Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
22 MEI 2014. - Besluit van de Regering betreffende de kinderopvangdiensten en andere vormen van kinderopvang(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-09-2014 en tekstbijwerking tot 25-06-2025)
Titre
22 MAI 2014. - Arrêté du Gouvernement relatif aux services et autres formes d'accueil d'enfants(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 24-09-2014 et mise à jour au 25-06-2025)
Documentinformatie
Numac: 2014205395
Datum: 2014-05-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014205395
Date: 2014-05-22
Moniteur: Voir
Inhoud
Titel 1. - Algemene bepalingen Hoofdstuk 1. - Inleidende bepalingen Afdeling 1. - Definities Afdeling 2. - Algemene beginselen Hoofdstuk 2. - Gemeentelijke Adviescommissie in... Afdeling 1. - Samenstelling en werkwijze Afdeling 2. - Opdrachten Hoofdstuk 3. - Indexering van de subsidies Titel 2. - Diensten voor kinderopvang Ondertitel 1. - Gemeenschappelijke inhoudelijke... Hoofdstuk 1. - Toepassingsgebied Hoofdstuk 2. - Algemene erkenningsvoorwaarden Afdeling 1. - Bepalingen inzake persoonsgegevens Afdeling 2. - Opvangconcept Afdeling 3. - Huishoudelijk reglement Afdeling 4. - Verzekeringen Hoofdstuk 3. - Inrichting van de ruimten Hoofdstuk 4. - Algemene verplichtingen Afdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden en inrichti... Afdeling 2. - Opvangconcept Afdeling 3. - Huishoudelijk reglement Afdeling 4. - Samenwerking met de personen bela... Afdeling 4.1. [1 - Prioriteringscriteria bij he... Afdeling 5. - Brandveiligheid Afdeling 6. - Rapportering Ondertitel 2. - Gemeenschappelijke procedurebep... Hoofdstuk 1. - Toepassingsgebied Hoofdstuk 2. - Erkenning Afdeling 1. - Voorlopige erkenning Afdeling 2. - Erkenning Hoofdstuk 3. - Schorsing en intrekking van de e... Afdeling 1. - Schorsing van de erkenning Afdeling 2. - Intrekking van de erkenning Hoofdstuk 4. - Beëindiging van de kinderopvang Ondertitel 3. - Bijzondere bepalingen Hoofdstuk 1. - Diensten voor onthaalouders Afdeling 1. - Bijzondere erkenningsvoorwaarden Afdeling 2. - Bijzondere verplichtingen Afdeling 3. - Subsidiëring Afdeling 4. - Kostenbijdrage van de personen be... Hoofdstuk 2. - Crèches Afdeling 1. - Bijzondere erkenningsvoorwaarden Afdeling 2. - Bijzondere verplichtingen Afdeling 3. - Subsidiëring Afdeling 4. - Kostenbijdrage van de personen be... Hoofdstuk 3. [1 - Co-initiatief voor de opvang ... Afdeling 1. Afdeling 2. Afdeling 3. Hoofdstuk 4. - Locaties voor buitenschoolse opvang Afdeling 1. - Bijzondere erkenningsvoorwaarden Afdeling 2. - Bijzondere verplichtingen Afdeling 3. - Subsidiëring Afdeling 4. [1 - Kostenbijdrage van de personen... Afdeling 5. [1 - Prioriteringscriteria bij het ... Titel 3. - Aangesloten onthaalouders Ondertitel 1. - Algemene bepaling Ondertitel 2. - Inhoudelijke bepalingen Hoofdstuk 1. - Toelatingsvoorwaarden Hoofdstuk 2. - Inrichting van de ruimten Hoofdstuk 3. - Verplichtingen Afdeling 1. - Toelatingsvoorwaarden en inrichti... Afdeling 2. - Algemene verplichtingen Hoofdstuk 4. - Vergoeding Ondertitel 3. - Procedurebepalingen Hoofdstuk 1. - Toelating Hoofdstuk 2. - Schorsing en intrekking van de t... Afdeling 1. - Schorsing van de toelating Afdeling 2. - Intrekking van de toelating Hoofdstuk 3. - Beëindiging van de kinderopvang Titel 4. [1 - Als huisarbeider werkende kinderb... Hoofdstuk 1. Afdeling 1. Afdeling 2. Afdeling 2.1 Afdeling 3. Afdeling 4. Hoofdstuk 2. - Procedurebepalingen Afdeling 1. - Erkenning Afdeling 2. - Schorsing en intrekking van de er... Afdeling 3. - Beëindiging van de kinderopvang Titel 5. - Initiatieven voor occasionele kinder... Ondertitel 1. - Inhoudelijke bepalingen Hoofdstuk 1. - Erkenningsvoorwaarden Afdeling 1. - Organiserende instantie Afdeling 2. - Bepalingen inzake persoonsgegevens Afdeling 3. - Opvangconcept Afdeling 4. - Huishoudelijk reglement Afdeling 5. - Verzekeringen Hoofdstuk 2. - Inrichting van de ruimten Hoofdstuk 3. - Verplichtingen Afdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden en inrichti... Afdeling 2. - Algemene verplichtingen Afdeling 3. - Opvangconcept Afdeling 4. - Huishoudelijk reglement Afdeling 5. - Samenwerking met de personen bela... Afdeling 6. - Brandveiligheid Afdeling 7. - Rapportering Hoofdstuk 4. - Subsidiëring Ondertitel 2. - Procedurebepalingen Hoofdstuk 1. - Erkenning Hoofdstuk 2. - Schorsing en intrekking van de e... Hoofdstuk 3. - Beëindiging van de kinderopvang Titel 6. - Lokale projecten voor kinderopvang Titel 7. - Slotbepalingen BIJLAGE.
Inhoud
TITRE 1er. - DISPOSITIONS GENERALES Chapitre 1er. - Dispositions liminaires Section 1re. - Définitions Section 2. - Principes généraux Chapitre 2. - Commission consultative communale... Section 1re. - Composition et fonctionnement Section 2. - Missions Chapitre 3. - Indexation des subsides Titre 2. - Services d'accueil Sous-titre 1er. - Dispositions communes relativ... Chapitre 1er. - Champ d'application Chapitre 2. - Conditions générales d'agréation Section 1re. - Dispositions relatives aux perso... Section 2. - Concept d'accueil Section 3. - Règlement intérieur Section 4. - Assurances Chapitre 3. - Caractéristiques des locaux Chapitre 4. - Obligations générales Section 1re. - Conditions d'agréation et caract... Section 2. - Concept d'accueil Section 3. - Règlement intérieur Section 4. - Coopération avec les personnes cha... Section 4.1. [1 - Critères de priorité pour l'a... Section 5. - Protection contre l'incendie Section 6. - Rapportage Sous-titre 2. - Dispositions communes relatives... Chapitre 1er. - Champ d'application Chapitre 2. - Agréation Section 1re. - Agréation provisoire Section 2. - Agréation Chapitre 3. - Suspension et retrait de l'agréation Section 1re. - Suspension de l'agréation Section 2. - Retrait de l'agréation Chapitre 4. - Cessation de l'accueil d'enfants Sous-titre 3. - Dispositions particulières Chapitre 1er. - Services d'accueillants d'enfants Section 1re. - Conditions particulières d'agréa... Section 2. - Obligations particulières Section 3. - Subventionnement Section 4. - Participation aux frais supportée ... Chapitre 2. - Crèches Section 1re. - Conditions particulières d'agréa... Section 2. - Obligations particulières Section 3. - Subventionnement Section 4. - Participation aux frais supportée ... Chapitre 3. [1 - Co-initiative pour l'accueil d... Section 1re. Section 2. Section 3. Chapitre 4. - Lieux d'accueil extrascolaire Section 1re. - Conditions particulières d'agréa... Section 2. - Obligations particulières Section 3. - Subventionnement Section 4. [1 - Participation aux frais support... Section 5. [1 - Critères de priorité pour l'att... Titre 3. - Accueillants conventionnés Sous-titre 1er. - Disposition générale Sous-titre 2. - Dispositions relatives au contenu Chapitre 1er. - Conditions d'enregistrement Chapitre 2. - Caractéristiques des locaux Chapitre 3. - Obligations Section 1re. - Conditions d'enregistrement et c... Section 2. - Obligations générales Chapitre 4. - Indemnité Sous-titre 3. - Dispositions relatives aux proc... Chapitre 1er. - Enregistrement Chapitre 2. - Suspension et retrait de l'enregi... Section 1re. - Suspension de l'enregistrement Section 2. - Retrait de l'enregistrement Chapitre 3. - Cessation de l'accueil d'enfants Titre 4. [1 - Gardes d'enfants à domicile]1 Chapitre 1er. Section 1re. Section 2. Section 2.1 Section 3. Section 4. Chapitre 2. - Dispositions relatives aux procéd... Section 1re. - Agréation Section 2. - Suspension et retrait de l'agréation Section 3. - Cessation de l'accueil d'enfants Titre 5. - Haltes-garderies Sous-titre 1er. - Dispositions relatives au con... Chapitre 1er. - Conditions d'agréation Section 1re. - Pouvoir organisateur Section 2. - Dispositions relatives aux personnes Section 3. - Concept d'accueil Section 4. - Règlement intérieur Section 5. - Assurances Chapitre 2. - Caractéristiques des locaux Chapitre 3. - Obligations Section 1re. - Conditions d'agréation et caract... Section 2. - Obligations générales Section 3. - Concept d'accueil Section 4. - Règlement intérieur Section 5. - Coopération avec les personnes cha... Section 6. - Protection contre l'incendie Section 7. - Rapportage Chapitre 4. - Subventionnement Sous-titre 2. - Dispositions relatives aux proc... Chapitre 1er. - Agréation Chapitre 2. - Suspension et retrait de l'agréation Chapitre 3. - Cessation de l'accueil d'enfants Titre 6. - Projets d'accueil à portée locale Titre 7. - Dispositions finales ANNEXE.
Tekst (348)
Texte (348)
Titel 1. - Algemene bepalingen
TITRE 1er. - DISPOSITIONS GENERALES
Hoofdstuk 1. - Inleidende bepalingen
Chapitre 1er. - Dispositions liminaires
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
kinderen : overeenkomstig artikel 2, eerste lid, 1°, en tweede lid van het decreet, personen die de volle leeftijd van twaalf jaar nog niet bereikt hebben resp., wat de buitenschoolse opvang betreft, personen die deze leeftijd wel bereikt hebben en lager onderwijs volgen;
baby's en peuters : kinderen tot de volle leeftijd van drie jaar;
[4 kinderopvang: overeenkomstig artikel 2, eerste lid, 2А, van het decreet, de regelmatige opvang van kinderen in vastgelegde ruimten, buiten de woning van de personen belast met de opvoeding, met uitzondering van de activiteiten die vorming, onderwijs, jeugd, jeugdbijstand, cultuur, toerisme of sport als hoofddoel hebben;]4
dienstverrichter : overeenkomstig artikel 2, eerste lid, 3°, van het decreet, natuurlijke persoon of rechtspersoon resp. vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die in hoofdberoep, bijberoep of als vrijwilliger kinderopvang aanbiedt;
persoon die werkzaam is in de kinderopvang : overeenkomstig artikel 2, eerste lid, 4°, van het decreet, natuurlijke persoon die als dienstverrichter of in opdracht van een dienstverrichter werkzaam is en zelf kinderen opvangt of direct en regelmatig met opgevangen kinderen in contact komt;
dienst voor onthaalouders : dienstverrichter die bij voorrang baby's en peuters opvangt en eventueel buitenschoolse opvang [4 aanbiedt die wordt verricht door aangesloten onthaalouders en/of als huisarbeider werkende kinderbegeleiders]4;
aangesloten onthaalouder : persoon die werkzaam is in de kinderopvang en die in opdracht van een dienst voor onthaalouders - zonder door een arbeidsovereenkomst met die dienst verbonden te zijn - bij voorrang baby's en peuters van anderen opvangt en/of eventueel buitenschoolse opvang aanbiedt;
[4 7.1° als huisarbeider werkende kinderbegeleider: persoon die werkzaam is in de kinderopvang en die in opdracht van een dienst voor onthaalouders - in het kader van een arbeidsovereenkomst of als statutair personeelslid - bij voorrang baby's en peuters van anderen opvangt en/of eventueel buitenschoolse opvang aanbiedt;]4
zelfstandige onthaalouder : dienstverrichter en persoon die werkzaam is in de kinderopvang die zelfstandig, in het kader van een opvangcontract, bij voorrang baby's en peuters van anderen opvangt en/of eventueel buitenschoolse opvang aanbiedt;
[3 8.1° zelfstandige mede-onthaalouders: vereniging zonder rechtspersoonlijkheid van hoogstens drie reeds erkende zelfstandige onthaalouders op een plaats voor gemeenschappelijke kinderopvang;]3
crèche : dienstverrichter die baby's en peuters in collectieve vorm opvangt en een opvangcapaciteit van ten minste 18 plaatsen heeft;
10° [4 10° co-initiatief voor de opvang van baby's en peuters: dienstverrichter die baby's en peuters in collectieve vorm opvangt en een opvangcapaciteit van hoogstens twaalf plaatsen heeft;]4
11° locatie voor buitenschoolse opvang : dienstverrichter die kinderopvang buiten de schooltijd [1 en op pedagogische conferentiedagen]1 aanbiedt;
12° diensten voor kinderopvang : de dienstverrichters beschreven in de bepalingen onder 6°, 9°, 10° en 11°;
13° [4 centrum voor kinderopvang: het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap opgericht bij het decreet van 22 mei 2023 tot oprichting van een centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap;]4
14° initiatief voor occasionele kinderopvang : dienstverrichter die kinderen van vier maanden tot zes jaar af en toe en voor korte duur in collectieve vorm opvangt;
15° GAK : Gemeentelijke Adviescommissie inzake Kinderopvang;
16° inspectie : de inspecteurs die de Regering overeenkomstig artikel 17, § 1, van het decreet heeft aangewezen;
17° departement : het departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap dat bevoegd is voor Gezin;
18° Minister : de minister van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap bevoegd voor het gezinsbeleid;
19° decreet : het decreet van 31 maart 2014 betreffende de kinderopvang;
[2 20° [4 webportaal: een digitaal platform voor kinderopvang dat door de Regering ter beschikking wordt gesteld van de dienstverrichters en de personen belast met de opvoeding. Het dient om de personen belast met de opvoeding te informeren, om plaatsen in de kinderopvang aan te vragen, te beheren en toe te wijzen, alsook om de erkennings- en subsidiыringsvoorwaarden te controleren.]4
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
enfants : conformément à l'article 2, alinéa 1er, 1°, et alinéa 2, du décret, les personnes qui n'ont pas douze ans accomplis ou, en ce qui concerne l'accueil extrascolaire, celles plus âgées fréquentant l'enseignement primaire;
jeunes enfants : les enfants jusqu'à ce qu'ils aient atteint l'âge de 3 ans accomplis;
[4 accueil d'enfants : conformément à l'article 2, alinéa 1er, 2°, du décret, l'accueil régulier d'enfants dans des locaux déterminés se situant en dehors de l'habitation des personnes chargées de leur éducation, à l'exception des activités dont l'objectif principal est l'éducation ou l'enseignement, la jeunesse, l'aide à la jeunesse, la culture, le tourisme ou le sport]4;
prestataire : conformément à l'article 2, alinéa 1er, 3°, du décret, la personne physique ou morale ou l'association de fait qui propose un accueil d'enfants, à titre de profession principale ou accessoire ou à titre bénévole;
personne active dans l'accueil d'enfants : conformément à l'article 2, alinéa 1er, 4°, du décret, la personne physique qui est active en tant que prestataire ou pour le compte d'un prestataire et accueille elle-même des enfants ou entre directement et régulièrement en contact avec des enfants gardés;
service d'accueillants d'enfants : le prestataire qui assure principalement l'accueil de jeunes enfants et, le cas échéant, l'accueil extrascolaire par le biais d'accueillants conventionnés [4 et/ou de gardes d'enfants à domicile]4;
accueillant conventionné : la personne active dans l'accueil d'enfants qui, pour le compte d'un service d'accueillants d'enfants mais sans être engagée par lui dans les liens d'un contrat de travail, accueille prioritairement des jeunes enfants qui ne sont pas les siens et/ou propose, le cas échéant, un accueil extrascolaire;
[4 7.1° garde d'enfants à domicile : la personne active dans l'accueil d'enfants qui, pour le compte d'un service d'accueillants d'enfants, dans le cadre d'un contrat de travail ou en tant que membre du personnel statutaire, accueille prioritairement des jeunes enfants qui ne sont pas les siens et/ou propose, le cas échéant, un accueil extrascolaire;]4
accueillant autonome : le prestataire et la personne active dans l'accueil d'enfants qui, de manière autonome et dans les liens d'un contrat de garde, accueille prioritairement des jeunes enfants qui ne sont pas les siens et/ou, le cas échéant, propose un accueil extrascolaire;
[3 8.1° co-accueillants autonomes : une association de fait regroupant au plus trois accueillants autonomes déjà agréés, en un seul lieu, aux fins d'un accueil d'enfants commun; ]3
crèche : le prestataire qui assure l'accueil de jeunes enfants sous forme collective et a une capacité d'accueil d'au moins 18 places;
10° [4 co-initiative pour l'accueil des jeunes enfants : le prestataire qui assure l'accueil des jeunes enfants sous forme collective et a une capacité d'accueil de douze places au plus;]4
11° lieu d'accueil extrascolaire : le prestataire qui assure l'accueil d'enfants en dehors du temps scolaire [1 ainsi que lors des journées de conférence pédagogique]1;
12° services d'accueil : les prestataires décrits aux 6°, 9°, 10° et 11°;
13° [4 centre d'accueil : le Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants créé par le décret du 22 mai 2023 portant création d'un Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants]4;
14° halte-garderie : le prestataire qui assure, sous forme collective, l'accueil occasionnel et temporaire d'enfants âgés de quatre mois à six ans;
15° C.C.C.A.E. : la Commission consultative communale pour l'accueil d'enfants;
16° inspection : les inspecteurs désignés par le Gouvernement conformément à l'article 17, § 1er, du décret;
17° département : le département du Ministère de la Communauté germanophone compétent en matière de famille;
18° ministre : le ministre du Gouvernement de la Communauté germanophone compétent pour la Politique familiale;
19° décret : le décret du 31 mars 2014 relatif à l'accueil d'enfants;
[2 20° [4 portail en ligne : une plate-forme numérique destinée à l'accueil des enfants, mise à la disposition des prestataires ainsi que des personnes chargées de l'éducation par le Gouvernement. Le portail en ligne sert à informer les personnes chargées de l'éducation, à demander, à administrer et à attribuer des places d'accueil ainsi qu'à contrôler les conditions d'agréation et de subventionnement.]4]2
Afdeling 2. - Algemene beginselen
Section 2. - Principes généraux
Art. 2. Overeenkomstig artikel 6 van het decreet moet elke onder dit besluit vallende dienstverrichter die kinderopvang aanbiedt, ter uitvoering van dit besluit erkend zijn voordat hij van start gaat.
Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 4 voldoen de onder dit besluit vallende dienstverrichters, om erkend te worden, aan de erkenningsvoorwaarden vermeld in het decreet of in dit besluit.
Art. 2. Conformément à l'article 6 du décret, tout prestataire concerné par cet arrêté qui propose un accueil d'enfants doit, avant de débuter ses activités, être agréé en application du présent arrêté.
Sans préjudice de l'article 4, les prestataires concernés par le présent arrêté remplissent, pour être agréés, les conditions d'agréation mentionnées dans le décret ou dans le présent arrêté.
Art. 3. Overeenkomstig artikel 12 van het decreet kunnen alleen erkende, onder dit besluit vallende dienstverrichters binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen subsidie voor kinderopvang ter uitvoering van dit besluit ontvangen.
Art. 3. Conformément à l'article 12 du décret, seuls les prestataires concernés par cet arrêté et agréés peuvent, en exécution du présent arrêté et dans les limites des crédits budgétaires disponibles, obtenir des subsides en lien avec l'accueil d'enfants.
Art. 4. Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 6 tot 12 van het decreet worden de dienstverrichters met wie de Regering overeenkomstig titel 6 een overeenkomst tot uitvoering van een lokaal project sluit, voor de duur van die overeenkomst als erkende dienstverrichters beschouwd. De nadere regels worden in de overeenkomst gepreciseerd.
Art. 4. Sans préjudice des articles 6 à 12 du décret, les prestataires avec lesquels le Gouvernement conclut une convention pour un projet d'accueil à portée locale conformément au titre 6 sont considérés comme agréés pour la durée de la convention en question. La convention précise les autres modalités.
Art. 5. Elke erkende dienstverrichter waarborgt de kwaliteit van de opvang overeenkomstig de bepalingen van het decreet en overeenkomstig de bepalingen van dit besluit die op die dienstverrichter van toepassing zijn.
Art. 5. Tout prestataire agréé garantit la qualité de l'accueil conformément aux dispositions du décret et aux dispositions du présent arrêté qui lui sont applicables.
Art. 5.1. [1 Voor de toepassing van dit besluit worden als gelijkwaardig erkende opleidingsbewijzen uit andere EU-lidstaten, daarmee gelijkgestelde staten of staten waarmee een overeenkomst voor de erkenning van beroepskwalificaties werd gesloten ook in aanmerking genomen.]1
Art. 5.1. [1 Pour l'application du présent arrêté, sont également pris en considération, en cas d'équivalence, des certificats d'enseignement émanant d'autres états membres de l'Union européenne, d'états assimilés ou d'états avec lesquels ont été conclus des accords de reconnaissance des qualifications professionnelles.]1
Hoofdstuk 2. - Gemeentelijke Adviescommissie inzake Kinderopvang
Chapitre 2. - Commission consultative communale pour l'accueil d'enfants
Afdeling 1. - Samenstelling en werkwijze
Section 1re. - Composition et fonctionnement
Art. 6. De gemeenteraad van elke gemeente van het Duitse taalgebied installeert een GAK en legt het huishoudelijk reglement van die commissie vast.
Art. 6. Le conseil communal de chacune des communes de la région de langue allemande institue une C.C.C.A.E. et établit son règlement d'ordre intérieur.
Art. 7. § 1 - De GAK bestaat uit :
een vertegenwoordiger van het gemeentecollege;
een vertegenwoordiger van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente;
telkens één vertegenwoordiger per school die op het grondgebied van de gemeente gevestigd is;
telkens één vertegenwoordiger per ouderraad van de scholen vermeld in de bepaling onder 3°.
Voor elk in het eerste lid vermeld werkend lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen.
§ 2 - Tot de GAK behoren ook met raadgevende stem :
een vertegenwoordiger van de Minister;
een vertegenwoordiger van het departement;
telkens één vertegenwoordiger van de diensten voor kinderopvang of van de initiatieven voor occasionele kinderopvang die op het grondgebied van de gemeente werkzaam zijn;
één vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren;
andere plaatselijke partners die belangrijk zijn voor de kinderopvang en die door de GAK bij de beraadslagingen betrokken worden [1 ;]1
[1 6° één vertegenwoordiger van het centrum voor kinderopvang.]1
Art. 7. § 1er - La C.C.C.A.E. se compose :
d'un représentant du collège communal;
d'un représentant du centre public d'aide sociale de la commune;
d'un représentant par école implantée sur le territoire communal;
d'un représentant par conseil des parents d'élèves éventuellement adjoint à l'une des écoles mentionnées au 3°.
Un membre suppléant est désigné pour chaque membre effectif mentionné à l'alinéa 1er.
§ 2 - Font également partie de la C.C.C.A.E., avec voix consultative :
un représentant du ministre;
un représentant du département;
un représentant par service d'accueil ou halte-garderie actif sur le territoire communal;
un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes;
d'autres partenaires locaux, importants en matière d'accueil d'enfants, invités par la C.C.C.A.E. à participer aux délibérations [1 ;]1
[1 6° un représentant du centre d'accueil.]1
Art.7 TOEKOMSTIG RECHT.
§ 1 - De GAK bestaat uit :
een vertegenwoordiger van het gemeentecollege;
een vertegenwoordiger van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente;
telkens één vertegenwoordiger per school die op het grondgebied van de gemeente gevestigd is;
telkens één vertegenwoordiger per ouderraad van de scholen vermeld in de bepaling onder 3°.
Voor elk in het eerste lid vermeld werkend lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen.
§ 2 - Tot de GAK behoren ook met raadgevende stem :
een vertegenwoordiger van de Minister;
een vertegenwoordiger van het departement;
telkens één vertegenwoordiger van de diensten voor kinderopvang of van de initiatieven voor occasionele kinderopvang die op het grondgebied van de gemeente werkzaam zijn;
[2 ...]2
andere plaatselijke partners die belangrijk zijn voor de kinderopvang en die door de GAK bij de beraadslagingen betrokken worden [1 ;]1
[1 6° één vertegenwoordiger van het centrum voor kinderopvang.]1
Art.7 DROIT FUTUR.
§ 1er - La C.C.C.A.E. se compose :
d'un représentant du collège communal;
d'un représentant du centre public d'aide sociale de la commune;
d'un représentant par école implantée sur le territoire communal;
d'un représentant par conseil des parents d'élèves éventuellement adjoint à l'une des écoles mentionnées au 3°.
Un membre suppléant est désigné pour chaque membre effectif mentionné à l'alinéa 1er.
§ 2 - Font également partie de la C.C.C.A.E., avec voix consultative :
un représentant du ministre;
un représentant du département;
un représentant par service d'accueil ou halte-garderie actif sur le territoire communal;
[2 ...]2
d'autres partenaires locaux, importants en matière d'accueil d'enfants, invités par la C.C.C.A.E. à participer aux délibérations [1 ;]1
[1 6° un représentant du centre d'accueil.]1
Art. 8. De vertegenwoordiger van het gemeentecollege zit de vergaderingen van de GAK voor. De voorzitter organiseert die vergaderingen op eigen initiatief of op schriftelijk verzoek van een belangstellende en/of op schriftelijk verzoek van een potentiële dienstverrichter.
Een personeelslid van de gemeentediensten woont de vergaderingen van de GAK bij en maakt onder de verantwoordelijkheid van de voorzitter de notulen op.
De vertegenwoordiger van het departement woont de vergaderingen bij als deskundige en zorgt voor de technische follow-up en de informatie-uitwisseling tussen de GAK's van de verschillende gemeenten van het Duitse taalgebied.
De vertegenwoordiger van de Minister zorgt voor de informatie-uitwisseling tussen de GAK en de Regering.
Art. 8. Le représentant du collège communal assure la présidence des séances de la C.C.C.A.E. Celles-ci sont convoquées par le président, d'initiative ou à la demande écrite d'un intéressé et/ou d'un prestataire potentiel.
Un membre du personnel de l'administration communale assiste aux séances de la C.C.C.A.E. et rédige le procès-verbal sous la responsabilité du président.
Le représentant du département assiste aux séances en tant qu'expert et assure le suivi technique ainsi que l'échange d'informations entre les C.C.C.A.E. des différentes communes de la région de langue allemande.
Le représentant du ministre assure l'échange d'informations entre la C.C.C.A.E. et le Gouvernement.
Afdeling 2. - Opdrachten
Section 2. - Missions
Art. 9. § 1 - Op verzoek van de Minister en binnen de door hem gestelde termijn of op eigen initiatief verstrekt de GAK de Minister advies over de volgende punten :
de berekening van de behoeften inzake kinderopvang in de gemeente op korte en middellange termijn;
het doen van aanbevelingen om het aanbod inzake kinderopvang te verbeteren, rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden en het vaststellen van de kwantitatieve en kwalitatieve voorwaarden die daarvoor vervuld moeten zijn.
§ 2 - De GAK geeft advies over alle nieuwe lokale initiatieven voor kinderopvang, met uitzondering van initiatieven die betrekking hebben op [1 de erkenning van zelfstandige onthaalouders of co-initiatieven voor de opvang van baby's en peuters, dan wel de toelating van aangesloten onthaalouders of van kinderopvang door als huisarbeider werkende kinderbegeleiders]1 en zendt haar advies toe aan de Minister. Daartoe bezorgt de potentiële dienstverrichter alle daartoe nodige stukken vooraf aan de GAK.
In het advies worden ten minste de volgende punten behandeld :
de behoefte aan het nieuwe initiatief voor kinderopvang, met inachtneming van de geografische, demografische en socio-economische omstandigheden;
de geschiktheid en de ligging van de geplande ruimten;
het opvangconcept;
de geplande opvangcapaciteit;
de kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding;
indien het advies niet unaniem is : een uiteenzetting van de verschillende standpunten.
De GAK bezorgt haar advies aan de Minister binnen 90 dagen na ontvangst van de stukken van de potentiële dienstverrichter.
§ 3 [1 ...]1.
Art. 9. § 1er - La C.C.C.A.E. remet au ministre, à la demande de celui-ci et dans le délai prévu par lui ou d'initiative, un avis sur les points suivants :
le calcul des besoins à court et moyen terme quant à l'accueil d'enfants dans la commune;
la formulation de recommandations en vue d'améliorer l'offre en matière d'accueil d'enfants, en tenant compte des données locales, et la détermination des conditions quantitatives et qualitatives requises pour y parvenir.
§ 2 - La C.C.C.A.E. rend un avis sur toutes les nouvelles initiatives locales en matière d'accueil d'enfants, sauf en ce qui concerne celles relatives à l'agréation [1 de co-initiatives pour l'accueil des jeunes enfants, à l'agréation]1 d'accueillants autonomes [1 , à l'enregistrement d'accueillants conventionnés ou à l'accueil d'enfants par des gardes d'enfants à domicile]1, et transmet cet avis au ministre. A cette fin, le prestataire potentiel transmet au préalable à la C.C.C.A.E. tous les documents nécessaires.
L'avis porte au moins sur les points suivants :
la nécessité de la nouvelle initiative d'accueil, en tenant compte des données géographiques, démographiques et socio-économiques;
l'adéquation et la situation des locaux prévus;
le concept d'accueil;
la capacité prévue;
la participation aux frais supportée par les personnes chargées de l'éducation;
s'il n'y a pas unanimité, la présentation des différents points de vue.
La C.C.C.A.E. transmet son avis au ministre dans un délai de 90 jours après réception des documents introduits par le prestataire potentiel.
§ 3 [1 ...]1.
Hoofdstuk 3. - Indexering van de subsidies
Chapitre 3. - Indexation des subsides
Art. 10. [1 - De bedragen vastgelegd in artikel 72, § 2, derde lid, artikel 74, eerste lid, artikel 76, § 1, § 2, eerste lid, § 3 en § 4, artikel 93, § 1, eerste lid, artikel 94, artikel 94.1, artikel 116, § 1, artikel 117, eerste lid, artikel 135, § 1, eerste en tweede lid, alsook artikel 193, zijn gekoppeld aan de indexering van de wedden van de openbare dienst van de Duitstalige Gemeenschap op basis van de spilindex 138,01.
De in de bijlage vastgelegde inkomensgrenzen zijn gekoppeld aan de spilindex 138,01 en worden op basis van de indexering van de wedden in de openbare sector van de Duitstalige Gemeenschap aan de index van de maand december van het betrokken inkomensjaar aangepast.
De tarieven voor de kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding die zijn vastgelegd in artikel 119.2, eerste lid, in artikel 119.3, eerste lid, en in de bijlage, zijn gekoppeld aan de spilindex 138,01 en worden jaarlijks in juli op basis van de indexering van de wedden in de openbare sector van de Duitstalige Gemeenschap aangepast aan de index van de maand december van het vorige jaar.]1

Art. 10. [1 - Les montants fixés aux articles 72, § 2, alinéa 3, 74, alinéa 1er, 76, § 1er, § 2, alinéa 1er, § 3 et § 4, 93, § 1er, alinéa 1er, 94, 94.1, 116, § 1er, 117, alinéa 1er, 135, § 1er, alinéas 1er et 2, ainsi que 193 sont liés à l'indexation des traitements de la fonction publique de la Communauté germanophone, l'indice-pivot étant 138,01.
Les plafonds de revenu fixés en annexe sont adaptés sur la base de l'évolution de l'indice des traitements de la fonction publique de la Communauté germanophone, avec l'indice-pivot 138,01, au mois de décembre de l'année de revenus concernée.
Les taux de participation aux frais des personnes chargées de l'éducation fixés aux articles 119.2, alinéa 1er, et 119.3, alinéa 1er, ainsi qu'en annexe sont adaptés chaque année en juillet sur la base de l'évolution de l'indice des traitements de la fonction publique de la Communauté germanophone, avec l'indice-pivot 138,01, au mois de décembre de l'année précédente.]1

Titel 2. - Diensten voor kinderopvang
Titre 2. - Services d'accueil
Ondertitel 1. - Gemeenschappelijke inhoudelijke bepalingen
Sous-titre 1er. - Dispositions communes relatives au contenu
Hoofdstuk 1. - Toepassingsgebied
Chapitre 1er. - Champ d'application
Art. 11. Deze ondertitel is van toepassing op de diensten voor kinderopvang vermeld in artikel 1, 12°.
Art. 11. Le présent sous-titre s'applique aux services d'accueil mentionnés à l'article 1er, 12°.
Hoofdstuk 2. - Algemene erkenningsvoorwaarden
Chapitre 2. - Conditions générales d'agréation
Afdeling 1. - Bepalingen inzake persoonsgegevens
Section 1re. - Dispositions relatives aux personnes
Art. 12. [1 - De diensten voor kinderopvang zorgen ervoor dat de in artikel 7, eerste lid, van het decreet vermelde personen die van hen een opdracht hebben gekregen, de daarin vermelde stukken hebben ingediend voordat ze van start gaan met hun activiteit.]1
Art. 12. [1 - Les services d'accueil veillent à ce que les personnes mandatées par eux, mentionnées à l'article 7, alinéa 1er, du décret, disposent, avant le début de leur activité, des documents y mentionnés.]1
Art. 13. De diensten voor kinderopvang leggen in hun contracten en overeenkomsten met de personen die werkzaam zijn in de kinderopvang vast dat die personen :
elke wezenlijke verandering in hun gezondheidstoestand zo snel mogelijk aan de dienst meedelen;
[1 bewijzen dat ze een EHBO-cursus voor eerste hulp aan baby's, peuters en kinderen hebben voltooid of zich contractueel ertoe verplichten zo'n cursus te voltooien binnen een jaar nadat ze met de activiteit van start gaan. De EHBO-kennis wordt om de twee jaar opgefrist. De diploma's en getuigschriften vermeld in artikel 88, § 5, gelden tot twee jaar na het behalen ervan als voltooide EHBO-cursus voor eerste hulp aan baby's, peuters en kinderen.]1
Art. 13. Dans les contrats ou conventions que les services d'accueil concluent avec les personnes actives dans l'accueil d'enfants, ils obligent celles-ci à :
communiquer immédiatement au service tout changement significatif de leur état de santé;
[1 prouver qu'elles ont participé à un cours de premiers secours aux enfants et jeunes enfants ou à s'engager contractuellement à suivre un tel cours dans l'année suivant le début de l'activité. Les connaissances en matière de premiers secours sont mises à jour tous les deux ans. Les diplômes et certificats mentionnés à l'article 88, § 5, sont considérés comme la preuve d'une participation à un cours de premiers secours aux enfants et jeunes enfants pendant une période de deux ans après leur réception.]1
Art. 14. De diensten voor kinderopvang bieden de personen die werkzaam zijn in de kinderopvang en die een opdracht van hen hebben gekregen, jaarlijks minstens tien uur gratis voortgezette opleiding aan.
Art. 14. Chaque année, les services d'accueil proposent aux personnes actives dans l'accueil d'enfants et mandatées par eux une offre gratuite de formations continues représentant au moins dix heures.
Afdeling 2. - Opvangconcept
Section 2. - Concept d'accueil
Art. 15. De diensten voor kinderopvang werken een opvangconcept uit.
Het opvangconcept bevat minstens :
de doelstellingen van het aanbod;
de pedagogische principes;
de manier waarop de pedagogische principes in praktijk worden gebracht;
de gestandaardiseerde werkprocessen van de kerntaken;
de manier waarop samengewerkt wordt met de personen belast met de opvoeding;
de manier waarop samengewerkt wordt met andere diensten;
de manier waarop samengewerkt wordt met vrijwilligers;
de maatregelen inzake gezondheidspromotie;
de informatie over het klachtenbeheer;
10° de openingstijden en de manier waarop contact kan worden opgenomen met de dienst;
11° de procedurerichtlijnen bij vermoeden of vaststelling van kindermishandeling, kindermisbruik en/of kinderverwaarlozing, besmettelijke ziekten, aanhoudende gedragsstoornissen, vermoeden of vaststelling van ontwikkelingsachterstand, alsook de procedurerichtlijnen voor de omgang met kinderen met een [1 beperking of psychische stoornis]1.
Art. 15. Les services d'accueil définissent un concept d'accueil.
Le concept d'accueil reprend au moins :
les objectifs de l'offre;
les principes pédagogiques;
la méthodologie appliquée pour transposer les principes pédagogiques;
les processus standardisés en ce qui concerne les missions principales;
la manière de procéder en ce qui concerne la coopération avec les personnes chargées de l'éducation;
la manière de procéder en ce qui concerne la coopération avec d'autres services;
la manière de procéder en ce qui concerne la coopération avec des bénévoles;
les mesures visant à promouvoir la santé;
les données relatives à la gestion des plaintes;
10° les heures d'ouverture du service et les possibilités pour le contacter;
11° les procédures à suivre lorsque l'on suspecte ou constate une maltraitance, un abus et/ou un délaissement d'enfant, lors de maladies contagieuses, lors de comportements asociaux, lorsque l'on suspecte ou constate des retards de développement, ou lorsque l'on a affaire à des enfants présentant un handicap ou [1 un trouble psychique]1.
Afdeling 3. - Huishoudelijk reglement
Section 3. - Règlement intérieur
Art. 16. De diensten voor kinderopvang maken een huishoudelijk reglement op.
Het huishoudelijk reglement bevat minstens :
de openingstijden en de manier waarop contact kan worden opgenomen met de dienst;
de hoofdlijnen van het opvangconcept;
de ouderbijdragen;
de rechten en plichten van de personen belast met de opvoeding;
de informatie over het klachtenbeheer dat in artikel 15, tweede lid, 9°, wordt vermeld.
in voorkomend geval de gegevens over de mogelijkheid om stagiairs op te nemen.
Art. 16. Les services d'accueil établissent un règlement intérieur.
Ce règlement intérieur reprend au moins :
les heures d'ouverture du service et les possibilités pour le contacter;
les principales lignes directrices du concept d'accueil;
le montant de la contribution des parents;
les droits et devoirs des personnes chargées de l'éducation;
les données relatives à la gestion des plaintes visée à l'article 15, alinéa 2, 9°.
les données relatives à la possibilité, le cas échéant, d'accueillir des stagiaires.
Afdeling 4. - Verzekeringen
Section 4. - Assurances
Art. 17. De diensten voor kinderopvang sluiten een aansprakelijkheidsverzekering en een brandverzekering voor de uitoefening van hun activiteit.
Art. 17. Les services d'accueil contractent, pour exercer leur activité, une assurance en responsabilité civile et une assurance contre l'incendie.
Hoofdstuk 3. - Inrichting van de ruimten
Chapitre 3. - Caractéristiques des locaux
Art. 18. [1 - Met behoud van de toepassing van de artikelen 154 en 174 is dit hoofdstuk alleen van toepassing op de crèches, de co-initiatieven voor de opvang van baby's en peuters en de locaties voor buitenschoolse opvang, met uitzondering van de locaties voor buitenschoolse opvang die de kinderopvang in een vestiging van een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde gewone of gespecialiseerde basisschool aanbieden.]1
Art. 18. [1 - Sans préjudice des articles 154 et 174, le présent chapitre s'applique uniquement aux crèches, aux co-initiatives pour l'accueil des jeunes enfants et aux lieux d'accueil extrascolaire, à l'exception des lieux d'accueil extrascolaire qui assurent l'accueil d'enfants dans une implantation d'une école fondamentale ordinaire ou spécialisée organisée ou subventionnée par la Communauté germanophone.]1
Art. 19. Overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van het decreet vindt de kinderopvang plaats in een daarvoor geschikte omgeving en in ruimten die voldoende groot, veilig en proper zijn. Er is een ruimte voor buitenactiviteiten die bij voorkeur aan de opvangruimten grenst.
Art. 19. Conformément à l'article 7, alinéa 2, du décret, les enfants sont accueillis dans un environnement adapté et dans des locaux suffisamment grands, sûrs et propres. Il y a une zone pour les activités extérieures, de préférence attenante aux locaux où se déroule l'accueil.
Art. 20. [1 - De ruimten waar de kinderopvang plaatsvindt en alle ruimten die voor de kinderen toegankelijk zijn, voldoen aan de volgende criteria:
voor zover niet nader gedefinieerd, stemt de grootte van de ruimten overeen met het aantal opgevangen kinderen, zodat deze zich vrij kunnen bewegen;
er is een slaap- en rustruimte;
in de opvangvoorzieningen waar maaltijden voor kinderen worden voorbereid, is er een keukenblok met een spoelbak, een fornuis en een koelkast;
de ruimten zijn ingericht met het voor de opvang noodzakelijke meubilair en met voldoende speelgoed;
de ruimten zijn in goede toestand en er wordt voor gezorgd dat dit zo blijft;
de begeleiders zijn telefonisch bereikbaar in de ruimten.]1

Art. 20. [1 - Les locaux où se déroule l'accueil et tous les autres locaux accessibles aux enfants remplissent les critères suivants :
à défaut de précision, la taille des locaux correspond au nombre d'enfants gardés, de manière à ce que ceux-ci puissent se mouvoir librement;
il est prévu une zone de sommeil et de repos;
dans les lieux d'accueil où des repas sont préparés pour les enfants, il y a une kitchenette avec évier, cuisinière et réfrigérateur;
les locaux sont équipés du mobilier nécessaire pour l'accueil et de jeux en nombre suffisant;
les locaux sont en bon état et bien entretenus;
le personnel d'encadrement est joignable par téléphone dans les locaux.]1

