Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
1 SEPTEMBER 2016. - Besluit 2016/24 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende delegatie van bevoegdheden en ondertekening van bepaalde akten aan de Administrateur-generaal van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie en aan de leden van de directieraad(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-09-2016 en tekstbijwerking tot 31-01-2018)
Titre
1 SEPTEMBRE 2016. - Arrêté 2016/24 du Collège de la Commission communautaire française portant délégation de compétence et de signature de certains actes à l'Administrateur général des services du Collège de la Commission communautaire française et aux membres du conseil de direction(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-09-2016 et mise à jour au 31-01-2018)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (27)
Texte (27)
Artikel 1. Dit besluit regelt een aangelegenheid bedoeld in artikelen 127 en 128 van de Grondwet, krachtens artikel 138 ervan.
Article 1er. Le présent arrêté règle, en application de l'article 138 de la Constitution, une matière visée aux articles 127 et 128 de celle-ci.
Art. 1bis. De delegaties van bevoegdheden die toegekend worden aan elk van de leden van het College gebeuren zonder afbreuk te doen aan het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 23 juli 1996 betreffende de administratieve en budgettaire controle.
Art. 1bis. Les délégations de compétences accordées à chacun des membres du Collège le sont sans préjudice de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire francophone du 23 juillet 1996 relatif au contrôle administratif et budgétaire.
HOOFDSTUK 1. - Algemene delegatie
CHAPITRE 1er. - Délégations générales
Afdeling 1. - Delegatie inzake personeel van de diensten van het College
Section 1re. - Délégation en matière de personnel des services du Collège
Art.2. Overeenkomstig het administratief en geldelijk statuut dat van toepassing is op de personeelsleden van de diensten van het College, is de Administrateur-generaal van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie bevoegd :
  1. om de door het College aangeduide jury voor te zitten bij examens voor bevordering, verandering van graad of aanwerving.
  2. om de eed af te nemen van de personeelsleden van de niveaus 2, 2+ en 3.
  3. om de personeelsleden van de niveaus 2, 2+ en 3 voor een dienst aan te wijzen en om de dienstaanwijzingen van deze personeelsleden te wijzigen indien die erom verzoeken.
  4. om uitzonderlijke prestaties van personeelsleden alle niveaus toe te laten en de daarbij horende kostenstaten goed te keuren.
  5. om de personeelsleden van alle niveaus die erom verzoeken in disponibiliteit te stellen voor persoonlijke aangelegenheden.
  6. om van rechtswege de disponibiliteit wegens ziekte of gebrekkigheid van personeelsleden van alle niveaus vast te stellen en het wachtgeld te bepalen dat hun moet toegekend worden.
  7. om verlof voor verminderde prestaties toe te kennen wegens ziekte of invaliditeit, indien de medische controledienst heeft geacht dat het personeelslid geschikt is om tenminste gedeeltelijk zijn functies opnieuw op te nemen, mits zijn initiële werk in overeenstemming kan worden gebracht met zijn gezondheidstoestand.
  8. Om verloven van allerlei aard en dienstvrijstellingen waarvan zij kunnen genieten te verlenen aan personeelsleden, met uitzondering van de verloven en dienstvrijstellingen die worden toegekend door het Collegelid van de Franse Gemeenschapscommissie dat bevoegd is voor het openbaar Ambt.
  9. om beslissingen te nemen tot aanvaarding van vrijwillig ontslag of het normaal op rust stellen van de vastbenoemde of contractuele ambtenaren van niveau 2, 2+ et 3.
  10. om een personeelslid in non-activiteit te stellen indien het zonder toelating afwezig is of zonder geldige redenen de termijn van zijn verlof overschrijdt.
  11. om handelingen te verrichten inzake beheer van arbeidsongevallen en beroepsziekten.
  12. om toelating te geven deel te nemen aan congressen, colloquia, studiedagen, seminaries en conferenties die in het land georganiseerd worden, mits de uitgaven niet meer dan 600 euro per persoon bedragen.
  13. om volgens een contingent vastgesteld door het lid van het College bevoegd voor het openbaar Ambt de personeelsleden de toelating te geven hun eigen wagen te gebruiken voor occasionele dienstreizen.
  14. Om laureaten van examens georganiseerd door SELOR toe te laten tot de stage.
  15. Om personeelsleden te ontslaan die via een contract zijn aangeworven, vanwege dwingende redenen of vanwege toelating tot pensionering, met inbegrip van de gesubsidieerde contractuele personeelsleden. Deze maatregel dient bevestigd te worden door het College.
  16. Om de arbeidscontracten voor werklieden van de schoolbegeleiders en de vervangingscontracten van deze laatsten af te sluiten, te wijzigen, op te schorten of te verbreken.
  17. Om in het belang van de dienst een medewerker van elk niveau in zijn ambt te schorsen.
  Voor de punten 5° tot 10° kunnen subdelegaties worden toegekend door de Administrateur-generaal aan de bestuursdirecteur die bevoegd zijn is voor de human ressources. Voor de punten 11° en 12° kunnen subdelegaties worden toegekend aan de betrokken bestuursdirecteurs door de Administrateur-generaal.
Art.2. En conformité avec le statut administratif et pécuniaire applicable aux membres du personnel des services du Collège, l'Administrateur général des services du Collège de la Commission communautaire française est compétent pour :
  1. Présider le jury désigné par le Collège lors d'examens de promotion, de changement de grade ou de recrutement.
  2. Recevoir la prestation de serment des agents de niveau 2, niveau 2+ et 3.
  3. Affecter ou modifier les affectations des agents de niveau 2, niveau 2+ et 3 qui en font la demande.
  4. Autoriser des prestations à titre exceptionnel et approuver les états de frais y afférents pour les agents de tout niveau.
  5. Placer en disponibilité pour convenance personnelle les agents de tout niveau qui en font la demande.
  6. Constater la disponibilité de plein droit pour maladie ou invalidité des agents de tout niveau et fixer le traitement d'attente à leur octroyer.
