le formulaire complĂ©mentaire mis Ă  disposition par Bruxelles Environnement. Le contenu minimal du formulaire est prĂ©cisĂ© Ă  l'annexe 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
   § 3. Bruxelles Environnement est en droit de demander, en cours d'instruction de la demande, toute information complémentaire relative au projet.
   § 4. Bruxelles Environnement peut adapter ces formulaires aux progrÚs techniques et scientifiques ou aux modifications de la réglementation européenne ]1
.
  
Art. 3.1.5. § 1 Het Instituut analyseert of de aanvrager van de registratie, erkenning of milieuvergunning voldoet aan de opgelegde voorwaarden om een registratie, een erkenning of een milieuvergunning te verkrijgen.
  § 2. Het Instituut stelt aan het publiek ter beschikking:
  - een lijst met de geregistreerde en erkende vervoerders, inzamelaars, handelaars en makelaars;
  - een lijst met de geschorste en ingetrokken registraties en erkenningen van vervoerders, inzamelaars, handelaars en makelaars;
  [1 een lijst met vergunde inzamel- en verwerkingsinrichtingen van afvalstoffen;
   - een lijst met bedrijven erkend volgens artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1069/2009]1
;
  [2 - een lijst met de geregistreerde uitbaters van brekers en de vergunde brekers voor de productie van gerecycleerde granulaten conform hoofdstuk 8, titel IV;
   - een lijst met de geregistreerde beheerorganisaties conform hoofdstukken 8 en 9, titel IV]2
.
  
Art. 3.1.5. § 1er. L'Institut évalue si le demandeur de l'enregistrement, de l'agrément ou du permis d'environnement satisfait aux conditions exigées pour l'obtention d'un enregistrement, d'un agrément ou d'un permis d'environnement.
  § 2. L'Institut met à disposition du public :
  - une liste des transporteurs, collecteurs, négociants et courtiers enregistrés et agréés ;
  - une liste des enregistrements et agréments comme transporteurs, collecteurs, négociants et courtiers ayant fait l'objet d'une suspension ou d'un retrait ;
  [1 - une liste des installations de collecte et de traitement de déchets autorisées ;
   - une liste des entreprises agréées conformément à l'article 24 du RÚglement (CE) N° 1069/2009]1
;
  [2 - une liste des exploitants enregistrés de concasseurs et des concasseurs autorisés pour la production de granulats recyclés conformément au chapitre 8 du titre IV ;
   - une liste des organismes de gestion enregistrés conformément aux chapitres 8 et 9 du titre IV]2
.
  
Art. 3.1.6. Het Instituut kan, in het kader van het onderzoek, de voorlegging eisen van aanvullende gegevens en/of documenten waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de opgelegde voorwaarden om een registratie of een erkenning te verkrijgen. De aanvrager is ertoe gehouden deze aanvullende gegevens en/of documenten te verstrekken.
Art. 3.1.6. Dans le cadre de l'examen, l'Institut peut exiger la production de donnĂ©es et/ou documents complĂ©mentaires d'oĂč il ressort que le demandeur satisfait aux conditions exigĂ©es pour l'obtention d'un enregistrement ou d'un agrĂ©ment. Le demandeur est tenu de fournir ces donnĂ©es et/ou documents complĂ©mentaires.
HOOFDSTUK 2. - Vervoerder, vervoer en overbrenging van afvalstoffen
CHAPITRE 2. - Transporteur, transport et transfert de déchets
Afdeling 1. - Vervoerder
Section 1re. - Transporteur
Onderafdeling 1. - Registratie van rechtswege
Sous-section 1re. - Enregistrement de plein droit
Art. 3.2.1. [1 § 1.De vervoerder die in één van de Belgische gewesten of in een ander land dat een lidstaat is van de Economische Europese Ruimte, erkend of geregistreerd is krachtens artikel 26 van de richtlijn 2008/98/EG of artikel 23 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009 wordt van rechtswege geregistreerd als vervoerder voor de afvalstoffen die in de oorspronkelijke erkenning of registratie voorkomen ]1
   § 2. Wordt van rechtswege geregistreerd als vervoerder, voor het vervoer van afvalstoffen die ontstaan zijn in het kader van zijn activiteit:
   1. de bodemsaneringsaannemer, geregistreerd volgens de ordonnantie bodem;
   2. de koeltechnicus, geregistreerd volgens het besluit van 22 maart 2012 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering inzake de bepaling van de minimumopleidingseisen voor koeltechnici en de registratie van koeltechnische bedrijven en de erkenning van de examencentra;
   3. de verwarmingsinstallateur, geregistreerd volgens het besluit van 3 juni 2010 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de voor de verwarmingssystemen van gebouwen geldende EPB-eisen bij hun installatie en tijdens hun uitbatingperiode.
  
Art. 3.2.1. [1 Le transporteur agréé ou enregistré dans l'une des Régions de l'Etat belge ou dans un autre pays membre de l'Espace économique européen en vertu de l'article 26 de la directive 2008/98/CE ou l'article 23 du RÚglement (CE) N° 1069/2009 est enregistré de plein droit comme transporteur pour les déchets qui font l'objet de leur agrément ou enregistrement d'origine.]1
  § 2. Est enregistré de plein droit comme transporteur, pour le transport de déchets produits dans le cadre de son activité :
   1. l'entrepreneur en assainissement du sol enregistré conformément à l'ordonnance sol ;
   2. le technicien frigoriste, enregistrĂ© conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© du 22 mars 2012 du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale relatif Ă  la fixation des exigences de qualification minimale des techniciens frigoristes et Ă  l'enregistrement des entreprises en technique du froid et Ă  l'agrĂ©ment des centres d'examen ;
   3. l'installateur de chauffage enregistrĂ© conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© du 3 juin 2010 du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale relatif aux exigences PEB applicables aux systĂšmes de chauffage pour le bĂątiment lors de leur installation et pendant leur exploitation.
  
Onderafdeling 2. - Algemene voorwaarden voor de uitoefening van de activiteit
Sous-section 2. - Conditions générales pour l'exercice de l'activité
Art. 3.2.2. De vervoerder zorgt ervoor dat al het personeel voldoende bekwaam is en over voldoende informatie beschikt om de taken verbonden aan het vervoer van afvalstoffen uit te voeren.
Art. 3.2.2. Le transporteur veille à ce que le personnel soit suffisamment qualifié et dispose d'une information suffisante pour exécuter les tùches liées au transport de déchets.
Art. 3.2.3. De vervoerder werkt in opdracht van een geregistreerde of erkende inzamelaar, handelaar of makelaar of van de afvalstoffenhouder. De bestemming wordt bepaald door de opdrachtgever voor het vervoer.
Art. 3.2.3. Le transporteur travaille pour le compte d'un collecteur, négociant ou courtier enregistré ou agréé, ou du détenteur de déchets. La destination est déterminée par le donneur d'ordre du transport.
Art. 3.2.4. De vervoerder brengt het Instituut onmiddellijk op de hoogte van elke verandering van één van de elementen in het dossier betreffende zijn registratie, onder meer:
  - vervoerde afvalstoffen;
  - naam en adres van de vervoerder.
Art. 3.2.4. Le transporteur informe sans délai l'Institut de toute modification intervenant au niveau de l'un des éléments du dossier relatif à son enregistrement, notamment :
  - les déchets transportés ;
  - le nom et l'adresse du transporteur.
Art. 3.2.5. Elke vijf jaar, ten laatste op de verjaardag van de registratie, meldt de vervoerder aan het Instituut of hij de activiteit wil voortzetten. Indien de vervoerder niet gemeld heeft dat hij de activiteit wil voortzetten, of indien hij meldt dat hij zijn activiteiten wil stopzetten, wordt de registratie geschorst of ingetrokken.
Art. 3.2.5. Tous les cinq ans, au plus tard à la date anniversaire de l'enregistrement, le transporteur signale à l'Institut s'il souhaite poursuivre son activité de transport. Si le transporteur n'a pas signalé qu'il souhaite poursuivre l'activité, ou s'il signale qu'il souhaite cesser ses activités, l'enregistrement est suspendu ou retiré.
Art. 3.2.6. De vervoerder komt de voorwaarden van de ordonnantie afvalstoffen en haar uitvoeringsbesluiten en de bijzondere voorwaarden betreffende de uitoefening van zijn activiteit na, gedurende de volledige geldigheidsduur van zijn registratie.
Art. 3.2.6. Le transporteur respecte pendant toute la durĂ©e de validitĂ© de son enregistrement, les dispositions de l'ordonnance dĂ©chets et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution et les conditions particuliĂšres relatives Ă  l'exercice de son activitĂ©.
Afdeling 2. - Vervoer
Section 2. - Transport
Art. 3.2.7. § 1. De opdrachtgever voor het vervoer, vervoert de afvalstoffen naar een toegelaten bestemming of zorgt ervoor dat de afvalstoffen naar een toegelaten bestemming worden vervoerd.
  Onder opdrachtgever voor het vervoer wordt verstaan:
  1. elke houder van afvalstoffen andere dan huishoudelijke die zijn afvalstoffen vervoert of die beroep doet op een vervoerder;
  2. elke inzamelaar, handelaar en makelaar.
  § 2. De afvalstoffen worden zodanig verpakt dat verlies van inhoud onmogelijk is en zodanig vervoerd dat elk risico voor het leefmilieu en de gezondheid of de veiligheid van de bevolking en elke verontreiniging als gevolg van het vervoer uitgesloten is.
  § 3. De vervoersmiddelen en de recipiënten voldoen aan volgende voorwaarden:
  1. ze zijn technisch geschikt voor de afvalstoffen die worden vervoerd en beschikken, indien nodig, over de nodige keuringsattesten en certificaten;
  2. ze worden in goede staat van werking gehouden;
  3. ze worden op gepaste wijze in- en uitwendig gereinigd om vermenging van verschillende soorten afvalstoffen te vermijden.
  § 4. De aangeboden gesorteerde afvalstromen zoals vermeld in artikel 3.7.1 worden gescheiden vervoerd.
  § 5. De opdrachtgever voor het vervoer en de vervoerder controleren de zichtbare conformiteit van de afvalstoffen en hun verpakking.
  § 6. De opdrachtgever voor het vervoer schat de risico's van een incident in die, tijdens het vervoer, gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid van de mens en nadelige gevolgen hebben voor het milieu en stelt een lijst op van te nemen maatregelen in het geval van een incident.
  § 7. Bij een incident worden onmiddellijk efficiënte maatregelen genomen om de risico's op hinder voor de gezondheid van de mens en voor het milieu te voorkomen en te beperken.
Art. 3.2.7. § 1er. Le donneur d'ordre pour le transport, transporte ou fait transporter les déchets jusqu'à une destination autorisée.
  Par donneur d'ordre pour le transport, on entend :
  1. tout détenteur de déchets autre que ménagers qui transporte ses déchets ou qui fait appel à un transporteur ;
  2. tout collecteur, négociant et courtier.
  § 2. Les déchets sont emballés de telle maniÚre que toute perte de contenu soit impossible et transportés de telle maniÚre que tout risque pour l'environnement et la santé ou la sécurité de la population et toute pollution résultant du transport soient exclus.
  § 3. Les moyens de transport et les récipients satisfont aux conditions suivantes :
  1. ils conviennent techniquement pour contenir les déchets transportés et sont, le cas échéant, munis des attestations et certificats de contrÎle nécessaires ;
  2. ils sont maintenus en bon état de fonctionnement ;
  3. ils sont nettoyés de maniÚre appropriée, à l'intérieur comme à l'extérieur, afin d'éviter tout mélange de types de déchets différents.
  § 4. Les flux de déchets visé à l'article 3.7.1 ayant fait l'objet d'un tri sont transportés séparément.
  § 5. Le donneur d'ordre pour le transport et le transporteur contrÎlent la conformité visuelle des déchets et leur conditionnement.
  § 6. Le donneur d'ordre pour le transport évalue les risques d'incident qui pourraient, durant le transport, mettre en danger la santé humaine et nuire à l'environnement et établit une liste de mesures à mettre en oeuvre en cas d'incident.
  § 7. En cas d'incident, des mesures efficaces sont prises immĂ©diatement pour prĂ©venir et limiter les risques de nuisances pouvant ĂȘtre causĂ©es Ă  la santĂ© humaine et Ă  l'environnement.
Art. 3.2.8. Verzekering voor het vervoer en de ophaling van gevaarlijke afvalstoffen
  § 1. Elke inzamelaar, handelaar en makelaar van gevaarlijke afvalstoffen is in het bezit van een geldig verzekeringscontract van het type burgerlijke aansprakelijkheid uitbating dat uitdrukkelijk het vervoer en de ophaling van gevaarlijke afvalstoffen beoogt.
  § 2. Het verzekeringscontract dekt de buitencontractuele burgerlijke aansprakelijkheid voor schade die veroorzaakt wordt aan derden door een ongeval dat zich heeft voorgedaan naar aanleiding van of door de uitoefening van deze activiteiten.
  Het verzekeringscontract dekt minstens de volgende schades :
  1. de lichamelijke schade met inbegrip van overlijden en de daaruit voortkomende immateriële schade;
  2. het verlies van of schade aan eigendom, met inbegrip van de daaruit voortkomende immateriële schade
  3. het inkomstenverlies dat rechtstreeks voortvloeit uit een economisch belang in het gebruik van het milieu, ten gevolge van een aantasting van het milieu, rekening houdend met besparingen en kosten en die het gevolg zijn van een aantasting van het milieu in kwestie;
  4. de kosten van maatregelen tot herstel van het aangetaste milieu, beperkt tot de kosten die effectief worden gemaakt of zullen worden gemaakt;
  5. de reddingskosten zoals bepaald door artikel 106 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen
  § 3. De hoogte van de dekking wordt zo bepaald dat het verzekeringscontract de schade dekt die veroorzaakt wordt aan derden door een ongeval dat zich heeft voorgedaan naar aanleiding van of door de uitoefening van deze activiteiten en respecteert minstens de volgende dekkingen:
  1. 2.500.000 EUR per schadegeval betreffende gevaarlijke afvalstoffen;
  2. 250.000 EUR per schadegeval betreffende gevaarlijke afvalstoffen waarvoor een terugnamesysteem bestaat in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van producten volgens de bepalingen van artikel 26 van de ordonnantie afvalstoffen.
  Wanneer de ingezette vervoersmiddelen een laadvermogen van minder dan 3,5 ton hebben, wordt de hoogte van de dekking in bovenstaande alinea gehalveerd.
  § 4. Het Instituut kan een afwijking op de hoogte van de dekking zoals vereist in paragraaf 3, alinea 1 toestaan op vraag van een natuurlijke of rechtspersoon, indien deze gespecialiseerd is in een categorie afvalstoffen.
  De naar behoren gemotiveerde afwijkingsaanvraag wordt ingediend bij het Instituut uiterlijk een maand voor het vervoer.
  § 5. Het verzekeringscontract bevat de volgende bepalingen:
  1. geen enkele nietigheid, exceptie, of verval tegen benadeelde derden zal worden ingeroepen;
  2. de activiteiten van de vervoerder zijn eveneens gedekt door deze verzekering;
  § 6. In het geval van vervoer over de weg moeten de gebruikte vervoersmiddelen voor het vervoer van gevaarlijke afvalstoffen verzekerd zijn conform de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen of de in het buitenland bestaande gelijkaardige wetgeving.
Art. 3.2.8. Assurance pour le transport et la collecte de déchets dangereux
  § 1er. Chaque collecteur, négociant ou courtier des déchets dangereux est en possession d'un contrat d'assurance valable de type responsabilité civile exploitation qui porte expressément sur le transport et la collecte des déchets dangereux.
  § 2. Le contrat d'assurance couvre la responsabilité civile extracontractuelle pour les dommages causés aux tiers par un accident qui s'est produit à l'occasion ou par l'exercice de ces activités.
  Le contrat d'assurance couvre au moins les dommages suivants :
  1. les dommages corporels y compris le décÚs et les dommages immatériels consécutifs ;
  2. la perte ou le dommage à un bien, y compris les dommages immatériels consécutifs;
  3. la perte de revenus dĂ©coulant directement d'un intĂ©rĂȘt Ă©conomique dans l'utilisation de l'environnement, suite Ă  une atteinte Ă  l'environnement, compte-tenu des Ă©conomies et des frais et qui sont la consĂ©quence d'une atteinte Ă  l'environnement en question ;
  4. les frais des mesures de restauration de l'environnement affecté, limités aux frais effectivement engagés ou qui seront engagés;
  5. les frais de sauvetage visés à l'article 106 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances.
  § 3. La hauteur de la couverture est déterminée de maniÚre à ce que le contrat d'assurance couvre les dégùts causés aux tiers par un accident s'étant produit à l'occasion de l'exercice de ces activités et respecte au minimum les montants suivants :
  1. 2.500.000 EUR par sinistre impliquant des déchets dangereux;
  2. 250.000 EUR par sinistre impliquant des déchets dangereux pour lesquels il existe un systÚme de reprise dans le cadre du régime de responsabilité élargie des producteurs de produits conformément aux dispositions de l'article 26 de l'ordonnance déchets.
  Lorsque les moyens de transport utilisés ont une capacité de chargement inférieure à 3,5 tonnes, la hauteur de la couverture visée à l'alinéa précédent, est réduite de moitié.
  § 4. A la demande d'une personne morale ou physique, l'Institut peut accorder une dérogation à la hauteur de la couverture exigée dans le paragraphe 3, alinéa 1er si cette personne est spécialisée dans une catégorie de déchets.
  La demande de dérogation, dûment motivée, est introduite à l'Institut au plus tard un mois avant le transport.
  § 5. Le contrat d'assurance prévoit les dispositions suivantes :
  1. aucune nullité, exception ni déchéance ne sera opposée aux tiers lésés ;
  2. les activités des transporteurs sont également couvertes par cette assurance ;
  § 6. Les moyens de transports utilisĂ©s pour le transport des dĂ©chets dangereux par la route devront ĂȘtre assurĂ©s conformĂ©ment Ă  la loi du 21 novembre 1989 relative Ă  l'assurance obligatoire de la responsabilitĂ© en matiĂšre de vĂ©hicules automoteurs ou aux lĂ©gislations Ă©trangĂšres couvrant le mĂȘme type de risque.
Afdeling 3. - Grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen
Section 3. - Transfert transfrontalier de déchets
Art. 3.2.9. Algemene bepalingen
  § 1. Deze bepalingen zijn van toepassing op de overbrenging van afvalstoffen onderworpen aan de bepalingen van de verordening (EG) nr. 1013/2006 en waarvoor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd is.
  § 2. Het Instituut wordt aangesteld als bevoegde overheid in de zin van artikel 53 van de verordening (EG) nr. 1013/2006.
Art. 3.2.9. Dispositions générales
  § 1er. Ces dispositions s'appliquent au transfert transfrontalier de déchets soumis aux dispositions du rÚglement (CE) n° 1013/2006 et pour lequel la Région de Bruxelles-Capitale est compétente.
  § 2. L'Institut est désigné comme autorité compétente au sens de l'article 53 du rÚglement (CE) n° 1013/2006.
Art. 3.2.10. Kennisgeving
  § 1. De administratieve kosten verbonden aan een kennisgeving zoals bepaald in artikel 29 van de verordening (EG) nr. 1013/2006 bedraagt 400 EUR ongeacht of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het gewest van verzending of bestemming is.
  Dit bedrag kan door het Instituut worden aangepast en wordt op haar website gepubliceerd.
  § 2. Het bedrag van de administratieve kosten wordt, vrij van alle bankonkosten, voorafgaand aan het indienen van een kennisgeving overgemaakt op de rekening van het Instituut, met vermelding van het kennisgevingnummer.
  § 3. Deze kennisgeving wordt gedaan door het indienen van onderstaande informatie en documenten:
  1. de aanvullende informatie en documentatie bedoeld in artikel 4.3 van de verordening (EG) nr. 1013/2006 zoals omschreven in punt 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12 en 13 van bijlage II, deel 3 van deze verordening;
  2. een afschrift van het contract tussen de kennisgever en de ontvanger, krachtens artikel 4.4 van de verordening (EG) nr. 1013/2006;
  3. de borgsom of gelijkwaardige verzekering, krachtens artikel 4.5 van de verordening (EG) nr. 1013/2006;
  4. het bewijs van betaling van de administratieve kosten zoals vermeld in paragraaf 1.
  § 4. Elke communicatie volgend uit de verplichtingen van de verordening (EG) nr. 1013/2006 gebeurt volgens de bepalingen van artikel 26 van deze verordening en kan door het Instituut nader worden omschreven.
  § 5. Het Instituut stelt aan het publiek een type-inhoud van het kennisgevingdossier ter beschikking.
Art. 3.2.10. Notification
  § 1er. Les frais administratifs liés à une notification prévue par l'article 29 du rÚglement (CE) n° 1013/2006 s'élÚvent à 400 EUR pour chaque notification, indépendamment du fait que la Région de Bruxelles-Capitale soit la région d'expédition ou de destination.
  Ce montant peut ĂȘtre adaptĂ© par l'Institut et est publiĂ© sur son site internet.
  § 2. Le montant des frais administratifs, libre de tous frais bancaires, doit ĂȘtre versĂ© sur le compte de l'Institut prĂ©alablement Ă  l'introduction de la notification, avec mention du numĂ©ro de notification.
  § 3. Cette notification est réalisée par l'introduction des informations et des documents prévus ci-dessous :
  1. les informations et documents supplémentaires visés à l'article 4.3 du rÚglement (CE) n° 1013/2006, décrits aux points 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12 et 13 de l'annexe II, section 3 dudit rÚglement ;
  2. une copie du contrat conclu entre le notifiant et le destinataire, en vertu de l'article 4.4. du rÚglement (CE) n° 1013/2006 ;
  3. la caution ou l'assurance similaire, en vertu de l'article 4.5 du rÚglement (CE) n° 1013/2006 ;
  4. la preuve du paiement des frais administratifs tel qu'indiqué au paragraphe 1er.
  § 4. Toute communication rĂ©sultant des obligations prĂ©vues par le rĂšglement (CE) n° 1013/2006 s'effectue conformĂ©ment aux dispositions de l'article 26 dudit rĂšglement et peut ĂȘtre dĂ©finie plus prĂ©cisĂ©ment par l'Institut.
  § 5. L'Institut met à disposition du public un contenu type du dossier de notification.
Art. 3.2.11. Borgsom
  § 1. Het bedrag van de borgsom of van de gelijkwaardige verzekering wordt bepaald door het Instituut, in overeenstemming met de bepalingen vermeld in artikel 6 van de Verordening (EG) nr. 1013/2006 tenzij anders bepaald volgens artikel 59 van deze verordening.
  § 2. De borgsom of gelijkwaardige verzekering wordt ten voordele van het Instituut ingesteld.
Art. 3.2.11. Caution
  § 1er. Le montant de la caution ou d'une assurance équivalente est déterminé par l'Institut conformément aux dispositions stipulées à l'article 6 du rÚglement (CE) n° 1013/2006, sauf dispositions contraires suivant l'article 59 dudit rÚglement.
  § 2. La caution ou l'assurance équivalente est constituée au profit de l'Institut.
HOOFDSTUK 3. - Inzamelaar, handelaar en makelaar van niet gevaarlijke afvalstoffen
CHAPITRE 3. - Collecteur, négociant et courtier de déchets non dangereux
Afdeling 1. - Registratieaanvraag
Section 1re. - Demande d'enregistrement
Art. 3.3.1. De aanvrager van een registratie als inzamelaar, handelaar en makelaar van niet gevaarlijke afvalstoffen, conform de bepalingen van huidige titel, voldoet aan de bepalingen van huidige afdeling.
Art. 3.3.1. Le demandeur de l'enregistrement en tant que collecteur, négociant et courtier de déchets non dangereux, conformément aux dispositions du présent titre, remplit les conditions de la présente section.
Art. 3.3.2. Vakbekwaamheid
  § 1. De inzamelaar, handelaar of makelaar duidt een persoon aan die beschikt over voldoende kennis van de afvalstoffenwetgeving en het afvalstoffenbeheer.
  Er is permanent een persoon ter beschikking die voldoet aan bovenvermelde voorwaarden.
  § 2. De kennis van de afvalstoffenwetgeving en het afvalstoffenbeheer wordt aangetoond met diploma's, certificaten of attesten van een opleiding waaruit de kennis van deze materie blijkt.
  Een afwijking hiervan kan toegestaan worden door het Instituut, indien de aanvrager of zijn afgevaardigde beschikt over het bewijs van gelijkwaardige beroepservaring. Elke aanvraag tot afwijking wordt in de aanvraag gemotiveerd.
  § 3. Het Instituut bepaalt de noodzakelijke elementen die de vormingen moeten omvatten om de nodige kennis van de afvalstoffenwetgeving en het afvalstoffenbeheer aan te tonen.
Art. 3.3.2. Formation professionnelle
  § 1er. Le collecteur, le négociant ou le courtier désigne une personne possédant une connaissance suffisante de la législation sur les déchets et de la gestion des déchets.
  Une personne répondant aux conditions précitées est disponible en permanence.
  § 2. La connaissance de la législation sur les déchets et de la gestion des déchets est attestée par la production de diplÎmes, certificats ou attestations de formation prouvant la connaissance de cette matiÚre.
  Une dĂ©rogation Ă  cette exigence peut ĂȘtre accordĂ©e par l'Institut, si le demandeur ou son dĂ©lĂ©guĂ© possĂšde la preuve d'une expĂ©rience professionnelle Ă©quivalente. Toute demande de dĂ©rogation est motivĂ©e dans la demande.
  § 3. L'Institut détermine les éléments essentiels que doivent contenir les formations permettant d'attester d'une connaissance suffisante de la législation sur les déchets et de la gestion des déchets.
Afdeling 2. - Algemene voorwaarden voor de uitoefening van de activiteit
Section 2. - Conditions générales pour l'exercice de l'activité
Art. 3.3.3. Kwaliteitbeheersysteem
  § 1. De inzamelaar, handelaar of makelaar beschikt over een kwaliteitbeheersysteem, gebaseerd op het principe van de zelfcontrole. Het is gedateerd en wordt regelmatig (minimaal één maal per jaar) bijgewerkt aan de actuele omstandigheden van de inrichting of activiteit.
  § 2. In elke vestiging die betrokken is bij de activiteit, is een exemplaar van dit kwaliteitbeheersysteem beschikbaar voor het personeel.
  De personeelsleden belast met het toezicht volgens de bepalingen van artikel 5 van het wetboek van inspectie kunnen het kwaliteitbeheersysteem op elk ogenblik opvragen en inkijken en opleggen om het aan te passen.
  § 3. Het kwaliteitbeheersysteem bevat minimaal de volgende elementen:
  - te respecteren voorwaarden opgelegd door de wetgeving en de erkenning of registratie;
  - een overzichtelijke en volledige handleiding met betrekking tot de uitoefening van de activiteit.
  § [1 4]1. Het Instituut stelt een lijst ter beschikking aan het publiek met de in het kwaliteitbeheersysteem op te nemen elementen.
  
Art. 3.3.3. SystÚme de gestion de la qualité
  § 1er. Le collecteur, le négociant ou le courtier dispose d'un systÚme de gestion de la qualité, basé sur le principe de l'autocontrÎle. Il est daté et est réguliÚrement mis à jour (au minimum une fois par an) au regard de la situation actuelle de l'installation ou de l'activité.
  § 2. Dans chaque exploitation concernée par l'activité, un exemplaire de ce systÚme de gestion de la qualité est mis à disposition du personnel.
  Les agents chargés de la surveillance suivant les dispositions de l'article 5 du code de l'inspection peuvent demander la production et la consultation du systÚme de gestion de la qualité, ainsi qu'en imposer la modification à tout moment.
  § 3. Le systÚme de gestion de la qualité comporte au minimum les éléments suivants :
  - les conditions à respecter, imposées par la législation et l'agrément ou l'enregistrement ;
  - un manuel clair et exhaustif relatif à l'exécution de l'activité.
  §[1 4.]1 L'Institut met à disposition du public une liste des éléments qui doivent figurer dans le systÚme de gestion de la qualité.
  
Art. 3.3.4. De inzamelaar, handelaar of makelaar beschikt steeds over voldoende en gekwalificeerd personeel om doeltreffend in te kunnen staan voor het toezicht op en de controle van de ingezamelde, verhandelde of gemakelde afvalstoffen.
  De inzamelaar, handelaar of makelaar stelt alles in het werk om het personeel voldoende op te leiden en dat het over voldoende informatie beschikt om de specifieke taken verbonden aan het afvalstoffenbeheer uit te voeren.
Art. 3.3.4. Le collecteur, le négociant ou le courtier dispose en permanence d'un personnel qualifié en nombre suffisant pour assurer efficacement la surveillance et le contrÎle des déchets dont il assure la collecte, le négoce ou le courtage.
  Le collecteur, le négociant ou le courtier met tout en oeuvre pour assurer la formation suffisante du personnel et pour qu'il dispose d'informations suffisantes pour exécuter les tùches spécifiques liées à la gestion des déchets.
Art. 3.3.5. § 1. De inzamelaar, handelaar of makelaar doet beroep op een overeenkomstig huidige titel geregistreerde vervoerder.
  § 2. Hij gaat na dat deze over de technische middelen en opgeleid personeel beschikt om die afvalstoffen te vervoeren in overeenstemming met de ordonnantie afvalstoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  § 3. Hij zorgt dat de recipiënten door hun kleur, logo, opschrift of een ander geschikt middel duidelijk identificeerbaar zijn op het ogenblik van de inzameling op de openbare weg.
Art. 3.3.5. § 1er. Le collecteur, le négociant ou le courtier fait appel à un transporteur enregistré conformément au présent titre.
  § 2. Il s'assure que ce dernier dispose des moyens techniques et du personnel formĂ© pour transporter ces dĂ©chets conformĂ©ment Ă  l'ordonnance dĂ©chets et Ă  ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution.
  § 3. Il veille également à ce que les récipients soient clairement identifiables par leur couleur, leur logo, la mention qu'ils portent ou tout autre moyen adapté au moment de la collecte sur la voie publique.
Art. 3.3.6. De inzamelaar, handelaar of makelaar, mag enkel de afvalstoffen inzamelen, verhandelen en makelen die vermeld zijn in zijn dossier.
Art. 3.3.6. Le collecteur, le négociant ou le courtier ne peut assurer la collecte, le négoce et le courtage que des déchets repris dans son dossier d'enregistrement.
Art. 3.3.7. De inzamelaar, handelaar of makelaar brengt het Instituut onmiddellijk op de hoogte van elke verandering van één van de elementen in het dossier betreffende zijn registratie, onder meer:
  - de afvalstoffen die hij inzamelt, verhandelt of makelt;
  - de persoon die werd aangeduid conform artikel 3.3.2, § 1;
  - de naam en het adres van de inzamelaar, handelaar of makelaar.
Art. 3.3.7. Le collecteur, le négociant ou le courtier informe sans délai l'Institut de toute modification intervenant au niveau de l'un des éléments du dossier relatif à son enregistrement, notamment :
  - les déchets pour lesquels il assure la collecte, le négoce ou le courtage ;
  - le personne désignée visée à l'article 3.3.2, § 1er ;
  - le nom et l'adresse du collecteur, négociant ou courtier.
Art. 3.3.8. Elke vijf jaar, ten laatste op de verjaardag van de registratie, meldt de inzamelaar, handelaar of makelaar of hij de activiteit wil voortzetten.
  Indien hij niet gemeld heeft dat hij de activiteit wil voortzetten, of indien hij meldt dat hij zijn activiteiten wil stopzetten, wordt de registratie geschorst of ingetrokken.
Art. 3.3.8. Tous les cinq ans, au plus tard à la date anniversaire de l'enregistrement, le collecteur, le négociant ou le courtier signale à l'Institut s'il souhaite poursuivre son activité.
  S'il n'a pas signalé qu'il souhaite poursuivre l'activité, ou s'il signale qu'il souhaite cesser ses activités, l'enregistrement est suspendu ou retiré.
Art. 3.3.9. De inzamelaar, handelaar of makelaar komt de voorwaarden van de ordonnantie afvalstoffen, evenals de bijzondere voorwaarden betreffende de uitoefening van zijn activiteit, na gedurende de volledige geldigheidsduur van zijn registratie.
Art. 3.3.9. Le collecteur, le nĂ©gociant ou le courtier respecte pendant toute la durĂ©e de validitĂ© de son enregistrement les conditions de l'ordonnance dĂ©chets et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution ainsi que les conditions particuliĂšres relatives Ă  l'exercice de son activitĂ©.
HOOFDSTUK 4. - Inzamelaar, handelaar en makelaar van gevaarlijke afvalstoffen
CHAPITRE 4. - Collecteur, négociant et courtier de déchets dangereux
Afdeling 1. - Erkenningsaanvraag
Section 1re. - Demande d'agrément
Art. 3.4.1. De aanvrager van een erkenning als inzamelaar, handelaar of makelaar van gevaarlijke afvalstoffen, conform de bepalingen van huidige titel, voldoet aan de bepalingen van huidige afdeling.
Art. 3.4.1. Le demandeur de l'agrément en tant que collecteur, négociant ou courtier de déchets dangereux, conformément aux dispositions du présent titre, remplit les conditions de la présente section.
Art. 3.4.2. Vakbekwaamheid
  § 1. De aanvrager is onderworpen aan de verplichtingen van artikel 3.3.2.
  § 2. De aanvrager duidt eveneens een persoon aan die beschikt over voldoende kennis van de eigenschappen en gevaren van de afvalstoffen, van de geschikte verpakking en de bijhorende veiligheidsvoorschriften inclusief tijdens het vervoer.
  Deze persoon is permanent ter beschikking.
  § 3. De kennis van de eigenschappen en gevaren van de afvalstoffen wordt aangetoond met een diploma van het hoger onderwijs of een ermee gelijkgesteld diploma (met inbegrip van buitenlandse diploma's die als gelijkwaardig erkend zijn) waaruit de kennis van deze materie blijkt.
  Een afwijking hiervan kan toegestaan worden door het Instituut, [1 ...]1 indien de aanvrager gespecialiseerd is in één enkele categorie afvalstoffen [1 of]1 indien de aanvrager of zijn afgevaardigde beschikt over het bewijs van gelijkwaardige beroepservaring. Elke afwijking wordt in de aanvraag gemotiveerd.
  
Art. 3.4.2. Formation professionnelle
  § 1er. Le demandeur est soumis aux obligations contenues dans l'article 3.3.2.
  § 2. Le demandeur désigne également une personne possédant une connaissance suffisante des caractéristiques et dangers des déchets, de l'emballage adéquat et des prescriptions de sécurité y afférentes, y compris lors du transport.
  Cette personne est disponible en permanence.
  § 3. La connaissance des caractéristiques et dangers des déchets est attestée par la production d'un diplÎme de l'enseignement supérieur ou d'un autre diplÎme y assimilé (en ce compris les diplÎmes étrangers reconnus équivalents) prouvant la connaissance de cette matiÚre.
  Une dĂ©rogation Ă  cette exigence peut ĂȘtre accordĂ©e par l'Institut, [1 ...]1si le demandeur est spĂ©cialisĂ© dans une seule catĂ©gorie de dĂ©chets [1 ou]1 si le demandeur ou son dĂ©lĂ©guĂ© possĂšde la preuve d'une expĂ©rience professionnelle Ă©quivalente. Toute demande de dĂ©rogation est motivĂ©e dans la demande.
  
Art. 3.4.3. Financiële capaciteit
  De aanvrager beschikt over voldoende financiële capaciteit om zijn activiteiten uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van de geldende wetgeving, onder meer de ordonnantie afvalstoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art. 3.4.3. Capacité financiÚre
  Le demandeur possĂšde la capacitĂ© financiĂšre suffisante pour effectuer ses activitĂ©s conformĂ©ment aux dispositions de la lĂ©gislation en vigueur, notamment de l'ordonnance dĂ©chets et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution.
Art. 3.4.4. De erkenning gebeurt voor een maximale termijn van tien jaar. De bevoegde overheid kan, bij een met redenen omklede beslissing, de erkenning voor een kortere periode toekennen.
Art. 3.4.4. L'agrément est octroyé pour une durée maximale de dix ans. L'autorité compétente peut octroyer l'agrément pour une période plus courte, moyennant une décision dûment motivée.
Afdeling 2. - Algemene voorwaarden voor de uitoefening van de activiteit
Section 2. - Conditions générales pour l'exercice de l'activité
Art. 3.4.5. Kwaliteitbeheersysteem
  De inzamelaar, handelaar of makelaar is onderworpen aan de verplichtingen van artikel 3.3.3.
Art. 3.4.5. SystÚme de gestion de la qualité
  Le collecteur, le négociant ou le courtier est soumis aux obligations contenues dans l'article 3.3.3.
Art. 3.4.6. De inzamelaar, handelaar of makelaar respecteert gedurende de volledige geldigheidsduur van zijn erkenning de voorwaarden van de ordonnantie afvalstoffen en haar uitvoeringsbesluiten en de bijzondere voorwaarden in het besluit tot erkenning.
Art. 3.4.6. Le collecteur, le nĂ©gociant ou le courtier respecte pendant toute la durĂ©e de validitĂ© de son agrĂ©ment les conditions de l'ordonnance dĂ©chets et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution et les conditions particuliĂšres de la dĂ©cision portant sur l'agrĂ©ment.
Art. 3.4.7. Binnen de acht dagen na het sluiten van de verzekering zoals bepaald in artikel 3.2.8, brengt de inzamelaar, handelaar of makelaar het Instituut hiervan in kennis.
  De inzamelaar, handelaar of makelaar stuurt op de verjaardag van de erkenning een verzekeringsattest aan het Instituut met naast de herhaling van de gedekte risico's en het maximumbedrag van de schadeloosstelling, ook de vermelding van de eventuele wijzigingen in het contract evenals de geldigheidsduur van dit attest.
Art. 3.4.7. Le collecteur, le négociant ou le courtier informe l'Institut dans les huit jours de la souscription de la police d'assurance définie à l'article 3.2.8.
  Le collecteur, le nĂ©gociant ou le courtier envoie Ă  la date anniversaire de l'agrĂ©ment une attestation d'assurance Ă  l'Institut avec, outre le renouvellement des risques couverts et le montant maximal des dommages intĂ©rĂȘts, Ă©galement la mention des changements Ă©ventuels dans le contrat ainsi que la durĂ©e de validitĂ© de cette attestation.
Art. 3.4.8. De inzamelaar, handelaar of makelaar beschikt steeds over voldoende en gekwalificeerd personeel om doeltreffend in te kunnen staan voor het toezicht op en de controle van de ingezamelde, verhandelde of gemakelde afvalstoffen.
  De inzamelaar, handelaar of makelaar stelt alles in het werk om het personeel voldoende op te leiden en dat die laatste over voldoende informatie beschikt om de specifieke taken verbonden aan het afvalstoffenbeheer uit te voeren.
Art. 3.4.8. Le collecteur, le négociant ou le courtier dispose en permanence d'un personnel qualifié en nombre suffisant pour assurer efficacement la surveillance et le contrÎle des déchets dont il a assuré la collecte, le négoce ou le courtage.
  Le collecteur, le négociant ou le courtier met tout en oeuvre pour assurer la formation suffisante du personnel et pour que ce dernier dispose d'informations suffisantes pour exécuter les tùches spécifiques liées à la gestion des déchets.
Art. 3.4.9. De inzamelaar, handelaar of makelaar doet beroep op een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geregistreerde vervoerder. Hij gaat na dat deze over de technische middelen en opgeleid personeel beschikt om die afvalstoffen te vervoeren in overeenstemming met de ordonnantie afvalstoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art. 3.4.9. Le collecteur, le nĂ©gociant ou le courtier fait appel Ă  un transporteur enregistrĂ© dans la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale. Il s'assure que ce dernier dispose des moyens techniques et du personnel formĂ© pour transporter ces dĂ©chets conformĂ©ment Ă  l'ordonnance dĂ©chets et Ă  ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution.
Art. 3.4.10. De inzamelaar, handelaar of makelaar mag enkel de afvalstoffen zoals opgenomen in zijn erkenning, inzamelen, verhandelen en makelen.
Art. 3.4.10. Le collecteur, le négociant ou le courtier ne peut assurer la collecte, le négoce et le courtage que des déchets repris dans son agrément.
Art. 3.4.11. Wijziging van de erkenning
  Zonder afbreuk van artikel 76bis van de ordonnantie milieuvergunningen kan de bevoegde overheid, op eigen initiatief de erkenning wijzigen.
Art. 3.4.11. Modification de l'agrément
  Sans préjudice de l'article 76bis de l'ordonnance permis d'environnement, l'autorité compétente peut modifier l'agrément de sa propre initiative.
Art. 3.4.12. Schorsing en intrekking van de erkenning
  § 1. De bevoegde overheid kan, te allen tijde, de erkenning schorsen indien de erkenninghouder zijn activiteiten tijdelijk wenst stop te zetten.
  § 2. De bevoegde overheid kan, op verzoek van de erkende inzamelaar, handelaar of makelaar, de erkenning intrekken wanneer de erkenninghouder zijn activiteiten als inzamelaar, handelaar of makelaar stopzet.
  § 3. De bevoegde overheid kan de erkenning intrekken indien van de erkenning niet op aantoonbare wijze gebruik gemaakt werd gedurende twee opeenvolgende jaren.
Art. 3.4.12. Suspension et retrait de l'agrément
  § 1er. L'autorité compétente peut à tout moment suspendre l'agrément lorsque le titulaire de l'agrément souhaite interrompre temporairement ses activités.
  § 2. L'autoritĂ© compĂ©tente peut, sur requĂȘte du collecteur, nĂ©gociant ou courtier, retirer l'agrĂ©ment lorsque le titulaire de l'agrĂ©ment met un terme Ă  ses activitĂ©s en tant que collecteur, nĂ©gociant ou courtier.
  § 3. L'autorité compétente peut retirer l'agrément lorsque le titulaire de l'agrément n'a pas fait usage de l'agrément d'une maniÚre démontrable durant deux années consécutives.
HOOFDSTUK 5. - Inrichting voor het inzamelen of verwerken van afvalstoffen [1 en bijkomende inzamelpunten]1
CHAPITRE 5. - Installation de collecte ou de traitement des déchets [1 et points de collecte complémentaires ]1
Afdeling 1. - Milieuvergunningsaanvraag
Section 1re. - Demande de permis d'environnement
Art. 3.5.1. Met het oog op het bekomen van een milieuvergunning, is de inzamel- of verwerkingsinrichting onderworpen aan de voorschriften van huidige afdeling.
Art. 3.5.1. En vue de l'obtention d'un permis d'environnement, l'installation de collecte ou de traitement de déchets est soumise aux dispositions de la présente section.
Art. 3.5.2. Vorming van het personeel en aanduiding van een verantwoordelijke "afvalbeheer"
  § 1. De inrichting beschikt over voldoende en gekwalificeerd personeel om doeltreffend in te kunnen staan voor het toezicht op en de controle van de aangevoerde afvalstoffen.
  De uitbater stelt alles in het werk om het personeel voldoende op te leiden en stelt voldoende informatie ter beschikking om de taken verbonden aan het afvalstoffenbeheer uit te voeren.
  § 2. De uitbater duidt een persoon aan die beschikt over voldoende kennis van de afvalstoffenwetgeving en het afvalstoffenbeheer.
  Indien in de inrichting gevaarlijke afvalstoffen worden aanvaard duidt de aanvrager eveneens een persoon aan die beschikt over voldoende kennis van de eigenschappen en gevaren van de afvalstoffen, van de geschikte verpakking en de bijhorende veiligheidsvoorschriften.
  Deze personen die voldoen aan bovenvermelde voorwaarden zijn permanent ter beschikking.
  § 3. Deze kennis wordt aangetoond zoals bepaald in artikel 3.3.2 paragraaf 2 en artikel 3.4.2 paragraaf 3.
Art. 3.5.2. Formation du personnel et désignation d'un responsable " gestion des déchets "
  § 1er. L'installation dispose d'un personnel qualifié et en nombre suffisant pour assurer efficacement la surveillance et le contrÎle des déchets apportés.
  L'exploitant met tout en oeuvre pour assurer la formation suffisante du personnel et met à disposition des informations suffisantes pour exécuter les tùches liées à la gestion des déchets.
  § 2. L'exploitant désigne une personne possédant une connaissance suffisante de la législation sur les déchets et de la gestion des déchets.
  Si l'installation accepte des déchets dangereux, le demandeur désigne également une personne possédant une connaissance suffisante des caractéristiques et dangers des déchets, de l'emballage adéquat et des prescriptions de sécurité y afférentes.
  Les personnes répondant aux conditions précitées sont disponibles en permanence.
  § 3. La démonstration de cette connaissance est attestée conformément à l'article 3.3.2, paragraphe 2 et l'article 3.4.2 paragraphe 3.
Art. 3.5.3. Financiële capaciteit
  De houder van de milieuvergunning respecteert de bepalingen in artikel 3.4.3.
Art. 3.5.3. Capacité financiÚre
  Le titulaire du permis d'environnement est soumis aux obligations contenues à l'article 3.4.3.
Afdeling 2. - Algemene uitbatingsvoorwaarden
Section 2. - Conditions générales d'exploitation
Art. 3.5.4. Kwaliteitbeheersysteem
  § 1. [1 Een kwaliteitsbeheersysteem conform aan paragrafen 1 en 2 van het artikel 3.3.3. is aanwezig in elke inrichting voor inzameling of verwerking van afval]1.
  § 2. Het kwaliteitbeheersysteem bevat minimaal de volgende elementen:
  1. te respecteren uitbatingvoorwaarden opgelegd door de wetgeving en de milieuvergunning;
  2. een overzichtelijke en volledige handleiding met betrekking tot de uitbating van de inrichting;
  3. een stappenplan om de bepalingen van artikel 22 van de ordonnantie afvalstoffen na te leven.
  [1 § 3. Naast de elementen opgenomen in paragrafen 1 en 2, neemt de titularis van de milieuvergunning, die geldt als erkenning volgens artikel 24 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009, in zijn kwaliteitsbeheersysteem de controlepunten en de maatregelen vermeld in de artikelen 28 en 29 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009 op.]1
  
Art. 3.5.4. SystÚme de gestion de la qualité
  § 1er. [1 Un systÚme de gestion de la qualité conforme aux paragraphes 1er et 2 de l'article 3.3.3. est présent au sein de chaque installation de collecte ou de traitement de déchets]1.
  § 2. Le systÚme de gestion de la qualité comporte au minimum les éléments suivants :
  1. les conditions d'exploitation à respecter, imposées par la législation et le permis d'environnement ;
  2. un manuel clair et exhaustif relatif à l'exploitation de l'installation ;
  3. un plan phasé visant à respecter les dispositions de l'article 22 de l'ordonnance déchets.
  [1 § 3. En plus des éléments repris aux paragraphes 1 et 2, le titulaire du permis d'environnement, qui vaut agrément conformément à l'article 24 du RÚglement N° 1069/2009, reprend dans le systÚme de gestion de la qualité les points de contrÎle et les mesures mentionnées dans les articles 28 et 29 du RÚglement (CE) N° 1069/2009. ]1
  
Art. 3.5.5. Infrastructuur
  § 1. De inrichting wordt volledig omheind om op doeltreffende wijze te voorkomen dat personen of voertuigen buiten de openingsuren de inrichting kunnen betreden.
  § 2. Tenzij anders bepaald in de milieuvergunning, zijn de installatie en het gebruik van een geijkt weegtoestel met automatische registratie verplicht. De ijking van het weegtoestel gebeurt in overeenstemming met de geldende wetgeving.
  § 3. De inrichting beschikt over de nodige bewegwijzeringen om de afvalstoffen naar de correcte plaats te brengen.
Art. 3.5.5. Infrastructure
  § 1er. Le site est entiÚrement clÎturé afin d'éviter efficacement que des personnes ou des véhicules ne puissent pénétrer dans son enceinte en dehors des heures d'ouverture.
  § 2. Sauf dispositions contraires prévues dans le permis d'environnement, la mise en place et l'utilisation d'un appareil de pesage étalonné avec enregistrement automatique sont obligatoires. L'étalonnage de l'appareil de pesage est effectué conformément à la législation en vigueur.
  § 3. Le site dispose des signalisations nécessaires pour permettre l'acheminement des déchets vers l'endroit adéquat.
Art. 3.5.6. Aanvoer, opslag en verwerking van de afvalstoffen
  § 1. De milieuvergunning bepaalt de afvalstoffen die aangevoerd, opgeslagen of verwerkt kunnen worden in de inrichting.
  Enkel de vergunde afvalstoffen en degene die technisch verwerkbaar zijn in de inrichting worden aanvaard in de inrichting. Indien nodig en relevant, worden op regelmatige basis analyses en/of testen op de afvalstoffen gerealiseerd.
  § 2. De aangeboden gesorteerde afvalstromen worden gescheiden beheerd om aan de sorteerverplichting te kunnen voldoen.
  § 3. Verbranding op het terrein van elke afvalstof of materiaal is ten strengste verboden zonder over de nodige toelatingen te beschikken.
Art. 3.5.6. Apport, stockage et traitement des déchets
  § 1er. Le permis d'environnement dĂ©termine les dĂ©chets qui peuvent ĂȘtre apportĂ©s, stockĂ©s et traitĂ©s dans l'enceinte du site.
  Seuls les dĂ©chets autorisĂ©s et techniquement aptes Ă  ĂȘtre traitĂ©s par l'installation y sont acceptĂ©s. Si cela s'avĂšre nĂ©cessaire et pertinent, des analyses et/ou des tests sont effectuĂ©s rĂ©guliĂšrement sur les dĂ©chets.
  § 2. Les flux de déchets ayant fait l'objet d'un tri sont maintenus séparément afin de pouvoir satisfaire à l'obligation de tri.
  § 3. L'incinération de tout déchet ou matériau sur le site est strictement interdite sauf si l'exploitation dispose des autorisations nécessaires.
Art. 3.5.7. Toezicht en controle door de uitbater
  § 1. Het aanvaarden, de opslag en de afvoer van afvalstoffen zijn enkel toegelaten onder toezicht van de uitbater of zijn bevoegde afgevaardigde die de nodige voorzorgsmaatregelen neemt om de samenstelling, de oorsprong en de hoeveelheid van de afvalstoffen te controleren. Elke vracht dient minstens visueel geïnspecteerd te worden.
  § 2. De toegang tot de inrichting wordt strikt gereglementeerd door de uitbater.
Art. 3.5.7. Surveillance et contrĂŽle par l'exploitant
  § 1er. L'acceptation, l'enlÚvement et le stockage de déchets ne sont autorisés que sous la surveillance de l'exploitant ou de son représentant habilité qui prend les mesures nécessaires pour contrÎler la composition, l'origine et la quantité des déchets. Chaque chargement doit au minimum faire l'objet d'une inspection visuelle.
  § 2. L'accÚs au site est strictement déterminé par l'exploitant.
Art. 3.5.8. Werkingsuren
  § 1. Geen enkele activiteit gebonden aan de inrichting mag plaatsvinden buiten de werkingsuren zoals bepaald in de milieuvergunning.
  § 2. Buiten de werkingsuren wordt de toegang tot de inrichting vergrendeld.
Art. 3.5.8. Horaires d'exploitation
  § 1er. Aucune activité liée à l'installation ne peut se dérouler en dehors des horaires d'exploitation prévus dans le permis d'environnement.
  § 2. En dehors des heures d'exploitation, l'accÚs au site est fermé.
Art. 3.5.9. Activiteit
  § 1. De afvalstof wordt rechtstreeks naar de daarvoor bestemde opslag- of verwerkingsplaats gebracht. De toegang tot de inrichting van de voertuigen die de afvalstoffen aanbrengen gebeurt verplicht via het in dienst zijnde weegtoestel.
  § 2. De afvalstof wordt alleen in aangepaste en goed onderhouden recipiënten opgeslagen. Op elk recipiënt is op duidelijk leesbare wijze aangebracht welke afvalstoffen het bevat. De afvalstoffen worden oordeelkundig gestapeld.
  § 3. Afvalstoffen worden niet opgeslagen buiten de inrichting.
  § 4. De opslag van de afvalstoffen gebeurt op een verhard en aangepast bodemoppervlak [1 ...]1.
  § 5. De uitbater treft de nodige schikkingen om bij defect aan de inrichting alle herstellingen zo snel mogelijk uit te voeren. Hij zorgt ervoor dat de nodige reserveonderdelen snel worden bekomen.
  
Art. 3.5.9. Activité
  § 1er. Le déchet est directement acheminé vers l'endroit de stockage ou de traitement destiné à l'accueillir. L'accÚs au site des véhicules acheminant les déchets se fait obligatoirement par l'appareil de pesage en service.
  § 2. Le déchet n'est stocké que dans des récipients adaptés et correctement entretenus. Une indication clairement lisible est apposée sur chaque récipient, précisant quels déchets il contient. Les déchets sont entreposés de façon appropriée.
  § 3. Aucun stockage de déchets ne peut se faire en dehors de l'enceinte du site.
  § 4. Le stockage des déchets s'effectue sur un sol dur et adapté,[1 ...]1.
  § 5. L'exploitant prend les dispositions nécessaires pour effectuer toutes les réparations le plus rapidement possible en cas de défectuosité de l'installation. Il veille à obtenir rapidement les piÚces de rechange nécessaires.
  
