Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 AUGUSTUS 2016. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het Rijkspersoneel
Titre
3 AOUT 2016. - Arrêté royal modifiant diverses dispositions relatives aux agents de l'Etat
Documentinformatie
Info du document
Tekst (79)
Texte (79)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat
Artikel 1. In artikel 5ter van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 augustus 2004 en 19 november 2008, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "Elke functie ingedeeld in niveau A wordt in een klasse ingedeeld door de minister van Ambtenarenzaken.".
Article 1er. A l'article 5ter de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, modifié par les arrêtés royaux du 4 août 2004 et 19 novembre 2008, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Chaque fonction relevant du niveau A est rangée dans une classe par le ministre de la fonction publique. ".
Art.2. In artikel 6bis van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 30 september 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  De bestaande tekst vormt paragraaf 1 vormen en wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. Aan de klasseanciënniteitsvoorwaarde bedoeld in artikel 41 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel wordt voldaan op de datum waarop het bericht van vacante betrekking wordt meegedeeld.
  Aan de andere voorwaarden wordt voldaan op diezelfde datum
  Als het bericht van vacante betrekking op verschillende wijzen werd meegedeeld overeenkomstig artikel 72, § 3, wordt aan de voorwaarden voldaan op de datum die het gunstigst is voor de ambtenaar.
  De Minister of de voorzitter van het directiecomité bepaalt de datum waarop het personeelsbestand bepalend zal zijn, met het oog op de toepassing van artikelen 53 en 54.
  Deze datum mag niet vroeger zijn dan de datum waarop het bericht van vacante betrekking wordt meegedeeld.".
Art.2. A l'article 6bis du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 30 septembre 2012, sont apportées les modifications suivantes :
  Le texte existant forme le paragraphe 1er et est complété par un paragraphe 2, rédigé comme suit :
  " § 2. La condition d'ancienneté de classe visée à l'article 41 de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat, est remplie à la date à laquelle l'avis de vacance est communiqué.
  Les autres conditions sont remplies à cette même date.
  Lorsque l'avis de vacance a été comuniqué au moyen de plusieurs modes, conformément à l'article 72, § 3, les conditions sont remplies à la date la plus favorable pour l'agent.
  Le Ministre ou le président du comité de direction fixe la date à laquelle l'effectif du personnel sera déterminant, en vue de l'application des articles 53 et 54.
  Cette date ne peut être antérieure à la date à laquelle l'avis de vacance est communiqué. ".
Art.3. In artikel 16, § 2, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 15 maart 2010, worden de woorden "bevoegde Minister" vervangen door de woorden "voorzitter van het directiecomité".
Art.3. A l'article 16, § 2, alinéa 1er, 2°, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 15 mars 2010, les mots " Ministre compétent " sont remplacés par les mots " président du comité de direction ".
Art.4. In artikel 17, § 1, B, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 augustus 2004, 18 april 2005, 15 januari 2007 en 19 november 2008 wordt het woord "Minister" vervangen door de woorden "voorzitter van het directiecomité".
Art.4. A l'article 17, § 1er, B, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux du 4 août 2004, 18 avril 2005, 15 janvier 2007 et 19 novembre 2008, le mot " Ministre " est remplacé par les mots " président du comité de direction ".
Art.5. Artikel 47 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 augustus 2004, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 47. Tenzij een wet anders bepaalt, leggen de ambtenaren de eed af in handen van de voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde.".
Art.5. L'article 47 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 4 août 2004, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 47. Sauf si une loi en dispose autrement, les agents prêtent serment entre les mains du président du comité de direction ou son délégué. ".
Art.6. Artikel 48quater, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 februari 1985 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 september 1997, wordt vervangen als volgt :
  "Met inachtneming van de algemene beginselen uitgevaardigd op grond van het eerste lid, stelt elke voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde het onthaal en opleidingsprogramma vast dat aan de behoeften van de federale overheidsdienst en zijn personeel beantwoordt.".
Art.6. L'article 48quater, alinéa 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 22 février 1985 et modifié par l'arrêté royal du 15 septembre 1997, est remplacé par ce qui suit :
  " Chaque président du comité de direction ou son délégué fixe, en se conformant aux principes généraux définis en vertu de l'alinéa 1er, le programme d'accueil et de formation qui répond aux besoins du service public fédéral et de son personnel. ".
Art.7. In artikel 49 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 19 november 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De rijksambtenaar in dienstactiviteit kan op zijn vraag een mutatie krijgen naar een dienst gevestigd in een andere administratieve standplaats, mits hij voldoet aan de vereisten van de te begeven functie.
  Wanneer meerdere rijksambtenaren kandidaat zijn voor een mutatie naar eenzelfde administratieve standplaats wordt de betrekking toegewezen aan de kandidaat die het best beantwoordt aan de vereisten van de te begeven functie. De voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde vergelijkt daartoe de titels en verdiensten van de kandidaten in het licht van de generieke en technische competenties van de functie.
  Hij bepaalt eveneens de procedure volgens welke de bij wege van mutatie te verlenen betrekkingen worden bekendgemaakt en volgens welke de rijksambtenaren zich daarvoor kandidaat kunnen stellen. Het functieprofiel wordt bij de oproep tot kandidaatstelling gevoegd.
  Wanneer meerdere kandidaten voor mutatie naar dezelfde administratieve standplaats op gelijkwaardige wijze voldoen aan de vereisten van de te begeven functie worden de ambtenaren gemuteerd volgens de volgende orde van voorrang :
  - de ambtenaar met de hoogste klasse- of graadanciënniteit;
  - bij gelijke klasse- of graadanciënniteit de ambtenaar met de hoogste dienstanciënniteit;
  - bij gelijke dienstanciënniteit de oudste ambtenaar.";
  2° Paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. De rijksambtenaar in dienstactiviteit kan op zijn vraag worden aangewezen voor een andere dienst in dezelfde administratieve standplaats. Wanneer er meerdere kandidaten zijn voor eenzelfde dienstaanwijzing wordt de voorrang onder de kandidaten bepaald overeenkomstig paragraaf 2, tweede en vierde lid.
  De voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde bepaalt de procedure volgens welke de bij wege van mutatie te verlenen betrekkingen worden bekendgemaakt en volgens welke de rijksambtenaren zich daarvoor kandidaat kunnen stellen. Het functieprofiel wordt bij de oproep tot kandidaatstelling gevoegd.".
Art.7. L'article 49 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 19 novembre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. L'agent de l'Etat en activité de service peut, à sa demande, obtenir une mutation vers un service établi dans une autre résidence administrative, à condition qu'il réponde aux exigences de la fonction à conférer.
  Lorsque plusieurs agents de l'Etat sont candidats pour une mutation vers une même résidence administrative, l'emploi est attribué au candidat qui répond le mieux aux exigences de la fonction à conférer. Le président du comité de direction ou son délégué compare à cette fin les titres et mérites des candidats au regard des compétences génériques et techniques de la fonction.
  Il détermine également la procédure selon laquelle les emplois à conférer par mutation sont annoncés et selon laquelle les agents de l'Etat peuvent poser leur candidature pour ceux-ci. Le profil de la fonction est annexé à l'appel à candidature.
  Si plusieurs candidats à la mutation vers la même résidence administrative répondent de manière égale aux exigences de la fonction à pourvoir, les agents sont mutés selon l'ordre de priorité suivant :
  - l'agent dont l'ancienneté de classe ou de grade est la plus élevée;
  - à égalité, l'agent dont l'ancienneté de service est la plus élevée;
  - à égalité, l'agent le plus âgé. ";
  2 ° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. L'agent de l'Etat en activité de service peut, à sa demande, être désigné pour un autre service dans la même résidence administrative. Lorsqu'il y a plusieurs candidats pour une même affectation, la priorité parmi les candidats sera définie conformément au paragraphe 2, alinéas 2 et 4.
  Le Président du comité de direction ou son délégué détermine la procédure selon laquelle les emplois à conférer par mutation sont annoncés, selon laquelle les agents de l'Etat peuvent poser leur candidature pour ceux-ci. Le profil de la fonction est annexé à l'appel à candidature. ".
Art.8. Artikel 50 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk besluit van 4 maart 1993, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 50. § 1. De voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde kan een ambtenaar ambtshalve muteren naar een dienst gevestigd in een andere administratieve standplaats in de volgende gevallen :
  1° wanneer de dienst waarvoor de ambtenaar werd aangewezen verhuist naar een andere administratieve standplaats;
  2° wanneer de dienst waarvoor de ambtenaar werd aangewezen wordt afgeschaft en een of meerdere diensten gevestigd in een andere administratieve standplaats de materiële en territoriale bevoegdheden geheel en/of gedeeltelijk overnemen;
  3° wanneer een of meerdere diensten gevestigd in een andere administratieve standplaats gedeeltelijk de materiële en/of territoriale bevoegdheden overnemen van de dienst waarvoor de ambtenaar werd aangewezen;
  4° wanneer de werklast van de dienst vermindert in verhouding tot het aantal personeelsleden.
