Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 JANUARI 2014. - Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de integrale voorwaarden betreffende het bezit van exotische dieren die tot niet-gedomesticeerde soorten behoren en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning
Titre
16 JANVIER 2014. - Arrêté du Gouvernement wallon déterminant les conditions intégrales relatives à la détention d'animaux exotiques non domestiques et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Titel 1. - Toepassingsgebied en begripsomschrij...
Titel 2. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK I. - Vestiging en bouw
HOOFDSTUK II. - Exploitatie
HOOFDSTUK III. - Afval en dierlijke mest
HOOFDSTUK IV. - Controle en toezicht
HOOFDSTUK V. - Overdracht of verkoop van dieren
HOOFDSTUK VI. - Stopzetting van activiteit
Titel 3. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK I. - Zoogdieren
HOOFDSTUK II. - Reptielen
HOOFDSTUK III. - Vogels
HOOFDSTUK IV. - Amphibia
HOOFDSTUK V. - Vissen
Titel 4. - Wijzigingsbepalingen
Titel 5. - Overgangs- en slotbepalingen
Inhoud
Titre 1er. - Champ d'application et définitions
Titre 2. - Dispositions générales
CHAPITRE Ier. - Implantation et construction
CHAPITRE II. - Exploitation
CHAPITRE III. - Déchets et effluents d'élevage
CHAPITRE IV. - Contrôle et surveillance
CHAPITRE V. - Cession ou vente des animaux
CHAPITRE VI. - Cessation d'activité
Titre 3. - Dispositions spécifiques
CHAPITRE Ier. - Mammifères
CHAPITRE II. - Reptiles
CHAPITRE III. - Oiseaux
CHAPITRE IV. - Amphibiens
CHAPITRE V. - Poissons
Titre 4. - Dispositions modificatives
Titre 5. - Dispositions transitoires et finales
Tekst (45)
Texte (45)
Titel 1. - Toepassingsgebied en begripsomschrijving
Titre 1er. - Champ d'application et définitions
Artikel 1. Deze integrale voorwaarden zijn van toepassing op de installaties en activiteiten bedoeld in de rubrieken 92.53.02.02, 92.53.02.04 en 92.53.02.05 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten.
Article 1er. Les présentes conditions intégrales s'appliquent aux installations et activités visées aux rubriques 92.53.02.02., 92.53.02.04. et 92.53.02.05. de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° dieren: dieren die niet tot gedomesticeerde exotische soorten behoren;
2°de zogenaamde invaderende soorten: de soorten dieren die zich gevestigd hebben in gebieden die niet tot hun gewone habitat behoren en die een bedreiging voor de biodiversiteit zijn geworden;
3° dierlijke mest: de dierlijke uitwerpselen of mengsels, ongeacht de verhoudingen, van dierlijke uitwerpselen en andere bestanddelen zoals stalstro, zelfs na verwerking;
4° bestaande inrichting: een inrichting die behoorlijk vergund of aangegeven is vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
1° dieren: dieren die niet tot gedomesticeerde exotische soorten behoren;
2°de zogenaamde invaderende soorten: de soorten dieren die zich gevestigd hebben in gebieden die niet tot hun gewone habitat behoren en die een bedreiging voor de biodiversiteit zijn geworden;
3° dierlijke mest: de dierlijke uitwerpselen of mengsels, ongeacht de verhoudingen, van dierlijke uitwerpselen en andere bestanddelen zoals stalstro, zelfs na verwerking;
4° bestaande inrichting: een inrichting die behoorlijk vergund of aangegeven is vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° animaux : animaux appartenant à des espèces exotiques non domestiques;
2° espèces dites envahissantes : les espèces animales qui se sont implantées dans des zones qui ne constituent pas leur habitat normal et sont devenues une menace pour la biodiversité;
3° effluents d'élevage : les déjections d'animaux ou les mélanges, quelles qu'en soient les proportions, de déjections d'animaux et d'autres composants tels que des litières, même s'ils ont subi une transformation;
4° établissement existant : un établissement dûment autorisé ou déclaré avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
1° animaux : animaux appartenant à des espèces exotiques non domestiques;
2° espèces dites envahissantes : les espèces animales qui se sont implantées dans des zones qui ne constituent pas leur habitat normal et sont devenues une menace pour la biodiversité;
3° effluents d'élevage : les déjections d'animaux ou les mélanges, quelles qu'en soient les proportions, de déjections d'animaux et d'autres composants tels que des litières, même s'ils ont subi une transformation;
4° établissement existant : un établissement dûment autorisé ou déclaré avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Titel 2. - Algemene bepalingen
Titre 2. - Dispositions générales
HOOFDSTUK I. - Vestiging en bouw
CHAPITRE Ier. - Implantation et construction
Art.3. § 1. De infrastructuren of gebouwen bestemd voor de huisvesting van dieren worden gebouwd om elke ontsnapping te vermijden.
