Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 NOVEMBER 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 15-01-2016 en tekstbijwerking tot 29-01-2025)
Titre
27 NOVEMBRE 2015. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 15-01-2016 et mise à jour au 29-01-2025)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (90)
Texte (90)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° aanvrager: naargelang van het geval de persoon met een handicap of de wettelijke vertegenwoordiger en, als de persoon met een handicap rechtelijk beschermd is met toepassing van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, de persoon met een handicap en de bewindvoerder samen of de bewindvoerder;
  2° agentschap: het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  3° dagondersteuning: de ondersteuning die gedurende de dag wordt geboden. De geleverde ondersteuning is moeilijk tot niet individueel planbaar of toewijsbaar. De ondersteuning heeft per definitie voor een deel een niet-instrumenteel karakter en bestaat uit begeleiding en permanentie;
  4° decreet van 7 mei 2004: het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  5° dienst Ondersteuningsplan: een dienst Ondersteuningsplan als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten Ondersteuningsplan en een mentororganisatie voor het voortraject van personen met een handicap;
  [3 5/1° dienst maatschappelijk werk: een erkende dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds als vermeld in artikel 14 van het decreet Woonzorgdecreet van 13 maart 2009;]3
  6° globale individuele ondersteuning: de ondersteuning die eerder ruimer is en verschillende levensdomeinen kan omvatten. De aard van de ondersteuning kan verschillen en de verschillende vormen van ondersteuning kunnen door elkaar lopen: stimulatie, coaching, training, assistentie bij activiteiten;
  7° individuele ondersteuningsfuncties: de psychosociale begeleiding, praktische hulp en globale individuele ondersteuning;
  7° /1 [4 jeugdhulpverlening: de niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening die is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of die is toegewezen door het agentschap, en die bestaat uit een van de volgende vormen van ondersteuning:
   a) de niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning die wordt geboden door een multifunctioneel centrum voor minderjarigen als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
   b) de ondersteuning die wordt geboden met de inzet van persoonsvolgende middelen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 over persoonsvolgende middelen voor minderjarige personen met een handicap met dringende noden;
   c) de ondersteuning die wordt geboden door een centrum voor ernstige gedrags- en emotionele stoornissen als vermeld in artikel 27/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp en die bestaat uit een typemodule verblijf voor minderjarigen met een GES+-problematiek of een typemodule contextbegeleiding kortdurend intensief;
   d) een persoonlijke-assistentiebudget als vermeld in artikel 19/2 van het decreet van 7 mei 2004;]4

  8° meerderjarige: elke natuurlijke persoon die achttien jaar of ouder is;
  9° multidisciplinair team: een instantie die door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren als vermeld in artikel 22 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  10° multidisciplinair verslag: een verslag van een multidisciplinair team als vermeld in artikel 11;
  11° niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning: de zorg en ondersteuning die de duur, intensiteit en frequentie van de rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap, overschrijdt en waarvoor minimaal een budget ten bedrage van de eerste budgetcategorie, vermeld in tabel 1, die als bijlage bij dit besluit is gevoegd, toegewezen kan worden;
  12° [5 ...]5
  13° ondersteuning: elke materiële of immateriële hulp en elke vorm van hulp- en dienstverlening;
  14° ondersteuningsfuncties: de dagondersteuning, de woonondersteuning, de psychosociale begeleiding, de praktische hulp, de globale individuele ondersteuning en de oproepbare permanentie;
  15° ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering: het ondersteuningsplan dat een beschrijving bevat van het geheel van ondersteuning waarop de persoon met een handicap een beroep kan doen, met inbegrip van de welzijns- en gezondheidsvoorzieningen, het sociale netwerk, materiële ondersteuning en ondersteuning, geleverd door voorzieningen die erkend en gesubsidieerd of vergund zijn door het agentschap, vermeld in artikel 7;
  16° oproepbare permanentie: de beschikbaarheid van de begeleiding om na een oproep binnen een bepaalde tijd niet-planbare een-op-eenondersteuning aan te bieden;
  17° persoon: de persoon die een aanvraag indient voor een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning of een verzoek om herziening, of de persoon voor wie een aanvraag voor een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning of een verzoek om herziening wordt ingediend;
  18° praktische hulp: ondersteuning bij algemene dagelijkse activiteiten van het leven in een een-op-eenrelatie. Individuele praktische hulp is hoofdzakelijk instrumenteel van aard;
  [2 18° /1 prioriteitengroep: een prioriteitengroep als vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016 over [6 ...]6 de toekenning van prioriteitengroepen,[5 ...]5 [5 en de rangschikking binnen prioriteitengroepen]5;]2
  19° [6 Vlaamse toeleidingscommissie: de Vlaamse toeleidingscommissie, vermeld in artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;]6;
  20° psychosociale begeleiding: een-op-eenbegeleiding die tot doel heeft de persoon met een handicap en de context te ondersteunen in de organisatie van zijn dagelijkse leven;
  21° [2 [6 ...]6]2;
  [5 21° /1 sociaal netwerk: familie, vrienden en informele contacten die zorg en ondersteuning bieden of samenwonen met de persoon met een handicap;]5
  22° vraag: de ondersteuningsfuncties waarvoor financiering wordt gevraagd van het agentschap, vermeld in artikel 7, eerste lid, 8°, die opgenomen zijn in het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering dat is goedgekeurd door het agentschap;
  23° woonondersteuning: de ondersteuning die tot doel heeft de persoon met een handicap tijdens de week te ondersteunen bij het wonen. De geleverde uren ondersteuning zijn moeilijk tot niet individueel planbaar of toewijsbaar. De ondersteuning heeft per definitie voor een deel een niet-instrumenteel karakter en bestaat uit begeleiding en permanentie;
  24° [4 zorgzwaarte-instrument: het zorgzwaarte-instrument dat het agentschap ontwikkeld heeft, dat wetenschappelijk gevalideerd is en dat bestaat uit vragenlijsten die toelaten om eenduidig en objectiveerbaar de zorgzwaarte van iedere meerderjarige persoon met een handicap uit te drukken in de parameters begeleiding, die de nood aan ondersteuning door personen overdag uitdrukt, en permanentie, die de nood aan aanwezigheid van en toezicht door personen overdag uitdrukt;]4
  25° zorgzwaarte: de mate waarin een persoon ondersteuning nodig heeft om zo adequaat mogelijk te kunnen functioneren in het dagelijkse leven. Het gaat daarbij om de ondersteuning die een persoon nodig heeft om te kunnen leven volgens de gangbare normen en gebruiken binnen de sociaal-maatschappelijke context waarin de persoon leeft.
  
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° demandeur : selon le cas, la personne handicapée ou le représentant légal et, lorsque la personne handicapée est protégée de droit en application de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, la personne handicapée et l'administrateur ensemble ou l'administrateur ;
  2° l'agence : la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ;
  3° accompagnement de jour : l'accompagnement offert pendant la journée. L'accompagnement fourni ne peut difficilement voire pas du tout être individuellement planifié ou attribué. Le soutien a par définition un caractère partiellement non instrumental et comprend un accompagnement et une permanence.
  4° décret du 7 mai 2004 : le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ;
  5° service Plan de soutien : un service Plan de soutien tel que visé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2011 portant agrément et subventionnement des services Plan de soutien et d'une organisation tutrice pour le parcours préalable des personnes handicapées ;
  [3 5/1° service d'assistance sociale : un service d'assistance sociale agréé tel que visé à l'article 14 du Décret sur les soins résidentiels du 13 mars 2009 ;]3
  6° soutien global individuel : le soutien qui est plutôt large et peut comprendre plusieurs domaines de la vie. La nature du soutien peut différer et les différents types de soutien peuvent s'entremêler : stimulation, coaching, formation, assistance lors des activités ;
  7° fonctions de soutien individuel : accompagnement psychosocial, aide pratique et soutien global individuel ;
  7° /1 [4 aide à la jeunesse : l'aide à la jeunesse qui n'est pas directement accessible et qui est accordée en vertu du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou qui a été attribuée par l'agence et qui consiste en l'une des formes d'aide suivantes :
   a) l'aide non directement accessible qui est offerte par un centre multifonctionnel pour personnes mineures tel que visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ;
   b) l'aide offerte par le déploiement d'aides personnalisées visées dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif au versement d'aides personnalisées aux personnes handicapées ayant des besoins urgents ;
   c) l'aide fournie par un centre pour troubles sévères comportementaux et émotionnels tel que visé à l'article 27/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures de l'aide à la jeunesse et qui consiste en un module type de séjour pour mineurs ayant une problématique GES+ ou un module type d'accompagnement contextuel de manière intensive ;
   d) un budget d'assistance personnelle visé à l'article 19/2 du décret du 7 mai 2004 ;]4

  8° majeur : toute personne physique âgée de dix-huit ans ou plus ;
  9° équipe multidisciplinaire : une instance agréée par l'agence pour délivrer un rapport multidisciplinaire tel que visé à l'article 22 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprès de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ;
  10° rapport multidisciplinaire : un rapport d'une équipe multidisciplinaire tel que visé à l'article 11 ;
  11° soins et soutien non directement accessibles : les soins et le soutien dépassant la durée, l'intensité et la fréquence des soins et du soutien directement accessibles visés à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2013 relatif à l'aide directement accessible pour les personnes handicapées et pour lesquels au moins un budget pour un montant de la première catégorie budgétaire visée au tableau 1er, jointe en annexe au présent arrêté, peut être attribué ;
  12° [5 ...]5
  13° accompagnement : toute aide matérielle ou immatérielle et toute forme d'aide et de services ;
  14° fonctions d'accompagnement : l'accompagnement de jour, l'accompagnement au logement, l'accompagnement psychosocial, l'aide pratique, l'accompagnement global individuel et la permanence pouvant en tout temps être appelé ;
  15° plan de soutien du financement qui suit la personne : le plan de soutien comprenant une description de l'ensemble de l'accompagnement auquel la personne handicapée peut faire appel, y compris les structures d'aide sociale et de santé, le réseau social, le soutien matériel ainsi que le soutien fourni par les structures qui sont agréées et subventionnées ou autorisées par l'agence visée à l'article 7 ;
  16° permanence appelable : la disponibilité des accompagnants pour offrir un soutien individualisé non planifiable dans un délai spécifique, en réponse à un appel ;
  17° personne : la personne introduisant une demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles ou une demande de révision, ou la personne pour laquelle est introduite une demande de budget pour les soins et le soutien non directement accessibles ou une demande de révision ;
  18° aide pratique : assistance lors des activités générales de la vie quotidienne dans une relation individualisée. L'aide pratique individuelle est principalement instrumentale ;
  [2 18° /1 groupe prioritaire : un groupe prioritaire tel que visé au chapitre 2, section 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2016 relatif à [5 ...]5 [6 ...]6 à l'identification de groupes prioritaires,[5 ...]5 [5 et au classement au sein des groupes prioritaires ]5;]2
  19° [6 commission d'orientation flamande : la commission d'orientation flamande, visée à l'article 12 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprès de l'Agence flamande pour les Personnes handicapées]6;
  20° accompagnement psychosocial : accompagnement d'un pour un visant à soutenir la personne handicapée et le contexte dans l'organisation de sa vie quotidienne ;
  21° [2 [6 ...]6 ;]2
  [5 21° /1 réseau social : la famille, les amis et les contacts informels qui offrent des soins et du soutien ou cohabitent avec la personne handicapée ;]5
  22° demande : les fonctions de soutien faisant l'objet d'une demande de financement de l'agence visée à l'article 7, alinéa premier, 8°, qui sont reprises au plan de soutien du financement qui suit la personne, qui est approuvé par l'agence ;
  23° accompagnement au logement : l'aide encourageant l'autonomie au logement de la personne handicapée pendant la semaine. Les heures de soutien prestées ne peuvent difficilement voire pas du tout être individuellement planifiées ou attribuées. L'aide a par définition un caractère partiellement non instrumental et comprend l'accompagnement et la permanence ;
  24° [4 instrument de mesure des soins requis : l'instrument de mesure des soins requis développé par l'agence, qui est scientifiquement validé et qui consiste en des questionnaires permettant d'exprimer de manière univoque et objective la lourdeur des soins de chaque personne majeure handicapée dans les paramètres d'accompagnement, exprimant le besoin de soutien pendant la journée, la permanence, le besoin d'une présence de personnes et d'une surveillance par des personnes pendant la journée ;]4
  25° lourdeur des soins requis : la mesure dans laquelle une personne a besoin de soutien afin de pouvoir fonctionner le plus adéquatement possible dans la vie quotidienne. Il s'agit du soutien dont une personne a besoin pour pouvoir vivre selon les normes et usages en vigueur dans le contexte social et sociétal dans lequel la personne vit.
  
Art.2. [1 Het agentschap kan een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning toewijzen aan meerderjarige personen met een handicap die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 en 21 van het decreet van 7 mei 2004, met uitzondering van de meerderjarige personen met een handicap met uitsluitend een of meer psychische stoornissen als vermeld in het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen DSM-5.
   In afwijking van het eerste lid kan een budget worden toegewezen aan meerderjarige personen met neurobiologische ontwikkelingsstoornissen als vermeld in de DSM-5, met uitzondering van de meerderjarige personen met specifieke leerstoornissen, aandachtsdeficiëntie- en hyperactiviteitstoornis, motorische stoornissen en ticstoornissen en aan meerderjarige personen met een uitgebreide of beperkte neurologische stoornis ten gevolge van een traumatisch hersenletsel, de ziekte van Parkinson, de ziekte van Huntington of andere somatische stoornissen als vermeld in het hoofdstuk neurocognitieve stoornissen uit de DSM-5.]1

  
Art.2. [1 L'agence peut accorder un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles aux personnes majeures en situation de handicap répondant aux conditions visées aux articles 20 et 21 du décret du 7 mai 2004, à l'exception des personnes handicapées majeures atteintes d'un seul trouble mental ou de troubles mentaux multiples comme décrits dans le Manuel diagnostique et statistique des troubles mentaux DSM-5.
   Par dérogation à l'alinéa premier, un budget peut être alloué aux personnes majeures présentant des troubles neurobiologiques du développement tels que visés au DSM-5, à l'exception des personnes majeures présentant des troubles spécifiques de l'apprentissage, de déficit d'attention et d'hyperactivité, des troubles moteurs et des tics et aux adultes présentant des troubles neurologiques étendus ou limités dus à une lésion cérébrale traumatique, à la maladie de Parkinson, à la maladie de Huntington ou à d'autres troubles somatiques énumérés dans le chapitre sur les troubles neurocognitifs du DSM-5.]1

  
HOOFDSTUK 2. - De aanvraag
CHAPITRE 2. - La demande
Afdeling 1. - Algemene beginselen van de aanvraag
Section 1re. - Principes généraux de la demande
Art.3. De personen met een handicap of hun wettelijke vertegenwoordiger kunnen bij het agentschap een aanvraag indienen tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, alsook een aanvraag tot herziening.
  Als de persoon met een handicap rechtelijk beschermd is met toepassing van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, kan de aanvraag tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, alsook de aanvraag tot herziening, worden ingediend door de bewindvoerder als de persoon volledig onbekwaam is verklaard, zowel wat betreft de persoon als wat betreft de goederen, en als de bewindvoerder vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft gekregen, en in de andere gevallen door de persoon met een handicap samen met de bewindvoerder.
  De aanvraag tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning kan worden ingediend vanaf het moment dat de persoon met een handicap de leeftijd van zeventien jaar heeft bereikt.
Art.3. Les personnes handicapées ou leur représentant légal peuvent introduire auprès de l'agence une demande d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, ainsi qu'une demande de révision.
  Lorsque la personne handicapée est protégée de droit en application de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, la demande d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, ainsi que la demande de révision peuvent être introduites par l'administrateur lorsque la personne a été déclarée totalement inapte, tant en ce qui concerne la personne que les marchandises, et lorsque l'administrateur a reçu une compétence de représentation, et dans les autres cas par la personne handicapée avec l'administrateur.
  La demande d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles peut être introduite à partir du moment où la personne handicapée a atteint l'âge de dix-sept ans.
Art.4. De aanvraag, vermeld in artikel 3, omvat een ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering en een multidisciplinair verslag.
Art.4. La demande visée à l'article 3 comprend un plan de soutien du financement qui suit la personne et un rapport multidisciplinaire.
Art.5. [1 § 1. De datum van de aanvraag is de datum waarop het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering aan het agentschap wordt bezorgd op voorwaarde dat er binnen vijf maanden een multidisciplinair verslag wordt ingediend. Als het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt bezorgd door de aanvrager zelf, geldt bijkomend de voorwaarde dat het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt goedgekeurd door het agentschap. In dat geval vangt de termijn waar het multidisciplinair verslag moet worden ingediend, aan op de datum van de goedkeuring.
   Als het agentschap aan de aanvrager heeft gevraagd het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering aan te passen als vermeld in artikel 10, eerste lid, blijft de datum waarop het initiële ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering is bezorgd, de datum van de aanvraag, op voorwaarde dat de aanpassingen worden bezorgd binnen drie maanden vanaf de datum waarop het agentschap heeft meegedeeld dat de praktische regels, vermeld in artikel 9, tweede lid, niet geheel werden gevolgd, en op voorwaarde dat het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt goedgekeurd.
  [3 In het geval, vermeld in artikel 10, tweede lid, is de datum van aanvraag, in afwijking van het eerste lid, de datum waarop de aanvrager zich aanmeldt bij de dienst Ondersteuningsplan of bij de dienst maatschappelijk werk.]3
   Als het multidisciplinaire verslag niet binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt bezorgd, is de datum van de aanvraag de laatste dag van de termijn waar het multidisciplinaire verslag moest worden bezorgd.
   Als de aanpassingen, [2 vermeld in artikel 10, eerste lid,]2 niet binnen drie maanden worden bezorgd, is de datum van de aanvraag de datum waarop de aanpassingen worden bezorgd, op voorwaarde dat het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt goedgekeurd.
   Als de aanvrager of het multidisciplinaire team aantoont dat het multidisciplinaire verslag niet binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, kan worden bezorgd als gevolg van overmacht, blijft de datum van de aanvraag de datum waarop het ondersteuningsplan wordt bezorgd [3 door de dienst Ondersteuningsplan, door de dienst maatschappelijk werk of door de persoon met een handicap]3, op voorwaarde dat het ondersteuningsplan wordt goedgekeurd door het agentschap.
   § 2. Als de aanvrager de aanpassingen aan het ondersteuningsplan die het agentschap heeft gevraagd conform artikel 10, eerste lid, niet aan het agentschap bezorgt binnen de periode van drie maanden vermeld in het tweede lid van paragraaf 1, kent het agentschap een nieuwe periode van drie maanden toe om de gevraagde aanpassingen te bezorgen. Als de aanpassingen niet worden bezorgd binnen de nieuwe periode van drie maanden, wordt de aanvraag stop gezet.
   Als het multidisciplinair verslag niet binnen de termijn, vermeld in het eerste lid van paragraaf 1, wordt bezorgd kent het agentschap een nieuwe termijn van vijf maanden toe om het multidisciplinair verslag te bezorgen. Als het multidisciplinair verslag niet wordt bezorgd binnen de voormelde nieuwe termijn van vijf maanden, wordt de aanvraag stopgezet.
   § 3. Voor de toepassing van dit artikel is de datum waarop het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt bezorgd aan het agentschap, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, of de datum waarop de aanpassingen worden bezorgd, vermeld in paragraaf 1, tweede en vierde lid, de datum van de poststempel of de datum waarop het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering of de aanpassingen elektronisch worden verstuurd. ]1

