Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 JULI 2010. - Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk Belgie en de Republiek Servië, opgemaakt te Brussel op 15 juli 2010
Titre
15 JUILLET 2010. - Convention sur la sécurité sociale entre le Royaume de Belgique et la République de Serbie, faite à Bruxelles le 15 juillet 2010
Tekst (68)
Texte (68)
TITEL I. - Algemene bepalingen
TITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. Definities
  1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst verstaat men onder de term :
  (1) " België " : het Koninkrijk België;
  " Servië " : de Republiek Servië.
  (2) " Onderdaan " :
  Voor België : een persoon van Belgische nationaliteit;
  Voor Servië : een persoon van Servische nationaliteit.
  (3) " Wetgeving " : de wetten en verordeningen betreffende de sociale zekerheid bedoeld in artikel 2 van deze Overeenkomst.
  (4) " Bevoegde autoriteit " :
  Voor België : de ministers die, ieder wat hem betreft, belast zijn met de uitvoering van de wetgeving bedoeld in artikel 2, paragraaf 1, van deze Overeenkomst;
  Voor Servië : de ministeries die bevoegd zijn voor de wetgeving bedoeld in artikel 2, paragraaf 1, van deze Overeenkomst.
  (5) " Orgaan " : de instelling, de organisatie of de autoriteit die ermee belast is de in artikel 2, paragraaf 1, van deze Overeenkomst bedoelde wetgevingen geheel of gedeeltelijk toe te passen.
  (6) " Bevoegd orgaan " : de instelling, de organisatie of de autoriteit die ermee belast is de in artikel 2, paragraaf 1, van deze Overeenkomst bedoelde wetgevingen geheel of gedeeltelijk toe te passen en die bevoegd is voor de toekenning van de prestaties.
  (7) " Verzekeringstijdvak " : elke periode van bijdragebetaling evenals elke periode die als verzekeringstijdvak wordt erkend bij de wetgeving onder dewelke deze periode werd vervuld, alsook elke periode die bij deze wetgeving als gelijkgesteld aan een verzekeringstijdvak wordt erkend.
  (8) " Prestatie " : gelijk welke verstrekking of uitkering waarin is voorzien bij de wetgeving van elk van de overeenkomstsluitende Staten, met inbegrip van alle aanvullingen of verhogingen die van toepassing zijn krachtens de wetgevingen bedoeld in artikel 2 van deze Overeenkomst.
  (9) " Gezinsbijslag " : de periodieke uitkeringen toegekend overeenkomstig de wetgeving die van toepassing is en vastgesteld op grond van het aantal kinderen en hun leeftijd, met uitsluiting van alle andere aanvullingen of verhogingen.
  (10) " Gezinslid " : een gezinslid overeenkomstig de wetgeving van de overeenkomstsluitende Staat ten laste van dewelke de prestaties zijn, of, in het geval bedoeld in artikel 14, paragraaf 2 van deze Overeenkomst, ingevolge de wetgeving van de overeenkomstsluitende Staat op het grondgebied waarvan de persoon woont.
  (11) " Woonplaats " : de normale verblijfplaats.
  (12) " Verblijfplaats " : de tijdelijke verblijfplaats.
  2. Elke term die niet is gedefinieerd in paragraaf 1 van dit artikel heeft de betekenis die daaraan in de toepasselijke wetgeving wordt gegeven.
Article 1. Définitions
  1. Pour l'application de la présente Convention, les termes suivants désignent :
  (1) " Belgique " : le Royaume de Belgique;
  " Serbie " : la République de Serbie.
  (2) " Ressortissant " :
  En ce qui concerne la Belgique : une personne qui a la nationalité belge;
  En ce qui concerne la Serbie : une personne qui a la nationalité serbe.
  (3) " Législation " : les lois et règlements concernant la sécurité sociale qui sont visés à l'article 2 de la présente Convention.
  (4) " Autorité compétente " :
  En ce qui concerne la Belgique : les ministres chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'application de la législation visée à l'article 2, paragraphe 1er, de la présente Convention;
  En ce qui concerne la Serbie : les ministères compétents pour la législation visée à l'article 2, paragraphe 1er, de la présente Convention.
  (5) " Organisme " : l'institution, l'organisation ou l'autorité chargée d'appliquer, en tout ou en partie, les législations visées à l'article 2, paragraphe 1er, de la présente Convention.
  (6) " Organisme compétent " : l'institution, l'organisation ou l'autorité chargée d'appliquer, en tout ou en partie, les législations visées à l'article 2, paragraphe 1er, de la présente Convention et qui est compétente pour l'octroi des prestations.
  (7) " Période d'assurance " : toute période de payement de cotisations ainsi que toute période reconnue comme période d'assurance par la législation sous laquelle cette période a été accomplie, ainsi que toute période assimilée à une période d'assurance et reconnue par cette législation.
  (8) " Prestation " : toute prestation en nature ou en espèces prévue par la législation de chacun des Etats contractants, y compris tous compléments ou majorations qui sont applicables en vertu des législations visées à l'article 2 de la présente Convention.
  (9) " Allocations familiales " : les prestations périodiques en espèces accordées conformément à la législation qui s'applique et établies en fonction du nombre et de l'ssge des enfants, à l'exclusion d'autres compléments ou majorations.
  (10) " Membre de la famille " : un membre de la famille conformément à la législation de l'Etat contractant qui a la charge des prestations, ou dans le cas visé à l'article 14, paragraphe 2, de la présente Convention, par la législation de l'Etat contractant sur le territoire duquel elle réside.
  (11) " Résidence " : le séjour habituel.
  (12) " Séjour " : le séjour temporaire.
  2. Tout terme non défini au paragraphe 1er du présent article a le sens qui lui est attribué par la législation qui s'applique.
Art. 2. Materiële werkingssfeer
  1. Deze Overeenkomst is van toepassing :
  - voor België, op de wetgevingen betreffende :
  (1) de ziekte- en moederschapsverzekering van werknemers en zelfstandigen;
  (2) de arbeidsongevallen en beroepsziekten;
  (3) de rust- en overlevingspensioenen van werknemers en zelfstandigen;
  (4) de invaliditeitsverzekering van werknemers, zeelieden ter koopvaardij en mijnwerkers alsook van zelfstandigen;
  (5) de gezinsbijslag van werknemers en zelfstandigen;
  (6) de werkloosheidsverzekering.
  - voor Servië, op de wetgevingen betreffende :
  (1) de verzekering voor gezondheid, geneeskundige verzorging en moederschap;
  (2) de verzekering voor pensioenen en invaliditeit;
  (3) de verzekering in geval van arbeidsongevallen en beroepsziekten;
  (4) de uitkeringen in geval van werkloosheid;
  (5) de gezinsbijslag.
  2. Deze Overeenkomst is ook van toepassing op de wetgevingen die de in paragraaf 1 van dit artikel vermelde wetgevingen zullen wijzigen of aanvullen.
  3. Deze Overeenkomst is ook van toepassing op de wetgevingen waarbij de bestaande regelingen tot nieuwe categorieën van gerechtigden uitgebreid zullen worden, indien de overeenkomstsluitende Staat die zijn wetgeving heeft gewijzigd zich daartegen niet verzet; in geval van verzet moet dit binnen een termijn van zes maanden met ingang van de officiële bekendmaking van bedoelde wetgevingen aan de andere overeenkomstsluitende Staat betekend worden.
  4. Deze Overeenkomst is niet van toepassing op de wetgevingen tot dekking van een nieuwe tak van de sociale zekerheid, behalve indien te dien einde tussen de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten een akkoord wordt getroffen.
Art. 2. Champ d'application matériel
  1. La présente Convention s'applique :
  - en ce qui concerne la Belgique, aux législations relatives :
  (1) à l'assurance maladie et maternité des travailleurs salariés et des travailleurs indépendants;
  (2) aux accidents du travail et aux maladies professionnelles;
  (3) aux pensions de retraite et de survie des travailleurs salariés et des travailleurs indépendants;
  (4) à l'assurance invalidité des travailleurs salariés, des marins de la marine marchande et des ouvriers mineurs ainsi que des travailleurs indépendants;
  (5) aux prestations familiales des travailleurs salariés et des travailleurs indépendants;
  (6) à l'assurance chômage.
  - en ce qui concerne la Serbie, aux législations relatives :
  (1) à l'assurance santé, soins de santé et maternité;
  (2) à l'assurance pensions et invalidité;
  (3) à l'assurance en cas d'accidents du travail et de maladies professionnelles;
  (4) aux indemnités en espèces en cas de chômage;
  (5) aux allocations familiales.
  2. La présente Convention s'appliquera également aux législations qui modifieront ou compléteront les législations énumérées au paragraphe 1er du présent article.
  3. La présente Convention s'appliquera aux législations qui étendront les régimes existants à de nouvelles catégories de bénéficiaires s'il n'y a pas, à cet égard, opposition de l'Etat contractant qui modifie sa législation, notifiée à l'autre Etat contractant dans un délai de six mois à partir de la publication officielle desdites législations.
  4. La présente Convention n'est pas applicable aux législations instituant une nouvelle branche de sécurité sociale, sauf si un accord intervient à cet effet entre les autorités compétentes des Etats contractants.
Art. 3. Persoonlijke werkingssfeer
  Behoudens andersluidende bepalingen, is deze Overeenkomst van toepassing op de personen op wie de wetgeving van een van beide of van beide overeenkomstsluitende Staten van toepassing is of geweest is, alsmede op alle andere personen die afgeleide rechten ontlenen aan de voormelde personen.
Art. 3. Champ d'application personnel
  Sauf dispositions contraires, la présente Convention s'applique aux personnes qui sont ou qui ont été soumises à la législation d'un ou des deux Etats contractants ainsi qu'à toute autre personne dont les droits dérivés proviennent des personnes mentionnées ci-dessus.
Art. 4. Gelijke behandeling
  Tenzij er in deze Overeenkomst anders bepaald is, hebben de in artikel 3 van deze Overeenkomst bedoelde personen de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van de overeenkomstsluitende Staat onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van deze Staat.
Art. 4. Egalité de traitement
  A moins qu'il n'en soit autrement disposé dans la présente Convention, les personnes visées à l'article 3 de la présente Convention sont soumises aux obligations et sont admises au bénéfice de la législation de l'Etat contractant dans les mêmes conditions que les ressortissants de cet Etat.
Art. 5. Uitvoer van prestaties
  1. Tenzij er in deze Overeenkomst anders bepaald is, mogen de prestaties wegens invaliditeit, arbeidsongevallen en beroepsziekten, evenals die inzake rust en overleving, verworven ingevolge de wetgeving van een van beide overeenkomstsluitende Staten, niet geschorst worden noch verminderd of gewijzigd worden op grond van het feit dat de gerechtigde verblijft of woont op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat.
  2. De uitvoer van de in paragraaf 1 van dit artikel bedoelde prestaties is voor de personen bedoeld in artikel 3 van deze Overeenkomst enkel mogelijk wanneer ze wonen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat.
  3. De rust- en overlevingsprestaties en de prestaties wegens arbeidsongevallen en beroepsziekten die krachtens de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Staten verschuldigd zijn, worden aan de onderdanen van de andere overeenkomstsluitende Staat die wonen op het grondgebied van een derde Staat uitbetaald onder dezelfde voorwaarden als gold het onderdanen van de eerste overeenkomstsluitende Staat die wonen op het grondgebied van deze derde Staat.
  4. Wat Servië betreft, zijn paragrafen 1 en 2 van dit artikel niet van toepassing op het minimumbedrag van een pensioen.
Art. 5. Exportation des prestations
  l. A moins que la présente Convention n'en dispose autrement, les prestations d'invalidité, d'accidents du travail et de maladies professionnelles ainsi que celles relatives aux prestations de retraite et de survie, acquises au titre de la législation de l'un des Etats contractants ne peuvent être suspendues, ni subir aucune réduction ou modification du fait que le bénéficiaire séjourne ou réside sur le territoire de l'autre Etat contractant.
  2. L'exportation des prestations visées au paragraphe 1er du présent article dues en vertu de la législation d'un des Etats contractants, n'est effectuée pour les personnes visées à l'article 3 de la présente Convention que si elles résident sur le territoire de l'autre Etat contractant.
  3. Les prestations de retraite et de survie, d'accidents du travail et de maladies professionnelles dues en vertu de la législation d'un des Etats contractant sont payées aux ressortissants de l'autre Etat contractant qui résident sur le territoire d'un Etat tiers dans les mêmes conditions que s'il s'agissait de ressortissants du premier Etat contractant résidant sur le territoire de cet Etat tiers.