§ 2. De muren, wanden of tralies van de infrastructuren of gebouwen zijn vlot wasbaar over de gezamenlijke hoogte die bevuild kan worden.
§ 2. De muren, wanden of tralies van de infrastructuren of gebouwen zijn vlot wasbaar over de gezamenlijke hoogte die bevuild kan worden.
Art. 3. § 1er. Les infrastructures ou bâtiments destinés à l'hébergement des animaux sont construits de manière à éviter toute évasion.
§ 2. Les murs, parois ou barreaux des infrastructures ou bâtiments sont facilement lavables sur toute la hauteur susceptible d'être souillée.
§ 2. Les murs, parois ou barreaux des infrastructures ou bâtiments sont facilement lavables sur toute la hauteur susceptible d'être souillée.
Art. 4. Een omheining die hoog en stevig genoeg is en die aangepast is aan de dieren die ze bevat, wordt rond de omheinde ruimte geplaatst.
Art. 4. Une clôture suffisamment haute et robuste, adaptée aux animaux qu'elle retient, est disposée autour des enclos.
HOOFDSTUK II. - Exploitatie
CHAPITRE II. - Exploitation
Art. 5. Producten die een gevaar inhouden voor de mens en het milieu, zoals bijtende, ontvlambare, giftige producten, pesticiden, producten ter bestrijding van ongedierte, insecten en knaagdieren, alsmede reinigingsproducten, dierenzorg- en ontsmettingsproducten worden opgeslagen op een wijze die alle accidentele lozingen in het natuurmilieu of in het afwateringsnet voorkomt.
Art. 5. Les produits pouvant présenter un danger pour l'homme et l'environnement tels que les produits corrosifs, inflammables, toxiques, les pesticides, les produits de lutte contre la vermine, la pullulation d'insectes et la prolifération de rongeurs, de même que les produits de nettoyage, de soins aux animaux et de désinfection sont stockés dans des conditions propres à éviter tout déversement accidentel dans le milieu naturel ou dans le réseau d'égouttage.
Art. 6. Er worden maatregelen genomen om ongedierte, insecten en knaagdieren of vogels te voorkomen met uitzondering van degene die voor de voeding van de gehouden dieren dienen, in het gebruik van erkende bestrijdingsmiddelen, toegelaten vallen of giften voor knaagdieren, in het behoud van de opslagen van voedermiddelen voor dieren in gezonde omstandigheden, in de sluiting van de deuren, in de bescherming ervan met voorzieningen zoals dunne afrasteringen, klamboes, elektrische insectenverdelgers, netten die boven de voedermiddelen geplaatst worden of in het gebruik van elk ander gelijkwaardig systeem.
Art. 6. Des mesures sont prises afin d'éviter l'apparition de vermine, la prolifération d'insectes et la présence de rongeurs ou d'oiseaux, à l'exception de ceux destinés à l'alimentation des animaux détenus, en utilisant des produits de lutte agréés, des pièges ou poisons autorisés pour les rongeurs, en maintenant les stocks d'aliments pour animaux dans des conditions saines, en fermant les portes, en assurant le stockage des aliments par des systèmes de protection tels que des fins grillages, des moustiquaires, des dispositifs insecticides électriques, des filets au-dessus des aliments ou en faisant usage de tout autre système équivalent.
Art. 7. De deuren of openingen van de infrastructuren of gebouwen bestemd voor de huisvesting van dieren worden permanent gegrendeld, uitgezonderd tijdens de verrichtingen nodig voor de zorg, de voeding, het onderhoud en het ophalen van de afval of dierlijke afval, of tijdens de invoering van een nieuw dier.
