Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
11 SEPTEMBER 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 2004 betreffende de oprichting van de dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de exploitatie van de luchthaven Brussel-Nationaal, tot vaststelling van zijn samenstelling en het administratief en geldelijk statuut dat van toepassing is op zijn leden en tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 januari 2007 betreffende de vergunning van de spoorwegonderneming
Titre
11 SEPTEMBRE 2015. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 25 octobre 2004 créant le Service de Régulation du transport ferroviaire et de l'exploitation de l'aéroport de Bruxelles-National, fixant sa composition ainsi que les statuts administratifs et pécuniaires applicables à ses membres, et modifiant l'arrêté royal du 16 janvier 2007 relatif à la licence d'entreprise ferroviaire
Documentinformatie
Numac: 2015014212
Datum: 2015-09-11
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015014212
Date: 2015-09-11
Moniteur: Voir
Tekst (17)
Texte (17)
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement la directive 2012/34/UE du Parlement européen et du Conseil du 21 novembre 2012 établissant un espace ferroviaire unique européen.
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 2004 betreffende de oprichting van de dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de exploitatie van de luchthaven Brussel-Nationaal, tot vaststelling van zijn samenstelling en het administratief en geldelijk statuut dat van toepassing is op zijn leden
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté royal du 25 octobre 2004 créant le Service de Régulation du transport ferroviaire et de l'exploitation de l'aéroport de Bruxelles-National, fixant sa composition ainsi que les statuts administratifs et pécuniaire applicables à ses membres
Art. 2. In artikel 2bis van het koninklijk besluit van 25 oktober 2004 betreffende de oprichting van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de exploitatie van de luchthaven Brussel-Nationaal, tot vaststelling van zijn samenstelling en het administratief en geldelijk statuut dat van toepassing is op zijn leden, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 februari 2006 en vervangen door het koninklijk besluit van 4 december 2012, worden de woorden "artikel 61 van de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur" vervangen door de woorden "artikel 61 van de Spoorcodex".
Art. 2. Dans l'article 2bis de l'arrêté royal du 25 octobre 2004 créant le Service de Régulation du transport ferroviaire et de l'exploitation de l'aéroport de Bruxelles-National, fixant sa composition ainsi que les statuts administratifs et pécuniaire applicables à ses membres, inséré par l'arrêté royal du 1er février 2006 et remplacé par l'arrêté royal du 4 décembre 2012, les mots " l'article 61 de la loi de 4 décembre 2006 relative à l'utilisation de l'infrastructure ferroviaire " sont remplacés par les mots " l'article 61 du Code ferroviaire ".
Art. 3. In artikel 2 van hetzelfde besluit, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
  "1° `Minister': de minister bevoegd voor het toepassen van disciplinaire procedures ten aanzien van de Dienst Regulering van het spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal;".
Art. 3. Dans l'article 2 du même arrêté royal, le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° `Ministre' : le ministre compétent en matière d'application des procédures disciplinaires par rapport au Service de régulation du transport ferroviaire et de l'exploitation de l'aéroport de Bruxelles-National ; ".
Art. 4. In artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 4 december 2012 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° Het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "De Dienst is organisatorisch, functioneel, hiërarchisch en wat de besluitvorming betreft onafhankelijk en juridisch gescheiden van elke spoorwegonderneming, elke infrastructuurbeheerder, van elke andere publieke of privaatrechtelijke entiteit en ook van de beheerder van de luchthaven Brussel-Nationaal en van alle luchtvaartmaatschappijen. " ;
  2° Het derde lid wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  "Daartoe leggen de personen die binnen de Dienst gelast zijn met het nemen van beslissingen, jaarlijks bij de Minister een verbintenissenverklaring neer en een verklaring omtrent hun belangen die alle directe en indirecte belangen vermeldt die kunnen worden geacht afbreuk te doen aan hun onafhankelijkheid en die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van enige functie. Deze personen onthouden zich van het nemen van beslissingen in gevallen die een onderneming betreffen waarmee zij gedurende het jaar voorafgaand aan de start van een procedure een directe of indirecte band onderhielden. Na hun ambtstermijn in het toezichthoudende orgaan hebben zij gedurende een periode van ten minste een jaar geen beroepsfunctie of beroepsverantwoordelijkheid bij een van de spoorwegondernemingen, kandidaten of bij de spoorweginfrastructuurbeheerder.".
