Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 DECEMBER 2016. - Wet tot vaststelling van het sociaal en fiscaal statuut van de student - zelfstandige
Titre
18 DECEMBRE 2016. - Loi fixant le statut social et fiscal de l'étudiant-indépendant
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi rÚgle une matiÚre visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen betreffende de definitie van de student-zelfstandige
CHAPITRE 2. - Dispositions relatives à la définition de l'étudiant-indépendant
Art. 2. In het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen wordt een artikel 5quater ingevoegd, luidende :
  "Art. 5quater. § 1. Dit besluit verstaat onder student-zelfstandige, de onderworpene die ertoe een aanvraag indient en die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet :
  1° hij is minstens 18 jaar en hoogstens 25 jaar;
  2° hij is, voor het betrokken school- of academiejaar, in hoofdzaak ingeschreven om regelmatig lessen te volgen in een Belgische of een buitenlandse onderwijsinstelling, met het oog op het behalen van een diploma dat erkend wordt door een bevoegde overheid in België;
  3° hij oefent een beroepsbezigheid uit, uit hoofde waarvan hij onderworpen is aan het sociaal statuut der zelfstandigen krachtens dit besluit.
  § 2. Voor de toepassing van dit artikel bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad :
  1° de nadere regels voor het indienen van de aanvraag, bedoeld in § 1;
  2° het begin en het einde van de onderwerping in toepassing van § 1;
  3° wat er moet worden verstaan onder een in hoofdzaak ingeschreven student, bedoeld in § 1, 2° ;
  4° wat er moet worden verstaan onder een onderwijsinstelling in België of in het buitenland en onder regelmatig lessen volgen, bedoeld in § 1, 2°.
  § 3. Voor de toepassing van dit artikel kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad :
  1° de gevallen waarin de leeftijd van de student-zelfstandige hoger kan zijn dan bepaald in § 1, 1° ;
  2° de uitgesloten vormen van onderwijs, opleiding of vorming;
  3° in welke mate een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, als bedoeld in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, de toepassing van § 1 verhindert.
  § 4. De student-zelfstandige die een bijdrage verschuldigd is in toepassing van artikel 12bis, § 1, van dit besluit is enkel onderworpen aan de regeling voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, overeenkomstig de regels en voorwaarden vastgesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad.
  § 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing ten gunste van de meewerkende echtgenoot bedoeld in artikel 7bis, § 1, van dit besluit.".
  "Art. 5quater. § 1. Dit besluit verstaat onder student-zelfstandige, de onderworpene die ertoe een aanvraag indient en die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet :
  1° hij is minstens 18 jaar en hoogstens 25 jaar;
  2° hij is, voor het betrokken school- of academiejaar, in hoofdzaak ingeschreven om regelmatig lessen te volgen in een Belgische of een buitenlandse onderwijsinstelling, met het oog op het behalen van een diploma dat erkend wordt door een bevoegde overheid in België;
  3° hij oefent een beroepsbezigheid uit, uit hoofde waarvan hij onderworpen is aan het sociaal statuut der zelfstandigen krachtens dit besluit.
  § 2. Voor de toepassing van dit artikel bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad :
  1° de nadere regels voor het indienen van de aanvraag, bedoeld in § 1;
  2° het begin en het einde van de onderwerping in toepassing van § 1;
  3° wat er moet worden verstaan onder een in hoofdzaak ingeschreven student, bedoeld in § 1, 2° ;
  4° wat er moet worden verstaan onder een onderwijsinstelling in België of in het buitenland en onder regelmatig lessen volgen, bedoeld in § 1, 2°.
  § 3. Voor de toepassing van dit artikel kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad :
  1° de gevallen waarin de leeftijd van de student-zelfstandige hoger kan zijn dan bepaald in § 1, 1° ;
  2° de uitgesloten vormen van onderwijs, opleiding of vorming;
  3° in welke mate een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, als bedoeld in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, de toepassing van § 1 verhindert.
  § 4. De student-zelfstandige die een bijdrage verschuldigd is in toepassing van artikel 12bis, § 1, van dit besluit is enkel onderworpen aan de regeling voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, overeenkomstig de regels en voorwaarden vastgesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad.