  4. En ce qui concerne la Serbie, les paragraphes 1er et 2 du présent article ne sont pas applicables au montant minimum d'une pension.
Art. 6. Verminderings- of schorsingsclausules
  De verminderings- of schorsingsclausules waarin de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Staten voorziet ingeval van samenloop van een prestatie met andere prestaties van sociale zekerheid of met andere inkomsten of door het feit van de uitoefening van beroepsarbeid, zijn op de rechthebbenden van toepassing zelfs indien het gaat om prestaties die krachtens een regeling van de andere overeenkomstsluitende Staat zijn verkregen of om inkomsten verworven of om beroepsarbeid uitgeoefend op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat. Deze regel is evenwel niet van toepassing op de samenloop van gelijkaardige prestaties.
Art. 6. Clauses de réduction ou de suspension
  Les clauses de réduction ou de suspension prévues par la législation d'un Etat contractant, en cas de cumul d'une prestation avec d'autres prestations de sécurité sociale ou avec d'autres revenus ou du fait de l'exercice d'une activité professionnelle, sont opposables aux bénéficiaires, même s'il s'agit de prestations acquises en vertu d'un régime de l'autre Etat contractant ou s'il s'agit de revenus obtenus ou d'une activité professionnelle exercée sur le territoire de l'autre Etat contractant. Toutefois, cette règle n'est pas applicable au cumul de deux prestations de même nature.
TITEL II. - Bepalingen betreffende de toepasselijke wetgeving
TITRE II. - Dispositions déterminant la législation applicable
Art. 7. Algemene regels
  1. Onder voorbehoud van artikelen 8 tot 11, wordt de toepasselijke wetgeving bepaald overeenkomstig de hierna volgende bepalingen :
  (1) op de persoon die als loontrekkende een beroepsactiviteit uitoefent op het grondgebied van een overeenkomstsluitende Staat is de wetgeving van deze Staat van toepassing, zelfs indien de werkgever of de onderneming die deze persoon tewerkstelt, woont of gevestigd is op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat;
  (2) op de persoon die als zelfstandige een beroepsactiviteit uitoefent op het grondgebied van een overeenkomstsluitende Staat is de wetgeving van deze Staat van toepassing;
  (3) op de persoon die deel uitmaakt van het reizend, varend of vliegend personeel van een onderneming die voor rekening van een derde of voor eigen rekening internationaal vervoer van passagiers of goederen per spoor, over de weg, via de lucht of per binnenscheepvaart verricht en wier zetel gevestigd is op het grondgebied van een overeenkomstsluitende Staat is de wetgeving van deze Staat van toepassing;
  2. In geval van gelijktijdige uitoefening van een zelfstandige beroepsbezigheid in België en loonarbeid in Servië, wordt de activiteit uitgeoefend in Servië, voor de vaststelling van de verplichtingen voortvloeiend uit de Belgische wetgeving betreffende het sociaal statuut van de zelfstandigen, gelijkgesteld met loonarbeid uitgeoefend in België.
Art. 7. Règles générales
  1. Sous réserve des articles 8 à 11 de la présente Convention, la législation applicable est déterminée conformément aux dispositions suivantes :
  (1) la personne qui exerce une activité professionnelle en tant que salariée sur le territoire d'un Etat contractant est soumise à la législation de cet Etat même si l'employeur ou l'entreprise qui emploie ladite personne a son domicile ou son siège sur le territoire de l'autre Etat contractant;
  (2) la personne qui exerce une activité professionnelle indépendante sur le territoire d'un Etat contractant est soumise à la législation de cet Etat;
  (3) la personne qui fait partie du personnel roulant, navigant ou volant, d'une entreprise effectuant, pour le compte d'autrui ou pour son propre compte, des transports internationaux de passagers ou de marchandises par voies ferroviaire, routière, aérienne ou batelière et ayant son siège sur le territoire d'un Etat contractant est soumise à la législation de ce dernier Etat.
  2. En cas d'exercice simultané d'une activité professionnelle indépendante en Belgique et salariée en Serbie, l'activité exercée en Serbie est assimilée à une activité salariée exercée en Belgique, en vue de la fixation des obligations qui résultent de la législation belge relative au statut social des travailleurs indépendants.
Art. 8. Bijzondere regels
  1. De werknemer die, in dienst zijnde van een onderneming die op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende Staten een vestiging heeft waaronder hij normaal ressorteert, door deze onderneming gedetacheerd wordt naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat om er een werk voor haar rekening uit te voeren, blijft, samen met de hem vergezellende gezinsleden, onder de toepassing vallen van de wetgeving van de eerste Staat, alsof hij werkzaam bleef op diens grondgebied, op voorwaarde dat de te verwachten duur van het door hem uit te voeren werk geen vierentwintig maanden overschrijdt en dat hij niet gezonden wordt ter vervanging van een andere persoon wiens detacheringsperiode is afgelopen.
  2. Wanneer de in paragraaf 1 van dit artikel bedoelde detachering langer duurt dan vierentwintig maanden, kunnen de bevoegde autoriteiten van beide overeenkomstsluitende Staten of de bevoegde organen aangeduid door deze bevoegde autoriteiten overeenkomen dat enkel de wetgeving van de eerste overeenkomstsluitende Staat van toepassing blijft op de werknemer. Dit akkoord mag evenwel slechts worden toegekend voor een bijkomende periode van ten hoogste zesendertig maanden en moet worden aangevraagd vóór het einde van de aanvankelijke periode van vierentwintig maanden.
  3. Paragraaf 1 van dit artikel is van toepassing wanneer een persoon, nadat hij door zijn werkgever van het grondgebied van een overeenkomstsluitende Staat naar het grondgebied van een derde land is gestuurd, door deze werkgever van het grondgebied van het derde land naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat wordt gestuurd.
  4. Wanneer een persoon op wie de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat van toepassing is en die gewoonlijk een zelfstandige activiteit uitoefent op het grondgebied van deze overeenkomstsluitende Staat, deze activiteit stopzet en tijdelijk deze activiteit of een gelijkaardige zelfstandige activiteit uitoefent op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat, blijft op deze persoon enkel de wetgeving van de eerste overeenkomstsluitende Staat van toepassing, alsof deze persoon werkzaam bleef op het grondgebied van de eerste overeenkomstsluitende Staat, op voorwaarde dat de te verwachten duur van de zelfstandige activiteit op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat geen vierentwintig maanden overschrijdt.
  5. Wanneer de in paragraaf 4 van dit artikel bedoelde zelfstandige activiteit op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat langer duurt dan de aanvankelijke periode van vierentwintig maanden, kunnen de bevoegde autoriteiten van beide overeenkomstsluitende Staten of de bevoegde organen aangeduid door deze bevoegde autoriteiten overeenkomen dat enkel de wetgeving van de eerste overeenkomstsluitende Staat van toepassing blijft op de zelfstandige. Deze verlenging mag evenwel niet worden toegekend voor een periode van meer dan zesendertig maanden en moet worden aangevraagd vóór het einde van de aanvankelijke periode van vierentwintig maanden.
  6. De werknemer van een vervoeronderneming met zetel op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende Staten, die naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat gedetacheerd wordt of er in tijdelijk dan wel ambulant verband werkzaam is, valt, samen met de hem vergezellende gezinsleden, onder de toepassing van de wetgeving van de overeenkomstsluitende Staat op het grondgebied waarvan de onderneming haar zetel heeft. Heeft echter de onderneming op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat een filiaal of een permanente vertegenwoordiging, dan valt de aldaar tewerkgestelde werknemer onder de toepassing van de wetgeving van de overeenkomstsluitende Staat waar het filiaal of de vertegenwoordiging zich bevindt, met uitzondering van degene die daarheen niet blijvend wordt gezonden.
Art. 8. Règles particulières
  1. Le travailleur salarié qui, étant au service d'une entreprise ayant sur le territoire de l'un des Etats contractants un établissement dont il relève normalement, est détaché par cette entreprise sur le territoire de l'autre Etat contractant pour y effectuer un travail pour le compte de celle-ci, reste, ainsi que les membres de sa famille qui l'accompagnent, soumis à la législation du premier Etat comme s'il continuait à être occupé sur son territoire à la condition que la durée prévisible du travail qu'il doit effectuer n'excède pas vingt-quatre mois et qu'il ne soit pas envoyé en remplacement d'une autre personne parvenue au terme de la période de son détachement.
  2. Dans le cas où le détachement visé au paragraphe 1er du présent article se poursuit au-delà de vingt-quatre mois, les autorités compétentes des deux Etats contractants, ou les organismes compétents désignés par ces autorités compétentes, peuvent se mettre d'accord pour que le travailleur salarié reste soumis uniquement à la législation du premier Etat contractant. Toutefois, cet accord ne peut être donné que pour une période supplémentaire n'excédant pas trente-six mois. Il doit être sollicité avant la fin de la période initiale de vingt-quatre mois.
  3. Le paragraphe 1er du présent article est applicable lorsqu'une personne envoyée par son employeur du territoire d'un Etat contractant sur le territoire d'un pays tiers est envoyé ensuite par cet employeur du territoire du pays tiers vers le territoire de l'autre Etat contractant.
  4. Lorsqu'une personne assujettie à la législation d'un Etat contractant et qui exerce habituellement une activité indépendante sur le territoire de cet Etat contractant, cesse d'exercer cette activité et exerce temporairement ladite activité ou une activité indépendante similaire sur le territoire de l'autre Etat contractant, cette personne reste uniquement soumise à la législation du premier Etat contractant comme si elle continuait à travailler sur le territoire du premier Etat contractant, à la condition que la durée prévisible de l'activité indépendante sur le territoire de l'autre Etat contractant n'excède pas vingt-quatre mois.
  5. Dans le cas où l'activité indépendante sur le territoire de l'autre Etat contractant visée au paragraphe 4 du présent article se poursuit au-delà de la période initiale de vingt-quatre mois, les autorités compétentes des deux Etats contractants ou les organismes compétents désignés par ces autorités compétentes peuvent se mettre d'accord pour que le travailleur indépendant reste soumis uniquement à la législation du premier Etat contractant. Toutefois, cette prolongation ne peut être accordée pour une période excédant trente-six mois. Elle doit être sollicitée avant la fin de la période initiale de vingt-quatre mois.
  6. Le travailleur salarié d'une entreprise de transport ayant son siège sur le territoire de l'un des Etats contractants, qui est détaché sur le territoire de l'autre Etat contractant, ou y est occupé soit passagèrement, soit comme personnel itinérant, est, ainsi que les membres de sa famille qui l'accompagnent, soumis à la législation de l'Etat contractant sur le territoire duquel l'entreprise a son siège. Cependant, lorsque l'entreprise a, sur le territoire de l'autre Etat contractant, une succursale ou une représentation permanente, le travailleur salarié que celle-ci occupe est soumis à la législation de l'Etat contractant sur le territoire duquel elle se trouve, à l'exception de celui qui y est envoyé à titre non permanent.
Art. 9. Ambtenaren
  Op ambtenaren en het gelijkgesteld personeel van een overeenkomstsluitende Staat die worden gedetacheerd naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat om er hun activiteit uit te oefenen, alsook op hun gezinsleden, is de wetgeving van eerstgenoemde overeenkomstsluitende Staat van toepassing.
Art. 9. Fonctionnaires
  Les fonctionnaires et le personnel assimilé d'un Etat contractant qui sont détachés sur le territoire de l'autre Etat contractant pour y exercer leur activité, restent, ainsi que les membres de leur famille, soumis à la législation du premier Etat contractant.
Art. 10. Leden van diplomatieke missies en consulaire posten
  1. De onderdanen van de zendstaat die als leden van een diplomatieke missie of een consulaire post door deze Staat worden gezonden naar het grondgebeid van de ontvangende Staat zijn onderworpen aan de wetgeving van eerstgenoemde Staat.
  2. De personen die ter plaatse als leden van het administratief of technisch personeel, als consulaire bedienden of als leden van het dienstpersoneel in dienst zijn genomen door een diplomatieke missie of een consulaire post van de zendstaat en die op het grondgebied van de ontvangende Staat wonen zijn onderworpen aan de wetgeving van laatstgenoemde Staat.
  3. Wanneer de diplomatieke missie of de consulaire post van de zendstaat personen tewerkstelt die overeenkomstig paragraaf 2 van dit artikel onderworpen zijn aan de wetgeving van de ontvangende Staat, houdt de missie of de post rekening met de verplichtingen die de wetgeving van laatstgenoemde Staat de werkgevers oplegt.
