Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 APRIL 2014. - Ministerieel besluit tot uitvoering van het Subsidiebesluit van 22 november 2013(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-07-2014 en tekstbijwerking tot 15-02-2024)
Titre
23 AVRIL 2014. - Arrêté ministériel portant exécution de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-07-2014 et mise à jour au 15-02-2024)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (75)
Texte (75)
TITEL 1. - Algemene bepalingen
TITRE 1er. - Dispositions générales
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. [1 In dit besluit wordt verstaan onder:
   1° gezondheidsindexcijfer: het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994;
   2° halve dag: een dag met een kinderopvangprestatie die minder dan vijf uur duurt;
   3° volle dag: een dag met een kinderopvangprestatie die vijf tot elf uur duurt.]1

  
Article 1er. [1 Dans le présent arrêté, on entend par :
   1° indice de santé : l'indice des prix qui est calculé et dénommé pour l'application de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, confirmé par la loi du 30 mars 1994 ;
   2° demi-journée : un jour aux prestations d'accueil d'enfants qui durent moins de cinq heures ;
   3° jour entier : un jour aux prestations d'accueil d'enfants qui durent cinq à onze heures.]1

  
HOOFDSTUK 2. - Reserves
CHAPITRE 2. - Réserves
Art.2. De reserves uit de subsidies worden bekeken per boekjaar, afzonderlijk voor de gezinsopvang of de groepsopvang. Ze worden als volgt afgebakend:
  1° voor een organisator die een enkelvoudige boekhouding voert: de verhouding van de subsidies van Kind en Gezin, vermeld in het Subsidiebesluit van 22 november 2013, vóór de verrekening met het inkomenstarief, tot de totale ontvangsten met betrekking tot de kinderopvangactiviteit wordt vermenigvuldigd met de totale winst van het boekjaar;
  2° voor een organisator die een dubbele boekhouding voert: de verhouding van de subsidies van Kind en Gezin, vermeld in het Subsidiebesluit van 22 november 2013, vóór de verrekening met het inkomenstarief, tot de totale opbrengsten met betrekking tot de kinderopvangactiviteit wordt vermenigvuldigd met de totale winst van het boekjaar.
Art.2. Les réserves des subventions sont considérées par exercice, séparément pour l'accueil familial ou l'accueil en groupe. Elles sont délimitées comme suit :
  1° pour un organisateur qui tient une comptabilité simple : le rapport des subventions de " Kind en Gezin ", visées à l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013, avant le règlement avec le tarif sur la base des revenus, aux recettes totales relatives à l'activité d'accueil d'enfants est multiplié par le bénéfice total de l'exercice ;
  2° pour un organisateur qui tient une comptabilité double : le rapport des subventions de " Kind en Gezin ", visées à l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013, avant le règlement avec le tarif sur la base des revenus, aux rapports totaux relatifs à l'activité d'accueil d'enfants est multiplié par le bénéfice total de l'exercice.
Art.3. Het aanwendingsplan of aanzuiveringsplan bij overschrijding van de maximale reserve voldoet aan de volgende criteria:
  1° de goedkeuring van het aanwendingsplan of aanzuiveringsplan is aangevraagd en bevestigd volgens de richtlijnen van Kind en Gezin uiterlijk voor het afsluiten van het boekjaar waarin de toegelaten reserve overschreden zou worden;
  2° het aanwendingsplan toont aan dat de aanwending uiterlijk tien jaar na de aanvraag, vermeld in punt 1°, volledig gerealiseerd zal zijn;
  3° het aanzuiveringsplan toont aan dat het gaat om de compensatie van een verlies van maximaal vijf boekjaren die het boekjaar in kwestie voorafgaan.
Art.3. Le plan d'utilisation ou le plan d'apurement lors du dépassement de la réserve maximale répond aux critères suivants :
  1° l'approbation du plan d'utilisation ou du plan d'apurement est demandée et confirmée selon les directives de " Kind en Gezin " au plus tard avant la clôture de l'exercice dans lequel la réserve autorisée serait dépassée ;
  2° le plan d'utilisation démontre que l'utilisation sera complètement réalisée au plus tard dix ans après la demande, visée au point 1° ;
  3° le plan d'apurement démontre qu'il s'agit de la compensation d'une perte d'au maximum cinq exercices qui précèdent l'exercice en question.
HOOFDSTUK 3. - Voorbehoud
CHAPITRE 3. - Réserve
Art.4. Het voorbehoud van het aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen binnen een subsidiegroep, als het aantal vergunde kinderopvangplaatsen lager wordt dan het aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen, wordt als volgt ingevuld:
  1° het voorbehoud geldt per subsidie voor een van de volgende subsidies:
  a) de basissubsidie;
  b) de subsidie voor inkomenstarief;
  c) de plussubsidie;
  d) de subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang;
  e) de subsidie voor flexibele kinderopvang;
  2° het voorbehoud geldt gedurende de vier kwartalen die volgen op het kwartaal waarin het aantal vergunde kinderopvangplaatsen die werken volgens de voorwaarden van de respectieve subsidie, lager wordt dan het aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen van die subsidie;
  3° [1 de organisator vraagt het voorbehoud aan, volgens de richtlijnen van het agentschap, uiterlijk op het moment dat het aantal vergunde kinderopvangplaatsen lager wordt dan het aantal subsidieerbare plaatsen in de subsidiegroep. Hierbij geldt dat:
   a) de organisator groepsopvang in het verzoek motiveert en staaft op welke manier hij in de loop van de vier volgende kwartalen opnieuw het aantal vergunde kinderopvangplaatsen, waarvoor er voorbehoud op subsidie gevraagd wordt, zal realiseren. Het agentschap beslist over het verzoek uiterlijk 30 dagen na ontvangst ervan en kent het voorbehoud toe als de organisator dit voldoende motiveert of staaft;
   b) de organisator gezinsopvang in het verzoek aanduidt of hij de intentie heeft in de loop van de vier volgende kwartalen opnieuw het aantal vergunde kinderopvangplaatsen, waarvoor er voorbehoud op subsidie gevraagd wordt, te realiseren en hiertoe de nodige inspanningen zal leveren. Het agentschap beslist over het verzoek uiterlijk 30 dagen na ontvangst ervan en kent het voorbehoud toe als de organisator de intentie en de inspanningen bevestigt.]1

  
Art.4. La réserve du nombre de places d'accueil d'enfants subventionnables au sein d'un groupe de subvention, lorsque le nombre de places d'accueil d'enfants autorisées devient inférieur au nombre de places d'accueil d'enfants subventionnables, est concrétisée comme suit :
  1° la réserve s'applique par subvention à une des subventions suivantes :
  a) la subvention de base ;
  b) la subvention pour le tarif sur la base des revenus ;
  c) la subvention supplémentaire ;
  d) la subvention pour l'accueil d'enfants inclusif structurel ;
  e) la subvention pour l'accueil d'enfants flexible ;
  2° la réserve s'applique pendant les quatre trimestres qui suivent le trimestre dans lequel le nombre de places d'accueil d'enfants autorisées qui fonctionnement selon les conditions de la subvention respective, devient inférieur au nombre de places d'accueil d'enfants subventionnables de cette subvention ;
  3° [1 l'organisateur demande la réserve, conformément aux directives de l'agence, au plus tard au moment où le nombre de places d'accueil d'enfants autorisées passe au-dessous du nombre de places subventionnables dans le groupe de subvention. Dans ce contexte :
   a) l'organisateur d'accueil en groupe motive et justifie dans la demande la manière dont il réalisera à nouveau, au cours des quatre prochains trimestres, le nombre de places d'accueil d'enfants autorisées pour lesquelles une réserve de subvention est demandée. L'agence décide de la demande au plus tard 30 jours après sa réception et accorde la réserve si l'organisateur fournit une motivation ou une justification suffisante ;
   b) l'organisateur d'accueil familial indique dans sa demande s'il a l'intention de réaliser à nouveau, au cours des quatre prochains trimestres, le nombre de places d'accueil d'enfants autorisées pour lesquelles une réserve de subvention est demandée et s'il déploiera les efforts nécessaires à cette fin. L'agence décide de la demande au plus tard 30 jours après sa réception et accorde la réserve si l'organisateur confirme son intention et ses efforts..]1

  
Art.5. Het aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen wordt definitief verlaagd binnen de subsidiegroep:
  1° [1 als een voorbehoud werd toegekend]1: vanaf de eerste dag van het kwartaal dat volgt op de periode van het voorbehoud, vermeld in artikel 4, 2°. Het aangepaste aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen wordt berekend door het verschil te nemen tussen enerzijds het laagste aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen van een bepaalde subsidie tijdens de periode, vermeld in artikel 4, 2°, en anderzijds het maximum van het totaal van het aantal vergunde kinderopvangplaatsen die werken volgens de voorwaarden van de respectieve subsidie tijdens de periode, vermeld in artikel 4, 2°. Het aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen wordt verlaagd met dat verschil;
  2° [1 als er geen voorbehoud werd toegekend]1: [1 Vanaf de datum waarop het aantal vergunde kinderopvangplaatsen lager werd dan het aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen in de subsidiegroep]1. Het aangepaste aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen is gelijk aan het aantal vergunde kinderopvangplaatsen die werken volgens de voorwaarden van de respectieve subsidie.
  [1 ...]1.
  
Art.5. Le nombre de places d'accueil d'enfants subventionnables est réduit définitivement au sein du groupe de subvention :
  1° [1 lorsqu'une réserve a été accordée]1 : à partir du premier jour du trimestre qui suit la période de la réserve, visée à l'article 4, 2°. Le nombre de places d'accueil d'enfants subventionnables adapté est calculé en prenant la différence entre d'une part le nombre de places d'accueil d'enfants subventionnables le plus bas d'une certaine subvention pendant la période, visée à l'article 4, 2°, et d'autre part le maximum du total du nombre de places d'accueil d'enfants autorisé qui fonctionnent selon les conditions de la subvention respective pendant la période, visée à l'article 4, 2°. Le nombre de places d'accueil d'enfants subventionnables est réduit de cette différence ;
  2° [1 lorsqu'aucune réserve n'a été accordée]1 : [1 à partir de la date à laquelle le nombre de places d'accueil d'enfants autorisées est devenu inférieur au nombre de places d'accueil d'enfants subventionnables dans le groupe de subvention ]1. Le nombre de places d'accueil d'enfants subventionnables adapté est égal au nombre de places d'accueil d'enfants autorisé qui fonctionnement selon les conditions de la subvention respective.
  [1 ...]1.
  