  § 2. Wanneer de in de eerste paragraaf bedoelde gevallen geen betrekking hebben op alle ambtenaren van een dienst muteert de voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde de ambtenaren volgens de volgende volgorde van prioriteit :
  - de ambtenaar met de minst grote klasse- of graadanciënniteit;
  - in geval van gelijkheid de ambtenaar met de minst grote dienstanciënniteit;
  - in geval van gelijkheid de jongste ambtenaar.
  De voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde wijkt af van de in het eerste lid vastgestelde prioriteiten als er ambtenaren zijn die kandidaat zijn voor de mutatie. In dit geval is de toekenningsprocedure de procedure beoogd in artikel 49, § 2, tweede en vierde lid.".
Art.8. L'article 50 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 4 mars 1993, est rétabli comme suit :
  " Art. 50. § 1er. Le président du comité de direction ou son délégué peut muter d'office un agent vers un service établi dans une autre résidence administrative dans les cas suivants :
  1° lorsque le service pour lequel l'agent a été désigné déménage dans une autre résidence administrative;
  2° lorsque le service pour lequel l'agent a été désigné est supprimé et qu'un ou plusieurs services situé(s) dans une autre résidence administrative reprennent partiellement ou totalement les compétences matérielles et/ou territoriales;
  3° lorsqu'un ou plusieurs services situé(s) dans une autre résidence administrative reprennent partiellement les compétences matérielles et/ou territoriales du service pour lequel l'agent a été désigné;
  4° lorsque la charge de travail du service diminue par rapport au nombre de membres du personnel.
  § 2. Lorsque les cas visés au paragraphe 1er ne visent pas tous les agents d'un service, le président du comité de direction ou son délégué mute les agents selon l'ordre de priorité suivant :
  - l'agent dont l'ancienneté de classe ou de grade est la moins grande;
  - à égalité, l'agent dont l'ancienneté de service est la moins grande;
  - à égalité, l'agent le moins âgé.
  Toutefois, le président du comité de direction ou son délégué déroge aux priorités fixées dans l'alinéa 1er si des agents sont candidats à la mutation. Dans ce cas, la procédure d'attribution est celle visée dans l'article 49, § 2, alinéas 2 et 4. ".
Art.9. Artikel 51 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk besluit van 4 maart 1993, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 51. De rijksambtenaar kan een tijdelijke mutatie naar een andere administratieve standplaats vragen voor een duur van maximaal twaalf maanden :
  - wegens ernstige familiale of sociale redenen;
  - wegens gezondheidsredenen.
  Indien hier ernstige redenen toe zijn, kan de tijdelijke mutatie verlengd worden met periodes van maximaal twaalf maanden.
  De tijdelijke mutatie is geen recht.
  De voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde bepaalt de procedure volgens dewelke de tijdelijke mutatie kan worden toegestaan of verlengd.
  De voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde neemt een met redenen omklede beslissing binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag. ".
Art.9. L'article 51 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 4 mars 1993, est rétabli comme suit :
  " Art. 51. L'agent de l'Etat peut solliciter une mutation temporaire vers une autre résidence administrative pour une durée de maximum douze mois :
  - pour raisons familiales ou sociales graves;
  - pour raisons de santé,
  S'il existe des raisons graves le justifiant, la mutation temporaire peut être prolongée par période de maximum douze mois.
  La mutation temporaire n'est pas un droit.
  Le président du comité de direction ou son délégué détermine la procédure selon laquelle la mutation temporaire peut être accordée ou prolongée.
  Le président du comité de direction ou son délégué prend une décision motivée dans un délai de trente jours à dater de la réception de la demande. ".
Art.10. In artikel 72 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 26 september 1994 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 april 1995, 13 mei 1999, 5 september 2002, 4 augustus 2004, 30 januari 2006 en 15 januari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De vacature van een door bevordering te begeven betrekking wordt ter kennis gebracht van de benoembare ambtenaren door een bekendmaking van vacante betrekking. Het vacaturebericht wordt ten minste meegedeeld op een van de volgende wijzen :
  1° hetzij langs elektronische weg waarbij de ontvangst ervan door de ambtenaar wordt bevestigd;
  2° hetzij door overhandiging aan de ambtenaar in ruil voor een door hem ondertekend ontvangstbewijs dat de datum van ontvangst vermeldt;
  3° hetzij met een aangetekend schrijven naar het door de ambtenaar laatst meegedeelde adres;
  4° hetzij door bekendmaking in het Belgisch Staatsblad gelijktijdig met één van de wijzen vermeld in 1° tot 3°.
  Wanneer artikel 6bis, § 1, derde lid wordt toegepast, wordt het vacaturebericht ten minste meegedeeld door middel van een bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
  Het vacaturebericht bevat alle elementen betreffende de vacante betrekking teneinde aan de kandidaten toe te laten te solliciteren met alle kennis van zaken. ";
  2° Paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Voor een bevordering wordt alleen rekening gehouden met de kandidaatstellingen van de benoembare ambtenaren die gesolliciteerd hebben binnen de termijn gesteld door de voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde, die minimaal tien werkdagen bedraagt en ingaat op de eerste werkdag volgend op de dag :
  1° waarop het vacaturebericht elektronisch werd meegedeeld en de ontvangst ervan door de ambtenaar werd bevestigd;
  2° waarop het vacaturebericht aan de ambtenaar werd overhandigd en waarvoor een ontvangstbewijs werd opgemaakt dat de ambtenaar heeft ondertekend en de datum van ontvangst vermeldt;
  3° waarop het vacaturebericht door middel van een aangetekend schrijven werd aangeboden op het door de ambtenaar laatst meegedeelde adres;
  4° waarop het vacaturebericht werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
  Wanneer het vacaturebericht werd meegedeeld op meerdere in het eerste lid bedoelde wijzen is de termijn die van toepassing is die, die het gunstigst is voor de ambtenaar.
  De kandidaatstelling kan bezorgd worden per brief verzonden naar het in het vacaturebericht vermelde adres volgens een van de wijzen vermelde in het eerste lid, 1° tot 3°. De kandidaatstelling bezorgd volgens de modaliteiten bedoeld in het eerste lid, 1° tot 3° is enkel tegenstelbaar mits de kandidaat beschikt over een ontvangstmelding die de afgifte van de kandidaatstelling bewijst.
  De ambtenaren kunnen bij voorbaat dingen naar elke betrekking die tijdens hun afwezigheid open zou worden verklaard. De geldigheid van een dergelijke kandidaatstelling is beperkt tot één maand.
  Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder werkdag : alle dagen van de week, met uitzondering van zaterdagen, zondagen en feestdagen.";
  3° Paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art.10. A l'article 72 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 26 septembre 1994 et modifiés par les arrêtés royaux des 10 avril 1995, 13 mai 1999, 5 septembre 2002, 4 août 2004, 30 janvier 2006 et 15 janvier 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est remplacé comme suit :
  " § 2. La vacance d'un emploi à conférer par promotion est portée à la connaissance des agents susceptibles d'être nommés au moyen d'un avis de vacance d'emploi. L'avis de vacance est communiqué au moins par l'un des modes suivants :
  1° soit par voie électronique dont la réception par l'agent est confirmée;
  2° soit par la remise de la main à la main à l'agent en échange d'un récépissé portant sa signature et la date à laquelle il est délivré;
  3° soit par courrier recommandé à la dernière adresse communiquée par l'agent;
  4° soit par avis au Moniteur belge publié en même temps qu'un des modes repris aux points 1° à 3°.
  Lorsqu'il est fait application de l'article 6bis, § 1er, alinéa 3, l'avis de vacance est communiqué au moins au moyen d'un avis au Moniteur belge.
  L'avis de vacance contient tous les éléments relatifs à l'emploi vacant afin de permettre aux candidats de postuler en connaissance de cause. ";
  2° le paragraphe 3 est remplacé comme suit :
  " § 3. Pour une promotion, seules sont prises en considération les candidatures des agents pouvant être nommés qui ont présenté leur candidature dans le délai fixé par le président du comité de direction ou son délégué, qui s'élève à minimum dix jours ouvrables et qui commence à courir le premier jour ouvrable qui suit celui :
  1° où l'avis de vacance a été communiqué par voie électronique et dont la réception par l'agent est confirmée;
  2° où l'avis de vacance a été remis de la main à la main à l'agent et pour lequel un récépissé portant la signature de l'agent et la date à laquelle il est délivré a été établi;
  3° où l'avis de vacance a été présenté par courrier recommandé à la dernière adresse communiquée par l'agent;
  4° où l'avis de vacance a été publié au Moniteur belge.
  Lorsque l'avis de vacance a été communiqué au moyen de plusieurs modes visés à l'alinéa 1er, le délai applicable est celui qui est le plus favorable pour l'agent.
  La candidature peut être transmise par courrier envoyé à l'adresse indiquée dans l'avis de vacance selon l'un des modes de communication mentionnés à l'alinéa 1er,1° à 3°. La candidature transmise selon les modalités visées à l'alinéa 1er, 1° à 3° n'est opposable qu'à condition que le candidat dispose d'un accusé de réception qui atteste de la délivrance de la candidature.
  Les agents peuvent solliciter, par anticipation, à tout emploi qui deviendrait vacant pendant leur absence. La validité d'une telle candidature est limitée à un mois.
