Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 MEI 2014. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het Waals Reglementair Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid en tot oprichting van diensten inzake tolken gebarentaal
Titre
15 MAI 2014. - Arrêté du Gouvernement wallon modifiant le Code réglementaire de l'Action sociale et de la Santé et portant création des services prestataires d'interprétation en langue des signes
Documentinformatie
Numac: 2014204300
Datum: 2014-05-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014204300
Date: 2014-05-15
Moniteur: Voir
Tekst (15)
Texte (15)
TITEL I. - Algemene bepalingen
TITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit besluit regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet een aangelegenheid bedoeld in artikel 128, § 1, ervan.
Article 1er. Le présent arrêté règle, en application de l'article 138 de la Constitution, une matière visée à l'article 128, § 1er, de celle-ci.
TITEL II. - Wijziging in het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid van 29 september 2011
TITRE II. - Modification du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé du 29 septembre 2011
Art. 2. Artikel 283, tweede lid, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid van 29 september 2011 wordt aangevuld als volgt : " 13° de diensten inzake tolken gebarentaal ".
Art. 2. L'article 283, alinéa 2, du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé du 29 septembre 2011 est complété comme suit : " 13° Les services prestataires d'interprétation en langue des signes ".
Titel III. - Wijziging in het Waals Reglementair Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid van 4 juli 2013
TITRE III. - Modification du Code réglementaire de l'Action sociale et de la Santé du 4 juillet 2013
Art. 3. Titel VII van Boek V van het tweede deel van het Waals Reglementair Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wordt aangevuld met een hoofdstuk 8, luidend als volgt :
" Hoofdstuk 8. - Diensten inzake tolken gebarentaal
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 831/75. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
decreetgevend wetboek : het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid van 29 september 2011;
reglementair wetboek : het Waals Reglementair Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid van 4 juli 2013;
begunstigde : elke gehandicapte persoon in de zin van artikel 261 van het decreetgevend wetboek die de gebarentaal als natuurlijke taal gebruikt;
gebruiker : elke natuurlijke persoon, behalve een begunstigde, of elke rechtspersoon die over een tolk gebarentaal wenst te beschikken en :
a) die woonachtig is op het grondgebied van het Franse taalgebied, als hij een natuurlijke persoon is;
b) waarvan de maatschappelijke zetel of een bedrijfszetel op voornoemd grondgebied gevestigd is, als hij een rechtspersoon is;
tolk : de persoon die diensten inzake tolken gebarentaal verleent krachtens een arbeidsovereenkomst of krachtens het statuut van zelfstandige;
tolken : communicatiehulp voor dove of slechthorende personen, ongeacht of het tolken gebeurt aan de hand van een verbinding, op een vergadering, op een conferentie of op afstand via een technisch communicatiemiddel of visiofonie;
gebarentaal : de taal bedoeld in artikel 1 van het decreet van 22 oktober 2003 van de Franse Gemeenschap betreffende de erkenning van de gebarentaal;
tewerkstellingskadaster : de personeelslijst opgemaakt door de dienst aan het einde van elk jaar naar een model opgesteld door het "AWIPH";
samenwerkingsovereenkomst : het partnerschapsdocument ondertekend door de begunstigde en de dienst tolken gebarentaal, waarin de in artikel 831/85 bedoelde elementen opgenomen zijn.
Afdeling 2. - Algemene beginselen en opdrachten van de diensten
Onderafdeling 1. - Algemene beginselen
Art. 831/76. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en onverminderd de bepalingen van de Titels IV tot VI van Boek V van het tweede deel van dit Wetboek erkent en subsidieert het Waalse Gewest de diensten die instaan voor tolken gebarentaal ten gunste van elke dove of slechthorende persoon opdat hij met elke persoon in die taal kan communiceren, zowel in het openbaar als in het privéleven.
Art. 831/77. Dankzij de diensten die instaan voor tolken gebarentaal kunnen dove of slechthorende personen in die taal communiceren met elke andere persoon.
De dienst die instaat voor tolken gebarentaal :
respecteert de ideologische, filosofische of religieuze overtuigingen van de begunstigden en gebruikers en kan niet op die basis geweigerd worden;
waarborgt gelijkheid tussen personen. In dat opzicht mag van de begunstigde of van diens gezin geen andere financiële bijdrage verlangd worden dan die bedoeld in de artikelen 831/100 en 831/101.
Onderafdeling 2. - Opdrachten van de diensten
Art. 831/78. De diensten vervullen de volgende opdrachten :
het tolken gebarentaal aan de begunstigden en de gebruikers aanbieden in alle domeinen van het leven, met uitzondering van de dienstverleningen i.v.m. de schoolplicht;
een dienst tijdens de werkdagen organiseren om te kunnen inspelen op de verzoeken om op afstand te tolken;
de coördinatie van de tolkbeurten organiseren en beheren;
hun personeel opleiden of ervoor zorgen dat hun personeel opgeleid wordt om de toegewezen taken vlot uit te voeren.
De opdrachten bedoeld in het eerste lid worden vervuld zodat ingespeeld wordt op een maximum verzoeken en bij voorkeur op die betreffende administratieve, professionele, juridische of gezondheidsproblemen.
Het tolken op afstand is gratis voor de begunstigden en de gebruikers.
Aan het einde van het eerste werkingsjaar wordt een evaluatie gemaakt, met name om de dienstperiodes op de aanvragen af te stemmen.
Afdeling 3. - Erkenning van de diensten
Onderafdeling 1. - Selectieprocedure
Art. 831/6. Het beheerscomité doet een kandidatenoproep waarin de selectiecriteria en de termijn voor de indiening van de erkenningsaanvraag opgegeven worden en wijst de leden van de selectiejury aan. De selectiejury brengt advies uit op grond van de kwaliteit van de projecten en de ervaring van de personen die voor de uitoefening van de activiteiten instaan, rekening houdend met de opdrachten bepaald bij artikel 831/78.
De toegekende begrotingskredieten bepalen het aantal diensten die erkend en gesubsidieerd worden, al naar gelang van hun rang in de rangschikking.
Onderafdeling 2. - Erkenningsprocedures A. Aanvraag tot erkenning
Art. 831/80. § 1. De erkenningsaanvraag wordt aan het "AWIPH" gericht en gaat vergezeld van de volgende stukken en gegevens :
de benaming van de dienst, het adres van zijn maatschappelijke zetel of van zijn bedrijfszetel(s);
het inschrijvingsnummer van de dienst bij de RSZ of bij de RDSZ-PPO en, voor de VZW's, het ondernemingsnummer;
de identiteit van de directeur van de dienst en de volgende stukken :
a) een uittreksel uit het strafregister van minder dan drie maanden geleden, naar het model bedoeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering, vrij van veroordelingen tot correctionele of criminele straffen die onverenigbaar zijn met het ambt;
b) de geschreven delegatie van bevoegdheden van de inrichtende macht bedoeld in artikel 831/94, 3°;
c) een afschrift van zijn diploma's en getuigschriften;
d) een attest ter bevestiging van de nuttige ervaring vereist in bijlage 83/7;
de identiteit van de bestuurders;
een dienstproject waarvoor de erkenning aangevraagd wordt en waaruit blijkt dat de dienst bekwaam is om tolken op afstand te waarborgen, zowel op technisch als op professioneel niveau;
een activiteitenrapport ter bevestiging van, ondermeer, een nuttige ervaring inzake tolken.
§ 2 Uit het dienstproject en het activiteitenrapport moet blijken dat de dienst in staat is om te voldoen aan het minimumaantal tolkbeurten bedoeld in artikel 831/105.
B. Beslissing tot erkenning
Art. 831/81. De beslissing tot erkenning vermeldt :
het minimumaantal tolkbeurten per kalenderjaar;
het minimumaantal opleidingsuren per kalenderjaar en voor het gezamenlijke personeel van de dienst.
C. Begeleidingscomité
Art. 831/82. Het beheerscomité kan de erkenning gedurende hoogstens twee jaar ook afhankelijk maken van de oprichting van een begeleidingscomité dat de dienst moet helpen voldoen aan de erkenningsvoorwaarden en -normen.
Het begeleidingscomité bestaat uit minstens :
een lid van het beheerscomité :
een personeelslid van het "AWIPH";
een deskundige aangewezen door het beheerscomité op grond van zijn bevoegdheid inzake het bestaande vraagstuk.
Indien de dienst na afloop van de termijn bedoeld in het eerste lid nog steeds niet voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, treft het beheerscomité één van de maatregelen waarin artikel 475 voorziet.
Onderafdeling 3. - Voorwaarden tot erkenning van de diensten
Art. 831/83. De dienst tolken gebarentaal wordt verleend overeenkomstig de beginselen vermeld in de artikelen 831/83 en 831/76.
A. Voorwaarden betreffende de samenwerkingsovereenkomst
Art. 831/84. Er wordt een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen de dienst en de begunstigde en/of diens wettelijke vertegenwoordiger.
Ze kan herzien worden in samenspraak tussen de partijen.
Art. 831/85. De samenwerkingsovereenkomst bevat hoe dan ook de volgende gegevens :
de nauwkeurige identificatie van de rechtspersoon die het beheer van de dienst waarneemt en die van de begunstigde of van de gebruiker;
het doel van de dienst;
de rechten en plichten van de begunstigde of van zijn wettelijke vertegenwoordiger, van de gebruiker en van de dienst;
het aanbod aan dienstverleningen en naar gelang van de beschikbaarheden van de dienst;
het bedrag van de financiële bijdrage;
de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die instaat voor de betaling en voor de wijze waarop de betaling wordt geregeld;
de nauwkeurige modaliteiten tot opzegging van de overeenkomst;
de procedure voor het interne beheer van eventuele klachten alsook het adres van het "AWIPH" waaraan de begunstigde of de gebruiker kritiek, klachten of bezwaren kan richten.
B. Voorwaarden betreffende het activiteitenverslag
Art. 831/86. De dienst evalueert zijn activiteit minstens één keer per jaar. De dienst legt het activiteitenverslag jaarlijks uiterlijk 30 juni aan het "AWIPH" over.
Het verslag bevat op zijn minst :
het aantal dove of slechthorende personen die een aanvraag hebben ingediend en hun leeftijd;
het aantal aangevraagde dienstverleningen en de aard ervan, de gebrachte antwoorden en de redenen waarom niet kon worden ingegaan op bepaalde verzoeken;
het aantal tolken gebarentaal van wie de vaardigheden zijn erkend en de evolutie ervan in de loop van het jaar;
het overzicht en de analyse van de voortgezette opleidingen van de tolken in de loop van het jaar.
C. Voorwaarden betreffende het project van de dienst
Art. 831/87. Het project van de dienst wordt in samenwerking met het tolkenteam uitgewerkt.
Dat project bevat op zijn minst de volgende gegevens :
de finaliteiten en doelstellingen;
het doelpubliek;
de overeenkomst en de financiele bijdrage;
de organisatie van de dienst :
- werkorganisatie;
- diverse vergaderingen;
- dienstregeling van de tolken;
- openingsuren.;
de evaluatiewijzen in het geheel van zijn opdrachten;
de menselijke hulpkrachten.
Het project wordt minstens om de zes jaar bijgewerkt.
Alle personeelsleden van de dienst worden in kennis gesteld van het project, de bijwerkingen ervan en het jaarlijkse activiteitenverslag.
Art. 831/88. De dienst wendt de middelen aan die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van zijn project.
D. Voorwaarden betreffende de kwalificatie en de opleiding van het personeel van de diensten
Art. 831/89. Het tolkpersoneel van de dienst levert het bewijs van een nuttige ervaring inzake tolken gebarentaal.
Het personeel van de dienst voldoet aan de kwalificatienormen bedoeld in :
bijlage 83/5 voor het administratief personeel;
bijlage 83/6 voor het tolkpersoneel;
in bijlage 83/7 voor de directeur.
De dienst legt de afschriften van de vereiste diploma's, getuigschriften en attesten van de personeelsleden ter beschikking van het "AWIPH".
Bij hun indienstneming bezorgen de personeelsleden de dienst een uittreksel uit het strafregister van minder dan drie maanden geleden, naar het model bedoeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering en vrij van veroordelingen tot correctionele of criminele straffen die onverenigbaar zijn met het ambt.
Art. 831/90. De dienst maakt een opleidingsplan voor zijn personeel op. Het bevat één of meer opleidingsprogramma's die over verschillende jaren gegeven zullen worden. Het bepaalt de nagestreefde doelstellingen en bestrijkt minstens drie jaar.
Het opleidingsplan omschrijft de banden tussen :
de globale omgeving van de dienst;
de dynamiek van het project van de dienst;
de ontwikkeling van de vaardigheden van het personeel.
Het opleidingsplan definieert de criteria, de modaliteiten en de periodiciteit voor de evaluatie van de aspecten bedoeld in het tweede lid.
