Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs;
  2° Vlaamse Bemiddelingscommissie, hierna Commissie te noemen : de Vlaamse Bemiddelingscommissie, opgericht bij artikel 4.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 JULI 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering en tot verdere uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-08-2015 en tekstbijwerking tot 04-08-2023)
Titre
10 JUILLET 2015. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant divers arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand et portant continuation de l'exĂ©cution du dĂ©cret du 21 mars 2014 relatif Ă des mesures pour les Ă©lĂšves Ă besoins Ă©ducatifs spĂ©cifiques(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 25-08-2015 et mise Ă jour au 04-08-2023)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Autonome bepalingen
Afdeling 1. - Definities
Afdeling 2. - Attest type 5
Afdeling 3. - De Vlaamse Bemiddelingscommissie
Onderafdeling 1. - Oprichting en samenstelling
Onderafdeling 2. - Bevoegdheden
Onderafdeling 3. - Werkingsprincipes
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 2. - Secundair onderwijs
Onderafdeling 1. - Wijzigingen van het besluit ...
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het besluit ...
Afdeling 3. - Basisonderwijs en secundair onder...
Onderafdeling 1. - Wijzigingen van het besluit ...
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het besluit ...
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions autonomes
Section 1re. - Définitions
Section 2. - Attestation type 5
Section 3. - La Commission de médiation flamande
Sous-section 1re. - Création et composition
Sous-section 2. - Compétences
Sous-section 3. - Principes de fonctionnement
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Section 1re. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
Section 2. - Enseignement secondaire
Sous-section 1re. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© d...
Sous-section 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du ...
Section 3. - Enseignement fondamental et second...
Sous-section 1re. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© d...
Sous-section 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du ...
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
ANNEXE.
Tekst (54)
Texte (54)
HOOFDSTUK 1. - Autonome bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions autonomes
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° Ministre : le Ministre flamand chargé de la politique de l'enseignement ;
  2° Commission de médiation flamande, dénommée ci-aprÚs Commission : la Commission de médiation flamande, établie par l'article 4.
  1° Ministre : le Ministre flamand chargé de la politique de l'enseignement ;
  2° Commission de médiation flamande, dénommée ci-aprÚs Commission : la Commission de médiation flamande, établie par l'article 4.
Afdeling 2. - Attest type 5
Section 2. - Attestation type 5
Art. 2. Het attest voor toelating tot buitengewoon onderwijs type 5 bevat de volgende elementen :
  1° de identificatiegegevens van de leerling : voornaam, achternaam, geboortedatum, adres;
  2° de identificatiegegevens van de ouders : voornaam, achternaam en adres;
  3° de identificatiegegevens van de school voor gewoon of buitengewoon onderwijs waar de leerling ingeschreven is : naam, adres en instellingsnummer, met inbegrip van het studieaanbod dat de leerling er volgt;
  4° de identificatiegegevens van de voorziening waar onderwijs van type 5 aangeboden wordt : naam, adres en instellingsnummer, en voor- en achternaam van de behandelende geneesheer van de medische of psychiatrische voorziening, van het preventorium of van de directeur van de residentiële setting;
  5° de datum van de ondertekening van het attest, de ingangsdatum van het attest en de handtekening van de behandelende geneesheer of directeur, vermeld in punt 4° ;
  6° de motivering waarom :
  a) de medische, psychiatrische of residentiële opvang of begeleiding niet toelaat dat het kind of de jongere voltijds in een school voor gewoon of buitengewoon onderwijs de lessen kan volgen;
  b) het kind of de jongere behoefte heeft aan een individueel of geïndividualiseerd aanbod dat in een residentiële omgeving verstrekt moet worden.
  1° de identificatiegegevens van de leerling : voornaam, achternaam, geboortedatum, adres;
  2° de identificatiegegevens van de ouders : voornaam, achternaam en adres;
  3° de identificatiegegevens van de school voor gewoon of buitengewoon onderwijs waar de leerling ingeschreven is : naam, adres en instellingsnummer, met inbegrip van het studieaanbod dat de leerling er volgt;
  4° de identificatiegegevens van de voorziening waar onderwijs van type 5 aangeboden wordt : naam, adres en instellingsnummer, en voor- en achternaam van de behandelende geneesheer van de medische of psychiatrische voorziening, van het preventorium of van de directeur van de residentiële setting;
  5° de datum van de ondertekening van het attest, de ingangsdatum van het attest en de handtekening van de behandelende geneesheer of directeur, vermeld in punt 4° ;
  6° de motivering waarom :
  a) de medische, psychiatrische of residentiële opvang of begeleiding niet toelaat dat het kind of de jongere voltijds in een school voor gewoon of buitengewoon onderwijs de lessen kan volgen;
  b) het kind of de jongere behoefte heeft aan een individueel of geïndividualiseerd aanbod dat in een residentiële omgeving verstrekt moet worden.
Art. 2. L'attestation d'admission en enseignement spécial du type 5 contient les éléments suivants :
  1° les données d'identification de l'élÚve : prénom, nom, date de naissance et adresse ;
  2° les données d'identification des parents : prénom, nom et adresse ;
  3° les donnĂ©es d'identification de l'Ă©cole qui dispense un enseignement ordinaire ou spĂ©cial oĂč l'Ă©lĂšve est inscrit : nom, adresse et numĂ©ro d'Ă©tablissement, y compris l'offre d'Ă©tudes suivie par l'Ă©lĂšve ;
  4° les donnĂ©es d'identification de la structure oĂč est proposĂ© un enseignement du type 5 : nom, adresse et numĂ©ro de l'Ă©tablissement, et le prĂ©nom et nom du mĂ©decin traitant de la structure mĂ©dicale ou psychiatrique, du prĂ©ventorium ou du directeur de la structure rĂ©sidentielle ;
  5° la date de signature de l'attestation, la date d'entrée en vigueur de l'attestation et la signature du médecin traitant ou du directeur, visé au point 4° ;
  6° la motivation pour laquelle :
  a) l'accueil médical, psychiatrique ou résidentiel ou l'accompagnement ne permet pas à l'enfant ou au jeune de suivre un enseignement à temps plein dans une école d'enseignement ordinaire ou spécial ;
  b) l'enfant ou le jeune a besoin d'une offre individuelle ou individualisée à dispenser dans un environnement résidentiel ;
  1° les données d'identification de l'élÚve : prénom, nom, date de naissance et adresse ;
  2° les données d'identification des parents : prénom, nom et adresse ;
  3° les donnĂ©es d'identification de l'Ă©cole qui dispense un enseignement ordinaire ou spĂ©cial oĂč l'Ă©lĂšve est inscrit : nom, adresse et numĂ©ro d'Ă©tablissement, y compris l'offre d'Ă©tudes suivie par l'Ă©lĂšve ;
  4° les donnĂ©es d'identification de la structure oĂč est proposĂ© un enseignement du type 5 : nom, adresse et numĂ©ro de l'Ă©tablissement, et le prĂ©nom et nom du mĂ©decin traitant de la structure mĂ©dicale ou psychiatrique, du prĂ©ventorium ou du directeur de la structure rĂ©sidentielle ;
  5° la date de signature de l'attestation, la date d'entrée en vigueur de l'attestation et la signature du médecin traitant ou du directeur, visé au point 4° ;
  6° la motivation pour laquelle :
  a) l'accueil médical, psychiatrique ou résidentiel ou l'accompagnement ne permet pas à l'enfant ou au jeune de suivre un enseignement à temps plein dans une école d'enseignement ordinaire ou spécial ;
  b) l'enfant ou le jeune a besoin d'une offre individuelle ou individualisée à dispenser dans un environnement résidentiel ;
Art. 3. Het attest is bestemd voor de directeur van de onderwijsinstelling van type 5, ter staving van de inschrijving. Het wordt aan het leerlingdossier toegevoegd.
