Artikel 1. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende :
  " § 4. Het model van attest bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, wordt als bijlage bij dit besluit gevoegd. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
26 DECEMBER 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten teneinde artikel 6, § 10, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, uit te voeren
Titre
26 DECEMBRE 2015. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 25 mars 2003 relatif aux cartes d'identitĂ© afin d'exĂ©cuter l'article 6, § 10, de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identitĂ©, aux cartes d'Ă©tranger et aux documents de sĂ©jour et modifiant la loi du 8 aoĂ»t 1983 organisant un Registre national des personnes physiques
Documentinformatie
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Article 1er. L'article 6 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 mars 2003 relatif aux cartes d'identitĂ© est complĂ©tĂ© par le paragraphe 4 rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 4. Le modĂšle de l'attestation visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 2, figure en annexe du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
  " § 4. Le modĂšle de l'attestation visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 2, figure en annexe du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een artikel 6/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 6/1. § 1. Het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse deelt schriftelijk aan de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken de adviezen mee, bedoeld in artikel 6, § 10, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
  § 2. Wanneer de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken beslist om een identiteitskaart in te trekken en/of ongeldig te verklaren, of om de afgifte ervan te weigeren, in toepassing van artikel 6, § 10, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, wordt de burgemeester van de gemeente van de hoofdverblijfplaats van de persoon van wie de identiteitskaart ingetrokken en/of ongeldig verklaard werd of van wie de afgifte van de identiteitskaart geweigerd wordt, hiervan onverwijld schriftelijk op de hoogte gebracht.
  In geval van een beslissing tot intrekking vraagt de burgemeester bedoeld in het eerste lid aan de diensten van de bevoegde lokale politiezone om over te gaan tot de intrekking van de identiteitskaart. Indien de betrokkene niet aanwezig is in zijn/haar hoofdverblijfplaats, laten de diensten van de lokale politiezone een bericht van kennisgeving achter, waarbij de betrokkene verzocht wordt om zich naar de diensten van de lokale politiezone van zijn/haar gemeente te begeven om zijn/haar identiteitskaart in te leveren.
  § 3. Wanneer de afgifte van de identiteitskaart geweigerd wordt of wanneer de identiteitskaart ingetrokken en/of ongeldig verklaard wordt, in toepassing van artikel 6, § 10, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, wordt het attest, bedoeld in artikel 6, § 4, uitgereikt ter vervanging van de identiteitskaart.
  Dit attest wordt uitgereikt, hetzij door de diensten van de bevoegde lokale politiezone bij de intrekking van de identiteitskaart op de hoofdverblijfplaats van de betrokkene of wanneer de betrokkene zich aanmeldt bij de diensten van de lokale politie om er zijn/haar identiteitskaart spontaan in te leveren, hetzij door de diensten van het gemeentebestuur wanneer de afgifte van zijn/haar identiteitskaart geweigerd wordt.
  § 4. In geval van intrekking en/of ongeldigverklaring van de identiteitskaart wordt de elektronische functie van de kaart definitief stopgezet door de Helpdesk bedoeld in artikel 6ter van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.".
  " Art. 6/1. § 1. Het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse deelt schriftelijk aan de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken de adviezen mee, bedoeld in artikel 6, § 10, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
  § 2. Wanneer de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken beslist om een identiteitskaart in te trekken en/of ongeldig te verklaren, of om de afgifte ervan te weigeren, in toepassing van artikel 6, § 10, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, wordt de burgemeester van de gemeente van de hoofdverblijfplaats van de persoon van wie de identiteitskaart ingetrokken en/of ongeldig verklaard werd of van wie de afgifte van de identiteitskaart geweigerd wordt, hiervan onverwijld schriftelijk op de hoogte gebracht.
  In geval van een beslissing tot intrekking vraagt de burgemeester bedoeld in het eerste lid aan de diensten van de bevoegde lokale politiezone om over te gaan tot de intrekking van de identiteitskaart. Indien de betrokkene niet aanwezig is in zijn/haar hoofdverblijfplaats, laten de diensten van de lokale politiezone een bericht van kennisgeving achter, waarbij de betrokkene verzocht wordt om zich naar de diensten van de lokale politiezone van zijn/haar gemeente te begeven om zijn/haar identiteitskaart in te leveren.
  § 3. Wanneer de afgifte van de identiteitskaart geweigerd wordt of wanneer de identiteitskaart ingetrokken en/of ongeldig verklaard wordt, in toepassing van artikel 6, § 10, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, wordt het attest, bedoeld in artikel 6, § 4, uitgereikt ter vervanging van de identiteitskaart.
  Dit attest wordt uitgereikt, hetzij door de diensten van de bevoegde lokale politiezone bij de intrekking van de identiteitskaart op de hoofdverblijfplaats van de betrokkene of wanneer de betrokkene zich aanmeldt bij de diensten van de lokale politie om er zijn/haar identiteitskaart spontaan in te leveren, hetzij door de diensten van het gemeentebestuur wanneer de afgifte van zijn/haar identiteitskaart geweigerd wordt.
