Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 AUGUSTUS 2016. - Programmawet (II)
Titre
3 AOUT 2016. - Loi-programme (II)
Documentinformatie
Numac: 2016003278
Datum: 2016-08-03
Info du document
Numac: 2016003278
Date: 2016-08-03
Inhoud
TITEL I. - Algemene bepaling
TITEL II. - Financiën
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 19 ap...
HOOFDSTUK II. - Fiscale bepalingen met betrekki...
Afdeling 1. - Inkomstenbelastingen
Afdeling 2. - BTW
Afdeling 3. - Diverse rechten en taksen
Afdeling 4. - Successierechten
HOOFDSTUK III. - Voorafbetalingen
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding
TITEL 3.
ENIG HOOFDSTUK. - Wijzigingen van de wet van 16...
Inhoud
TITRE Ier. - Disposition générale
TITRE II. - Finances
CHAPITRE Ier. . - Modifications de la loi du 19...
CHAPITRE II. - Dispositions fiscales relatives ...
Section 1re. - Impôts sur les revenus
Section 2. - TVA
Section 3. - Droits et taxes divers
Section 4. - Droits de succession
CHAPITRE III. - Versements anticipés
CHAPITRE IV. - Entrée en vigueur
TITRE 3.
Art.25. A l'article 31, alinéa 1er, de la loi d...
Tekst (39)
Texte (39)
TITEL I. - Algemene bepaling
TITRE Ier. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL II. - Financiën
TITRE II. - Finances
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 19 april 2014 met betrekking tot de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
CHAPITRE Ier. . - Modifications de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires
Art.2. In artikel 286 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, wordt paragraaf 3 aangevuld met een derde lid, luidende :
"De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de toelating tot het verhandelen van rechten van deelneming van een institutionele AICB met een vast aantal rechten van deelneming op een MTF, zoals gedefinieerd in artikel 3, 37°, of op een gereglementeerde markt, zoals gedefinieerd in artikel 3, 38°, die toegankelijk is voor het publiek, beperken of verbieden.".
"De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de toelating tot het verhandelen van rechten van deelneming van een institutionele AICB met een vast aantal rechten van deelneming op een MTF, zoals gedefinieerd in artikel 3, 37°, of op een gereglementeerde markt, zoals gedefinieerd in artikel 3, 38°, die toegankelijk is voor het publiek, beperken of verbieden.".
Art.2. A l'article 286 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, le paragraphe 3 est complété par un troisième alinéa, rédigé comme suit :
"Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA, limiter ou interdire l'admission à la négociation de parts d'un OPCA à nombre fixe de parts institutionnel sur un MTF, tel que défini à l'article 3, 37°, ou sur un marché réglementé, tel que défini à l'article 3, 38°, qui est accessible au public.".
"Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA, limiter ou interdire l'admission à la négociation de parts d'un OPCA à nombre fixe de parts institutionnel sur un MTF, tel que défini à l'article 3, 37°, ou sur un marché réglementé, tel que défini à l'article 3, 38°, qui est accessible au public.".
Art.3. In artikel 288 van dezelfde wet wordt paragraaf 1 aangevuld met een tweede lid, luidende :
"De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, institutionele beleggingsvennootschappen met vast aantal rechten van deelneming toelaten om te worden opgericht onder andere maatschappelijke vormen.".
"De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, institutionele beleggingsvennootschappen met vast aantal rechten van deelneming toelaten om te worden opgericht onder andere maatschappelijke vormen.".
Art.3. A l'article 288 de la même loi, le paragraphe 1er est complété par un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
"Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA, autoriser les sociétés d'investissement à nombre fixe de parts institutionnelles à être constituées sous d'autres formes sociales.".
"Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA, autoriser les sociétés d'investissement à nombre fixe de parts institutionnelles à être constituées sous d'autres formes sociales.".
Art.4. Artikel 289 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 289. § 1. De institutionele AICB's waarvoor de Koning de in artikel 183, tweede lid bepaalde machtiging heeft uitgeoefend worden ingeschreven op een lijst gehouden door de Federale Overheidsdienst Financiën.
De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA en na open raadpleging, de verplichtingen en de voorwaarden met betrekking tot de inschrijving waaraan de institutionele AICB's bedoeld in de artikelen 283 en 286 moeten voldoen alvorens hun werkzaamheden aan te vatten, gelet op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij geopteerd hebben.".
"Art. 289. § 1. De institutionele AICB's waarvoor de Koning de in artikel 183, tweede lid bepaalde machtiging heeft uitgeoefend worden ingeschreven op een lijst gehouden door de Federale Overheidsdienst Financiën.
De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA en na open raadpleging, de verplichtingen en de voorwaarden met betrekking tot de inschrijving waaraan de institutionele AICB's bedoeld in de artikelen 283 en 286 moeten voldoen alvorens hun werkzaamheden aan te vatten, gelet op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij geopteerd hebben.".
Art.4. L'article 289 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
"Art. 289. § 1er. Les OPCA institutionnels pour lesquels le Roi a exercé l'habilitation prévue à l'article 183, alinéa 2 sont inscrits sur une liste tenue par le Service public fédéral Finances.
Le Roi détermine, par arrêté pris sur avis de la FSMA et après consultation ouverte, les obligations et les conditions en matière d'inscription auxquels sont tenus les OPCA institutionnels, visés aux articles 283 et 286, avant de commencer leurs activités, eu égard à la catégorie de placements autorisés pour laquelle ils ont opté.".
