Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
2 JULI 2015. - Ministerieel besluit betreffende de inhoud en de modaliteiten inzake deelname aan en organisatie van de vorming en het examen van de kandidaten voor de erkenning van EPB-certificeerder residentiële eenheid
Titre
2 JUILLET 2015. - Arrêté ministériel relatif au contenu et aux modalités de participation et d'organisation de la formation et de l'examen des candidats à l'agrément de certificateur PEB d'unité résidentielle
Documentinformatie
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen wordt gedeeltelijk omgezet bij dit besluit.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement la Directive 2010/31/UE du Parlement européen et du Conseil du 19 mai 2010 sur la performance énergétique des bâtiments.
Art. 2. In de zin van dit besluit wordt verstaan onder :
1° decreet: het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestatie van de gebouwen;
2° besluit : het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestatie van gebouwen;
3° administratie : de Waalse Overheidsdienst, Operationeel directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Erfgoed en Energie, Departement Energie en Duurzaam Gebouw, directie Duurzaam Gebouw;
4° centrum : het vormingscentrum voor EPB-certificeerders voor wooneenheden, erkend overeenkomstig de bepalingen van het besluit;
5° kandidaat : natuurlijke persoon die een aanvraag tot erkenning als EPB-certificeerder voor wooneenheden heeft ingediend overeenkomstig de bepalingen van het besluit;
6° software : de software bedoeld in artikel 38 van het decreet;
7° protocol : het protocol bedoeld in artikel 54 van het besluit;
8° vorming : de vorming bedoeld in artikel 57, § 2, van het besluit;
9° examen : het examen bedoeld in artikel 58, § 2, van het besluit;
10° vormer : het lid van het gekwalificeerde onderwijzend personeel dat de voorwaarden van artikel 74 van het besluit vervult.
1° decreet: het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestatie van de gebouwen;
2° besluit : het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestatie van gebouwen;
3° administratie : de Waalse Overheidsdienst, Operationeel directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Erfgoed en Energie, Departement Energie en Duurzaam Gebouw, directie Duurzaam Gebouw;
4° centrum : het vormingscentrum voor EPB-certificeerders voor wooneenheden, erkend overeenkomstig de bepalingen van het besluit;
5° kandidaat : natuurlijke persoon die een aanvraag tot erkenning als EPB-certificeerder voor wooneenheden heeft ingediend overeenkomstig de bepalingen van het besluit;
6° software : de software bedoeld in artikel 38 van het decreet;
7° protocol : het protocol bedoeld in artikel 54 van het besluit;
8° vorming : de vorming bedoeld in artikel 57, § 2, van het besluit;
9° examen : het examen bedoeld in artikel 58, § 2, van het besluit;
10° vormer : het lid van het gekwalificeerde onderwijzend personeel dat de voorwaarden van artikel 74 van het besluit vervult.
Art. 2. Au sens du présent arrêté, on entend par :
1° décret : le décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments;
2° arrêté : l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments;
3° administration : le Service public de Wallonie, la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie, Département de l'Energie et du Bâtiment durable, Direction du Bâtiment durable;
4° centre : le centre de formation de certificateurs PEB d'unité résidentielle, agréé conformément aux exigences de l'arrêté;
5° candidat : la personne physique ayant introduit une demande d'agrément en qualité de certificateur PEB d'unité résidentielle, conformément aux exigences de l'arrêté;
6° logiciel : le logiciel visé à l'article 38 du décret;
7° protocole : le protocole visé à l'article 54 de l'arrêté;
8° formation : la formation visée à l'article 57, § 2, de l'arrêté;
9° examen : l'examen visé à l'article 58, § 2, de l'arrêté;
10° formateur : le membre du personnel enseignant qualifié répondant aux conditions de l'article 74 de l'arrêté.