HOOFDSTUK 4. - Index
CHAPITRE 4. - Indice
Art.6. Het berekende en individueel verminderde inkomenstarief, [1 vermeld in artikel 33, 34 en 34/1]1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, en de bedragen, vermeld in dit besluit, met uitzondering van het bedrag, vermeld in artikel 22, de inkomensschijf van 3700 euro en de verhoging met 0,60 euro, vermeld in artikel 25, 3°, en de schijf van 50 euro, vermeld in artikel 28, 1°, worden elk jaar op 1 januari verhoogd met de procentuele stijging van het gezondheidsindexcijfer tussen 1 oktober van het vorige kalenderjaar en 1 oktober van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
  [1 De indexering van het berekende inkomenstarief, vermeld in het eerste lid, wordt toegepast vóór de aftrek van de vermindering voor kinderen ten laste, vermeld in artikel 28.]1
  
Art.6. Le tarif sur la base des revenus calculé et réduit individuellement, [1 visé aux articles 33, 34 et 34/1]1 de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013, et les montants, visés au présent arrêté, à l'exception du montant, visé à l'article 22, la tranche de revenu de 3.700 euros et la majoration de 0,60 euros, visées à l'article 25, 3°, et la tranche de 50 euros, visée à l'article 28, 1°, sont majorés chaque année au 1er janvier de l'augmentation exprimée en pourcentage de l'indice de santé entre le 1er octobre de l'année calendaire précédente et le 1er octobre de l'année calendaire qui y précède.
  [1 L'indexation du tarif sur base des revenus calculé, visé au premier alinéa, est appliquée avant déduction de la réduction pour enfants à charge, visée à l'article 28.]1
  
HOOFDSTUK 5. - Betalingsregeling en bezorgen gegevens
CHAPITRE 5. - Règlement de paiement et transmission de données
Art.7. § 1. De voorschotten op de subsidies worden als volgt per subsidiegroep berekend en betaald:
  1° het voorschot bedraagt maximaal 95 % van de geraamde subsidie. Binnen dat maximum kan de organisator elektronisch vragen aan Kind en Gezin om een bijkomend voorschot te betalen, na motivatie dat er een wijziging is in de gegevens die de basis vormen voor de berekening;
  2° het voorschot wordt betaald de eerste maand van elk kwartaal, behalve de eerste betaling na de toekenning van de subsidie, die uiterlijk gedaan wordt de eerste maand die volgt op de maand waarin de organisator recht heeft op de subsidie.
  De raming van de subsidie, vermeld in het eerste lid, 1°, is gebaseerd op de volgende gegevens die Kind en Gezin ter beschikking heeft [1 over het vorige kalenderjaar, of het kalenderjaar daarvoor als er nog geen saldoafrekening voor het vorige kalenderjaar is gemaakt]1:
  1° voor de basissubsidie, de plussubsidie, de subsidie voor kinderopvang met flexibele openingstijden, en de subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang: het aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen;
  2° voor de subsidie voor inkomenstarief:
  a) het aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen;
  b) de gemiddelde leeftijd van de personen;
  c) het aantal kinderopvangprestaties;
  d) de gefactureerde inkomenstarieven van de gezinnen uit de kinderopvanglocaties die voldoen aan de voorwaarden voor de subsidie voor inkomenstarief.
  Als Kind en Gezin niet beschikt over [1 de gegevens, vermeld in het tweede lid]1, wordt uitgegaan van een objectieve raming door Kind en Gezin.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, tweede lid, wordt gedurende het eerste jaar na de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 uitgegaan van een objectieve raming door Kind en Gezin.
  § 3. In afwijking van paragraaf 1 is er geen voorschot voor de subsidie voor individuele inclusieve kinderopvang. De subsidie wordt volledig betaald bij de saldoafrekening, vermeld in artikel 8.
  
Art.7. § 1er. Les avances sur les subventions sont calculées et payées par groupe de subvention comme suit :
  1° l'avance s'élève au maximum à 95 % de la subvention estimée. Dans les limites de ce maximum, l'organisateur peut demander à " Kind en Gezin ", par voie électronique, de payer une avance supplémentaire, après la motivation que les données qui constituent la base pour le calcul ont été modifiées ;
  2° l'avance est payée le premier mois de chaque trimestre, à l'exception du premier paiement après l'octroi de la subvention, qui est fait au plus tard le premier mois qui suit le mois dans lequel l'organisateur a droit à la subvention.
  L'estimation de la subvention, visée à l'alinéa premier, 1°, est basée sur les données suivantes dont dispose " Kind en Gezin " [1 sur l'année calendaire précédente, ou l'année précédant cette année lorsqu'aucun règlement du solde pour l'année calendaire précédente n'a été établi]1 :
  1° pour la subvention de base, la subvention supplémentaire, la subvention pour l'accueil d'enfants aux heures d'ouverture flexibles, et la subvention pour l'accueil d'enfants inclusif structurel : le nombre de places d'accueil d'enfants subventionnées ;
  2° pour la subvention pour le tarif sur la base des revenus :
  a) le nombre de places d'accueil d'enfants subventionnées ;
  b) l'âge moyen des personnes ;
  c) le nombre de prestations d'accueil d'enfants ;
  d) les tarifs sur la base des revenus facturés des familles des emplacements d'accueil d'enfants qui répondent aux conditions de la subvention pour le tarif sur la base des revenus.
  Lorsque " Kind en Gezin " ne dispose pas [1 des données visées à l'alinéa deux]1, une estimation objective par " Kind en Gezin " est prise comme principe de base.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa deux, une estimation objective par " Kind en Gezin " est prise comme principe de base pendant la première année après l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, il n'y a pas d'avance pour la subvention pour l'accueil d'enfants inclusif individuel. La subvention est payée intégralement lors du règlement du solde, visé à l'article 8.
  
Art.8. [1 De saldoafrekening en de betaling of de terugvordering van het saldo, gebeurt op basis van de gegevens, vermeld in artikel 7, § 1, tweede lid, 1° en 2°, die de organisator bezorgd heeft voor het afgelopen jaar.
   Overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 gebeurt de saldoafrekening uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het kalenderjaar in kwestie, op voorwaarde dat de organisator de gegevens tijdig bezorgd heeft.
   In afwijking van het eerste en tweede lid bezorgt de organisator die geen kinderopvang meer aanbiedt en [2 geen voorbehoud heeft]2, vermeld in artikel 4, de gegevens onmiddellijk na de stopzetting aan Kind en Gezin. Kind en Gezin maakt op basis daarvan zo vlug mogelijk een saldoafrekening.
   Als de organisator nalaat alle gegevens te bezorgen, kan Kind en Gezin beslissen om de saldoafrekening te maken op basis van de beschikbare gegevens die Kind en Gezin wel ter beschikking heeft.
   Voor de saldoafrekening kan schuldvergelijking op organisatieniveau toegepast worden, waardoor terug te vorderen subsidies van Kind en Gezin verrekend kunnen worden.]1

  
Art.8. [1 Le règlement du solde et le paiement ou le recouvrement du solde se fait sur la base des données, visées à l'article 7, § 1er, deuxième alinéa, 1° et 2°, transmises par l'organisateur pour l'année découlée.
   Conformément à l'article 9, alinéa premier, de l'arrêté de Subvention du 22 novembre 2013, le règlement du solde a lieu au plus tard le 1er avril de l'année qui suit l'année calendaire en question, à condition que l'organisateur ait transmis les données à temps.
   Par dérogation aux alinéas premier et deux, l'organisation qui n'offre plus d'accueil d'enfants et qui [2 n'a pas de réserve]2 visée à l'article 4, transmet les données à "Kind en Gezin" immédiatement après la cessation. Sur cette base, "Kind en Gezin" règle le solde dans les plus brefs délais.
   Lorsque l'organisateur manque de transmettre toutes les données, "Kind en Gezin" peut décider de régler le solde sur la base des données qui sont à la disposition de "Kind en Gezin".
   Pour le règlement du solde, la compensation au niveau de l'organisation peut être appliquée, par laquelle les subventions à recouvrer de "Kind en Gezin" peuvent être réglées.]1

  
Art.9. De rechtzetting na een saldoafrekening gebeurt als volgt bij het voorschot van het eerste kwartaal van het jaar dat volgt op het jaar van de vaststelling door Kind en Gezin:
  1° voor de rechtzetting op verzoek van de organisator: op basis van de gegevens, vermeld in artikel 7, § 1, tweede lid, die uiterlijk op 30 november van het jaar dat volgt op het kalenderjaar in kwestie aan Kind en Gezin bezorgd worden;
  2° voor de rechtzetting naar aanleiding van fouten, vastgesteld door Kind en Gezin of de toezichthouder: op basis van de gegevens, vermeld in artikel 7, § 1, tweede lid, die uiterlijk vijf jaar na de fout vastgesteld zijn.
Art.9. La rectification après un règlement de solde a lieu comme suit lors de l'avance pour le premier trimestre de l'année qui suit l'année de la constatation par " Kind en Gezin " :
  1° pour la rectification à la demande de l'organisateur : sur la base des données, visées à l'article 7, § 1er, alinéa deux, qui doivent être transmises à " Kind en Gezin " au plus tard le 30 novembre de l'année qui suit l'année calendaire en question ;
  2° pour la rectification à la suite d'erreurs, constatées par " Kind en Gezin " ou le contrôleur : sur la base des données, visées à l'article 7, § 1er, alinéa deux, qui sont constatées au plus tard cinq ans après l'erreur.
Art.10. § 1. De organisator bezorgt maximaal maandelijks aan Kind en Gezin de volgende gegevens per kinderopvanglocatie, voor de subsidie voor inkomenstarief:
  1° de gegevens over het dagelijkse gebruik van kinderopvang, op basis van de unieke identificatiegegevens van de baby of peuter;
  2° het aantal openingsdagen;
  3° het aantal gerechtvaardigde afwezigheidsdagen en het aantal afwezigheidsdagen dat niet gerechtvaardigd is, op basis van de unieke identificatiegegevens van de baby of peuter.
  [2 ...]2
  § 2. [1 De organisator bezorgt maximaal jaarlijks aan Kind en Gezin de volgende gegevens per kinderopvanglocatie:
   1° voor de subsidie voor inkomenstarief: per uniek geregistreerd kind alle kenmerken van voorrang, vermeld in artikel 22 en 23 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, waaraan het voldoet;
   2° voor de plussubsidie: per uniek geregistreerd kind dat behoort tot een kwetsbaar gezin, de kenmerken van het kwetsbaar gezin, vermeld in artikel 1, 10°, en artikel 38 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
   3° voor de subsidie voor inclusieve kinderopvang: de gegevens over het dagelijkse gebruik van kinderen met een specifieke zorgbehoefte op basis van de unieke identificatiegegevens van de baby of peuter met een specifieke zorgbehoefte;
   4° voor de subsidie flexibele gezinsopvang: het aantal kinderopvangprestaties op flexibele openingstijden per tijdstip;]1

  [2 5° voor de subsidie voor ruimere openingsmomenten: het aantal geplande kindaanwezigheden op ruimere openingsmomenten, opgedeeld in kindaanwezigheden voor 7 uur, na 18 uur, op een zaterdag, op een zon- of feestdag;
   6° voor de subsidie voor dringende kinderopvang: per kalenderjaar het aantal unieke kinderen voor wie de opvang op een dringende opvangplaats is opgestart, opgedeeld per reden, als vermeld in artikel 40/12 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013.]2

  [1 § 3. De organisator bezorgt op verzoek van Kind en Gezin de volgende gegevens per kinderopvanglocatie:
   1° voor de basissubsidie: het aantal openingsdagen en het aantal uniek opgevangen kinderen in een kalenderjaar;
   2° [2 voor de subsidie voor dringende kinderopvang: per kind dat gebruikgemaakt heeft van de dringende kinderopvang en er niet meer van gebruikmaakt, hoelang dat kind gebruikgemaakt heeft van de dringende opvangplaats, alsook of het kind nadien is doorgestroomd naar de reguliere opvang en, als dat laatste het geval is, of dat naar de eigen reguliere opvang of een andere opvang was.]2
   3° [2 ...]2]1