  § 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing ten gunste van de meewerkende echtgenoot bedoeld in artikel 7bis, § 1, van dit besluit.".
Art. 2. Dans l'arrĂȘtĂ© royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indĂ©pendants, il est insĂ©rĂ© un article 5quater rĂ©digĂ© comme suit :
  "Art. 5quater. § 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entend par Ă©tudiant-indĂ©pendant, l'assujetti qui en fait la demande et qui rĂ©pond aux conditions cumulatives suivantes :
  1° il est ùgé de 18 ans au moins et de 25 ans au plus;
  2° il est inscrit à titre principal pour suivre réguliÚrement des cours dans un établissement d'enseignement en Belgique ou à l'étranger, pour l'année scolaire ou académique considérée, en vue d'obtenir un diplÎme reconnu par une autorité compétente en Belgique;
  3° il exerce une activitĂ© professionnelle en raison de laquelle il est assujetti au statut social des travailleurs indĂ©pendants en vertu du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  § 2. Pour l'application du prĂ©sent article, le Roi dĂ©termine, par arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des ministres :
  1° les modalités d'introduction de la demande visée au § 1er;
  2° le début et la fin de l'assujettissement en application du § 1er;
  3° ce qu'il faut entendre par un étudiant inscrit à titre principal, visé au § 1er, 2° ;
  4° ce qu'il faut entendre par établissement d'enseignement en Belgique et à l'étranger et par suivre réguliÚrement des cours, visé au § 1er, 2°.
  § 3. Pour l'application du prĂ©sent article, le Roi peut dĂ©terminer ce qui suit, par arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des ministres :
  1° les cas pour lesquels l'Ăąge de l'Ă©tudiant-indĂ©pendant peut ĂȘtre supĂ©rieur Ă celui fixĂ© au § 1er, 1° ;
  2° les formes d'enseignement, d'éducation ou de formation exclues;
  3° dans quelle mesure un contrat d'occupation d'étudiant tel que visé au titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, fait obstacle à l'application du § 1er.
  § 4. L'Ă©tudiant-indĂ©pendant qui est redevable d'une cotisation en application de l'article 12bis, § 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© est uniquement assujetti au rĂ©gime de l'assurance contre la maladie et l'invaliditĂ©, conformĂ©ment aux rĂšgles et conditions fixĂ©es par le Roi par arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des ministres.
  § 5. Les dispositions du prĂ©sent article ne sont pas applicables en faveur du conjoint-aidant visĂ© Ă l'article 7bis, § 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.".
  "Art. 5quater. § 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entend par Ă©tudiant-indĂ©pendant, l'assujetti qui en fait la demande et qui rĂ©pond aux conditions cumulatives suivantes :
  1° il est ùgé de 18 ans au moins et de 25 ans au plus;
  2° il est inscrit à titre principal pour suivre réguliÚrement des cours dans un établissement d'enseignement en Belgique ou à l'étranger, pour l'année scolaire ou académique considérée, en vue d'obtenir un diplÎme reconnu par une autorité compétente en Belgique;
  3° il exerce une activitĂ© professionnelle en raison de laquelle il est assujetti au statut social des travailleurs indĂ©pendants en vertu du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  § 2. Pour l'application du prĂ©sent article, le Roi dĂ©termine, par arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des ministres :
  1° les modalités d'introduction de la demande visée au § 1er;
  2° le début et la fin de l'assujettissement en application du § 1er;
  3° ce qu'il faut entendre par un étudiant inscrit à titre principal, visé au § 1er, 2° ;
  4° ce qu'il faut entendre par établissement d'enseignement en Belgique et à l'étranger et par suivre réguliÚrement des cours, visé au § 1er, 2°.
  § 3. Pour l'application du prĂ©sent article, le Roi peut dĂ©terminer ce qui suit, par arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des ministres :
  1° les cas pour lesquels l'Ăąge de l'Ă©tudiant-indĂ©pendant peut ĂȘtre supĂ©rieur Ă celui fixĂ© au § 1er, 1° ;
  2° les formes d'enseignement, d'éducation ou de formation exclues;
  3° dans quelle mesure un contrat d'occupation d'étudiant tel que visé au titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, fait obstacle à l'application du § 1er.