  Pour l'application de ce paragraphe, il y a lieu d'entendre par jour ouvrable : tous les jours de la semaine à l'exception des samedis, dimanches et jours fériés légaux. ";
  3° le paragraphe 4 est abrogé.
Art.11. Artikel 73 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 januari 2007 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 november 2008, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 73. § 1. Verandering van graad is alleen mogelijk wanneer er een vaste betrekking vacant is.
  § 2. De voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde bepaalt de procedure volgens dewelke de bij wege van verandering van graad te verlenen betrekkingen worden bekendgemaakt en volgens dewelke de rijksambtenaren zich hiervoor kandidaat kunnen stellen. Het functieprofiel wordt bij de oproep tot kandidaatstelling gevoegd.
  Wanneer er meerdere ambtenaren kandidaat zijn voor een verandering van graad wordt de betrekking toegewezen aan de kandidaat die het best beantwoordt aan de vereisten van de te begeven functie. De voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde vergelijkt daartoe de titels en verdiensten van de kandidaten in het licht van de generieke en technische competenties van de functie.".
Art.11. L'article 73 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 15 janvier 2007 et modifié par l'arrêté royal du 19 novembre 2008, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 73. § 1er. Le changement de grade ne peut avoir lieu qu'en cas de vacance d'un emploi permanent.
  § 2. Le président du comité de direction ou son délégué détermine la procédure selon laquelle les emplois à conférer par changement de grade sont annoncés et selon laquelle les agents de l'Etat peuvent poser leur candidature pour ceux-ci. Le profil de la fonction est annexé à l'appel à candidature.
  Lorsque plusieurs agents sont candidats à un changement de grade, l'emploi est attribué au candidat qui répond le mieux aux exigences de la fonction à conférer. Le président du comité de direction ou son délégué compare à cette fin les titres et mérites des candidats au regard des compétences génériques et techniques de la fonction. ".
Art.12. In artikel 75, § 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 maart 2004 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 augustus 2004, 22 november 2006 en 19 november 2008, worden de woorden " "te verbeteren" of" ingevoegd tussen het woord "vermelding" en het woord "onvoldoende".
Art.12. A l'article 75, § 3, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 18 mars 2004 et modifié par les arrêtés royaux du 4 août 2004, 22 novembre 2006 et 19 novembre 2008, les mots " " à améliorer " ou " sont insérés entre le mot " mention " et le mot " insuffisant ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat
Art.13. In artikel 24 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel worden de woorden "door de minister of" opgeheven.
Art.13. A l'article 24 de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat, les mots " par le ministre ou " sont abrogés.
Art.14. Artikel 26bis van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 13 mei 1999 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 april 2001, 5 september 2002, 4 augustus 2004, 22 november 2006 en 15 januari 2007, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 26bis. § 1. In niveau A wordt, wanneer een betrekking voorzien is door bevordering tengevolge van een oproep voor kandidaatstelling binnen een federale overheidsdienst, het voorstel van rangschikking dat is opgemaakt voor elke vacante bevorderingsbetrekking, schriftelijk of elektronisch meegedeeld aan alle kandidaten die hun kandidatuur geldig hebben ingediend.
  Deze mededeling vermeldt ten minste de volgende informatie :
  1° het voorstel van rangschikking van de kandidaten;
  2° de mogelijkheid voor de ambtenaar die zich benadeeld acht om binnen de tien werkdagen na de mededeling een bezwaar in te dienen bij het directiecomité;
  3° de mogelijkheid om te vragen door het directiecomité te worden gehoord;
  4° het deel van het proces-verbaal van de zitting van het directiecomité betreffende de rangschikking;
  5° de mogelijkheid om het dossier te raadplegen.
  De schriftelijke of elektronische vraag om het dossier te raadplegen wordt gericht aan de voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde. De raadpleging van het dossier gebeurt met naleving van het vertrouwelijke karakter van de informatie die op andere ambtenaren betrekking zou hebben en van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur.
  Voor de toepassing van deze paragraaf dient te worden verstaan onder werkdag : alle dagen van de week, met uitzondering van zaterdagen, zondagen en feestdagen.
  § 2. De ambtenaar dient zijn bezwaar in op een van de volgende wijzen : per aangetekend schrijven, per overhandigde brief of via elektronische weg. Het bezwaarschrift is slechts tegenstelbaar mits de kandidaat beschikt over een ontvangstmelding die de afgifte van de kandidaatstelling bewijst.
  Indien de ambtenaar vraagt om gehoord te worden, verschijnt hij persoonlijk. Hij mag zich noch laten bijstaan, noch laten vertegenwoordigen.
  Als de regelmatig opgeroepen ambtenaar zonder geldige verontschuldiging niet verschijnt, wordt de procedure wat hem betreft als afgesloten beschouwd.
  Het directiecomité spreekt zich uit op grond van het schriftelijke of elektronische bezwaarschrift, zelfs indien de ambtenaar zich op een geldige verontschuldiging kan beroepen, zodra de klacht een tweede maal op een zitting werd geagendeerd.
  § 3. Indien, ingevolge het onderzoek van het bezwaarschrift, de oorspronkelijke rangschikking niet verandert, wordt deze beslissing enkel meegedeeld aan de kandidaat die een bezwaarschrift heeft ingediend.
  Indien het directiecomité een nieuwe rangschikking opstelt, wordt deze volgens de in paragraaf 1 bedoelde procedure, meegedeeld aan alle kandidaten die geldig hun kandidatuur hebben ingediend.
  Indien opnieuw een ambtenaar zich benadeeld acht, kan hij volgens de in paragraaf 2 bedoelde procedure een bezwaarschrift indienen. Tijdens een bevorderingsprocedure kan elke ambtenaar slechts eenmaal vragen om gehoord te worden.
  Aan het einde van een nieuwe beraadslaging maakt het directiecomité de definitieve rangschikking bekend aan alle kandidaten die hun kandidatuur geldig hebben ingediend.".
Art.14. L'article 26bis du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 13 mai 1999 et modifié par les arrêtés royaux du 29 avril 2001, 5 septembre 2002, 4 août 2004, 22 novembre 2006 et 15 janvier 2007, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 26bis. § 1er. Dans le niveau A, lorsqu'un emploi est pourvu par promotion suite à un appel à candidature au sein d'un service public fédéral, la proposition de classement établi pour chaque emploi vacant de promotion est communiquée par écrit ou par voie électronique à tous les candidats qui ont valablement introduit leur candidature.
  Cette communication comporte au moins les informations suivantes :
  1° la proposition de classement des candidats;
  2° la possibilité pour l'agent qui s'estime lésé d'introduire, dans les 10 jours ouvrables de la communication, une réclamation auprès du comité de direction;
  3° la possibilité de demander à être entendu par le comité de direction;
  4° la partie du procès-verbal de la séance du comité de direction relative au classement;
  5° la possibilité de consulter le dossier.
  La demande écrite ou électronique de consultation du dossier est adressée au président du comité de direction ou à son délégué. La consultation du dossier se fait dans le respect du caractère confidentiel des informations qui concerneraient d'autres agents et de la loi du 11 avril 1994 relative à la publicité de l'administration.
  Pour l'application de ce paragraphe, il y a lieu d'entendre par jour ouvrable : tous les jours de la semaine à l'exception des samedis, dimanches et jours fériés légaux.
  § 2. L'agent introduit sa réclamation par l'un des modes suivants : par courrier recommandé, par lettre remise de la main à la main ou par voie électronique. La réclamation n'est opposable qu'à condition que le candidat dispose d'un accusé de réception qui atteste de la délivrance de la candidature.
  Si l'agent demande à être entendu, il comparaît en personne, il ne peut ni se faire assister, ni se faire représenter.
  Si l'agent régulièrement convoqué s'abstient sans excuse valable de se présenter, la procédure le concernant est considérée comme close.
  Le comité de direction se prononce sur la base de la réclamation écrite ou électronique, même si l'agent peut se prévaloir d'une excuse valable, dès que la réclamation fait l'objet d'une seconde séance.
  § 3. Si, à la suite de l'examen de la réclamation, le classement initial n'est pas modifié, notification est faite de cette décision au seul candidat qui a introduit la réclamation.
  Si le comité de direction établit un nouveau classement, celui-ci est communiqué selon la procédure prévue au paragraphe 1er à tous les candidats qui ont introduit valablement leur candidature.
  Si, à nouveau, un agent s'estime lésé, il peut introduire une réclamation selon la procédure prévue au paragraphe 2. Lors d'une procédure de promotion, chaque agent ne peut demander qu'une seule fois à être entendu.
  A l'issue d'une nouvelle délibération, le comité de direction notifie le classement définitif à tous les candidats qui ont valablement introduit leur candidature. ".
Art.15. Artikel 26ter van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 augustus 2004, wordt opgeheven.
Art.15. L'article 26ter du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 4 août 2004, est abrogé.