Art. 831/91. Het opleidingsplan wordt uitgewerkt in overleg met het geheel van de personeelsleden, met inbegrip van de zelfstandige werknemers.
E. Voorwaarden betreffende de rechtspersoonlijkheid van de diensten
Art. 831/92. De dienst wordt beheerd door een overheid, een vereniging zonder winstoogmerk, een internationale vereniging zonder winstoogmerk, een privé stichting of een stichting van openbaar nut.
De bedrijfszetel is gevestigd op het grondgebied van het Franse taalgebied.
Art. 831/93. Als hij door een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting georganiseerd wordt :
mag deze voor meer dan 1/5 van haar leden niet samengesteld zijn uit personeelsleden of personen die met hen aanverwant zijn tot de derde graad;
mag de raad van bestuur, om elk belangenconflict en elke oorzaak van bevoegdheidsconflict te voorkomen, niet bestaan uit personen van hetzelfde gezin, echtgenoten, wettelijke samenwonenden en bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad, waarvan het aantal voor elk gezin hoger is dan een derde van het totaal aantal leden van de raad van bestuur, noch uit personen die deel uitmaken van het personeel van de dienst.
F. Voorwaarden betreffende het beheer van de dienst
Art. 831/94. De dienst vervult de volgende voorwaarden :
hij is autonoom op technisch, budgettair en boekhoudkundig vlak en beschikt over een administratief beheer van dien aard dat hij zijn opdracht kan uitvoeren en dat het "AWIPH" daarop controle kan uitoefenen;
de technische, boekhoudkundige en budgettaire autonomie kan eventueel verkregen worden via de organisatie van een administratieve entiteit die bestaat uit verschillende diensten inzake tolken gebarentaal. Die entiteit staat in voor het dagelijkse beheer van al die diensten, zowel op administratief en financieel vlak als inzake personeelsaangelegenheden;
onder de leiding staan van een directeur, natuurlijke persoon bezoldigd voor die functie en bevoegd om, overeenkomstig een geschreven overdracht van bevoegdheid door de inrichtende macht en onder haar verantwoordelijkheid, het dagelijks beheer van de dienst waar te nemen hoe dan ook wat betreft :
a) het personeelsbeheer;
b) het financieel beheer;
c) de toepassing van de geldende regelgevingen;
e) de vertegenwoordiging van de dienst in zijn relaties met het "AWIPH".
De directeur is in staat om voortdurend de effectieve verantwoordelijkheid voor de dienst te dragen. Als hij afwezig is, moet een daartoe afgevaardigd personeelslid in staat zijn om de nodige maatregelen te treffen in geval van dringende noodzakelijkheid en om op elke aanvraag in te spelen.
De directeur woont de vergaderingen van de raad van bestuur van de inrichtende macht i.v.m. de organisatie van de dienst bij met raadgevende stem, behalve voor de agendapunten waarvoor een belangenconflict bestaat.
In geval van verzuim of onregelmatigheid in de uitvoering van de opdracht toegewezen aan de directeur bedoeld in het derde lid, verzoekt het "AWIPH" de inrichtende macht in een schrijven om de nodige maatregelen te treffen binnen de termijn die het bepaalt.
G. Voorwaarden betreffende het administratief en boekhoudkundig beheer
Art. 831/95. De dienst verschaft op verzoek van het "AWIPH" alle bewijsstukken die het nodig heeft om zijn toezicht uit te oefenen, met name :
de sociale balans zoals omschreven in het koninklijk besluit van 4 augustus 1996 betreffende de sociale balans, de jaarrekeningen;
de documenten die nodig zijn om de subsidies te berekenen;
het tewerkstellingskadaster :
het opleidingsplan bedoeld in artikel 831/90.
De dienst vermeldt de referentie van de door het "AWIPH" verleende erkenning op alle akten en op de overige stukken, publiciteitsfolders en aanplakkingen die van hem uitgaan.
Art. 831/96. Onverminderd de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen, worden de opschriften en nummers van voor de activiteit van de diensten geschikte rekeningen door het "AWIPH" aan de diensten overgemaakt.
Art. 831/97. De jaarrekeningen van de dienst worden uiterlijk 30 juni van het jaar na het boekjaar aan het "AWIPH" overgemaakt. De rekeningen gaan vergezeld van een volledige lijst van de verbonden entiteiten. Het "AWIPH" kan vragen om de boekhouding van de verbonden entiteiten in te kijken.
Het boekjaar stemt overeen met het kalenderjaar.
Art. 831/98. Indien dienstverleningen van een verbonden entiteit uitgaan, geven de dienstverleners hun aanwezigheid aan in het personeelsregister.
Art. 831/99. De dienst kan bewijzen dat hij aan alle fiscale en sociale verplichtingen voldaan heeft.
H. Opbrengsten uit de dienstverleningen
Art. 831/100. De dienst bepaalt jaarlijks het bedrag van de bijdragen die van de begunstigden en gebruikers verlangd worden.
Art. 831/101. In ruil voor een jaarlijkse bijdrage die door de dienst bepaald wordt, heeft elke begunstigde recht op 40 uren tolkuren per kalenderjaar.
Als zijn bijdrage opgebruikt is, kan de begunstigde zijn forfait hernieuwen.
Art. 831/102. § 1. In het kader van de controle op het gebruik van de subsidies worden de financiële tegemoetkomingen, alsook de in de artikelen 831/100 en 831/101 bedoelde financiële bijdragen afgetrokken van het bedrag van de overeenstemmende lasten.
§ 2. De subsidies die aan de diensten gestort worden door de overheden of door liefdadigheidsinstellingen die door die overheden gesubsidieerd worden, worden afgetrokken van de overeenstemmende lasten die op geldige wijze in het boekjaar geboekt worden.
Er wordt rekening gehouden met de subsidies bedoeld in het eerste lid voor zover ze verleend worden ter dekking van de uitgaven die in aanmerking genomen worden voor de berekening van de subsidie.
I. Voorwaarde betreffende de verzekeringen
Art. 831/103. De dienst wordt door een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid gedekt voor alle dienstverleningen onder zijn verantwoordelijkheid.
J. Voorwaarden betreffende de infrastructuren van de diensten
Art. 831/104. De gebouwen en installaties van de dienst voldoen aan de toegankelijkheidsvoorwaarden voor de handicap van de begunstigden.
Ze voldoen aan de voorwaarden inzake evacuatie van personen en brandbestrijding.
Afdeling 4. - Subsidiëring van de diensten
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 831/105. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten ontvangt de erkende dienst :
een jaarlijkse vaste subsidie ter dekking van de kosten voor het tolk-, administratief en omkaderingspersoneel;
een jaarlijkse vaste werkingssubsidie;
een jaarlijkse vaste subsidie ter dekking van de opleidingskosten in het kader van het plan bedoeld in artikel 831/90.
Het minimumaantaal tolkbeurten mag niet lager zijn dan 2 000 per kalenderjaar. Als de subsidiëringsperiode korter is dan een kalenderjaar, wordt dat minimumaantal pro rata temporis aangepast. Als het minimumaantaal tolkbeurten waarvoor de dienst erkend is aan het einde van het kalenderjaar niet in acht is genomen, worden de werkings-, personeels- en opleidingssubsidies naar verhouding ingevorderd.
Onderafdeling 2. - Jaarlijkse vaste personeelssubsidie
Art. 831/106. De personeelsleden worden in twee ploegen verdeeld :
de administratieve ploeg, samengesteld uit de leden van het administratief en omkaderingspersoneel;
het tolkteam.
De dienst wordt geleid door een directeur die deel van de administratieve ploeg uitmaakt.
Art. 831/107. De jaarlijkse personeelssubsidie is gelijk aan 1,5 voltijds equivalent voor het administratief personeel en aan 3 voltijds equivalent voor de tolken, op grond van de referentie-weddeschaal van 33.789,66 euro.
Die referentie-weddeschaal houdt rekening met :
een gemiddelde personeelsanciënniteit van 10 jaar;
een werkgeverslastencoëfficiënt van 51,89 percent;
de spilindex 138,01 op 1 januari 1990.
Onderafdeling 3. - Jaarlijkse vaste subsidies voor werkings- en opleidingskosten
Art. 831/108. De jaarlijkse vaste subsidie voor werkingskosten van de dienst, reiskosten inbegrepen, bedraagt 55 000 euro.
Art. 831/109. De jaarlijkse vaste subsidie voor opleidingskosten bedraagt 5 000 euro.
Het minimumaantal opleidingsuren per kalenderjaar mag niet lager zijn dan 50 uren voor het gezamenlijke personeel van de dienst.
Art. 831/110. De bedragen bedoeld in de artikelen 831/108 en 8341/10 zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer dat als referentie dient voor de loonindexering in het openbaar ambt : 164,09 op 1 januari 2013.
Onderafdeling 4. - Berekening van de toeslag wegens geldelijke anciënniteit
Art. 831/111. § 1. Bovenop de personeelssubsidie wordt een toeslag verleend aan de diensten waarvan het gezamenlijke personeel aan het einde van het bestemmingsjaar een gemiddelde geldelijke anciënniteit heeft die hoger is dan 10 jaar.
§ 2. De dienst bezorgt het "AWIPH" aan het eind van elk bestemmingsjaar uiterlijk 31 maart een tewerkstellingskadaster.
Als de tewerkstellingskadaster niet binnen die termijn wordt overgelegd, zal geen subsidietoeslag voor geldelijke anciënniteit verleend worden.
De voor elk personeelslid in aanmerking te nemen geldelijke anciënniteit is die waarop het recht heeft op 31 december van het boekjaar dat het voorwerp is van de subsidie, gewogen met het volume van de bezoldigde dienstverleningen. Voor de personeelsleden die de dienst vóór die datum verlaten hebben, is de in aanmerking te nemen geldelijke anciënniteit die waarop zij recht hebben op de uittredingsdatum, gewogen met het volume van de bezoldigde dienstverleningen.
Art. 831/112. Als de toeslag voor de eerste keer wordt toegekend, wordt hij automatisch voor het volgende jaar betaald. Na afloop ervan verifieert "AWIPH" de gemiddelde anciënniteit van het personeel.
Als de anciënniteit kleiner of hoger is dan degene die als basis heeft gediend voor de toekenning van de toeslag, wordt hij aangepast.
Onderafdeling 5. - Uitrustings- en onderhoudssubsidie voor het tolksysteem op afstand
Art. 831/113. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten wordt een subsidie verleend ter dekking van de uitgaven voor de uitrusting en het onderhoud van het tolksysteem op afstand.
Een subsidie ter dekking van de kosten inzake basisuitrusting (hardware en software) wordt aan de dienst verleend opdat hij kan zorgen voor het tolken op afstand.
De subsidie wordt betaald na overlegging van de bewijsstukken betreffende de uitgaven.
Onderafdeling 6. - Uitbetaling van de subsidies
Art. 831/114. De jaarlijkse subsidie wordt tijdens het bestemmingsjaar voortijdig betaald bij maandelijkse afbetalingen. De voorschotten worden automatisch aangepast tijdens de tweede maand na de overschrijding van de spilindex die als referentie dient voor de loonindexering in het Openbaar ambt.
Onderafdeling 7. - Controle op de subsidie
Art. 831/115. De toelaatbare lasten worden nader bepaald in de bijlagen 83/8 en 83/9.
Als het totaalbedrag van de toelaatbare lasten per kalenderjaar kleiner is dan de overeenkomstige subsidies, wordt het verschil ingevorderd bij de controle op het gebruik van de subsidies door het "AWIPH", onverminderd de invorderingen bedoeld in artikel 831/105.
Art. 831/116. Als de jaarlijkse subsidie voor opleidingskosten binnen een dienst niet volstaat om het geheel van de desbetreffende lasten te dekken, kunnen deze gedekt worden door de personeels- of werkingssubsidie; als er een tekort is in de personeelsenveloppe, kan het gedekt worden door het saldo dat beschikbaar is (de saldi die beschikbaar zijn) in de twee andere enveloppes. In ieder geval moet het gaan om toelaatbare lasten en moeten de normen nageleefd worden.
Art. 831/117. De wet van 16 mei 2003 is toepasselijk op de invordering en de terugbetaling van de subsidies door de diensten.
Art. 831/118. Als het totaalaantal gepresteerde tolkuren per kalenderjaar lager is dan het aantal tolkuren waarvoor de dienst erkend is, geeft het "AWIPH" de dienst kennis van het bedrag van de som die ingevorderd moet worden overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003.
Het bedrag wordt afgetrokken vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum van kennisgeving.
