Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
20 NOVEMBER 2015. - Decreet houdende diverse maatregelen inzake de herstructurering van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-12-2015 en tekstbijwerking tot 08-07-2020)
Titre
20 NOVEMBRE 2015. - Décret portant diverses mesures relatives à la restructuration du domaine politique de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-12-2015 et mise à jour au 08-07-2020)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (41)
Texte (41)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK 2. - Definities
CHAPITRE 2. - Définitions
Art.2. In dit decreet wordt verstaan onder :
  1° Agentschap Ondernemen : het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Ondernemen;
  2° Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie : het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid;
  3° Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek : het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, vermeld in artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid;
  4° [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 : [1 het fonds]1, vermeld in artikel 41, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.
  
Art.2. Dans le présent décret, on entend par :
  1° " Agentschap Ondernemen " (Agence de l'Entrepreneuriat) : l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique visée à l'article 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l'" Agentschap Ondernemen " ; ".
  2° " Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " (Agence d'Innovation par la Science et la Technologie) : l'agence autonomisée externe de droit public visée à l'article 3 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation ;
  3° " Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek " (Fonds de la recherche scientifique) : l'agence autonomisée externe de droit privé visée à l'article 15 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation :
  4° " [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 : [1 le Fonds]1 visée à l'article 41, § 1er, du décret du 21 décembre 2001 contenant des mesures d'accompagnement du budget 2002.
  
HOOFDSTUK 3. - Maatregelen met betrekking tot de fusie van de agentschappen Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie en Agentschap Ondernemen tot het Agentschap Innoveren en Ondernemen
CHAPITRE 3. - Mesures relatives à la fusion des agences " Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " et " Agentschap Ondernemen " en l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " (Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat)
Art.3. Met ingang van de datum, bepaald door de Vlaamse Regering, wordt het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie ontbonden onder de voorwaarden en op de wijze, vermeld in artikel 4 tot en met 11.
Art.3. A partir de la date fixée par le Gouvernement flamand, l'" Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " est dissoute dans les conditions et selon les modalités prescrites aux articles 4 à 11 inclus.
Art.4. Onverminderd hoofdstuk 5 is de ontbinding, vermeld in artikel 3, een ontbinding zonder vereffening waarbij het hele vermogen, alle rechten en plichten en alle activiteiten van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, worden overgedragen aan het Agentschap Ondernemen, met uitzondering van de overdracht van het vermogen, de rechten en plichten en de activiteiten die worden toegewezen aan het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 of aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek.
  
Art.4. Sans préjudice de l'application du chapitre 5, la dissolution visée à l'article 3, est une dissolution sans liquidation par laquelle l'ensemble du patrimoine, tous les droits et obligations et toutes les activités de l'" Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " sont transférés à l'" Agentschap Ondernemen ", à l'exception du transfert du patrimoine, des droits et obligations et des activités attribuées au [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 ou au " Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek ".
  
Art.5. De Vlaamse Regering bepaalt de plaats en de datum of de data van de overdrachten, vermeld in artikel 4.
  De Vlaamse Regering bepaalt op welke wijze en op welke datum of data die overdrachten tegenstelbaar zijn aan derden.
Art.5. Le Gouvernement flamand détermine le lieu et la date des transferts visés à l'article 4.
  Le Gouvernement flamand arrête les modalités et les dates auxquelles ces transferts sont opposabilité aux tiers.
Art.6. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden, de procedure en de gevolgen van de ontbinding zonder vereffening van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie en de overdracht van zijn vermogen, zijn rechten en plichten en zijn activiteiten aan het Agentschap Ondernemen, respectievelijk aan het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 en aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, vermeld in artikel 4.
  De personeelsleden van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie die van rechtswege overgedragen worden aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen, behouden alle rechten en plichten die ze genoten in het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, met dien verstande dat de Vlaamse Regering de nadere voorwaarden kan regelen krachtens het decreet van 28 november 2008 tot regeling van de overdracht van personeelsleden binnen de diensten van de Vlaamse overheid in geval van verschuiving van taken of bevoegdheden.
  De Vlaamse Regering neemt de nodige maatregelen met het oog op de overgang van het personeel van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie naar het Agentschap Ondernemen.
  
Art.6. Le Gouvernement flamand arrête les modalités, la procédure et les conséquences de la dissolution sans liquidation de l' " Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " et le transfert de son patrimoine, ses droits et obligations et ses activités à l'" Agence Ondernemen ", respectivement au [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 et au " Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek ", visés à l'article 4.
  Les membres du personnel de l' " Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " qui sont transférés de droit à l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " maintiennent tous les droits et obligations dont ils bénéficiaient à l' " Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie ", étant entendu que le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités en vertu du décret du 28 novembre 2008 réglant le transfert de membres du personnel au sein des services de l'Autorité flamande en cas de glissement de tâches ou de compétences.
  Le Gouvernement flamand prend les mesures nécessaires en vue de la transition du personnel de l'" Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " vers l'" Agentschap Ondernemen ".
  
Art.7. De Vlaamse Regering neemt de nodige maatregelen voor de wijziging van de naam van het Agentschap Ondernemen in "Agentschap Innoveren en Ondernemen".
Art.7. Le Gouvernement flamand prend les mesures nécessaires pour la modification du nom de l'" Agentschap Ondernemen " en " Agentschap Innoveren en Ondernemen ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002
CHAPITRE 4. - Modifications du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002
Art.8. In het opschrift van hoofdstuk VII van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 worden de woorden "Fonds voor het Flankerend Economisch Beleid" vervangen door de woorden "Fonds Flankerend Economisch en Innovatiebeleid".
Art.8. A l'intitulé du chapitre VII du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002, les mots " Fonds voor het Flankerend Economisch Beleid " sont remplacés par les mots " Fonds Flankerend Economisch en Innovatiebeleid " (Fonds pour la politique d'encadrement économique et d'innovation).
Art.9. In artikel 41 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 december 2002, 24 december 2004 en 19 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "Fonds voor het Flankerend Economisch Beleid" vervangen door de woorden "Fonds Flankerend Economisch en Innovatiebeleid";
  2° in paragraaf 2 wordt het woord "Fonds" telkens vervangen door het woord "Hermesfonds";
  3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. De financiële middelen van het Hermesfonds zijn :
  1° een jaarlijkse dotatie ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap;
  2° financiële, personele of materiële ondersteuning door openbare besturen of door internationale of supranationale organisaties of organen;
  3° tegemoetkomingen van de europese Unie in uitgaven met betrekking tot de tenuitvoerlegging van europese programma's;
  4° leningen, na machtiging door de Vlaamse Regering;
  5° de terugbetaling van sommen die voortvloeien uit de uitvoering van de taken van het Hermesfonds;
  6° ontvangsten die voortvloeien uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot het eigen patrimonium of intellectuele rechten waarvan het Hermesfonds de titularis is;
  7° toevallige ontvangsten, met inbegrip van schenkingen, legaten en de opbrengst van sponsoring;
  8° alle inkomsten die voortvloeien uit diensten die door het Hermesfonds aan derden worden verstrekt tegen betaling;
  9° inkomsten uit eigen participaties, met inbegrip van de verkoop ervan, en uit door het Hermesfonds verstrekte kredieten aan derden;
  10° subsidies waarvoor het Hermesfonds als begunstigde in aanmerking komt;
  11° inkomsten uit beleggingen;
  12° andere inkomsten in het kader van de taken van het Hermesfonds;
  13° inkomsten uit de terbeschikkingstelling aan derden, tegen betaling, van overheidsinformatie die zich tot een dergelijke terbeschikkingstelling leent;
  14° het eventuele saldo op het einde van het voorgaande begrotingsjaar op het Hermesfonds;
  15° andere inkomsten, na goedkeuring door de Vlaamse minister, bevoegd voor de economie en het technologisch innovatiebeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen.";
  4° in paragraaf 3bis wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Het Hermesfonds neemt ook het vermogen, de rechten en plichten en de activiteiten van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, over die ter uitvoering van artikel 4 van het decreet van 20 november 2015 houdende diverse maatregelen inzake de herstructurering van de agentschappen van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan het Hermesfonds.";
  5° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. Het Hermesfonds neemt de uitgaven voor zijn rekening die voortvloeien uit :
  1° de toepassing van de wettelijke en decretale en overige reglementaire bepalingen met betrekking tot het economisch ondersteuningsbeleid en het innovatiebeleid;
  2° de studies in verband met het economisch ondersteuningsbeleid en het innovatiebeleid;
  3° de Vlaamse cofinanciering in de uitgaven van europese programma's die aansluiten bij de doelstellingen van het Hermesfonds en het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
  4° de bijdragen aan de werking van nationale en internationale organisaties die actief zijn op het vlak van economische ontwikkeling of innovatiebeleid;
  5° elke andere uitgave die past in het sociaal, economisch, innovatie-, ruimtelijk economisch en handelsvestigingenbeleid van de Vlaamse Regering.";
  6° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "Fonds voor al wat dienen kan in het raam van het sociaal, economisch en regionaal ondernemingsbeleid" vervangen door de zinsnede "Hermesfonds voor al wat dienen kan in het raam van het sociaal, economisch, innovatie-, ruimtelijk economisch, handelsvestigingen- en ondernemingsbeleid";
  7° paragraaf 6 en 7 worden vervangen door wat volgt :
  " § 6. Het Hermesfonds neemt de op 31 december 2001 uitstaande rechten en plichten ten laste van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Grote Ondernemingen en ten laste van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Kleine Ondernemingen over.
  De middelen die voortvloeien uit de overgedragen rechten en plichten, worden bij de financiële middelen van het Hermesfonds gevoegd.
  De op 31 december 2001 beschikbare saldi van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Grote Ondernemingen en het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Kleine Ondernemingen worden overgedragen aan het Hermesfonds.
  § 7. Het vastgestelde verschil in de jaarrekening van het Hermesfonds tussen het gecumuleerde bedrijfsresultaat en het gecumuleerde budgettaire resultaat wordt op 1 januari 2016 door een correctieboeking weggewerkt.
  De Vlaamse Regering kan de nodige maatregelen nemen om deze bepaling uit te voeren.";
  8° paragraaf 8 wordt opgeheven;
  9° paragraaf 9 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 9. De Vlaamse Regering regelt de werking en het beheer van het Hermesfonds. Ze stelt de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden van haar diensten ter beschikking van het Hermesfonds en kan, overeenkomstig de ter zake geldende algemene beginselen, sommige van haar bevoegdheden delegeren aan de leidend ambtenaar die zij daartoe aanwijst.".