Art. 21. De diensten voor kinderopvang richten de ruimten waartoe de kinderen toegang hebben zo veilig mogelijk in. De diensten voor kinderopvang dragen er zorg voor dat alle mogelijke gevaren en risico's worden opgespoord. Ze nemen alle nodige maatregelen om een veilige omgeving te scheppen met verminderd gevaar voor ongevallen.
Voor de veilige inrichting van de ruimten gelden de volgende criteria :
[2 ...]2;
de buitenruimte en de toegang daartoe zijn beveiligd;
de ruimten zijn zo ingedeeld en ingericht dat de begeleiders visueel toezicht op de kinderen kunnen houden;
[1 er mogen geen verwarmingselementen worden gebruikt waaraan de kinderen zich kunnen verbranden. De radiatoren die een gevaar voor de kinderen inhouden, zijn doeltreffend beveiligd]1;
de diensten voor kinderopvang nemen alle nodige maatregelen om een CO-vergiftiging te voorkomen. Daarom zorgen ze ervoor dat de installaties voor verwarming, warm water en luchtafvoer regelmatig onderhouden worden;
producten die de gezondheid kunnen schaden, zoals pesticiden, herbiciden en insecticiden, worden alleen gebruikt in afwezigheid van de kinderen en met inachtneming van voorzorgsmaatregelen;
wenteltrappen mogen door kinderen tot zes jaar alleen in begeleiding van volwassenen worden gebruikt en de toegang is beveiligd met traphekjes;
[1 de balustrades van verhoogde terrassen beantwoorden aan de richtlijnen van de Minister]1;
de balustrades en/of omheiningen beantwoorden aan de richtlijnen van de Minister;
10° de vensters en deuren gaan op een veilige manier open en dicht;
11° gevaarlijk scherpe kanten, hoeken of uiteinden zijn niet voorhanden of worden adequaat beveiligd;
12° de stopcontacten, de schakelaars en alle elektrische toestellen of installaties die gevaar kunnen opleveren, worden buiten het bereik van de kinderen gehouden of worden adequaat beveiligd;
13° poetsmiddelen, chemische producten, licht ontvlambare stoffen, medicamenten en andere voorwerpen die gevaarlijk kunnen zijn, worden veilig en buiten het bereik van de kinderen opgeborgen;
14° [1 indien er waterpartijen zijn, zijn de richtlijnen van de Minister van toepassing]1;
15° [1 indien er giftige planten zijn, zijn de richtlijnen van de Minister van toepassing]1;
16° in elke opvangvoorziening staat een EHBO-doos met materiaal dat beantwoordt aan de richtlijnen van de Minister;
17° in de slaap- en opvangruimten zijn rookmelders aangebracht overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 2004 betreffende de aanwezigheid van brandmelders in de woningen.
Art. 21. Les services d'accueil aménagent les locaux accessibles aux enfants de manière à garantir une sécurité maximale. Ils veillent à déceler tous les dangers et risques potentiels. Ils prennent toute mesure utile pour créer un environnement sûr avec un risque d'accident réduit.
Les critères suivants sont valables pour la sécurisation des locaux :
[2 ...]2;
la zone extérieure et l'accès à celle-ci sont sécurisés;
la répartition et l'aménagement des zones garantit la surveillance visuelle des enfants par le personnel d'encadrement;
[1 aucun panneau rayonnant ne peut être utilisé comme chauffage. Les radiateurs présentant un danger pour les enfants sont efficacement sécurisés]1;
les services d'accueil prennent toutes les mesures pour prévenir une intoxication au monoxyde de carbone. A cette fin, ils veillent à entretenir régulièrement les appareils de chauffage, de production d'eau chaude et d'extraction de l'air;
l'usage de produits toxiques tels que les pesticides, herbicides, insecticides n'a lieu qu'en l'absence des enfants et en observant toutes les mesures de sécurité;
les enfants de moins de six ans ne peuvent emprunter les escaliers en colimaçon que s'ils sont accompagnés par des adultes; lesdits escaliers sont munis d'une barrière de sécurité;
[1 les garde-corps de terrasses surélevées répondent aux instructions du ministre]1;
les garde-corps et /ou délimitations répondent aux instructions du ministre;
10° les portes et fenêtres s'ouvrent et se ferment de manière sûre;
11° il n'y a pas d'arrêtes, coins ou bouts saillants tranchants, représentant un danger, à moins qu'ils ne soient munis d'une protection ad hoc;
12° les prises, les interrupteurs et tous les appareils ou installations électriques pouvant représenter un danger sont hors de portée des enfants ou munis d'un système de sécurité adéquat;
13° les détergents, produits chimiques, substances facilement inflammables, médicaments et autres objets potentiellement dangereux seront conservés en lieu sûr, hors de portée des enfants;
14° [1 s'il y a des pièces d'eau, les instructions du ministre sont applicables]1;
15° [1 s'il y a des plantes toxiques, les instructions du ministre sont applicables]1;
16° tout lieu d'accueil disposera d'une trousse de premiers secours conformément aux instructions du ministre;
17° les locaux destinés au sommeil et à l'accueil sont équipés de détecteurs de fumée conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 octobre 2004 relatif à la présence de détecteurs d'incendie dans les logements.
Art. 22. De diensten voor kinderopvang letten op de hygiëne en nemen bij alle activiteiten de nodige hygiënemaatregelen, in het bijzonder bij het verzorgen van de kinderen, het poetsen van de ruimten, het bereiden van de maaltijden en het wegdoen van afval.
Voor de hygiëne van de ruimten gelden de volgende criteria :
er zijn voldoende aan de verschillende leeftijdsgroepen aangepaste sanitaire inrichtingen en lavabo's;
er is voldoende natuurlijke verlichting en verluchting. De verlichting en verluchting worden aangepast aan de activiteiten die in de ruimten plaatsvinden;
bij de verwarming van de ruimten kan rekening worden gehouden met de buitentemperatuur;
er is een doeltreffende zonnewering;
bij normale weersomstandigheden bedraagt de temperatuur in de regel [1 18°C tot 20°C]1 in de slaapruimten en 20°C tot 22°C in de opvangruimten;
alle ruimten kunnen eenvoudig proper gehouden worden;
de ruimten en het materiaal worden regelmatig gereinigd. De manier waarop de vloeren, de oppervlakten en het materiaal worden gereinigd, is verenigbaar met de kinderopvang;
het afval wordt dagelijks naar een van de kinderopvang afgezonderde ruimte gebracht die zich bij voorkeur buiten bevindt;
het bouwmateriaal en de toestand ervan mogen niet schadelijk zijn voor de gezondheid van de kinderen.
Art. 22. Les services d'accueil garantissent le respect de l'hygiène et des mesures correspondantes dans toutes les zones d'activité, notamment lors des soins aux enfants, l'entretien des locaux, la préparation d'aliments et l'enlèvement des déchets.
Les critères suivants sont valables pour la conception hygiénique des locaux :
il y a suffisamment d'installations sanitaires et de lavabos adaptés aux différents âges;
il est prévu un éclairage et une aération naturels suffisants, adaptés aux activités se déroulant dans ces locaux.
les locaux peuvent être chauffés suivant la température extérieure;
il y a une protection efficace contre la lumière directe du soleil;
lors de conditions climatiques normales, la température est en règle générale de [1 18 à 20° Celsius]1 dans les locaux destinés au sommeil et de 20 à 22° Celcius dans les locaux destinés à l'accueil;
tous les locaux sont faciles à nettoyer;
les locaux et le matériel sont régulièrement nettoyés. Le mode de nettoyage des sols, des surfaces et du matériel est compatible avec l'accueil d'enfants;
l'élimination des déchets s'opère quotidiennement dans un local séparé des locaux d'accueil et se trouvant de préférence à l'extérieur;
les matériaux de construction et l'état des locaux ne peuvent mettre en danger la santé des enfants.
Hoofdstuk 4. - Algemene verplichtingen
Chapitre 4. - Obligations générales
Afdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden en inrichting van de ruimten
Section 1re. - Conditions d'agréation et caractéristiques des locaux
Art. 23. Na hun erkenning blijven de diensten voor kinderopvang voldoen aan de algemene en bijzondere erkenningsvoorwaarden die in het decreet of in deze titel worden vermeld en blijven ze voldoen aan de voorgeschreven inrichting van de ruimten.
Art. 23. Après leur agréation, les services d'accueil continuent à remplir les conditions générales et particulières mises à l'agréation, telles que mentionnées dans le décret ou dans le présent titre, et respectent les caractéristiques spécifiées pour les locaux.
Afdeling 2. - Opvangconcept
Section 2. - Concept d'accueil
Art. 24. Bij het begin van de opvang en bij latere wijzigingen lichten de diensten voor kinderopvang de personen belast met de opvoeding in over het opvangconcept vermeld in artikel 15, over de klantenservice en over de verplichtingen van de diensten voor kinderopvang en van de personen belast met de opvoeding.
[1 ...]1. Indien de dienst een website heeft, kan het concept op die site worden ingezien.
Art. 24. En début d'accueil et lors de modifications, les services d'accueil informent les personnes chargées de l'éducation sur le concept d'accueil mentionné à l'article 15, le service aux clients, leurs propres obligations et les obligations des personnes chargées de l'éducation.
[1 ...]1. Le concept peut être consulté sur le site internet du service si un tel site existe.
Afdeling 3. - Huishoudelijk reglement
Section 3. - Règlement intérieur
Art. 25. De diensten voor kinderopvang overhandigen het huishoudelijk reglement vermeld in artikel 16 bij het begin van de opvang tegen ontvangstbewijs aan de personen belast met de opvoeding. Indien de dienst een website heeft, kan het huishoudelijk reglement op die site worden ingezien.
Art. 25. En début d'accueil, les services d'accueil remettent aux personnes chargées de l'éducation, contre accusé de réception, le règlement intérieur visé à l'article 16. Le règlement intérieur peut être consulté sur le site internet du service si un tel site existe.
Afdeling 4. - Samenwerking met de personen belast met de opvoeding
Section 4. - Coopération avec les personnes chargées de l'éducation
Art. 26. De diensten voor kinderopvang nemen de opvangaanvragen in ontvangst en verwerken ze overeenkomstig de bepalingen van het decreet en dit besluit.
De regelmatige uitwisseling van gedachten en de samenwerking met de personen belast met de opvoeding verloopt zoals bepaald in het opvangconcept vermeld in artikel 15.
Art. 26. Les services d'accueil réceptionnent les demandes d'accueil et les traitent conformément aux dispositions fixées dans le décret et dans le présent arrêté.
L'échange régulier et la coopération avec les personnes chargées de l'éducation se déroulent conformément au concept d'accueil mentionné à l'article 15.
Art. 27. De diensten voor kinderopvang zorgen ervoor dat de personen belast met de opvoeding telefonisch of persoonlijk contact kunnen opnemen met de contactpersonen om inlichtingen te krijgen of problemen te bespreken, zo nodig ook buiten de gewone kantooruren.
De spreektijden en de uitzonderingen daarop worden bij het begin van de opvang meegedeeld aan de personen belast met de opvoeding.
Art. 27. Les services d'accueil veillent à ce que les personnes de contact soient à la disposition des personnes chargées de l'éducation, par téléphone ou de visu, pour leur donner des renseignements ou discuter des problèmes, si nécessaire en dehors des heures normales de bureau.
Les heures de consultation et les dérogations possibles sont communiquées en début d'accueil aux personnes chargées de l'éducation.
Art. 28. De diensten voor kinderopvang sluiten voor het begin van de opvang een schriftelijk opvangcontract met de personen belast met de opvoeding.
De opvang begint pas nadat het opvangcontract door alle partijen is ondertekend.
In het opvangcontract wordt bepaald dat de personen belast met de opvoeding of de dienst voor kinderopvang het contract voor de opvang van een baby of peuter kan opzeggen met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden. De dienst kan die termijn inkorten, indien de personen belast met de opvoeding hun rekeningen niet betalen of de opvangsituatie dat in het belang van het kind vereist.
Art. 28. Avant le début de l'accueil, les services d'accueil concluent, par écrit, un contrat de garde avec les personnes chargées de l'éducation.
L'accueil ne commence que lorsque toutes les parties ont signé le contrat de garde.
Le contrat de garde prévoit que les personnes chargées de l'éducation ou le service d'accueil, lorsqu'il s'agit de l'accueil de jeunes enfants, peuvent résilier le contrat moyennant un préavis de trois mois. Le service peut réduire ce délai lorsque les personnes chargées de l'éducation ne paient pas ou lorsque la situation d'accueil le requiert dans l'intérêt de l'enfant.
Art. 28.1. [1 - De diensten voor kinderopvang wijzen de personen belast met de opvoeding erop dat zieke kinderen alleen kunnen worden opgevangen, als er geen besmettingsgevaar voor de andere opgevangen kinderen bestaat.
In twijfelgevallen kunnen de diensten voor kinderopvang een medisch attest verlangen dat bevestigt dat het kind in kwestie geen besmettingsgevaar voor de andere opgevangen kinderen inhoudt.]1

Art. 28.1. [1 - Les services d'accueil informent les personnes chargées de l'éducation que des enfants malades ne peuvent être gardés que s'il n'existe aucun risque de contagion pour les autres enfants gardés.
En cas de doute, les services d'accueil peuvent exiger un certificat médical attestant que l'enfant concerné ne présente aucun risque de contagion pour les autres enfants gardés.]1

Art. 29. De diensten voor kinderopvang, met uitzondering van de diensten voor onthaalouders, zenden de personen belast met de opvoeding elk jaar in januari een plan met de bindende gegevens omtrent de sluitingsdagen.
Sluitingsdagen naar aanleiding van voortgezette opleidingen worden minstens vier maanden op voorhand aan de personen belast met de opvoeding meegedeeld.
Art. 29. A l'exception des services d'accueillants d'enfants, les services d'accueil transmettent aux personnes chargées de l'éducation, chaque année en janvier, un planning reprenant les données obligatoires quant aux jours de fermeture.
Les jours de fermeture pour cause de formation sont communiqués au moins quatre mois à l'avance aux personnes chargées de l'éducation.
Art. 30. De diensten voor kinderopvang [1 vullen de fiscale attesten voor de personen belast met de opvoeding in]1.
Art. 30. Les services d'accueil remplissent les attestations fiscales [1 ...]1 [1 pour les]1 personnes chargées de l'éducation.
Art. 31. Bij het begin van de opvang maken de diensten voor kinderopvang de personen belast met de opvoeding er schriftelijk attent op dat ze zich rechtstreeks tot het departement kunnen wenden bij meningsverschillen tussen de dienst en de personen belast met de opvoeding die niet via het klachtenbeheer vermeld in artikel 15, tweede lid, 9°, opgelost kunnen worden.
Art. 31. En début d'accueil, les services d'accueil signalent par écrit aux personnes chargées de l'éducation qu'elles peuvent s'adresser directement au département lorsqu'un désaccord avec le service ne peut être résolu par le biais de la gestion des plaintes visée à l'article 15, alinéa 2, 9°.
Afdeling 4.1. [1 - Prioriteringscriteria bij het toewijzen van de kinderopvangplaatsen]1
Section 4.1. [1 - Critères de priorité pour l'attribution des places d'accueil]1
Art. 31.1. [1 - De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de diensten die door de Duitstalige Gemeenschap gesubsidieerd worden, alsook op die van het centrum voor kinderopvang.]1
Art. 31.1. [1 - Les dispositions de la présente section sont applicables aux services subventionnés par la Communauté germanophone ainsi qu'à ceux du centre d'accueil.]1
Art. 31.2. [1 - § 1 - Bij het toewijzen van kinderopvangplaatsen nemen de diensten voor kinderopvang de opvangaanvragen in de volgende volgorde in aanmerking:
aanvragen van de centrale autoriteit van de Gemeenschap voor adoptie (ZBGA) of van het departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap dat bevoegd is voor de jeugdbijstand en de jeugdbescherming in het kader van de consensuele of gerechtelijke jeugdbijstand, de pleegzorg of de jeugdbescherming;
aanvragen voor kinderen die in het Duitse taalgebied ingeschreven zijn als leerling in het gewoon of gespecialiseerd basisonderwijs;
aanvragen van aanvragers die hun woonplaats hebben in het Duitse taalgebied;
aanvragen van aanvragers die in het Duitse taalgebied een activiteit als werknemer, statutair personeelslid of zelfstandige uitoefenen of wiens partner die dezelfde woonplaats als de aanvrager heeft, een van die activiteiten in het Duitse taalgebied uitoefent;
aanvragen voor broers of zussen van kinderen die al door dezelfde dienst voor kinderopvang worden opgevangen;
aanvragen van aanvragers die hun woonplaats hebben in de gemeente die voor de betrokken dienst voor kinderopvang het mogelijke tekort geheel of gedeeltelijk draagt;
aanvragen in chronologische volgorde.
Als woonplaats geldt de plaats waar een persoon zijn hoofdverblijfplaats heeft overeenkomstig de bevolkingsregisters bepaald in artikel 1, § 1, eerste lid, 1°, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten of zijn referentieadres heeft overeenkomstig artikel 1, § 2, van dezelfde wet.
Voor de in het eerste lid, 4°, vermelde activiteit als werknemer of als statutair personeelslid geldt de vestigingseenheid of, als dat gegeven niet beschikbaar is, de exploitatiezetel als plaats van de activiteit.
Voor de in het eerste lid, 4° vermelde activiteit als zelfstandige geldt de gemeente waar de activiteit hoofdzakelijk wordt uitgeoefend, als plaats van de activiteit.
§ 2 - Bij de prioritering van de toewijzing is telkens de situatie op de datum van de [2 toewijzing]2 doorslaggevend.
In afwijking van het eerste lid is voor de toepassing van § 1, eerste lid, 5°, de situatie op de aangevraagde begindatum van de opvang doorslaggevend.]1

[2 De diensten voor kinderopvang stellen een door de Minister goed te keuren concept op waarin de praktische procedure voor de toewijzing van plaatsen wordt geregeld. Het concept regelt minstens:
het tijdstip van de toewijzing van een plaats;
de termijnen die de aanvrager in acht moet nemen;
de omgang met gelijktijdig aangeboden plaatsen;
de omgang met een afwijzing van het aanbod;
de afmelding van een reeds toegezegde plaats.]2

[2 In gemotiveerde gevallen kunnen de diensten afwijken van de prioriteringscriteria vermeld in paragraaf 1 als het in paragraaf 3 vermelde concept bovendien minstens de omgang met de volgende situaties regelt:
bij bestaande opvang: de aanpassing van het tijdstip en de omvang van de opvang;
de sluiting en heropening van een locatie;
de bijzondere behoeften van het kind of van de aanvrager waaraan slechts onder bepaalde voorwaarden kan worden voldaan;
het eventueel in aanmerking nemen van inhoudelijke criteria bij de toewijzing van een plaats, met inbegrip van het tijdstip waarop de opvang van start gaat, de opvangvoorziening en de opvangtijden.]2

Art. 31.2. [1 - § 1er - Pour l'attribution des places d'accueil, les services d'accueil tiennent compte des demandes d'accueil dans l'ordre suivant :
demandes de l'autorité centrale communautaire en matière d'adoption ou du département du Ministère de la Communauté germanophone compétent en matière d'aide à la jeunesse et de protection de la jeunesse dans le cadre de l'aide consensuelle ou de l'aide judiciaire à la jeunesse, de l'accueil familial ou de la protection de la jeunesse;
demandes pour les enfants inscrits en région de langue allemande comme élèves de l'enseignement fondamental ordinaire ou spécialisé;
demandes de demandeurs domiciliés en région de langue allemande;
demandes de demandeurs exerçant une activité en tant que travailleurs salariés, membres du personnel statutaire ou travailleurs indépendants en région de langue allemande ou si le partenaire, qui est domicilié au même lieu que le demandeur, exerce l'une de ces activités en région de langue allemande;
demandes pour les frères et soeurs des enfants déjà gardés par le même service d'accueil;
demandes de demandeurs domiciliés dans la commune qui prend à sa charge tout ou partie de l'éventuel déficit pour le service d'accueil concerné;
demandes par ordre chronologique.
Est considéré comme domicile le lieu dans lequel une personne a sa résidence principale conformément à l'article 1er, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes des étrangers et aux documents de séjour, ou dans lequel elle a son adresse de référence conformément à l'article 1er, § 2, de la même loi.
Pour l'activité de travailleur salarié ou de membre du personnel statutaire mentionnée à l'alinéa 1er, 4°, l'unité d'établissement ou, si cette donnée n'est pas disponible, le siège d'exploitation sont considérés comme le lieu d'activité.
Pour l'activité de travailleur indépendant mentionnée à l'alinéa 1er, 4°, la commune dans laquelle l'activité est principalement exercée est considérée comme le lieu d'activité.
§ 2 - Pour déterminer les priorités dans l'attribution des places, la situation [2 au moment de l'attribution des places ]2 est déterminante.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la situation à la date de début de garde souhaitée est déterminante pour l'application du § 1er, alinéa 1er, 5°.]1

[2 Les services d'accueil établissent un concept qui doit être approuvé par le ministre et qui régit les modalités pratiques d'attribution des places. Le concept régit au moins :
le moment de l'attribution des places ;
les délais qui doivent être respectés par le demandeur ;
la manière de gérer les offres simultanées ;
la manière de gérer un rejet de l'offre ;
l'annulation d'une place déjà accordée. ]2

[2 Les services peuvent, dans des cas motivés, déroger aux critères de priorité mentionnés au § 1er si le concept mentionné au § 3 régit en outre au moins la manière de gérer les situations suivantes :
l'adaptation du moment de l'accueil et de l'étendue de l'accueil pour les accueils existants ;
la fermeture et la réouverture d'un lieu ;
les exigences spécifiques de l'enfant ou du demandeur, lesquelles ne peuvent être remplies que dans certaines conditions ;
l'éventuelle prise en compte de critères de contenu lors de l'attribution des places, y compris la date du début de l'accueil, le lieu de l'accueil et les heures d'accueil. ]2

Afdeling 5. - Brandveiligheid
Section 5. - Protection contre l'incendie
Art. 32. [1 - Als de diensten voor kinderopvang overeenkomstig artikel 7, tweede en derde lid, van het decreet of overeenkomstig andere bepalingen van dit besluit ertoe verplicht zijn de veiligheid van de ruimten van de kinderopvangvoorzieningen te bewijzen met een gunstig brandveiligheidsadvies van de bevoegde brandweercommandant, dienen die diensten voor kinderopvang, in de volgende situaties, opnieuw zo'n gunstig advies over de brandveiligheid van de ruimten waar de kinderopvang plaatsvindt in bij het departement, waarbij dat advies niet ouder mag zijn dan zes maanden:
minstens om de zes jaar na inwerkingtreding van de erkenning;
bij elke belangrijke wijziging van de structuur van het gebouw van de opvangvoorziening;
telkens als het departement erom verzoekt.]1

Art. 32. [1 - Si les services d'accueil sont tenus d'attester la sécurité des locaux des lieux d'accueil par un avis positif en matière de sécurité incendie établi par le commandant des pompiers compétent, tel que décrit à l'article 7, alinéas 2 et 3, du décret ou conformément à d'autres dispositions du présent arrêté, ces services d'accueil déposent à nouveau auprès du département un tel avis positif en matière de sécurité incendie, datant de moins de six mois et portant sur les locaux où se déroule l'accueil, dans les situations suivantes :
au moins tous les six ans après l'entrée en vigueur de l'agréation;
lors de toute modification significative apportée à la structure des bâtiments du lieu d'accueil;
en tout temps, à la demande du département.]1

Afdeling 6. - Rapportering
Section 6. - Rapportage
Art. 33. De diensten voor kinderopvang dienen jaarlijks, behalve in het eerste jaar van de opvang, uiterlijk op 1 februari een overzichtslijst in met het personeel dat in het vorige kalenderjaar werkelijk beschikbaar was.
Deze overzichtslijst bevat de volgende gegevens over alle personeelsleden afzonderlijk : naam, geboortedatum, diploma resp. kwalificatie, functie, indiensttreding, effectieve dienstanciënniteit, arbeidsregeling, eventuele subsidies in het kader van tewerkstellingsmaatregelen, de toepasselijke barema's en de brutojaarwedde.
Art. 33. A l'exception de la première année d'accueil, les services d'accueil introduisent auprès du département, pour le 1er février de chaque année au plus tard, une liste récapitulative reprenant le personnel effectivement occupé l'année calendrier précédente.
Cette liste reprend les données suivantes pour chacun des membres du personnel : nom, date de naissance, diplôme ou qualification, fonction, entrée en service, ancienneté effective, régime de travail, nature d'éventuels subsides accordés dans le cadre de mesures favorisant l'emploi, échelles de traitement appliquées et traitement annuel brut.
Art. 34. § 1 -De diensten voor kinderopvang dienen jaarlijks, behalve in het eerste jaar van de opvang, uiterlijk op 1 juni een activiteitenverslag over het vorige kalenderjaar in bij het departement.
Het activiteitenverslag bevat :
het aantal openingsdagen en de openingstijden;
het totaal aantal aanwezigheden;
het totaal aantal van de gemiddelde aanwezigheden;
de beantwoorde en onbeantwoorde aanvragen voor opvang van baby's en peuters;
de analyse en de evaluatie van de activiteiten;
de perspectieven wat de toekomst van de opvangstructuur betreft;
het aantal werkelijk beschikbare personeelsleden en hun functie, in voorkomend geval aangesloten onthaalouders inbegrepen;
een overzicht van de bezochte voortgezette opleidingen.
§ 2 - De diensten voor kinderopvang die door de Duitstalige Gemeenschap gesubsidieerd worden, dienen, samen met het in § 1 vermelde activiteitenverslag, een resultatenrekening en een balans van het vorige opvangjaar, alsook een budgettair voorstel voor het volgende opvangjaar in bij het departement.
§ 3 - Indien het activiteitenverslag, de balans, de resultatenrekening of het budgettair voorstel te laat worden ingediend, kan bij één maand vertraging 5 % van de subsidie en bij twee of meer maanden vertraging 10 % van de subsidie ingehouden worden.
Art. 34. § 1er - Sauf pour la première année d'activité, les services d'accueil introduisent auprès du département, pour le 1er juin au plus tard, un rapport d'activités relatif à l'année calendrier précédente.
Ce rapport d'activités mentionne :
le nombre de jours d'ouverture et les heures d'ouverture;
le nombre total de présences;
le nombre total des présences moyennes;
les demandes introduites pour l'accueil de jeunes enfants qui ont été satisfaites et celles qui ne l'ont pas été;
l'analyse et l'évaluation des activités;
les perspectives quant à l'avenir de la structure d'accueil;
le nombre et la fonction des personnes effectivement occupées, y compris - le cas échéant - les accueillants conventionnés;
une moyenne des formations continues fréquentées.
§ 2 - Les services d'accueil subsidiés par la Communauté germanophone introduisent auprès du département, en même temps que le rapport d'activités mentionné au § 1er, un compte de résultats et un bilan de l'année d'accueil précédente ainsi qu'une prévision budgétaire pour l'année d'accueil suivante.
§ 3 - En cas d'introduction tardive du rapport d'activités, du bilan, du compte de résultats ou de la proposition budgétaire, une retenue peut être opérée sur le subside; elle représente 5 % pour un retard d'un mois et 10 % pour un retard de deux mois ou plus.
Art. 35. De diensten voor kinderopvang houden een aanwezigheidsregister bij.
De diensten voor kinderopvang maken per opgevangen kind een dossier op dat minstens de volgende gegevens bevat :
naam, voornaam en adres van het kind;
naam, adres en telefoonnummer van de contactpersoon/contactpersonen;
naam, adres en telefoonnummer van de huisarts;
bijzondere gegevens over de gezondheidstoestand van het kind, indien deze voor de dagelijkse omgang met het kind relevant zijn.
Art. 35. Les services d'accueil tiennent un registre des présences.
Pour chaque enfant gardé, ils tiennent un dossier reprenant au moins les données suivantes :
les nom, prénom et adresse de l'enfant;
les nom, adresse et numéro de téléphone de la/des personne(s) de contact;
les nom, adresse et numéro de téléphone du médecin traitant;
des données particulières quant à l'état de santé de l'enfant lorsqu'elles sont pertinentes pour les contacts quotidiens avec lui.
Ondertitel 2. - Gemeenschappelijke procedurebepalingen
Sous-titre 2. - Dispositions communes relatives aux procédures
Hoofdstuk 1. - Toepassingsgebied
Chapitre 1er. - Champ d'application
Art. 36. Deze ondertitel is van toepassing op de diensten voor kinderopvang vermeld in artikel 1, 12°.
Art. 36. Le présent sous-titre s'applique aux services d'accueil mentionnés à l'article 1er, 12°.
Hoofdstuk 2. - Erkenning
Chapitre 2. - Agréation
Afdeling 1. - Voorlopige erkenning
Section 1re. - Agréation provisoire
Art. 37. § 1 - Om een voorlopige erkenning te krijgen, dienen de dienstverrichters een aanvraag in bij het departement.
Bij de aanvraag worden de volgende stukken en gegevens gevoegd :
de identiteit van de aanvrager;
de statuten van de rechtspersoon;
het bewijs van de behoefte aan opvang;
de aangevraagde opvangcapaciteit;
het financieringsconcept;
de vastlegging van de ouderbijdragen;
de beschrijving van de [4 ruimten]4;
de functiebeschrijving van het personeel;
de identiteit en kwalificatie van de personen die in de kinderopvang werkzaam zijn, alsook de identiteit en kwalificatie van het administratief personeel;
10° het model van de overeenkomst tussen de dienstverrichter en de personen die in de kinderopvang werkzaam zijn, met vermelding van de verplichtingen vervat in de artikelen 12, 13 en 14;
11° het opvangconcept beschreven in artikel 15;
12° het huishoudelijk reglement beschreven in artikel 16;
13° het bewijs dat de verzekeringen vermeld in artikel 17 afgesloten zijn;
14° het huishoudelijk reglement waarin uitsluitsel wordt gegeven over de werkwijze van de dienstverrichter;
15° het model van het opvangcontract tussen de dienstverrichter en de personen belast met de opvoeding;
16° [4 ...]4;
17° het gunstige advies van de GAK van de gemeente waar de opvang zal plaatsvinden, gegeven overeenkomstig artikel 9, § 2. Indien het aanbod zich tot de bevolking van meerdere gemeenten richt, [2 dient de GAK van het prioritaire verzorgingsgebied]2 een advies in.
§ 2 - [4 Indien het gaat om de voorlopige erkenning van een dienst voor kinderopvang die overeenkomstig artikel 7, tweede en derde lid, van het decreet of overeenkomstig andere bepalingen van dit besluit ertoe verplicht is de veiligheid van de ruimten van zijn kinderopvangvoorzieningen te bewijzen met een gunstig brandveiligheidsadvies van de bevoegde brandweercommandant, moet dat advies over de brandveiligheid van de ruimten waar de kinderopvang plaatsvindt, dat niet ouder mag zijn dan zes maanden, ook worden ingediend.
Indien het gaat om de voorlopige erkenning van een dienst voor onthaalouders, worden bovendien de volgende stukken en gegevens bijgevoegd:
de in artikel 58 vermelde procedure om te bepalen hoe kandidaten die een toelating als aangesloten onthaalouder aanvragen, geschikt worden bevonden;
het aangevraagde aantal aangesloten onthaalouders en als huisarbeider werkende kinderbegeleiders dat in opdracht van de dienst voor onthaalouders kan werken;
de beschrijving van de samenwerking met de aangesloten onthaalouders.
Indien het gaat om de voorlopige erkenning van een crèche, wordt bovendien een advies van de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven bijgevoegd over de vraag of de ruimten van de crèche voldoen aan de geldende voorschriften inzake toegankelijkheid van de ruimten van de crèche.]4

[1 § 2.1 [4 ...]4]1
§ 3 [4 ...]4
Art. 37. § 1er - Pour obtenir une agréation provisoire, les prestataires introduisent une demande auprès du département.
La demande doit être accompagnée des documents et données suivants :
l'identité du demandeur;
les statuts de la personne morale;
la preuve qu'il existe un besoin d'accueil;
la capacité d'accueil demandée;
le concept de financement;
le montant fixé pour la contribution financière des parents;
la description [4 des locaux]4;
la description de fonction du personnel;
l'identité et la qualification tant des personnes actives dans l'accueil d'enfants que du personnel administratif;
10° le modèle du contrat conclu entre le prestataire et les personnes actives dans l'accueil d'enfants et reprenant les obligations mentionnées aux articles 12, 13 et 14;
11° le concept d'accueil décrit à l'article 15;
12° le règlement intérieur décrit à l'article 16;
13° la preuve que les assurances décrites à l'article 17 ont été conclues;
14° le règlement d'ordre intérieur qui explicite le fonctionnement du prestataire;
15° le modèle du contrat de garde conclu entre le prestataire et les personnes chargées de l'éducation;
16° [4 ...]4;
17° l'avis positif rendu conformément à l'article 9, § 2, par la C.C.C.A.E. de la commune où doit se dérouler l'accueil. Si l'offre s'adresse à la population de plusieurs communes,[2 la C.C.C.A.E. de la zone desservie prioritaire]2 remettra un avis.
§ 2 - [4 S'il s'agit de l'agréation provisoire d'un service d'accueil qui est tenu d'attester la sécurité des locaux de ses lieux d'accueil par un avis positif en matière de sécurité incendie établi par le commandant des pompiers compétent, tel que décrit à l'article 7, alinéas 2 et 3, du décret ou conformément à d'autres dispositions du présent arrêté, cet avis en matière de sécurité incendie, datant de moins de six mois et portant sur les locaux où doit se dérouler l'accueil, doit en outre être joint.
S'il s'agit de l'agréation provisoire d'un service d'accueillants d'enfants, il faudra de plus joindre les documents et données suivants :
la procédure mentionnée à l'article 58, relative à la vérification de l'aptitude des candidats demandant à être enregistrés comme accueillants conventionnés;
le nombre souhaité d'accueillants conventionnés et de gardes d'enfants à domicile pouvant travailler pour le compte du service d'accueillants d'enfants;
la description de la coopération avec les accueillants conventionnés.
S'il s'agit de l'agréation provisoire d'une crèche, il faut en outre joindre un avis de l'Office de la Communauté germanophone pour une vie autodéterminée en ce qui concerne le respect, par les locaux de la crèche, des prescriptions en vigueur en matière d'accessibilité pour les personnes handicapées.]4

§ 2.1 [4 ...]4
§ 3 [4 ...]4
Art. 38. Het departement onderzoekt of de ingediende aanvraag om erkenning volledig is en onderzoekt de bijgevoegde stukken. Indien de aanvraag volledig is, controleert het departement [2 de naleving van de algemene en bijzondere erkenningsvoorwaarden]2.
[1 [2 ...]2]1
Binnen 90 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, stelt het departement op basis van zijn bevindingen een advies op en zendt het over aan de Minister. Indien binnen die termijn geen advies wordt verstrekt, wordt dit beschouwd als een negatief advies.
Binnen 60 dagen na ontvangst van het advies van het departement, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of een voorlopige erkenning wordt toegekend. In de voorlopige erkenning wordt het volgende vastgelegd : het maximale aantal kinderen dat tegelijk mag worden opgevangen en in voorkomend geval de opvangcapaciteit. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de voorlopige erkenning als geweigerd.
Art. 38. Le département vérifie si la demande d'agréation introduite est complète et les documents y annexés. Si la demande est complète, le département [2 vérifie que les conditions d'agréation générales et spécifiques sont remplies]2.
[2 ...]2
Dans les 90 jours suivant la réception de la demande complète, le département établit, en se basant sur les éléments en sa connaissance, un avis qu'il transmet au ministre. A défaut d'avis au terme de ce délai, l'avis est réputé négatif.
Dans les 60 jours suivant la réception de l'avis rendu par le département ou le terme du délai mentionné à l'alinéa 2 selon le cas, le ministre statue sur l'octroi d'une agréation provisoire. L'agréation provisoire mentionne le nombre maximal d'enfants pouvant être accueillis simultanément et, le cas échéant, la capacité d'accueil. A défaut de décision dans le délai imparti, l'agréation provisoire est censée être refusée.
Art. 39. De voorlopige erkenning wordt verleend voor zes maanden.
De aanvrager mag de dienst voor kinderopvang pas openen als hij de voorlopige erkenning heeft ontvangen.
Art. 39. L'agréation provisoire a une durée de validité de six mois.
Le demandeur ne peut ouvrir le service d'accueil qu'après avoir reçu l'agréation provisoire.
Art. 40. Tijdens de duur van de voorlopige erkenning voert de inspectie één of meer controles uit om na te gaan of aan de algemene en bijzondere erkenningsvoorwaarden wordt voldaan.
Na die controle stelt de inspectie op grond van haar bevindingen een inspectieverslag op. Uiterlijk 60 dagen voor het verstrijken van de voorlopige erkenning wordt dat inspectieverslag aan de Minister en aan de betrokken dienst voor kinderopvang bezorgd.
Art. 40. Pendant la validité de l'agréation provisoire, l'inspection mène un ou plusieurs contrôles pour vérifier si les conditions générales et particulières d'agréation sont rencontrées.
A l'issue de cette vérification, l'inspection établit un rapport sur la base des éléments dont elle a connaissance. Ce rapport est présenté au ministre et au service d'accueil concerné au plus tard 60 jours avant l'expiration de l'agréation provisoire.
Art. 41. § 1 - Op gemotiveerd verzoek kan de dienst voor kinderopvang uiterlijk 60 dagen voor het verstrijken van de voorlopige erkenning de Minister vragen om de voorlopige erkenning eenmaal voor een duur van hoogstens zes maanden te verlengen.
De Minister beslist binnen 30 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, of de voorlopige erkenning wordt verlengd. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de verlenging als geweigerd.
§ 2 - De Minister kan de voorlopige erkenning op eigen initiatief eenmaal voor hoogstens zes maanden verlengen.
Art. 41. § 1er - Sur demande motivée, le service d'accueil peut, au plus tard 60 jours avant l'expiration de l'agréation provisoire, demander au ministre une prolongation unique de celle-ci pour une durée maximale de six mois.
Le ministre statue sur la prolongation de l'agréation provisoire dans les 30 jours suivant la réception de la demande complète. A défaut de décision dans le délai imparti, la prolongation est censée être refusée.
§ 2 - Le ministre peut, d'initiative, prolonger une seule fois l'agréation provisoire pour une durée de six mois maximum.
Art. 42. § 1 - Tijdens de duur van de voorlopige erkenning delen de diensten voor kinderopvang elke wijziging van de gegevens vermeld in artikel 37, § 1, tweede lid, 1°, 2°, 3°, 5°, 8°, 12°, 13°, 14° [2 , en § 2, eerste lid,]2 binnen 15 dagen schriftelijk mee aan het departement.
[1 Voorts delen de locaties voor buitenschoolse opvang tijdens de duur van de voorlopige erkenning binnen 15 dagen elke wijziging betreffende de [2 ruimten]2 vermeld in artikel 37, § 1, tweede lid, 7°, schriftelijk mee aan het departement, als de kinderopvang plaatsvindt in een vestiging van een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basisschool voor gewoon of gespecialiseerd onderwijs.]1
§ 2 - Tijdens de duur van de voorlopige erkenning kan het departement de diensten voor kinderopvang te allen tijde om een actuele stand van de gegevens vermeld in § 1 verzoeken.
Art. 42. § 1er - Pendant la validité de l'agréation provisoire, les services d'accueil communiquent dans les quinze jours au département, par écrit, toute modification relative aux données mentionnées à l'article 37, § 1er, alinéa 2, 1°, 2°, 3°, 5°, 8°, 12°, 13° [2 et 14°, et § 2, alinéa 1er]2.
[1 En outre, pendant l'agréation provisoire, le lieu d'accueil extrascolaire communique dans les quinze jours au département, par écrit, toute modification relative [2 aux locaux mentionnés]2 à l'article 37, § 1er, alinéa 2, 7°, si l'accueil d'enfants est assuré dans une implantation de l'une des écoles fondamentales ou spécialisées organisées ou subventionnées par la Communauté germanophone.]1
§ 2 - Pendant la validité de l'agréation provisoire, le département peut en tout temps exiger des services d'accueil une version actuelle des données mentionnées au § 1er.
Art. 43. Wijzigingen van de gegevens vermeld in artikel 37, § 1, tweede lid, 4°, 6°, 7°, 10°, 11° en 15°, alsook [3 § 2, tweede lid]3, moeten vooraf worden goedgekeurd.
[1 In afwijking van het eerste lid hoeven wijzigingen van de in artikel 37, § 1, tweede lid, 7°, vermelde [2 ruimten]2 van een locatie voor buitenschoolse opvang niet vooraf te worden goedgekeurd, als de kinderopvang plaatsvindt in een vestiging van een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basisschool voor gewoon of gespecialiseerd onderwijs]1
Daartoe dienen de diensten voor kinderopvang een individuele schriftelijke aanvraag bij het departement in. Binnen 30 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, stelt het departement een advies op en zendt het over aan de Minister. Indien binnen die termijn geen advies wordt verstrekt, wordt dit beschouwd als een negatief advies.
Binnen 15 dagen na ontvangst van het advies van het departement, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de wijziging wordt goedgekeurd. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de goedkeuring als geweigerd.
De dienst voor kinderopvang kan de wijzigingen pas na ontvangst van een toezegging uitvoeren.
Art. 43. Les modifications relatives aux données mentionnées à l'article 37, § 1er, alinéa 2, 4°, 6°, 7°, 10°, 11° et 15°, ainsi qu'au [3 § 2, alinéa 2 ]3, requièrent une approbation préalable.
[1 Par dérogation à l'alinéa 1er, les modifications relatives [2 aux locaux d'un lieu d'accueil extrascolaire mentionnés]2 à l'article 37, § 1er, alinéa 2, 7°, ne requièrent pas d'approbation préalable si l'accueil d'enfants est assuré dans une implantation de l'une des écoles fondamentales ou spécialisées organisées ou subventionnées par la Communauté germanophone.]1
Pour ce faire, les services d'accueil introduisent auprès du département une demande individuelle écrite. Dans les 30 jours suivant la réception de la demande complète, le département établit un avis qu'il transmet au ministre. A défaut d'avis au terme de ce délai, l'avis est réputé négatif.
Dans les 15 jours suivant la réception de l'avis rendu par le département ou le terme du délai mentionné à l'alinéa 2 selon le cas, le ministre statue sur l'approbation de la modification. A défaut de décision dans le délai imparti, l'approbation est censée être refusée.
Le service d'accueil ne peut procéder aux modifications qu'après y avoir été autorisé.
Afdeling 2. - Erkenning
Section 2. - Agréation
Art. 44. § 1 - Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 41 beslist de Minister, binnen 30 dagen voor het verstrijken van de voorlopige erkenning, of op basis van het inspectieverslag vermeld in artikel 40 een erkenning wordt toegekend. In de erkenning wordt het volgende vastgelegd : het maximale aantal kinderen dat tegelijk mag worden opgevangen en in voorkomend geval de opvangcapaciteit. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de erkenning als geweigerd.
§ 2 - Indien de erkenning geweigerd wordt, kan de aanvrager beroep instellen bij de Regering.
De aanvrager zendt het met redenen omklede beroep, samen met alle relevante stukken, per aangetekende brief of per brief met ontvangstbevestiging aan de Regering en dit binnen 15 dagen na ontvangst van de weigering van de aanvraag, respectievelijk na het verstrijken van de termijn vermeld in § 1.
De Regering licht het departement en de inspectie over het beroep in. Deze bezorgen de Regering binnen een door haar gestelde termijn het administratief dossier en delen haar elk een standpunt mee.
De Regering beslist binnen 90 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het beroep, of de erkenning wordt toegekend. De erkenning legt het maximale aantal kinderen dat tegelijk mag worden opgevangen vast. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de erkenning als geweigerd.
Art. 44. § 1er - Sans préjudice de l'article 41, le ministre statue dans les 30 jours précédant l'expiration de l'agréation provisoire sur l'octroi d'une agréation en se basant sur le rapport d'inspection mentionné à l'article 40. L'agréation mentionne le nombre maximal d'enfants pouvant être accueillis simultanément et, le cas échéant, la capacité d'accueil. A défaut de décision dans le délai imparti, l'agréation est censée être refusée.
§ 2 - En cas de refus d'agréation, le demandeur peut introduire un recours auprès du Gouvernement.
Le demandeur transmet au Gouvernement le recours motivé, accompagné de tout document pertinent, par recommandé ou contre accusé de réception, et ce, dans les 15 jours suivant la réception du rejet de la demande ou le terme du délai mentionné au § 1er.
Le Gouvernement informe le département et l'inspection qu'un recours a été introduit. Ceux-ci transmettent au Gouvernement, dans le délai qu'il détermine, le dossier administratif accompagné de leur prise de position.
Le Gouvernement statue sur l'octroi de l'agréation dans les 90 jours suivant la réception du recours. L'agréation mentionne le nombre maximal d'enfants pouvant être accueillis simultanément. A défaut de décision dans le délai imparti, l'agréation est censée être refusée.
Art. 45. De erkenning wordt voor onbepaalde duur verleend.
Art. 45. L'agréation est octroyée pour une durée indéterminée.
Art. 46. Indien de dienst voor kinderopvang op het in artikel 44 vermelde tijdstip niet voldoet aan één of meer erkenningsvoorwaarden, kan de Minister zijn beslissing hoogstens zes maanden uitstellen om de dienst voor kinderopvang de mogelijkheid te geven aan alle erkenningsvoorwaarden te voldoen.
Met inachtneming van de termijnen bepaald in artikel 44 blijft de voorlopige erkenning geldig tot de Minister een beslissing heeft genomen.
Art. 46. Si le service d'accueil ne remplit pas, au moment mentionné à l'article 44, une ou plusieurs conditions d'agréation, le ministre peut reporter de six mois au plus sa décision, afin de permettre audit service de remplir toutes les conditions d'agréation.
Moyennant le respect des délais fixés à l'article 44, l'agréation provisoire reste valable jusqu'à la décision du ministre.
Art. 47. § 1 - Tijdens de duur van de erkenning delen de diensten voor kinderopvang elke wijziging van de gegevens vermeld in artikel 37, § 1, tweede lid, 1°, 2°, 3°, 5°, 8°, 12°, 13°, 14° [2 , en § 2, eerste lid,]2 binnen 30 dagen schriftelijk mee aan het departement.
[1 Voorts delen de locaties voor buitenschoolse opvang tijdens de duur van de erkenning binnen 30 dagen elke wijziging betreffende de [2 ruimten]2 vermeld in artikel 37, § 1, tweede lid, 7°, schriftelijk mee aan het departement, als de kinderopvang plaatsvindt in een vestiging van een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basisschool voor gewoon of gespecialiseerd onderwijs.]1
§ 2 - Tijdens de duur van de erkenning kan het departement de diensten voor kinderopvang te allen tijde om een actuele stand van de gegevens vermeld in § 1 verzoeken.
Art. 47. § 1er - Pendant la validité de l'agréation, les services d'accueil communiquent dans les 30 jours au département, par écrit, toute modification relative aux données mentionnées à l'article 37, § 1er, alinéa 2, 1°, 2°, 3°, 5°, 8°, 12°, 13° [2 et 14°, et § 2, alinéa 1er]2.
[1 En outre, pendant l'agréation provisoire, le lieu d'accueil extrascolaire communique dans les trente jours au département, par écrit, toute modification relative [2 aux locaux mentionnés]2 à l'article 37, § 1er, alinéa 2, 7°, si l'accueil d'enfants est assuré dans une implantation de l'une des écoles fondamentales ou spécialisées organisées ou subventionnées par la Communauté germanophone.]1
§ 2 - Pendant la validité de l'agréation, le département peut en tout temps exiger des services d'accueil une version actuelle des données mentionnées au § 1er.
Art. 48. Wijzigingen van de gegevens vermeld in artikel 37, § 1, tweede lid, 4°, 6°, 7°, 10°, 11° en 15°, alsook [3 § 2, tweede lid]3, moeten vooraf worden goedgekeurd.
[1 In afwijking van het eerste lid hoeven wijzigingen van de in artikel 37, § 1, tweede lid, 7°, vermelde [2 ruimten]2 van een locatie voor buitenschoolse opvang niet vooraf te worden goedgekeurd, als de kinderopvang plaatsvindt in een vestiging van een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basisschool voor gewoon of gespecialiseerd onderwijs.]1
Daartoe dienen de diensten voor kinderopvang een individuele schriftelijke aanvraag bij het departement in. Binnen 60 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, stelt het departement een advies op en zendt het over aan de Minister. Indien binnen die termijn geen advies wordt verstrekt, wordt dit beschouwd als een negatief advies.
Binnen 30 dagen na ontvangst van het advies van het departement, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de wijziging wordt goedgekeurd. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de goedkeuring als geweigerd.
De dienst voor kinderopvang kan de wijzigingen pas na ontvangst van een toezegging uitvoeren.
Art. 48. Les modifications relatives aux données mentionnées à l'article 37, § 1er, alinéa 2, 4°, 6°, 7°, 10°, 11° et 15°, ainsi qu'au [3 § 2, alinéa 2 ]3, requièrent une approbation préalable.
[1 Par dérogation à l'alinéa 1er, les modifications relatives [2 aux locaux d'un lieu d'accueil extrascolaire mentionnés]2 à l'article 37, § 1er, alinéa 2, 7°, ne requièrent pas d'approbation préalable si l'accueil d'enfants est assuré dans une implantation de l'une des écoles fondamentales ou spécialisées organisées ou subventionnées par la Communauté germanophone.]1
Pour ce faire, les services d'accueil introduisent auprès du département une demande individuelle écrite. Dans les 60 jours suivant la réception de la demande complète, le département établit un avis qu'il transmet au ministre. A défaut d'avis au terme de ce délai, l'avis est réputé négatif.
Dans les 30 jours suivant la réception de l'avis rendu par le département ou le terme du délai mentionné à l'alinéa 2 selon le cas, le ministre statue sur l'approbation de la modification. A défaut de décision dans le délai imparti, l'approbation est censée être refusée.
Le service d'accueil ne peut procéder aux modifications qu'après y avoir été autorisé.
Hoofdstuk 3. - Schorsing en intrekking van de erkenning
Chapitre 3. - Suspension et retrait de l'agréation
Afdeling 1. - Schorsing van de erkenning
Section 1re. - Suspension de l'agréation
Art. 49. § 1 - Het departement maakt de inspectie attent op alle gevallen waarin een dienst voor kinderopvang, volgens de informatie waarover het beschikt, zich vermoedelijk niet houdt aan één of meer verplichtingen vermeld in het decreet of in dit besluit.
§ 2 - Indien de inspectie, na een aanwijzing in de zin van § 1 of op grond van welke andere aanwijzingen of inlichtingen dan ook, tot de slotsom komt dat de dienst voor kinderopvang één of meer verplichtingen vermeld in het decreet of in dit besluit niet naleeft, maant ze de betrokken dienst voor kinderopvang aan om die verplichtingen binnen 30 dagen na te komen.
Op gemotiveerd verzoek kan de dienst voor kinderopvang, uiterlijk tien dagen voor het verstrijken van de in het eerste lid gestelde termijn, de inspectie vragen om de termijn eenmaal met hoogstens 30 dagen te verlengen.
§ 3 - In dringende gevallen kan de inspectie, op basis van een met bijzondere redenen omklede beslissing, een dadelijke aanpassing opleggen.
Art. 49. § 1er - Le département signale à l'inspection tous les cas où il présume, sur la base des informations dont il dispose, qu'un service d'accueil ne remplit pas une ou plusieurs des obligations mentionnées dans le décret ou le présent arrêté.
§ 2 - Si l'inspection conclut, sur la base d'un signalement conformément au § 1er ou de tout autre signalement ou renseignement, que le service d'accueil ne remplit pas une ou plusieurs des obligations mentionnées dans le décret ou le présent arrêté, elle l'invite à se mettre en ordre dans un délai de 30 jours.
Sur demande motivée, le service d'accueil peut, au plus tard dix jours avant l'expiration du délai mentionné au premier alinéa, demander à l'inspection une prolongation unique dudit délai pour 30 jours au plus.
§ 3 - En cas d'urgence, l'inspection peut imposer une adaptation immédiate par décision particulièrement motivée.
Art. 50. § 1 - Indien de dienst voor kinderopvang na de aanmaning vermeld in artikel 49 de verplichtingen nog altijd niet nakomt, wordt de voorlopige resp. definitieve erkenning, na een advies van de inspectie, door de Minister geschorst.
Voor de schorsing deelt de Minister de betrokken dienst voor kinderopvang per aangetekende brief zijn voornemen mee. De dienst kan binnen zeven dagen, te rekenen vanaf de derde dag na toezending van dat voornemen, bij de Minister een verzoek indienen om te worden gehoord. Betrokkene wordt gehoord binnen 30 dagen na toezending van de aangetekende brief.
Binnen 15 dagen nadat betrokkene is gehoord, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de erkenning wordt geschorst en voor hoelang.
Die beslissing wordt zo snel mogelijk ter kennis gebracht van de betrokken dienst voor kinderopvang.
§ 2 - Tijdens de schorsing van de voorlopige resp. definitieve erkenning vangt de betrokken dienst voor kinderopvang geen nieuwe kinderen op.
Indien tijdens de duur van de schorsing minder kinderen worden opgevangen, kan de Minister de eventuele subsidiëring van de betrokken dienst voor kinderopvang voor de duur van de schorsing evenredig verminderen.
Art. 50. § 1er - Si après l'invitation mentionnée à l'article 49, le service d'accueil continue à ne pas remplir les obligations, le ministre suspendra l'agréation, provisoire ou définitive selon le cas, sur avis de l'inspection.
Avant de prendre sa décision, le ministre communique son intention par recommandé au service d'accueil concerné. Dans un délai de sept jours prenant cours le troisième jour suivant l'envoi de la déclaration d'intention, le service peut introduire une demande d'audition auprès du ministre. Cette audition intervient dans les 30 jours suivant l'envoi du recommandé.
Dans les 15 jours suivant cette audition ou le terme du délai mentionné à l'alinéa 2 selon le cas, le ministre statue sur la suspension et sa durée.
Cette décision est notifiée sans délai au service d'accueil concerné.
§ 2 - Pendant la suspension de l'agréation, provisoire ou définitive selon le cas, le service d'accueil concerné n'accepte plus la garde de nouveau enfants.
Si des gardes sont annulées pendant la suspension, le ministre peut réduire au prorata le subventionnement éventuel du service concerné pour la durée de la suspension.
Art. 51. [1 - § 1 - In afwijking van de artikelen 49 en 50 kan de Minister een dienst voor kinderopvang of een van de kinderopvangvoorzieningen ervan wegens dringende noodzakelijkheid zonder voorafgaande aanmaning of hoorzitting voorlopig voor onbepaalde duur sluiten om een van de volgende redenen:
als dat in het belang is van de volksgezondheid;
als er ernstige aanwijzingen zijn dat het welzijn, de veiligheid of de gezondheid van de kinderen in gevaar is;
als er ernstige aanwijzingen zijn dat de toepasselijke bepalingen zwaar geschonden worden.
De Minister beslist op grond van een advies van de inspectie en bij een met bijzondere redenen omklede beslissing.
De voorlopige sluiting van de dienst of van een van zijn kinderopvangvoorzieningen heeft de schorsing van de erkenning van de dienst tot gevolg en dit voor de duur van de voorlopige sluiting.
§ 2 - De Minister deelt zijn beslissing tot voorlopige sluiting zo snel mogelijk per e-mail of via een andere elektronische weg en op dezelfde dag per aangetekende brief mee aan de betrokken dienst voor kinderopvang. De dienst kan binnen drie dagen, te rekenen vanaf de derde dag na toezending van de beslissing, bij de Minister een verzoek indienen om te worden gehoord. De betrokkene wordt dan gehoord binnen tien dagen na toezending van de aangetekende brief. Het verzoek om te worden gehoord heeft geen opschortende werking.
Nadat de betrokkene is gehoord, wordt de beslissing tot voorlopige sluiting door de Minister bevestigd of opgeheven. De Minister deelt zijn beslissing zo snel mogelijk per e-mail of via een andere elektronische weg en op dezelfde dag per aangetekende brief mee aan de betrokken dienst. Indien er geen verzoek om te worden gehoord is ingediend binnen de termijn vermeld in het eerste lid, geldt de beslissing als bevestigd.
De personen belast met de opvoeding van de opgevangen kinderen worden door het departement persoonlijk ingelicht over de voorlopige sluiting van de dienst of van een van de kinderopvangvoorzieningen ervan.
§ 3 - Tegelijkertijd met de in § 2, tweede lid, vermelde bevestiging van de beslissing, dan wel, indien er geen verzoek om te worden gehoord is ingediend, na het verstrijken van de in § 2, eerste lid, vermelde termijn, deelt de Minister aan de dienst mee binnen welke termijn de omstandigheden die tot de voorlopige sluiting hebben geleid, moeten worden verholpen.
De in het eerste lid vermelde termijn om de omstandigheden die tot de voorlopige sluiting hebben geleid, te verhelpen, kan door de Minister worden verlengd.
Als de dienst de omstandigheden die tot de voorlopige sluiting hebben geleid, binnen de door de Minister vastgelegde termijn verhelpt, heft de Minister de voorlopige sluiting onmiddellijk op. Het departement licht de personen belast met de opvoeding van de opgevangen kinderen persoonlijk in over de heropening van de dienst.]1

