Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
18 DECEMBER 2015. - Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw en energie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-12-2015 en tekstbijwerking tot 12-06-2024)
Titre
18 DECEMBRE 2015. - Décret portant diverses dispositions en matière d'environnement, de nature, d'agriculture et d'énergie(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-12-2015 et mise à jour au 12-06-2024)
Documentinformatie
Numac: 2015036643
Datum: 2015-12-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015036643
Date: 2015-12-18
Moniteur: Voir
Tekst (218)
Texte (218)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wet betreffende de economische reglementering van de prijzen
CHAPITRE 2. - Loi sur la réglementation économique des prix
Art. 2. Aan artikel 2, § 1, van de wet 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen, hernummerd bij de wet van 23 december 1969, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het bepalen van maximumprijzen voor water bestemd voor menselijke aanwending wordt geregeld in artikel 12bis van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending.".
Art. 2. A l'article 2, § 1er, de la loi du 22 janvier 1945 sur la réglementation économique et les prix, renuméroté par la loi du 23 décembre 1969, il est ajouté un second alinéa libellé comme suit :
  " La fixation de prix maximaux pour les eaux destinées à l'utilisation humaine est réglée à l'article 12bis du décret du 24 mai 2002 relatif aux eaux destinées à l'utilisation humaine. ".
HOOFDSTUK 3. - Wet op de riviervisserij
CHAPITRE 3. - Loi sur la pêche fluviale
Art. 3. Artikel 22 van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij, vervangen bij het decreet van 30 april 2009, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 22. Het is verboden om in stromen, rivieren of kanalen, of in delen ervan stoffen te werpen met als bedoeling de vissen te bedwelmen, of te doden.".
Art. 3. L'article 22 de la loi du 1er juillet 1954 sur la pêche fluviale, remplacé par le décret du 30 avril 2009, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 22. Il est interdit de jeter dans les fleuves, rivières ou canaux ou dans des parties de ces derniers des substances en vue d'étourdir ou de tuer les poissons. ".
HOOFDSTUK 4. - Wet betreffende de wateringen
CHAPITRE 4. - Loi relative aux wateringues
Art. 4. Aan artikel 1 van de wet van 5 juli 1956 betreffende de wateringen, vervangen bij het decreet van 18 juli 2003, worden de woorden "en van de bekkenspecifieke delen van het stroomgebiedbeheerplan" toegevoegd.
Art. 4. A l'article 1er de la loi du 5 juillet 1956 relative aux wateringues, remplacé par le décret du 18 juillet 2003, les mots " et des parties spécifiques de bassin du plan de gestion du bassin hydrographique " sont ajoutés.
HOOFDSTUK 5. - Wet betreffende de polders
CHAPITRE 5. - Loi relative aux polders
Art. 5. Aan artikel 1 van de wet van 3 juni 1957 betreffende de polders, vervangen bij het decreet van 18 juli 2003, worden de woorden "en van de bekkenspecifieke delen van het stroomgebiedbeheerplan" toegevoegd.
Art. 5. A l'article 1er de la loi du 3 juin 1957 relative aux polders, remplacé par le décret du 18 juillet 2003, les mots " et des parties spécifiques de bassin du plan de gestion du bassin hydrographique " sont ajoutés.
HOOFDSTUK 6. - Veldwetboek
CHAPITRE 6. - Code rural
Art. 6. Aan artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek van 7 oktober 1886, ingevoegd bij wet van 8 april 1969, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op systemen voor grondgebruik waarbij de teelt van bomen wordt gecombineerd met landbouw op dezelfde grond, toegepast op een perceel landbouwgrond als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwer, exploitatie en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid.".
Art. 6. A l'article 35bis, § 5, du Code rural du 7 octobre 1886, inséré par la loi du 8 avril 1969, un troisième alinéa est ajouté, libellé comme suit :
  " Les dispositions du premier alinéa ne sont pas applicables aux systèmes d'utilisation des terres combinant la culture d'arbres à l'agriculture sur la même terre, appliqués à une parcelle de terre agricole telle que visée à l'article 2, 12° du décret du 22 décembre 2006 portant création d'une identification commune d'agriculteurs, d'exploitations et de terres agricoles dans le cadre de la politique relative aux engrais et de la politique agricole. ".
HOOFDSTUK 7. - Wet op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging
CHAPITRE 7. - Loi sur la protection des eaux de surface contre la pollution
Art. 7. In artikel 35bis, § 5, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2001, wordt de zinsnede "conform het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering." vervangen door de zinsnede "conform het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering of het Bodemdecreet van 27 oktober 2006.".
Art. 7. A l'article 35bis, § 5, de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution, inséré par le décret du 21 décembre 2001, la partie de phrase " conformément au décret du 22 février 1995 relatif à l'assainissement du sol. " est remplacée par la partie de phrase " conformément au décret du 22 février 1995 relatif à l'assainissement du sol ou au Décret relatif au sol du 27 octobre 2006. ".
HOOFDSTUK 8. - Wet houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken
CHAPITRE 8. - Loi portant des mesures particulières en matière de remembrement légal de biens ruraux lors de l'exécution de grands travaux d'infrastructure
Art. 8. In artikel 3, tweede lid, van de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken, gewijzigd bij het decreet van 20 april 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "acht" wordt vervangen door het woord "tien";
  2° er worden een achtste en een negende streepje toegevoegd, die luiden als volgt:
  "- een lid op de voordracht van de Vlaamse minister, bevoegd voor het onroerend erfgoed;
  - een lid op de voordracht van de Vlaamse minister, bevoegd voor de landinrichting en het natuurbehoud.".
Art. 8. A l'article 3, deuxième alinéa de la loi du 12 juillet 1976 portant des mesures particulières en matière de remembrement légal de biens ruraux lors de l'exécution de grands travaux d'infrastructure, modifié par le décret du 20 avril 2012, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le mot " huit " est remplacé par le mot " dix " ;
  2° un huitième et un neuvième tiret sont ajoutés, libellés comme suit :
  " - un membre, sur la proposition du ministre flamand ayant le patrimoine immobilier dans ses attributions ;
  - un membre, sur la proposition du ministre flamand qui a la rénovation rurale et la conservation de la nature dans ses attributions. ".
HOOFDSTUK 9. - Decreet houdende maatregelen inzake grondwaterbeheer
CHAPITRE 9. - Décret portant des mesures en matière de gestion des eaux souterraines
Art. 9. In artikel 28ter, § 2, 9°, van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, ingevoegd bij het decreet van 19 december 1997 en vervangen bij het decreet van 22 december 1999, wordt de zinsnede "overeenkomstig het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering." vervangen door de zinsnede "conform het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering of het Bodemdecreet van 27 oktober 2006.".
Art. 9. A l'article 28 ter, § 2, 9°, du décret du 24 janvier 1984 portant des mesures en matière de gestion des eaux souterraines, inséré par le décret du 19 décembre 1997 en remplacé par le décret du 22 décembre 1999, la partie de phrase " conformément au décret du 22 février 1995 relatif à l'assainissement du sol. " est remplacée par la partie de phrase " conformément au décret du 22 février 1995 relatif à l'assainissement du sol ou au Décret relatif au sol du 27 octobre 2006. ".
Art. 10. In artikel 28quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 20 december 1996, vervangen bij het decreet van 22 december 1999 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 2°, a) en b), wordt de zinsnede "Qgwp=gemeten gewonnen volume grondwater per grondwaterput (in mü);" telkens vervangen door de zinsnede "Qgwp = gewonnen volume grondwater per grondwaterput (in mü);";
  2° in de inleidende zin van paragraaf 2 wordt het woord "opgepompt" vervangen door het woord "gewonnen";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° als de opgenomen hoeveelheid grondwater niet gemeten is aan de hand van een continue debietmeting als vermeld in punt 1° wordt onweerlegbaar vermoed dat deze hoeveelheid gelijk is aan:
  a) als de grondwaterwinning op het ogenblik waarop het grondwater in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar wordt gewonnen met toepassing van dit decreet of conform de bepalingen van het VLAREM of van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning is vergund:
  1) als in de vergunning een hoeveelheid op jaarbasis is vermeld: deze hoeveelheid;
  2) als in de vergunning alleen een hoeveelheid op dagbasis is vermeld:
  i) deze hoeveelheid op dagbasis vermenigvuldigd met het reële aantal dagen dat de grondwaterwinning in gebruik is geweest in geval van seizoensgebonden activiteiten of activiteiten van beperkte duur;
  ii) deze hoeveelheid op dagbasis vermenigvuldigd met 225 in de andere gevallen;
  b) als de grondwaterwinning op het ogenblik waarop het grondwater in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar wordt gewonnen niet met toepassing van dit decreet of conform de bepalingen van het VLAREM of van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning is vergund of als er in de vergunning geen toegelaten hoeveelheid is vermeld: de som van de maximale nominale capaciteit van de pompen, uitgedrukt in mü per uur en vermenigvuldigd met T. Daarbij is:
  1) - voor seizoensgebonden irrigatie in open lucht voor land- en tuinbouw in hoofdactiviteit: T = 200;
  - voor andere seizoensgebonden activiteiten of activiteiten van beperkte duur: T = 10 x het reële aantal dagen dat de grondwaterwinning in gebruik geweest is;
  2) in de overige gevallen: T = 2.000;".
Art. 10. A l'article 28 quater du même décret, inséré par le décret du 20 décembre 1996, remplacé par le décret du 22 décembre 1999 et modifié en dernier lieu par le décret du 28 février 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, 2°, a) et b), la partie de phrase " Qgwp=volume d'eaux souterraines capté mesuré (en mü) par puits d'eaux souterraines ; " est chaque fois remplacée par la partie de phrase " Qgwp = volume d'eaux souterraines capté (en mü) par puits d'eaux souterraines ; " ;
  2° dans la phrase introductive du paragraphe 2, le mot " pompé " est remplacé par le mot " capté " ;
  3° au paragraphe 2, premier alinéa, le point 2 est remplacé par ce qui suit :
  " 2° lorsque la quantité d'eau souterraine prélevée n'est pas mesurée à l'aide d'une mesure continue du débit, visée au point 1°, elle est incontestablement présumée équivaloir :
  a) pour les captages d'eau souterraine qui, au moment où l'eau souterraine est captée au cours de l'année précédant l'année d'imposition, sont autorisés en application du présent décret ou conformément aux dispositions du VLAREM ou du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement :
  1) lorsqu'une quantité sur base annuelle est spécifiée dans l'autorisation : à cette quantité ;
  2) lorsque l'autorisation ne mentionne qu'une quantité sur base journalière :
  i) à cette quantité sur base journalière, multipliée par le nombre réel de jours pendant lesquels la prise d'eau souterraine a été utilisée en cas d'activités saisonnières ou d'activités à durée limitée ;
  ii) à cette quantité sur base journalière, multipliée par 225 dans les autres cas ;
  b) si le captage d'eau souterraine, au moment où l'eau souterraine est captée au cours de l'année précédant l'année d'imposition, n'est pas autorisé en application du présent décret ou conformément aux dispositions du VLAREM ou du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement ou si aucune quantité autorisée n'est mentionnée dans l'autorisation : la somme de la capacité nominale maximale des pompes, exprimée en mü par heure et multipliée par T, où :
  1) - pour l'irrigation saisonnière en plein air dans le cadre d'activités agricoles ou horticoles exercées à titre principal : T = 200 ;
  - pour les autres activités saisonnières ou les activités de durée limitée : T = 10 x le nombre réel de jours que le captage d'eau souterraine a été en service ;
  2) dans les autres cas : T = 2.000 ; ".
Art. 11. Aan de bijlage bij hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 1997 en vervangen bij het decreet van 18 december 2009, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De gebiedsfactor is in de overige zones gelijk aan de gebiedsfactor van codegebied 0100.".
Art. 11. En annexe du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 1997 et remplacé par le décret du 18 décembre 2009, la phrase suivante est ajoutée :
  " Le facteur zone dans les autres zones est égal au facteur zone de la zone de code 0100. ".
HOOFDSTUK 10. - Decreet betreffende de milieuvergunning
CHAPITRE 10. - Décret relatif au permis d'environnement
Art. 12. In artikel 45ter van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, ingevoegd bij het decreet van 9 mei 2014, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de datum "1 januari 2019" vervangen door de datum "31 december 2016";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2. De vergunningstermijn van een milieuvergunning verleend voor de exploitatie van een inrichting met een stikstofdepositie, die verstrijkt voor 31 december 2018, wordt in afwijking van paragraaf 1 en artikel 18, § 2, 43 en 44, verlengd tot uiterlijk 31 december 2019, als voldaan wordt aan de bepalingen, vermeld in paragraaf 3.
  In het eerste lid wordt verstaan onder inrichting met een stikstofdepositie: een inrichting waarvan de stikstofdepositie volgens de depositiescan een risico inhoudt op een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone als vermeld in artikel 2, 43°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.
  Deze depositiescan, zoals aanvaard door de Vlaamse Regering, geeft als onderdeel van de online-voortoets aan of er een risico is op een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszones, vermeld in artikel 2, 43°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu voor wat betreft de gevolgen van stikstofneerslag via de lucht onder vorm van verzuring en vermesting in de betrokken speciale beschermingszone. In dit artikel wordt verstaan onder de online-voortoets: een via het internet beschikbaar gesteld instrument dat op een gestandaardiseerde en geautomatiseerde wijze een berekening maakt van de milieudruk vanuit een voorgenomen vergunningsplichtige activiteit en deze milieudruk onder vorm van mathematische grootheden uitzet ten opzichte van de gevoeligheid van de habitats en soorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen voor de betreffende speciale beschermingszone zijn vastgesteld volgens artikel 36ter, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. De online-voortoets levert een rapport af waarin de ingevoerde gegevens en de beoordeling van het hierboven vermelde risico vermeld worden.
  Dit gebeurt in termen van het al dan niet uitsluiten van een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszone, met name in de zone waar het voor de berekende milieudruk gevoelige habitat of leefgebied van een soort voorkomt, of gecreëerd wordt of tot doel kan worden gesteld overeenkomstig de daartoe in het kader van de instandhoudingsdoelstellingen toe te passen zoekzone. De toetsing gebeurt vanuit de locatie van de voorgenomen vergunningsplichtige activiteit.";
  3° er worden een paragraaf 3 en paragraaf 4 toegevoegd, die luiden als volgt:
  `` § 3. Voor de verlenging van de vergunning, vermeld in paragraaf 2, moet de vergunninghouder voor het verstrijken van de vergunningstermijn een verzoek indienen bij de bevoegde vergunningverlenende overheid.
  De bevoegde vergunningverlenende overheid neemt akte van het verzoek als aan de toepassingsvoorwaarden vermeld in paragraaf 2 en 3 is voldaan.
  De aktename geldt als bevestiging dat de milieuvergunning is verlengd conform paragraaf 2. Tegen die akte kan geen administratief beroep worden ingediend als aan de toepassingsvoorwaarden vermeld in paragraaf 2 en 3 is voldaan.
  Het ingediende verzoek bevat het rapport van de uitgevoerde depositiescan op datum van het indienen van het verzoek, met daarin minstens vermeld, de ingevoerde gegevens en het eindresultaat van deze depositiescan. De invoer van de gegevens is in overeenstemming met de milieuvergunning vigerend op datum van het indienen van het verzoek.
  § 4. Deze bepalingen laten het verval van de vergunning, vermeld in artikel 28, onverkort bestaan.".
Art. 12. A l'article 45 ter du décret du 28 juin 1985 relatif au permis d'environnement, inséré par le décret du 9 mai 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, premier alinéa, la date " 1er janvier 2019 " est remplacée par la date " 31 décembre 2016 " ;
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le délai d'autorisation d'un permis d'environnement délivré pour l'exploitation d'une installation avec un dépôt d'azote, qui expire avant le 31 décembre 2018, est prorogé, par dérogation au paragraphe 1er et aux articles 18, § 2, 43 et 44, jusqu'au 31 décembre 2019, s'il est satisfait aux dispositions mentionnées au paragraphe 3.
  Au premier alinéa, on entend par installation avec un dépôt d'azote : une installation dont le dépôt d'azote, selon l'analyse du dépôt, induit un risque de dépréciation significative des caractéristiques naturelles d'une zone spéciale de conservation, tel que visé à l'article 2, 43°, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel.
  Cette analyse du dépôt, telle qu'admise par le Gouvernement flamand, indique, dans le cadre du contrôle préalable en ligne, s'il existe un risque de dépréciation significative des caractéristiques naturelles d'une zone spéciale de conservation, tel que visé à l'article 2, 43°, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel en ce qui concerne les conséquences du dépôt d'azote par voie aérienne sous la forme d'une acidification et d'une surfertilisation dans la zone spéciale de conservation concernée. Dans cet article, on entend par contrôle préalable en ligne : un contrôle via l'instrument mis à disposition sur l'internet qui, de manière standardisée et automatisée, effectue un calcul de la pression sur l'environnement provenant d'une activité envisagée soumise à autorisation, et exprime cette pression sur l'environnement sous la forme de paramètres mathématiques par rapport à la sensibilité des habitats et des espèces pour lesquels des objectifs de conservation pour la zone spéciale de conservation concernée ont été établis conformément à l'article 36 ter, § 1er, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel. Le contrôle préalable en ligne délivre un rapport dans lequel sont mentionnées les données introduites et l'appréciation du risque susmentionné.
  Cela s'effectue en termes d'exclusion ou non d'une dépréciation significative des caractéristiques naturelles d'une zone spéciale de conservation, à savoir la zone dans laquelle existe, ou est créé, l'habitat sensible ou l'habitat d'une espèce pour la pression sur l'environnement calculée, ou pouvant être fixée comme objectif conformément à la zone de recherche à appliquer à cet égard dans le cadre des objectifs de conservation. Le contrôle a lieu à partir du site de l'activité envisagée soumise à autorisation. " ;
  3° il est ajouté un paragraphe 3 et un paragraphe 4, rédigés comme suit :
  " § 3. Pour la prorogation de l'autorisation, mentionnée au paragraphe 2, le détenteur du permis doit introduire une demande auprès de l'autorité compétente délivrant l'autorisation avant l'expiration du permis.
  L'autorité compétente qui délivre l'autorisation prend acte de la demande s'il est satisfait aux modalités d'application mentionnées aux paragraphes 2 et 3.
  La prise d'acte vaut pour confirmation du fait que le permis d'environnement est prorogé conformément au paragraphe 2. Aucun recours administratif ne peut être introduit contre cet acte s'il est satisfait aux modalités d'application mentionnées aux paragraphes 2 et 3.
  La demande introduite comprend le rapport de l'analyse du dépôt exécutée à la date de l'introduction de la demande, dans lequel figurent au moins les données introduites et le résultat final de l'analyse du dépôt. L'introduction des données est en conformité avec le permis d'environnement en vigueur à la date de l'introduction de la demande.
  § 4. Ces dispositions ne font pas obstacle à la caducité de l'autorisation, visée à l'article 28. ".
HOOFDSTUK 11. - Decreet houdende de oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij
CHAPITRE 11. - Décret portant création d'une Société flamande terrienne
Art. 13. In artikel 18 van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, vervangen bij het decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij de decreten van 21 april 2006, 23 december 2010 en 1 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1, derde lid, wordt opgeheven;
  2° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. 13. A l'article 18 du décret portant création d'une Société flamande terrienne, remplacé par le décret du 7 mai 2004 et modifié par les décrets du 21 avril 2006, du 23 décembre 2010 et du 1er mars 2013, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 1er, le troisième alinéa est abrogé ;
  2° le paragraphe 4 est abrogé.
HOOFDSTUK 12. - Bosdecreet
CHAPITRE 12. - Décret forestier
Art. 14. In het Bosdecreet van 13 juni 1990 wordt een nieuw artikel 90ter ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 90ter. § 1. De Vlaamse Regering is belast met het opmaken van een kaart op perceelsniveau van de meest kwetsbare waardevolle bossen, niet gelegen in een zone sorterend binnen de categorie van gebiedsaanduiding "bos", "parkgebied" of "reservaat en natuur", zoals aangewezen op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen.
  De meest kwetsbare waardevolle bossen worden geïdentificeerd aan de hand van een multicriteria-analyse op basis van de volgende criteria:
  1° oppervlakte;
  2° biologische waarde;
  3° historiek van het bos;
  4° ligging ten opzichte van ruimtelijke structuren inzake bos en natuur;
  5° weging ten opzichte van de basiskaart van de inventaris van potentieel waardevolle bossen in Vlaanderen, uitgevoerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.
  Bossen waarvoor de gehele of gedeeltelijke ontbossing reeds beleidsmatig werd beslist door middel van definitief van kracht zijnde en niet vervallen beslissingen, genomen voor 18 december 2015, worden niet opgenomen op de kaart van de meest kwetsbare waardevolle bossen.
  De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de technische invulling van de criteria en de multicriteria-analyse vermeld in het tweede lid.
  § 2. De Vlaamse Regering stelt de ontwerpkaart van meest kwetsbare waardevolle bossen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, voorlopig vast en onderwerpt de ontwerpkaart aan een openbaar onderzoek dat binnen 60 dagen na de voorlopige vaststelling wordt aangekondigd door aanplakking in elke gemeente waarop het ontwerpplan geheel of gedeeltelijk betrekking heeft, door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie dagbladen die in het gewest worden verspreid.
  Deze aankondiging vermeldt minstens:
  1° de gemeenten waarop de ontwerpkaart betrekking heeft;
  2° de wijze waarop de ontwerpkaart kan worden ingekeken;
  3° de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;
  4° het adres waar de opmerkingen, vermeld in paragraaf 4, dienen toe te komen.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen rond de organisatie van het openbaar onderzoek.
  § 3. Na de aankondiging wordt de ontwerpkaart gedurende 60 dagen ter inzage gelegd in het gemeentehuis van elke betrokken gemeente.
  § 4. De opmerkingen worden uiterlijk de laatste dag van de termijn van het openbaar onderzoek aan de Vlaamse Regering toegezonden bij een ter post aangetekende brief of afgegeven tegen ontvangstbewijs. De opmerkingen kunnen enkel betrekking hebben op het feit of een voorlopig aangeduid kwetsbaar waardevol bos al dan niet voldoet aan de criteria zoals vermeld in paragraaf 1.
  § 5. De Vlaamse Regering stelt na het openbaar onderzoek de kaart van de meest kwetsbare waardevolle bossen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, definitief vast. Bij de definitieve vaststelling kunnen ten opzichte van de voorlopig vastgestelde ontwerpkaart slechts wijzigingen worden aangebracht, die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde opmerkingen.
  Het besluit houdende definitieve vaststelling wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekend gemaakt.
  § 6. In afwijking van artikel 90bis is ontbossing van de meest kwetsbare waardevolle bossen die voorlopig of definitief zijn vastgesteld overeenkomstig paragraaf 2 of 5 verboden.
  § 7. In afwijking van paragraaf 6 kan een vergunning voor de gehele of gedeeltelijke ontbossing van de meest kwetsbare waardevolle bossen, zoals aangeduid op de kaart bedoeld in paragraaf 2 of 5, enkel verleend worden na voorafgaand besluit van de Vlaamse Regering, ongeacht de bestemming op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen.
  Indien een in het eerste lid vermeld besluit wordt genomen, dan zijn wat betreft het bos of bosgedeelte waarvoor het verbod niet langer van toepassing is de bepalingen van artikel 90bis, § 1, tweede lid, en § 2 tot en met § 7, van overeenkomstige toepassing.
  Diegene die in aanmerking wenst te komen voor een vergunning voor de gehele of gedeeltelijke ontbossing van de meest kwetsbare waardevolle bossen, zoals aangeduid op de kaart, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, dient hiertoe een gemotiveerd verzoek in bij de Vlaamse Regering. Het verzoek tot afwijking dient een compensatievoorstel te bevatten zoals bedoeld in artikel 90bis, § 5.
  De Vlaamse Regering beslist na advies van het Agentschap en een integrale en geïntegreerde afweging om af te wijken van het verbod op ontbossing. De Vlaamse Regering houdt hierbij minstens rekening met de volgende elementen:
  1° de doelstellingen vermeld in artikel 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  2° de ecologische en de ruimtelijk-maatschappelijke context.
  Het verbod als vermeld in paragraaf 6 wordt van rechtswege opgeheven door een besluit tot definitieve vaststelling van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan dat betrekking heeft op bossen opgenomen op de kaart zoals vermeld in paragrafen 1 tot en met 5.
  Indien de Vlaamse Regering besluit dat geen afwijking kan toegestaan worden van het verbod tot ontbossing, is de Vlaamse Regering ertoe verplicht om binnen twee jaar, te rekenen vanaf dat besluit, een ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan voorlopig vast te stellen voor het betrokken boscomplex.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere formele en procedurele regels voor de toepassing van deze paragraaf.''.
Art. 14. Dans le décret forestier du 13 juin 1990 un nouvel article 90 ter est inséré, libellé comme suit :
  " Art. 90 ter. § 1. Le Gouvernement flamand est chargé de l'élaboration d'une carte au niveau de parcelle des forêts utiles les plus vulnérables, non situées dans une zone relevant de la catégorie d'affectation de zone " forêt ", " zone de parc " ou " réserves et nature ", comme indiqué sur les plans d'aménagement ou les plans d'exécution spatiale.
  Les forêts utiles les plus vulnérables sont identifiées sur la base d'une analyse multicritères, fondée sur les critères suivants :
  1° superficie ;
  2° valeur biologique ;
  3° historique de la forêt ;
  4° situation par rapport à des structures spatiales en matière de forêt et de nature ;
  5° poids par rapport à la carte de base de l'inventaire de forêts utiles potentielles en Flandre, exécutée par l'Institut pour l'Etude de la Nature et des Forêts.
  Les forêts pour lesquelles un déboisement total ou partiel a déjà été décidé sur le plan politique, au moyen de décisions définitives qui sont en vigueur et non échues, prises avant le 18 décembre 2015 ne sont pas reprises sur la carte des forêts utiles les plus vulnérables.
  Le Gouvernement flamand définit les modalités pour les détails techniques des critères et de l'analyse multicritères visés au deuxième alinéa.
  § 2. Le Gouvernement flamand fixe provisoirement le projet de carte des forêts utiles les plus vulnérables, mentionnées au paragraphe 1er, premier alinéa, et soumet le projet de carte à une enquête publique qui est annoncée dans les 60 jours qui suivent sa fixation provisoire par affichage dans chaque commune à laquelle se rapporte en tout ou en partie le projet de plan, par un avis au Moniteur belge et dans au moins trois quotidiens qui sont diffusés dans la région.
  Cette annonce mentionne au moins :
  1° les communes auxquelles se rapporte le projet de carte ;
  2° le mode de consultation du projet de carte ;
  3° les dates de début et de fin de l'enquête publique ;
  4° l'adresse à laquelle doivent parvenir les remarques visées au paragraphe 4.
  Le Gouvernement flamand peut fixer d'autres modalités concernant l'organisation de l'enquête publique.
  § 3. Après l'annonce, le projet de carte peut être consulté pendant 60 jours à l'hôtel de ville de chaque commune concernée.
  § 4. Les remarques sont transmises au Gouvernement flamand au plus tard le dernier jour du délai de l'enquête publique par lettre recommandée à la poste ou remises contre accusé de réception. Les remarques peuvent seulement porter sur le fait qu'une forêt utile vulnérable, désignée provisoirement, satisfait ou non aux critères visés au paragraphe 1er.
  § 5. Le Gouvernement flamand arrête définitivement la carte des forêts utiles les plus vulnérables, mentionnées au paragraphe 1er, premier alinéa, après l'enquête publique. Lors de la fixation définitive du plan, les seules modifications pouvant être apportées par rapport au plan provisoire, doivent être basées sur, ou découler des remarques formulées durant l'enquête publique.
  L'arrêté portant fixation définitive de la carte est publié par extrait au Moniteur belge.
  § 6. Par dérogation à l'article 90bis, le déboisement des forêts utiles les plus vulnérables qui sont provisoirement ou définitivement établies conformément au paragraphe 2 ou 5, est interdit.
  § 7. Par dérogation au paragraphe 6, un permis pour un déboisement total ou partiel des forêts utiles les plus vulnérables, telles qu'indiquées sur la carte visée au paragraphe 2 ou 5, ne peut être délivré qu'après décision préalable du Gouvernement flamand, indépendamment de la destination sur les plans d'aménagement ou les plans d'exécution spatiale.