"Art. 289. § 1er. Les OPCA institutionnels pour lesquels le Roi a exercé l'habilitation prévue à l'article 183, alinéa 2 sont inscrits sur une liste tenue par le Service public fédéral Finances.
Le Roi détermine, par arrêté pris sur avis de la FSMA et après consultation ouverte, les obligations et les conditions en matière d'inscription auxquels sont tenus les OPCA institutionnels, visés aux articles 283 et 286, avant de commencer leurs activités, eu égard à la catégorie de placements autorisés pour laquelle ils ont opté.".
Art.5. In dezelfde wet, wordt een artikel 290/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 290/1. De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, volgens welke regels de institutionele AICB's met veranderlijk en vast aantal rechten van deelneming hun boekhouding voeren, inventarisramingen verrichten en hun jaarrekening opstellen en openbaar maken. Wat de beleggingsvennootschappen betreft, kan de Koning afwijken van artikel 105 van het Wetboek van vennootschappen, alsook de regels genomen met toepassing van Hoofdstuk 2, Afdeling 3, Boek III van het Wetboek van economisch recht en, onder de voorwaarden van artikel 122, eerste lid van het Wetboek van vennootschappen, de regels genomen met toepassing van artikel 92 van het Wetboek van vennootschappen aanpassen, wijzigen en aanvullen.".
"Art. 290/1. De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, volgens welke regels de institutionele AICB's met veranderlijk en vast aantal rechten van deelneming hun boekhouding voeren, inventarisramingen verrichten en hun jaarrekening opstellen en openbaar maken. Wat de beleggingsvennootschappen betreft, kan de Koning afwijken van artikel 105 van het Wetboek van vennootschappen, alsook de regels genomen met toepassing van Hoofdstuk 2, Afdeling 3, Boek III van het Wetboek van economisch recht en, onder de voorwaarden van artikel 122, eerste lid van het Wetboek van vennootschappen, de regels genomen met toepassing van artikel 92 van het Wetboek van vennootschappen aanpassen, wijzigen en aanvullen.".
Art.5. Dans la même loi, un article 290/1 est inséré, rédigé comme suit :
"Art. 290/1. Le Roi, par arrêté pris sur avis de la FSMA, fixe les règles selon lesquelles les OPCA à nombre variable et fixe de parts institutionnels tiennent leur comptabilité, procèdent aux évaluations d'inventaire et établissent et publient leurs comptes annuels. En ce qui concerne les sociétés d'investissement, le Roi peut déroger à l'article 105 du Code des sociétés, ainsi qu'adapter, modifier et compléter les règles prises en exécution du Chapitre 2, Titre 3, Livre III du Code de droit économique et, dans les conditions de l'article 122, alinéa 1er du Code des sociétés, les règles prises en exécution de l'article 92 du Code des sociétés.".
"Art. 290/1. Le Roi, par arrêté pris sur avis de la FSMA, fixe les règles selon lesquelles les OPCA à nombre variable et fixe de parts institutionnels tiennent leur comptabilité, procèdent aux évaluations d'inventaire et établissent et publient leurs comptes annuels. En ce qui concerne les sociétés d'investissement, le Roi peut déroger à l'article 105 du Code des sociétés, ainsi qu'adapter, modifier et compléter les règles prises en exécution du Chapitre 2, Titre 3, Livre III du Code de droit économique et, dans les conditions de l'article 122, alinéa 1er du Code des sociétés, les règles prises en exécution de l'article 92 du Code des sociétés.".
HOOFDSTUK II. - Fiscale bepalingen met betrekking tot de gereglementeerde vastgoedvennootschappen en gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen
CHAPITRE II. - Dispositions fiscales relatives aux sociétés immobilières réglementées et fonds d'investissement immobilier spécialisés
Afdeling 1. - Inkomstenbelastingen
Section 1re. - Impôts sur les revenus
Art.6. Artikel 2, § 1, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014, wordt aangevuld met een bepaling onder h), luidende :
"h) beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed : enigerlei beleggingsvennootschap met vast kapitaal, zoals bedoeld in de artikelen 195 en 288 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, die als uitsluitend doel hebben de belegging in de in artikel 183, eerste lid, 3°, van dezelfde wet bedoelde categorie van toegelaten beleggingen.".
"h) beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed : enigerlei beleggingsvennootschap met vast kapitaal, zoals bedoeld in de artikelen 195 en 288 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, die als uitsluitend doel hebben de belegging in de in artikel 183, eerste lid, 3°, van dezelfde wet bedoelde categorie van toegelaten beleggingen.".
Art.6. L'article 2, § 1er, 5°, du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié en dernier lieu par la loi du 12 mai 2014, est complété par un h), rédigé comme suit :
"h) société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers : toute société d'investissement à capital fixe, telle que visée par les articles 195 et 288 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, qui ont pour but exclusif le placement dans la catégorie de placements autorisés visée à l'article 183, alinéa 1er, 3°, de la même loi.".
"h) société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers : toute société d'investissement à capital fixe, telle que visée par les articles 195 et 288 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, qui ont pour but exclusif le placement dans la catégorie de placements autorisés visée à l'article 183, alinéa 1er, 3°, de la même loi.".
