Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 MEI 2014. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de erkenning en de structurele subsidiëring van de milieuverenigingen en tot wijziging van Boek I van het Milieuwetboek
Titre
15 MAI 2014. - Arrêté du Gouvernement wallon relatif à la reconnaissance et au subventionnement structurel des associations environnementales et modifiant le Livre Ier du Code de l'Environnement
Documentinformatie
Numac: 2014204154
Datum: 2014-05-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014204154
Date: 2014-05-15
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. In artikel R.35, eerste lid, van Boek I van het Milieuwetboek worden de woorden "artikel 29" vervangen door de woorden "artikel D.28.1".
Article 1er. A l'article R.35, alinéa 1er, du Livre Ier du Code de l'Environnement, les mots " l'article 29 " sont remplacés par les mots " l'article D.28-1 ".
Art. 2. Artikel R.41 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
"Art. R.40.1. In het kader van zijn opdracht moet het begeleidingscomité :
de Minister advies geven over de aanvragen, intrekkingen en hernieuwingen van erkenningen;
de door de erkende VZW's ingediende jaarlijkse activiteiten- en boekhoudrapporten onderzoeken;
zorgen voor de samenhang en de evaluatie van de activiteiten die in het Waalse Gewest georganiseerd worden door het geheel van de 'CRIE';
de Minister jaarlijks een evaluatierapport overmaken i.v.m. bovenbedoelde activiteiten;
voorstellen indienen bij de Minister.".
Art. 2. L'article R.41 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. R40.1. Le comité d'accompagnement est chargé dans le cadre de sa mission :
de remettre un avis au Ministre sur les demandes, les retraits et les renouvellements d'agrément;
d'examiner les rapports annuels d'activités et comptables remis par les ASBL agréées;
d'assurer la cohérence et l'évaluation des activités dispensées par l'ensemble des C.R.I.E. en Région wallonne;
de remettre annuellement un rapport d'évaluation des activités dispensées par les C.R.I.E. au Ministre;
de formuler toute proposition au Ministre. "
Art. 3. In Deel III van het regelgevend deel van hetzelfde Wetboek wordt een titel II/1 ingevoegd, die de artikelen R.40-2 tot R.40-25 inhoudt, luidend als volgt :
"Titel II/1. - Erkenning en structurele subsidiëring van de milieuverenigingen
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Art. R.40.2. In de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
bestuur : de diensten aangewezen door de Minister van Leefmilieu;
betrokken Minister : de Minister bevoegd voor één van de milieuthematieken waarvoor de vereniging een subsidiëringsaanvraag indient.
HOOFDSTUK II. - Erkenning van de verenigingen als milieuverenigingen
Afdeling 1. - Procedure voor de erkenning van de verenigingen
Art. R.40.3. § 1. De aanvraag tot erkenning of de gezamenlijke aanvraag tot erkenning wordt ingediend aan de hand van het door de Minister van Leefmilieu bepaald formulier.
§ 2. Het bestuur stuurt zijn beslissing over de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag aan de verzoekende vereniging of aan de verenigingen die een gezamenlijke aanvraag tot erkenning hebben ingediend, binnen dertig dagen te rekenen van de dag volgend op de dag van ontvangst van de aanvraag.
De aanvraag is onvolledig indien de in de artikelen R.40-6 tot R.40-9 bedoelde elementen ontbreken.
Wanneer de aanvraag onvolledig wordt verklaard, stuurt het bestuur de aanvragers de lijst van de ontbrekende elementen en bepaalt het de termijn waarin de ontbrekende elementen worden overgemaakt en dit, binnen een maximale termijn van twintig dagen na de zending van de lijst van de ontbrekende elementen.
Indien de aanvrager(s) de aangevraagde elementen niet binnen de voorgeschreven termijn heeft (hebben) gestuurd, wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard.
Binnen dertig dagen na ontvangst van de ontbrekende elementen stuurt het bestuur zijn beslissing over de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag aan de verzoekende vereniging of aan de verenigingen die een gezamenlijke aanvraag hebben ingediend.
§ 3. Het bestuur maakt een verslag op en maakt het aan de Regering over uiterlijk binnen negentig dagen te rekenen van de dag volgend op de dag van zending van de beslissing waarbij de volledigheid en de ontvankelijkheid van de aanvraag wordt bevestigd. Het verslag omvat het advies van het bestuur over het vervullen van de in de artikelen D.28.5 tot D.28.8 bedoelde voorwaarden en gaat vergezeld van een ontwerp van beslissing.
§ 4. De Regering stuurt haar beslissing aan de verzoekende vereniging of aan de verenigingen die een gezamenlijke aanvraag tot erkenning hebben ingediend, binnen een termijn van honderd vijfendertig dagen te rekenen van de dag volgend op de dag van zending van de beslissing waarbij de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag wordt bevestigd.
§ 5. Indien de beslissing niet binnen de in § 4 bedoelde termijn aan de vereniging wordt gestuurd, wordt de erkenning geacht geweigerd te zijn.
Art. R.40.4. De erkenning wordt vanaf 1 januari na de datum van kennisgeving toegekend.
Art. R.40.5. Uiterlijk op 31 maart van het laatste erkenningsjaar, dient de vereniging een aanvraag tot verlenging aan het bestuur in via het eenheidsloket bedoeld in artikel D.28.10.
De aanvraag tot hernieuwing omvat een bijwerking van de elementen bedoeld in de artikelen R.40.6 tot R.40.9. De procedure tot hernieuwing is die bedoeld in artikel R.40-3.
Afdeling 2. - Minimale inhoud van de aanvraag tot erkenning
Art. R.40.6. De aanvraag tot erkenning of de gezamenlijke aanvraag tot erkenning bedoeld in artikel D.28-9 omvat minstens de volgende elementen voor elke van de verzoekende verenigingen :
de identificatie van de categorie waarvoor de aanvraag tot erkenning wordt ingediend;
het adres van het verrichtingscentrum en de adresgegevens van de vereniging;
een financiële balans met een samenvattende tabel van de ontvangsten en uitgaven per post van de twee kalenderjaren vóór de aanvraag tot erkenning die goedgekeurd zijn door de beslissende organen van de verenigingen;
een nota waarin haar hoofddoel en de activiteiten uitgevoerd tijdens de laatste drie jaar worden bepaald en waarin de wijze waarop de vereniging voldoet aan de voorschriften van artikel D 28.5, 1°, 2° en 4° wordt omschreven;
een verklaring op erewoord tot bevestiging van de naleving van artikel D.28.5, 3°;
het nummer van de polis van verzekering op de civiele aansprakelijkheid ter dekking van de schade die uit haar activiteit, uit de activiteit van haar personeel of van haar vrijwilligers kan voortvloeien.