  Si une décision mentionnée au premier alinéa est prise, les dispositions de l'article 90bis, § 1er, deuxième alinéa, et § 2 à § 7, s'appliquent par analogie en ce qui concerne la forêt ou partie de forêt pour laquelle l'interdiction n'est plus applicable.
  Celui qui souhaite obtenir une autorisation de déboisement total ou partiel des forêts utiles les plus vulnérables, telles qu'indiquées sur la carte, mentionnée au paragraphe 1er, premier alinéa, doit introduire une demande motivée à cet effet auprès du Gouvernement flamand. La demande de dérogation doit comprendre une proposition de compensation, telle que visée à l'article 90bis, § 5.
  Le Gouvernement flamand décide, après avis de l'Agence et une prise en considération intégrale et intégrée, de déroger à l'interdiction de déboisement. Le Gouvernement flamand tient au moins compte, en l'espèce, des éléments suivants :
  1° les objectifs mentionnés à l'article 1.1.4 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ;
  2° le contexte écologique et le contexte social du territoire.
  L'interdiction telle que visée au paragraphe 6 est abrogée de plein droit par une décision portant fixation définitive du plan régional d'exécution spatiale concernant les forêts reprises sur la carte telle que visée aux paragraphes 1 à 5.
  Si le Gouvernement flamand décide qu'aucune dérogation ne peut être permise à l'interdiction de déboisement, le Gouvernement flamand est tenu, dans un délai de deux ans, à compter de cette décision, de fixer provisoirement un projet de plan d'exécution spatiale pour le complexe forestier concerné.
  Le Gouvernement flamand fixe les règles formelles et procédurales pour l'application du présent paragraphe. ".
HOOFDSTUK 13. - Jachtdecreet
CHAPITRE 13. - Décret sur la chasse
Art. 15. In artikel 7, tweede en vierde lid, van het Jachtdecreet van 24 juli 1991, vervangen bij het decreet van 30 april 2009 en gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015, worden de woorden "de arrondissementscommissaris of" opgeheven.
Art. 15. A l'article 7, deuxième et quatrième alinéas, du décret sur la chasse du 24 juillet 1991, remplacé par le décret du 30 avril 2009 et modifié par le décret du 3 juillet 2015, les mots " le commissaire d'arrondissement ou " sont abrogés.
Art. 16. In artikel 22 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 28 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt aan het eerste streepje de volgende zinsnede toegevoegd:
  "of, in geval dat het doden gebeurt met vuurwapens, door personen die in het bezit zijn van een jachtverlof";
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede ", eventueel zonder jachtverlof op voorwaarde dat de eigenaar of de grondgebruiker een verzekering tegen burgerlijke aansprakelijkheid heeft afgesloten, waarvan de waarborg gelijk is aan de waarborg opgelegd door de reglementering inzake de verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor het verkrijgen van een jachtverlof" opgeheven;
  3° in het tweede lid wordt de zin "De gebruikte vuurwapens moeten voldoen aan dezelfde voorschriften als de voorschriften opgelegd voor de wapens gebruikt voor de jacht op grond van artikel 21 van dit decreet;" opgeheven;
  4° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 16. A l'article 22 du même décret, modifié par les décrets du 30 avril 2009 et du 28 février 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au deuxième alinéa, au premier tiret, la partie de phrase suivante est ajoutée :
  " ou, si la mise à mort à lieu avec des armes à feu, par des personnes qui sont en possession d'un permis de chasse " ;
  2° au deuxième alinéa, la partie de phrase " , le cas échéant sans permis de chasse, à condition que le propriétaire ou l'occupant ait contracté une assurance couvrant sa responsabilité civile, dont la garantie est identique à celle imposée par la réglementation sur l'assurance obligatoire de la responsabilité civile en vue de l'obtention d'un permis de chasse " est abrogée ;
  3° au deuxième alinéa, la phrase " Les armes à feu utilisées doivent répondre aux mêmes prescriptions que celles imposées aux armes de chasse sur base de l'article 21 du présent décret ; " est abrogée ;
  4° le troisième alinéa est abrogé.
Art. 17. In artikel 23 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste en tweede lid worden opgeheven;
  2° in het zesde lid worden de woorden "wilde konijnen" en het woord "konijnen" vervangen door het woord "wild".
Art. 17. A l'article 23 du même décret, modifié par le décret du 30 avril 2009, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le premier et le deuxième alinéas sont abrogés ;
  2° au sixième alinéa, les mots " lapin sauvage " et le mot " lapins " sont remplacés par le mot " gibier ".
Art. 18. In artikel 26 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "In het gehele of een gedeelte van het grondgebied van het Gewest is het verboden wild levend of dood te vervoeren of in de handel te brengen. Op dat verbod gelden de volgende uitzonderingen:
  1° wild mag worden vervoerd of verhandeld vanaf de opening van de jacht op dit wild tot en met de tiende dag die volgt op de sluiting ervan;
  2° wild mag worden vervoerd als het gaat om specimens die het voorwerp zijn geweest van bestrijding als vermeld in artikel 22;
  3° wild mag worden vervoerd als het gaat om specimens die het voorwerp zijn geweest van een afwijking met toepassing van artikel 33.";
  2° in het zesde lid worden de woorden "handelaars of trafikanten" vervangen door de zinsnede "de voormelde handelaars, traiteurs en restaurateurs".
Art. 18. A l'article 26 du même décret, modifié par le décret du 30 avril 2009, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le premier alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " Dans tout ou partie du territoire de la Région, Il est interdit de transporter ou de mettre sur le marché du gibier mort ou vivant. Les exceptions suivantes à cette interdiction sont prévues :
  1° le gibier peut être transporté ou mis sur le marché pendant la période allant de l'ouverture de la chasse jusqu'à et y compris le dixième jour suivant la fermeture de la chasse audit gibier ;
  2° le gibier peut être transporté s'il s'agit de spécimens qui ont fait l'objet d'une lutte telle que mentionnée à l'article 22 ;
  3° le gibier peut être transporté s'il s'agit de spécimens qui ont fait l'objet d'une dérogation à l'application de l'article 33. " ;
  2° au sixième alinéa, les mots " de marchands ou de trafiquants " sont remplacés par la partie de phrase " des marchands, traiteurs et restaurateurs susmentionnés ".
Art. 19. In artikel 31, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "en mits begeleid door de houder van het jachtrecht" opgeheven.
Art. 19. A l'article 31, premier alinéa, du même décret, les mots " et à la condition qu'ils soient accompagnés par le titulaire du droit de chasse " sont abrogés.
HOOFDSTUK 14. - Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
CHAPITRE 14. - Décret contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Art. 20. In artikel 2.1.9 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2. Het ontwerpplan wordt voor een termijn van zestig dagen aan een openbaar onderzoek onderworpen. De Vlaamse Regering brengt dit ontwerpplan met het oog op inspraak ter kennis van de bevolking.";
  2° in paragraaf 3 worden de woorden "bij de colleges van burgemeester en schepenen" opgeheven;
  3° paragraaf 4 wordt opgeheven;
  4° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 5. In het kader van het openbaar onderzoek wordt gedurende de in paragraaf 2 bepaalde termijn minstens één informatie- en inspraakmoment georganiseerd.";
  5° in paragraaf 6 worden tussen de woorden "brengen de provincies," en de woorden "de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen" de woorden "de gemeenten," ingevoegd;
  6° in paragraaf 8 worden de woorden "de inspraakprocedure die" vervangen door de woorden "het openbaar onderzoek dat".
Art. 20. A l'article 2.1.9 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement (DABM) sont apportées les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le projet de plan est soumis à une consultation publique pendant un délai de soixante jours. Le Gouvernement flamand porte ce projet de plan à la connaissance de la population en vue de sa participation. " ;
  2° au paragraphe 3, les mots " au collège des bourgmestre et échevins " sont abrogés ;
  3° le paragraphe 4 est abrogé ;
  4° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. Dans le cadre de la consultation publique, au cours du délai visé au paragraphe 2, au moins un temps d'information et de participation est organisé. " ;
  5° au paragraphe 6, entre les mots " les provinces, " et les mots " le Conseil socioéconomique de la Flandre ", les mots " les communes, " sont insérés ;
  6° au paragraphe 8, les mots " procédure de participation " sont remplacés par les mots " consultation publique ".
Art. 21. In artikel 2.1.10 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "artikel 2.1.9, § 4" vervangen door de zinsnede "artikel 2.1.9, § 6, en 2.1.9, § 7" en wordt de zinsnede "artikel 2.1.9, § 4 en § 6" vervangen door de zinsnede "artikel 2.1.9, § 3, § 6 en § 7";
  2° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "en ligt ter inzage bij de provincies en de gemeenten" opgeheven.
Art. 21. A l'article 2.1.10 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, la partie de phrase " article 2.1.9, § 4 " est remplacée par la partie de phrase " articles 2.1.9, § 6, et 2.1.9, § 7 " et la partie de phrase " article 2.1.9, § 4 et § 6 " est remplacée par la partie de phrase " article 2.1.9, § 3, § 6 et § 7 " ;
  2° au paragraphe 4, la partie de phrase " et peut être consulté auprès des provinces et des communes " est abrogée.
Art. 22. Artikel 4.1.1, § 1, 13°, a), van het DABM, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002 en gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, wordt vervangen door wat volgt:
  "a) voor wat de verplichtingen inzake de ruimtelijke uitvoeringsplannen betreft waarbij het ruimtelijk uitvoeringsplan het kader vormt voor één of meerdere projecten van één of meerdere privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen: de overheid die het initiatief neemt tot opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikelen 41, 44 en 48 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, tenzij deze privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtsperso(o)n(en) een schriftelijk verzoek tot overname van deze verplichtingen indient of indienen bij de overheid die het initiatief neemt tot opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikelen 41, 44 en 48 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en deze overheid het verzoek inwilligt. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot het aanvraagdossier, de procedure en de modaliteiten van het verzoek tot overname verplichtingen inzake ruimtelijke uitvoeringsplannen; voor wat de verplichtingen betreft inzake de ruimtelijke uitvoeringsplannen andere dan deze die hierboven vermeld worden: de overheid die het initiatief neemt tot opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikelen 41, 44 en 48 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening;".
Art. 22. L'article 4.1.1, § 1er, 13°, a), du DABM, inséré par le décret du 18 décembre 2002 et modifié par le décret du 12 décembre 2008, est remplacé par ce qui suit :
  " a) pour ce qui est des obligations relatives aux plans d'exécution spatiaux, où le plan d'exécution spatial forme le cadre d'un ou de plusieurs projets d'une ou plusieurs personnes physiques ou morales de droit privé ou de droit public : l'autorité qui prend l'initiative d'établir un plan d'exécution spatial conformément aux articles 41, 44 et 48 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire, à moins que cette personne physique ou morale de droit privé ou de droit public n'introduise une demande écrite de reprise de ces obligations auprès de l'autorité qui prend l'initiative d'établir un plan d'exécution spatial conformément aux articles 41, 44 et 48 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire et que cette autorité accepte la demande. Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités du dossier de demande, de la procédure et de la demande de reprise des obligations relatives aux plans d'exécution spatiaux ; pour ce qui est des obligations relatives aux plans d'exécution spatiaux autres que ceux précités : l'autorité qui prend l'initiative d'établir un plan d'exécution spatial conformément aux articles 41, 44 et 48 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire ; ".
Art. 23. In artikel 4.3.3 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 worden de zinnen "In de gevallen, vermeld in artikel 4.3.2, § 2bis en § 3bis, waarvoor een project-m.e.r.-screeningsnota werd opgesteld, neemt de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, een beslissing of er een project-MER moet worden opgesteld. Zij doet dat op het ogenblik van en als onderdeel van de beslissing over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag." vervangen door de zinnen "In de gevallen, vermeld in artikel 4.3.2, § 2bis en § 3bis, waarvoor een project-m.e.r.-screeningsnota werd opgesteld, neemt de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag of de overheid bevoegd voor de vraag tot omzetting krachtens artikel 390 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, een beslissing of er een project-MER moet worden opgesteld. Zij doet dat op het ogenblik van en als onderdeel van de beslissing over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag respectievelijk op het ogenblik van het onderzoek van de vraag tot omzetting.";
  2° aan paragraaf 8 wordt de zinsnede "of bij het meldingsformulier vermeld in artikel 390 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning." toegevoegd.
Art. 23. A l'article 4.3.3 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, les phrases " Dans les cas visés à l'article 4.3.2, § 2bis et § 3bis, pour lesquels une note de screening de projet MER a été établie, l'autorité décidant de la recevabilité et du caractère complet de la demande d'autorisation prend une décision quant à la nécessité d'établir un projet MER. Elle le fait au moment de et comme partie de la décision sur la recevabilité et le caractère complet de la demande d'autorisation. " sont remplacées par les phrases " Dans les cas visés à l'article 4.3.2, § 2bis et § 3bis, pour lesquels une note de screening de projet MER a été établi, l'autorité décidant de la recevabilité et du caractère complet de la demande d'autorisation, ou l'autorité compétente pour la requête en transformation en vertu de l'article 390 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, prend une décision quant à la nécessité d'établir un projet MER. Elle le fait au moment de et comme partie de la décision sur la recevabilité et le caractère complet de la demande d'autorisation respectivement au moment de l'examen de la requête en transformation. " ;
  2° au paragraphe 8, la partie de phrase " ou au formulaire de notification visé à l'article 390 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement. " est ajoutée.
Art. 24. Artikel 4.3.8, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002 en vervangen bij het decreet van 25 april 2014, wordt vervangen door wat volgt:
  "De initiatiefnemer kan voorafgaand aan het indienen van de vergunningsaanvraag bij de overheid, vermeld in het eerste lid, aan de administratie vragen om overeenkomstig artikel 15 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur, bepaalde delen uit het project-MER aan het openbaar onderzoek binnen de vergunningsprocedure te onttrekken. Hij voegt bij zijn vraag tevens het voltooide project-MER toe en duidt over welke gegevens het gaat en op welke gronden de onttrekking aan de openbaarheid moet gebeuren. De administratie maakt een belangenafweging overeenkomstig het artikel 15 in kwestie. De administratie kan de bedoelde gegevens geheel of gedeeltelijk aan de openbaarheid onttrekken. Als ze beslist tot hele of gedeeltelijke onttrekking aan de openbaarheid van de aangeduide gegevens, moet ze de relevante gegevens opnemen in een bijlage. De bijlage bij het project-MER wordt niet ter inzage gelegd van het publiek tijdens de vergunningsprocedure.".
Art. 24. L'article 4.3.8, § 1er, deuxième alinéa du même décret, inséré par le décret du 18 décembre 2002 et remplacé par le décret du 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " L'initiateur peut, avant d'introduire la demande de permis auprès de l'autorité mentionnée au premier alinéa, demander à l'administration de retirer, conformément à l'article 15 du décret du 26 mars 2004 relatif à la publicité de l'administration, certaines parties du projet MER soumises à la consultation publique dans le cadre de la procédure d'autorisation. Il ajoute également à sa demande le projet MER finalisé et indique de quelles données il s'agit et sur quels motifs la soustraction à la publicité doit se fonder. L'administration procède à une pondération des intérêts, conformément à l'article 15 en question. L'administration peut soustraire à la publicité tout ou partie des données visées. Lorsqu'elle décide de soustraire totalement ou partiellement les données indiquées à la publicité, elle est tenue de reprendre les données pertinentes dans une annexe. L'annexe au projet MER ne pourra pas être consultée par le public au cours de la procédure d'autorisation. ".
Art. 25. Aan artikel 4.3.9 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt een paragraaf 5 toegevoegd die luidt als volgt:
  " § 5. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen betreffende de wijze waarop de overheid die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten, vermeld in artikel 4.3.4, § 2, op de hoogte wordt gebracht van een vergunningsaanvraag die al dan niet een project-MER omvat, de administratie dan wel de betrokken provincie waar de effecten zich kunnen voordoen, hiervan op de hoogte brengt en betreffende het in voorkomend geval te organiseren openbaar onderzoek.
  De Vlaamse Regering kan tevens nadere regels vaststellen betreffende het verstrekken van een advies over de vergunningsaanvraag, vermeld in het eerste lid, aan de bevoegde autoriteit van de lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten, vermeld in artikel 4.3.4, § 2.
  De Vlaamse Regering kan ten slotte nadere regels vaststellen betreffende de wijze waarop de overheid die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten, vermeld in artikel 4.3.4, § 2, op de hoogte wordt gebracht van een beslissing over een vergunningsaanvraag die al dan niet een project-MER omvat, de administratie dan wel de betrokken provincie waar de effecten zich kunnen voordoen, hiervan op de hoogte brengt en betreffende het in voorkomend geval ter beschikking stellen van deze beslissing aan het publiek.".
Art. 25. A l'article 4.3.9 du même décret, inséré par le décret du 18 décembre 2002 et modifié par le décret du 25 avril 2014, un paragraphe 5 est ajouté, libellé comme suit :
  " § 5. Le Gouvernement flamand peut fixer des règles plus précises concernant la façon dont l'autorité qui est informée par les autorités compétentes des Etats Membres concernés, parties à la convention et/ou régions, mentionnés à l'article 4.3.4, § 2, d'une demande d'autorisation qui comprend ou non un projet MER, en informe l'administration ou la province concernée dans laquelle les effets peuvent se produire et concernant, le cas échéant, la consultation publique à organiser.
  Le Gouvernement flamand peut également fixer des règles plus précises concernant la formulation d'un avis sur la demande d'autorisation, visée au premier alinéa, à l'autorité compétente des Etats Membres concernés, parties à la convention et/ou régions, mentionnés à l'article 4.3.4, § 2.
  Le Gouvernement flamand peut enfin fixer des règles plus précises concernant la façon dont l'autorité qui est informée par les Etats Membres concernés, parties à la convention et/ou régions, mentionnés à l'article 4.3.4, § 2, d'une décision sur une demande d'autorisation comprenant ou non un projet MER, en informe l'administration ou la province concernée dans laquelle les effets peuvent se produire et concernant, le cas échéant, la mise à la disposition du public de cette décision. ".
Art. 26. Artikel 4.5.7, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002 en vervangen bij het decreet van 25 april 2014, wordt vervangen door wat volgt:
  "De initiatiefnemer kan voorafgaand aan het indienen van de vergunningsaanvraag bij de overheid, vermeld in het eerste lid, aan de administratie vragen om overeenkomstig artikel 15 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur, bepaalde delen uit het OVR aan het openbaar onderzoek binnen de vergunningsprocedure te onttrekken. Hij voegt bij zijn vraag tevens het voltooide OVR toe en duidt over welke gegevens het gaat en op welke gronden de onttrekking aan de openbaarheid moet gebeuren. De administratie maakt een belangenafweging overeenkomstig het artikel 15 in kwestie. De administratie kan de bedoelde gegevens geheel of gedeeltelijk aan de openbaarheid onttrekken. Als ze beslist tot hele of gedeeltelijke onttrekking aan de openbaarheid van de aangeduide gegevens, moet ze de relevante gegevens opnemen in een bijlage. De bijlage bij het OVR wordt niet ter inzage gelegd van het publiek tijdens de vergunningsprocedure.".
Art. 26. L'article 4.5.7, § 1er, deuxième alinéa, du même décret, inséré par le décret du 18 décembre 2002 et remplacé par le décret du 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " L'initiateur peut, avant d'introduire la demande de permis auprès de l'autorité mentionnée au premier alinéa, demander à l'administration de retirer, conformément à l'article 15 du décret du 26 mars 2004 relatif à la publicité de administration, certaines parties du projet OVR soumises à la consultation publique dans le cadre de la procédure d'autorisation. Il ajoute également à sa demande le projet OVR finalisé et indique de quelles données il s'agit et sur quels motifs la soustraction à la publicité doit se fonder. L'administration procède à une pondération des intérêts, conformément à l'article 15 en question. L'administration peut soustraire à la publicité tout ou partie des données visées. Lorsqu'elle décide de soustraire totalement ou partiellement les données indiquées à la publicité, elle est tenue de reprendre les données pertinentes dans une annexe. L'annexe au projet OVR ne pourra pas être consultée par le public au cours de la procédure d'autorisation. ".
Art. 27. Aan artikel 4.5.8 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt een paragraaf 5 toegevoegd die luidt als volgt:
  " § 5. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen betreffende de wijze waarop de overheid die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten, vermeld in artikel 4.5.2, § 2, op de hoogte wordt gebracht van een vergunningsaanvraag die al dan niet een OVR omvat, de administratie dan wel de betrokken provincie waar de effecten zich kunnen voordoen, hiervan op de hoogte brengt en betreffende het in voorkomend geval te organiseren openbaar onderzoek.
  De Vlaamse Regering kan tevens nadere regels vaststellen betreffende het verstrekken van een advies over de vergunningsaanvraag, vermeld in het eerste lid, aan de bevoegde autoriteit van de lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten, vermeld in artikel 4.5.2, § 2.
  De Vlaamse Regering kan ten slotte nadere regels vaststellen betreffende de wijze waarop de overheid die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten, vermeld in artikel 4.5.2, § 2, op de hoogte wordt gebracht van een beslissing over een vergunningsaanvraag die al dan niet een OVR omvat, de administratie dan wel de betrokken provincie waar de effecten zich kunnen voordoen, hiervan op de hoogte brengt en betreffende het in voorkomend geval ter beschikking stellen van deze beslissing aan het publiek.".
Art. 27. A l'article 4.5.8 du même décret, inséré par le décret du 18 décembre 2002 et modifié par le décret du 25 avril 2014, un paragraphe 5 est ajouté, libellé comme suit :
  " § 5. Le Gouvernement flamand peut fixer des règles plus précises concernant la façon dont l'autorité qui est informée par les autorités compétentes des Etats Membres concernés, parties à la convention et/ou régions, mentionnés à l'article 4.5.2, § 2, d'une demande d'autorisation qui comprend ou non un projet OVR, en informe l'administration ou la province concernée dans laquelle les effets peuvent se produire et concernant, le cas échéant, la consultation publique à organiser.
  Le Gouvernement flamand peut également fixer des règles plus précises concernant la formulation d'un avis sur la demande d'autorisation, visée au premier alinéa, à l'autorité compétente des Etats Membres concernés, parties à la convention et/ou régions, mentionnés à l'article 4.5.2, § 2.
  Le Gouvernement flamand peut enfin fixer des règles plus précises concernant la façon dont l'autorité qui est informée par les Etats Membres concernés, parties à la convention et/ou régions, mentionnés à l'article 4.5.2, § 2, d'une décision sur une demande d'autorisation comprenant ou non un projet OVR, en informe l'administration ou la province concernée dans laquelle les effets peuvent se produire et concernant, le cas échéant, la mise à la disposition du public de cette décision. ".
Art. 28. Na artikel 5.4.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt artikel 5.4.6/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 5.4.6/1. De omzetting met het oog op de naleving van de beste beschikbare technieken, van nieuwe of bijgewerkte BBT-conclusies en van maatregelen in omzetting van Europese richtlijnen of uit de door de Vlaamse Regering goedgekeurde plannen en programma's voor wat betreft de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten gebeurt waar mogelijk en bij voorrang door middel van algemene of sectorale milieuvoorwaarden of andere sectorale regelgeving.
  Met het oog op de omzetting, vermeld in het eerste lid, stelt de Vlaamse Regering voor de betrokken overheden beleidstaken en richtlijnen vast die aanwijzen welke voorschriften en normen hetzij via algemene of sectorale milieuvoorwaarden hetzij via bijzondere milieuvoorwaarden in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit worden opgelegd.
  De richtlijnen over bijzondere milieuvoorwaarden vermelden de criteria in welke gevallen het aangewezen is een gerichte evaluatie uit te voeren met het oog op de eventuele toepassing van artikel 82, eerste lid, 2°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.".
Art. 28. Après l'article 5.4.6 du même décret, inséré par le décret du 25 avril 2014, l'article 5.4.6/1 est inséré, libellé comme suit :
  " Art. 5.4.6/1. La transposition, en vue du respect des meilleures techniques disponibles, de toutes nouvelles conclusions sur les MTD et des mesures dans la transposition des directives européennes ou provenant des plans et des programmes approuvés par le Gouvernement flamand en ce qui concerne l'exploitation des installations ou activités classées, a lieu si possible et de préférence au moyen de conditions environnementales générales ou sectorielles ou une autre réglementation sectorielle.
  En vue de la transposition visée au premier alinéa, le Gouvernement flamand fixe, pour les autorités concernées, des missions de politiques et directives qui indiquent quelles prescriptions et normes sont instaurées, que ce soit via des conditions environnementales générales ou sectorielles, ou via des conditions environnementales particulières dans le permis d'environnement pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée.
  Les directives sur les conditions environnementales particulières mentionnent les critères pour les cas où il est recommandé de procéder à une évaluation ciblée en vue de l'application éventuelle de l'article 82, premier alinéa, 2°, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement. ".
Art. 29. In titel V, hoofdstuk 4, afdeling 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt een artikel 5.4.11 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 5.4.11. § 1. De milieuvoorwaarden van toepassing op een ingedeelde inrichting of activiteit worden onderworpen aan:
  1° een algemene evaluatie in de gevallen en voor de aspecten die de Vlaamse Regering ter omzetting van Europese regelgeving bepaalt;
  2° een gerichte evaluatie in de gevallen en voor de aspecten die de Vlaamse Regering ter omzetting van Europese regelgeving of in de richtlijnen, vermeld in artikel 5.4.6/1, derde lid, bepaalt.
  Bij de uitvoering van een evaluatie, vermeld in het eerste lid, wordt nagegaan of de milieuvoorwaarden moeten worden bijgesteld en hiertoe overeenkomstig artikel 82, 2°, a), van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning bij de bevoegde overheid een verzoek moet worden ingediend. De conclusie van een evaluatie doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 82, 1°, 2°, b) tot en met f), van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
  § 2. De uitvoering van de algemene evaluaties, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, van GPBV-installaties als gevolg van ontwikkelingen op het gebied van beste beschikbare technieken of van de bekendmaking van nieuwe of bijgewerkte BBT-conclusies gebeurt op basis van een voortschrijdend meerjarenprogramma voor vijf opeenvolgende kalenderjaren dat door de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, wordt vastgesteld. Het voortschrijdend meerjarenprogramma wordt jaarlijks geactualiseerd en afgestemd op de programmatorische aanpak van de milieuhandhaving.
  Het voortschrijdend meerjarenprogramma en de uitvoeringsgraad ervan worden jaarlijks openbaar gemaakt op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt.".
Art. 29. Au titre V, chapitre 4, section 5, du même décret, inséré par le décret du 25 avril 2014, un article 5.4.11 est inséré, libellé comme suit :
  " Art. 5.4.11. § 1. Les conditions environnementales applicables à un établissement classé ou à une activité classée sont soumises à :
  1° une évaluation générale dans les cas et pour les aspects que le Gouvernement flamand détermine pour la transposition de la réglementation européenne ;
  2° une évaluation ciblée dans les cas et pour les aspects que le Gouvernement flamand détermine pour la transposition de la réglementation européenne ou dans les directives, mentionnées à l'article 5.4.6/1, troisième alinéa.
  Lors de l'exécution d'une évaluation mentionnée au premier alinéa, il est examiné si les conditions environnementales sont ajustées, et ce conformément à l'article 82, 2°, a), du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, si une demande doit être introduite auprès de l'autorité concernée. La conclusion d'une évaluation n'exclut pas l'application de l'article 82, 1°, 2°, b) à f), du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement.
  § 2. L'exécution des évaluations générales, mentionnées au paragraphe 1, premier alinéa, des installations réputées incommodes par suite des évolutions sur le plan des meilleures techniques disponibles ou de la communication de toutes nouvelles conclusions en matière de MTD, a lieu sur la base d'un programme glissant pluriannuel pour cinq années civiles consécutives qui est établi par le département Environnement, compétent pour le permis d'environnement. Le programme glissant pluriannuel est actualisé chaque année et adapté à l'approche en termes de programme de maintien environnemental.
  Le programme glissant pluriannuel et son degré d'exécution sont publiés chaque année de la façon déterminée par le Gouvernement flamand. ".
