Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
5 MEI 2014. - Decreet houdende maatregelen inzake onderwijs - 2014
Titre
5 MAI 2014. - Décret portant des mesures en matière d'enseignement - 2014
Documentinformatie
Info du document
Tekst (83)
Texte (83)
Hoofdstuk 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimile du Ministère de l'Instruction publique
Artikel 1 - In artikel 17, § 4, eerste lid, van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 16 juli 2012, wordt het woord "paramedisch" vervangen door de woorden "paramedisch en psychosociaal personeel,".
Article 1er. Dans l'article 17, § 4, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique, modifié en dernier lieu par le décret de 16 juillet 2012, les mots "personnel paramédical" est remplacé par les mots "personnel paramédical et sociopsychologique".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen
CHAPITRE 2. . - Modification de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique et artistique de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements
Art.2. - Artikel 46 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt aangevuld met een derde lid, luidende :
  "Het tweede lid is niet van toepassing op het ambt van leermeester of leraar niet-confessionele zedenleer."
Art.2. L'article 46 de l'arrêté royal au 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique et artistique de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est complété par un alinéa 3 rédigé comme suit :
  "L'alinéa 2 ne s'applique pas à la fonction de maître ou professeur de morale non confessionnelle."
Art.3. - In artikel 56, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, worden de woorden "de opperambtenaar die de leiding heeft van het bestuur waaronder hun inrichting of hun inspectiedienst ressorteert" vervangen door de woorden "het hoofd van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor het onderwijspersoneel".
Art.3. Dans l'article 56, alinéa 2, du même arrêté royal, les mots "fonctionnaire dirigeant l'administration dont relève leur établissement ou leur service d'inspection" sont remplacés par les mots "chef du département du Ministère compétent pour le personnel de l'enseignement".
Art.4. - Artikel 91undecies, § 2, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt :
  "Het departementshoofd stelt vooraf een verslag op waarin het de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin het voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek."
Art.4. - L'article 91undecies, § 2, alinéa 1er, du même arrêté royal, inséré par le décret du 11 mai 2009 et remplacé par le décret du 28 juin 2010, est remplacé par ce qui suit :
  "Le chef de département établit au préalable un rapport dans lequel il dresse un bilan de son activité au cours des dernières années et formule des propositions pour le futur développement de l'école. Ce rapport servira de base à l'entretien d'évaluation."
Art.5. - Artikel 121quinquies, vierde lid, 1°, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2007 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2009, wordt vervangen als volgt :
  "1° een voorzitter uitgekozen onder de personeelsleden van niveau I van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor het onderwijspersoneel;"
  Hetzelfde artikel, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2007 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 27 juni 2011, wordt aangevuld met een vijfde en een zesde lid, luidende :
  "Voor elk werkend lid vermeld in het vierde lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen; het plaatsvervangend lid wordt volgens dezelfde criteria uitgekozen als het werkend lid dat het vervangt.
  De commissie telt een secretaris en een plaatsvervangend secretaris die aangewezen worden onder de personeelsleden van het Ministerie; zij zijn niet stemgerechtigd."
Art.5. L'article 121quinquies, alinéa 4, 1°, du même arrêté royal, inséré par le décret du 25 juin 2007 et modifié en dernier lieu par le décret du 25 mai 2009, est remplacé par ce qui suit :
  "1° un président, choisi parmi les membres du personnel de niveau I du département du Ministère compétent pour le personnel de l'enseignement;".
  Le même article, inséré par le décret du 25 juin 2007 et modifié en dernier lieu par le décret du 27 juin 2011, est complété par les alinéas 5 et 6, rédigés comme suit :
  "Pour chaque membre effectif mentionné au quatrième alinéa, il est désigné un suppléant sélectionné selon les mêmes critères.
  La commission compte aussi un secrétaire et un secrétaire suppléant désignés parmi les membres du personnel du Ministère; ils n'ont pas voix délibérative."
Art.6. - Artikel 121undecies, § 2, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2007 en vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt :
  "Het inrichtingshoofd stelt vooraf een verslag op waarin het de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin het voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek."
Art.6. L'article 121undecies, § 2, alinéa 1er, du même arrêté royal, inséré par le décret du 25 juin 2007 et remplacé par le décret du 28 juin 2010, est remplacé par ce qui suit :
  "Le chef d'établissement établit au préalable un rapport dans lequel il dresse un bilan de son activité au cours des dernières années et formule des propositions pour le futur développement de l'école. Ce rapport servira de base à l'entretien d'évaluation."
Art.7. - In artikel 128, 1°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, worden de woorden "de leidende ambtenaar van het Onderwijsbestuur" vervangen door de woorden "het hoofd van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor het onderwijspersoneel".
Art.7. Dans l'article 128, 1°, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, les mots "le fonctionnaire dirigeant de l'administration de l'enseignement" sont remplacés par les mots "le chef du département du Ministère compétent pour le personnel de l'enseignement".
Art.8. - In artikel 129 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "de leidende ambtenaar van het Onderwijsbestuur" vervangen door de woorden "het hoofd van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor het onderwijspersoneel";
  2° in § 2 worden de woorden "de leidende ambtenaar van het Onderwijsbestuur" vervangen door de woorden "het hoofd van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor het onderwijspersoneel".
Art.8. A l'article 129 du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, alinéa 1er, les mots "le fonctionnaire dirigeant de l'administration de l'enseignement" sont remplacés par les mots "le chef du département du Ministère compétent pour le personnel de l'enseignement".
  2° dans le § 2, les mots "le fonctionnaire dirigeant de l'administration de l'enseignement" sont remplacés par les mots "le chef du département du Ministère compétent pour le personnel de l'enseignement".
Art.9. - In artikel 141 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 4, tweede lid, worden de woorden "in elk geval" vervangen door de woorden "in het geval van § 1, tweede lid, 2°,".
  2° in § 5, tweede lid, worden de woorden "mag het personeelslid zijn werk hervatten," vervangen door de woorden "hervat het personeelslid zijn werk,".
Art.9. A l'article 141 du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 4, alinéa 2, les mots "en tout cas" sont remplacés par les mots "dans le cas prévu au § 1er, alinéa 2, 2°";
  2° dans le § 5, alinéa 2, les mots "le membre du personnel concerné peut réintégrer ses fonctions" sont remplacés par les mots "le membre du personnel concerné réintègre ses fonctions".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurspersoneel en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel der rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen
CHAPITRE 3. . - Modification de l'arrêté royal du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat et des internats dépendant de ces établissements
Art.10. - In hoofdstuk VII van het koninklijk besluit van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurspersoneel en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel der rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen wordt aangevuld met een artikel 17.1, luidende :
  "Art. 17.1 - In het lager secundair onderwijs geldt het diploma van onderwijzer voor het lager onderwijs, tijdens de schooljaren 2014-2017, als vereist bekwaamheidsbewijs voor de leraar algemene vakken in het beroepsonderwijs of in gespecialiseerde secundaire scholen."
Art.10. Dans le chapitre VII de l'arrêté royal du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat et des internats dépendant de ces établissements, il est inséré un article 17.1, rédigé comme suit :
  "Art. 17.1 - Dans l'enseignement secondaire inférieur, le diplôme d'instituteur primaire est considéré comme titre requis pour les professeurs de cours généraux dans l'enseignement secondaire professionnel ou dans les écoles secondaires spécialisées, et ce, pendant les années scolaires 2014-2017."
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, israëlite, orthodoxe, islamitische en anglicaanse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Duitstalige Gemeenschap
CHAPITRE 4. . - Modification de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs de religion des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe, islamique et anglicane dans les établissements d'enseignement de la Communauté germanophone
Art.11. - Artikel 4, § 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, Israëlite, orthodoxe, islamitische en anglicaanse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Duitstalige Gemeenschap, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 16 juli 2012, wordt vervangen als volgt :
  "5° houder zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs dat overeenstemt met het te bekleden ambt;"
  Het tweede lid van dezelfde paragraaf, ingevoegd bij het decreet van 16 juli 2012, wordt opgeheven.