Art. 3.5.10. Trillingen
  De uitbater treft de vereiste schikkingen om te voorkomen dat trillingen inherent aan de uitbating schadelijk zijn voor de stabiliteit van constructies of een bron van ongemak zijn voor de buurt. De trillingen van de installaties worden niet overgedragen op het gebouw of de omgeving. De gedeelten van de installaties die een trillingsbron kunnen zijn, worden daartoe met een trillingdempend systeem uitgerust.
Art. 3.5.10. Vibrations
  L'exploitant prend les dispositions nĂ©cessaires pour Ă©viter que les vibrations inhĂ©rentes Ă  l'exploitation ne portent prĂ©judice Ă  la stabilitĂ© des constructions ou ne constituent une source de dĂ©sagrĂ©ment pour le voisinage. Les vibrations des Ă©quipements ne peuvent ĂȘtre transmises au bĂątiment ni Ă  l'environnement. A cet effet, les parties des Ă©quipements pouvant constituer une source de vibrations sont Ă©quipĂ©es d'un systĂšme d'amortissement des vibrations.
Art. 3.5.11. Lucht, bodem en water
  § 1. Alle voorzorgen worden genomen om verontreiniging van bodem, lucht of water te voorkomen. Een voldoende hoeveelheid absorberende stoffen is aanwezig in de inrichting, opdat er snel en efficiënt gereageerd kan worden in het geval van een lek of bij morsen.
  § 2. Tenzij anders bepaald in de milieuvergunning, wordt het afvalwater dat ontstaat in de inrichting opgevangen. Het afvalwater wordt steeds op een aangepaste wijze behandeld om daar waar mogelijk opnieuw te worden benut of om in het andere geval te worden geloosd.
Art. 3.5.11. Air, sol et eau
  § 1er. Toutes les précautions sont prises pour éviter toute pollution du sol, de l'air ou des eaux. Des matiÚres absorbantes en quantité suffisante sont présentes dans l'installation afin de pouvoir réagir rapidement et efficacement en cas de fuite ou d'épanchement.
  § 2. Sauf dispositions contraires prévues dans le permis d'environnement, les eaux usées produites dans l'installation sont recueillies. Les eaux usées sont toujours traitées de façon appropriée afin de permettre leur réutilisation dans la mesure du possible ou leur déversement dans les autres cas.
Art. 3.5.12. Netheid van de inrichting
  § 1. De inrichting, inclusief de in- en uitrit en de parkeerruimten, wordt goed onderhouden en regelmatig grondig gereinigd. Het zwerfvuil langsheen de omheining, aan de in- en uitrit en op het terrein wordt regelmatig verwijderd.
  § 2. Alle voorzorgen worden genomen om de buurt geen hinder te bezorgen door geur, stof, modder, lawaai, rook, gassen en andere uitwasemingen en om te vermijden dat insecten of andere schadelijke dieren zich verspreiden. Tijdens de uitbating en bij de aan- en afvoer van afvalstoffen worden alle voorzorgen genomen om de verspreiding van afvalstoffen te voorkomen.
  § 3. De toegang tot de inrichting mag niet worden verhinderd door loslopende dieren tijdens de werkingsuren.
Art. 3.5.12. Propreté de l'installation
  § 1er. L'installation, y compris l'entrée, la sortie et les espaces de stationnement, est correctement entretenue et réguliÚrement nettoyée en profondeur. Les déchets éventuellement abandonnés le long de la clÎture, à l'entrée, à la sortie ainsi que sur le site sont réguliÚrement enlevés.
  § 2. Toutes les précautions sont prises afin que l'installation n'occasionne pas de nuisances pour le voisinage du fait de l'odeur, de la poussiÚre, de la boue, du bruit, de la fumée, des gaz et autres émanations et pour éviter la propagation d'insectes ou d'autres animaux nuisibles. Durant l'exploitation ainsi que lors de l'apport et de l'enlÚvement des déchets, toutes les précautions sont prises pour éviter la dispersion des déchets.
  § 3. L'accĂšs au site ne peut ĂȘtre gĂȘnĂ© par des animaux circulant en libertĂ© durant les heures d'exploitation.
Art. 3.5.13. Brandpreventie
  De nodige middelen voor preventie, detectie en blussen van brand zijn aanwezig en zijn in perfecte staat van werking. Dit materiaal wordt, in voorkomend geval, voorzien in overleg met de brandweerdiensten.
Art. 3.5.13. Prévention contre l'incendie
  Les moyens nécessaires à la prévention, à la détection et à l'extinction des incendies sont présents et en parfait état de fonctionnement. Le cas échéant, ce matériel est prévu en concertation avec les services d'incendie.
Art. 3.5.14. Informatiebord
  Tenzij anders bepaald in de milieuvergunning van de inzamel- of verwerkingsinrichting en behalve in het geval dat in de inrichting uitsluitend afvalstoffen afkomstig van de eigen bedrijfsactiviteiten worden verwerkt, wordt bij de ingang een informatiebord van minstens 1 m grootte aangebracht waarop duidelijk leesbaar volgende vermeldingen voorkomen:
  1. een beschrijving van de activiteiten van de inrichting;
  2. naam, adres, ondernemingsnummer en het telefoonnummer van de uitbater;
  3. vervaldatum van de vergunning: "Vergund tot ...";
  4. normale openingsuren;
  5. bij brand of onheil: telefoonnummer van de brandweerdiensten.
Art. 3.5.14. Tableau d'information
  Sauf dispositions contraires prĂ©vues dans le permis d'environnement et dans le cas oĂč seuls sont traitĂ©s dans l'installation des dĂ©chets provenant des activitĂ©s propres Ă  celle-ci, un tableau d'information mesurant au minimum 1 m est installĂ© Ă  l'entrĂ©e. Les mentions suivantes doivent y ĂȘtre apposĂ©es de façon clairement lisible :
  1. un descriptif des activités de l'installation ;
  2. le nom, l'adresse, le numéro d'entreprise et le numéro de téléphone de l'exploitant ;
  3. la date d'expiration du permis : "Autorisé jusqu'au..." ;
  4. les heures normales d'ouverture ;
  5. en cas d'incendie ou d'incident : le numéro de téléphone des services d'incendie.
Afdeling 3. - Bepalingen voor sommige inzamelinrichtingen van afvalstoffen
Section 3. - Dispositions relatives à certaines installations de collecte des déchets
Art. 3.5.15. [1 De bepalingen van huidige afdeling zijn enkel van toepassing op de hieronder vermelde inrichtingen gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die het inzamelen van afvalstoffen als nevenactiviteit uitoefenen:
   1° De inzamelinrichting van afvalstoffen afkomstig van verschillende uitbatingszetels van eenzelfde natuurlijke of rechtspersoon, onder de volgende voorwaarden:
   1. de inrichting en de verschillende uitbatingszetels beschikken over één en hetzelfde ondernemingsnummer;
   2. een lijst wordt bijgehouden van de uitbatingszetels waarvan afvalstoffen ingezameld worden.
   2° [...]
   3° De inzamelinrichting van afvalstoffen afkomstig van verschillende natuurlijke en rechtspersonen die gevestigd zijn op hetzelfde bedrijventerrein, onder de volgende voorwaarden:
   1. de afvalstoffen zijn geen gevaarlijke afvalstoffen of zijn dierlijke bijproducten bepaald in artikel 4.5.1. § 3;
   2. een lijst wordt bijgehouden van de natuurlijke of rechtspersonen waarvan afvalstoffen ingezameld worden.
   4° De inzamelinrichting van afvalstoffen afkomstig van andere afvalstoffenhouders, onder de volgende voorwaarden:
   1. de ingezamelde afvalstoffen zijn van dezelfde soort en afkomstig van eenzelfde sector als degene van de inrichting of de ingezamelde afvalstoffen zijn de dierenkadavers bepaald in artikel 4.5.1. § 3;
   2. de hoeveelheid ingezamelde afvalstoffen bedraagt per afgifte maximaal 500 kg;
   3. een lijst wordt bijgehouden van de natuurlijke of rechtspersonen waarvan afvalstoffen ingezameld worden.
   5° De exploitatiezetel van de kleinhandelaar waar afvalstoffen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, volgens titel II worden teruggenomen. De afvalstoffen worden rechtstreeks aangebracht door de consument.
   6° De exploitatiezetel van de kleinhandelaar waar afvalstoffen worden teruggenomen buiten het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. De afvalstoffen zijn van gelijke aard als de verkochte producten en worden rechtstreeks aangebracht door de consument ]1
.
  
Art. 3.5.15. [1 Les dispositions de la présente section ne s'appliquent qu'aux installations énumérées ci-dessous, situées en Région de Bruxelles Capitale qui exercent leurs activités de collecte de déchets à titre accessoire :
   1° L'installation de collecte de dĂ©chets en provenance de diffĂ©rents siĂšges d'exploitation d'une mĂȘme personne morale ou physique, respectant les conditions suivantes :
   1. l'installation et les diffĂ©rents siĂšges d'exploitation disposent d'un seul et mĂȘme numĂ©ro d'entreprise ;
   2. une liste des sites d'exploitation pour lesquels les déchets sont collectés est tenue à jour.
   2° [...]
   3° L'installation de collecte de dĂ©chets en provenance de diffĂ©rentes personnes morales ou physiques situĂ©es sur une mĂȘme zone d'activitĂ©s, respectant les conditions suivantes :
   1. les déchets sont non dangereux ou sont des sous-produits animaux visés à l'article 4.5.1. § 3 ;
   2. une liste des personnes morales ou physiques pour lesquelles les déchets sont collectés est tenue à jour.
   4° L'installation de collecte de déchets en provenance d'autres détenteurs de déchets, respectant les conditions suivantes :
   1. les dĂ©chets collectĂ©s sont de mĂȘme nature et proviennent du mĂȘme secteur d'activitĂ© que celui de l'installation ou les dĂ©chets collectĂ©s sont des cadavres d'animaux visĂ©s Ă  l'article 4.5.1. § 3 ;
   2. la quantité de déchets collectés ne dépasse pas 500 kg par apport ;
   3. une liste des personnes morales ou physiques pour lesquelles les déchets sont collectés est tenue à jour.
   5° Le siĂšge d'exploitation du dĂ©taillant oĂč des dĂ©chets soumis Ă  responsabilitĂ© Ă©largie du producteur conformĂ©ment au titre II sont repris. Les dĂ©chets sont apportĂ©s par le consommateur.
   6° Le siĂšge d'exploitation du dĂ©taillant oĂč des dĂ©chets sont collectĂ©s en dehors du cadre de la responsabilitĂ© Ă©largie du producteur. Les dĂ©chets sont de la mĂȘme nature que les produits vendus et sont apportĂ©s par le consommateur ]1
.
  
Art. 3.5.16. § 1. Onverminderd de verplichting een toelating te verkrijgen voor de opslagplaats van afvalstoffen, is de inrichting vallend onder deze afdeling vrijgesteld van de verplichting tot het verkrijgen van een toelating als een inrichting voor het inzamelen van afvalstoffen.
  § 2. Deze inrichting is niet onderworpen aan de bepalingen van afdelingen 1 en 2 van dit hoofdstuk.
Art. 3.5.16. § 1. Sans préjudice de l'obligation d'obtenir une autorisation pour le dépÎt de déchets, l'installation visée par cette section est exemptée de l'obligation d'obtenir une autorisation en tant qu'installation de collecte de déchets.
  § 2. Cette installation n'est pas soumise aux dispositions des sections 1 et 2 du présent chapitre.
Art. 3.5.17. De afvalstoffen ingezameld in een inrichting zoals bedoeld in deze afdeling mogen niet worden vervoerd naar een andere inrichting vallend onder deze afdeling.
Art. 3.5.17. Les dĂ©chets collectĂ©s dans une installation visĂ©e par cette section ne peuvent ĂȘtre transportĂ©s vers une autre installation visĂ©e par cette section.
Afdeling 4. [1 Bepalingen betreffende bijkomende inzamelpunten ]1
Section 4. [1 Dispositions relatives aux points de collecte complémentaires ]1
Art. 3.5.18. [1 Toepassingsgebied
Art. 3.5.18.[1 Champ d'application
Art. 3.5.19. [1 Uitbating
Art. 3.5.19. [1 Exploitation
HOOFDSTUK 6. - Einde-afvalfase
CHAPITRE 6. - Fin du statut de déchet
Art. 3.6.1. Bekomen van einde-afvalfase binnen een geklasseerde inrichting
  § 1. De uitbater van een inrichting die de einde-afvalfase heeft bekomen voor een stroom in overeenstemming met artikel 9 § 1 van de ordonnantie afvalstoffen, meldt dit aan het Instituut.
  § 2. De uitbater van een inrichting voor nuttige toepassing van afvalstoffen die de einde-afvalfase wil bekomen voor bepaalde afvalstoffen conform artikel 9. § 3.3° van de ordonnantie afvalstoffen, voldoet aan de vereisten vastgelegd door kader VI van bijlage 9.
  § 3. Het Instituut stelt een lijst ter beschikking op haar website van de inrichtingen die de einde-afvalfase hebben bekomen volgens § 1 en § 2.
Art. 3.6.1. Obtention de la fin du statut de déchet au sein d'une installation classée
  § 1er. L'exploitant d'une installation qui a obtenu la fin du statut de déchets pour un flux conformément à l'article 9 § 1 de l'ordonnance déchets, le notifie à l'Institut.
  § 2. L'exploitant d'une installation de valorisation de déchets qui souhaite obtenir la fin du statut de déchets de certains déchets conformément à l'article 9. § 3.3° de l'ordonnance déchets, remplit les exigences imposées par le cadre VI de l'annexe 9.
  § 3. L'Institut met à disposition sur son site Internet une liste des installations ayant obtenu la fin de statut de déchets conformément aux § 1 et § 2.
Art. 3.6.2. Gebruik van valoriseerbare materialen
  § 1. Het gebruik van valoriseerbare materialen is onderworpen aan een toelating voor de rubriek 178, volgens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de lijst van de inrichtingen van klasse IB, 1C, 1D, II en III in uitvoering van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen.
  § 2. De valoriseerbare materialen zijn niet langer afvalstoffen op de site waarvoor de toelating vermeld in paragraaf 1 bekomen werd en voor het vervoer naar de site.
  § 3. De aanvraag gebeurt met behulp van het formulier waarvan de inhoud is vastgelegd in bijlage 10.
  Het Instituut kan dit formulier aanpassen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang of aan wijzigingen in de Europese regelgeving.
  § 4. De minister kan een lijst opstellen met de stromen afvalstoffen waarvoor de toelating volgens artikel 3.6.2. § 1 niet noodzakelijk is en het Instituut publiceert deze op haar website.
Art. 3.6.2. Utilisation de matériaux valorisables
  § 1er. L'utilisation de matĂ©riaux valorisables est soumise Ă  une autorisation pour la rubrique 178, conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 4 mars 1999 fixant la liste des installations de classe IB, IC, ID, II et III en exĂ©cution de l'article 4 de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement.
  § 2. Les matériaux valorisables ne sont plus des déchets sur le site pour lequel l'autorisation visée au paragraphe 1 a été obtenu et pour le transport vers le site.
  § 3. La demande s'effectue à l'aide du formulaire dont le contenu est précisé à l'annexe 10.
  L'Institut peut adapter ce formulaire aux progrÚs techniques et scientifiques ou aux modifications de la réglementation européenne.
  § 4. Le ministre peut établir une liste des flux de déchets pour lequel l'autorisation requise en article 3.6.2. § 1 n'est pas nécessaire et l'Institut le publie sur son site internet.
Art. 3_6.2.TOEKOMSTIG_RECHT.    Gebruik van valoriseerbare materialen
  § 1. Het gebruik van valoriseerbare materialen is onderworpen aan een toelating voor de rubriek 178, volgens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de lijst van de inrichtingen van klasse IB, 1C, 1D, II en III in uitvoering van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen.
  § 2. De valoriseerbare materialen zijn niet langer afvalstoffen op de site waarvoor de toelating vermeld in paragraaf 1 bekomen werd en voor het vervoer naar de site.
  § 3. De aanvraag gebeurt met behulp van het formulier waarvan de inhoud is vastgelegd in bijlage 10.
  Het Instituut kan dit formulier aanpassen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang of aan wijzigingen in de Europese regelgeving.
  § 4. De minister kan een lijst opstellen met de stromen afvalstoffen waarvoor de toelating volgens artikel 3.6.2. § 1 niet noodzakelijk is en het Instituut publiceert deze op haar website
  [1 Onverminderd het vorige lid, is de toelating zoals bepaald in paragraaf 1 niet nodig voor de volgende stromen:
   1. een gerecycleerd granulaat of een grond die voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 8 van titel IV;
   2. een grond die of een gerecycleerd granulaat dat voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 9 van titel IV]1
.
  
Art. 3.6.2. DROIT_FUTUR.
   Utilisation de matériaux valorisables
  § 1er. L'utilisation de matĂ©riaux valorisables est soumise Ă  une autorisation pour la rubrique 178, conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 4 mars 1999 fixant la liste des installations de classe IB, IC, ID, II et III en exĂ©cution de l'article 4 de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement.
  § 2. Les matériaux valorisables ne sont plus des déchets sur le site pour lequel l'autorisation visée au paragraphe 1 a été obtenu et pour le transport vers le site.
  § 3. La demande s'effectue à l'aide du formulaire dont le contenu est précisé à l'annexe 10.
  L'Institut peut adapter ce formulaire aux progrÚs techniques et scientifiques ou aux modifications de la réglementation européenne.
  § 4. Le ministre peut établir une liste des flux de déchets pour lequel l'autorisation requise en article 3.6.2. § 1 n'est pas nécessaire et l'Institut le publie sur son site internet.
  [1 Sans préjudice de l'alinéa précédent, l'autorisation requise en vertu du paragraphe 1er n'est pas nécessaire pour les flux suivants :
   1. un granulat recyclé ou une terre qui remplit les obligations du chapitre 8 du titre IV ;
   2. une terre ou un granulat recyclé qui remplit les obligations du chapitre 9 du titre IV. ]1
Art. 3_6.3.TOEKOMSTIG_RECHT. [1 § 1. Overeenkomstig artikel 9 van de ordonnantie betreffende afvalstoffen, heeft een einde-afvalfase bereikt:
   1. een gerecycleerd granulaat dat aan de verplichtingen van hoofdstuk 8 van titel IV heeft voldaan, met uitzondering van een gerecycleerd granulaat in een tijdelijke toepassing zoals bedoeld in artikel 4.8.1 § 4;
   2. een grond die of een gerecycleerd granulaat dat aan de verplichtingen van hoofdstuk 9 van titel IV heeft voldaan.
   § 2. Gerecycleerde granulaten en gronden die niet zijn gebruikt in overeenstemming met het granulaten- of grondbeheerrapport voor de betrokken partij opgesteld door de uitbater van de breker, verliezen de einde-afvalfase.]1

  
Art. 3.6.3.. [1 § 1. Conformément à l'article 9 de l'ordonnance relative aux déchets, a obtenu la fin du statut de déchet :
   1. un granulat recyclé qui a rempli les obligations du chapitre 8 du titre IV, à l'exception d'un granulat recyclé dans une application temporaire telle que visée à l'article 4.8.1 § 4 ;
   2. une terre ou un granulat recyclé qui a rempli les obligations du chapitre 9 du titre IV.
   § 2. Les granulats recyclés et les terres n'ayant pas été utilisés conformément au rapport de gestion de granulats ou terres pour le lot concerné et rédigé par l'exploitant du concasseur, perdent la fin du statut de déchet. ]1
HOOFDSTUK 7. - Gescheiden inzameling van afvalstoffen andere dan huishoudelijke
CHAPITRE 7. - Collecte séparée des déchets autre que ménagers
Art. 3.7.1. § 1.[1 . Conform artikel 19 van de ordonnantie afvalstoffen sorteert de afvalstoffenhouder van andere dan huishoudelijke afvalstoffen de volgende stromen:
   1. afvalstoffen van PMD-verpakkingen zonder inhoud met een maximumvolume van 8 liter: plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons;
   2. afvalstoffen van papier en karton, droog en proper;
   3. afvalstoffen van kleurloos en gekleurd verpakkingsglas;
   4. bioafval bestaande uit volgende fracties:
   a) biologisch afbreekbaar tuin- en parkafval;
   b) levensmiddelen- en keukenafval van kantoren, restaurants, groothandel, kantines, cateringfaciliteiten en winkels en vergelijkbare afvalstoffen van de levensmiddelenindustrie;
   5. gevaarlijke afvalstoffen;
   6. afvalstoffen die selectief ingezameld moeten worden in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid conform titel II van dit besluit en de afgewerkte voedingsolie en -vetten;
   7. textielafvalstoffen;
   8. metaalafvalstoffen;
   9. houtafvalstoffen;
   10. afvalstoffen van harde kunststoffen;
   11. afvalstoffen van geëxpandeerd polystyreen;
   12. afvalstoffen van plasticfolie andere dan de afvalstoffen bedoeld in punt 1;
   13. afvalstoffen van plastic spanbanden;
   14. dierlijke bijproducten, andere dan de afvalstoffen bedoeld in punten 4 en 6, volgens de bepalingen van hoofdstuk 5 van titel IV;
   15. risicohoudende afvalstoffen van de zorg, volgens de bepalingen van hoofdstuk 7 van titel IV;
   16. puin]1
.
  § 2. De afvalstoffenhouder sorteert de afvalstoffen opgenomen in hoofdstuk 17 van de lijst van afvalstoffen of vervoert ze of laat ze vervoeren naar een toegelaten verwerkingsinrichting voor uitsortering.
  § 3. De houder van afvalstoffen geproduceerd op bouw- en afbraakwerven die niet meldings- of milieuvergunningsplichtig zijn in de zin van de ordonnantie milieuvergunningen, is niet onderworpen aan de bepalingen van § 1 met uitzondering van de sortering van de gevaarlijke afvalstoffen.
  § 4. De houder van afvalstoffen die aan boord van voertuigen, treinen, vliegtuigen en schepen zijn ontstaan, is niet onderworpen aan de bepalingen van § 1 met uitzondering van de sortering van de gevaarlijke afvalstoffen.
  
Art. 3.7.1. § 1er.[1 Conformément à l'article 19 de l'ordonnance déchets, le détenteur de déchets autre que ménagers trie les flux suivants :
   1. les déchets d'emballages PMC vides de leur contenu et d'un volume maximum de 8 litres : les emballages en plastique, les emballages métalliques et les cartons à boissons ;
   2. les déchets de papier et carton, sec et propre ;
   3. les déchets de verre d'emballage blanc et de couleur ;
   4. les biodéchets, comprenant les fractions suivantes :
   a) les déchets biodégradables de jardin ou de parc ;
   b) les déchets alimentaires ou de cuisine provenant des bureaux, des restaurants, du commerce de gros, des cantines, des traiteurs ou des magasins de vente au détail, ainsi que les déchets comparables provenant des usines de transformation de denrées alimentaires ;
   5. les déchets dangereux ;
   6. les dĂ©chets qui doivent ĂȘtre collectĂ©s sĂ©lectivement dans le cadre de l'obligation de la responsabilitĂ© Ă©largie du producteur conformĂ©ment au titre II du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et les dĂ©chets d'huiles et graisses alimentaires ;
   7. les déchets de textile ;
   8. les déchets métalliques ;
   9. les déchets de bois ;
   10. les déchets de plastiques rigides ;
   11. les déchets de polystyrÚne expansé ;
   12. les déchets de films plastiques autres que les déchets visés au point 1 ;
   13. les déchets de liens de cerclage en plastique ;
   14. les sous-produits animaux autres que les déchets visés sous les points 4 et 6, conformément aux exigences du chapitre 5 du titre IV ;
   15. les déchets de soins à risque, conformément aux exigences du chapitre 7 du titre IV ;
   16. les gravats]1
.
  § 2. Le détenteur de déchets trie les déchets repris sous le chapitre 17 de la liste de déchets ou transporte ou fait transporter ceux-ci vers une installation de traitement autorisée dans le but de les trier.
  § 3. Le détenteur de déchets produits sur des chantiers de construction et de démolition qui ne sont pas soumis à déclaration ou à permis d'environnement au sens de l'ordonnance permis d'environnement, n'est pas soumis aux dispositions du § 1er à l'exception du tri des déchets dangereux.
  § 4. Le détenteur de déchets produits à bord de véhicules, de trains, d'avions et de navires, n'est pas soumis aux dispositions du § 1er à l'exception du tri des déchets dangereux.
  
Art. 3.7.2. [1 De verschillende afvalstromen bedoeld in artikel 3.7.1 § 1 en ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, mogen in dezelfde container of in hetzelfde vervoersmiddel verzameld worden, voor zover deze stromen van elkaar gescheiden worden in verschillende houders.]1
  
Art. 3.7.2. [1 Les diffĂ©rents flux de dĂ©chets visĂ©s par l'article 3.7.1 § 1 et rĂ©ceptionnĂ©s dans la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale peuvent ĂȘtre regroupĂ©s dans le mĂȘme conteneur ou dans le mĂȘme moyen de transport, Ă  condition que ces flux soient sĂ©parĂ©s les uns des autres dans des contenants distincts.]1
  
HOOFDSTUK 8. - Verbranding van afvalstoffen
CHAPITRE 8. - Incinération de déchets
Afdeling 1. - Het energetisch rendement
Section 1re. - Du rendement énergétique
Art. 3.8.1. De waarde van de energie-efficiëntieformule, zoals bedoeld in voetnoot (*) van bijlage II van de ordonnantie afvalstoffen wordt vermenigvuldigd met een klimaatcorrectiefactor (CCF), zoals bepaald in bijlage 11.
Art. 3.8.1. La valeur donnée par la formule relative au rendement énergétique visée en note de bas de page (*) de l'annexe II de l'ordonnance déchets sera multipliée par un facteur de correction climatique (FCC) établi conformément à l'annexe 11.
Afdeling 2. [1 - Belasting op het verbranden van afvalstoffen]1
Section 2. [1 - De la taxe à l'incinération des déchets]1
Onderafdeling 1. [1 - Definities]1
Sous-section 1re. [1 - Définitions ]1
Art. 3.8.2. [1 Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
   1° ordonnantie van 21 december 2012: de ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
   2° Agentschap: Gewestelijk Agentschap voor Netheid, opgericht door de ordonnantie van 19 juli 1990 houdende oprichting van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid;
   3° ontvanger: de rekenplichtige van ontvangsten belast met fiscale zaken;
   4° [2 afvalstoffen uit de gezondheidszorg: afvalstoffen afkomstig van activiteiten in de gezondheidszorg in de zin van artikel 4.7.2., 2°]2.]1

  
Art. 3.8.2. [1 Pour l'application de la présente section, il y a lieu d'entendre par :
   1° ordonnance du 21 décembre 2012 : l'ordonnance du 21 décembre 2012 établissant la procédure fiscale en Région de Bruxelles-Capitale;
   2° Agence : Agence régionale pour la Propreté, créée par l'ordonnance du 19 juillet 1990 portant création de l'Agence régionale pour la Propreté ;
   3° receveur : le comptable de recettes chargé de matiÚres fiscales ;
   4° [2 déchet de soins de santé : déchet résultant d'activités de soins de santé au sens de l'article 4.7.2., 2°]2.]1

  
Art. 3.8.3. [1 De ambtenaren die worden bedoeld in artikel 44, § 1, 3de lid van de ordonnantie afvalstoffen, in de artikelen 7 en 9 van de ordonnantie van 21 december 2012, die respectievelijk belast zijn met het bezorgen, de ontvangst en het nazicht van de aangifte en in voorkomend geval met het overgaan tot ambtshalve heffing in het kader van de belasting bedoeld in de artikelen 40 en 41 van de ordonnantie afvalstoffen, zijn de leidende ambtenaren van Leefmilieu Brussel.
   § 2. De gegevens van de contactpersoon van de betrokken ondernemingen die door de in § 1 betreffende ambtenaren verwerkt moeten worden:
   1° naam en voornaam;
   2° de taal;
   3° het telefoonnummer;
   4° de faxnummer, wanneer bestaande;
   5° het mailadres, wanneer bestaande;
   6° het adres van de onderneming;
   7° de functie.
   Deze gegevens worden gedurende 5 jaar bewaard vanaf ontvangst door de in § 1 betreffende ambtenaren.]1

  
Art. 3.8.3. [1 § 1er. Les fonctionnaires visés à article 44, § 1er, alinéa 3 de l'ordonnance déchets, aux articles 7, 8 et 9 de l'ordonnance du 21 décembre 2012, chargés respectivement d'adresser, de recevoir et de vérifier les déclarations, et, le cas échéant, de procéder à la taxation d'office dans le cadre de la taxe visée aux articles 40 et 41 de l'ordonnance déchets, sont les fonctionnaires dirigeants de Bruxelles Environnement.
   § 2. Les données de la personne de contact pour les entreprises concernées qui seront traitées par les fonctionnaires visés au § 1er sont :
   1° les nom et prénom ;
   2° la langue de communication ;
   3° le numéro de téléphone professionnel ;
   4° le numéro de fax professionnel, si existant ;
   5° l'adresse e-mail professionnelle, si existante ;
   6° l'adresse professionnelle ;
   7° la fonction.
   Ces données seront conservées pour une durée de 5 ans à partir de leur réception par les fonctionnaires visés au § 1er.]1

  
Art. 3.8.4. [1 § 1. Het model van aangifteformulier bedoeld in artikel 40, 2de lid van de ordonnantie afvalstoffen wordt vastgesteld:
   1° in bijlage 13 van dit besluit voor wat betreft de afvalstoffen verbrand in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
   2° in bijlage 14 van dit besluit voor wat betreft de afvalstoffen verbrand buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
   § 2. Het model van aangifteformulier bedoeld in artikel 41, § 1, 3de lid van de ordonnantie afvalstoffen wordt vastgesteld in bijlage 17 van dit besluit.
   Het formulier wordt ingevuld rekening houdende met de inhoud van de bijlagen 15 en 16.
   § 3. Het aangifteformulier bedoeld in artikel 41 van de ordonnantie afvalstoffen dat aan de belastingplichtige verzonden wordt, geeft de gegevens voor de vakjes C, D en E weer, voor zover Leefmilieu Brussel over volledige gegevens beschikt. In bijlage van het aangifteformulier voegt Leefmilieu Brussel de informatie per subcategorie (C1, C2, ..., D1, D2, ... en E1, E2 ...) die toeliet om de berekeningen van de globale tonnages C, D en E te bekomen. Leefmilieu Brussel duidt de gegevens aan waarover het bij de verzending van de aangifte niet beschikt.
   Indien het detail van de informatie in subcategorieën kan uitmonden in het onthullen van vertrouwelijke informatie die een legitiem economisch belang beschermt, dan wordt Leefmilieu Brussel ontslaan van het gedetailleerd weergeven van de hoeveelheden per subcategorieën.
   § 4. Indien een afvalstroom die in de referenties C1, C2, ..., D1, D2, ... en E1, E2.... opgenomen is, uit afzonderlijk ingezamelde onderstromen samengesteld is, duidt Leefmilieu Brussel de opgenomen onderstromen aan zonder echter het gewicht ervan te vermelden.
   § 5. Voor de tonnage die in F opgenomen is, wordt het jaar waarmee de gegevens overeenkomen, aangeduid.]1

  
Art. 3.8.4. [1 § 1er. Le modÚle de formulaire de déclaration visé à l'article 40, alinéa 2, de l'ordonnance déchets est établi :
   1° Ă  l'annexe 13 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© en ce qui concerne les dĂ©chets incinĂ©rĂ©s en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale ;
   2° Ă  l'annexe 14 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© en ce qui concerne les dĂ©chets incinĂ©rĂ©s hors de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale.
   § 2. Le modĂšle de formulaire de dĂ©claration visĂ© Ă  l'article 41, § 1er, alinĂ©a 3, de l'ordonnance dĂ©chets est Ă©tabli Ă  l'annexe 17 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
   Le formulaire est rempli en tenant compte du contenu des annexes 15 et 16.
   § 3. Le formulaire de déclaration visé à l'article 41 de l'ordonnance déchets envoyé au redevable, reprend les données pour les cases C, D et E, pour autant que Bruxelles Environnement disposent de données complÚtes. En annexe au formulaire de déclaration, Bruxelles Environnement joint les informations par sous-catégorie (C1, C2,..., D1, D2,... et E1, E2...) qui ont permis d'obtenir les calcul des tonnages globaux C, D et E. Bruxelles Environnement indique les données dont il ne dispose pas à l'envoi de la déclaration.
   Si le dĂ©tail des informations en sous-catĂ©gories peut rĂ©sulter en la divulgation d'informations confidentielles protĂ©geant un intĂ©rĂȘt Ă©conomique lĂ©gitime, Bruxelles Environnement est dispensĂ© de dĂ©tailler les quantitĂ©s par sous-catĂ©gories.
   § 4. Si un flux de déchet repris dans les références C1, C2,..., D1, D2,... et E1, E2... est composé de sous-flux collectés séparément, Bruxelles Environnement indique les sous-flux repris sans toutefois en mentionner le poids.
   § 5. Pour le tonnage repris en F, l'année à laquelle correspondent les données est indiquée.]1

  
Art. 3.8.5. [1 § 1. De ingevulde en ondertekende aangiften moeten door de belastingplichtige naar Leefmilieu Brussel worden gestuurd binnen de vijfenveertig dagen nadat ze hem werden ter beschikking gesteld wat de belastingen betreft die worden bedoeld in de artikelen 40 en 41 van de ordonnantie afvalstoffen.
   Leefmilieu Brussel bevestigt de ontvangst van de aangifte binnen de tien dagen na de ontvangst ervan.
   § 2. De belastingplichtigen die op 1 juli van het jaar volgend op het belastingjaar nog geen aangifteformulier hebben ontvangen, dienen er zelf een aan te vragen voor 1 augustus van het jaar volgend op het belastingjaar.
   Indien de belastingplichtige deze verplichting niet naleeft, kan worden overgegaan tot een ambtshalve heffing volgens de procedure zoals omschreven in artikel 9 van de ordonnantie van 21 december 2012.
   § 3. De minister kan tegen de voorwaarden die hij vaststelt toestaan dat de aangiften en de documenten of inlichtingen waarvan het overleggen door het model wordt vereist, geheel of gedeeltelijk elektronisch worden ingediend.]1

  
Art. 3.8.5. [1 § 1er. Les déclarations remplies et signées sont adressées par le redevable à Bruxelles Environnement dans les quarante-cinq jours de leur mise à disposition par Bruxelles Environnement pour les taxes visées aux articles 40 et 41 de l'ordonnance déchets.
   Bruxelles Environnement accuse réception de la déclaration dans les dix jours de sa réception.
   § 2. Les redevables qui, au 1er juillet de chaque année, n'ont pas reçu de formulaire de déclaration pour l'exercice d'imposition précédent, sont tenus d'en réclamer un avant le 1er août de l'année suivant l'exercice d'imposition concerné.
   Si le redevable ne respecte pas cette obligation il peut ĂȘtre procĂ©dĂ© Ă  la taxation d'office suivant la procĂ©dure dĂ©crite dans l'article 9 de l'ordonnance du 21 dĂ©cembre 2012.
   § 3. Le Ministre peut autoriser, aux conditions qu'il fixe, le dépÎt en tout ou en partie des déclarations et des documents ou renseignements dont la production est prévue par le modÚle par voie électronique.]1

  
Art. 3.8.6. [1 De ambtenaren bedoeld in artikel 3.8.3 berekenen het bedrag van de belasting en sturen aan de ambtenaar bedoeld in artikel 3.8.7 voor elke aangifte of ambtshalve gevestigde belasting de informatie bedoeld in artikel 10, § 2 van de ordonnantie van 21 december 2012, uiterlijk op 15 september van het jaar dat volgt op het belastingjaar of, in geval van ambtshalve heffing, uiterlijk op 15 september van het derde jaar dat volgt op het belastingjaar waarvoor de belasting verschuldigd is.]1
  
Art. 3.8.6. [1 Les fonctionnaires visés à l'article 3.8.3 calculent le montant de la taxe et adressent au fonctionnaire visé à l'article 3.8.7, pour chaque déclaration ou taxe établie d'office, les informations visées à l'article 10, § 2, de l'ordonnance du 21 décembre 2012, au plus tard le 15 septembre de l'année qui suit l'exercice d'imposition ou, en cas de taxation d'office, au plus tard le 15 septembre de la troisiÚme année qui suit l'exercice d'imposition pour lequel la taxe est due.]1
  
Onderafdeling 2. [1 - Kohieren]1
Sous-Section 2. [1 - RĂŽles]1
Art. 3.8.7. [1 § 1. De kohieren bedoeld in artikel 10 van de ordonnantie van 21 december 2012 worden, bij toepassing van artikel 44 van de ordonnantie afvalstoffen in het kader van de belastingen voorzien in de artikelen 40 en 41 van de ordonnantie afvalstoffen, vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door de directeur van de Directie Inkohiering van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit.
   § 2. Indien de functie van directeur van de Directie Inkohiering niet is ingevuld worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de eerste attaché of de attaché met de hoogste dienstanciënniteit binnen die Directie.
   Bij afwezigheid van de directeur van de Directie Inkohiering worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de eerste attaché of de attaché met de hoogste dienstanciënniteit binnen die Directie.]1

  
Art. 3.8.7. [1 § 1er. Les rÎles visés à l'article 10 de l'ordonnance du 21 décembre 2012 sont, en application de l'article 44 de l'ordonnance déchets dans le cadre des taxes prévues aux 'articles 40 et 41 de l'ordonnance déchets, formés et rendus exécutoires par le Directeur de la Direction de l'EnrÎlement du Service public régional de Bruxelles Fiscalité.
   § 2. Dans le cas oĂč l'emploi de Directeur de la Direction de l'EnrĂŽlement n'est pas occupĂ©, ces compĂ©tences sont exercĂ©es par le premier attachĂ© ou l'attachĂ© qui a l'anciennetĂ© de service la plus grande au sein de cette Direction.
   En cas d'absence du Directeur de la Direction de l'EnrÎlement, ces compétences sont exercées par le premier attaché ou l'attaché qui a l'ancienneté de service la plus grande au sein de cette Direction.]1

  
Onderafdeling 3. [1 - Inning en invordering]1
Sous-Section 3. [1 - Perception et recouvrement]1
Art. 3.8.8. [1 De belasting moet aan de ontvanger worden betaald door storting of overschrijving op de lopende rekening van de ontvanger.
   De belasting waarvan de betaling, met toepassing van artikel 16 van de ordonnantie van 21 december 2012, wordt vervolgd door een gerechtsdeurwaarder, kan worden betaald in handen van deze gerechtsdeurwaarder.]1

  
Art. 3.8.8. [1 La taxe doit ĂȘtre payĂ©e au receveur par versement ou par virement effectuĂ© sur le compte courant du receveur.
   La taxe dont le paiement est poursuivi par un huissier de justice, par application de l'article 16 de l'ordonnance du 21 dĂ©cembre 2012, peut ĂȘtre payĂ©e entre les mains de cet huissier de justice.]1

  
Art. 3.8.9. [1 De betaling van de belasting heeft uitwerking op de datum van het rekeninguittreksel van de ontvanger waarin de betaling werd gecrediteerd.]1
  
Art. 3.8.9. [1 Le paiement de la taxe produit ses effets à la date de l'extrait de compte du receveur portant crédit de paiement.]1
  
Art. 3.8.10. [1 § 1. De ontvanger is, in toepassing van artikel 44 van de ordonnantie van 14 juni 2012 in het kader van de belastingen voorzien in de artikelen 40 en 41 van de ordonnantie afvalstoffen, belast met de invordering van de gewestbelasting bedoeld in artikel 15 van de ordonnantie van 21 december 2012. Hij is bevoegd om het dwangbevel waarin het bovenvermelde artikel voorziet uit te vaardigen, te viseren en uitvoerbaar te verklaren, overeenkomstig artikel 15, § 1, van de ordonnantie van 21 december 2012.
   § 2. Bij afwezigheid van de ontvanger worden de bevoegdheden die in de vorige paragraaf worden bedoeld uitgeoefend door de plaatsvervangende rekenplichtige van ontvangsten belast met fiscale zaken.]1

  
Art. 3.8.10. [1 § 1er. Le receveur est, en application de l'article 44 de l'ordonnance du 14 juin 2012 dans le cadre des taxes prévues par les articles 40 et 41 de l'ordonnance déchets, chargé du recouvrement de la taxe régionale prévue par l'article 15 de l'ordonnance du 21 décembre 2012. Il est compétent pour décerner, viser et rendre exécutoire les contraintes prévue par l'article susmentionné, conformément à l'article 15, § 1er de l'ordonnance du 21 décembre 2012.
   § 2. En cas d'absence du receveur, les compétences visées au paragraphe précédent sont exercées par le comptable de recettes suppléant chargé de matiÚres fiscales.]1

  
Onderafdeling 4. [1 - Oplossing van moeilijkheden]1
Sous-Section 4. [1 - Solution de difficultés]1
Art. 3.8.11. [1 § 1. De directeur-generaal van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit is, in toepassing van artikel 44 van de ordonnantie afvalstoffen in het kader van de belastingen voorzien in de artikelen 40 en 41 van de ordonnantie afvalstoffen, bevoegd voor het oplossen van de moeilijkheden die kunnen rijzen met betrekking tot de inning van de belastingen, zoals bepaald door artikel 23 van de ordonnantie van 21 december 2012.
   § 2. Indien de functie van directeur-generaal van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit niet is ingevuld worden de bevoegdheden die aan deze ambtenaar worden verleend, uitgeoefend door de adjunct-directeur-generaal van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit.
   Bij afwezigheid van de directeur-generaal van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit worden de bevoegdheden die aan deze ambtenaar worden verleend, uitgeoefend door de adjunct-directeur-generaal van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit.]1

  
Art. 3.8.11. [1 § 1er. Le directeur général du Service public régional de Bruxelles Fiscalité, est, en l'application de l'article 44 de l'ordonnance déchets dans le cadre des taxes prévues par les articles 40 et 41 de l'ordonnance déchets, compétent pour la solution des difficultés qui peuvent s'élever relativement à la perception des taxes, comme prévu par l'article 23 de l'ordonnance du 21 décembre 2012.
   § 2. Dans le cas oĂč l'emploi de directeur gĂ©nĂ©ral du Service public rĂ©gional de Bruxelles FiscalitĂ© n'est pas occupĂ©, les compĂ©tences accordĂ©es Ă  ce fonctionnaire sont exercĂ©es par le directeur gĂ©nĂ©ral adjoint du Service public rĂ©gional de Bruxelles FiscalitĂ©.
   En cas d'absence du directeur général du Service public régional de Bruxelles Fiscalité les compétences accordées à ce fonctionnaire sont exercées par le directeur général adjoint du Service public régional de Bruxelles Fiscalité.]1

  
Art. 3.8.12. [1 § 1. De schriftelijke bezwaren, zoals bedoeld in artikel 23/1 van de ordonnantie van 21 december 2012 moeten worden ingediend bij de directeur-generaal van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit, in toepassing van artikel 44 van de ordonnantie afvalstoffen in het kader van de belastingen voorzien in de artikelen 40 en 41 van de ordonnantie afvalstoffen.
   § 2. Indien de functie van directeur-generaal van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit niet is ingevuld, worden de bevoegdheden die aan deze ambtenaar worden verleend, uitgeoefend door de adjunct-directeur-generaal van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit.
   Bij afwezigheid van de directeur-generaal van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit worden de bevoegdheden die aan deze ambtenaar worden verleend, uitgeoefend door de adjunct-directeur-generaal van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit.]1

  
Art. 3.8.12. [1 § 1er. Les rĂ©clamations Ă©crites, prĂ©vues par l'article 23/1 de l'ordonnance du 21 dĂ©cembre 2012, doivent ĂȘtre introduites auprĂšs du Directeur gĂ©nĂ©ral du Service public rĂ©gional de Bruxelles FiscalitĂ©, en l'application de l'article 44 de l'ordonnance dĂ©chets dans le cadre des taxes prĂ©vues aux articles 40 et 41 de l'ordonnance dĂ©chets.
   § 2. Dans le cas oĂč l'emploi de directeur gĂ©nĂ©ral du Service public rĂ©gional de Bruxelles FiscalitĂ© n'est pas occupĂ©, les compĂ©tences accordĂ©es Ă  ce fonctionnaire sont exercĂ©es par le directeur gĂ©nĂ©ral adjoint du Service public rĂ©gional de Bruxelles FiscalitĂ©.
   En cas d'absence du Directeur général du Service public régional de Bruxelles Fiscalité les compétences accordées à ce fonctionnaire sont exercées par le directeur général adjoint du Service public régional de Bruxelles Fiscalité.]1

  
HOOFDSTUK 9. [1 Composteren ]1
CHAPITRE 9. [1 Compostage ]1
Afdeling 1. [1 Wijkcompostering en bedrijfscompostering ]1
Section 1re. [1 Compostage de quartier et compostage en entreprise ]1
Onderafdeling 1. [1 - Toepassingsgebied en afwijkingen ]1
Sous-Section 1. [1 Champ d'application et dérogations ]1
Art. 3.9.1. [1 Toepassingsgebied en afwijkingen
Art. 3.9.1.[1 Champ d'application et dérogations
Onderafdeling 2. [1 Algemeen ]1
Sous-Section 2. [1 Généralités]1
Art. 3.9.2. [1 Aanvoer
   § 1. Alleen keukenafval en etensresten van categorie 3 [2 , groente- en fruitafval]2 en tuin- en parkafval, kan worden gecomposteerd.
   § 2. Alleen keukenafval en etensresten [2 en groente- en fruitafval]2 geproduceerd door de groep van huishoudens, door de onderneming of de groep ondernemingen mag worden aangebracht op hun eigen composteersite.
   Een huishouden brengt deze afvalstoffen niet aan op een site voor bedrijfscompostering en een bedrijf brengt deze niet aan op een site voor wijkcompostering.
   § 3. Tuin- en parkafval kan worden aangevoerd door de volgende derden:
   1° de publiekrechtelijke rechtspersoon die beheerder is van de groene ruimten en;
   2° professionele landschapsverzorgers.
   § 4. Het composteer en opslagvolume mag de 25 m3 niet overschrijden.
   § 5. Wanneer de composteersite zijn maximale verwerkingscapaciteit bereikt heeft, is de aanvoer van afvalstoffen niet meer toegelaten.
   In dit geval brengt de beheerder van de composteersite de in artikel 3.9.5. § 1 bedoelde personen die toegang hebben tot de site hiervan op de hoogte, verbiedt hij bijkomende aanvoer van afvalstoffen tot nader order en verstrekt hij informatie over alternatieve manieren van afvalverwijdering. ]1

  
Art. 3.9.2. [1 Apports
   § 1er. Seuls les déchets de cuisine et de table de catégorie 3 [2 , les déchets de fruits et légumes]2 ainsi que les déchets de jardins et de parcs peuvent faire l'objet d'un compostage.
   § 2. Seuls les dĂ©chets de cuisine et de table [2 et les dĂ©chets de fruits et lĂ©gumes]2 produits par le groupe de mĂ©nages, l'entreprise ou le groupement d'entreprises peuvent ĂȘtre apportĂ©s sur leur propre site de compostage.
   Un ménage n'apporte pas ces déchets sur un site de compostage en entreprise et une entreprise ne les apporte pas sur un site de compostage de quartier.
   § 3. Les dĂ©chets de jardins et de parcs peuvent ĂȘtre apportĂ©s par les tiers suivants :
   1° la personne morale de droit public gestionnaire d'espaces verts et ;
   2° le professionnel de service d'aménagement paysager.
   § 4. Le volume de compostage et de dépÎt n'excÚde pas 25 m3.
   § 5. Lorsque le site de compostage a atteint la capacité maximale de traitement, l'apport de déchets n'est plus autorisé.
   Dans ce cas, le gestionnaire du site de compostage en informe les personnes ayant accÚs au site visées à l'article 3.9.5. § 1er, interdit les apports supplémentaires de déchets jusqu'à nouvel ordre et fournit des informations sur les alternatives d'élimination des déchets. ]1

  
Art. 3.9.3. [1 Locatie
   § 1. De locatie van de composteersite voldoet aan de volgende criteria:
   1. ze situeert zich zodanig dat de risico's op hinder voor het leefmilieu en de buurt beperkt zijn;
   2. ze is ingeplant op minstens 4 meter afstand van oevers van geklasseerde onbevaarbare waterlopen en vijvers in de zin van de ordonnantie van 16 mei 2019 houdende het beheer en de bescherming van onbevaarbare waterlopen en vijvers;
   3. ze is niet ingeplant in de waterwinningsgebieden en beschermingszones van grondwaterwinningen.
   § 2. Er wordt geen afval opgeslagen buiten de in artikel 3.9.4. genoemde zones voor compostering.
   § 3. Artikel 3.5.5. § 1 en 3 is van toepassing.]1

  
Art. 3.9.3. [1 Localisation
   § 1er. La localisation du site de compostage respecte les critÚres suivants :
   1. il est implanté de maniÚre à limiter les risques de nuisances pour l'environnement et le voisinage ;
   2. il est implantĂ© Ă  minimum 4 mĂštres des crĂȘtes des berges de cours d'eau non navigables classĂ©s et des Ă©tangs au sens de l'ordonnance du 16 mai 2019 relative Ă  la gestion et Ă  la protection des cours d'eau non navigables et des Ă©tangs ;
   3. il n'est pas implanté dans les zones de captage et de protection des captages d'eau souterraine.
   § 2. Aucun stockage de déchets ne se fait en dehors des aires prévues pour le compostage reprises à l'article 3.9.4.
   § 3. L'article 3.5.5. § 1 et 3 est d'application. ]1

  
Art. 3.9.4. [1 Infrastructuur
   § 1. Op elk moment beschikt de composteersite minstens over:
   1. een verwerkingszone waar aerobe ontbinding en rijping plaatsvinden;
   2. een opslagzone voor structuurmateriaal;
   3. een opslagzone voor compost.
   § 2. De zones zijn duidelijk ruimtelijk afgebakend.
   § 3. Een technische uitrusting die de compostering versnelt of die geen installatie voor aerobe biologische omzetting is, is verboden op de site voor wijk- of bedrijfscompostering. ]1

  
Art. 3.9.4. [1 Infrastructure
   § 1er. A tout moment, le site de compostage dispose au minimum de :
   1. une aire de transformation oĂč s'effectuent la dĂ©composition aĂ©robie et la maturation ;
   2. une aire de stockage de matiÚre structurante ;
   3. une aire de stockage des composts.
   § 2. Les aires sont bien délimitées dans l'espace.
   § 3. Un équipement technique qui accélÚre le processus de compostage ou qui n'est pas une installation de conversion biologique aérobie est interdit sur le site de compostage de quartier ou en entreprise. ]1

  
Art. 3.9.5. [1 Controle van de toegang tot de composteersite
   § 1. Alleen personen die vooraf toestemming hebben gekregen van de beheerder van de composteersite, hebben toegang tot de composteersite.
   § 2. Bij de ingang van de composteersite wordt een informatiebord geplaatst op een plek die van buitenaf zichtbaar is.
   Dit informatiebord bevat:
   1. informatie die de identificatie van en het contact met de beheerder van de composteersite mogelijk maakt;
   2. openingstijden van de composteersite;
   3. instructies betreffende de voorwaarden voor het afgeven van afvalstoffen;
   4. de lijst van aanvaarde afvalstoffen. ]1

  
Art. 3.9.5. [1 ContrĂŽle de l'accĂšs au site de compostage
   § 1er. Seules les personnes ayant reçu l'accord préalable du gestionnaire du site de compostage ont accÚs au site de compostage.
   § 2. Un tableau d'information est installé à l'entrée du site de compostage, à un endroit visible depuis l'extérieur du site.
   Ce tableau d'information contient :
   1. les informations permettant d'identifier et de contacter le gestionnaire du site de compostage ;
   2. les heures d'ouverture du site de compostage ;
   3. les consignes concernant les conditions de remise des déchets ;
   4. la liste des déchets acceptés. ]1

  
Art. 3.9.6. [1 Controle en opvolging van het composteren
   Al de aangevoerde afvalstoffen worden gecomposteerd.
   De correcte ontbinding en hygiënisering van de afvalstoffen wordt verzekerd door een permanente toevoer van koolstofhoudend structuurmateriaal in een toereikende hoeveelheid en door het regelmatig draaien en verplaatsen van de afvalstoffen om deze te homogeniseren.
   De hopen afvalstoffen die aan het composteren zijn, zijn niet hoger dan 2 meter en hebben een minimaal volume van 1 m3.
   Artikel 3.5.6. § 3 is van toepassing. ]1

  
Art. 3.9.6. [1 ContrĂŽle et suivi du compostage
   Tous les déchets apportés font l'objet d'un compostage.
   La décomposition et l'hygiénisation correctes des déchets, sont assurées par un approvisionnement pérenne en matiÚre carbonée structurante en quantité suffisante et par des retournements réguliers sur l'ensemble des déchets avec déplacement de ceux-ci afin de les homogénéiser.
   Les tas de déchets en cours de compostage ont une hauteur maximale de 2 mÚtres et un volume minimum de 1 m3.
   L'article 3.5.6. § 3 est d'application. ]1

  
Art. 3.9.7. [1 Art. 3.9.7. Voorkomen van hinder
   Artikel 3.5.12. is van toepassing. ]1

  
Art. 3.9.7. [1 Prévention des nuisances
   L'article 3.5.12. est d'application.]1

  
Art. 3.9.8. [1 Gebruik van de compost
   § 1. Alleen de huishoudens, de onderneming of de ondernemingen van de groep ondernemingen die keukenafval en etensresten aanvoeren, mogen de compost gebruiken afkomstig van hun eigen composteersite.
   Bij de verdeling van de compost ziet de beheerder van de composteersite erop toe dat de gezondheidsrisico's in verband met het gebruik van de compost en de goede hygiënische praktijken voor de hantering ervan in herinnering worden gebracht.
   De compost mag enkel voor eigen gebruik aangewend worden en onder eigen verantwoordelijkheid. De compost mag niet weggegeven of verkocht worden.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1 mag de compost worden gebruikt door de publiekrechtelijke rechtspersoon die de groene ruimten beheert en die toegang heeft tot een composteersite conform artikel 3.9.5. § 1, in de eigen groene ruimten.
   In dit geval is het gebruik van de compost op grond bestemd voor fruit- en groententeelt, op weiden of op akkers bestemd voor de teelt van voedergewassen voor diervoeders verboden.
   § 3. De overtollige hoeveelheden compost worden vervoerd naar een vergunde inzamel- of verwerkingsinrichting. Deze overtollige hoeveelheden kunnen niet worden overgebracht tussen verschillende wijkcomposteersites en/of bedrijfscomposteersites. ]1

  
Art. 3.9.8. [1 Utilisation du compost
   § 1er. Seuls les ménages, l'entreprise ou les entreprises du groupement d'entreprises apportant les déchets de cuisine et de table peuvent utiliser le compost issu de leur propre site de compostage.
   Lors de la distribution du compost, le gestionnaire du site de compostage rappelle les risques sanitaires liés à l'utilisation du compost et les bonnes pratiques d'hygiÚne pour sa manipulation.
   Le compost ne peut ĂȘtre utilisĂ© que pour son propre usage et sous sa propre responsabilitĂ©. Le compost ne peut ĂȘtre ni donnĂ©, ni vendu.
   § 2. Par dĂ©rogation au paragrahe 1er, le compost peut ĂȘtre utilisĂ© par la personne morale de droit public gestionnaire d'espaces verts ayant accĂšs Ă  un site de compostage conformĂ©ment Ă  l'article 3.9.5. § 1er, sur ses propres espaces verts.
   Dans ce cas, l'utilisation du compost sur des terres consacrées à la production des fruits et légumes, sur des pùturages ou sur des terres consacrées à la production de plantes fourragÚres destinées à l'alimentation animale est interdite.
   § 3. Les quantitĂ©s excĂ©dentaires de compost sont transportĂ©es vers une installation de collecte et/ou de traitement autorisĂ©e. Ces quantitĂ©s excĂ©dentaires ne peuvent pas ĂȘtre transfĂ©rĂ©es entre diffĂ©rents sites de compostage de quartier et/ou sites de compostage en entreprise. ]1

  
Onderafdeling 3. [1 Exploitatie ]1
Sous-Section 3. [1 Exploitation ]1
Art. 3.9.9. [1 Beheerder van de wijkcomposteersite
   § 1. Een natuurlijke persoon, de beheerder van de composteersite, wordt aangewezen als verantwoordelijke voor het goede beheer van de composteersite.
   § 2. De beheerder van de composteersite of een door hem aangeduide persoon, volgt een opleiding over de reglementering en de richtlijnen van de gids van goede praktijken op het vlak van composteren.
   § 3. De beheerder van de composteersite geeft zijn voorafgaande goedkeuring aan de huishoudens die toegang hebben tot de site en houdt de lijst van de huishoudens met hun adressen bij.
   Hij geeft zijn voorafgaande schriftelijke en gedateerde toestemming aan de publiekrechtelijke rechtspersoon die de groene ruimten beheert en/of de professionele landschapsverzorger die tuin- en parkafval aanvoert, en werkt de lijst met hun gegevens minstens een keer per jaar bij.
   De lijsten worden op eenvoudig verzoek voorgelegd aan de personeelsleden belast met het toezicht volgens de bepalingen van artikel 5 van het wetboek van inspectie.
   § 4. De beheerder van de composteersite en de in de paragraaf 3 bedoelde personen organiseren zich om een goed beheer van de composteersite te verzekeren.
   § 5. Leefmilieu Brussel stelt een gids van goede praktijken inzake composteren op en publiceert deze op zijn website.]1

  
Art. 3.9.9. [1 Gestionnaire du site de compostage de quartier
   § 1er. Une personne physique, le gestionnaire du site de compostage, est désignée comme responsable de la bonne gestion du site de compostage.
   § 2. Le gestionnaire du site de compostage, ou une personne désignée par lui, suit une formation relative à la réglementation et aux rÚgles du guide de bonnes pratiques sur le compostage.
   § 3. Le gestionnaire du site de compostage donne son accord préalable aux ménages ayant accÚs au site et tient à jour la liste des ménages et leur adresse.
   Il donne son accord préalable, écrit et daté, à la personne morale de droit public gestionnaire d'espaces verts et/ou le professionnel de service d'aménagement paysager qui apporte des déchets de jardins et de parcs et tient à jour, au minimum une fois par an, la liste des coordonnées de ceux-ci.
   Les listes sont présentées sur simple demande aux agents chargés de la surveillance suivant les dispositions de l'article 5 du code de l'inspection.
   § 4. Le gestionnaire du site de compostage et les personnes visées au paragraphe 3 s'organisent pour assurer une bonne gestion du site de compostage.
   § 5. Bruxelles Environnement rédige un guide de bonnes pratiques sur le compostage et le publie sur son site internet. ]1

