Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
26 SEPTEMBER 2016. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 3, 9°, van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering, houdende de regels met betrekking tot de wijze waarop de slachtoffers kunnen vragen om te worden geïnformeerd, om te worden gehoord of om voorwaarden in hun belang te laten opleggen
Titre
26 SEPTEMBRE 2016. - Arrêté royal portant exécution de l'article 3, 9°, de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement, portant sur les règles selon lesquelles les victimes peuvent demander à être informées, à être entendues et à formuler des conditions dans leur intérêt
Documentinformatie
Numac: 2016009490
Datum: 2016-09-26
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016009490
Date: 2016-09-26
Moniteur: Voir
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
de wet: de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering;
de bevoegde dienst van de Gemeenschappen: de door de Gemeenschappen aangeduide dienst die instaat voor de algemene en specifieke informatieverstrekking en voor de ondersteuning van en de bijstand aan slachtoffers in het kader van de uitvoeringsmodaliteiten van de internering;
de slachtofferverklaring: een document waarvan het model door de minister van Justitie wordt bepaald en dat minstens de volgende informatie bevat:
- de identificatiegegevens en contactgegevens van het slachtoffer of zijn vertegenwoordiger;
- de aanduiding of het slachtoffer wenst te worden geïnformeerd over de beslissingen met betrekking tot de uitvoeringsmodaliteiten van de interning;
- de aanduiding of het slachtoffer wenst te worden gehoord door de kamer voor de bescherming van de maatschappij;
- de omschrijving van de voorwaarden die in het belang van het slachtoffer kunnen worden opgelegd;
de slachtofferfiche : het document 'slachtofferverklaring' wanneer deze wordt opgesteld door de bevoegde dienst van de Gemeenschappen;
de griffie: de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
la loi : la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement ;
le service compétent des Communautés : le service désigné par les Communautés qui assure l'information générale et spécifique et le soutien et l'assistance des victimes dans le cadre des modalités d'exécution de l'internement ;
la déclaration de la victime : un document dont le modèle est déterminé par le ministre de la Justice et comprenant au moins les informations suivantes :
- les données d'identification et les coordonnées de la victime ou de son représentant;
- l'indication que la victime souhaite être informée des décisions relatives aux modalités d'exécution de l'internement ;
- l'indication que la victime souhaite être entendue par la chambre de protection sociale ;
- la formulation des conditions susceptibles d'être imposées dans l'intérêt de la victime;
la fiche victime : le document de 'déclaration de la victime' lorsque celui-ci est rédigé via le service compétent des Communautés;
le greffe : le greffe du tribunal de l'application des peines.
HOOFDSTUK 2. - Wijze waarop het slachtoffer kan vragen om te worden geïnformeerd, te worden gehoord of om voorwaarden te formuleren die in zijn belang kunnen worden opgelegd bij de toekenning van de uitvoeringsmodaliteiten van internering
CHAPITRE 2. - Modalités selon lesquelles la victime peut demander à être informée ou être entendue ou formuler des conditions susceptibles d'être imposées dans son intérêt lors de l'octroi des modalités d'exécution de l'internement
Afdeling 1. - Bepaling ten aanzien van het slachtoffer aangeduid in de vatting van het openbaar ministerie zoals bedoeld in artikel 29, § 1, derde lid, van de wet
Section 1re. - Disposition relative à la victime désignée dans la saisine du ministère public visé par l'article 29, § 1, alinéa 3, de la loi
Art. 2. § 1. De vatting van het openbaar ministerie, zoals bedoeld in artikel 29, § 1, derde lid, van de wet, wordt vergezeld van een inlichtingendossier dat minstens omvat :
- een lijst met de identificatie- en contactgegevens van de gekende slachtoffers met, in voorkomend geval, de vermelding tot welke categorie deze slachtoffers behoren (categorieën zoals bedoeld in artikel 3, 9°, a) en b) van de wet);
- een afschrift van de vonnissen en arresten;
- een uittreksel uit het strafregister, dat de gegevens omvat die nodig zijn opdat het slachtoffer zijn rechten zou kunnen uitoefenen;
- de vermelding van de bevoegde kamer voor de bescherming van de maatschappij;
En, in voorkomend geval :
- een afschrift van de geactualiseerde opsluitingsfiche, dat de gegevens omvat die nodig zijn opdat het slachtoffer zijn rechten zou kunnen uitoefenen;
- de eventueel reeds genomen beslissingen door de kamer voor de bescherming van de maatschappij, de rechter voor de bescherming van de maatschappij of het Hof van Cassatie;
§ 2. De bevoegde dienst van de Gemeenschappen contacteert zonder uitstel de in de vatting geïdentificeerde slachtoffers met de vraag of ze een slachtofferfiche wensen op te stellen en, in voorkomend geval, om hen te informeren over het schriftelijk verzoek dat zij kunnen richten aan de rechter voor de bescherming van de maatschappij overeenkomstig artikel 4 van de wet.
§ 3. Indien het slachtoffer wenst dat een slachtofferfiche wordt opgesteld, gaat de bevoegde dienst van de Gemeenschappen hiertoe over.
