Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 DECEMBER 2015. - Wet houdende fiscale en diverse bepalingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-12-2015 en tekstbijwerking tot 10-08-2018)
Titre
18 DECEMBRE 2015. - Loi portant des dispositions fiscales et diverses(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-12-2015 et mise à jour au 10-08-2018)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
TITEL 1. - Algemene bepaling
TITEL 2. - Fiscale bepalingen
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen inzake inkomstenbela...
Afdeling 1. - Pensioensparen
Afdeling 2. - Ontwrichte zones (ERRATUM, zie B....
Onderafdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 1...
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het Wetboek ...
Onderafdeling 3.
Onderafdeling 4. - Inwerkingtreding
Afdeling 3. - Wijziging van de verwijzing naar ...
Afdeling 4. - Diverse wijzigingsbepalingen
Afdeling 5. - Landbouwsteun
Afdeling 6. - Bekrachtiging van koninklijke bes...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het Wetboek dive...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan de wet van 21 de...
HOOFDSTUK 4. - wijzigingen van de gewone wet va...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen aan de programmawet ...
TITEL 3. - Diverse bepalingen
HOOFDSTUK 1. - Hervorming van het statuut van d...
Afdeling 1. - Hervorming van het statuut
Afdeling 2. - Opheffingsbepaling
Afdeling 3. - Overgangsbepaling
Afdeling 4. - Inwerkingtreding
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan de wet van 26 de...
HOOFDSTUK 3. - Verbetering van de wet van 25 ap...
Inhoud
TITRE 1er. - Disposition générale
TITRE 2. - Dispositions fiscales
CHAPITRE 1er. - Modifications en matière d'impô...
Section 1re. - Epargne pension
Section 2. - Zones franches (ERRATUM, voir M.B....
Sous-section 1re. - Modifications de la loi du ...
Sous-section 2. - Modifications du Code des imp...
Sous-section 3.
Sous-section 4. - Entrée en vigueur
Section 3. - Modification des références à dive...
Section 4. - Dispositions modificatives diverses
Section 5. - Aides agricoles
Section 6. - Confirmation d'arrêtés royaux
CHAPITRE 2. - Modifications au Code des droits ...
CHAPITRE 3. - Modifications à la loi du 21 déce...
CHAPITRE 4. - Modifications à la loi ordinaire ...
CHAPITRE 5. - Modifications à la loi-programme ...
TITRE 3. - Dispositions diverses
CHAPITRE 1er. - Réforme du statut des conservat...
Section 1re. - Réforme du statut
Section 2. - Disposition abrogatoire
Section 3. - Disposition transitoire
Section 4. - Entrée en vigueur
CHAPITRE 2. - Modifications à la loi du 26 déce...
CHAPITRE 3. - Correction de la loi du 25 avril ...
Tekst (132)
Texte (132)
TITEL 1. - Algemene bepaling
TITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL 2. - Fiscale bepalingen
TITRE 2. - Dispositions fiscales
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen inzake inkomstenbelastingen
CHAPITRE 1er. - Modifications en matière d'impôts sur les revenus
Afdeling 1. - Pensioensparen
Section 1re. - Epargne pension
Art. 2. In artikel 34 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992, 17 mei 2000, 19 juli 2000, 24 december 2002, 28 april 2003, 27 december 2004, 22 december 2008, 28 juli 2011 en 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2, 3°, wordt aangevuld met een vierde streepje, luidende:
"- niet in de vorige streepjes bedoelde overdrachten wanneer ze worden gedaan naar een individuele of collectieve pensioenspaar-rekening of een spaarverzekering die niet voldoet aan de voorwaarden als vermeld in de artikelen 1458 tot 14516 en in de besluiten die in uitvoering van die bepalingen zijn genomen.";
2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De Koning kan aan de in artikel 14515 vermelde instellingen, die in België gevestigd zijn of die gevestigd zijn in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die, overeenkomstig de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, gemachtigd zijn hun activiteiten op Belgisch grondgebied uit te oefenen door de vestiging van een bijkantoor, de verplichting opleggen om de belastingadministratie in te lichten over inkomsten uit het pensioensparen als bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, en overdrachten als vermeld in het eerste lid, 3°. ".
1° paragraaf 2, 3°, wordt aangevuld met een vierde streepje, luidende:
"- niet in de vorige streepjes bedoelde overdrachten wanneer ze worden gedaan naar een individuele of collectieve pensioenspaar-rekening of een spaarverzekering die niet voldoet aan de voorwaarden als vermeld in de artikelen 1458 tot 14516 en in de besluiten die in uitvoering van die bepalingen zijn genomen.";
2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De Koning kan aan de in artikel 14515 vermelde instellingen, die in België gevestigd zijn of die gevestigd zijn in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die, overeenkomstig de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, gemachtigd zijn hun activiteiten op Belgisch grondgebied uit te oefenen door de vestiging van een bijkantoor, de verplichting opleggen om de belastingadministratie in te lichten over inkomsten uit het pensioensparen als bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, en overdrachten als vermeld in het eerste lid, 3°. ".
Art. 2. Dans l'article 34 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié par les lois des 28 décembre 1992, 17 mai 2000, 19 juillet 2000, 24 décembre 2002, 28 avril 2003, 27 décembre 2004, 22 décembre 2008, 28 juillet 2011 et 8 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° le § 2, 3°, est complété par un quatrième tiret, rédigé comme suit:
"- les transferts non visés aux tirets précédents lorsqu'ils sont réalisés à destination d'un compte-épargne individuel ou collectif ou d'une assurance-épargne qui ne satisfait pas aux conditions visées aux articles 1458 à 14516 et aux arrêtés pris en exécution de ces dispositions.";
2° le paragraphe 2 est complété par l'alinéa suivant :
"Le Roi peut imposer aux établissements visés à l'article 14515 établis en Belgique ou établis dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen et qui sont autorisés, conformément à la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, à exercer ses activités sur le territoire belge par l'établissement d'une succursale, une obligation d'informer l'administration fiscale concernant les revenus de l'épargne-pension visés à l'alinéa 1er, 1° et 2° et les transferts visés à l'alinéa 1er, 3°. ".
1° le § 2, 3°, est complété par un quatrième tiret, rédigé comme suit:
"- les transferts non visés aux tirets précédents lorsqu'ils sont réalisés à destination d'un compte-épargne individuel ou collectif ou d'une assurance-épargne qui ne satisfait pas aux conditions visées aux articles 1458 à 14516 et aux arrêtés pris en exécution de ces dispositions.";
2° le paragraphe 2 est complété par l'alinéa suivant :
"Le Roi peut imposer aux établissements visés à l'article 14515 établis en Belgique ou établis dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen et qui sont autorisés, conformément à la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, à exercer ses activités sur le territoire belge par l'établissement d'une succursale, une obligation d'informer l'administration fiscale concernant les revenus de l'épargne-pension visés à l'alinéa 1er, 1° et 2° et les transferts visés à l'alinéa 1er, 3°. ".
Art. 3. In artikel 1458 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bestaande tekst wordt paragraaf 1;
2° in de inleidende zin van paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "in België" vervangen door de woorden "in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte";
3° het wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
" § 2. Wanneer een in artikel 1459, eerste lid, 1°, a, bedoelde belastingplichtige een individuele of collectieve pensioenspaarrekening wil openen of een spaarverzekering wil afsluiten bij een instelling of een onderneming als bedoeld in artikel 14515 die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die, overeenkomstig de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, of overeenkomstig de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, niet gemachtigd is zijn activiteiten op Belgisch grondgebied uit te oefenen door de vestiging van een bijkantoor, moet de titularis of de verzekeringnemer een basisattest of bewijsstukken kunnen overleggen afgeleverd door de voormelde instelling of onderneming waarbij de instelling of de onderneming zich engageert om alle voorwaarden na te leven die zijn vermeld in de artikelen 1458 tot 14516 en in de koninklijke besluiten die in uitvoering van die bepalingen zijn genomen.
De Koning bepaalt de inhoud van het in het eerste lid vermelde basisattest en de regels met betrekking tot de bewijstukken in het kader van de uitwisseling van inlichtingen tussen de in het eerste lid vermelde instellingen en ondernemingen enerzijds en hun klanten en de Belgische belastingadministratie anderzijds.".
1° de bestaande tekst wordt paragraaf 1;
2° in de inleidende zin van paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "in België" vervangen door de woorden "in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte";
3° het wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
" § 2. Wanneer een in artikel 1459, eerste lid, 1°, a, bedoelde belastingplichtige een individuele of collectieve pensioenspaarrekening wil openen of een spaarverzekering wil afsluiten bij een instelling of een onderneming als bedoeld in artikel 14515 die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die, overeenkomstig de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, of overeenkomstig de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, niet gemachtigd is zijn activiteiten op Belgisch grondgebied uit te oefenen door de vestiging van een bijkantoor, moet de titularis of de verzekeringnemer een basisattest of bewijsstukken kunnen overleggen afgeleverd door de voormelde instelling of onderneming waarbij de instelling of de onderneming zich engageert om alle voorwaarden na te leven die zijn vermeld in de artikelen 1458 tot 14516 en in de koninklijke besluiten die in uitvoering van die bepalingen zijn genomen.
De Koning bepaalt de inhoud van het in het eerste lid vermelde basisattest en de regels met betrekking tot de bewijstukken in het kader van de uitwisseling van inlichtingen tussen de in het eerste lid vermelde instellingen en ondernemingen enerzijds en hun klanten en de Belgische belastingadministratie anderzijds.".
Art. 3. Dans l'article 1458 du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 1992 et modifié par les arrêtés royaux des 20 juillet 2000 et 13 juillet 2001, les modifications suivantes sont apportées:
1° le texte actuel devient le paragraphe 1er,
2° dans la phrase liminaire du paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "en Belgique" sont remplacés par les mots "dans un Etat membre de l'Espace économique européen".
3° il est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit:
" § 2. Lorsqu'un contribuable visé à l'article 1459, alinéa 1er, 1°, a, veut ouvrir un compte-épargne individuel ou collectif ou conclure un contrat d'assurance-épargne auprès d'un établissement ou d'une entreprise visé à l'article 14515 établi dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen et qui n'est pas autorisé, conformément à la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, ou conformément à la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, à exercer ses activités sur le territoire belge par l'établissement d'une succursale le titulaire ou le souscripteur doit pouvoir produire une attestation de base ou des pièces justificatives délivrées par l'établissement ou l'entreprise précité par laquelle il ou elle s'engage à respecter toutes les conditions visées aux articles 1458 à 14516 du même Code et aux arrêtés pris en exécution de ces dispositions.
Le Roi détermine le contenu de l'attestation de base visée à l'alinéa 1er et les règles relatives aux pièces justificatives dans le cadre de l'échange d'informations entre d'une part les établissements et les entreprises visés à l'alinéa 1er, et d'autre part, leurs clients et l'administration fiscale belge compétente.".
1° le texte actuel devient le paragraphe 1er,
2° dans la phrase liminaire du paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "en Belgique" sont remplacés par les mots "dans un Etat membre de l'Espace économique européen".
3° il est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit:
" § 2. Lorsqu'un contribuable visé à l'article 1459, alinéa 1er, 1°, a, veut ouvrir un compte-épargne individuel ou collectif ou conclure un contrat d'assurance-épargne auprès d'un établissement ou d'une entreprise visé à l'article 14515 établi dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen et qui n'est pas autorisé, conformément à la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, ou conformément à la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, à exercer ses activités sur le territoire belge par l'établissement d'une succursale le titulaire ou le souscripteur doit pouvoir produire une attestation de base ou des pièces justificatives délivrées par l'établissement ou l'entreprise précité par laquelle il ou elle s'engage à respecter toutes les conditions visées aux articles 1458 à 14516 du même Code et aux arrêtés pris en exécution de ces dispositions.
Le Roi détermine le contenu de l'attestation de base visée à l'alinéa 1er et les règles relatives aux pièces justificatives dans le cadre de l'échange d'informations entre d'une part les établissements et les entreprises visés à l'alinéa 1er, et d'autre part, leurs clients et l'administration fiscale belge compétente.".
Art. 4. Artikel 1459, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, wordt aangevuld met de woorden "en het basisattest of de bewijsstukken die overeenkomstig artikel 1458, § 2, zijn afgeleverd door de in artikel 14515 vermelde instelling of onderneming.".
Art. 4. L'article 1459, alinéa 1er, 3°, du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 1992, est complété par les mots "et l'attestation de base ou les pièces justificatives remises par l'établissement ou l'entreprise visée à l'article 14515 conformément à l'article 1458, § 2".
Art. 5. In artikel 14510, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, worden in de Franstalige tekst de woorden "les institutions et entreprises visées" vervangen door de woorden "les établissements et entreprises visés" en de woorden "Ces institutions" vervangen door de woorden "Ces établissements".
Art. 5. Dans l'article 14510, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 1992, les mots "les institutions et entreprises visées" sont remplacés par les mots "les établissements et entreprises visés" et les mots "Ces institutions" sont remplacés par les mots "Ces établissements".
Art. 6. In artikel 14511, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en vervangen bij de wet van 17 mei 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste streepje wordt het bedrag "1 000 000 000" vervangen door het bedrag "3 000 000 000";
2° in het tweede streepje wordt het bedrag "1 000 000 000" vervangen door het bedrag "3 000 000 000".
1° in het eerste streepje wordt het bedrag "1 000 000 000" vervangen door het bedrag "3 000 000 000";
2° in het tweede streepje wordt het bedrag "1 000 000 000" vervangen door het bedrag "3 000 000 000".
Art. 6. A l'article 14511, 3°, du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 1992 et remplacé par la loi du 17 mai 2004, les modifications suivantes sont apportées:
1° au premier tiret, le montant "1 000 000 000" est remplacé par le montant "3 000 000 000";
2° au deuxième tiret, le montant "1 000 000 000" est remplacé par le montant "3 000 000 000".
1° au premier tiret, le montant "1 000 000 000" est remplacé par le montant "3 000 000 000";
2° au deuxième tiret, le montant "1 000 000 000" est remplacé par le montant "3 000 000 000".
Art. 7. In artikel 14512, eerste en derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden "de instelling of de onderneming" telkens vervangen door de woorden "de in artikel 14515, eerste lid, vermelde instelling".
Art. 7. A l'article 14512, alinéas 1er et 3, du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 1992, les mots "l'institution ou entreprise" sont chaque fois remplacés par les mots "l'établissement visé à l'article 14515, alinéa 1er".
Art. 8. In artikel 14515 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de wetten van 22 juli 1993 en 22 december 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "in artikel 56, § 1," vervangen door de woorden "in artikel 56, § 2, 2°, a,";
2° in het tweede lid worden de woorden "die de tak levensverzekering beoefenen overeenkomstig de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen," vervangen door de woorden "als vermeld in artikel 56, § 2, 2°, h, die de tak levensverzekering beoefenen overeenkomstig de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of overeenkomstig analoge nationale bepalingen van de andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte waar ze gevestigd zijn, die de Europese richtlijnen inzake de erkenning van verzekeringsondernemingen omzetten of ernaar verwijzen,".
1° in het eerste lid worden de woorden "in artikel 56, § 1," vervangen door de woorden "in artikel 56, § 2, 2°, a,";
2° in het tweede lid worden de woorden "die de tak levensverzekering beoefenen overeenkomstig de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen," vervangen door de woorden "als vermeld in artikel 56, § 2, 2°, h, die de tak levensverzekering beoefenen overeenkomstig de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of overeenkomstig analoge nationale bepalingen van de andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte waar ze gevestigd zijn, die de Europese richtlijnen inzake de erkenning van verzekeringsondernemingen omzetten of ernaar verwijzen,".
Art. 8. Dans l'article 14515 du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 1992 et modifié par les lois des 22 juillet 1993 et 22 décembre 1998, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "Seules sont autorisées" sont remplacés par les mots "Seuls sont autorisés" et les mots "à l'article 56, § 1er," sont remplacés par les mots "à l'article 56, § 2, 2°, a,";
2° dans l'alinéa 2, les mots "qui exercent l'activité "vie" conformément à la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances." sont remplacés par les mots "visées à l'article 56, § 2, 2°, h, qui exercent l'activité "vie" conformément à la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances ou conformément aux dispositions nationales analogues de l'autre Etat membre de l'Espace économique européen où elles sont établies, transposant les Directives européennes en matière d'agrément des entreprises d'assurance ou s'y référant.".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "Seules sont autorisées" sont remplacés par les mots "Seuls sont autorisés" et les mots "à l'article 56, § 1er," sont remplacés par les mots "à l'article 56, § 2, 2°, a,";
2° dans l'alinéa 2, les mots "qui exercent l'activité "vie" conformément à la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances." sont remplacés par les mots "visées à l'article 56, § 2, 2°, h, qui exercent l'activité "vie" conformément à la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances ou conformément aux dispositions nationales analogues de l'autre Etat membre de l'Espace économique européen où elles sont établies, transposant les Directives européennes en matière d'agrément des entreprises d'assurance ou s'y référant.".
Art. 9. In artikel 14516 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 1°, worden de woorden "door de minister van Financiën onder de door de Koning bepaalde voorwaarden" vervangen door de woorden "ofwel onder de door de Koning bepaalde voorwaarden, ofwel, voor de in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte gevestigde fondsen bedoeld in artikel 1458, § 2, eerste lid, op een vergelijkbare wijze en onder vergelijkbare voorwaarden," en worden de woorden "en ondernemingen" opgeheven;
2° in de bepalingen onder 2° worden de woorden "of ondernemingen" opgeheven.
1° in de bepaling onder 1°, worden de woorden "door de minister van Financiën onder de door de Koning bepaalde voorwaarden" vervangen door de woorden "ofwel onder de door de Koning bepaalde voorwaarden, ofwel, voor de in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte gevestigde fondsen bedoeld in artikel 1458, § 2, eerste lid, op een vergelijkbare wijze en onder vergelijkbare voorwaarden," en worden de woorden "en ondernemingen" opgeheven;
2° in de bepalingen onder 2° worden de woorden "of ondernemingen" opgeheven.
Art. 9. A l'article 14516 du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 1992, sont apportées les modifications suivantes:
1° au 1°, les mots "par le ministre des Finances aux conditions fixées par le Roi" sont remplacés par les mots "aux conditions fixées par le Roi ou, pour les fonds établis dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen visés à l'article 1458, § 2, alinéa 1er, de manière analogue et aux conditions analogues" et les mots institutions et entreprises visées" sont remplacés par les mots "établissements visés";
2° au 2°, les mots "institutions et entreprises visées" sont remplacés par les mots "établissements visés".
1° au 1°, les mots "par le ministre des Finances aux conditions fixées par le Roi" sont remplacés par les mots "aux conditions fixées par le Roi ou, pour les fonds établis dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen visés à l'article 1458, § 2, alinéa 1er, de manière analogue et aux conditions analogues" et les mots institutions et entreprises visées" sont remplacés par les mots "établissements visés";
2° au 2°, les mots "institutions et entreprises visées" sont remplacés par les mots "établissements visés".
Art. 10. De besluiten die worden genomen in uitvoering van de artikelen 34, § 2, laatste lid, 1458, § 2, en 14516, 1° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals ze worden ingevoegd of gewijzigd bij de artikelen 2, 2°, 3, 3°, en 9, 1°, van deze wet of van de artikelen 14510, tweede lid, 14512, zesde lid, en 14516, 1°, van hetzelfde Wetboek, en de artikelen 2 tot 5 en 7 tot 9 treden in werking op een door de Koning te bepalen datum en ten laatste vanaf aanslagjaar 2017.
Art. 10. Les dispositions d'exécution prises en vertu des articles 34, § 2, dernier alinéa, 1458, § 2, et 14516, 1°, du Code des impôts sur les revenus 1992, tels qu'ils ont été insérés ou modifiés par les articles 2, 2°, 3, 3°, et 9, 1°, de la présente loi ou des articles 14510, alinéa 2, 14512, alinéa 6, et 14516, 1°, du même Code, et les articles 2 à 5 et 7 à 9 entrent en vigueur à la date fixée par le Roi et au plus tard, à partir de l'exercice d'imposition 2017.
Afdeling 2. - Ontwrichte zones (ERRATUM, zie B.St. 14-01-2016, p. 1186)
Section 2. - Zones franches (ERRATUM, voir M.B. 14-01-2016, p. 1186)
Onderafdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance
Sous-section 1re. - Modifications de la loi du 15 mai 2014 portant exécution du pacte de compétitivité, d'emploi et de relance
Art. 11. In artikel 16 van de wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, gewijzigd bij de wet van 24 maart 2015, wordt het vijfde lid vervangen als volgt:
"Zolang de toepassingsperiode van de steunzone niet is verlopen, hebben de gewesten, binnen de beperkingen die zijn vastgelegd in het derde lid, de mogelijkheid om aan de minister die bevoegd is voor Financiën voor te stellen om de oorspronkelijke afbakening van een steunzone uit te breiden. De gewesten kunnen eveneens aan deze minister voorstellen om een steunzone vroegtijdig stop te zetten.".
"Zolang de toepassingsperiode van de steunzone niet is verlopen, hebben de gewesten, binnen de beperkingen die zijn vastgelegd in het derde lid, de mogelijkheid om aan de minister die bevoegd is voor Financiën voor te stellen om de oorspronkelijke afbakening van een steunzone uit te breiden. De gewesten kunnen eveneens aan deze minister voorstellen om een steunzone vroegtijdig stop te zetten.".
Art. 11. Dans l'article 16 de la loi du 15 mai 2014 portant exécution du pacte de compétitivité, d'emploi et de relance, modifié par la loi du 24 mars 2015, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit:
"Aussi longtemps que la période d'application de la zone d'aide n'est pas expirée, les régions ont la possibilité, dans les limites fixées à l'alinéa 3, de proposer au ministre qui a les Finances dans ses attributions d'élargir la délimitation initiale d'une zone d'aide. Les régions peuvent également proposer à ce ministre de mettre un terme prématuré à une zone d'aide.".
"Aussi longtemps que la période d'application de la zone d'aide n'est pas expirée, les régions ont la possibilité, dans les limites fixées à l'alinéa 3, de proposer au ministre qui a les Finances dans ses attributions d'élargir la délimitation initiale d'une zone d'aide. Les régions peuvent également proposer à ce ministre de mettre un terme prématuré à une zone d'aide.".