  Als de leerling opnieuw alle onderwijsactiviteiten in een school voor gewoon of buitengewoon onderwijs kan volgen, vervalt het attest voor toelating tot buitengewoon onderwijs type 5.
  Als de leerling opnieuw alle onderwijsactiviteiten in een school voor gewoon of buitengewoon onderwijs kan volgen, vervalt het attest voor toelating tot buitengewoon onderwijs type 5.
Art. 3. L'attestation est soumise au directeur de l'établissement d'enseignement du type 5 pour étayer l'inscription. L'attestation est ajoutée au dossier d'élÚve.
  Si l'élÚve est à nouveau capable de suivre les activités d'enseignement dans une école d'enseignement ordinaire ou spécial, l'attestation d'admission en enseignement spécial type 5 échoit.
  Si l'élÚve est à nouveau capable de suivre les activités d'enseignement dans une école d'enseignement ordinaire ou spécial, l'attestation d'admission en enseignement spécial type 5 échoit.
Afdeling 3. - De Vlaamse Bemiddelingscommissie
Section 3. - La Commission de médiation flamande
Onderafdeling 1. - Oprichting en samenstelling
Sous-section 1re. - Création et composition
Art. 4. Bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten wordt een Vlaamse Bemiddelingscommissie ingesteld.
Art. 4. AuprÚs de l'" Agentschap voor Onderwijsdiensten " (Agence de Services d'Enseignement) une Commission de médiation flamande est établie.
Art. 5. De Commissie bestaat uit een afgevaardigde van de representatieve organisaties van de centra voor leerlingenbegeleiding, de representatieve verenigingen van inrichtende machten, het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap en van de erkende ouderverenigingen. De Commissie wordt voorgezeten door een erkende bemiddelaar. De Commissie wordt bijgestaan door een personeelslid van het Agentschap voor Onderwijsdiensten, die fungeert als secretaris.
  De minister stelt de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter, de effectieve en plaatsvervangende leden aan.
  De leden van de Commissie genieten de burgerlijke en politieke rechten en bieden alle waarborgen met het oog op een onafhankelijke uitoefening van hun opdracht.
  De minister stelt de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter, de effectieve en plaatsvervangende leden aan.
  De leden van de Commissie genieten de burgerlijke en politieke rechten en bieden alle waarborgen met het oog op een onafhankelijke uitoefening van hun opdracht.
Art. 5. La Commission se compose d'un délégué des organisations représentatives des centres d'encadrement des élÚves, des associations représentatives des pouvoirs organisateurs, de l'enseignement GO! de la Communauté flamande et des associations des parents reconnues. La Commission est présidée par un médiateur reconnu. La Commission est assistée par un fonctionnaire de l'Agentschap voor Onderwijsdiensten, agissant en tant que secrétaire.
  Le Ministre désigne le président et le président suppléant, les membres effectifs et les membres suppléants.
  Les membres de la Commission jouissent des droits civils et politiques et garantissent l'exercice indépendant de leur mission.
  Le Ministre désigne le président et le président suppléant, les membres effectifs et les membres suppléants.
  Les membres de la Commission jouissent des droits civils et politiques et garantissent l'exercice indépendant de leur mission.
Art. 6. De leden van de Commissie hebben een mandaat van zes jaar. Het mandaat is eenmaal hernieuwbaar.
  Met behoud van de toepassing van de bepalingen van het eerste lid eindigt het mandaat :
  1° in geval van ontslagneming;
  2° als niet meer voldaan is aan de aanstellingsvoorwaarden;
  3°[1 ...]1.
  Bij de vroegtijdige beëindiging van het mandaat van effectief lid, voltooit de plaatsvervanger als effectief lid de lopende mandaatperiode van zijn voorganger. De minister wijst een nieuwe plaatsvervanger aan.
  De Commissie behoudt haar bevoegdheden tot de nieuwe Commissie is samengesteld.
 Â
  Met behoud van de toepassing van de bepalingen van het eerste lid eindigt het mandaat :
  1° in geval van ontslagneming;
  2° als niet meer voldaan is aan de aanstellingsvoorwaarden;
  3°[1 ...]1.
  Bij de vroegtijdige beëindiging van het mandaat van effectief lid, voltooit de plaatsvervanger als effectief lid de lopende mandaatperiode van zijn voorganger. De minister wijst een nieuwe plaatsvervanger aan.
  De Commissie behoudt haar bevoegdheden tot de nieuwe Commissie is samengesteld.
 Â
Wijzigingen
Art. 6. Les membres de la Commission ont un mandat de six ans. Le mandat peut ĂȘtre renouvelĂ© une fois.
  Sans préjudice de l'application des dispositions du premier alinéa, le mandat prend fin :
  1° en cas de démission ;
  2° si les conditions de désignation ne sont plus remplies ;
  3° [1 ...]1
  Au cas oĂč le mandat du membre effectif prendrait fin prĂ©maturĂ©ment, son supplĂ©ant devient effectif et achĂšve le mandat en question pour la pĂ©riode du mandat restant Ă courir. Le Ministre dĂ©signe un nouveau supplĂ©ant.
  La Commission conserve ses compétences jusqu'à la composition de la nouvelle Commission.
