Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 APRIL 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en bijlage I en II bij dat besluit, wat de regionale diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, de overdracht van erkenning van diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de vrijwillige stopzetting van de uitbating van thuiszorgvoorzieningen betreft
Titre
25 AVRIL 2014. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 relatif aux procĂ©dures pour les structures de soins et de logement et les associations d'usagers et intervenants de proximitĂ© et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă  la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ© et les annexes Ire et II Ă  cet arrĂȘtĂ©, en ce qui concerne les services rĂ©gionaux d'aide aux familles et d'aide complĂ©mentaire Ă  domicile, le transfert de l'agrĂ©ment des services d'aide aux familles et d'aide complĂ©mentaire Ă  domicile et l'arrĂȘt volontaire d'exploitation de structures d'aide Ă  domicile
Documentinformatie
Numac: 2014203373
Datum: 2014-04-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014203373
Date: 2014-04-25
Moniteur: Voir
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand de 5 juin 2009 relatif aux procĂ©dures pour les structures de services de soins et de logement et les associations d'usagers et intervenants de proximitĂ©
Artikel 1. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, worden een punt 12° en een punt 13° toegevoegd, die luiden als volgt:
"12° regionale dienst: een regionale dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg;
13° aantal vte aanvullende thuiszorg: het aantal vte logistiek personeel, het aantal vte doelgroepwerknemers en het aantal vte gesco-personeel, toegewezen met toepassing van artikel 25, § 1, van bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers.".
Article 1er. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 relatif Ă  la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012, il est ajoutĂ© un point 12° et un point 13°, rĂ©digĂ©s comme suit :
" 12° service régional : un service régional d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile ;
13° nombre d'etp en aide complĂ©mentaire Ă  domicile : le nombre d'etp en personnel logistique, le nombre d'etp en travailleurs de groupe cible et le nombre d'etp en personnel acs, assignĂ©s en application de l'article 25, § 1er de l'annexe Ire Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă  la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©. ".
Art. 2. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 december 2010, 25 februari 2011, 16 december 2011, 5 oktober 2012, 12 oktober 2012, 21 december 2012 en 20 december 2013, wordt een hoofdstuk III/1, dat bestaat uit artikel 17/1 tot en met 17/2, ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk III/1. Procedure voor de erkenning van regionale diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg
Art. 17/1. Voor de erkenning van een regionale dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg zijn de bepalingen van hoofdstuk II, die gelden voor de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, en van hoofdstuk XI van overeenkomstige toepassing, met behoud van de toepassing van het tweede tot en met het vijfde lid.
Een aanvraag tot erkenning van een regionale dienst is alleen mogelijk als er minstens één erkende dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg wordt ingebracht in die regionale dienst die wordt opgericht door een vereniging, die is opgericht conform titel VIII van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
De aanvraag voor de erkenning van een regionale dienst bevat ook:
1° een ondertekende schriftelijke verbintenis van de beheersinstantie van elk van de erkende diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die van de regionale dienst deel uitmaken, om op de datum van de erkenning van de regionale dienst de erkenning van de dienst, samen met het volledige aantal uren gezinszorg en het volledige aantal vte aanvullende thuiszorg die aan de dienst zijn toegewezen, over te dragen aan de regionale dienst;
2° een personeelsplan en een opvolgingsplan voor de gebruikers waaruit blijkt dat de continuïteit van de hulpverlening die al verstrekt is door de erkende diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die van de regionale dienst deel uitmaken, verzekerd is vanaf de datum waarop de erkenning van de regionale dienst ingaat.
De erkenning van de regionale dienst gaat in op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de ontvankelijke aanvraag daarvoor is ingediend. Ze heeft tot gevolg dat het aantal uren gezinszorg en het aantal vte aanvullende thuiszorg, toegewezen aan de regionale dienst, minstens overeenstemmen met de som van het aantal uren gezinszorg en de som van het aantal vte aanvullende thuiszorg van alle erkende diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die van de regionale dienst deel uitmaken.
Als aan de beheersinstantie van de regionale dienst de beslissing tot erkenning van de regionale dienst wordt bezorgd, wordt aan de beheersinstanties van elk van de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die van de regionale dienst deel uitmaken en erkend zijn, de beslissing tot intrekking van de erkenning van die diensten bezorgd. Die beslissingen treden in werking op de datum, vermeld in het vierde lid.
Art. 17/2. Een erkende regionale dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg wordt voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld met een erkende dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg.".