Art.16. Artikel 34 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 augustus 2004 en 10 augustus 2005, wordt opgeheven
Art.16. L'article 34 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux du 4 août 2004 et 10 août 2005, est abrogé.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten;
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours
Art.17. Artikel 12, vierde lid, van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten, wordt vervangen als volgt :
  "Behoudens uitdrukkelijke bepaling mag de betrokkene de verplaatsingen binnen de agglomeratie van zijn standplaats niet in rekening brengen. In voorkomend geval wordt een bijzondere toelating verleend door de voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde. Zij bepaalt voor die verplaatsingen een afzonderlijk maximumaantal kilometers.".
Art.17. L'article 12, alinéa 4, de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours, est remplacé par ce qui suit :
  " Sauf disposition expresse, l'intéressé ne peut porter en compte les déplacements à l'intérieur de l'agglomération de sa résidence administrative. Le cas échéant, une autorisation spéciale est accordée par le président du comité de direction ou son délégué. Elle fixe un maximum kilométrique distinct pour ces déplacements. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen, toelagen en premies van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté royal du 26 mars 1965 portant réglementation générale des indemnités, allocations et primes quelconques accordées au personnel des services publics fédéraux
Art.18. In artikel 7bis, tweede lid van het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen, toelagen en premies van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten, vervangen bij het koninklijk besluit van 2 maart 1989, wordt het woord "Minister" vervangen door de woorden "voorzitter van het directiecomité".
Art.18. A l'article 7bis, alinéa 2, de l'arrêté royal du 26 mars 1965 portant réglementation générale des indemnités, allocations et primes quelconques accordées au personnel des services publics fédéraux, remplacé par l'arrêté royal du 2 mars 1989, le mot " Ministre " est remplacé par les mots " président du comité de direction ".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrêté royal du 8 janvier 1973 fixant le statut du personnel de certains organismes d'intérêt public
Art.19. Artikel 6bis van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, vervangen bij het koninklijk besluit van 30 september 2012, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 6bis. - Artikel 6bis moet als volgt worden gelezen :
  Art. 6bis. § 1 De benoemende overheid bepaalt welke vacant geworden betrekking wordt toegekend en volgens welke procedure.
  In het geval van een betrekking in de klassen A2 tot A5 wordt beroep gedaan :
  - hetzij gelijktijdig op de mobiliteit en op de bevordering naar de hogere klasse;
  - hetzij alleen op de bevordering naar de hogere klasse van de ambtenaren van de betrokken instelling.
  Voor de betrekkingen in de klassen A2 tot A4, wanneer de keuze wordt gemaakt de betrekking gelijktijdig open te stellen voor mobiliteit en voor bevordering naar de hogere klasse, zonder zich te beperken tot de ambtenaren van de betrokken instelling, kan de benoemende overheid echter ook tegelijkertijd een beroep doen op aanwerving.
  De betrekking kan echter altijd worden toegekend door overgang naar het hogere niveau, als ze voor een dergelijke toekenning in aanmerking komt.
  Voor de klassen A3 en A4 kan er niet enkel een beroep gedaan worden op aanwerving. Voor de klasse A2 kan er, in afwijking van het tweede lid, enkel beroep gedaan worden op aanwerving.
  Wanneer de betrekking wordt toegekend overeenkomstig de regels inzake aanwerving wordt van de kandidaten een nuttige ervaring voor de functie geëist van zes jaar voor de klasse A3 en van negen jaar voor de klasse A4.
  § 2. Aan de klasseanciënniteitsvoorwaarde bedoeld in artikel 41 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel wordt voldaan op de datum waarop het bericht van vacante betrekking wordt meegedeeld.
  Aan de andere voorwaarden wordt voldaan op diezelfde datum
  Als het bericht van vacante betrekking op verschillende wijzen werd meegedeeld overeenkomstig artikel 72, § 3, wordt aan de voorwaarden voldaan op de datum die het gunstigst is voor de ambtenaar.
  De leidend ambtenaar of zijn gemachtigde bepaalt ook de datum waarop het personeelsbestand bepalend zal zijn, met het oog op de toepassing van artikelen 53 en 54.
  Deze datum mag niet vroeger zijn dan de datum waarop het bericht van vacante betrekking wordt meegedeeld.".
Art.19. L'article 6bis de l'arrêté royal du 8 janvier 1973 fixant le statut du personnel de certains organismes d'intérêt public, remplacé par l'arrêté royal du 30 septembre 2012, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6bis. - L'article 6bis doit se lire comme suit :
  Art. 6bis. § 1er. L'autorité qui exerce le pouvoir de nomination détermine quel emploi devenu vacant sera attribué et selon quelle procédure.
  Dans le cas d'un emploi dans les classes A2 à A5, il est recouru :
  - soit simultanément à la mobilité et à la promotion à la classe supérieure;
  - soit uniquement à la promotion à la classe supérieure des agents de l'organisme concerné.
  Toutefois, pour les emplois dans les classes A2 à A4, lorsque le choix est fait d'ouvrir l'emploi simultanément à la mobilité et à la promotion à la classe supérieure sans se limiter aux agents de l'organisme concerné, l'autorité qui exerce le pouvoir de nomination peut aussi recourir en même temps au recrutement.
  L'emploi peut toujours être attribué par accession au niveau supérieur, s'il est susceptible d'une telle attribution.
  Pour les classes A3 et A4, il ne peut pas être fait exclusivement appel au recrutement. Pour la classe A2, par dérogation à l'alinéa 2, il peut être fait appel exclusivement au recrutement.
  Lorsque l'emploi est attribué conformément aux règles prévues en matière de recrutement, il est exigé des candidats une expérience utile à la fonction de six ans pour la classe A3 et de neuf ans pour la classe A4.
  § 2. La condition d'ancienneté de classe visée à l'article 41 de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat, doit être remplie à la date à laquelle l'avis de vacance est communiqué.
  Les autres conditions, doivent être remplies à cette même date.
  Lorsque l'avis de vacance a été comuniqué au moyen de plusieurs modes, conformément à l'article 72, § 3, les conditions doivent être remplies à la date la plus favorable pour l'agent.
  Le fonctionnaire dirigeant ou son délégué fixe également la date à laquelle l'effectif du personnel sera déterminant, en vue de l'application des articles 53 et 54.
  Cette date ne peut être antérieure à la date à laquelle l'avis de vacance est communiqué. ".
Art.20. Artikel 15quinquies van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Artikel 48, eerste lid, moet als volgt worden gelezen :
  De leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar leggen de eed af in handen van de minister.".
Art.20. L'article 15quinquies du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " L'article 48, alinéa 1er, doit se lire comme suit :
  Le fonctionnaire dirigeant et le fonctionnaire dirigeant adjoint prêtent serment entre les mains du ministre. ".
Art.21. De artikelen 17bis 1 en 17bis 2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 15 januari 2007 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 november 2008, worden opgeheven.
Art.21. Les articles 17bis 1 et 17bis 2 du même arrêté, insérés par l'arrêté royal du 15 janvier 2007 et modifiés par l'arrêté royal du 19 novembre 2008, sont abrogés.
Art.22. De artikelen 31, 31bis en 31ter van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 april 1999, 11 juli 2003 en 7 september 2003, worden opgeheven.
Art.22. Les articles 31, 31bis et 31ter du mêmearrêté, modifiés par les arrêtés royaux du 26 avril 1999, 11 juillet 2003 et 7 septembre 2003, sont abrogés.
Art.23. Artikel 44 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 19 november 1998, wordt opgeheven.
Art.23. L'article 44 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 19 novembre 1998, est abrogé.
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut
CHAPITRE 6. - modification de l'arrêté royal du 8 janvier 1973 portant statut pécuniaire du personnel de certains organismes d'intérêt public
Art.24. In het koninklijk besluit van 8 januari 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut wordt een artikel 3bis ingevoegd luidende :
  "Art. 3bis Behoudens andersluidende bepaling dienen, voor de toepassing op de ambtenaren van de in artikel 3 bedoelde bepalingen, de woorden "Voorzitter van het directiecomité", die voorkomen in de bepalingen, vervangen te worden door de woorden "leidend ambtenaar".
  Voor de toepassing van dit besluit moet er onder leidend ambtenaar worden verstaan de ambtenaar die belast is met het dagelijks beheer van de instelling. ".
Art.24. Dans l'arrêté royal du 8 janvier 1973 portant statut pécuniaire du personnel de certains organismes d'intérêt public, il est inséré un article 3bis rédigé comme suit :
  " Art. 3bis. Sauf disposition contraire, pour l'application des dispositions visées à l'article 3, il y a lieu de substituer le mot " Président du Comité de direction " qui figurent dans ces dispositions par les mots " fonctionnaire dirigeant ".
  Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par fonctionnaire dirigeant l'agent chargé de la gestion journalière de l'organisme. ".
Art.25. De artikelen 14bis en 14ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 mei 1994, worden opgeheven.
Art.25. Les articles 14bis et 14ter du même arrêté,insérés par l'arrêté royal du 20 mai 1994, sont abrogés.
HOOFDSTUK 7. - wijziging van het koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's lands algemeen bestuur
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté royal du 30 janvier 1979 relatif à l'octroi d'un pécule de vacances aux agents de l'administration générale du Royaume
Art.26. In artikel 5 van van het koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's lands algemeen bestuur, wordt de eerste paragraaf door een 5° aangevuld, luidende :
  " 5° met ziekteverlof was.".