  
Art.5. [1 § 1er. La date de la demande est la date de remise à l'agence du plan de soutien de l'aide financière personnalisée à condition qu'un rapport multidisciplinaire soit présenté dans les cinq mois. Lorsque le plan de soutien de l'aide financière personnalisée est soumis par le demandeur lui-même, une condition supplémentaire s'applique, notamment que le plan de soutien de l'aide financière personnalisée soit approuvé par l'agence. Dans ce cas, le délai de présentation du rapport multidisciplinaire prend cours à la date de l'approbation.
   Lorsque l'agence a demandé au demandeur d'apporter des adaptations au plan de soutien de l'aide financière personnalisée, comme prévues à l'article 10, alinéa 1er, la date de présentation du plan de soutien initial de l'aide financière personnalisée reste la date de la demande à condition que les adaptations soient transmises dans les trois mois de la date à laquelle l'agence a communiqué que les règles pratiques visées à l'article 9, alinéa 2, n'ont pas été entièrement respectées, et à condition que le plan de soutien de l'aide financière personnalisée soit approuvé.
  [3 Dans le cas visé à l'article 10, alinéa 2, la date de la demande est, par dérogation au premier alinéa, la date à laquelle le demandeur se présente au service Plan de Soutien ou au service d'assistance sociale.]3
   Lorsque le rapport multidisciplinaire n'est pas présenté dans le délai visé à l'alinéa 1er, la date de la demande est le dernier jour du délai de présentation du rapport multidisciplinaire.
   Lorsque les adaptations [2 visé à l'article 10, alinéa premier,]2 ne sont pas transmises dans les trois mois, la date de la demande est la date à laquelle les adaptations sont transmises, à condition que le plan de soutien de l'aide financière personnalisée soit approuvé.
   Lorsque le demandeur ou l'équipe multidisciplinaire démontre que le rapport multidisciplinaire ne peut pas être transmis dans le délai visé à l'alinéa 1er, pour cause de force majeure, la date de la demande reste la date à laquelle le plan de soutien est présenté [3 par le service Plan de Soutien, par le service d'assistance sociale ou par la personne en situation de handicap]3, à condition que le plan de soutien soit approuvé par l'agence.
   § 2. Lorsque le demandeur ne transmet pas les adaptations du plan de soutien demandées par l'agence conformément à l'article 10, alinéa 1er, dans la période de trois mois visée à l'alinéa 2 du paragraphe 1er, l'agence accorde une nouvelle période de trois moins pour transmettre les adaptations demandées. Lorsque les adaptations ne sont pas transmises dans la nouvelle période de trois mois, il est mis un terme à la demande.
   Lorsque le rapport multidisciplinaire n'est pas présenté dans le délai visé à l'alinéa 1er du paragraphe 1er, l'agence impartit un nouveau délai de cinq mois pour présenter le rapport multidisciplinaire. Lorsque le rapport multidisciplinaire n'est pas présenté dans le délai précité de cinq mois, il est mis un terme à la demande.
   § 3. Pour l'application du présent article, la date de présentation du plan de soutien de l'aide financière personnalisée à l'agence, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou la date de présentation des adaptations, visée au paragraphe 1er, alinéas 2 et 4, est la date de la poste ou la date de présentation électronique du plan de soutien de l'aide financière personnalisée ou des adaptations. ]1

  
Afdeling 2. - Het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering
Section 2. - Le plan de soutien du financement qui suit la personne
Art.6. In dit artikel wordt verstaan onder bijstandsorganisaties: een organisatie die personen met een handicap aan wie een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning is toegewezen bijstaat bij de besteding van het cashbudget, de aanwending van de voucher en de organisatie van de zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 14 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap.
  Het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt opgemaakt door de aanvrager. Hij kan zich bij de opmaak laten begeleiden door een dienst Ondersteuningsplan [1 of door een dienst maatschappelijk werk]1. De organisaties die vergund zijn door het agentschap voor het aanbieden van niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning en de bijstandsorganisaties kunnen geen begeleiding bieden bij de opmaak van het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering.
  Datzelfde geldt voor door het agentschap erkende diensten die rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning bieden en tegelijkertijd vergund zijn door het agentschap voor het aanbieden van niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning.
  Bij de opmaak van het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt gebruikgemaakt van het model en de praktische regels die vastgesteld zijn door het agentschap, vermeld in artikel 9.
  
Art.6. Dans le présent article, il y a lieu d'entendre par les organisations d'aide : une organisation assistant les personne handicapées auxquelles est attribué un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles, pour l'affectation du budget de trésorerie, l'affectation du voucher et l'organisation des soins et du soutien, tel que visé à l'article 14 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées.
  Le plan de soutien du financement qui suit la personne est établi par le demandeur. Il peut se faire assister lors de l'établissement par un service Plan de soutien [1 ou par un service d'assistance sociale]1. Les organisations qui sont autorisées par l'agence pour offrir des soins et du soutien non directement accessibles et les organisations d'aide ne peuvent offrir aucun soutien lors de l'établissement du plan de soutien du financement qui suit la personne.
  Il en va de même pour les services agréés par l'agence offrant des soins et du soutien directement accessibles et qui sont en même temps autorisés par l'agence pour offrir des soins et du soutien non directement accessibles.
  Lors de l'établissement du plan de soutien du financement qui suit la personne, il est fait usage du modèle et des règles pratiques fixés par l'agence, visés à l'article 9.
  
Art.7. Het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering bevat de volgende elementen:
  1° de voornamen, de achternaam, de geboorteplaats en -datum, het adres, de nationaliteit en, in voorkomend geval, het identificatienummer van de persoon bij het Rijksregister van natuurlijke personen;
  2° in voorkomend geval de voornamen, de achternaam, de hoedanigheid, het adres en het identificatienummer van de wettelijke vertegenwoordiger of van de bewindvoerder bij het Rijksregister van natuurlijke personen;
  3° een verklaring dat de persoon die of voor wie de aanvraag wordt ingediend, of, in voorkomend geval, de wettelijke vertegenwoordiger werkelijk in België verblijft en dat de persoon die of voor wie de aanvraag wordt ingediend, of de wettelijke vertegenwoordiger, als het een verlengde minderjarige of een onbekwame verklaarde betreft, gedurende een ononderbroken termijn van vijf jaar of gedurende een niet-aaneengesloten termijn van tien jaar in België verblijft;
  4° informatie over het proces dat is doorlopen bij de opmaak van het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering, en informatie over de dienst of organisatie die de opmaak van het ondersteuningsplan heeft begeleid;
  5° een beschrijving van de situatie van de persoon op het moment dat de opmaak van het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt aangevat, met onder andere een beschrijving van zijn beperkingen, zijn leefwereld en zijn initiële vraag;
  6° informatie over de ondersteuning die op het moment van de start van de opmaak van het ondersteuningsplan door de persoon zelf wordt opgenomen of waarvoor een beroep wordt gedaan op zijn gezin, zijn sociale netwerk, welzijns-en gezondheidsvoorzieningen en rechtstreeks en niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning die door het agentschap wordt gefinancierd;
  7° informatie over de ondersteuning die de persoon met een handicap in de toekomst zelf wil opnemen, over de ondersteuning waarvoor hij in de toekomst een beroep wil doen op zijn gezin, zijn sociale netwerk en reguliere welzijns- en gezondheidsvoorzieningen en over het aandeel waarvoor hij financiering van het agentschap wil krijgen;
  8° de ondersteuningsfuncties waarvoor financiering wordt gevraagd van het agentschap, met vermelding van de gewenste frequentie, waarbij de frequentie van dagondersteuning wordt uitgedrukt in dagen per week, de frequentie van woonondersteuning in nachten per week en de frequentie van individuele ondersteuning in uren per week. Bij oproepbare permanentie wordt vermeld ja of nee;
  9° een verklaring van de aanvrager dat hij akkoord gaat met de inhoud van het ondersteuningsplan.
  De aanvrager kan aan de hand van een vragenlijst die wordt vastgesteld door het agentschap, informatie aanleveren om de prioriteit van zijn vraag in te schatten.
  Als er een duidelijk verschil in dringendheid bestaat tussen onderdelen van de vraag van de persoon, kan de aanvrager de vraag in twee deelvragen opsplitsen. De aanvrager moet in dat geval voor beide deelvragen afzonderlijk aan de hand van een vragenlijst die wordt vastgesteld door het agentschap, informatie aanleveren om de prioriteit van de deelvragen in te schatten.
Art.7. Le plan de soutien du financement qui suit la personne comprend les éléments suivants :
  1° les prénoms, le nom, le lieu et la date de naissance, la nationalité et, le cas échéant, le numéro d'identification de la personne auprès du Registre national des personnes physiques ;
  2° le cas échéant, les prénoms, le nom, la qualité, l'adresse et le numéro d'identification du représentant légal ou de l'administrateur auprès du Registre national des personnes physiques ;
  3° une déclaration que la personne qui introduit la demande ou pour laquelle la demande est introduite, ou, le cas échéant, le représentant légal a sa résidence effective en Belgique et que la personne qui introduit la demande ou pour laquelle la demande est introduite, ou le représentant légal, s'il s'agit d'un mineur prolongé ou d'un déclaré inapte, réside en Belgique pendant un délai ininterrompu de cinq ans ou pendant un délai interrompu de dix ans ;
  4° des informations sur le processus qui a été parcouru lors de l'établissement du plan de soutien du financement qui suit la personne, et des informations sur le service ou l'organisation qui a accompagné l'établissement du plan de soutien ;
  5° une description de la situation de la personne au moment où l'établissement du plan de soutien du financement qui suit la personne est entamé, comprenant, entre autres, une description de ses limitations, son environnement de vie et sa demande initiale ;
  6° des informations sur le soutien dont la personne lui-même bénéficie au début de l'établissement du plan de soutien du financement qui suit la personne ou pour lequel il est fait appel à sa famille, son réseau social, à des structures d'aide sociale et de santé et du soutien directement et non directement accessible financé par l'agence ;
  7° des informations sur le soutien dont la personne handicapée souhaitera bénéficier à l'avenir, sur le soutien pour lequel il souhaite à l'avenir faire appel à sa famille, son réseau social et à des structures régulières d'aide sociale et de santé et sur la partie pour laquelle il souhaite obtenir un financement de l'agence ;
  8° les fonctions de soutien pour lesquelles un financement de l'agence est demandé, avec mention de la fréquence souhaitée, où la fréquence du soutien de jour est exprimé en jours par semaine, la fréquence du soutien de logement en nuits par semaine et la fréquence de soutien individuel en heures par semaine. En ce qui concerne la permanence appelable, il est mentionné `oui' ou `non' ;
  9° une déclaration du demandeur marquant son accord avec le contenu du plan de soutien.
  A l'aide d'un questionnaire qui est fixé par l'agence, le demandeur peut fournir des informations permettant d'estimer la priorité de sa demande.
  Lorsqu'il existe une différence sensible en urgence entre des parties de la demande de la personne, le demandeur peut scinder la demande en deux parties. Dans ce cas, le demandeur est tenu de fournir des informations pour les deux parties séparément à l'aide d'un questionnaire qui est fixé par l'agence, afin d'estimer la priorité de sa demande.
Art.8. [1 De aanvrager bezorgt het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering met de post of elektronisch aan het agentschap op de wijze die het agentschap bepaalt. Als het ondersteuningsplan met de post wordt bezorgd, ondertekent de aanvrager dat plan.
   De dienst Ondersteuningsplan of de dienst maatschappelijk werk bezorgt het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering elektronisch aan het agentschap op de wijze die het agentschap bepaalt. De voormelde diensten bewaren een ondertekend exemplaar.]1

  
Art.8. [1 Le demandeur transmet le plan de soutien du financement personnalisé par la poste ou par voie électronique à l'agence selon les modalités fixées par l'agence. Si le plan d'appui est transmis par la poste, le demandeur signe ce plan.
   Le service Plan de soutien ou le service travail social transmet le plan de soutien du financement personnalisé par voie électronique à l'agence selon les modalités fixées par l'agence. Les services précités conservent un exemplaire signé.]1

  
Art.9. Het agentschap onderzoekt of de aanvraag ontvankelijk is en of het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering volledig is ingevuld. In voorkomend geval kan het agentschap bijkomende informatie opvragen.
  Als het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering is opgemaakt zonder begeleiding van een dienst Ondersteuningsplan, [1 of van een dienst maatschappelijk werk]1 beoordeelt het agentschap of de praktische regelsvoor de opmaak van het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering die door het agentschap worden vastgesteld, zijn nageleefd.
  De praktische regels, vermeld in het tweede lid, zorgen ervoor dat het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering tot stand komt via een proces waarbij werd overwogen in welke mate de persoon zelf of zijn gezin, zijn sociale netwerk, welzijns- en gezondheidsvoorzieningen of voorzieningen die erkend en gesubsidieerd of vergund zijn door het agentschap voor welke ondersteuning kunnen instaan en voor welk aandeel van de benodigde ondersteuning financiering vanuit het agentschap wordt gevraagd.
  
Art.9. L'agence vérifie si la demande est recevable et si le plan de soutien du financement qui suit la personne a été dûment complété. Le cas échéant, l'agence peut demander des informations supplémentaires.
  Lorsque le plan de soutien du financement qui suit la personne a été établi sans accompagnement d'un service Plan de Soutien [1 ou d'un service d'assistance sociale]1, l'agence évalue si les règles pratiques pour l'établissement d'un plan de soutien du financement qui suit la personne fixées par l'agence, sont respectées.
  Les règles pratiques visées au deuxième alinéa feront en sorte que le plan de soutien du financement qui suit la personne soit réalisé au moyen d'un processus par lequel il est considéré dans quelle mesure la personne lui-même ou sa famille, son réseau social, les structures d'aide sociale et de santé ou les structures qui sont agréées et subventionnées ou autorisées par l'agence peuvent intervenir pour quel soutien et quelle partie du soutien requis fera l'objet d'un financement par l'agence.
  
Art.10. Als het agentschap vaststelt dat de praktische regels, vermeld in artikel 9, tweede lid,, niet geheel zijn gevolgd, kan het agentschap aan de aanvrager vragen het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering aan te passen.
  Als het agentschap vaststelt dat de praktische regels, vermeld in artikel 9, tweede lid, manifest niet zijn gevolgd bij de opmaak van het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering, moet de aanvrager onder begeleiding van een dienst Ondersteuningsplan [1 of van een dienst maatschappelijk werk]1 het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering aanpassen of een nieuw ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering opmaken.
  
Art.10. Lorsque l'agence constate que les règles pratiques visées à l'article 9, alinéa deux, n'ont pas été pleinement respectées, l'agence peut demander au demandeur d'adapter le plan de soutien du financement qui suit la personne.
  Lorsque l'agence constate que les règles pratiques visées à l'article 9, alinéa deux, n'ont manifestement pas été respectées lors de l'établissement du plan de soutien du financement qui suit la personne, le demandeur est tenu d'adapter le plan de soutien du financement qui suit la personne sous l'accompagnement d'un service Plan de Soutien [1 ou d'un service d'assistance sociale]1 ou il est tenu d'établir un nouveau plan de soutien du financement qui suit la personne.
  
Art.11. Het agentschap keurt het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering goed als het is opgemaakt onder begeleiding van een dienst Ondersteuningsplan [1 of van een dienst maatschappelijk werk]1 of als het oordeelt dat het ondersteuningsplan is opgemaakt overeenkomstig de praktische regels, vermeld in artikel 9, tweede lid. Het agentschap registreert de vraag, vermeld in artikel 7, eerste lid, 8°, zoals geformuleerd in het goedgekeurde ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering, als vraag naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning.
  
Art.11. L'agence approuve le plan de soutien du financement qui suit la personne lorsqu'il a été établi sous l'accompagnement d'un service Plan de Soutien [1 ou d'un service d'assistance sociale]1 ou lorsqu'elle estime que le plan de soutien a été établi conformément aux règles pratiques visées à l'article 9, alinéa deux. L'agence enregistre la demande visée à l'article 7, alinéa premier, 8°, telle que formulée au plan de soutien du financement qui suit la personne approuvé, en tant qu'une demande de budget pour des soins et du soutien non directement accessibles.
  