  
Art. 3.9.10. [1 Beheerder van de bedrijfscomposteersite
   § 1. Een natuurlijke of rechtspersoon wordt aangesteld als beheerder van de composteersite en is verantwoordelijk voor het goede beheer van de composteersite.
   § 2. De beheerder van de composteersite, of een door hem aangeduide persoon, volgt een opleiding over de reglementering en de richtlijnen van de gids van goede praktijken op het vlak van composteren.
   § 3. De onderneming legt minimum de volgende informatie vast in een intern register van de onderneming:
   - de gegevens van de persoon die is aangesteld als beheerder van de composteersite;
   - het bewijs dat de beheerder van de composteersite of een door hem aangesteld persoon de onder paragraaf 2 bedoelde opleiding heeft gevolgd;
   - de lijst van medewerkers van de onderneming die toegang hebben tot de composteersite;
   - alle voorafgaande schriftelijke en gedateerde akkoorden met de publiekrechtelijke rechtspersoon die de beheerder is van de groene ruimten en/of met de professionele landschapsverzorgers die toegang hebben tot de site en die tuin- en parkafval aanvoeren, en een lijst met hun gegevens.
   § 4. In het geval van een groep van ondernemingen bepalen de ondernemingen op het terrein van welke onderneming van de groep de composteersite zal worden geïnstalleerd. Er wordt een contract gesloten tussen de ondernemingen die deze composteersite gebruiken en elk van hen houdt een kopie van het contract bij. Het contract bevat minstens de volgende informatie:
   - de gegevens van de ondernemingen die deel uitmaken van de groep van ondernemingen;
   - de exacte plaats van de composteersite;
   - de gegevens van de persoon die is aangesteld als beheerder van de composteersite;
   - het bewijs dat de beheerder van de composteersite of een door hem aangestelde persoon de onder paragraaf 2 bedoelde opleiding heeft gevolgd.
   De beheerder van de composteersite legt minimum de volgende informatie vast in een register:
   - de kopie van het contract bedoeld onder het eerste lid;
   - de lijst van medewerkers van de ondernemingen die toegang hebben tot de composteersite;
   - alle voorafgaande schriftelijke en gedateerde akkoorden met derden die toegang hebben tot de site en die tuin- en parkafval aanvoeren, en een lijst met hun gegevens.
   § 5. De akkoorden, contracten en registers zijn gedateerd en worden regelmatig bijgewerkt, minstens een keer per jaar naargelang van de evolutie van de staat van de composteersite.
   § 6. Het register kan worden gebruikt als bewijs van afvalbeheer zoals bedoeld onder artikel 1.7. § 2, 3. van Brudalex op voorwaarde dat de bedrijfscomposteersite voldoet aan de voorwaarden van deze afdeling.
   Het register wordt op eenvoudig verzoek voorgelegd aan de personeelsleden belast met het toezicht volgens de bepalingen van artikel 5 van het wetboek van inspectie.
   § 7. De beheerder van de composteersite ziet toe op een goed beheer van de composteersite.
   § 8. Leefmilieu Brussel stelt een gids van goede praktijken inzake composteren op en publiceert deze op zijn website. ]1

  
Art. 3.9.10. [1 . Gestionnaire du site de compostage en entreprise
   § 1er. Une personne physique ou morale est désignée comme gestionnaire du site de compostage et est responsable de la bonne gestion du site de compostage.
   § 2. Le gestionnaire du site de compostage ou une personne désignée par lui, suit une formation relative à la réglementation et aux rÚgles du guide de bonnes pratiques sur le compostage.
   § 3. L'entreprise consigne dans un registre interne à l'entreprise au minimum les informations suivantes :
   - les coordonnées de la personne désignée comme gestionnaire du site de compostage ;
   - la preuve que le gestionnaire du site de compostage ou une personne désignée par lui, a suivi la formation visée au paragraphe 2 ;
   - la liste des collaborateurs de l'entreprise ayant accÚs au site de compostage ;
   - l'ensemble des accords préalable, écrits et datés, avec la personne morale de droit public gestionnaire d'espaces verts et/ou le professionnel de service d'aménagement paysager ayant accÚs au site, qui apportent des déchets de jardins et de parcs et une liste des coordonnées de ceux-ci.
   § 4. En cas de groupement d'entreprises, les entreprises désignent l'entreprise du groupement sur le terrain de laquelle le site de compostage est installé. Un contrat est établi entre les entreprises qui utilisent ce site et chacune d'entre elles garde une copie du contrat. Le contrat reprend au minimum les informations suivantes :
   - les coordonnées des entreprises participant dans le groupement d'entreprises ;
   - le lieu exact du site de compostage ;
   - les coordonnées de la personne designée comme gestionnaire du site de compostage;
   - la preuve que le gestionnaire du site de compostage ou une personne désignée par lui, a suivi la formation visée au paragraphe 2.
   Le gestionnaire du site de compostage consigne dans un registre au minimum les informations suivantes :
   - la copie du contrat visé à l'alinéa 1er ;
   - la liste des collaborateurs des entreprises ayant accÚs au site de compostage ;
   - l'ensemble des accords préalable, écrits et datés, avec les tiers ayant accÚs au site, qui apportent des déchets de jardins et de parcs et une liste des coordonnées de ceux-ci.
   § 5. Les accords, les contrats et les registres sont datés et sont réguliÚrement mis à jour, au minimum une fois par an, au regard de l'évolution de la situation du site de compostage.
   § 6. Le registre peut servir comme preuve de gestion de déchets visé par l'article 1.7. § 2, 3. du Brudalex à condition que le site de compostage en entreprise respecte les conditions reprises dans la présente section.
   Le registre est présenté sur simple demande aux agents chargés de la surveillance suivant les dispositions de l'article 5 du code de l'inspection.
   § 7. Le gestionnaire du site de compostage s'organise pour assurer une bonne gestion du site de compostage.
   § 8. Bruxelles Environnement rédige et publie sur son site internet un guide de bonnes pratiques sur le compostage. ]1

  
Afdeling 2. [1 Kleinschalig composteren ]1
Section 2. [1 Compostage de petite taille ]1
Onderafdeling 1. [1 Toepassingsgebied ]1
Sous-Section 1re. [1 Champ d'application ]1
Art. 3.9.11. [1 Toepassingsgebied
   § 1. Deze afdeling is van toepassing op de composteerinrichtingen die door de rubriek 41-1A beoogd worden tenzij het gaat om wijkcomposteerinrichtingen onderworpen aan afdeling 1.
   Behoudens andersluidende bepalingen, zijn titel I, de hoofdstukken 1 tot 8 van deze titel en hoofdstuk 5 van titel IV van toepassing op het kleinschalig composteren.
   § 2. Deze afdeling is van toepassing onverminderd de Verordening (EG) nr. 1069/2009. ]1

  
Art. 3.9.11. [1 Champ d'application
   § 1er. La présente section s'applique aux installations de compostage visées à la rubrique 41-1A sauf s'il s'agit d'installations de compostage de quartier soumises à la section 1re.
   Sauf dispositions contraires, le titre I, les chapitres 1 à 8 du présent titre et le chapitre 5 du titre IV, s'appliquent au compostage de petite taille.
   § 2. Cette section s'applique sans préjudice du RÚglement (CE) N° 1069/2009. ]1

  
Onderafdeling 2. [1 Algemeen ]1
Sous-Section 2. [1 - Généralités ]1
Art. 3.9.12. [1 Aanvoer
   § 1. Alleen biodegradeerbare afvalstoffen kunnen gecomposteerd worden. Onverminderd andere regelgevingen, is de aanvoer van de volgende soorten afvalstoffen verboden:
   1. de gevaarlijke afvalstoffen zoals opgenomen in de lijst van afvalstoffen zoals bepaald in artikel 1.9. van huidig besluit;
   2. het behandeld hout.
   De milieuvergunning vermeldt de afvalstoffen die kunnen verwerkt worden in de composteerinrichting.
   § 2. Chemische en/of biologische composteeradditieven zijn verboden.
   De milieuvergunning kan een afwijking van het gebruik van composteeradditieven toestaan, op voorwaarde dat de uitbater aantoont dat het gebruik van de additieven onschadelijk is voor het milieu en dat de regelgeving wordt nageleefd. ]1

  
Art. 3.9.12. [1 Apports
   § 1er. Seuls les déchets biodégradables peuvent faire l'objet d'un compostage. Sans préjudice d'autres rÚglementations, l'apport des déchets suivants est interdit :
   1. les dĂ©chets dangereux tels que repris dans la liste des dĂ©chets visĂ©e par l'article 1.9. du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
   2. les bois traités.
   Le permis d'environnement prĂ©cise les dĂ©chets pouvant ĂȘtre traitĂ©s dans l'installation de compostage.
   § 2. Les additifs de compostage chimiques et/ou biologiques sont interdits.
   Le permis d'environnement peut octroyer une dérogation à l'utilisation des additifs de compostage pour autant que l'exploitant démontre l'innocuité de l'utilisation des additifs sur l'environnement ainsi que le respect de la rÚglementation. ]1

  
Art. 3.9.13. [1 Locatie
   § 1. De locatie van de composteersite stemt overeen met artikel 3.9.3. § 1.
   § 2. Er wordt geen afval opgeslagen buiten de in artikel 3.9.14. genoemde zones voor compostering. ]1

  
Art. 3.9.13. [1 Localisation
   § 1. La localisation de l'installation de compostage est conforme à l'article 3.9.3. § 1.
   § 2. Aucun stockage de déchets ne se fait en dehors des aires prévues pour le compostage reprises à l'article 3.9.14. ]1

  
Art. 3.9.14. [1 Infrastructuur
   § 1. De composteerinrichting omvat minstens:
   1. een zone of uitrusting voor de ontvangst, de eventuele sortering en de controle van afvalstoffen;
   2. desgevallend een zone of uitrusting voor de opslag van afvalstoffen, aangepast aan de aard van de afvalstoffen;
   3. desgevallend een zone of uitrusting voor de voorbehandeling van afval;
   4. een zone of uitrusting bestemd voor de aerobe ontbinding;
   5. een zone of uitrusting bestemd voor de rijping;
   6. een zone of uitrusting bestemd voor de nabewerking, het zeven en desgevallend het bereiden;
   7. desgevallend een zone voor de opslag van de compost voorafgaand aan de verzending ervan.
   § 2. De zones beschikken over alle uitrustingen en constructies die nuttig zijn voor het composteren en zijn zodanig gedimensioneerd dat een voldoende lange verblijftijd gegarandeerd wordt om het verkrijgen van een compost te verzekeren die voldoet aan de normen gedefinieerd in artikel 3.9.17.
   § 3. De zones zijn goed afgebakend, zodat contact tussen de afvalstoffen en de compost vermeden wordt.
   § 4. De vloer van de zones bedoeld bij paragraaf 1, 1° tot 5°, is bedekt met of bestaat uit een ondoorlaatbaar materiaal. De vloer moet een voldoende grote helling hebben om het percolaat en het afvloeiingswater te kunnen opvangen.
   § 5. De inrichting is uitgerust met een systeem voor de opvang en het hergebruik van het percolaat en het afvloeiingswater voor het besproeien van het ontbindende materiaal tijdens de verwerking ervan door middel van composteren.
   § 6. De milieuvergunning kan een afwijking op de paragrafen 4 en 5 toekennen, op voorwaarde dat de uitbater kan aantonen dat er geen enkel risico voor de bodem en het water is.]1

  
Art. 3.9.14. [1 . Infrastructure
   § 1er. L'installation de compostage comprend au minimum :
   1. une aire ou un équipement dédié à la réception, le tri éventuel et le contrÎle des déchets ;
   2. une aire ou un équipement dédié au stockage des déchets, adapté à la nature de ceux-ci, le cas échéant ;
   3. une aire ou un équipement dédié au prétraitement des déchets, le cas échéant ;
   4. une aire ou un équipement dédié à la décomposition aérobie ;
   5. une aire ou un équipement dédié à la maturation ;
   6. une aire ou un équipement dédié à l'affinage, le criblage, la formulation le cas échéant ;
   7. une aire de stockage du compost avant expédition, le cas échéant.
   § 2. Les aires se composent de tous les équipements et constructions utiles au compostage et sont dimensionnées de maniÚre à garantir un temps de séjour suffisant pour assurer l'obtention d'un compost respectant les normes définies à l'article 3.9.17.
   § 3. Les aires sont bien délimitées et permettent d'éviter le contact entre les déchets et le compost.
   § 4. Le sol des aires visées au paragraphe 1er, 1° à 5° est recouvert ou composé d'un matériau imperméable. Il est pourvu d'une pente suffisante afin de récolter les lixiviats et les eaux de ruissellement.
   § 5. L'installation est pourvue d'un systÚme de récupération et de réutilisation des lixiviats et eaux de ruissellement pour l'arrosage de la matiÚre en décomposition durant le traitement par compostage.
   § 6. Le permis d'environnement peut octroyer une dérogation aux paragraphes 4 et 5 pour autant que l'exploitant démontre l'absence de risque pour le sol et les eaux. ]1

  
Onderafdeling 3. [1 Uitbating ]1
Sous-Section 3. [1 Exploitation ]1
Art. 3.9.15. [1 Milieuvergunningsaanvraag
   § 1. Bij het indienen van de aanvraag voor een milieuvergunning zijn de in artikelen 3.5.2., 3.5.3. en 3.5.4. gevraagde documenten niet vereist.
   § 2. De uitbater, of een door hem aangeduide persoon, volgt een opleiding over de reglementering en de richtlijnen van de gids van goede praktijken op het vlak van composteren zoals bepaald in artikel 3.9.9. § 2. ]1

  
Art. 3.9.15. [1 Demande de permis d'environnement
   § 1er. Lors de l'introduction de la demande de permis d'environnement, les documents requis par les articles 3.5.2., 3.5.3. et 3.5.4 ne sont pas exigés.
   § 2. L'exploitant, ou une personne désignée par lui, suit une formation relative à la réglementation et aux rÚgles du guide de bonnes pratiques sur le compostage telles que définies à l'article 3.9.9. § 2. ]1

  
Art.3.9.16. [1 Controle en opvolging van het composteren
   § 1. De uitbater is ertoe gehouden om alles in het werk te stellen om een goed verloop van de compostering te verzekeren, met name de organisatie, de planning van de activiteiten en de goede werking van het materieel.
   § 2. Indien de inrichting is uitgerust met een luchtzuiveringssysteem, wordt deze onderhouden volgens de instructies van de leverancier of installateur.
   § 3. De indeling van de ruimte maakt de organisatie van de compostering en de opslag mogelijk.
   § 4. De uitbater stelt een beheer per lot afvalstoffen in. Hij verzekert er zich van dat de afvalstoffen die een lot vormen identieke composteeromstandigheden ondergaan. Elk lot is geïdentificeerd.
   § 5. De uitbater zorgt ervoor dat er tijdens de ontbinding- en rijpingsfase geen anaerobe omstandigheden ontstaan bij de opslag van de afvalstoffen.
   § 6. Binnen 24 uur na aflevering worden de aangevoerde afvalstoffen ingevoerd in het composteringsproces.
   § 7. De afvalstoffen worden gestort in hopen waarvan de maximale hoogte tijdens het composteren beperkt is tot 3 meter.
   § 8. De correcte ontbinding en hygiënisering van de afvalstoffen wordt verzekerd door het regelmatig en homogeen draaien van het materiaal of door middel van geforceerde ventilatie.
   Het draaien moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
   1. het moet regelmatig voor al het materiaal gebeuren, met verplaatsing ervan om het te homogeniseren;
   2. de verblijftijd van het materiaal in aerobe ontbinding in de hiertoe voorziene zone, bedraagt minstens drie weken;
   3. tijdens de fase van de aerobe ontbinding wordt het materiaal minstens drie keer gedraaid.
   Bij geforceerde ventilatie bedraagt de bewaartijd van het materiaal in aerobe ontbinding in de hiertoe voorziene zone, minstens twee weken.
   § 9. Door de milieuvergunning kan een afwijking op paragraaf 8, punten 2 en 3, toegekend worden, als de uitbater aan de hand van een expertise aantoont dat het gebruikte alternatief een gelijkwaardige bescherming van het milieu en hygiënisering van de compost biedt.
   § 10. Aan het einde van de aerobe ontbinding wordt het materiaal naar de rijpingszone gebracht.
   § 11. De temperatuur van het materiaal dat aan het composteren is, wordt dagelijks gecontroleerd.
   § 12. Tijdens het composteren vertonen alle delen van het materiaal een variatie in temperatuur in functie van de tijd die overeenstemt met een van de volgende situaties:
   1. 60 ° C of meer gedurende minstens 4 dagen,
   2. 55 ° C of meer gedurende minstens 12 dagen.
   § 13. Het personeel beschikt op de composteersite over alle benodigde informatie om de naleving van de procedures te verzekeren. ]1

  
Art. 3.9.16. [1 ContrĂŽle et suivi du compostage
   § 1er. L'exploitant est tenu de tout mettre en oeuvre pour le bon déroulement du compostage, notamment, l'organisation, le planning des opérations et le bon fonctionnement du matériel.
   § 2. Si l'installation est munie d'un systÚme d'épuration de l'air, celui-ci est entretenu conformément aux instructions du fournisseur ou de l'installateur.
   § 3. L'occupation de l'espace permet l'organisation du compostage et des dépÎts.
   § 4. L'exploitant instaure une gestion par lot de déchets. Il s'assure que les déchets composant le lot subissent des conditions de compostage identiques. Chaque lot est identifié.
   § 5. L'exploitant s'assure que des conditions anaérobies n'apparaissent pas au niveau des déchets lors des phases de décomposition et de maturation.
   § 6. Dans les 24 heures de leur livraison, les déchets apportés sont incorporés dans le processus du compostage.
   § 7. Les déchets sont déposés en andains dont la hauteur maximale en cours de compostage est limitée à 3 mÚtres.
   § 8. La décomposition et l'hygiénisation correcte des déchets est assurée par retournement régulier et homogÚne de la matiÚre ou par ventilation forcée.
   Les retournements répondent aux conditions suivantes :
   1. ils sont réguliers sur l'ensemble de la matiÚre avec déplacement de celle-ci afin d'homogénéiser la matiÚre ;
   2. le temps de séjour des matiÚres en cours de décomposition aérobie dans l'aire correspondante est au minimum de trois semaines ;
   3. pendant la phase de décomposition aérobie, la matiÚre subit au minimum trois retournements.
   En cas de ventilation forcée, le temps de séjour des matiÚres en cours de décomposition aérobie dans l'aire correspondante est au minimum de deux semaines.
   § 9. Une dĂ©rogation au paragraphe 8, points 2 et 3 peut ĂȘtre octroyĂ©e par le permis d'environnement si l'exploitant Ă©tablit, sur base d'une expertise, que l'alternative utilisĂ©e assure de maniĂšre Ă©quivalente la protection de l'environnement et l'hygiĂ©nisation du compost.
   § 10. A l'issue de la phase de décomposition aérobie, la matiÚre est dirigée vers la zone de maturation.
   § 11. La température de la matiÚre en cours de compostage est contrÎlée quotidiennement.
   § 12. Pendant le compostage, toutes les parties de la matiÚre présentent une variation de la température en fonction du temps qui correspond à l'une des situations suivantes :
   1. 60 ° C ou plus pendant au moins 4 jours,
   2. 55 ° C ou plus pendant au moins 12 jours.
   § 13. Le personnel dispose sur le site de compostage de toutes les informations nécessaires pour assurer le respect des procédures. ]1

  
Art. 3.9.17. [1 . Samenstelling van de compost
   § 1. Behalve voor de parameter Zn respecteert de compost de saneringsnormen voor de bodem zoals opgenomen in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 maart 2018 tot vaststelling van de interventie en saneringsnormen. Voor de parameter Zn is de maximale drempel 400 mg Zn/kg droge stof.
   § 2. Er worden minstens analyses uitgevoerd met betrekking tot zware metalen en metalloïden, polycyclische aromatische koolwaterstoffen en minerale oliën.
   § 3. De milieuvergunning kan bijkomende de te analyseren parameters opleggen in functie van de aanvoer.]1

  
Art. 3.9.17. [1 Composition du compost
   § 1er. Sauf pour le paramĂštre Zn, le compost respecte les normes d'assainissement pour le sol reprises dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 29 mars 2018 fixant les normes d'intervention et les normes d'assainissement. Pour le paramĂštre Zn, le seuil maximum est de 400 mg de Zn/kg de matiĂšre sĂšche.
   § 2. Des analyses sont au minimum réalisées au niveau des métaux lourds et métalloïdes, hydrocarbures aromatiques polycycliques et huiles minérales.
   § 3. Le permis d'environnement peut fixer des paramÚtres supplémentaires à analyser en tenant compte des apports. ]1

  
Art. 3.9.18. [1 Monsterneming en analyse
   § 1. De uitbater voert monsternames uit volgens de code van goede praktijken met betrekking tot het nemen van monsters en gepubliceerd op de site van Leefmilieu Brussel.
   § 2. De analyse van de compost wordt uitgevoerd door een erkend laboratorium in het domein van bodem, in toepassing van het besluit van 23 juni 1994 betreffende de algemene voorwaarden en de procedure voor erkenning van laboratoria.
   § 3. De analyse van de compost wordt uitgevoerd volgens de code van goede praktijken gepubliceerd op de site van Leefmilieu Brussel voor de analysemethoden. ]1

  
Art. 3.9.18. [1 Echantillonage et analyse
   § 1er. L'exploitant procÚde à une prise d'échantillons selon les codes de bonnes pratiques relatifs à la prise d'échantillons et publiés sur le site de Bruxelles Environnement.
   § 2. L'analyse du compost est rĂ©alisĂ©e par un laboratoire agréé en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale, dans le domaine du sol, en application de l'arrĂȘtĂ© du 23 juin 1994 relatif aux conditions gĂ©nĂ©rales et Ă  la procĂ©dure d'agrĂ©ment de laboratoires.
   § 3. L'analyse du compost est réalisée selon les codes de bonnes pratiques publiés sur le site de Bruxelles Environnement et relatifs aux méthodes d'analyse. ]1

  
Art. 3.9.19. [1 Voorkomen van hinder
   § 1. Alle maatregelen worden genomen om de geuroverlast zoveel mogelijk te beperken, vooral tijdens het draaien en zeven.
   § 2. Als het niet mogelijk blijkt om de naar de inrichting gebrachte afvalstoffen te verwerken in het composteringsproces, worden ze zo snel mogelijk afgevoerd om alle hinder te vermijden. ]1

  
Art. 3.9.19. [1 Prévention des nuisances
   § 1er. Toutes les mesures sont prises pour limiter au maximum les nuisances dues aux odeurs, notamment lors des retournements et du criblage.
   § 2. En cas d'impossibilité d'incorporer les déchets apportés dans le processus de compostage, ceux-ci sont évacués le plus vite possible afin d'éviter toutes nuisances. ]1

  
Art. 3.9.20. [1 Activiteitenverslag
   § 1. De uitbater houdt een activiteitenverslag bij met de volgende informatie:
   1. gedateerde informatie over de uitgevoerde handelingen, de analyseresultaten en de gemeten parameters, met name de temperatuur, het draaien, het zeven en de opslag van de compost;
   2. de geproduceerde hoeveelheden compost;
   3. de informatie in het in artikel 1.7 bedoelde afvalstoffenregister.
   § 2. Het activiteitenverslag wordt op eenvoudig verzoek aan de overheden die belast zijn met het toezicht voorgelegd. ]1

  
Art. 3.9.20. [1 Rapport d'activités
   § 1er. L'exploitant tient un rapport d'activités contenant les informations suivantes :
   1. les informations datées sur les opérations effectuées, les résultats d'analyse et paramÚtres mesurés notamment, la température, les retournements, le criblage et le stockage du compost ;
   2. les quantités de compost produites ;
   3. les informations contenues dans le registre de déchets visé à l'article 1.7.
   § 2. Le rapport d'activités est présenté sur simple demande aux autorités habilitées à exercer des contrÎles. ]1

  
Art. 3.9.21. [1 Einde van afvalstatuut in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en gebruik van de compost
   Onverminderd de aanvullende verplichtingen van Verordening (EG) nr. 1069/2009 is compost dat het resultaat is van een composteringsproces overeenkomstig artikel 3.9.17. en 3.9.18. niet langer een afvalstof overeenkomstig artikel 9 van de ordonnantie afvalstoffen.
   De compost kan gebruikt worden als grondverbeteringsmiddel.
   De compost geproduceerd in het Vlaamse gewest of het Waalse gewest bekomt het einde van afvalstatuut in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, op voorwaarde dat deze voldoet aan de vereisten van artikels 3.9.17. § 1 en 3.9.18. Deze compost is niet onderworpen aan de toelating voor rubriek 178. ]1

  
Art. 3.9.21. [1 Fin de statut de déchet en Région de Bruxelles-Capitale et utilisation du compost
   Sans prĂ©judice des obligations complĂ©mentaires du RĂšglement (CE) N° 1069/2009, le compost issu d'un processus de compostage conforme Ă  l'article 3.9.17. et 3.9.18. cesse d'ĂȘtre un dĂ©chet conformĂ©ment Ă  l'article 9 de l'ordonnance dĂ©chets.
   Le compost peut ĂȘtre utilisĂ© comme amendement du sol.
   Le compost réalisé en Région flamande ou en Région wallonne obtient la fin de statut de déchet en Région de Bruxelles-Capitale, pour autant qu'il soit conforme aux exigences de l'article 3.9.17. § 1er et de l'article 3.9.18. Ce compost n'est pas soumis à l'autorisation pour la rubrique 178. ]1

  
Afdeling 3. [1 Grootschalig composteren ]1
Section 3. [1 Compostage de grande taille ]1
Onderafdeling 1. [1 Toepassingsgebied ]1
Sous-Section 1re. [1 Champ d'application ]1
Art. 3.9.22. [1 Toepassingsgebied
   § 1. Deze afdeling is van toepassing op de composteerinrichtingen die door rubriek 41-1B beoogd worden.
   Behoudens andersluidende bepalingen, zijn titel I, de hoofdstukken 1 tot 8 van deze titel en hoofdstuk 5 van titel IV van toepassing op het grootschalig composteren.
   § 2. Deze afdeling is van toepassing onverminderd de Verordening (EG) nr. 1069/2009. ]1

  
Art. 3.9.22. [1 . Champ d'application
   § 1er. La présente section s'applique aux installations de compostage visées à la rubrique 41-1B.
   Sauf dispositions contraires, le titre I, les chapitres 1 à 8 du présent titre et le chapitre 5 du titre IV, s'appliquent au compostage de grande taille.
   § 2. Cette section s'applique sans préjudice du RÚglement (CE) N° 1069/2009. ]1

  
Onderafdeling 2. [1 Algemeen ]1
Sous-Section 2. [1 Généralités ]1
Art. 3.9.23. [1 Aanvoer
  Artikel 3.9.12. is van toepassing. ]1

  
Art. 3.9.23. [1 Apports
   L'article 3.9.12. est d'application. ]1

  
Art. 3.9.24. [1 Locatie
   § 1. De locatie van de composteersite voldoet aan art. 3.9.3. § 1.
   § 2. Er wordt geen afval opgeslagen buiten de in artikel 3.9.14. genoemde zones voor compostering.
   § 3. De zones en de uitrustingen voldoen aan de volgende voorwaarden:
   1. ze zijn gelegen op ten minste 50 meter afstand van door derden bewoonde woningen, voor bewoning bestemde ruimten, inrichtingen die publiek ontvangen, met uitzondering van die welke verband houden met de inzameling of verwerking van afvalstoffen. Deze minimumafstand wordt verhoogd tot 200 meter wanneer ze niet zijn uitgerust met een systeem voor opvang en behandeling van de gasvormige effluenten;
   2. de inrichting mag zich niet boven of onder door derden bewoonde vertrekken of als kantoor gebruikte ruimten bevinden, met uitzondering van de technische ruimten die nodig zijn voor de werking van de installatie.
   § 4. De omheiningen en andere inrichtingen die indringers buiten moeten houden, worden in goede staat gehouden. ]1

  
Art. 3.9.24. [1 . Localisation
   § 1er. La localisation de l'installation de compostage est conforme à l'article 3.9.3. § 1.
   § 2. Aucun stockage de déchets ne se fait en dehors des aires prévues pour le compostage reprises à l'article 3.9.14.
   § 3. Les aires et équipements répondent aux conditions suivantes :
   1. ils sont situés à au moins 50 mÚtres des habitations occupées par des tiers, des zones destinées à l'habitation, des établissements recevant du public, à l'exception de ceux en lien avec la collecte ou le traitement des déchets. Cette distance est portée à au moins 200 mÚtres s'ils ne sont pas munis d'un systÚme de collecte et de traitement des effluents gazeux ;
   2. l'installation ne surmonte pas ou n'est pas surmontée de locaux habités, occupés par des tiers ou à usage de bureaux, à l'exception de locaux techniques nécessaires au fonctionnement de l'installation.
   § 4 Les clĂŽtures et autres dispositifs empĂȘchant l'intrusion sont maintenus en bon Ă©tat.
  
Art. 3.9.25. [1 Infrastructuur
   Artikel 3.9.14. is van toepassing met uitzondering van de afwijking voorzien in paragraaf 6. ]1

  
Art. 3.9.25. [1 Infrastructure
   L'article 3.9.14. est d'application à l'exception de la dérogation prévue au paragraphe 6. ]1

  
Onderafdeling 3. [1 Uitbating ]1
Sous-Section 3. [1 Exploitation ]1
Art. 3.9.26. [1 § 1. Artikel 3.9.16. is van toepassing met uitzondering van zijn paragraaf 9.
   § 2. Artikelen 3.9.17. tot en met 3.9.21. zijn van toepassing. ]1

  
Art. 3.9.26. [1 L'article 3.9.16. est d'application Ă  l'exception de son paragraphe 9.
   § 2. Les articles 3.9.17. à 3.9.21. sont d'application ]1

  
TITEL IV. - Bepalingen betreffende bepaalde afvalstromen
TITRE IV. - Dispositions relatives à certains flux de déchets
HOOFDSTUK 1. - Afgedankte elektrische en electronische apparatuur
CHAPITRE 1er. - Des déchets d'équipements électriques et électroniques
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Art. 4.1.1. § 1. In dit hoofdstuk is de volgende definitie van toepassing.
  "Afzondering": manuele, mecanische, chemische of metallurgische behandeling die ervoor zorgt dat gevaarlijke stoffen, mengsels en onderdelen tijdens het verwerkingsproces in een identificeerbare stroom of als identificeerbaar deel van een stroom zijn afgescheiden. Stoffen, mengsels of onderdelen zijn identificeerbaar als zij kunnen worden gemonitord om te verifiëren of zij worden verwerkt op een wijze die veilig is voor het milieu.
  § 2. Voorts zijn de bij artikel 1.1 en 2.4.46 definities van "producent", "kleinhandelaar", "distributeur", "erkend organisme" en "beheersorganisme" van toepassing op dit hoofdstuk.
Art. 4.1.1. § 1er. Au sens du présent chapitre, on entend par :
  " Extraction ": un traitement manuel, mécanique, chimique ou métallurgique à l'issue duquel les substances, mélanges et composants dangereux se trouvent rassemblés en un flux identifiable ou dans une partie identifiable d'un flux au cours du processus de traitement. Une substance, un mélange ou un composant est identifiable s'il est possible de le contrÎler pour vérifier que son traitement est respectueux de l'environnement.
  § 2. Les définitions de " producteur ", " détaillant ", " distributeur ", " organisme agréé " et " organisme de gestion " qui sont énoncées à l'article 1.1 et à l'article 2.4.46 sont applicables au présent chapitre.
Afdeling 2. - De handelingen voor het beheer van AEEA
Section 2. - Des opérations de gestion des DEEE
Onderafdeling 1. - Voorbereiding voor hergebruik en hergebruik.
Sous-section 1er. - De la préparation en vue du réemploi et du réemploi
Art. 4.1.2. [1 . § 1. Er wordt voorrang gegeven aan het hergebruik van gebruikte EEA en aan de voorbereiding voor hergebruik van AEEA.
   Hergebruik en voorbereiding voor hergebruik is verboden voor de volgende apparaten:
   1. huishoudelijke schermen met kathodestraalbuizen (CRT);
   2. apparaten die CFK's of HCFK's bevatten zoals vermeld in Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees parlement en de raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen. Bij een apparaat zonder vermelding van het gebruikte koelgas, wordt er van uitgegaan dat het apparaat CFK's of HCFK's bevat.
   § 2. Voor het hergebruik van gebruikte EEA zijn de volgende regels van toepassing:
   1. het toestel bevindt zich in goede staat;
   2. alle essentiële onderdelen zijn aanwezig;
   3. de behuizing is volledig.
   § 3. Voor de voorbereiding voor hergebruik van AEEA, zijn de volgende regels van toepassing:
   1. Een apparaat wordt alleen voor hergebruik voorbereid als er een reguliere markt voor het betrokken apparaat bestaat.
   2. De door auteursrechten beschermde software waarvoor er geen licentie is, wordt gewist.
   3. De elektrische veiligheid van het apparaat wordt getest. Deze test omvat ook desgevallend een isolatiemeting, een aardingsmeting en een kortsluitingscontrole. Alleen een elektrisch veilig apparaat, mag worden hergebruikt.
   4. De functionaliteit van het apparaat wordt getest. Alleen een volledig functioneel apparaat mag worden hergebruikt. Een apparaat is volledig functioneel als de test aantoont dat het zijn oorspronkelijke functies volledig kan vervullen.
   De specifieke bepalingen, vastgesteld in bijlage 4, zijn van toepassing op de apparaten die erin vermeld worden.
   § 4. Elk apparaat dat werd voorbereid voor hergebruik beschikt over een etiket en een hergebruiksfiche die voldoen aan de verplichtingen bepaald in deze paragraaf.
   Het etiket vermeldt minimaal:
   1. het identificatienummer van het apparaat of een andere unieke identificatiecode;
   2. de naam van het centrum voor voorbereiding voor hergebruik waar de apparatuur werd voorbereid voor hergebruik.
   Het etiket wordt stevig op het apparaat bevestigd en is zichtbaar en leesbaar.
   De hergebruiksfiche vermeldt minimaal:
   1. het identificatienummer van het apparaat of een andere unieke identificatiecode;
   2. de naam van het centrum voor voorbereiding voor hergebruik waar de apparatuur werd voorbereid voor hergebruik;
   3. de benaming van het apparaat;
   4. de categorie van het apparaat in de zin van artikel 2.4.46.;
   5. het resultaat van de uitgevoerde tests en de datum waarop ze plaatsvonden.
   De hergebruiksfiche kan de vorm aannemen van een papieren fiche, een digitale fiche of een registratie in een database.
   De hergebruiksfiche wordt op eenvoudig verzoek aan de overheden die belast zijn met het toezicht voorgelegd.
   De hergebruiksfiche wordt gedurende ten minste 5 jaar bewaard door het centrum voor voorbereiding voor hergebruik ]1
.
  
Art. 4.1.2. [1 . § 1er La priorité est donnée au réemploi des EEE usagés et à la préparation en vue du réemploi des DEEE.
   Le réemploi et la préparation en vue du réemploi sont interdits pour les appareils suivants :
   1. des écrans ménagers utilisant des tubes cathodiques (CRT) ;
   2. des appareils contenant des CFC ou des HCFC visé par le RÚglement (CE) N° 1005/2009 du parlement européen et du conseil du 16 septembre 2009 relatif à des substances qui appauvrissent la couche d'ozone. S'il n'y a pas d'indication du gaz de refroidissement utilisé sur l'appareil, la présence de CFC ou d'HCFC dans l'appareil est présumée.
   § 2. Pour le réemploi des EEE usagés, les rÚgles suivantes sont d'application :
   1. l'appareil est en bon état ;
   2. tous les composants essentiels sont présents ;
   3. le boßtier est complet.
   § 3. Pour la préparation en vue du réemploi des DEEE, les rÚgles suivantes sont d'application :
   1. Un appareil n'est préparé en vue du réemploi que s'il existe un marché régulier pour cet appareil.
   2. Le logiciel protégé par des droits d'auteur et pour lequel il n'y a pas de licence, est supprimé.
   3. La sĂ©curitĂ© Ă©lectrique de l'appareil est testĂ©e. Le test comprend Ă©galement, le cas Ă©chĂ©ant, un mesurage d'isolation, un mesurage de terre et un contrĂŽle de court-circuit. Uniquement l'appareil qui est sĂ»r d'un point de vue Ă©lectrique peut ĂȘtre rĂ©employĂ©.
   4. La fonctionnalitĂ© de l'appareil est testĂ©e. Uniquement l'appareil qui est pleinement fonctionnel peut ĂȘtre rĂ©employĂ©. Un appareil est pleinement fonctionnel lorsque le test rĂ©vĂšle que les fonctions d'origine peuvent ĂȘtre pleinement remplies.
   Les dispositions spécifiques établies à l'annexe 4 s'appliquent pour les équipements qui y sont visés.
   § 4. Chaque appareil qui a fait l'objet d'une prĂ©paration en vue d'ĂȘtre rĂ©employĂ© dispose d'une Ă©tiquette et d'une fiche de rĂ©emploi rĂ©pondant aux obligations dĂ©finies dans le prĂ©sent paragraphe.
   L'étiquette mentionne au moins :
   1. le numéro d'identification de l'équipement ou un autre code d'identification unique ;
   2. le nom du centre de prĂ©paration au rĂ©emploi qui a prĂ©parĂ© l'appareil au rĂ©emploi oĂč l'Ă©quipement a Ă©tĂ© prĂ©parĂ© au rĂ©emploi.
   L'étiquette est solidement fixée à l'équipement et est visible et lisible.
   La fiche de réemploi mentionne au minimum :
   1. le numéro d'identification de l'équipement ou un autre code d'identification unique ;
   2. le nom du centre de prĂ©paration en vue du rĂ©emploi oĂč l'Ă©quipement a Ă©tĂ© prĂ©parĂ© au rĂ©emploi ;
   3. la dénomination de l'appareil ;
   4. la catégorie de l'appareil au sens de l'article 2.4.46. ;
   5. le résultat des différents tests effectués et la date à laquelle ils ont été effectués.
   La fiche de réemploi peut prendre la forme d'une fiche papier, d'une fiche digitale ou d'un enregistrement dans une base de données.
   La fiche de réemploi est présentée sur simple demande aux autorités habilitées à exercer des contrÎles.
   La fiche de réemploi est conservée pendant au moins 5 ans par le centre de préparation au réemploI ]1
.
  
Onderafdeling 2. - Inzameling en verwerking
Sous-section 2. - Collecte et traitement
Art. 4.1.3. § 1. Gescheiden ingezamelde AEEA die nog niet overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling werd verwerkt, mag niet worden verwijderd.
  § 2. De inzameling en het vervoer van gescheiden ingezamelde AEEA gebeuren op zodanige wijze dat de voorbereiding voor hergebruik, de recycling en de inperking van de gevaarlijke stoffen optimaal kunnen verlopen.
  § 3. AEEA wordt op droge plaatsen ingezameld. Koelkasten en diepvriezers worden manueel verplaatst, waarbij beschadiging en wegvloeiing van de vloeistoffen en gassen wordt vermeden. Ze worden zodanig opgeslagen dat hun koelsysteem niet beschadigd wordt. Beeldschermen worden zodanig ingezameld dat ze bij het verlaten van de opslagplaats onbeschadigd zijn.
  § 4. Voor gescheiden ingezamelde AEEA wordt een voorselectie doorgevoerd om apparaten die zichtbaar niet in aanmerking komen voor hergebruik, te weren.
  De volgende elementen worden in aanmerking genomen:
  1. slechte algemene staat van het apparaat;
  2. aanzienlijke esthetische schade (bv. deuken, barsten, gaten enz.);
  3. [1 apparaten verboden voor hergebruik en voor voorbereiding voor hergebruik overeenkomstig artikel 4.1.2. § 1]1.
  Deze voorselectie kan worden uitgevoerd op de plaats waar de AEEA wordt ingezameld.
  
Art. 4.1.3. § 1er. L'élimination des DEEE collectés séparément qui n'ont pas encore fait l'objet d'un traitement conformément à la présente section, est interdite.
  § 2. La collecte et le transport des DEEE collectés séparément, sont réalisés de maniÚre à assurer des conditions optimales de préparation en vue du réemploi, de recyclage et de confinement des substances dangereuses.
  § 3. Les DEEE sont collectés dans des endroits secs. Les frigos et les congélateurs sont déplacés manuellement sans endommagement et sans écoulement des fluides et des gaz. Ils sont entreposés de façon telle à ce que leur circuit de refroidissement ne soit pas endommagé. Les écrans sont collectés de façon telle qu'ils soient intacts à la sortie du dépÎt.
  § 4. Une prĂ©sĂ©lection des DEEE collectĂ©s sĂ©parĂ©ment est opĂ©rĂ©e en vue d'Ă©carter les appareils qui ne peuvent visiblement pas ĂȘtre rĂ©employĂ©s.
  Les éléments suivants sont pris en considération:
  1. mauvais état général de l'appareil
  2. nombreux dĂ©gĂąts cosmĂ©tiques (par ex. bosses, fĂȘlures, trous, etc.)
  3. [1 3. appareils interdits pour le réemploi et pour la préparation en vue de réemploi conformément à l'article 4.1.2. § 1]1.
  Cette prĂ©sĂ©lection peut ĂȘtre opĂ©rĂ©e sur le site oĂč les DEEE sont collectĂ©s.
  
Art. 4.1.4. § 1. Met inachtname van de verplichtingen van paragrafen 2 tot 5 van huidig artikel kan de vergunde inzamelaar, handelaar of makelaar bijkomende inzamelingen organiseren van heel kleine AEEA, met uitzondering van lampen en rookmelders, op bijkomende inzamelinrichtingen. De producent kan ook bijkomende inzamelingen organiseren voor zover hij beroep doet op een vergunde inzamelaar.
  § 2. Voor de bijkomende inzamelingen van heel kleine AEEA, zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
  1. De naam van de inzamelaar, handelaar en makelaar, of de producent is aangeduid op het inzamelrecipiënt ;
  2. De inzamelrecipiënten bevinden zich op een veilige en bewaakte plaats ;
  3. De ingezamelde AEEA wordt regelmatig en op georganiseerde wijze afgevoerd;
  4. De AEEA wordt niet ingezameld op de openbare weg;
  5. De inzamelplaats en haar omgeving worden zuiver gehouden;
  6. Deze inzamelingen kaderen in bredere sensibiliseringsacties met betrekking tot preventie, hergebruik en geschikt beheer van AEEA;
  7. Het inzamelrecipient is zo ontworpen om de veiligheid van de opslag, de inperking van de gevaarlijke stoffen, de voorbereiding voor hergebruik en het hergebruik te optimaliseren;
  8. De bijkomende inzamelinrichtingen hebben een voor inzameling bestemde totale oppervlakte van maximum 2 m. Minstens een derde van deze oppervlakte is bestemd voor de ophaling met het oog op hergebruik van AEEA.
  9. De inzameling van de bijkomende inzamelingspunten wordt uitgevoerd binnen drie werkdagen volgend op de inzamelingsaanvraag door de beheerder van de site waar het recipiënt zich bevindt.
  § 3. De bijkomende inzamelpunten worden voorafgaandelijk door het Instituut goedgekeurd. De aanvraag voorgelegd door de inzamelaar, makelaar, en handelaar, bevat minstens :
  1. Een beschrijving van het opgezette inzamelsysteem, met inbegrip van een beschrijving van de recipiënten en het gebruikte sensibiliseringsmateriaal;
  2. De verantwoordelijkheden van de actoren betrokken bij het beheer van de ingezamelde AEEA;
  3. Een lijst van de bijkomende inzamelpunten.
  Het Instituut beschikt over 30 dagen vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag om de voorgelegde documenten al dan niet goed te keuren. Het Instituut kan afwijken van de verplichting om minstens een derde van de inzameloppervlakte te bestemmen voor het inzamelen met het oog op hergebruik. De goedkeuring is maximaal vijf jaar geldig.
  Indien tijdens deze periode geen beslissing wordt genomen, wordt de aanvraag geacht geweigerd te zijn.
  § 4. De lijst van inzamelpunten, de ingezamelde hoeveelheden en de actoren betrokken bij het beheer van heel kleine AEEA wordt op vraag aan het Instituut doorgegeven.
  § 5. Wat de inzameling van heel kleine AEEA in scholen betreft, zijn bovendien de volgende regels van toepassing:
  1. De inzamelingen zijn verboden in kleuter- of lagere scholen;
  2. De acties mogen niet langer duren dan 3 dagen en mogen niet meer dan twee keer plaatsvinden in hetzelfde kalenderjaar;
  3. De ingezamelde AEEA wordt binnen drie werkdagen na het einde van de actie opgehaald.
Art. 4.1.4. § 1er. Moyennant respect des obligations contenues aux paragraphes 2 à 5 de cet article, le collecteur, négociant ou courtier autorisé peut organiser des collectes complémentaires de DEEE de trÚs petites dimensions, à l'exception des lampes et des détecteurs de fumée, auprÚs de points de collecte complémentaires. Le producteur peut également organiser des collectes complémentaires pour autant qu'il fasse appel à un collecteur autorisé.
  § 2. Pour les collectes complémentaires de DEEE de trÚs petites dimensions, les conditions suivantes sont d'application :
  1. Le nom du collecteur, négociant et courtier, ou du producteur, est indiqué sur le récipient de collecte ;
  2. Les récipients de collecte se trouvent dans un endroit sûr et surveillé ;
  3. Les DEEE sont collectés de maniÚre réguliÚre et organisée ;
  4. Les DEEE ne sont pas collectés sur la voie publique ;
  5. Le site de collecte et ses alentours sont maintenus propres ;
  6. Ces collectes s'inscrivent dans le cadre d'actions plus larges de sensibilisation en matiÚre de prévention, de réemploi et de gestion appropriée des DEEE ;
  7. Les récipients de collecte sont conçus de maniÚre à optimiser la sécurité des stockages, le confinement des substances dangereuses, la préparation en vue du réemploi et le réemploi;
  8. L'installation de collecte complémentaire a une surface totale destinée à la collecte de maximum 2 m. Au moins le tiers de cette surface est destiné à la collecte en vue du réemploi des DEEE.
  9. La collecte des points de collecte complĂ©mentaires est effectuĂ©e endĂ©ans les trois jours ouvrables suivants la demande de collecte par le gestionnaire du site oĂč se trouve le rĂ©cipient.
  § 3. Les collectes complĂ©mentaires doivent prĂ©alablement ĂȘtre approuvĂ©es par l'Instiut. La demande introduite par le collecteur nĂ©gociant courtier contient au minimum :
  1. Une description du systÚme de collecte mis en place, y compris une description des récipients et du matériel de sensibilisation utilisés ;
  2. Les responsabilités des acteurs impliqués dans la gestion des DEEE collectés ;
  3. La liste des points de collecte complémentaires.
  L'Institut dispose d'un délai de 30 jours à compter du jour de la réception de la demande pour approuver ou non les documents qui lui sont proposés. L'Institut peut déroger à l'obligation de destiner au moins le tiers de la surface de collecte à de la collecte en vue du réemploi. L'approbation est valable maximum 5 ans.
  Si aucune décision n'est prise durant ce laps de temps, la demande est réputée refusée.
  § 4. La liste des points de collecte, les quantités collectées et les acteurs impliqués dans la gestion des DEEE de trÚs petites dimensions collectées est transmise sur demande à l'Institut.
  § 5. En ce qui concerne la collecte des DEEE de trÚs petites dimensions au sein des établissements scolaires, les rÚgles suivantes sont, en outre, d'application:
  1. Les collectes sont interdites dans les écoles maternelles ou primaires;
  2. Les actions ne peuvent durer plus de 3 jours et ne peuvent avoir lieu plus de deux fois dans la mĂȘme annĂ©e calendrier ;
  3. Les DEEE collectés sont retirés endéans les 3 jours ouvrables suivant la fin de l'action.
Art. 4.1.5. § 1. Gescheiden ingezamelde AEEA wordt gesorteerd en gedemonteerd in verschillende fracties:
  1° apparatuur en onderdelen bestemd voor hergebruik;
  2° gevaarlijke onderdelen en stoffen, zoals condensatoren die pcb's bevatten, kwikschakelaars, batterijen, kathodestraalbuizen, stoffen bedoeld in het protocol van Montreal, HFC, PFC en SF6 en eventueel andere bestanddelen die gevaarlijke stoffen bevatten;
  3° onderdelen en materialen bestemd voor recycling;
  4° niet herbruikbare en niet recycleerbare onderdelen en materialen;
  5° gebruikte batterijen en accu's.
  Gescheiden ingezamelde fotovoltaïsche panelen worden gedemonteerd in diverse fracties:
  1° het eventuele aluminium frame;
  2° het glas;
  3° de kunststoffen;
  4° de non-ferrometalen inclusief het verdeelbord.
  § 2. Uit alle AEEA wordt ten minste de volgende stoffen, mengsels en onderdelen afgezonderd :
  1° polychloorbifenyl (PCB)-houdende condensatoren overeenkomstig het besluit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 4 maart 1999 betreffende de planning van de verwijdering van polychloorbifenylen (PCB's) en polychloorterfenylen (PCT's);
  2° kwikhoudende onderdelen zoals schakelaars en lampen voor achtergrondverlichting;
  3° batterijen en accu's;
  4° printplaten van mobiele telefoons in het algemeen en van andere apparaten indien de oppervlakte van de printplaat meer dan 10 cm2 bedraagt;
  5° tonercassettes met vloeibare of pasteuze toner, en kleurentoners;
  6° kunststoffen die gebromeerde brandvertragers bevatten;
  7° asbestafval en onderdelen die asbest bevatten;
  8° beeldbuizen;
  9° chloorfluorkoolstoffen (CFK's), chloorfluorkoolwaterstoffen (HCFK's) of fluorkoolwaterstoffen HFK's), koolwaterstoffen (HC's);
  10° gasontladingslampen;
  11° lcd-schermen (in voorkomend geval met toebehoren) met een oppervlak van meer dan 100 cm2 en schermen met achtergrondverlichting met behulp van gasontladingslampen;
  12° uitwendige elektrische kabels;
  13° onderdelen die vuurvaste keramische vezels bevatten zoals beschreven in bijlage VI, derde deel, van Verordening (EG) n° 1272/2008 van het Europees parlement en de raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
  14° onderdelen die radioactieve stoffen bevatten, met uitzondering van onderdelen beneden de vrijstellingsdrempels die vastgesteld zijn in het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen;
  15° elektrolytische condensatoren die gevaarlijke stoffen bevatten (hoogte > 25 mm, diameter > 25 mm, of met een naar verhouding vergelijkbaar volume).
  § 3. De volgende onderdelen van gescheiden ingezamelde AEEA worden als volgt behandeld:
  1° beeldbuizen: de fluorescerende laag wordt afgezonderd;
  2° apparatuur die gassen bevat die de ozonlaag aantasten of een aardopwarmingspotentieel van meer dan 15 GWP hebben, zoals in isolatieschuim en koelcircuits: deze gassen worden adequaat verwijderd en behandeld. Gassen die de ozonlaag aantasten worden behandeld overeenkomstig verordening (EG) nr. 1005/2009;
  3° gasontladingslampen: het kwik wordt afgezonderd;
  4° batterijen en accu's: de batterijen en accu's, uitgezonderd die welke met een vaste verbinding bevestigd zijn, worden manueel gedemonteerd.
  § 4. De in dit artikel bedoelde stoffen, mengsels en onderdelen worden afgegeven aan een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vergunde inzamelaar, handelaar en makelaar.
  § 5. De paragrafen 1 tot 3 worden, rekening houdend met milieuoverwegingen en de wenselijkheid van voorbereiding voor hergebruik en recycling, zodanig toegepast dat het op milieuverantwoorde wijze voorbereiden voor hergebruik en recycleren van onderdelen of complete apparaten niet bemoeilijkt wordt.
Art. 4.1.5. § 1er. Les DEEE collectés séparément sont triés et démontés en plusieurs fractions:
  1° Ă©quipements et piĂšces destinĂ©s Ă  ĂȘtre rĂ©employĂ©s ;
  2° piÚces et substances dangereuses, tels les condensateurs contenant des PCB, les interrupteurs à mercure, les batteries, les tubes cathodiques, les substances visées par le protocole de Montréal, les HFC, les PFC et les SF6 et éventuellement d'autres composants contenant des substances dangereuses ;
  3° piĂšces et matĂ©riaux destinĂ©s Ă  ĂȘtre recyclĂ©s ;
  4° piÚces et matériaux non réemployables et non recyclables ;
  5° piles et accumulateurs usagés.
  Les panneaux photovoltaïques collectés séparément sont démontés en plusieurs fractions:
  1° le cadre en aluminium, si d'application ;
  2° le verre ;
  3° les matiÚres synthétiques ;
  4° les métaux non-ferreux y compris le tableau de distribution.
  § 2. Au minimum les substances, mélanges et composants ci-aprÚs sont extraits de tout DEEE :
  1° condensateurs contenant du polychlorobiphĂ©nyle (PCB) conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 4 mars 1999 relatif Ă  la planification de l'Ă©limination des polychlorobiphĂ©nyles (PCB) et des polychloroterphĂ©nyles (PCT);
  2° composants contenant du mercure, tels que les interrupteurs ou les lampes à rétroéclairage ;
  3° piles et accumulateurs ;
  4° cartes de circuits imprimés des téléphones mobiles, d'une maniÚre générale, et d'autres dispositifs si la surface de la carte de circuit imprimé est supérieure à 10 cm2 ;
  5° cartouches de toner, liquide ou en pùte, ainsi que les toners de couleur ;
  6° matiÚres plastiques contenant des retardateurs de flamme bromés ;
  7° déchets d'amiante et composants contenant de l'amiante ;
  8° tubes cathodiques ;
  9° chlorofluorocarbones (CFC), hydrochlorofluorocarbone (HCFC) ou hydrofluorocarbone (HFC), hydrocarbures (HC);
  10° lampes à décharge ;
  11° écrans à cristaux liquides (ainsi que leur boßtier le cas échéant) d'une surface supérieure à 100 cm2 et les écrans rétroéclairés par des lampes à décharge ;
  12° cùbles électriques extérieurs ;
  13° composants contenant des fibres céramiques réfractaires tels que décrits à l'annexe VI, troisiÚme partie, du RÚglement (CE) n° 1272/2008 du parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 relatif à la classification, à l'étiquetage et à l'embalage des substances et des mélanges ;
  14° composants contenant des substances radioactives Ă  l'exception des composants en quantitĂ©s ne dĂ©passant pas les valeurs d'exemption fixĂ©es par l'arrĂȘtĂ© royal du 20 juillet 2001 portant rĂšglement gĂ©nĂ©ral de la protection de la population, des travailleurs et de l'environnement contre le danger des rayonnements ionisants;
  15° condensateurs électrolytiques contenant des substances dangereuses (hauteur > 25 mm, diamÚtre > 25 mm ou volume proportionnellement similaire).
  § 3. Les composants ci-aprÚs de DEEE ayant fait l'objet d'une collecte séparée sont traités de la maniÚre indiquée ci-dessous :
  1° tubes cathodiques : la couche fluorescente est extraite ;
  2° équipements contenant des gaz préjudiciables à la couche d'ozone ou présentant un potentiel de réchauffement de la planÚte (PRP) supérieur à 15, présents par exemple dans les mousses et les circuits de réfrigération : ces gaz sont enlevés et traités selon une méthode adaptée. Les gaz préjudiciables à la couche d'ozone sont traités conformément au rÚglement (CE) n° 1005/2009 ;
  3° lampes à décharge : le mercure est extrait ;
  4° les piles et accumulateurs : les piles et accumulateurs, à l'exception de celles qui sont fixées par une connexion permanente, sont démontées manuellement.
  § 4. Les substances, mélanges et composants visés au présent article sont remis à un collecteur, négociant, courtier autorisé en Région de Bruxelles-Capitale.
  § 5 Compte tenu de considérations environnementales et de l'utilité de la préparation en vue du réemploi et du recyclage, les paragraphes 1 à 3 sont appliqués de maniÚre à ne pas entraver la préparation en vue du réemploi et le recyclage respectueux de l'environnement de composants ou d'appareils entiers.
Onderafdeling 3. [1 Grensoverschrijdende overbrenging van gebruikte EEA ]1
Sous-section 3. [1 Du transfert transfrontalier d'EEE usagés ]1
Art. 4.1.6. § 1.[1 De grensoverschrijdende overbrenging van gebruikte EEA is enkel toegestaan als de gebruikte EEA doeltreffend worden beschermd tegen beschadiging tijdens het vervoer en het in- en uitladen, met name door voldoende verpakking en passende stapeling van de lading.
   § 2. Om het onderscheid te maken tussen "gebruikte elektrische en elektronische apparatuur" en "afgedankte elektrische en elektronische apparatuur", in gevallen waarin de houder van het voorwerp beweert dat hij gebruikte EEA overbrengt of voornemens is over te brengen die geen AEEA is, stelt hun houder de volgende documenten ter beschikking van de diensten die de douaneformulieren opstellen en van instanties die bevoegd zijn om controles uit te voeren, om de juistheid van deze bewering te staven:
   1. een kopie van de factuur en het contract met betrekking tot de verkoop en/of de eigendomsoverdracht van de EEA, waarin wordt verklaard dat de apparatuur bestemd is voor onmiddellijk hergebruik en helemaal functioneel is;
   2. een bewijs van beoordeling of beproeving zoals beschreven in paragraaf 4, in de vorm van een kopie van de documenten (beproevingscertificaat, keuringsbewijs), voor elk apparaat dat deel uitmaakt van de zending;
   3. een verklaring van de houder die het vervoer van de EEA organiseert, dat de zending geen materiaal of apparatuur omvat die een afvalstof is in de zin van artikel 3 van de ordonnantie afvalstoffen.
   § 3. Het bepaalde in 1° en 2° van paragraaf 2, en paragraaf 4 is niet van toepassing wanneer dit wordt gedocumenteerd door afdoende bewijs dat de overbrenging plaatsvindt in het kader van een overdrachtovereenkomst tussen ondernemingen en dat:
   a) de EEA wordt teruggestuurd naar de producent of naar een derde die in diens naam handelt als defect voor reparatie onder garantie met het oog op hergebruik, of
   b) de gebruikte EEA voor professioneel gebruik wordt verzonden naar de producent of naar een derde die in diens naam handelt of naar faciliteiten van een derde in landen waar Besluit C(2001)107/def. van de OESO-Raad inzake de herziening van Besluit C(92)39/def. Betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen bestemd voor handelingen ter nuttige toepassing van toepassing is, met als doel om te worden opgeknapt of gerepareerd, krachtens een geldig contract, met het oog op hergebruik, of
   c) de defecte gebruikte EEA voor professioneel gebruik, zoals medische hulpmiddelen of onderdelen daarvan naar de producent of naar een derde die in diens naam handelt wordt verzonden, voor analyse van de onderliggende oorzaak, krachtens een geldig contract, wanneer zo'n analyse alleen kan worden uitgevoerd door de producent of derden die in zijn naam handelen.
   § 4. Als bewijs dat de overgebrachte apparaten gebruikte EEA vormen en geen AEEA, moeten de volgende test- en documentatiestappen met betrekking tot gebruikte EEA worden doorgelopen in een inrichting onderworpen aan een milieuvergunning voor voorbereiden voor hergebruik:
   Stap 1: tests om na te gaan of de apparaten beantwoorden aan de bepalingen zoals beschreven in artikel 4.1.2. paragraaf 1, 2 en 3.
   a) er wordt gekeken of het apparaat functioneert en of het gevaarlijke stoffen bevat. Welke tests worden uitgevoerd, hangt af van de aard van de EEA. Voor de meeste gebruikte EEA volstaat een functionaliteitstest van de belangrijkste functies;
   b) de resultaten van de beoordeling en het testen worden geregistreerd in de hergebruiksfiche.
   Stap 2: etiket
   a) het etiket wordt stevig, maar niet onlosmakelijk bevestigd hetzij aan de onverpakte EEA zelf, hetzij aan de verpakking, op zodanige wijze dat het kan worden gelezen zonder dat de apparatuur moet worden uitgepakt;
   b) het etiket bevat de volgende informatie:
   - het identificatienummer van het apparaat of een andere unieke identificatiecode;
   - de naam, het adres en het ondernemingsnummer van het centrum voor voorbereiding voor hergebruik waar de apparatuur werd voorbereid voor hergebruik;
   - de benaming (benaming van het apparaat en vermelding van de categorie waartoe het behoort overeenkomstig artikel 2.4.46.);
   - het productiejaar, indien bekend;
   - de resultaten van de tests als omschreven in stap 1 met inbegrip van de datum van de test van de functionele capaciteit
   - de aard van de uitgevoerde tests]1
;
  § 5. Naast de in de paragrafen 2, 3 en 4 vermelde documenten is elke lading gebruikte EEA (bv. container, vrachtwagen) vergezeld van:
  a) een relevant vervoersdocument, bijvoorbeeld de CMR-vrachtbrief of de geleidebrief;
  b) een verklaring door de aansprakelijke persoon met betrekking tot zijn verantwoordelijkheid.
  § 6. Bij ontbreken van bewijs dat een voorwerp gebruikte EEA is en niet AEEA volgens de overeenkomstig de paragrafen 2, 3, 4 en 5 vereiste documenten en bij ontbreken van passende bescherming tegen beschadiging tijdens het vervoer en het in- en uitladen, met name door voldoende verpakking en passende stapeling van de lading, waarvoor de houder die het vervoer organiseert verantwoordelijk is, zijn de betrokken apparaten AEEA en de lading het voorwerp is van illegale overbrenging. In deze omstandigheden wordt met de lading omgegaan overeenkomstig de artikelen 24 en 25 van Verordening (EG) nr. 1013/2006.
  § 7. De kosten van de passende analyses en inspecties, waaronder de opslagkosten, van gebruikte EEA waarvan vermoed wordt dat het AEEA is, kunnen in rekening worden gebracht aan de producenten, aan derden die in hun naam handelen, of aan andere personen die de overbrenging organiseren van gebruikte EEA waarvan vermoed wordt dat het AEEA is.
  