Art. 51. [1 - § 1er - Par dérogation aux articles 49 et 50, le ministre peut fermer d'urgence un service d'accueil ou l'un de ses lieux d'accueil à titre provisoire pour une durée indéterminée, sans mise en demeure ou audition préalable, pour l'une des raisons ci-après :
pour des raisons de santé publique;
lorsque des indices sérieux donnent à penser que le bien-être, la sécurité ou la santé des enfants sont menacés;
lorsque des indices sérieux donnent à penser qu'il existe un manquement grave aux dispositions applicables.
Le ministre statue sur avis de l'inspection et par décision particulièrement motivée.
La fermeture provisoire du service ou de l'un de ses lieux d'accueil entraîne la suspension de l'agréation du service pour la durée de la fermeture provisoire.
§ 2 - Le ministre communique immédiatement sa décision de fermeture provisoire au service d'accueil concerné par courriel ou toute autre voie électronique et le même jour par recommandé. Dans un délai de trois jours prenant cours le troisième jour suivant l'envoi de la décision, le service peut introduire une demande d'audition auprès du ministre. Cette audition intervient dans les dix jours suivant l'envoi du recommandé. La demande d'audition n'est pas suspensive.
Après cette audition, le ministre confirme la décision de fermeture provisoire ou y met un terme. Le ministre communique immédiatement sa décision au service concerné par courriel ou toute autre voie électronique et le même jour par recommandé. En l'absence de demande d'audition au terme du délai mentionné à l'alinéa 1er, la décision est considérée comme confirmée.
Le département informe individuellement les personnes chargées de l'éducation des enfants gardés que le service ou l'un de ses lieux d'accueil fait l'objet d'une fermeture provisoire.
§ 3 - Parallèlement à la confirmation de la décision mentionnée au § 2, alinéa 2, et, le cas échéant, en l'absence de demande d'audition, au terme du délai mentionné au § 2, alinéa 1er, le ministre communique au service un délai en vue de remédier aux circonstances ayant conduit à la fermeture provisoire.
Le ministre peut prolonger le délai mentionné à l'alinéa 1er, fixé en vue de remédier aux circonstances ayant conduit à la fermeture provisoire.
Si le service remédie aux circonstances ayant conduit à la fermeture provisoire dans le délai fixé par le ministre, le ministre met immédiatement un terme à la fermeture provisoire. Le département informe individuellement les personnes chargées de l'éducation des enfants gardés que le service est rouvert.]1

Art. 52. Indien de erkenning wordt [1 geschorst overeenkomstig artikel 50, § 1, derde lid, of de beslissing tot [2 voorlopige sluiting wordt bevestigd overeenkomstig artikel 51, § 2, tweede lid]2]1, kan de dienst voor kinderopvang beroep instellen bij de Regering. Het beroep is niet opschortend.
De dienst voor kinderopvang zendt het met redenen omklede beroep, samen met alle relevante stukken, per aangetekende brief of per brief met ontvangstbevestiging aan de Regering en dit binnen 15 dagen, te rekenen vanaf de derde dag na het verzenden van de beslissing waarbij de erkenning wordt geschorst [2 of de voorlopige sluiting wordt bevestigd, dan wel, indien er geen verzoek is ingediend om te worden gehoord, overeenkomstig artikel 51, § 2, eerste lid, na het verstrijken van de daarin vermelde termijn]2.
De Regering licht het departement en de inspectie over het beroep in. Deze bezorgen de Regering binnen een door haar gestelde termijn het administratief dossier en delen haar elk een standpunt mee.
De Regering beslist binnen 60 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het beroep, of het beroep ontvankelijk is. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de beslissing waartegen beroep werd ingesteld als bevestigd.
Art. 52. En cas de suspension de l'agréation [1 conformément à l'article 50, § 1er, alinéa 3, ou en cas de confirmation de la décision [2 de fermeture provisoire conformément à l'article 51, § 2, alinéa 2]2]1, le service d'accueil peut introduire un recours auprès du Gouvernement. Le recours n'est pas suspensif.
Le service d'accueil transmet au Gouvernement le recours motivé, accompagné de tout document pertinent, par recommandé ou contre accusé de réception, et ce, dans un délai de 15 jours prenant cours le troisième jour suivant l'envoi de la décision portant suspension de l'agréation [2 ou confirmant la décision de fermeture provisoire ou, le cas échéant, en l'absence de demande d'audition conformément à l'article 51, § 2, alinéa 1er, au terme du délai y mentionné]2.
Le Gouvernement informe le département et l'inspection qu'un recours a été introduit. Ceux-ci transmettent au Gouvernement, dans le délai qu'il détermine, le dossier administratif accompagné de leur prise de position.
Le Gouvernement statue sur l'admissibilité du recours dans les 60 jours suivant sa réception. A défaut de décision dans le délai imparti, la décision contre laquelle le recours a été introduit est censée être confirmée.
Afdeling 2. - Intrekking van de erkenning
Section 2. - Retrait de l'agréation
Art. 53. [1 Indien de dienst voor kinderopvang na het verstrijken van de duur van de schorsing vermeld in artikel 50 de verplichtingen nog altijd niet nakomt of indien de omstandigheden die tot de voorlopige sluiting hebben geleid na het verstrijken van de termijn vermeld in artikel 51, § 3, niet verholpen zijn, kan de Minister na een advies van de inspectie de in voorkomend geval voorlopige of definitieve erkenning intrekken]1.
Voor de intrekking deelt de Minister de betrokken dienst voor kinderopvang per aangetekende brief zijn voornemen mee. De dienst kan binnen zeven dagen, te rekenen vanaf de derde dag na toezending van dat voornemen, bij de Minister een verzoek indienen om te worden gehoord. Betrokkene wordt gehoord binnen 30 dagen na toezending van de aangetekende brief.
Binnen 30 dagen nadat betrokkene is gehoord, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de erkenning wordt ingetrokken.
Die beslissing wordt zo snel mogelijk aan de betrokken dienst voor kinderopvang toegezonden en wordt, met vermelding van de inwerkingtreding, in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Het departement licht de personen belast met de opvoeding van de opgevangen kinderen persoonlijk in over de intrekking van de voorlopige resp. definitieve erkenning.
Art. 53. [1 Si, au terme de la période de suspension mentionnée à l'article 50, le service d'accueil continue à ne pas remplir les obligations ou s'il n'a pas été remédié aux circonstances ayant conduit à la fermeture provisoire à l'expiration du délai mentionné à l'article 51, § 3, le ministre peut retirer l'agréation, provisoire ou définitive selon le cas, sur avis de l'inspection.]1
Avant le retrait, le ministre communique son intention au service concerné, et ce, par recommandé. Dans un délai de sept jours prenant cours le troisième jour suivant l'envoi de la déclaration d'intention, le service peut introduire une demande d'audition auprès du ministre. Cette audition intervient dans les 30 jours suivant l'envoi du recommandé.
Dans les 30 jours suivant cette audition ou le terme du délai mentionné à l'alinéa 2 selon le cas, le ministre statue sur le retrait.
Cette décision est immédiatement notifiée au service d'accueil concerné et publiée au Moniteur belge avec sa date d'entrée en vigueur. Le département informe individuellement les personnes chargées de l'éducation des enfants gardés que l'agréation, provisoire ou définitive selon le cas, a été retirée.
Art. 54. Indien de erkenning wordt ingetrokken, kan de dienst voor kinderopvang beroep instellen bij de Regering. Het beroep is niet opschortend.
De dienst voor kinderopvang zendt het met redenen omklede beroep, samen met alle relevante stukken, per aangetekende brief of per brief met ontvangstbevestiging aan de Regering en dit binnen 15 dagen, te rekenen vanaf de derde dag na het verzenden van de beslissing waarbij de erkenning wordt ingetrokken.
De Regering licht het departement en de inspectie over het beroep in. Deze bezorgen de Regering binnen een door haar gestelde termijn het administratief dossier en delen haar elk een standpunt mee.
De Regering beslist binnen 60 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het beroep, of het beroep ontvankelijk is. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de beslissing waartegen beroep werd ingesteld als bevestigd.
Art. 54. En cas de retrait de l'agréation, le service d'accueil peut introduire un recours auprès du Gouvernement. Le recours n'est pas suspensif.
Le service d'accueil transmet au Gouvernement le recours motivé, accompagné de tout document pertinent, par recommandé ou contre accusé de réception, et ce, dans un délai de 15 jours prenant cours le troisième jour suivant l'envoi de la décision portant retrait de l'agréation.
Le Gouvernement informe le département et l'inspection qu'un recours a été introduit. Ceux-ci transmettent au Gouvernement, dans le délai qu'il détermine, le dossier administratif accompagné de leur prise de position.
Le Gouvernement statue sur l'admissibilité du recours dans les 60 jours suivant sa réception. A défaut de décision dans le délai imparti, la décision contre laquelle le recours a été introduit est censée être confirmée.
Hoofdstuk 4. - Beëindiging van de kinderopvang
Chapitre 4. - Cessation de l'accueil d'enfants
Art. 55. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 51 heeft de in artikel 53 bedoelde intrekking van de voorlopige resp. definitieve erkenning of de weigering van een definitieve erkenning tot gevolg dat de betrokken dienst binnen 30 dagen wordt gesloten.
Met de sluiting van de dienst worden de opvang van alle kinderen en de eventuele subsidiëring door de Duitstalige Gemeenschap beëindigd.
Art. 55. Sans préjudice de l'article 51, le retrait de l'agréation, provisoire ou définitive selon le cas, opéré conformément à l'article 53 et le refus de l'agréation définitive entraînent la fermeture dans les 30 jours du service concerné.
La fermeture du service met un terme à tout accueil d'enfants et au subventionnement éventuel par la Communauté germanophone.
Art. 56. § 1 - De diensten voor kinderopvang delen elke vrijwillige tijdelijke of definitieve stopzetting van hun activiteit die niet aan een intrekking van de erkenning overeenkomstig artikel 53 te wijten is, schriftelijk mee aan het departement. Een uitzondering daarop vormen vakantieperioden en feestdagen.
De dienst voor kinderopvang deelt zijn voornemen minstens drie maanden voor de geplande tijdelijke stopzetting en zes maanden voor de geplande definitieve stopzetting schriftelijk mee aan de Minister.
§ 2 - De definitieve stopzetting van de activiteit van de dienst voor kinderopvang heeft van rechtswege de intrekking van de erkenning tot gevolg.
Met de definitieve stopzetting van de activiteit van de dienst worden de opvang van alle kinderen en de eventuele subsidiëring door de Duitstalige Gemeenschap beëindigd.
Art. 56. § 1er - Les services d'accueil communiquent par écrit au département toute cessation volontaire de leurs activités qui n'est pas due à un retrait de l'agréation conformément à l'article 53, que cette cessation soit temporaire ou définitive. Sont exclus les périodes de congé et les jours fériés.
Le service d'accueil communique son intention par écrit au ministre, et ce, au moins trois mois avant une cessation temporaire et six mois avant une cessation définitive.
§ 2 - La cessation définitive des activités en tant que service d'accueil entraîne d'office le retrait de l'agréation.
La cessation définitive des activités du service met un terme à tout accueil d'enfants et au subventionnement éventuel par la Communauté germanophone.
Art.56.1. [1 § 1 - Als een dienst voor kinderopvang of een centrum voor kinderopvang zijn activiteit stopzet, behoudt hij/het, ongeacht alle andersluidende bepalingen van dit besluit, zijn recht op subsidie uitsluitend om te voorzien in de financiële middelen die nodig zijn voor de vereffening van vorderingen en schulden die voortvloeien uit zijn erkenning als dienst voor kinderopvang resp. centrum voor kinderopvang en die betrekking hebben op het kalenderjaar waarin de activiteit wordt stopgezet, of die nodig zijn voor de vereffening van vorderingen en schulden die voortvloeien uit de stopzetting van de activiteit.
§ 2 - De financiële behoefte wordt bepaald op basis van een sluitende eindafrekening van de inkomsten en uitgaven die voortvloeien uit de uitvoering van de activiteiten die aan de erkenning als dienst voor kinderopvang resp. centrum voor kinderopvang gekoppeld was. Daartoe stelt de dienst voor kinderopvang resp. het centrum voor kinderopvang een totaaloverzicht van zijn vermogenstoestand op en bepaalt of dat totaaloverzicht na vereffening van alle vorderingen en schulden afsluit met een tekort of met een overschot.
§ 3 - Voor de uitbetaling van de in dit artikel vermelde subsidies dient de dienst voor kinderopvang resp. het centrum voor kinderopvang de eindafrekening en de desbetreffende bewijsstukken uiterlijk op 31 mei van het jaar dat volgt op de stopzetting van de activiteit in bij het departement. Bewijsstukken die na die datum worden ingediend, komen niet meer in aanmerking voor de uitbetaling van de subsidies.
De Minister verleent de subsidies na voorafgaand onderzoek door het departement. Ter ondersteuning van dat onderzoek kan de Minister een accountant of extern financieel adviseur belasten met de controle van het ingediende verslag over de eindafrekening om vast te stellen of de documenten een volledig, waarheidsgetrouw en correct beeld geven van de eindafrekening. ]1

Art.56.1. [1 § 1er - Si un service d'accueil ou un centre d'accueil cesse son activité, nonobstant toute disposition contraire figurant dans le présent arrêté, il conserve son droit à une subvention uniquement pour couvrir les besoins en moyens financiers qui servent à payer les créances et les dettes contractées dans le cadre de l'ancienne agréation en tant que service d'accueil ou centre d'accueil, selon le cas, et qui se rapportent à l'année calendrier au cours de laquelle l'activité cesse, ou qui servent à payer les créances et les dettes résultant de la cessation de l'activité.
§ 2 - Les besoins financiers sont déterminés sur la base d'un décompte global équilibré des recettes et des dépenses de mise en oeuvre des activités qui étaient liées à l'ancienne agréation en tant que service d'accueil ou centre d'accueil, selon le cas. A cette fin, le service d'accueil ou, selon le cas, le centre d'accueil établit un état global de la situation patrimoniale correspondante et détermine si celle-ci se solde par un déficit ou un excédent après le paiement de toutes les créances et de toutes les dettes.
§ 3 - Pour le paiement des subventions mentionnées dans le présent article, le service d'accueil ou, selon le cas, le centre d'accueil remet le décompte global ainsi que les pièces justificatives correspondantes au département avant le 31 mai de l'année suivant la cessation de l'activité. Les pièces justificatives remises après cette date ne peuvent plus être prises en compte pour le paiement des subventions.
Le ministre octroie les subventions après un examen préalable effectué par le département. Pour soutenir cet examen, le ministre peut demander à un expert-comptable ou à un conseiller financier externe d'examiner le rapport sur le décompte général qui a été soumis, afin de déterminer si les documents fournissent une image complète, véridique et exacte du décompte général. ]1

Art. 57. Indien een dienst voor kinderopvang aan een andere organiserende instantie wordt overgedragen, blijft de erkenning gedurende zes maanden na de overdracht geldig op voorwaarde dat de nieuwe organiserende instantie een erkenning aanvraagt overeenkomstig de bepalingen van deze titel.
Indien het departement binnen de termijn gesteld in het eerste lid geen aanvraag heeft ontvangen, komt dit neer op een definitieve stopzetting van de activiteit overeenkomstig artikel 56, § 2.
Art. 57. Lorsqu'un service d'accueil est transféré à un autre pouvoir organisateur, l'agréation reste valable pour une durée de six mois après le transfert, à condition que le nouveau pouvoir organisateur demande une agréation conformément aux dispositions du présent titre.
Si aucune demande n'a pas été introduite auprès du département dans le délai mentionné au premier alinéa, ceci correspond à une cessation définitive des activités conformément à l'article 56, § 2.
Ondertitel 3. - Bijzondere bepalingen
Sous-titre 3. - Dispositions particulières
Hoofdstuk 1. - Diensten voor onthaalouders
Chapitre 1er. - Services d'accueillants d'enfants
Afdeling 1. - Bijzondere erkenningsvoorwaarden
Section 1re. - Conditions particulières d'agréation
Art. 58. De dienst voor onthaalouders werkt een procedure uit om te bepalen hoe kandidaten die een toelating als aangesloten onthaalouder aanvragen, geschikt worden bevonden.
Bij deze procedure wordt rekening gehouden met de opvoedkundige competenties, de beschikbare tijd, de hygiënische omstandigheden, de ruimtelijke opvangmogelijkheden, de behoefte in de gemeente of in het dorp en de bereidheid om samen te werken met de dienst voor onthaalouders en de personen belast met de opvoeding.
Art. 58. Le service d'accueillants d'enfants établit une procédure pour vérifier l'aptitude des candidats demandant à être enregistrés comme accueillants conventionnés.
Cette procédure tient compte de la compétence éducative, de la disponibilité, des conditions d'hygiène et des possibilités d'accueil offertes par les locaux, du besoin existant dans la commune ou la localité, ainsi que de la disposition à collaborer avec le service d'accueillants d'enfants et les personnes chargées de l'éducation.
Art. 59. [1 - Het centrum voor kinderopvang wordt van rechtswege als erkende dienst voor onthaalouders beschouwd.]1
Art. 59. [1 - Le centre d'accueil est réputé agréé de plein droit comme service d'accueillants d'enfants. ]1
Afdeling 2. - Bijzondere verplichtingen
Section 2. - Obligations particulières
Art. 60. [1 § 1 - De dienst voor onthaalouders zorgt ervoor dat de bepalingen van titel 3 en 4 worden nageleefd.
De dienst voor onthaalouders vertrouwt de opvang van kinderen uitsluitend toe aan aangesloten onthaalouders die overeenkomstig titel 3 toegelaten werden of aan als huisarbeider werkende kinderbegeleiders.
Als de dienst voor onthaalouders een opdracht aan aangesloten onthaalouders toevertrouwt, sluit hij met hen daartoe een schriftelijke overeenkomst.
§ 2 - Onder de volgende voorwaarden kan de dienst voor onthaalouders buitenschoolse opvang organiseren:
de opvang van baby's en peuters heeft voorrang;
het maximale aantal kinderen dat tegelijk mag worden opgevangen, wordt voor elke aangesloten onthaalouder in acht genomen;
de aangesloten onthaalouder kan vrij beslissen of hij al dan niet buitenschoolse opvang aanbiedt.]1

Art. 60. [1 - § 1er - Le service d'accueillants d'enfants veille au respect des dispositions des titres 3 et 4.
Le service d'accueillants d'enfants mandate pour l'accueil uniquement des accueillants conventionnés enregistrés conformément au titre 3 ou des gardes d'enfants à domicile.
Si le service d'accueillants d'enfants mandate des accueillants conventionnés, il conclut à cet effet une convention écrite avec ces derniers.
§ 2 - Aux conditions suivantes, le service d'accueillants d'enfants peut organiser un accueil extrascolaire :
la mission d'accueil des jeunes enfants est assurée prioritairement;
le nombre maximal d'enfants qui peuvent être accueillis simultanément est respecté en ce qui concerne chaque accueillant conventionné;
l'accueillant conventionné peut décider librement de proposer ou non un accueil extrascolaire.]1

Art. 61. Door de aangesloten onthaalouders een opdracht te geven, verplicht de dienst voor onthaalouders zich ertoe :
de aangesloten onthaalouders bij hun taken te begeleiden en de contacten met de personen belast met de opvoeding aan te moedigen resp. te vergemakkelijken;
de voor de opvang van kinderen noodzakelijke basisuitrusting ter beschikking te stellen;
voor de sociale zekerheid van de aangesloten onthaalouders te zorgen overeenkomstig het toepasselijke sociaal statuut;
een aansprakelijkheidsverzekering en een arbeidsongevallenverzekering voor de aangesloten onthaalouders te sluiten;
ervoor te zorgen dat de aangesloten onthaalouders het maximale aantal kinderen dat tegelijk mag worden opgevangen, vermeld in artikel 132, [1 ...]1 niet overschrijden;
voor de voortgezette opleiding van de aangesloten onthaalouders te zorgen. Bij het begin van elk kalenderjaar bezorgt de dienst voor onthaalouders de onderwerpen van de voortgezette opleidingen ter informatie aan het departement.
Art. 61. Lorsqu'il mandate des accueillants conventionnés, le service d'accueillants d'enfants est obligé de :
guider les accueillants conventionnés dans l'exercice de leurs missions et promouvoir ou faciliter les contacts avec les personnes chargées de l'éducation;
mettre à disposition l'équipement de base nécessaire à l'accueil d'enfants;
garantir la sécurité sociale des accueillants conventionnés conformément au statut social applicable;
conclure, en faveur des accueillants conventionnés, une assurance obligatoire de la responsabilité civile et une assurance accidents de travail;
veiller à ce que les accueillants conventionnés [1 ne dépassent pas le nombre d'enfants qui peuvent être accueillis simultanément, mentionné à l'article 132]1;
veiller à la formation continue des accueillants conventionnés. En début d'année calendrier, le service d'accueillants d'enfants notifie au département les thèmes des formations continues, à titre d'information.
Art. 62. § 1 - [3 - De dienst voor onthaalouders beschikt minstens over het sociaal-pedagogisch geschoold personeel bepaald in de volgende tabel:]3
Art. 62. § 1er - [3 Le service d'accueillants d'enfants dispose au moins de personnel socio-pédagogique spécialisé conformément au tableau suivant :
[1 Aantal als huisarbeider werkende kinderbegeleiders en toegelaten aangesloten onthaaloudersAantal sociaal-pedagogisch geschoold personeel, uitgedrukt in voltijdsequivalenten
1-181 1/2
19-242
25-302
31-362 1/2
37-423
43-533
54-593
60-653 1/2
66-713 2/3
72-774
78-834 1/2
84-894 2/3
90-955
96-1015 1/2
102-1075 2/3
108-1136]1
(1)2023-12-14/64, art. 28, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
[1 Aantal als huisarbeider werkende kinderbegeleiders en toegelaten aangesloten onthaaloudersAantal sociaal-pedagogisch geschoold personeel, uitgedrukt in voltijdsequivalenten1-181 1/219-24225-30231-362 1/237-42343-53354-59360-653 1/266-713 2/372-77478-834 1/284-894 2/390-95596-1015 1/2102-1075 2/3108-1136]1(1)
[1 Nombre de gardes d'enfants à domicile et d'accueillants conventionnés enregistrésNombre d'équivalents temps plein pour le personnel socio-pédagogique spécialisé
1-181 1/2
19-242
25-302
31-362 1/2
37-423
43-533
54-593
60-653 1/2
66-713 2/3
72-774
78-834 1/2
84-894 2/3
90-955
96-1015 1/2
102-1075 2/3
108-1136 ]1
(1)2023-12-14/64, art. 28, 010; En vigueur : 01-01-2024>
[1 Nombre de gardes d'enfants à domicile et d'accueillants conventionnés enregistrésNombre d'équivalents temps plein pour le personnel socio-pédagogique spécialisé1-181 1/219-24225-30231-362 1/237-42343-53354-59360-653 1/266-713 2/372-77478-834 1/284-894 2/390-95596-1015 1/2102-1075 2/3108-1136 ]1(1)
[3 Voor de berekening van de personeelssleutel wordt het maximumaantal als huisarbeider werkende kinderbegeleiders en toegelaten aangesloten onthaalouders van het kalenderjaar in kwestie in aanmerking genomen.]3
§ 2 [3 ...]3.
§ 3 - Het sociaal-pedagogisch geschoold personeel beschikt minstens over een [1 bachelordiploma]1 op het gebied van sociaal werk, sanitaire en verpleegkundige wetenschappen, pedagogie, psychologie, opvoedingswetenschappen, vormingswetenschappen of over een met één van die opleidingen gelijkgesteld diploma.
De Minister kan houders van andere kwalificaties toelaten als zij een voor de beoogde functie buitengewoon nuttige beroepservaring of bijzondere opleiding kunnen bewijzen. De Minister beslist na een advies van het departement binnen 60 dagen na ontvangst van de volledige schriftelijke aanvraag. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.
§ 4 - In gemotiveerde uitzonderingsgevallen kan de Minister de dienst voor onthaalouders een termijn toekennen waarbinnen deze dienst aan de normen vervat in dit artikel moet voldoen. De Minister beslist na een advies van het departement binnen 60 dagen na ontvangst van de volledige schriftelijke aanvraag. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.
§ 5 - In afwijking van artikel 72, § 1, tweede lid, wordt voor de subsidiëring van de personen vermeld in § 3, tweede lid, de door de Regering voor de personeelssubsidiëring in de sectoren "Sociale Aangelegenheden" en "Gezondheid" bepaalde weddeschalen voor maatschappelijk assistent als hoogste subsidie in aanmerking genomen.
Pour calculer la clé de personnel, le nombre le plus élevé de gardes d'enfants à domicile et d'accueillants conventionnés enregistrés de chaque année calendrier est pris en compte.]3
§ 2 [3 ...]3.
§ 3 - Le personnel sociopédagogique est au moins porteur d'un [1 diplôme de bachelier]1 dans les domaines du travail social, des sciences sanitaires et infirmières, de la pédagogie, de la psychologie, des sciences éducatives, des sciences pédagogiques ou d'un diplôme y assimilé.
Le ministre peut admettre des porteurs d'autres qualifications, pour autant qu'ils puissent justifier d'une expérience professionnelle utile exceptionnelle ou d'une formation particulière pour la fonction concernée. Le ministre statue dans les 60 jours de la réception de la demande écrite complète en se basant sur l'avis du département. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être rejetée.
§ 4 - Dans des cas exceptionnels justifiés, le ministre peut concéder au service d'accueillants d'enfants un délai pour se conformer aux normes fixées dans le présent article. Le ministre statue dans les 60 jours de la réception de la demande écrite complète en se basant sur l'avis du département. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être rejetée.
§ 5 - Par dérogation à l'article 72, § 1er, alinéa 2, le plafond retenu pour le subventionnement des personnes mentionnées au § 3, alinéa 2, est l'échelle de traitement d'assistant social fixée par le Gouvernement pour le subventionnement du personnel dans les domaines Affaires sociales et Santé.
Art. 63. De dienst voor onthaalouders beschikt over een secretariaat.
[1 ...]1
Art. 63. Le service d'accueillants d'enfants dispose d'un secrétariat.
[1 ...]1
Art. 64. De dienst voor onthaalouders zorgt minstens van maandag tot vrijdag gedurende tien uur per dag voor de opvang van baby's en peuters en dit gedurende 220 werkdagen per kalenderjaar.
Art. 64. Le service d'accueillants d'enfants assure l'accueil de jeunes enfants au moins du lundi au vendredi, pendant dix heures par jour et durant 220 jours ouvrables par année calendrier.
Art. 65. De coördinatie van de opvangaanvragen en de toewijzing van een plaats bij de [1 aangesloten onthaalouders of als huisarbeider werkende kinderbegeleiders]1 geschiedt via de dienst voor onthaalouders.
De opvang kan ook 's nachts of op zater-, zon- en feestdagen plaatsvinden.
Art. 65. La coordination des demandes de garde et le placement d'enfants chez les accueillants conventionnés [1 et les gardes d'enfants à domicile]1 s'opèrent via le service d'accueillants d'enfants.
Un accueil peut aussi être assuré la nuit ou les samedis, dimanches et jours fériés.
Art. 66. Indien mogelijk zorgt de dienst voor onthaalouders voor de continuïteit van de opvang van het kind bij tijdelijke onbeschikbaarheid [1 van een aangesloten onthaalouder of als huisarbeider werkende kinderbegeleider]1.
Art. 66. Si possible, le service d'accueillants d'enfants assure la continuité de l'accueil de l'enfant en cas d'indisponibilité temporaire d'un accueillant conventionné [1 ou d'un garde d'enfants à domicile.]1
Art. 67. Om aanspraak te kunnen maken op opvang, dienen de personen belast met de opvoeding een opvangaanvraag in bij de dienst voor onthaalouders.
Elke opvangaanvraag wordt opgenomen in een register van de dienst voor onthaalouders dat minstens de volgende gegevens bevat : de identiteit en de leeftijd van het kind, de datum van de opvangaanvraag, de opvangtijden, het aantal opvangdagen per maand, de aangevraagde begindatum voor de opvang en eventueel het vastgelegde einde van de opvang.
Ten laatste acht weken vóór de aangevraagde opvang deelt de dienst voor onthaalouders de persoon belast met de opvoeding mee of de opvang vanaf de aangevraagde datum al dan niet mogelijk is.
Indien geen opvang kan worden aangeboden, wordt dit in het register vermeld, met vermelding van de reden waarom.
Art. 67. Pour pouvoir bénéficier d'un accueil, les personnes chargées de l'éducation introduisent une demande auprès du service d'accueillants d'enfants.
Toute demande d'accueil est inscrite dans un registre du service d'accueillants d'enfants qui reprend au moins l'identité et l'âge de l'enfant, la date de la demande d'accueil, les heures de garde, le nombre de jours de garde par mois, la date demandée pour le début de l'accueil et, le cas échéant, celle prévue pour la fin de l'accueil.
Au plus tard huit semaines avant que débute l'accueil demandé, le service d'accueillants d'enfants communique - de façon contraignante pour lui - à la personne chargée de l'éducation si un accueil peut ou non intervenir à la date demandée.
Si aucun accueil ne peut être proposé, ceci est inscrit au registre avec indication du motif.
Art. 68. § 1 [1 ...]1.
§ 2 - De dienst voor onthaalouders beveelt de personen belast met de opvoeding van de opgevangen kinderen aan om die overeenkomstig de richtlijnen van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren te laten inenten.
Art. 68. § 1er [1 ...]1.
§ 2 - Le service d'accueillants d'enfants recommande aux personnes chargées de l'éducation des enfants gardés de les faire vacciner conformément aux instructions du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes.
Art. 69. De dienst voor onthaalouders nodigt alle personen belast met de opvoeding minstens alle twee jaar samen uit om hun standpunten in het opvangconcept te kunnen inbouwen.
Art. 69. Le service d'accueillants d'enfants invite au moins tous les deux ans l'ensemble des personnes chargées de l'éducation afin de pouvoir tenir compte de leurs points de vue dans le concept d'accueil.
Afdeling 3. - Subsidiëring
Section 3. - Subventionnement
Art. 70. Onder voorbehoud van de toepassing van een beheerscontract als bedoeld in artikel 13 van het decreet kunnen erkende diensten voor onthaalouders, binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling subsidie krijgen.
Art. 70. Sans préjudice d'un éventuel contrat de gestion conclu conformément à l'article 13 du décret, les services d'accueillants d'enfants agréés peuvent obtenir des subsides conformément aux dispositions de la présente section dans les limites des crédits budgétaires disponibles.
Art. 71. § 1 - Om subsidie te kunnen krijgen, moet de dienst voor onthaalouders aan de volgende voorwaarden voldoen :
hij telt minstens 7.420 opvangdagen voor baby's en peuters;
zijn minimale bezettingsgraad ligt tijdens de 212 vastgelegde openingsdagen gemiddeld bij 70 %.
§ 2 - De bezettingsgraad vermeld in § 1, 2°, wordt één keer per jaar berekend op basis van de werkelijke aanwezigheden, waarbij halve opvangdagen gelijkgesteld worden met volledige dagen. Een 1/3-opvangdag wordt voor één derde berekend. Voor de berekening van de bezettingsgraad wordt de volgende formule toegepast :
Theoretische maximale opvangcapaciteit : 212 T x opvangcapaciteit = X;
berekening van de bezettingsgraad : werkelijk aantal opvangdagen = Y = % van X.
Voor aangesloten onthaalouders die slechts een deel van het jaar werkzaam zijn, wordt de bezettingsgraad naar rato van het aantal gewerkte dagen berekend.
§ 3 - Na de opening van een nieuwe dienst voor onthaalouders begint een driejarige startfase voor de berekening van de gemiddelde minimale bezettingsgraad.
In afwijking van § 1, 2°, kan de gemiddelde bezettingsgraad in het eerste kalenderjaar na de opening tussen 30 % en 50 % liggen. In het tweede kalenderjaar kan ze tussen 50 % en 70 % liggen.
In het derde kalenderjaar van die startfase moet een bezettingsgraad van 70 % gehaald worden. Indien die bezettingsgraad niet bereikt wordt, [1 zijn de aanpassingen vermeld in artikel 72, § 2, tweede lid, en § 4,]1 van de subsidiëring van de personeelskosten van toepassing. Indien het om een dienst voor onthaalouders met hoogstens 14.480 opvangdagen gaat, wordt de subsidiëring vanaf het volgende jaar stopgezet.
Voor zover een dienst voor onthaalouders na de driejarige startfase in een van de volgende kalenderjaren de in § 1 vermelde bezettingsgraad niet bereikt, [1 zijn de aanpassingen vermeld in artikel 72, § 2, tweede lid, en § 4,]1 van de subsidiëring van de personeelskosten van toepassing. Indien het om een dienst voor onthaalouders met hoogstens 14.480 opvangdagen gaat, kan die dienst het volgende jaar nog subsidie krijgen. Indien hij na dat kalenderjaar nog altijd niet aan de gemiddelde minimale bezettingsgraad voldoet, wordt de subsidiëring vanaf het volgende jaar stopgezet.
Art. 71. § 1er - Pour pouvoir être subsidié, le service d'accueillants d'enfants remplit les conditions suivantes :
il assure au moins 7.240 jours de garde pour des jeunes enfants;
son taux d'occupation minimal est de 70 % en moyenne pendant les 212 jours d'ouverture déterminés.
§ 2 - Le calcul du taux d'occupation mentionné au § 1er, 2°, est effectué une fois par an, sur la base des présences réelles, les demi-jours de garde étant assimilés à des jours entiers. Une garde d'un tiers de journée est comptée pour un tiers. Pour calculer le taux d'occupation, la formule suivante est appliquée :
capacité maximale théorique : 212 jours x capacité = X;
calcul du taux d'occupation : jours de garde réels = Y = % de X.
Pour les accueillants conventionnés qui sont actifs seulement une partie de l'année, le taux d'occupation est calculé proportionnellement aux jours prestés.
§ 3 - Après l'ouverture d'un nouveau service d'accueillants d'enfants débute une phase de démarrage de trois ans pour le calcul du taux d'occupation minimal moyen.
Par dérogation au § 1er, 2°, le taux d'occupation moyen peut osciller entre 30 et 50 % la première année calendrier suivant l'ouverture. La deuxième année, il peut osciller entre 50 et 70 %.
La troisième année de cette phase de démarrage, il faut atteindre un taux d'occupation moyen de 70 % . Si ce taux d'occupation n'est pas atteint, [1 les adaptations du subventionnement des frais de personnel mentionnées à l'article 72, § 2, alinéa 2, et § 4, s'appliquent]1. S'il s'agit d'un service d'accueillants d'enfants assurant au plus 14.480 jours de garde, le subventionnement est arrêté à partir de l'année suivante.
Si, au cours de l'une des années calendrier suivant la phase de démarrage de trois ans, un service d'accueillants d'enfants n'atteint pas le taux d'occupation mentionné au § 1er, [1 les adaptations du subventionnement des frais de personnel mentionnées à l'article 72, § 2, alinéa 2, et § 4, s'appliquent]1. S'il s'agit d'un service d'accueillants d'enfants assurant au plus 14.480 jours de garde, il peut encore être subsidié l'année suivante. Si, au terme de cette année, il n'atteint toujours pas le taux d'occupation minimal moyen, le subventionnement est arrêté à partir de l'année suivante.
Art. 71.1. [1 Voor de aanneembare personeelskosten ontvangt de dienst voor onthaalouders, met inachtneming van de voorwaarden vermeld in artikel 72, een subsidie die overeenstemt met 100 % van de werkelijke personeelskosten.]1
Art. 71.1. [1 Pour les frais de personnel admissibles, le service d'accueillants d'enfants reçoit, dans le respect des conditions énumérées à l'article 72, un subside égal à 100 % des frais de personnel réels.]1
Art. 72. § 1 - Voor de subsidiëring van de personeelskosten [1 wordt het besluit van de Regering van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid" toegepast]1.
Alleen de kosten van personeelsleden die houder zijn van de in dit hoofdstuk toegestane diploma's worden in aanmerking genomen.
§ 2 - Voor de subsidiëring van de personeelskosten voor het sociaal-pedagogisch geschoold personeel van de dienst voor onthaalouders wordt de tabel bepaald in artikel 62, § 1, in aanmerking genomen. Indien in het kader van tewerkstellingsmaatregelen subsidies worden verkregen, worden die subsidies afgetrokken.
[3 De subsidiëring van de personeelskosten voor het sociaal-pedagogisch geschoold personeel wordt jaarlijks aangepast op basis van het maximumaantal toegelaten aangesloten onthaalouders van het kalenderjaar in kwestie.]3
Voor het sociaal-pedagogisch geschoold personeel met een voltijdse betrekking wordt een forfaitair bedrag van [2 72,63]2 euro per maand toegekend voor de reiskosten. Bij een deeltijdse betrekking wordt het bedrag naar rato verminderd.
§ 3 - Voor de subsidiëring van de personeelskosten van de medewerker die in het secretariaat van de dienst voor onthaalouders aangesteld is, wordt de volgende [4 ...]4 tabel in aanmerking genomen :
Art. 72. § 1er - [1 L'arrêté du Gouvernement du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santé est appliqué]1 pour le subventionnement des frais relatifs au personnel.
Seuls sont pris en considération les frais relatifs aux membres du personnel porteurs des diplômes admis dans le présent chapitre.
§ 2 - Le tableau fixé à l'article 62, § 1er, est pris en considération pour le subventionnement des frais relatifs au personnel sociopédagogique du service d'accueillants d'enfants. Tout subside éventuellement obtenu dans le cadre de mesures favorisant l'emploi est déduit.
[3 La subsidiation des frais du personnel sociopédagogique spécialisé est adaptée chaque année sur la base du nombre d'accueillants conventionnés agréés le plus élevé de chaque année calendrier.]3
En ce qui concerne le personnel sociopédagogique occupé à temps plein, un montant forfaitaire de [2 72,63]2 euros est accordé mensuellement pour les frais de déplacement. En cas de travail à temps partiel, le montant est réduit à due concurrence.
§ 3 - Le tableau [4 ...]4 suivant est pris en considération pour le subventionnement des frais de personnel relatifs au rédacteur occupé auprès du secrétariat du service d'accueillants d'enfants :
Aantal opvangdagen Aantal Medewerkers
35.301 - 50.000 0,5
50.001 - 64.700 0,75
64.701 - 79.400 1
79.401 - 94.100 1,25
Aantal opvangdagen Aantal Medewerkers35.301 - 50.000 0,550.001 - 64.700 0,7564.701 - 79.400 179.401 - 94.100 1,25
Voor de berekening van de personeelssleutel worden halve opvangdagen gelijkgesteld met hele dagen. Een 1/3-opvangdag wordt voor één derde berekend.
Indien in het kader van tewerkstellingsmaatregelen subsidies worden verkregen, worden die subsidies afgetrokken.
§ 4 - Om de twee jaar wordt de subsidiëring [3 van de personeelskosten voor de in het secretariaat van de dienst voor onthaalouders aangestelde opsteller]3 aangepast op basis van het totale aantal opvangdagen van de twee voorafgaande kalenderjaren. In februari van het jaar van de aanpassing wordt de dienst voor onthaalouders ingelicht over de personeelsformatie die vanaf september van hetzelfde jaar gesubsidieerd kan worden.
§ 5 - Indien aan de dienst voor onthaalouders een termijn wordt toegekend waarbinnen die dienst aan de normen vervat in artikel 62 moet voldoen, blijft de subsidiëring overeenkomstig deze afdeling onaangetast.
Nombre de jours de gardeNombre de rédacteurs
35.301 - 50.000 0,5
50.001 - 64.700 0,75
64.701 - 79.400 1
79.401 - 94.100 1,25
Nombre de jours de garde
Nombre de rédacteurs35.301 - 50.000 0,550.001 - 64.700 0,7564.701 - 79.400 179.401 - 94.100 1,25
Pour calculer la clef de personnel, les demi-jours de garde sont assimilés à des jours entiers. Une garde d'un tiers de journée est comptée pour un tiers.
Tout subside éventuellement obtenu dans le cadre de mesures favorisant l'emploi est déduit.
§ 4 - Le subventionnement des frais relatifs au personnel [3 du rédacteur occupé auprès du secrétariat du service d'accueillants d'enfants]3 est adapté tous les deux ans sur la base du nombre total de jours de garde des deux années calendrier précédentes. L'année de l'adaptation, le service d'accueillants d'enfants est informé en février de l'effectif subsidiable à partir du mois de septembre de la même année.
§ 5 - Si le service d'accueillants d'enfants obtient un délai pour satisfaire aux normes fixées à l'article 62, le subventionnement conformément à la présente section n'en est pas affecté.
Art. 73. § 1 - Voor de aanneembare opvangkosten ontvangt de dienst voor onthaalouders een subsidie die overeenstemt met het verschil tussen de dagelijkse vergoeding van de aangesloten onthaalouders bepaald in artikel 135, § 1, en de kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding [1 ...]1.
§ 2 - De dienst voor onthaalouders kan een aanvullende subsidie van 50 % van de dagelijkse vergoeding vermeld in artikel 135, § 1, ontvangen voor de opvang van kinderen met een beperking of met bijzondere zorgbehoeften, voor zover die kinderen meer begeleiding en aandacht nodig hebben.
Te dien einde dient de dienst voor onthaalouders een individuele schriftelijke aanvraag in bij het departement, samen met een door een gespecialiseerde instelling of een geneesheer-specialist uitgebracht advies of eventueel een sociaal verslag. De Minister beslist binnen zestig dagen na ontvangst van de aanvraag. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.
§ 3 - De Duitstalige Gemeenschap betaalt de werkgeversbijdragen en de premies voor de arbeidsongevallenverzekering van de aangesloten onthaalouders terug aan de dienst voor onthaalouders.
Art. 73. § 1er - Pour les frais de garde admissibles, le service d'accueillants d'enfants reçoit un subside qui correspond à la différence entre l'indemnité journalière des accueillants d'enfants conventionnés fixée à l'article 135, § 1er, et la participation aux frais supportée par les personnes chargées de l'éducation [1 ...]1.
§ 2 - Pour l'accueil d'enfants handicapés ou nécessitant des soins particuliers, le service d'accueillants d'enfants peut obtenir un subside supplémentaire s'élevant à 50 % de l'indemnité journalière visée à l'article 135, § 1er, dans la mesure où ces enfants ont besoin d'un encadrement plus intensif et d'une attention plus soutenue.
A cette fin, le service d'accueillants d'enfants introduit auprès du département une demande individuelle écrite accompagnée d'un avis émis par un établissement spécialisé ou un médecin spécialiste ou, le cas échéant, d'un rapport social. Le ministre statue dans les 60 jours suivant la réception de la demande. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être rejetée.
§ 3 - Les cotisations patronales et primes versées pour l'assurance contre les accidents du travail des accueillants conventionnés sont remboursées au service d'accueillants d'enfants par la Communauté germanophone.
Art. 74. [1 Voor de administratieve kosten ontvangt de dienst voor onthaalouders volgende subsidies per opgevangen kind:
0,71 euro voor een hele opvangdag;
0,71 euro voor een halve opvangdag;
0,24 euro voor een 1/3-opvangdag;
0,24 euro voor langdurige opvang.
Per opgevangen kind kan de dienst voor onthaalouders, per openingsdag, hoogstens een subsidie voor een hele opvangdag of een subsidie voor een halve opvangdag of een subsidie voor een 1/3-opvangdag ontvangen.
Naast de subsidie voor een hele opvangdag kan de dienst voor onthaalouders een subsidie voor langdurige opvang ontvangen.
Voor de toepassing van dit artikel geldt mutatis mutandis ook artikel 134.1.]1

