Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent :
1. " Personeel " : een lid van de diplomatieke zending, een consulaire post, een lid van het administratieve of technische personeel, een consulair bediende of een lid van het dienstpersoneel van de diplomatieke zending of de consulaire post.
2. " Gezinslid " : de echtgeno(o)t(e) van een lid van de diplomatieke zending of de consulaire post en de ongehuwde kinderen ten laste, jonger dan achttien jaar, van een diplomatiek of consulair ambtenaar.
3. " Begunstigde " : een gezinslid aan wie toestemming is verleend om betaalde werkzaamheden te verrichten in de Ontvangende Staat.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 DECEMBER 2009. - Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek der Filipijnen inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het diplomatiek en consulair personeel
Titre
23 DECEMBRE 2009. - Accord entre le Royaume de Belgique et la République des Philippines relatif à l'autorisation de l'exercice d'activités à but lucratif par certains membres de la famille du personnel de missions diplomatiques et de postes consulaires
Documentinformatie
Numac: 2014A15119
Datum: 2009-12-23
Info du document
Numac: 2014A15119
Date: 2009-12-23
Inhoud
Inhoud
Tekst (11)
Texte (9)
Article 1er. Définitions
Aux fins du présent Accord :
1. Le terme " personnel " signifie un membre du personnel diplomatique, d'un poste consulaire, un membre du personnel administratif et technique, un employé consulaire ou un membre du personnel de service de la mission diplomatique ou du poste consulaire.
2. Le terme " membre de la famille " signifie le conjoint d'un membre de la mission diplomatique ou du poste consulaire et les enfants célibataires âgés de moins de dix-huit ans à charge d'un agent diplomatique ou d'un fonctionnaire consulaire.
3. Le terme " bénéficiaire " signifie un membre de la famille qui est autorisé à exercer des activités à but lucratif dans l'Etat d'accueil.
Aux fins du présent Accord :
1. Le terme " personnel " signifie un membre du personnel diplomatique, d'un poste consulaire, un membre du personnel administratif et technique, un employé consulaire ou un membre du personnel de service de la mission diplomatique ou du poste consulaire.
2. Le terme " membre de la famille " signifie le conjoint d'un membre de la mission diplomatique ou du poste consulaire et les enfants célibataires âgés de moins de dix-huit ans à charge d'un agent diplomatique ou d'un fonctionnaire consulaire.
3. Le terme " bénéficiaire " signifie un membre de la famille qui est autorisé à exercer des activités à but lucratif dans l'Etat d'accueil.
Art. 2. Toepassingsgebied van de Overeenkomst
1. De volgende personen mogen op grond van wederkerigheid betaalde werkzaamheden verrichten in de Ontvangende Staat :
Een gezinslid van personeel van de Zendstaat dat is aangesteld :
(i) bij de Ontvangende Staat, dan wel
(ii) bij een internationale organisatie met zetel in de Ontvangende Staat.
2. De toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten wordt verleend door de autoriteiten van de Ontvangende Staat overeenkomstig de aldaar van kracht zijnde wetgeving en voorschriften en overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst.
3. De Ontvangende Staat kan de toestemming om werkzaamheden te verrichten weigeren voor sectoren waar om redenen van nationaal belang of veiligheid, uitoefening van openbaar bestuur of bestaande wetten en reglementen, alleen onderdanen van de Ontvangende Staat mogen worden tewerkgesteld.
4. Deze toestemming geldt niet voor de ingezetenen van de Ontvangende Staat of de vaste verblijfhouders op zijn grondgebied.
5. De toestemming is geldig voor de periode dat het personeel is aangesteld op het grondgebied van de Ontvangende Staat dan wel binnen een redelijke termijn na de beëindiging van de aanstelling.
6. Tenzij de Ontvangende Staat anderszins beslist, wordt geen toestemming verleend aan de begunstigden die niet langer deel uitmaken van het gezin van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde personeel. De ambassade van de Zendstaat stelt de autoriteiten van de Ontvangende Staat in kennis van de gewijzigde situatie.
