Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 FEBRUARI 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten ter uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-03-2015 en tekstbijwerking tot 25-07-2024)
Titre
13 FEVRIER 2015. - Arrêté du Gouvernement flamand portant désignation des projets flamands et provinciaux en exécution du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-03-2015 et mise à jour au 25-07-2024)
Documentinformatie
Numac: 2015035251
Datum: 2015-02-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015035251
Date: 2015-02-13
Moniteur: Voir
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. De Vlaamse projecten, vermeld in artikel 2, eerste lid, 11°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, worden aangewezen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Article 1er. Les projets flamands visés à l'article 2, premier alinéa, point 11°, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, sont désignés à l'annexe 1, jointe au présent arrêté.
Art. 2. De provinciale projecten, vermeld in artikel 2, eerste lid, 9°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, worden aangewezen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 2. Les projets provinciaux visés à l'article 2, premier alinéa, point 9°, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, sont désignés à l'annexe 2, jointe au présent arrêté.
Art. 3. Artikel 2 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning treedt in werking tien dagen na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Art. 3. L'article 2 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement entre en vigueur dix jours après la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
Art. 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 4. Le Ministre flamand qui a l'aménagement du territoire dans ses attributions et le Ministre flamand qui a l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions sont, chacun en ce qui le concerne, chargés de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Vlaamse projecten als vermeld in artikel 1
  In deze bijlage wordt verstaan onder aanvragen:
  1° de aanvragen voor stedenbouwkundige handelingen met inbegrip van de voor het functioneren noodzakelijke aanhorigheden en de eventueel met het project inherent verbonden natuur- en waterbergingscompensaties en landschappelijke integratiemaatregelen;
  2° de aanvragen voor het exploiteren van ingedeelde inrichtingen of activiteiten;
  [6 2° /1 aanvragen met betrekking tot busbanen die functioneren binnen een hoogwaardig bovenlokaal openbaar vervoersnet, voor zover ze niet gelegen zijn langs of in een bestaande weg]6;
  [3 3° de aanvragen voor kleinhandelsactiviteiten;
   4° de aanvragen voor wijzigingen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.]3

  De Vlaamse Regering is bevoegd om in eerste administratieve aanleg een beslissing te nemen [2 over aanvragen die minstens een van de volgende punten omvatten :]2
  1° [3 aanvragen door of in opdracht van publiekrechtelijke rechtspersonen met betrekking tot autosnelwegen en gewestwegen, met inbegrip van bruggen over en tunnels onder die wegen, met uitzondering van :
   a) aanvragen die louter strekken tot het vellen van bomen langs die wegen;
   b) aanvragen die louter betrekking hebben op dienstenzones langs autosnelwegen;]3