Afdeling 7. - Evaluatie, controle en klachten
Onderafdeling 1. - Evaluatie
Art. 831/119. § 1. Opdat het "AWIPH" kan nagaan of de erkenningsvoorwaarden in acht genomen worden, leggen de diensten hem om de vijf jaar de volgende stukken over :
het geactualiseerde project van de dienst;
in geval van wijziging van directie, een afschrift van de diploma's en getuigschriften van de directeur, de geschreven overdracht van bevoegdheden door de inrichtende macht bedoeld in artikel 831/94, 3°, alsmede het attest van nuttige ervaring bedoeld in artikel 83/7 van dit besluit;
in geval van verandering, de lijst van de leden van de raad van bestuur.
§ 2. De dienst verwittigt het "AWIPH" in de loop van de volgende maand indien zich een verandering voordoet i.v.m. :
het uittreksel uit het strafregister (model 1) van de directeur, opgemaakt overeenkomstig de ministeriële rondzendbrief nr. 905 van 2 februari 2007 betreffende de afgifte van een uittreksel uit het strafregister, vrij van veroordelingen tot correctionele straffen die onverenigbaar met het ambt zijn of tot criminele straffen;
de statuten, bekendgemaakt of ter griffie gedeponeerd;
de lijst van de leden van de raad van bestuur.
Onderafdeling 2. - Controle
Art. 831/120. Onverminderd artikel 315 van het decreetgevend wetboek gaan de diensten van het "AWIPH" die met inspectie belast worden na of de erkenningsvoorwaarden en -normen worden nageleefd.
Ze evalueren regelmatig de uitvoering van het project van de dienst. Daartoe evalueren ze in samenwerking met de dienst en de teams : de werkmethodes, de kwaliteit van de verleende dienst, de verrichte dienstverleningen.
De met inspectie belaste diensten van het "AWIPH"zien toe op de inachtneming van de voorschriften inzake toekenning en aanwending van de subsidies en inzake boekhoudkundige verplichtingen. Ze vervullen ook een adviesfunctie bij de dienst.
Art. 831/121. De positieve of negatieve opmerkingen en conclusies van de verschillende rapporten opgemaakt door de met inspectie belaste diensten van het "AWIPH" worden overgemaakt aan de inrichtende machten en aan de directies. Vandaar worden ze doorgestuurd naar de ondernemingsraad of de vakbondsafvaardiging indien er geen ondernemingsraad is.
Onderafdeling 2. - Klachten
Art. 831/122. Elke klacht betreffende een dienstverlening van een door het "AWIPH" erkende dienst wordt per post gericht aan het "AWIPH", dat binnen tien dagen ontvangst bericht. De klacht kan ook per video gericht worden door een vertrouwensderde of door elk ander middel aangepast aan de capaciteiten van de eiser.
Het "AWIPH" verwittigt onmiddellijk de inrichtende macht van de betrokken erkende dienst. Het onderzoekt de klacht binnen een termijn van hoogstens zes maanden.
Het geeft de eiser, de directie en de inrichtende macht van betrokken dienst kennis van het gevolg dat aan die klacht gegeven wordt.
Art. 831/123. Elke klacht betreffende de naleving van de deontologische regels van een tolk van een dienst kan het voorwerp van een bemiddeling tussen de betrokken partijen uitmaken. ".
Art. 3. Il est inséré, dans le titre VII, du livre V de la deuxième partie du Code réglementaire de l'Action sociale et de la Santé, un chapitre 8, libellé comme suit :
" Chapitre 8. Services prestataires d'interprétation en langue des signes
Section 1re. - Dispositions générales
Art. 831/75. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
le Code décrétal : le Code wallon de l'Action sociale et de la Santé du 29 septembre 2011;
le Code réglementaire : le Code réglementaire de l'Action sociale et de la Santé du 4 juillet 2013;
le bénéficiaire : toute personne handicapée au sens de l'article 261 du Code décrétal, qui utilise la langue des signes comme langue naturelle;
l'utilisateur : toute personne physique, autre qu'un bénéficiaire, ou toute personne morale, qui manifeste la volonté de disposer d'une interprétation en langue des signes et qui :
a) est domiciliée sur le territoire de la région de langue française, si elle est personne physique;
b) possède son siège social ou un siège d'activités sur le territoire précité, si elle est une personne morale;
l'interprète : la personne qui preste une interprétation en langue des signes sous contrat de travail ou sous statut de travailleur indépendant;
l'interprétation : aide à la communication à destination des personnes sourdes ou malentendantes, que l'interprétation soit de liaison, de réunion, de conférence ou à distance via un moyen technique de communication ou de visiophonie;
la langue des signes : la langue telle que définie à l'article 1er du décret du 22 octobre 2003 de la Communauté française relatif à la reconnaissance de la langue des signes;
le cadastre de l'emploi : la liste du personnel établie par le service au terme de chaque année, selon le modèle établi par l'AWIPH;
la convention de collaboration : le document de partenariat signé entre le bénéficiaire et le service d'interprétation en langue des signes comprenant les éléments visés à l'article 831/85.
Section 2. - Principes généraux et missions des services
Sous-section 1re. - Principes généraux
Art. 831/76. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sans préjudice des dispositions des titres IV à VI du livre V de la deuxième partie du présent Code, la Région wallonne agrée et subventionne les services chargés de dispenser des prestations d'interprétation en langue des signes à toute personne sourde ou malentendante afin qu'elle puisse communiquer dans cette langue avec toute autre personne tant dans le domaine de la vie publique que privée.
Art. 831/77. Les services d'interprétation en langue des signes permettent aux personnes sourdes ou malentendantes de communiquer dans cette langue avec toute autre personne.
Le service d'interprétation en langue des signes :
respecte les convictions idéologiques, philosophiques ou religieuses des bénéficiaires et des utilisateurs, et ne peut être refusée sur cette base;
assure l'égalité entre les personnes. A ce titre, il ne peut être exigé du bénéficiaire ou de sa famille, le paiement d'aucune contribution financière autre que celle précisée aux articles 831/100 et 831/101.
Sous-section 2. - Missions des services.
Art. 831/78. Les services ont pour missions :
d'offrir aux bénéficiaires et aux utilisateurs l'interprétation en langue des signes dans tous les domaines de la vie, à l'exception des prestations liées à la scolarité obligatoire;
d'organiser une permanence pendant les jours ouvrables, de manière à pouvoir répondre aux demandes d'interprétation à distance;
d'organiser et gérer la coordination des interprétations;
de former leur personnel ou de veiller à ce que leur personnel soit formé pour assurer la bonne exécution des tâches assignées.
Les missions mentionnées à l'alinéa 1er sont accomplies de manière à rencontrer le plus grand nombre de demandes et, en priorité, celles relatives à des besoins administratifs, professionnels, juridiques ou de santé.
L'interprétation à distance est gratuite pour les bénéficiaires et les utilisateurs.
Au terme de la première année de fonctionnement, une évaluation sera réalisée, notamment, de manière à adapter les périodes de permanence aux demandes exprimées.
Section 3. - Agrément des services
Sous-section 1re. - Procédure de sélection
Art. 831/79. Le Comité de gestion lance un appel à candidature spécifiant les critères de sélection et le délai d'introduction de la demande d'agrément et désigne les membres du jury de sélection. Celui-ci fonde son avis sur la base de la qualité des projets, de l'expérience des personnes attachées à la réalisation des activités, en regard des missions telles que prévues à l'article 831/78.
Les crédits budgétaires alloués déterminent le nombre de services qui seront agréés et subventionnés, en fonction de leur rang dans le classement.
Sous-section 2. - Procédures d'agrément A. Demande d'agrément
Art. 831/80. § 1er. La demande d'agrément est adressée à l'AWIPH et est accompagnée des documents et renseignements suivants :
la dénomination du service, les adresses de son siège social et de son ou ses siège(s) d'activités;
le numéro d'affiliation à l'ONSS ou à l'ONSS-APL du service et, pour les ASBL, le numéro d'entreprise;
l'identité du directeur du service et les renseignements suivants :
a) un extrait du casier judiciaire, datant de moins de trois mois, du modèle visé à l'article 595 du Code d'instruction criminelle, exempt de condamnations à des peines correctionnelles ou criminelles incompatibles avec la fonction;
b) la délégation de pouvoirs écrite du pouvoir organisateur visée à l'article 831/94, 3°;
c) une copie de ses diplômes et certificats;
d) l'attestation justifiant une expérience utile, exigée à l'annexe 83/7;
l'identité des administrateurs;
un projet de service pour lequel l'agrément est demandé et attestant de la capacité du service à assurer, tant au niveau technique que professionnel, l'interprétation à distance;
un rapport d'activités justifiant notamment, une expérience utile en matière d'interprétation.
§ 2 Il doit résulter du projet de service et du rapport d'activités que le service est apte à satisfaire au nombre minimum d'interprétations mentionné à l'article 831/105.
B. Décision d'agrément
Art. 831/81. La décision d'agrément mentionne le nombre minimum :
d'interprétations à assurer sur une année civile;
d'heures de formation à assurer sur une année civile pour l'ensemble du personnel du service.
C. Comité d'accompagnement
Art. 831/82. Le Comité de gestion peut également, pour une durée qui ne peut pas être supérieure à deux ans, conditionner l'agrément à l'instauration d'un comité d'accompagnement chargé d'aider le service à satisfaire aux conditions et normes d'agrément.
Le comité d'accompagnement est composé au minimum :
d'un membre du Comité de gestion;
d'un membre du personnel de l'AWIPH;
d'un expert désigné par le Comité de gestion en fonction de sa compétence relative au problème existant.
Si, au terme du délai fixé à l'alinéa 1er, le service ne satisfait toujours pas aux conditions d'agrément, le Comité de gestion applique une des mesures prévues à l'article 475.
Sous-section 3. - Conditions d'agrément des services
Art. 831/83. La prestation d'interprétation en langue des signes se réalise conformément aux principes énoncés aux articles 831/76 et 831/77.
A. Conditions relatives à la convention de collaboration
Art. 831/84.Une. convention de collaboration est conclue par écrit entre le service et le bénéficiaire et/ou son représentant légal.
Elle peut-être revue de commun accord entre les parties.
Art. 831/85. La convention de collaboration reprend au moins les mentions suivantes :
l'identification exacte de la personne juridique chargée de la gestion du service et du bénéficiaire ou de l'utilisateur;
l'objet du service;
les droits et obligations du bénéficiaire ou de son représentant légal, de l'utilisateur et du service;
l'offre de prestations et qui est fonction des disponibilités du service;
le montant de la contribution financière;
la personne physique ou morale qui répond du paiement et de son mode de règlement;
les modalités précises de résiliation de la convention;
la procédure de gestion interne des doléances éventuelles ainsi que l'adresse de l'AWIPH à laquelle le bénéficiaire ou l'utilisateur peuvent adresser toute critique, plainte ou réclamation.
B. Conditions relatives au rapport d'activités
Art. 831/86. Le service procède à l'évaluation de son activité au moins une fois par an. Le service transmet le rapport d'activités à l'AWIPH pour le 30 juin de chaque année.
Celui-ci contient au moins :
le nombre de personnes sourdes ou malentendantes qui lui ont adressé une demande et leur âge;
le nombre de prestations demandées et leur nature, les réponses apportées et les raisons pour lesquelles certaines demandes n'ont pas pu être satisfaites;
le nombre d'interprètes en langue des signes dont les compétences ont été reconnues et son évolution au cours de l'année;
le relevé et l'analyse des formations continuées des interprètes au cours de l'année.
C. Conditions relatives au projet du service
Art. 831/87. Le projet du service est élaboré en collaboration avec l'équipe des interprètes.
Ce projet reprend au minimum les éléments suivants :
les finalités et objectifs;
la population concernée;
la convention et participation financière;
l'organisation du service :
- organisation du travail;
- réunions diverses;
- horaires des interprètes;
- heures d'ouverture.;
les modes d'évaluation dans l'ensemble de ses missions;
les ressources humaines.
Le projet est remis à jour au minimum tous les six ans.
Le projet du service, ses mises à jour et le rapport annuel d'activité du service sont portés à la connaissance de tous les membres du service,
Art. 831/88. Le service met en oeuvre les moyens qui concourent à la réalisation des objectifs contenus dans le projet du service.
D. Conditions relatives à la qualification et à la formation du personnel des services
Art. 831/89. Le personnel interprète du service doit justifier d'une expérience utile en matière d'interprétation en langue des signes.
Le personnel du service doit répondre aux normes de qualification prévues à :
l'annexe 83/5 pour le personnel administratif;
l'annexe 83/6 pour le personnel interprète;
l'annexe 83/7 pour le directeur.
Le service tient à disposition de l'AWIPH les copies des diplômes, certificats et attestations exigés des membres du personnel.
Ceux-ci doivent fournir au service, lors de leur engagement, un extrait du casier judiciaire, datant de moins de trois mois, du modèle visé à l'article 595 du Code d'instruction criminelle, exempt de condamnations à des peines correctionnelles ou criminelles incompatibles avec la fonction ou criminelles.