Art. 2. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 17 dĂ©cembre 2010, 25 fĂ©vrier 2011, 16 dĂ©cembre 2011, 5 octobre 2012, 12 octobre 2012, 21 dĂ©cembre 2012 et 20 dĂ©cembre 2013, il est insĂ©rĂ© un chapitre III/1, comprenant les articles 17/1 Ă  17/2, rĂ©digĂ©s comme suit :
" Chapitre III/1. Procédure d'agrément de services régionaux d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile
Art. 17/1. Pour l'agrément des services régionaux d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile les dispositions du chapitre II, applicables aux services d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile, et du chapitre XI s'appliquent par analogie, sans préjudice de l'application des alinéas deux à cinq inclus.
Une demande d'agrément d'un service régional n'est possible que lorsqu'au moins un service agréé d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile est intégré dans ce service régional qui est créé par une association, établie conformément au titre VIII du décret du 19 décembre 2008 relatif à l'organisation des centres publics d'aide sociale.
La demande d'agrément comprend également :
1° un engagement écrit signé de l'instance de gestion de chacun des services agréés d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile appartenant au service régional, à transférer au service régional à la date d'agrément du service régional l'agrément du service, y compris l'ensemble des heures d'aide aux familles et l'ensemble des etp en aide complémentaire à domicile assignés au service ;
2° un plan du personnel et un plan de suivi pour les usagers, démontrant que la continuité des services d'aide déjà fournis par les services agréés d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile qui font partie du service régional, est assurée à partir de la date de début de l'agrément du service régional.
L'agrément du service régional commence le 1er janvier de l'année suivant l'année dans laquelle la demande recevable a été introduite. Elle a pour conséquence que le nombre d'heures d'aide aux familles et le nombre d'etp en aide complémentaire à domicile assignés au service régional correspondent au moins au total des heures d'aide aux familles et au total des etp en aide complémentaire à domicile de tous les services agréés d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile faisant partie du service régional.
Lorsque la décision d'agrément du service régional est transmise à l'instance de gestion du service régional, la décision de retrait de l'agrément de chacun des services d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile qui font partie du service régional et qui sont agréés, est transmise aux instances de gestion de ces services. Ces décisions entrent en vigueur à la date, visée à l'alinéa quatre.
Art. 17/2. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le service rĂ©gional agréé d'aide aux familles et d'aide complĂ©mentaire Ă  domicile est assimilĂ© Ă  un service agréé d'aide aux familles et d'aide complĂ©mentaire Ă  domicile. ".
Art. 3. Aan artikel 25 van hetzelfde besluit worden een tweede tot en met vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Als de beheersinstantie van een erkende thuiszorgvoorziening, met uitzondering van een centrum voor herstelverblijf, tot de vrijwillige stopzetting van de uitbating van de voorziening of van een deel ervan beslist, moet het agentschap drie maanden vooraf worden ingelicht, met opgave van de datum waarop die beslissing uitwerking heeft. De rechtsgeldige vrijwillige stopzetting van de uitbating heeft tot gevolg dat de voorziening onmiddellijk geheel of gedeeltelijk verdwijnt uit de programmatie van die voorzieningen.
Voor een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg heeft de gehele of gedeeltelijke verdwijning uit de programmatie het gehele of gedeeltelijke verlies tot gevolg van het aantal uren gezinszorg en het aantal vte aanvullende thuiszorg die aan die dienst waren toegekend. Dat aantal uren gezinszorg en dat aantal vte aanvullende thuiszorg worden gevoegd bij het totale aantal uren gezinszorg en het totale aantal vte aanvullende thuiszorg die jaarlijks door de minister worden verdeeld over de diensten met toepassing van artikel 8, derde lid, en artikel 25 van bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers.
Voor een dienst voor logistieke hulp heeft de gehele of gedeeltelijke verdwijning uit de programmatie het gehele of gedeeltelijke verlies tot gevolg van het aantal vte dat aan die dienst was toegekend. Dat aantal vte wordt gevoegd bij het totale aantal vte logistieke hulp dat jaarlijks wordt bepaald met toepassing van artikel 6 van bijlage II bij het besluit, vermeld in het derde lid.".
Art. 3. A l'article 25 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est ajoutĂ© des alinĂ©as deux Ă  quatre, ainsi rĂ©digĂ©s :
" Lorsque l'instance de gestion d'une structure agréé d'aide Ă  domicile, Ă  l'exception des centres de convalescence, dĂ©cide l'arrĂȘt volontaire d'exploitation de l'ensemble ou d'une partie de la structure, l'agence doit en ĂȘtre informĂ©e trois mois au prĂ©alable, avec mention de la date d'effet. L'arrĂȘt volontaire valable de l'exploitation entraĂźne la disparition immĂ©diate de l'ensemble ou d'une partie de la structure de la programmation de ces structures.