Art.7. In artikel 46, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014, worden de woorden "vennootschap is met vast kapitaal voor belegging in onroerende goederen of in niet genoteerde aandelen of een openbare of institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschap" vervangen door de woorden "beleggingsvennootschap is met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen of een gereglementeerde vastgoedvennootschap".
Art.7. Dans l'article 46, § 1er, alinéa 2, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 12 mai 2014, dans le texte néerlandais les mots "vennootschap is met vast kapitaal voor belegging in onroerende goederen of in niet genoteerde aandelen of een openbare of institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschap" sont remplacés par les mots "beleggingsvennootschap is met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen of een gereglementeerde vastgoedvennootschap".
Art.8. Artikel 47 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 november 2011, wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende :
" § 7. De paragraaf 1 is niet van toepassing indien de meerwaarde is onderworpen aan het in artikel 217, eerste lid, 1°, bedoelde tarief en werd gerealiseerd in het kader van de in hetzelfde artikel bedoelde verrichtingen waaraan een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of een gereglementeerde vastgoedvennootschap deelneemt.".
" § 7. De paragraaf 1 is niet van toepassing indien de meerwaarde is onderworpen aan het in artikel 217, eerste lid, 1°, bedoelde tarief en werd gerealiseerd in het kader van de in hetzelfde artikel bedoelde verrichtingen waaraan een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of een gereglementeerde vastgoedvennootschap deelneemt.".
Art.8. L'article 47 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 7 novembre 2011, est complété par un paragraphe 7, rédigé comme suit :
" § 7. Le paragraphe 1er n'est pas d'application lorsque la plus-value est soumise au taux visé à l'article 217, alinéa 1er, 1°, et réalisée dans le cadre des opérations visées au même article et auxquelles une société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers ou une société immobilière réglementée prend part.".
" § 7. Le paragraphe 1er n'est pas d'application lorsque la plus-value est soumise au taux visé à l'article 217, alinéa 1er, 1°, et réalisée dans le cadre des opérations visées au même article et auxquelles une société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers ou une société immobilière réglementée prend part.".
Art.9. Artikel 185bis van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende :
" § 4. In de gevallen bepaald door de Koning kan de FOD Financiën een institutionele alternatieve instelling voor collectieve belegging schrappen van de in artikel 289, § 1 van de wet van 19 april 2014 bedoelde lijst. De FOD Financiën deelt de schrapping mee door middel van een aangetekende brief geadresseerd aan de zetel van de vennootschap. Een beroep tegen een beslissing tot schrapping is mogelijk volgens de gemeenrechtelijke procedure van beroep in administratieve zaken.".
" § 4. In de gevallen bepaald door de Koning kan de FOD Financiën een institutionele alternatieve instelling voor collectieve belegging schrappen van de in artikel 289, § 1 van de wet van 19 april 2014 bedoelde lijst. De FOD Financiën deelt de schrapping mee door middel van een aangetekende brief geadresseerd aan de zetel van de vennootschap. Een beroep tegen een beslissing tot schrapping is mogelijk volgens de gemeenrechtelijke procedure van beroep in administratieve zaken.".
Art.9. L'article 185bis du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 18 décembre 2015, est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
" § 4. Dans les cas fixés par le Roi, le SPF Finances peut radier un organisme de placement collectif alternatif institutionnel de la liste visée à l'article 289, § 1er de la loi du 19 avril 2014. Le SPF Finances fait part de la radiation par une lettre recommandée adressée au siège de la société. Un recours est ouvert contre une décision de radiation selon la procédure de droit commun en matière administrative.".
" § 4. Dans les cas fixés par le Roi, le SPF Finances peut radier un organisme de placement collectif alternatif institutionnel de la liste visée à l'article 289, § 1er de la loi du 19 avril 2014. Le SPF Finances fait part de la radiation par une lettre recommandée adressée au siège de la société. Un recours est ouvert contre une décision de radiation selon la procédure de droit commun en matière administrative.".
Art.10. In artikel 203 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 2° bis vervangen als volgt :
"2° bis. een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed, een gereglementeerde vastgoedvennootschap of een buitenlandse vennootschap :
- waarvan het hoofddoel de verwerving of de bouw van onroerende goederen met het oog op de ter beschikkingstelling aan gebruikers is, of het rechtstreeks of onrechtstreeks aanhouden van deelnemingen in entiteiten met een vergelijkbaar maatschappelijk doel is;
- die onderworpen is aan beperkingen, die ten minste de verplichting omvat om een deel van zijn inkomen aan zijn aandeelhouders uit te keren;
- die, alhoewel hij in het land van zijn fiscale woonplaats onderworpen is aan een in 1° vermelde belasting, in dat land een belastingregeling geniet die afwijkt van het gemeen recht;
in de mate dat de inkomsten van onroerende goederen die hij verkrijgt :
- niet afkomstig zijn van onroerende goederen die zich bevinden in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, op voorwaarde dat deze overeenkomst of enig ander verdrag voorziet in een uitwisseling van inlichtingen die noodzakelijk is voor de toepassing van de wettelijke bepalingen van de contracterende Staten, of;
- niet onderworpen werden aan de vennootschapsbelasting, aan de belasting van niet-inwoners, of aan een buitenlandse belasting die analoog is aan deze belastingen, of genieten van een belastingregeling die afwijkt van het gemeen recht;";
2° in paragraaf 2, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
"Paragraaf 1, eerste lid, 2° en 2° bis, is niet van toepassing op de dividenden respectievelijk verdeeld door de beleggingsvennootschappen en door de in § 1, eerste lid, 2° bis, bedoelde vennootschappen waarvan de statuten in de jaarlijkse uitkering voorzien van ten minste 90 pct., of wanneer het gaat om in § 1, eerste lid, 2° bis, bedoelde vennootschappen, ten minste van 80 pct., van de inkomsten die ze hebben verkregen, na aftrek van de bezoldigingen, commissies en kosten, voor zover en in de mate dat die inkomsten voortkomen uit dividenden die zelf beantwoorden aan de in § 1, 1° tot 4°, vermelde aftrekvoorwaarden of uit meerwaarden die ze hebben verwezenlijkt op aandelen die krachtens artikel 192, § 1, voor vrijstelling in aanmerking komen.".