Art.26. A l'article 5 de l'arrêté royal du 30 janvier 1979 relatif à l'octroi d'un pécule de vacances aux agents de l'administration générale du Royaume, le paragraphe 1er est complété par un 5°, rédigé comme suit :
  " 5° a bénéficié d'un congé de maladie. ".
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de rijksbesturen
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté royal du 8 août 1983 relatif à l'exercice d'une fonction supérieure dans les administrations de l'Etat
Art.27. In artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de rijksbesturen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 augustus 1996, 5 september 2002, 25 april 2004, 4 augustus 2004, 30 januari 2006 en 19 november 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Het vierde lid wordt vervangen als volgt :
  "De aanwijzing voor de uitoefening van een hoger ambt van de klasse A2, A4 of A5 wordt voorbehouden aan de ambtenaar benoemd in de onmiddellijk lagere klasse. De aanwijzing voor de uitoefening van een hoger ambt in een betrekking van de klasse A3 wordt voorbehouden aan de ambtenaar benoemd in de klasse A1 of A2.";
  2° In het vijfde lid worden de woorden "van de betrokken minister" vervangen door de woorden " van de betrokken minister of zijn gemachtigde.".
Art.27. A l'article 3, § 2, de l'arrêté royal du 8 août 1983 relatif à l'exercice d'une fonction supérieure dans les administrations de l'Etat, modifiés par les arrêtés royaux du 4 août 1996, 5 septembre 2002, 25 avril 2004, 4 août 2004, 30 janvier 2006 et 19 novembre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  " La désignation pour l'exercice d'une fonction supérieure dans un emploi de la classe A2, A4, A5 est réservée à l'agent nommé dans la classe immédiatement inférieure. La désignation pour l'exercice d'une fonction supérieure dans un emploi de la classe A3 est réservée à l'agent nommé dans la classe A1 ou A2. ";
  2° dans l'alinéa 5, les mots " du ministre concerné " sont remplacés par les mots " du ministre concerné ou de son délégué. ".
Art.28. In artikel 4, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "artikel 6, § 6" vervangen door de woorden "artikel 6, § 4".
Art.28. A l'article 4, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " article 6, § 6 " sont remplacés par les mots " article 6, § 4 ".
Art.29. Artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 maart 1995, 10 april 1995, 5 september 2002, 4 augustus 2004 en 19 november 2008, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 6. § 1. In elke federale overheidsdienst wordt de uitoefening van een ambt dat definitief openstaat of tijdelijk niet door de titularis wordt waargenomen, toevertrouwd aan de ambtenaar die het meest geschikt bevonden wordt om in de onmiddellijke behoeften van de dienst te voorzien of wiens aanstelling het minste bezwaar voor de goede gang van de dienst met zich meebrengt.
  § 2. De aanstelling in betrekkingen van de klassen A3 tot A5 wordt verricht door de voorzitter van het directiecomité, na het gemotiveerde advies van de houder van de managementfunctie -1, de houder van een staffunctie -1 of de ambtenaar die hiërarchisch onder het rechtstreekse gezag staat van de voorzitter van het directiecomité en de leiding heeft over de betrokken dienst.
  § 3. De aanstelling in de betrekkingen van de klassen A1 en A2 en van de niveaus B en C wordt verricht door de voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde.
  § 4. Voor de toepassing van § 2 kan, wanneer de continuïteit van het financieel beheer dat vereist, de aanstelling echter, in afwijking van artikel 4, verricht worden door de manager -1, de houder van een staffunctie -1 of de ambtenaar die hiërarchisch onder het rechtstreekse gezag staat van de voorzitter van het directiecomité en de leiding heeft over de betrokken dienst. De voorzitter van het directiecomité bekrachtigt de aanstelling nadat het directiecomité binnen een termijn van drie maanden zijn advies heeft gegeven. De procedure tot definitieve toekenning van de betrekking dient in dat geval onverwijld te zijn ingezet.".
Art.29. L'article 6 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux du 17 mars 1995, 10 avril 1995, 5 septembre 2002, 4 août 2004 et 19 novembre 2008, est remplacé comme suit :
  " Art. 6. § 1. Au sein de chaque service public fédéral, l'exercice d'une fonction définitivement vacante ou momentanément non occupée par son titulaire, est confié à l'agent jugé le plus apte à faire face aux nécessités immédiates du service ou dont la désignation entraîne le moins d'inconvénients pour la bonne marche du service.
  § 2. La désignation dans des emplois des classes A3 jusque A5 est faite par le président du comité de direction, après avis motivé du titulaire de la fonction de management -1, du titulaire d'une fonction d'encadrement -1, ou de l'agent qui hiérarchiquement se trouve sous l'autorité directe du président du comité de direction et qui a la direction du service concerné.
  § 3. La désignation dans les emplois des classes A1 et A2 et des niveaux B et C est faite par le président du comité de direction ou son délégué.
  § 4. Pour l'application du § 2, lorsque la continuité de la gestion financière l'exige, et par dérogation à l'article 4, la désignation peut toutefois être faite par le manager -1, le titulaire d'une fonction d'encadrement -1 ou l'agent qui hiérarchiquement se trouve sous l'autorité directe du président du comité de direction et qui a la direction du service concerné. Le président du comité de direction ratifie la désignation après avis du comité de direction émis dans les trois mois. La procédure d'attribution définitive de l'emploi doit, en ce cas, avoir été engagée sans délai. ".
Art.30. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 februari 1989, 4 augustus 1996 en 3 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 3 wordt het woord "Minister" telkens vervangen door de woorden "voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde";
  2° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
  "Wanneer het advies bedoeld in § 2, eerste lid, en in § 3, eerste, derde, vierde en zevende lid van dit artikel ongunstig is, brengt de voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde de minister daarvan op de hoogte. Deze beslist over het beroep voorzien in artikel 17 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole.".
Art.30. A l'article 7, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux du 20 février 1989, 4 août 1996 et 3 février 2003, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 3, les mots " Ministre " sont chaque fois remplacés par les mots " président du comité de direction ou son délégué ";
  2° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
  " Lorsque l'avis visé au § 2, alinéa 1er, et au § 3, alinéas 1er, 3, 4 et 7 du présent article est défavorable, le président du comité de direction ou son délégué informe le ministre. Celui-ci dispose du recours prévu à l'article 17 de l'arrêté royal du 16 novembre 1994 relatif au contrôle administratif et budgétaire. ".
Art.31. In artikel 13 van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 25 oktober 2013, worden tussen het eerste en het tweede lid twee leden ingevoegd, luidende :
  " Het verschil tussen de schalen wordt vastgesteld op het tijdstip van de aanwijzing.
  De akte tot verlenging brengt geen herberekening van de toelage met zich mee. ".
Art.31. A l'article 13 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013, il est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, deux alinéas rédigés comme suit :
  " La différence entre les échelles est constatée au moment de la désignation.
  L'acte de prorogation n'entraîne pas un recalcul de l'allocation. ".
Art.32. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid wordt in voorkomend geval rekening gehouden met de vermelding "uitzonderlijk" verbonden aan de uitoefening van de hogere functie.".
Art.32. L'article 14 du même arrêté est complété par ce qui suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, le cas échéant, il est tenu compte de la mention " exceptionnel " liée à l'exercice de la fonction supérieure. ".
Art.33. In artikel 16, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "Minister" vervangen door de woorden "voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde".
Art.33. A l'article 16, § 1er, alinéa 2, du même arrêté, le mot " Ministre " est remplacé par les mots " président du comité de direction ou son délégué ".
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de Rijksbesturen
CHAPITRE 9. - Modification de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat
Art.34. Artikel 60 van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 17 januari 2007, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 60. De voorzitter van het directiecomité of de secretaris-generaal beslist, volgens de behoeften van de dienst, of de betrekking waarvan de ambtenaar in disponibiliteit titularis was, als vacant moet worden beschouwd.
  Hij kan die beslissing nemen zodra de disponibiliteit van de ambtenaar één jaar bereikt.".
Art.34. L'article 60 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 17 janvier 2007, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 60. Le président du comité de direction ou le secrétaire général décide, selon les nécessités du service, si l'emploi dont était titulaire l'agent en disponibilité, doit être considéré comme vacant.
  Il peut prendre cette décision dès que la disponibilité de l'agent atteint un an. ".
HOOFDSTUK 10. - wijziging van het koninklijk besluit van 17 februari 2000 houdende uitvoering van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid
CHAPITRE 10. - Modification de l'arrêté royal du 17 février 2000 portant exécution de la loi du 20 juillet 1990 visant à promouvoir la présence équilibrée d'hommes et de femmes dans les organes possédant une compétence d'avis
Art.35. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 17 februari 2000 houdende uitvoering van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid, gewijzigd door het koninklijk besluit van 7 september 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden "van de federale ministeries" vervangen door de woorden "van de federale overheidsdiensten, van de programmatorische federale overheidsdiensten en van de diensten die ervan afhangen, voor het Ministerie van Landsverdediging alsook de diensten die ervan afhangen, voor het geheel";
  2° in 5° worden de woorden "de raad van beroep voor opperambtenaren" vervangen door de woorden "de raad van beroep inzake tuchtzaken voor de houders van een management- of staffunctie";
  3° in 6° worden de woorden "de raad van beroep voor leidende ambtenaren" vervangen door de woorden "de raad van beroep voor leidend ambtenaren inzake tuchtzaken";
  4° de bepalingen onder 3°, 4° en 8° worden opgeheven.