Art.11. L'article 4, § 1er, alinéa 1er, 5°, de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs de religion des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe, islamique et anglicane dans les établissements d'enseignement de la Communauté germanophone, remplacé par le décret du 26 juin 2006 et modifié en dernier lieu par le décret du 16 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit :
  "5° être porteur du titre requis correspondant à la fonction à conférer;"
  L'alinéa 2 du même paragraphe, inséré par le décret du 16 juillet 2012, est abrogé.
Art.12. - Artikel 22sexies, eerste lid, 5°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 16 juli 2012, wordt vervangen als volgt :
  "5° houder zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs dat overeenstemt met het te bekleden ambt;"
Art.12. L'article 22sexies, alinéa 1er, 5°, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006 et modifié en dernier lieu par le décret du 16 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit :
  "5° être porteur du titre requis correspondant à la fonction à conférer;"
Art.13. - Artikel 22terdecies, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt opgeheven.
Art.13. L'article 22terdecies, alinéa 2, du même arrêté royal, inséré par le décret du 26 juin 2006, est abrogé.
Art.14. - Artikel 31, eerste lid, 1°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen als volgt :
  "1° hij is voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld respectievelijk aangeworven of vastbenoemd respectievelijk definitief aangesteld."
  De bepaling onder 2° van hetzelfde artikel, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen als volgt :
  "2° hij heeft minstens vijf jaar nuttige beroepservaring in het onderwijs."
Art.14. L'article 31, alinéa 1er, 1°, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est remplacé par ce qui suit :
  "1° être soit désigné ou engagé à titre temporaire pour une durée indéterminée soit nommé ou engagé à titre définitif;"
  Le 2° du même article, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est remplacé par ce qui suit :
  "2° avoir une expérience professionnelle utile d'au moins cinq ans dans l'enseignement."
Art.15. - In hoofdstuk Xbis van hetzelfde koninklijk besluit worden de artikelen 49.2 en 49.3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 49.2 - Personeelsleden die op 31 december 2013 voldoen aan de voorrangsregel vermeld in artikel 5, hebben vanaf 1 september 2014 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of op een benoeming overeenkomstig de voorwaarden die op 31 augustus 2014 van toepassing waren.
  Art. 49.3. - Voor personeelsleden die beschikken over een op 31 december 2013 geldig vereist bekwaamheidsbewijs en die op 31 december 2013 aan de voorrangsregel voldoen, blijft het bekwaamheidsbewijs ook na 31 december 2013 als vereist bekwaamheidsbewijs gelden."
Art.15. - Dans le chapitre Xbis du même arrêté royal, il est inséré des articles 49.2 et 49.3, rédigés comme suit :
  "Art. 49.2 - Les membres du personnel qui, au 31 décembre 2013, satisfont à la règle de priorité mentionnée à l'article 5 ont, à partir du 1er septembre 2014, droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ou à une nomination conformément aux conditions applicables au 31 août 2014.
  Art. 49.3. - Lorsque des membres du personnel porteurs d'un titre requis valable au 31 décembre 2013 sont prioritaires au 31 décembre 2013, le titre concerné continue d'être considéré comme titre requis après cette date".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgelegd de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst, belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat
CHAPITRE 5. . - Modification de l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat
Art.16. - In artikel 2, hoofdstuk I, B, van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgelegd de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst, belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 25 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "inspecteur godsdienst in het lager onderwijs 190" worden vervangen door de woorden "inspecteur godsdienst in het lager onderwijs die ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de tweede graad bezit 471
  inspecteur godsdienst in het lager onderwijs die niet ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de tweede graad bezit 270".
  2° de woorden "inspecteur godsdienst in het secundair en het niet-universitair hoger onderwijs 475" worden vervangen door de woorden "inspecteur godsdienst in het secundair en in het niet-universitair hoger onderwijs die ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de tweede graad bezit 471
  "inspecteur godsdienst in het secundair en het niet-universitair hoger onderwijs die niet ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de tweede graad bezit 270".
Art.16. - A l'article 2, chapitre Ier, B, de l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat, modifié en dernier lieu par le décret du 25 juin 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "Inspecteur de religion dans l'enseignement primaire 190" sont remplacés par les mots : "inspecteur de religion dans l'enseignement primaire qui dispose au moins d'un diplôme de l'enseignement supérieur du deuxième degré 471
  inspecteur de religion dans l'enseignement primaire qui ne dispose pas au moins d'un diplôme de l'enseignement supérieur du deuxième degré 270";
  2° les mots "Inspecteur de religion dans l'enseignement secondaire et dans l'enseignement supérieur non universitaire 475" sont remplacés par les mots : "inspecteur de religion dans l'enseignement secondaire et dans l'enseignement supérieur non universitaire qui dispose au moins d'un diplôme de l'enseignement supérieur du deuxième degré 471
  inspecteur de religion dans l'enseignement secondaire et dans l'enseignement supérieur non universitaire qui ne dispose pas au moins d'un diplôme de l'enseignement supérieur du deuxième degré 270".
Art.17. - In de bijlage van hetzelfde koninklijk besluit wordt de weddeschaal 422/I, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, vervangen als volgt :
  "422/I
  26.224,56 - 42.684,68
  03 (1) x 698,04
  11 (2) x 1.306,00"
Art.17. Dans l'annexe du même arrêté royal, l'échelle de traitement 422/I, insérée par le décret du 24 juin 2013, est remplacée par ce qui suit :
  "422/I
  26.224,56 - 42.684,68
  03 (1) x 698,04
  11 (2) x 1.306,00".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie
CHAPITRE 6. . - Modification de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans les établissements subventionnés d'enseignement technique et d'enseignement professionnel secondaire de plein exercice et de promotion sociale
Art.18. - In artikel 11, B), 1.2, van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie worden de woorden "en voor het ambt van leraar godsdienst," opgeheven.
Art.18. Dans l'article 11, B, 1.2, de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans les établissements subventionnés d'enseignement technique et d'enseignement professionnel secondaire de plein exercice et de promotion sociale, les mots "et pour la fonction de professeur de religion" sont abrogés.
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het decreet van 27 juni 1990 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het personeel voor gespecialiseerd onderwijs worden bepaald
CHAPITRE 7. . - Modification du décret du 27 juin 1990 fixant la façon de déterminer les fonctions du personnel dans l'enseignement spécialisé
Art.19. - In artikel 5ter van het decreet van 27 juni 1990 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het personeel voor gespecialiseerd onderwijs worden bepaald, ingevoegd bij het decreet van 30 juni 2003 en vervangen bij het decreet van 11 mei 2009, worden de woorden "2013-2014" vervangen door de woorden "2018-2019".
Art.19. A l'article 5ter du décret du 27 juin 1990 fixant la façon de déterminer les fonctions du personnel dans l'enseignement spécialisé, inséré par le décret du 30 juin 2003 et remplacé par le décret du 11 mai 2009, les mots "2013-2014" sont remplacés par les mots "2018-2019".
Art.20. - In hoofdstuk I, afdeling 4, van hetzelfde decreet wordt een artikel 25.1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 25.1 - § 1 - Met instemming van het basisoverlegcomité, de ondernemingsraad of het bijzondere onderhandelings- of overlegcomité kan het schoolhoofd ten hoogste de waarde van één betrekking van het toegekende lestijdenpakket benutten om specifieke maatregelen inzake voortgezette opleiding of coaching ter ondersteuning van het schoolpersoneel te financieren.
  Het gebruik van het in het eerste lid vermelde lestijdenpakket mag niet tot een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking leiden.
  § 2 - De financiële tegenwaarde van een lestijd/jaar (= jaaruur) uit het lestijdenpakket stemt overeen met het brutojaarloon van een leerkracht uit looncategorie I (loonschaal I met teldag 30 september van het betrokken schooljaar) met een financiële anciënniteit van vijf jaar, gedeeld door 20.
