Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
8 MEI 2014. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 2, § 2, vijfde lid van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering en tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 januari 2000 tot uitvoering van artikel 2 van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering
Titre
8 MAI 2014. - ArrĂȘtĂ© royal pris en exĂ©cution de l'article 2, § 2, cinquiĂšme alinĂ©a de la loi du 20 dĂ©cembre 1999 visant Ă  octroyer un bonus Ă  l'emploi sous la forme d'une rĂ©duction des cotisations personnelles de sĂ©curitĂ© sociale aux travailleurs salariĂ©s ayant un bas salaire et Ă  certains travailleurs qui ont Ă©tĂ© victimes d'une restructuration, et modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 17 janvier 2000 pris en exĂ©cution de l'article 2 de la loi du 20 dĂ©cembre 1999 visant Ă  octroyer un bonus Ă  l'emploi sous la forme d'une rĂ©duction des cotisations personnelles de sĂ©curitĂ© sociale aux travailleurs salariĂ©s ayant un bas salaire et Ă  certains travailleurs qui ont Ă©tĂ© victimes d'une restructuration
Documentinformatie
Numac: 2014203358
Datum: 2014-05-08
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014203358
Date: 2014-05-08
Moniteur: Voir
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. In artikel 1, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 17 januari 2000 tot uitvoering van artikel 2 van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering worden c) en cbis) aangevuld als volgt :
  " Voor de betaalde sportbeoefenaars, voor wie de bijdragen berekend worden op het bedrag bedoeld in artikel 31, eerste lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zijnde het maximaal bedrag dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de werkloosheidsuitkering, zoals bepaald in artikel 111 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, is de vermindering R(p) gelijk aan 0,00 EUR. "
Article 1er. A l'article 1er, § 2, 1° de l'arrĂȘtĂ© royal du 17 janvier 2000 pris en exĂ©cution de l'article 2 de la loi du 20 dĂ©cembre 1999 visant Ă  octroyer un bonus Ă  l'emploi sous la forme d'une rĂ©duction des cotisations personnelles de sĂ©curitĂ© sociale aux travailleurs salariĂ©s ayant un bas salaire et Ă  certains travailleurs qui ont Ă©tĂ© victimes d'une restructuration, le c) et le cbis) sont complĂ©tĂ©s par ce qui suit :
  " Pour les sportifs rĂ©munĂ©rĂ©s, pour lesquels les cotisations sont calculĂ©es sur le montant visĂ© Ă  l'article 31, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 novembre 1969 pris en exĂ©cution de la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs, c'est-Ă -dire le montant maximal pris en considĂ©ration pour le calcul de l'allocation de chĂŽmage, fixĂ© Ă  l'article 111 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage, la diminution R(p) est Ă©gale Ă  0,00 EUR ".
Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2014.
Art. 2. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er avril 2014.
Art. 3. De minister bevoegd voor Sociale Zaken en de minister bevoegd voor Werk zijn, ieder wat hen betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 3. Le ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions et le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions sont chargĂ©es, chacune en ce qui la concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.