Art.35. Dans l'article 1erde l'arrêté royal du 17 février 2000 portant exécution de la loi du 20 juillet 1990 visant à promouvoir la présence équilibrée d'hommes et de femmes dans les organes possédant une compétence d'avis, modifié par l'arrêté royal du 7 septembre 2003, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase liminaire, les mots " des ministères fédéraux, " sont remplacés par les mots " des services publics fédéraux, des services publics fédéraux de programmation et des services qui en dépendent, pour le ministère de la Défense ainsi que les services qui en dépendent, pour l'ensemble ";
  2° dans le 5°, les mots " la Chambre de recours des fonctionnaires généraux" sont remplacés par les mots " la Chambre de recours en matière disciplinaire des titulaires d'une fonction de management ou d'encadrement";
  3° dans le 6°, les mots "la Chambre de recours des fonctionnaires dirigeants" sont rempacés par les mots "la Chambre de recours en matière disciplinaire des fonctionnaires dirigeants";
  4° les dispositions sous 3°, 4° et 8° sont abrogées.
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel
CHAPITRE 11. - Modification de l'arrêté royal du 22 décembre 2000 concernant la sélection et la carrière des agents de l'Etat
Art.36. In artikel 4 van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel, vervangen bij het koninklijk besluit van 19 november 2008, worden de woorden "rekening gehouden met de bijzondere eisen inzake diploma's en studiegetuigschriften door de Minister van de betrokken federale overheidsdienst gesteld, overeenkomstig artikel 17, § 1, A en B, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel." vervangen door de woorden "rekening houdend met de bijzondere eisen inzake diploma's en studiegetuigschriften gesteld door de Minister van de betrokken federale overheidsdienst, overeenkomstig artikel 17, § 1, A, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, of, door de voorzitter van het directiecomité van de betrokken federale overheidsdienst, overeenkomstig artikel 17, § 1, B, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel.".
Art.36. A l'article 4 de l'arrêté royal du 22 décembre 2000 concernant la sélection et la carrière des agents de l'Etat, remplacé par l'arrêté royal du 19 novembre 2008, les mots " en tenant compte des exigences particulières en matière de diplôme ou certificats d'études exprimés par le Ministre du service public fédéral intéressé, conformément à l'article 17, § 1er, A et B, de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat. " sont remplacé par les mots " en tenant compte des exigences particulières en matière de diplôme ou certificats d'études exprimés par le Ministre du service public fédéral intéressé conformément à l'article 17, § 1er, A, de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, ou, par le président du comité de direction du service public fédéral intéressé ou son délégué, conformément à l'article 17, § 1er, B, de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat. ".
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2005 tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten
CHAPITRE 12. - Modification de l'arrêté royal du 25 avril 2005 fixant les conditions d'engagement par contrat de travail dans certains services publics.
Art.37. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 25 april 2005 tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 29 januari 2013, wordt de derde lid vervangen als volgt :
  " Afwijking van de in het eerste lid, 3°, bedoelde diplomavoorwaarde kan door de minister tot wiens bevoegdheid Ambtenarenzaken behoort worden toegestaan :
  1° hetzij voor de kandidaten die houder zijn van een diploma of studiegetuigschrift van een lager niveau, in geval van schaarste op de arbeidsmarkt, na advies van de afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid;
  2° hetzij, op voorstel van de bevoegde voorzitter van het directiecomite, voor de kandidaten die houder zijn van een attest dat getuigt van generieke competenties die buiten diploma zijn verworven en toegang geeft tot het niveau waarin zich de graad of de klasse bevindt waartoe de functie waarvoor de selectie is georganiseerd, behoort. Dit getuigschrift wordt uitgereikt door het Selectiebureau van de Federale Overheid en zijn geldigheidsduur wordt bepaald op vijf jaar vanaf de datum van zijn aflevering.
  In de oproep tot de kandidaten wordt elke afwijking vermeld. ".
Art.37. A l'article 2 de l'arrêté royal du 25 avril 2005 fixant les conditions d'engagement par contrat de travail dans certains services publics, inséré par l'arrêté royal du 29 janvier 2013, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Dérogation de la condition de diplôme visée à l'alinéa 1er, 3°, peut être accordée par le ministre qui a la Fonction publique dans ses attributions :
  1° soit aux candidats porteurs d'un diplôme ou certificat d'études d'un niveau inférieur dans le cas d'une pénurie sur le marché du travail, après avis de l'administrateur délégué du Bureau de sélection de l'Administration fédérale;
  2° soit, sur proposition du président du comité de direction ou de son délégué, aux candidats porteurs d'un certificat de compétences génériques acquises hors diplôme donnant accès au niveau où se situe le grade ou la classe à laquelle appartient la fonction pour laquelle la sélection est organisée. Ce certificat est délivré par le Bureau de sélection de l'Administration fédérale et sa durée de validité est fixée à cinq ans à dater de sa délivrance.
  L'appel aux candidats fait mention de chaque dérogation. ".
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari 2007 betreffende de mobiliteit van de statutaire ambtenaren in het federaal administratief openbaar ambt
CHAPITRE 13. - Modification de l'arrêté royal du 15 janvier 2007 relatif à la mobilité des agents statutaires dans la fonction publique fédérale administrative
Art.38. Artikel 51 van het koninklijk besluit van 15 januari 2007 betreffende de mobiliteit van de statutaire ambtenaren in het federaal administratief openbaar ambt wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De ter beschikking gestelde ambtenaar wordt geëvalueerd in de ontvangende federale dienst. Indien de terbeschikkingstelling een verandering van functie inhoudt, vangt er een nieuwe evaluatieperiode aan.".
Art.38. L'article 51 de l'arrêté royal du 15 janvier 2007 relatif à la mobilité des agents statutaires dans la fonction publique fédérale administrative est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " L'agent mis à disposition est évalué dans le service fédéral d'accueil. Si la mise à disposition implique un changement de fonction, une nouvelle période d'évaluation commence. ".
HOOFDSTUK 14. - wijziging van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt
CHAPITRE 14. - modification de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale
Art.39. In artikel 6, tweede lid, van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt, vervangen bij het koninklijk besluit van 23 november 2015, wordt de zin "Hij krijgt echter pas de in het eerste lid bedoelde vermelding "voldoet aan de verwachtingen" als hij gedurende de periode van afwezigheid geldelijke anciënniteit heeft verworven." vervangen als volgt :
  "Het eerste lid is enkel van toepassing voor de maanden waarin het personeelslid geldelijke anciënniteit verwerft.".
Art.39. A l'article 6, alinéa 2, de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale, remplacé par l'arrêté royal du 23 novembre 2015, la phrase " Il n'obtient toutefois la mention " répond aux attentes " visée à l'alinéa 1er que si pendant la période d'absence il a acquis de l'ancienneté pécuniaire. " est remplacée par la phrase comme suit :
  " L'alinéa 1er ne s'applique que pour les mois pendant lesquels le membre du personnel acquiert de l'ancienneté pécuniaire. ".
Art.40. In artikel 10/6, derde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 november 2015, worden de woorden "door de minister, voor de stagiairs van het niveau A, of de leidend ambtenaar, voor de stagiairs van de niveaus B, C en D." vervangen door de woorden "door de leidend ambtenaar. ".
Art.40. Dans l'article 10/6, alinéa 3, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 23 novembre 2015, les mots " par le Ministre pour les stagiaires du niveau A, ou le fonctionnaire dirigeant pour les stagiaires des niveaux B, C et D. " sont remplacés par les mots " par le fonctionnaire dirigeant. ".
Art.41. Artikel 35 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "In afwijking van het derde lid krijgt de ambtenaar de vermelding "uitzonderlijk" in de functie van de klasse of het niveau waarin hij benoemd is, als hij de vermelding "uitzonderlijk" krijgt in de functie verbonden aan de uitoefening van de hogere functie.".
Art.41. L'article 35 du même arrêté est complété par ce qui suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 3, l'agent obtient la mention " exceptionnel " dans la fonction de la classe ou du niveau où il est nommé, lorsqu'il obtient la mention " exceptionnel " dans la fonction liée à l'exercice des fonctions supérieures. ".
HOOFDSTUK 15. - Wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt
CHAPITRE 15. - Modification de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale.
Art.42. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt wordt aangevuld met de bepaling onder 18°, luidende :
  "18° arbeidsdag : de dagen waarop een personeelslid diensten moet presteren volgens zijn arbeidsregime.".
Art.42. L'article 2 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale est complété par la disposition sous 18°, rédigé comme suit :
  " 18° jour ouvré : les jours où des services doivent être prestés par un membre du personnel, selon son régime de travail. ".