  7. Accorder un congé pour prestations réduites pour cause de maladie ou d'invalidité lorsque le service de contrôle médical a jugé l'agent apte à reprendre au moins partiellement ses fonctions, si son emploi initial est compatible avec son état de santé.
  8. Accorder aux membres du personnel les congés de toute nature et les dispenses de service dont ils peuvent bénéficier, à l'exception de celles accordées par le Membre du Collège de la Commission communautaire française chargé de la Fonction publique.
  9. Prendre les décisions portant acceptation de la démission volontaire ou la mise en retraite des agents définitifs ou temporaires de niveau 2, 2+ et 3.
  10. Placer un agent en non-activité s'il s'absente sans autorisation ou dépasse sans motif valable le terme de son congé.
  11. Accomplir les actes en matière de gestion des accidents du travail et des maladies professionnelles.
  12. Accorder l'autorisation d'assister à des congrès, colloques, journées d'étude, séminaires et conférences organisés dans le pays pour autant que les dépenses ne dépassent pas 600 euros par personne.
  13. Autoriser les membres du personnel à utiliser leur véhicule personnel pour les déplacements de services occasionnels, selon un contingent fixé par le membre du Collège chargé de la Fonction publique.
  14. Admettre au stage des lauréats d'examens organisés par le SELOR.
  15. Licencier, pour motif grave ou pour cause d'admission à la pension de retraite les membres du personnel engagés par contrat, y compris les agents contractuels subventionnés. Cette mesure doit être confirmée par le Collège.
  16. Conclure, modifier, suspendre ou rompre les contrats de travail d'ouvrier des accompagnateurs scolaires et les contrats de remplacement de ceux-ci.
  17. Suspendre de ses fonctions un agent de tout niveau dans l'intérêt du service.
  Les points 5° à 10° peuvent être subdélégués par l'Administrateur général au directeur d'Administration compétent pour les ressources humaines. Les points 11° et 12° peuvent être subdélégués par l'Administrateur général aux directeurs d'Administrations concernés.
Art.3. De Administrateur-generaal bezorgt het lid van het College bevoegd voor het openbaar Ambt, minstens om de zes maanden, de bijgewerkte lijst van alle personeelsleden in hun werkelijke functies en graden.
Art.3. L'Administrateur général communique, au moins tous les six mois, au Membre du Collège chargé de la Fonction publique la liste actualisée de tous les agents dans leurs fonctions et grades réels.
Afdeling 2. - Delegaties inzake gunning en uitvoering van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.
Section 2. - Délégation en matière de passation et d'exécution des marchés publics de travaux, de fournitures et de services.
Art.4. § 1. Binnen de grenzen van de beschikbare kredieten en onverminderd de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, wordt aan de Administrateur-generaal of de persoon die hij hiertoe mandateert, de bevoegdheid toegekend om het bijzonder bestek of de vervangende documenten te arresteren, om de wijze van toekenning van de opdracht te kiezen, om de procedure aan te vatten en om opdrachten voor werken, leveringen en diensten goed te keuren, waarvan het bedrag, exclusief belasting op de toegevoegde waarde, niet hoger is dan :
  [2 1. 62.000 euro voor de overheidsopdrachten gegund door middel van een openbare procedure ;
   2. 62.000 euro voor de overheidsopdrachten gegund door middel van een niet-openbare procedure ;
   3. 62.000 euro voor de overheidsopdrachten gegund door rechtstreekse onderhandelingen met voorafgaande bekendmaking ;
   4. 33.750 euro voor de overheidsopdrachten gegund door rechtstreekse onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking ;]2

  5. [1 30.000 euro]1 voor de opdrachten die tot stand komen via een aangenomen factuur;
  6. 62.000 euro voor opdrachten die overgegaan zijn naar hoogdwingende redenen als gevolg van onvoorziene gebeurtenissen [2 vallende onder de toepassing van artikel 42, § 1, 1° b) van de wet van 17 juni 2016]2.
  In het kader van de opdrachten waarvan de toekenning wordt overgedragen aan de Administrateur-generaal binnen de grenzen bedoeld in voorgaande alinea, controleert de Administrateur-generaal, of de persoon die hij hiertoe mandateert, de volledige administratieve en budgettaire uitvoering, met inbegrip van eventuele supplementen die maximaal 15% bedragen van het initiële bedrag van de opdracht, met uitzondering van prijsherziening en verhoging van het aantal vermoedelijk voorziene posten.
  § 2. De in § 1 bedoelde delegaties zijn slechts geldig voor zover het voorwerp van de uitgave goedgekeurd is door het College of zijn bevoegd lid, hetzij door goedkeuring van een programma waarin dit voorwerp vervat zit, hetzij door een bijzondere beslissing betreffende dit voorwerp, of voor zover de uitgave in de begroting van de Franse Gemeenschapscommissie op naam voorkomt.
  Deze goedkeuring is niet vereist als het gaat om uitgaven voor de gewone behoeften van de diensten (lopende uitgaven voor de werking, het verbruik en de kleine uitrusting), voor de opdrachten die gegund worden via een aangenomen factuur binnen de grenzen van het in § 1 vastgelegde bedrag en voor de opdrachten die overgegaan zijn naar hoogdwingende redenen als gevolg van onvoorziene gebeurtenissen [3 vallende onder de toepassing van artikel 42, § 1, 1° b) van de wet van 17 juni 2016]3, bedoeld in § 1 van het artikel 4 van dit besluit.
  § 3. De Administrateur-generaal of de persoon die hij hiertoe mandateert, is eveneens bevoegd om in het kader van de normale uitvoering van de gesloten opdracht en binnen de grenzen van het oorspronkelijk bedoelde ontwerp de rekeningen en schuldverklaringen goed te keuren betreffende de opdrachten voor werken, leveringen en diensten waarvan het bedrag de in § 1 van het artikel 4 van dit besluit bedoelde delegaties van bevoegdheden overschrijdt.
  § 4. De Administrateur-generaal of de persoon die hij hiertoe mandateert, is eveneens bevoegd om overheidsopdrachten uit te voeren met betrekking tot trajecten van schoolvervoer.