  
Art.10. § 1er. L'organisateur transmet au maximum tous les mois les données suivantes à " Kind en Gezin ", par emplacement d'accueil d'enfants, pour la subvention pour le tarif sur la base des revenus :
  1° les données sur l'utilisation quotidienne de l'accueil d'enfants, sur la base des données d'identification uniques du bébé ou bambin ;
  2° le nombre de jours d'ouverture ;
  3° le nombre de jours d'absence justifiés et le nombre de jours d'absence qui ne sont pas justifiés, sur la base des données d'identification uniques du bébé ou bambin.
  [2 ...]2
  § 2. [1 L'organisateur transmet au maximum annuellement les données suivantes à " Kind en Gezin " par emplacement d'accueil d'enfants :
   1° pour la subvention pour le tarif sur la base des revenus : par enfant unique enregistré toutes les caractéristiques de priorité, visées aux articles 22 et 23 de l'arrêté de Subvention du 22 novembre 2013, auxquelles il répond ;
   2° pour la subvention supplémentaire : par enfant unique enregistré appartenant à une famille vulnérable, les caractéristique de la famille vulnérable, visées à l'article 1er, 10°, et l'article 38 de l'arrêté de Subvention du 22 novembre 2013 ;
   3° pour la subvention pour l'accueil d'enfants inclusif : les données sur l'utilisation quotidienne d'enfants ayant des besoins en soins spécifiques, sur la base des données d'identification uniques du bébé ou du bambin ayant des besoins en soins spécifiques ;
   4° pour la subvention d'accueil familial flexible : le nombre de prestations d'accueil d'enfants à des heures d'ouverture flexibles par unité de temps;]1

  [2 5° pour la subvention des périodes d'ouverture élargies : le nombre de présences d'enfants prévu aux périodes d'ouverture élargies, divisé en présences d'enfants avant 7h, après 18h, le samedi, le dimanche ou le jour férié ;
   6° pour la subvention d'accueil urgent d'enfants : par année calendaire, le nombre d'enfants uniques dont l'accueil a commencé dans une place d'accueil urgent, divisé par raison, telle que visée à l'article 40/12 de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013.]2

  [1 § 3. L'organisateur transmet les données suivantes par emplacement d'accueil d'enfants sur demande de "Kind en Gezin" " :
   1° pour la subvention de base : le nombre de jours d'ouverture et le nombre d'enfants uniques accueillis dans une année calendaire ;
   2° [2 pour la subvention d'accueil urgent d'enfants : pour chaque enfant qui a fait usage de l'accueil urgent d'enfants et qui n'en fait plus usage, la période pendant laquelle cet enfant a fait usage de la place d'accueil urgent, ainsi que si l'enfant est ensuite passé à l'accueil régulier et, si c'est le cas, s'il est passé à son propre accueil régulier ou à un autre accueil.]2
   3° [2 ...]2]1

  
TITEL 2. - Basissubsidie
TITRE 2. - Subvention de base
HOOFDSTUK 1. - Bedrag subsidie
CHAPITRE 1er. - Montant de la subvention
Art.11. Het bedrag van de basissubsidie wordt verhoudingsgewijs verminderd voor een gesubsidieerde kinderopvangplaats die geen volledig kalenderjaar toegekend is, volgens de volgende berekening:
  1° het aantal dagen waarvoor de organisator voldoet aan de voorwaarden voor specifieke dienstverlening voor de basissubsidie, wordt gedeeld door het aantal dagen in het kalenderjaar in kwestie;
  2° het resultaat van de deling, vermeld in punt 1°, wordt vermenigvuldigd met het bedrag van de basissubsidie en met het aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen.
  Het bedrag van de basissubsidie wordt verhoudingsgewijs verminderd als het aantal opgevangen kinderen in het kalenderjaar lager ligt dan het aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen, volgens de volgende berekening: het bedrag van de basissubsidie wordt vermenigvuldigd met het aantal opgevangen kinderen.
Art.11. Le montant de la subvention de base est réduit proportionnellement pour une place d'accueil d'enfants subventionnée à laquelle une année calendaire complète n'a pas été octroyée, selon le calcul suivant :
  1° le nombre de jours que l'organisateur répond aux conditions des services spécifiques pour la subvention de base, qui sont divisés par le nombre de jours de l'année calendaire en question ;
  2° le résultat de la division, visée au point 1°, est multiplié par le montant de la subvention de base et par le nombre de places d'accueil d'enfants subventionnables.
  Le montant de la subvention de base est réduit proportionnellement lorsque le nombre d'enfants accueillis dans l'année calendaire est inférieur au nombre de places d'accueil d'enfants subventionnées, selon le calcul suivant : le montant de la subvention de base est multiplié par le nombre d'enfants accueillis.
HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden specifieke dienstverlening
CHAPITRE 2. - Conditions des services spécifiques
Art.12. Het aantal minimale openingsdagen voor de basissubsidie wordt verhoudingsgewijs verminderd volgens de volgende berekening:
  1° het aantal dagen waarvoor de organisator voldoet aan de voorwaarden voor specifieke dienstverlening voor de basissubsidie, wordt vermenigvuldigd met 220;
  2° het resultaat van de vermenigvuldiging, vermeld in punt 1°, wordt gedeeld door het aantal kalenderdagen in het kalenderjaar in kwestie.
Art.12. Le nombre minimal de jours d'ouverture pour la subvention de base est réduit proportionnellement selon le calcul suivant :
  1° le nombre de jours que l'organisateur répond aux conditions des services spécifiques pour la subvention de base est multiplié par 220 ;
  2° le résultat de la multiplication, visée au point 1°, est divisé par le nombre de jours calendaires dans l'année calendaire en question.
Art.13. De volgende certificaten, bewijzen en diploma's worden beschouwd als een attest van actieve kennis van het Nederlands:
  1° een certificaat Nederlands als Vreemde Taal van de Nederlandse Taalunie;
  2° een bewijs van de Huizen van het Nederlands;
  3° een certificaat van Selor;
  4° een certificaat of een deelcertificaat van een instantie die erkend is door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, waarop het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming het toezicht uitoefent;
  5° een diploma van een instantie waarvan het Nederlands de onderwijstaal is, die erkend is door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming;
  6° een certificaat van een onderwijsinstantie die in die hoedanigheid erkend is in het land van herkomst en geaccrediteerd is als taalopleiding Nederlands;
  7° een attest van een instantie die aantoont dat de houder negen jaar lager en secundair onderwijs heeft gevolgd, waarbij het Nederlands de onderwijstaal was.
Art.13. Les certificats, preuves et diplômes suivants sont considérés comme une attestation de connaissance active du néerlandais :
  1° un certificat de néerlandais - langue étrangère de l'Union de la langue néerlandaise ;
  2° une preuve des Maisons du néerlandais ;
  3° un certificat de Sélor ;
  4° un certificat ou un certificat partiel d'une instance agréée par le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, sur laquelle l'Agence pour la Gestion de la Qualité dans l'Enseignement et de la Formation exerce le contrôle ;
  5° un diplôme d'une instance où le néerlandais est la langue de l'enseignement, agréée par le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation ;
  6° un certificat d'une instance d'enseignement agréée en cette qualité dans le pays d'origine et accréditée comme formation linguistique du néerlandais ;
  7° une attestation d'une instance qui démontre que le titulaire a suivi pendant neuf ans l'enseignement primaire et secondaire, pendant lesquels le néerlandais était la langue de l'enseignement.
TITEL 3. - Subsidie voor inkomenstarief
TITRE 3. - Subvention pour le tarif sur la base des revenus
HOOFDSTUK 1. - Bedrag subsidie
CHAPITRE 1er. - Montant de la subvention
Art.14. § 1. De gemiddelde leeftijd voor het bedrag van de subsidie voor inkomenstarief wordt als volgt berekend:
  1° de organisator bezorgt jaarlijks aan Kind en Gezin de gegevens, vermeld in het tweede lid, volgens de administratieve richtlijnen van Kind en Gezin;
  2° Kind en Gezin berekent één gemiddelde leeftijd per kalenderjaar per organisator voor gezinsopvang enerzijds, en voor groepsopvang anderzijds;
  3° de berekening, vermeld in punt 2°, is op basis van de gegevens, vermeld in punt 1°, volgens de situatie op 1 januari van het kalenderjaar in kwestie en op basis van die gegevens volgens de situatie op 1 januari van het volgende kalenderjaar, waarbij de werkregeling telkens zorgt voor een gewogen berekening van de gemiddelde leeftijd.
  De organisator bezorgt volgens de situatie op 1 januari de volgende gegevens:
  1° voor groepsopvang:
  a) de gegevens, vermeld in artikel 60, eerste lid, 3°, a), b) en c), van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
  b) het aantal, het rijksregisternummer, de geboortedatum en de werkregeling van de personen die in de kinderopvanglocatie instaan voor de systematische ondersteuning van de verantwoordelijke, en die voldoen aan de voorwaarden over de kennis van het Nederlands en over de kwalificatie waaraan de verantwoordelijke moet voldoen;
  2° voor gezinsopvang:
  a) de gegevens, vermeld in artikel 60, eerste lid, 3°, b) en c), van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
  b) het aantal, het rijksregisternummer, de geboortedatum en de werkregeling van de medewerkers die in de kinderopvanglocatie instaan voor de systematische ondersteuning van de verantwoordelijke, en die voldoen aan de voorwaarden over de kennis van het Nederlands en over de kwalificatie waaraan de verantwoordelijke moet voldoen.
  Als de organisator op een van beide momenten, vermeld in het eerste lid, 3°, geen enkele kinderopvanglocatie heeft, wordt alleen rekening gehouden met de gegevens volgens de situatie op 1 januari waarop de kinderopvanglocatie wel actief was. Als de organisator op geen van beide momenten, vermeld in het eerste lid, 3°, een kinderopvanglocatie heeft, wordt rekening gehouden met een objectief bepaalde gemiddelde leeftijd door Kind en Gezin.
  Voor de gesubsidieerde kinderopvangplaatsen in de subsidiegroep van de samenwerkende onthaalouders geldt de gemiddelde leeftijd voor gezinsopvang.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de berekening van de gemiddelde leeftijd in 2014 alleen rekening gehouden met de gegevens die aan Kind en Gezin bezorgd worden op 1 januari 2015.
Art.14. § 1er. L'âge moyen pour le montant de la subvention pour le tarif sur la base des revenus est calculé comme suit :
  1° l'organisateur transmet annuellement à " Kind en Gezin " les données, visées à l'alinéa deux, selon les directives administratives de " Kind en Gezin " ;
  2° " Kind en Gezin " calcule un âge moyen par année calendaire par organisateur pour l'accueil familial d'une part, et pour l'accueil en groupe d'autre part ;
  3° le calcul, visé au point 2°, est fait sur la base des données, visées au point 1°, selon la situation au 1er janvier de l'année calendaire en question et sur la base de ces données selon la situation au 1er janvier de l'année calendaire suivante, où le régime de travail assure chaque fois un calcul pondéré de l'âge moyen.
  L'organisateur transmet, selon la situation au 1er janvier, les données suivantes :
  1° pour l'accueil en groupe :
  a) les données, visées à l'article 60, alinéa premier, 3°, a), b) et c), de l'arrêté d'autorisation du 22 novembre 2013 ;
  b) le nombre, le numéro de registre national, la date de naissance et le régime de travail des personnes qui, à l'emplacement d'accueil d'enfants, assurent le soutien systématique du responsable, et qui répondent aux conditions de la connaissance du néerlandais et de la qualification à laquelle le responsable doit répondre ;
  2° pour l'accueil familial :
  a) les données, visées à l'article 60, alinéa premier, 3°, b) et c), de l'arrêté d'autorisation du 22 novembre 2013 ;
  b) le nombre, le numéro de registre national, la date de naissance et le régime de travail des collaborateurs qui, à l'emplacement d'accueil d'enfants, assurent le soutien systématique du responsable, et qui répondent aux conditions de la connaissance du néerlandais et de la qualification à laquelle le responsable doit répondre.
  Lorsque l'organisateur n'a aucun emplacement d'accueil d'enfants à un des deux moments, visés à l'alinéa premier, 3°, il est uniquement tenu compte des données selon la situation au 1er janvier à laquelle l'emplacement d'accueil d'enfants était actif. Lorsque l'organisateur a un emplacement d'accueil d'enfants à aucun des deux moments, visés à l'alinéa premier, 3°, il est tenu compte d'un âge moyen déterminé de manière objective par " Kind en Gezin ".
  L'âge moyen pour l'accueil familial s'applique aux places d'accueil d'enfants subventionnées dans le groupe de subvention des parents d'accueil collaborateurs.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, il est uniquement tenu compte des données transmises à " Kind en Gezin " au 1er janvier 2015 pour le calcul de l'âge moyen en 2014.
Art.15. Het bedrag van de subsidie voor inkomenstarief wordt als volgt verrekend met het inkomenstarief: het bedrag van de subsidie voor inkomenstarief, berekend door Kind en Gezin, wordt verminderd met het bedrag van de inkomenstarieven die gefactureerd zijn aan de gezinnen door de organisator voor kinderopvangprestaties.
  Bij de verrekening, vermeld in het eerste lid, wordt als volgt rekening gehouden met het aantal kinderopvangplaatsen:
  1° als het aantal kinderopvangprestaties kleiner is dan het maximum van 120 % van de kinderopvangprestaties op basis van het aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen, vermeld in artikel 17, tweede lid, 3°, en artikel 18, tweede lid, 3°, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, worden alle gefactureerde inkomenstarieven voor kinderopvangprestaties verrekend;
  2° als het aantal kinderopvangprestaties groter is dan het maximum van 120 % van de kinderopvangprestaties op basis van het aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen, vermeld in artikel 17, tweede lid, 3°, en artikel 18, tweede lid, 3°, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, worden alleen de gefactureerde inkomenstarieven voor kinderopvangprestaties verrekend in verhouding tot het maximum van 120 % van het aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen.
Art.15. Le montant de la subvention pour le tarif sur la base des revenus est réglé comme suit avec le tarif sur la base des revenus : le montant de la subvention pour le tarif sur la base des revenus, calculé par " Kind en Gezin ", est réduit du montant des tarifs sur la base des revenus qui ont été facturés aux familles par l'organisateur des prestations d'accueil d'enfants.
  Lors du règlement, visé à l'alinéa premier, il est tenu compte du nombre de places d'accueil d'enfants comme suit :
  1° lorsque le nombre de prestations d'accueil d'enfants est inférieur au maximum de 120 % des prestations d'accueil d'enfants sur la base du nombre de places d'accueil d'enfants subventionnées, visées à l'article 17, alinéa deux, 3°, et à l'article 18, alinéa deux, 3°, de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013, tous les tarifs sur la base des revenus facturés pour des prestations d'accueil d'enfants sont réglés ;
  2° lorsque le nombre de prestations d'accueil d'enfants est supérieur au maximum de 120 % des prestations d'accueil d'enfants sur la base du nombre de places d'accueil d'enfants subventionnées, visées à l'article 17, alinéa deux, 3°, et à l'article 18, alinéa deux, 3°, de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013, uniquement les tarifs sur la base des revenus facturés pour des prestations d'accueil d'enfants en proportion du maximum de 120 % du nombre de places d'accueil d'enfants subventionnées sont réglés.
HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden specifieke dienstverlening
CHAPITRE 2. - Conditions des services spécifiques
Afdeling 1. - Bezetting
Section 1re. - Occupation
Art.16. De bezetting voor de subsidie voor inkomenstarief wordt als volgt berekend per kalenderjaar en per subsidiegroep:
  1° het aantal gereserveerde kinderopvangdagen wordt vermenigvuldigd met 100;
  2° het aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen waarvoor de organisator de subsidie voor inkomenstarief krijgt, wordt vermenigvuldigd met 220;
  3° het resultaat van de vermenigvuldiging, vermeld in punt 1°, wordt gedeeld door het resultaat van de vermenigvuldiging, vermeld in punt 2°.
  Voor het aantal gereserveerde kinderopvangdagen, vermeld in het eerste lid, 1°, tellen volgende kinderopvangdagen mee:
  1° voor 100 % :
  a) alle gereserveerde kinderopvangdagen van alle kinderopvanglocaties van dezelfde subsidiegroep die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, met uitzondering van kinderopvangprestaties 's nachts en kinderopvangprestaties voor kinderen die tot het thuismilieu van de kinderbegeleider gezinsopvang behoren en waarvoor de kinderbegeleider verantwoordelijkheid draagt;
  b) alle kinderopvangdagen van kinderen die minstens drie uur per dag buitenschools opgevangen worden, van [1 alle kinderopvanglocaties die]1 voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, met uitzondering van kinderopvangprestaties 's nachts en kinder-opvangprestaties voor kinderen die tot het thuismilieu van de kinderbegeleider gezinsopvang behoren en waarvoor de kinderbegeleider verantwoordelijkheid draagt;
  2° voor 40 % : alle kinderopvangdagen van kinderen die minder dan drie uur per dag buitenschools opgevangen worden van [1 alle kinderopvanglocaties die]1 voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, met uitzondering van kinderopvangprestaties 's nachts en kinderopvangprestaties voor kinderen die tot het thuismilieu van de kinderbegeleider gezinsopvang behoren en waarvoor de kinderbegeleider verantwoordelijkheid draagt.
  