1° décret : le décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments;
2° arrêté : l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments;
3° administration : le Service public de Wallonie, la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie, Département de l'Energie et du Bâtiment durable, Direction du Bâtiment durable;
4° centre : le centre de formation de certificateurs PEB d'unité résidentielle, agréé conformément aux exigences de l'arrêté;
5° candidat : la personne physique ayant introduit une demande d'agrément en qualité de certificateur PEB d'unité résidentielle, conformément aux exigences de l'arrêté;
6° logiciel : le logiciel visé à l'article 38 du décret;
7° protocole : le protocole visé à l'article 54 de l'arrêté;
8° formation : la formation visée à l'article 57, § 2, de l'arrêté;
9° examen : l'examen visé à l'article 58, § 2, de l'arrêté;
10° formateur : le membre du personnel enseignant qualifié répondant aux conditions de l'article 74 de l'arrêté.
Art. 3. § 1. De administratie stelt de volgende hulpmiddelen ter beschikking van het centrum :
1° de lijst van de kandidaten;
2° de pedagogische dragers voor de vorming, met minimum de volgende elementen :
a) de bijgewerkte versie van de software;
b) het protocol;
c) het formulier voor de opneming van de gegevens op het terrein;
d) de pedagogische inhoud van de vorming vastgelegd op dia's of op elke andere drager;
3° de administratieve dragers betreffende de organisatie van de vorming en het examen, met minstens :
a) de vragenlijsten voor de schriftelijke proef, vergezeld van de oplossingen en de beoordelingsmethode;
b) de methode voor de evaluatie van de vaardigheden van de kandidaat bij de mondelinge proef.
De hulpmiddelen kunnen ter beschikking van het centrum gesteld worden langs de elektronische weg.
§ 2. De administratie maakt de inschrijvingsmodaliteiten voor de vorming en de door het centrum geplande data van de zittingen op haar internetsite bekend.
1° de lijst van de kandidaten;
2° de pedagogische dragers voor de vorming, met minimum de volgende elementen :
a) de bijgewerkte versie van de software;
b) het protocol;
c) het formulier voor de opneming van de gegevens op het terrein;
d) de pedagogische inhoud van de vorming vastgelegd op dia's of op elke andere drager;
3° de administratieve dragers betreffende de organisatie van de vorming en het examen, met minstens :
a) de vragenlijsten voor de schriftelijke proef, vergezeld van de oplossingen en de beoordelingsmethode;
b) de methode voor de evaluatie van de vaardigheden van de kandidaat bij de mondelinge proef.
De hulpmiddelen kunnen ter beschikking van het centrum gesteld worden langs de elektronische weg.
§ 2. De administratie maakt de inschrijvingsmodaliteiten voor de vorming en de door het centrum geplande data van de zittingen op haar internetsite bekend.
Art. 3. § 1er. L'administration met à disposition du centre les ressources suivantes :
1° la liste des candidats;
2° les supports pédagogiques de la formation, comprenant au minimum les éléments suivants :
a) la version mise à jour du logiciel;
b) le protocole;
c) le formulaire de relevé des données sur le terrain;
d) le contenu pédagogique de la formation établi sur des diapositives ou sur tout autre support;
3° les supports administratifs relatifs à l'organisation de la formation et de l'examen, comprenant au minimum :
a) les questionnaires de l'épreuve écrite, accompagnés du corrigé et de la méthode de cotation;
b) la méthode d'évaluation des compétences du candidat lors de l'épreuve orale.
Les ressources peuvent être mises à disposition du centre par voie électronique.
§ 2. L'administration publie sur son site internet les modalités d'inscription à la formation et les dates des sessions planifiées par le centre.
1° la liste des candidats;
2° les supports pédagogiques de la formation, comprenant au minimum les éléments suivants :
a) la version mise à jour du logiciel;
b) le protocole;
c) le formulaire de relevé des données sur le terrain;
d) le contenu pédagogique de la formation établi sur des diapositives ou sur tout autre support;
3° les supports administratifs relatifs à l'organisation de la formation et de l'examen, comprenant au minimum :
a) les questionnaires de l'épreuve écrite, accompagnés du corrigé et de la méthode de cotation;
b) la méthode d'évaluation des compétences du candidat lors de l'épreuve orale.