 Â
  Sans préjudice de l'application des dispositions du premier alinéa, le mandat prend fin :
  1° en cas de démission ;
  2° si les conditions de désignation ne sont plus remplies ;
  3° [1 ...]1
  Au cas oĂč le mandat du membre effectif prendrait fin prĂ©maturĂ©ment, son supplĂ©ant devient effectif et achĂšve le mandat en question pour la pĂ©riode du mandat restant Ă courir. Le Ministre dĂ©signe un nouveau supplĂ©ant.
  La Commission conserve ses compétences jusqu'à la composition de la nouvelle Commission.
 Â
Wijzigingen
Art. 7. [3 De voorzitter en de leden van de Commissie ontvangen een terugbetaling van de reis- en verblijfskosten overeenkomstig de geldende reglementering die van toepassing is op de personeelsleden van de Vlaamse overheid.]3
  De voorzitter ontvangt een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van [2 4.000 euro]2. Indien van toepassing, ontvangt de plaatsvervangende voorzitter pro rata van het aantal voorgezeten [1 bemiddelingsgesprekken]1, een deel van deze vergoeding.
  [3 De vergoeding volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.]3
  [3 De leden die deelnemen aan een bemiddelingsgesprek, ontvangen een forfaitaire vergoeding per bemiddelingsgesprek van 125 euro tegen 100 %, met een maximum van tien bemiddelingsgesprekken per jaar. Een lid kan afzien van deze vergoeding.]3
  [3 De vergoeding volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De vergoeding wordt gekoppeld aan de spilindex 138, 01.]3
  [3 De secretaris ontvangt een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van 500 euro als de zittingen geheel of gedeeltelijk plaatsvinden buiten de normale diensttijd.]3
 Â
  De voorzitter ontvangt een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van [2 4.000 euro]2. Indien van toepassing, ontvangt de plaatsvervangende voorzitter pro rata van het aantal voorgezeten [1 bemiddelingsgesprekken]1, een deel van deze vergoeding.
  [3 De vergoeding volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.]3
  [3 De leden die deelnemen aan een bemiddelingsgesprek, ontvangen een forfaitaire vergoeding per bemiddelingsgesprek van 125 euro tegen 100 %, met een maximum van tien bemiddelingsgesprekken per jaar. Een lid kan afzien van deze vergoeding.]3
  [3 De vergoeding volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De vergoeding wordt gekoppeld aan de spilindex 138, 01.]3
  [3 De secretaris ontvangt een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van 500 euro als de zittingen geheel of gedeeltelijk plaatsvinden buiten de normale diensttijd.]3
 Â
Art. 7. [3 Le président et les membres de la Commission reçoivent un remboursement des frais de voyage et de séjour conformément à la réglementation en vigueur applicable aux membres du personnel de l'Autorité flamande.]3
  Le président reçoit une indemnité forfaitaire annuelle de [2 4.000 euros]2. Si applicable, le président suppléant reçoit une partie de cette indemnité au prorata [1 des entretiens de médiation présidés]1.
  [3 L'indemnitĂ© suit l'Ă©volution de l'indice de santĂ©, conformĂ©ment Ă la loi du 1er mars 1977 organisant un rĂ©gime de liaison Ă l'indice des prix Ă la consommation du Royaume de certaines dĂ©penses dans le secteur public, telle que modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© royal n° 178 du 30 dĂ©cembre 1982 et sans prĂ©judice de l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 dĂ©cembre 1993 portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays.]3
  [3 Les membres participant à un entretien de médiation, reçoivent une indemnité forfaitaire de 125 euros s'élevant à 100 % par session, le maximum d'entretiens de médiation étant de dix par an. Un membre peut renoncer à cette indemnité.]3
  [3 L'indemnitĂ© suit l'Ă©volution de l'indice de santĂ©, conformĂ©ment Ă la loi du 1er mars 1977 organisant un rĂ©gime de liaison Ă l'indice des prix Ă la consommation du Royaume de certaines dĂ©penses dans le secteur public, telle que modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© royal n° 178 du 30 dĂ©cembre 1982 et sans prĂ©judice de l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 dĂ©cembre 1993 portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays. L'indemnitĂ© est liĂ©e Ă l'indice pivot 138,01.]3
  [3 Le secrétaire reçoit une indemnité forfaitaire annuelle de 500 euros, si les séances ont lieu en tout ou en partie en dehors des heures de service normales.]3
 Â
  Le président reçoit une indemnité forfaitaire annuelle de [2 4.000 euros]2. Si applicable, le président suppléant reçoit une partie de cette indemnité au prorata [1 des entretiens de médiation présidés]1.
  [3 L'indemnitĂ© suit l'Ă©volution de l'indice de santĂ©, conformĂ©ment Ă la loi du 1er mars 1977 organisant un rĂ©gime de liaison Ă l'indice des prix Ă la consommation du Royaume de certaines dĂ©penses dans le secteur public, telle que modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© royal n° 178 du 30 dĂ©cembre 1982 et sans prĂ©judice de l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 dĂ©cembre 1993 portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays.]3
  [3 Les membres participant à un entretien de médiation, reçoivent une indemnité forfaitaire de 125 euros s'élevant à 100 % par session, le maximum d'entretiens de médiation étant de dix par an. Un membre peut renoncer à cette indemnité.]3
  [3 L'indemnitĂ© suit l'Ă©volution de l'indice de santĂ©, conformĂ©ment Ă la loi du 1er mars 1977 organisant un rĂ©gime de liaison Ă l'indice des prix Ă la consommation du Royaume de certaines dĂ©penses dans le secteur public, telle que modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© royal n° 178 du 30 dĂ©cembre 1982 et sans prĂ©judice de l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 dĂ©cembre 1993 portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays. L'indemnitĂ© est liĂ©e Ă l'indice pivot 138,01.]3
  [3 Le secrétaire reçoit une indemnité forfaitaire annuelle de 500 euros, si les séances ont lieu en tout ou en partie en dehors des heures de service normales.]3
 Â
Onderafdeling 2. - Bevoegdheden
Sous-section 2. - Compétences
Art. 8. De Commissie bemiddelt, op initiatief van de school, het CLB of de ouders, bij onenigheid over het afleveren of over het niet afleveren of over de inhoud van het [1 IAC- verslag of OV4-verslag]1.
 Â
 Â
Wijzigingen
Art. 8. La Commission intervient à l'initiative de l'école, du CLB ou des parents, lors d'un désaccord au sujet de la délivrance ou non ou du contenu du [1 rapport IAC ou du rapport OV4]1.
 Â
 Â
Wijzigingen
Art. 9. De Commissie bemiddelt om een consensus te bereiken tussen de partijen.
Art. 9. La Commission se pose en médiateur afin d'atteindre un consensus entre les parties.