Pour un service d'aide aux familles et d'aide complĂ©mentaire Ă  domicile, la disparition entiĂšre ou partielle de la programmation entraĂźne la perte entiĂšre ou partielle du nombre d'heures d'aide aux familles et du nombre d'etp en aide complĂ©mentaire Ă  domicile assignĂ©s Ă  ce service. Ce nombre d'heures d'aide aux familles et ce nombre d'etp en aide complĂ©mentaire Ă  domicile sont ajoutĂ©s au nombre total d'heures d'aide aux familles et au nombre total d'etp en aide complĂ©mentaire Ă  domicile, rĂ©partis chaque annĂ©e entre les services par le Ministre en application des articles 8, alinĂ©a trois, et 25 de l'annexe Ire Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă  la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©.
Pour un service d'aide logistique, la disparition entiĂšre ou partielle du programme entraĂźne la perte entiĂšre ou partielle du nombre d'etp assignĂ©s Ă  ce service. Ce nombre d'etp est ajoutĂ© au nombre total d'etp en aide logistique fixĂ© annuellement en application de l'article 6 de l'annexe II Ă  l'arrĂȘtĂ©, visĂ© Ă  l'alinĂ©a trois. ".
Art. 4. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 december 2010, 25 februari 2011, 16 december 2011, 5 oktober 2012, 12 oktober 2012, 21 december 2012 en 20 december 2013, wordt aan hoofdstuk VIII een artikel 34/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 34/1. De erkenning van een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die erkend is met toepassing van hoofdstuk II en aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het aantal uren gezinszorg en het aantal vte aanvullende thuiszorg die aan die dienst zijn toegewezen, op 1 januari worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° voor 1 september van het voorgaande jaar wordt een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan het agentschap bezorgd;
2° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die door de overgedragen dienst werd verstrekt. De wijze waarop de continuïteit van de hulp- en dienstverlening wordt verzekerd, wordt aangetoond aan de hand van een personeelsplan en een opvolgingsplan voor de gebruikers van de dienst waarvan de erkenning wordt overgedragen;
3° het aantal uren gezinszorg en het aantal vte aanvullende thuiszorg die aan de dienst zijn toegewezen, worden volledig overgedragen aan de overnemer;
4° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.".
Art. 4. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 17 dĂ©cembre 2010, 25 fĂ©vrier 2011, 16 dĂ©cembre 2011, 5 octobre 2010, 12 octobre 2012, 21 dĂ©cembre 2012 et 20 dĂ©cembre 2013, est ajoutĂ© au chapitre VIII un article 34/1 qui s'Ă©nonce comme suit :
" Art. 34/1. L'agrĂ©ment d'un service d'aide aux familles et d'aide complĂ©mentaire Ă  domicile, agréé en application du chapitre II et rĂ©pondant Ă  toutes les conditions d'agrĂ©ment, y compris le nombre d'heures d'aide aux familles et le nombre d'etp d'aide complĂ©mentaire Ă  domicile, peut ĂȘtre transfĂ©rĂ© au 1er janvier lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes :
1° une copie de la convention de transfert du service est transmise à l'agence avant le 1er septembre de l'année précédente ;
2° aprÚs le transfert la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré, reste assurée ; La maniÚre dont la continuité de l'aide et des services est assurée, est démontrée au moyen d'un plan du personnel et d'un plan de suivi pour les usagers du service dont l'agrément est transféré ;
3° le nombre d'heures d'aide aux familles et le nombre d'etp en aide complémentaire à domicile assignés au service, sont entiÚrement transférés au repreneur ;
4° le service continue à répondre à toutes les conditions d'agrément. ".
Art. 5. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 december 2010, 25 februari 2011, 16 december 2011, 5 oktober 2012, 12 oktober 2012, 21 december 2012 en 20 december 2013, wordt in hoofdstuk XIII een artikel 45/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 45/4. De diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die erkend waren en die op 1 januari 2014 deel uitmaken van een regionale dienst, kunnen tot uiterlijk twee jaar na die datum uit die erkende regionale dienst treden met behoud van hun erkenning en van het aantal uren gezinszorg en het aantal vte aanvullende thuiszorg die ze hebben ingebracht bij de oprichting van of de toetreding tot die regionale dienst.