Art. 831/90. Le service établit un plan de formation de son personnel. Il comporte un ou plusieurs programmes de formation qui seront donnés dans sa périodicité pluriannuelle. Il détermine les objectifs poursuivis et s'étend sur au moins trois années.
Le plan de formation décrit les liens entre :
l'environnement global du service;
la dynamique du projet du service;
le développement des compétences du personnel.
Le plan de formation définit les critères, modalités et périodicité d'évaluation des aspects visés à l'alinéa 2.
Art. 831/91. Le plan de formation est élaboré en concertation avec l'ensemble des membres du personnel, en ce compris les travailleurs indépendants.
E. Conditions relatives à la personnalité juridique des services
Art. 831/92. Le service doit être géré par un pouvoir public ou une association sans but lucratif ou une association internationale sans but lucratif ou une fondation privée ou une fondation d'utilité publique.
Le siège d'exploitation est situé sur le territoire de la région de langue française.
Art. 831/93. Lorsqu'il est organisé par une association sans but lucratif ou une fondation :
celle-ci ne comporte pas des membres du personnel ou des personnes apparentées à ceux-ci jusqu'au 3e degré, à concurrence de plus d'1/5 de ses membres;
son conseil d'administration, afin d'éviter toute confusion d'intérêts et toute source de conflit d'autorité, ne comprend pas des personnes appartenant à la même famille, conjoints, cohabitants légaux et parents ou alliés jusqu'au deuxième degré inclusivement, en nombre supérieur, pour chaque famille, au tiers du nombre total des membres composant le conseil d'administration, ni des personnes faisant partie du personnel du service.
F. Conditions relatives à la gestion des services
Art. 831/94. Le service satisfait aux conditions suivantes :
posséder une autonomie technique, budgétaire et comptable ainsi qu'une gestion administrative de nature à permettre tant l'exécution de sa mission que le contrôle de celle-ci par l'AWIPH;
l'autonomie technique, comptable et budgétaire peut éventuellement être obtenue via l'organisation d'une entité administrative qui regroupe plusieurs services prestataires d'interprétation en langue des signes. Celle-ci possède, pour cet ensemble de services, la responsabilité de la gestion journalière tant administrative, financière que du personnel;
être dirigé par un directeur, personne physique rémunérée pour cette fonction et habilitée à assurer, en vertu d'une délégation de pouvoirs écrite du pouvoir organisateur et sous la responsabilité de celui-ci, la gestion journalière du service, en ce qui concerne au minimum :
a) la gestion du personnel;
b) la gestion financière;
c) l'application des réglementations en vigueur;
d) la représentation du service dans ses relations avec l'AWIPH.
Le directeur est en mesure d'assurer en permanence la responsabilité effective du service. S'il n'est pas présent, un membre du personnel délégué à cet effet doit être en mesure de prendre les dispositions utiles en cas d'urgence et répondre à toute demande.
Le directeur assiste, avec voix consultative, aux réunions du conseil d'administration du pouvoir organisateur relatives à l'organisation du service, sauf sur des points inscrits à l'ordre du jour où existe un conflit d'intérêt.
En cas de manquement ou d'irrégularité dans l'exécution de la mission confiée au directeur visé à l'alinéa 3, l'AWIPH invite, par voie postale et dans le délai qu'elle précise, le pouvoir organisateur à prendre les dispositions qui s'imposent.
G. Conditions relatives à la gestion administrative et comptable
Art. 831/95. Le service transmet, à la demande de l'AWIPH, tous documents justificatifs requis pour l'exercice de son contrôle, notamment :
le bilan social tel que défini par l'arrêté royal du 4 août 1996 relatif au bilan social, les comptes annuels;
les documents nécessaires au calcul des subventions;
le cadastre de l'emploi;
le plan de formation visé à l'article 831/90
Le service mentionne la référence de l'agrément par l'AWIPH sur tous les actes et les autres documents, publicités et affichages émanant du service.
Art. 831/96. Sans préjudice de la législation sur la comptabilité et les comptes annuels des entreprises, les intitulés et numéros de comptes appropriés à l'activité des services sont communiqués par l'AWIPH aux services.
Art. 831/97. Les comptes annuels du service sont transmis à l'AWIPH au plus tard le 30 juin de l'année suivant l'exercice comptable. Les comptes sont accompagnés d'une liste exhaustive des entités liées. L'AWIPH peut demander à consulter la comptabilité des entités liées.
L'exercice comptable correspond à l'année civile.
Art. 831/98. Dans le cas où des prestations sont effectuées par une entité liée, les prestataires actent leur présence au registre du personnel.
Art. 831/99. Le service est en mesure de prouver qu'il a satisfait à toutes ses obligations fiscales et sociales.
H. Les recettes des prestations des services
Art. 831/100. Le service fixe annuellement le coût des participations et des cotisations demandées aux bénéficiaires et aux utilisateurs.
Art. 831/101. Moyennant une cotisation annuelle déterminée par le service et versée à celui-ci, un forfait d'interprétation égal à 40 heures par année civile est accordé à chaque bénéficiaire.
Lorsque son contingent est épuisé, le bénéficiaire peut renouveler son forfait.
Art. 831/102. § 1er. Dans le cadre du contrôle de l'utilisation des subventions, les participations financières, ainsi que les cotisations visées aux articles 831/100 et 831/101 sont déduites du montant des charges correspondantes.
§ 2. Les subventions versées aux services par les pouvoirs publics ou par des oeuvres que ces pouvoirs subventionnent, sont déduites des charges correspondantes imputées valablement dans l'exercice.
Il n'est tenu compte des subventions visées à l'alinéa 1er que dans la mesure où elles sont allouées pour couvrir les dépenses considérées pour la détermination de la subvention.
I. Conditions relatives aux assurances
Art. 831/103. Le service est couvert par une assurance en responsabilité civile pour toutes les prestations posées sous sa responsabilité.
J. Conditions relatives aux infrastructures des services
Art. 831/104. Les bâtiments et installations du service doivent présenter des conditions suffisantes d'accessibilité en rapport avec le handicap des bénéficiaires.
Ils doivent présenter des conditions suffisantes d'évacuation des personnes et de lutte contre l'incendie.
Section 4. - Subventionnement des services
Sous-section 1re. - Dispositions générales
Art. 831/105. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, il est accordé, au service agréé :
une subvention forfaitaire annuelle destinée à couvrir les frais du personnel d'interprétation, administratif et d'encadrement;
une subvention forfaitaire de fonctionnement annuelle;
une subvention forfaitaire annuelle destinée à couvrir les frais de formation dans le cadre du plan visé à l'article 831/90.
Le nombre minimum d'interprétations devant être assurées sur une année civile ne peut pas être inférieur à 2 000. Lorsque la période de subventionnement est inférieure à une année civile, ce nombre minimum est adapté pro rata temporis. Si, au terme de l'année civile, le nombre minimum d'interprétations pour lequel le service est agréé n'a pas été respecté, les subventions de fonctionnement, de personnel et de formation sont récupérées à due proportion.
Sous-section 2. - La subvention forfaitaire annuelle de personnel
Art. 831/106. Les membres du personnel sont répartis en deux équipes :
l'équipe administrative composée des membres du personnel administratif et d'encadrement;
l'équipe des interprètes.
Le service est dirigé par un directeur, qui fait partie de l'équipe administrative.
Art. 831/107. La subvention annuelle de personnel correspond à 1,5 équivalent temps plein pour le personnel administratif et à 3 équivalents temps plein pour les interprètes, selon le barème de référence de 33.789,66 euros.
Ce barème de référence tient compte :
d'une ancienneté moyenne du personnel de dix ans;
d'un coefficient de charges patronales de 51,89 pour cent;
de l'indice pivot 138,01 à la date du 1er janvier 1990.
Sous-section 3. - Les subventions forfaitaires annuelles pour frais de fonctionnement et de formation.
Art. 831/108. La subvention annuelle pour les frais de fonctionnement du service, en ce compris les frais de déplacement, est fixée à 55.000 euros.
Art. 831/109. La subvention forfaitaire annuelle pour les frais de formation est fixée à 5.000 euros.
Le nombre minimum d'heures de formation devant être assurées sur une année civile ne peut pas être inférieur à 50 pour l'ensemble du personnel du service.
Art. 831/110. Les montants visés aux articles 831/108 et 831/109 sont liés à l'indice pivot qui sert de référence à l'indexation des salaires dans la Fonction publique : 164,09 en date du 1er janvier 2013.
Sous-section 4. - Le calcul du supplément pour ancienneté pécuniaire.
Art. 831/111. § 1er. Un supplément de subvention de personnel est octroyé aux services dont l'ensemble du personnel a, au terme de l'année d'attribution, une ancienneté pécuniaire moyenne supérieure à dix ans.
§ 2. Au terme de chaque année d'attribution, le service transmet à l'AWIPH pour le 31 mars au plus tard, le cadastre de l'emploi.
A défaut de transmission dans ce délai, aucun supplément de subvention pour ancienneté pécuniaire ne sera accordé.
L'ancienneté pécuniaire à prendre en considération pour chaque membre du personnel est celle à laquelle il peut prétendre au 31 décembre de l'exercice auquel se rapporte la subvention, pondérée par le volume de prestations rémunérées. Pour les membres du personnel ayant quitté le service avant cette date, l'ancienneté pécuniaire à prendre en compte est celle à laquelle il peut prétendre à la date de sortie, pondérée par le volume de prestations rémunérées.
Art. 831/112. Le supplément, lorsqu'il est accordé une première fois, est liquidé automatiquement pour l'année suivante. Au terme de celle-ci, l'AWIPH procède à la vérification de l'ancienneté moyenne du personnel.
Si l'ancienneté est inférieure ou supérieure à celle qui a servi de base à l'octroi du supplément, celui-ci est rectifié.
Sous-section 5. - La subvention d'équipement et de maintenance au système d'interprétation à distance
Art. 831/113. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, il est accordé une subvention destinée à couvrir les dépenses d'équipement et de maintenance du système d'interprétation à distance.
Afin de permettre la mise en place et la continuité de la permanence destinée à assurer l'interprétation à distance, une subvention couvrant les frais de premier équipement (matériel et logiciels) est accordée au service.
La subvention est liquidée sur présentation des pièces justificatives des dépenses.
Sous-section 6. - La liquidation des subventions
Art. 831/114. La subvention annuelle est liquidée anticipativement durant l'exercice d'attribution par mensualités. Les avances sont automatiquement ajustées le deuxième mois qui suit le dépassement de l'indice pivot qui sert de référence à l'indexation des salaires dans la Fonction publique.
Sous-section 7. - Le contrôle de la subvention
Art. 831/115. Les charges admissibles sont précisées aux annexes 83/8 et 83/9.
Si, par année civile, le montant total des charges admissibles est inférieur aux subventions correspondantes, la différence est récupérée au moment du contrôle de l'utilisation des subventions par l'AWIPH, sans préjudice des récupérations visées à l'article 831/105.
Art. 831/116. Lorsqu'au sein d'un service, la subvention relative aux frais de formation ne permet pas de couvrir l'ensemble des charges y afférentes, celles-ci peuvent être couvertes par la subvention de personnel ou la subvention de fonctionnement; de même, lorsqu'un déficit apparait au sein de l'enveloppe de personnel, il peut être couvert par le ou les soldes disponibles dans les deux autres enveloppes. Dans tous les cas, il doit s'agir de charges admissibles et les normes doivent être respectées.
Art. 831/117. La loi du 16 mai 2003 est applicable à la récupération et au remboursement des subventions par les services.
Art. 831/118. Si, par année civile, le total du nombre d'interprétations prestées est inférieur au nombre d'interprétations pour lequel le service est agréé, l'AWIPH notifie au service concerné le montant de la somme à récupérer en application de l'article 13 de la loi du 16 mai 2003.
Le retrait est effectué à partir du premier jour du mois qui suit la date de notification.
Section 7. - Evaluation, contrôle et plaintes
Sous-section 1re. - Evaluation
Art. 831/119. § 1er. Afin de permettre à l'AWIPH de vérifier le respect des conditions d'agrément, les services sont tenus d'introduire tous les six ans, auprès de l'AWIPH, les documents suivants :
le projet du service actualisé;
en cas de changement de directeur, une copie des diplômes et certificats du directeur, la délégation de pouvoirs écrite du pouvoir organisateur visée à l'article 831/94, 3°, ainsi que l'attestation justifiant une expérience visée à l'article 83/7 du présent arrêté;
en cas de changement, la liste des membres du conseil d'administration.
