Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 MEI 2014. - Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende de kleinhandel in niet-gespecialiseerde winkels en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning alsook het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten
Titre
15 MAI 2014. - Arrêté du Gouvernement wallon déterminant les conditions sectorielles relatives au commerce de détail en magasins non spécialisés et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement ainsi que l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées
Documentinformatie
Numac: 2014203906
Datum: 2014-05-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014203906
Date: 2014-05-15
Moniteur: Voir
Tekst (38)
Texte (38)
Titel I. - Sectorale voorwaarden betreffende de kleinhandel in niet-gespecialiseerde winkels
Titre Ier. - Conditions sectorielles relatives au commerce de détail en magasins non spécialisés
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en begripsomschrijving
CHAPITRE Ier. - Champ d'application et définitions
Artikel 1. Deze sectorale voorwaarden zijn van toepassing op de winkels voor kleinhandel waarvan de verkooplokalen en de aangrenzende lokalen die tot opslagplaatsen dienen een totale verkoopoppervlakte hebben van meer dan 2 500 m2, met inbegrip van de toonbanken en andere meubels, die bedoeld zijn in de rubriek 52.10.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten.
Article 1er. Les présentes conditions sectorielles s'appliquent aux magasins pour la vente au détail dont les locaux de vente et les locaux attenants à ceux-ci et servant de dépôt de marchandises ont une surface totale supérieure à 2 500 mètres carrés, y compris la surface occupée par les comptoirs et autres meubles, visés à la rubrique 52.10.02 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
uiterste consumptiedatum : de datum waarvan de voedingsmiddelen zijn voorzien overeenkomstig artikel 1, 2°, a) van het koninklijk besluit van 3 januari 1975 betreffende voedingswaren en -stoffen die gelden als schadelijk verklaard en in artikel 7 van het koninklijk besluit van 13 september 1999 betreffende de etikettering van voorverpakte voedingsmiddelen;
onverkocht voedingsmiddel : het voedingsmiddel waarvan het in de handel brengen als zodanig niet meer wordt overwogen door de handelaars;
onverkocht nog voor consumptie geschikt voedingsmiddel: het onverkochte voedingsmiddel dat voldoet aan één van de twee volgende criteria :
a) de uiterste consumptiedatum is niet bereikt;
b) de wettelijke normen inzake de voedselzekerheid zijn gedurende de hele bewaring van het product of van de stof nageleefd;
instelling die onverkochte nog voor consumptie geschikte voedingsmiddelen overneemt : liefdadigheidsinstelling die in de sector van de voedingshulp actief is, alsook elke andere publieke of private instelling met sociale doeleinden die in de sector van de voedingshulp actief is en die geregistreerd is bij het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen, afgekort "FAVV";
bestaande inrichting : inrichting die behoorlijk vergund is vóór de inwerkingtreding van dit besluit. De inrichting waarvoor een vergunningsaanvraag vóór de inwerkingtreding van dit besluit is ingediend, wordt gelijkgesteld met een bestaande inrichting als de vergunning op basis van die aanvraag is verleend. De verbouwing of uitbreiding van een inrichting die de uitbater vóór de inwerkingtreding van dit besluit vermeld heeft in het register bedoeld in artikel 10, § 2, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt met een bestaande inrichting gelijkgesteld.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
date limite de consommation, " en abrégé DLC " : la date apposée sur les denrées alimentaires conformément à l'article 1er, 2°, a), de l'arrêté royal du 3 janvier 1975 relatif aux denrées et substances alimentaires considérées comme déclarées nuisibles et à l'article 7 de l'arrêté royal du 13 septembre 1999 relatif à l'étiquetage des denrées alimentaires préemballées;
invendu alimentaire: la denrée alimentaire dont la commercialisation en l'état n'est plus envisagée par les commerçants;
invendu alimentaire consommable : l'invendu alimentaire répondant aux deux critères suivants :
a) la DLC n'est pas atteinte;
b) les normes légales en matière de sécurité alimentaire ont été respectées tout au long de la conservation du produit ou de la substance;
organisme repreneur d'invendus alimentaires consommables : association caritative active dans le secteur de l'aide alimentaire ainsi que tout autre organisme public ou privé à finalité sociale, actif dans le secteur de l'aide alimentaire, enregistré auprès de l'Agence fédérale de Sécurité de la Chaîne alimentaire, en abrégé " AFSCA ";
établissement existant : établissement dûment autorisé avant l'entrée en vigueur du présent arrêté. L'établissement pour lequel une demande de permis a été introduite avant l'entrée en vigueur du présent arrêté et lorsque le permis a été octroyé sur la base de cette demande, est assimilé à un établissement existant. La transformation ou l'extension d'un établissement que l'exploitant a, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, consignée dans le registre prévu par l'article 10, § 2, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement est assimilée à un établissement existant.