  2° aanvragen met betrekking tot de [3 volgende spoorwegen, en bruggen over en tunnels onder die spoorwegen]3:
  a) openbare spoorwegen voor het personen- en goederenvervoer met inbegrip van de perrons, de stelplaatsen en de stations;
  b) tramlijnen, metrolijnen en andere geleide openbaarvervoerssystemen met inbegrip van de perrons, de stelplaatsen en de stations;
  3° aanvragen met betrekking tot luchthavens met een start- of landingsbaan van 800 meter of meer, ingediend door de luchthavenuitbater of door met de luchthavenuitbater verbonden vennootschappen in de zin van artikel 11 van het wetboek van vennootschappen, door luchthavenontwikkelingsmaatschappijen, door Belgocontrol of door het Directoraat-generaal Luchtvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;
  4° aanvragen met betrekking tot het beheer of de veiligheid van het luchtverkeer, zoals radar- en surveillanceinstallaties, controletorens, satelliet- en navigatieapparatuur en meteorologische installaties;
  5° aanvragen met betrekking tot de natte en droge infrastructuur met openbaar karakter van:
  a) waterwegen en onbevaarbare waterlopen van de eerste categorie [3 en aanvragen met betrekking tot bruggen over en tunnels onder die waterwegen en waterlopen, met uitzondering van aanvragen die louter een lozing, overstort of watercaptatiepunt in die waterwegen en waterlopen voorzien]3;
  b) overstromingsgebieden langs die waterwegen of waterlopen of aangelegd door de beheerders van die waterwegen of waterlopen;
  6° aanvragen met betrekking tot de natte [2 ...]2 infrastructuur met openbaar karakter binnen de grenzen van de [6 zeehavengebieden]6 van Oostende, Zeebrugge, Gent en Antwerpen, zoals afgebakend [6 door de Vlaamse Regering]6;
  7° aanvragen die betrekking hebben op de maatregelen voor de versterking van de zeewering [6 ...]6;
  8° aanvragen die betrekking hebben op monostortplaatsen voor baggerspecie en/of ruimingsspecie met een minimale capaciteit van 100.000 mü;
  9° aanvragen met betrekking tot kerncentrales en installaties voor de berging [6 van verbruikte splijtstof of radioactief afval of verwerking van splijtstoffen]6;
  10° [5 aanvragen met betrekking tot de volgende installaties voor de productie van elektriciteit:
   a) installaties met een vermogen van meer dan 1.000 MW, die aantakken op het openbare elektriciteitsnet;
   b) installaties voor het opwekken van elektriciteit door windenergie met een elektrisch vermogen per windturbine van meer dan 1.500 kW]5
;
  11° aanvragen met betrekking tot het transmissienet en het plaatselijke vervoersnet van elektriciteit;
  12° aanvragen met betrekking tot installaties voor het opsporen en het winnen van koolwaterstoffen uit de ondergrond;
  13° aanvragen met betrekking tot installaties voor het opsporen van potentiële opslagcomplexen voor koolstofdioxide en met betrekking tot het geologisch opslaan van koolstofdioxide;
  14° aanvragen met betrekking tot installaties voor het opsporen en winnen van aardwarmte vanaf een diepte van [1 500 meter ten opzichte van het TAW-referentiepunt]1 (Tweede Algemene Waterpassing);
  15° aanvragen met betrekking tot installaties voor waterwinning voor de openbare watervoorziening en het transport van water naar het openbaar distributienet;
  16° aanvragen met betrekking tot infrastructuur met openbaar karakter voor het afvoeren van hemel-, oppervlakte- en afvalwater in functie van de bovengemeentelijke saneringsopdracht, met uitzondering van de [3 waterzuiveringsinstallaties]3;
  17° [3 aanvragen met betrekking tot infrastructuur met openbaar karakter om vloeibare stoffen en gassen via een pijpleiding te vervoeren, met uitzondering van leidingen voor hemelwater, oppervlaktewater, afvalwater en water en met uitzondering van leidingen die tot het lokale openbare distributienet behoren;]3
  18° aanvragen met betrekking tot afvalverbrandingsinstallaties met een capaciteit van minstens 50.000 ton/jaar;
  19° aanvragen met betrekking tot gebouwen of gebouwencomplexen met een totale nuttige vloeroppervlakte, met uitsluiting van de nuttige vloeroppervlakte met de functies [2 wonen, landbouw in de ruime zin en industrie en bedrijvigheid]2, van minstens 50.000 m, gelegen buiten gemeenten met meer dan 200.000 inwoners;
  20° [6 aanvragen met betrekking tot de aanleg of oppervlakte-uitbreiding van golfterreinen van achttien holes of meer, oefenholes niet inbegrepen]6;
  21° [6 ...]6;
  22° [4 ...]4
  23° aanvragen ingediend door de militaire overheid.
  
Art. N1. Annexe 1. - Projets flamands tels que mentionnés à l'article 1er
  Dans la présente annexe, l'on entend par " demandes " :
  1° les demandes d'actes urbanistiques, en ce compris les dépendances indispensables au fonctionnement, ainsi que les compensations en matière d'environnement et de retenue des eaux et les mesures d'intégration paysagère éventuellement inhérentes au projet ;
  2° les demandes d'exploitation d'établissements ou d'activités classés;
  [6 ° /1 demandes relatives à des couloirs de bus qui fonctionnent dans le cadre d'un réseau de transport public supra-local de qualité, dans la mesure où elles ne sont pas situées le long d'une route existante ou dans celle-ci]6
  ;[3 3° les demandes d'activités de commerce de détail ;
   4° les demandes de modifications de la végétation, visées à l'article 9bis, § 7, et l'article 13, §§ 4 et 5, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel.]3

  Le Gouvernement flamand est compétent pour se prononcer en première instance administrative [2 sur des demandes comportant au moins un des points suivants]2 :
  1° [3 1° demandes par ou pour le compte de personnes morales de droit public concernant les autoroutes et routes régionales, y compris les ponts au-dessus et tunnels en-dessous de ces routes, à l'exception des :
   a) demandes tendant purement à l'abattage d'arbres le long de ces routes ;
   b) demandes concernant purement des zones de service le long des autoroutes ;]3