  4. De bepalingen van paragrafen 2 en 3 van dit artikel zijn naar analogie toepasselijk op de personen die tewerkgesteld zijn in private dienst van een persoon bedoeld in paragraaf 1 van dit artikel.
  5. De bepalingen van paragrafen 1 tot 4 van dit artikel zijn niet van toepassing op de ereleden van een consulaire post noch op de personen tewerkgesteld in private dienst van deze personen.
  6. De bepalingen van dit artikel zijn ook toepasselijk op de gezinsleden van de personen bedoeld in paragrafen 1 tot 4, die bij hen inwonen, tenzij ze zelf een beroepsbezigheid uitoefenen.
Art. 10. Membres des missions diplomatiques et des postes consulaires
  1. Les ressortissants de l'Etat accréditant envoyés en qualité de membres d'une mission diplomatique ou d'un poste consulaire par cet Etat sur le territoire de l'Etat accréditaire sont soumis à la législation du premier Etat.
  2. Les personnes engagées localement par une mission diplomatique ou par un poste consulaire de l'Etat accréditant en qualité de membres du personnel administratif et technique, d'employés consulaires ou de membres du personnel de service, et résidant sur le territoire de l'Etat accréditaire, sont soumises à la législation de ce dernier Etat.
  3. Lorsque la mission diplomatique ou le poste consulaire de l'Etat accréditant occupe des personnes qui, conformément au paragraphe 2 du présent article, sont soumises à la législation de l'Etat accréditaire, la mission ou le poste tient compte des obligations imposées aux employeurs par la législation de ce dernier Etat.
  4. Les dispositions des paragraphes 2 et 3 du présent article sont applicables par analogie aux personnes occupées au service privé d'une personne visée au paragraphe 1er du présent article.
  5. Les dispositions des paragraphes 1er à 4 du présent article ne sont pas applicables aux membres honoraires d'un poste consulaire ni aux personnes occupées au service privé de ces personnes.
  6. Les dispositions du présent article sont également applicables aux membres de la famille des personnes visées aux paragraphes 1er à 4 du présent article, vivant à leur foyer, à moins qu'ils n'exercent eux-mêmes une activité professionnelle.
Art. 11. Afwijkingen
  In het belang van bepaalde personen of categorieën van personen kunnen de bevoegde autoriteiten, na gemeen overleg, voorzien in afwijkingen op de bepalingen van artikelen 7 tot 10.
Art. 11. Dérogations
  Les autorités compétentes peuvent prévoir, d'un commun accord, dans l'intérêt de certaines personnes ou de certaines catégories de personnes, des dérogations aux dispositions des articles 7 à 10 de la présente Convention.
TITEL III. - Bijzondere bepalingen betreffende de prestaties
TITRE III. - Dispositions particulières concernant les prestations
HOOFDSTUK 1. - Ziekte en moederschap
CHAPITRE 1er. - Maladie et maternité
Art. 12. Samentelling van de verzekeringstijdvakken
  Voor het bepalen van het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties en voor het bepalen van de duur van de toekenning ervan worden de verzekeringstijdvakken vervuld onder de wetgeving van elk van de overeenkomstsluitende Staten samengeteld voor zover ze elkaar niet overlappen.
Art. 12. Totalisation des périodes d'assurance
  Pour la détermination de l'ouverture, du maintien ou du recouvrement du droit aux prestations et de leur durée d'octroi, les périodes d'assurances accomplies sous la législation de chacun des Etats contractants sont totalisées pour autant qu'elles ne se superposent pas.
Art. 13. Verstrekkingen in geval van verblijf op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat
  1. Een persoon die recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Staten en die, gelet op zijn toestand, onmiddellijk geneeskundige verzorging nodig heeft tijdens een verblijf op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat, geniet verstrekkingen op het grondgebied van deze andere overeenkomstsluitende Staat.
  2. De verstrekkingen worden ten laste van het bevoegde orgaan verleend door het orgaan van de verblijfplaats volgens de bepalingen die het toepast, waarbij de duur van de toekenning van de verstrekkingen evenwel geregeld wordt bij de wetgeving die het bevoegd orgaan toepast.
  3. Paragraaf 1 van dit artikel is niet van toepassing :
  (1) wanneer een persoon zich zonder de toelating van het bevoegde orgaan begeeft naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat om er een medische behandeling te krijgen;
  (2) behoudens in onmiskenbare spoedgevallen, op de prothesen, op de hulpmiddelen van grotere omvang of op andere belangrijke verstrekkingen waarvan de lijst na gemeen overleg door de bevoegde autoriteiten wordt opgemaakt.
  4. Het orgaan van de verblijfplaats moet de onmiddellijke noodzaak aan verzorging bedoeld in paragraaf 1 van dit artikel en de onmiskenbare spoedgevallen bedoeld in paragraaf 3, punt (2), van dit artikel vaststellen.
Art. 13. Prestations en nature en cas de séjour sur le territoire de l'autre Etat contractant
  1. Une personne, qui a droit aux prestations en nature au titre de la législation d'un des Etats contractants et dont l'état vient à nécessiter des soins de santé immédiats au cours d'un séjour sur le territoire de l'autre Etat contractant, bénéficie des prestations en nature sur le territoire de cet autre Etat contractant.
  2. Les prestations en nature sont servies, à la charge de l'organisme compétent, par l'organisme du lieu de séjour selon les dispositions qu'il applique, la durée d'octroi des prestations étant toutefois régie par la législation que l'organisme compétent applique.
  3. Le paragraphe 1er du présent article ne s'applique pas :
  (1) lorsque une personne se rend, sans autorisation de l'organisme compétent, sur le territoire de l'autre Etat contractant dans le but d'y recevoir un traitement médical;
  (2) Sauf en cas d'urgence absolue, aux prothèses, au grand appareillage et aux autres prestations en nature de grande importance dont la liste est arrêtée d'un commun accord par les autorités compétentes.
  4. Il appartient à l'organisme du lieu de séjour de déterminer l'immédiate nécessité des soins visés au paragraphe 1er du présent article, ainsi que de constater l'urgence absolue visée au paragraphe 3, point (2), du présent article.
Art. 14. Verstrekkingen voor de rechthebbenden
  en de gezinsleden die wonen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat
  1. Een persoon die recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Staten en die woont op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat, evenals zijn gezinsleden die er eveneens wonen, genieten de verstrekkingen op het grondgebied van deze andere overeenkomstsluitende Staat.
  2. De gezinsleden van een persoon die onderworpen is aan de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat, die recht hebben op verstrekkingen ingevolge de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Staten en die wonen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat, genieten de verstrekkingen op het grondgebied van deze andere overeenkomstsluitende Staat.
  3. De verstrekkingen worden verleend ten laste van het bevoegde orgaan door het orgaan van de woonplaats volgens de wetgeving die het toepast.
  4. Paragrafen 1, 2 en 3 van dit artikel zijn niet toepasselijk op de gezinsleden indien zij recht hebben op verstrekkingen krachtens de wetgeving van de overeenkomstsluitende Staat op het grondgebied waarvan zij wonen.
Art. 14. Prestations en nature pour les personnes assurées et les membres de famille en cas de résidence sur le territoire de l'autre Etat contractant
  1. Une personne, qui a droit aux prestations en nature au titre de la législation d'un des Etats contractants et qui réside sur le territoire de l'autre Etat contractant, bénéficie, ainsi que les membres de sa famille qui y résident également, des prestations en nature sur le territoire de cet autre Etat contractant.
  2. Les membres de la famille d'une personne qui est soumise à la législation d'un Etat contractant, qui ont droit aux prestations en nature au titre de la législation d'un des Etats contractants, et qui résident sur le territoire de l'autre Etat contractant, bénéficient des prestations en nature sur le territoire de cet autre Etat contractant.
  3. Les prestations en nature sont servies, à la charge de l'organisme compétent, par l'organisme du lieu de résidence selon la législation qu'il applique.
  4. Les paragraphes 1er, 2 et 3 du présent article ne s'appliquent pas aux membres de la famille s'ils ont droit aux prestations en nature en vertu de la législation de l'Etat contractant sur le territoire duquel ils résident.
Art. 15. Verstrekkingen voor gedetacheerde personen en hun gezinsleden
  1. De persoon die krachtens artikelen 8 tot 11 van deze overeenkomst onderworpen is aan de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat alsook de hem vergezellende gezinsleden, genieten de verstrekkingen tijdens de hele duur dat ze wonen of verblijven op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat.
  2. De verstrekkingen worden verleend ten laste van het bevoegde orgaan door het orgaan van de woon- of verblijfplaats volgens de wetgeving die het toepast.
Art. 15. Prestations en nature pour les personnes détachées ainsi que les membres de famille
  1. La personne qui est, en vertu des articles 8 à 11 de la présente convention, soumise à la législation d'un Etat contractant, ainsi que les membres de sa famille qui l'accompagnent, bénéficient des prestations en nature pendant toute la durée de leur résidence ou séjour sur le territoire de l'autre Etat contractant.
  2. Les prestations en nature sont servies, à la charge de l'organisme compétent, par l'organisme du lieu de résidence ou de séjour selon la législation qu'il applique.
Art. 16. Verstrekkingen voor de gerechtigden op invaliditeits-, ouderdoms- of overlevingspensioenen en de gezinsleden
  1. De gerechtigde op invaliditeits-, ouderdoms- of overlevingspensioenen of op een rente, verschuldigd ingevolge de wetgevingen van beide overeenkomstsluitende Staten, geniet voor zichzelf en voor zijn gezinsleden verstrekkingen overeenkomstig de wetgeving van de overeenkomstsluitende Staat op het grondgebied waarvan hij woont en ten laste van het bevoegde orgaan van deze Staat.
  2. De gerechtigde op een invaliditeits-, ouderdoms- of overlevingsuitkering of een rente uitsluitend verschuldigd ingevolge de wetgeving van een van beide overeenkomstsluitende Staten, die woont op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat, geniet verstrekkingen voor zichzelf en voor zijn gezinsleden. De verstrekkingen worden verleend ten laste van het bevoegde orgaan door het orgaan van de woonplaats volgens de wetgeving die het toepast.
Art. 16. Prestations en nature pour les bénéficiaires de pensions d'invalidité, de vieillesse ou de survie et pour les membres de famille
  1. Le bénéficiaire de pensions d'invalidité, de vieillesse ou de survie ou de rente, dues en vertu des législations des deux Etats contractants, bénéficie pour lui-même et les membres de sa famille des prestations en nature conformément à la législation de l'Etat contractant sur le territoire duquel il réside et à la charge de l'organisme compétent de cet Etat.
  2. Le bénéficiaire d'une pension d'invalidité, de vieillesse ou de survie ou d'une rente, due exclusivement en vertu de la législation de l'un des deux Etats contractants, qui réside sur le territoire de l'autre Etat contractant, bénéficie pour lui-même et les membres de sa famille des prestations en nature. Les prestations en nature sont servies, à la charge de l'organisme compétent, par l'organisme du lieu de résidence selon la législation qu'il applique.
Art. 17. Verstrekkingen in geval van verblijf op het grondgebied van de bevoegde Staat
  1. De personen bedoeld in paragrafen 1 en 2 van artikel 14 en in paragraaf 2 van artikel 16 van deze overeenkomst, die verblijven op het grondgebied van België, genieten verstrekkingen op het grondgebied van België, ten laste van het Belgische bevoegde orgaan en volgens de bepalingen die het Belgische orgaan van de verblijfplaats toepast.
  2. De personen bedoeld in paragrafen 1 en 2 van artikel 14 en in paragraaf 2 van artikel 16 van deze overeenkomst, die verblijven op het grondgebied van Servië en die, gelet op hun toestand, onmiddellijk geneeskundige verzorging nodig hebben, genieten verstrekkingen op het grondgebied van Servië, ten laste van het Servische bevoegde orgaan en volgens de bepalingen die het Servische orgaan van de verblijfplaats toepast.
Art. 17. Prestations en nature en cas de séjour sur le territoire de l'Etat compétent
  1. Les personnes visées aux paragraphes 1er et 2 de l'article 14 et au paragraphe 2 de l'article 16 de la présente Convention qui séjournent sur le territoire de la Belgique bénéficient des prestations en nature sur le territoire de la Belgique, à charge de l'organisme compétent belge et selon les dispositions qu'applique l'organisme du lieu de séjour belge.
  2. Les personnes visées aux paragraphes 1er et 2 de l'article 14 et au paragraphe 2 de l'article 16 de la présente Convention qui séjournent sur le territoire de la Serbie et dont l'état vient à nécessiter des soins de santé immédiats bénéficient des prestations en nature sur le territoire de la Serbie, à charge de l'organisme compétent serbe et selon les dispositions qu'applique l'organisme du lieu de séjour serbe.