HOOFDSTUK II. - Bouw
CHAPITRE II. - Construction
Art. 3. De voorraden van koopwaar zijn niet toegankelijk voor het publiek.
Art. 3. Les réserves de marchandises ne sont pas accessibles au public.
Art. 4. Afvalwater en reinigingswater kan langs de helling van de bodem van alle lokalen en van de aflaatwerken voor het afvalwater naar het afvalwaterafvoersysteem wegvloeien. Het afvoersysteem is voorzien van een hevel-luchtafsluiter met rooster of met een andere uitrusting die vaste stoffen tegenhoudt. De rooster of de uitrusting mogen niet weggenomen worden. In geval van obstructie van de openingen waarbij een normale afvoer van de vloeibare afvalstoffen wordt verhinderd, wordt de rooster of de uitrusting gereinigd. Indien bedoelde rooster of uitrusting tijdens de reiniging weggenomen moeten worden, wordt tijdens de duur van de reiniging een afsluiter geïnstalleerd.
Art. 4. La pente du sol de tous les locaux et des ouvrages d'évacuation des eaux résiduaires, dont les eaux de nettoyage, permet leur écoulement vers le système d'évacuation des eaux usées. Il est muni d'un siphon coupe-air avec une grille ou un autre dispositif servant à retenir les matières solides. La grille ou le dispositif ne peuvent pas être enlevés. En cas d'obstruction des orifices empêchant un écoulement normal des effluents liquides, la grille ou le dispositif sont nettoyés. Si le nettoyage nécessite leur retrait, un dispositif d'obturation est mis en place pendant la durée du nettoyage.
Art. 5. Producten die een gevaar inhouden voor de mens en het milieu worden opgeslagen op een wijze die alle accidentele lozingen in het natuurmilieu of in het afwateringsnet vermijdt en buiten de opslagplaatsen van de voedingsmiddelen.
Het gaat om :
de bijtende, ontvlambare, giftige producten;
de fytosanitaire producten;
de producten ter bestrijding van ongedierte, insecten en knaagdieren.
Art. 5. Les produits pouvant présenter un danger pour l'homme ou l'environnement sont stockés dans des conditions propres à éviter tout écoulement accidentel dans le milieu naturel ou le milieu d'égouttage, et en dehors des zones de stockage et d'entreposage de denrées alimentaires.
Sont concernés :
les produits corrosifs, inflammables, toxiques;
les produits phytosanitaires;
les produits de lutte contre la vermine, la pullulation d'insectes, la prolifération des rongeurs.
HOOFDSTUK III. - Uitbating
CHAPITRE III. - Exploitation
Art. 6. De exploitant beschikt over een werkplanning waarin op zijn minst de volgende gegevens voorkomen :
de instructies die nodig zijn om in alle omstandigheden te zorgen voor de vlotte werking van de inrichting, met inachtneming van de bepalingen inzake leefmilieu, alsook van deze voorwaarden;
de instructies die nodig zijn om voortdurend te waken over de netheid van de inrichting;
Wanneer de inrichting overeenkomstig het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen, een systeem van autocontrole heeft geïnstalleerd, kan dit systeem als werkplanning dienen.
Het plan ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
Art. 6. L'exploitant dispose d'un plan de travail qui comprend au minimum :
les instructions nécessaires en vue d'assurer, en toutes circonstances, le bon fonctionnement de l'établissement, dans le respect des dispositions en matière environnementale ainsi que des présentes conditions;
les instructions nécessaires en vue d'assurer en permanence la propreté de l'établissement.
Lorsque l'établissement a mis en place un système d'autocontrôle documenté conformément à l'arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l'autocontrôle, la notification obligatoire et la traçabilité dans la chaîne alimentaire, celui-ci peut tenir lieu de plan de travail.
Le plan est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
Art. 7. De exploitant maakt een programma op voor :
de rationalisatie van het water- en energieverbruik;
het voorkomen van afvalstoffen;
de systematische onderhoud en herstel van de inrichting.