  § 4. L'Ă©tudiant-indĂ©pendant qui est redevable d'une cotisation en application de l'article 12bis, § 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© est uniquement assujetti au rĂ©gime de l'assurance contre la maladie et l'invaliditĂ©, conformĂ©ment aux rĂšgles et conditions fixĂ©es par le Roi par arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des ministres.
  § 5. Les dispositions du prĂ©sent article ne sont pas applicables en faveur du conjoint-aidant visĂ© Ă l'article 7bis, § 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.".
HOOFDSTUK 3. - Bepalingen betreffende de sociale bijdragen van de student-zelfstandige
CHAPITRE 3. - Dispositions relatives aux cotisations sociales de l'étudiant-indépendant
Art. 3. Artikel 11, § 3, zesde lid, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de wet van 16 december 2015, wordt aangevuld met een bepaling onder f), luidende :
  "f) voor de student-zelfstandigen bedoeld in artikel 5quater van dit besluit : ofwel een bijdrage te betalen zoals bepaald onder a), ofwel een bijdrage te betalen gelijk aan deze die op basis van een inkomen van 2 749,61 euro verschuldigd is in toepassing van artikel 12bis, § 1, indien zij aannemelijk kunnen maken dat hun inkomen van het bijdragejaar dit laatste bedrag niet zal overschrijden, dan wel om geen bijdrage te betalen indien zij aannemelijk kunnen maken dat hun inkomen van het bijdragejaar geen 1 833,07 euro zal bereiken.".
  "f) voor de student-zelfstandigen bedoeld in artikel 5quater van dit besluit : ofwel een bijdrage te betalen zoals bepaald onder a), ofwel een bijdrage te betalen gelijk aan deze die op basis van een inkomen van 2 749,61 euro verschuldigd is in toepassing van artikel 12bis, § 1, indien zij aannemelijk kunnen maken dat hun inkomen van het bijdragejaar dit laatste bedrag niet zal overschrijden, dan wel om geen bijdrage te betalen indien zij aannemelijk kunnen maken dat hun inkomen van het bijdragejaar geen 1 833,07 euro zal bereiken.".
Art. 3. L'article 11, § 3, alinĂ©a 6, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par la loi du 16 dĂ©cembre 2015, est complĂ©tĂ© par un f) rĂ©digĂ© comme suit :
  "f) pour les Ă©tudiants-indĂ©pendants visĂ©s Ă l'article 5quater du prĂ©sent arrĂȘtĂ© : soit payer une cotisation telle que fixĂ©e sous le a), soit payer une cotisation Ă©gale Ă celle due en application de l'article 12bis, § 1er, sur base d'un revenu de 2 749,61 euros s'ils parviennent Ă dĂ©montrer que leur revenu de l'annĂ©e de cotisation ne dĂ©passera pas ce montant, soit ne pas payer de cotisation s'ils parviennent Ă dĂ©montrer que leur revenu de l'annĂ©e de cotisation n'atteindra pas 1 833,07 euros.".
  "f) pour les Ă©tudiants-indĂ©pendants visĂ©s Ă l'article 5quater du prĂ©sent arrĂȘtĂ© : soit payer une cotisation telle que fixĂ©e sous le a), soit payer une cotisation Ă©gale Ă celle due en application de l'article 12bis, § 1er, sur base d'un revenu de 2 749,61 euros s'ils parviennent Ă dĂ©montrer que leur revenu de l'annĂ©e de cotisation ne dĂ©passera pas ce montant, soit ne pas payer de cotisation s'ils parviennent Ă dĂ©montrer que leur revenu de l'annĂ©e de cotisation n'atteindra pas 1 833,07 euros.".
Art. 4. In artikel 12, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de wet van 26 december 2015, worden de woorden "bedoeld in de §§ 1ter en 2" vervangen door de woorden "bedoeld in de §§ 1ter, en 2, en in artikel 12bis".
Art. 4. Dans l'article 12, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© modifiĂ© en dernier lieu par la loi du 26 dĂ©cembre 2015, les mots "visĂ©es aux §§ 1erter et 2" sont remplacĂ©s par les mots "visĂ©es aux §§ 1erter, et 2, et Ă l'article 12bis".