Art. R.40.7. Om als "Federatie of Net" erkend te worden, omvat de aanvraag tot erkenning of de gezamenlijke aanvraag tot erkenning bedoeld in artikel D.28-9 de volgende bijkomende elementen :
de lijst van haar lid-verenigingen alsook de voorwaarden die vervuld moeten worden om lid te worden;
de lijst van de diensten die de vereniging aan haar leden verleent;
een gedetailleerd verslag over de tijdens de twee boekjaren vóór de aanvraag georganiseerde acties die de bescherming van het leefmilieu, de verbetering van de staat van het leefmilieu, de opvoeding inzake het leefmilieu en de bewustmaking voor het leefmilieu beogen, en die voor haar leden of voor het publiek open zijn - waarbij minstens dertig acties per jaar uitgevoerd worden - en over de draagwijdte ervan;
de lijst van de instanties waarin ze haar leden vertegenwoordigt.
Art. R.40.8. Om als "gewestelijke Vereniging" erkend te worden, omvat de aanvraag tot erkenning bedoeld in artikel D.28.9 het volgende bijkomende element : een gedetailleerd verslag over de acties die tijdens de twee boekjaren vóór de aanvraag voor haar leden of voor het publiek georganiseerd zijn - waarbij minstens 20 acties per jaar worden uitgevoerd- en over de draagwijdte ervan.
Art. R.40.9. Om als "plaatselijke Vereniging" erkend te worden omvat de aanvraag tot erkenning of de gezamenlijke aanvraag tot erkenning bedoeld in artikel D.28.9 de volgende bijkomende elementen :
een gedetailleerd verslag over de acties die tijdens de twee boekjaren vóór de aanvraag voor haar leden of voor het publiek georganiseerd zijn - waarbij minstens 5 acties per jaar worden uitgevoerd - en over de draagwijdte ervan;
een lijst van de gemeenten waarin ze haar activiteiten uitoefent.
HOOFDSTUK III. - Structurele subsidiëring van de verenigingen die als milieuverenigingen erkend zijn
Afdeling 1. - Procedure betreffende de toekenning en de weigering van de subsidiëring
Art. R.40.10. § 1. De aanvraag wordt aan de hand van het door de Minister bepaalde formulier ingediend in de loop van het eerste kwartaal van het jaar vóór het subsidiëringsjaar.
§ 2. Het bestuur stuurt de verzoekende vereniging zijn beslissing over de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag binnen dertig dagen te rekenen van de dag volgend op de dag van ontvangst van de aanvraag.
De erkenningsaanvraag wordt onvolledig verklaard indien de krachtens artikel R.40.12 vereiste inlichtingen of documenten ontbreken.
Wanneer de aanvraag onvolledig wordt verklaard, stuurt het bestuur de aanvrager de lijst van de ontbrekende elementen en bepaalt het de termijn waarin de ontbrekende elementen worden overgemaakt en dit, binnen een maximale termijn van twintig dagen na de zending van de lijst van de ontbrekende elementen.
Indien de aanvrager de aangevraagde elementen niet binnen de voorgeschreven termijn heeft gestuurd, wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard.
Binnen dertig dagen na ontvangst van de ontbrekende elementen stuurt het bestuur zijn beslissing over de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag aan de verzoekende vereniging.
§ 3. Het bestuur maakt een verslag over de subsidiëring op en maakt het aan de bij de aanvraag betrokken Ministers over uiterlijk binnen negentig dagen te rekenen van de dag volgend op de dag van zending van de beslissing waarbij de volledigheid en de ontvankelijkheid van de aanvraag wordt bevestigd. Het verslag omvat het advies van het bestuur gegrond op de in artikel D.28.11 bepaalde criteria en een ontwerp van beslissing.
§ 4. Elke betrokken Minister deelt zijn advies aan de Minister van Leefmilieu mede voor het gedeelte van de aangevraagde subsidiëring m.b.t. een milieuthematiek waarvoor hij bevoegd is. De Minister van Leefmilieu stuurt zijn beslissing over de subsidiëringsaanvraag aan de verzoekende vereniging binnen een termijn van honderd vijfendertig dagen te rekenen van de dag volgend op de dag van zending van de beslissing waarbij de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag wordt bevestigd. De Minister van Leefmilieu is gehouden aan de adviezen uitgebracht door de betrokken Ministers voor het gedeelte van de subsidiëring m.b.t. milieuthematieken die onder hun bevoegdheid vallen.
De in het eerste lid bedoelde adviezen zijn ten opzichte van de in artikel D.28.11 bedoelde criteria met redenen omkleed.
§ 5. Bij gebrek aan zending van de beslissing binnen de in § 4 bedoelde termijn, kan de verzoekende vereniging via een schrijven dat de verzend- en de ontvangstdatum van de akte waarborgt, ongeacht de dienst die de gebruikte post verdeelt, een aanmaning richten aan de Minister van Leefmilieu.
Bij gebrek aan zending van een beslissing binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de aanmaning wordt de subsidiëring geacht geweigerd te zijn.
§ 6. De aanmaning omvat de volgende inlichtingen :
de naam en het adres van de aanvrager;
de referenties van het dossier;
het woord "aanmaning".
Art. R.40.11. De toelage wordt binnen de perken van de begrotingskredieten voor 3 jaar vanaf 1 januari na de kennisgeving van de beslissing toegekend.
