Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
4 SEPTEMBER 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de regelgeving bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen van de leerkrachten en inspecteurs-adviseurs levensbeschouwelijk onderricht
Titre
4 SEPTEMBRE 2015. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant diverses dispositions relatives Ă  la rĂ©glementation relative aux titres et aux Ă©chelles de traitement des enseignants et des inspecteurs conseillers de cours philosophiques
Documentinformatie
Numac: 2015036173
Datum: 2015-09-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015036173
Date: 2015-09-04
Moniteur: Voir
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vaststelling van de gelijkwaardigheid van bepaalde bekwaamheidsbewijzen van godsdienstige of ideologische aard met de vereiste of de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde vrije onderwijsinstellingen
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant pour les Ă©tablissements d'enseignement libres subventionnĂ©s par la CommunautĂ© flamande l'Ă©quivalence de certains titres Ă  caractĂšre religieux ou idĂ©ologique avec les titres requis ou les titres jugĂ©s Ă©quivalents
Artikel 1. Aan artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vaststelling van de gelijkwaardigheid van bepaalde bekwaamheidsbewijzen van godsdienstige of ideologische aard met de vereiste of de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde vrije onderwijsinstellingen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 5° worden de punten a) tot en met j) opgeheven;
  2° er wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° vanaf 1 september 2013, met het diploma van:
  a) ten minste bachelor + BPB;
  b) bachelor + BPB.";
Article 1er. A l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant pour les Ă©tablissements d'enseignement libres subventionnĂ©s par la CommunautĂ© flamande l'Ă©quivalence de certains titres Ă  caractĂšre religieux ou idĂ©ologique avec les titres requis ou les titres jugĂ©s Ă©quivalents, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 fĂ©vrier 2003 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 5°, les points a) à j) sont abrogés ;
  2° il est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
  " 6° à compter du 1er septembre 2013, avec le diplÎme :
  a) de bachelor au moins + CAP ;
  b) de bachelor + CAP. " ;
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire des maĂźtres de religion et des professeurs de religion
Art. 2. In artikel 5, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 4° worden de woorden "tenminste HOLT" vervangen door de woorden "ten minste master";
  2° in punt 4° wordt een punt 2bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "2bis. het diploma van master;";
  3° in punt 5° wordt een punt 2bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "2bis. het diploma van master;";
  4° in punt 5° worden een punt 34bis en 34ter ingevoegd, die luiden als volgt:
  "34bis. het diploma van professioneel gerichte bachelor;
  34ter. het diploma van academisch gerichte bachelor;";
  5° in punt 5°, 36bis, wordt het woord "onderiwjs" vervangen door het woord "onderwijs";
  6° in punt 5° worden de punten 42.bis en 42.ter opgeheven;
  7° in punt 10° worden de woorden "tenminste HOKT" telkens vervangen door de woorden "ten minste bachelor";
  8° in punt 11° worden de woorden "ten minste HOKT" en de woorden "tenminste HOKT" vervangen door de woorden "ten minste bachelor";
  9° in punt 11° wordt een punt 3bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "3bis. bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs;";
  10° in punt 11° wordt een punt 4bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "4bis. bachelor in het onderwijs: lager onderwijs;";
  11° aan punt 11° wordt een punt 5bis toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5bis. bachelor in het onderwijs: kleuteronderwijs;";
  12° punt 17° wordt opgeheven;
  13° in punt 19°, 2, wordt tussen de woorden "het diploma van" en de zinsnede "GVSO-groep 1" de zinsnede "GLSO," ingevoegd.
Art. 2. Dans l'article 5, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire des maĂźtres de religion et des professeurs de religion, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du 6 septembre 2013, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans le point 4°, les mots " au moins ESTL " sont remplacés par les mots " au moins master " ;
  2° dans le point 4°, il est inséré un point 2bis rédigé comme suit :
  " 2bis. le diplÎme de master ; " ;
  3° dans le point 5°, il est inséré un point 2bis rédigé comme suit :
  " 2bis. le diplÎme de master ; " ;
  4° dans le point 5°, il est inséré un point 34bis et un point 34ter, rédigés comme suit :
  " 34bis. le diplÎme de bachelor à orientation professionnelle ;
  34ter. le diplÎme de bachelor à orientation académique ; " ;
  5° dans le point 5°, 36bis, dans le texte néerlandais, le mot " onderiwjs " est remplacé par le mot " onderwijs " ;
  6° dans le point 5°, les points 42.bis et 42.ter sont abrogés ;
  7° dans le point 10°, les mots " au moins ESTL " sont chaque fois remplacés par les mots " au moins bachelor " ;
  8° dans le point 11°, les mots " au moins ESTL " sont chaque fois remplacés par les mots " au moins bachelor " ;
  9° dans le point 11°, il est inséré un point 3bis rédigé comme suit :
  " 3bis. bachelor en enseignement : enseignement secondaire ; " ;
  10° dans le point 11°, il est inséré un point 4bis rédigé comme suit :
  " 4bis. bachelor en enseignement : enseignement primaire ; " ;
  11° au point 11°, il est ajouté un point 5bis, rédigé comme suit :
  " 5bis. bachelor en enseignement : enseignement maternel ; " ;
  12° le point 17° est abrogé ;
  13° dans le point 19°, 2, le membre de phrase " AESI " est inséré entre les mots " le diplÎme de " et le membre de phrase " AES-groupe 1 ".