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt een artikel 12bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 12bis. § 1. In afwijking van artikel 12, § 1, is de student-zelfstandige bedoeld in artikel 5quater van dit besluit :
  1. geen enkele bijdrage verschuldigd op het gedeelte van zijn beroepsinkomsten verworven tijdens het bijdragejaar bedoeld in artikel 11, § 2, dat niet de helft van het inkomen bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, bedraagt;
  2. de jaarlijkse bijdrage bedoeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1°, verschuldigd wanneer zijn beroepsinkomsten minstens de helft van het inkomen bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, bedragen, zonder dat inkomen te evenaren. De bijdrage wordt dan berekend op het gedeelte van zijn beroepsinkomsten vanaf de helft van het inkomen bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid.
  § 2. Wanneer de student-zelfstandige beroepsinkomsten ontvangt die minstens gelijk zijn aan het bedrag van het inkomen bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, voor het betreffende jaar, is hij bijdragen verschuldigd in toepassing van artikel 12, § 1.".
  "Art. 12bis. § 1. In afwijking van artikel 12, § 1, is de student-zelfstandige bedoeld in artikel 5quater van dit besluit :
  1. geen enkele bijdrage verschuldigd op het gedeelte van zijn beroepsinkomsten verworven tijdens het bijdragejaar bedoeld in artikel 11, § 2, dat niet de helft van het inkomen bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, bedraagt;
  2. de jaarlijkse bijdrage bedoeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1°, verschuldigd wanneer zijn beroepsinkomsten minstens de helft van het inkomen bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, bedragen, zonder dat inkomen te evenaren. De bijdrage wordt dan berekend op het gedeelte van zijn beroepsinkomsten vanaf de helft van het inkomen bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid.
  § 2. Wanneer de student-zelfstandige beroepsinkomsten ontvangt die minstens gelijk zijn aan het bedrag van het inkomen bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, voor het betreffende jaar, is hij bijdragen verschuldigd in toepassing van artikel 12, § 1.".
Art. 5. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 12bis rĂ©digĂ© comme suit :
  "Art. 12bis. § 1er. Par dĂ©rogation Ă l'article 12, § 1er, l'Ă©tudiant-indĂ©pendant visĂ© Ă l'article 5quater du prĂ©sent arrĂȘtĂ© :
  1. n'est redevable d'aucune cotisation sur la partie de ses revenus professionnels acquis au cours de l'année de cotisation visée à l'article 11, § 2, qui n'atteint pas la moitié du revenu visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2;
  2. est redevable de la cotisation annuelle visée à l'article 12, § 1er, alinéa 1er, 1°, lorsque ses revenus professionnels atteignent au moins la moitié du revenu visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2, sans atteindre ce revenu. La cotisation est alors calculée sur la partie de ses revenus professionnels à partir de la moitié du revenu visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2.
  § 2. Lorsque l'étudiant-indépendant recueille des revenus professionnels qui atteignent le montant du revenu visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2, pour l'année concernée, il est redevable des cotisations en application de l'article 12, § 1er.".
  "Art. 12bis. § 1er. Par dĂ©rogation Ă l'article 12, § 1er, l'Ă©tudiant-indĂ©pendant visĂ© Ă l'article 5quater du prĂ©sent arrĂȘtĂ© :
  1. n'est redevable d'aucune cotisation sur la partie de ses revenus professionnels acquis au cours de l'année de cotisation visée à l'article 11, § 2, qui n'atteint pas la moitié du revenu visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2;
  2. est redevable de la cotisation annuelle visée à l'article 12, § 1er, alinéa 1er, 1°, lorsque ses revenus professionnels atteignent au moins la moitié du revenu visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2, sans atteindre ce revenu. La cotisation est alors calculée sur la partie de ses revenus professionnels à partir de la moitié du revenu visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2.
  § 2. Lorsque l'étudiant-indépendant recueille des revenus professionnels qui atteignent le montant du revenu visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2, pour l'année concernée, il est redevable des cotisations en application de l'article 12, § 1er.".