  Het bedrag toegekend met toepassing van het eerste lid wordt als forfaitair bedrag overgemaakt. Het bedrag dat op het einde van het betrokken schooljaar niet werd gebruikt, wordt teruggestort. Daartoe bezorgt de inrichtende macht op het einde van dat jaar de overeenkomstige bewijzen met het oog op de controle ervan."
Art.20. Dans le chapitre Ier, section 4, du même décret, il est inséré un article 25.1, rédigé comme suit :
  "Art. 25.1 - § 1er - En accord avec le comité de concertation de base, du conseil d'entreprise ou du comité spécial de négociation et de concertation, le chef d'établissement peut, sur le capital périodes octroyé, utiliser au plus la valeur d'un emploi pour financer des mesures spécifiques de formation continuée ou le coaching visant à soutenir le personnel scolaire.
  L'utilisation du capital périodes visé au premier alinéa ne peut entraîner aucune mise en disponibilité par défaut d'emploi.
  § 2 - La contrepartie financière pour une période/an du capital périodes correspond au traitement annuel brut d'un enseignant bénéficiant de l'échelle de traitement I (échelle de traitement I - jour de référence 30 septembre de l'année scolaire en question) avec une ancienneté pécuniaire de cinq ans divisée par 20.
  Le montant accordé en application de l'alinéa 1er est versé sur base forfaitaire. Le montant qui n'est pas été utilisé à la fin de l'année scolaire en question sera remboursé. Pour ce faire, le pouvoir organisateur transmet au Gouvernement, en fin d'année, les justificatifs y afférents en vue du contrôle."
Art.21. - In hoofdstuk II, afdeling 4, van hetzelfde decreet van 27 juni 1990, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 16 januari 2012, wordt een artikel 34.3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 34.3 - In het centrum voor bevorderingspedagogiek wordt een betrekking van hoofdsecretaris opgericht."
Art.21. - Dans le chapitre II, section 4, du même décret, insérée par le décret du 11 mai 2009 et modifiée en dernier lieu par le décret du 16 janvier 2012, il est inséré un article 34.3, rédigé comme suit :
  "Article 34.3 - Un emploi de secrétaire en chef est organisé auprès du centre de pédagogie de soutien."
Art.22. -In artikel 53quater, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juni 2005 en vervangen bij het decreet van 11 mei 2009, worden de woorden "2013-2014" vervangen door de woorden "2018-2019".
Art.22. - Dans l'article 53quater, § 2, du même décret, inséré par le décret du 6 juin 2005 et remplacé par le décret du 11 mai 2009, les mots "2013-2014" sont remplacés par les mots "2018-2019".
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het decreet van 18 april 1994 tot vaststelling van het bedrag van de werkingstoelagen voor het gesubsidieerd onderwijs
CHAPITRE 8. . - Modification du décret du 18 avril 1994 fixant le montant des subventions de fonctionnement pour l'enseignement subventionné
Art.23. - Artikel 2bis van het decreet van 18 april 1994 tot vaststelling van het bedrag van de werkingstoelagen voor het gesubsidieerd onderwijs, ingevoegd bij het decreet van 30 maart 2003 en vervangen bij het decreet van 25 mei 2009, wordt vervangen als volgt :
  "Een gewone secundaire school die uitsluitend technisch en beroepsonderwijs organiseert, ontvangt jaarlijks een forfaitaire uitrustingstoelage van 55.000 euro. De uitbetaling van de toelage is gebonden aan de overlegging van een jaarlijks investeringsplan en aan het indienen van rekeningen. Bij het investeringsplan wordt bovendien een advies van de pedagogische raad gevoegd. Het investeringsplan moet voor het begin van het begrotingsjaar en de rekeningen moeten na verstrijken van het begrotingsjaar bij de Regering worden ingediend."
Art.23. - L'article 2bis du décret du 18 avril 1994 fixant le montant des subventions de fonctionnement pour l'enseignement subventionné, inséré par le décret du 30 mars 2003 et remplacé par le décret du 25 mai 2009, est remplacé par ce qui suit :
  "Une école secondaire ordinaire qui organise uniquement un enseignement technique et professionnel reçoit chaque année une subvention forfaitaire d'équipement d'un montant de 55.000 euros. La liquidation de la subvention est subordonnée à la présentation d'un plan annuel d'investissements et à l'introduction de factures justificatives. Un avis du conseil pédagogique sera également annexé au plan d'investissements. Le plan d'investissements devra être soumis au Gouvernement avant le début de l'exercice budgétaire et les factures justificatives, remises au Gouvernement après la fin de l'exercice budgétaire.
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het decreet van 5 februari 1996 betreffende de controle van de afwezigheden wegens ziekte voor de personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen en PMS-centra
CHAPITRE 9. . - Modification du décret du 5 février 1996 relatif au contrôle des absences pour maladie des membres du personnel des établissements d'enseignement et centres PMS organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone
Art.24. - In artikel 2bis, § 1, van het decreet van 5 februari 1996 betreffende de controle van de afwezigheden wegens ziekte voor de personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen en PMS-centra, ingevoegd bij het decreet van 26 juni 2006 en gewijzigd bij het decreet van 19 april 2010, worden de woorden "De leidende ambtenaar van het Onderwijsbestuur" vervangen door de woorden "Het hoofd van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor het onderwijspersoneel".
  In § 3 van hetzelfde artikel, ingevoegd bij het decreet van 26 juni 2006, worden de woorden "het Onderwijsbestuur" vervangen door de woorden "het hoofd van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor het onderwijspersoneel".
Art.24. - Dans l'article 2bis, § 1er, du décret du 5 février 1996 relatif au contrôle des absences pour maladie des membres du personnel des établissements d'enseignement et centres PMS organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone, inséré par le décret du 26 juin 2006 et modifié par le décret du 19 avril 2010, les mots "fonctionnaire dirigeant de l'Administration de l'Enseignement" sont remplacés par les mots "chef du département du Ministère compétent pour le personnel de l'enseignement".
  Dans le § 3 du même article, inséré par le décret du 26 juin 2006, les mots "à l'Administration de l'Enseignement" sont remplacés par les mots "au chef du département du Ministère compétent pour le personnel de l'enseignement".
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het decreet van 25 juni 1996 betreffende de organisatie van een onderwijs met beperkt leerplan in het gewoon beroepssecundair onderwijs
CHAPITRE 10. - Modification du décret du 25 juin 1996 relatif à l'organisation d'un enseignement à horaire réduit dans l'enseignement secondaire professionnel ordinaire
Art.25. - Artikel 9 van het decreet van 25 juni 1996 betreffende de organisatie van een onderwijs met beperkt leerplan in het gewoon beroepssecundair onderwijs wordt vervangen als volgt :
  "Art. 9 - § 1 - Een centrum krijgt vanaf 1 september van elk schooljaar 60 lestijden/leerkracht.
  Een centrum krijgt een voltijdse betrekking lestijden/leerkracht voor de pedagogische coördinatie.
  Voor de sociaal-pedagogische begeleiding krijgt een centrum 2,5 voltijdse betrekkingen van elk 36 uren per week in het ambt van maatschappelijk werker dat tot de categorie opvoedend hulppersoneel behoort. De maatschappelijk werker is ertoe verplicht wekelijks minstens 36 en hoogstens 38 uren van 60 minuten aanwezig te zijn.
  § 2 - In afwijking van § 1, eerste lid, wordt het aantal lestijden/leerkracht op de laatste schooldag van de maand september herberekend overeenkomstig het derde lid, wanneer een centrum op de laatste schooldag van de maand september van het lopende schooljaar in totaal minstens 20 procent meer regelmatige leerlingen telt dan op de laatste schooldag van de maand september van het vorige schooljaar. Indien het aantal lestijden/leerkracht naar aanleiding van de herberekening hoger is dan 60, wordt het aantal lestijden/leerkracht van 1 oktober tot 30 juni van het lopende schooljaar toegekend. Indien het aantal lestijden/leerkracht naar aanleiding van de herberekening lager is dan 60, wordt § 1, eerste lid, toegepast.