Afdeling 3. [1 Beoordeling van de handicap en prioritering van de nood aan ondersteuning]1
Section 3. [1 Evaluation du handicap et priorisation du besoin de soutien ]1
Art.12. De aanvrager wendt zich tot een multidisciplinair team van zijn keuze voor de opmaak van een multidisciplinair verslag.
  Het multidisciplinaire verslag is het resultaat van een multidisciplinair onderzoek en bevat de volgende elementen:
  1° informatie die toelaat te beoordelen of de persoon met handicap onder de toepassing valt van het decreet van 7 mei 2004, meer bepaald wat artikel 2, 2°, betreft, met een positief of negatief advies daarover;
  2° een objectivering van de nood aan zorg en ondersteuning op basis van de vraag;
  3° [1 ...]1
  4° informatie over de dringendheid van de vraag van de persoon met een handicap om de prioriteit in te schatten, door middel van het invullen van een vragenlijst die wordt vastgesteld door het agentschap;
  5° de opmerkingen van de aanvrager als hij niet akkoord gaat met de wijze waarop de objectivering is gebeurd of met het resultaat van de objectivering;
  6° de verklaring van de aanvrager dat hij heeft kennisgenomen van de inhoud van het multidisciplinaire verslag dat aan het agentschap zal worden bezorgd.
  
Art.12. Le demandeur s'adresse à une équipe multidisciplinaire de son choix pour l'établissement d'un rapport multidisciplinaire.
  Le rapport multidisciplinaire est le résultat d'un examen multidisciplinaire et comprend les éléments suivants :
  1° des informations qui permettent d'évaluer si la personne handicapée relève de l'application du décret du 7 mai 2004, notamment en qui concerne l'article 2, 2°, comprenant un avis positif ou négatif ;
  2° une objectivation du besoin de soins et de soutien sur la base de la demande ;
  3° [1 ...]1
  4° des informations sur l'urgence de la demande de la personne handicapée permettant d'estimer la priorité, au moyen d'un questionnaire à remplir établi par l'agence ;
  5° les remarques du demandeur lorsqu'il n'est pas d'accord avec la manière dont l'objectivation a eu lieu ou avec le résultat de l'objectivation ;
  6° la déclaration du demandeur qu'il a pris connaissance du contenu du rapport multidisciplinaire qui sera transmis à l'agence.
  
Art.13. [1 De nood aan ondersteuning wordt geobjectiveerd aan de hand van het zorgzwaarte-instrument.
   Het zorgzwaarte-instrument wordt afgenomen door een persoon, hierna een inschaler te noemen, die aan al de volgende voorwaarden voldoet:
   1° de inschaler beschikt over een diploma van bachelor of master in de gedrags-, sociale of psychosociale wetenschappen of over een diploma van bachelor of master in de ergotherapeutische wetenschappen;
   2° de inschaler beschikt over een certificaat dat het agentschap uitreikt na de beëindiging van een opleiding tot inschaler die het agentschap geeft. Het certificaat wordt jaarlijks verlengd na de deelname aan een intervisie die het agentschap organiseert.
   Als er onder de leden van de staf van een multidisciplinair team, vermeld in artikel 24, § 1, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, geen lid is dat beschikt over een certificaat als vermeld in het tweede lid, 2°, kan het multidisciplinair team voor de afname van het zorgzwaarte-instrument een beroep doen op een persoon die niet behoort tot de staf, maar wel voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid.]1

  
Art.13. [1 Le besoin de soutien peut être objectivé à l'aide de l'instrument de mesure des soins requis.
   L'instrument de mesure des soins requis est prélevé par une personne, ci-après dénommée " l'intégrateur ", qui remplit toutes les conditions suivantes :
   1° l'intégrateur est titulaire d'un diplôme de bachelor ou de master en sciences comportementales, sociales ou psychosociales ou d'un diplôme de bachelor ou de master en sciences ergothérapeutiques ;
   2° l'intégrateur est titulaire d'un certificat délivré par l'agence après la fin d'une formation d'intégrateur dispensée par l'agence. Le certificat est renouvelé annuellement après la participation à une intervision organisée par l'agence.
   Si, parmi les membres du staff d'une équipe multidisciplinaire visés à l'article 24, § 1, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'aide auprès de l'Agence flamande pour les Personnes handicapées, il n'y a pas de membre qui dispose d'un certificat tel que visé à l'alinéa deux, 2°, l'équipe multidisciplinaire peut, pour le prélèvement de l'instrument des soins requis, faire appel à une personne qui n'appartient pas au staff, mais qui répond aux conditions visées à l'alinéa deux.]1

  
Art.14. De multidisciplinaire teams maken bij de opmaak van het multidisciplinaire verslag gebruik van de sjabloon die wordt vastgesteld door het agentschap, en bezorgen het verslag op elektronische wijze aan het agentschap.
Art.14. Lors de l'établissement du rapport multidisciplinaire, les équipes multidisciplinaires utilisent le modèle qui est fixé par l'agence et transmettent le rapport par voie électronique à l'agence.
Art.15. Het agentschap controleert of het multidisciplinaire verslag de informatie, vermeld in artikel 12, tweede lid, bevat die nodig is voor de afhandeling van de aanvraag, en kan, in voorkomend geval, bijkomende informatie opvragen om het dossier te vervolledigen.
Art.15. L'agence vérifie si le rapport multidisciplinaire comprend les informations visées à l'article 12, alinéa deux, qui sont requises pour le traitement de la demande et peut, le cas échéant, demander des informations supplémentaires pour compléter le dossier.
HOOFDSTUK 3.
CHAPITRE 3.
Afdeling 1.
Section 1re.
Afdeling 2. - Bepaling van het budget
Section 2. - Détermination du budget
Art.17. [1 Het agentschap kan een van de budgetcategorieën toewijzen die vermeld worden in tabel 1, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
   Elke budgetcategorie wordt uitgedrukt in zorggebonden punten. Het aantal zorggebonden punten is een maximum voor een kalenderjaar.
   De omslagsleutel voor de omzetting van een zorggebonden punt naar een bedrag in euro bedraagt [2 988,46 euro]2.
   [3 De omslagsleutel, vermeld in het derde lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met het indexcijfer van de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in titel I, hoofdstuk II, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, hierna de G-index te noemen, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index november X-1/G-index november X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt.]3
  [3 Voor de uitvoering van de indexering, vermeld in het vierde lid, wordt de omslagsleutel, vermeld in het derde lid, geacht om voor 90% te bestaan uit loonkosten en voor 10% uit werkingskosten.]3
  
Art.17. [1 L'agence peut allouer l'une des catégories budgétaires visées au tableau 1, reprises à l'Annexe jointe au présent arrêté.
   Chaque catégorie budgétaire est exprimée en points liés aux soins. Le nombre de points liés aux soins est un maximum pour une année civile.
   La clé de conversion d'un point lié aux soins en un montant en euros est de [2 988,46 euros]2.
   [3 La clé de répartition visée à l'alinéa 3 est annuellement adaptée au 1er janvier, compte tenu de l'indice de l'indice santé, visé au titre I, chapitre II, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, ci-après dénommé indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G novembre X-1/indice G novembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]3
  [3 Pour l'exécution de l'indexation visée à l'alinéa 4, la clé de répartition visée à l'alinéa 3 est réputée se composer de 90 % de coûts salariaux et de 10 % de coûts de fonctionnement.]3
  
Art.18. De budgetcategorie wordt vastgesteld op basis van de vraag en op basis van het resultaat van de objectivering van de nood aan zorg en ondersteuning als vermeld in het multidisciplinaire verslag.
Art.18. La catégorie budgétaire est fixée sur la base de la demande et du résultat de l'objectivation du besoin de soins et de soutien tel que mentionné au rapport multidisciplinaire.
Art.20. [1 Voor elk van de gevraagde ondersteuningsfuncties, met uitzondering van oproepbare permanentie, waarvoor de persoon met een handicap financiering vraagt aan het agentschap wordt op basis van de frequenties, vermeld in het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering een aantal zorggebonden punten vastgesteld conform tabel 3 tot en met 7 die zijn opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
   Als psychosociale begeleiding wordt gevraagd, wordt voor de berekening van het overeenstemmende aantal zorggebonden punten, voor maximaal twee uren een aantal zorggebonden punten vastgesteld conform tabel 6, die is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, en wordt in afwijking van het eerste lid, het aantal zorggebonden punten voor de overige uren vastgesteld conform tabel 7, die is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
   In afwijking van het eerste lid wordt geen aantal zorggebonden punten vastgesteld voor woonondersteuning of dagondersteuning als de budgetcategorie die overeenstemt met de resultaten van de afname van het zorgzwaarte-instrument voor de parameters begeleiding en permanentie, lager is dan budgetcategorie 3, conform tabel 2 die is opgenomen in bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd.
   Als er verschillende ondersteuningsfuncties worden gevraagd, wordt het aantal zorggebonden punten dat is vastgesteld voor de verschillende gevraagde ondersteuningsfuncties, opgeteld.
   Als oproepbare permanentie wordt gevraagd, wordt het aantal zorggebonden punten voor oproepbare permanentie, vermeld in tabel 8, die is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, opgeteld bij het resultaat van de optelsom, vermeld in het derde lid.]1

  
Art.20. [1 Pour chacune des fonctions de soutien demandées, à l'exception de la permanence appelable, pour lesquelles la personne handicapée demande un financement à l'agence, le nombre de points liés aux soins est établi sur la base des fréquences indiquées dans le plan de soutien au financement personnalisé, conformément aux tableaux 3 à 7, qui figurent à l'annexe au présent arrêté.
   En cas de demande d'accompagnement psychosocial, afin de calculer le nombre correspondant de points liés aux soins, le nombre de points liés aux soins sera déterminé pour un maximum de deux heures conformément au tableau 6, qui figure en annexe au présent arrêté, et par dérogation au premier alinéa, le nombre de points liés aux soins pour les autres heures sera déterminé conformément au tableau 7, qui figure en annexe au présent arrêté.
   Par dérogation au premier alinéa, aucun nombre de points liés aux soins n'est fixé pour l'accompagnement au logement ou le soutien de jour si la catégorie budgétaire correspondant aux résultats de l'application de l'instrument de mesure des soins requis pour les paramètres accompagnement et permanence est inférieure à la catégorie budgétaire 3, conformément au tableau 2 qui figure en annexe 1re au présent arrêté.
   Lorsque plusieurs fonctions de soutien sont demandées, les nombres de points liés aux soins fixés pour les différentes fonctions de soutien demandées sont additionnés.
   Si la permanence appelable est demandée, le nombre de points liés aux soins pour la permanence appelable, mentionné dans le tableau 8 qui figure en annexe au présent arrêté, est ajouté au résultat de l'addition, visée au troisième alinéa.]1

  
Art.21. [1 De budgetcategorie die maximaal kan worden toegekend, wordt bepaald door de budgetcategorie die conform tabel 2 die is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd correspondeert met het totaal van de zorggebonden punten die zijn vastgesteld conform artikel 20, te vergelijken met de budgetcategorie die conform de voormelde tabel 2 overeenstemt met de resultaten van de afname van het zorgzwaarte-instrument voor de parameters begeleiding en permanentie.
   Als de budgetcategorie voor het totaal aantal zorggebonden punten van de vraag hoger is dan de budgetcategorie voor de resultaten van de afname van het zorgzwaarte-instrument voor de parameters begeleiding en permanentie, kan maximaal de budgetcategorie die overeenstemt met de vastgestelde waarden voor de parameters begeleiding en permanentie worden toegekend.
   Als de budgetcategorie voor het totaal aantal zorggebonden punten van de vraag lager is dan de budgetcategorie voor de resultaten van de afname van het zorgzwaarte-instrument voor de parameters begeleiding en permanentie, kan maximaal de budgetcategorie die overeenstemt met het totaal aantal zorggebonden punten van de vraag worden toegekend.]1

  
Art.21. [1 La catégorie budgétaire maximale pouvant être allouée est déterminée en comparant la catégorie budgétaire qui, conformément au tableau 2 annexé au présent arrêté, correspond au total des points relatifs aux soins établis conformément à l'article 20, à la catégorie budgétaire qui, conformément au tableau 2 précité, correspond aux résultats de l'application de l'instrument de mesure des soins requis pour les paramètres accompagnement et permanence.
   Lorsque la catégorie budgétaire pour le total des points liés aux soins de la demande est supérieure à la catégorie budgétaire pour les résultats de l'application de l'instrument de mesure des soins requis pour les paramètres accompagnement et permanence, au maximum la catégorie budgétaire correspondant aux valeurs fixées pour les paramètres accompagnement et permanence peut être attribuée.
   Lorsque la catégorie budgétaire pour le total des points liés aux soins de la demande est inférieure à la catégorie budgétaire pour les résultats de l'application de l'instrument de mesure des soins requis pour les paramètres accompagnement et permanence, au maximum la catégorie budgétaire correspondant au total des points liés aux soins de la demande peut être attribuée.]1

  
Afdeling 3. - Prioritering van de nood aan ondersteuning
Section 3. - Fixation des priorités du besoin de soutien
Art.22. [1 Na de goedkeuring van het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering en de ontvangst van het volledige multidisciplinaire verslag en nadat de budgetcategorie is bepaald die door het agentschap kan worden toegewezen, legt het agentschap het dossier voor aan de Vlaamse toeleidingscommissie.]1
  
Art.22. [1 Après l'approbation du plan de soutien du financement personnalisé, la réception du rapport multidisciplinaire complet et la détermination de la catégorie budgétaire qui peut être attribuée par l'agence, l'agence soumet le dossier à la commission d'orientation flamande.]1
  
Art.23. [1 De Vlaamse toeleidingscommissie bepaalt conform artikel 5bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap of de persoon die een aanvraag doet of voor wie een aanvraag wordt gedaan, getroffen is door een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 en kent een prioriteitengroep toe conform het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016 over de toekenning van prioriteitengroepen en de rangschikking binnen prioriteitengroepen.]1
  
Art.23. [1 Conformément à l'article 5bis de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprès de l'Agence flamande pour les Personnes handicapées, la commission d'orientation flamande détermine si la personne qui introduit une demande ou pour laquelle une demande est introduite, est atteinte d'un handicap tel que visé à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004, et attribue un groupe prioritaire conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2016 relatif à l'identification de groupes prioritaires et au classement au sein de groupes prioritaires.]1
  
Afdeling 4. - De toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning
Section 4. - L'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles
Art.25. Het agentschap neemt een beslissing tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning op grond van:
  1° de vraag, vermeld in het door het agentschap goedgekeurde ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering;
  2° de beoordeling van de handicap van de [1 Vlaamse toeleidingscommissie]1;
  3° het resultaat van de objectivering van de nood aan zorg en ondersteuning, vermeld in het multidisciplinaire verslag;
  4° de budgetcategorie, vastgesteld conform artikel 17 tot en met 21 en vermeld in het multidisciplinaire verslag;
  5° de beoordeling van de [1 Vlaamse toeleidingscommissie]1 over de toekenning van een prioriteitengroep.
  
Art.25. L'agence prend une décision d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles sur la base :
  1° de la demande visée au plan de soutien du financement qui suit la personne approuvé par l'agence ;
  2° de l'appréciation du handicap de la [1 commission d'orientation flamande]1 ;
  3° du résultat de l'objectivation du besoin de soins et de soutien, visé au rapport multidisciplinaire ;
  4° de la catégorie budgétaire fixée conformément aux articles 17 à 21 inclus et visée au rapport multidisciplinaire ;
  5° de l'appréciation de la [1 commission d'orientation flamande]1 relative à l'attribution d'un groupe de priorités.
  
Art.26. De beslissing tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning vermeldt:
  1° of de persoon een handicap heeft als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004;
  2° of de persoon recht heeft op een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning;
  3° de budgetcategorie die wordt toegewezen, en de wijze waarop het budget is samengesteld;
  4° de door de [1 Vlaamse toeleidingscommissie]1 toegekende prioriteitengroep;
  5° de geldigheidstermijn van de beslissing tot toewijzing.
  
Art.26. La décision d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles mentionne :
  1° si la personne a un handicap tel que visé à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 ;
  2° si la personne a droit à un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles ;
  3° la catégorie budgétaire attribuée et la manière dont le budget est composé ;
  4° le groupe des priorités attribué par la [1 commission d'orientation flamande]1 des priorités ;
  5° le délai de validité de la décision d'attribution.
  
Art.27. § 1. [1 In dit artikel wordt verstaan onder adviescommissie: de adviescommissie, vermeld in artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.]1
  § 2. Het agentschap brengt de aanvrager op de hoogte van zijn voornemen met betrekking tot de beslissing over de toewijzing.
  [2 [3 Binnen vijfenveertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop het agentschap het voornemen van beslissing heeft verzonden,]3 kan de aanvrager met een gemotiveerd verzoekschrift aan het agentschap vragen om zijn voornemen in heroverweging te nemen. De aanvrager bezorgt het gemotiveerde verzoekschrift aan het agentschap aangetekend met de post of elektronisch op de wijze die het agentschap bepaalt. Als het verzoekschrift met de post bezorgd wordt, ondertekent de aanvrager dat verzoekschrift.]2
  § 3. De termijn, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, begint pas te lopen op het ogenblik dat de aanvrager effectief heeft kunnen kennisnemen van het voornemen van het agentschap, als hij overmacht of omstandigheden buiten zijn wil aantoont.
  Als de aanvrager binnen die termijn geen verzoekschrift aan het agentschap heeft gericht, wordt hij geacht onweerlegbaar met het voornemen van het agentschap in te stemmen en verzendt het agentschap hem onmiddellijk de beslissing.
  § 4. [1 Als de aanvrager binnen de termijn, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, aan het agentschap een verzoek tot heroverweging heeft gericht, stuurt het agentschap het dossier onmiddellijk naar de adviescommissie. Als de aanvrager in het verzoekschrift daarom heeft gevraagd, wordt hij door de adviescommissie gehoord binnen zestig dagen na de ontvangst van het dossier.]1
  § 5. Binnen dertig dagen na de dag waarop de aanvrager door de adviescommissie [1 ...]1 is gehoord, of binnen negentig dagen na de dag waarop de adviescommissie [1 ...]1 het dossier heeft ontvangen, naargelang de aanvrager al dan niet heeft gevraagd om gehoord te worden, deelt ze haar advies mee aan het agentschap.
  Binnen dertig dagen na de ontvangst van het advies van de adviescommissie deelt het agentschap zijn beslissing en het advies van de adviescommissie en de heroverwegingscommissie zorgregie mee aan de aanvrager.
  
