Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 JULI 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs
Titre
17 JUILLET 2015. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire
Documentinformatie
Numac: 2015036042
Datum: 2015-07-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015036042
Date: 2015-07-17
Moniteur: Voir
Inhoud
Inhoud
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. Aan artikel 3, § 4, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Bij de volgende ambten worden die diploma's ook als bewijs van pedagogische bekwaamheid beschouwd :
  1° adjunct-directeur;
  2° beheerder;
  3° coördinator;
  4° directeur;
  5° technisch adviseur;
  6° technisch adviseur-coördinator.".
Article 1er. A l'article 3, § 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " Ces diplômes sont également censés être un certificat d'aptitudes pédagogiques pour les fonctions suivantes :
  1° directeur adjoint ;
  2° gestionnaire ;
  3° coordinateur ;
  4° directeur ;
  5° conseiller technique ;
  6° conseiller technique-coordinateur. ".
Art. 2. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, wordt een artikel 16vicies ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 16vicies ter. § 1. Er gelden overgangsmaatregelen voor de personeelsleden die in het bezit zijn van een van de volgende bekwaamheidsbewijzen :
  1° licentiaat archeologie + BPB;
  2° master in de archeologie + BPB;
  3° master of Archeology + BPB;
  4° licentiaat kunstgeschiedenis en oudheidkunde + BPB;
  5° licentiaat oudheidkunde en kunstgeschiedenis + BPB;
  6° licentiaat kunstwetenschappen en archeologie + BPB;
  7° licentiaat kunstgeschiedenis en archeologie + BPB;
  8° licentiaat kunstwetenschappen + BPB;
  9° master in de kunstwetenschappen + BPB;
  10° master in de kunstwetenschappen en de archeologie + BPB.
  De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, moeten aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
  1° uiterlijk op 31 augustus 2015 vastbenoemd zijn voor het algemene vak muzikale opvoeding, respectievelijk het kunstvak of praktische vak kunstinitiatie;
  2° in de loop van het schooljaar 2012-2013, 2013-2014 of 2014-2015 tijdelijk aangesteld zijn of tijdelijk belast geweest zijn met het algemene vak muzikale opvoeding, respectievelijk het kunstvak of praktische vak kunstinitiatie.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2015, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemene vak muzikale opvoeding, respectievelijk het kunstvak of praktische vak kunstinitiatie, organiek of via overgangsmaatregelen, en die vanaf 1 september 2015 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor het algemene vak muzikale opvoeding, respectievelijk het kunstvak of praktische vak kunstinitiatie, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemene vak muzikale opvoeding, respectievelijk het kunstvak of praktische vak kunstinitiatie in de desbetreffende graad en onderwijsvorm.
  § 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 2, worden toegekend op 1 september 2015, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
  1° voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, blijven de overgangsmaatregelen gelden zolang ze in dienst zijn in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en de universiteiten;
  2° voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 2°, blijven de overgangsmaatregelen gelden zolang ze ononderbroken in dienst zijn in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en de universiteiten, en zolang ze gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
  a) vakantieperioden;
  b) loopbaanonderbreking;
  c) militaire dienst;
  d) perioden van wederoproeping;
  e) ziekte- en bevallingsverloven;
  f) onbezoldigde ouderschapsverloven;
  g) perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  h) verloven van korte duur met behoud van salaris of salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  i) verloven zonder behoud van salaris of salaristoelage tot maximaal zes werkdagen per schooljaar;
  j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.".
Art. 2. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2014, il est inséré un article 16vicies ter, rédigé comme suit :
  " Art. 16vicies ter. § 1er. Des mesures transitoires sont applicables aux membres du personnel titulaires d'un des titres suivants :
  1° licencié en archéologie + CAP ;
  2° master en archéologie + CAP ;
  3° master of Archeology + CAP ;
  4° licencié en histoire de l'art et archéologie + CAP ;
  5° licencié en archéologie et histoire de l'art + CAP ;
  6° licencié en sciences de l'art et archéologie + CAP ;
  7° licencié en histoire de l'art et archéologie + CAP ;
  8° licencié en sciences de l'art + CAP ;
  9° master en sciences de l'art + CAP ;
  10° master en sciences de l'art et archéologie + CAP.