  In afwijking van § 1, eerste lid, wordt het aantal lestijden/leerkracht op de laatste schooldag van de maand januari herberekend overeenkomstig het derde lid, wanneer een centrum op de laatste schooldag van de maand januari van het lopende schooljaar in totaal minstens 20 procent meer regelmatige leerlingen telt dan op de laatste schooldag van de maand januari van het vorige schooljaar. Indien het aantal lestijden/leerkracht naar aanleiding van de herberekening hoger is dan 60, wordt het aantal lestijden/leerkracht van 1 februari tot 30 juni van het lopende schooljaar toegekend. Indien het aantal lestijden/leerkracht naar aanleiding van de herberekening lager is dan 60, wordt § 1, eerste lid, toegepast.
  De herberekening vermeld in het eerste en het tweede lid geschiedt als volgt :
  1° Voor de regelmatige leerlingen van een centrum die een industriële leerovereenkomst in het kader van de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst hebben gesloten, wordt het volgende aantal lestijden/leerkracht toegekend aan het centrum waar zij ingeschreven zijn :
  a) in het eerste opleidingsjaar : 15 lestijden, op voorwaarde dat ten minste vier leerlingen in dezelfde studierichting ingeschreven zijn en acht lestijden voor elke andere studierichting waarin ten minste vier leerlingen ingeschreven zijn;
  b) voor alle andere opleidingsjaren : aanvullend acht lestijden per studierichting en opleidingsjaar. Wordt er geen eerste opleidingsjaar georganiseerd, dan worden daarbovenop in totaal zeven lestijden toegekend.
  Voor de regelmatige leerlingen van een centrum, op wie de bepaling onder 1° niet toepasselijk is, wordt het volgende aantal lestijden/leerkracht toegekend aan het centrum waar ze ingeschreven zijn :
  a) tot 9 leerlingen : 22 lestijden;
  b) vanaf 10 leerlingen : aanvullend tien lestijden per begonnen groep van zeven leerlingen.
  § 3 - Tijdens zijn aanstelling als coördinator ontvangt het personeelslid naast zijn wedde een maandelijkse premie van 186,53 euro.
  De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald.
  In geval van verlof wegens ziekte of gebrekkigheid wordt de premie verder uitbetaald.
  Het bedrag vermeld in het eerste lid is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982, het koninklijk besluit van 24 december 1993 en de wetten van 2 januari 2001 en 19 juli 2001."
Art.25. - L'article 9 du décret du 25 juin 1996 relatif à l'organisation d'un enseignement à horaire réduit dans l'enseignement secondaire professionnel ordinaire est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 9 - § 1er - A partir du 1er septembre de chaque année scolaire, un centre reçoit 60 périodes/professeur.
  Un centre obtient un emploi à temps plein (périodes/professeur) pour la coordination pédagogique.
  Pour le suivi sociopédagogique, un centre obtient deux emplois et demi de 36 heures/semaine dans la fonction d'assistant social, relevant de la catégorie du personnel auxiliaire d'éducation. Le temps de présence hebdomadaire obligatoire de l'assistant social est de 36 heures de 60 minutes au moins et de 38 heures au plus.
  § 2 - Par dérogation au § 1er, alinéa 1er, un nouveau calcul des périodes/professeur intervient, conformément à l'alinéa 3, le dernier jour d'école du mois de septembre de l'année scolaire en cours si, à cette date, un centre compte au total au moins 20 pourcent d'élèves réguliers en plus qu'au dernier jour d'école du mois de septembre de l'année scolaire précédente. Si le résultat du nouveau calcul est supérieur à 60 périodes/professeur, les périodes sont accordées du 1er octobre au 30 juin de l'année scolaire en cours. Si le résultat du nouveau calcul est inférieur à 60 périodes/professeur, c'est le § 1er, alinéa 1er, qui s'applique.
  Par dérogation au § 1er, alinéa 1er, un nouveau calcul des périodes/professeur intervient, conformément à l'alinéa 3, le dernier jour d'école du mois de janvier de l'année scolaire en cours si, à cette date, un centre compte au total au moins 20 pourcent d'élèves réguliers en plus qu'au dernier jour d'école du mois de janvier de l'année scolaire précédente. Si le résultat du nouveau calcul est supérieur à 60 périodes/professeur, les périodes sont accordées du 1er février au 30 juin de l'année scolaire en cours. Si le résultat du nouveau calcul est inférieur à 60 périodes/professeur, c'est le § 1er, alinéa 1er, qui s'applique.
  Le nouveau calcul mentionné aux alinéas 1 et 2 s'opère comme suit :
  1° Pour les élèves réguliers d'un centre qui ont conclu un contrat d'apprentissage industriel dans le cadre de la loi du 19 juillet 1983 sur l'apprentissage de professions exercées par des travailleurs salariés, le nombre suivant de périodes/professeur est attribué au centre dans lequel ils sont inscrits :
  a) en première année de formation : 15 périodes, à condition qu'au moins 4 élèves soient inscrits dans la même orientation d'études et 8 périodes pour toute autre orientation dans laquelle au moins 4 élèves sont inscrits;
  b) pour toutes les autres années de formation : 8 périodes supplémentaires par orientation d'études et par année de formation. Si une première année de formation n'est pas organisée, 7 périodes supplémentaires seront attribuées au total.
  2° Pour les élèves réguliers d'un centre auxquels le 1° n'est pas applicable, le nombre suivant de périodes/professeur est attribué au centre dans lequel ils sont inscrits :
  a) jusqu'à 9 élèves : 22 périodes;
  b) à partir de 10 élèves : 10 périodes supplémentaires pour tout groupe entamé de 7 élèves.
  § 3 - Pendant sa désignation en tant que coordinateur, le membre du personnel continue de percevoir son traitement et perçoit en plus une prime mensuelle de 186,53 euros.
  La prime est liquidée en même temps que le traitement mensuel et aux mêmes conditions.
  La prime continue à être versée en cas de congé pour cause de maladie ou d'infirmité.
  Le montant mentionné à l'alinéa 1er est soumis aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, modifié par les arrêtés royaux n° 178 du 30 décembre 1982 et du 24 décembre 1993 et les lois du 2 janvier 2001 et du 19 juillet 2001."
Art.26. - In hoofdstuk V van hetzelfde decreet wordt een artikel 14.1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14.1 - In afwijking van artikel 9, § 3, bedraagt de maandelijkse premie voor de coördinator 182,80 euro voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2017 en 184,66 euro voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018."
Art.26. - Dans le chapitre V du même décret, il est inséré un article 14.1, rédigé comme suit :
  "Art. 14.1 - Par dérogation à l'article 9, § 3, la prime mensuelle octroyée au coordinateur est de 182,80 euros pour la période allant du 1er septembre 2014 au 31 décembre 2017 et de 184,66 euros pour la période allant du 1er janvier 2018 au 31 décembre 2018."
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van het decreet van 31 augustus 1998 betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor de gewone en gespecialiseerde scholen
CHAPITRE 11. . - Modification du décret du 31 août 1998 relatif aux missions confiées aux pouvoirs organisateurs et au personnel des écoles et portant des dispositions générales d'ordre pédagogique et organisationnel pour les écoles ordinaires et spécialisées
Art.27. - In artikel 38, § 2, van het decreet van 31 augustus 1998 betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor de gewone en gespecialiseerde scholen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid, 1°, vervangen bij het decreet van 11 mei 2009, wordt vervangen als volgt :
  "1° een voorzitter die wordt uitgekozen onder de medewerkers van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor pedagogie;"
  2° het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 1.1, luidende :
  "1.1. een medewerker van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor pedagogie;"
  3° in het eerste lid, 2°, wordt het woord "ambtenaren" vervangen door het woord "personeelsleden";
  4° in het tweede lid worden de woorden "1° en 2°" vervangen door de woorden "1° tot 2°".