Art.9. A l'article 41 du même décret, modifié par les décrets des 20 décembre 2002, 24 décembre 2004 et 19 décembre 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " Fonds voor het Flankerend Economisch Beleid " sont remplacés par les mots " Fonds Flankerend Economisch en Innovatiebeleid " ;
  2° dans le paragraphe 2, le mot " Fonds " sont chaque fois remplacés par le mot " Hermesfonds " ;
  3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Le " Hermesfonds " dispose des ressources financières suivantes :
  1° une dotation annuelle à charge du budget général des dépenses de la Région flamande ou de la Communauté flamande ;
  2° du soutien financier, personnel ou matériel par des administrations publiques ou par des organisations ou organes internationaux ou supranationaux ;
  3° les interventions de la Communauté européenne dans les dépenses relatives à l'implémentation des programmes européens ;
  4° des prêts, après autorisation du Gouvernement flamand ;
  5° le remboursement des sommes découlant de l'exécution des tâches du " Hermesfonds " ;
  6° les recettes découlant des actes de gestion ou de disposition relatifs aux biens propres du " Hermesfonds ", y compris les droits intellectuels dont le " Hermesfonds " est titulaire ;
  7° les recettes occasionnelles, y compris des donations, des legs et des recettes de sponsoring ;
  8° toutes les recettes découlant des services prestés par le " Hermesfonds " à des tiers moyennant paiement ;
  9° les recettes des propres participations, y compris de leur vente, et des crédits octroyés par le " Hermesfonds " à des tiers ;
  10° les subventions pour lesquelles le " Hermesfonds " entre en ligne de compte comme bénéficiaire ;
  11° les revenus de placements ;
  12° d'autres revenus dans le cadre des tâches du " Hermesfonds " ;
  13° les revenus de la mise à disposition de tiers, contre paiement, d'informations du secteur public qui se prêtent à une telle mise à disposition ;
  14° le solde éventuel du " Hermesfonds " au terme de l'exercice budgétaire précédent ;
  15° d'autres revenus, moyennant l'accord par le Ministre flamand qui a l'économie et la politique d'innovation technologique dans ses attributions et par le Ministre flamand chargé des finances et des budgets. " ;
  4° au paragraphe 3bis, il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas premier et deux, rédigé comme suit :
  " Le " Hermesfonds " reprend également le patrimoine, les droits et les obligations et les activités de l'" Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " visées à l'article 3 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation, en exécution de l'article 4 du décret du 20 novembre 2015 contenant diverses mesures concernant la restructuration des agences du domaine politique de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation assignées au " Hermesfonds " par le Gouvernement flamand. " ;
  5° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Le " Hermesfonds " prend à charge de son budget les dépenses découlant :
  1° de l'application des dispositions légales et décrétales et des autres dispositions réglementaires relatives à la politique d'aide économique et d'innovation ;
  2° des études relatives à la politique d'aide économique et la politique d'innovation ;
  3° du cofinancement flamand dans les dépenses des programmes européens qui correspondent aux objectifs du " Hermesfonds " et de l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
  4° des contributions au fonctionnement des organisations nationales et internationales, actives dans le domaine du développement économique ou de la politique de l'innovation ;
  5° de toute autre dépense qui répond à la politique sociale, économique, à la politique en matière d'innovation, la politique spatiale et la politique relative aux établissements commerciaux du Gouvernement flamand. " ;
  6° au paragraphe 5, le membre de phrase " Fonds pour tout ce qui est utile dans le cadre de la politique sociale, économique et régionale " est remplacé par le membre de phrase " le " Hermesfonds " pour tout ce qui est utile dans le cadre de la politique sociale, économique, la politique en matière d'innovation, la politique spatiale-économique, la politique des établissements commerciaux et la politique d'encadrement des entreprises " ;
  7° les paragraphes 6 et 7 sont remplacés par les dispositions suivantes:
  " § 6. Le " Hermesfonds " reprend, en date du 31 décembre 2001, les droits et obligations à charge du " Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Grote Ondernemingen " (Fonds d'Expansion économique et de Reconversion régionale - Grandes entreprises), et à charge du " Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Kleine Ondernemingen " (Fonds d'Expansion économique et de Reconversion régionale - Petites entreprises.
  Les moyens découlant des droits et obligations cédés sont joints aux ressources financières du " Hermesfonds ".
  Les soldes disponibles au 31 décembre 2001 du " Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie " - Grandes entreprises, et du " Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie " - Petites entreprises sont transférés au " Hermesfonds ".
  § 7. La différence constatée dans les comptes annuels du " Hermesfonds " entre le résultat d'exploitation cumulé et le résultat budgétaire cumulé est éliminée le 1er janvier 2016 par un redressement suite au contrôle financier.
  Le Gouvernement flamand peut prendre les mesures nécessaires pour exécuter cette disposition.
  8° le paragraphe 8 est abrogé ;
  9° le paragraphe 9 est remplacé par ce qui suit :
  " § 9. Le Gouvernement flamand règle le fonctionnement et la gestion du " Hermesfonds ". Elle met les services, équipements, installations et membres du personnel nécessaires de ses services à la disposition du Fonds et peut, conformément aux principes généraux valables en la matière, déléguer certaines de ses attributions au fonctionnaire dirigeant qu'elle désigne à cet effet. ".
Art.10. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2012, wordt een artikel 41ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 41ter. § 1. Bij het Hermesfonds wordt een beslissingscomité opgericht dat bestaat uit twaalf stemgerechtigde leden, natuurlijke personen, waaronder een voorzitter.
  § 2. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan projecten ter bevordering van de economie of de innovatie :
  1° aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, de van toepassing zijnde europese regelgeving inzake staatssteun en de uitvoeringsbesluiten;
  2° aan entiteiten, die geen onderneming zijn, onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
  Onder onderneming wordt verstaan : iedere entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent.
  De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, moeten in ieder geval betrekking hebben op het volgende :
  1° een positieve evaluatie van de kwaliteit van de uitvoering;
  2° een positieve evaluatie van het economische of maatschappelijke valorisatiepotentieel van de aanvraag.
  De Vlaamse Regering kan bijkomende algemene of specifieke voorwaarden opleggen.
  De Vlaamse Regering kan de begunstigden, vermeld in het eerste lid, verder concretiseren in functie van de noodzakelijkheden en de beleidsprioriteiten.
  De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten.
  De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten en de steunintensiteit.
  De Vlaamse Regering bepaalt in welke mate er cumulatie van steun is toegelaten, ongeacht de bron en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde kosten.
  Er kan op basis van een steunregeling als vermeld in dit decreet pas steun toegekend worden na de inwerkingtreding van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder steun verstaan : elke maatregel die aan alle criteria van artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie voldoet.
  Binnen de grenzen bepaald door de Vlaamse Regering staat het beslissingscomité in voor de beslissing over het uitschrijven en bepalen van nadere modaliteiten en criteria van de programma's of combinaties van programma's, de volledige beoordeling en toekenning van de steun en de opvolging ervan.
  De Vlaamse Regering bepaalt welke instrumenten met betrekking tot de steunverlening tot de bevoegdheid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds behoren.
  Het beslissingscomité bij het Hermesfonds is ervoor bevoegd om een beslissing over de toekenning van steun te nemen, ongeacht het bedrag van de toe te kennen steun.
  § 3. De Vlaamse Regering benoemt de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds :
  1° twee leden worden aangesteld op voordracht van de Vlaamse Interuniversitaire Raad, vermeld in artikel II.40 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
  2° één lid wordt aangesteld uit een dubbeltal dat voorgedragen is door de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA);
  3° één lid wordt aangesteld uit een dubbeltal, gezamenlijk voorgedragen door de Strategische Onderzoekscentra, erkend overeenkomstig artikel 29 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012 en 25 april 2014;
  4° vier leden worden aangesteld uit een dubbeltal, voorgedragen door de organisaties die vertegenwoordigd zijn in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
  5° vier leden uit het bedrijfsleven, die vertrouwd zijn met het economisch en het innovatiebeleid.
  De leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds worden onder de personen, vermeld in paragraaf 3, door de Vlaamse Regering benoemd voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar.
  De termijn van vijf jaar, vermeld in het tweede lid, vangt aan zes maanden na de beëdiging van een nieuwe Vlaamse Regering na algehele vernieuwing van het Vlaams Parlement. Als tussen de beëindiging van twee opeenvolgende regeringen minder of meer dan vijf jaar is verlopen, wordt die termijn overeenkomstig aangepast.
  Als in de loop van de termijn een mandaat van lid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds vrijkomt, stelt de Vlaamse Regering een nieuwe mandataris aan die het mandaat overneemt voor de nog resterende looptijd ervan. In voorkomend geval wordt het mandaat van al de zittende leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds van rechtswege verlengd tot wanneer de Vlaamse Regering bij het verstrijken van de termijn de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds heeft aangesteld.
  De uittredende leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds zijn herbenoembaar.
  De secretaris-generaal van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, vermeld in artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, woont de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds bij met raadgevende stem.
  § 4. Onder voorbehoud van eventuele andere onverenigbaarheden is het mandaat van lid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds onverenigbaar met :
  1° een mandaat in het europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;
  2° het ambt van minister of staatssecretaris en de hoedanigheid van kabinetslid van een Vlaams minister;
  3° het ambt van personeelslid van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
  Als een lid niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, beschikt hij over een termijn van drie maanden om de mandaten of functies die tot de onverenigbaarheid aanleiding geven, neer te leggen.
  Als het lid nalaat de onverenigbare mandaten of functies neer te leggen, wordt hij na afloop van de termijn, vermeld in het tweede lid, van rechtswege geacht zijn mandaat in het beslissingscomité bij het Hermesfonds te hebben neergelegd, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtsgeldigheid van de handelingen die hij inmiddels heeft gesteld of van de beraadslagingen waaraan hij inmiddels heeft deelgenomen. Hij wordt vervangen conform paragraaf 3, vierde lid.
  De Vlaamse Regering bepaalt een regeling inzake de vergoeding van de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.
  § 5. De leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds kunnen op elk moment worden ontslagen door de Vlaamse Regering, al dan niet op voorstel van de instantie die hen heeft voorgedragen, vermeld in paragraaf 3, eerste lid.
  § 6. De Vlaamse Regering wijst onder de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds een voorzitter aan.
  Het hoofd van het Agentschap Innoveren en Ondernemen is van rechtswege de secretaris van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.
  § 7. De secretaris van het beslissingscomité, vermeld in paragraaf 6, tweede lid, neemt deel aan alle vergaderingen van het beslissingscomité. De secretaris verzorgt de oproepingsagenda, alsook de voorbereiding van de vergaderingen van het beslissingscomité. De secretaris staat ook in voor het opstellen van de notulen van het beslissingscomité. De secretaris kan zich laten vervangen volgens de regels vastgelegd in het huishoudelijk reglement, vermeld in paragraaf 9. De secretaris van het beslissingscomité bij het Hermesfonds vertegenwoordigt het Hermesfonds in en buiten rechte.
  § 8. Het beslissingscomité bij het Hermesfonds kan bevoegdheden delegeren aan het hoofd van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, dit alles met mogelijkheid van verdere delegatie door de leidend ambtenaar.
  De Vlaamse Regering legt de hoogte van het bedrag vast waarboven beslissingen over individuele steundossiers niet kunnen worden gedelegeerd.
  § 9. Het beslissingscomité bij het Hermesfonds stelt, met inachtneming van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, een huishoudelijk reglement op waarin het zijn werkwijze nader regelt.
  Het huishoudelijk reglement regelt in elk geval :
  1° de frequentie en de wijze van bijeenroeping van de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds;
  2° de inhoud van de oproeping tot de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds;
  3° het aanwezigheidsquorum dat geldt opdat het beslissingscomité bij het Hermesfonds geldig kan beraadslagen;
  4° het gebruik van volmachten als een lid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds verhinderd is om deel te nemen aan een vergadering van het beslissingscomité;
  5° het meerderheidsquorum dat geldt opdat het beslissingscomité bij het Hermesfonds geldig beslissingen kan nemen;
  6° de wijze waarop genotuleerd wordt tijdens de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds en de wijze waarop de notulen bewaard worden;
  7° de regeling van belangenconflicten die zich kunnen voordoen bij de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.
  Na vaststelling van het huishoudelijk reglement, vermeld in het eerste lid, of na een wijziging ervan, legt het beslissingscomité bij het Hermesfonds het huishoudelijk reglement, respectievelijk de aangebrachte wijziging, ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering.
  De Vlaamse Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van het huishoudelijk reglement.
