Artikel 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op :
1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991;
2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
Artikel 2, paragraaf 1 is bovendien ook van toepassing op de personeelsleden vermeld in artikel 2, 1° en 3° van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2004 houdende geldelijke en administratieve bepalingen voor de contractuele personeelsleden in het onderwijs betaald door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
12 JUNI 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende diverse personeelsmaatregelen in het onderwijs
Titre
12 JUIN 2015. - Arrêté du Gouvernement flamand portant diverses mesures en matière de personnel dans l'enseignement
Documentinformatie
Numac: 2015035841
Datum: 2015-06-12
Info du document
Numac: 2015035841
Date: 2015-06-12
Inhoud
Tekst (15)
Texte (15)
HOOFDSTUK 1. - Vervangingen
CHAPITRE 1er. - Remplacements
Article 1er. Le présent chapitre s'applique :
1° aux membres du personnel visés à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ;
2° aux membres du personnel visés à l'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné.
De plus, l'article 2, paragraphe 1er, s'applique également aux membres du personnel visés à l'article 2, 1° portant des dispositions pécuniaires et administratives applicables aux membres du personnel contractuels de l'enseignement payés par le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
1° aux membres du personnel visés à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ;
2° aux membres du personnel visés à l'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné.
De plus, l'article 2, paragraphe 1er, s'applique également aux membres du personnel visés à l'article 2, 1° portant des dispositions pécuniaires et administratives applicables aux membres du personnel contractuels de l'enseignement payés par le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
Art.2. § 1. Een personeelslid dat tijdelijk een personeelslid vervangt, van wie de afwezigheid is gestart in een periode van 14 kalenderdagen voor of tijdens de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie of voor of tijdens een sluitingsperiode in de Brusselse kinderdagverblijven, ontvangt slechts een salaris vanaf de eerste dag na deze vakantie- of sluitingsperiode, als het tijdelijk een afwezig personeelslid vervangt dat :
1° vermeld is in artikel 1;
2° en bovendien aangesteld is in :
a) een school voor het gewoon en/of buitengewoon secundair onderwijs;
b) een instelling van het deeltijds kunstonderwijs;
c) een instelling van het volwassenenonderwijs;
d) een centrum voor leerlingenbegeleiding;
e) de voor- en nabewaking in de Nederlandstalige basisscholen van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
f) de kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs gelegen in het tweetalig hoofdstedelijk gebied Brussel.
§ 2. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing op een personeelslid dat aangesteld is in het bevorderingsambt van directeur.
1° vermeld is in artikel 1;
2° en bovendien aangesteld is in :
a) een school voor het gewoon en/of buitengewoon secundair onderwijs;
b) een instelling van het deeltijds kunstonderwijs;
c) een instelling van het volwassenenonderwijs;
d) een centrum voor leerlingenbegeleiding;
e) de voor- en nabewaking in de Nederlandstalige basisscholen van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
f) de kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs gelegen in het tweetalig hoofdstedelijk gebied Brussel.
§ 2. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing op een personeelslid dat aangesteld is in het bevorderingsambt van directeur.
Art.2. § 1er. Un membre du personnel qui remplace, à titre temporaire, un membre du personnel dont l'absence a débuté dans une période de 14 jours calendaires avant ou pendant les vacances d'automne, de Noël, de printemps et de Pâques ou avant ou pendant une période de fermeture dans les garderies bruxelloises, ne reçoit un traitement qu'à partir du lendemain de cette période de vacances ou de fermeture, s'il remplace temporairement un membre du personnel absent qui :
1° est mentionné à l'article 1er :
2° et qui est désigné :
a) dans une école de l'enseignement secondaire ordinaire et/ou spécial;
b) dans un établissement de l'enseignement artistique à temps partiel ;
c) dans un établissement de l'éducation des adultes ;
d) dans un centre d'encadrement des élèves ;
e) dans l'accueil périscolaire assuré par les écoles fondamentales néerlandophones de l'enseignement communautaire dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ;
f) les garderies de l'enseignement communautaire situées dans la Région bilingue de Bruxelles-Capitale.
§ 2. Les dispositions du § 1er ne s'appliquent pas à un membre du personnel étant désigné à la fonction de promotion de directeur.