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Sous-section 2. - Modifications du Code des impôts sur les revenus 1992
Art. 12. In artikel 2758 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hersteld bij de wet van 15 mei 2014 en gewijzigd bij de wet van 24 maart 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "of de in het zevende lid bedoelde onderneming die erkend is voor uitzendarbeid," ingevoegd tussen de woorden "toegestaan nadat de werkgever" en de woorden "in een bijlage aan zijn aangifte in de inkomstenbelasting";
b) in paragraaf 1, vijfde lid worden de woorden "of een in het zevende lid bedoelde onderneming die erkend is voor uitzendarbeid," ingevoegd tussen de woorden "Indien de werkgever" en de woorden "bij het verstrijken van de in het vierde lid vermelde aangiftetermijn";
c) in paragraaf 2, zesde lid, worden de woorden "communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden van 1 oktober 2004 (PB C 244)" vervangen door de woorden "richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden van 31 juli 2014 (PB C 249) of met artikel 107, derde lid, b, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie";
d) in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zin "De in § 1 bedoelde investering komt slechts in aanmerking in zoverre voor die investering een gewestelijke steun is verleend" opgeheven en worden de woorden "Het betreft een investering in materiële of immateriële vaste activa" vervangen door de woorden "De in § 1 bedoelde investering komt slechts in aanmerking in zoverre het een investering in materiële of immateriële vaste activa betreft";
e) in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "binnen de termijn van 36 maanden na voltooiing van" vervangen door de woorden "voor het verstrijken van de 36ste maand die volgt op de dag waarop de werkzaamheden werden voltooid die betrekking hebben op";
f) in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "totaal aantal werknemers" vervangen door de woorden "totaal aantal werknemers en uitzendkrachten" en worden de woorden "gemiddelde aantal werknemers" vervangen door de woorden "gemiddeld aantal werknemers en uitzendkrachten";
g) in paragraaf 4, tweede lid, worden in de Franse tekst de woorden "en équivalents temps plein" ingevoegd tussen de woorden "le nombre total des travailleurs et des intérimaires" en de woorden "au vu du nombre moyen de travailleurs et d'intérimaires";
h) in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "in voorkomend geval" ingevoegd tussen de woorden "de datum van de aanvang en verwachte voltooiing van de investering en" en de woorden "de voor de investering aangevraagde of verleende gewestelijke steun";
i) in paragraaf 5 wordt het vijfde lid opgeheven.
a) in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "of de in het zevende lid bedoelde onderneming die erkend is voor uitzendarbeid," ingevoegd tussen de woorden "toegestaan nadat de werkgever" en de woorden "in een bijlage aan zijn aangifte in de inkomstenbelasting";
b) in paragraaf 1, vijfde lid worden de woorden "of een in het zevende lid bedoelde onderneming die erkend is voor uitzendarbeid," ingevoegd tussen de woorden "Indien de werkgever" en de woorden "bij het verstrijken van de in het vierde lid vermelde aangiftetermijn";
c) in paragraaf 2, zesde lid, worden de woorden "communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden van 1 oktober 2004 (PB C 244)" vervangen door de woorden "richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden van 31 juli 2014 (PB C 249) of met artikel 107, derde lid, b, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie";
d) in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zin "De in § 1 bedoelde investering komt slechts in aanmerking in zoverre voor die investering een gewestelijke steun is verleend" opgeheven en worden de woorden "Het betreft een investering in materiële of immateriële vaste activa" vervangen door de woorden "De in § 1 bedoelde investering komt slechts in aanmerking in zoverre het een investering in materiële of immateriële vaste activa betreft";
e) in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "binnen de termijn van 36 maanden na voltooiing van" vervangen door de woorden "voor het verstrijken van de 36ste maand die volgt op de dag waarop de werkzaamheden werden voltooid die betrekking hebben op";
f) in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "totaal aantal werknemers" vervangen door de woorden "totaal aantal werknemers en uitzendkrachten" en worden de woorden "gemiddelde aantal werknemers" vervangen door de woorden "gemiddeld aantal werknemers en uitzendkrachten";
g) in paragraaf 4, tweede lid, worden in de Franse tekst de woorden "en équivalents temps plein" ingevoegd tussen de woorden "le nombre total des travailleurs et des intérimaires" en de woorden "au vu du nombre moyen de travailleurs et d'intérimaires";
h) in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "in voorkomend geval" ingevoegd tussen de woorden "de datum van de aanvang en verwachte voltooiing van de investering en" en de woorden "de voor de investering aangevraagde of verleende gewestelijke steun";
i) in paragraaf 5 wordt het vijfde lid opgeheven.
Art. 12. Dans l'article 2758 du Code des impôts sur les revenus 1992, rétabli par la loi du 15 mai 2014 et modifié par la loi du 24 mars 2015, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots "ou l'entreprise agréée pour le travail intérimaire visée à l'alinéa 7" sont insérés entre les mots "après que l'employeur" et les mots "démontre, dans une annexe à sa déclaration à l'impôt sur les revenus";
b) dans le paragraphe 1er, alinéa 5, les mots "ou l'entreprise agréée pour le travail intérimaire visée à l'alinéa 7" sont insérés entre les mots "Si l'employeur" et les mots ", à l'issue du délai de déclaration visé à l'alinéa 4";
c) dans le paragraphe 2, alinéa 6, les mots "lignes directrices communautaires concernant les aides d'Etat au sauvetage et à la restructuration d'entreprises en difficulté du 1er octobre 2004 (JO C 244)" sont remplacés par les mots "lignes directrices concernant les aides d'Etat au sauvetage et à la restructuration d'entreprises en difficulté autres que les établissements financiers du 31 juillet 2014 (JO C 249) ou avec l'article 107, alinéa 3, b, du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne";
d) dans le paragraphe 3, alinéa 1er, la phrase "L'investissement visé au § 1er n'entre en ligne de compte pour autant qu'une aide régionale ait été accordée audit investissement." est abrogée et les mots "Il concerne un investissement en immobilisations corporelles ou incorporelles" sont remplacés par les mots "L'investissement visé au § 1er n'entre en ligne de compte que pour autant qu'il concerne un investissement en immobilisations corporelles ou incorporelles";
e) dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "dans le délai de 36 mois après la réalisation de" sont remplacés par les mots "avant l'expiration du 36ème mois suivant le jour de la fin des travaux qui se rapportent à";
f) dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots "le nombre total des travailleurs" sont remplacés par les mots "le nombre total des travailleurs et des intérimaires" et les mots "du nombre moyen de travailleurs" sont remplacés par les mots "du nombre moyen de travailleurs et d'intérimaires";
g) dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots "en équivalents temps plein" sont insérés entre les mots "le nombre total des travailleurs et des intérimaires" et les mots "au vu du nombre moyen de travailleurs et d'intérimaires";
h) dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots "le cas échéant" sont insérés entre les mots "à la date de début et de réalisation attendue de l'investissement et" et les mots "à l'aide régionale demandée ou accordée pour l'investissement";
i) dans le paragraphe 5, l'alinéa 5 est abrogé.
a) dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots "ou l'entreprise agréée pour le travail intérimaire visée à l'alinéa 7" sont insérés entre les mots "après que l'employeur" et les mots "démontre, dans une annexe à sa déclaration à l'impôt sur les revenus";
b) dans le paragraphe 1er, alinéa 5, les mots "ou l'entreprise agréée pour le travail intérimaire visée à l'alinéa 7" sont insérés entre les mots "Si l'employeur" et les mots ", à l'issue du délai de déclaration visé à l'alinéa 4";
c) dans le paragraphe 2, alinéa 6, les mots "lignes directrices communautaires concernant les aides d'Etat au sauvetage et à la restructuration d'entreprises en difficulté du 1er octobre 2004 (JO C 244)" sont remplacés par les mots "lignes directrices concernant les aides d'Etat au sauvetage et à la restructuration d'entreprises en difficulté autres que les établissements financiers du 31 juillet 2014 (JO C 249) ou avec l'article 107, alinéa 3, b, du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne";
d) dans le paragraphe 3, alinéa 1er, la phrase "L'investissement visé au § 1er n'entre en ligne de compte pour autant qu'une aide régionale ait été accordée audit investissement." est abrogée et les mots "Il concerne un investissement en immobilisations corporelles ou incorporelles" sont remplacés par les mots "L'investissement visé au § 1er n'entre en ligne de compte que pour autant qu'il concerne un investissement en immobilisations corporelles ou incorporelles";
e) dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "dans le délai de 36 mois après la réalisation de" sont remplacés par les mots "avant l'expiration du 36ème mois suivant le jour de la fin des travaux qui se rapportent à";
f) dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots "le nombre total des travailleurs" sont remplacés par les mots "le nombre total des travailleurs et des intérimaires" et les mots "du nombre moyen de travailleurs" sont remplacés par les mots "du nombre moyen de travailleurs et d'intérimaires";
g) dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots "en équivalents temps plein" sont insérés entre les mots "le nombre total des travailleurs et des intérimaires" et les mots "au vu du nombre moyen de travailleurs et d'intérimaires";
h) dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots "le cas échéant" sont insérés entre les mots "à la date de début et de réalisation attendue de l'investissement et" et les mots "à l'aide régionale demandée ou accordée pour l'investissement";
i) dans le paragraphe 5, l'alinéa 5 est abrogé.
Art. 13. In artikel 2759 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014 en gewijzigd bij de wet van 24 maart 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "of de in het achtste lid bedoelde onderneming die erkend is voor uitzendarbeid," ingevoegd tussen de woorden "toegestaan nadat de werkgever" en de woorden "in een bijlage aan zijn aangifte in de inkomstenbelasting";
b) in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden "of de in het achtste lid bedoelde onderneming die erkend is voor uitzendarbeid," ingevoegd tussen de woorden "Indien de werkgever" en de woorden "bij het verstrijken van de in het vierde lid vermelde aangiftetermijn";
c) in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zin "De in § 1 bedoelde investering komt slechts in aanmerking in zoverre voor die investering een gewestelijke steun is verleend" opgeheven en worden de woorden "Het betreft een investering in materiële of immateriële vaste activa" vervangen door de woorden "De in § 1 bedoelde investering komt slechts in aanmerking in zoverre het een investering in materiële of immateriële vaste activa betreft".
a) in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "of de in het achtste lid bedoelde onderneming die erkend is voor uitzendarbeid," ingevoegd tussen de woorden "toegestaan nadat de werkgever" en de woorden "in een bijlage aan zijn aangifte in de inkomstenbelasting";
b) in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden "of de in het achtste lid bedoelde onderneming die erkend is voor uitzendarbeid," ingevoegd tussen de woorden "Indien de werkgever" en de woorden "bij het verstrijken van de in het vierde lid vermelde aangiftetermijn";
c) in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zin "De in § 1 bedoelde investering komt slechts in aanmerking in zoverre voor die investering een gewestelijke steun is verleend" opgeheven en worden de woorden "Het betreft een investering in materiële of immateriële vaste activa" vervangen door de woorden "De in § 1 bedoelde investering komt slechts in aanmerking in zoverre het een investering in materiële of immateriële vaste activa betreft".
Art. 13. Dans l'article 2759 du même Code, inséré par la loi du 15 mai 2014 et modifié par la loi du 24 mars 2015, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots "ou l'entreprise agréée pour le travail intérimaire visée à l'alinéa 8" sont insérés entre les mots "après que l'employeur" et les mots "démontre, dans une annexe à sa déclaration à l'impôt sur les revenus";
b) dans le paragraphe 1er, alinéa 5, les mots "ou l'entreprise agréée pour le travail intérimaire visée à l'alinéa 8" sont insérés entre les mots "Si l'employeur" et les mots ", à l'issue du délai de déclaration visé à l'alinéa 4";
c) dans le paragraphe 3, alinéa 1er, la phrase "L'investissement visé au § 1er n'entre en ligne de compte pour autant qu'une aide régionale ait été accordée audit investissement." est abrogée et les mots "Il concerne un investissement en immobilisations corporelles ou incorporelles" sont remplacés par les mots "L'investissement visé au § 1er n'entre en ligne de compte que pour autant qu'il concerne un investissement en immobilisations corporelles ou incorporelles".
a) dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots "ou l'entreprise agréée pour le travail intérimaire visée à l'alinéa 8" sont insérés entre les mots "après que l'employeur" et les mots "démontre, dans une annexe à sa déclaration à l'impôt sur les revenus";
b) dans le paragraphe 1er, alinéa 5, les mots "ou l'entreprise agréée pour le travail intérimaire visée à l'alinéa 8" sont insérés entre les mots "Si l'employeur" et les mots ", à l'issue du délai de déclaration visé à l'alinéa 4";
c) dans le paragraphe 3, alinéa 1er, la phrase "L'investissement visé au § 1er n'entre en ligne de compte pour autant qu'une aide régionale ait été accordée audit investissement." est abrogée et les mots "Il concerne un investissement en immobilisations corporelles ou incorporelles" sont remplacés par les mots "L'investissement visé au § 1er n'entre en ligne de compte que pour autant qu'il concerne un investissement en immobilisations corporelles ou incorporelles".
Onderafdeling 3.
Sous-section 3.
Onderafdeling 4. - Inwerkingtreding
Sous-section 4. - Entrée en vigueur
Art. 15. § 1. De artikelen 11 tot 13 hebben uitwerking met ingang van 1 mei 2015.
§ 2. [1 ...]1
§ 2. [1 ...]1
Art. 15. § 1er. Les articles 11 à 13 produisent leurs effets le 1er mai 2015.
§ 2. [1 ...]1
§ 2. [1 ...]1
Wijzigingen
Afdeling 3. - Wijziging van de verwijzing naar diverse wetten betreffende financiële bepalingen
Section 3. - Modification des références à diverses lois relatives à des dispositions financières
Art. 16. Artikel 2, § 1, 5° bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006, wordt vervangen als volgt:
"5° bis Gemeenschappelijk beleggingsfonds
Onder gemeenschappelijk beleggingsfonds wordt verstaan:
- het onverdeeld vermogen dat een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beheert voor rekening van de deelnemers overeenkomstig de bepalingen van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen of overeenkomstig analoge bepalingen van buitenlands recht;
- het onverdeeld vermogen dat een beheervennootschap van alternatieve instellingen voor collectieve belegging beheert voor rekening van de deelnemers overeenkomstig de bepalingen van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders of overeenkomstig analoge bepalingen van buitenlands recht.".
"5° bis Gemeenschappelijk beleggingsfonds
Onder gemeenschappelijk beleggingsfonds wordt verstaan:
- het onverdeeld vermogen dat een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beheert voor rekening van de deelnemers overeenkomstig de bepalingen van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen of overeenkomstig analoge bepalingen van buitenlands recht;
- het onverdeeld vermogen dat een beheervennootschap van alternatieve instellingen voor collectieve belegging beheert voor rekening van de deelnemers overeenkomstig de bepalingen van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders of overeenkomstig analoge bepalingen van buitenlands recht.".
Art. 16. L'article 2, § 1er, 5° bis, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 27 décembre 2006, est remplacé par ce qui suit:
"5° bis Fonds commun de placement
Par fonds commun de placement, il faut entendre:
- le patrimoine indivis géré par une société de gestion d'organismes de placement collectif pour le compte des participants, conformément aux dispositions de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances ou conformément à des dispositions analogues de droit étranger;
- le patrimoine indivis géré par une société de gestion d'organismes de placement collectif alternatifs pour le compte des participants, conformément aux dispositions de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires ou conformément à des dispositions analogues de droit étranger.".
"5° bis Fonds commun de placement
Par fonds commun de placement, il faut entendre:
- le patrimoine indivis géré par une société de gestion d'organismes de placement collectif pour le compte des participants, conformément aux dispositions de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances ou conformément à des dispositions analogues de droit étranger;
- le patrimoine indivis géré par une société de gestion d'organismes de placement collectif alternatifs pour le compte des participants, conformément aux dispositions de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires ou conformément à des dispositions analogues de droit étranger.".
Art. 17. In artikel 56 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in § 1, worden de woorden "wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen";
b) in § 2, 2°, a, worden de woorden "wet van 22 maart 1993" telkens vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014".
a) in § 1, worden de woorden "wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen";
b) in § 2, 2°, a, worden de woorden "wet van 22 maart 1993" telkens vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014".
Art. 17. Dans l'article 56 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 décembre 2013, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans le § 1er, les mots "loi du 22 mars 1993" sont remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014";
b) dans le § 2, 2°, a, les mots "loi du 22 mars 1993" sont chaque fois remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014".
a) dans le § 1er, les mots "loi du 22 mars 1993" sont remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014";
b) dans le § 2, 2°, a, les mots "loi du 22 mars 1993" sont chaque fois remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014".
Art. 18. In artikel 179 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de woorden "alsmede, vanaf 1 januari 1995, de gemeentespaarkassen als vermeld in artikel 124 van de nieuwe gemeentewet" opgeheven.
Art. 18. Dans l'article 179 du même Code, modifié par la loi du 27 décembre 2006, les mots "ainsi que, à partir du 1er janvier 1995, les caisses d'épargne communales visées à l'article 124 de la nouvelle loi communale" sont abrogés.
Art. 19. In artikel 185bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006 en laatst gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de eerste paragraaf wordt vervangen als volgt:
" § 1. In afwijking van artikel 185 zijn de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 15 en 271/10 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 190, 195, 285, 288 en 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, alsmede de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, slechts belastbaar op het totaal van de ontvangen abnormale of goedgunstige voordelen en van de niet als beroepskosten aftrekbare uitgaven en kosten andere dan waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen, onverminderd evenwel het feit dat zij de in artikel 219 bedoelde bijzondere bijdrage verschuldigd zijn.";
b) in § 3, eerste lid, inleidende zin, worden de woorden "een private privak bedoeld in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004" vervangen door de woorden "een private privak bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014";
c) in § 3, derde lid, worden de woorden "de vennootschappen bedoeld in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004 worden geschrapt van de lijst van de private privaks bedoeld in artikel 123, § 1" vervangen door de woorden "de vennootschappen bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014 worden geschrapt van de lijst van de private privaks bedoeld in artikel 302, § 1";
d) in § 3, vierde lid, worden de woorden "artikel 123, § 1, van de wet van 20 juli 2004" vervangen door de woorden "artikel 302, § 1, van de wet van 19 april 2014".
a) de eerste paragraaf wordt vervangen als volgt:
" § 1. In afwijking van artikel 185 zijn de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 15 en 271/10 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 190, 195, 285, 288 en 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, alsmede de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, slechts belastbaar op het totaal van de ontvangen abnormale of goedgunstige voordelen en van de niet als beroepskosten aftrekbare uitgaven en kosten andere dan waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen, onverminderd evenwel het feit dat zij de in artikel 219 bedoelde bijzondere bijdrage verschuldigd zijn.";
b) in § 3, eerste lid, inleidende zin, worden de woorden "een private privak bedoeld in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004" vervangen door de woorden "een private privak bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014";
c) in § 3, derde lid, worden de woorden "de vennootschappen bedoeld in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004 worden geschrapt van de lijst van de private privaks bedoeld in artikel 123, § 1" vervangen door de woorden "de vennootschappen bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014 worden geschrapt van de lijst van de private privaks bedoeld in artikel 302, § 1";
d) in § 3, vierde lid, worden de woorden "artikel 123, § 1, van de wet van 20 juli 2004" vervangen door de woorden "artikel 302, § 1, van de wet van 19 april 2014".
Art. 19. A l'article 185bis du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2006 et modifié en dernier lieu par la loi du 12 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées:
a) le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Par dérogation à l'article 185, les sociétés d'investissement visées aux articles 15 et 271/10 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, les sociétés d'investissement visées aux articles 190, 195, 285, 288 et 298 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, les sociétés immobilières réglementées, ainsi que les organismes de financement de pensions visés à l'article 8 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle, ne sont imposables que sur le montant total des avantages anormaux ou bénévoles reçus et des dépenses et charges non déductibles à titre de frais professionnels autres que des réductions de valeur et moins-values sur actions ou parts, sans préjudice toutefois de leur assujettissement à la cotisation spéciale prévue à l'article 219.";
b) dans le § 3, alinéa 1er, phrase liminaire, les mots "une pricaf privée visée à l'article 119 de la loi du 20 juillet 2004" sont remplacés par les mots "une pricaf privée visée à l'article 298 de la loi du 19 avril 2014";
c) dans le § 3, alinéa 3, les mots "les sociétés visées à l'article 119 de la loi du 20 juillet 2004 sont radiées de la liste des pricaf privées visée à l'article 123, § 1" sont remplacés par les mots "les sociétés visées à l'article 298 de la loi du 19 avril 2014 sont radiées de la liste des pricaf privées visée à l'article 302, § 1er";
d) dans le § 3, alinéa 4, les mots "l'article 123, § 1er, de la loi du 20 juillet 2004" sont remplacés par les mots "l'article 302, § 1er, de la loi du 19 avril 2014".
a) le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Par dérogation à l'article 185, les sociétés d'investissement visées aux articles 15 et 271/10 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, les sociétés d'investissement visées aux articles 190, 195, 285, 288 et 298 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, les sociétés immobilières réglementées, ainsi que les organismes de financement de pensions visés à l'article 8 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle, ne sont imposables que sur le montant total des avantages anormaux ou bénévoles reçus et des dépenses et charges non déductibles à titre de frais professionnels autres que des réductions de valeur et moins-values sur actions ou parts, sans préjudice toutefois de leur assujettissement à la cotisation spéciale prévue à l'article 219.";
b) dans le § 3, alinéa 1er, phrase liminaire, les mots "une pricaf privée visée à l'article 119 de la loi du 20 juillet 2004" sont remplacés par les mots "une pricaf privée visée à l'article 298 de la loi du 19 avril 2014";
c) dans le § 3, alinéa 3, les mots "les sociétés visées à l'article 119 de la loi du 20 juillet 2004 sont radiées de la liste des pricaf privées visée à l'article 123, § 1" sont remplacés par les mots "les sociétés visées à l'article 298 de la loi du 19 avril 2014 sont radiées de la liste des pricaf privées visée à l'article 302, § 1er";
d) dans le § 3, alinéa 4, les mots "l'article 123, § 1er, de la loi du 20 juillet 2004" sont remplacés par les mots "l'article 302, § 1er, de la loi du 19 avril 2014".
Art. 20. In artikel 192, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid, inleidende zin, worden de woorden "in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden "in artikel 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders";
b) in het eerste lid, 2°, worden de woorden "in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004" vervangen door de woorden "in artikel 298 van de wet van 19 april 2014";
c) in het tweede lid, worden de woorden "een instelling voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004" vervangen door de woorden "een alternatieve instelling voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014" en de woorden "de private privaks bedoeld in artikel 119" worden vervangen door de woorden "de private privaks bedoeld in artikel 298".
a) in het eerste lid, inleidende zin, worden de woorden "in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden "in artikel 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders";
b) in het eerste lid, 2°, worden de woorden "in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004" vervangen door de woorden "in artikel 298 van de wet van 19 april 2014";
c) in het tweede lid, worden de woorden "een instelling voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004" vervangen door de woorden "een alternatieve instelling voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014" en de woorden "de private privaks bedoeld in artikel 119" worden vervangen door de woorden "de private privaks bedoeld in artikel 298".