  § 10. De personeelsleden van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds, de externe deskundigen, alsook alle andere personen die ambtshalve kennis krijgen van een steunaanvraag of opvolging ervan, zijn voor de gegevens van of over bedrijven, organisaties, instellingen of personen over vindingen, innovaties of onderzoeksresultaten, of over hun uitgangspunten of methoden om tot dergelijke vindingen, innovaties of onderzoeksresultaten te komen, alsook de tijdens de behandeling of opvolging van een aanvraag geformuleerde adviezen, ertoe gehouden om ze :
  1° strikt vertrouwelijk te behandelen;
  2° alleen mee te delen of te laten meedelen aan derden als dat in het rechtstreekse belang is van de onderneming, de organisatie, de instelling of de persoon die de steunaanvraag doen, of als dat een functioneel onderdeel is van de behandeling van de aanvraag, of van een lopend dossier door het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
  3° nooit in eigen voordeel of met het oog op een persoonlijk voordeel te gebruiken of te verspreiden.
  De verplichtingen, vermeld in het eerste lid, blijven gelden, ook na het einde van de tewerkstelling bij de Vlaamse overheid of na de aanstelling als lid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds of als externe deskundige, of na het einde van de uitoefening van elke andere opdracht op verzoek van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.".
Art.10. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 13 juillet 2012, il est inséré un article 41ter, rédigé comme suit :
  " Art. 41ter. § 1er. Un comité de décision est établi auprès du " Hermesfonds " comprenant douze membres à voix délibérative, personnes physiques, dont un président.
  § 2. Le Gouvernement flamand peut accorder des aides à des projets visant à encourager l'économie ou l'innovation :
  1° aux entreprises aux conditions visées au présent décret, à la législation européenne applicable en matière d'aides d'état et aux arrêtés d'exécution ;
  2° aux entités qui ne sont pas des entreprises, aux conditions visées au présent décret et aux arrêtés d'exécution.
  Par entreprise on entend : toute entité, quel que soit son statut légal, exerçant une activité économique.
  Les conditions visées à l'alinéa premier doivent en tout cas avoir trait à :
  1° une évaluation positive de la qualité scientifique de la mise en oeuvre ;
  2° une évaluation positive du potentiel de valorisation économique ou sociale de la demande.
  Le Gouvernement flamand peut imposer des conditions d'agrément additionnelles générales ou spécifiques.
  Le Gouvernement flamand peut concrétiser les bénéficiaires, visés à l'alinéa premier, en fonction des besoins et des priorités politiques.
  L'intensité des aides est calculée comme un pourcentage des frais éligibles.
  Le Gouvernement flamand arrête les frais éligibles et l'intensité des aides.
  Le Gouvernement flamand détermine dans quelle mesure le cumul des aides est permis, quelle que soit la source ou la forme sous laquelle elles sont accordées, concernant les mêmes frais.
  Sur la base d'un régime d'aide dans le sens du présent décret, une aide ne peut être octroyée qu'après l'entrée en vigueur des arrêtés d'exécution y afférents. Pour l'application du présent article on entend par aide : toute mesure répondant à tous les critères de l'article 107 du Traité sur le Fonctionnement de l'Union européenne.
  Dans les limites fixées par le Gouvernement flamand, le comité de décision est chargé de la décision sur l'établissement des modalités et des critères des programmes ou des combinaisons de programmes, l'évaluation entière et l'octroi et le suivi de l'aide.
  Le Gouvernement flamand détermine quels sont les instruments relatifs à l'octroi d'aide qui relèvent de la compétence du comité de décision du " Hermesfonds ".
  Le comité de décision auprès du " Hermesfonds " est compétent pour prendre une décision sur l'octroi d'aide, quel qu'en soit le montant de l'aide à octroyer.
  § 3. Le Gouvernement flamand nomme les membres du comité de décision auprès du " Hermesfonds " :
  1° deux membres sont désignés sur la proposition du " Vlaamse Interuniversitaire Raad " (Conseil Interuniversitaire Flamand) visé à l'article II, 40 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 ;
  2° un membre est désigné à partir d'une liste double, proposée par le " Vlaamse Hogescholenraad " (VLHORA) ;
  3° un membre est désigné à partir d'une liste double, proposée conjointement par les Centres de Recherche Stratégique agréés conformément à l'article 29 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation, modifié par les décrets des 21 décembre 2012 et 25 avril 2014 ;
  4° quatre membres sont désignés à partir d'une liste double, proposée par les organisations représentées au " Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen " (Conseil socio-économique de la Flandre) ;
  5° quatre membres provenant des entreprises qui sont familiarisés avec la politique économique et la politique d'innovation.
  Les membres du comité de décision auprès du " Hermesfonds " sont nommés par le Gouvernement flamand parmi les personnes visées au paragraphe 3, pour un délai renouvelable de cinq ans.
  Le délai de cinq ans visé à l'alinéa deux, prend cours six mois après la prestation de serment d'un nouveau Gouvernement flamand suivant le renouvellement intégral du Parlement flamand. Lorsqu'une période de moins ou plus de cinq ans a écoulé entre la prestation de serment de deux Gouvernements successifs, ce délai est adapté en conséquence.
  Lorsqu'un mandat de membre du comité de décision auprès du " Hermesfonds " devient vacant au cours du délai, le Gouvernement flamand désigne un nouveau mandataire qui reprend le mandat pour sa durée restante. Le cas échéant, le mandat de tous les membres déjà en fonction du comité de décision auprès du " Hermesfonds " est prolongé de droit jusqu'à ce que le Gouvernement flamand ait désigné les membres du comité de décision auprès du " Hermesfonds " à l'expiration du délai.
  Le mandat des membres sortants du comité de décision auprès du " Hermesfonds " est renouvelable.
  Le secrétaire général du " Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek " visé à l'article 15 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation, assiste aux réunions du comité de décision auprès du " Hermesfonds " à voix consultative.
  § 4. Sous réserve d'autres incompatibilités éventuelles, le mandat de membre du comité de décision auprès du " Hermesfonds " est incompatible avec :
  1° un mandat au Parlement européen, à la Chambre des Représentants, au Sénat, au Parlement flamand et au Parlement de la région de Bruxelles-Capitale ;
  2° les fonctions de ministre ou de secrétaire d'Etat et la qualité de membre du cabinet d'un ministre flamand ;
  3° la fonction du membre du personnel de l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen ".
  Lorsqu'un membre ne répond pas aux conditions visées à l'alinéa premier, il dispose d'un délai de trois mois pour cesser les mandats ou fonctions qui occasionnent l'incompatibilité.
  Lorsque le membre manque de cesser les mandats ou fonctions incompatibles, il est censé de plein droit avoir démissionné de son mandat au du comité de décision auprès du " Hermesfonds ", à l'expiration du délai fixé à l'alinéa deux, sans porter préjudice à la validité des actes qu'il a accomplis entre-temps ou aux délibérations auxquelles il a participé entre-temps. Il sera remplacé conformément au paragraphe 3, alinéa quatre.
  Le Gouvernement flamand fixe un régime concernant la rémunération des membres du comité de décision auprès du " Hermesfonds ".
  § 5. Les membres du comité de décision auprès du " Hermesfonds " peuvent être licenciés à tout moment par le Gouvernement flamand, que ce soit sur la proposition de l'instance qui les a proposés, visé au paragraphe 3, alinéa premier, ou non.
  § 6. Le Gouvernement flamand désigne un président parmi les membres du comité de décision auprès du " Hermesfonds ".
  Le chef de l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " est de droit le secrétaire du comité de décision auprès du " Hermesfonds ".
  § 7. Le secrétaire du comité de décision visé au paragraphe 6, alinéa deux, participe à toutes les réunions du comité de décision. Le secrétaire se charge de l'ordre du jour, ainsi que de la préparation des réunions du comité de décision. Le secrétaire est également responsable de l'établissement du procès-verbal du comité de décision. Le secrétaire peut se faire remplacer conformément selon les règles fixées au règlement d'ordre intérieur visé au paragraphe 9. Le secrétaire du comité de décision auprès du " Hermesfonds " représente le " Hermesfonds " dans tous les actes judiciaires et extrajudiciaires.
  § 8. Le comtié de décision auprès du " Hermesfonds " peut déléguer des compétences au chef de l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen ", avec la possibilité de délégation par le fonctionnaire dirigeant.
  Le Gouvernement flamand fixe le montant au-delà duquel les décisions sur les dossiers d'aide individuels ne peuvent pas être déléguées.
  § 9. Le comité de décision auprès du " Hermesfonds " établit, en respectant le présent décret et ses arrêtés d'exécution, un règlement d'ordre intérieur, stipulant les modalités de son fonctionnement.
  Le règlement d'ordre intérieur règle en tout cas :
  1° la fréquence et le mode de convocation des réunions du comité de décision auprès du " Hermesfonds " ;
  2° le contenu de la convocation aux réunions du comité de décision auprès du " Hermesfonds " ;
  3° le quorum applicable pour que le comité de décision auprès du " Hermesfonds " puisse délibérer valablement ;
  4° l'utilisation de procurations lorsqu'un membre du comité de décision auprès du " Hermesfonds " est empêché d'assister à une réunion du comité de décision ;
  5° le quorum majoritaire applicable pour que le comité de décision auprès du " Hermesfonds " puisse délibérer valablement ;
  6° le mode d'établissement du procès-verbal lors des réunions du comité de décision auprès du " Hermesfonds " et la manière dont les procès-verbaux seront conservés.
  7° le règlement des conflits d'intérêts pouvant se produire auprès des membres du comité de décision auprès du " Hermesfonds ".
  Après la fixation du règlement d'ordre intérieur visé à l'alinéa premier, ou après sa modification, le comité de décision auprès du " Hermesfonds " soumet le règlement d'ordre intérieur, respectivement la modification apportée, à l'approbation du Gouvernement flamand.
  Le Gouvernement flamand arrête la date d'entrée en vigueur du règlement d'ordre intérieur.
  § 10. Les membres du personnel de l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen ", les membres du comité de décision auprès du " Hermesfonds ", les experts externes ainsi que toute autre personne qui prend connaissance d'une demande d'aide ou de son suivi, sont tenus, en ce qui concerne les données de ou sur les entreprises, les organisations, les organismes ou personnes pour inventions, innovations ou résultats, ou sur leurs points de départ ou méthodes en vue d'aboutir à de tels inventions, innovations ou résultats, ainsi que pour les avis formulés lors du traitement ou du suivi d'une demande, de :
  1° les traiter de façon strictement confidentielle ;
  2° les communiquer ou faire communiquer à des tiers uniquement lorsque c'est dans l'intérêt direct de l'entreprise, de l'organisation, de l'organisme ou de la personne, ou que cela est une partie fonctionnelle du traitement de la demande ou du dossier en cours par l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
  3° ne jamais les utiliser ou distribuer à son avantage ou en vue d'un bénéfice personnel.
  Les obligations visées à l'alinéa premier, restent en vigueur, également après la fin de l'emploi auprès de l'autorité flamande ou après la désignation comme membre du comité de décision auprès du " Hermesfonds " ou comme expert externe, ou après la fin de l'exercice de toute autre mission à la demande de l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen. ".
Art.11. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2012, wordt een artikel 41quater ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 41quater. § 1. Het Hermesfonds staat voor de beslissingen die genomen worden door het beslissingscomité bij het Hermesfonds, onder de controlebevoegdheid van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert. Die controle wordt uitgeoefend door een regeringsafgevaardigde, benoemd en afgezet door de Vlaamse Regering, op voordracht van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert.
