Artikel 1. In artikel 12 van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "Overeenkomstig artikel 37/11 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wanneer de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode worden ingekort, dienen volgende regels te worden nageleefd :
  1° de werkgever stelt de werknemer in kennis van het ontslag waarbij een opzeggingstermijn in acht wordt genomen vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 37/2, § 1, van de voormelde wet van 3 juli 1978 of van de artikelen 67 tot 69 van de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen, of maakt een einde aan de arbeidsovereenkomst bij middel van betaling van een overeenkomstige opzeggingsvergoeding;
  2° de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode wordt ingekort bij een schriftelijke overeenkomst die tussen de werkgever en de werknemer na de kennisgeving van het ontslag bedoeld in 1° wordt gesloten;
  3° die termijn of deze periode mag niet korter zijn dan zesentwintig weken. Deze termijn en deze periode gaan slechts in vanaf de overeenkomst bedoeld in 2°;
  4° de toepassing van de onder 1°, 2° en 3° bepaalde regels moet gebeuren in het kader van de overlegprocedure bepaald bij artikel 10, eerste en tweede lid, van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974."
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
13 JUNI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen, van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag en van het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen
Titre
13 JUIN 2014. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 7 dĂ©cembre 1992 relatif Ă l'octroi d'allocations de chĂŽmage en cas de prĂ©pension conventionnelle, l'arrĂȘtĂ© royal du 3 mai 2007 fixant le rĂ©gime de chĂŽmage avec complĂ©ment d'entreprise et l'arrĂȘtĂ© royal du 9 mars 2006 relatif Ă la gestion active des restructurations
Documentinformatie
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Article 1er. Dans l'article 12 de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 dĂ©cembre 1992 relatif Ă l'octroi d'allocations de chĂŽmage en cas de prĂ©pension conventionnelle, l'alinĂ©a 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Conformément à l'article 37/11 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, en cas de réduction du délai de préavis ou de la période couverte par l'indemnité de congé, il y a lieu de respecter les rÚgles suivantes :
  1° l'employeur notifie le congé au travailleur moyennant un délai de préavis fixé conformément aux dispositions de l'article 37/2, § 1er, de la loi précitée du 3 juillet 1978 ou des articles 67 à 69 de la loi du 26 décembre 2013 concernant l'introduction d'un statut unique entre ouvriers et employés en ce qui concerne les délais de préavis et le jour de carence ainsi que de mesures d'accompagnement, ou met fin au contrat de travail moyennant une indemnité de congé correspondante;
  2° le délai de préavis ou la période couverte par l'indemnité de congé est réduit par convention écrite conclue entre l'employeur et le travailleur, aprÚs la notification du congé visé au 1°;
  3° ce dĂ©lai ou cette pĂ©riode ne peut ĂȘtre infĂ©rieur Ă vingt-six semaines. Ce dĂ©lai ne prend cours et cette pĂ©riode ne dĂ©bute qu'Ă partir de la convention visĂ©e au 2°;
  4° l'application des rÚgles fixées aux 1°, 2° et 3° doit s'inscrire dans le cadre de la procédure de concertation prévue à l'article 10, alinéas 1er et 2, de la convention collective de travail n° 17 du 19 décembre 1974 précitée. "
  " Conformément à l'article 37/11 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, en cas de réduction du délai de préavis ou de la période couverte par l'indemnité de congé, il y a lieu de respecter les rÚgles suivantes :
