Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 SEPTEMBER 2015. - Besluit van de Regering tot wijziging van het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende de kinderopvangdiensten en andere vormen van kinderopvang
Titre
3 SEPTEMBRE 2015. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 22 mai 2014 relatif aux services et autres formes d'accueil d'enfants
Documentinformatie
Numac: 2015204622
Datum: 2015-09-03
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015204622
Date: 2015-09-03
Moniteur: Voir
Tekst (18)
Texte (18)
Artikel 1. In artikel 1, 11°, van het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende de kinderopvangdiensten en andere vormen van kinderopvang worden tussen het woord "schooltijd" en het woord "aanbiedt" de woorden "en op pedagogische conferentiedagen" ingevoegd.
Article 1er. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 22 mai 2014 relatif aux services et autres formes d'accueil d'enfants, le 11° est complĂ©tĂ© par les mots "ainsi que lors des journĂ©es de confĂ©rence pĂ©dagogique".
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een artikel 5.1 ingevoegd, luidende :
" Art. 5.1. Voor de toepassing van dit besluit worden als gelijkwaardig erkende opleidingsbewijzen uit andere EU-lidstaten, daarmee gelijkgestelde staten of staten waarmee een overeenkomst voor de erkenning van beroepskwalificaties werd gesloten ook in aanmerking genomen. "
Art. 2. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 5.1 rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 5.1. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont Ă©galement pris en considĂ©ration, en cas d'Ă©quivalence, des certificats d'enseignement Ă©manant d'autres Ă©tats membres de l'Union europĂ©enne, d'Ă©tats assimilĂ©s ou d'Ă©tats avec lesquels ont Ă©tĂ© conclus des accords de reconnaissance des qualifications professionnelles. "
Art. 3. In artikel 62, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "bewijs van een hogeschoolopleiding van korte duur" vervangen door het woord "bachelordiploma".
Art. 3. Dans l'article 62, § 3, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "certificat de l'enseignement supĂ©rieur de type court" sont remplacĂ©s par les mots "diplĂŽme de bachelier".
Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 71.1 ingevoegd, luidende :
" Art. 71.1. Voor de aanneembare personeelskosten ontvangt de dienst voor onthaalouders, met inachtneming van de voorwaarden vermeld in artikel 72, een subsidie die overeenstemt met 100 % van de werkelijke personeelskosten. "
Art. 4. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 71.1 rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 71.1. Pour les frais de personnel admissibles, le service d'accueillants d'enfants reçoit, dans le respect des conditions énumérées à l'article 72, un subside égal à 100 % des frais de personnel réels. "
Art. 5. In artikel 72, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " worden de berekeningsbasissen toegepast die de Regering voor de sectoren "Sociale aangelegenheden" en "Gezondheid" heeft vastgelegd " vervangen door de woorden " wordt het besluit van de Regering van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid" toegepast. "
Art. 5. Dans l'article 72, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "Les bases de calcul fixĂ©es par le Gouvernement pour les domaines Affaires sociales et SantĂ© sont appliquĂ©es" sont remplacĂ©s par les mots "L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santĂ© est appliquĂ©".
Art. 6. In artikel 80, 3°, c), van hetzelfde besluit worden de woorden "kinderopvang van hoogstens drie uur per dag" vervangen door de woorden "kinderopvang van het begin van de opvang tot drie uur per dag".
Art. 6. Dans l'article 80, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le c) est complĂ©tĂ© par les mots "Ă  partir du dĂ©but de la garde".
Art. 7. In artikel 82, § 2, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden "(0 tot 3 uur)" vervangen door de woorden "(van het begin van de opvang tot drie uur)".
Art. 7. Dans l'article 82, § 2, alinĂ©a 1er, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "(0 Ă  3 heures)" sont remplacĂ©s par les mots "(jusqu'Ă  3 heures Ă  partir du dĂ©but de la garde)".
Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een artikel 91.1 ingevoegd, luidende :
" Art. 91.1. Voor de aanneembare personeelskosten ontvangt de crĂšche, met inachtneming van de voorwaarden vermeld in artikel 92, een subsidie die overeenstemt met 100 % van de werkelijke personeelskosten. "
Art. 8. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 91.1 rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 91.1. Pour les frais de personnel admissibles, la crÚche reçoit, dans le respect des conditions énumérées à l'article 92, un subside égal à 100 % des frais de personnel réels. "
Art. 9. In artikel 92, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " worden de berekeningsbasissen toegepast die de Regering voor de sectoren "Sociale aangelegenheden" en "Gezondheid" heeft vastgelegd " vervangen door de woorden " wordt het besluit van de Regering van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid" toegepast. "
Art. 9. Dans l'article 92, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "Les bases de calcul fixĂ©es par le Gouvernement pour les domaines Affaires sociales et SantĂ© sont appliquĂ©es" sont remplacĂ©s par les mots "L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santĂ© est appliquĂ©".
Art. 10. In hetzelfde besluit wordt een artikel 116.1 ingevoegd, luidende :
" Art. 116.1. § 1. Voor de toepassing van dit artikel geldt voor de kinderopvang :
1° hele opvangdag : kinderopvang van vijf tot tien uur per dag;
2° halve opvangdag : kinderopvang van drie tot vijf uur per dag;
3° 1/3-opvangdag : kinderopvang van het begin van de opvang tot drie uur per dag.
§ 2. Voor de personeels- en werkingskosten van elke locatie voor buitenschoolse opvang ontvangt de dienst voor kinderopvang - binnen de perken van het jaarlijkse maximumaantal opvangdagen dat de Minister per dienst heeft vastgelegd - per opgevangen kind volgende subsidies :
1° 22,50 euro voor een hele opvangdag;
2° 13,50 euro voor een halve opvangdag;
3° 9 euro voor een 1/3-opvangdag.
§ 3. Voor de subsidiëring van de personeelskosten wordt het besluit van de Regering van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid" toegepast.
Alleen de kosten van personeelsleden die voldoen aan de opleidingsvoorwaarden gesteld in artikel 115, § 2, worden in aanmerking genomen.
§ 4. De dienst voor kinderopvang dient de trimestriële overzichten van de gewerkte opvangdagen ten laatste zes weken na het einde van het betrokken trimester bij het departement in.
Indien de trimestriële overzichten van de gewerkte opvangdagen te laat worden ingediend, kan bij één maand vertraging 5 % van de subsidie en bij twee of meer maanden vertraging 10 % van de subsidie ingehouden worden.
§ 5. De dienst voor kinderopvang dient de jaarlijkse bewijzen voor de subsidiëring ten laatste zes weken na het einde van het laatste trimester van het vorige jaar bij het departement in.
Indien de jaarlijkse bewijzen te laat worden ingediend, kan bij één maand vertraging 5 % van de subsidie en bij twee of meer maanden vertraging 10 % van de subsidie ingehouden worden. "
Art. 10. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 116.1 rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 116.1. § 1er. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, l'on entend par :
1° garde d'une journée complÚte : garde de cinq à dix heures par jour;
2° garde d'une demi-journée : garde de trois à cinq heures par jour;
3° garde d'un tiers de journée : garde jusqu'à trois heures par jour à partir du début de la garde.
§ 2. Pour les frais de personnel et de fonctionnement de chaque lieu d'accueil extrascolaire, le service d'accueil obtient les subsides suivants par enfant gardé, et ce, dans les limites du nombre maximal de jours de garde par an fixé par le ministre pour chaque service :
1° 22,50 euros pour une garde d'une journée complÚte;
2° 13,50 euros pour une garde d'une demi-journée;
3° 9 euros pour une garde d'un tiers de journée.
§ 3. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santĂ© est appliquĂ© pour le subventionnement des frais relatifs au personnel.
Seuls les frais relatifs aux membres du personnel remplissant les conditions de diplÎme déterminées à l'article 115, § 2, sont pris en considération.
§ 4. Au plus tard six semaines aprÚs la fin de chaque trimestre, le service d'accueil introduit auprÚs du département les états trimestriels reprenant les jours de garde prestés.
