Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 MEI 2014. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de toegankelijke woning, de aanpasbare woning en de aangepaste woning
Titre
15 MAI 2014. - Arrêté du Gouvernement wallon relatif au logement accessible, au logement adaptable et au logement adapté
Documentinformatie
Numac: 2014205026
Datum: 2014-05-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014205026
Date: 2014-05-15
Moniteur: Voir
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijvingen
CHAPITRE Ier. - Définitions
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
draaioppervlakte : horizontale oppervlakte met een diameter van minstens honderd vijftig centimeter, vrij van obstakels, die de bediening van een rolstoel toelaat;
overbrengingsplaats : vrije ruimte met een minimumbreedte van negentig centimeter op een minimumlengte van honderd vijftig centimeter, die t.o.v. een uitrusting zijdelings gelegen is;
vrije doorgang : werkelijk beschikbare ruimte, met uitzondering van de vaste obstakels;
voorbehouden oppervlakte : oppervlakte die niet rechtstreeks beschikbaar is in de leefeenheid of in een kamer van de leefeenheid maar die gemakkelijk kan leeggemaakt worden door elk element dat in de weg staat, te verwijderen, hetzij
a) door verplaatsing in het geval van meubilair;
b) door demontage in het geval van een afneembare tussenwand;
afneembare tussenwand : lichte tussenwand zonder technische moeilijkheden zoals leidingen of kabels voor de elektriciteitstoevoer, geplaatst op een afgewerkte vloerbedekking en tegen één of meer afgewerkte muren of wanden of plafonds;
leefeenheid : ruimte bestaande uit de volgende kamers die op hetzelfde niveau gelegen zijn als de ingang van de woning:
a) een verblijfsruimte;
b) een keuken in de verblijfskamer of apart;
c) een slaapkamer;
d) een badkamer;
e) een WC in de badkamer of apart;
Minister : de Minister van Huisvesting;
CWATUPE : Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie.
Een draaioppervlakte wordt beschouwd als een overbrengingsplaats wanneer ze een zijdelingse toegang toelaat tot een uitrusting.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
aire de rotation : surface horizontale d'un diamètre de cent cinquante centimètres minimum dépourvue d'obstacle de manière à permettre une manoeuvre en voiturette;
aire de transfert : espace libre de nonante centimètres de largeur minimum sur cent cinquante centimètres de longueur minimum, situé latéralement par rapport à un équipement;
libre passage : espace réellement disponible hors obstacles fixes;
surface réservée : surface qui n'est pas directement disponible dans l'unité de vie ou dans une pièce de celle-ci mais qui peut être libérée aisément en supprimant tout élément faisant obstacle soit :
a) par déplacement, dans le cas de mobilier;
b) par démontage, dans le cas d'une cloison démontable;
cloison démontable : cloison légère libérée de toutes contraintes techniques telles que des canalisations ou des câbles d'alimentation d'électricité, posée sur un revêtement de sol fini et contre un ou des murs ou cloisons ou plafond finis;
unité de vie : espace constitué des pièces suivantes situées au même niveau que l'entrée du logement :
a) un séjour;
b) une cuisine incluse dans le séjour ou séparée;
c) une chambre;
d) une salle de bains;
e) un WC inclus dans la salle de bains ou séparé;
Ministre : le Ministre qui a le Logement dans ses attributions;
CWATUPE : Code wallon de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme, du Patrimoine et de l'Energie.
Une aire de rotation est considérée comme une aire de transfert lorsqu'elle permet un accès latéral à un équipement.
HOOFDSTUK II. - Technische kenmerken van de toegankelijke woning
CHAPITRE II. - Caractéristiques techniques du logement accessible
Art. 2. Een toegankelijke woning in een flatgebouw of een ééngezinswoning is toegankelijk als zij voldoet aan de technische kenmerken inzake parkeerruimte voorgeschreven in artikel 415 van het "CWATUPE", en aan de technische kenmerken inzake inritten, deuren, gangen, trappenhuizen, niveaus van de lokalen en de liften voorgeschreven in de artikelen 415/1, 415/2, 415/3, 415/4 et 415/5 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie.