§ 2. Le service informe l'AWIPH, dans le courant du mois qui suit, si un changement se produit au niveau :
de l'extrait du casier judiciaire du directeur, de modèle 1, établi conformément à la circulaire ministérielle n° 905 du 2 février 2007 relative à la délivrance d'extrait de casier, qui doit être exempt de condamnation à des peines correctionnelles incompatibles avec la fonction ou criminelles;
des statuts publiés ou déposés au greffe;
de la liste des membres du conseil d'administration.
Sous-section 2. - Contrôle
Art. 831/120. Sans préjudice de l'article 315 du Code décrétal, les services de l'AWIPH, chargés de l'inspection, ont pour mission de vérifier le respect des conditions et normes d'agrément.
Ils procèdent périodiquement à l'évaluation de la mise en oeuvre du projet du service. Pour ce faire, ils évaluent en collaboration avec le service et les équipes : les méthodes de travail, la qualité du service rendu, les prestations réalisées.
Les services de l'AWIPH, chargés de l'inspection, s'assurent du respect des règles en matière d'octroi et d'utilisation des subventions et des obligations imposées en matière de comptabilité. Ils assurent également une fonction de conseil auprès du service.
Art. 831/121. Les remarques et conclusions positives ou négatives des différents rapports dressés par les services de l'AWIPH chargés de l'inspection sont transmises aux pouvoirs organisateurs et aux directions à qui il revient d'en informer, le cas échéant, le conseil d'entreprise ou à défaut la délégation syndicale.
Sous-section 2. - Plaintes
Art. 831/122. Toute plainte relative à une prestation d'un service agréé par l'AWIPH est adressée par courrier à celle-ci qui en accuse réception dans les dix jours. La plainte pourra également être adressée par vidéo par l'intermédiaire d'un tiers de confiance ou par tout moyen adapté aux capacités du plaignant.
L'AWIPH en informe sans délai le pouvoir organisateur du service agréé concerné. Elle procède à l'instruction de la plainte dans un délai maximum de six mois.
Elle informe le plaignant, la direction et le pouvoir organisateur du service concerné de la suite réservée à cette plainte.
Art. 831/123. Toute plainte relative au respect des règles de déontologie d'un interprète d'un service peut faire l'objet d'une médiation entre les parties concernées. ".
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2015.
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2015.
Art. 5. De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. La Ministre de la Santé, de l'Action sociale et de l'Egalité des Chances est chargée de l'application du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 83/5 bedoeld in artikel 831/89. - KWALIFICATIEVEREISTEN VOOR HET PERSONEEL VAN DE ADMINISTRATIEVE PLOEG MET HET OOG OP DE BEPALING VAN DE SUBSIDIES
1. Houder zijn van een einddiploma of -getuigschrift van het al dan niet universitair hoger onderwijs (volledig leerplan of sociale promotie) met pedagogische, sociale, paramedische, beheers- of communicatieoriëntering;
2. De personeelsleden van een door een overheid gesubsidieerde tolkdienst voor dove personen die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit niet beschikten over de minimale kwalificatie vereist onder punt 1.
3. De houders van één van de volgende titels :
* Einddiploma of -getuigschrift van het lager of hoger secundair onderwijs (algemeen of technisch onderwijs);
* Eindgetuigschrift of -attest van het lager secundair beroepsonderwijs afgeleverd na een vierde finaliteitsjaar of erkend na een vijfde bijscholings- of specialisatiejaar in een afdeling "Travaux de bureau", uitgereikt door een door de Staat opgerichte, gesubsidieerde of erkende inrichting.
Art. N1. Annexe 83/5 visée à l'article 831/89 - LES QUALIFICATIONS EXIGEES DU PERSONNEL DE L'EQUIPE ADMINISTRATIVE POUR LA DETERMINATION DES SUBVENTIONS
1. Les porteurs d'un diplôme ou d'un certificat de fin d'études du niveau de l'enseignement supérieur universitaire ou non universitaire, de plein exercice ou de promotion sociale, à orientation pédagogique, sociale, paramédicale, de gestion ou de communication.
2. Le membre du personnel d'un service d'interprétation pour sourds subventionné par un pouvoir public, et qui à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté ne disposait pas de la qualification minimale exigée au point 1.
3. Les porteurs d'un des titres suivants :
* Diplôme ou certificat de fin d'études secondaires inférieures ou supérieures (formation générale ou technique);
* Brevet ou certificat de fin d'études de l'enseignement professionnel secondaire inférieur délivré après une quatrième année de finalité ou agréé après une cinquième année de perfectionnement ou de spécialisation dans une section " Travaux de bureau " délivré par un établissement créé, subventionné ou reconnu par l'Etat.
Art. N2. Bijlage 83/6 bedoeld in artikel 831/89. - KWALIFICATIEVEREISTEN VOOR HET PERSONEEL VAN DE TOLKPLOEG MET HET OOG OP DE BEPALING VAN DE SUBSIDIES
1. De houders van een einddiploma of -getuigschrift van het secundair onderwijs, het al dan niet universitair onderwijs (volledig leerplan of sociale promotie) inzake tolken gebarentaal naar het Frans en van het Frans naar de gebarentaal, afgeleverd door een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Belgische Staat of een andere Staat.
2. Bij wijze van overgangsmaatregel en in afwachting van de hervatting van de tolkopleiding kan de dienst personen werven die beschikken over een baccalaureaat met U F 12 en over een nuttige ervaring inzake tolken gebarentaal naar het Frans en van het Frans naar de gebarentaal gedurende een periode van minstens drie jaar in de loop van de zes jaren voorafgaand aan de datum van indienstneming of het begin van zijn dienstverleningen voor de dienst zoals omschreven in artikel 831/78 van dit besluit en erkend door het "AWIPH". Ze kunnen ook een opleiding volgen die intern door de dienst gegeven wordt opdat ze de tolktechnieken zouden kunnen aanwerven.
3. Bij wijze van overgangsmaatregel worden gelijkgesteld :
elke persoon die geslaagd is voor de vaardighedenproef die georganiseerd wordt door het "Comité de conduite des Interprètes" (Begeleidingscomité voor Tolken).
elke persoon van wie het "AWIPH" de vaardigheden erkent op basis van een kandidatuurdossier;
Art. N2. Annexe 83/6 visée à l'article 831/89. - LES QUALIFICATIONS EXIGEES DU PERSONNEL DE L'EQUIPE DES INTERPRETES POUR LA DETERMINATION DES SUBVENTIONS
1. Le porteur d'un diplôme ou d'un certificat de fin d'études du niveau de l'enseignement secondaire, supérieur universitaire ou non universitaire, de plein exercice ou de promotion sociale, en interprétation de la langue des signes vers le français et du français vers la langue des signes, délivré par un établissement créé, subventionné ou reconnu par l'Etat belge ou un autre Etat.
2. A titre transitoire et dans l'attente de la reprise de la formation en interprétation, le service peut recruter des personnes disposant d'un baccalauréat avec U F 12 et une expérience utile en interprétation de la langue des signes vers le français et du français vers la langue des signes pendant une période de trois ans au moins dans les six années précédant la date de l'engagement ou du début de ses prestations pour le service tel que défini à l'article 831/78 du présent arrêté et agréé par l'AWIPH. Elles bénéficieront également d'une formation assurée en interne par le service leur permettant d'acquérir les techniques d'interprétation.
3. A titre transitoire sont assimilées :
Toute personne qui a réussi l'épreuve des compétences, organisée par le Comité de Conduite des Interprètes.
Toute personne dont les compétences sont attestées par l'AWIPH sur base d'un dossier de candidature;
Art. N3. Bijlage 83/7 bedoeld in de artikelen 831/80 en 831/89. - KWALIFICATIEVEREISTEN VOOR DE DIRECTEUR MET HET OOG OP DE BEPALING VAN DE SUBSIDIES
De houders van een einddiploma of -getuigschrift van het al dan niet universitair onderwijs (volledig leerplan of sociale promotie) met pedagogische, sociale, paramedische, beheers-, communicatie-of taaloriëntering, afgeleverd door een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Belgische Staat of een andere Staat, en die bovendien het bewijs levert van minstens drie jaar ervaring in een tolkfunctie of in een functie inzake coördinatie van tolkaanvragen of inzake directie of beheer van een dienst zoals omschreven in artikel 831/78 van dit besluit.
Art. N3. Annexe 83/7 visée aux articles 831/80 et 831/89. - LES QUALIFICATIONS EXIGEES DU DIRECTEUR POUR LA DETERMINATION DES SUBVENTIONS
Les porteurs d'un diplôme ou d'un certificat de fin d'études du niveau de l'enseignement supérieur universitaire ou non universitaire, de plein exercice ou de promotion sociale, à orientation pédagogique, sociale, paramédicale, de gestion, de communication ou linguistique, délivré par un établissement créé, subventionné ou reconnu par l'Etat belge ou un autre Etat, et qui, en outre, justifie d'une expérience d'au moins trois années dans une fonction d'interprétation ou de coordination de demandes d'interprétation ou de direction ou de gestion d'un service tel que défini à l'article 831/78 du présent arrêté.
Art. N4. Bijlage 83/8 bedoeld in artikel 831/115. - PRINCIPES OP BASIS WAARVAN DE LASTEN IN AANMERKING WORDEN
1. De lasten worden geacht ontoelaatbaar te zijn als de hierna vermelde algemene beginselen niet worden nageleefd :
1) ze moeten betrekking hebben op de begunstigden;
2) ze moeten betrekking hebben op de kosten waarvoor de dienst gesubsidieerd werd;
3) ze moeten redelijk zijn t.o.v. de behoeften van de gesubsidieerde activiteit;
4) ze moeten geboekt worden overeenkomstig de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen en overeenkomstig de desbetreffende uitvoeringsbesluiten;
5) ze moeten voortvloeien uit uitwisselingen tussen derden en uit tastbare economische realiteiten. Vooral de VZW's die onder één enkele controle of directie staan in de zin van de artikelen 5 en 10 van het Wetboek van vennootschappen, ingevoerd bij de wet van 7 mei 1999, vormen derden onder elkaar voor zover hun respectievelijke boekhoudingen op een geldige wijze gecontroleerd kunnen worden;
6) ze moeten voortvloeien uit uitwisselingen met natuurlijke personen die in geen geval deel mogen uitmaken van de inrichtende macht of van de directie van de dienst, of met rechtspersonen onder wie de leden van de inrichtende macht of van de directie van de dienst geen functie van directeur of bestuurder bekleden. In het tegenovergestelde geval moet het afdoend karakter van de lasten door het "AWIPH" kunnen worden vastgesteld;
7) zij mogen niet betrekking hebben op forfaitaire sommen, buiten de sommen die verantwoord zijn via een overeenkomst waarin de voorwaarden waaronder de beroepsprestaties geleverd en bezoldigd worden, omstandig worden omschreven;
8) zij dienen in voorkomend geval voort te vloeien uit de aanrekening die wordt doorgevoerd vanuit een verdeelsleutel die beantwoordt aan objectieve, realistische en concrete criteria.
2. Meer bepaald de volgende lasten worden als niet in aanmerking komend beschouwd :
2.1.in de rekeningen 60 en 61 bedoeld in het genormaliseerde boekhoudplan dat dmv omzendbrieven aan de diensten wordt meegedeeld :
1) het gedeelte van de reiskosten om dienstredenen boven het percentage dat voor de personeelsleden van het Waalse Gewest voorzien wordt bij het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse ambtenarencode;
2) de lasten met betrekking tot de toekenning van voordelen van allerlei aard;
3) de beleggingswaarden, met inbegrip van grote herstellingen en groot onderhoud boven 500 euro, die voor één enkel boekjaar als lasten worden geboekt;
4) de representatiekosten die niet in rechtstreeks verband staan met de activiteit van de diensten;
5) de restaurantstroken waarop de naam en de hoedanigheid van de gasten niet worden vermeld;
6) de hotelrekeningen waarop de naam en de hoedanigheid van de gasten niet worden vermeld;
7) de huurlasten die eventueel niet gerechtvaardigd zijn bij een geschreven huurcontract of een overeenkomst tussen de partijen, waarin een beschrijving wordt gegeven van de lokalen die het voorwerp zijn van het contract;
8) de huurlasten onder VZW's, behalve als ze overeenstemmen hetzij met het geïndexeerde kadastraal inkomen van betrokken gebouw, waarvan de afschrijving van de door de overheid verleende kapitaalsubsidies betreffende dat gebouw afgetrokken wordt. Onder geïndexeerd kadastraal inkomen wordt verstaan het niet geïndexeerde kadastraal inkomen bepaald door de Federale Overheidsdienst Financiën, vermenigvuldigd met onderstaande formule :
Index ABEX van november (van betrokken boekjaar)

Wijzigingen

Index ABEX van november (van het jaar van de vastlegging of van de laatste wijziging van het kadastraal inkomen)
hetzij met de waarde van de afschrijvingen van het gedeelte van betrokken gebouw dat niet gesubsidieerd werd door de overheid.