Art. 3. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007, wordt de zinsnede "bijlage I" vervangen door de zinsnede "bijlage 1".
Art. 3. Dans l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, le membre de phrase " annexe Ire " est remplacĂ© par le membre de phrase " annexe 1re ".
Art. 4. In artikel 9 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007, wordt de zinsnede "bijlage I" vervangen door de zinsnede "bijlage 1".
Art. 4. Dans l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, le membre de phrase " annexe Ire " est remplacĂ© par le membre de phrase " annexe 1re ".
Art. 5. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2013, wordt een artikel 10quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 10quinquies. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan:
  1° alle personeelsleden die op 31 augustus 2015 vastbenoemd zijn voor het algemene vak orthodoxe godsdienst of voor het ambt van leermeester orthodoxe godsdienst;
  2° alle personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn in of tijdelijk belast zijn met het algemene vak orthodoxe godsdienst of met het ambt van leermeester orthodoxe godsdienst in de loop van het schooljaar 2012-2013, 2013-2014 of 2014-2015.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2015 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemene vak orthodoxe godsdienst, en vanaf 1 september 2015 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben in de betreffende graad of onderwijsvorm, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemene vak orthodoxe godsdienst in de betreffende graad of onderwijsvorm.
  De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2015 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemene vak orthodoxe godsdienst, en vanaf 1 september 2015 geen voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hebben in de betreffende graad of onderwijsvorm, worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemene vak orthodoxe godsdienst in de betreffende graad of onderwijsvorm.
  De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2015 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester orthodoxe godsdienst, en vanaf 1 september 2015 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor het ambt van leermeester orthodoxe godsdienst, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester orthodoxe godsdienst.
  De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2015 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester orthodoxe godsdienst, en vanaf 1 september 2015 geen voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor het ambt van leermeester orthodoxe godsdienst, worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester orthodoxe godsdienst.
  § 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 2, worden toegekend op 1 september 2015, rekening houdend met de onderstaande bepalingen:
  1° de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, 1°, behouden de overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
  2° de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, 2°, behouden de overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd:
  a) de vakantieperioden;
  b) de loopbaanonderbreking;
  c) de militaire dienst;
  d) de perioden van wederoproeping;
  e) de ziekte- en bevallingsverloven;
  f) de onbezoldigde ouderschapsverloven;
  g) de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  h) de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  i) de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.".
Art. 5. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 septembre 2013, il est insĂ©rĂ© un article 10quinquies, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 10quinquies. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées :
  1° à tous les membres du personnel qui, le 31 août 2015, sont nommés à titre définitif pour le cours général de religion orthodoxe ou pour la fonction de maßtre de religion orthodoxe ;
  2° à tous les membres du personnel qui ont été temporairement désignés pour ou chargés du cours général de religion orthodoxe ou de la fonction de maßtre de religion orthodoxe au cours de l'année scolaire 2012-2013, 2013-2014 ou 2014-2015.
  § 2. Les membres du personnel visĂ©s au § 1er, qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 2015, Ă©taient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour le cours gĂ©nĂ©ral de religion orthodoxe, et qui, Ă  compter du 1er septembre 2015, ne sont pas porteurs d'un titre requis dans le degrĂ© et/ou la forme d'enseignement concernĂ©, sont jugĂ©s ĂȘtre porteurs d'un titre requis pour le cours gĂ©nĂ©ral de religion orthodoxe dans le degrĂ© et/ou la forme d'enseignement concernĂ©.
  Les membres du personnel visĂ©s au § 1er, qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 2015, Ă©taient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugĂ© suffisant pour le cours gĂ©nĂ©ral de religion orthodoxe, et qui, Ă  compter du 1er septembre 2015, ne sont pas porteurs d'un titre jugĂ© suffisant dans le degrĂ© et/ou la forme d'enseignement concernĂ©, sont jugĂ©s ĂȘtre porteurs d'un titre jugĂ© suffisant pour le cours gĂ©nĂ©ral de religion orthodoxe dans le degrĂ© et/ou la forme d'enseignement concernĂ©.
  Les membres du personnel visĂ©s au § 1er, qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 2015, Ă©taient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour la fonction de maĂźtre de religion orthodoxe, et qui, Ă  compter du 1er septembre 2015, ne sont pas porteurs d'un titre requis pour la fonction de maĂźtre de religion orthodoxe, sont jugĂ©s ĂȘtre porteurs d'un titre requis pour la fonction de religion orthodoxe pour la fonction de maĂźtre de religion orthodoxe.