Les ressources peuvent être mises à disposition du centre par voie électronique.
§ 2. L'administration publie sur son site internet les modalités d'inscription à la formation et les dates des sessions planifiées par le centre.
Art. 4. § 1. Het centrum :
1° laat slechts de kandidaten die op de door de administratie ter beschikking gestelde lijst opgenomen zijn toe op de vorming en het examen en gebruikt de kandidatenlijst enkel voor de vorming en het examen;
2° bevestigt de inschrijving van de kandidaten en geeft hen kennis van de plaats, de data en de praktische modaliteiten van de vorming en van het examen;
3° gebruikt, uitsluitend, elk van de door de administratie ter beschikking gestelde pedagogische en administratieve dragers van de vorming;
4° wijzigt de inhoud van de vormingsdragers niet en gebruikt andere dragers enkel en alleen met de voorafgaande schriftelijke toestemming van de administratie;
5° stelt de vormingsdragers ter beschikking van elke kandidaat, met inbegrip van een syllabus waarin de pedagogische inhoud opgenomen is;
6° stelt de lokalen en het informaticamateriaal die nodig zijn voor het goede verloop van de vorming en het examen ter beschikking van elke kandidaat die voor de vorming ingeschreven is;
7° maakt het in artikel 72, § 1, tweede lid, van het besluit bedoelde rapport betreffende de vormings- of examenzitting aan de administratie over op papieren drager en langs de elektronische weg. Het rapport wordt opgemaakt overeenkomstig het door de administratie ter beschikking gestelde model;
8° geeft de administratie onmiddellijk kennis van elke wijziging die een weerslag kan hebben op de erkenning van een vormingscentrum voor EPB-certificeerders voor wooneenheden;
9° doet uitsluitend een beroep op de vormers die in de erkenningsaanvraag opgegeven worden als vormingscentrum om de vorming en het examen te geven, behoudens voorafgaande toestemming aangevraagd via het door de administratie ter beschikking gestelde formulier.
§ 2. De dragers voor de vorming zijn uitsluitend voor de vorming van de kandidaten bestemd.
Ze worden in geen enkele vorm verspreid, noch gedeeltelijk noch integraal, buiten het kader van de vorming, behalve voorafgaand schriftelijk akkoord van de administratie.
De dragers voor de vorming behoren uitsluitend toe aan de administratie.
1° laat slechts de kandidaten die op de door de administratie ter beschikking gestelde lijst opgenomen zijn toe op de vorming en het examen en gebruikt de kandidatenlijst enkel voor de vorming en het examen;
2° bevestigt de inschrijving van de kandidaten en geeft hen kennis van de plaats, de data en de praktische modaliteiten van de vorming en van het examen;
3° gebruikt, uitsluitend, elk van de door de administratie ter beschikking gestelde pedagogische en administratieve dragers van de vorming;
4° wijzigt de inhoud van de vormingsdragers niet en gebruikt andere dragers enkel en alleen met de voorafgaande schriftelijke toestemming van de administratie;
5° stelt de vormingsdragers ter beschikking van elke kandidaat, met inbegrip van een syllabus waarin de pedagogische inhoud opgenomen is;
6° stelt de lokalen en het informaticamateriaal die nodig zijn voor het goede verloop van de vorming en het examen ter beschikking van elke kandidaat die voor de vorming ingeschreven is;
7° maakt het in artikel 72, § 1, tweede lid, van het besluit bedoelde rapport betreffende de vormings- of examenzitting aan de administratie over op papieren drager en langs de elektronische weg. Het rapport wordt opgemaakt overeenkomstig het door de administratie ter beschikking gestelde model;
8° geeft de administratie onmiddellijk kennis van elke wijziging die een weerslag kan hebben op de erkenning van een vormingscentrum voor EPB-certificeerders voor wooneenheden;
9° doet uitsluitend een beroep op de vormers die in de erkenningsaanvraag opgegeven worden als vormingscentrum om de vorming en het examen te geven, behoudens voorafgaande toestemming aangevraagd via het door de administratie ter beschikking gestelde formulier.
