Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° gesubsidieerde contractuelen : de gesubsidieerde contractuelen, tewerkgesteld krachtens een contingentovereenkomst als vermeld in artikel 1, 12°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen;
  2° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid;
  3° regularisatie : de opheffing van de tegemoetkomingen voor het plaatselijk bestuur, de opheffing van de bijzondere rechtspositieregeling van de gesubsidieerde contractuelen, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, en de stopzetting van de lopende contingentovereenkomsten tussen het Vlaamse Gewest en het plaatselijk bestuur;
  4° subsidiebedrag : het bedrag dat wordt vastgesteld na de controle op de naleving van de tewerkstelling en de voorwaarden, vermeld in artikel 18, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen;
  5° voorschotten : het bedrag, vermeld in artikel 11, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, dat maandelijks wordt gestort.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 FEBRUARI 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende regularisatie van de gesubsidieerde contractuelen die zijn tewerkgesteld met een contingentovereenkomst als vermeld in artikel 1, 12°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-03-2015 en tekstbijwerking tot 04-08-2016)
Titre
27 FEVRIER 2015. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand portant rĂ©gularisation des contractuels subventionnĂ©s employĂ©s en vertu d'une convention de contingent, telle que visĂ©e Ă l'article 1er, 12° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 25-03-2015 et mise Ă jour au 04-08-2016)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° contractuels subventionnĂ©s : les contractuels subventionnĂ©s employĂ©s en vertu d'une convention de contingent, telle que visĂ©e Ă l'article 1er, 12° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux ;
  2° Ministre : le Ministre flamand chargé de la politique de l'emploi ;
  3° rĂ©gularisation : l'annulation des interventions pour le pouvoir local, l'annulation du statut spĂ©cial des contractuels subventionnĂ©s, visĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux, et l'arrĂȘt des conventions de contingent en cours entre la RĂ©gion flamande et le pouvoir local ;
  4° montant de la subvention : le montant fixĂ© aprĂšs le contrĂŽle du respect de l'emploi et des conditions, visĂ©es Ă l'article 18, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux ;
  5° avances : le montant, visĂ© Ă l'article 11, § 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux, qui est versĂ© mensuellement.
  1° contractuels subventionnĂ©s : les contractuels subventionnĂ©s employĂ©s en vertu d'une convention de contingent, telle que visĂ©e Ă l'article 1er, 12° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux ;
  2° Ministre : le Ministre flamand chargé de la politique de l'emploi ;
  3° rĂ©gularisation : l'annulation des interventions pour le pouvoir local, l'annulation du statut spĂ©cial des contractuels subventionnĂ©s, visĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux, et l'arrĂȘt des conventions de contingent en cours entre la RĂ©gion flamande et le pouvoir local ;
  4° montant de la subvention : le montant fixĂ© aprĂšs le contrĂŽle du respect de l'emploi et des conditions, visĂ©es Ă l'article 18, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux ;
  5° avances : le montant, visĂ© Ă l'article 11, § 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux, qui est versĂ© mensuellement.
HOOFDSTUK 2. - Regularisatie
CHAPITRE 2. - Régularisation
Art. 2. De tewerkstelling van de gesubsidieerde contractuelen door het plaatselijk bestuur wordt geregulariseerd.
  Het plaatselijk bestuur verkrijgt een premie ter vergoeding van de regularisatie.
  Het plaatselijk bestuur verkrijgt een premie ter vergoeding van de regularisatie.
Art. 2. L'emploi des contractuels subventionnés par le pouvoir local est régularisé.
  Le pouvoir local obtient une prime en compensation de la régularisation.
  Le pouvoir local obtient une prime en compensation de la régularisation.