  Les membres du personnel visés à l'alinéa premier doivent remplir une des conditions suivantes :
  1° être nommé à titre définitif au plus tard le 31 août 2015 pour le cours d'éducation musicale, le cours artistique ou le cours pratique initiation aux arts ;
  2° être désigné à titre temporaire ou avoir été chargé temporairement dans le courant de l'année scolaire 2012-2013, 2013-2014 ou 2014-2015 du cours général d'éducation musicale, du cours artistique ou du cours pratique initiation aux arts.
  § 2. Les membres du personnel visés au paragraphe 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2015, étaient en possession d'un titre requis pour le cours général d'éducation musicale, le cours artistique ou le cours pratique initiation aux arts, par disposition organique ou par mesure transitoire, et qui, à partir du 1er septembre 2015, n'ont pas de titre requis pour le cours général d'éducation musicale, le cours artistique ou le cours pratique initiation aux arts, sont censés être en possession d'un titre requis pour le cours général d'éducation musicale, le cours artistique ou le cours pratique initiation aux arts dans le degré et la forme d'enseignement concernés.
  § 3. Les mesures transitoires visées au paragraphe 2 sont attribuées le 1er septembre 2015, en tenant compte des dispositions suivantes :
  1° ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au paragraphe 1er, alinéa deux, 1°, tant qu'ils sont occupés dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités ;
  2° ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au paragraphe 2, alinéa deux, 2°, tant qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  a) les périodes de vacances ;
  b) l'interruption de carrière ;
  c) le service militaire ;
  d) les périodes de rappel sous les armes ;
  e) les congés de maladie et de maternité ;
  f) les congés parentaux non rémunérés ;
  g) les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
  h) les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
  i) les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire ;
  j) une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 3. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, wordt een artikel 16vicies quater ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 16vicies quater. § 1. Er gelden overgangsmaatregelen voor de personeelsleden die in het bezit zijn van een van de volgende bekwaamheidsbewijzen :
  1° bachelor (PBA) multimedia en communicatietechnologie + BPB;
  2° bachelor (PBA) of Multimedia and Communication Technology + BPB.
  De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, moeten aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
  1° uiterlijk op 31 augustus 2015 vastbenoemd zijn voor het technische of praktisch vak kantoortechnieken;
  2° in de loop van het schooljaar 2012-2013, 2013-2014 of 2014-2015 tijdelijk aangesteld zijn of tijdelijk belast geweest zijn met het technische of praktisch vak kantoortechnieken.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2015, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het technische of praktische vak kantoortechnieken, organiek of via overgangsmaatregelen, en die vanaf 1 september 2015 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor het technische of praktische vak kantoortechnieken, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het technische of praktische vak kantoortechnieken in de desbetreffende graad en onderwijsvorm.
  § 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 2, worden toegekend op 1 september 2015, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
  1° voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, blijven de overgangsmaatregelen gelden zolang ze in dienst zijn in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en de universiteiten;
  2° voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, blijven de overgangsmaatregelen gelden zolang ze ononderbroken in dienst zijn in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en de universiteiten, en zolang ze gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
  a) vakantieperioden;
  b) loopbaanonderbreking;
  c) militaire dienst;
  d) perioden van wederoproeping;
  e) ziekte- en bevallingsverloven;
  f) onbezoldigde ouderschapsverloven;
  g) perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  h) verloven van korte duur met behoud van salaris of salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  i) verloven zonder behoud van salaris of salaristoelage tot maximaal zes werkdagen per schooljaar;
  j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.".
Art. 3. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2014, il est inséré un article 16vicies quater, rédigé comme suit :
  " Art. 16vicies quater. § 1er. Des mesures transitoires sont applicables aux membres du personnel titulaires d'un des titres suivants :
  1° bachelor (PBA) multimédias et technologie de la communication + CAP ;
  2° bachelor (PBA) of Multimedia and Communication Technology + CAP ;
  Les membres du personnel visés à l'alinéa premier doivent remplir une des conditions suivantes :
  1° être nommé, le 31 août 2015 au plus tard, à titre définitif pour le cours technique ou pratique techniques de bureau ;
  2° être désigné à titre temporaire ou avoir été chargé temporairement dans le courant de l'année scolaire 2012-2013, 2013-2014 ou 2014-2015 du cours technique ou pratique techniques de bureau.