1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 2° bis vervangen als volgt :
"2° bis. een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed, een gereglementeerde vastgoedvennootschap of een buitenlandse vennootschap :
- waarvan het hoofddoel de verwerving of de bouw van onroerende goederen met het oog op de ter beschikkingstelling aan gebruikers is, of het rechtstreeks of onrechtstreeks aanhouden van deelnemingen in entiteiten met een vergelijkbaar maatschappelijk doel is;
- die onderworpen is aan beperkingen, die ten minste de verplichting omvat om een deel van zijn inkomen aan zijn aandeelhouders uit te keren;
- die, alhoewel hij in het land van zijn fiscale woonplaats onderworpen is aan een in 1° vermelde belasting, in dat land een belastingregeling geniet die afwijkt van het gemeen recht;
in de mate dat de inkomsten van onroerende goederen die hij verkrijgt :
- niet afkomstig zijn van onroerende goederen die zich bevinden in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, op voorwaarde dat deze overeenkomst of enig ander verdrag voorziet in een uitwisseling van inlichtingen die noodzakelijk is voor de toepassing van de wettelijke bepalingen van de contracterende Staten, of;
- niet onderworpen werden aan de vennootschapsbelasting, aan de belasting van niet-inwoners, of aan een buitenlandse belasting die analoog is aan deze belastingen, of genieten van een belastingregeling die afwijkt van het gemeen recht;";
2° in paragraaf 2, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
"Paragraaf 1, eerste lid, 2° en 2° bis, is niet van toepassing op de dividenden respectievelijk verdeeld door de beleggingsvennootschappen en door de in § 1, eerste lid, 2° bis, bedoelde vennootschappen waarvan de statuten in de jaarlijkse uitkering voorzien van ten minste 90 pct., of wanneer het gaat om in § 1, eerste lid, 2° bis, bedoelde vennootschappen, ten minste van 80 pct., van de inkomsten die ze hebben verkregen, na aftrek van de bezoldigingen, commissies en kosten, voor zover en in de mate dat die inkomsten voortkomen uit dividenden die zelf beantwoorden aan de in § 1, 1° tot 4°, vermelde aftrekvoorwaarden of uit meerwaarden die ze hebben verwezenlijkt op aandelen die krachtens artikel 192, § 1, voor vrijstelling in aanmerking komen.".
Art.10. Dans l'article 203 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, le 2° bis est remplacé par ce qui suit :
"2° bis. une société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers, une société immobilière réglementée ou une société étrangère :
- qui a pour objet principal l'acquisition ou la construction d'immeubles en vue de la mise à disposition d'utilisateurs, ou la détention directe ou indirecte de participations dans des entités dont l'objet social est similaire;
- qui est soumise à des contraintes, tenant au moins à l'obligation de distribution d'une partie de ses revenus à ses actionnaires;
- qui, bien qu'assujettie dans le pays de son domicile fiscal, à un impôt visé au 1°, bénéficie dans celui-ci d'un régime fiscal exorbitant du droit commun;
dans la mesure où les revenus de biens immobiliers qu'elle recueille :
- ne proviennent pas de biens immobiliers situés dans un autre Etat membre de l'Union européenne ou dans un Etat avec lequel la Belgique a conclu une convention préventive de la double imposition à condition que cette convention ou un quelconque autre accord prévoit l'échange de renseignements nécessaires pour appliquer les dispositions de la législation nationale des Etats contractants, ou;
- n'ont pas été soumis à l'impôt des sociétés, l'impôt des non-résidents ou à un impôt étranger analogue à ces impôts, ou bénéficient d'un régime d'imposition distinct exorbitant du droit commun;";
2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
"Le § 1er, alinéa 1er, 2° et 2° bis, ne s'applique pas aux dividendes distribués respectivement par les sociétés d'investissement et par les sociétés visées au § 1er, alinéa 1er, 2° bis, dont les statuts prévoient la distribution annuelle d'au moins 90 p.c., ou lorsqu'il s'agit d'une société visée au § 1er, alinéa 1er, 2° bis, d'au moins 80 p.c., des revenus qu'elles ont recueillis, déduction faite des rémunérations, commissions et frais, pour autant et dans la mesure où ces revenus proviennent de dividendes qui répondent eux-mêmes aux conditions de déduction visées au § 1er, 1° à 4° ou de plus-values qu'elles ont réalisées sur des actions ou parts susceptibles d'être exonérées en vertu de l'article 192, § 1er.".