  
Art.4. § 1er. Dans les limites des crédits disponibles, et sans préjudice de l'application des dispositions légales et réglementaires régissant les marchés publics de travaux de fournitures et de services, l'administrateur général ou la personne qu'il mandate à cet effet est habilité à arrêter le cahier spécial des charges ou les documents en tenant lieu, à choisir le mode de passation du marché, à engager la procédure et à approuver les marchés pour les marchés publics de travaux, de fournitures et de services, dont le montant, hors taxe sur la valeur ajoutée ne dépasse pas :
  [2 1. 62.000 euros pour les marchés publics passés par procédure ouverte;
   2. 62.000 euros pour les marchés publics passés par procédure restreinte;
   3. 62.000 euros pour les marchés publics passés en procédure négociée directe avec publication préalable;
   4. 33.750 euros pour les marchés publics passés en procédure négociée sans publication préalable;]2

  5. [1 30.000 euros]1 pour les marchés constatés par une facture acceptée;
  6. 62.000 euros pour les marchés passés en cas d'urgence impérieuse résultant d'événements imprévisibles [2 relevant de l'application de l'article 42, § 1er, 1° b) de la loi du 17 juin 2016]2.
  Dans le cadre des marchés dont l'attribution est déléguée à l'Administrateur général dans les limites visées au précédent alinéa, l'Administrateur général ou la personne qu'il mandate à cet effet, contrôle l'entière exécution administrative et budgétaire en ce compris d'éventuels suppléments d'un maximum de 15 % du montant du marché initial, hors révision du prix et augmentation des postes prévus en quantités présumées.
  § 2. Les délégations prévues au § 1er ne sont valables que pour autant que l'objet de la dépense ait été autorisé par le Collège ou son Membre compétent, soit par l'approbation d'un programme incluant cet objet, soit par une décision particulière à cet objet, ou que la dépense figure nominativement au budget de la Commission communautaire française.
  Cette autorisation n'est pas requise lorsqu'il s'agit de dépenses pour les besoins habituels des services (dépenses courantes de fonctionnement, de consommation et de petit équipement), pour les marchés constatés par un facture acceptée dans les limites du montant fixé au § 1er et pour les marchés passés en cas d'urgence impérieuse résultant d'événements imprévisibles [3 relevant de l'application de l'article 42, § 1er, 1° b) de la loi du 17 juin 2016]3 visée au § 1er de l'article 4 du présent arrêté.
  § 3. L'Administrateur général ou la personne qu'il mandate à cet effet, est également habilité à approuver dans le cadre de l'exécution normale du marché conclu et dans la limite de la réalisation de l'objet initialement visé, les factures et les déclarations de créance relatives aux marchés de travaux, de fournitures et de services dont le montant dépasse les délégations de compétences prévues au § 1er de l'article 4 du présent arrêté.
  § 4. L'Administrateur général ou la personne qu'il mandate à cet effet, est également habilité à exécuter les marchés publics relatifs aux circuits de transport scolaire.
  
Art.5. Voor opdrachten die de euro 24.800 niet overschrijden wordt aan de Administrateur-generaal of de persoon die hij hiertoe mandateert de bevoegdheid toegekend om maatregelen en beslissingen te treffen in verband met de gewone uitvoering van een opdracht, alsook de bevoegdheid om, na het bevoegde lid van het College hiervan op de hoogte te hebben gebracht, te beslissen opdrachten te gunnen tegen tijdelijke prijs of tegen terugbetaling, over te gaan tot een prijzencontrole en in de toekenning van voorschotten te voorzien.
Art.5. Est attribué à l'Administrateur général ou à la personne qu'il mandate à cet effet pour les marchés ne dépassant pas 24.800 euros, le pouvoir de prendre les mesures de décisions ayant trait à l'exécution pure et simple du marché, le pouvoir de décider, après en avoir informé le membre du Collège compétent des dérogations aux règles générales d'exécution, de décider, après en avoir informé le membre du Collège compétent, de traiter à prix provisoires ou à remboursement, de procéder à la vérification de prix et de prévoir l'octroi d'avances.
Afdeling 3. - Delegaties inzake ondertekeningen en financiële aangelegenheden
Section 3. - Délégations en matière de signatures et en matière financière
Art.6. Delegatie terzake wordt toegekend aan de Bestuursdirecteur die bevoegd voor de bedoelde materie :
  1. VOOR ONDERTEKENING :
  a) de bestelbons en de brieven betreffende de bestellingen, binnen de perken voorzien bij artikel 4 van dit besluit;
  b) de ordonnanties tot betaling en de ordonnanties tot opening van kredieten en voorschotten;
  c) de voorgeschreven verantwoordingsstukken voor de uitbetaling en de betaling van de toelagen;
  d) de briefwisseling betreffende de gewone instructiehandelingen, de aanvragen om inlichtingen, de rappelbrieven en de bulletins of overzendingsbrieven;
  e) voor eensluidend verklaarde afschriften en uittreksels van documenten;
  f) alle aangetekende stukken die worden voorgelegd aan de Administratie, inclusief deze die aan de leden van het College gericht zijn.
  Voor de punten c) en d) kan een subdelegatie worden toegekend aan het diensthoofd dat bevoegd is voor de bedoelde materie.
  2. VOOR DE GOEDKEURING VAN :
  a) de facturen en de verklaringen van schuldvorderingen betreffende leveringen, werken en diensten van elke aard, als deze het voorwerp uitmaken van een regelmatig afgesloten contract, van een regelmatige bestelling of van een beschikking van het College;
  b) de borderellen ingediend door de maatschappijen voor openbaar vervoer, uit hoofde van het vervoer gedaan door de Franse Gemeenschapscommissie;
  c) de rekeningen van de ontvangsten alsmede de rekeningen, zowel inzake materie als inzake gelden, die aan het Rekenhof moeten voorgelegd worden;
  d) de verklaringen van schuldvorderingen en de voorgeschreven verantwoordingsstukken voor de uitbetaling en de betaling van toelagen waarvan het bedrag wordt vastgesteld bij decreet of besluit van het College;
  e) de uitgaven van welke aard ook, inzonderheid de betalingsstaten betreffende de huurkosten;
  f) de verlengingen van uitvoeringstermijn voor bouw- en aanlegwerken waarvoor een subsidiëringstoezegging werd gedaan;
  g) de vorderingsstaat en de eindafrekening van uitgevoerde werken voor een bedrag binnen de perken van artikel 4.
