Artikel 1. In artikel 1, eerste lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013 wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
  "8° wennen : het geleidelijk aan laten verlopen van de overgang van het thuismilieu van het kind naar de kinderopvanglocatie waarbij er extra aandacht is voor de wisselwerking tussen de kinderen, de gezinnen en de kinderbegeleiders en voor de uitwisseling met de gezinnen.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 OKTOBER 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, het Subsidiebesluit van 22 november 2013 en het Procedurebesluit van 9 mei 2014
Titre
9 OCTOBRE 2015. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'ArrĂȘtĂ© d'Autorisation du 22 novembre 2013, l'ArrĂȘtĂ© de Subvention du 22 novembre 2013 et l'ArrĂȘtĂ© de ProcĂ©dure du 9 mai 2014
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (69)
Texte (69)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013
CHAPITRE 1er. - Modification de l'ArrĂȘtĂ© d'Autorisation du 22 novembre 2013
Article 1er. Dans l'article 1er, alinĂ©a premier, de l'ArrĂȘtĂ© d'Autorisation du 22 novembre 2013, le point 8° est remplacĂ© par ce qui suit :
  "8° adaptation : le fait de veiller à ce que la transition entre le milieu familial de l'enfant et l'emplacement d'accueil d'enfants se déroule progressivement. A cet effet, une attention complémentaire est accordée à l'interaction entre les enfants, les familles et les accompagnateurs d'enfant, à l'échange d'informations avec les familles..".
  "8° adaptation : le fait de veiller à ce que la transition entre le milieu familial de l'enfant et l'emplacement d'accueil d'enfants se déroule progressivement. A cet effet, une attention complémentaire est accordée à l'interaction entre les enfants, les familles et les accompagnateurs d'enfant, à l'échange d'informations avec les familles..".
Art. 2. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door :
  "De organisator heeft de infrastructuur, vermeld in artikel 13/1 tot en met 19 en 21, 1° en 2°, en zorgt ervoor dat de infrastructuur een veilige en gezonde omgeving is als vermeld in artikel 24, § 1. Dat blijkt voor groepsopvang uit een advies infrastructuur van een toezichthouder en voor gezinsopvang uit een verklaring op erewoord van de organisator.".
  "De organisator heeft de infrastructuur, vermeld in artikel 13/1 tot en met 19 en 21, 1° en 2°, en zorgt ervoor dat de infrastructuur een veilige en gezonde omgeving is als vermeld in artikel 24, § 1. Dat blijkt voor groepsopvang uit een advies infrastructuur van een toezichthouder en voor gezinsopvang uit een verklaring op erewoord van de organisator.".
Art. 2. L'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " L'organisateur dispose de l'infrastructure, visée aux articles 13/1 à 19 inclus et 21, 1° et 2°, et veille à ce que l'infrastructure consiste en un environnement sûr et sain tel que visé à l'article 24, § 1er. Pour un accueil de groupe, cela ressort d'un avis sur l'infrastructure d'un fonctionnaire de surveillance et d'une déclaration sur l'honneur de l'organisateur pour l'accueil familial. ".
  " L'organisateur dispose de l'infrastructure, visée aux articles 13/1 à 19 inclus et 21, 1° et 2°, et veille à ce que l'infrastructure consiste en un environnement sûr et sain tel que visé à l'article 24, § 1er. Pour un accueil de groupe, cela ressort d'un avis sur l'infrastructure d'un fonctionnaire de surveillance et d'une déclaration sur l'honneur de l'organisateur pour l'accueil familial. ".
Art. 3. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "De organisator heeft een verantwoordelijke als vermeld in artikel 39, eerste lid, 1°, en artikel 40, § 1 en 2. Dat blijkt uit de documenten, vermeld in artikel 40, § 2.".
  "De organisator heeft een verantwoordelijke als vermeld in artikel 39, eerste lid, 1°, en artikel 40, § 1 en 2. Dat blijkt uit de documenten, vermeld in artikel 40, § 2.".
Art. 3. L'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " L'organisateur assume une responsabilité telle que visée à l'article 39, alinéa premier, 1°, et à l'article 40, § 1er et 2. Cela ressort des documents visés à l'article 40, § 2. ".
  " L'organisateur assume une responsabilité telle que visée à l'article 39, alinéa premier, 1°, et à l'article 40, § 1er et 2. Cela ressort des documents visés à l'article 40, § 2. ".
Art. 4. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, wordt de zin "Dat blijkt uit een attest, vastgesteld door de minister, die bepaalt wie de uitreikende instanties en wat de leerinhouden zijn." vervangen door de zin "Dat blijkt uit een van de volgende documenten :
  1° een attest, vastgesteld door de minister, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn en wat de leerinhouden zijn;
  2° een kwalificatiebewijs, dat door de minister wordt vastgesteld.".
  1° een attest, vastgesteld door de minister, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn en wat de leerinhouden zijn;
  2° een kwalificatiebewijs, dat door de minister wordt vastgesteld.".
Art. 4. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 avril 2014, la phrase " Cela ressort d'une attestation, fixĂ©e par le ministre, qui dĂ©termine quelles sont les instances de dĂ©livrance et quels sont les contenus de l'apprentissage. " est remplacĂ©e par la phrase " Cela ressort d'un des documents suivants :
  1° une attestation, établie par le ministre, qui détermine quelles sont les instances de délivrance et quels sont les contenus de l'apprentissage ;
  2° un titre de qualification, fixé par le Ministre. ".
  1° une attestation, établie par le ministre, qui détermine quelles sont les instances de délivrance et quels sont les contenus de l'apprentissage ;
  2° un titre de qualification, fixé par le Ministre. ".
Art. 5. In hoofdstuk 3, afdeling 1, van hetzelfde besluit worden de opschriften "Onderafdeling 1. Ruimte, bestemd voor kinderopvang", "Onderafdeling 2. Uitrusting" en "Onderafdeling 3. Inrichting" opgeheven.
Art. 5. Au chapitre 3, section 1re, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les intitulĂ©s " Sous-section 1re. Espace destinĂ© Ă l'accueil d'enfants ", " Sous-section 2. Equipement " et " Sous-section 3. AmĂ©nagement " sont supprimĂ©s.
Art. 6. In hoofdstuk 3, afdeling 1, van hetzelfde besluit, wordt een artikel 13/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 13/1. De infrastructuur is geschikt om kwaliteitsvolle kinderopvang te organiseren en voldoet minstens aan de voorwaarden, vermeld in artikel 14 tot en met artikel 21.".
  "Art. 13/1. De infrastructuur is geschikt om kwaliteitsvolle kinderopvang te organiseren en voldoet minstens aan de voorwaarden, vermeld in artikel 14 tot en met artikel 21.".
Art. 6. Dans le chapitre 3, section 1re, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 13/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 13/1. L'infrastructure est appropriée pour l'organisation d'un accueil d'enfants qualitatif et répond au moins aux conditions visées à l'article visées aux articles 14 à 21 inclus. ".
  " Art. 13/1. L'infrastructure est appropriée pour l'organisation d'un accueil d'enfants qualitatif et répond au moins aux conditions visées à l'article visées aux articles 14 à 21 inclus. ".
Art. 7. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 14. Op de kinderopvanglocatie zijn er de volgende afzonderlijke binnenruimtes :
  1° een of meer leefruimtes per leefgroep;
  2° een rustruimte waar elk aanwezig kind dat jonger is dan achttien maanden of dat `s nachts opgevangen wordt, kan slapen;
  3° als er meer dan 36 kinderopvangplaatsen zijn, een circulatieruimte die alle leefgroepen apart bereikbaar maakt.
  In elke leef- en rustruimte die de kinderen in de kinderopvanglocatie gebruiken, vinden er tijdens de openingsuren geen activiteiten plaats die niet gerelateerd zijn aan kinderopvang.".
  "Art. 14. Op de kinderopvanglocatie zijn er de volgende afzonderlijke binnenruimtes :
  1° een of meer leefruimtes per leefgroep;
  2° een rustruimte waar elk aanwezig kind dat jonger is dan achttien maanden of dat `s nachts opgevangen wordt, kan slapen;
  3° als er meer dan 36 kinderopvangplaatsen zijn, een circulatieruimte die alle leefgroepen apart bereikbaar maakt.
  In elke leef- en rustruimte die de kinderen in de kinderopvanglocatie gebruiken, vinden er tijdens de openingsuren geen activiteiten plaats die niet gerelateerd zijn aan kinderopvang.".
Art. 7. L'article 14 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 14. Les espaces intérieurs distincts suivants sont présents dans l'emplacement d'accueil d'enfants :
  1° un ou plusieurs espaces de vie par groupe d'ùge ;
  2° un espace de repos oĂč chaque enfant prĂ©sent de moins de dix-huit mois ou Ă©tant accueilli de nuit peut dormir;
  3° si l'emplacement d'accueil d'enfants compte plus de 36 places d'accueil, un espace de circulation qui rend tous les espaces de vie accessibles séparément.
  Dans chaque espace de vie et de repos que les enfants utilisent au sein de l'emplacement d'accueil d'enfants, des activités autres que l'accueil d'enfants n'ont pas lieu durant les heures d'ouverture. ".
  " Art. 14. Les espaces intérieurs distincts suivants sont présents dans l'emplacement d'accueil d'enfants :
  1° un ou plusieurs espaces de vie par groupe d'ùge ;
  2° un espace de repos oĂč chaque enfant prĂ©sent de moins de dix-huit mois ou Ă©tant accueilli de nuit peut dormir;
  3° si l'emplacement d'accueil d'enfants compte plus de 36 places d'accueil, un espace de circulation qui rend tous les espaces de vie accessibles séparément.
  Dans chaque espace de vie et de repos que les enfants utilisent au sein de l'emplacement d'accueil d'enfants, des activités autres que l'accueil d'enfants n'ont pas lieu durant les heures d'ouverture. ".
Art. 8. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 8. L'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 9. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 16. De nettovloeroppervlakte die gebruikt wordt voor verzorging, spel of om te rusten, bedraagt minimaal 5 m per kinderopvangplaats in de leefruimte en de rustruimte samen, waarvan minimaal 3 m in de leefruimte. Als er geen aparte rustruimte is, is er minstens 5 m per kinderopvangplaats in de leefruimte.".
  "Art. 16. De nettovloeroppervlakte die gebruikt wordt voor verzorging, spel of om te rusten, bedraagt minimaal 5 m per kinderopvangplaats in de leefruimte en de rustruimte samen, waarvan minimaal 3 m in de leefruimte. Als er geen aparte rustruimte is, is er minstens 5 m per kinderopvangplaats in de leefruimte.".
Art. 9. L'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 16. La superficie au sol nette pouvant ĂȘtre utilisĂ©e pour les soins, le jeu ou pour le repos, s'Ă©lĂšve au moins Ă 5 m par emplacement d'accueil dans l'espace de vie et l'espace de repos ensembles, dont au moins 3 m dans l'espace de vie. Lorsqu'il n'y a aucun espace de repos sĂ©parĂ©, il y a au moins 5 m par emplacement d'accueil d'enfants dans l'espace de vie. ".
  " Art. 16. La superficie au sol nette pouvant ĂȘtre utilisĂ©e pour les soins, le jeu ou pour le repos, s'Ă©lĂšve au moins Ă 5 m par emplacement d'accueil dans l'espace de vie et l'espace de repos ensembles, dont au moins 3 m dans l'espace de vie. Lorsqu'il n'y a aucun espace de repos sĂ©parĂ©, il y a au moins 5 m par emplacement d'accueil d'enfants dans l'espace de vie. ".
Art. 10. Artikel 18 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 10. L'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 11. Artikel 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 19. Voor de verzorging is er een uitrusting die aangepast is aan het aantal vergunde kinderopvangplaatsen.".
  "Art. 19. Voor de verzorging is er een uitrusting die aangepast is aan het aantal vergunde kinderopvangplaatsen.".
Art. 11. L'article 19 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 19. Pour les soins, l'emplacement d'accueil est doté d'un équipement qui est adapté au nombre de places d'accueil d'enfants autorisées. ".
  " Art. 19. Pour les soins, l'emplacement d'accueil est doté d'un équipement qui est adapté au nombre de places d'accueil d'enfants autorisées. ".
Art. 12. Artikel 20 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 20. Voor elk aanwezig kind is er een veilig bed.
  Voor een kind jonger dan achttien maanden wordt onder veilig bed verstaan : een bed of wieg met minstens twee spijlenwanden, een ventilerende bodem en een stevige passende matras, en dat voldoet aan de voorschriften die door de minister worden vastgesteld.".
  "Art. 20. Voor elk aanwezig kind is er een veilig bed.
  Voor een kind jonger dan achttien maanden wordt onder veilig bed verstaan : een bed of wieg met minstens twee spijlenwanden, een ventilerende bodem en een stevige passende matras, en dat voldoet aan de voorschriften die door de minister worden vastgesteld.".
Art. 12. L'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 20. Un lit sûr est disponible pour chaque enfant présent.
  Pour un enfant de moins de dix-huit mois, il convient d'entendre par lit sûr : un lit ou un berceau équipé d'au moins deux parois à barreaux, d'un fond ventilé et d'un matelas robuste et adapté, qui satisfait aux prescriptions fixées par le Ministre. ".
  " Art. 20. Un lit sûr est disponible pour chaque enfant présent.
  Pour un enfant de moins de dix-huit mois, il convient d'entendre par lit sûr : un lit ou un berceau équipé d'au moins deux parois à barreaux, d'un fond ventilé et d'un matelas robuste et adapté, qui satisfait aux prescriptions fixées par le Ministre. ".
Art. 13. Artikel 21 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 21. In de kinderopvanglocatie is er :
  1° voldoende natuurlijk daglicht in de leefruimte;
  2° voldoende ventilatie in de leef- en rustruimtes;
  3° een goed evenwicht tussen de omgevingstemperatuur, het bedmateriaal en de kleding van de kinderen;
  4° een zodanige plaatsing van de bedden dat er vrije circulatie mogelijk is aan minstens één lange kant van het bed.".
  "Art. 21. In de kinderopvanglocatie is er :
  1° voldoende natuurlijk daglicht in de leefruimte;
  2° voldoende ventilatie in de leef- en rustruimtes;
  3° een goed evenwicht tussen de omgevingstemperatuur, het bedmateriaal en de kleding van de kinderen;
  4° een zodanige plaatsing van de bedden dat er vrije circulatie mogelijk is aan minstens één lange kant van het bed.".
Art. 13. L'article 21 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 21. Dans l'emplacement d'accueil d'enfants on trouve :
  1° suffisamment de lumiÚre naturelle du jour dans l'espace de vie ;
  2° suffisamment de ventilation dans les espaces de vie et de repos ;
  3° un bon Ă©quilibre entre la tempĂ©rature ambiante, la matiĂšre des lits et les vĂȘtements des enfants ;
  4° les lits sont installés de maniÚre telle à ce qu'une circulation libre soit possible au moins sur un des longs cÎtés du lit. ".
  " Art. 21. Dans l'emplacement d'accueil d'enfants on trouve :
  1° suffisamment de lumiÚre naturelle du jour dans l'espace de vie ;
  2° suffisamment de ventilation dans les espaces de vie et de repos ;
  3° un bon Ă©quilibre entre la tempĂ©rature ambiante, la matiĂšre des lits et les vĂȘtements des enfants ;
  4° les lits sont installés de maniÚre telle à ce qu'une circulation libre soit possible au moins sur un des longs cÎtés du lit. ".
Art. 14. In artikel 23 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "bijlage 2" vervangen door de zinsnede "bijlage 1";
  2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
  "De mate van naleving van de specifieke brandveiligheidsvoorschriften wordt vastgesteld aan de hand van een brandveiligheidsattest A, B of C, volgens de modellen die door de minister worden vastgesteld. Het voldoen aan de specifieke brandveiligheidsvoorschriften, vermeld in het eerste lid, blijkt uit een brandveiligheidsattest A of B.";
  3° in het derde en vierde lid wordt het woord "veiligheid" telkens vervangen door het woord "brandveiligheid".
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "bijlage 2" vervangen door de zinsnede "bijlage 1";
  2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
  "De mate van naleving van de specifieke brandveiligheidsvoorschriften wordt vastgesteld aan de hand van een brandveiligheidsattest A, B of C, volgens de modellen die door de minister worden vastgesteld. Het voldoen aan de specifieke brandveiligheidsvoorschriften, vermeld in het eerste lid, blijkt uit een brandveiligheidsattest A of B.";
  3° in het derde en vierde lid wordt het woord "veiligheid" telkens vervangen door het woord "brandveiligheid".
Art. 14. A l'article 23 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au premier alinéa, le membre de phrase " l'annexe 2 " est remplacé par le membre de phrase " l'annexe 1re " ;
  2° le deuxiÚme alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " Le degré de respect des prescriptions spécifiques en matiÚre de sécurité incendie est fixé à l'aide d'une attestation A, B, ou C sur la sécurité incendie, selon les modÚles fixés par le Ministre. Le respect des prescriptions spécifiques en matiÚre de sécurité incendie, visé à l'alinéa premier, ressort d'une attestation de sécurité incendie A ou B. " ;
  3° dans les alinéas trois et quatre, le mot " sécurité " est chaque fois remplacé par le mot " sécurité incendie ".