Art. 74. [1 Pour les frais administratifs, le service d'accueillants d'enfants reçoit, par enfant gardé, les subsides suivants :
0,71 euro pour une garde d'une journée complète ;
0,71 euro pour une garde d'une demi-journée ;
0,24 euro pour une garde d'un tiers de journée ;
0,24 euro pour une garde de longue journée.
Par enfant gardé, le service d'accueillants d'enfants peut, par jour d'ouverture, obtenir au plus un subside pour une garde soit d'une journée complète, soit d'une demi-journée, soit d'un tiers de journée.
Outre le subside pour une garde d'une journée complète, le service d'accueillants d'enfants peut recevoir un subside pour une garde de longue journée.
Aux fins d'application du présent article, l'article 134.1 s'applique mutatis mutandis.]1

Art. 75.
Art. 75.
Art. 76. § 1 - [5 Voor de kosten van de organisatie van de voortgezette opleiding van de aangesloten onthaalouders vermeld in artikel 125 en de voortgezette opleiding van het sociaal-pedagogisch geschoold personeel vermeld in artikel 14, alsook voor de kosten van de aanschaffing van pedagogisch materiaal, ontvangt de dienst voor onthaalouders een subsidie van hoogstens 5.486,95 euro. De subsidie wordt pas uitbetaald nadat het departement de ingediende bewijzen onderzocht heeft.]5.
§ 2 - [4 Aanvullend ontvangt de dienst voor onthaalouders voor elke aangesloten onthaalouder die overeenkomstig artikel 125 aan voortgezette opleidingen heeft deelgenomen, een jaarlijks forfaitair bedrag overeenkomstig de volgende [5 ...]5 tabel:
Art. 76. § 1er [5 - Pour les frais d'organisation de la formation continue prévue à l'article 125 pour les accueillants conventionnés et de celle prévue à l'article 14 pour le personnel socio-pédagogique spécialisé, ainsi que pour les frais d'acquisition de matériel didactique, le service d'accueillants d'enfants obtient un subside de 5 486,95 euros maximum. La liquidation du subside ne s'opère que lorsque le département a vérifié les justificatifs introduits.]5.
§ 2 - [4 Le service d'accueillants d'enfants reçoit en plus, pour chaque accueillant conventionné qui a participé aux formations continues mentionnées à l'article 125, un forfait annuel conformément au tableau [5 ...]5 suivant :
Vanaf 10 uur/jaar 67,71 EUR
Vanaf 15 uur/jaar 101,57 EUR
Vanaf 20 uur/jaar 135,42 EUR
Vanaf 10 uur/jaar 67,71 EUR Vanaf 15 uur/jaar 101,57 EUR Vanaf 20 uur/jaar 135,42 EUR
Dat jaarlijks forfaitair bedrag wordt overeenkomstig artikel 137 uitbetaald aan de deelnemende aangesloten onthaalouder.
Om deze subsidie voor voortgezette opleiding te kunnen ontvangen, bezorgt de dienst voor onthaalouders het departement elk jaar uiterlijk op 1 februari de lijst met de onthaalouders die aan voortgezette opleidingen hebben deelgenomen en het aantal uren dat ze voortgezette opleiding hebben gevolgd.]4
[3 § 3 De dienst voor onthaalouders ontvangt voor de uitvoering van de veiligheidsvoorschriften bepaald in de artikelen 126 tot 129 eenmaal om de zes jaar een uitrustingssubsidie van hoogstens 17.927,57 euro. De subsidie wordt eerst uitbetaald nadat het departement de ingediende bewijzen onderzocht heeft.]3
[4 § 4 [5 - Voor de kosten die ontstaan om een mobiele internetverbinding ter beschikking te stellen van de aangesloten onthaalouders in het kader van hun samenwerking met de dienst voor onthaalouders, ontvangt de dienst voor onthaalouders een subsidie van hoogstens 5.169,44 euro. De subsidie wordt pas uitbetaald nadat het departement de ingediende bewijzen onderzocht heeft.]5]4
à partir de 10 heures/an 67,71 EUR
à partir de 15 heures/an 101,57 EUR
à partir de 20 heures/an 135,42 EUR
à partir de 10 heures/an 67,71 EUR à partir de 15 heures/an 101,57 EUR à partir de 20 heures/an 135,42 EUR
Ce forfait annuel doit être liquidé à l'accueillant conventionné participant, conformément à l'article 137.
Afin de pouvoir bénéficier de ce subside pour formation continue, le service d'accueillants d'enfants produit, à l'intention du département, avant le 1er février de chaque année, une liste des participants aux formations continues et de leur nombre d'heures de formation accomplies.]4
[3 § 3 - Une fois tous les six ans, le service d'accueillants d'enfants reçoit, pour la mise en oeuvre des dispositions de sécurité fixées aux articles 126 à 129, un subside d'équipement plafonné à 17 927,57 euros. La liquidation du subside ne s'opère que lorsque le département a vérifié les justificatifs introduits.]3
[4 § 4 [5 - Pour les frais occasionnés en vue de mettre à la disposition des accueillants conventionnés une connexion Internet mobile dans le cadre de leur coopération avec le service d'accueillants d'enfants, le service d'accueillants d'enfants obtient un subside de 5 169,44 euros maximum. La liquidation du subside ne s'opère que lorsque le département a vérifié les justificatifs introduits.]5]4
Art. 77. De dienst voor onthaalouders dient de trimestriële bewijzen voor de subsidiëring ten laatste zes weken na het einde van het betrokken trimester bij het departement in.
Indien de trimestriële bewijzen te laat worden ingediend, kan bij één maand vertraging 5 % van de subsidie en bij twee of meer maanden vertraging 10 % van de subsidie ingehouden worden.
Art. 77. Au plus tard six semaines après la fin de chaque trimestre, le service d'accueillants d'enfants introduit auprès du département les justificatifs trimestriels pour le subventionnement.
En cas d'introduction tardive des justificatifs trimestriels, 5 % des subsides peuvent être retenus si le retard est d'un mois, 10 % s'il est de deux mois ou plus.
Art. 78. Met behoud van de toepassing van artikel 70 kent de Minister, op aanvraag van de dienst voor onthaalouders, de subsidies vermeld in deze afdeling toe, na voorafgaand onderzoek door het departement. De subsidieaanvragen worden bij het departement ingediend, samen met de eventueel noodzakelijke bewijzen.
Art. 78. Sans préjudice de l'article 70 et après vérification par le département, le ministre octroie les subsides mentionnés dans la présente section au service d'accueillants d'enfants qui en fait la demande. Les demandes de subsides sont introduites auprès du département avec les justificatifs éventuellement requis.
Afdeling 4. - Kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding
Section 4. - Participation aux frais supportée par les personnes chargées de l'éducation
Art. 79. De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de diensten voor onthaalouders die door de Duitstalige Gemeenschap gesubsidieerd worden [1 , alsook op die van het centrum voor kinderopvang]1.
Art. 79. Les dispositions de la présente section sont applicables aux services d'accueillants d'enfants subventionnés par la Communauté germanophone [1 ainsi qu'à ceux du centre d'accueil]1.
Art. 80. [1 - Voor de toepassing van deze afdeling geldt:
bij de opvang van baby's en peuters:
a) opvang voor een hele dag: kinderopvang van vijf uur of meer, maar van minder dan tien uur per dag;
b) opvang voor een halve dag: kinderopvang van minder dan vijf uur per dag;
c) langdurige opvang: kinderopvang van tien uur of meer per dag;
bij de opvang van kinderen in het kader van buitenschoolse opvang:
a) opvang voor een hele dag: kinderopvang van vijf uur of meer, maar van minder dan tien uur per dag;
b) opvang voor een halve dag: kinderopvang van drie uur of meer, maar van minder dan vijf uur per dag;
c) opvang voor een derde van een dag: kinderopvang van minder dan drie uur per dag;
d) langdurige opvang: kinderopvang van tien uur of meer per dag.]1

Art. 80. [1 - Pour l'application de la présente section, l'on entend par :
pour l'accueil de jeunes enfants :
a) garde d'une journée complète : l'accueil d'enfants d'une durée de cinq heures ou plus, mais de moins de dix heures par jour;
b) garde d'une demi-journée : l'accueil d'enfants d'une durée de moins de cinq heures par jour;
c) garde de longue durée : l'accueil d'enfants d'une durée de dix heures ou plus par jour;
pour l'accueil d'enfants dans le cadre d'un accueil extrascolaire :
a) garde d'une journée complète : l'accueil d'enfants d'une durée de cinq heures ou plus, mais de moins de dix heures par jour;
b) garde d'une demi-journée : l'accueil d'enfants d'une durée de trois heures ou plus, mais de moins de cinq heures par jour;
c) garde d'un tiers de journée : l'accueil d'enfants d'une durée de moins de trois heures par jour;
d) garde de longue durée : l'accueil d'enfants d'une durée de dix heures ou plus par jour.]1

Art. 81. § 1 [2 ...]2.
§ 2 - Indien de personen belast met de opvoeding geen gebruik maken van de overeengekomen opvang, geeft de dienst voor onthaalouders [2 150 euro]2 aan de aangesloten onthaalouder die de plaats waarvan geen gebruik wordt gemaakt vrijgehouden heeft.
Art. 81. § 1er [2 ...]2.
§ 2 - Lorsque les personnes chargées de l'éducation ne sollicitent pas l'accueil convenu, l'accueillant conventionné qui a réservé la place non sollicitée perçoit du service d'accueillants d'enfants [2 150 euros]2.
Art. 82. [1 - § 1 - De kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding wordt betaald in de vorm van een dagforfait dat is vastgesteld overeenkomstig de tabel vermeld in de bijlage.
De kostenbijdrage dekt niet de kosten voor dieetvoeding, biologische voeding, geneesmiddelen, luiers, poedermelk en specifieke, door de personen belast met de opvoeding gewenste producten.
§ 2 - Het toepasselijke percentage van het in paragraaf 1 vermelde dagforfait wordt berekend als volgt:
voor opvang voor een hele dag: 100 %;
voor opvang voor een halve dag: 60 %;
voor opvang voor een derde van een dag in het kader van buitenschoolse opvang: 40 %;
4 voor langdurige opvang: 160 %.
In afwijking van het eerste lid zijn de volgende bijdragepercentages voor kinderopvang van toepassing:
voor gezinnen met minstens twee kinderen onder drie jaar die fiscaal ten laste zijn, bedraagt de bijdrage 70 % per kind;
voor gezinnen met minstens drie kinderen fiscaal ten laste, bedraagt de bijdrage 70 % per kind;
voor kinderen die, bovenop de kinderbijslag, een bijslag voor kinderen met een beperking ontvangen, bedraagt de bijdrage 70 %. .
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder 'gezin' verstaan: de meerderjarige gezinsleden van wie het inkomen overeenkomstig artikel 83, § 1, eerste en tweede lid, meetelt voor de berekening van de kostenbijdrage.]1

Art. 82. [1 - § 1er - La participation aux frais supportée par les personnes chargées de l'éducation prend la forme d'un forfait journalier à payer conformément au tableau figurant en annexe.
Ne sont pas compris le coût des aliments de régime, des aliments "bio", des médicaments, des langes, du lait en poudre et des produits spécifiques souhaités par les personnes chargées de l'éducation.
§ 2 - Le taux applicable pour le forfait journalier mentionné au § 1er est calculé comme suit :
pour une garde d'une journée complète : 100 %;
pour une garde d'une demi-journée : 60 %;
pour une garde d'un tiers de journée dans le cadre de l'accueil extrascolaire : 40 %;
pour une garde de longue durée : 160 %.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les taux suivants sont applicables pour l'accueil d'enfants :
en cas de familles ayant au moins deux enfants de moins de trois ans à charge, la participation est de 70 % par enfant;
en cas de familles ayant au moins trois enfants à charge, la participation est de 70 % par enfant;
pour les enfants bénéficiant d'un supplément d'allocations familiales pour enfants handicapés, la participation est de 70 %.
Par "famille", on entend, pour l'application du présent article, les membres majeurs du ménage dont les revenus sont pris en compte pour le calcul de la participation aux frais conformément à l'article 83, § 1er, alinéas 1er et 2.]1

Art. 83. [1 - § 1 - De kostenbijdrage wordt berekend op basis van het gecumuleerd inkomen van de meerderjarige gezinsleden van de aanvrager.
Als meer dan twee meerderjarige gezinsleden een inkomen hebben, worden de twee hoogste inkomens in aanmerking genomen.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder 'inkomen' verstaan: het totaal belastbaar inkomen op het aanslagbiljet van de inkomstenbelasting. De dienst voor onthaalouders zorgt ervoor dat de gezinsleden het aanslagbiljet indienen.
Als een meerderjarig gezinslid geen aanslagbiljet van de inkomstenbelasting kan voorleggen of als het inkomen van het betrokken jaar niet op het aanslagbiljet staat, zorgt de dienst voor onthaalouders ervoor dat het gezinslid andere bewijzen van zijn belastbaar inkomen voorlegt. De Minister kan preciseren hoe die bewijzen gelijkgesteld kunnen worden met het totaal belastbaar inkomen op het aanslagbiljet van de inkomstenbelasting.
Als die bewijzen niet worden voorgelegd, wordt de hoogste kostenbijdrage aangerekend.
§ 2 - Het gezinsinkomen wordt bepaald bij het begin van de opvang. Als de opvang begint tussen januari en juni wordt het inkomensjaar J-3 in aanmerking genomen. Als de opvang begint tussen juli en december wordt het inkomensjaar J-2 in aanmerking genomen.
Voor een gezin waarvan reeds een kind bij dezelfde dienstverrichter wordt opgevangen en waarvan het inkomen reeds werd berekend, geldt dat inkomen in afwijking van het eerste lid ook bij het begin van de opvang van het volgende kind verder als basis voor de berekening van de kostenbijdrage.
§ 3 - Elk jaar op 1 juli wordt het gezinsinkomen opnieuw bepaald en de kostenbijdrage dienovereenkomstig aangepast. Daartoe wordt het inkomensjaar J-2 in aanmerking genomen.
§ 4 - De aanvrager meldt aan de dienst voor onthaalouders elke wijziging van de gezinssamenstelling of elke wijziging van de in artikel 82, § 2, tweede lid, vastgelegde gereduceerde bijdragepercentages. De dienst voor onthaalouders bepaalt vervolgens welke tarieven voortaan van toepassing zijn.
Als daardoor hogere tarieven van toepassing zijn, gelden die vanaf de maand die volgt op de wijziging.
Als daardoor lagere tarieven van toepassing zijn, gelden die vanaf de maand die volgt op de melding van de wijziging.]1

[2 § 5 - Als het bij de opvang van een baby of peuter om een jeugdbijstandsmaatregel gaat die met toepassing van het decreet van 13 november 2023 inzake jeugdbijstand en jeugdbescherming in het kader van een jeugdbijstandsovereenkomst is overeengekomen of door de jeugdrechter of de jeugdrechtbank is bevolen, wordt in afwijking van de paragrafen 1 tot 4, vanaf de maand waarin de jeugdbijstandsmaatregel start, de laagste kostenbijdrage berekend.
Als de jeugdbijstandsmaatregel eindigt, bepaalt de dienst voor onthaalouders welke tarieven voortaan van toepassing zijn. De nieuwe tarieven gelden vanaf de maand die volgt op de maand waarin de jeugdbijstandsmaatregel eindigt.]2

Art. 83. [1 - § 1er - La participation aux frais est calculée en se basant sur les revenus cumulés des membres majeurs du ménage du demandeur.
Si plus de deux membres majeurs du ménage disposent de revenus, les deux revenus les plus élevés sont pris en compte.
Est considéré comme revenu pour l'application du présent article le revenu global imposable figurant sur l'avertissement-extrait de rôle relatif aux impôts sur les revenus. Le service d'accueillants d'enfants veille à ce que les membres du ménage présentent l'avertissement-extrait de rôle.
Si un membre majeur du ménage ne peut pas présenter un tel avertissement-extrait de rôle ou si le revenu de l'année concernée n'est pas mentionné sur l'avertissement-extrait de rôle, le service d'accueillants d'enfants veille à ce que le membre du ménage présente d'autres justificatifs de son revenu imposable. Le ministre peut donner des précisions quant à la manière d'assimiler ces justificatifs au revenu global imposable de l'avertissement-extrait de rôle relatif aux impôts sur les revenus.
A défaut, c'est la participation aux frais la plus élevée qui est portée en compte.
§ 2 - Le revenu du ménage est déterminé au début de l'accueil. Si l'accueil commence de janvier à juin, les revenus de la troisième année qui précède (année a-3) sont pris en compte. Si l'accueil commence de juillet à décembre, les revenus de la deuxième année qui précède (année a-2) sont pris en compte.
Pour un ménage dont l'enfant est déjà gardé chez le même prestataire et dont le revenu a déjà été déterminé, ce revenu, par dérogation à l'alinéa 1er, continue de servir de base au calcul de la participation aux frais au début de la garde de l'enfant suivant.
§ 3 - Au 1er juillet de chaque année, le revenu du ménage est à nouveau déterminé et la participation aux frais est adaptée en conséquence. A cet effet, les revenus de la deuxième année qui précède (année a-2) sont pris en compte.
§ 4 - Le demandeur communique au service d'accueillants d'enfants toute modification concernant la composition du ménage ou toute modification concernant les taux de participation réduits fixés à l'article 82, § 2, alinéa 2. Le service d'accueillants d'enfants détermine ensuite une nouvelle fois les tarifs applicables.
Si, du fait de cette nouvelle disposition, des tarifs plus élevés doivent être appliqués, ces derniers sont valables à partir du mois suivant la modification.
Si, du fait de cette nouvelle disposition, des tarifs moins élevés doivent être appliqués, ces derniers sont valables à partir du mois suivant la communication de la modification.]1

[2 § 5 - Si l'accueil des jeunes enfants concerne une mesure d'aide à la jeunesse convenue dans le cadre d'un contrat d'aide à la jeunesse en application du décret du 13 novembre 2023 relatif à l'aide à la jeunesse et à la protection de la jeunesse ou ordonnée par le juge de la jeunesse ou le tribunal de la jeunesse, la participation aux frais la plus basse est, par dérogation aux §§ 1er à 4, calculée à partir du mois où commence ladite mesure d'aide à la jeunesse.
Lorsque la mesure d'aide à la jeunesse prend fin, c'est le service d'accueillants d'enfants qui détermine une nouvelle fois les tarifs applicables. Ces nouveaux tarifs sont valables à partir du mois suivant la fin de la mesure d'aide à la jeunesse.]2

Art. 84.
Art. 84.
Art. 85. [1 - In het kader van het in het opvangcontract vastgelegd opvangplan vordert de dienst voor onthaalouders het verschuldigde dagforfait in, ongeacht de werkelijke aanwezigheid van het kind.
In afwijking van het eerste lid vordert de dienst voor onthaalouders het verschuldigde dagforfait in op basis van de werkelijke aanwezigheid als die het in het opvangcontract vastgelegd opvangplan overschrijdt.
Het dagforfait is niet verschuldigd voor de volgende dagen:
de dagen waarop de dienst voor onthaalouders geen opvang aanbiedt;
de dagen waarop het kind afwezig is wegens ziekte, vanaf de tweede opeenvolgende afwezigheidsdag waarop het kind volgens het opvangplan naar de opvang zou komen, gestaafd door een medisch attest.]1

Art. 85. [1 - Dans le cadre du plan de garde fixé dans le contrat de garde, le service d'accueillants d'enfants réclame le forfait journalier dû, indépendamment de la présence effective de l'enfant.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le service d'accueillants d'enfants réclame le forfait journalier dû correspondant à la présence effective de l'enfant si celle-ci dépasse le plan de garde fixé dans le contrat de garde.
Le forfait journalier n'est pas dû pour les jours suivants :
les jours où le service d'accueillants d'enfants ne propose pas de garde;
les jours d'absence de l'enfant pour cause de maladie, à partir du deuxième jour d'absence consécutif où une garde doit avoir lieu selon le plan de garde, justifiés par un certificat médical.]1

Hoofdstuk 2. - Crèches
Chapitre 2. - Crèches
Afdeling 1. - Bijzondere erkenningsvoorwaarden
Section 1re. - Conditions particulières d'agréation
Art. 86. § 1 - De crèche heeft een opvangcapaciteit van minstens 18 plaatsen.
§ 2 - Indien de opvangcapaciteit wordt aangepast, moet die aanpassing vooraf worden goedgekeurd.
Daartoe dient de crèche een individuele schriftelijke aanvraag bij het departement in. Binnen 60 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, stelt het departement een advies op en zendt het over aan de Minister. Indien binnen die termijn geen advies wordt verstrekt, wordt dit beschouwd als een negatief advies.
Binnen 15 dagen na ontvangst van het advies van het departement, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de aanpassing wordt goedgekeurd. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de goedkeuring als geweigerd.
Art. 86. § 1er - La crèche a une capacité d'accueil minimale de 18 places.
§ 2 - Une adaptation de la capacité d'accueil est soumise à une approbation préalable.
A cette fin, la crèche introduit une demande individuelle écrite auprès du département. Dans les 60 jours suivant la réception de la demande complète, le département établit un avis qu'il transmet au ministre. A défaut d'avis au terme de ce délai, l'avis est réputé négatif.
Dans les 15 jours suivant la réception de l'avis rendu par le département ou le terme du délai mentionné à l'alinéa 2 selon le cas, le ministre statue sur l'approbation de l'adaptation. A défaut de décision dans le délai imparti, l'approbation est censée être refusée.
Art. 87. Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 19 tot 22 gelden de volgende aanvullende voorwaarden voor de inrichting van de ruimten van de crèches :
[3 de minimale oppervlakte bedraagt per opvangplaats 6 m2 speel- en eetruimte en 2 m2 slaap- en rustruimte]3;
indien de crèche ondergebracht is in een gebouw dat nog voor andere doeleinden dan kinderopvang wordt gebruikt, is er een afzonderlijke toegang voor de crèche;
de crèche is zo ingericht dat de toegang van mensen van buitenaf wordt gecontroleerd;
de ruimte voor buitenactiviteiten vermeld in artikel 19 kan veilig worden vergrendeld;
de trappen zijn uitgerust met gesloten treden en de toegang tot de trappen is beveiligd met traphekjes. De trappen zijn uitgerust met een dubbele handlijst, één op kinderhoogte en één op volwassenenhoogte. Indien dat ontbreekt, mogen de trappen alleen onder begeleiding van volwassenen gebruikt worden. Wenteltrappen mogen niet gebruikt worden door de kinderen, noch alleen, noch in begeleiding van volwassenen;
in alle ruimten die voor de kinderen toegankelijk zijn, is de vloerbekleding antislip. Er worden geen vloerkleden gebruikt;
in de ruimten bestemd voor de opvang bedragen de openingen voor daglicht ten minste een zesde van de vloeroppervlakte;
de slaapruimte is van de andere ruimten gescheiden en zo geconcipieerd dat er geluidsisolatie ten opzichte van de andere ruimten bestaat. Indien zuigelingen opgevangen worden, is er een gescheiden rustruimte voor hen;
[2 de bedden en wiegen beantwoorden aan de richtlijnen van de Minister]2;
10° de crèche beschikt over een isoleerkamer met zichtcontact op de opvangruimten;
11° de keuken vermeld in [3 artikel 20, 3°]3, is zo ingericht dat de maaltijden snel en eenvoudig kunnen worden uitgedeeld;
12° de verzorgingsruimte is uitgerust met voldoende wastafels en verzorgingstafels en met toiletten en handwastafels die aan de leeftijd van de kinderen zijn aangepast;
13° op openingsdagen worden de ruimten dagelijks gepoetst. De manier waarop de vloeren en de oppervlakten worden gereinigd, is verenigbaar met de kinderopvang;
14° de crèche zorgt ervoor dat het materiaal en het beddengoed regelmatig gewassen resp. gereinigd wordt;
15° eventuele zandbakken zijn zo afgedekt dat verontreiniging voorkomen wordt. Het zand wordt [3 bij verontreiniging]3 vervangen.
[1 16° de ruimten voldoen aan de geldende voorschriften voor een aangepaste inrichting voor personen met een handicap [3 ;]3]1
[3 17° er zijn verscheidene speelzones;]3
[3 18° de veiligheid van de ruimten wordt in het bijzonder bewezen door een gunstig brandveiligheidsadvies van de bevoegde brandweercommandant.]3
Art. 87. Sans préjudice des articles 19 à 22, les conditions supplémentaires suivantes sont applicables aux crèches en ce qui concerne les caractéristiques des locaux :
[3 la superficie minimale est, par place d'accueil, de 6 m2 pour les zones de jeu et de repas ainsi que de 2 m2 pour les zones de sommeil et de repos]3;
si la crèche est implantée dans un bâtiment ayant d'autres affectations que l'accueil d'enfants, la crèche doit avoir un accès indépendant;
la crèche est aménagée de manière à permettre le contrôle de l'accès de personnes extérieures;
la zone pour les activités extérieures, mentionnée à l'article 19, peut être fermée de manière sécurisée;
les escaliers sont munis de contremarches et d'une barrière de sécurité. Les escaliers sont pourvus d'une double main courante, l'une à hauteur d'enfant et l'autre à hauteur d'adulte. A défaut, ils ne peuvent être empruntés par des enfants que si ceux-ci sont accompagnés par des adultes. Les escaliers en colimaçon ne peuvent être empruntés par les enfants, seuls ou accompagnés d'adultes;
tous les locaux accessibles aux enfants sont pourvus d'un revêtement de sol antidérapant. Il n'y a aucun tapis;
dans les locaux destinés à l'accueil, les ouvertures donnant de la lumière du jour couvrent au moins un sixième de la surface au sol;
le local destiné au sommeil est séparé des autres et conçu de manière à être isolé acoustiquement des autres zones. Si des nourrissons sont gardés, une surface de repos séparée doit être prévue pour eux;
[2 les lits et les berceaux répondent aux instructions du ministre]2;
10° la crèche dispose d'une pièce d'isolement avec contact visuel donnant sur les locaux d'accueil;
11° l'aménagement de la cuisine mentionnée [3 à l'article 20, 3°]3, permet une distribution rapide et simple de la nourriture;
12° la zone sanitaire est équipée de lavabos, de tables à langer, ainsi que de toilettes et lave-mains adaptés à l'âge des enfants, le tout en nombre suffisant;
13° les locaux sont nettoyés quotidiennement les jours d'ouverture. Le mode de nettoyage des sols, des surfaces et du matériel est compatible avec l'accueil de jeunes enfants;
14° la crèche veille à un nettoyage régulier du matériel et de la literie;
15° les éventuels bacs à sable sont recouverts de manière à éviter toute pollution. Le sable est renouvelé [3 en cas de pollution]3.
[1 16° les locaux répondent aux prescriptions en vigueur en matière d'accessibilité pour les personnes handicapées [3 ;]3]1
[3 17° il y a plusieurs zones de jeux;]3
[3 18° la sécurité des locaux est notamment attestée par un avis positif en matière de sécurité incendie établi par le commandant des pompiers compétent.]3
Afdeling 2. - Bijzondere verplichtingen
Section 2. - Obligations particulières
Art. 88. § 1 - De crèche zorgt ervoor dat voldoende kinderbegeleiders aanwezig zijn en beschikt minstens over het aantal kinderbegeleiders bepaald in de volgende [2 ...]2 tabel :
[1
Art. 88. § 1er - La crèche veille à la présence d'un nombre suffisant de gardes d'enfants et dispose au moins de gardes d'enfants conformément au tableau [2 ...]2 suivant :
[1
Aantal plaatsen in de opvangAantal voltijds equivalente kinderbegeleiders
18 3
21 3,5
24 4
27 4,5
30 5
33 5,5
36 6
39 6,5
42 7
45 7,5
48 8
51 8,5
54 9
57 9,5
60 10
63 10,5
66 11
69 11,5
72 12
Aantal plaatsen in de opvang
Aantal voltijds equivalente kinderbegeleiders 18 3 21 3,5 24 4 27 4,5 30 5 33 5,5 36 6 39 6,5 42 7 45 7,5 48 8 51 8,5 54 9 57 9,5 60 1063 10,5 66 11 69 11,5 72 12
]1
§ 2 - De crèche beschikt minstens over het sociaal-pedagogisch geschoold personeel bepaald in de volgende [2 ...]2 tabel :
[1
Nombre de places d'accueil Nombre de gardes d'enfants en équivalents temps plein
18 3
21 3,5
24 4
27 4,5
30 5
33 5,5
36 6
39 6,5
42 7
45 7,5
48 8
51 8,5
54 9
57 9,5
60 10
63 10,5
66 11
69 11,5
72 12
Nombre de places d'accueil Nombre de gardes d'enfants en équivalents temps plein 18 3 21 3,5 24 4 27 4,5 30 5 33 5,5 36 6 39 6,5 42 7 45 7,5 48 8 51 8,5 54 9 57 9,5 60 10 63 10,5 66 11 69 11,5 72 12
]1
§ 2 - La crèche dispose au moins de personnel sociopédagogique conformément au tableau [2 ...]2 suivant :
[1
Aantal plaatsen in de opvangAantal voltijds equivalent sociaal- pedagogisch geschoold personeel
18 0,5
21 0,5
24 0,75
27 0,75
30 1
33 1
36 1,25
39 1,25
42 1,50
45 1,50
48 1,75
51 1,75
54 2
57 2
60 2,25
63 2,25
66 2,5
69 2,5
72 2,75
Aantal plaatsen in de opvang
Aantal voltijds equivalent sociaal- pedagogisch geschoold personeel 18 0,5 21 0,5 24 0,75 27 0,75 30 1 33 1 36 1,25 39 1,25 42 1,50 45 1,50 48 1,75 51 1,75 54 2 57 2 60 2,25 63 2,25 66 2,5 69 2,5 72 2,75
]1
§ 3 - Voor de functie van invaller beschikt de crèche minstens over het aantal kinderbegeleiders bepaald in de volgende [2 ...]2 tabel :
[1
Nombre de places d'accueil Nombre d'équivalents temps plein pour le personnel socio-pédagogique spécialisé
18 0,5
21 0,5
24 0,75
27 0,75
30 1
33 1
36 1,25
39 1,25
42 1,50
45 1,50
48 1,75
51 1,75
54 2
57 2
60 2,25
63 2,25
66 2,5
69 2,5
72 2,75
Nombre de places d'accueil Nombre d'équivalents temps plein pour le personnel socio-pédagogique spécialisé 18 0,5 21 0,5 24 0,75 27 0,75 30 1 33 1 36 1,25 39 1,2542 1,5045 1,50 48 1,75 51 1,75 54 2 57 2 60 2,25 63 2,25 66 2,5 69 2,5 72 2,75
]1
§ 3 - La crèche dispose au moins de gardes remplaçants conformément au tableau [2 ...]2 suivant :
[1
Aantal plaatsen in de opvang Aantal voltijds equivalente kinderbegeleiders in de functie van invaller
18 0,5
21 0,5
24 0,75
27 0,75
30 1
33 1
36 1,25
39 1,25
42 1,50
45 1,50
48 1,75
51 1,75
54 2
57 2
60 2,25
63 2,25
66 2,5
69 2,5
72 2,75
Aantal plaatsen in de opvang Aantal voltijds equivalente kinderbegeleiders in de functie van invaller 18 0,5 21 0,5 24 0,75 27 0,75 30 1 33 1 36 1,25 39 1,25 42 1,50 45 1,50 48 1,75 51 1,75 54 2 57 2 60 2,25 63 2,25 66 2,5 69 2,5 72 2,75
]1
§ 4 [2 ...]2.
§ 5 [2 - De kinderbegeleiders beschikken minstens over een van de diploma's en getuigschriften vermeld in artikel 18.1 van het besluit van de Regering van 7 juni 2001 houdende organisatie van de organismen van openbaar nut der Duitstalige Gemeenschap en houdende regeling van de aanwerving, de loopbaan en de bezoldiging van de ambtenaren ervan.
De Minister kan houders van andere kwalificaties toelaten. De Minister beslist na een advies van het departement binnen zestig dagen na ontvangst van de volledige schriftelijke aanvraag. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.]2

§ 6 - In afwijking van artikel 92, § 1, tweede lid, wordt voor de subsidiëring van de personen vermeld in § 5, tweede lid, de door de Regering voor de personeelssubsidiëring in de sectoren "Sociale Aangelegenheden" en "Gezondheid" bepaalde weddeschalen voor kinderbegeleider als hoogste subsidie in aanmerking genomen.
§ 7 - Artikel 62, §§ 3 tot 5, geldt mutatis mutandis ook voor de crèches.
Nombre de places d'accueil Nombre de gardes d'enfants remplaçants en équivalents temps plein
18 0,5
21 0,5
24 0,75
27 0,75
30 1
33 1
36 1,25
39 1,25
42 1,50
45 1,50
48 1,75
51 1,75
54 2
57 2
60 2,25
63 2,25
66 2,5
69 2,5
72 2,75
Nombre de places d'accueil Nombre de gardes d'enfants remplaçants en équivalents temps plein 18 0,5 21 0,5 24 0,75 27 0,75 30 1 33 1 36 1,25 39 1,25 42 1,50 45 1,50 48 1,75 51 1,75 54 2 57 2 60 2,25 63 2,25 66 2,5 69 2,5 72 2,75
]1
§ 4 [2 ...]2.
§ 5 [2 - Les gardes d'enfants sont porteurs au moins d'un des diplômes et certificats répertoriés à l'article 18.1 de l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2001 portant organisation des organismes d'intérêt public de la Communauté germanophone et réglant le recrutement, la carrière et le statut pécuniaire de leurs agents.
Le ministre peut admettre des porteurs d'autres qualifications. Le ministre statue dans les soixante jours de la réception de la demande écrite complète en se basant sur l'avis du département. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être rejetée.]2