  Voor de punten a), b) en d) kan een subdelegatie worden toegekend aan het diensthoofd dat bevoegd is voor de bedoelde materie :
  3. VOOR DE VASTLEGGING EN DE VEREFFENING VAN DE UITGAVEN IN HET KADER VAN DE DOOR HET COLLEGE GOEDGEKEURDE BESLISSINGEN.
Art.6. Délégation est donnée en cette matière au directeur d'Administration compétent pour la matière concernée :
  1. POUR SIGNER :
  a) les bons de commandes et les lettres relatives aux commandes dans les limites prévues à l'article 4 du présent arrêté;
  b) les ordonnances de paiement et les ordonnances d'ouverture de crédits ou d'avances de fonds;
  c) les pièces justificatives prescrites pour la liquidation et le paiement des subventions;
  d) la correspondance concernant les actes ordinaires d'instruction, les demandes de renseignements, les lettres de rappel, les notes ou lettres de transmission;
  e) copies certifiées conformes et extraits de documents;
  f) tous les recommandés présentés à l'Administration, en ce compris ceux adressés aux Membres du Collège.
  Les points c) et d) peuvent être subdélégués au chef de service compétent pour la matière concernée.
  2. POUR APPROUVER :
  a) les factures et déclarations de créance concernant les fournitures, travaux ou prestations de toute nature, lorsqu'ils ont fait l'objet d'un contrat régulièrement conclu, d'une commande régulière ou d'une disposition du Collège;
  b) les bordereaux introduits par les sociétés de transports en commun, du chef des transports effectués par la Commission communautaire française;
  c) les comptes de recettes, ainsi que les comptes, tant en matière qu'en deniers, à produire à la Cour des comptes;
  d) les déclarations de créance et les pièces justificatives prescrites pour la liquidation et le payement des subventions dont les montants sont fixés par décret ou arrêté du Collège;
  e) les dépenses de toute nature, et notamment les états de paiement relatifs aux dépenses de location;
  f) les prolongations de délai d'exécution de travaux de construction et d'aménagement ayant fait l'objet d'une promesse de subvention;
  g) les états d'avancement et les décomptes finaux des travaux exécutés dont le montant se situe dans les limites de l'article 4.
  Les points a), b), d) peuvent être subdélégués au chef de service compétent pour la matière concernée :
  3. POUR ENGAGER ET LIQUIDER LES DEPENSES DANS LE CADRE DES DECISIONS ADOPTEES PAR LE COLLEGE.
Art.6bis. [1 Delegatie op het gebied van vaststelling van rechten en inkomsten ten laste van derden en de instructie tot inning van deze wordt toegekend aan de Algemeen directeur van de diensten van het College of aan de persoon die daartoe gemandateerd is.]1
  
Art.6bis. [1 Délégation en matière de constatation des droits en recettes à charge des tiers et pour l'instruction de recouvrement de ceux-ci est accordée à L'Administrateur général des services du Collège ou à la personne qu'il mandate à cet effet.]1
  
HOOFDSTUK II. - Delegaties inzake het beheer van de dienst met afzonderlijk beheer genaamd PHARE (Service Personne handicapée Autonomie Recherchée)
CHAPITRE II. - Délégations relatives à la gestion du service à gestion séparée dénommé PHARE (Service Personne handicapée Autonomie Recherchée)
Art.7. In afwijking van de bepalingen van artikel 6 van dit besluit, zijn de volgende bepalingen van toepassing voor de prestaties, tegemoetkomingen en subsidies die worden toegekend in het kader van het beleid voor de integratie van de personen met een handicap :
  a) Individuele prestaties
  § 1. Voor de overdracht van gegevens of rapporten van psychologische aard met betrekking tot de personen met een handicap die zijn aangenomen op grond van de decretale bepalingen inzake de integratie van personen met een handicap of die een aanvraag in die zin hebben ingediend, wordt een delegatie van ondertekening toegekend aan de ambtenaren van niveau 1 die houder zijn van een diploma van licentiaat in de psychologische wetenschappen, of van eender welke andere titel die hieraan gelijkwaardig is en werd afgeleverd door de Franse Gemeenschap, en die zich bezighouden met de Individuele prestaties in de Dienst met afzonderlijk beheer.
  § 2. Voor de overdracht van gegevens of rapporten van medische aard met betrekking tot de personen met een handicap die zijn aangenomen op grond van de decretale bepalingen inzake de integratie van personen met een handicap of die een aanvraag in die zin hebben ingediend, wordt een delegatie van ondertekening toegekend aan de geneesheren die zich bezighouden met de Individuele prestaties in de Dienst met afzonderlijk beheer.
  b) Collectieve prestaties
  § 1. Voor de overdracht van multidisciplinaire gegevens of rapporten met betrekking tot de personen die geregeld de dienst met afzonderlijk beheer genaamd "Etoile polaire" bezoeken, wordt een delegatie van ondertekening toegekend aan de verantwoordelijke arts.
  § 2. Voor de overdracht van monodisciplinaire gegevens of rapporten met betrekking tot de personen die geregeld de dienst met afzonderlijk beheer genaamd "Etoile polaire" bezoeken, wordt een delegatie van ondertekening toegekend aan de ambtenaren uit het Centrum en aan de houders, in functie van hun respectievelijke specialisatie, van een diploma van arts, licentiaat in de psychologische wetenschappen, audioloog, logopedist, kinesitherapeut, ergotherapeut, sociaal assistent of van eender welke andere titel die gelijkwaardig is aan voornoemde titels en werd afgeleverd door de Franse Gemeenschap.