  1° au premier alinéa, le membre de phrase " l'annexe 2 " est remplacé par le membre de phrase " l'annexe 1re " ;
  2° le deuxiÚme alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " Le degré de respect des prescriptions spécifiques en matiÚre de sécurité incendie est fixé à l'aide d'une attestation A, B, ou C sur la sécurité incendie, selon les modÚles fixés par le Ministre. Le respect des prescriptions spécifiques en matiÚre de sécurité incendie, visé à l'alinéa premier, ressort d'une attestation de sécurité incendie A ou B. " ;
  3° dans les alinéas trois et quatre, le mot " sécurité " est chaque fois remplacé par le mot " sécurité incendie ".
Art. 15. In artikel 24 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. Een kind dat jonger is dan één jaar, wordt op de rug te slapen gelegd. De organisator kan een uitzondering daarop toestaan op basis van een attest van een arts vanwege medische tegenindicatie of op basis van een attest van de contracthouder volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld. Een kind dat jonger is dan één jaar, krijgt in bed geen kussens of dekbed.".
  " § 2. Een kind dat jonger is dan één jaar, wordt op de rug te slapen gelegd. De organisator kan een uitzondering daarop toestaan op basis van een attest van een arts vanwege medische tegenindicatie of op basis van een attest van de contracthouder volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld. Een kind dat jonger is dan één jaar, krijgt in bed geen kussens of dekbed.".
Art. 15. Dans l'article 24 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 2. Un enfant de moins d'un an sera couché sur le dos. L'organisateur peut autoriser une exception sur la base d'un certificat médical pour cause de contre-indication médicale ou d'une attestation du titulaire du contrat, selon le modÚle fixé par le Ministre. Un enfant de moins d'un an, dort dans un lit sans oreillers ni couette. ".
  " § 2. Un enfant de moins d'un an sera couché sur le dos. L'organisateur peut autoriser une exception sur la base d'un certificat médical pour cause de contre-indication médicale ou d'une attestation du titulaire du contrat, selon le modÚle fixé par le Ministre. Un enfant de moins d'un an, dort dans un lit sans oreillers ni couette. ".
Art. 16. In hoofdstuk 3, afdeling 2, van hetzelfde besluit wordt onderafdeling 4, die bestaat uit artikel 26, opgeheven.
Art. 16. Au chapitre 3, section 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la section 4, qui comprend l'article 26, est abrogĂ©e.
Art. 17. In artikel 33 van hetzelfde besluit wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
  "3° de vergunningsbeslissing, en op verzoek van Kind en Gezin, de eventuele schriftelijke aanmaningen, en een beslissing tot schorsing of opheffing van de vergunning, kenbaar te maken aan het gezin aansluitend op de ontvangst ervan;".
  "3° de vergunningsbeslissing, en op verzoek van Kind en Gezin, de eventuele schriftelijke aanmaningen, en een beslissing tot schorsing of opheffing van de vergunning, kenbaar te maken aan het gezin aansluitend op de ontvangst ervan;".
Art. 17. Dans l'article 33 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le point 3° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 3° en publiant la décision d'autorisation et, à la demande de " Kind en Gezin ", en communiquant les éventuelles sommations à la famille, et en communiquant une décision de suspension ou de suppression de l'autorisation, à faire connaßtre à la famille immédiatement aprÚs la réception; ".
  " 3° en publiant la décision d'autorisation et, à la demande de " Kind en Gezin ", en communiquant les éventuelles sommations à la famille, et en communiquant une décision de suspension ou de suppression de l'autorisation, à faire connaßtre à la famille immédiatement aprÚs la réception; ".
Art. 18. In artikel 34, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede ", waaronder een wijziging in het beleid over de prijs voor de kinderopvang of de waarborg," opgeheven.
Art. 18. A l'article 34, alinĂ©a deux, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " , comme une modification de la politique relative au prix pour l'accueil d'enfants ou de la garantie, " est supprimĂ©.
Art. 19. In artikel 39 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
  "Als de verantwoordelijke wijzigt, deelt de organisator dat onmiddellijk elektronisch of met de post mee aan Kind en Gezin en bezorgt hij het document, vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 1°, van dit besluit.".
  "Als de verantwoordelijke wijzigt, deelt de organisator dat onmiddellijk elektronisch of met de post mee aan Kind en Gezin en bezorgt hij het document, vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 1°, van dit besluit.".
Art. 19. A l'article 39 du mĂȘme dĂ©cret, l'alinĂ©a trois est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " En cas de modification du responsable, l'organisateur le signale immĂ©diatement par la voie Ă©lectronique ou par courrier Ă " Kind en Gezin " et remet le document, visĂ© Ă l'article 40, § 2, alinĂ©a premier, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
  " En cas de modification du responsable, l'organisateur le signale immĂ©diatement par la voie Ă©lectronique ou par courrier Ă " Kind en Gezin " et remet le document, visĂ© Ă l'article 40, § 2, alinĂ©a premier, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 20. Artikel 40 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 40. § 1. De verantwoordelijke is minstens 21 jaar oud.
  § 2. De organisator heeft de volgende documenten over de verantwoordelijke :
  1° een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012;
  2° een attest van medische geschiktheid overeenkomstig artikel 6, § 4, tweede lid, van het decreet van 20 april 2012. Uit dat attest blijkt dat de persoon geen fysieke en psychische beperking of aandoening heeft die de opgevangen kinderen in gevaar kan brengen, meer bepaald :
  a) een attest A van medische geschiktheid, opgemaakt door de verantwoordelijke, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld;
  b) een attest B van medische geschiktheid, opgemaakt door een huisarts, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld, als blijkt uit het attest, vermeld in punt a), dat de betrokkene in onderzoek of behandeling is voor een bepaalde fysieke of psychische beperking of aandoening, of als er een gegronde indicatie is en Kind en Gezin gemotiveerd erom verzoekt;
  c) een attest, opgemaakt door een arbeidsgeneesheer. Dat attest kan het attest, vermeld in punt a) en b), vervangen;
  3° een attest van actieve kennis van het Nederlands, waaruit blijkt dat het behaalde taalvaardigheidsniveau voor luisteren en gesprekken voeren het ERK-niveau B2 is, en voor lezen en schrijven het ERK-niveau B1 is, dat door de minister wordt vastgesteld, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn;
  4° een attest van kennis van levensreddend handelen bij kinderen dat door de minister wordt vastgesteld, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn en wat de leerinhouden zijn;
  5° een kwalificatiebewijs dat door de minister wordt vastgesteld.
  Het document, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, is bij de aanvraag van de vergunning of bij de start van de tewerkstelling maximaal drie maanden oud, tenzij de verantwoordelijke al werkt als verantwoordelijke in een andere kinderopvanglocatie van de organisator. Het document, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt om de drie jaar hernieuwd.
  Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip een document te vernieuwen.
  De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt door de verantwoordelijke aan de organisator.
  § 3. De organisator heeft voor de persoon, vermeld in artikel 39, eerste lid, 2°, het document, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°. ".
  "Art. 40. § 1. De verantwoordelijke is minstens 21 jaar oud.
  § 2. De organisator heeft de volgende documenten over de verantwoordelijke :
  1° een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012;
  2° een attest van medische geschiktheid overeenkomstig artikel 6, § 4, tweede lid, van het decreet van 20 april 2012. Uit dat attest blijkt dat de persoon geen fysieke en psychische beperking of aandoening heeft die de opgevangen kinderen in gevaar kan brengen, meer bepaald :
  a) een attest A van medische geschiktheid, opgemaakt door de verantwoordelijke, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld;
  b) een attest B van medische geschiktheid, opgemaakt door een huisarts, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld, als blijkt uit het attest, vermeld in punt a), dat de betrokkene in onderzoek of behandeling is voor een bepaalde fysieke of psychische beperking of aandoening, of als er een gegronde indicatie is en Kind en Gezin gemotiveerd erom verzoekt;
  c) een attest, opgemaakt door een arbeidsgeneesheer. Dat attest kan het attest, vermeld in punt a) en b), vervangen;
  3° een attest van actieve kennis van het Nederlands, waaruit blijkt dat het behaalde taalvaardigheidsniveau voor luisteren en gesprekken voeren het ERK-niveau B2 is, en voor lezen en schrijven het ERK-niveau B1 is, dat door de minister wordt vastgesteld, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn;
  4° een attest van kennis van levensreddend handelen bij kinderen dat door de minister wordt vastgesteld, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn en wat de leerinhouden zijn;
  5° een kwalificatiebewijs dat door de minister wordt vastgesteld.
  Het document, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, is bij de aanvraag van de vergunning of bij de start van de tewerkstelling maximaal drie maanden oud, tenzij de verantwoordelijke al werkt als verantwoordelijke in een andere kinderopvanglocatie van de organisator. Het document, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt om de drie jaar hernieuwd.
  Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip een document te vernieuwen.
  De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt door de verantwoordelijke aan de organisator.
  § 3. De organisator heeft voor de persoon, vermeld in artikel 39, eerste lid, 2°, het document, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°. ".
Art. 20. L'article 40 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 avril 2014, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 40. § 1er. Le responsable a 21 ans au maximum.
  § 2. L'organisateur dispose des documents suivants sur le responsable :
  1° un extrait du casier judiciaire conformément, conformément à l'article 6, § 4, alinéa premier du décret du 20 avril 2012.
  2° une attestation d'aptitude médicale conformément à l'article 6, § 4, alinéa deux, du décret du 20 avril 2012. Il s'avÚre de cette attestation que la personne ne présente pas d'affections physiques et psychiques susceptibles de mettre les enfants accueillis en péril, plus précisément :
  a) une attestation A d'aptitude médicale, établie par le responsable, selon le modÚle fixé par le Ministre ;
  b) une attestation B d'aptitude médicale, établie par un médecin traitant, selon le modÚle fixé par le Ministre, si, de l'attestation mentionnée au point a), il ressort que l'intéressé est en examen ou en traitement pour un handicap ou une affection physique ou psychique déterminé(e) ou s'il existe une indication fondée et que " Kind en Gezin " adresse une demande motivée à cet égard ;
  c) une attestation, établie par un médecin du travail. Cette attestation peut remplacer l'attestation visée aux points a) et b) ;
  3° une attestation de connaissance active du néerlandais, dont il ressort que le niveau d'aptitude linguistique atteint est le niveau ERK B2 pour la compréhension à l'audition et l'expression orale et le niveau ERK B1 pour la compréhension à la lecture et l'expression écrite, tels que fixés par le ministre qui détermine quelles sont les instances de délivrance ;
  4° une attestation de connaissances de mesures de sauvetage, établie par le Ministre, qui détermine quelles sont les instances de délivrance et quels sont les contenus didactiques ;
  5° un titre de qualification, fixé par le Ministre.
  Le document, visé à l'alinéa premier, 1° et 2°, date, lors de la demande de l'autorisation ou du début de l'emploi, de maximum trois mois, sauf si le responsable travaille déjà comme responsable dans un autre emplacement d'accueil d'enfants de l'organisateur. Le document visé à l'alinéa premier, 4°, est renouvelé tous les trois ans.
  Lorsqu'il existe une indication fondée, Kind en Gezin peut adresser une demande motivée pour renouveler un document à un certain moment.
  L'organisateur assure qu'un complément à l'extrait visé à l'alinéa premier, 1°, est immédiatement transmis à l'organisateur par le fournisseur.
  § 3. L'organisateur dispose, pour la personne visée à l'article 39, alinéa premier, 2°, du document mentionné au paragraphe 2, alinéa premier, 3°. ".
  " Art. 40. § 1er. Le responsable a 21 ans au maximum.
  § 2. L'organisateur dispose des documents suivants sur le responsable :
  1° un extrait du casier judiciaire conformément, conformément à l'article 6, § 4, alinéa premier du décret du 20 avril 2012.
  2° une attestation d'aptitude médicale conformément à l'article 6, § 4, alinéa deux, du décret du 20 avril 2012. Il s'avÚre de cette attestation que la personne ne présente pas d'affections physiques et psychiques susceptibles de mettre les enfants accueillis en péril, plus précisément :
  a) une attestation A d'aptitude médicale, établie par le responsable, selon le modÚle fixé par le Ministre ;
  b) une attestation B d'aptitude médicale, établie par un médecin traitant, selon le modÚle fixé par le Ministre, si, de l'attestation mentionnée au point a), il ressort que l'intéressé est en examen ou en traitement pour un handicap ou une affection physique ou psychique déterminé(e) ou s'il existe une indication fondée et que " Kind en Gezin " adresse une demande motivée à cet égard ;
  c) une attestation, établie par un médecin du travail. Cette attestation peut remplacer l'attestation visée aux points a) et b) ;
  3° une attestation de connaissance active du néerlandais, dont il ressort que le niveau d'aptitude linguistique atteint est le niveau ERK B2 pour la compréhension à l'audition et l'expression orale et le niveau ERK B1 pour la compréhension à la lecture et l'expression écrite, tels que fixés par le ministre qui détermine quelles sont les instances de délivrance ;
  4° une attestation de connaissances de mesures de sauvetage, établie par le Ministre, qui détermine quelles sont les instances de délivrance et quels sont les contenus didactiques ;
  5° un titre de qualification, fixé par le Ministre.
  Le document, visé à l'alinéa premier, 1° et 2°, date, lors de la demande de l'autorisation ou du début de l'emploi, de maximum trois mois, sauf si le responsable travaille déjà comme responsable dans un autre emplacement d'accueil d'enfants de l'organisateur. Le document visé à l'alinéa premier, 4°, est renouvelé tous les trois ans.
  Lorsqu'il existe une indication fondée, Kind en Gezin peut adresser une demande motivée pour renouveler un document à un certain moment.
  L'organisateur assure qu'un complément à l'extrait visé à l'alinéa premier, 1°, est immédiatement transmis à l'organisateur par le fournisseur.
  § 3. L'organisateur dispose, pour la personne visée à l'article 39, alinéa premier, 2°, du document mentionné au paragraphe 2, alinéa premier, 3°. ".
Art. 21. Artikel 43 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 43. § 1. De kinderbegeleider is minstens 18 jaar oud.
  § 2. De organisator heeft de volgende documenten over de kinderbegeleider :
  1° een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012;
  2° een attest van medische geschiktheid overeenkomstig artikel 6, § 4, tweede lid, van het decreet van 20 april 2012. Uit dat attest blijkt dat de persoon geen fysieke en psychische beperking of aandoening heeft die de opgevangen kinderen in gevaar kan brengen, meer bepaald :
  a) een attest A van medische geschiktheid, opgemaakt door de kinderbegeleider, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld;
  b) een attest B van medische geschiktheid, opgemaakt door een huisarts, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld, als blijkt uit het attest, vermeld in punt a), dat de betrokkene in onderzoek of behandeling is voor een bepaalde fysieke of psychische beperking of aandoening, of als er een gegronde indicatie is en Kind en Gezin gemotiveerd erom verzoekt;
  c) een attest, opgemaakt door een arbeidsgeneesheer. Dat attest kan het attest, vermeld in punt a) en b), vervangen;
  3° een attest van kennis van levensreddend handelen bij kinderen dat door de minister wordt vastgesteld, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn en wat de leerinhouden zijn;
  4° een van de volgende bewijzen van kwalificatie :
  a) een kwalificatiebewijs dat door de minister wordt vastgesteld.
  b) voor groepsopvang een bewijs van een kwalificerend traject dat door de minister wordt vastgesteld, als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden :
  1) per kinderbegeleider in een kwalificerend traject werken er drie voltijds equivalenten kinderbegeleiders met een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a), op het niveau van de organisator;
  2) per kinderbegeleider in een kwalificerend traject is er altijd een kinderbegeleider met een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a), aanwezig in de kinderopvanglocatie;
  3) de kinderbegeleider in een kwalificerend traject behaalt een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a), maximaal zes jaar na het starten met werken als kinderbegeleider bij de organisator.
  Het document, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, is bij de aanvraag van de vergunning of bij de start van de tewerkstelling maximaal drie maanden oud. Als de kinderbegeleider stage loopt, moet het document dateren uit het lopende schooljaar. Het document, vermeld in het eerste lid, 3°, wordt om de drie jaar hernieuwd.
  Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip een document te vernieuwen.
  De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt door de kinderbegeleider aan de organisator.
  § 3. De organisator heeft voor minstens één kinderbegeleider een attest van actieve kennis van het Nederlands dat door de minister wordt vastgesteld, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn, waaruit blijkt dat het behaalde taalvaardigheidsniveau voor luisteren en gesprekken voeren het ERK-niveau B1 is, en voor lezen en schrijven het ERK-niveau A2 is.
  § 4. Uit het kwalificatiebewijs, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 4°, a), blijkt dat de kinderbegeleider de competenties, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, heeft. Die competenties zijn gebundeld onder de volgende clusters :
  1° kunnen opvoeden en verzorgen van kinderen, zowel individuele kinderen als een groep kinderen, en hun ontwikkeling kunnen ondersteunen;
  2° kunnen samenwerken met het gezin als partner in de opvoeding;
  3° kunnen samenwerken met externen voor de kinderopvang van het kind;
  4° kunnen samenwerken met collega's en de pedagogische ondersteuner;
  5° kunnen reflecteren over het pedagogische handelen en op basis van die reflectie het handelen kunnen verbeteren;
  6° kunnen omgaan met diversiteit van kinderen, gezinnen, externen en collega's.".
  "Art. 43. § 1. De kinderbegeleider is minstens 18 jaar oud.