De vensters van de infrastructuren of gebouwen bestemd voor de huisvesting van dieren blijven gesloten tenzij ze worden uitgerust met voorzieningen die de ontsnapping van de dieren verhinderen.
De vensters van de infrastructuren of gebouwen bestemd voor de huisvesting van dieren blijven gesloten tenzij ze worden uitgerust met voorzieningen die de ontsnapping van de dieren verhinderen.
Art. 7. Les portes ou ouvertures des infrastructures ou bâtiments destinés à l'hébergement des animaux sont verrouillées en permanence, sauf pendant les opérations nécessaires aux soins, à l'alimentation, à l'entretien et à l'enlèvement des déchets et des cadavres, ou lors de l'introduction d'un nouvel animal.
Les fenêtres des infrastructures ou bâtiments destinés à l'hébergement des animaux sont maintenues fermées en permanence, sauf si elles sont équipées de dispositifs empêchant l'évasion des animaux.
Les fenêtres des infrastructures ou bâtiments destinés à l'hébergement des animaux sont maintenues fermées en permanence, sauf si elles sont équipées de dispositifs empêchant l'évasion des animaux.
Art. 8. De aanplantingen worden uitgevoerd en gesnoeid zodat de dieren die erover kunnen klimmen of erin kunnen springen daardoor niet kunnen ontsnappen.
Art. 8. Les plantations sont réalisées et élaguées de manière à ce que les animaux capables de l'escalader ou d'y sauter ne puissent s'échapper par ce moyen.
Art. 9. De sluitingsmiddelen en, in voorkomen geval, de beschadigde elektrische leidingen worden onmiddellijk hersteld of vervangen. De sluitingsmiddelen worden zo ontworpen dat de dieren ze niet kunnen openen.
Art. 9. Les dispositifs de fermeture et, le cas échéant, les fils électriques détériorés sont réparés ou remplacés immédiatement. Les dispositifs de fermeture sont conçus de manière à ne pas pouvoir être ouverts par les animaux.
Art. 10. De teelt van prooien met name van insecten, wormen of van knaagdieren mag het nodige voor de voeding van de gehouden dieren niet overschrijden.
De teelt van invaderende soorten is verboden.
De teelt van invaderende soorten is verboden.
Art. 10. L'élevage de proies notamment d'insectes, de vers ou de rongeurs ne peut excéder ce qui est nécessaire afin d'assurer l'alimentation des animaux détenus.
L'élevage d'espèces envahissantes est interdit.
L'élevage d'espèces envahissantes est interdit.
Art. 11. Als een dier ontsnapt, wordt verloren of gestolen, verwittigt de exploitant onmiddellijk de burgemeester en de toezichthoudend ambtenaar en deelt, in voorkomend geval, zijn identificatiesysteem mee.
Art. 11. Lorsqu'un animal s'échappe, est perdu ou volé, l'exploitant en avertit immédiatement le bourgmestre et le fonctionnaire chargé de la surveillance et indique, le cas échéant, son système d'identification.
Art. 12. § 1. De exploitant vergewist zich ervan dat iemand die bekwaam is voor de dieren kan zorgen tijdens elke afwezigheid van meer dan 48 uur.
§ 2 Het telefoonnummer van de contactpersoon wordt op zichtbare plaatsen aangeplakt in de nabijheid van de infrastructuur of het gebouw bestemd voor de huisvesting van de dieren.
§ 2 Het telefoonnummer van de contactpersoon wordt op zichtbare plaatsen aangeplakt in de nabijheid van de infrastructuur of het gebouw bestemd voor de huisvesting van de dieren.
Art. 12. § 1er. L'exploitant s'assure que quelqu'un de compétent peut s'occuper des animaux pendant toute absence d'une durée supérieure à 48 heures.
§ 2. Le numéro de téléphone de la personne de contact est affiché de manière lisible à proximité de l'infrastructure ou du bâtiment destiné à l'hébergement des animaux.
§ 2. Le numéro de téléphone de la personne de contact est affiché de manière lisible à proximité de l'infrastructure ou du bâtiment destiné à l'hébergement des animaux.
HOOFDSTUK III. - Afval en dierlijke mest
CHAPITRE III. - Déchets et effluents d'élevage
Art. 13. De verwijdering van dierlijke mest en afval wordt regelmatig uitgevoerd zodat de buren er geen last van hebben.