  1° l'employeur notifie le congé au travailleur moyennant un délai de préavis fixé conformément aux dispositions de l'article 37/2, § 1er, de la loi précitée du 3 juillet 1978 ou des articles 67 à 69 de la loi du 26 décembre 2013 concernant l'introduction d'un statut unique entre ouvriers et employés en ce qui concerne les délais de préavis et le jour de carence ainsi que de mesures d'accompagnement, ou met fin au contrat de travail moyennant une indemnité de congé correspondante;
  2° le délai de préavis ou la période couverte par l'indemnité de congé est réduit par convention écrite conclue entre l'employeur et le travailleur, aprÚs la notification du congé visé au 1°;
  3° ce dĂ©lai ou cette pĂ©riode ne peut ĂȘtre infĂ©rieur Ă vingt-six semaines. Ce dĂ©lai ne prend cours et cette pĂ©riode ne dĂ©bute qu'Ă partir de la convention visĂ©e au 2°;
  4° l'application des rÚgles fixées aux 1°, 2° et 3° doit s'inscrire dans le cadre de la procédure de concertation prévue à l'article 10, alinéas 1er et 2, de la convention collective de travail n° 17 du 19 décembre 1974 précitée. "
Art. 2. In artikel 12sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 maart 2006 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 maart 2007, wordt paragraaf 4 vervangen als volgt :
  " § 4. Overeenkomstig artikel 37/11 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wanneer de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode worden ingekort, dienen volgende regels te worden nageleefd :
  1° de werkgever stelt de werknemer in kennis van het ontslag waarbij een opzeggingstermijn in acht wordt genomen vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 37/2, § 1, van de voormelde wet van 3 juli 1978 of van de artikelen 67 tot 69 van de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen, of maakt een einde aan de arbeidsovereenkomst bij middel van betaling van een overeenkomstige opzeggingsvergoeding;
  2° de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode wordt ingekort bij een schriftelijke overeenkomst die tussen de werkgever en de werknemer na de kennisgeving van het ontslag bedoeld in 1° wordt gesloten;
  3° die termijn of deze periode mag niet korter zijn dan zesentwintig weken. Deze termijn en deze periode gaan slechts in vanaf de overeenkomst bedoeld in 2°;
  4° de toepassing van de onder 1°, 2° en 3° bepaalde regels moet gebeuren in het kader van de overlegprocedure bepaald bij artikel 10, eerste en tweede lid, van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974."
  " § 4. Overeenkomstig artikel 37/11 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wanneer de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode worden ingekort, dienen volgende regels te worden nageleefd :
  1° de werkgever stelt de werknemer in kennis van het ontslag waarbij een opzeggingstermijn in acht wordt genomen vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 37/2, § 1, van de voormelde wet van 3 juli 1978 of van de artikelen 67 tot 69 van de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen, of maakt een einde aan de arbeidsovereenkomst bij middel van betaling van een overeenkomstige opzeggingsvergoeding;
  2° de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode wordt ingekort bij een schriftelijke overeenkomst die tussen de werkgever en de werknemer na de kennisgeving van het ontslag bedoeld in 1° wordt gesloten;
  3° die termijn of deze periode mag niet korter zijn dan zesentwintig weken. Deze termijn en deze periode gaan slechts in vanaf de overeenkomst bedoeld in 2°;
  4° de toepassing van de onder 1°, 2° en 3° bepaalde regels moet gebeuren in het kader van de overlegprocedure bepaald bij artikel 10, eerste en tweede lid, van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974."