Onderafdeling 3. - Werkingsprincipes
Sous-section 3. - Principes de fonctionnement
Art. 10. De Commissie stelt bij haar aantreden een werkingsreglement op. Het Ministerie van Onderwijs en Vorming publiceert het werkingsreglement op haar website.
Art. 10. Lors de son entrée en fonction, la Commission rédige un rÚglement de fonctionnement. Le MinistÚre flamand de l'Enseignement et de la Formation publie le rÚglement de fonctionnement sur son site web.
Art. 11. [1 Een bemiddelingsverzoek is ontvankelijk:
  1° na het doorlopen van de fase van uitbreiding van zorg, vermeld in artikel 3, 53° bis, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 3, 44° /1, van de codex secundair onderwijs van 17 december 2010;
  2° en in geval de vraag tot bemiddeling gesteld wordt door de ouders, na het doorlopen van de klachtenprocedure van het CLB.]1
 Â
  1° na het doorlopen van de fase van uitbreiding van zorg, vermeld in artikel 3, 53° bis, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 3, 44° /1, van de codex secundair onderwijs van 17 december 2010;
  2° en in geval de vraag tot bemiddeling gesteld wordt door de ouders, na het doorlopen van de klachtenprocedure van het CLB.]1
 Â
Wijzigingen
Art. 11. [1 Une demande de médiation est recevable :
  1° au terme de la phase d'élargissement de l'encadrement, visée à l'article 3, 53° bis, du décret sur l'enseignement fondamental du 25 février 1997 et à l'article 3, 44° /1, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
  2° et dans le cas oĂč la demande de mĂ©diation est introduite par les parents au terme de la procĂ©dure de plainte du CLB.]1
 Â
  1° au terme de la phase d'élargissement de l'encadrement, visée à l'article 3, 53° bis, du décret sur l'enseignement fondamental du 25 février 1997 et à l'article 3, 44° /1, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
  2° et dans le cas oĂč la demande de mĂ©diation est introduite par les parents au terme de la procĂ©dure de plainte du CLB.]1
 Â
Wijzigingen
Art. 12. Zodra de Commissie ingeschakeld wordt, brengt de voorzitter of zijn gemandateerde de betrokken partijen op de hoogte van de datum van behandeling en nodigt hen uit om, [1 voorafgaand aan het bemiddelingsgesprek en uiterlijk op het door de voorzitter bepaald tijdstip]1, elementen ter bespreking te bezorgen.
  De voorzitter nodigt alleen de leden van de representatieve organisaties van de centra voor leerlingenbegeleiding, van de representatieve verenigingen van inrichtende machten, van het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap en van de erkende ouderverenigingen uit, die behoren tot het net waartoe het betreffende centrum voor leerlingenbegeleiding en de school waarvoor het bemiddelingsverzoek is ingediend, behoren.
 Â
  De voorzitter nodigt alleen de leden van de representatieve organisaties van de centra voor leerlingenbegeleiding, van de representatieve verenigingen van inrichtende machten, van het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap en van de erkende ouderverenigingen uit, die behoren tot het net waartoe het betreffende centrum voor leerlingenbegeleiding en de school waarvoor het bemiddelingsverzoek is ingediend, behoren.
 Â
Wijzigingen
Art. 12. Du moment oĂč l'intervention de la Commission est sollicitĂ©e, le prĂ©sident ou son mandataire informe les parties intĂ©ressĂ©es de la date de traitement et ils invitent ces derniĂšres Ă apporter des Ă©lĂ©ments Ă la discussion, [1 prĂ©alablement Ă l'entretien de mĂ©diation et au plus tard Ă une date fixĂ©e par le prĂ©sident]1.
  La Commission invite uniquement les membres des organisations représentatives des centres d'encadrement des élÚves, des associations représentatives des pouvoirs organisateurs, de l'enseignement GO! de la Communauté flamande et des associations des parents reconnues, qui appartiennent au réseau auquel appartiennent le centre d'encadrement des élÚves et l'école pour lesquels la demande de médiation est introduite.
 Â
  La Commission invite uniquement les membres des organisations représentatives des centres d'encadrement des élÚves, des associations représentatives des pouvoirs organisateurs, de l'enseignement GO! de la Communauté flamande et des associations des parents reconnues, qui appartiennent au réseau auquel appartiennent le centre d'encadrement des élÚves et l'école pour lesquels la demande de médiation est introduite.
 Â
Wijzigingen
Art. 13. Om haar werkzaamheden te kunnen uitoefenen, kan de Commissie documenten over de leerling bij het centrum voor leerlingenbegeleiding of de school opvragen.
Art. 13. Afin de pouvoir exercer ses activités, la Commission peut réclamer auprÚs du centre d'encadrement des élÚves les documents concernant l'élÚve.
Art. 14. Een [1 bemiddelingsgesprek]1 kan plaatsvinden als de voorzitter of de plaatsvervangende voorzitter aanwezig is en ten minste één lid van de representatieve organisaties van de centra voor leerlingenbegeleiding, van de representatieve verenigingen van inrichtende machten, van het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap en van de erkende ouderverenigingen.
 Â
 Â
Wijzigingen
Art. 14. [1 Un entretien de médiation]1 peut avoir lieu si le président ou le président suppléant est présent et au moins un membre des organisations représentatives des centres d'encadrement des élÚves, des associations représentatives des pouvoirs organisateurs, de l'enseignement GO! de la Communauté flamande et des associations des parents reconnues.
 Â
 Â
Wijzigingen
Art. 15. Alle leden van de Commissie zijn tot geheimhouding verplicht over de dossiers die aan hen worden voorgelegd en de informatie die erover wordt meegedeeld.
Art. 15. Tous les membres de la Commission sont tenus au secret sur les dossiers qui leur sont soumis et sur l'information qui est communiquée à leur sujet.
Art. 16. De Commissie bezorgt jaarlijks voor 1 oktober aan de minister een register van de ingediende aanvragen tot bemiddeling en een verslag over de werkzaamheden van het voorafgaande schooljaar met inbegrip van hierop gebaseerde aanbevelingen.
Art. 16. Chaque année, avant le 1er octobre, la Commission transmet au Ministre un registre de toutes les demandes de médiation déposées ainsi qu'un rapport sur les activités de l'année scolaire précédente y compris les recommandations basées sur ce rapport.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs
Section 1re. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental spĂ©cial
Art. 17. In artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 januari 2006 en 19 juli 2007, wordt paragraaf 3 opgeheven.
Art. 17. Dans l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental spĂ©cial, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 20 janvier 2006 et 19 juillet 2007, le paragraphe 3 est abrogĂ©.