1° est mentionné à l'article 1er :
2° et qui est désigné :
a) dans une école de l'enseignement secondaire ordinaire et/ou spécial;
b) dans un établissement de l'enseignement artistique à temps partiel ;
c) dans un établissement de l'éducation des adultes ;
d) dans un centre d'encadrement des élèves ;
e) dans l'accueil périscolaire assuré par les écoles fondamentales néerlandophones de l'enseignement communautaire dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ;
f) les garderies de l'enseignement communautaire situées dans la Région bilingue de Bruxelles-Capitale.
§ 2. Les dispositions du § 1er ne s'appliquent pas à un membre du personnel étant désigné à la fonction de promotion de directeur.
HOOFDSTUK 2. - Terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
CHAPITRE 2. - Mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail
Art.3. In het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 december 2014, worden in titel I, hoofdstuk III, de woorden "30 juni" telkens vervangen door de woorden "het einde".
Art.3. Dans le titre Ier, chapitre III, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la répartition de fonctions, à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 décembre 2014, les mots " au 30 juin " sont chaque fois remplacés par les mots " à la fin ".
Art.4. In hetzelfde besluit worden in titel II, hoofdstuk II, de woorden "vóór 15 juni" telkens vervangen door de woorden "na 1 juli en vóór 15 augustus".
Art.4. Dans le titre II, chapitre II, du même arrêté, les mots " avant le 15 juin " sont chaque fois remplacés par les mots " après le 1er juillet et avant le 15 août ".
Art.5. In hetzelfde besluit wordt een artikel 52/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 52/1. § 1. Met ingang van 1 september 2015 en tot een door de Vlaamse Regering te bepalen datum wordt de werking van de in artikel 12ter vermelde reaffectatiecommissie van de scholengroep en de in artikel 15 vermelde Vlaamse reaffectatiecommissie opgeschort voor wat betreft de instellingen van het basisonderwijs en het secundair onderwijs die tot een scholengemeenschap behoren en hun personeelsleden.
§ 2. Tijdens de periode, vermeld in § 1, worden alle verplichtingen opgeschort die de inrichtende machten, instellingen, personeelsleden en de in dit besluit vermelde reaffectatiecommissies in toepassing van dit besluit hebben ten aanzien van de reaffectatiecommissie van de scholengroep en de Vlaamse reaffectatiecommissie.
§ 3. De terbeschikkinggestelde personeelsleden die behoren tot een scholengemeenschap en die na de bepalingen van artikel 34, § 1, A, 1° tot en met 6°, artikel 34, § 1, C, 1° tot en met 6°, artikel 36, § 2, A, 1° tot en met 4°, of artikel 36, § 2, C, 1° tot en met 4°, van hetzelfde besluit geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben verkregen, worden door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap toegewezen aan bij voorkeur één of aan meerdere instellingen van de scholengemeenschap. Zulke toewijzingen gebeuren steeds in niet-organieke betrekkingen in het ambt waarin de desbetreffende personeelsleden ter beschikking gesteld zijn.
Met het oog op de toewijzingen zoals bedoeld in vorig lid worden voor de nog niet gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden voorstellen besproken in de in het vorig lid vermelde reaffectatiecommissies. Een personeelslid dat op basis van deze voorstellen een betrekking toegewezen krijgt die als "hetzelfde ambt" kan aangezien worden, is verplicht deze betrekking te aanvaarden. Wanneer een toewijzing in "hetzelfde ambt" niet mogelijk is, kan de reaffectatiecommissie aan het betrokken terbeschikkinggestelde personeelslid een betrekking in dezelfde categorie toewijzen die niet als "hetzelfde ambt" kan aangezien worden. Het personeelslid kan deze toewijzing weigeren. In dat geval wordt het door de reaffectatiecommissie tewerkgesteld als administratieve ondersteuning van de scholengemeenschap met de daarbijhorende prestatie- en vakantieregeling.
Iedere toewijzing conform deze paragraaf houdt maximaal rekening met de arbeidsomstandigheden van het betrokken personeelslid. Artikel 45 is ook van toepassing op de toewijzingen conform deze paragraaf.