  § 4. In geval van intrekking en/of ongeldigverklaring van de identiteitskaart wordt de elektronische functie van de kaart definitief stopgezet door de Helpdesk bedoeld in artikel 6ter van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.".
Art. 2. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 6/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 6/1. § 1er. L'Organe de coordination pour l'analyse de la menace communique par écrit au ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions les avis visés à l'article 6, § 10, de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
  § 2. Lorsque le ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions décide de retirer et/ou d'invalider ou de refuser la délivrance d'une carte d'identité, en application de l'article 6, § 10, de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques, le bourgmestre de la commune de résidence principale de la personne dont la carte d'identité a été retirée et/ou invalidée ou dont la délivrance est refusée, en est informé par écrit le plus rapidement possible.
  En cas de décision de retrait, le bourgmestre visé à l'alinéa 1er demande aux services de la zone de la police locale compétente de procéder au retrait de la carte d'identité. Si l'intéressé n'est pas présent à sa résidence principale, les services de la zone de la police locale laissent un avis de passage, invitant l'intéressé à se rendre auprÚs des services de la zone de la police locale de sa commune afin de remettre sa carte d'identité.
  § 3. Lorsque la délivrance de la carte d'identité est refusée ou que celle-ci est retirée et/ou invalidée, en application de l'article 6, § 10, de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques, l'attestation visée à l'article 6, § 4, est délivrée en remplacement de la carte d'identité.
  Cette attestation est délivrée, soit par les services de la zone de la police locale compétente lors du retrait de la carte d'identité à la résidence principale de l'intéressé ou lorsque l'intéressé se présente auprÚs des services de la police locale afin d'y remettre spontanément sa carte d'identité, soit par les services de l'administration communale lorsque la délivrance de sa carte d'identité lui est refusée.
  § 4. En cas de retrait et/ou d'invalidation de la carte d'identité, la fonction électronique de la carte est mise définitivement hors service par le Helpdesk visé à l'article 6ter de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques. ".
  " Art. 6/1. § 1er. L'Organe de coordination pour l'analyse de la menace communique par écrit au ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions les avis visés à l'article 6, § 10, de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
  § 2. Lorsque le ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions décide de retirer et/ou d'invalider ou de refuser la délivrance d'une carte d'identité, en application de l'article 6, § 10, de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques, le bourgmestre de la commune de résidence principale de la personne dont la carte d'identité a été retirée et/ou invalidée ou dont la délivrance est refusée, en est informé par écrit le plus rapidement possible.
  En cas de décision de retrait, le bourgmestre visé à l'alinéa 1er demande aux services de la zone de la police locale compétente de procéder au retrait de la carte d'identité. Si l'intéressé n'est pas présent à sa résidence principale, les services de la zone de la police locale laissent un avis de passage, invitant l'intéressé à se rendre auprÚs des services de la zone de la police locale de sa commune afin de remettre sa carte d'identité.
  § 3. Lorsque la délivrance de la carte d'identité est refusée ou que celle-ci est retirée et/ou invalidée, en application de l'article 6, § 10, de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques, l'attestation visée à l'article 6, § 4, est délivrée en remplacement de la carte d'identité.
  Cette attestation est délivrée, soit par les services de la zone de la police locale compétente lors du retrait de la carte d'identité à la résidence principale de l'intéressé ou lorsque l'intéressé se présente auprÚs des services de la police locale afin d'y remettre spontanément sa carte d'identité, soit par les services de l'administration communale lorsque la délivrance de sa carte d'identité lui est refusée.
  § 4. En cas de retrait et/ou d'invalidation de la carte d'identité, la fonction électronique de la carte est mise définitivement hors service par le Helpdesk visé à l'article 6ter de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques. ".
Art. 3. In hetzelfde besluit wordt een bijlage ingevoegd die als bijlage bij dit besluit wordt gevoegd.
Art. 3. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© une annexe qui est jointe en annexe du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 4. De wet van 10 augustus 2015 houdende wijziging van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen treedt in werking op de dag van de bekendmaking van dit besluit.
Art. 4. La loi du 10 aoĂ»t 2015 modifiant la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identitĂ©, aux cartes d'Ă©tranger et aux documents de sĂ©jour et modifiant la loi du 8 aoĂ»t 1983 organisant un Registre national des personnes physiques entre en vigueur le jour de la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 5. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 6. De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le ministre qui a l'IntĂ©rieur dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bewijs van vervanging of van aangifte van verlies, diefstal of vernietiging van een identiteits- of vreemdelingenkaart
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 05-01-2016, p. 93-954)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 05-01-2016, p. 93-954)
Art. N. Attestation de remplacement ou de déclaration de perte, vol ou de destruction d'une carte d'identité ou d'une carte pour étrangers
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 05-01-2016, p. 95-97)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 05-01-2016, p. 95-97)