Art.27. - A l'article 38, § 2, du décret du 31 août 1998 relatif aux missions confiées aux pouvoirs organisateurs et au personnel des écoles et portant des dispositions générales d'ordre pédagogique et organisationnel pour les écoles ordinaires et spécialisées, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er, 1°, remplacé par le décret du 11 mai 2009, est remplacé par ce qui suit :
  "1° un président choisi parmi les membres du personnel du département du Ministère compétent pour la pédagogie;";
  2° un point 1.1, rédigé comme suit, est inséré dans le premier alinéa :
  "1.1. un membre du personnel du département du Ministère compétent pour la pédagogie;";
  3° dans l'alinéa 1er, 2°, le mot "agents" est remplacé par les mots "membres du personnel";
  4° dans l'alinéa 2, les mots "premier alinéa, 1° et 2°" sont remplacés par les mots "premier alinéa, 1° à 2°".
Art.28. - In artikel 39, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 11 mei 2009, worden de woorden "leidend ambtenaar van het Bestuur voor Onderwijs" vervangen door de woorden "voorzitter van de raad van beroep".
Art.28. - Dans l'article 39, § 3, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 11 mai 2009, les mots "au fonctionnaire dirigeant de l'administration de l'enseignement" sont remplacés par les mots "au président de la chambre de recours".
Art.29. - In artikel 57 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het getal "180" wordt vervangen door het getal "178";
  2° het artikel wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  "De scholen zijn gemiddeld 181 dagen open. Het gemiddelde wordt over een referentieperiode van vier maanden berekend."
Art.29. - A l'article 57 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° Le nombre "180" est remplacé par le nombre "178".
  2° L'article est complété par les phrases suivantes :
  "En moyenne, les écoles sont ouvertes 181 jours. La moyenne est calculée sur une période de référence de cinq années scolaires."
Art.30. - Artikel 58, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de volgende zin :
  "Het aantal lesvrije dagen bedraagt hoogstens twee dagen."
Art.30. - L'article 58, alinéa 1er, du même décret est complété par la phrase suivante :
  "Il y a au plus deux jours de congé scolaire."
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het decreet van 14 december 1998 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs en van het gesubsidieerd vrij PMS-centrum
CHAPITRE 12. . - Modification du décret du 14 décembre 1998 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné et du centre psycho-médico-social libre subventionné
Art.31. - Artikel 35, § 1, van het decreet van 14 december 1998 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs en van het gesubsidieerd vrij PMS-centrum, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 27 juni 2011, wordt aangevuld met een derde lid, luidende :
  "Met behoud van de toepassing van het eerste lid heeft een kandidaat voor het ambt van godsdienstleerkracht alleen voorrang indien hij in het bezit is van een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs."
Art.31. - L'article 35, § 1er, du décret du 14 décembre 1998 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné et du centre PMS libre subventionné, modifié en dernier lieu par le décret du 27 juin 2011, est complété par un troisième alinéa rédigé comme suit :
  "Sans préjudice du premier alinéa, un candidat à la fonction de maître ou professeur de religion n'est prioritaire que s'il est porteur du titre requis ou d'un titre jugé suffisant."
Art.32. - In artikel 49, § 1, vierde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009, worden de woorden "in het ambt van school- en leerbegeleider voor bevorderingspedagogiek en in het ambt van psychosociaal begeleider" vervangen door de woorden "in het ambt van godsdienstleerkracht, in het ambt van school- en leerbegeleider voor bevorderingspedagogiek en in het ambt van psychosociaal begeleider".
Art.32. - Dans l'article 49, § 1er, alinéa 4, du même décret, inséré par le décret du 11 mai 2009, les mots "à titre définitif dans la fonction" sont remplacés par les mots "à titre définitif dans la fonction de maître ou professeur de religion, dans la fonction".
Art.33. - Artikel 62.10, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt :
  "Het departementshoofd stelt vooraf een verslag op waarin het de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin het voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek."
Art.33. - L'article 62.10, § 2, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 11 mai 2009 et remplacé par le décret du 28 juin 2010, est remplacé par ce qui suit :
  "Le chef de département établit au préalable un rapport dans lequel il dresse un bilan de son activité au cours des dernières années et formule des propositions pour le futur développement de l'école. Ce rapport servira de base à l'entretien d'évaluation."
Art.34. - Artikel 69.10, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2007 en vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt :
  "Het inrichtingshoofd stelt vooraf een verslag op waarin het de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin het voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek."
Art.34. - L'article 69.10, § 2, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 25 juin 2007 et remplacé par le décret du 28 juin 2010, est remplacé par ce qui suit :
  "Le chef d'établissement établit au préalable un rapport dans lequel il dresse un bilan de son activité au cours des dernières années et formule des propositions pour le futur développement de l'école. Ce rapport servira de base à l'entretien d'évaluation."
Art.35. - Artikel 96 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  1° in § 4, tweede lid, wordt het woord "alleszins" vervangen door de woorden "in het geval van § 1, tweede lid, 2°,".
  2° in § 5, tweede lid, worden de woorden "mag het personeelslid zijn werk hervatten," vervangen door de woorden "hervat het personeelslid zijn werk,".
Art.35. - A l'article 96 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1. dans le § 4, alinéa 2, les mots "en tout cas" sont remplacés par les mots "dans le cas prévu au § 1er, alinéa 2, 2°";
  2. dans le § 5, alinéa 2, les mots "le membre du personnel concerné peut réintégrer ses fonctions" sont remplacés par les mots "le membre du personnel concerné réintègre ses fonctions".
Art.36. - In titel IV van hetzelfde decreet worden de artikelen 119.4 en 119.5 ingevoegd, luidende :
  "Art. 119.4 - Godsdienstleerkrachten die op 31 december 2013 voldoen aan de voorrangsregel vermeld in artikel 35, hebben vanaf 1 september 2014 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of op een definitieve aanstelling overeenkomstig de voorwaarden die op 31 augustus 2014 van toepassing waren.
  Art. 119.5. - Voor personeelsleden die beschikken over een op 31 december 2013 geldig vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs en die op 31 december 2013 aan de voorrangsregel voldoen, blijft het bekwaamheidsbewijs ook na 31 december 2013 als vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs gelden."
Art.36. - Dans le Titre IV du même décret, il est inséré des articles 119.4 et 119.5, rédigés comme suit :
  "Art. 119.4 - Les maîtres et professeurs de religion qui, au 31 décembre 2013, satisfont à la règle de priorité mentionnée à l'article 35 ont, à partir du 1er septembre 2014, droit à un engagement à titre temporaire pour une durée indéterminée ou à un engagement à titre définitif conformément aux conditions applicables au 31 août 2014.
  Art. 119.5. - Lorsque des membres du personnel porteurs d'un titre requis ou jugé suffisant valable au 31 décembre 2013 sont prioritaires au 31 décembre 2013, le titre concerné continue d'être considéré comme titre requis ou jugé suffisant après cette date."
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van het decreet van 26 april 1999 betreffende het gewoon basisonderwijs
CHAPITRE 13. . - Modification du décret du 26 avril 1999 relatif à l'enseignement fondamental ordinaire
Art.37. - In artikel 43 van het decreet van 26 april 1999 betreffende het gewoon basisonderwjs worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 4° worden de woorden "vanaf 250 leerlingen" vervangen door de woorden "vanaf 250 tot 429 leerlingen" en wordt het punt op het einde van de zin vervangen door een puntkomma;
  2° het eerste lid van het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende :
  "5° vanaf 430 leerlingen : anderhalve voltijdse betrekking."
  3° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
  "Voor een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of tot het gesubsidieerd vrij onderwijs behorende basisschool die zich in een vestiging van een secundaire school van dezelfde inrichtende macht, maar niet op dezelfde locatie als de secundaire school bevindt, ontvangt de inrichtende macht het volgende aantal betrekkingen voor het ambt van rekenplichtig correspondent, berekend op basis van het aantal leerlingen :
  1° tot 199 leerlingen : een 1/4-betrekking;
  2° vanaf 200 leerlingen : een halve betrekking."