1° dans le paragraphe 1er, le 2° bis est remplacé par ce qui suit :
"2° bis. une société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers, une société immobilière réglementée ou une société étrangère :
- qui a pour objet principal l'acquisition ou la construction d'immeubles en vue de la mise à disposition d'utilisateurs, ou la détention directe ou indirecte de participations dans des entités dont l'objet social est similaire;
- qui est soumise à des contraintes, tenant au moins à l'obligation de distribution d'une partie de ses revenus à ses actionnaires;
- qui, bien qu'assujettie dans le pays de son domicile fiscal, à un impôt visé au 1°, bénéficie dans celui-ci d'un régime fiscal exorbitant du droit commun;
dans la mesure où les revenus de biens immobiliers qu'elle recueille :
- ne proviennent pas de biens immobiliers situés dans un autre Etat membre de l'Union européenne ou dans un Etat avec lequel la Belgique a conclu une convention préventive de la double imposition à condition que cette convention ou un quelconque autre accord prévoit l'échange de renseignements nécessaires pour appliquer les dispositions de la législation nationale des Etats contractants, ou;
- n'ont pas été soumis à l'impôt des sociétés, l'impôt des non-résidents ou à un impôt étranger analogue à ces impôts, ou bénéficient d'un régime d'imposition distinct exorbitant du droit commun;";
2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
"Le § 1er, alinéa 1er, 2° et 2° bis, ne s'applique pas aux dividendes distribués respectivement par les sociétés d'investissement et par les sociétés visées au § 1er, alinéa 1er, 2° bis, dont les statuts prévoient la distribution annuelle d'au moins 90 p.c., ou lorsqu'il s'agit d'une société visée au § 1er, alinéa 1er, 2° bis, d'au moins 80 p.c., des revenus qu'elles ont recueillis, déduction faite des rémunérations, commissions et frais, pour autant et dans la mesure où ces revenus proviennent de dividendes qui répondent eux-mêmes aux conditions de déduction visées au § 1er, 1° à 4° ou de plus-values qu'elles ont réalisées sur des actions ou parts susceptibles d'être exonérées en vertu de l'article 192, § 1er.".
Art.11. In artikel 210, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt :
"5° bij de erkenning door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten als vennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen, of als gereglementeerde vastgoedvennootschap, tenzij zij op het ogenblik van de erkenning reeds erkend was als vennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen, of als gereglementeerde vastgoedvennootschap, of reeds ingeschreven was bij de FOD Financiën als gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds;";
2° de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt :
"6° bij de inschrijving bij de FOD Financiën als gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds, tenzij zij op het ogenblik van de inschrijving reeds door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten erkend was als vennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen, of als gereglementeerde vastgoedvennootschap.".
1° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt :
"5° bij de erkenning door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten als vennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen, of als gereglementeerde vastgoedvennootschap, tenzij zij op het ogenblik van de erkenning reeds erkend was als vennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen, of als gereglementeerde vastgoedvennootschap, of reeds ingeschreven was bij de FOD Financiën als gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds;";
2° de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt :
"6° bij de inschrijving bij de FOD Financiën als gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds, tenzij zij op het ogenblik van de inschrijving reeds door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten erkend was als vennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen, of als gereglementeerde vastgoedvennootschap.".
Art.11. Dans l'article 210, § 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 12 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° le 5° est remplacé par ce qui suit :
"5° en cas d'agrément par l'Autorité des services et marchés financiers en tant que société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers ou en actions non cotées, ou en tant que société immobilière réglementée, sauf lorsque au moment de l'agrément, elle était déjà agréée en tant que société à capital fixe en biens immobiliers ou en actions non cotées, ou en tant que société immobilière réglementée, ou était déjà inscrite en tant que fonds d'investissement immobilier spécialisé auprès du SPF Finances;";
2° le 6° est remplacé par ce qui suit :
"6° en cas d'inscription en tant que fonds d'investissement immobilier spécialisé auprès du SPF Finances, sauf lorsque au moment de l'inscription, il était déjà agréé en tant que société à capital fixe en biens immobiliers ou en actions non cotées, ou en tant que société immobilière réglementée, par l'Autorité des services et marchés financiers.".
1° le 5° est remplacé par ce qui suit :
"5° en cas d'agrément par l'Autorité des services et marchés financiers en tant que société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers ou en actions non cotées, ou en tant que société immobilière réglementée, sauf lorsque au moment de l'agrément, elle était déjà agréée en tant que société à capital fixe en biens immobiliers ou en actions non cotées, ou en tant que société immobilière réglementée, ou était déjà inscrite en tant que fonds d'investissement immobilier spécialisé auprès du SPF Finances;";
2° le 6° est remplacé par ce qui suit :
"6° en cas d'inscription en tant que fonds d'investissement immobilier spécialisé auprès du SPF Finances, sauf lorsque au moment de l'inscription, il était déjà agréé en tant que société à capital fixe en biens immobiliers ou en actions non cotées, ou en tant que société immobilière réglementée, par l'Autorité des services et marchés financiers.".
Art.12. In artikel 211, § 1, zesde lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014, worden de woorden "belegging in onroerende goederen" vervangen door de woorden "belegging in vastgoed" en worden de woorden "of op de lijst van de gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen ingeschreven vennootschap, behoudens indien uitsluitend zulke vennootschappen aan de verrichting deelnemen" toegevoegd na de woorden "op de lijst van de private privaks ingeschreven vennootschap".
