Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 MEI 2015. - Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van Boek VII van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid en tot invoeging in het reglementair deel van het Wetboek een Boek VIII betreffende de steun aan lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transseksuelen
Titre
13 MAI 2015. - Arrêté du Gouvernement wallon portant exécution du Livre VII du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé et insérant dans le Code réglementaire un Livre VIII relatif à l'aide aux personnes lesbiennes, gays, bisexuels, bisexuelles et transgenres
Documentinformatie
Numac: 2015202478
Datum: 2015-05-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015202478
Date: 2015-05-13
Moniteur: Voir
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een materie bedoeld in artikel 128, § 1, ervan.
Article 1er. Le présent arrêté règle, en application de l'article 138 de la Constitution, une matière visée à l'article 128, § 1er, de celle-ci.
Art. 2. In het tweede deel van het reglementair deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wordt een Boek VIII ingevoegd, luidend als volgt :
"Boek VIII : Steun aan lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transseksuelen
Titel I. - Erkenning van de regenbooghuizen
HOOFDSTUK I. - Erkenningsprocedure
Afdeling I. - Erkenningsaanvraag
Art. 1951. De erkenningsaanvraag als regenbooghuis wordt door elk middel dat vaste datum aan de zending verleent, aan het bestuur gericht.
De documenten bedoeld in artikel 694/4, tweede lid, van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, hierna "het decreetgevend deel van het Wetboek", alsook elk document waarmee kan worden nagegaan of de in artikel 694/3 van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde voorwaarden worden vervuld, worden bij de aanvraag gevoegd. Als het dossier onvolledig is, verwittigt het bestuur de aanvrager binnen de maand waarin bedoeld dossier ontvangen werd.
Wanneer de voor het onderzoek van de erkenningsaanvraag nodige gegevens bij authentieke bronnen beschikbaar zijn, zamelt het bestuur die gegevens rechtstreeks bij de authentieke bronnen in en verwittigt de aanvrager.
De aanvraag wordt onderzocht door het bestuur dat bijkomende inlichtingen betreffende haar aanvraag aan de vereniging kan vragen.
Art. 1952. Naast de elementen bedoeld in artikel 694/4, tweede lid, van het decreetgevend deel van het Wetboek bevat het erkenningsaanvraagdossier :
de begroting en de balans;
de beraadslaging van de inrichtende macht waarbij besloten wordt tot de indiening van de erkenningsaanvraag;
de afschriften van de diploma's en het statuut van de personeelsleden;
een beraadslaging van de raad van bestuur waarin de algemene modaliteiten voor de uitvoering van de opdrachten van de vereniging worden bepaald;
de partnerschapsovereenkomsten gebonden aan de ontwikkelde activiteiten overeenkomstig artikel 694/2, 3°, 4° en 5°, van het decreetgevend deel van het Wetboek.
Afdeling II. - Beslissing tot erkenning
Art. 1953. De Minister neemt de beslissing tot erkenning binnen drie maanden na ontvangst van het volledige dossier.
De Minister deelt zijn beslissing aan de aanvrager mede door elk middel dat vaste datum aan de zending verleent.
Art. 1954. Zodra de beslissing tot erkenning wordt betekend, kan het regenbooghuis de kwalificatie van "erkend regenbooghuis" gebruiken.
HOOFDSTUK II. - Subsidiëring
Afdeling I. - Subsidieaanvraag
Art. 1955. De subsidieaanvraag wordt jaarlijks met een voorbegroting voor de volgende twaalf jaar aan het bestuur gericht.
Een jaarlijkse forfaitaire subsidie van 40.000 euro wordt aan elk regenbooghuis toegekend.
Een forfaitaire toelage van 2000 euro kan overeenkomstig artikel 694/3, § 2, van het decreetgevend deel van het Wetboek ook toegekend worden voor de oprichting van steunpunten.
Het bedrag bedoeld in het tweede lid wordt gekoppeld aan de spilindex 101,02 die op 1 januari 2014 toepasselijk is en wordt gebonden aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen.
Afdeling II. - Beslissing tot subsidiëring
Art. 1956. De Minister neemt de beslissing tot subsidiëring en deelt ze mede aan het regenbooghuis.
HOOFDSTUK III. - Controle en sancties
Art. 1957. Wanneer de Minister vaststelt dat een regenbooghuis de erkenningsvoorwaarden niet meer vervult of wanneer het regenbooghuis verzuimt de in artikel 694/6 van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde inlichtingen te verstrekken, kan hij de erkenning intrekken krachtens artikel 694/7 van het decreetgevend deel van het Wetboek.