De toewijzingen zoals bedoeld in deze paragraaf worden beschouwd als een reaffectatie in een niet vacante betrekking, maar ze schorten de reaffectatieverplichtingen van de inrichtende machten in de scholengemeenschap niet op. Tijdens periodes van reaffectatie in een organieke betrekking wordt de toewijzing zoals bedoeld in deze paragraaf opgeschort.
Een ter beschikking gesteld personeelslid dat een reaffectatie of een wedertewerkstelling in een organieke betrekking verkiest boven een toewijzing zoals bedoeld in deze paragraaf kan daartoe een vraag richten aan de reaffectatiecommissie van de eigen scholengroep in het gemeenschapsonderwijs en/of aan de Vlaamse reaffectatiecommissie.
De reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs en/of de Vlaamse reaffectatiecommissie is verplicht op de vraag van het personeelslid in te gaan. Als de reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs een vacature heeft, wijst zij die vacature toe aan voormeld personeelslid na toepassing van artikel 34, § 1, A, 6°, artikel 34, § 1, B, 6°, b, artikel 34, § 1, C, 6°, artikel 36, § 2, A, 4°, artikel 36, § 2, B, 4°, b, of artikel 36, § 2, C, 4°. In afwachting van zulke reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs of zulke reaffectatie of wedertewerkstelling door de Vlaamse reaffectatiecommissie blijft de beslissing genomen door de in het eerste lid vermelde reaffectatiecommissies van kracht.".
"Art. 52/1. § 1. Met ingang van 1 september 2015 en tot een door de Vlaamse Regering te bepalen datum wordt de werking van de in artikel 12ter vermelde reaffectatiecommissie van de scholengroep en de in artikel 15 vermelde Vlaamse reaffectatiecommissie opgeschort voor wat betreft de instellingen van het basisonderwijs en het secundair onderwijs die tot een scholengemeenschap behoren en hun personeelsleden.
§ 2. Tijdens de periode, vermeld in § 1, worden alle verplichtingen opgeschort die de inrichtende machten, instellingen, personeelsleden en de in dit besluit vermelde reaffectatiecommissies in toepassing van dit besluit hebben ten aanzien van de reaffectatiecommissie van de scholengroep en de Vlaamse reaffectatiecommissie.
§ 3. De terbeschikkinggestelde personeelsleden die behoren tot een scholengemeenschap en die na de bepalingen van artikel 34, § 1, A, 1° tot en met 6°, artikel 34, § 1, C, 1° tot en met 6°, artikel 36, § 2, A, 1° tot en met 4°, of artikel 36, § 2, C, 1° tot en met 4°, van hetzelfde besluit geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben verkregen, worden door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap toegewezen aan bij voorkeur één of aan meerdere instellingen van de scholengemeenschap. Zulke toewijzingen gebeuren steeds in niet-organieke betrekkingen in het ambt waarin de desbetreffende personeelsleden ter beschikking gesteld zijn.
Met het oog op de toewijzingen zoals bedoeld in vorig lid worden voor de nog niet gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden voorstellen besproken in de in het vorig lid vermelde reaffectatiecommissies. Een personeelslid dat op basis van deze voorstellen een betrekking toegewezen krijgt die als "hetzelfde ambt" kan aangezien worden, is verplicht deze betrekking te aanvaarden. Wanneer een toewijzing in "hetzelfde ambt" niet mogelijk is, kan de reaffectatiecommissie aan het betrokken terbeschikkinggestelde personeelslid een betrekking in dezelfde categorie toewijzen die niet als "hetzelfde ambt" kan aangezien worden. Het personeelslid kan deze toewijzing weigeren. In dat geval wordt het door de reaffectatiecommissie tewerkgesteld als administratieve ondersteuning van de scholengemeenschap met de daarbijhorende prestatie- en vakantieregeling.
Iedere toewijzing conform deze paragraaf houdt maximaal rekening met de arbeidsomstandigheden van het betrokken personeelslid. Artikel 45 is ook van toepassing op de toewijzingen conform deze paragraaf.
De toewijzingen zoals bedoeld in deze paragraaf worden beschouwd als een reaffectatie in een niet vacante betrekking, maar ze schorten de reaffectatieverplichtingen van de inrichtende machten in de scholengemeenschap niet op. Tijdens periodes van reaffectatie in een organieke betrekking wordt de toewijzing zoals bedoeld in deze paragraaf opgeschort.