Art. 4. A l'article 4 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 4 décembre 2012 et modifié par l'arrêté royal du 11 décembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° L'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Le Service est indépendant sur les plans organisationnel, fonctionnel, hiérarchique et décisionnel, et juridiquement distinct de toute entreprise ferroviaire, de tout gestionnaire de l'infrastructure, de toute autre entité publique ou privée ainsi que du gestionnaire de l'aéroport de Bruxelles National et de toutes les compagnies aériennes. " ;
  2° L'alinéa 3 est complété par les phrases suivantes :
  " A cet effet, les personnes chargées de la prise de décisions au sein du Service déposent chaque année auprès du Ministre une déclaration d'engagement et des intérêts directs ou indirects qui pourraient être considérés comme susceptibles de nuire à leur indépendance et qui pourraient influer sur l'exercice d'une fonction. Ces personnes se retirent du processus de décision dans les cas qui concernent une entreprise avec laquelle elles ont été en rapport direct ou indirect pendant l'année précédant le lancement d'une procédure. Au terme de leur mandat au sein de l'organisme de contrôle, elles n'occupent aucune position professionnelle ou aucune responsabilité professionnelle au sein d'aucune des entreprises ferroviaires, candidats ou du gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire pendant une période minimale d'une année. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 januari 2007 betreffende de vergunning van de spoorwegonderneming
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté royal du 16 janvier 2007 relatif à la licence d'entreprise ferroviaire
Art. 5. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 16 januari 2007 betreffende de vergunning van de spoorwegonderneming de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt opgeheven;
  2° punt 2° wordt vervangen als volgt:
  "2° "Bestuur": de Directie Spoorbeleid van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer".
Art. 5. A l'article 2 de l'arrêté royal du 16 janvier 2007 relatif à la licence d'entreprise ferroviaire, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est abrogé ;
  2° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° " Administration " : la Direction Politique ferroviaire du Service public fédéral Mobilité et Transports ".
Art. 6. In artikel 4, § 2, 1°, van hetzelfde besluit, worden de woorden "14, § 1, van de wet" vervangen door de woorden "13, § 1, van de Spoorcodex.".
Art. 6. A l'article 4, § 2, 1°, du même arrêté, les mots " 14, § 1er, de la loi " sont remplacés par les mots " 13, § 1er, du Code ferroviaire. ".
Art. 7. In artikel 5 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen als volgt:
  " § 2. De aanvrager is geen aanzienlijke of terugkerende achterstallen/achterstanden inzake belasting of sociale rechten verschuldigd als resultaat van zijn activiteiten.".
Art. 7. A l'article 5 du même arrêté, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le demandeur n'est pas redevable d'arriérés considérables ou récurrents d'impôts ou de cotisations sociales pour son activité. ".
Art. 8. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 11. § 1. Om de Minister toe te laten de vergunning opnieuw te onderzoeken, stelt de houder van de vergunning de Minister in kennis :
  1° wanneer hij zijn activiteiten ingrijpend wil wijzigen of uitbreiden;
  2° wanneer hij gedurende zes opeenvolgende maanden de vervoerdiensten waarvoor hij de vergunning heeft ontvangen, heeft onderbroken en en hij voornemens is om zijn activiteiten verder te zetten;
  3° wanneer hij de vervoerdiensten niet binnen de zes maanden heeft aangevangen na de afgifte van de vergunning en hij voornemens is om zijn activiteiten aan te vangen;
  4° bij een wijziging die invloed heeft op de rechtstoestand van de onderneming en meer bepaald in geval van fusie of bedrijfsovername;
  5° wanneer hij andere dan de in de vergunning beschreven vervoerdiensten wil verrichten.
  In het geval bedoeld in 3°, kan de Minister aan de houder een langere termijn toestaan rekening houdend met bijzonder karakter van de betrokken diensten.
  § 2. Bij ontstentenis van een kennisgeving bedoeld in paragraaf 1 wordt de onderneming geacht nog in exploitatie te zijn overeenkomstig de omstandigheden die golden op het ogenblik van de afgifte van de vergunning. Dit vermoeden is niet van toepassing in de gevallen bedoeld in de bepalingen onder 2° en 3° van § 1.
  Met het oog op een nieuw onderzoek nodigt de Minister de houder van de vergunning uit om hem ieder document of stuk dat hij nuttig acht voor te leggen. Deze worden hem toegezonden uiterlijk dertig dagen nadat ze werden gevraagd of binnen een kortere termijn indien de Minister dit nodig acht.