§ 6 - Par dérogation à l'article 92, § 1er, alinéa 2, le plafond retenu pour le subventionnement des personnes mentionnées au § 5, alinéa 2, est l'échelle de traitement de garde d'enfants fixée par le Gouvernement pour le subventionnement du personnel dans les domaines Affaires sociales et Santé.
§ 7 - L'article 62, §§ 3 à 5, est applicable mutatis mutandis aux crèches.
Art. 89. Artikel 64 en de artikelen 67 tot 69 gelden mutatis mutandis ook voor de crèches.
Art. 89. Les articles 64 et 67 à 69 sont applicables mutatis mutandis aux crèches.
Afdeling 3. - Subsidiëring
Section 3. - Subventionnement
Art. 90. Onder voorbehoud van de toepassing van een beheerscontract als bedoeld in artikel 13 van het decreet kunnen erkende crèches, binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling subsidie krijgen.
Art. 90. Sans préjudice d'un éventuel contrat de gestion conclu conformément à l'article 13 du décret, les crèches agréées peuvent obtenir des subsides conformément aux dispositions de la présente section dans les limites des crédits budgétaires disponibles.
Art. 91. § 1 - Om gesubsidieerd te kunnen worden, moet de minimale bezettingsgraad van de crèche tijdens de 220 vastgelegde openingsdagen gemiddeld bij 70 % liggen.
§ 2 - De bezettingsgraad wordt eenmaal per jaar berekend op basis van de werkelijke aanwezigheden, waarbij zowel de hele als de halve dagen [2 alsook de door een medisch attest bewezen afwezigheden wegens ziekte van de kinderen]2 als volledige aanwezigheden tellen. Voor de berekening van de bezettingsgraad wordt de volgende formule toegepast :
Theoretische maximale opvangcapaciteit : 220 T x opvangcapaciteit = X; berekening van de bezettingsgraad : werkelijk aantal opvangdagen = Y = % van X.
§ 3 - Na de opening van een nieuwe crèche begint een driejarige startfase voor de berekening van de gemiddelde minimale bezettingsgraad.
In afwijking van § 1 kan de gemiddelde bezettingsgraad in het eerste kalenderjaar na de opening tussen 30 % en 50 % liggen. In het tweede kalenderjaar kan hij tussen 50 % en 70 % liggen.
In het derde kalenderjaar van die startfase moet een gemiddelde bezettingsgraad van 70 % gehaald worden. Indien die bezettingsgraad niet gehaald wordt, wordt het aantal erkende plaatsen verminderd. Indien het om een crèche met 18 plaatsen gaat, wordt de subsidiëring vanaf het volgende jaar stopgezet.
Indien een crèche na de driejarige startfase in één van de daaropvolgende kalenderjaren de in § 1 vermelde bezettingsgraad niet behaalt, kan ze nog één jaar voortgezet worden. Indien ze na dat kalenderjaar nog altijd niet aan de gemiddelde minimale bezettingsgraad voldoet, wordt het aantal erkende plaatsen verminderd. Indien het om een crèche met 18 plaatsen gaat, wordt de subsidiëring vanaf het volgende jaar stopgezet.
§ 4 - [1 Een uitbreiding van het aantal plaatsen moet vooraf worden goedgekeurd.
Daartoe dient de crèche een individuele schriftelijke aanvraag bij het departement in. Binnen 60 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, stelt het departement een advies op en zendt het over aan de Minister. Indien binnen die termijn geen advies wordt verstrekt, wordt dit beschouwd als een negatief advies.
Binnen 15 dagen na ontvangst van het advies van het departement, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de aanpassing wordt goedgekeurd. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de goedkeuring als geweigerd]1
.
Art. 91. § 1er - Pour être subsidiée, une crèche doit avoir un taux d'occupation minimal de 70 % en moyenne pendant les 220 jours d'ouverture déterminés.
§ 2 - Le calcul du taux d'occupation est effectué un fois par année sur la base des présences effectives, les jours complets autant que les demi-jours [2 ainsi que les absences dues à une maladie chez les enfants et attestées par un certificat médical]2 étant considérés comme présence complète. Pour calculer le taux d'occupation, la formule suivante est appliquée :
capacité maximale théorique : 220 jours x capacité = X; calcul du taux d'occupation : jours de garde réels = Y = % de X.
§ 3 - Après l'ouverture d'une nouvelle crèche débute une phase de démarrage de trois ans pour le calcul du taux d'occupation minimal moyen.
Par dérogation au § 1er, le taux d'occupation moyen peut osciller entre 30 et 50 % la première année calendrier suivant l'ouverture. La deuxième année, il peut osciller entre 50 et 70 % .
La troisième année de cette phase de démarrage, il faut atteindre un taux d'occupation moyen de 70 % . Si ce n'est pas le cas, le nombre de places agréées est réduit. S'il s'agit d'une crèche de 18 places, le subventionnement est arrêté à partir de l'année suivante.
Si une crèche, au cours de l'une des années suivant la phase de démarrage de trois ans, n'atteint pas le taux d'occupation mentionné au § 1er, elle peut poursuivre pendant un an. Si, au terme de cette année, elle n'atteint toujours pas le taux d'occupation minimal moyen, le nombre de places agréées est réduit. S'il s'agit d'une crèche de 18 places, le subventionnement est arrêté à partir de l'année suivante.
§ 4 -[1 Un élargissement du nombre de places est subordonné à une autorisation.
A cette fin, la crèche introduit une demande individuelle écrite auprès du département. Dans les soixante jours suivant la réception de la demande complète, le département établit un avis qu'il transmet au ministre. A défaut d'avis au terme de ce délai, celui-ci est réputé négatif.
Dans les quinze jours suivant la réception de l'avis rendu par le département ou au terme du délai mentionné à l'alinéa 2, le ministre statue sur l'autorisation de l'adaptation. A défaut de décision dans le délai imparti, l'autorisation est censée être refusée]1
.
Art. 91.1. [1 Voor de aanneembare personeelskosten ontvangt de crèche, met inachtneming van de voorwaarden vermeld in artikel 92, een subsidie die overeenstemt met 100 % van de werkelijke personeelskosten.]1
Art. 91.1. [1 Pour les frais de personnel admissibles, la crèche reçoit, dans le respect des conditions énumérées à l'article 92, un subside égal à 100 % des frais de personnel réels.]1
Art. 92. § 1 - Voor de subsidiëring van de personeelskosten [1 wordt het besluit van de Regering van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid" toegepast]1.
[2 Voor de kinderbegeleiders en het sociaal-psychologisch geschoold personeel wordt alleen rekening gehouden met de kosten voor personeelsleden die de diploma's hebben die in artikel 88, § § 5 en 7, worden toegestaan.]2
§ 2 - Voor de subsidiëring van de personeelskosten van de crèche wordt de volgende [4 ...]4 tabel in aanmerking genomen :
[2
Art. 92. § 1er - [1 L'arrêté du Gouvernement du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santé est appliqué]1 pour le subventionnement des frais relatifs au personnel.
[2 Pour les gardes d'enfants et le personnel sociopédagogique spécialisé, seuls sont pris en considération les frais des membres du personnel qui sont porteurs du diplôme autorisé par l'article 88, § § 5 et 7.]2
§ 2 - Le tableau [4 ...]4 suivant est pris en considération pour le subventionnement des frais relatifs au personnel de la crèche :
[2
Aantal plaatsen in de opvangMinimumaantal opvangdagenSubsidiëring aantal voltijds equivalente kinder-
begeleiders (invallers inbegrepen)
Subsidiëring aantal voltijds equivalent sociaal-
psychologisch geschoold personeel
Subsidiëring aantal VTE koksSubsidiëring aantal VTE poetspersoneel
18 2.772 4,7 0,50 0,5 0,5
21 3.234 5,5 0,50 0,5 0,5
24 3.696 6,3 0,75 0,6 0,6
27 4.158 7,1 0,75 0,7 0,7
30 4.620 7,9 1 0,8 0,8
33 5.082 8,7 1 0,8 0,8
36 5.544 9,5 1,25 0,9 0,9
39 6.006 10,2 1,25 1,0 1,0
42 6.468 11,0 1,50 1,1 1,1
45 6.930 11,8 1,50 1,1 1,1
48 7.392 12,6 1,75 1,2 1,2
51 7.854 13,4 1,75 1,3 1,3
54 8.316 14,2 2,0 1,4 1,4
57 8.778 15,0 2,0 1,4 1,4
60 9.240 15,8 2,5 1,5 1,5
63 9.702 16,5 2,5 1,6 1,6
66 10.164 17,3 2,75 1,7 1,7
69 10.626 18,1 2,75 1,7 1,7
72 11.088 18,9 3 1,8 1,8
Aantal plaatsen in de opvang
Minimumaantal opvangdagen
Subsidiëring aantal voltijds equivalente kinder-
begeleiders (invallers inbegrepen)
Subsidiëring aantal voltijds equivalent sociaal-
psychologisch geschoold personeel Subsidiëring aantal VTE koks
Subsidiëring aantal VTE poetspersoneel 18 2.772 4,7 0,50 0,5 0,5 21 3.234 5,5 0,50 0,5 0,5 24 3.696 6,3 0,75 0,6 0,6 27 4.158 7,1 0,75 0,7 0,7 30 4.620 7,9 1 0,8 0,8 33 5.082 8,7 1 0,8 0,8 36 5.544 9,5 1,25 0,9 0,9 39 6.006 10,2 1,25 1,0 1,0 42 6.468 11,0 1,50 1,1 1,1 45 6.930 11,8 1,50 1,1 1,148 7.392 12,6 1,75 1,2 1,2 51 7.854 13,4 1,75 1,3 1,3 54 8.316 14,2 2,0 1,4 1,4 57 8.778 15,0 2,0 1,4 1,4 60 9.240 15,8 2,5 1,5 1,5 63 9.702 16,5 2,5 1,6 1,6 66 10.164 17,3 2,75 1,7 1,7 69 10.626 18,1 2,75 1,7 1,7 72 11.088 18,9 3 1,8 1,8
]2
Indien in het kader van tewerkstellingsmaatregelen subsidies worden verkregen, worden die subsidies afgetrokken.
[3 § 2.1 - Naast de subsidiëring vermeld in § 2 wordt voor de subsidiëring van de personeelskosten van een crèche die geen deel uitmaakt van een centrum voor kinderopvang, de volgende [4 ...]4 tabel in aanmerking genomen:
Nombre de places d'accueil Nombre minimal de jours de garde Subside pour nombre de gardes d'enfants en équivalents temps plein (y compris les remplaçants) Subside pour nombre d'équivalents temps plein pour le personnel sociopédagogique spécialisé Subside pour nombre d'équivalents temps plein Cuisinier Subside pour nombre d'équivalents temps plein Technicien de surface
18 2 772 4,7 0,50 0,5 0,5
21 3 234 5,5 0,50 0,5 0,5
24 3 696 6,3 0,75 0,6 0,6
27 4 158 7,1 0,75 0,7 0,7
30 4 620 7,9 1 0,8 0,8
33 5 082 8,7 1 0,8 0,8
36 5 544 9,5 1,25 0,9 0,9
39 6 006 10,2 1,25 1,0 1,0
42 6 468 11,0 1,50 1,1 1,1
45 6 930 11,8 1,50 1,1 1,1
48 7 392 12,6 1,75 1,2 1,2
51 7 854 13,4 1,75 1,3 1,3
54 8 316 14,2 2,0 1,4 1,4
57 8 778 15,0 2,0 1,4 1,4
60 9 240 15,8 2,5 1,5 1,5
63 9 702 16,5 2,5 1,6 1,6
66 10 164 17,3 2,75 1,7 1,7
69 10 626 18,1 2,75 1,7 1,7
72 11 088 18,9 3 1,8 1,8
Nombre de places d'accueil Nombre minimal de jours de garde Subside pour nombre de gardes d'enfants en équivalents temps plein (y compris les remplaçants) Subside pour nombre d'équivalents temps plein pour le personnel sociopédagogique spécialisé Subside pour nombre d'équivalents temps plein Cuisinier Subside pour nombre d'équivalents temps plein Technicien de surface 18 2 772 4,7 0,50 0,5 0,521 3 234 5,5 0,50 0,5 0,5 24 3 696 6,3 0,75 0,6 0,6 27 4 158 7,1 0,75 0,7 0,7 30 4 620 7,9 1 0,8 0,8 33 5 082 8,7 1 0,8 0,8 36 5 544 9,5 1,25 0,9 0,9 39 6 006 10,2 1,25 1,0 1,0 42 6 468 11,0 1,50 1,1 1,1 45 6 930 11,8 1,50 1,1 1,1 48 7 392 12,6 1,75 1,2 1,2 51 7 854 13,4 1,75 1,3 1,3 54 8 316 14,2 2,0 1,4 1,4 57 8 778 15,0 2,0 1,4 1,4 60 9 240 15,8 2,5 1,5 1,5 63 9 702 16,5 2,5 1,6 1,6 66 10 164 17,3 2,75 1,7 1,7 69 10 626 18,1 2,75 1,7 1,7 72 11 088 18,9 3 1,8 1,8
]2
Tout subside éventuellement obtenu dans le cadre de mesures favorisant l'emploi est déduit.
[3 § 2.1 - Outre le subside énuméré au § 2 est pris en compte, pour la subsidiation des frais de personnel des crèches qui ne relèvent pas d'un centre d'accueil, le tableau [4 ...]4 suivant :
Aantal plaatsenSubsidiëring aantal VTE administratief medewerkers of opstellers Subsidiëring aantal VTE sociaal-
psychologisch geschoold personeel
18 0,50 0,50
21 0,50 0,50
24 0,75 0,75
27 0,75 0,75
30 0,75 0,75
33 1,00 1,00
36 1,00 1,00
39 1,00 1,00
42 1,25 1,25
45 1,25 1,25
48 1,25 1,25
51 1,50 1,50
54 1,50 1,50
57 1,50 1,50
60 1,75 1,75
63 1,75 1,75
66 1,75 1,75
69 2,00 2,00
72 2,00 2,00
Aantal plaatsen
Subsidiëring aantal VTE administratief medewerkers of opstellers Subsidiëring aantal VTE sociaal-
psychologisch geschoold personeel 18 0,50 0,50 21 0,50 0,50 24 0,75 0,75 27 0,75 0,75 30 0,75 0,75 33 1,00 1,00 36 1,00 1,00 39 1,00 1,00 42 1,25 1,25 45 1,25 1,25 48 1,25 1,25 51 1,50 1,50 54 1,50 1,50 57 1,50 1,50 60 1,75 1,75 63 1,75 1,75 66 1,75 1,75 69 2,00 2,00 72 2,00 2,00
Indien in het kader van tewerkstellingsmaatregelen subsidies worden verkregen, worden die subsidies afgetrokken.]3
§ 3 - Artikel 72, § 5, geldt mutatis mutandis ook voor de crèches.
Nombre de places Subsidiation Nombre ETP Agent administratif ou Rédacteur Subventionnement Nombre ETP pour le personnel sociopédagogique spécialisé
18 0,50 0,50
21 0,50 0,50
24 0,75 0,75
27 0,75 0,75
30 0,75 0,75
33 1,00 1,00
36 1,00 1,00
39 1,00 1,00
42 1,25 1,25
45 1,25 1,25
48 1,25 1,25
51 1,50 1,50
54 1,50 1,50
57 1,50 1,50
60 1,75 1,75
63 1,75 1,75
66 1,75 1,75
69 2,00 2,00
72 2,00 2,00
Nombre de places Subsidiation Nombre ETP Agent administratif ou Rédacteur Subventionnement Nombre ETP pour le personnel sociopédagogique spécialisé 18 0,50 0,50 21 0,50 0,50 24 0,75 0,75 27 0,75 0,75 30 0,75 0,75 33 1,00 1,00 36 1,00 1,00 39 1,00 1,00 42 1,25 1,25 45 1,25 1,25 48 1,25 1,25 51 1,50 1,50 54 1,50 1,50 57 1,50 1,50 60 1,75 1,75 63 1,75 1,75 66 1,75 1,75 69 2,00 2,00 72 2,00 2,00
Les éventuels subsides reçus pour les mesures en faveur de l'emploi sont déduits.]3
§ 3 - L'article 72, § 5, est applicable mutatis mutandis aux crèches.
Art. 93. § 1- De crèche kan voor de opvang van kinderen met een beperking of met bijzondere zorgbehoeften, voor zover die kinderen meer begeleiding en aandacht nodig hebben, een aanvullende subsidie van [1 5,45]1 euro per hele opvangdag en van [1 3,27]1 euro per halve opvangdag ontvangen.
Te dien einde dient de crèche een individuele schriftelijke aanvraag in bij het departement, samen met een door een gespecialiseerde instelling of een geneesheer-specialist uitgebracht advies of eventueel een sociaal verslag. Binnen 30 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, stelt het departement een advies op en zendt het over aan de Minister. Indien binnen die termijn geen advies wordt verstrekt, wordt dit beschouwd als een negatief advies.
Binnen zestig dagen na ontvangst van het advies van het departement, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de subsidie wordt toegekend. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.
§ 2 [2 ...]2.
Art. 93. § 1er - Pour l'accueil d'enfants handicapés ou nécessitant des soins particuliers, la crèche peut obtenir un subside supplémentaire de [1 5,45 ]1 euros pour une garde d'une journée complète et de [1 3,27 ]1 euros pour une garde d'une demi-journée, dans la mesure où ces enfants ont besoin d'un encadrement plus intensif et d'une attention plus soutenue.
A cette fin, la crèche introduit auprès du département une demande individuelle écrite, accompagnée d'un avis émis par un établissement spécialisé ou un médecin spécialiste ou, le cas échéant, d'un rapport social. Dans les 30 jours suivant la réception de la demande complète, le département établit un avis qu'il transmet au ministre. A défaut d'avis au terme de ce délai, l'avis est réputé négatif.
Dans les 60 jours suivant la réception de l'avis rendu par le département ou le terme du délai mentionné à l'alinéa 2 selon le cas, le ministre statue sur l'octroi du subside. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être rejetée.
§ 2 [2 ...]2.
Art. 94. Voor de organisatie van de voortgezette opleiding vermeld in artikel 14 ontvangt de crèche een jaarlijks forfait van [3 41,03 euro per opvangplaats]3.
Art. 94. Pour organiser la formation continue visée à l'article 14, la crèche obtient un forfait annuel de [3 41,03 euros par place d'accueil]3.
Art. 94.1. [1 Voor de administratiekosten ontvangt de crèche een jaarlijks forfaitair bedrag van 287,19 euro per opvangplaats.]1
Art. 94.1. [1 - Pour les frais administratifs, la crèche reçoit un forfait annuel de 287,19 euros par place d'accueil.]1
Art. 95. De artikelen 77 tot 78 gelden mutatis mutandis ook voor de crèches.
Art. 95. Les articles 77 à 78 sont applicables mutatis mutandis aux crèches.
Afdeling 4. - Kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding
Section 4. - Participation aux frais supportée par les personnes chargées de l'éducation
Art. 96. De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de crèches die door de Duitstalige Gemeenschap gesubsidieerd worden [1 , alsook op die van het centrum voor kinderopvang]1.
Art. 96. Les dispositions de la présente section sont applicables aux crèches subventionnées par la Communauté germanophone [1 ainsi qu'à celles du centre d'accueil]1.
Art. 97. [1 - Voor de toepassing van deze afdeling geldt:
a) opvang voor een hele dag: kinderopvang van vijf uur of meer, maar van minder dan tien uur per dag;
b) opvang voor een halve dag: kinderopvang van minder dan vijf uur per dag;
c) langdurige opvang: kinderopvang van tien uur of meer per dag.]1

Art. 97. [1 - Pour l'application de la présente section, l'on entend par :
a) garde d'une journée complète : l'accueil d'enfants d'une durée de cinq heures ou plus, mais de moins de dix heures par jour;
b) garde d'une demi-journée : l'accueil d'enfants d'une durée de moins de cinq heures par jour;
c) garde de longue durée : l'accueil d'enfants d'une durée de dix heures ou plus par jour.]1

Art. 98. [1 - De artikelen 82 tot 85 gelden mutatis mutandis ook voor de crèches, met uitzondering van artikel 82, § 2, eerste lid, 3°.]1
Art. 98. [1 - Les articles 82 à 85 sont applicables mutatis mutandis aux crèches, à l'exception de l'article 82, § 2, alinéa 1er, 3°.]1
Hoofdstuk 3. [1 - Co-initiatief voor de opvang van baby's en peuters]1
Chapitre 3. [1 - Co-initiative pour l'accueil des jeunes enfants]1
Afdeling 1.
Section 1re.
Art. 99.
Art. 99.
Art. 100.
Art. 100.
Afdeling 2.
Section 2.
Art. 101.
Art. 101.
Art. 102.
Art. 102.
Art. 103.
Art. 103.
Afdeling 3.
Section 3.
Art. 104.
Art. 104.
Art. 105.
Art. 105.
Art. 106.
Art. 106.
Art. 107.
Art. 107.
Hoofdstuk 4. - Locaties voor buitenschoolse opvang
Chapitre 4. - Lieux d'accueil extrascolaire
Afdeling 1. - Bijzondere erkenningsvoorwaarden
Section 1re. - Conditions particulières d'agréation
Art. 107.1. [1 - De bepalingen van deze afdeling zijn uitsluitend van toepassing op de locaties voor buitenschoolse opvang die de kinderopvang niet aanbieden in een vestiging van een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basisschool voor gewoon of gespecialiseerd onderwijs.]1
Art. 107.1. [1 - Les dispositions de la présente section sont uniquement applicables aux lieux d'accueil extrascolaire qui n'assurent pas l'accueil d'enfants dans une implantation d'une école fondamentale ordinaire ou spécialisée organisée ou subventionnée par la Communauté germanophone.]1
Art. 108. In de ruimten van de locatie voor buitenschoolse opvang is minstens een gezellige en kindvriendelijk ingerichte speelruimte en rustruimte.
Art. 108. Dans les locaux où se déroule l'accueil extrascolaire, il y a au moins une salle de jeux et une zone de repos dans un cadre chaleureux et aménagé spécialement pour les enfants.
Art. 108.1. [1 § 1 - Met behoud van de toepassing van de artikelen 19 tot 22 gelden voor de locaties voor buitenschoolse opvang de volgende aanvullende voorwaarden voor de inrichting van de ruimten :
de minimale oppervlakte van de totale opvangruimte bedraagt 3 m2 per kind;
indien de locatie voor buitenschoolse opvang tijdens bepaalde perioden kan teruggrijpen op aanvullende ruimten, bedraagt de minimale oppervlakte tijdens die periode 2,5 m2 per kind;
de sanitaire inrichtingen zijn zo ingericht dat minstens één toilet en één handwastafel voor 11 kinderen ter beschikking staan.
§ 2 - In gemotiveerde uitzonderingsgevallen kan de Minister de locatie voor buitenschoolse opvang hoogstens zes maanden de tijd geven om aan de normen vermeld in § 1 te voldoen. De Minister beslist na een advies van het departement binnen 60 dagen na ontvangst van de volledige schriftelijke aanvraag. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.
Op gemotiveerd verzoek kan de locatie voor buitenschoolse opvang, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van de in het eerste lid gestelde termijn, de Minister telkens vragen om de termijn met hoogstens zes maanden te verlengen. De Minister beslist na een advies van het departement binnen 60 dagen na ontvangst van de volledige schriftelijke aanvraag. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.]1

Art. 108.1. [1 § 1er - Sans préjudice des articles 19 à 22, les conditions supplémentaires suivantes sont applicables aux lieux d'accueil extrascolaire en ce qui concerne les caractéristiques des locaux :
la superficie minimale de la surface totale d'accueil s'élève à 3 m2 par enfant;
si, à des périodes déterminées, l'implantation de l'accueil extrascolaire peut avoir recours à des locaux supplémentaires, la surface minimale est de 2,5 m2 par enfant pendant ce temps;
les installations sanitaires sont aménagées de telle manière qu'il y ait un WC et un lave-mains pour onze enfants.
§ 2 - Dans des cas exceptionnels justifiés, le ministre peut concéder au lieu d'accueil extrascolaire un délai de six mois au plus pour se conformer aux normes mentionnées au § 1er. Le Ministre statue sur avis du département dans les soixante jours suivant la réception de la demande écrite complète. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être refusée.
Sur demande motivée, le lieu d'accueil extrascolaire peut, au plus tard deux mois avant l'expiration du délai mentionné au premier alinéa, demander au Ministre une prolongation du délai pour six mois au plus. Le Ministre statue sur avis du département dans les soixante jours suivant la réception de la demande écrite complète. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être refusée. ]1

Afdeling 2. - Bijzondere verplichtingen
Section 2. - Obligations particulières
Art. 109. De opvang die door de locatie voor buitenschoolse opvang wordt aangeboden, is duidelijk gescheiden van het dagelijkse schoolleven. Die scheiding komt duidelijk tot uiting in de organisatie, de lokalen en het opvangconcept.
Art. 109. L'offre proposée par le lieu d'accueil extrascolaire doit se distinguer nettement de la vie scolaire quotidienne. Cette distinction se reflète clairement au niveau de l'organisation, des locaux et du concept d'accueil.
Art. 110. [1 - § 1 - De locatie voor buitenschoolse opvang zorgt ervoor dat voldoende kinderbegeleiders aanwezig zijn en beschikt minstens over het aantal kinderbegeleiders bepaald in de volgende tabel:
Art. 110. § 1er [1 - Le lieu d'accueil extrascolaire veille à la présence d'un nombre suffisant de gardes d'enfants et dispose au moins de gardes d'enfants conformément au tableau suivant :
Gemiddelde aanwezigheid Aantal kinderbegeleiders
1-16 1
17-32 2
33-48 3
49-64 4
65-80 5
81-96 6
Gemiddelde aanwezigheid Aantal kinderbegeleiders 1-16 1 17-32 233-48 3 49-64 4 65-80 5 81-96 6
[1 Présence moyenneNombre de gardes d'enfants
1-161
17-322
33-483
49-644
65-805
81-966]1
(1)2023-12-14/64, art. 54, 010; En vigueur : 01-01-2024>
[1 Présence moyenneNombre de gardes d'enfants1-16117-32233-48349-64465-80581-966]1(1)
De gemiddelde aanwezigheid wordt berekend door het totaal aantal aanwezige kinderen per openingsdag te delen door het aantal openingsdagen per kalenderjaar.
§ 2 - Artikel 88, Ї 5, geldt mutatis mutandis ook voor de locaties voor buitenschoolse opvang.
§ 3 - In gemotiveerde uitzonderingsgevallen kan de Minister aan de locatie voor buitenschoolse opvang een termijn toekennen waarbinnen die locatie aan de normen vermeld in paragraaf 1 moet voldoen. De Minister beslist na een advies van het departement binnen zestig dagen na ontvangst van de volledige schriftelijke aanvraag. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.]1
La présence moyenne s'obtient en divisant le nombre total d'enfants présents par jour d'ouverture par le nombre de jours d'ouverture d'une année calendrier.
§ 2 - L'article 88, § 5, est applicable mutatis mutandis aux lieux d'accueil extrascolaire.
§ 3 - Dans des cas exceptionnels justifiés, le ministre peut accorder au lieu d'accueil extrascolaire un délai pour se conformer aux normes mentionnées au § 1er. Le ministre statue dans les soixante jours de la réception de la demande écrite complète en se basant sur l'avis du département. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être rejetée.]1
Art. 111. De locatie voor buitenschoolse opvang biedt minstens vier dagen per schoolweek voorschoolse en/of naschoolse opvang aan.
De locatie voor buitenschoolse opvang kan ook kinderopvang tijdens de schoolvakanties aanbieden.
Art. 111. Le lieu d'accueil extrascolaire assure l'accueil proposé avant et/ou après l'école au moins 4 jours par semaine scolaire.
Le lieu d'accueil extrascolaire peut également proposer un accueil pendant les vacances scolaires.
Art. 112. De locatie voor buitenschoolse opvang zorgt voor de veiligheid van de kinderen op de weg tussen de school en de lokalen van de buitenschoolse opvang en bij eventuele buitenactiviteiten.
Art. 112. Le lieu d'accueil extrascolaire veille à la sécurité des enfants sur le chemin séparant l'école et les locaux où se déroule l'accueil extrascolaire ainsi que lors d'éventuelles activités extérieures.
Afdeling 3. - Subsidiëring
Section 3. - Subventionnement
Art. 113. Onder voorbehoud van de toepassing van een beheerscontract als bedoeld in artikel 13 van het decreet kunnen erkende locaties voor buitenschoolse opvang, binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling subsidie krijgen.
Art. 113. Sans préjudice d'un éventuel contrat de gestion conclu conformément à l'article 13 du décret, les lieux d'accueil extrascolaire agréés peuvent obtenir des subsides conformément aux dispositions de la présente section dans les limites des crédits budgétaires disponibles.
Art. 114. § 1 [2 - Om subsidie te kunnen krijgen, zijn er gemiddeld genomen over het kalenderjaar minstens zes kinderen aanwezig in de locatie voor buitenschoolse opvang. De gemiddelde aanwezigheid wordt berekend door het totaal aantal aanwezige kinderen per opvangeenheid te delen door het aantal openingsdagen per kalenderjaar. Elke openingsdag kan ofwel één, ofwel twee opvangeenheden omvatten. Bij twee opvangeenheden is er één voorschoolse en één naschoolse opvangeenheid.]2
§ 2 - Na de opening van een nieuwe locatie voor buitenschoolse opvang begint een tweejarige startfase.
In afwijking van [2 paragraaf 1]2 moet de gemiddelde aanwezigheid van minstens zes kinderen in het eerste jaar van de startfase niet bereikt worden. Indien die gemiddelde minimumaanwezigheid in het tweede jaar van de startfase niet bereikt wordt, wordt de subsidiëring van de locatie vanaf het volgende jaar stopgezet.
Indien een locatie na de tweejarige startfase in één van de daaropvolgende kalenderjaren de in [2 paragraaf 1]2 vermelde gemiddelde minimumaanwezigheid niet behaalt, kan de locatie het volgende jaar nog verder gesubsidieerd worden. Indien de locatie na dat kalenderjaar nog altijd niet aan de gemiddelde minimumaanwezigheid voldoet, wordt de subsidiëring van de locatie stopgezet.
Art. 114. § 1er [2 - Pour pouvoir être subsidié, le lieu d'accueil extrascolaire compte une présence moyenne d'au moins six enfants par année calendrier. La présence moyenne est calculée en divisant le nombre total d'enfants présents par unité d'accueil par le nombre de jours d'ouverture d'une année calendrier. Chaque jour d'ouverture peut comporter une ou deux unités d'accueil. En cas de deux unités d'accueil, l'une se situe avant le début de la journée scolaire et l'autre après]2.
§ 2 - Après l'ouverture d'un nouveau lieu d'accueil extrascolaire débute une phase de démarrage de deux ans.
Par dérogation au § 1er, [2 ...]2 la présence moyenne d'au moins six enfants ne doit pas être atteinte la première année de la phase de démarrage. Si cette présence minimale moyenne n'est pas atteinte la deuxième année de la phase de démarrage, le subventionnement du lieu d'accueil extrascolaire est arrêté dès l'année suivante.
Si un lieu d'accueil extrascolaire, au cours de l'une des années suivant la phase de démarrage de deux ans, n'atteint pas la présence minimale moyenne mentionnée au § 1er, [2 ...]2 il peut encore être subsidié l'année suivante. Si, au terme de cette année, il n'atteint toujours pas la présence minimale moyenne, le subventionnement est arrêté.
Art. 115. § 1 [1 - Om subsidie te kunnen krijgen, zorgt de locatie voor buitenschoolse opvang ervoor dat voldoende kinderbegeleiders aanwezig zijn en beschikt ze minstens over het aantal kinderbegeleiders bepaald in de volgende tabel:
Art. 115. § 1er [1 - Pour pouvoir être subsidié, un lieu d'accueil extrascolaire veille à la présence d'un nombre suffisant de gardes d'enfants et dispose au moins de gardes d'enfants conformément au tableau suivant :
[1 Gemiddelde aanwezigheidAantal kinderbegeleiders
1-101
11-222
23-363
37-504
51-645]1
(1)2023-12-14/64, art. 56, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
[1 Gemiddelde aanwezigheidAantal kinderbegeleiders1-10111-22223-36337-50451-645]1(1)
[1 Présence moyenneNombre de gardes d'enfants
1-101
11-222
23-363
37-504
51-645]1
(1)2023-12-14/64, art. 56, 010; En vigueur : 01-01-2024>
[1 Présence moyenneNombre de gardes d'enfants1-10111-22223-36337-50451-645]1(1)
De gemiddelde aanwezigheid wordt berekend door het totaal aantal aanwezige kinderen per openingsdag te delen door het aantal openingsdagen per kalenderjaar.
§ 2 - Indien aan de locatie voor buitenschoolse opvang een termijn wordt toegekend waarbinnen ze aan de normen vervat in artikel 110 moet voldoen, blijft de subsidiëring overeenkomstig deze afdeling onaangetast.]1
La présence moyenne s'obtient en divisant le nombre total d'enfants présents par jour d'ouverture par le nombre de jours d'ouverture d'une année calendrier.
§ 2 - S'il est accordé au lieu d'accueil extrascolaire un délai pour se conformer aux normes fixées à l'article 110, le subventionnement conformément à la présente section n'en est pas affecté.]1
Art. 116. [1 - § 1 - Voor de organisatie van een locatie voor buitenschoolse opvang krijgt de dienst voor kinderopvang per opgevangen kind 1,67 euro subsidie voor elk aangevangen opvanguur.
§ 2 - De dienst voor kinderopvang dient de per locatie voor buitenschoolse opvang opgestelde kwartaaloverzichten van de aanwezigheden en het maximale aantal gelijktijdig opgevangen kinderen in bij het departement en dit uiterlijk zes weken na afloop van elk kwartaal.
Als het kwartaaloverzicht van de aanwezigheden te laat wordt ingediend, kan subsidie worden ingehouden: 5 % van de subsidie als het kwartaaloverzicht één maand te laat worden ingediend en 10 % van de subsidie als het twee of meer maanden te laat wordt ingediend.
§ 3 - De dienst voor kinderopvang dient de jaarlijkse bewijzen voor de subsidiëring bij het departement in en dit uiterlijk zes weken na afloop van het laatste kwartaal van het voorafgaande jaar.
Als de jaarlijkse bewijzen te laat worden ingediend, kan subsidie worden ingehouden: 5 % van de subsidie als ze één maand te laat worden ingediend en 10 % van de subsidie als ze twee of meer maanden te laat worden ingediend.]1

Art. 116. [1 - § 1er - Pour l'organisation d'un lieu d'accueil extrascolaire, le service d'accueil obtient un subside de 1,67 euro par enfant gardé et par heure de garde commencée.
§ 2 - Au plus tard six semaines après la fin de chaque trimestre, le service d'accueil introduit auprès du département les états trimestriels reprenant par lieu d'accueil extrascolaire les présences et le nombre maximal d'enfants gardés simultanément.
En cas d'introduction tardive des états trimestriels reprenant les présences, 5 % des subsides peuvent être retenus si le retard est d'un mois, 10 % s'il est de deux mois ou plus.
§ 3 - Au plus tard six semaines après la fin du dernier trimestre de l'année précédente, le service d'accueil introduit auprès du département les justificatifs annuels pour le subventionnement.
En cas d'introduction tardive des justificatifs annuels, 5 % des subsides peuvent être retenus si le retard est d'un mois, 10 % s'il est de deux mois ou plus.]1

Art. 116.1.
Art. 116.1.
Art. 117. [1 - De locatie voor buitenschoolse opvang kan een aanvullende subsidie van 0,65 euro per aangevangen opvanguur krijgen voor de opvang van kinderen met een beperking of met een bijzondere zorgbehoefte, voor zover die kinderen meer begeleiding en aandacht nodig hebben.
Daartoe dient de locatie voor buitenschoolse opvang een individuele schriftelijke aanvraag in bij het departement, samen met een door een gespecialiseerde instelling of een arts-specialist uitgebracht advies of eventueel een sociaal verslag. Binnen dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, stelt het departement een advies op en zendt het over aan de Minister. Indien binnen die termijn geen advies wordt verstrekt, wordt dit beschouwd als een negatief advies.
Binnen zestig dagen na ontvangst van het advies van het centrum, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de afwijking wordt toegestaan. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.]1

Art. 117. [1 - Pour l'accueil d'enfants handicapés ou nécessitant des soins particuliers, le lieu d'accueil extrascolaire peut obtenir un subside supplémentaire de 0,65 euro par heure de garde commencée dans la mesure où ces enfants ont besoin d'un encadrement plus intensif et d'une attention plus soutenue.
A cette fin, le lieu d'accueil extrascolaire introduit auprès du département une demande individuelle écrite accompagnée d'un avis émis par un établissement spécialisé ou un médecin spécialiste ou, le cas échéant, d'un rapport social. Dans les trente jours suivant la réception de la demande complète, le département établit un avis qu'il transmet au ministre. A défaut d'avis au terme de ce délai, l'avis est réputé négatif.
Dans les soixante jours suivant la réception de l'avis rendu par le département ou le terme du délai mentionné à l'alinéa 2 selon le cas, le ministre statue sur l'octroi du subside. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être rejetée.]1

Art. 118.
Art. 118.
Art. 119. [1 Artikel 78 geldt]1 mutatis mutandis ook voor de locaties voor buitenschoolse opvang.
Art. 119. [1 L'article 78 est applicable]1 mutatis mutandis aux lieux d'accueil extrascolaire.
Afdeling 4. [1 - Kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding]1
Section 4. [1 - Participation aux frais supportée par les personnes chargées de l'éducation]1
Art. 119.1. [1 - De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de locaties voor buitenschoolse opvang die door de Duitstalige Gemeenschap gesubsidieerd worden, alsook op die van het centrum voor kinderopvang.]1
Art. 119.1. [1 - Les dispositions de la présente section sont applicables aux lieux d'accueil extrascolaire subventionnés par la Communauté germanophone ainsi qu'à ceux du centre d'accueil.]1
Art. 119.2. [1 - De kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding wordt betaald in de vorm van een forfait van 0,51 euro per aangevangen opvanguur.
De kostenbijdrage dekt niet de kosten voor dieetvoeding, biologische voeding, geneesmiddelen, luiers, poedermelk en specifieke, door de personen belast met de opvoeding gewenste producten.
In afwijking van het eerste lid is het eerste opvanguur van de dag kosteloos.]1

Art. 119.2. [1 - La participation aux frais supportée par les personnes chargées de l'éducation prend la forme d'un forfait à payer de 0,51 euro par heure de garde commencée.
Ne sont pas compris le coût des aliments de régime, des aliments "bio", des médicaments, des langes, du lait en poudre et des produits spécifiques souhaités par les personnes chargées de l'éducation.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la première heure de garde de la journée est gratuite.]1

Art. 119.3. [1 - In afwijking van artikel 119.2 betalen de personen belast met de opvoeding een kostenbijdrage in de vorm van een dagforfait van 7,65 euro voor de kinderopvang in het kader van een buitenschoolse opvang op vakantiedagen en pedagogische conferentiedagen. [2 ...]2.
[2 ...]2
De locatie voor buitenschoolse opvang [2 int het dagforfait]2, ongeacht of het kind werkelijk aanwezig is.
Het dagforfait is niet verschuldigd [2 ...]2 voor de volgende dagen:
de dagen waarop de locatie voor buitenschoolse opvang geen opvang aanbiedt;
de dagen waarop het kind afwezig is wegens ziekte, vanaf de tweede opeenvolgende afwezigheidsdag waarop het kind volgens het opvangplan naar de opvang zou komen, gestaafd door een medisch attest.
[2 ...]2
Art. 119.3. [1 - Par dérogation à l'article 119.2, la participation aux frais supportée par les personnes chargées de l'éducation pour l'accueil dans le cadre d'un accueil extrascolaire prend la forme d'un forfait journalier à payer de 7,65 euros pendant les jours de vacances et lors des journées de conférence pédagogique. [2 ...]2.
[2 ...]2
Le lieu d'accueil extrascolaire [2 réclame le forfait journalier]2 indépendamment de la présence effective de l'enfant.
Le forfait journalier n'est pas dû pour les jours suivants [2 ...]2 :
les jours où le lieu d'accueil extrascolaire ne propose pas de garde;
les jours d'absence de l'enfant pour cause de maladie, à partir du deuxième jour d'absence consécutif où une garde doit avoir lieu selon le plan de garde, justifiés par un certificat médical.
[2 ...]2.]1

Afdeling 5. [1 - Prioriteringscriteria bij het toewijzen van de opvangplaatsen]1
Section 5. [1 - Critères de priorité pour l'attribution des places d'accueil]1
Art. 119.4. [1 - De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de locaties voor buitenschoolse opvang die door de Duitstalige Gemeenschap gesubsidieerd worden, alsook op die van het centrum voor kinderopvang.]1
Art. 119.4. [1 - Les dispositions de la présente section sont applicables aux lieux d'accueil extrascolaire subventionnés par la Communauté germanophone ainsi qu'à ceux du centre d'accueil.]1
Art. 119.5. [1 - In afwijking van artikel 31.2 nemen de locaties voor buitenschoolse opvang de opvangaanvragen in aanmerking in de volgende volgorde bij het toewijzen van kinderopvangplaatsen in het kader van een buitenschoolse opvang op vakantiedagen en pedagogische conferentiedagen:
aanvragen van de centrale autoriteit van de Gemeenschap voor adoptie (ZBGA) of van het departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap dat bevoegd is voor de jeugdbijstand en de jeugdbescherming in het kader van de consensuele of gerechtelijke jeugdbijstand, de pleegzorg of de jeugdbescherming;
aanvragen in chronologische volgorde.]1

Art. 119.5. [1 - Par dérogation à l'article 31.2, les lieux d'accueil extrascolaire tiennent compte, lors de l'attribution des places d'accueil pour l'accueil d'enfants dans le cadre d'un accueil extrascolaire pendant les jours de vacances et lors des journées de conférence pédagogique, des demandes de garde dans l'ordre suivant :
demandes de l'autorité centrale communautaire en matière d'adoption ou du département du Ministère de la Communauté germanophone compétent en matière d'aide à la jeunesse et de protection de la jeunesse dans le cadre de l'aide consensuelle ou de l'aide judiciaire à la jeunesse, de l'accueil familial ou de la protection de la jeunesse;
demandes par ordre chronologique.]1

Titel 3. - Aangesloten onthaalouders
Titre 3. - Accueillants conventionnés
Ondertitel 1. - Algemene bepaling
Sous-titre 1er. - Disposition générale
Art. 120. De bepalingen van deze titel zijn uitsluitend als bijzondere verplichtingen overeenkomstig artikel 60, § 1, van toepassing op de dienst voor onthaalouders. Die dienst zorgt ervoor dat de bepalingen van deze titel worden nageleefd.
Art. 120. Les dispositions du présent titre ne sont applicables au service d'accueillants d'enfants qu'en tant que conditions particulières conformément à l'article 60, § 1er. Il veille à leur respect.
Ondertitel 2. - Inhoudelijke bepalingen
Sous-titre 2. - Dispositions relatives au contenu
Hoofdstuk 1. - Toelatingsvoorwaarden
Chapitre 1er. - Conditions d'enregistrement
Art. 121. [1 - De aangesloten onthaalouders dienen de stukken vermeld in artikel 7, eerste lid, van het decreet in voordat ze van start gaan met hun activiteit.]1
Art. 121. [1 - Les accueillants conventionnés présentent, avant d'entamer leurs activités, les documents mentionnés à l'article 7, alinéa 1er, du décret.]1
Art. 122. § 1 - Aangesloten onthaalouders zijn minstens 21 en hoogstens 65 jaar oud.
§ 2 - In afwijking van § 1 kunnen de aangesloten onthaalouders een afwijking van de bovenste leeftijdsgrens aanvragen.
Daartoe dienen de aangesloten onthaalouders een individuele schriftelijke aanvraag bij de dienst voor onthaalouders in en voegen ze daarbij een positief medisch attest. De dienst voor onthaalouders [2 ...]2 beslist binnen 90 dagen na ontvangst van de volledige aanvraag of de afwijking kan worden toegestaan en voor hoelang. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.
De duur van de afwijking is in elk geval beperkt tot hoogstens twee jaar en kan verlengd worden.
De dienst voor onthaalouders legt elke individuele afwijking, alsook de motivering en de duur ervan, schriftelijk vast.
Het departement ontvangt een afschrift van de afwijking.
[1 § 3 - In afwijking van paragraaf 1 kunnen de aangesloten onthaalouders een afwijking van de vastgelegde onderste leeftijdsgrens aanvragen, voor zover ze minstens 18 jaar oud zijn en [2 minstens beschikken over een van de diploma's en getuigschriften vermeld in artikel 88, § 5]2.
Daartoe dienen de aangesloten onthaalouders een individuele schriftelijke aanvraag bij de dienst voor onthaalouders in en voegen ze daarbij een afschrift van de opleidingsbewijzen vermeld in het eerste lid. De dienst voor onthaalouders beslist binnen 30 dagen na ontvangst van de volledige aanvraag. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.
De dienst voor onthaalouders legt elke individuele afwijking, alsook de motivering ervan, schriftelijk vast.
Het departement ontvangt een afschrift van de toegestane afwijking.]1

Art. 122. § 1er - Les accueillants conventionnés sont âgés de 21 ans au moins et de 65 ans au plus.
§ 2 - Les accueillants conventionnés peuvent demander une dérogation à la limite d'âge fixée au § 1er.
Pour ce faire, ils introduisent auprès du service d'accueillants d'enfants une demande individuelle écrite accompagnée d'un certificat médical positif. Ledit service [2 ...]2 statue dans les 90 jours suivant la réception de la demande complète, sur l'octroi d'une dérogation et sa durée. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être rejetée.
La dérogation a en tout cas une durée limitée à deux ans et peut être renouvelée.
Le service d'accueillants d'enfants consigne par écrit toute dérogation individuelle, sa justification ainsi que sa durée.
Le département reçoit copie de la dérogation.
[1 § 3 - Par dérogation au § 1er, les accueillants conventionnés peuvent demander une dérogation à la limite d'âge inférieure fixée, pour autant qu'ils soient âgés d'au moins dix-huit ans et qu'ils soient porteurs [2 d'au moins un des diplômes et certificats mentionnés à l'article 88, § 5]2.
A cette fin, les accueillants conventionnés introduisent auprès du service d'accueillants d'enfants une demande individuelle par écrit, accompagnée d'une copie des certificats de formation mentionnés à l'alinéa 1er. Le service d'accueillants d'enfants statue dans les trente jours suivant la réception de la demande complète. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être refusée.
Le service d'accueillants d'enfants consigne par écrit toute dérogation individuelle ainsi que sa justification.
Le département reçoit copie de la dérogation.]1