Art.27. § 1er. [1 Dans le présent article, on entend par commission consultative : la commission consultative visée à l'article 29 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprès de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ".]1
  § 2. L'agence informe le demandeur de son intention relative à la décision sur l'attribution.
  [2 [3 Dans les quarante-cinq jours à compter du jour auquel l'agence a envoyé l'intention de décision,]3 celui-ci peut adresser à l'agence une requête motivée en vue de reconsidérer son intention. Le demandeur transmet la requête motivée à l'agence par lettre recommandée par la poste ou par voie électronique selon les modalités déterminées par l'agence. Si la requête est transmise par la poste, le demandeur signe cette requête.]2
  § 3. Le délai fixé au paragraphe 2, alinéa 2, ne court qu'à partir du moment où le demandeur a pu effectivement prendre connaissance de l'intention de l'agence, au cas où il donne la preuve de force majeure ou de circonstances indépendantes de sa volonté.
  Lorsque le demandeur n'a pas adressé une telle demande à l'agence dans ce délai, il est censé consentir irréfutablement à l'intention de l'agence, et l'agence lui notifie la décision sur le champ.
  § 4. [1 Si le demandeur a adressé à l'agence une demande de reconsidération dans le délai visé au paragraphe 2, alinéa 2, l'agence envoie le dossier immédiatement à la commission consultative. Si le demandeur l'a demandé dans sa requête, il est entendu par la commission consultative dans les soixante jours suivante la réception du dossier.]1
  § 5. Dans les trente jours de la date à laquelle le demandeur est entendu par la commission consultative [1 ...]1, ou dans les nonante jours de la date à laquelle la commission consultative [1 ...]1 a reçu le dossier, selon que le demandeur a demandé ou non d'être entendu, elle communique son avis à l'agence.
  Dans les trente jours de la réception de l'avis de la commission consultative, l'agence notifie sa décision et l'avis de la commission consultative et de la commission de reconsidération régie des soins au demandeur.
  
HOOFDSTUK 4. [1 Noodprocedure en toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning na noodprocedure ]1
CHAPITRE 4. [1 Procédure d'urgence et attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles après une procédure d'urgence ]1
Afdeling 1. [1 Noodprocedure ]1
Section 1re. [1 Procédure d'urgence ]1
Art.28. [1 Als het agentschap erkent dat de situatie waarin een persoon zich bevindt, voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 30, kan het agentschap een tijdelijk budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning toewijzen en ter beschikking stellen ]1.
  
Art.28. [1 Lorsque l'agence reconnaît que la situation dans laquelle une personne se trouve, répond aux conditions visées à l'article 30, l'agence peut attribuer et mettre à disposition un budget temporaire pour les soins et le soutien non directement accessibles ]1.
  
Art.29. [3 De aanvrager dient met een vragenlijst die door het agentschap wordt vastgesteld, een aanvraag in bij het agentschap voor een tijdelijk budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning. In de vragenlijst worden de identificatiegegevens van de persoon met een handicap en de wettelijk vertegenwoordiger(s) opgevraagd. De aanvrager moet een motivatie van de aanvraag toevoegen alsook de gewenste ondersteuning vermelden. Op basis van die gegevens kan het agentschap oordelen over de voorwaarden zoals vermeld in artikel 30 en een budgetcategorie bepalen. De aanvrager bezorgt de vragenlijst aan het agentschap met de post of elektronisch op de wijze die het agentschap bepaalt. Als de vragenlijst met de post wordt bezorgd, ondertekent de aanvrager de vragenlijst]3.
  [3 In afwijking van het eerste lid kan de aanvraag worden ingediend en de vragenlijst worden ondertekend door een andere persoon dan de aanvrager als wordt aangetoond waarom de aanvrager de aanvraag niet kan indienen of ondertekenen.]3
  [3 Als de persoon voor wie een aanvraag wordt ingediend nog niet erkend is door het agentschap als een persoon met een handicap of als het agentschap nog niet heeft geoordeeld dat die persoon voldoet aan de voorwaarden in verband met psychische stoornissen voor de toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 2, wordt een gemotiveerd attest van een multidisciplinair team of van een arts bij de aanvraag gevoegd. In dat attest wordt aangetoond dat er ernstige indicaties zijn voor de aanwezigheid van een handicap en dat de persoon voldoet aan de voorwaarden in verband met psychische stoornissen voor de toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 2. Die gegevens moeten het agentschap in staat stellen om het vermoeden van handicap en het vermoeden dat de persoon voldoet aan de voorwaarden in verband met psychische stoornissen, te bevestigen.Het attest wordt met de post aan het agentschap bezorgd en het attest wordt ondertekend door de persoon die het heeft opgemaakt]3.
  [1 Het agentschap onderzoekt of de vragenlijst [3 en in voorkomend geval het gemotiveerd attest, vermeld in het derde lid,]3 volledig is ingevuld. In voorkomend geval kan het agentschap bijkomende informatie opvragen.
   Als binnen twee weken te rekenen vanaf de datum waarop de vragenlijst, vermeld in het eerste lid, aan het agentschap is bezorgd, devragenlijst op verzoek van het agentschap niet wordt vervolledigd of het [3 gemotiveerd]3 attest, vermeld in het [3 derde]3 lid, niet aan het agentschap wordt bezorgd, wordt de aanvraag van [3 een tijdelijk budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning]3 stopgezet.]1

  
Art.29. [3 Au moyen d'un questionnaire fixé par l'agence, le demandeur introduit auprès de l'agence une demande de budget temporaire pour les soins et le soutien non directement accessibles. Le questionnaire demande les données d'identification de la personne handicapée et du ou des représentants légaux. Le demandeur doit joindre une motivation de la demande et mentionner le soutien souhaité. Sur la base de ces informations, l'agence peut juger des conditions telles que visées à l'article 30 et déterminer une catégorie budgétaire. Le demandeur transmet le questionnaire à l'agence par la poste ou par voie électronique selon les modalités déterminées par l'agence. Si le questionnaire est transmis par la poste, le demandeur signe le questionnaire]3.
  [3 Par dérogation à l'alinéa 1, la demande peut être présentée et le questionnaire signé par une personne autre que le demandeur s'il est démontré pourquoi le demandeur ne peut présenter ou signer la demande. ]3
  [3 Lorsque la personne pour laquelle une demande est introduite, n'est pas encore reconnue par l'agence comme personne handicapée ou si l'agence n'a pas encore jugé que cette personne remplit les conditions liées aux troubles mentaux pour l'attribution d'un budget de soins et de soutien non directement accessibles visé à l'article 2, une attestation motivée d'une équipe multidisciplinaire ou d'un médecin est jointe à la demande. Cette attestation démontre qu'il existe des indications sérieuses de la présence d'un handicap et que la personne répond aux conditions relatives aux troubles mentaux pour l'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, visés à l'article 2. Ces informations doivent permettre à l'agence de confirmer la présomption de handicap et la présomption que la personne remplit les conditions liées aux troubles mentaux. L'attestation est transmise à l'agence par la poste et est signée par la personne qui l'a établie]3.
  [1 L'agence examine si le questionnaire [3 et, le cas échéant, l'attestation justifiée visée à l'alinéa 3, ]3 a été rempli complètement. Le cas échéant, l'agence peut demander des informations complémentaires.
   Si, dans un délai de deux semaines à compter de la date à laquelle le questionnaire visé à l'alinéa premier a été remis à l'agence, le questionnaire n'est pas rempli à la demande de l'agence ou si le certificat [3 motivé]3 visé à l'alinéa [3 trois]3 n'est pas fourni à l'agence, la demande [3 d'un budget temporaire pour les soins et le soutien non directement accessibles]3 est abandonnée.]1

  
Art.30. [1 Het agentschap kan een tijdelijk budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning toewijzen als de volgende voorwaarden zijn vervuld:
   1° de integriteit van de persoon met een handicap of met een vermoeden van handicap of van het sociaal netwerk van die persoon is ernstig bedreigd of geschonden;
   2° de integriteitsbedreiging of de schending van de integriteit, vermeld in punt 1°, wordt veroorzaakt door minstens een van de volgende factoren:
   a) actueel en ernstig fysiek, psychisch of seksueel misbruik in de relatie tussen de persoon met een handicap of met een vermoeden van handicap en een of meer personen uit het sociaal netwerk;
   b) actuele en ernstige fysieke of psychische verwaarlozing in de relatie tussen de persoon met een handicap of met een vermoeden van handicap en een of meer personen uit het sociaal netwerk;
   c) het recente, plotse en onvoorzienbare wegvallen van een significant deel van de geboden zorg en ondersteuning vanuit het sociaal netwerk;
   d) actuele en ernstige zelfverwaarlozing ten gevolge van het langdurige ontbreken van een sociaal netwerk dat zorg en ondersteuning kan bieden.;
   3° alternatieve oplossingen binnen het sociaal netwerk of binnen de reguliere of rechtstreeks toegankelijke hulp zijn op het moment van de aanvraag van een tijdelijk budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning en op korte termijn ontoereikend, waardoor er onmiddellijk handicap specifieke niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning die wordt gefinancierd door het agentschap geboden moet worden ]1
.
  
Art.30. [1 L'agence peut attribuer un budget temporaire pour les soins et le soutien non directement accessibles si les conditions suivantes sont remplies :
   1° l'intégrité de la personne handicapée ou suspectée de l'être ou du réseau social de cette personne a été gravement menacée ou violée ;
   2° la menace ou l'atteinte à l'intégrité mentionnée au point 1° est causée par au moins l'un des facteurs suivants :
   a) des abus physiques, psychologiques ou sexuels réels et graves dans la relation entre la personne handicapée ou suspectée de l'être et une ou plusieurs personnes du réseau social ;
   b) une négligence physique ou psychologique actuelle et grave dans la relation entre la personne handicapée ou suspectée de l'être et une ou plusieurs personnes du réseau social ;
   c) la perte récente, soudaine et imprévisible d'une partie importante des soins et du soutien fournis par le réseau social ;
   d) une auto-négligence actuelle et grave résultant de l'absence à long terme d'un réseau social capable de fournir des soins et du soutien ;
   3° les solutions alternatives au sein du réseau social ou de l'aide régulière ou directement accessible sont inadéquates au moment de la demande de budget temporaire pour les soins et le soutien non directement accessibles et à court terme, ce qui nécessite la fourniture immédiate de soins et de soutien non directement accessibles spécifiques au handicap et financés par l'agence ]1
.
  
Art.31. [1 Als het agentschap van oordeel is dat aangetoond is dat er ernstige indicaties zijn voor de aanwezigheid van een handicap en dat is voldaan aan de voorwaarden in verband met psychische stoornissen voor de toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 2, en aan de voorwaarden, vermeld in artikel 30, kan het agentschap een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning toewijzen voor een periode van maximaal zes aaneensluitende maanden.
   Het agentschap kan op basis van de nood aan ondersteuning overdag en de nood aan ondersteuning `s avonds of `s nachts, vermeld in de vragenlijst, vermeld in artikel 29, eerste lid, conform tabel 10 die is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, maximaal zesentwintig tweeënvijftigste van een van de budgetcategorieën vermeld in de voormelde tabel 10, toewijzen.
   Het tijdelijk budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning wordt onmiddellijk na de toewijzing ervan met ingang van de dag waarop de vragenlijst, vermeld in artikel 29, eerste lid, aan het agentschap is bezorgd, ter beschikking gesteld ]1
.
  
Art.31. [1 Lorsque l'agence estime qu'il est démontré qu'il existe des indications sérieuses de la présence d'un handicap et que les conditions relatives aux troubles mentaux pour l'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles visé à l'article 2 et les conditions visées à l'article 30 sont remplies, l'agence peut attribuer un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour une période de six mois consécutifs au maximum.
   L'agence peut attribuer, sur la base du besoin de soutien de jour et de soutien en soirée ou de nuit, mentionné dans le questionnaire visé à l'article 29, alinéa 1er, conformément au tableau 10 repris en annexe au présent arrêté, au maximum vingt-six cinquante-deuxième de l'une des catégories budgétaires mentionnées dans le tableau 10 précité.
   Le budget temporaire pour les soins et le soutien non directement accessibles est mis à disposition immédiatement après son attribution avec effet à compter du jour où le questionnaire visé à l'article 29, alinéa 1er, est remis à l'agence ]1
.
  
Afdeling 2. [1 Toewijzing en terbeschikkingstelling van een budget voor niet rechtstreeks noodzakelijke zorg en ondersteuning na een noodprocedure ]1
Section 2. [1 Attribution et mise à disposition d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles suivant une procédure d'urgence ]1
Art.32. [1 § 1. Er kan aanspraak gemaakt worden op een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning na een noodprocedure als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
   1° het risico op een integriteitsbedreiging of een integriteitsschending dreigt opnieuw als er geen budget voor rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning na een noodprocedure wordt toegewezen en ter beschikking gesteld door factoren als vermeld in artikel 30, tweede lid, 2°, a), b) of d) of door het feit dat een significant deel van de zorg en ondersteuning vanuit het sociaal netwerk, vermeld in artikel 30, tweede lid, 2°, c) definitief niet vanuit het sociaal netwerk kan worden geboden;
   2° er kunnen geen alternatieve oplossingen binnen het sociaal netwerk of binnen de reguliere of rechtstreeks toegankelijke hulp voor de lange termijn gevonden worden.
   § 2. De aanvrager dient binnen twintig weken vanaf de datum waarop de vragenlijst, vermeld in artikel 29, eerste lid, aan het agentschap is bezorgd, de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning na een noodprocedure bij het agentschap in met het formulier dat door het agentschap is vastgesteld. De aanvrager bezorgt het formulier aan het agentschap met de post of elektronisch op de wijze die het agentschap bepaalt. Als het formulier met de post wordt bezorgd, ondertekent de aanvrager de vragenlijst.
   Het agentschap onderzoekt of het formulier volledig is ingevuld. In voorkomend geval kan het agentschap bijkomende informatie opvragen.
   Als binnen veertien dagen vanaf de datum waarop het formulier, vermeld in het eerste lid, aan het agentschap is bezorgd, dat formulier op verzoek van het agentschap niet wordt vervolledigd, wordt de aanvraag van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning na een noodprocedure stopgezet.
   § 3. Als het agentschap op basis van het formulier, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, oordeelt dat is voldaan aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, kan de aanvrager een aanvraag indienen voor de toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning na een noodprocedure overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2.
   De aanvraag wordt afgehandeld conform de bepalingen van hoofdstuk 3.
   In afwijking van de bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 3, wordt het dossier niet voorgelegd aan de [2 Vlaamse toeleidingscommissie]2 voor de toekenning van een prioriteitengroep.
   § 4 Als de aanvraag, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, niet is afgehandeld bij afloop van de periode, vermeld in artikel 31, eerste lid, stelt het agentschap het tijdelijk budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat is toegewezen conform artikel 31, verder ter beschikking totdat het agentschap een beslissing tot toewijzing en terbeschikkingstelling van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning na een noodprocedure heeft genomen na de afhandeling van de aanvraag, vermeld in paragraaf 3, op voorwaarde dat de aanvraag volledig conform hoofdstuk 2 wordt ingediend voor de afloop van een periode van een jaar vanaf de datum van de beslissing van het agentschap over de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1.
   Als het agentschap na de afhandeling van de aanvraag, vermeld in paragraaf 3, beslist om geen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning na een noodprocedure toe te wijzen, wordt de terbeschikkingstelling van het tijdelijk budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 28, stopgezet met ingang van de eerste dag van de vierde maand die volgt op de maand waarin het agentschap de beslissing over de toewijzing van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning na een noodprocedure heeft genomen ]1
.
  
Art.32. [1 § 1er. Il peut être fait appel à un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles et après une procédure d'urgence si les conditions suivantes sont remplies :
   1° le risque d'une menace ou d'une atteinte à l'intégrité est à nouveau menacé si aucun budget pour les soins et le soutien directement accessibles n'est attribué et mis à disposition après une procédure d'urgence par les facteurs tels que mentionnés à l'article 30, alinéa 2, 2°, a), b) ou d) ou par le fait qu'une part significative des soins et du soutien provient du réseau social mentionné à l'article 30, alinéa 2, 2°, c) ne peut définitivement être fournie par le réseau social ;
   2° aucune solution alternative à long terme ne peut être trouvée au sein du réseau social ou de l'aide régulière ou directement accessible.
   § 2. Dans un délai de vingt semaines à compter de la date de remise à l'agence du questionnaire visé à l'article 29, alinéa 1, le demandeur introduit à l'agence la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles après une procédure d'urgence en utilisant le formulaire déterminé par l'agence. Le demandeur transmet le formulaire à l'agence par la poste ou par voie électronique selon les modalités fixées par l'agence. Si le formulaire est transmis par la poste, le demandeur signe le questionnaire.
   L'agence examine si le formulaire a été dûment complété. Le cas échéant, l'agence peut demander des informations complémentaires.
   Si, dans un délai de 14 jours à compter de la date à laquelle le formulaire visé à l'alinéa 1er est remis à l'agence, ce formulaire n'est pas complété à la demande de l'agence, la demande de budget pour les soins et le soutien non directement accessibles après une procédure d'urgence sera cessée.
   § 3. Si, l'agence juge, sur la base du formulaire visé au paragraphe 2, alinéa 1er, que les conditions visées au paragraphe 1 sont remplies, le demandeur peut introduire une demande d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles après une procédure d'urgence conformément aux dispositions du chapitre 2.
   La demande sera traitée conformément aux dispositions du chapitre 3.
   Par dérogation aux dispositions du chapitre 3, section 3, le dossier n'est pas présenté à la [2 commission d'orientation flamande]2 pour l'attribution d'un groupe prioritaire.
   § 4. Si la demande visée au paragraphe 3, alinéa 1er, n'a pas été traitée à la fin de la période visée à l'article 31, alinéa 1er, l'agence continue à mettre à disposition le budget temporaire pour les soins et le soutien non directement accessibles attribué conformément à l'article 31, jusqu'à ce que l'agence ait pris la décision d'attribuer et de mettre à disposition le budget pour les soins et le soutien non directement accessibles après une procédure d'urgence suivant le traitement de la demande mentionnée au paragraphe 3, à condition que la demande soit introduite intégralement conformément au chapitre 2 avant l'expiration d'une période d'un an à compter de la date de la décision de l'agence sur les conditions mentionnées au paragraphe 1.
   Si, après avoir traité la demande mentionnée au paragraphe 3, l'agence décide de ne pas attribuer de budget pour les soins et le soutien non directement accessibles après une procédure d'urgence, la mise à disposition du budget temporaire pour les soins et le soutien non directement accessibles mentionné à l'article 28 prend fin à compter du premier jour du quatrième mois suivant le mois au cours duquel l'agence a pris la décision d'attribuer le budget pour les soins et le soutien non directement accessibles après une procédure d'urgence ]1
.
  