1. De volgende personen mogen op grond van wederkerigheid betaalde werkzaamheden verrichten in de Ontvangende Staat :
Een gezinslid van personeel van de Zendstaat dat is aangesteld :
(i) bij de Ontvangende Staat, dan wel
(ii) bij een internationale organisatie met zetel in de Ontvangende Staat.
2. De toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten wordt verleend door de autoriteiten van de Ontvangende Staat overeenkomstig de aldaar van kracht zijnde wetgeving en voorschriften en overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst.
3. De Ontvangende Staat kan de toestemming om werkzaamheden te verrichten weigeren voor sectoren waar om redenen van nationaal belang of veiligheid, uitoefening van openbaar bestuur of bestaande wetten en reglementen, alleen onderdanen van de Ontvangende Staat mogen worden tewerkgesteld.
4. Deze toestemming geldt niet voor de ingezetenen van de Ontvangende Staat of de vaste verblijfhouders op zijn grondgebied.
5. De toestemming is geldig voor de periode dat het personeel is aangesteld op het grondgebied van de Ontvangende Staat dan wel binnen een redelijke termijn na de beëindiging van de aanstelling.
6. Tenzij de Ontvangende Staat anderszins beslist, wordt geen toestemming verleend aan de begunstigden die niet langer deel uitmaken van het gezin van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde personeel. De ambassade van de Zendstaat stelt de autoriteiten van de Ontvangende Staat in kennis van de gewijzigde situatie.
Art. 2. Champ d'application
1. Sont autorisés, sur base de réciprocité, à exercer une activité à but lucratif dans l'Etat d'accueil :
Un membre de la famille du personnel de l'Etat d'envoi affecté :
(i) auprès de l'Etat d'accueil, ou
(ii) auprès d'organisations internationales ayant un siège dans l'Etat d'accueil.
2. L'autorisation d'exercer une activité à but lucratif est donnée par les autorités de l'Etat d'accueil conformément aux dispositions légales et réglementaires en vigueur dans ledit Etat et conformément aux dispositions du présent Accord.
3. L'Etat d'accueil peut refuser d'octroyer l'autorisation de travailler dans des secteurs où, pour des raisons d'intérêt national ou de sécurité, d'exercice de l'administration publique, ou sur la base des lois et des règlements en vigueur, seuls des ressortissants de l'Etat d'accueil peuvent être employés.
4. Cette autorisation ne concerne pas les ressortissants de l'Etat d'accueil ni les résidents permanents sur son territoire.
5. L'autorisation produit ses effets durant la période d'affectation des personnes sur le territoire de l'Etat d'accueil ou dans un délai acceptable qui suit la cessation de cette affectation.
6. Sauf si l'Etat d'accueil en décide autrement, l'autorisation ne sera pas accordée à celui des bénéficiaires qui cesse de faire partie de la famille du personnel visé au paragraphe premier du présent article. L'ambassade de l'Etat d'envoi notifiera ce changement aux autorités de l'Etat d'accueil.
1. Sont autorisés, sur base de réciprocité, à exercer une activité à but lucratif dans l'Etat d'accueil :
Un membre de la famille du personnel de l'Etat d'envoi affecté :
(i) auprès de l'Etat d'accueil, ou
(ii) auprès d'organisations internationales ayant un siège dans l'Etat d'accueil.
2. L'autorisation d'exercer une activité à but lucratif est donnée par les autorités de l'Etat d'accueil conformément aux dispositions légales et réglementaires en vigueur dans ledit Etat et conformément aux dispositions du présent Accord.
3. L'Etat d'accueil peut refuser d'octroyer l'autorisation de travailler dans des secteurs où, pour des raisons d'intérêt national ou de sécurité, d'exercice de l'administration publique, ou sur la base des lois et des règlements en vigueur, seuls des ressortissants de l'Etat d'accueil peuvent être employés.
4. Cette autorisation ne concerne pas les ressortissants de l'Etat d'accueil ni les résidents permanents sur son territoire.
5. L'autorisation produit ses effets durant la période d'affectation des personnes sur le territoire de l'Etat d'accueil ou dans un délai acceptable qui suit la cessation de cette affectation.