Art. 13. L'enlèvement des effluents d'élevage et des déchets est effectué régulièrement afin que les voisins n'en soient pas incommodés.
Art. 14. § 1. Het kreng van een klein dier wordt in een dichte en hermetisch afgesloten container geplaatst, gemakkelijk te hanteren met een mechanisch middel, gelegen op een daartoe bestemde plaats in afwachting van zijn verwijdering overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 1993 betreffende dierlijke afvalstoffen.
Het kreng van een groot dier wordt geplaatst hetzij in een daartoe bestemde plaats onder een dekzeil dat het geheel van het dier bedekt in afwachting van zijn verwijdering, hetzij in een dichte en hermetisch afgesloten container, gemakkelijk te hanteren met een mechanisch middel, gelegen op een daartoe bestemde plaats in afwachting van zijn verwijdering overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 1993 betreffende dierlijke afvalstoffen.
De ratieten waarvan de hoogte groter is dan 50 centimeter en de zoogdieren waarvan de schofthoogte groter is dan 50 centimeter, zijn grote dieren. De andere dieren zijn grote dieren als hun lengte groter is dan 50 centimeter.
§ 2. Na elke verwijdering worden de opslagplaats en de containers gereinigd en ontsmet.
Het kreng van een groot dier wordt geplaatst hetzij in een daartoe bestemde plaats onder een dekzeil dat het geheel van het dier bedekt in afwachting van zijn verwijdering, hetzij in een dichte en hermetisch afgesloten container, gemakkelijk te hanteren met een mechanisch middel, gelegen op een daartoe bestemde plaats in afwachting van zijn verwijdering overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 1993 betreffende dierlijke afvalstoffen.
De ratieten waarvan de hoogte groter is dan 50 centimeter en de zoogdieren waarvan de schofthoogte groter is dan 50 centimeter, zijn grote dieren. De andere dieren zijn grote dieren als hun lengte groter is dan 50 centimeter.
§ 2. Na elke verwijdering worden de opslagplaats en de containers gereinigd en ontsmet.
Art. 14. § 1er. Le cadavre d'un animal de petite taille est placé dans un conteneur étanche et couvert hermétiquement, de manipulation facile par un moyen mécanique, disposé dans un endroit réservé à cet usage dans l'attente de son enlèvement conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 octobre 1993 relatif aux déchets animaux.
Le cadavre d'un animal de grande taille est placé soit à un endroit réservé à cet usage sous une bâche couvrant l'entièreté de l'animal dans l'attente de son enlèvement soit dans un conteneur étanche et couvert hermétiquement, de manipulation facile par un moyen mécanique, disposé dans un endroit réservé à cet usage dans l'attente de son enlèvement conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 octobre 1993 relatif aux déchets animaux.
Les ratites dont la hauteur est supérieure à 50 centimètres et les mammifères dont la hauteur au garrot est supérieure à 50 centimètres constituent des animaux de grande taille. Les autres animaux constituent des animaux de grande taille lorsque leur longueur est supérieure à 50 centimètres.
§ 2. Après chaque enlèvement, le lieu de stockage et les conteneurs sont nettoyés et désinfectés.
Le cadavre d'un animal de grande taille est placé soit à un endroit réservé à cet usage sous une bâche couvrant l'entièreté de l'animal dans l'attente de son enlèvement soit dans un conteneur étanche et couvert hermétiquement, de manipulation facile par un moyen mécanique, disposé dans un endroit réservé à cet usage dans l'attente de son enlèvement conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 octobre 1993 relatif aux déchets animaux.
Les ratites dont la hauteur est supérieure à 50 centimètres et les mammifères dont la hauteur au garrot est supérieure à 50 centimètres constituent des animaux de grande taille. Les autres animaux constituent des animaux de grande taille lorsque leur longueur est supérieure à 50 centimètres.
§ 2. Après chaque enlèvement, le lieu de stockage et les conteneurs sont nettoyés et désinfectés.
HOOFDSTUK IV. - Controle en toezicht
CHAPITRE IV. - Contrôle et surveillance
Art. 15. De exploitant houdt een register met de lijst van alle gehouden soorten (Latijnse naam en, in voorkomen geval, volksnaam) en het aantal dieren per soort. Dit register bevat ook de volgende informatie geordend volgens het diersoort:
1°de verhogingen van het aantal dieren (datum, geboorte of herkomst, aantal dieren);
2° de verminderingen van het aantal dieren (datum, koper of dood, aantal dieren);
3° in voorkomend geval, de vaccinatiebewijzen.