Art.12. L'article 211, § 1er, alinéa 6, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 12 mai 2014, est complété par les mots "ou sur la liste des fonds d'investissement immobiliers spécialisés, sauf si uniquement de telles sociétés prennent part à l'opération" et dans le texte néerlandais les mots "belegging in onroerende goederen" sont remplacés par les mots "belegging in vastgoed".
Art.13. In artikel 215, derde lid, 6°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden "de beleggingsvennootschappen met vast kapitaal voor belegging in vastgoed," ingevoegd tussen de woorden "de gereglementeerde vastgoedvennootschappen," en de woorden "alsmede de organismen voor financiering van pensioenen".
Art.13. Dans l'article 215, alinéa 3, 6°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 18 décembre 2015, les mots "aux sociétés d'investissement à capital fixe en biens immobiliers," sont insérés entre les mots "aux sociétés immobilières réglementées," et les mots "ainsi qu'aux organismes de financement de pensions".
Art.14. Artikel 217, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij wet van 12 mei 2014, wordt vervangen door wat volgt :
"1° 16,5 pct. wat betreft :
- de belastbare bedragen bij een in de artikelen 46, § 1, tweede lid, 210, § 1, 5° en 6° en 211, § 1, zesde lid, vermelde verrichting;
- een meerwaarde verwezenlijkt naar aanleiding van een exclusief met nieuwe aandelen vergoede inbreng van een onroerend goed in een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in een gereglementeerde vastgoedvennootschap voor zover ze genieten van de toepassing van het regime voorzien in artikel 185bis;".
"1° 16,5 pct. wat betreft :
- de belastbare bedragen bij een in de artikelen 46, § 1, tweede lid, 210, § 1, 5° en 6° en 211, § 1, zesde lid, vermelde verrichting;
- een meerwaarde verwezenlijkt naar aanleiding van een exclusief met nieuwe aandelen vergoede inbreng van een onroerend goed in een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in een gereglementeerde vastgoedvennootschap voor zover ze genieten van de toepassing van het regime voorzien in artikel 185bis;".
Art.14. L'article 217, alinéa 1er, 1°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 12 mai 2014, est remplacé par ce qui suit :
"1° 16,5 p.c. en ce qui concerne :
- les sommes imposables à l'occasion d'une opération visée aux articles 46, § 1er, alinéa 2, 210, § 1er, 5° et 6° et 211, § 1er, alinéa 6;
- une plus-value réalisée à l'occasion de l'apport rémunéré exclusivement par des actions ou parts nouvelles d'un bien immobilier dans une société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers ou dans une société immobilière réglementée pour autant qu'elles bénéficient de l'application du régime prévu à l'article 185bis;".
"1° 16,5 p.c. en ce qui concerne :
- les sommes imposables à l'occasion d'une opération visée aux articles 46, § 1er, alinéa 2, 210, § 1er, 5° et 6° et 211, § 1er, alinéa 6;
- une plus-value réalisée à l'occasion de l'apport rémunéré exclusivement par des actions ou parts nouvelles d'un bien immobilier dans une société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers ou dans une société immobilière réglementée pour autant qu'elles bénéficient de l'application du régime prévu à l'article 185bis;".
Art.15. In artikel 231, § 2, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014, worden de woorden "voor belegging in onroerende goederen" vervangen door de woorden "voor belegging in vastgoed" en worden de woorden "of een gereglementeerde vastgoedvennootschap" vervangen door de woorden ", een gereglementeerde vastgoedvennootschap of een bij de FOD Financiën op de lijst van de gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen ingeschreven vennootschap".
Art.15. Dans l'article 231, § 2, alinéa 4, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 12 mai 2014, dans le texte néerlandais, les mots "voor belegging in onroerende goederen" sont remplacés par les mots "voor belegging in vastgoed" et les mots "ou une société immobilière réglementée" sont remplacés par les mots ", une société immobilière réglementée ou une société qui est inscrite auprès du SPF Finances sur la liste des fonds d'investissement immobiliers spécialisés".
Art.16. Artikel 246, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, wordt vervangen als volgt :
"De belasting wordt berekend tegen het in artikel 217, eerste lid, 1°, bepaalde tarief, onverminderd de toepassing van artikel 218, in de volgende gevallen :
- in het in artikel 231, § 2, vierde lid vermelde geval;
- in het geval van een meerwaarde verwezenlijkt naar aanleiding van een exclusief met nieuwe aandelen vergoede inbreng van een onroerend goed door een in artikel 227, 2°, bedoelde belastingplichtige, bij de inbreng van een onroerende goed, in voorkomend geval naar aanleiding van een inbreng zoals bedoeld in artikel 231, § 3, in een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in een gereglementeerde vastgoedvennootschap voor zover ze genieten van de toepassing van het regime voorzien in artikel 185bis.".
"De belasting wordt berekend tegen het in artikel 217, eerste lid, 1°, bepaalde tarief, onverminderd de toepassing van artikel 218, in de volgende gevallen :
- in het in artikel 231, § 2, vierde lid vermelde geval;
- in het geval van een meerwaarde verwezenlijkt naar aanleiding van een exclusief met nieuwe aandelen vergoede inbreng van een onroerend goed door een in artikel 227, 2°, bedoelde belastingplichtige, bij de inbreng van een onroerende goed, in voorkomend geval naar aanleiding van een inbreng zoals bedoeld in artikel 231, § 3, in een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in een gereglementeerde vastgoedvennootschap voor zover ze genieten van de toepassing van het regime voorzien in artikel 185bis.".