  Daarnaast wordt een regeringsafgevaardigde, benoemd en afgezet door de Vlaamse Regering op voordracht van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, met dezelfde controlefunctie als de regeringsafgevaardigde, vermeld in het eerste lid, inzake alle beslissingen met een budgettaire of financiële weerslag.
  Als de regeringsafgevaardigden, vermeld in het eerste en tweede lid, verhinderd zijn, benoemt de Vlaamse Regering een plaatsvervanger op voordracht, naargelang het geval, van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert of van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen. De plaatsvervangende regeringsafgevaardigde heeft, voor de uitoefening van zijn opdracht, dezelfde bevoegdheden als de regeringsafgevaardigden, vermeld in het eerste en tweede lid. De Vlaamse Regering kan op elk moment een plaatsvervangende regeringsafgevaardigde afzetten.
  De Vlaamse Regering stelt de vergoeding vast van de regeringsafgevaardigden en hun plaatsvervangers. Die vergoeding is ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Vlaamse Gewest.
  De Vlaamse Regering kan regels vaststellen voor de uitvoering van de opdrachten, de actiemiddelen en het statuut van de regeringsafgevaardigden en de plaatsvervangers.
  § 2. De regeringsafgevaardigden waken over de naleving van de wetgeving.
  § 3. De regeringsafgevaardigden worden uitgenodigd om alle vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds bij te wonen en hebben er een raadgevende stem. De regeringsafgevaardigden ontvangen de volledige agenda van de vergaderingen waarop zij worden uitgenodigd, alsook elk bijbehorend document, uiterlijk vijf werkdagen vóór de datum van de vergaderingen, behalve in geval van met redenen omklede buitengewone omstandigheden. De regeringsafgevaardigden ontvangen de notulen van de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.
  De regeringsafgevaardigden kunnen op elk moment ter plaatse inzage nemen van de boeken, brieven, notulen en, in het algemeen, van alle documenten en geschriften van het Hermesfonds. De regeringsafgevaardigden kunnen van de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds alle verduidelijkingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die zij nodig achten voor de uitvoering van hun mandaat.
  § 4. Een regeringsafgevaardigde kan binnen een termijn van vier werkdagen beroep aantekenen bij de Vlaamse minister op wiens voordracht hij is aangesteld tegen elke beslissing van het beslissingscomité bij het Hermesfonds die hij strijdig acht met de wetgeving.
  De termijn om beroep in te stellen tegen een beslissing van het beslissingscomité bij het Hermesfonds gaat in op de dag van de vergadering waarop de beslissing is genomen, als de regeringsafgevaardigde daarop regelmatig was uitgenodigd, en, in het tegenovergestelde geval, de dag waarop de beslissing aan hem werd betekend of, bij gebrek daaraan, de dag waarop hij van de beslissing kennis heeft gekregen.
  Het beroep, vermeld in het eerste lid, is opschortend.
  Elk beroep van een regeringsafgevaardigde wordt dezelfde dag met een aangetekende brief meegedeeld aan de secretaris van het beslissingscomité bij het Hermesfonds, vermeld in artikel 41ter, § 6, tweede lid, en aan de Vlaamse minister op wiens voordracht de betreffende regeringsafgevaardigde is aangesteld.
  De secretaris van het beslissingscomité bij het Hermesfonds brengt elk beroep binnen een termijn van twee werkdagen vanaf de ontvangst daarvan schriftelijk, met de elektronische post of elk ander telecommunicatiemiddel dat kan resulteren in een schriftelijk stuk aan de kant van de geadresseerde, ter kennis van de voorzitter en de andere leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.
  § 5. Binnen een termijn van tien werkdagen, die ingaat op dezelfde dag als de termijn, vermeld in paragraaf 4, tweede lid, betekent de Vlaamse minister bij wie het beroep werd ingesteld, aan het beslissingscomité bij het Hermesfonds de nietigverklaring van de beslissing.
  § 6. Elk jaar brengen de regeringsafgevaardigden vóór 1 maart verslag uit bij de Vlaamse minister op wiens voordracht zij zijn aangesteld, over de uitvoering van hun taken.
  De Vlaamse Regering stelt jaarlijks een verslag op over de werking en het beheer van het Hermesfonds, alsook over de werking van het beslissingscomité bij het Hermesfonds. Het verslag wordt aan het Vlaams Parlement meegedeeld vóór 30 juni van het daaropvolgende jaar.
  § 7. Als de naleving van de wet dat vereist, kan de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert, of de regeringsafgevaardigden het beslissingscomité bij het Hermesfonds verplichten om, binnen de door hem gestelde termijn, te beraadslagen over iedere door hem bepaalde aangelegenheid, binnen de taken van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.
  § 8. Dit artikel 41quater wordt opgeheven twee jaar na de inwerkingtreding ervan.".
Art.11. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 13 juillet 2012, il est inséré un article 41quater, rédigé comme suit :
  " Art. 41quater. § 1er. Le " Hermesfonds " est responsable des décisions prises par le comité de décision auprès du " Hermesfonds ", sous la compétence de contrôle du Ministre flamand ayant l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " dans ses attributions. Ce contrôle est effectué par un représentant du gouvernement, nommé et révoqué par le Gouvernement flamand, sur la proposition du Ministre flamand compétent pour l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen ".
  En outre, un délégué du gouvernement est nommé et révoqué par le Gouvernement flamand sur la proposition du Ministre ayant les finances et le budget dans ses attributions, ayant la même fonction de contrôle que le délégué du gouvernement visé à l'alinéa premier, en ce qui concerne toutes les décisions à incidence budgétaire ou financière.
  Lorsque les délégués du gouvernement visés aux alinéas premier et deux, sont empêchés, le Gouvernement flamand nomme un suppléant sur la proposition, selon le cas, du Ministre ayant l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " dans ses attributions ou du Ministre ayant les finances et le budget dans ses attributions. Le suppléant du délégué du gouvernement a, pour l'exercice de sa mission, les mêmes compétences que les délégués du gouvernement visés aux alinéas premier et deux. Le Gouvernement flamand peut en tout temps révoquer un délégué du gouvernement suppléant.
  Le Gouvernement flamand fixe les indemnités des délégués du gouvernement et de leurs suppléants. Cette indemnité est à charge du budget général des dépenses de la Région flamande.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités pour l'exécution des missions, des moyens d'action et du statut des délégués du gouvernement et des suppléants.
  § 2. Les délégués du gouvernement veillent au respect de la législation.
  § 3. Les délégués du gouvernement sont invités à assister à toutes les réunions du comité de décision auprès du " Hermesfonds " et ont une voix consultative. Les délégués du gouvernement reçoivent l'ordre du jour complet des réunions auxquelles ils sont invités, ainsi que tout document correspondant, au plus tard cinq jours ouvrables avant la date des réunions, sauf en cas de circonstances exceptionnelles motivées. Les délégués du gouvernement reçoivent les procès-verbaux des réunions du comité de décision auprès du " Hermesfonds ".
  Les délégués du gouvernement peuvent à tout moment consulter les livres, lettres, procès-verbaux et, en général, tous les documents et écrits du " Hermesfonds ". Les délégués du gouvernement peuvent réclamer auprès des membres du comité de décision toutes les informations et éclaircissements et effectuer toutes les vérifications qu'ils jugement nécessaires pour l'exécution de leur mandat.
  § 4. Un délégué du gouvernement peut introduire un recours dans un délai de quatre jours ouvrables auprès du Ministre flamand, à la proposition duquel il a été désigné, contre toute décision du comité de décision auprès du " Hermesfonds " qu'il juge contraire à la législation.
  Le délai pour introduire un recours contre une décision du comité de décision auprès du " Hermesfonds " prend effet le jour de la réunion lors de laquelle la décision est prise, lorsque le délégué du gouvernement y était régulièrement invité, et, dans le cas contraire, le jour où la décision lui a été notifiée ou, à défaut, le jour auquel il a été informé de la décision.
  Le recours visé à l'alinéa premier, est suspensif.
  Tout recours d'un délégué du gouvernement est communiqué le même jour par lettre recommandée au secrétaire du comité de décision auprès du " Hermesfonds ", visé à l'article 41ter, § 6, alinéa deux, et au Ministre flamand à la proposition duquel le délégué du gouvernement concerné est désigné.
  Le secrétaire du comité de décision auprès du " Hermesfonds " notifie tout recours au président et aux autres membres du comité de décision auprès du " Hermesfonds " dans un délai de deux jours ouvrables de la réception par écrit, par courrier électronique ou tout autre moyen de télécommunication pouvant résulter en un document écrit du côté du destinataire.
  § 5. Dans un délai de dix jours ouvrables qui prend effet le même jour que le délai visé au paragraphe 4, alinéa deux, le Ministre flamand auprès duquel le recours a été introduit, notifie l'annulation de la décision auprès du comité de décision auprès du " Hermesfonds ".
  § 6. Avant le 1er mars de chaque année, les délégués du gouvernement font rapport sur l'exécution de leurs tâches auprès du Ministre flamand sur la proposition duquel ils sont désignés
  Le gouvernement flamand établit chaque année un rapport sur le fonctionnement et la gestion du " Hermesfonds ", ainsi que sur le fonctionnement du comité de décision auprès du " Hermesfonds ". Le rapport est communiqué au Parlement flamand avant le 30 juin de l'année suivante.
  § 7. Lorsque le respect de la loi le requiert, le Ministre flamand ayant l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " dans ses attributions, ou les délégués du gouvernement peuvent obliger le comité de décision auprès du " Hermesfonds " à délibérer sur toute matière qu'il définit, dans les tâches du comité de décision auprès du " Hermesfonds ".
  § 8. Le présent article 41quater est abrogé deux ans après son entrée en vigueur. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid
CHAPITRE 5. - Modifications du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation
Art.12. In artikel 2 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
  "2° Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 : de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013;";
  2° in punt 4° wordt de zinsnede "artikel 4 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.2 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013";
  3° in punt 5° wordt de zinsnede "artikel 5 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013";
  4° in punt 6° wordt de zinsnede "artikel 97 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013";
  5° in punt 7° wordt de zinsnede "artikel 7 of 8 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.1 of II.6 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013";
  6° aan punt 16° wordt de zinsnede "die onder- en bovengrensbedragen kunnen worden aangepast door de Vlaamse Regering;" toegevoegd;
  7° aan punt 17° wordt de zinsnede "dat ondergrensbedrag kan worden aangepast door de Vlaamse Regering;" toegevoegd;
  8° er wordt een punt 20° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "20° onderzoekscentrum : een organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als vermeld in artikel 2, punt 83, van verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.".
Art.12. A l'article 2 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation, modifié par les décrets des 21 décembre 2012 et 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 : le Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 sanctionné par le décret du 20 décembre 2013 ; " ;
  - au point 4°, le membre de phrase " l'article 4 du Décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.2 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 " ;
  - au point 5°, le membre de phrase " l'article 5 du Décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.3 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 " ;
  - au point 6°, le membre de phrase " l'article 97 du Décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.3 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 " ;
  5° au point 7°, le membre de phrase " l'article 7 ou 8 du Décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.1 ou II.6 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 " ;
  6° le point 16° est complété par le membre de phrase " ces montants minimaux et maximaux peuvent être adaptés par le Gouvernement flamand ; " ;
  7° le point 17° est complété par le membre de phrase " ce montant minimal peut être adapté par le Gouvernement flamand ; "
  8° il est ajouté un point 20°, rédigé comme suit :
  " 20° centre de recherche : un organisme de recherche et de diffusion des connaissances tel que visé à l'article 2, point 83, du règlement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aide compatibles avec le marché interne en application des articles 107 et 108 du Traité. ".