De beheersinstantie dient bij het agentschap aangetekend of tegen ontvangstbewijs een ontvankelijke aanvraag tot uittreding uit de regionale dienst in.
Een aanvraag tot uittreding uit de regionale dienst is alleen ontvankelijk als ze de volgende gegevens en stukken bevat:
1° de naam en het adres van de initiatiefnemer;
2° de naam en het adres van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die uittreedt;
3° de naam en het adres van de regionale dienst;
4° de rechtsgeldige beslissing om uit de regionale dienst te treden;
5° de rechtsgeldige kennisgeving aan de regionale dienst om uit de regionale dienst te treden.
De uittreding wordt doorgevoerd met ingang van 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de ontvankelijke aanvraag is ingediend. Die aanvraag moet voor 1 september ingediend worden en uiterlijk tegen 1 september 2015.
Na het verstrijken van de termijn van twee jaar, vermeld in het eerste lid, worden diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die dan niet zijn uitgetreden, van rechtswege geacht hun erkenning alsook het aantal uren gezinszorg en het aantal vte aanvullende thuiszorg definitief te hebben overgedragen aan de regionale dienst. Het agentschap brengt de beheersinstantie van die diensten daarvan aangetekend met kennisgeving van ontvangst op de hoogte binnen een maand na het verstrijken van die termijn.".
Art. 5. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 17 dĂ©cembre 2010, 25 fĂ©vrier 2011, 16 dĂ©cembre 2011, 5 octobre 2012, 12 octobre 2012, 21 dĂ©cembre 2012 et 20 dĂ©cembre 2013, il est insĂ©rĂ© dans le chapitre XIII un article 45/4 qui s'Ă©nonce comme suit :
" Art. 45/4. Les services d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile qui étaient agréés et qui appartiennent à un service régional au 1er janvier 2014 peuvent, au plus tard deux ans aprÚs cette date, se désaffilier du service régional agrée tout en conservant leur agrément ainsi que le nombre d'heures d'aide aux familles et le nombre d'etp d'aide complémentaire à domicile qu'ils ont contribués lors de la création ou de leur affiliation à ce service régional.
L'instance de gestion introduit auprÚs de l'agence une demande recevable de désaffiliation du service régional par lettre recommandée ou contre récépissé.
Une demande de désaffiliation du service régional n'est recevable que lorsqu'elle contient les données et piÚces suivantes :
1° les nom et adresse de l'initiateur ;
2° les nom et adresse du service d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile qui se désaffilie ;
3° les nom et adresse du service régional ;
4° la décision valable de désaffiliation du service régional ;
5° la notification valable au service régional de la désaffiliation du service régional.
La dĂ©saffiliation prend effet le 1er janvier de l'annĂ©e suivant l'annĂ©e d'introduction de la demande recevable. Cette demande doit ĂȘtre introduite avant le 1er septembre, et au plus tard le 1er septembre 2015.
AprÚs le délai de deux ans, visé au premier alinéa, les services d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile qui ne se sont pas désaffiliés, sont censés de plein droit avoir transmis définitivement leur agrément ainsi que le nombre d'heures d'aide aux familles et le nombre d'etp d'aide complémentaire à domicile au service régional. L'agence en informe l'instance de gestion de ces services par lettre recommandée avec notification dans un mois aprÚs la fin de ce délai. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers
CHAPITRE 2. - Modifications Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă  la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©
Art. 6. Aan artikel 7, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2012, worden een vijfde en een zesde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"In afwijking van het tweede lid moeten de gegevens over de activiteiten van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg of de dienst voor logistieke hulp die naar Vesta als vermeld in artikel 1, 19°, van bijlage I en artikel 1, 11°, van bijlage II, doorgestuurd worden, niet opgenomen worden in het jaarverslag.
In afwijking van het tweede lid moeten de gegevens over de activiteiten van de dienst voor oppashulp die naar het systeem van elektronische gegevensuitwisseling, vermeld in artikel 5, C, 13°, van bijlage III, doorgestuurd worden, niet opgenomen worden in het jaarverslag.".
Art. 6. A l'article 7, § 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă  la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 octobre 2012, il est ajoutĂ© un alinĂ©a cinq et six, qui s'Ă©noncent comme suit :
" Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a deux, les donnĂ©es sur les activitĂ©s du service d'aide aux familles et d'aide complĂ©mentaire Ă  domicile ou du service d'aide logistique, transmises Ă  Vesta, tel que visĂ© Ă  l'article 1er, 19° de l'annexe Ire et Ă  l'article 1er, 11° de l'annexe II, ne doivent pas ĂȘtre reprises au rapport annuel.
Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a deux, les donnĂ©es sur les activitĂ©s du service de garde, transmises au systĂšme d'Ă©change de donnĂ©es Ă©lectroniques, visĂ© Ă  l'article 5, C, 13° de l'annexe III, ne doivent pas ĂȘtre reprises au rapport annuel.
Art. 7. Aan artikel 1 van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, 14 september 2012, 5 oktober 2012 en 21 december 2012, wordt een punt 26° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"26° regionale dienst: een regionale dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg.".
Art. 7. A l'article 1er de l'annexe Ire au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 16 dĂ©cembre 2011, 14 septembre 2012, 5 octobre 2012 et 21 dĂ©cembre 2012, est ajoutĂ© un point 26°, Ă©noncĂ© comme suit :
" 26° service régional : un service régional d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile. ".
Art. 8. In artikel 4, A, 15°, van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt de zin "Minstens eenmaal per jaar is er een bezoek in het natuurlijke thuismilieu van de gebruiker." vervangen door de zinnen "Als aan de gebruiker uitsluitend gezinszorg of gezinszorg en aanvullende thuiszorg verleend wordt, is er minstens eenmaal per jaar een bezoek in het natuurlijke thuismilieu van de gebruiker. Als aan de gebruiker uitsluitend aanvullende thuiszorg verleend wordt, is er minstens om de twee jaar een bezoek in het natuurlijke thuismilieu van de gebruiker.".
Art. 8. Dans l'article 4, A, 15° de l'annexe Ire au mĂȘme arrĂȘtĂ© la phrase " Au moins une fois par an il y a une visite dans l'environnement familial naturel de l'usager. " est remplacĂ©e par les phrases " Lorsque l'usager reçoit uniquement de l'aide aux familles ou de l'aide aux familles et de l'aide complĂ©mentaire Ă  domicile, il y a au moins une fois par an une visite dans l'environnement familial naturel de l'usager. Lorsque l'usager reçoit uniquement de l'aide complĂ©mentaire Ă  domicile, il y a au moins tous les deux ans une visite dans l'environnement naturel de l'usager. ".
Art. 9. In artikel 13/2 van de bijlage I bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden tussen het woord "bezorgt" en het woord "jaarlijks" de woorden "in het kader van meerlingenhulp" ingevoegd.
Art. 9. Dans l'article 13/2 de l'annexe Ire au mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2011, les mots " dans le cadre de l'aide aux multiples " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " Ă  l'agence " et les mots " , au plus tard ".
Art. 10. In bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 december 2010, 25 februari 2011, 16 december 2011, 22 juni 2012, 14 september 2012, 5 oktober 2012, 12 oktober 2012, 7 december 2012, 21 december 2012 en 13 december 2013, wordt een hoofdstuk V/1 ingevoegd, dat bestaat uit artikel 37/1 tot en met 37/10, en dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk V/1. Specifieke regels voor regionale diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en voor de overdracht van de erkenning van diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg.
Art. 37/1. De volgende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de regionale diensten:
1° de bepalingen van dit besluit die van toepassing zijn op de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg;
2° de bepalingen van hoofdstuk II tot en met V van deze bijlage, voor zover de bepalingen van dit hoofdstuk daar niet van afwijken.
In afwijking van artikel 3, eerste lid, 2°, van dit besluit voldoet de regionale dienst vanaf de datum waarop zijn erkenning ingaat, aan de erkenningsvoorwaarden en verzekert de regionale dienst de continuïteit van de hulpverlening die al verstrekt werd door de erkende diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die van de regionale dienst deel uitmaken.
Art. 37/2. In het eerste werkjaar van een erkende regionale dienst, waarvan diensten deel uitmaken die in het voorgaande jaar erkend waren, wordt:
1° voor de toepassing van artikel 12, § 2, de som van het aantal gebruikers in aanmerking genomen dat door elk van die diensten werd geholpen in het voorgaande jaar;
2° voor de toepassing van artikel 12, § 3, de som van het aantal gesubsidieerde uren van elk van die diensten in het voorgaande jaar in aanmerking genomen voor de berekening van het gemiddelde aantal vte verzorgend personeel.