Art. 7. L'exploitant met en place un programme :
de rationalisation de la consommation d'eau et d'énergie;
de prévention de l'apparition des déchets;
d'entretien et de réparation systématiques de l'établissement.
Art. 8. Er worden preventiemaatregelen worden genomen tegen insecten en knaagdieren.
De beluchtingsopeningen van de lokalen waarin de koopwaar en de afvalstoffen worden opgeslagen worden beschermd met voorzieningen zoals dunne afrasteringen of elke andere gelijkwaardige voorziening.
Art. 8. Des mesures sont prises pour éviter la pullulation d'insectes et de rongeurs.
Les ouvertures d'aération des locaux où sont stockés les marchandises et les déchets sont protégées par des dispositifs tels que des fins grillages ou tout autre dispositif équivalent.
HOOFDSTUK IV. - Preventie van ongevallen en brand
CHAPITRE IV. - Prévention des accidents et des incendies
Art. 9. De exploitant verzoekt om het advies van de gewestelijke brandweerdienst over de preventie en de bestrijding van brand vóór :
de inbedrijfname van de inrichting;
elke wijziging van de plaatsen of van de uitbatingsomstandigheden die de risico's op brand of op het uitslaan ervan zou kunnen wijzigen.
De exploitant past zich aan de richtlijnen van de diensten aan en legt een afschrift van de richtlijnen ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
Art. 9. L'exploitant sollicite l'avis du service régional d'incendie quant à la prévention et à la lutte contre les incendies avant :
la mise en service de l'établissement;
chaque modification des lieux ou des circonstances d'exploitation susceptibles de modifier les risques d'incendie ou de sa propagation.
L'exploitant se conforme aux directives du service et garde une copie des directives à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
Art. 10. De winkel heeft minstens twee nooduitgangen die afzonderlijk zijn van de hoofdtoegang en die zich op een plaats bevinden conform de richtlijnen van de territoriaal bevoegde brandweerdienst.
De uitgangsdeuren gaan open in de richting van de uitgang of in beide richtingen. De deuren met automatische afsluiting worden toegelaten indien ze voorzien zijn van een voorziening die de automatische opening van de deuren over de totale breedte van de deuropeningen mogelijk maakt indien het automatische afsluitingssysteem defect is.
Art. 10. Le magasin possède au minimum deux sorties de secours distinctes de l'accès principal et implantées suivant les directives du service régional d'incendie territorialement compétent.
Les portes de sorties s'ouvrent dans le sens de la sortie ou dans les deux sens. Les portes à fermeture automatique sont autorisées si elles sont équipées d'un dispositif qui permet l'ouverture automatique des portes sur la largeur totale des baies, si le système de fermeture automatique fait défaut.
HOOFDSTUK V. - Water
CHAPITRE V. - Eau
Art. 11. Het water van de reiniging van de bakken en recipiënten waarin grondstoffen, halffabrikaten, afgewerkte producten, afvalstoffen of dierlijke bijproducten worden opgeslagen, wordt met het afvalwater opgevangen en afgevoerd.
Art. 11. Les eaux de nettoyage des bacs et récipients destinés à contenir des matières premières, produits semi-finis, produits finis, déchets ou sous-produits animaux sont recueillies et évacuées avec les eaux usées.
HOOFDSTUK VI. - Afvalstoffen
CHAPITRE VI. - Déchets
Art. 12. De eventuele fabricageresten, zoals de resten van vlees, vis of groenten worden dagelijks verwijderd uit het lokaal waar de producten bereid worden.
Art. 12. Les éventuels résidus de fabrication tels que résidus de viandes, de poissons ou de légumes sont quotidiennement enlevés des locaux de préparation des produits.
HOOFDSTUK VII. - Onverkochte nog voor consumptie geschikte voedingsmiddelen
CHAPITRE VII. - Invendus alimentaires consommables
Art. 13. De onverkochte nog voor consumptie geschikte voedingsmiddelen blijven voedingsmiddelen die volledig geïdentificeerd worden en, in voorkomend geval, als dusdanig geëtiketteerd worden.
De ingetrokken onverkochte nog voor consumptie geschikte voedingsmiddelen worden volgens de al dan niet noodzaak om de koelketen te beheersen in duidelijk geïdentificeerde afkoelings-, bevriezings- of droogopslaglokalen bijeengebracht.