  § 2. Les membres du personnel visés au paragraphe 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2015, étaient en possession d'un titre requis pour le cours technique ou pratique techniques de bureau, par disposition organique ou par mesure transitoire, et qui, à partir du 1er septembre 2015, n'ont pas de titre requis pour le cours technique ou pratique techniques de bureau, sont censés être en possession d'un titre requis pour le cours technique ou pratique techniques de bureau dans le degré et la forme d'enseignement concernés.
  § 3. Les mesures transitoires visées au paragraphe 2 sont attribuées le 1er septembre 2015, en tenant compte des dispositions suivantes :
  1° ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au paragraphe 1er, alinéa deux, 1°, tant qu'ils sont occupés dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités ;
  2° ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au paragraphe 1, alinéa deux, 2°, tant qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  a) les périodes de vacances ;
  b) l'interruption de carrière ;
  c) le service militaire ;
  d) les périodes de rappel sous les armes ;
  e) les congés de maladie et de maternité ;
  f) les congés parentaux non rémunérés ;
  g) les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
  h) les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
  i) les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire ;
  j) une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 4. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, wordt een artikel 16vicies quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 16vicies quinquies. § 1. Er gelden overgangsmaatregelen voor de personeelsleden die in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van master uit het studiegebied toegepaste taalkunde met Nederlands als hoofdtaal + BPB.
  De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, moeten aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
  1° uiterlijk op 31 augustus 2015 vastbenoemd zijn voor het algemene vak Nederlands;
  2° in de loop van het schooljaar 2012-2013, 2013-2014 of 2014-2015 tijdelijk aangesteld zijn of tijdelijk belast geweest zijn met het algemene vak Nederlands.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2015, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemene vak Nederlands, organiek of via overgangsmaatregelen, en die vanaf 1 september 2015 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor het algemene vak Nederlands, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemene vak Nederlands in de desbetreffende graad en onderwijsvorm.
  § 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 2, worden toegekend op 1 september 2015, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
  1° voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, blijven de overgangsmaatregelen gelden zolang ze in dienst zijn in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en de universiteiten;
  2° voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, blijven de overgangsmaatregelen gelden zolang ze ononderbroken in dienst zijn in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en de universiteiten, en zolang ze gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
  a) vakantieperioden;
  b) loopbaanonderbreking;
  c) militaire dienst;
  d) perioden van wederoproeping;
  e) ziekte- en bevallingsverloven;
  f) onbezoldigde ouderschapsverloven;
  g) perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  h) verloven van korte duur met behoud van salaris of salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  i) verloven zonder behoud van salaris of salaristoelage tot maximaal zes werkdagen per schooljaar;
  j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.".
Art. 4. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2014, il est inséré un article 16vicies quinquies, rédigé comme suit :
  " Art. 16vicies quinquies. § 1er. Des mesures transitoires sont applicables aux membres du personnel titulaires d'un titre de master de la discipline linguistique appliquéeavec le néerlandais comme langue principale + CAP.
  Les membres du personnel visés à l'alinéa premier doivent remplir une des conditions suivantes :
  1° être nommé, le 31 août 2015 au plus tard, à titre définitif pour le cours général de néerlandais ;
  2° être désigné à titre temporaire ou avoir été chargé temporairement dans le courant de l'année scolaire 2012-2013, 2013-2014 ou 2014-2015 du cours général de néerlandais.
  § 2. Les membres du personnel visés au paragraphe 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2015, étaient en possession d'un titre requis pour le cours général de néerlandais, par disposition organique ou par mesure transitoire, et qui, à partir du 1er septembre 2015, n'ont pas de titre requis pour le cours général de néerlandais, sont censés être en possession d'un titre requis pour le cours général de néerlandais dans le degré et la forme d'enseignement concernés.