  § 3. De houder van de vergunning mag tijdens het nieuwe onderzoek de exploitatie voortzetten, tenzij de Minister om veiligheidsredenen beslist om overeenkomstig artikel 15 de vergunning te schorsen.
  § 4. Onverminderd § 1, kan de Minister beslissen dat de houder een nieuwe vergunningsaanvraag moet indienen overeenkomstig hoofdstuk II. De houder wordt zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van deze beslissing.
  De houder van de vergunning mag tijdens het onderzoek bedoeld in het eerste lid de exploitatie voortzetten, tenzij de Minister om veiligheidsredenen beslist om overeenkomstig artikel 16 de vergunning in te trekken.".
Art. 8. L'article 11 du même arrêté est remplacé comme suit :
  " Art. 11. § 1er. Afin de permettre au Ministre de réexaminer la licence, le titulaire de la licence informe le Ministre :
  1° lorsqu'il entend modifier ou étendre ses activités de manière significative ;
  2° lorsqu'il a interrompu pendant six mois consécutifs les services de transport pour lesquels il a reçu la licence et qu'il a l'intention de poursuivre ses activités ;
  3° lorsqu'il n'a pas commencé les services de transport six mois après la délivrance de la licence et qu'il a l'intention de démarrer ses activités ;
  4° en cas de modification affectant sa situation juridique, notamment en cas de fusion ou de prise de contrôle ;
  5° lorsqu'il envisage d'assurer des services de transport autres que ceux pour lesquels il a obtenu sa licence.
  Dans le cas visé au 3°, le Ministre peut accorder au titulaire un délai plus long compte tenu de la spécificité des services fournis.
  § 2. A défaut d'une notification visée au paragraphe 1er, l'entreprise est considérée comme étant encore en exploitation conformément aux circonstances prévalant au moment de la délivrance de la licence. Cette présomption ne s'applique pas dans les cas visés aux 2° et 3° du § 1er.
  Aux fins du réexamen, le Ministre invite le titulaire de la licence à lui soumettre tous documents ou pièces qu'elle juge utiles. Ceux-ci lui sont envoyés dans les trente jours après avoir été demandés ou dans un délai plus court si le Ministre l'estime nécessaire.
  § 3. Le titulaire de la licence peut poursuivre l'exploitation pendant le réexamen, à moins que le Ministre ne décide de prononcer la suspension de la licence conformément à l'article 15.
  § 4. Sans préjudice du § 1er, le Ministre peut décider que le titulaire doit introduire une nouvelle demande de licence conformément au chapitre II. Le titulaire est informé aussi vite que possible de cette décision.
  Le titulaire de la licence peut poursuivre l'exploitation pendant l'instruction visée à l'alinéa 1er, à moins que le Ministre ne décide de prononcer le retrait de la licence conformément à l'article 16. ".
Art. 9. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden het tweede en derde lid vervangen als volgt:
  " Ten dien einde legt de houder van de vergunning, negentig dagen voor de vervaldag van de vijf jaar bedoeld in het eerste lid, de documenten bedoeld in artikel 4, § 2, 1° aan de Minister voor, met het oog op een volledig nieuw onderzoek en, wanneer zich wijzigingen hebben voorgedaan, de documenten bedoeld in artikel 4, § 2, 2° en 3°.
  De Minister kan iedere bijkomende inlichting, die hij nuttig acht, opvragen.".
Art. 9. A l'article 12 du même arrêté, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  " A cette fin, nonante jours avant l'échéance des cinq années mentionnées à l'alinéa 1er, le titulaire de la licence soumet au Ministre les documents visés à l'article 4, § 2, 1°, en vue d'un réexamen complet et, s'ils ont subi des modifications, les documents visés à l'article 4, § 2, 2° et 3°.
  Le Ministre peut demander toute information complémentaire qu'il juge utile. ".
Art. 10. In artikel 13 van hetzelfde besluit wordt in de Franse tekst het woord "utile" vervangen door het woord "utiles".
Art. 10. Dans l'article 13 du même arrêté, dans le texte français, le mot " utile " est remplacé par le mot " utiles ".
Art. 11. In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk IV, dat artikel 14 bevat, opgeheven.
Art. 11. Dans le même arrêté, le chapitre IV, comportant l'article 14, est abrogé.