Een ter beschikking gesteld personeelslid dat een reaffectatie of een wedertewerkstelling in een organieke betrekking verkiest boven een toewijzing zoals bedoeld in deze paragraaf kan daartoe een vraag richten aan de reaffectatiecommissie van de eigen scholengroep in het gemeenschapsonderwijs en/of aan de Vlaamse reaffectatiecommissie.
De reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs en/of de Vlaamse reaffectatiecommissie is verplicht op de vraag van het personeelslid in te gaan. Als de reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs een vacature heeft, wijst zij die vacature toe aan voormeld personeelslid na toepassing van artikel 34, § 1, A, 6°, artikel 34, § 1, B, 6°, b, artikel 34, § 1, C, 6°, artikel 36, § 2, A, 4°, artikel 36, § 2, B, 4°, b, of artikel 36, § 2, C, 4°. In afwachting van zulke reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs of zulke reaffectatie of wedertewerkstelling door de Vlaamse reaffectatiecommissie blijft de beslissing genomen door de in het eerste lid vermelde reaffectatiecommissies van kracht.".
Art.5. Dans le même arrêté, il est inséré un article 52/1, rédigé comme suit :
" Art. 52/1. § 1er. A partir du 1er septembre 2015 et jusqu'à une date à fixer par le Gouvernement flamand, le fonctionnement de la commission de réaffectation du groupe d'écoles mentionnée à l'article 12ter et de la commission de réaffectation flamande mentionnée à l'article 15 est suspendu pour ce qui est des établissements de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire appartenant à un centre d'enseignement et de leurs membres du personnel.
§ 2. Pendant la période visée au § 1er, toutes les obligations que les pouvoirs organisateurs, les établissements, les membres du personnel et les commissions de réaffectation visées par le présent arrêté ont, par application du présent arrêté, à l'égard de la commission de réaffectation du groupe d'écoles et de la commission flamande de réaffectation, sont suspendues.
§ 3. Les membres du personnel mis en disponibilité appartenant à un centre d'enseignement et n'ayant pas obtenu de réaffectation ou de remise au travail après application des dispositions de l'article 34, § 1er, A, 1° à 6°, de l'article 34, § 1er, C, 1° à 6°, de l'article 36, § 2, A, 1° à 4° ou de l'article 36, § 2, C, 1° à 4°, sont attribués, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement, de préférence à un ou plusieurs établissements du centre d'enseignement. De telles attributions s'effectuent toujours dans des emplois non organiques dans la fonction dans laquelle les membres du personnel concernés sont mis en disponibilité.
Pour les membres du personnel pas encore réaffectés ou remis au travail, des propositions sont discutées dans les commissions de réaffectation citées à l'alinéa précédent, en vue des attributions visées à l'alinéa précédent. Un membre du personnel auquel est attribué, sur la base de ces propositions, un emploi pouvant être considéré comme " la même fonction ", est obligé d'accepter cet emploi. Lorsqu'une attribution dans " la même fonction " n'est pas possible, la commission de réaffectation peut attribuer au membre du personnel mis en disponibilité concerné un emploi dans la même catégorie, qui ne peut être considéré comme " la même fonction ". Le membre du personnel peut refuser cette attribution. Dans ce cas, la commission de réaffectation l'occupera comme aide administratif auprès du centre d'enseignement, avec le régime de prestations et le régime de vacances y afférents.
Toute attribution conformément au présent paragraphe tient compte au maximum des conditions de travail du membre du personnel concerné. L'article 45 s'applique également aux attributions faites conformément au présent paragraphe.
Les attributions visées au présent paragraphe sont considérées comme une réaffectation dans un emploi non vacant, mais elles ne suspendant pas les obligations de réaffectation des pouvoirs organisateurs dans les centres d'enseignement. Pendant les périodes de réaffectation dans un emploi organique, l'attribution telle que visée dans le présent paragraphe est suspendue.
Un membre du personnel en disponibilité qui préfère une réaffectation ou une remise au travail dans un emploi organique à une affectation telle que visée au présent paragraphe, peut en faire la demande auprès de la commission de réaffectation du propre groupe d'écoles dans l'enseignement communautaire et/ou auprès de la commission flamande de réaffectation.