Afdeling 2. - Minimale inhoud van de subsidiëringsaanvraag
Art. R.40.12. De aanvraag tot toekenning van een toelage omvat :
een milieuactieplan of een gecoördineerd milieuactieplan dat minstens de volgende elementen omvat :
a) de algemene en operationele doelstellingen van de vereniging voor de duur van de subsidiëring en de wijze waarop ze in de gewestelijke strategie inzake duurzame ontwikkeling passen;
b) de milieuthematieken waarvoor een subsidiëringsaanvraag wordt ingediend;
c) de identificatie van het publiek betrokken bij de activiteiten vermeld in het milieuactieplan;
d) de strategieën en methodologieën die de vereniging wil uitvoeren om de bepaalde doelstellingen te bereiken;
e) het programma van de activiteiten voor de drie jaar samen met een argumentatiedocument over de relevantie van het actieprogramma met verwijzing naar de publieken die ze beoogt en de leefmilieu-, territoriale, sociale, socio-culturele en, in voorkomend geval, economische context waarin ze haar project ontwikkelt;
f) de omschrijving en de bestemming van de logistieke, menselijke en financiële hulpbronnen die nodig zijn voor de uitvoering van de doelstellingen bepaald in het activiteitenprogramma;
g) in voorkomend geval, een voorafgaandelijk opgemaakt verslag over de evaluatie van het verstreken milieuactieplan;
h) resultatenindicatoren;
het bedrag van de aangevraagde toelage verdeeld tussen de verschillende milieuthematieken.
Afdeling 3. - Subsidiëringscriteria
Art. R.40.13. Binnen de perken van de begrotingskredieten wordt een forfaitaire meerjarige toelage van 3 jaar vanaf 1 januari van het kalenderjaar volgend op de indiening van de subsidiëringsaanvraag aan elke milieuvereniging toegekend naar gelang van haar milieuactieplan.
Het forfaitaire bedrag van de toelage vormt de som van de forfaitaire uitgaven van personeel aangesteld voor de opdrachten aangenomen in het milieuactieplan en bepaald in artikel R.40.14 alsook van de desbetreffende forfaitaire werkingskosten zoals bepaald in artikel R.40-15, die niet hoger mogen zijn dan 25 % van de in aanmerking genomen personeelsuitgaven.
Art. R.40.14. De forfaitaire uitgaven mogen niet hoger zijn dan de bedragen bepaald op basis van de weddeschaal Waals Gewest betreffende het paritair comité 329.02. De forfaitaire personeelsuitgaven dekken hoogstens :
het brutosalaris van het personeel;
de sociale laste van de werkgever voor de sociale zekerheid alsook de lasten betreffende het vakantiegeld, de eindejaarspremie, de andere diverse kosten en de andere wettelijke en conventionele verplichtingen betreffende het personeel en de kosten voor het sociaal secretariaat.
Art. R.40.15. De forfaitaire werkingskosten worden in aanmerking genomen wanneer ze de vereniging in staat stellen om de voor de uitoefening van haar opdrachten nodige lopende uitgaven te dekken, met name :
de reiskosten indien het doel van de verplaatsing duidelijk bepaald wordt;
de kosten inherent aan de telefonische communicaties en de internetverbindingen;
de bureaukosten gebonden aan de verrichting van de activiteiten;
de aankoop van materiaal indien zijn gebruik gebonden is aan de uitoefening van de in het milieuactieplan vermelde opdrachten;
de kosten voor het huren van een gebouw of een gedeelte van gebouw, met inbegrip van de desbetreffende huurkosten voor zover ze voortvloeien uit een huurovereenkomst in goede en behoorlijke vorm;
de kosten voor deelname aan colloquia of opleidingen;
de honorariakosten voor zover het doel, de datum, de periodiciteit van de bedoelde prestatie duidelijk vermeld worden;
de kosten voor communicatie, drukwerk en verspreiding van het informatiedocument.
Voor de toepassing van het eerste lid, 5°, worden de lasten, als het gebouw dient voor andere activiteiten dan welke die door de subsidie gefinancierd worden, opgesplitst ofwel volgens de tijd die uitgetrokken wordt voor de gefinancierde activiteit ofwel volgens de daarvoor aangewende oppervlakte.
Art. R.40.16. Naast de werkingskosten bedoeld in artikel R.40.15 komt de aflossing van zgn. vermogensgoederen met een geraamde gebruiksduur van meer dan één jaar in aanmerking voor het voordeel van de subsidie als werkingskosten, berekend volgens deze regels :
tien jaar voor het meubilair;
vijf jaar voor het bureaumaterieel;
drie jaar voor software.
HOOFDSTUK IV. - Controle en evaluatie
Afdeling 1. - Controle
Art. R. 40.17. Het bestuur kan nagaan of de in de artikelen D.28.5 tot D.28.7 bedoelde erkenningsvoorwaarden door de milieuvereniging worden nageleefd.
Art. R. 40.18. § 1. De vereniging maakt het bestuur uiterlijk 15 februari van de jaren N+1 en N+2 via het in artikel D.28-10 bedoelde eenheidsloket een activiteitenverslag samen met een schuldvorderingverklaring en een samenvattende tabel van de ontvangsten en uitgaven per begrotingspost over, waarbij het gebruik van de afgelopen schijf bevestigd kan worden.
§ 2. Het jaarlijkse activiteitenverslag bedoeld in § 1 bestaat uit drie delen :
het eerste deel betreft de identificatie van de vereniging;
het tweede deel betreft de tijdens het overwogen jaar uitgevoerde activiteiten;
het derde deel betreft de thematieken besproken door de vereniging alsook de verrichting van de in het milieuactieplan bepaalde doelstellingen.
Het activiteitenverslag neemt de vorm aan van het door de Minister bepaalde elektronische formulier en gaat vergezeld van de schuldvorderingsverklaring en een samenvattende tabel van de ontvangsten en uitgaven per begrotingspost. Het formulier wordt aangevuld en overgemaakt aan het bestuur via het in artikel D.28.10 bedoelde eenheidsloket.
Als de Minister van Leefmilieu of zijn afgevaardigde vindt dat het bestuur sommige gegevens die nodig zijn voor de opmaking van het activiteitenverslag, rechtstreeks via authentieke bronnen in de zin van artikel 2, 1°, van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013 tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap over het opstarten van een gemeenschappelijk initiatief om gegevens te delen en over het gemeenschappelijk beheer van dit initiatief, kan verkrijgen, stelt hij de aanvrager vrij van het verstrekken van deze gegevens aan het bestuur.
Art. R.40.19. § 1. De vereniging maakt het bestuur uiterlijk 31 maart van het jaar volgend op het einde van de toelage via het eenheidsloket een algemeen verslag over de uitvoering van het milieuactieplan of van het gecoördineerd milieuactieplan over samen met een schuldvorderingverklaring en een samenvattende tabel van de ontvangsten en uitgaven per begrotingspost voor het geheel van de periode van het milieuactieplan of van het gecoördineerd milieuactieplan.