Art. 4.1.6. § 1er. [1 Le transfert transfrontalier d'EEE usagés n'est autorisé que si les EEE usagés sont protégés de maniÚre appropriée contre les dommages pouvant survenir lors du transport, lors du chargement et du déchargement, en particulier au moyen d'un emballage suffisant et d'un empilement approprié du chargement.
   § 2. Afin de pouvoir faire la distinction entre des " équipements électriques et électroniques usagés " et des " déchets d'équipements électriques et électroniques ", lorsque le détenteur de l'objet en question déclare qu'il a l'intention de transférer ou qu'il transfÚre des EEE usagés et non des DEEE, leur détenteur met à disposition des services qui établissent les formulaires douaniers et des autorités habilitées à effectuer des contrÎles les documents suivants à l'appui de cette déclaration :
   1. une copie de la facture et du contrat relatif Ă  la vente et/ou au transfert de propriĂ©tĂ© de l'EEE, indiquant que celui-ci est destinĂ© Ă  ĂȘtre rĂ©employĂ© directement et qu'il est totalement fonctionnel ;
   2. une preuve d'évaluation ou d'essais, comme décrit au paragraphe 4, sous la forme d'une copie des documents (certificat d'essais, preuve du bon fonctionnement) pour chaque appareil du lot ;
   3. une déclaration du détenteur qui organise le transport des EEE, indiquant que le lot ne contient aucun matériel ou équipement constituant un déchet au sens de l'article 3 de l'ordonnance déchets.
   § 3. Par dérogation, les points 1° et 2° du paragraphe 2, et le paragraphe 4 ne s'appliquent pas lorsque des preuves concluantes attestent que le transfert a lieu dans le cadre d'un accord de transfert entre entreprises et que :
   a) des EEE sont renvoyés au producteur ou à un tiers agissant pour le compte du producteur pour défaut pour une réparation sous garantie en vue de leur réemploi ; ou
   b) des EEE destinés à un usage professionnel, usagés, sont renvoyés au producteur ou à un tiers agissant pour le compte du producteur ou à l'installation d'un tiers dans des pays dans lesquels s'applique la décision C(2001)107/final du Conseil de l'OCDE concernant la révision de la décision C(92)39/final sur le contrÎle des mouvements transfrontiÚres de déchets destinés à des opérations de valorisation, pour remise à neuf ou réparation dans le cadre d'un contrat valide, en vue de leur réemploi ; ou
   c) des EEE destinĂ©s Ă  un usage professionnel, usagĂ©s et dĂ©fectueux, tels que des dispositifs mĂ©dicaux ou des parties de ceux-ci, sont renvoyĂ©s au producteur ou Ă  un tiers agissant pour le compte du producteur pour analyse des causes profondes dans le cadre d'un contrat valide, dans les cas oĂč une telle analyse ne peut ĂȘtre effectuĂ©e que par le producteur ou un tiers agissant pour le compte du producteur.
   § 4. Afin de dĂ©montrer que les appareils transfĂ©rĂ©s constituent des EEE usagĂ©s et non des DEEE, les essais et l'Ă©tablissement de procĂšs-verbaux d'essai pour les EEE usagĂ©s doivent ĂȘtre rĂ©alisĂ©s dans une installation autorisĂ©e pour la prĂ©paration en vue du rĂ©emploi, selon les Ă©tapes suivantes :
   Etape n° 1 : essais pour contrÎler si les appareils répondent aux dispositions de l'article 4.1.2. paragraphes 1, 2 et 3.
   a) le bon fonctionnement est testé, et la présence de substances dangereuses est évaluée. Les essais à réaliser dépendent du type d'EEE. Pour la plupart des EEE usagés, un test de bon fonctionnement des fonctions essentielles est suffisant ;
   b) les résultats des évaluations et des essais sont consignés dans la fiche de préparation en vue du réemploi.
   Etape n° 2 : procÚs-verbal d'essai
   a) le procĂšs-verbal d'essai est fixĂ© solidement, mais de maniĂšre non permanente, soit sur l'EEE lui-mĂȘme, s'il n'est pas emballĂ©, soit sur l'emballage, de façon Ă  pouvoir ĂȘtre lu sans dĂ©baller l'Ă©quipement ;
   b) le procÚs-verbal contient les informations suivantes :
   - le numéro d'identification de l'équipement ou un autre code d'identification unique ;
   - le nom, l'adresse et le numĂ©ro d'entreprise du centre de prĂ©paration en vue du rĂ©emploi oĂč l'Ă©quipement a Ă©tĂ© prĂ©parĂ© au rĂ©emploi ;
   - le nom de l'article (nom de l'équipement, et mention de la catégorie à laquelle il appartient conformément à l'article 2.4.46.) ;
   - l'année de production, si connue ;
   - les résultats des essais décrits à l'étape 1, y compris la date de l'essai de bon fonctionnement ;
   - le type d'essais réalisés]1

  § 5. En plus des documents requis aux paragraphes 2, 3 et 4, chaque chargement d'EEE usagés (par exemple, conteneur ou camion) est accompagné:
  a) d'un document de transport pertinent, par exemple un document CMR ou lettre de transport ;
  b) d'une déclaration de la personne habilitée sur sa responsabilité.
  § 6. En l'absence de preuve qu'un objet est un EEE usagé et non un DEEE au moyen des documents appropriés requis aux paragraphes 2, 3, 4 et 5 et en l'absence d'une protection appropriée contre les dommages pouvant survenir lors du transport, du chargement et du déchargement, en particulier au moyen d'un emballage suffisant et d'un empilement approprié du chargement, qui relÚvent des obligations du détenteur qui organise le transport, un article est un DEEE et le chargement constitue un transfert illégal. Dans ces circonstances, le chargement sera traité conformément aux articles 24 et 25 du rÚglement (CE) n° 1013/2006.
  § 7. Les coĂ»ts des analyses et inspections appropriĂ©es, y compris les coĂ»ts de stockage, des EEE usagĂ©s suspectĂ©s d'ĂȘtre des DEEE peuvent ĂȘtre facturĂ©s aux producteurs, aux tiers agissant pour le compte des producteurs ou Ă  d'autres personnes organisant le transfert d'EEE usagĂ©s suspectĂ©s d'ĂȘtre des DEEE.
  
Afdeling 3. - De operatoren van het beheer van AEEA
Section 3. - Des opérateurs de gestion des DEEE
Onderafdeling 1. - De opslag- en inzamelplaats
Sous-Section 1re. - Le site de dépÎt et de collecte
Art. 4.1.7. De opslag- en inzamelplaats voor AEEA omvat de volgende uitrustingen:
  1° ondoorlatende ondergronden van geschikte terreinen met opvangvoorzieningen voor lekolie en indien nodig bezinktanks en olie- en vuilafscheiders ;
  2° weerbestendige afdekking voor de geschikte terreinen.
Art. 4.1.7. Le site de dépÎt et de collecte de DEEE comporte les équipements suivants :
  1° des surfaces imperméables pour les aires appropriées avec dispositifs de collecte des fuites et, le cas échéant, décanteurs et séparateurs d'hydrocarbures/épurateurs-dégraisseurs ;
  2° une couverture/un recouvrement résistant aux intempéries pour les aires appropriées.
Onderafdeling 2. - De verwerkingssite
Sous-section 2. - Le site de traitement
Art. 4.1.8. De site voor de verwerking van AEEA gebruikt de beste beschikbare verwerkingstechnieken en voldoet minimaal aan de eisen van onderafdeling 2 van afdeling 2 van dit hoofdstuk.
  Met uitzondering van de centra voor voorbereiding voor hergebruik beschikt de verwerkingsinstallatie minimaal over de volgende uitrustingen:
  1° een zone die uitsluitend bestemd is voor de opslag (ook tijdelijke opslag) van niet-gedepollueerde AEEA;
  2° een werkplaats voor de depollutie en de ontmanteling van AEEA;
  3° opslagplaatsen om alle afvalstoffen verwijderd uit de AEEA conform artikel 4.1.5 § 2 op te slaan;
  4° een geschikte opslagzone voor gedemonteerde onderdelen;
  5° een opslagzone voor niet gevaarlijk afval;
  6° één of meer geschikte containers voor de opslag van batterijen en accu's, PCB/PCT-houdende condensatoren en ander gevaarlijke afvalstoffen zoals radioactief afval;
  7° weegapparatuur om het gewicht van de verwerkte afvalstoffen te bepalen;
  8° ondoorlatende ondergrond en waterdichte afdekking van geschikte terreinen met opvangvoorzieningen voor lekolie en indien nodig bezinktanks en olie- en vuilafscheiders;
  9° installaties voor de behandeling van water, overeenkomstig de gezondheids- en milieuvoorschriften.
Art. 4.1.8. Le site de traitement de DEEE recourt aux meilleures techniques de traitement disponibles et remplit au minimum aux exigences de la sous-section 2 de la section 2 du présent chapitre.
  A l'exclusion du centre de préparation en vue du réemploi, le site de traitement comporte au minimum les équipements suivants :
  1° une zone exclusivement réservée au stockage (y compris le stockage temporaire) des DEEE non dépollués ;
  2° un atelier de dépollution et de démantÚlement des DEEE ;
  3° des dépÎts destinés à recueillir tous les déchets retirés des DEEE conformément à l'article 4.1.5 § 2 ;
  4° une zone de stockage appropriée pour les piÚces détachées démontées ;
  5° une zone de stockage des déchets non dangereux ;
  6° un ou des conteneurs appropriés pour le stockage des piles et accumulateurs, des condensateurs contenant du PCB/PCT et autres déchets dangereux, tels que des déchets radioactifs ;
  7° des balances pour mesurer le poids des déchets traités ;
  8° des surfaces imperméables et recouvrement résistant aux intempéries pour les aires appropriées, avec dispositifs de collecte des fuites et, le cas échéant, décanteurs et épurateurs-dégraisseurs ;
  9° des équipements pour le traitement de l'eau, conformément à la réglementation en matiÚre de santé et d'environnement.
Afdeling 4. - Rapportage met betrekking tot de handelingen voor het beheer van AEEA
Section 4. - Rapportage relatif aux opérations de gestion des DEEE
Art. 4.1.9. De kleinhandelaar, de distributeur of de derde die voor zijn rekening AEEA terugneemt, bezorgt de organisatie aangesteld conform artikel 2.4.62, jaarlijks vóór 31 mei een rapport over de manier waarop hij zijn verplichtingen inzake de terugname van AEEA vervult. Dit rapport bevat minimaal de volgende informatie:
  1° de periode waarop het rapport betrekking heeft;
  2° naam van de kleinhandelaar/ distributeur, ondernemingsnummer, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en contactpersoon;
  3° de hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per type (huishoudelijk en professioneel) en per categorie overeenkomstig artikel 2.4.46, die werd:
  a) ingezameld door of laten inzamelen door een inzamelaar of een afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
  b) teruggebracht naar een producent van EEA;
  c) voorbereid voor hergebruik;
  d) hergebruikt.
Art. 4.1.9. Le détaillant, le distributeur ou le tiers qui reprend les DEEE pour son compte, fournit annuellement à l'organisation désignée conformément à l'article 2.4.62, avant le 31 mai, un rapport relatif à la maniÚre dont il exécute ses obligations en matiÚre de reprise des DEEE, qui contient au moins les informations suivantes :
  1° la période couverte par le rapport ;
  2° nom du détaillant/distributeur, numéro d'entreprise, adresse, numéros de téléphone et de fax, email et personne de contact ;
  3° la quantité de DEEE, exprimée en kilogramme et en unités, par sorte (domestiques et professionnels) et par catégorie conformément à l'article 2.4.46, qui a été :
  a) collectée ou faite collectée par un collecteur, négociant ou courtier en déchets ;
  b) remis à un producteur d'EEE;
  c) préparée au réemploi;
  d) réemployées.
Art. 4.1.10. De inzamelaar, handelaar of makelaar die AEEA inzamelt of laat inzamelen, stelt ter beschikking aan de organisatie, aangesteld conform artikel 2.4.62 een rapport over de manier waarop hij zijn verplichtingen inzake het beheer van AEEA nakomt.
  Dit rapport bevat minimaal de volgende informatie:
  1° de periode waarop het rapport betrekking heeft;
  2° de hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per type (huishoudelijk en professioneel) en per categorie overeenkomstig artikel 2.4.46, die op het grondgebied werd:
  a) ingezameld, in het kader van de terugnameplicht, door of in opdracht van de producent;
  b) ingezameld of laten inzamelen is buiten het kader van de terugnameplicht;
  c) overgemaakt aan een andere inzamelaar, handelaar of makelaar;
  d) overgemaakt aan de verwerkingsinstallatie
  3° de hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per categorie, per type (huishoudelijk en professioneel) en per materialenstroom (ferrometalen, non-ferrometalen, kunststoffen, andere), die op het grondgebied werd:
  a) voorbereid voor hergebruik door een centrum voor hergebruik;
  b) hergebruikt;
  c) gerecycleerd;
  d) gevaloriseerd;
  e) verwijderd in verbrandingsinstallaties;
  f) overgebracht naar een stortplaats.
Art. 4.1.10. Le collecteur, négociant, ou le courtier qui collecte ou fait collecter des DEEE, met à disposition de l'organisation désignée conformément à l'article 2.4.62, un rapport relatif à la maniÚre dont il exécute ses obligations en matiÚre de gestion des DEEE.
  Ce rapport contient au moins les informations suivantes :
  1° la période couverte par le rapport;
  2° la quantité de DEEE, exprimée en kilogramme et en unités, par sorte, (domestiques et professionnels), et par catégorie conformément à l'article 2.4.46, qui a été, sur le territoire,
  a) collectée ou faite collectée dans le cadre de l'obligation de reprise, au nom du producteur;
  b) collectée ou faite collectée en dehors de l'obligation de reprise ;
  c) remise à un autre collecteur, négociant ou courtier;
  d) remise à une installation de traitement;
  3° la quantité de DEEE, exprimée en kilogramme et en unités, par catégorie, par sorte (domestiques et professionnels) et par flux de matériaux (ferreux, non ferreux, plastiques, autres) qui a été, sur le territoire :
  a) préparée en vue du réemploi par un centre de réemploi;
  b) réemployée;
  c) recyclée;
  d) valorisée;
  e) éliminée dans des installations d'incinérations;
  f) mise en décharge
Art. 4.1.11. Het centrum voor voorbereiding voor hergebruik dat de AEEA voorbereidt voor hergebruik, bezorgt de organisatie, aangesteld conform artikel 2.4.62, een rapport over de manier waarop het zijn verplichtingen inzake het beheer van AEEA nakomt.
  Dit rapport bevat minimaal de volgende informatie:
  1° de periode waarop het rapport betrekking heeft;
  2° de hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per categorie overeenkomstig artikel 2.4.46 en per type (huishoudelijk en professioneel), die op het grondgebied werd:
  a) voorbereid voor hergebruik;
  b) hergebruikt;
Art. 4.1.11. Le centre de préparation en vue du réemploi qui prépare des DEEE en vue du réemploi, met à disposition de l'organisation désignée à cet effet conformément à l'article 2.4.62, un rapport relatif à la maniÚre dont il exécute ses obligations en matiÚre de gestion des DEEE.
  Il contient au moins les informations suivantes:
  1° la période couverte par le rapport;
  2° la quantité de DEEE, exprimée en kilogramme et en unités, par catégorie conformément à l'article 2.4.46 par sorte (domestiques et professionnels) qui a été, sur le territoire,
  a) préparée en vue du réemploi ;
  b) réemployée;
Art. 4.1.12. De verwerkingsinstallatie bezorgt de organisatie, aangesteld conform artikel 2.4.62, een rapport over de manier waarop zij haar verplichtingen inzake het beheer van AEEA vervult. Dit rapport bevat minimaal de volgende informatie:
  1° de periode waarop het rapport betrekking heeft;
  2° de hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per type (huishoudelijk en professioneel) en per categorie overeenkomstig artikel 2.4.46 die haar op het grondgebied werd toevertrouwd, per inzamelkanaal;
  3° de hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per categorie overeenkomstig artikel 2.4.46 per type (huishoudelijk en professioneel) en per materialenstroom (ferrometalen, non-ferrometalen, kunststoffen, andere), die op het grondgebied werd:
  a) voorbereid voor hergebruik;
  b) hergebruikt;
  c) gerecycleerd;
  d) gevaloriseerd;
  e) verwijderd in verbrandingsinstallaties;
  f) overgebracht naar een stortplaats.
Art. 4.1.12. L'installation de traitement met à disposition de l'organisation désignée à cet effet conformément à l'article 2.4.62 un rapport relatif à la maniÚre dont il exécute ses obligations en matiÚre de gestion des DEEE.
  1° la période couverte par le rapport;
  2° la quantité de DEEE, exprimée en kilogramme et en unités, par sorte (domestiques et professionnels) et par catégorie conformément à l'article 2.4.46 qui a lui a été confiée par canal de collecte, sur le territoire.
  3° la quantité de DEEE, exprimée en kilogramme et en unités, par catégorie conformément à l'article 2.4.46, par sorte (domestiques et professionnels) et par flux de matériaux (ferreux, non ferreux, plastiques, autres) qui a été sur le territoire,
  a) préparée en vue du réemploi;
  b) réemployée;
  c) recyclée ;
  d) valorisée ;
  e) éliminée dans des installations d'incinérations ;
  f) mis en décharge.
Art. 4.1.13. [1 De kennisgever in de zin van Verordening (EG) nr. 1013/2006, die AEEA heeft overgebracht, bezorgt de organisatie, aangesteld conform artikel 2.4.62. een rapport dat minimaal de volgende informatie bevat:
   1. de periode waarop het rapport betrekking heeft;
   2. de hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per categorie overeenkomstig artikel 2.4.46 en per type (huishoudelijk en professioneel), die werd overgebracht ]1

  
Art. 4.1.13. [1 Le notifiant au sens du RÚglement (CE) N° 1013/2006, qui a transféré des DEEE, met à disposition de l'organisation désignée à cet effet, conformément à l'article 2.4.62. un rapport contenant au moins les informations suivantes :
   1. la période couverte par le rapport ;
   2. la quantité de DEEE, exprimée en kilogramme et en unités, par catégorie conformément à l'article 2.4.46 et par sorte (domestiques et professionnels) qui a été transférée ]1

  
Art. 4.1.14. § 1. Indien voor één van de activiteiten voor het beheer van AEEA, waarop de in de artikelen 4.1.9 tot 4.1.13 bedoelde rapporten betrekking hebben, een beroep werd gedaan op een derde partij, moet de contactinformatie van deze derde partij worden vermeld (naam van de onderneming, ondernemingsnummer, adres, telefoonnummer, e-mailadres, contactpersoon).
  § 2. De cijfergegevens die overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling aan de organisatie, aangewezen voor dit doelconform artikel 2.4.62, worden verstrekt, worden gevalideerd door een onafhankelijke certificeringsinstelling, geaccrediteerd overeenkomstig de ISO 17020 norm. De kosten voor de certificering van de gegevens, verstrekt door de producenten, inzamelaars, handelaars, makelaars en centra voor voorbereiding voor hergebruik en verwerkingscentra die een overeenkomst hebben gesloten met de producenten zijn ten laste van de producenten. Indien aanzienlijke verschillen worden vastgesteld, komen de certificeringskosten ten laste van de contractant.
  § 3. In afwijking van paragraaf 2, worden de door de kleinhandelaars en distributeurs verstrekte gegevens op verzoek van het Instituut gevalideerd door een controle-instelling, geaccrediteerd volgens de ISO 17020 norm.
  § 4. De gegevens, verstrekt door de kennisgevers in de zin van verordening (EG) nr. 1013/2006, moeten gevalideerd worden door een controle-instelling, geaccrediteerd volgens de ISO 17020 norm.
  § 5. De gegevens, verstrekt door de centra voor voorbereiding voor hergebruik worden op verzoek van het Instituut en maximaal één keer elke vier jaar gevalideerd door een controle-instelling, geaccrediteerd volgens de ISO 17020 norm.
  § 6. De gegevens, die krachtens deze afdeling, verstrekt worden door de inzamelaars, handelaars en makelaars worden minstens om de vijf jaar gevalideerd door een controle-instelling, geaccrediteerd volgens de ISO 17020 norm.
  § 7. De gegevens, die krachtens deze afdeling verstrekt worden door de verwerkingsinstallaties worden minstens om de twee jaar gevalideerd door een controle-instelling, geaccrediteerd volgens de ISO 17020 norm.
  § 8. Het beheersorganisme of het erkend organisme kan de door de producenten verstrekte cijfergegevens certificeren of laten certificeren op voorwaarde dat alle producenten minimaal elke 3 jaar worden gecontroleerd en dat dit organisme jaarlijks bij de betrokken organisatie, hiervoor aangesteld, verslag uitbrengt over deze controles, conform artikel 2.4.62.
  § 9. Het Instituut kan de personen die, krachtens deze afdeling aan de rapportageplicht onderworpen zijn, alle aanvullende informatie vragen die het nodig acht om het goede beheer en de traceerbaarheid van de AEEA te waarborgen.
  § 10. De minister kan de drempels bepalen beneden dewelke de ISO 17020 certificatie, opgelegd in deze afdeling, niet vereist is.
  § 11. De minister kan een certificatielijst opstellen die gelijkwaardige conformiteitsgaranties leveren als de ISO 17020 certificatie.
Art. 4.1.14. § 1er. Si pour l'une des activitĂ©s de gestion des DEEE qui font l'objet des rapports visĂ©s aux articles 4.1.9 Ă  4.1.13, il a Ă©tĂ© fait appel Ă  un tiers, les informations de contact de ce tiers doivent ĂȘtre mentionnĂ©es (nom de la firme, numĂ©ro d'entreprise, adresse, numĂ©ro de tĂ©lĂ©phone, adresse e-mail, personne de contact).
  § 2. Les données chiffrées mises à disposition de l'organisation désignée à cet effet conformément à l'article 2.4.62 et à la présente section sont validées par un organisme de certification indépendant accrédité selon la norme ISO 17020. Les coûts de certification des données fournies par les producteurs, les collecteurs, négociants, courtiers et centres de préparation en vue du réemploi et des centres de traitement qui ont conclu un contrat avec les producteurs ou le tiers agissant pour son compte sont à charge du producteur. Si des variations importantes sont constatées, les coûts de certification sont portées à la charge du contractant.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 2, les données transmises par les détaillants et les distributeurs sont validées à la demande de l'Institut par une institution de contrÎle accréditée selon la norme ISO 17020.
  § 4. Les donnĂ©es transmises par les notifiants au sens du rĂšglement (CE) n° 1013/2006 doivent ĂȘtre validĂ©es par une institution de contrĂŽle accrĂ©ditĂ©e selon la norme ISO 17020.
  § 5. Les données transmises par les centres de préparation en vue du réemploi sont validées par une institution de contrÎle accréditée selon la norme ISO 17020 sur demande de l'Institut et maximum une fois tous les 4 ans.
  § 6. Les données transmises par les collecteurs, négociants et courtiers en vertu de la présente section sont validées par une institution de contrÎle accréditée selon la norme ISO 17020 au moins tous les 5 ans.
  § 7. Les données transmises par les installations de traitement en vertu de la présente section sont validées par une institution de contrÎle accréditée selon la norme ISO 17020 au moins tous les 2 ans.
  § 8. L'organisme de gestion ou l'organisme agréé peut exécuter ou faire exécuter la certification des données chiffrées transmises par les producteurs, à condition que tous les producteurs soient au moins contrÎlés tous les 3 ans et que cet organisme rapporte annuellement sur ces contrÎles à l'organisation désignée à cet effet conformément à l'article 2.4.62.
  § 9. L'Institut peut demander aux personnes soumises à rapportage en vertu de la présente section, toutes informations supplémentaires qu'il juge nécessaire pour assurer la bonne gestion et la traçabilité des DEEE.
  § 10. La ministre peut déterminer des seuils en dessous desquels la certicification ISO 17020 imposée en vertu de la présente section n'est pas requise.
  § 11. La ministre peut établir une liste de certification apportant des garanties de conformité équivalentes à la certification ISO 17020.
HOOFDSTUK 2.
CHAPITRE 2.
Afdeling 1.
Section 1re.
Afdeling 2.
Section 2.
Afdeling 3.
Section 3.
Afdeling 4.
Section 4.
Afdeling 5.
Section 5.
HOOFDSTUK 3. - Afvalstoffen van geneesmiddelen
CHAPITRE 3. - Des déchets de médicaments
Afdeling 1. - Algemene Bepalingen
Section 1re. - Généralités
Art. 4.3.1. § 1. In dit hoofdstuk zijn de volgende definities van toepassing.
  1° "kleinhandelaar": Apotheek die beschikt over een voor het publiek opengestelde farmaceutische officina, zoals gedefinieerd in artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers;
  2° "distributeur": groothandelaars-verdelers in de zin van artikel 1/20 van de wet op de geneesmiddelen van 25 maart 1964.
  3° "geneesmiddelen": elke stof of samenstelling die curatieve en preventieve eigenschappen ten opzichte van menselijke of dierlijke ziektes zou vertonen, die op voorhand wordt voorbereid en in een specifieke verpakking, onder een specifieke benaming of onder zijn internationale gemeenschappelijke benaming in de handel wordt gebracht.
  4° "afvalstof van geneesmiddelen": elk geneesmiddel waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen en dat een afvalstof is in de zin van de ordonnantie afvalstoffen, ongeacht of de geldigheidsdatum verstreken is dan wel het geneesmiddel ongebruikt is.
  § 2. Dit hoofdstuk is van toepassing op de afvalstoffen van geneesmiddelen, opgenomen onder de volgende afvalcode:
  20 01 32 Andere geneesmiddelen dan die bedoeld in rubriek 20 01 31.
Art. 4.3.1. § 1er. Au sens du présent chapitre, on entend par :
  1° " dĂ©taillant " : pharmacien titulaire d'une officine pharmaceutique ouverte au public au sens de l'article 1 de l'arrĂȘtĂ© royal du 21 janvier 2009 portant instructions pour les pharmaciens ;
  2° " distributeur " : grossiste-répartiteur au sens de l'article 1/20 de la loi sur les médicaments du 25 mars 1964.
  3° " médicaments " : toute substance ou composition présentée comme possédant des propriétés curatives ou préventives à l'égard des maladies humaines ou animales, qui est préparée d'avance et est commercialisée, dans un emballage particulier, sous une dénomination spéciale ou sous sa dénomination commune internationale ;
  4° " déchet de médicaments " : tout médicament dont le détenteur se défait ou a l'intention ou l'obligation de se défaire et qui constitue un déchet au sens de l'ordonnance déchets, que la date de validité soit dépassée ou que le médicament soit inutilisé.
  § 2. Le présent chapitre s'applique aux déchets de médicaments repris sous le code déchets suivant :
  20 01 32 Médicaments autres que ceux visés à la rubrique 20 01 31.
Afdeling 2. - Beheer van afvalstoffen van geneesmiddelen
Section 2. - Gestion des déchets de médicaments
Art. 4.3.2. § 1. Iedere houder van afvalstoffen van geneesmiddelen moet deze bij de inzameling gescheiden van het restafval aanbieden.
  § 2. De kleinhandelaar neemt gratis al de afvalstoffen van geneesmiddelen terug die hem door de consument worden aangeboden, zonder verplichting om een ander product te kopen.
  Vóór de inzameling van de teruggebrachte afvalstoffen brengt de kleinhandelaar op elk recipiënt een identificatie-etiket of zijn stempel aan, duidelijk leesbaar.
  § 3. De distributeur haalt op zijn kosten regelmatig al de teruggenomen afvalstoffen van geneesmiddelen op bij de kleinhandelaars. Hij houdt die afvalstoffen ter beschikking van de producent en zorgt eventueel, in samenspraak met de producent, voor het vervoer naar de door deze producent aangewezen vergunde verwerkingsinrichtingen, met inachtneming van de reglementaire bepalingen betreffende het vervoer en de inzameling van afvalstoffen.
  § 4. De producent is verplicht de afvalstoffen van geneesmiddelen regelmatig en op eigen kosten bij de distributeurs of, bij gebreke daarvan, bij de kleinhandels op te halen.
  § 5. De producent laat de afvalstoffen van geneesmiddelen op zijn kosten verwerken in een vergunde verbrandingsinstallatie.
  Al de afvalstoffen van geneesmiddelen worden energetisch gevaloriseerd.
  § 6. De handelingen voor de inzameling en verwerking worden uitgevoerd op kosten van de producent.
Art. 4.3.2. § 1er. Tout détenteur de déchets de médicament est tenu de les présenter à la collecte séparée des déchets résiduels.
  § 2. Le détaillant reprend gratuitement tout déchet de médicament qui lui est présenté par le consommateur, sans obligation d'achat d'un autre produit.
  Avant l'enlÚvement des déchets qui lui ont été remis, le détaillant appose sur chaque récipient une étiquette d'identification ou son cachet, de maniÚre lisible.
  § 3. Le distributeur reprend à ses frais et de maniÚre réguliÚre auprÚs des détaillants, tous les déchets de médicaments repris. Il tient ces déchets à la disposition du producteur et assure le cas échéant, de commun accord avec le producteur, leur acheminement vers les installations de traitement autorisées désignées par ledit producteur, dans le respect des dispositions réglementaires relatives au transport et à la collecte des déchets.
  § 4. Le producteur est tenu de collecter de maniÚre réguliÚre et à ses frais les déchets de médicaments auprÚs des distributeurs ou, à défaut, auprÚs des détaillants.
  § 5. Le producteur fait traiter les déchets de médicaments, à ses frais, dans une installation d'incinération autorisée.
  La totalité des déchets de médicaments est valorisée énergétiquement.
  § 6. Les opérations de collecte et de traitement sont effectuées aux frais du producteur.
Afdeling 3. - Rapportage
Section 3. - Rapportage
Art. 4.3.3. § 1. De producent verstrekt het Instituut vóór 31 mei van ieder jaar de volgende informatie voor het verstreken kalenderjaar:
  1. het aantal kleinhandelaars gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het aantal kleinhandelaars dat daadwerkelijk heeft deelgenomen aan de gescheiden inzameling van de afvalstoffen van geneesmiddelen;
  2. de lijst van de distributeurs die deelgenomen hebben aan de gescheiden inzameling van de afvalstoffen van geneesmiddelen;
  3. een overzicht van de modaliteiten betreffende de verpakking, de inzameling, het vervoer en de nuttige toepassing van de afvalstoffen van geneesmiddelen;
  4. het in kilogram uitgedrukte totaalgewicht van de ingezamelde en verwerkte afvalstoffen van geneesmiddelen;
  5. de gegevens over de ondernomen sensibiliserings- en preventieacties, de beoordeling van die acties en de berekening van de resultatenindicatoren;
  6. de wijze(n) van financiering van de inzameling en verwerking van de afvalstoffen van geneesmiddelen.
  § 2. Het Instituut kan van elke producent eisen dat hij alle andere relevante informatie verstrekt om te beoordelen in hoeverre de in dit besluit beschreven doelstellingen werden bereikt en om de uitvoering te controleren.
Art. 4.3.3. § 1er. Le producteur fournit à l'Institut avant le 31 mai de chaque année, en ce qui concerne l'année civile écoulée :
  1. le nombre de détaillants établis en Région de Bruxelles-Capitale ainsi que le nombre de détaillants ayant effectivement participé à la collecte séparée des déchets de médicaments;
  2. la liste des distributeurs ayant participé, à la collecte séparée des déchets de médicaments;
  3. un descriptif des modalités de conditionnement, de collecte, de transport et de valorisation des déchets de médicaments;
  4. le poids total exprimé en kilos, des déchets de médicaments collectés et traités;
  5. les données relatives aux actions de sensibilisation et de prévention entreprises, à l'évaluation de ces actions et au calcul des indicateurs de résultats;
  6. le ou les modes de financement de la collecte et du traitement des déchets de médicaments.
  § 2. L'Institut peut exiger de tout producteur de lui fournir toute autre information pertinente pour l'appréciation de la réalisation des objectifs visés par le présent chapitre et le contrÎle de leur mise en oeuvre.
Afdeling 4. - Sensibilisering van de consument
Section 4. - Information du consommateur
Art. 4.3.4. De producenten zorgen ervoor, met name via voorlichtingscampagnes en een geschikt systeem voor de behandeling van de aanvragen, dat de consumenten en kleinhandelaars ingelicht worden over de tot stand gebrachte inzamel- en verwerkingssystemen en over de rol die zij bij het beheer van de afvalstoffen van geneesmiddelen te vervullen hebben.
Art. 4.3.4. Les producteurs veillent, notamment par des campagnes d'information et un systÚme adéquat de traitement des demandes, à ce que les consommateurs et les détaillants soient informés des systÚmes de collecte et de traitement mis en place ainsi que du rÎle qu'ils ont à jouer dans la gestion des déchets de médicaments.
HOOFDSTUK 4. - Afgedankte voertuigen
CHAPITRE 4. - Véhicules hors d'usage
Art. 4.4.1. Artikel 2. 2° van het besluit van 15 april 2004 betreffende het beheer van afgedankte voertuigen wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Afgedankt voertuig :
  (...) Elk voertuig dat niet meer overeenkomstig zijn oorspronkelijke bestemming wordt gebruikt of kan worden gebruikt en waarvan de houder zich ontdoet, voornemens of verplicht is zich te ontdoen, of waarvan de houder niet binnen de maand alle volgende boorddocumenten kan tonen:
  - het geldige inschrijvingsbewijs van de bevoegde overheid voor de inschrijving van de voertuigen of van de bevoegde overheid voor inschrijving van de voertuigen van een lidstaat van de Europese Unie;
  - het geldige schouwingsbewijs, afgegeven door een instelling van de technische keuring van een EU lidstaat, tenzij het voertuig er niet over moet beschikken volgens het Koninklijk Besluit van 15 maart 1986 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
  (...) Elk voertuig dat niet over een geldig schouwingsbewijs beschikt, tenzij het er niet over moet beschikken, waarvan het schouwingsbewijs sedert ten minste twee jaar vervallen is of waarvan twee jaar verstreken zijn vanaf de datum waarop hij voor het eerst op de technische keuring had moeten worden aangeboden, of dat zich in een staat van technisch totaal verlies bevindt, is een afgedankt voertuig.
  (...) Worden niet beschouwd als afgedankte voertuigen:
  - oldtimers die in het repertorium van de voertuigen en de aanhangwagens ingeschreven zijn;
  - voertuigen die als verzamelstuk in een voor hen bestemd afgesloten lokaal worden bewaard;
  - voertuigen die voor didactische doeleinden worden gebruikt;
  - voertuigen die voor tentoonstellings- of herdenkingsactiviteiten bestemd zijn;
  - voertuigen die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijk onderzoek of een inbeslagname en nog niet vrijgegeven. "
Art. 4.4.1. L'article 2. 2° de l'arrĂȘtĂ© du 15 avril 2004 relatif Ă  la gestion des vĂ©hicules hors d'usage est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Véhicule hors d'usage :
  (...) Tout vĂ©hicule qui n'est plus ou qui ne peut plus ĂȘtre utilisĂ© conformĂ©ment Ă  sa destination originale et dont le dĂ©tenteur se dĂ©fait, a l'intention ou l'obligation de se dĂ©faire, ou dont le titulaire ne peut pas montrer dans un dĂ©lai d'un mois, l'ensemble des documents de bords suivants :
  - le certificat d'immatriculation valide de l'autorité compétente pour l'immatriculation des véhicules ou de l'autorité compétente pour l'immatriculation des véhicules d'un Etat membre de l'Union européenne ;
  - le certificat de contrĂŽle technique valide, dĂ©livrĂ© par une institution de contrĂŽle technique d'un Etat membre de l'Union europĂ©enne, Ă  moins que le vĂ©hicule ne doive pas en disposer selon l'ArrĂȘtĂ© Royal du 15 mars 1986 portant rĂ©glement gĂ©nĂ©ral sur les conditions techniques auxquelles doivent rĂ©pondre les vĂ©hicules automobiles et leurs remorques, leurs Ă©lĂ©ments ainsi que les accessoires de sĂ©curitĂ©.
  (...) Tout vĂ©hicule, dont le certificat de contrĂŽle technique est non valable, Ă  moins que le vĂ©hicule ne doive pas en disposer, pĂ©rimĂ© depuis au moins deux ans, ou pour lequel au moins deux ans se sont Ă©coulĂ©s depuis la date Ă  laquelle il aurait dĂ» ĂȘtre passĂ© pour la premiĂšre fois, ou qui se trouve dans un Ă©tat de perte totale technique, est un vĂ©hicule hors d'usage.
  (...) Ne sont pas considérés comme des véhicules hors d'usage :
  - les véhicules d'époque inscrits au répertoire des véhicules à moteur et des remorques ;
  - les véhicules gardés comme objet de collection entreposés dans un local fermé qui leur est réservé ;
  - les véhicules utilisés à des fins didactiques;
  - les véhicules réservés aux activités d'exposition ou de commémoration ;
  - les véhicules faisant l'objet d'une instruction judiciaire ou d'une saisie et non encore libérés. "
Art. 4.4.2. In hetzelfde besluit wordt artikel 7 § 2 vervangen door de volgende bepaling:
  " De houder van een afgedankt voertuig die niet in staat is de boorddocumenten binnen de maand te tonen, of dat zich in een staat van technisch totaal verlies bevindt en waarvan de houder niet binnen de maand de rehabilitatieprocedure opstart, of waarvan het schouwingsbewijs sedert ten minste twee jaar vervallen is of waarvan twee jaar verstreken zijn vanaf de datum waarop hij voor het eerst op de technische keuring had moeten worden aangeboden, dient het voertuig onmiddellijk in te leveren op één van de volgende bestemmingen.
  - bij een kleinhandelaar die minstens de in artikel 8 gestelde voorwaarden vervult,
  - bij de exploitant van een geregistreerd demonteercentrum voor afgedankte voertuigen,
  - bij de exploitant van een geregistreerd demonteercentrum voor afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven,
  - bij de exploitant van een geregistreerd centrum voor de vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven,
  - of bij elk ander centrum dat in de andere Gewesten is vergund en ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven. "
Art. 4.4.2. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'article 7 § 2 est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Le dĂ©tenteur d'un vĂ©hicule hors d'usage qui n'est pas en mesure de prĂ©senter les documents de bord dans le mois, ou qui concerne une perte totale technique et dont le dĂ©tenteur ne dĂ©marre pas la procĂ©dure de rĂ©habilitation dans le mois ou le dĂ©tenteur du vĂ©hicule dont le certificat de contrĂŽle technique est pĂ©rimĂ© depuis au moins deux ans ou pour lequel au moins deux ans se sont Ă©coulĂ©s depuis la date Ă  laquelle il aurait dĂ» ĂȘtre passĂ© pour la premiĂšre fois au contrĂŽle technique, est tenu de remettre sans dĂ©lai ledit vĂ©hicule Ă  l'une des destinations suivantes :
  - le détaillant qui répond au moins aux conditions de l'article 8,
  - l'exploitant d'un centre enregistré de démontage de véhicules hors d'usage,
  - l'exploitant d'un centre enregistré de démontage de véhicules hors d'usage et habilité à délivrer un certificat de destruction,
  - l'exploitant d'un centre enregistré de destruction et de recyclage de véhicules hors d'usage et habilité à délivrer un certificat de destruction,
  - tout centre autorisé dans les autres Régions et habilité à délivrer un certificat de destruction. "
Art. 4.4.3. Afgedankte voertuigen zijn niet onderworpen aan de bepalingen van titels I en III.
Art. 4.4.3. Les véhicules hors d'usage ne sont pas soumis aux dispositions des titres I et III.
HOOFDSTUK 5. [1 Dierlijke bijproducten en afgeleide producten ]1
CHAPITRE 5. [1 Sous-produits animaux et produits dérivés ]1
Afdeling 1. [1 Algemene bepalingen ]1
Section 1re. [1 Dispositions générales ]1
Art. 4.5.1. [1 Toepassingsgebied
Art. 4.5.1 [1 Champ d'application
Afdeling 2. [1 - Handelingen voor het beheer van dierlijke bijproducten ]1
Section 2. [1 Opérations de gestion des sous-produits animaux ]1
Art. 4.5.2. [1 Verpakking
Art. 4.5.2. [1 Conditionnement
Art. 4.5.3. [1 Contract en melding van inzameling
Art. 4.5.3. [1 Contrat et notification de collecte
Art. 4.5.4. [1 Bewaring en vervoer
Art. 4.5.4. [1 Conservation et transport
Art. 4.5.5. [1 Verwijdering en gebruik
Art. 4.5.5. [1 Elimination et utilisation
Afdeling 3. [1 Operatoren voor het beheer van dierlijke bijproducten ]1
Section 3. [1 Opérateurs de gestion des sous-produits animaux ]1
Art. 4.5.6. [1 Registratie
   § 1. De exploitant bedoeld in artikel 23, punt 1. a) van de Verordening (EG) nr. 1069/2009 laat zich registreren volgens artikel 3.1.1. van dit besluit.
   § 2. De uitzondering voorzien in artikel 3.1.1. 1° b) is niet van toepassing voor dierlijke bijproducten.
   § 3. De geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar van dierlijke bijproducten die gevaarlijke afvalstoffen zijn, is niet onderworpen aan de erkenning van artikel 3.1.2. voor dezelfde afvalstoffen. ]1

  
Art. 4.5.6. [1 Enregistrement
   § 1er. L'exploitant visĂ© Ă  l'article 23, point 1. a) du RĂšglement (CE) N° 1069/2009 se fait enregistrer conformĂ©ment Ă  l'article 3.1.1. du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
   § 2. L'exception visée à l'article 3.1.1. 1° b) ne s'applique pas aux sous-produits animaux.
   § 3. Le collecteur, nĂ©gociant ou courtier des sous-produits animaux qui sont des dĂ©chets dangereux n'est pas soumis Ă  l'agrĂ©ment de l'article 3.1.2. pour ces mĂȘmes dĂ©chets. ]1

  
Art. 4.5.7. [1 Erkenning
   § 1. De milieuvergunning voor de rubrieken 40, 41, 50, 106.2, 212 en/of 219 voor inrichtingen waar de in artikel 24, punt 1, van de Verordening (EG) nr. 1069/2009 bedoelde activiteiten worden uitgevoerd, geldt als erkenning.
   § 2. De erkenning is alleen geldig wanneer bij een bezoek ter plaatse door de bevoegde autoriteit, vóór het begin van een activiteit, is aangetoond dat aan de overeenkomstig artikel 27 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009 vastgestelde relevante voorschriften is voldaan. ]1

  
Art. 4.5.6 bis. [1 Agrément
   § 1er. Le permis d'environnement autorisant les rubriques 40, 41, 50, 106.2, 212 et/ou 219 pour des Ă©tablissements oĂč sont effectuĂ©es les activitĂ©s visĂ©es Ă  l'article 24 point 1. du RĂšglement (CE) N° 1069/2009 vaut agrĂ©ment.
   § 2. L'agrĂ©ment n'est valable que lorsqu'une visite par l'autoritĂ© compĂ©tente sur place, prĂ©alable au dĂ©marrage de toute activitĂ©, a dĂ©montrĂ© que les prescriptions pertinentes arrĂȘtĂ©es conformĂ©ment Ă  l'article 27 du RĂšglement (CE) N° 1069/2009 sont respectĂ©es. ]1

  
Art. 4.5.8. [1 In geval van gezondheidscrisis
   Op verzoek van de bevoegde overheid voor de veiligheid van de voedselketen kan Leefmilieu Brussel in geval van beheer van een gezondheidscrisis een tijdelijke afwijking toestaan op de artikelen 4.5.6. en 4.5.7. ]1

  
Art. 4.5.8. [1 En cas de crise sanitaire
   A la demande de l'autorité compétente pour la sécurité de la chaine l'alimentaire, dans le cas d'une gestion de crise sanitaire, Bruxelles Environnement peut accorder une dérogation temporaire aux articles 4.5.6. et 4.5.7. ]1

  
Afdeling 4. [1 Specifieke regels]1
Section 4. [1 RÚgles spécifiques ]1
Onderafdeling 1. [1 Mest]1
Sous-Section 1re. [1 Lisier ]1
Art. 4.5.9. [1 Opslag
   § 1. De uitbating onderworpen aan rubriek 66 respecteert de volgende voorwaarden:
   - alle maatregelen worden genomen om geurhinder maximaal te beperken;
   - de opslag gebeurt in een waterdicht recipiënt of in een daarvoor bestemde zone;
   - afvloeivocht zoals vloeibare mest en percolatiewater wordt opgevangen in een afgesloten tank zonder overloop;
   - de vloer van de opslag- en overslagzone is gemaakt van harde, ondoordringbare materialen;
   - de opslagzone is rond drie zijden omgeven door stevige waterdichte wanden die voldoende hoog zijn om overstorten te vermijden. De vierde zijde is zo gebouwd dat er geen percolatie- of afvloeiend water buiten de opslagplaats kan lopen;
   § 2. Dit artikel is van toepassing tenzij anders bepaald in de milieuvergunning. ]1

  
Art. 4.5.9. [1 Stockage
   § 1er. L'exploitation soumise à la rubrique 66 respecte les conditions suivantes :
   - toutes les mesures sont prises pour limiter au maximum les nuisances dues aux odeurs ;
   - le stockage se fait dans un récipient étanche ou sur une zone construite à cet effet ;
   - les jus d'écoulement tels que le purin et les lixiviats sont récupérés dans une cuve étanche et sans trop-plein.
   - le sol de la zone de stockage et de transbordement est en matériaux durs et imperméables.
   - la zone de stockage est entourée sur trois de ses cÎtés, de parois rigides, étanches, d'une hauteur suffisante pour éviter tout débordement. Le quatriÚme cÎté est construit de maniÚre à ce qu'aucun lixiviat ou aucune eau de ruissellement ne puisse s'écouler en dehors du dépÎt.
   § 2. Le présent article s'applique sauf si le permis d'environnement en dispose autrement. ]1

  
Art. 4.5.10. [1 Beheer
   Mest mag zonder verwerking op het land uitgereden worden wanneer er geen risico is op verspreiding van ernstige overdraagbare ziekte. Dit gebeurt zonder afbreuk te doen aan het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 november 1998 inzake de bescherming van het water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen.]1

  
Art. 4.5.10. [1 Gestion
   Le lisier peut ĂȘtre Ă©pandu sur le sol sans transformation prĂ©alable, lorsqu'il n'y a pas de risque de propagation d'une maladie grave transmissible, et ceci, sans prĂ©judice de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 19 novembre 1998 relatif Ă  la protection des eaux contre la pollution par les nitrates Ă  partir de sources agricoles. ]1

  
Onderafdeling 2. [1 Afgewerkte voedingsolie en -vetten ]1
Sous-Section 2. [1 Déchets d'huiles et graisses alimentaires ]1
Art. 4.5.11. [1 Algemene bepalingen
   § 1. Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:
   1° "voedingsolie en -vetten": alle voor voeding bestemde plantaardige en dierlijke oliën en vetten die kunnen worden gebruikt om voedingsmiddelen te frituren;
   2° "afgewerkte voedingsolie en -vetten": alle voedingsoliën en vetten waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen en die afvalstoffen zijn in de zin van de ordonnantie afvalstoffen, met inbegrip van de afgewerkte bak- en braadolie waarop de Verordening (EU) nr. 142/2011 van toepassing is;
   3° "afgewerkte voedingsolie en -vetten andere dan huishoudelijke": afgewerkte voedingsolie en -vetten afkomstig van professionele gebruikers, namelijk iedere persoon die een permanente, mobiele of tijdelijke restauratie-inrichting uitbaat zoals een restaurant, hotel, café, fastfoodrestaurant, snackbar, frituur, traiteurszaak, maar ook een openbare instelling met name een ziekenhuis, kantine, catering en soortgelijke inrichting waar voedingsmiddelen worden bereid of verpakt om verbruikt te worde, en soortgelijke inrichting, die in het kader van haar beroepsactiviteit frituuroliën en vetten gebruikt om voedingsmiddelen te frituren.
   § 2. Deze onderafdeling is van toepassing op afgewerkte voedingsolie en -vetten van huishoudelijke oorsprong. De criteria op grond waarvan een onderscheid wordt gemaakt tussen huishoudelijke en professionele voedingsolie en -vetten, worden ter goedkeuring voorgelegd aan Leefmilieu Brussel overeenkomstig artikel 2.3.6. ]1