§ 2. De dragers voor de vorming zijn uitsluitend voor de vorming van de kandidaten bestemd.
Ze worden in geen enkele vorm verspreid, noch gedeeltelijk noch integraal, buiten het kader van de vorming, behalve voorafgaand schriftelijk akkoord van de administratie.
De dragers voor de vorming behoren uitsluitend toe aan de administratie.
Art. 4. § 1er. Le centre :
1° admet à la formation et à l'examen les seuls candidats repris dans la liste mise à disposition par l'administration, et utilise la liste des candidats aux seules fins de la formation et de l'examen;
2° confirme aux candidats leur inscription et leur communique les lieux, les dates et les modalités pratiques de la formation et de l'examen;
3° utilise, exclusivement, chacun des supports pédagogiques et administratifs de la formation mis à disposition par l'administration;
4° ne modifie pas le contenu des supports de la formation, et n'utilise d'autres supports qu'avec l'accord préalable et écrit de l'administration;
5° met à disposition de chaque candidat les supports de la formation, en ce compris un syllabus reprenant le contenu pédagogique;
6° met à disposition de chaque candidat inscrit à la formation les locaux et le matériel informatique nécessaires au bon déroulement de la formation et de l'examen;
7° communique à l'administration le rapport sur la session de formation ou d'examen visé à l'article 72, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté, au format papier et par voie électronique. Le rapport est établi conformément au modèle mis à disposition par l'administration;
8° communique à l'administration, sans délai, toute modification pouvant avoir un impact sur l'agrément de centre de formation de certificateurs PEB d'unité résidentielle;
9° sauf autorisation préalable demandée au moyen du formulaire mis à disposition par l'administration, fait appel exclusivement aux formateurs renseignés dans la demande d'agrément en tant que centre de formation pour dispenser la formation et l'examen.
§ 2. Les supports de la formation sont réservés exclusivement à la formation des candidats.
Ils ne font l'objet d'aucune forme de diffusion, partielle ou intégrale, en dehors du cadre de la formation, sauf accord préalable et écrit de l'administration.
Les supports de la formation sont la propriété exclusive de l'administration.
1° admet à la formation et à l'examen les seuls candidats repris dans la liste mise à disposition par l'administration, et utilise la liste des candidats aux seules fins de la formation et de l'examen;
2° confirme aux candidats leur inscription et leur communique les lieux, les dates et les modalités pratiques de la formation et de l'examen;
3° utilise, exclusivement, chacun des supports pédagogiques et administratifs de la formation mis à disposition par l'administration;
4° ne modifie pas le contenu des supports de la formation, et n'utilise d'autres supports qu'avec l'accord préalable et écrit de l'administration;
5° met à disposition de chaque candidat les supports de la formation, en ce compris un syllabus reprenant le contenu pédagogique;
6° met à disposition de chaque candidat inscrit à la formation les locaux et le matériel informatique nécessaires au bon déroulement de la formation et de l'examen;
7° communique à l'administration le rapport sur la session de formation ou d'examen visé à l'article 72, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté, au format papier et par voie électronique. Le rapport est établi conformément au modèle mis à disposition par l'administration;
8° communique à l'administration, sans délai, toute modification pouvant avoir un impact sur l'agrément de centre de formation de certificateurs PEB d'unité résidentielle;
9° sauf autorisation préalable demandée au moyen du formulaire mis à disposition par l'administration, fait appel exclusivement aux formateurs renseignés dans la demande d'agrément en tant que centre de formation pour dispenser la formation et l'examen.
§ 2. Les supports de la formation sont réservés exclusivement à la formation des candidats.