Art. 6. Artikel 13bis, § 2, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de wet van 26 december 2015, wordt aangevuld met een 6°, luidende :
  "6° wanneer het gaat om een student-zelfstandige bedoeld in artikel 5quater : bijdragen, berekend als volgt :
  a) 20,50 pct. op een inkomen van 405,60 EUR tot en met het laatste kwartaal van het eerste kalenderjaar dat vier kwartalen onderwerping omvat;
  b) 21,00 pct. op een inkomen van 405,60 EUR voor de volgende vier kwartalen onderwerping;
  c) 21,00 pct. op een inkomen van 405,60 EUR voor elk van de volgende kalenderkwartalen onderwerping waarvoor er geen refertejaar is in de zin van artikel 11, § 3, eerste lid.".
  "6° wanneer het gaat om een student-zelfstandige bedoeld in artikel 5quater : bijdragen, berekend als volgt :
  a) 20,50 pct. op een inkomen van 405,60 EUR tot en met het laatste kwartaal van het eerste kalenderjaar dat vier kwartalen onderwerping omvat;
  b) 21,00 pct. op een inkomen van 405,60 EUR voor de volgende vier kwartalen onderwerping;
  c) 21,00 pct. op een inkomen van 405,60 EUR voor elk van de volgende kalenderkwartalen onderwerping waarvoor er geen refertejaar is in de zin van artikel 11, § 3, eerste lid.".
Art. 6. L'article 13bis, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par la loi du 26 dĂ©cembre 2015, est complĂ©tĂ© par un 6° rĂ©digĂ© comme suit :
  "6° lorsqu'il s'agit d'un étudiant-indépendant visé à l'article 5quater : des cotisations calculées de la maniÚre suivante :
  a) 20,50 p.c. sur un revenu de 405,60 EUR jusques et y compris le dernier trimestre de la premiÚre année civile qui comprend quatre trimestres d'assujettissement;
  b) 21,00 p.c. sur un revenu de 405,60 EUR pour les quatre trimestres d'assujettissement suivants;
  c) 21,00 p.c. sur un revenu de 405,60 EUR pour chacun des trimestres civils d'assujettissement suivants pour lesquels il n'y a pas d'année de référence au sens de l'article 11, § 3, alinéa 1er.".
  "6° lorsqu'il s'agit d'un étudiant-indépendant visé à l'article 5quater : des cotisations calculées de la maniÚre suivante :
  a) 20,50 p.c. sur un revenu de 405,60 EUR jusques et y compris le dernier trimestre de la premiÚre année civile qui comprend quatre trimestres d'assujettissement;
  b) 21,00 p.c. sur un revenu de 405,60 EUR pour les quatre trimestres d'assujettissement suivants;
  c) 21,00 p.c. sur un revenu de 405,60 EUR pour chacun des trimestres civils d'assujettissement suivants pour lesquels il n'y a pas d'année de référence au sens de l'article 11, § 3, alinéa 1er.".
Art. 7. In artikel 17, eerste lid, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de wet van 16 december 2015, worden de woorden "op grond van artikel 12bis, § 1, of" ingevoegd tussen de woorden "niet verschuldigd zijn" en "in de hoedanigheid".
Art. 7. Dans l'article 17, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par la loi du 16 dĂ©cembre 2015, les mots "en vertu de l'article 12bis, § 1er, ou" sont insĂ©rĂ©s entre les mots "ne soient pas dues" et "en tant qu'assujetti".
HOOFDSTUK 4. - Bepalingen betreffende het fiscaal statuut van de student-zelfstandige
CHAPITRE 4. - Dispositions relatives au statut fiscal de l'étudiant-indépendant
Art. 8. Artikel 143, 7°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 11 juli 2005, wordt als volgt vervangen :
  "7° bezoldigingen verkregen door studenten zoals bedoeld in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en door leerlingen in een alternerende opleiding als bedoeld in artikel 1bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, evenals winst, baten en bezoldigingen van een bedrijfsleider behaald of verkregen door studenten-zelfstandigen zoals bedoeld in artikel 5quater van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, tot een bedrag van 1 500 euro per jaar.".