6. Sauf si l'Etat d'accueil en décide autrement, l'autorisation ne sera pas accordée à celui des bénéficiaires qui cesse de faire partie de la famille du personnel visé au paragraphe premier du présent article. L'ambassade de l'Etat d'envoi notifiera ce changement aux autorités de l'Etat d'accueil.
Art. 3. Procedures
1. Elk verzoek om toestemming voor het verrichten van betaalde werkzaamheden wordt uit naam van de begunstigde door de ambassade van de Zendstaat gestuurd naar de dienst Protocol van het Filipijnse Ministerie van Buitenlandse Zaken dan wel naar de Directie Protocol van de Belgische Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Het verzoek om toestemming bevat informatie over het soort werkzaamheid dat de begunstigde zal verrichten en over de verwantschap van de begunstigde tot het betreffende personeel.
Na voltooiing van de vereiste procedures voor de behandeling van het verzoek, laat de regering van de Ontvangende Staat de ambassade van de Zendstaat officieel weten dat het gezinslid de toestemming krijgt om betaalde werkzaamheden te verrichten.
2. De gevolgde procedures worden dusdanig toegepast dat de begunstigde zo snel mogelijk betaalde werkzaamheden kan verrichten. Alle voorschriften inzake werkvergunningen en soortgelijke formaliteiten worden welwillend toegepast.
3. Toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten betekent niet dat de begunstigde wordt vrijgesteld van de vereisten of voorschriften die gewoonlijk van toepassing zijn op persoonsgegevens, professionele of andere kwalificaties waarvan de belanghebbende het bewijs dient te leveren voor het verrichten van de betaalde werkzaamheden.
1. Elk verzoek om toestemming voor het verrichten van betaalde werkzaamheden wordt uit naam van de begunstigde door de ambassade van de Zendstaat gestuurd naar de dienst Protocol van het Filipijnse Ministerie van Buitenlandse Zaken dan wel naar de Directie Protocol van de Belgische Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Het verzoek om toestemming bevat informatie over het soort werkzaamheid dat de begunstigde zal verrichten en over de verwantschap van de begunstigde tot het betreffende personeel.
Na voltooiing van de vereiste procedures voor de behandeling van het verzoek, laat de regering van de Ontvangende Staat de ambassade van de Zendstaat officieel weten dat het gezinslid de toestemming krijgt om betaalde werkzaamheden te verrichten.
2. De gevolgde procedures worden dusdanig toegepast dat de begunstigde zo snel mogelijk betaalde werkzaamheden kan verrichten. Alle voorschriften inzake werkvergunningen en soortgelijke formaliteiten worden welwillend toegepast.
3. Toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten betekent niet dat de begunstigde wordt vrijgesteld van de vereisten of voorschriften die gewoonlijk van toepassing zijn op persoonsgegevens, professionele of andere kwalificaties waarvan de belanghebbende het bewijs dient te leveren voor het verrichten van de betaalde werkzaamheden.
Art. 3. Procédures
1. Toute demande visant à obtenir l'autorisation d'exercer une activité à but lucratif sera envoyée selon le cas, au nom du bénéficiaire, par l'ambassade de l'Etat d'envoi auprès de la Direction du Protocole du Département philippin des Affaires étrangères ou de la Direction du Protocole du Service public fédéral belge des Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement.
Les demandes d'autorisation contiendront des informations sur l'activité que le bénéficiaire exercera, et sur la relation du bénéficiaire avec le personnel concerné.
Dès l'achèvement des procédures nécessaires pour traiter la demande, le gouvernement de l'Etat d'accueil informera l'ambassade de l'Etat d'envoi que le membre de la famille est autorisé à exercer une activité à but lucratif.
2. Les procédures suivies seront appliquées de manière telle que le bénéficiaire puisse entreprendre une activité à but lucratif dans les meilleurs délais. Toutes les dispositions régissant les permis de travail et autres formalités analogues seront appliquées dans un sens favorable.