En cas d'introduction tardive de ces Ă©tats trimestriels, 5 % des subsides peuvent ĂȘtre retenus si le retard est d'un mois, 10 % s'il est de deux mois ou plus.
§ 5. Au plus tard six semaines aprÚs la fin du dernier trimestre de l'année précédente, le service d'accueil introduit auprÚs du département les justificatifs annuels pour le subventionnement.
En cas d'introduction tardive des justificatifs annuels, 5 % des subsides peuvent ĂȘtre retenus si le retard est d'un mois, 10 % s'il est de deux mois ou plus. "
Art. 11. In artikel 156 van hetzelfde besluit worden de woorden "een bewijs van een hogeschoolopleiding van lange duur" vervangen door de woorden "een masterdiploma of een daarmee gelijkgesteld diploma".
Art. 11. Dans l'article 156 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "certificat de l'enseignement supĂ©rieur de type long" sont remplacĂ©s par les mots "diplĂŽme de master ou d'un diplĂŽme y assimilĂ©".
Art. 12. In artikel 157 van hetzelfde besluit worden de woorden "een bewijs van een hogeschoolopleiding van lange duur" vervangen door de woorden "een masterdiploma of een daarmee gelijkgesteld diploma".
Art. 12. Dans l'article 157 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "certificat de l'enseignement supĂ©rieur de type long" sont remplacĂ©s par les mots "diplĂŽme de master ou d'un diplĂŽme y assimilĂ©".
Art. 13. In hetzelfde besluit wordt een artikel 157.1 ingevoegd, luidende :
" Art. 157.1. De centra voor kinderopvang beschikken minstens over een voltijdse administratieve assistentie die onder meer belast is met taken op het gebied van de economische haalbaarheid en de boekhouding van het centrum.
Deze vakkracht beschikt over een bachelordiploma op het gebied van bestuurswetenschappen, bedrijfsorganisatie, economische wetenschappen, boekhouding of een met één van die opleidingen gelijkgesteld diploma.
De Minister kan houders van andere kwalificaties toelaten als zij een voor de beoogde functie buitengewoon nuttige beroepservaring of bijzondere opleiding kunnen bewijzen. De Minister beslist na een advies van het departement binnen 60 dagen na ontvangst van de volledige schriftelijke aanvraag. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd. "
Art. 13. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 157.1 rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 157.1. Les centres d'accueil disposent au moins d'une assistance administrative à temps plein, laquelle est entre autres chargée de tùches relatives à l'efficacité et à la comptabilité du centre.
Cette force administrative dispose soit d'un diplÎme de bachelier dans les domaines des sciences administratives, de l'organisation des entreprises, des sciences économiques ou de la comptabilité, soit d'un diplÎme y assimilé.
Le ministre peut admettre des porteurs d'autres qualifications, pour autant qu'ils puissent justifier d'une expĂ©rience professionnelle utile exceptionnelle ou d'une formation particuliĂšre pour la fonction concernĂ©e. Le ministre statue dans les 60 jours de la rĂ©ception de la demande Ă©crite complĂšte en se basant sur l'avis du dĂ©partement. A dĂ©faut de dĂ©cision dans le dĂ©lai imparti, la demande est censĂ©e ĂȘtre rejetĂ©e. "
Art. 14. In artikel 160 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende :
" 3° één VTE-betrekking voor de administratieve assistentie vermeld in artikel 157.1. "
2° in het tweede lid worden de woorden " worden de berekeningsbasissen toegepast die de Regering voor de sectoren "Sociale aangelegenheden" en "Gezondheid" heeft vastgelegd " vervangen door de woorden " wordt het besluit van de Regering van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid" toegepast ";
3° in het derde lid worden de woorden "artikelen 156 en 157" vervangen door de woorden "artikelen 156, 157 en 157.1".
Art. 14. A l'article 160 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° l'alinéa 1er est complété par un 3° rédigé comme suit :
" 3° 1 équivalent temps plein pour l'assistance administrative mentionnée à l'article 157.1. ";
2° Ă  l'alinĂ©a 2, les mots "Les bases de calcul fixĂ©es par le Gouvernement pour les domaines Affaires sociales et SantĂ© sont appliquĂ©es" sont remplacĂ©s par les mots "L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santĂ© est appliquĂ©".