  
Art. 4.5.11. [1 Dispositions générales
   § 1er. Pour l'application de la présente sous-section, on entend par :
   1° " huiles et graisses alimentaires " : toutes les huiles et graisses vĂ©gĂ©tales et animales comestibles pouvant ĂȘtre utilisĂ©es lors de la friture de denrĂ©es alimentaires ;
   2° " déchets d'huiles et graisses alimentaires " : toutes les huiles et graisses alimentaires dont le détenteur se défait ou a l'intention ou l'obligation de se défaire et qui constituent des déchets au sens de l'ordonnance déchets, y compris les huiles de cuisson usagées visées par le RÚglement (UE) N° 142/2011 ;
   3° " dĂ©chets d'huiles et graisses alimentaires autres que mĂ©nagĂšres " : dĂ©chets d'huiles et graisses alimentaires en provenance des utilisateurs professionnels, Ă  savoir toute personne qui gĂšre une installation de restauration permanente, mobile ou temporaire telle que restaurant, hĂŽtel, cafĂ©, fast-food, snackbar, friterie, traiteur, collectivitĂ©, notamment, un hĂŽpital, cantine, catering et installation similaire oĂč des denrĂ©es alimentaires sont prĂ©parĂ©es ou emballĂ©es pour ĂȘtre consommĂ©es, et installation similaire, qui dans le cadre de son activitĂ© professionnelle utilise des huiles et graisses de friture pour la friture de denrĂ©es alimentaires.
   § 2. La présente sous-section s'applique aux déchets d'huiles et graisses alimentaires ménagÚres. Les critÚres de distinction entre les huiles et graisses alimentaires considérées comme ménagÚres et les huiles et graisses alimentaires considérées comme autres que ménagÚres sont soumis à l'approbation de Bruxelles Environnement conformément à l'article 2.3.6. ]1

  
Art. 4.5.12. [1 Beheer van afgewerkte voedingsolie en -vetten
   § 1. Iedere houder van afgewerkte voedingsolie en -vetten moet deze bij de inzameling gescheiden van het restafval aanbieden.
   § 2. De afgewerkte voedingsolie en -vetten van huishoudelijke oorsprong worden ingezameld door:
   - publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen, meer bepaald via mobiele inzamelsystemen en in containerparken, of
   - geregistreerde inzamelaars, handelaars of makelaars in inzamelsystemen zoals beschreven in artikels 4.5.13. en 4.5.14.
   Voor de afgewerkte voedingsolie en -vetten van huishoudelijke oorsprong moeten de producenten, in samenwerking met de publiekrechtelijke rechtspersonen, de ingezamelde hoeveelheden ten laatste tegen eind 2020 verhogen met 20 % in vergelijking met de hoeveelheden die in 2011 werden ingezameld. Ten laatste tegen eind 2023 en eind 2025 moeten de ingezamelde hoeveelheden met respectievelijk 15 % en 20 % verhogen in vergelijking met de hoeveelheden die in 2018 werden ingezameld. De hoeveelheden, ingezameld conform artikel 4.5.13. en 4.5.14. worden in aanmerking genomen bij de evaluatie van deze doelstellingen.
   § 3. De producenten richten een begeleidingscomité op dat als taak heeft het beheer van de afvalstromen van afgewerkte voedingsolie en -vetten op te volgen. Het begeleidingscomité bestaat minimaal uit vertegenwoordigers van de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en van Leefmilieu Brussel. Het vergadert minimaal één keer per jaar.
   § 4. De producenten sluiten met de publiekrechtelijke rechtspersonen een overeenkomst die minimaal de volgende elementen omschrijft:
   - de berekeningsmodaliteiten voor de vergoeding van de inzamelpunten, hierbij inbegrepen de dekking van de infrastructuur- en werkingskosten van de containerparken;
   - de modaliteiten voor de organisatie en de financiering van de sensibiliseringscampagnes waarvan sprake is in artikel 4.5.17.
   Deze overeenkomst wordt ter goedkeuring voorgelegd aan Leefmilieu Brussel, overeenkomstig artikel 2.3.6.
   § 5. De afgewerkte voedingsolie en -vetten die afzonderlijk zijn ingezameld worden volledig gerecycleerd of gevaloriseerd. ]1

  
Art. 4.5.12. [1 Gestion des déchets d'huiles et graisses alimentaires
   § 1er. Tout détenteur de déchets d'huiles et graisses alimentaires est tenu de les présenter à la collecte séparée des déchets résiduels.
   § 2. Les déchets d'huiles et graisses alimentaires ménagÚres sont collectées par :
   - des personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers, notamment via des systÚmes de collecte mobiles et en parc à conteneurs, ou
   - des collecteurs, négociants ou courtiers enregistrés dans les systÚmes de collecte visés aux articles 4.5.13. et 4.5.14.
   Pour les déchets d'huiles et graisses alimentaires ménagÚres, les producteurs, en collaboration avec les personnes morales de droit public, sont tenus d'augmenter les quantités collectées de 20 % au plus tard pour fin 2020, par rapport aux quantités collectées en 2011. Au plus tard, pour fin 2023 et fin 2025, les quantités collectées doivent augmenter avec respectivement 15 % et 20 % des quantités collectées en 2018. Les quantités collectées conformément à l'article 4.5.13. et 4.5.14. sont prises en considération dans l'évaluation de ces objectifs.
   § 3. Les producteurs instituent un comité d'accompagnement ayant pour mission le suivi de la gestion du flux des déchets d'huiles et graisses alimentaires. Le comité d'accompagnement se compose au minimum de représentants des personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers et de Bruxelles Environnement. Il se réunit au minimum une fois par an.
   § 4. Les producteurs concluent un contrat avec les personnes morales de droit public définissant au minimum les éléments suivants :
   - les modalités de calcul de l'indemnisation des points de collecte, en ce compris la couverture des coûts d'infrastructure et de fonctionnement des parcs à conteneurs ;
   - les modalités d'organisation et de financement des campagnes d'information visées à l'article 4.5.17.
   Ce contrat est soumis pour avis à Bruxelles Environnement conformément à l'article 2.3.6.
   § 5. Les déchets d'huiles et graisses alimentaires collectés séparément sont entiÚrement recyclés ou valorisés. ]1

  
Art. 4.5.13. [1 Inzamelinrichting als nevenactiviteit
   § 1. Overeenkomstig artikel 3.5.15. 6° kan de kleinhandelaar die voedingsolie en -vetten verkoopt, de afgewerkte voedingsolie en -vetten van huishoudelijke oorsprong terugnemen. Als de kleinhandelaar ze terugneemt, brengt hij of laat hij de producenten op de hoogte brengen van het gebruikte inzamelsysteem, met een omschrijving van de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen.
   § 2. De inzamelaar, handelaar of makelaar, die afgewerkte voedingsolie en -vetten ophaalt bij de kleinhandelaar waarvan sprake is in paragraaf 1, verstrekt uiterlijk op 30 april van ieder jaar de volgende informatie aan de producenten:
   - de ingezamelde hoeveelheid afgewerkte voedingsolie en -vetten;
   - het verwerkingsproces van de ingezamelde afgewerkte voedingsolie en -vetten.
   § 3. De terugname van de afgewerkte voedingsolie en -vetten bij de kleinhandelaar voldoet aan de volgende voorwaarden:
   - de teruggenomen afgewerkte voedingsolie en -vetten worden niet opgeslagen op de openbare weg;
   - de opslag gebeurt op zodanige wijze dat geen schade kan worden toegebracht aan de menselijke gezondheid of het milieu;
   - de afgewerkte voedingsolie en -vetten worden regelmatig opgehaald door een geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar;
   - de opslagplaats en haar omgeving worden zuiver gehouden;
   - de recipiënten worden zuiver gehouden en zijn voorzien van een tweetalig etiket met de aanduiding " Categorie 3: niet voor menselijke consumptie - pas pour consommation humaine ";
   - op de site moet een toegelaten ontsmettingsproduct aanwezig zijn. ]1

  
Art. 4.5.13. [1 Installation de collecte Ă  titre accessoire
   § 1er. Conformément à l'article 3.5.15. 6°, le détaillant d'huiles et graisses alimentaires peut reprendre les déchets d'huiles et graisses alimentaires ménagÚres. Si le détaillant les reprend, il notifie ou fait notifier aux producteurs le systÚme de collecte mis en place notamment en définissant les responsabilités des acteurs participants.
   § 2. Le collecteur, négociant ou courtier qui collecte des déchets d'huiles et graisses alimentaires auprÚs du détaillant visé au paragraphe 1 communique aux producteurs, au plus tard pour le 30 avril de chaque année les informations suivantes :
   - la quantité de déchets d'huiles et graisses alimentaires collectées ;
   - le procédé de traitement des déchets d'huiles et graisses alimentaires collectées.
   § 3. La reprise des déchets d'huiles et graisses alimentaires auprÚs de détaillant satisfait aux conditions suivantes :
   - les déchets d'huiles et graisses alimentaires repris ne sont pas stockés sur la voie publique ;
   - le stockage a lieu de telle maniÚre qu'il ne pourra causer aucun dommage à la santé humaine ou à l'environnement ;
   - les déchets d'huiles et graisses alimentaires sont collectés réguliÚrement par un collecteur, négociant ou courtier enregistré ;
   - le site de stockage et ses alentours sont maintenus propres ;
   - les rĂ©cipients doivent ĂȘtre tenus propres et contenir une Ă©tiquette bilingue indiquant " CatĂ©gorie 3 : pas pour consommation humaine - niet voor menselijke consumptie " ;
   - un produit de dĂ©sinfection autorisĂ© doit ĂȘtre prĂ©sent sur le site. ]1

  
Art. 4.5.14. [1 Inzamelpunt voor afgewerkte voedingsolie en -vetten
   § 1. Met inachtneming van de verplichtingen van paragrafen 2 tot 4, kan de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar bijkomende inzamelingen organiseren van afgewerkte voedingsolie en -vetten, via een inzamelpunt.
   § 2. Voor het inzamelpunt van afgewerkte voedingsolie en -vetten, zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
   1. De geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar tekent een overeenkomst met de beheerder van de site. Deze overeenkomst vermeldt minstens:
   a. het adres of, bij gebrek daaraan, de exacte ligging van het inzamelpunt;
   b. de beschrijving van de inzamelrecipiënten;
   c. de gegevens van de beheerder van de site en van de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar;
   d. de frequentie van de inzameling;
   e. de duur van de overeenkomst;
   f. de verdeling van de verantwoordelijkheden.
   2. De recipiënten worden zuiver gehouden en zijn voorzien van een etiket met de vermelding van:
   a. de naam van de inzamelaar, handelaar of makelaar;
   b. de tweetalige vermeldingen:
   - " Categorie 3: niet voor menselijke consumptie - pas pour consommation humaine ",
   - " Voor afgewerkte voedingsolie en -vetten van huishoudelijke oorsprong - Pour les déchets d'huiles et graisses alimentaires issus exclusivement des ménages ".
   3. De inzamelrecipiënten zijn zo ontworpen om de veiligheid van de opslag en de beperking op lekken te optimaliseren. Ze bevinden zich op een veilige plaats.
   4. Het inzamelpunt en zijn omgeving wordt zuiver gehouden.
   5. Het inzamelpunt heeft een maximale capaciteit van 1000 kg.
   6. De ophaling bij een inzamelpunt gebeurt op regelmatige en voldoende wijze en overeenkomstig paragrafen 1, 2 en 5 van artikel 4.5.4. van dit hoofdstuk.
   § 3. De inzameling van afgewerkte voedingsolie en -vetten via een inzamelpunt is verboden in kleuter- en lagere scholen.
   § 4. De geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar, die afgewerkte voedingsolie en -vetten ophaalt bij de inzamelpunten, verstrekt uiterlijk op 30 april van ieder jaar de volgende informatie aan de producenten:
   1. de ingezamelde hoeveelheid afgewerkte voedingsolie en -vetten tijdens het jaar, voor elk inzamelpunt;
   2. het verwerkingsproces van de ingezamelde afgewerkte voedingsolie en -vetten. ]1

  
Art. 4.5.14. [1 Point de collecte des déchets d'huiles et graisses alimentaires
   § 1er. Moyennant le respect des obligations contenues aux paragraphes 2 à 4, le collecteur, négociant ou courtier enregistré peut organiser des collectes complémentaires de déchets d'huiles et graisses alimentaires provenant des ménages, auprÚs d'un point de collecte.
   § 2. Le point de collecte de déchets d'huiles et graisses alimentaires satisfait aux conditions suivantes :
   1. Le collecteur, négociant ou courtier enregistré signe une convention avec le gestionnaire du site. Cette convention reprend au minimum :
   a. l'adresse ou, à défaut, la localisation exacte du point de collecte ;
   b. la description des récipients de collecte ;
   c. les coordonnées du gestionnaire du site et du collecteur, négociant ou courtier enregistré ;
   d. la fréquence de collecte ;
   e. la durée de la convention ;
   f. la répartition des responsabilités.
   2. Les récipients sont tenus propres et contiennent une étiquette indiquant :
   a. le nom du collecteur, négociant ou courtier ;
   b. les mentions bilingues :
   - " Catégorie 3 : pas pour consommation humaine - niet voor menselijke consumptie ",
   - " Pour les déchets d'huiles et graisses alimentaires issus exclusivement des ménages - Voor afgewerkte voedingsolie en -vetten van huishoudelijke oorsprong ".
   3. Les récipients de collecte sont conçus de maniÚre à optimiser la sécurité des stockages et à éviter tout écoulement. Ils se trouvent dans un endroit sûr.
   4. Le point de collecte et ses alentours sont maintenus propres.
   5. Le point de collecte a une capacité maximale de 1000 kg.
   6. L'enlÚvement auprÚs d'un point de collecte est effectuée de façon réguliÚre et suffisante et conformément aux paragraphes 1, 2 et 5 de l'article 4.5.4. du présent chapitre.
   § 3. La collecte des déchets d'huiles et graisses alimentaires via un point de collecte est interdite dans les écoles maternelles et primaires.
   § 4. Le collecteur, négociant ou courtier enregistré qui reprend des déchets d'huiles et graisses alimentaires auprÚs des points de collecte communique aux producteurs, au plus tard pour le 30 avril de chaque année, les informations suivantes :
   1. la quantité de déchets d'huiles et graisses alimentaires collectés durant l'année, pour chaque point de collecte ;
   2. le procédé de traitement des déchets d'huiles et graisses alimentaires collectés. ]1

  
Art. 4.5.15. [1 ]1Financiering
   § 1. De producent draagt de werkelijke en volledige kosten van de inzameling, het sorteren en de verwerking van de afgewerkte voedingsolie en -vetten van huishoudelijke oorsprong die beheerd worden door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen.
   § 2. De dekking van de kosten bedoeld in paragraaf 1 en de verdeling van de eventuele ontvangsten worden in onderling overleg overeengekomen door de betrokken publiekrechtelijke rechtspersonen en de producenten.
   § 3. De verdeling van de eventuele ontvangsten met de publiekrechtelijke rechtspersonen geldt enkel als de totale kosten, die toegerekend zijn aan de producent voor de uitvoering van de sensibiliseringscampagnes bedoeld in artikel 4.5.17, gedekt zijn door de wederverkoop van de ingezamelde afgewerkte voedingsolie en -vetten.
  
Art. 4.5.15. [1 Financement
   § 1er. Le producteur couvre le coût réel et complet de la collecte, du tri et du traitement des déchets d'huiles et graisses alimentaires ménagÚres pris en charge par les personnes morales de droit public territorialement responsables pour la gestion des déchets ménagers.
   § 2. La couverture des coûts visés au paragraphe 1er et le partage des éventuelles recettes sont convenus de commun accord entre les producteurs et les personnes morales de droit public.
   § 3. Le partage des éventuelles recettes avec les personnes morales de droit public ne vaut que si l'entiÚreté des coûts imputés au producteur pour la réalisation des campagnes de communication visées à l'article 4.5.17 sont couverts par la revente des déchets huiles et graisses alimentaires collectés. ]1

  
Art. 4.5.16. [1 Rapportage
   § 1. De producenten verstrekken Leefmilieu Brussel voor 31 mei van ieder jaar de volgende informatie voor het verstreken kalenderjaar:
   1° de totale hoeveelheid voedingsolie en -vetten bestemd voor huishoudens, uitgedrukt in kilogram, die in de handel werden gebracht;
   2° de totale hoeveelheid afgewerkte voedingsolie en -vetten van huishoudelijke oorsprong, uitgedrukt in kilogram, die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werden ingezameld per inzamelingswijze;
   3° het aantal inzamelinrichtingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en hun identificatie, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de inzamelinrichtingen van de publiekrechtelijke rechtspersonen en de overige inzamelinrichtingen;
   4° de installaties waar de ingezamelde voedingsolie en -vetten werden verwerkt, met vermelding van de verwerkte hoeveelheid en de beschrijving van de verwerkingsmethode;
   5° de totale hoeveelheid afgewerkte voedingsolie en -vetten van huishoudelijke oorsprong, uitgedrukt in kilogram, die gevaloriseerd of gerecycleerd werden;
   6° de gegevens over de ondernomen sensibiliserings- en preventieacties, de beoordeling van die acties en de berekening van de resultatenindicatoren.
   § 2. Leefmilieu Brussel kan van elke producent eisen dat hij alle andere relevante informatie verstrekt om te beoordelen in hoeverre de in dit besluit beschreven doelstellingen werden bereikt en om de uitvoering te controleren. ]1

  
Art. 4.5.16. [1 Rapportage
   § 1er. Les producteurs fournissent à Bruxelles Environnement pour le 31 mai de chaque année, en ce qui concerne l'année civile écoulée :
   1° la quantité totale exprimée en kilos des huiles et graisses alimentaires destinées aux ménages mises sur le marché ;
   2° la quantité totale, exprimée en kilos, des déchets d'huiles et graisses alimentaires ménagÚres collectés en Région de Bruxelles-Capitale, par mode de collecte ;
   3° l'identification et le nombre d'installations de collecte en Région de Bruxelles-Capitale, en distinguant les installations de collecte des personnes morales de droit public et les autres installations de collecte ;
   4° les installations oĂč les dĂ©chets d'huiles et graisses alimentaires collectĂ©s ont Ă©tĂ© traitĂ©s, avec mention de la quantitĂ© traitĂ©e et la description de leur mode de traitement ;
   5° la quantité totale, exprimée en kilos, des déchets d'huiles et graisses alimentaires ménagÚres valorisés ou recyclés ;
   6° les données relatives aux actions de sensibilisation et de prévention entreprises, à l'évaluation de ces actions et au calcul des indicateurs de résultats.
   § 2. Bruxelles Environnement peut exiger de tout producteur de lui fournir toute autre information pertinente pour l'appréciation de la réalisation des objectifs visés par la présente sous-section et le contrÎle de leur mise en oeuvre. ]1

  
Art. 4.5.17. [1 ]1Informeren van de consument
   § 1. Om de in artikel 4.5.12. bedoelde doelstellingen te halen, voeren de producenten en de publiekrechtelijke rechtspersonen gezamenlijk minstens éénmaal per jaar regionale en lokale voorlichtings- en sensibiliseringscampagnes gericht op de huishoudens.
   § 2. De campagnes bedoeld in paragraaf 1 worden gefinancierd uit de opbrengst van de inzameling van afgewerkte voedingsolie en -vetten door de publiekrechtelijke rechtspersoon, na aftrek van de inzamelingskosten bedoeld in artikel 4.5.15. Wanneer deze opbrengst onvoldoende is om de campagnes bedoeld in de vorige paragraaf te financieren, betaalt de producent de nodige som om deze te financieren.
   § 3. De modaliteiten voor de sensibiliseringscampagnes worden overeengekomen in onderling overleg tussen de producenten en de publiekrechtelijke rechtspersonen
  
Art. 4.5.17. [1 Information du consommateur
   § 1er. Afin d'atteindre les objectifs visés à l'article 4.5.12., les producteurs, en collaboration avec les personnes morales de droit public, mÚnent au moins une fois par an des campagnes d'information et de sensibilisation à destination des ménages à l'échelle régionale et locale.
   § 2. Les campagnes visées au paragraphe 1er sont financées au moyen des recettes générées par la revente des déchets d'huiles et graisses alimentaires collectés par la personne morale de droit public, déduction faite des coûts de collecte visé à l'article 4.5.15. Lorsque lesdites recettes ne sont pas suffisantes pour financer les campagnes visées au paragraphe précédent, le producteur paie le solde nécessaire pour les financer.
   § 3. Les modalités des campagnes de communication sont convenues de commun accord entre les producteurs et les personnes morales de droit public. ]1

  
HOOFDSTUK 6. - Verpakkingsafval
CHAPITRE 6. - Déchets d'emballages
Afdeling I. - Plastic zakjes
Section Ire. - Des sacs plastiques
Art. 4.6.1. Definities
  In de zin van deze afdeling verstaan we onder :
  1° " kassazakjes " : de zakjes die, tegen betaling of gratis, ter beschikking worden gesteld in de verkooppunten voor het verpakken van de waren van de klanten als ze aan de kassa voorbijkomen. De zakjes die worden aangeboden als primaire verpakking voor voedingswaren in bulk worden niet als kassazakjes beschouwd.
Art. 4.6.1. Définitions
  Au sens de la présente section, on entend par :
  1° " sacs de caisse " : les sacs mis à disposition, à titre onéreux ou gratuit, dans les points de vente pour l'emballage des marchandises des clients lors du passage en caisse. Les sacs fournis comme emballage primaire pour les denrées alimentaires en vrac ne sont pas considérés comme des sacs de caisse.
Art. 4.6.2. § 1. Het gebruik van plastic wegwerpzakjes is verboden in de verkoopruimte van detailhandelaars.
  Het verbod is niet van toepassing op herbruikbare plastic zakjes die beantwoorden aan de vereisten inzake herbruikbare verpakkingen zoals gedefinieerd in bijlage 12.
  § 2. Het verbod zoals bedoeld in paragraaf 1 is van toepassing vanaf 1 september 2017 voor de kassazakjes en vanaf 1 september 2018 voor alle andere zakjes die bestemd zijn voor het verpakken van waren en die gebruikt worden in de verkoopruimte van detailhandelaars.
  § 3. In afwijking van de voorgaande paragraaf, bepaalt de minister de soorten plastic zakjes waarvoor de in de voorgaande paragraaf beoogde data niet van toepassing zijn. De minister preciseert de lijst van de vrijstellingen.
Art. 4.6.2. § 1. L'usage de sacs en plastique à usage unique est interdit dans l'espace de vente des détaillants.
  L'interdiction ne s'applique pas aux sacs plastiques réemployables qui répondent aux exigences des emballages réemployables définis à l'annexe 12.
  § 2. L'interdiction visée au paragraphe 1er est d'application à partir du 1er septembre 2017 pour les sacs de caisse et à partir du 1er septembre 2018 pour tous les autres sacs destinés à l'emballage de marchandises utilisés dans l'espace de vente des détaillants.
  § 3. Par dérogation au paragraphe précédent, le Ministre détermine les types de sacs plastiques pour lesquels les dates visées au paragraphe précédent ne sont pas applicables. Le Ministre précise la liste des exonérations.
Afdeling 2. [1 Producten voor eenmalig gebruik ]1
Section 2. [1 Produits Ă  usage unique ]1
Art. 4.6.3. [1 . § 1. Onderhavige afdeling zet de richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, artikel 4, om, evenals de richtlijn 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water, artikel 16.2, lid 2, c.
   § 2. Het is voor een openbare entiteit in het kader van haar eigen activiteiten en tevens in het kader van door haar georganiseerde evenementen verboden:
   a) vanaf 1 januari 2023 dranken te schenken in cateringmateriaal voor eenmalig gebruik, met uitzondering van verpakkingen van wijn en sterkedranken;
   b) vanaf 1 juli 2023 bereide voedingsmiddelen aan te bieden in cateringmateriaal voor eenmalig gebruik;
   c) vanaf 1 juli 2023 water ander dan leidingwater te schenken.
   § 3. De verplichtingen bedoeld in paragraaf 2 zijn niet van toepassing in de volgende gevallen:
   1° wanneer de openbare entiteiten gezondheidszorgactiviteiten uitvoeren zoals bedoeld in artikel 4.7.2, 1° ;
   2° in noodsituaties;
   3° bij straathoekwerk en daklozenronde beoogd in artikel 2, 8°, van de ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 14 juni 2018 betreffende de noodhulp aan en de inschakeling van daklozen.
   § 4. Leefmilieu Brussel kan een afwijking van het verbod in paragraaf 2, c) verlenen in geval de toegang tot leidingwater niet mogelijk.
   § 5. Leefmilieu Brussel kan een afwijking van alle of een deel van de verbodsbepalingen in paragraaf 2 toekennen:
   1° in het kader van een evenement wanneer de verbodsbepalingen duidelijk onevenredig zijn gezien de specifieke kenmerken van het evenement;
   2° wanneer de naleving van de in paragraaf 2 genoemde termijnen redelijkerwijs niet kan worden verzekerd gelet op de kosten en de operationele modaliteiten die uit de maatregelen voortvloeien.
   § 6. De aanvragen tot afwijking worden gemotiveerd en aan Leefmilieu Brussel overgemaakt in de vorm en onder de voorwaarden bepaald door Leefmilieu Brussel.
   Het in paragraaf 5, 2°, van deze bepaling bedoelde verzoek om afwijking bevat een stappenplan voor de tenuitvoerlegging van de verbodsbepalingen dat niet verder reikt dan 1 januari 2025 en dat uiterlijk binnen de zes maanden na de inwerkingtreding van dit artikel wordt ingediend.
   De afwijkingen moeten evenredig zijn en gericht zijn op de handhaving van een hoog niveau van milieubescherming. ]1

  
Art. 4.6.3. [1 § 1er. La présente section transpose la directive (UE) 2019/904 du Parlement européen et du Conseil du 5 juin 2019 relative à la réduction de l'incidence de certains produits en plastique sur l'environnement, article 4 ainsi que la directive 2020/2184 du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2020 relative à la qualité des eaux destinées à la consommation humaine, article 16.2, al. 2, c.
   § 2. Il est interdit à une entité publique dans le cadre de ses propres activités ainsi que dans le cadre des évÚnements organisés par elle :
   a) à partir du 1er janvier 2023, de servir des boissons avec du matériel de restauration à usage unique, à l'exception des emballages de vin et spiritueux ;
   b) à partir du 1er juillet 2023, de servir des aliments préparés dans du matériel de restauration à usage unique ;
   c) à partir du 1er juillet 2023, de servir de l'eau autre que de l'eau distribuée par réseau.
   § 3. Les obligations visées au paragraphe 2 ne sont pas applicables dans les cas suivants :
   1° lorsque les entités publiques réalisent des activités de soins de santé visées à l'article 4.7.2, 1° ;
   2° lors de situations d'urgence ;
   3° lors de travail de rue et maraude visé à l'article 2, 8°, de l'ordonnance de la Commission communautaire commune du 14 juin 2018 relative à l'aide d'urgence et à l'insertion des personnes sans abri.
   § 4. Bruxelles Environnement peut octroyer une dĂ©rogation Ă  l'interdiction visĂ©e au paragraphe 2, c) dans le cas oĂč l'accĂšs Ă  l'eau distribuĂ©e par rĂ©seau est impossible.
   § 5. Bruxelles Environnement peut octroyer une dérogation à toutes ou partie des interdictions visées au paragraphe 2 :
   1° dans le cadre d'un évÚnement lorsque les interdictions sont manifestement disproportionnées compte tenu des spécificités de l'évÚnement;
   2° lorsque le respect des dĂ©lais visĂ©s au paragraphe 2 ne peut ĂȘtre raisonnablement assurĂ© compte tenu des coĂ»ts et des modalitĂ©s opĂ©rationnelles engendrĂ©s.
   § 6. Les demandes de dérogation sont motivées et transmises à Bruxelles Environnement selon la forme et les modalités définies par Bruxelles Environnement.
   La demande de dĂ©rogation visĂ©e au paragraphe 5, 2° de la prĂ©sente disposition contient un plan progressif de mise en oeuvre des interdictions qui ne peut dĂ©passer le 1er janvier 2025 et qui doit ĂȘtre introduite au plus tard dans les 6 mois de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent article.
   Les dérogations sont proportionnées et visent à préserver un niveau élevé de protection de l'environnement. ]1

  
HOOFDSTUK 7. [1 Afvalstoffen van activiteiten in de gezondheidszorg ]1
CHAPITRE 7. [1 Des déchets d'activités de soins de santé]1
Afdeling 1. [1 Toepassingsgebied en definities ]1
Section 1re. [1 Champ d'application et définitions ]1
Art. 4.7.1. [1 Toepassingsgebied
   § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de afvalstoffen geproduceerd gedurende de activiteiten in de gezondheidszorg zoals gedefinieerd in artikel 4.7.2. 1°.
   § 2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op afvalstoffen van de zorg afkomstig van huishoudens totdat deze worden aanvaard voor inzameling, verwijdering of nuttige toepassing door een vergunde installatie.
   § 3. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op afvalstoffen van diergeneeskundige zorgen, met uitzondering van scherpe, snijdende en prikkende afvalstoffen. Afvalstoffen van diergeneeskundige zorgen, anders dan scherpe, snijdende en prikkende afvalstoffen zijn onderworpen aan hoofdstuk 5 van titel IV van huidig besluit.
   § 4. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op afvalstoffen van de zorg geproduceerd door de laboratoria zoals bedoeld door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde en/of pathogene organismen van 8 november 2001.
   § 5. Tenzij tegengestelde of specifieke bepalingen, zijn de titels I en III van toepassing. ]1

  
Art. 4.7.1. [1 Champ d'application
   § 1er. Ce chapitre s'applique aux déchets produits lors d'activités de soins de santé telles que définies à l'article 4.7.2. 1°.
   § 2. Ce chapitre ne s'applique pas aux déchets de soins produits par les ménages tant que leur collecte, leur élimination ou leur valorisation n'a pas été acceptée par une installation autorisée.
   § 3. Ce chapitre ne s'applique pas aux dĂ©chets de soins vĂ©tĂ©rinaires, exceptĂ© les dĂ©chets piquants, coupants, tranchants. Les dĂ©chets de soins vĂ©tĂ©rinaires autres que les dĂ©chets piquants, coupants, tranchants sont soumis au chapitre 5 du titre IV du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
   § 4. Ce chapitre ne s'applique pas aux dĂ©chets de soins produits par les laboratoires visĂ©s par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 8 novembre 2001 relatif Ă  l'utilisation confinĂ©e d'organismes gĂ©nĂ©tiquement modifiĂ©s et/ou pathogĂšnes.
   § 5. Sauf dispositions contraires ou spécifiques, les titres I et III s'appliquent. ]1

  
Art. 4.7.2. [1 Definities
   Voor de toepassing van huidig hoofdstuk worden verstaan onder:
   1° "activiteiten in de gezondheidszorg": activiteiten van preventieve, curatieve of palliatieve diagnosestelling, opvolging en behandeling, in de domeinen van mens- en diergeneeskunde. Zijn gelijkgesteld aan deze activiteiten in de gezondheidszorg : de activiteiten in onderwijs, onderzoek en industriële productie in de domeinen van mens- en diergeneeskunde, de activiteiten van thanatopraxie, esthetische chirurgie, tatoeage en cosmetologie ;
   2° "afvalstoffen van de zorg": risicohoudende afvalstoffen van de zorg en niet risicohoudende afvalstoffen van de zorg afkomstig van activiteiten in de gezondheidszorg;
   3° "risicohoudende afvalstoffen van de zorg":
   a) afvalstoffen met infectierisico, dit wil zeggen die pathogenen bevatten die ziektes kunnen veroorzaken bij mens of dier en die niet behoren tot de respectievelijke menselijke of dierlijke eigen flora;
   b) scherpe, snijdende, prikkende afvalstoffen;
   c) anatomisch menselijke afvalstoffen met inbegrip van bloed en bloedderivaten;
   d) afvalstoffen met cytotoxische en cytostatische eigenschappen;
   4° "niet risicohoudende afvalstoffen van de zorg": afvalstoffen afkomstig van activiteiten in de gezondheidszorg andere dan risicohoudende afvalstoffen van de zorg;
   5° "verwerking door desinfectie": procedé voor reductie van het aantal levensvatbare pathogenen aan de hand van fysische en/of chemische methodes om het risico te beperken tot een aanvaardbaar niveau voor het leefmilieu en de volksgezondheid, gecombineerd met een wijziging van het uitzicht van de afvalstoffen van de zorg om ze onherkenbaar te maken, en dat toelaat dat risicohoudende afvalstoffen van de zorg overgaan naar niet gevaarlijke afvalstoffen;
   6° "gezondheidscrisis": door de Nationale Veiligheidsraad zoals bepaald in artikel 3, 1° wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten verklaarde crisis, die de gezondheid van een groot aantal personen aantast na blootstelling aan een pathogeen. ]1

  
Art. 4.7.2. [1 Définitions
  Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
   1° " activités de soins de santé " : activités de diagnostic, de suivi et de traitement préventif, curatif ou palliatif, dans les domaines de la médecine humaine et vétérinaire. Sont assimilées à ces activités de soins de santé: les activités d'enseignement, de recherche et de production industrielle dans les domaines de la médecine humaine ou vétérinaire, les activités de thanatopraxie, de chirurgie esthétique, de tatouage et de cosmétologie ;
   2° " déchets de soins " : déchets de soins à risque et déchets de soins non à risque provenant des activités de soins de santé ;
   3° " déchets de soins à risque " :
   a) dĂ©chets Ă  risque infectieux, c'est-Ă -dire contenant des pathogĂšnes pouvant causer la maladie chez l'ĂȘtre humain ou animal et n'appartenant pas Ă  la flore commensale humaine ou animale respectivement ;
   b) déchets piquants, coupants, tranchants ;
   c) déchets anatomiques humains y compris le sang et dérivés de sang ;
   d) déchets ayant des propriétés cytotoxiques et cytostatiques ;
   4° " déchets de soins non à risque " : déchets provenant d'activités de soins de santé autres que les déchets de soins à risque ;
   5° " traitement par désinfection " : procédé de réduction du nombre de pathogÚnes viables par méthodes physique et/ou chimique afin d'en réduire le risque à un niveau acceptable pour l'environnement et la santé publique, combiné à une modification de l'apparence des déchets de soins afin de les rendre non reconnaissables, et permettant de faire passer un déchet de soins à risque à un déchet non dangereux ;
   6° " crise sanitaire " : crise déclarée par Conseil National de Sécurité tel que visé à l'article 3, 1° de la loi organique du 30 novembre 1998 des services de renseignement et de sécurité, affectant la santé d'un grand nombre de personnes, suite à l'exposition d'un pathogÚne. ]1

  
Afdeling 2. [1 Operaties voor het beheer van de afvalstoffen van de zorg ]1
Section 2. [1 Opérations de gestion des déchets de soins ]1
Onderafdeling 1. [1 Preventie ]1
Sous-Section 1re. [1 Prévention ]1
Art. 4.7.3. [1 Algemene bepalingen
   De producent van afvalstoffen van de zorg neemt de nodige maatregelen om de hoeveelheid geproduceerde afvalstoffen te beperken. ]1

  
Art. 4.7.3 [1 Dispositions générales
   Le producteur de déchets de soins prend les dispositions nécessaires pour limiter la quantité de déchets produits. ]1

  
Art. 4.7.4. [1 Preventie- en beheersplan van de afvalstoffen
   § 1. De verantwoordelijke voor het beheer van de afvalstoffen van de zorg van de uitbating die onderworpen is aan rubriek 79-A stelt een preventie- en beheersplan van de afvalstoffen op en let op de uitvoering ervan.
   § 2. Het preventie- en beheersplan van de afvalstoffen betreft de afvalstoffen van de zorg evenals de andere afvalstoffen geproduceerd door de uitbating.
   § 3. Het preventie- en beheersplan van de afvalstoffen wordt bij de aanvraag tot milieuvergunning of verlenging van milieuvergunning gevoegd. Dit plan is gedateerd en wordt regelmatig en minimaal één maal per jaar bijgewerkt aan de actuele omstandigheden van de inrichting of de activiteit.
   § 4. Het preventie- en beheersplan van afvalstoffen wordt op vraag bezorgd aan Leefmilieu Brussel.
   § 5. Het preventieluik van het preventie- en beheersplan van de afvalstoffen bevat minstens:
   1. een analyse van de bestaande situatie;
   2. nieuwe te bereiken doelstellingen voor elke periode van 5 jaar.
   § 6. Leefmilieu Brussel stelt een lijst ter beschikking aan het publiek met de essentiële elementen die voorkomen in het preventie- en beheersplan.
   § 7. De houder van de milieuvergunning of de uitbater onderworpen aan rubriek 79-B beschikt over een kwaliteitsbeheersysteem conform aan artikel 3.5.4. ]1

  
Art. 4.7.4 [1 Plan de prévention et de gestion des déchets
   § 1er. Le responsable de la gestion des déchets de soins de l'exploitation soumise à la rubrique 79-A met en place un plan de prévention et de gestion des déchets et veille à son exécution.
   § 2. Le plan de prévention et de gestion des déchets concerne aussi bien les déchets de soins que les autres déchets produits par l'exploitation.
   § 3. Le plan de prévention et de gestion des déchets est joint à la demande de permis d'environnement ou de prolongation de permis d'environnement. Ce plan est daté et réguliÚrement mis à jour et au minimum une fois par an, au regard de la situation actuelle de l'installation ou de l'activité.
   § 4. Le plan de prévention et de gestion des déchets est transmis sur demande à Bruxelles Environnement.
   § 5. Le volet prévention du plan de prévention et de gestion des déchets comporte au minimum :
   1. une analyse de la situation existante;
   2. de nouveaux objectifs à atteindre pour chaque période de 5 ans.
   § 6. Bruxelles Environnement met à disposition du public une liste des éléments essentiels qui figurent dans le plan prévention et de gestion des déchets.
   § 7. Le titulaire de permis d'environnement ou l'exploitant soumis à la rubrique 79-B dispose d'un systÚme de gestion de la qualité conformément à l'article 3.5.4. ]1

  
Art. 4.7.5.[1 Vorming van het personeel
Art. 4.7.5 . [1 Formation du personnel
Onderafdeling 2 [1 Sorteren ]1
Sous-section 2. [1 Tri ]1
Art. 4.7.6. [1 . Algemene bepalingen
   § 1. De afvalstoffen die worden geproduceerd buiten de zones waar de activiteiten in de gezondheidszorg plaatsvinden worden gesorteerd zoals bepaald in artikel 3.7.1.
   § 2. De niet risicohoudende afvalstoffen van de zorg worden gesorteerd zoals bepaald in artikel 3.7.1. Keukenafval en etensresten geproduceerd in zones waar activiteiten in de gezondheidszorg plaatsvinden, mag worden gesorteerd met het oog op compostering en biomethanisatie in een inrichting die de erkenning heeft van artikel 24 punt 1 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009.
   § 3. Onmiddellijk na de productie ervan worden de risicohoudende afvalstoffen van de zorg in de hiervoor voorziene verpakkingen geplaatst.
   § 4. Indien niet risicohoudende afvalstoffen van de zorg in contact komen of worden vermengd met risicohoudende afvalstoffen van de zorg moeten al deze afvalstoffen worden beheerd als risicohoudende afvalstoffen van de zorg.
   § 5. De risicohoudende afvalstoffen van de zorg die bestemd zijn voor verwerking door desinfectie worden gescheiden van de afvalstoffen geviseerd in artikel 4.7.13. § 1. ]1

  
Art. 4.7.6. [1 Dispositions générales
  § 1er. Les dĂ©chets produits en dehors des zones oĂč sont effectuĂ©es les activitĂ©s de soins de santĂ© sont triĂ©s conformĂ©ment Ă  l'article 3.7.1.
   § 2. Les dĂ©chets de soins non Ă  risque sont triĂ©s conformĂ©ment Ă  l'article 3.7.1. Les dĂ©chets de cuisine et de table produits dans les zones oĂč sont effectuĂ©es les activitĂ©s de soins de santĂ© peuvent ĂȘtre triĂ©s en vue de leur compostage et de leur biomĂ©thanisation dans une installation disposant de l'agrĂ©ment prĂ©vu par l'article 24 point 1 du RĂšglement (CE) N° 1069/2009.
   § 3. Immédiatement aprÚs leur production, les déchets de soins à risque sont placés dans les conditionnements prévus à cet effet.
   § 4. Si un déchet de soins non à risque est rentré en contact ou mélangé avec un déchet de soins à risque, l'ensemble de ces déchets est géré comme des déchets de soins à risque.
   § 5. Les déchets de soins à risque destinés au traitement par désinfection sont séparés des déchets visés à l'article 4.7.13. § 1. ]1

  
Onderafdeling 3 [1 Verpakking en opslag]1
Sous-section 3. [1 Conditionnement et dépÎt ]1
Art. 4.7.7. [1 Algemene bepalingen
   § 1. De niet risicohoudende afvalstoffen van de zorg worden verpakt als niet gevaarlijke niet huishoudelijke afvalstoffen.
   § 2. De risicohoudende afvalstoffen van de zorg worden verpakt volgens de bepalingen opgenomen in de tabel van bijlage 18.
   § 3. Wanneer de vulgrens voor goede afsluiting van de verpakking is bereikt, wordt de verpakking afgesloten conform de richtlijnen van de fabrikant. ]1

  
Art. 4.7.7. [1 Dispositions générales
   § 1er. Les déchets de soins non à risque sont conditionnés comme des déchets non dangereux non ménagers.
   § 2. Les déchets de soins à risque sont conditionnés selon les modalités reprises dans le tableau de l'annexe 18.
   § 3. Lorsque la limite de remplissage garantissant la fermeture correcte du conditionnement est atteinte, celui-ci est fermé, conformément aux instructions du fabricant.]1

  
Art. 4.7.8. [1 Buitenverpakking van de risicohoudende afvalstoffen van de zorg
   § 1. De buitenverpakking wordt geïdentificeerd met de naam, het adres van de uitbatingszetel, het ondernemingsnummer van de producent van de afvalstoffen.
   § 2. Het sluitingsysteem van de buitenverpakking zorgt voor een volledige en lekdichte afsluiting.
   § 3. De herbruikbare buitenverpakking is afwasbaar en kan gemakkelijk worden ontsmet. De binnen- en buitenwanden worden gereinigd en ontsmet na elke lediging. ]1

  
Art. 4.7.8. [1 Emballage externe des déchets de soins à risque
   § 1er. L'emballage externe est identifié avec le nom, l'adresse du siÚge d'exploitation, le numéro d'entreprise du producteur des déchets.
   § 2. Le dispositif de fermeture de l'emballage externe permet une fermeture complÚte et étanche.
   § 3. L'emballage externe réutilisable est lavable et facile à désinfecter. Les parois intérieures et extérieures sont nettoyées et désinfectées aprÚs chaque déchargement. ]1

  
Art. 4.7.9. [1 Opslag
   § 1. De afvalstoffen van de zorg worden opgeslagen in een lokaal of een zone die uitsluitend is voorbehouden voor dit gebruik en waarin geen nieuwe verpakkingen mogen worden opgeslagen.
   § 2. Aan de ingang van het opslaglokaal of de -zone voor risicohoudende afvalstoffen van de zorg hangt een signalisatie die het infectierisico vermeldt aan de hand van het symbool voor "biologisch gevaar" dat is opgenomen in bijlage 18.
   § 3. Het opslaglokaal voor risicohoudende afvalstoffen van de zorg voldoet aan de volgende criteria:
   1. de wanden, vloeren en plafonds hebben een brandweerstand van minstens EI 60;
   2. elke toegangsdeur in een binnenmuur van het lokaal is een automatische sluitende deur met een brandweerstand van EI 30.
   § 4. De toegang tot het opslaglokaal of -zone voor risicohoudende afvalstoffen van de zorg is verboden voor publiek.
   § 5. De capaciteit van het opslaglokaal of -zone voor afvalstoffen van de zorg is aangepast aan de geproduceerde hoeveelheid afvalstoffen en aan de frequentie van ophaling.
   § 6. De verpakkingen zijn op zodanige wijze gestapeld om ongelukken te vermijden en zodanig dat ze eenvoudig, snel en in alle veiligheid kunnen geladen worden, met een minimum aan manipulaties van de inzamelaar.
   § 7. In het geval van buitenopslag:
   1. de stevige buitenverpakkingen zijn permanent gesloten;
   2. de zone is duidelijk afgebakend en niet toegankelijk voor het publiek;
   3. de zone is beschermd tegen slechte weersomstandigheden.
   § 8. De opslag van risicohoudende afvalstoffen van de zorg op de openbare weg is niet toegelaten. ]1

  
Art. 4.7.9. [1 DépÎt
   § 1er. Les déchets de soins sont stockés dans un local ou une zone réservée uniquement à cet usage et ne pouvant pas servir au stockage de conditionnements neufs.
   § 2. Le local ou la zone de dépÎt de déchets de soins à risque présente une signalisation indiquant le risque infectieux à son entrée via le symbole " danger biologique " repris à l'annexe 18.
   § 3. Le local de dépÎt de déchets de soins à risque satisfait aux critÚres suivants :
   1. les parois, sols et plafonds ont une résistance au feu d'au moins EI 60 ;
   2. chaque porte d'accÚs dans une paroi intérieure de ce local est à fermeture automatique et a une résistance au feu EI 30.
   § 4. L'accÚs en local ou à la zone de dépÎt de déchets de soins à risque est interdit au public.
   § 5. La capacité du local ou de la zone de dépÎt de déchets de soins est adaptée à la quantité de déchets produite et à la fréquence de collecte.
   § 6. Les conditionnements sont entreposĂ©s de façon Ă  Ă©viter les accidents et Ă  pouvoir ĂȘtre chargĂ©s facilement, rapidement et en toute sĂ©curitĂ©, nĂ©cessitant un minimum de manipulations par le collecteur.
   § 7. En cas de dépÎt à l'extérieur :
   1. les emballages externes rigides sont fermés en permanence ;
   2. la zone est clairement délimitée et non accessible au public ;
   3. la zone est protégée des intempéries.
   § 8. Le stockage de déchets de soins à risque sur la voie publique n'est pas autorisé. ]1

  
Onderafdeling 4. [1 Inzameling ]1
Sous-section 4. [1 Sous-section 4. - Collecte ]1
Art. 4.7.10. [1 Intern transport
   Het intern transport van risicohoudende afvalstoffen van de zorg gebeurt met karretjes die gemakkelijk afwasbaar zijn. ]1

  
Art. 4.7.10. [1 Transport interne
   Le transport interne de déchets soins à risque s'effectue au moyen de chariots facilement lavables. ]1

  
Art. 4.7.11. [1 Inzameling
   § 1. Niet risicohoudende afvalstoffen van de zorg worden ingezameld zoals niet gevaarlijke niet huishoudelijke afvalstoffen.
   § 2. Risicohoudende afvalstoffen van de zorg worden beschouwd als gevaarlijk afval en worden als dusdanig beheerd.
   § 3. De inzameling van risicohoudende afvalstoffen van de zorg vindt plaats binnen een termijn die toelaat dat alle gevaar en hinder voor het leefmilieu en de volksgezondheid vermeden wordt.
   § 4. Met uitzondering van de scherpe, snijdende en prikkende afvalstoffen worden de risicohoudende afvalstoffen van de zorg ten laatste vierentwintig uren na de inzameling verwerkt.
   § 5. De producent van risicohoudende afvalstoffen van de zorg kan zijn eigen afvalstoffen vervoeren conform artikel 3.1.1. 1°, voor zover de vervoerde hoeveelheid afvalstoffen niet groter is dan 20 kg. ]1

  
Art. 4.7.11. [1 Collecte
   § 1er. Les déchets de soins non à risque sont collectés comme des déchets non dangereux non ménagers.
   § 2. Les déchets de soins à risque sont considérés comme des déchets dangereux et sont gérés comme tel.
   § 3. La collecte des déchets de soins à risque a lieu dans un délai qui permet d'éviter toute nuisance pour l'environnement et la santé publique.
   § 4. A l'exception des déchets piquants, coupants, tranchants, les déchets de soins à risque sont traités vingt-quatre heures au plus tard aprÚs leur collecte.
   § 5. Le producteur de déchets de soins à risque peut transporter ses propres déchets conformément à l'article 3.1.1. 1°, pour autant que la quantité de déchets transportée ne dépasse pas 20 kg. ]1

  
Onderafdeling 5. [1 Behandeling en nuttige toepassing ]1
Sous-section 5. [1 Traitement et valorisation ]1
Art. 4.7.12. [1 . Algemene bepalingen
   § 1. Risicohoudende afvalstoffen van de zorg worden ofwel verbrand, ofwel verwerkt door desinfectie conform van deze onderafdeling.
   § 2. Niet risicohoudende afvalstoffen van de zorg en risicohoudende afvalstoffen van de zorg die verwerkt werden door desinfectie volgens de bepalingen van deze onderafdeling worden ofwel verbrand, ofwel gevaloriseerd, voor zover dit niet schadelijk is voor het leefmilieu zoals bepaald in artikel 17 van de ordonnantie afvalstoffen. ]1

  
Art. 4.7.12. [1 Dispositions générales
   § 1er. Les déchets de soins à risque sont soit incinérés, soit soumis à un traitement par désinfection conformément à la présente sous-section.
   § 2. Les déchets de soins non à risque et les déchets de soins à risque ayant été soumis à un traitement par désinfection selon les dispositions de la présente sous-section sont soit incinérés, soit valorisés pour autant que cela ne nuise pas à l'environnement, conformément à l'article 17 de l'ordonnance déchets. ]1

  
Art. 4.7.13. [1 Valorisatie van risicohoudende afvalstoffen van de zorg
   § 1. Risicohoudende afvalstoffen van de zorg kunnen een verwerking door desinfectie ondergaan, met uitzondering van de volgende afvalstoffen:
   a) die radioactief zijn;
   b) die mogelijk prionen bevatten;
   c) die vermalingstoestellen kunnen beschadigen of de werking ervan kunnen verstoren;
   d) die cytostatisch en cytotoxisch zijn;
   e) die biologische agentia van groep 4 kunnen bevatten, volgens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 8 november 2001 betreffende het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde en/of pathogene organismen.
   § 2. Op basis van artikel 13 van de ordonnantie milieuvergunningen wordt het advies van de Dienst Bioveiligheid en Biotechnologie van Sciensano gevraagd in de loop van het onderzoek van de aanvragen van milieucertificaten en -vergunningen voor rubriek 79-B. Dit advies controleert de naleving van de minimumeisen van artikel 4.7.14.
   § 3. De Dienst Bioveiligheid en Biotechnologie van Sciensano kan bijkomende informatie vragen om haar advies op te stellen.
   § 4. Risicohoudende afvalstoffen van de zorg die een verwerking door desinfectie hebben ondergaan, worden beheerd als niet gevaarlijke andere dan huishoudelijke afvalstoffen. ]1

  
Art. 4.7.13. [1 Valorisation des déchets de soins à risque
   § 1er. Les déchets de soins à risque peuvent faire l'objet d'un traitement par désinfection, à l'exception des déchets :
   a) radioactifs ;
   b) susceptibles de renfermer des prions ;
   c) susceptibles d'endommager les appareils de broyage, ou d'en perturber le processus ;
   d) cytostatiques et cytotoxiques ;
   e) susceptibles de renfermer des agents biologiques de classe de risque 4 selon l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 8 novembre 2001 relatif Ă  l'utilisation confinĂ©e d'organismes gĂ©nĂ©tiquement modifiĂ©s et/ou pathogĂšnes.
   § 2. En application de l'article 13 de l'ordonnance permis d'environnement, l'avis du Service de Biosécurité et Biotechnologie de Sciensano est sollicité au cours de l'instruction des demandes de certificats et de permis d'environnement pour la rubrique 79-B. Cet avis contrÎle le respect des exigences minimales de l'article 4.7.14.
   § 3. Le Service de Biosécurité et Biotechnologie de Sciensano peut demander des informations complémentaires afin d'élaborer son avis.
   § 4. Les déchets de soins à risque ayant subi un traitement par désinfection sont gérés comme des déchets non dangereux autres que ménagers. ]1

  
Art. 4.7.14. [1 Inrichting voor de verwerking door desinfectie
   § 1. De inrichting voor verwerking door desinfectie voldoet minimum aan de volgende vereisten:
   1. de reductie van het aantal micro-organismen, gemeten door telling van de levensvatbare aerobe bacterieflora, is gelijk aan of hoger dan 5 log10;
   2. het monster omvat geen specifieke bacteriële indicatoren zoals enterobacteriën, Staphylococcus aureus, Pseudomonas aeruginosa, en andere indicator micro-organismes als daartoe aanleiding is;
   3. indien de wijziging van het uitzicht van de afvalstoffen wordt veroorzaakt door vermaling, heeft minstens 80 % van het verwerkte afval een granulometrie kleiner dan 30 mm.
   § 2. De inrichting voor de verwerking door desinfectie is uitgerust met middelen voor continue controle van het goede procesverloop. Een alarmsysteem meldt alle onregelmatigheden. In het geval van een onregelmatigheid en/of wanneer het resultaat van de verwerking door desinfectie niet gegarandeerd kan worden, wordt de afvalstoffen verwerkt als risicohoudende afvalstoffen van de zorg.
   § 3. In de inrichting voor de verwerking door desinfectie mogen enkel risicohoudende afvalstoffen van de zorg worden gehanteerd die verpakt zijn conform bijlage 18.
   § 4. De verwerking door desinfectie van risicohoudende afvalstoffen van de zorg vindt plaats binnen een termijn die toelaat dat alle gevaar en hinder voor het leefmilieu en de volksgezondheid vermeden wordt.
   § 5. Er wordt een register van verwerking van risicohoudende afvalstoffen van de zorg bijgehouden. Voor elke cyclus van de verwerking door desinfectie vermeldt het:
   1. de registratie van gedetailleerde gegevens betreffende de kritieke parameters voor beheersing van de behandeling;
   2. het verslag van de vastgestelde technische problemen en de eventueel uitgevoerde herstellingen.
   De gegevens worden geregistreerd voor elke cyclus en bijgehouden op zodanige manier dat de exploitant en de bevoegde overheid de werking van de inrichting kunnen controleren. ]1

  
Art. 4.7.14. [1 ]1Installation de traitement par désinfection
   § 1er. L'installation de traitement par désinfection répond au minimum aux exigences suivantes :
   1. l'abattement du nombre de microorganismes, mesuré par la numération de la flore bactérienne aérobie revivifiable, est égal ou supérieur à 5 log10;
   2. le prélÚvement ne contient pas d'indicateurs bactériens spécifiques tels que les entérobactéries, Staphylococcus aureus, Pseudomonas aeruginosa, et d'autres microorganismes indicateurs s'il y lieu;
   3. si la modification de l'apparence des déchets se fait par broyage, au moins 80 % des déchets traités a une granulométrie inférieure à 30 mm.
   § 2. L'installation de traitement par dĂ©sinfection est dotĂ©e de moyens de contrĂŽle en continu du bon dĂ©roulement du processus. Un systĂšme d'alarme signale toute anomalie. En cas d'anomalie et/ou si le rĂ©sultat du traitement par dĂ©sinfection ne peut ĂȘtre garanti, les dĂ©chets sont traitĂ©s comme des dĂ©chets de soins Ă  risque.
   § 3. L'installation de traitement par désinfection ne peut recevoir des déchets de soins à risque que s'ils sont emballés conformément à l'annexe 18.
   § 4. Le traitement par désinfection des déchets de soins à risque a lieu dans un délai qui permet d'éviter toute nuisance pour l'environnement et la santé publique.
   § 5. Un registre de traitement des déchets de soins à risque est tenu à jour et reprend pour chaque cycle de traitement par désinfection :
   1. l'enregistrement des données détaillées concernant les paramÚtres critiques pour la maitrise du traitement;
   2. le compte rendu des problÚmes techniques rencontrés et des réparations éventuellement effectuées.
   Les données sont enregistrées pour chaque cycle et conservées de maniÚre à ce que l'exploitant et l'autorité compétente puisse contrÎler le fonctionnement de l'installation.
  