Art. 3. De premie, vermeld in artikel 2, wordt berekend op basis van de volgende formule :
  Rp =95% x (A+B),
  waarbij :
  1° Rp = regularisatiepremie
  2° A = de som van de loonpremies die tijdens het refertejaar 2013 werden toegekend aan het plaatselijke bestuur voor de effectieve of daarmee gelijkgestelde tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen;
  3° B = de som van de doelgroepverminderingen voor gesubsidieerde contractuelen, vermeld in artikel 353bis/10 van de programmawet (I) van 24 december 2002, die tijdens het refertejaar 2013 werden toegekend aan het plaatselijk bestuur voor de effectieve of daarmee gelijkgestelde tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen.
  Met behoud van de toepassing van het eerste lid, wordt de regularisatiepremie verrekend op basis van de wijziging aan het toegekende contingent tijdens het kalenderjaar 2013 en 2014, voor zover die het gevolg is van een door de minister goedgekeurde onderlinge overheveling van de gesubsidieerde contractuelen tussen de plaatselijke besturen.
  Rp =95% x (A+B),
  waarbij :
  1° Rp = regularisatiepremie
  2° A = de som van de loonpremies die tijdens het refertejaar 2013 werden toegekend aan het plaatselijke bestuur voor de effectieve of daarmee gelijkgestelde tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen;
  3° B = de som van de doelgroepverminderingen voor gesubsidieerde contractuelen, vermeld in artikel 353bis/10 van de programmawet (I) van 24 december 2002, die tijdens het refertejaar 2013 werden toegekend aan het plaatselijk bestuur voor de effectieve of daarmee gelijkgestelde tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen.
  Met behoud van de toepassing van het eerste lid, wordt de regularisatiepremie verrekend op basis van de wijziging aan het toegekende contingent tijdens het kalenderjaar 2013 en 2014, voor zover die het gevolg is van een door de minister goedgekeurde onderlinge overheveling van de gesubsidieerde contractuelen tussen de plaatselijke besturen.
Art. 3. La prime, visée à l'article 2, est calculée avec la formule suivante :
  Rp = 95% x (A+B),
  oĂč :
  1° Rp = prime de régularisation
  2° A = la somme des primes salariales accordées pendant l'année de référence 2013 au pouvoir local pour l'emploi effectif ou assimilé de contractuels subventionnés ;
  3° B = la somme des réductions groupes-cibles pour contractuels subventionnés, visées à l'article 353bis/10 de la Loi-programme (I) du 24 décembre 2002, accordées pendant l'année de référence 2013 au pouvoir local pour l'emploi effectif ou assimilé de contractuels subventionnés.
  Sans prĂ©judice de l'application de l'alinĂ©a premier, la prime de rĂ©gularisation est imputĂ©e sur la base de la modification au contingent accordĂ© pendant les annĂ©es calendaires 2013 et 2014, dans la mesure oĂč elle dĂ©coule d'un transfert mutuel, approuvĂ© par le Ministre, des contractuels subventionnĂ©s entre les pouvoirs locaux.
  Rp = 95% x (A+B),
  oĂč :
  1° Rp = prime de régularisation
  2° A = la somme des primes salariales accordées pendant l'année de référence 2013 au pouvoir local pour l'emploi effectif ou assimilé de contractuels subventionnés ;
  3° B = la somme des réductions groupes-cibles pour contractuels subventionnés, visées à l'article 353bis/10 de la Loi-programme (I) du 24 décembre 2002, accordées pendant l'année de référence 2013 au pouvoir local pour l'emploi effectif ou assimilé de contractuels subventionnés.
  Sans prĂ©judice de l'application de l'alinĂ©a premier, la prime de rĂ©gularisation est imputĂ©e sur la base de la modification au contingent accordĂ© pendant les annĂ©es calendaires 2013 et 2014, dans la mesure oĂč elle dĂ©coule d'un transfert mutuel, approuvĂ© par le Ministre, des contractuels subventionnĂ©s entre les pouvoirs locaux.
Art. 4. De minister stelt aan de hand van de formule, vermeld in artikel 3, de regularisatiepremie vast en brengt het plaatselijk bestuur daarvan op de hoogte met een brief.