Art. 2. Dans l'article 12sexies du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 9 mars 2006 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 28 mars 2007, le paragraphe 4 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 4. Conformément à l'article 37/11 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, en cas de réduction du délai de préavis ou de la période couverte par l'indemnité de congé, il y a lieu de respecter les rÚgles suivantes :
  1° l'employeur notifie le congé au travailleur moyennant un délai de préavis fixé conformément aux dispositions de l'article 37/2, § 1er, de la loi précitée du 3 juillet 1978 ou des articles 67 à 69 de la loi du 26 décembre 2013 concernant l'introduction d'un statut unique entre ouvriers et employés en ce qui concerne les délais de préavis et le jour de carence ainsi que de mesures d'accompagnement, ou met fin au contrat de travail moyennant une indemnité de congé correspondante;
  2° le délai de préavis ou la période couverte par l'indemnité de congé est réduit par convention écrite conclue entre l'employeur et le travailleur, aprÚs la notification du congé visé au 1°;
  3° ce dĂ©lai ou cette pĂ©riode ne peut ĂȘtre infĂ©rieur Ă vingt-six semaines. Ce dĂ©lai ne prend cours et cette pĂ©riode ne dĂ©bute qu'Ă partir de la convention visĂ©e au 2°;
  4° l'application des rÚgles fixées aux 1°, 2° et 3° doit s'inscrire dans le cadre de la procédure de concertation prévue à l'article 10, alinéas 1er et 2, de la convention collective de travail n° 17 du 19 décembre 1974 précitée. "
  " § 4. Conformément à l'article 37/11 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, en cas de réduction du délai de préavis ou de la période couverte par l'indemnité de congé, il y a lieu de respecter les rÚgles suivantes :
  1° l'employeur notifie le congé au travailleur moyennant un délai de préavis fixé conformément aux dispositions de l'article 37/2, § 1er, de la loi précitée du 3 juillet 1978 ou des articles 67 à 69 de la loi du 26 décembre 2013 concernant l'introduction d'un statut unique entre ouvriers et employés en ce qui concerne les délais de préavis et le jour de carence ainsi que de mesures d'accompagnement, ou met fin au contrat de travail moyennant une indemnité de congé correspondante;
  2° le délai de préavis ou la période couverte par l'indemnité de congé est réduit par convention écrite conclue entre l'employeur et le travailleur, aprÚs la notification du congé visé au 1°;
  3° ce dĂ©lai ou cette pĂ©riode ne peut ĂȘtre infĂ©rieur Ă vingt-six semaines. Ce dĂ©lai ne prend cours et cette pĂ©riode ne dĂ©bute qu'Ă partir de la convention visĂ©e au 2°;
  4° l'application des rÚgles fixées aux 1°, 2° et 3° doit s'inscrire dans le cadre de la procédure de concertation prévue à l'article 10, alinéas 1er et 2, de la convention collective de travail n° 17 du 19 décembre 1974 précitée. "
Art. 3. In artikel 18 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 december 2011 en 10 juni 2013, wordt paragraaf 4 vervangen als volgt :
  " § 4. Overeenkomstig artikel 37/11 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wanneer de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode worden ingekort, dienen volgende regels te worden nageleefd :
  1° de werkgever stelt de werknemer in kennis van het ontslag waarbij een opzeggingstermijn in acht wordt genomen vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 37/2, § 1, van de voormelde wet van 3 juli 1978 of van de artikelen 67 tot 69 van de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen, of maakt een einde aan de arbeidsovereenkomst bij middel van betaling van een overeenkomstige opzeggingsvergoeding;
  2° de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode wordt ingekort bij een schriftelijke overeenkomst die tussen de werkgever en de werknemer na de kennisgeving van het ontslag bedoeld in 1° wordt gesloten;
  3° die termijn of deze periode mag niet korter zijn dan zesentwintig weken. Deze termijn en deze periode gaan slechts in vanaf de overeenkomst bedoeld in 2°;
  4° de toepassing van de onder 1°, 2° en 3° bepaalde regels moet gebeuren in het kader van de overlegprocedure bepaald bij artikel 10, eerste en tweede lid, van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974."
  " § 4. Overeenkomstig artikel 37/11 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wanneer de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode worden ingekort, dienen volgende regels te worden nageleefd :
  1° de werkgever stelt de werknemer in kennis van het ontslag waarbij een opzeggingstermijn in acht wordt genomen vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 37/2, § 1, van de voormelde wet van 3 juli 1978 of van de artikelen 67 tot 69 van de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen, of maakt een einde aan de arbeidsovereenkomst bij middel van betaling van een overeenkomstige opzeggingsvergoeding;
  2° de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode wordt ingekort bij een schriftelijke overeenkomst die tussen de werkgever en de werknemer na de kennisgeving van het ontslag bedoeld in 1° wordt gesloten;
  3° die termijn of deze periode mag niet korter zijn dan zesentwintig weken. Deze termijn en deze periode gaan slechts in vanaf de overeenkomst bedoeld in 2°;
  4° de toepassing van de onder 1°, 2° en 3° bepaalde regels moet gebeuren in het kader van de overlegprocedure bepaald bij artikel 10, eerste en tweede lid, van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974."