  § 3. Voor de overdracht van gegevens of rapporten van algemene aard met betrekking tot de personen die geregeld de dienst met afzonderlijk beheer genaamd "Etoile polaire" bezoeken, wordt een delegatie van ondertekening toegekend aan de ambtenaren uit het Centrum en aan de houders van een diploma van medisch secretaris of sociaal assistent of van eender welke andere titel die gelijkwaardig is aan voornoemde titels en werd afgeleverd door de Franse Gemeenschap.
  § 4. Met eerbiediging van de regels die vastgelegd werden door de verschillende overheden die de dienst met afzonderlijk beheer genaamd "het Centrum Etoile Polaire" goedkeuren, erkennen of conventioneren, wordt de vereffening van de inkomsten in het kader van de activiteiten van het Centrum, evenals elk schrijven dat daarop betrekking heeft, gedelegeerd aan de bestuursdirecteur die bevoegd is voor de Hulp aan personen met een handicap.
Art.7. Par dérogation aux dispositions de l'article 6 du présent arrêté, pour ce qui concerne les prestations, interventions et subventions accordées dans le cadre de la politique d'inclusion des personnes handicapées, les dispositions suivantes sont applicables :
  a) Prestations individuelles
  § 1er. En matière de transmission d'informations ou de rapports à caractère psychologique relatifs aux personnes handicapées admises au bénéfice des dispositions décrétales en matière d'inclusion des personnes handicapées ou ayant introduit une demande en ce sens, une délégation de signature est accordée aux fonctionnaires de niveau 1 titulaires d'un diplôme de licencié en sciences psychologiques, ou de tout autre titre équivalent à celui-ci délivré par la Communauté française, s'occupant des prestations individuelles au sein du service à gestion séparée.
  § 2. En matière de transmission d'informations ou de rapports à caractère médical relatifs aux personnes handicapées admises au bénéfice des dispositions décrétales en matière d'inclusion des personnes handicapées ou ayant introduit une demande en ce sens, une délégation de signature est accordée aux médecins s'occupant des prestations individuelles au sein du service à gestion séparée.
  b) Prestations collectives
  § 1er. En matière de transmission d'informations ou de rapports pluridisciplinaires relatifs aux personnes fréquentant le service à gestion séparée dénommé " Le centre Etoile Polaire ", une délégation de signature est accordée au médecin responsable.
  § 2. En matière de transmission d'informations ou de rapports mono-disciplinaires relatifs aux personnes fréquentant le service à gestion séparée dénommé " Le centre Etoile Polaire ", une délégation de signature est accordée aux fonctionnaires relevant du centre et titulaires, en fonction de leur spécialité respective, d'un diplôme de médecin, de licencié en sciences psychologiques, d'audio-logue, de logopède, de kinésithérapeute, d'ergothérapeute ou d'assistant social, ou de tout autre titre équivalent à ceux précités délivrés par la Communauté française.
  § 3. En matière de transmission d'informations à caractère général relatives aux personnes fréquentant le service à gestion séparée dénommé " Le centre Etoile Polaire ", une délégation de signature est accordée aux fonctionnaires relevant du Centre et titulaires d'un diplôme de secrétaire médical ou d'assistant social ou de tout autre titre équivalent à ceux précités délivrés par la Communauté française.
  § 4. Dans le respect des règles fixées par les différents pouvoirs qui agréent, reconnaissent ou conventionnent le service à gestion séparée dénommé " Le centre Etoile Polaire ", la liquidation des recettes dans le cadre de ses activités ainsi que tout courrier y relatif, sont délégués au directeur d'administration compétent pour l'Aide aux personnes handicapées.
HOOFDSTUK III. - Delegatie voor handelingen met individuele strekking betreffende de personeelsleden van de externe onderwijsplaatsen
CHAPITRE III. - Délégation pour des actes à portée individuelle relatifs aux membres des Personnels des sites extérieurs d'enseignement
Art.8. De Administrateur-generaal van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie is bevoegd om :
  1. Het tijdelijk onderwijzend personeel, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde, aan te werven;
  2. De onderwijzende personeelsleden, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde, definitief in een openstaande betrekking van een wervingsambt aan te stellen, overeenkomstig de artikelen 28 tot 35 van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs en de artikelen 23 tot 27 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 28 mei 2009 tot vaststelling van het statuut van bepaalde categorieën van personeelsleden van het door de Franse Gemeenschapscommissie ingerichte onderwijs die niet ressorteren onder het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs, noch onder het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde technische personeelsleden van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra;
  3. De verloven toe te kennen aan de tijdelijke en definitieve onderwijzende personeelsleden, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde;
  4. De opdrachten goed te keuren van de tijdelijke en definitieve onderwijzende personeelsleden, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde;
  5. De disciplinaire sancties toe te passen op de definitief onderwijzende personeelsleden, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde, zoals opgesomd in het artikel 64, 1° tot 8° van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs en het artikel 51, 1° tot 8° van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 28 mei 2009 tot vaststelling van het statuut van bepaalde categorieën van personeelsleden van het door de Franse Gemeenschapscommissie ingerichte onderwijs die niet ressorteren onder het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs, noch onder het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde technische personeelsleden van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra;
  6. De tijdelijke en definitieve onderwijzende personeelsleden, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde, preventief te schorsen overeenkomstig de artikelen 60 en volgenden van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de personeelsleden van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs en het artikel 49 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 28 mei 2009 tot vaststelling van het statuut van bepaalde categorieën van personeelsleden van het door de Franse Gemeenschapscommissie ingerichte onderwijs die niet ressorteren onder het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs, noch onder het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde technische personeelsleden van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra;
  7. Tijdelijke onderwijzende personeelsleden, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde, te ontslaan overeenkomstig de artikelen 25 tot 27 van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs en de artikelen 20 tot 22 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 28 mei 2009 tot vaststelling van het statuut van bepaalde categorieën van personeelsleden van het door de Franse Gemeenschapscommissie ingerichte onderwijs die niet ressorteren onder het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs, noch onder het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde technische personeelsleden van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra;
Art.8. L'Administrateur général des services du Collège de la Commission communautaire française est compétent pour :
  1. engager les membres du personnel enseignant temporaire, subventionné par la Communauté française et non subventionné;
  2. nommer les membres du personnel enseignant, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés, à titre définitif dans un emploi vacant d'une fonction de recrutement conformément aux articles 28 à 35 du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement officiel subventionné et aux articles 23 à 27 de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 28 mai 2009 fixant le statut de certaines catégories de membres du personnel de l'enseignement organisé par la Commission communautaire française ne relevant ni du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné ni du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psychomédicosociaux officiels subventionnés;
  3. accorder les congés des membres du personnel enseignant temporaire et définitif, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés;
  4. autoriser les missions des membres du personnel enseignant temporaire et définitif, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés;