Art. 18. Terugbetaling van de verstrekkingen
  1. Het daadwerkelijke bedrag van de krachtens de bepalingen van artikelen 13, 14, 15 en 16, paragraaf 2, verleende verstrekkingen wordt door het bevoegde orgaan terugbetaald aan het orgaan dat deze verstrekkingen heeft verleend, volgens de modaliteiten voorzien in de administratieve Schikking.
  2. De Belgische bevoegde autoriteit en het Servische verbindingsorgaan kunnen onderling overeenkomen om af te wijken van de bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel.
Art. 18. Remboursement des prestations en nature
  1. Le montant effectif des prestations en nature servies en vertu des dispositions des articles 13, 14, 15 et 16, paragraphe 2, de la présente convention, est remboursé par l'organisme compétent à l'organisme qui a servi lesdites prestations, selon les modalités prévues dans l'Arrangement administratif.
  2. L'autorité compétente belge et l'organisme de liaison serbe peuvent convenir entre eux de déroger aux dispositions du paragraphe 1er du présent article.
Art. 19. Tenlasteneming van verstrekkingen
  Wanneer een persoon of een lid van zijn gezin aanspraak kan maken op verstrekkingen krachtens de wetgevingen van beide overeenkomstsluitende Staten, zijn de volgende regels van toepassing :
  (1) deze verstrekkingen zijn uitsluitend ten laste van het bevoegde orgaan van de overeenkomstsluitende Staat op het grondgebied waarvan ze verleend zijn;
  (2) de verstrekkingen verleend op het grondgebied van een andere Staat dan een van beide overeenkomstsluitende Staten zijn uitsluitend ten laste van het bevoegde orgaan van de overeenkomstsluitende Staat op het grondgebied waarvan de persoon of het lid van zijn gezin woont.
Art. 19. Prise en charge de prestations en nature
  Lorsqu'une personne ou un membre de sa famille peut prétendre à des prestations en nature en vertu des législations des deux Etats contractants, les règles suivantes sont applicables :
  (1) ces prestations sont exclusivement à charge de l'organisme compétent de l'Etat contractant sur le territoire duquel elles sont servies;
  (2) les prestations servies sur le territoire d'un Etat autre que l'un des deux Etats contractants, sont exclusivement à charge de l'organisme compétent de l'Etat contractant sur le territoire duquel réside la personne ou le membre de sa famille.
Art. 20. Uitkeringen in geval van ziekte
  1. Een persoon die voldoet aan de voorwaarden die bij de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Staten gesteld zijn om recht te hebben op uitkeringen, eventueel rekening houdend met de bepalingen van artikel 12 van deze overeenkomst, heeft recht op deze uitkeringen ook al bevindt hij zich op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat. De uitkeringen worden rechtstreeks verstrekt door het bevoegde orgaan waaronder de rechthebbende ressorteert. De rechthebbende op uitkeringen van de ziekte- en moederschapsverzekering mag verblijven op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat mits het bevoegde orgaan zijn voorafgaande toestemming heeft gegeven.
  2. De rechthebbende op uitkeringen krachtens de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat kan verder genieten van deze uitkeringen wanneer hij zijn woonplaats overbrengt naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat. Voor de verandering van woonplaats kan een voorafgaande toelating door het bevoegde orgaan worden geëist. Deze toelating kan evenwel enkel geweigerd worden indien de verplaatsing af te raden is op grond van behoorlijk vastgestelde medische redenen.
Art. 20. Prestations en espèces en cas de maladie
  1. La personne qui remplit les conditions prévues par la législation d'un des Etats contractants pour avoir droit aux prestations en espèces, compte tenu éventuellement des dispositions de l'article 12 de la présente convention, a droit à ces prestations même si elle se trouve sur le territoire de l'autre Etat contractant. Les prestations en espèces sont servies directement par l'organisme compétent dont le bénéficiaire relève. Le bénéficiaire de prestations en espèces de l'assurance maladie-maternité peut séjourner sur le territoire de l'autre Etat contractant moyennant accord préalable de l'organisme compétent.
  2. Le titulaire de prestations en espèces au titre de la législation d'un Etat contractant peut conserver le bénéfice de ces prestations s'il transfère sa résidence sur le territoire de l'autre Etat contractant. Le transfert de résidence peut être soumis à une autorisation préalable de l'organisme compétent. Toutefois, cette autorisation ne peut être refusée que si le déplacement est déconseillé pour des raisons médicales dûment établies.
HOOFDSTUK 2. - Arbeidsongevallen en beroepsziekten
CHAPITRE 2. - Accidents du travail et maladies professionnelles
Art. 21. Verstrekkingen verleend op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat
  1. De persoon die ingevolge een arbeidsongeval of een beroepsziekte recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat geniet verstrekkingen, indien hij verblijft of woont op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat.
  2. De verstrekkingen worden ten laste van het bevoegde orgaan verleend door het orgaan van de verblijf- of woonplaats volgens de wetgeving die het toepast, waarbij de duur van de toekenning van de verstrekkingen evenwel geregeld is bij de wetgeving die het bevoegd orgaan toepast.
Art. 21. Prestations en nature servies sur le territoire de l'autre Etat contractant
  1. La personne qui, en raison d'un accident du travail ou d'une maladie professionnelle, a droit aux prestations en nature conformément à la législation d'un Etat contractant, bénéficie, en cas de séjour ou de résidence sur le territoire de l'autre Etat contractant, des prestations en nature.
  2. Les prestations en nature sont servies, à la charge de l'organisme compétent, par l'organisme du lieu de séjour ou de résidence selon la législation qu'il applique, la durée d'octroi des prestations étant toutefois régie par la législation que l'organisme compétent applique.
Art. 22. Terugbetaling van de verstrekkingen
  1. Het daadwerkelijke bedrag van de krachtens de bepalingen van artikel 21 van deze overeenkomst verleende verstrekkingen wordt door het bevoegde orgaan terugbetaald aan het orgaan dat deze verstrekkingen heeft verleend, volgens de modaliteiten voorzien in de administratieve Schikking.
  2. De Belgische bevoegde autoriteit en het Servische verbindingsorgaan kunnen onderling overeenkomen om af te wijken van de bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel.
Art. 22. Remboursement des prestations en nature
  1. Le montant effectif des prestations en nature servies en vertu de l'article 21 de la présente convention est remboursé par l'organisme compétent à l'organisme qui a servi lesdites prestations, selon les modalités prévues dans l'Arrangement administratif.
  2. L'autorité compétente belge et l'organisme de liaison serbe peuvent convenir entre eux de déroger aux dispositions du paragraphe 1er du présent article.
Art. 23. In aanmerking nemen van vroeger overkomen arbeidsongevallen en beroepsziekten
  Indien de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat bepaalt dat de vroeger overkomen arbeidsongevallen of beroepsziekten in aanmerking worden genomen om de graad van arbeidsongeschiktheid te bepalen, worden de vroeger overkomen arbeidsongevallen en beroepsziekten onder de wetgeving van de andere overeenkomstsluitende Staat beschouwd als zijnde overkomen onder de wetgeving van eerstgenoemde Staat.
Art. 23. Prise en considération d'accidents du travail et de maladies professionnelles survenues antérieurement
  Si la législation d'un Etat contractant prévoit que les accidents du travail ou les maladies professionnelles survenus antérieurement sont pris en considération pour apprécier le degré d'incapacité de travail, les accidents du travail et les maladies professionnelles survenus antérieurement sous la législation de l'autre Etat contractant sont réputés survenus sous la législation du premier Etat.
Art. 24. Vaststelling van de beroepsziekte
  1. Wanneer de door een beroepsziekte getroffen persoon onder de wetgeving van beide overeenkomstsluitende Staten een beroepsbezigheid heeft uitgeoefend als gevolg waarvan deze ziekte zich kan voordoen, worden de prestaties waarop de getroffene of zijn nagelaten betrekkingen aanspraak kunnen maken uitsluitend toegekend krachtens de wetgeving van de overeenkomstsluitende Staat op het grondgebied waarvan deze bezigheid laatstelijk werd uitgeoefend en onder voorbehoud dat belanghebbende voldoet aan de bij deze wetgeving gestelde eisen, eventueel rekening houdend met de bepalingen van paragraaf 2 van dit artikel.
  2. Indien de toekenning van prestaties wegens een beroepsziekte krachtens de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat afhankelijk wordt gesteld van de voorwaarde dat de bewuste ziekte medisch voor het eerst op zijn grondgebied werd vastgesteld, wordt geacht aan deze voorwaarde te zijn voldaan wanneer deze ziekte voor het eerst werd vastgesteld op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat.
Art. 24. Constatation de la maladie professionnelle
  1. Lorsque la victime d'une maladie professionnelle a exercé une activité susceptible de provoquer ladite maladie sous la législation des deux Etats contractants, les prestations auxquelles la victime ou ses survivants peuvent prétendre sont accordées exclusivement au titre de la législation de l'Etat contractant sur le territoire duquel cette activité a été exercée en dernier lieu et sous réserve que l'intéressé remplisse les conditions prévues par cette législation, compte tenu, le cas échéant, des dispositions du paragraphe 2 du présent article.
  2. Si l'octroi de prestations de maladie professionnelle au titre de la législation d'un Etat contractant est subordonné à la condition que la maladie considérée ait été constatée médicalement pour la première fois sur son territoire, cette condition est réputée remplie lorsque ladite maladie a été constatée pour la première fois sur le territoire de l'autre Etat contractant.
Art. 25. Verergering van de beroepsziekte
  Wanneer, bij verergering van een beroepsziekte, de persoon die schadeloosstelling voor een beroepsziekte geniet of genoten heeft krachtens de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Staten, voor een gelijkaardige beroepsziekte rechten op prestaties doet gelden krachtens de wetgeving van de andere overeenkomstsluitende Staat, zijn de volgende regels van toepassing :
  (1) indien de persoon op het grondgebied van deze andere Staat geen beroep heeft uitgeoefend waardoor de beroepsziekte kon worden veroorzaakt of verergeren, is het bevoegd orgaan van de eerste Staat ertoe gehouden de last van de prestaties op zich te nemen, rekening houdend met de verergering, overeenkomstig de wetgeving die het toepast;
  (2) indien de persoon op het grondgebied van deze andere Staat dergelijk beroep heeft uitgeoefend, is het bevoegde orgaan van de eerste Staat ertoe gehouden de last van de prestaties op zich te nemen, zonder rekening te houden met de verergering, overeenkomstig de wetgeving die het toepast. Het bevoegde orgaan van de tweede Staat kent de persoon een prestatie toe, waarvan het bedrag wordt vastgesteld overeenkomstig de wetgeving van deze Staat en dat gelijk is aan het verschil tussen het bedrag van de na de verergering verschuldigde prestatie en het bedrag van de prestatie die vóór de verergering verschuldigd zou zijn geweest.
Art. 25. Aggravation de la maladie professionnelle
  Lorsque, en cas d'aggravation d'une maladie professionnelle, la personne qui bénéficie ou qui a bénéficié d'une prestation pour une maladie professionnelle en vertu de la législation de l'un des Etats contractants fait valoir, pour une maladie professionnelle de même nature, des droits à prestations en vertu de la législation de l'autre Etat contractant, les règles suivantes sont applicables :
  (1) si la personne n'a pas exercé sur le territoire de cet autre Etat un emploi susceptible de provoquer la maladie professionnelle ou de l'aggraver, l'organisme compétent du premier Etat est tenu d'assumer la charge des prestations, compte tenu de l'aggravation, selon la législation qu'il applique;
  (2) si la personne a exercé sur le territoire de cet autre Etat un tel emploi, l'organisme compétent du premier Etat est tenu d'assumer la charge des prestations, compte non tenu de l'aggravation, selon la législation qu'il applique. L'organisme compétent du second Etat accorde à la personne une prestation dont le montant est déterminé selon la législation de cet Etat et qui est égal à la différence entre le montant de la prestation due après l'aggravation et le montant de la prestation qui aurait été due avant l'aggravation.
HOOFDSTUK 3. - Ouderdom, overlijden en invaliditeit
CHAPITRE 3. - Vieillesse, décès et invalidité
AFDELING 1. - Bijzondere bepalingen betreffende de Belgische prestaties
SECTION 1re. - Dispositions particulières concernant les prestations belges
Art. 26. Samentelling van verzekeringstijdvakken
  1. Onder voorbehoud van de bepalingen van paragraaf 2 worden, voor het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties, de verzekeringstijdvakken en de gelijkgestelde tijdvakken vervuld overeenkomstig de Servische wetgeving betreffende de pensioensverzekering in de nodige mate samengeteld, op voorwaarde dat zij elkaar niet overlappen, met de onder de Belgische wetgeving vervulde verzekeringstijdvakken.