Art.13. In titel II, hoofdstuk I, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012 en 25 april 2014, worden afdeling I tot en met V, die bestaan uit artikel 3 tot en met 14, opgeheven.
Art.13. Au titre II, chapitre Ier, du même arrêté, modifié par les décrets des 21 décembre 2012 et 25 avril 2014, les sections Ire à V inclus, comprenant les articles 3 à 14 inclus, sont abrogées.
Art.14. In artikel 15, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "De statuten van het FWO, alsook de wijzigingen die daarin worden aangebracht, moeten worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering.".
Art.14. A l'article 15, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 25 avril 2014, il est ajouté un second alinéa rédigé comme suit :
  Les statuts du FWO, ainsi que leurs modifications, doivent être communiqués au Gouvernement flamand. ".
Art.15. Artikel 16 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 16. Jaarlijks worden in de algemene uitgavenbegroting voor wat betreft het FWO behalve een werkingsbudget ook afzonderlijke vastleggingsmachtigingen ingeschreven waarop verbintenissen kunnen worden aangegaan voor :
  1° het fundamenteel onderzoek;
  2° het strategisch basisonderzoek (projecten/mandaten);
  3° het klinisch-wetenschappelijk onderzoek;
  4° de investeringen in zware, middelzware en bijzondere onderzoeksinfrastructuur.".
Art.15. L'article 16 du même décret, modifié par le décret du 25 avril 2014, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 16. Outre le budget de fonctionnement pour ce qui concerne le FWO, des autorisations d'engagement séparées sont également inscrites chaque année au budget général des dépenses, auxquelles de nouveaux engagements peuvent être contractés pour :
  1° la recherche fondamentale ;
  2° la recherche stratégique de base (projets/mandats) ;
  3° la recherche clinique-scientifique ;
  4° les investissements dans l'infrastructure de recherche de grande et moyenne envergure et d'envergure spéciale. ".
Art.16. Artikel 17 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 17. § 1. Het FWO ondersteunt en stimuleert door financiële steun :
  1° het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in alle wetenschappelijke disciplines in de Vlaamse universiteiten en hogeronderwijsinstellingen die door de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 worden belast met wetenschappelijk onderzoek, al dan niet in het kader van samenwerkingsverbanden met andere onderzoekscentra;
  2° het strategisch basisonderzoek in Vlaamse onderzoekscentra, met inbegrip van samenwerkingsverbanden met andere onderzoekscentra, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen projecten met een economisch doel en projecten met een maatschappelijk doel;
  3° het klinisch-wetenschappelijk onderzoek;
  4° de aanschaf en inzet van middelzware onderzoeksinfrastructuur voor wetenschappelijk onderzoek in de universiteiten;
  5° de aanschaf en inzet van zware onderzoeksinfrastructuur voor de Vlaamse universiteiten, de hogeronderwijsinstellingen die door de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 worden belast met wetenschappelijk onderzoek, en de strategische onderzoekscentra;
  6° het beheer van grote rekencapaciteit.
  § 2. Het FWO kan eigen activiteiten ontwikkelen die verenigbaar zijn met zijn maatschappelijk doel. De raad van bestuur van het FWO beslist vrij en, in voorkomend geval, overeenkomstig de bepalingen van de samenwerkingsovereenkomst, over de marktconforme tariefstructuren voor die activiteiten.
  § 3. Het FWO draagt bij tot de voorbereiding van het wetenschaps- en innovatiebeleid van de Vlaamse Regering.
  Het FWO verleent advies over voorontwerpen van decreet en ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering over aangelegenheden die behoren tot de missie en taakstelling van het FWO.".
Art.16. L'article 17 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 17. § 1er. Le FWO soutient et favorise en octroyant une aide financière :
  1° la recherche scientifique fondamentale dans toutes les disciplines scientifiques dans les universités et les institutions d'enseignement supérieur flamandes chargées de la recherche scientifique par le Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, dans le cadre de partenariats avec d'autres centres de recherche ou non ;
  2° la recherche stratégique de base dans les centres de recherche flamands, y compris les partenariats avec d'autres centres de recherche, faisant une distinction entre les projets à finalité économique et les projets à finalité sociale ;
  3° la recherche clinique-scientifique ;
  4° l'acquisition et l'utilisation d'infrastructure de recherche de moyenne envergure pour la recherche scientifique dans les universités ;
  5° l'acquisition et l'utilisation d'infrastructure de recherche de grande envergure pour les universités flamandes, les institutions d'enseignement supérieur chargées de la recherche scientifique par le Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, et les centres de recherche stratégiques ;
  6° la gestion de la capacité de calcul de grande envergure.
  § 2. Le FWO peut développer ses propres activités qui sont compatibles avec le but social. Le conseil d'administration du FWO décide librement et, le cas échéant, conformément aux dispositions de l'accord de coopération, sur les structures tarifaires conformément aux marché pour ces activités.
  § 3. Le FWO contribue à la préparation de la politique en matière de sciences et d'innovation du Gouvernement flamand.
  Le FWO conseille sur des avant-projets de décret et des projets d'arrêté du Gouvernement flamand relatifs à des matières relevant de la mission et des tâches du FWO. ".
Art.17. In artikel 18 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 tot en met 4 worden vervangen door wat volgt :
  " § 1. Het FWO realiseert zijn missie door de middelen die de Vlaamse Regering verstrekt, aan te wenden voor de volgende taken :
  1° het steunen van individuele onderzoekers aan universiteiten met doctoraatsbeurzen van bepaalde duur en werkingsmiddelen;
  2° het steunen van individuele onderzoekers aan universiteiten en hogeronderwijsinstellingen die door de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 zijn belast met wetenschappelijk onderzoek, met postdoctorale mandaten van bepaalde duur en werkingsmiddelen;
  3° het steunen van onderzoeksploegen met onderzoeksprojecten en netwerkingsmiddelen;
  4° het bevorderen van mobiliteit, internationale contacten en samenwerkingsverbanden;
  5° het aantrekken van excellente onderzoekers die actief zijn in het buitenland;
  6° het verlenen van wetenschappelijke prijzen;
  7° de subsidiëring van middelzware en zware onderzoeksinfrastructuur, met inbegrip van cofinanciering in geval van europese en internationale investeringsprogramma's;
  8° het beheer en de cofinanciering van de technische installatie en de technische exploitatie van TIER1-computerinfrastructuur aan een universiteit;
  9° de cofinanciering van TIER2-computerinfrastructuur in universiteiten of associaties.
  § 2. De Vlaamse Regering kan het FWO belasten met bijzondere opdrachten. Die moeten passen in de missie van het FWO.
  § 3. De Vlaamse Regering bepaalt per steunprogramma de voorwaarden waaraan steun, verleend door het FWO, moet voldoen. De voormelde voorwaarden kunnen onder andere betrekking hebben op :
  1° de essentiële selectie- en beoordelingscriteria, die ten minste de wetenschappelijke kwaliteit en relevantie van de geselecteerde projecten en de haalbaarheid ervan borgen;
  2° het steunbedrag, of het steunpercentage en het maximale steunbedrag, rekening houdend met de subsidiabele kosten;
  3° de wijze waarop het aantal ondersteunde projecten wordt beperkt om redenen van doelmatigheid;
  4° de wijze waarop oproepen aan de kandidaten worden georganiseerd;
  5° de duur van de ondersteuning en de eventuele verlengingsmogelijkheden om objectieve redenen;
  6° de modaliteiten waaronder de steun wordt verleend;
  7° de precieze omschrijving van de categorie van aanvragers die in het steunprogramma een aanvraag mag indienen.
  De Vlaamse Regering bepaalt, op voorstel van het FWO, de wijze waarop de aanvrager van wie de steunaanvraag geweigerd is, een verzoek tot herziening van de beslissing kan indienen op basis van objectiveerbare elementen die op kennelijk onredelijke wijze aan de steunweigering ten grondslag lagen.
  § 4. Het FWO verleent de financiële steun op grond van oproepen aan de kandidaten. De oproepen zijn generiek of thematisch, onder de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering.
  De raad van bestuur van het FWO neemt de beslissing over de toewijzing en de begroting van de steun op grond van het advies en de eventuele aanbevelingen van de bevoegde beoordelingcommissie.
  Rekening houdend met de eigenheid van de verschillende missieonderdelen, vermeld in artikel 17, en na advies van de raad van bestuur van het FWO kan de Vlaamse Regering richtlijnen vastleggen waaraan de selectie van experten en de samenstelling van beoordelingscommissies moeten voldoen.";
  2° aan paragraaf 4, tweede lid, zoals vervangen door punt 1°, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  "De raad van bestuur respecteert daarbij de door de beoordelingscommissies opgestelde rangschikkingen.";
  3° paragrafen 5 tot en met 9 worden toegevoegd, die luiden als volgt :
  " § 5. Voor onderzoeksprojecten voor strategisch basisonderzoek houdt de Vlaamse Regering bij het bepalen van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1°, ten minste rekening met de volgende beoordelingsdimensies :
  1° de wetenschappelijke kwaliteit van het projectvoorstel;
  2° de utiliteitsperspectieven van het projectvoorstel, zijnde de gebruiksmogelijkheden van de resultaten op langere termijn en na vervolgonderzoek door economische, maatschappelijke of overheidsactoren.
  De projectaanvragen voor onderzoeksprojecten voor strategisch basisonderzoek worden gerangschikt op basis van een gelijk gewicht aan de scores op de wetenschappelijke kwaliteit van het projectvoorstel en de utilisatieperspectieven en van de nodige diversiteit inzake toepassingsdomeinen bij gelijkwaardige scores. Op basis van de budgettaire mogelijkheden worden de hoogst gerangschikte projectvoorstellen gesteund. Van het principe dat de hoogst gerangschikte projectvoorstellen gesteund worden, kan desgevallend in beperkte mate afgeweken worden als hierdoor meer projecten kunnen worden gesteund.
  § 6. Voor doctoraatsbeurzen voor strategisch basisonderzoek houdt de Vlaamse Regering bij het bepalen van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1°, ten minste rekening met de volgende beoordelingsdimensies :
  1° de wetenschappelijke vakkennis van de kandidaat-bursaal en zijn potentiële bekwaamheid tot het zelfstandig uitvoeren van doctoraatsonderzoek;
  2° de wetenschappelijke kwaliteit en relevantie van het onderzoeksproject, en de realiseerbaarheid ervan binnen een periode van vier jaar;
  3° de strategische aard van het onderzoeksproject met betrekking tot het potentieel voor economische en/of maatschappelijke toepasbaarheid van de resultaten op termijn.
  De projectaanvragen voor doctoraatsbeurzen voor strategisch basisonderzoek worden gerangschikt op basis van een vóór de oproep vastgelegd gewicht aan de scores op de kwaliteit van het projectvoorstel, de economische finaliteit en de kwaliteit van de kandidaat en van de nodige diversiteit inzake toepassingsdomeinen bij gelijkwaardige scores. Op basis van de budgettaire mogelijkheden worden de hoogst gerangschikte projectvoorstellen gesteund.
  § 7. De raad van bestuur steunt bij zijn beslissing over het steunen van investeringsinitiatieven voor zware onderzoeksinfrastructuur op het advies van experten die de wetenschappelijke kwaliteit van de aanvragen evalueren, en die vervolgens voor de aanvragen die excellent bevonden zijn, nagaan of de opgemaakte investeringsplannen voldoende realistisch en objectief zijn. De raad van bestuur kan daarvoor een of meer expertencolleges aanwijzen.