Art. 123. § 1 - De aangesloten onthaalouders verplichten zich ertoe :
elke wezenlijke verandering in hun gezondheidstoestand zo snel mogelijk aan de dienst voor onthaalouders mee te delen;
[1 te bewijzen dat ze een EHBO-cursus voor eerste hulp aan baby's, peuters en kinderen hebben voltooid of zo'n cursus te voltooien binnen een jaar nadat ze met de activiteit van start gaan. De EHBO-kennis wordt om de twee jaar opgefrist. De diploma's en getuigschriften vermeld in artikel 88, § 5, gelden tot twee jaar na het behalen ervan als voltooide EHBO-cursus voor eerste hulp aan baby's, peuters en kinderen]1;
een aanstelling van minstens 34 % resp. voor 288 opvangdagen toe te staan indien ze opvangaanvragen hebben ontvangen. De bezettingsgraad wordt jaarlijks berekend op basis van de gewerkte opvangdagen, waarbij halve opvangdagen gelijkgesteld worden met hele opvangdagen. Een 1/3-opvangdag wordt voor één derde berekend.
§ 2 - In afwijking van § 1, 3°, kunnen de aangesloten onthaalouders een in de tijd beperkte afwijking van de vastgelegde minimale werkduur aanvragen.
Een afwijking is alleen mogelijk om gezondheidsredenen. Bij de aanvraag wordt een medisch attest gevoegd.
De dienst voor onthaalouders legt elke individuele afwijking, alsook de motivering en de duur ervan, schriftelijk vast.
Het departement ontvangt een afschrift van de afwijking.
Art. 123. § 1er - Les accueillants conventionnés s'engagent à :
communiquer immédiatement au service tout changement significatif de leur état de santé;
[1 prouver qu'ils ont participé à un cours de premiers secours aux enfants et jeunes enfants ou à suivre un tel cours dans l'année suivant le début de l'activité. Les connaissances en matière de premiers secours sont mises à jour tous les deux ans. Les diplômes et certificats mentionnés à l'article 88, § 5, sont considérés comme la preuve d'une participation à un cours de premiers secours aux enfants et jeunes enfants pendant une période de deux ans après leur réception]1;
permettre une occupation équivalant au moins à 34 % ou 288 jours de garde lorsqu'il y a des demandes d'accueil. Le calcul du taux d'occupation est effectué annuellement sur la base des jours de garde prestés, les demi-jours étant considérés comme jour de garde complets. Les gardes d'un tiers de journée sont comptées pour un tiers.
§ 2 - Les accueillants conventionnés peuvent demander une dérogation temporaire à l'occupation minimale fixée au § 1er, 3°.
Une telle dérogation n'est possible que pour des raisons de santé. Un certificat médical correspondant est joint à la demande.
Le service d'accueillants d'enfants consigne par écrit toute dérogation individuelle, sa justification ainsi que sa durée.
Le département reçoit copie de la dérogation.
Art. 124. [1 De dienst voor onthaalouders zorgt ervoor dat de aangesloten onthaalouders de kinderen opvangen overeenkomstig het opvangconcept van de dienst voor onthaalouders vermeld in [2 artikel 15]2. ]1
Art. 124. [1 Le service d'accueillants d'enfants veille à ce que les accueillants conventionnés gardent les enfants conformément au concept d'accueil du service d'accueillants d'enfants mentionné à [2 l'article 15]2.]1
Art. 125. [1 De aangesloten onthaalouders verklaren zich ertoe bereid regelmatig deel te nemen aan de voortgezette opleidingen die de dienst voor onthaalouders aanbiedt of goedkeurt.]1
Art. 125. Les accueillants conventionnés se déclarent prêts à participer régulièrement aux formations continues proposées [1 ou reconnues]1 par le service d'accueillants d'enfants.
Hoofdstuk 2. - Inrichting van de ruimten
Chapitre 2. - Caractéristiques des locaux
Art. 126. Overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van het decreet vindt de kinderopvang plaats in een daarvoor geschikte omgeving en in ruimten die voldoende groot, veilig en proper zijn. Er is een ruimte voor buitenactiviteiten die bij voorkeur aan de opvangruimten grenst.
Art. 126. Conformément à l'article 7, alinéa 2, du décret, les enfants sont accueillis dans un environnement adapté et dans des locaux suffisamment grands, sûrs et propres. Il y a une zone pour les activités extérieures, de préférence attenante aux locaux où se déroule l'accueil.
Art. 127. De opvangruimten en alle ruimten die voor de kinderen toegankelijk zijn, voldoen aan de volgende criteria :
voor zover niet nader gedefinieerd, stemt de grootte van de ruimten overeen met het aantal opgevangen kinderen, zodat deze zich vrij kunnen bewegen;
er is een slaap- en rustruimte;
er is een keukenblok met een aanrecht, kookgelegenheid en koelkast;
de ruimten zijn ingericht met het voor de opvang noodzakelijke meubilair en met voldoende speelgoed;
de ruimten zijn in goede toestand en er wordt voor gezorgd dat dit zo blijft;
de aangesloten onthaalouders zijn in de ruimten telefonisch bereikbaar.
Art. 127. Les locaux où se déroule l'accueil et tous les locaux accessibles aux enfants remplissent les critères suivants :
à défaut de précision, la taille des locaux correspond au nombre d'enfants gardés, de manière à ce qu'ils puissent se mouvoir librement;
il est prévu une zone de sommeil et de repos;
il y a une kitchenette avec lave-vaisselle, cuisinière et frigo;
les locaux sont équipés du mobilier nécessaire pour l'accueil et de jeux en nombre suffisant;
les locaux sont en bon état et bien entretenus;
les accueillants conventionnés sont joignables par téléphone dans les locaux.
Art. 128. De aangesloten onthaalouders richten de ruimten waartoe de kinderen toegang hebben zo veilig mogelijk in. De aangesloten onthaalouders dragen er zorg voor dat alle mogelijke gevaren en risico's worden opgespoord. Ze nemen alle nodige maatregelen om een veilige omgeving te scheppen met verminderd gevaar voor ongevallen.
Voor de veilige inrichting van de ruimten gelden de volgende criteria :
de buitenruimte en de toegang daartoe zijn beveiligd;
de ruimten zijn zo ingedeeld en ingericht dat de aangesloten onthaalouders visueel toezicht op de kinderen kunnen houden;
[1 er mogen geen verwarmingselementen worden gebruikt waaraan de kinderen zich kunnen verbranden. De radiatoren die een gevaar voor de kinderen inhouden, zijn doeltreffend beveiligd]1;
de aangesloten onthaalouders nemen alle nodige maatregelen om een CO-vergiftiging te voorkomen. Daarom zorgen ze ervoor dat de installaties voor verwarming, warm water en luchtafvoer regelmatig onderhouden worden;
producten die de gezondheid kunnen schaden, zoals pesticiden, herbiciden en insecticiden, worden alleen gebruikt in afwezigheid van de kinderen en met inachtneming van voorzorgsmaatregelen;
de trappen zijn bij voorkeur uitgerust met gesloten treden en de toegang tot de trappen is beveiligd met traphekjes. Indien een trap niet uitgerust is met gesloten treden, mogen kinderen tot zes jaar die alleen in begeleiding van een volwassene gebruiken;
[1 kinderen tot zes jaar mogen wenteltrappen alleen in begeleiding van volwassenen gebruiken]1;
[1 de balustrades van verhoogde terrassen beantwoorden aan de richtlijnen van de Minister]1;
de balustrades en/of omheiningen beantwoorden aan de richtlijnen van de Minister;
10° de vensters en deuren gaan op een veilige manier open en dicht;
11° gevaarlijk scherpe kanten, hoeken of uiteinden zijn niet voorhanden of worden adequaat beveiligd;
12° [1 de bedden en wiegen beantwoorden aan de richtlijnen van de Minister]1;
13° de stopcontacten, de schakelaars en alle elektrische toestellen of installaties die gevaar kunnen opleveren, worden buiten het bereik van de kinderen gehouden of worden adequaat beveiligd;
14° poetsmiddelen, chemische producten, licht ontvlambare stoffen, medicamenten en andere voorwerpen die gevaarlijk kunnen zijn, worden veilig en buiten het bereik van de kinderen opgeborgen;
15° [1 indien er waterpartijen zijn, zijn de richtlijnen van de Minister van toepassing]1;
16° [1 indien er giftige planten zijn, zijn de richtlijnen van de Minister van toepassing]1;
17° in elke opvangvoorziening staat een EHBO-doos met materiaal dat beantwoordt aan de richtlijnen van de Minister;
18° in de slaap- en opvangruimten zijn rookmelders aangebracht overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 2004 betreffende de aanwezigheid van brandmelders in de woningen;
19° voor zover de aangesloten onthaalouder huisdieren heeft [1 ...]1, zijn de [1 ...]1 richtlijnen van de Minister van toepassing.
Art. 128. Les accueillants conventionnés aménagent les locaux accessibles aux enfants de manière à garantir une sécurité maximale. Ils veillent à déceler tous les dangers et risques potentiels. Ils prennent toute mesure utile pour créer un environnement sûr avec un risque d'accident réduit.
Les critères suivants sont valables pour la sécurisation des locaux :
la zone extérieure et l'accès à celle-ci sont sécurisés;
la répartition et l'aménagement des zones garantit la surveillance visuelle des enfants par les accueillants conventionnés;
[1 aucun panneau rayonnant ne peut être utilisé pour le chauffage. Les radiateurs présentant un danger pour les enfants sont efficacement sécurisés]1;
les accueillants conventionnés prennent toute les mesures pour prévenir une intoxication au monoxyde de carbone. A cette fin, ils veillent à entretenir régulièrement les appareils de chauffage, de production d'eau chaude et d'extraction de l'air;
l'usage de produits toxiques tels que les pesticides, herbicides, insecticides n'a lieu qu'en l'absence des enfants et en observant toutes les mesures de sécurité;
les escaliers sont de préférence munis de contremarches et d'une barrière de sécurité. S'il n'y a pas de contremarche, des enfants de moins de six ans ne peuvent les emprunter que s'ils sont accompagnés par des adultes;
les enfants [1 jusqu'à six ans ]1 ne peuvent emprunter les escaliers en colimaçon que s'ils sont accompagnés par des adultes;
[1 les garde-corps de terrasses surélevées répondent aux instructions du ministre ]1;
les garde-corps et /ou délimitations répondent aux instructions du ministre;
10° les portes et fenêtres s'ouvrent et se ferment de manière sûre;
11° il n'y a pas d'arrêtes, coins ou bouts saillants tranchants, représentant un danger, à moins qu'ils ne soient munis d'une protection ad hoc;
12° [1 les lits et les berceaux répondent aux instructions du ministre]1;
13° les prises, les interrupteurs et tous les appareils ou installations électriques pouvant représenter un danger sont hors de portée des enfants ou munis d'un système de sécurité adéquat;
14° les détergents, produits chimiques, substances facilement inflammables, médicaments et autres objets potentiellement dangereux seront conservés en lieu sûr, hors de portée des enfants;
15° [1 s'il y a des pièces d'eau, les instructions du ministre sont applicables]1;
16° [1 s'il y a des plantes toxiques, les instructions du ministre sont applicables]1;
17° tout lieu d'accueil disposera d'une trousse de premiers secours conformément aux instructions du ministre;
18° les locaux destinés au sommeil et à l'accueil sont équipés de détecteurs de fumée conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 octobre 2004 relatif à la présence de détecteurs d'incendie dans les logements;
19° si l'accueillant conventionné détient des animaux de compagnie [1 ...]1, les instructions du ministre [1 ...]1 sont applicables.
Art. 129. De aangesloten onthaalouders letten op de hygiëne en nemen bij alle activiteiten de nodige hygiënemaatregelen, in het bijzonder bij het verzorgen van de kinderen, het poetsen van de ruimten, het bereiden van de maaltijden en het wegdoen van afval.
Voor de hygiëne van de ruimten gelden de volgende criteria :
er zijn voldoende aan de verschillende leeftijdsgroepen aangepaste sanitaire inrichtingen en lavabo's;
er is voldoende natuurlijke verlichting en verluchting. De verlichting en verluchting worden aangepast aan de activiteiten die in de ruimten plaatsvinden;
bij de verwarming van de ruimten kan rekening worden gehouden met de buitentemperatuur;
er is een doeltreffende zonnewering;
bij normale weersomstandigheden bedraagt de temperatuur in de regel [1 18°C tot 20°C]1 in de slaapruimten en 20°C tot 22°C in de opvangruimten;
alle ruimten kunnen eenvoudig proper gehouden worden;
de ruimten en het materiaal worden regelmatig gereinigd. De manier waarop de vloeren, de oppervlakten en het materiaal worden gereinigd, is verenigbaar met de kinderopvang;
het afval wordt dagelijks naar een van de kinderopvang afgezonderde ruimte gebracht die zich bij voorkeur buiten bevindt;
eventuele zandbakken zijn zo afgedekt dat verontreiniging voorkomen wordt. Het zand wordt [1 bij verontreiniging]1 vervangen;
10° het bouwmateriaal en de toestand ervan mogen niet schadelijk zijn voor de gezondheid van de kinderen;
11° overeenkomstig de wet van 22 december 2009 betreffende een algemene regeling voor rookvrije gesloten plaatsen toegankelijk voor het publiek en ter bescherming van werknemers tegen tabaksrook is het verboden in de slaap- en opvangruimten te roken.
Art. 129. Les accueillants conventionnés garantissent le respect de l'hygiène et des mesures correspondantes dans toutes les zones d'activité, notamment lors des soins aux enfants, l'entretien des locaux, la préparation des repas et l'enlèvement des déchets.
Les critères suivants sont valables pour la conception hygiénique des locaux :
il y a suffisamment d'installations sanitaires et de lavabos adaptés aux différents âges;
il est prévu un éclairage et une aération naturels suffisants, adaptés aux activités se déroulant dans ces locaux.
les locaux peuvent être chauffés suivant la température extérieure;
il y a une protection efficace contre la lumière directe du soleil;
lors de conditions climatiques normales, la température est en règle générale de [1 18 à 20° Celsius]1 dans les locaux destinés au sommeil et de 20 à 22° Celcius dans les locaux destinés à l'accueil;
tous les locaux sont faciles à nettoyer;
les locaux et le matériel sont régulièrement nettoyés. Le mode de nettoyage des sols, des surfaces et du matériel est compatible avec l'accueil d'enfants;
l'élimination des déchets s'opère quotidiennement dans un local séparé des locaux d'accueil et se trouvant de préférence à l'extérieur;
les éventuels bacs à sable sont recouverts de manière à éviter toute pollution. Le sable est renouvelé [1 en cas de pollution]1;
10° leurs matériaux de construction et leur état ne peuvent mettre en danger la santé des enfants;
11° conformément à la loi du 22 décembre 2009 instaurant une réglementation générale relative à l'interdiction de fumer dans les lieux fermés accessibles au public et à la protection des travailleurs contre la fumée du tabac, il est interdit de fumer dans les locaux destinés au sommeil et à l'accueil.
Hoofdstuk 3. - Verplichtingen
Chapitre 3. - Obligations
Afdeling 1. - Toelatingsvoorwaarden en inrichting van de ruimten
Section 1re. - Conditions d'enregistrement et caractéristiques des locaux
Art. 130. Na hun toelating blijven de aangesloten onthaalouders voldoen aan de toelatingsvoorwaarden die in het decreet of in deze titel worden vermeld en blijven ze voldoen aan de voorgeschreven inrichting van de ruimten.
Art. 130. Après leur enregistrement, les accueillants conventionnés continuent à remplir les conditions mises à l'enregistrement, telles que mentionnées dans le décret ou dans le présent titre, et respectent les caractéristiques spécifiées pour les locaux.
Afdeling 2. - Algemene verplichtingen
Section 2. - Obligations générales
Art. 131. § 1 - De aangesloten onthaalouders vangen de kinderen altijd persoonlijk op.
§ 2 - In afspraak met de dienst voor onthaalouders kunnen de aangesloten onthaalouders op eigen verantwoordelijkheid stagiairs opnemen.
De stagiair [1 ...]1 kan de aangesloten onthaalouders niet vervangen.
Art. 131. § 1er - Les accueillants conventionnés accueillent toujours eux-mêmes les enfants.
§ 2 - En concertation avec le service d'accueillants d'enfants, ils peuvent prendre des stagiaires sous leur responsabilité.
Le stagiaire [1 ...]1 ne peut pas remplacer les accueillants conventionnés.
Art. 132. [1 - § 1 - De aangesloten onthaalouders hebben een opvangcapaciteit van hoogstens vier plaatsen.
§ 2 - In afwijking van paragraaf 1 kunnen de aangesloten onthaalouders een aanvraag indienen om hun opvangcapaciteit uit te breiden tot hoogstens zes plaatsen.
De uitbreiding van de opvangcapaciteit is mogelijk op voorwaarde dat de ruimtelijke mogelijkheden dit toelaten. De uitbreiding kan ten vroegste na één jaar activiteit worden toegestaan.
De dienst voor onthaalouders legt elke individuele afwijking schriftelijk vast.
Het departement ontvangt een afschrift van de afwijking.
§ 3 - De aangesloten onthaalouders mogen hoogstens vier baby's of peuters en in totaal hoogstens zes kinderen tegelijk opvangen, waarbij de eigen kinderen van nul tot zes jaar in het maximale aantal gelijktijdig opgevangen kinderen inbegrepen zijn.
Als de opvangcapaciteit met toepassing van paragraaf 2 wordt uitgebreid, wordt ook het maximale aantal gelijktijdig opgevangen baby's en peuters én het maximale aantal gelijktijdig opgevangen kinderen dienovereenkomstig verhoogd.]1

Art. 132. [1 - § 1er - Les accueillants conventionnés disposent d'une capacité d'accueil de quatre places au maximum.
§ 2 - Par dérogation au § 1er, les accueillants conventionnés peuvent demander un élargissement de la capacité d'accueil afin de la porter à six places au maximum.
Un élargissement de la capacité d'accueil est possible à la condition que les capacités en matière de locaux le permettent. L'élargissement peut être accordé au plus tôt après un an d'activité.
Le service d'accueillants d'enfants consigne par écrit toute dérogation individuelle.
Le département reçoit copie de la dérogation.
§ 3 - Les accueillants conventionnés peuvent accueillir simultanément quatre jeunes enfants au maximum et six enfants au total, leurs propres enfants, âgés de six ans et moins, étant compris dans le nombre maximal d'enfants pouvant être accueillis simultanément.
En cas d'élargissement de la capacité d'accueil en application du § 2, le nombre maximal de jeunes enfants et d'enfants pouvant être accueillis simultanément sera également respectivement augmenté en conséquence.]1

Art. 133.
Art. 133.
Art. 134. De dienst voor onthaalouders beveelt de aangesloten onthaalouders aan om hun eigen kinderen overeenkomstig de richtlijnen van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren te laten inenten.
Art. 134. Le service d'accueillants d'enfants recommande aux accueillants conventionnés de faire vacciner leurs propres enfants conformément aux instructions du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes.
Hoofdstuk 4. - Vergoeding
Chapitre 4. - Indemnité
Art. 134.1. [1 - Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt:
bij de opvang van baby's en peuters:
a) opvang voor een hele dag: kinderopvang van vijf uur of meer, maar van minder dan acht uur per dag;
b) opvang voor een halve dag: kinderopvang van minder dan vijf uur per dag;
c) langdurige opvang: kinderopvang van acht uur of meer per dag;
bij de opvang van kinderen in het kader van buitenschoolse opvang:
a) opvang voor een hele dag: kinderopvang van vijf uur of meer, maar van minder dan acht uur per dag;
b) opvang voor een halve dag: kinderopvang van drie uur of meer, maar van minder dan vijf uur per dag;
c) opvang voor een derde van een dag: kinderopvang van minder dan drie uur per dag;
d) langdurige opvang: kinderopvang van acht uur of meer per dag.]1

Art. 134.1. [1 - Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
pour l'accueil de jeunes enfants :
a) garde d'une journée complète : l'accueil d'enfants d'une durée de cinq heures ou plus, mais de moins de huit heures par jour;
b) garde d'une demi-journée : l'accueil d'enfants d'une durée de moins de cinq heures par jour;
c) garde de longue durée : l'accueil d'enfants d'une durée de huit heures ou plus par jour;
pour l'accueil d'enfants dans le cadre de l'accueil extrascolaire :
a) garde d'une journée complète : l'accueil d'enfants d'une durée de cinq heures ou plus, mais de moins de huit heures par jour;
b) garde d'une demi-journée : l'accueil d'enfants d'une durée de trois heures ou plus, mais de moins de cinq heures par jour;
c) garde d'un tiers de journée : l'accueil d'enfants d'une durée de moins de trois heures par jour;
d) garde de longue durée : l'accueil d'enfants d'une durée de huit heures ou plus par jour.]1

Art. 135. § 1 - De dienst voor onthaalouders betaalt aan de aangesloten onthaalouders per opgevangen kind de volgende kostenvergoedingen :
[1 [4 [5 13,80]5]4 euro]1 voor een hele opvangdag;
[1 [4 [5 8,28]5]4 euro]1 voor een halve opvangdag;
[1 [4 [5 5,52]5]4 euro]1 voor een 1/3-opvangdag in het kader van buitenschoolse opvang.
[3 In het kader van langdurige opvang krijgen de aangesloten onthaalouders een aanvullende kostenvergoeding van [4 0,64]4 euro voor het negende uur. Voor het tiende uur krijgen ze [4 0,96]4 euro. Vanaf het elfde uur krijgen ze [4 2,26]4 euro voor elk uur dat bovenop het elfde uur komt]3.
De bedragen vermeld in deze paragraaf worden met 50 % verhoogd, indien het overeenkomstig artikel 73, § 2, gaat om een kind met een beperking of met bijzondere zorgbehoeften, voor zover die kinderen meer begeleiding en aandacht nodig hebben.
§ 2 [6 ...]6.
Art. 135. § 1er - Les accueillants conventionnés reçoivent du service d'accueillants d'enfants une indemnité par enfant gardé qui s'élève à :
[4 [5 13,80 euros]5]4 par garde d'une journée complète;
[4 [5 8,28 euros]5]4 par garde d'une demi-journée;
[4 [5 5,52 euros]5]4 par garde d'un tiers de journée dans le cadre de l'accueil extrascolaire.
[3 Dans le cadre d'une garde de longue durée, les accueillants conventionnés reçoivent une indemnité supplémentaire de [4 0,64 euro]4 pour la neuvième heure. Pour la dixième heure, ils reçoivent [4 0,96 euro]4. A partir de la onzième heure, ils reçoivent [4 2,26 euros]4 pour chaque heure prestée au-delà]3.
Les montants stipulés dans le présent paragraphe sont majorés de 50 % s'il s'agit, conformément à l'article 73, § 2, d'un enfant handicapé ou nécessitant des soins particuliers, dans la mesure où ces enfants ont besoin d'un encadrement plus intensif et d'une attention plus soutenue.
§ 2 [6 ...]6.
Art. 136.
Art. 136.
Art. 137. De dienst voor onthaalouders betaalt aan de aangesloten onthaalouders die minstens tien uur per jaar aan de voortgezette opleidingen vermeld in artikel 125 hebben deelgenomen, een jaarlijks forfaitair bedrag [1 overeenkomstig de [3 ...]3 tabel vermeld in artikel 76, § 2, eerste lid]1.
[2 De dienst voor onthaalouders betaalt aan de aangesloten onthaalouders die aan de voortgezette opleidingen bedoeld in artikel 125 hebben deelgenomen, een reiskostenvergoeding waarvan het bedrag en de berekeningsregels overeenstemmen met die voor dienstverplaatsingen van ambtenaren van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap.]2
Art. 137. Le service d'accueillants d'enfants liquide un forfait annuel [1 , conformément au tableau [3 ...]3 mentionné à l'article 76, § 2, alinéa 1er,]1 aux accueillants conventionnés qui prouvent leur participation aux formations continues mentionnées à l'article 125, à raison d'au moins dix heures par année.
[2 Le service d'accueillants d'enfants liquide une indemnité de déplacement, d'un montant égal à celle prévue pour les déplacements de service des agents du Ministère de la Communauté germanophone et calculée selon les mêmes modalités, aux accueillants conventionnés qui ont participé aux formations continues mentionnées à l'article 125. ]2
Ondertitel 3. - Procedurebepalingen
Sous-titre 3. - Dispositions relatives aux procédures
Hoofdstuk 1. - Toelating
Chapitre 1er. - Enregistrement
Art. 138. Wie een toelating als aangesloten onthaalouder wil krijgen, dient daartoe een aanvraag in bij de dienst voor onthaalouders.
Bij de aanvraag worden de volgende stukken en gegevens gevoegd :
de identiteit van de aanvrager;
een uitvoerige uiteenzetting van de redenen waarom betrokkene als aangesloten onthaalouder wil werken;
[2 de aangevraagde opvangcapaciteit]2;
de uitvoerige beschrijving van de opvangvoorziening;
de stukken vermeld in artikel 121;
in voorkomend geval, de afwijking van de bovenste leeftijdsgrens vermeld in artikel 122, § 2;
een verklaring dat de aanvrager voldoet aan de toepasselijke bepalingen van het decreet en van dit besluit, alsook, in het bijzonder, aan de toelatingsvoorwaarden vermeld in de artikelen 123 en 125;
de toestemming die alle meerderjarige bewoners van de ruimten waar opvang wordt aangeboden aan de inspectie geven om die ruimten overeenkomstig artikel 17, § 1, tweede lid, 4°, van het decreet tijdens de openingstijden te bezoeken;
[1 ...]1.
Art. 138. Pour obtenir leur enregistrement, les accueillants conventionnés introduisent une demande auprès du service d'accueillants d'enfants.
La demande doit être accompagnée des documents et données suivants :
l'identité du demandeur;
une description détaillée des motivations à travailler comme accueillant conventionné;
[2 la capacité d'accueil souhaitée]2;
la description détaillée du lieu d'accueil;
les documents mentionnés à l'article 121;
le cas échéant, la dérogation mentionnée à l'article 122, § 2, quant à la limite d'âge;
la déclaration que le demandeur respecte les dispositions applicables du décret et du présent arrêté ainsi que, notamment, les conditions d'enregistrement mentionnées aux articles 123 et 125;
l'accord de toutes les personnes majeures habitant les locaux où se déroule l'accueil pour que l'inspection puisse visiter ces locaux pendant leurs heures d'ouverture, et ce, conformément à l'article 17, § 1er, alinéa 2, 4°, du décret;
[1 ...]1
Art. 139. De dienst voor onthaalouders onderzoekt of de ingediende aanvraag om toelating volledig is en onderzoekt de bijgevoegde stukken. Indien de aanvraag volledig is, onderzoekt de dienst voor onthaalouders volgens de procedure vervat in artikel 58 of de aanvrager geschikt is.
De dienst voor onthaalouders beslist binnen 90 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, of de toelating wordt gegeven. [1 In de toelating worden de opvangcapaciteit en]1 het maximale aantal kinderen dat tegelijk mag worden opgevangen, vastgelegd. De beslissing is schriftelijk en gemotiveerd. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de toelating als geweigerd.
Het departement ontvangt een afschrift van de toelating.
Art. 139. Le service d'accueillants d'enfants vérifie si la demande d'enregistrement introduite est complète et les documents y annexés. Si la demande est complète, le service vérifie l'aptitude du candidat en suivant la procédure fixée à l'article 58.
Le service statue sur l'enregistrement dans les 90 jours suivant la réception de la demande complète. L'enregistrement mentionne [1 la capacité d'accueil et]1 le nombre maximal d'enfants pouvant être accueillis simultanément. La décision prise est écrite et motivée. A défaut de décision dans le délai imparti, l'enregistrement est censé être refusé.
Le département reçoit copie de l'enregistrement.
Art. 140. De toelating is persoonlijk en kan niet worden overgedragen zonder dat een nieuwe aanvraag wordt ingediend.
Art. 140. L'enregistrement est personnel et ne peut être cédé sans une nouvelle demande.
Art. 141. [1 - § 1 - De toelating blijft geldig tot de in artikel 122, § 1, vastgelegde bovenste leeftijdsgrens is bereikt.
Als overeenkomstig artikel 122, § 2, een afwijking van de vastgelegde bovenste leeftijdsgrens wordt toegestaan, wordt de overeenkomstig het eerste lid toegekende toelating verlengd voor de duur van de toegestane afwijking.
De aangesloten onthaalouder kan de kinderopvang pas na ontvangst van de toelating aanvangen.
§ 2 - In afwijking van paragraaf 1 kan de toelating in gemotiveerde uitzonderingsgevallen voor kortere duur toegekend worden.]1

Art. 141. [1 - § 1er - L'enregistrement est octroyé pour la période allant jusqu'à la limite d'âge maximal, fixée à l'article 122, § 1er.
Si, conformément à l'article 122, § 2, une dérogation à la limite d'âge maximal fixée est accordée, l'enregistrement octroyé conformément à l'alinéa 1er est prorogé pour la période prévue dans la dérogation.
L'accueillant conventionné ne peut débuter l'accueil qu'après avoir reçu l'enregistrement.
§ 2 - Par dérogation au § 1er, l'enregistrement peut être octroyé, dans des cas exceptionnels motivés, pour une durée inférieure.]1

Art. 142. De aangesloten onthaalouders dienen de aanvraag om verlenging van de toelating ten vroegste zes maanden en ten laatste drie maanden voor het verstrijken van de geldigheid van de toelating bij de dienst voor onthaalouders in.
De aanvraag bevat de geactualiseerde stukken vermeld in artikel 138, tweede lid, 1°, 2°, 3°, 5° en 6°.
Art. 142. Les accueillants conventionnés introduisent la demande de renouvellement de l'enregistrement auprès du service d'accueillants d'enfants, et ce, au plus tôt six mois et au plus tard trois mois avant l'expiration de l'enregistrement.
La demande comprend une version actualisée des documents mentionnés à l'article 138, alinéa 2, 1°, 2°, 3°, 5° et 6°.
Art. 143. § 1 - Tijdens de duur van de toelating delen de aangesloten onthaalouders elke wijziging van de gegevens vermeld in artikel 138, tweede lid, 4°, 5°, 6°, 8° en 9°, binnen 30 dagen schriftelijk mee aan de dienst voor onthaalouders.
§ 2 - Tijdens de duur van de toelating kan de dienst voor onthaalouders de aangesloten onthaalouders te allen tijde om een actuele stand van de gegevens vermeld in § 1 verzoeken.
Art. 143. § 1er - Pendant la validité de l'enregistrement, les accueillants conventionnés communiquent par écrit au service des accueillants d'enfants, dans les 30 jours, toute modification apportée aux données mentionnées à l'article 138, alinéa 2, 4°, 5°, 6°, 8° et 9°.
§ 2 - Pendant la validité de l'enregistrement, le service d'accueillants d'enfants peut en tout temps exiger des accueillants conventionnés une version actuelle des données mentionnées au § 1er.
Art. 144. Wijzigingen van de gegevens vermeld in artikel 138, tweede lid, 3°, moeten vooraf worden goedgekeurd.
Daartoe dienen de aangesloten onthaalouders een individuele schriftelijke aanvraag bij de dienst voor onthaalouders in. De dienst voor onthaalouders beslist binnen 30 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, of de wijziging wordt goedgekeurd. De beslissing is schriftelijk en gemotiveerd. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de goedkeuring als geweigerd.
De aangesloten onthaalouder kan de wijzigingen pas na ontvangst van een toezegging uitvoeren.
Art. 144. Les modifications apportées aux données mentionnées à l'article 138, alinéa 2, 3°, requièrent une approbation préalable.
Pour ce faire, les accueillants conventionnés introduisent auprès du service d'accueillants d'enfants une demande individuelle écrite. Le service statue sur l'approbation de la modification dans les 30 jours suivant la réception de la demande complète. La décision prise est écrite et motivée. A défaut de décision dans le délai imparti, l'approbation est censée être refusée.
L'accueillant conventionné ne peut procéder aux modifications qu'après y avoir été autorisé
Hoofdstuk 2. - Schorsing en intrekking van de toelating
Chapitre 2. - Suspension et retrait de l'enregistrement
Afdeling 1. - Schorsing van de toelating
Section 1re. - Suspension de l'enregistrement
Art. 145. § 1 - Het departement of de inspectie maakt de dienst voor onthaalouders attent op alle gevallen waarin een aangesloten onthaalouder, volgens de informatie waarover het departement of de inspectie beschikt, zich vermoedelijk niet houdt aan één of meer verplichtingen vermeld in het decreet of in dit besluit.
§ 2 - Indien de dienst voor onthaalouders, na een aanwijzing in de zin van § 1 of op grond van welke andere aanwijzingen of inlichtingen dan ook, tot de slotsom komt dat de aangesloten onthaalouder één of meer verplichtingen vermeld in het decreet of in dit besluit niet naleeft, maant hij betrokkene aan om die verplichtingen binnen 30 dagen na te komen.
Op gemotiveerd verzoek kan de aangesloten onthaalouder, uiterlijk tien dagen voor het verstrijken van de in het eerste lid gestelde termijn, de dienst voor onthaalouders vragen om de termijn eenmaal met hoogstens 30 dagen te verlengen.
§ 3 - In dringende gevallen kan de dienst voor onthaalouders, op basis van een met bijzondere redenen omklede beslissing, een dadelijke aanpassing opleggen.
Art. 145. § 1er - Le département ou l'inspection signalent au service d'accueillants d'enfants tous les cas où ils présument, sur la base des informations dont ils disposent, qu'un accueillant conventionné ne remplit pas une ou plusieurs des obligations mentionnées dans le décret ou le présent arrêté.
§ 2 - Si le service conclut, sur la base d'un signalement conformément au § 1er ou de tout autre signalement ou renseignement, que l'accueillant conventionné ne remplit pas une ou plusieurs des obligations mentionnées dans le décret ou le présent arrêté, il l'invite à se mettre en ordre dans un délai de 30 jours.
Sur demande motivée, l'accueillant conventionné peut, au plus tard dix jours avant l'expiration du délai mentionné au premier alinéa, demander au service une prolongation unique dudit délai pour 30 jours au plus.
§ 3 - En cas d'urgence, le service peut imposer une adaptation immédiate par décision particulièrement motivée.
Art. 146. § 1 - Indien de aangesloten onthaalouder na de aanmaning vermeld in artikel 145 de verplichtingen nog altijd niet nakomt, schorst de dienst voor onthaalouders de toelating.
Voor de schorsing deelt de dienst voor onthaalouders de betrokken aangesloten onthaalouder per aangetekende brief zijn voornemen mee. De aangesloten onthaalouder kan binnen zeven dagen, te rekenen vanaf de derde dag na toezending van dat voornemen, bij de dienst voor onthaalouders een verzoek indienen om te worden gehoord. Betrokkene wordt gehoord binnen 30 dagen na toezending van de aangetekende brief.
Binnen 15 dagen nadat betrokkene is gehoord, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de dienst voor onthaalouders of de toelating wordt geschorst en voor hoelang. De beslissing is schriftelijk en gemotiveerd.
Die beslissing wordt zo snel mogelijk aan de betrokken aangesloten onthaalouder bezorgd. Het departement ontvangt een afschrift van de beslissing.
§ 2 - Tijdens de schorsing van de toelating vangt de betrokken aangesloten onthaalouder geen nieuwe kinderen op.
Art. 146. § 1er - Si après l'invitation mentionnée à l'article 145, l'accueillant conventionné continue à ne pas remplir les obligations, le service d'accueillants d'enfants suspend l'enregistrement.
Avant de prendre sa décision de suspension, le service communique son intention à l'accueillant conventionné par recommandé. Dans un délai de sept jours prenant cours le troisième jour suivant l'envoi de la déclaration d'intention, l'accueillant conventionné peut introduire une demande d'audition auprès du service. Cette audition intervient dans les 30 jours suivant l'envoi du recommandé.
Dans les 15 jours suivant cette audition ou le terme du délai mentionné à l'alinéa 2 selon le cas, le service statue sur la suspension et sa durée. La décision prise est écrite et motivée.
Cette décision est notifiée sans délai à l'accueillant conventionné concerné. Le département reçoit copie de cette décision.
§ 2 - Pendant la suspension de l'enregistrement, l'accueillant conventionné concerné n'accepte plus la garde de nouveaux enfants.
Art. 147. [1 - § 1 - In afwijking van de artikelen 145 en 146 kan de Minister een kinderopvangvoorziening wegens dringende noodzakelijkheid zonder voorafgaande aanmaning of hoorzitting voorlopig voor onbepaalde duur sluiten om een van de volgende redenen:
als dat in het belang is van de volksgezondheid;
als er ernstige aanwijzingen zijn dat het welzijn, de veiligheid of de gezondheid van de kinderen in gevaar is;
als er ernstige aanwijzingen zijn dat de toepasselijke bepalingen zwaar geschonden worden.
De Minister beslist op grond van een advies van de inspectie en bij een met bijzondere redenen omklede beslissing.
De voorlopige sluiting van de kinderopvangvoorziening heeft de schorsing van de toelating van de aangesloten onthaalouder tot gevolg en dit voor de duur van de voorlopige sluiting.
§ 2 - De Minister deelt zijn beslissing tot voorlopige sluiting zo snel mogelijk per e-mail of via een andere elektronische weg en op dezelfde dag per aangetekende brief mee aan de betrokken aangesloten onthaalouder. De aangesloten onthaalouder kan binnen drie dagen, te rekenen vanaf de derde dag na toezending van de beslissing, bij de Minister een verzoek indienen om te worden gehoord. De betrokkene wordt dan gehoord binnen tien dagen na toezending van de aangetekende brief. Het verzoek om te worden gehoord heeft geen opschortende werking.
Nadat de betrokkene is gehoord, wordt de beslissing tot voorlopige sluiting door de Minister bevestigd of opgeheven. De Minister deelt zijn beslissing zo snel mogelijk per e-mail of via een andere elektronische weg en op dezelfde dag per aangetekende brief mee aan de betrokken aangesloten onthaalouder. Indien er geen verzoek om te worden gehoord is ingediend binnen de termijn vermeld in het eerste lid, geldt de beslissing als bevestigd.
De dienst voor onthaalouders ontvangt een afschrift van de in deze paragraaf vermelde beslissingen en licht de personen belast met de opvoeding van de opgevangen kinderen persoonlijk in over de voorlopige sluiting van de kinderopvangvoorziening. De dienst voor onthaalouders waarborgt overeenkomstig artikel 66 in de mate van het mogelijke de continuïteit van de opvang van het kind.
§ 3 - Tegelijkertijd met de in § 2, tweede lid, vermelde bevestiging van de beslissing, dan wel, indien er geen verzoek om te worden gehoord is ingediend, na het verstrijken van de in § 2, eerste lid, vermelde termijn, deelt de Minister aan de betrokken aangesloten onthaalouder mee binnen welke termijn de omstandigheden die tot de voorlopige sluiting hebben geleid, moeten worden verholpen.
De in het eerste lid vermelde termijn om de omstandigheden die tot de voorlopige sluiting hebben geleid, te verhelpen, kan door de Minister worden verlengd.
Als de aangesloten onthaalouder de omstandigheden die tot de voorlopige sluiting hebben geleid, binnen de door de Minister vastgelegde termijn verhelpt, heft de Minister de voorlopige sluiting onmiddellijk op. Het departement licht de personen belast met de opvoeding van de opgevangen kinderen persoonlijk in over de heropening van de kinderopvangvoorziening.
De dienst voor onthaalouders ontvangt een afschrift van de in deze paragraaf vermelde beslissingen.]1

Art. 147. [1 - § 1er - Par dérogation aux articles 145 et 146, le ministre peut fermer d'urgence un lieu d'accueil à titre provisoire pour une durée indéterminée, sans mise en demeure ou audition préalable, pour l'une des raisons ci-après :
pour des raisons de santé publique;
lorsque des indices sérieux donnent à penser que le bien-être, la sécurité ou la santé des enfants sont menacés;
lorsque des indices sérieux donnent à penser qu'il existe un manquement grave aux dispositions applicables.
Le ministre statue sur avis de l'inspection et par décision particulièrement motivée.
La fermeture provisoire du lieu d'accueil entraîne la suspension de l'enregistrement de l'accueillant conventionné pour la durée de la fermeture provisoire.
§ 2 - Le ministre communique immédiatement sa décision de fermeture provisoire à l'accueillant conventionné concerné par courriel ou toute autre voie électronique et le même jour par recommandé. Dans un délai de trois jours prenant cours le troisième jour suivant l'envoi de la décision, l'accueillant conventionné peut introduire une demande d'audition auprès du ministre. Cette audition intervient dans les dix jours suivant l'envoi du recommandé. La demande d'audition n'est pas suspensive.
Après cette audition, le ministre confirme la décision de fermeture provisoire ou y met un terme. Le ministre communique immédiatement sa décision à l'accueillant conventionné concerné par courriel ou toute autre voie électronique et le même jour par recommandé. En l'absence de demande d'audition au terme du délai mentionné à l'alinéa 1er, la décision est considérée comme confirmée.
Le service d'accueillants d'enfants reçoit copie des décisions mentionnées dans le présent paragraphe et informe individuellement les personnes chargées de l'éducation des enfants gardés que le lieu d'accueil fait l'objet d'une fermeture provisoire. Dans la mesure du possible, le service d'accueillants d'enfants assure la continuité de l'accueil des enfants conformément à l'article 66.
§ 3 - Parallèlement à la confirmation de la décision mentionnée au § 2, alinéa 2, et, le cas échéant, en l'absence de demande d'audition, au terme du délai mentionné au § 2, alinéa 1er, le ministre communique à l'accueillant conventionné concerné un délai en vue de remédier aux circonstances ayant conduit à la fermeture provisoire.
Le ministre peut prolonger le délai mentionné à l'alinéa 1er, fixé en vue de remédier aux circonstances ayant conduit à la fermeture provisoire.
Si l'accueillant conventionné remédie aux circonstances ayant conduit à la fermeture provisoire dans le délai fixé par le ministre, le ministre met immédiatement un terme à la fermeture provisoire. Le département informe individuellement les personnes chargées de l'éducation des enfants gardés que le lieu d'accueil est rouvert.
Le service d'accueillants d'enfants reçoit copie des décisions mentionnées dans le présent paragraphe.]1