Ils ne font l'objet d'aucune forme de diffusion, partielle ou intégrale, en dehors du cadre de la formation, sauf accord préalable et écrit de l'administration.
Les supports de la formation sont la propriété exclusive de l'administration.
Art. 5. In geval van buitengewone omstandigheden die onafhankelijk zijn van de wil van de kandidaat, wordt afwezigheid op een vormingsdag of op een proef door het centrum geduld voor zover de kandidaat een bewijsstuk voor zijn afwezigheid overlegt. Dat document wordt door het centrum bewaard en een afschrift wordt bij het zittings- en examenverslag gevoegd.
In geval van gewettigde afwezigheid op een proef ondergaat de kandidaat de proef op een nieuwe examenzitting die in hetzelfde centrum georganiseerd wordt.
In geval van gewettigde afwezigheid op een proef ondergaat de kandidaat de proef op een nieuwe examenzitting die in hetzelfde centrum georganiseerd wordt.
Art. 5. En cas de circonstances exceptionnelles et indépendantes de la volonté du candidat, l'absence à une journée de formation ou à une épreuve est tolérée par le centre, à charge pour le candidat de fournir un document probant justifiant l'absence. Ce document est conservé par le centre et une copie est jointe au rapport de session et d'examen.
En cas d'absence justifiée à une épreuve, le candidat subit l'épreuve lors d'une nouvelle session d'examen organisée dans le même centre.
En cas d'absence justifiée à une épreuve, le candidat subit l'épreuve lors d'une nouvelle session d'examen organisée dans le même centre.
Art. 6. § 1. De schriftelijke proef is een vragenlijst met meerkeuzevragen die door de administratie ter beschikking gesteld wordt.
§ 2. De mondelinge proef dient om het bewijs te leveren van de bekwaamheid om gebruik te maken van de software en het protocol.
De kandidaat legt de resultaten van de toepassing van het protocol en de codering van de gegevens in de software in de elektronische vorm over voor een EPB-wooneenheid. De kandidaat levert het bewijs van de theoretische kennis in rechtstreeks of onrechtsreeks verband met zijn presentatie.
De door de kandidaat gekozen EPB-wooneenheid is een eengezinswoning die over minstens een bijgebouw, een verwarmingssysteem en een systeem voor de productie van sanitair warm water beschikt.
Het bijgebouw van de woning wordt door de kandidaat behandeld d.m.v. het gereedschap en aan de hand van de procedure die toepasselijk is op de secundaire volumes, volgens de methode van de projecties.
De kandidaat beschikt over het formulier voor de opneming van de gegevens op het terrein en over de elementen die als bewijs gediend hebben voor het in aanmerking nemen van de gecodeerde waarden.
De kandidaat legt een fotografisch dossier aan om zich de woning voor te stellen, met inbegrip van de bouwschil en de systemen.
De schriftelijke proef duurt maximum een uur per kandidaat.
§ 3. De jury voor de mondelinge proef bestaat uit minstens twee vormers.
De vormers beschikken niet over de uitslag die de kandidaat op de schriftelijke proef behaald heeft.
§ 4. Als de kandidaat niet slaagt voor het examen, schrijft hij zich in voor een latere vormings- en examenzitting.
§ 5. De administratie kan de vorming alsook de schriftelijke en de mondelinge proef bijwonen.
§ 2. De mondelinge proef dient om het bewijs te leveren van de bekwaamheid om gebruik te maken van de software en het protocol.
De kandidaat legt de resultaten van de toepassing van het protocol en de codering van de gegevens in de software in de elektronische vorm over voor een EPB-wooneenheid. De kandidaat levert het bewijs van de theoretische kennis in rechtstreeks of onrechtsreeks verband met zijn presentatie.
De door de kandidaat gekozen EPB-wooneenheid is een eengezinswoning die over minstens een bijgebouw, een verwarmingssysteem en een systeem voor de productie van sanitair warm water beschikt.