  2. Wanneer de Belgische wetgeving de toekenning van bepaalde prestaties afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de verzekeringstijdvakken in een bepaald beroep werden vervuld, worden, voor het genieten van deze prestaties, slechts de verzekeringstijdvakken samengeteld die in hetzelfde beroep in Servië werden vervuld of als gelijkwaardig erkend zijn.
  3. Wanneer de Belgische wetgeving de toekenning van bepaalde prestaties afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de verzekeringstijdvakken in een bepaald beroep werden vervuld en wanneer deze tijdvakken geen recht op deze prestaties hebben kunnen geven, worden deze tijdvakken beschouwd als geldig voor de vaststelling van de prestaties waarin is voorzien bij de algemene regeling voor werknemers.
  4. Wanneer, ondanks de toepassing van paragraaf 1, de persoon de voorwaarden om het recht op prestaties te doen ontstaan niet vervult, worden de verzekeringstijdvakken samengeteld die vervuld zijn onder de wetgeving van een derde Staat waarmee de beide overeenkomstsluitende Staten elk een overeenkomst betreffende de sociale zekerheid hebben gesloten, die in de samentelling van verzekeringstijdvakken voorziet. Indien enkel België een overeenkomst betreffende de sociale zekerheid heeft gesloten met een derde Staat die op deze persoon van toepassing is, worden de verzekeringstijdvakken vervuld krachtens de wetgeving van deze derde Staat samengeteld.
Art. 26. Totalisation de périodes d'assurance
  1. Sous réserve des dispositions du paragraphe 2 du présent article, les périodes d'assurance et les périodes assimilées accomplies conformément à la législation serbe relatives à l'assurance de pensions, sont totalisées en tant que de besoin, à la condition qu'elles ne se superposent pas, avec les périodes d'assurance accomplies sous la législation belge, en vue de l'acquisition, du maintien ou du recouvrement du droit aux prestations.
  2. Lorsque la législation belge subordonne l'octroi de certaines prestations à la condition que les périodes d'assurance aient été accomplies dans une profession déterminée, ne sont totalisées, pour l'admission au bénéfice de ces prestations, que les périodes d'assurance accomplies ou assimilées dans la même profession en Serbie.
  3. Lorsque la législation belge subordonne l'octroi de certaines prestations à la condition que les périodes d'assurance aient été accomplies dans une profession déterminée et lorsque ces périodes n'ont pu donner droit auxdites prestations, lesdites périodes sont considérées comme valables pour la liquidation des prestations prévues par le régime général des travailleurs salariés.
  4. Lorsque, nonobstant l'application du paragraphe 1er du présent article la personne ne remplit pas les conditions pour ouvrir le droit aux prestations, sont totalisées les périodes d'assurance accomplies sous la législation d'un Etat tiers avec lequel les deux Etats contractants sont liés, chacun en ce qui le concerne, par une convention de sécurité sociale prévoyant la totalisation des périodes d'assurance. Si seule la Belgique est liée à un Etat tiers par une convention de sécurité sociale qui s'applique à cette personne, les périodes d'assurance accomplies en vertu de la législation de cet Etat tiers sont totalisées.
Art. 27. Berekening van de rust- en overlevingsprestaties
  1. Wanneer de persoon voldoet aan de voorwaarden die bij de Belgische wetgeving zijn vereist om recht te hebben op de prestaties zonder te moeten overgaan tot de samentelling, berekent het Belgische orgaan het recht op de prestatie rechtstreeks op basis van de in België vervulde verzekeringstijdvakken en enkel ingevolge de Belgische wetgeving. Dit orgaan berekent ook het bedrag van de prestatie dat zou bekomen worden na toepassing van de regels voorzien in paragraaf 2, punt (1) en (2), van dit artikel. Enkel het hoogste bedrag wordt weerhouden.
  2. Indien een persoon aanspraak kan maken op een prestatie krachtens de Belgische wetgeving, waarvan het recht enkel is ontstaan ingevolge de samentelling van de verzekeringstijdvakken vervuld overeenkomstig artikel 26 van deze Overeenkomst, zijn de volgende regels van toepassing :
  (1) het Belgische orgaan berekent het theoretische bedrag van de prestatie die verschuldigd zou zijn indien alle verzekeringstijdvakken vervuld krachtens de wetgevingen van beide overeenkomstsluitende Staten enkel zouden vervuld zijn geweest overeenkomstig de wetgeving die het toepast;
  (2) het Belgische orgaan berekent vervolgens het verschuldigd bedrag, op basis van het bedrag bedoeld in punt (1), naar verhouding van de duur van de verzekeringstijdvakken enkel vervuld overeenkomstig zijn wetgeving tot de duur van alle verzekeringstijdvakken samengeteld krachtens punt (1).
  B - Invaliditeitsverzekering
Art. 27. Calcul des prestations de retraite et de survie
  1. Lorsque la personne satisfait aux conditions requises par la législation belge pour avoir droit aux prestations sans qu'il soit nécessaire de procéder à la totalisation, l'organisme belge calcule le droit à la prestation directement sur base des périodes d'assurance accomplies en Belgique et en fonction de la seule législation belge. Cet organisme procède aussi au calcul du montant de la prestation qui serait obtenu par application des règles prévues au paragraphe 2, points (1) et (2), du présent article. Le montant le plus élevé est seul retenu.
  2. Si une personne peut prétendre à une prestation en vertu de la législation belge, dont le droit n'est ouvert que compte tenu de la totalisation des périodes d'assurance effectuées conformément à l'article 26 de la présente Convention, les règles suivantes s'appliquent :
  (1) l'organisme belge calcule le montant théorique de la prestation qui serait due si toutes les périodes d'assurance accomplies en vertu des législations des deux Etats contractants avaient été accomplies uniquement sous la législation qu'il applique;
  (2) l'organisme belge calcule ensuite le montant dû, sur la base du montant visé au point (1), au prorata de la durée des périodes d'assurance accomplies sous sa seule législation par rapport à la durée de toutes les périodes d'assurance comptabilisées en vertu du point (1).
  B - Assurance-invalidité
Art. 28. Samentelling van verzekeringstijdvakken
  Voor het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op invaliditeitsprestaties zijn de bepalingen van artikel 26 van deze Overeenkomst naar analogie van toepassing.
Art. 28. Totalisation de périodes d'assurance
  Pour l'acquisition, le maintien ou le recouvrement du droit aux prestations d'invalidité, les dispositions de l'article 26 de la présente Convention sont applicables par analogie.
Art. 29. Berekening van de invaliditeitsprestaties
  1. Indien het recht op Belgische invaliditeitsprestaties enkel ontstaat door samentelling van de Servische en de Belgische verzekeringstijdvakken vervuld overeenkomstig artikel 28 van deze Overeenkomst, wordt het bedrag van de verschuldigde prestatie vastgesteld volgens de modaliteiten bepaald bij artikel 27, paragraaf 2, van deze Overeenkomst.
  2. Wanneer het recht op de Belgische invaliditeitsprestaties ontstaat zonder dat een beroep moet worden gedaan op de bepalingen van artikel 28 van deze Overeenkomst, en het bedrag voortkomend uit de samentelling van de Servische prestatie met de Belgische prestatie berekend volgens paragraaf 1 van dit artikel kleiner is dan het bedrag van de prestatie verschuldigd op basis van enkel de Belgische wetgeving, kent het Belgische orgaan een supplement toe, dat gelijk is aan het verschil tussen de som van beide voormelde prestaties en het bedrag verschuldigd krachtens enkel de Belgische wetgeving.
Art. 29. Calcul des prestations d'invalidité
  1. Si le droit aux prestations belges d'invalidité est ouvert uniquement par totalisation des périodes d'assurance serbes et belges effectuées conformément à l'article 28 de la présente Convention, le montant de la prestation due est déterminé suivant les modalités arrêtées par l'article 27, paragraphe 2, de cette Convention.
  2. Lorsque le droit aux prestations belges d'invalidité est ouvert sans qu'il soit nécessaire de faire appel aux dispositions de l'article 28 de la présente Convention, et que le montant résultant de l'addition de la prestation serbe et de la prestation belge calculée selon le paragraphe 1er du présent article, est inférieur au montant de la prestation due sur base de la seule législation belge, l'organisme belge compétent alloue un complément égal à la différence entre la somme des deux prestations précitées et le montant dû en vertu de la seule législation belge.
Art. 30. Invaliditeitsprestaties tijdens een verblijf
  De rechthebbende op een invaliditeitsprestatie van de Belgische wetgeving blijft verder genieten van deze prestatie tijdens een verblijf in de andere overeenkomstsluitende Staat wanneer dit verblijf vooraf werd toegestaan door het Belgisch bevoegd orgaan. Deze toelating kan evenwel enkel worden geweigerd wanneer het verblijf plaatsheeft in de periode tijdens dewelke het Belgisch bevoegd orgaan krachtens de Belgische wetgeving de invaliditeitstoestand moet evalueren of herzien.
  C - Gemeenschappelijke bepalingen voor de Belgische prestaties inzake ouderdom, overleving en invaliditeit
Art. 30. Prestations d'invalidité au cours d'un séjour
  Le titulaire d'une prestation d'invalidité de la législation belge conserve le bénéfice de cette prestation au cours d'un séjour dans l'autre Etat contractant, lorsque ce séjour a été préalablement autorisé par l'organisme compétent belge. Toutefois, cette autorisation ne peut être refusée que lorsque le séjour se situe dans la période au cours de laquelle, en vertu de la législation belge, l'organisme compétent belge doit procéder à l'évaluation ou la révision de l'état d'invalidité.
  C - Dispositions communes aux prestations de vieillesse, de survie et d'invalidité belges
Art. 31. Eventuele nieuwe berekening van de prestaties
  1. Indien wegens de verhoging van de kosten voor levensonderhoud, van de variatie van het loonpeil of om andere aanpassingsredenen de Servische ouderdoms-, overlevings- of invaliditeitsprestaties worden gewijzigd met een bepaald percentage of bedrag, moet België niet overgaan tot een nieuwe berekening van de ouderdoms-, overlevings- of invaliditeitsprestaties.
  2. In geval van verandering van de wijze van vaststelling of van de berekeningsregels van de Servische ouderdoms-, overlevings- of invaliditeitsprestaties, worden de Belgische prestaties opnieuw berekend overeenkomstig artikel 27 of 29 van deze Overeenkomst.
Art. 31. Nouveau calcul éventuel des prestations
  1. Si, en raison de l'augmentation du coût de la vie, de la variation du niveau des salaires ou d'autres causes d'adaptation, les prestations de vieillesse, de survie ou d'invalidité serbes sont modifiées d'un pourcentage ou montant déterminé, il n'y a pas lieu de procéder à un nouveau calcul belge.
  2. En cas de modification du mode d'établissement ou des règles de calcul des prestations de vieillesse, de survie ou d'invalidité serbes, un nouveau calcul des prestations belges est effectué conformément à l'article 27 ou 29 de la présente Convention.
AFDELING 2. - Bijzondere bepalingen betreffende de Servische prestaties
SECTION 2. - Dispositions particulières concernant les prestations serbes
Art. 32. Samentelling van de verzekeringstijdvakken
  1. Wanneer de Servische wetgeving het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties, afhankelijk stelt van de vervulling van verzekeringstijdvakken, houdt het Servische orgaan in voorkomend geval ook rekening met de onder de Belgische wetgeving vervulde verzekeringstijdvakken, alsof deze werden vervuld onder de wetgeving die het toepast, op voorwaarde dat de tijdvakken elkaar niet overlappen.
  2. Wanneer, ondanks de toepassing van paragraaf 1, de persoon de voorwaarden niet vervult om prestaties te kunnen genieten, houdt het Servische bevoegde orgaan ook rekening met de verzekeringstijdvakken die vervuld zijn in een derde Staat waarmee Servië een overeenkomst betreffende de sociale zekerheid heeft gesloten.
  3. Wanneer de Servische wetgeving de aanspraak op een bepaalde prestatie afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de verzekeringstijdvakken werden vervuld in een bepaald beroep of in een betrekking of een beroep dat onderworpen is aan een bijzondere regeling, houdt het Servische orgaan ook rekening met de verzekeringstijdvakken die krachtens de Belgische wetgeving werden vervuld in hetzelfde beroep, in dezelfde betrekking of overeenstemmende regeling.