Art. 12. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 15. De Minister kan de vergunning schorsen totdat een einde aan deze tekortkoming is gesteld:
  1° bij niet naleving van de voorwaarden bedoeld in de artikelen 5 tot 8;
  2° bij niet betaling van de retributie bedoeld in artikel 19 van de Spoorcodex;
  3° bij een tekortkoming die de veiligheid in het gedrang brengt.
  De onmogelijkheid tot het aantonen door de houder van een vergunning dat hij voldoet aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 5 tot 8 of aan de verplichtingen tot betaling van de jaarlijkse retributie bedoeld bij artikel 19 van de Spoorcodex wordt gelijkgesteld met de niet naleving van deze voorwaarden of van deze verplichting.".
Art. 12. L'article 15 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 15. Le Ministre peut prononcer la suspension de la licence jusqu'à ce qu'il soit mis fin au manquement:
  1° en cas d'irrespect des conditions visées aux articles 5 à 8 ;
  2° en cas de non-paiement de la redevance annuelle prévue à l'article 19 du Code ferroviaire ;
  3° en cas de manquement mettant en cause la sécurité.
  L'impossibilité pour le titulaire d'une licence de démontrer qu'il satisfait aux conditions visées aux articles 5 à 8 ou à l'obligation de paiement de la redevance annuelle prévue à l'article 19 du Code ferroviaire, est assimilée à l'irrespect de ces conditions ou de cette obligation. ".
Art. 13. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 16. De Minister kan de vergunning intrekken:
  1° bij een ernstige of herhaalde tekortkoming aan de verplichtingen bedoeld in de artikelen 5 tot 8 ;
  2° wanneer deze reeds werd geschorst wegens het niet naleven van de voorwaarden bedoeld in de artikelen 5 tot 8 en de spoorwegonderneming niet binnen de zes maanden kan aantonen dat zij opnieuw voldoet aan deze voorwaarden ;
  3° wanneer deze reeds werd geschorst wegens niet betaling van de jaarlijkse retributie bedoeld in artikel 19 van de Spoorcodex en de spoorwegonderneming niet binnen de zes maanden kan aantonen dat zij voldaan heeft aan deze verplichting ;
  4° wanneer de houder van de vergunning zijn spoorwegvervoeractiviteiten stopzet ;
  5° wanneer tegen de houder van de vergunning een rechtsvordering wegens insolventie of een soortgelijke procedure is ingesteld en de Minister ervan overtuigd is dat er geen realistische vooruitzichten zijn op een bevredigende financiële reorganisatie binnen een redelijke termijn. ".
Art. 13. L'article 16 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 16. Le Ministre peut prononcer le retrait de la licence :
  1° en cas de manquement grave ou répété aux obligations prévues aux articles 5 à 8;
  2° lorsque celle-ci est déjà suspendue pour irrespect des conditions visées aux articles 5 à 8, et que l'entreprise ferroviaire n'est pas en mesure, dans un délai de six mois, de démontrer qu'elle satisfait de nouveau à ces conditions ;
  3° lorsque celle-ci est déjà suspendue pour non-paiement de la redevance annuelle prévue à l'article 19 du Code ferroviaire, et que l'entreprise ferroviaire n'est pas en mesure, dans un délai de six mois, de démontrer qu'elle satisfait de nouveau à cette obligation ;
  4° lorsque le titulaire de la licence renonce à exercer ses activités de transport ferroviaire ;
  5° lorsqu'une procédure en insolvabilité ou toute autre procédure similaire est engagée à l'encontre du titulaire de la licence et que le Ministre est convaincu qu'il n'existe pas de possibilité réaliste de restructuration financière satisfaisante dans un délai raisonnable. ".
Art. 14. In de bijlage I van hetzelfde besluit, wordt punt 2 aangevuld met f) luidende als volgt :
  " f) belastingen en sociale bijdragen ".
Art. 14. Dans l'annexe Ire> du même arrêté, le point 2 est complété d'un point f) rédigé comme suit :
  " f) impôts et cotisations sociales. "
Art. 15. De minister bevoegd voor het vervoer en de minister bevoegd voor het afleveren van vergunningen om erkend te worden als spoorwegonderneming zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le ministre qui a le transport dans ses attributions et le ministre qui a la délivrance des licences permettant d'être reconnu comme entreprise ferroviaire dans ses attributions, sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.