Het bijgebouw van de woning wordt door de kandidaat behandeld d.m.v. het gereedschap en aan de hand van de procedure die toepasselijk is op de secundaire volumes, volgens de methode van de projecties.
De kandidaat beschikt over het formulier voor de opneming van de gegevens op het terrein en over de elementen die als bewijs gediend hebben voor het in aanmerking nemen van de gecodeerde waarden.
De kandidaat legt een fotografisch dossier aan om zich de woning voor te stellen, met inbegrip van de bouwschil en de systemen.
De schriftelijke proef duurt maximum een uur per kandidaat.
§ 3. De jury voor de mondelinge proef bestaat uit minstens twee vormers.
De vormers beschikken niet over de uitslag die de kandidaat op de schriftelijke proef behaald heeft.
§ 4. Als de kandidaat niet slaagt voor het examen, schrijft hij zich in voor een latere vormings- en examenzitting.
§ 5. De administratie kan de vorming alsook de schriftelijke en de mondelinge proef bijwonen.
Art. 6. § 1er. L'épreuve écrite est un questionnaire à choix multiple mis à disposition par l'administration.
§ 2. L'épreuve orale consiste à apporter la preuve de la connaissance de l'utilisation du logiciel et du protocole.
Le candidat présente les résultats de l'application du protocole et de l'encodage des données dans le logiciel, au format électronique, pour une unité PEB résidentielle. Le candidat apporte la preuve des connaissances théoriques directement ou indirectement liées à sa présentation.
L'unité PEB résidentielle choisie par le candidat est un logement unifamilial disposant au minimum d'une annexe, d'un système de chauffage et de production d'eau chaude sanitaire.
L'annexe du logement est traitée par le candidat à l'aide de l'outil et de la procédure applicable aux volumes secondaires, selon la méthode des projections.
Le candidat se munit du formulaire de relevé des données sur le terrain et des éléments qui ont servi de preuve pour la prise en compte des valeurs encodées.
Le candidat constitue un dossier photographique permettant de se représenter le logement, en ce compris l'enveloppe et les systèmes.
L'épreuve orale dure une heure maximum par candidat.
§ 3. Le jury de l'épreuve orale est composé au minimum de deux formateurs.
Les formateurs ne disposent pas du résultat obtenu par le candidat à l'épreuve écrite.
§ 4. En cas d'échec à l'examen, le candidat s'inscrit à une session ultérieure de formation et d'examen.
§ 5. L'administration peut assister à la formation ainsi qu'aux épreuves écrite et orale.
§ 2. L'épreuve orale consiste à apporter la preuve de la connaissance de l'utilisation du logiciel et du protocole.
Le candidat présente les résultats de l'application du protocole et de l'encodage des données dans le logiciel, au format électronique, pour une unité PEB résidentielle. Le candidat apporte la preuve des connaissances théoriques directement ou indirectement liées à sa présentation.
L'unité PEB résidentielle choisie par le candidat est un logement unifamilial disposant au minimum d'une annexe, d'un système de chauffage et de production d'eau chaude sanitaire.
L'annexe du logement est traitée par le candidat à l'aide de l'outil et de la procédure applicable aux volumes secondaires, selon la méthode des projections.
Le candidat se munit du formulaire de relevé des données sur le terrain et des éléments qui ont servi de preuve pour la prise en compte des valeurs encodées.
Le candidat constitue un dossier photographique permettant de se représenter le logement, en ce compris l'enveloppe et les systèmes.
L'épreuve orale dure une heure maximum par candidat.
§ 3. Le jury de l'épreuve orale est composé au minimum de deux formateurs.
Les formateurs ne disposent pas du résultat obtenu par le candidat à l'épreuve écrite.
§ 4. En cas d'échec à l'examen, le candidat s'inscrit à une session ultérieure de formation et d'examen.
§ 5. L'administration peut assister à la formation ainsi qu'aux épreuves écrite et orale.