1°de verhogingen van het aantal dieren (datum, geboorte of herkomst, aantal dieren);
2° de verminderingen van het aantal dieren (datum, koper of dood, aantal dieren);
3° in voorkomend geval, de vaccinatiebewijzen.
Art. 15. L'exploitant tient un registre comportant la liste de toutes les espèces détenues (nom latin et, le cas échéant, nom vernaculaire) et le nombre d'individus par espèce. Ce registre contient également les informations suivantes, classées par espèce animale :
1° les augmentations d'effectif (date, naissance ou provenance, nombre d'animaux);
2° les diminutions d'effectif (date, acheteur ou mort, nombre d'animaux);
3° le cas échéant, les certificats de vaccination.
1° les augmentations d'effectif (date, naissance ou provenance, nombre d'animaux);
2° les diminutions d'effectif (date, acheteur ou mort, nombre d'animaux);
3° le cas échéant, les certificats de vaccination.
Art. 16. De in de artikelen 15 en 20 bedoelde registers worden voortdurend op de exploitatiezetel bewaard en ter inzage gelegd van de toezichthoudende ambtenaar.
De informatie die erin voorgesteld wordt kan na vijf jaar eruit verwijderd worden.
Een keer per jaar, in geval van wijziging van de registers, wordt een afschrift van de documenten naar de technische ambtenaar en naar het gemeentecollege toegestuurd.
De informatie die erin voorgesteld wordt kan na vijf jaar eruit verwijderd worden.
Een keer per jaar, in geval van wijziging van de registers, wordt een afschrift van de documenten naar de technische ambtenaar en naar het gemeentecollege toegestuurd.
Art. 16. Les registres visés aux articles 15 et 20 sont conservés en permanence au siège d'exploitation et sont tenus à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
Les informations qui y sont présentées peuvent en être retirées après 5 années.
Une fois par an, en cas de modifications des registres, une copie des documents est envoyée au fonctionnaire technique et au collège communal.
Les informations qui y sont présentées peuvent en être retirées après 5 années.
Une fois par an, en cas de modifications des registres, une copie des documents est envoyée au fonctionnaire technique et au collège communal.
HOOFDSTUK V. - Overdracht of verkoop van dieren
CHAPITRE V. - Cession ou vente des animaux
Art. 17. De dieren kunnen slechts kosteloos gegeven worden of verkocht worden aan iemand die over de vereiste vergunning beschikt om de betrokken soorten te bezitten, zoals een dierentuin of een dierenasiel.
Art. 17. Les animaux cédés à titre gracieux ou vendus ne peuvent l'être qu'à un tiers disposant de l'autorisation requise pour détenir les espèces concernées tel qu'un parc zoologique ou un refuge.
HOOFDSTUK VI. - Stopzetting van activiteit
CHAPITRE VI. - Cessation d'activité
Art. 18. In geval van stopzetting van activiteit moeten de gehouden dieren verplicht gegeven worden aan iemand die over de vereiste vergunning beschikt om de betrokken soorten te bezitten.
Art. 18. En cas de cessation d'activité, les animaux détenus sont obligatoirement cédés à un tiers disposant de l'autorisation requise pour la détention des espèces concernées.
Titel 3. - Algemene bepalingen
Titre 3. - Dispositions spécifiques
HOOFDSTUK I. - Zoogdieren
CHAPITRE Ier. - Mammifères
Art. 19. Het is verboden rechtstreeks of onrechtstreeks dierlijke mest, afvloeisels en ander afvalwater dan huishoudelijk en regenwater te lozen in de ondergrond, een openbare riolering, een oppervlaktewater of een afvoer voor regenwater.
Art. 19. Tout rejet direct ou indirect d'effluents et de jus d'écoulement ainsi que d'eaux usées autres que domestiques et pluviales dans le sous-sol, dans un égout public, dans une eau de surface ou dans une voie d'écoulement des eaux pluviales est interdit.