Art. 18. In artikel 11, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de zinsnede "voor de types 1, 8" wordt vervangen door de zinsnede "voor de types 1, basisaanbod en 8";
  2° de zinsnede "voor de types 2, 3, 4 en 5" wordt vervangen door de zinsnede "voor de types 2, 3, 4, 5 en 9".
  1° de zinsnede "voor de types 1, 8" wordt vervangen door de zinsnede "voor de types 1, basisaanbod en 8";
  2° de zinsnede "voor de types 2, 3, 4 en 5" wordt vervangen door de zinsnede "voor de types 2, 3, 4, 5 en 9".
Art. 18. A l'article 11, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le membre de phrase " pour les types 1, 8 " est remplacé par le membre de phrase " pour les types 1, offre de base et 8 " ;
  2° le membre de phrase " pour les types 2, 3, 4 et 5 " est remplacé par le membre de phrase " pour les types 2, 3, 4, 5 et 9 ".
  1° le membre de phrase " pour les types 1, 8 " est remplacé par le membre de phrase " pour les types 1, offre de base et 8 " ;
  2° le membre de phrase " pour les types 2, 3, 4 et 5 " est remplacé par le membre de phrase " pour les types 2, 3, 4, 5 et 9 ".
Art. 19. In artikel 17, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen de bepaling "- type 1 : 1;" en de bepaling "- type 2 : 3,9;" wordt de bepaling "- type basisaanbod : 1;" ingevoegd;
  2° de bepaling "- type 9 : 2,1." wordt toegevoegd.
  1° tussen de bepaling "- type 1 : 1;" en de bepaling "- type 2 : 3,9;" wordt de bepaling "- type basisaanbod : 1;" ingevoegd;
  2° de bepaling "- type 9 : 2,1." wordt toegevoegd.
Art. 19. A l'article 17, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 novembre 2002, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° entre la disposition " - type 1 : 1 ; " et la disposition " - type 2 : 3, 9 ; ", la disposition " - type offre de base : 1 ; " est insérée ;
  2° la disposition " - type 9 : 2,1. " est ajoutée.
  1° entre la disposition " - type 1 : 1 ; " et la disposition " - type 2 : 3, 9 ; ", la disposition " - type offre de base : 1 ; " est insérée ;
  2° la disposition " - type 9 : 2,1. " est ajoutée.
Art. 20. In artikel 25, § 1, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "type 1, 2, 3, 4, 6, 7 of 8" vervangen door de zinsnede "type 1, basisaanbod, 2, 3, 4, 6, 7, 8 of 9".
Art. 20. Dans l'article 25, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " du type 1, 2, 3, 4, 6, 7 ou 8 " est remplacĂ© par le membre de phrase " du type 1, offre de base, 2, 3, 4, 6, 7, 8 ou 9 ".
Art. 21. In het opschrift van bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt de zinsnede "type 1, 8" vervangen door de zinsnede "type 1, basisaanbod, 8".
Art. 21. Dans l'intitulĂ© de l'annexe 1re du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " Types 1, 8. " est remplacĂ© par le membre de phrase " Types 1, offre de base, 8. ".
Art. 22. In het opschrift van bijlage 2 bij hetzelfde besluit wordt de zinsnede "type 2, 3, 4 en 5" vervangen door de zinsnede "type 2, 3, 4, 5 en 9".
Art. 22. Dans l'intitulĂ© de l'annexe 1re du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " Types 2, 3, 4 et 5. " est remplacĂ© par le membre de phrase " Types 2, 3, 4, 5 et 9. ".
Afdeling 2. - Secundair onderwijs
Section 2. - Enseignement secondaire
Onderafdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs
Sous-section 1re. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif Ă l'organisation de l'enseignement secondaire Ă temps plein
Art. 23. Artikel 32 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 september 2007, 12 september 2008, 4 juni 2010 en 13 september 2013, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 32. Met behoud van de toepassing van artikel 31 worden leerlingen die overstappen van opleidingsvorm 1, 2 of 3 van het buitengewoon secundair onderwijs naar het voltijds gewoon secundair onderwijs, met uitzondering van het eerste leerjaar A en B, als regelmatige leerlingen met het oog op het volgen van het gemeenschappelijk curriculum toegelaten onder de volgende voorwaarden :
  1° een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad, rekening houdend met het advies van de klassenraad van het buitengewoon onderwijs. Elke beslissing die afwijkt van het advies wordt gemotiveerd;
  2° de opheffing door een CLB van het verslag, vermeld in artikel 294, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.".
  "Art. 32. Met behoud van de toepassing van artikel 31 worden leerlingen die overstappen van opleidingsvorm 1, 2 of 3 van het buitengewoon secundair onderwijs naar het voltijds gewoon secundair onderwijs, met uitzondering van het eerste leerjaar A en B, als regelmatige leerlingen met het oog op het volgen van het gemeenschappelijk curriculum toegelaten onder de volgende voorwaarden :
  1° een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad, rekening houdend met het advies van de klassenraad van het buitengewoon onderwijs. Elke beslissing die afwijkt van het advies wordt gemotiveerd;
  2° de opheffing door een CLB van het verslag, vermeld in artikel 294, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.".
Art. 23. L'article 32 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif Ă l'organisation de l'enseignement secondaire Ă temps plein, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 7 septembre 2007, 12 septembre 2008, 4 juin 2010 et 13 septembre 2013, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Art. 32. Sans préjudice de l'application de l'article 31, sont admis en tant qu'élÚves réguliers en vue de suivre le programme d'études commun, les élÚves qui passent de la forme d'enseignement 1, 2 ou 3 de l'enseignement secondaire spécial à l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, à l'exception de la premiÚre année A et premiÚre année B, aux conditions suivantes :
  1° une dĂ©cision favorable du conseil de classe d'admission, en tenant compte de l'avis du conseil de classe de l'enseignement spĂ©cial. Chaque dĂ©cision qui dĂ©roge Ă l'avis doit ĂȘtre motivĂ©e ;
  2° la suppression par un CLB du rapport, visé à l'article 294, § 2, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010. ".
  " Art. 32. Sans préjudice de l'application de l'article 31, sont admis en tant qu'élÚves réguliers en vue de suivre le programme d'études commun, les élÚves qui passent de la forme d'enseignement 1, 2 ou 3 de l'enseignement secondaire spécial à l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, à l'exception de la premiÚre année A et premiÚre année B, aux conditions suivantes :
  1° une dĂ©cision favorable du conseil de classe d'admission, en tenant compte de l'avis du conseil de classe de l'enseignement spĂ©cial. Chaque dĂ©cision qui dĂ©roge Ă l'avis doit ĂȘtre motivĂ©e ;
  2° la suppression par un CLB du rapport, visé à l'article 294, § 2, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010. ".