Art.16. L'article 246, alinéa 2, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 18 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
"L'impôt est calculé au taux prévu à l'article 217, alinéa 1er, 1°, sans préjudice à l'application de l'article 218, dans les cas suivants :
- dans le cas prévu à l'article 231, § 2, alinéa 4;
- dans le cas d'une plus-value réalisée par un contribuable visé à l'article 227, 2°, lors de l'apport rémunéré exclusivement par des actions ou parts nouvelles d'un bien immobilier, le cas échéant à l'occasion d'un apport visé à l'article 231, § 3, dans une société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers ou dans une société immobilière réglementée pour autant qu'elles bénéficient de l'application du régime prévu à l'article 185bis.".
"L'impôt est calculé au taux prévu à l'article 217, alinéa 1er, 1°, sans préjudice à l'application de l'article 218, dans les cas suivants :
- dans le cas prévu à l'article 231, § 2, alinéa 4;
- dans le cas d'une plus-value réalisée par un contribuable visé à l'article 227, 2°, lors de l'apport rémunéré exclusivement par des actions ou parts nouvelles d'un bien immobilier, le cas échéant à l'occasion d'un apport visé à l'article 231, § 3, dans une société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers ou dans une société immobilière réglementée pour autant qu'elles bénéficient de l'application du régime prévu à l'article 185bis.".
Art.17. In artikel 264, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2014, wordt een bepaling onder 2° quater ingevoegd, luidende :
"2° quater dat wordt geacht toegekend te zijn ingevolge de erkenning door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten als vennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen, of als gereglementeerde vastgoedvennootschap, zoals bedoeld in artikel 210, § 1, 5°, of ingevolge de inschrijving bij de FOD Financiën als gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds zoals bedoeld in artikel 210, § 1, 6° ;".
"2° quater dat wordt geacht toegekend te zijn ingevolge de erkenning door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten als vennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen, of als gereglementeerde vastgoedvennootschap, zoals bedoeld in artikel 210, § 1, 5°, of ingevolge de inschrijving bij de FOD Financiën als gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds zoals bedoeld in artikel 210, § 1, 6° ;".
Art.17. Dans l'article 264, alinéa 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 19 décembre 2014, il est inséré un 2° quater, rédigé comme suit :
"2° quater qui est considérée être attribuée en raison de l'agrément par l'Autorité des services et marchés financiers en tant que société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers ou en actions non cotées, ou en tant que société immobilière réglementée, comme visé à l'article 210, § 1er, 5°, ou en raison de l'inscription en tant que fonds d'investissement immobilier spécialisé auprès du SPF Finances, comme visée à l'article 210, § 1er, 6° ;".
"2° quater qui est considérée être attribuée en raison de l'agrément par l'Autorité des services et marchés financiers en tant que société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers ou en actions non cotées, ou en tant que société immobilière réglementée, comme visé à l'article 210, § 1er, 5°, ou en raison de l'inscription en tant que fonds d'investissement immobilier spécialisé auprès du SPF Finances, comme visée à l'article 210, § 1er, 6° ;".
Afdeling 2. - BTW
Section 2. - TVA
Art.18. In artikel 44, § 3, van het Wetboek van de toegevoegde waarde wordt de bepaling onder 11°, vervangen bij de wet van 12 mei 2014, vervangen als volgt :
"11° het beheer van :
a) de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die aan de voorwaarden voldoen van de richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;
b) de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve beleggingen en hun beheerders;
c) de openbare of institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschappen bedoeld in artikel 2, 1°, 2° en 3°, van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen;
d) de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;".
"11° het beheer van :
a) de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die aan de voorwaarden voldoen van de richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;
b) de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve beleggingen en hun beheerders;
c) de openbare of institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschappen bedoeld in artikel 2, 1°, 2° en 3°, van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen;
d) de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;".
Art.18. Dans l'article 44, § 3, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, le 11°, remplacé par la loi du 12 mai 2014, est remplacé par ce qui suit :
"11° la gestion :
a) des organismes de placement collectif visés par la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances;
b) des organismes de placement collectif visés par la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires;
c) des sociétés immobilières réglementées publiques ou institutionnelles visées à l'article 2, 1°, 2° et 3°, de la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées;
d) des organismes de financement de pensions visés à l'article 8 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle;".
"11° la gestion :
a) des organismes de placement collectif visés par la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances;
b) des organismes de placement collectif visés par la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires;
c) des sociétés immobilières réglementées publiques ou institutionnelles visées à l'article 2, 1°, 2° et 3°, de la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées;
d) des organismes de financement de pensions visés à l'article 8 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle;".
Afdeling 3. - Diverse rechten en taksen
Section 3. - Droits et taxes divers
Art.19. In artikel 126/1, 3°, van het Wetboek diverse rechten en taksen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de woorden "of van een institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschap" toegevoegd na de woorden "instelling voor collectieve belegging".
Art.19. L'article 126/1, 3° du Code des droits et taxes divers, modifié en dernier lieu par la loi du 27 décembre 2006, est complété par les mots "ou des sociétés immobilières réglementées institutionnelles".