  § 8. Het bedrag dat jaarlijks beschikbaar is voor middelzware onderzoeksinfrastructuur, wordt over de associaties verdeeld met toepassing van een verdeelsleutel die door de Vlaamse Regering wordt vastgesteld op basis van het gewogen gemiddelde van de verdeelsleutel, bepaald met toepassing van artikel 63/1, § 5, en de verdeelsleutel, bepaald met toepassing van artikel 57, § 4. De raad van bestuur steunt bij zijn beslissing over het steunen van investeringsinitiatieven voor middelzware onderzoeksinfrastructuur op het advies van het betrokken associatiebestuur.
  § 9. Het bedrag dat jaarlijks beschikbaar wordt gemaakt voor de aanschaf en inzet van onderzoeksinfrastructuur, is voor 60 tot 70 procent bestemd voor de subsidiëring van middelzware onderzoeksinfrastructuur en voor 30 tot 40 procent voor de financiering van zware onderzoeksinfrastructuur.
  De Vlaamse Regering kan jaarlijks beslissen om van het interval, vermeld in het eerste lid, af te wijken op grond van objectief vastgestelde noodwendigheden.".
Art.17. A l'article 18 du même décret, modifié par le décret du 25 avril 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les §§ 1 à 4 inclus sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " § 1er. Le FWO réalise sa mission en utilisant les moyens fournis par le Gouvernement flamand, pour les tâches suivantes :
  1° l'aide aux chercheurs individuels aux universités par l'octroi de bourses de doctorat d'une durée déterminée et de moyens de fonctionnement ;
  2° l'aide aux chercheurs individuels aux universités et aux institutions d'enseignement supérieur chargées de la recherche scientifique par le Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, par l'octroi de mandats postdoctoraux d'une durée déterminée et de moyens de fonctionnement ;
  3° l'aide aux équipes de recherche par l'octroi de projets de recherche et de moyens de réseautage ;
  4° la promotion de la mobilité, des contacts internationaux et des partenariats ;
  5° l'attraction de chercheurs excellents qui sont actifs à l'étranger ;
  6° l'octroi de prix scientifiques ;
  7° le subventionnement d'infrastructure de recherche de moyenne et de grande envergure, y compris le cofinancement en cas de programmes d'investissements européens et internationaux ;
  8° la gestion et le cofinancement de l'installation technique et l'exploitation technique d'infrastructure informatique TIER1 à une université ;
  9° le cofinancement d'infrastructure informatique TIER2 aux universités ou associations.
  § 2. Le Gouvernement flamand peut charger le FWO de missions particulières. Celles-ci doivent s'inscrire dans la mission du FWO.
  § 3. Le Gouvernement flamand arrête par programme d'aide les conditions auxquelles l'aide octroyée par le FWO doit satisfaire. Les conditions mentionnées ci-dessus peuvent, entre autres, avoir trait :
  1° aux critères essentiels de sélection et d'évaluation qui garantissent au moins la qualité et la pertinence scientifiques des projets sélectionnés ainsi que leur faisabilité ;
  2° au montant d'aide, ou au pourcentage d'aide et au montant maximal d'aide, compte tenu des frais subventionnables ;
  3° à la façon dont le nombre de projets appuyés est réduit pour des raisons d'efficacité ;
  4° à la façon dont des appels aux candidats sont organisés ;
  5° à la durée du soutien et les possibilités de prolongation éventuelles pour des raisons objectives ;
  6° aux modalités de l'octroi de l'aide ;
  7° à la description précise de la catégorie des demandeurs qui peuvent introduire une demande dans le cadre du programme d'aide.
  Le Gouvernement flamand détermine, sur la proposition du FWO, la manière dont le demandeur d'une aide financière dont la demande d'aide a été refusée, peut introduire une demande de révision de la décision sur la base d'éléments objectivables qui ont motivé le refus d'aide de façon manifestement déraisonnable.
  § 4. Le FWO octroie l'aide financière sur la base d'appels aux candidats. Les appels sont génériques ou thématiques, aux conditions arrêtées par le Gouvernement flamand.
  Le conseil d'administration du FWO prend la décision sur l'octroi et le budget de l'aide sur la base de l'avis et les recommandations éventuelles de la commission d'évaluation compétente.
  En tenant compte du caractère propre des différentes parties de la mission, visées à l'article 17 et sur avis du conseil d'administration du FWO, le Gouvernement flamand peut fixer les modalités auxquelles la sélection d'experts et la composition des commissions d'évaluation doivent satisfaire. " ;
  2° le paragraphe 4, A, alinéa deux, tel que remplacé par le point 1°, est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " Le conseil d'administration respecte les classifications établies par les commissions d'évaluation. " ;
  3° il est ajouté des paragraphes 5 à 9 inclus, rédigés comme suit :
  " § 5. Pour des projets de recherche de recherche stratégique de base, le Gouvernement flamand tient au moins compte des dimensions d'évaluation suivantes lors de la fixation des conditions visées au paragraphe 3, alinéa premier, 1° ;
  1° la qualité scientifique de la proposition de projet ;
  2° les perspectives d'utilité de la proposition de projet, notamment les possibilités d'utilisation des résultats à plus long terme et moyennant des recherches complémentaires par des acteurs économiques, sociaux ou publics ;
  Les demandes de projet pour les projets de recherche pour la recherche stratégique de base sont classées sur la base d'un poids égal des cotes sur la qualité scientifique et les perspectives d'utilité et de la diversité requise en matière de domaines d'application à cotes égales. Les propositions de projet le plus haut classées obtiennent une aide sur la base des possibilités budgétaires. Le cas échéant, il peut être dérogé dans une mesure restreinte au principe que les propositions de projet les plus hauts classés lorsqu'ainsi un plus grand nombre de projets peut être soutenu.
  § 6. Pour des bourses de doctorat pour la recherche stratégique de base, le Gouvernement flamand tient au moins compte des dimensions d'évaluation suivantes lors de la fixation des conditions visées au paragraphe 3, alinéa premier, 1° ;
  1° les connaissances professionnelles scientifiques du candidat boursier et son aptitude potentielle à la réalisation autonome de la thèse de doctorat ;
  2° la qualité et la pertinence scientifiques du projet de recherche, et sa faisabilité dans une période de quatre ans ;
  3° la nature stratégique du projet de recherche en ce qui concerne le potentiel d'une applicabilité économique et/ou sociale des résultats à terme.
  Le demandes de projet pour les bourses de doctorat pour la recherche stratégique de base sont classifiées sur la base d'un poids égal des cotes fixé avant l'appel sur la qualité scientifique de la proposition de projet, la finalité économique et la qualité du candidat et la diversité requise en matière de domaines d'application à cotes égales. Les propositions de projet le plus haut classées obtiennent une aide sur la base des possibilités budgétaires.
  § 7. Lors de sa décision sur l'octroi d'aides aux initiatives d'investissement pour l'infrastructure de recherche de grande envergure, le conseil d'administration se base sur la recommandation d'experts qui évaluent la qualité scientifique des demandes, et qui vérifient, en ce qui concerne les demandes qui sont considérées excellentes, si les plans d'investissement dressés sont suffisamment réalistes et objectifs A cet effet, le conseil d'administration peut désigner un ou plusieurs collèges d'experts.
  § 8. Le montant qui est annuellement disponible pour l'infrastructure de recherche de moyenne envergure est réparti sur les associations en application d'une clé de répartition fixée par le Gouvernement flamand sur la base de la moyenne pondérée de la clé de répartition, fixée en application de l'article 63/1, § 5, et de la clé de répartition fixée en application de l'article 57, § 4. Lors de sa décision sur l'octroi d'aides aux initiatives d'investissement pour l'infrastructure de recherche de moyenne envergure, le conseil d'administration se base sur l'avis de l'administration d'association concernée.
  § 9. Le montant qui est mis à disposition annuellement pour l'acquisition et l'utilisation d'infrastructure de recherche, est destiné pour 60 ou 70 pour cent au subventionnement d'infrastructure de recherche de moyenne de recherche et pour 30 ou 40 pour cent au financement d'infrastructure de recherche de grande envergure.
  Le Gouvernement flamand peut décider annuellement de déroger à l'intervalle visé au premier alinéa en fonction de nécessités objectives. ".
Art.18. In hetzelfde decreet wordt een artikel 18/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 18/1. Binnen de beschikbare begrotingskredieten is het FWO belast met :
  1° het beheer en de cofinanciering van de technische installatie en de technische exploitatie van TIER1-computerinfrastructuur aan een universiteit;
  2° de cofinanciering van TIER2-computerinfrastructuur in universiteiten of associaties.
  Het FWO sluit een meerjarenovereenkomst met de betrokken universiteit over het beheer en de cofinanciering van de technische installatie en de technische exploitatie van TIER1-computerinfrastructuur. De voormelde overeenkomst regelt ten minste :
  1° de fundamentele modaliteiten voor de technische installatie en de technische exploitatie, alsook de cofinanciering daarvan door het FWO en het kostenverhaal op gebruikers van rekentijd en schijfruimte;
  2° de voorwaarden waaronder onderzoekscentra en derden kunnen gebruikmaken van de TIER1-computerinfrastructuur;
  3° de opvolging van de technische exploitatie.
  Het FWO sluit meerjarenovereenkomsten met de betrokken universiteiten en associaties over de cofinanciering van TIER2-computerinfrastructuur in universiteiten of associaties. De voormelde overeenkomst regelt het bedrag en het betalingsritme, de cofinancieringsvoorwaarden en de monitoring en de controle van de cofinanciering door het FWO.
  Voor de ondersteuning van het beheer van de TIER1-infrastructuur en voor het stimuleren van het gebruik van grote rekencapaciteit bij de Vlaamse bedrijven en non-profitinstellingen, zodat ze hun innovatieve capaciteit kunnen versterken, wordt door de raad van bestuur van het FWO een industrial board ingesteld.".
Art.18. Dans le même décret, il est inséré un article 18/1, rédigé comme suit :
  " Art. 18/1. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le FWO est chargé :
  1° de la gestion et du cofinancement de l'installation technique et l'exploitation technique d'infrastructure informatique TIER1 à une université ;
  2° du cofinancement d'infrastructure informatique TIER2 aux universités ou associations.
  Le FWO conclut une convention pluriannuelle avec l'université concernée sur la gestion et le cofinancement de l'installation et l'exploitation techniques de l'infrastructure informatique TIER1. La convention mentionnée ci-dessus règle au moins :
  1° les modalités fondamentales pour l'installation et l'exploitation techniques, ainsi que le cofinancement par le FWO et le recouvrement des coûts aux utilisateurs du temps de calcul et d'espace disque.
  2° les conditions auxquelles des centres de recherche et des tiers peuvent utiliser l'infrastructure informatique TIER1.
  3° le suivi de l'exploitation technique.
  Le FWO conclut des conventions pluriannuelles avec les universités et associations concernées sur le cofinancement d'infrastructure informatique TIER2 aux universités ou associations. La convention précitée règle le montant et le rythme de paiement, les conditions de cofinancement et la surveillance et le contrôle du cofinancement par le FWO.
  Pour le soutien à la gestion de l'infrastructure TIER1 et pour la promotion de l'utilisation de la capacité de calcul de grande envergure auprès des entreprises et organismes sans but lucratif flamands, de façon à leur permettre de renforcer leur capacité innovatrice, un " industrial board " est instauré par le conseil d'administration du FWO. ".