Alleen in die gevallen kunnen de lasten die krachtens de wet op de huurovereenkomsten geacht worden ten laste van de verhuurder te vallen als huurderslasten aangenomen worden.
2.2. in de rekeningen 62 bedoeld in het genormaliseerde boekhoudplan dat d.m.v. een omzendbrief aan de diensten wordt meegedeeld:
1) de desbetreffende bezoldigingen en lasten boven de normen vastgelegd bij de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten binnen de Partitaire commissie 319.02, toepasselijk op de werknemers en werkgevers van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen, alsook de inrichtingen en diensten die dezelfde activiteiten uitoefenen en erkend noch gesubsidieerd worden en waarvan de hoofdactiviteit in het Waalse Gewest wordt uitgeoefend en die ressorteren onder de paritaire subcommissie van de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten en die erkend en/of gesubsidieerd worden de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en/of de Gemeenschapscommissie van het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest, alsook de inrichtingen en diensten die dezelfde activiteiten uitoefenen en die erkend noch gesubsidieerd worden en waarvan de hoofdactiviteit in het Waalse Gewest uitgeoefend wordt, voor de volgende functies :
a. directeur van de dienst zoals bedoeld in artikel 831/94, 3°, van dit besluit : weddeschaal 27;
b. tolk (universitair) : weddeschaal 27;
c. tolk (gegradueerd) : weddeschaal 19;
d. tolk (universitair noch gegradueerd) : weddeschaal 17;
e. financieel-administratief agent (universitair) : weddeschaal 27;
f. financieel-administratief agent (gegradueerd) : weddeschaal 19;
g. opsteller : weddeschaal 17;
h. klerk : weddeschaal 4.
De subsidieerbaaheid van de personeelskosten ligt vast in de bepalingen van bijlage 5 bij dit besluit.
2) de werkgeverspremies voor de bovenwettelijke verzekeringen bedoeld in rekening 6230;
3) de lasten met betrekking tot groepsverzekeringen;
4) de dotaties en de aanwendingen van reserves voor het vakantie- en uitgaansgeld bedoeld in de rekeningen 6250 en 625;
5) de loonkosten die niet voortvloeien uit een overeenkomst of een geschreven arbeidscontract waarin minstens de door de werknemer uitgeoefende functie(s) en de omvang van de dienstverstrekkingen worden vermeld;
6) de loonlasten die niet het voorwerp zijn geweest van aangiften bij de RSZ en/of bij de Administratie van de belastingen;
7) de verbrekingsvergoedingen, behalve die betreffende de directeur;
8) de aanvullende voordelen die niet voortvloeien uit een officiële overeenkomst in het kader van de PC 319.02 of van de Nationale Arbeidsraad.
2.3. in de rekeningen 63 bedoeld in het genormaliseerde boekhoudplan dat d.m.v. een omzendbrief aan de diensten wordt meegedeeld :
1) de afschrijvingslasten die voortvloeien uit percentages die hoger zijn dan :
a) 20 % voor de oprichtingskosten bedoeld in rekening 6300.
b) 33 % voor de onlichamelijke vaste activa bedoeld in rekening 6301.
c) 3 % voor de gebouwen en bebouwde terreinen bedoeld in rekening 63020, met uitzondering van de grote onderhouds- en herstellingswerken (rekening 63020X) die tegen 10 % afgeschreven worden.
d) 20 % voor de installaties, machines en uitrustingen bedoeld in rekening 63021, met uitzondering van het educatieve materieel dat tegen 10 % afgeschreven wordt. Het informaticamaterieel kan echter tegen 33 % afgeschreven worden.
e) 10 % voor het meubilair bedoeld in rekening 63022X.
f) 20 % voor het rollend materieel bedoeld in rekening 63022X.
g) 10 % voor de inrichtingen en verbouwingen van gebouwen, excl. uitbreidingen.
h) één van de percentages vermeld onder de punten a) tot f) naar gelang van het type betrokken goederen voor het leasingcontract of soortgelijke rechten.
i) Een afwijking van die percentages kan door het "AWIPH" worden toegestaan bij tweedehandse aankoop of aankoop van geprefabriceerde goederen. Bedoelde afwijking moet bij aangetekend schrijven aangevraagd worden en met redenen omkleed zijn.
2) de waardeverminderingen op schuldvorderingen bedoeld in de rekeningen 633 en 634;
3) de voorzieningen voor wettelijke en bovenwettelijke pensioenen bedoeld in rekening 635;
4) de voorzieningen voor grote onderhouds- en herstellingswerken bedoeld in rekening 636;
5) de andere voorzieningen bedoeld in rekening 637.
2.4. in de rekeningen 64 bedoeld in het genormaliseerde boekhoudplan dat d.m.v. een omzendbrief aan de diensten wordt meegedeeld :
1) de boeten aangerekend op rekening 640;
2) de in de rekeningen 646 bedoelde kosten betreffende de bedragen die aan de subsidiërende overheid terugbetaald moeten worden.
2.5. in de rekeningen 65 bedoeld in het genormaliseerde boekhoudplan dat d.m.v. een omzendbrief aan de diensten wordt meegedeeld :
1) de niet-verdeelde financiële lasten, al naar gelang van het soort, in de volgende rekeningen : 65000-" Financiële lasten van investeringsleningen ", 65001-" Financiële lasten leasing ", 65002-" Financiële lasten kaskredieten - " AWIPH "- uitstel of dwingende reden ", 65003-" Financiële lasten kaskredieten - Andere ", 6570-" Financiële lasten bankrekeningen ", 6571-" Financiële lasten - beleggingen ";
2) de lasten voor kaskredieten behalve als hierop een beroep moet worden gedaan wegens een uitstel van betaling waarvan de schuld bij de Administratie ligt of om een dwingende reden waarmee de dienst niets te maken heeft. In dit geval moet de dienst het uitstel van betaling en de verantwoordelijkheid van de Administratie bewijzen d.m.v. een attest dat aan het het "AWIPH" moet worden gevraagd of het bewijs leveren van de dwingende aard van de gebeurtenis die het beroep op voormeld krediet rechtvaardigt;
3) de financiële lasten i.v.m. beleggingen.
2.6. in de rekeningen 66 bedoeld in het genormaliseerde boekhoudplan dat d.m.v. een omzendbrief aan de diensten wordt meegedeeld :
- de uitzonderlijke kosten bedoeld in rekening 660;
2.7. in de rekeningen 69 bedoeld in het genormaliseerde boekhoudplan dat d.m.v. een omzendbrief aan de diensten wordt meegedeeld :
- de kosten voor aanwendingen en heffingen verdeeld in de rekeningen 69.
2.8. Allerlei :
1) de giften die tegelijkertijd als lasten en als opbrengsten geboekt worden;
2) de opbrengsten uit de activiteiten van de instellingen die tegelijkertijd als lasten en als opbrengsten geboekt worden;
3) de lasten betreffende de terugbetalingen van administrateurskosten, behalve voor punctuele opdrachten waarover collegiaal beslist wordt door de raad van bestuur en de directie.
3. Van de lasten worden afgetrokken :
1) de diverse kosteninvorderingen, met uitzondering van de private giften, de opbrengsten van fancy-fairs of andere handelingen m.b.t. de opvraging van private storting, van de verkoop van producten buiten de dienst, van cash management en van ontvangsten die uit het verhuren van appartementen voortkomen. Deze uitzonderingen worden in aanmerking genomen als de betrokken opbrengsten in aparte rekeningen of subrekeningen geboekt worden en als de lasten m.b.t. de organisatie van deze handelingen eveneens apart geboekt worden;
2) de lasten betreffende de organisatie van fancy-fairs of andere handelingen m.b.t. de opvraging van private storting, de verkoop van producten buiten de dienst, van cash management en van ontvangsten die uit het verhuren van gesuperviseerde appartementen voortkomen.
Ze moeten naar gelang van hun type geboekt worden, net zoals de opbrengsten die uit deze verrichtingen voortkomen.
4. Van de lasten worden niet afgetrokken :
De werkingssubsidie verleend door de Nationale Loterij.
5. Bestemming van de lasten :
Onverminderd de in dit besluit bedoelde principes op basis waarvan de lasten in aanmerking worden genomen :
- Worden beschouwd als lasten i.v.m. personeelskosten de lasten die op geldige wijze aangerekend worden in de rekeningen 618 en 62.
- De andere lasten hebben betrekking op de werkingskosten.
- Worden beschouwd als lasten i.v.m. opleidingskosten de lasten die op geldige wijze aangerekend worden in de rekening 615.
6. Financiële controle :
Wanneer een dienst deel uitmaakt van een administratieve entiteit die uit gesubsidieerde diensten bestaat op grond van dit besluit, wordt het gebruik van de toelagen van die dienst gecontroleerd door de verleende toelagen en de per sectie te boeken lasten op te tellen.
Art. N4. Annexe 83/8 visée à l'article 831 /115. - PRINCIPES D'ADMISSIBILITE DES CHARGES
1. Les charges sont réputées non admissibles si elles ne respectent pas les principes généraux suivants :
1) elles doivent être relatives aux bénéficiaires;
2) elles doivent être relatives aux frais pour lesquels le service a été subventionné;
3) elles doivent être raisonnables par rapport aux besoins de l'activité subventionnée;
4) elles doivent être comptabilisées conformément à la législation sur la comptabilité et les comptes annuels des entreprises et à ses arrêtés d'exécution;
5) elles doivent résulter d'échanges entre tiers et de réalités économiques tangibles. En particulier, les A.S.B.L. liées par un contrôle ou une direction unique au sens des articles 5 et10 du Code des sociétés instauré par la loi du 7 mai 99 constituent des tiers entre elles dans la mesure où leurs comptabilités respectives peuvent être valablement contrôlées;
6) elles doivent résulter d'échanges avec des personnes physiques qui ne peuvent être membres du pouvoir organisateur ou de la direction du service, ou avec des personnes morales parmi lesquels les membres du pouvoir organisateur ou de la direction du service n'assurent pas une fonction de direction ou d'administrateur. Dans le cas contraire, le caractère probant des charges doit pouvoir être constaté par l'AWIPH;
7) elles ne peuvent être relatives à des forfaits, hormis lorsque ceux-ci sont justifiés par une convention qui détaille les conditions dans lesquelles les prestations professionnelles sont fournies et rémunérées;
8) elles doivent résulter le cas échéant, d'une imputation réalisée à partir d'une clé de répartition répondant à des critères objectifs, réalistes et concrets.
2. Les charges suivantes en particulier sont réputées non admissibles :
2.1.dans les comptes 60 et 61 visés au PCMN transmis par voie de circulaire au service :
1) la partie des frais de parcours ou de déplacement de service qui dépasse le taux prévu pour le personnel de la Région wallonne par l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la Fonction publique wallonne;
2) les charges afférentes à l'octroi d'un avantage de toute nature;
3) les valeurs d'investissements en ce compris les Grosses réparations et Gros entretiens de plus de 500 euros imputées en charge dans un seul exercice;
4) les frais de représentation qui ne sont pas liés directement à l'activité du service;
5) les souches de restaurant non-complétées par les noms des convives ainsi que les titres auxquels ils étaient présents;
6) les factures de séjour en hôtel non complétées par les noms des personnes hébergées ainsi que les titres auxquels ils étaient présents;
7) les charges de loyer qui ne seraient pas justifiées par un contrat de bail écrit ou une convention entre les parties, détaillant les locaux faisant l'objet du contrat;
8) les charges de loyers entre ASBL, sauf si elles correspondent : soit au revenu cadastral indexé de l'immeuble concerné, duquel est déduit l'amortissement des subsides en capital reçus des pouvoirs publics, relatifs à cet immeuble. Par revenu cadastral indexé, il faut entendre le revenu cadastral non indexé déterminé par le Service Public Fédéral Finances, multiplié par la formule suivante :
Index ABEX de novembre (de l'exercice comptable concerné)

Wijzigingen

Index ABEX de novembre (de l'année d'établissement ou de dernière modification du revenu cadastral)
Soit à la valeur des amortissements de la partie non-subventionnée par des pouvoirs publics de l'immeuble concerné.
Dans ces cas seulement, les charges réputées incombant au bailleur sur base des lois sur les baux à loyer pourront être admises comme charges du locataire.