Art. 20. § 1. Bij gebrek aan een valorisatie door de exploitant wordt de dierlijke mest naar een landbouwer overgebracht overeenkomstig bepalingen van Hoofdstuk IV van Titel VII van Deel II van het regelgevend deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat hetWaterwetboek met als opschrift "duurzame stikstofbeheer in de landbouw" inhoudt, of door een erkende ophaler weggehaald.
§ 2. De exploitant maakt een register op waarin hij voor elke handeling tot afvoer van dierlijke mest de volgende gegevens vermeldt :
1°datum van overdracht;
2° de opgehaalde hoeveelheid in t of in m[00b3];
3° het soort afvoeringskanaal;
4° identiteit van natuurlijke persoon of rechtspersoon die de overdracht uitvoert.
5° de ontvanger en zijn gegevens.
§ 2. De exploitant maakt een register op waarin hij voor elke handeling tot afvoer van dierlijke mest de volgende gegevens vermeldt :
1°datum van overdracht;
2° de opgehaalde hoeveelheid in t of in m[00b3];
3° het soort afvoeringskanaal;
4° identiteit van natuurlijke persoon of rechtspersoon die de overdracht uitvoert.
5° de ontvanger en zijn gegevens.
Art. 20. § 1er. A défaut d'une valorisation par l'exploitant, les effluents d'élevage sont transférés à un agriculteur conformément aux dispositions du Chapitre IV du Titre VII de la Partie II de la partie réglementaire du Livre II du Code l'Environnement, contenant le Code de l'Eau intitulé " Gestion durable de l'azote en agriculture " ou enlevé par un collecteur agréé.
§ 2. L'exploitant tient un registre dans lequel il indique pour chaque opération de transfert des effluents d'élevage, les informations suivantes :
1° la date du transfert;
2° la quantité enlevée en t ou en m3;
3° le type de filière d'évacuation;
4° l'identité de la personne physique ou morale procédant au transfert;
5° le destinataire et ses coordonnées.
§ 2. L'exploitant tient un registre dans lequel il indique pour chaque opération de transfert des effluents d'élevage, les informations suivantes :
1° la date du transfert;
2° la quantité enlevée en t ou en m3;
3° le type de filière d'évacuation;
4° l'identité de la personne physique ou morale procédant au transfert;
5° le destinataire et ses coordonnées.
HOOFDSTUK II. - Reptielen
CHAPITRE II. - Reptiles
Art. 21. Het lokaal waarin de terrariums geplaatst worden, wordt ontworpen om alle ontsnapping van reptielen te voorkomen.
Art. 21. Le local dans lequel sont placés les terrariums est conçu de manière à éviter toute évasion de reptile.
Art. 22. De terrariums worden geplaatst op de grond of op meubelen die stevig genoeg zijn om ze te dragen en worden aangelegd zodat ze niet toevallig omgegooid of gebroken kunnen worden.
Als het dier uit zijn terrarium wordt genomen, wordt het onmiddellijk in een ander terrarium of in een speciale bak geplaatst die gesloten kan worden.
Als het dier uit zijn terrarium wordt genomen, wordt het onmiddellijk in een ander terrarium of in een speciale bak geplaatst die gesloten kan worden.
Art. 22. Les terrariums sont placés sur le sol ou sur des meubles suffisamment robustes pour les supporter, et sont disposés de façon à ce qu'ils ne puissent être renversés ou brisés accidentellement.
Lorsque l'animal est retiré de son terrarium, il est transféré sans délai dans un autre terrarium ou dans un récipient spécial pouvant être fermé.
Lorsque l'animal est retiré de son terrarium, il est transféré sans délai dans un autre terrarium ou dans un récipient spécial pouvant être fermé.
Art. 23. Op elk terrarium wordt een etiket geplakt dat de Latijnse naam van het dier en, in voorkomend geval, zijn volksnaam vermeldt.
Art. 23. Sur chaque terrarium est apposée une étiquette reprenant le nom latin de l'animal et, le cas échéant, son nom vernaculaire.
HOOFDSTUK III. - Vogels
CHAPITRE III. - Oiseaux
Art. 24. De kooibodems worden regelmatig vervangen. De bevuilde kooibodems worden in gesloten zakken of containers gestopt in afwachting van hun ontruiming.
De bodems van de vogelkooien worden regelmatig gereinigd. Het afval en de uitwerpselen die worden opgehaald, worden in gesloten zakken of containers gestopt in afwachting van hun ontruiming.
