Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 MAART 2015. - Ministerieel besluit betreffende de methodologie voor de uitvoering van de kosten-batenanalyse in het kader van de toekenning van de milieuvergunning
Titre
27 MARS 2015. - Arrêté ministériel portant sur la méthodologie pour la réalisation de l'analyse coûts-avantages dans le cadre de l'octroi de permis d'environnement
Documentinformatie
Numac: 2015031266
Datum: 2015-03-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015031266
Date: 2015-03-27
Moniteur: Voir
Inhoud
Inhoud
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. De kosten-batenanalyse die wordt bedoeld in artikel 3, § 2, eerste lid van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 november 2013 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging door industriële emissies wordt opgesteld overeenkomstig de methodologie die in de bijlage bij dit besluit wordt beschreven.
Article 1er. L'analyse coûts-avantages visée à l'article 3, § 2, alinéa 1er de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 novembre 2013 relatif à la prévention et la réduction intégrées de la pollution due aux émissions industrielles est établie conformément à la méthodologie décrite à l'annexe du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage.
  1. De kosten-batenanalyse die wordt voorgeschreven door artikel 3 § 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 november 2013 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging door industriële emissies bestaat uit een financiële analyse van cashflows (kasstromen).
  2. De financiële indicatoren die moeten worden voorgesteld voor het aanvankelijk project alsook voor het alternatief/de alternatieven zijn:
  - de netto contante waarde (NCW)
  - het interne rendementspercentage (IRR);
  - de geactualiseerde terugverdientijd: geeft aan hoe lang het duurt voordat de voorziene kasstromen de oorspronkelijke investering rentabliseren.
  3. Rekening houdend met de beschikbare subsidies, worden die financiële indicatoren berekend op basis van de volgende posten die jaar na jaar worden voorgesteld over een periode van 30 jaar:
  - de CAPEX, d.w.z. de kasstromen die verband houden met de investeringsuitgaven die inzonderheid rekening houden met de kostprijs van de engineering en de infrastructuur, de systemen, de opslageenheden, de eventuele belangrijke herstellingen, de eventuele kosten die verband houden met de bediening van een geheel van gebouwen of een deel van de stad door een verwarmingsnetwerk, de verbinding met het netwerk, de werkuren en de studie, de certificatiekosten, de eventuele financiële steunmaatregelen;
  - de OPEX, d.w.z. de kasstromen die verband houden met de exploitatiekosten zoals inzonderheid de onderhouds- en maintenancekosten, de brandstofkosten en de kosten voor de toevoer van warmte en elektriciteit;
  - de exploitatieopbrengsten, zoals de verkoop van elektriciteit of van brandstof, de vermeden kosten op de aankoop van elektriciteit of van brandstof (eigen verbruik), de steunmaatregelen voor de productie van energie zoals de groenestroomcertificaten.
  4. Voor de projecten waarin verwarmingsnetwerken worden gepland zijn de volgende uitgaven uitgesloten: calorimeters bij de eindafnemer, platenwarmtewisselaars en eventueel het substation voor een groter gebouw.
  5. Bij de opbrengsten wordt rekening gehouden en eventueel een waarde toegekend aan de elektriciteit die niet meer moet worden gekocht omdat ze ter plaatse wordt geproduceerd.
  6. Elk van die CAPEX-, OPEX-, opbrengstenposten wordt gedetailleerd opgesplitst in een tabel waarin de bedragen exclusief btw worden weergeven.
  7. De aanvrager expliciteert ook op gedetailleerde wijze alle hypothesen waarvan hij gebruik maakt om zijn vergelijkende analyse uit te voeren. Die nota bevat ten minste de volgende elementen:
  a. alle technische elementen waarmee de bedragen die nodig zijn voor de analyse kunnen worden berekend zijn opgenomen, inzonderheid:
  i. primair, thermisch en elektrisch vermogen;
  ii. elektrisch, thermisch rendement;
  iii. aandeel eigen verbruik;
  iv. jaarlijks aantal werkingsuren bij volle belasting;
  v. netverliezen, distributieverliezen;
  vi. de geraamde economische levensduur van de verschillende uitrustingen;
  b. alle economische elementen waarmee de bedragen die nodig zijn voor de analyse kunnen worden berekend zijn opgenomen, inzonderheid:
  i. de inputkosten;
  ii. de waarde die verband houdt met de zelfverbruikte elektriciteit en warmte;
  iii. de restwaarde of de wederverkoopwaarde van de installatie in het geval dat de economische levensduur ervan de duur van deze kosten-batenanalyse zou overtreffen.
  8. Bij de uitvoering van de kosten-batenanalyse en de vergelijkingen die eruit voortvloeien worden van rechtswege de onderstaande parameters opgenomen die als volgt zijn vastgesteld:
  - actualiseringspercentage: 7 %/jaar;
  - inflatie: + 2 %/jaar;
  - evolutie van de prijs van elektriciteit en gas bij aankoop: + 3,5 %/jaar
  - evolutie van de prijs van elektriciteit bij wederverkoop: + 2 %/jaar
  9. Zowel voor het aanvankelijk project als voor het alternatief project steunen de resultaten van de financiële analyse op één enkele keuze van duidelijk voorgestelde parameters.
  10. De boekhoudkundige bepalingen en belastingvoordelen die verband houden met de afschrijving worden uitgesloten van deze op de kasstromen gebaseerde financiële analyse.
  11. De bestudeerde alternatieven houden rekening met de warmtebehoeften in een minimale straal van 1km in vogelvlucht rond de installatie.
  12. Alleen het project dat de beste resultaten (NCW, IRR, geactualiseerde terugverdientijd) van de vergelijking oplevert wordt uitgevoerd voor zover de NCW hoger is dan nul.