De intrekking van de erkenning wordt voorafgegaan door een waarschuwing die gestuurd wordt door het bestuur door elk middel dat vaste datum aan de zending verleent. Die waarschuwing vermeldt de geformuleerde klachten en staat het regenbooghuis een termijn van dertig dagen die begint te lopen na ontvangst van bedoelde waarschuwing, toe om een antwoordmemorie over te maken.
Art. 1958. De administratieve, financiële en kwalitatieve controle van de regenbooghuizen wordt gevoerd door de binnen het bestuur aangewezen personeelsleden.
De personeelsleden hebben vrije toegang tot de lokalen en hebben het recht om ter plaatse inzage te nemen van de stukken en documenten die ze nodig achten voor de vervulling van hun opdracht.
Titel II. - Erkenning van de federatie van de regenbooghuizen
HOOFDSTUK I. - Erkenningsprocedure
Afdeling I. - Erkenningsaanvraag
Art. 1959. De erkenningsaanvraag als federatie van de regenbooghuizen wordt aan het bestuur door elk middel dat vaste datum aan de zending verleent, gericht.
De documenten bedoeld in artikel 694/10, tweede lid, van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, hierna "het decreetgevend deel", alsook elk document waarmee kan worden nagegaan of de in artikel 694/9 van het decreetgevend deel bedoelde voorwaarden worden vervuld, worden bij de aanvraag gevoegd. Als het dossier onvolledig is, verwittigt het bestuur de aanvrager binnen de maand waarin het bedoeld dossier ontvangen heeft.
Wanneer de voor het onderzoek van de erkenningsaanvraag nodige gegevens bij authentieke bronnen beschikbaar zijn, verzamelt het bestuur die gegevens rechtstreeks bij de authentieke bronnen en verwittigt de aanvrager.
De aanvraag wordt onderzocht door het bestuur dat bijkomende inlichtingen betreffende haar aanvraag aan de federatie van de regenbooghuizen kan vragen.
Art. 1960. Naast de elementen bedoeld in artikel 694/10, tweede lid, van het decreetgevend deel van het Wetboek bevat het erkenningsaanvraagdossier :
de begroting en de balans;
de beraadslaging van de inrichtende macht waarbij besloten wordt tot de indiening van de erkenningsaanvraag;
de afschriften van de diploma's en het statuut van de personeelsleden;
een beraadslaging van de raad van bestuur waarin de algemene modaliteiten voor de uitvoering van de opdrachten van de vereniging worden bepaald;
Afdeling II. - Beslissing tot erkenning
Art. 1961. De Minister neemt de beslissing tot erkenning binnen drie maanden na ontvangst van het volledige dossier en deelt zijn beslissing aan de aanvrager mede door elk middel dat vaste datum aan de zending verleent.
De beslissing tot erkenning vermeldt het activiteitenprogramma bedoeld in artikel 694/10, tweede lid, 4°, van het decreetgevend deel van het Wetboek.
Art. 1962. Zodra de beslissing tot erkenning wordt betekend, kan de federatie van de regenbooghuizen de kwalificatie van "erkende federatie van de regenbooghuizen" gebruiken.
HOOFDSTUK II. - Subsidiëring
Afdeling I. - Subsidieaanvraag
Art. 1963. De subsidieaanvraag wordt jaarlijks met een voorbegroting voor de volgende twaalf jaar aan de Minister gericht.
Een jaarlijkse forfaitaire subsidie van 70.000 euro wordt aan de federatie toegekend.
Het bedrag bedoeld in het tweede lid wordt gekoppeld aan de spilindex 101,02 die op 1 januari 2014 toepasselijk is en wordt gebonden aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen.
Afdeling II. - Beslissing tot subsidiëring
Art. 1964. De Minister neemt de beslissing tot subsidiëring.
Ze wordt aan de federatie van de regenbooghuizen meegedeeld.
HOOFDSTUK III. - Evaluatie
Art. 1965. Er wordt minstens één keer per jaar een begeleidingscomité opgericht.
Het begeleidingscomité wordt belast met de begeleiding en de evaluatie van de activiteiten van de federatie.
Het bestaat uit:
een vertegenwoordiger van de Minister;
één vertegenwoordiger van de federatie;
één vertegenwoordiger van het bestuur.
Het secretariaat wordt door het bestuur waargenomen.
Een jaarlijks verslag van de instelling wordt aan de Regering overgemaakt in de loop van het eerste kwartaal van het jaar volgend op het jaar waarop het betrekking heeft.
Het verslag omvat een omschrijving van de tijdens het afgelopen jaar uitgevoerde acties, alsmede een kwalitatieve en kwantitatieve evaluatie van de uitvoering van de opdrachten.