Art. 2. Un logement aménagé dans un bâtiment à logements multiples ou une maison unifamiliale est accessible s'il répond aux caractéristiques techniques en matière de parking prescrites à l'article 415 du CWATUPE, et aux caractéristiques techniques en matière de voies d'accès, de portes, de couloirs, de cages d'escalier, de niveaux de locaux et d'ascenseur prescrites aux articles 415/1, 415/2, 415/3, 415/4 et 415/5 du Code wallon de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme, du Patrimoine et de l'Energie.
HOOFDSTUK III. - Criteria van de aanpasbare woning
CHAPITRE III. - Critères du logement adaptable
Art. 3. Een toegankelijke woning in een flatgebouw of een ééngezinswoning is een aanpasbare woning als zij aan de criteria omschreven in de artikelen 4 tot 13 voldoet.
Art. 3. Un logement accessible aménagé dans un bâtiment à logements multiples ou une maison unifamiliale est un logement adaptable s'il répond aux critères décrits aux articles 4 à 13.
Art. 4. Een parkeerplaats bestemd voor een aanpasbare woning voorziet een voorbehouden oppervlakte met een minimumbreedte van driehonderd dertig centimeter op een minimumlengte van vijfhonderd centimeter.
De parkeerplaats bestemd voor een aanpasbare woning ligt naast de inrit van de woning en bestaat uit een gestabiliseerde bedekking dat geen oneffenheid van de oppervlakte vertoont en met een helling van maximum 2 percent.
Wanneer de parkeerplaats bestemd voor een aanpasbare woning gelegen is in een box of een garage, bedragen de binnenafmetingen van de vrije doorgang van deze parkeerplaats een minimumbreedte van vierhonderd centimeter op een minimumlengte van zeshonderd vijftig centimeter.
Art. 4. Lorsqu'un emplacement de parking est affecté au logement adaptable, il offre une surface réservée de trois cents trente centimètres de largeur minimum sur cinq cents centimètres de longueur minimum.
L'emplacement de parking affecté au logement adaptable jouxte la voie d'accès au logement et est constitué d'un revêtement stabilisé ne présentant pas d'accident de surface et présentant une pente de 2 pour cent au maximum.
Lorsque l'emplacement de parking affecté au logement adaptable est situé dans un box ou un garage, les dimensions intérieures de libre passage de celui-ci sont de minimum quatre cents centimètres de largeur sur six cents cinquante centimètres de longueur minimum.
Art. 5. De woning moet, zowel op het niveau van de functionele inrichting als op het niveau van de bouwtechniek, zonder treden noch opstappen worden uitgevoerd aan de ingang van de woning en tussen de kamers van de leefeenheid.
Art. 5. Le logement ne comporte, tant au niveau de l'aménagement fonctionnel qu'au niveau de la technique de construction, aucune marche ni ressaut à l'entrée du logement et entre les pièces de l'unité de vie.
Art. 6. Het verkeer in de kamers van de leefeenheid van de woning wordt geregeld volgens de volgende normen :
de gangen hebben een voorbehouden oppervlakte voor een minimumbreedte van honderd twintig centimeter;
er is een draaioppervlakte voorzien aan beide kanten van elke deur en op elke richtingswijziging;
de deurvleugel in loodrechte stand tegenover de deuropening mag de draaioppervlakte niet innemen.
Art. 6. La circulation dans les pièces de l'unité de vie du logement est régie par les normes suivantes :
les couloirs ont une surface réservée pour une largeur minimale de cent vingt centimètres;
de part et d'autre de chaque porte et à chaque changement de direction, une surface réservée pour une aire de rotation est présente;
le vantail ouvert en position perpendiculaire de la baie de la porte n'empiète pas sur l'aire de rotation.
Art. 7. De deuren van de leefeenheid hebben een vrije doorgang van minstens vijfentachtig centimeter in een inspringing met een tussenruimte van minstens drieënnegentig centimeter en een deuropening voor de ruwbouw met een minimumbreedte van honderd centimeter.
De lengte van de muur gelegen in de verlenging van de gesloten deur, aan de kant van de deurklink, bedraagt minstens vijftig centimeter, aan beide kanten van de muur.
Art. 7. Les portes de l'unité de vie présentent un libre passage minimum de quatre-vingt-cinq centimètres inscrites dans un ébrasement de minimum nonante trois centimètres d'écartement et une baie de gros-oeuvre de minimum cent centimètres de largeur.
La longueur du mur située dans le prolongement de la porte fermée, du côté de la poignée est de cinquante centimètres au minimum, de part et d'autre du mur.