De bodems van de vogelkooien worden regelmatig gereinigd. Het afval en de uitwerpselen die worden opgehaald, worden in gesloten zakken of containers gestopt in afwachting van hun ontruiming.
Art. 24. Les fonds de cages sont changés régulièrement. Les fonds de cages souillés sont placés dans des sacs ou conteneurs fermés en attendant leur évacuation.
Les sols des volières sont nettoyés régulièrement. Les déchets et déjections ramassés sont placés dans des sacs ou des conteneurs fermés en attendant leur évacuation.
Les sols des volières sont nettoyés régulièrement. Les déchets et déjections ramassés sont placés dans des sacs ou des conteneurs fermés en attendant leur évacuation.
HOOFDSTUK IV. - Amphibia
CHAPITRE IV. - Amphibiens
Art. 25. Een dun draadgaas wordt aan het terrarium vastgemaakt om alle ontsnapping van dieren te verhinderen.
Art. 25. Un fin treillis métallique est fixé sur le terrarium afin d'empêcher toute évasion d'animaux.
HOOFDSTUK V. - Vissen
CHAPITRE V. - Poissons
Art. 26. De bodems of de meubelen die het of de aquarium(s) dragen, zijn stevig genoeg om hen te dragen zonder gevaar voor instorting overeenkomstig de norm NF P06-001 Berekeningsbasis voor bouwwerken - Exploitatiekosten voor gebouwen of overeenkomstig elke andere Europese gelijkwaardige norm.
Art. 26. Les sols ou les meubles soutenant le ou les aquarium(s) sont suffisamment résistants pour soutenir ceux-ci sans risque d'effondrement, conformément à la norme NF P06-001 Bases de calcul des constructions - Charges d'exploitation des bâtiments ou à toute autre norme européenne équivalente.
Titel 4. - Wijzigingsbepalingen
Titre 4. - Dispositions modificatives
Art. 27. Het artikel 67 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, gewijzigd bij het besluit van 5 juni 2008, wordt aangevuld als volgt :
"Indien de verklaring betrekking heeft op een activiteit bedoeld in de rubrieken 92.53.02.02 en 92.53.02.04 en 92.53.02.05 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXIX."
"Indien de verklaring betrekking heeft op een activiteit bedoeld in de rubrieken 92.53.02.02 en 92.53.02.04 en 92.53.02.05 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXIX."
Art. 27. L'article 67 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, modifié par l'arrêté du 5 juin 2008, est complété par ce qui suit :
" Si la déclaration est relative à une activité visée aux rubriques 92.53.02.02., 92.53.02.04. et 92.53.02.05. de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend, outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXIX. "
" Si la déclaration est relative à une activité visée aux rubriques 92.53.02.02., 92.53.02.04. et 92.53.02.05. de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend, outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXIX. "
Titel 5. - Overgangs- en slotbepalingen
Titre 5. - Dispositions transitoires et finales
Art. 28. Dit besluit is van toepassing op de bestaande inrichtingen zodra het in werking treedt.
In afwijking van het eerste lid zijn artikel 3, § 1, en artikel 4 niet van toepassing op de bestaande inrichtingen uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.
In afwijking van het eerste lid zijn artikel 3, § 1, en artikel 4 niet van toepassing op de bestaande inrichtingen uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 28. Le présent arrêté s'applique aux établissements existants dès son entrée en vigueur.
Par dérogation à l'alinéa premier, l'article 3, § 1er, et l'article 4 s'appliquent aux établissements existants au plus tard six mois après l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Par dérogation à l'alinéa premier, l'article 3, § 1er, et l'article 4 s'appliquent aux établissements existants au plus tard six mois après l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 29. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 29. Le Ministre de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Namen, 16 januari 2014.
De Minister-President,
R. DEMOTTE
De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit,
Ph. HENRY
De Minister-President,
R. DEMOTTE
De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit,
Ph. HENRY
Namur le, 16 janvier 2014.
Le Ministre Président,
R. DEMOTTE
Le Ministre de l'Environnement, de l'Aménagement du Territoire et de la Mobilité,
Ph. HENRY
Le Ministre Président,
R. DEMOTTE
Le Ministre de l'Environnement, de l'Aménagement du Territoire et de la Mobilité,
Ph. HENRY