2.2. dans les comptes 62 visés au PCMN transmis par voie de circulaire au service :
1) les rémunérations et charges y afférentes qui dépassent les normes fixées par les conventions collectives de travail conclues au sein de la Commission paritaire 319.02, applicables aux travailleurs et aux employeurs des établissements et services résidentiels, d'accueil de jour et de placement familial pour personnes handicapées, ainsi que les établissements et services exerçant les mêmes activités et qui ne sont ni agréés ni subventionnés et dont l'activité principale est exercée en Région wallonne, et qui ressortissent à la sous-commission paritaire des établissements et services d'éducation et d'hébergement et qui sont agréés et/ou subventionnés par la Communauté française, la Région wallonne, la Communauté germanophone et/ou la Commission communautaire de la Région de Bruxelles-Capitale, ainsi que pour les établissements et services exerçant les mêmes activités et qui ne sont ni agréés ni subventionnés et dont l'activité principale est exercée en Région wallonne, pour les fonctions suivantes :
a. directeur du service tel que visé à l'article 831/94, 3° du présent arrêté : échelle barémique 27;
b. interprète (universitaire): échelle barémique 27;
c. interprète (gradué): échelle barémique 19;
d. interprète (autre qu'universitaire ou gradué) : échelle barémique 17;
e. agent administratif et financier (universitaire) : échelle barémique 27;
f. agent administratif et financier (gradué) : échelle barémique 19;
g. rédacteur : échelle barémique 17;
h. commis : échelle barémique 4.
L'admissibilité des frais de personnel est fixée dans les dispositions de l'annexe 5 du présent arrêté.
2) les primes patronales pour assurances extra-légales visées au compte 6230;
3) les charges relatives aux assurances-groupes;
4) les dotations et utilisations de provisions pour pécules de vacances et de sortie visées aux comptes 6250 et 625;
5) les charges salariales ne résultant pas d'une convention ou d'un contrat de travail écrit mentionnant au moins la ou les fonctions exercées par le travailleur ainsi que le ou les volumes de prestations;
6) les charges de rémunération qui n'ont pas fait l'objet des déclarations auprès de l'ONSS et/ou de l'Administration fiscale;
7) les indemnités de rupture, hormis celles relatives au directeur;
8) les avantages complémentaires qui ne relèvent pas d'un accord officiel dans le cadre de la commission paritaire 319.02 ou du Conseil national du Travail.
2.3. dans les comptes 63 visés au PCMN transmis par voie de circulaire au service :
1) les charges d'amortissements résultant de taux supérieurs aux taux suivants :
a) 20 % pour les frais d'établissement visés au compte 6300.
b) 33 % pour les immobilisations incorporelles visées au compte 6301.
c) 3 % pour les constructions et terrains bâtis visés au compte 63020, à l'exception des grosses réparations et gros entretiens d'immeubles (compte 63020X) qui sont amortis à un taux de 10 %.
d) 20 % pour les installations, machines et outillages visés au compte 63021 à l'exception du matériel éducatif qui est amorti à un taux de 10 %. Le matériel informatique peut néanmoins être amorti à un taux de 33 %.
e) 10 % pour le mobilier visé au compte 63022X.
f) 20 % pour le matériel roulant visé au compte 63022X.
g) 10 % pour les aménagements et transformations de bâtiments hors extension;
h) L'un des taux mentionnés aux points a à f ci-dessus en fonction du type de bien concerné par le contrat de location-financement ou de droits similaires.
i) Une dérogation à ces taux peut être accordée par l'AWIPH en cas d'acquisition d'occasion ou de biens préfabriqués. Celle-ci doit être demandée par lettre recommandée et motivée.
2) les réductions de valeur sur créances visées aux comptes 633 et 634;
3) les provisions pour pensions légales et extra-légales visées au compte 635;
4) les provisions pour gros travaux et gros entretiens visées au compte 636;
5) les autres provisions visées au compte 637.
2.4. dans les comptes 64 visés au PCMN transmis par voie de circulaire au service :
1) les amendes imputées au compte 640;
2) les charges relatives aux montants à restituer aux pouvoirs subsidiants visées aux comptes 646.
2.5. dans les comptes 65 visés au PCMN transmis par voie de circulaire au service :
1) les charges financières non ventilées selon leur nature dans les comptes suivants : 65000- " Charges financières d'emprunt pour investissements ", 65001- " Charges financières de leasings ", 65002- " Charges financières de crédits de caisse - retards AWIPH ou raison impérative ", 65003- " Charges financières de crédits de caisse - Autres ", 6570- " Charges financières comptes bancaires ", 6571- " Charges financières - placements ";
2) les charges de crédits de caisse sauf si le recours à ceux-ci est rendu obligatoire par un retard de paiement dû à l'Administration ou pour une raison impérative indépendante de la volonté du service. Le service doit alors prouver le retard de paiement et la responsabilité de l'Administration par une attestation à réclamer à l'AWIPH ou prouver le caractère impératif de l'événement qui a justifié le recours à un tel crédit;
3) les charges financières résultant des opérations de placement.
2.6. dans les comptes 66 visés au PCMN transmis par voie de circulaire au service :
- les charges exceptionnelles visées au compte 660;
2.7. dans les comptes 69 visés au PCMN transmis par voie de circulaire au service :
- les charges d'affectations et prélèvements ventilées dans les comptes 69.
2.8. Divers :
1) les dons simultanément comptabilisés en charges et en produits;
2) les produits des activités des institutions simultanément comptabilisés en charges et en produits;
3) les charges relatives à des remboursements de frais d'administrateurs sauf celles découlant de missions ponctuelles décidées par le conseil d'administration collégialement avec la direction.
3. Sont déduites des charges :
1) les diverses récupérations de frais, à l'exception des dons privés, des recettes résultant de fancy-fairs ou autres opérations d'appel de fonds privés, de ventes de produits à l'extérieur du service, de la gestion de trésorerie et des recettes issues de la location d'appartements. Ces exceptions sont prises en compte si les produits concernés sont comptabilisés dans des comptes ou sous-comptes distincts et qu'en même temps les charges liées à l'organisation de ces opérations font l'objet des mêmes distinctions;
2) les charges relatives à l'organisation de fancy-fairs ou autres opérations d'appel de fonds privés, de ventes de produits à l'extérieur du service, de gestion de trésorerie et des recettes issues de la location d'appartements supervisés.
Celles-ci doivent faire l'objet d'une comptabilisation ventilant chacun de ces types de charges tout comme les recettes obtenues suite à l'organisation de ces opérations.
4. Ne sont pas déduites des charges :
Le subside de fonctionnement octroyé par la Loterie Nationale.
5 Affectation des charges :
Sans préjudice des principes d'admissibilité des charges énoncés dans le présent arrêté :
- sont considérées comme des charges relevant des frais de personnel, charges valablement imputées dans les comptes 618 et 62.
- les autres charges relèvent des frais de fonctionnement.
- sont considérées comme des charges relevant des frais de formation, les charges valablement imputées dans le compte 615.
6. Contrôle financier :
Quand un service existe au sein d'une entité administrative comprenant des services subventionnés sur la base du présent arrêté, le contrôle de l'utilisation des subventions de ce service se réalise en totalisant d'une part les subventions octroyées et d'autre part les charges qui doivent être ventilées par sections au sein de la comptabilité.
Art. N5. Bijlage 83/9 bedoeld in artikel 831/115. - TOELAATBARE PERSONEELSKOSTEN
1. Personeelskosten
De desbetreffende bezoldigingen, bijkomende voordelen en lasten vastgelegd op basis van de normen die vastliggen in de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten binnen de Partitaire commissie 319.02, toepasselijk op de werknemers en werkgevers van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagopvangdiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen, alsook de inrichtingen en diensten die dezelfde activiteiten uitoefenen en die erkend noch gesubsidieerd worden en waarvan de hoofdactiviteit in het Waalse Gewest wordt uitgeoefend en die ressorteren onder de paritaire subcommissie van de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten en die erkend en/of gesubsidieerd worden de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en/of de Gemeenschapscommissie van het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest, alsook de inrichtingen en diensten die dezelfde activiteiten uitoefenen en die erkend noch gesubsidieerd worden en waarvan de hoofdactiviteit in het Waalse Gewest uitgeoefend wordt, voor de volgende functies :
a. directeur van de dienst zoals bedoeld in artikel 831/94, 3°, van dit besluit : weddeschaal 27;
b. tolk (master) : weddeschaal 27;
c. tolk : bachelor weddeschaal 19;
d. tolk (master noch bachelor) : weddeschaal 17;
e. bachelor : weddeschaal 19;
f. opsteller : weddeschaal 17;
g. klerk : weddeschaal 4.
2. Geldelijke anciënniteit
De geldelijke anciënniteit van het personeel wordt berekend op basis van het aantal jaren waarvoor de werknemers van de volgende sectoren voltijds of deeltijds door hun werkgever betaald worden in de volgende sectoren :
1) de instellingen die door het AWIPH, het voormalige Fonds 81 en het voormalige " FCIPPH " erkend zijn of met hen een overeenkomst hebben gesloten;
2) de instellingen die door de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie erkend zijn of met hen een overeenkomst hebben gesloten;
3) 6° de instellingen die door de Algemene Directie Sociale Zaken en Volksgezondheid van het Federale Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu erkend zijn en met hem een overeenkomst hebben gesloten,
4) de instellingen die door het Directoraat-generaal Sociale Actie en Gezondheid van de Waalse Overheidsdienst erkend zijn en met hem een overeenkomst hebben gesloten;
5) de onderwijsinrichtingen;
6) de instellingen die een overeenkomst hebben gesloten met het RIZIV;
7) de diensten of verenigingen waaraan een subsidie verleend wordt of werd bij ministerieel besluit voor de begeleiding van dove of slechthorende personen.
Het bevallings- en borstvoedingsverlof, de loopbaanonderbreking van maximum één jaar die recht geeft op een onderbrekingsuitkering, en het tien dagenverlof om dwingende redenen worden meegerekend.
Elke dienst die eerder deeltijds of voltijds verleend werd in een gelijksoortige functie als degene die het bekleedt bij zijn indienstneming in een door het "AWIPH" erkende instelling kan ook daarmee gelijkgesteld worden.
Onder gelijksoortige functie wordt verstaan alle functies uitgeoefend in het kader van een baan i.v.m. de kwalificaties vermeld in de bijlagen 83/5 tot 83/7 bij dit besluit.
Die dienstverleningen worden slechts in aanmerking genomen voorzover betrokken personeelslid destijds beschikte over het diploma dat vereist werd om die functie uit te oefenen.
De personeelsleden die vóór 1 januari 1984 in dienst waren in instellingen erkend door het Fonds voor medisch-socio-pedagogische zorgverlening aan gehandicapten of door de Dienst Jeugdbescherming behouden hoe dan ook het voordeel van de geldelijke anciënniteit die hen destijds officieel toegekend werd.
Het bewijs van de verstrekte diensten wordt door betrokkenen geleverd d.m.v. de stortingen bij een instelling voor sociale zekerheid of een pensioenkas.
Elk ander bewijsstuk kan door de bevoegde diensten geëist worden.
3. Benoemingen, bevorderingen en functieveranderingen
§ 1. De bezoldiging van een personeelslid met een directiegraad mag niet lager zijn dan die voorzien voor de functie waarop zijn diploma recht geeft in de dienst waar het tewerkgesteld is.
§ 2. Het personeelslid dat in dezelfde dienst tot een andere graad bevorderd wordt, behoudt de gezamenlijke geldelijke anciënniteit die hem toegekend werd op basis van de criteria bedoeld onder punt II van deze bijlage.
In geval van functieverandering binnen dezelfde instelling kan de geldelijke anciënniteit insgelijks opgewaardeerd worden overeenkomstig de bepalingen onder punt II van deze bijlage.
4. Komen niet in aanmerking :
1) de bezoldigingen uitgekeerd aan de pensioengerechtigde personeelsleden die krachtens de wetgeving op de pensioenen een ongeoorloofde beroepsactiviteit uitoefenen;
2) het deel van de bezoldigingen en de wettelijke werkgeverslasten boven de bedragen voor rekening van de overheid voor een volledige uurrooster, onverminderd de betaling van de in aanmerking komende extra-uren en van de diensten verstrekt in het kader van het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd ten gunste van de personeelsleden tewerkgesteld door die diensten.
Deze bepaling is eveneens van toepassing op personeelsleden met verschillende deeltijdse functies die gesubsidieerd worden of voor rekening zijn van de overheid.
3) de lasten van het personeel waarvan de kwalificaties niet overeenstemmen met de vereiste titels bedoeld in de bijlagen 83/5 tot 83/7.