Art. 13. Les invendus alimentaires consommables restent des denrées alimentaires complètement identifiées et le cas échéant étiquetées comme telles.
Les invendus alimentaires consommables retirés de la vente sont rassemblés, selon la nécessité ou non de maîtriser la chaîne du froid, dans des locaux clairement identifiés de réfrigération, de congélation ou de stockage sec.
Art. 14. § 1. De onverkochte nog voor consumptie geschikte voedingsmiddelen worden minstens aan één overnemer van onverkochte nog voor consumptie geschikte voedingsmiddelen voorgesteld.
§ 2. De onverkochte nog voor consumptie geschikte voedingsmiddelen bestemd om overgenomen te worden door een overnemende instelling worden:
ofwel rechtstreeks verwijderd door een overnemende instelling volgens de modaliteiten gesloten tussen bedoelde instelling en de exploitant;
afgevoerd naar een verzamelcentrum om door een overnemende instelling afgehaald te worden.
§ 3. De exploitant wijst één of meer verantwoordelijken aan die belast zijn met het beheer van de overhandiging van de onverkochte nog voor consumptie geschikte voedingsmiddelen.
De exploitant vergewist zich ervan dat elke verantwoordelijke persoon de procedure voor het beheer van de voorraden van onverkochte nog voor consumptie geschikte voedingsmiddelen alsook de vigerende reglementeringen en wetgevingen voor het type product of stof werkelijk kent.
§ 4. De exploitant of de door hem aangewezen verantwoordelijken stellen schriftelijk elke overnemende instelling die met de inrichting een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten om de onverkochte nog voor consumptie geschikte voedingsmiddelen te krijgen, in kennis van de modaliteiten m.b.t. de toegankelijkheid tot de opslag- en de verwijderingszones alsook van het moment waarop en de plaats waarin ze worden opgehaald.
De onverkochte nog voor consumptie geschikte voedingsmiddelen worden afgehaald tijdens de leveringsuren die bedoeld zijn in de vergunning van de inrichting.
Art. 14. § 1er. Les invendus alimentaires consommables sont proposés à au moins un organisme repreneur d'invendus alimentaires consommables.
§ 2. Les invendus alimentaires consommables destinés à être repris par un organisme repreneur sont soit :
enlevés directement par un organisme repreneurs selon les modalités conclues entre celui-ci et l'exploitant;
dirigés vers un centre de regroupement en vue d'y être enlevés par un organisme repreneur.
§ 3. L'exploitant désigne un ou plusieurs responsables qui ont en charge la gestion de la remise des dons des invendus alimentaires consommables.
L'exploitant s'assure que toute personne responsable a une connaissance effective de la procédure de gestion des stocks d'invendus alimentaires consommables ainsi que des réglementations et législations en vigueur pour le type de produit ou substance.
§ 4. L'exploitant ou les responsables désignés par celui-ci informent, par écrit, tout organisme repreneur ayant un partenariat avec l'établissement pour obtenir les invendus alimentaires consommables, des modalités d'accessibilité aux zones de stockage et d'enlèvement ainsi que du moment et du lieu de collecte de ceux-ci.
Les invendus alimentaires consommables sont enlevés pendant les plages horaires de livraison qui sont prévues dans le permis de l'établissement.
HOOFDSTUK VIII. - Register van de onverkochte voedingsmiddelen
CHAPITRE VIII. - Registre des invendus
Art. 15. De exploitant houdt een lijst bij van de verenigingen die zijn onverkochte nog voor consumptie geschikte voedingsmiddelen ontvangt.
De lijst wordt in de bedrijfszetel behouden en ligt voortdurend ter inzake van de toezichthoudende ambtenaar.
Art. 15. L'exploitant tient une liste des associations bénéficiaires de ses invendus alimentaires consommables.
La liste est conservée au siège d'exploitation et tenue en permanence à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
HOOFDSTUK IX. - Stopzetting van activiteit
CHAPITRE IX. - Cessation d'activité
Art. 16. In geval van stopzetting van activiteiten bepalen de bijzondere voorwaarden de te volgen modaliteiten voor de afvoer van de afvalstoffen en voor de buitenbedrijfstelling van de opslagplaatsen en uitrustingen.
Art. 16. En cas de cessation d'activités, les conditions particulières fixent les modalités à suivre pour l'évacuation des déchets et la mise hors service des dépôts et équipements.