HOOFDSTUK 8. [1 - Gerecycleerde granulaten]1
CHAPITRE 8. [1 - Granulats recyclés]1
Afdeling 1. [1 - Algemeen]1
Section 1re. [1 - Généralités]1
Art. 4.8.1. [1 § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de productie en het gebruik van gerecycleerde granulaten die op duurzame wijze toegepast worden en die:
   1. verwerkt worden in een ander materiaal met behulp van een bindmiddel, of;
   2. zich niet vermengen met de bodem.
   § 2. De aard van het bindmiddel van de gerecycleerde granulaten die overeenkomstig paragraaf 1, punt 1, worden gebruikt, voorkomt dat de gerecycleerde granulaten zich vermengen met en uitlogen naar de bodem of het grondwater. Het bindmiddel zelf dat wordt gebruikt bij het toepassen van de gerecycleerde granulaten vermengt zich niet met, of loogt niet uit naar de bodem of het grondwater.
   § 3. De gerecycleerde granulaten die overeenkomstig paragraaf 1, punt 2, worden gebruikt, voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
   1. ze brengen geen bodem- en grondwaterverontreiniging teweeg in de zin van de ordonnantie bodem;
   2. ze komen niet in contact met het afstromend water en het grondwater. De verharding of de afdekking is zo aangebracht dat het water maximaal wegstroomt van het toepassingsgebied;
   3. ze zijn duidelijk te onderscheiden van de onderliggende en omringende bodem, zodanig dat ze eenvoudig en afzonderlijk te verwijderen zijn bij het wegvallen van de functie;
   4. ze hebben een stabiliserende of dragende functie voor de constructie;
   5. ze hebben een functionele toepassing en waarvan de dikte gemotiveerd is in de aanvraag van stedenbouwvergunning, milieuvergunning of, in voorkomend geval, in het typebestek;
   6. deze voorwaarden worden vermeld in het typebestek indien aanwezig.
   § 4. Wie beroep wilt doen op een toepassing die niet is opgenomen in paragraaf 2 of 3, dient een schriftelijke aanvraag in bij Leefmilieu Brussel. De aanvraag bevat een gedetailleerde beschrijving van de geplande toepassing van gerecycleerde granulaten en een rechtvaardiging waaruit blijkt dat de toepassing geen bodem- en grondwaterverontreiniging teweegbrengt. Leefmilieu Brussel beschikt over 30 dagen om de aanvraag goed te keuren of te weigeren.
   § 5. Een tijdelijke toepassing van gerecycleerde granulaten op een werf is toegestaan op voorwaarde dat:
   1. de gerecycleerde granulaten voldoen aan de voorwaarden van afdeling 4 en 5 van dit hoofdstuk;
   2. het gebruik functioneel noodzakelijk is voor het verloop van de werf en duidelijk omschreven is in de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunning of werftoelating;
   3. het gebruik beperkt is tot de duur van de werf en voor maximaal drie jaar. Deze termijn is niet hernieuwbaar;
   4. de gerecycleerde granulaten op het einde van de werf, en ten laatste drie jaar na hun plaatsing, volledig verwijderd worden.
   § 6. De gerecycleerde granulaten toegepast volgens de bepalingen van hoofdstuk 9 van titel IV voldoen aan huidig hoofdstuk, met uitzondering van onderafdeling 1 van afdeling 4 en artikelen 4.8.16 en 4.8.17, en aan hoofdstuk 9.
   § 7. Tenzij anders of specifiek bepaald, zijn titels I en III van toepassing.]1

  
Art. 4.8.1. [1 § 1er. Ce chapitre s'applique à la production et à l'utilisation des granulats recyclés qui sont utilisés de maniÚre durable et qui :
   1. sont intégrés à d'autres matériaux à l'aide d'un liant, ou ;
   2. ne se mélangent pas avec le sol.
   § 2. La nature du liant des granulats recyclĂ©s utilisĂ©s conformĂ©ment au paragraphe 1er, 1°, empĂȘche le mĂ©lange et le lessivage des granulats recyclĂ©s dans le sol ou l'eau souterraine. Le liant lui-mĂȘme utilisĂ© lors de l'application des granulats recyclĂ©s ne doit pas se mĂ©langer avec, ou causer de lessivage dans le sol ou les eaux souterraines.
   § 3. Les granulats recyclés utilisés conformément au paragraphe 1er, 2°, respectent les conditions cumulatives suivantes :
   1. ils n'entrainent pas de pollution du sol et de l'eau souterraine au sens de l'ordonnance sols ;
   2. ils n'entrent pas en contact avec les eaux de ruissellement et l'eau souterraine. Le revĂȘtement ou la couverture sont agencĂ©s de maniĂšre Ă  maximiser l'Ă©coulement de l'eau hors de la zone d'application ;
   3. ils sont intégrés distinctement du sol sous-jacent et adjacent, afin de pouvoir les extraire aisément et séparément en cas de perte de fonction ;
   4. ils ont un rÎle de stabilisation ou de support pour la construction ;
   5. ils ont une application fonctionnelle et dont l'épaisseur est justifiée dans la demande de permis d'urbanisme, de permis d'environnement ou, le cas échéant, dans le cahier spécial des charges ;
   6. ces conditions seront inscrites dans le cahier spécial des charges s'il en existe un.
   § 4. Celui qui veut recourir à une application non reprise au paragraphe 2 ou 3 en fait la demande par écrit auprÚs de Bruxelles Environnement. La demande contient une description détaillée de l'application projetée des granulats recyclés et une argumentation démontrant que l'application n'entraine pas de pollution des sols et eaux souterraines. Bruxelles Environnement dispose d'un délai de 30 jours pour autoriser ou refuser la demande.
   § 5. Une application temporaire de granulats recyclés sur un chantier est autorisée à condition que :
   1. les granulats recyclés répondent aux conditions de la section 4 et 5 de ce chapitre ;
   2. l'utilisation est fonctionnellement nécessaire pour le déroulement du chantier et décrite clairement dans la demande de permis d'urbanisme, de permis d'environnement ou d'autorisation de chantier ;
   3. l'utilisation est limitée à la durée du chantier et pour une durée maximale de trois ans. Cette durée n'est pas renouvelable ;
   4. les granulats recyclés sont complÚtement évacués à la fin du chantier, et au plus tard trois ans aprÚs leur mise en place.
   § 6. Les granulats recyclés trouvant leur application conformément aux dispositions du chapitre 9 du titre IV répondent au présent chapitre, à l'exception de la sous-section 1re de la section 4 et des articles 4.8.16 et 4.8.17, et au chapitre 9.
   § 7. Sauf dispositions contraires ou spécifiques, les titres I et III s'appliquent.]1

  
Afdeling 2. [1 - Toelatingen voor de productie van gerecycleerde granulaten met behulp van een breker]1
Section 2. [1 - Autorisations de production de granulats recyclés à l'aide d'un concasseur]1
Art. 4.8.2. [1 § 1. De uitbating van een vaste breker binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is onderworpen aan milieuvergunning voor de rubriek 48 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III in uitvoering van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen.
   § 2. Laat zich registreren volgens de voorwaarden van de ordonnantie betreffende de milieuvergunningen en de voorwaarden van artikel 4.8.3, de natuurlijke of rechtspersoon die:
   1. een mobiele breker op een bouw- en sloopwerf uitbaat binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
   2. een mobiele of vaste breker uitbaat buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die de einde-afvalfase wil bekomen voor gerecycleerde granulaten voor gebruik in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.]1

  
Art. 4.8.2. [1 § 1er. L'exploitation d'un concasseur fixe dans la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale est soumise Ă  permis d'environnement pour la rubrique 48 conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 4 mars 1999 fixant la liste des installations de classe IB, IC, ID, II et III en exĂ©cution de l'article 4 de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement.
   § 2. Se fait enregistrer conformément aux dispositions de l'ordonnance relative aux permis d'environnement et aux conditions de l'article 4.8.3, la personne physique ou morale qui :
   1. exploite un concasseur mobile sur un chantier de construction et de démolition en Région de Bruxelles-Capitale ;
   2. exploite un concasseur mobile ou fixe en dehors de la Région de Bruxelles-Capitale et qui veut obtenir la fin du statut de déchet des granulats recyclés pour une utilisation en Région de Bruxelles-Capitale.]1

  
Art. 4.8.3. [1 Toelatingsaanvraag
   § 1. De aanvrager van een milieuvergunning of de verlenging ervan, zoals bepaald in artikel 4.8.2, § 1, voegt aan de aanvraag het bijkomend formulier toe dat Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt.
   § 2. De aanvrager van een registratie, zoals bepaald in artikel 4.8.2, § 2, voegt aan de aanvraag het bijkomend formulier toe dat Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt.
   § 3. De minimale inhoud van het formulier opgenomen in paragrafen 1 en 2 is vastgelegd in bijlage 20 van huidig besluit.
   § 4. De aanvrager van een milieuvergunning of een registratie met het oog op breekactiviteiten van gerecycleerde granulaten voldoet aan de bepalingen vermeld in artikel 3.1.3. Paragrafen 1 en 2 van artikel 3.1.4 zijn niet van toepassing.
   § 5. De uitbater van een breker sluit, voorafgaand aan de milieuvergunnings- of de registratieaanvraag, aan bij een geregistreerde beheerorganisatie. Het kwaliteitbeheersysteem zoals bepaald in artikel 4.8.5 wordt voorafgaand goedgekeurd door de geregistreerde beheerorganisatie.]1

  
Art. 4.8.3. [1 Demande d'autorisation
   § 1er. Le demandeur d'un permis d'environnement ou de sa prolongation visé à l'article 4.8.2, § 1er joint à sa demande le formulaire complémentaire mis à disposition par Bruxelles Environnement.
   § 2. Le demandeur de l'enregistrement visé à l'article 4.8.2, § 2, joint à sa demande le formulaire complémentaire mis à disposition par Bruxelles Environnement.
   § 3. Le contenu minimal du formulaire prĂ©vu aux paragraphes 1 et 2 est prĂ©cisĂ© Ă  l'annexe 20 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
   § 4. Le demandeur d'un permis d'environnement ou d'un enregistrement en vue d'activités de concassage de granulats recyclés respecte les dispositions visées à l'article 3.1.3. Les paragraphes 1 et 2 de l'article 3.1.4 ne s'appliquent pas.
   § 5. L'exploitant d'un concasseur est affilié, préalablement à la demande de permis d'environnement ou d'enregistrement, à un organisme de gestion enregistré. Le systÚme de gestion de la qualité tel que défini à l'article 4.8.5 est approuvé préalablement par l'organisme de gestion enregistré.]1

  
Afdeling 3. [1 - Productie van gerecycleerde granulaten]1
Section 3. DROIT_FUTUR.[1 - Production de granulats recyclés]1
Art. 4.8.4.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 § 1. De breker beschikt over een webgebaseerd informatiesysteem dat gekoppeld is met een GPS-volgsysteem dat autonoom en draadloos informatie doorstuurt naar een centrale server die door de geregistreerde beheerorganisatie opgevolgd wordt. Deze informatie omvat minstens:
Art. 4.8.4. [1 § 1er. Le concasseur dispose d'un systÚme d'information en ligne relié à un systÚme de localisation GPS qui transmet les informations de maniÚre autonome et sans fil à un serveur central surveillé par l'organisme de gestion enregistré. Ces informations indiquent au moins :
Art. 4.8.5.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 Kwaliteitbeheersysteem
Art. 4.8.5.DROIT_FUTUR. [1 SystÚme de gestion de la qualité
Art. 4.8.6.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 Algemene voorwaarden
Art. 4.8.6.DROIT_FUTUR. [1 Conditions générales
Afdeling 4.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 - Voorwaarden voor gebruik van gerecycleerde granulaten]1
Section 4.DROIT_FUTUR.[1 - Conditions d'utilisation des granulats recyclés]1
Onderafdeling 1.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 - Kwaliteits- en gebruikscriteria tot het bekomen van de einde-afvalfase van gerecycleerde granulaten]1
Sous-section 1re.DROIT_FUTUR.[1 - CritÚres de qualité et d'utilisation pour l'obtention de la fin du statut de déchet des granulats recyclés]1
Art. 4.8.7. TOEKOMSTIG_RECHT. [1 Kwaliteit
   § 1. Het is verboden om een partij gerecycleerde granulaten te mengen met afvalstoffen of met materialen van een betere kwaliteit om aan de voorwaarden bepaald in punten 1 tot en met 5 van paragraaf 2 te voldoen.
   § 2. Elke partij gerecycleerde granulaten voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
   1. de concentraties van de zware metalen voldoen aan de uitloognormen zoals opgenomen in de tabel van bijlage 22. Echter, wanneer de totaalconcentratie de norm uit deze bijlage respecteert, is de uitloogproef niet vereist;
   2. de concentraties van de overige verontreinigingen zijn lager dan de normen van bijlage 22;
   3. de totaalconcentraties van de polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) voor de stromen asfaltgranulaat, gerecycleerde bitumineuze granulaten en zeefzand van asfalt wijken af van het hierboven vermeld punt 2. De specifieke normen voor de PAK's zijn van toepassing. Daarenboven dienen deze drie stromen niet te voldoen aan de norm betreffende de totaalconcentratie van minerale oliën zoals opgenomen in bijlage 22;
   4. de verontreinigingen waarvan de uitbater de aanwezigheid vermoedt of waarvan hij, op basis; vervangen door, van eerdere onderzoeken, zelfcontrole of inventarissen, kennis heeft, én die niet opgenomen zijn in de tabel van bijlage 22, dienen te voldoen aan de interventienormen voor woonzone van de ordonnantie bodem;
   5. bevat maximaal de volgende gehalten aan fysische verontreinigingen:
   a. vlottende verontreinigingen: 5,0 cm3/kg droge stof;
   b. niet-vlottende verontreinigingen: 1,0 % (massa/massa);
   c. glas: 2,0 % (massa/massa).
   § 3. In afwijking op de voorwaarden van § 2 punten 1 tot en met 4, respecteren de gerecycleerde granulaten die gebruikt worden in direct contact met het grondwater de saneringsnormen van de ordonnantie bodem.
   § 4. De minister kan de tabel van bijlage 22 aanpassen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang of aan wijzigingen in Europese of regionale regelgevingen via een ministerieel besluit.]1

  
Art. 4.8.7. DROIT_FUTUR. [1 Qualité
   § 1er. Il est interdit de mélanger un lot de granulats recyclés à des déchets ou avec des matériaux de meilleure qualité afin de répondre aux conditions visées aux points 1 à 5 du paragraphe 2.
   § 2. Chaque lot de granulats recyclés respecte les conditions cumulatives suivantes :
   1. les concentrations en métaux lourds respectent les normes de lixiviation reprises dans le tableau de l'annexe 22. Toutefois, lorsque la concentration totale respecte la norme reprise dans cette annexe, le test de lixiviation n'est pas nécessaire ;
   2. les concentrations des autres contaminants sont inférieures aux normes de l'annexe 22 ;
   3. les concentrations totales en hydrocarbures aromatiques polycycliques (HAP) relatives aux flux de granulats d'asphalte, de granulats recyclés bitumineux et de sables tamisés d'asphalte dérogent au point 2 ci-dessus. Les normes spécifiques aux HAP sont d'application. De plus, ces trois flux ne doivent pas respecter la norme concernant la concentration totale en huiles minérales reprise à l'annexe 22 ;
   4. les contaminants dont l'exploitant soupçonne la présence ou dont il a connaissance sur la base d'études antérieures, de l'autocontrÎle ou d'inventaires, et qui ne figurent pas dans le tableau de l'annexe 22, doivent respecter les normes d'intervention pour la zone d'habitat de l'ordonnance sols ;
   5. contient les niveaux de pollution physique maximum suivants :
   a. polluants flottants : 5,0 cm3/kg de matiÚre sÚche ;
   b. polluants non-flottants : 1,0 % (masse/masse) ;
   c. verre : 2,0 % (masse/masse).
   § 3. Par dérogation aux conditions du § 2 points 1 à 4, des granulats recyclés qui sont utilisés en contact direct avec les eaux souterraines respectent les normes d'assainissement de l'ordonnance sols.
   § 4. Le ministre peut adapter le tableau de l'annexe 22 aux avancements techniques et scientifiques ou aux rĂšglementations europĂ©ennes et rĂ©gionales par un arrĂȘtĂ© ministĂ©riel.]1

  
Art. 4.8.8. TOEKOMSTIG_RECHT. [1 Gebruik
   § 1. Het gebruik van gerecycleerde granulaten in een "Bijzondere zone", zoals bepaald in bijlage 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 maart 2018 tot vaststelling van de interventienormen en saneringsnormen, is verboden.
   § 2. De dikte van de aangebrachte laag van gerecycleerde granulaten is beperkt tot het strikt noodzakelijke in het kader van het bouwproject.]1

  
Art. 4.8.8. DROIT_FUTUR. [1 Utilisation
   § 1er. L'utilisation de granulats recyclĂ©s dans une " Zone particuliĂšre ", telle que dĂ©terminĂ©e dans l'annexe 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 29 mars 2018 dĂ©terminant les normes d'intervention et les normes d'assainissement, est interdite.
   § 2. L'épaisseur de la couche de granulats recyclés appliquée est limitée à celle strictement nécessaire au projet de construction visé.]1

  
Onderafdeling 2.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 - Controle van gerecycleerde granulaten]1
Sous-section 2.DROIT_FUTUR.[1 - ContrÎle des granulats recyclés]1
Art. 4.8.9. TOEKOMSTIG_RECHT. [1 Staalneming
   § 1. De staalneming en de analyse van gerecycleerde granulaten gebeurt overeenkomstig de code van de goede praktijken die Leefmilieu Brussel op zijn website ter beschikking stelt aan het publiek.
   § 2. Indien de staalnemingsstrategieën niet toelaten om voldoende representativiteit te verkrijgen van de kwaliteit van de gerecycleerde granulaten, worden bijkomende stalen genomen en geanalyseerd.
   § 3. De beheerorganisatie kan bijkomende stalen en analyses laten nemen als de staalnemingsstrategieën niet voldoende representatief worden geacht.]1

  
Art. 4.8.9. DROIT_FUTUR. [1 Echantillonnage
   § 1er. L'échantillonnage et l'analyse des granulats recyclés sont réalisés conformément au Code de bonnes pratiques mis à disposition du public par Bruxelles Environnement sur son site internet.
   § 2. Si les stratégies d'échantillonnage ne permettent pas d'obtenir une représentativité suffisante de la qualité des granulats recyclés, des échantillons supplémentaires sont prélevés et analysés.
   § 3. L'organisme de gestion peut demander des prélÚvements et analyses complémentaires si les stratégies d'échantillonnage ne sont pas considérées comme suffisamment représentatives.]1

  
Art. 4.8.10. TOEKOMSTIG_RECHT.[1 Analyse
   § 1. Een staal wordt geanalyseerd op de parameters opgenomen in bijlage 22.
   § 2. De beheerorganisatie kan analyses op bijkomende parameters vragen.
   § 3. De stalen worden bovendien geanalyseerd op de parameters waarvan de uitbater de aanwezigheid vermoedt of waarvan hij, op basis van eerdere onderzoeken, zelfcontrole of inventarissen, kennis heeft.
   § 4. Wanneer er aanwijzingen zijn van vluchtige stoffen voorziet de uitbater analyses van deze stoffen op enkelvoudige stalen.
   § 5. De analyses worden uitgevoerd door een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest erkend, of als erkend beschouwd, laboratorium. De PAK-spraytest en de bepaling van de fysische verontreinigingen kunnen door de uitbater uitgevoerd worden.]1

  
Art. 4.8.10. DROIT_FUTUR. [1 Analyse
   § 1er. Un échantillon est analysé suivant les paramÚtres repris à l'annexe 22.
   § 2. L'organisme de gestion peut demander des analyses portant sur des paramÚtres complémentaires.
   § 3. Les échantillons sont également analysés pour les paramÚtres dont l'exploitant soupçonne la présence ou dont il a connaissance sur la base d'études antérieures, de l'autocontrÎle ou d'inventaires.
   § 4. Lorsqu'il y a des indices quant à la présence de substances volatiles, l'exploitant fournit des analyses de ces substances sur des échantillons uniques.
   § 5. Les analyses sont rĂ©alisĂ©es par un laboratoire agréé ou considĂ©rĂ© comme reconnu par la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale. L'application du test de dĂ©tection d'HAP et la dĂ©termination de pollution physique peuvent ĂȘtre effectuĂ©es par l'exploitant.]1

  
Art. 4.8.11. TOEKOMSTIG_RECHT. [1 Analyserapport
   § 1. De analyserapporten worden bijgehouden op elektronische manier met het oog op een uitwisseling tussen de beheerorganisatie en de betrokken uitbater van de breker. De technische specificaties waaraan de analyserapporten voldoen en de technische specificaties in verband met de uitwisseling van gegevens worden opgenomen in het kwaliteitbeheersysteem bepaald in artikel 4.8.5.
   § 2. Het analyserapport bevat:
   1. het rapport van staalneming;
   2. de analysecertificaten;
   3. de vergelijking van de analyseresultaten ten opzichte van de te respecteren normen met aanduiding van de overschrijdingen.]1

  
Art. 4.8.11. DROIT_FUTUR. [1 Rapport d'analyse
   § 1er. Les rapports d'analyse sont conservés de maniÚre électronique en vue d'un échange entre l'organisme de gestion et l'exploitant concerné du concasseur. Les spécificités techniques auxquelles répondent les rapports d'analyse et les spécificités techniques liées à l'échange de données sont reprises dans le systÚme de gestion de la qualité visé à l'article 4.8.5.
   § 2 Le rapport d'analyse contient :
   1. le rapport d'échantillonnage ;
   2. les certificats d'analyses ;
   3. la comparaison des résultats d'analyses aux normes à respecter avec l'indication des dépassements.]1

  
Onderafdeling 3.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 - Bevoorrading en vervoer van gerecycleerde granulaten]1
Sous-section 3.DROIT_FUTUR.[1 - Approvisionnement et transport des granulats recyclés]1
Art. 4.8.12. TOEKOMSTIG_RECHT. [1 Bevoorrading van gerecycleerde granulaten
   De bevoorrading van gerecycleerde granulaten gebeurt enkel bij toegelaten brekers volgens de bepalingen van dit besluit.]1

  
Art. 4.8.12. DROIT_FUTUR. [1 Approvisionnement de granulats recyclés
   L'approvisionnement de granulats recyclĂ©s se fait uniquement dans les concasseurs autorisĂ©s conformĂ©ment aux dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.]1

  
Art. 4.8.13. TOEKOMSTIG_RECHT. [1 Vervoer van gerecycleerde granulaten
   § 1. Enkel partijen gerecycleerde granulaten van dezelfde milieuhygiënische kwaliteit mogen in dezelfde container of in hetzelfde vervoersmiddel verzameld worden voor zover deze stromen van elkaar gescheiden worden in verschillende houders teneinde fysicochemische kruisverontreinigingen te voorkomen.
   § 2. De gerecycleerde granulaten worden, zonder tussenopslag, vervoerd naar de ontvangende site voor het beoogde gebruik.]1

  
Art. 4.8.13. DROIT_FUTUR. [1 Transport des granulats recyclés
   § 1er. Seuls les lots de granulats recyclĂ©s de mĂȘme qualitĂ© environnementale peuvent ĂȘtre regroupĂ©s dans le mĂȘme conteneur ou dans le mĂȘme moyen de transport, Ă  condition que ces flux soient sĂ©parĂ©s les uns des autres dans des contenants distincts de maniĂšre Ă  Ă©viter les contaminations physico-chimiques croisĂ©es.
   § 2. Les granulats recyclés sont transportés vers le site récepteur en vue de l'utilisation prévue, sans stockage intermédiaire.]1

  
Afdeling 5.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 - Traceerbaarheidsprocedure]1
Section 5.DROIT_FUTUR.[1 - Procédure de traçabilité]1
Onderafdeling 1.TOEKOMSTIG_RECHT.[1 - Algemeen]1
Sous-section 1re.DROIT_FUTUR.[1 - Généralités]1
Art. 4.8.14. TOEKOMSTIG_RECHT. [1 § 1. De uitwisseling van de in deze afdeling voorziene documenten gebeurt via het digitaal platform dat ter beschikking gesteld wordt door de beheerorganisatie waarbij de uitbater bepaald in artikel 4.8.2 is aangesloten.
   § 2. De conformiteitsverklaring, die in onderafdeling 2 wordt vermeld, bestaat uit twee luiken. De minimale inhoud hiervan is vastgelegd in bijlage 19 van huidig besluit.]1

  
Art. 4.8.14. DROIT_FUTUR. [1 § 1er. L'échange des documents visés dans la présente section se fait via la plateforme numérique mise à disposition par l'organisme de gestion auquel l'exploitant visé à l'article 4.8.2 est affilié.
   § 2. La dĂ©claration de conformitĂ©, mentionnĂ©e Ă  la sous-section 2, est constituĂ©e de deux volets. Le contenu minimal de celle-ci est prĂ©cisĂ© Ă  l'annexe 19 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.]1

  
Onderafdeling 2.TOEKOMSTIG_RECHT. [1 - Conformiteitsverklaring en granulatenbeheerrapport]1
Sous-section 2.DROIT_FUTUR.[1 - Déclaration de conformité et rapport de gestion de granulats]1
Art. 4.8.15. TOEKOMSTIG_RECHT. [1 Conformiteitsverklaring - Luik 1
   § 1. De uitbater van een inrichting, zoals bepaald in artikel 4.8.2, stelt voor elke partij van gerecycleerde granulaten het eerste luik op van de conformiteitsverklaring.
   § 2. Luik 1 van de conformiteitsverklaring heeft een unieke identificatiecode per partij.
   § 3. Luik 1 van de conformiteitsverklaring met als bijlage het analyserapport wordt aan de beheerorganisatie overgemaakt.
   § 4. De conformiteitsverklaring van gerecycleerde granulaten die gebruikt worden in of op de bodem, wordt vergezeld van het goedgekeurd technisch verslag, zoals bepaald in artikelen 4.9.10 en 4.9.11.]1

  
Art. 4.8.15. DROIT_FUTUR. [1 Déclaration de conformité - Volet 1
   § 1er. Pour chaque lot de granulats recyclés, l'exploitant d'une installation visée à l'article 4.8.2 établit le premier volet de la déclaration de conformité.
   § 2. Le volet 1 de la déclaration de conformité dispose d'un code d'identification unique par lot.
   § 3. Le volet 1 de la déclaration de conformité, accompagné en annexe du rapport d'analyse, est soumis à l'organisme de gestion.
   § 4. La déclaration de conformité des granulats recyclés utilisés dans ou sur le sol est accompagnée du rapport technique approuvé, tel que décrit aux articles 4.9.10 et 4.9.11.]1

  
Art. 4.8.16. TOEKOMSTIG_RECHT. [1 Conformiteitsverklaring - Luik 2
   § 1. Vóór de overbrenging van gerecycleerde granulaten naar een eindgebruiker, meldt de uitbater van de breker deze overbrenging aan de geregistreerde beheerorganisatie waaraan hij is aangesloten, door middel van het volledig ingevulde luik 2 van de conformiteitsverklaring.
   § 2. Indien een partij bestaat uit deelpartijen, wordt de unieke identificatiecode van de partij, zoals vermeld in artikel 4.8.15 § 2, met een aanvulling per deelpartij vervolledigd.]1

  
Art. 4.8.16. DROIT_FUTUR. [1 Déclaration de conformité - Volet 2
   § 1er. Préalablement au transfert de granulats recyclés vers l'utilisateur final, l'exploitant du concasseur notifie ce transfert auprÚs de l'organisme de gestion enregistré auquel il est affilié, à l'aide du volet 2 de la déclaration de conformité dûment complété.
   § 2. Si un lot est constitué de sous-lots, le code d'identification unique du lot, tel que mentionné à l'article 4.8.15 § 2, est complété par un ajout pour chaque sous-lot.]1

  
Art. 4.8.17. TOEKOMSTIG_RECHT. [1 Granulatenbeheerrapport
   § 1. Op basis van de conformiteitsverklaring levert de geregistreerde beheerorganisatie, binnen een termijn van vijf dagen, een granulatenbeheerrapport af aan de uitbater bepaald in artikel 4.8.2 en aan de eindgebruiker. Dit granulatenbeheerrapport herneemt minstens de unieke identificatiecode van de partij, vervolledigd met de aanvulling van de deelpartij in voorkomend geval.
   § 2. Gerecycleerde granulaten worden enkel gebruikt in overeenstemming met de overgemaakte gegevens in luiken 1 en 2 van de conformiteitsverklaring. In geval van een wijziging in een gegeven, wordt luik 2 van de conformiteitsverklaring opnieuw naar behoren ingevuld en overgemaakt aan de geregistreerde beheerorganisatie. De beheerorganisatie levert een nieuw granulatenbeheerrapport af conform de bovenstaande paragraaf.
   § 3. Het granulatenbeheerrapport bevestigt dat de gerecycleerde granulaten niet in of op de bodem gebruikt worden, en dat het beoogde gebruik voldoet aan de voorwaarden vermeld in huidig hoofdstuk.
   § 4. Luiken 1 en 2 van de conformiteitsverklaring, alsook het analyserapport, worden op eenvoudig verzoek overgemaakt aan de eindgebruiker.]1

  
Art. 4.8.17. DROIT_FUTUR. [1 Rapport de gestion de granulats
   § 1er. Sur la base de la déclaration de conformité, l'organisme de gestion enregistré délivre, dans un délai de cinq jours, un rapport de gestion de granulats à l'exploitant visé à l'article 4.8.2 et à l'utilisateur final. Ce rapport de gestion de granulats reprend à minima le code d'identification unique du lot, complété par l'ajout du sous-lot le cas échéant.
   § 2. Les granulats recyclés ne sont utilisés que conformément aux données transmises dans les volets 1 et 2 de la déclaration de conformité. En cas de modification d'une donnée, le volet 2 de la déclaration de conformité est à nouveau dûment complété et transmise à l'organisme de gestion enregistré. L'organisme de gestion délivre un nouveau rapport de gestion de granulats conformément au paragraphe ci-dessus.
   § 3. Le rapport de gestion de granulats confirme que les granulats recyclés ne sont pas utilisés dans ou sur le sol, et que l'utilisation prévue satisfait aux conditions du présent chapitre.
   § 4. Les volets 1 et 2 de la déclaration de conformité, ainsi que le rapport d'analyse, sont transmis sur simple demande à l'utilisateur final.]1

  
Afdeling 6. [1 - Beheerorganisatie van gerecycleerde granulaten]1
Section 6. [1 - Organisme de gestion de granulats recyclés]1
Onderafdeling 1. [1 - Registratieaanvraag]1
Sous-section 1re. [1 - Demande d'enregistrement]1
Art. 4.8.18. [1 § 1. Om in aanmerking te komen voor een registratie als een geregistreerde beheerorganisatie van gerecycleerde granulaten voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dient de aanvrager een registratie in te dienen.
   § 2. De registratieaanvraag gebeurt met behulp van het formulier dat Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt. De minimale inhoud van dit formulier is vastgesteld in bijlage 21 van huidig besluit.]1

  
Art. 4.8.18. [1 § 1. Pour pouvoir prétendre à un enregistrement au titre d'organisme de gestion enregistré de granulats recyclés pour la Région de Bruxelles-Capitale, le demandeur doit introduire une demande d'enregistrement.
   § 2. La demande d'enregistrement se fait Ă  l'aide du formulaire mis Ă  disposition par Bruxelles Environnement. Le contenu minimal du formulaire est prĂ©cisĂ© Ă  l'annexe 21 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.]1

  
Art. 4.8.19. [1 Identificatie van de aanvrager
   § 1. Om in aanmerking te komen als beheerorganisatie voor gerecycleerde granulaten, dient de aanvrager van een registratie te voldoen aan onderstaande voorwaarden:
   1. opgericht zijn als een vereniging zonder winstoogmerk conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
   2. voldoende representatief zijn voor de verschillende sectoren die betrokken zijn bij het gebruik van gerecycleerde granulaten;
   3. de werking en de structuur van de activiteit zijn in overeenstemming met de norm NBN EN ISO/IEC 17065 en zijn daartoe geaccrediteerd door BELAC of door een ander lid van de European Accreditation (EA). De accreditatie heeft betrekking op de uit te voeren activiteiten;
   4. als statutair doel hebben om de taken die in dit hoofdstuk zijn toegewezen, uit te voeren, studiewerk over gerecycleerde granulaten te verrichten en informatie en advies hierover te verstrekken.
   § 2. De beheerorganisatie is onafhankelijk, onpartijdig en deskundig in zijn activiteitsgebied.]1

  
Art. 4.8.19. [1 Identification du demandeur
   § 1er. Afin de pouvoir répondre au titre d'organisme de gestion de granulats recyclés, le demandeur d'un enregistrement remplit les conditions suivantes :
   1. ĂȘtre constituĂ© en association sans but lucratif conformĂ©ment aux dispositions du Code des sociĂ©tĂ©s et des associations ;
   2. ĂȘtre suffisamment reprĂ©sentatif des diffĂ©rents secteurs impliquĂ©s dans l'utilisation de granulats recyclĂ©s ;
   3. le fonctionnement et la structure de l'activité sont conformes à la norme NBN EN ISO/IEC 17065 et sont accrédités à cet effet par BELAC ou un autre membre de la European Accreditation (EA). L'accréditation porte sur les activités à mener ;
   4. avoir comme statut d'exécuter les tùches qui lui sont attribuées par le présent chapitre, d'effectuer des études sur les granulats recyclés et d'émettre des avis et informations à ce sujet.
   § 2. L'organisme de gestion est indépendant, impartial et expert dans son domaine d'activité.]1

  
Art. 4.8.20. [1 Vakbekwaamheid
   De aanvrager beschikt binnen zijn personeel één of meer natuurlijke personen die samen voldoen aan de volgende voorwaarden:
   1. een grondige kennis hebben van de disciplines bodemkunde, geologie en scheikunde;
   2. een grondige kennis hebben van de codes van goede praktijk en de milieuwetgeving in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het bijzonder de wetgeving op het gebied van milieuvergunningen, bodem- en afvalbeheer;
   3. minimaal drie jaar beroepservaring hebben, verworven gedurende de zes jaar voorafgaand aan de datum van de registratieaanvraag, met betrekking tot de recyclage van granulaten.
   De kennis vermeld in punten 1 en 2 wordt aangetoond met academische diploma's, diploma's van het hoger onderwijs van het lange type of gelijkwaardig met inbegrip van buitenlandse diploma's die als gelijkwaardig erkend zijn.
   De beroepservaring vermeld in punt 3 blijkt uit een curriculum vitae, getuigschrift, referentielijst of beschrijving van de opgedane relevante ervaring, bijvoorbeeld in het kader van een gelijkaardige registratie die is verleend door de bevoegde overheden van een ander gewest of een ander land.]1

  
Art. 4.8.20. [1 Formation professionnelle
   Le demandeur dispose, au sein de son personnel, d'une ou plusieurs personnes physiques qui, ensemble, remplissent les conditions suivantes :
   1. avoir une connaissance approfondie des disciplines de la pédologie, géologie et chimie ;
   2. avoir une connaissance approfondie des Codes de bonnes pratiques et de la législation environnementale de la Région de Bruxelles-Capitale, en particulier de la législation relative aux permis d'environnement, à la gestion des sols et des déchets ;
   3. avoir une expérience professionnelle d'au moins trois ans, acquise au cours des six années précédant la date de la demande d'enregistrement, dans le domaine du recyclage de granulats.
   Les connaissances mentionnées aux points 1 et 2 sont démontrées par des diplÎmes universitaires, des diplÎmes d'enseignement supérieur de type long ou équivalents y compris les diplÎmes étrangers reconnus comme équivalents.
   L'expérience professionnelle mentionnée au point 3 est attestée par un curriculum vitae, un certificat, une liste de référence ou une description de l'expérience pertinente acquise, par exemple dans le cadre d'un enregistrement similaire accordé par les autorités compétentes d'une autre région ou un autre pays.]1

  
Art. 4.8.21. [1 Technische en informaticamiddelen
   § 1. De aanvrager beschikt over de nodige technische en informaticamiddelen om zijn verplichtingen na te komen.
   § 2. De aanvrager beschikt minstens over:
   1. een centrale server om de informatie komende van de GPS-volgsystemen van de uitbaters bepaald in artikel 4.8.2 te ontvangen en te verwerken;
   2. een traceerbaarheidssysteem voor gerecycleerde granulaten niet gebruikt in of op de bodem;
   3. een procedure die het mogelijk maakt om een gesloten volumebalans voor gerecycleerde granulaten op te maken;
   4. een klachtenregister;
   5. een register van de analyserapporten, de conformiteitsverklaringen en de traceerbaarheidsdocumenten.]1

  
Art. 4.8.21. [1 Moyens techniques et informatiques
   § 1er. Le demandeur dispose des moyens techniques et informatiques nécessaires pour assurer ses obligations.
   § 2. Le demandeur dispose au moins des moyens permettant de mettre en place :
   1. un serveur central permettant de réceptionner et traiter les informations provenant des systÚmes de localisation GPS des exploitants visés à l'article 4.8.2 ;
   2. un systÚme de traçabilité des granulats recyclés qui ne sont pas utilisés dans ou sur le sol ;
   3. une procédure permettant d'établir le bilan volumétrique des granulats recyclés ;
   4. un registre des plaintes ;
   5. un registre des rapports d'analyse, des déclarations de conformité et des documents de traçabilité.]1

  
Art. 4.8.22. [1 Financiële capaciteit
   § 1. De aanvrager beschikt over voldoende financiële capaciteit om zijn verplichtingen na te komen.
   § 2. De aanvrager beschikt over een verzekeringscontract ter dekking van zijn beroepsaansprakelijkheid als beheerorganisatie binnen de dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de registratie, en voor de duur ervan.]1

  
Art. 4.8.22. [1 Capacité financiÚre
   § 1er. Le demandeur dispose d'une capacité financiÚre suffisante afin d'assurer ses obligations.
   § 2. Le demandeur dispose d'un contrat d'assurance couvrant sa responsabilité professionnelle en qualité d'organisme de gestion dans les trente jours suivant la décision d'octroi de l'enregistrement et pour la durée de celui-ci.]1

  
Art. 4.8.23. [1 Registratieprocedure
   De registratieprocedure verloopt in overeenstemming met de bepalingen van titel IV bis van de ordonnantie milieuvergunningen.]1

  
Art. 4.8.23. [1 Procédure d'enregistrement
   La procédure d'enregistrement se déroule conformément aux dispositions du titre IV bis de l'ordonnance permis d'environnement.]1

  
Art. 4.8.24. [1 Registratie van rechtswege
   De beheerorganisaties die in het bezit zijn van een registratie of een gelijkwaardige titel verstrekt in een ander Gewest worden van rechtswege geregistreerd indien ze de voorwaarden van het besluit respecteren.
   De beheerorganisaties die van rechtswege geregistreerd willen worden, melden dit aan Leefmilieu Brussel.]1

  
Art. 4.8.24. [1 Enregistrement d'office
   Les organismes de gestion en possession d'un enregistrement ou d'un titre Ă©quivalent dĂ©livrĂ© dans une autre RĂ©gion, sont enregistrĂ©s d'office s'ils respectent les conditions de l'arrĂȘtĂ©.
   Les organismes de gestion qui souhaitent ĂȘtre enregistrĂ©s d'office le notifient Ă  Bruxelles Environnement.]1

  
Onderafdeling 2. [1 - Algemene voorwaarden voor de uitoefening van de activiteit]1
Sous-section 2. [1 - Conditions générales pour l'exercice de l'activité]1
Art. 4.8.25. [1 Kwaliteitbeheersysteem
   De geregistreerde beheerorganisatie beschikt over een kwaliteitbeheersysteem zoals bepaald in artikel 3.3.3.]1

  
Art. 4.8.25. [1 SystÚme de gestion de la qualité
   L'organisme de gestion enregistré dispose d'un systÚme de gestion de la qualité tel que visé à l'article 3.3.3.]1

  
Art. 4.8.26. [1 Digitaal platform
   § 1. De geregistreerde beheerorganisatie maakt een digitaal platform op voor de uitwisseling van de administratieve documenten.
   § 2. Het digitaal platform is toegankelijk voor Leefmilieu Brussel.]1

  
Art. 4.8.26. [1 Plateforme numérique
   § 1er. L'organisme de gestion enregistré met en place une plateforme numérique pour l'échange des documents administratifs.
   § 2. La plateforme numérique est accessible à Bruxelles Environnement.]1

  
Art. 4.8.27. [1 Periodieke controle
   § 1. De geregistreerde beheerorganisatie voert periodieke controles uit bij uitbaters bepaald in artikel 4.8.2 die bij haar zijn aangesloten.
   § 2. De periodieke controle heeft tot doel de zelfcontrole, zoals beschreven in het kwaliteitbeheersysteem, van de uitbaters bepaald in artikel 4.8.2 na te gaan.
   § 3. Er wordt één periodieke controle per 10.000 ton gerecycleerde granulaten uitgevoerd, met een maximum van acht periodieke controles per jaar. Bij een jaarlijkse productie lager dan 10.000 ton worden minimaal twee periodieke controles uitgevoerd.
   De geregistreerde beheerorganisatie stelt een methodiek van periodiciteit voor in zijn kwaliteitbeheersysteem zoals bepaald in artikel 4.8.25.
   § 4. Een onregelmatigheid aan huidig hoofdstuk vastgesteld door de geregistreerde beheerorganisatie wordt binnen een termijn van vijf werkdagen gemeld aan Leefmilieu Brussel.]1

  
Art. 4.8.27. [1 ContrÎle périodique
   § 1er. L'organisme de gestion enregistré procÚde à des contrÎles périodiques des exploitants visés à l'article 4.8.2 qui lui sont affiliés.
   § 2. L'objectif des contrÎles périodiques est de vérifier l'autocontrÎle, tel que décrit dans le systÚme de gestion de la qualité, des exploitants visés à l'article 4.8.2.
   § 3. Un contrÎle périodique est effectué pour chaque quantité de granulats recyclés de 10.000 tonnes, avec un maximum de huit contrÎles périodiques par an. Pour une production annuelle inférieure à 10.000 tonnes, un minimum de deux contrÎles périodiques est effectué.
   L'organisme de gestion enregistré propose une méthodologie de périodicité dans son systÚme de gestion de la qualité tel que visé à l'article 4.8.25.
   § 4. Une irrégularité au présent chapitre constatée par l'organisme de gestion enregistré est notifiée à Bruxelles Environnement dans un délai de cinq jours ouvrables.]1

  
Art. 4.8.28. [1 Certificaat
   § 1. De geregistreerde beheerorganisatie levert een certificaat af ter bevestiging dat de uitbater van de breker gerecycleerde granulaten conform aan dit besluit kan produceren tot de eerstvolgende periodieke controle.
   § 2. De geregistreerde beheerorganisatie bepaalt de modaliteiten voor het afleveren van de certificaten en neemt dit op in het kwaliteitbeheersysteem zoals bepaald in artikel 4.8.25.
   § 3. De geregistreerde beheerorganisatie stelt de certificaten ter beschikking aan het publiek.]1

  
Art. 4.8.28. [1 Certificat
   § 1. L'organisme de gestion enregistrĂ© dĂ©livre un certificat confirmant que l'exploitant du concasseur est habilitĂ© Ă  produire des granulats recyclĂ©s conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ© jusqu'au prochain contrĂŽle pĂ©riodique.
   § 2. L'organisme de gestion enregistré détermine les modalités de délivrance des certificats et les inclut dans le systÚme de gestion de la qualité visé à l'article 4.8.25.
   § 3. L'organisme de gestion enregistré met les certificats à disposition du public.]1

  
Art. 4.8.29. [1 Bijkomende controle
   De geregistreerde beheerorganisatie controleert jaarlijks het kwaliteitbeheersysteem van de uitbater bepaald in artikel 4.8.2 die bij haar is aangesloten.]1

  
Art. 4.8.29. [1 ContrÎle supplémentaire
   L'organisme de gestion enregistré contrÎle annuellement le systÚme de gestion de la qualité de l'exploitant visé à l'article 4.8.2 qui lui est affilié.]1

  
Art. 4.8.30. [1 Rapportering aan Leefmilieu Brussel
   De geregistreerde beheerorganisatie bezorgt jaarlijks aan Leefmilieu Brussel, vóór 15 maart van het jaar volgend op het boekjaar, een rapport dat minstens volgende gegevens bevat:
   1. de hoeveelheid geproduceerde gerecycleerde granulaten voor een gebruik niet in of op de bodem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, per breker op basis van de conformiteitsverklaringen en plaats van productie;
   2. de hoeveelheid gebruikte gerecycleerde granulaten niet in of op de bodem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op basis van de ontvangstmeldingen en de toepassingen zoals bepaald in artikel 4.8.1;
   3. het jaarverslag van de werking van de geregistreerde beheerorganisatie met inbegrip van het aantal periodieke controles per breker.
   De vorm en de modaliteiten van deze rapportering worden bepaald door Leefmilieu Brussel.]1

  
Art. 4.8.30. [1 Rapportage Ă  Bruxelles Environnement
   L'organisme de gestion enregistré fournit annuellement à Bruxelles Environnement, avant le 15 mars suivant l'année d'exercice, un rapport contenant au moins les informations suivantes :
   1. la quantité de granulats recyclés produite pour une utilisation autre que dans ou sur le sol de la Région de Bruxelles Capitale, par concasseur, sur la base des déclarations de conformité et du lieu de production ;
   2. la quantité de granulats recyclés utilisée autre que dans ou sur le sol de la Région de Bruxelles Capitale sur la base des notifications de réception et des applications visées à l'article 4.8.1 ;
   3. le rapport annuel de fonctionnement de l'organisme de gestion enregistré, y compris le nombre de contrÎles périodiques effectués par concasseur.
   La forme et les modalités de ce rapportage sont déterminées par Bruxelles Environnement. ]1

  
HOOFDSTUK 9. [1 - Gronden en gerecycleerde granulaten gebruikt in of op de bodem]1
CHAPITRE 9. [1 - Terres et granulats recyclés utilisés dans ou sur le sol]1
Afdeling 1. [1 - Algemeen]1
Section 1re. [1 - Généralités]1
Art. 4.9.1. [1 § 1. In dit hoofdstuk zijn de volgende definities van toepassing:
   1° "grond": vaste bestanddelen van de bodem, die vrij komen naar aanleiding van ontgravingen of bodembehandeling en waarvan het gehalte aan steenachtige bodemvreemde stoffen niet hoger is dan vijfentwintig massaprocent en waarvan het gehalte aan andere bodemvreemde stoffen niet hoger is dan één massa- en volumeprocent.
   Ditzelfde type materiaal dat afkomstig is van een vergund grondbehandelingscentrum, een tijdelijke opslagplaats of een ontginning is inbegrepen in deze definitie;
   2° "gebruik in of op de bodem": een toepassing in contact met de bodem, met als doel het opvullen van ontgravingen, het nivelleren, het stabiliseren of het ophogen van terreinen en waarbij de toepassing geen deel uitmaakt van een constructie;
   3° "bodemvreemde stoffen": stoffen of afvalstoffen die niet aanwezig zijn in een natuurlijke onverstoorde bodem, waaronder:
   - bodemvreemde stenen zoals metselwerkpuin, betonpuin en steenslag;
   - bodemvreemd steenachtig materiaal zoals asfaltpuin, freesasfalt, slakken, assen, sintels, glas, tegels, keramiek, kunstleien, cellenbeton, geëxpandeerde klei;
   - bodemvreemd niet-steenachtig materiaal zoals plastic, gips, kalk, roofing, bitumen, rubber, isolatiematerialen (zoals piepschuim), metalen (zoals bouten, moeren, schroot), hout (behandeld of onbehandeld), asbestverdacht materiaal, papier, kurk, textiel;
   4° "reeds bestaande ophoging": bodemlaag die vóór 20 januari 2005 door de mens werd aangebracht om de topografie aan te passen naar zijn behoeften en die wordt gekenmerkt door een heterogene samenstelling (slib, zand, klei, bakstenen, beton, puin van metselwerk) die soms verontreinigd is door zware metalen en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK);
   5° "werkzone": de zone die vastgesteld is in het kader van eenzelfde project en die bestaat uit een geheel van aaneensluitende percelen met soortgelijke kenmerken. Het betreft kenmerken die een betekenisvol effect op het milieu hebben of een betekenisvol risico voor de volksgezondheid inhouden.
   § 2. Onverminderd artikel 3, 8° van de ordonnantie afvalstoffen wordt in dit hoofdstuk verstaan onder "afvalstoffenhouder", in de aangegeven volgorde:
   1. de opdrachtgever van de grondwerken op de plaats van uitgraving, zoals een bouwheer, een projectontwikkelaar, een houder van zakelijke rechten, of;
   2. de aannemer verantwoordelijk voor de grondwerken op de plaats van uitgraving, of;
   3. de inzamelaar, handelaar of makelaar van afvalstoffen, of;
   4. de hiervoor vergunde inzamel- of verwerkingsinrichting van afvalstoffen.
   § 3. Dit hoofdstuk is van toepassing op het gebruik van:
   1. gronden;
   2. gerecycleerde granulaten die in of op de bodem gebruikt worden, in tegenstelling tot gerecycleerde granulaten behandeld in hoofdstuk 8.
   § 4. Tenzij anders of specifiek bepaald, zijn titels I en III van toepassing.]1

  
Art. 4.9.1. [1 § 1er. Au sens du présent chapitre, on entend par :
   1° " terre " : la matiÚre solide constitutive du sol, qui est dégagée suite à des actions d'excavation ou de traitement du sol et dont la teneur en matiÚres pierreuses étrangÚres au sol n'excÚde pas vingt-cinq pourcents en masse et dont la teneur en autres matiÚres étrangÚres au sol n'excÚde pas un pourcent en masse et en volume.
   Ce mĂȘme type de matĂ©riau provenant d'un centre de traitement des terres, d'un dĂ©pĂŽt temporaire ou d'une extraction est compris dans cette dĂ©finition ;
   2° " utilisation dans ou sur le sol " : une application en contact avec le sol, ayant pour but le remblaiement d'excavations, le nivellement, la stabilisation ou le rehaussement des terrains et oĂč l'application ne fait pas partie d'une construction ;
   3° " matiÚres étrangÚres au sol " : substances ou déchets qui ne sont pas présents dans un sol naturel, non perturbé, parmi lesquels :
   - pierres étrangÚres au sol telles que les gravats de maçonnerie, gravats de béton, pierres concassées ;
   - matiÚres pierreuses étrangÚres au sol telles que les gravats d'asphalte, asphalte broyé, scories, cendres, braises, verre, carreaux, céramique, ardoises artificielles, béton cellulaire, argile expansée ;
   - matiÚres non-pierreuses étrangÚres au sol telles que le plastique, le plùtre, la chaux, le roofing, le bitume, le caoutchouc, les matériaux isolants (tels que le polystyrÚne), les métaux (tels que boulons, écrous, ferraille), le bois (traité ou non traité), les matériaux suspectés de contenir de l'amiante, le papier, le liÚge, le textile ;
   4° " remblai prĂ©existant " : une couche de sol qui a Ă©tĂ© mise en place par l'homme avant le 20 janvier 2005, dans le but de modifier la topographie en fonction de ses besoins. Cette couche est caractĂ©risĂ©e par une composition hĂ©tĂ©rogĂšne (limons, sables, argile, briques, bĂ©ton, gravats de maçonnerie) et peut potentiellement ĂȘtre polluĂ©e par des mĂ©taux lourds et/ou des hydrocarbures aromatiques polycycliques (HAP) ;
   5° " zone de travail " : la zone Ă©tablie dans le cadre d'un mĂȘme projet et constituĂ©e d'un ensemble de parcelles attenantes aux caractĂ©ristiques similaires. Il s'agit de caractĂ©ristiques qui prĂ©sentent une incidence significative sur l'environnement ou un risque significatif pour la santĂ© publique.
   § 2. Sans préjudice de l'article 3, 8° de l'ordonnance déchets, dans ce chapitre est entendu par " détenteur de déchets ", dans l'ordre indiqué :
   1. le donneur d'ordre des terrassements sur le lieu d'excavation, tel qu'un maßtre d'ouvrage, un développeur de projet, un titulaire de droits réels, ou;
   2. l'entrepreneur responsable des terrassements sur le lieu d'excavation, ou;
   3. le collecteur, négociant ou courtier des déchets, ou;
   4. l'installation de collecte ou de traitement de déchets autorisée à cet effet.
   § 3. Ce chapitre s'applique à l'utilisation :
   1. de terres ;
   2. de granulats recyclés qui sont utilisés dans ou sur le sol, contrairement aux granulats recyclés traités dans le chapitre 8.
   § 4. Sauf dispositions contraires ou spécifiques, les titres I et III s'appliquent.]1

  
Afdeling 2. [1 - Voorwaarden voor gebruik]1
Section 2. [1 - Conditions d'utilisation]1
Onderafdeling 1. [1 - Algemeen]1
Sous-section 1re. [1 - Généralités]1
Art. 4.9.2. [1 § 1. Het is verboden om verschillende partijen gronden of gerecycleerde granulaten met een verschillende milieuhygiënische kwaliteit, of met andere materialen, te mengen met als doel of resultaat voor de gemengde partij een gebruik in aanmerking te laten komen die voor de niet-gemengde partijen niet is toegestaan.
   § 2. Om aan de voorwaarden van dit hoofdstuk te voldoen, kunnen gronden of gerecycleerde granulaten een fysische, chemische of biologische behandeling ondergaan.]1

  
Art. 4.9.2. [1 § 1er. Il est interdit de mĂ©langer diffĂ©rents lots de terres ou de granulats recyclĂ©s ayant des qualitĂ©s environnementales diffĂ©rentes, ou avec d'autres matĂ©riaux, dans le but ou ayant pour rĂ©sultat que le lot mĂ©langĂ© puisse ĂȘtre utilisĂ© pour un usage non autorisĂ© pour les lots non-mĂ©langĂ©s.
   § 2. Afin de pouvoir respecter les conditions du présent chapitre, des terres ou des granulats recyclés peuvent subir un traitement physique, chimique ou biologique.]1

  
Art. 4.9.3. [1 § 1. Een door een bodemverontreinigings-deskundige vastgestelde onregelmatigheid met betrekking tot dit hoofdstuk, wordt binnen een termijn van vijf werkdagen aangegeven aan een geregistreerde beheerorganisatie.
   Een door een geregistreerde beheerorganisatie vastgestelde onregelmatigheid met betrekking tot dit hoofdstuk, wordt binnen een termijn van vijf werkdagen aangegeven aan Leefmilieu Brussel.
   § 2. Indien gronden of gerecycleerde granulaten in of op de bodem gebruikt worden in tegenstrijd met de bepalingen van dit hoofdstuk, wordt het betrokken perceel ingeschreven in categorie 0 van de inventaris van de bodemtoestand, tenzij het reeds ingeschreven is in categorie 4.
   Het verwijderen van deze gronden of gerecycleerde granulaten gebeurt overeenkomstig de bepalingen van de ordonnantie bodem.]1

  
Art. 4.9.3. [1 § 1. Une irrégularité par rapport au présent chapitre, constatée par un expert en pollution du sol, est déclarée à un organisme de gestion de terres enregistré dans un délai de cinq jours ouvrables.
   Une irrégularité au niveau du présent chapitre constatée par un organisme de gestion de terres enregistré est déclarée à Bruxelles Environnement, dans un délai de cinq jours ouvrables.
   § 2. Lorsque des terres ou des granulats recyclés sont utilisés dans ou sur le sol, en contradiction aux dispositions du présent chapitre, la parcelle concernée est inscrite en catégorie 0 de l'inventaire de l'état du sol, sauf si elle est déjà inscrite en catégorie 4.
   L'élimination de ces terres ou de ces granulats recyclés est réalisée conformément aux dispositions de l'ordonnance sols.]1

  
Onderafdeling 2. [1 - Algemeen gebruik]1
Sous-section 2. [1 - Utilisation générale]1
Art. 4.9.4. [1 Gronden, of gerecycleerde granulaten, waarvan de concentraties aan verontreinigingen lager of gelijk zijn dan de sanerings normen van de ordonnantie bodem, kunnen in of op de bodem, of in een ander materiaal zoals bepaald door artikel 4.8.1 § 1, 1., gebruikt worden.]1
  