Art. 32. Totalisation des périodes d'assurance
  1. Si la législation serbe subordonne l'ouverture, le maintien ou le recouvrement du droit aux prestations à l'accomplissement de périodes d'assurance, l'organisme serbe tient également compte, le cas échéant, de périodes d'assurance accomplies sous la législation belge, comme si elles étaient accomplies sous la législation qu'il applique, à la condition que les périodes ne se superposent pas.
  2. Si la personne qui, outre l'application du paragraphe 1er du présent article, ne remplit pas les conditions pour l'admission au bénéfice de prestations, l'organisme compétent serbe tient également compte de périodes d'assurance accomplies dans un Etat tiers avec lequel la Serbie a conclu une convention de sécurité sociale.
  3. Si la législation serbe subordonne l'admission au bénéfice d'une prestation déterminée à l'accomplissement des périodes d'assurance dans une profession déterminée ou dans un emploi ou une profession soumis à un régime spécial, l'organisme serbe prend également en considération les périodes d'assurance accomplies en vertu de la législation belge, dans la même profession, le même emploi ou sous un régime correspondant.
Art. 33. Vaststelling van een onafhankelijke prestatie
  Wanneer de Servische wetgeving recht op een prestatie verleent, zelfs zonder toepassing van artikel 32 van deze overeenkomst, stelt het Servische bevoegde orgaan deze prestatie slechts vast op basis van het verzekeringstijdvak dat in aanmerking wordt genomen krachtens de wetgeving die het toepast.
Art. 33. Fixation d'une prestation indépendante
  Si la législation serbe prévoit l'admission au bénéfice d'une prestation même sans l'application de l'article 32 de la présente convention, l'organisme compétent serbe ne fixe ladite prestation que sur la base de la période d'assurance, prise en compte en vertu de la législation qu'il applique.
Art. 34. Berekening van het overeenstemmende deel van de prestatie
  1. Wanneer de Servische wetgeving de aanspraak op prestaties enkel afhankelijk stelt van de toepassing van de bepalingen van artikel 32 van deze overeenkomst :
  (1) berekent het bevoegde orgaan het theoretische bedrag van de prestatie dat verschuldigd zou zijn indien het totale verzekeringstijdvak dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de prestaties vervuld zou zijn geweest overeenkomstig de wetgeving die het toepast. Het bedrag van de prestatie dat niet afhankelijk is van het verzekeringstijdvak wordt beschouwd als een theoretisch bedrag;
  (2) stelt het bevoegde orgaan, op basis van het aldus berekende bedrag, het bedrag vast van de prestatie, naar verhouding van de duur van het verzekeringstijdvak enkel vervuld overeenkomstig de wetgeving die het toepast tot de duur van het totale verzekeringstijdvak dat in aanmerking wordt genomen bij de berekening van de prestatie;
  (3) stelt het bevoegde orgaan, wanneer het totale verzekeringstijdvak dat in aanmerking wordt genomen met toepassing van de bepalingen van artikel 32 van deze overeenkomst langer is dan de duur van het langste verzekeringstijdvak ten aanzien van de wetgeving die het toepast, het bedrag van de prestatie vast naar verhouding van de duur van het ten aanzien van deze wetgeving vervulde verzekeringstijdvak tot de duur van de verzekeringstijdvakken op basis waarvan het bedrag van de volledige prestatie wordt berekend.
  2. Wanneer het bedrag van de prestatie wordt berekend op basis van het loon, de bijdragegrondslag of de in een bepaald tijdvak betaalde bijdrage, houdt het Servische bevoegde orgaan enkel rekening met het loon, de bijdragegrondslag of de bijdrage betaald tijdens het verzekeringstijdvak vervuld ten aanzien van de wetgeving die het toepast.
Art. 34. Calcul de la partie proportionnelle de la prestation
  1. Si la législation serbe subordonne l'admission au bénéfice de prestations uniquement à l'application des dispositions de l'article 32 de la présente convention, l'organisme compétent :
  (1) calcule le montant théorique de la prestation qui aurait été dû si la période d'assurance totale, prise en considération pour le calcul de prestations, avait été accomplie au regard de la législation qu'il applique. Le montant de la prestation qui ne dépend pas de la période d'assurance est considéré comme un montant théorique;
  (2) fixe, sur la base du montant ainsi calculé, le montant de la prestation au prorata de la période d'assurance, accomplie exclusivement au regard de la législation qu'il applique, par rapport à la période d'assurance totale, prise en compte lors du calcul de la prestation;
  (3) dans le cas où la période d'assurance totale, prise en compte en application des dispositions de l'article 32 de la présente convention, est supérieure à la période d'assurance la plus longue au regard de la législation qu'il applique, il fixe le montant de la prestation au prorata de la période d'assurance accomplie au regard de cette législation par rapport aux périodes d'assurance servant de base de calcul du montant de la prestation à taux plein.
  2. Si le montant de la prestation est calculé, sur la base du salaire, de l'assiette de cotisations ou de la cotisation versée dans une période déterminée, l'organisme compétent serbe ne prend en considération que le salaire, l'assiette de cotisations ou la cotisation versée de la période d'assurance accomplie au regard de la législation qu'il applique.
AFDELING 3. - Gemeenschappelijke bepaling voor de Servische en de Belgische prestaties
SECTION 3. - Disposition commune aux prestations serbes et belges
Art. 35. Verzekeringstijdvakken van minder dan 12 maanden
  1. Wanneer het totale verzekeringstijdvak voor de berekening van de prestatie overeenkomstig de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat minder dan 12 maanden bedraagt, wordt de prestatie niet toegekend, tenzij er overeenkomstig deze regelgevingen uitsluitend op basis van dit verzekeringstijdvak een recht op de prestatie bestaat.
  2. Het in paragraaf 1 van dit artikel bedoelde verzekeringstijdvak op basis waarvan het orgaan van een van de overeenkomstsluitende Staten geen prestaties toekent, wordt in aanmerking genomen door het orgaan van de andere overeenkomstsluitende Staat met het oog op de opening, het behoud of het herstel van het recht op de prestatie, evenals voor de vaststelling van het bedrag ervan, als zou dit verzekeringstijdvak vervuld zijn geweest overeenkomstig de wetgeving die het toepast.
Art. 35. Périodes d'assurance inférieures à 12 mois
  1. Lorsque la période d'assurance totale en vue du calcul de la prestation conformément à la législation d'un Etat contractant est inférieure à 12 mois, la prestation ne sera pas octroyée, sauf lorsqu'il existe, conformément à ces réglementations, un droit à la prestation basé exclusivement sur cette période d'assurance.
  2. La période d'assurance visée au paragraphe 1er du présent article, sur la base de laquelle l'organisme d'un des Etats contractants n'octroie pas de prestations, est prise en considération par l'organisme de l'autre Etat contractant en vue de l'ouverture, du maintien ou du recouvrement du droit à la prestation, ainsi que pour la fixation de son montant, comme si cette période d'assurance avait été accomplie conformément à la législation qu'il applique.
HOOFDSTUK 4. - Gezinsbijslag
CHAPITRE 4. - Allocations familiales
Art. 36. Vaststelling van het recht
  1. Wanneer de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat het verkrijgen van het recht op gezinsbijslag afhankelijk stelt van de vervulling van verzekeringstijdvakken, houdt het orgaan dat deze wetgeving toepast te dien einde, voor zover als nodig, voor de samentelling rekening met de verzekeringstijdvakken vervuld onder de wetgeving van de andere overeenkomstsluitende Staat alsof het verzekeringstijdvakken betrof die vervuld zijn onder de wetgeving van eerstgenoemde overeenkomstsluitende Staat.
  2. Personen op wie de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Staten van toepassing is, hebben, voor de kinderen die wonen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat, recht op de gezinsbijslag voorzien bij de wetgeving van eerstgenoemde overeenkomstsluitende Staat.
  3. De gerechtigde op een prestatie of rente inzake ouderdom, invaliditeit, een arbeidsongeval of een beroepsziekte krachtens de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat heeft recht, voor de kinderen die wonen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat, op de gezinsbijslag voorzien bij de wetgeving van eerstgenoemde overeenkomstsluitende Staat.
  4. De gerechtigde op een prestatie of rente inzake ouderdom, invaliditeit, een arbeidsongeval of een beroepsziekte verschuldigd krachtens de wetgevingen van beide overeenkomstsluitende Staten heeft recht, voor de kinderen die wonen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat dan die waar deze gerechtigde woont, op de gezinsbijslag voorzien bij de wetgeving van de overeenkomstsluitende Staat waar de gerechtigde op prestaties of renten woont.
  5. Wanneer een werknemer of zelfstandige overlijdt terwijl hij onderworpen is aan de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat, heeft diens wees die woont op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat recht op de gezinsbijslag voorzien bij de wetgeving van de eerste overeenkomstsluitende Staat.
  6. Wanneer een recht op gezinsbijslag bestaat ingevolge de wetgeving van de beide overeenkomstsluitende Staten, is, niettegenstaande paragrafen 2 tot 5 van dit artikel de wetgeving van de Staat waar het kind woont van toepassing.
Art. 36. Détermination du droit
  1. Lorsque la législation d'un Etat contractant subordonne l'acquisition du droit aux allocations familiales à l'accomplissement de périodes d'assurance, l'organisme qui applique cette législation tient compte à cet effet, en tant que de besoin, aux fins de totalisation, des périodes d'assurance accomplies sous la législation de l'autre Etat contractant, comme s'il s'agissait de périodes d'assurance accomplies sous la législation du premier Etat contractant.
  2. Les personnes soumises à la législation de l'un des Etats contractants ont droit pour les enfants qui résident sur le territoire de l'autre Etat contractant aux allocations familiales prévues par la législation du premier Etat contractant.
  3. Le bénéficiaire d'une prestation ou rente de vieillesse, d'invalidité, d'accident du travail ou de maladie professionnelle en vertu de la législation d'un Etat contractant a droit pour les enfants qui résident sur le territoire de l'autre Etat contractant aux allocations familiales prévues par la législation du premier Etat contractant.
  4. Le bénéficiaire d'une prestation ou rente de vieillesse, d'invalidité, d'accident du travail ou de maladie professionnelle due au titre des législations des deux Etats contractants a droit pour les enfants qui résident sur le territoire de l'autre Etat contractant que celui où réside ce bénéficiaire, aux allocations familiales prévues par la législation de l'Etat contractant où réside le bénéficiaire de prestations ou de rentes.
  5. Lorsqu'un travailleur est décédé alors qu'il était soumis à la législation d'un Etat contractant, l'orphelin de celui-ci, qui réside sur le territoire de l'autre Etat contractant, a droit aux allocations familiales prévues par la législation du premier Etat contractant.
  6. Nonobstant les paragraphes 2 à 5 du présent article, lorsqu'il existe un droit aux allocations familiales conformément à la législation des deux Etats contractants, seule la législation de l'Etat contractant dans lequel l'enfant a sa résidence est applicable.
HOOFDSTUK 5. - Werkloosheid
CHAPITRE 5. - Chômage
Art. 37. Samentelling van verzekeringstijdvakken
  Om de duur van het recht op de prestaties en het bedrag van deze prestaties overeenkomstig de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat vast te stellen, wordt rekening gehouden met de verzekeringstijdvakken vervuld overeenkomstig de wetgeving van de andere overeenkomstsluitende Staat, voor zover deze tijdvakken niet overlappen met de verzekeringstijdvakken vervuld overeenkomstig de wetgeving van de eerste overeenkomstsluitende Staat.
Art. 37. Totalisation de périodes d'assurance
  Pour fixer la durée du droit aux prestations et le montant desdites prestations conformément à la législation d'un Etat contractant, il est tenu compte des périodes d'assurance accomplies conformément à la législation de l'autre Etat contractant, pour autant que ces périodes ne se superposent pas avec les périodes d'assurance accomplies conformément à la législation du premier Etat contractant.
Art. 38. In aanmerking nemen van een verzekeringstijdvak in de andere Staat
  In geval van toepassing van artikel 37 van deze overeenkomst houdt het bevoegde orgaan van een overeenkomstsluitende Staat rekening met het tijdvak gedurende hetwelk prestaties werden uitgekeerd door het bevoegde orgaan van de andere overeenkomstsluitende Staat, tot een maximumduur van twaalf maanden en binnen de grenzen van de wetgeving die het bevoegde orgaan van de eerste overeenkomstsluitende Staat toepast.
Art. 38. Prise en compte d'une période d'assurance dans l'autre Etat
  En cas d'application des dispositions de l'article 37 de la présente Convention, l'organisme compétent d'un Etat contractant tient compte de la période pendant laquelle des prestations ont été versées par l'organisme compétent de l'autre Etat contractant, à concurrence d'un maximum de douze mois et dans les limites fixées par la législation que l'organisme compétent du premier Etat contractant applique.