Art. 20. Dans l'article 192, § 3, du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, phrase liminaire, les mots "à l'article 119 de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement" sont remplacés par les mots "à l'article 298 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires";
b) dans l'alinéa 1er, 2°, les mots "à l'article 119 de la loi du 20 juillet 2004" sont remplacés par les mots "à l'article 298 de la loi du 19 avril 2014";
c) dans l'alinéa 2, les mots "un organisme de placement collectif visé à l'article 119 de la loi du 20 juillet 2004" sont remplacés par les mots "un organisme de placement collectif alternatif visé à l'article 298 de la loi du 19 avril 2014" et les mots "aux pricaf privées visées à l'article 119" sont remplacés par les mots "aux pricaf privées visées à l'article 298".
a) dans l'alinéa 1er, phrase liminaire, les mots "à l'article 119 de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement" sont remplacés par les mots "à l'article 298 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires";
b) dans l'alinéa 1er, 2°, les mots "à l'article 119 de la loi du 20 juillet 2004" sont remplacés par les mots "à l'article 298 de la loi du 19 avril 2014";
c) dans l'alinéa 2, les mots "un organisme de placement collectif visé à l'article 119 de la loi du 20 juillet 2004" sont remplacés par les mots "un organisme de placement collectif alternatif visé à l'article 298 de la loi du 19 avril 2014" et les mots "aux pricaf privées visées à l'article 119" sont remplacés par les mots "aux pricaf privées visées à l'article 298".
Art. 21. In artikel 198, § 1, 10°, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 23 december 2009, worden de woorden "derde lid" telkens vervangen door de woorden "vijfde lid".
Art. 21. Dans l'article 198, § 1er, 10°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 23 décembre 2009, les mots "alinéa 3" sont chaque fois remplacés par les mots "alinéa 5".
Art. 22. In artikel 203, § 2, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het derde lid, worden de woorden "artikel 119 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden "artikel 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders";
b) in het vierde lid, worden de woorden "een instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming als bedoeld in artikel 3, 6°, van de wet van 3 augustus 2012" vervangen door de woorden "een alternatieve instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming als bedoeld in artikel 3, 9°, van de wet van 19 april 2014" en de woorden "artikel 140" worden vervangen door de woorden "artikel 298".
a) in het derde lid, worden de woorden "artikel 119 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden "artikel 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders";
b) in het vierde lid, worden de woorden "een instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming als bedoeld in artikel 3, 6°, van de wet van 3 augustus 2012" vervangen door de woorden "een alternatieve instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming als bedoeld in artikel 3, 9°, van de wet van 19 april 2014" en de woorden "artikel 140" worden vervangen door de woorden "artikel 298".
Art. 22. Dans l'article 203, § 2, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 12 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 3, les mots "l'article 119 de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement" sont remplacés par les mots "l'article 298 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires";
b) dans l'alinéa 4, les mots "un organisme de placement collectif à nombre fixe de parts au sens de l'article 3, 6°, de la loi du 3 août 2012" sont remplacés par les mots "un organisme de placement collectif alternatif à nombre fixe de parts au sens de l'article 3, 9°, de la loi du 19 avril 2014" et les mots "l'article 140" sont remplacés par les mots "l'article 298".
a) dans l'alinéa 3, les mots "l'article 119 de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement" sont remplacés par les mots "l'article 298 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires";
b) dans l'alinéa 4, les mots "un organisme de placement collectif à nombre fixe de parts au sens de l'article 3, 6°, de la loi du 3 août 2012" sont remplacés par les mots "un organisme de placement collectif alternatif à nombre fixe de parts au sens de l'article 3, 9°, de la loi du 19 avril 2014" et les mots "l'article 140" sont remplacés par les mots "l'article 298".
Art. 23. Artikel 205octies, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 juni 2005 en gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014, wordt vervangen als volgt:
"3° de beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal (BEVEK) of in schuldvorderingen (VBS) respectievelijk bedoeld in de artikelen 15 en 271/10 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, de beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal (BEVEK) bedoeld in de artikelen 190 en 285 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, de beleggingsvennootschappen met vast kapitaal (BEVAK) bedoeld in de artikelen 195 en 288 van de genoemde wet, en de gereglementeerde vastgoedvennootschappen;".
"3° de beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal (BEVEK) of in schuldvorderingen (VBS) respectievelijk bedoeld in de artikelen 15 en 271/10 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, de beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal (BEVEK) bedoeld in de artikelen 190 en 285 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, de beleggingsvennootschappen met vast kapitaal (BEVAK) bedoeld in de artikelen 195 en 288 van de genoemde wet, en de gereglementeerde vastgoedvennootschappen;".
Art. 23. L'article 205octies, 3°, du même Code, inséré par la loi du 22 juin 2005 et modifié par la loi du 12 mai 2014, est remplacé par ce qui suit:
"3° les sociétés d'investissement à capital variable (SICAV) ou en créances (SIC) définies respectivement aux articles 15 et 271/10 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, les sociétés d'investissement à capital variable (SICAV) définies aux articles 190 et 285 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectifs alternatifs et à leurs gestionnaires, les sociétés d'investissement à capital fixe (SICAF) définies aux articles 195 et 288 de la loi du 19 avril 2014 précitée, et les sociétés immobilières réglementées;".
"3° les sociétés d'investissement à capital variable (SICAV) ou en créances (SIC) définies respectivement aux articles 15 et 271/10 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, les sociétés d'investissement à capital variable (SICAV) définies aux articles 190 et 285 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectifs alternatifs et à leurs gestionnaires, les sociétés d'investissement à capital fixe (SICAF) définies aux articles 195 et 288 de la loi du 19 avril 2014 précitée, et les sociétés immobilières réglementées;".
Art. 24. Artikel 215, derde lid, 6°, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014, wordt vervangen als volgt:
"6° op de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 6 en 271/5 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 181 en 282 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, de gereglementeerde vastgoed-vennootschappen, alsmede de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, in de mate dat artikel 185bis, § 1, toepassing vindt.".
"6° op de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 6 en 271/5 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 181 en 282 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, de gereglementeerde vastgoed-vennootschappen, alsmede de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, in de mate dat artikel 185bis, § 1, toepassing vindt.".
Art. 24. L'article 215, alinéa 3, 6°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 12 mai 2014, est remplacé par ce qui suit:
"6° aux sociétés d'investissement visées aux articles 6 et 271/5 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, aux sociétés d'investissement visées aux articles 181 et 282 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, aux sociétés immobilières réglementées, ainsi qu'aux organismes de financement de pensions visés à l'article 8 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle, dans la mesure où l'article 185bis, § 1er, s'applique.".
"6° aux sociétés d'investissement visées aux articles 6 et 271/5 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, aux sociétés d'investissement visées aux articles 181 et 282 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, aux sociétés immobilières réglementées, ainsi qu'aux organismes de financement de pensions visés à l'article 8 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle, dans la mesure où l'article 185bis, § 1er, s'applique.".
Art. 25. In artikel 261, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de woorden "één of meerdere in artikel 23 of in artikel 105 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles bedoelde gemeenschappelijke fondsen voor belegging in schuldvorderingen te beheren," vervangen door de woorden "één of meerdere in artikel 271/9 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen bedoelde fondsen voor belegging in schuldvorderingen te beheren,".
Art. 25. Dans l'article 261, alinéa 1er, 3°, du même Code, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 3 mars 2011, les mots "un ou plusieurs fonds communs de placement en créances visés à l'article 23 ou à l'article 105 de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement," sont remplacés par les mots "un ou plusieurs fonds communs de placement en créances visés à l'article 271/9 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances,".
Art. 26. In artikel 265 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid, 2°, worden de woorden "in artikel 261, 3° " vervangen door de woorden "in artikel 261, eerste lid, 3° ";
b) in het eerste lid, 4°, worden de woorden "in artikel 6, 1° of 2°, van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles," vervangen door de woorden "in artikel 6 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, en in de artikelen 181 en 282 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders,";
c) in het eerste lid, 5°, worden de woorden "in artikel 6 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles," vervangen door de woorden "in de artikelen 6 en 271/5 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, en in de artikelen 181 en 282 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders,";
d) in het tweede lid, 3°, eerste streepje, worden de woorden "artikel 161 van de Nieuwe Gemeentewet, of artikel 7 van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de pensioenen van het benoemd personeel van de plaatselijke besturen" vervangen door de woorden "artikel 32 van de wet van 24 oktober 2011 tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen";
e) in het tweede lid, 3°, tweede streepje, a, worden de woorden "artikel 161 van de Nieuwe Gemeentewet, of artikel 7 van de genoemde wet van 6 augustus 1993;" vervangen door de woorden "artikel 32 van de genoemde wet van 24 oktober 2011;".
a) in het eerste lid, 2°, worden de woorden "in artikel 261, 3° " vervangen door de woorden "in artikel 261, eerste lid, 3° ";
b) in het eerste lid, 4°, worden de woorden "in artikel 6, 1° of 2°, van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles," vervangen door de woorden "in artikel 6 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, en in de artikelen 181 en 282 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders,";
c) in het eerste lid, 5°, worden de woorden "in artikel 6 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles," vervangen door de woorden "in de artikelen 6 en 271/5 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, en in de artikelen 181 en 282 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders,";
d) in het tweede lid, 3°, eerste streepje, worden de woorden "artikel 161 van de Nieuwe Gemeentewet, of artikel 7 van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de pensioenen van het benoemd personeel van de plaatselijke besturen" vervangen door de woorden "artikel 32 van de wet van 24 oktober 2011 tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen";
e) in het tweede lid, 3°, tweede streepje, a, worden de woorden "artikel 161 van de Nieuwe Gemeentewet, of artikel 7 van de genoemde wet van 6 augustus 1993;" vervangen door de woorden "artikel 32 van de genoemde wet van 24 oktober 2011;".
Art. 26. A l'article 265 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 24 juillet 2008, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, 2°, les mots "à l'article 261, 3° " sont remplacés par les mots "à l'article 261, alinéa 1er, 3° ";
b) dans l'alinéa 1er, 4°, les mots "à l'article 6, 1° ou 2°, de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement," sont remplacés par les mots "à l'article 6 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, et aux articles 181 et 282 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires,";
c) dans l'alinéa 1er, 5°, les mots "à l'article 6 de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement," sont remplacés par les mots "aux articles 6 et 271/5 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, et aux articles 181 et 282 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires,";
d) dans l'alinéa 2, 3°, premier tiret, les mots "l'article 161 de la Nouvelle loi communale, ou à l'article 7 de la loi du 6 août 1993 relative aux pensions du personnel nommé des administrations locales," sont remplacés par les mots "l'article 32 de la loi du 24 octobre 2011 assurant un financement pérenne des pensions des membres du personnel nommé à titre définitif des administrations provinciales et locales et des zones de police locale et modifiant la loi du 6 mai 2002 portant création du fonds des pensions de la police intégrée et portant des dispositions particulières en matière de sécurité sociale et contentant diverses dispositions modificatives";
e) dans l'alinéa 2, 3°, deuxième tiret, a, les mots "l'article 161 de la Nouvelle loi communale, ou à l'article 7 de la loi du 6 août 1993 précitée;" sont remplacés par les mots "l'article 32 de la loi du 24 octobre 2011 précitée;".
a) dans l'alinéa 1er, 2°, les mots "à l'article 261, 3° " sont remplacés par les mots "à l'article 261, alinéa 1er, 3° ";
b) dans l'alinéa 1er, 4°, les mots "à l'article 6, 1° ou 2°, de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement," sont remplacés par les mots "à l'article 6 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, et aux articles 181 et 282 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires,";
c) dans l'alinéa 1er, 5°, les mots "à l'article 6 de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement," sont remplacés par les mots "aux articles 6 et 271/5 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, et aux articles 181 et 282 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires,";
d) dans l'alinéa 2, 3°, premier tiret, les mots "l'article 161 de la Nouvelle loi communale, ou à l'article 7 de la loi du 6 août 1993 relative aux pensions du personnel nommé des administrations locales," sont remplacés par les mots "l'article 32 de la loi du 24 octobre 2011 assurant un financement pérenne des pensions des membres du personnel nommé à titre définitif des administrations provinciales et locales et des zones de police locale et modifiant la loi du 6 mai 2002 portant création du fonds des pensions de la police intégrée et portant des dispositions particulières en matière de sécurité sociale et contentant diverses dispositions modificatives";
e) dans l'alinéa 2, 3°, deuxième tiret, a, les mots "l'article 161 de la Nouvelle loi communale, ou à l'article 7 de la loi du 6 août 1993 précitée;" sont remplacés par les mots "l'article 32 de la loi du 24 octobre 2011 précitée;".
Art. 27. In artikel 321bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006, worden de woorden "artikel 3, 11°, van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden "artikel 3, 24°, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen of in analoge bepalingen van buitenlands recht, en de beheervennootschappen van alternatieve instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 3, 12°, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders".
Art. 27. A l'article 321bis du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2006, les mots "article 3, 11°, de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuille d'investissement" sont remplacés par les mots "article 3, 24°, de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances ou par des dispositions analogues de droit étranger, et les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif alternatifs visées par l'article 3, 12°, de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires".
Art. 28. In artikel 374, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 15 maart 1999, worden de woorden "wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen "vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen".
Art. 28. Dans l'article 374, alinéa 2, du même Code, modifié par la loi du 15 mars 1999, les mots "loi du 22 mars 1993" sont remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014".
Art. 29. In artikel 413quater, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004, worden de woorden "wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen vervangen" door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen".
Art. 29. Dans l'article 413quater, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2004, les mots "loi du 22 mars 1993" sont remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014".
Art. 30. In artikel 440, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998, worden de woorden "wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen "vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen".
Art. 30. Dans l'article 440, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998, les mots "loi du 22 mars 1993" sont remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014".
Art. 31. In artikel 84septies, derde lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij de programmawet van 27 april 2007, worden de woorden "de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen".
Art. 31. Dans l'article 84septies, alinéa 3, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, inséré par la loi-programme du 27 avril 2007, les mots "la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit".
Art. 32. In artikel 161 van het Wetboek der successierechten, laatst gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 1°, worden de woorden "artikel 3, 11° van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, met uitzondering van de private privaks, bedoeld in artikel 140 van dezelfde wet" vervangen door de woorden "artikel 3, 11° van de wet van 3 augustus 2012 betreffende instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, de beleggingsvennootschappen bedoeld in artikel 3, 11°, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, met uitzondering van de private privaks, bedoeld in artikel 298 van dezelfde wet";
b) in de bepaling onder 2°, worden de woorden "artikel 6, 1° en 2°, van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden "artikel 6 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG [en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen] en in de artikelen 181 en 282 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders";
c) in de bepaling onder 3°, worden de woorden "artikel 127 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, met uitzondering van de instellingen voor belegging in schuldvorderingen" vervangen door de woorden "artikel 148 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, met uitzondering van de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, en de alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht bedoeld in artikel 259 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders";
d) in de bepaling opgenomen onder 4°, worden de woorden "22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen".
a) in de bepaling onder 1°, worden de woorden "artikel 3, 11° van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, met uitzondering van de private privaks, bedoeld in artikel 140 van dezelfde wet" vervangen door de woorden "artikel 3, 11° van de wet van 3 augustus 2012 betreffende instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, de beleggingsvennootschappen bedoeld in artikel 3, 11°, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, met uitzondering van de private privaks, bedoeld in artikel 298 van dezelfde wet";
b) in de bepaling onder 2°, worden de woorden "artikel 6, 1° en 2°, van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden "artikel 6 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG [en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen] en in de artikelen 181 en 282 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders";
c) in de bepaling onder 3°, worden de woorden "artikel 127 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, met uitzondering van de instellingen voor belegging in schuldvorderingen" vervangen door de woorden "artikel 148 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, met uitzondering van de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, en de alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht bedoeld in artikel 259 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders";
d) in de bepaling opgenomen onder 4°, worden de woorden "22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen".
Art. 32. Dans l'article 161 du Code des droits de succession, modifié en dernier lieu par la loi du 12 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans le 1°, les mots "l'article 3, 11°, de la loi du 3 août 2012 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement, à l'exception des pricaf privées visées à l'article 140 de la même loi" sont remplacés par les mots "l'article 3, 11°, de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, les sociétés d'investissement visées à l'article 3, 11°, de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leur gestionnaires, à l'exception des pricaf privées visées à l'article 298 de la même loi";
b) dans le 2°, les mots "l'article 6, 1° et 2°, de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement" sont remplacés par les mots "l'article 6 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE [et aux organismes de placement en créances] et aux articles 181 et 282 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leur gestionnaires";
c) dans le 3°, les mots "l'article 127 de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement, à l'exception des organismes de placement en créances" sont remplacés par les mots "l'article 148 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, à l'exception des organismes de placement en créances, et des organismes de placement collectif alternatifs visées à l'article 259 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leur gestionnaires";
d) dans le 4°, les mots "22 mars 1993" sont remplacés par les mots "25 avril 2014".
a) dans le 1°, les mots "l'article 3, 11°, de la loi du 3 août 2012 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement, à l'exception des pricaf privées visées à l'article 140 de la même loi" sont remplacés par les mots "l'article 3, 11°, de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, les sociétés d'investissement visées à l'article 3, 11°, de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leur gestionnaires, à l'exception des pricaf privées visées à l'article 298 de la même loi";
b) dans le 2°, les mots "l'article 6, 1° et 2°, de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement" sont remplacés par les mots "l'article 6 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE [et aux organismes de placement en créances] et aux articles 181 et 282 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leur gestionnaires";
c) dans le 3°, les mots "l'article 127 de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement, à l'exception des organismes de placement en créances" sont remplacés par les mots "l'article 148 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, à l'exception des organismes de placement en créances, et des organismes de placement collectif alternatifs visées à l'article 259 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leur gestionnaires";
d) dans le 4°, les mots "22 mars 1993" sont remplacés par les mots "25 avril 2014".
Art. 33. In artikel 20110 van het Wetboek diverse rechten en taksen, ingevoegd bij de programmawet van 22 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling opgenomen onder a) worden de woorden "13 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "14 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen";
2° in de bepaling opgenomen onder b) wordt het cijfer "65" vervangen door het cijfer "312";
3° in de bepaling opgenomen onder c) wordt het cijfer "79" vervangen door het cijfer "333".
1° in de bepaling opgenomen onder a) worden de woorden "13 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "14 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen";
2° in de bepaling opgenomen onder b) wordt het cijfer "65" vervangen door het cijfer "312";
3° in de bepaling opgenomen onder c) wordt het cijfer "79" vervangen door het cijfer "333".
Art. 33. Dans l'article 20110 du Code des droits et taxes divers, inséré par la loi-programme du 22 juin 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le a) les mots "13 de la loi du 22 mars 1993" sont remplacés par les mots "14 de la loi du 25 avril 2014";
2° dans le b) le chiffre "65" est remplacé par le chiffre "312";
3° dans le c) le chiffre "79" est remplacé par le chiffre "333".
1° dans le a) les mots "13 de la loi du 22 mars 1993" sont remplacés par les mots "14 de la loi du 25 avril 2014";
2° dans le b) le chiffre "65" est remplacé par le chiffre "312";
3° dans le c) le chiffre "79" est remplacé par le chiffre "333".
Afdeling 4. - Diverse wijzigingsbepalingen
Section 4. - Dispositions modificatives diverses
Art. 34. Artikel 17, § 1, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 16 juli 2008, wordt vervangen als volgt:
"5° de inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van de wettelijke en verplichte licenties, bedoeld in boek XI van het Wetboek van economisch recht of in overeenkomstige bepalingen in het buitenlands recht.".
"5° de inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van de wettelijke en verplichte licenties, bedoeld in boek XI van het Wetboek van economisch recht of in overeenkomstige bepalingen in het buitenlands recht.".
Art. 34. L'article 17, § 1er, 5°, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 16 juillet 2008, est remplacé par ce qui suit:
"5° les revenus qui résultent de la cession ou de la concession de droits d'auteur et de droits voisins, ainsi que des licences légales et obligatoires, visés au livre XI du Code de droit économique ou par des dispositions analogues de droit étranger.".
"5° les revenus qui résultent de la cession ou de la concession de droits d'auteur et de droits voisins, ainsi que des licences légales et obligatoires, visés au livre XI du Code de droit économique ou par des dispositions analogues de droit étranger.".
Art. 35. In artikel 22, § 3, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 juli 2008, worden de woorden "netto-inkomen van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen en auteursrechten bedoeld in artikel 17, § 1, 5° " vervangen door de woorden "netto-inkomen van in artikel 17, § 1, 3°, bedoelde verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen en in artikel 17, § 1, 5°, bedoelde cessie of concessie van auteursrechten en naburige rechten".
Art. 35. Dans l'article 22, § 3, du même Code, modifié par la loi du 16 juillet 2008, les mots "le revenu net de la location, de l'affermage, de l'usage, de la concession de tous biens mobiliers et de droits d'auteur visés à l'article 17, § 1er, 5°, " sont remplacés par les mots "le revenu net de la location, de l'affermage, de l'usage, de la concession de tous biens mobiliers visés à l'article 17, § 1er, 3°, et de la cession ou de la concession de droits d'auteur et de droits voisins visées à l'article 17, § 1er, 5°, ".
Art. 36. In artikel 52bis, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 8 april 2003, worden de woorden "is erkend of gesubsidieerd door of staat onder toezicht van" vervangen door de woorden "is erkend, vergund of gesubsidieerd door".
Art. 36. Dans l'article 52bis, alinéa 1er, 1°, du même Code, inséré par la loi-programme du 8 avril 2003, les mots "agréé, subsidié ou autorisé par" sont remplacés par les mots "agréé, autorisé, subsidié par".
Art. 37. In de Franstalige tekst van de inleidende zin van artikel 57 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 juli 1993, worden de woorden "Les dépenses ci-après ne sont considérées comme des frais professionnels que si elles sont justifiées" vervangen door de woorden "Les frais ci-après ne sont considérés comme des frais professionnels que s'ils sont justifiés".
Art. 37. Dans l'article 57, phrase liminaire, du même Code, inséré par la loi du 22 juillet 1993, les mots "Les dépenses ci-après ne sont considérées comme des frais professionnels que si elles sont justifiées" sont remplacés par les mots "Les frais ci-après ne sont considérés comme des frais professionnels que s'ils sont justifiés".