  2° demandes relatives aux [3 voies ferroviaires suivantes, et ponts au-dessus et tunnels en-dessous de ces voies ferroviaires]3 :
  a) chemins de fer publics destinés au transport de personnes et de marchandises, y compris les quais, les dépôts et les gares ;
  b) lignes de tram, lignes de métro et autres systèmes ferroviaires de transport public, y compris les quais, les dépôts et les gares ;
  3° demandes relatives aux aéroports dotés d'une piste de décollage ou d'atterrissage de 800 mètres ou davantage, introduites par l'exploitant de l'aéroport ou par des sociétés liées à l'exploitant de l'aéroport au sens de l'article 11 du Code des sociétés, par des sociétés de développement de l'aéroport, par Belgocontrol ou par la Direction générale Transport aérien du Service public fédéral Mobilité et Transports ;
  4° demandes relatives à la gestion ou à la sécurité du trafic aérien, telles que les installations de radar et de surveillance, tours de contrôles, appareils satellites et de navigation, et installations météorologiques ;
  5° demandes relatives aux infrastructures sèches et mouillées à caractère public :
  a) voies navigables et cours d'eau non navigables de la première catégorie [3 et demandes relatives aux ponts au-dessus et tunnels en-dessous de ces voies navigables et cours d'eau, à l'exception des demandes qui prévoient purement un déversement, déversoir, ou point de captage d'eau dans ces voies navigables et cours d'eau]3 ;
  b) zones inondables situées le long de ces voies navigables ou cours d'eau non navigables, ou aménagées par les gestionnaires de ces voies navigables ou cours d'eau non navigables ;
  6° demandes relatives aux infrastructures [2 ...]2 mouillées à caractère public dans les limites des ports d'Ostende, Zeebrugge, Gand et Anvers, telles que délimitées dans un plan d'exécution spatial ;
  7° demandes relatives aux mesures de renforcement des digues, telles qu'incluses dans le Plan maître de Sécurité côtière ;
  8° demandes relatives aux monodécharges pour terre draguée et/ou résidus de dragage, d'une capacité minimale de 100.000 mü ;
  9° demandes relatives aux centrales nucléaires et installations de stockage et de traitement des matières fissibles ;
  10° [5 demandes relatives aux installations suivantes pour la production d'électricité :
   a) installations d'une capacité de plus de 1.000 MW, reliées au réseau d'électricité public ;
   b) installations de production d'électricité par l'énergie éolienne, d'une capacité électrique par éolienne de plus de 1.500 kW]5
;
  11° demandes relatives au réseau de transport et au réseau de distribution local d'électricité ;
  12° demandes relatives aux installations de détection et d'extraction d'hydrocarbures du sous-sol ;
  13° demandes relatives aux installations de détection de complexes de stockage potentiels du dioxyde de carbone, ainsi qu'au stockage géologique du dioxyde de carbone ;
  14° demandes relatives aux installations de détection et d'extraction d'énergie géothermique à partir d'une profondeur de [1 500 mètres par rapport au point de référence DNG]1 (Deuxième nivellement général) ;
  15° demandes relatives aux installations de captage d'eau en vue de la distribution publique d'eau et du transport de l'eau vers le réseau public de distribution ;
  16° demandes relatives aux infrastructures à caractère public pour l'évacuation des eaux pluviales, des eaux de surface et des eaux usées en fonction de la mission d'assainissement supra-communale, à l'exception [3 des installations d'épuration d'eau]3 ;
  17° [3 demandes relatives aux infrastructures à caractère public pour le transport via canalisations de substances et gaz liquides, à l'exception des canalisations destinées aux eaux pluviales, aux eaux de surface, aux eaux usées et à l'eau, et à l'exception de canalisations appartenant au réseau de distribution public local ;]3
  18° demandes relatives aux incinérateurs de déchets d'une capacité minimale de 50.000 tonnes/an ;
  19° demandes relatives à des bâtiments ou complexes de bâtiments d'une surface utile au sol totale, à l'exception de la surface au sol utile des fonctions [2 habitat, agriculture au sens large, industrie et activité économique]2, d'au moins 50.000 m, situés en dehors des communes de plus de 200.000 habitants ;
  20° [6 demandes relatives à l'aménagement ou l'extension de la superficie de terrains de golf de 18 trous ou plus, à l'exclusion des trous d'entraînement]6;
  21° [6 ...]6;
  22° [4 ...]4
  23° demandes introduites par les autorités militaires.
  