§ 2. Het algemeen uitvoeringsverslag bedoeld in § 1 bestaat uit zes delen :
het eerste deel betreft de identificatie van de vereniging;
het tweede deel betreft een voorstelling van de door de vereniging uitgevoerde emblematische activiteiten;
het derde deel betreft de auto-evaluatie van de resultaten van de milieuvereniging ten opzichte van de algemene en operationele doelstellingen en van de indicatoren die ze wilde bereiken voor de uitvoering van het milieuactieplan;
het vierde deel betreft de personen die de diensten van de verenigingen genieten of doelpublieken;
het vijfde deel betreft de ontwikkelingsperspectieven van de vereniging;
het zesde deel betreft de opneming in de gewestelijke strategie inzake duurzame ontwikkeling.
Het neemt de vorm aan van het door het bestuur bepaalde elektronische formulier. Het wordt aangevuld en overgemaakt aan het bestuur via het eenheidsloket.
Als de Minister van Leefmilieu of zijn afgevaardigde acht dat het bestuur sommige gegevens die nodig zijn voor de opmaking van het activiteitenverslag, rechtstreeks via authentieke bronnen in de zin van artikel 2, 1°, van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013 tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap over het opstarten van een gemeenschappelijk initiatief om gegevens te delen en over het gemeenschappelijk beheer van dit initiatief, kan verkrijgen, stelt hij de aanvrager vrij van het verstrekken van deze gegevens aan het bestuur.
§ 3. Het bestuur maakt het "Institut wallon de l'évaluation, de la prospective et de la statistique" (Waals Instituut voor evaluatie, toekomstverwachting en statistiek) het geheel van de gegevens die nodig zijn voor hun opdrachten bepaald in artikel D.28.17 over.
Afdeling 2. - Opschorting en intrekking van de erkenning en van de toelage
Art. R.40.20. § 1. Wanneer het bestuur vaststelt dat een vereniging de voorwaarden voor de toekenning van de erkenning of van de subsidiëring niet of niet meer naleeft, stuurt het een waarschuwing met vermelding van de termijn waarin ze voorwaarden voor de toekenning van de erkenning of van de subsidiëring moet vervullen en van zijn beslissing om, in voorkomend geval, de toekenning van de toelage tijdens de termijn op te schorten.
De opschorting van de toekenning van de toelagen kan alleen uitgevoerd worden nadat de vereniging haar verweermiddelen heeft kunnen doen gelden.
§ 2. Als de vereniging bij het verstrijken van de voorgeschreven termijn de voorwaarden voor de toekenning van de erkenning of van de subsidiëring niet naleeft, stelt het bestuur bedoelde vereniging in kennis van de mogelijkheid om de erkenning of de subsidiëring in te trekken. Het bestuur bepaalt :
de redenen die de overwogen maatregel rechtvaardigen;
de middelen waarover de vereniging beschikt om schriftelijk haar verweermiddelen uiteen te zetten binnen een termijn van twintig dagen te rekenen van de ontvangst van die informatie en dat ze bij die gelegenheid het recht heeft om het bestuur erom te verzoeken haar verweermiddelen mondeling voor te dragen.
Het bestuur maakt de Regering een voorstel van beslissing betreffende de intrekking binnen dertig dagen na het verstrijken van de in § 2, eerste lid, 2°, bedoelde termijn of na de datum van verhoor over. Wanneer het bestuur het voorstel aan de Regering stuurt, verwittigt het de vereniging daarvan.
Binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van het voorstel van beslissing van het bestuur, stuurt de Regering haar beslissing aan de vereniging.
Indien de Regering binnen de in het derde lid bedoelde termijn de beslissing niet stuurt, wordt ze geacht overeen te stemmen met het voorstel van beslissing van het bestuur indien het binnen de in het tweede lid bedoelde termijn aan de Regering is gestuurd. Het bestuur stuurt de vereniging het in het tweede lid bedoelde voorstel van beslissing.
Indien de Regering binnen de in het derde lid bedoelde termijn de beslissing niet stuurt en indien het voorstel van beslissing van het bestuur niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn is gestuurd, wordt de eerste beslissing geacht bevestigd te zijn.
HOOFDSTUK V. - Beroep
Art. R. 40.21. § 1. In geval van weigering van de erkenning, van gehele of gedeeltelijke weigering van de subsidiëring, van gehele of gedeeltelijke intrekking van de toelage, van intrekking van de erkenning, wordt een beroep door de verzoekende vereniging bij de Regering ingediend. Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep ingediend binnen een termijn van 30 dagen te rekenen van de dag volgend op :
de ontvangst van de beslissing bedoeld in artikel R.40-3, § 5, in artikel R.40.10, § 4 en in artikel R.40-20, § 2, derde lid;
de ontvangst van de beslissing gestuurd binnen een termijn van 30 dagen te rekenen van de aanmaning bedoeld in artikel R.40-10, § 5.
de ontvangst van het voorstel van beslissing van het bestuur bedoeld in artikel R.40.20, § 2, vierde lid;
het verstrijken van de termijn voorgeschreven voor de zending van de beslissing bedoeld in artikel R.40-3, § 4, in artikel R.40.10, § 5, tweede lid en in artikel R.40.20, § 2, vijfde lid.
Het beroep wordt bij de zetel van het begeleidingscomité zoals bepaald bij de Minister van Leefmilieu gezonden. Bedoe Bedoeld beroep bepaalt de elementen waarop de vereniging rust om de beslissing te betwisten en of de vereniging wenst gehoord te worden.
§ 2. Het begeleidingscomité stuurt, in voorkomend geval na verhoor van de verzoekende vereniging, een adviesverslag aan de Regering binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het beroep. De Regering stuurt haar beslissing binnen een termijn van vijfenveertig dagen na ontvangst van het adviesverslag van het begeleidingscomité of bij het verstrijken van de termijn waarover het begeleidingscomité beschikt om zijn voorstel van beslissing over te maken. De termijn van vijfenveertig dagen wordt geschorst tussen 15 juli tot en met 31 augustus.
Als de beslissing niet verzonden wordt binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, wordt de beslissing die het voorwerp uitmaakt van het beroep, bevestigd.