La commission de réaffectation du groupe d'écoles dans l'enseignement communautaire et/ou la commission flamande de réaffectation sont obligées d'accéder à la demande du membre du personnel. Si la commission de réaffectation du groupe d'écoles dans l'enseignement communautaire dispose d'une vacance d'emploi, elle la confère au membre du personnel précité, après application de l'article 34, § 1er, A, 6°, de l'article 34, § 1er, B, 6°, b, de l'article 34, § 1er, C, 6°, de l'article 36, § 2, A, 4°, de l'article 36, § 2, B, 4°, b ou de l'article 36, § 2, C, 4°. Dans l'attente d'une telle réaffectation ou remise au travail par la commission de réaffectation du groupe d'écoles dans l'enseignement communautaire ou d'une telle réaffectation ou remise au travail par la commission flamande de réaffectation, la décision prise par la commission de réaffectation visée à l'alinéa premier reste en vigueur.
" Art. 52/1. § 1er. A partir du 1er septembre 2015 et jusqu'à une date à fixer par le Gouvernement flamand, le fonctionnement de la commission de réaffectation du groupe d'écoles mentionnée à l'article 12ter et de la commission de réaffectation flamande mentionnée à l'article 15 est suspendu pour ce qui est des établissements de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire appartenant à un centre d'enseignement et de leurs membres du personnel.
§ 2. Pendant la période visée au § 1er, toutes les obligations que les pouvoirs organisateurs, les établissements, les membres du personnel et les commissions de réaffectation visées par le présent arrêté ont, par application du présent arrêté, à l'égard de la commission de réaffectation du groupe d'écoles et de la commission flamande de réaffectation, sont suspendues.
§ 3. Les membres du personnel mis en disponibilité appartenant à un centre d'enseignement et n'ayant pas obtenu de réaffectation ou de remise au travail après application des dispositions de l'article 34, § 1er, A, 1° à 6°, de l'article 34, § 1er, C, 1° à 6°, de l'article 36, § 2, A, 1° à 4° ou de l'article 36, § 2, C, 1° à 4°, sont attribués, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement, de préférence à un ou plusieurs établissements du centre d'enseignement. De telles attributions s'effectuent toujours dans des emplois non organiques dans la fonction dans laquelle les membres du personnel concernés sont mis en disponibilité.
Pour les membres du personnel pas encore réaffectés ou remis au travail, des propositions sont discutées dans les commissions de réaffectation citées à l'alinéa précédent, en vue des attributions visées à l'alinéa précédent. Un membre du personnel auquel est attribué, sur la base de ces propositions, un emploi pouvant être considéré comme " la même fonction ", est obligé d'accepter cet emploi. Lorsqu'une attribution dans " la même fonction " n'est pas possible, la commission de réaffectation peut attribuer au membre du personnel mis en disponibilité concerné un emploi dans la même catégorie, qui ne peut être considéré comme " la même fonction ". Le membre du personnel peut refuser cette attribution. Dans ce cas, la commission de réaffectation l'occupera comme aide administratif auprès du centre d'enseignement, avec le régime de prestations et le régime de vacances y afférents.
Toute attribution conformément au présent paragraphe tient compte au maximum des conditions de travail du membre du personnel concerné. L'article 45 s'applique également aux attributions faites conformément au présent paragraphe.
Les attributions visées au présent paragraphe sont considérées comme une réaffectation dans un emploi non vacant, mais elles ne suspendant pas les obligations de réaffectation des pouvoirs organisateurs dans les centres d'enseignement. Pendant les périodes de réaffectation dans un emploi organique, l'attribution telle que visée dans le présent paragraphe est suspendue.
Un membre du personnel en disponibilité qui préfère une réaffectation ou une remise au travail dans un emploi organique à une affectation telle que visée au présent paragraphe, peut en faire la demande auprès de la commission de réaffectation du propre groupe d'écoles dans l'enseignement communautaire et/ou auprès de la commission flamande de réaffectation.