3. L'autorisation d'exercer une activité à but lucratif n'entraînera aucune dispense pour le bénéficiaire de satisfaire aux exigences légales ou autres relatives aux données personnelles, qualités professionnelles ou autres que l'intéressé doit justifier pour exercer une activité rémunérée.
1. Toute demande visant à obtenir l'autorisation d'exercer une activité à but lucratif sera envoyée selon le cas, au nom du bénéficiaire, par l'ambassade de l'Etat d'envoi auprès de la Direction du Protocole du Département philippin des Affaires étrangères ou de la Direction du Protocole du Service public fédéral belge des Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement.
Les demandes d'autorisation contiendront des informations sur l'activité que le bénéficiaire exercera, et sur la relation du bénéficiaire avec le personnel concerné.
Dès l'achèvement des procédures nécessaires pour traiter la demande, le gouvernement de l'Etat d'accueil informera l'ambassade de l'Etat d'envoi que le membre de la famille est autorisé à exercer une activité à but lucratif.
2. Les procédures suivies seront appliquées de manière telle que le bénéficiaire puisse entreprendre une activité à but lucratif dans les meilleurs délais. Toutes les dispositions régissant les permis de travail et autres formalités analogues seront appliquées dans un sens favorable.
3. L'autorisation d'exercer une activité à but lucratif n'entraînera aucune dispense pour le bénéficiaire de satisfaire aux exigences légales ou autres relatives aux données personnelles, qualités professionnelles ou autres que l'intéressé doit justifier pour exercer une activité rémunérée.
Art. 4. Civiel- en administratiefrechtelijke voorrechten en immuniteiten
Ingeval de begunstigde civiel- en administratiefrechtelijke immuniteit van rechtsmacht geniet in de Ontvangende Staat, overeenkomstig de bepalingen van de Verdragen van Wenen inzake diplomatiek en consulair verkeer, dan wel enig ander toepasselijk internationaal verdrag, is deze immuniteit niet van toepassing op handelingen die voortvloeien uit het verrichten van betaalde werkzaamheden welke onder het burgerlijk of administratief recht van de Ontvangende Staat vallen. De Zendstaat zal afstand doen van de immuniteit van tenuitvoerlegging van alle rechterlijke uitspraken met betrekking tot dergelijke handelingen.
Ingeval de begunstigde civiel- en administratiefrechtelijke immuniteit van rechtsmacht geniet in de Ontvangende Staat, overeenkomstig de bepalingen van de Verdragen van Wenen inzake diplomatiek en consulair verkeer, dan wel enig ander toepasselijk internationaal verdrag, is deze immuniteit niet van toepassing op handelingen die voortvloeien uit het verrichten van betaalde werkzaamheden welke onder het burgerlijk of administratief recht van de Ontvangende Staat vallen. De Zendstaat zal afstand doen van de immuniteit van tenuitvoerlegging van alle rechterlijke uitspraken met betrekking tot dergelijke handelingen.
Art. 4. Privilèges et immunités en matière civile et administrative
Au cas où le bénéficiaire jouit de l'immunité de juridiction en matière civile et administrative dans l'Etat d'accueil, en vertu des dispositions des Conventions de Vienne sur les relations diplomatiques et consulaires ou de tout autre instrument international applicable, cette immunité sera levée pour toutes les matières découlant de l'exercice de l'activité à but lucratif et rentrant dans le champ d'application du droit civil ou administratif de l'Etat d'accueil. L'Etat d'envoi lèvera également l'immunité d'exécution pour tout jugement prononcé en ces matières.
Au cas où le bénéficiaire jouit de l'immunité de juridiction en matière civile et administrative dans l'Etat d'accueil, en vertu des dispositions des Conventions de Vienne sur les relations diplomatiques et consulaires ou de tout autre instrument international applicable, cette immunité sera levée pour toutes les matières découlant de l'exercice de l'activité à but lucratif et rentrant dans le champ d'application du droit civil ou administratif de l'Etat d'accueil. L'Etat d'envoi lèvera également l'immunité d'exécution pour tout jugement prononcé en ces matières.