HOOFDSTUK VI. - Begeleidingscomité
Art. R.40.22. De openbare oproep tot de kandidaten bedoeld in artikel D.28-17, § 4, wordt door het bestuur in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
De openbare oproep tot de kandidaten bepaalt de volgende elementen :
het opschrift en het voorwerp van het(de) mandaat(aten);
de onverenigbaarheden;
de inhoud van de kandidatuurakte zodat bedoelde akte volledig kan worden geacht;
het adres waaraan de kandidatuurakte gericht wordt;
de termijn waarin de kandidatuurakte gezonden moet worden om ontvankelijk te zijn.
HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepalingen
Art. R.40-23. Behoudens andersluidende bepaling, gebeurt elke verzending :
hetzij bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst;
hetzij via elke gelijksoortige formule die de verzend- en de ontvangstdatum van de akte waarborgen, ongeacht de dienst die de gebruikte post verdeelt;
hetzij door een akte tegen ontvangstbewijs in te dienen;
hetzij bij elektronisch aangetekende zending, waarbij het bewijs van de zending en van het moment van de zending alsook het bewijs van de identiteit van de afzender gekregen kunnen worden.
Art. R.40-24. § 1. In afwachting van de installatie van het in artikel D.28.10 bedoelde eenheidsloket worden de aanvragen tot erkenning en tot subsidiëring van de milieuverenigingen alsook de activiteitenverslagen en algemene verslagen m.b.t. de uitvoering van de milieuactieplannen ingediend op volgend adres : DGO3 (Département du développement), chaussée de Louvain 14, te 5000 Namen.
De verzoekende vereniging dient haar dossiers op twee dragers in, enerzijds, op papieren drager en anderzijds, d.m.v. een elektronisch formulier via een e-mail of alle andere digitale kanalen bepaald door het bestuur.
§ 2. In afwachting van de installatie van het eenheidsloket worden de termijnen van negentig dagen bedoeld in artikel R.40.13, § 3, en in artikel R.40.10, § 3, op honderd vijftig dagen gebracht. De termijnen van honderd vijfendertig dagen bedoeld in de artikelen R.40.3, § 4 en R.40.10, § 4, worden op honderd tachtig dagen gebracht.
Art. R.40.25. Het eenheidsloket wordt uiterlijk op 1 januari 2017 opgestart.".
Art. 3. Dans la partie III de la partie réglementaire du même Code, il est inséré un titre II/1 comportant les articles R.40.2 à R.40.25, rédigé comme suit :
" Titre II/1. - Reconnaissance et subventionnement structurel des associations environnementales
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Art. R.40.2. Au sens du présent chapitre, on entend par :
administration : les services désignés par le Ministre ayant l'Environnement dans ses attributions;
Ministre concerné : le Ministre qui a dans ses attributions une des thématiques environnementales pour laquelle une demande de subventionnement est introduite par l'association.
CHAPITRE II. - Reconnaissance des associations en tant qu'associations environnementales
Section 1re. - Procédure de reconnaissance des associations
Art. R.40.3. § 1er. La demande de reconnaissance ou la demande de reconnaissance conjointe est introduite au moyen du formulaire déterminé par le Ministre de l'Environnement.
§ 2. L'administration envoie sa décision statuant sur le caractère complet et recevable de la demande à l'association demanderesse ou aux associations ayant introduit une demande de reconnaissance conjointe dans un délai de trente jours à dater du jour qui suit celui de la réception de la demande.
La demande est incomplète s'il manque les éléments définis aux articles R.40.6 à R.40.9.
Lorsque la demande est déclarée incomplète, l'administration envoie aux demandeurs la liste des éléments manquants et précise le délai endéans lequel les documents manquants lui sont transmis, et ce, au maximum dans un délai de vingt jours à dater de l'envoi de la liste des éléments manquants.
Si le ou les demandeurs n'ont pas envoyé les éléments demandés dans le délai imparti, la demande est déclarée irrecevable.
Dans les trente jours à dater de la réception des éléments manquants, l'administration envoie sa décision statuant sur le caractère complet et recevable de la demande à l'association demanderesse ou aux associations ayant introduit une demande de reconnaissance conjointe.
§ 3. Un rapport est rédigé par l'administration et transmis au Gouvernement au plus tard dans un délai de nonante jours à dater du jour qui suit la date de l'envoi de la décision attestant du caractère complet et recevable de la demande. Le rapport comporte l'avis de l'administration sur la satisfaction des conditions visées aux articles D.28-5 à D.28.8 accompagné d'un projet de décision.
§ 4. Le Gouvernement envoie sa décision à l'association demanderesse ou aux associations ayant introduit une demande de reconnaissance conjointe dans un délai de cent-trente-cinq jours à dater du jour qui suit la date de l'envoi de la décision attestant du caractère complet et recevable de la demande.
§ 5. Si la décision n'est pas envoyée à l'association dans le délai prévu au paragraphe 4, la reconnaissance est réputée refusée.
Art. R.40.4. La reconnaissance est accordée à partir du 1er janvier qui suit la date de notification.
Art. R.40.5. Au plus tard le 31 mars de la dernière année de reconnaissance, l'association introduit une demande de renouvellement à l'administration via le guichet unique visé à l'article D.28-10.
La demande de renouvellement comprend une actualisation des éléments visés aux articles R.40.6 à R.40.9. La procédure de renouvellement est celle prévue à l'article R.40-3.
Section 2. - Contenu minimal de la demande de reconnaissance
Art. R.40.6. La demande de reconnaissance ou la demande de reconnaissance conjointe visée à l'article D.28-9 comprend au minimum les éléments suivants pour chacune des associations demanderesses :
l'identification de la catégorie pour laquelle la demande de reconnaissance est introduite;
l'adresse du centre d'opération, et les coordonnées de l'association;
un bilan financier comprenant un tableau récapitulatif des recettes et des dépenses par poste des deux exercices civils précédents la demande de reconnaissance approuvés par les organes décisionnels de l'association;
une note présentant son objet principal et précisant les activités réalisées les trois dernières années d'activités et décrivant la manière dont l'association répond aux prescrits de l'article D 28.5, 1°, 2° et 4°;
une déclaration sur l'honneur attestant du respect de de l'article D.28-5, 3°;
le numéro de la police d'assurance en responsabilité civile couvrant l'ensemble des dommages pouvant résulter de son activité, de celui de son personnel ou de ses bénévoles.