Art. 17. Ter aanvulling van artikel 58, § 2, 4°, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning verwittigt de exploitant in geval van stopzetting van activiteit de toezichthoudende ambtenaar minstens tien dagen vóór die verrichting.
Art. 17. Complémentairement à l'article 58, § 2, 4°, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, en cas de cessation d'activité, l'exploitant avertit le fonctionnaire chargé de la surveillance au plus tard dix jours avant l'opération.
Titel II. - Wijzigingen van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning
Titre II. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement
Art. 18. Artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt aangevuld met een nieuw lid, luidend als volgt :
"Indien de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een activiteit bedoeld in de rubriek 52.10.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXXII.".
Art. 18. L'article 2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Si la demande de permis d'environnement est relative à une activité visée à la rubrique 52.10.02 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend, outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXXII. ".
Art. 19. Artikel 30 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met volgend lid :
"Indien de aanvraag tot globale vergunning betrekking heeft op een activiteit bedoeld in de rubriek 52.10.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXXII.".
Art. 19. L'article 30 du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Si la demande de permis unique est relative à une activité visée à la rubrique 52.10.02 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à études d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXXII. ".
Art. 20. Hetzelfde besluit wordt aangevuld met een bijlage XXXII die als bijlage bij dit besluit gaat.
Art. 20. Dans le même arrêté, il est inséré une annexe XXXII, qui est jointe en annexe au présent arrêté.
Titel III. - Wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten
Titre III. - Modification de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées
Art. 21. In bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten wordt het opschrift van rubriek "52.1. Kleinhandel in niet-gespecialiseerde winkels" vervangen als volgt :
"52.1 Kleinhandel in niet-gespecialiseerde winkels: elke winkel die een grote verscheidenheid van producten verkoopt, zoals kleding, meubelen, ijzerwaren, cosmetica,speelgoed, elektrische apparaten, boeken, voedingsmiddelen, kranten, zelfs indien een soort artikel predominant is, en die niet bestaat uit verschillende naast elkaar geplaatste verschillende winkels.".
Art. 21. Dans l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, l'intitulé de la rubrique " 52.1 Commerce de détail en magasins non spécialisés " est remplacé par ce qui suit :
" 52.1 Commerce de détail en magasins non spécialisés : tout magasin présentant à la vente une large gamme de produits tels que habillement, meubles, quincaillerie, cosmétique, jouets, appareils électro-ménagers, livres, denrées alimentaires, journaux même si un type d'article est prédominant et qui n'est pas constitué de la juxtaposition de différents magasins spécialisés. ".
Titel IV. - Slot- en overgangsbepalingen
Titre IV. - Dispositions transitoires et finales
Art. 22. Dit besluit is van toepassing op de bestaande inrichtingen zodra het in werking treedt.
In afwijking van het eerste lid is artikel 4 niet van toepassing op de bestaande inrichtingen.
Wat betreft de artikelen 20 en 21 worden de vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingediende vergunningsaanvragen alsmede de desbetreffende administratieve beroepen behandeld volgens de regels van kracht op de datum van indiening van de aanvraag.
Art. 22. Le présent arrêté s'applique aux établissements existants dès son entrée en vigueur.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 4 ne s'applique pas aux établissements existants.
En ce qui concerne les articles 20 et 21, les demandes de permis introduites avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté ainsi que les recours administratifs y relatifs sont traités selon les règles en vigueur au jour de l'introduction de la demande.
Art. 23. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 23. Le Ministre de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. XXXII.
1. Een beheersplan van de onverkochte voedingsmiddelen vermeldt de genomen maatregelen om
onverkochte voedingsmiddelen te voorkomen;
de overname van onverkochte nog voor consumptie geschikte voedingsmiddelen door een overnemende instellingen te organiseren.
de opslag van de onverkochte nog voor consumptie geschikte voedingsmiddelen te waarborgen met inachtneming van de normen inzake voedselzekerheid.
Art. N. Annexe XXXII.
1. Un plan de gestion des invendus alimentaires indiquant les mesures prises pour :
prévenir l'apparition d'invendus;
organiser la reprise des invendus alimentaires consommables par un organisme repreneur;
assurer le stockage des invendus alimentaires consommables, dans des conditions visant à assurer le respect des normes en matière de sécurité alimentaire.