Art.16. L'occupation pour la subvention pour le tarif sur la base des revenus est calculée comme suit par année calendaire et par groupe de subvention :
  1° le nombre de jours d'accueil d'enfants réservés est multiplié par 100 ;
  2° le nombre de places d'accueil d'enfants subventionnées pour lesquelles l'organisateur reçoit la subvention pour le tarif sur la base des revenus est multiplié par 220 ;
  3° le résultat de la multiplication, visée au point 1°, est divisé par le résultat de la multiplication, visée au point 2°.
  Pour le nombre de jours d'accueil d'enfants réservés, visé à l'alinéa premier, 1°, les jours d'accueil d'enfants suivants comptent :
  1° à 100 % :
  a) tous les jours d'accueil d'enfants réservés de tous les emplacements d'accueil d'enfants du même groupe de subvention qui répondent aux conditions, visées aux articles 20 à 36 inclus de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013, à l'exception des prestations d'accueil d'enfants la nuit et des prestations d'accueil d'enfants pour les enfants qui appartiennent à l'environnement familial de l'accompagnateur d'enfants de l'accueil familial et pour lesquels l'accompagnateur d'enfants porte la responsabilité ;
  b) tous les jours d'accueil d'enfants d'enfants qui sont accueillis en dehors des heures de classe pendant au moins trois heures par jour, de [1 tous les emplacements d'accueil d'enfants qui]1 répondent aux conditions, visées aux articles 20 à 36 inclus de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013, à l'exception des prestations d'accueil d'enfants la nuit et des prestations d'accueil d'enfants pour les enfants qui appartiennent à l'environnement familial de l'accompagnateur d'enfants de l'accueil familial et pour lesquels l'accompagnateur d'enfants porte la responsabilité ;
  2° à 40 % : tous les jours d'accueil d'enfants d'enfants qui sont accueillis en dehors des heures de classe pendant moins de trois heures par jour, de [1 tous les emplacements d'accueil d'enfants qui]1 répondent aux conditions, visées aux articles 20 à 36 inclus de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013, à l'exception des prestations d'accueil d'enfants la nuit et des prestations d'accueil d'enfants pour les enfants qui appartiennent à l'environnement familial de l'accompagnateur d'enfants de l'accueil familial et pour lesquels l'accompagnateur d'enfants porte la responsabilité.
  
Afdeling 2. - Toegang bepaalde gezinnen
Section 2. - Accès de certaines familles
Art.17. Het bedrag van het inkomen van een gezin om voorrang te kunnen krijgen, vermeld in artikel 22, eerste lid, 3°, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, is 27.000 euro.
Art.17. Le montant du revenu d'une famille pour pouvoir obtenir la priorité, visée à l'article 22, alinéa premier, 3°, de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013, s'élève à 27.000 euros.
Afdeling 3. - Organisatorisch management
Section 3. - Gestion organisationnelle
Art.18. De organisator met een subsidie voor inkomenstarief heeft een bijgevoegde uitbreiding van het rekeningstelsel, opgenomen in de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd.
Art.18. L'organisateur bénéficiant d'une subvention pour le tarif sur la base des revenus dispose d'une extension du plan comptable, reprise dans l'annexe, jointe au présent arrêté.
Afdeling 4. - Systeem inkomenstarief
Section 4. - Système du tarif sur la base des revenus
Onderafdeling 1. - Betalen voor gereserveerde kinderopvangdagen
Sous-section 1re. - Payer les jours d'accueil d'enfants réservés
Art.19. De organisator met een subsidie voor inkomenstarief staat minimaal achttien gerechtvaardigde afwezigheidsdagen toe.
  Het aantal dagen, vermeld in het eerste lid, geldt per volledig kalenderjaar en voor een voltijds opvangplan. In geval van een onvolledig kalenderjaar of in geval van een niet-voltijds opvangplan kan de organisator het aantal dagen verhoudingsgewijs verminderen.
  In het tweede lid wordt verstaan onder voltijds opvangplan: een opvangplan van vijf dagen per week, waarbij er per dag meer dan vijf uur kinderopvang is.
Art.19. L'organisateur bénéficiant d'une subvention pour le tarif sur la base des revenus accorde au moins dix-huit jours d'absence justifiés.
  Le nombre de jours, visés à l'alinéa premier, s'applique par année calendaire complète et à un plan d'accueil à temps plein. Dans le cas d'une année calendaire incomplète ou dans le cas d'un plan d'accueil qui n'est pas à temps plein, l'organisateur peut réduire le nombre de jours proportionnellement.
  Dans l'alinéa deux, on entend par plan d'accueil à temps plein : un plan d'accueil de cinq jours par semaine, avec plus de cinq heures d'accueil d'enfants par jour.
Art.20. Als de aanwezigheid van een kind in de kinderopvanglocatie gespreid is over verschillende periodes gedurende een dag, worden voor de berekening van het inkomenstarief de verblijfstijden van die dag, per kinderopvanglocatie, samengevoegd.
Art.20. Si la présence d'un enfant dans l'emplacement d'accueil d'enfants est répartie sur plusieurs périodes pendant une journée, les moments de séjour de cette journée, par emplacement d'accueil d'enfants, sont additionnés pour calculer le tarif sur la base des revenus.
Art.21. Voor de volgende bijkomende kosten kan een bijkomend tarief gevraagd worden:
  1° de volgende kosten die direct gelinkt zijn aan kinderopvang:
  a) vervoer, beperkt tot het bedrag per kilometer, vermeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten;
  b) [1 ...]1 uitzonderlijke maar noodzakelijke uitgaven voor een individueel kind, die bepaald zijn in het huishoudelijk reglement en in de schriftelijke overeenkomst voor dat kind. Het bijkomend tarief is beperkt tot maximaal de werkelijk gemaakte kosten, de personeelskosten niet meegerekend;
  c) administratiekosten en facturatiekosten, beperkt tot maximaal 3,5 euro per maand per opgevangen kind;
  d) inningskosten bij wanbetaling, beperkt tot maximaal de werkelijk gemaakte kosten, de personeelskosten meegerekend;
  e) het verlies of de beschadiging van materiaal dat door de organisator aan het gezin meegegeven wordt, beperkt tot maximaal de werkelijk gemaakte kosten, de personeelskosten niet meegerekend;
  f) de warme maaltijd voor kinderen die naar de basisschool gaan, beperkt tot maximaal 3,5 euro;
  g) niet verwittigde afwezigheden;
  [1 h) verzorgingsproducten, het gebruik van luiers en de afvalverwerking van luiers, die bepaald zijn in het huishoudelijk reglement en in de schriftelijke overeenkomst voor dat kind. Het bijkomende tarief is ofwel beperkt tot maximaal de werkelijk gemaakte kosten, de personeelskosten niet meegerekend, ofwel beperkt tot het volgende forfait:
   1) als het kind gebruikmaakt van luiers van de opvang: maximaal 1,5 euro per volle dag, maximaal 60% van 1,5 euro per halve dag of maximaal 160% van 1,5 euro voor aansluitende dag- en nachtopvang;
   2) als het kind niet gebruikmaakt van luiers van de opvang: maximaal 0,3 euro per volle dag, maximaal 60% van 0,3 euro per halve dag of maximaal 160% van 0,3 euro voor aansluitende dag- en nachtopvang;]1