Art. R.40.7. Pour être reconnue en tant que " Fédération ou Réseau ", la demande de reconnaissance ou la demande de reconnaissance conjointe visée à l'article D.28.9 comprend les éléments complémentaires suivants :
la liste de ses associations membres ainsi que les conditions à remplir pour devenir membre;
la liste des services que l'association offre à ses membres;
un compte-rendu exhaustif des actions organisées lors des deux exercices civils précédents la demande tendant à la protection de l'environnement, à l'amélioration de l'état de l'environnement, à l'éducation à l'environnement et à la sensibilisation à l'environnement ouvertes à ses membres ou au public comprenant au minimum trente actions par an ainsi que de leur portée;
la liste des instances dans lesquelles elle représente ses membres.
Art. R.40.8. Pour être reconnue en tant qu'" Association régionale ", la demande de reconnaissance visée à l'article D.28.9 comprend l'élément complémentaire suivant : un compte-rendu exhaustif des actions organisées lors des deux exercices civils précédents la demande pour ses membres ou le public comprenant au minimum 20 actions par an ainsi que de leur portée.
Art. R.40.9. Pour être reconnue en tant qu'" Association locale ", la demande de reconnaissance ou la demande de reconnaissance conjointe visée à l'article D.28.9 comprend les éléments complémentaires suivants :
un compte-rendu exhaustif des actions organisées lors des deux exercices civils précédents la demande pour ses membres ou le public et comportant au minimum 5 actions par an ainsi que de leur portée;
une liste des communes sur lesquelles elle exerce ses activités.
CHAPITRE III. - Subventionnement structurel des associations reconnues en tant qu'associations environnementales
Section 1re. - Procédure d'octroi et de refus du subventionnement
Art. R.40.10. § 1er. La demande est introduite dans le courant du premier trimestre de l'année civile qui précède l'année de subventionnement au moyen du formulaire déterminé par le Ministre.
§ 2. L'administration envoie à l'association demanderesse sa décision statuant sur le caractère complet et recevable de la demande dans un délai de trente jours à dater du jour qui suit celui de la réception de la demande.
La demande est déclarée incomplète s'il manque les renseignements ou documents requis en vertu de l'article R.40.12.
Lorsque la demande est déclarée incomplète, l'administration envoie au demandeur la liste des éléments manquants et précise le délai endéans lequel les documents manquants lui sont transmis, et ce, au maximum dans un délai de vingt jours à dater de l'envoi de la liste des éléments manquants.
Si le demandeur n'a pas envoyé les éléments demandés dans le délai imparti, la demande est déclarée irrecevable.
Dans les trente jours à dater de la réception des éléments manquants, l'administration envoie sa décision statuant sur le caractère complet et recevable de la demande à l'association demanderesse.
§ 3. Un rapport relatif au subventionnement est rédigé par l'administration et transmis aux Ministres concernés par la demande au plus tard dans un délai de nonante jours à dater du jour qui suit la décision attestant du caractère complet et recevable de la demande. Le rapport comporte l'avis de l'administration fondé sur les critères définis à l'article D.28.11 accompagné d'un projet de décision.
§ 4. Chaque Ministre concerné notifie son avis au Ministre de l'Environnement pour la partie du montant du subventionnement sollicité ayant trait à une thématique environnementale entrant dans ses attributions. Le Ministre de l'Environnement envoie la décision sur la demande de subventionnement à l'association demanderesse dans un délai de cent-trente-cinq jours à dater du jour qui suit la décision attestant du caractère complet et recevable de la demande. Le Ministre de l'Environnement est tenu par les avis remis par les Ministres concernés pour la partie du subventionnement ayant trait à des thématiques environnementales relevant de leur compétence.
Les avis et la décision visés à l'alinéa 1er sont motivés au regard des critères visés à l'article D.28-11.
§ 5. A défaut de l'envoi de la décision dans le délai prévu au paragraphe 4, l'association demanderesse peut adresser par envoi permettant de donner date certaine à l'envoi et à la réception de l'acte, quel que soit le service de distribution du courrier utilisé au Ministre de l'Environnement une lettre de rappel.
A défaut de l'envoi d'une décision dans un délai de trente jours à dater de la réception de la lettre de rappel, le subventionnement est censé refusé.
§ 6. La lettre de rappel contient les mentions suivantes :
le nom et l'adresse du demandeur;
les références du dossier;
le terme " rappel ".
Art. R.40.11. La subvention est accordée pour 3 ans à dater du 1er janvier suivant la notification de la décision dans la limite des crédits budgétaires.
Section 2. - Contenu minimal de la demande de subventionnement
Art. R.40.12. La demande d'octroi d'une subvention comprend :
un plan d'actions environnementales ou un plan d'actions environnementales coordonné comprenant au minimum les éléments suivants :
a) les objectifs généraux et opérationnels que l'association se fixe pour la durée du subventionnement et la manière dont ceux-ci s'inscrivent dans la stratégie régionale de développement durable;
b) les thématiques environnementales pour lesquelles une demande de subventionnement est sollicitée;
c) l'identification du public visé par les activités présentées dans le plan d'action environnementales;
d) les stratégies et méthodologies que l'association entend mettre en oeuvre pour atteindre les objectifs fixés;
e) le programme d'activités pour les trois ans accompagné d'un argumentaire quant à la pertinence du projet d'actions en référence aux publics qu'elle vise et au contexte environnemental, territorial, social, socioculturel et, le cas échéant, économique dans lequel elle développe son projet;
f) la description et l'affectation des ressources logistiques, humaines et financières nécessaires à la réalisation des objectifs fixés par le programme d'activités;
g) le cas échéant, un rapport d'évaluation du plan d'actions environnementales échu réalisé préalablement;
h) des indicateurs de résultat;
le montant de la subvention sollicitée ventilé entre les différentes thématiques environnementales.
Section 3. - Critères de subventionnement
Art. R.40.13. Dans la limite des crédits budgétaires, une subvention pluriannuelle forfaitaire d'une durée de trois ans est accordée à partir du 1er janvier de l'année civile qui suit l'introduction de la demande de subventionnement à chaque association environnementale en fonction de son plan d'actions environnementales.