Art.43. In hetzelfde besluit wordt een artikel 22/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 22/1. Voor de toepassing van artikelen 20, eerste lid, 21, eerste lid, en 22, eerste lid, wordt de vermelding verkregen na afloop van de periode bedoeld in artikel 33 van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt evenwel niet in aanmerking genomen voor de voorwaarde vermeld onder 2°. ".
Art.43. Dans le même arrêté, il est inséré un article 22/1 rédigé comme suit :
  " Art. 22/1. Pour l'application des articles 20, alinéa 1er, 21, alinéa 1er et 22, alinéa 1er, la mention obtenue à la suite de la période visée à l'article 33 de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale n'est toutefois pas prise en compte pour la condition reprise sous le 2°. ".
Art.44. In artikel 38 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In het eerste lid wordt het woord "ambtenaren" vervangen door het woord "personeelsleden.";
  2° In het tweede lid worden de woorden "in het eerste lid bedoelde" opgeheven.
Art.44. A l'article 38 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 1er, le mot " agents " est remplacé par le mot " membres du personnel. ";
  2° dans l'alinéa 2, les mots " visés à l'alinéa 1er " sont abrogés.
Art.45. In artikel 43 van hetzelfde besluit worden de woorden "die verworven is sinds 1 januari 2014" ingevoegd tussen de woorden "geldelijke anciënniteit" en de woorden "indien het".
Art.45. Dans l'article 43 du même arrêté, les mots " acquise depuis le 1er janvier 2014 " sont insérés entre les mots " ancienneté pécuniaire " et les mots " s'il ".
Art.46. In hetzelfde besluit wordt een artikel 46/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 46/1. Voor de toepassing van het tweede lid van artikelen 42 en 45, §§ 1 en 2 wordt de vermelding verkregen na afloop van de periode bedoeld in artikel 33 van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluaties in het federaal openbaar ambt evenwel niet in aanmerking genomen.".
Art.46. Dans le même arrêté, il est inséré un article 46/1, rédigé comme suit :
  " Art. 46/1. Pour l'application de l'alinéa 2 des articles 42 et 45, §§ 1er et 2, la mention obtenue à la suite de la période visée à l'article 33 de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale n'est toutefois pas prise en compte. ".
Art.47. In artikel 47 van hetzelfde besluit wordt een derde lid ingevoegd, luidende :
  "In afwijking van het eerste en het tweede lid, wordt, voor de ambtenaren van wie de hoogste weddeschaal van hun graad niet bepaald is in bijlage I en die deze oude weddeschaal krijgen in toepassing van artikel 36, § 2 na de inwerkingtreding van dit besluit, het maximumbedrag opgetrokken tot de laatste trap van deze oude weddeschaal." .
Art.47. Dans l'article 47 du même arrêté, il est inséré un alinéa 3 rédigé comme suit :
  " Par dérogation aux alinéas 1er et 2, pour les agents dont la plus haute échelle de traitement de leur grade n'est pas définie dans l'annexe Iet qui obtiennent cette ancienne échelle de traitement en application de l'article 36, § 2, après l'entrée en vigueur du présent arrêté, le montant maximum est porté au montant du dernier échelon de cette ancienne échelle de traitement. ".
Art.48. In artikel 50 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 3 aangevuld als volgt :
  "Het eerste lid is van toepassing op de ambtenaar die op 3 februari 2013 één jaar niveauanciënniteit had, maar die zich op die datum niet had kunnen inschrijven voor een gecertificeerde opleiding wegens de verlenging van zijn stage.".
Art.48. Dans l'article 50 du même arrêté, le paragraphe 3 est complété par ce qui suit :
  " L'alinéa 1er s'applique à l'agent qui avait un an d'ancienneté de niveau le 3 février 2013, mais qui, à cette date, n'avait pas pu s'inscrire à une formation certifiée en raison de la prolongation de son stage. ".
Art.49. Artikel 51 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De oude weddeschaal DF1 wordt beschouwd als de voorlaatste weddeschaal van de graad van financieel medewerker.".
Art.49. L'article 51 du même arrêté est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " L'ancienne échelle de traitement DF1 est considérée comme l'avant-dernière échelle de traitement du grade de collaborateur financier. ".
Art.50. In artikel 53 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 september 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
  "De geldelijke anciënniteit die hij verkregen heeft, hetzij tussen 1 januari 2014 en de datum waarop hij de 1e schaalbonificatie verkrijgt, hetzij sedert de maand waarin hij zijn laatste schaalbonificatie heeft verkregen, wordt gevaloriseerd als schaalanciënniteit. De vermeldingen gekregen tijdens de periode van gevaloriseerde geldelijke anciënniteit worden behouden.";
  2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt :
  "Dit artikel is ook van toepassing voor de contractueel die een nieuwe arbeidsovereenkomst krijgt binnen een termijn van twaalf maanden vanaf het einde van zijn vorige arbeidsovereenkomst, alsook voor de ambtenaar die opnieuw toegelaten is tot de stage, zonder onderbreking.
  In afwijking van artikelen 20 en 21 verkrijgt het personeelslid dat contractueel is bij de inwerkingtreding van dit besluit en dat wordt toegelaten tot de stage in dezelfde graad of dezelfde klasse de overgang naar de hogere weddeschaal ten vroegste bij het verstrijken van de daadwerkelijke duur van zijn stage.".
Art.50. A l'article 53 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 25 septembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  " L'ancienneté pécuniaire qu'il a obtenue soit entre le 1er janvier 2014 et la date à laquelle il obtient la 1re bonification d'échelle, soit depuis le mois où il a bénéficié de sa dernière bonification d'échelle est valorisée comme ancienneté d'échelle. Les mentions obtenues durant la période d'ancienneté pécuniaire valorisée sont conservées. ";
  2° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  " le présent article s'applique également au contractuel qui obtient un nouveau contrat dans un délai de douze mois à dater de la fin de son contrat précédent, ainsi qu'à l'agent qui est de nouveau admis au stage, sans interruption.
  Par dérogation aux articles 20 et 21, le membre du personnel qui est contractuel à l'entrée en vigueur du présent arrêté et qui est admis en stage dans le même grade ou la même classe obtient le passage à l'échelle de traitement supérieur au plus tôt à l'expiration de la durée effective de son stage. ".
Art.51. In artikel 54, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebarcht :
  1° in het eerste lid wordt de zin "Zolang ze dit hoger ambt zonder onderbreking uitoefenen, genieten ze dezelfde schaalbonificaties als deze ambtenaren en volgens dezelfde modaliteiten." opgeheven;
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art.51. A l'article 54, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, la phrase " Aussi longtemps qu'ils exercent cette fonction supérieure sans interruption, ils bénéficient des mêmes bonifications d'échelle que ces agents et selon les mêmes modalités. " est abrogée;
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art.52. In hetzelfde besluit wordt artikel 54/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 54/1. De ambtenaar die een toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt krijgt en vervolgens bevorderd wordt in de graad of de klasse die overeenstemt met de betrekking die hij heeft uitgeoefend, behoudt in voorkomend geval zijn oude wedde en zijn toelage als de wedde verkregen in de weddeschaal verbonden aan zijn nieuwe graad of aan zijn nieuwe klasse minder gunstig is dan zijn oude wedde verhoogd met zijn toelage.
  De ambtenaar behoudt dit voordeel totdat hij in zijn nieuwe weddeschaal een wedde verkrijgt die gelijkwaardig is aan die verbonden aan zijn oude graad of zijn oude klasse, verhoogd met zijn toelage.
  Voor de toepassing van dit artikel moet onder "oude wedde en zijn toelage" worden verstaan de wedde, het weddecomplement, het complement, het weddesupplement en de toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt verschuldigd op de dag voor de datum van de bevordering naar het hogere niveau of naar de hogere klasse.".
Art.52. Dans le même arrêté, il est inséré un article 54/1, rédigé comme suit :
  " Art. 54/1. L'agent, bénéficiaire d'une allocation pour l'exercice d'une fonction supérieure et ensuite promu dans le grade ou la classe correspondant à l'emploi qu'il a occupé, conserve, le cas échéant, son ancien traitement et son allocation si le traitement obtenu dans l'échelle de traitement liée à son nouveau grade ou à sa nouvelle classe est moins favorable que son ancien traitement augmenté de son allocation.
  L'agent maintient cet avantage jusqu'à ce qu'il obtienne dans sa nouvelle échelle de traitement un traitement équivalent à celui lié à son ancien grade ou à son ancienne classe augmenté de son allocation.
  Pour l'application du présent article, on entend par " ancien traitement et son allocation ", le traitement, le complément de traitement, le complément, le supplément de traitement et l'allocation pour l'exercice d'une fonction supérieure dus le jour précédant la date de la promotion au niveau supérieur ou à la classe supérieure. ".
Art.53. In artikelen 55 tot 58 worden de woorden "in deze titel bedoelde" opgeheven.
Art.53. Dans les articles 55 à 58 du même arrêté, les mots " visés au présent titre " sont abrogés.