Afdeling 2. - Intrekking van de toelating
Section 2. - Retrait de l'enregistrement
Art. 148. [1 Indien de aangesloten onthaalouder na het verstrijken van de duur van de schorsing vermeld in artikel 146 de verplichtingen nog altijd niet nakomt of indien de omstandigheden die tot de voorlopige sluiting hebben geleid na het verstrijken van de termijn vermeld in artikel 147, § 3, niet verholpen zijn, trekt de dienst voor onthaalouders de toelating in.]1
Voor de intrekking deelt de dienst voor onthaalouders de betrokken aangesloten onthaalouder per aangetekende brief zijn voornemen mee. De aangesloten onthaalouder kan binnen zeven dagen, te rekenen vanaf de derde dag na toezending van dat voornemen, bij de dienst voor onthaalouders een verzoek indienen om te worden gehoord. Betrokkene wordt gehoord binnen 30 dagen na toezending van de aangetekende brief.
Binnen dertig dagen nadat betrokkene is gehoord, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de dienst voor onthaalouders of de toelating wordt ingetrokken. De beslissing is schriftelijk en gemotiveerd.
Die beslissing wordt zo snel mogelijk aan de betrokken aangesloten onthaalouder bezorgd. Het departement ontvangt een afschrift van de beslissing. De dienst voor onthaalouders licht de personen belast met de opvoeding van de opgevangen kinderen persoonlijk in over de intrekking van de toelating.
Art. 148. [1 Si, au terme de la période de suspension mentionnée à l'article 146, l'accueillant conventionné continue à ne pas remplir les obligations ou s'il n'a pas été remédié aux circonstances ayant conduit à la fermeture provisoire à l'expiration du délai mentionné à l'article 147, § 3, le service d'accueillants d'enfants retire l'enregistrement.]1
Avant le retrait, le service communique son intention à l'accueillant conventionné concerné, et ce, par recommandé. Dans un délai de sept jours prenant cours le troisième jour suivant l'envoi de la déclaration d'intention, l'accueillant conventionné peut introduire une demande d'audition auprès du service. Cette audition intervient dans les 30 jours suivant l'envoi du recommandé.
Dans les 30 jours suivant cette audition ou le terme du délai mentionné à l'alinéa 2 selon le cas, le service statue sur le retrait. La décision prise est écrite et motivée.
Cette décision est notifiée sans délai à l'accueillant conventionné concerné. Le département reçoit copie de cette décision. Le département informe individuellement les personnes chargées de l'éducation des enfants gardés que l'enregistrement a été retiré.
Hoofdstuk 3. - Beëindiging van de kinderopvang
Chapitre 3. - Cessation de l'accueil d'enfants
Art. 149. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 147 heeft de in artikel 148 bedoelde intrekking van de toelating van een aangesloten onthaalouder tot gevolg dat de kinderopvang binnen 30 dagen wordt beëindigd.
Met de beëindiging van de kinderopvang wordt van rechtswege een einde gemaakt aan de overeenkomst die met toepassing van [1 artikel 60, § 1, derde lid]1, is gesloten.
Art. 149. Sans préjudice de l'article 147, le retrait de l'enregistrement d'un accueillant conventionné opéré conformément à l'article 148 entraîne la cessation de l'accueil d'enfants dans les 30 jours.
La cessation de l'accueil d'enfants met fin d'office à la convention conclue en application de l'article 60, § 1er, [1 alinéa 3]1.
Art. 150. § 1 - De aangesloten onthaalouders delen elke vrijwillige tijdelijke of definitieve stopzetting van hun activiteit die niet aan een intrekking van de toelating overeenkomstig artikel 148 te wijten is, schriftelijk mee aan de dienst voor onthaalouders. Een uitzondering daarop vormen vakantieperioden en feestdagen.
§ 2 - De definitieve stopzetting van de activiteit van de aangesloten onthaalouders heeft van rechtswege de intrekking van de toelating tot gevolg.
Met de definitieve stopzetting van de activiteit wordt de opvang van alle kinderen door de aangesloten onthaalouder beëindigd.
Art. 150. § 1er - Les accueillants conventionnés communiquent par écrit au service d'accueillants d'enfants toute cessation volontaire de leurs activités qui n'est pas due à un retrait de l'enregistrement conformément à l'article 148, que cette cessation soit temporaire ou définitive. Sont exclus les périodes de congé et les jours fériés.
§ 2 - La cessation définitive des activités en tant qu'accueillant conventionné entraîne d'office le retrait de l'enregistrement.
La cessation définitive des activités met fin à tout accueil d'enfants par l'accueillant conventionné.
Art. 151. De opvangcontracten die met toepassing van artikel 28 zijn gesloten, blijven door de intrekking van de toelating van de aangesloten onthaalouder resp. door de definitieve stopzetting van de activiteit onaangetast.
Indien de aangesloten onthaalouder de kinderopvang beëindigt, biedt de dienst voor onthaalouders de personen belast met de opvoeding zo snel mogelijk een nieuwe opvangmogelijkheid aan. Indien de persoon belast met de opvoeding het aanbod niet aanneemt of indien de dienst voor onthaalouders geen passende opvang kan aanbieden, wordt het opvangcontract vanaf de dag van de afmelding van rechtswege beëindigd.
Art. 151. Les contrats de garde conclus en application de l'article 28 ne sont concernés ni par le retrait de l'enregistrement comme accueillant conventionné ni par la cessation définitive de l'activité.
Lorsque l'accueil par un accueillant conventionné prend fin, le service d'accueillants d'enfants propose, le plus rapidement possible, une nouvelle offre d'accueil aux personnes chargées de l'éducation. Si celles-ci n'acceptent pas l'offre proposée ou si le service ne peut proposer une offre pertinente, le contrat de garde prend fin de plein droit à dater du refus.
Titel 4. [1 - Als huisarbeider werkende kinderbegeleiders]1
Titre 4. [1 - Gardes d'enfants à domicile]1
Hoofdstuk 1.
Chapitre 1er.
Afdeling 1.
Section 1re.
Art. 152. [1 - De bepalingen van deze titel zijn uitsluitend als bijzondere verplichtingen overeenkomstig artikel 60, § 1, van toepassing op de dienst voor onthaalouders. Die dienst zorgt ervoor dat de bepalingen van deze titel worden nageleefd.]1
Art. 152. [1 - Les dispositions du présent titre ne sont applicables au service d'accueillants d'enfants qu'en tant que conditions particulières conformément à l'article 60, § 1er. Le service d'accueillants d'enfants veille à leur respect.]1
Afdeling 2.
Section 2.
Art. 153. [1 - Artikel 88, § 5, geldt mutatis mutandis ook voor de als huisarbeider werkende kinderbegeleiders.]1
Art. 153. [1 - L'article 88, § 5, est applicable mutatis mutandis aux gardes d'enfants à domicile.]1
Art. 154. [1 - De artikelen 19 tot 22 gelden mutatis mutandis ook voor de als huisarbeider werkende kinderbegeleiders.
Bijkomend gelden volgende voorwaarden voor de inrichting van de ruimten:
de trappen zijn bij voorkeur uitgerust met gesloten treden en de toegang tot de trappen is beveiligd met traphekjes. Indien een trap niet uitgerust is met gesloten treden, mogen kinderen tot zes jaar die alleen in begeleiding van een volwassene gebruiken;
de bedden en wiegen beantwoorden aan de richtlijnen van de Minister;
eventuele zandbakken zijn zo afgedekt dat verontreiniging voorkomen wordt. Het zand wordt bij verontreiniging vervangen;
indien de als huisarbeider werkende kinderbegeleider huisdieren heeft, zijn de richtlijnen van de Minister van toepassing;
overeenkomstig de wet van 22 december 2009 betreffende een regeling voor rookvrije plaatsen en ter bescherming van de bevolking tegen tabaksrook is het verboden in de slaap- en opvangruimten te roken.]1

Art. 154. [1 - Les articles 19 à 22 sont applicables mutatis mutandis aux gardes d'enfants à domicile.
En outre, les conditions suivantes sont applicables en ce qui concerne les caractéristiques des locaux :
les escaliers sont de préférence munis de contremarches et d'une barrière de sécurité. S'il n'y a pas de contremarches, des enfants de moins de six ans ne peuvent les emprunter que s'ils sont accompagnés par des adultes;
les lits et les berceaux répondent aux instructions du ministre;
les éventuels bacs à sable sont recouverts de manière à éviter toute pollution. Le sable est renouvelé en cas de pollution;
si le garde d'enfants à domicile détient des animaux de compagnie, les instructions du ministre sont applicables;
conformément à la loi du 22 décembre 2009 instaurant une réglementation générale relative à l'interdiction de fumer dans les lieux fermés accessibles au public et à la protection des travailleurs contre la fumée du tabac, il est interdit de fumer dans les locaux destinés au sommeil et à l'accueil.]1

Art. 155. [1 - § 1 - De als huisarbeider werkende kinderbegeleiders vangen de kinderen altijd zelf op.
§ 2 - In afspraak met de dienst voor onthaalouders kunnen als huisarbeider werkende kinderbegeleiders onder hun verantwoordelijkheid stagiairs opnemen.
De stagiair kan de als huisarbeider werkende kinderbegeleiders niet vervangen.]1

Art. 155. [1 - § 1er - Les gardes d'enfants à domicile accueillent toujours eux-mêmes les enfants.
§ 2 - En concertation avec le service d'accueillants d'enfants, les gardes d'enfants à domicile peuvent prendre des stagiaires sous leur responsabilité.
Le stagiaire ne peut pas remplacer les gardes d'enfants à domicile.]1

Afdeling 2.1
Section 2.1
Art. 155.1.
Art. 155.1.
Afdeling 3.
Section 3.
Art. 156. [1 - De dienst voor onthaalouders beveelt de als huisarbeider werkende kinderbegeleiders aan om hun eigen kinderen overeenkomstig de richtlijnen van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren te laten inenten.]1
Art. 156. [1 - Le service d'accueillants d'enfants recommande aux gardes d'enfants à domicile de faire vacciner leurs propres enfants conformément aux instructions du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes.]1
Art. 157. [1 - De dienst voor onthaalouders zorgt ervoor dat alle meerderjarige bewoners van de ruimten waar de als huisarbeider werkende kinderbegeleiders opvang aanbieden, voordat de activiteit van de als huisarbeider werkende kinderbegeleiders van start gaat, aan de inspectie toestemming hebben geven om die ruimten overeenkomstig artikel 17, § 1, tweede lid, 4°, van het decreet tijdens de openingstijden te bezoeken.
Gedurende hun activiteit delen de als huisarbeider werkende kinderbegeleiders elke wijziging van de gegevens vermeld in het eerste lid binnen dertig dagen schriftelijk mee aan de dienst voor onthaalouders.
Tijdens de duur van de activiteit kan de dienst voor onthaalouders de als huisarbeider werkende kinderbegeleiders te allen tijde om een actuele stand van de gegevens vermeld in het eerste lid verzoeken.]1

Art. 157. [1 - Le service d'accueillants d'enfants veille à ce que soit obtenu, avant le début de l'activité des gardes d'enfants à domicile, l'accord de toutes les personnes majeures habitant les locaux où se déroule l'accueil effectué par les gardes d'enfants à domicile pour que l'inspection puisse visiter ces locaux pendant leurs heures d'ouverture, et ce, conformément à l'article 17, § 1er, alinéa 2, 4°, du décret.
Pendant leur activité, les gardes d'enfants à domicile communiquent dans les trente jours au service d'accueillants d'enfants, par écrit, toute modification relative aux données mentionnées à l'alinéa 1er.
Pendant la période d'activité, le service d'accueillants d'enfants peut demander en tout temps une version actuelle des données mentionnées à l'alinéa 1er auprès des gardes d'enfants à domicile.]1

Art. 157.1.
Art. 157.1.
Art. 158. [1 - De dienst voor onthaalouders legt een opvangcapaciteit vast voor elke als huisarbeider werkende kinderbegeleider.]1
Art. 158. [1 - Le service d'accueillants d'enfants fixe une capacité d'accueil pour chaque garde d'enfants à domicile.]1
Afdeling 4.
Section 4.
Art. 159. [1 - § 1 - De Minister kan een kinderopvangvoorziening wegens dringende noodzakelijkheid zonder voorafgaande aanmaning of hoorzitting voorlopig voor onbepaalde duur sluiten om een van de volgende redenen:
als dat in het belang is van de volksgezondheid;
als er ernstige aanwijzingen zijn dat het welzijn, de veiligheid of de gezondheid van de kinderen in gevaar is;
als er ernstige aanwijzingen zijn dat de toepasselijke bepalingen zwaar geschonden worden.
De Minister beslist op grond van een advies van de inspectie en bij een met bijzondere redenen omklede beslissing.
§ 2 - De Minister deelt zijn beslissing tot voorlopige sluiting zo snel mogelijk per e-mail of via een andere elektronische weg en op dezelfde dag per aangetekende brief mee aan de betrokken als huisarbeider werkende kinderbegeleider. De als huisarbeider werkende kinderbegeleider kan binnen drie dagen, te rekenen vanaf de derde dag na toezending van de beslissing, bij de Minister een verzoek indienen om te worden gehoord. De betrokkene wordt dan gehoord binnen tien dagen na toezending van de aangetekende brief. Het verzoek om te worden gehoord heeft geen opschortende werking.
Nadat de betrokkene is gehoord, wordt de beslissing tot voorlopige sluiting door de Minister bevestigd of opgeheven. De Minister deelt zijn beslissing zo snel mogelijk per e-mail of via een andere elektronische weg en op dezelfde dag per aangetekende brief mee aan de betrokken als huisarbeider werkende kinderbegeleider. Indien er geen verzoek om te worden gehoord is ingediend binnen de termijn vermeld in het eerste lid, geldt de beslissing als bevestigd.
De dienst voor onthaalouders ontvangt een afschrift van de in deze paragraaf vermelde beslissingen en licht de personen belast met de opvoeding van de opgevangen kinderen persoonlijk in over de voorlopige sluiting van de kinderopvangvoorziening. De dienst voor onthaalouders waarborgt overeenkomstig artikel 66 in de mate van het mogelijke de continuïteit van de opvang van het kind.
§ 3 - Tegelijkertijd met de in § 2, tweede lid, vermelde bevestiging van de beslissing, dan wel, indien er geen verzoek om te worden gehoord is ingediend, na het verstrijken van de in § 2, eerste lid, vermelde termijn, deelt de Minister aan de betrokken als huisarbeider werkende kinderbegeleider mee binnen welke termijn de omstandigheden die tot de voorlopige sluiting hebben geleid, moeten worden verholpen.
De in het eerste lid vermelde termijn om de omstandigheden die tot de voorlopige sluiting hebben geleid, te verhelpen, kan door de Minister worden verlengd.
Als de als huisarbeider werkende kinderbegeleider de omstandigheden die tot de voorlopige sluiting hebben geleid, binnen de door de Minister vastgelegde termijn verhelpt, heft de Minister de voorlopige sluiting onmiddellijk op. Het departement licht de personen belast met de opvoeding van de opgevangen kinderen persoonlijk in over de heropening van de kinderopvangvoorziening.
De dienst voor onthaalouders ontvangt een afschrift van de in deze paragraaf vermelde beslissingen.]1

Art. 159. [1 - § 1er - Le ministre peut fermer d'urgence un lieu d'accueil à titre provisoire pour une durée indéterminée, sans mise en demeure ou audition préalable, pour l'une des raisons ci-après :
pour des raisons de santé publique;
lorsque des indices sérieux donnent à penser que le bien-être, la sécurité ou la santé des enfants sont menacés;
lorsque des indices sérieux donnent à penser qu'il existe un manquement grave aux dispositions applicables.
Le ministre statue sur avis de l'inspection et par décision particulièrement motivée.
§ 2 - Le ministre communique immédiatement sa décision de fermeture provisoire au garde d'enfants à domicile concerné par courriel ou toute autre voie électronique et le même jour par recommandé. Dans un délai de trois jours prenant cours le troisième jour suivant l'envoi de la décision, le garde d'enfants à domicile peut introduire une demande d'audition auprès du ministre. Cette audition intervient dans les dix jours suivant l'envoi du recommandé. La demande d'audition n'est pas suspensive.
Après cette audition, le ministre confirme la décision de fermeture provisoire ou y met un terme. Le ministre communique immédiatement sa décision au garde d'enfants à domicile concerné par courriel ou toute autre voie électronique et le même jour par recommandé. En l'absence de demande d'audition au terme du délai mentionné à l'alinéa 1er, la décision est considérée comme confirmée.
Le service d'accueillants d'enfants reçoit copie des décisions mentionnées dans le présent paragraphe et informe individuellement les personnes chargées de l'éducation des enfants gardés que le lieu d'accueil fait l'objet d'une fermeture provisoire. Dans la mesure du possible, le service d'accueillants d'enfants assure la continuité de l'accueil des enfants conformément à l'article 66.
§ 3 - Parallèlement à la confirmation de la décision mentionnée au § 2, alinéa 2, et, le cas échéant, en l'absence de demande d'audition, au terme du délai mentionné au § 2, alinéa 1er, le ministre communique au garde d'enfants à domicile concerné un délai en vue de remédier aux circonstances ayant conduit à la fermeture provisoire.
Le ministre peut prolonger le délai mentionné à l'alinéa 1er, fixé en vue de remédier aux circonstances ayant conduit à la fermeture provisoire.
Si le garde d'enfants à domicile remédie aux circonstances ayant conduit à la fermeture provisoire dans le délai fixé par le ministre, le ministre met immédiatement un terme à la fermeture provisoire. Le département informe individuellement les personnes chargées de l'éducation des enfants gardés que le lieu d'accueil est rouvert.
Le service d'accueillants d'enfants reçoit copie des décisions mentionnées dans le présent paragraphe.]1

Art. 160. [1 § 1 - De volgende personeelskosten van de centra voor kinderopvang kunnen gesubsidieerd worden:
één VTE-betrekking voor de leiding vermeld in artikel 156;
één VTE-betrekking voor de pedagogische begeleiding vermeld in artikel 157;
één VTE-betrekking voor administratieve assistentie.
De vakkrachten vermeld in het eerste lid beschikken over volgende diploma's:
voor de vakkrachten vermeld in de bepalingen onder 1° en 2°: masterdiploma of een daarmee gelijkgesteld diploma;
voor de vakkracht vermeld in de bepaling onder 3°: bachelordiploma of een daarmee gelijkgesteld diploma.]1

[2 § 2 [5 De volgende personeelskosten van de centra voor kinderopvang kunnen gesubsidieerd worden: vijf VTE-betrekkingen voor dienstleidingen.]5
De vakkrachten vermeld in het eerste lid beschikken over een bachelor- of masterdiploma of een daarmee gelijkgesteld diploma.]2

[3 § 3 - De personeelskosten van de centra voor kinderopvang ten belope van één VTE-betrekking voor een project- en uitbreidingsmanager kunnen gesubsidieerd worden.
De vakkracht vermeld in het eerste lid beschikt over een bachelor- of masterdiploma of een daarmee gelijkgesteld diploma.]3

[1 § 4 - De volgende personeelskosten van de centra voor kinderopvang kunnen gesubsidieerd worden:
[5 ...]5
[5 ...]5
0,5 VTE-betrekking voor een medewerker voor informatietechniek;
[5 vijf VTE-betrekkingen voor de boekhouding, de loonboekhouding en het personeelsbeheer]5;
één VTE-betrekking voor een hulpboekhouder;
één VTE-betrekking voor een opsteller voor het webportaal;
één VTE-betrekking voor een opsteller voor de planning van de opvang van de locaties voor buitenschoolse opvang;
0,75 VTE-betrekking voor een opsteller voor risicopreventie;
0,25 VTE-betrekking voor een opsteller per crèche;
10° één VTE-betrekking voor een conciërge [5 en een poetsmedewerker]5 voor de locaties voor buitenschoolse opvang en het centrum voor kinderopvang.
[5 11° twee VTE-betrekkingen voor sociaal-pedagogisch geschoold personeel voor de in artikel 155.1 vermelde adviesverlening en begeleiding die wordt geboden aan de zelfstandige onthaalouders en mede-onthaalouders.]5
De vakkrachten vermeld in het eerste lid beschikken over volgende diploma's:
voor de [5 vakkracht vermeld in de bepaling onder 3°]5: bachelor- of masterdiploma of een daarmee gelijkgesteld diploma;
voor [5 drie van de vakkrachten]5 vermeld in de bepaling onder 4°: bachelordiploma of een daarmee gelijkgesteld diploma;
[5 2.1 voor twee van de vakkrachten vermeld in de bepaling onder 4°: bachelor- of masterdiploma of een daarmee gelijkgesteld diploma;5
voor de vakkracht vermeld in de bepaling onder 5°: diploma van boekhouder klasse 2, overeenkomstig het besluit van de Regering van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid" of een daarmee gelijkgesteld diploma;
voor de vakkrachten vermeld in de bepalingen onder 6° tot 9°: een diploma van opsteller overeenkomstig het besluit van de Regering van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid" of een daarmee gelijkgesteld diploma;
voor de vakkracht vermeld in de bepaling onder 10°: diploma van geschoold onderhoudswerkman of eerste geschoold werkman overeenkomstig het besluit van de Regering van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid" of een daarmee gelijkgesteld diploma[5 ;]5
]1

[5 6° voor de vakkrachten vermeld in de bepaling onder 11°: een bachelordiploma op het gebied van sociaal werk, sanitaire en verpleegkundige wetenschappen, pedagogie, psychologie, opvoedingswetenschappen, vormingswetenschappen of een daarmee gelijkgesteld diploma.]5
[4 § 5 - De volgende personeelskosten van de centra voor kinderopvang kunnen gesubsidieerd worden:
één VTE-betrekking voor een medewerker voor klantenservice, communicatie en klachtenmanagement;
0,5 VTE-betrekking voor een medewerker voor logistiek.
De vakkrachten vermeld in het eerste lid beschikken over een bachelor- of masterdiploma of een daarmee gelijkgesteld diploma.]4

[2 § 6 - De betrekkingen vermeld in § § 1 tot 5 kunnen elk door een of meer personeelsleden worden vervuld.
§ 7 - Voor de subsidiëring van de personeelskosten wordt het besluit van de Regering van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid" toegepast.
In afwijking van artikel 5, eerste lid, van het besluit van de Regering van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid" wordt alleen rekening gehouden met de kosten van personeelsleden die houder zijn van de in de § § 1 tot 5 vastgelegde diploma's.
In afwijking van het tweede lid van dit artikel en in afwijking van artikel 5, tweede lid, van het besluit van de Regering van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid" kan de Minister de subsidiëring uitbreiden tot houders van andere kwalificaties als zij een voor de beoogde functie buitengewoon nuttige beroepservaring of bijzondere opleiding kunnen bewijzen. De Minister beslist na een advies van het departement binnen zestig dagen na ontvangst van de volledige schriftelijke aanvraag. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.
Indien in het kader van tewerkstellingsmaatregelen subsidies worden verkregen, worden die subsidies afgetrokken.]2

Art. 160. [1 § 1er - Peuvent être subsidiés les frais de personnel des centres d'accueil suivants :
1 équivalent temps plein pour la direction mentionnée à l'article 156 ;
1 équivalent temps plein pour l'encadrement pédagogique mentionné à l'article 157 ;
1 équivalent temps plein pour une assistance administrative.
Les professionnels mentionnés à l'alinéa 1er sont porteurs des diplômes suivants :
pour les professionnels mentionnés aux 1° et 2° : un diplôme de master ou tout diplôme y assimilé ;
pour les professionnels mentionnés au 3° : un diplôme de bachelor ou tout diplôme y assimilé.]1

[2 § 2 [5 - Peuvent être subsidiés les frais de personnel des centres d'accueil suivants : 5 équivalents temps plein pour des services.]5
Les professionnels mentionnés à l'alinéa 1er sont porteurs d'un diplôme de bachelor ou de master ou d'un diplôme y assimilé]2
.
[3 § 3 - Les frais de personnel des centres d'accueil peuvent être subsidiés à concurrence d'un équivalent temps plein pour un gestionnaire de projets et de croissance.
Le professionnel mentionné à l'alinéa 1er est porteur d'un diplôme de bachelor ou de master ou d'un diplôme y assimilé.]3

[1 § 4 - Peuvent être subsidiés les frais de personnel des centres d'accueil suivants :
[5 ...]5
[5 ...]5
0,5 équivalent temps plein pour un collaborateur des technologies de l'information ;
[5 5 équivalents temps plein pour la comptabilité, la gestion des salaires et la gestion du personnel]5;
1 équivalent temps plein pour un aide-comptable ;
1 équivalent temps plein pour un rédacteur pour le portail en ligne ;
1 équivalent temps plein pour un rédacteur pour les planifications de lieux d'accueil extrascolaires ;
0,75 équivalent temps plein pour un rédacteur pour la prévention;
0,25 équivalent temps plein pour un rédacteur par crèche ;
10° 1 équivalent temps plein pour un concierge [5 et un technicien de surface]5 pour les lieux d'accueil extrascolaire et le centre d'accueil [5 ;]5.
[5 11° 2 équivalents temps plein pour le personnel sociopédagogique spécialisé aux fins de l'accompagnement des accueillants et co-accueillants autonomes et de la fourniture de conseils à ceux-ci, tel que mentionné à l'article 155.1]5.
Les professionnels mentionnés à l'alinéa 1er sont porteurs des diplômes suivants :
pour [5 le professionnel mentionné au 3° ]5 : un diplôme de bachelor ou de master ou tout diplôme y assimilé ;
pour [5 trois des professionnels mentionnés au 4° ]5 : un diplôme de bachelor ou tout diplôme y assimilé ;
[5 2.1° pour deux des professionnels mentionnés au 4° : un diplôme de bachelor ou de master ou tout diplôme y assimilé;]5
pour le professionnel mentionné au 5° : le diplôme de comptable de 2e classe, conformément à l'arrêté du Gouvernement du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santé, ou un diplôme y assimilé ;
pour les professionnels mentionnés aux 6° à 9° : le diplôme de rédacteur, conformément à l'arrêté du Gouvernement du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santé, ou d'un diplôme y assimilé ;
pour le professionnel mentionné au 10° : le diplôme d'ouvrier d'entretien qualifié ou de premier ouvrier spécialisé, conformément à l'arrêté du Gouvernement du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santé, ou un diplôme y assimilé [5 ;5]1

[5 6° pour les professionnels mentionnés au 11° : un diplôme de bachelor dans le domaine du travail social, en sciences sanitaires et infirmières, en pédagogie, en psychologie, en sciences de l'éducation ou en sciences pédagogiques, ou tout diplôme y assimilé. ]5
[4 § 5 - Peuvent être subsidiés les frais de personnel des centres d'accueil suivants :
1 équivalent temps plein pour un collaborateur chargé du service client, de la communication et de la gestion des réclamations ;
0,5 équivalent temps plein pour un collaborateur chargé de la logistique ;
Les professionnels mentionnés à l'alinéa 1er sont porteurs d'un diplôme de bachelor ou d'un diplôme y assimilé.]4

[2 § 6 - Les postes mentionnés aux § § 1er à 5 peuvent être assumés respectivement par un ou plusieurs membres du personnel.
§ 7 - L'arrêté du Gouvernement du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santé s'applique au subventionnement des frais relatifs au personnel.
Par dérogation à l'article 5, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santé, seuls sont pris en compte les frais des membres du personnel qui sont porteurs des diplômes fixés respectivement aux § § 1er à 5.
Par dérogation à l'alinéa 2 du présent article et à l'article 5, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santé, le ministre peut étendre le subventionnement aux personnes titulaires d'autres qualifications pour autant qu'elles disposent d'une expérience professionnelle utile exceptionnelle ou d'une formation spécifique pour la fonction concernée. Le ministre statue dans les soixante jours de la réception de la demande écrite complète en se basant sur l'avis du département. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être refusée.
Les éventuels subsides reçus pour les mesures en faveur de l'emploi sont déduits.]2

Art. 160.1. [1 Voor de organisatie van voortgezette opleidingen kunnen de centra voor kinderopvang een jaarlijks forfaitair bedrag van hoogstens 8.615,74 euro ontvangen.]1
Art. 160.1. [1 Les centres d'accueil peuvent recevoir un forfait annuel de maximum 8 615,74 euros pour l'organisation de formations continues.]1
Art. 160.2. [1 Voor de aankoop van informaticadiensten kunnen de centra voor kinderopvang een jaarlijks forfaitair bedrag van hoogstens 17.231,48 euro ontvangen.]1
Art. 160.2. [1 Les centres d'accueil peuvent recevoir un forfait annuel de maximum 17 231,48 euros pour l'achat de prestations de services informatiques.]1
Art. 160.3. [1 Voor een beperkte periode kunnen de centra voor kinderopvang subsidie krijgen voor de financiering van een bedrijfsconsulting.]1
Art. 160.3. [1 Pour une durée limitée, les centres d'accueil peuvent recevoir un subside destiné au financement de conseils aux entreprises.]1
Art. 160.4. [1 Voor een beperkte periode kunnen de centra voor kinderopvang, onder de door de Minister bepaalde voorwaarden, een subsidie krijgen om een tekort aan te zuiveren.]1
Art. 160.4. [1 Pour une durée limitée, les centres d'accueil peuvent recevoir un subside destiné à la prise en charge d'un déficit, conformément aux conditions fixées par le ministre.]1
Art. 161. Het centrum voor kinderopvang dient de trimestriële bewijzen voor de subsidiëring ten laatste zes weken na het einde van het betrokken trimester bij het departement in.
Indien de trimestriële bewijzen te laat worden ingediend, kan bij één maand vertraging 5 % van de subsidie en bij twee of meer maanden vertraging 10 % van de subsidie ingehouden worden.
Art. 161. Au plus tard six semaines après la fin de chaque trimestre, le centre d'accueil introduit auprès du département les justificatifs trimestriels pour le subventionnement.
En cas d'introduction tardive des justificatifs trimestriels, 5 % des subsides peuvent être retenus si le retard est d'un mois, 10 % s'il est de deux mois ou plus.
Art. 162. Met behoud van de toepassing van artikel 159 kent de Minister, op aanvraag van het centrum voor kinderopvang, de subsidies vermeld in deze afdeling toe, na voorafgaand onderzoek door het departement. De subsidieaanvragen worden bij het departement ingediend, samen met de eventueel noodzakelijke bewijzen.
Art. 162. Sans préjudice de l'article 159 et après vérification par le département, le ministre octroie les subsides mentionnés dans la présente section au centre qui en fait la demande. Les demandes de subsides sont introduites auprès du département avec les justificatifs éventuellement requis.
Hoofdstuk 2. - Procedurebepalingen
Chapitre 2. - Dispositions relatives aux procédures
Afdeling 1. - Erkenning
Section 1re. - Agréation
Art. 163. Dienstverrichters die een erkenning als centrum voor kinderopvang willen krijgen, dienen een aanvraag in bij het departement.
Bij de aanvraag worden de volgende stukken en gegevens gevoegd :
de identiteit van de aanvrager;
de statuten van de rechtspersoon;
het bewijs dat, met inachtneming van de bepalingen van titel 2 en titel 3, de volgende diensten worden aangeboden :
a) minstens één dienst voor onthaalouders;
b) minstens één crèche;
c) minstens één locatie voor buitenschoolse opvang;
een concept voor de coördinatie van de verschillende diensten van het centrum.
Art. 163. Pour obtenir une agréation en tant que centre d'accueil, les prestataires introduisent une demande auprès du département.
La demande doit être accompagnée des documents et données suivants :
l'identité du demandeur;
les statuts de la personne morale;
la preuve que les prestations suivantes sont proposés dans le respect des dispositions des titres 2 et 3 :
a) au moins un service d'accueillants d'enfants;
b) au moins un crèche;
c) au moins un lieu d'accueil extrascolaire;
le concept de coordination des différentes prestations proposées par le centre.
Art. 164. § 1 - Het departement onderzoekt of de ingediende aanvraag volledig is en onderzoekt de bijgevoegde stukken.
Binnen 90 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, stelt het departement op basis van zijn bevindingen een advies op en zendt het over aan de Minister. Indien binnen die termijn geen advies wordt verstrekt, wordt dit beschouwd als een negatief advies.
Binnen 60 dagen na ontvangst van het advies van het centrum, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de erkenning wordt toegekend. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de erkenning als geweigerd.
§ 2 - Indien de erkenning geweigerd wordt, kan de aanvrager beroep instellen bij de Regering.
De aanvrager zendt het met redenen omklede beroep, samen met alle relevante stukken, per aangetekende brief of per brief met ontvangstbevestiging aan de Regering en dit binnen 15 dagen na ontvangst van de weigering van de aanvraag, respectievelijk na het verstrijken van de termijn vermeld in § 1.
De Regering licht het departement en de inspectie over het beroep in. Deze bezorgen de Regering binnen een door haar gestelde termijn het administratief dossier en delen haar elk een standpunt mee.
De Regering beslist binnen 90 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het beroep, of de erkenning wordt toegekend. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de erkenning als geweigerd.
Art. 164. § 1er - Le département vérifie si la demande d'agréation introduite est complète et les documents y annexés.
Dans les 90 jours suivant la réception de la demande complète, le département établit, en se basant sur les éléments en sa connaissance, un avis qu'il transmet au ministre. A défaut d'avis au terme de ce délai, l'avis est réputé négatif.
Dans les 60 jours suivant la réception de l'avis rendu par le département ou le terme du délai mentionné à l'alinéa 2 selon le cas, le ministre statue sur l'octroi de l'agréation. A défaut de décision dans le délai imparti, l'agréation est censée être refusée.
§ 2 - En cas de refus d'agréation, le demandeur peut introduire un recours auprès du Gouvernement.
Le demandeur transmet au Gouvernement le recours motivé, accompagné de tout document pertinent, par recommandé ou contre accusé de réception, et ce, dans les 15 jours suivant la réception du rejet de la demande ou le terme du délai mentionné au § 1er.
Le Gouvernement informe le département et l'inspection qu'un recours a été introduit. Ceux-ci transmettent au Gouvernement, dans le délai qu'il détermine, le dossier administratif accompagné de leur prise de position.
Le Gouvernement statue sur l'octroi de l'agréation dans les 90 jours suivant la réception du recours. A défaut de décision dans le délai imparti, l'agréation est censée être refusée.
Art. 165. De erkenning wordt voor onbepaalde duur verleend.
De aanvrager mag het centrum voor kinderopvang pas openen als hij de erkenning heeft ontvangen.
Art. 165. L'agréation est octroyée pour une durée indéterminée.
Le demandeur ne peut ouvrir le centre d'accueil qu'après avoir reçu l'agréation.
Afdeling 2. - Schorsing en intrekking van de erkenning
Section 2. - Suspension et retrait de l'agréation
Art. 166. De artikelen 49 tot 54 gelden mutatis mutandis ook voor de centra voor kinderopvang.
Art. 166. Les articles 49 à 54 sont applicables mutatis mutandis aux centres d'accueil.
Afdeling 3. - Beëindiging van de kinderopvang
Section 3. - Cessation de l'accueil d'enfants
Art. 167. De artikelen 55 tot 57 gelden mutatis mutandis ook voor de centra voor kinderopvang.
Art. 167. Les articles 55 à 57 sont applicables mutatis mutandis aux centres d'accueil.
Titel 5. - Initiatieven voor occasionele kinderopvang
Titre 5. - Haltes-garderies
Ondertitel 1. - Inhoudelijke bepalingen
Sous-titre 1er. - Dispositions relatives au contenu
Hoofdstuk 1. - Erkenningsvoorwaarden
Chapitre 1er. - Conditions d'agréation
Afdeling 1. - Organiserende instantie
Section 1re. - Pouvoir organisateur
Art. 168. Uitsluitend rechtspersonen zonder winstoogmerk worden als organiserende instantie van één of meer initiatieven voor occasionele kinderopvang erkend.
Art. 168. Seules des personnes morales ne poursuivant pas un but lucratif sont agréées comme pouvoir organisateur d'une ou plusieurs haltes-garderies.
Afdeling 2. - Bepalingen inzake persoonsgegevens
Section 2. - Dispositions relatives aux personnes
Art. 169. De initiatieven voor occasionele kinderopvang stellen de personen die werkzaam zijn in de kinderopvang en die van hen een opdracht hebben kregen, alsook de hoofdverantwoordelijke en diens plaatsvervanger jaarlijks een voor hen kosteloos opleidingsaanbod ter beschikking.
Art. 169. Chaque année, les haltes-garderies proposent des formations continues gratuites aux personnes actives dans l'accueil d'enfants et mandatées par elles, ainsi qu'au responsable et à son représentant.
Art. 170. De artikelen 12 en 13 gelden mutatis mutandis ook voor de initiatieven voor occasionele kinderopvang.
Art. 170. Les articles 12 et 13 sont applicables mutatis mutandis aux haltes-garderies.
Afdeling 3. - Opvangconcept
Section 3. - Concept d'accueil
Art. 171. Het initiatief voor occasionele kinderopvang werkt een opvangconcept uit.
Het opvangconcept bevat minstens :
de doelstellingen van het aanbod;
de pedagogische principes;
de manier waarop samengewerkt wordt met de personen belast met de opvoeding;
de manier waarop samengewerkt wordt met andere diensten;
de manier waarop samengewerkt wordt met vrijwilligers;
de manier waarop personen geschikt worden bevonden om als begeleider in een initiatief voor occasionele kinderopvang te worden toegelaten;
de maatregelen inzake gezondheidspromotie;
de informatie over het klachtenbeheer;
de openingstijden en de manier waarop contact kan worden opgenomen met de dienst;
10° de procedurerichtlijnen bij vermoeden of vaststelling van kindermishandeling, kindermisbruik en/of kinderverwaarlozing, besmettelijke ziekten, aanhoudende gedragsstoornissen, vermoeden of vaststelling van ontwikkelingsachterstand, alsook de procedurerichtlijnen voor de omgang met kinderen met een [1 beperking of psychische stoornis]1.
Art. 171. La halte-garderie établit un concept d'accueil.
Le concept d'accueil reprend au moins :
les objectifs de l'offre;
les principes pédagogiques;
la manière de procéder en ce qui concerne la coopération avec les personnes chargées de l'éducation;
la manière de procéder en ce qui concerne la coopération avec d'autres services;
la manière de procéder en ce qui concerne la coopération avec des bénévoles;
la procédure d'enregistrement des gardiens, en ce qui concerne leur aptitude;
les mesures visant à promouvoir la santé;
les données relatives à la gestion des plaintes;
les heures d'ouverture du service et les possibilités pour le contacter;
10° les procédures à suivre lorsque l'on suspecte ou constate une maltraitance, un abus et/ou un délaissement d'enfant, lors de maladies contagieuses, lors de comportements asociaux, lorsque l'on suspecte ou constate des retards de développement, ou lorsque l'on a affaire à des enfants présentant un handicap ou [1 un trouble psychique]1.
Afdeling 4. - Huishoudelijk reglement
Section 4. - Règlement intérieur
Art. 172. Artikel 16 geldt mutatis mutandis ook voor de initiatieven voor occasionele kinderopvang.
Art. 172. L'article 16 s'applique mutatis mutandis aux haltes-garderies.
Afdeling 5. - Verzekeringen
Section 5. - Assurances
Art. 173. Artikel 17 geldt mutatis mutandis ook voor de initiatieven voor occasionele kinderopvang.
Art. 173. L'article 17 s'applique mutatis mutandis aux haltes-garderies.
Hoofdstuk 2. - Inrichting van de ruimten
Chapitre 2. - Caractéristiques des locaux
Art. 174. § 1 - De artikelen 19 tot 22 gelden mutatis mutandis ook voor de initiatieven voor occasionele kinderopvang.
§ 2 - Bijkomend gelden volgende voorwaarden voor de inrichting van de ruimten :
de trappen zijn uitgerust met gesloten treden en de toegang tot de trappen is beveiligd met traphekjes. De trappen zijn uitgerust met een dubbele handlijst, één op kinderhoogte en één op volwassenenhoogte. Indien dat ontbreekt, mogen de trappen alleen onder begeleiding van volwassenen gebruikt worden;
in alle ruimten die voor de kinderen toegankelijk zijn, is de vloerbekleding antislip. Er worden geen vloerkleden gebruikt;
de verzorgingsruimte is uitgerust met voldoende wastafels en verzorgingstafels en met toiletten en handwastafels die aan de leeftijd van de kinderen zijn aangepast;
[1 4° de bedden en wiegen beantwoorden aan de richtlijnen van de Minister]1 [2 ;]2
[2 5° de veiligheid van de ruimten wordt in het bijzonder bewezen door een gunstig brandveiligheidsadvies van de bevoegde brandweercommandant.]2
Art. 174. § 1er - Les articles 19 à 22 sont applicables mutatis mutandis aux haltes-garderies.
§ 2 - En outre, les conditions suivantes sont applicables en ce qui concerne les caractéristiques des locaux :
les escaliers sont munis de contremarches et d'une barrière de sécurité. Les escaliers sont pourvus d'une double main courante, l'une à hauteur d'enfant et l'autre à hauteur d'adulte. A défaut, ils ne peuvent être empruntés par des enfants que si ceux-ci sont accompagnés d'adultes;
tous les locaux accessibles aux enfants sont pourvus d'un revêtement de sol antidérapant. Il n'y a aucun tapis;
la zone sanitaire est équipée de lavabos, de tables à langer, ainsi que de toilettes et lave-mains adaptés à l'âge des enfants, le tout en nombre suffisant [2 ;]2
[1 4° les lits et les berceaux répondent aux instructions du ministre [2 ;]2 ]1
[2 5° la sécurité des locaux est notamment attestée par un avis positif en matière de sécurité incendie établi par le commandant des pompiers compétent.]2
Hoofdstuk 3. - Verplichtingen
Chapitre 3. - Obligations
Afdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden en inrichting van de ruimten
Section 1re. - Conditions d'agréation et caractéristiques des locaux
Art. 175. Na hun erkenning blijven de initiatieven voor occasionele kinderopvang voldoen aan de erkenningsvoorwaarden die in het decreet of in deze titel worden vermeld en blijven ze voldoen aan de voorgeschreven inrichting van de ruimten.
Art. 175. Après leur agréation, les haltes-garderies continuent à remplir les conditions mises à leur agréation, telles que mentionnées dans le décret ou dans le présent titre, et respectent les caractéristiques spécifiées pour les locaux.
Afdeling 2. - Algemene verplichtingen
Section 2. - Obligations générales
Art. 176. Het initiatief voor occasionele kinderopvang is minstens twee uur en hoogstens vier uur per dag open. De opvang wordt minstens één dag om de twee weken en hoogstens vier dagen per week aangeboden.
Art. 176. La halte-garderie est ouverte au moins deux et au plus quatre heures par jour. L'accueil est proposé au moins un jour tous les quinze jours et au plus quatre jours par semaine.
Art. 177. § 1 - Het maximale aantal opvangdagen ligt voor elk kind bij 90 per jaar.
§ 2 - In afwijking van § 1 kan het initiatief voor occasionele kinderopvang een gemotiveerde en in de tijd beperkte afwijking aanvragen voor één of meer kinderen.
Daartoe dient het initiatief voor occasionele kinderopvang een individuele schriftelijke aanvraag bij het departement in. Binnen zestig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, stelt het departement een advies op en zendt het over aan de Minister. Indien binnen die termijn geen advies wordt verstrekt, wordt dit beschouwd als een negatief advies.
Binnen dertig dagen na ontvangst van het advies van het departement, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de afwijking wordt toegestaan en voor hoelang. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.
Art. 177. § 1er - Le nombre maximal de jours de garde est de 90 par an pour chaque enfant.
§ 2 - La halte-garderie peut demander une dérogation au § 1er, temporaire et motivée, pour un ou plusieurs enfants.
A cette fin, elle introduit une demande individuelle écrite auprès du département. Dans les 60 jours suivant la réception de la demande complète, le département établit un avis qu'il transmet au ministre. A défaut d'avis au terme de ce délai, l'avis est réputé négatif.
Dans les 30 jours suivant la réception de l'avis rendu par le département ou le terme du délai mentionné à l'alinéa 2 selon le cas, le ministre statue sur l'octroi de la dérogation et sa durée. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être rejetée.
Art. 178. § 1 - Het initiatief voor occasionele kinderopvang vertrouwt de kinderopvang uitsluitend toe aan toegelaten begeleiders van occasionele kinderopvang. Hij sluit hiervoor een schriftelijke overeenkomst met hen.
§ 2 - Wie een toelating als begeleider van occasionele kinderopvang wil krijgen, moet minstens aan de volgende voorwaarden voldoen :
ten minste 18 en ten hoogste 65 jaar oud zijn;
geschikt zijn om met kinderen om te gaan;
bereid zijn om zijn opvattingen en kennis inzake kinderopvang verder te ontwikkelen [2 .]2
[2 ...]2.
§ 3 - In afwijking van § 2, 1°, kan het initiatief voor occasionele kinderopvang een afwijking van de bovenste leeftijdsgrens van een begeleider van occasionele kinderopvang aanvragen.
[1 Daartoe dient het initiatief voor occasionele kinderopvang een individuele schriftelijke aanvraag bij het departement in en voegt het daarbij een positief medisch attest dat niet ouder is dan twee maanden, dat bekrachtigt dat de gezondheidstoestand van betrokkene hem toelaat voor kinderen te zorgen en dat hij geen tekenen van fysiek of psychisch lijden of geen fysieke of psychische beperkingen vertoont die een gevaar voor de gezondheid van de opgevangen kinderen kunnen betekenen. Binnen 90 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, stelt het departement een advies op en zendt het over aan de Minister. Indien binnen die termijn geen advies wordt verstrekt, wordt dit beschouwd als een negatief advies]1.
Binnen dertig dagen na ontvangst van het advies van het departement, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de afwijking wordt toegestaan en voor hoelang. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.
De duur van de afwijking is in elk geval beperkt tot hoogstens twee jaar en kan verlengd worden.
Art. 178. § 1er - La halte-garderie mandate pour l'accueil uniquement des gardiens enregistrés. Pour ce faire, il conclut avec eux une convention écrite.
§ 2 - Pour obtenir l'enregistrement, les gardiens remplissent au moins les conditions suivantes :
être âgé de 18 ans au minimum et de 65 ans maximum;
être apte à s'occuper d'enfants;
être disposé à développer ses idées et connaissances au sujet de l'accueil d'enfants [2 .]2
[2 ...]2.
§ 3 - La halte-garderie peut demander une dérogation à la limite d'âge fixée au § 2, 1°, pour les gardiens.
[1 Pour ce faire, elle introduit une demande individuelle écrite auprès du département, accompagnée d'un certificat médical positif de moins de deux mois de date attestant que la personne est en mesure, d'un point de vue santé, de garder des enfants et qu'il n'existe aucun signe de souffrance ou d'affection physique ou psychique susceptible de présenter un danger pour la santé des enfants gardés. Dans les nonante jours suivant la réception de la demande complète, le département établit un avis qu'il transmet au ministre. A défaut d'avis au terme de ce délai, l'avis est réputé négatif]1.
Dans les 30 jours suivant la réception de l'avis rendu par le département ou le terme du délai mentionné à l'alinéa 2 selon le cas, le ministre statue sur l'octroi de la dérogation et sa durée. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être rejetée.
La dérogation a en tout cas une durée limitée à deux ans et peut être renouvelée.
Art. 179. § 1 - Het initiatief voor occasionele kinderopvang beschikt minstens over het aantal toegelaten begeleiders voor occasionele kinderopvang bepaald in de volgende [1 ...]1 tabel :
Art. 179. § 1er - La halte-garderie dispose au moins de gardiens enregistrés, présents conformément au tableau [1 ...]1 suivant :
Aantal gelijktijdig aanwezige kinderen Aantal aanwezige begeleiders van de occasionele kinderopvang
1-5 1
6-10 2
11-15 3
16-20 4
21-25 5
26-30 6
Aantal gelijktijdig aanwezige kinderen Aantal aanwezige begeleiders van de occasionele kinderopvang1-5 16-10 211-15 316-20 421-25 526-30 6
§ 2 - De begeleiders van de occasionele kinderopvang kunnen zowel medewerkers met een arbeidsovereenkomst als vrijwillige medewerkers zijn.
§ 3 - In gemotiveerde uitzonderingsgevallen kan de Minister aan het initiatief voor occasionele kinderopvang een termijn toekennen waarbinnen het aan de normen vermeld in § 1 moet voldoen. De Minister beslist na een advies van het departement binnen 60 dagen na ontvangst van de volledige schriftelijke aanvraag. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.
Nombre d'enfants présents simultanémentNombre de gardiens présents
1-5 1
6-10 2
11-15 3
16-20 4
21-25 5
26-30 6
Nombre d'enfants présents simultanément
Nombre de gardiens présents1-5 16-10 211-15 316-20 421-25 526-30 6
§ 2 - Les gardiens peuvent être des collaborateurs occupés dans les liens d'un contrat ou bénévoles.
§ 3 - Dans des cas exceptionnels justifiés, le ministre peut concéder à la halte-garderie un délai pour se conformer aux normes mentionnées au § 1er. Le ministre statue dans les 60 jours de la réception de la demande écrite complète en se basant sur l'avis du département. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être rejetée.
Art. 180. § 1 - [2 Het initiatief voor occasionele kinderopvang bepaalt een hoofdverantwoordelijke die minstens voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 178, § 2.
Artikel 88, § 5, geldt mutatis mutandis voor de hoofdverantwoordelijke van het initiatief voor occasionele kinderopvang.]2