Art. 38. In artikel 64bis, tweede lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 juli 1993, worden de woorden "onderworpen aan de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen," vervangen door de woorden "onderworpen aan de bepalingen van boek III, titel 3, hoofdstuk 2, van het Wetboek van economisch recht,".
Art. 38. Dans l'article 64bis, alinéa 2, 1°, du même Code, inséré par la loi du 22 juillet 1993, les mots "soumises à la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité et aux comptes annuels des entreprises" sont remplacés par les mots "soumises aux dispositions visées au livre III, titre 3, chapitre 2, du Code de droit économique".
Art. 39. In artikel 67quater, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2013, worden de woorden "de bezoldiging als beoogd in § 2" vervangen door de woorden "de bezoldiging als bedoeld in het tweede lid".
Art. 39. Dans l'article 67quater, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 26 décembre 2013, les mots "les rémunérations visées au § 2," sont remplacés par les mots "les rémunérations visées à l'alinéa 2,".
Art. 40. In artikel 131, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet 8 mei 2014, worden in de inleidende zin de woorden "verhoogd met het verschil tussen het in het eerste lid, 1°, vermelde basisbedrag en het in het eerste lid, 3°, vermelde basisbedrag" opgeheven.
Art. 40. Dans l'article 131, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 8 mai 2014, dans la phrase liminaire, les mots "augmenté de la différence entre le montant de base visé à l'alinéa 1er, 1° et le montant de base visé à l'alinéa 1er, 3°, " sont abrogés.
Art. 41. In artikel 1456, eerste lid, tweede streepje, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004 en gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, worden de woorden "bedoeld in artikel 14537, § 2, tweede en derde lid" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 14537".
Art. 41. Dans l'article 1456, alinéa 1er, deuxième tiret, du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2004 et modifié par la loi du 8 mai 2014, les mots "visées à l'article 14537, § 2, alinéas 2 et 3" sont remplacés par les mots "visée à l'article 14537".
Art. 42. In artikel 14535, tweede lid, 3°, a, inleidende zin, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2012, worden de woorden "erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd:" vervangen door de woorden "vergund, erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd:".
Art. 42. Dans l'article 14535, alinéa 2, 3°, a, phrase liminaire, du même Code, inséré par la loi du 13 décembre 2012, les mots "reconnus, subsidiés ou contrôlés:" sont remplacés par les mots " autorisés, agréés, subsidiés ou contrôlés:".
Art. 43. In artikel 147, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 mei 2007 en gewijzigd bij de wetten van 27 maart 2009 en 17 juni 2013, wordt de bepaling onder b) aangevuld met de woorden "of van een overgangsuitkering".
Art. 43. Dans l'article 147, alinéa 1er, 2°, du même Code, remplacé par la loi du 17 mai 2007 et modifié par les lois des 27 mars 2009 et 17 juin 2013, le b) est complété par les mots "ou une allocation de transition".
Art. 44. In artikel 154 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 mei 2007 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2008, 21 december 2009, 13 december 2012 en 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in paragraaf 3 wordt het eerste lid als volgt vervangen:
" § 3. In de andere dan in § 2 bedoelde gevallen en wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit werkloosheidsuitkeringen, is de bijkomende vermindering gelijk aan het positieve verschil tussen:
1° het bedrag van de belasting dat nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 153, en
2° het verschil tussen die werkloosheidsuitkeringen en het maximumbedrag dat overeenkomstig § 2, eerste lid, 2°, van toepassing is.";
b) in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven;
c) tussen paragafen 3 en 4 wordt een nieuwe paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende:
" § 3/1. In de andere dan in de §§ 2 en 3 bedoelde gevallen en wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit pensioenen of vervangingsinkomsten of uitsluitend bestaat uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen is de bijkomende vermindering gelijk aan 109 pct. van het positieve verschil tussen:
1° het bedrag van de belasting dat nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 153, en
2° het verschil tussen:
- wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit pensioenen of vervangingsinkomsten, die pensioenen of vervangingsinkomsten en het maximumbedrag dat overeenkomstig § 2, eerste lid, 1°, van toepassing is;
- wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, die wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en het maximumbedrag dat overeenkomstig § 2, eerste lid, 3°, van toepassing is.
De bijkomende vermindering wordt in voorkomend geval verdeeld naar de verhouding van het gedeelte van de belasting dat nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 153 en dat respectievelijk betrekking heeft op pensioenen of andere vervangingsinkomsten, op werkloosheidsuitkeringen of op wettelijke ziekte- en invaliditeitsvergoedingen met het totaal van de belasting dat overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 153.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden zowel de totale netto-inkomens als het bedrag van de overblijvende belasting van de beide echtgenoten samengeteld voor de toepassing van het eerste lid.
De aldus berekende bijkomende vermindering wordt verdeeld in verhouding tot het bedrag van de belasting van elke echtgenoot die nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 153.".
a) in paragraaf 3 wordt het eerste lid als volgt vervangen:
" § 3. In de andere dan in § 2 bedoelde gevallen en wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit werkloosheidsuitkeringen, is de bijkomende vermindering gelijk aan het positieve verschil tussen:
1° het bedrag van de belasting dat nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 153, en
2° het verschil tussen die werkloosheidsuitkeringen en het maximumbedrag dat overeenkomstig § 2, eerste lid, 2°, van toepassing is.";
b) in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven;
c) tussen paragafen 3 en 4 wordt een nieuwe paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende:
" § 3/1. In de andere dan in de §§ 2 en 3 bedoelde gevallen en wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit pensioenen of vervangingsinkomsten of uitsluitend bestaat uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen is de bijkomende vermindering gelijk aan 109 pct. van het positieve verschil tussen:
1° het bedrag van de belasting dat nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 153, en
2° het verschil tussen:
- wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit pensioenen of vervangingsinkomsten, die pensioenen of vervangingsinkomsten en het maximumbedrag dat overeenkomstig § 2, eerste lid, 1°, van toepassing is;
- wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, die wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en het maximumbedrag dat overeenkomstig § 2, eerste lid, 3°, van toepassing is.
De bijkomende vermindering wordt in voorkomend geval verdeeld naar de verhouding van het gedeelte van de belasting dat nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 153 en dat respectievelijk betrekking heeft op pensioenen of andere vervangingsinkomsten, op werkloosheidsuitkeringen of op wettelijke ziekte- en invaliditeitsvergoedingen met het totaal van de belasting dat overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 153.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden zowel de totale netto-inkomens als het bedrag van de overblijvende belasting van de beide echtgenoten samengeteld voor de toepassing van het eerste lid.
De aldus berekende bijkomende vermindering wordt verdeeld in verhouding tot het bedrag van de belasting van elke echtgenoot die nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 153.".
Art. 44. A l'article 154 du même Code, remplacé par la loi du 17 mai 2007 et modifié par les lois des 22 décembre 2008, 21 décembre 2009, 13 décembre 2012, et 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans le paragraphe 3, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Dans les autres cas que ceux visés au § 2 et lorsque l'ensemble des revenus nets se compose exclusivement d'allocations de chômage, la réduction supplémentaire est égale à la différence positive entre:
1° le montant de l'impôt qui subsiste après application des articles 147 à 153 et
2° la différence entre ces allocations de chômage et le montant maximum applicable conformément au § 2, alinéa 1er, 2°. ";
b) dans le paragraphe 3, l'alinéa 2 est abrogé;
c) entre les paragraphes 3 et 4, un paragraphe 3/1 est inséré rédigé comme suit:
" § 3/1. Dans les autres cas que ceux visés aux §§ 2 et 3 et lorsque l'ensemble des revenus nets se compose exclusivement de pensions ou de revenus de remplacement, ou se compose exclusivement d'indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité, la réduction supplémentaire est égale à 109 p.c. de la différence positive entre:
1° le montant de l'impôt qui subsiste après application des articles 147 à 153 et
2° la différence entre:
- lorsque l'ensemble des revenus nets se compose exclusivement de pensions ou de revenus de remplacement, ces pensions ou revenus de remplacement et le montant maximum applicable conformément au § 2, alinéa 1er, 1° ;
- lorsque l'ensemble des revenus nets se compose exclusivement d'indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité, ces indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité et le montant maximum applicable conformément au § 2, alinéa 1er, 3°.
La réduction supplémentaire est le cas échéant répartie en proportion de la quotité de l'impôt qui subsiste après application des articles 147 à 153 et relatif respectivement aux pensions et autres revenus de remplacements, aux allocations de chômage ou aux indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité et le total de l'impôt qui subsiste après application des articles 147 à 153.
Lorsqu'une imposition commune est établie, tant l'ensemble des revenus nets que le montant de l'impôt subsistant des deux conjoints sont pris en considération pour l'application de l'alinéa 1er.
La réduction supplémentaire ainsi calculée est répartie proportionnellement sur le montant de l'impôt de chacun des conjoints qui subsiste après application des articles 147 à 153.".
a) dans le paragraphe 3, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Dans les autres cas que ceux visés au § 2 et lorsque l'ensemble des revenus nets se compose exclusivement d'allocations de chômage, la réduction supplémentaire est égale à la différence positive entre:
1° le montant de l'impôt qui subsiste après application des articles 147 à 153 et
2° la différence entre ces allocations de chômage et le montant maximum applicable conformément au § 2, alinéa 1er, 2°. ";
b) dans le paragraphe 3, l'alinéa 2 est abrogé;
c) entre les paragraphes 3 et 4, un paragraphe 3/1 est inséré rédigé comme suit:
" § 3/1. Dans les autres cas que ceux visés aux §§ 2 et 3 et lorsque l'ensemble des revenus nets se compose exclusivement de pensions ou de revenus de remplacement, ou se compose exclusivement d'indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité, la réduction supplémentaire est égale à 109 p.c. de la différence positive entre:
1° le montant de l'impôt qui subsiste après application des articles 147 à 153 et
2° la différence entre:
- lorsque l'ensemble des revenus nets se compose exclusivement de pensions ou de revenus de remplacement, ces pensions ou revenus de remplacement et le montant maximum applicable conformément au § 2, alinéa 1er, 1° ;
- lorsque l'ensemble des revenus nets se compose exclusivement d'indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité, ces indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité et le montant maximum applicable conformément au § 2, alinéa 1er, 3°.
La réduction supplémentaire est le cas échéant répartie en proportion de la quotité de l'impôt qui subsiste après application des articles 147 à 153 et relatif respectivement aux pensions et autres revenus de remplacements, aux allocations de chômage ou aux indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité et le total de l'impôt qui subsiste après application des articles 147 à 153.
Lorsqu'une imposition commune est établie, tant l'ensemble des revenus nets que le montant de l'impôt subsistant des deux conjoints sont pris en considération pour l'application de l'alinéa 1er.
La réduction supplémentaire ainsi calculée est répartie proportionnellement sur le montant de l'impôt de chacun des conjoints qui subsiste après application des articles 147 à 153.".
Art. 45. Artikel 171 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de programmawet van 19 december 2014, wordt de bepaling opgenomen onder 3° ter, vervangen als volgt:
"3° ter tegen de toepasbare aanslagvoet op de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en op de in artikel 90, 6°, bedoelde loten waarop de in artikel 90, 11°, bedoelde vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betrekking hebben;".
"3° ter tegen de toepasbare aanslagvoet op de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en op de in artikel 90, 6°, bedoelde loten waarop de in artikel 90, 11°, bedoelde vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betrekking hebben;".
Art. 45. Dans l'article 171 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 19 décembre 2014, le 3° ter est remplacé par ce qui suit:
"3° ter au taux applicable aux revenus de capitaux et biens mobiliers et aux lots visés à l'article 90, 6°, auxquels se rapportent les indemnités pour coupon manquant ou pour lot manquant visées à l'article 90, 11° ;".
"3° ter au taux applicable aux revenus de capitaux et biens mobiliers et aux lots visés à l'article 90, 6°, auxquels se rapportent les indemnités pour coupon manquant ou pour lot manquant visées à l'article 90, 11° ;".
Art. 46. In artikel 198, § 1, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 mei 1999 en gewijzigd bij de wetten van 22 juni 2012, 13 december 2012, 27 december 2012, 30 juli 2013 en 19 december 2014, worden de woorden ", met inbegrip van de ingevolge artikel 219bis tot 219quater verschuldigde afzonderlijke aanslagen," opgeheven.
Art. 46. Dans l'article 198, § 1er, 1°, du même Code, remplacé par la loi du 4 mai 1999 et modifié par les lois des 22 juin 2012, 13 décembre 2012, 27 décembre 2012, 30 juillet 2013 et 19 décembre 2014, les mots ", y compris les cotisations distinctes dues en vertu des articles 219bis et 219quater," sont abrogés.
Art. 47. In artikel 203, § 2, zevende lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 maart 1999, worden de woorden "richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5 maart 1979 (79/279/EEG) tot coördinatie van de voorwaarden voor de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs" vervangen door de woorden "Richtlijn 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd".
Art. 47. A l'article 203, § 2, alinéa 7, 1°, du même Code, inséré par la loi du 10 mars 1999, les mots "directive du Conseil des Communautés européennes du 5 mars 1979 (79/279/CEE) portant coordination des conditions d'admission de valeurs mobilières à la cote officielle d'une bourse de valeurs" sont remplacés par les mots "Directive 2001/34/EC du Parlement européen et du Conseil du 28 mai 2001 concernant l'admission de valeurs mobilières à la cote officielle et l'information à publier sur ces valeurs".
Art. 48. In artikel 205novies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 juni 2005 en gewijzigd bij de wet van 22 december 2009, wordt de tweede zin opgeheven.
Art. 48. A l'article 205novies du même Code, inséré par la loi du 22 juin 2005 et modifié par la loi du 22 décembre 2009, la deuxième phrase est abrogée.
Art. 49. Artikel 216, 2°, a, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998, wordt opgeheven.
Art. 49. L'article 216, 2°, a, du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998, est abrogé.
Art. 50. In artikel 220, 1°, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 21 februari 2010, worden de woorden ", de hulpverleningszones, de politiezones" ingevoegd tussen de woorden "de openbare kerkelijke instellingen" en "en de polders en wateringen".
Art. 50. Dans l'article 220, 1°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 février 2010, les mots "les zones de secours, les zones de police," sont insérés entre les mots "les établissements cultuels publics," et "ainsi que les polders et wateringues".
Art. 51. In artikel 228, § 2, 9°, k, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden "het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen het "Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS" of" vervangen door de woorden "door het "Federaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Fonds fédéral de la Recherche scientifique - FFWO/FFRS", het "Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen - FWO", het "Fonds de la Recherche scientifique - FNRS - FRS-FNRS" of door".
Art. 51. Dans l'article 228, § 2, 9°, k, du même Code, inséré par la loi du 25 avril 2007, les mots "le Fonds National de la Recherche Scientifique, le "Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen" le "Fonds de la Recherche scientifique - FNRS" ou" sont remplacés par les mots "par le "Federaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - le Fonds fédéral de la Recherche scientifique - FFWO/FFRS", le "Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek- Vlaanderen - FWO", le "Fonds de la Recherche scientifique - FNRS - FRS-FNRS" ou par".
Art. 52. In artikel 246, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 1994 en gewijzigd bij de wet van 29 maart 2012, worden de woorden "artikel 231, § 2, tweede lid" vervangen door de woorden "artikel 231, § 2, vierde lid".
Art. 52. Dans l'article 246, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 1994 et modifié par la loi du 29 mars 2012, les mots "l'article 231, § 2, alinéa 2" sont remplacés par les mots "l'article 231, § 2, alinéa 4".
Art. 53. Artikel 266, tweede lid, 4°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 mei 2014, wordt opgeheven.
Art. 53. L'article 266, alinéa 2, 4°, du même Code, inséré par la loi du 12 mai 2014, est abrogé.
Art. 54. In artikel 267, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "op 31 december van ieder jaar." vervangen door de woorden "op de laatste dag van de maand van terugbetaling.".
Art. 54. Dans l'article 267, alinéa 5, du même Code, les mots "le 31 décembre de chaque année" sont remplacés par les mots "le dernier jour du mois du remboursement.".
Art. 55. Artikel 269, § 1, 6°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2012, wordt vervangen als volgt:
"6° tegen de toepasbare aanslagvoet op de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en op de in artikel 90, 6°, bedoelde loten waarop de in artikel 90, 11°, bedoelde vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betrekking hebben;".
"6° tegen de toepasbare aanslagvoet op de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en op de in artikel 90, 6°, bedoelde loten waarop de in artikel 90, 11°, bedoelde vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betrekking hebben;".
Art. 55. L'article 269, § 1er, 6°, du même Code, remplacé par la loi du 27 décembre 2012, est remplacé par ce qui suit:
"6° au taux applicable aux revenus de capitaux et biens mobiliers et aux lots visés à l'article 90, 6°, auxquels se rapportent les indemnités pour coupon manquant ou pour lot manquant visées à l'article 90, 11° ;".
"6° au taux applicable aux revenus de capitaux et biens mobiliers et aux lots visés à l'article 90, 6°, auxquels se rapportent les indemnités pour coupon manquant ou pour lot manquant visées à l'article 90, 11° ;".
Art. 56. In titel VI, hoofdstuk I, afdeling III, onderafdeling IV, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 269/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 269/1. § 1. In afwijking van artikel 269 wordt voor de dividenden van Belgische oorsprong die worden verkregen door een in het tweede lid bedoelde vennootschap en in de mate dat de krachtens de artikelen 261 tot 269 verschuldigde roerende voorheffing niet kan worden verrekend noch worden terugbetaald in hoofde van de verkrijgende vennootschap, het tarief van de roerende voorheffing dat wordt toegepast op het gedeelte van de overeenstemmende dividenden vastgesteld op 5 pct. van het met de aanvullende crisisbijdrage bedoeld in artikel 463bis verhoogde tarief bedoeld in artikel 215, eerste lid.
Het eerste lid is slechts van toepassing voor de verkrijgende vennootschappen die:
- gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of in een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, op voorwaarde dat deze overeenkomst of enig ander verdrag in de uitwisseling van inlichtingen voorziet die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de nationale wetten van de overeenkomstsluitende Staten;
- een rechtsvorm hebben die in de bijlage I, deel A, van de richtlijn van de Raad van 30 november 2011 (2011/96/EU) betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten, gewijzigd door de richtlijn van de Raad van 8 juli 2014 (2014/86/EU) wordt genoemd of een rechtsvorm hebben die vergelijkbaar is met de rechtsvormen die zijn opgenomen in deze bijlage en die wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of een gelijksoortige rechtsvorm als deze in een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten;
- op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van dividenden bedoeld in artikel 202, § 1, 1° en 2°, in het kapitaal van de vennootschap die ze uitkeert een deelneming van minder dan 10 pct. bezitten waarvan de aanschaffingswaarde ten minste 2 500 000 euro bedraagt;
- deze deelneming gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom behouden.
§ 2. Het in § 1 bedoelde tarief wordt slechts toegestaan indien de schuldenaar van de dividenden in het bezit is van een attest dat bevestigt:
1° dat de verkrijger een rechtsvorm heeft die in de bijlage I, deel A, van de richtlijn van de Raad van 30 november 2011 (2011/96/EU) betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten, gewijzigd door de richtlijn van de Raad van 8 juli 2014 (2014/86/EU) wordt genoemd of een hiermee vergelijkbare rechtsvorm heeft als deze genoemd in de voormelde bijlage en die wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of een gelijksoortige rechtsvorm als deze in een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten;
2° dat de aanschaffingswaarde van de deelneming ten minste 2 500 000 euro bedraagt;
3° dat de dividenden betrekking hebben op aandelen die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom worden of werden behouden;
4° in welke mate, voor de verkrijgende vennootschap, de krachtens de artikelen 261 tot 269 verschuldigde roerende voorheffing in beginsel verrekenbaar of terugbetaalbaar is op grond van de wettelijke bepalingen die gelden op 31 december van het jaar voorafgaand aan de toekenning of betaalbaarstelling van het in § 1, eerste lid, bedoelde dividend.".
"Art. 269/1. § 1. In afwijking van artikel 269 wordt voor de dividenden van Belgische oorsprong die worden verkregen door een in het tweede lid bedoelde vennootschap en in de mate dat de krachtens de artikelen 261 tot 269 verschuldigde roerende voorheffing niet kan worden verrekend noch worden terugbetaald in hoofde van de verkrijgende vennootschap, het tarief van de roerende voorheffing dat wordt toegepast op het gedeelte van de overeenstemmende dividenden vastgesteld op 5 pct. van het met de aanvullende crisisbijdrage bedoeld in artikel 463bis verhoogde tarief bedoeld in artikel 215, eerste lid.
Het eerste lid is slechts van toepassing voor de verkrijgende vennootschappen die:
- gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of in een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, op voorwaarde dat deze overeenkomst of enig ander verdrag in de uitwisseling van inlichtingen voorziet die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de nationale wetten van de overeenkomstsluitende Staten;
- een rechtsvorm hebben die in de bijlage I, deel A, van de richtlijn van de Raad van 30 november 2011 (2011/96/EU) betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten, gewijzigd door de richtlijn van de Raad van 8 juli 2014 (2014/86/EU) wordt genoemd of een rechtsvorm hebben die vergelijkbaar is met de rechtsvormen die zijn opgenomen in deze bijlage en die wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of een gelijksoortige rechtsvorm als deze in een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten;
- op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van dividenden bedoeld in artikel 202, § 1, 1° en 2°, in het kapitaal van de vennootschap die ze uitkeert een deelneming van minder dan 10 pct. bezitten waarvan de aanschaffingswaarde ten minste 2 500 000 euro bedraagt;
- deze deelneming gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom behouden.
§ 2. Het in § 1 bedoelde tarief wordt slechts toegestaan indien de schuldenaar van de dividenden in het bezit is van een attest dat bevestigt:
1° dat de verkrijger een rechtsvorm heeft die in de bijlage I, deel A, van de richtlijn van de Raad van 30 november 2011 (2011/96/EU) betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten, gewijzigd door de richtlijn van de Raad van 8 juli 2014 (2014/86/EU) wordt genoemd of een hiermee vergelijkbare rechtsvorm heeft als deze genoemd in de voormelde bijlage en die wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of een gelijksoortige rechtsvorm als deze in een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten;
2° dat de aanschaffingswaarde van de deelneming ten minste 2 500 000 euro bedraagt;
3° dat de dividenden betrekking hebben op aandelen die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom worden of werden behouden;
4° in welke mate, voor de verkrijgende vennootschap, de krachtens de artikelen 261 tot 269 verschuldigde roerende voorheffing in beginsel verrekenbaar of terugbetaalbaar is op grond van de wettelijke bepalingen die gelden op 31 december van het jaar voorafgaand aan de toekenning of betaalbaarstelling van het in § 1, eerste lid, bedoelde dividend.".