  [1 Het Agentschap Binnenlands Bestuur, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Binnenlands Bestuur", betaalt de regularisatiepremie halfjaarlijks uit, in twee gelijke delen, in juni en december van het begrotingsjaar.]1
  Het eventuele verschuldigd saldo, dat het verschil is tussen enerzijds de som van de uitgekeerde voorschotten en anderzijds het subsidiebedrag voor het kalenderjaar 2014 en het eerste kwartaal 2015, wordt verrekend bij de tweede halfjaarlijkse betaling van de regularisatiepremie, na onderzoek door het voormelde departement.
 Â
  [1 Het Agentschap Binnenlands Bestuur, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Binnenlands Bestuur", betaalt de regularisatiepremie halfjaarlijks uit, in twee gelijke delen, in juni en december van het begrotingsjaar.]1
  Het eventuele verschuldigd saldo, dat het verschil is tussen enerzijds de som van de uitgekeerde voorschotten en anderzijds het subsidiebedrag voor het kalenderjaar 2014 en het eerste kwartaal 2015, wordt verrekend bij de tweede halfjaarlijkse betaling van de regularisatiepremie, na onderzoek door het voormelde departement.
 Â
Wijzigingen
Art. 4. Le Ministre fixe la prime de régularisation à l'aide de la formule, visée à l'article 3, et en informe le pouvoir local par lettre.
  [1 L' Agentschap Binnenlands Bestuur, créée par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 octobre 2005 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne " Agentschap Binnenlands Bestuur " (Agence des Affaires intĂ©rieures), paie la prime de rĂ©gularisation tous les six mois, en deux parties Ă©gales, en juin et en dĂ©cembre de l'annĂ©e budgĂ©taire.]1
  Le solde éventuellement dû, qui est la différence entre d'une part la somme des avances payées et d'autre part le montant de la subvention pour l'année civile 2014 et le premier trimestre de 2015, est imputé lors du deuxiÚme paiement semestriel de la prime de régularisation, aprÚs examen par le département précité.
 Â
  [1 L' Agentschap Binnenlands Bestuur, créée par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 octobre 2005 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne " Agentschap Binnenlands Bestuur " (Agence des Affaires intĂ©rieures), paie la prime de rĂ©gularisation tous les six mois, en deux parties Ă©gales, en juin et en dĂ©cembre de l'annĂ©e budgĂ©taire.]1
  Le solde éventuellement dû, qui est la différence entre d'une part la somme des avances payées et d'autre part le montant de la subvention pour l'année civile 2014 et le premier trimestre de 2015, est imputé lors du deuxiÚme paiement semestriel de la prime de régularisation, aprÚs examen par le département précité.
 Â
Wijzigingen
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
Art. 5. Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen die personeelsleden tewerkstellen krachtens een contingentovereenkomst, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 juni 2007 en 8 mei 2009, wordt opgeheven.
Art. 5. L'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux qui emploient des membres du personnel en vertu d'une convention de contingent, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 29 juin 2007 et 8 mai 2009, est abrogĂ© ;
Art. 6. Artikel 4, 5 en 6 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 6. Les articles 4, 5 et 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 7. In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 en 20 juni 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "contingentovereenkomst en/of" opgeheven;
  2° in paragraaf 5, eerste lid, wordt de zinsnede "contingentovereenkomst en/of" opgeheven;
  3° in paragraaf 5 wordt het tweede lid opgeheven;
  4° in paragraaf 6 wordt het tweede lid opgeheven;
  5° paragraaf 7 worden opgeheven.