Art.37. - A l'article 43 du décret du 26 avril 1999 relatif à l'enseignement fondamental ordinaire, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le 4°, les mots "à partir de 250 élèves" sont remplacés par les mots "de 250 à 429 élèves" et le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
  2° l'alinéa est complété par un 5°, rédigé comme suit :
  "5° à partir de 430 élèves : un emploi et demi à temps plein."
  3° l'article est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  "Pour une école fondamentale organisée par la Communauté germanophone ou une école fondamentale libre subventionnée qui se situe dans une implantation d'une école secondaire du même pouvoir organisateur mais pas au même endroit que l'école secondaire, le pouvoir organisateur obtient d'après le nombre d'élèves le nombre d'emplois suivant pour la fonction de correspondant-comptable :
  1° jusqu'à 199 élèves : 1/4 d'emploi;
  2° à partir de 200 élèves : 1/2 emploi."
Art.38. - In artikel 55 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 23 oktober 2000 en gewijzigd bij het decreet van 27 juni 2011, worden de woorden "de vijfde schooldag in de maand februari" vervangen door de woorden "de vijftiende schooldag in de maand maart" en worden de woorden "de maanden januari en februari" vervangen door de woorden "de maand maart".
Art.38. - Dans l'article 55 du même décret, remplacé par le décret du 23 octobre 2000 et modifié par le décret du 27 juin 2011, les mots "le cinquième jour d'école du mois de février" sont remplacés par les mots "le cinquième jour d'école du mois de mars" et les mots "les mois de janvier et février" par les mots "le mois de mars".
Art.39. - Artikel 56, § 2, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 24 juni 2013, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
  "Worden in aanmerking genomen de regelmatige leerlingen van het kleuteronderwijs die tijdens de maand maart en tot de vijfde schooldag van de maand april van het lopende schooljaar gedurende ten minste vijf schooldagen, ten belope van halve dagen, aanwezig waren."
Art.39. - L'article 56, § 2, du même décret, remplacé par le décret du 24 juin 2013, est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
  "Sont pris en compte les élèves réguliers qui, pendant le mois de mars et jusqu'au cinquième jour d'école du mois d'avril de l'année scolaire en cours, ont été présents pendant au moins cinq jours d'école à raison de demi-journées."
Art.40. - In artikel 57, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 23 oktober 2000 en gewijzigd bij het decreet van 16 januari 2012, worden de woorden "voltijdse betrekking meer of minder" vervangen door de woorden "halftijdse betrekking meer".
Art.40. - Dans l'article 57, § 2, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 23 octobre 2000 et modifié par le décret du 16 janvier 2012, les mots "au moins un emploi à temps plein de plus ou de moins" sont remplacés par les mots "au moins un emploi à mi-temps de plus".
Art.41. - In artikel 62, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 23 oktober 2000, worden de woorden "53, 54" vervangen door het woord "48".
Art.41. - Dans l'article 62, § 1er, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 23 octobre 2000, les mots "53, 54" sont remplacés par "48"."
HOOFDSTUK 14. - Wijziging van het decreet van 25 juni 2001 over bijzondere maatregelen in verband met de lerarenambten en houdende aanpassing van de bezoldigingsregeling
CHAPITRE 14. . - Modification du décret du 25 juin 2001 contentant des mesures spéciales quant aux fonctions d'enseignant et portant adaptation du statut pécuniaire
Art.42. - In artikel 6, § 1, eerste lid, 4°, van het decreet van 25 juni 2001 over bijzondere maatregelen in verband met de lerarenambten en houdende aanpassing van de bezoldigingsregeling worden de woorden "en op het begin van het schooljaar waar hij teruggeroepen wordt nog geen 65 jaar is" geschrapt.
  Paragraaf 2 van hetzelfde artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
  "In het geval van § 1, eerste lid, 4°, wordt het bewijs van het gebrek aan gekwalificeerd personeel overeenkomstig het eerste lid alle drie maanden geleverd."
Art.42. - Dans l'article 6, § 1er, alinéa 1er, 4°, du décret du 25 juin 2001 contentant des mesures spéciales quant aux fonctions d'enseignant et portant adaptation du statut pécuniaire, les mots "n'a pas encore atteint l'âge de 65 ans au début de l'année scolaire où il est rappelé" sont supprimés.
  Le § 2 du même article est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
  "Dans le cas visé au § 1er, alinéa 1er, 4°, la pénurie en personnel qualifié est prouvée tous les trois mois conformément à l'alinéa 1er."
HOOFDSTUK 15. - Wijziging van het decreet van 30 juni 2003 houdende dringende maatregelen inzake onderwijs 2003
CHAPITRE 15. . - Modification du décret du 30 juin 2003 portant des mesures urgentes en matière d'enseignement - 2003
Art.43. - In artikel 11.7 van het decreet van 30 juni 2003 houdende dringende maatregelen inzake onderwijs 2003, ingevoegd bij het decreet van 16 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het opschrift wordt vervangen als volgt :
  "Art. 11.7 - Arbeidsongeval, beroepsziekte en ziekte bij slachtoffers van een strafbaar feit";
  2° het eerste en het tweede lid worden § 1;
  3° het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende :
  " § 2 - In afwijking van de afdelingen 2 en 4 worden ziektedagen die rechtstreeks verband houden met een vermoedelijk strafbaar feit niet in mindering gebracht op het jaarcontingent bepaald in artikel 11.9, § 2, of het loopbaancontingent bepaald in artikel 11.9, § 3 indien :
  1° het personeelslid tijdens de uitoefening van zijn ambt het slachtoffer is geworden van een vermoedelijk strafbaar feit en § 1 niet van toepassing is;
  2° het openbaar ministerie vervolging ingesteld heeft tegen de vermoedelijke dader;
  3° de geneesheer die belast is met de controle van de afwezigheden wegens ziekte of gebrekkigheid bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van het personeelslid rechtstreeks verband houdt met dat vermoedelijk strafbaar feit.
  De beslissing van de controlearts is in de tijd beperkt, maar kan worden verlengd. Tegen de beslissing van de controlearts kan geen beroep worden ingesteld."
Art.43. - A l'article 11.7 du décret du 30 juin 2003 portant des mesures urgentes en matière d'enseignement - 2003, inséré par le décret du 16 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'intitulé est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 11.7 - Accident de travail, maladie professionnelle et maladie concernant les victimes d'une infraction";
  2° les alinéas 1 et 2 forment le § 1er;
  3° l'article est complété par un § 2 rédigé comme suit :
  " § 2 - Par dérogation aux sections 2 et 4, les jours de maladie en lien direct avec une infraction présumée ne sont pas déduits du quota annuel, fixé à l'article 11.9, § 2, ou du quota pour l'ensemble de la carrière, fixé à l'article 11.9, § 3, lorsque :
  1° le membre du personnel a été victime d'une infraction présumée dans l'exercice de ses fonctions et que le § 1er ne s'applique pas;
  2° le ministère public a intenté une action contre l'auteur présumé;
  3° le médecin chargé par le Gouvernement de contrôler les absences pour cause de maladie ou infirmité confirme que l'incapacité de travail du membre du personnel est en lien direct avec l'infraction présumée.
  La décision prise par le médecin contrôleur a une durée limitée mais peut être prolongée. Aucun recours ne peut être introduit contre la décision prise par le médecin contrôleur."
HOOFDSTUK 16. - Wijziging van het decreet van 29 maart 2004 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs en van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra
CHAPITRE 16. . - Modification du décret du 29 mars 2004 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné et des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés
Art.44. - Artikel 22 van het decreet van 29 maart 2004 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs en van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 27 juni 2011, wordt aangevuld met een derde lid, luidende :
  "Met behoud van de toepassing van het eerste lid heeft een kandidaat voor het ambt van godsdienstleerkracht alleen voorrang indien hij in het bezit is van een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs."