Art.19. Artikel 19 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 19. § 1. De Vlaamse Regering benoemt de volgende leden van de raad van bestuur van het FWO :
  1° twee leden worden aangesteld op voordracht van de raad van bestuur van de Katholieke Universiteit Leuven;
  2° twee leden worden aangesteld op voordracht van de raad van bestuur van de Universiteit Gent;
  3° één lid wordt aangesteld op voordracht van de raad van bestuur van de Universiteit Antwerpen;
  4° één lid wordt aangesteld op voordracht van de raad van bestuur van de Vrije Universiteit Brussel;
  5° één lid wordt aangesteld op voordracht van de raad van bestuur van de UHasselt;
  6° één lid wordt aangesteld uit een dubbeltal, gezamenlijk voorgedragen door de raden van bestuur van de strategische onderzoekscentra;
  7° vier onafhankelijke bestuurders, die voorgedragen worden door de raad van bestuur onder de voorwaarden en op basis van de procedure, vermeld in paragraaf 2, en van wie hoogstens twee van hetzelfde geslacht mogen zijn.
  Ten hoogste vijf van de leden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 5°, mogen van hetzelfde geslacht zijn. Als aan die voorwaarde niet voldaan is, dragen de universiteiten die geen kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht hadden voorgedragen, een bijkomende kandidaat van dat geslacht voor.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de voordrachtenregelingen, vermeld in het eerste lid, 1° tot 6°.
  § 2. De onafhankelijke bestuurders, vermeld in paragraaf 1, 7°, beschikken over deskundigheid op het vlak van het algemeen bestuur van het agentschap en over specifieke deskundigheid met betrekking tot de missie en de taken van het agentschap, vermeld in artikel 17 en 18. De onafhankelijke bestuurders zijn bovendien afkomstig uit het bedrijfsleven en zijn vertrouwd met het wetenschaps- en innovatiebeleid.
  Ze zijn onafhankelijk ten aanzien van het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de universiteiten, de strategische onderzoekscentra en de secretaris-generaal. Om die onafhankelijkheid te bepalen, zijn de criteria uit de corporate- governancecode voor beursgenoteerde bedrijven richtinggevend.
  De raad van bestuur stelt de vereisten vast waaraan kandidaten voor het mandaat van onafhankelijk bestuurder moeten voldoen op het vlak van bekwaamheden, kennis en ervaring en doet een open oproep tot kandidaatstelling voor een mandaat van onafhankelijk bestuurder. Die oproep bevat een weergave van de vereisten waaraan kandidaten moeten voldoen en regelt de wijze van kandidaatstelling, waarbij minstens een curriculum vitae wordt voorgelegd.
  De raad van bestuur vergelijkt de respectieve verdiensten van de kandidaten.
  De onafhankelijke bestuurders worden uit lijsten van twee kandidaten per vacant mandaat door de Vlaamse Regering aangesteld, op voordracht van de raad van bestuur.
  § 3. De raad van bestuur verkiest onder zijn leden een voorzitter, behorend tot de categorie, vermeld in § 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, en een ondervoorzitter, behorend tot de categorie, vermeld in § 1, eerste lid, 7°.
  § 4. Artikel 18, 19 en 20 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003 zijn van toepassing op de raad van bestuur van het FWO.
  § 5. De leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen woont de vergaderingen van de raad van bestuur van FWO bij met raadgevende stem.".
Art.19. L'article 19 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 19. § 1er. Le Gouvernement flamand nomme les membres suivants du conseil d'administration du FWO :
  1° deux membres sont désignés sur la proposition du conseil d'administration de la " Katholieke Universiteit Leuven " ;
  2° deux membres sont désignés sur la proposition du conseil d'administration de l' " Universiteit Gent " ;
  3° un membre est désigné sur la proposition du conseil d'administration de l' " Universiteit Antwerpen " ;
  4° un membre est désigné sur la proposition du conseil d'administration de la " Vrije Universiteit Brussel " ;
  5° un membre est désigné sur la proposition du conseil d'administration de l' " UHasselt " ;
  6° Un membre est désigné à partir d'une liste double, proposée conjointement par les conseils d'administration et les centres de recherche stratégique ;
  7° quatre administrateurs indépendants, qui sont proposés par le conseil d'administration sous les conditions et sur la base de la procédure visée au paragraphe 2, et dont deux membres au maximum peuvent avoir le même sexe.
  Au maximum cinq des membres visés à l'alinéa premier, 1° à 5° inclus, peuvent avoir le même sexe. Lorsque cette condition n'est pas remplie, les universités qui n'ont pas proposé un candidat du sexe sous-représenté, proposent un candidat supplémentaire de ce sexe.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités pour les règlements de proposition, visés à l'alinéa premier, 1° à 6°.
  § 2. Les administrateurs indépendants visés au paragraphe 1er, 7°, disposent de l'expertise au niveau de l'administration générale de l'agence et de l'expertise spécifique relative à la mission et les tâches de l'agence, visée aux articles 17 et 18. En outre, les administrateurs indépendants proviennent des entreprises et se sont familiarisés avec la politique en matière de sciences et d'innovation.
  Ils sont indépendants vis-à-vis de la Région flamande, de la Communauté flamande, des universités, des centres de recherche stratégiques et du secrétaire général. Afin de déterminer cette indépendance, les critères du code en matière de corporate governance d'entreprises cotées sont indicatifs.
  Le conseil d'administration fixe les exigences auxquelles les candidats pour le mandat d'administrateur indépendant doivent satisfaire dans le domaine des aptitudes, des connaissances et d'expérience et lance un appel ouvert aux candidatures pour un mandat d'administrateur indépendant. Cet appel comprend un exposé des exigences auxquelles les candidats doivent satisfaire et règle les modalités des candidatures, en présentant au moins un curriculum vitae.
  Le conseil d'administration compare les mérites respectifs des candidats.
  Les administrateurs indépendants sont désignés des listes de deux candidats par mandat vacant par le Gouvernement flamand, sur la proposition du conseil d'administration.
  § 3. Le conseil d'administration élit un président parmi ses membres, appartenant à la catégorie visée au § 1er, alinéa premier, 1° à 5° inclus, et un sous-président, appartenant à la catégorie visée au § 1er, alinéa premier, 7°.
  § 4. Les articles 18, 19 et 20 du décret cadre sur la politique administrative du 18 juillet 2003 s'appliquent au conseil d'administration du FWO.
  § 5. Le fonctionnaire dirigeant de l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " assiste aux réunions du conseil d'administration du FWO à voix consultative.".
Art.20. Aan artikel 20, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "11° de werking van de raad van bestuur en de interne beheersstructuren.".
Art.20. L'article 20, alinéa deux, du même décret, inséré par le décret du 25 avril 2014, est complété par un point 11°, rédigé comme suit :
  " 11° le fonctionnement du conseil d'administration et des structures de gestion internes. ".
Art.21. In titel II van hetzelfde decreet wordt hoofdstuk II/1, dat bestaat uit artikel 22/1 tot en met 22/13, opgeheven.
Art.21. Au titre II du même décret, le chapitre II/1, qui se compose des articles 22/1 à 22/13 inclus, est abrogé.
Art.22. Artikel 66 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.22. L'article 66 du même décret est abrogé.
Art.23. In artikel 68 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid opgeheven.
Art.23. A l'article 68 du même décret, le premier alinéa est abrogé.
Art.24. In hetzelfde decreet wordt een artikel 69/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 69/2. § 1. Op 1 januari 2016 wordt de stichting van openbaar nut Herculesstichting, opgericht bij notariële akte van 5 december 2007, uit kracht van decreet en zonder formaliteiten ontbonden en vereffend. Haar vermogen wordt van rechtswege overgedragen aan het FWO, vermeld in artikel 15.
  Op 1 januari 2016 neemt het FWO van rechtswege de taken van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie over die betrekking hebben op strategisch basisonderzoek en toegepast biomedisch onderzoek met een uitgesproken maatschappelijke toepasbaarheid en een slechts beperkt potentieel voor de industrie.
  § 2. Ingevolge de fusieoperatie, vermeld in paragraaf 1, geldt dat :
  1° het FWO volkomen en onmiddellijk in de rechten en plichten treedt van de Herculesstichting en de rechten en plichten van het FWO volledig behoudt;
  2° de op 1 januari 2016 lopende subsidieovereenkomsten, gesloten met het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, binnen de door het FWO overgenomen programma's, afgehandeld worden door het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie of zijn rechtsopvolger;
  3° een samenwerkingsprotocol tussen het FWO, het Agentschap Ondernemen, het IWT en zijn rechtsopvolger de afspraken regelt inzake de transfer en de terbeschikkingstelling van personeelsleden vanuit Agentschap Innoveren en Ondernemen en inzake de samenwerking tussen het FWO en het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
  4° de personeelsleden van de Herculesstichting van rechtswege overgedragen worden aan het FWO, met behoud van alle wettelijke en reglementaire rechten en plichten die ze genoten in de Herculesstichting, met dien verstande dat de Vlaamse Regering de nadere voorwaarden kan regelen krachtens het decreet van 28 november 2008 tot regeling van de overdracht van personeelsleden binnen de diensten van de Vlaamse overheid in geval van verschuiving van taken of bevoegdheden.".
Art.24. Dans le même décret, il est inséré un article 69/2, rédigé comme suit :
  " Art. 69/2. § 1er. Le 1er janvier 2016, la fondation d'utilité publique " Herculesstichting ", établie par acte notarié du 5 décembre 2007, est dissolue et liquidée en vertu du décret et sans formalités. Son patrimoine est transféré de droit au FWO visé à l'article 15.
  Le 1er janvier 2016, le FWO reprend les tâches de l' " Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " qui ont trait à la recherche stratégique de base et la recherche biomédicale appliquée avec une applicabilité sociale prononcée et un potentiel limité pour l'industrie.
  § 2. Suite à l'opération de fusion visée au paragraphe 1er, les dispositions suivantes s'appliquent :
  1° le FWO est subrogé sans délai et entièrement dans les droits et obligations de la " Herculesstichting " et conserve intégralement les droits et obligations du FWO ;
  2° les conventions de subvention en cours le 1er janvier 2016, conclues avec l' " Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " au sein des programmes repris par le FWO, sont traitées par l' " Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " ou par son ayant cause ;
  3° un protocole de coopération entre le FWO, l' " Agentschap Ondernemen ", l'IWT et son ayant cause règle les accords relatifs au transfert et à la mise à disposition de membres du personnel provenant de l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " et relatif à la collaboration entre le FWO et l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
  4° les membres du personnel de la " Herculesstichting " sont transférés de droit au FWO avec maintien de tous les droits et obligations légaux et réglementaires dont ils bénéficiaient à la " Herculesstichting ", étant entendu que le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités en vertu du décret du 28 novembre 2008 réglant le transfert de membres du personnel au sein des services de l'Autorité flamande en cas de glissement de tâches ou de compétences. ".
Art.25. In hetzelfde decreet wordt een artikel 69/3 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 69/3. In afwijking van artikel 20 kan de samenwerkingsovereenkomst die loopt op het moment van de bekendmaking van dit decreet, worden beëindigd en vervangen door een nieuwe samenwerkingsovereenkomst.".
Art.25. Dans le même décret, il est inséré un article 69/3, rédigé comme suit :
  " Art. 69/3. " Par dérogation à l'article 20, l'accord de coopération qui court au moment de la publication du présent décret, peut être terminé et remplacé par un nouvel accord de coopération. ".
Art.26. In hetzelfde decreet wordt een artikel 69/4 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 69/4. Het FWO brengt zijn statuten in overeenstemming met de bepalingen van artikel 19 binnen een periode van zes maanden na de bekendmaking van dit decreet.".