TITEL IV. - Diverse bepalingen
TITRE IV. - Dispositions diverses
Art. 39. Verantwoordelijkheden van de bevoegde autoriteiten
  De bevoegde autoriteiten :
  (1) bepalen, bij administratieve schikking, de nodige maatregelen voor de toepassing van deze Overeenkomst en duiden de verbindingsorganen, de bevoegde organen en de organen van de woonplaats en van de verblijfplaats aan;
  (2) leggen de procedures van administratieve samenwerking vast evenals de betalingsmodaliteiten voor de kosten voor geneeskundige, administratieve en andere getuigschriften die noodzakelijk zijn voor de toepassing van deze Overeenkomst;
  (3) verstrekken elkaar rechtstreeks alle inlichtingen met betrekking tot de ter uitvoering van deze Overeenkomst getroffen maatregelen;
  (4) verstrekken elkaar rechtstreeks en zo spoedig mogelijk alle wijzigingen van hun wetgeving die van aard zijn invloed te hebben op de toepassing van deze Overeenkomst.
Art. 39. Responsabilités des autorités compétentes
  Les autorités compétentes :
  (1) déterminent, par arrangement administratif, les mesures nécessaires pour l'application de la présente Convention et désignent les organismes de liaison, les organismes compétents et les organismes du lieu de résidence et du lieu de séjour;
  (2) définissent les procédures d'entraide administrative et les modalités de paiement des dépenses liées à l'obtention de certificats médicaux, administratifs et autres, nécessaires pour l'application de la présente Convention;
  (3) se communiquent directement toutes informations concernant les mesures prises pour l'application de la présente Convention;
  (4) se communiquent, dans les plus brefs délais et directement, toute modification de leur législation susceptible d'affecter l'application de la présente Convention.
Art. 40. Administratieve samenwerking
  1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst bieden de bevoegde autoriteiten, de verbindingsorganen en de bevoegde organen van elk van beide overeenkomstsluitende Staten elkaar hun bemiddeling aan, als gold het de toepassing van hun eigen wetgeving. Deze onderlinge bemiddeling is in principe kosteloos. De bevoegde autoriteiten kunnen evenwel overeenkomen bepaalde kosten te vergoeden.
  2. De medische onderzoeken van personen die op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende staat wonen of verblijven, worden uitgevoerd door de instelling van de verblijf- of woonplaats, op verzoek en ten laste van de bevoegde instelling. De kosten van deze medische onderzoeken worden niet vergoed indien de onderzoeken werden uitgevoerd in het belang van beide overeenkomstsluitende staten.
  3. Voor de toepassing van deze overeenkomst zijn de bevoegde autoriteiten, de verbindingsorganen en de bevoegde organen van de overeenkomstsluitende Staten ertoe gemachtigd rechtstreeks met elkaar alsmede met enig welke persoon te corresponderen, welke ook diens woonplaats is. Het corresponderen mag geschieden in een van de officiële talen van de overeenkomstsluitende Staten.
Art. 40. Collaboration administrative
  1. Pour l'application de la présente Convention, les autorités compétentes, les organismes de liaison ainsi que les organismes compétents de chacun des Etats contractants se prêtent réciproquement leurs bons offices, comme s'il s'agissait de l'application de leur propre législation. Cette entraide est en principe gratuite. Toutefois, les autorités compétentes peuvent convenir du remboursement de certains frais.
  2. Les expertises médicales des personnes qui résident ou séjournent sur le territoire de l'autre Etat contractant, sont effectuées par l'organisme du lieu de séjour ou de résidence, à la demande de l'organisme compétent et à sa charge. Les frais de ces expertises médicales ne sont pas remboursés, si les expertises ont été effectuées dans l'intérêt des deux Etats contractants.
  3. Pour l'application de la présente convention, les autorités compétentes, les organismes de liaison ainsi que les organismes compétents des Etats contractants sont habilités à correspondre directement entre eux de même qu'avec toute personne, quelle que soit sa résidence. La correspondance peut se faire dans une des langues officielles des Etats contractants.
Art. 41. Uitwisseling van persoonlijke gegevens
  1. De organen van de beide overeenkomstsluitende Staten zijn gemachtigd om voor de toepassing van deze overeenkomst persoonlijke gegevens uit te wisselen, met inbegrip van gegevens met betrekking tot het inkomen van de personen die het orgaan van een overeenkomstsluitende Staat nodig heeft voor de toepassing van een socialezekerheidswetgeving.
  2. Bij het meedelen van persoonlijke gegevens door het orgaan van een overeenkomstsluitende Staat, dient de wetgeving inzake bescherming van gegevens van deze overeenkomstsluitende staat te worden nageleefd.
  3. Op de bewaring, de verwerking of de verspreiding van persoonlijke gegevens door het orgaan van de overeenkomstsluitende staat waaraan ze worden meegedeeld, is de wetgeving inzake de bescherming van gegevens van deze overeenkomstsluitende Staat van toepassing.
  4. De gegevens bedoeld in dit artikel mogen voor geen andere doelen worden gebruikt dan voor de uitvoering van de socialezekerheidswetgevingen.
Art. 41. Communication de données à caractère personnel
  1. Les organismes des deux Etats contractants sont autorisés à se communiquer, aux fins de l'application de la présente convention, des données à caractère personnel, y compris des données relatives aux revenus des personnes dont la connaissance est nécessaire à l'organisme d'un Etat contractant pour l'application d'une législation de sécurité sociale.
  2. La communication par l'organisme d'un Etat contractant de données à caractère personnel est soumise à la législation en matière de protection des données de cet Etat contractant.
  3. La conservation, le traitement ou la diffusion de données à caractère personnel par l'organisme de l'Etat contractant auquel elles sont communiquées sont soumis à la législation en matière de protection des données de cet Etat contractant.
  4. Les données visées au présent article ne peuvent être utilisées à d'autres fins que la mise en oeuvre des législations relatives à la sécurité sociale.
Art. 42. Taksen en vrijstelling van geldigverklaring
  1. Het voordeel van de vrijstellingen of verminderingen van taksen, zegel-, griffie- of registratierechten, bepaald bij de wetgeving van een van beide overeenkomstsluitende Staten voor de stukken of documenten die bij toepassing van de wetgeving van deze Staat moeten overgelegd worden, wordt verruimd tot gelijkaardige voor de toepassing van de wetgeving van de andere Staat over te leggen stukken en documenten.
  2. Alle voor de toepassing van deze Overeenkomst over te leggen akten en documenten worden vrijgesteld van het geldigverklaringsvisum van de diplomatieke of consulaire overheden.
Art. 42. Taxes et dispense de légalisation
  1. Le bénéfice des exemptions ou réductions de taxes, de droits de timbre, de greffe ou d'enregistrement prévues par la législation de l'un des Etats contractants pour les pièces ou documents à produire en application de la législation de cet Etat, est étendu aux pièces et documents analogues à produire en application de la législation de l'autre Etat contractant.
  2. Tous actes et documents à produire en application de la présente convention sont dispensés du visa de légalisation des autorités diplomatiques ou consulaires.
Art. 43. Aanvragen, verklaringen en rechtsmiddelen
  1. Aanvragen, verklaringen of rechtsmiddelen die, krachtens de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat, binnen een bepaalde termijn hadden moeten ingediend worden bij een autoriteit, orgaan of rechtscollege van deze Staat, zijn ontvankelijk indien zij binnen dezelfde termijn worden ingediend bij een autoriteit, orgaan of rechtscollege van de andere overeenkomstsluitende Staat. In dit geval laat de/het aldus aangezochte autoriteit, orgaan of rechtscollege deze aanvragen, verklaringen of rechtsmiddelen onverwijld geworden aan de autoriteit, het orgaan of het rechtscollege van de eerste overeenkomstsluitende Staat, ofwel rechtstreeks ofwel door toedoen van de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten. De datum waarop deze aanvragen, verklaringen of rechtsmiddelen werden ingediend bij een autoriteit, een orgaan of een rechtscollege van de andere overeenkomstsluitende Staat wordt beschouwd als datum van indiening bij de/het ten deze bevoegde autoriteit, orgaan of rechtscollege van de eerste overeenkomstsluitende Staat.
  2. De aanvraag van prestaties ingediend bij het bevoegde orgaan van een overeenkomstsluitende Staat wordt, voor overeenstemmende prestaties, beschouwd als zijnde ingediend bij het bevoegde orgaan van de andere overeenkomstsluitende Staat.
  3. Een aanvraag of een document mag niet van de hand gewezen worden omdat het opgesteld is in een officiële taal van de andere overeenkomstsluitende Staat.
Art. 43. Demandes, déclarations et recours
  1. Les demandes, déclarations ou recours qui auraient dû être introduits, selon la législation d'un Etat contractant, dans un délai déterminé, auprès d'une autorité, d'un organisme ou d'une juridiction de cet Etat, sont recevables s'ils sont introduits dans le même délai auprès d'une autorité, d'un organisme ou d'une juridiction de l'autre Etat contractant. En ce cas, l'autorité, l'organisme ou la juridiction ainsi saisi transmet sans délai ces demandes, déclarations ou recours à l'autorité, à l'organisme ou à la juridiction du premier Etat contractant soit directement, soit par l'intermédiaire des autorités compétentes des Etats contractants. La date à laquelle ces demandes, déclarations ou recours ont été introduits auprès d'une autorité, d'un organisme ou d'une juridiction de l'autre Etat contractant est considérée comme la date d'introduction auprès de l'autorité, de l'organisme ou de la juridiction compétent du premier Etat contractant.
  2. La demande de prestations introduite auprès de l'organisme compétent d'un Etat contractant est considérée, pour des prestations correspondantes, avoir été introduite auprès de l'organisme compétent de l'autre Etat contractant.
  3. Une demande ou un document ne peut être rejeté parce qu'il est rédigé dans une langue officielle de l'autre Etat contractant.
Art. 44. Uitbetaling van de prestaties
  1. De uitbetalingsorganen van prestaties ingevolge deze Overeenkomst kunnen er zich geldig van kwijten in de munt van hun Staat.
  2. Financiële overdrachten ingevolge de toepassing van deze Overeenkomst worden verricht overeenkomstig de tussen beide overeenkomstsluitende Staten ter zake van kracht zijnde akkoorden.
  3. De wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat inzake controle op de wisseloperaties mag geen belemmering zijn voor de vrije overdracht van geldbedragen ingevolge de toepassing van deze Overeenkomst.
Art. 44. Paiement des prestations
  1. Les organismes débiteurs de prestations en vertu de la présente Convention s'en libéreront valablement dans la monnaie de leur Etat.
  2. Les transferts financiers qui résultent de l'application de la présente Convention ont lieu conformément aux accords en vigueur en cette matière entre les deux Etats contractants.
  3. La législation d'un Etat contractant en matière de contrôle des changes ne peut faire obstacle au libre transfert des montants financiers résultant de l'application de la présente Convention.
Art. 45. Bijleggen van geschillen
  Geschillen over de interpretatie en de toepassing van deze Overeenkomst zullen geregeld worden door onderhandeling tussen de bevoegde autoriteiten.
Art. 45. Règlement des différends
  Les différends relatifs à l'interprétation et à l'application de la présente Convention seront réglés par négociation entre les autorités compétentes.
Art. 46. Uitvoeringsprocedures
  1. De uitvoerbare vonnissen van een rechtbank van een van de overeenkomstsluitende Staten, evenals de uitvoerende akten van een autoriteit of een orgaan van een van de overeenkomstsluitende Staten, met betrekking tot socialezekerheidsbijdragen en andere vorderingen, inzonderheid met betrekking tot de terugvordering van onverschuldigd uitbetaalde prestaties, worden erkend op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat.
  2. De erkenning kan slechts worden geweigerd wanneer ze ingaat tegen de wettelijke principes of de openbare orde van de overeenkomstsluitende Staat op het grondgebied waarvan het vonnis of de handeling dient te worden uitgevoerd.
  3. De procedure voor de uitvoering van vonnissen en handelingen waartegen niet meer in beroep kan worden gegaan, moet in overeenstemming zijn met de wetgeving die de uitvoering van dergelijke vonnissen en akten regelt van de overeenkomstsluitende Staat op het grondgebied waarvan het vonnis of de akte moet worden uitgevoerd.
  4. De verschuldigde bijdragen hebben in het kader van een procedure inzake uitvoering, faillissement of gedwongen vereffening op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat, dezelfde voorrang als vorderingen van dezelfde aard op het grondgebied van die overeenkomstsluitende Staat.