Art.44. - L'article 22, du décret du 29 mars 2004 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement officiel subventionné et des centres PMS officiels subventionnés, remplacé par le décret du 26 juin 2006 et modifié en dernier lieu par le décret du 27 juin 2011, est complété par un troisième alinéa, rédigé comme suit :
  "Sans préjudice du premier alinéa, un candidat à la fonction de maître ou professeur de religion n'est prioritaire que s'il est porteur du titre requis ou d'un titre jugé suffisant."
Art.45. - In artikel 37, vijfde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009, worden de woorden "in het ambt van school- en leerbegeleider voor bevorderingspedagogiek en in het ambt van psychosociaal begeleider" vervangen door de woorden "in het ambt van godsdienstleerkracht, in het ambt van school- en leerbegeleider voor bevorderingspedagogiek en in het ambt van psychosociaal begeleider".
Art.45. - Dans l'article 37, alinéa 5, du même décret, inséré par le décret du 11 mai 2009, les mots "dans la fonction" sont remplacés par les mots "dans la fonction de maître ou professeur de religion, dans la fonction".
Art.46. - Artikel 64.9, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 maart 2009 en vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt :
  "De directeur van de kunstacademie stelt vooraf een verslag op waarin hij de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin hij voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek."
Art.46. - L'article 64.9, § 2, alinéa 2er, du même décret, inséré par le décret du 23 mars 2009 et remplacé par le décret du 28 juin 2010, est remplacé par ce qui suit :
  "Le directeur d'académie établit au préalable un rapport dans lequel il dresse un bilan de son activité au cours des dernières années et formule des propositions pour le futur développement de l'école. Ce rapport servira de base à l'entretien d'évaluation."
Art.47. - Artikel 64.21, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt :
  "Het inrichtingshoofd stelt vooraf een verslag op waarin het de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin het voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek."
Art.47. - L'article 64.21, § 2, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 28 juin 2010, est remplacé par ce qui suit :
  "Le chef d'établissement établit au préalable un rapport dans lequel il dresse un bilan de son activité au cours des dernières années et formule des propositions pour le futur développement de l'école. Ce rapport servira de base à l'entretien d'évaluation."
Art.48. - Artikel 95 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  1° in § 4, tweede lid, wordt het woord "alleszins" vervangen door de woorden "in het geval van § 1, tweede lid, 2°,";
  2° in § 5, tweede lid, worden de woorden "mag het personeelslid zijn werk hervatten," vervangen door de woorden "hervat het personeelslid zijn werk,".
Art.48. - A l'article 95 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 4, alinéa 2, les mots "en tout cas" sont remplacés par les mots "dans le cas prévu au § 1er, alinéa 2, 2°";
  2° dans le § 5, alinéa 2, les mots "le membre du personnel concerné peut réintégrer ses fonctions" sont remplacés par les mots "le membre du personnel concerné réintègre ses fonctions".
Art.49. - In hoofdstuk XIV van hetzelfde decreet worden de artikelen 111quinquies en 111sexies ingevoegd, luidende :
  "Art. 111quinquies - Godsdienstleerkrachten die op 31 december 2013 voldoen aan de voorrangsregel vermeld in artikel 22, hebben vanaf 1 september 2014 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of op een benoeming overeenkomstig de voorwaarden die op 31 augustus 2014 van toepassing waren.
  Art. 111.sexies - Voor personeelsleden die beschikken over een op 31 december 2013 geldig vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs en die op 31 december 2013 aan de voorrangsregel voldoen, blijft het bekwaamheidsbewijs ook na 31 december 2013 als vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs gelden."
Art.49. - Dans le chapitre XIV du même décret, il est inséré des articles 111quinquies et 111sexies, rédigés comme suit :
  "Art. 111quinquies - Les maîtres et professeurs de religion qui, au 31 décembre 2013, satisfont à la règle de priorité mentionnée à l'article 22 ont, à partir du 1er septembre 2014, droit à une désignation à titre temporaire pour une durée indéterminée ou à une nomination conformément aux conditions applicables au 31 août 2014.
  Art. 111sexies. - Lorsque des membres du personnel porteurs d'un titre requis ou jugé suffisant valable au 31 décembre 2013 sont prioritaires au 31 décembre 2013, le titre concerné continue d'être considéré comme titre requis ou jugé suffisant après cette date."
HOOFDSTUK 17. - Wijziging van het decreet van 6 juni 2005 houdende maatregelen inzake onderwijs 2005
CHAPITRE 17. . - Modification du décret du lundi 6 juin 2005 portant des mesures en matière d'enseignement - 2005
Art.50. - Artikel 23, eerste lid, 1°, b), van het decreet van 6 juni 2005 houdende maatregelen inzake onderwijs 2005 wordt vervangen als volgt :
  "b) tijdstip : de dag van de geboorte en negen opeenvolgende dagen binnen een tijdsbestek van dertig dagen te rekenen vanaf de geboorte of tien opeenvolgende dagen binnen datzelfde tijdsbestek."
Art.50. - L'article 23, alinéa 1er, 1°, b), du décret du 6 juin 2005 portant des mesures en matière d'enseignement - 2005 est remplacé par ce qui suit :
  "b) période : le jour de la naissance et neuf jours consécutifs dans un délai de 30 jours à dater de la naissance ou dix jours consécutif dans le même délai;"
HOOFDSTUK 18. - Wijziging van het decreet van 27 juni 2005 houdende oprichting van een autonome hogeschool
CHAPITRE 18. . - Modification du décret du 27 juin 2005 portant création d'une haute école autonome
Art.51. - In artikel 3.31, tweede lid, van het decreet van 27 juni 2005 houdende oprichting van een autonome hogeschool worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het getal "180" wordt vervangen door het getal "178";
  2° na de tweede zin worden de volgende zinnen ingevoegd :
  "De school is gemiddeld 181 dagen open. Het gemiddelde wordt over een referentieperiode van vijf schooljaren berekend."
Art.51. - A l'article 3.31, alinéa 2, du décret du 27 juin 2005 portant création d'une haute école autonome, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le nombre "180" est remplacé par le nombre "178".
  2° L'alinéa est complété par les phrases suivantes :
  "En moyenne, l'école est ouverte 181 jours. La moyenne est calculée sur une période de référence de cinq années scolaires."
Art.52. - In artikel 5.69 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 4, tweede lid, wordt het woord "alleszins" vervangen door de woorden "in het geval van § 1, tweede lid, 2°,";
  2° in § 5, derde lid, worden de woorden "mag het personeelslid zijn werk hervatten," vervangen door de woorden "hervat het personeelslid zijn werk,".
Art.52. - A l'article 5.69 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 4, alinéa 2, les mots "en tout cas" sont remplacés par les mots "dans le cas prévu au § 1er, alinéa 2, 2°";
  2° dans le § 5, alinéa 3, les mots "le membre du personnel concerné peut réintégrer ses fonctions" sont remplacés par les mots "le membre du personnel concerné réintègre ses fonctions".
Art.53. - Artikel 5.88, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt :
  "Het departementshoofd stelt vooraf een verslag op waarin het de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin het voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek."
Art.53. - L'article 5.88, § 2, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 28 juin 2010, est remplacé par ce qui suit :
  "Le chef de département établit au préalable un rapport dans lequel il dresse un bilan de son activité au cours des dernières années et formule des propositions pour le futur développement de l'école. Ce rapport servira de base à l'entretien d'évaluation."
Art.54. - Artikel 5.102, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt :
  "De directeur stelt vooraf een verslag op waarin hij de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin hij voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek."
Art.54. - L'article 5.102, § 2, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 28 juin 2010, est remplacé par ce qui suit :
  "Le directeur établit au préalable un rapport dans lequel il dresse un bilan de son activité au cours des dernières années et formule des propositions pour le futur développement de l'école. Ce rapport servira de base à l'entretien d'évaluation."