Art.54. In hetzelfde besluit wordt een artikel 58/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 58/1. In afwijking van artikelen 55 tot 58 verkrijgt de ambtenaar, als na de bevordering naar het hogere niveau of naar de hogere klasse wordt vastgesteld dat hij een gunstiger wedde zou hebben verkregen in het lagere niveau of de lagere klasse na toepassing van artikelen 36, § 2, 41, § 1, tweede lid, 42 tot 46, telkens deze wedde wanneer hij in de weddeschaal verbonden aan de graad of de klasse waarin hij benoemd is geen wedde geniet die minstens gelijkwaardig is.
  Voor de toepassing van het eerste lid verkrijgt de ambtenaar fictief en jaarlijks in het lagere niveau of in de lagere klasse de vermelding "voldoet aan de verwachtingen", als hij in de graad of de klasse waarin hij benoemd is teminste de zelfde vermelding heeft verkregen.
  Voor de toepassing van dit artikel moet onder "gunstiger wedde in het lagere niveau of de lagere klasse" worden verstaan de wedde, verhoogd met de schaalbonificaties, de complementen, de weddecomplementen en de weddesupplementen.".
Art.54. Dans le même arrêté, il est inséré un article 58/1, rédigé comme suit :
  " Art. 58/1. Par dérogation aux articles 55 à 58, si après la promotion au niveau supérieur ou à la classe supérieure, il est constaté que l'agent aurait obtenu un traitement plus favorable dans le niveau inférieur ou la classe inférieure après application des articles 36, § 2, 41, § 1er, alinéa 2, 42 à 46, il obtient chaque fois ce traitement lorsque, dans l'échelle de traitement liée au grade ou à la classe où il est nommé, il ne bénéficie pas d'un traitement au moins équivalent.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, l'agent obtient fictivement et annuellement dans le niveau inférieur ou dans la classe inférieure la mention " répond aux attentes ", s'il a obtenu, dans le grade ou la classe où il est nommé au moins la même mention.
  Pour l'application du présent article, on entend par " traitement plus favorable dans le niveau inférieur ou la classe inférieure ", le traitement, majoré des bonifications d'échelle, des compléments, des compléments de traitement et des suppléments de traitement. ".
Art.55. Aan artikel 59 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
  "De geldelijke anciënniteit die hij verkregen heeft, hetzij tussen 1 januari 2014 en de datum waarop hij de 1e schaalbonificatie verkrijgt, hetzij sedert de maand waarin hij zijn laatste schaalbonificatie heeft verkregen, wordt gevaloriseerd als schaalanciënniteit. De vermeldingen gekregen tijdens de periode van gevaloriseerde geldelijke anciënniteit worden behouden.";
  2° artikel 59 wordt aangevuld met een derde lid, luidende :
  "Het eerste en het tweede lid zijn van toepassing op het behalen van de graad van operationeel brigadier, overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 16 november 2006 houdende hervorming van de loopbaan van bepaalde personeelsleden die houder zijn van operationele graden van de FOD Binnenlandse Zaken.".
Art.55. A l'article 59 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 1er est complété par ce qui suit :
  " L'ancienneté pécuniaire qu'il a obtenue soit entre le 1er janvier 2014 et la date à laquelle il obtient la 1re bonification d'échelle, soit depuis le mois où il a bénéficié de sa dernière bonification d'échelle est valorisée comme ancienneté d'échelle. Les mentions obtenues durant la période d'ancienneté pécuniaire valorisée sont conservées. ";
  2° l'article 59 est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Les alinéas 1er et 2 sont applicables à l'obtention du grade de brigadier opérationnel, conformément à l'article 3 de l'arrêté royal du 16 novembre 2006 portant réforme de la carrière de certains agents titulaires de grades opérationnels du SPF Intérieur. ".
Art.56. In artikel 60 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de Nederlandse versie worden de woorden "vroegere weddeschaal" vervangen door de woorden "oude weddeschaal";
  2° artikel 60 wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
  "Voor de toepassing van het eerste lid wordt geen rekening gehouden met de vermindering van de eerste schaalbonificatie bedoeld in artikel 44.".
Art.56. A l'article 60 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la version néerlandaise, les mots " vroegere weddeschaal " sont remplacés par les mots " oude weddeschaal ";
  2° l'article 60 est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Pour l'application de l'alinéa 1er, il n'est pas tenu compte de la diminution de la première bonification d'échelle visée à l'article 44. ".
Art.57. Artikel 61 van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt :
  "De toepassing van artikel 27, § 2 kan echter niet tot gevolg hebben dat de wedde van de ambtenaar hoger wordt gebracht dan de maximumwedde van de hoogste schaal van zijn oude graad.".
Art.57. L'article 61 du même arrêté est complété par ce qui suit :
  " L'application de l'article 27, § 2 ne peut cependant avoir pour effet de porter le traitement de l'agent au delà du traitement maximum de l'échelle la plus élevée de son ancien grade. ".
HOOFDSTUK 16. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 16. - Dispositions transitoires et finales
Art.58. De procedures voor bevordering, verandering van graad, mutatie en werving die lopen op het moment van inwerkingtreding van dit besluit blijven geregeld door de bepalingen zoals die van kracht waren voor die datum.
Art.58. Les procédures de promotion, de changement de grade, de mutation et de recrutement qui sont en cours au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté, restent régies par les dispositions qui étaient d'application avant cette date.
Art.59. § 1. Voor de ambtenaren die ten vroegste sedert 1 januari 2014 een toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt kregen, wordt het bedrag van de toelage herberekend volgens de modaliteiten vastgesteld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de rijksbesturen op de datum van inwerkingtreding van dit besluit. Het bedrag wordt op deze datum geblokkeerd.
  Voor de ambtenaren die op 31 december 2013 een toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt kregen, wordt het bedrag van de toelage herberekend volgens de modaliteiten vastgesteld in artikel 54 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt op de datum van inwerkingtreding van dit besluit. Het bedrag wordt op deze datum geblokkeerd.
  § 2 In afwijking van paragraaf 1 wordt echter het oude bedrag van de toelage behouden en gelijkgesteld met het bedrag dat bij de inwerkingtreding van dit besluit wordt geblokkeerd als, tengevolge van de toepassing van artikel 14 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de rijksbesturen, zoals gewijzigd bij dit besluit, het bedrag van de toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt minder gunstig is geworden.
  § 3. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën van wie de toelage voor de uitoefening van een hoger ambt, bij wege van overgangsmaatregel, wordt geregeld bij artikel 16 van het koninklijk besluit van 19 juli 2013 houdende de benoeming in de gemene loopbaan van de titularissen van een bijzondere titel in het niveau A en de toewijzing aan de personeelsleden van het niveau A van een functie opgenomen in de bijlage van het koninklijk besluit van 20 december 2007 houdende de classificatie van de functies van niveau A.
Art.59. § 1. Pour les agents qui bénéficiaient d'une allocation pour l'exercice d'une fonction supérieure depuis au plus tôt le 1er janvier 2014, le montant de l'allocation est recalculé selon les modalités fixées à l'article 13 de l'arrêté royal du 8 août 1983 relatif à l'exercice d'une fonction supérieure dans les administrations de l'Etat à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté. Le montant est bloqué à cette date.
  Pour les agents qui bénéficiaient d'une allocation pour l'exercice d'une fonction supérieure au 31 décembre 2013, le montant de l'allocation est recalculé selon les modalités fixées à l'article 54 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté. Le montant est bloqué à cette date.
  § 2 Toutefois, par dérogation au paragraphe 1er, si suite à l'application de l'article 14 de l'arrêté royal du 8 août 1983 tel que modifié par le présent arrêté, le montant de l'allocation pour l'exercice d'une fonction supérieure est devenu moins favorable, l'ancien montant de l'allocation est conservé et est assimilé au montant bloqué à l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  § 3. Le paragraphe 1er n'est pas d'application aux agents du Service public fédéral Finances dont l'allocation pour l'exercice d'une fonction supérieure est reglé, par mesure transitoire, par l'article 16 de l'arrêté royal du 19 juillet 2013 portant nomination dans la carrière commune des titulaires d'un titre particulier dans le niveau A et l'attribution aux membres du personnel du niveau A d'une fonction reprise à l'annexe de l'arrêté royal du 20 décembre 2007 portant la classification des fonctions de niveau A.
Art.60. Het koninklijk besluit van 26 april 1999 tot regeling van de afdanking wegens beroepsongeschiktheid van het rijkspersoneel wordt opgeheven.
Art.60. L'arrêté royal du 26 avril 1999 réglant le licenciement pour inaptitude professionnelle des agents de l'Etat est abrogé.
Art.61. Het ministerieel besluit van 24 juli 1992 houdende vaststelling van het formulier voor aanvraag tot overplaatsing wordt opgeheven.
Art.61. L'arrêté ministériel du 24 juillet 1992 portant fixation du formulaire de demande de mutation est abrogé.
Art.62. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de tweede maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :
  1° artikel 39, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2015;
  2° de artikelen 32, 42 tot 50, 52 tot 58, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2014.
Art.62. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du deuxième mois qui suit celui au cours duquel il est publié au Moniteur belge, à l'exception :
  1° de l'article 39 qui produit ses effets au 1er septembre 2015;
  2° des articles 32, 42 à 50, 52 à 58 qui produisent leurs effets au 1er janvier 2014.
Art. 63. De Ministers zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 63. Les Ministres sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.