Art. 4.9.4. [1 Des terres ou des granulats recyclĂ©s dont les concentrations en polluants sont infĂ©rieures ou Ă©gales aux normes d'assainissement de l'ordonnance sols peuvent ĂȘtre utilisĂ©es dans ou sur le sol, ou dans un autre matĂ©riau tel que visĂ© par l'article 4.8.1 § 1, 1.]1
  
Art. 4.9.5. [1 § 1. Onverminderd artikel 4.9.4 worden gronden enkel in of op de bodem gebruikt, onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
   1. het gehalte aan stenen of steenachtige bodemvreemde stoffen bedraagt maximaal vijf massaprocent;
   2. de granulometrie van de stenen of steenachtige bodemvreemde stoffen, is niet groter dan vijftig millimeter;
   3. het gehalte aan bodemvreemde stoffen andere dan steenachtige materialen, bedraagt maximaal één massa- en volumeprocent;
   4. ze bevatten geen gevaarlijke afvalstoffen;
   5. ze bevatten geen invasieve dier- of plantensoorten in de zin van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud en de verordening (EU) Nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten.
   § 2. Onverminderd artikel 4.9.4 worden gerecycleerde granulaten enkel in of op de bodem gebruikt, onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
   1. het gehalte aan afvalstoffen andere dan de gerecycleerde granulaten zelf, bedraagt maximaal één massa- en volumeprocent;
   2. de dikte van de aangebrachte laag van gerecycleerde granulaten is beperkt tot het strikt noodzakelijke in het kader van het bouwproject;
   3. de granulometrie is lager dan 4 mm indien de gerecycleerde granulaten gebruikt worden op een perceel dat ingedeeld is in de kwetsbaarheidsklasse "woonzone" in de zin van de bodemordonnantie, met uitzondering van de gerecycleerde granulaten die ingezet worden voor specifieke toepassingen zoals vastgelegd in de code van goede praktijken;
   4. ze worden niet gebruikt op een perceel dat ingedeeld is in de kwetsbaarheidsklasse "bijzondere zone" zoals bepaald in bijlage 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 maart 2018 tot vaststelling van de interventienormen en saneringsnormen.
   § 3. Onverminderd artikel 4.9.4 en paragrafen 1 en 2, voldoen gronden of gerecycleerde granulaten die niet onder een constructie gebruikt worden, ten minste aan bijkomende cumulatieve voorwaarden voor het maximale behoud van de ecosysteemfuncties:
   1. het gehalte aan organisch materiaal in een wortelzone bedraagt minimum 2 %;
   2. het behoud van het infiltratiepotentieel van de bodem is gegarandeerd;
   3. het vermijden van erosie;
   4. het behoud van de oorspronkelijke biodiversiteit van de bodem en het terrein vóór de start van de werken.
   § 4. Leefmilieu Brussel kan de technische details voor deze voorwaarden bepalen via een code van goede praktijken.]1

  
Art. 4.9.5. [1 § 1er. Sans prĂ©judice de l'article 4.9.4, des terres peuvent uniquement ĂȘtre utilisĂ©es dans ou sur le sol, aux conditions cumulatives suivantes :
   1. la teneur en pierres ou matériaux pierreux étrangers au sol n'excÚde pas cinq pour cent en masse ;
   2. la granulométrie des pierres ou matériaux pierreux étrangers au sol n'est pas supérieure à cinquante millimÚtres ;
   3. la teneur en matériaux étrangers au sol, autres que les matériaux pierreux, n'excÚde pas un pour cent en masse et en volume ;
   4. elles ne contiennent pas de déchets dangereux ;
   5. elles ne contiennent pas d'espÚces animales ou végétales invasives au sens de l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature et du rÚglement (UE) n° 1143/2014 du Parlement Européen et du Conseil du 22 octobre 2014 relatif à la prévention et à la gestion de l'introduction et de la propagation des espÚces exotiques envahissantes.
   § 2. Sans prĂ©judice de l'article 4.9.4, des granulats recyclĂ©s peuvent uniquement ĂȘtre utilisĂ©s dans ou sur le sol, aux conditions cumulatives suivantes :
   1. la teneur en dĂ©chets autres que les granulats recyclĂ©s mĂȘme n'excĂšde pas un pour cent en masse et en volume ;
   2. l'épaisseur de la couche de granulats recyclés est limitée à celle strictement nécessaire au projet de construction visé ;
   3. la granulométrie est inférieure à 4 mm si les granulats recyclés sont utilisés sur une parcelle classée dans la classe de sensibilité " zone habitat " au sens de l'ordonnance sol, à l'exception des granulats recyclés utilisés pour des applications spécifiques tel que prévu dans le Code de bonnes pratiques ;
   4. ils ne sont pas utilisĂ©s sur une parcelle qui est classĂ©e dans la classe de sensibilitĂ© " zone particuliĂšre " telle que dĂ©terminĂ©e dans l'annexe 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 29 mars 2018 dĂ©terminant les normes d'intervention et les normes d'assainissement.
   § 3. Sans préjudice de l'article 4.9.4 et des paragraphes 1 et 2, des terres ou des granulats recyclés qui ne sont pas utilisés en-dessous d'une construction remplissent au minimum les conditions cumulatives suivantes, afin de préserver au maximum les fonctions écosystémiques :
   1. le taux de matiÚre organique dans une zone racine est de minimum 2 % ;
   2. la préservation du potentiel d'infiltrabilité du sol est garantie ;
   3. l'érosion est évitée ;
   4. la préservation de la biodiversité originelle du sol et du terrain avant le démarrage des travaux est garantie.
   § 4. Bruxelles Environnement peut déterminer les détails techniques de ces conditions dans un code de bonnes pratiques.]1

  
Onderafdeling 3. [1 - Gebruik van gronden op een zelfde perceel of een werkzone]1
Sous-section 3. [1 - Utilisation de terres sur une mĂȘme parcelle ou une zone de travail]1
Art. 4.9.6. [1 § 1. In afwijking van de voorwaarden van artikel 4.9.4 kunnen gronden die op hetzelfde perceel van waar ze ontgraven zijn in of op de bodem gebruikt worden, indien de concentraties aan verontreinigingen lager zijn dan 80 % van de interventienormen zoals gedefinieerd in de bodemordonnantie en dit onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
   1. de gronden brengen geen toename van verontreiniging teweeg in de zin van artikel 3 25° van de ordonnantie bodem. In dit opzicht betreffen de overschrijdingen van de saneringsnormen in deze gronden uitsluitend (groepen van) verontreinigingen die i) de saneringsnormen van de ter plekke zijnde bodem, in de onmiddellijke omtrek van de uitgraving overschrijden en ii) die geen (groepen van) te saneren verontreinigingen zijn;
   2. de verontreinigingen betreffen geen stoffen die, overeenkomstig de ordonnantie bodem, door sanering moeten behandeld worden.
   § 2. In afwijking van de voorwaarden van artikel 4.9.4 en 4.9.5 § 1 kan een reeds bestaande ophoging die wordt ontgraven en waarin uitsluitend een weesverontreiniging met polycyclische aromatische koolwaterstoffen of zware metalen voorkomt, op een zelfde perceel van waar ze ontgraven is in of op de bodem hergebruikt worden, onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
   1. het gehalte aan bodemvreemde stoffen andere dan steenachtige materialen, bedraagt maximaal één massa- en volumeprocent;
   2. ze bevat geen gevaarlijke afvalstoffen en ze is zelf geen gevaarlijke afvalstof;
   3. ze veroorzaakt geen risico of gebruiksbeperking zoals bepaald door de ordonnantie bodem;
   4. ze wordt gebruikt in een zone van het perceel waar een reeds bestaande ophoging van dezelfde aard aanwezig is en waarvan de maximale en gemiddelde concentraties aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen en zware metalen gelijk of hoger zijn;
   5. ze overschrijdt de horizontale grenzen en de diepte van de reeds bestaande ophoging niet.
   § 3. In afwijking met de voorwaarden van artikel 4.9.4 kan een reeds bestaande ophoging die wordt ontgraven en waarin uitsluitend een weesverontreiniging met polycyclische aromatische koolwaterstoffen of zware metalen voorkomt, op een werkzone, in of op de bodem gebruikt worden, indien de concentraties aan deze verontreinigingen lager zijn dan 80 % van de interventienormen zoals gedefinieerd in de ordonnantie bodem en dit onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
   1. ze veroorzaakt geen inschrijving van een perceel of wijziging van de categorie van een perceel in de inventaris van de bodemtoestand;
   2. ze veroorzaakt geen risico of gebruiksbeperking zoals bepaald door de ordonnantie bodem;
   3. ze veroorzaakt geen toename van verontreiniging in de zin van artikel 3 25° van de ordonnantie bodem;
   4. ze wordt gebruikt in een zone waar een reeds bestaande ophoging van dezelfde aard aanwezig is;
   5. ze overschrijdt de horizontale grenzen en de diepte van de reeds bestaande ophoging niet.]1

  
Art. 4.9.6. [1 § 1er. Par dĂ©rogation aux conditions de l'article 4.9.4, des terres qui sont utilisĂ©es dans ou sur le sol sur la mĂȘme parcelle d'oĂč elles ont Ă©tĂ© excavĂ©es peuvent ĂȘtre utilisĂ©es si les concentrations en polluants sont infĂ©rieures Ă  80 % des normes d'intervention telles que dĂ©finies dans l'ordonnance sols, et ceci aux conditions cumulatives suivantes:
   1. les terres ne peuvent pas induire un accroissement de pollution au sens de l'article 3, 25° de l'ordonnance sols. A ce titre sont exclusivement concernés les (groupes de) polluants i) qui dépassent les normes d'assainissement dans le sol en place en périphérie immédiate de la fouille sur la zone d'utilisation et ii) qui ne font pas partie des (groupes de) polluants à assainir ;
   2. les polluants ne constituent pas des substances devant ĂȘtre traitĂ©es par assainissement, en vertu de l'ordonnance sols.
   § 2. Par dĂ©rogation aux conditions des articles 4.9.4 et 4.9.5 § 1, un remblai prĂ©existant faisant l'objet d'une excavation et qui prĂ©sente exclusivement une pollution orpheline en hydrocarbures aromatiques polycycliques ou mĂ©taux lourds peut ĂȘtre rĂ©utilisĂ© dans ou sur le sol, sur une mĂȘme parcelle d'oĂč il a Ă©tĂ© excavĂ©, aux conditions cumulatives suivantes :
   1. la teneur en matériaux étrangers au sol, autres que les matériaux pierreux, n'excÚde pas un pour cent en masse et en volume ;
   2. il ne contient pas de dĂ©chets dangereux et il n'est lui-mĂȘme pas un dĂ©chet dangereux ;
   3. il ne génÚre pas de risque ou de restriction d'usage telle que définie par l'ordonnance sols ;
   4. il est rĂ©utilisĂ© dans une zone de la parcelle oĂč un remblai prĂ©existant de mĂȘme nature est prĂ©sent et dont les concentrations maximales et moyennes en HAP et mĂ©taux lourds sont Ă©gales ou supĂ©rieures ;
   5. il ne dépasse pas les limites horizontales et la profondeur du remblai préexistant.
   § 3. Par dĂ©rogation aux conditions de l'article 4.9.4, un remblai prĂ©existant faisant l'objet d'une excavation et qui prĂ©sente exclusivement une pollution orpheline en hydrocarbures aromatiques polycycliques ou mĂ©taux lourds peut ĂȘtre utilisĂ© dans ou sur le sol, dans une zone de travail, si les concentrations en ces polluants sont infĂ©rieures Ă  80 % des normes d'intervention telles que dĂ©finies dans l'ordonnance sols, et ceci aux conditions cumulatives suivantes :
   1. il n'entraine pas d'inscription d'une parcelle ou la modification de la catégorie d'une parcelle dans l'inventaire de l'état du sol ;
   2. il ne génÚre pas de risque ou de restriction d'usage telle que définie par l'ordonnance sols ;
   3. il n'induit pas un accroissement de pollution au sens de l'article 3, 25° de l'ordonnance sols ;
   4. il est rĂ©utilisĂ© dans une zone oĂč un remblai prĂ©existant de mĂȘme nature est prĂ©sent ;
   5. il ne dépasse pas les limites horizontales et la profondeur du remblai préexistant.]1

  
Onderafdeling 4. [1 - Ander gebruik van gronden]1
Sous-section 4. [1 - Autre utilisation de terres]1
Art. 4.9.7. [1 In afwijking van de voorwaarden van artikel 4.9.4 kunnen gronden die verwerkt worden in een ander materiaal gebruikt worden volgens de voorwaarden van artikel 4.8.7.]1
Art. 4.9.7. [1 Par dĂ©rogation aux conditions de l'article 4.9.4, des terres qui sont utilisĂ©es dans un autre matĂ©riau peuvent ĂȘtre utilisĂ©es selon les conditions de l'article 4.8.7.]1
Afdeling 3. [1 - Traceerbaarheidsprocedure]1
Section 3. [1 - Procédure de traçabilité]1
Onderafdeling 1. [1 - Algemeen]1
Sous-section 1re. [1 - Généralités]1
Art. 4.9.8.De uitwisseling van de in deze administratieve procedure voorziene documenten gebeurt via elektronische weg.[1 De uitwisseling van de in deze administratieve procedure voorziene documenten gebeurt via elektronische weg.]1
Art. 4.9.8. DROIT_FUTUR.[1 L'échange des documents prévus par cette procédure administrative est réalisé par voie électronique.]1
Art. 4.9.9. [1 De afvalstoffenhouder en de eindgebruiker nemen in de aanbestedingsdocumenten, de prijsvraag of de contractuele documenten, clausules op die waarborgen dat de regels met betrekking tot de bepalingen van dit hoofdstuk, toegepast worden.]1
Art. 4.9.9. [1 Le détenteur de déchets et l'utilisateur final reprennent, dans les documents d'appel d'offre, la demande de prix ou les documents contractuels, les clauses garantissant l'application des dispositions du présent chapitre.]1
Onderafdeling 2. [1 - Administratieve procedure]1
Sous-section 2. [1 - Procédure administrative]1
Art. 4.9.10. [1 Technisch verslag
Art. 4.9.10. [1 Rapport technique
Art. 4.9.11. [1 Uitvoering, kennisgeving en goedkeuring van het technisch verslag
Art. 4.9.11. [1 Exécution, notification et approbation du rapport technique
Art. 4.9.12. [1 Vervoer en vervoerstoelating
Art. 4.9.12. [1 Transport et autorisation de transport
Art. 4.9.13. [1 Ontvangstverklaring
Art. 4.9.13. [1 Déclaration de réception
Art. 4.9.14. [1 Grondbeheerrapport
Art. 4.9.14. [1 Rapport de gestion de terres
Afdeling 4. [1 - Grondbeheerorganisatie]1
Section 4. [1 - Organisme de gestion de terres]1
Art. 4.9.15. [1 § 1. Om in aanmerking te komen voor een registratie als een geregistreerde grondbeheerorganisatie van gerecycleerde granulaten voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dient de aanvrager een registratie in te dienen.
   § 2. De registratieaanvraag gebeurt met behulp van het formulier dat Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt. De minimale inhoud van dit formulier is vastgesteld in bijlage 21 van huidig besluit.]1

  
Art. 4.9.15. [1 § 1. Pour pouvoir prétendre à un enregistrement au titre d'organisme de gestion de terres enregistré pour la Région de Bruxelles-Capitale, le demandeur doit introduire une demande d'enregistrement.
   § 2. La demande d'enregistrement se fait Ă  l'aide du formulaire que Bruxelles Environnement met Ă  disposition. Le contenu minimal du formulaire est prĂ©cisĂ© Ă  l'annexe 21 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.]1

  
Art. 4.9.16. [1 Identificatie van de aanvrager
   § 1°. De aanvrager van een registratie als grondbeheerorganisatie voldoet aan onderstaande voorwaarden:
   1. de voorwaarden vermeld artikel 3.1.3;
   2. opgericht zijn als een vereniging zonder winstoogmerk conform de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen;
   3. voldoende representatief zijn voor de verschillende sectoren die betrokken zijn bij het gebruik van gronden en gerecycleerde granulaten in of op de bodem. Een grondbeheerorganisatie is representatief als in de Raad van bestuur twee of meer beroepsorganisaties die voldoende representatief zijn voor de sectoren die bij het gebruik van grond, of gerecycleerde granulaten in of op de bodem betrokken zijn, een mandaat bekleden;
   4. als statutair doel hebben om de taken die in dit hoofdstuk zijn toegewezen, uit te voeren, studiewerk over gronden, en gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik in of op de bodem, te verrichten en informatie en advies over bodemmaterialen te verstrekken.
   § 2. De grondbeheerorganisatie is onafhankelijk, onpartijdig en deskundig in zijn activiteitsgebied.]1

  
Art. 4.9.16. [1 Identification du demandeur
   § 1er. Le demandeur d'un enregistrement en qualité d'organisme de gestion de terres remplit les conditions suivantes :
   1. les conditions mentionnées à l'article 3.1.3 ;
   2. il est constitué en association sans but lucratif conformément à la loi du 23 mars 2019 introduisant le Code des sociétés et des associations et portant des dispositions diverses ;
   3. ĂȘtre suffisamment reprĂ©sentatif des diffĂ©rents secteurs impliquĂ©s dans l'utilisation de terres et de granulats recyclĂ©s avec une utilisation prĂ©vue dans ou sur le sol. Un organisme de gestion de terres est reprĂ©sentatif si dans le Conseil d'Administration, sont mandatĂ©s au moins deux organisations professionnelles qui sont suffisamment reprĂ©sentatives des secteurs impliquĂ©s dans l'utilisation de terres ou de granulats recyclĂ©s avec une utilisation prĂ©vue dans ou sur le sol ;
   4. avoir dans ses statuts d'exécuter les tùches qui lui sont attribuées par ce chapitre, et d'effectuer des études et émettre des avis concernant la terre et les granulats recyclés avec une utilisation prévue dans ou sur le sol.
   § 2. L'organisme de gestion de terres est indépendant, impartial et expert dans son domaine d'activité.]1

  
Art. 4.9.17. [1 Vakbekwaamheid
   § 1. De aanvrager van de registratie heeft één of meer natuurlijke personen in dienst die samen voldoen aan de volgende voorwaarden:
   1. een grondige kennis hebben van de disciplines bodemkunde, geologie, scheikunde, biologie en microbiologie;
   2. een grondige kennis hebben van de Codes van goede praktijk en de milieuwetgeving in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het bijzonder de wetgeving op het gebied van milieuvergunningen, bodem- en afvalbeheer;
   3. minimaal drie jaar beroepservaring hebben, verworven gedurende de zes jaar voorafgaand aan de datum van de registratieaanvraag, met betrekking tot onderzoek en behandeling inzake bodemverontreiniging.
   De kennis, vermeld in punten 1° en 2°, wordt aangetoond met academische diploma's, diploma's van het hoger onderwijs van het lange type of gelijkwaardig met inbegrip van buitenlandse diploma's die als gelijkwaardig erkend zijn.
   De beroepservaring, vermeld in punt 3° blijkt uit een curriculum vitae, getuigschrift, referentielijst of beschrijving van de opgedane relevante ervaring, bijvoorbeeld in het kader van een gelijkaardige registratie die is verleend door de bevoegde overheden van een ander gewest of in het buitenland.]1

  
Art. 4.9.17. [1 Formation professionnelle
   § 1er. Le demandeur d'enregistrement emploie une ou plusieurs personnes physiques remplissant ensemble les conditions suivantes :
   1. avoir une connaissance approfondie des disciplines de la pédologie, géologie, chimie, biologie et microbiologie ;
   2. avoir une connaissance approfondie des Codes de bonnes pratiques et de la législation environnementale de la Région de Bruxelles-Capitale, en particulier de la législation relative aux permis d'environnement et à la gestion des sols et des déchets ;
   3. avoir une expérience professionnelle d'au moins trois ans, acquise au cours des six années précédant la date de la demande d'enregistrement, en lien avec les études ou le traitement de la pollution du sol.
   Les connaissances, mentionnées aux points 1° et 2° sont démontrées par des diplÎmes universitaires ou des diplÎmes de l'enseignement supérieur de type long ou équivalents y compris des diplÎmes étrangers reconnus comme équivalents.
   L'expérience professionnelle mentionnée au point 3° est attestée par un curriculum vitae, un certificat, une liste de références ou une description de l'expérience pertinente acquise, par exemple dans le cadre d'un enregistrement similaire accordé par les autorités compétentes d'une autre région ou un autre pays.]1

  
Art. 4.9.18. [1 Technische en informaticamiddelen
   § 1. De aanvrager beschikt over de nodige technische en informaticamiddelen om zijn verplichtingen na te komen.
   De aanvrager beschikt minstens over de middelen om het volgende te implementeren:
   1. een traceerbaarheidssysteem voor gronden en gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik in of op de bodem;
   2. een procedure die het mogelijk maakt om een gesloten volumebalans voor gronden en gerecycleerde granulaten gebruikt in of op de bodem, op te maken;
   3. een klachtenregister;
   4. een register van de technische verslagen, met inbegrip van de goedkeuringen voorzien in artikel 4.9.11, § 4;
   5. een register van vervoerstoelatingen voorzien in artikel 4.9.12, § 4;
   6. een register van grondbeheerrapporten voorzien in artikel 4.9.14.
   § 2. De door deze middelen verzamelde gegevens zijn digitaal en worden aan Leefmilieu Brussel overgemaakt, volgens de vorm en de modaliteiten bepaald door Leefmilieu Brussel.]1

  
Art. 4.9.18. [1 Moyens techniques et informatiques
   § 1er. Le demandeur doit disposer des moyens techniques et informatiques nécessaires afin d'assurer ses obligations.
   Le demandeur dispose a minima des moyens permettant de mettre en place :
   1. un systÚme de traçabilité des terres et granulats recyclés faisant l'objet d'une utilisation prévue dans ou sur le sol ;
   2. une procédure permettant de constituer un bilan volumique fermé pour les terres et les granulats recyclés utilisés dans ou sur le sol ;
   3. un registre de plaintes ;
   4. un registre des rapports techniques, y compris les approbations prévues à l'article 4.9.11, § 4 ;
   5. un registre des autorisations de transport telles que prévues à l'article 4.9.12, § 4 ;
   6. un registre des rapports de gestion de terres tels que prévus à l'article 4.9.14.
   § 2. Les données rassemblées par ces moyens sont numériques et sont transmises à Bruxelles Environnement, selon la forme et les modalités déterminées par Bruxelles Environnement.]1

  
Art. 4.9.19. [1 Financiële capaciteit
   § 1. De aanvrager beschikt over voldoende financiële capaciteit om zijn verplichtingen te verzekeren.
   § 2. De aanvrager beschikt over een verzekeringscontract ter dekking van zijn beroepsaansprakelijkheid als beheerorganisatie binnen de dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de registratie, en voor de duur ervan.]1

  
Art. 4.9.19. [1 Capacité financiÚre
   § 1er. Le demandeur dispose d'une capacité financiÚre suffisante pour assurer ses obligations.
   § 2. Le demandeur dispose d'un contrat d'assurance couvrant sa responsabilité professionnelle en qualité d'organisme de gestion dans les trente jours suivant la décision d'octroi de l'enregistrement et pour la durée de celui-ci.]1

  
Art. 4.9.20. [1 Kwaliteitbeheersysteem
   De geregistreerde grondbeheerorganisatie beschikt over een kwaliteitbeheersysteem, zoals bepaald in artikel 3.3.3.]1

  
Art. 4.9.20. [1 SystÚme de gestion de la qualité
   L'organisme de gestion de terres enregistré dispose d'un systÚme de gestion de la qualité, tel que visé à l'article 3.3.3.]1

  
Art. 4.9.21. [1 Registratieprocedure
   § 1. De registratieprocedure verloopt in overeenstemming met de titel IV bis van de ordonnantie betreffende de milieuvergunningen.
   § 2. Naast de elementen voorzien in bijlage 21, worden bij de aanvraag de volgende stukken gevoegd:
   1. een kopie van de diploma's en de curriculum vitae, vermeld in artikel 4.9.17;
   2. een onvoorwaardelijke verbintenis waarin de aanvrager verklaart dat hij de gegevens waarover hij zal beschikken, zal beheren op een wijze dat ze op eenvoudige aanvraag toegankelijk zijn voor de overheden;
   3. een onvoorwaardelijke verbintenis waarin de aanvrager verklaart dat hij binnen dertig dagen na het bekomen van de registratie een verzekering voor beroepsaansprakelijkheid zal sluiten als vermeld in artikel 4.9.19 § 2, en dat hij Leefmilieu Brussel van de gesloten verzekeringspolis op de hoogte zal brengen;
   4. een recent attest waaruit blijkt dat de aanvrager aan zijn sociale en fiscale verplichtingen voldaan heeft.
   § 3. De aanvraag wordt door Leefmilieu Brussel aan een onderzoek onderworpen.
   Leefmilieu Brussel kan, in het kader van dit onderzoek, de voorlegging vragen van aanvullende gegevens en/of documenten waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de in artikelen 4.9.16 tot en met 4.9.20 opgelegde voorwaarden om in aanmerking te komen voor een registratie. De aanvrager is ertoe gehouden al deze aanvullende gegevens en/of documenten te verstrekken.]1

  
Art. 4.9.21. [1 Procédure d'enregistrement
   § 1er. La procédure d'enregistrement se déroule conformément au titre IV bis de l'ordonnance permis d'environnement.
   § 2. En plus des éléments prévus à l'annexe 21, les piÚces suivantes sont jointes à la demande :
   1. une copie des diplÎmes et curriculum vitae tels que mentionnés à l'article 4.9.17 ;
   2. un engagement inconditionnel dans lequel le demandeur déclare gérer les données dont il dispose de maniÚre à les rendre accessibles aux autorités sur simple demande ;
   3. un engagement inconditionnel dans lequel le demandeur déclare qu'il souscrira, dans les trente jours aprÚs l'obtention de son enregistrement, à une assurance de responsabilité civile professionnelle telle que mentionnée à l'article 4.9.19 § 2, et qu'il informera Bruxelles Environnement de la police d'assurance conclue ;
   4. une attestation récente confirmant que le demandeur a rempli toutes ses obligations sociales et fiscales.
   § 3. La demande est soumise à un examen par Bruxelles Environnement.
   Dans le cadre de cet examen, Bruxelles Environnement peut demander la production de données et/ou documents complémentaires établissant que le demandeur remplit les conditions imposées aux articles 4.9.16 à 4.9.20 afin de pouvoir prétendre à un enregistrement. Le demandeur est tenu de communiquer la totalité de ces données et/ou documents complémentaires.]1

  
Art. 4.9.22. [1 Leefmilieu Brussel kan in geval van schorsing of opheffing van de registratie van een grondbeheerorganisatie de volgende taken overnemen:
   1. technische verslagen goedkeuren, zoals voorzien in artikel 4.9.11, § 4;
   2. beslissingen inzake het vervoer nemen, zoals voorzien in artikel 4.9.12, § 4;
   3. grondbeheerrapporten uitreiken, zoals voorzien in artikel 4.9.14.]1

  
Art. 4.9.22. [1 Bruxelles Environnement peut, en cas de suspension ou retrait de l'enregistrement d'un organisme de gestion de terres, reprendre les tĂąches suivantes :
   1. approuver les rapports techniques, tels que prévus à l'article 4.9.11, § 4 ;
   2. prendre des décisions en lien au transport, tel que prévu à l'article 4.9.12, § 4 ;
   3. délivrer des rapports de gestion de terres, tel que prévu à l'article 4.9.14.]1

  
Art. 4.9.23. [1 Registratie van rechtswege
   De grondbeheerorganisaties die in het bezit zijn van een registratie of een gelijkwaardige titel verstrekt in een ander Gewest worden van rechtswege geregistreerd indien ze de voorwaarden van het besluit respecteren.
   De grondbeheerorganisaties die van rechtswege geregistreerd willen worden, melden dit aan Leefmilieu Brussel.]1

  
Art. 4.9.23. [1 Enregistrement d'office
   Les organismes de gestion de terres qui sont en possession d'un enregistrement ou d'un titre Ă©quivalent dĂ©livrĂ© dans une autre RĂ©gion, sont enregistrĂ©s d'office s'ils respectent les conditions de l'arrĂȘtĂ©.
   Les organismes de gestion de terres qui souhaitent ĂȘtre enregistrĂ©s d'office le notifient Ă  Bruxelles Environnement.]1

  
TITEL V. - Wijzigings-, opheffings-, overgangs- en slotbepalingen
TITRE V. - Dispositions modificatives abrogatoires, transitoires et finales
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions modificatives
Art. 5.1. Wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen
  § 1. De rubrieken nr. 22, nr 28, nr. 33, nr. 41, nr. 44, nr. 45, nr. 46, nr. 47, nr. 48, nr. 49, nr. 50, nr. 51 en nr.103 van de bijlage van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen worden respectievelijk door volgende rubrieken vervangen:
Art. 5.1. Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 4 mars 1999 fixant la liste des installations de classe IB, IC, ID, II et III en exĂ©cution de l'article 4 de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement
  § 1er. Les rubriques n° 22, n° 28, n° 33, n° 41, n° 44, n° 45, n° 46, n° 47, n° 48, n° 49, n° 50, n° 51, n° 103 de l'annexe de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 4 mars 1999 fixant la liste des installations de classe IB, IC, ID, II et III en exĂ©cution de l'article 4 de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement d'environnement sont remplacĂ©es respectivement par les rubriques suivantes :
Nr. Rubriek/
  N° rubrique
Benamingen Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé
22.1 Opslagplaatsen voor slib met een voor opslag bestemde totale oppervlakte tot en met 100 m DépÎts de boues dont la surface totale destinée au stockage est inférieure ou égale à 100 m 1C Boues, terres excavées (dépÎt)/Slib, uitgegraven grond (opslag)
22.2 Opslagplaatsen voor slib en/of uitgegraven grond met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 100 m DépÎts de boues et/ou de terres excavées dont la surface totale destinée au stockage est supérieure à 100 m 1B  
22.3 Verwerkingsinrichting, met inbegrip van de inzameling, van slib en/of uitgegraven grond Installation de traitement, y compris la collecte, de boues et/ou de terres excavées  Boues, terres excavées (verwerking)/Slib, uitgegraven grond (traitement)
 A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2  
 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B  
28.1 Werf voor:
  - de bouw, de verbouwing of de afbraak van gebouwen buiten het openbare wegennet of kunstwerken waarbij installaties worden gebruikt met een totale drijfkracht van meer dan 50 kW;
  - de verbouwing of afbraak met een bruto oppervlakte van meer dan 500 m van een gebouw, een kunstwerk of een leiding waarvan de bouwvergunning is afgeleverd voor 1 oktober 1998;
  met inbegrip van de inrichtingen begrepen in andere rubrieken met uitzondering van :
  - de in-situ afvalverwijderingsinrichting,
  - de opslagplaats voor springstoffen,
  - saneringswerven
Chantier de :
  - construction, transformation ou démolition de bùtiments hors voirie ou d'ouvrages d'art mettant en oeuvre des installations ayant une force motrice totale de plus de 50 kW ;
  - transformation ou démolition d'une surface brute de plus de 500 m d'un bùtiment, d'un ouvrage d'art ou d'une conduite, dont le permis d'urbanisme autorisant la construction a été délivré avant le 1er octobre 1998 ;
  y compris les installations reprises à d'autres rubriques à l'exception de :
  - l'élimination de déchets in-situ,
  - dépÎt d'explosifs,
  - chantiers d'assainissement
  -
3 Chantiers/Werven
28.2 Rioolrenovatiewerven met kousmethode waarbij gebruik gemaakt wordt van polymeer (met uitzondering van herstellen van aftakleidingen) Chantiers de chemisage ou coating des égouts, utilisant des polymÚres (à l'exception des chantiers relatifs à la réfection des branchements) 3  
33 Inrichtingen voor het schoonmaken en herconditioneren van vaten, containers en tanken die gevaarlijke stoffen hebben bevat (stoffen gekarakteriseerd door een gevaarseigenschap " H") Installations pour le nettoyage et le reconditionnement de fûts, conteneurs et citernes ayant contenu des substances dangereuses (substances caractérisées par une mention de danger "H" ) 1B Citernes (nettoyage)/Tanken (schoonmaak)
41.1 Composteercentra met een capaciteit: Centres de compostage d'une capacité :  Compostage/
  Biométhanisation
  Composteren/
  Biomethaniseren
 A van 10 tot en met 1000 t/jaar A de 10 à 1000 t/an 2  
 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B  
41.2 Biomethaniseercentra Centres de biométhanisation 1B  
44 Inrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit: Installations de tri et/ou de préparation en vue du réemploi des déchets d'une capacité :  Déchets
  (Centre de tri/
  Réemploi)
  Afvalstoffen (Sorteercentrum/
  Hergebruik)
 A tot en met 10 t/jaar A inférieure ou égale à 10 t/an 3  
 B van meer dan 10 tot en met 1000 t/jaar B supérieure à 10 et jusqu'à 1000 t/an 2  
 C van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar C supérieure à 1000 et jusqu'à 100.000 t/an 1B  
45.1 Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage est :  Déchets dangereux (dépÎt) Gevaarlijke afvalstoffen (opslag)
 A van 1 tot en met 5 m A comprise entre 1 et 5 m 2  
 B van meer dan 5 m B supérieure à 5 m 1B  
45.2 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21° C met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides dont le point d'éclair est inférieur à 21° C d'une capacité :  Déchets dangereux liquides inflammables (dépÎt) Ontvlambare vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)
 A van 50 tot en met 500 l A comprise entre 50 et 500 l 2  
 B van meer dan 500 l B supérieure à 500 l 1B  
45.3 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides non repris à la rubrique 45.2 d'une capacité :  Déchets dangereux liquides (dépÎt) Vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)
 A van 100 tot en met 5.000 l A comprise entre 100 et 5.000 l 2  
 B van meer dan 5.000 l B supérieure à 5.000 l 1B  
45.4 Opslagplaatsen voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur met een voor opslag bestemde totale oppervlakte DépÎts de déchets d'équipements électriques et électroniques d'une superficie totale destinée au stockage :  DEEE (dépÎt)
  AEEA (opslag)
 A - van 5 tot en met 25 m A - entre 5 et 25 m ; 3  
 B van meer dan 25 m B supérieure à 25 m 1B  
46 Inrichtingen of uitrusting voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets dangereux à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques 1B Déchets dangereux (traitement)
  Gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)
47 Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets non dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage est :  Déchets non dangereux (dépÎt)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (opslagplaats)
 A van 100 tot en met 2000 m A comprise entre 100 et 2000 m 2  
 B van meer dan 2000 m B supérieure à 2000 m 1B  
48 Inrichtingen of uitrustingen voor de mechanische verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder rubriek 44 vallen, met een totale drijfkracht: Installations ou équipements pour le traitement mécanique de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à la rubrique 44, dont la force motrice totale est :  Déchets non dangereux (traitement mécanique)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (mechanische verwerking)
 A van 2 tot en met 20 kW A comprise entre 2 et 20 kW 2  
 B van meer dan 20 kW B supérieure à 20 kW 1B  
49 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen, met een capaciteit van : Installations ou équipements pour le traitement de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques, d'une capacité  Déchets non dangereux (traitement)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)
 A. 0 tot 100 t/jaar A de 0 à 100 t/an 2  
 B. van meer dan 100 t/jaar B supérieure à 100 t/an 1B  
50 Verbrandingsinrichtingen van niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 12 t/dag Installations d'incinération de déchets non dangereux d'une capacité inférieure ou égale à 12 t/jour 1B Déchets non dangereux (incinération)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verbranding)
51 Inzamelinrichting van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van de inrichtingen die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit: Installations de collecte de déchets, y compris le dépÎt de ces déchets et à l'exception des installations reprises aux rubriques 44 et 220, d'une capacité :  Déchets (collecte)
  Afvalstoffen (inzameling)
 A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2  
 B van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar B supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B  
103 - Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts of ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen;
  - Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen
- Installations destinées à la production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais ou de concentrés de minerais ou autre matériau (à l'exception des déchets) selon des procédés métallurgiques ou électrolytiques et dont la capacité est inférieure ou égale à 100.000 t/an de métaux bruts non ferreux ;
  - Installations de calcination et de frittage de minerais métalliques
1B Minerais (traitement)
  (bewerking)
Nr. Rubriek/
  N° rubrique Benamingen Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé22.1 Opslagplaatsen voor slib met een voor opslag bestemde totale oppervlakte tot en met 100 m DépÎts de boues dont la surface totale destinée au stockage est inférieure ou égale à 100 m 1C Boues, terres excavées (dépÎt)/Slib, uitgegraven grond (opslag)22.2 Opslagplaatsen voor slib en/of uitgegraven grond met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 100 m DépÎts de boues et/ou de terres excavées dont la surface totale destinée au stockage est supérieure à 100 m 1B 22.3 Verwerkingsinrichting, met inbegrip van de inzameling, van slib en/of uitgegraven grond Installation de traitement, y compris la collecte, de boues et/ou de terres excavées Boues, terres excavées (verwerking)/Slib, uitgegraven grond (traitement)A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B 28.1 Werf voor:
  - de bouw, de verbouwing of de afbraak van gebouwen buiten het openbare wegennet of kunstwerken waarbij installaties worden gebruikt met een totale drijfkracht van meer dan 50 kW;
  - de verbouwing of afbraak met een bruto oppervlakte van meer dan 500 m van een gebouw, een kunstwerk of een leiding waarvan de bouwvergunning is afgeleverd voor 1 oktober 1998;
  met inbegrip van de inrichtingen begrepen in andere rubrieken met uitzondering van :
  - de in-situ afvalverwijderingsinrichting,
  - de opslagplaats voor springstoffen,
  - saneringswerven Chantier de :
  - construction, transformation ou démolition de bùtiments hors voirie ou d'ouvrages d'art mettant en oeuvre des installations ayant une force motrice totale de plus de 50 kW ;
  - transformation ou démolition d'une surface brute de plus de 500 m d'un bùtiment, d'un ouvrage d'art ou d'une conduite, dont le permis d'urbanisme autorisant la construction a été délivré avant le 1er octobre 1998 ;
  y compris les installations reprises à d'autres rubriques à l'exception de :
  - l'élimination de déchets in-situ,
  - dépÎt d'explosifs,
  - chantiers d'assainissement
  - 3 Chantiers/Werven28.2 Rioolrenovatiewerven met kousmethode waarbij gebruik gemaakt wordt van polymeer (met uitzondering van herstellen van aftakleidingen) Chantiers de chemisage ou coating des égouts, utilisant des polymÚres (à l'exception des chantiers relatifs à la réfection des branchements) 3 33 Inrichtingen voor het schoonmaken en herconditioneren van vaten, containers en tanken die gevaarlijke stoffen hebben bevat (stoffen gekarakteriseerd door een gevaarseigenschap " H") Installations pour le nettoyage et le reconditionnement de fûts, conteneurs et citernes ayant contenu des substances dangereuses (substances caractérisées par une mention de danger "H" ) 1B Citernes (nettoyage)/Tanken (schoonmaak)41.1 Composteercentra met een capaciteit: Centres de compostage d'une capacité : Compostage/
  Biométhanisation
  Composteren/
  BiomethaniserenA van 10 tot en met 1000 t/jaar A de 10 à 1000 t/an 2 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B 41.2 Biomethaniseercentra Centres de biométhanisation 1B 44 Inrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit: Installations de tri et/ou de préparation en vue du réemploi des déchets d'une capacité : Déchets
  (Centre de tri/
  Réemploi)
  Afvalstoffen (Sorteercentrum/
  Hergebruik)A tot en met 10 t/jaar A inférieure ou égale à 10 t/an 3 B van meer dan 10 tot en met 1000 t/jaar B supérieure à 10 et jusqu'à 1000 t/an 2 C van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar C supérieure à 1000 et jusqu'à 100.000 t/an 1B 45.1 Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage est : Déchets dangereux (dépÎt) Gevaarlijke afvalstoffen (opslag)A van 1 tot en met 5 m A comprise entre 1 et 5 m 2 B van meer dan 5 m B supérieure à 5 m 1B 45.2 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21° C met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides dont le point d'éclair est inférieur à 21° C d'une capacité : Déchets dangereux liquides inflammables (dépÎt) Ontvlambare vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)A van 50 tot en met 500 l A comprise entre 50 et 500 l 2 B van meer dan 500 l B supérieure à 500 l 1B 45.3 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides non repris à la rubrique 45.2 d'une capacité : Déchets dangereux liquides (dépÎt) Vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)A van 100 tot en met 5.000 l A comprise entre 100 et 5.000 l 2 B van meer dan 5.000 l B supérieure à 5.000 l 1B 45.4 Opslagplaatsen voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur met een voor opslag bestemde totale oppervlakte DépÎts de déchets d'équipements électriques et électroniques d'une superficie totale destinée au stockage : DEEE (dépÎt)
  AEEA (opslag)A - van 5 tot en met 25 m A - entre 5 et 25 m ; 3 B van meer dan 25 m B supérieure à 25 m 1B 46 Inrichtingen of uitrusting voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets dangereux à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques 1B Déchets dangereux (traitement)
  Gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)47 Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets non dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage est : Déchets non dangereux (dépÎt)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (opslagplaats)A van 100 tot en met 2000 m A comprise entre 100 et 2000 m 2 B van meer dan 2000 m B supérieure à 2000 m 1B 48 Inrichtingen of uitrustingen voor de mechanische verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder rubriek 44 vallen, met een totale drijfkracht: Installations ou équipements pour le traitement mécanique de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à la rubrique 44, dont la force motrice totale est : Déchets non dangereux (traitement mécanique)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (mechanische verwerking)A van 2 tot en met 20 kW A comprise entre 2 et 20 kW 2 B van meer dan 20 kW B supérieure à 20 kW 1B 49 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen, met een capaciteit van : Installations ou équipements pour le traitement de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques, d'une capacité Déchets non dangereux (traitement)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)A. 0 tot 100 t/jaar A de 0 à 100 t/an 2 B. van meer dan 100 t/jaar B supérieure à 100 t/an 1B 50 Verbrandingsinrichtingen van niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 12 t/dag Installations d'incinération de déchets non dangereux d'une capacité inférieure ou égale à 12 t/jour 1B Déchets non dangereux (incinération)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verbranding)51 Inzamelinrichting van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van de inrichtingen die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit: Installations de collecte de déchets, y compris le dépÎt de ces déchets et à l'exception des installations reprises aux rubriques 44 et 220, d'une capacité : Déchets (collecte)
  Afvalstoffen (inzameling)A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2 B van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar B supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B 103 - Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts of ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen;
  - Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen - Installations destinées à la production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais ou de concentrés de minerais ou autre matériau (à l'exception des déchets) selon des procédés métallurgiques ou électrolytiques et dont la capacité est inférieure ou égale à 100.000 t/an de métaux bruts non ferreux ;
  - Installations de calcination et de frittage de minerais métalliques 1B Minerais (traitement)
  (bewerking)
§ 2. De volgende rubriek wordt toegevoegd in de bijlage van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de lijst van de inrichtingen van klasse IB, 1C, 1D, II en III in uitvoering van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen :
Nr. Rubriek/
  N° rubrique
Benamingen Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé
22.1 Opslagplaatsen voor slib met een voor opslag bestemde totale oppervlakte tot en met 100 m DépÎts de boues dont la surface totale destinée au stockage est inférieure ou égale à 100 m 1C Boues, terres excavées (dépÎt)/Slib, uitgegraven grond (opslag)
22.2 Opslagplaatsen voor slib en/of uitgegraven grond met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 100 m DépÎts de boues et/ou de terres excavées dont la surface totale destinée au stockage est supérieure à 100 m 1B  
22.3 Verwerkingsinrichting, met inbegrip van de inzameling, van slib en/of uitgegraven grond Installation de traitement, y compris la collecte, de boues et/ou de terres excavées  Boues, terres excavées (verwerking)/Slib, uitgegraven grond (traitement)
 A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2  
 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B  
28.1 Werf voor:
  - de bouw, de verbouwing of de afbraak van gebouwen buiten het openbare wegennet of kunstwerken waarbij installaties worden gebruikt met een totale drijfkracht van meer dan 50 kW;
  - de verbouwing of afbraak met een bruto oppervlakte van meer dan 500 m van een gebouw, een kunstwerk of een leiding waarvan de bouwvergunning is afgeleverd voor 1 oktober 1998;
  met inbegrip van de inrichtingen begrepen in andere rubrieken met uitzondering van :
  - de in-situ afvalverwijderingsinrichting,
  - de opslagplaats voor springstoffen,
  - saneringswerven
Chantier de :
  - construction, transformation ou démolition de bùtiments hors voirie ou d'ouvrages d'art mettant en oeuvre des installations ayant une force motrice totale de plus de 50 kW ;
  - transformation ou démolition d'une surface brute de plus de 500 m d'un bùtiment, d'un ouvrage d'art ou d'une conduite, dont le permis d'urbanisme autorisant la construction a été délivré avant le 1er octobre 1998 ;
  y compris les installations reprises à d'autres rubriques à l'exception de :
  - l'élimination de déchets in-situ,
  - dépÎt d'explosifs,
  - chantiers d'assainissement
  -
3 Chantiers/Werven
28.2 Rioolrenovatiewerven met kousmethode waarbij gebruik gemaakt wordt van polymeer (met uitzondering van herstellen van aftakleidingen) Chantiers de chemisage ou coating des égouts, utilisant des polymÚres (à l'exception des chantiers relatifs à la réfection des branchements) 3  
33 Inrichtingen voor het schoonmaken en herconditioneren van vaten, containers en tanken die gevaarlijke stoffen hebben bevat (stoffen gekarakteriseerd door een gevaarseigenschap " H") Installations pour le nettoyage et le reconditionnement de fûts, conteneurs et citernes ayant contenu des substances dangereuses (substances caractérisées par une mention de danger "H" ) 1B Citernes (nettoyage)/Tanken (schoonmaak)
41.1 Composteercentra met een capaciteit: Centres de compostage d'une capacité :  Compostage/
  Biométhanisation
  Composteren/
  Biomethaniseren
 A van 10 tot en met 1000 t/jaar A de 10 à 1000 t/an 2  
 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B  
41.2 Biomethaniseercentra Centres de biométhanisation 1B  
44 Inrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit: Installations de tri et/ou de préparation en vue du réemploi des déchets d'une capacité :  Déchets
  (Centre de tri/
  Réemploi)
  Afvalstoffen (Sorteercentrum/
  Hergebruik)
 A tot en met 10 t/jaar A inférieure ou égale à 10 t/an 3  
 B van meer dan 10 tot en met 1000 t/jaar B supérieure à 10 et jusqu'à 1000 t/an 2  
 C van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar C supérieure à 1000 et jusqu'à 100.000 t/an 1B  
45.1 Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage est :  Déchets dangereux (dépÎt) Gevaarlijke afvalstoffen (opslag)
 A van 1 tot en met 5 m A comprise entre 1 et 5 m 2  
 B van meer dan 5 m B supérieure à 5 m 1B  
45.2 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21° C met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides dont le point d'éclair est inférieur à 21° C d'une capacité :  Déchets dangereux liquides inflammables (dépÎt) Ontvlambare vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)
 A van 50 tot en met 500 l A comprise entre 50 et 500 l 2  
 B van meer dan 500 l B supérieure à 500 l 1B  
45.3 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides non repris à la rubrique 45.2 d'une capacité :  Déchets dangereux liquides (dépÎt) Vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)
 A van 100 tot en met 5.000 l A comprise entre 100 et 5.000 l 2  
 B van meer dan 5.000 l B supérieure à 5.000 l 1B  
45.4 Opslagplaatsen voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur met een voor opslag bestemde totale oppervlakte DépÎts de déchets d'équipements électriques et électroniques d'une superficie totale destinée au stockage :  DEEE (dépÎt)
  AEEA (opslag)
 A - van 5 tot en met 25 m A - entre 5 et 25 m ; 3  
 B van meer dan 25 m B supérieure à 25 m 1B  
46 Inrichtingen of uitrusting voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets dangereux à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques 1B Déchets dangereux (traitement)
  Gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)
47 Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets non dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage est :  Déchets non dangereux (dépÎt)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (opslagplaats)
 A van 100 tot en met 2000 m A comprise entre 100 et 2000 m 2  
 B van meer dan 2000 m B supérieure à 2000 m 1B  
48 Inrichtingen of uitrustingen voor de mechanische verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder rubriek 44 vallen, met een totale drijfkracht: Installations ou équipements pour le traitement mécanique de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à la rubrique 44, dont la force motrice totale est :  Déchets non dangereux (traitement mécanique)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (mechanische verwerking)
 A van 2 tot en met 20 kW A comprise entre 2 et 20 kW 2  
 B van meer dan 20 kW B supérieure à 20 kW 1B  
49 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen, met een capaciteit van : Installations ou équipements pour le traitement de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques, d'une capacité  Déchets non dangereux (traitement)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)
 A. 0 tot 100 t/jaar A de 0 à 100 t/an 2  
 B. van meer dan 100 t/jaar B supérieure à 100 t/an 1B  
50 Verbrandingsinrichtingen van niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 12 t/dag Installations d'incinération de déchets non dangereux d'une capacité inférieure ou égale à 12 t/jour 1B Déchets non dangereux (incinération)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verbranding)
51 Inzamelinrichting van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van de inrichtingen die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit: Installations de collecte de déchets, y compris le dépÎt de ces déchets et à l'exception des installations reprises aux rubriques 44 et 220, d'une capacité :  Déchets (collecte)
  Afvalstoffen (inzameling)
 A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2  
 B van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar B supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B  
103 - Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts of ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen;
  - Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen
- Installations destinées à la production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais ou de concentrés de minerais ou autre matériau (à l'exception des déchets) selon des procédés métallurgiques ou électrolytiques et dont la capacité est inférieure ou égale à 100.000 t/an de métaux bruts non ferreux ;
  - Installations de calcination et de frittage de minerais métalliques
1B Minerais (traitement)
  (bewerking)
Nr. Rubriek/
  N° rubrique Benamingen Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé22.1 Opslagplaatsen voor slib met een voor opslag bestemde totale oppervlakte tot en met 100 m DépÎts de boues dont la surface totale destinée au stockage est inférieure ou égale à 100 m 1C Boues, terres excavées (dépÎt)/Slib, uitgegraven grond (opslag)22.2 Opslagplaatsen voor slib en/of uitgegraven grond met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 100 m DépÎts de boues et/ou de terres excavées dont la surface totale destinée au stockage est supérieure à 100 m 1B 22.3 Verwerkingsinrichting, met inbegrip van de inzameling, van slib en/of uitgegraven grond Installation de traitement, y compris la collecte, de boues et/ou de terres excavées Boues, terres excavées (verwerking)/Slib, uitgegraven grond (traitement)A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B 28.1 Werf voor:
  - de bouw, de verbouwing of de afbraak van gebouwen buiten het openbare wegennet of kunstwerken waarbij installaties worden gebruikt met een totale drijfkracht van meer dan 50 kW;
  - de verbouwing of afbraak met een bruto oppervlakte van meer dan 500 m van een gebouw, een kunstwerk of een leiding waarvan de bouwvergunning is afgeleverd voor 1 oktober 1998;
  met inbegrip van de inrichtingen begrepen in andere rubrieken met uitzondering van :
  - de in-situ afvalverwijderingsinrichting,
  - de opslagplaats voor springstoffen,
  - saneringswerven Chantier de :
  - construction, transformation ou démolition de bùtiments hors voirie ou d'ouvrages d'art mettant en oeuvre des installations ayant une force motrice totale de plus de 50 kW ;
  - transformation ou démolition d'une surface brute de plus de 500 m d'un bùtiment, d'un ouvrage d'art ou d'une conduite, dont le permis d'urbanisme autorisant la construction a été délivré avant le 1er octobre 1998 ;
  y compris les installations reprises à d'autres rubriques à l'exception de :
  - l'élimination de déchets in-situ,
  - dépÎt d'explosifs,
  - chantiers d'assainissement
  - 3 Chantiers/Werven28.2 Rioolrenovatiewerven met kousmethode waarbij gebruik gemaakt wordt van polymeer (met uitzondering van herstellen van aftakleidingen) Chantiers de chemisage ou coating des égouts, utilisant des polymÚres (à l'exception des chantiers relatifs à la réfection des branchements) 3 33 Inrichtingen voor het schoonmaken en herconditioneren van vaten, containers en tanken die gevaarlijke stoffen hebben bevat (stoffen gekarakteriseerd door een gevaarseigenschap " H") Installations pour le nettoyage et le reconditionnement de fûts, conteneurs et citernes ayant contenu des substances dangereuses (substances caractérisées par une mention de danger "H" ) 1B Citernes (nettoyage)/Tanken (schoonmaak)41.1 Composteercentra met een capaciteit: Centres de compostage d'une capacité : Compostage/
  Biométhanisation
  Composteren/
  BiomethaniserenA van 10 tot en met 1000 t/jaar A de 10 à 1000 t/an 2 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B 41.2 Biomethaniseercentra Centres de biométhanisation 1B 44 Inrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit: Installations de tri et/ou de préparation en vue du réemploi des déchets d'une capacité : Déchets
  (Centre de tri/
  Réemploi)
  Afvalstoffen (Sorteercentrum/
  Hergebruik)A tot en met 10 t/jaar A inférieure ou égale à 10 t/an 3 B van meer dan 10 tot en met 1000 t/jaar B supérieure à 10 et jusqu'à 1000 t/an 2 C van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar C supérieure à 1000 et jusqu'à 100.000 t/an 1B 45.1 Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage est : Déchets dangereux (dépÎt) Gevaarlijke afvalstoffen (opslag)A van 1 tot en met 5 m A comprise entre 1 et 5 m 2 B van meer dan 5 m B supérieure à 5 m 1B 45.2 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21° C met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides dont le point d'éclair est inférieur à 21° C d'une capacité : Déchets dangereux liquides inflammables (dépÎt) Ontvlambare vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)A van 50 tot en met 500 l A comprise entre 50 et 500 l 2 B van meer dan 500 l B supérieure à 500 l 1B 45.3 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides non repris à la rubrique 45.2 d'une capacité : Déchets dangereux liquides (dépÎt) Vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)A van 100 tot en met 5.000 l A comprise entre 100 et 5.000 l 2 B van meer dan 5.000 l B supérieure à 5.000 l 1B 45.4 Opslagplaatsen voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur met een voor opslag bestemde totale oppervlakte DépÎts de déchets d'équipements électriques et électroniques d'une superficie totale destinée au stockage : DEEE (dépÎt)
  AEEA (opslag)A - van 5 tot en met 25 m A - entre 5 et 25 m ; 3 B van meer dan 25 m B supérieure à 25 m 1B 46 Inrichtingen of uitrusting voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets dangereux à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques 1B Déchets dangereux (traitement)
  Gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)47 Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets non dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage est : Déchets non dangereux (dépÎt)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (opslagplaats)A van 100 tot en met 2000 m A comprise entre 100 et 2000 m 2 B van meer dan 2000 m B supérieure à 2000 m 1B 48 Inrichtingen of uitrustingen voor de mechanische verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder rubriek 44 vallen, met een totale drijfkracht: Installations ou équipements pour le traitement mécanique de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à la rubrique 44, dont la force motrice totale est : Déchets non dangereux (traitement mécanique)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (mechanische verwerking)A van 2 tot en met 20 kW A comprise entre 2 et 20 kW 2 B van meer dan 20 kW B supérieure à 20 kW 1B 49 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen, met een capaciteit van : Installations ou équipements pour le traitement de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques, d'une capacité Déchets non dangereux (traitement)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)A. 0 tot 100 t/jaar A de 0 à 100 t/an 2 B. van meer dan 100 t/jaar B supérieure à 100 t/an 1B 50 Verbrandingsinrichtingen van niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 12 t/dag Installations d'incinération de déchets non dangereux d'une capacité inférieure ou égale à 12 t/jour 1B Déchets non dangereux (incinération)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verbranding)51 Inzamelinrichting van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van de inrichtingen die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit: Installations de collecte de déchets, y compris le dépÎt de ces déchets et à l'exception des installations reprises aux rubriques 44 et 220, d'une capacité : Déchets (collecte)
  Afvalstoffen (inzameling)A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2 B van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar B supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B 103 - Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts of ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen;
  - Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen - Installations destinées à la production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais ou de concentrés de minerais ou autre matériau (à l'exception des déchets) selon des procédés métallurgiques ou électrolytiques et dont la capacité est inférieure ou égale à 100.000 t/an de métaux bruts non ferreux ;
  - Installations de calcination et de frittage de minerais métalliques 1B Minerais (traitement)
  (bewerking)
§ 2. La rubrique suivante est ajoutĂ©e Ă  l'annexe de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 4 mars 1999 fixant la liste des installations de classe IB, IC, ID, II et III en exĂ©cution de l'article 4 de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement :
Nr. Rubriek/
  N° rubrique
Benamingen Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé
178 Gebruik van valoriseerbare materialen Utilisation de matériaux valorisables 1D Matériaux valorisables/
  valoriseerbare materialen
Nr. Rubriek/
  N° rubrique Benamingen Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé178 Gebruik van valoriseerbare materialen Utilisation de matériaux valorisables 1D Matériaux valorisables/
  valoriseerbare materialen
§ 3. De rubrieken nr. 80 en nr. 81 van de bijlage van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen worden geschrapt.
Nr. Rubriek/
  N° rubrique
Benamingen Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé
178 Gebruik van valoriseerbare materialen Utilisation de matériaux valorisables 1D Matériaux valorisables/
  valoriseerbare materialen
Nr. Rubriek/
  N° rubrique Benamingen Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé178 Gebruik van valoriseerbare materialen Utilisation de matériaux valorisables 1D Matériaux valorisables/
  valoriseerbare materialen
§ 3. Les rubriques n° 80 et n° 81 de l'annexe de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 4 mars 1999 fixant la liste des installations de classe IB, II et III en exĂ©cution de l'article 4 de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement sont supprimĂ©es.
Art. 5.2. Wijziging van het besluit van 20 mei 1999 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot verplichting van het inwinnen van het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp voor bepaalde ingedeelde inrichtingen
  § 1. De rubrieken nr. 44, nr. 45, nr. 46, nr. 47, nr. 48, nr. 49, nr. 50, nr. 51 en nr. 103 in de bijlage I bij het besluit van 20 mei 1999 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot verplichting van het inwinnen van het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp voor bepaalde ingedeelde inrichtingen worden respectievelijk vervangen door volgende rubrieken:
Art. 5.2. Modification de l'arrĂȘtĂ© du 20 mai 1999 du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale imposant l'avis du Service Incendie et d'Aide MĂ©dicale Urgente en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale pour certaines installations classĂ©es
  § 1. Les rubriques n° 44, n° 45, n° 46, n° 47, n° 48, n° 49, n° 50, n° 51 et n° 103 de l'annexe I de l'arrĂȘtĂ© du 20 mai 1999 du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale imposant l'avis du Service Incendie et d'Aide MĂ©dicale Urgente en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale pour certaines installations classĂ©es sont remplacĂ©es respectivement par les rubriques suivantes :
Nr. Rubriek/
  N° rubrique
Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé
44 Inrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit: Installations de tri et/ou de préparation en vue du réemploi des déchets d'une capacité :  Déchets (Centre de tri/Réemploi)
  Afvalstoffen (Sorteercentrum/
  Hergebruik)
 C van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar C supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B  
45.1 Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaats die onder andere rubrieken valt, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets dangereux, à l'exception du dépÎt repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est :  Déchets dangereux (dépÎt) Gevaarlijke afvalstoffen (opslag)
 B van meer dan 5 m B supérieure à 5 m 1B  
45.2 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21° C met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides dont le point d'éclair est inférieur à 21° C d'une capacité :  Déchets dangereux liquides inflammables (dépÎt) Ontvlambare vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)
 A van 50 tot en met 500 l A comprise entre 50 et 500 l 2  
 B van meer dan 500 l B supérieure à 500 l 1B  
45.3 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit: DépÎts de déchets dangereux liquides non repris à la rubrique 45.2 d'une capacité :  Déchets dangereux liquides (dépÎt) Vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)
 A van 100 tot en met 5.000 l A comprise entre 100 et 5.000 l 2  
 B van meer dan 5.000 l B supérieure à 5.000 l 1B  
46 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets dangereux à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques 1B Déchets dangereux
  (traitement)
  Gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)
47 Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets non dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est :  Déchets non dangereux (dépÎt)
  Niet gevaarlijke
  afvalstoffen (opslagplaats)
 A van 100 tot en met 2000 m A comprise entre 100 et 2000 m 2  
 B van meer dan 2000 m B supérieure à 2000 m 1B  
48 Inrichtingen of uitrustingen voor de mechanische verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder rubriek 44 vallen, met een totale drijfkracht: Installations ou équipements pour le traitement mécanique de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à la rubrique 44, dont la force motrice totale est :  Déchets non dangereux (traitement mécanique)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (mechanische verwerking)
 B van meer dan 20 kW B supérieure à 20 kW 1B  
49 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques  Déchets non dangereux (traitement)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)
 B. van meer dan 100 t/jaar B supérieure à 100 t/an 1B  
50 Verbrandingsinrichtingen van niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 12 t/dag Installations d'incinération de déchets non dangereux d'une capacité inférieure ou égale à 12 t/jour 1B Déchets non dangereux (incinération)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verbranding)
51 Inzamelinrichting van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van de inrichting die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit: Installations de collecte de déchets, y compris le dépÎt de ces déchets et à l'exception des installations reprises sous rubriques 44 et 220, d'une capacité :  Déchets (collecte)
  Afvalstoffen (inzameling)
 B van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar B supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B  
103 - Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts of ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen;
  - Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen
- Installations destinées à la production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais ou de concentrés de minerais ou autre matériau (à l'exception des déchets) selon des procédés métallurgiques ou électrolytiques et dont la capacité est inférieure ou égale à 100.000 t/an de métaux bruts non ferreux ;
  - Installations de calcination et de frittage de minerais métalliques
1B Minerais (traitement)
Nr. Rubriek/
  N° rubrique Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé44 Inrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit: Installations de tri et/ou de préparation en vue du réemploi des déchets d'une capacité : Déchets (Centre de tri/Réemploi)
  Afvalstoffen (Sorteercentrum/
  Hergebruik)C van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar C supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B 45.1 Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaats die onder andere rubrieken valt, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets dangereux, à l'exception du dépÎt repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est : Déchets dangereux (dépÎt) Gevaarlijke afvalstoffen (opslag)B van meer dan 5 m B supérieure à 5 m 1B 45.2 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21° C met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides dont le point d'éclair est inférieur à 21° C d'une capacité : Déchets dangereux liquides inflammables (dépÎt) Ontvlambare vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)A van 50 tot en met 500 l A comprise entre 50 et 500 l 2 B van meer dan 500 l B supérieure à 500 l 1B 45.3 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit: DépÎts de déchets dangereux liquides non repris à la rubrique 45.2 d'une capacité : Déchets dangereux liquides (dépÎt) Vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)A van 100 tot en met 5.000 l A comprise entre 100 et 5.000 l 2 B van meer dan 5.000 l B supérieure à 5.000 l 1B 46 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets dangereux à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques 1B Déchets dangereux
  (traitement)
  Gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)47 Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets non dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est : Déchets non dangereux (dépÎt)
  Niet gevaarlijke
  afvalstoffen (opslagplaats)A van 100 tot en met 2000 m A comprise entre 100 et 2000 m 2 B van meer dan 2000 m B supérieure à 2000 m 1B 48 Inrichtingen of uitrustingen voor de mechanische verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder rubriek 44 vallen, met een totale drijfkracht: Installations ou équipements pour le traitement mécanique de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à la rubrique 44, dont la force motrice totale est : Déchets non dangereux (traitement mécanique)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (mechanische verwerking)B van meer dan 20 kW B supérieure à 20 kW 1B 49 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques Déchets non dangereux (traitement)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)B. van meer dan 100 t/jaar B supérieure à 100 t/an 1B 50 Verbrandingsinrichtingen van niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 12 t/dag Installations d'incinération de déchets non dangereux d'une capacité inférieure ou égale à 12 t/jour 1B Déchets non dangereux (incinération)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verbranding)51 Inzamelinrichting van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van de inrichting die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit: Installations de collecte de déchets, y compris le dépÎt de ces déchets et à l'exception des installations reprises sous rubriques 44 et 220, d'une capacité : Déchets (collecte)
  Afvalstoffen (inzameling)B van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar B supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B 103 - Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts of ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen;
  - Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen - Installations destinées à la production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais ou de concentrés de minerais ou autre matériau (à l'exception des déchets) selon des procédés métallurgiques ou électrolytiques et dont la capacité est inférieure ou égale à 100.000 t/an de métaux bruts non ferreux ;
  - Installations de calcination et de frittage de minerais métalliques 1B Minerais (traitement)
§ 2. De volgende rubriek wordt toegevoegd in de bijlage I bij het besluit van 20 mei 1999 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot verplichting van het inwinnen van het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp voor bepaalde ingedeelde inrichtingen:
Nr. Rubriek/
  N° rubrique
Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé
44 Inrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit: Installations de tri et/ou de préparation en vue du réemploi des déchets d'une capacité :  Déchets (Centre de tri/Réemploi)
  Afvalstoffen (Sorteercentrum/
  Hergebruik)
 C van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar C supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B  
45.1 Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaats die onder andere rubrieken valt, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets dangereux, à l'exception du dépÎt repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est :  Déchets dangereux (dépÎt) Gevaarlijke afvalstoffen (opslag)
 B van meer dan 5 m B supérieure à 5 m 1B  
45.2 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21° C met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides dont le point d'éclair est inférieur à 21° C d'une capacité :  Déchets dangereux liquides inflammables (dépÎt) Ontvlambare vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)
 A van 50 tot en met 500 l A comprise entre 50 et 500 l 2  
 B van meer dan 500 l B supérieure à 500 l 1B  
45.3 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit: DépÎts de déchets dangereux liquides non repris à la rubrique 45.2 d'une capacité :  Déchets dangereux liquides (dépÎt) Vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)
 A van 100 tot en met 5.000 l A comprise entre 100 et 5.000 l 2  
 B van meer dan 5.000 l B supérieure à 5.000 l 1B  
46 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets dangereux à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques 1B Déchets dangereux
  (traitement)
  Gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)
47 Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets non dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est :  Déchets non dangereux (dépÎt)
  Niet gevaarlijke
  afvalstoffen (opslagplaats)
 A van 100 tot en met 2000 m A comprise entre 100 et 2000 m 2  
 B van meer dan 2000 m B supérieure à 2000 m 1B  
48 Inrichtingen of uitrustingen voor de mechanische verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder rubriek 44 vallen, met een totale drijfkracht: Installations ou équipements pour le traitement mécanique de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à la rubrique 44, dont la force motrice totale est :  Déchets non dangereux (traitement mécanique)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (mechanische verwerking)
 B van meer dan 20 kW B supérieure à 20 kW 1B  
49 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques  Déchets non dangereux (traitement)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)
 B. van meer dan 100 t/jaar B supérieure à 100 t/an 1B  
50 Verbrandingsinrichtingen van niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 12 t/dag Installations d'incinération de déchets non dangereux d'une capacité inférieure ou égale à 12 t/jour 1B Déchets non dangereux (incinération)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verbranding)
51 Inzamelinrichting van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van de inrichting die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit: Installations de collecte de déchets, y compris le dépÎt de ces déchets et à l'exception des installations reprises sous rubriques 44 et 220, d'une capacité :  Déchets (collecte)
  Afvalstoffen (inzameling)
 B van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar B supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B  
103 - Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts of ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen;
  - Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen
- Installations destinées à la production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais ou de concentrés de minerais ou autre matériau (à l'exception des déchets) selon des procédés métallurgiques ou électrolytiques et dont la capacité est inférieure ou égale à 100.000 t/an de métaux bruts non ferreux ;
  - Installations de calcination et de frittage de minerais métalliques
1B Minerais (traitement)
Nr. Rubriek/
  N° rubrique Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé44 Inrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit: Installations de tri et/ou de préparation en vue du réemploi des déchets d'une capacité : Déchets (Centre de tri/Réemploi)
  Afvalstoffen (Sorteercentrum/
  Hergebruik)C van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar C supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B 45.1 Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaats die onder andere rubrieken valt, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets dangereux, à l'exception du dépÎt repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est : Déchets dangereux (dépÎt) Gevaarlijke afvalstoffen (opslag)B van meer dan 5 m B supérieure à 5 m 1B 45.2 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21° C met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides dont le point d'éclair est inférieur à 21° C d'une capacité : Déchets dangereux liquides inflammables (dépÎt) Ontvlambare vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)A van 50 tot en met 500 l A comprise entre 50 et 500 l 2 B van meer dan 500 l B supérieure à 500 l 1B 45.3 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit: DépÎts de déchets dangereux liquides non repris à la rubrique 45.2 d'une capacité : Déchets dangereux liquides (dépÎt) Vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag)A van 100 tot en met 5.000 l A comprise entre 100 et 5.000 l 2 B van meer dan 5.000 l B supérieure à 5.000 l 1B 46 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets dangereux à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques 1B Déchets dangereux
  (traitement)
  Gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)47 Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets non dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est : Déchets non dangereux (dépÎt)
  Niet gevaarlijke
  afvalstoffen (opslagplaats)A van 100 tot en met 2000 m A comprise entre 100 et 2000 m 2 B van meer dan 2000 m B supérieure à 2000 m 1B 48 Inrichtingen of uitrustingen voor de mechanische verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder rubriek 44 vallen, met een totale drijfkracht: Installations ou équipements pour le traitement mécanique de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à la rubrique 44, dont la force motrice totale est : Déchets non dangereux (traitement mécanique)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (mechanische verwerking)B van meer dan 20 kW B supérieure à 20 kW 1B 49 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques Déchets non dangereux (traitement)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)B. van meer dan 100 t/jaar B supérieure à 100 t/an 1B 50 Verbrandingsinrichtingen van niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 12 t/dag Installations d'incinération de déchets non dangereux d'une capacité inférieure ou égale à 12 t/jour 1B Déchets non dangereux (incinération)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (verbranding)51 Inzamelinrichting van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van de inrichting die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit: Installations de collecte de déchets, y compris le dépÎt de ces déchets et à l'exception des installations reprises sous rubriques 44 et 220, d'une capacité : Déchets (collecte)
  Afvalstoffen (inzameling)B van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar B supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B 103 - Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts of ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen;
  - Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen - Installations destinées à la production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais ou de concentrés de minerais ou autre matériau (à l'exception des déchets) selon des procédés métallurgiques ou électrolytiques et dont la capacité est inférieure ou égale à 100.000 t/an de métaux bruts non ferreux ;
  - Installations de calcination et de frittage de minerais métalliques 1B Minerais (traitement)
§ 2. La rubrique suivante est ajoutĂ©e Ă  l'annexe I de l'arrĂȘtĂ© du 20 mai 1999 du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale imposant l'avis du Service Incendie et d'Aide MĂ©dicale Urgente en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale pour certaines installations classĂ©es :
Nr. Rubriek/
  N° rubrique
Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/
  Mot-clé
41.1 Composteercentra met een capaciteit: Centres de compostage d'une capacité :  Compostage/
  Biométhanisation
  Composteren/
  Biomethaniseren
 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B  
41.2 Biomethaniseercentra Centres de biométhanisation 1B
Nr. Rubriek/
  N° rubrique Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/
  Mot-clé41.1 Composteercentra met een capaciteit: Centres de compostage d'une capacité : Compostage/
  Biométhanisation
  Composteren/
  BiomethaniserenB van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B 41.2 Biomethaniseercentra Centres de biométhanisation 1B
§ 3. De rubrieken n° 80 en nr. 81 in de bijlage I bij het besluit van 20 mei 1999 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot verplichting van het inwinnen van het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp voor bepaalde ingedeelde inrichtingen worden geschrapt.
Nr. Rubriek/
  N° rubrique
Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/
  Mot-clé
41.1 Composteercentra met een capaciteit: Centres de compostage d'une capacité :  Compostage/
  Biométhanisation
  Composteren/
  Biomethaniseren
 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B  
41.2 Biomethaniseercentra Centres de biométhanisation 1B
Nr. Rubriek/
  N° rubrique Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/
  Mot-clé41.1 Composteercentra met een capaciteit: Centres de compostage d'une capacité : Compostage/
  Biométhanisation
  Composteren/
  BiomethaniserenB van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B 41.2 Biomethaniseercentra Centres de biométhanisation 1B
§ 3. Les rubriques n° 80 et n° 81 de l'annexe I de l'arrĂȘtĂ© du 20 mai 1999 du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale imposant l'avis du Service Incendie et d'Aide MĂ©dicale Urgente en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale pour certaines installations classĂ©es sont supprimĂ©es.
Art. 5.3. Wijziging van het besluit van 17 december 2009 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten
  § 1. De rubrieken nr. 22, nr. 33, nr. 45, nr. 46, en nr. 103 van de bijlage bij het besluit van 17 december 2009 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten worden respectievelijk vervangen door volgende rubrieken:
Art. 5.3. Modification de l'arrĂȘtĂ© du 17 dĂ©cembre 2009 du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale fixant la liste des activitĂ©s Ă  risque
  § 1. Les rubriques n° 22, n° 33, n° 45, n° 46 et n° 103 de l'annexe de l'arrĂȘtĂ© du 17 dĂ©cembre 2009 du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale fixant la liste des activitĂ©s Ă  risque sont remplacĂ©es respectivement par les rubriques suivantes :
Nr. Rubriek/
  N° rubrique
Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé Beperking Limitations
22.1 Opslagplaatsen voor slib met een voor opslag bestemde totale oppervlakte tot en met 100 m DépÎts de boues dont la surface totale destinée au stockage sur le site est inférieure ou égale à 100 m 1C Boues, terres excavées (dépÎt)/Slib, uitgegraven grond (opslag) Worden niet als risicoactiveiten beschouwd : de opslagplaatsen voor en de verwerking van slib en/of uitgegraven grond die de interventienormen niet overschrijden Ne sont pas considérées comme activité à risque : les dépÎts de et le traitement de boues et/ou de terres excavées ne dépassant pas les normes d'intervention
22.2 Opslagplaatsen voor slib en/of uitgegraven grond met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 100 m DépÎts de boues et/ou de terres excavées dont la surface totale destinée au stockage sur le site est supérieure à 100 m 1B    
22.3 Verwerkingsinrichting, met inbegrip van de inzameling, van slib en/of uitgegraven grond Installation de traitement, y compris la collecte, de boues et/ou de terres excavées  Boues, terres excavées (verwerking)/Slib, uitgegraven grond (traitement)   
 A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2    
 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 à 1000 t/an 1B    
33 Inrichtingen voor het schoonmaken en herconditioneren van vaten, containers en tanken die gevaarlijke stoffen hebben bevat (stoffen gekarakteriseerd door een gevaarseigenschap " H") Installations pour le nettoyage et le reconditionnement de fûts, conteneurs et citernes ayant contenu des substances dangereuses (substances caractérisées par une mention de danger "H" ) 1B Citernes (nettoyage)/
  Tanken (schoonmaak)
Zijn risicoactiviteiten als de bedoelde substanties volgens de CLP-verordening geklasseerd zijn als producten die een risico of een gevaar voor de gezondheid inhouden, anders dan corrosief en irriterend, of voor het leefmilieu, anders dan voor de ozonlaag* Sont des activités à risque si les substances visées sont classées selon le rÚglement CLP comme présentant un risque ou un danger envers la santé autre que corrosif et irritant, ou envers l'environnement autre que pour la couche d'ozone*
41.2 Biomethaniseercentra Centres de biométhanisation 1B Compostage/
  Biométhanisation
  Composteren/
  Biomethaniseren
Worden niet als risicoactiveiten beschouwd : de biomethaniseercentra die enkel afvalstoffen of producten van plantaardige oorsprong verwerken Ne sont pas considérées comme activité à risque : les centres de biométhanisation ne traitant que des déchets ou des produits d'origine végétale
45.1 Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est :  Déchets dangereux (dépÎt) Gevaarlijke afvalstoffen (opslag)   
 B van meer dan 5 m B supérieure à 5 m 1B    
45.2 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21° C met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides dont le point d'éclair est inférieur à 21° C d'une capacité :  Déchets dangereux liquides inflammables (dépÎt) Ontvlambare vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag) Worden uitsluitend als risicoactiviteiten beschouwd: de opslagplaatsen van vloeibare gevaarlijke ontvlambare afvalstoffen als de bedoelde substanties volgens de CLP-verordening geklasseerd zijn als producten die een risico of een gevaar voor de gezondheid inhouden, anders dan corrosief en irriterend, of voor het leefmilieu, anders dan voor de ozonlaag* Sont exclusivement considérés comme activités à risque : les dépÎts de déchets dangereux liquides inflammables si les substances visées sont classées selon le rÚglement CLP comme présentant un risque ou un danger envers la santé autre que corrosif et irritant, ou envers l'environnement autre que pour la couche d'ozone*
 B van meer dan 500 l B supérieure à 500 l 1B    
45.3 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides à l'exception du dépÎt repris à la rubrique 45.2 d'une capacité :  Déchets dangereux liquides (dépÎt) Vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag) Worden uitsluitend als risicoactiviteiten beschouwd: de opslagplaatsen van vloeibare gevaarlijke afvalstoffen van meer dan 2000 liter en als de bedoelde substanties volgens de CLP-verordening geklasseerd zijn als producten die een risico of een gevaar voor de gezondheid inhouden, anders dan corrosief en irriterend, of voor het leefmilieu, anders dan voor de ozonlaag* Sont exclusivement considérés comme activités à risque : les dépÎts de déchets dangereux liquides de plus de 2000 litres et si les substances visées sont classées selon le rÚglement CLP comme présentant un risque ou un danger envers la santé autre que corrosif et irritant, ou envers l'environnement autre que pour la couche d'ozone*
 A van 100 tot en met 5.000 l A comprise entre 100 et 5.000 l 2    
 B van meer dan 5.000 l B supérieure à 5.000 l 1B    
46 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets dangereux à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques 1B Déchets dangereux (traitement)
  Gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)
Worden niet als risicoactiviteiten beschouwd: apparaten voor de distillatie van gebruikte solventen met een totale capaciteit lager dan 250 liter en enkel bestemd voor de behandeling van solventen afkomstig van de inrichting. Ne sont pas considérées comme des activités à risque : appareils de distillation de solvants usagés d'une capacité totale inférieure à 250 litres et destinés exclusivement au traitement des solvants provenant de l'établissement
47 Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets non dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est :  Déchets non dangereux (dépÎt)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (opslagplaats)
Worden niet als risicoactiviteiten beschouwd : de opslagplaatsen van niet gevaarlijke inerte afvalstoffen Ne sont pas considérés comme des activités à risque : les dépÎts de déchets non dangereux inertes
 B van meer dan 2000 m B supérieure à 2000 m 1B    
103 - Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts of ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen;- Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen - Installations destinées à la production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais ou de concentrés de minerais ou autre matériau (à l'exception de déchets) selon des procédés métallurgiques ou électrolytiques et dont la capacité est inférieure ou égale à 100.000 t/an de métaux bruts non ferreux;- Installations de calcination et de frittage de minerais métalliques 1B Minerais (traitement)
  Erts (bewerking)
 