Art. 3. Dans l'article 18 de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 mai 2007 fixant le rĂ©gime de chĂŽmage avec complĂ©ment d'entreprise, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux du 28 dĂ©cembre 2011 et du 10 juin 2013, le paragraphe 4 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 4. Conformément à l'article 37/11 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, en cas de réduction du délai de préavis ou de la période couverte par l'indemnité de congé, il y a lieu de respecter les rÚgles suivantes :
  1° l'employeur notifie le congé au travailleur moyennant un délai de préavis fixé conformément aux dispositions de l'article 37/2, § 1er, de la loi précitée du 3 juillet 1978 ou des articles 67 à 69 de la loi du 26 décembre 2013 concernant l'introduction d'un statut unique entre ouvriers et employés en ce qui concerne les délais de préavis et le jour de carence ainsi que de mesures d'accompagnement, ou met fin au contrat de travail moyennant une indemnité de congé correspondante;
  2° le délai de préavis ou la période couverte par l'indemnité de congé est réduit par convention écrite conclue entre l'employeur et le travailleur, aprÚs la notification du congé visé au 1°;
  3° ce dĂ©lai ou cette pĂ©riode ne peut ĂȘtre infĂ©rieur Ă vingt-six semaines. Ce dĂ©lai ne prend cours et cette pĂ©riode ne dĂ©bute qu'Ă partir de la convention visĂ©e au 2°;
  4° l'application des rÚgles fixées aux 1°, 2° et 3° doit s'inscrire dans le cadre de la procédure de concertation prévue à l'article 10, alinéas 1er et 2, de la convention collective de travail n° 17 du 19 décembre 1974 précitée. "
  " § 4. Conformément à l'article 37/11 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, en cas de réduction du délai de préavis ou de la période couverte par l'indemnité de congé, il y a lieu de respecter les rÚgles suivantes :
  1° l'employeur notifie le congé au travailleur moyennant un délai de préavis fixé conformément aux dispositions de l'article 37/2, § 1er, de la loi précitée du 3 juillet 1978 ou des articles 67 à 69 de la loi du 26 décembre 2013 concernant l'introduction d'un statut unique entre ouvriers et employés en ce qui concerne les délais de préavis et le jour de carence ainsi que de mesures d'accompagnement, ou met fin au contrat de travail moyennant une indemnité de congé correspondante;
  2° le délai de préavis ou la période couverte par l'indemnité de congé est réduit par convention écrite conclue entre l'employeur et le travailleur, aprÚs la notification du congé visé au 1°;
  3° ce dĂ©lai ou cette pĂ©riode ne peut ĂȘtre infĂ©rieur Ă vingt-six semaines. Ce dĂ©lai ne prend cours et cette pĂ©riode ne dĂ©bute qu'Ă partir de la convention visĂ©e au 2°;
  4° l'application des rÚgles fixées aux 1°, 2° et 3° doit s'inscrire dans le cadre de la procédure de concertation prévue à l'article 10, alinéas 1er et 2, de la convention collective de travail n° 17 du 19 décembre 1974 précitée. "
Art. 4. In artikel 15 van het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 april 2009, worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt :
  "De werkgever in herstructurering die, in toepassing van artikel 38 van de wet, de gedeeltelijke terugbetaling wil bekomen van de aan de werknemer betaalde inschakelingsvergoeding, moet hiertoe bij de Rijksdienst, overeenkomstig de door die dienst voorgeschreven procedure, een vordering tot terugbetaling indienen, ten vroegste op het einde van de totale periode gedekt door de inschakelingsvergoeding betaald aan deze werknemer en ten laatste op het einde van de zesde maand volgend op het einde van de totale periode gedekt door de inschakelingsvergoeding betaald aan deze werknemer.