Le montant forfaitaire de la subvention constitue la somme des dépenses forfaitaires de personnel affecté aux missions acceptées dans le plan d'actions environnementales telles que fixées à l'article R.40.14 ainsi que des frais forfaitaires de fonctionnement y afférents tels que fixés à l'article R.40-15, lesquels ne peuvent excéder 25 % des dépenses de personnel éligibles.
Art. R.40.14. Les dépenses forfaitaires ne peuvent pas dépasser les montants fixés sur base de l'échelle barémique Région wallonne relative à la Commission paritaire 329.02. Les dépenses forfaitaires de personnel couvrent au maximum :
le salaire brut du personnel;
les charges de sécurité sociale patronale, ainsi que les charges relatives au pécule de vacances, à la prime de fin d'année, aux autres frais divers et aux autres obligations légales et conventionnelles relatives au personnel et aux frais de secrétariat social.
Art. R.40.15. Les frais forfaitaires de fonctionnement sont pris en considération quand ils permettent à l'association de couvrir les dépenses courantes nécessaires à l'accomplissement de ses missions, notamment :
les frais de déplacement si l'objet du déplacement est clairement précisé;
les frais inhérents aux connexions et aux consommations téléphoniques et Internet;
les frais de bureau liés à la réalisation des activités;
l'achat de matériel si son usage est lié à l'exercice des missions contenues dans le plan d'actions environnementales;
les frais de location d'immeuble ou de partie d'immeuble, en ce compris les charges locatives y afférentes s'ils résultent d'un contrat de bail en bonne et due forme;
les frais d'inscription à des colloques ou à des formations;
les frais d'honoraires si l'objet, la date, la périodicité de la prestation visée sont clairement identifiés;
les frais de communication, d'impression et de diffusion du document d'information.
Pour l'application de l'alinéa 1er, 5°, si le bâtiment sert à d'autres activités que celles qui sont financées par la subvention, les charges sont réparties soit en fonction du temps d'utilisation pour l'activité financée, soit en fonction de la surface requise pour celle-ci.
Art. R.40.16. Outre les frais de fonctionnement visés à l'article R. 40.15, l'amortissement de biens de type patrimonial qui ont une durée d'utilisation estimable de plus d'un an est admis au bénéfice de la subvention en qualité de frais de fonctionnement et calculé selon les règles suivantes :
dix ans pour le mobilier;
cinq ans pour le matériel de bureau;
trois ans pour les logiciels informatiques.
CHAPITRE IV. - Contrôle et évaluation
Section 1re. - Contrôle
Art. R. 40.17. L'administration peut contrôler le respect des conditions de reconnaissance visées aux articles D.28.5 à D.28.7 par l'association environnementale.
Art. R. 40.18. § 1er. L'association transmet à l'administration, via le guichet unique visé à l'article D.28-10, au plus tard le 15 février des années N+1 et N+2, un rapport d'activités accompagné d'une déclaration de créance et d'un tableau récapitulatif des recettes et des dépenses par poste budgétaire permettant de justifier l'utilisation de la tranche écoulée.
§ 2. Le rapport annuel d'activités visé au paragraphe 1er se compose de trois parties :
la première partie est relative à l'identification de l'association;
la deuxième partie est relative aux activités réalisées pendant l'année considérée;
la troisième partie est relative aux thématiques abordées par l'association ainsi que la réalisation des objectifs déterminés dans le plan d'actions environnementales.
Le rapport d'activités prend la forme du formulaire électronique déterminé par le Ministre auquel sont joints la déclaration de créance et un tableau récapitulatif des recettes et des dépenses par poste budgétaire. Le formulaire est complété et transmis à l'administration via le guichet unique visé à l'article D.28.10.
Dans le cas où le Ministre de l'Environnement ou son délégué estime que l'administration peut obtenir directement, auprès de sources authentiques au sens de l'article 2, 1° de l'accord de coopération du 23 mai 2013 entre la Région wallonne et la Communauté française portant sur le développement d'une initiative commune en matière de partage de données et sur la gestion conjointe de cette initiative, certaines données nécessaires à l'établissement du rapport d'activités, il dispense demandeur de les transmettre à l'administration.
Art. R.40.19. § 1er. L'association transmet à l'administration, via le Guichet unique, au plus tard le 31 mars de l'année suivant le terme de la subvention, un rapport général de mise en oeuvre du plan d'actions environnementales ou du plan d'actions environnementales coordonné accompagné d'une déclaration de créance et d'un tableau récapitulatif des recettes et des dépenses par poste pour l'ensemble de la période du plan d'actions environnementales ou du plan d'actions environnementales coordonné.
§ 2. Le rapport général de mise en oeuvre visé au paragraphe 1er se compose de six parties :
la première partie est relative à l'identification de l'association;
la deuxième partie est relative à une présentation des activités emblématiques réalisées par l'association;
la troisième partie est relative à l'auto-évaluation des résultats de l'association environnementale au regard des objectifs généraux et opérationnels et des indicateurs qu'elle s'était fixé pour la réalisation du plan d'actions environnementales;
la quatrième partie est relative aux destinataires des prestations de l'association ou publics-cible;
la cinquième partie est relative aux perspectives de développement de l'association;
la sixième partie est relative à l'inscription dans la stratégie régionale de développement durable.
Il prend la forme du formulaire électronique déterminé par l'administration. Il est complété et transmis à l'administration via le Guichet unique.
Dans le cas où le Ministre de l'Environnement ou son délégué estime que l'administration peut obtenir directement, auprès de sources authentiques au sens de l'article 2, 1°, de l'accord de coopération du 23 mai 2013 entre la Région wallonne et la Communauté française portant sur le développement d'une initiative commune en matière de partage de données et sur la gestion conjointe de cette initiative, certaines données nécessaires à l'établissement du rapport d'activités, il dispense le demandeur de les transmettre à l'administration.
§ 3. L'administration transmet à l'Institut wallon de l'évaluation, de la prospective et de la statistique l'ensemble des données nécessaires à leurs missions fixées à l'article D.28-17.
Section 2. - Suspension et retrait de la reconnaissance et de la subvention
Art. R.40.20. § 1er. Lorsque l'administration constate qu'une association ne respecte pas ou plus les conditions d'octroi de la reconnaissance ou du subventionnement, elle envoie un avertissement indiquant le délai endéans lequel elle a l'obligation de satisfaire aux conditions d'octroi de reconnaissance ou de subventionnement et sa décision, le cas échéant, de suspendre l'octroi de la subvention pendant le délai.