  § 3. Les mesures transitoires visées au paragraphe 2 sont attribuées le 1er septembre 2015, en tenant compte des dispositions suivantes :
  1° ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au paragraphe 1er, alinéa deux, 1°, tant qu'ils sont occupés dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités ;
  2° ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au paragraphe 1, alinéa deux, 2°, tant qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  a) les périodes de vacances ;
  b) l'interruption de carrière ;
  c) le service militaire ;
  d) les périodes de rappel sous les armes ;
  e) les congés de maladie et de maternité ;
  f) les congés parentaux non rémunérés ;
  g) les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
  h) les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
  i) les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire ;
  j) une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 5. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, wordt een artikel 17vicies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 17vicies. De personeelsleden, vermeld in artikel 16vicies ter, § 1, genieten voor het algemene vak muzikale opvoeding, respectievelijk het kunstvak of praktische vak kunstinitiatie de salarisschaal die hen op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2015, mocht worden verleend voor het algemene vak muzikale opvoeding, respectievelijk het kunstvak of praktische vak kunstinitiatie, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover ze beschikken, recht geeft op een hogere salarisschaal.".
Art. 5. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2014, il est inséré un article 17vicies, ainsi rédigé :
  " Art. 17vicies. Les membres du personnel, visés à l'article 16vicies ter, § 1er, bénéficient respectivement pour le cours général d'éducation musicale, le cours artistique ou le cours pratique initiation aux arts de l'échelle de traitement qui pouvait leur être attribuée en vertu de la réglementation applicable avant le 1er septembre 2015 respectivement pour le cours général d'éducation musicale, le cours artistique ou le cours pratique initiation aux arts, à moins que le titre dont ils sont titulaires donne droit à une échelle de traitement supérieure. ".
Art. 6. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, wordt een artikel 17vicies semel ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 17vicies semel. De personeelsleden, vermeld in artikel 16vicies quater, genieten voor het technische of praktische vak kantoortechnieken de salarisschaal die hen op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2015, mocht worden verleend voor het technische of praktische vak kantoortechnieken, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover ze beschikken, recht geeft op een hogere salarisschaal.".
Art. 6. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2014, il est inséré un article 17vicies semel, ainsi rédigé :
  " Art. 17vicies semel. " Les membres du personnel visés à l'article 16 vicies quater, jouissent pour le cours technique ou pratique techniques de bureau de l'échelle de traitement qui leur pouvait être attribuée en vertu de la réglementation applicable avant le 1er septembre 2015 pour le cours technique ou pratique techniques de bureau, à moins que le titre qu'ils possèdent donne droit à une échelle de traitement supérieure. ".
Art. 7. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, wordt een artikel 17vicies bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 17vicies bis. De personeelsleden, vermeld in artikel 16vicies quinquies, genieten voor het algemene vak Nederlands de salarisschaal die hen op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2015, mocht worden verleend voor het algemene vak Nederlands, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover ze beschikken, recht geeft op een hogere salarisschaal.".
Art. 7. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2014, il est inséré un article 17vicies bis, rédigé comme suit :
  " Art. 17vicies bis. Les membres du personnel visés à l'article 16 vicies quinquies, jouissent pour le cours général de néerlandais de l'échelle de traitement qui leur pouvait être attribuée en vertu de la réglementation applicable avant le 1er septembre 2015 pour le cours général de néerlandais, à moins que le titre qu'ils possèdent donne droit à une échelle de traitement supérieure. ".
Art. 8. Artikel 21bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 21bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2015.
  De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen die voorafgegaan worden door code 1, hebben uitwerking hebben met ingang van 1 september 1998, met de beperking evenwel dat daaruit tijdens de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2015 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.".
Art. 8. L'article 21bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 21bis. Les titres et les échelles de traitement visés à l'annexe Ire jointe au présent arrêté, entrent en vigueur le 1er septembre 2015.
  Les titres et échelles de traitement qui sont précédés du code 1, produisent leurs effets le 1er septembre 1998, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 2015 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. ".
Art. 9. Bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, wordt vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 9. L'annexe Ire au même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2014, est remplacée par l'annexe 1re, jointe au présent arrêté.
Art. 10. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2015.
  De bekwaamheidsbewijzen, vermeld in bijlage 1 bij dit besluit, die voorafgegaan worden door code 1, hebben uitwerking met ingang van 1 september 1998, met de beperking evenwel dat daaruit tijdens de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2015 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.
Art. 10. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2015.
  Les titres visés à l'annexe 1re au présent arrêté, qui sont précédés du code 1, produisent leurs effets le 1er septembre 1998, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 2015 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail.
Art. 11. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage .
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-08-2015, p. 52998-53824)
Art. N. Annexe.
  (NOTE : pas de version française, voir version néerlandaise)