  5. appliquer les sanctions disciplinaires aux membres du personnel enseignant définitif, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés, telles qu'énumérées à l'article 64, 1° à 8° du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement officiel subventionné et à l'article 51, 1° à 8° de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 28 mai 2009 fixant le statut de certaines catégories de membres du personnel de l'enseignement organisé par la Commission communautaire française ne relevant ni du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné ni du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psychomédicosociaux officiels subventionnés;
  6. suspendre à titre préventif des membres du personnel enseignant temporaire et définitif, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés, conformément aux articles 60 et suivants du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement officiel subventionné et à l'article 49 de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 28 mai 2009 fixant le statut de certaines catégories de membres du personnel de l'enseignement organisé par la Commission communautaire française ne relevant ni du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné ni du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psychomédicosociaux officiels subventionnés;
  7. licencier des membres du personnel enseignant temporaire, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés conformément aux article 25 à 27 du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement officiel subventionné et aux articles 20 à 22 de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 28 mai 2009 fixant le statut de certaines catégories de membres du personnel de l'enseignement organisé par la Commission communautaire française ne relevant ni du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné ni du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psychomédicosociaux officiels subventionnés.
Art.9. De Administrateur-generaal van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie is bevoegd om :
  1. De tijdelijke technische personeelsleden van de PMS-centra, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde, aan te werven;
  2. De technische personeelsleden van de PMS-centra, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde, definitief in een openstaande betrekking van een wervingsambt aan te stellen, overeenkomstig de artikelen 30 tot 36 van het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde technische personeelsleden van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en de artikelen 23 tot 27 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 28 mei 2009 tot vaststelling van het statuut van bepaalde categorieën van personeelsleden van het door de Franse Gemeenschapscommissie ingerichte onderwijs die niet ressorteren onder het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs, noch onder het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde technische personeelsleden van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra;
  3. De verloven toe te kennen aan de tijdelijk en definitieve technische personeelsleden van de PMS-centra, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde;
  4. De opdrachten goed te keuren van de tijdelijke en definitieve technische personeelsleden van de PMS-centra, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde;
  5. De disciplinaire sancties toe te passen op de definitieve technische personeelsleden van de PMS-centra, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde, zoals opgesomd in het artikel 69, 1° tot 7° van het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde technische personeelsleden van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en het artikel 51, 1° tot 8° van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 28 mei 2009 tot vaststelling van het statuut van bepaalde categorieën van personeelsleden van het door de Franse Gemeenschapscommissie ingerichte onderwijs die niet ressorteren onder het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs, noch onder het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde technische personeelsleden van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra;
  6. De tijdelijke en definitieve technische personeelsleden van de PMS-centra, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde, preventief te schorsen overeenkomstig de artikelen 82 en volgenden van het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde technische personeelsleden van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en het artikel 49 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 28 mei 2009 tot vaststelling van het statuut van bepaalde categorieën van personeelsleden van het door de Franse Gemeenschapscommissie ingerichte onderwijs die niet ressorteren onder het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs, noch onder het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde technische personeelsleden van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra;
  7. Tijdelijke technische personeelsleden van de PMS-centra, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde, te ontslaan overeenkomstig de artikelen 26 tot 28 van het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde technische personeelsleden van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en de artikelen 20 tot 22 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 28 mei 2009 tot vaststelling van het statuut van bepaalde categorieën van personeelsleden van het door de Franse Gemeenschapscommissie ingerichte onderwijs die niet ressorteren onder het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs, noch onder het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde technische personeelsleden van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.
Art.9. L'Administrateur général des services du Collège de la Commission communautaire française est compétent pour :
  1. engager des membres du personnel technique des centres PMS temporaire, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés;
  2. nommer les membres du personnel technique des centres PMS, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés, à titre définitif dans un emploi vacant d'une fonction de recrutement conformément aux articles 30 à 36 du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du technique subsidié des centres psychomédicosociaux officiels subventionnés et aux articles 23 à 27 de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 28 mai 2009 fixant le statut de certaines catégories de membres du personnel de l'enseignement organisé par la Commission communautaire française ne relevant ni du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné ni du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psychomédicosociaux officiels subventionnés;
  3. accorder les congés des membres du personnel technique des centres PMS temporaire et définitif, subventionné par la Communauté française et non subventionné;
  4. autoriser les missions des membres du personnel technique des centres PMS temporaire et définitif, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés;
  5. appliquer les sanctions disciplinaires aux membres du personnel technique des centres PMS définitif, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés, telles qu'énumérées à l'article 69, 1° à 7° du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du technique subsidié des centres psychomédicosociaux officiels subventionnés et à l'article 51, 1° à 8° de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 28 mai 2009 fixant le statut de certaines catégories de membres du personnel de l'enseignement organisé par la Commission communautaire française ne relevant ni du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné ni du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médicosociaux officiels subventionnés;
  6. suspendre à titre préventif les membres du personnel technique des centres PMS temporaire et définitif, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés, conformément aux articles 82 et suivants du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médicosociaux officiels subventionnés et à l'article 49 de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 28 mai 2009 fixant le statut de certaines catégories de membres du personnel de l'enseignement organisé par la Commission communautaire française ne relevant ni du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné ni du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psychomédicosociaux officiels subventionnés;
  7. licencier des membres du personnel technique des centres PMS temporaire, subventionné par la Communauté française et non subventionné conformément aux articles 26 à 28 du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psychomédicosociaux officiels subventionnés et aux articles 20 à 22 de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 28 mai 2009 fixant le statut de certaines catégories de membres du personnel de l'enseignement organisé par la Commission communautaire française ne relevant ni du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné ni du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psychomédicosociaux officiels subventionnés.