La suspension de l'octroi des subventions peut uniquement s'effectuer qu'après avoir donné la possibilité à l'association de faire valoir ses moyens de défense.
§ 2. Si à l'expiration du délai imparti l'association ne satisfait pas aux conditions d'octroi de la reconnaissance ou du subventionnement, l'administration informe l'association de la possibilité de retirer la reconnaissance ou le subventionnement. L'administration précise :
les motifs qui justifient la mesure envisagée;
les moyens dont l'association dispose pour exposer par écrit, ses moyens de défense, dans un délai de vingt jours à compter du jour de la réception de cette information, et qu'elle a, à cette occasion, le droit de demander à l'administration la présentation orale de sa défense.
L'administration transmet au Gouvernement une proposition de décision relative au retrait dans les trente jours à compter de l'expiration du délai visé au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, ou à dater de la date d'audition. Le jour où l'administration envoie la proposition au Gouvernement, elle en avise l'association.
Dans les quarante-cinq jours de la réception de la proposition de décision de l'administration, le Gouvernement envoie sa décision à l'association.
A défaut d'envoi de la décision par le Gouvernement dans le délai prévu à l'alinéa 3, celle-ci est réputée conforme à la proposition de décision de l'administration si elle a été envoyée dans le délai prévu à l'alinéa 2 au Gouvernement. L'administration envoie à l'association la proposition de décision visée à l'alinéa 2.
A défaut d'envoi de la décision par le Gouvernement dans le délai prévu à l'alinéa 3 et si la proposition de décision de l'administration n'a pas été envoyée dans le délai prévu à l'alinéa 2, la décision de première instance est réputée confirmée.
CHAPITRE V. - Recours
Art. R. 40.21. § 1er. En cas de refus de reconnaissance, de refus total ou partiel de subventionnement, de retrait total ou partiel de subvention, de retrait de reconnaissance, un recours est ouvert à l'association demanderesse auprès du Gouvernement. A peine d'irrecevabilité, le recours est introduit dans un délai de 30 jours à dater du jour qui suit celui de
la réception de la décision visée à l'article R.40-3, § 5, à l'article R.40-10, § 4 et à l'article R.40-20, § 2, alinéa 3;
la réception de la décision envoyée dans un délai de trente jours à dater de la lettre de rappel prévue à l'article R.40-10, § 5;
la réception de la proposition de décision de l'administration visée à l'article R.40-20, § 2, alinéa 4;
l'expiration du délai imparti pour l'envoi de la décision prévue à l'article R.40-3, § 4, à l'article R.40-10, § 5, alinéa 2 et à l'article R.40-20, § 2, alinéa 5.
Le recours est envoyé au siège du comité d'accompagnement tel que défini par le Ministre de l'Environnement. Il précise les éléments sur lesquels l'association se fonde pour contester la décision et si l'association souhaite être entendue.
§ 2. Le comité d'accompagnement transmet, le cas échéant après audition de l'association demanderesse, dans un délai de soixante jours à dater de la réception du recours un rapport d'avis au Gouvernement. Le Gouvernement envoie sa décision dans un délai de quarante-cinq jours à dater de la réception du rapport d'avis du comité d'accompagnement ou à l'expiration du délai imparti au comité d'accompagnement pour transmettre sa proposition de décision. Le délai de quarante-cinq jours est suspendu entre le 15 juillet et le 31 août inclus.
A défaut d'envoi de la décision dans le délai visé à l'alinéa 1er, la décision faisant l'objet du recours est confirmée.
CHAPITRE VI. - Comité d'accompagnement
Art. R.40.22. L'appel public à candidature visé à l'article D.28-17, § 4, est publié par l'administration au Moniteur belge.
L'appel public à candidature précise les éléments suivants :
l'intitulé et l'objet du ou des mandats;
les incompatibilités;
le contenu de l'acte de candidature pour que ce dernier soit considéré comme complet;
l'adresse à laquelle l'acte de candidature est transmis;
le délai endéans lequel l'acte de candidature est envoyé pour être recevable.
CHAPITRE VII. - Dispositions transitoires et finales
Art. R.40.23. Sauf disposition contraire, l'envoi se fait :
soit par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception;
soit par recours à toute formule similaire permettant de donner date certaine à l'envoi et à la réception de l'acte, quel que soit le service de distribution du courrier utilisé;
soit par le dépôt d'un acte contre récépissé;
soit par recours à des procédés de recommandé électronique permettant d'obtenir la preuve de l'envoi et du moment de l'envoi ainsi que la preuve de l'identité de l'expéditeur.
Art. R.40-24. § 1er. Dans l'attente de la mise en place du guichet unique visé à l'article D.28.10, les demandes de reconnaissance et de subventionnement des associations environnementales ainsi que les rapports d'activités et rapports généraux de mise en oeuvre des plan d'actions environnementales sont introduits à l'adresse suivante : DGO3 (Département du développement), chaussée de Louvain 14, à 5000 Namur.
L'association demanderesse introduit son dossier sous deux formats, d'une part, en format papier et d'autre part sous forme électronique via courrier électronique ou toutes voies numériques définies par l'administration.
§ 2. Dans l'attente de la mise en place du guichet unique, les délais de nonante jours mentionnés à l'article R.40.3, § 3, et à l'article R.40.10, § 3, sont portés à cent-cinquante jours. Les délais de cent-trente-cinq jours visés aux articles R.40.3, § 4 et R.40.10, § 4, sont portés à cent quatre-vingt jours.
Art. R.40.25. Le guichet unique entre en fonction au plus tard le 1er janvier 2017. "
Art. 4. Bij de eerste aanvraag tot erkenning als Federatie of net kan de verzoekende vereniging haar aanvraagdossier tegelijk met de aanvragen van minstens dertig van haar lid-verenigingen indienen om zich aan te passen aan de voorschriften van artikel D.28-6, 3.
Art. 4. Lors de la première demande de reconnaissance en tant que Fédération ou réseau, l'association demanderesse peut introduire son dossier de demande en parallèle des demandes d'un minimum de trente de ses associations membres aux fins de se conformer aux préceptes de l'article D.28-6, 3.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2015.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2015.
Art. 6. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le Ministre de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.