HOOFDSTUK 5. - Spoedprocedure
CHAPITRE 5. - Procédure d'urgence
Art.33. § 1. Personen die aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, voldoen, kunnen een aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning indienen met een aanvraagformulier en een medisch attest [4 dat is ingevuld door een behandelende arts, aangevuld met medische verslagen van de behandelende arts-specialist die de medische aandoening in kwestie opvolgt]4. [3 De aanvrager bezorgt het aanvraagformulier aan het agentschap met de post of elektronisch op de wijze die het agentschap bepaalt. Als het aanvraagformulier met de post wordt bezorgd, ondertekent de aanvrager het aanvraagformulier.]3
  De voorwaarden voor de toepassing van de procedure, vermeld in het eerste lid, zijn de volgende:
  1° bij de persoon met een handicap is een van de volgende diagnoses gesteld:
  a) bij personen ouder dan 21 jaar:
  1) ALS (amyotrofe lateraalsclerose);
  2) PLS (primaire lateraalsclerose);
  3) PMA (progressieve musculaire atrofie);
  4) corticobasale degeneratie;
  5) multisysteematrofie;
  6) progressieve supranucleaire verlamming;
  7) anaplastisch hooggradig astrocytoom;
  8) hooggradig glioblastoma dat wat betreft evolutieve kenmerken aansluit bij graad III;
  9) laaggradig astrocytoom;
  b) bij personen jonger dan 21 jaar:
  1) een evolutieve neuromusculaire aandoening;
  2) een metabole stoornis met een ernstige en evolutieve weerslag op het algemeen functioneren;
  [4 1° /1 bij een persoon met een handicap van wie wordt ingeschat dat de levensverwachting op het moment van de aanvraag beperkt is door een vergevorderd stadium van een evolutieve neuromusculaire, neurodegeneratieve of bindweefselaandoening:
   a) die persoon beschikt al over een toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning conform artikel 25 of er is aan die persoon al een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning ter beschikking gesteld;
   b) die persoon is jonger dan 65 jaar op het moment van de aanvraag;]4

  2° over een periode van één jaar of minder, voorafgaand aan en aansluitend op de aanvraagdatum van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, heeft op een van de volgende domeinen een ontwikkeling plaatsgevonden als hieronder omschreven is:
  a) domein verplaatsing: van zelfstandig stappen naar de onmogelijkheid om zonder hulp van derden op te staan en zich te verplaatsen;
  b) domein zich wassen en aankleden: van zich zelfstandig kunnen wassen en aankleden naar de onmogelijkheid zich zelfstandig te wassen en aan te kleden;
  c) domein eten: van zelfstandig kunnen eten naar de onmogelijkheid om zelfstandig te kunnen eten;
  d) domein toiletgang: van alleen naar het toilet kunnen gaan en zich reinigen naar de noodzaak om volledig geholpen te worden om naar het toilet te gaan en zich te reinigen;
  e) domein ademhaling: de persoon kan niet meer zelfstandig ademen en heeft permanent toezicht nodig wegens de [4 kunstmatige]4 beademing. [4 Toedienen van Continuous Positive Airway Pressure wordt niet beschouwd als kunstmatige beademing;]4
  Uit het medisch attest [4 en de medische verslagen]4 , vermeld in het eerste lid, moet blijken dat aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, is voldaan.
  Als de diagnose, vermeld in het [1 tweede lid, 1°, a), 9),]1 is vastgesteld, moet de ontwikkeling zich op minstens twee van de domeinen, vermeld in het tweede lid, 2°, hebben voorgedaan.
  [4 In afwijking van het tweede lid, 2°, en het derde lid blijkt uit het medisch attest, vermeld in het eerste lid, en een medisch verslag dat de aandoening en het functioneren van de persoon met een handicap voldoende accuraat weergeeft, dat de persoon, vermeld in het tweede lid, 1° /1, door de aandoening, vermeld in het tweede lid, 1° /1, op definitieve wijze voldoet aan minstens twee van de volgende voorwaarden:
   1° de persoon vertoont ernstige slikmoeilijkheden waardoor de aanwezigheid noodzakelijk is van een persoon die bevoegd is conform de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015, om tijdens de maaltijden te zorgen voor houdings- en kaakpositionering, of waardoor sondevoeding of parenterale voeding noodzakelijk is;
   2° de persoon is volledig afhankelijk van derden om transfers en verplaatsingen uit te voeren. Transfer- en mobiliteitshulpmiddelen maken geen zelfstandige transfer of verplaatsing mogelijk;
   3° de persoon heeft een ernstige stoornis van de spraak waardoor de persoon geen hulp kan inroepen;
   4° de persoon heeft een bijkomende complexe medische problematiek waarbij er continu gespecialiseerd toezicht nodig is door beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg als vermeld in de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015. Zonder het voormelde toezicht kan de persoon in een levensbedreigende situatie terechtkomen.]4

  Het agentschap stelt het model vast van het aanvraagformulier, het medisch attest, alsook de instrumenten aan de hand waarvan de ontwikkeling moet worden aangetoond.
  § 2. Als het agentschap vaststelt dat aan de criteria voor een spoedprocedure is voldaan, kan het een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning toewijzen dat overeenkomt met [2 budget categorie 16 als vermeld in tabel 1, die opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd]2.
  Als de persoon [4 met een handicap, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, ]4 nog niet door het agentschap is erkend als een persoon met een handicap, wordt hij automatisch erkend als een persoon met een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004, als het agentschap oordeelt dat aan de criteria voor een spoedprocedure is voldaan.
  De persoon kan zich wenden tot een multidisciplinair team voor de objectivering van de nood aan zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 12, tweede lid, 2°, en voor de vaststelling van een budgetcategorie. In dat geval kan het agentschap in afwijking van het eerste lid de budgetcategorie toewijzen die wordt vastgesteld door het multidisciplinair team.
  
Art.33. § 1er. Les personnes qui répondent aux conditions visées à l'alinéa deux, peuvent introduire une demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles au moyen d'un formulaire de demande et un certificat médical [4 rempli par un médecin traitant, complété par des rapports médicaux du médecin-spécialiste traitant qui suit l'affection médicale concernée]4. [3 Le demandeur transmet le formulaire de demande à l'agence par la poste ou par voie électronique selon les modalités déterminées par l'agence. Si le formulaire de demande est transmis par la poste, le demandeur signe le formulaire de demande.]3
  Les conditions pour l'application de la procédure visée au premier alinéa, sont les suivantes :
  1° une des diagnoses suivantes a été posée chez la personne handicapée :
  a) personnes de plus de 21 ans :
  1) ALS (sclérose latérale amyotrophique) ;
  2) PLS (sclérose latérale primaire) ;
  3) PMA (atrophie musculaire progressive) ;
  4) dégénération corticobasale ;
  5) atrophie multisystème ;
  6) paralysie supranucléaire progressive ;
  7) astrocytome anaplasique de haut grade ;
  8) glioblastome de haut grade qui s'apparente au grade III en ce qui concerne les caractéristiques évolutives ;
  9) astrocytome de bas grade ;
  b) personnes de moins de 21 ans :
  1) une affection neuromusculaire évolutive ;
  2) un trouble du métabolisme ayant une répercussion sérieuse et évolutive sur le fonctionnement général ;
  [4 1° /1 chez une personne handicapée dont l'espérance de vie au moment de la demande est estimée limitée par un stade avancé d'une maladie neuromusculaire, neurodégénérative ou du tissu conjonctif évolutive :
   a) cette personne dispose déjà d'une attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles conformément à l'article 25, ou un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles a déjà été mis à disposition de cette personne ;
   b) cette personne est âgée de moins de 65 ans au moment de la demande ;]4

  2° sur une période d'un an ou moins, avant et après la date de demande du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, un développement a été constaté dans un des domaines ci-dessous :
  a) domaine `déplacement' : évolution de marcher de manière autonome à l'impossibilité de se redresser et d'avancer sans l'aide de tiers ;
  b) domaine `se laver et s'habiller' : évolution de pouvoir se laver et s'habiller de manière autonome à l'impossibilité de se laver et de s'habiller autonomement ;
  c) domaine `manger' : évolution de manger de manière autonome à l'impossibilité de pouvoir manger autonomement ;
  d) domaine `se rendre à la toilette' : évolution de se rendre à la toilette et de se nettoyer de manière autonome à la nécessité de se faire assister tout à fait pour aller à la toilette et se nettoyer ;
  e) domaine `respiration' : la personne ne peut plus respirer de manière autonome et a besoin de surveillance permanente par suite [4 de la respiration artificielle. [4 La ventilation à pression positive continue n'est pas considérée comme une respiration artificielle ;]4 ]4
  Il doit ressortir [4 du certificat médical et des rapports médicaux visés]4 au premier alinéa, que les conditions visées à l'alinéa deux sont remplies.
  Lorsque le diagnostic visé à l'[1 alinéa 2, 1°, a), 9),]1 a été établi, l'évolution doit avoir eu lieu dans au moins deux des domaines visés à l'alinéa deux, 2°.
  [4 Par dérogation à l'alinéa 2, 2°, et l'alinéa 3, le certificat médical visé à l'alinéa 1er et un rapport médical qui reflète de manière suffisamment précise l'affection et le fonctionnement de la personne handicapée démontrent qu'en raison de l'affection visée à l'alinéa 2, 1° /1, la personne visée à l'alinéa 2, 1° /1, remplit de manière définitive au moins deux des conditions suivantes :
   1° la personne présente des troubles graves de déglutition qui nécessitent la présence d'une personne habilitée conformément à la loi relative à l'exercice des professions des soins de santé, coordonnée le 10 mai 2015, pour assurer le positionnement postural et maxillaire pendant les repas, ou qui nécessitent une alimentation par sonde ou une nutrition parentérale ;
   2° la personne est totalement dépendante de tiers pour effectuer les transferts et les déplacements. Les aides au transfert et à la mobilité ne permettent pas un transfert ou un déplacement indépendant ;
   3° la personne souffre d'un trouble grave de la parole qui l'empêche de demander de l'aide ;
   4° la personne présente une problématique médicale complexe supplémentaire nécessitant une surveillance spécialisée continue par des praticiens professionnels des soins de santé, tels que visés à la loi relative à l'exercice des professions des soins de santé, coordonnée le 10 mai 2015. Sans cette surveillance, la personne peut se retrouver dans une situation où sa vie est en danger.]4

  L'agence arrête le modèle du formulaire de demande, du certificat médical, ainsi que les instruments au moyen desquels le développement doit être démontré.
  § 2. Lorsque l'agence constate qu'il est satisfait aux critères d'une procédure d'urgence, elle peut attribuer un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles qui correspond à la [2 catégorie budgétaire 16, telle que visée au tableau 1er, repris dans l'annexe jointe au présent arrêté]2.
  Lorsque la personne [4 handicapée, visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°,]4 n'a pas encore été reconnue comme personne handicapée, il est automatiquement agréé comme personne handicapée tel que visé à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004, lorsque l'agence estime qu'il est satisfait aux critères pour une procédure d'urgence.
  La personne peut s'adresser à une équipe multidisciplinaire pour l'objectivation du besoin de soins et de soutien, visé à l'article 12, alinéa deux, 2°, et pour la fixation d'une catégorie budgétaire. Dans ce cas, l'agence peut attribuer, par dérogation à l'alinéa premier, la catégorie budgétaire qui est fixée par l'équipe multidisciplinaire.
  
HOOFDSTUK 6.
CHAPITRE 6.
HOOFDSTUK 7. - Herziening
CHAPITRE 7. - Révision
Art.35. § 1. De aanvrager kan een aanvraag tot herziening van de beslissing tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning indienen bij het agentschap als er zich een significante wijziging heeft voorgedaan in de situatie van de persoon sinds de jongste beslissing van het agentschap tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning.
  De aanvraag tot herziening wordt ingediend overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2. In het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering en het multidisciplinair verslag wordt uiteengezet waarin de significante wijziging van de situatie van de persoon bestaat en wat de consequenties hiervan zijn voor de vraag, de objectivering van de nood aan zorg en ondersteuning en de dringendheid van de vraag.
  De aanvraag wordt afgehandeld overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 3.
  § 2. Als de significante wijziging van de situatie van de persoon alleen consequenties heeft voor de inschatting van de dringendheid van de vraag van de persoon met een handicap, hoeven geen ondersteuningsplan en multidisciplinair verslag te worden opgemaakt. De persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger wenden zich in dat geval tot een multidisciplinair team voor het aanleveren van informatie over de dringendheid van de vraag van de persoon met een handicap om de prioriteit in te schatten. De persoon met een handicap kan ook zijn persoonlijke nieuwe inschatting van de dringendheid van zijn vraag meedelen aan het agentschap.
  Het agentschap legt het dossier voor aan de [3 Vlaamse toeleidingscommissie]3 en brengt de persoon met een handicap of de wettelijke vertegenwoordiger op de hoogte van de beslissing tot toekenning van een prioriteitengroep.
  § 3. [1 [2 Als een herziening van een toegewezen budgetcategorie of van een toegekende prioriteitengroep wordt gevraagd, vervangt de beslissing die het agentschap heeft genomen over de toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning en over de toekenning van een prioriteitengroep na de afhandeling van de aanvraag van herziening, de beslissing tot toewijzing van de budgetcategorie waarvan herziening wordt gevraagd of de beslissing tot toekenning van de prioriteitengroep waarvan herziening wordt gevraagd]2.]1
  
Art.35. § 1er. Le demandeur peut introduire une demande de révision de la décision d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles auprès de l'agence lorsqu'une modification significative est intervenue dans la situation de la personne depuis la dernière décision de l'agence d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles.
  La demande de révision est introduite conformément aux dispositions du chapitre 2. Il est expliqué au plan de soutien du financement du suit la personne et au rapport multidisciplinaire ce que signifie la modification significative de la situation de la personne et quelles sont les conséquences pour la demande, l'objectivation du besoin de soins et de soutien et pour l'urgence de la demande.
  La demande est traitée conformément aux dispositions du chapitre 3.
  § 2. Lorsque la modification significative de la situation de la personne n'a que des conséquences pour l'estimation de l'urgence de la demande de la personne handicapée, l'établissement d'un plan de soutien et d'un rapport multidisciplinaire n'est pas requis. Dans ce cas, la personne handicapée ou son représentant légal s'adressent à une équipe multidisciplinaire pour la fourniture d'informations sur l'urgence de la demande de la personne handicapée en vue de l'appréciation de la priorité. La personne handicapée peut également communiquer à l'agence sa nouvelle appréciation personnelle de l'urgence de sa demande.
  L'agence soumet le dossier à la [3 commission d'orientation flamande]3 et informe la personne handicapée ou le représentant légal de la décision d'attribution d'un groupe de priorités.
  § 3. [1 [2 Si une révision d'une catégorie budgétaire allouée ou d'un groupe prioritaire attribué est demandée, la décision prise par l'agence sur l'allocation d'un budget de soins et de soutien non directement accessible et sur l'attribution d'un groupe prioritaire après le traitement de la demande de révision remplace la décision d'allocation de la catégorie budgétaire pour laquelle la révision est demandée ou la décision sur l'attribution du groupe prioritaire pour lequel la révision est demandée.]2]1
  