Het slachtoffer ondertekent de slachtofferfiche.
De bevoegde dienst van de Gemeenschappen maakt de slachtofferfiche zonder uitstel over aan het openbaar ministerie van de strafuitvoeringsrechtbank.
De griffie die de slachtofferfiche ontvangt, registreert de informatie uit deze slachtofferfiche in het informaticasysteem van de strafuitvoeringsrechtbank.
Deze griffie voegt de slachtofferfiche, overeenkomstig artikel 29, § 3, eerste lid, van de wet, toe aan het uitvoeringsdossier van de internering opdat alle actoren ten gepaste tijde met de erin vermelde informatie rekening kunnen houden.
Deze griffie bewaart de pagina `Contactgegevens slachtoffer' van de slachtofferfiche in een aparte map die geen deel uitmaakt van het uitvoeringsdossier van de internering.
§ 4. Indien het slachtoffer een schriftelijk verzoek wenst te richten aan de rechter voor de bescherming van de maatschappij zoals voorzien door artikel 4 van de wet, kan de bevoegde dienst van de Gemeenschappen hem hierin bijstaan.
Het slachtoffer ondertekent het schriftelijk verzoek.
De bevoegde dienst van de Gemeenschappen maakt het schriftelijk verzoek zonder uitstel over aan de rechter voor de bescherming van de maatschappij.
Art. 2. § 1. La saisine du ministère public visée par l'article 29, § 1, alinéa 3, de la loi, est accompagnée d'un dossier d'information contenant au moins :
- une liste reprenant les données d'identification des victimes connues ainsi que leurs coordonnées et, le cas échéant, la mention de la catégorie à laquelle ces victimes appartiennent (catégories visées par l'article 3, 9°, a) et b), de la loi) ;
- une copie des jugements et arrêts ;
- un extrait du casier judiciaire, contenant les données qui sont nécessaires pour permettre à la victime d'exercer ses droits ;
- l'indication de la chambre de protection sociale compétente ;
Et, le cas échéant :
- une copie de la fiche d'écrou actualisée, contenant les données qui sont nécessaires pour permettre à la victime d'exercer ses droits ;
- les éventuelles décisions déjà prises par la chambre de protection sociale, le juge de protection sociale ou la Cour de Cassation;
§ 2. Le service compétent des Communautés contacte sans délai les victimes identifiées dans la saisine afin de leur demander si elles souhaitent établir une fiche victime et, le cas échéant, en vue de les informer de la demande écrite qu'elles peuvent adresser au juge de protection sociale conformément à l'article 4 de la loi.
§ 3. Si la victime souhaite qu'une fiche victime soit établie le service compétent des Communautés y procède.
La victime signe la fiche victime.
Le service compétent des Communautés communique sans délai la fiche victime au ministère public près le tribunal de l'application des peines.
Le greffe qui réceptionne la fiche victime encode les informations contenues dans cette fiche victime dans le système informatique du tribunal de l'application des peines.
Ce greffe joint la fiche victime conformément à l'article 29, § 3, alinéa 1er de la loi, au dossier d'exécution de l'internement de manière à ce que tous les acteurs puissent, en temps opportun, tenir compte des éléments qui y sont mentionnés.
Ce greffe conserve la page "Coordonnées de la victime" de la fiche victime dans une farde séparée qui ne fait pas partie du dossier de l'exécution de l'internement.
§ 4. Si la victime souhaite adresser une demande écrite au juge de protection sociale tel que la prévoit l'article 4 de la loi, le service compétent des Communautés peut l'assister dans cette démarche.
La victime signe la demande écrite.
Le service compétent des Communautés communique la demande sans délai au juge de protection sociale.
Afdeling 2. - Bepaling ten aanzien van het slachtoffer zoals bedoeld in artikel 4 van de wet
Section 2. - Disposition relative à la victime visée par l'article 4 de la loi
Art. 3. Het slachtoffer, dat overeenkomstig artikel 4 van de wet een schriftelijk verzoek heeft ingediend, ontvangt van de griffie, samen met de beslissing van de rechter voor de bescherming van de maatschappij betreffende het direct en legitiem belang, een informatief schrijven.
Dit schrijven legt het slachtoffer uit welke rechten hij heeft in het kader van de wet en welke formaliteiten hij moet vervullen indien hij wenst te worden geïnformeerd, te worden gehoord of voorwaarden wil formuleren die in zijn belang bij de toekenning van de uitvoeringsmodaliteiten van de internering kunnen worden opgelegd.
Het omvat eveneens het model van de slachtofferverklaring en de contactgegevens van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen.
Art. 3. La victime qui a introduit, conformément à l'article 4 de la loi, une demande écrite, reçoit du greffe la décision du juge de protection sociale relative à l'intérêt direct et légitime, accompagnée d'un courrier informatif.
Ce courrier précise à la victime quels sont ses droits dans le cadre de la loi et quelles sont les formalités à accomplir si elle souhaite être informée, être entendue ou formuler des conditions susceptibles d'être imposées dans son intérêt lors l'octroi d'une modalité d'exécution de l'internement.