Art. 24. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2014, wordt een artikel 55bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 55bis. Aan de regelmatige leerlingen met een verslag dat toegang geeft tot buitengewoon onderwijs, wordt jaarlijks een attest van verworven bekwaamheden uitgereikt. In afwijking van artikel 1 van dit besluit is deze bepaling niet van toepassing op opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs. Het model van het attest van verworven bekwaamheden en de richtlijnen voor het invullen ervan zijn opgenomen in bijlage 18.".
  "Art. 55bis. Aan de regelmatige leerlingen met een verslag dat toegang geeft tot buitengewoon onderwijs, wordt jaarlijks een attest van verworven bekwaamheden uitgereikt. In afwijking van artikel 1 van dit besluit is deze bepaling niet van toepassing op opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs. Het model van het attest van verworven bekwaamheden en de richtlijnen voor het invullen ervan zijn opgenomen in bijlage 18.".
Art. 24. Au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 juin 2014, il est insĂ©rĂ© un article 55bis ainsi rĂ©digĂ© :
  " Art. 55bis. Aux Ă©lĂšves rĂ©guliers pouvant produire un rapport autorisant l'accĂšs Ă l'enseignement spĂ©cial, une attestation de compĂ©tences acquises est dĂ©livrĂ©e annuellement. Par dĂ©rogation Ă l'article 1er du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, cette disposition n'est pas d'application Ă la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spĂ©cial. La formule de l'attestation de compĂ©tences acquises et les instructions pour la complĂ©ter figurent Ă l'annexe 18. ".
  " Art. 55bis. Aux Ă©lĂšves rĂ©guliers pouvant produire un rapport autorisant l'accĂšs Ă l'enseignement spĂ©cial, une attestation de compĂ©tences acquises est dĂ©livrĂ©e annuellement. Par dĂ©rogation Ă l'article 1er du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, cette disposition n'est pas d'application Ă la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spĂ©cial. La formule de l'attestation de compĂ©tences acquises et les instructions pour la complĂ©ter figurent Ă l'annexe 18. ".
Art. 25. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2014, wordt een bijlage 18 toegevoegd, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 25. Le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 juin 2014, est complĂ©tĂ© par une annexe 18, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2002 betreffende de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3
Sous-section 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 dĂ©cembre 2002 relatif Ă l'organisation de l'enseignement secondaire spĂ©cial de la forme d'enseignement 3
Art. 26. In artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2002 betreffende de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, worden paragraaf 2 en paragraaf 3 opgeheven.
Art. 26. Les paragraphes 2 et 3 dans l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 dĂ©cembre 2002 relatif Ă l'organisation de l'enseignement secondaire spĂ©cial de la forme d'enseignement 3, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 sont abrogĂ©s.
Art. 27. In artikel 13, § 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 en 19 september 2011, worden de woorden "hebben gevolgd" vervangen door de zinsnede "hebben gevolgd, tenzij de klassenraad beslist heeft voor een individuele leerling dat de kwalificatiefase wordt ingekort tot één schooljaar".
Art. 27. Dans l'article 13, § 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 juin 2009 et 19 septembre 2011, les mots " dans la mĂȘme formation. " sont remplacĂ©s par les mots " dans la mĂȘme formation, Ă moins que le conseil de classe n'ait dĂ©cidĂ© pour un Ă©lĂšve individuel que la phase de qualification est raccourci jusqu'Ă une annĂ©e scolaire. ".
Art. 28. In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, 16 juli 2010 en 19 september 2011 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° voor paragraaf 1 wordt een nieuwe paragraaf 1 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 1. De klassenraad beslist over het studieadvies voor een leerling op het einde van de opleidingsfase :
  Voor een leerling met een verslag van het type basisaanbod, die valt onder de toepassing van artikel 259, § 4, laatste lid, van de Codex Secundair Onderwijs, is het advies, vermeld in het eerste lid, een verplicht advies. Het advies bevat minstens het advies van de klassenraad voor het vervolgtraject van de leerling in het gewoon secundair onderwijs en een opsomming van de reeds verworven competenties;
  Voor een leerling die niet onder de toepassing van het tweede lid valt, is het advies, vermeld in het eerste lid, geen verplicht studieadvies maar een mogelijkheid. Het advies bevat minstens het advies van de klassenraad voor het vervolgtraject van de leerling in het buitengewoon secundair onderwijs en een opsomming van de reeds verworven competenties.";
  2° in de bestaande paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, wordt de zinsnede "leerling," vervangen door de zinsnede "leerling op het einde van de kwalificatiefase,";
  3° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "op het einde van het schooljaar" opgeheven.
  1° voor paragraaf 1 wordt een nieuwe paragraaf 1 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 1. De klassenraad beslist over het studieadvies voor een leerling op het einde van de opleidingsfase :
  Voor een leerling met een verslag van het type basisaanbod, die valt onder de toepassing van artikel 259, § 4, laatste lid, van de Codex Secundair Onderwijs, is het advies, vermeld in het eerste lid, een verplicht advies. Het advies bevat minstens het advies van de klassenraad voor het vervolgtraject van de leerling in het gewoon secundair onderwijs en een opsomming van de reeds verworven competenties;
  Voor een leerling die niet onder de toepassing van het tweede lid valt, is het advies, vermeld in het eerste lid, geen verplicht studieadvies maar een mogelijkheid. Het advies bevat minstens het advies van de klassenraad voor het vervolgtraject van de leerling in het buitengewoon secundair onderwijs en een opsomming van de reeds verworven competenties.";
  2° in de bestaande paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, wordt de zinsnede "leerling," vervangen door de zinsnede "leerling op het einde van de kwalificatiefase,";
  3° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "op het einde van het schooljaar" opgeheven.