Art. 37/3. Voor de toepassing van artikel 14, § 2, eerste lid, artikel 15/2, § 2, en artikel 16, § 2, eerste lid, worden in het eerste werkjaar van een erkende regionale dienst de gegevens over het voorgaande jaar in aanmerking genomen van elk van de diensten die deel uitmaken van de regionale dienst en die in het voorgaande jaar erkend waren.
Art. 37/4. Voor de toepassing van artikel 15/1, § 3, eerste lid, wordt in het eerste werkjaar van een erkende regionale dienst het aantal kilometer in aanmerking genomen dat in het voorgaande jaar werd afgelegd door het verzorgend personeel, het logistiek personeel of de doelgroepwerknemers van elk van de diensten die deel uitmaken van de regionale dienst en die in het voorgaande jaar erkend waren, als de afgelegde kilometers beantwoorden aan de voorwaarden van paragraaf 2 van dat artikel.
Art. 37/5. Voor de toepassing van artikel 15/3, § 2, wordt in het eerste werkjaar van een erkende regionale dienst de som van de urencontingenten gezinszorg in aanmerking genomen die in het voorgaande jaar toegewezen waren aan elk van de diensten die deel uitmaken van de regionale dienst en die in het voorgaande jaar erkend waren.
Art. 37/6. Voor de toepassing van artikel 20 worden in het eerste werkjaar van een erkende regionale dienst de voorschotten berekend op basis van de som van de gesubsidieerde prestatie-uren en de som van de gesubsidieerde uren bijscholing in het voorgaande jaar van elk van de diensten die deel uitmaken van de regionale dienst en die in het voorgaande jaar erkend waren.
Art. 37/7. Voor de toepassing van artikel 21 worden voor een erkende regionale dienst, waarvan diensten deel uitmaken die in het voorgaande jaar erkend waren, de voorschotten in het eerste, tweede en derde werkjaar berekend op basis van de som van de subsidies die tijdens het tweede jaar dat aan het werkjaar in kwestie voorafgaat, aan elk van die diensten werden uitbetaald.
Art. 37/8. Voor de toepassing van artikel 30/1, § 2, en artikel 31, § 2, eerste lid, worden in het eerste werkjaar van een erkende regionale dienst de gegevens over het voorgaande jaar in aanmerking genomen van elk van de diensten die deel uitmaken van de regionale dienst en die in het voorgaande jaar erkend waren.
Art. 37/9. Voor de toepassing van artikel 35 wordt in het eerste werkjaar van een erkende regionale dienst de som van het aantal vte logistiek personeel, het aantal vte doelgroepwerknemers en het aantal gesco-vte in de verschillende functiecategorieën in aanmerking genomen die in het voorgaande jaar toegewezen waren aan elk van de diensten die deel uitmaken van de regionale dienst en die in het voorgaande jaar erkend waren.
Art. 37/10. Bij een overdracht van de erkenning gelden voor de subsidiëring van de overnemer tijdens het eerste jaar de bepalingen van hoofdstuk IV, voor zover de onderstaande bepalingen daar niet van afwijken:
1° voor de toepassing van artikel 12, § 2, wordt ook het aantal gebruikers in aanmerking genomen dat door de overgedragen dienst werd geholpen in het voorgaande jaar;
2° voor de toepassing van artikel 12, § 3, wordt ook het aantal gesubsidieerde uren van de overgedragen dienst in het voorgaande jaar in aanmerking genomen voor de berekening van het gemiddelde aantal vte verzorgend personeel;
3° voor de toepassing van artikel 14, § 2, eerste lid, artikel 15/2, § 2, artikel 16, § 2, eerste lid, artikel 30/1, § 2, en artikel 31, § 2, eerste lid, worden ook de gegevens van de overgedragen dienst over het voorgaande jaar in aanmerking genomen;
4° voor de toepassing van artikel 15/1, § 3, eerste lid, wordt ook het aantal kilometer in aanmerking genomen dat in het voorgaande jaar werd afgelegd door het verzorgend personeel, het logistiek personeel of de doelgroepwerknemers van de overgedragen dienst, als de afgelegde kilometers beantwoorden aan de voorwaarden van paragraaf 2 van dat artikel;
5° voor de toepassing van artikel 15/3, § 2, wordt ook het urencontingent gezinszorg in aanmerking genomen dat in het voorgaande jaar toegewezen was aan de overgedragen dienst;
6° voor de toepassing van artikel 20 worden de voorschotten ook berekend op basis van de gesubsidieerde prestatie-uren en de gesubsidieerde uren bijscholing van de overgedragen dienst in het voorgaande jaar;
7° voor de toepassing van artikel 35 worden ook het aantal vte logistiek personeel, het aantal vte doelgroepwerknemers en het aantal gesco-vte in de verschillende functiecategorieën in aanmerking genomen die in het voorgaande jaar toegewezen waren aan de overgedragen dienst.