HOOFDSTUK IV. - Controle en sancties
Art. 1966. Wanneer de Minister vaststelt dat de federatie van de regenbooghuizen de erkenningsvoorwaarden niet meer vervult of wanneer de federatie van de regenbooghuizen verzuimt de in artikel 694/13, 3, van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde inlichtingen te verstrekken, kan hij de erkenning intrekken krachtens artikel 694/14 van het decreetgevend deel van het Wetboek.
Een waarschuwing gestuurd door het bestuur bij elk middel waarbij de zending wordt bewezen, gaat aan de intrekking van de erkenning vooraf. Die waarschuwing vermeldt de geformuleerde klachten en staat de federatie een termijn van dertig dagen die begint te lopen na ontvangst van bedoelde waarschuwing, toe om een antwoordmemorie over te maken.
Art. 1967. De administratieve, financiële en kwalitatieve controle van de federatie van de regenbooghuizen wordt gevoerd door de binnen het bestuur aangewezen personeelsleden.
De personeelsleden hebben vrije toegang tot de lokalen en hebben het recht om ter plaatse inzage te nemen van de stukken en documenten die ze nodig achten voor de vervulling van hun opdracht.".
Art. 2. Dans la deuxième partie du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé, il est inséré un Livre VIII, rédigé comme suit :
" Livre VIII : Aide aux personnes lesbiennes, gays, bisexuels, bisexuelles et transgenres
Titre Ier. - L'agrément des maisons arc-en-ciel
CHAPITRE Ier. - La procédure d'agrément
Section Ire. - La demande d'agrément
Art. 1951. La demande d'agrément en qualité de maison arc-en-ciel est adressée à l'administration, par toute voie conférant date certaine à l'envoi.
Les documents visés par l'article 694/4, alinéa 2, du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé, ci-après le Code décrétal, ainsi que tout document permettant de vérifier la réunion des conditions visées à l'article 694/3 du Code décrétal sont annexés à la demande. Si le dossier est incomplet, l'administration en avise le demandeur dans le mois de sa réception.
Lorsque les données nécessaires à l'examen de la demande d'agrément sont disponibles auprès de sources authentiques, l'administration collecte ces données directement auprès des sources authentiques et en informe le demandeur.
La demande est instruite par l'administration qui peut requérir de l'association des renseignements complémentaires relatifs à sa demande.
Art. 1952. Outre les éléments visés à l'article 694/4, alinéa 2, du Code décrétal, le dossier de demande d'agrément comprend :
le budget et le bilan;
la délibération du pouvoir organisateur décidant d'introduire la demande d'agrément;
les copies des diplômes des membres du personnel, ainsi que la mention de leur statut;
une délibération du conseil d'administration établissant les modalités générales de mise en oeuvre des missions de l'association;
les conventions de partenariat liées aux activités développées, conformément à l'article 694/2, 3°,4° et 5° du Code décrétal.
Section II. - La décision d'agrément
Art. 1953. Le Ministre prend la décision d'agrément dans les trois mois de la réception du dossier complet.
Le Ministre notifie sa décision au demandeur par toute voie conférant date certaine à l'envoi.
Art. 1954. Dès la notification de la décision d'agrément, la maison arc-en-ciel peut utiliser la qualification de " maison arc-en-ciel agréée ".
CHAPITRE II. - Le subventionnement
Section Ire. - La demande de subvention
Art. 1955. La demande de subvention est adressée chaque année à l'administration, accompagnée d'un budget prévisionnel pour les douze mois suivants.
Une subvention forfaitaire annuelle de 40.000 euros est allouée à chaque maison arc-en-ciel.
Une subvention forfaitaire de 2.000 euros peut également être octroyée pour la création d'antennes conformément à l'article 694/3, § 2, du Code décrétal.
Le montant visé à l'alinéa 2 est rattaché à l'indice-pivot 101,02 applicable au 1er janvier 2014 et est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément aux règles prescrites par la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants.
Section II. - La décision de subvention
Art. 1956. Le Ministre prend la décision de subvention et la notifie à la maison arc-en-ciel.
CHAPITRE III. - Contrôle et sanctions
Art. 1957. Lorsque le Ministre constate qu'une maison arc-en-ciel ne remplit plus les conditions d'agrément ou lorsque la maison arc-en-ciel reste en défaut de fournir les renseignements visés à l'article 694/6 du Code décrétal, il peut retirer l'agrément en vertu de l'article 694/7 du Code décrétal.
Un avertissement, envoyé par l'administration par toute voie conférant date certaine à l'envoi, précède le retrait d'agrément. Cet avertissement mentionne les griefs formulés et donne à la maison arc-en-ciel un délai de trente jours prenant cours à dater de la réception dudit avertissement, pour transmettre un mémoire en réponse.
Art. 1958. Les agents désignés au sein de l'administration exercent le contrôle administratif, financier et qualitatif des maisons arc-en-ciel.