Art. 30. In artikel 10.2.3, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij de decreten van 24 december 2004, 23 december 2005 en 30 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 3° wordt punt e) vervangen door wat volgt:
  "e) het deelnemen aan de werkzaamheden van de bekkensecretariaten, vermeld in artikel 28 van het decreet betreffende het integraal waterbeleid, onder meer door de coördinatie van het opmaken van de stroomgebiedbeheerplannen, de bekkenvoortgangsrapporten en de wateruitvoeringsprogramma's;";
  2° punt 5° wordt opgeheven;
  3° in punt 10°, c), wordt de zinsnede "met uitzondering van het beheer dat overeenkomstig artikel 31, § 2, derde lid, van het decreet betreffende het integraal waterbeleid wordt overgedragen aan het waterschap" opgeheven.
Art. 30. A l'article 10.2.3, § 1er, deuxième alinéa, du même décret, inséré par décret du 7 mai 2004 et modifiés par les décrets du 24 décembre 2004, du 23 décembre 2005 et du 30 juin 2006, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au point 3°, le point e) est remplacé par ce qui suit :
  " e) de participer aux activités des secrétariats des bassins, visés à l'article 28 du décret sur la politique intégrée de l'eau, entre autres par la coordination de l'établissement des plans de gestion des bassins hydrographiques, des rapports de suivi des bassins et des programmes de mise en oeuvre en matière d'eau ; " ;
  2° le point 5° est abrogé ;
  3° au point 10°, c), la partie de phrase " l'exception de celle qui est transférée à l'agence de l'eau conformément à l'article 31, § 2, troisième alinéa, du décret sur la politique intégrée de l'eau " est abrogée.
Art. 31. Aan artikel 10.3.3, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij de decreten van 25 mei 2007 en 23 december 2011, wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "13° het optreden als bevoegde autoriteit voor het Vlaamse Gewest in het kader van de Europese regelgeving betreffende de scheepsrecycling in de zin van artikel 3, lid 1, 11, van de verordening van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 `inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1013/2006 en van richtlijn 2009/16/EG.".
Art. 31. A l'article 10.3.3, § 2, du même décret, inséré par le décret du 7 mai 2004 et modifié par les décrets du 25 mai 2007 et du 23 décembre 2011, un point 13 est ajouté, libellé comme suit :
  " 13° l'intervention en tant qu'autorité compétente pour la Région flamande dans le cadre de la réglementation européenne relative au recyclage des navires au sens de l'article 3, alinéa 1, 11, du règlement du Parlement européen et du Conseil du 20 novembre 2013 relatif au recyclage des navires et modifiant le règlement (CE) n° 1013/2006 et la directive 2009/16/CE. ".
Art. 32. In artikel 15.3.2. van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 28 februari 2014, worden het tweede en het derde lid opgeheven.
Art. 32. A l'article 15.3.2. du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 28 février 2014, le deuxième et le troisième alinéas sont abrogés.
Art. 33. In artikel 15.8.1, eerste lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 28 februari 2014, wordt het getal "15.8.20" vervangen door het getal "15.8.19".
Art. 33. A l'article 15.8.1, premier alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 28 février 2014, le chiffre " 15.8.20 " est remplacé par le chiffre " 15.8.19 ".
Art. 34. In hetzelfde decreet wordt een artikel 15.8.3ter ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 15.8.3ter. De bevoegde instantie stelt de betrokken exploitant onverwijld in kennis van elk besluit waarbij maatregelen worden opgelegd.
  Het besluit, vermeld in het eerste lid, vermeldt de precieze gronden waarop het is gebaseerd, de rechtsmiddelen die ter beschikking staan van de betrokken exploitant, en de termijnen die voor die rechtsmiddelen gelden.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels over de wijze van kennisgeving bepalen.".
Art. 34. Dans le même décret, un article 15.8.3 ter est inséré, libellé comme suit :
  " Art. 15.8.3 ter. L'instance compétente informe immédiatement l'exploitant concerné de toute décision imposant des mesures.
  La décision mentionnée au premier alinéa précise les motifs sur lesquels elle est fondée, les moyens de recours y compris les délais s'appliquant à ces moyens de recours, qui sont à la disposition de l'exploitant concerné.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités du mode de notification. ".
Art. 35. Aan artikel 15.8.4 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de maatregelen, vermeld in het eerste lid, handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die meldings- of vergunningsplichtig zijn krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning of, krachtens artikel 4.2.1 en artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of artikel 5.2.1 van dit decreet, geldt het besluit waarbij de preventieve maatregelen worden opgelegd of het besluit om ambtshalve preventieve maatregelen te nemen, als melding of milieuvergunning, als stedenbouwkundige melding of -vergunning respectievelijk als melding of omgevingsvergunning.".
Art. 35. A l'article 15.8.4 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, un deuxième alinéa est ajouté, libellé comme suit :
  " Si les mesures mentionnées au premier alinéa comportent des actes, établissements ou activités soumis à l'obligation de notification ou d'autorisation en vertu du décret du 28 juin 1985 relatif au permis d'environnement, ou de l'article 4.2.1 et de l'article 4.2.2 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, ou de l'article 5.2.1 de ce décret, la décision par laquelle les mesures préventives sont instaurées ou la décision pour prendre d'office des mesures préventives tient lieu d'acte de notification ou de permis d'environnement, de déclaration ou autorisation urbanistique ou d'autorisation, respectivement, de notification ou de permis d'environnement. ".
Art. 36. Aan artikel 15.8.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Als de maatregelen, vermeld in het eerste lid, handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die meldings- of vergunningsplichtig zijn krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, krachtens artikel 4.2.1 en artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of artikel 5.2.1 van dit decreet, geldt het besluit waarbij de inperkingsmaatregelen of herstelmaatregelen worden opgelegd of het besluit om ambtshalve inperkingsmaatregelen of herstelmaatregelen te nemen, als melding of milieuvergunning, als stedenbouwkundige melding of -vergunning respectievelijk als melding of omgevingsvergunning.
  De Vlaamse Regering bepaalt welke instanties ter zake voorafgaandelijk advies moeten verlenen, als het herstelmaatregelen betreft.".
Art. 36. A l'article 15.8.6 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, un deuxième et un troisième alinéas sont ajoutés, libellés comme suit :
  " Si les mesures mentionnées au premier alinéa comportent des actes, établissements ou activités soumis à l'obligation de notification ou d'autorisation en vertu du décret du 28 juin 1985 relatif au permis d'environnement, ou de l'article 4.2.1 et de l'article 4.2.2 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, ou de l'article 5.2.1 de ce décret, la décision imposant des mesures de restriction ou de réparation ou la décision pour prendre d'office des mesures de restriction ou de réparation tient lieu d'acte de notification ou de permis d'environnement, de déclaration ou autorisation urbanistique ou d'autorisation, respectivement, de notification ou de permis d'environnement. ".
  Le Gouvernement flamand décide quelles sont les instances devant émettre un avis préalable en la matière, lorsqu'il s'agit de mesures de réparation. ".
Art. 37. In titel XV, hoofdstuk VIII, afdeling II, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt het opschrift van onderafdeling IV vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling IV. Vaststelling van inperkingsmaatregelen en herstelmaatregelen".
Art. 37. Au titre XV, chapitre VIII, section II, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, l'intitulé de la sous-section IV est remplacé par ce qui suit :
  " Sous-section IV. Détermination des mesures de confinement et de réparation ".
Art. 38. In artikel 15.8.10, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, worden tussen het woord "noodzakelijke" en het woord "herstelmaatregelen" de woorden "inperkingsmaatregelen en" ingevoegd.
Art. 38. A l'article 15.8.10, premier alinéa, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, les mots " mesures de confinement et " sont insérés entre les mots " mesures de réparation " et le mot " nécessaires ".
Art. 39. Artikel 15.8.20 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt opgeheven.
Art. 39. L'article 15.8.20 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, est abrogé.
Art. 40. In artikel 16.6.3ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt punt 3° opgeheven;
  2° in het tweede lid wordt punt 3° opgeheven.
Art. 40. A l'article 16.6.3ter du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au premier alinéa, le point 3° est abrogé ;
  2° au deuxième alinéa, le point 3° est abrogé.
HOOFDSTUK 15. - Decreet op het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
CHAPITRE 15. - Décret concernant la conservation de la nature et le milieu naturel
Art. 41. In artikel 9, § 1, derde lid, 3° bis, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, ingevoegd bij het decreet van 9 mei 2014, wordt het woord "aangewezen" vervangen door de woorden "definitief vastgesteld".
Art. 41. A l'article 9, § 1er, troisième alinéa, 3° bis, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel, inséré par le décret du 9 mai 2014, le terme " désignées " est remplacé par les termes " fixées définitivement ".
Art. 42. In artikel 9bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 9 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Voor de bescherming van de historisch permanente graslanden, vermeld in artikel 9, § 1, derde lid, 3° bis, stelt de Vlaamse Regering, op basis van een voorstel van het Instituut, een ontwerpkaart op basis van wetenschappelijke criteria, voorlopig vast.";
  2° aan paragraaf 2 worden de woorden "alsook inzake de samenstelling en de werking van de verificatiecommissie" toegevoegd;
  3° in paragraaf 3, tweede lid, 4°, wordt de zinsnede "paragraaf 6" vervangen door de zinsnede "paragraaf 5".
Art. 42. A l'article 9bis du même décret, inséré par le décret du 9 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Pour la protection des prairies historiques permanentes, mentionnées à l'article 9, § 1er, troisième alinéa, 3° bis, le Gouvernement flamand arrête provisoirement un projet de carte basé sur des critères scientifiques sur la base d'une proposition de l'Institut. " ;
  2° au paragraphe 2, les termes " ainsi qu'à la composition et au fonctionnement de la commission de vérification " sont ajoutés ;
  3° au paragraphe 3, deuxième alinéa, 4°, la partie de phrase " paragraphe 6 " est remplacée par la partie de phrase " paragraphe 5 " ;
Art. 43. In artikel 16duodecies, 6°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 9 mei 2014, wordt de zinsnede "artikel 16novies, § 1, vierde lid" vervangen door de zinsnede "artikel 16novies, § 1, vijfde lid".
Art. 43. A l'article 16duodecies, 6°, du même décret, inséré par le décret du 9 mai 2014, la partie de phrase " article 16novies, § 1er, quatrième alinéa " est remplacée par la partie de phrase " article 16novies, § 1er, alinéa 5 ".
HOOFDSTUK 16.
CHAPITRE 16.
HOOFDSTUK 17. - Decreet betreffende het integraal waterbeleid
CHAPITRE 17. - Décret relatif à la politique intégrée de l'eau
Art. 55. Dit hoofdstuk voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2013/39/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 tot wijziging van richtlijn 2000/60/EG en richtlijn 2008/105/EG wat betreft prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid.
Art. 55. Ce chapitre transpose partiellement la directive 2013/39/UE du Parlement européen et du Conseil du 12 août 2013 modifiant les directives 2000/60/CE et 2008/105/CE en ce qui concerne les substances prioritaires pour la politique dans le domaine de l'eau.
Art. 56. Aan artikel 3, § 2, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013, worden een punt 62° en 63° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "62° matrix: een compartiment van het aquatische milieu, dat wil zeggen water, sediment of biota;
  63° biotataxon of taxon: een specifiek aquatisch taxon met een taxonomische rang van "subphylum", "klasse" of een daaraan gelijkwaardige rang.".
Art. 56. A l'article 3, § 2, du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, modifié en dernier lieu par le décret du 19 juillet 2013, sont ajoutés un point 62° et un point 63° libellés comme suit :
  " 62° matrice : un milieu de l'environnement aquatique, à savoir l'eau, les sédiments ou le biote ;
  63° taxon de biote ou taxon : un taxon aquatique donné au rang taxinomique de sous-phylum, classe ou leurs équivalents. ".
Art. 57. In artikel 8, § 5, tweede lid, 4°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 25 mei 2007, wordt de zinsnede "artikel 27, § 2, 7° " vervangen door de zinsnede "artikel 27, § 4, 7° ".
Art. 57. A l'article 8, § 5, deuxième alinéa, 4°, du même décret, inséré par le décret du 25 mai 2007, la partie de phrase " article 27, § 2, 7° " est remplacée par la partie de phrase " article 27, § 4, 7° ".
Art. 58. Aan artikel 50ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2010, word de zinsnede "en van richtlijn 2013/39/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 tot wijziging van richtlijn 2000/60/EG en richtlijn 2008/105/EG wat betreft prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid" toegevoegd.
Art. 58. A l'article 50ter du même décret, inséré par le décret du 23 décembre 2007, la partie de phrase " et de la directive 2013/39/UE du Parlement européen et du Conseil du 12 août 2013 modifiant les directives 2000/60/CE et 2008/105/CE en ce qui concerne les substances prioritaires pour la politique dans le domaine de l'eau " est ajoutée.
Art. 59. In artikel 51, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 16 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° voor oppervlaktewater:
  a) minstens een goede kwantitatieve toestand;
  b) de goede chemische toestand ten aanzien van de vanaf 22 december 2015 herziene normen voor antraceen, gebromeerde difenylethers, fluorantheen, lood en loodverbindingen, naftaleen, nikkel en nikkelverbindingen en de polycyclische aromatische koolwaterstoffen, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1. bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne;
  c) de goede ecologische toestand ten aanzien van de bestaande normen die herzien zullen worden ter uitvoering van artikel 2.3.1.3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.";
  2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De milieudoelstellingen die uiterlijk tegen 22 december 2027 moeten worden bereikt, hebben betrekking op:
  1° voor oppervlaktewater:
  a) de goede chemische toestand ten aanzien van de nieuwe normen, van kracht vanaf 22 december 2018, voor dicofol, perfluoroctaansulfonzuur en zijn derivaten, quinoxyfen, dioxinen en dioxineachtige verbindingen, aclonifen, bifenox, cybutryne, cypermethrin, dichloorvos, hexabroomcyclododecaan, heptachloor en heptachloor-epoxide en terbutryn, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1. bij titel II van VLAREM;
  b) de goede ecologische toestand ten aanzien van de nieuwe stoffen die ingevoegd zullen worden ter uitvoering van artikel 2.3.1.3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.".
Art. 59. A l'article 51, § 2, du même décret, modifié par le décret du 16 juillet 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au deuxième alinéa, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° pour les eaux de surface :
  a) au moins au bon état quantitatif ;
  b) au bon état chimique à l'égard des normes revues à partir du 22 décembre 2015 pour l'anthracène, les diphényléthers bromés, le fluoranthène, le plomb et ses composés, le naphtalène, le nickel et ses composés et les hydrocarbures aromatiques polycycliques, mentionnés à l'article 3 de l'annexe 2.3.1. à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement ;
  c) au bon état écologique à l'égard des normes existantes qui seront revues en exécution de l'article 2.3.1.3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement. " ;
  2° il est ajouté un troisième alinéa libellé comme suit :
  " Les objectifs environnementaux devant être atteints au plus tard le 22 décembre 2027, ont trait :
  1° pour les eaux de surface :
  a) au bon état chimique à l'égard des nouvelles normes en vigueur à partir du 22 décembre 2018 pour le dicofol, l'acide perfluorooctanesulfonique et ses dérivés, le quinoxyfène, les dioxines et composés de type dioxine, l'aclonifène, le bifénox, la cybutryne, la cyperméthrine, le dichlorvos, l'hexabromocyclododécane, l'heptachlore et l'époxyde d'heptachlore, et la terbutryne, mentionnés à l'article 3 de l'annexe 2.3.1. du titre II du VLAREM ;
  b) au bon état écologique à l'égard des nouvelles substances qui seront insérées en exécution de l'article 2.3.1.3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement. " .
Art. 60. In artikel 66, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 16 juli 2010, wordt tussen de woorden "voor het eerst vastgesteld" en de woorden "De maatregelenprogramma's worden vervolgens" de zin "De Vlaamse Regering stelt ten aanzien van de stoffen dicofol, perfluoroctaansulfonzuur en zijn derivaten, quinoxyfen, dioxinen en dioxineachtige verbindingen, aclonifen, bifenox, cybutryne, cypermethrin, dichloorvos, hexabroom-cyclododecaan, heptachloor en heptachloor-epoxide en terbutryn, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1. bij titel II van VLAREM, een voorlopig maatregelenprogramma vast tegen 22 december 2018." ingevoegd.
Art. 60. A l'article 66, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 16 juillet 2010, la phrase " Le Gouvernement flamand fixe à l'égard des substances dicofol, acide perfluorooctanesulfonique et ses dérivés, quinoxyfène, dioxines et composés de type dioxine, aclonifène, bifénox, cybutryne, cyperméthrine, dichlorvos, hexabromocyclododécane, heptachlore et époxyde d'heptachlore, et terbutryne, mentionnées à l'article 3 de l'annexe 2.3.1. du titre II du VLAREM, un programme de mesures provisoire pour le 22 décembre 2018. " est insérée entre les termes " fixés pour la première fois au plus tard le 22 décembre 2009 " et les termes " Les programmes de mesures sont ensuite ".
Art. 61. Aan artikel 67 van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering stelt ten aanzien van de stoffen dicofol, perfluoroctaansulfonzuur en zijn derivaten, quinoxyfen, dioxinen en dioxineachtige verbindingen, aclonifen, bifenox, cybutryne, cypermethrin, dichloorvos, hexabroom-cyclododecaan, heptachloor en heptachloor-epoxide en terbutryn, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 bij titel II van VLAREM, een aanvullend monitoringprogramma op tegen 22 december 2018.".
Art. 61. A l'article 67 du même décret, il est ajouté un troisième alinéa libellé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand met en place à l'égard des substances dicofol, acide perfluorooctanesulfonique et ses dérivés, quinoxyfène, dioxines et composés de type dioxine, aclonifène, bifénox, cybutryne, cyperméthrine, dichlorvos, hexabromocyclododécane, heptachlore et époxyde d'heptachlore, et terbutryne, mentionnées à l'article 3 de l'annexe 2.3.1. du titre II du VLAREM, un programme de suivi complémentaire pour le 22 décembre 2018. ".
Art. 62. In bijlage I bij hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan punt 1, 1.2, 5°, wordt een zinsnede toegevoegd, die luidt als volgt:
  "met bijzondere aandacht voor de stoffen antraceen, gebromeerde difenylethers, cadmium en cadmiumverbindingen, C1013-chlooralkanen, di(2ethylhexyl)ftalaat, fluorantheen, hexachloorbenzeen, hexachloorbutadieen, hexachloorcyclohexaan, lood en loodverbindingen, kwik en kwikverbindingen, pentachloorbenzeen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen, tributyltinverbindingen, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1. bij titel II van VLAREM en de stoffen dicofol, perfluoroctaansulfonzuur en zijn derivaten, quinoxyfen, dioxinen en dioxine-achtige verbindingen, hexabroomcyclododecaan en heptachloor en heptachloorepoxide, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1. bij titel II van VLAREM, op basis van de programma's voor de monitoring van de watertoestand;";
  2° aan punt 3 worden een punt 3.2 en een punt 3.3 toegevoegd, die luiden als volgt:
  "3.2. aanvullende kaarten waarop de informatie over de chemische toestand van het oppervlaktewater van een of meer van de volgende stoffen afzonderlijk van informatie van de stoffen vermeld in artikel 3 of vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1. bij titel II van VLAREM, wordt weergegeven:
  a) de stoffen gebromeerde difenylethers, kwik en kwikverbindingen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen, tributyltinverbindingen, perfluoroctaansulfonzuur en zijn derivaten, dioxinen en dioxineachtige verbindingen, hexabroomcyclododecaan en heptachloor en hepta-chloorepoxide die zich gedragen als alomtegenwoordige PBT's;
  b) de stoffen dicofol, perfluoroctaansulfonzuur en zijn derivaten, quinoxyfen, dioxinen en dioxineachtige verbindingen, aclonifen, bifenox, cybutryne, cypermethrin, dichloorvos, hexabroom-cyclododecaan, heptachloor en heptachloor-epoxide en terbutryn, (waarvoor vanaf 22 december 2018 nieuwe normen van kracht zijn);
  c) de stoffen antraceen, gebromeerde difenylethers, fluorantheen, lood en loodverbindingen, naftaleen, nikkel en nikkelverbindingen en de polycyclische aromatische koolwaterstoffen, (waarvoor vanaf 22 december 2015 herziene, strengere MKN zijn vastgesteld);
  3.3. de rechtvaardiging voor de toegepaste meetfrequentie, vermeld in artikel 1quinquies, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2013 tot vaststelling van het geactualiseerde monitoringprogramma van de watertoestand ter uitvoering van artikel 67 en 69 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, als de monitoringsintervallen meer dan een jaar bedragen.";
  3° aan punt 4, 4.1, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Voor de prioritaire stoffen waarvoor een milieukwaliteitsnorm voor een andere matrix dan biota toegepast wordt, of wanneer relevant, voor een andere biotataxon als vermeld in artikel 4 van bijlage 2.3.1 bij titel II van VLAREM:
  1° de redenen en de basis voor het gebruik van die mogelijkheid;
  2° waar relevant, de vastgestelde alternatieve milieukwaliteitsnormen, het bewijs dat die milieukwaliteitsnormen een even hoog beschermingsniveau bieden als de milieukwaliteitsnormen, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 bij titel II van VLAREM, met inbegrip van de gegevens en de methode waarmee de milieukwaliteitsnormen zijn afgeleid en de categorieën van oppervlaktewateren waarvoor die milieukwaliteitsnormen zouden gelden;
  3° ter vergelijking met de informatie, vermeld in punt 4°, de bepalingsgrenzen van de analysemethoden voor de matrices, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 bij titel II van VLAREM, met inbegrip van informatie over de prestaties van die methoden ten aanzien van de minimale prestatiekenmerken, vermeld in artikel 1quater van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2013 tot vaststelling van het geactualiseerde monitoringprogramma van de watertoestand ter uitvoering van artikel 67 en 69 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
  4° een tabel waarin de bepalingsgrenzen en informatie over de prestaties van de toegepaste analysemethode worden weergegeven ten aanzien van de minimale prestatiekenmerken, vermeld in artikel 1quater van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2013 tot vaststelling van het geactualiseerde monitoringprogramma van de watertoestand ter uitvoering van artikel 67 en 69 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid.".
Art. 62. A l'annexe I du même décret, remplacée par le décret du 19 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 1, 1.2, 5°, un membre de phase est ajouté, qui est libellé comme suit :
  " avec une attention particulière pour les substances anthracène, diphényléthers bromés, cadmium et ses composés, chloroalcanes, c10-13, phtalate de di-2-éthylhexyle, fluoranthène, hexachlorobenzène, hexachlorobutadiène, hexachlorocyclohexane, plomb et ses composés, mercure et ses composés, pentachlorobenzène, hydrocarbures aromatiques polycycliques, composés du tributylétain, mentionnées à l'article 3 de l'annexe 2.3.1. du titre II du VLAREM, et les substances dicofol, acide perfluorooctanesulfonique et ses dérivés, quinoxyfène, dioxines et composés de type dioxine, hexabromocyclododécane et heptachlore et époxyde d'heptachlore, mentionnées à l'article 3 de l'annexe 2.3.1. du titre II du VLAREM, sur la base des programmes de suivi de l'état des eaux ; " ;
  2° au point 3, un point 3.2 et un point 3.3 sont ajoutés, qui sont libellés comme suit :
  " 3.2. des cartes supplémentaires indiquant les informations relatives à l'état chimique des eaux de surfaces pour une ou plusieurs des substances suivantes séparément des informations sur les substances mentionnées à l'article 3 ou mentionnées à l'article 3 de l'annexe 2.3.1. du titre II du VLAREM :
  a) les substances diphényléthers bromés, mercure et ses composés, hydrocarbures aromatiques polycycliques, composés du tributylétain, acide perfluorooctanesulfonique et ses dérivés, dioxines et composés de type dioxine, hexabromocyclododécane et heptachlore et époxyde d'heptachlore qui se comportent comme des substances PBT ubiquistes) ;
  b) les substances dicofol, acide perfluorooctanesulfonique et ses dérivés, quinoxyfène, dioxines et composés de type dioxine, aclonifène, bifénox, cybutryne, cyperméthrine, dichlorvos, hexabromocyclododécane, heptachlore et époxyde d'heptachlore, et terbutryne, (pour lesquelles de nouvelles normes sont en vigueur à partir du 22 décembre 2018) ;
  c) les substances anthracène, diphényléthers bromés, fluoranthène, plomb et ses composés, naphtalène, nickel et ses composés et les hydrocarbures aromatiques polycycliques, (pour lesquelles des NQE révisées plus strictes sont établies à partir du 22 décembre 2015) ;
  3.3. la justification de la fréquence de surveillance appliquée, mentionnée à l'article 1quinquies, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2013 fixant le programme actualisé de suivi de l'état des eaux en exécution des articles 67 en 69 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, si les contrôles sont espacés de plus d'un an. " ;
  3° au point 4, 4.1, la phrase suivante est ajoutée :
  " Pour les substances prioritaires pour lesquelles est appliquée une norme de qualité environnementale correspondant à une autre matrice que le biote ou, le cas échéant, à un taxon de biote autre que ceux spécifiés à l'article 4 de l'annexe 2.3.1 du titre II du VLAREM :
  1° la motivation et la justification du recours à cette possibilité ;
  2° le cas échéant, les normes de qualité environnementale de remplacement établies, la preuve que ces normes de qualité environnementale procurent au moins le même niveau de protection que les normes de qualité environnementale fixées à l'article 3 de l'annexe 2.3.1 du titre II du VLAREM, y compris les données et les méthodes utilisées pour établir ces normes de qualité environnementale, et les catégories d'eaux de surface auxquelles elles s'appliqueraient ;
  3° en vue d'une comparaison avec les informations visées au point 4°, les limites de quantification des méthodes d'analyse pour les matrices spécifiées à l'article 3 de l'annexe 2.3.1 du titre II du VLAREM, y compris des informations sur la performance de ces méthodes au regard des critères de performance minimaux définis à l'article 1quater de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2013 fixant le programme actualisé de suivi de l'état des eaux en exécution des articles 67 en 69 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau ;
  4° un tableau présentant les limites de quantification des méthodes d'analyse appliquées, et des informations sur les performances de ces méthodes au regard des critères de performance minimaux définis à l'article 1quater de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2013 fixant le programme actualisé de suivi de l'état des eaux en exécution des articles 67 en 69 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau. ".
HOOFDSTUK 18. - Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming
CHAPITRE 18. - Décret relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol
Art. 63. In artikel 5, § 3, eerste lid, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 wordt tussen de woorden "een overzicht van de" en het woord "informatie" de woorden "meest actuele" ingevoegd.
Art. 63. A l'article 5, § 3, premier alinéa, du décret relatif au sol du 27 octobre 2006, les termes " les plus actuelles " sont insérés entre les termes " informations disponibles " et " sur le terrain ".
Art. 64. In artikel 43 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "tot en met 41" vervangen door de zinsnede "en 40".
Art. 64. A l'article 43 du même décret, la partie de phrase " à 41 inclus " est remplacée par la partie de phrase " et 40 ".
Art. 65. In artikel 130, § 2, van hetzelfde decreet wordt het woord "beheersplannen" vervangen door het woord "stroomgebiedbeheerplannen".
Art. 65. A l'article 130, § 2, du même décret, les termes " plans de gestion " sont remplacés par les termes " plans de gestion des bassins hydrographiques ".
Art. 66. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt een artikel 160bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 160bis. In afwijking van artikel 160 kan de OVAM beslissen af te zien van verhaal als de verhaalkosten groter zijn dan het terug te vorderen bedrag.".
Art. 66. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 28 mars 2014, il est inséré un article 160bis, libellé comme suit :
  " Art. 160bis. Par dérogation à l'article 160, l'OVAM peut décider de renoncer au recouvrement si les dépenses nécessaires à cet effet sont supérieures à la somme à recouvrer. ".
Art. 67. In artikel 162 van hetzelfde decreet gewijzigd bij de decreten van 21 december 2007, 20 april 2012 en 28 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "en opvolgingsrapporten als vermeld in artikel 88" opgeheven;
  2° in paragraaf 9, 2°, wordt de zinsnede "en het opvolgingsrapport als vermeld in artikel 88" opgeheven.
Art. 67. A l'article 162 du même décret, modifié par les décrets des 21 décembre 2007, 20 avril 2012 et 28 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, la partie de phrase " et des rapports de suivi, visés à l'article 88 " est abrogée ;
  2° au paragraphe 9, 2°, la partie de phrase " et au rapport de suivi, visé à l'article 88 " est abrogée.