Bij een overdracht van de erkenning worden voor de toepassing van artikel 21 de voorschotten van de overnemer tijdens het eerste en tweede jaar mede berekend op basis van de subsidies die tijdens het tweede jaar dat aan het jaar in kwestie voorafgaat, aan de overgedragen dienst uitbetaald werden.".
Art. 10. Dans l'annexe Ire au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 17 dĂ©cembre 2010, 25 fĂ©vrier 2011, 16 dĂ©cembre 2011, 22 juin 2012, 14 septembre 2012, 5 octobre 2012, 12 octobre 2012, 7 dĂ©cembre 2012, 21 dĂ©cembre 2012 et 13 dĂ©cembre 2013, il est insĂ©rĂ© un chapitre V/1, comprenant les articles 37/1 Ă  37/10, Ă©noncĂ©s comme suit :
" Chapitre V/1. RÚgles spécifiques pour les services régionaux d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile et pour le transfert de l'agrément des services d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile
Art. 37/1. Les dispositions suivantes s'appliquent par analogie aux services régionaux :
1° les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© qui s'appliquent aux services d'aide aux familles et d'aide complĂ©mentaire Ă  domicile ;
2° les dispositions de chapitres II Ă  V de la prĂ©sente annexe, pour autant que les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© n'en dĂ©rogent pas.
Par dĂ©rogation Ă  l'article 3, alinĂ©a premier, 2° du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le service rĂ©gional rĂ©pond aux conditions d'agrĂ©ment Ă  partir de la date d'effet de son agrĂ©ment et le service rĂ©gional assure la continuitĂ© des services d'aide dĂ©jĂ  prestĂ©s par les services agrĂ©es d'aide aux familles et d'aide complĂ©mentaire Ă  domicile appartenant Ă  ce service rĂ©gional.
Art. 37/2. Dans la premiÚre année d'activité d'un service régional agréé, dont font partie des services qui étaient agréés l'année précédente :
1° pour l'application de l'article 12, § 2, le total du nombre d'usagers aidés par chacun de ces services pendant l'année précédente est pris en compte ;
2° pour l'application de l'article 12, § 3, le total du nombre d'heures subventionnées de chacun de ces services pendant l'année précédente est pris en compte pour le calcul du nombre moyen d'etp en personnel soignant.
Art. 37/3. Pour l'application des articles 14, § 2, alinéa premier, 15/2, § 2, et 16, § 2, alinéa premier, les données sur l'année précédente de chacun des services qui font partie du service régional et qui étaient agréés l'année précédente sont prises en compte dans la premiÚre année d'activité d'un service régional agréé.
Art. 37/4. Pour l'application de l'article 15/1, § 3, alinéa premier, le nombre de kilomÚtres parcourus l'année précédente par le personnel soignant, le personnel logistique ou les travailleurs de groupe cible de chacun des services faisant partie du service régional et qui étaient agréés l'année précédente, est pris en compte dans la premiÚre année d'activité d'un service régional agréé, lorsque les kilomÚtres parcourus répondent aux conditions du paragraphe 2 de cet article.
Art. 37/5. Pour l'application de l'article 15/3, § 2, le total des contingents d'heures d'aide aux familles assignées l'année précédente à chacun des services faisant partie du service régional et qui étaient agréés l'année précédente est pris en compte dans la premiÚre année d'activité d'un service régional agréé.
Art. 37/6. Pour l'application de l'article 20, les avances sont calculées dans la premiÚre année d'activité d'un service régional agréé sur la base du total des heures prestées subventionnées et du total des heures de recyclage subventionnées dans l'année précédente de chacun des services faisant partie du service régional et qui étaient agréés l'année précédente.
Art. 37/7. Pour l'application de l'article 21, les avances dans les premiÚre, deuxiÚme et troisiÚme années d'activité d'un service régional agréé, dont font partie des services qui étaient agréés l'année précédente, sont calculées sur la base du total des subventions payées à chacun de ces services dans la deuxiÚme année précédant l'année d'activité en question.
Art. 37/8. Pour l'application des articles 30/1, § 2, 31, § 2, alinéa premier, les données sur l'année précédente de chacun des services qui font partie du service régional et qui étaient agréés l'année précédente sont prises en compte dans la premiÚre année d'activité d'un service régional agréé.