Afdeling 4. - Successierechten
Section 4. - Droits de succession
Art.20. In artikel 161 van het Wetboek der successierechten, laatstelijk gewijzigd bij wet van 18 december 2015, worden in de inleidende zin de woorden "hetzij bij de Federale Overheidsdienst Financiën, hetzij" ingevoegd tussen de woorden "hun inschrijving" en de woorden "bij de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten".
Art.20. A l'article 161 du Code des droits de succession, modifié en dernier lieu par la loi du 18 décembre 2015, dans la phrase liminaire, les mots "soit auprès du Service Public Fédéral Finances, soit" sont insérés entre les mots "leur inscription" et les mots "auprès de l'Autorité des services et marchés financiers".
HOOFDSTUK III. - Voorafbetalingen
CHAPITRE III. - Versements anticipés
Art.21. Artikel 161 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt aangevuld met de woorden :
", zonder dat die basisrentevoet lager mag zijn dan 1 pct.".
", zonder dat die basisrentevoet lager mag zijn dan 1 pct.".
Art.21. L'article 161 du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par l'arrêté royal du 20 juillet 2000, est complété par les mots :
", sans que ce taux de référence puisse être inférieur à 1 p.c.".
", sans que ce taux de référence puisse être inférieur à 1 p.c.".
Art.22. In artikel 162 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "en na raadpleging van de betrokken beroepsorganisaties," en de woorden "en de groepen van belastingplichtigen aanwijzen waarvoor het aldus vastgestelde percentage van toepassing is" worden opgeheven;
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoordigers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit artikel genomen besluiten.".
1° de woorden "en na raadpleging van de betrokken beroepsorganisaties," en de woorden "en de groepen van belastingplichtigen aanwijzen waarvoor het aldus vastgestelde percentage van toepassing is" worden opgeheven;
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoordigers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit artikel genomen besluiten.".
Art.22. Dans l'article 162 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots "et après consultation des organismes professionnels intéressés," et les mots "ainsi que les catégories de contribuables pour lesquelles le pourcentage ainsi fixé est applicable" sont abrogés;
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Le Roi saisira la Chambre des représentants immédiatement si elle est réunie, sinon dès l'ouverture de sa plus prochaine session, d'un projet de loi de confirmation des arrêtés pris en exécution du présent article.".
1° les mots "et après consultation des organismes professionnels intéressés," et les mots "ainsi que les catégories de contribuables pour lesquelles le pourcentage ainsi fixé est applicable" sont abrogés;
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Le Roi saisira la Chambre des représentants immédiatement si elle est réunie, sinon dès l'ouverture de sa plus prochaine session, d'un projet de loi de confirmation des arrêtés pris en exécution du présent article.".
Art.23. In artikel 163 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, worden de woorden "1 pct." vervangen door de woorden "0,5 pct." en worden de woorden "25 EUR" vervangen door de woorden "50 EUR".
Art.23. A l'article 163 du même Code, modifié par les arrêtés royaux du 20 juillet 2000 et du 13 juillet 2001, les mots "1 p.c." sont remplacés par les mots "0,5 p.c." et les mots "25 EUR" sont remplacés par les mots "50 EUR".
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding
CHAPITRE IV. - Entrée en vigueur
Art.24. De artikelen 6 tot 17 treden in werking vanaf aanslagjaar 2016 op de verrichtingen en toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten vanaf 1 juli 2016.
De artikelen 21 tot 23 treden in werking vanaf het aanslagjaar 2018.
De artikelen 21 tot 23 treden in werking vanaf het aanslagjaar 2018.
Art.24. Les articles 6 à 17 entrent en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2016 pour les opérations effectuées et les revenus attribués ou mis en paiement à partir du 1er juillet 2016.
Les articles 21 à 23 entrent en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2018.
Les articles 21 à 23 entrent en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2018.
TITEL 3.
TITRE 3.
ENIG HOOFDSTUK. - Wijzigingen van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken
Art.25. A l'article 31, alinéa 1er, de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale, les modifications suivantes sont apportées :
Art.25. In artikel 31, eerste lid, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "143 uren" worden vervangen door de woorden "91 uren";
2° de woorden "artikel 26bis, § 2bis, derde lid" worden vervangen door de woorden "artikel 26bis, § 2bis, eerste lid".
1° de woorden "143 uren" worden vervangen door de woorden "91 uren";
2° de woorden "artikel 26bis, § 2bis, derde lid" worden vervangen door de woorden "artikel 26bis, § 2bis, eerste lid".
Art. 25. A l'article 31, alinéa 1er, de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots "143 heures" sont remplacés par les mots "91 heures";
2° les mots "article 26bis, § 2bis, alinéa 3" sont remplacés par les mots "article 26bis, § 2bis, alinéa 1er".
1° les mots "143 heures" sont remplacés par les mots "91 heures";
2° les mots "article 26bis, § 2bis, alinéa 3" sont remplacés par les mots "article 26bis, § 2bis, alinéa 1er".
Art.26. In artikel 35 van dezelfde wet worden de woorden "verricht overeenkomstig artikel 32" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 31".
Art. 26. A l'article 35 de la même loi, les mots "effectuées conformément à l'article 32" sont remplacés par les mots "visées à l'article 31".
Art. 27. De artikelen 25 en 26 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2016.
Art. 27. Les articles 25 et 26 produisent leurs effets le 1er janvier 2016.