  "7° bezoldigingen verkregen door studenten zoals bedoeld in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en door leerlingen in een alternerende opleiding als bedoeld in artikel 1bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, evenals winst, baten en bezoldigingen van een bedrijfsleider behaald of verkregen door studenten-zelfstandigen zoals bedoeld in artikel 5quater van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, tot een bedrag van 1 500 euro per jaar.".
Art. 8. L'article 143, 7°, du Code des impÎts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 11 juillet 2005, est remplacé par ce qui suit :
  "7° des rĂ©munĂ©rations perçues par des Ă©tudiants visĂ©s au titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail et par des apprentis en formation en alternance visĂ©s Ă l'article 1erbis de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 novembre 1969 pris en exĂ©cution de la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs, ainsi que des bĂ©nĂ©fices, profits et rĂ©munĂ©rations de dirigeant produits ou recueillis par des Ă©tudiants-indĂ©pendants visĂ©s Ă l'article 5quater de l'arrĂȘtĂ© royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indĂ©pendants, Ă concurrence de 1 500 euros par an.".
  "7° des rĂ©munĂ©rations perçues par des Ă©tudiants visĂ©s au titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail et par des apprentis en formation en alternance visĂ©s Ă l'article 1erbis de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 novembre 1969 pris en exĂ©cution de la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs, ainsi que des bĂ©nĂ©fices, profits et rĂ©munĂ©rations de dirigeant produits ou recueillis par des Ă©tudiants-indĂ©pendants visĂ©s Ă l'article 5quater de l'arrĂȘtĂ© royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indĂ©pendants, Ă concurrence de 1 500 euros par an.".
Art. 9. Artikel 145, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 145. Als ten laste worden niet aangemerkt de personen die deel uitmaken van het gezin van de belastingplichtige en :
  1° bezoldigingen genieten die voor de belastingplichtige beroepskosten zijn;
  2° als student-zelfstandige zoals bedoeld in artikel 5quater van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen bezoldigingen van bedrijfsleiders genieten die beroepskosten vormen voor een vennootschap, wanneer aan de twee onderstaande voorwaarden is voldaan :
  a) de belastingplichtige oefent controle in de zin van artikel 5 van het Wetboek van vennootschappen uit over de vennootschap;
  b) de belastingplichtige is, rechtstreeks of onrechtstreeks, een in artikel 32, eerste lid, bedoelde bedrijfsleider van de vennootschap.
  Het eerste lid, 2°, is slechts van toepassing wanneer de beoogde bezoldigingen van bedrijfsleiders meer bedragen dan 2 000 euro en meer dan de helft vormen van de belastbare inkomsten, met uitzondering van de onderhoudsuitkeringen.".
  "Art. 145. Als ten laste worden niet aangemerkt de personen die deel uitmaken van het gezin van de belastingplichtige en :
  1° bezoldigingen genieten die voor de belastingplichtige beroepskosten zijn;
  2° als student-zelfstandige zoals bedoeld in artikel 5quater van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen bezoldigingen van bedrijfsleiders genieten die beroepskosten vormen voor een vennootschap, wanneer aan de twee onderstaande voorwaarden is voldaan :
  a) de belastingplichtige oefent controle in de zin van artikel 5 van het Wetboek van vennootschappen uit over de vennootschap;
  b) de belastingplichtige is, rechtstreeks of onrechtstreeks, een in artikel 32, eerste lid, bedoelde bedrijfsleider van de vennootschap.
  Het eerste lid, 2°, is slechts van toepassing wanneer de beoogde bezoldigingen van bedrijfsleiders meer bedragen dan 2 000 euro en meer dan de helft vormen van de belastbare inkomsten, met uitzondering van de onderhoudsuitkeringen.".
Art. 9. L'article 145, du mĂȘme Code, est remplacĂ© par ce qui suit :
  "Art. 145. Ne sont pas considérées comme étant à charge, les personnes qui font partie du ménage du contribuable et :
  1° qui bénéficient de rémunérations constituant des frais professionnels pour le contribuable;
  2° qui bĂ©nĂ©ficient en tant qu'Ă©tudiants-indĂ©pendants visĂ©s Ă l'article 5quater de l'arrĂȘtĂ© royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indĂ©pendants de rĂ©munĂ©rations de dirigeant d'entreprise qui constituent des frais professionnels pour une sociĂ©tĂ©, lorsqu'il est satisfait aux deux conditions suivantes :
  a) le contribuable exerce le contrÎle dans le sens de l'article 5 du Code des sociétés sur la société;
  b) le contribuable est, directement ou indirectement, un dirigeant d'entreprise visé à l'article 32, alinéa 1er, de la société.