  2° de kosten voor kinderopvang op de volgende momenten:
  a) kinderopvang op een moment voor of na de uren die overeengekomen zijn in het opvangplan en waarvoor geen akkoord van de organisator is;
  b) kinderopvangprestaties met een duurtijd langer dan elf uur of kinderopvangprestaties 's nachts.
  Voor de kosten, vermeld in het eerste lid, 1°, b), d), en e), houdt de organisator de bewijsstukken van de werkelijk gemaakte kosten ter beschikking. [1 Als de organisator kiest voor het bijkomende tarief, beperkt tot maximaal de werkelijk gemaakte kosten, vermeld in het eerste lid, 1°, h), houdt de organisator de bewijsstukken van de werkelijk gemaakte kosten ter beschikking, ten aanzien van Kind en Gezin en de toezichthouder.]1
  Het bijkomend tarief voor de kosten, vermeld in het eerste lid, 2°, b), kan niet gevraagd worden door de organisator die beschikt over de subsidie flexibele urenpakketten groepsopvang of de subsidie flexibele gezinsopvang.
  
Art.21. Pour les frais supplémentaires suivants, un tarif supplémentaire peut être demandé :
  1° les frais suivants qui sont liés directement à l'accueil d'enfants :
  a) le transport, limité au montant par kilomètre, visé à l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours ;
  b) [1 ...]1 les dépenses exceptionnelles mais nécessaires pour un enfant individuel, qui sont déterminées dans le règlement intérieur et dans la convention par écrit pour cet enfant. Le tarif supplémentaire est limité au maximum aux frais réellement exposés, les frais de personnel ne sont pas pris en compte ;
  c) les frais d'administration et les frais de facturation, limité au maximum à 3,5 euros par mois par enfant accueilli ;
  d) les frais de recouvrement en cas de non-paiement, limités au maximum aux frais réellement exposés, les frais de personnel ne sont pas pris en compte ;
  e) la perte ou l'endommagement de matériel qui est donné à la famille par l'organisateur, limité(e) au maximum aux frais réellement exposés, les frais de personnel ne sont pas pris en compte ;
  f) le repas chaud pour les enfants qui vont à l'école primaire, limité au maximum à 3,5 euros ;
  g) les absences sans avis ;
  [1 h) les produits de soins, l'utilisation de couches et le traitement des déchets de couches, qui sont déterminés dans le règlement intérieur et dans la convention par écrit pour cet enfant. Le tarif supplémentaire est limité soit au maximum aux frais réellement exposés, les frais de personnel n'étant pas pris en compte, soit au forfait suivant :
   1) lorsque l'enfant utilise des couches de l'accueil : au maximum 1,5 euros par journée entière, au maximum 60 % de 1,5 euros par demi-journée ou au maximum 160 % de 1,5 euros pour l'accueil de jour et de nuit consécutifs ;
   2) lorsque l'enfant ne fait pas usage des couches de l'accueil : au maximum 0,3 euros par journée entière, au maximum 60 % de 0,3 euros par demi-journée ou au maximum 160 % de 0,3 euros pour l'accueil de jour et de nuit consécutifs ;]1

  2° les frais pour l'accueil d'enfants aux moments suivants :
  a) l'accueil d'enfants à un moment avant ou après les heures qui ont été convenues dans le plan d'accueil et pour lequel il n'y a aucun accord de l'organisateur ;
  b) les prestations d'accueil d'enfants pendant une durée supérieure à onze heures ou des prestations d'accueil d'enfants la nuit.
  Pour les frais, visés à l'alinéa premier, 1°, b), d), et e), l'organisateur tient les documents justificatifs des frais réellement exposés à disposition. [1 Lorsque l'organisateur opte pour le tarif supplémentaire, limité aux frais réellement exposés, visé à l'alinéa premier, 1°, h), l'organisateur tient les pièces justificatives des frais réellement exposés à la disposition de " Kind en Gezin " et du contrôleur.]1
  Le tarif supplémentaire pour les frais, visés à l'alinéa premier, 2°, b), ne peut pas être demandé par l'organisateur qui dispose de la subvention ensembles d'heures d'accueil en groupe flexibles ou de la subvention accueil familial flexible.
  
Art.22. Het bedrag voor de reservatie of waarborg, een inschrijvingsprijs, of gelijk welke som geld ongeacht de benaming, waarvoor een bijkomend tarief gevraagd kan worden, is maximaal:
  1° voor gezinnen met een inkomen dat hoger is dan het inkomen, vermeld in artikel 17: 250 euro;
  2° voor gezinnen met een inkomen dat lager is dan of gelijk is aan het inkomen, vermeld in artikel 17: 50 euro.
Art.22. Le montant de la réservation ou de la garantie, d'un droit d'inscription, ou de n'importe quelle somme d'argent, quelle que soit la dénomination, pour laquelle un tarif supplémentaire peut être demandé, s'élève au maximum :
  1° pour les familles dont le revenu est supérieur au revenu, visé à l'article 17 : à 250 euros ;
  2° pour les familles dont le revenu est inférieur ou égal au revenu, visé à l'article 17 : à 50 euros.
Onderafdeling 2. - Bepaling inkomenstarief
Sous-section 2. - Détermination du tarif sur la base des revenus
Art. 22/1. [1 De startdatum, vermeld op het attest inkomenstarief, is de maand na de aanvraag van het attest inkomenstarief, tenzij:
   1° bij de start van de kinderopvang, in welk geval de startdatum steeds de maand van de start is;
   2° het OCMW of de organisator een beslissing nemen als vermeld in artikel 34/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, die kan gelden met terugwerkende kracht.
   [2 De einddatum, vermeld op het attest inkomenstarief, is de laatste dag van het kalenderjaar van de aanvraag van het attest inkomenstarief. Als [3 het kind drie en een half jaar, zes jaar of negen jaar wordt,]3 is de einddatum echter de laatste dag van het kwartaal waarin [3 het kind drie en een half jaar, zes jaar of negen jaar wordt,]3. Een individueel verminderd inkomenstarief wordt toegekend voor minstens één jaar, waarbij de einddatum telkens de laatste dag van het kwartaal is waarin het attest inkomenstarief een jaar geldigheid bereikt. Als [3 het kind drie en een half jaar, zes jaar of negen jaar wordt,]3 is de einddatum echter de laatste dag van het kwartaal waarin [3 het kind drie en een half jaar, zes jaar of negen jaar wordt,]3]2.]1

  
Art. 22/1. [1 La date de début, mentionnée dans l'attestation du tarif sur base des revenus, est le mois après le dépôt de la demande de l'attestation du tarif sur base des revenus, sauf :
   1° au début des services d'accueil, auquel cas la date de début est le mois du début ;
   2° le CPAS ou l'organisateur prennent une décision, telle que visée à l'article 34/1 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013, qui peut s'appliquer à effet rétroactif.
   [2 La date de fin mentionnée dans l'attestation du tarif sur base des revenus est le dernier jour de l'année calendaire de la demande de l'attestation du tarif sur base des revenus. Si l'enfant atteint l'âge de 3,5 ans, la date de fin est le dernier jour du trimestre où l'enfant atteint l'âge de 3,5 ans. Un tarif sur base des revenus réduit individuellement est accordé pour au moins un an, la date de fin étant le dernier jour du trimestre dans lequel l'attestation relative au tarif sur base des revenus a atteint une durée de validité d'un an. Si l'enfant atteint l'âge de 3,5 ans, la date de fin est le dernier jour du trimestre où l'enfant atteint l'âge de 3,5 ans]2.]1

  
Art.23. [1 Bij gebrek aan Belgisch aanslagbiljet voor personenbelasting en aanvullende belastingen wordt volgend inkomen in aanmerking genomen:
   1° in geval van een werknemer: het brutoloon, verminderd met 13,07%. Het bekomen bedrag op maandbasis wordt omgezet in een jaarbedrag. Voor de omzetting naar een jaarbedrag, wordt het bekomen bedrag op maandbasis vermenigvuldigd met een coëfficiënt die elk jaar op 1 januari wordt vastgelegd door Kind en Gezin volgens de volgende formule:
   a) het gemiddelde gezondheidsindexcijfer van twee jaar voordien wordt gedeeld door het gezondheidsindexcijfer van 1 oktober van het jaar voordien;
   b) het resultaat van de berekening, vermeld in punt a), wordt vermenigvuldigd met twaalf;
   2° in geval van een beginnende zelfstandige en een beginnende meewerkende echtgenoot: het inkomen dat dient voor de berekening van de voorlopige bijdragen, zoals vastgesteld door artikel 13bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen. Dat inkomen wordt verminderd met het bedrag van de voorlopige bijdrage, zoals berekend volgens hetzelfde artikel 13bis.
   Het gemiddelde gezondheidsindexcijfer wordt berekend als volgt:
   1° de gezondheidsindexcijfers die gelden in elke maand van de twaalf maanden van het jaar voordien worden bij elkaar opgeteld;
   2° het resultaat van de optelling, vermeld in punt 1°, wordt gedeeld door twaalf.]1

  
Art.23. [1 A défaut d'un avertissement-extrait de rôle belge de l'impôt des personnes physiques et des impôts complémentaires, le traitement suivant est pris en considération :
   1° dans le cas d'un travailleur : le salaire brut, réduit de 13,07%. Le montant obtenu sur une base mensuelle est converti en un montant annuel. Pour la conversion vers un montant annuel, le montant obtenu sur une base mensuelle est multipliée par un coefficient qui est fixé chaque année au 1er janvier par Kind en Gezin, selon la formule suivante :
   a) l'indice santé moyen de deux ans auparavant est divisé par l'indice santé du 1er octobre de l'année précédente ;
   b) le résultat du calcul, visé au point a), est multiplié par douze ;
   2° dans le cas d'un indépendant débutant et d'un conjoint aidant débutant : les revenus servant au calcul des contributions provisoires, telles que fixées par l'article 13bis de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants. Ces revenus sont réduits du montant de la contribution provisoire, telle que calculée suivant le même article 13bis.
   L'indice santé moyen est calculé comme suit :
   1° les indices santé qui s'appliquent dans chaque mois des douze mois de l'année précédente sont additionnés ;
   2° le résultat de l'addition, visée au point 1°, est divisé par douze.]1

  
Art.24. De volgende personen komen in aanmerking [1 als inwonende persoon]1:
  1° de persoon die getrouwd is met de contracthouder, of als ze niet getrouwd zijn, de meerderjarige partner van de contracthouder, met domicilie op hetzelfde adres als de contracthouder;
  2° een meerderjarige persoon met domicilie op hetzelfde adres als de contracthouder als er geen persoon als vermeld in punt 1°, is. Als er verschillende meerderjarige personen met domicilie op hetzelfde adres als de contracthouder zijn, telt het inkomen van een van die meerderjarige personen. Het inkomen van de meerderjarige kinderen uit het gezin telt nooit mee.
  