3° dans l'alinéa 3, les mots "articles 156 et 157" sont remplacés par les mots "articles 156, 157 et 157.1".
Art. 15. In artikel 205 van hetzelfde besluit wordt tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, een nieuw lid ingevoegd, luidende :
" In afwijking van het eerste lid hebben de centra voor kinderopvang die op 1 september 2015 al erkend waren, tot 1 januari 2016 de tijd om eventueel de nodige aanpassingen door te voeren en zo aan artikel 157.1 te voldoen. "
Art. 15. Dans l'article 205 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, un alinĂ©a rĂ©digĂ© comme suit est insĂ©rĂ© entre les alinĂ©as 1er et 2 :
" Par dérogation au premier alinéa, les centres d'accueil déjà reconnus au 1er septembre 2015 disposent d'un délai allant jusqu'au 1er janvier 2016 pour procéder aux adaptations éventuellement nécessaires en vue de se conformer à l'article 157.1. "
Art. 16. In hetzelfde besluit wordt een artikel 205.1 ingevoegd, luidende :
" Art. 205.1. In afwijking van artikel 113 ontvangen de locaties voor buitenschoolse opvang die op 1 januari 2015 al erkend zijn en niet aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 114 en 115 voldoen, nog gedurende hoogstens 24 maanden subsidies voor een 1/3-dagopvang van 2,25 euro per opgevangen kind, met een maximumbedrag van 16.000 euro per locatie voor buitenschoolse opvang. De locaties voor buitenschoolse opvang die dat vaste bedrag willen ontvangen, verplichten zich schriftelijk ertoe tegen 31 december 2016 aan de vermelde voorwaarden te voldoen. Indien ze tegen die datum nog altijd niet aan de vermelde voorwaarden voldoen, worden ze vanaf 1 januari 2017 niet langer gesubsidieerd.
In afwijking van artikel 113 ontvangen de projecten die in het kader van het Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten gesubsidieerd werden, maar op 1 januari 2015 niet als locatie voor buitenschoolse opvang erkend waren, voor het jaar 2015 per opgevangen kind een subsidie van 10 euro voor een hele opvangdag, met een maximumbedrag van 10.000 euro. "
Art. 16. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 205.1 rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 205.1. Par dérogation à l'article 113, les lieux d'accueil extrascolaire qui sont déjà reconnus au 1er janvier 2015, mais ne remplissent pas les conditions mentionnées aux articles 114 et 115, reçoivent encore, pour une garde d'un tiers de journée, un subside s'élevant à 2,25 euros par enfant gardé, et ce, à concurrence de 16.000 euros par lieu d'accueil extrascolaire et pendant 24 mois au plus. Pour obtenir ce forfait, les lieux d'accueil s'engagent par écrit à remplir lesdites conditions pour le 31 décembre 2016 au plus tard. Si, à ce moment-là, ils ne remplissent toujours pas les conditions mentionnées, ils ne sont plus subsidiés à partir du 1er janvier 2017.
Par dérogation à l'article 113, les projets qui recevaient un subside dans le cadre du Fonds d'équipements et de services collectifs, mais n'étaient pas reconnus comme lieux d'accueil extrascolaire au 1er janvier 2015, reçoivent pour une garde d'une journée complÚte un subside s'élevant à 10 euros par enfant gardé, et ce, à concurrence de 10.000 euros pour l'année 2015. "
Art. 17. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015.
In afwijking van het eerste lid hebben de artikelen 13, 14 en 15 uitwerking met ingang van 1 september 2015.
Art. 17. Cet arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er janvier 2015.
Par dérogation au premier alinéa, les articles 13, 14 et 15 produisent leurs effets le 1er janvier 2015.
Art. 18. De minister bevoegd voor Gezinsbeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Le Ministre compĂ©tent en matiĂšre de Politique familiale est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.