Art.36. Als zich in de toestand van de persoon met een handicap een zodanig belangrijke wijziging voordoet dat een herziening van de beslissing tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning nodig blijkt en de persoon met een handicap of de wettelijke vertegenwoordiger zelf geen aanvraag tot herziening indient, kan het agentschap het initiatief nemen tot herziening en aan de persoon met een handicap vragen een nieuw ondersteuningsplan en een nieuw multidisciplinair verslag te bezorgen.
  Het dossier wordt afgehandeld overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 3.
Art.36. Lorsqu'une modification tellement significative se produit dans la situation de la personne handicapée qu'une révision de la décision d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles paraît nécessaire et lorsque la personne handicapée ou le représentant légal n'introduit aucune demande de révision, l'agence peut prendre elle-même l'initiative de révision et demander à la personne concernée de transmettre un nouveau plan de soutien et un nouveau rapport multidisciplinaire.
  Le dossier est traité conformément aux dispositions du chapitre 3.
HOOFDSTUK 8. - De terbeschikkingstelling van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning
CHAPITRE 8. - La mise à disposition du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles
Art.37. [1 § 1. In dit artikel wordt verstaan onder:
   1° agentschap Opgroeien: het agentschap Opgroeien, vermeld in artikel 1, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 24 oktober 2008 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Opgroeien;
   2° intersectoraal zorgnetwerk: een intersectoraal zorgnetwerk als vermeld in artikel 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 betreffende het intersectorale zorgnetwerk en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, wat betreft de prioritair toe te wijzen hulpvragen;
   3° een aanvullend geïndividualiseerd hulpaanbod: een aanvullend geïndividualiseerd hulpaanbod als vermeld in artikel 67, tweede lid, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.
   § 2. Het agentschap stelt de budgetten voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning binnen de grenzen van de middelen die zijn vastgelegd op zijn begroting voor de toekenning van budgetten aan meerderjarigen, onmiddellijk na de toewijzing ervan ter beschikking aan de volgende personen met een handicap:
   1° de personen met een handicap aan wie een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning is toegewezen met toepassing van hoofdstuk 4, afdeling 1, van dit besluit;
   2° de personen met een handicap aan wie een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning is toegewezen met toepassing van hoofdstuk 4, afdeling 2, van dit besluit;
   3° de personen met een handicap aan wie een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning is toegewezen met toepassing van artikel 33 van dit besluit;
   4° [2 ...]2
   5° de personen met een handicap aan wie op het moment van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning een persoonlijke-assistentiebudget is toegekend, met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of is toegewezen door het agentschap, conform de modaliteiten, vermeld in het derde lid.
   Als een persoonlijke-assistentiebudget wordt toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp nadat een ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering aan het agentschap is bezorgd of nadat het agentschap een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning heeft toegewezen, wordt onmiddellijk na de toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning of na de toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning ter beschikking gesteld conform het derde lid.
   Het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat ter beschikking kan worden gesteld aan de personen, vermeld in het eerste lid, 5°, of vermeld in het tweede lid, wordt vastgesteld op basis van de volgende elementen:
   1° het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat is toegewezen;
   2° het bedrag van het persoonlijke-assistentiebudget dat is toegekend;
   3° als de betrokken persoon met een handicap gebruikt maakt van een intersectoraal zorgnetwerk of gebruikmaakt van een aanvullend geïndividualiseerd hulpaanbod, wordt naast de elementen, vermeld in punt 1° en 2°, ook rekening gehouden met het bedrag van de subsidies die het agentschap Opgroeien heeft betaald voor die jeugdhulpverlening.
   De Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, bepaalt op welke wijze het bedrag van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat ter beschikking kan worden gesteld op basis van de elementen, vermeld in het derde lid, wordt vastgesteld. Het bedrag van het budget dat ter beschikking wordt gesteld, kan nooit hoger zijn dan het bedrag van het budget dat is toegewezen.
   § 3. Het agentschap stelt het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat is toegewezen aan de personen met een handicap die op het moment van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning gebruikmaken van jeugdhulpverlening als vermeld in artikel 1, 7° /1, a) tot en met c), ter beschikking conform het tweede tot en met het vijfde lid.
   Het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat ter beschikking kan worden gesteld, wordt vastgesteld op basis van de volgende elementen:
   1° het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat is toegewezen;
   2° de jeugdhulpverlening, vermeld in artikel 1, 7° /1, a) tot en met c), waarvan gebruikgemaakt is;
   3° de resultaten van de objectivering van de nood aan zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 12, tweede lid, 2°, opgenomen in het multidisciplinair verslag dat de aanvrager aan het agentschap heeft bezorgd in het kader van de aanvraag van het toegewezen budget;
   4° als de betrokken persoon met een handicap gebruik maakt van een intersectoraal zorgnetwerk of gebruikmaakt van een aanvullend geïndividualiseerd hulpaanbod, wordt naast de elementen, vermeld in punt 1° tot en met 3°, rekening gehouden met het bedrag van de subsidies die het agentschap Opgroeien heeft betaald voor die jeugdhulpverlening.
   De Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, bepaalt op welke wijze het bedrag van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning dat ter beschikking wordt gesteld op basis van de elementen, vermeld in het tweede lid, wordt vastgesteld. Het bedrag van het budget dat ter beschikking wordt gesteld, kan nooit hoger zijn dan het bedrag van het budget dat is toegewezen.
   Het budget wordt op zijn vroegst ter beschikking gesteld met ingang van 1 juli van het jaar waarin de betrokken persoon met een handicap eenentwintig jaar wordt, op voorwaarde dat de persoon met een handicap in dat jaar en voorafgaand aan de terbeschikkingstelling gebruikmaakt van jeugdhulpverlening als vermeld in artikel 1, 7° /1, a) tot en met c).
   Als de persoon met een handicap op het moment van de aanvraag gebruikmaakt van jeugdhulpverlening als vermeld in artikel 1, 7° /1, a) tot en met c), maar het agentschap nog geen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning heeft toegewezen op 1 juli van het jaar waarin de persoon met een handicap eenentwintig jaar wordt, wordt het budget onmiddellijk na de toewijzing van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning ter beschikking gesteld, op voorwaarde dat de betrokken persoon met een handicap in het jaar waarin het budget wordt toegewezen en ter beschikking wordt gesteld en voorafgaand aan de terbeschikkingstelling gebruikmaakt van jeugdhulpverlening als vermeld in artikel 1, 7° /1, a) tot en met c).]1

  
Art.37. [1 § 1er. Dans le présent article, on entend par :
   1° Agence Grandir : l'agence agence Grandir visée à l'article 1, 1°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant création de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Opgroeien " (Grandir);
   2° réseau intersectoriel d'aide : un réseau intersectoriel d'aide visé à l'article 1, 4°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015 relatif au réseau intersectoriel d'aide et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, pour ce qui est des demandes d'aide à attribuer prioritairement ;
   3° une offre d'aide individualisée complémentaire ; une offre d'aide individualisée complémentaire telle que visée à l'article 67, alinéa 2, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse.
   § 2. L'agence met à disposition les budgets pour des soins et du soutien non directement accessibles dans les limites des moyens engagés à cet effet à son budget pour l'octroi de budgets aux personnes majeures, immédiatement après leur attribution, aux personnes handicapées :
   1° les personnes handicapées auxquelles est attribué un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles en application du chapitre 4, section 1, du présent arrêté ;
   2° les personnes handicapées auxquelles est attribué un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles en application du chapitre 4, section 2, du présent arrêté ;
   3° les personnes handicapées auxquelles est attribué un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles en application de l'article 33 du présent arrêté ;
   4° [2 ...]2
   5° les personnes handicapées auxquelles, au moment de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, un budget d'assistance personnelle a été octroyé, en application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, ou qui a été attribué par l'agence, conformément aux modalités visées à l'alinéa trois.
   Lorsqu'un budget d'assistance personnelle est accordé en application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse après qu'un plan de soutien du financement personnalisé a été fourni à l'agence ou après que l'agence a attribué un budget de soins et de soutien non directement accessibles, il est accordé immédiatement après l'attribution du budget pour les soins et soutien non directement accessibles ou après l'attribution du budget d'assistance personnelle, un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles est mis à disposition conformément à l'alinéa trois.
   Le budget pour les soins et le soutien non directement accessibles qui peut être mis à disposition des personnes visées à l'alinéa premier, 5°, ou visées à l'alinéa deux, est fixé sur la base des éléments suivants :
   1° le budget pour les soins et le soutien non directement accessibles qui est attribué ;
   2° le montant du budget d'assistance personnelle qui est attribué ;
   3° si la personne handicapée concernée fait usage d'un réseau intersectoriel de soins ou d'une offre d'aide individualisée complémentaire, il est également tenu compte, outre les éléments visés aux points 1° et 2°, du montant des subventions payées par l'agence Grandir pour ces services d'aide à la jeunesse.
   Le ministre flamand compétent pour les personnes handicapées détermine de quelle manière le montant du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles qui peut être mis à disposition sur la base des éléments visés à l'alinéa trois, est fixé. Le montant du budget qui est mis à disposition ne peut jamais être supérieur au montant du budget attribué.
   § 3. L'agence met à la disposition, conformément aux alinéas deux à cinq, le budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, qui est attribué aux personnes handicapées qui, au moment de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, utilisent les services d'aide à la jeunesse visés à l'article 1, 7°, 1, a) à c).
   Le budget pour les soins et le soutien non directement accessibles qui peut être mis à disposition est fixé sur la base des éléments suivants :
   1° le budget pour les soins et le soutien non directement accessibles qui est attribué ;
   2° les services d'aide à la jeunesse visés à l'article 1, 7° /1, a) à c), dont il a été fait usage ;
   3° les résultats de l'objectivation de la nécessité de soins et de soutien visés à l'article 12, alinéa deux, 2°, repris dans le rapport multidisciplinaire que le demandeur a transmis à l'agence dans le cadre de la demande du budget attribué ;
   4° si la personne handicapée concernée fait usage d'un réseau intersectoriel de soins ou d'une offre d'aide individualisée complémentaire, il est également tenu compte, outre les éléments visés aux points 1° à 2°, du montant des subventions payées par l'agence Grandir pour ces services d'aide à la jeunesse.
   Le ministre flamand compétent pour les personnes handicapées détermine de quelle manière le montant du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles qui est mis à disposition sur la base des éléments visés à l'alinéa trois, est fixé. Le montant du budget qui est mis à disposition ne peut jamais être supérieur au montant du budget attribué.
   Le budget est mis à disposition au plus tôt à partir du 1 juillet de l'année dans laquelle la personne handicapée concernée a vingt et un an, à condition que la personne handicapée fasse usage dans cette année et préalablement à la mise à disposition des services d'aide à la jeunesse tels que visés à l'article 1, 7° /1, a) à c).
   Si, au moment de la demande, la personne handicapée fait usage des services d'aide à la jeunesse tels que visés à l'article 1, 7° /1, a) à c), mais que l'agence n'a pas encore attribué de budget pour les soins et le soutien non directement accessibles au 1er juillet de l'année dans laquelle la personne a vingt et un ans, le budget est immédiatement mis à disposition immédiatement après l'attribution du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, à condition que la personne handicapée concernée fasse usage des services d'aide à la jeunesse tels que visés à l'article 1er, 7° /1, a) à c) dans l'année dans laquelle le budget est attribué et mis à disposition et préalablement à la mise à disposition.]1

  
Art. 37.0. [1 § 1. Het agentschap kan binnen de grenzen van de middelen die jaarlijks zijn vastgelegd op zijn begroting voor de toekenning van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en die resteren na de terbeschikkingstelling van een budget aan de personen met een handicap, vermeld in artikel 37, § 2 en § 3, het toegewezen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning ter beschikking stellen aan personen met een handicap voor wie een prioriteitengroep als vermeld in artikel 23, is toegekend.
   De Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, bepaalt jaarlijks op welke wijze de resterende middelen, vermeld in het eerste lid, verdeeld worden over de prioriteitengroepen, vermeld in artikel 23.
   § 2. Als het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning conform paragraaf 1 ter beschikking is gesteld tussen 5 maart 2021 en 8 januari 2024, en het budget toegewezen is nadat een procedure doorlopen is als vermeld in het derde lid, en de budgetcategorie van het budget dat toegewezen is, niet is vastgesteld conform artikel 17 tot en met 21, wordt de budgetcategorie voorafgaand aan de terbeschikkingstelling opnieuw vastgesteld conform artikel 17 tot en met 21 op basis van de vraag, vermeld in het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering, en op basis van het resultaat van de objectivering van de nood aan zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 12, tweede, lid, 2°, dat het multidisciplinair team aan het agentschap bezorgt in het kader van de aanvraag van het toegewezen budget.
   Om de budgetcategorie vast te stellen, wordt de waarde 5 voor de parameter begeleiding, vermeld in het multidisciplinaire verslag, omgezet in de waarde 6 en wordt de waarde 6 omgezet in de waarde 8. De beslissing tot toewijzing van de nieuw vastgestelde budgetcategorie vervangt de eerdere beslissing tot toewijzing als de nieuw vastgestelde budgetcategorie aanleiding geeft tot een hoger budget dan de eerdere beslissing tot toewijzing. Het agentschap stelt de nieuw vastgestelde budgetcategorie ter beschikking als die hoger is dan het toegewezen budget in de eerdere beslissing tot toewijzing. Het agentschap stelt de budgetcategorie van de eerdere beslissing tot toewijzing ter beschikking als de nieuw vastgestelde budgetcategorie lager is.
   Onder de procedures, vermeld in het eerste lid, worden de volgende procedures verstaan:
   1° de procedure om een budget aan te vragen, vermeld in hoofdstuk 2 en 3, en in artikel 33 van dit besluit;
   2° een aanvraag tot herziening als vermeld in artikel 35 van dit besluit;
   3° de procedure, vermeld in artikel 32 van dit besluit;
   4° een aanvraag tot herziening als vermeld in artikel 16, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering, zoals van kracht op 30 april 2018;
   5° een aanvraag tot herziening als vermeld in artikel 24 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap die gebruikmaken van een persoonlijke-assistentiebudget of een persoonsgebonden budget of die ondersteund worden door een flexibel aanbodcentrum voor meerderjarigen of een thuisbegeleidingsdienst, naar persoonsvolgende financiering en houdende de transitie van de flexibele aanbodcentra voor meerderjarigen en de thuisbegeleidingsdiensten;
   6° een aanvraag tot herziening als vermeld in artikel 11/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld;
   7° de procedure, vermeld in artikel 3, § 4, en artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 over de zorg en ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- en ondersteuningsnood.]1

  
Art. 37.0. [1 § 1er. Dans les limites des moyens fixés annuellement sur son budget pour l'octroi d'un budget pour soins et soutien non directement accessibles aux personnes majeures handicapées qui restent après la mise à disposition d'un budget aux personnes handicapées visées à l'article 37, § 2 et § 3, l'agence peut mettre le budget attribué pour les soins et le soutien non directement accessibles à la disposition des personnes handicapées pour lesquelles un groupe de priorités tel que visé à l'article 23 est attribué.
   Le ministre flamand compétent pour les personnes handicapées détermine annuellement comment les moyens restants visés à l'alinéa 1er sont répartis entre les groupes de priorités visés à l'article 23.
   § 2. Si le budget pour les soins et le soutien non directement accessibles conformément au paragraphe 1er est mis à disposition entre le 5 mars 2021 et le 8 janvier 2024, et si le budget est attribué après qu'une procédure a été menée à bien conformément à l'alinéa 3, et que la catégorie budgétaire du budget qui est attribuée n'est pas fixée conformément aux articles 17 à 21 inclus, la catégorie budgétaire précédant la mise à disposition est à nouveau fixée conformément aux articles 17 à 21 inclus sur la base de la demande, visée dans le plan de soutien personnel suivant financement, et sur la base du résultat de l'objectivation de la nécessité de soins et de soutien, visé à l'article 12, alinéa 2, 2°, que l'équipe multidisciplinaire transmet à l'agence dans le cadre de la demande du budget attribué.
   Pour fixer la catégorie budgétaire, la valeur 5 pour le paramètre accompagnement, visé au rapport multidisciplinaire, est convertie en la valeur 6 et la valeur 6 est convertie en valeur la 8. La décision d'attribution de la catégorie budgétaire nouvellement fixée remplace la décision d'attribution antérieure si la catégorie budgétaire nouvellement fixée donne lieu à un budget supérieure que la décision d'attribution antérieure. L'agence met à disposition la catégorie budgétaire nouvellement fixée si elle est supérieure au budget attribué dans la décision d'attribution antérieure. L'agence met à disposition la catégorie budgétaire de la décision d'attribution antérieure si la catégorie budgétaire nouvellement fixée est inférieure.
   Par les procédures visées à l'alinéa 1er, on entend les procédures suivantes :
   1° la procédure de demande de budget visée aux chapitres 2 et 3 et à l'article 33 du présent arrêté ;
   2° une demande en révision visée à l'article 35 du présent arrêté ;
   3° la procédure visée à l'article 32 du présent arrêté ;
   4° une demande en révision visée à l'article 16, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapées ayant une demande de soins active vers le financement personnalisé, tel qu'en vigueur au 30 avril 2018 ;
   5° une demande en révision visée à l'article 24 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant la transition de personnes handicapées qui font usage d'un budget d'assistance personnelle ou d'un budget personnalisé ou qui sont soutenues par un centre d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures ou un service d'aide à domicile vers une aide financière personnalisée et portant la transition des centres d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures et des services d'aide à domicile ;
   6° une demande en révision visée à l'article 11/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'élaboration des budgets personnalisés qui sont mis à disposition dans le cadre de la transition vers un financement personnalisé ;
   7° la procédure visée à l'article 3, § 4, et article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 septembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes atteintes d'une lésion cérébrale non congénitale ou de tétraplégie suite à une paraplégie haute, ayant le besoin de soins et de soutien le plus élevé. ]1

  
HOOFDSTUK 8/2. [1 - Samenloop van aanvragen van een budget]1
CHAPITRE 8/2. [1 - Concours de demandes de budget]1
Art. 37/3. [1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
   1° besluit van 10 juni 2016: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering;
   2° besluit van 24 juni 2016: het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap die gebruikmaken van een persoonlijke-assistentiebudget of een persoonsgebonden budget of die ondersteund worden door een flexibel aanbodcentrum voor meerderjarigen of een thuisbegeleidingsdienst, naar persoonsvolgende financiering en houdende de transitie van de flexibele aanbodcentra voor meerderjarigen en de thuisbegeleidingsdiensten;
   3° budget: een budget voor niet rechtsreeks toegankelijks zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
   4° definitieve terbeschikkingstelling: de terbeschikkingstelling van een budget voor een periode van onbeperkte duur;
   5° reguliere budgetbepaling: het budget dat het agentschap bepaalt in het kader van een van de volgende procedures:
   a) de procedure om een budget aan te vragen, vermeld in hoofdstuk 2 en 3, en artikel 33 van dit besluit;
   b) een aanvraag tot herziening als vermeld in artikel 35 van dit besluit;
   c) de procedure, vermeld in artikel 32 van dit besluit;
   d) een aanvraag tot herziening als vermeld in artikel 16, tweede lid, van het besluit van 10 juni 2016, zoals van toepassing op 30 april 2018;
   e) een aanvraag tot herziening als vermeld in artikel 24 van het besluit van 24 juni 2016;
   f) een aanvraag tot herziening als vermeld in artikel 11/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld;
   g) de procedure, vermeld in artikel 3, § 4, en artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 over de zorg en ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- en ondersteuningsnood.]1