  13. In het geval dat de vergeleken projecten tegenstrijdige resultaten zouden weergeven naargelang van de in aanmerking genomen indicator (NCW of IRR) moet het project met de hoogste NCW worden uitgevoerd.
  14. Elke investeringsbeslissing die steunt op elementen die in strijd zijn met de bepalingen 12. of 13. hierboven moet uitdrukkelijk worden gemotiveerd en voldoende worden beargumenteerd in het kader van de procedure van de milieuvergunning. Alleen de bepalingen die zijn opgenomen in artikel 14.8 van de richtlijn 2012/27 kunnen een dergelijke investeringsbeslissing desgevallend rechtvaardigen.
Art. N. Annexe
  1.L'analyse coûts-avantages prévue par l'article 3 § 2 de l'arrêté du gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 novembre 2013 relatif à la prévention et la réduction intégrées de la pollution due aux émissions industrielles consiste en une analyse financière de cash-flows (flux de trésorerie).
  2. Les indicateurs financiers à présenter pour le projet initial tout comme pour la ou les alternatives sont :
  - La valeur actuelle nette (VAN)
  - Le taux de rentabilité interne (TRI)
  - Le délai de récupération actualisé: c'est le temps nécessaire pour que les flux de trésorerie prévus actualisés rentabilisent l'investissement initial.
  3. Compte tenu des subsides disponibles, ces indicateurs financiers sont calculés sur base des postes suivants présentés année par année sur une période de 30 ans :
  - Les CAPEX, c'est-à-dire les flux de trésorerie liés aux dépenses d'investissement qui tiennent compte notamment du coût du génie civil et des infrastructures, des systèmes, des unités de stockage, des remises en état importantes éventuelles, des coûts éventuels liés à l'alimentation par un réseau de chaleur d'un ensemble de bâtiments ou d'une partie de la ville, de la connexion au réseau, de la main d'oeuvre et de l'étude, des frais de certification, des aides financières éventuelles ;
  - Les OPEX, c'est-à-dire les flux de trésorerie liés aux dépenses d'exploitation telles que notamment frais d'entretien et de maintenance, coût des combustibles et les coûts d'approvisionnement en chaleur et électricité.
  - Les recettes d'exploitation telles que notamment les ventes d'électricité et de chaleur, coûts les évités sur l'achat d'électricité ou de combustibles (autoconsommation), les aides à la production d'énergie comme par exemple les certificats verts.
  4. Pour les projets envisageant les réseaux de chaleur, les dépenses suivantes sont exclues: les calorimètres chez le consommateur final, l'échangeur à plaque et le cas échéant la sous-station pour un plus grand bâtiment.
  5. Les recettes tiennent comptent et valorisent le cas échéant l'électricité qui ne doit plus être achetée étant donné qu'elle est produite sur place.
  6. Chacun de ces postes CAPEX, OPEX, recettes, est ventilé de manière détaillée dans un tableau où les montants sont exprimés hors TVA.
  7. Le demandeur explicite également de manière détaillée toutes les hypothèses auxquelles il a recours pour la réalisation de son analyse comparative. Cette note reprend au minimum les éléments suivants :
  a. Tous les éléments techniques permettant de calculer les montants nécessaires à l'analyse sont inclus et notamment :
  i. Puissances primaire, thermiques et électriques
  ii. Rendement électrique, thermique
  iii. Part d'autoconsommation
  iv. Nombre d'heures de fonctionnement annuel à pleine charge
  v. Pertes de réseau, pertes de distribution
  vi. La durée de vie économique estimée des différents équipements
  b. Tous les éléments économiques permettant de calculer les montants nécessaires à l'analyse sont inclus et notamment:
  i. Les coûts des intrants
  ii. La valeur associée à l'électricité et la chaleur autoconsommée
  iii. La valeur résiduelle ou valeur de revente de l'installation au cas où sa durée de vie économique devrait excéder de la durée de la présente analyse coûts avantages.
  8. La réalisation de l'analyse coûts-avantages et les comparaisons qui en découlent intègrent d'office les paramètres repris ci-dessous fixés comme suit :
  - Taux d'actualisation : 7 %/an
  - Inflation : + 2 %/an
  - Evolution du prix l'électricité et du gaz à l'achat : + 3.5 %/an
  - Evolution du prix de l'électricité à la revente : + 2 %/an
  9. Les résultats de l'analyse financière tant pour le projet initial que pour le projet alternatif sont fondés sur un choix unique de paramètres clairement présenté.
  10. Les dispositions comptables et avantages fiscaux liés à l'amortissement sont exclus de la présente analyse financière basée sur les cash-flows.
  11. Les alternatives étudiées tiennent compte des besoins calorifiques présents dans un rayon minimum de 1KM à vol d'oiseau autours de l'installation.
  12. Seul le projet présentant les meilleurs résultats (VAN, TRI, délai de récupération actualisé) du comparatif est mis en oeuvre pour autant que sa VAN soit supérieure à zéro.
  13. Dans l'éventualité où des projets comparés présenteraient des résultats contradictoires en fonction de l'indicateur envisagé (VAN ou TRI), c'est le projet disposant de la VAN la plus élevée qui doit être mis en oeuvre.
  14. Toute décision d'investissement fondée sur des éléments contrevenant aux dispositions 12. ou 13. ci-dessus devra être explicitement motivée et suffisamment argumentée dans le cadre de la procédure de permis d'environnement. Seules les dispositions reprises à l'article 14.8 de la directive 2012/27 permettent le cas échéant de justifier pareille décision d'investissement.