La commission de réaffectation du groupe d'écoles dans l'enseignement communautaire et/ou la commission flamande de réaffectation sont obligées d'accéder à la demande du membre du personnel. Si la commission de réaffectation du groupe d'écoles dans l'enseignement communautaire dispose d'une vacance d'emploi, elle la confère au membre du personnel précité, après application de l'article 34, § 1er, A, 6°, de l'article 34, § 1er, B, 6°, b, de l'article 34, § 1er, C, 6°, de l'article 36, § 2, A, 4°, de l'article 36, § 2, B, 4°, b ou de l'article 36, § 2, C, 4°. Dans l'attente d'une telle réaffectation ou remise au travail par la commission de réaffectation du groupe d'écoles dans l'enseignement communautaire ou d'une telle réaffectation ou remise au travail par la commission flamande de réaffectation, la décision prise par la commission de réaffectation visée à l'alinéa premier reste en vigueur.
HOOFDSTUK 3. - Bezoldiging van vervanger ondersteunend personeel
CHAPITRE 3. - Rémunération d'un remplaçant du personnel d'appui
Art.6. Aan artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2009 en 16 juli 2010, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. Als een personeelslid wordt aangesteld in een niet-vacante betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel als vervanger van de titularis van deze betrekking, mag de vervanger geen hogere salarisschaal hebben dan de titularis van de betrekking, tenzij de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking verhoogt.".
" § 5. Als een personeelslid wordt aangesteld in een niet-vacante betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel als vervanger van de titularis van deze betrekking, mag de vervanger geen hogere salarisschaal hebben dan de titularis van de betrekking, tenzij de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking verhoogt.".
Art.6. A l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007 réglant certaines matières pour les Centres d'Education des Adultes, en application du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 2 octobre 2009 et 16 juillet 2010, il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Lorsqu'un membre du personnel est désigné dans un emploi non vacant dans une fonction du personnel d'appui en tant que remplaçant du titulaire de cet emploi, le remplaçant ne peut bénéficier d'une échelle de traitement qui soit supérieure à celle du titulaire de l'emploi, à moins que le pouvoir organisateur augmente la pondération de l'emploi. ".
" § 5. Lorsqu'un membre du personnel est désigné dans un emploi non vacant dans une fonction du personnel d'appui en tant que remplaçant du titulaire de cet emploi, le remplaçant ne peut bénéficier d'une échelle de traitement qui soit supérieure à celle du titulaire de l'emploi, à moins que le pouvoir organisateur augmente la pondération de l'emploi. ".
Art.7. In artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt :
" § 3. Als een personeelslid wordt aangesteld in een niet-vacante betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel als vervanger van de titularis van deze betrekking, mag de vervanger geen hogere salarisschaal hebben dan de titularis van de betrekking, tenzij de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking verhoogt.".
" § 3. Als een personeelslid wordt aangesteld in een niet-vacante betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel als vervanger van de titularis van deze betrekking, mag de vervanger geen hogere salarisschaal hebben dan de titularis van de betrekking, tenzij de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking verhoogt.".
Art.7. A l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009 relatif à l'enveloppe globale de points dans l'enseignement secondaire, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Lorsqu'un membre du personnel est désigné dans un emploi non vacant dans une fonction du personnel d'appui en tant que remplaçant du titulaire de cet emploi, le remplaçant ne peut bénéficier d'une échelle de traitement qui soit supérieure à celle du titulaire de l'emploi, à moins que le pouvoir organisateur augmente la pondération de l'emploi. ".
" § 3. Lorsqu'un membre du personnel est désigné dans un emploi non vacant dans une fonction du personnel d'appui en tant que remplaçant du titulaire de cet emploi, le remplaçant ne peut bénéficier d'une échelle de traitement qui soit supérieure à celle du titulaire de l'emploi, à moins que le pouvoir organisateur augmente la pondération de l'emploi. ".
HOOFDSTUK 4. - Loopbaanonderbreking wegens medische bijstand
CHAPITRE 4. - Interruption de carrière pour assistance médicale
Art.8. In artikel 27, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Als een periode van loopbaanonderbreking voor medische bijstand eindigt binnen een periode van 7 kalenderdagen voor een herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie of eindigt gedurende een herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie, en het personeelslid neemt een nieuwe periode van loopbaanonderbreking voor medische bijstand gedurende diezelfde vakantie of binnen een periode van 7 kalenderdagen na diezelfde vakantie, dan wordt de tussenliggende vakantieperiode of een deel ervan, beschouwd als een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden. In dat geval mag de duur van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden van zestig maanden overschreden worden waarop het betrokken personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire bepalingen die op hem van toepassing zijn. Onverminderd de berekeningswijze van de geldelijke anciënniteit voor tijdelijke personeelsleden met het recht op uitgestelde bezoldiging, komen de voormelde dagen wel in aanmerking voor de berekening van de geldelijke anciënniteit en worden niet meegerekend om de duur te bepalen van de periode van terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden waarop het personeelslid nog recht heeft.".