  1° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "contingentovereenkomst en/of" opgeheven;
  2° in paragraaf 5, eerste lid, wordt de zinsnede "contingentovereenkomst en/of" opgeheven;
  3° in paragraaf 5 wordt het tweede lid opgeheven;
  4° in paragraaf 6 wordt het tweede lid opgeheven;
  5° paragraaf 7 worden opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 10 juillet 2008 et 20 juin 2014, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 4, le membre de phrase " une convention-contingent et/ou " est abrogée ;
  2° au paragraphe 5, alinéa premier, le membre de phrase " la convention-contingent et/ou " est abrogée ;
  3° au paragraphe 5 l'alinéa deux est abrogé ;
  4° au paragraphe 6 l'alinéa deux est abrogé ;
  5° le paragraphe 7 est abrogé.
  1° au paragraphe 4, le membre de phrase " une convention-contingent et/ou " est abrogée ;
  2° au paragraphe 5, alinéa premier, le membre de phrase " la convention-contingent et/ou " est abrogée ;
  3° au paragraphe 5 l'alinéa deux est abrogé ;
  4° au paragraphe 6 l'alinéa deux est abrogé ;
  5° le paragraphe 7 est abrogé.
Art. 8. In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 mei 2009 en 20 juni 2014, wordt paragraaf 1 opgeheven.
Art. 8. Dans l'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 8 mai 2009 et 20 juin 2014, le paragraphe 1er est abrogĂ©.
Art. 9. In artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 en 20 juni 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "contingentovereenkomst en" opgeheven;
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "contingentovereenkomst en" opgeheven;
  3° in paragraaf 3 worden de woorden "contingentovereenkomst en" opgeheven.
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "contingentovereenkomst en" opgeheven;
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "contingentovereenkomst en" opgeheven;
  3° in paragraaf 3 worden de woorden "contingentovereenkomst en" opgeheven.
Art. 9. A l'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 10 juillet 2008 et 20 juin 2014, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " des conventions-contingent et " sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 2, les mots " des conventions-contingent et " sont abrogés ;
  3° dans le paragraphe 3, les mots " des conventions-contingent et " sont abrogés.
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " des conventions-contingent et " sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 2, les mots " des conventions-contingent et " sont abrogés ;
  3° dans le paragraphe 3, les mots " des conventions-contingent et " sont abrogés.
Art. 10. In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 en 20 juni 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 4 wordt opgeheven;
  2° in paragraaf 5 wordt het eerste lid opgeheven.
  1° paragraaf 4 wordt opgeheven;
  2° in paragraaf 5 wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 10. Dans l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 10 juillet 2008 et 20 juin 2014, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 4 est abrogé ;
  2° au paragraphe 5, l'alinéa premier est abrogé.
  1° le paragraphe 4 est abrogé ;
  2° au paragraphe 5, l'alinéa premier est abrogé.
Art. 11. In artikel 19, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 december 1995 en van 17 juni 1997, worden de woorden "contingentovereenkomsten en" opgeheven.
Art. 11. A l'article 19, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 dĂ©cembre 1995 et 17 juin 1997, les mots " conventions-contingent et " sont abrogĂ©s.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 12. [1 Voor de personeelsleden die vóór 1 april 2015 in dienst zijn getreden als gesubsidieerde contractuelen, kan het plaatselijk bestuur of de daarmee juridisch of economisch verbonden entiteit geen doelgroepverminderingen en geen geactiveerde uitkeringen als vermeld in de volgende bepalingen krijgen:
  1° de doelgroepverminderingen, vermeld in artikel 9, 9bis, 14 en 28/11 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen;
  2° de werkuitkering, vermeld in artikel 7, 10 en 11 sexies tot en met 11 octies van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden;
  3° de herinschakelingsuitkering, vermeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen.
  Het plaatselijk bestuur of de daarmee juridisch of economisch verbonden entiteit kan geen aanspraak maken op de voordelen, vermeld in het eerste lid, voor een werknemer die hij binnen een periode van twaalf maanden na beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst weer in dienst neemt, als het plaatselijke bestuur voor deze periode van tewerkstelling de voordelen als gesubsidieerde contractueel genoten heeft.]1
 Â
  1° de doelgroepverminderingen, vermeld in artikel 9, 9bis, 14 en 28/11 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen;
  2° de werkuitkering, vermeld in artikel 7, 10 en 11 sexies tot en met 11 octies van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden;
  3° de herinschakelingsuitkering, vermeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen.