Nr. Rubriek/
  N° rubrique Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé Beperking Limitations22.1 Opslagplaatsen voor slib met een voor opslag bestemde totale oppervlakte tot en met 100 m DépÎts de boues dont la surface totale destinée au stockage sur le site est inférieure ou égale à 100 m 1C Boues, terres excavées (dépÎt)/Slib, uitgegraven grond (opslag) Worden niet als risicoactiveiten beschouwd : de opslagplaatsen voor en de verwerking van slib en/of uitgegraven grond die de interventienormen niet overschrijden Ne sont pas considérées comme activité à risque : les dépÎts de et le traitement de boues et/ou de terres excavées ne dépassant pas les normes d'intervention22.2 Opslagplaatsen voor slib en/of uitgegraven grond met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 100 m DépÎts de boues et/ou de terres excavées dont la surface totale destinée au stockage sur le site est supérieure à 100 m 1B 22.3 Verwerkingsinrichting, met inbegrip van de inzameling, van slib en/of uitgegraven grond Installation de traitement, y compris la collecte, de boues et/ou de terres excavées Boues, terres excavées (verwerking)/Slib, uitgegraven grond (traitement) A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 à 1000 t/an 1B 33 Inrichtingen voor het schoonmaken en herconditioneren van vaten, containers en tanken die gevaarlijke stoffen hebben bevat (stoffen gekarakteriseerd door een gevaarseigenschap " H") Installations pour le nettoyage et le reconditionnement de fûts, conteneurs et citernes ayant contenu des substances dangereuses (substances caractérisées par une mention de danger "H" ) 1B Citernes (nettoyage)/
  Tanken (schoonmaak) Zijn risicoactiviteiten als de bedoelde substanties volgens de CLP-verordening geklasseerd zijn als producten die een risico of een gevaar voor de gezondheid inhouden, anders dan corrosief en irriterend, of voor het leefmilieu, anders dan voor de ozonlaag* Sont des activités à risque si les substances visées sont classées selon le rÚglement CLP comme présentant un risque ou un danger envers la santé autre que corrosif et irritant, ou envers l'environnement autre que pour la couche d'ozone*41.2 Biomethaniseercentra Centres de biométhanisation 1B Compostage/
  Biométhanisation
  Composteren/
  Biomethaniseren Worden niet als risicoactiveiten beschouwd : de biomethaniseercentra die enkel afvalstoffen of producten van plantaardige oorsprong verwerken Ne sont pas considérées comme activité à risque : les centres de biométhanisation ne traitant que des déchets ou des produits d'origine végétale45.1 Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est : Déchets dangereux (dépÎt) Gevaarlijke afvalstoffen (opslag) B van meer dan 5 m B supérieure à 5 m 1B 45.2 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21° C met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides dont le point d'éclair est inférieur à 21° C d'une capacité : Déchets dangereux liquides inflammables (dépÎt) Ontvlambare vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag) Worden uitsluitend als risicoactiviteiten beschouwd: de opslagplaatsen van vloeibare gevaarlijke ontvlambare afvalstoffen als de bedoelde substanties volgens de CLP-verordening geklasseerd zijn als producten die een risico of een gevaar voor de gezondheid inhouden, anders dan corrosief en irriterend, of voor het leefmilieu, anders dan voor de ozonlaag* Sont exclusivement considérés comme activités à risque : les dépÎts de déchets dangereux liquides inflammables si les substances visées sont classées selon le rÚglement CLP comme présentant un risque ou un danger envers la santé autre que corrosif et irritant, ou envers l'environnement autre que pour la couche d'ozone*B van meer dan 500 l B supérieure à 500 l 1B 45.3 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides à l'exception du dépÎt repris à la rubrique 45.2 d'une capacité : Déchets dangereux liquides (dépÎt) Vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag) Worden uitsluitend als risicoactiviteiten beschouwd: de opslagplaatsen van vloeibare gevaarlijke afvalstoffen van meer dan 2000 liter en als de bedoelde substanties volgens de CLP-verordening geklasseerd zijn als producten die een risico of een gevaar voor de gezondheid inhouden, anders dan corrosief en irriterend, of voor het leefmilieu, anders dan voor de ozonlaag* Sont exclusivement considérés comme activités à risque : les dépÎts de déchets dangereux liquides de plus de 2000 litres et si les substances visées sont classées selon le rÚglement CLP comme présentant un risque ou un danger envers la santé autre que corrosif et irritant, ou envers l'environnement autre que pour la couche d'ozone*A van 100 tot en met 5.000 l A comprise entre 100 et 5.000 l 2 B van meer dan 5.000 l B supérieure à 5.000 l 1B 46 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets dangereux à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques 1B Déchets dangereux (traitement)
  Gevaarlijke afvalstoffen (verwerking) Worden niet als risicoactiviteiten beschouwd: apparaten voor de distillatie van gebruikte solventen met een totale capaciteit lager dan 250 liter en enkel bestemd voor de behandeling van solventen afkomstig van de inrichting. Ne sont pas considérées comme des activités à risque : appareils de distillation de solvants usagés d'une capacité totale inférieure à 250 litres et destinés exclusivement au traitement des solvants provenant de l'établissement47 Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets non dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est : Déchets non dangereux (dépÎt)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (opslagplaats) Worden niet als risicoactiviteiten beschouwd : de opslagplaatsen van niet gevaarlijke inerte afvalstoffen Ne sont pas considérés comme des activités à risque : les dépÎts de déchets non dangereux inertesB van meer dan 2000 m B supérieure à 2000 m 1B 103 - Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts of ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen;- Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen - Installations destinées à la production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais ou de concentrés de minerais ou autre matériau (à l'exception de déchets) selon des procédés métallurgiques ou électrolytiques et dont la capacité est inférieure ou égale à 100.000 t/an de métaux bruts non ferreux;- Installations de calcination et de frittage de minerais métalliques 1B Minerais (traitement)
  Erts (bewerking)
§ 2. De volgende rubriek wordt toegevoegd in de bijlage bij het besluit van 17 december 2009 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten:
Nr. Rubriek/
  N° rubrique
Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé Beperking Limitations
22.1 Opslagplaatsen voor slib met een voor opslag bestemde totale oppervlakte tot en met 100 m DépÎts de boues dont la surface totale destinée au stockage sur le site est inférieure ou égale à 100 m 1C Boues, terres excavées (dépÎt)/Slib, uitgegraven grond (opslag) Worden niet als risicoactiveiten beschouwd : de opslagplaatsen voor en de verwerking van slib en/of uitgegraven grond die de interventienormen niet overschrijden Ne sont pas considérées comme activité à risque : les dépÎts de et le traitement de boues et/ou de terres excavées ne dépassant pas les normes d'intervention
22.2 Opslagplaatsen voor slib en/of uitgegraven grond met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 100 m DépÎts de boues et/ou de terres excavées dont la surface totale destinée au stockage sur le site est supérieure à 100 m 1B    
22.3 Verwerkingsinrichting, met inbegrip van de inzameling, van slib en/of uitgegraven grond Installation de traitement, y compris la collecte, de boues et/ou de terres excavées  Boues, terres excavées (verwerking)/Slib, uitgegraven grond (traitement)   
 A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2    
 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 à 1000 t/an 1B    
33 Inrichtingen voor het schoonmaken en herconditioneren van vaten, containers en tanken die gevaarlijke stoffen hebben bevat (stoffen gekarakteriseerd door een gevaarseigenschap " H") Installations pour le nettoyage et le reconditionnement de fûts, conteneurs et citernes ayant contenu des substances dangereuses (substances caractérisées par une mention de danger "H" ) 1B Citernes (nettoyage)/
  Tanken (schoonmaak)
Zijn risicoactiviteiten als de bedoelde substanties volgens de CLP-verordening geklasseerd zijn als producten die een risico of een gevaar voor de gezondheid inhouden, anders dan corrosief en irriterend, of voor het leefmilieu, anders dan voor de ozonlaag* Sont des activités à risque si les substances visées sont classées selon le rÚglement CLP comme présentant un risque ou un danger envers la santé autre que corrosif et irritant, ou envers l'environnement autre que pour la couche d'ozone*
41.2 Biomethaniseercentra Centres de biométhanisation 1B Compostage/
  Biométhanisation
  Composteren/
  Biomethaniseren
Worden niet als risicoactiveiten beschouwd : de biomethaniseercentra die enkel afvalstoffen of producten van plantaardige oorsprong verwerken Ne sont pas considérées comme activité à risque : les centres de biométhanisation ne traitant que des déchets ou des produits d'origine végétale
45.1 Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est :  Déchets dangereux (dépÎt) Gevaarlijke afvalstoffen (opslag)   
 B van meer dan 5 m B supérieure à 5 m 1B    
45.2 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21° C met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides dont le point d'éclair est inférieur à 21° C d'une capacité :  Déchets dangereux liquides inflammables (dépÎt) Ontvlambare vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag) Worden uitsluitend als risicoactiviteiten beschouwd: de opslagplaatsen van vloeibare gevaarlijke ontvlambare afvalstoffen als de bedoelde substanties volgens de CLP-verordening geklasseerd zijn als producten die een risico of een gevaar voor de gezondheid inhouden, anders dan corrosief en irriterend, of voor het leefmilieu, anders dan voor de ozonlaag* Sont exclusivement considérés comme activités à risque : les dépÎts de déchets dangereux liquides inflammables si les substances visées sont classées selon le rÚglement CLP comme présentant un risque ou un danger envers la santé autre que corrosif et irritant, ou envers l'environnement autre que pour la couche d'ozone*
 B van meer dan 500 l B supérieure à 500 l 1B    
45.3 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides à l'exception du dépÎt repris à la rubrique 45.2 d'une capacité :  Déchets dangereux liquides (dépÎt) Vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag) Worden uitsluitend als risicoactiviteiten beschouwd: de opslagplaatsen van vloeibare gevaarlijke afvalstoffen van meer dan 2000 liter en als de bedoelde substanties volgens de CLP-verordening geklasseerd zijn als producten die een risico of een gevaar voor de gezondheid inhouden, anders dan corrosief en irriterend, of voor het leefmilieu, anders dan voor de ozonlaag* Sont exclusivement considérés comme activités à risque : les dépÎts de déchets dangereux liquides de plus de 2000 litres et si les substances visées sont classées selon le rÚglement CLP comme présentant un risque ou un danger envers la santé autre que corrosif et irritant, ou envers l'environnement autre que pour la couche d'ozone*
 A van 100 tot en met 5.000 l A comprise entre 100 et 5.000 l 2    
 B van meer dan 5.000 l B supérieure à 5.000 l 1B    
46 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets dangereux à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques 1B Déchets dangereux (traitement)
  Gevaarlijke afvalstoffen (verwerking)
Worden niet als risicoactiviteiten beschouwd: apparaten voor de distillatie van gebruikte solventen met een totale capaciteit lager dan 250 liter en enkel bestemd voor de behandeling van solventen afkomstig van de inrichting. Ne sont pas considérées comme des activités à risque : appareils de distillation de solvants usagés d'une capacité totale inférieure à 250 litres et destinés exclusivement au traitement des solvants provenant de l'établissement
47 Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets non dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est :  Déchets non dangereux (dépÎt)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (opslagplaats)
Worden niet als risicoactiviteiten beschouwd : de opslagplaatsen van niet gevaarlijke inerte afvalstoffen Ne sont pas considérés comme des activités à risque : les dépÎts de déchets non dangereux inertes
 B van meer dan 2000 m B supérieure à 2000 m 1B    
103 - Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts of ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen;- Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen - Installations destinées à la production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais ou de concentrés de minerais ou autre matériau (à l'exception de déchets) selon des procédés métallurgiques ou électrolytiques et dont la capacité est inférieure ou égale à 100.000 t/an de métaux bruts non ferreux;- Installations de calcination et de frittage de minerais métalliques 1B Minerais (traitement)
  Erts (bewerking)
 
Nr. Rubriek/
  N° rubrique Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé Beperking Limitations22.1 Opslagplaatsen voor slib met een voor opslag bestemde totale oppervlakte tot en met 100 m DépÎts de boues dont la surface totale destinée au stockage sur le site est inférieure ou égale à 100 m 1C Boues, terres excavées (dépÎt)/Slib, uitgegraven grond (opslag) Worden niet als risicoactiveiten beschouwd : de opslagplaatsen voor en de verwerking van slib en/of uitgegraven grond die de interventienormen niet overschrijden Ne sont pas considérées comme activité à risque : les dépÎts de et le traitement de boues et/ou de terres excavées ne dépassant pas les normes d'intervention22.2 Opslagplaatsen voor slib en/of uitgegraven grond met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 100 m DépÎts de boues et/ou de terres excavées dont la surface totale destinée au stockage sur le site est supérieure à 100 m 1B 22.3 Verwerkingsinrichting, met inbegrip van de inzameling, van slib en/of uitgegraven grond Installation de traitement, y compris la collecte, de boues et/ou de terres excavées Boues, terres excavées (verwerking)/Slib, uitgegraven grond (traitement) A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 à 1000 t/an 1B 33 Inrichtingen voor het schoonmaken en herconditioneren van vaten, containers en tanken die gevaarlijke stoffen hebben bevat (stoffen gekarakteriseerd door een gevaarseigenschap " H") Installations pour le nettoyage et le reconditionnement de fûts, conteneurs et citernes ayant contenu des substances dangereuses (substances caractérisées par une mention de danger "H" ) 1B Citernes (nettoyage)/
  Tanken (schoonmaak) Zijn risicoactiviteiten als de bedoelde substanties volgens de CLP-verordening geklasseerd zijn als producten die een risico of een gevaar voor de gezondheid inhouden, anders dan corrosief en irriterend, of voor het leefmilieu, anders dan voor de ozonlaag* Sont des activités à risque si les substances visées sont classées selon le rÚglement CLP comme présentant un risque ou un danger envers la santé autre que corrosif et irritant, ou envers l'environnement autre que pour la couche d'ozone*41.2 Biomethaniseercentra Centres de biométhanisation 1B Compostage/
  Biométhanisation
  Composteren/
  Biomethaniseren Worden niet als risicoactiveiten beschouwd : de biomethaniseercentra die enkel afvalstoffen of producten van plantaardige oorsprong verwerken Ne sont pas considérées comme activité à risque : les centres de biométhanisation ne traitant que des déchets ou des produits d'origine végétale45.1 Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est : Déchets dangereux (dépÎt) Gevaarlijke afvalstoffen (opslag) B van meer dan 5 m B supérieure à 5 m 1B 45.2 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21° C met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides dont le point d'éclair est inférieur à 21° C d'une capacité : Déchets dangereux liquides inflammables (dépÎt) Ontvlambare vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag) Worden uitsluitend als risicoactiviteiten beschouwd: de opslagplaatsen van vloeibare gevaarlijke ontvlambare afvalstoffen als de bedoelde substanties volgens de CLP-verordening geklasseerd zijn als producten die een risico of een gevaar voor de gezondheid inhouden, anders dan corrosief en irriterend, of voor het leefmilieu, anders dan voor de ozonlaag* Sont exclusivement considérés comme activités à risque : les dépÎts de déchets dangereux liquides inflammables si les substances visées sont classées selon le rÚglement CLP comme présentant un risque ou un danger envers la santé autre que corrosif et irritant, ou envers l'environnement autre que pour la couche d'ozone*B van meer dan 500 l B supérieure à 500 l 1B 45.3 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit : DépÎts de déchets dangereux liquides à l'exception du dépÎt repris à la rubrique 45.2 d'une capacité : Déchets dangereux liquides (dépÎt) Vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag) Worden uitsluitend als risicoactiviteiten beschouwd: de opslagplaatsen van vloeibare gevaarlijke afvalstoffen van meer dan 2000 liter en als de bedoelde substanties volgens de CLP-verordening geklasseerd zijn als producten die een risico of een gevaar voor de gezondheid inhouden, anders dan corrosief en irriterend, of voor het leefmilieu, anders dan voor de ozonlaag* Sont exclusivement considérés comme activités à risque : les dépÎts de déchets dangereux liquides de plus de 2000 litres et si les substances visées sont classées selon le rÚglement CLP comme présentant un risque ou un danger envers la santé autre que corrosif et irritant, ou envers l'environnement autre que pour la couche d'ozone*A van 100 tot en met 5.000 l A comprise entre 100 et 5.000 l 2 B van meer dan 5.000 l B supérieure à 5.000 l 1B 46 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets dangereux à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques 1B Déchets dangereux (traitement)
  Gevaarlijke afvalstoffen (verwerking) Worden niet als risicoactiviteiten beschouwd: apparaten voor de distillatie van gebruikte solventen met een totale capaciteit lager dan 250 liter en enkel bestemd voor de behandeling van solventen afkomstig van de inrichting. Ne sont pas considérées comme des activités à risque : appareils de distillation de solvants usagés d'une capacité totale inférieure à 250 litres et destinés exclusivement au traitement des solvants provenant de l'établissement47 Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte: DépÎts de déchets non dangereux, à l'exception des dépÎts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est : Déchets non dangereux (dépÎt)
  Niet gevaarlijke afvalstoffen (opslagplaats) Worden niet als risicoactiviteiten beschouwd : de opslagplaatsen van niet gevaarlijke inerte afvalstoffen Ne sont pas considérés comme des activités à risque : les dépÎts de déchets non dangereux inertesB van meer dan 2000 m B supérieure à 2000 m 1B 103 - Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts of ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen;- Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen - Installations destinées à la production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais ou de concentrés de minerais ou autre matériau (à l'exception de déchets) selon des procédés métallurgiques ou électrolytiques et dont la capacité est inférieure ou égale à 100.000 t/an de métaux bruts non ferreux;- Installations de calcination et de frittage de minerais métalliques 1B Minerais (traitement)
  Erts (bewerking)
§ 2. La rubrique suivante est ajoutĂ©e Ă  l'annexe de l'arrĂȘtĂ© du 17 dĂ©cembre 2009 du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale fixant la liste des activitĂ©s Ă  risque :
Nr. Rubriek/
  N° rubrique
Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé Beperking Limitations
51 Inzamelinrichting van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van inrichtingen die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit: Installation de collecte de déchets, y compris le dépÎt de ces déchets et à l'exception des installations reprises sous rubriques 44 et 220, d'une capacité :  Déchets (collecte)
  Afvalstoffen
  (inzameling)
Worden niet als risicoactiviteiten beschouwd: de inzamelinrichting uitsluitend bestemd voor niet gevaarlijke afvalstoffen, huishoudelijke afvalstoffen of afgedankte elektrische en elektronische apparatuur Ne sont pas considérées comme activité à risque : les installations de collecte destinées exclusivement aux déchets non dangereux, déchets ménagers ou déchets d'équipements électriques et électroniques
 B van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar B supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B   
Nr. Rubriek/
  N° rubrique Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé Beperking Limitations51 Inzamelinrichting van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van inrichtingen die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit: Installation de collecte de déchets, y compris le dépÎt de ces déchets et à l'exception des installations reprises sous rubriques 44 et 220, d'une capacité : Déchets (collecte)
  Afvalstoffen
  (inzameling) Worden niet als risicoactiviteiten beschouwd: de inzamelinrichting uitsluitend bestemd voor niet gevaarlijke afvalstoffen, huishoudelijke afvalstoffen of afgedankte elektrische en elektronische apparatuur Ne sont pas considérées comme activité à risque : les installations de collecte destinées exclusivement aux déchets non dangereux, déchets ménagers ou déchets d'équipements électriques et électroniquesB van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar B supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B
§ 3. De rubrieken nr. 80 en nr. 81 in de bijlage bij het besluit van 17 december 2009 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten worden geschrapt.
Nr. Rubriek/
  N° rubrique
Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé Beperking Limitations
51 Inzamelinrichting van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van inrichtingen die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit: Installation de collecte de déchets, y compris le dépÎt de ces déchets et à l'exception des installations reprises sous rubriques 44 et 220, d'une capacité :  Déchets (collecte)
  Afvalstoffen
  (inzameling)
Worden niet als risicoactiviteiten beschouwd: de inzamelinrichting uitsluitend bestemd voor niet gevaarlijke afvalstoffen, huishoudelijke afvalstoffen of afgedankte elektrische en elektronische apparatuur Ne sont pas considérées comme activité à risque : les installations de collecte destinées exclusivement aux déchets non dangereux, déchets ménagers ou déchets d'équipements électriques et électroniques
 B van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar B supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B   
Nr. Rubriek/
  N° rubrique Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé Beperking Limitations51 Inzamelinrichting van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van inrichtingen die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit: Installation de collecte de déchets, y compris le dépÎt de ces déchets et à l'exception des installations reprises sous rubriques 44 et 220, d'une capacité : Déchets (collecte)
  Afvalstoffen
  (inzameling) Worden niet als risicoactiviteiten beschouwd: de inzamelinrichting uitsluitend bestemd voor niet gevaarlijke afvalstoffen, huishoudelijke afvalstoffen of afgedankte elektrische en elektronische apparatuur Ne sont pas considérées comme activité à risque : les installations de collecte destinées exclusivement aux déchets non dangereux, déchets ménagers ou déchets d'équipements électriques et électroniquesB van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar B supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B
§ 3. Les rubriques n° 80 et n° 81 de l'annexe de l'arrĂȘtĂ© du 17 dĂ©cembre 2009 du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale fixant la liste des activitĂ©s Ă  risque sont supprimĂ©es.
HOOFDSTUK 2. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions abrogatoires
Afdeling 1. - Gedeeltelijke opheffing
Section 1re. - Abrogation partielle
Art. 5.4. De artikelen 15 en 16 van het besluit van 21 november 2002 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de verbranding van afval worden opgeheven bij het van kracht worden van huidig besluit.
Art. 5.4. Les articles 15 et 16 de l'arrĂȘtĂ© du 21 novembre 2002 du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale relatif Ă  l'incinĂ©ration des dĂ©chets sont abrogĂ©s au jour de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Afdeling 2. - Volledige opheffing
Section 2. - Abrogation complĂšte
Art. 5.5. De volgende besluiten worden opgeheven bij het van kracht worden van huidig besluit:
  - het besluit van de Executieve van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 19 september 1991 houdende regeling van de verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen;
  - het besluit van de Executieve van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 19 september 1991 houdende regeling van de verwijdering van afvalolie;
  - het besluit van de Executieve van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 19 september 1991 houdende regeling van de verwijdering van PCB's;
  - het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 7 juli 1994 betreffende de internationale invoer en uitvoer van afvalstoffen;
  - het ministerieel besluit van 15 september 1994 houdende verscheidene uitvoeringsmaatregelen van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 7 juli 1994 betreffende de internationale invoer en uitvoer van afvalstoffen;
  - het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2012 betreffende de registratie van ophalers en vervoerders van niet-gevaarlijke niet-huishoudelijke afvalstoffen;
  - het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2012 tot bepaling van de voorschriften voor de tenuitvoerlegging van de sorteerplicht voor houders van afvalstoffen andere dan huishoudelijke.
  - het besluit van 18 juli 2002 tot invoering van een terugnameplicht voor sommige afvalstoffen met het oog op hun nuttige toepassing of hun verwijdering, zoals gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 april 2004, het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 2004, het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 maart 2006, het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 oktober 2008, het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 10 december 2009 en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 maart 2011, met uitzondering van artikel 2, leed 4, 4°, van artikels 3, 4 en 6, voor wat de afgewerkte voedingsolie en vetten afkomstig van de huishoudens, die vanaf 1 januari 2019 worden opgeheven;
  - het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 2004 betreffende de beheerders van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, zoals gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 oktober 2010 en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 maart 2011;
  - het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25 april 2002 tot vaststelling van de lijst van afvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen;
Art. 5.5. Les arrĂȘtĂ©s suivants sont abrogĂ©s Ă  l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© :
  - l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 19 septembre 1991 rĂ©glant l'Ă©limination des dĂ©chets dangereux ;
  - l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 19 septembre 1991 rĂ©glant l'Ă©limination des huiles usagĂ©es ;
  - l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 19 septembre 1991 rĂ©glant l'Ă©limination des PCB ;
  - l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 7 juillet 1994 relatif Ă  l'importation et Ă  l'exportation internationale de dĂ©chets ;
  - l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 15 septembre 1994 portant diverses mesures d'exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 7 juillet 1994 relatif Ă  l'importation et Ă  l'exportation internationales de dĂ©chets ;
  - l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 21 juin 2012 relatif Ă  l'enregistrement des collecteurs et des transporteurs de dĂ©chets non dangereux autres que mĂ©nagers ;
  - l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 21 juin 2012 dĂ©terminant les rĂšgles de mise en oeuvre de l'obligation de tri pour les dĂ©tenteurs de dĂ©chets autres que mĂ©nagers.
  - l'arrĂȘtĂ© du 18 juillet 2002 instaurant une obligation de reprise de certains dĂ©chets en vue de leur valorisation ou de leur Ă©limination tel que modifiĂ© par l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 15 Avril 2004, par l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 3 Juin 2004, par l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 23 Mars 2006, par l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 23 Octobre 2008, par l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 10 DĂ©cembre 2009 et par l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 03 mars 2011, Ă  l'exception de l' article 2 alinĂ©a 4, 4°, des articles 3, 4 et 6, pour ce qui concerne les huiles et graisses alimentaires mĂ©nagĂšres, qui sont abrogĂ©s Ă  partir du 1er janvier 2019;
  - l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 3 juin 2004 relatif aux gestionnaires de dĂ©chets d'Ă©quipements Ă©lectriques et Ă©lectroniques tel que modifiĂ© par l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 28 octobre 2010 et par l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 18 mars 2011;
  - l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 25 avril 2002 Ă©tablissant la liste de dĂ©chets et de dĂ©chets dangereux ;
Art. 5.6. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 januari 1997 betreffende het afvalregister wordt opgeheven op 1 januari 2018.
Art. 5.6. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 30 janvier 1997 relatif au registre de dĂ©chets est abrogĂ© le 1er janvier 2018.
HOOFDSTUK 3. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions transitoires et finales
Afdeling 1. - Inwerkingtreding
Section 1re. - Entrée en vigueur
Art. 5.7. § 1 Huidig besluit treedt in werking 10 dagen na zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad.
  § 2. Artikel 1.8 treedt in werking op 1 januari 2018.
  § 3. Met uitzondering van artikel 4.2.3 dat inwerkingtreedt 10 dagen na publicatie van huidig besluit in het Belgisch Staatsblad, treedt titel IV, hoofdstuk II in op1 januari 2019.
Art. 5.7. § 1er Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur 10 jours aprĂšs sa publication au Moniteur belge.
  § 2. L'article 1.8 entre en vigueur le 1er janvier 2018.
  § 3. A l'exception de l'article 4.2.3 qui entre en vigueur 10 jours aprĂšs la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ© au Moniteur belge, le titre IV, chapitre II entre en vigueur le 1er janvier 2019.
Art. 5.8. Huidige registraties en erkenningen
  § 1. De persoon die geregistreerd is als vervoerder van niet-gevaarlijke niet-huishoudelijke afvalstoffen volgens de bepalingen van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2012 betreffende de registratie van ophalers en vervoerders van niet-gevaarlijke niet-huishoudelijke afvalstoffen, wordt van rechtswege geregistreerd als vervoerder.
  § 2. De persoon die geregistreerd is als ophaler van niet-gevaarlijke niet-huishoudelijke afvalstoffen volgens de bepalingen van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2012 betreffende de registratie van ophalers en vervoerders van niet-gevaarlijke niet-huishoudelijke afvalstoffen, wordt van rechtswege geregistreerd als inzamelaar, handelaar of makelaar van niet gevaarlijke afvalstoffen.
  § 3. De houder van een erkenning die werd afgeleverd volgens de bepalingen van:
  - het besluit van 19 september 1991 van de Executieve van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende regeling van de verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen;
  - het besluit van 19 september 1991 van de Executieve van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende regeling van de verwijdering van afvaloliën;
  - het besluit van 19 september 1991 van de Executieve van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende regeling van de verwijdering van PCB's;
  wordt van rechtswege erkend als inzamelaar, handelaar of makelaar van gevaarlijke afvalstoffen voor de duurtijd zoals bepaald in zijn huidige erkenningbesluit.
  § 4. De in paragraaf 1 en 2 bedoelde geregistreerde persoon en de houder van de erkenning bedoeld in paragraaf 3 oefenen hun activiteit uit conform aan huidig besluit, niettegenstaande tegenstrijdige bepalingen opgenomen in hun registratie of erkenning.
  § 5. De houder van de erkenning bekomen in het kader van het besluit van 3 juni 2004 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de beheerders van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, stuurt het formulier van bijlage 9, volledig ingevuld, op aan het Instituut.
Art. 5.8. Enregistrements et agréments actuels
  § 1. La personne enregistrĂ©e en tant que transporteur de dĂ©chets non dangereux autres que mĂ©nagers conformĂ©ment aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 21 juin 2012 relatif Ă  l'enregistrement des collecteurs et des transporteurs de dĂ©chets non dangereux autres que mĂ©nagers est enregistrĂ©e de plein droit en tant que transporteur.
  § 2. La personne enregistrĂ©e en tant que collecteur de dĂ©chets non dangereux autres que mĂ©nagers conformĂ©ment aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 21 juin 2012 relatif Ă  l'enregistrement des collecteurs et des transporteurs de dĂ©chets non dangereux autres que mĂ©nagers est enregistrĂ©e de plein droit en tant que collecteur, nĂ©gociant ou courtier de dĂ©chets non dangereux.
  § 3. Le titulaire d'un agrément délivré conformément aux dispositions :
  - de l'arrĂȘtĂ© du 19 septembre 1991 de l'ExĂ©cutif de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale rĂ©glant l'Ă©limination des dĂ©chets dangereux ;
  - de l'arrĂȘtĂ© du 19 septembre 1991 de l'ExĂ©cutif de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale rĂ©glant l'Ă©limination des huiles usagĂ©es ;
  - de l'arrĂȘtĂ© du 19 septembre 1991 de l'ExĂ©cutif de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale rĂ©glant l'Ă©limination des PCB ;
  est agréé de plein droit en tant que collecteur, nĂ©gociant ou courtier de dĂ©chets dangereux pour la durĂ©e prĂ©cisĂ©e dans l'arrĂȘtĂ© lui octroyant l'agrĂ©ment.
  § 4. La personne enregistrĂ©e visĂ©e aux paragraphes 1 Ă  2 et le titulaire de l'agrĂ©ment visĂ© au paragraphe 3 exercent leurs activitĂ©s conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, nonobstant toute dispositions contraires dans leur enregistrement ou leur agrĂ©ment.
  § 5. Le titulaire de l'agrĂ©ment obtenu en vertu de l'arrĂȘtĂ© du 3 juin 2004 du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale relatif aux gestionnaires de dĂ©chets d'Ă©quipements Ă©lectriques et Ă©lectroniques transmet Ă  l'Institut le formulaire de l'annexe 9 dĂ»ment complĂ©tĂ©.
Art. 5.9. De producent die zijn uitgebreide producentveranwoordelijkheid verplichtingen niet uitvoert via een erkende organisatie of via een milieubeleidovereenkomst, dient zijn eerste plan voor de preventie en het beheer van afvalstoffen bedoeld in artikel 2.2.9 in te dienen binnen een termijn van één maand vanaf de inwerkingtreding van de uitgebreide producentverantwoordelijkheid waaraan hij krachtens artikel 2.1.1 wordt onderworpen.
Art. 5.9. Le producteur qui n'exécute pas ses obligations découlant de la responsabilité élargie du producteur via un organisme agréé ou via une convention environnementale est tenu d'introduire son premier plan de prévention et de gestion visé à l'article 2.2.9 dans un délai d'un mois à dater de l'entrée en vigueur de la responsabilité élargie du producteur auquel il est soumis en vertu de l'article 2.1.1.
Afdeling 2. - Slotbepaling
Section 2. - Disposition finale
Art. 5.10. De Minister bevoegd voor het Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5.10. Le Ministre qui a l'Environnement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. Bijlagen
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-01-2017, p. 1870)
Art. N. Annexes
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 13-01-2017, p. 1870)
  Gewijzigd door:
  Modifiée par:
  
  
  
  
  
  
  
 Â