Art. N2. Bijlage 2.- Provinciale projecten als vermeld in artikel 2
  In deze bijlage wordt verstaan onder aanvragen:
  1° [5 ...]5;
  2° de aanvragen voor het exploiteren van ingedeelde inrichtingen of activiteiten;
  [2 3° de aanvragen voor kleinhandelsactiviteiten;
   4° de aanvragen voor wijzigingen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.]2

  [1 De deputatie is bevoegd om in eerste administratieve aanleg een beslissing te nemen over aanvragen van projecten die minstens een van de volgende punten omvatten, voor zover het project noch een Vlaams project, noch een onderdeel van een Vlaams project is :]1
  1° aanvragen met betrekking tot fietspaden die functioneren binnen een bovenlokaal fietsnetwerk, voor zover ze niet gelegen zijn langs een weg of waterweg;
  2° aanvragen met betrekking tot de natte en droge infrastructuur met openbaar karakter van:
  a) onbevaarbare waterlopen van de tweede [5 ...]5 categorie [2 en aanvragen met betrekking tot bruggen over en tunnels onder die waterlopen, met uitzondering van aanvragen die louter een lozing, overstort of watercaptatiepunt in die waterlopen voorzien]2;
  b) overstromingsgebieden langs die waterlopen of aangelegd door de beheerders van die waterlopen;
  3° aanvragen met betrekking tot:
  a) [5 de aanleg of oppervlakte-uitbreiding van recreatieve terreinen]5, beheerd door gewest of provincie;
  b) permanente omlopen voor motorvoertuigen of motorvaartuigen;
  c) [5 de aanleg of oppervlakte-uitbreiding van golfterreinen met meer dan acht holes en minder dan achttien holes, oefenholes uitgezonderd]5;
  4° [5 infrastructuur met openbaar karakter voor al dan niet draadloze communicatienetwerken voor radiocommunicatie, telefoonverkeer, televisie, internet of andere, die als een bovenlokaal netwerk functioneren]5;
  5° [2 aanvragen met betrekking tot kleinhandelsactiviteiten met een netto handelsoppervlakte van meer dan 20.000 vierkante meter, gelegen buiten de gemeenten Aalst, Antwerpen, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout;]2
  6° [4 ...]4
  7° [3 ...]3.
  
Art. N2. Annexe 2.- Projets provinciaux tels que mentionnés à l'article 2
  Dans la présente annexe, l'on entend par " demandes " :
  1° [5 ...]5;
  2° les demandes d'exploitation d'établissements ou d'activités classés;
  [2 3° les demandes d'activités de commerce de détail ;
   4° les demandes de modifications de la végétation, visées à l'article 9bis, § 7, et l'article 13, §§ 4 et 5, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel.]2

  [1 La députation est compétente pour prendre une décision en première instance administrative sur des demandes de projets comportant au moins un des points suivants dans la mesure où le projet n'est ni un projet flamand, ni une partie d'un projet flamand]1 :
  1° demandes relatives aux pistes cyclables qui fonctionnent au sein d'un réseau cyclable supra-local, pour autant qu'elles ne soient pas situées le long d'une route ou d'une voie navigable ;
  2° demandes relatives aux infrastructures mouillées et sèches à caractère public de :
  a) cours d'eau non navigables de la deuxième [5 ...]5 catégorie [2 et demandes relatives aux ponts au-dessus et tunnels en-dessous de ces cours d'eau, à l'exception des demandes qui prévoient purement un déversement, déversoir ou point de captage d'eau dans ces cours d'eau]2;
  b) zones inondables situées le long de ces cours d'eau ou aménagées par les gestionnaires de ces cours d'eau ;
  3° Demandes relatives aux éléments suivants :
  a) [5 L'aménagement ou l'extension de la superficie de terrains récréatifs]5, gérés par la Région ou la province ;
  b) circuits permanents pour véhicules à moteur ou bateaux à moteur ;
  c) [5 l'aménagement ou l'extension de la superficie de terrains de golf de plus de huit trous et de moins de dix-huit trous, à l'exclusion des trous d'entraînement]5 ;
  4° [5 une infrastructure à caractère public destinée à des réseaux filaires ou sans fils de communication par radio, téléphone, télévision, Internet ou autre, fonctionnant en un réseau supralocal]5;
  5° [2 demandes relatives aux activités de commerce de détail ayant une superficie commerciale nette supérieure à 20.000 mètres carrés, situées en dehors des communes d'Alost, Anvers, Bruges, Genk, Gand, Hasselt, Courtrai, Louvain, Malines, Ostende, Roulers, Saint-Nicolas et Turnhout ;]2
  6°[4 ...]4 ;
  7° [3 ...]3.