HOOFDSTUK 19. - Decreet houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid
CHAPITRE 19. - Décret portant création d'une identification commune d'agriculteurs, d'exploitations et de terres agricoles dans le cadre de la politique relative aux engrais et de la politique de l'agriculture
Art. 68. In artikel 2 van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° verordening (EU) nr. 1307/2013: verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad;";
  2° punt 2° en 3° worden opgeheven;
  3° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
  "4° verordening (EU) nr. 1305/2013: verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad;";
  4° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
  "5° verordening (EU) nr. 1306/2013: verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad;";
  5° punt 6° wordt opgeheven;
  6° in punt 7° wordt de zinsnede "artikel 2, a), van de Verordening (EG) nr. 1782/2003" vervangen door de zinsnede "artikel 4, lid 1, a), van verordening (EU) nr. 1307/2013";
  7° in punt 10° wordt de zinsnede "artikel 2, c), van de Verordening (EG) nr. 1782/2003" vervangen door de zinsnede "artikel 4, lid 1, c), van verordening (EU) nr. 1307/2013", en wordt de zinsnede "Meststoffendecreet" vervangen door het woord "Mestdecreet van 22 december 2006";
  8° punt 12° wordt vervangen door wat volgt:
  "12° landbouwgrond: grond behorend tot landbouwareaal als vermeld in artikel 4, lid 1, e), van verordening (EU) nr. 1307/2013;";
  9° in punt 13° wordt de zinsnede "artikel 2, b), van de Verordening (EG) nr. 1782/2003" vervangen door de zinsnede "artikel 4, lid 1, b), van de verordening (EU) nr. 1308/2013";
  10° in punt 14° wordt de zinsnede "titel II, hoofdstuk 4 van de Verordening (EG) nr. 1782/2003" vervangen door de zinsnede "in titel V, hoofdstuk II, van verordening (EU) nr. 1306/2013";
  11° in punt 16° wordt de zinsnede "artikel 31, derde lid, van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 betreffende de identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de epidemiologische bewaking van runderen" vervangen door de zinsnede "de registratie- en identificatieverplichting, vermeld in hoofdstuk VI, VII en VIII, van het koninklijk besluit van 23 maart 2011 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen,".
Art. 68. A l'article 2 du décret du 22 décembre 2006 portant création d'une identification commune d'agriculteurs, d'exploitations et de terres agricoles dans le cadre de la politique relative aux engrais et de la politique de l'agriculture, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° Règlement (UE) n° 1307/2013 : le règlement (UE) n° 1307/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 décembre 2013 établissant les règles relatives aux paiements directs en faveur des agriculteurs au titre des régimes de soutien relevant de la politique agricole commune et abrogeant le règlement (CE) n° 637/2008 du Conseil et le règlement (CE) n° 73/2009 du Conseil ; " ;
  2° les points 2° et 3° sont abrogés ;
  3° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° Règlement (UE) n° 1305/2013 : le règlement (UE) n° 1305/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 décembre 2013 relatif au soutien au développement rural par le Fonds européen agricole pour le développement rural (Feader) et abrogeant le règlement (CE) n° 1698/2005 du Conseil ; " ;
  4° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° Règlement (UE) n° 1306/2013 : le règlement (UE) n° 1306/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 décembre 2013 relatif au financement, à la gestion et au suivi de la politique agricole commune et abrogeant les règlements (CEE) n° 352/78, (CE) n° 165/94, (CE) n° 2799/98, (CE) n° 814/2000, (CE) n° 1290/2005 et n° 485/2008 du Conseil (EU) ; " ;
  5° le point 6° est abrogé ;
  6° au point 7°, la partie de phrase " l'article 2, a) du Règlement (CE) n° 1782/2003 " est remplacée par la partie de phrase " l'article 4, paragraphe 1, a), du règlement (UE) n° 1307/2013 " ;
  7° au point 10°, la partie de phrase " l'article 2, c) du Règlement (CE) n° 1782/2003 " est remplacée par la partie de phrase " l'article 4, paragraphe 1, c), du règlement (UE) n° 1307/2013 " et la partie de phrase " décret sur les engrais " est remplacée par les termes " décret sur les Engrais du 22 décembre 2006 " ;
  8° le point 12° est remplacé par ce qui suit :
  " 12° terre agricole : terre appartenant à la surface agricole visée à l'article 4, paragraphe 1, e) du règlement (UE) n° 1307/2013 ; " ;
  9° au point 13°, la partie de phrase " l'article 2, b) du Règlement (CE) n° 1782/2003 " est remplacée par la partie de phrase " l'article 4, paragraphe 1, b), du règlement (UE) n° 1308/2013 " ;
  10° au point 14°, la partie de phrase " titre II, chapitre 4 du Règlement (CE) n° 1782/2003 " est remplacée par la partie de phrase " titre V, chapitre II, du règlement (UE) n° 1306/2013 " ;
  11° au point 16°, la partie de phrase " l'article 31, troisième alinéa, de l'arrêté royal du 8 août 1997 relatif à l'identification, l'enregistrement et aux modalités d'application de l'épidémiosurveillance des bovins " est remplacée par la partie de phrase " l'obligation d'enregistrement et d'identification mentionnée aux chapitres VI, VII et VIII de l'arrêté royal du 23 mars 2011 établissant un système d'identification et d'enregistrement des bovins ".
Art. 69. In artikel 3 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het woord "Zeevisserij" vervangen door het woord "Visserij";
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "van het Meststoffendecreet, van de Verordening (EG) nr. 1782/2003, van artikel 36, punten a), ii), a), iii), a), iv) en b), i), van de Verordening (EG) nr. 1698/2005 en artikelen 13, 23 en 31 van de Verordening (EG) nr. 1257/1999" vervangen door de zinsnede "van het Mestdecreet van 22 december 2006, van verordening (EU) nr. 1307/2013 en van artikel 21, lid 1, a), artikel 28, 30 en 31 van de verordening (EU) nr. 1305/2013,".
Art. 69. A l'article 3 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les termes " Pêche marine " sont remplacés par le terme " Pêche " ;
  2° au paragraphe 2, la partie de phrase " Décret sur les Engrais, du Règlement (CE) n° 1782/2003, de l'article 36, des points a), ii), a), iii), a), iv) et b), i), du Règlement (CE) n° 1698/2005 et des articles 13, 23 et 31 du Règlement (CE) n° 1257/1999 " est remplacée par la partie de phrase " décret sur les Engrais du 22 décembre 2006, du règlement (EU) n° 1307/2013 et des articles 21, paragraphe 1, a), 28, 30 et 31 du règlement (EU) n° 1305/2013,".
Art. 70. In artikel 4 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "Meststoffendecreet, of eenieder die steun wenst te verkrijgen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1782/2003 of ter uitvoering van de oppervlaktegebonden maatregelen uit artikel 36, punten a), ii), a), iii), a), iv) en b), i), van de Verordening (EG) nr. 1698/2005 of oppervlaktegebonden maatregelen uit artikel 13, 23 en 31 van de Verordening (EG) nr. 1257/1999," vervangen door de zinsnede "Mestdecreet van 22 december 2006, of eenieder die steun wenst te verkrijgen ter uitvoering van verordening (EU) nr. 1307/2013 of ter uitvoering van de oppervlaktegebonden maatregelen vermeld in artikel 21, lid 1, a), artikel 28, 30 en 31 van de verordening (EU) nr. 1305/2013,";
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "artikel 29 van Verordening (EG) nr. 1782/2003," vervangen door de zinsnede "artikel 60 van verordening (EU) nr. 1306/2013".
Art. 70. A l'article 4 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, premier alinéa, la partie de phrase " Décret sur les Engrais, ou chacun qui souhaite bénéficier d'une aide en application du Règlement (CE) n° 1782/2003 ou en exécution des mesures liées à la superficie de l'article 36, points a), ii), a), iii), a), iv) et b), i), du Règlement (CE) n° 1698/2005 ou des mesures liées à la superficie des articles 13, 23 et 31 du Règlement (CE) n° 1257/1999 " est remplacée par la partie de phrase " décret sur les Engrais du 22 décembre 2006, ou quiconque souhaite bénéficier d'une aide en application du règlement (EU) n° 1307/2013 ou en exécution des mesures liées à la superficie visées aux articles 21, paragraphe 1, a), 28, 30 et 31 du règlement (EU) n° 1305/2013, " ;
  2° au paragraphe 2, la partie de phrase " l'article 29 du Règlement (CE) n° 1782/2003 " est remplacée par la partie de phrase " l'article 60 du règlement (UE) n° 1306/2013 " ;
Art. 71. In artikel 5, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "Het ALV" vervangen door de woorden "Het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij".
Art. 71. A l'article 5, § 2, premier alinéa, du même décret, les termes " L'ALV " sont remplacés par les termes " Le Département Agriculture et Pêche du Ministère flamand de l'Agriculture et de la Pêche ".
Art. 72. In artikel 6 van hetzelfde decreet worden de woorden "Het ALV" vervangen door de woorden "Het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij".
Art. 72. A l'article 6 du même décret, les termes " L'ALV " sont remplacés par les termes " Le Département Agriculture et Pêche du Ministère flamand de l'Agriculture et de la Pêche ".
HOOFDSTUK 20. - Mestdecreet
CHAPITRE 20. - Décret sur les Engrais
Art. 73. In artikel 3 van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 5, 20°, worden de woorden "gemiddeld stijgingspercentage" vervangen door het woord "hellingsgraad";
  2° in paragraaf 5, 22°, wordt tussen de woorden "meststoffen:" en de zinsnede "gft- en" het woord "gecertificeerde" ingevoegd;
  3° in paragraaf 6 wordt een punt 3° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° /1 fosfaatbindend vermogen: de capaciteit van een bodem om oxalaat extraheerbaar fosfaat te fixeren, uitgedrukt in mmol P per kg luchtdroge grond;";
  4° in paragraaf 6, 8° en 9°, wordt het woord "aanvullen" vervangen door het woord "wijzigen".
Art. 73. A l'article 3 du décret du 22 décembre 2006 concernant la protection des eaux contre la pollution par les nitrates à partir de sources agricoles, remplacé par le décret du 12 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 5, 20°, les termes " déclivité moyenne " sont remplacés par le terme " pente " ;
  2° au paragraphe 5, 22°, le terme " certifiés " est inséré entre les termes " végétal " et " ou " ;
  3° au paragraphe 6, un point 3° /1 est inséré, qui est libellé comme suit :
  " 3° /1 capacité de fixation de phosphates : la capacité du sol de fixer des phosphates oxalates extractibles, exprimés en mmol P par kg de terre séchée à l'air ; " ;
  4° au paragraphe 6, 8° et 9°, le terme " compléter " est remplacé par le terme " modifier ".
Art. 74. In artikel 8 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt tussen de woorden "hoeveelheid meststoffen" en de woorden "die in een bepaald jaar" de zinsnede "type 2" ingevoegd;
  2° in paragraaf 4, eerste lid, 1°, a), wordt tussen de woorden "hoeveelheid meststoffen" en de woorden "die in deze periode" de zinsnede "type 3, met inbegrip van meststoffen type 3 waarvan de stikstofinhoud laag is," ingevoegd;
  3° in paragraaf 4, tweede lid, wordt tussen de woorden "hoeveelheid meststoffen" en de woorden "die in deze periode" de zinsnede "type 3, met inbegrip van meststoffen type 3 waarvan de stikstofinhoud laag is," ingevoegd;
  4° aan paragraaf 4 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Op een akker op een niet-zware kleigrond, waarop na de oogst van de hoofdteelt en na 31 juli een vanggewas is ingezaaid, is de hoeveelheid meststoffen type 2 en type 3, die na de oogst van de hoofdteelt mag opgebracht worden, beperkt tot 36 kg werkzame stikstof per hectare.";
  5° in paragraaf 9, tweede lid, wordt het woord "eerste" vervangen door het woord "tweede";
  6° in paragraaf 9, vierde lid, wordt het woord "ingeval" vervangen door het woord "in geval".
Art. 74. A l'article 8 du même décret, remplacé par le décret du 12 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, premier alinéa, 1°, la partie de phrase " du type 2 " est inséré entre les termes " quantité d'engrais " et les termes " qui peut être épandue " ;
  2° au paragraphe 4, premier alinéa, 1°, a), la partie de phrase " du type 3, y compris les engrais du type 3 à faible teneur en azote, " est inséré entre les termes " quantité d'engrais " et les termes " qui est épandue " ;
  3° au paragraphe 4, deuxième alinéa, la partie de phrase " du type 3, y compris les engrais du type 3 à faible teneur en azote, " est inséré entre les termes " quantité d'engrais " et les termes " épandue " ;
  4° au paragraphe 4, il est ajouté un alinéa 4 libellé comme suit :
  " Dans un champ dont le sol n'est pas de type argileux lourd, sur lequel une culture-piège a été semée après la récolte de la culture principale et après le 31 juillet, la quantité d'engrais de type 2 et de type 3 qui peut être épandue après la récole de la culture principale est limitée à 36 kg d'azote actif par hectare. " ;
  5° au paragraphe 9, deuxième alinéa, les termes " alinéa premier " sont remplacés par " deuxième alinéa ".
  6° au paragraphe 9, quatrième alinéa, de la version néerlandaise, le mot " ingeval " est remplacé par les mots " in geval ".
Art. 75. In artikel 12, § 1, vierde lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015, wordt het woord "tiende" vervangen door het woord "twaalfde".
Art. 75. A l'article 12, § 1er, alinéa 4, du même décret, remplacé par le décret du 12 juin 2015, les termes " alinéa dix " sont remplacé par les termes " alinéa 12 ".
Art. 76. Aan artikel 13 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3, eerste lid, worden tussen de woorden "kleiner dan" en de zinsnede "50" de woorden "of gelijk aan" ingevoegd;
  2° in paragraaf 6, tweede lid, 2°, b), wordt het woord "geldboetes" vervangen door het woord "geldboete";
  3° in paragraaf 7, tweede lid, wordt tussen de woorden "aardbeien betreft" en de zinsnede ", de toegelaten" de zinsnede" en waarbij de toegelaten stikstofbemestingsnorm die op basis van deze teeltcombinatie mag opgebracht worden, hoger is dan de stikstofbemestingsnorm van de betrokken hoofdteelt" ingevoegd;
  4° in paragraaf 7 worden tussen het tweede en het derde lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Om als een stikstofanalyses met bijhorend bemestingsadvies, als vermeld in het eerste en het tweede lid, aangemerkt te worden, moet de analyse betrekking hebben op een tot het bedrijf behorend perceel landbouwgrond waarop in het jaar van de analyse sierteelt of boomkweek, groenten van groep I of groenten van groep II of aardbeien, geteeld wordt.
  De toepassing van de verminderingen, als vermeld in het tweede lid, gebeurt van rechtswege. De Mestbank vermeldt op het door de Mestbank ter beschikking gesteld internetloket of de vermindering, als vermeld in het tweede lid, van toepassing is. De landbouwer kan hiertegen bezwaar indienen uiterlijk op 15 maart van het betrokken jaar. In afwijking hiervan wordt, als de toepassing van de vermindering voor een bepaald bedrijf pas na 15 februari van een bepaald jaar op het internetloket vermeld wordt, voor de betrokken landbouwer de termijn om bezwaar in te dienen verlengd tot de dertigste dag nadat de toepassing van de vermindering voor zijn bedrijf op het internetloket vermeld werd. Het bezwaar moet per aangetekende brief gericht worden aan het afdelingshoofd van de Mestbank. Het afdelingshoofd van de Mestbank neemt een beslissing binnen 90 dagen vanaf de afgifte op de post van de aangetekende brief. De beslissing wordt aan de indiener van het bezwaar ter kennis gebracht via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket. De indiening van een bezwaar schorst de aangevochten beslissing niet.";
  5° in paragraaf 9, tweede lid, worden de woorden ``hoeveelheid stikstof'', telkens vervangen door de zinsnede "hoeveelheid stikstof, uitgedrukt in kg werkzame stikstof per hectare en in kg stikstof uit dierlijke mest per hectare,";
  6° aan paragraaf 10 wordt een achtste lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering kan de datum van 31 augustus, als vermeld in paragraaf 3, zevende lid, wijzigen in een latere datum.".
Art. 76. A l'article 13 du même décret, remplacé par le décret du 12 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 3, premier alinéa, les termes " ou égal à " sont insérés entre " inférieur à " et la partie de phrase " 50 " ;
  2° au paragraphe 6, deuxième alinéa, 2°, b), les termes " des amendes administratives, telles que visées " sont remplacés par " une amende administrative, telle que visée ".
  3° au paragraphe 7, deuxième alinéa, la partie phrase " et dont la norme de fertilisation azotée admise qui peut être appliquée en fonction de cette combinaison de cultures est supérieure à la norme de fertilisation azotée de la culture principale concernée " est insérée entre les termes " fraises " et " , est ramenée " ;
  4° au paragraphe 7, il est inséré entre les deuxième et troisième alinéas, deux alinéas libellés comme suit :
  " Pour être qualifiée d'analyse d'azote assortie de conseils de fertilisation, telle que visée aux premier et deuxième alinéas, l'analyse doit porter sur une parcelle de terre agricole appartenant à l'exploitation affectée, l'année de l'analyse, à la culture ornementale ou l'arboriculture, à la culture de légumes du groupe I ou de légumes du groupe II ou de fraises.
  L'application des diminutions visées au deuxième alinéa s'effectue de plein droit. La " Mestbank " affiche sur le guichet internet mis à disposition par elle si la diminution visée au deuxième alinéa est applicable. L'agriculteur peut introduire un recours contre cette diminution pour le 15 mars de l'année concernée au plus tard. Il est dérogé à cette disposition, lorsque l'application de la diminution à une entreprise donnée n'est affichée sur le guichet internet qu'après le 15 février d'une année donnée, par le report du délai dont dispose l'agriculteur concerné pour former recours au trentième jour suivant l'affichage, sur le guichet Internet, de l'application de la diminution à son entreprise. Le recours doit être adressé au chef de division de la " Mestbank " par lettre recommandée. Le chef de division de la " Mestbank " prend une décision dans les 90 jours à compter de la remise à la poste de la lettre recommandée. La décision est notifiée à l'auteur du recours via le guichet internet mis à disposition par la " Mestbank ". L'introduction d'un recours ne suspend pas la décision attaquée. " ;
  5° au paragraphe 9, deuxième alinéa, les termes " quantité d'azote " sont chaque fois remplacés par la partie de phrase " quantité d'azote, exprimée en kg d'azote actif par hectare et en kg d'azote provenant d'effluents d'élevage par hectare, " ;
  6° au paragraphe 10, il est ajouté un huitième alinéa libellé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut modifier la date du 31 août mentionnée au paragraphe 3, septième alinéa, en une date ultérieure. ".
Art. 77. Aan artikel 14 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 5, vierde lid, 2°, wordt het punt b) vervangen door wat volgt:
  "b) aan de betrokken landbouwer geen maatregel, correctie, andere mestsamenstelling, beperking van de afvoer, bijkomende mestverwerking of reductie als vermeld in artikel 62, opgelegd en is geen administratieve geldboete als vermeld in artikel 63, § 1 tot en met § 3, of § 5 opgelegd.";
  2° in paragraaf 5, zevende lid, 3°, wordt tussen de woorden "een maatregel" en de woorden "of boete" de zinsnede ", correctie, andere mestsamenstelling, beperking van de afvoer, bijkomende mestverwerking, reductie" ingevoegd;
  3° aan paragraaf 5 wordt een tiende lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Een aanvraag tot vrijstelling van de kwalificatie als focusbedrijf is onontvankelijk als er geen landbouwgronden behoren tot het bedrijf dat de vrijstelling wil bekomen.";
  4° in paragraaf 8, eerste lid, 3°, wordt het woord "minimaal" vervangen door de woorden "al de tot het bedrijf behorende landbouwgronden waarvan de teelt en de bodem in kwestie het telen van een vanggewas toelaten en minimaal op";
  5° in paragraaf 8, tweede lid, wordt het woord "type" vervangen door de woorden "met maatregelen van categorie";
  6° in paragraaf 9, tweede lid, wordt tussen de woorden "hoeveelheid meststoffen" en de woorden "die in een bepaald jaar" de zinsnede "type 2" ingevoegd;
  7° in paragraaf 9, vierde lid, worden het punt 3° en het punt 4° vervangen door wat volgt:
  "3° op grasland, beteelde akkers en niet-beteelde akkers waar als eerstvolgende teelt een specifieke teelt ingezaaid wordt, tot en met 15 februari;
  4° op niet-beteelde akkers, met uitzondering van niet-beteelde akkers waar als eerstvolgende teelt een specifieke teelt ingezaaid wordt, tot en met 28 februari;";
  8° in paragraaf 9, vijfde lid, 1°, a), wordt tussen de woorden "hoeveelheid meststoffen" en de woorden "die in deze periode", de zinsnede "type 3, met inbegrip van meststoffen type 3 waarvan de stikstofinhoud laag is," ingevoegd;
  9° in paragraaf 9, zesde lid, wordt tussen de woorden "hoeveelheid meststoffen" en de woorden "die in deze periode" de zinsnede "type 3, met inbegrip van meststoffen type 3 waarvan de stikstofinhoud laag is," ingevoegd;
  10° in paragraaf 9, zevende lid, worden tussen de woorden "op te brengen" en de zinsnede ":" de woorden "in een van de volgende twee gevallen" ingevoegd.".
Art. 77. A l'article 14 du même décret, remplacé par le décret du 12 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 5, alinéa 4, 2°, le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) l'agriculteur concerné n'a pas été assujetti à une mesure, à une correction, à une autre composition d'engrais, à une restriction de l'écoulement, à un traitement supplémentaire des engrais ou à une réduction, tels que visés à l'article 62 ni à une amende administrative, telle que visée à l'article 63, § 1er au § 3 inclus, ou au § 5. " ;
  2° au paragraphe 5, huitième alinéa, 3°, la partie de phrase " une correction, une autre composition d'engrais, une restriction de l'écoulement, un traitement supplémentaire des engrais, une réduction " est insérée entre les termes " une mesure " ou une " amende " ;
  3° au paragraphe 5, il est ajouté un dixième alinéa libellé comme suit :
  " Une demande de dispense de la qualification d'entreprise située dans une zone prioritaire est irrecevable lorsqu'aucune surface agricole n'appartient à l'entreprise désireuse d'obtenir la dispense. " ;
  4° au paragraphe 8, premier alinéa, 3°, les termes " au minimum " sont remplacés par les termes " toutes les surfaces agricoles appartenant à l'entreprise dont la culture et le sol concernés permettent de cultiver une culture piège et au minimum sur " ;
  5° au paragraphe 8, deuxième alinéa, le terme " type " est remplacé par les termes " sur laquelle reposent des mesures de catégorie ".
  6° au paragraphe 9, deuxième alinéa, la partie de phrase " du type 2 " est inséré entre les termes " quantité d'engrais " et les termes " qui peut être épandue " ;
  7° au paragraphe 9, quatrième alinéa, le point 3° et le point 4° sont remplacés par ce qui suit :
  " 3° sur des prairies, des terres arables cultivées et des terres arables non cultivées où une culture spécifique est ensemencée comme culture suivante, jusqu'au 15 février inclus ;
  4° sur des terres arables non cultivées, à l'exception de terres arables non cultivées où une culture spécifique est ensemencée comme culture suivante, jusqu'au 28 février inclus ; " ;
  8° au paragraphe 9, cinquième alinéa, 1°, a), la partie de phrase " du type 3, y compris les engrais du type 3 à faible teneur en azote, " est inséré entre les termes " quantité d'engrais " et les termes " qui est épandue " ;
  9° au paragraphe 9, sixième alinéa, la partie de phrase " du type 3, y compris les engrais du type 3 à faible teneur en azote, " est insérée entre les termes " quantité d'engrais " et les termes " épandue " ;
  10° au paragraphe 9, septième alinéa, les termes " dans un des deux cas suivants " sont insérés entre les termes " en azote " et la partie de phrase " : ".
Art. 78. In artikel 15, § 2, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, hersteld bij het decreet van 12 juni 2015, wordt de zinsnede ", die samen een oppervlakte hebben van minder dan vier hectare," opgeheven.
Art. 78. A l'article 15, § 2, premier alinéa, 1°, du même décret, rétabli par le décret du 12 juin 2015, la partie de phrase " dont la superficie totale est inférieure à quatre hectares, " est abrogée.
Art. 79. In artikel 19 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015, worden de woorden "gemiddeld stijgingspercentage" vervangen door het woord "hellingsgraad".
Art. 79. A l'article 19 du même décret, remplacé par le décret du 12 juin 2015, les termes " déclivité moyenne " sont remplacés par le terme " pente ".
Art. 80. In artikel 28, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015, wordt het woord "verzamelaanvraag" telkens vervangen door de zinsnede "aangifte, vermeld in artikel 23,".
Art. 80. A l'article 28, § 1er, deuxième alinéa, du même décret, remplacé par le décret du 12 juin 2015, les termes " demande unique " sont chaque fois remplacés par la partie de phrase " déclaration, visée à l'article 23, ".
Art. 81. Aan artikel 29, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Bij de berekening van het netto stikstofoverschot wordt geen rekening gehouden met de bijkomende productie, die ingevolge artikel 35, eerste lid, 2°, volledig moet verwerkt worden.".
Art. 81. A l'article 29, § 2, premier alinéa, du même décret, remplacé par le décret du 12 juin 2015, la phrase suivante est ajoutée :
  " Pour le calcul de l'excédent d'azote net, il n'est pas tenu compte de la production supplémentaire qui doit être complètement transformée en vertu de l'article 35, premier alinéa, 2°. ".
Art. 82. In artikel 34, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 12 december 2008, 1 maart 2013, 28 februari 2014 en 12 juni 2015, wordt de zinsnede "of e)" telkens opgeheven.
Art. 82. A l'article 34, § 1er, premier alinéa, 2°, du même décret, modifié par les décrets des 12 décembre 2008, 1er mars 2013, 28 février 2014 et 12 juin 2015, la partie de phrase " ou e) " est chaque fois abrogée.
Art. 83. In artikel 41bis, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2008 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "60°, 61°, 62°, 63° en 64° " vervangen door de zinsnede " § 6, 5°, 6°, 7°, 11° en 19° ";
  2° in het derde lid, 2°, worden de woorden ``Agentschap voor Landbouw en Visserij'' vervangen door de woorden ``Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij''.
Art. 83. A l'article 41bis, § 3, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2008 et modifié par le décret du 23 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au premier alinéa, la partie de phrase " 60°, 61°, 62°, 63° et 64 " est remplacée par la partie de phrase " § 6, 5°, 6°, 7°, 11° et 19 " ;
  2° au troisième alinéa, 2°, les mots " l'Agence de l'Agriculture et de la Pêche " sont remplacés par les mots " le Département Agriculture et Pêche du Ministère flamand de l'Agriculture et de la Pêche ".
Art. 84. In artikel 41ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 12 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "teelt" vervangen door de woorden "hoofdteelt of als nateelt";
  2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 3. Er wordt ontheffing van het verbod, vermeld in paragraaf 1, gegeven voor die percelen die een huiskavel, als vermeld in artikel 15ter, § 7, van het Meststoffendecreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 23 december 2010, zijn.".
Art. 84. A l'article 41ter du même décret, inséré par le décret du 12 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, deuxième alinéa, le mot " culture " est remplacé par les mots " en tant que culture principale ou en tant que culture suivante " ;
  2° le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Une dispense de l'interdiction, visée au paragraphe 1er, est octroyée pour les parcelles qui sont une parcelle domiciliaire, comme visé à l'article 15ter, § 7, du Décret sur les engrais, tel que modifié pour la dernière fois par le décret du 23 décembre 2010. ".