Art. 28. A l'article 14 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 juin 2009, 16 juillet 2010 et 19 septembre 2011, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° avant le paragraphe 1er, il est inséré un nouveau paragraphe 1er, rédigé comme suit :
  " § 1er. Le conseil de classe statue sur d'un avis d'orientation qui indique les études conseillées à un élÚve à la fin de la phase de formation :
  Pour un élÚve disposant d'un rapport du type offre de base, qui tombe sous l'application de l'article 259, § 4, dernier alinéa, du Code de l'enseignement supérieur, l'avis visé au premier alinéa est un avis obligatoire. L'avis comporte au moins l'avis du conseil de classe pour le parcours ultérieur de l'élÚve dans l'enseignement secondaire ordinaire et une énumération des compétences déjà acquises ;
  Pour un élÚve qui ne tombe pas sous l'application du deuxiÚme alinéa, l'avis visé au premier alinéa, n'est pas un avis d'orientation obligatoire mais une possibilité. L'avis comporte au moins l'avis du conseil de classe pour le parcours ultérieur de l'élÚve dans l'enseignement secondaire spécial et une énumération des compétences déjà acquises. " ;
  2° dans le paragraphe 1er existant, qui devient le paragraphe 1/1, le membre de phrase " l'élÚve, " est remplacé par le membre de phrase " l'élÚve, à la fin de la phase de qualification, " ;
  3° dans le paragraphe 5, alinéa premier, les mots " à la fin de l'année scolaire " sont supprimés.
  1° avant le paragraphe 1er, il est inséré un nouveau paragraphe 1er, rédigé comme suit :
  " § 1er. Le conseil de classe statue sur d'un avis d'orientation qui indique les études conseillées à un élÚve à la fin de la phase de formation :
  Pour un élÚve disposant d'un rapport du type offre de base, qui tombe sous l'application de l'article 259, § 4, dernier alinéa, du Code de l'enseignement supérieur, l'avis visé au premier alinéa est un avis obligatoire. L'avis comporte au moins l'avis du conseil de classe pour le parcours ultérieur de l'élÚve dans l'enseignement secondaire ordinaire et une énumération des compétences déjà acquises ;
  Pour un élÚve qui ne tombe pas sous l'application du deuxiÚme alinéa, l'avis visé au premier alinéa, n'est pas un avis d'orientation obligatoire mais une possibilité. L'avis comporte au moins l'avis du conseil de classe pour le parcours ultérieur de l'élÚve dans l'enseignement secondaire spécial et une énumération des compétences déjà acquises. " ;
  2° dans le paragraphe 1er existant, qui devient le paragraphe 1/1, le membre de phrase " l'élÚve, " est remplacé par le membre de phrase " l'élÚve, à la fin de la phase de qualification, " ;
  3° dans le paragraphe 5, alinéa premier, les mots " à la fin de l'année scolaire " sont supprimés.
Afdeling 3. - Basisonderwijs en secundair onderwijs
Section 3. - Enseignement fondamental et secondaire
Onderafdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs
Sous-section 1re. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement spĂ©cial
Art. 29. In artikel 13bis, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen de bepaling "type 1 5;" en de bepaling "type 2 8, 9;" wordt de bepaling "type basisaanbod 5;" ingevoegd;
  2° de bepaling "type 9 7,1." wordt toegevoegd.
  1° tussen de bepaling "type 1 5;" en de bepaling "type 2 8, 9;" wordt de bepaling "type basisaanbod 5;" ingevoegd;
  2° de bepaling "type 9 7,1." wordt toegevoegd.
Art. 29. A l'article 13bis, 2°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement spĂ©cial, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° entre la disposition " type 1 5 ; " et la disposition " type 2 8, 9 ; " est insérée la disposition " type offre de base 5 ; " ;
  2° la disposition " type 9 7, 1. " est ajoutée.
  1° entre la disposition " type 1 5 ; " et la disposition " type 2 8, 9 ; " est insérée la disposition " type offre de base 5 ; " ;
  2° la disposition " type 9 7, 1. " est ajoutée.
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs
Sous-section 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 dĂ©cembre 2003 relatif Ă l'intĂ©gration d'Ă©lĂšves prĂ©sentant un handicap intellectuel modĂ©rĂ© ou sĂ©vĂšre dans l'enseignement primaire et secondaire ordinaire
Art. 30. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "integratie" wordt vervangen door het woord "inclusie";
  2° de woorden "matige of ernstige" worden opgeheven;
  3° het woord "handicap" wordt vervangen door het woord "beperking".
  1° het woord "integratie" wordt vervangen door het woord "inclusie";
  2° de woorden "matige of ernstige" worden opgeheven;
  3° het woord "handicap" wordt vervangen door het woord "beperking".
Art. 30. Dans l'intitulĂ© de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 dĂ©cembre 2003 relatif Ă l'intĂ©gration d'Ă©lĂšves prĂ©sentant un handicap intellectuel modĂ©rĂ© ou sĂ©vĂšre dans l'enseignement primaire et secondaire ordinaire sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le mot " intégration " est remplacé par le mot " inclusion " ;
  2° les mots " modéré ou sévÚre " sont supprimés ;
  3° les mots " handicap intellectuel " sont remplacés par les mots " déficience intellectuelle ".
  1° le mot " intégration " est remplacé par le mot " inclusion " ;
  2° les mots " modéré ou sévÚre " sont supprimés ;
  3° les mots " handicap intellectuel " sont remplacés par les mots " déficience intellectuelle ".
Art. 31. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009, wordt het eerste gedachtestreepje vervangen door wat volgt :
  "- buitengewoon onderwijs type 2 : type 2, voor kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking als vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 259, § 1, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011;".
  "- buitengewoon onderwijs type 2 : type 2, voor kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking als vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 259, § 1, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011;".
Art. 31. Dans l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 mars 2009, le premier tiret est remplacĂ© par ce qui suit :
  " - enseignement spécial type 2 : type 2, pour enfants et jeunes avec une déficience intellectuelle, telle que visée à l'article 10, § 1er, premier alinéa, 2°, du décret sur l'enseignement fondamental du 25 février 1997 et l'article 259, § 1er, 2°, du Code de l'Enseignement secondaire, sanctionné par le décret du 27 mai 2011 ; ".
  " - enseignement spécial type 2 : type 2, pour enfants et jeunes avec une déficience intellectuelle, telle que visée à l'article 10, § 1er, premier alinéa, 2°, du décret sur l'enseignement fondamental du 25 février 1997 et l'article 259, § 1er, 2°, du Code de l'Enseignement secondaire, sanctionné par le décret du 27 mai 2011 ; ".
Art. 32. In artikel 3, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "integratie" wordt vervangen door het woord "inclusie";
  2° de woorden "matige of ernstige" worden opgeheven;
  3° het woord "handicap" wordt vervangen door het woord "beperking".
  1° het woord "integratie" wordt vervangen door het woord "inclusie";
  2° de woorden "matige of ernstige" worden opgeheven;
  3° het woord "handicap" wordt vervangen door het woord "beperking".
Art. 32. A l'article 3, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 dĂ©cembre 2010, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le mot " intégration " est remplacé par le mot " inclusion " ;
  2° les mots " modéré ou sévÚre " sont supprimés ;
  3° les mots " handicap intellectuel " sont remplacés par les mots " déficience intellectuelle ".