Art. 5. Immuniteit ten aanzien van strafzaken
Ingeval de begunstigde immuniteit geniet ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de Ontvangende Staat, overeenkomstig de bepalingen van de Verdragen van Wenen inzake Diplomatiek en Consulair Verkeer, dan wel van enig ander internationaal verdrag :
a. doet de Zendstaat afstand van de immuniteit van de rechtsmacht in strafzaken die de begunstigde van de toestemming ten aanzien van de Ontvangende Staat geniet met betrekking tot elk handelen of nalaten dat voortvloeit uit de betaalde werkzaamheden, behalve in bijzondere gevallen wanneer de Zendstaat van mening is dat het doen van afstand in strijd zou kunnen zijn met zijn belangen; en
b. het doen van afstand van immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken wordt niet geacht mede betrekking te hebben op de immuniteit ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak, waarvan uitdrukkelijk afstand moet worden gedaan. In dergelijk geval neemt de Zendstaat het verzoek van de Ontvangende Staat ernstig in overweging.
Ingeval de begunstigde immuniteit geniet ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de Ontvangende Staat, overeenkomstig de bepalingen van de Verdragen van Wenen inzake Diplomatiek en Consulair Verkeer, dan wel van enig ander internationaal verdrag :
a. doet de Zendstaat afstand van de immuniteit van de rechtsmacht in strafzaken die de begunstigde van de toestemming ten aanzien van de Ontvangende Staat geniet met betrekking tot elk handelen of nalaten dat voortvloeit uit de betaalde werkzaamheden, behalve in bijzondere gevallen wanneer de Zendstaat van mening is dat het doen van afstand in strijd zou kunnen zijn met zijn belangen; en
b. het doen van afstand van immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken wordt niet geacht mede betrekking te hebben op de immuniteit ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak, waarvan uitdrukkelijk afstand moet worden gedaan. In dergelijk geval neemt de Zendstaat het verzoek van de Ontvangende Staat ernstig in overweging.
Art. 5. Immunité en matière pénale
Au cas où le bénéficiaire jouit de l'immunité de juridiction en matière pénale dans l'Etat d'accueil, en vertu des dispositions des Conventions de Vienne sur les relations diplomatiques et consulaires ou de tout autre instrument international applicable :
a. l'Etat d'envoi lèvera l'immunité de juridiction pénale dont jouit le bénéficiaire de l'autorisation à l'égard de l'Etat d'accueil pour tout acte ou omission découlant de l'exercice de l'activité à but lucratif, sauf dans des cas particuliers lorsque l'Etat d'envoi estime que cette mesure pourrait être contraire à ses intérêts; et
b. cette levée d'immunité de juridiction pénale ne sera pas considérée comme s'étendant à l'immunité d'exécution des décisions judiciaires, immunité pour laquelle une levée spécifique devra être requise. Dans le cas d'une telle demande spécifique, l'Etat d'envoi prendra la requête de l'Etat d'accueil sérieusement en considération.
Au cas où le bénéficiaire jouit de l'immunité de juridiction en matière pénale dans l'Etat d'accueil, en vertu des dispositions des Conventions de Vienne sur les relations diplomatiques et consulaires ou de tout autre instrument international applicable :
a. l'Etat d'envoi lèvera l'immunité de juridiction pénale dont jouit le bénéficiaire de l'autorisation à l'égard de l'Etat d'accueil pour tout acte ou omission découlant de l'exercice de l'activité à but lucratif, sauf dans des cas particuliers lorsque l'Etat d'envoi estime que cette mesure pourrait être contraire à ses intérêts; et
b. cette levée d'immunité de juridiction pénale ne sera pas considérée comme s'étendant à l'immunité d'exécution des décisions judiciaires, immunité pour laquelle une levée spécifique devra être requise. Dans le cas d'une telle demande spécifique, l'Etat d'envoi prendra la requête de l'Etat d'accueil sérieusement en considération.