Art.24. Les personnes suivantes sont éligibles comme personne [1 résidant sous le même toit]1 :
  1° la personne qui est mariée au titulaire du contrat ou, lorsqu'ils ne sont pas mariés, le/la partenaire majeure du titulaire du contrat, domiciliée à la même adresse que le titulaire du contrat;
  2° une personne majeure domiciliée à la même adresse que le titulaire du contrat lorsqu'il n'y a pas de personne telle que visée au point 1°. Lorsqu'il y a différentes personnes majeures domiciliée à la même adresse que le titulaire du contrat, le revenu d'une de ces personnes majeures est compté. Le revenu des enfants majeurs de la famille n'est jamais compté.
  
Art.25. Voor de berekening van het inkomenstarief wordt het inkomen als volgt vermenigvuldigd met een coëfficiënt:
  1° voor een inkomen tot en met 41.774,97 euro wordt het inkomen vermenigvuldigd met 0,000385. Het verkregen tarief wordt geplafonneerd op [3 16,11 euro]3;
  2° voor een inkomen van 41.774,98 euro tot en met 59.772,14 euro wordt het inkomen vermenigvuldigd met 0,000380. Het verkregen tarief wordt geplafonneerd op 20,95 euro;
  3° voor een inkomen van 59.772,15 euro of hoger wordt het tarief van 20,95 euro per begonnen inkomensschijf van 3700 euro, gerekend vanaf 59.772,15, verhoogd met 0,60 euro. Het bekomen tarief wordt geplafonneerd op het maximaal tarief, vermeld in artikel 27.
  [4 Het maximumbedrag, vermeld in artikel 25, 1°, is nooit hoger dan het minimumbedrag, vermeld in artikel 25, 2°.]4
  
Art.25. Pour le calcul du tarif sur la base des revenus, le revenu est multiplié par un coefficient comme suit :
  1° pour un revenu jusqu'à 41.774,97 euros inclus, le revenu est multiplié par 0,000385. Le tarif obtenu est plafonné à [3 16,11 euros]3 ;
  2° pour un revenu de 41.774,98 euros jusqu'à 59.772,14 euros inclus, le revenu est multiplié par 0,000380. Le tarif obtenu est plafonné à 20,95 euros ;
  3° pour un revenu de 59.772,15 euros ou supérieur, le tarif de 20,95 euros est majoré de 0,60 euros par tranche de revenu commencée de 3.700 euros, à compter à partir de 59.772,15 euros. Le tarif obtenu est plafonné au tarif maximum, visé à l'article 27.
  [4 Le montant maximal visé à l'article 25, 1°, ne dépasse jamais le montant minimal visé à l'article 25, 2°.]4
  
Art.26. [1 Voor de tarieven gelden de volgende bedragen:
   1° het standaard minimumtarief bedraagt 5 euro;
   2° het uitzonderlijk minimumtarief bedraagt 3 euro;
   3° het laagst mogelijke inkomenstarief bedraagt 1,56 euro;
   4° het maximumtarief bedraagt 27,72 euro.]1

  
Art.26. [1 Aux tarifs suivants, les montants suivants s'appliquent :
   1° le tarif minimal standard s'élève à 5 euros ;
   2° le tarif minimal exceptionnel s'élève à 3 euros ;
   3° le tarif plancher sur base des revenus s'élève à 1,56 euros ;
   4° le tarif maximal s'élève à 27,72 euros]1

  
Art.27. [1 Het individueel verminderd inkomenstarief bedraagt:
   1° in de situatie, vermeld in artikel 34, § 1, 1°, a), b) en c) van het Subsidiebesluit van 22 november 2013: een vermindering van 25% op [2 het berekende inkomenstarief]2 met als minimum het standaard minimumtarief. Er is maximaal één vermindering van 25% per gezin;
   2° in de situatie, vermeld in artikel 34, § 1, 1°, d), van het Subsidiebesluit van 22 november 2013: het standaard minimumtarief;
   3° in de situatie, vermeld in artikel 34, § 1, 1°, e), 2°, a) en b), van het Subsidiebesluit van 22 november 2013: het uitzonderlijk minimumtarief;
   4° in de situatie, [3 vermeld in artikel 34, § 1, 2°, c), 3°, en 4°]3, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013: het laagst mogelijke inkomenstarief;
   5° in de situatie, vermeld in artikel 34/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, een van de volgende tarieven:
   a) een vermindering van 50% op [2 het berekende individueel verminderde inkomenstarief]2 of op [2 het berekende inkomenstarief]2 met als minimum het standaard minimumtarief;
   b) het standaard minimumtarief;
   c) het laagst mogelijke inkomenstarief.]1

  
Art.27. [1 Le tarif sur base des revenus réduit individuellement s'élève à :
   1° dans la situation, visée à l'article 34, § 1er, 1°, a), b) et c), de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013 : une réduction de 25% sur [2 le tarif des revenus calculé]2 avec comme minimum le tarif minimal standard. Il y a au maximum une réduction de 25% par famille ;
   2° dans la situation, visée à l'article 34, § 1er, 1°, d), de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013 : le tarif minimal standard ;
   3° dans la situation, visée à l'article 34, § 1er, 1°, e), 2°, a) et b) de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013 : le tarif minimal exceptionnel ;
   4° dans la situation, [3 visée à l'article 34, § 1er, 2°, c), 3° et 4°]3, de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013 : le tarif plancher sur base des revenus ;
   5° dans la situation, visée à l'article 34/1 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013, un des tarifs suivants :
   a) une réduction de 50% sur [2 le tarif des revenus réduit individuellement calculé]2 ou sur [2 le tarif des revenus calculé]2 avec comme minimum le tarif minimal standard ;
   b) le tarif minimal standard ;
   c) le tarif plancher sur base des revenus.]1

  
Art.28. Op het berekende inkomenstarief gelden de volgende verminderingen:
  1° een vermindering van 25 % voor een contracthouder met een inkomen dat lager ligt dan een inkomensgrens die elk jaar op 1 november wordt vastgelegd door Kind en Gezin. Voor een contracthouder met een inkomen vanaf die inkomensgrens wordt het percentage gradueel verminderd met 1 per begonnen schijf van 50 euro;
  2° een vermindering van 3,14 euro per kind ten laste vanaf het tweede kind ten laste van de persoon op basis van wiens inkomen het inkomenstarief berekend wordt, als er minstens twee kinderen ten laste zijn;
  3° [1 een aanvullende vermindering van 3,14 euro voor kinderen ten laste die een meerling zijn, met een maximum van één aanvullende vermindering per gezin.]1.
  [1 ...]1.
  Voor de berekening van de inkomensgrens, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen, vermeld in de collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten binnen de Nationale Arbeidsraad, omgerekend naar een belastbaar jaarbedrag volgens de bepalingen, vermeld in artikel 23, § 1, derde lid, van dit besluit.
  
Art.28. Les réductions suivantes s'appliquent au tarif sur la base des revenus calculé :
  1° une réduction de 25 % pour un titulaire de contrat dont le revenu est inférieur à la limite de revenu qui est fixée chaque année au 1er novembre par " Kind en Gezin ". Pour un titulaire de contrat ayant un revenu à partir de cette limite de revenu, le pourcentage est réduit graduellement de 1 par tranche commencée de 50 euros ;
  2° une réduction de 3,14 euros par enfant à charge à partir du deuxième enfant à charge de la personne dont le revenu sert de base pour calculer le tarif sur la base des revenus, lorsqu'il y a au moins deux enfants à charge ;
  3° [1 une réduction complémentaire de 3,14 euros pour enfants à charge qui sont des multiples, avec un maximum d'une seule réduction complémentaire par famille.]1
  [1 ...]1.
  Pour le calcul de la limite de revenu, visée à l'alinéa premier, 1°, le revenu minimum mensuel moyen garanti, visé à la convention collective de travail, conclue au sein du Conseil national du Travail, est converti en un montant annuel imposable selon les dispositions, visées à l'article 23, § 1er, alinéa trois, du présent arrêté.
  
Onderafdeling 3. - Facturatie en inning inkomenstarief
Sous-section 3. - Facturation et recouvrement du tarif sur la base des revenus
Art.29. De organisator wijst de contracthouder erop dat hij hem het meest actuele berekende of individueel verminderd inkomenstarief moet meedelen.
Art.29. L'organisateur fait remarquer au titulaire du contrat qu'il doit lui communiquer le tarif sur la base des revenus dont le calcul est le plus actuel ou le tarif sur la base des revenus individuellement réduit le plus actuel.
Art.30. De organisator geeft voor elke maand kinderopvang een factuur aan de contracthouder, die de volgende vermeldingen bevat:
  1° [2 het aantal halve en het aantal volle dagen]2 dat het kind van de contracthouder in de kinderopvanglocatie opgevangen werd, gerechtvaardigd afwezig was en ongerechtvaardigd afwezig was;
  2° het inkomenstarief van de contracthouder;
  3° het tarief voor ongerechtvaardigde afwezigheidsdagen;
  [1 4° de gedetailleerde opgave]1 van alle bijkomende tarieven die boven op het inkomenstarief in rekening zijn gebracht, met vermelding van de aard, het aantal en het bedrag.
  [2 [3 In geval het kind wordt opgevangen in een kinderopvanglocatie waarvoor de organisator subsidie voor kinderopvang met flexibele openingstijden ontvangt, bevat de factuur naast de gegevens, vermeld in het eerste lid, ook de vermelding van het aantal dagen dat het kind van de contracthouder langer dan 11 uur op een dag, in de kinderopvanglocatie opgevangen werd]3.
   [3 ...]3.]2

  
Art.30. L'organisateur fournit une facture au titulaire du contrat pour chaque mois d'accueil d'enfants, qui comprend les mentions suivantes :
  1° [2 le nombre de demie-journées et de jours entiers]2 que l'enfant du titulaire du contrat a été accueilli à l'emplacement d'accueil d'enfants, a été absent légitimement et a été absent illégitimement ;
  2° le tarif sur la base des revenus du titulaire du contrat ;
  3° le tarif pour les jours d'absence illégitimes ;
  [1 4° un relevé détaillé]1 de tous les tarifs supplémentaires portés en compte en supplément du tarif sur la base des revenus, avec mention de la nature, du nombre et du montant.
  [2 [3 Dans le cas où l'enfant est accueilli dans un emplacement d'accueil d'enfants pour lequel l'organisateur reçoit une subvention pour l'accueil d'enfants aux heures d'ouverture flexibles, le facture comporte, outre les données visées à l'alinéa premier, également la mention du nombre de jours flexibles durant lesquels l'enfant du titulaire du contrat est accueilli dans l'emplacement d'accueil d'enfants pendant plus de 11 heures par jour]3.
   [3 ...]3.]2