  In afwijking van het vorige lid kan de werkgever in herstructurering de vordering tot terugbetaling voor alle bij het collectief ontslag betrokken werknemers in één verzamelstaat overmaken aan de Rijksdienst, ten vroegste na de laatste maand waarin de werkgever in herstructurering een inschakelingsvergoeding verschuldigd was, en uiterlijk zes maanden later."
  "De werkgever in herstructurering die, in toepassing van artikel 38 van de wet, de gedeeltelijke terugbetaling wil bekomen van de aan de werknemer betaalde inschakelingsvergoeding, moet hiertoe bij de Rijksdienst, overeenkomstig de door die dienst voorgeschreven procedure, een vordering tot terugbetaling indienen, ten vroegste op het einde van de totale periode gedekt door de inschakelingsvergoeding betaald aan deze werknemer en ten laatste op het einde van de zesde maand volgend op het einde van de totale periode gedekt door de inschakelingsvergoeding betaald aan deze werknemer.
  In afwijking van het vorige lid kan de werkgever in herstructurering de vordering tot terugbetaling voor alle bij het collectief ontslag betrokken werknemers in één verzamelstaat overmaken aan de Rijksdienst, ten vroegste na de laatste maand waarin de werkgever in herstructurering een inschakelingsvergoeding verschuldigd was, en uiterlijk zes maanden later."
Art. 4. Dans l'article 15 de l'arrĂȘtĂ© royal du 9 mars 2006 relatif Ă la gestion active des restructurations, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 22 avril 2009, les alinĂ©as 1er et 2 sont remplacĂ©s par ce qui suit :
  " L'employeur en restructuration qui, en application de l'article 38 de la loi, souhaite obtenir le remboursement partiel de l'indemnitĂ© de reclassement payĂ©e au travailleur, doit, Ă cet effet, introduire, au plus tĂŽt Ă la fin de la pĂ©riode totale couverte par l'indemnitĂ© de reclassement payĂ©e Ă ce travailleur et au plus tard Ă la fin du sixiĂšme mois qui suit la fin de la pĂ©riode totale couverte par l'indemnitĂ© de reclassement payĂ©e Ă ce travailleur, une requĂȘte en remboursement auprĂšs de l'Office national, conformĂ©ment Ă la procĂ©dure prescrite par celui-ci.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, l'employeur en restructuration peut transmettre Ă l'Office national la requĂȘte en remboursement pour tous les travailleurs concernĂ©s par le licenciement collectif en les reprenant dans un seul document, au plus tĂŽt aprĂšs le dernier mois pour lequel l'employeur en restructuration est tenu de payer une indemnitĂ© de reclassement et au plus tard six mois plus tard. "
  " L'employeur en restructuration qui, en application de l'article 38 de la loi, souhaite obtenir le remboursement partiel de l'indemnitĂ© de reclassement payĂ©e au travailleur, doit, Ă cet effet, introduire, au plus tĂŽt Ă la fin de la pĂ©riode totale couverte par l'indemnitĂ© de reclassement payĂ©e Ă ce travailleur et au plus tard Ă la fin du sixiĂšme mois qui suit la fin de la pĂ©riode totale couverte par l'indemnitĂ© de reclassement payĂ©e Ă ce travailleur, une requĂȘte en remboursement auprĂšs de l'Office national, conformĂ©ment Ă la procĂ©dure prescrite par celui-ci.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, l'employeur en restructuration peut transmettre Ă l'Office national la requĂȘte en remboursement pour tous les travailleurs concernĂ©s par le licenciement collectif en les reprenant dans un seul document, au plus tĂŽt aprĂšs le dernier mois pour lequel l'employeur en restructuration est tenu de payer une indemnitĂ© de reclassement et au plus tard six mois plus tard. "
Art. 5. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2014 en is van toepassing als de opzegging overeenkomstig artikel 37 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten uitwerking heeft op of na 1 januari 2014.
Art. 5. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er janvier 2014 et est d'application lorsque le congĂ©, conformĂ©ment Ă l'article 37 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, produit ses effets au ou aprĂšs le 1er janvier 2014.
Art. 6. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.