  Het plaatselijk bestuur of de daarmee juridisch of economisch verbonden entiteit kan geen aanspraak maken op de voordelen, vermeld in het eerste lid, voor een werknemer die hij binnen een periode van twaalf maanden na beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst weer in dienst neemt, als het plaatselijke bestuur voor deze periode van tewerkstelling de voordelen als gesubsidieerde contractueel genoten heeft.]1
 Â
Wijzigingen
Art. 12. [1 Pour les membres du personnel entrés en service avant le 1er avril 2015 comme contractuels subventionnés, le pouvoir local ou son entité juridiquement ou économiquement affiliée ne peuvent pas obtenir de réductions groupes-cibles ni d'indemnités activées, telles que visées dans les dispositions suivantes :
  1° les rĂ©ductions groupes-cibles, visĂ©es aux articles 9, 9bis, 14 et 28/11 de l'arrĂȘtĂ© royal du 16 mai 2003 portant exĂ©cution du Chapitre 7 du Titre IV de la Loi-programme du 24 dĂ©cembre 2002 (I), visant Ă harmoniser et Ă simplifier les rĂ©gimes de rĂ©ductions de cotisations de sĂ©curitĂ© sociale ;
  2° l'allocation de travail, visĂ©e aux articles 7, 10, et 11 sexies Ă octies inclus de l'arrĂȘtĂ© royal du 19 dĂ©cembre 2001 de promotion de mise Ă l'emploi des demandeurs d'emploi de longue durĂ©e ;
  3° l'allocation de rĂ©insertion, visĂ©e Ă l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 mai 1999 portant exĂ©cution de l'article 7, § 1er, alinĂ©a 3, m, de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs relatif Ă la rĂ©insertion de chĂŽmeurs trĂšs difficiles Ă placer.
  L'administration locale ou son entité juridiquement ou économiquement liée n'ont pas droit aux avantages, visés à l'article premier, pour un employé qu'ils recrutent dans un délai de douze mois aprÚs la fin du précédent contrat de travail, si l'administration locale a bénéficié des avantages du contractuel subventionné pour cette période d'emploi.]1
 Â
  1° les rĂ©ductions groupes-cibles, visĂ©es aux articles 9, 9bis, 14 et 28/11 de l'arrĂȘtĂ© royal du 16 mai 2003 portant exĂ©cution du Chapitre 7 du Titre IV de la Loi-programme du 24 dĂ©cembre 2002 (I), visant Ă harmoniser et Ă simplifier les rĂ©gimes de rĂ©ductions de cotisations de sĂ©curitĂ© sociale ;
  2° l'allocation de travail, visĂ©e aux articles 7, 10, et 11 sexies Ă octies inclus de l'arrĂȘtĂ© royal du 19 dĂ©cembre 2001 de promotion de mise Ă l'emploi des demandeurs d'emploi de longue durĂ©e ;
  3° l'allocation de rĂ©insertion, visĂ©e Ă l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 mai 1999 portant exĂ©cution de l'article 7, § 1er, alinĂ©a 3, m, de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs relatif Ă la rĂ©insertion de chĂŽmeurs trĂšs difficiles Ă placer.
  L'administration locale ou son entité juridiquement ou économiquement liée n'ont pas droit aux avantages, visés à l'article premier, pour un employé qu'ils recrutent dans un délai de douze mois aprÚs la fin du précédent contrat de travail, si l'administration locale a bénéficié des avantages du contractuel subventionné pour cette période d'emploi.]1
 Â
Wijzigingen
Art. 13. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2015.
Art. 13. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er avril 2015.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le Ministre flamand ayant la politique de l'emploi dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.