Art. 8. De keuken beschikt over een oppervlakte voorbehouden voor een draaioppervlakte die het geheel van het meubilair en de huishoudelijke apparaten bedient buiten de oppervlakte die door de slingerkromme van de deur en de vaste uitrustingen is ingenomen.
Art. 8. La cuisine dispose d'une surface réservée pour une aire de rotation qui dessert l'ensemble du mobilier et des appareils ménagers en dehors de la surface occupée par les débattements de portes et les équipements fixes.
Art. 9. In minstens één slaapkamer van de leefeenheid, buiten de oppervlakte van 200 cm lang en 180 cm breed van de inneming van het bed, buiten de oppervlakte van 180 cm lang en 60 cm breed van de inneming van de kleerkast en buiten de slingerkromme van de ingang, moet er een draaioppervlakte aan de ene kant van het bed voorzien zijn, moet er een draaioppervlakte tegenover het venster voorzien zijn en moet er een draaioppervlakte tegenover de kleerkast voorzien zijn. Deze draaioppervlakten kunnen elkaar geheel of gedeeltelijk overlappen.
Art. 9. Dans une chambre au moins de l'unité de vie, en dehors de la surface de 200 cm de long et 180 cm de large de l'emprise du lit, en dehors de la surface de 180 de long et de 60 de large de l'emprise de la garde-robe et en dehors du débattement de la porte d'entrée, une aire de rotation borde un côté du lit, une aire de rotation fait face à la fenêtre et une aire de rotation fait face à la garde-robe. Ces aires de rotation peuvent être partiellement ou totalement superposées.
Art. 10. De badkamer beschikt over een oppervlakte voorbehouden voor een draaioppervlakte die het geheel van het meubilair en de huishoudelijke apparaten bedient buiten de oppervlakte die door de slingerkromme van de deur en de vaste uitrustingen is ingenomen.
Er is een overbrengingsplaats voorzien naast elke WC-pot, zowel in de badkamer als in een apart lokaal.
De overbrengingsplaats voorbehouden voor de WC-pot kan tot stand komen door de samenvoeging van de plaats waar de WC zich bevindt en de badkamer na het verwijderen van de afneembare tussenwand tussen deze twee vertrekken.
De badkamer bestaat uit een douche op de gelijkvloers die over en voorbehouden oppervlakte beschikt voor deze overbrengingsplaats, waarvan de vloer samengesteld is, hetzij uit een douchebak gelegen op hetzelfde niveau als de vloer van de badkamer, hetzij uit een waterdichte bedekking in het verlengde van de vloer van de badkamer en bestaande uit een waterafvoer via de vloer. Een wand van deze douche is uitgerust met een watervoorziening.
Art. 10. La salle de bains dispose d'une surface réservée pour une aire de rotation qui dessert l'ensemble des équipements sanitaires en dehors de la surface occupée par les débattements de portes et les équipements fixes.
Une aire de transfert jouxte la cuvette de tout WC qu'il soit situé dans la salle de bains ou dans une pièce séparée.
L'aire de transfert réservée pour la cuvette du WC peut être obtenue par la réunion de la pièce où se situe le WC et la salle de bain après suppression d'une cloison démontable érigée entre ces deux pièces.
La salle de bains comprend une douche de plain-pied, disposant d'une surface réservée pour cette aire de transfert, dont le sol est composé soit d'un receveur situé au même niveau que le sol de la salle de bains, soit d'un revêtement étanche en continuité avec le sol de la salle de bain et comprenant une évacuation d'eau par le sol. Une paroi de cette douche est équipée d'une alimentation en eau.
Art. 11. De schakelaars en minstens één stopcontact per kamer worden geplaatst op een hoogte tussen tachtig centimeter en honderd tien centimeter t.o.v. de vloer en worden geplaatst op vijftig centimeter van elke muur die er naast staat.
Art. 11. Les interrupteurs et au moins une prise de courant par pièce sont placés entre quatre-vingts centimètres et cent dix centimètres de hauteur par rapport au sol et sont placés à cinquante centimètres de tout mur contigu.
Art. 12. Er moet een draaioppervlakte voorzien worden tegenover minstens één venster van elke kamer van de leefeenheid met uitzondering van de toiletten, badkamers en keukens en de kamers in overtal t.o.v. de hoofdslaapkamer.