Les agents ont libre accès aux locaux et ont le droit de consulter sur place les pièces et documents qu'ils jugent nécessaires à l'accomplissement de leurs missions.
Titre II. - La reconnaissance de la fédération des maisons arc-en-ciel
CHAPITRE Ier. - La procédure de reconnaissance
Section Ire. - La demande de reconnaissance
Art. 1959. La demande de reconnaissance en qualité de fédération des maisons arc-en-ciel est adressée à l'administration par toute voie conférant date certaine à l'envoi.
Les documents visés par l'article 694/10, alinéa 2, du Code décrétal, ainsi que tout document permettant de vérifier la réunion des conditions visées à l'article 694/9 du Code décrétal sont annexés à la demande. Si le dossier est incomplet, l'administration en avise le demandeur dans le mois de sa réception.
Lorsque les données nécessaires à l'examen de la demande de reconnaissance sont disponibles auprès de sources authentiques, l'administration collecte ces données directement auprès des sources authentiques et en informe le demandeur.
La demande est instruite par l'administration qui peut requérir de la fédération des maisons arc-en-ciel des renseignements complémentaires relatifs à sa demande.
Art. 1960. Outre les éléments visés à l'article 694/10, alinéa 2, du Code décrétal, le dossier de demande de reconnaissance comprend :
le budget et le bilan;
la délibération du pouvoir organisateur décidant d'introduire la demande de reconnaissance;
les copies des diplômes des membres du personnel, ainsi que la mention de leur statut;
une délibération du conseil d'administration établissant les modalités générales de mise en oeuvre des missions de l'association.
Section II. - La décision de reconnaissance
Art. 1961. Le Ministre prend la décision de reconnaissance dans les trois mois de la réception du dossier complet et notifie sa décision au demandeur par toute voie conférant date certaine à l'envoi.
La décision de reconnaissance mentionne le programme d'activités visé à l'article 694/10, alinéa 2, 4°, du Code décrétal.
Art. 1962. Dès la notification de la décision de reconnaissance, la fédération des maisons arc-en-ciel peut utiliser la qualification de " fédération des maisons arc-en-ciel reconnue ".
CHAPITRE II. - Le subventionnement
Section Ire. - La demande de subvention
Art. 1963. La demande de subvention est adressée chaque année au Ministre, accompagnée d'un budget prévisionnel pour les douze mois suivants.
Une subvention forfaitaire annuelle de 70.000 euros est allouée à la fédération.
Le montant visé à l'alinéa 2 est rattaché à l'indice-pivot 101,02 applicable au 1er janvier 2014 et est liée aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément aux règles prescrites par la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants.
Section II. - La décision de subvention
Art. 1964. Le Ministre prend la décision de subvention.
Elle est notifiée à la fédération des maisons arc-en-ciel.
CHAPITRE III. - L'évaluation
Art. 1965. Un comité d'accompagnement est organisé au moins une fois par an.
Le comité d'accompagnement est chargé de l'accompagnement et de l'évaluation des activités de la fédération.
Il est composé de :
un représentant du Ministre;
un représentant de la fédération;
un représentant de l'administration.
Le secrétariat est assuré par l'administration.
Un rapport annuel établi par l'organisme est transmis au Gouvernement dans le courant du premier trimestre de l'année suivant celle à laquelle il se rapporte.
Le rapport contient une description des actions réalisées durant l'année écoulée ainsi qu'une évaluation qualitative et quantitative de la réalisation des missions.
CHAPITRE IV. - Contrôle et sanctions
Art. 1966. Lorsque le Ministre constate que la fédération des maisons arc-en-ciel ne remplit plus les conditions de reconnaissance ou lorsque la fédération des maisons arc-en-ciel reste en défaut de fournir les renseignements visés à l'article 694/13, § 3, du Code décrétal, il peut retirer la reconnaissance en vertu de l'article 694/14 du Code décrétal.
Un avertissement envoyé par l'administration par toute voie conférant date certaine à l'envoi, précède le retrait de reconnaissance. Cet avertissement mentionne les griefs formulés et donne à la fédération un délai de trente jours prenant cours à dater de la réception dudit avertissement, pour transmettre un mémoire en réponse.
Art. 1967. Les agents désignés au sein de l'administration exercent le contrôle administratif, financier et qualitatif de la fédération des maisons arc-en-ciel.
Les agents ont libre accès aux locaux et ont le droit de consulter sur place les pièces et documents qu'ils jugent nécessaires à l'accomplissement de leurs missions. ".
Art. 3. De Minister van Sociale Actie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 3. Le Ministre de l'Action sociale est chargé de l'exécution du présent arrêté.