Art. 56. Dans le titre VI, chapitre premier, section III, sous-section IV, du même Code, il est inséré un article 269/1 rédigé comme suit:
"Art. 269/1. § 1er. Par dérogation à l'article 269, pour les dividendes d'origine belge perçus par une société visée à l'alinéa 2, et dans la mesure où le précompte mobilier dû conformément aux articles 261 à 269 ne peut être imputé ni remboursé dans le chef de la société bénéficiaire, le taux du précompte mobilier à appliquer à la partie des dividendes correspondante est fixé à 5 p.c. du taux visé à l'article 215, alinéa 1er, augmenté de la contribution complémentaire de crise visée à l'article 463bis.
L'alinéa 1er est seulement applicable aux sociétés bénéficiaires qui:
- sont établies dans un Etat membre de l'Espace économique européen ou dans un Etat avec lequel la Belgique a conclu une convention préventive de la double imposition, à condition que cette convention ou un quelconque autre accord prévoit l'échange de renseignements nécessaires pour appliquer les dispositions de la législation nationale des Etats contractants;
- revêtent une des formes énumérées à l'annexe I, partie A, de la directive du Conseil du 30 novembre 2011 (2011/96/UE) concernant le régime fiscal commun applicable aux sociétés mères et filiales d'Etats membres différents, modifiée par la directive du Conseil du 8 juillet 2014 (2014/86/UE) ou une forme analogue aux formes qui sont énumérées dans cette annexe et qui est soumise au droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen ou une forme analogue à celles-ci dans un Etat avec lequel la Belgique a conclu une convention préventive de la double imposition;
- à la date d'attribution ou de mise en paiement de dividendes visés à l'article 202, § 1er, 1° et 2°, détiennent dans le capital de la société qui les distribue une participation de moins de 10 p.c. dont la valeur d'investissement atteint au moins 2 500 000 euros;
- détiennent cette participation en pleine propriété pendant une période ininterrompue d'au moins un an.
§ 2. Le taux visé au § 1er, est subordonné à la condition que le débiteur des dividendes est en possession d'une attestation par laquelle il est certifié:
1° que le bénéficiaire revêt une des formes énumérées à l'annexe I, partie A, de la directive du Conseil du 30 novembre 2011 (2011/96/UE) concernant le régime fiscal commun applicable aux sociétés mères et filiales d'Etats membres différents, modifiée par la directive du Conseil du 8 juillet 2014 (2014/86/UE) ou une forme analogue à celles énumérées dans ladite annexe et qui est soumise au droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen ou une forme analogue à celles-ci dans un Etat avec lequel la Belgique a conclu une convention préventive de la double imposition;
2° que la valeur d'investissement de la participation atteint au moins 2 500 000 euros;
3° que les dividendes se rapportent à des actions ou parts qui sont ou ont été détenues en pleine propriété pendant une période ininterrompue d'au moins un an;
4° dans quelle mesure, pour la société bénéficiaire, le précompte mobilier dû conformément aux articles 261 à 269 est en principe imputable ou remboursable, sur base des dispositions légales en vigueur au 31 décembre de l'année précédant l'attribution ou la mise en paiement du dividende visé au § 1er, alinéa 1er.".
"Art. 269/1. § 1er. Par dérogation à l'article 269, pour les dividendes d'origine belge perçus par une société visée à l'alinéa 2, et dans la mesure où le précompte mobilier dû conformément aux articles 261 à 269 ne peut être imputé ni remboursé dans le chef de la société bénéficiaire, le taux du précompte mobilier à appliquer à la partie des dividendes correspondante est fixé à 5 p.c. du taux visé à l'article 215, alinéa 1er, augmenté de la contribution complémentaire de crise visée à l'article 463bis.
L'alinéa 1er est seulement applicable aux sociétés bénéficiaires qui:
- sont établies dans un Etat membre de l'Espace économique européen ou dans un Etat avec lequel la Belgique a conclu une convention préventive de la double imposition, à condition que cette convention ou un quelconque autre accord prévoit l'échange de renseignements nécessaires pour appliquer les dispositions de la législation nationale des Etats contractants;
- revêtent une des formes énumérées à l'annexe I, partie A, de la directive du Conseil du 30 novembre 2011 (2011/96/UE) concernant le régime fiscal commun applicable aux sociétés mères et filiales d'Etats membres différents, modifiée par la directive du Conseil du 8 juillet 2014 (2014/86/UE) ou une forme analogue aux formes qui sont énumérées dans cette annexe et qui est soumise au droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen ou une forme analogue à celles-ci dans un Etat avec lequel la Belgique a conclu une convention préventive de la double imposition;
- à la date d'attribution ou de mise en paiement de dividendes visés à l'article 202, § 1er, 1° et 2°, détiennent dans le capital de la société qui les distribue une participation de moins de 10 p.c. dont la valeur d'investissement atteint au moins 2 500 000 euros;
- détiennent cette participation en pleine propriété pendant une période ininterrompue d'au moins un an.
§ 2. Le taux visé au § 1er, est subordonné à la condition que le débiteur des dividendes est en possession d'une attestation par laquelle il est certifié:
1° que le bénéficiaire revêt une des formes énumérées à l'annexe I, partie A, de la directive du Conseil du 30 novembre 2011 (2011/96/UE) concernant le régime fiscal commun applicable aux sociétés mères et filiales d'Etats membres différents, modifiée par la directive du Conseil du 8 juillet 2014 (2014/86/UE) ou une forme analogue à celles énumérées dans ladite annexe et qui est soumise au droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen ou une forme analogue à celles-ci dans un Etat avec lequel la Belgique a conclu une convention préventive de la double imposition;
2° que la valeur d'investissement de la participation atteint au moins 2 500 000 euros;
3° que les dividendes se rapportent à des actions ou parts qui sont ou ont été détenues en pleine propriété pendant une période ininterrompue d'au moins un an;
4° dans quelle mesure, pour la société bénéficiaire, le précompte mobilier dû conformément aux articles 261 à 269 est en principe imputable ou remboursable, sur base des dispositions légales en vigueur au 31 décembre de l'année précédant l'attribution ou la mise en paiement du dividende visé au § 1er, alinéa 1er.".
Art. 57. In artikel 294, zesde lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, worden de woorden "of dan inkomsten die overeenkomstig artikel 248, § 3, aan de in artikel 234 vermelde inkomsten worden toegevoegd" ingevoegd tussen de woorden "voornoemd artikel" en de woorden ", wordt met".
Art. 57. Dans l'article 294, alinéa 6, du même Code, modifié par la loi du 8 mai 2014, les mots "ou que des revenus qui sont ajoutés aux revenus visés à l'article 234 conformément à l'article 248, § 3," sont insérés entre les mots "visés audit article" et les mots ", aucune imputation" et le mot "précompte" est remplacé par le mot "précomptes".
Art. 58. In artikel 304, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 4 mei 1999, bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "de artikelen 219 tot 219ter" vervangen door de woorden "de artikelen 219 tot 219quater".
Art. 58. Dans l'article 304, § 2, alinéa 2, du même Code, modifié par la loi du 4 mai 1999, par l'arrêté royal du 20 juillet 2000 et par la loi du 21 décembre 2013, les mots "des articles 219 à 219ter" sont remplacés par les mots "des articles 219 à 219quater".
Art. 59. In artikel 515bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2000, 23 december 2005 en 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het zesde lid worden de woorden ", met uitzondering van de vervroegde inning van de taks bepaald bij artikel 185, § 4, van dat Wetboek," ingevoegd tussen de woorden "het Wetboek diverse rechten en taksen" en de woorden "of in artikel 119 van de wet van 28 december 1992";
2° het wordt aangevuld met een lid, luidende:
"In afwijking van het vijfde lid, is artikel 171, 4°, i, zoals het bestond voordat het door artikel 89, 6°, van de wet van 28 december 1992 werd opgeheven, niet van toepassing in zoverre de aldaar bedoelde spaartegoeden, kapitalen en afkoopwaarden vanaf 1 januari 2017 aan de rechthebbende worden uitgekeerd naar aanleiding van zijn toetreding tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.".
1° in het zesde lid worden de woorden ", met uitzondering van de vervroegde inning van de taks bepaald bij artikel 185, § 4, van dat Wetboek," ingevoegd tussen de woorden "het Wetboek diverse rechten en taksen" en de woorden "of in artikel 119 van de wet van 28 december 1992";
2° het wordt aangevuld met een lid, luidende:
"In afwijking van het vijfde lid, is artikel 171, 4°, i, zoals het bestond voordat het door artikel 89, 6°, van de wet van 28 december 1992 werd opgeheven, niet van toepassing in zoverre de aldaar bedoelde spaartegoeden, kapitalen en afkoopwaarden vanaf 1 januari 2017 aan de rechthebbende worden uitgekeerd naar aanleiding van zijn toetreding tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.".
Art. 59. Dans l'article 515bis du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 1992 et modifié par les lois des 17 mai 2000, 23 décembre 2005 et 22 décembre 2008, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 6, les mots ", à l'exception de la perception anticipée de la taxe visée à l'article 185, § 4, du même Code," sont insérés entre les mots "du Code des droits et taxes divers" et les mots "ou à l'article 119 de la loi du 28 décembre 1992";
2° il est complété d'un alinéa, rédigé comme suit:
"Par dérogation à l'alinéa 5, l'article 171, 4°, i, tel qu'il existait avant d'être abrogé par l'article 89, 6°, de la loi du 28 décembre 1992, n'est pas applicable lorsque l'épargne, les capitaux et les valeurs de rachat sont liquidés au bénéficiaire à partir du 1er janvier 2017 à l'occasion de son accès au régime du chômage avec complément d'entreprise.".
1° dans l'alinéa 6, les mots ", à l'exception de la perception anticipée de la taxe visée à l'article 185, § 4, du même Code," sont insérés entre les mots "du Code des droits et taxes divers" et les mots "ou à l'article 119 de la loi du 28 décembre 1992";
2° il est complété d'un alinéa, rédigé comme suit:
"Par dérogation à l'alinéa 5, l'article 171, 4°, i, tel qu'il existait avant d'être abrogé par l'article 89, 6°, de la loi du 28 décembre 1992, n'est pas applicable lorsque l'épargne, les capitaux et les valeurs de rachat sont liquidés au bénéficiaire à partir du 1er janvier 2017 à l'occasion de son accès au régime du chômage avec complément d'entreprise.".
Art. 60. In titel X van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 515bis/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 515bis/1. In afwijking van artikel 171, 1° bis, en 2°, d, zijn de kapitalen, afkoopwaarden of spaartegoeden die zijn gevormd door middel van premies of betalingen die in 1992 werden gestort of gedaan, belastbaar aan de aanslagvoet van 16,5 pct.".
"Art. 515bis/1. In afwijking van artikel 171, 1° bis, en 2°, d, zijn de kapitalen, afkoopwaarden of spaartegoeden die zijn gevormd door middel van premies of betalingen die in 1992 werden gestort of gedaan, belastbaar aan de aanslagvoet van 16,5 pct.".
Art. 60. Dans le titre X du même Code, il est inséré un article 515bis/1, rédigé comme suit:
"Art. 515bis/1. Par dérogation à l'article 171, 1° bis, et 2°, d, les capitaux, valeurs de rachats ou l'épargne constitués au moyen de primes ou de versements payés ou effectués en 1992 sont imposables au taux de 16,5 p.c.".
"Art. 515bis/1. Par dérogation à l'article 171, 1° bis, et 2°, d, les capitaux, valeurs de rachats ou l'épargne constitués au moyen de primes ou de versements payés ou effectués en 1992 sont imposables au taux de 16,5 p.c.".
Art. 61. In artikel 526 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004, vervangen bij de wet van 27 december 2005 en gewijzigd bij de wetten van 25 april 2007, 22 december 2008, 13 december 2012 en artikel 101 van de wet van 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"Voor de toepassing van het voormelde artikel 14517 wordt de notie "in België" vervangen door de notie "in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte".
Het tweede lid is eveneens van toepassing voor de belastingplichtigen voor wie de belasting overeenkomstig artikel 243 of 243/1 wordt berekend, met dien verstande dat:
- wanneer de belasting overeenkomstig artikel 243 wordt berekend, de toepassing van de voormelde artikelen 14517 tot 14520 slechts kan worden gevraagd voor de bijdragen betaald ter uitvoering van een verzekeringscontract dat bovendien aan de in artikel 243, derde lid, 1°, vermelde voorwaarden voldoet;
- wanneer de belasting overeenkomstig artikel 243/1 wordt berekend, de toepassing van de voormelde artikelen 14517 tot 14520 slechts kan worden gevraagd als de hypothecaire lening aan de in artikel 243/1, 2°, vermelde voorwaarden voldoet.";
2° paragraaf 3, eerste lid, 1°, wordt als volgt vervangen:
"1° de belastingplichtige
a) tussen 1 januari 2005 en 31 december 2013 een hypothecaire lening heeft gesloten om de enige woning te verwerven of te behouden terwijl voor dezelfde woning nog een lening die is bedoeld in § 1, eerste lid, of § 2, eerste lid, 1°, in aanmerking kwam voor de aftrek van interesten bij toepassing van artikel 526, § 1, zoals het bestond voordat het werd vervangen door artikel 101 van de wet van 8 mei 2014, de aftrek van interesten van hypothecaire leningen of het bouwsparen of;
b) een individueel levensverzekeringscontract sluit dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of waarborgen van een in a) bedoelde lening;";
3° in paragraaf 3, eerste lid, 2°, worden de woorden "een in a) bedoelde lening of een in b) bedoeld contract" vervangen door de woorden "een in 1°, a, bedoelde lening of een in 1°, b, bedoeld contract".
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"Voor de toepassing van het voormelde artikel 14517 wordt de notie "in België" vervangen door de notie "in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte".
Het tweede lid is eveneens van toepassing voor de belastingplichtigen voor wie de belasting overeenkomstig artikel 243 of 243/1 wordt berekend, met dien verstande dat:
- wanneer de belasting overeenkomstig artikel 243 wordt berekend, de toepassing van de voormelde artikelen 14517 tot 14520 slechts kan worden gevraagd voor de bijdragen betaald ter uitvoering van een verzekeringscontract dat bovendien aan de in artikel 243, derde lid, 1°, vermelde voorwaarden voldoet;
- wanneer de belasting overeenkomstig artikel 243/1 wordt berekend, de toepassing van de voormelde artikelen 14517 tot 14520 slechts kan worden gevraagd als de hypothecaire lening aan de in artikel 243/1, 2°, vermelde voorwaarden voldoet.";
2° paragraaf 3, eerste lid, 1°, wordt als volgt vervangen:
"1° de belastingplichtige
a) tussen 1 januari 2005 en 31 december 2013 een hypothecaire lening heeft gesloten om de enige woning te verwerven of te behouden terwijl voor dezelfde woning nog een lening die is bedoeld in § 1, eerste lid, of § 2, eerste lid, 1°, in aanmerking kwam voor de aftrek van interesten bij toepassing van artikel 526, § 1, zoals het bestond voordat het werd vervangen door artikel 101 van de wet van 8 mei 2014, de aftrek van interesten van hypothecaire leningen of het bouwsparen of;
b) een individueel levensverzekeringscontract sluit dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of waarborgen van een in a) bedoelde lening;";
3° in paragraaf 3, eerste lid, 2°, worden de woorden "een in a) bedoelde lening of een in b) bedoeld contract" vervangen door de woorden "een in 1°, a, bedoelde lening of een in 1°, b, bedoeld contract".
Art. 61. A l'article 526 du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2004, remplacé par la loi du 27 décembre 2005 et modifié par les lois des 25 avril 2007, 22 décembre 2008, 13 décembre 2012 et l'article 101 de la loi du 8 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 2 est complété par deux alinéas, rédigés comme suit:
"Pour l'application de l'article 14517 susvisé, la notion "en Belgique" est remplacée par la notion "dans un Etat membre de l'Espace économique européen".
L'alinéa 2 est également applicable aux contribuables pour qui l'impôt est calculé conformément à l'article 243 ou 243/1, étant entendu que:
- lorsque l'impôt est calculé conformément à l'article 243, l'application des articles 14517 à 14520 susvisés ne peut être demandée que pour les cotisations payées en exécution d'un contrat d'assurance qui répond en outre aux conditions visées à l'article 243, alinéa 3, 1° ;
- lorsque l'impôt est calculé conformément à l'article 243/1, l'application des articles 14517 à 14520 susvisés ne peut être demandée que si l'emprunt hypothécaire répond aux conditions visées à l'article 243/1, 2°. ";
2° le paragraphe 3, alinéa 1er, 1°, est remplacé par ce qui suit:
"1° le contribuable a conclu:
a) entre le 1er janvier 2005 et le 31 décembre 2013 un emprunt hypothécaire en vue d'acquérir ou de conserver l'habitation unique alors que pour la même habitation, il existait un autre emprunt visé au § 1er, alinéa 1er, ou au § 2, alinéa 1er, 1°, qui entrait en ligne de compte pour la déduction d'intérêts en application de l'article 526, § 1er, tel qu'il existait avant d'être remplacé par l'article 101 de la loi du 8 mai 2014, la déduction pour intérêts d'emprunts hypothécaires ou l'épargne logement ou;
b) un contrat d'assurance-vie individuelle qui sert exclusivement à la reconstitution ou à la garantie d'un emprunt visé au a;";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, 2°, les mots "un emprunt visé au a) ou un contrat visé au b)" sont remplacés par les mots "un emprunt visé au 1°, a, ou un contrat visé au 1°, b,".
1° le paragraphe 2 est complété par deux alinéas, rédigés comme suit:
"Pour l'application de l'article 14517 susvisé, la notion "en Belgique" est remplacée par la notion "dans un Etat membre de l'Espace économique européen".
L'alinéa 2 est également applicable aux contribuables pour qui l'impôt est calculé conformément à l'article 243 ou 243/1, étant entendu que:
- lorsque l'impôt est calculé conformément à l'article 243, l'application des articles 14517 à 14520 susvisés ne peut être demandée que pour les cotisations payées en exécution d'un contrat d'assurance qui répond en outre aux conditions visées à l'article 243, alinéa 3, 1° ;
- lorsque l'impôt est calculé conformément à l'article 243/1, l'application des articles 14517 à 14520 susvisés ne peut être demandée que si l'emprunt hypothécaire répond aux conditions visées à l'article 243/1, 2°. ";
2° le paragraphe 3, alinéa 1er, 1°, est remplacé par ce qui suit:
"1° le contribuable a conclu:
a) entre le 1er janvier 2005 et le 31 décembre 2013 un emprunt hypothécaire en vue d'acquérir ou de conserver l'habitation unique alors que pour la même habitation, il existait un autre emprunt visé au § 1er, alinéa 1er, ou au § 2, alinéa 1er, 1°, qui entrait en ligne de compte pour la déduction d'intérêts en application de l'article 526, § 1er, tel qu'il existait avant d'être remplacé par l'article 101 de la loi du 8 mai 2014, la déduction pour intérêts d'emprunts hypothécaires ou l'épargne logement ou;
b) un contrat d'assurance-vie individuelle qui sert exclusivement à la reconstitution ou à la garantie d'un emprunt visé au a;";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, 2°, les mots "un emprunt visé au a) ou un contrat visé au b)" sont remplacés par les mots "un emprunt visé au 1°, a, ou un contrat visé au 1°, b,".
Art. 62. In artikel 539, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2014, worden de woorden "bedoeld in artikel 14537, § 2, tweede en derde lid" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 14537".
Art. 62. Dans l'article 539, § 2, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 8 mai 2014, les mots "visées à l'article 14537, § 2, alinéas 2 et 3" sont remplacés par les mots "visées à l'article 14537".
Art. 63. Artikel 104, tweede lid, van de wet van 28 december 1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen, wordt opgeheven.
Art. 63. L'article 104, alinéa 2, de la loi du 28 décembre 1992 portant des dispositions fiscales, financières et diverses, est abrogé.
Art. 64. In artikel 7 van de programmawet van 28 juni 2013, wordt het vierde lid vervangen als volgt:
"De artikelen 3a en 5a zijn van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 oktober 2014.".
"De artikelen 3a en 5a zijn van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 oktober 2014.".
Art. 64. Dans l'article 7 de la loi-programme du 28 juin 2013, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit:
"Les articles 3a et 5a sont applicables aux revenus attribués ou mis en paiement à partir du 1er octobre 2014.".
"Les articles 3a et 5a sont applicables aux revenus attribués ou mis en paiement à partir du 1er octobre 2014.".
Art. 65. In artikel 102 van de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 1° wordt in de Franstalige tekst van artikel 526, § 1, eerste lid, 1°, b) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het wordt vervangen, aangevuld met de woorden "d'emprunts hypothécaires ou pour l'épargne-logement";
2° in de bepaling onder 2° wordt de inleidende zin als volgt vervangen:
"2° in paragraaf 2 worden het eerste en het tweede lid als volgt vervangen:".
1° in de bepaling onder 1° wordt in de Franstalige tekst van artikel 526, § 1, eerste lid, 1°, b) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het wordt vervangen, aangevuld met de woorden "d'emprunts hypothécaires ou pour l'épargne-logement";
2° in de bepaling onder 2° wordt de inleidende zin als volgt vervangen:
"2° in paragraaf 2 worden het eerste en het tweede lid als volgt vervangen:".
Art. 65. A l'article 102 de la loi du 8 mai 2014 modifiant le Code des impôts sur les revenus 1992 à la suite de l'introduction de la taxe additionnelle régionale sur l'impôt des personnes physiques visée au titre III/1 de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions, modifiant les règles en matière d'impôt des non-résidents et modifiant la loi du 6 janvier 2014 relative à la Sixième Réforme de l'Etat concernant les matières visées à l'article 78 de la Constitution, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le 1°, l'article 526, § 1er, alinéa 1er, 1°, b) du Code des impôts sur les revenus 1992, tel qu'il est remplacé, est complété par les mots "d'emprunts hypothécaires ou pour l'épargne-logement";
2° dans le 2°, la phrase liminaire est remplacée par ce qui suit:
"2° dans le paragraphe 2, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit: ".
1° dans le 1°, l'article 526, § 1er, alinéa 1er, 1°, b) du Code des impôts sur les revenus 1992, tel qu'il est remplacé, est complété par les mots "d'emprunts hypothécaires ou pour l'épargne-logement";
2° dans le 2°, la phrase liminaire est remplacée par ce qui suit:
"2° dans le paragraphe 2, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit: ".