HOOFDSTUK 19. - Wijziging van het decreet van 26 juni 2006 houdende maatregelen inzake onderwijs 2006
CHAPITRE 19. . - Modification du décret du 26 juin 2006 portant des mesures en matière d'enseignement - 2006
Art.55. - In hoofdstuk XXX van het decreet van 26 juni 2006 houdende maatregelen inzake onderwijs 2006, gewijzigd bij het decreet van 11 mei 2009, wordt een artikel 115.1 ingevoegd, luidende :
  "Artikel 115.1 - § 1 - In afwijking van artikel 14, 2°, van het koninklijk besluit van 29 augustus 1966 houdende het statuut van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, benoemt de Regering op 1 oktober 2014 personeelsleden van het administratief personeel in op dat ogenblik vacante betrekkingen, als ze :
  1° aan alle in artikel 12 van hetzelfde koninklijk besluit van 29 augustus 1966 bepaalde voorwaarden, met uitzondering van 7°, voldoen;
  2° een dienstanciënniteit van ten minste 720 dagen kunnen doen gelden;
  3° de betrokken betrekking in de twee voorafgaande schooljaren al bekleed hebben.
  Als twee of meer personeelsleden in dezelfde school hetzelfde ambt uitoefenen, heeft het personeelslid met de hoogste dienstanciënniteit voorrang bij de benoeming.
  § 2 - Van de in § 1 vermelde 720 dagen moeten er 600 effectief zijn gepresteerd. Het bevallingsverlof en het voorbehoedend verlof worden ten belope van maximaal 210 dagen in aanmerking genomen bij de berekening van de effectief gepresteerde dienstdagen, voor zover deze verlofdagen binnen de aanwervingsperiode vallen.
  De verdere berekening geschiedt overeenkomstig artikel 40 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, waarbij de bekwaamheidsbewijzen vermeld in het koninklijk besluit van 19 juni 1967 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen vereist van de kandidaten voor de wervingsambten van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, de vereiste bekwaamheidsbewijzen zijn."
Art.55. - Dans le chapitre XXX du décret du 26 juin 2006 portant des mesures en matière d'enseignement - 2006, modifié par le décret du 11 mai 2009, il est inséré un article 115.1, rédigé comme suit :
  "Art. 115.1 - § 1er - Par dérogation à l'article 14, 2°, de l'arrêté royal du 29 août 1966 fixant le statut des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, le Gouvernement nomme, au 1er octobre 2014, des membres du personnel administratif dans les emplois alors vacants, lorsqu'ils :
  1° remplissent toutes les conditions prévues à l'article 12 du même arrêté royal du 29 août 1966, sauf le 7°;
  2° comptent une ancienneté de service d'au moins 720 jours;
  3° ont déjà occupé l'emploi concerné pendant les deux années scolaires précédentes.
  Si deux membres du personnel ou plus exercent la même fonction dans la même école, c'est le membre du personnel comptant la plus grande ancienneté qui a priorité pour la nomination.
  § 2 - Sur les 720 jours mentionnés au § 1er, 600 doivent avoir été effectivement prestés. Le congé de maternité et le congé prophylactique sont pris en compte à concurrence de 210 jours lors du calcul des jours d'activité de service effectivement prestés, à condition que ces jours de congé soient englobés dans la période d'engagement.
  Pour le surplus, le calcul s'opère conformément à l'article 40 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, les titres requis étant les titres mentionnés dans l'arrêté royal du 19 juin 1967 fixant les titres requis des candidats aux fonctions de recrutement du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat."
HOOFDSTUK 20. - Wijziging van het decreet van 21 april 2008 houdende valorisatie van het lerarenberoep
CHAPITRE 20. . - Modification du décret du 21 avril 2008 portant valorisation du métier d'enseignant
Art.56. - Artikel 109 van het decreet van 21 april 2008 houdende valorisatie van het lerarenberoep, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2009, wordt aangevuld met een § 5, luidende :
  " § 5 - De in artikel 103 vermelde personeelsleden die houder zijn van een diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs dat voor 1 september 2014 werd uitgereikt, worden bij het diplomaniveau II+ ingedeeld."
Art.56. - L'article 109 du décret du 21 avril 2008 portant valorisation du métier d'enseignant, modifié en dernier lieu par le décret du 25 mai 2009, est complété par un cinquième paragraphe, rédigé comme suit :
  " § 5 - Les membres du personnel visés à l'article 103 qui sont porteurs d'un diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur pour la religion protestante délivré avant le 1er septembre 2014 sont classés dans le niveau II+."
HOOFDSTUK 21. - Wijziging van het decreet van 23 maart 2009 betreffende de organisatie van het deeltijdse kunstonderwijs
CHAPITRE 23. . - Modification du décret du 23 mars 2009 portant organisation de l'enseignement artistique à horaire réduit
Art.57. - Artikel 18, eerste lid, van het decreet van 23 maart 2009 betreffende de organisatie van het deeltijdse kunstonderwijs wordt aangevuld met de volgende zin :
  "Het aantal lesvrije dagen bedraagt hoogstens twee dagen."
Art.57. - L'article 18, alinéa 1er, du décret du 23 mars 2009 portant organisation de l'enseignement artistique à horaire réduit est complété par une phrase rédigée comme suit :
  "Il y a au plus deux jours de congé scolaire."
HOOFDSTUK 22. - Wijziging van het crisisdecreet 2012 van 16 juli 2012
CHAPITRE 22. . - Modification du décret de crise 2012 du 16 juillet 2012
Art.58. - In artikel 1, 1°, van het crisisdecreet 2012 van 16 juli 2012 wordt de weddeschaal 422/I, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, vervangen als volgt :
  "422/I
  25.962,31 - 42.257,83
  03 (1) x 691,06
  11 (2) x 1.292,94"
  In de bepaling onder 2° van hetzelfde artikel wordt de weddeschaal 422/I, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, vervangen als volgt :
  "422/I
  25.700,07 - 41.830,99
  03 (1) x 684,08
  11 (2) x 1.279,88"
Art.58. - Dans l'article 1er, 1°, du décret de crise 2012 du 16 juillet 2012, l'échelle de traitement 422/I, insérée par le décret du 24 juin 2013, est remplacée par ce qui suit :
  "422/I
  25.962,31 - 42.257,83
  03 (1) x 691,06
  11 (2) x 1.292,94".
  Dans le point 2° du même article, l'échelle de traitement 422/I, insérée par le décret du 24 juin 2013, est remplacée par ce qui suit :
  "422/I
  25.700,07 - 41.830,99
  03 (1) x 684,08
  11 (2) x 1.279,88".
HOOFDSTUK 23. - Slotbepalingen
CHAPITRE 23. . - Dispositions finales
Art.59. - Artikel 2 van het decreet van 25 oktober 2010 houdende pedagogische en administratieve vernieuwingen in het onderwijs wordt opgeheven.
Art.59. - L'article 2 du décret du 25 octobre 2010 portant des nouveautés pédagogiques et administratives dans l'enseignement est abrogé.
Art. 60. - Dit decreet treedt in werking op 1 september 2014, met uitzondering van :
  1° artikel 56, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2009;
  2° artikel 43, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2012;
  3° artikel 39, dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2013;
  4° de artikelen 17, 20 en 58, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2013;
  5° de artikelen 29, 30, 51 en 57, die in werking treden op de dag waarop dit decreet wordt aangenomen;
  6° artikel 10, dat in werking treedt op 1 januari 2015.
Art. 60. - Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2014, à l'exception :
  1° de l'article 56, qui produit ses effets le 1er janvier 2009;
  2° de l'article 43, qui produit ses effets le 1er septembre 2012;
  3° de l'article 39, qui produit ses effets le 1er avril 2013;
  4° des articles 17, 20 et 58, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2013;
  5° des articles 29, 30, 51 et 57, qui entrent en vigueur le jour de l'adoption du présent décret;
  6° de l'article 10, qui entre en vigueur le 1er janvier 2015.