Art. N5. Annexe 83/9 visée à l'article 831/115. - FRAIS DE PERSONNEL ADMISSIBLES
1. Frais de personnel
Les rémunérations, avantages complémentaires et charges y afférentes établies sur la base des normes fixées par les conventions collectives conclues au sein de la Commission paritaire 319.02, applicables aux travailleurs et aux employeurs des établissements et services résidentiels, d'accueil de jour et de placement familial pour personnes handicapées, ainsi que les établissements et services exerçant les mêmes activités et qui ne sont ni agréés ni subventionnés et dont l'activité principale est exercée en Région wallonne, et qui ressortissent à la sous-commission paritaire des établissements et services d'éducation et d'hébergement et qui sont agréés et/ou subventionnés par la Communauté française, la Région wallonne, la Communauté germanophone et/ou la Commission communautaire de la région de Bruxelles-Capitale, ainsi que pour les établissements et services exerçant les mêmes activités et qui ne sont ni agréés ni subventionnés et dont l'activité principale est exercée en Région wallonne, pour les fonctions suivantes :
a. directeur du service tel que visé à l'article 831/94, 3°, du présent arrêté : échelle barémique 27;
b. interprète master : échelle barémique 27;
c. interprète : bachelier échelle barémique 19;
d. interprète (autre que master ou bachelier) : échelle barémique 17;
e. bachelier: échelle barémique 19;
f. rédacteur : échelle barémique 17;
g. commis : échelle barémique 4.
2. Ancienneté pécuniaire
Pour le calcul de l'ancienneté pécuniaire du personnel, est admissible le nombre d'années durant lesquelles le travailleur a été rémunéré par l'employeur, que ce soit à temps plein ou à temps partiel, dans les secteurs suivants :
1) les institutions agréées ou conventionnées par l'AWIPH, par l'ex Fonds 81 et l'ex FCIPPH;
2) les institutions agréées ou conventionnées par la COCOF et la COCOM;
3) les institutions agréées et conventionnées par la Direction générale des Affaires sociales et de la Santé du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement;
4) les institutions agréées et conventionnées par la Direction générale des Pouvoirs locaux, de l'Action sociale et de la Santé du Service public de Wallonie;
5) les établissements d'enseignement;
6) les institutions ayant obtenu une convention avec l'INAMI.
7) les services ou associations bénéficiant ou ayant bénéficié d'une subvention allouée par un arrêté ministériel en vue de l'accompagnement de personnes sourdes et malentendantes.
Sont assimilées les périodes de congés de maternité et d'allaitement, les périodes d'interruption de carrière d'un an maximum donnant le droit à une allocation d'interruption, les dix jours d'absence pour motifs impérieux.
Tout service presté antérieurement dans une fonction similaire à celle qu'il occupe au moment de son engagement dans une institution agréée par l'AWIPH peut également être assimilé qu'il l'ait été à temps plein ou à temps partiel.
On entend par fonction similaire, toutes les fonctions exercées dans le cadre d'un emploi lié aux qualifications fixées aux annexes 83/5 à 83/7 du présent arrêté.
Ces services ne sont pris en considération qu'à la condition que le membre du personnel concerné ait possédé à l'époque le diplôme requis pour l'exercice de cette fonction.
Les membres du personnel qui étaient en service avant le 1er janvier 1984 dans les institutions agréées par le Fonds de soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés ou par l'Office de Protection de la Jeunesse, conservent au minimum le bénéfice de l'ancienneté pécuniaire qui leur a été reconnue officiellement à l'époque.
La preuve des services prestés, à fournir par les intéressés résulte des versements effectués auprès d'un organisme de sécurité sociale ou d'une caisse de pension.
Tout autre document justificatif pourra être exigé par les services compétents.
3. Nominations, promotions et changements de fonction
§ 1er. Pour tout membre du personnel nommé à un grade de direction, la rémunération ne peut être inférieure à celle afférente à la fonction à laquelle donne droit son diplôme dans le service qui l'occupe.
§ 2. Le membre du personnel promu à un autre grade, dans le même service, conserve la totalité de l'ancienneté pécuniaire qui lui a été reconnue sur base des critères fixés au point II de la présente annexe.
De même, en cas de changement de fonction au sein de la même institution, l'ancienneté pécuniaire peut être valorisée conformément aux dispositions du point II de la présente annexe.
4. Ne sont pas admissibles :
1) les rémunérations payées à des membres du personnel admis à la retraite, qui exercent une activité professionnelle non autorisée en vertu de la législation en matière de pension;
2) la partie des rémunérations et des charges patronales légales qui dépasse les montants pris en charge par les pouvoirs publics pour un horaire complet sans préjudice du paiement des heures supplémentaires admissibles et des prestations effectuées dans le cadre de l'enseignement de promotion sociale organisé en faveur des membres du personnel en service dans les services.
Cette disposition s'applique également au cas où une personne occupe plusieurs fonctions à temps partiel subventionnées ou à charge des pouvoirs publics.
3) les charges de personnel dont les qualifications ne correspondent pas aux titres requis repris aux annexes 83/5 à 83/7.
Art. N6. Bijlage 83/10. - Weddeschalen op 01/01/1990 - Schaalnummers
Art. N6. Annexe 83/10. - Barèmes au 01/01/1990 - Numéros d'échelle
Geld.Anc. 4 17 19 27
0 13.434,39 13.701,00 16.462,78 22.170,73
1 14.496,37 14.854,77 17.661,12 23.257,00
2 14.635,96 14.983,28 17.661,12 23.257,00
3 14.775,54 15.111,76 18.193,62 24.230,01
4 14.915,11 15.240,27 18.193,62 24.230,01
5 15.054,70 15.368,78 18.726,12 25.203,01
6 15.194,29 15.679,39 18.726,12 25.203,01
7 15.333,88 15.990,00 21.341,10 26.176,02
8 15.473,46 16.300,61 21.341,10 26.176,02
9 15.613,05 16.611,20 21.884,14 27.149,03
10 16.160,65 17.276,86 22.246,14 27.511,05
11 16.328,05 17.587,48 22.789,20 28.484,06
12 16.495,50 17.898,09 22.789,20 28.484,06
13 16.662,96 18.208,70 23.332,23 29.457,06
14 16.830,38 18.519,28 23.332,23 29.457,06
15 16.997,84 18.829,89 23.875,27 30.430,07
16 17.165,26 19.140,50 25.745,85 30.430,07
17 17.332,69 19.455,50 26.288,89 31.403,08
18 17.500,14 19.772,24 26.288,89 31.403,08
19 17.667,57 20.088,94 26.831,92 32.376,08
20 17.835,00 20.405,70 26.831,92 32.376,08
21 18.002,45 20.722,41 27.374,98 33.349,12
22 18.169,88 21.039,14 27.374,98 33.349,12
23 18.337,33 21.355,90 27.918,02 34.322,12
24 18.504,76 21.672,61 27.918,02 34.322,12
25 18.672,18 21.989,35 28.461,08 34.322,12
26 18.839,64 22.306,05 28.461,08 34.322,12
27 19.007,06 22.622,81 29.004,11 34.322,12
28 19.174,51 22.939,52 29.004,11 34.322,12
29 19.344,32 23.256,25 29.004,11 34.322,12
30 19.344,32 23.256,25 29.004,11 34.322,12
31 19.344,32 23.256,25 29.004,11 34.322,12
Geld.Anc. 4 17 19 270 13.434,39 13.701,00 16.462,78 22.170,731 14.496,37 14.854,77 17.661,12 23.257,002 14.635,96 14.983,28 17.661,12 23.257,003 14.775,54 15.111,76 18.193,62 24.230,014 14.915,11 15.240,27 18.193,62 24.230,015 15.054,70 15.368,78 18.726,12 25.203,016 15.194,29 15.679,39 18.726,12 25.203,017 15.333,88 15.990,00 21.341,10 26.176,028 15.473,46 16.300,61 21.341,10 26.176,029 15.613,05 16.611,20 21.884,14 27.149,0310 16.160,65 17.276,86 22.246,14 27.511,0511 16.328,05 17.587,48 22.789,20 28.484,0612 16.495,50 17.898,09 22.789,20 28.484,0613 16.662,96 18.208,70 23.332,23 29.457,0614 16.830,38 18.519,28 23.332,23 29.457,0615 16.997,84 18.829,89 23.875,27 30.430,0716 17.165,26 19.140,50 25.745,85 30.430,0717 17.332,69 19.455,50 26.288,89 31.403,0818 17.500,14 19.772,24 26.288,89 31.403,0819 17.667,57 20.088,94 26.831,92 32.376,0820 17.835,00 20.405,70 26.831,92 32.376,0821 18.002,45 20.722,41 27.374,98 33.349,1222 18.169,88 21.039,14 27.374,98 33.349,1223 18.337,33 21.355,90 27.918,02 34.322,1224 18.504,76 21.672,61 27.918,02 34.322,1225 18.672,18 21.989,35 28.461,08 34.322,1226 18.839,64 22.306,05 28.461,08 34.322,1227 19.007,06 22.622,81 29.004,11 34.322,1228 19.174,51 22.939,52 29.004,11 34.322,1229 19.344,32 23.256,25 29.004,11 34.322,1230 19.344,32 23.256,25 29.004,11 34.322,1231 19.344,32 23.256,25 29.004,11 34.322,12
Anc Péc. 4 17 19 27
0 13.434,39 13.701,00 16.462,78 22.170,73
1 14.496,37 14.854,77 17.661,12 23.257,00
2 14.635,96 14.983,28 17.661,12 23.257,00
3 14.775,54 15.111,76 18.193,62 24.230,01
4 14.915,11 15.240,27 18.193,62 24.230,01
5 15.054,70 15.368,78 18.726,12 25.203,01
6 15.194,29 15.679,39 18.726,12 25.203,01
7 15.333,88 15.990,00 21.341,10 26.176,02
8 15.473,46 16.300,61 21.341,10 26.176,02
9 15.613,05 16.611,20 21.884,14 27.149,03
10 16.160,65 17.276,86 22.246,14 27.511,05
11 16.328,05 17.587,48 22.789,20 28.484,06
12 16.495,50 17.898,09 22.789,20 28.484,06
13 16.662,96 18.208,70 23.332,23 29.457,06
14 16.830,38 18.519,28 23.332,23 29.457,06
15 16.997,84 18.829,89 23.875,27 30.430,07
16 17.165,26 19.140,50 25.745,85 30.430,07
17 17.332,69 19.455,50 26.288,89 31.403,08
18 17.500,14 19.772,24 26.288,89 31.403,08
19 17.667,57 20.088,94 26.831,92 32.376,08
20 17.835,00 20.405,70 26.831,92 32.376,08
21 18.002,45 20.722,41 27.374,98 33.349,12
22 18.169,88 21.039,14 27.374,98 33.349,12
23 18.337,33 21.355,90 27.918,02 34.322,12
24 18.504,76 21.672,61 27.918,02 34.322,12
25 18.672,18 21.989,35 28.461,08 34.322,12
26 18.839,64 22.306,05 28.461,08 34.322,12
27 19.007,06 22.622,81 29.004,11 34.322,12
28 19.174,51 22.939,52 29.004,11 34.322,12
29 19.344,32 23.256,25 29.004,11 34.322,12
30 19.344,32 23.256,25 29.004,11 34.322,12
31 19.344,32 23.256,25 29.004,11 34.322,12
Anc Péc. 4 17 19 270 13.434,39 13.701,00 16.462,78 22.170,731 14.496,37 14.854,77 17.661,12 23.257,002 14.635,96 14.983,28 17.661,12 23.257,003 14.775,54 15.111,76 18.193,62 24.230,014 14.915,11 15.240,27 18.193,62 24.230,015 15.054,70 15.368,78 18.726,12 25.203,016 15.194,29 15.679,39 18.726,12 25.203,017 15.333,88 15.990,00 21.341,10 26.176,028 15.473,46 16.300,61 21.341,10 26.176,029 15.613,05 16.611,20 21.884,14 27.149,0310 16.160,65 17.276,86 22.246,14 27.511,0511 16.328,05 17.587,48 22.789,20 28.484,0612 16.495,50 17.898,09 22.789,20 28.484,0613 16.662,96 18.208,70 23.332,23 29.457,0614 16.830,38 18.519,28 23.332,23 29.457,0615 16.997,84 18.829,89 23.875,27 30.430,0716 17.165,26 19.140,50 25.745,85 30.430,0717 17.332,69 19.455,50 26.288,89 31.403,0818 17.500,14 19.772,24 26.288,89 31.403,0819 17.667,57 20.088,94 26.831,92 32.376,0820 17.835,00 20.405,70 26.831,92 32.376,0821 18.002,45 20.722,41 27.374,98 33.349,1222 18.169,88 21.039,14 27.374,98 33.349,1223 18.337,33 21.355,90 27.918,02 34.322,1224 18.504,76 21.672,61 27.918,02 34.322,1225 18.672,18 21.989,35 28.461,08 34.322,1226 18.839,64 22.306,05 28.461,08 34.322,1227 19.007,06 22.622,81 29.004,11 34.322,1228 19.174,51 22.939,52 29.004,11 34.322,1229 19.344,32 23.256,25 29.004,11 34.322,1230 19.344,32 23.256,25 29.004,11 34.322,1231 19.344,32 23.256,25 29.004,11 34.322,12