De hoogte van de borstwering van dit venster bedraagt maximum honderd centimeter.
Art. 12. Une aire de rotation fait face à au moins une fenêtre de chaque pièce de l'unité de vie à l'exception des toilettes, salles de bain et cuisines et des chambres surnuméraires à la chambre principale.
La hauteur d'allège de cette fenêtre est de maximum cent centimètres.
Art. 13. Wanneer een balkon of een terras op de leefeenheid uitkomt wordt de toegangsdeur tot het balkon of het terras niet uitgerust met een onderdwarsbalk of kozijndorpel.
Art. 13. Lorsqu'un balcon ou une terrasse dessert l'unité de vie, la porte d'accès au balcon ou à la terrasse n'est pas équipée d'une traverse inférieure ou d'un dormant de seuil.
HOOFDSTUK IV. - Criteria van de aangepaste woning
CHAPITRE IV. - Critères du logement adapté
Art. 14. § 1. Een woning is aangepast als zij een inrichting vertoont die voldoet aan de criteria die eigen zijn aan één van de volgende situaties :
hetzij wordt de woning erkend als een zorgwoning overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 1 april 1999 tot bevordering van de projecten van "AVJ"-cellen ten gunste van gehandicapte personen die op een zelfstandige manier in sociale woonwijken wensen te leven;
hetzij is de woning een aanpasbare woning, in voorkomend geval, aangevuld met apparatu(u)r(en) bevestigd aan het gebouw of verwerkt in het gebouw, omschreven in bijlage 82 bij het Waals reglementair wetboek van sociale actie en gezondheid of de reglementering die terzake van toepassing is bij de Duitstalige Gemeenschap, en bezet door een gezin waarvan één van de leden een handicap heeft inzake mobiliteit;
hetzij stemt de woning overeen met de criteria bepaald in de artikelen 5 tot 7 en in de artikelen 9 tot 10 en bevat één of meerdere specifieke inrichtingen i.v.m. de handicap van een lid van het gezin dat de woning bewoont;
hetzij stemt de woning overeen met de criteria bepaald in artikel 2 en vereist de erkende handicap van het of de gezinslid(leden) geen inrichting of apparatuur die de mobiliteit van de bewoners moet mogelijk maken.
§ 2. De criteria betreffende de toestanden bedoeld in § 1, 3° of 4°, worden bevestigd door het Departement Huisvesting van het Operationeel Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Erfgoed en Energie van de Waalse Overheidsdienst, op gemotiveerd verzoek van het gezin dat de woning bewoont.
§ 3. De woning voldoet niet meer aan de criteria van de aangepaste woning voor de situaties bedoeld in § 1, 2°, 3° of 4°, door het einde van de huurovereenkomst of door de afstand van een zakelijk recht op de woning.
Art. 14. § 1er. Un logement est adapté s'il présente une configuration qui répond aux critères propres à une des situations suivantes :
soit le logement est reconnu comme logement AVJ conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er avril 1999 visant à encourager les projets de cellules AVJ en faveur des personnes handicapées souhaitant vivre de manière autonome dans des cités sociales;
soit le logement est un logement adaptable, le cas échéant complété par un ou des appareillages fixés ou incorporés au bâtiment décrits dans l'annexe 82 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé ou de la réglementation applicable en la matière en Communauté germanophone, et occupé par un ménage dont l'un des membres présente un handicap en matière de mobilité;
soit le logement est conforme aux critères définis aux articles 5 à 7 et aux articles 9 à 10 et comporte un ou des aménagements spécifiques liés à la situation de handicap d'un membre du ménage occupant le logement;
soit le logement est conforme aux critères définis à l'article 2 et le handicap reconnu du ou des membres du ménage ne nécessite pas d'aménagement ou d'appareillage destiné à permettre la mobilité des occupants.
§ 2. Les critères relatifs aux situations visées au § 1er, 3° ou 4°, sont attestés par le Département du Logement de la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie du Service public de Wallonie, sur demande motivée du ménage occupant le logement,
§ 3. Le logement ne répond plus aux critères du logement adapté pour les situations visées au § 1er, 2°, 3° ou 4°, par le fait de la fin du bail ou par la cession d'un droit réel sur le logement.
Art. 15. De Minister van Huisvesting, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le Ministre qui a le Logement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.