  § 2. De organisator heeft de volgende documenten over de kinderbegeleider :
  1° een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012;
  2° een attest van medische geschiktheid overeenkomstig artikel 6, § 4, tweede lid, van het decreet van 20 april 2012. Uit dat attest blijkt dat de persoon geen fysieke en psychische beperking of aandoening heeft die de opgevangen kinderen in gevaar kan brengen, meer bepaald :
  a) een attest A van medische geschiktheid, opgemaakt door de kinderbegeleider, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld;
  b) een attest B van medische geschiktheid, opgemaakt door een huisarts, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld, als blijkt uit het attest, vermeld in punt a), dat de betrokkene in onderzoek of behandeling is voor een bepaalde fysieke of psychische beperking of aandoening, of als er een gegronde indicatie is en Kind en Gezin gemotiveerd erom verzoekt;
  c) een attest, opgemaakt door een arbeidsgeneesheer. Dat attest kan het attest, vermeld in punt a) en b), vervangen;
  3° een attest van kennis van levensreddend handelen bij kinderen dat door de minister wordt vastgesteld, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn en wat de leerinhouden zijn;
  4° een van de volgende bewijzen van kwalificatie :
  a) een kwalificatiebewijs dat door de minister wordt vastgesteld.
  b) voor groepsopvang een bewijs van een kwalificerend traject dat door de minister wordt vastgesteld, als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden :
  1) per kinderbegeleider in een kwalificerend traject werken er drie voltijds equivalenten kinderbegeleiders met een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a), op het niveau van de organisator;
  2) per kinderbegeleider in een kwalificerend traject is er altijd een kinderbegeleider met een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a), aanwezig in de kinderopvanglocatie;
  3) de kinderbegeleider in een kwalificerend traject behaalt een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a), maximaal zes jaar na het starten met werken als kinderbegeleider bij de organisator.
  Het document, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, is bij de aanvraag van de vergunning of bij de start van de tewerkstelling maximaal drie maanden oud. Als de kinderbegeleider stage loopt, moet het document dateren uit het lopende schooljaar. Het document, vermeld in het eerste lid, 3°, wordt om de drie jaar hernieuwd.
  Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip een document te vernieuwen.
  De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt door de kinderbegeleider aan de organisator.
  § 3. De organisator heeft voor minstens één kinderbegeleider een attest van actieve kennis van het Nederlands dat door de minister wordt vastgesteld, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn, waaruit blijkt dat het behaalde taalvaardigheidsniveau voor luisteren en gesprekken voeren het ERK-niveau B1 is, en voor lezen en schrijven het ERK-niveau A2 is.
  § 4. Uit het kwalificatiebewijs, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 4°, a), blijkt dat de kinderbegeleider de competenties, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, heeft. Die competenties zijn gebundeld onder de volgende clusters :
  1° kunnen opvoeden en verzorgen van kinderen, zowel individuele kinderen als een groep kinderen, en hun ontwikkeling kunnen ondersteunen;
  2° kunnen samenwerken met het gezin als partner in de opvoeding;
  3° kunnen samenwerken met externen voor de kinderopvang van het kind;
  4° kunnen samenwerken met collega's en de pedagogische ondersteuner;
  5° kunnen reflecteren over het pedagogische handelen en op basis van die reflectie het handelen kunnen verbeteren;
  6° kunnen omgaan met diversiteit van kinderen, gezinnen, externen en collega's.".
Art. 21. L'article 43 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du vendredi 4 avril 2014, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 43. § 1er. L'accompagnateur d'enfants a 18 ans au maximum.
  § 2. L'organisateur dispose des documents suivants sur l'accompagnateur d'enfants :
  1° un extrait du casier judiciaire conformément à l'article, conformément à l'article 6, § 4, alinéa premier, du décret du 20 avril 2012 ;
  2° une attestation d'aptitude médicale conformément à l'article 6, § 4, alinéa deux, du décret du 20 avril 2012 ; Il s'avÚre de cette attestation que la personne ne présente pas d'affections physiques et psychiques susceptibles de mettre les enfants accueillis en péril, plus précisément :
  a) une attestation A d'aptitude médicale, établie par l'accompagnateur d'enfants, selon le modÚle fixé par le Ministre ;
  b) une attestation B d'aptitude médicale, établie par un médecin généraliste, selon le modÚle fixé par le Ministre, si, de l'attestation mentionnée au point a), il ressort que l'intéressé est en examen ou en traitement pour un handicap ou une affection physique ou psychique déterminé(e) ou s'il existe une indication fondée et que " Kind en Gezin " adresse une demande motivée à cet égard ;
  c) une attestation, établie par un médecin du travail. Cette attestation peut remplacer l'attestation visée aux points a) et b) ;
  3° une attestation de connaissances de mesures de sauvetage dans le cas d'enfants, établie par le Ministre, qui détermine quelles sont les instances de délivrance et quels sont les contenus didactiques ;
  4° ont un ou plusieurs titres de qualification :
  a) un titre de qualification, fixé par le Ministre.
  b) pour l'accueil en groupe, une preuve d'un trajet de qualification, fixé par le Ministre, lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes :
  1) par accompagnateur d'enfants dans un trajet de qualification, il y a trois accompagnateurs d'enfants équivalents temps plein avec une preuve de qualification telle que visée au point a), au niveau de l'organisateur,
  2) par accompagnateur d'enfants dans un trajet de qualification, un accompagnateur d'enfants avec une preuve de qualification telle que visée au point a), est toujours présent dans l'emplacement d'accueil d'enfants ;
  3) l'accompagnateur d'enfants dans un trajet de qualification obtient une preuve de qualification telle que visée au point a), au plus tard six ans aprÚs qu'il commence le travail comme accompagnateur d'enfants auprÚs de l'organisateur.
  Le document, visé à l'alinéa premier, 1° et 2°, date, lors de la demande de l'autorisation ou du début de l'emploi, de maximum trois mois. Lorsque l'accompagnateur d'enfants suit un stage, le document doit dater de l'année scolaire en cours. Le document visé à l'alinéa premier, 3°, est renouvelé tous les trois ans.
  Lorsqu'il existe une indication fondée, " Kind en Gezin " peut adresser une demande motivée pour renouveler un document à un certain moment.
  L'organisateur assure qu'un complément à l'extrait visé à l'alinéa premier, 1°, est immédiatement transmis à l'organisateur par l'accompagnateur d'enfants.
  § 3. L'organisateur dispose pour au moins un accompagnateur d'enfants d'une attestation de connaissance active du néerlandais qui est fixé par le Ministre, qui détermine qui sont les instances de délivrance, dont il ressort que le niveau d'aptitude linguistique atteint pour la compréhension à l'audition et l'expression orale est le niveau ERK niveau B1 et le niveau ERK niveau A2 pour la compréhension à la lecture et l'expression écrite.
  § 4. Il ressort de la preuve de qualification visĂ©e au paragraphe 2, alinĂ©a premier, 4°, a), que l'accompagnateur d'enfants disposes des compĂ©tences visĂ©es Ă l'annexe 2, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Ces compĂ©tences sont regroupĂ©es sous les clusters suivants :
  1° pouvoir éduquer et soigner des enfants, tant des enfants individuels qu'un groupe d'enfants, et pouvoir encourager leur développement ;
  2° pouvoir collaborer avec la famille en tant que partenaire dans l'éducation ;
  3° pouvoir collaborer avec des externes pour l'accueil de l'enfant ;
  4° pouvoir collaborer avec des collÚgues et le responsable de soutien pédagogique ;
  5° pouvoir réfléchir à la gestion pédagogique et, sur la base de cette réflexion, pouvoir améliorer cette gestion ;
  6° pouvoir gérer la diversité des enfants, familles, externes et collÚgues. ".
  " Art. 43. § 1er. L'accompagnateur d'enfants a 18 ans au maximum.
  § 2. L'organisateur dispose des documents suivants sur l'accompagnateur d'enfants :
  1° un extrait du casier judiciaire conformément à l'article, conformément à l'article 6, § 4, alinéa premier, du décret du 20 avril 2012 ;
  2° une attestation d'aptitude médicale conformément à l'article 6, § 4, alinéa deux, du décret du 20 avril 2012 ; Il s'avÚre de cette attestation que la personne ne présente pas d'affections physiques et psychiques susceptibles de mettre les enfants accueillis en péril, plus précisément :
  a) une attestation A d'aptitude médicale, établie par l'accompagnateur d'enfants, selon le modÚle fixé par le Ministre ;
  b) une attestation B d'aptitude médicale, établie par un médecin généraliste, selon le modÚle fixé par le Ministre, si, de l'attestation mentionnée au point a), il ressort que l'intéressé est en examen ou en traitement pour un handicap ou une affection physique ou psychique déterminé(e) ou s'il existe une indication fondée et que " Kind en Gezin " adresse une demande motivée à cet égard ;
  c) une attestation, établie par un médecin du travail. Cette attestation peut remplacer l'attestation visée aux points a) et b) ;
  3° une attestation de connaissances de mesures de sauvetage dans le cas d'enfants, établie par le Ministre, qui détermine quelles sont les instances de délivrance et quels sont les contenus didactiques ;
  4° ont un ou plusieurs titres de qualification :
  a) un titre de qualification, fixé par le Ministre.
  b) pour l'accueil en groupe, une preuve d'un trajet de qualification, fixé par le Ministre, lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes :
  1) par accompagnateur d'enfants dans un trajet de qualification, il y a trois accompagnateurs d'enfants équivalents temps plein avec une preuve de qualification telle que visée au point a), au niveau de l'organisateur,
  2) par accompagnateur d'enfants dans un trajet de qualification, un accompagnateur d'enfants avec une preuve de qualification telle que visée au point a), est toujours présent dans l'emplacement d'accueil d'enfants ;
  3) l'accompagnateur d'enfants dans un trajet de qualification obtient une preuve de qualification telle que visée au point a), au plus tard six ans aprÚs qu'il commence le travail comme accompagnateur d'enfants auprÚs de l'organisateur.
  Le document, visé à l'alinéa premier, 1° et 2°, date, lors de la demande de l'autorisation ou du début de l'emploi, de maximum trois mois. Lorsque l'accompagnateur d'enfants suit un stage, le document doit dater de l'année scolaire en cours. Le document visé à l'alinéa premier, 3°, est renouvelé tous les trois ans.
  Lorsqu'il existe une indication fondée, " Kind en Gezin " peut adresser une demande motivée pour renouveler un document à un certain moment.
  L'organisateur assure qu'un complément à l'extrait visé à l'alinéa premier, 1°, est immédiatement transmis à l'organisateur par l'accompagnateur d'enfants.
  § 3. L'organisateur dispose pour au moins un accompagnateur d'enfants d'une attestation de connaissance active du néerlandais qui est fixé par le Ministre, qui détermine qui sont les instances de délivrance, dont il ressort que le niveau d'aptitude linguistique atteint pour la compréhension à l'audition et l'expression orale est le niveau ERK niveau B1 et le niveau ERK niveau A2 pour la compréhension à la lecture et l'expression écrite.
  § 4. Il ressort de la preuve de qualification visĂ©e au paragraphe 2, alinĂ©a premier, 4°, a), que l'accompagnateur d'enfants disposes des compĂ©tences visĂ©es Ă l'annexe 2, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Ces compĂ©tences sont regroupĂ©es sous les clusters suivants :
  1° pouvoir éduquer et soigner des enfants, tant des enfants individuels qu'un groupe d'enfants, et pouvoir encourager leur développement ;
  2° pouvoir collaborer avec la famille en tant que partenaire dans l'éducation ;
  3° pouvoir collaborer avec des externes pour l'accueil de l'enfant ;
  4° pouvoir collaborer avec des collÚgues et le responsable de soutien pédagogique ;
  5° pouvoir réfléchir à la gestion pédagogique et, sur la base de cette réflexion, pouvoir améliorer cette gestion ;
  6° pouvoir gérer la diversité des enfants, familles, externes et collÚgues. ".
Art. 22. Artikel 45 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 45. De organisator heeft de volgende documenten over de andere personen die in de kinderopvanglocatie direct contact hebben met de opgevangen kinderen :
  1° een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012;
  2° een attest van medische geschiktheid overeenkomstig artikel 6, § 4, tweede lid, van het decreet van 20 april 2012. Uit dat attest blijkt dat de meerderjarige persoon met regelmatig direct contact en de minderjarige persoon die werkt in de kinderopvang of er stage loopt, geen fysieke en psychische beperking of aandoening heeft die de opgevangen kinderen in gevaar kan brengen, meer bepaald :
  a) een attest A van medische geschiktheid, opgemaakt door de betrokken persoon, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld;
  b) een attest B van medische geschiktheid, opgemaakt door een huisarts, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld, als blijkt uit het attest, vermeld in punt a), dat de betrokkene in onderzoek of behandeling is voor een bepaalde fysieke of psychische beperking of aandoening, of als er een gegronde indicatie is en Kind en Gezin gemotiveerd erom verzoekt;
  c) een attest, opgemaakt door een arbeidsgeneesheer. Dat attest kan het attest, vermeld in punt a) en b), vervangen.
  Het document, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, is bij de aanvraag van de vergunning of bij de start van de tewerkstelling maximaal drie maanden oud. Als de persoon stage loopt, moet het document dateren uit het lopende schooljaar.
  Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip een document te vernieuwen.
  De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt door de persoon aan de organisator.".
  "Art. 45. De organisator heeft de volgende documenten over de andere personen die in de kinderopvanglocatie direct contact hebben met de opgevangen kinderen :
  1° een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012;
  2° een attest van medische geschiktheid overeenkomstig artikel 6, § 4, tweede lid, van het decreet van 20 april 2012. Uit dat attest blijkt dat de meerderjarige persoon met regelmatig direct contact en de minderjarige persoon die werkt in de kinderopvang of er stage loopt, geen fysieke en psychische beperking of aandoening heeft die de opgevangen kinderen in gevaar kan brengen, meer bepaald :
  a) een attest A van medische geschiktheid, opgemaakt door de betrokken persoon, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld;
  b) een attest B van medische geschiktheid, opgemaakt door een huisarts, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld, als blijkt uit het attest, vermeld in punt a), dat de betrokkene in onderzoek of behandeling is voor een bepaalde fysieke of psychische beperking of aandoening, of als er een gegronde indicatie is en Kind en Gezin gemotiveerd erom verzoekt;
  c) een attest, opgemaakt door een arbeidsgeneesheer. Dat attest kan het attest, vermeld in punt a) en b), vervangen.
  Het document, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, is bij de aanvraag van de vergunning of bij de start van de tewerkstelling maximaal drie maanden oud. Als de persoon stage loopt, moet het document dateren uit het lopende schooljaar.
  Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip een document te vernieuwen.
  De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt door de persoon aan de organisator.".
Art. 22. L'article 45 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 45. L'organisateur dispose des documents suivants concernant d'autres personnes qui, dans l'emplacement d'accueil d'enfants, ont réguliÚrement des contacts avec les enfants accueillis :
  1° un extrait du casier judiciaire conformément à l'article 6, § 4, alinéa premier, du décret du 20 avril 2012 ;
  2° une attestation d'aptitude médicale conformément à l'article 6, § 4, alinéa deux, du décret du 20 avril 2012 ; Il ressort de cette attestation que la personne majeure et qui a réguliÚrement des contacts directs et la personne mineure qui travaille dans le domaine d'accueil des enfants ou y suit un stage ne présente pas de handicaps ou d'affections physiques ou psychiques risquant de mettre en péril les enfants accueillis, plus précisément :
  a) une attestation A d'aptitude médicale, établie par la personne concernée, selon le modÚle fixé par le Ministre ;
  b) une attestation B d'aptitude médicale, établie par un médecin généraliste, selon le modÚle fixé par le Ministre, si, de l'attestation mentionnée au point a), il ressort que l'intéressé est en examen ou en traitement pour un handicap ou une affection physique ou psychique déterminé(e) ou s'il existe une indication fondée et que " Kind en Gezin " adresse une demande motivée à cet égard ;
  c) une attestation, établie par un médecin du travail. Cette attestation peut remplacer l'attestation visée aux points a) et b).
  Le document, visé à l'alinéa premier, 1° et 2°, date, lors de la demande de l'autorisation ou du début de l'emploi, de maximum trois mois. Lorsque la personne suit un stage, le document doit dater de l'année scolaire en cours.
  Lorsqu'il existe une indication fondée, " Kind en Gezin " peut adresser une demande motivée pour renouveler un document à un certain moment.
  L'organisateur assure qu'un complément à l'extrait visé à l'alinéa premier, 1°, est immédiatement transmis à l'organisateur par la personne. ".
  " Art. 45. L'organisateur dispose des documents suivants concernant d'autres personnes qui, dans l'emplacement d'accueil d'enfants, ont réguliÚrement des contacts avec les enfants accueillis :
  1° un extrait du casier judiciaire conformément à l'article 6, § 4, alinéa premier, du décret du 20 avril 2012 ;
  2° une attestation d'aptitude médicale conformément à l'article 6, § 4, alinéa deux, du décret du 20 avril 2012 ; Il ressort de cette attestation que la personne majeure et qui a réguliÚrement des contacts directs et la personne mineure qui travaille dans le domaine d'accueil des enfants ou y suit un stage ne présente pas de handicaps ou d'affections physiques ou psychiques risquant de mettre en péril les enfants accueillis, plus précisément :
  a) une attestation A d'aptitude médicale, établie par la personne concernée, selon le modÚle fixé par le Ministre ;
  b) une attestation B d'aptitude médicale, établie par un médecin généraliste, selon le modÚle fixé par le Ministre, si, de l'attestation mentionnée au point a), il ressort que l'intéressé est en examen ou en traitement pour un handicap ou une affection physique ou psychique déterminé(e) ou s'il existe une indication fondée et que " Kind en Gezin " adresse une demande motivée à cet égard ;
  c) une attestation, établie par un médecin du travail. Cette attestation peut remplacer l'attestation visée aux points a) et b).
  Le document, visé à l'alinéa premier, 1° et 2°, date, lors de la demande de l'autorisation ou du début de l'emploi, de maximum trois mois. Lorsque la personne suit un stage, le document doit dater de l'année scolaire en cours.
  Lorsqu'il existe une indication fondée, " Kind en Gezin " peut adresser une demande motivée pour renouveler un document à un certain moment.
  L'organisateur assure qu'un complément à l'extrait visé à l'alinéa premier, 1°, est immédiatement transmis à l'organisateur par la personne. ".
Art. 23. Artikel 48 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 23. L'article 48 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 24. Artikel 49 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 49. § 1. De organisator, hetzij de natuurlijke persoon, hetzij een of meer personen die handelingsbekwaam zijn om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, is minstens 21 jaar oud.
  § 2. De organisator heeft het volgende uittreksel :
  1° voor de organisator die een natuurlijke persoon is, met inbegrip van de persoon of personen, vermeld in artikel 53, 2° : een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012, waaronder voor de organisator ook verstaan wordt dat hij in staat is om een kinderopvanglocatie organisatorisch te beheren;
  2° voor de organisator die een rechtspersoon is : een uittreksel uit het centraal strafregister op naam van de rechtspersoon, of een gelijkwaardig attest, uitgereikt door een bevoegde buitenlandse instantie, voor wie niet in België gedomicilieerd is, waaruit blijkt dat de organisator van onberispelijk gedrag is om met kinderen om te gaan, waaronder voor de organisator ook verstaan wordt dat hij in staat is om een kinderopvanglocatie organisatorisch te beheren.
  Het uittreksel, vermeld in het eerste lid, is bij de aanvraag van de vergunning maximaal drie maanden oud, tenzij de organisator al een vergunning heeft.
  Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip dat uittreksel te vernieuwen.
  De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt aan Kind en Gezin.".
  "Art. 49. § 1. De organisator, hetzij de natuurlijke persoon, hetzij een of meer personen die handelingsbekwaam zijn om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, is minstens 21 jaar oud.
  § 2. De organisator heeft het volgende uittreksel :
  1° voor de organisator die een natuurlijke persoon is, met inbegrip van de persoon of personen, vermeld in artikel 53, 2° : een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012, waaronder voor de organisator ook verstaan wordt dat hij in staat is om een kinderopvanglocatie organisatorisch te beheren;
  2° voor de organisator die een rechtspersoon is : een uittreksel uit het centraal strafregister op naam van de rechtspersoon, of een gelijkwaardig attest, uitgereikt door een bevoegde buitenlandse instantie, voor wie niet in België gedomicilieerd is, waaruit blijkt dat de organisator van onberispelijk gedrag is om met kinderen om te gaan, waaronder voor de organisator ook verstaan wordt dat hij in staat is om een kinderopvanglocatie organisatorisch te beheren.
  Het uittreksel, vermeld in het eerste lid, is bij de aanvraag van de vergunning maximaal drie maanden oud, tenzij de organisator al een vergunning heeft.
  Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip dat uittreksel te vernieuwen.
  De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt aan Kind en Gezin.".
Art. 24. L'article 49 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 49. § 1er. L'organisateur, soit la personne physique, soit une ou plusieurs personnes ayant la capacité de poser des actes juridiques pour représenter la personne morale, a au moins 21 ans.
  § 2. L'organisateur dispose de l'extrait suivant :
  1° pour l'organisateur qui est une personne physique, y compris la ou les personnes visées à l'article 53, 2° : un extrait du casier judiciaire conformément à l'article 6, § 4, alinéa premier, du décret du 20 avril 2012, par lequel il est également entendu que l'organisateur est en mesure de gérer un emplacement d'accueil d'enfants du point de vue organisationnel ;
  2° pour l'organisateur qui est une personne morale : un extrait de casier judiciaire central, établi au nom de la personne morale, ou une attestation équivalente, délivrée par l'instance étrangÚre compétente, pour qui n'est pas domicilié en Belgique, dont il ressort que l'organisateur est irréprochable pour gérer des enfants. Il est également entendu, entre autres, que l'organisateur est en mesure de gérer un emplacement d'accueil d'enfants du point de vue organisationnel.
  L'extrait visé à l'alinéa premier date, lors de la demande de l'autorisation de maximum trois, sauf si l'organisateur dispose déjà d'une autorisation.
  Lorsqu'il existe une indication fondée, " Kind en Gezin " peut adresser une demande motivée pour renouveler cet extrait à un certain moment.
  L'organisateur assure qu'un complément à l'extrait visé à l'alinéa premier, 1°, est immédiatement transmis à " Kind en Gezin. ".
  " Art. 49. § 1er. L'organisateur, soit la personne physique, soit une ou plusieurs personnes ayant la capacité de poser des actes juridiques pour représenter la personne morale, a au moins 21 ans.
  § 2. L'organisateur dispose de l'extrait suivant :
  1° pour l'organisateur qui est une personne physique, y compris la ou les personnes visées à l'article 53, 2° : un extrait du casier judiciaire conformément à l'article 6, § 4, alinéa premier, du décret du 20 avril 2012, par lequel il est également entendu que l'organisateur est en mesure de gérer un emplacement d'accueil d'enfants du point de vue organisationnel ;
  2° pour l'organisateur qui est une personne morale : un extrait de casier judiciaire central, établi au nom de la personne morale, ou une attestation équivalente, délivrée par l'instance étrangÚre compétente, pour qui n'est pas domicilié en Belgique, dont il ressort que l'organisateur est irréprochable pour gérer des enfants. Il est également entendu, entre autres, que l'organisateur est en mesure de gérer un emplacement d'accueil d'enfants du point de vue organisationnel.
  L'extrait visé à l'alinéa premier date, lors de la demande de l'autorisation de maximum trois, sauf si l'organisateur dispose déjà d'une autorisation.
  Lorsqu'il existe une indication fondée, " Kind en Gezin " peut adresser une demande motivée pour renouveler cet extrait à un certain moment.
  L'organisateur assure qu'un complément à l'extrait visé à l'alinéa premier, 1°, est immédiatement transmis à " Kind en Gezin. ".
Art. 25. Artikel 59 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 25. L'article 59 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 26. In artikel 60 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  "De organisator bezorgt de volgende gegevens elektronisch aan Kind en Gezin volgens de administratieve richtlijnen van Kind en Gezin :
  1° één keer per jaar gedurende een maand die Kind en Gezin bepaalt, de gegevens over het aantal unieke kinderen die dagelijks gebruikmaken van de kinderopvang per kinderopvanglocatie;
  2° jaarlijks de volgende gegevens over de verantwoordelijken, de kinderbegeleiders groepsopvang, met uitzondering van de kinderbegeleiders die werken in het specifieke sociaal statuut voor onthaalouders, en de medewerkers die in de kinderopvanglocatie instaan voor de systematische ondersteuning van de verantwoordelijke :
  a) het aantal kinderbegeleiders, op basis van het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer van de kinderbegeleiders;
  b) het aantal verantwoordelijken die voor de organisator werken, op basis van het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer van de verantwoordelijken;
  c) de medewerkers die in de kinderopvanglocatie instaan voor de systematische ondersteuning van de verantwoordelijke die voor de organisator werkt, op basis van het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer van de medewerkers;
  d) de geboortedatum, het geslacht, de functie, de werkregeling, de kennis van de Nederlandse taal, het tewerkstellingsstatuut en de kwalificaties van elke persoon, vermeld in punt a), b) en c);
  3° de gegevens in het kader van ad-hocbevragingen door Kind en Gezin over de werking, de personen die in de kinderopvanglocatie werken, het gebruik van de kinderopvang, het aanbod van en de vraag naar kinderopvang en de ontvangen subsidies.".
  "De organisator bezorgt de volgende gegevens elektronisch aan Kind en Gezin volgens de administratieve richtlijnen van Kind en Gezin :
  1° één keer per jaar gedurende een maand die Kind en Gezin bepaalt, de gegevens over het aantal unieke kinderen die dagelijks gebruikmaken van de kinderopvang per kinderopvanglocatie;
  2° jaarlijks de volgende gegevens over de verantwoordelijken, de kinderbegeleiders groepsopvang, met uitzondering van de kinderbegeleiders die werken in het specifieke sociaal statuut voor onthaalouders, en de medewerkers die in de kinderopvanglocatie instaan voor de systematische ondersteuning van de verantwoordelijke :
  a) het aantal kinderbegeleiders, op basis van het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer van de kinderbegeleiders;
  b) het aantal verantwoordelijken die voor de organisator werken, op basis van het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer van de verantwoordelijken;
  c) de medewerkers die in de kinderopvanglocatie instaan voor de systematische ondersteuning van de verantwoordelijke die voor de organisator werkt, op basis van het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer van de medewerkers;
  d) de geboortedatum, het geslacht, de functie, de werkregeling, de kennis van de Nederlandse taal, het tewerkstellingsstatuut en de kwalificaties van elke persoon, vermeld in punt a), b) en c);
  3° de gegevens in het kader van ad-hocbevragingen door Kind en Gezin over de werking, de personen die in de kinderopvanglocatie werken, het gebruik van de kinderopvang, het aanbod van en de vraag naar kinderopvang en de ontvangen subsidies.".
Art. 26. Al'article 60 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a premier est remplacĂ© par la disposition suivante:
  " L'organisateur remet les données suivantes par voie électronique à " Kind en Gezin " conformément aux consignes administratives de " Kind en Gezin " :
  1° une fois par an pendant un mois fixé par " Kind en Gezin ", les données sur le nombre d'enfants utilisant l'accueil d'enfants tous les jours, par emplacement d'accueil d'enfants ;
  2° chaque année, les données suivantes concernant les responsables, les accompagnateurs d'enfants de l'accueil en groupe, à l'exception des accompagnateurs d'enfants travaillant dans le statut social spécifique pour les parents d'accueil, et les collaborateurs travaillant dans l'emplacement d'accueil d'enfants pour le soutien systématique du responsable :
  a) le nombre d'accompagnateurs d'enfants, sur la base du numéro de registre national ou du numéro d'étranger des accompagnateurs d'enfants ;
  b) le nombre de responsables qui travaillent pour l'organisateur, sur la base du numéro de registre national ou du numéro d'étranger des responsables ;
  c) les collaborateurs travaillent dans l'emplacement d'accueil d'enfants pour le soutien systématique du responsable qui travaille pour l'organisateur, sur la base du numéro de registre national ou du numéro d'étranger des collaborateurs ;
  d) la date de naissance, le sexe, la fonction, le régime de travail, la connaissance de la langue néerlandaise, le statut d'emploi et les qualifications de chaque personne visée aux points a), b) et c) ;
  e) les données dans le cadre des sondages ad hoc par " Kind en Gezin " concernant le fonctionnement, les personnes qui travaillent dans l'emplacement d'accueil d'enfants, l'utilisation de l'accueil d'enfants, l'offre et la demande de l'accueil d'enfants et les subventions reçues. ".
  " L'organisateur remet les données suivantes par voie électronique à " Kind en Gezin " conformément aux consignes administratives de " Kind en Gezin " :
  1° une fois par an pendant un mois fixé par " Kind en Gezin ", les données sur le nombre d'enfants utilisant l'accueil d'enfants tous les jours, par emplacement d'accueil d'enfants ;
  2° chaque année, les données suivantes concernant les responsables, les accompagnateurs d'enfants de l'accueil en groupe, à l'exception des accompagnateurs d'enfants travaillant dans le statut social spécifique pour les parents d'accueil, et les collaborateurs travaillant dans l'emplacement d'accueil d'enfants pour le soutien systématique du responsable :
  a) le nombre d'accompagnateurs d'enfants, sur la base du numéro de registre national ou du numéro d'étranger des accompagnateurs d'enfants ;
  b) le nombre de responsables qui travaillent pour l'organisateur, sur la base du numéro de registre national ou du numéro d'étranger des responsables ;
  c) les collaborateurs travaillent dans l'emplacement d'accueil d'enfants pour le soutien systématique du responsable qui travaille pour l'organisateur, sur la base du numéro de registre national ou du numéro d'étranger des collaborateurs ;
  d) la date de naissance, le sexe, la fonction, le régime de travail, la connaissance de la langue néerlandaise, le statut d'emploi et les qualifications de chaque personne visée aux points a), b) et c) ;
  e) les données dans le cadre des sondages ad hoc par " Kind en Gezin " concernant le fonctionnement, les personnes qui travaillent dans l'emplacement d'accueil d'enfants, l'utilisation de l'accueil d'enfants, l'offre et la demande de l'accueil d'enfants et les subventions reçues. ".
Art. 27. Artikel 63 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 63. Op aanvraag van een organisator kan Kind en Gezin de volgende afwijkingen toekennen :
  1° een afwijking van de voorwaarden over de infrastructuur, vermeld in artikel 14, eerste lid, 3°, en artikel 16 van dit besluit, en van de voorwaarde over de leefgroepindeling, vermeld in artikel 55 van dit besluit, voor de kinderopvanglocaties die op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 een erkenning, een toestemming of een attest van toezicht hebben van Kind en Gezin;
  2° een tijdelijke afwijking van de voorwaarden over de infrastructuur, vermeld in artikel 14, eerste lid, 1° en 3°, en artikel 16 van dit besluit, en van de voorwaarde over de leefgroepindeling, vermeld in artikel 55 van dit besluit;
  3° een afwijking van de voorwaarde over de infrastructuur, vermeld in artikel 14, tweede lid, van dit besluit, voor de kinderopvanglocaties waarin een door Kind en Gezin erkend consultatiebureau als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 tot bepaling van de voorwaarden en de procedureregels inzake erkenning en subsidiëring van de consultatiebureaus voor het jonge kind of een erkend Huis van het Kind als vermeld in het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van de preventieve gezinsondersteuning, aanwezig is;
  4° een afwijking van de brandveiligheidsvoorschriften, vermeld in artikel 23 van dit besluit. Kind en Gezin neemt een beslissing na het advies van de technische commissie voor de brandveiligheid, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
  Voor de beoordeling van de afwijkingen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, houdt Kind en Gezin rekening met de context, met de maatregelen die de organisator neemt, en met de volgende elementen :
  1° er worden bijkomende kinderbegeleiders ingezet;
  2° er wordt in bijkomende pedagogische ondersteuning voorzien;
  3° er wordt in bijkomende ruimte voorzien;
  4° er is bijkomende aandacht voor de inrichting van de ruimtes;
  5° er is bijkomende aandacht voor beweging of voor veilig slapen.
  De afwijking, vermeld in het eerste lid, 1°, vervalt definitief als een organisator een verhoging aanvraagt en krijgt van het aantal vergunde kinderopvangplaatsen in die kinderopvanglocatie.
  De tijdelijke afwijking, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt alleen toegekend naar aanleiding van een overmachtsituatie of in het kader van geplande verbouwingen, en geldt alleen voor de duur die noodzakelijk is voor het herstel van de schade of voor de verbouwing.
  De afwijking, vermeld in het eerste lid, 3°, geldt alleen zolang er een erkend consultatiebureau of Huis van het Kind aanwezig is.".
  "Art. 63. Op aanvraag van een organisator kan Kind en Gezin de volgende afwijkingen toekennen :
  1° een afwijking van de voorwaarden over de infrastructuur, vermeld in artikel 14, eerste lid, 3°, en artikel 16 van dit besluit, en van de voorwaarde over de leefgroepindeling, vermeld in artikel 55 van dit besluit, voor de kinderopvanglocaties die op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 een erkenning, een toestemming of een attest van toezicht hebben van Kind en Gezin;
  2° een tijdelijke afwijking van de voorwaarden over de infrastructuur, vermeld in artikel 14, eerste lid, 1° en 3°, en artikel 16 van dit besluit, en van de voorwaarde over de leefgroepindeling, vermeld in artikel 55 van dit besluit;
  3° een afwijking van de voorwaarde over de infrastructuur, vermeld in artikel 14, tweede lid, van dit besluit, voor de kinderopvanglocaties waarin een door Kind en Gezin erkend consultatiebureau als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 tot bepaling van de voorwaarden en de procedureregels inzake erkenning en subsidiëring van de consultatiebureaus voor het jonge kind of een erkend Huis van het Kind als vermeld in het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van de preventieve gezinsondersteuning, aanwezig is;
  4° een afwijking van de brandveiligheidsvoorschriften, vermeld in artikel 23 van dit besluit. Kind en Gezin neemt een beslissing na het advies van de technische commissie voor de brandveiligheid, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
  Voor de beoordeling van de afwijkingen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, houdt Kind en Gezin rekening met de context, met de maatregelen die de organisator neemt, en met de volgende elementen :
  1° er worden bijkomende kinderbegeleiders ingezet;
  2° er wordt in bijkomende pedagogische ondersteuning voorzien;
  3° er wordt in bijkomende ruimte voorzien;
  4° er is bijkomende aandacht voor de inrichting van de ruimtes;
  5° er is bijkomende aandacht voor beweging of voor veilig slapen.
  De afwijking, vermeld in het eerste lid, 1°, vervalt definitief als een organisator een verhoging aanvraagt en krijgt van het aantal vergunde kinderopvangplaatsen in die kinderopvanglocatie.
  De tijdelijke afwijking, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt alleen toegekend naar aanleiding van een overmachtsituatie of in het kader van geplande verbouwingen, en geldt alleen voor de duur die noodzakelijk is voor het herstel van de schade of voor de verbouwing.
  De afwijking, vermeld in het eerste lid, 3°, geldt alleen zolang er een erkend consultatiebureau of Huis van het Kind aanwezig is.".
Art. 27. L'article 63 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 avril 2014, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 63. A la demande d'un organisateur, " Kind en Gezin " peut accorder les dérogations suivantes :
  1° une dĂ©rogation aux conditions sur l'infrastructure visĂ©e Ă l'article 14, alinĂ©a premier, 3°, et l'article 16 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă la condition concernant la rĂ©partition en groupes de vie, visĂ©e Ă l'article 55 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour les emplacements d'accueil d'enfants qui ont, Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du dĂ©cret du 20 avril 2012 un agrĂ©ment, une autorisation ou un certificat de contrĂŽle de " Kind en Gezin " ;
  2° une dĂ©rogation temporaire aux conditions relatives Ă l'infrastructure visĂ©e Ă l'article 14, alinĂ©a premier, 1° et 3°, et l'article 16 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă la condition concernant la rĂ©partition en groupes de vie visĂ©e Ă l'article 55 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  3° une dĂ©rogation Ă la condition relative Ă l'infrastructure visĂ©e Ă l'article 14, alinĂ©a deux, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour les emplacements d'accueil d'enfants oĂč est prĂ©sent un bureau de consultation agréé par " Kind en Gezin " tel que visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er mars 2002 fixant les conditions et les rĂšgles procĂ©durales relatives Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des bureaux de consultation pour le jeune enfant, ou une " Huis van het Kind " agréée, telle que visĂ©e au dĂ©cret du 29 novembre 2013 portant organisation du soutien prĂ©ventif aux familles ;
  4° une dĂ©rogation aux prescriptions en matiĂšre de sĂ©curitĂ© incendie visĂ©e Ă l'article 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. " Kind en Gezin " prend une dĂ©cision aprĂšs avis de la commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie, visĂ©e Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant crĂ©ation d'une commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie dans les structures du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille.
  Pour l'évaluation des dérogations visées à l'alinéa premier, 1° et 2°, " Kind en Gezin " tient compte du contexte, des mesures prises par l'organisateur et des éléments suivants :
  1° des accompagnateurs d'enfants supplémentaires sont engagés ;
  2° un soutien pédagogique complémentaire est prévu ;
  3° un espace complémentaire est prévu ;
  4° une attention accrue est portée à l'aménagement des espaces ;
  5° une attention accrue est portée à la motricité ou à un sommeil sûr.
  La dérogation visée à l'alinéa premier, 1°, tombe définitivement quand un organisateur demande une augmentation du nombre de places autorisées d'accueil d'enfants dans cet emplacement d'accueil d'enfants et l'obtient.
  La dérogation temporaire visée à l'alinéa premier, 2°, est uniquement accordée en cas de force majeure ou dans le cadre de transformations prévues et vaut uniquement pour la durée qui est nécessaire à la réparation du dommage ou aux transformations.
  La dérogation visée à l'alinéa premier, vaut uniquement tant qu'un bureau de consultation agréé ou une " Huis van het Kind " sont présents. ".
  " Art. 63. A la demande d'un organisateur, " Kind en Gezin " peut accorder les dérogations suivantes :
  1° une dĂ©rogation aux conditions sur l'infrastructure visĂ©e Ă l'article 14, alinĂ©a premier, 3°, et l'article 16 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă la condition concernant la rĂ©partition en groupes de vie, visĂ©e Ă l'article 55 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour les emplacements d'accueil d'enfants qui ont, Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du dĂ©cret du 20 avril 2012 un agrĂ©ment, une autorisation ou un certificat de contrĂŽle de " Kind en Gezin " ;
  2° une dĂ©rogation temporaire aux conditions relatives Ă l'infrastructure visĂ©e Ă l'article 14, alinĂ©a premier, 1° et 3°, et l'article 16 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă la condition concernant la rĂ©partition en groupes de vie visĂ©e Ă l'article 55 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  3° une dĂ©rogation Ă la condition relative Ă l'infrastructure visĂ©e Ă l'article 14, alinĂ©a deux, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour les emplacements d'accueil d'enfants oĂč est prĂ©sent un bureau de consultation agréé par " Kind en Gezin " tel que visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er mars 2002 fixant les conditions et les rĂšgles procĂ©durales relatives Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des bureaux de consultation pour le jeune enfant, ou une " Huis van het Kind " agréée, telle que visĂ©e au dĂ©cret du 29 novembre 2013 portant organisation du soutien prĂ©ventif aux familles ;
  4° une dĂ©rogation aux prescriptions en matiĂšre de sĂ©curitĂ© incendie visĂ©e Ă l'article 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. " Kind en Gezin " prend une dĂ©cision aprĂšs avis de la commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie, visĂ©e Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant crĂ©ation d'une commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie dans les structures du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille.
  Pour l'évaluation des dérogations visées à l'alinéa premier, 1° et 2°, " Kind en Gezin " tient compte du contexte, des mesures prises par l'organisateur et des éléments suivants :
  1° des accompagnateurs d'enfants supplémentaires sont engagés ;
  2° un soutien pédagogique complémentaire est prévu ;
  3° un espace complémentaire est prévu ;
  4° une attention accrue est portée à l'aménagement des espaces ;
  5° une attention accrue est portée à la motricité ou à un sommeil sûr.
  La dérogation visée à l'alinéa premier, 1°, tombe définitivement quand un organisateur demande une augmentation du nombre de places autorisées d'accueil d'enfants dans cet emplacement d'accueil d'enfants et l'obtient.
  La dérogation temporaire visée à l'alinéa premier, 2°, est uniquement accordée en cas de force majeure ou dans le cadre de transformations prévues et vaut uniquement pour la durée qui est nécessaire à la réparation du dommage ou aux transformations.
  La dérogation visée à l'alinéa premier, vaut uniquement tant qu'un bureau de consultation agréé ou une " Huis van het Kind " sont présents. ".
Art. 28. Artikel 64 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 64. De personen die werkten als verantwoordelijke in een kinderopvanglocatie die een erkenning, een toestemming of een attest van toezicht van Kind en Gezin had, kunnen afwijken van de voorwaarden over de kwalificatie, vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 5°, en in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, als een van de volgende voorwaarden vervuld is :
  1° het gaat om een tewerkstelling van minstens drie jaar, binnen vijf jaar die voorafgaan aan 1 april 2014;
  2° het gaat om een tewerkstelling waarbij ervaring binnen een kwaliteitsvolle werking waarvoor de persoon de verantwoordelijke was, aangetoond kan worden.
  De personen die werkten als kinderbegeleider in een kinderopvanglocatie die een erkenning, een toestemming of een attest van toezicht van Kind en Gezin had, kunnen afwijken van de voorwaarden over de kwalificatie, vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, als een van de volgende voorwaarden vervuld is :
  1° het gaat om een tewerkstelling van minstens drie jaar, binnen vijf jaar die voorafgaan aan 1 april 2014;
  2° het gaat om een tewerkstelling waarbij ervaring binnen een kwaliteitsvolle werking waar de persoon kinderbegeleider was, aangetoond kan worden.
  Kind en Gezin geeft een attest op aanvraag.".
  "Art. 64. De personen die werkten als verantwoordelijke in een kinderopvanglocatie die een erkenning, een toestemming of een attest van toezicht van Kind en Gezin had, kunnen afwijken van de voorwaarden over de kwalificatie, vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 5°, en in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, als een van de volgende voorwaarden vervuld is :
  1° het gaat om een tewerkstelling van minstens drie jaar, binnen vijf jaar die voorafgaan aan 1 april 2014;
  2° het gaat om een tewerkstelling waarbij ervaring binnen een kwaliteitsvolle werking waarvoor de persoon de verantwoordelijke was, aangetoond kan worden.
  De personen die werkten als kinderbegeleider in een kinderopvanglocatie die een erkenning, een toestemming of een attest van toezicht van Kind en Gezin had, kunnen afwijken van de voorwaarden over de kwalificatie, vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, als een van de volgende voorwaarden vervuld is :
  1° het gaat om een tewerkstelling van minstens drie jaar, binnen vijf jaar die voorafgaan aan 1 april 2014;
  2° het gaat om een tewerkstelling waarbij ervaring binnen een kwaliteitsvolle werking waar de persoon kinderbegeleider was, aangetoond kan worden.
  Kind en Gezin geeft een attest op aanvraag.".
Art. 28. L'article 64 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 avril 2014, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 64. Les personnes qui ont été employées comme responsables dans un emplacement d'accueil d'enfants qui dispose soit d'un agrément, d'une autorisation, soit d'un certificat de contrÎle de " Kind en Gezin ", peuvent déroger aux conditions relatives à la qualification visées à l'article 40, § 2, alinéa premier, 5° et à l'article 43, § 2, alinéa premier, 4°, lorsqu'une des conditions suivantes est remplie :
  1° il s'agit d'un emploi d'au moins trois ans, dans les cinq ans précédant le 1er avril 2014 ;
  2° il s'agit d'un emploi dans lequel une expĂ©rience acquise au sein d'un fonctionnement qualitatif pour lequel la personne Ă©tait le responsable, peut ĂȘtre dĂ©montrĂ©e.
  Les personnes qui ont été employées comme accompagnateur d'enfants dans un emplacement d'accueil d'enfants qui dispose soit d'un agrément, d'une autorisation, soit d'un certificat de contrÎle de " Kind en Gezin ", peuvent déroger aux conditions relatives à la qualification visées à l'article 43, § 2, alinéa premier, 4°, lorsqu'une des conditions suivantes est remplie :
  1° il s'agit d'un emploi d'au moins trois ans, dans les cinq ans précédant le 1er avril 2014 ;
  2° il s'agit d'un emploi dans lequel une expĂ©rience acquise au sein d'un fonctionnement qualitatif oĂč la personne Ă©tait l'accompagnateur d'enfants, peut ĂȘtre dĂ©montrĂ©e.
  " Kind en Gezin " délivre une attestation sur demande. ".
  " Art. 64. Les personnes qui ont été employées comme responsables dans un emplacement d'accueil d'enfants qui dispose soit d'un agrément, d'une autorisation, soit d'un certificat de contrÎle de " Kind en Gezin ", peuvent déroger aux conditions relatives à la qualification visées à l'article 40, § 2, alinéa premier, 5° et à l'article 43, § 2, alinéa premier, 4°, lorsqu'une des conditions suivantes est remplie :
  1° il s'agit d'un emploi d'au moins trois ans, dans les cinq ans précédant le 1er avril 2014 ;
  2° il s'agit d'un emploi dans lequel une expĂ©rience acquise au sein d'un fonctionnement qualitatif pour lequel la personne Ă©tait le responsable, peut ĂȘtre dĂ©montrĂ©e.
  Les personnes qui ont été employées comme accompagnateur d'enfants dans un emplacement d'accueil d'enfants qui dispose soit d'un agrément, d'une autorisation, soit d'un certificat de contrÎle de " Kind en Gezin ", peuvent déroger aux conditions relatives à la qualification visées à l'article 43, § 2, alinéa premier, 4°, lorsqu'une des conditions suivantes est remplie :
  1° il s'agit d'un emploi d'au moins trois ans, dans les cinq ans précédant le 1er avril 2014 ;
  2° il s'agit d'un emploi dans lequel une expĂ©rience acquise au sein d'un fonctionnement qualitatif oĂč la personne Ă©tait l'accompagnateur d'enfants, peut ĂȘtre dĂ©montrĂ©e.
  " Kind en Gezin " délivre une attestation sur demande. ".
Art. 29. Artikel 65 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 65. De kinderbegeleiders die vóór de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 al gewerkt hebben binnen de gezinsopvang als gemelde onthaalouder, als onthaalouder met een attest van toezicht of als aangesloten onthaalouder, en de kinderbegeleiders die gewerkt hebben in een vergunde kinderopvanglocatie gezinsopvang, kunnen afwijken van de voorwaarde over de module "kennismaken met de gezinsopvang", vermeld in artikel 11 van dit besluit, en van de voorwaarde over de module "werken in de kinderopvang", vermeld in artikel 73, tweede lid, van dit besluit. Kind en Gezin geeft daarvoor een attest op aanvraag.".
  "Art. 65. De kinderbegeleiders die vóór de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 al gewerkt hebben binnen de gezinsopvang als gemelde onthaalouder, als onthaalouder met een attest van toezicht of als aangesloten onthaalouder, en de kinderbegeleiders die gewerkt hebben in een vergunde kinderopvanglocatie gezinsopvang, kunnen afwijken van de voorwaarde over de module "kennismaken met de gezinsopvang", vermeld in artikel 11 van dit besluit, en van de voorwaarde over de module "werken in de kinderopvang", vermeld in artikel 73, tweede lid, van dit besluit. Kind en Gezin geeft daarvoor een attest op aanvraag.".
Art. 29. L'article 65 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 65. Les accompagnateurs d'enfants qui, avant la date d'entrĂ©e en vigueur du dĂ©cret du 20 avril 2012, ont dĂ©jĂ travaillĂ© dans le domaine de l'accueil familial comme parent d'accueil dĂ©clarĂ©, comme parent d'accueil avec un certificat de contrĂŽle ou comme parent d'accueil affiliĂ©, et les accompagnateurs d'enfants qui ont travaillĂ© dans un emplacement d'accueil d'enfants agréé, peuvent dĂ©roger Ă la condition relative au module " prise de connaissance de l'accueil familial ", visĂ© Ă l'article 11 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et Ă la condition relative au module " travailler dans l'accueil d'enfants ", visĂ©e Ă l'article 73, alinĂ©a deux, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. " Kind en Gezin " dĂ©livre une attestation sur demande. ".
  " Art. 65. Les accompagnateurs d'enfants qui, avant la date d'entrĂ©e en vigueur du dĂ©cret du 20 avril 2012, ont dĂ©jĂ travaillĂ© dans le domaine de l'accueil familial comme parent d'accueil dĂ©clarĂ©, comme parent d'accueil avec un certificat de contrĂŽle ou comme parent d'accueil affiliĂ©, et les accompagnateurs d'enfants qui ont travaillĂ© dans un emplacement d'accueil d'enfants agréé, peuvent dĂ©roger Ă la condition relative au module " prise de connaissance de l'accueil familial ", visĂ© Ă l'article 11 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et Ă la condition relative au module " travailler dans l'accueil d'enfants ", visĂ©e Ă l'article 73, alinĂ©a deux, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. " Kind en Gezin " dĂ©livre une attestation sur demande. ".
Art. 30. In artikel 66/1 van hetzelfde besluit worden de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 1, eerste lid, 4°, en § 2" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 3°, en § 3".
Art. 30. Dans l'article 66/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " visĂ©e Ă l'article 40, § 1er, alinĂ©a premier, et § 2 " est remplacĂ© par le membre de phrase " visĂ©e Ă l'article 40, § 2, alinĂ©a premier, 3°, et § 3 ".
Art. 31. In artikel 70 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 3°, wordt punt a) tot en met c) vervangen door wat volgt :
  "a) de circulatieruimte, vermeld in artikel 14, eerste lid, 3° ;
  b) de minimaal te behalen nettovloeroppervlakte van 3 m in de leefruimte, vermeld in artikel 16;
  c) voldoende daglicht als vermeld in artikel 21, 1° ;";
  2° in het eerste lid, 4°, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 43, § 2" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 43, § 3";
  3° in het eerste lid, 5°, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 1, eerste lid, 6° " vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 5° ";
  4° in het eerste lid, 7°, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 43, § 1, eerste lid, 5° " vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4° ";
  5° in het zesde lid wordt de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 2" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 3";
  6° in het zevende lid wordt de zinsnede "opgenomen in bijlage 7 en 8, die bij dit besluit zijn gevoegd" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 2°, of artikel 43, § 2, eerste lid, 2° ".
  1° in het eerste lid, 3°, wordt punt a) tot en met c) vervangen door wat volgt :
  "a) de circulatieruimte, vermeld in artikel 14, eerste lid, 3° ;
  b) de minimaal te behalen nettovloeroppervlakte van 3 m in de leefruimte, vermeld in artikel 16;
  c) voldoende daglicht als vermeld in artikel 21, 1° ;";
  2° in het eerste lid, 4°, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 43, § 2" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 43, § 3";
  3° in het eerste lid, 5°, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 1, eerste lid, 6° " vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 5° ";
  4° in het eerste lid, 7°, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 43, § 1, eerste lid, 5° " vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4° ";
  5° in het zesde lid wordt de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 2" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 3";
  6° in het zevende lid wordt de zinsnede "opgenomen in bijlage 7 en 8, die bij dit besluit zijn gevoegd" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 2°, of artikel 43, § 2, eerste lid, 2° ".
Art. 31. A l'article 70 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa premier, 3°, les points a) à c) inclus sont remplacés par la disposition suivante :
  a) la zone de circulation, visée à l'article 14, alinéa premier, 3° ;
  b) la superficie minimale au sol nette à atteindre de 3 m dans l'espace de vie, visée à l'article 16 ;
  c) suffisamment de lumiÚre naturelle du jour telle que visée à l'article 21, 1° ; ";
  2° dans l'alinéa premier, 4°, le membre de phrase " visée à l'article 43, § 2 " est remplacé par le membre de phrase " visée à l'article 43, § 3 " ;
  3° dans l'alinéa premier, 5°, le membre de phrase " visé à l'article 40, § 1er, alinéa premier, 6° " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article 40, § 2, alinéa premier, 5° " ;
  4° dans l'alinéa premier, 7°, le membre de phrase " visé à l'article 43, § 1er, alinéa premier, 5° " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article 43, § 2, alinéa premier, 4° " ;
  5° dans l'alinéa six, le membre de phrase " visé à l'article 40, § 2 " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article 40, § 3 " ;
  6° dans l'alinĂ©a sept, le membre de phrase " repris aux annexes 7 et 8, jointes au prĂ©sent arrĂȘtĂ© " est remplacĂ© par le membre de phrase " visĂ© Ă l'article 40, § 2, alinĂ©a premier, 2°, ou l'article 43, § 2, alinĂ©a premier, 2° ".
  1° dans l'alinéa premier, 3°, les points a) à c) inclus sont remplacés par la disposition suivante :
  a) la zone de circulation, visée à l'article 14, alinéa premier, 3° ;
  b) la superficie minimale au sol nette à atteindre de 3 m dans l'espace de vie, visée à l'article 16 ;
  c) suffisamment de lumiÚre naturelle du jour telle que visée à l'article 21, 1° ; ";
  2° dans l'alinéa premier, 4°, le membre de phrase " visée à l'article 43, § 2 " est remplacé par le membre de phrase " visée à l'article 43, § 3 " ;
  3° dans l'alinéa premier, 5°, le membre de phrase " visé à l'article 40, § 1er, alinéa premier, 6° " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article 40, § 2, alinéa premier, 5° " ;
  4° dans l'alinéa premier, 7°, le membre de phrase " visé à l'article 43, § 1er, alinéa premier, 5° " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article 43, § 2, alinéa premier, 4° " ;
  5° dans l'alinéa six, le membre de phrase " visé à l'article 40, § 2 " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article 40, § 3 " ;
  6° dans l'alinĂ©a sept, le membre de phrase " repris aux annexes 7 et 8, jointes au prĂ©sent arrĂȘtĂ© " est remplacĂ© par le membre de phrase " visĂ© Ă l'article 40, § 2, alinĂ©a premier, 2°, ou l'article 43, § 2, alinĂ©a premier, 2° ".
Art. 32. Artikel 72 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 72. Voor de kinderopvanglocaties, vermeld in artikel 68 en 69 van dit besluit, geldt dat voor de kinderen die al ingeschreven zijn op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012, de organisator niet hoeft te voldoen aan de voorwaarde over de schriftelijke overeenkomst, vermeld in artikel 36 van dit besluit.".
  "Art. 72. Voor de kinderopvanglocaties, vermeld in artikel 68 en 69 van dit besluit, geldt dat voor de kinderen die al ingeschreven zijn op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012, de organisator niet hoeft te voldoen aan de voorwaarde over de schriftelijke overeenkomst, vermeld in artikel 36 van dit besluit.".
Art. 32. L'article 72 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 72. Pour les emplacements d'accueil d'enfants visĂ©s aux articles 68 et 69, la rĂšgle est que, pour les enfants qui sont dĂ©jĂ inscrits Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du dĂ©cret du 20 avril 2012, l'organisateur ne doit pas satisfaire Ă la condition relative Ă la convention Ă©crite, visĂ©e Ă l'article 36 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
  " Art. 72. Pour les emplacements d'accueil d'enfants visĂ©s aux articles 68 et 69, la rĂšgle est que, pour les enfants qui sont dĂ©jĂ inscrits Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du dĂ©cret du 20 avril 2012, l'organisateur ne doit pas satisfaire Ă la condition relative Ă la convention Ă©crite, visĂ©e Ă l'article 36 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 33. In artikel 73, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 3° wordt de zinsnede "en 40, § 1, eerste lid, 6° " vervangen door de zinsnede "en 40, § 2, eerste lid, 5° ";
  2° in punt 4° wordt de zinsnede "en 43, § 1, eerste lid, 5° " vervangen door de zinsnede "en 43, § 2, eerste lid, 4° ".
  1° in punt 3° wordt de zinsnede "en 40, § 1, eerste lid, 6° " vervangen door de zinsnede "en 40, § 2, eerste lid, 5° ";
  2° in punt 4° wordt de zinsnede "en 43, § 1, eerste lid, 5° " vervangen door de zinsnede "en 43, § 2, eerste lid, 4° ".
Art. 33. A l'article 73, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au point 3° le membre de phrase " et 40, § 1er, alinéa premier, 6° " est remplacé par le membre de phrase " et 40, § 2, alinéa premier, 5° "
  2° au point 4° le membre de phrase " et 43, § 1er, alinéa premier, 5° " est remplacé par le membre de phrase " et 43, § 2, alinéa premier, 4° "
  1° au point 3° le membre de phrase " et 40, § 1er, alinéa premier, 6° " est remplacé par le membre de phrase " et 40, § 2, alinéa premier, 5° "
  2° au point 4° le membre de phrase " et 43, § 1er, alinéa premier, 5° " est remplacé par le membre de phrase " et 43, § 2, alinéa premier, 4° "
Art. 34. Artikel 74 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 34. L'article 74 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 35. Bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 35. L'annexe 1re du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©e.
Art. 36. In bijlage 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het opschrift van bijlage 2 wordt vervangen door wat volgt :
  "Bijlage 1. Specifieke brandveiligheidsvoorschriften voor groepsopvang als vermeld in artikel 23";
  2° in punt 8.2 worden de woorden "De volgende installaties zijn te controleren" vervangen door de zinsnede "De volgende installaties, als ze in de kinderopvanglocatie aanwezig zijn, zijn te controleren".
  1° het opschrift van bijlage 2 wordt vervangen door wat volgt :
  "Bijlage 1. Specifieke brandveiligheidsvoorschriften voor groepsopvang als vermeld in artikel 23";
  2° in punt 8.2 worden de woorden "De volgende installaties zijn te controleren" vervangen door de zinsnede "De volgende installaties, als ze in de kinderopvanglocatie aanwezig zijn, zijn te controleren".
Art. 36. A l'annexe 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° l'intitulé de l'annexe 2 est remplacé ce qui suit :
  " Annexe 1re. Prescriptions spécifiques en matiÚre de sécurité incendie pour l'accueil en groupe telles que visées à l'article 23 " ;
  2° au point 8.2 les mots " Les installations suivantes sont à contrÎler " sont remplacés par le membre de phrase " Les installations suivantes sont à contrÎler lorsqu'elles sont présentes dans l'emplacement d'accueil d'enfants "
  1° l'intitulé de l'annexe 2 est remplacé ce qui suit :
  " Annexe 1re. Prescriptions spécifiques en matiÚre de sécurité incendie pour l'accueil en groupe telles que visées à l'article 23 " ;
  2° au point 8.2 les mots " Les installations suivantes sont à contrÎler " sont remplacés par le membre de phrase " Les installations suivantes sont à contrÎler lorsqu'elles sont présentes dans l'emplacement d'accueil d'enfants "
Art. 37. Bijlage 3, 4, 5, 6, 7 en 8 bij hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 37. Les annexes 3, 4, 5, 25, 6, 7 et 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 38. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van bijlage 9 vervangen door wat volgt :
  "Bijlage 2. Competenties kinderbegeleider baby's en peuters, uitgewerkt per cluster als vermeld in artikel 43".
  "Bijlage 2. Competenties kinderbegeleider baby's en peuters, uitgewerkt per cluster als vermeld in artikel 43".
Art. 38. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© de l'annexe 9 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Annexe 2. Compétences de l'accompagnateur de bébés et de bambins, développés par cluster, tel que visé à l'article 43 ".
  " Annexe 2. Compétences de l'accompagnateur de bébés et de bambins, développés par cluster, tel que visé à l'article 43 ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Subsidiebesluit van 22 november 2013
CHAPITRE 2. - Modifications de l'ArrĂȘtĂ© de Subvention du 22 novembre 2013
Art. 39. In artikel 13 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  "Het bedrag, vermeld in artikel 11 en 12, wordt verhoudingsgewijs verminderd voor een gesubsidieerde kinderopvangplaats die geen volledig kalenderjaar toegekend wordt.".
  "Het bedrag, vermeld in artikel 11 en 12, wordt verhoudingsgewijs verminderd voor een gesubsidieerde kinderopvangplaats die geen volledig kalenderjaar toegekend wordt.".
Art. 39. Dans l'article 13 de l'ArrĂȘtĂ© de Subvention du 22 novembre 2013, l'alinĂ©a premier est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Le montant visé aux articles 11 et 12 est diminué proportionnellement pour un emplacement d'accueil d'enfants subventionnable qui n'est pas attribuée pour une année calendaire complÚte. ".
  " Le montant visé aux articles 11 et 12 est diminué proportionnellement pour un emplacement d'accueil d'enfants subventionnable qui n'est pas attribuée pour une année calendaire complÚte. ".
Art. 40. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 16. De organisator zorgt ervoor dat er minstens evenveel verschillende kinderen opgevangen worden op jaarbasis als het aantal gesubsidieerde plaatsen op het niveau van de subsidiegroep.".
  "Art. 16. De organisator zorgt ervoor dat er minstens evenveel verschillende kinderen opgevangen worden op jaarbasis als het aantal gesubsidieerde plaatsen op het niveau van de subsidiegroep.".
Art. 40. L'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 16. L'organisateur veille à ce que le nombre d'enfants différents accueillis sur base annuelle égale au moins le nombre de places subventionnées au niveau du groupe de subvention. ".
  " Art. 16. L'organisateur veille à ce que le nombre d'enfants différents accueillis sur base annuelle égale au moins le nombre de places subventionnées au niveau du groupe de subvention. ".
Art. 41. In artikel 17, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 en 24 april 2015, wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
  "2° alle kinderopvangprestaties van elke kinderopvanglocatie gezinsopvang uit de subsidiegroep die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36, tellen mee, met uitzondering van de volgende kinderopvangprestaties :
  a) de kinderopvangprestaties 's nachts;
  b) de kinderopvangprestaties voor de kinderen die tot het thuismilieu van de kinderbegeleider gezinsopvang behoren, en voor wie de kinderbegeleider de verantwoordelijkheid draagt;
  c) de kinderopvangprestaties waarvoor de organisator ervoor kiest om niet met het systeem inkomenstarief te werken als vermeld in artikel 27, tweede lid;".
  "2° alle kinderopvangprestaties van elke kinderopvanglocatie gezinsopvang uit de subsidiegroep die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36, tellen mee, met uitzondering van de volgende kinderopvangprestaties :
  a) de kinderopvangprestaties 's nachts;
  b) de kinderopvangprestaties voor de kinderen die tot het thuismilieu van de kinderbegeleider gezinsopvang behoren, en voor wie de kinderbegeleider de verantwoordelijkheid draagt;
  c) de kinderopvangprestaties waarvoor de organisator ervoor kiest om niet met het systeem inkomenstarief te werken als vermeld in artikel 27, tweede lid;".
Art. 41. Dans l'article 17, alinĂ©a deux, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 4 avril 2014 et 24 avril 2015, le point 2° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 2° toutes les prestations d'accueil d'enfants de chaque emplacement d'accueil d'enfants de l'accueil familial du groupe de subvention qui répond aux conditions visées aux articles 20 à 36 inclus, sont prises en compte, à l'exception des prestations d'accueil d'enfants suivantes :
  a) les prestations d'accueil d'enfants de nuit ;
  b) les prestations d'accueil d'enfants pour les enfants appartenant au milieu familial de l'accompagnateur d'enfants de l'accueil familial, et pour lesquels l'accompagnateur d'enfants assume la responsabilité ;
  c) les prestations d'accueil d'enfants pour lesquelles l'organisateur choisit de ne pas utiliser le systÚme du tarif sur base des revenus tel que visé à l'article 27, alinéa deux ; ".
  " 2° toutes les prestations d'accueil d'enfants de chaque emplacement d'accueil d'enfants de l'accueil familial du groupe de subvention qui répond aux conditions visées aux articles 20 à 36 inclus, sont prises en compte, à l'exception des prestations d'accueil d'enfants suivantes :
  a) les prestations d'accueil d'enfants de nuit ;
  b) les prestations d'accueil d'enfants pour les enfants appartenant au milieu familial de l'accompagnateur d'enfants de l'accueil familial, et pour lesquels l'accompagnateur d'enfants assume la responsabilité ;
  c) les prestations d'accueil d'enfants pour lesquelles l'organisateur choisit de ne pas utiliser le systÚme du tarif sur base des revenus tel que visé à l'article 27, alinéa deux ; ".
Art. 42. Artikel 27 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 27. De organisator werkt met het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 28 tot en met 36, voor alle kinderopvangplaatsen van de kinderopvanglocatie, uitgezonderd voor de kinderen die tot het thuismilieu van de kinderbegeleider gezinsopvang behoren, en voor wie de kinderbegeleider de verantwoordelijkheid draagt.
  De organisator kan ervoor kiezen om niet met het systeem inkomenstarief te werken voor :
  1° de kinderen die met de kinderbegeleider gezinsopvang of met de partner van de kinderbegeleider gezinsopvang verwant zijn tot en met de vierde graad;
  2° de gereserveerde kinderopvangdagen binnen het recht van het gezin op wennen met toepassing van artikel 29/1.".
  "Art. 27. De organisator werkt met het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 28 tot en met 36, voor alle kinderopvangplaatsen van de kinderopvanglocatie, uitgezonderd voor de kinderen die tot het thuismilieu van de kinderbegeleider gezinsopvang behoren, en voor wie de kinderbegeleider de verantwoordelijkheid draagt.
  De organisator kan ervoor kiezen om niet met het systeem inkomenstarief te werken voor :
  1° de kinderen die met de kinderbegeleider gezinsopvang of met de partner van de kinderbegeleider gezinsopvang verwant zijn tot en met de vierde graad;
  2° de gereserveerde kinderopvangdagen binnen het recht van het gezin op wennen met toepassing van artikel 29/1.".
Art. 42. L'article 27 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 avril 2014, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Art. 27. L'organisateur adopte le systÚme du tarif sur base des revenus, visé aux articles 28 à 36 inclus, pour toutes les places d'accueil d'enfants de l'emplacement d'accueil d'enfants, à l'exception des enfants appartenant au milieu familial de l'accompagnateur d'enfants de l'accueil familial, et pour lesquels l'accompagnateur d'enfants est responsable.
  L'organisateur peut choisir de ne pas travailler avec le systÚme du tarif sur la base des revenus pour :
  1° les enfants qui sont apparentés jusqu'au quatriÚme degré à l'accompagnateur d'enfants de l'accueil familial ou au partenaire de l'accompagnateur d'enfants ;
  2° les jours d'accueil d'enfants réservés dans le droit de la famille à l'adaptation en application de l'article 29/1. ".
  " Art. 27. L'organisateur adopte le systÚme du tarif sur base des revenus, visé aux articles 28 à 36 inclus, pour toutes les places d'accueil d'enfants de l'emplacement d'accueil d'enfants, à l'exception des enfants appartenant au milieu familial de l'accompagnateur d'enfants de l'accueil familial, et pour lesquels l'accompagnateur d'enfants est responsable.
  L'organisateur peut choisir de ne pas travailler avec le systÚme du tarif sur la base des revenus pour :
  1° les enfants qui sont apparentés jusqu'au quatriÚme degré à l'accompagnateur d'enfants de l'accueil familial ou au partenaire de l'accompagnateur d'enfants ;
  2° les jours d'accueil d'enfants réservés dans le droit de la famille à l'adaptation en application de l'article 29/1. ".
Art. 43. In titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 4, onderafdeling 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 en 24 april 2015, wordt een artikel 29/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 29/1. In afwijking van artikel 28 kan de organisator ervoor kiezen dat er niet betaald hoeft te worden voor de gereserveerde kinderopvangdagen binnen het recht van de gezinnen op wennen. De organisator vermeldt die afwijking expliciet in het huishoudelijk reglement en in de schriftelijke overeenkomst.".
  "Art. 29/1. In afwijking van artikel 28 kan de organisator ervoor kiezen dat er niet betaald hoeft te worden voor de gereserveerde kinderopvangdagen binnen het recht van de gezinnen op wennen. De organisator vermeldt die afwijking expliciet in het huishoudelijk reglement en in de schriftelijke overeenkomst.".
Art. 43. Au titre 3, chapitre 2, section 4, sous-section 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 4 avril 2014 et 24 avril 2015, il est insĂ©rĂ© un article 29/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 29/1. Par dérogation à l'article 28, l'organisateur peut opter pour la possibilité qu'un paiement ne soit pas nécessaire pour les jours d'accueil d'enfants réservés dans le droit des familles à l'adaptation. L'organisateur mentionne cette dérogation explicitement dans le rÚglement d'ordre intérieur et dans la convention écrite. ".
  " Art. 29/1. Par dérogation à l'article 28, l'organisateur peut opter pour la possibilité qu'un paiement ne soit pas nécessaire pour les jours d'accueil d'enfants réservés dans le droit des familles à l'adaptation. L'organisateur mentionne cette dérogation explicitement dans le rÚglement d'ordre intérieur et dans la convention écrite. ".
Art. 44. Aan artikel 40/7 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van artikel 17, tweede lid, 2°, tellen alle kinderopvangprestaties mee, met inbegrip van de kinderopvangprestaties 's nachts.".
  "In afwijking van artikel 17, tweede lid, 2°, tellen alle kinderopvangprestaties mee, met inbegrip van de kinderopvangprestaties 's nachts.".
Art. 44. A l'article 40/7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 avril 2014, il est ajoutĂ© un alinĂ©a deux, ainsi rĂ©digĂ© :
  " Par dérogation à l'article 17, alinéa deux, 2°, toutes les prestations d'accueil d'enfants sont prises en compte, y compris les prestations d'accueil d'enfants de nuit. ".
  " Par dérogation à l'article 17, alinéa deux, 2°, toutes les prestations d'accueil d'enfants sont prises en compte, y compris les prestations d'accueil d'enfants de nuit. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Procedurebesluit van 9 mei 2014
CHAPITRE 3. - Modifications de l'ArrĂȘtĂ© de ProcĂ©dure du 9 mai 2014
Art. 45. Artikel 4 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014 wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 4. Kind en Gezin kan bij de beoordeling van de vraag of voldaan is aan de voorwaarden om een vergunning te krijgen, rekening houden met de gegevens die blijken uit het dossier en uit inspectie ter plaatse, alsook met andere elementen die een gegronde indicatie vormen van het gegeven dat de organisator niet aan de voorwaarden voldoet of zal kunnen voldoen.
  Als Kind en Gezin het voornemen heeft om de vergunning te weigeren op basis van een gegronde indicatie als vermeld in het eerste lid, wordt de organisator gehoord. De termijn, vermeld in artikel 20, wordt geschorst.".
  "Art. 4. Kind en Gezin kan bij de beoordeling van de vraag of voldaan is aan de voorwaarden om een vergunning te krijgen, rekening houden met de gegevens die blijken uit het dossier en uit inspectie ter plaatse, alsook met andere elementen die een gegronde indicatie vormen van het gegeven dat de organisator niet aan de voorwaarden voldoet of zal kunnen voldoen.
  Als Kind en Gezin het voornemen heeft om de vergunning te weigeren op basis van een gegronde indicatie als vermeld in het eerste lid, wordt de organisator gehoord. De termijn, vermeld in artikel 20, wordt geschorst.".
Art. 45. L'article 4 de l'ArrĂȘtĂ© de ProcĂ©dure du 9 mai 2014 est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Art. 4. Lors de l'évaluation de la question s'il a été répondu aux conditions pour obtenir une autorisation, " Kind en Gezin " peut tenir compte des données ressortant du dossier et de l'inspection sur place, ainsi que des autres éléments étant une indication fondée du fait que l'organisateur ne répond pas ou ne pourra pas répondre aux conditions.
  Lorsque " Kind en Gezin " a l'intention de refuser l'autorisation sur la base de l'indication fondée telle que visée à l'alinéa premier, l'organisateur est entendu. Le délai, visé à l'article 20, est suspendu. ".
  " Art. 4. Lors de l'évaluation de la question s'il a été répondu aux conditions pour obtenir une autorisation, " Kind en Gezin " peut tenir compte des données ressortant du dossier et de l'inspection sur place, ainsi que des autres éléments étant une indication fondée du fait que l'organisateur ne répond pas ou ne pourra pas répondre aux conditions.
  Lorsque " Kind en Gezin " a l'intention de refuser l'autorisation sur la base de l'indication fondée telle que visée à l'alinéa premier, l'organisateur est entendu. Le délai, visé à l'article 20, est suspendu. ".
Art. 46. In artikel 9, 3°, a), van hetzelfde besluit worden de woorden "een positief advies" vervangen door de woorden "een advies infrastructuur".
Art. 46. Dans l'article 9, 3°, a) du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " un avis favorable " sont remplacĂ©s par les mots " un avis sur l'infrastructure ".
Art. 47. In titel 2, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit wordt een afdeling 2/1, die bestaat uit een artikel 13/1 en 13/2, ingevoegd, die luidt als volgt :
  "Afdeling 2/1. - Aanvraag van een vergunning bij wijziging van de organisator
  Art.13/1. De organisator die op het moment van de aanvraag gelijktijdig een aanvraag indient voor verschillende vergunningen voor dezelfde opvangvorm die overgenomen worden van een andere organisator die de vergunningen wil stopzetten en die in feite niets wijzigt aan de organisatie en aan de personen die instaan voor de organisatie :
  1° hoeft de documenten, vermeld in artikel 9 van dit besluit, niet te bezorgen;
  2° hoeft de reeds toegekende afwijkingen infrastructuur of brandveiligheid niet opnieuw aan te vragen op voorwaarde dat hij de beslissing over de afwijking naleeft;
  3° hoeft niet te voldoen aan de startvoorwaarde, vermeld in artikel 3 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.
  Art. 13/2. De organisator die wijzigt van rechtsvorm, maar in feite niets wijzigt aan de organisatie en aan de personen die instaan voor de organisatie :
  1° hoeft de documenten, vermeld in artikel 9 van dit besluit, niet te bezorgen;
  2° hoeft de reeds toegekende afwijkingen infrastructuur, brandveiligheid, of organisatorisch beheer niet opnieuw aan te vragen op voorwaarde dat hij de beslissing over de afwijking naleeft;
  3° hoeft niet te voldoen aan de startvoorwaarde, vermeld in artikel 3 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.".
  "Afdeling 2/1. - Aanvraag van een vergunning bij wijziging van de organisator
  Art.13/1. De organisator die op het moment van de aanvraag gelijktijdig een aanvraag indient voor verschillende vergunningen voor dezelfde opvangvorm die overgenomen worden van een andere organisator die de vergunningen wil stopzetten en die in feite niets wijzigt aan de organisatie en aan de personen die instaan voor de organisatie :
  1° hoeft de documenten, vermeld in artikel 9 van dit besluit, niet te bezorgen;
  2° hoeft de reeds toegekende afwijkingen infrastructuur of brandveiligheid niet opnieuw aan te vragen op voorwaarde dat hij de beslissing over de afwijking naleeft;
  3° hoeft niet te voldoen aan de startvoorwaarde, vermeld in artikel 3 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.
  Art. 13/2. De organisator die wijzigt van rechtsvorm, maar in feite niets wijzigt aan de organisatie en aan de personen die instaan voor de organisatie :
  1° hoeft de documenten, vermeld in artikel 9 van dit besluit, niet te bezorgen;
  2° hoeft de reeds toegekende afwijkingen infrastructuur, brandveiligheid, of organisatorisch beheer niet opnieuw aan te vragen op voorwaarde dat hij de beslissing over de afwijking naleeft;
  3° hoeft niet te voldoen aan de startvoorwaarde, vermeld in artikel 3 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.".
Art. 47. Au titre 2, chapitre 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© une section 2/1, comprenant les articles 13/1 Ă 13/2 inclus, rĂ©digĂ©e comme suit :
  " Section 2.1. - Demande d'une autorisation lors de la modification d'organisateur
  Art. 13/1. L'organisateur qui, au moment de la demande, introduit simultanĂ©ment une demande pour diffĂ©rentes autorisations pour le mĂȘme type d'accueil repris d'un autre organisateur qui souhaite cesser les autorisations mais qui ne change rien Ă l'organisation et aux personnes chargĂ©es de l'organisation :
  1° ne doit pas remettre les documents visĂ©s Ă l'article 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  2° ne doit pas demander à nouveau les dérogations sur l'infrastructure ou sur la sécurité incendie déjà accordées, à condition qu'il respecte la décision sur la dérogation ;
  3° ne doit pas rĂ©pondre Ă la condition de dĂ©part visĂ©e Ă l'article 3 de l'ArrĂȘtĂ© d'Autorisation du 22 novembre 2013.
  Art. 13/2. L'organisateur qui change de forme juridique, mais qui ne change rien à l'organisation et aux personnes en charge de l'organisation :
  1° ne doit pas remettre les documents visĂ©s Ă l'article 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  2° ne doit pas demander à nouveau les dérogations sur l'infrastructure, ou sur la sécurité incendie déjà accordées, à condition qu'il respecte la décision sur la dérogation ;
  3° ne doit pas rĂ©pondre Ă la condition de dĂ©part visĂ©e Ă l'article 3 de l'ArrĂȘtĂ© d'Autorisation du 22 novembre 2013. ".
  " Section 2.1. - Demande d'une autorisation lors de la modification d'organisateur
  Art. 13/1. L'organisateur qui, au moment de la demande, introduit simultanĂ©ment une demande pour diffĂ©rentes autorisations pour le mĂȘme type d'accueil repris d'un autre organisateur qui souhaite cesser les autorisations mais qui ne change rien Ă l'organisation et aux personnes chargĂ©es de l'organisation :
  1° ne doit pas remettre les documents visĂ©s Ă l'article 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  2° ne doit pas demander à nouveau les dérogations sur l'infrastructure ou sur la sécurité incendie déjà accordées, à condition qu'il respecte la décision sur la dérogation ;
  3° ne doit pas rĂ©pondre Ă la condition de dĂ©part visĂ©e Ă l'article 3 de l'ArrĂȘtĂ© d'Autorisation du 22 novembre 2013.
  Art. 13/2. L'organisateur qui change de forme juridique, mais qui ne change rien à l'organisation et aux personnes en charge de l'organisation :
  1° ne doit pas remettre les documents visĂ©s Ă l'article 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  2° ne doit pas demander à nouveau les dérogations sur l'infrastructure, ou sur la sécurité incendie déjà accordées, à condition qu'il respecte la décision sur la dérogation ;
  3° ne doit pas rĂ©pondre Ă la condition de dĂ©part visĂ©e Ă l'article 3 de l'ArrĂȘtĂ© d'Autorisation du 22 novembre 2013. ".
Art. 48. In artikel 26 van hetzelfde besluit wordt voor het eerste lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "De organisator meldt de exacte startdatum van de kinderopvanglocatie aan Kind en Gezin.".
  "De organisator meldt de exacte startdatum van de kinderopvanglocatie aan Kind en Gezin.".
Art. 48. A l'article 26 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, un alinĂ©a est insĂ©rĂ© avant le premier alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
  " L'organisateur notifie la date de début exacte de l'emplacement d'accueil d'enfants à " Kind en Gezin ". ".
  " L'organisateur notifie la date de début exacte de l'emplacement d'accueil d'enfants à " Kind en Gezin ". ".
Art. 49. In artikel 29, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "in een bepaalde kinderopvanglocatie" vervangen door de woorden "in een bepaalde kinderopvanglocatie groepsopvang".
Art. 49. Dans l'article 29, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " dans un certain emplacement d'accueil d'enfants " sont remplacĂ©s par les mots " dans un certain emplacement d'accueil d'enfants de groupe ".
Art. 50. In artikel 30 van hetzelfde besluit wordt een punt 5° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "5° /1 als het een volledige stopzetting betreft : de reden van stopzetting en in geval van overname door een andere organisator, de gegevens van de nieuwe organisator;".
  "5° /1 als het een volledige stopzetting betreft : de reden van stopzetting en in geval van overname door een andere organisator, de gegevens van de nieuwe organisator;".
Art. 50. Dans l'article 30 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un 5° /1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " 5° /1 lorsqu'il ne s'agit pas d'une cessation totale : le motif de la cessation et en cas de reprise par un autre organisateur, les données du nouvel organisateur ; ".
  " 5° /1 lorsqu'il ne s'agit pas d'une cessation totale : le motif de la cessation et en cas de reprise par un autre organisateur, les données du nouvel organisateur ; ".
Art. 51. In artikel 32 van hetzelfde besluit worden de woorden "de organisator" vervangen door de woorden "de organisator van groepsopvang".
Art. 51. Dans l'article 32 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " l'organisateur " sont remplacĂ©s par les mots " l'organisateur de l'accueil en groupe ".
Art. 52. In artikel 33, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "dagen" vervangen door het woord "kalenderdagen".
Art. 52. Dans l'article 33, alinĂ©a deux, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " jours " est remplacĂ© par les mots " jours calendaires ".
Art. 53. In artikel 41 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
  "Naast het aanvraagformulier, vermeld in het tweede lid, bezorgt de organisator de volgende documenten :
  1° een duidelijk grondplan van de kinderopvanglocatie op schaal 1/50 of 1/100 met minstens de volgende aanduidingen :
  a) de leefruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
  b) de rustruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
  c) de eventuele andere aanwezige lokalen met vermelding van de functie ervan;
  2° een berekening van de nettovloeroppervlakte van de leefruimtes en de rustruimtes, vermeld in artikel 16 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.".
  "Naast het aanvraagformulier, vermeld in het tweede lid, bezorgt de organisator de volgende documenten :
  1° een duidelijk grondplan van de kinderopvanglocatie op schaal 1/50 of 1/100 met minstens de volgende aanduidingen :
  a) de leefruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
  b) de rustruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
  c) de eventuele andere aanwezige lokalen met vermelding van de functie ervan;
  2° een berekening van de nettovloeroppervlakte van de leefruimtes en de rustruimtes, vermeld in artikel 16 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.".
Art. 53. A l'article 41 du mĂȘme dĂ©cret, l'alinĂ©a trois est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Outre le formulaire de demande, visé à l'alinéa deux, l'organisateur transmet les documents suivants :
  1° un plan de surface clair de l'emplacement d'accueil d'enfants à l'échelle 1/50 ou 1/100 avec au moins les indications suivantes :
  a) les espaces de vie avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
  b) les espaces de repos avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
  c) les autres locaux éventuels avec leur fonction ;
  2° un calcul de la superficie nette au sol des espaces de vie et des espaces de repos, visĂ©s Ă l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© d'Autorisation du 22 novembre 2013. ".
  " Outre le formulaire de demande, visé à l'alinéa deux, l'organisateur transmet les documents suivants :
  1° un plan de surface clair de l'emplacement d'accueil d'enfants à l'échelle 1/50 ou 1/100 avec au moins les indications suivantes :
  a) les espaces de vie avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
  b) les espaces de repos avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
  c) les autres locaux éventuels avec leur fonction ;
  2° un calcul de la superficie nette au sol des espaces de vie et des espaces de repos, visĂ©s Ă l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© d'Autorisation du 22 novembre 2013. ".
Art. 54. In artikel 44 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
  "Naast het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, bezorgt de organisator de volgende documenten, met de post of elektronisch, die de gegevens, vermeld in het eerste lid, aantonen :
  1° een duidelijk grondplan van de kinderopvanglocatie op schaal 1/50 of 1/100 met minstens de volgende aanduidingen :
  a) de leefruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
  b) de rustruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
  c) de eventuele andere aanwezige lokalen met vermelding van de functie ervan;
  2° een berekening van de nettovloeroppervlakte van de leefruimtes en de rustruimtes, vermeld in artikel 16 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.";
  2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
  "Naast het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, bezorgt de organisator minstens de volgende documenten, met de post of elektronisch, die de gegevens, vermeld in het eerste lid, aantonen :
  1° een duidelijk grondplan van de kinderopvanglocatie op schaal 1/50 of 1/100 met minstens de volgende aanduidingen :
  a) de leefruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
  b) de rustruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
  c) de eventuele andere aanwezige lokalen met vermelding van de functie ervan;
  2° het verslag van de bevoegde brandweerdienst en, in voorkomend geval, het brandveiligheidsattest, het stappenplan en het advies van de brandweer over dat stappenplan.".
  1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
  "Naast het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, bezorgt de organisator de volgende documenten, met de post of elektronisch, die de gegevens, vermeld in het eerste lid, aantonen :
  1° een duidelijk grondplan van de kinderopvanglocatie op schaal 1/50 of 1/100 met minstens de volgende aanduidingen :
  a) de leefruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
  b) de rustruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
  c) de eventuele andere aanwezige lokalen met vermelding van de functie ervan;
  2° een berekening van de nettovloeroppervlakte van de leefruimtes en de rustruimtes, vermeld in artikel 16 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.";
  2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
  "Naast het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, bezorgt de organisator minstens de volgende documenten, met de post of elektronisch, die de gegevens, vermeld in het eerste lid, aantonen :
  1° een duidelijk grondplan van de kinderopvanglocatie op schaal 1/50 of 1/100 met minstens de volgende aanduidingen :
  a) de leefruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
  b) de rustruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
  c) de eventuele andere aanwezige lokalen met vermelding van de functie ervan;
  2° het verslag van de bevoegde brandweerdienst en, in voorkomend geval, het brandveiligheidsattest, het stappenplan en het advies van de brandweer over dat stappenplan.".
Art. 54. A l'article 44 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 1, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Outre le formulaire de demande, visé à l'alinéa premier, l'organisateur transmet les documents suivants, par courrier ou par voie électronique, démontrant les données, visées à l'alinéa premier :
  1° un plan de surface clair de l'emplacement d'accueil d'enfants à l'échelle 1/50 ou 1/100 avec au moins les indications suivantes :
  a) les espaces de vie avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
  b) les espaces de repos avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
  c) les autres locaux éventuels avec mention de leur fonction ;
  2° un calcul de la superficie nette au sol des espaces de vie et des espaces de repos, visĂ©s Ă l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© d'Autorisation du 22 novembre 2013. " ;
  2° dans le paragraphe 2, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Outre le formulaire de demande visé à l'alinéa premier, l'organisateur remet au moins les documents suivants, par courrier ou par voie électronique, démontrant les données, visées à l'alinéa premier :
  1° un plan de surface clair de l'emplacement d'accueil d'enfants à l'échelle 1/50 ou 1/100 avec au moins les indications suivantes :
  a) les espaces de vie avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
  b) les espaces de repos avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
  c) les autres locaux éventuels avec mention de leur fonction ;
  2° le rapport du service d'incendie compétent et, le cas échéant, de l'attestation de sécurité incendie, la feuille de route et l'avis des pompiers sur cette feuille de route. ".
  1° dans le paragraphe 1, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Outre le formulaire de demande, visé à l'alinéa premier, l'organisateur transmet les documents suivants, par courrier ou par voie électronique, démontrant les données, visées à l'alinéa premier :
  1° un plan de surface clair de l'emplacement d'accueil d'enfants à l'échelle 1/50 ou 1/100 avec au moins les indications suivantes :
  a) les espaces de vie avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
  b) les espaces de repos avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
  c) les autres locaux éventuels avec mention de leur fonction ;
  2° un calcul de la superficie nette au sol des espaces de vie et des espaces de repos, visĂ©s Ă l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© d'Autorisation du 22 novembre 2013. " ;
  2° dans le paragraphe 2, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Outre le formulaire de demande visé à l'alinéa premier, l'organisateur remet au moins les documents suivants, par courrier ou par voie électronique, démontrant les données, visées à l'alinéa premier :
  1° un plan de surface clair de l'emplacement d'accueil d'enfants à l'échelle 1/50 ou 1/100 avec au moins les indications suivantes :
  a) les espaces de vie avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
  b) les espaces de repos avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
  c) les autres locaux éventuels avec mention de leur fonction ;
  2° le rapport du service d'incendie compétent et, le cas échéant, de l'attestation de sécurité incendie, la feuille de route et l'avis des pompiers sur cette feuille de route. ".
Art. 55. In artikel 48 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  "1° de identificatiegegevens en de contactgegevens van de persoon voor wie de afwijking aangevraagd wordt;";
  2° in het tweede lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  "1° voor het attest, vermeld in artikel 64, derde lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013 : de documenten die aantonen dat de persoon voor wie het attest geldt, hetzij gedurende de vijf jaar die voorafgaan aan 1 april 2014, drie jaar tewerkgesteld was als kinderbegeleider of verantwoordelijke, hetzij een tewerkstelling kan aantonen met ervaring binnen een kwaliteitsvolle werking;".
  1° in het eerste lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  "1° de identificatiegegevens en de contactgegevens van de persoon voor wie de afwijking aangevraagd wordt;";
  2° in het tweede lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  "1° voor het attest, vermeld in artikel 64, derde lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013 : de documenten die aantonen dat de persoon voor wie het attest geldt, hetzij gedurende de vijf jaar die voorafgaan aan 1 april 2014, drie jaar tewerkgesteld was als kinderbegeleider of verantwoordelijke, hetzij een tewerkstelling kan aantonen met ervaring binnen een kwaliteitsvolle werking;".
Art. 55. A l'article 48 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa premier, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° les données d'identification et les données de contact de la personne pour laquelle la dérogation est demandée ; " ;
  2° à l'alinéa deux, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° pour l'attestation visĂ©e Ă l'article 64, alinĂ©a trois, de l'ArrĂȘtĂ© d'Autorisation du 22 novembre 2013 : les documents dĂ©montrant que la personne pour laquelle l'attestation est destinĂ©e, soit a Ă©tĂ© employĂ©e, pendant les cinq ans prĂ©cĂ©dant le 1er avril 2014, pendant trois ans comme accompagnateur d'enfants ou responsable, soit qu'il peut dĂ©montrer un emploi avec une expĂ©rience acquise au sein d'un fonctionnement qualitatif ; ".
  1° à l'alinéa premier, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° les données d'identification et les données de contact de la personne pour laquelle la dérogation est demandée ; " ;
  2° à l'alinéa deux, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° pour l'attestation visĂ©e Ă l'article 64, alinĂ©a trois, de l'ArrĂȘtĂ© d'Autorisation du 22 novembre 2013 : les documents dĂ©montrant que la personne pour laquelle l'attestation est destinĂ©e, soit a Ă©tĂ© employĂ©e, pendant les cinq ans prĂ©cĂ©dant le 1er avril 2014, pendant trois ans comme accompagnateur d'enfants ou responsable, soit qu'il peut dĂ©montrer un emploi avec une expĂ©rience acquise au sein d'un fonctionnement qualitatif ; ".
Art. 56. In artikel 51 van hetzelfde besluit worden de woorden "aan de persoon voor wie het attest geldt" vervangen door de woorden "aan de organisator of aan de persoon voor wie het attest geldt".
Art. 56. A l'article 51 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " Ă la personne pour laquelle l'attestation est valable " sont remplacĂ©s par les mots " Ă l'organisateur ou Ă la personne pour laquelle l'attestation est valable ".
Art. 57. Artikel 52 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 52. Als Kind en Gezin geen beslissing heeft genomen of de aanvrager daarvan niet op de hoogte heeft gebracht binnen de termijnen die van toepassing zijn, wordt het attest van afwijking geacht toegekend te zijn, op voorwaarde dat de aanvrager een ontvangstmelding van Kind en Gezin heeft ontvangen.".
  "Art. 52. Als Kind en Gezin geen beslissing heeft genomen of de aanvrager daarvan niet op de hoogte heeft gebracht binnen de termijnen die van toepassing zijn, wordt het attest van afwijking geacht toegekend te zijn, op voorwaarde dat de aanvrager een ontvangstmelding van Kind en Gezin heeft ontvangen.".
Art. 57. L'article 52 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 52. Lorsque " Kind en Gezin " n'a pris aucune dĂ©cision ou n'en a pas informĂ© le demandeur dans les dĂ©lais applicables, l'attestation de dĂ©rogation est censĂ©e ĂȘtre accordĂ©e, Ă condition que le demandeur ait reçu un accusĂ© de rĂ©ception de " Kind en Gezin. ".
  " Art. 52. Lorsque " Kind en Gezin " n'a pris aucune dĂ©cision ou n'en a pas informĂ© le demandeur dans les dĂ©lais applicables, l'attestation de dĂ©rogation est censĂ©e ĂȘtre accordĂ©e, Ă condition que le demandeur ait reçu un accusĂ© de rĂ©ception de " Kind en Gezin. ".
Art. 58. Artikel 54 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 54. Kind en Gezin kan bij de beoordeling van de vraag of voldaan is aan de voorwaarden om een subsidie te krijgen, rekening houden met de gegevens die blijken uit het dossier en uit inspectie ter plaatse, alsook met andere elementen die een gegronde indicatie vormen van het gegeven dat de organisator niet aan de voorwaarden voldoet of zal kunnen voldoen.
  Als Kind en Gezin het voornemen heeft om de subsidie te weigeren op basis van een gegronde indicatie als vermeld in het eerste lid, wordt de organisator gehoord. Dat heeft geen schorsing van de termijnen, vermeld in artikel 70, 78 en 101, als gevolg.".
  "Art. 54. Kind en Gezin kan bij de beoordeling van de vraag of voldaan is aan de voorwaarden om een subsidie te krijgen, rekening houden met de gegevens die blijken uit het dossier en uit inspectie ter plaatse, alsook met andere elementen die een gegronde indicatie vormen van het gegeven dat de organisator niet aan de voorwaarden voldoet of zal kunnen voldoen.
  Als Kind en Gezin het voornemen heeft om de subsidie te weigeren op basis van een gegronde indicatie als vermeld in het eerste lid, wordt de organisator gehoord. Dat heeft geen schorsing van de termijnen, vermeld in artikel 70, 78 en 101, als gevolg.".
Art. 58. L'article 54 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 54. Lors de l'évaluation de la question s'il a été répondu aux conditions pour obtenir une autorisation, " Kind en Gezin " peut tenir compte des données ressortant du dossier et de l'inspection sur place, ainsi que des autres éléments étant une indication fondée du fait que l'organisateur ne répond pas ou ne pourra pas répondre aux conditions.
  Lorsque " Kind en Gezin " a l'intention de refuser l'autorisation sur la base de l'indication fondée telle que visée à l'alinéa premier, l'organisateur est entendu. Cela n'entraßne aucune suspension des délais, visés aux articles 70, 78 et 101. ".
  " Art. 54. Lors de l'évaluation de la question s'il a été répondu aux conditions pour obtenir une autorisation, " Kind en Gezin " peut tenir compte des données ressortant du dossier et de l'inspection sur place, ainsi que des autres éléments étant une indication fondée du fait que l'organisateur ne répond pas ou ne pourra pas répondre aux conditions.
  Lorsque " Kind en Gezin " a l'intention de refuser l'autorisation sur la base de l'indication fondée telle que visée à l'alinéa premier, l'organisateur est entendu. Cela n'entraßne aucune suspension des délais, visés aux articles 70, 78 et 101. ".
Art. 59. In titel 3, hoofdstuk 3, van hetzelfde besluit wordt een afdeling 1/1, die bestaat uit artikel 62/1, ingevoegd, die luidt als volgt :
  "Afdeling 1/1. - Subsidiebelofte bij wijziging van de organisator
  Art. 62/1. Als de organisator van een kinderopvanglocatie die recht heeft op een subsidiebelofte, stopt, vervalt van rechtswege het recht op die subsidiebelofte. Het recht op een subsidiebelofte kan niet worden verhandeld.".
  "Afdeling 1/1. - Subsidiebelofte bij wijziging van de organisator
  Art. 62/1. Als de organisator van een kinderopvanglocatie die recht heeft op een subsidiebelofte, stopt, vervalt van rechtswege het recht op die subsidiebelofte. Het recht op een subsidiebelofte kan niet worden verhandeld.".
Art. 59. Au titre 3, chapitre 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© une section 1/1, comprenant l'article 62/1, rĂ©digĂ©e comme suit :
  " Section 1/1. - Promesse de subvention lors de la modification de l'organisateur
  Art. 62/1. Lorsque l'organisateur d'un emplacement d'accueil d'enfants ayant droit Ă une promesse de subvention, renonce Ă ces activitĂ©s, le droit Ă la subvention pour ce nouvel organisateur Ă©choit de plein droit. Le droit Ă une promesse de subvention ne peut ĂȘtre commercialisĂ©.
  " Section 1/1. - Promesse de subvention lors de la modification de l'organisateur
  Art. 62/1. Lorsque l'organisateur d'un emplacement d'accueil d'enfants ayant droit Ă une promesse de subvention, renonce Ă ces activitĂ©s, le droit Ă la subvention pour ce nouvel organisateur Ă©choit de plein droit. Le droit Ă une promesse de subvention ne peut ĂȘtre commercialisĂ©.
Art. 60. In artikel 80, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "op de eerste dag van de maand die volgt op de beslissing van Kind en Gezin" vervangen door de woorden "vanaf de dag van de beslissing van Kind en Gezin, tenzij de subsidiebelofte anders bepaalt".
Art. 60. A l'article 80, alinĂ©a deux, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " le premier jour du mois suivant la dĂ©cision de " Kind en Gezin " " sont remplacĂ©s par les mots " Ă partir du premier jour de la dĂ©cision de " Kind en Gezin ", sauf stipulĂ© autrement dans la promesse de subvention ".
Art. 61. In artikel 88 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan punt 1° wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  "Dat kan zolang er geen saldoafrekening is, eventueel met terugwerkende kracht voor het afgelopen subsidiejaar;";
  2° in punt 3°, c), worden de woorden "lokaal overleg" telkens vervangen door de woorden "lokaal bestuur".
  1° aan punt 1° wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  "Dat kan zolang er geen saldoafrekening is, eventueel met terugwerkende kracht voor het afgelopen subsidiejaar;";
  2° in punt 3°, c), worden de woorden "lokaal overleg" telkens vervangen door de woorden "lokaal bestuur".
Art. 61. A l'article 88 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le point 1° est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " Ceci est possible tant qu'il n'y a aucun décompte du solde, éventuellement, le cas échéant à effet rétroactif, pour l'année de subvention écoulée ; " ;
  2° au point 3°, c), les mots " la concertation locale " sont chaque fois remplacés chaque fois par les mots " l'administration locale ".
  1° le point 1° est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " Ceci est possible tant qu'il n'y a aucun décompte du solde, éventuellement, le cas échéant à effet rétroactif, pour l'année de subvention écoulée ; " ;
  2° au point 3°, c), les mots " la concertation locale " sont chaque fois remplacés chaque fois par les mots " l'administration locale ".
Art. 62. In artikel 92 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
  "5° de identiteitsgegevens van het kind voor wie de subsidie wordt aangevraagd, waaronder de voor- en achternaam, de geboortedatum en de datum waarop de kinderopvang start. Als er al een kindcode is toegekend voor het kind : de kindcode;";
  2° in het eerste lid wordt punt 6° opgeheven;
  3° in het eerste lid wordt punt 7° vervangen door wat volgt :
  "7° de omschrijving van de specifieke zorg die het kind nodig heeft, met een verwijzing naar artikel 42 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;";
  4° in het tweede lid worden de woorden "over de specifieke zorgbehoefte van het kind" vervangen door de woorden "over de problematiek van het kind".
  1° in het eerste lid wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
  "5° de identiteitsgegevens van het kind voor wie de subsidie wordt aangevraagd, waaronder de voor- en achternaam, de geboortedatum en de datum waarop de kinderopvang start. Als er al een kindcode is toegekend voor het kind : de kindcode;";
  2° in het eerste lid wordt punt 6° opgeheven;
  3° in het eerste lid wordt punt 7° vervangen door wat volgt :
  "7° de omschrijving van de specifieke zorg die het kind nodig heeft, met een verwijzing naar artikel 42 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;";
  4° in het tweede lid worden de woorden "over de specifieke zorgbehoefte van het kind" vervangen door de woorden "over de problematiek van het kind".
Art. 62. A l'article 92 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa premier, le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° les donnĂ©es d'identitĂ© de l'enfant pour lequel la subvention est demandĂ©e, entre autres les prĂ©nom et nom, la date de naissance et la date de dĂ©but de l'accueil d'enfants ; Au cas oĂč un code enfant a Ă©tĂ© attribuĂ© Ă l'enfant : le code enfant ; " ;
  2° le point 6° de l'alinéa premier est abrogé ;
  3° à l'alinéa premier, le point 7° est remplacé par ce qui suit :
  " 7° la description des soins spĂ©cifiques dont l'enfant a besoin, en faisant rĂ©fĂ©rence Ă l'article 42 de l'arrĂȘtĂ© de Subventionnement du 22 novembre 2013 ; " ;
  4° dans l'alinéa deux les mots " les besoins en soins spécifiques de l'enfant " sont remplacés par les mots " la problématique de l'enfant " ;
  1° à l'alinéa premier, le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° les donnĂ©es d'identitĂ© de l'enfant pour lequel la subvention est demandĂ©e, entre autres les prĂ©nom et nom, la date de naissance et la date de dĂ©but de l'accueil d'enfants ; Au cas oĂč un code enfant a Ă©tĂ© attribuĂ© Ă l'enfant : le code enfant ; " ;
  2° le point 6° de l'alinéa premier est abrogé ;
  3° à l'alinéa premier, le point 7° est remplacé par ce qui suit :
  " 7° la description des soins spĂ©cifiques dont l'enfant a besoin, en faisant rĂ©fĂ©rence Ă l'article 42 de l'arrĂȘtĂ© de Subventionnement du 22 novembre 2013 ; " ;
  4° dans l'alinéa deux les mots " les besoins en soins spécifiques de l'enfant " sont remplacés par les mots " la problématique de l'enfant " ;
Art. 63. Artikel 96 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 96. Als de aanvraag onvolledig is, meldt Kind en Gezin dat zo snel mogelijk elektronisch aan de organisator. Vanaf die melding wordt de termijn, vermeld in artikel 95, geschorst voor maximaal dertig kalenderdagen zodat de organisator de aanvraag binnen die termijn kan vervolledigen.".
  "Art. 96. Als de aanvraag onvolledig is, meldt Kind en Gezin dat zo snel mogelijk elektronisch aan de organisator. Vanaf die melding wordt de termijn, vermeld in artikel 95, geschorst voor maximaal dertig kalenderdagen zodat de organisator de aanvraag binnen die termijn kan vervolledigen.".
Art. 63. L'article 96 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 96. Lorsque la demande est incomplÚte, " Kind en Gezin " le notifie par voie électronique à l'organisateur dans les plus brefs délais. A partir de ladite notification, le délai, visé à l'article 95, est suspendu pour trente jours calendaires au maximum, pour permettre à l'organisateur de compléter la demande dans ce délai. ".
  " Art. 96. Lorsque la demande est incomplÚte, " Kind en Gezin " le notifie par voie électronique à l'organisateur dans les plus brefs délais. A partir de ladite notification, le délai, visé à l'article 95, est suspendu pour trente jours calendaires au maximum, pour permettre à l'organisateur de compléter la demande dans ce délai. ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 64. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2015.
Art. 64. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er septembre 2015.
Art. 65. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 65. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.