  L'alinéa 1er, 2°, ne s'applique que si les rémunérations de dirigeant d'entreprise visées excÚdent 2 000 euros et constituent plus de la moitié des revenus imposables, exception faite des rentes alimentaires.".
  "Art. 145. Ne sont pas considérées comme étant à charge, les personnes qui font partie du ménage du contribuable et :
  1° qui bénéficient de rémunérations constituant des frais professionnels pour le contribuable;
  2° qui bĂ©nĂ©ficient en tant qu'Ă©tudiants-indĂ©pendants visĂ©s Ă l'article 5quater de l'arrĂȘtĂ© royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indĂ©pendants de rĂ©munĂ©rations de dirigeant d'entreprise qui constituent des frais professionnels pour une sociĂ©tĂ©, lorsqu'il est satisfait aux deux conditions suivantes :
  a) le contribuable exerce le contrÎle dans le sens de l'article 5 du Code des sociétés sur la société;
  b) le contribuable est, directement ou indirectement, un dirigeant d'entreprise visé à l'article 32, alinéa 1er, de la société.
  L'alinéa 1er, 2°, ne s'applique que si les rémunérations de dirigeant d'entreprise visées excÚdent 2 000 euros et constituent plus de la moitié des revenus imposables, exception faite des rentes alimentaires.".
Art. 10. In artikel 178, § 5, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 juni 2008 en vervangen bij de wet van 22 december 2009, wordt een bepaling onder 3° /1 ingevoegd, luidende :
  "3° /1 het in artikel 145, tweede lid, vermelde bedrag;".
  "3° /1 het in artikel 145, tweede lid, vermelde bedrag;".
Art. 10. Dans l'article 178, § 5, du mĂȘme Code, insĂ©rĂ© par la loi du 8 juin 2008 et remplacĂ© par la loi du 22 dĂ©cembre 2009, il est insĂ©rĂ© un 3° /1, rĂ©digĂ© comme suit :
  "3° /1 le montant visé à l'article 145, alinéa 2;".
  "3° /1 le montant visé à l'article 145, alinéa 2;".
Art. 11. In artikel 289ter, § 1, tweede lid, 5°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "winst of baten" worden vervangen door de woorden "winst, baten en in artikel 30, 2° bedoelde bezoldigingen";
  2° tussen het woord "bijberoep" en de woorden "worden beschouwd" worden de woorden "of van een student-zelfstandige" ingevoegd.
  1° de woorden "winst of baten" worden vervangen door de woorden "winst, baten en in artikel 30, 2° bedoelde bezoldigingen";
  2° tussen het woord "bijberoep" en de woorden "worden beschouwd" worden de woorden "of van een student-zelfstandige" ingevoegd.
Art. 11. A l'article 289ter, § 1er, alinĂ©a 2, 5°, du mĂȘme Code, insĂ©rĂ© par la loi du 10 aoĂ»t 2001, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les mots "bénéfices ou profits" sont remplacés par les mots "bénéfices, profits et rémunérations visées à l'article 30, 2° ";
  2° entre les mots "à titre accessoire" et les mots "pour l'application" les mots "ou d'un étudiant-indépendant" sont insérés.
  1° les mots "bénéfices ou profits" sont remplacés par les mots "bénéfices, profits et rémunérations visées à l'article 30, 2° ";
  2° entre les mots "à titre accessoire" et les mots "pour l'application" les mots "ou d'un étudiant-indépendant" sont insérés.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling
CHAPITRE 5. - Disposition finale
Art. 12. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2017.
  De artikelen 8 tot 11 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2018.
  De artikelen 8 tot 11 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2018.
Art. 12. La présente loi entre en vigueur le 1er janvier 2017.
  Les articles 8 à 11 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2018.
  Les articles 8 à 11 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2018.