"Als een periode van loopbaanonderbreking voor medische bijstand eindigt binnen een periode van 7 kalenderdagen voor een herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie of eindigt gedurende een herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie, en het personeelslid neemt een nieuwe periode van loopbaanonderbreking voor medische bijstand gedurende diezelfde vakantie of binnen een periode van 7 kalenderdagen na diezelfde vakantie, dan wordt de tussenliggende vakantieperiode of een deel ervan, beschouwd als een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden. In dat geval mag de duur van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden van zestig maanden overschreden worden waarop het betrokken personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire bepalingen die op hem van toepassing zijn. Onverminderd de berekeningswijze van de geldelijke anciënniteit voor tijdelijke personeelsleden met het recht op uitgestelde bezoldiging, komen de voormelde dagen wel in aanmerking voor de berekening van de geldelijke anciënniteit en worden niet meegerekend om de duur te bepalen van de periode van terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden waarop het personeelslid nog recht heeft.".
Art.8. Dans l'article 27, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2011 relatif à l'interruption de carrière des membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012, un alinéa libellé comme suit est inséré après l'alinéa premier :
" Si une période d'interruption de carrière pour assistance médicale se termine endéans une période de 7 jours calendaires avant les vacances d'automne, de Noël, de printemps ou de Pâques, ou se termine pendant les vacances d'automne, de Noël, de printemps ou de Pâques, et le membre du personnel entame une nouvelle période d'interruption de carrière pour assistance médicale pendant ces mêmes vacances ou endéans une période de 7 jour calendaires après ces mêmes vacances, la période de vacances intermédiaire ou une partie de celle-ci est considérée comme une mise en disponibilité pour convenances personnelles. Dans ce cas, la durée de la mise en disponibilité pour convenances personnelles de soixante mois à laquelle le membre du personnel intéressé peut prétendre en vertu des dispositions réglementaires lui étant applicables, peut être dépassée. Sans préjudice du mode de calcul de l'ancienneté pécuniaire pour les membres du personnel temporaires ayant droit à la rémunération différée, les jours précités entrent en ligne de compte pour le calcul de l'ancienneté pécuniaire et ne sont pas comptés pour déterminer la durée de la période de mise en disponibilité pour convenances personnelles à laquelle le membre du personnel a encore droit. ".
" Si une période d'interruption de carrière pour assistance médicale se termine endéans une période de 7 jours calendaires avant les vacances d'automne, de Noël, de printemps ou de Pâques, ou se termine pendant les vacances d'automne, de Noël, de printemps ou de Pâques, et le membre du personnel entame une nouvelle période d'interruption de carrière pour assistance médicale pendant ces mêmes vacances ou endéans une période de 7 jour calendaires après ces mêmes vacances, la période de vacances intermédiaire ou une partie de celle-ci est considérée comme une mise en disponibilité pour convenances personnelles. Dans ce cas, la durée de la mise en disponibilité pour convenances personnelles de soixante mois à laquelle le membre du personnel intéressé peut prétendre en vertu des dispositions réglementaires lui étant applicables, peut être dépassée. Sans préjudice du mode de calcul de l'ancienneté pécuniaire pour les membres du personnel temporaires ayant droit à la rémunération différée, les jours précités entrent en ligne de compte pour le calcul de l'ancienneté pécuniaire et ne sont pas comptés pour déterminer la durée de la période de mise en disponibilité pour convenances personnelles à laquelle le membre du personnel a encore droit. ".
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art.9. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2015. De artikelen 3 en 4 hebben uitwerking met ingang van 1 mei 2015.
Art.9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2015. Les articles 3 et 4 produisent leurs effets le 1er mai 2015.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.