Art. 66. Artikel 87, 3°, van de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet wordt ingetrokken.
Art. 66. L'article 87, 3°, de la loi du 8 mai 2014 modifiant le Code des impôts sur les revenus 1992 à la suite de l'introduction de la taxe additionnelle régionale sur l'impôt des personnes physiques visée au titre III/1 de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions, modifiant les règles en matière d'impôt des non-résidents et modifiant la loi du 6 janvier 2014 relative à la Sixième Réforme de l'Etat concernant les matières visées à l'article 78 de la Constitution, est retiré.
Art. 67. De artikelen 94 en 95 van de programmawet van 10 augustus 2015 worden ingetrokken.
Art. 67. Les articles 94 et 95 de la loi-programme du 10 août 2015 sont retirés.
Art. 68. De artikelen 36 en 42 zijn van toepassing vanaf 1 april 2014.
Artikel 40 is van toepassing op de belastingplichtigen die recht hebben op de toepassing van de artikelen 14537 en 539 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met betrekking tot in die artikelen bedoelde overeenkomsten die uiterlijk op 31 december 2014 zijn gesloten.
De artikelen 41, 51 en 62 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2016.
Artikel 43 is van toepassing op de inkomsten die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2015.
De artikelen 44 en 45 treden in werking vanaf aanslagjaar 2016.
Artikel 46 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2015.
Artikel 54 is van toepassing vanaf 1 januari 2016.
De artikelen 55 en 56 zijn van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Artikel 57 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2014.
Wat de uitzondering van de in artikel 219quater van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde afzonderlijke aanslag betreft, is artikel 58 van toepassing vanaf aanslagjaar 2015.
Artikel 59, 1°, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2016.
De artikelen 60 en 63 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2016.
Artikel 61 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2015.
Artikel 64 heeft uitwerking vanaf de dag dat de programmawet van 28 juni 2013 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd.
Artikel 40 is van toepassing op de belastingplichtigen die recht hebben op de toepassing van de artikelen 14537 en 539 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met betrekking tot in die artikelen bedoelde overeenkomsten die uiterlijk op 31 december 2014 zijn gesloten.
De artikelen 41, 51 en 62 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2016.
Artikel 43 is van toepassing op de inkomsten die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2015.
De artikelen 44 en 45 treden in werking vanaf aanslagjaar 2016.
Artikel 46 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2015.
Artikel 54 is van toepassing vanaf 1 januari 2016.
De artikelen 55 en 56 zijn van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Artikel 57 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2014.
Wat de uitzondering van de in artikel 219quater van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde afzonderlijke aanslag betreft, is artikel 58 van toepassing vanaf aanslagjaar 2015.
Artikel 59, 1°, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2016.
De artikelen 60 en 63 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2016.
Artikel 61 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2015.
Artikel 64 heeft uitwerking vanaf de dag dat de programmawet van 28 juni 2013 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd.
Art. 68. Les articles 36 et 42 sont applicables à partir du 1er avril 2014.
L'article 40 est applicable aux contribuables qui ont droit à l'application des articles 14537 et 539 du Code des impôts sur les revenus 1992 pour des contrats visés par ces articles et conclus au plus tard le 31 décembre 2014.
Les articles 41, 51 et 62 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2016.
L'article 43 est applicable aux revenus qui sont payés ou attribués à partir du 1er janvier 2015.
Les articles 44 et 45 entrent en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2016.
L'article 46 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2015
L'article 54 est applicable à partir du 1er janvier 2016.
Les articles 55 et 56 sont applicables aux revenus attribués ou mis en paiement à partir du jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
L'article 57 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2014.
L'article 58 en ce qui concerne l'exception de la cotisation distincte visée à l'article 219quater du Code des impôts sur les revenus 1992, est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2015.
L'article 59, 1°, est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2016.
Les articles 60 et 63 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2016.
L'article 61 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2015.
A l'article 64 produit ses effets le jour de la publication au Moniteur belge de la loi-programme du 28 juin 2013.
L'article 40 est applicable aux contribuables qui ont droit à l'application des articles 14537 et 539 du Code des impôts sur les revenus 1992 pour des contrats visés par ces articles et conclus au plus tard le 31 décembre 2014.
Les articles 41, 51 et 62 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2016.
L'article 43 est applicable aux revenus qui sont payés ou attribués à partir du 1er janvier 2015.
Les articles 44 et 45 entrent en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2016.
L'article 46 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2015
L'article 54 est applicable à partir du 1er janvier 2016.
Les articles 55 et 56 sont applicables aux revenus attribués ou mis en paiement à partir du jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
L'article 57 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2014.
L'article 58 en ce qui concerne l'exception de la cotisation distincte visée à l'article 219quater du Code des impôts sur les revenus 1992, est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2015.
L'article 59, 1°, est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2016.
Les articles 60 et 63 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2016.
L'article 61 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2015.
A l'article 64 produit ses effets le jour de la publication au Moniteur belge de la loi-programme du 28 juin 2013.
Afdeling 5. - Landbouwsteun
Section 5. - Aides agricoles
Art. 69. Artikel 38, § 1, eerste lid, 28°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de programmawet van 19 december 2014, wordt vervangen als volgt:
"28° kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers worden betaald in het kader van de steun aan de landbouw met het oog op vestiging en/of materiële of immateriële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen;".
"28° kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers worden betaald in het kader van de steun aan de landbouw met het oog op vestiging en/of materiële of immateriële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen;".
Art. 69. L'article 38, § 1er, alinéa 1er, 28°, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi-programme du 19 décembre 2014, est remplacé par ce qui suit:
"28° les subsides en capital et en intérêts qui sont payés, dans le respect de la réglementation européenne en matière d'aide d'état, à des agriculteurs par les institutions régionales compétentes dans le cadre de l'aide à l'agriculture en vue de l'installation, du démarrage et/ou de l'acquisition ou de la constitution d'immobilisations corporelles et incorporelles;".
"28° les subsides en capital et en intérêts qui sont payés, dans le respect de la réglementation européenne en matière d'aide d'état, à des agriculteurs par les institutions régionales compétentes dans le cadre de l'aide à l'agriculture en vue de l'installation, du démarrage et/ou de l'acquisition ou de la constitution d'immobilisations corporelles et incorporelles;".
Art. 70. Artikel 171, 4° bis, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 19 december 2014, wordt vervangen als volgt:
"4° bis. tegen een aanslagvoet van 12,5 pct., de premies en betalingen die rechtstreeks aan landbouwers worden toegekend in het kader van de steunregelingen "rechtstreekse betalingen" zoals ingesteld door de Europese regelgeving in de landbouwsector;".
"4° bis. tegen een aanslagvoet van 12,5 pct., de premies en betalingen die rechtstreeks aan landbouwers worden toegekend in het kader van de steunregelingen "rechtstreekse betalingen" zoals ingesteld door de Europese regelgeving in de landbouwsector;".
Art. 70. L'article 171, 4° bis, du même Code, inséré par la loi-programme du 19 décembre 2014, est remplacé par ce qui suit:
"4° bis. au taux de 12.5 p.c.: les primes et les paiements qui sont alloués directement aux agriculteurs dans le cadre des régimes de soutien "paiements directs" instaurés par la réglementation européenne dans le secteur agricole;".
"4° bis. au taux de 12.5 p.c.: les primes et les paiements qui sont alloués directement aux agriculteurs dans le cadre des régimes de soutien "paiements directs" instaurés par la réglementation européenne dans le secteur agricole;".
Art. 71. Artikel 217, eerste lid, 4°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 19 december 2014, wordt vervangen als volgt:
"4° 5 pct., met betrekking tot kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers wordt toegekend in het kader van de steun aan de landbouw met het oog op vestiging en/of immateriële of materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen.".
"4° 5 pct., met betrekking tot kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers wordt toegekend in het kader van de steun aan de landbouw met het oog op vestiging en/of immateriële of materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen.".
Art. 71. L'article 217, alinéa 1er, 4°, du même Code, inséré par la loi-programme du 19 décembre 2014, est remplacé par ce qui suit:
"4° 5 p.c., en ce qui concerne les subsides en capital et en intérêts qui sont payés, dans le respect de la réglementation européenne en matière d'aide d'état, à des agriculteurs par les institutions régionales compétentes dans le cadre de l'aide à l'agriculture en vue de l'installation, du démarrage et /ou de l'acquisition ou de la constitution d'immobilisations incorporelles et corporelles.".
"4° 5 p.c., en ce qui concerne les subsides en capital et en intérêts qui sont payés, dans le respect de la réglementation européenne en matière d'aide d'état, à des agriculteurs par les institutions régionales compétentes dans le cadre de l'aide à l'agriculture en vue de l'installation, du démarrage et /ou de l'acquisition ou de la constitution d'immobilisations incorporelles et corporelles.".
Art. 72. Artikel 230, eerste lid, 6°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 19 december 2014, wordt vervangen als volgt:
"6° kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, betaald worden aan landbouwers die belastingplichtigen zijn beoogd in artikel 227, 1°, door de bevoegde gewestelijke instellingen in het kader van de steun aan de landbouw met het oog op vestiging en/of immateriële of materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen.".
"6° kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, betaald worden aan landbouwers die belastingplichtigen zijn beoogd in artikel 227, 1°, door de bevoegde gewestelijke instellingen in het kader van de steun aan de landbouw met het oog op vestiging en/of immateriële of materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen.".
Art. 72. L'article 230, alinéa 1er, 6°, du même Code, inséré par la loi-programme du 19 décembre 2014, est remplacé par ce qui suit:
"6° les subsides en capital et en intérêts qui sont payés, dans le respect de la réglementation européenne en matière d'aide d'état, à des agriculteurs qui sont des contribuables visés à l'article 227, 1°, par les institutions régionales compétentes dans le cadre de l'aide à l'agriculture en vue de l'installation, du démarrage et/ou de l'acquisition ou de la constitution d'immobilisations incorporelles et corporelles.".
"6° les subsides en capital et en intérêts qui sont payés, dans le respect de la réglementation européenne en matière d'aide d'état, à des agriculteurs qui sont des contribuables visés à l'article 227, 1°, par les institutions régionales compétentes dans le cadre de l'aide à l'agriculture en vue de l'installation, du démarrage et/ou de l'acquisition ou de la constitution d'immobilisations incorporelles et corporelles.".
Art. 73. Artikel 246, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 19 december 2014, wordt vervangen als volgt:
"In afwijking van het eerste lid, wordt het tarief bepaald op 5 pct., met betrekking tot de kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatsteun, betaald worden aan landbouwers die belastingplichtigen zijn beoogd in artikel 227, 2°, door de bevoegde gewestelijke instellingen in het kader van de steun aan de landbouw met het oog op vestiging en/of immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen en tot stand te brengen.".
"In afwijking van het eerste lid, wordt het tarief bepaald op 5 pct., met betrekking tot de kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatsteun, betaald worden aan landbouwers die belastingplichtigen zijn beoogd in artikel 227, 2°, door de bevoegde gewestelijke instellingen in het kader van de steun aan de landbouw met het oog op vestiging en/of immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen en tot stand te brengen.".
Art. 73. L'article 246, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi-programme du 19 décembre 2014, est remplacé par ce qui suit:
"Par dérogation à l'alinéa 1er, le taux est fixé à 5 p.c., en ce qui concerne les subsides en capital et en intérêts qui sont payés, dans le respect de la réglementation européenne en matière d'aide d'état, à des agriculteurs qui sont des contribuables visés à l'article 227, 2°, par les institutions régionales compétentes dans le cadre de l'aide à l'agriculture en vue de l'installation, du démarrage et/ou de l'acquisition ou de la constitution d'immobilisations incorporelles et corporelles.".
"Par dérogation à l'alinéa 1er, le taux est fixé à 5 p.c., en ce qui concerne les subsides en capital et en intérêts qui sont payés, dans le respect de la réglementation européenne en matière d'aide d'état, à des agriculteurs qui sont des contribuables visés à l'article 227, 2°, par les institutions régionales compétentes dans le cadre de l'aide à l'agriculture en vue de l'installation, du démarrage et/ou de l'acquisition ou de la constitution d'immobilisations incorporelles et corporelles.".
Art. 74. De artikelen 69 tot 73 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2016.
Art. 74. Les articles 69 à 73 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2016.
Afdeling 6. - Bekrachtiging van koninklijke besluiten
Section 6. - Confirmation d'arrêtés royaux
Art. 75. Bekrachtigd worden met ingang van de dag van hun respectieve inwerkingtreding:
1° het koninklijk besluit van 10 december 2014 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing;
2° het koninklijk besluit van 20 januari 2015 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing op uitkeringen in het kader van het pensioensparen;
3° het koninklijk besluit van 23 augustus 2015 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92, op het stuk van de werkbonus;
4°. het koninklijk besluit van 23 augustus 2015 tot uitvoering van artikel 2, § 1, 13°, b, tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
1° het koninklijk besluit van 10 december 2014 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing;
2° het koninklijk besluit van 20 januari 2015 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing op uitkeringen in het kader van het pensioensparen;
3° het koninklijk besluit van 23 augustus 2015 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92, op het stuk van de werkbonus;
4°. het koninklijk besluit van 23 augustus 2015 tot uitvoering van artikel 2, § 1, 13°, b, tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Art. 75. Sont confirmés avec effet à la date de leur entrée en vigueur respective:
1° l'arrêté royal du 10 décembre 2014 modifiant, en matière de précompte professionnel, l'AR/CIR 92;
2° l'arrêté royal du 20 janvier 2015 modifiant, en matière de précompte professionnel sur les prestations dans le cadre de l'épargne-pension, l'AR/CIR 92;
3° l'arrêté royal du 23 août 2015 modifiant l'annexe III de l'AR/CIR 92, sur le plan du bonus emploi;
4°. l'arrêté royal du 23 août 2015 d'exécution de l'article 2, § 1er, 13°, b, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992.
1° l'arrêté royal du 10 décembre 2014 modifiant, en matière de précompte professionnel, l'AR/CIR 92;
2° l'arrêté royal du 20 janvier 2015 modifiant, en matière de précompte professionnel sur les prestations dans le cadre de l'épargne-pension, l'AR/CIR 92;
3° l'arrêté royal du 23 août 2015 modifiant l'annexe III de l'AR/CIR 92, sur le plan du bonus emploi;
4°. l'arrêté royal du 23 août 2015 d'exécution de l'article 2, § 1er, 13°, b, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het Wetboek diverse rechten en taksen, aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en aan het Wetboek der successierechten
CHAPITRE 2. - Modifications au Code des droits et taxes divers, au Code des droits d' enregistrement, d'hypothèque et de greffe et au Code des droits de succession
Art. 76. In artikel 1762, 13°, van het Wetboek diverse rechten en taksen, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 22 juni 2012, worden de woorden "als bedoeld in artikel 65 van de programmawet van 22 juni 2012" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 66 van de programmawet van 22 juni 2012".
Art. 76. Dans l'article 1762, 13°, du Code des droits et taxes divers, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 22 juin 2012, les mots "visées à l'article 65 de la loi-programme du 22 juin 2012" sont remplacés par les mots "visées à l'article 66 de la loi-programme du 22 juin 2012".
Art. 77. Artikel 34 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, gewijzigd bij de wet van 25 juni 1973, wordt opgeheven.
Art. 77. L'article 34 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, modifié par la loi du 25 juin 1973, est abrogé.
Art. 78. In artikel 162 van het Wetboek der successierechten wordt het derde lid opgeheven.
Art. 78. A l'article 162 du Code des droits de succession, le troisième alinéa est abrogé.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie
CHAPITRE 3. - Modifications à la loi du 21 décembre 2009 relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café
Art. 79. In artikel 7 van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie, wordt de bepaling onder b, gewijzigd bij de wet van 19 mei 2010, vervangen als volgt:
"b) water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd, alsmede andere alcoholvrije dranken van de GN-code 2202, met uitzondering van dranken op basis van melk, van soja of van rijst;".
"b) water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd, alsmede andere alcoholvrije dranken van de GN-code 2202, met uitzondering van dranken op basis van melk, van soja of van rijst;".
Art. 79. Dans l'article 7 de la loi du 21 décembre 2009 relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café, le b, modifié par la loi du 19 mai 2010, est remplacé par ce qui suit:
"b) les eaux, y compris les eaux minérales et les eaux gazéifiées, additionnées de sucre ou d'autres édulcorants ou aromatisées, et les autres boissons non alcooliques relevant du code NC 2202, à l'exception des boissons à base de lait, de soja ou de riz;".
"b) les eaux, y compris les eaux minérales et les eaux gazéifiées, additionnées de sucre ou d'autres édulcorants ou aromatisées, et les autres boissons non alcooliques relevant du code NC 2202, à l'exception des boissons à base de lait, de soja ou de riz;".
Art. 80. Artikel 20 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 20. Het vervaardigen van de accijnsproducten dient te gebeuren in een plaats die is erkend als accijnsinrichting.
Het ontvangen en het voorhanden hebben van dergelijke producten waarvoor de accijns niet werd voldaan moeten eveneens in een accijnsinrichting plaatsvinden.
Het verzenden van dergelijke producten waarvoor de accijns niet werd voldaan moet eveneens geschieden vanuit een accijnsinrichting.
De opening en de werking van een accijnsinrichting moeten worden vergund door de ambtenaar daartoe aangewezen door de Koning onder de door Hem gestelde nadere regels.
De Koning bepaalt welke personen zich moeten laten erkennen in de hoedanigheid van houder van een accijnsinrichting, evenals de voorwaarden waaraan zij onderworpen zijn.".
"Art. 20. Het vervaardigen van de accijnsproducten dient te gebeuren in een plaats die is erkend als accijnsinrichting.
Het ontvangen en het voorhanden hebben van dergelijke producten waarvoor de accijns niet werd voldaan moeten eveneens in een accijnsinrichting plaatsvinden.
Het verzenden van dergelijke producten waarvoor de accijns niet werd voldaan moet eveneens geschieden vanuit een accijnsinrichting.
De opening en de werking van een accijnsinrichting moeten worden vergund door de ambtenaar daartoe aangewezen door de Koning onder de door Hem gestelde nadere regels.
De Koning bepaalt welke personen zich moeten laten erkennen in de hoedanigheid van houder van een accijnsinrichting, evenals de voorwaarden waaraan zij onderworpen zijn.".
Art. 80. L'article 20 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 20. La fabrication de produits d'accise doit s'effectuer dans un lieu reconnu comme établissement d'accise.
La réception et la détention de tels produits sur lesquels l'accise n'a pas été acquittée doivent avoir lieu également dans un établissement d'accise.
L'expédition de tels produits sur lesquels l'accise n'a pas été acquittée doit également s'effectuer depuis un établissement d'accise.
L'ouverture et le fonctionnement d'un établissement d'accise sont autorisés par le fonctionnaire délégué par le Roi selon les modalités fixées par ce dernier.
Le Roi détermine quelles personnes doivent se faire reconnaître en qualité de détenteur d'un établissement d'accise, de même que les conditions auxquelles elles sont soumises.".
"Art. 20. La fabrication de produits d'accise doit s'effectuer dans un lieu reconnu comme établissement d'accise.
La réception et la détention de tels produits sur lesquels l'accise n'a pas été acquittée doivent avoir lieu également dans un établissement d'accise.
L'expédition de tels produits sur lesquels l'accise n'a pas été acquittée doit également s'effectuer depuis un établissement d'accise.
L'ouverture et le fonctionnement d'un établissement d'accise sont autorisés par le fonctionnaire délégué par le Roi selon les modalités fixées par ce dernier.
Le Roi détermine quelles personnes doivent se faire reconnaître en qualité de détenteur d'un établissement d'accise, de même que les conditions auxquelles elles sont soumises.".
Art. 81. Artikel 25 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst de paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
" § 2. In afwijking van § 1, b, eerste streepje, kunnen accijnsproducten bij het binnenbrengen onder de schorsingsregeling worden overgebracht naar een plaats van rechtstreekse aflevering hier te lande, onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden, wanneer die plaats is aangewezen door de houder van de accijnsinrichting.
Deze houder van de accijnsinrichting blijft in dergelijk geval verantwoordelijk voor de opgelegde formaliteiten ter zake.".
" § 2. In afwijking van § 1, b, eerste streepje, kunnen accijnsproducten bij het binnenbrengen onder de schorsingsregeling worden overgebracht naar een plaats van rechtstreekse aflevering hier te lande, onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden, wanneer die plaats is aangewezen door de houder van de accijnsinrichting.
Deze houder van de accijnsinrichting blijft in dergelijk geval verantwoordelijk voor de opgelegde formaliteiten ter zake.".
Art. 81. L'article 25 de la même loi, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2, rédigé comme suit:
" § 2. Par dérogation au § 1er, b, premier tiret, la livraison de produits d'accise introduits sous un régime suspensif à destination d'un lieu de livraison directe situé dans le pays peut avoir lieu, aux conditions fixées par le Roi, lorsque ce lieu a été désigné par le titulaire de l'établissement d'accise.
Dans cette situation, ce titulaire d'établissement d'accise reste responsable pour les formalités imposées en la matière.".
" § 2. Par dérogation au § 1er, b, premier tiret, la livraison de produits d'accise introduits sous un régime suspensif à destination d'un lieu de livraison directe situé dans le pays peut avoir lieu, aux conditions fixées par le Roi, lorsque ce lieu a été désigné par le titulaire de l'établissement d'accise.
Dans cette situation, ce titulaire d'établissement d'accise reste responsable pour les formalités imposées en la matière.".
Art. 82. In hoofdstuk 7 van dezelfde wet wordt een artikel 35/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 35/3. Na de invordering op basis van deze wet van het oorspronkelijk verschuldigde bedrag aan accijnzen wordt slechts tot navordering van eventueel verschuldigde aanvullende accijnzen overgegaan voor zover, in voorkomend geval via cumulatie van diverse verschuldigde bedragen van eenzelfde belastingplichtige, het in te vorderen bedrag 10 euro overschrijdt.".
"Art. 35/3. Na de invordering op basis van deze wet van het oorspronkelijk verschuldigde bedrag aan accijnzen wordt slechts tot navordering van eventueel verschuldigde aanvullende accijnzen overgegaan voor zover, in voorkomend geval via cumulatie van diverse verschuldigde bedragen van eenzelfde belastingplichtige, het in te vorderen bedrag 10 euro overschrijdt.".
Art. 82. Dans le chapitre 7 de la même loi, il est inséré un article 35/3, rédigé comme suit:
"Art. 35/3. Après le recouvrement du montant de l'accise initialement dû sur base de cette loi, il est seulement procédé au recouvrement des éventuelles accises complémentaires dues, le cas échéant via cumul de divers montants dus dans le chef d'un même redevable, si le montant à recouvrer excède 10 euros.".