Il contient également le modèle de déclaration de la victime et les coordonnées du service compétent des Communautés.
Afdeling 3. - Bepaling met betrekking tot de slachtofferverklaring
Section 3. - Disposition relative à la déclaration de la victime
Art. 4. Het slachtoffer ondertekent de slachtofferverklaring.
Het slachtoffer maakt de slachtofferverklaring over aan een griffie.
Deze griffie registreert de informatie uit de slachtofferverklaring in het informaticasysteem van de strafuitvoeringsrechtbank.
Deze griffie voegt de slachtofferverklaring, overeenkomstig artikel 29, § 3, van de wet, bij het uitvoeringsdossier van de internering opdat alle actoren ten gepaste tijde met de erin vermelde informatie rekening kunnen houden.
Deze griffie bewaart de pagina `Contactgegevens slachtoffer' van de slachtofferverklaring in een aparte map die geen deel uitmaakt van het uitvoeringsdossier van de internering.
Art. 4. La victime signe la déclaration de la victime.
La victime transmet la déclaration de la victime à un greffe.
Ce greffe encode les informations contenues dans la déclaration de la victime dans le système informatique du tribunal de l'application des peines.
Ce greffe joint la déclaration de la victime, conformément à l'article 29, § 3, de la loi, au dossier de l'exécution de l'internement de manière à ce que tous les acteurs puissent, en temps opportun, tenir compte des éléments qui y sont mentionnés.
Ce greffe conserve la page "Coordonnées de la victime" de la déclaration de la victime dans une farde séparée qui ne fait pas partie du dossier de l'exécution de l'internement.
HOOFDSTUK 3. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions générales
Art. 5. Het slachtoffer kan op elk moment van de procedure een slachtofferfiche overmaken, via de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, of zelf een slachtofferverklaring overmaken aan een griffie.
Art. 5. La victime peut à tout moment de la procédure transmettre une fiche victime, via le service compétent des Communautés, ou communiquer elle-même une déclaration de la victime à un greffe.
Art. 6. Het slachtoffer kan op elk moment de slachtofferfiche of de slachtofferverklaring aanpassen of intrekken.
Voor wijzigingen aan of intrekking van de slachtofferfiche richt het slachtoffer zich tot de bevoegde dienst van de Gemeenschappen.
Voor wijzigingen aan of intrekking van de slachtofferverklaring richt het slachtoffer zich tot de griffie.
Art. 6. La victime peut à tout moment modifier ou retirer la déclaration de la victime ou la fiche victime.
Pour modifier ou retirer la fiche de la victime, la victime doit s'adresser au service compétent des Communautés.
Pour modifier ou retirer la déclaration de la victime, la victime peut s'adresser au greffe.
Art. 7. Het slachtoffer dat in persoon wenst te verschijnen op de zitting om te worden gehoord over de voorwaarden die in zijn belang kunnen worden opgelegd en dat de taal van de rechtspleging niet begrijpt, deelt dit zonder uitstel mee aan het openbaar ministerie bij de strafuitvoeringsrechtbank via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel, van zodra hij de aangetekende brief ontvangt waarmee hij in kennis wordt gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting. Het openbaar ministerie neemt de gepaste maatregelen opdat het slachtoffer op de zitting kan worden bijgestaan door een beëdigd tolk.
Art. 7. La victime qui souhaite comparaître en personne à l'audience pour être entendue sur les conditions susceptibles d'être imposées dans son intérêt et qui ne comprend pas la langue de la procédure le fait savoir au ministère public près le tribunal de l'application des peines par le moyen de communication écrit le plus rapide dès qu'elle reçoit la lettre recommandée qui l'informe des lieu, jour et heure de l'audience. Le ministère public prend les mesures appropriées pour que la victime soit assistée d'un interprète juré à l'audience.
Art. 8. § 1. De erkenning van verenigingen die het slachtoffer kunnen bijstaan overeenkomstig de bepalingen van de wet, wordt verleend onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde procedure als voorzien in artikel 53bis van het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan occasionele redders.
De erkenning bedoeld in het eerste lid kan door een overkoepelend organisme worden aangevraagd in naam van verenigingen die aan de gestelde voorwaarden voldoen en dit voorzover het organisme aantoont dat het gemachtigd is om deze verenigingen te vertegenwoordigen.
§ 2. De verenigingen die erkend zijn in het kader van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, zijn ook erkend in het kader van de wet.
Art. 8. § 1. L'agrément des associations habilitées à assister la victime conformément aux dispositions de la loi est octroyé aux mêmes conditions et selon la même procédure que celles prévues à l'article 53bis de l'arrêté royal du 18 décembre 1986 relatif à la commission pour l'aide financière aux victimes d'actes intentionnels de violence et aux sauveteurs occasionnels.
L'agrément visé à l'alinéa 1er peut être demandé par une organisation au nom d'associations qui remplissent les conditions fixées, pour autant que cette organisation apporte la preuve qu'elle est habilitée à représenter ces associations.
§ 2. Les associations déjà agréées dans le cadre de de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, restent agréées dans le cadre de la loi.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2016.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er octobre 2016.
Art. 10. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.