§ 2 - De hoofdverantwoordelijke heeft in het bijzonder tot taak :
het pedagogisch concept in praktijk te brengen, samen met het team;
de begeleiders van occasionele kinderopvang te begeleiden en hen instructies te geven;
voor het dagelijks bestuur te zorgen;
als officieel aanspreekpunt te fungeren voor de personen belast met de opvoeding of voor overheidsinstanties;
de toelating als begeleider van occasionele kinderopvang te geven, na te hebben onderzocht of betrokkene voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 178, § 2, met inachtneming van de procedure vermeld in artikel 171, tweede lid, 6°.
De hoofdverantwoordelijke is in principe elke opvangdag bereikbaar en kan ook in de kinderopvang werkzaam zijn.
§ 3 - Het initiatief voor occasionele kinderopvang wijst een plaatsvervanger voor de hoofdverantwoordelijke aan die minstens voldoet aan de voorwaarden gesteld in § 1, eerste lid [2 ...]2.
Indien de hoofdverantwoordelijke afwezig is, neemt diens plaatsvervanger de taken vermeld in § 2, eerste lid, 1° tot 4°, op zich.
Art. 180. § 1er [2 - La halte-garderie désigne un responsable qui remplit au moins les conditions mentionnées à l'article 178, § 2.
L'article 88, § 5, est applicable mutatis mutandis au responsable de la halte-garderie.]2

§ 2 - Le responsable a notamment pour mission :
la transposition du concept pédagogique avec l'équipe;
l'encadrement et l'initiation des gardiens;
la gestion journalière;
la fonction d'interlocuteur officiel pour les personnes chargées de l'éducation ou les autorités;
l'enregistrement des gardiens après avoir vérifié dans le respect de la procédure mentionnée à l'article 171, alinéa 2, 6°, que les conditions mentionnées à l'article 178, § 2, sont remplies.
En principe, le responsable est joignable chaque jour de garde et peut aussi être affecté à l'accueil des enfants.
§ 3 - La halte-garderie désigne un représentant du responsable; il remplit au moins les conditions mentionnées au § 1er, alinéa 1er [2 ...]2.
En cas d'absence du responsable, son représentant assure les missions décrites au § 2, alinéa 1er, 1° à 4°.
Art. 181.
Art. 181.
Afdeling 3. - Opvangconcept
Section 3. - Concept d'accueil
Art. 182. Artikel 24 geldt mutatis mutandis ook voor de initiatieven voor occasionele kinderopvang.
Art. 182. L'article 24 s'applique mutatis mutandis aux haltes-garderies.
Afdeling 4. - Huishoudelijk reglement
Section 4. - Règlement intérieur
Art. 183. Artikel 25 geldt mutatis mutandis ook voor de initiatieven voor occasionele kinderopvang.
Art. 183. L'article 25 s'applique mutatis mutandis aux haltes-garderies.
Afdeling 5. - Samenwerking met de personen belast met de opvoeding
Section 5. - Coopération avec les personnes chargées de l'éducation
Art. 184. § 1 - Het initiatief voor occasionele kinderopvang sluit voor het begin van de opvang een schriftelijk opvangcontract met de personen belast met de opvoeding.
De opvang begint pas nadat het opvangcontract door alle partijen is ondertekend.
§ 2 - Onder voorbehoud van de toepassing van § 1 kunnen de personen belast met de opvoeding gebruik maken van het initiatief voor occasionele kinderopvang zonder hun kind vooraf aan te melden.
Art. 184. § 1er - Avant le début de l'accueil, la halte-garderie conclut, par écrit, un contrat de garde avec les personnes chargées de l'éducation.
L'accueil ne commence que lorsque toutes les parties ont signé le contrat de garde.
§ 2 - Sans préjudice du § 1er, les personnes chargées de l'éducation peuvent recourir à la halte-garderie sans inscription préalable de l'enfant.
Art. 185. Het initiatief voor occasionele kinderopvang deelt de sluitingsdagen tijdig mee aan de personen belast met de opvoeding.
Art. 185. La halte-garderie communique en temps utile aux personnes chargées de l'éducation les données relatives aux jours de fermeture.
Art. 186. [1 Artikel 26, artikel 28.1 en de artikelen 30 tot 31]1 gelden mutatis mutandis ook voor de initiatieven voor occasionele kinderopvang.
Art. 186. Les articles [1 26, 28.1 et 30 à 31]1 s'appliquent mutatis mutandis aux haltes-garderies.
Afdeling 6. - Brandveiligheid
Section 6. - Protection contre l'incendie
Art. 187. Artikel 32 geldt mutatis mutandis ook voor de initiatieven voor occasionele kinderopvang.
Art. 187. L'article 32 s'applique mutatis mutandis aux haltes-garderies.
Afdeling 7. - Rapportering
Section 7. - Rapportage
Art. 188. Het initiatief voor occasionele kinderopvang dient jaarlijks, behalve in het eerste jaar van de opvang, uiterlijk op 1 februari een overzichtslijst in met het personeel dat in het vorige kalenderjaar werkelijk beschikbaar was.
Deze overzichtslijst bevat de volgende gegevens over alle personeelsleden afzonderlijk : naam, geboortedatum, diploma resp. kwalificatie, functie, indiensttreding, effectieve dienstanciënniteit, arbeidsregeling.
Art. 188. A l'exception de la première année d'accueil, la halte-garderie introduit auprès du département, pour le 1er février de chaque année au plus tard, une liste récapitulative reprenant le personnel effectivement occupé l'année calendrier précédente.
Cette liste reprend les données suivantes pour chacun des membres du personnel : nom, date de naissance, diplôme ou qualification, fonction, entrée en service, ancienneté de service effective, régime de travail.
Art. 189. § 1 - Het initiatief voor occasionele kinderopvang dient jaarlijks, behalve in het eerste jaar van de opvang, uiterlijk op 1 april een activiteitenverslag over het vorige kalenderjaar in bij het departement.
Het activiteitenverslag bevat :
het aantal openingsdagen en de openingstijden;
het totaal aantal aanwezigheden;
het totaal aantal van de gemiddelde aanwezigheden;
de analyse en de evaluatie van de activiteiten;
een overzicht van de bezochte voortgezette opleidingen.
§ 2 - Artikel 34, §§ 2 tot 3, geldt mutatis mutandis ook voor de initiatieven voor occasionele kinderopvang.
Art. 189. § 1er - Sauf pour la première année d'accueil, la halte-garderie introduit auprès du département, pour le 1er avril au plus tard, un rapport d'activités relatif à l'année calendrier précédente.
Ce rapport d'activités mentionne :
le nombre de jours d'ouverture et les heures d'ouverture;
le nombre total de présences;
le nombre total des présences moyennes;
l'analyse et l'évaluation des activités;
une moyenne des formations continues fréquentées.
§ 2 - L'article 34, §§ 2 à 3, s'applique mutatis mutandis aux haltes-garderies.
Art. 190. Artikel 35 geldt mutatis mutandis ook voor de initiatieven voor occasionele kinderopvang.
Art. 190. L'article 35 s'applique mutatis mutandis aux haltes-garderies.
Hoofdstuk 4. - Subsidiëring
Chapitre 4. - Subventionnement
Art. 191. Onder voorbehoud van de toepassing van een beheerscontract als bedoeld in artikel 13 van het decreet kunnen erkende initiatieven voor occasionele kinderopvang, binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk subsidie krijgen.
Art. 191. Sans préjudice d'un éventuel contrat de gestion conclu conformément à l'article 13 du décret, les haltes-garderies agréées peuvent obtenir des subsides conformément aux dispositions du présent chapitre dans les limites des crédits budgétaires disponibles.
Art. 192. Om gesubsidieerd te kunnen worden, hanteert het initiatief voor occasionele kinderopvang een kostenbijdrage voor de gebruikers en een sociaal tarief voor gezinnen met een laag inkomen.
Art. 192. Pour être subsidiée, la halte-garderie prévoit une participation personnelle aux frais pour les utilisateurs, ainsi qu'un tarif social pour les familles à revenus modestes.
Art. 193. [1 - Voor de organisatie van het initiatief voor occasionele kinderopvang krijgt de organiserende instantie een forfaitair bedrag van 76,50 euro per openingsdag en een aanvullend forfaitair bedrag van 5,10 euro per aanwezig kind, waarbij voor elk van die bedragen als voorwaarde geldt dat gemiddeld genomen over het kalenderjaar minstens vijf kinderen aanwezig zijn. De gemiddelde aanwezigheid wordt berekend door het totaal aantal aanwezige kinderen door het aantal openingsdagen per kalenderjaar te delen.
In afwijking van het eerste lid worden de daarin vermelde forfaitaire bedragen per openingsdag verlaagd tot 6,00 euro, als de organiserende instantie een personeelssubsidie krijgt overeenkomstig het decreet van 5 mei 2014 tot erkenning en ondersteuning van sociale trefpunten of overeenkomstig het besluit van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid".]1

Art. 193. [1 - Pour l'organisation de la halte-garderie, le pouvoir organisateur obtient un forfait de 76,50 euros par jour d'ouverture ainsi qu'un forfait supplémentaire de 5,10 euros pour toute présence d'un enfant, et ce, à condition qu'une présence moyenne d'au moins cinq enfants par année calendrier soit atteinte. La présence moyenne est calculée en divisant le nombre total d'enfants présents par le nombre de jours d'ouverture d'une année calendrier.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le forfait par jour d'ouverture y mentionné est réduit à 6,00 euros si le pouvoir organisateur obtient un subventionnement du personnel conformément au décret du 5 mai 2014 portant agréation et soutien de points de contact social ou conformément à l'arrêté du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santé.]1

Art. 194. Uiterlijk op 1 april van het jaar na het activiteitenjaar vraagt de organiserende instantie de in artikel 193 bedoelde subsidie bij het departement aan.
Art. 194. Le pouvoir organisateur demande au département le subside décrit à l'articles 193, et ce, au plus tard pour le 1er avril de l'année suivant l'année d'activité.
Art. 195. Met behoud van de toepassing van artikel 191 kent de Minister, op aanvraag van het initiatief voor occasionele kinderopvang, de subsidies vermeld in dit hoofdstuk toe, na voorafgaand onderzoek door het departement. De subsidieaanvragen worden bij het departement ingediend, samen met de eventueel noodzakelijke bewijzen.
Art. 195. Sans préjudice de l'article 191 et après vérification par le département, le ministre octroie les subsides mentionnés dans le présent chapitre à la halte-garderie qui en fait la demande. Les demandes de subsides sont introduites auprès du département avec les justificatifs éventuellement requis.
Ondertitel 2. - Procedurebepalingen
Sous-titre 2. - Dispositions relatives aux procédures
Hoofdstuk 1. - Erkenning
Chapitre 1er. - Agréation
Art. 196. Om een voorlopige erkenning te krijgen, dient de organiserende instantie daartoe een aanvraag in bij het departement.
Bij de aanvraag worden de volgende stukken en gegevens gevoegd :
de identiteit van de aanvrager;
de statuten van de rechtspersoon;
het bewijs van de behoefte aan opvang;
de aangevraagde opvangcapaciteit;
het financieringsconcept;
de vastlegging van de ouderbijdragen;
de beschrijving van de [1 ruimten]1;
de functiebeschrijving van het personeel;
de identiteit en de kwalificatie van de personen belast met de begeleiding van de kinderen, van de hoofdverantwoordelijke en van diens plaatsvervanger;
10° het model van de overeenkomst tussen het initiatief voor occasionele kinderopvang en de begeleiders van occasionele kinderopvang, met vermelding van de verplichtingen vervat in de artikelen 169 en 170;
11° de manier waarop kandidaten die een toelating als begeleider van occasionele kinderopvang aanvragen, geschikt worden bevonden;
12° het opvangconcept vermeld in artikel 171;
13° het huishoudelijk reglement vermeld in artikel 172;
14° het bewijs dat de verzekeringen vermeld in artikel 173 afgesloten zijn;
15° het model van het opvangcontract tussen het initiatief voor occasionele kinderopvang en de personen belast met de opvoeding;
16° [1 ...]1;
17° het gunstige advies van de GAK van de gemeente waar het initiatief voor occasionele kinderopvang zou worden gevestigd, gegeven overeenkomstig artikel 9, § 2. Indien het aanbod zich tot de bevolking van meerdere gemeenten richt, wordt een advies ingediend door elke bevoegde GAK van de betrokken gemeenten.
[1 Indien het gaat om de voorlopige erkenning van een initiatief voor occasionele kinderopvang dat overeenkomstig artikel 7, tweede en derde lid, van het decreet of overeenkomstig andere bepalingen van dit besluit ertoe verplicht is de veiligheid van de ruimten van zijn kinderopvangvoorzieningen te bewijzen met een gunstig brandveiligheidsadvies van de bevoegde brandweercommandant, moet dat advies over de brandveiligheid van de ruimten waar de kinderopvang plaatsvindt, dat niet ouder mag zijn dan twee maanden, ook worden ingediend.]1
Art. 196. § 1er - Pour obtenir une agréation provisoire, le pouvoir organisateur introduit une demande auprès du département.
La demande doit être accompagnée des documents et données suivants :
l'identité du demandeur;
les statuts de la personne morale;
la preuve qu'il existe un besoin d'accueil;
la capacité d'accueil demandée;
le concept de financement;
le montant fixé pour la contribution financière des parents;
la description [1 des locaux]1;
la description de fonction du personnel;
l'identité et la qualification tant des personnes chargées de la garde des enfants que du responsable et de son remplaçant;
10° le modèle du contrat conclu entre la halte-garderie et les personnes actives dans l'accueil d'enfants et reprenant les obligations mentionnées aux articles 169 et 170;
11° la procédure relative à la vérification de l'aptitude des candidats demandant à être enregistrés comme gardiens;
12° le concept d'accueil décrit à l'article 171;
13° le règlement intérieur décrit à l'article 172;
14° la preuve que les assurances décrites à l'article 173 ont été conclues;
15° le modèle du contrat de garde conclu entre la halte-garderie et les personnes chargées de l'éducation;
16° [1 ...]1;
17° l'avis positif rendu conformément à l'article 9, § 2, par la C.C.C.A.E. de la commune où doit être implantée la halte-garderie. Si l'offre s'adresse à la population de plusieurs communes, chaque C.C.C.A.E. compétente territorialement remettra un avis.
[1 S'il s'agit de l'agréation provisoire d'une halte-garderie qui est tenue d'attester la sécurité des locaux de ses lieux d'accueil par un avis positif en matière de sécurité incendie établi par le commandant des pompiers compétent, tel que décrit à l'article 7, alinéas 2 et 3, du décret ou conformément à d'autres dispositions du présent arrêté, cet avis en matière de sécurité incendie, datant de moins de deux mois et portant sur les locaux où doit se dérouler l'accueil, doit en outre être annexé.]1
Art. 197. § 1 - Tijdens de duur van de voorlopige resp. definitieve erkenning delen de initiatieven voor occasionele kinderopvang elke wijziging van de gegevens vermeld in artikel 196, tweede lid, 1°, 2°, 3°, 5°, 8°, 13°, [1 en 14°, en derde lid]1, binnen 30 dagen schriftelijk mee aan het departement.
§ 2 - Tijdens de duur van de voorlopige resp. definitieve erkenning kan het departement de initiatieven voor occasionele kinderopvang te allen tijde om een actuele stand van de gegevens vermeld in § 1 verzoeken.
Art. 197. § 1er - Pendant la validité de l'agréation, provisoire ou définitive selon le cas, la halte-garderie communique dans les 30 jours au département, par écrit, toute modification relative aux données mentionnées à l'article 196, alinéa 2, 1°, 2°, 3°, 5°, 8°, 13° [1 et 14°, et alinéa 3]1.
§ 2 - Pendant la validité de l'agréation, provisoire ou définitive selon le cas, le département peut en tout temps exiger des haltes-garderies une version actuelle des données mentionnées au § 1er.
Art. 198. Wijzigingen van de gegevens vermeld in artikel 196, tweede lid, 4°, 6°, 7°, 10°, 11°, 12° en 15°, moeten vooraf worden goedgekeurd.
Daartoe dienen de initiatieven voor occasionele kinderopvang een individuele schriftelijke aanvraag bij het departement in. Binnen 60 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, stelt het departement een advies op en zendt het over aan de Minister. Indien binnen die termijn geen advies wordt verstrekt, wordt dit beschouwd als een negatief advies.
Binnen dertig dagen na ontvangst van het advies van het departement, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de wijziging wordt goedgekeurd. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de goedkeuring als geweigerd.
Het initiatief voor occasionele kinderopvang kan de wijzigingen pas na ontvangst van een toezegging uitvoeren.
Art. 198. Les modifications apportées aux données mentionnées à l'article 196, alinéa 2, 4°, 6°, 7°, 10°, 11°, 12° et 15°, requièrent une approbation préalable.
A cette fin, la halte-garderie introduit une demande individuelle écrite auprès du département. Dans les 60 jours suivant la réception de la demande complète, le département établit un avis qu'il transmet au ministre. A défaut d'avis au terme de ce délai, l'avis est réputé négatif.
Dans les 30 jours suivant la réception de l'avis rendu par le département ou le terme du délai mentionné à l'alinéa 2 selon le cas, le ministre statue sur l'approbation de la modification. A défaut de décision dans le délai imparti, l'approbation est censée être refusée.
La halte-garderie ne peut procéder aux modifications qu'après y avoir été autorisée.
Art. 199. De artikelen 38 tot 41 en de artikelen 44 tot 46 gelden mutatis mutandis ook voor de initiatieven voor occasionele kinderopvang.
Art. 199. Les articles 38 à 41 et 44 à 46 sont applicables mutatis mutandis aux haltes-garderies.
Hoofdstuk 2. - Schorsing en intrekking van de erkenning
Chapitre 2. - Suspension et retrait de l'agréation
Art. 200. De artikelen 49 tot 54 gelden mutatis mutandis ook voor de initiatieven voor occasionele kinderopvang.
Art. 200. Les articles 49 à 54 sont applicables mutatis mutandis aux haltes-garderies.
Hoofdstuk 3. - Beëindiging van de kinderopvang
Chapitre 3. - Cessation de l'accueil d'enfants
Art. 201. De artikelen 55 tot 57 gelden mutatis mutandis ook voor de initiatieven voor occasionele kinderopvang.
Art. 201. Les articles 55 à 57 sont applicables mutatis mutandis aux haltes-garderies.
Titel 6. - Lokale projecten voor kinderopvang
Titre 6. - Projets d'accueil à portée locale
Art. 202. Met inachtneming van de bepalingen van het decreet kan het tekort aan kinderopvang dat de bestaande opvangvormen niet kunnen wegwerken, ondervangen worden via tijdelijke en lokale projecten.
De taakomschrijving en de financiering van die projecten worden geregeld in een overeenkomst tussen de dienstverrichter en de Regering.
Art. 202. Moyennant le respect des prescriptions du décret, la demande à laquelle les formes d'accueil existantes ne répondent pas peut être satisfaite par des projets ayant une durée et une portée géographique limitées.
La description des missions et le financement de ces projets sont alors régis par la convention conclue entre le prestataire et le Gouvernement.
Titel 7. - Slotbepalingen
Titre 7. - Dispositions finales
Art. 203. Het besluit van de Regering van 18 januari 2007 betreffende de kinderopvang, gewijzigd bij het besluit van 24 juni 2010, wordt opgeheven.
Art. 203. L'arrêté du Gouvernement du 18 janvier 2007 relatif à l'accueil des enfants, modifié par l'arrêté du 24 juin 2010, est abrogé.
Art. 204. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 205 geldt het volgende voor de dienstverrichters en de in de kinderopvang werkzame personen die op grond van het besluit van de Regering van 18 januari 2007 betreffende de kinderopvang erkend zijn :
de diensten voor onthaalouders, crèches, locaties voor buitenschoolse opvang en centra voor kinderopvang worden voor de toepassing van dit besluit als erkend beschouwd. De bestaande erkenningen zijn erkenningen voor onbepaalde duur;
de onthaalouders worden aangesloten onthaalouders en worden voor de toepassing van dit besluit als onthaalouders met een toelating beschouwd. De bestaande erkenningen worden als toelatingen beschouwd voor de duur die in de erkenningen van de betrokken onthaalouders is vastgelegd.
Art. 204. Sans préjudice de l'article 205, ce qui suit s'applique aux prestataires et personnes actives dans l'accueil d'enfants, lorsqu'ils ont été agréés en vertu de l'arrêté du Gouvernement du 18 janvier 2007 :
les services de gardiennes, les crèches, les lieux d'accueil extrascolaire et les centres d'accueil sont considérés comme agréés pour l'application du présent arrêté. Les agréations existantes valent pour une durée indéterminée;
les gardiennes deviennent des accueillants conventionnés et sont considérées comme enregistrées pour l'application du présent arrêté. Les agréations existantes sont considérées comme un enregistrement pour la durée fixée dans l'agréation octroyée à la gardienne concernée.
Art. 205. De dienstverrichters en de personen die werkzaam zijn in de kinderopvang hebben vanaf de inwerkingtreding van dit besluit [2 36]2 maanden de tijd om eventueel de nodige aanpassingen door te voeren en zo aan de voorschriften van dit besluit te voldoen.
[1 In afwijking van het eerste lid hebben de centra voor kinderopvang die op 1 september 2015 al erkend waren, tot 1 januari 2016 de tijd om eventueel de nodige aanpassingen door te voeren en zo aan artikel 157.1 te voldoen.]1
[3 In afwijking van het eerste lid hebben de dienstverrichters vanaf 1 januari 2018 [4 [5 tot 31 december 2023]5]4 de tijd om eventueel de nodige aanpassingen door te voeren en zo aan artikel 83, § § 1 en 2, te voldoen.]3
In afwijking van het eerste lid hebben de dienstverrichters vanaf de inwerkingtreding van dit besluit vier jaar de tijd om eventueel de nodige aanpassingen door te voeren en zo aan artikel 158 te voldoen.
Art. 205. A dater de l'entrée en vigueur du présent arrêté, les prestataires et les personnes actives dans l'accueil d'enfants disposent d'un délai de [2 36]2 mois afin de procéder aux éventuelles adaptations nécessaires pour se conformer à cet arrêté.
[1 Par dérogation au premier alinéa, les centres d'accueil déjà reconnus au 1er septembre 2015 disposent d'un délai allant jusqu'au 1er janvier 2016 pour procéder aux adaptations éventuellement nécessaires en vue de se conformer à l'article 157.1.]1
[3 Par dérogation au premier alinéa, les prestataires disposent [4 , à dater du 1er janvier 2018, d'un délai allant jusqu'au [5 31 décembre 2023]5]4 afin de procéder aux éventuelles adaptations nécessaires pour se conformer à l'article 83, § § 1er et 2.]3
Par dérogation au premier alinéa, les prestataires disposent d'un délai de quatre ans à dater de l'entrée en vigueur du présent arrêté afin de procéder aux éventuelles adaptations nécessaires pour se conformer à l'article 158.
Art. 205.1. [1 In afwijking van artikel 113 ontvangen de locaties voor buitenschoolse opvang die op 1 januari 2015 al erkend zijn en niet aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 114 en 115 voldoen, nog gedurende hoogstens 24 maanden subsidies voor een 1/3-dagopvang van 2,25 euro per opgevangen kind, met een maximumbedrag van 16.000 euro per locatie voor buitenschoolse opvang. De locaties voor buitenschoolse opvang die dat vaste bedrag willen ontvangen, verplichten zich schriftelijk ertoe tegen 31 december 2016 aan de vermelde voorwaarden te voldoen. Indien ze tegen die datum nog altijd niet aan de vermelde voorwaarden voldoen, worden ze vanaf 1 januari 2017 niet langer gesubsidieerd.
In afwijking van artikel 113 ontvangen de projecten die in het kader van het Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten gesubsidieerd werden, maar op 1 januari 2015 niet als locatie voor buitenschoolse opvang erkend waren, voor het jaar 2015 per opgevangen kind een subsidie van 10 euro voor een hele opvangdag, met een maximumbedrag van 10.000 euro.]1

Art. 205.1. [1 Par dérogation à l'article 113, les lieux d'accueil extrascolaire qui sont déjà reconnus au 1er janvier 2015, mais ne remplissent pas les conditions mentionnées aux articles 114 et 115, reçoivent encore, pour une garde d'un tiers de journée, un subside s'élevant à 2,25 euros par enfant gardé, et ce, à concurrence de 16.000 euros par lieu d'accueil extrascolaire et pendant 24 mois au plus. Pour obtenir ce forfait, les lieux d'accueil s'engagent par écrit à remplir lesdites conditions pour le 31 décembre 2016 au plus tard. Si, à ce moment-là, ils ne remplissent toujours pas les conditions mentionnées, ils ne sont plus subsidiés à partir du 1er janvier 2017.
Par dérogation à l'article 113, les projets qui recevaient un subside dans le cadre du Fonds d'équipements et de services collectifs, mais n'étaient pas reconnus comme lieux d'accueil extrascolaire au 1er janvier 2015, reçoivent pour une garde d'une journée complète un subside s'élevant à 10 euros par enfant gardé, et ce, à concurrence de 10.000 euros pour l'année 2015.]1

Art. 205.2. [1 Het bepaalde in artikel 87, 16°, geldt niet voor crècheruimtes die al bestonden op 1 januari 2017.
In afwijking van het eerste lid wordt bij de in artikel 86, § 2, vermelde aanvraag tot aanpassing van de opvangcapaciteit waarbij verbouwd of aangebouwd wordt, een advies van de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven gevoegd over de vraag of de ruimten van de crèche voldoen aan de geldende voorschriften voor een aangepaste inrichting voor personen met een handicap.]1

Art. 205.2. [1 La disposition énoncée à l'article 87, 16°, ne vaut pas pour les locaux de crèches existant déjà à la date du 1er janvier 2017.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la demande mentionnée à l'article 86, § 2, et visant l'adaptation de la capacité d'accueil qui entraîne des travaux de transformation ou d'agrandissement sera accompagnée d'un avis émis par l'Office de la Communauté germanophone pour une vie autodéterminée en ce qui concerne le respect, par les locaux de la crèche, des prescriptions en matière d'accessibilité pour les personnes handicapées.]1

Art. 205.3. [1 De locaties voor buitenschoolse opvang hebben vanaf 1 juli 2018 24 maanden de tijd om eventueel de nodige aanpassingen door te voeren en zo aan artikel 108.1 te voldoen. ]1
Art. 205.3. [1 A dater du 1er avril 2018, les lieux d'accueil extrascolaire disposent d'un délai de vingt-quatre mois afin de procéder aux éventuelles adaptations nécessaires pour se conformer à l'article 108.1. ]1
Art. 205.4. [1 In afwijking van artikel 92, § 2, eerste lid, is vanaf 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2020 de volgende cumulatieve tabel van toepassing op de subsidiëring van de personeelskosten van de crèche:
Art. 205.4. [1 Par dérogation à l'article 92, § 2, alinéa 1er, s'applique, du 1er mars 2020 au 31 août 2020, pour la subsidiation des frais de personnel des crèches, le tableau cumulatif suivant :
Aantal plaatsen in de opvangMinimumaantal opvangdagenSubsidiëring aantal voltijds equivalente kinderbegeleiders (invallers inbegrepen)Subsidiëring aantal voltijds equivalent sociaal-psychologisch geschoold personeel
18 2.772 4,7 0,50
21 3.234 5,5 0,50
24 3.696 6,3 0,75
27 4.158 7,1 0,75
30 4.620 7,9 1
33 5.082 8,7 1
36 5.544 9,5 1,25
39 6.006 10,2 1,25
42 6.468 11,0 1,50
45 6.930 11,8 1,50
48 7.392 12,6 1,75
Aantal plaatsen in de opvang
Minimumaantal opvangdagen
Subsidiëring aantal voltijds equivalente kinderbegeleiders (invallers inbegrepen)
Subsidiëring aantal voltijds equivalent sociaal-psychologisch geschoold personeel 18 2.772 4,7 0,50 21 3.234 5,5 0,50 24 3.696 6,3 0,75 27 4.158 7,1 0,75 30 4.620 7,9 1 33 5.082 8,7 1 36 5.544 9,5 1,25 39 6.006 10,2 1,25 42 6.468 11,0 1,50 45 6.930 11,8 1,50 48 7.392 12,6 1,75
]1
Nombre de places d'accueil Nombre minimal de jours de garde Subside pour nombre de gardes d'enfants en équivalents temps plein (y compris les remplaçants) Subside pour nombre d'équivalents temps plein pour le personnel socio-
pédagogique spécialisé
18 2 772 4,7 0,50
21 3 234 5,5 0,50
24 3 696 6,3 0,75
27 4 158 7,1 0,75
30 4 620 7,9 1
33 5 082 8,7 1
36 5 544 9,5 1,25
39 6 006 10,2 1,25
42 6 468 11,0 1,50
45 6 930 11,8 1,50
48 7 392 12,6 1,75
Nombre de places d'accueil Nombre minimal de jours de garde Subside pour nombre de gardes d'enfants en équivalents temps plein (y compris les remplaçants) Subside pour nombre d'équivalents temps plein pour le personnel socio-
pédagogique spécialisé 18 2 772 4,7 0,50 21 3 234 5,5 0,50 24 3 696 6,3 0,7527 4 158 7,1 0,75 30 4 620 7,9 1 33 5 082 8,7 1 36 5 544 9,5 1,25 39 6 006 10,2 1,25 42 6 468 11,0 1,50 45 6 930 11,8 1,50 48 7 392 12,6 1,75
]1
Art. 205.5. [1 De dienst voor onthaalouders betaalt de kostenvergoeding vermeld in artikel 135, § 1, eerste lid, vanaf 1 januari 2018 uit aan de aangesloten onthaalouders.]1
Art. 205.5. [1 Le service d'accueillants d'enfants liquide aux accueillants conventionnés l'indemnité mentionnée à l'article 135, § 1er, alinéa 1er, à partir du 1er janvier 2018.]1
Art. 206. De bepaling vervat in artikel 123, § 1, 3°, geldt niet voor aangesloten onthaalouders die voor 1 april 2007 erkend werden.
Art. 206. La disposition mentionnée à l'article 123, § 1er, 3°, ne vaut pas pour les accueillants conventionnés agréés avant le 1er avril 2007.
Art. 207. In afwijking van artikel 155 kunnen de in artikel 155 vermelde locaties voor buitenschoolse opvang die reeds op 1 januari 2013 bestaan en die de in artikel 155 vermelde gemiddelde aanwezigheid van zes kinderen per kalenderjaar in 2013 niet bereiken, nog één kalenderjaar voortgezet worden. Indien ze eind 2014 nog altijd niet aan de gemiddelde minimumaanwezigheid per kalenderjaar voldoen, worden ze in de loop van de volgende zes maanden gesloten.
De in artikel 155 vermelde locaties voor buitenschoolse opvang die reeds op 1 januari 2013 bestaan en die de gemiddelde aanwezigheid van zes kinderen per kalenderjaar vanaf 2014 niet bereiken, kunnen nog één kalenderjaar voortgezet worden. Indien ze na dat kalenderjaar nog altijd niet aan de gemiddelde minimumaanwezigheid per kalenderjaar voldoen, worden ze in de loop van de volgende zes maanden gesloten.
De gemiddelde aanwezigheid wordt berekend door het totaal aantal aanwezige kinderen door het aantal openingsdagen per kalenderjaar te delen.
Art. 207. Par dérogation à l'article 155, les lieux d'accueil extrascolaire y mentionnés, existant déjà au 1er janvier 2013 et n'atteignant pas, en 2013, la présence moyenne de six enfants par année calendrier, telle que mentionnée audit article 155, peuvent être maintenus pour une année calendrier. S'ils n'atteignent toujours pas la présence moyenne minimale par année calendrier à la fin de l'année 2014, ils sont fermés dans les six mois qui suivent.
Les lieux d'accueil extrascolaire mentionnés à l'article 155, existant déjà au 1er janvier 2013 et n'atteignant pas, à partir de 2014, la présence moyenne de six enfants par année calendrier peuvent être maintenus pour une année calendrier. Si, au terme de cette année, ils n'atteignent toujours pas la présence moyenne minimale par année calendrier, ils sont fermés dans les six mois qui suivent.
La présence moyenne est calculée en divisant le nombre total d'enfants présents par le nombre de jours d'ouverture par année calendrier.
Art. 207.1. [1 - Indien de resultatenrekening van de locatie voor buitenschoolse opvang op het einde van het kalenderjaar 2023, rekening houdend met alle ontvangsten, een tekort vertoont, dan neemt de Duitstalige Gemeenschap dat tekort volledig voor haar rekening, voor zover de locatie voor buitenschoolse opvang de bepalingen van de artikelen 113 tot 119 naleeft.]1
[2 De Minister bepaalt de nadere regels voor de berekening van het tekort vermeld in het eerste lid.]2
Art. 207.1. [1 - Si le compte de résultats du lieu d'accueil extrascolaire est déficitaire à la fin de l'année calendrier 2023 en tenant compte de toutes les recettes, la Communauté germanophone prend à sa charge la totalité de ce déficit, dans la mesure où le lieu d'accueil extrascolaire respecte les dispositions des articles 113 à 119.]1
[2 Le ministre fixe les modalités de chiffrage du déficit mentionné à l'alinéa 1er. ]2
Art. 207.2. [1 - § 1 - In afwijking van de artikelen 88 en 110 worden de kinderbegeleiders of begeleiders die op 31 december 2023 voor een dienst werken en aan de op dat tijdstip geldende diplomavoorwaarden, maar niet aan de vanaf 1 januari 2024 geldende voorwaarden voldoen, door de Minister van ambtswege voor onbepaalde duur toegelaten als kinderbegeleider.
§ 2 - In afwijking van artikel 153 laat de Minister de aangesloten onthaalouders die op grond van artikel 45, § 1, tweede lid, van het decreet van 22 mei 2023 tot oprichting van een centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap een aanbod als werknemer bij het centrum voor kinderopvang aannemen en niet over een van de in artikel 88, § 5, vermelde diploma's en getuigschriften beschikken, van ambtswege voor onbepaalde duur toe als kinderbegeleider.
§ 3 - In afwijking van artikel 180 laat de Minister de hoofdverantwoordelijken van een initiatief voor occasionele kinderopvang die op 31 december 2023 voor een initiatief voor occasionele kinderopvang werken en aan de op dat tijdstip geldende diplomavoorwaarden, maar niet aan de vanaf 1 januari 2024 geldende voorwaarden voldoen, van ambtswege voor onbepaalde duur toe als hoofdverantwoordelijke van een initiatief voor occasionele kinderopvang.]1

Art. 207.2. [1 - § 1er - Par dérogation aux articles 88 et 110, le ministre admet d'office comme gardes d'enfants, sans limitation de durée, les gardes d'enfants ou, selon le cas, le personnel d'encadrement travaillant pour un service au 31 décembre 2023 et remplissant les conditions de diplôme en vigueur à cette date, mais ne remplissant pas les conditions applicables à compter du 1er janvier 2024.
§ 2 - Par dérogation à l'article 153, le ministre admet d'office comme gardes d'enfants, sans limitation de durée, les accueillants conventionnés qui, en vertu de l'article 45, § 1er, alinéa 2, du décret du 22 mai 2023 portant création d'un centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants, acceptent une offre en tant que salariés du centre d'accueil tout en n'étant pas porteurs d'un des diplômes et certificats mentionnés à l'article 88, § 5.
§ 3 - Par dérogation à l'article 180, le ministre admet d'office comme responsables d'une halte-garderie, sans limitation de durée, les responsables d'une halte-garderie travaillant pour une halte-garderie au 31 décembre 2023 et remplissant les conditions de diplôme en vigueur à cette date, mais ne remplissant pas les conditions applicables à compter du 1er janvier 2024.]1

Art. 207.3. [1 - Het centrum vergoedt de reiskosten van de leden van de adviescommissie voor kinderopvang overeenkomstig het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap.]1
Art. 207.3. [1 - Le centre rembourse les frais de déplacement aux membres du Conseil consultatif pour l'accueil d'enfants conformément aux dispositions de l'arrêté du Gouvernement du 12 juillet 2001 portant harmonisation des jetons de présence et des indemnités de déplacement au sein d'organismes et de conseils d'administration de la Communauté germanophone.]1
Art. 208. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2015.
In afwijking van het eerste lid hebben de artikelen 117 en 207 uitwerking met ingang van 1 januari 2013.
Art. 208. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2015.
Par dérogation au premier alinéa, les article 117 et 207 produisent leurs effets le 1er janvier 2013.
Art. 209. De minister bevoegd voor Gezinsbeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 209. Le Ministre compétent pour la Politique familiale est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. [1
Art. N. [1
Totaal belastbaar jaarin-
komen
Ouderbijdrage in EUR
Inkomen in EUR Hele dag Halve dag Langdurige opvang Een derde van een dag
Vanaf Tarief per dag Korting Tarief per halve dag Korting Tarief per langdurige opvang Korting Tarief per een derde van een dag Korting
0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000
22.525,059 4,590 3,213 2,754 1,928 7,345 5,141 1,836 1,285
28.156,322 6,121 4,284 3,672 2,571 9,793 6,855 2,448 1,714
33.787,586 7,651 5,356 4,590 3,213 12,241 8,569 3,060 2,142
39.418,851 9,181 6,427 5,509 3,856 14,689 10,283 3,672 2,571
45.050,116 10,711 7,498 6,427 4,499 17,138 11,996 4,284 2,999
50.681,381 12,241 8,569 7,345 5,141 19,586 13,710 4,896 3,428
56.312,646 13,771 9,640 8,263 5,784 22,034 15,424 5,509 3,856
61.943,910 15,301 10,711 9,181 6,427 24,482 17,138 6,121 4,284
67.575,175 16,832 11,782 10,099 7,069 26,931 18,851 6,733 4,713
73.206,440 18,362 12,853 11,017 7,712 29,379 20,565 7,345 5,141
78.837,705 19,892 13,924 11,935 8,355 31,827 22,279 7,957 5,570
84.468,969 21,422 14,995 12,853 8,997 34,275 23,993 8,569 5,998
90.100,234 22,952 16,067 13,771 9,640 36,723 25,706 9,181 6,427
Totaal belastbaar jaarin-
komen Ouderbijdrage in EUR Inkomen in EUR Hele dag Halve dag Langdurige opvang Een derde van een dag Vanaf Tarief per dag Korting Tarief per halve dag Korting Tarief per langdurige opvang Korting Tarief per een derde van een dag Korting0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 22.525,059 4,590 3,213 2,754 1,928 7,345 5,141 1,836 1,285 28.156,322 6,121 4,284 3,672 2,571 9,793 6,855 2,448 1,714 33.787,586 7,651 5,356 4,590 3,213 12,241 8,569 3,060 2,142 39.418,851 9,181 6,427 5,509 3,856 14,689 10,283 3,672 2,571 45.050,116 10,711 7,498 6,427 4,499 17,138 11,996 4,284 2,999 50.681,381 12,241 8,569 7,345 5,141 19,586 13,710 4,896 3,428 56.312,646 13,771 9,640 8,263 5,784 22,034 15,424 5,509 3,856 61.943,910 15,301 10,711 9,181 6,427 24,482 17,138 6,121 4,284 67.575,175 16,832 11,782 10,099 7,069 26,931 18,851 6,733 4,713 73.206,440 18,362 12,853 11,017 7,712 29,379 20,565 7,345 5,141 78.837,705 19,892 13,924 11,935 8,355 31,827 22,279 7,957 5,570 84.468,969 21,422 14,995 12,853 8,997 34,275 23,993 8,569 5,998 90.100,234 22,952 16,067 13,771 9,640 36,723 25,706 9,181 6,427
]1
Revenus annuels globaux imposables Participation des parents en euros
Revenus en euros Journées complètes Demi-journées Longue durée Tiers de journée
de Taux journalier Réduction Taux pour une demi-journée Réduction Taux pour une longue durée Réduction Taux pour un tiers de journée Réduction
0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000
22 525,059 4,590 3,213 2,754 1,928 7,345 5,141 1,836 1,285
28 156,322 6,121 4,284 3,672 2,571 9,793 6,855 2,448 1,714
33 787,586 7,651 5,356 4,590 3,213 12,241 8,569 3,060 2,142
39 418,851 9,181 6,427 5,509 3,856 14,689 10,283 3,672 2,571
45 050,116 10,711 7,498 6,427 4,499 17,138 11,996 4,284 2,999
50 681,381 12,241 8,569 7,345 5,141 19,586 13,710 4,896 3,428
56 312,646 13,771 9,640 8,263 5,784 22,034 15,424 5,509 3,856
61 943,910 15,301 10,711 9,181 6,427 24,482 17,138 6,121 4,284
67 575,175 16,832 11,782 10,099 7,069 26,931 18,851 6,733 4,713
73 206,440 18,362 12,853 11,017 7,712 29,379 20,565 7,345 5,141
78 837,705 19,892 13,924 11,935 8,355 31,827 22,279 7,957 5,570
84 468,969 21,422 14,995 12,853 8,997 34,275 23,993 8,569 5,998
90 100,234 22,952 16,067 13,771 9,640 36,723 25,706 9,181 6,427
Revenus annuels globaux imposables Participation des parents en euros Revenus en euros Journées complètes Demi-journées Longue durée Tiers de journée de Taux journalier Réduction Taux pour une demi-journée Réduction Taux pour une longue durée Réduction Taux pour un tiers de journée Réduction 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 22 525,059 4,590 3,213 2,754 1,928 7,345 5,141 1,836 1,285 28 156,322 6,121 4,284 3,672 2,571 9,793 6,855 2,448 1,714 33 787,586 7,651 5,356 4,590 3,213 12,241 8,569 3,060 2,142 39 418,851 9,181 6,427 5,509 3,856 14,689 10,283 3,672 2,57145 050,116 10,711 7,498 6,427 4,499 17,138 11,996 4,284 2,99950 681,381 12,241 8,569 7,345 5,141 19,586 13,710 4,896 3,42856 312,646 13,771 9,640 8,263 5,784 22,034 15,424 5,509 3,856 61 943,910 15,301 10,711 9,181 6,427 24,482 17,138 6,121 4,284 67 575,175 16,832 11,782 10,099 7,069 26,931 18,851 6,733 4,713 73 206,440 18,362 12,853 11,017 7,712 29,379 20,565 7,345 5,141 78 837,705 19,892 13,924 11,935 8,355 31,827 22,279 7,957 5,570 84 468,969 21,422 14,995 12,853 8,997 34,275 23,993 8,569 5,99890 100,234 22,952 16,067 13,771 9,640 36,723 25,706 9,181 6,427
]1