"Art. 35/3. Après le recouvrement du montant de l'accise initialement dû sur base de cette loi, il est seulement procédé au recouvrement des éventuelles accises complémentaires dues, le cas échéant via cumul de divers montants dus dans le chef d'un même redevable, si le montant à recouvrer excède 10 euros.".
HOOFDSTUK 4. - wijzigingen van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur
CHAPITRE 4. - Modifications à la loi ordinaire du 16 juillet 1993 visant à achever la structure fédérale de l'état
Art. 83. Artikel 371 van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, vervangen bij de wet van 28 maart 2007, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
" § 2. Het volume van de producten te belasten met de bij § 1 vastgestelde verpakkingsheffing wordt uitgedrukt in hectoliter en in liter, waarbij delen van een liter worden verwaarloosd. Wanneer het te belasten volume kleiner is dan een liter, worden de delen van een deciliter verwaarloosd.".
" § 2. Het volume van de producten te belasten met de bij § 1 vastgestelde verpakkingsheffing wordt uitgedrukt in hectoliter en in liter, waarbij delen van een liter worden verwaarloosd. Wanneer het te belasten volume kleiner is dan een liter, worden de delen van een deciliter verwaarloosd.".
Art. 83. Dans la loi ordinaire du 16 juillet 1993 visant à achever la structure fédérale de l'état, l'article 371, modifié par la loi du 28 mars 2007, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2, rédigé comme suit:
" § 2. Le volume des produits passibles de la cotisation d'emballage fixée au § 1er est exprimé en hectolitres et litres, les fractions de litres étant négligées. Lorsque le volume à imposer est inférieur au litre, les fractions de décilitre sont négligées.".
" § 2. Le volume des produits passibles de la cotisation d'emballage fixée au § 1er est exprimé en hectolitres et litres, les fractions de litres étant négligées. Lorsque le volume à imposer est inférieur au litre, les fractions de décilitre sont négligées.".
Art. 84. In dezelfde gewone wet wordt een artikel 372bis ingevoegd, luidende:
"Art. 372bis. Terugbetaling of kwijtschelding van de verpakkingsheffing wordt toegestaan onder dezelfde vorm en voorwaarden zoals bepaald in de artikelen 9 tot en met 12 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen voor ethylalcohol en alcoholhoudende dranken en in de artikelen 16 tot en met 19 van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie voor alcoholvrije dranken.".
"Art. 372bis. Terugbetaling of kwijtschelding van de verpakkingsheffing wordt toegestaan onder dezelfde vorm en voorwaarden zoals bepaald in de artikelen 9 tot en met 12 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen voor ethylalcohol en alcoholhoudende dranken en in de artikelen 16 tot en met 19 van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie voor alcoholvrije dranken.".
Art. 84. Dans la même loi ordinaire, il est inséré un article 372bis, rédigé comme suit:
"Art. 372bis. Remboursement ou remise de la cotisation d'emballage est accordé sous les mêmes formes et conditions telles que visées aux articles 9 à 12 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise pour l'alcool éthylique et les boissons alcoolisées et aux articles 16 à 19 de la loi du 21 décembre 2009 relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café pour les boissons non alcoolisées.".
"Art. 372bis. Remboursement ou remise de la cotisation d'emballage est accordé sous les mêmes formes et conditions telles que visées aux articles 9 à 12 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise pour l'alcool éthylique et les boissons alcoolisées et aux articles 16 à 19 de la loi du 21 décembre 2009 relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café pour les boissons non alcoolisées.".
Art. 85. In dezelfde gewone wet van 16 juli 1993 wordt een artikel 372ter ingevoegd, luidende:
"Art. 372ter. Na de invordering op basis van deze wet van het oorspronkelijk verschuldigde bedrag aan verpakkingsheffing wordt slechts tot navordering van de eventueel verschuldigde aanvullende verpakkingsheffing overgegaan voor zover, in voorkomend geval via cumulatie van diverse verschuldigde bedragen van eenzelfde belastingplichtige, het in te vorderen bedrag 10 euro overschrijdt.".
"Art. 372ter. Na de invordering op basis van deze wet van het oorspronkelijk verschuldigde bedrag aan verpakkingsheffing wordt slechts tot navordering van de eventueel verschuldigde aanvullende verpakkingsheffing overgegaan voor zover, in voorkomend geval via cumulatie van diverse verschuldigde bedragen van eenzelfde belastingplichtige, het in te vorderen bedrag 10 euro overschrijdt.".
Art. 85. Dans la même loi ordinaire du 16 juillet 1993, il est inséré un article 372ter, rédigé comme suit:
"Art. 372ter. Après le recouvrement du montant de la cotisation d'emballage initialement dû sur base de cette loi, il est seulement procédé au recouvrement de l'éventuelle cotisation d'emballage complémentaire due, le cas échéant via cumul de divers montants dus dans le chef d'un même redevable, si le montant à recouvrer excède 10 euros.".
"Art. 372ter. Après le recouvrement du montant de la cotisation d'emballage initialement dû sur base de cette loi, il est seulement procédé au recouvrement de l'éventuelle cotisation d'emballage complémentaire due, le cas échéant via cumul de divers montants dus dans le chef d'un même redevable, si le montant à recouvrer excède 10 euros.".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen aan de programmawet van 22 juni 2012
CHAPITRE 5. - Modifications à la loi-programme du 22 juin 2012
Art. 86. In artikel 66 van de programmawet van 22 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid worden de woorden "op het einde van het laatste boekjaar" vervangen door de woorden "op het einde van het laatste belastbaar tijdperk";
2° tussen het vijfde en zesde lid worden drie leden ingevoegd, luidende:
"Wanneer geen belastbaar tijdperk bestaat dat verbonden is aan aanslagjaar 2013 op basis van artikel 360 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt, in afwijking van het tweede lid, de afzonderlijke aanslag van 1,75 pct. ingekohierd in één keer en zonder mogelijkheid tot spreiding, op hetzelfde moment als de belasting betreffende het aanslagjaar 2016, of bij gebrek aan een belastbaar tijdperk dat verbonden is aan aanslagjaar 2016, ten laatste op hetzelfde moment als de belasting betreffende aanslagjaar 2017.
Wanneer de belastingplichtige gekozen heeft om de aanslag bedoeld in het eerste lid te spreiden over de drie aanslagjaren 2013, 2014 en 2015 en er geen belastbaar tijdperk bestaat dat verbonden is aan aanslagjaar 2014 of aan aanslagjaar 2015 op basis van artikel 360 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is, in afwijking van het vierde lid, het saldo van de niet-gestorte aanslag, zijnde 0,60 pct. van het totaal bedrag bedoeld in het tweede lid verschuldigd, in één keer en op hetzelfde moment als de belasting betreffende het aanslagjaar 2016, of bij gebrek aan een belastbaar tijdperk dat verbonden is aan aanslagjaar 2016, ten laatste op hetzelfde moment als de belasting betreffende aanslagjaar 2017.
Wanneer ten gevolge van een herstructureringsoperatie als bedoeld in artikel 365 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, op basis van artikel 360 van hetzelfde Wetboek, geen belastbaar tijdperk bestaat verbonden met aanslagjaar 2013 in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschap of van de Belgische inrichting bedoeld in artikel 211, § 1, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, is het saldo van de niet gestorte aanslag van 1,75 pct. van het totaal bedrag bedoeld in het tweede lid verschuldigd in hoofde van die belastingplichtige, in één keer en op hetzelfde moment als de belasting voor aanslagjaar 2016, of bij gebrek aan belastbaar tijdperk verbonden met aanslagjaar 2016, ten laatste op hetzelfde moment als de belasting voor aanslagjaar 2017.".
1° in het tweede lid worden de woorden "op het einde van het laatste boekjaar" vervangen door de woorden "op het einde van het laatste belastbaar tijdperk";
2° tussen het vijfde en zesde lid worden drie leden ingevoegd, luidende:
"Wanneer geen belastbaar tijdperk bestaat dat verbonden is aan aanslagjaar 2013 op basis van artikel 360 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt, in afwijking van het tweede lid, de afzonderlijke aanslag van 1,75 pct. ingekohierd in één keer en zonder mogelijkheid tot spreiding, op hetzelfde moment als de belasting betreffende het aanslagjaar 2016, of bij gebrek aan een belastbaar tijdperk dat verbonden is aan aanslagjaar 2016, ten laatste op hetzelfde moment als de belasting betreffende aanslagjaar 2017.
Wanneer de belastingplichtige gekozen heeft om de aanslag bedoeld in het eerste lid te spreiden over de drie aanslagjaren 2013, 2014 en 2015 en er geen belastbaar tijdperk bestaat dat verbonden is aan aanslagjaar 2014 of aan aanslagjaar 2015 op basis van artikel 360 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is, in afwijking van het vierde lid, het saldo van de niet-gestorte aanslag, zijnde 0,60 pct. van het totaal bedrag bedoeld in het tweede lid verschuldigd, in één keer en op hetzelfde moment als de belasting betreffende het aanslagjaar 2016, of bij gebrek aan een belastbaar tijdperk dat verbonden is aan aanslagjaar 2016, ten laatste op hetzelfde moment als de belasting betreffende aanslagjaar 2017.
Wanneer ten gevolge van een herstructureringsoperatie als bedoeld in artikel 365 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, op basis van artikel 360 van hetzelfde Wetboek, geen belastbaar tijdperk bestaat verbonden met aanslagjaar 2013 in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschap of van de Belgische inrichting bedoeld in artikel 211, § 1, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, is het saldo van de niet gestorte aanslag van 1,75 pct. van het totaal bedrag bedoeld in het tweede lid verschuldigd in hoofde van die belastingplichtige, in één keer en op hetzelfde moment als de belasting voor aanslagjaar 2016, of bij gebrek aan belastbaar tijdperk verbonden met aanslagjaar 2016, ten laatste op hetzelfde moment als de belasting voor aanslagjaar 2017.".
Art. 86. A l'article 66 de la loi-programme du 22 juin 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 2, les mots "à la fin de la dernière année comptable" sont remplacés par les mots "à la fin de la dernière période imposable";
2° trois alinéas rédigés comme suit sont insérés entre les alinéas 5 et 6:
"Par dérogation à l'alinéa 2, lorsqu'il n'existe pas de période imposable qui se rattache à l'exercice d'imposition 2013 sur la base de l'article 360 du Code des impôts sur les revenus 1992, la cotisation distincte de 1,75 p.c. est enrôlée en une fois et sans possibilité d'étalement, en même temps que l'impôt pour l'exercice d'imposition 2016, ou à défaut de période imposable qui se rattache à l'exercice d'imposition 2016, en même temps que l'impôt pour l'exercice d'imposition 2017 au plus tard.
Par dérogation à l'alinéa 4, lorsque le contribuable a choisi d'étaler la cotisation visée à l'alinéa premier sur les trois exercices d'imposition 2013, 2014 et 2015 et qu'il n'existe pas de période imposable qui se rattache à l'exercice d'imposition 2014 ou à l'exercice d'imposition 2015 sur la base de l'article 360 du Code des impôts sur les revenus 1992, le solde de la cotisation non versée de 0,60 p.c. du montant total visé à l'alinéa 2 est dû en une fois et en même temps que l'impôt pour l'exercice d'imposition 2016, ou à défaut de période imposable qui se rattache à l'exercice d'imposition 2016, en même temps que l'impôt pour l'exercice d'imposition 2017 au plus tard.
Lorsque suite à une opération de restructuration visée à l'article 365 du Code des impôts sur les revenus 1992, il n'existe pas, sur la base de l'article 360 du même Code, de période imposable qui se rattache à l'exercice d'imposition 2013 dans le chef des sociétés absorbantes ou bénéficiaires ou de l'établissement belge visé à l'article 211, § 1er, alinéa 5 du même Code, le solde de la cotisation non versée de 1,75 p.c. du montant total visé à l'alinéa 2 est dû dans le chef de ce contribuable, en une fois et en même temps que l'impôt pour l'exercice d'imposition 2016, ou à défaut de période imposable qui se rattache à l'exercice d'imposition 2016, en même temps que l'impôt pour l'exercice d'imposition 2017 au plus tard.".
1° dans l'alinéa 2, les mots "à la fin de la dernière année comptable" sont remplacés par les mots "à la fin de la dernière période imposable";
2° trois alinéas rédigés comme suit sont insérés entre les alinéas 5 et 6:
"Par dérogation à l'alinéa 2, lorsqu'il n'existe pas de période imposable qui se rattache à l'exercice d'imposition 2013 sur la base de l'article 360 du Code des impôts sur les revenus 1992, la cotisation distincte de 1,75 p.c. est enrôlée en une fois et sans possibilité d'étalement, en même temps que l'impôt pour l'exercice d'imposition 2016, ou à défaut de période imposable qui se rattache à l'exercice d'imposition 2016, en même temps que l'impôt pour l'exercice d'imposition 2017 au plus tard.
Par dérogation à l'alinéa 4, lorsque le contribuable a choisi d'étaler la cotisation visée à l'alinéa premier sur les trois exercices d'imposition 2013, 2014 et 2015 et qu'il n'existe pas de période imposable qui se rattache à l'exercice d'imposition 2014 ou à l'exercice d'imposition 2015 sur la base de l'article 360 du Code des impôts sur les revenus 1992, le solde de la cotisation non versée de 0,60 p.c. du montant total visé à l'alinéa 2 est dû en une fois et en même temps que l'impôt pour l'exercice d'imposition 2016, ou à défaut de période imposable qui se rattache à l'exercice d'imposition 2016, en même temps que l'impôt pour l'exercice d'imposition 2017 au plus tard.
Lorsque suite à une opération de restructuration visée à l'article 365 du Code des impôts sur les revenus 1992, il n'existe pas, sur la base de l'article 360 du même Code, de période imposable qui se rattache à l'exercice d'imposition 2013 dans le chef des sociétés absorbantes ou bénéficiaires ou de l'établissement belge visé à l'article 211, § 1er, alinéa 5 du même Code, le solde de la cotisation non versée de 1,75 p.c. du montant total visé à l'alinéa 2 est dû dans le chef de ce contribuable, en une fois et en même temps que l'impôt pour l'exercice d'imposition 2016, ou à défaut de période imposable qui se rattache à l'exercice d'imposition 2016, en même temps que l'impôt pour l'exercice d'imposition 2017 au plus tard.".
TITEL 3. - Diverse bepalingen
TITRE 3. - Dispositions diverses
HOOFDSTUK 1. - Hervorming van het statuut van de hypotheekbewaarders
CHAPITRE 1er. - Réforme du statut des conservateurs des hypothèques
Afdeling 1. - Hervorming van het statuut
Section 1re. - Réforme du statut
Art. 87. In artikel 35 van de wet van 16 december 1851 tot herziening van het hypothecair stelsel, de inleidende zin van het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Op straffe van vergoeding van alle schade jegens derden moet er, op het ogenblik van de overschrijving ambtshalve in het register een inschrijving worden gedaan.".
"Op straffe van vergoeding van alle schade jegens derden moet er, op het ogenblik van de overschrijving ambtshalve in het register een inschrijving worden gedaan.".
Art. 87. A l'article 35 de la loi du 16 décembre 1851 sur la révision du régime hypothécaire, la phrase liminaire de l'alinéa 1er est remplacée comme suit:
"Sous peine d'indemnisation de tous les dommages envers les tiers, une inscription doit être faite d'office dans le registre au moment de la transcription.".
"Sous peine d'indemnisation de tous les dommages envers les tiers, une inscription doit être faite d'office dans le registre au moment de la transcription.".
Art. 88. In het opschrift van hoofdstuk IX van dezelfde wet worden de woorden "van de bewaarders" opgeheven.
Art. 88. Dans l'intitulé du chapitre IX, de la même loi les mots "des conservateurs" sont supprimés.
Art. 89. Artikel 128 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 128. In geen geval mag, op straffe van schadevergoeding aan de partijen, verzuimd worden om, in de registers, de overschrijvingen te doen van akten die aan deze formaliteit zijn onderworpen, en de inschrijvingen die op het hypotheekkantoor zijn gevorderd.
Er ontstaat eveneens een recht op schadevergoeding bij het niet vermelden, in de getuigschriften, van een of meer van de bestaande overschrijvingen of inschrijvingen, tenzij de vergissing voortkomt uit de ontoereikendheid van aanduidingen in de aanvraag tot het bekomen van het getuigschrift, die de aanvrager ten laste kan worden gelegd.".
"Art. 128. In geen geval mag, op straffe van schadevergoeding aan de partijen, verzuimd worden om, in de registers, de overschrijvingen te doen van akten die aan deze formaliteit zijn onderworpen, en de inschrijvingen die op het hypotheekkantoor zijn gevorderd.
Er ontstaat eveneens een recht op schadevergoeding bij het niet vermelden, in de getuigschriften, van een of meer van de bestaande overschrijvingen of inschrijvingen, tenzij de vergissing voortkomt uit de ontoereikendheid van aanduidingen in de aanvraag tot het bekomen van het getuigschrift, die de aanvrager ten laste kan worden gelegd.".
Art. 89. L'article 128 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 128. Sous peine d'indemnisation des parties, il ne peut en aucun cas être omis d'effectuer dans les registres les transcriptions d'actes qui sont soumis à cette formalité, ainsi que les inscriptions qui sont demandées au bureau des hypothèques.
Il existe également un droit à indemnisation en cas d'absence de mention, dans les certificats, d'une ou de plusieurs inscriptions ou transcriptions existantes, sauf si l'erreur provienne de désignations insuffisantes dans la demande d'obtention du certificat, qui peuvent être imputé au demandeur.".
"Art. 128. Sous peine d'indemnisation des parties, il ne peut en aucun cas être omis d'effectuer dans les registres les transcriptions d'actes qui sont soumis à cette formalité, ainsi que les inscriptions qui sont demandées au bureau des hypothèques.
Il existe également un droit à indemnisation en cas d'absence de mention, dans les certificats, d'une ou de plusieurs inscriptions ou transcriptions existantes, sauf si l'erreur provienne de désignations insuffisantes dans la demande d'obtention du certificat, qui peuvent être imputé au demandeur.".
Art. 90. In artikel 130 van dezelfde wet worden de woorden "de bewaarders de overschrijvingen of inschrijvingen, of de afgifte van getuigschriften weigeren of vertragen," vervangen door de woorden "de overschrijvingen of inschrijvingen, of de afgifte van getuigschriften worden geweigerd of vertraagd,".
Art. 90. A l'article 130 de la même loi, les mots "les conservateurs ne peuvent refuser ni retarder les transcriptions ou inscriptions, ni la délivrance des certificats," sont remplacés par les mots "les transcriptions ou inscriptions, ou la délivrance de certificats, ne peuvent être refusées ou retardées,".
Art. 91. In artikel 132 van dezelfde wet worden de woorden ", op straffe van geldboete van vijftig frank tot duizend frank voor de eerste overtreding. In geval van herhaling is de geldboete dubbel en kan zelfs, indien de omstandigheden het medebrengen, afzetting worden uitgesproken, een en ander onverminderd schadevergoeding aan de partijen, welke vergoeding aan de partijen, welke vergoeding vóór de geldboete zal worden betaald" opgeheven.
Art. 91. A l'article 132 de la même loi, les mots "à peine d'une amende de cinquante à mille francs pour la première contravention. En cas de récidive, l'amende sera double et la destitution pourra même être prononcée, selon les circonstances, le tout sans préjudice des dommages-intérêts des parties, lesquels seront payés avant l'amende" sont abrogés.
Art. 92. In artikel 133 van dezelfde wet worden de woorden ", op straffe, ten laste van de bewaarder, van geldboete van vijfhonderd frank tot tweeduizend frank en een schadevergoeding aan de partijen, welke vergoeding eveneens vóór de geldboete zal worden betaald" opgeheven.
Art. 92. A l'article 133 de la même loi les mots "à peine, contre le conservateur, de cinq cents à deux mille francs d'amende, et des dommages-intérêts des parties, payables aussi par préférence à l'amende" sont abrogés.
Art. 93. In artikel 134 van dezelfde wet worden de woorden ", op zijn kosten herstellen," vervangen door de woorden ", herstellen zonder dat van de belanghebbende partijen een retributie wordt gevorderd,".
Art. 93. A l'article 134 de la même loi, les mots "opérer, à ses frais, la rectification des erreurs qu'il aurait commises," sont remplacés par les mots "opérer la rectification des erreurs qu'il aurait commises, sans qu'une rétribution soit exigée des parties concernées,".
Art. 94. Dezelfde wet wordt aangevuld met een hoofdstuk XIII, dat de artikelen 145 en 146 omvat, met als opschrift:
"Hoofdstuk XIII. De organisatie van de hypotheekbewaring".
"Hoofdstuk XIII. De organisatie van de hypotheekbewaring".
Art. 94. La même loi est complétée par un chapitre XIII, comprenant les articles 145 et 146, et intitulé comme suit:
"Chapitre XIII. L'organisation de la conservation des hypothèques".
"Chapitre XIII. L'organisation de la conservation des hypothèques".
Art. 95. In hoofdstuk XIII van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 84, wordt een artikel 145 ingevoegd, luidende:
"Art. 145. De openbare dienst van de openbaarmaking van akten en stukken in een hypotheekkantoor wordt verzekerd door daartoe binnen de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën aangewezen ambtenaren.".
"Art. 145. De openbare dienst van de openbaarmaking van akten en stukken in een hypotheekkantoor wordt verzekerd door daartoe binnen de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën aangewezen ambtenaren.".
Art. 95. Dans le chapitre XIII de la même loi, inséré par l'article 84, il est inséré un article 145, rédigé comme suit:
"Art. 145. Le service public de la publicité des actes et des pièces dans un bureau des hypothèques est assuré par les fonctionnaires désignés à cet effet au sein de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale du Service Public Fédéral Finances.".
"Art. 145. Le service public de la publicité des actes et des pièces dans un bureau des hypothèques est assuré par les fonctionnaires désignés à cet effet au sein de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale du Service Public Fédéral Finances.".
Art. 96. In hoofdstuk XIII van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 84, wordt een artikel 146 ingevoegd, luidende:
"Art. 146. Voor de uitvoering van de hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en getuigschriften is een retributie verschuldigd aan de Staat.
De Koning bepaalt het tarief van deze retributies en de nadere regels inzake toepassing ervan.".
"Art. 146. Voor de uitvoering van de hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en getuigschriften is een retributie verschuldigd aan de Staat.
De Koning bepaalt het tarief van deze retributies en de nadere regels inzake toepassing ervan.".