  1° le mot " intégration " est remplacé par le mot " inclusion " ;
  2° les mots " modéré ou sévÚre " sont supprimés ;
  3° les mots " handicap intellectuel " sont remplacés par les mots " déficience intellectuelle ".
Art. 33. In artikel 5, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "matige of ernstige" worden opgeheven;
  2° het woord "handicap" wordt vervangen door het woord "beperking".
  1° de woorden "matige of ernstige" worden opgeheven;
  2° het woord "handicap" wordt vervangen door het woord "beperking".
Art. 33. A l'article 5, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° les mots " modéré ou sévÚre " sont supprimés ;
  2° les mots " handicap intellectuel " sont remplacés par les mots " déficience intellectuelle ".
  1° les mots " modéré ou sévÚre " sont supprimés ;
  2° les mots " handicap intellectuel " sont remplacés par les mots " déficience intellectuelle ".
Art. 34. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 en 17 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 3° wordt het woord "attest" vervangen door de woorden "verslag voor toegang tot";
  2° punt 4° wordt opgeheven;
  3° in punt 5° wordt de zinsnede "Geïntegreerd Onderwijs type 2" vervangen door de woorden "Aangifte van inclusief onderwijs voor leerlingen met een verstandelijke beperking";
  4° in punt 5° worden de woorden "en wordt aangevuld met een kopie van het attest buitengewoon onderwijs" opgeheven.
  1° in punt 3° wordt het woord "attest" vervangen door de woorden "verslag voor toegang tot";
  2° punt 4° wordt opgeheven;
  3° in punt 5° wordt de zinsnede "Geïntegreerd Onderwijs type 2" vervangen door de woorden "Aangifte van inclusief onderwijs voor leerlingen met een verstandelijke beperking";
  4° in punt 5° worden de woorden "en wordt aangevuld met een kopie van het attest buitengewoon onderwijs" opgeheven.
Art. 34. Dans l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 13 mars 2009 et 17 dĂ©cembre 2010, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le point 3°, les mots " d'une attestation enseignement spécial " sont remplacés par les mots " d'un rapport autorisant l'accÚs à l'enseignement spécial " ;
  2° le point 4° est abrogé ;
  3° dans le point 5°, le membre de phrase " Geïntegreerd Onderwijs type 2 " est remplacé par les mots " Déclaration d'enseignement inclusif pour enfants présentant une déficience intellectuelle " ;
  4° dans le point 5°, les mots " et est complété d'une copie de l'attestation enseignement spécial " sont supprimés.
  1° dans le point 3°, les mots " d'une attestation enseignement spécial " sont remplacés par les mots " d'un rapport autorisant l'accÚs à l'enseignement spécial " ;
  2° le point 4° est abrogé ;
  3° dans le point 5°, le membre de phrase " Geïntegreerd Onderwijs type 2 " est remplacé par les mots " Déclaration d'enseignement inclusif pour enfants présentant une déficience intellectuelle " ;
  4° dans le point 5°, les mots " et est complété d'une copie de l'attestation enseignement spécial " sont supprimés.
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 35. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2015.
  Artikel 28, 3°, heeft uitwerking met ingang van 1 april 2014.
  Artikel 28, 3°, heeft uitwerking met ingang van 1 april 2014.
Art. 35. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er septembre 2015.
  L'article 28, 3° produit ses effets le 1er avril 2014.
  L'article 28, 3° produit ses effets le 1er avril 2014.
Art. 36. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 36. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage 18 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs
  Bijlage 18. Model van attest van verworven bekwaamheden als vermeld in artikel 55bis
  1. Model : formaat A4 = 210 x 297 mm
  Bijlage 18. Model van attest van verworven bekwaamheden als vermeld in artikel 55bis
  1. Model : formaat A4 = 210 x 297 mm
Art. N. Annexe 18 Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif Ă l'organisation de l'enseignement secondaire Ă temps plein
  Annexe 18. ModÚle d'attestation de compétences acquises telle que visée à l'article 55bis
  1. ModÚle : format A4 = 210 x 297 mm
  Annexe 18. ModÚle d'attestation de compétences acquises telle que visée à l'article 55bis
  1. ModÚle : format A4 = 210 x 297 mm
| Vlaamse Gemeenschap - Koninkrijk België |
| Departement Onderwijs en Vorming |
| ATTEST VAN VERWORVEN BEKWAAMHEDEN : |
| ........................................................... (1) |
| Naam en adres van het schoolbestuur : . . . . . |
| Naam en adres van de school : . . . . . |
| Ondergetekende, . . . . ., |
| directeur van de bovenvermelde school, bevestigt dat |
| . . . . . (2) |
| geboren in . . . . ., op . . . . . (3), |
| de volgende bekwaamheden heeft verworven : |
| . . . . . |
| . . . . . (4) |
| Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften zijn nageleefd. |
| Uitgereikt in . . . . ., op . . . . . |
| De houder, De directeur, |
| Â |
| Stempel van de school |
2. Richtlijnen voor het invullen :
  (1) structuuronderdeel vermelden, bijvoorbeeld eerste leerjaar van de derde graad, studierichting kantoor bso
  (2) eerste voornaam en achternaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte
  (3) de maand van de geboortedatum voluit in letters
  (4) oplijsting van de door de leerling verworven bekwaamheden
| Communauté flamande - Royaume de Belgique |
| Département Enseignement et Formation |
| ATTESTATION DE COMPETENCES ACQUISES |
| ........................................................... (1) |
| Nom et adresse de l'autorité scolaire : . . . . . |
| Nom et adresse de l'école : . . . . . |
| Le(La) soussigné(e), . . . . ., |
| directeur(trice) de l'école susmentionnée certifie que |
| . . . . . (2) |
| né à . . . . ., le . . . . . (3), |
| a acquis les compétences acquises : |
| . . . . . |
| . . . . . (4) |
| Il/elle confirme que toutes les prescriptions légales, décrétales et réglementaires ont été respectées. |
| Délivrée à . . . . ., le . . . . . |
| Le(la) titulaire, Le(la) directeur(trice), |
| Â |
| Cachet de l'école |
2 Instructions pour remplir le formulaire :
  (1) mentionner la subdivision structurelle, p.ex. premiÚre année d'études du troisiÚme degré, orientation d'études kantoor bso
  (2) premier prénom et nom de l'élÚve tels que figurant sur sa carte d'identité ou son acte de naissance
  (3) le mois de la date de naissance (en toutes lettres)
  (4) une liste des compétences acquises par l'élÚve