  
Onderafdeling 4.
Sous-section 4.
TITEL 4. - Plussubsidie
TITRE 4. - Subvention supplémentaire
Art.32. Het bedrag van het inkomen als kenmerk voor de financiële situatie van een kwetsbaar gezin is 27.000 euro.
Art.32. Le montant du revenu comme caractéristique de la situation financière d'une famille vulnérable s'élève à 27.000 euros.
TITEL 5. - Subsidie voor inclusieve kinderopvang
TITRE 5. - Subvention pour l'accueil d'enfants inclusif
HOOFDSTUK 1. - Structurele inclusieve kinderopvang
CHAPITRE 1er. - Accueil d'enfants inclusif structurel
Afdeling 1. - Bedrag subsidie
Section 1re. - Montant de la subvention
Art.33. Het bedrag van de subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang wordt verhoudingsgewijs verminderd voor een gesubsidieerde kinderopvangplaats die geen volledig kalenderjaar toegekend is, volgens de volgende berekening:
  1° het aantal dagen waarvoor de organisator voldoet aan de voorwaarden voor specifieke dienstverlening voor de subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang, wordt gedeeld door het aantal dagen in het kalenderjaar in kwestie;
  2° het resultaat van de deling, vermeld in punt 1°, wordt vermenigvuldigd met het bedrag van de subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang en met het aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen.
Art.33. Le montant de la subvention pour l'accueil d'enfants inclusif structurel est réduit proportionnellement pour une place d'accueil d'enfants subventionnée à laquelle une année calendaire complète n'a pas été octroyée, selon le calcul suivant :
  1° le nombre de jours que l'organisateur répond aux conditions des services spécifiques pour la subvention pour l'accueil d'enfants inclusif structurel, qui sont divisés par le nombre de jours de l'année calendaire en question ;
  2° le résultat de la division, visée au point 1°, est multiplié par le montant de la subvention pour l'accueil d'enfants inclusif structurel et par le nombre de places d'accueil d'enfants subventionnables.
Afdeling 2. - Voorwaarden specifieke dienstverlening
Section 2. - Conditions des services spécifiques
Art.34. De bezetting voor de subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang wordt als volgt berekend per kalenderjaar en per subsidiegroep:
  1° het aantal gereserveerde kinderopvangdagen van de kinderen met een specifieke zorgbehoefte wordt vermenigvuldigd met 100;
  2° het aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen waarvoor de organisator de subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang krijgt, wordt vermenigvuldigd met 220;
  3° het resultaat van de vermenigvuldiging, vermeld in punt 1°, wordt gedeeld door het resultaat van de vermenigvuldiging, vermeld in punt 2°.
  Voor het aantal gereserveerde kinderopvangdagen, vermeld in het eerste lid, 1°, tellen volgende gereserveerde kinderopvangdagen mee:
  1° voor 100 % :
  a) alle gereserveerde kinderopvangdagen van alle kinderopvanglocaties van dezelfde subsidiegroep die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, met uitzondering van kinderopvangprestaties 's nachts en kinderopvangprestaties voor kinderen die tot het thuismilieu van de kinderbegeleider gezinsopvang behoren en voor wie de kinderbegeleider de verantwoordelijkheid draagt;
  b) alle kinderopvangdagen van kinderen die minstens drie uur per dag buitenschools opgevangen worden, van alle kinderopvanglocaties gezinsopvang die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, met uitzondering van kinderopvangprestaties 's nachts en kinder-opvangprestaties voor kinderen die tot het thuismilieu van de kinderbegeleider gezinsopvang behoren en voor wie de kinderbegeleider de verantwoordelijkheid draagt;
  2° voor 40 % : alle kinderopvangdagen van kinderen die minder dan drie uur per dag buitenschools opgevangen worden van alle kinderopvanglocaties gezinsopvang die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, met uitzondering van kinderopvangprestaties 's nachts en kinderopvangprestaties voor kinderen die tot het thuismilieu van de kinderbegeleider gezinsopvang behoren en voor wie de kinderbegeleider de verantwoordelijkheid draagt.
Art.34. L'occupation pour la subvention pour l'accueil d'enfants inclusif structurel est calculée comme suit par année calendaire et par groupe de subvention :
  1° le nombre de jours d'accueil d'enfants réservés des enfants ayant des besoins spécifiques en soins est multiplié par 100 ;
  2° le nombre de places d'accueil d'enfants subventionnées pour lesquelles l'organisateur reçoit la subvention pour l'accueil d'enfants inclusif structurel est multiplié par 220 ;
  3° le résultat de la multiplication, visée au point 1°, est divisé par le résultat de la multiplication, visée au point 2°.
  Pour le nombre de jours d'accueil d'enfants réservés, visé à l'alinéa premier, 1°, les jours d'accueil d'enfants réservés suivants comptent :
  1° à 100 % :
  a) tous les jours d'accueil d'enfants réservés de tous les emplacements d'accueil d'enfants du même groupe de subvention qui répondent aux conditions, visées aux articles 20 à 36 inclus de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013, à l'exception des prestations d'accueil d'enfants la nuit et des prestations d'accueil d'enfants pour les enfants qui appartiennent à l'environnement familial de l'accompagnateur d'enfants de l'accueil familial et pour qui l'accompagnateur d'enfants porte la responsabilité ;
  b) tous les jours d'accueil d'enfants d'enfants qui sont accueillis en dehors des heures de classe pendant au moins trois heures par jour, de tous les emplacements d'accueil d'enfants de l'accueil familial qui répondent aux conditions, visées aux articles 20 à 36 inclus de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013, à l'exception des prestations d'accueil d'enfants la nuit et des prestations d'accueil d'enfants pour les enfants qui appartiennent à l'environnement familial de l'accompagnateur d'enfants de l'accueil familial et pour qui l'accompagnateur d'enfants porte la responsabilité ;
  2° à 40 % : tous les jours d'accueil d'enfants d'enfants qui sont accueillis en dehors des heures de classe pendant moins de trois heures par jour, de tous les emplacements d'accueil d'enfants de l'accueil familial qui répondent aux conditions, visées aux articles 20 à 36 inclus de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013, à l'exception des prestations d'accueil d'enfants la nuit et des prestations d'accueil d'enfants pour les enfants qui appartiennent à l'environnement familial de l'accompagnateur d'enfants de l'accueil familial et pour qui l'accompagnateur d'enfants porte la responsabilité.
TITEL 6. - Slotbepalingen
TITRE 6. - Dispositions finales
HOOFDSTUK 1. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions abrogatoires
Art.35. De volgende regelingen worden opgeheven:
  1° het ministerieel besluit van 9 juli 2001 houdende de voorwaarden voor het organiseren van en de bepalingen over de toestemming voor en de subsidiëring van buitenschoolse opvang in aparte lokalen in kinderdagverblijven, het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 13 december 2013;
  2° het ministerieel besluit van 1 april 2003 tot vastlegging van de modaliteiten betreffende de betaling van de sociale zekerheidsbijdragen ten behoeve van diensten voor opvanggezinnen en aangesloten opvanggezinnen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 1 december 2003;
  3° het ministerieel besluit van 1 april 2003 houdende de vaststelling van het bedrag, toegekend aan de diensten voor opvanggezinnen in het kader van de verzekering voor arbeidsongevallen voor aangesloten onthaalouders;
  4° het ministerieel besluit van 22 september 2006 betreffende de bepaling van de forfaitaire subsidiebedragen voor het aanbod van buurt- en nabijheidsdiensten die vastgelegd zijn door de raad van bestuur van Kind en Gezin op basis van het experimentele kader dat goedgekeurd is door de raad van bestuur van Kind en Gezin op 26 mei 2004, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 26 juli 2007;
  5° het ministerieel besluit van 12 februari 2007 tot toekenning van een financiële tegemoetkoming aan kinderopvangvoorzieningen om een basisopleiding levensreddend handelen te volgen;
  6° het ministerieel besluit van 20 april 2007 houdende de voorwaarden voor het herstel van capaciteit bij een dienst voor onthaalouders in 2008;
  7° het ministerieel besluit van 9 mei 2007 houdende de voorwaarden tot toestemming en een bijbehorende financiële ondersteuning voor het realiseren van een verruimd aanbod in de vorm van flexibele en/of occasionele opvang in kinderdagverblijven en initiatieven voor buitenschoolse opvang die door Kind en Gezin worden erkend, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010 en de ministeriële besluiten van 19 juli 2007, 26 juli 2007 en 23 december 2010;
  8° het ministerieel besluit van 16 mei 2007 betreffende de bepaling van de forfaitaire subsidiebedragen voor het basisaanbod van kinderdagverblijven en diensten voor onthaalouders, het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 13 december 2013;
  9° het ministerieel besluit van 17 maart 2008 tot bepaling van de financiële bijdrage van de gezinnen voor de opvang van kinderen in kinderdagverblijven en diensten voor onthaalouders, het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 13 december 2013;
  10° het ministerieel besluit van 10 september 2008 betreffende de vergoeding voor aangesloten onthaalouders en diensten voor onthaalouders, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010 en de ministeriële besluiten van 15 september 2008 en 19 mei 2009;
  11° het ministerieel besluit van 21 april 2009 houdende de voorwaarden tot toekenning van een extra financiële ondersteuning voor de inclusieve opvang van kinderen met een specifieke zorgbehoefte aan organiserende besturen en voorzieningen, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010 en de ministeriële besluiten van 28 januari 2010, 6 oktober 2010 en 19 juni 2013;
  12° het ministerieel besluit van 21 december 2012 tot toekenning van een dotatie voor 2012 in het kader van het VIA-akkoord aan het Fonds voor Bestaanszekerheid voor collectieve verzekering als aanzet tot latere tweede pensioenpijler.
Art.35. Les règlements suivants sont abrogés :
  1° l'arrêté ministériel du 9 juillet 2001 établissant les conditions de l'organisation de l'accueil extrascolaire dans des locaux distincts dans les garderies et fixant les dispositions relatives à son autorisation et subventionnement, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 13 décembre 2013 ;
  2° l'arrêté ministériel du 1er avril 2003 fixant les modalités relatives au paiement de montants des prestations de sécurité sociales au profit des services des familles d'accueil et familles d'accueil affiliées, modifié par l'arrêté ministériel du 1er décembre 2003 ;
  3° l'arrêté ministériel du 1er avril 2003 fixant le montant alloué aux services pour familles d'accueil, dans le cadre de l'assurance accidents de travail pour familles d'accueil affiliées ;
  4° l'arrêté ministériel du 22 septembre 2006 fixant les montants des subventions forfaitaires pour l'offre des services de proximité déterminés par le conseil d'administration de " Kind en Gezin " sur la base du cadre expérimental adopté par le conseil d'administration de " Kind en Gezin " le 26 mai 2004, modifié par l'arrêté ministériel du 26 juillet 2007 ;
  5° l'arrêté ministériel du 12 février 2007 d'attribution d'une participation financière des garderies afin d'y assurer une formation de base de sauveteur ;
  6° l'arrêté ministériel du 20 avril 2007 fixant les conditions pour le rétablissement de capacité d'un service pour gardien(ne)s dans l'année 2008 ;
  7° l'arrêté ministériel du 9 mai 2007 fixant les conditions d'autorisation et d'octroi d'une aide financière visant à réaliser un accueil étendu sous la forme d'un accueil flexible et occasionnel aux crèches et à des initiatives d'accueil extrascolaire agréées par " Kind en Gezin ", modifié par le décret du 23 décembre 2010 et les arrêtés ministériels des 19 juillet 2007, 26 juillet 2007 et 23 décembre 2010 ;
  8° l'arrêté ministériel du 16 mai 2007 fixant les montants des subventions forfaitaires octroyées pour l'offre de base des garderies et des services pour famille d'accueil, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 13 décembre 2013 ;
  9° l'arrêté ministériel du 17 mars 2008 fixant la participation financière des familles à l'accueil des enfants dans des garderies et des services pour familles d'accueil, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 13 décembre 2013 ;
  10° l'arrêté ministériel du 10 septembre 2008 relatif à l'indemnisation des familles d'accueil affiliées et des services pour familles d'accueil, modifié par le décret du 23 décembre 2010 et les arrêtés ministériels des 15 septembre 2008 et 19 mai 2009 ;
  11° l'arrêté ministériel du 21 avril 2009 établissant les conditions d'octroi d'une aide financière supplémentaire pour l'accueil inclusif des enfants ayant des besoins spécifiques en soins aux directions et institutions organisatrices, modifié par le décret du 23 décembre 2010 et les arrêtés ministériels des 28 janvier 2010, 6 octobre 2010 et 19 juin 2013 ;
  12° l'arrêté ministériel du 21 décembre 2012 octroyant une dotation pour 2012 dans le cadre de l'accord VIA au Fonds de Sécurité d'Existence pour l'assurance collective comme amorce pour le deuxième pilier de pension ultérieur.
HOOFDSTUK 2. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions transitoires
Afdeling 1. - Omzetting van bestaande subsidies
Section 1re. - Conversion de subventions existantes
Art.36. De omzetting bij diensten voor onthaalouders die voordien werkten met samenwerkende onthaalouders waarvoor er nu een vergunning groepsopvang nodig is, naar een afzonderlijke subsidiegroep per zorgregio, gebeurt als volgt:
  1° de afzonderlijke subsidiegroep geldt gedurende een overgangsperiode van [1 twaalf]1 jaar;
  2° Kind en Gezin doet voor elke betrokken organisator een elektronisch voorstel voor het aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen in de subsidiegroep op basis van een bevraging bij de betrokken organisator;
  3° de organisator kan met betrekking tot het voorstel, vermeld in punt 2°, een elektronisch voorstel tot correctie indienen bij Kind en Gezin, waarna in onderling overleg met Kind en Gezin tot een definitief voorstel voor het aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen in de subsidiegroep beslist wordt, op basis van objectieve gegevens.
  