Art. 85. In artikel 62bis van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, derde lid, § 9, tweede lid, en paragraaf 10, derde lid, wordt het woord "verzamelaanvraag" vervangen door de zinsnede "aangifte, vermeld in artikel 23,";
  2° in paragraaf 3, paragraaf 4, paragraaf 5 en paragraaf 9, eerste lid, wordt het woord "mestverwerkingseffluenten" telkens vervangen door de woorden "effluenten die afkomstig zijn van dierlijke mest";
  3° aan paragraaf 5 wordt een zevende lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De geproduceerde dierlijke mest in stallen, uitgedrukt in kg N, van een diercategorie, wordt berekend door eerst de gemiddelde veebezetting van de betrokken diercategorie in het betrokken jaar te vermenigvuldigen met de overeenkomstige productie per dier, als vermeld in artikel 26 of 27, en met het percentage van de tijd dat de dieren van de betrokken diercategorie in het betrokken jaar in een stal hebben doorgebracht. Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt vervolgens verminderd met de stikstofverliezen bepaald overeenkomstig artikel 27, § 5.";
  4° aan paragraaf 6 wordt een zevende lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De geproduceerde dierlijke mest in stallen, uitgedrukt in kg N, van een diercategorie, wordt berekend door eerst de gemiddelde veebezetting van de betrokken diercategorie in het betrokken jaar te vermenigvuldigen met de overeenkomstige productie per dier, als vermeld in artikel 26 of 27, en met het percentage van de tijd dat de dieren van de betrokken diercategorie in het betrokken jaar in een stal hebben doorgebracht. Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt vervolgens verminderd met de stikstofverliezen bepaald overeenkomstig artikel 27, § 5.";
  5° in paragraaf 7 wordt het zesde lid opgeheven;
  6° in paragraaf 8 wordt het woord "traagvrijkomende" telkens vervangen door het woord "traagwerkende";
  7° in paragraaf 8, tweede lid, worden tussen de woorden "werkzame N" en de woorden "en de netto" de zinsnede ", de netto effluenten die niet afkomstig zijn van dierlijke mest, uitgedrukt in kg N" ingevoegd;
  8° aan paragraaf 8 worden een zestiende, een zeventiende en een achttiende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De netto effluenten die niet afkomstig zijn van dierlijke mest, uitgedrukt in kg N is de som van de netto aangevoerde effluenten die niet afkomstig zijn van dierlijke mest, uitgedrukt in kg N en het opslagverschil van effluenten die niet afkomstig zijn van dierlijke mest, uitgedrukt in kg N.
  De netto aangevoerde effluenten die niet afkomstig zijn van dierlijke mest, uitgedrukt in kg N is de totale aanvoer van effluenten die niet afkomstig zijn van dierlijke mest in dat productiejaar, uitgedrukt in kg N, via documenten als vermeld in de artikelen 47 tot en met 60, verminderd met de totale afvoer van effluenten die niet afkomstig zijn van dierlijke mest in dat productiejaar, uitgedrukt in kg N, via documenten als vermeld in de artikelen 47 tot en met 60.
  Het opslagverschil van effluenten die niet afkomstig zijn van dierlijke mest is de hoeveelheid effluenten die niet afkomstig zijn van dierlijke mest, uitgedrukt in kg N die op het bedrijf gestockeerd was op 1 januari van dat productiejaar verminderd met de hoeveelheid effluenten die niet afkomstig zijn van dierlijke mest, uitgedrukt in kg N die op het bedrijf gestockeerd was op 1 januari van het volgende productiejaar.".
Art. 85. A l'article 62bis du même décret, remplacé par le décret du 12 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° aux paragraphes 2, troisième alinéa, 9, deuxième alinéa, et 10, troisième alinéa, les mots " demande unique " sont remplacés par la partie de phrase " déclaration, visée à l'article 23, " ;
  2° aux paragraphes 3, 4, 5 et 9, premier alinéa, les termes " effluents assujettis au traitement " sont systématiquement remplacés par les termes " effluents d'élevage " ;
  3° au paragraphe 5, il est ajouté un septième alinéa, qui s'énonce comme suit :
  " Les effluents d'élevage produits dans des étables, exprimés en kg de N, d'une catégorie d'animaux, sont calculés tout d'abord en multipliant la densité moyenne du bétail de la catégorie d'animaux concernée dans l'année concernée par le chiffre d'excrétion correspondant par animal, comme indiqué à l'article 26 ou 27, et par le pourcentage du temps que les animaux de la catégorie d'animaux concernée ont passé dans une étable durant l'année concernée. Les pertes d'azote, établies conformément à l'article 27, § 5, sont ensuite déduites du résultat de cette multiplication " ;
  4° au paragraphe 6, il est ajouté un septième alinéa, qui s'énonce comme suit :
  " Les effluents d'élevage produits dans des étables, exprimés en kg de N, d'une catégorie d'animaux, sont calculés tout d'abord en multipliant la densité moyenne du bétail de la catégorie d'animaux concernée dans l'année concernée par le chiffre d'excrétion correspondant par animal, comme indiqué à l'article 26 ou 27, et par le pourcentage du temps que les animaux de la catégorie d'animaux concernée ont passé dans une étable durant l'année concernée. Les pertes d'azote, établies conformément à l'article 27, § 5, sont ensuite déduites du résultat de cette multiplication " ;
  5° au paragraphe 7, le sixième alinéa est abrogé ;
  6° au paragraphe 8 de la version néerlandaise, le mot " traagvrijkomende " est systématiquement remplacé par le mot " traagwerkende " ;
  7° au paragraphe 8, deuxième alinéa, est inséré, entre les mots " N actif " et les mots " et les nets ", la partie de phrase " les effluents nets qui ne proviennent pas de l'élevage, exprimés en kg de N " ;
  8° au paragraphe 8, sont ajoutés un seizième, un dix-septième et un dix-huitième alinéas, qui s'énoncent comme suit :
  " Les effluents nets qui ne proviennent pas de l'élevage, exprimés en kg de N, sont la somme des effluents nets apportés qui ne proviennent pas de l'élevage, exprimés en kg de N, et de la différence d'entreposage d'effluents qui ne proviennent pas de l'élevage, exprimés en kg de N.
  Les effluents nets apportés qui ne proviennent pas de l'élevage, exprimés en kg de N, sont l'apport total d'effluents qui ne proviennent pas de l'élevage au cours de l'année de production en question, exprimés en kg de N, sur la base de documents tels que visés aux articles 47 à 60 inclus, moins l'apport total d'effluents qui ne proviennent pas de l'élevage au cours de cette année de production, exprimés en kg de N, sur la base de documents tels que visés aux articles 47 à 60 inclus.
  La différence d'entreposage d'effluents qui ne proviennent pas de l'élevage est la quantité d'effluents qui ne proviennent pas de l'élevage, exprimés en kg de N, qui étaient stockés sur l'entreprise au 1er janvier de cette année de production, moins la quantité d'effluents qui ne proviennent pas de l'élevage, exprimés en kg de N, qui étaient stockés sur l'entreprise au 1er janvier de l'année de production suivante. ".
Art. 86. In artikel 63 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 10, tweede lid, 1°, wordt de zinsnede "7° " telkens vervangen door de zinsnede "6° ";
  2° in paragraaf 10, tweede lid, 1°, worden de zinsnede "8° " telkens vervangen door de zinsnede "7° ".
Art. 86. A l'article 63 du même décret, remplacé par le décret du 12 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 10, deuxième alinéa, 1°, la partie de phrase " 7 " est systématiquement remplacée par la partie de phrase " 6 " ;
  2° au paragraphe 10, deuxième alinéa, 1°, la partie de phrase " 8 " est systématiquement remplacée par la partie de phrase " 7 " ;
HOOFDSTUK 21. - Decreet houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen
CHAPITRE 21. - Décret portant l'organisation de la coexistence de cultures génétiquement modifiées et de cultures conventionnelles et biologiques
Art. 87. In artikel 3 van het decreet van 3 april 2009 houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen wordt punt 8° vervangen door wat volgt:
  "8° Fonds: het Vlaams Landbouwfonds, opgericht bij artikel 3, § 1, van het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij;".
Art. 87. A l'article 3 du décret du 3 avril 2009 portant l'organisation de la coexistence de cultures génétiquement modifiées et de cultures conventionnelles et biologiques, le point 8° est remplacé par les dispositions suivantes :
  "8° Fonds : le Fonds agricole flamand, créé par l'article 3, § 1er, du décret du 19 mai 2006 relatif à la création et au fonctionnement du Fonds pour l'Agriculture et la Pêche ; ".
Art. 88. In artikel 9, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° een vertegenwoordiger van het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij, die optreedt als voorzitter;";
  2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
  "3° twee vertegenwoordigers, aangeduid door het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij, waarvan ten minste één vertegenwoordiger met kennis of expertise in het beleid voor en het toezicht op de biologische landbouw en biologische productie;".
Art. 88. A l'article 9, § 2, deuxième alinéa, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  "1° un représentant du Département Agriculture et Pêche du Ministère flamand de l'Agriculture et de la Pêche, agissant en tant que président ; " ;
  2° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  "3° deux représentants, désignés par le Département Agriculture et Pêche du Ministère flamand de l'Agriculture et de la Pêche, dont au moins un représentant ayant des connaissances ou de l'expertise dans la politique en matière d'agriculture biologique et de production biologique et de surveillance de ces matières ; ".
HOOFDSTUK 22. - Energiedecreet
CHAPITRE 22. - Décret sur l'Energie
Art. 89. In artikel 11.1.8, § 1, tweede lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, ingevoegd door het decreet van 14 maart 2014, worden de woorden "stedenbouwkundige vergunning" vervangen door de woorden "stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen".
Art. 89. A l'article 11.1.8, § 1er, deuxième alinéa, du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009, inséré par le décret du 14 mars 2014, les mots " autorisation urbanistique " sont remplacés par les mots " autorisation urbanistique ou permis d'environnement pour l'exécution d'actes urbanistiques ".
Art. 90. In artikel 11.1.11, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd door het decreet van 14 maart 2014, worden de woorden "stedenbouwkundige vergunning" telkens vervangen door de woorden "stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen".
Art. 90. A l'article 11.1.11, deuxième alinéa, de ce même décret, inséré par le décret du 14 mars 2014, les mots " autorisation urbanistique " sont systématiquement remplacés par les mots " autorisation urbanistique ou permis d'environnement pour l'exécution d'actes urbanistiques ".
HOOFDSTUK 23. - Decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
CHAPITRE 23. - Décret relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets
Art. 91. In artikel 14 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "de invoer en uitvoer" vervangen door de woorden "de invoer, uitvoer en doorvoer";
  2° in het tweede lid worden de woorden "met betrekking tot de invoer en uitvoer" vervangen door de woorden "met betrekking tot de invoer, uitvoer en doorvoer";
  3° in het tweede lid, 1°, worden de woorden "elke invoer of uitvoer" vervangen door de woorden "elke invoer, uitvoer of doorvoer";
  4° in het tweede lid, 2°, worden de woorden "bij invoer of uitvoer" vervangen door de woorden "bij invoer, uitvoer of doorvoer";
  5° in het vierde lid wordt tussen de woorden "de OVAM" en de woorden "binnenkomende overbrengingen" de woorden "in het geval van invoer" ingevoegd.
Art. 91. A l'article 14 du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au premier alinéa, les mots " l'importation ou l'exportation " sont remplacés par les mots " l'importation, l'exportation et le transit " ;
  2° au deuxième alinéa, les mots " relatives à l'importation et l'exportation " sont remplacés par les mots " l'importation, l'exportation et le transit " ;
  3° au deuxième alinéa, 1°, les mots " toute importation ou exportation " sont remplacés par les mots " tout(e) importation, exportation ou transit " ;
  4° au deuxième alinéa, 2°, les mots " en cas d'importation ou d'exportation " sont remplacés par les mots " en cas d'importation, d'exportation ou de transit " ;
  5° au quatrième alinéa, les mots " en cas d'importation " sont insérés entre " l'OVAM " et les mots " les transferts entrants ".
HOOFDSTUK 24. - Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
CHAPITRE 24. - Code flamand de l'Aménagement du Territoire
Art. 92. In artikel 2.2.7, § 4, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd bij decreten van 18 november 2011 en 4 april 2014, worden de woorden "termijn van het openbaar onderzoek aan de Vlaamse Regering bezorgd per beveiligde zending" vervangen door de woorden "termijn van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan de Vlaamse Regering bezorgd".
Art. 92. A l'article 2.2.7, § 4, premier alinéa, du Code flamand de l'aménagement du territoire, modifié par les décrets des 18 novembre 2011 et 4 avril 2014, les mots " envoyées au Gouvernement flamand par envoi sécurisé, au plus tard le dernier jour du délai fixé pour l'enquête publique " sont remplacés par les mots " envoyées au Gouvernement flamand par voie écrite ou numérique, au plus tard le dernier jour du délai fixé pour l'enquête publique ".
Art. 93. In artikel 2.2.10, § 4, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij decreet van 4 april 2014, worden de woorden "termijn van het openbaar onderzoek aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening bezorgd per beveiligde zending" vervangen door de woorden "termijn van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening bezorgd".
Art. 93. A l'article 2.2.10, § 4, premier alinéa, de ce même Code, modifié par le décret du 4 avril 2014, les mots " envoyées à la Commission provinciale pour l'aménagement du territoire par envoi sécurisé, au plus tard le dernier jour du délai fixé pour l'enquête publique " sont remplacés par les mots " envoyées à la Commission provinciale pour l'aménagement du territoire par voie écrite ou numérique, au plus tard le dernier jour du délai fixé pour l'enquête publique ".
Art. 94. In artikel 2.2.14, § 4, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij decreet van 4 april 2014, worden de woorden "van het openbaar onderzoek aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening bezorgd per beveiligde zending" vervangen door de woorden "van de termijn van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening bezorgd".
Art. 94. A l'article 2.2.14, § 4, premier alinéa, de ce même Code, modifié par le décret du 4 avril 2014, les mots " envoyées à la Commission communale pour l'aménagement du territoire par envoi sécurisé, au plus tard le dernier jour du délai fixé pour l'enquête publique " sont remplacés par les mots " envoyées à la Commission communale pour l'aménagement du territoire par voie écrite ou numérique, au plus tard le dernier jour du délai fixé pour l'enquête publique ".
Art. 95. In artikel 2.6.14, § 1, eerste lid, 2°, a), van dezelfde codex, worden de woorden "stedenbouwkundige vergunning voor handelingen" vervangen door de woorden "omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen".
Art. 95. A l'article 2.6.14, § 1er, deuxième alinéa, 2°, a), de ce même Code, les mots " autorisation urbanistique pour les opérations " sont remplacés par les mots " permis d'environnement pour l'exécution d'actes urbanistiques ".
Art. 96. Aan artikel 4.1.1, 18°, d), van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd bij decreet van 4 april 2014, wordt een punt 3) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3) hetzij de zorgverlener indien de personen, vermeld in punt 1 of 2, gehuisvest blijven in de hoofdwooneenheid.''.
Art. 96. A l'article 4.1.1, 18°, d), du Code flamand de l'aménagement du territoire, modifié par le décret du 4 avril 2014, il est ajouté un point 3), qui s'énonce comme suit :
  " 3) soit le dispensateur de soins si la personne mentionnée au point 1 ou 2 reste hébergée dans l'unité d'habitation principale. ".
Art. 97. In artikel 4.2.2 van dezelfde codex, vervangen door het decreet van 25 april 2014, worden paragrafen 3 tot en met 7 vervangen door wat volgt:
  " § 3. Het college van burgemeester en schepenen gaat na of de gemelde handelingen meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens paragraaf 1.
  Als de handelingen meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt het college van burgemeester en schepenen akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.
  Als de handelingen verboden of niet meldingsplichtig zijn, stelt het college van burgemeester en schepenen de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.
  § 4. De handelingen mogen worden uitgevoerd de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.
  § 5. Het college van burgemeester en schepenen kan in de meldingsakte voorwaarden opleggen. De voorwaarden mogen de melding niet onevenredig beperken of verbieden.
  § 6. Een mededeling die te kennen geeft dat akte is genomen van de melding, wordt door de persoon die de melding heeft verricht gedurende een periode van dertig dagen aangeplakt op de plaats waarop de melding betrekking heeft. Deze persoon brengt de gemeente onmiddellijk op de hoogte van de startdatum van de aanplakking. De Vlaamse Regering kan, zowel naar de inhoud als naar de vorm, aanvullende vereisten opleggen waaraan de aanplakking moet voldoen.
  De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde waakt erover dat tot aanplakking wordt overgegaan binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de aktename van het college van burgemeester en schepenen.
  De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde levert op eenvoudig verzoek van elke belanghebbende een gewaarmerkt afschrift van het attest van aanplakking af.
  § 7. De aktename van het college van burgemeester en schepenen of zijn gemachtigde kan door de belanghebbenden, vermeld in artikel 4.8.11, § 1, worden bestreden met een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig de procedureregelen, vermeld in hoofdstuk VIII en het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges.".
Art. 97. A l'article 4.2.2 de ce même Code, remplacé par le décret du 25 avril 2014, les paragraphes 3 à 7 inclus sont remplacés par ce qui suit :
  " § 3. Le collège des bourgmestre et échevins vérifie si les actes dont question sont soumis à l'obligation de déclaration ou s'ils ne sont pas interdits par ou conformément au paragraphe 1er.
  Si les actes sont soumis à l'obligation de déclaration et ne sont pas interdits, le collège des bourgmestre et échevins prendra acte de la déclaration. Il adressera l'acte de déclaration par envoi sécurisé à la personne qui a procédé à la déclaration dans un délai de trente jours à compter du jour qui suit la date de réception de la déclaration.
  Si les actes sont interdits ou ne sont pas soumis à l'obligation de notification, le collège des bourgmestre et échevins en informera la personne qui a effectué la déclaration dans le même délai d'ordre. Dans ce cas, il n'est pas pris acte de la déclaration et aucune autre suite n'y est donnée.
  § 4. Les actes peuvent être exécutés le jour qui suit la date de la signification de l'acte de déclaration.
  § 5. Le collège des bourgmestre et échevins peut, dans l'acte de déclaration, imposer des conditions. Les conditions ne peuvent restreindre la déclaration de manière disproportionnée ni l'interdire.
  § 6. Une notification qui informe qu'il est pris acte de la déclaration sera affichée, par la personne qui a procédé à la déclaration, durant une période de 30 jours à l'endroit auquel a trait la déclaration. Cette personne informera immédiatement la commune de la date de début de l'affichage. Le Gouvernement flamand peut, tant en termes de contenu que de forme, imposer des exigences supplémentaires auxquelles l'affichage devra se conformer.
  Le secrétaire communal ou son délégué veillera à ce qu'il soit procédé à l'affichage avant l'expiration d'un délai de dix jours à compter de la date de la réception de la prise d'acte du collège des bourgmestre et échevins.
  Sur simple demande de toute personne intéressée, le secrétaire communal ou son délégué délivrera une copie certifiée de l'attestation d'affichage.
  § 7. La prise d'acte du collège des bourgmestre et échevins ou de son délégué peut être contestée par les personnes intéressées dont question à l'article 4.8.11, § 1er, par le biais d'un recours auprès du Conseil pour les Contestations des Autorisations, conformément aux règles de procédure indiquées au chapitre VIII et dans le décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la jurisprudence de certains collèges de droit administratif de Flandre. ".
Art. 98. In titel 4, hoofdstuk 2, afdeling 1, onderafdeling 1, sectie 2, subsectie 1, van dezelfde codex, wordt een artikel 4.2.2/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.2.2/1. De stedenbouwkundige vergunning geldt als aktename voor het deel van de handelingen dat meldingsplichtig is, als de handelingen zowel aan de meldings- als aan de vergunningsplicht onderworpen zijn.".
Art. 98. Au titre 4, chapitre 2, division 1, sous-division 1, section 2, sous-section 1, du même Code, il est inséré un article 4.2.2/1 qui s'énonce comme suit :
  " Art. 4.2.2/1. L'autorisation urbanistique vaut prise d'acte pour la partie des actes qui est soumise à l'obligation de déclaration, si les actes sont soumis à l'obligation de déclaration et à l'obligation d'autorisation. ".
Art. 99. In artikel 4.2.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "met een tijdelijk of occasioneel karakter of met een geringe ruimtelijke impact" worden opgeheven;
  2° de volgende zinnen worden toegevoegd: "Ze houdt hierbij rekening met:
  1° het tijdelijk of occasioneel karakter van de handelingen, of;
  2° de ruimtelijke impact van de handelingen omwille van hun omvang, aard of ligging.
  Handelingen waarvoor een milieueffectenrapport, een passende beoordeling of een mobiliteitsstudie moet worden opgemaakt, worden uitgesloten van de lijst van handelingen waarvoor in afwijking van artikel 4.2.1 geen stedenbouwkundige vergunning vereist is.''.
Art. 99. A l'article 4.2.3 du Code flamand de l'aménagement du territoire, modifié par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " à caractère temporaire ou occasionnel ou à impact spatial limité " sont supprimés ;
  2° les phrases suivantes sont ajoutées : " Il tient compte :
  1° du caractère temporaire ou occasionnel des actes, ou ;
  2° de l'impact spatial des actes en raison de leur ampleur, de leur nature ou de leur emplacement.
  Les actes exigeant l'établissement d'une évaluation des incidences sur l'environnement, d'une évaluation appropriée ou d'une étude de mobilité sont exclus de la liste des actes pour lesquels, en dérogation de l'article 4.2.1, aucune autorisation urbanistique n'est requise. " .
Art. 100. In artikel 4.2.5, eerste lid, van dezelfde codex wordt punt 1° opgeheven.
Art. 100. Le point 1° est abrogé à l'article 4.2.5, premier alinéa, de ce même code.
Art. 101. In artikel 4.3.5, § 3, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij decreet van 16 juli 2010, wordt het woord "bouwheer" vervangen door het woord "opdrachtgever".
Art. 101. A l'article 4.3.5, § 3, premier alinéa, de ce même code, modifié par le décret du 16 juillet 2010, les termes " maître d'ouvrage " sont remplacés par les termes " donneur d'ordre ".
Art. 102. Aan artikel 4.4.1, § 3, van dezelfde codex, ingevoegd door het decreet van 16 juli 2010 en gewijzigd door het decreet van 11 mei 2012, wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt:
  "Behoudens de onderhoudswerken vermeld in het eerste en tweede lid, worden niet-vergunningsplichtige handelingen niet beschouwd als strijdig met de voorschriften van het gewestplan, de algemene plannen van aanleg, gewestelijke of provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen, noch met de voorschriften van bijzondere plannen van aanleg, gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingsvergunningen.''.
Art. 102. A l'article 4.4.1, § 3, de ce même code, inséré par le décret du 16 juillet 2010 et modifié par le décret du 11 mai 2012, il est ajouté un troisième alinéa, qui s'énonce comme suit :
  " Outre les travaux d'entretien mentionnés au premier et au deuxième alinéas, les actes non soumis à autorisation ne sont pas considérés comme étant contraires aux prescriptions du plan régional, des plans généraux d'aménagement, des plans d'exécution spatiaux régionaux ou provinciaux ni aux prescriptions des plans particuliers d'aménagement, des plans d'exécution spatiaux communaux et des permis de lotir. ".
Art. 103. In artikel 4.4.16, tweede lid, 1°, van dezelfde codex wordt het woord "bouwheer" vervangen door het woord "opdrachtgever".
Art. 103. A l'article 4.4.16, deuxième alinéa, 1°, du même code, les mots " maître d'ouvrage " sont remplacés par les mots " donneur d'ordre ".
Art. 104. In artikel 4.4.17, § 1, tweede lid, 1°, van dezelfde codex wordt het woord "bouwheer" vervangen door het woord "opdrachtgever".
Art. 104. A l'article 4.4.17, § 1er, deuxième alinéa, 1°, du même code, les mots " maître d'ouvrage " sont remplacés par les mots " donneur d'ordre ".
Art. 105. In artikel 4.4.18, § 1, tweede lid, 1°, van dezelfde codex wordt het woord "bouwheer" vervangen door het woord "opdrachtgever".
Art. 105. A l'article 4.4.18, § 1er, deuxième alinéa, 1°, du même code, les mots " maître d'ouvrage " sont remplacés par les mots " donneur d'ordre ".
Art. 106. In artikel 4.4.19, § 1, tweede lid, 1°, van dezelfde codex, gewijzigd bij decreet van 16 juli 2010, wordt het woord "bouwheer" vervangen door het woord "opdrachtgever".
Art. 106. A l'article 4.4.19, § 1er, premier alinéa, de ce même code, modifié par le décret du 16 juillet 2010, les termes " maître d'ouvrage " sont remplacés par les termes " donneur d'ordre ".
Art. 107. In artikel 4.4.25, § 4, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 18 november 2011, worden de woorden "bezwaren en technische opmerkingen per beveiligde zending" vervangen door de woorden "schriftelijke of digitale bezwaren en technische opmerkingen".
Art. 107. A l'article 4.4.25, § 4, premier alinéa, de ce même code, modifié par le décret du 18 novembre 2011, les mots " les objections et remarques techniques (...) par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " les objections écrites ou numériques et remarques techniques ".
Art. 108. In artikel 4.6.2, § 1, van dezelfde codex, gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012, worden tussen het tweede en het derde lid drie leden ingevoegd, die luiden als volgt:
  "De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in het eerste lid, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
  De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in het eerste lid, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
  De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in het eerste lid, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.".
Art. 108. A l'article 4.6.2, § 1er, de ce même code, modifié par le décret du 6 juillet 2012, sont insérés, entre le deuxième et le troisième alinéas, trois alinéas qui s'énoncent comme suit :
  " Les délais de deux ou de trois ans, mentionnés au premier alinéa, sont suspendus durant l'exécution des fouilles archéologiques, décrites dans la note archéologique ratifiée conformément à l'article 5.4.8 du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 et dans la note ratifiée conformément à l'article 5.4.16 du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, avec un délai maximal d'un an à compter de la date de début des fouilles archéologiques.
  Les délais de deux ou de trois ans, mentionnés au premier alinéa, sont suspendus durant l'exécution des travaux d'assainissement du sol d'un projet d'assainissement du sol pour lequel l'OVAM, conformément à l'article 50, § 1er, du Décret relatif au sol du 27 octobre 2006, a délivré une attestation de conformité, avec un délai maximal de trois ans à compter de la date de début des travaux d'assainissement du sol.
  Les délais de deux ou de trois ans, mentionnés au premier alinéa, sont suspendus aussi longtemps qu'un ordre de cessation ratifié, dont question au titre VI, n'est pas retiré ou n'est pas abrogé par une décision coulée en force de chose jugée. La suspension vient de plein droit à son terme lorsqu'aucune révocation de l'ordre de cessation n'est requise ou qu'aucun retrait n'est effectué dans un délai de deux ans à compter de la ratification de l'ordre de cessation. ".
Art. 109. Aan artikel 4.6.4, § 8, van dezelfde codex, ingevoegd bij decreet van 4 april 2014, worden een tweede tot en met vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De termijnen, vermeld in paragrafen 1 en 2, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
  De termijnen, vermeld in paragrafen 1 en 2, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
  De termijnen, vermeld in paragrafen 1 en 2, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.".
Art. 109. A l'article 4.6.4, § 8, de ce même code, inséré par le décret du 4 avril 2014, sont insérés un deuxième, un troisième et un quatrième alinéas, qui s'énoncent comme suit :
  " Les délais, mentionnés aux paragraphes 1 et 2, sont suspendus durant l'exécution des fouilles archéologiques, décrites dans la note archéologique ratifiée conformément à l'article 5.4.8 du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 et dans la note ratifiée conformément à l'article 5.4.16 du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, avec un délai maximal d'un an à compter de la date de début des fouilles archéologiques.
  Les délais, mentionnés aux paragraphes 1 et 2, sont suspendus durant l'exécution de travaux d'assainissement du sol d'un projet d'assainissement du sol pour lequel l'OVAM, conformément à l'article 50, § 1er, du Décret relatif au sol du 27 octobre 2006, a délivré une attestation de conformité, avec un délai maximal de trois ans à compter de la date de début des travaux d'assainissement du sol.
  Les délais, mentionnés aux paragraphes 1 et 2, sont suspendus aussi longtemps qu'un ordre de cessation ratifié, dont question au titre VI, n'est pas retiré ou n'est pas abrogé par une décision coulée en force de chose jugée. La suspension vient de plein droit à son terme lorsqu'aucune révocation de l'ordre de cessation n'est requise ou qu'aucun retrait n'est effectué dans un délai de deux ans à compter de la ratification de l'ordre de cessation. ".
Art. 110. In artikel 4.6.4, § 1, tweede lid, 2°, van dezelfde codex, wordt het woord "verkoop" vervangen door de zinsnede "verkoop, de verhuring voor meer dan negen jaar, of de vestiging van erfpacht of opstalrecht".
Art. 110. A l'article 4.6.4, § 1er, deuxième alinéa, 2°, du même code, le mot " vente " est remplacé par la partie de phrase " vente, la location pour plus de neuf ans ou l'établissement d'une emphytéose ou d'un droit de superficie ".
Art. 111. In artikel 4.6.6, § 5, van dezelfde codex wordt het woord "gewestelijke" opgeheven.
Art. 111. A l'article 4.6.6, § 5, °, du même code, le mot " régionales " est abrogé.
Art. 112. Aan artikel 4.7.1, § 2, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij decreet van 4 april 2014, worden een punt 3° en 4° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "3° aanvragen tot herziening of opheffing van een verkavelingsvergunning, vermeld in artikel 4.6.6;
  4° aanvragen voor scholenbouwprojecten en voor de bouw van universitaire instellingen, met inbegrip van internaten en studentenkamerwoningen.''.
Art. 112. A l'article 4.7.1, § 2, premier alinéa, de ce même code, inséré par le décret du 4 avril 2014, sont insérés un point 3° et un point 4°, qui s'énoncent comme suit :
  " 3° demandes de révision ou de suspension d'un permis de lotir, dont question à l'article 4.6.6 ;
  4° demande pour des projets de construction scolaire et pour la construction d'institutions universitaires, en ce compris des internats et des logements avec chambres d'étudiant. ".
Art. 113. Aan artikel 4.8.2 van dezelfde codex, vervangen door het decreet van 6 juli 2012 en gewijzigd door de decreten van 4 april 2014 en 25 april 2014, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° aktenames van meldingen als vermeld in artikel 4.2.2.".
Art. 113. A l'article 4.8.2 du même code, remplacé par le décret du 6 juillet 2012 et modifié par les décrets des 4 avril 2014 et 25 avril 2014, est ajouté un point 4° qui s'énonce comme suit :
  "4° prises d'acte de déclarations telles que visées à l'article 4.2.2. ".
Art. 114. In artikel 4.8.11 van dezelfde codex, vervangen door het decreet van 6 juli 2012 en gewijzigd door de decreten van 4 april 2014 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 1°, wordt tussen de zinsnede "het as-builtattest," en de woorden "respectievelijk de persoon" de zinsnede "de persoon die de melding heeft verricht," ingevoegd;
  2° aan paragraaf 1, 3°, worden de woorden "of aktename van een melding" toegevoegd;
  3° in paragraaf 1, 4°, worden tussen het woord "registratiebeslissing" en de woorden "zijn bedreigd" de woorden "of aktename van een melding" ingevoegd;
  4° aan paragraaf 2 wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° wat betreft aktenames van meldingen:
  a) hetzij de dag na de betekening, wanneer een dergelijke betekening vereist is;
  b) hetzij de dag na de startdatum van de aanplakking, in alle andere gevallen.".
Art. 114. A l'article 4.8.11 du même code, remplacé par le décret du 6 juillet 2012 et modifié par les décrets des 4 avril 2014 et 25 avril 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, 1°, est inséré, entre la partie de phrase " attestation as-built " et les termes " respectivement la personne ", la partie de phrase " la personne qui a effectué la déclaration, " ;
  2° au paragraphe 1er, 3°, les mots " ou prise d'acte d'une déclaration " sont ajoutés ;
  3° au paragraphe 1er, 4°, sont insérés, entre les mots " décision d'enregistrement " et les mots " sont menacés ", les mots " ou prise d'acte d'une déclaration " ;
  4° au paragraphe 2, il est ajouté un point 4°, qui s'énonce comme suit :
  "4° s'agissant des prises d'acte de déclarations :
  a) soit le jour qui suit la signification, lorsqu'une telle signification est requise ;
  b) soit le jour qui suit la date de début de l'affichage, dans tous les autres cas. ".
Art. 115. In artikel 5.1.2, § 1, tweede lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden punt 9° en 10° vervangen door wat volgt:
  ``9° de vermelding van elke schriftelijke aanmaning, elk proces-verbaal en verslag van vaststelling dat opgemaakt wordt met betrekking tot misdrijven en inbreuken inzake ruimtelijke ordening alsook iedere navolgend proces-verbaal waarin het vrijwillig herstel of de regularisatie wordt vastgesteld, het verdere gevolg dat aan de processen-verbaal en verslagen van vaststelling gegeven wordt, iedere gerechtelijke uitspraak en ieder bestuurlijk besluit alsook iedere minnelijke schikking ter zake en de uitvoering van de herstelmaatregelen alsook elk herstelattest;
  10° de vermelding van elk rechtsmiddel dat tegen de gerechtelijke uitspraken en bestuurlijke besluiten, vermeld in punt 9°, aangewend wordt, de daaropvolgende uitspraken en besluiten en het gevolg dat eraan gegeven wordt;".
Art. 115. A l'article 5.1.2, § 1er, deuxième alinéa, du même code, modifié par le décret du 25 avril 2014, les points 9° et 10° sont remplacés par les dispositions suivantes :
  ``9° la mention de chaque sommation écrite, de chaque procès-verbal et de chaque rapport de constat qui est rédigé relativement à des délits et à des infractions en matière d'aménagement du territoire, ainsi que tout procès-verbal subséquent dans lequel le rétablissement volontaire ou la régularisation est constaté(e), la suite qui est donnée aux procès-verbaux et aux rapports de constat, tout jugement, et toute décision administrative, ainsi que tout règlement amiable en la matière et l'exécution des mesures de réparation, ainsi que toute attestation de réparation ;
  10° la mention de toute voie de droit qui excipe des jugements et des décisions administratives, mentionnées au point 9°, des jugements et décisions ultérieures, ainsi que de la suite qui y est donnée ; ".
Art. 116. In artikel 5.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd bij de decreten van 16 juli 2010 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin van paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede ", met uitzondering van huwelijkscontracten en hun wijzigingen en contracten aangaande de mandeligheid" opgeheven;
  2° er wordt een paragraaf 1/1 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 1/1. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing op:
  1° huwelijkscontracten en hun wijzigingen;
  2° contracten aangaande de mandeligheid;
  3° akten aangaande de fusie van rechtspersonen en de met fusie gelijkgestelde verrichtingen.".
Art. 116. A l'article 5.2.1 du Code flamand de l'aménagement du territoire, modifié par les décrets du 16 juillet 2010 et du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive du paragraphe 1er, premier alinéa, le membre de la phrase " , à l'exception de contrats de mariage et de leurs modifications et de contrats de mitoyenneté " est abrogé ;
  2° il est ajouté un paragraphe 1/1, qui s'énonce comme suit :
  " § 1er/1. Les dispositions du paragraphe 1er ne s'appliquent pas :
  1° aux contrats de mariage et à leurs modifications ;
  2° aux contrats de mitoyenneté ;
  3° aux actes afférents à la fusion de personnes morales et aux opérations assimilées à une fusion. ".
Art. 117. In artikel 5.6.6, § 1, tweede lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2011, wordt het woord "bouwheer" vervangen door het woord "opdrachtgever".
Art. 117. A l'article 5.6.69, § 1er, deuxième alinéa, de ce même code, inséré par le décret du 23 décembre 2011, les termes " maître d'ouvrage " sont remplacés par les termes " donneur d'ordre ".
Art. 118. In artikel 6.1.3, § 1, van dezelfde codex, vervangen bij decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De raad bezorgt aan de bevoegde minister een voorstel opgesteld op basis van de door de raad ingewonnen adviezen over het ontwerp en voegt de adviezen in bijlage.";
  2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De Vlaamse Regering stelt het handhavingsprogramma vast op grond van:
  1° een ontwerp als vermeld in het vorige lid, opgemaakt door het departement;
  2° een voorstel als vermeld in het vorige lid, van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.
  Het vastgestelde handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum na de goedkeuring door het Vlaams Parlement en blijft gelden zolang het niet geheel of gedeeltelijk wordt herzien.".
Art. 118. A l'article 6.1.3, § 1er, de ce même code, remplacé par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au deuxième alinéa, la phrase suivante est ajoutée :
  " Le conseil adresse au ministre compétent une proposition élaborée sur la base des avis collectés par le conseil à propos du projet et joint les avis en annexe. " ;
  2° le troisième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Le Gouvernement flamand établit le programme de maintien au moyen :
  1° d'un projet tel que visé à l'alinéa précédent, préparé par le département ;
  2° d'une proposition, telle que visée à l'alinéa précédent, du Conseil supérieur flamand pour le maintien du territoire et de l'environnement.
  Le programme de maintien en matière d'aménagement du territoire proposé entre en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand après approbation par le Parlement flamand et restera applicable aussi longtemps qu'il n'aura pas été revu, en tout ou en partie. ".
HOOFDSTUK 25. - Decreet betreffende de landinrichting
CHAPITRE 25. - Décret relatif à la rénovation rurale
Art. 119. In artikel 2.2.2 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting wordt in paragraaf 1, vierde lid, de volgende zin toegevoegd: "de voorzitter vermeld in het eerste lid, 1°, is een personeelslid of, mits bijzondere motivering, een gewezen personeelslid bij de Vlaamse administratie.".
Art. 119. A l'article 2.2.2 du décret du 28 mars 2014 relatif à la rénovation rurale, la phrase suivante est ajoutée au paragraphe 1er, quatrième alinéa : " le président indiqué au premier alinéa, 1°, est un membre du personnel ou, moyennant motivation particulière, un ancien membre du personnel de l'administration flamande. ".
HOOFDSTUK 26. - Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
CHAPITRE 26. - Décret concernant le maintien du permis d'environnement
Art. 120. In artikel 83 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning wordt in het eerste lid van paragraaf 1 van het toegevoegde artikel 6.4.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening de zinsnede ", of daarvan het gevolg is" opgeheven.
Art. 120. A l'article 83 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement, la partie de phrase " , ou en résultent " est abrogée au premier alinéa du paragraphe 1er de l'article 6.4.4 ajouté du Code flamand de l'aménagement du territoire.
Art. 121. In artikel 145 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum. Deze datum valt minstens een jaar na de datum van goedkeuring van het besluit van de Vlaamse Regering waarmee de datum van inwerkingtreding van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wordt vastgelegd.";
  2° in het tweede lid wordt tussen de zinsnede "artikel 17, 18, 19, 113" en het woord "en" de zinsnede ", 117" ingevoegd.
Art. 121. A l'article 145 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le premier alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Le présent décret entre en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand. Cette date se situe au moins un an après la date d'approbation de l'arrêté du Gouvernement flamand par lequel la date d'entrée en vigueur du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement est arrêtée. " ;
  2° au deuxième alinéa, la partie de phrase " , 117 " est inséré entre la partie de phrase " article 17, 18, 19, 113 " et le mot " et ".
HOOFDSTUK 27. - Decreet betreffende complexe projecten
CHAPITRE 27. - Décret relatif aux projets complexes
Art. 122. In artikel 6, § 2 en § 4, van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "artikel 15, eerste lid, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning" wordt telkens vervangen door de zinsnede "artikel 15, § 1, eerste lid, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning";
  2° de zinsnede "artikel 15, derde lid, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning" wordt telkens vervangen door de zinsnede "artikel 15, § 1, derde lid, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning".
Art. 122. A l'article 6, § 2 et § 4, du décret du 25 avril 2014 relatif aux projets complexes, les modifications suivantes sont apportées :
  1° la partie de phrase " l'article 15, premier alinéa, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis unique " est systématiquement remplacée par la partie de phrase " l'article 15, § 1er, premier alinéa, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement " ;
  2° la partie de phrase " l'article 15, troisième alinéa, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis unique " est systématiquement remplacée par la partie de phrase " l'article 15, § 1er, troisième alinéa, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement ".
Art. 123. In artikel 35, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° tot en met 3° worden opgeheven;
  2° er wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "7° als archeologische site, als monument, als cultuurhistorisch landschap of als beschermd stads- of dorpsgezicht met toepassing van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
Art. 123. A l'article 35, deuxième alinéa, du décret du 25 avril 2014 relatif aux projets complexes, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les points 1° à 3° inclus sont abrogés ;
  2° il est ajouté un point 7, qui s'énonce comme suit :
  " 7° comme site archéologique, comme monument, comme paysage culturo-historique ou comme site urbain ou rural protégé en application de la loi du 7 août 1931 sur la conservation des monuments et des sites, du décret du 3 mars 1976 réglant la protection des monuments et des sites urbains et ruraux, du décret du 30 juin 1993 portant protection du patrimoine archéologique, du décret du 16 avril 1996 portant la protection des sites ruraux et du décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".
Art. 124. In artikel 40, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
  "4° de vergunningen, de machtigingen en toelatingen, vermeld in de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;".
Art. 124. A article 40, premier alinéa, du même décret, le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
  "4° les permis, autorisations et permissions visés dans la loi du 7 août 1931 sur la conservation des monuments et des sites, le décret du 3 mars 1976 réglant la protection des monuments et des sites urbains et ruraux, le décret du 30 juin 1993 portant protection du patrimoine archéologique, le décret du 16 avril 1996 portant la protection des sites ruraux et le décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ; ".
Art. 125. In artikel 41, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° tot en met punt 5° worden opgeheven;
  2° er wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "10° de beslissing tot de gehele of gedeeltelijke wijziging of opheffing van erkennings-, rangschikkings- en beschermingsbesluiten genomen bij toepassing van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
Art. 125. A l'article 41, premier alinéa, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les points 1° à 5° inclus sont abrogés ;
  2° il est ajouté un point 10, qui s'énonce comme suit :
  "10° la décision de modification ou d'abrogation, en tout ou en partie, des décisions d'agrément, de classement et de protection prises en application de la loi du 7 août 1931 sur la conservation des monuments et des sites, du décret du 3 mars 1976 réglant la protection des monuments et des sites urbains et ruraux, du décret du 30 juin 1993 portant protection du patrimoine archéologique, du décret du 16 avril 1996 portant la protection des sites ruraux et du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".
Art. 126. In hoofdstuk 8 van hetzelfde decreet worden de afdelingen 1 tot en met 3, die bestaan uit artikel 47 tot en met 53, opgeheven.
Art. 126. Au chapitre 8 du même décret, les sections 1 à 3 incluses, qui se composent des articles 47 à 53 inclus, sont abrogées.
HOOFDSTUK 28. - Decreet betreffende de omgevingsvergunning
CHAPITRE 28. - Décret relatif au permis d'environnement
Art. 127. In hoofdstuk I van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wordt een afdeling 8 ingevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 8. Digitalisering".
Art. 127. Au chapitre Ier du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, une section 8 est insérée, qui s'énonce comme suit :
  " Section 8. Numérisation ".
Art. 128. In hetzelfde decreet wordt in afdeling 8, ingevoegd bij artikel 127, een artikel 14/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 14/1. De procedures, vermeld in dit decreet, en de procedures die door dit decreet in andere decreten gewijzigd of ingevoerd worden, kunnen geheel of gedeeltelijk digitaal verlopen, conform de regels die de Vlaamse Regering bepaalt.
  Zij kan ook nadere regels uitwerken in geval van onbeschikbaarheid wegens technische storingen van het door Vlaanderen ter beschikking gestelde digitaal systeem, en hierbij de termijnen van de procedures, vermeld in dit decreet, opschorten of verlengen voor de duur van de technische storingen.".
Art. 128. Dans le même décret, est inséré dans la section 8, insérée par le biais de l'article 127, un article 14/1 qui s'énonce comme suit :
  " Art. 14/1. Les procédures, indiquées dans ce décret, et les procédures qui sont, par le biais du présent décret, modifiées ou insérées dans d'autres décrets, doivent se dérouler, en tout ou en partie, de façon numérique, conformément aux règles déterminées par le Gouvernement flamand.
  Ce dernier peut également élaborer d'autres règles en cas d'indisponibilité pour cause de panne technique du système numérique mis à disposition par la Flandre, et suspendre ou prolonger, pour la durée de cette panne technique, les délais applicables aux procédures et visés dans ce décret. ".
Art. 129. In artikel 9 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "eigen personeel, op personeel van een intergemeentelijk samenwerkingsverband of op personeel van een intercommunale" vervangen door de woorden "eigen personeel of op personeel van een intergemeentelijk samenwerkingsverband";
  2° in paragraaf 3 worden de woorden "de gemeente, het intergemeentelijk samenwerkingsverband of de intercommunale" vervangen door de woorden "de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband" en wordt tussen de woorden "de gemeentesecretaris" en de woorden "de taken van de" de woorden "voor een periode van maximum 12 maanden" ingevoegd.
Art. 129. A l'article 9, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, premier alinéa, les mots " propre personnel, au personnel d'un partenariat intercommunal ou au personnel d'une intercommunale " sont remplacés par les mots " propre personnel ou au personnel d'un partenariat intercommunal " ;
  2° au paragraphe 3, les mots " de la commune, du partenariat intercommunal ou de l'intercommunale " sont remplacés par les mots " de la commune ou du partenariat intercommunal " et les mots " pour une période de maximum 12 mois " sont insérés entre les mots " le secrétaire communal " et les mots " les tâches de ".
Art. 130. In artikel 15 van hetzelfde decreet, waarvan de bestaande tekst de vorm aanneemt van een paragraaf 1, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste, derde en vierde lid wordt de zinsnede "en veranderingen aan" opgeheven;
  2° een paragraaf 2 tot en met 7 worden toegevoegd, die luiden als volgt:
  " § 2. Van een vergunningsaanvraag voor de verandering van een project wordt kennisgenomen en er wordt een beslissing over genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 bevoegd is voor het project na verandering.
  In afwijking van het eerste lid wordt van de vergunningsaanvraag die uitsluitend het slopen van een project of het herstel van de terreinen in hun oorspronkelijke staat en de daarvoor noodzakelijke exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit als voorwerp heeft, kennisgenomen en er wordt een beslissing over genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 en 3, eerste lid, bevoegd is voor het project.
  § 3. Voor zover daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan artikel 5.1.1, 8°, van het DABM wordt voor de toepassing van de paragrafen 1 en 2, eerste lid, als een opzichzelfstaand project beschouwd het deel van het project dat na de beoogde verandering betrekking zal hebben op een van de volgende gevallen:
  1° een ingedeelde inrichting of activiteit waarvan de exploitatie geen samenhangend technisch geheel vormt met deze van een andere ingedeelde inrichting of activiteit van het project;
  2° een deel van het project dat bouwtechnisch of en functioneel kan worden afgesplitst.
  Onverminderd paragraaf 4 is de overheid die de vergunning voor het op zich zelf staande project verleent vanaf dat ogenblik de bevoegde overheid, vermeld in paragraaf 1.
  Als het project na verandering betrekking heeft op een bedrijfswoning wordt deze niet als een opzichzelfstaand project beschouwd.
  § 4. De verandering van meerdere op zichzelf staande projecten, vermeld in paragraaf 3 en artikel 79, vierde lid, kan als een gezamenlijk project worden aangevraagd.
  Van de vergunningsaanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt kennisgenomen en er wordt een beslissing over genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 bevoegd is voor de totaliteit van het project.
  § 5. Voor de kennisneming van en de beslissing over een vergunningsaanvraag voor een project of voor de verandering van een project, waarvoor overeenkomstig de paragrafen 1, 2 of 4 het college van burgemeester en schepenen bevoegd is, is evenwel de deputatie bevoegd als het project of het project na verandering gelegen is op het grondgebied van twee of meer gemeenten.
  § 6. Voor de kennisneming van en de beslissing over een vergunningsaanvraag voor een project of voor de verandering van een project, waarvoor overeenkomstig paragrafen 1, 2, 4 of 5 het college van burgemeester en schepenen dan wel de deputatie bevoegd is, is evenwel de Vlaamse Regering bevoegd als het project of het project na verandering gelegen is op het grondgebied van twee of meer provincies.
  § 7. De vergunningsaanvraag die zowel betrekking heeft op de hernieuwing van de vergunning van bepaalde duur voor een project of voor een deel van een project als op de verandering ervan wordt ingediend bij de overheid die conform paragraaf 2 tot en met 6 bevoegd is.''.
Art. 130. A l'article 15 du même décret, dont le texte existant adopte la forme d'un paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au premier, au troisième et au quatrième alinéas, la partie de phrase " et modifications " est abrogée ;
  2° des paragraphes 2 à 7 inclus sont ajoutés, qui s'énoncent comme suit :
  " § 2. L'autorité qui, conformément au paragraphe 1er, est compétente pour le projet après la modification, prend connaissance d'une demande d'autorisation portant sur la modification d'un projet et rend une décision à son propos.
  Par dérogation au premier alinéa, l'autorité qui, conformément aux paragraphes 1 et 3, premier alinéa, est compétente pour le projet, prendra connaissance et statuera à propos de la demande d'autorisation qui concerne exclusivement la démolition d'un projet ou le rétablissement des terrains dans leur état initial et l'indispensable exploitation à cet effet d'un établissement ou d'une activité classé(e).
  § 3. Pour autant qu'il ne soit, de ce fait, pas porté atteinte aux dispositions de l'article 5.1.1, 8° du DABM, est considéré, pour l'application des paragraphes 1 et 2, premier alinéa, comme un projet à part entière, la partie du projet qui, après la modification visée, concernera l'un des cas suivants :
  1° un établissement ou une activité classé(e) dont l'exploitation ne constitue pas un ensemble technique cohérent avec celui d'un(e) autre établissement ou activité classé(e) du projet ;
  2° une partie du projet qui, sur le plan de la technique de la construction et/ou sur le plan fonctionnel, peut être scindée.
  Sans préjudice du paragraphe 4, l'autorité qui octroie l'autorisation pour le projet à part entière est, à partir de ce moment, l'autorité compétente dont question au paragraphe 1er.
  Si, après la modification, le projet concerne une habitation faisant partie de l'exploitation, il ne sera pas considéré comme un projet à part entière.
  § 4. La modification de plusieurs projets à part entière, visés au paragraphe 3 et à l'article 79, quatrième alinéa, peut être demandée sous la forme d'un projet commun.
  L'autorité qui, conformément au paragraphe 1er, est compétente pour l'ensemble du projet prendra connaissance et statuera de la demande d'autorisation visée au premier alinéa.
  § 5. S'agissant de la prise de connaissance et de la décision à propos d'une demande d'autorisation pour un projet ou pour la modification d'un projet, pour lequel, conformément au paragraphe 1, 2 ou 4, le collège des bourgmestre et échevins est compétent, la députation sera toutefois compétente si le projet ou le projet après modification est situé sur le territoire de deux ou de plusieurs communes.
  § 6. S'agissant de la prise de connaissance et de la décision à propos d'une demande d'autorisation pour un projet ou pour la modification d'un projet, pour lequel, conformément au paragraphe 1, 2 ou 4, le collège des bourgmestre et échevins ou la députation est compétent, le Gouvernement flamand sera toutefois compétent si le projet ou le projet après modification est situé sur le territoire de deux ou de plusieurs provinces.
  § 7. La demande d'autorisation qui concerne à la fois le renouvellement de l'autorisation à durée déterminée pour un projet ou pour une partie d'un projet et la modification de cette autorisation sera déposée auprès de l'autorité qui est compétente conformément aux paragraphes 2 à 6 inclus. ".
Art. 131. In artikel 21 van hetzelfde decreet wordt het derde lid vervangen door de volgende leden:
  "Als het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 20, niet binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, aan de indiener van de vergunningsaanvraag is verzonden, doet de bevoegde vergunningverlenende overheid binnen een termijn van negentig dagen vanaf de dag na de datum waarop de vergunningsaanvraag is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten uitdrukkelijk uitspraak of er een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Als zij beslist dat er een milieueffectrapport moet worden opgesteld verklaart zij de vergunningsaanvraag onvolledig en zonder voorwerp en wordt de procedure stopgezet.
  Tegen de beslissing dat er een milieueffectrapport moet worden opgesteld, de vergunningsaanvraag onvolledig en zonder voorwerp is en tegen de stopzetting van de procedure kan geen administratief beroep als vermeld in hoofdstuk 3 worden ingesteld.".
Art. 131. A l'article 21 du même décret, le troisième alinéa est remplacé par les alinéas suivants :
  " Si le résultat de l'examen visé à l'article 20 n'est pas envoyé au demandeur de la demande d'autorisation dans le délai visé au premier alinéa, l'autorité compétente délivrant le permis statuera explicitement, dans un délai de nonante jours à compter du jour qui suit la date à laquelle la demande d'autorisation est déposée, ou après la réception des données ou des documents manquants, sur la nécessité éventuelle de réaliser une évaluation des incidences sur l'environnement. Si elle décide qu'une évaluation des incidences sur l'environnement doit être réalisée, elle déclarera la demande d'autorisation incomplète et sans objet, et la procédure sera interrompue.
  Aucun recours administratif tel que visé au chapitre 3 ne peut être déposé à l'encontre de la décision imposant l'établissement d'une évaluation des incidences sur l'environnement, à l'encontre de la décision d'incomplétude ou d'absence d'objet de la demande d'autorisation ni à l'encontre de l'arrêt de la procédure. ".
Art. 132. In artikel 23 van hetzelfde decreet wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "Als de vergunningsaanvraag een milieueffectrapport of omgevingsveiligheidsrapport over een project omvat, behandelt het openbaar onderzoek ook de inhoud van dat rapport, tenzij dit rapport al goedgekeurd en nog actueel is.".
Art. 132. A l'article 23 du même décret, le troisième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Si la demande d'autorisation englobe une évaluation des incidences sur l'environnement ou un rapport de sécurité environnementale à propos d'un projet, l'enquête publique examinera également le contenu de ce rapport, à moins que ce rapport ait déjà été approuvé et soit toujours d'actualité. ".
Art. 133. In artikel 28 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Tenzij het milieueffectrapport of het omgevingsveiligheidsrapport al goedgekeurd en nog actueel is, maakt de afdeling bevoegd voor milieueffectrapportage en veiligheidsrapportage haar beslissing over de goedkeuring of afkeuring van dit rapport bekend met toepassing van artikel 4.3.8, § 3, en artikel 4.5.7, § 3, van het DABM.".
Art. 133. A l'article 28 du même décret, le premier alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " A moins que l'évaluation des incidences sur l'environnement ou le rapport de sécurité environnementale ait déjà été approuvé et soit toujours d'actualité, le département compétent pour l'évaluation des incidences sur l'environnement et le rapport de sécurité environnementale communique sa décision d'approbation ou de rejet de ce rapport en application des dispositions de l'article 4.3.8, § 3, et de l'article 4.5.7, § 3, du DABM. ".
Art. 134. In artikel 33, derde lid, van hetzelfde decreet, wordt de eerste zin vervangen door de zin "Als een omgevingsvergunning betrekking heeft op de verandering van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project, geeft de beslissing de geactualiseerde vergunningssituatie op het vlak van de exploitatie van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten weer.".
Art. 134. A l'article 33, troisième alinéa, du même décret, la première phrase est remplacée par la phrase " Si un permis d'environnement porte sur le changement de l'exploitation d'un établissement ou d'une activité classé(e) dans le cadre d'un projet, la décision mentionnera la situation d'autorisation actualisée en ce qui concerne l'exploitation des établissements ou activités classé(e)s. ".
Art. 135. In artikel 40, derde lid, van hetzelfde decreet wordt het derde lid vervangen door de volgende leden:
  "Als het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 39, niet binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, aan de indiener van de vergunningsaanvraag is verzonden, doet de bevoegde vergunningverlenende overheid binnen een termijn van negentig dagen vanaf de dag na de datum waarop de vergunningsaanvraag is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten uitdrukkelijk uitspraak of er een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Als zij beslist dat er een milieueffectrapport moet worden opgesteld verklaart zij de vergunningsaanvraag onvolledig en zonder voorwerp en wordt de procedure stopgezet.
  Tegen de beslissing dat er een milieueffectrapport moet worden opgesteld, de vergunningsaanvraag onvolledig en zonder voorwerp is en tegen de stopzetting van de procedure kan geen administratief beroep als vermeld in hoofdstuk 3 worden ingesteld.".
Art. 135. A l'article 40, troisième alinéa, du même décret, le troisième alinéa est remplacé par les alinéas suivants :
  " Si le résultat de l'examen visé à l'article 39 n'est pas envoyé au demandeur de la demande d'autorisation dans le délai visé au premier alinéa, l'autorité compétente délivrant le permis statuera explicitement, dans un délai de nonante jours à compter du jour qui suit la date à laquelle la demande d'autorisation est déposée, ou après la réception des données ou des documents manquants, sur la nécessité éventuelle de réaliser une évaluation des incidences sur l'environnement. Si elle décide qu'une évaluation des incidences sur l'environnement doit être réalisée, elle déclarera la demande d'autorisation incomplète et sans objet, et la procédure sera interrompue.
  Aucun recours administratif tel que visé au chapitre 3 ne peut être déposé à l'encontre de la décision imposant l'établissement d'une évaluation des incidences sur l'environnement, à l'encontre de la décision d'incomplétude ou d'absence d'objet de la demande d'autorisation ni à l'encontre de l'arrêt de la procédure. ".
Art. 136. In artikel 47, derde lid, van hetzelfde decreet wordt de eerste zin vervangen door de zin "Als een omgevingsvergunning betrekking heeft op de verandering van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project, geeft de beslissing de geactualiseerde vergunningssituatie op het vlak van de exploitatie van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten weer.".
Art. 136. A l'article 47, troisième alinéa, du même décret, la première phrase est remplacée par la phrase " Si un permis d'environnement porte sur le changement de l'exploitation d'un établissement ou d'une activité classé(e) dans le cadre d'un projet, la décision mentionnera la situation d'autorisation actualisée en ce qui concerne l'exploitation des établissements ou activités classé(e)s. ".
Art. 137. In artikel 66 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2/1 wordt de beslissingstermijn van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in de volgende gevallen:
  1° als met toepassing van artikel 64, derde lid, een openbaar onderzoek georganiseerd wordt;
  2° als toepassing wordt gemaakt van de administratieve lus, vermeld in artikel 13;
  3° als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft en de gemeenteraad in de loop van de beroepsprocedure samengeroepen wordt met toepassing van artikel 65.
  De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager en de beroepsindiener verzonden vóór de einddatum van de beslissingstermijn.";
  2° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2/1. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 wordt de beslissingstermijn op gemotiveerd verzoek van de vergunningsaanvrager eenmalig met zestig dagen verlengd.
  De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager en de beroepsindiener verzonden vóór de einddatum van de beslissingstermijn.".
Art. 137. A l'article 66 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Sans préjudice de l'application du paragraphe 2/1, le délai de décision est prolongé de plein droit une seule fois de soixante jours dans les cas suivants :
  1° Lorsqu'en application de l'article 64, alinéa trois, une enquête publique est organisée ;
  2° lorsqu'il est fait application de la boucle administrative, visée à l'article 13 ;
  3° lorsque la demande d'autorisation comporte des travaux de voirie pour lesquels le conseil communal dispose d'un pouvoir décisionnel et si, en application de l'article 65, le conseil communal est convoqué au cours de la procédure d'appel.
  La notification du prolongement du délai est envoyée au demandeur et à l'auteur du recours avant la date de fin du délai de décision. " ;
  2° il est ajouté un paragraphe 2/1, qui s'énonce comme suit :
  " § 2/1. Sans préjudice de l'application du paragraphe 2, le délai de décision est prolongé une seule fois de soixante jours sur la requête motivée du demandeur de l'autorisation.
  La notification du prolongement du délai est envoyée au demandeur et à l'auteur du recours avant la date de fin du délai de décision. ".
Art. 138. In artikel 68, tweede lid, 6°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede ``artikel 4.4.4 van de VCRO" vervangen door de zinsnede ``artikel 4.4.4 of 4.4.23 van de VCRO".
Art. 138. A l'article 68, deuxième alinéa, 6°, du même décret, la partie de phrase " l'article 4.4.4 du VCRO " est remplacée par la partie de phrase " l'article 4.4.4 ou 4.4.23 du VCRO ".
Art. 139. In artikel 79 van hetzelfde decreet worden het eerste en tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Een omgevingsvergunning die geen betrekking heeft op een vergunningsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit kan zonder plichtplegingen worden overgedragen.
  Als de omgevingsvergunning betrekking heeft op een vergunningsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit moet de overdracht vooraf worden gemeld aan de overheid die bevoegd is voor het project overeenkomstig artikel 15. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van het formulier voor overdracht, de termijn waarbinnen en de wijze waarop de overdracht moet worden gemeld.
  Het vergunningsbesluit wordt als gevolg van de melding, vermeld in het tweede lid, door de bevoegde overheid aangepast of opgesplitst in verschillende vergunningsbesluiten overeenkomstig de regels die de Vlaamse Regering bepaalt.
  Voor zover dit geen afbreuk doet aan artikel 5.1.1, 8°, van het DABM wordt het als gevolg van de overdracht afgesplitste deel van het project voor de toepassing van artikel 15 als een opzichzelfstaand project aanzien.".
Art. 139. A l'article 79 du même décret, les premier et deuxième alinéas sont remplacés par la disposition suivante :
  " Un permis d'environnement qui ne porte pas sur une exploitation soumise à l'obligation d'autorisation d'un établissement ou d'une activité classé(e) peut être cédé sans formalité.
  Si le permis d'environnement concerne une exploitation soumise à l'obligation d'autorisation d'un établissement ou d'une activité classé(e), le transfert doit être signalé au préalable à l'autorité qui est compétente pour le projet, conformément à l'article 15. Le Gouvernement flamand détermine le contenu du formulaire de transfert, ainsi que le délai dans lequel et la manière dont le transfert devra être notifié.
  La décision d'autorisation est, à la suite du signalement visé au deuxième alinéa, adaptée ou scindée par l'autorité compétente en différentes décisions d'autorisation, conformément aux règles déterminées par le Gouvernement flamand.
  Pour autant que cela ne porte pas préjudice aux dispositions de l'article 5.1.1, 8°, du DABM, la partie scindée du projet résultant du transfert sera, pour l'application de l'article 15, considérée comme un projet à part entière. ".
Art. 140. Aan artikel 82, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "f) de leidend ambtenaar van de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning.".
Art. 140. A l'article 82, premier alinéa, 2°, du même décret est ajouté un point f), qui s'énonce comme suit :
  " f) le fonctionnaire dirigeant de la division Environnement, compétent pour le permis d'environnement. ".
Art. 141. In artikel 83, § 1, derde lid, van hetzelfde decreet worden tussen de woorden "is verleend" en de woorden "en vervolgens" de woorden "of in het geval van omzetting van een milieuvergunning naar een vergunning van onbepaalde duur op de dag van de aktename, vermeld in artikel 390, § 2," ingevoegd.
Art. 141. A l'article 83, § 1er, troisième alinéa, du même décret, les mots " en cas de conversion d'un permis d'environnement en un permis à durée indéterminée le jour de la prise d'acte, visée à l'article 390, § 2, " sont insérés entre les mots " est octroyé " et les mots " et, ensuite, ".
Art. 142. In artikel 90 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Tegen de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing over een verzoek of ambtshalve initiatief tot bijstelling van de omgevingsvergunning kan beroep worden ingesteld bij:
  1° de deputatie als het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg de bevoegde overheid was;
  2° de Vlaamse Regering als de deputatie in eerste administratieve aanleg de bevoegde overheid was.";
  2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "artikel 66" vervangen door de woorden "artikel 66, § 2, 2° ";
  3° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Artikel 64 en artikel 66, § 2/1, zijn niet van overeenkomstige toepassing.''.
Art. 142. A l'article 90 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1, premier alinéa, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Un recours peut être introduit contre la décision explicite ou tacite à propos d'une requête ou d'une initiative d'office en actualisation du permis d'environnement auprès :
  1° de la députation si le collège des bourgmestre et échevins était l'autorité compétente en première instance administrative ;
  2° du Gouvernement flamand si la députation était l'autorité compétente en première instance administrative. " ;
  2° au paragraphe 2, deuxième alinéa, les mots " article 66 " sont remplacés par les mots " article 66, § 2, 2° " ;
  3° au paragraphe 2, il est ajouté un troisième alinéa, qui s'énonce comme suit :
  " L'article 64 et l'article 66, § 2/1, ne sont pas d'application correspondante . ".
Art. 143. Aan artikel 93 van hetzelfde decreet worden een derde en een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het ingestelde beroep binnen een termijn van honderdtwintig dagen die ingaat, ofwel vanaf de dag na de datum dat de vergunninghouder of de exploitant op de hoogte wordt gebracht dat zijn beroep ontvankelijk en volledig is, ofwel bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop het beroep werd ingediend.
  Als geen beslissing is genomen binnen de in het derde lid vastgestelde termijn wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd en vervalt de bestreden beslissing.".
Art. 143. Un troisième et un quatrième alinéas, qui s'énoncent comme suit, sont ajoutés à l'article 93 du même décret :
  " Le Gouvernement flamand prend une décision à propos du recours introduit avant l'expiration d'un délai de cent vingt jours qui prend cours soit à compter du jour qui suit la date à laquelle le titulaire du permis ou l'exploitant a été informé de la recevabilité et de l'exhaustivité de son recours, soit, à défaut d'une décision en la matière, le trentième jour qui suit la date à laquelle le recours été déposé.
  Si aucune décision n'est prise avant l'expiration du délai déterminé au troisième alinéa, le recours sera réputé avoir été accueilli et la décision contestée échoit. ".
Art. 144. Aan artikel 101 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan het bestaande lid, dat het eerste lid wordt, wordt het zinsdeel "behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden." toegevoegd;
  2° er worden een tweede tot en met vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
  De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
  De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.".
Art. 144. A l'article 101 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa existant, qui devient le premier alinéa, la proposition suivante est ajoutée : " sauf si les actes autorisés sont contraires à un plan d'exécution spatial entré en vigueur avant la date de la décision définitive du Conseil. Dans ce dernier cas, le droit éventuel à l'indemnisation des dommages résultant de la planification spatiale est toutefois maintenu. " ;
  2° un deuxième, un troisième et un quatrième alinéas, qui s'énoncent comme suit, sont ajoutés :
  " Les délais de deux ou de trois ans, mentionnés à l'article 99, sont suspendus durant l'exécution des fouilles archéologiques, décrites dans la note archéologique ratifiée conformément à l'article 5.4.8 du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 et dans la note ratifiée conformément à l'article 5.4.16 du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, avec un délai maximal d'un an à compter de la date de début des fouilles archéologiques.
  Les délais de deux ou de trois ans, mentionnés à l'article 99, sont suspendus durant l'exécution de travaux d'assainissement du sol d'un projet d'assainissement du sol pour lequel l'OVAM, conformément à l'article 50, § 1er, du Décret relatif au sol du 27 octobre 2006, a délivré une attestation de conformité, avec un délai maximal de trois ans à compter de la date de début des travaux d'assainissement du sol.
  Les délais de deux ou de trois ans, mentionnés à l'article 99, sont suspendus aussi longtemps qu'un ordre de cessation ratifié, dont question au titre VI, n'est pas retiré ou n'est pas abrogé par une décision coulée en force de chose jugée. La suspension vient de plein droit à son terme lorsqu'aucune révocation de l'ordre de cessation n'est requise ou qu'aucun retrait n'est effectué dans un délai de deux ans à compter de la ratification de l'ordre de cessation. ".
Art. 145. In artikel 102, § 1, tweede lid, 2°, van hetzelfde decreet wordt het woord "verkoop" vervangen door de zinsnede "verkoop, de verhuring voor meer dan negen jaar, of de vestiging van erfpacht of opstalrecht".
Art. 145. A l'article 102, § 1er, deuxième alinéa, 2°, du même décret, le mot " vente " est remplacée par la partie de phrase " vente, la location pour plus de neuf ans ou l'établissement d'une emphytéose ou d'un droit de superficie ".
Art. 146. Aan artikel 103 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het bestaande lid, dat het eerste lid wordt, wordt het zinsdeel "overeenkomstig artikel 105" vervangen door het zinsdeel "overeenkomstig hoofdstuk 9, behoudens als de verkaveling in strijd is met een vóór de datum van de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.'';
  2° er worden een tweede tot en met vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
  De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
  De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.".
Art. 146. A l'article 103 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa existant, qui devient le premier alinéa, la proposition " conformément à l'article 105 " est remplacée par la proposition " conformément au chapitre 9, sauf si le lotissement est contraire à un plan d'exécution spatial entré en vigueur avant la date de la décision définitive du Conseil. Dans ce dernier cas, le droit éventuel à l'indemnisation des dommages résultant de la planification spatiale est toutefois maintenu. " ;
  2° un deuxième, un troisième et un quatrième alinéas, qui s'énoncent comme suit, sont ajoutés :
  " Les délais de cinq, dix ou quinze ans, mentionnés à l'article 102, sont suspendus durant l'exécution des fouilles archéologiques, décrites dans la note archéologique ratifiée conformément à l'article 5.4.8 du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 et dans la note ratifiée conformément à l'article 5.4.16 du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, avec un délai maximal d'un an à compter de la date de début des fouilles archéologiques.
  Les délais de cinq, dix ou quinze ans, mentionnés à l'article 102, sont suspendus durant l'exécution de travaux d'assainissement du sol d'un projet d'assainissement du sol pour lequel l'OVAM, conformément à l'article 50, § 1er, du Décret relatif au sol du 27 octobre 2006, a délivré une attestation de conformité, avec un délai maximal de trois ans à compter de la date de début des travaux d'assainissement du sol.
  Les délais de cinq, dix ou quinze ans, mentionnés à l'article 102, sont suspendus aussi longtemps qu'un ordre de cessation ratifié, dont question au titre VI, n'est pas retiré ou n'est pas abrogé par une décision coulée en force de chose jugée. La suspension vient de plein droit à son terme lorsqu'aucune révocation de l'ordre de cessation n'est requise ou qu'aucun retrait n'est effectué dans un délai de deux ans à compter de la ratification de l'ordre de cessation. ".
Art. 147. In artikel 105, § 3, van hetzelfde decreet worden de woorden "van zestig dagen" vervangen door de woorden "van vijfenveertig dagen".
Art. 147. A l'article 105, § 3, du même décret, les mots " de soixante jours " sont remplacés par les mots " de quarante-cinq jours ".
Art. 148. In artikel 107 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Als bepaalde aspecten van een vergunningsplichtig project vermeld in de vergunningsaanvraag onderworpen zijn aan de meldingsplicht omvat de vergunningsaanvraag de melding. Als bepaalde aspecten van een meldingsplichtig project vermeld in de melding onderworpen zijn aan de vergunningsplicht is de melding onontvankelijk en moet een vergunningsaanvraag worden ingediend. In afwijking van het eerste lid is de overheid die overeenkomstig artikel 15 bevoegd is voor de kennisneming van en de beslissing over de vergunningsaanvraag eveneens bevoegd voor de aktename van alle meldingen als het project krachtens de decreten vermeld in artikel 5 zowel aan de meldings- als aan de vergunningsplicht is onderworpen.";
  2° tussen het tweede en het derde lid worden vier leden ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Voor zover daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan artikel 5.1.1, 8°, van het DABM wordt voor de toepassing van het eerste en het tweede lid als een opzichzelfstaand project beschouwd het deel van het project dat na de beoogde verandering betrekking zal hebben op een van de volgende gevallen:
  1° een ingedeelde inrichting of activiteit waarvan de exploitatie geen samenhangend technisch geheel vormt met deze van een andere ingedeelde inrichting of activiteit van het project;
  2° een deel van het project dat bouwtechnisch of en functioneel kan worden afgesplitst.
  Onverminderd artikel 15, § 4, dat van overeenkomstige toepassing is, is de overheid die voor het op zich zelf staande project de aktename doet vanaf dat ogenblik de bevoegde overheid, vermeld in het eerste en tweede lid.
  Als het project na de gemelde verandering betrekking heeft op een bedrijfswoning wordt deze niet als een opzichzelfstaand project beschouwd.
  Artikel 15, §§ 5 en 6, is van overeenkomstige toepassing op de melding.";
  3° aan het bestaande derde lid, dat het zevende lid wordt, wordt na de zin "Onverminderd artikel 5.2.1 van het DABM geldt de omgevingsvergunning als aktename voor dat deel van het project dat meldingsplichtig is als tegelijkertijd uitspraak wordt gedaan over de vergunningsaanvraag en de melding." de volgende zin toegevoegd: "In het geval de vergunning wordt geweigerd, wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.".
Art. 148. A l'article 107 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le deuxième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Si certains aspects d'un projet soumis à autorisation mentionné dans la demande d'autorisation sont soumis à l'obligation de déclaration, la demande d'autorisation englobera la modification. Si certains aspects d'un projet soumis à l'obligation de déclaration mentionné dans la notification sont soumis à l'obligation d'autorisation, la notification sera irrecevable et une demande d'autorisation devra être introduite. Par dérogation au premier alinéa, l'autorité qui, conformément à l'article 15, est compétente pour prendre connaissance de et statuer sur la demande d'autorisation sera également compétente pour prendre acte de toutes les déclarations si le projet, en vertu des décrets mentionnés à l'article 5, est soumis à la fois à l'obligation de déclaration et à l'obligation d'autorisation. " ;
  2° entre le deuxième et le troisième alinéas, sont insérés quatre alinéas, qui s'énoncent comme suit :
  " Pour autant qu'il ne soit, de ce fait, pas porté atteinte aux dispositions de l'article 5.1.1, 8° du DABM, est considérée, pour l'application des premier et deuxième alinéas, comme un projet à part entière, la partie du projet qui, après la modification visée, concernera l'un des cas suivants :
  1° un établissement ou une activité classé(e) dont l'exploitation ne constitue pas un ensemble technique cohérent avec celui d'un(e) autre établissement ou activité classé(e) du projet ;
  2° une partie du projet qui, sur le plan de la technique de la construction et/ou sur le plan fonctionnel, peut être scindée.
  Sans préjudice de l'article 15, § 4, qui est d'application correspondante, l'autorité qui, relativement au projet à part entière, est compétente pour la prise d'acte est, à partir de ce moment, l'autorité compétente dont question aux premier et deuxième alinéas.
  Si, après la modification déclarée, le projet concerne une habitation faisant partie de l'exploitation, il ne sera pas considéré comme un projet à part entière.
  L'article 15, §§ 5 et 6, est d'application correspondante à la déclaration. " ;
  3° au troisième alinéa existant, qui devient le septième alinéa, est ajoutée, après la phrase " Sans préjudice de l'article 5.2.1 du DABM, le permis d'environnement tient lieu de prise d'acte pour la partie du projet qui est soumise à l'obligation de déclaration si la demande d'autorisation et la déclaration font l'objet d'un prononcé simultané ", la phrase suivante : " En cas de refus de l'autorisation, plus aucune autre suite sera donnée à la déclaration. ".
Art. 149. Artikel 203 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 149. L'article 203 de ce même décret est abrogé.
Art. 150. In artikel 204 van hetzelfde decreet, tot invoeging van een artikel 5.4.12 in het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, tweede lid, van artikel 5.4.12 worden de woorden "of artikel 42, eerste lid," opgeheven;
  2° aan artikel 5.4.12 wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. De Vlaamse Regering stelt de termijnen vast waarbinnen de in paragraaf 1 en 2 vermelde adviezen moeten worden uitgebracht. Als geen advies wordt uitgebracht binnen de vastgestelde termijn wordt de adviesinstantie of de adviserende provinciale omgevingsvergunningscommissie geacht van oordeel te zijn dat er geen bijstelling van de milieuvoorwaarden moet plaatsvinden.".
Art. 150. A l'article 204 du même décret, portant instauration d'un article 5.4.12 dans le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, deuxième alinéa, de l'article 5.4.12, les mots " ou article 42, premier alinéa, " sont abrogés ;
  2° à l'article 5.4.12, il est ajouté un paragraphe 3, qui s'énonce comme suit :
  " § 3. Le Gouvernement flamand arrête les délais dans lesquels les avis dont question aux paragraphes 1 et 2 doivent être rendus. Si aucun avis n'est rendu dans le délai fixé, l'instance d'avis ou la commission consultative provinciale du permis d'environnement sera réputée être d'avis qu'aucune modification des conditions en matière d'environnement ne doit être apportée. ".
Art. 151. Artikel 208 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 208. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 februari 2013, wordt in titel V, hoofdstuk 5, ingevoegd bij artikel 207, een artikel 5.5.1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  ``Art. 5.5.1. § 1. Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een kennisgevingsdossier of toelatingsaanvraag met betrekking tot genetisch gemodificeerde organismen, genetisch gemodificeerde micro-organismen of pathogenen indient, is een dossiertaks verschuldigd.
  De opbrengst van de dossiertaks, vermeld in het eerste lid, wordt rechtstreeks en integraal in het Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur gestort.
  § 2. De dossiertaks bedraagt:
  1° voor een toelatingsaanvraag bij een eerste of een volgend ingeperkt gebruik van niveau 2, 3 of 4: 500 euro;
  2° voor een kennisgeving van een eerste ingeperkt gebruik risiconiveau 1 of een kennisgeving van een volgend ingeperkt gebruik van risiconiveau 2: 100 euro.
  § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels inzake de dossiertaks vaststellen.".".
Art. 151. L'article 208 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 208. Dans ce même décret, modifié pour la dernière fois par le décret du 8 février 2013, est inséré à l'article 207, titre V, chapitre 5, un article 5.5.1 qui s'énonce comme suit :
  " Art. 5.5.1. § 1er. Toute personne physique ou morale qui introduit un dossier de notification ou une demande de permission ayant trait à des organismes génétiquement modifiés, des micro-organismes génétiquement modifiés ou des pathogènes, est sujette à une taxe de dossier.
  Le produit de la taxe de dossier, dont question au premier alinéa, est directement et intégralement versé au Fonds de Prévention et d'Assainissement en matière de l'Environnement et de la Nature.
  § 2. La taxe de dossier s'élève à :
  1° pour une demande de permission afférente à une première utilisation ou à une utilisation confinée subséquente de niveau 2, 3 ou 4 : 500 euros ;
  2° pour une notification d'une première utilisation confinée d'un niveau de risque 1 ou pour une notification d'une utilisation confinée subséquente d'un niveau de risque 2 : 100 euros.
  § 3. Le Gouvernement flamand peut fixer d'autres règles en matière de taxe de dossier. ". ".
Art. 152. Artikel 220 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 152. L'article 220 de ce même décret est abrogé.
Art. 153. Artikel 291, 1°, van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 153. L'article 291, 1° de ce même décret est abrogé.
Art. 154. In artikel 308 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "Een aanpassing van de plannen, zoals vermeld in het tweede lid, is slechts mogelijk overeenkomstig artikel 30 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.".".
Art. 154. A l'article 308 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  "1° au paragraphe 1er, le troisième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Une adaptation des plans, telle que citée au deuxième alinéa, n'est possible que conformément à l'article 30 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement. ". ".
Art. 155. Artikel 337 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 337. In artikel 4.8.2, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012 en 4 april 2014, worden punt 1° en 4° opgeheven.".
Art. 155. L'article 337 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 337. A l'article 4.8.2, premier alinéa, du même code, modifié par les décrets du 6 juillet 2012 et du 4 avril 2014, les points 1° et 4° sont abrogés. ".
Art. 156. In artikel 339 van hetzelfde decreet worden punt 9° en 10° van artikel 5.1.2, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening vervangen door wat volgt:
  ``9° de vermelding van elke schriftelijke aanmaning, elk proces-verbaal en verslag van vaststelling dat opgemaakt wordt met betrekking tot misdrijven en inbreuken inzake ruimtelijke ordening alsook iedere navolgend proces-verbaal waarin het vrijwillig herstel of de regularisatie wordt vastgesteld, het verdere gevolg dat aan de processen-verbaal en verslagen van vaststelling gegeven wordt, iedere gerechtelijke uitspraak en ieder bestuurlijk besluit alsook iedere minnelijke schikking ter zake en de uitvoering van de herstelmaatregelen alsook elk herstelattest;
  10° de vermelding van elk rechtsmiddel dat tegen de gerechtelijke uitspraken en bestuurlijke besluiten, vermeld in punt 9°, aangewend wordt, de daaropvolgende uitspraken en besluiten en het gevolg dat eraan gegeven wordt;".
Art. 156. A l'article 339 du même décret, les points 9 et 10 de l'article 5.1.2, § 1er, deuxième alinéa, du Code flamand de l'aménagement du territoire sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " 9° la mention de chaque sommation écrite, de chaque procès-verbal et de chaque rapport de constat qui est rédigé relativement à des délits et à des infractions en matière d'aménagement du territoire, ainsi que tout procès-verbal subséquent dans lequel le rétablissement volontaire ou la régularisation est constaté(e), la suite qui est donnée aux procès-verbaux et aux rapports de constat, tout jugement, et toute décision administrative, ainsi que tout règlement amiable en la matière et l'exécution des mesures de réparation, ainsi que toute attestation de réparation ;
  10° la mention de toute voie de droit qui excipe des jugements et des décisions administratives, mentionnées au point 9°, des jugements et décisions ultérieures, ainsi que de la suite qui y est donnée ; ".
Art. 157. Aan artikel 387 van hetzelfde decreet wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Artikel 18, tweede lid, en artikel 106 zijn niet van toepassing voor aspecten van exploitatie van ingedeelde inrichtingen en activiteiten waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van het decreet een melding voor een derde klasse inrichting is gebeurd of een milieuvergunningsaanvraag werd ingediend waarvoor nog geen definitieve beslissing werd genomen of waarvoor een milieuvergunning werd of wordt verleend.".
Art. 157. A l'article 387 du même décret, est ajouté un quatrième alinéa, qui s'énonce comme suit :
  " L'article 18, deuxième alinéa, et l'article 106 ne s'appliquent pas aux aspects de l'exploitation d'établissements et d'activités classés pour lesquels, avant la date d'entrée en vigueur du décret, une notification pour un établissement relevant de la troisième classe est effectuée ou une demande de permis d'environnement a été introduite pour laquelle aucune décision définitive n'a encore été prise ou pour laquelle un permis d'environnement a été ou est délivré. ".
Art. 158. In artikel 388 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1 worden een derde en een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De afwijkingen op de algemene en de sectorale milieuvoorwaarden, de kennisgevingen en de toelatingen inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde of pathogene organismen die nog geldig waren of nog worden verleend op grond van de bepalingen van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning blijven geldig voor de vastgestelde duur of overeenkomstig de voorwaarden die erop van toepassing zijn.
  In afwijking van het derde lid wordt een afwijking op de algemene en de sectorale milieuvoorwaarden overeenkomstig de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, geacht voor onbepaalde duur geldig te zijn als met toepassing van artikel 390 voor de ingedeelde inrichting of activiteit waarop zij betrekking heeft de milieuvergunning van bepaalde duur wordt omgezet in een vergunning van onbepaalde duur.";
  2° paragraaf 3, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt:
  "De milieuvergunning en de melding in toepassing van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning die toelaat een ingedeelde inrichting te exploiteren, worden voor de toepassing van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en titel V van het DABM beschouwd als de omgevingsvergunning respectievelijk de melding, waarvan akte is genomen.";
  3° aan paragraaf 3 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Voor de toepassing van de bepalingen van titel V van het DABM wordt:
  1° een afwijking als vermeld in paragraaf 1, derde lid, beschouwd als een afwijking vermeld in artikel 5.4.8 van dezelfde titel V;
  2° een kennisgeving en een toelating als vermeld in paragraaf 1, derde lid, beschouwd als de kennisgeving en de toelating vermeld in artikel 5.5.2, § 1, van dezelfde titel V.";
  4° een paragraaf 4 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4. De bijzondere milieuvoorwaarden opgelegd in de milieuvergunning of in een besluit betreffende een in de derde klasse ingedeelde inrichting of activiteit blijven in de mate dat zij van toepassing waren of worden gebracht op de ingedeelde inrichting of activiteit van toepassing tot zij worden gewijzigd of opgeheven.
  De krachtens artikel 20 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning door de Vlaamse Regering goedgekeurde algemene en sectorale milieuvoorwaarden blijven in de mate dat zij van toepassing waren of worden gebracht op de ingedeelde inrichting of activiteit van toepassing tot zij worden gewijzigd of opgeheven.
  Artikel 5.4.5 en 5.4.6 van titel V van het DABM gelden uitsluitend voor milieuvoorwaarden die vanaf de datum van inwerkingtreding van titel V van het DABM door de Vlaamse Regering worden goedgekeurd respectievelijk door de bevoegde overheid worden opgelegd.
  Artikel 5.4.7 van titel V van het DABM is niet van toepassing op algemene en sectorale milieuvoorwaarden die voor de datum van inwerkingtreding van titel V van het DABM door de Vlaamse Regering werden goedgekeurd.".
Art. 158. A l'article 388 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° un troisième et un quatrième alinéas, qui s'énoncent comme suit, sont ajoutés au paragraphe 1er :
  " Les dérogations aux conditions environnementales générales et sectorielles, les notifications et les autorisations en matière d'utilisation confinée d'organismes génétiquement modifiés ou pathogènes qui étaient encore valables ou qui sont encore délivrées en exécution des dispositions du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique restent valables pour la durée déterminée conformément aux conditions qui y sont applicables.
  Par dérogation au troisième alinéa, une dérogation aux conditions environnementales générales et sectorielles est réputée, conformément aux conditions déterminées par le Gouvernement flamand, être valable pour une durée déterminée si, en application des dispositions de l'article 390, le permis d'environnement à durée déterminée est converti en une autorisation à durée indéterminée pour l'établissement ou l'activité classé auquel il se rapporte. " ;
  2° le paragraphe 3, premier alinéa, est remplacé par la disposition suivante :
  " Le permis d'environnement et la déclaration en application du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique, qui permet d'exploiter un établissement classé, sont, pour l'application du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement et du titre V du DABM, considéré comme le permis d'environnement ou, respectivement, comme la déclaration dont il est pris acte. ";
  3° au paragraphe 3, il est ajouté un troisième alinéa, qui s'énonce comme suit :
  " Pour l'application des dispositions du titre V du DABM :
  1° une dérogation telle que mentionnée au paragraphe 1er, troisième alinéa, est considérée comme une dérogation mentionnée à l'article 5.4.8 du même titre V ;
  2° une notification et une autorisation telles que mentionnées au paragraphe 1er, troisième alinéa, sont considérées comme la notification et l'autorisation dont question à l'article 5.5.2, § 1er, du même titre V. " ;
  4° il est ajouté un paragraphe 4°, qui s'énonce comme suit :
  " § 4. Les conditions environnementales particulières imposées dans le permis d'environnement ou dans une décision relative à l'établissement ou à l'activité classé(e), relevant de la troisième classe, restent d'application jusqu'à leur modification ou leur abrogation, dans la mesure où elles étaient ou sont mises en application à l'établissement ou à l'activité classé(e).
  Les conditions environnementales générales et sectorielles approuvées par le Gouvernement flamand en vertu de l'article 20 du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique restent applicables jusqu'à leur modification ou leur abrogation, dans la mesure où elles étaient ou sont mises en application à l'établissement ou à l'activité classé(e).
  Les articles 5.4.5 et 5.4.6 du titre V du DABM s'appliquent exclusivement aux conditions environnementales qui sont approuvées et imposées respectivement par le Gouvernement flamand et par l'autorité compétente à compter de la date d'entrée en vigueur du titre V du DABM.
  L'article 5.4.7 du titre V du DABM ne s'applique pas aux conditions environnementales générales et sectorielles qui sont approuvées par le Gouvernement flamand avant la date d'entrée en vigueur du titre V du DABM. ".
Art. 159. In artikel 390 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden "een adviesinstantie, aangewezen krachtens artikel 24 of artikel 42," vervangen door de woorden "de leidend ambtenaar van een adviesinstantie, aangewezen krachtens artikel 24 of artikel 42,";
  2° een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 1/1. Als met toepassing van artikel 4.3.3, § 2, van het DABM bij het meldingsformulier een project-m.e.r.-screeningsnota is gevoegd, onderzoekt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de door haar gemachtigde ambtenaar of in voorkomend geval de gemeentelijke omgevingsambtenaar die nota en beslist of er over het project een milieueffectrapport moet worden opgesteld.
  Het resultaat van het onderzoek, vermeld in het eerste lid, wordt bij beveiligde zending aan de aanvrager meegedeeld binnen een termijn van negentig dagen vanaf de dag na de datum waarop het meldingsformulier is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten.
  De beslissing dat er voor het project een milieueffectrapport moet worden opgesteld, heeft van rechtswege de stopzetting van de omzettingsprocedure tot gevolg.
  Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de door haar gemachtigde ambtenaar of in voorkomend geval de gemeentelijke omgevingsambtenaar, beslist dat er een milieueffectrapport over het project moet worden opgesteld, kan de aanvrager een gemotiveerd verzoek tot ontheffing van de rapportageverplichting indienen bij de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 4.3.3, § 3 tot en met § 9, van het DABM. De beslissing van de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage, vermeld in artikel 4.3.3, § 6, van hetzelfde decreet, is bindend voor de bevoegde overheid, vermeld in het eerste lid.";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de zinnen "De akte vermeldt de vergunningen voor de stedenbouwkundige handelingen en de exploitatie van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten die het project omvat. In de akte wordt opgave gedaan van de geactualiseerde vergunningssituatie." vervangen door de zin "De akte geeft de geactualiseerde vergunningssituatie op het vlak van de exploitatie van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten weer.".
Art. 159. A l'article 390 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, 2°, les mots " une instance d'avis, désignée en vertu de l'article 24 ou 42, " sont remplacés par les mots " le fonctionnaire dirigeant d'une instance d'avis, désignée en vertu de l'article 24 ou 42, " ;
  2° il est ajouté un paragraphe 1/1, qui s'énonce comme suit :
  " § 1er/1. Si, en application de l'article 4.3.3, § 2, du DABM, le formulaire de notification comprend une note de screening de projet MER, l'autorité compétente, visée à l'article 15, le fonctionnaire mandaté par elle ou, le cas échéant, le fonctionnaire environnement communal, examine cette note et prend une décision quant à la nécessité d'établir une évaluation des incidences sur l'environnement pour le projet.
  Le résultat de l'examen, visé au premier alinéa, est communiqué au requérant par envoi sécurisé dans un délai de nonante jours à compter du jour suivant la date à laquelle le formulaire de notification a été introduit ou de la date de réception des données ou documents manquants.
  La décision qu'une évaluation des incidences sur l'environnement doit être rédigée pour le projet a d'office pour conséquence l'arrêt de la procédure de conversion.
  Lorsque l'autorité compétente, visée à l'article 15, le fonctionnaire mandaté par elle ou, le cas échéant, le fonctionnaire environnement communal, décide qu'une évaluation des incidences sur l'environnement doit être établie pour le projet, le demandeur peut introduire une demande motivée de dispense de l'obligation de rapportage auprès de la division compétente pour le rapportage d'évaluation des incidences sur l'environnement, conformément à la procédure visée à l'article 4.3.3, § 3 à § 9 inclus du DABM. La décision de la division compétente pour le rapportage d'évaluation des incidences sur l'environnement, visée à l'article 4.3.3., § 6, du même décret, est une décision contraignante pour l'autorité compétente, visée au premier alinéa. " ;
  3° au paragraphe 2, premier alinéa, du même décret, les phrases " L'acte mentionne les autorisations pour les actes urbanistiques ainsi que l'exploitation des établissements ou activités classé(e)s que le projet comporte. L'acte mentionne la situation d'autorisation actualisée. " sont remplacées par la phrase " L'acte mentionne la situation d'autorisation actualisée à propos de l'exploitation des établissements ou activités classé(e)s. ".
Art. 160. Aan artikel 393 van hetzelfde decreet wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Artikel 18, tweede lid, en artikel 106 zijn niet van toepassing voor aspecten van stedenbouwkundige handelingen waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van het decreet de melding is gebeurd of een vergunningsaanvraag werd ingediend waarvoor nog geen definitieve beslissing werd genomen of waarvoor een stedenbouwkundige vergunning werd of wordt verleend.".
Art. 160. A l'article 393 du même décret, est ajouté un quatrième alinéa, qui s'énonce comme suit :
  " L'article 18, deuxième alinéa, et l'article 106 ne s'appliquent pas aux aspects d'actes urbanistiques pour lesquels, avant la date d'entrée en vigueur du décret, la notification est effectuée ou une demande d'autorisation a été introduite pour laquelle aucune décision définitive n'a encore été prise ou pour laquelle un permis d'urbanisme a été ou est délivré. ".
Art. 161. In hoofdstuk 12 van hetzelfde decreet wordt een afdeling 4/1 ingevoegd, waarvan het opschrift luidt als volgt:
  ``Afdeling 4/1. - Overgangsmaatregelen met betrekking tot gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren".
Art. 161. Au chapitre 12 du même décret, est ajoutée une section 4/1, dont le titre s'énonce comme suit :
  " Section 4/1. - Mesures transitoires relatives aux fonctionnaires urbanistes communaux ".
Art. 162. In hoofdstuk 12 van hetzelfde decreet wordt in afdeling 4/1, ingevoegd bij artikel 161, een artikel 394/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 394/1. Personen die op de datum van goedkeuring van het besluit van de Vlaamse Regering waarmee de datum van inwerkingtreding wordt vastgelegd aangesteld zijn als gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar en die houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau A, B of C worden geacht als gemeentelijke omgevingsambtenaar te zijn aangewezen.
  Het eerste lid is eveneens van toepassing als het personen betreft die zijn aangesteld in toepassing van artikel 15 en 18 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 2000 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan personen moeten voldoen om als ambtenaar van ruimtelijke ordening te kunnen worden aangesteld.".
Art. 162. Au chapitre 12 du même décret, est inséré dans la section 4/1, insérée par le biais de l'article 161, un article 394/1 qui s'énonce comme suit :
  " Art. 394/1. Les personnes qui, à la date d'approbation de l'arrêté du Gouvernement flamand déterminant la date d'entrée en vigueur, sont désignées en qualité de fonctionnaire urbaniste communal et qui sont titulaires d'un diplôme donnant accès au niveau A, B ou C, sont réputées être désignées en qualité de fonctionnaire urbaniste communal.
  Le premier alinéa s'applique également s'il s'agit de personnes qui sont désignées en application des articles 15 et 18 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 mai 2000 fixant les conditions auxquelles doivent répondre les personnes susceptibles d'être désignées comme fonctionnaires de l'aménagement du territoire. ".
HOOFDSTUK 29. - Decreet tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos
CHAPITRE 29. - Décret modifiant la réglementation relative à la nature et aux forêts
Art. 163. In artikel 104 van het decreet van 9 mei 2014 tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos wordt de zinsnede "artikel 386, § 1" vervangen door de zinsnede "artikel 388, § 1".
Art. 163. A l'article 104 du décret du 9 mai 2014 modifiant la réglementation relative à la nature et aux forêts, la partie de phrase " article 386, § 1er " est remplacée par la partie de phrase " article 388, § 1er ".
Art. 164. Artikel 105 van het hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 105. In hetzelfde decreet wordt een artikel 390/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 390/1. § 1. De vergunningstermijn van een milieuvergunning verleend voor de exploitatie van een inrichting met een stikstofdepositie, die overeenkomstig artikel 388, § 1, verstrijkt voor 31 december 2018, wordt verlengd tot uiterlijk 31 december 2018, mits voldaan wordt aan paragraaf 2, tenzij bij het ontbreken van een operationele programmatische aanpak stikstofdeposities deze laatste datum wordt vervangen door een latere datum die wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering.
  Onder inrichting met een stikstofdepositie, vermeld in het eerste lid, wordt verstaan een inrichting waarvan de stikstofdepositie volgens de depositiescan een risico inhoudt op een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone, vermeld in artikel 2, 43°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.
  Deze depositiescan, zoals aanvaard door de Vlaamse Regering, geeft als onderdeel van de online-voortoets aan of er een risico is op een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszones, vermeld in artikel 2, 43°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, voor wat betreft de gevolgen van stikstofneerslag via de lucht onder vorm van verzuring en vermesting in de betrokken speciale beschermingszone. In dit artikel wordt verstaan onder de online-voortoets: een via het internet beschikbaar gesteld instrument dat op een gestandaardiseerde en geautomatiseerde wijze een berekening maakt van de milieudruk vanuit een voorgenomen vergunningsplichtige activiteit en deze milieudruk onder vorm van mathematische grootheden uitzet ten opzichte van de gevoeligheid van de habitats en soorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen voor de betreffende speciale beschermingszone zijn vastgesteld volgens artikel 36ter, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. De online-voortoets levert levert een rapport af waarin de ingevoerde gegevens en de beoordeling van het hierboven vermelde risico vermeld worden. Dit gebeurt in termen van het al dan niet uitsluiten van een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszone, met name in de zone waar het voor de berekende milieudruk gevoelige habitat of leefgebied van een soort voorkomt, of gecreëerd wordt of tot doel kan worden gesteld in het kader van de instandhoudingsdoelen overeenkomstig de daartoe in het kader van de instandhoudingsdoelstellingen toe te passen zoekzone. De toetsing gebeurt vanuit de locatie van de voorgenomen vergunningsplichtige activiteit.
  § 2. Voor de verlenging van de vergunning, vermeld in paragraaf 1, moet de vergunninghouder vóór het verstrijken van de vergunningstermijn een verzoek indienen bij de bevoegde vergunningverlenende overheid.
  De bevoegde vergunningverlenende overheid neemt akte van het verzoek als aan de toepassingsvoorwaarden van paragraaf 1 en 2 is voldaan.
  De aktename geldt als bevestiging dat de milieuvergunning is verlengd overeenkomstig paragraaf 1.
  Tegen die akte kan geen administratief beroep worden ingediend als aan de toepassingsvoorwaarden vermeld in paragraaf 1 en 2 is voldaan.
  Het ingediende verzoek, bevat het rapport van de uitgevoerde depositiescan op datum van het indienen van het verzoek, met daarin minstens vermeld, de ingevoerde gegevens en het eindresultaat van deze depositiescan. De invoer van de gegevens is in overeenstemming met de milieuvergunning vigerend op datum van het indienen van het verzoek.
  § 3. Deze bepalingen laten het verval van de vergunning, vermeld in artikel 99, § 2 en § 3, onverkort bestaan.".".
Art. 164. L'article 105 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 105. Dans le même décret, il est ajouté un article 390/1, qui s'énonce comme suit :
  " Art. 390/1. § 1er. Le délai d'autorisation d'un permis d'environnement délivré pour l'exploitation d'un établissement avec dépôt d'azote, qui, conformément à l'article 388, § 1er, vient à échéance avant le 31 décembre 2018, est prorogé jusqu'au 31 décembre 2018 au plus tard, pour autant qu'il soit satisfait aux dispositions du paragraphe 2, à moins qu'en l'absence d'une approche programmatique opérationnelle pour les dépôts d'azote, cette dernière date soit remplacée par une date ultérieure qui est déterminée par le Gouvernement flamand.
  Au premier alinéa, on entend par installation avec un dépôt d'azote, toute installation dont le dépôt d'azote, selon l'analyse du dépôt, induit un risque de dépréciation significative des caractéristiques naturelles d'une zone spéciale de conservation, tel que visé à l'article 2, 43°, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel.
  Cette analyse du dépôt, telle qu'admise par le Gouvernement flamand, indique, dans le cadre du contrôle préalable en ligne, s'il existe un risque de dépréciation significative des caractéristiques naturelles d'une zone spéciale de conservation, tel que visé à l'article 2, 43°, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel en ce qui concerne les conséquences du dépôt d'azote par voie aérienne sous la forme d'une acidification et d'une surfertilisation dans la zone spéciale de conservation concernée. Dans cet article, on entend par contrôle préalable en ligne : un contrôle via l'instrument mis à disposition sur l'internet qui, de manière standardisée et automatisée, effectue un calcul de la pression sur l'environnement provenant d'une activité envisagée soumise à autorisation, et exprime cette pression sur l'environnement sous la forme de paramètres mathématiques par rapport à la sensibilité des habitats et des espèces pour lesquels des objectifs de conservation pour la zone spéciale de conservation concernée ont été établis conformément à l'article 36 ter, § 1er, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel. Le contrôle préalable en ligne délivre un rapport dans lequel sont mentionnées les données introduites et l'appréciation du risque susmentionné. Cela s'effectue en termes d'exclusion ou non d'une dépréciation significative des caractéristiques naturelles d'une zone spéciale de conservation, à savoir la zone dans laquelle existe, ou est créé, l'habitat sensible ou l'habitat d'une espèce pour la pression sur l'environnement calculée, ou pouvant être fixée comme objectif conformément à la zone de recherche à appliquer à cet égard dans le cadre des objectifs de conservation. Le contrôle a lieu à partir du site de l'activité envisagée soumise à autorisation.
  § 2. Pour la prorogation de l'autorisation dont question au paragraphe 1er, le détenteur du permis doit introduire une demande auprès de l'autorité compétente délivrant l'autorisation avant l'expiration du permis.
  L'autorité compétente qui délivre l'autorisation prend acte de la demande s'il est satisfait aux modalités d'application mentionnées aux paragraphes 1 et 2.
  Cette prise d'acte vaut pour confirmation du fait que le permis d'environnement est prorogé conformément au paragraphe 1er.
  Aucun recours administratif ne peut être déposé à l'encontre de cet acte s'il est satisfait aux conditions d'application dont question aux paragraphes 1 et 2.
  La demande introduite comprend le rapport de l'analyse du dépôt exécutée à la date de l'introduction de la demande, dans lequel figurent au moins les données introduites et le résultat final de l'analyse du dépôt. L'introduction des données est en conformité avec le permis d'environnement en vigueur à la date de l'introduction de la demande.
  § 3. Ces dispositions ne portent pas préjudice à l'expiration de l'autorisation visée à l'article 99, § 2 et § 3. ". ".
HOOFDSTUK 30. - Wijzigingen van het decreet van 29 april 1991 tot vaststelling van de algemene regelen inzake de erkenning en de subsidiëring van de milieu- en natuurverenigingen
CHAPITRE 30. - Modifications du décret du 29 avril 1991 fixant les règles générales relatives à l'agrément et au subventionnement des associations écologiques
Art. 165. In artikel 11 van het decreet van 29 april 1991 tot vaststelling van dealgemene regelen inzake de erkenning en de subsidiëring van de milieu- en natuurverenigingen, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
  2° in paragraaf 3 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk of stichting en met als hoofddoelstelling het bevorderen van het leefmilieu of het natuurbehoud;";
  3° in paragraaf 3 wordt punt 3° opgeheven;
  4° in paragraaf 3, 5°, wordt de zinsnede "waarvan de regels door de Vlaamse Regering worden bepaald" opgeheven.
Art. 165. A l'article 11 du décret du 29 avril 1991 fixant les règles générales relatives à l'agrément et au subventionnement des associations écologiques, modifié par le décret du 30 avril 2004, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est abrogé ;
  2° au paragraphe 3, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  "1° constitué sous la forme d'une association sans but lucratif ou d'une fondation et dont l'objectif principal est la préservation de l'environnement ou la conservation de la nature ; " ;
  3° au paragraphe 3, le point 3° est abrogé ;
  4° au paragraphe 3, 5°, la partie de phrase " dont les règles sont déterminées par le Gouvernement flamand " est abrogé.
Art. 166. In artikel 12 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De erkende milieu- en natuurverenigingen kunnen met toepassing van de aanvullende regels, vermeld in artikel 16, een subsidie ontvangen die bestemd is voor de werking.";
  2° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 166. A l'article 12 du même décret, modifié par le décret du 21 décembre 1994, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le premier alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Les associations écologiques agréées peuvent bénéficier d'une subvention de base destinée au fonctionnement général, en application des règles supplémentaires stipulées à l'article 16. " ;
  2° le troisième alinéa est abrogé.
Art. 167. Artikel 13 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2004, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 13. Er kan aan milieu- en natuurverenigingen en aan andere actoren een subsidie worden toegekend voor de uitwerking van projecten met betrekking tot het leefmilieu of het natuurbehoud. De Vlaamse Regering kan de nadere regels voor het verlenen van die projectsubsidie bepalen.".
Art. 167. L'article 13 du même décret, modifié par le décret du 30 avril 2004, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 13. Les associations écologiques et d'autres acteurs peuvent bénéficier d'une subvention pour l'élaboration de projets dans le domaine de l'environnement ou de la conservation de la nature. Le Gouvernement flamand peut déterminer les règles complémentaires sous-tendant l'octroi de cette subvention de projet. ".
Art. 168. Artikel 14 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 december 1994, wordt opgeheven.
Art. 168. L'article 14 du même décret, modifié par le décret du 21 décembre 1994, est abrogé.
Art. 169. In artikel 15 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 169. Le paragraphe 2 de l'article 15 du même décret est abrogé.
HOOFDSTUK 31. - Wijzigingen van het decreet van 3 juli 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015
CHAPITRE 31. - Modifications du décret du 3 juillet 2015 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2015
Art. 170. Aan artikel 39, § 1, van het decreet van 3 juli 2015 houdende bepalingen van de aanpassing van de begroting 2015 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid wordt de heffing in het jaar 2015 voor 15 december betaald.".
Art. 170. A l'article 39, § 1er, du décret du 3 juillet 2015 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2015 est ajouté un deuxième alinéa, qui s'énonce comme suit :
  Par dérogation au premier alinéa, la redevance de l'année 2015 est versée pour le 15 décembre. ".
Art.170/1.[1 De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om de Klimaatprijs uit te reiken. De Klimaatprijs is een jaarlijkse prijs voor duurzame klimaatprojecten die een bijdrage leveren aan het behalen van de lokale en Vlaamse milieu- en klimaatdoelstellingen.]1
  [2 De Vlaamse Regering kan de criteria en de procedure voor de toekenning van de Klimaatprijs bepalen.]2
  
Art. 170/1. [1 Le Gouvernement flamand est autorisé à décerner le prix du climat. Le prix du climat est un prix annuel pour les projets durables relatifs au climat contribuant à la réalisation des objectifs locaux et flamands sur l'environnement et le climat.]1
  [2 Le Gouvernement flamand peut définir les critères et la procédure d'attribution du prix du Climat.]2
  
Art.170/2.[1 De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om de Prijs Rudi Verheyen uit te reiken. De Prijs Rudi Verheyen is een jaarlijkse prijs voor wetenschappelijk werk met een bijzondere verdienste voor het Vlaamse milieu- en natuurbeleid.]1
  [2 De Vlaamse Regering kan de criteria en de procedure voor de toekenning van de Prijs Rudi Verheyen bepalen.]2
  
Art. 170/2. [1 Le Gouvernement flamand est autorisé à décerner le Prix Rudi Verheyen. Le Prix Rudi Verheyen est un prix annuel pour un travail scientifique avec un mérite spécial pour la politique flamande de l'environnement et de la nature.]1
  [2 Le Gouvernement flamand peut définir les critères et la procédure d'attribution du prix Rudi Verheyen.]2
  
HOOFDSTUK 32. - Slotbepalingen
CHAPITRE 32. - Dispositions finales
Art. 171. Artikel 7 treedt in werking op 1 januari 2015.
Art. 171. L'article 7 entre en vigueur le 1er janvier 2015.
Art. 172. De ruilcomités die al werden opgericht en samengesteld overeenkomstig artikel 3 van de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken voor de inwerkingtreding van dit decreet, behouden hun samenstelling overeenkomstig de bepalingen die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van dit decreet zolang hun samenstelling niet is aangepast aan de nieuwe bepalingen opgenomen in dit decreet.
Art. 172. Les comités d'échange qui ont été constitués et composés conformément à l'article 3 de la loi du 12 juillet 1976 portant des mesures particulières en matière de remembrement légal de biens ruraux lors de l'exécution de grands travaux d'infrastructure avant l'entrée en vigueur du présent décret conservent leur composition conformément aux dispositions qui étaient applicables avant l'entrée en vigueur de ce décret, aussi longtemps que leur composition n'est pas adaptée aux nouvelles dispositions stipulées dans ce décret.
Art. 173. Artikelen 9, 10 en 11 treden in werking op 1 januari 2016.
Art. 173. Les articles 9, 10 et 11 entrent en vigueur le 1er janvier 2016.
Art. 174. Artikel 16, 3°, heeft uitwerking met ingang van de datum van inwerkingtreding van het decreet van 3 juli 2015 houdende de wijziging van diverse bepalingen van het Jachtdecreet van 24 juli 1991 (Zie DVR 2015-07-03/08).
Art. 174. L'article 16, 3° produit ses effets à compter de la date d'entrée en vigueur du décret du 3 juillet 2015 modifiant diverses dispositions du Décret sur la chasse du 24 juillet 1991 (voir DCFL 2015-07-03/08).
Art. 175. Artikelen 23, 28 en 29 treden in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
Art. 175. Les articles 23, 28 et 29 entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand.
(NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 23 fixée au 23-02-2017 par AGF 2017-02-10/03, art. 175)
  (NOTE : Entrée en vigueur de des art. 28 et 29 fixée au 01-01-2018 par AGF 2017-02-10/03, art. 175)
Art. 176. Artikel 42 treedt in werking na de datum van inwerkingtreding van artikel 79 van het decreet van 9 mei 2014 tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos (zie DVR 2014-05-09/10, art. 113)
Art. 176. L'article 42 entre en vigueur après la date d'entrée en vigueur de l'article 79 du décret du 9 mai 2014 modifiant la réglementation relative à la nature et aux forêts (voir DCFL 2014-05-09/10, art. 113).
Art. 177. Voor het kalenderjaar 2015 kunnen de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk de toegepaste tarieven in afwijking van artikel 12bis, § 1, vierde lid, van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending op de eerste dag van de maand die volgt op de publicatie van dit decreet aanpassen aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, basis 1988, tussen de maand waarin de laatste toegestane tariefverhoging werd toegepast en november 2014.
Art. 177. Pour l'année civile 2015, les exploitants d'un réseau de distribution d'eau publique peuvent, par dérogation à l'article 12bis, § 1er, quatrième alinéa, du décret du 24 mai 2002 relatif aux eaux destinées à l'utilisation humaine, adapter les tarifs appliqués le premier jour du mois qui suit la publication de ce décret à l'évolution de l'indice des prix à la consommation, base 1988, entre le mois au cours duquel la dernière augmentation tarifaire autorisée a été appliquée et novembre 2014.
Art. 178. Artikelen 92, 93 en 94 zijn van toepassing op ontwerpen van ruimtelijk uitvoeringsplan die voorlopig worden vastgesteld na de datum van inwerkingtreding van dit decreet.
Art. 178. Les articles 92, 93 et 94 sont applicables aux projets de plan d'exécution spatiale qui sont provisoirement arrêtés après la date d'entrée en vigueur de ce décret.
Art. 179. De artikelen 97, 113 en 114 zijn van toepassing op meldingen die worden verricht vanaf de datum van inwerkingtreding van dit decreet.
Art. 179. Les articles 97, 113 et 114 sont applicables aux déclarations qui sont réalisées à compter de la date d'entrée en vigueur de ce décret.
Art. 180. Artikel 107 is van toepassing op aanvragen tot planologisch attest die worden ingediend na de datum van inwerkingtreding van dit decreet.
Art. 180. L'article 107 est applicable aux demandes d'attestation planologique qui sont déposées après la date d'entrée en vigueur de ce décret.
Art. 181. Artikelen 111 en 112 zijn van toepassing op aanvragen tot herziening of opheffing van verkavelingsvergunningen die worden opgestart en op aanvragen die worden ingediend na de datum van inwerkingtreding van dit decreet.
Art. 181. Les articles 111 et 112 sont applicables aux demandes de révision ou d'abrogation de permis de lotir qui sont initiées et aux demandes qui sont introduites après la date d'entrée en vigueur du présent décret.
Art. 182. [1 Artikel 115 treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van artikel 34 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning.]1
  
Art. 182. [1 L'article 115 produit ses effets à la date d'entrée en vigueur de l'article 34 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement.]1
  
Art. 183. Artikelen 89, 90, 95 en 129 tot en met 148 en 157 tot en met 162 treden in werking op de datum van inwerkingtreding van artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (zie DVR 2014-04-25/M4, art. 339).
Art. 183. Les articles 89, 90, 95 et 129 à 148 inclus, et 157 à 162 inclus produisent leurs effets à compter de la date d'entrée en vigueur de l'article 6 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement. (voir DCFL 2014-04-25/M4, art. 339)
Art. 184. De wet van 9 juli 1984 betreffende de doorvoer van afvalstoffen wordt opgeheven.
Art. 184. La loi du 9 juillet 1984 concernant le transit de déchets est abrogée.