Art. 6. Belasting- en sociale zekerheidsstelsels
In overeenstemming met de bepalingen van de Verdragen van Wenen inzake Diplomatiek en Consulair Verkeer dan wel krachtens enig ander toepasselijk internationaal verdrag zijn de begunstigden onderworpen aan de belasting- en sociale zekerheidsstelsels van de Ontvangende Staat, ten aanzien van alles wat verband houdt met het verrichten van bedoelde werkzaamheden in deze Staat.
In overeenstemming met de bepalingen van de Verdragen van Wenen inzake Diplomatiek en Consulair Verkeer dan wel krachtens enig ander toepasselijk internationaal verdrag zijn de begunstigden onderworpen aan de belasting- en sociale zekerheidsstelsels van de Ontvangende Staat, ten aanzien van alles wat verband houdt met het verrichten van bedoelde werkzaamheden in deze Staat.
Art. 6. Régimes fiscal et de sécurité sociale
Conformément aux dispositions des Conventions de Vienne sur les relations diplomatiques et consulaires ou en vertu de tout autre instrument international applicable, les bénéficiaires seront assujettis aux régimes fiscal et de sécurité sociale de l'Etat d'accueil pour toutes les questions liées à leur activité à but lucratif dans cet Etat.
Conformément aux dispositions des Conventions de Vienne sur les relations diplomatiques et consulaires ou en vertu de tout autre instrument international applicable, les bénéficiaires seront assujettis aux régimes fiscal et de sécurité sociale de l'Etat d'accueil pour toutes les questions liées à leur activité à but lucratif dans cet Etat.
Art. 7. Erkenning van diploma's
Deze Overeenkomst houdt geenszins de wederzijdse erkenning in van titels, diploma's of studies.
Deze Overeenkomst houdt geenszins de wederzijdse erkenning in van titels, diploma's of studies.
Art. 7. Reconnaissance des diplômes
Le présent Accord n'implique pas la reconnaissance des diplômes, grades ou des études entre les deux pays.
Le présent Accord n'implique pas la reconnaissance des diplômes, grades ou des études entre les deux pays.
Art. 8. Duur en beëindiging
Deze Overeenkomst blijft van kracht voor onbepaalde duur. Elk van de Partijen kan de Overeenkomst te allen tijde beëindigen of opschorten door zes (6) maanden van te voren de andere Partij langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis te stellen van haar wens om de Overeenkomst te beëindigen of op te schorten.
Deze Overeenkomst blijft van kracht voor onbepaalde duur. Elk van de Partijen kan de Overeenkomst te allen tijde beëindigen of opschorten door zes (6) maanden van te voren de andere Partij langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis te stellen van haar wens om de Overeenkomst te beëindigen of op te schorten.
Art. 8. Durée et dénonciation
Le présent Accord restera en vigueur pour une période indéfinie. Chacune des parties peut, à tout moment, mettre fin à l'Accord ou le suspendre moyennant un préavis de six (6) mois, par la voie diplomatique, informant l'autre Partie de son désir de mettre fin à l'Accord ou de le suspendre.
Le présent Accord restera en vigueur pour une période indéfinie. Chacune des parties peut, à tout moment, mettre fin à l'Accord ou le suspendre moyennant un préavis de six (6) mois, par la voie diplomatique, informant l'autre Partie de son désir de mettre fin à l'Accord ou de le suspendre.
Art. 9. Inwerkingtreding
Deze Overeenkomst zal in werking treden één (1) maand volgend op de dag van uitwisseling van de laatste kennisgeving van de voltooiing van de grondwettelijke en wettelijke procedures van de Partijen.
Deze Overeenkomst zal in werking treden één (1) maand volgend op de dag van uitwisseling van de laatste kennisgeving van de voltooiing van de grondwettelijke en wettelijke procedures van de Partijen.
Art. 9. Entrée en vigueur
Le présent Accord entrera en vigueur un (1) mois après la date d'échange de la dernière notification de l'accomplissement de toutes les exigences constitutionnelles et juridiques des Parties.
Le présent Accord entrera en vigueur un (1) mois après la date d'échange de la dernière notification de l'accomplissement de toutes les exigences constitutionnelles et juridiques des Parties.
BIJLAGE.
-
Art. N. Inwerkingtreding : 19 maart 2014.
-