Art.10. De Administrateur-generaal van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie is bevoegd om :
  1. Tijdelijke godsdienstleermeesters en -leerkrachten, die gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschap, aan te werven;
  2. De godsdienstleermeesters en -leerkrachten, die gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschap, definitief in een openstaande betrekking van een wervingsambt aan te stellen, overeenkomstig de artikelen 30 tot 35 van het decreet van 10 maart 2006 betreffende de statuten van de godsdienstleermeesters en godsdienstleerkrachten;
  3. De verloven toe te kennen aan de tijdelijke en definitieve godsdienstleermeesters en -leerkrachten, die gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschap;
  4. De opdrachten goed te keuren van de tijdelijke en definitieve godsdienstleermeesters en -leerkrachten, die gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschap;
  5. De disciplinaire sancties toe te passen op de definitieve godsdienstleermeesters en -leerkrachten, die gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschap, zoals opgesomd in het artikel 37, 1° tot 7° van het decreet van 10 maart 2006 betreffende de statuten van de godsdienstleermeesters en godsdienstleerkrachten;
  6. De tijdelijke en definitieve technische godsdienstleermeesters en -leerkrachten, die gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschap, preventief te schorsen overeenkomstig de artikelen 56 en volgenden van het decreet van 10 maart 2006 betreffende de statuten van de godsdienstleermeesters en godsdienstleerkrachten;
  7. Tijdelijke godsdienstleermeesters en -leerkrachten, die gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschap, te ontslaan zoals voorzien in de artikelen 26 et 27 van het decreet van 10 maart 2006 betreffende de statuten van de godsdienstleermeesters en godsdienstleerkrachten.
Art.10. L'Administrateur général des services du Collège de la Commission communautaire française est compétent pour :
  1. engager des maîtres et professeurs de religion temporaires, subventionnés par la Communauté française;
  2. nommer les maîtres et professeurs de religion, subventionnés par la Communauté française, à titre définitif dans un emploi vacant d'une fonction de recrutement conformément aux articles 30 à 35 du décret du 10 mars 2006 relatif aux statuts des maîtres de religion et professeurs de religion;
  3. accorder les congés des maîtres et professeurs de religion temporaires et définitifs, subventionnés par la Communauté française;
  4. autoriser les missions des maîtres et professeurs de religion temporaires et définitifs, subventionnés par la Communauté française;
  5. appliquer les sanctions disciplinaires aux maîtres et professeurs de religion définitifs, subventionnés par la Communauté française, telles qu'énumérées à l'article 37, 1° à 7° du décret du 10 mars 2006 relatif aux statuts des maîtres de religion et professeurs de religion;
  6. suspendre à titre préventif les maîtres et professeurs de religion temporaires et définitifs, subventionnés par la Communauté française, conformément aux articles 56 et suivants du décret du 10 mars 2006 relatif aux statuts des maîtres de religion et professeurs de religion;
  7. licencier des maîtres et professeurs de religion temporaires, subventionnés par la Communauté française tel que prévu aux articles 26 et 27 du décret du 10 mars 2006 relatif aux statuts des maîtres de religion et professeurs de religion.
Art.11. De Administrateur-generaal van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie is bevoegd om :
  1. De tijdelijke onderwijzende personeelsleden van het hoger kunstonderwijs, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde, aan te werven;
  2. De onderwijzende personeelsleden van het hoger kunstonderwijs, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde, definitief aan te stellen overeenkomstig de artikelen 254 tot 259 van het decreet van 20 december 2001 tot vastlegging van de specifieke regels binnen het hoger Kunstonderwijs georganiseerd in de kunsthogescholen en de artikelen 21 tot 25 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 14 oktober 1999 tot vaststelling van het statuut van het personeel van de "Ecole Supérieure des Arts du Cirque", ingericht door de Franse Gemeenschapscommissie;
  3. De verloven toe te kennen aan de tijdelijke en definitieve onderwijzende personeelsleden van het hoger Kunstonderwijs, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde;
  4. De disciplinaire sancties toe te passen op de definitieve onderwijzende personeelsleden van het hoger Kunstonderwijs, zowel de gesubsidieerde personeelsleden als de niet gesubsidieerde, zoals opgesomd in het artikel 288, 1° tot 7° van het decreet van 20 december 2001 tot vastlegging van de specifieke regels binnen het hoger Kunstonderwijs georganiseerd in de kunsthogescholen en het artikel 43, 1° tot 8° van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 14 oktober 1999 tot vaststelling van het statuut van het personeel van de "Ecole Supérieure des Arts du Cirque", ingericht door de Franse Gemeenschapscommissie;
  5. De tijdelijke en definitieve onderwijzende personeelsleden van het hoger Kunstonderwijs, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde, preventief te schorsen overeenkomstig de artikelen 283 en volgenden van het decreet van 20 december 2001 tot vastlegging van de specifieke regels binnen het hoger Kunstonderwijs georganiseerd in de kunsthogescholen en het artikel 41 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 14 oktober 1999 tot vaststelling van het statuut van het personeel van de "Ecole Supérieure des Arts du Cirque", ingericht door de Franse Gemeenschapscommissie;
  6. Tijdelijke onderwijzende personeelsleden van het hoger Kunstonderwijs, zowel de gesubsidieerde personeelsleden door de Franse Gemeenschap als de niet gesubsidieerde, te ontslaan zoals voorzien in de artikelen 288 en volgenden van het decreet van 20 december 2001 tot vastlegging van de specifieke regels binnen het hoger Kunstonderwijs georganiseerd in de kunsthogescholen en de artikelen 36 en 37 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 14 oktober 1999 tot vaststelling van het statuut van het personeel van de "Ecole Supérieure des Arts du Cirque", ingericht door de Franse Gemeenschapscommissie;
Art.11. L'Administrateur général des services du Collège de la Commission communautaire française est compétent pour :
  1. engager des membres du personnel enseignant temporaire de l'enseignement supérieur artistique, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés;