  Les membres du personnel visĂ©s au § 1er, qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 2015, Ă©taient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugĂ© suffisant pour la fonction de maĂźtre de religion orthodoxe, et qui, Ă  compter du 1er septembre 2015, ne sont pas porteurs d'un titre jugĂ© suffisant pour la fonction de maĂźtre de religion orthodoxe, sont jugĂ©s ĂȘtre porteurs d'un titre jugĂ© suffisant pour la fonction de maĂźtre de religion orthodoxe.
  § 3. Les mesures transitoires visées au § 2, sont attribuées le 1er septembre 2015, en tenant compte des dispositions suivantes :
  1° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, 1°, tant qu'ils sont en service dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique ;
  2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, 2°, tant qu'ils sont en service sans interruption dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  a) les périodes de vacances ;
  b) l'interruption de carriÚre ;
  c) le service militaire ;
  d) les périodes de rappel sous les armes ;
  e) les congés de maladie et de maternité ;
  f) les congés parentaux non rémunérés ;
  g) les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
  h) les congés de courte durée avec maintien du traitement (ou de la subvention-traitement) à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
  i) les congés sans maintien du traitement (ou de la subvention-traitement) ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire ;
  j) une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 6. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2013, wordt een artikel 11quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 11quinquies. De personeelsleden, vermeld in artikel 10quinquies, genieten voor het algemene vak orthodoxe godsdienst de salarisschaal die hen op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2015, mocht worden verleend voor het algemene vak orthodoxe godsdienst, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover ze beschikken, recht geeft op een hogere salarisschaal.
  De personeelsleden, vermeld in artikel 10quinquies, genieten als leermeester orthodoxe godsdienst de salarisschaal die hen op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2015, mocht worden verleend als leermeester orthodoxe godsdienst, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover ze beschikken, recht geeft op een hogere salarisschaal.".
Art. 6. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 septembre 2013, il est insĂ©rĂ© un article 11quinquies, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 11quinquies. Les membres du personnel visĂ©s Ă  l'article 10quinquies bĂ©nĂ©ficient pour le cours gĂ©nĂ©ral de religion orthodoxe de l'Ă©chelle de traitement qui pouvait leur ĂȘtre attribuĂ©e en vertu de la rĂ©glementation applicable avant le 1er septembre 2015 pour le cours gĂ©nĂ©ral de religion orthodoxe, sauf si le titre dont ils disposent donne droit Ă  une Ă©chelle de traitement plus Ă©levĂ©e.
  Les membres du personnel visĂ©s Ă  l'article 10quinquies bĂ©nĂ©ficient comme maĂźtre de religion orthodoxe de l'Ă©chelle de traitement qui pouvait leur ĂȘtre attribuĂ©e en vertu de la rĂ©glementation applicable avant le 1er septembre 2015 comme maĂźtre de religion orthodoxe, sauf si le titre dont ils disposent donne droit Ă  une Ă©chelle de traitement plus Ă©levĂ©e. ".
Art. 7. In artikel 16bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2002, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de datum "1 september 2013" wordt vervangen door de datum "1 september 2015";
  2° de zinsnede "bijlage I" wordt vervangen door de zinsnede "bijlage 1".
Art. 7. A l'article 16bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 juin 2002, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 septembre 2013, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° la date " 1er septembre 2013 " est remplacé par la date " 1er septembre 2015 " ;
  2° le membre de phrase " l'annexe Ire " est remplacé par le membre de phrase " à l'annexe 1re ".
Art. 8. In artikel 16ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009, wordt de zinsnede "bijlage I" vervangen door de zinsnede "bijlage 1".
Art. 8. Dans l'article 16ter du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009, le membre de phrase " annexe Ire " est remplacĂ© par le membre de phrase " annexe 1re ".
Art. 9. De bijlage bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2013, wordt vervangen door de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 9. L'annexe au mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 septembre 2013, est remplacĂ©e par l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot uitvoering van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 1993 pris en exĂ©cution du dĂ©cret du 1er dĂ©cembre 1993 relatif Ă  l'inspection et Ă  l'encadrement des cours philosophiques
Art. 10. In artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot uitvoering van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, wordt een punt 1° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "1° /1 inspecteur-adviseur coördinator voor het lager onderwijs: 166;".
Art. 10. Dans l'article 8, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 1993 pris en exĂ©cution du dĂ©cret du 1er dĂ©cembre 1993 relatif Ă  l'inspection et Ă  l'encadrement des cours philosophiques, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012, il est insĂ©rĂ© un point 1° /1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " 1° /1 inspecteur conseiller coordinateur de l'enseignement primaire : 166 ; ".
Art. 11. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2015.
  Artikel 10 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2012.
Art. 11. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er septembre 2015.
  L'article 10 produit ses effets le 1er septembre 2012.
Art. 12. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen vvor leermeesters godsdienst en godsdienstleraars vanaf 1 september 2015
  (Tabellen niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 07-10-2015, p. 63155-63173)
Art. N. Annexe non traduite