Art. 96. Dans le chapitre XIII de la même loi, inséré par l'article 84, il est inséré un article 146, rédigé comme suit:
"Art. 146. Pour l'exécution des formalités hypothécaires et pour la délivrance des certificats et des copies, il est dû une rétribution à l'Etat.
Le Roi fixe le tarif de ces rétributions et les règles complémentaires relatives à leur application.".
"Art. 146. Pour l'exécution des formalités hypothécaires et pour la délivrance des certificats et des copies, il est dû une rétribution à l'Etat.
Le Roi fixe le tarif de ces rétributions et les règles complémentaires relatives à leur application.".
Art. 97. De contractuele bedienden van de hypotheekbewaarders worden overgenomen door de Federale Overheidsdienst Financiën met behoud van al hun rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de wet, een reglementair besluit of hun arbeidsovereenkomst.
De federale overheidsdienst Financiën neemt tevens de financiële verplichtingen van de hypotheekbewaarders over ten aanzien van hun gepensioneerde contractuele bedienden en rechthebbenden op een financiële tussenkomst uit hoofde van hun overleden contractuele bedienden.
De Koning wordt gemachtigd om de nadere regels te bepalen volgens dewelke bepalingen die gelden voor het bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën, kunnen worden toegepast op de personeelsleden bedoeld in de vorige leden.
De federale overheidsdienst Financiën neemt tevens de financiële verplichtingen van de hypotheekbewaarders over ten aanzien van hun gepensioneerde contractuele bedienden en rechthebbenden op een financiële tussenkomst uit hoofde van hun overleden contractuele bedienden.
De Koning wordt gemachtigd om de nadere regels te bepalen volgens dewelke bepalingen die gelden voor het bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën, kunnen worden toegepast op de personeelsleden bedoeld in de vorige leden.
Art. 97. Les employés contractuels des conservateurs des hypothèques sont, repris par le Service Public Fédéral Finances, avec maintien de tous leurs droits et obligations découlant de la loi, d'un arrêté réglementaire ou de leur contrat de travail.
Le service public fédéral Finances reprend également les obligations financières des conservateurs des hypothèques à l'égard de leurs employés contractuels pensionnés et des ayants-droits à une intervention financière en raison du décès de leurs employés contractuels.
Le Roi est mandaté pour fixer les règles complémentaires par lesquelles les dispositions applicables au personnel engagé par voie de contrat de travail par le Service Public Fédéral Finances pourront être appliquées aux membres du personnel visés aux alinéas précédents.
Le service public fédéral Finances reprend également les obligations financières des conservateurs des hypothèques à l'égard de leurs employés contractuels pensionnés et des ayants-droits à une intervention financière en raison du décès de leurs employés contractuels.
Le Roi est mandaté pour fixer les règles complémentaires par lesquelles les dispositions applicables au personnel engagé par voie de contrat de travail par le Service Public Fédéral Finances pourront être appliquées aux membres du personnel visés aux alinéas précédents.
Afdeling 2. - Opheffingsbepaling
Section 2. - Disposition abrogatoire
Art. 98. Worden opgeheven:
1° de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de organisatie van de hypotheekbewaringen, gewijzigd bij de wet van 16 december 1851, het koninklijk besluit van 15 mei 1939, de wet van 9 augustus 1963, het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en de programmawet van 24 december 2002;
2° artikel 16 van de wet van 24 december 1906, houdende de rijksmiddelenbegroting voor het jaar 1907;
3° de wet van 10 juni 1922 betreffende het loon van de hypotheekbewaarders;
4° het decreet van 18-27 mei 1791 tot de organisatie van de registratierechten en andere ermee aanverwante rechten;
5° de wet van 6 messidor jaar VII (24 juni 1799) betreffende de hypothecaire inschrijvingen lastens openbare rekenplichtigen, enz.;
6° het advies van de Raad van State van 25 februari 1808 over de toepassing van de artikelen 2098 en 2121 van het Burgerlijk wetboek en van de wet van 5 september 1807 aan de Schatkist.
1° de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de organisatie van de hypotheekbewaringen, gewijzigd bij de wet van 16 december 1851, het koninklijk besluit van 15 mei 1939, de wet van 9 augustus 1963, het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en de programmawet van 24 december 2002;
2° artikel 16 van de wet van 24 december 1906, houdende de rijksmiddelenbegroting voor het jaar 1907;
3° de wet van 10 juni 1922 betreffende het loon van de hypotheekbewaarders;
4° het decreet van 18-27 mei 1791 tot de organisatie van de registratierechten en andere ermee aanverwante rechten;
5° de wet van 6 messidor jaar VII (24 juni 1799) betreffende de hypothecaire inschrijvingen lastens openbare rekenplichtigen, enz.;
6° het advies van de Raad van State van 25 februari 1808 over de toepassing van de artikelen 2098 en 2121 van het Burgerlijk wetboek en van de wet van 5 september 1807 aan de Schatkist.
Art. 98. Sont abrogés:
1° la loi du 21 ventôse an VII (11 mars 1799) relative à l'organisation de la conservation des hypothèques, modifiée par la loi du 16 décembre 1851, l'arrêté royal du 15 mai 1939, la loi du 9 août 1963, l'arrêté royal du 20 juillet 2000 et la loi-programme du 24 décembre 2002;
2° l'article 16 de la loi du 24 décembre 1906, contenant le budget des voies et moyens pour l'exercice 1907;
3° la loi du 10 juin 1922 relative aux salaires des conservateurs des hypothèques;
4° le décret des 18-27 mai 1791 relatif à l'organisation des droits d'enregistrement et autres y réunis;
5° la loi du 6 messidor an VII (24 juin 1799) relative aux inscriptions hypothécaires sur les comptables publics, etc;
6° l'avis du Conseil d'Etat du 25 février 1808 sur l'application des articles 2098 et 2121 du Code civil et de la loi du 5 septembre 1807 au Trésor de la Couronne.
1° la loi du 21 ventôse an VII (11 mars 1799) relative à l'organisation de la conservation des hypothèques, modifiée par la loi du 16 décembre 1851, l'arrêté royal du 15 mai 1939, la loi du 9 août 1963, l'arrêté royal du 20 juillet 2000 et la loi-programme du 24 décembre 2002;
2° l'article 16 de la loi du 24 décembre 1906, contenant le budget des voies et moyens pour l'exercice 1907;
3° la loi du 10 juin 1922 relative aux salaires des conservateurs des hypothèques;
4° le décret des 18-27 mai 1791 relatif à l'organisation des droits d'enregistrement et autres y réunis;
5° la loi du 6 messidor an VII (24 juin 1799) relative aux inscriptions hypothécaires sur les comptables publics, etc;
6° l'avis du Conseil d'Etat du 25 février 1808 sur l'application des articles 2098 et 2121 du Code civil et de la loi du 5 septembre 1807 au Trésor de la Couronne.
Afdeling 3. - Overgangsbepaling
Section 3. - Disposition transitoire
Art. 99. § 1. Het artikel 8 van de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de organisatie van de hypotheekbewaringen, blijft nog gedurende tien jaar van toepassing voor wat betreft de gelding van de borgtocht na de beëindiging van de functie.
§ 2. Het artikel 9 van de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de organisatie van de hypotheekbewaringen, blijft nog gedurende tien jaar van toepassing voor wat betreft het domicilie waar de vervolgingen tegen de hypotheekbewaarder ook na de beëindiging van zijn functie kunnen worden ingesteld.
§ 2. Het artikel 9 van de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de organisatie van de hypotheekbewaringen, blijft nog gedurende tien jaar van toepassing voor wat betreft het domicilie waar de vervolgingen tegen de hypotheekbewaarder ook na de beëindiging van zijn functie kunnen worden ingesteld.
Art. 99. § 1er. L'article 8 de la loi du 21 ventôse an VII (11 mars 1799) relatif à l'organisation des conservations des hypothèques, reste applicable pendant 10 ans pour ce qui concerne la validité de la caution après la cessation de fonction.
§ 2. L'article 9 de la loi du 21 ventôse an VII (11 mars 1799) relatif à l'organisation des conservations des hypothèques, reste également applicable pendant 10 ans pour ce qui concerne le domicile où les poursuites à l'encontre du conservateur des hypothèques peuvent être engagées après la cessation de sa fonction.
§ 2. L'article 9 de la loi du 21 ventôse an VII (11 mars 1799) relatif à l'organisation des conservations des hypothèques, reste également applicable pendant 10 ans pour ce qui concerne le domicile où les poursuites à l'encontre du conservateur des hypothèques peuvent être engagées après la cessation de sa fonction.
Afdeling 4. - Inwerkingtreding
Section 4. - Entrée en vigueur
Art. 100. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2017.
De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid.
De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid.
Art. 100. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2017.
Le Roi peut fixer une date d'entrée en vigueur antérieure à celle mentionnée à l'alinéa 1er.
Le Roi peut fixer une date d'entrée en vigueur antérieure à celle mentionnée à l'alinéa 1er.
(NOTE : Entrée en vigueur du chapitre 1er comportant les art. 87 à 100 fixée au 01-11-2016 par AR 2016-09-26/05, art. 35, 1°)
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen
CHAPITRE 2. - Modifications à la loi du 26 décembre 2013 portant diverses dispositions concernant les prêts-citoyen thématiques
Art. 101. In artikel 4, zesde lid, van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen, wordt het woord "kasbons" vervangen door het woord "kasbonnen".
Art. 101. Dans le texte néerlandais de l'article 4, alinéa 6, de la loi du 26 décembre 2013 portant diverses dispositions concernant les prêts-citoyen thématiques, le mot "kasbons" est remplacé par le mot "kasbonnen".
Art. 102. In artikel 10, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "conform artikel 4" vervangen door de woorden "overeenkomstig de artikelen 4 en 5".
Art. 102. Dans l'article 10, alinéa 1er, de la même loi, les mots "conformément à l'article 4" sont remplacés par les mots "conformément aux articles 4 et 5".
Art. 103. In artikel 14, § 1, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 1°, worden de woorden "in kasbonnen, termijndeposito's en interbankenleningen" vervangen door de woorden "in kasbonnen en termijndeposito's, en het bedrag van de interbankenleningen";
2° in de bepaling onder 1°, worden de woorden "artikel 5" vervangen door de woorden "artikel 6";
3° in de bepaling onder 1°, worden de woorden "artikel 10, § 1" vervangen door de woorden "artikel 11, § 1".
4° in de bepalingen onder 2°, worden de woorden "8 tot 10" vervangen door de woorden "9 tot 11".
1° in de bepaling onder 1°, worden de woorden "in kasbonnen, termijndeposito's en interbankenleningen" vervangen door de woorden "in kasbonnen en termijndeposito's, en het bedrag van de interbankenleningen";
2° in de bepaling onder 1°, worden de woorden "artikel 5" vervangen door de woorden "artikel 6";
3° in de bepaling onder 1°, worden de woorden "artikel 10, § 1" vervangen door de woorden "artikel 11, § 1".
4° in de bepalingen onder 2°, worden de woorden "8 tot 10" vervangen door de woorden "9 tot 11".
Art. 103. Dans l'article 14, § 1er, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° au 1°, les mots "ventilés en bons de caisse, dépôts à terme et prêts interbancaires" sont remplacés par les mots "ventilés en bons de caisse et en dépôts à terme, et le montant des prêts interbancaires";
2° au 1°, les mots "à l'article 5" sont remplacés par les mots "à l'article 6";
3° dans le texte néerlandais du 1°, les mots "artikel 10, § 1" sont remplacés par les mots "artikel 11, § 1".
4° dans le texte néerlandais du 2°, les mots "8 tot 10" sont remplacés par les mots "9 tot 11".
1° au 1°, les mots "ventilés en bons de caisse, dépôts à terme et prêts interbancaires" sont remplacés par les mots "ventilés en bons de caisse et en dépôts à terme, et le montant des prêts interbancaires";
2° au 1°, les mots "à l'article 5" sont remplacés par les mots "à l'article 6";
3° dans le texte néerlandais du 1°, les mots "artikel 10, § 1" sont remplacés par les mots "artikel 11, § 1".
4° dans le texte néerlandais du 2°, les mots "8 tot 10" sont remplacés par les mots "9 tot 11".
Art. 104. In artikel 26 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "In geval niet kan worden aangetoond dat de financieringsmiddelen aangetrokken door uitgifte van kasbonnen of opening van termijndeposito's met toepassing van artikel 4 van deze wet zijn verwerkt en aangewend conform de artikelen 6, 7, 10 en 11" vervangen door de woorden "Wanneer een van de bepalingen bepaald in de artikelen 4, 6, 7, 10 en 11 niet gerespecteerd wordt,";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"De som die door de kredietinstellingen is verschuldigd uit hoofde van de toepassing van het vorige lid wordt als een belastingschuld beschouwd. De vestiging, de inning en de invordering van die belastingschuld gebeuren volgens de regels die van toepassing zijn op het vlak van de roerende voorheffing, inzonderheid de regels die betrekking hebben op de wijze van storting en de opeisbaarheid alsmede de bepalingen van Titel VII van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 behalve wanneer hiervan wordt afgeweken.";
3° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd luidende:
"Voor de inkomsten die werden toegekend vóór het einde van het jaar waarin de aangetrokken financieringsmiddelen, overeenkomstig artikel 4, moeten worden aangewend voor de financiering van geschikte projecten of voor het verlenen van een interbankenlening overeenkomstig artikel 6, is de schuld met betrekking tot de toegekende inkomsten betaalbaar ten vroegste op het eerste werkdag van de maand volgend het einde van de termijn die in artikel 10 is bepaald.";
4° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "De tarieven in de roerende voorheffing en de personenbelasting" vervangen door de woorden "De aanslagvoet van de roerende voorheffing en het tarief van de personenbelasting".
1° in het eerste lid worden de woorden "In geval niet kan worden aangetoond dat de financieringsmiddelen aangetrokken door uitgifte van kasbonnen of opening van termijndeposito's met toepassing van artikel 4 van deze wet zijn verwerkt en aangewend conform de artikelen 6, 7, 10 en 11" vervangen door de woorden "Wanneer een van de bepalingen bepaald in de artikelen 4, 6, 7, 10 en 11 niet gerespecteerd wordt,";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"De som die door de kredietinstellingen is verschuldigd uit hoofde van de toepassing van het vorige lid wordt als een belastingschuld beschouwd. De vestiging, de inning en de invordering van die belastingschuld gebeuren volgens de regels die van toepassing zijn op het vlak van de roerende voorheffing, inzonderheid de regels die betrekking hebben op de wijze van storting en de opeisbaarheid alsmede de bepalingen van Titel VII van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 behalve wanneer hiervan wordt afgeweken.";
3° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd luidende:
"Voor de inkomsten die werden toegekend vóór het einde van het jaar waarin de aangetrokken financieringsmiddelen, overeenkomstig artikel 4, moeten worden aangewend voor de financiering van geschikte projecten of voor het verlenen van een interbankenlening overeenkomstig artikel 6, is de schuld met betrekking tot de toegekende inkomsten betaalbaar ten vroegste op het eerste werkdag van de maand volgend het einde van de termijn die in artikel 10 is bepaald.";
4° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "De tarieven in de roerende voorheffing en de personenbelasting" vervangen door de woorden "De aanslagvoet van de roerende voorheffing en het tarief van de personenbelasting".
Art. 104. Dans l'article 26 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "Lorsqu'il ne peut être établi que les moyens de financement récoltés par l'émission de bons de caisse ou l'ouverture de dépôts à terme en application de l'article 4 ont été traités et affectés conformément aux articles 6, 7, 10 et 11," sont remplacés par les mots "Lorsque l'une des dispositions visées aux articles 4, 6, 7, 10 et 11 n'a pas été respectée,";
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Le montant qui est dû par les établissements de crédit du chef de l'application de l'alinéa précédent constitue une dette fiscale. L'établissement, la perception et le recouvrement de cette dette fiscale sont opérés selon les règles applicables en matière de précompte mobilier, et notamment celles qui sont relatives au mode de versement et à l'exigibilité ainsi que celles contenues dans les dispositions du Titre VII du Code des impôts sur les revenus 1992 sauf s'il y est dérogé.";
3° un alinéa, rédigé comme suit, est inséré entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3:
"Pour les revenus qui ont été attribués ou mis en paiement avant l'expiration de l'année au cours de laquelle les moyens de financement récoltés, conformément à l'article 4, doivent être affectés au financement de projets éligibles ou à l'octroi d'un prêt interbancaire conformément à l'article 6, la date d'attribution ou de mise en paiement des revenus en cause est fixée au premier jour ouvrable du mois qui suit l'expiration du délai visé à l'article 10.";
4° dans l'alinéa 3, devenu alinéa 4, les mots "Les tarifs" sont remplacés par les mots "Les taux".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "Lorsqu'il ne peut être établi que les moyens de financement récoltés par l'émission de bons de caisse ou l'ouverture de dépôts à terme en application de l'article 4 ont été traités et affectés conformément aux articles 6, 7, 10 et 11," sont remplacés par les mots "Lorsque l'une des dispositions visées aux articles 4, 6, 7, 10 et 11 n'a pas été respectée,";
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Le montant qui est dû par les établissements de crédit du chef de l'application de l'alinéa précédent constitue une dette fiscale. L'établissement, la perception et le recouvrement de cette dette fiscale sont opérés selon les règles applicables en matière de précompte mobilier, et notamment celles qui sont relatives au mode de versement et à l'exigibilité ainsi que celles contenues dans les dispositions du Titre VII du Code des impôts sur les revenus 1992 sauf s'il y est dérogé.";
3° un alinéa, rédigé comme suit, est inséré entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3:
"Pour les revenus qui ont été attribués ou mis en paiement avant l'expiration de l'année au cours de laquelle les moyens de financement récoltés, conformément à l'article 4, doivent être affectés au financement de projets éligibles ou à l'octroi d'un prêt interbancaire conformément à l'article 6, la date d'attribution ou de mise en paiement des revenus en cause est fixée au premier jour ouvrable du mois qui suit l'expiration du délai visé à l'article 10.";
4° dans l'alinéa 3, devenu alinéa 4, les mots "Les tarifs" sont remplacés par les mots "Les taux".
Art. 105. In artikel 27 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "In geval niet kan worden aangetoond dat de financieringsmiddelen aangetrokken door het aanbieden van verzekeringsovereenkomsten met toepassing van artikel 5 zijn verwerkt en aangewend conform de artikelen 7 en 11, § 1," vervangen door de woorden "Wanneer een van de bepalingen overeenkomstig artikelen 5, 10 en 11 niet gerespecteerd wordt,";
2° in het tweede lid wordt de zin "De inning ervan geschiedt volgens de regels toepasselijk op de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen." vervangen door de zin "De vestiging, de heffing en de invordering ervan geschiedt volgens de regels toepasselijk op de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen.";
3° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd luidende:
"Deze belastingschuld is betaalbaar uiterlijk de twintigste van de maand volgend op die waarin is vastgesteld dat de financieringsmiddelen aangetrokken door het aanbod van verzekeringsovereenkomsten in toepassing van artikel 5 niet zijn behandeld of aangewend in overeenstemming met de artikelen 10 en 11.".
1° in het eerste lid worden de woorden "In geval niet kan worden aangetoond dat de financieringsmiddelen aangetrokken door het aanbieden van verzekeringsovereenkomsten met toepassing van artikel 5 zijn verwerkt en aangewend conform de artikelen 7 en 11, § 1," vervangen door de woorden "Wanneer een van de bepalingen overeenkomstig artikelen 5, 10 en 11 niet gerespecteerd wordt,";
2° in het tweede lid wordt de zin "De inning ervan geschiedt volgens de regels toepasselijk op de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen." vervangen door de zin "De vestiging, de heffing en de invordering ervan geschiedt volgens de regels toepasselijk op de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen.";
3° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd luidende:
"Deze belastingschuld is betaalbaar uiterlijk de twintigste van de maand volgend op die waarin is vastgesteld dat de financieringsmiddelen aangetrokken door het aanbod van verzekeringsovereenkomsten in toepassing van artikel 5 niet zijn behandeld of aangewend in overeenstemming met de artikelen 10 en 11.".
Art. 105. Dans l'article 27 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "Lorsqu'il ne peut être établi que les moyens de financement récoltés par l'offre de contrats d'assurance en application de l'article 5 ont été traités et affectés conformément aux articles 7 et 11, § 1er" sont remplacés par les mots "Lorsque l'une des dispositions visées aux articles 5, 10 et 11," n'a pas été respectée,";
2° dans l'alinéa 2 la phrase "Son recouvrement est effectué selon les règles applicables à la taxe annuelle sur les opérations d'assurance." est remplacée par la phrase "Son établissement, sa perception et son recouvrement sont effectués selon les règles applicables à la taxe annuelle sur les opérations d'assurance.";
3° un alinéa, rédigé comme suit, est inséré entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3:
"Cette dette fiscale est payable au plus tard le 20 du mois qui suit celui au cours duquel il est établi que les moyens de financement récoltés par l'offre de contrats d'assurance en application de l'article 5 n'ont pas été traités et affectés conformément aux articles 10 et 11.".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "Lorsqu'il ne peut être établi que les moyens de financement récoltés par l'offre de contrats d'assurance en application de l'article 5 ont été traités et affectés conformément aux articles 7 et 11, § 1er" sont remplacés par les mots "Lorsque l'une des dispositions visées aux articles 5, 10 et 11," n'a pas été respectée,";
2° dans l'alinéa 2 la phrase "Son recouvrement est effectué selon les règles applicables à la taxe annuelle sur les opérations d'assurance." est remplacée par la phrase "Son établissement, sa perception et son recouvrement sont effectués selon les règles applicables à la taxe annuelle sur les opérations d'assurance.";
3° un alinéa, rédigé comme suit, est inséré entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3:
"Cette dette fiscale est payable au plus tard le 20 du mois qui suit celui au cours duquel il est établi que les moyens de financement récoltés par l'offre de contrats d'assurance en application de l'article 5 n'ont pas été traités et affectés conformément aux articles 10 et 11.".
HOOFDSTUK 3. - Verbetering van de wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen
CHAPITRE 3. - Correction de la loi du 25 avril 2014 portant des dispositions diverses
Art. 106. In artikel 202, § 2, eerste lid, van de wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen, worden de woorden "artikel 170" vervangen door de woorden "artikel 169".
Art. 106. Dans l'article 202, § 2, alinéa 1er, de la loi du 25 avril 2014 portant des dispositions diverses, les mots "article 170" sont remplacés par les mots "article 169".
Art. 107. Artikel 106 treedt in werking op 1 januari 2015.
Art. 107. L'article 106 entre en vigueur le 1er janvier 2015.