  5. De vorderingen die het voorwerp moeten zijn van een terugvordering of een gedwongen terugvordering worden op dezelfde manier behandeld als vorderingen van dezelfde aard van een orgaan dat zich bevindt op het grondgebied van de overeenkomstsluitende Staat waarop de terugvordering of de gedwongen terugvordering wordt uitgevoerd.
Art. 46. Procédures d'exécution
  1. Les décisions exécutoires rendues par un tribunal de l'un des Etats contractants, ainsi que les actes exécutoires rendus par l'autorité ou l'organisme de l'un des Etats contractants, relatifs à des cotisations de sécurité sociale et à d'autres demandes, notamment de récupération de prestations indues, sont reconnus sur le territoire de l'autre Etat contractant.
  2. La reconnaissance peut être refusée uniquement lorsqu'elle est incompatible avec les principes légaux ou l'ordre public de l'Etat contractant sur le territoire duquel la décision ou l'acte doit être exécuté.
  3. La procédure d'exécution des décisions et actes devenus définitifs doit être en conformité avec la législation régissant l'exécution de tels décisions et actes de l'Etat contractant sur le territoire duquel l'exécution a lieu. La décision ou l'acte est accompagné d'un certificat attestant de son caractère exécutoire.
  4. Les cotisations dues ont, dans le cadre d'une procédure d'exécution, de faillite ou de liquidation forcée sur le territoire de l'autre Etat contractant, le même rang de priorité que les créances équivalentes sur le territoire de cet Etat contractant.
  5. Les créances devant faire l'objet d'un recouvrement ou d'un recouvrement forcé bénéficient du même traitement que des créances de même nature d'un organisme situé sur le territoire de l'Etat contractant sur lequel le recouvrement ou le recouvrement forcé s'opère.
Art. 47. Niet-verschuldigde bedragen
  1. Indien bij de uitbetaling of de herziening van prestaties bij toepassing van de Overeenkomst het orgaan van een overeenkomstsluitende Staat de prestatiegerechtigde een som heeft uitgekeerd die hoger is dan de som die hem verschuldigd is, kan dit orgaan het orgaan van de andere overeenkomstsluitende Staat, dat een overeenstemmende prestatie ten gunste van deze gerechtigde uitkeert, vragen het te veel betaalde in te houden op de nabetaling van achterstallen die deze gerechtigde verschuldigd zijn. De modaliteiten voor de toepassing van deze bepaling zullen vastgelegd worden na gemeen overleg tussen de bevoegde organen van de overeenkomstsluitende Staten, mits akkoord van de respectieve bevoegde autoriteiten.
  2. Indien het te veel betaalde niet kan worden ingehouden op de nabetaling van achterstallen, kan het bevoegde orgaan van een overeenkomstsluitende Staat die aan een prestatiegerechtigde een som heeft uitgekeerd waarop hij geen recht heeft, binnen de voorwaarden en grenzen als bepaald bij de door hem toegepaste wetgeving, het orgaan van de andere overeenkomstsluitende Staat dat de prestaties ten gunste van deze gerechtigde uitkeert, erom verzoeken deze som in te houden op de bedragen die het deze gerechtigde stort. Het orgaan van de andere overeenkomstsluitende Staat verricht de inhouding binnen de voorwaarden en grenzen waarin een dergelijke schuldvergelijking toegelaten is bij de wetgeving die het toepast, als gold het sommen die het zelf had uitgekeerd, en maakt het aldus ingehouden bedrag over aan het orgaan van de eerste overeenkomstsluitende Staat dat de vordering heeft.
Art. 47. Paiements indus
  1. Si, lors de la liquidation ou de la révision de prestations en application de la Convention, l'organisme d'un Etat contractant a versé au bénéficiaire de prestations une somme qui excède celle à laquelle il a droit, cet organisme peut demander à l'organisme de l'autre Etat contractant, débiteur d'une prestation correspondante en faveur de ce bénéficiaire, de retenir le montant payé en trop sur les rappels des arrérages dus audit bénéficiaire. Les modalités d'application de cette disposition seront arrêtées de commun accord entre les organismes compétents des Etats contractants, moyennant l'accord des autorités compétentes respectives.
  2. Si le montant payé en trop ne peut être retenu sur les rappels d'arrérages, l'organisme d'un Etat contractant qui a versé à un bénéficiaire de prestations une somme à laquelle il n'a pas droit peut, dans les conditions et limites prévues par la législation qu'il applique, demander à l'organisme de l'autre Etat contractant, débiteur de prestations en faveur de ce bénéficiaire, de retenir ladite somme sur les montants qu'il verse audit bénéficiaire. L'organisme de l'autre Etat contractant opère la retenue dans les conditions et limites où une telle compensation est autorisée par la législation qu'il applique, comme s'il s'agissait de sommes servies par lui-même et transfère le montant ainsi retenu à l'organisme créancier du premier Etat contractant.
Art. 48. Samenwerking inzake fraudebestrijding
  Naast de toepassing van de algemene principes inzake administratieve samenwerking, zullen de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten in een administratieve schikking regels overeenkomen volgens dewelke ze hun medewerking verlenen aan de bestrijding van grensoverschrijdende fraude inzake socialezekerheidsbijdragen en -prestaties, in het bijzonder wat de werkelijke woonplaats van de personen, de raming van het inkomen, de berekening van de bijdragen en het cumuleren van prestaties betreft.
Art. 48. Coopération en matière de lutte contre les fraudes
  Outre la mise en oeuvre des principes généraux de coopération administrative, les autorités compétentes des Etats contractants conviendront, dans un arrangement administratif, des modalités selon lesquelles elles se prêtent leur concours pour lutter contre les fraudes transfrontalières relatives aux cotisations et aux prestations de sécurité sociale, en particulier pour ce qui concerne la résidence effective des personnes, l'appréciation des ressources, le calcul des cotisations et les cumuls de prestations.
TITEL V. - Overgangs- en slotbepalingen
TITRE V. - Dispositions transitoires et finales
Art. 49. Gebeurtenissen voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Overeenkomst
  1. Deze Overeenkomst is eveneens van toepassing op gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan vóór zij van kracht werd.
  2. Deze Overeenkomst doet geen enkel recht ontstaan op prestaties voor een tijdvak dat aan haar inwerkingtreding voorafgaat.
  3. Ieder verzekeringstijdvak dat onder de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Staten werd vervuld vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt in aanmerking genomen voor het vaststellen van het recht op een prestatie overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst.
  4. Deze Overeenkomst is niet van toepassing op rechten die werden vastgesteld door de uitbetaling van een forfaitaire uitkering of door terugbetaling van bijdragen.
Art. 49. Eventualités antérieures à l'entrée en vigueur de la Convention
  1. La présente Convention s'applique également aux éventualités qui se sont réalisées antérieurement à son entrée en vigueur.
  2. La présente Convention n'ouvre aucun droit à des prestations pour une période antérieure à son entrée en vigueur.
  3. Toute période d'assurance accomplie sous la législation de l'un des Etats contractants avant la date d'entrée en vigueur de la présente Convention est prise en considération pour la détermination du droit à une prestation s'ouvrant conformément aux dispositions de cette Convention.
  4. La présente Convention ne s'applique pas aux droits qui ont été liquidés par le paiement d'une indemnité forfaitaire ou par le remboursement de cotisations.
Art. 50. Herziening, verjaring, verval
  1. Elke prestatie die niet werd vereffend of die werd geschorst wegens de nationaliteit van de belanghebbende of wegens diens woonplaats op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat dan die waar de uitbetalingsinstelling zich bevindt, wordt, op verzoek van belanghebbende, vereffend of hervat met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
  2. De rechten van de belanghebbenden die vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst de vaststelling van een prestatie of een rente hebben verkregen, worden op hun verzoek herzien, rekening houdend met de bepalingen van deze Overeenkomst. In geen geval mag dergelijke herziening als gevolg hebben dat de vroegere rechten van de betrokkenen verminderd worden.
  3. Ingeval het verzoek bedoeld in paragraaf 1 of 2 van dit artikel wordt ingediend binnen een termijn van twee jaar ingaand op de datum dat deze Overeenkomst van kracht wordt, zijn de overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst verkregen rechten verworven met ingang van deze datum, zonder dat de wetgeving van de ene of van de andere overeenkomstsluitende Staat betreffende het verval of de verjaring van rechten, tegen de belanghebbenden mag worden ingeroepen.
  4. Ingeval het verzoek bedoeld in paragraaf 1 of 2 van dit artikel wordt ingediend na het verstrijken van een termijn van twee jaar ingaand op de datum dat deze Overeenkomst van kracht wordt, worden de rechten verkregen vanaf de datum van het verzoek, onder voorbehoud van gunstigere bepalingen in de wetgeving van de betrokken overeenkomstsluitende Staat.
Art. 50. Révision, prescription, déchéance
  1. Toute prestation qui n'a pas été liquidée ou qui a été suspendue à cause de la nationalité de l'intéressé ou en raison de sa résidence sur le territoire de l'Etat contractant autre que celui où se trouve l'organisme débiteur, est à la demande de l'intéressé, liquidée ou rétablie à partir de la date d'entrée en vigueur de la présente Convention.
  2. Les droits des intéressés ayant obtenu, antérieurement à l'entrée en vigueur de la présente convention, la liquidation d'une prestation ou d'une rente, sont révisés à leur demande, compte tenu des dispositions de cette Convention. En aucun cas, une telle révision ne doit avoir pour effet de réduire les droits antérieurs des intéressés.
  3. Si la demande visée aux paragraphes 1er ou 2 du présent article est présentée dans un délai de deux ans à partir de la date d'entrée en vigueur de la présente Convention, les droits ouverts conformément aux dispositions de cette Convention sont acquis à partir de cette date, sans que la législation de l'un ou de l'autre Etat contractant, relative à la déchéance ou à la prescription des droits, soit opposable aux intéressés.
  4. Si la demande visée aux paragraphes 1er ou 2 du présent article est présentée après l'expiration d'un délai de deux ans suivant la date d'entrée en vigueur de la présente convention, les droits sont acquis à partir de la date de la demande sous réserve de dispositions plus favorables de la législation de l'Etat contractant en cause.
Art. 51. Duur en opzegging
  Deze Overeenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur. Ze kan worden opgezegd door een van de overeenkomstsluitende Staten door middel van een schriftelijke kennisgeving via diplomatieke weg aan de andere Staat, met een opzeggingstermijn van twaalf maanden.
Art. 51. Durée et Dénonciation
  La présente Convention est conclue pour une durée indéterminée. Elle pourra être dénoncée par un des Etats contractants par notification écrite transmise par voie diplomatique à l'autre Etat contractant avec un préavis de douze mois.
Art. 52. Vrijwaring van verworven rechten of rechten in wording
  In geval van opzegging van deze Overeenkomst worden de rechten op en de uitkeringen van prestaties verworven krachtens de Overeenkomst gehandhaafd. Bovendien blijven de bepalingen van deze Overeenkomst van toepassing op de aanvragen inzake prestaties die zijn ingediend vóór de datum van de opzegging ervan.
Art. 52. Garantie des droits acquis ou en voie d'acquisition
  En cas de dénonciation de la présente Convention, les droits et paiements des prestations acquises en vertu de la Convention seront maintenus. En outre, les dispositions de la présente Convention resteront applicables aux demandes relatives aux prestations introduites avant la date de sa dénonciation.
Art. 53. Inwerkingtreding
  1. Deze Overeenkomst moet worden bekrachtigd en treedt in werking de eerste dag van de derde maand na de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen de akten van bekrachtiging hebben uitgewisseld.
  2. Op de dag van inwerkingtreding van deze Overeenkomst zal, wat betreft de betrekkingen tussen de beide overeenkomstsluitende Staten, het Verdrag betreffende de sociale zekerheid tussen de FVR Joegoslavië en het Koninkrijk België, ondertekend op 1 november 1954, ophouden te bestaan.
Art. 53. Entrée en vigueur
  1. La présente Convention est soumise à ratification et entrera en vigueur le premier jour du troisième mois qui suit la date à laquelle les Etats contractants auront échangé leurs instruments de ratification.
  2. Le jour de l'entrée en vigueur de la présente Convention, en ce qui concerne les relations entre les deux Etats contractants, la Convention sur la sécurité sociale entre la RFP de Yougoslavie et le Royaume de Belgique signée le 1er novembre 1954 cesse d'exister.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Datum inwerkingtreding : 1/9/2014.
Art. N. Date de l'entrée en vigueur : 1/9/2014