Art.36. La conversion auprès de services pour parents d'accueil qui travaillaient auparavant avec des parents d'accueil collaborateurs pour lesquels une autorisation d'accueil en groupe est actuellement nécessaire, vers un groupe de subvention séparé par région de soins, se fait comme suit :
  1° le groupe de subvention séparé vaut pendant une période de transition de [1 douze]1 ans ;
  2° pour chaque organisateur concerné, " Kind en Gezin " fait une proposition électronique pour le nombre de places d'accueil d'enfants subventionnées dans le groupe de subvention sur la base d'une enquête auprès de l'organisateur concerné ;
  3° l'organisateur peut, en ce qui concerne la proposition visée au point 2°, introduire une proposition électronique de correction auprès de " Kind en Gezin ", à la suite de quoi, en concertation mutuelle avec " Kind en Gezin ", une proposition définitive pour le nombre de places d'accueil d'enfants subventionnées dans le groupe de subvention est décidée, sur la base de données objectives.
  
Afdeling 2. - Overgangsperiode voor bedrag subsidie voor inkomenstarief
Section 2. - Période de transition pour le montant de la subvention pour le tarif sur la base des revenus
Art.37. De verhouding in aantal kinderopvangplaatsen waarvoor het deel van de subsidie, op basis van de leeftijd van de kinderbegeleiders, de verantwoordelijken en de medewerkers die in de kinderopvanglocatie instaan voor de systematische ondersteuning van de verantwoordelijke en die voldoen aan de voorwaarden over de kennis van het Nederlands en over de kwalificatie waaraan de verantwoordelijke moet voldoen, niet toegekend wordt, bedraagt:
  1° voor crèches van een openbaar bestuur: 32,02 % ;
  2° voor peutertuinen van een openbaar bestuur: 82,80 % ;
  3° voor peutertuinen van een vzw: 51,70 % .
Art.37. Le rapport en nombre de places d'accueil d'enfants pour lesquelles la partie de la subvention, sur la base de l'âge des accompagnateurs d'enfants, des responsables et des collaborateurs qui, à l'emplacement d'accueil d'enfants, assurent le soutien systématique du responsable, et qui répondent aux conditions de la connaissance du néerlandais et de la qualification à laquelle le responsable doit répondre, n'est pas octroyée, s'élève :
  1° pour les crèches d'une administration publique : à 32,02 % ;
  2° pour les prégardiennats d'une administration publique : à 82,80 % ;
  3° pour les prégardiennats d'une a.s.b.l. : à 51,70 %.
Afdeling 3. [1 Overgangsregeling aanvraag voorbehoud]1
Section 3. [1Régime transitoire demande de réserve]1
Art.38. [1 De aanvraag van het voorbehoud, vermeld in artikel 6 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, gebeurt door de organisator groepsopvang die werkt met kinderbegeleiders in het sociaal statuut van aangesloten onthaalouder niet overeenkomstig artikel 4, 3°, a), zolang de overgangsperiode, vermeld in artikel 57 en 59 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 geldt. Gedurende deze overgangsperiode gebeurt de aanvraag zoals vermeld in artikel 4, 3°, b).]1
  
Art.38. [1 La demande de la réserve, visée à l'article 6 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013, n'est pas effectuée par l'organisateur d'accueil en groupe qui travaille avec des accompagnateurs d'enfants dans le statut social de famille d'accueil affiliée conformément à l'article 4, 3°, a), tant que la période transitoire visée aux articles 57 et 59 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013 est d'application. Pendant cette période transitoire, la demande est faite telle qu'indiquée à l'article 4, 3°, b).]1
  
HOOFDSTUK 3. - Inwerkingstredingsbepaling
CHAPITRE 3. - Disposition d'entrée en vigueur
Art. 42. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2014.
  Bijlage bij artikel 18 van het ministerieel besluit tot uitvoering van het Subsidiebesluit van 22 november 2013
  Indeling van het rekeningstelsel - uitbreiding voor gezinsopvang en groepsopvang
  Het rekeningstelsel is een rekeningschema voor het voeren van een boekhouding. Elk boekhoudplan of elk boekhoudpakket moet minimaal deze rekeningen bevatten, met de opgegeven nummers.
  In deze bijlage wordt de uitbreiding van het rekeningstelsel, vermeld in artikel 18 van het ministerieel besluit ter uitvoering van artikel 24 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, opgenomen. Meer bepaald moet er een bijkomende onderverdeling onder enkele hoofdrubrieken die al opgelegd worden door het wettelijk MAR, opgenomen worden.
  Volgend schema geeft een overzicht weer van de bijkomende rekeningen, of uitbreiding, die verplicht moet worden opgenomen in de boekhouding. De uitbreiding wordt weergegeven in vetgedrukt en is een uitbreiding van de rekening die er boven staat. Het rekeningnummer dat bij deze uitgebreide rekening hoort kan zelf gekozen worden (met uitzondering van 606 en 706-rekening), mits men er rekening mee houdt dat de rekening blijft behouden onder de rekening die erboven vermeld staat. Dit wil zeggen dat de uitgebreide rekening ook met dezelfde cijfers te beginnen is als de rekening erboven.
  Overzicht bijkomende rekeningen of uitbreiding van het rekeningstelsel
  4 Vorderingen en schulden op ten hoogste 1 jaar
  40 Handelsvorderingen
  400 Handelsdebiteuren
  Vorderingen op inkomenstarief
  46 Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen
  Voorschotten inkomenstarief
  48 Diverse/overige schulden
  488 Borgtochten ontvangen in contanten
  Ontvangen waarborgen contracthouder
  60 Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen
  606 Kosten aangerekende extra's
  Specifieke kinderopvang
  Vervoer
  Verzorgingsproducten
  Luiers en afvalverwerking luiers
  Facturatiekosten
  Incassokosten
  Uitzonderlijke kosten voor een individueel kind
  61 Diensten en diverse goederen
  Kostenvergoeding kinderbegeleiders gezinsopvang
  Doorgestorte toeslagen aan kinderbegeleiders gezinsopvang
  Doorstorting subsidies RSZ sociaal statuut kinderbegeleiders gezinsopvang
  Andere doorstortingen kinderbegeleiders gezinsopvang
  70 Omzet
  700-707 Verkopen en dienstenprestaties
  Opbrengsten van inkomenstarief
  706 Opbrengsten aangerekende extra's
  Specifieke kinderopvang
  Vervoer
  Verzorgingsproducten
  Luiers en afvalverwerking luiers
  Facturatiekosten
  Incassokosten
  Uitzonderlijke opbrengsten voor een individueel kind
  Opbrengsten doorgerekende kosten ten laste van derden
  76 Uitzonderlijke opbrengsten
  764-769 Andere/overige uitzonderlijke opbrengsten
  Niet teruggestorte waarborgen
Art. 42. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 2014.
  Annexe à l'article 18 de l'arrêté ministériel portant exécution de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013
  Répartition du système des comptes - extension pour l'accueil familial et l'accueil en groupe
  Le système des comptes est un schéma des comptes pour tenir une comptabilité. Chaque plan comptable ou chaque logiciel comptable doit au minimum comprendre ces comptes, avec les numéros indiqués.
  Dans la présente annexe est reprise l'extension du système des comptes, visée à l'article 18 de l'arrêté ministériel portant exécution de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013. Plus particulièrement, il faut reprendre une subdivision supplémentaire sous quelques rubriques principales qui sont déjà imposées par le PCMN.
  Le schéma suivant donne un aperçu des comptes supplémentaires, ou de l'extension, qui doit obligatoirement être reprise dans la comptabilité. L'extension est représentée en gras et est une extension du compte mentionné au-dessus. Le numéro de compte qui appartient à ce compte étendu peut être choisi (à l'exception des comptes 606 et 706), à condition qu'il soit tenu compte du fait que le compte reste maintenu sous le compte qui est mentionné au-dessus. Cela veut dire que le compte étendu doit également commencer par les mêmes chiffres que le compte au-dessus.
  Aperçu des comptes supplémentaires ou extension du système des comptes
  4 Créances et dettes à 1 an au plus
  40 Créances commerciales
  400 Débiteurs commerciaux
  Créances sur le tarif sur la base des revenus
  46 Paiements anticipés sur des commandes reçus
  Acomptes tarif sur la base des revenus
  48 Divers/autres dettes
  488 Cautions reçues en espèces
  Garanties reçues titulaire du contrat
  60 Biens commerciaux, matières premières et auxiliaires
  606 Frais suppléments imputés
  Accueil d'enfants spécifique
  Transport
  Produits de soins
  Couches et traitement des déchets de couches
  Frais de facturation
  Frais d'encaissement
  Frais exceptionnels pour un enfant individuel
  61 Services et biens divers
  Indemnité de frais accompagnateurs d'enfants de l'accueil familial
  Suppléments versés aux accompagnateurs d'enfants de l'accueil familial
  Versement subventions ONSS statut social accompagnateurs d'enfants de l'accueil familial
  Autres versements accompagnateurs d'enfants de l'accueil familial
  70 Chiffre d'affaires
  700-707 Ventes et prestations de services
  Produits du tarif sur la base des revenus
  706 Produits suppléments imputés
  Accueil d'enfants spécifique
  Transport
  Produits de soins
  Couches et traitement des déchets de couches
  Frais de facturation
  Frais d'encaissement
  Produits exceptionnels pour un enfant individuel
  Produits frais imputés à charge de tiers
  76 Produits exceptionnels
  764-769 Autres produits exceptionnels
  Garanties non reversées