  2. nommer les membres du personnel enseignant de l'enseignement supérieur artistique, subventionnés par la Communauté française ou non subventionnés, à titre définitif conformément aux articles 254 à 259 du décret du 20 décembre 2001 fixant les règles spécifiques à l'Enseignement supérieur artistique organisé en Ecoles supérieures des Arts et aux articles 21 à 25 de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 14 octobre 1999 fixant les statut du personnel de l'Ecole Supérieure des Arts du Cirque, organisée par la Commission communautaire française;
  3. accorder les congés des membres du personnel enseignant temporaire et définitif de l'enseignement supérieur artistique, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés;
  4. appliquer les sanctions disciplinaires aux membres du personnel enseignant définitif de l'enseignement supérieur artistique, subventionnés et non subventionnés, telles qu'énumérées à l'article 288, 1° à 7° du décret du 20 décembre 2001 fixant les règles spécifiques à l'Enseignement supérieur artistique organisé en Ecoles supérieures des Arts et à l'article 43, 1° à 8° de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 14 octobre 1999 fixant les statut du personnel de l'Ecole Supérieure des Arts du Cirque, organisée par la Commission communautaire française;
  5. suspendre à titre préventif les membres du personnel enseignant temporaire et définitif de l'enseignement supérieur artistique, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés, conformément aux articles 283 et suivants du décret du 20 décembre 2001 fixant les règles spécifiques à l'Enseignement supérieur artistique organisé en Ecoles supérieures des Arts et à l'article 41 de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 14 octobre 1999 fixant le statut du personnel de l'Ecole Supérieure des Arts du Cirque, organisée par la Commission communautaire française;
  6. licencier des membres du personnel enseignant temporaire de l'enseignement supérieur artistique, subventionnés par la Communauté française et non subventionnés, tel que prévu aux articles 288 et suivants du décret du 20 décembre 2001 fixant les règles spécifiques à l'Enseignement supérieur artistique organisé en Ecoles supérieures des Arts et aux articles 36 et 37 de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 14 octobre 1999 fixant le statut du personnel de l'Ecole Supérieure des Arts du Cirque, organisée par la Commission communautaire française.
Art.12. De Administrateur-generaal van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie is bevoegd om de handelingen uit te voeren inzake het beheer van werkongevallen en beroepsziekten ten opzichte van het personeel beoogd in hoofdstuk III van dit besluit.
Art.12. L'Administrateur général des services du Collège de la Commission communautaire française est compétent pour accomplir les actes en matière de gestion des accidents du travail et des maladies professionnelles à l'égard du personnel visé au chapitre III du présent arrêté.
HOOFDSTUK IV. - Bijzondere delegaties inzake reiskosten
CHAPITRE IV. - Délégations particulières en matière de frais de parcours
Art.13. Delegatie wordt verleend aan de betrokken bestuursdirecteur om de binnenlandse reizen van de personeelsleden van de Diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie toe te laten, om de reisuitgaven binnen de perken die vastgelegd werden door het College goed te keuren, om de reisorders, opgemaakt op naam van de personeelsleden voor het bekomen van een vervoerbewijs van de maatschappijen voor openbaar vervoer, te ondertekenen en om de documenten, opgemaakt voor het uitreiken door bedoelde maatschappijen van individuele of collectieve abonnementen vereist om de dienstuitgaven te dekken, te ondertekenen.
Art.13. Délégation est donnée au directeur d'Administration concerné pour autoriser le déplacement dans le pays des membres du personnel des services du Collège de la Commission communautaire française, pour l'approbation des dépenses de frais de route dans les limites fixée par le Collège, pour signer les réquisitoires établis au nom des agents en vue de l'obtention d'un titre de transport des sociétés publiques de transport en commun et pour signer les documents établis en vue de la délivrance par lesdites sociétés d'abonnement individuels ou collectifs requis pour couvrir les dépenses de service.
HOOFDSTUK V. - Vervanging van de Administrateur-generaal
CHAPITRE V. - Remplacement de l'Administrateur général
Art.14. Ingeval de Administrateur-generaal afwezig of verhinderd is, worden de in dit besluit vastgestelde delegaties uitgeoefend door de oudste bestuursdirecteur met de hoogste anciënniteit, lid van de Directieraad.
  Ingeval deze laatsten ook afwezig of verhinderd zijn en bij dringendheid worden de in dit besluit vastgestelde delegaties uitgeoefend door de ambtenaar met de hoogste anciënniteit in de graad onmiddellijk lager.
Art.14. En cas d'absence ou d'empêchement de l'Administrateur général, le directeur d'Administration le plus ancien dans le grade et le plus âgé, membre du conseil de direction, exerce les délégations prévues par le présent arrêté.
  En cas d'absence ou d'empêchement de ces derniers et en cas d'urgence, le fonctionnaire le plus ancien dans le grade immédiatement inférieur exerce les délégations prévues par le présent arrêté.
HOOFDSTUK VI. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE VI. - Dispositions abrogatoires
Art.15. Het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 30 mei 2002, houdende delegatie van bevoegdheid en ondertekening aan de leidinggevend ambtenaar van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie en aan de leden van de Directieraad, wordt opgeheven.
Art.15. L'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 30 mai 2002, portant délégation de compétence et de signature au fonctionnaire dirigeant des services du Collège de la Commission communautaire française et aux membres du Conseil de direction est abrogé.
Art. 16. Het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 21 december 2006, houdende delegatie van ondertekening van bepaalde akten aan de leidinggevend ambtenaar van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, wordt opgeheven.
Art. 16. l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 21 décembre 2006 portant délégation de signature de certains actes au fonctionnaire dirigeant des services du Collège de la Commission communautaire française est abrogé.