Art.26. Dans le même décret, il est inséré un article 69/4, rédigé comme suit :
  " Art. 69/4. Le FWO met ses statuts en concordance avec les dispositions de l'article 19 dans une période de six mois après la publication du présent décret. ".
Art.27. In hetzelfde decreet wordt een artikel 69/5 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 69/5. Naast de evaluatie, vermeld in artikel 22, kan een evaluatie van het FWO worden uitgevoerd in de tweede jaarhelft van 2018.".
Art.27. Dans le même décret, il est inséré un article 69/5, rédigé comme suit :
  " Art. 69/5. Outre l'évaluation visée à l'article 22, une évaluation du FWO peut être effectuée dans le deuxième semestre de 2018. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid
CHAPITRE 6. - Modifications au décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique.
Art.28. In artikel 3 van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  "1° onderneming : iedere entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent;".
Art.28. Dans l'article 3 du décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° entreprise : toute entité, quel que soit son statut légal, exerçant une activité économique ; ".
Art.29. In hetzelfde decreet wordt hoofdstuk 7, opgeheven door het decreet van 13 juli 2012, opnieuw ingevoegd in de volgende lezing :
  "Hoofdstuk 7. Innovatiesteun
  Afdeling 1. - Toepassingsgebied
  Art. 27. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan projecten ter bevordering van de innovatie :
  1° aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, de algemene groepsvrijstellingsverordening en de uitvoeringsbesluiten;
  2° aan entiteiten, die geen onderneming zijn, onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
  De Vlaamse Regering kan de begunstigden, vermeld in het eerste lid, verder concretiseren in functie van de noodzakelijkheden en de beleidsprioriteiten.
  Afdeling 2. - Steunintensiteit
  Art. 28. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten.
  De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten en de steunintensiteit.
  De Vlaamse Regering bepaalt in welke mate er cumulatie van steun is toegelaten, ongeacht de bron en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde kosten.".
Art.29. Dans le même décret, le chapitre 7, abrogé par le décret du 13 juillet 2012, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Chapitre 7. Aide à l'innovation
  Section 1re. - Champ d'application
  Art. 27. Le Gouvernement flamand peut accorder des aides à des projets visant à encourager l'innovation :
  1° aux entreprises aux conditions visées au présent décret, le règlement général d'exemption par catégorie et ses arrêtés d'exécution ;
  2° aux entités qui ne sont pas des entreprises, aux conditions visées au présent décret et aux arrêtés d'exécution.
  Le Gouvernement flamand peut concrétiser les bénéficiaires, visés à l'alinéa premier, en fonction des besoins et des priorités politiques.
  Section 2. - Intensité des aides
  Art. 28. L'intensité des aides est calculée comme un pourcentage des frais éligibles.
  Le Gouvernement flamand arrête les frais éligibles et l'intensité des aides.
  Le Gouvernement flamand détermine dans quelle mesure le cumul des aides est permis, quelle que soit la source ou la forme sous laquelle elles sont accordées, concernant les mêmes frais. "
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art.30. De Vlaamse Regering kan de bestaande decreetsbepalingen waarin de werking van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, van het Agentschap Ondernemen of van het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 nader is geregeld, wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen, om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van dit decreet.
  De besluiten die krachtens het eerste lid worden vastgesteld, houden op uitwerking te hebben als ze niet bij decreet zijn bekrachtigd binnen negen maanden na de datum van de inwerkingtreding ervan. De bekrachtiging werkt terug tot die laatste datum.
  De bevoegdheid, vermeld in het eerste lid, vervalt twaalf maanden na de inwerkingtreding van dit decreet. Na die datum kunnen de besluiten die krachtens dit artikel zijn vastgesteld en zijn bekrachtigd, alleen bij een decreet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.
  
Art.30. Le Gouvernement flamand peut modifier, compléter, remplacer ou abroger les dispositions décrétales existantes réglant le fonctionnement de l'" Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie ", l'" Agentschap Ondernemen " ou du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 afin de les mettre en concordance avec les dispositions du présent décret.
  Les arrêtés pris en vertu du présent alinéa, cessent d'être en vigueur s'ils n'ont pas été ratifiés par décret dans les neuf mois suivant la date de leur entrée en vigueur. La confirmation a effet rétroactif jusqu'à cette dernière date.
  La compétence visée à l'alinéa premier, échoit vingt-quatre mois après l'entrée en vigueur du présent décret. Après cette date, les arrêtés pris et sanctionnés en vertu du présent article ne peuvent être modifiés, complétés, remplacés ou abrogés que par décret.
  
Art.31. De Vlaamse Regering kan de bepalingen van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot aan het tijdstip van de coördinatie.
  Daarvoor kan de Vlaamse Regering :
  1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;
  2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen, met de nieuwe nummering overeenbrengen;
  3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen om ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen.
  De coördinatie zal het volgende opschrift dragen : "Coördinatiedecreet van 30 april 2009".
  De coördinatie treedt in werking op de dag van de bekrachtiging ervan bij decreet.
Art.31. Le Gouvernement flamand peut coordonner les dispositions du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation avec les dispositions qui y ont expressément ou tacitement apporté des modifications jusqu'au moment de la coordination.
  A cet effet, le Gouvernement flamand est habilité à :
  1° modifier l'ordre et la numérotation des dispositions à coordonner et, en général, la présentation des textes ;
  2° mettre en concordance la nouvelle numérotation et les références contenues dans les dispositions à coordonner ;
  3° sans porter atteinte aux principes contenus dans les dispositions à coordonner, modifier leur rédaction en vue d'assurer leur concordance et d'en unifier la terminologie.
  La coordination portera l'intitulé suivant : " Décret de coordination du 30 avril 2009 ".
  La coordination entre en vigueur le jour de la ratification par décret.
Art.32. § 1. In de volgende besluiten van de Vlaamse Regering, wordt "IWT" na de inwerkingtreding van dit decreet gelezen als "Agentschap Innoveren en Ondernemen", wordt "raad van bestuur" of "raad van bestuur van het IWT" gelezen als "beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1" en wordt "directiecomité" of "directiecomité van het IWT" gelezen als "beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1" :
  - besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2004 houdende de oprichting van een programma voor de bevordering van kennistransfer door instellingen van hoger onderwijs;
  - besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2005 betreffende de projectmatige financiering van toegepast collectief onderzoek voor de land- en tuinbouwsector;
  - besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot regeling van de steun aan projecten van innovatiestimulering, technologisch advies en collectief onderzoek op verzoek van Vlaamse innovatiesamenwerkingsverbanden;
  - besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot regeling van de steun aan projecten van onderzoek en ontwikkeling van het bedrijfsleven in Vlaanderen.
  § 2. Behoudens de regeling inzake het beheer van de op 1 januari 2016 lopende subsidieovereenkomsten door het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie of zijn rechtsopvolger zoals voorzien in artikel 24, § 2, wordt in de hiernavolgende besluiten van de Vlaamse Regering "IWT" na de inwerkingtreding van dit decreet gelezen als "Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek" :
  - besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 tot regeling van de steuntoekenning van doctoraatsbeurzen voor de uitvoering van projecten van strategisch basisonderzoek;
  - besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 houdende de instelling van een financieringskanaal voor het strategisch basisonderzoek in Vlaanderen;
  - besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2006 voor de financiering van toegepast biomedisch onderzoek met een primair maatschappelijke finaliteit.
  § 3. In afwijking van § 2 kan het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 houdende de instelling van een financieringskanaal voor het strategisch basisonderzoek in Vlaanderen steun toekennen aan projecten welke geheel of gedeeltelijk bestaan uit basisonderzoek uit te voeren door onderzoekscentra.
  § 4. De §§ 1, 2 en 3 blijven in voege tot aan de aanpassing van de daarin vermelde besluiten, in uitvoering van dit decreet.
  
Art.32. § 1er. Dans les arrêtés du Gouvernement suivants, " IWT " est lu après l'entrée en vigueur du présent décret comme " Agentschap Innoveren en Ondernemen ", " conseil d'administration " ou " conseil d'administration de l'IWT " est lu comme " comité de décision auprès du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 " et " comité de direction " ou " comité de direction de l'IWT " est lu comme " comité de décision auprès du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 :
  - arrêté du Gouvernement flamand du 30 avril 2004 créant un programme de promotion axé sur le transfert de technologies par des institutions d'enseignement supérieur ;
  - arrêté du Gouvernement flamand du 18 février 2005 relatif au financement par projets de la recherche collective appliquée dans les secteurs agricole et horticole ;
  - arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 réglant l'aide à des projets de stimulation de l'innovation, de conseil technologique et de recherche collective à la demande de partenariats flamands d'innovation ;
  - arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 réglant l'aide aux projets de recherche et de développement des entreprises en Flandre.
  § 2. Sauf le règlement en matière de la gestion des conventions de subvention en cours le 1er janvier 2016 par l'" Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " ou son ayant cause, tel que prévu à l'article 24, § 2, l'" IWT " est lu dans les arrêtés du Gouvernement flamand mentionnés ci-après comme " Fonds voor Wetenschappelijjk Onderzoek " après l'entrée en vigueur du présent décret.
  - arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2009 réglant l'octroi de bourses de doctorat pour la réalisation de projets de recherche stratégique de base ;
  - arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 instaurant un canal de financement pour la recherche fondamentale stratégique en Flandre
  - arrêté de Gouvernement flamand du 15 septembre 2006 portant financement de la recherche biomédicale appliquée ayant une finalité primaire d'ordre social.
  § 3. Par dérogation au § 2, le comité de décision auprès du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut octroyer de l'aide, sur la base de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 instaurant un canal de financement pour la recherche fondamentale stratégique en Flandre, aux projets consistant entièrement ou partiellement en la recherche de base, à effectuer par des centres de recherche.
  § 4. Les §§ 1er, 2 et 3 resteront en vigueur jusqu'à la adaptation des arrêtés mentionnés dans ledit décret, en exécution du présent décret.
  
Art.33. De termijn van het eerste beslissingscomité bij het Hermesfonds start op de datum van de omvorming van het Agentschap Ondernemen tot het Agentschap Innoveren en Ondernemen, krachtens besluit van de Vlaamse Regering.
  De Vlaamse Regering legt de overgangsmaatregelen vast.
Art.33. Le délai du premier comité de décision auprès du " Hermesfonds " prend cours à la date de la transformation de l' " Agentschap Ondernemen " en " Agentschap innoveren en Ondernemen ", en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand.
  Le Gouvernement flamand arrête les mesures de transition.
Art. 34. Dit decreet treedt in werking op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 28, dat in werking treedt op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum, en artikel 17, 2°, dat in werking treedt op 1 januari 2017.
Art. 34. Le présent décret entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception de l'article 28 qui entre en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand, et l'article 17, 2°, qui entre en vigueur le 1er janvier 2017.
(NOTA : Inwerkingtreding van artikel 28 vastgesteld op onbepaald (vast te stellen op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de economie) en uiterlijk op 01-07-2016 bij BVR 2016-02-05/12, art. 28)
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikel 28 vastgesteld op 01-04-2016 bij MB 2016-03-07/15, art. 6)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 28 fixée au indéterminée (une date à fixer par le ministre flamand compétent pour l'économie) et au plus tard le 01-07-2016 par AGF 2016-02-05/12, art. 28)
  (NOTE : Entrée en vigueur de l'article 28 fixée au 01-04-2016 par AM 2016-03-07/15, art. 6)