  
Art. 37/3. [1 Dans le présent arrêté, on entend par :
   1° arrêté du 10 juin 2016 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapées ayant une demande de soins active vers le financement personnalisé ;
   2° arrêté du 24 juin 2016 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant la transition de personnes handicapées qui font usage d'un budget d'assistance personnelle ou d'un budget personnalisé ou qui sont soutenues par un centre d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures ou un service d'aide à domicile vers un financement personnalisé et portant transition des centres d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures et des services d'aide à domicile ;
   3° budget : un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement personnalisé pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
   4° mise à disposition définitive : la mise à disposition d'un budget pour une période de durée illimitée ;
   5° disposition budgétaire régulière : le budget déterminé par l'agence dans le cadre de l'une des procédures suivantes :
   a) la procédure de demande de budget visée aux chapitres 2 et 3, et à l'article 33 du présent arrêté ;
   b) une demande en révision visée à l'article 35 du présent arrêté ;
   c) la procédure visée à l'article 32 du présent arrêté ;
   d) une demande en révision visée à l'article 16, alinéa deux, de l'arrêté du 10 juin 2016, tel qu'en vigueur le 30 avril 2018 ;
   e) une demande en révision visée à l'article 24 de l'arrête du 24 juin 2016 ;
   f) une demande en révision visée à l'article 11/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'élaboration des budgets personnalisés qui sont mis à disposition dans le cadre de la transition vers un financement personnalisé ;
   g) la procédure visée à l'article 3, § 4, et l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 septembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes atteintes d'une lésion cérébrale non congénitale ou de tétraplégie suite à une paraplégie haute, ayant le besoin de soins et de soutien le plus élevé.]1

  
Art. 37/4. [1 Als het agentschap een beslissing heeft genomen over de toewijzing van een budget op basis van een reguliere budgetbepaling en het agentschap al eerder een beslissing heeft genomen over de toewijzing van een budget en dat budget nog niet ter beschikking is gesteld, wordt de eerdere beslissing van het agentschap tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning opgeheven met behoud van de toepassing van artikel 35, § 3.]1
  
Art. 37/4. [1 Si l'agence a pris une décision sur l'attribution d'un budget sur la base d'une disposition budgétaire régulière et que l'agence a déjà pris une décision sur l'attribution d'un budget et que ce budget n'est pas encore mis à disposition, la décision antérieure de l'agence d'attribuer un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles est abrogée, sans préjudice de l'application de l'article 35, § 3.]1
  
Art. 37/5. [1 Als het agentschap een beslissing heeft genomen over de toewijzing en de definitieve terbeschikkingstelling van een budget met toepassing van artikel 33 en als dat budget hoger is dan het budget dat het agentschap heeft toegewezen op basis van een reguliere budgetbepaling naar aanleiding van een eerdere aanvraag, wordt de beslissing tot toewijzing naar aanleiding van de eerdere vraag opgeheven.]1
  
Art. 37/5. [1 Si l'agence a pris une décision sur l'attribution et la mise à disposition définitive d'un budget en application de l'article 33 et si ce budget est supérieur au budget attribué par l'agence sur la base d'une disposition budgétaire régulière suite à une demande antérieure, la décision d'attribution suite à la demande antérieure est abrogée.]1
  
Art. 37/6. [1 Als het agentschap een beslissing over de toewijzing en terbeschikkingstelling van een budget heeft genomen met toepassing van artikel 2 tot en met artikel 12 van het besluit van 24 juni 2016, wordt de beslissing tot toewijzing van een budget dat conform artikel 3 tot en met artikel 15 van dit besluit voor 1 januari 2017 is aangevraagd of de beslissing tot toewijzing van een budget met toepassing van artikel 2 tot en met 15 van het besluit van 10 juni 2016, opgeheven als het budget dat is toegewezen en ter beschikking is gesteld, hoger is.]1
  
Art. 37/6. [1 Lorsque l'agence a pris une décision sur l'attribution et la mise à disposition d'un budget en application des articles 2 à 12 inclus de l'arrêté du 24 juin 2016, la décision d'attribution d'un budget demandé conformément aux articles 3 à 15 du présent arrêté avant le 1er janvier 2017 ou la décision d'attribution d'un budget en application des articles 2 à 15 de l'arrêté du 10 juin 2016, est abrogé si le budget attribué et mis à disposition, est supérieur.]1
  
Art. 37/7. [1 ls het agentschap een beslissing over de definitieve terbeschikkingstelling van een budget heeft genomen en nadien een beslissing neemt over de toewijzing van een budget op basis van een reguliere budgetbepaling en als dat budget lager is dan het budget dat ter beschikking is gesteld, wordt dat lagere budget ter beschikking gesteld met ingang van de eerste dag van de vierde maand die volgt op de maand waarin het agentschap de beslissing over de terbeschikkingstelling heeft genomen. De beslissing tot toewijzing en terbeschikkingstelling van het hogere budget wordt opgeheven met ingang van de eerste dag van vierde maand die volgt op maand waarin het agentschap de beslissing over de terbeschikkingstelling heeft genomen.]1
  
Art. 37/7. [1 Lorsque l'agence a pris une décision sur la mise à disposition définitive d'un budget et prend ensuite une décision sur l'attribution d'un budget sur la base d'une disposition budgétaire régulière et lorsque ce budget est inférieur au budget mis à disposition, ce budget réduit est mis à disposition à partir du premier jour du quatrième mois qui suit le mois au cours duquel l'agence a pris la décision sur la mise à disposition. La décision d'attribution et de mise à disposition du budget supérieur est abrogée à partir du premier jour du quatrième mois qui suit le mois au cours duquel l'agence a pris la décision sur la mise à disposition.]1
  
Art. 37/8. [1 Als het agentschap een beslissing heeft genomen over de definitieve terbeschikkingstelling van een budget dat is toegewezen op basis van een reguliere budgetbepaling, en als dat budget hoger is dan het budget dat al ter beschikking was gesteld op het moment van de nieuwe beslissing over de toewijzing en de terbeschikkingstelling van een budget, wordt die eerdere beslissing over de toewijzing en de terbeschikkingstelling opgeheven.]1
  
Art. 37/8. [1 Lorsque l'agence a pris une décision sur la mise à disposition définitive d'un budget qui est attribué sur la base d'une disposition budgétaire régulière, et lorsque ce budget est supérieur au budget déjà mis à disposition au moment de la nouvelle décision d'attribution et de mise à disposition d'un budget, cette décision antérieure sur l'attribution et la mise à disposition est abrogée.]1
  
Art. 37/9. [1 Als het agentschap een beslissing heeft genomen over de definitieve terbeschikkingstelling van een budget en het nadien een beslissing neemt over de toewijzing en de definitieve terbeschikkingstelling van een budget met toepassing van artikel 33, wordt de eerdere beslissing over de toewijzing en de terbeschikkingstelling van een budget opgeheven.]1
  
Art. 37/9. [1 Lorsque l'agence a pris une décision sur la mise à disposition définitive d'un budget et qu'elle prend ensuite une décision sur l'attribution et la mise à disposition définitive d'un budget en application de l'article 33, la décision antérieure sur l'attribution et la mise à disposition d'un budget est abrogée.]1
  
Art. 37/10. [1 Als het agentschap een beslissing over de toewijzing van een budget heeft genomen op basis van een aanvraag tot herziening die is ingediend met toepassing van artikel 24 van het besluit van 24 juni 2016, en een beslissing heeft genomen over de toewijzing en terbeschikkingstelling van een budget conform artikel 10 tot en met 11/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld, en als het budget, vermeld in artikel 11/1, § 1, eerste lid, van het voormelde besluit van 20 april 2018, hoger is dan het budget dat gevraagd is met toepassing van artikel 24 van het besluit van 24 juni 2016, wordt de beslissing over de toewijzing en de terbeschikkingstelling van dat lagere budget opgeheven.]1
  [2 Als het agentschap een beslissing heeft genomen over de toewijzing van een budget met toepassing van artikel 2 tot en met artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering en een beslissing heeft genomen over de toewijzing en terbeschikkingstelling van een budget conform artikel 10 tot en met 11/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld, en als het budget, vermeld in artikel 11/1, § 1, eerste lid, van het voormelde besluit van 20 april 2018, hoger is dan het budget dat is toegewezen met toepassing van artikel 2 tot en met artikel 14 van het voormelde besluit van 10 juni 2016 wordt de beslissing tot toewijzing van een budget die conform artikel 2 tot en met artikel 14 van het voormelde besluit van 10 juni 2016 is genomen, opgeheven.]2
  
Art. 37/10. [1 Si l'agence a pris une décision sur l'attribution d'un budget sur la base d'une demande en révision introduite en application de l'article 24 de l'arrêté du 24 juin 2016 et a pris une décision sur l'attribution et la mise à disposition d'un budget conformément aux articles 10 à 11/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'élaboration des budgets personnalisés qui sont mis à disposition dans le cadre de la transition vers un financement personnalisé, et si le budget visé à l'article 11/1, § 1er, alinéa premier, de l'arrêté du 20 avril 2018 précité, est supérieur au budget demandé en application de l'article 24 de l'arrêté du 24 juin 2016, la décision relative à l'attribution et à la mise à disposition de ce budget inférieur est abrogée.]1
  [2 Si l'agence a pris une décision sur l'attribution d'un budget en application des articles 2 à 14 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapées ayant une demande de soins active vers le financement personnalisé et a pris une décision sur l'attribution et la mise à disposition d'un budget conformément aux articles 10 à 11/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'élaboration des budgets personnalisés qui sont mis à disposition dans le cadre de la transition vers un financement personnalisé, et si le budget visé à l'article 11/1, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté précité du 20 avril 2018, est supérieur au budget attribué en application des articles 2 à 14 de l'arrêté précité du 10 juin 2016, la décision d'attribution d'un budget qui a été prise conformément aux articles 2 à 14 de l'arrêté précité du 10 juin 2016, est abrogée.]2
  
Art. 37/11. [1 In dit artikel wordt verstaan onder aanvraag tot herziening: een aanvraag tot herziening als vermeld in een van de volgende bepalingen:
   1° artikel 35 van dit besluit;
   2° artikel 16, tweede lid, van het besluit van 10 juni 2016, zoals van toepassing op 30 april 2018;
   3° artikel 24 van het besluit van 24 juni 2016;
   4° artikel 11/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld.
   De afhandeling van de aanvraag van een budget die wordt ingediend conform artikel 3 tot en met artikel 15 van dit besluit, of van de aanvraag tot herziening wordt opgeschort als de aanvraag van een budget wordt ingediend in het kader van een van de volgende procedures:
   1° de procedure, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 1, van dit besluit;
   2° de procedure, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 2, van dit besluit;
   3° de procedure, vermeld in artikel 33 van dit besluit;
   4° de aanvraag van ondersteuning als vermeld in artikel 6, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 over de zorg en ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- en ondersteuningsnood.
   De aanvraag van een budget die wordt ingediend conform artikel 3 tot en met artikel 15, of de aanvraag tot herziening wordt verder afgehandeld als de aanvraag van een budget die wordt ingediend in het kader van een van de procedures, vermeld in het tweede lid, wordt afgewezen.
   Als de aanvraag van een budget die wordt ingediend in het kader van een van de procedures, vermeld in het tweede lid, wordt goedgekeurd, wordt de aanvraag van een budget die wordt ingediend conform artikel 3 tot en met artikel 15, of de aanvraag tot herziening van rechtswege stopgezet.
   Als de aanvraag van een budget is ingediend conform artikel 3 tot en met artikel 15 en er voordat die aanvraag is afgehandeld opnieuw een aanvraag conform artikel 3 tot en met artikel 15 wordt ingediend, wordt de eerdere aanvraag van een budget van rechtswege stopgezet.
   Een deelvraag als vermeld in artikel 7, derde lid, wordt van rechtswege stopgezet als de budgetcategorie die conform artikel 17 tot en met artikel 21 wordt vastgesteld voor de voormelde deelvraag, dezelfde is als de budgetcategorie die is vastgesteld voor de totale aanvraag of als de prioriteitengroep die wordt toegekend voor de deelvraag, dezelfde is als de prioriteitengroep die wordt toegekend voor de totale aanvraag.]1

  
Art. 37/11. [1 Dans le présent article, on entend par demande en révision : une demande en révision visée à l'une des dispositions suivantes :
   1° l'article 35 du présent arrêté ;
   2° l'article 16, alinéa deux, de l'arrêté du 10 juin 2016, tel qu'en vigueur au 30 avril 2018 ;
   3° l'article 24 de l'arrêté du 24 juin 2016 ;
   4° l'article 11/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'élaboration des budgets personnalisés qui sont mis à disposition dans le cadre de la transition vers un financement personnalisé.
   Le traitement de la demande d'un budget introduite conformément aux articles 3 à 15 du présent arrêté, ou de la demande en révision est suspendu si la demande d'un budget est introduite dans le cadre de l'une des procédures suivantes :
   1° la procédure visée au chapitre 4, section 1, du présent arrêté ;
   2° la procédure visée au chapitre 4, section 2, du présent arrêté ;
   3° la procédure visée à l'article 33 du présent arrêté ;
   4° la demande de soutien visée à l'article 6 § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 septembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes atteintes d'une lésion cérébrale non congénitale ou de tétraplégie suite à une paraplégie haute, ayant le besoin de soins et de soutien le plus élevé.
   La demande d'un budget introduite conformément aux articles 3 à 15, ou la demande en révision est traitée si la demande d'un budget qui est introduite dans le cadre d'une des procédures visées à l'alinéa deux, est rejetée.
   Lorsque la demande d'un budget introduite dans le cadre d'une des procédures visées à l'alinéa deux, est approuvée, la demande d'un budget introduite conformément aux articles 3 à 15 inclus, ou la demande en révision est arrêtée de plein droit.
   Lorsque la demande d'un budget est introduite conformément aux articles 3 à 15 et qu'une nouvelle demande est introduite conformément aux articles 3 à 15 avant que cette demande ne soit traitée, la demande antérieure d'un budget est arrêtée de plein droit.
   Une sous-question telle que visée à l'article 7, alinéa trois, est suspendue de plein droit si la catégorie budgétaire fixée pour la sous-question précitée, conformément aux articles 17 à 21, est la même que la catégorie budgétaire fixée pour la demande totale ou si le groupe de priorités attribué pour la sous-question est le même que le groupe de priorités attribué pour la demande globale.]1