Art. 7. De kandidaat die één van beide proeven niet aflegt of die een vormingsdag mist zonder rechtvaardiging van zijn afwezigheid overeenkomstig artikel 5, wordt uit de kandidatenpromotie uitgesloten.
Om de erkenning te verkrijgen schrijft de kandidaat zich in voor een latere vormings- en examenzitting.
Om de erkenning te verkrijgen schrijft de kandidaat zich in voor een latere vormings- en examenzitting.
Art. 7. Le candidat qui ne présente pas une des épreuves orale ou écrite ou qui est absent à une journée de formation, sans pouvoir justifier son absence conformément à l'article 5, est exclu de la promotion de candidats.
En vue de l'obtention de l'agrément, le candidat s'inscrit à une session ultérieure de formation et d'examen.
En vue de l'obtention de l'agrément, le candidat s'inscrit à une session ultérieure de formation et d'examen.
Art. 8. Het centrum beheert de geschillen betreffende de uitslagen die op de schriftelijke en de mondelinge proef behaald worden.
De verantwoordelijke van het centrum beheert de beroepen die kandidaten jegens een vormer indienen en geeft de administratie kennis van de gevolgen die aan het beroep gegeven worden.
Een geschil dat tussen het centrum en de kandidaat omtrent een vormer aanhoudt, wordt op de agenda van een opvolgingscomité geplaatst.
De verantwoordelijke van het centrum beheert de beroepen die kandidaten jegens een vormer indienen en geeft de administratie kennis van de gevolgen die aan het beroep gegeven worden.
Een geschil dat tussen het centrum en de kandidaat omtrent een vormer aanhoudt, wordt op de agenda van een opvolgingscomité geplaatst.
Art. 8. Le centre gère les litiges portant sur les notes obtenues aux épreuves écrite et orale.
Le responsable du centre gère les recours de candidats à l'encontre d'un formateur et informe l'administration des suites données au recours.
Un conflit persistant entre le centre et le candidat au sujet d'un formateur est inscrit à l'ordre du jour d'un comité de suivi.
Le responsable du centre gère les recours de candidats à l'encontre d'un formateur et informe l'administration des suites données au recours.
Un conflit persistant entre le centre et le candidat au sujet d'un formateur est inscrit à l'ordre du jour d'un comité de suivi.
Art. 9. Er kan een opvolgingscomité dat het centrum en de administratie bijeenbrengt gehouden worden, ondermeer om de slechte werking van de vorming en van de desbetreffende organisatie te analyseren en te verhelpen, om de aanpassingen van de pedagogische inhoud van de vorming te evalueren, om advies over de kwaliteit van de vorming en de vormers te geven.
Het opvolgingscomité bestaat uit één of meer vertegenwoordigers van de administratie, uit één of twee vertegenwoordigers van het centrum en uit elk ander gecoöpteerd lid.
Het centrum neemt het secretariaat van het opvolgingscomité waar.
Het opvolgingscomité bestaat uit één of meer vertegenwoordigers van de administratie, uit één of twee vertegenwoordigers van het centrum en uit elk ander gecoöpteerd lid.
Het centrum neemt het secretariaat van het opvolgingscomité waar.
Art. 9. Un comité de suivi réunissant le centre et l'administration, peut être tenu en vue, notamment, d'analyser et de remédier aux dysfonctionnements de la formation ou de son organisation, d'évaluer les adaptations du contenu pédagogique de la formation, d'émettre un avis sur la qualité de la formation ou des formateurs.
Le comité de suivi est constitué de un ou plusieurs représentants de l'administration, un ou deux représentants du centre et tout autre membre coopté.
Le centre assure le secrétariat du comité de suivi.
Le comité de suivi est constitué de un ou plusieurs représentants de l'administration, un ou deux représentants du centre et tout autre membre coopté.
Le centre assure le secrétariat du comité de suivi.
Art. 10. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het ondertekend wordt.
Art. 10. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa signature.