Art. 37/9. Pour l'application de l'article 35 le total du nombre d'etp en personnel logistique, du nombre d'etp en travailleurs de groupe cible en du nombre d'etp acs dans les différentes catégories fonctionnelles qui étaient assignées l'année précédente à chacun des services faisant partie du service régional et qui étaient agréés l'année précédente, est pris en compte dans la premiÚre année d'activité d'un service régional agréé.
Art. 37/10. En cas de reprise d'agrément, les dispositions du chapitre IV, pour autant que les dispositions mentionnées ci-aprÚs n'en dérogent pas, s'appliquent au subventionnement du repreneur dans la premiÚre année :
1° pour l'application de l'article 12, § 2, le nombre d'usagers aidés par le service transféré pendant l'année précédente est également pris en compte ;
2° pour l'application de l'article 12, § 3, le nombre d'heures subventionnées du service transféré pendant l'année précédente est également pris en compte pour le calcul du nombre moyen d'etp en personnel soignant ;
3° pour l'application des articles 14, § 2, alinéa premier, 15/2, § 2, 16, § 2, alinéa premier, 30/1, § 2 et 31, § 2, alinéa premier, les données du service transféré sur l'année précédente sont également prises en compte ;
4° pour l'application de l'article 15/1, § 3, alinéa premier, le nombre de kilomÚtres parcourus l'année précédente par le personnel soignant, le personnel logistique ou les travailleurs de groupe cible du service transféré, est également pris en compte, lorsque les kilomÚtres parcourus répondent aux conditions du paragraphe 2 de cet article ;
5° pour l'application de l'article 15/3, § 2, le contingent d'heures d'aide aux familles assigné l'année précédente au service transféré est également pris en compte ;
6° pour l'application de l'article 20, les avances sont également calculées sur la base des heures prestées subventionnées et des heures de recyclage subventionnées du service transféré dans l'année précédente ;
7° pour l'application de l'article 35 le nombre d'etp en personnel logistique, le nombre d'etp en travailleurs de groupe cible et le nombre d'etp acs dans les différentes catégories fonctionnelles qui étaient assignées l'année précédente au service transféré, sont également pris en compte.
En cas de transfert d'agrément, les avances du repreneur pendant les premiÚre et deuxiÚme années sont également calculées pour l'application de l'article 21 sur la base des subventions payées au service transféré pendant la deuxiÚme année précédant l'année en question. ".
Art. 11. In bijlage I bij hetzelfde besluit gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 december 2010, 25 februari 2011, 16 december 2011, 22 juni 2012, 14 september 2012, 5 oktober 2012, 12 oktober 2012, 7 december 2012, 21 december 2012 en 13 december 2013, wordt aan hoofdstuk VI een artikel 46 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 46. De erkende diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die uit een regionale dienst zijn getreden en die op 1 januari 2014 nog deel uitmaakten van die regionale dienst, ontvangen tijdens het jaar waarin ze zijn uitgetreden, voorschotten conform artikel 20, tweede lid, en tijdens het eerste en tweede jaar dat volgt op het jaar van de uittreding uit de regionale dienst, voorschotten conform artikel 21, tweede lid.".
Art. 11. Dans l'annexe Ire au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 17 dĂ©cembre 2010, 25 fĂ©vrier 2011, 16 dĂ©cembre 2011, 22 juin 2012, 14 septembre 2012, 5 octobre 2012, 12 octobre 2012, 7 dĂ©cembre 2012, 21 dĂ©cembre 2012 et 13 dĂ©cembre 2013, il est ajoutĂ© au chapitre VI un article 46, qui s'Ă©nonce comme suit :
" Art. 46. Les services agréés d'aide aux familles et d'aide complémentaire à domicile qui se sont désaffiliés et qui faisaient partie au 1er janvier 2014 de ce service régional, reçoivent des avances dans l'année de leur désaffiliation, conformément à l'article 20, alinéa deux, et dans les premiÚre et deuxiÚme années suivant l'année de désaffiliation du service régional, conformément à l'article 21, alinéa deux. ".
Art. 12. In artikel 3, A, 11°, van bijlage II bij hetzelfde besluit worden de woorden "eenmaal per jaar" vervangen door de woorden "om de twee jaar".
Art. 12. Dans l'article 3, A, 11°, de l'annexe II au mĂȘme arrĂȘtĂ© les mots " une fois par an " sont remplacĂ©s par les mots " une fois tous les deux ans ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2014.
Art. 13. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er janvier 2014.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions, est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.