  
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions modificatives
Art.38. In hoofdstuk 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 februari 2007, 18 juli 2008, 20 juli 2012 en 21 februari 2014, wordt vóór afdeling 1 en artikel 1, die afdeling 1bis en artikel 1bis worden, een nieuwe afdeling 1, die bestaat uit artikel 1, ingevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 1. Toepassingsgebied
  Artikel 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de indiening en afhandeling van een aanvraag van ondersteuning en van een aanvraag van herziening, met uitzondering van een aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 8 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, en een aanvraag van herziening van dat budget, met uitzondering van de ondersteuning die valt onder het toepassingsgebied van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.".
Art.38. Au chapitre 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprès de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 février 2007, 18 juillet 2008, 20 juillet 2012 et 21 février 2014, il est insérée avant la section 1re et l'article 1er, qui deviennent la section 1bis et l'article 1bis, une nouvelle section 1re, comprenant l'article 1er, rédigée comme suit :
  " Section 1re. Champ d'application
  Article 1er. Le présent chapitre s'applique à l'introduction et au traitement d'une demande de soutien et d'une demande de révision, à l'exception d'une demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles tel que prévu à l'article 8 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées, et une demande de révision dudit budget, à l'exception du soutien relevant du champ d'application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse. ".
Art.39. In het bestaande artikel 1, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012 en 21 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede ", behalve als de ondersteuning valt onder het toepassingsgebied van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp" wordt opgeheven;
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de persoon met een handicap rechtelijk beschermd is met toepassing van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, kan de aanvraag van ondersteuning, alsook de aanvraag van herziening, worden ingediend door de bewindvoerder als de persoon volledig onbekwaam is verklaard, zowel wat betreft de persoon als wat betreft de goederen, en als de bewindvoerder vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft gekregen, en in de andere gevallen door de persoon met een handicap samen met de bewindvoerder.".
Art.39. A l'article existant 1er, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 février 2007 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 juillet 2012 et 21 février 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le membre de phrase " , sauf si le soutien relève du champ d'application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse " est abrogé ;
  2° il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " Lorsque la personne handicapée est protégée de droit en application de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, la demande de soutien, ainsi que la demande de révision peuvent être introduites par l'administrateur lorsque la personne a été déclarée totalement inapte, tant pour la personne que pour les marchandises, et lorsque l'administrateur a reçu une compétence de représentation, et dans les autres cas par la personne handicapée avec l'administrateur. ".
Art.40. In artikel 2, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 juni 1992, 23 juli 1998 en 16 februari 2007, worden het tweede en het derde lid opgeheven.
Art.40. A l'article 2, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 3 juin 1992, 23 juillet 1998 et 16 février 2007, les deuxième et troisième alinéas sont abrogés.
Art.41. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 juni 1992, 16 februari 2007 en 20 juli 2012, wordt opgeheven.
Art.41. L'article 7 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 3 juin 1992, 16 février 2007 et 20 juillet 2012, est abrogé.
Art.42. Artikel 7bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2006 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012, wordt opgeheven.
Art.42. L'article 7bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 novembre 2006 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2012, est abrogé.
Art.43. Artikel 8 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012, wordt opgeheven.
Art.43. L'article 8 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2012, est abrogé.
Art.44. In artikel 12, eerste lid, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012, worden de zinnen "Het behoeftenprofiel in de sector "zorg" wordt samengesteld op basis van ondersteuningsvelden. De minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, bepaalt de samenstelling van de ondersteuningsvelden." opgeheven.
Art.44. Dans l'article 12, alinéa premier, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2012, les phrases " Le profil des besoins dans le secteur " aide " est composé sur la base des champs de soutien. Le Ministre ayant l'aide aux personnes dans ses attributions fixe la composition des champs de soutien. " sont abrogées.
Art.45. In artikel 1, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014, worden de woorden "het agentschap voor meerderjarigen en" opgeheven.
Art.45. Dans l'article 1er, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014, les mots " l'agence pour les personnes majeures et " sont abrogés.
Art.46. In artikel 2 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "van de evaluatiecommissie, vermeld in hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, of" opgeheven;
  2° in paragraaf 2, inleidende zin, wordt de zinsnede "de deskundigencommissie, bedoeld in artikel 20, of" opgeheven.
Art.46. A l'article 2 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, le membre de phrase " de la commission d'évaluation, visée au chapitre II de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'assistance auprès de l'agence " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ou " est abrogé ;
  2° dans la phrase introductive du paragraphe 2, le membre de phrase " la commission d'experts, visée à l'article 20, ou " est abrogé.
Art.47. Artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 november 2006 en 21 februari 2014, wordt opgeheven.
Art.47. L'article 3 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 novembre 2006 et 21 février 2014, est abrogé.
Art.48. In artikel 4 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2015, wordt het tweede lid opgeheven.
Art.48. A l'article 4 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 2015, l'alinéa deux est abrogé.
Art.49. Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 november 2006, 17 februari 2012, 21 februari 2014 en 6 februari 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 5. Het team Indicatiestelling gaat bij de goedkeuring van de gemotiveerde aanvragen, vermeld in artikel 2, § 2, als volgt te werk:
  1° het onderzoekt of de aanvrager aan de voorwaarden van artikel 2 voldoet en of hij zijn aanvraag heeft ingediend volgende de procedure, vastgesteld in hoofdstuk IV;
  2° het houdt rekening met de programmatie, vastgesteld in artikel 4.".
Art.49. L'article 5 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 novembre 2006, 17 février 2012, 21 février 2014 et 6 février 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5. Lors de l'approbation des demandes motivées visées à l'article 2, § 2, l'équipe chargée de l'Indication procède de la façon suivante :
  1° elle vérifie si le demandeur répond aux conditions reprises à l'article 2 et s'il a présenté sa demande suivant la procédure prescrite dans le chapitre IV ;
  2° elle tient compte de la programmation déterminée à l'article 4. ".
Art.50. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003, 17 november 2006, 17 februari 2012 en 21 februari 2014, wordt opgeheven.
Art.50. L'article 7 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 18 juillet 2003, 17 novembre 2006, 17 février 2012 et 21 février 2014, est abrogé.
Art.51. In artikel 8bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2006 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "het agentschap of" opgeheven;
  2° in het tweede lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° bij de persoon met een handicap ouder dan zes jaar en jonger dan 21 jaar is een van de volgende diagnoses gesteld:
  a) een evolutieve neuromusculaire aandoening;
  b) een metabole stoornis met een ernstige en evolutieve weerslag op het algemeen functioneren;";
  3° het derde lid wordt opgeheven.
Art.51. A l'article 8bis, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 novembre 2006 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 2015, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le premier alinéa les mots " l'agence ou " sont supprimés ;
  2° dans l'alinéa deux, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° une des diagnoses suivantes a été posée chez la personne handicapée de plus de six ans et de moins de 21 ans :
  a) une affection neuromusculaire évolutive ;
  b) un trouble du métabolisme ayant une répercussion sérieuse et évolutive sur le fonctionnement général ; " ;
  3° l'alinéa trois est abrogé.
Art.52. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten Ondersteuningsplan en een mentororganisatie voor het voortraject van personen met een handicap, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, wordt punt 5° /1 vervangen door wat volgt:
  "5° /1 ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering: een ondersteuningsplan als vermeld in artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning en over de terbeschikkingstelling van dat budget;".
Art.52. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2011 portant agrément et subventionnement des services Plan de soutien et d'une organisation tutrice pour le parcours préalable des personnes handicapées, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015, le point 5° /1 est remplacé par la disposition suivante :
  " 5° /1er plan de soutien de financement qui suit la personne : un plan de soutien tel que visé à l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget ; ".
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Art.53. Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2009 houdende de wijze van subsidiëring door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap van de opvang van personen met een handicap in een noodsituatie, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013, wordt opgeheven.
Art.53. L'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mars 2009 relatif au mode de subventionnement par la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " de l'accueil de personnes handicapées se trouvant en situation d'urgence, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013, est abrogé.
Art.54. [1 De aanvragen van opvang, behandeling en begeleiding door een voorziening die wordt erkend en gesubsidieerd door het agentschap, die bij het agentschap worden ingediend voor 1 april 2016, worden afgehandeld conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap als een schriftelijke aanvraag van ondersteuning als vermeld in artikel 11, eerste lid, van het voormelde besluit, is ingediend vóór 1 april 2016 en de aanvraag vervolledigd is vóór 1 juli 2016, conform artikel 2 van het voormelde besluit.
   De aanvragen tot toewijzing van een persoonlijke-assistentiebudget die bij het agentschap worden ingediend vóór 1 april 2016, worden door het agentschap afgehandeld conform de bepalingen van het voormelde besluit van 24 juli 1991 en conform artikel 2, § 2, en artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap als een schriftelijke aanvraag tot toewijzing van een persoonlijke-assistentiebudget als vermeld in artikel 11, eerste lid, van het voormelde besluit van 24 juli 1991 is ingediend vóór 1 april 2016 en de aanvraag vervolledigd is vóór 1 juli 2016, conform artikel 2 van het voormelde besluit van 24 juli 1991 en conform artikel 2, § 2, en artikel 6 van het voormelde besluit van 15 december 2000]1
.
  De aanvragen van opvang in een noodsituatie die bij het agentschap worden ingediend vóór 1 april 2016, worden afgehandeld overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2009 houdende de wijze van subsidiëring door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap van de opvang van personen met een handicap in een noodsituatie, zoals van kracht voor de inwerkingtreding van dit besluit.
  
Art.54. [1 Les demandes d'accueil, de traitement et d'accompagnement par une structure agréée et subventionnée par l'agence, qui sont introduites avant le 1er avril 2016, sont traitées conformément aux dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprès de l' " Agentschap voor Personen met een Handicap " si une demande écrite de soutien telle que visée à l'article 11, alinéa 1er, de l'arrêté précité, est introduite avant le 1er avril 2016 et la demande est complétée avant le 1er juillet 2016, conformément à l'article 2 de l'arrêté précité.
   Les demandes d'attribution d'un budget d'assistance personnelle qui sont introduites auprès de l'agence avant le 1er avril 2016, sont traitées par l'agence conformément aux dispositions de l'arrêté précité du 24 juillet 1991 et conformément à l'article 2, § 2, et à l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées si une demande écrite d'attribution d'un budget d'assistance personnelle telle que visée à l'article 11, alinéa 1er, de l'arrêté précité du 24 juillet 1991 est introduite avant le 1er avril 2016 et la demande est complétée avant le 1er juillet 2016, conformément à l'article 2 de l'arrêté précité du 24 juillet 1991 et conformément à l'article 2, § 2, et à l'article 6 de l'arrêté précité du 15 décembre 2000]1
.
  Les demandes d'accueil dans une situation d'urgence introduites auprès de l'agence avant le 1er avril 2016 sont traitées conformément aux dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mars 2009 relatif au mode de subventionnement par la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " de l'accueil de personnes handicapées se trouvant en situation d'urgence, tel qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  
Art.55. Artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en ondersteuning voor personen met een handicap treedt in werking op 1 april 2016.
Art.55. L'article 31 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées entre en vigueur le 1er avril 2016.
Art.56. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2016, [1 met uitzondering van artikel 37, § 1, 2°[2 ...]2 en 5°]1, en paragraaf 2, dat in werking treedt op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, vast te stellen datum.
  [4 Artikel 37, § 1, eerste lid, 4°, treedt in werking op 1 januari 2017 voor de personen met een handicap aan wie op het moment van de vraag naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning een persoonlijkeassistentiebudget is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of is toegewezen door het agentschap.]4
  [2 [5 ...]5.]2
  [2 Bij wijze van overgangsmaatregel wordt het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor het bedrag van het budget dat [3 het bedrag van de subsidies berekend conform artikel 34, derde en vierde lid,]3 niet overschrijdt, in de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 op de volgende wijze ter beschikking gesteld aan de personen met een handicap die op het moment van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning gebruikmaken van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijke assistentiebudget:
   1° in 2017: de personen met een handicap die geboren zijn in het jaar 1994 of vroeger;
   2° in het jaar 2018: de personen met een handicap die geboren zijn in het jaar 1996 of vroeger;
   3° in het jaar 2019: de personen met een handicap die geboren zijn in het jaar 1998 of vroeger]2

  [7 De beslissing tot toekenning van jeugdhulpverlening als vermeld in artikel 1, 7° /1, a), b) of d), van dit besluit, die is genomen met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of de beslissing van het agentschap tot toewijzing van jeugdhulpverlening als vermeld in artikel 1, 7° /1, a), b) of d), van dit besluit, vervalt met ingang van de eerste dag van de vijfde maand die volgt op de datum van de beslissing over de terbeschikkingstelling van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning aan personen met een handicap als vermeld in het derde lid, artikel 37, § 2, eerste lid, 5°, en § 3, eerste lid.]7
  [2 [3 In de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 wordt de vraag naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning van de persoon met een handicap die op het moment van de aanvraag van dat budget gebruikmaakt van een andere vorm van jeugdhulpverlening dan een persoonlijke-assistentiebudget en die conform het vierde lid nog niet in aanmerking komt voor een terbeschikkingstelling van een budget, in afwijking van artikel 34, tweede lid en vierde lid, voorgelegd aan de regionale prioriteitencommissie voor de toekenning van een prioriteitengroep voor het gehele bedrag van de budgetcategorie die conform artikel 17 tot en met 21 kan worden toegewezen.]3]2
  [7 De personen met een handicap die aan al de volgende voorwaarden voldoen en vanaf het jaar 2020 in aanmerking komen voor de terbeschikkingstelling van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning conform artikel 37, § 1, derde tot en met zevende lid, zoals van toepassing op 31 december 2020, hoeven niet te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 37, § 1, vierde lid, zoals van toepassing op 31 december 2020:
   1° ze zijn geboren in het jaar 1998 of vroeger;
   2° ze maakten op het moment van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning gebruik van jeugdhulpverlening als vermeld in artikel 1, 7° /1, a) of b);
   3° ze hebben voor 1 januari 2020 een aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning ingediend;
   4° het agentschap heeft voor 1 januari 2020 geen beslissing tot toewijzing van een budget naar aanleiding van de aanvraag, vermeld in punt 3°, genomen.]7

  [7 Personen met een handicap die op het ogenblik van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning gebruikmaken van jeugdhulpverlening als vermeld in artikel 1, 7° /1, a) of b), en die voldoen aan al de volgende voorwaarden, moeten in afwijking van artikel 37, § 3, vierde of vijfde lid, in het jaar 2020 gebruikmaken van jeugdhulpverlening als vermeld in artikel 1, 7° /1, a) en b), om in aanmerking te komen voor de terbeschikkingstelling conform artikel 37, § 3, van het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning:
   1° ze zijn in het jaar 2020 21 jaar of ouder geworden;
   2° ze hebben na 1 januari 2020 en voor 17 juli 2020 een ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering ingediend bij het agentschap dat het agentschap heeft goedgekeurd voor 17 juli 2020;
   3° het multidisciplinaire verslag, vermeld in artikel 12, is uiterlijk op 31 december 2020 aan het agentschap bezorgd.]7

  Met ingang van 1 januari 2017 zullen de personen met een handicap die op dat moment reeds gebruik maken van niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning en de personen met een handicap voor wie het agentschap een beslissing tot toewijzing van een van de ondersteuningsvelden, vermeld in tabel 2 van de bijlage bij het ministerieel besluit van 1 maart 2012 houdende vaststelling van de ondersteuningsvelden, heeft genomen, overgezet worden naar persoonsvolgende financiering als vermeld in artikel 16 van het decreet van 7 mei 2004 zonder dat zij hiervoor een aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in dit beluit moeten indienen bij het agentschap.
  [4 Artikel 37/1 en 37/2 treden in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.]4
  [6 De personen met een handicap die op het moment van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning gebruikmaken van jeugdhulpverlening als vermeld in artikel 1, 7° /1, c), van dit besluit, of gebruik maakten van ondersteuning voor personen met een handicap met ernstig externaliserend of internaliserend storend gedrag waarvan de impact dermate groot is dat er nood is aan continue, hoofdzakelijk residentiële ondersteuning met een semi-gesloten karakter, die werd geboden door een multifunctioneel centrum voor minderjarige personen met een handicap als vermeld in artikel 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, zoals van toepassing op 31 december 2019, komen conform artikel 37, § 1, derde lid tot en met zevende lid, van dit besluit, zoals van toepassing op 31 december 2020, in het jaar 2020 in aanmerking voor de terbeschikkingstelling van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als ze in het jaar 2020 gebruik maakten van jeugdhulpverlening als vermeld in artikel 1, 7° /1, a) tot en met c), van dit besluit.]6
  
Art.56. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 2016, [1 à l'exception de l'article 37, § 1er, 2°[2 ...]2, et 5° ]1, et § 2, qui entre en vigueur à une date à fixer par le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions.
  [2 [4 L'article 37, § 1er, alinéa 1er, 4°, entre en vigueur le 1er janvier 2017 pour les personnes handicapées auxquelles a été attribué, au moment de la demande d'un budget de soins et de soutien non directement accessibles, un budget d'assistance personnelle par l'agence ou en vertu du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse.]4
   [5 ...]5.]2

  [2 Par mesure transitoire, la mise à disposition du budget pour des soins et du soutien non directement accessibles pour le montant du budget qui [3 le montant des subventions calculé conformément à l'article 34, alinéas trois et quatre,]3 dans la période du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2019 aux personnes en situation de handicap qui, au moment de la demande d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles, utilisent une forme d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle, se fait comme suit :
   1° en 2017: les personnes en situation de handicap nées en 1994 ou plus tôt ;
   2° en 2018: les personnes en situation de handicap nées en 1996 ou plus tôt ;
   3° en 2019: les personnes en situation de handicap nées en 1998 ou plus tôt.]2

  [7 La décision d'accorder une aide à la jeunesse telle que visée à l'article 1, 7° /1, a), b) ou d), du présent arrêté, prise en application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, ou la décision de l'agence d'attribution d'aide à la jeunesse telle que visée à l'article 1, 7° /1, a), b) ou d), du présent arrêté, échoit à partir du premier jour du cinquième mois qui suit la date de la décision sur la mise à disposition d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles aux personnes handicapées, telle que visée à l'alinéa trois, article 37, § 2, alinéa premier, 5°, et § 3, alinéa premier.]7
  [2 [3 Au cours de la période du 1er janvier 2017 au 31 décembre 2019, la demande d'un budget de soins et de soutien qui n'est pas directement accessible pour la personne handicapée qui, au moment de la demande de ce budget, utilise une forme d'aide à la jeunesse autre qu'un budget d'assistance personnelle et qui, conformément à l'alinéa quatre, n'est pas encore éligible à une mise à disposition d'un budget, nonobstant l'article 34, alinéas deux et quatre, est soumise à la commission régionale des priorités pour l'allocation d'un groupe prioritaire pour la totalité du montant de la catégorie budgétaire qui peut être alloué conformément aux articles 17 à 21.]3]2
  [7 Les personnes handicapées qui remplissent toutes les conditions suivantes et qui, à partir de l'année 2020, entrent en ligne de compte pour la mise à disposition d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles conformément à l'article 37, § 1, alinéas trois à sept inclus, tel qu'applicable au 31 décembre 2020, ne doivent pas satisfaire à la condition visée à l'article 37, § 1, telle qu'applicable le 31 décembre 2020 :
   1° ils sont nés en 1998 ou avant ;
   2° au moment de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, ils ont fait usage des services d'aide à la jeunesse tel que visé à l'article 1, 7° /1, a) ou b) ;
   3° ils ont introduit avant le 1 janvier 2020 une demande de budget pour les soins et le soutien non directement accessibles ;
   4° avant le 1er janvier 2020, l'agence n'a pas pris de décision d'attribution d'un budget suite à la demande visée au point 3°.]7

  [7 Les personnes handicapées qui, au moment de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, font appel à des services d'aide à la jeunesse tel que visé à l'article 1, 7° /1, a) ou b), et qui satisfont à toutes les conditions suivantes, doivent, par dérogation à l'article 37, § 3, quatrième ou cinquième alinéa, faire usage des services d'aide à la jeunesse tel que visé à l'article 1, 7° /1, a) et b), pour entrer en ligne de compte pour la mise à disposition conformément à l'article 37, § 3, du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles :
   1° ils ont atteint l'âge d'au moins 21 ans en 2020 ;
   2° ils ont introduit un plan de soutien de financement personnalisé auprès de l'agence, qui a été approuvé par l'agence avant le 17 juillet 2020 ;
   3° le rapport multidisciplinaire visé à l'article 12, est transmis à l'agence au plus tard le 31 décembre 2020.]7

  A partir du 1er janvier 2017, les personnes handicapées qui, à ce moment-là, déjà font usage des soins et du soutien non directement accessibles et les personnes handicapées pour lesquelles l'agence a pris une décision d'attribution de l'un des champs d'assistance visés au tableau 2 de l'annexe à l'arrêté ministériel du 1er mars 2012 portant fixation des champs d'assistance, seront transférées vers un financement qui suit la personne tel que visé à l'article 16 du décret du 7 mai 2004 sans qu'elle doivent introduire à cet effet auprès de l'agence une demande d'un budget de soins et de soutien non directement accessibles, tel que visé au présent arrêté.
  [4 Les articles 37/1 et 37/2 entrent en vigueur à une date à déterminer par le Gouvernement flamand.]4
  [6 Les personnes handicapées qui, au moment de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, font appel à des services d'aide à la jeunesse tel que visé à l'article 1, 7° /1, c), du présent arrêté, ou font appel à un soutien aux personnes handicapées présentant un comportement perturbant à extériorisation ou internalisation grave, dont l'impact est tel qu'il est nécessaire de fournir un soutien continu, essentiellement résidentiel à caractère semi-fermé, offert par un centre multifonctionnel pour mineurs handicapés, tel que visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures, tel qu'il est d'application au 31 décembre 2019, sont, conformément à l'article 37, § 1, alinéas trois à sept du présent arrêté, tel qu'est d'application au 31 décembre 2020, dans l'année 2020, éligibles à la mise à disposition d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles s'ils ont fait appel à des services d'aide à la jeunesse dans l'année 2020, tel que visé à l'article 1, 7° /1, a) à c), du présent arrêté.]6
  
Art.57. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.57. Le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. [1 Bijlage.]1
Art. N. [1 Annexe]1
   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-04-2021, p. 40953-40958)
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 29-04-2021, p. 40970-40975)
  Gewijzigd door:
  Modifiée par: