Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
2 OKTOBER 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het verlenen van subsidies voor [bebossing in herbevestigd agrarisch gebied en in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen en voor] herbebossing <BVR2020-10-30/24, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2020>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-11-2015 en tekstbijwerking tot 10-09-2024)
Titre
2 OCTOBRE 2015. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif au subventionnement du [boisement dans une zone agricole reconfirmĂ©e et dans une zone agricole Ă©tablie dans des plans d'exĂ©cution spatiaux et du] reboisement <AGF2020-10-30/24, art. 11, 002; En vigueur : 01-11-2020>(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 20-11-2015 et mise Ă  jour au 10-09-2024)
Documentinformatie
Numac: 2015036319
Datum: 2015-10-02
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015036319
Date: 2015-10-02
Moniteur: Voir
Tekst (38)
Texte (38)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° agentschap: het Agentschap voor Natuur en Bos, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Natuur en Bos;
  2° [2 Agentschap Landbouw en Zeevisserij: het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023 tot oprichting van een intern verzelfstandigd agentschap "Landbouw en Zeevisserij"]2;
  3° beheerplan: een beheersplan als vermeld in artikel 46 van het Bosdecreet van 13 juni 1990 of het beheerplan als vermeld in artikel 16bis van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
  4° collectieve wildbescherming: een techniek waarbij alle plantgoed gezamenlijk beschermd wordt tegen schade door wild, door het beplante perceel volledig af te rasteren;
  5° grond in landbouwgebruik: een grond die in de laatste verzamelaanvraag is opgenomen;
  6° individuele wildbescherming: een techniek waarbij elk stuk plantgoed apart beschermd wordt tegen schade door wild;
  7° landbouwer: de landbouwer, vermeld in artikel 4, eerste lid, a), van verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad, en die wordt beschouwd als een actieve landbouwer als vermeld in artikel 9 van de voormelde verordening, en die een minimale gezamenlijke oppervlakte van 2 ha aan landbouwgrond en grond die in het kader van deze subsidieregeling bebost wordt aangeeft in de verzamelaanvraag;
  8° [1 aanbevolen herkomst: een herkomst van een boom- of struiksoort die via de lijst van aanbevolen herkomsten zoals opgesteld door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek wordt aanbevolen voor gebruik in het Vlaamse gewest;]1
  9° verzamelaanvraag: de verzamelaanvraag, vermeld in artikel 1, 24°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;
  10° subsidie: subsidies in uitvoering van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de programmeringsperiode 2014-2020 of in uitvoering van artikel 87 van het bosdecreet.
  
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° agence : l'Agentschap voor Natuur en Bos, créée par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 dĂ©cembre 2005 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne sans personnalitĂ© juridique Agentschap voor Natuur en Bos (Agence de la Nature et des ForĂȘts) ;
  2° [2 Agence de l'Agriculture et de la PĂȘche : l'Agence de l'Agriculture et de la PĂȘche, créée par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023 portant crĂ©ation d'une agence autonomisĂ©e interne " Landbouw en Zeevisserij " (Agence de l'Agriculture et de la PĂȘche)]2 ;
  3° plan de gestion : un plan de gestion tel que mentionné à l'article 46 du Décret forestier du 13 juin 1990 ou le plan de gestion tel que mentionné à l'article 16bis du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel ;
  4° protection collective contre le gibier : une technique permettant de protéger tous les plants collectivement contre les dommages causés par le gibier, en grillageant entiÚrement la parcelle plantée ;
  5° terre en utilisation agricole : une terre étant reprise dans la demande unique la plus récente ;
  6° protection individuelle contre le gibier : une technique permettant de protéger chaque piÚce de plant séparément contre les dommages causés par le gibier ;
  7° agriculteur : l'agriculteur visé à l'article 4, alinéa premier, a), du rÚglement (UE) n° 1307/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 décembre 2013 établissant les rÚgles relatives aux paiements directs en faveur des agriculteurs au titre des régimes de soutien relevant de la politique agricole commune et abrogeant le rÚglement (CE) n° 637/2008 du Conseil et le rÚglement (CE) n° 73/2009 du Conseil, étant considéré comme un agriculteur actif tel que visé à l'article 9 du rÚglement précité, et qui déclare dans la demande unique une superficie totale minimale de 2 ha de terres agricoles et de terres boisées dans le cadre du présent régime de subventionnement ;
  8° [1 provenance recommandĂ©e : une provenance d'une espĂšce d'arbre ou d'arbuste recommandĂ©e par l'Institut de Recherche des ForĂȘts et de la Nature, via la liste de provenances recommandĂ©es, afin d'ĂȘtre utilisĂ©e en RĂ©gion flamande ;]1
  9° demande unique : la demande unique mentionnĂ©e Ă  l'article 1er, 24° e, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 octobre 2014 fixant les rĂšgles relatives aux paiements directs en faveur des agriculteurs au titre des rĂ©gimes de soutien relevant de la politique agricole commune ;
  10° subvention : les subventions en exécution du Programme flamand de Développement rural pour la période de programmation 2014-2020 ou en exécution de l'article 87 du Décret forestier.
  
HOOFDSTUK 2. [1 - Subsidies voor bebossing in herbevestigd agrarisch gebied, in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen en herbebossing]1
CHAPITRE 2. [1 - Subventions au boisement dans une zone agricole reconfirmée, dans une zone agricole établie dans des plans d'exécution spatiaux, et au reboisement]1
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1Úre. - Dispositions générales
Art. 2. [1 Binnen de beschikbare begrotingskredieten worden subsidies verleend voor het aanleggen van een bebossing in herbevestigd agrarisch gebied, in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen of een herbebossing. Het aanleggen van een bebossing in herbevestigd agrarisch gebied, in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen of herbebossing kan worden uitgevoerd door beplanting of door natuurlijke verjonging.]1
  
Art. 2. [1 Dans les limites des crĂ©dits budgĂ©taires disponibles, des subventions sont accordĂ©es pour l'amĂ©nagement d'un boisement dans une zone agricole reconfirmĂ©e, dans une zone agricole Ă©tablie dans des plans d'exĂ©cution spatiaux, ou d'un reboisement. L'amĂ©nagement d'un boisement dans une zone agricole reconfirmĂ©e, dans une zone agricole Ă©tablie dans des plans d'exĂ©cution spatiaux, ou d'un reboisement peut ĂȘtre rĂ©alisĂ© par des plantations ou par une rĂ©gĂ©nĂ©ration naturelle.]1
  
Art. 3. § 1. Er kan een eenmalige subsidie verleend worden [1 voor het aanleggen van een bebossing in herbevestigd agrarisch gebied of in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen]1, met betrekking tot de volgende kosten:
  1° de kosten voor beplanting. De subsidie bedraagt 3500 euro/ha. [1 Indien het gebruikte plantgoed via de handel wordt aangeschaft dan dient dit plantgoed voor de soorten in bijlage 3 voor minstens 75% van de beboste oppervlakte afkomstig te zijn van aanbevolen herkomsten. In dit geval bedraagt de subsidie 3750 euro]1;
  2° de kosten voor het voorzien van een collectieve wildbescherming. De subsidie bedraagt 350 euro per 100 m raster;
  3° de kosten voor het voorzien van een individuele wildbescherming. De subsidie bedraagt 0,65 euro per apart beschermingsstuk.
  § 2. Er kan een subsidie verleend worden voor de kosten van het onderhoud en om het verlies aan inkomsten ten gevolge [1 van de aangelegde bebossing in herbevestigd agrarisch gebied of in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen]1 gedurende de eerste twaalf jaar van de bebossing te compenseren. Die subsidie wordt gedurende twaalf jaar jaarlijks uitbetaald.
  Het bedrag van de subsidie voor de kosten van het onderhoud bedraagt 185 euro/ha/jaar gedurende de eerste vijf jaren. In de daaropvolgende jaren bedraagt de subsidie voor het onderhoud 75 euro/ha/jaar.
  Het bedrag van de subsidie voor het compenseren van het verlies aan inkomsten bedraagt 800 euro/ha/jaar.
  Het bedrag van de subsidie wordt in voorkomend geval verlaagd met de bedragen voor inkomenscompensatie die via andere kanalen verkregen worden voor de beboste oppervlakte.
  
Art. 3. § 1er. Une subvention non rĂ©currente peut ĂȘtre octroyĂ©e [1 pour l'amĂ©nagement d'un boisement dans une zone agricole reconfirmĂ©e ou dans une zone agricole Ă©tablie dans des plans d'exĂ©cution spatiaux]1, pour ce qui est des frais suivants :
  1° les frais de plantation. La subvention s'Ă©lĂšve Ă  3.500 euros/ha. [1 Si les plants utilisĂ©s sont achetĂ©s via le commerce, ces plants pour les espĂšces en annexe 3 doivent ĂȘtre de provenances recommandĂ©es pour au moins 75 % de la superficie boisĂ©e. Dans ce cas, la subvention s'Ă©lĂšve Ă  3750 euros.]1
  2° les frais relatifs à la protection collective contre le gibier. La subvention s'élÚve à 350 euros par 100 m de grille ;
  3° les frais pour la prévision d'une protection individuelle contre le gibier. La subvention s'élÚve à 0,65 euros par piÚce de protection.
  § 2. Une subvention peut ĂȘtre octroyĂ©e pour les frais de l'entretien et pour compenser les pertes de revenus causĂ©es [1 par le boisement amĂ©nagĂ© dans une zone agricole reconfirmĂ©e ou dans une zone agricole Ă©tablie dans des plans d'exĂ©cution spatiaux]1 pendant les douze premiĂšres annĂ©es du boisement. Cette subvention est payĂ©e annuellement pendant douze annĂ©es.
  Le montant de la subvention pour les frais d'entretien s'élÚve à 185 euros/ha/an pendant les cinq premiÚres années. Dans les années suivantes, la subvention pour l'entretien s'élÚve à 75 euros/ha/an.
  Le montant de la subvention pour la compensation des pertes de revenus s'élÚve à 800 euros/ha/an.
  Le cas échéant, le montant de la subvention est diminué des montants obtenus par le biais d'autres canaux pour la compensation de revenus pour la superficie boisée.
  
Art. 4. Er kan een eenmalige subsidie verleend worden voor het aanleggen van een herbebossing, met betrekking tot de volgende kosten:
  1° de kosten voor beplanting. De subsidie bedraagt 3000 euro/ha. [1 Indien het gebruikte plantgoed via de handel wordt aangeschaft dan dient dit plantgoed voor de soorten in bijlage 3 voor minstens 75 % van het gebruikte aantal planten afkomstig te zijn van aanbevolen herkomsten. In dit geval bedraagt de subsidie 3250 euro]1;
  2° de kosten voor het voorzien van een collectieve wildbescherming. De subsidie bedraagt 235 euro per 100 m raster;
  3° de kosten voor het voorzien van een individuele wildbescherming. De subsidie bedraagt 0,45 euro per apart beschermingsstuk.
  
Art. 4. Une subvention non rĂ©currente peut ĂȘtre octroyĂ©e pour l'amĂ©nagement d'un reboisement, pour ce qui est des frais suivants :
  1° les frais de plantation. La subvention s'Ă©lĂšve Ă  3.000 euros/ha. [1 Si les plants utilisĂ©s sont achetĂ©s via le commerce, ces plants pour les espĂšces en annexe 3 doivent ĂȘtre de provenances recommandĂ©es pour au moins 75 % du nombre de plantes utilisĂ©es. Dans ce cas, la subvention s'Ă©lĂšve Ă  3250 euros]1;
  2° les frais relatifs à la protection collective contre le gibier. La subvention s'élÚve à 235 euros par 100 m de grille ;
  3° les frais pour la prévision d'une protection individuelle contre le gibier. La subvention s'élÚve à 0,45 euros par piÚce de protection.
  
Afdeling 2. - Instapvoorwaarden om in aanmerking te komen voor subsidie
Section 2. - Conditions d'admission pour ĂȘtre admissible aux subventions
Art. 5. Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor de kosten voor beplanting, als vermeld in artikel 3, § 1, 1°, of artikel 4, 1°, van dit besluit gelden de volgende instapvoorwaarden:
  1° de begunstigde van de subsidie is een privaatrechtelijke rechtspersoon, een natuurlijke persoon of een andere publiekrechtelijke rechtspersoon dan de federale staat of het Vlaamse Gewest;
  2° het gaat om een grond in eigendom van de begunstigde, een grond waarop de begunstigde een zakelijk recht heeft dat bebossing toestaat of een grond die de begunstigde in pacht heeft conform de wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen. In dat laatste geval geeft de verpachter een schriftelijke verklaring waarin hij uitdrukkelijk instemt met de bebossing van de gronden;
  3° in voorkomend geval beschikt de begunstigde over de wettelijk vereiste vergunningen en adviezen voor de bebossing;
  4° de begunstigde beschikt over een voorafgaand gunstig advies van het [2 Agentschap Landbouw en Zeevisserij]2 betreffende de verenigbaarheid van de aanvraag met de pachtwetgeving, als in een periode van vijf jaar vóór de aanvraag, te rekenen vanaf de datum van de aanvraag van de subsidie, de pacht van de percelen in kwestie door de verpachter is stopgezet of als een procedure tot stopzetting is ingezet;
  5° de bebossing of herbebossing is, in voorkomend geval, in overeenstemming met het beheerplan, de kapmachtiging als vermeld in artikel 50 en 81 van het Bosdecreet van 13 juni 1990, het natuurrichtplan als vermeld in artikel 103 van het decreet van tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos, het managementplan Natura 2000 als vermeld in artikel 50septies van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu of het managementplan als vermeld in artikel 48 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
  6° de te bebossen of te herbebossen oppervlakte bedraagt minimaal 0,50 ha. In geval van bebossing wordt de minimumoppervlakte verlaagd tot 0,25 ha als de bebossing aansluit bij bestaand bos en dient als bosrandontwikkeling. Die oppervlakte kan bestaan uit ruimtelijk gescheiden deeloppervlaktes van minimaal 10 are, op voorwaarde dat die binnen een straal van één kilometer van elkaar liggen;
  7° de voorgenomen herbebossing wordt uitsluitend uitgevoerd met inheemse soorten, opgenomen in de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd. Alle soorten dienen standplaatsgeschikt te zijn;
  8° de voorgenomen bebossing wordt uitsluitend uitgevoerd met inheemse soorten, opgenomen in de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd, of met populier gecombineerd met inheemse soorten opgenomen in de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd. Alle soorten dienen standplaatsgeschikt te zijn;
  9° de voorgenomen bebossing of herbebossing bestaat uit minimaal twee boom- of struiksoorten, en vanaf één hectare minimaal drie soorten, die elk minimaal 10% van het plantaantal innemen;
  10° het betreft geen bebossing of herbebossing die als maatregel tot herstel door de rechtbank is bevolen;
  11° het betreft geen compensatie zoals vermeld in artikel 90bis, § 2, van het Bosdecreet van 13 juni 1990.
  Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor de kosten voor het voorzien van een collectieve of een individuele wildbescherming als vermeld in artikel 3, § 1, 2° en 3°, of artikel 4, 2° en 3°, gelden de volgende algemene instapvoorwaarden:
  1° de aanvraag voldoet aan de instapvoorwaarden voor een subsidie voor de kosten voor beplanting, vermeld in het eerste lid;
  2° de voorgenomen werkwijze en materialenkeuze zijn opgenomen in de aanvraag.
  [1 Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor het aanleggen van een bebossing, als vermeld in artikel 3, moet de te bebossen grond gelegen zijn in herbevestigd agrarisch gebied of in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen.]1
  
Art. 5. Pour ĂȘtre admissible Ă  une subvention pour les frais de plantation tels que visĂ©s Ă  l'article 3, § 1er, 1°, ou Ă  l'article 4, 1°, du prĂ©sent dĂ©cret, les conditions d'admission suivantes sont d'application :
  1° le bénéficiaire de la subvention est une personne morale de droit privé, une personne physique ou une personne morale de droit public autre que l'Etat fédéral ou la Région flamande ;
  2° il s'agit d'un terrain en propriété du bénéficiaire, d'un terrain dont le bénéficiaire a des droits réels permettant le boisement ou d'un terrain que le bénéficiaire a à bail conformément à la loi du 4 novembre 1969 modifiant la législation sur le bail à ferme et sur le droit de préemption en faveur des preneurs de biens ruraux. Dans ce dernier cas, le bailleur donne une déclaration écrite dans lequel ce dernier marque explicitement son accord avec le boisement des terres ;
  3° le cas échéant, le bénéficiaire dispose des permis et avis légalement requis pour le boisement ;
  4° le bĂ©nĂ©ficiaire dispose d'un avis favorable prĂ©alable de [2 l'Agence de l'Agriculture et de la PĂȘche]2 relatif Ă  la compatibilitĂ© de la demande avec la lĂ©gislation sur le bail Ă  ferme, si, dans une pĂ©riode de cinq ans avant la demande, Ă  compter de la date de demande de la subvention, le bail des parcelles en question a Ă©tĂ© arrĂȘtĂ© par le bailleur ou si une procĂ©dure d'arrĂȘt du bail a Ă©tĂ© entamĂ©e ;
  5° le cas Ă©chĂ©ant, le boisement ou le reboisement est conforme au plan de gestion, Ă  l'autorisation de coupe telle que visĂ©e aux articles 52 et 81 du DĂ©cret forestier du 13 juin 1990, au plan directeur de la nature, tel que mentionnĂ© Ă  l'article 103 du dĂ©cret du modifiant la rĂ©glementation relative Ă  la nature et aux forĂȘts, au plan de gestion Natura 2000 tel que mentionnĂ© Ă  l'article 50septies du dĂ©cret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel ou au plan de gestion tel que mentionnĂ© Ă  l'article 48 du dĂ©cret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel ;
  6° la superficie à boiser ou à reboiser s'élÚve à 0,50 ha au moins. En cas de boisement, la superficie minimum est réduite à 0,25 ha si le boisement est adjacent au bois existant et sert de développement de la lisiÚre. Cette superficie peut se composer de superficies partielles séparées en termes spatiaux de 10 ares au minimum, à condition qu'elles soient éloignées l'une de l'autre de 1 kilomÚtre au maximum ;
  7° le reboisement envisagĂ© est exclusivement effectuĂ© avec des espĂšces indigĂšnes, reprises Ă  l'annexe 1re jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Toutes les espĂšces doivent ĂȘtre adaptĂ©es Ă  la situation locale ;
  8° le boisement envisagĂ© est exclusivement effectuĂ© avec des espĂšces indigĂšnes, reprises Ă  l'annexe 1re jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou avec des peupliers en combinaison avec des espĂšces indigĂšnes reprises Ă  l'annexe 1re jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Toutes les espĂšces doivent ĂȘtre adaptĂ©es Ă  la situation locale ;
  9° le boisement ou reboisement envisagé se compose de deux espÚces d'arbres ou d'arbuste au minimum, et à partir d'un hectare de trois espÚces au minimum, occupant chacune 10% du nombre de plantes ;
  10° il ne s'agit pas d'un boisement ou reboisement étant ordonné par le tribunal à titre de mesure de réparation ;
  11° il ne s'agit pas d'une compensation telle que mentionnée à l'article 90bis, § 2, du Décret forestier du 13 juin 1990.
  Pour ĂȘtre admissible Ă  une subvention pour les frais d'une protection collective ou individuelle contre le gibier telle que visĂ©e Ă  l'article 3, § 1er, 2° et 3°, ou Ă  l'article 4, 2° et 3°, les conditions d'admission suivantes sont d'application :
  1° la demande remplit les conditions d'application pour une subvention pour les frais de plantation visés à l'alinéa premier ;
  2° la procédure et le choix des matériaux sont repris dans la demande.
  [1 Pour ĂȘtre Ă©ligible Ă  une subvention pour l'amĂ©nagement d'un boisement, tel que visĂ© Ă  l'article 3, le terrain Ă  boiser doit ĂȘtre situĂ© dans une zone agricole reconfirmĂ©e ou dans une zone agricole Ă©tablie dans des plans d'exĂ©cution spatiaux.]1
  
Art. 6. Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor de kosten van het onderhoud en om het verlies aan inkomsten ten gevolge van de aangelegde bebossing te compenseren als vermeld in artikel 3, § 2, gelden de volgende instapvoorwaarden:
  1° de begunstigde is landbouwer;
  2° het gaat om een grond in landbouwgebruik;
  3° de aanvraag voldoet aan de instapvoorwaarden vermeld in artikel 5.
Art. 6. Pour ĂȘtre admissible Ă  une subvention pour les frais de l'entretien et pour compenser les pertes de revenus causĂ©es par le boisement amĂ©nagĂ© telle que visĂ©e Ă  l'article 3, § 2, les conditions d'admission suivantes sont d'application :
  1° le bénéficiaire est agriculteur ;
  2° il s'agit d'une terre en utilisation agricole ;
  3° la demande remplit les conditions d'admission visées à l'article 5.
Afdeling 3. - Verbintenisvoorwaarden waaraan moet worden voldaan bij de aanwending van de subsidie
Section 3. - Conditions d'engagement devant ĂȘtre remplies lors de l'utilisation de la subvention
Art. 7. Voor het aanwenden van de subsidies voor het aanleggen van bebossing en herbebossing die op basis van dit besluit zijn verkregen, gelden de volgende verbintenisvoorwaarden:
  1° de bebossing of herbebossing moet worden uitgevoerd op de wijze, vermeld in de aanvraag, die ontvankelijk werd verklaard conform artikel 9, § 2, van dit besluit;
  2° het plantgoed moet in voorkomend geval voldoen aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 betreffende de procedure tot erkenning van bosbouwkundig uitgangsmateriaal en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal. In afwijking van de voormelde voorwaarde kan het agentschap plantgoed van een andere herkomst vaststellen, met de garantie dat het gaat om kwalitatief plantgoed;
  3° de nodige beheerwerken voor het in stand houden van de bebossing of herbebossing moeten worden uitgevoerd;
  4° de begunstigde moet uiterlijk vier jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1°, van dit besluit, een goedgekeurd beheerplan hebben;
  5° de bebossing of herbebossing moet als inheems bos behouden worden. De aanplant van soorten die niet opgenomen zijn in de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd, met uitzondering van populier voor zover die in de goedgekeurde aanvraag is opgenomen, is niet toegestaan en de natuurlijke verjonging van soorten die niet opgenomen zijn in de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd, mag maximaal 10% bedragen van de bedekking van de boomlaag en van de onder- en nevenetage;
  6° op de grond in kwestie mag geen veroordeling of geen bestuurlijke boete rusten voor het niet naleven van de bepalingen, vermeld in artikel 50, 81, 90bis, 96 of 97, van het Bosdecreet van 13 juni 1990;
  7° de bebossing mag gedurende een periode van 25 jaar na de indiening van de uitbetalingsaanvraag, vermeld in artikel 12 van dit besluit, niet worden ontbost.
  Voor het aanwenden van de subsidies voor wildbescherming die op basis van dit besluit zijn verkregen, gelden de volgende verbintenisvoorwaarden:
  1° de uitvoering gebeurt op de wijze, vermeld in de aanvraag, die ontvankelijk werd verklaard conform artikel 9, § 2, van dit besluit;
  2° in geval van collectieve wildbescherming moet de afrastering gedurende zeven jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf, vermeld in artikel 12 § 1, eerste lid, 1°, van dit besluit, worden behouden en onderhouden.
  Voor het aanwenden van de subsidies voor de kosten van het onderhoud en om het verlies aan inkomsten ten gevolge van de aangelegde bebossing te compenseren die op basis van dit besluit zijn verkregen, gelden de volgende verbintenisvoorwaarden:
  1° de bebossing of herbebossing moet als inheems bos behouden worden. De aanplant van soorten die niet opgenomen zijn in de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd, met uitzondering van populier voor zover die in de goedgekeurde aanvraag is opgenomen, is niet toegestaan en de natuurlijke verjonging van soorten die niet opgenomen zijn in de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd, mag maximaal 10% bedragen van de bedekking van de boomlaag en van de onder- en nevenetage;
  2° de bebossing mag gedurende een periode van 25 jaar na de indiening van de uitbetalingsaanvraag, vermeld in artikel 12 van dit besluit, niet worden ontbost;
  3° op de grond in kwestie mag geen veroordeling of geen bestuurlijke boete rusten voor het niet naleven van de bepalingen, vermeld in artikel 81, 90bis, 96 of 97, § 2, van het Bosdecreet van 13 juni 1990;
  4° de bebossing werd uitgevoerd zoals beschreven in de aanvraag, die ontvankelijk werd verklaard op de wijze, vermeld in artikel 9, § 2, van dit besluit;
  5° de nodige beheerwerken voor het in stand houden van de bebossing of herbebossing moeten worden uitgevoerd. Aan die voorwaarde moet tot de laatste betaling voldaan worden.
  Bij overdracht van de grond in kwestie, onder welke vorm ook, al dan niet onder bezwarende titel, verbindt de overdrager die begunstigde is van een subsidie conform dit besluit zich ertoe om in de akte van overdracht een clausule te laten opnemen die de overnemer verplicht de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, te respecteren.
Art. 7. Les conditions d'engagement suivantes sont applicables lors de l'utilisation des subventions pour l'amĂ©nagement d'un boisement et reboisement obtenues en vertu du prĂ©sent arrĂȘtĂ© :
  1° le boisement ou reboisement doit ĂȘtre effectuĂ© suivant le mode visĂ© dans la demande ayant Ă©tĂ© dĂ©clarĂ© recevable conformĂ©ment Ă  l'article 9, § 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  2° le cas Ă©chĂ©ant, les plants doivent satisfaire aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 concernant la procĂ©dure d'agrĂ©ment des matĂ©riels forestiers de base et la commercialisation des matĂ©riels forestiers de reproduction. Par dĂ©rogation Ă  la condition prĂ©citĂ©e, l'agence peut dĂ©terminer des plants d'une autre origine, avec la garantie qu'il s'agit de plants de qualitĂ© ;
  3° il y a lieu d'effectuer les travaux de gestion nécessaires pour le maintien du boisement ou du reboisement ;
  4° au plus tard quatre ans aprĂšs la demande de paiement de la premiĂšre tranche, visĂ©e Ă  l'article 12, § 1er, alinĂ©a premier, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le bĂ©nĂ©ficiaire doit avoir un plan de gestion approuvĂ© ;
  5° le boisement ou reboisement doit ĂȘtre conservĂ© comme bois indigĂšne. La plantation d'espĂšces n'Ă©tant pas reprises Ă  l'annexe 1re au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, Ă  l'exception du peuplier pour autant qu'il soit repris dans la demande approuvĂ©e, n'est pas autorisĂ©e et la rĂ©gĂ©nĂ©ration naturelle d'espĂšces n'Ă©tant pas reprises Ă  l'annexe 1re au prĂ©sent arrĂȘtĂ© peut s'Ă©lever Ă  10 % au maximum de la couverture de la strate arborescente, du sous-Ă©tage et de l'Ă©tage secondaire ;
  6° sur le terrain en question ne peut peser aucune condamnation ou amende administrative pour le non-respect des dispositions visées aux articles 50, 81, 90bis, 96 ou 97 du Décret forestier du 13 juin 1990 ;
  7° le boisement ne peut ĂȘtre dĂ©boisĂ© durant une pĂ©riode de 25 ans aprĂšs introduction de la demande de paiement visĂ©e Ă  l'article 12 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Les conditions d'engagement suivantes sont applicables lors de l'utilisation des subventions pour la protection contre le gibier obtenues en vertu du prĂ©sent arrĂȘtĂ© :
  1° l'exĂ©cution se fait de la maniĂšre citĂ©e dans la demande, ayant Ă©tĂ© dĂ©clarĂ©e recevable conformĂ©ment Ă  l'article 9, § 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  2° en cas de protection collective contre le gibier, la clĂŽture doit ĂȘtre maintenue et entretenue pendant sept ans aprĂšs la demande de paiement de la premiĂšre tranche, visĂ©e Ă  l'article 12, § 1er, alinĂ©a premier, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Les conditions d'engagement suivantes sont applicables lors de l'utilisation des subventions pour les frais d'entretien et pour compenser les pertes de revenus causĂ©es par le boisement amĂ©nagĂ© obtenues en vertu du prĂ©sent arrĂȘtĂ© :
  1° le boisement ou reboisement doit ĂȘtre maintenu comme bois indigĂšne. La plantation d'espĂšces n'Ă©tant pas reprises Ă  l'annexe 1re au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, Ă  l'exception du peuplier pour autant qu'il soit repris dans la demande approuvĂ©e, n'est pas autorisĂ©e et la rĂ©gĂ©nĂ©ration naturelle d'espĂšces n'Ă©tant pas reprises Ă  l'annexe 1re au prĂ©sent arrĂȘtĂ© peut s'Ă©lever Ă  10 % au maximum de la couverture de la strate arborescente et de l'Ă©tage infĂ©rieure et secondaire ;
  2° le boisement ne peut ĂȘtre dĂ©boisĂ© durant une pĂ©riode de 25 ans aprĂšs introduction de la demande de paiement, visĂ©e Ă  l'article 12 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  3° sur le terrain en question ne peut peser aucune condamnation ou amende administrative pour le non-respect des dispositions visées aux articles 81, 90bis, 96 ou 97, § 2, du Décret forestier du 13 juin 1990 ;
  4° le boisement a Ă©tĂ© effectuĂ© tel que dĂ©crit dans la demande, ayant Ă©tĂ© dĂ©clarĂ©e recevable suivant le mode visĂ© Ă  l'article 9, § 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  5° il y a lieu d'effectuer les travaux de gestion nĂ©cessaires pour le maintien du boisement ou du reboisement. Cette condition doit ĂȘtre remplie jusqu'au dernier paiement.
  Lors du transfert du terrain en question, sous quelque forme que ce soit, Ă  titre onĂ©reux ou non, le cĂ©dant Ă©tant bĂ©nĂ©ficiaire d'une subvention s'engage, conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, Ă  inclure dans l'acte de transfert une clause obligeant le repreneur de respecter les conditions visĂ©es aux alinĂ©as un Ă  trois inclus.
Afdeling 4. - Procedure voor het aanvragen van subsidie
Section 4. - Procédure de demande de subventions
Art. 8. Een aanvraag voor het verkrijgen van een subsidie zoals vermeld in artikel 3 en 4 wordt ingediend bij het agentschap voor 1 mei of voor 1 september van elk kalenderjaar.
  Door een aanvraag voor een subsidie in te dienen staat de eigenaar, de houder van het zakelijk recht of de pachter van de te bebossen of herbebossen gronden toe dat een personeelslid van het agentschap of van het [1 Agentschap Landbouw en Zeevisserij]1 zich op de grond in kwestie begeeft om te beoordelen of voldaan wordt aan de subsidievoorwaarden vermeld in afdeling 2 en 3 van dit hoofdstuk.
  
Art. 8. Une subvention pour l'obtention d'une subvention telle que visĂ©e aux articles 3 et 4 doit ĂȘtre introduite auprĂšs de l'agence avant le 1er mai ou avant le 1er septembre de chaque annĂ©e calendaire.
  En introduisant une demande de subvention, le propriĂ©taire, le dĂ©tenteur du droit rĂ©el ou le fermier des terres Ă  boiser ou Ă  reboiser autorise un membre du personnel de l'agence ou [1 de l'Agence de l'Agriculture et de la PĂȘche]1 Ă  se rendre sur place afin de juger si les conditions de subvention mentionnĂ©es dans les sections 2 et 3 du prĂ©sent chapitre sont remplies.
  
Art. 9. § 1. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een formulier waarvan het model ter beschikking wordt gesteld op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.
  De aanvraag bevat de volgende gegevens:
  1° als de begunstigde pachter is: de identiteit van de verpachter en een schriftelijke verklaring van de verpachter dat hij uitdrukkelijk instemt met de bebossing van de gronden;
  2° als de aanvrager geen eigenaar is of houder van een zakelijk recht dat bebossing toestaat: een schriftelijke verklaring van de eigenaar of van de houder van het zakelijk recht, dat de eigenaar, respectievelijk de houder van het zakelijk recht, instemt met de bebossing van de gronden;
  3° in voorkomend geval, een verklaring van de begunstigde dat hij landbouwer is en dat de percelen gronden in landbouwgebruik zijn;
  4° een verklaring dat de voor de beplanting benodigde werkzaamheden niet strijdig zijn met de erfdienstbaarheden die op de gronden in kwestie rusten;
  5° een verklaring dat voor de grond in kwestie geen andere subsidies werden verkregen of aangevraagd zullen worden voor de werkzaamheden waarvoor subsidies worden verkregen met toepassing van dit besluit;
  6° een beschrijving van de voorgenomen beplantingswerkzaamheden, met opgave van de boom- en struiksoorten, de stamtallen, de plantverbanden, de leeftijd en de grootte van de planten, alsook de eventuele aanleg van een onderetage, een mantelstruweel of een brandsingel;
  7° een beschrijving van de geplande onderhoudswerkzaamheden gedurende de eerste vier jaar na de beplanting;
  8° een gedetailleerd plan, op schaal 1/5 000 of groter, waarop de beplantingen aangegeven zijn, en waarop onderscheid gemaakt wordt tussen de bebossing of herbebossing door beplanting en door natuurlijke verjonging;
  9° als een subsidie wordt aangevraagd voor de kosten voor het voorzien van een collectieve of een individuele wildbescherming: de te gebruiken materialen.
  § 2. Het agentschap bezorgt binnen de dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag een ontvangstmelding aan de aanvrager.
  Tenzij anders is vermeld, geldt die ontvangstmelding ook als een ontvankelijkheidsverklaring.
  Desgevallend deelt het agentschap samen met de ontvangstmelding aan de aanvrager mee dat de aanvraag moet worden aangevuld of gewijzigd, om één van de volgende redenen:
  1° het aanvraagformulier is onvolledig ingevuld;
  2° een aanpassing van de technische gegevens, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 6°, 7° en 9° ;
  3° het niet voldoen aan de instapvoorwaarden, vermeld in artikel 5 en 6.
  In het geval vermeld in het derde lid beschikt de aanvrager over een termijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van de ontvangstmelding om de aanvraag aan te vullen of om deze te wijzigen zodat aan alle instapvoorwaarden voldaan wordt. Het agentschap bezorgt de aanvrager binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvulling of wijziging een ontvangstmelding. Samen met die ontvangstmelding wordt gemeld of de aangevulde aanvraag al dan niet ontvankelijk is.
Art. 9. § 1er. La demande est introduite à l'aide d'un formulaire, dont le modÚle est mis à disposition sur le site web www.natuurenbos.be de l'agence.
  La demande comprend les éléments suivants :
  1° si le bénéficiaire est fermier : l'identité du bailleur et une déclaration écrite du bailleur dans lequel il marque explicitement son accord avec le boisement des terres ;
  2° si le demandeur n'est pas propriétaire ou détenteur d'un droit réel permettant le boisement : une déclaration écrite du propriétaire ou du détenteur du droit réel que le propriétaire ou le détenteur du droit réel marque son accord avec le boisement des terres ;
  3° le cas échéant, une déclaration du bénéficiaire disant qu'il est fermier et que les parcelles sont des terres en utilisation agricole ;
  4° une déclaration que les activités nécessaires pour la plantation ne sont pas contraires aux servitudes reposant sur les terres en question ;
  5° une dĂ©claration que pour la terre en question, aucune autre subvention n'a Ă©tĂ© obtenue ou ne sera demandĂ©e pour les travaux admissibles au subventionnement par application du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  6° une description des activités de plantation prévues, avec mention des espÚces d'arbres et d'arbustes, nombre de tiges, dispositifs de plantation, ùge et taille des plantes; aménagement éventuel d'un sous-étage, d'une ceinture de fourrés ou d'un pare-feu ;
  7° une description des activités d'entretien prévues pendant les quatre premiÚres années aprÚs plantation ;
  8° un plan détaillé à une échelle supérieure ou égale à 1/5000, indiquant les plantations, et faisant la distinction entre boisement et reboisement par plantation et par régénération naturelle ;
  9° si une demande de subvention est introduite pour les frais prévus pour l'aménagement d'une protection collective ou individuelle contre le gibier : les matériaux à utiliser.
  § 2. Endéans les trente jours de la réception de la demande, l'agence remet un accusé de réception au demandeur.
  Sauf stipulation contraire, cet accusé de réception vaut également comme déclaration de recevabilité.
  Le cas Ă©chĂ©ant, l'agence communique au demandeur, au moment de l'envoi de l'accusĂ© de rĂ©ception Ă  celui-ci, que la demande doit ĂȘtre complĂ©tĂ©e ou modifiĂ©e, pour une des raisons suivantes :
  1° le formulaire de demande n'est pas dûment complété ;
  2° une adaptation des données techniques visées au paragraphe 1er, alinéa deux, 6°, 7° et 9° ;
  3° le non-respect des conditions d'admission visées aux articles 5 et 6.
  Dans le cas visĂ© Ă  l'alinĂ©a trois, le demandeur dispose d'un dĂ©lai de trente jours de la rĂ©ception de l'accusĂ© de rĂ©ception pour complĂ©ter sa demande ou pour modifier celle-ci, de façon Ă  remplir toutes les conditions d'admission. Dans les trente jours de la rĂ©ception du complĂ©ment ou de la modification, le demandeur transmet un accusĂ© de rĂ©ception Ă  l'agence. L'accusĂ© de rĂ©ception mentionne en mĂȘme temps si la demande est recevable ou non.
Art. 10. Alle ontvankelijke subsidieaanvragen moeten een minimumscore behalen en worden door middel van een puntensysteem gerangschikt in een volgorde die rekening houdt met de mate van bijdrage van de aanvragen tot de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen en met de mate van bijdrage tot het beperken van de gevolgen van de instandhoudingsdoelstellingen voor een normale landbouwuitbating. Bij ontoereikendheid van de begrotingskredieten worden de hoogst gequoteerde dossiers goedgekeurd.
  In het eerste lid wordt verstaan onder instandhoudingsdoelstellingen: de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in artikel 2, 61°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.
Art. 10. Toutes les demandes de subvention recevables doivent obtenir un score minimum et sont classées suivant un systÚme de cotation dans un ordre qui tient compte de la mesure dans laquelle les demandes contribuent à la réalisation des objectifs de conservation ainsi qu'à la limitation des conséquences des objectifs de conservation pour une exploitation agricole normale. En cas d'insuffisance des crédits budgétaires, les dossiers les mieux cotés seront approuvés.
  A l'alinéa premier, il est entendu par objectifs de conservation : les objectifs de conservation visés à l'article 2, 61°, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel.
Art. 11. Het agentschap neemt een beslissing binnen een termijn van negentig dagen na de uiterste indiendata, vermeld in artikel 8, en brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Art. 11. L'agence prend une décision dans un délai de nonante jours des dates limites d'introduction, visées à l'article 8, et informe le demandeur de la décision.
Afdeling 5. - Uitbetaling en controle van de subsidies
Section 5. - Paiement et contrĂŽle des subventions
Art. 12. § 1. De uitbetaling van de subsidie voor het aanleggen van bebossing of herbebossing wordt op de volgende wijze aangevraagd:
  1° voor een eerste schijf van 75% van het toegekende bedrag, na het aanleggen van de bebossing, binnen een termijn van drie jaar na de toekenning van de subsidie;
  2° voor een tweede schijf van 25% van het toegekende bedrag, ten vroegste drie jaar en ten laatste vier jaar nadat de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf werd ingediend.
  Voor de aanvraag tot uitbetaling van elke schijf wordt gebruik gemaakt van een formulier waarvan het model ter beschikking wordt gesteld op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.
  § 2. De aanvragen tot uitbetaling vermeld in paragraaf 1 worden bezorgd aan het agentschap.
  Het agentschap onderzoekt de aanvragen. In het kader van dat onderzoek wordt ook gecontroleerd of de voorwaarden vermeld in artikel 7, eerste tot en met derde lid, worden nageleefd. De begunstigde moet alle documenten en inlichtingen verstrekken die nodig zijn om die controle te kunnen uitvoeren.
Art. 12. § 1er. Le paiement de la subvention pour l'aménagement d'un boisement ou reboisement est demandé de la façon suivante :
  1° pour une premiÚre tranche de 75% du montant octroyé, aprÚs l'aménagement du boisement, dans un délai de trois ans de l'octroi de la subvention ;
  2° pour une deuxiÚme tranche de 25% du montant octroyé, au plus tÎt trois ans et au plus tard quatre ans aprÚs l'introduction de la demande de paiement de la premiÚre tranche.
  La demande de paiement de chaque tranche est introduite à l'aide d'un formulaire, dont le modÚle est mis à disposition sur le site web www.natuurenbos.be de l'agence.
  § 2. Les demandes de paiement visées au paragraphe 1er sont envoyées à l'agence.
  L'agence examine les demandes. Dans le cadre de cet examen, il est également contrÎlé s'il est satisfait aux conditions visées à l'article 7, alinéas premier à trois inclus. Le bénéficiaire doit fournir tous les documents et renseignements nécessaires au contrÎle.
Art. 13. De uitbetaling van de subsidie voor de kosten van het onderhoud en om het verlies aan inkomsten ten gevolge van de aangelegde bebossing te compenseren wordt aangevraagd via de eerstvolgende verzamelaanvraag na het aanleggen van een bebossing door beplanting of door natuurlijke verjonging en daarna jaarlijks gedurende de looptijd van de subsidie.
Art. 13. Le paiement de la subvention pour les frais d'entretien et pour compenser les pertes de revenus causées par le boisement aménagé est demandé par le biais de la prochaine demande unique qui suit l'aménagement d'un boisement par des plantations ou par une régénération naturelle et ensuite annuellement pendant la durée de la subvention.
Art. 14. De subsidies, vermeld in artikel 3 en 4, worden volledig teruggevorderd, vermeerderd met de wettelijke intresten, als de voorwaarden, vermeld in artikel 5, niet worden nageleefd.
  De subsidies, vermeld in artikel 3 en 4, worden volledig of gedeeltelijk teruggevorderd, vermeerderd met de wettelijke intresten, als de voorwaarden, vermeld in artikel 6 en 7, niet worden nageleefd.
  De teruggevorderde bedragen worden gestort op een door het agentschap aan te wijzen rekening van het Vlaamse Gewest, binnen een maand nadat de aanvrager met een aangetekende brief in gebreke werd gesteld. De wettelijke intresten beginnen te lopen vanaf het verstrijken van de betalingstermijn.
Art. 14. Si les conditions visĂ©es Ă  l'article 5 ne sont pas respectĂ©es, les subventions visĂ©es aux articles 3 et 4 sont entiĂšrement recouvrĂ©es, majorĂ©es des intĂ©rĂȘts lĂ©gaux.
  Si les conditions visĂ©es aux articles 6 et 7 ne sont pas respectĂ©es, les subventions visĂ©es aux articles 3 et 4 sont entiĂšrement ou partiellement recouvrĂ©es, majorĂ©es des intĂ©rĂȘts lĂ©gaux.
  Les montants recouvrĂ©s doivent ĂȘtre versĂ©s sur un compte de la RĂ©gion flamande Ă  dĂ©signer par l'agence, dans le mois suivant la mise en demeure du demandeur par lettre recommandĂ©e. Les intĂ©rĂȘts lĂ©gaux commencent Ă  courir partir de la date limite de paiement.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
Art. 15. In artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003 betreffende de subsidiëring van beheerders van openbare en privé-bossen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "herbebossing" wordt opgeheven;
  2° de woorden "of aan natuurlijke personen of rechtspersonen die een bebossing willen uitvoeren" worden opgeheven.
Art. 15. A l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 juin 2003 relatif Ă  l'octroi de subventions aux gestionnaires de bois publics et privĂ©s sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le membre de phrase " le reboisement " est abrogé ;
  2° les mots " ou aux personnes physiques ou morales qui souhaitent procéder à un boisement " sont abrogés.
Art. 16. In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk II, dat bestaat uit artikel 4 tot en met 10, opgeheven.
Art. 16. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, le chapitre II, qui comprend les articles 4 Ă  10 inclus, est abrogĂ©.
Art. 17. In artikel 25 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "II en" opgeheven.
Art. 17. A l'article 25 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " aux chapitres II et II " est remplacĂ© par le membre de phrase " au chapitre III ".
Art. 18. Artikel 29 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering 10 juni 2011, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 29. De minister kan de bijlage aanpassen.".
Art. 18. L'article 29 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juin 2011, est remplacĂ© par les dispositions suivantes :
  " Art. 29. Le Ministre peut adapter l'annexe. ".
Art. 19. Bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, wordt vervangen door de bijlage 2 die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 19. L'annexe Ire au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 mars 2008, est remplacĂ©e par l'annexe 2, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 20. Bijlage II bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, wordt opgeheven.
Art. 20. L'annexe II au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 mars 2008, est abrogĂ©e.
Art. 21. Bijlage III bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, wordt opgeheven.
Art. 21. L'annexe III au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 mars 2008, est abrogĂ©e.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 22. Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 november 2008 betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) wordt opgeheven.
Art. 22. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 novembre 2008 relatif au subventionnement du boisement de terres agricoles en exĂ©cution du RĂšglement (CE) n° 1698/2005 du Conseil du 20 septembre 2005 concernant le soutien au dĂ©veloppement rural par le Fonds europĂ©en agricole pour le dĂ©veloppement rural (FEADER) est abrogĂ©.
Art. 23. In afwijking van artikel 15 en 16 blijven de volgende regelingen van toepassing op de dossiers die zijn goedgekeurd ter uitvoering van die regelingen en die nog lopen:
  1° het besluit van de Vlaamse Regering van 14 november 2008 betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO);
  2° hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003 betreffende de subsidiëring van beheerders van openbare en privé-bossen;
  3° het besluit van de Vlaamse Regering van 28 maart 2003 betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen.
Art. 23. Par dérogation aux articles 15 et 16, les réglementations suivantes restent d'application aux dossiers approuvés en exécution de ces réglementations et étant encore en vigueur :
  1° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 novembre 2008 relatif au subventionnement du boisement de terres agricoles en exĂ©cution du RĂšglement (CE) n° 1698/2005 du Conseil du 20 septembre 2005 concernant le soutien au dĂ©veloppement rural par le Fonds europĂ©en agricole pour le dĂ©veloppement rural (FEADER) ;
  2° le chapitre II de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 juin 2003 relatif Ă  l'octroi de subventions aux gestionnaires de bois publics et privĂ©s ;
  3° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 mars 2003 relatif au subventionnement du boisement de terres agricoles en exĂ©cution du RĂšglement (CE) n° 1257/99 du Conseil du 17 mai 1999 concernant le soutien au dĂ©veloppement rural par le Fonds europĂ©en d'orientation et de garantie agricole (FEOGA) et modifiant et instaurant certains rĂšglements.
Art. 23bis. [1 De minister, bevoegd voor Leefmilieu, wordt gemachtigd bijlage 3 bij dit besluit aan te passen.]1
  
Art.23bis. [1 Le ministre chargĂ© de l'Environnement est habilitĂ© Ă  adapter l'annexe 3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.]1
  
Art. 24. De Vlaamse minister, bevoegd voor de landinrichting en het natuurbehoud, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 24. La Ministre flamande ayant l'amĂ©nagement rural et la conservation de la nature dans ses attributions est chargĂ©e de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1 - Overzicht van de inheemse soorten
Art. N1. Annexe 1re - Aperçu des espÚces indigÚnes
Nederlandse naam Wetenschappelijke naam
aalbes Ribes rubrum L.
beklierde heggenroos Rosa tomentella Léman
beuk Fagus sylvatica L.
bindwilg Salix x rubens Schrank.
bosroos Rosa arvensis Huds.
boswilg Salix caprea L.
boswilg x grauwe wilg Salix x reichardtii A. Kerner.
brem Cytisus scoparius (L.) Link.
duindoorn Hippophae rhamnoides L.
duinroos Rosa pimpinellifolia L.
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna Jacq.
egelantier Rosa rubiginosa L.
es Fraxinus excelsior L.
Europese vogelkers Prunus padus L.
fladderiep Ulmus laevis Pallas.
gaspeldoorn Ulex europaeus L.
Gelderse roos Viburnum opulus L.
gele kornoelje Cornus mas L.
geoorde wilg Salix aurita L.
geoorde wilg x grauwe wilg Salix x multinervis Döll.
gewone esdoorn Acer pseudoplatanus L.
gewone vlier Sambucus nigra L.
gladde iep Ulmus minor Mill.
grauwe abeel Populus x canescens (Ait.) Smith.
grauwe wilg Salix cinerea L.
grove den Pinus sylvestris L.
haagbeuk Carpinus betulus L.
hazelaar Corylus avellana L.
heggenroos Rosa corymbifera Borkh.
Hollandse linde Tilia x europaea L.
hondsroos Rosa canina L.
hulst Ilex aquifolium L.
jeneverbes Juniperus communis L.
koraalmeidoorn Crataegus rhipidophylla Gandoger
kraakwilg Salix fragilis L.
kruipwilg Salix repens L.
kruipwilg Salix repens L.
kruisbes Ribes uva-crispa L.
mispel Mespilus germanica L.
ratelpopulier Populus tremula L.
rode kornoelje Cornus sanguinea L.
ruwe berk Betula pendula Roth.
ruwe iep Ulmus glabra Huds.
schietwilg Salix alba L.
schijnviltroos/ruwe viltroos Rosa pseudoscabriuscula/tomentosa
sleedoorn Prunus spinosa L.
Spaanse aak Acer campestre L.
sporkehout Rhamnus frangula L.
taxus Taxus baccata L.
trosvlier Sambucus racemosa L.
tweestijlige meidoorn Crataegus laevigata (Poiret) DC.
wegedoorn Rhamnus cathartica L.
wilde appel Malus sylvestris (L.) Mill.
wilde gagel Myrica gale L.
wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus L.
wilde liguster Ligustrum vulgare L.
wilde lijsterbes Sorbus aucuparia L.
wilde peer Pyrus communis L. subsp. pyraster (L.) Ehrh.
wintereik Quercus petraea Lieblein
winterlinde Tilia cordata Mill.
zachte berk Betula pubescens Ehrh.
zoete kers Prunus avium (L.) L.
zomereik Quercus robur L.
zomerlinde Tilia platyphyllos Scop.
zwarte bes Ribes nigrum L.
zwarte els Alnus glutinosa (L.) Gaertn.
zwarte populier Populus nigra L.
Nederlandse naam Wetenschappelijke naamaalbes Ribes rubrum L.beklierde heggenroos Rosa tomentella Lémanbeuk Fagus sylvatica L.bindwilg Salix x rubens Schrank.bosroos Rosa arvensis Huds.boswilg Salix caprea L.boswilg x grauwe wilg Salix x reichardtii A. Kerner.brem Cytisus scoparius (L.) Link.duindoorn Hippophae rhamnoides L.duinroos Rosa pimpinellifolia L.eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna Jacq.egelantier Rosa rubiginosa L.es Fraxinus excelsior L.Europese vogelkers Prunus padus L.fladderiep Ulmus laevis Pallas.gaspeldoorn Ulex europaeus L.Gelderse roos Viburnum opulus L.gele kornoelje Cornus mas L.geoorde wilg Salix aurita L.geoorde wilg x grauwe wilg Salix x multinervis Döll.gewone esdoorn Acer pseudoplatanus L.gewone vlier Sambucus nigra L.gladde iep Ulmus minor Mill.grauwe abeel Populus x canescens (Ait.) Smith.grauwe wilg Salix cinerea L.grove den Pinus sylvestris L.haagbeuk Carpinus betulus L.hazelaar Corylus avellana L.heggenroos Rosa corymbifera Borkh.Hollandse linde Tilia x europaea L.hondsroos Rosa canina L.hulst Ilex aquifolium L.jeneverbes Juniperus communis L.koraalmeidoorn Crataegus rhipidophylla Gandogerkraakwilg Salix fragilis L.kruipwilg Salix repens L.kruipwilg Salix repens L.kruisbes Ribes uva-crispa L.mispel Mespilus germanica L.ratelpopulier Populus tremula L.rode kornoelje Cornus sanguinea L.ruwe berk Betula pendula Roth.ruwe iep Ulmus glabra Huds.schietwilg Salix alba L.schijnviltroos/ruwe viltroos Rosa pseudoscabriuscula/tomentosasleedoorn Prunus spinosa L.Spaanse aak Acer campestre L.sporkehout Rhamnus frangula L.taxus Taxus baccata L.trosvlier Sambucus racemosa L.tweestijlige meidoorn Crataegus laevigata (Poiret) DC.wegedoorn Rhamnus cathartica L.wilde appel Malus sylvestris (L.) Mill.wilde gagel Myrica gale L.wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus L.wilde liguster Ligustrum vulgare L.wilde lijsterbes Sorbus aucuparia L.wilde peer Pyrus communis L. subsp. pyraster (L.) Ehrh.wintereik Quercus petraea Liebleinwinterlinde Tilia cordata Mill.zachte berk Betula pubescens Ehrh.zoete kers Prunus avium (L.) L.zomereik Quercus robur L.zomerlinde Tilia platyphyllos Scop.zwarte bes Ribes nigrum L.zwarte els Alnus glutinosa (L.) Gaertn.zwarte populier Populus nigra L.
Nom français Nom scientifique
groseiller rouge Ribes rubrum L.
rosier à feuilles obtuses Rosa tomentella Léman
hĂȘtre Fagus sylvatica L.
osier jaune Salix x rubens Schrank
rosier des champs Rosa arvensis Huds.
saule marsault Salix caprea L.
saule marsault x saule cendré Salix x reichardtii A. Kerner.
genĂȘt Ă  balais Cytisus scoparius (L.) Link.
argousier Hippophae rhamnoides L.
rosier pimprenelle Rosa pimpinellifolia L.
aubépine monogyne Crataegus monogyna Jacq.
rosier rouillé Rosa rubiginosa L.
frĂȘne Fraxinus excelsior L.
merisier grappes Prunus padus L.
orme lisse Ulmus laevis Pallas.
ajonc d'Europe Ulex europaeus L.
viorne obier Viburnum opulus L.
cornouiller mĂąle Cornus mas L.
saule Ă  oreillettes Salix aurita L.
saule à oreillettes x saule cendré Salix x multinervis Döll.
érable sycomore Acer pseudoplatanus L.
sureau noir Sambucus nigra L.
orme champĂȘtre Ulmus minor Mill.
peuplier grisard Populus x canescens (Ait.) Smith.
saule cendré Salix cinerea L.
pin sylvestre Pinus sylvestris L.
charme commun Carpinus betulus L.
noisetier Corylus avellana L.
églantier en corymbe Rosa corymbifera Borkh.
tilleul commun Tilia x europaea L.
églantier Rosa canina L.
houx commun Ilex aquifolium L.
genévrier Juniperus communis L.
aubépine à feuilles en éventail Crataegus rhipidophylla Gandoger
saule fragile Salix fragilis L.
saule rampant Salix repens L.
saule rampant Salix repens L.
groseillier Ă  maquereau Ribes uva-crispa L.
néflier d'Allemagne Mespilus germanica L.
peuplier tremble Populus tremula L.
cornouiller sanguin Cornus sanguinea L.
bouleau verruqueux Betula pendula Roth.
orme de montagne Ulmus glabra Huds.
saule blanc Salix alba L.
rosier en peu scabre/tomenteux Rosa pseudoscabriuscula/tomentosa
prunellier Prunus spinosa L.
Ă©rable champĂȘtre Acer campestre L.
bourdaine Rhamnus frangula L.
if commun Taxus baccata L.
sureau Ă  grappes Sambucus racemosa L.
aubépine à deux styles Crataegus laevigata (Poiret) DC.
nerprun purgatif Rhamnus cathartica L.
pommier sauvage Malus sylvestris (L.) Mill.
piment royal Myrica gale L.
fusain d'Europe Euonymus europaeus L.
troëne commun Ligustrum vulgare L.
sorbier des oiseleurs Sorbus aucuparia L.
poirier sauvage Pyrus communis L. subsp. pyraster (L.) Ehrh.
chĂȘne sessile Quercus petraea Lieblein
tilleul Ă  petites feuilles (tilleul d'hiver) Tilia cordata Mill.
bouleau pubescent Betula pubescens Ehrh.
merisier Prunus avium (L.) L.
chĂȘne pĂ©donculĂ© Quercus robur L.
tilleul à grandes feuilles (tilleul d'été) Tilia platyphyllos Scop.
cassis Ribes nigrum L.
aulne glutineux Alnus glutinosa (L.) Gaertn.
peuplier noir Populus nigra L.
Nom français Nom scientifiquegroseiller rouge Ribes rubrum L.rosier Ă  feuilles obtuses Rosa tomentella LĂ©manhĂȘtre Fagus sylvatica L.osier jaune Salix x rubens Schrankrosier des champs Rosa arvensis Huds.saule marsault Salix caprea L.saule marsault x saule cendrĂ© Salix x reichardtii A. Kerner.genĂȘt Ă  balais Cytisus scoparius (L.) Link.argousier Hippophae rhamnoides L.rosier pimprenelle Rosa pimpinellifolia L.aubĂ©pine monogyne Crataegus monogyna Jacq.rosier rouillĂ© Rosa rubiginosa L.frĂȘne Fraxinus excelsior L.merisier grappes Prunus padus L.orme lisse Ulmus laevis Pallas.ajonc d'Europe Ulex europaeus L.viorne obier Viburnum opulus L.cornouiller mĂąle Cornus mas L.saule Ă  oreillettes Salix aurita L.saule Ă  oreillettes x saule cendrĂ© Salix x multinervis Döll.Ă©rable sycomore Acer pseudoplatanus L.sureau noir Sambucus nigra L.orme champĂȘtre Ulmus minor Mill.peuplier grisard Populus x canescens (Ait.) Smith.saule cendrĂ© Salix cinerea L.pin sylvestre Pinus sylvestris L.charme commun Carpinus betulus L.noisetier Corylus avellana L.Ă©glantier en corymbe Rosa corymbifera Borkh.tilleul commun Tilia x europaea L.Ă©glantier Rosa canina L.houx commun Ilex aquifolium L.genĂ©vrier Juniperus communis L.aubĂ©pine Ă  feuilles en Ă©ventail Crataegus rhipidophylla Gandogersaule fragile Salix fragilis L.saule rampant Salix repens L.saule rampant Salix repens L.groseillier Ă  maquereau Ribes uva-crispa L.nĂ©flier d'Allemagne Mespilus germanica L.peuplier tremble Populus tremula L.cornouiller sanguin Cornus sanguinea L.bouleau verruqueux Betula pendula Roth.orme de montagne Ulmus glabra Huds.saule blanc Salix alba L.rosier en peu scabre/tomenteux Rosa pseudoscabriuscula/tomentosaprunellier Prunus spinosa L.Ă©rable champĂȘtre Acer campestre L.bourdaine Rhamnus frangula L.if commun Taxus baccata L.sureau Ă  grappes Sambucus racemosa L.aubĂ©pine Ă  deux styles Crataegus laevigata (Poiret) DC.nerprun purgatif Rhamnus cathartica L.pommier sauvage Malus sylvestris (L.) Mill.piment royal Myrica gale L.fusain d'Europe Euonymus europaeus L.troĂ«ne commun Ligustrum vulgare L.sorbier des oiseleurs Sorbus aucuparia L.poirier sauvage Pyrus communis L. subsp. pyraster (L.) Ehrh.chĂȘne sessile Quercus petraea Liebleintilleul Ă  petites feuilles (tilleul d'hiver) Tilia cordata Mill.bouleau pubescent Betula pubescens Ehrh.merisier Prunus avium (L.) L.chĂȘne pĂ©donculĂ© Quercus robur L.tilleul Ă  grandes feuilles (tilleul d'Ă©tĂ©) Tilia platyphyllos Scop.cassis Ribes nigrum L.aulne glutineux Alnus glutinosa (L.) Gaertn.peuplier noir Populus nigra L.
Art. N2. Bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003 betreffende de subsidiëring van beheerders van openbare en privé-bossen
Art. N2. Annexe 1re Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 juin 2003 relatif Ă  l'octroi de subventions aux gestionnaires de bois publics et privĂ©s
  Bijlage 1
  Lijst van boomsoorten voor de subsidie ecologische bosfunctie
  Annexe 1re
  Liste d'espĂšces d'arbres pour la subvention en faveur de la fonction Ă©cologique des forĂȘts
beuk (Fagus sylvatica)
es (Fraxinus excelsior)
fladderiep (Ulmus laevis)
gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus)
gladde iep (Ulmus minor)
grauwe abeel (Populus canescens)
grove den (Pinus sylvestris)
haagbeuk (Carpinus betulus)
Hollandse linde (Tilia x vulgaris)
ratelpopulier (Populus tremula)
ruwe berk (Betula pendula)
ruwe iep (Ulmus glabra)
wilg (Salix alba, Salix fragilis en Salix x rubens)
wintereik (quercus petraea)
winterlinde (Tilia cordata)
zachte berk (Betula pubescens)
zoete kers (Prunus avium)
zomereik (Quercus robur)
zomerlinde (Tilia platyphyllos)
zwarte els (Alnus glutinosa)
beuk (Fagus sylvatica)es (Fraxinus excelsior)fladderiep (Ulmus laevis)gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus)gladde iep (Ulmus minor)grauwe abeel (Populus canescens)grove den (Pinus sylvestris)haagbeuk (Carpinus betulus)Hollandse linde (Tilia x vulgaris)ratelpopulier (Populus tremula)ruwe berk (Betula pendula)ruwe iep (Ulmus glabra)wilg (Salix alba, Salix fragilis en Salix x rubens)wintereik (quercus petraea)winterlinde (Tilia cordata)zachte berk (Betula pubescens)zoete kers (Prunus avium)zomereik (Quercus robur)zomerlinde (Tilia platyphyllos)zwarte els (Alnus glutinosa)
hĂȘtre (Fagus sylvatica)
frĂȘne (Fraxinus excelsior)
orme lisse (Ulmus laevis)
érable sycomore (Acer pseudoplatanus)
orme champĂȘtre (Ulmus minor)
peuplier gris (Populus canescens)
pin sylvestre (Pinus sylvestris)
charme (Carpinus betulus)
tilleul commun (Tilia x vulgaris)
peuplier tremble (Populus tremula)
bouleau verruqueux (Betula pendula)
orme de montagne (Ulmus glabra)
saule (Salix alba, Salix fragilis et Salix x rubens)
chĂȘne sessile (Quercus petraea)
tilleul Ă  petites feuilles (Tilia cordata)
bouleau pubescent (Betula pubescens)
merisier (Prunus avium)
chĂȘne pĂ©donculĂ© (Quercus robur)
tilleul Ă  grandes feuilles (Tilia platyphyllos)
aulne glutineux (Alnus glutinosa)
hĂȘtre (Fagus sylvatica)frĂȘne (Fraxinus excelsior)orme lisse (Ulmus laevis)Ă©rable sycomore (Acer pseudoplatanus)orme champĂȘtre (Ulmus minor)peuplier gris (Populus canescens)pin sylvestre (Pinus sylvestris)charme (Carpinus betulus)tilleul commun (Tilia x vulgaris)peuplier tremble (Populus tremula)bouleau verruqueux (Betula pendula)orme de montagne (Ulmus glabra)saule (Salix alba, Salix fragilis et Salix x rubens)chĂȘne sessile (Quercus petraea)tilleul Ă  petites feuilles (Tilia cordata)bouleau pubescent (Betula pubescens)merisier (Prunus avium)chĂȘne pĂ©donculĂ© (Quercus robur)tilleul Ă  grandes feuilles (Tilia platyphyllos)aulne glutineux (Alnus glutinosa)
Art. N3. [1 Bijlage 3 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2015 betreffende het verlenen van subsidies voor bebossing en voor herbebossing
   Bijlage 3 Lijst van soorten met aanbevolen herkomsten
Art. N3. [1 Annexe 3 Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 octobre 2015 relatif au subventionnement du boisement et du reboisement
   Annexe 3 Liste des espÚces de provenances recommandées
beuk Fagus sylvatica L.
bosroos Rosa arvensis Huds.
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna Jacq.
es Fraxinus excelsior L.
Europese vogelkers Prunus padus L.
fladderiep Ulmus laevis Pallas.
Gelderse roos Viburnum opulus L.
gewone esdoorn Acer pseudoplatanus L.
grove den Pinus sylvestris L.
haagbeuk Carpinus betulus L.
hazelaar Corylus avellana L.
hondsroos Rosa canina L.
hulst Ilex aquifolium L.
mispel Mespilus germanica L.
rode kornoelje Cornus sanguinea L.
sleedoorn Prunus spinosa L.
Spaanse aak Acer campestre L.
spork Rhamnus frangula L.
wegedoorn Rhamnus cathartica L.
wilde appel Malus sylvestris (L.) Mill.
wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus L.
wilde liguster Ligustrum vulgare L.
wilde lijsterbes Sorbus aucuparia L.
wintereik Quercus petraea Lieblein
winterlinde Tilia cordata Mill.
zoete kers Prunus avium (L.) L.
zomereik Quercus robur L.
zomerlinde Tilia platyphyllos Scop.
zwarte els Alnus glutinosa (L.) Gaertn.
zwarte populier Populus nigra L.
beuk Fagus sylvatica L. bosroos Rosa arvensis Huds. eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna Jacq. es Fraxinus excelsior L. Europese vogelkers Prunus padus L. fladderiep Ulmus laevis Pallas. Gelderse roos Viburnum opulus L. gewone esdoorn Acer pseudoplatanus L. grove den Pinus sylvestris L. haagbeuk Carpinus betulus L. hazelaar Corylus avellana L. hondsroos Rosa canina L. hulst Ilex aquifolium L. mispel Mespilus germanica L. rode kornoelje Cornus sanguinea L. sleedoorn Prunus spinosa L. Spaanse aak Acer campestre L. spork Rhamnus frangula L. wegedoorn Rhamnus cathartica L. wilde appel Malus sylvestris (L.) Mill. wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus L. wilde liguster Ligustrum vulgare L. wilde lijsterbes Sorbus aucuparia L. wintereik Quercus petraea Lieblein winterlinde Tilia cordata Mill. zoete kers Prunus avium (L.) L. zomereik Quercus robur L. zomerlinde Tilia platyphyllos Scop. zwarte els Alnus glutinosa (L.) Gaertn. zwarte populier Populus nigra L.
]1
  
hĂȘtre Fagus sylvatica L.
rosier des champs Rosa arvensis Huds.
aubépine monogyne Crataegus monogyna Jacq.
frĂȘne Fraxinus excelsior L.
Cerisier Ă  grappes Prunus padus L.
orme lisse Ulmus laevis Pallas.
viorne obier Viburnum opulus L.
érable sycomore Acer pseudoplatanus L.
pin sylvestre Pinus sylvestris L.
charme commun Carpinus betulus L.
noisetier Corylus avellana L.
églantier Rosa canina L.
houx commun Ilex aquifolium L.
néflier d'Allemagne Mespilus germanica L.
cornouiller sanguin Cornus sanguinea L.
prunellier Prunus spinosa L.
Ă©rable champĂȘtre Acer campestre L.
bourdaine Rhamnus frangula L.
nerprun purgatif Rhamnus cathartica L.
pommier sauvage Malus sylvestris (L.) Mill.
fusain d'Europe Euonymus europaeus L.
troëne commun Ligustrum vulgare L.
sorbier des oiseleurs Sorbus aucuparia L.
chĂȘne sessile Quercus petraea Lieblein
tilleul Ă  petites feuilles Tilia cordata Mill.
merisier Prunus avium (L.) L.
chĂȘne pĂ©donculĂ© Quercus robur L.
tilleul Ă  grandes feuilles Tilia platyphyllos Scop.
aulne glutineux Alnus glutinosa (L.) Gaertn.
peuplier noir Populus nigra L.
hĂȘtre Fagus sylvatica L. rosier des champs Rosa arvensis Huds. aubĂ©pine monogyne Crataegus monogyna Jacq. frĂȘne Fraxinus excelsior L. Cerisier Ă  grappes Prunus padus L. orme lisse Ulmus laevis Pallas. viorne obier Viburnum opulus L. Ă©rable sycomore Acer pseudoplatanus L. pin sylvestre Pinus sylvestris L. charme commun Carpinus betulus L. noisetier Corylus avellana L. Ă©glantier Rosa canina L. houx commun Ilex aquifolium L. nĂ©flier d'Allemagne Mespilus germanica L. cornouiller sanguin Cornus sanguinea L. prunellier Prunus spinosa L.Ă©rable champĂȘtre Acer campestre L. bourdaine Rhamnus frangula L. nerprun purgatif Rhamnus cathartica L. pommier sauvage Malus sylvestris (L.) Mill. fusain d'Europe Euonymus europaeus L. troĂ«ne commun Ligustrum vulgare L. sorbier des oiseleurs Sorbus aucuparia L. chĂȘne sessile Quercus petraea Lieblein tilleul Ă  petites feuilles Tilia cordata Mill. merisier Prunus avium (L.) L. chĂȘne pĂ©donculĂ© Quercus robur L. tilleul Ă  grandes feuilles Tilia platyphyllos Scop. aulne glutineux Alnus glutinosa (L.) Gaertn. peuplier noir Populus nigra L.
]1
 Â