Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 JANUARI 2014. - Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende het bezit van exotische dieren die tot niet gedomesticeerde soorten behoren en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning
Titre
16 JANVIER 2014. - Arrêté du Gouvernement wallon déterminant les conditions sectorielles relatives à la détention d'animaux exotiques non domestiques et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Titel 1. - Toepassingsgebied en begripsomschrij...
Titel 2. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK I. - Vestiging en bouw
HOOFDSTUK II. - Exploitatie
HOOFDSTUK III. - Water
HOOFDSTUK IV. - Ongevallen- en brandpreventie
HOOFDSTUK V. - Afval en dierlijke mest
HOOFDSTUK VI. - Controle en toezicht
HOOFDSTUK VII. - Overdracht of verkoop van dieren
HOOFDSTUK VIII. - Stopzetting van activiteit
Titel 3. - Specifieke bepalingen
HOOFDSTUK I. - Giftige dieren
HOOFDSTUK II. - Zoogdieren
HOOFDSTUK III. - Reptielen
HOOFDSTUK IV. - Vogels
HOOFDSTUK V. - Geleedpotigen
HOOFDSTUK VI. - Amphibia
HOOFDSTUK VII. - Giftige weekdieren
HOOFDSTUK VIII. - Vissen
HOOFDSTUK IX. - Duizendpoten
Titel 4. - Wijzigingsbepalingen
Titel 5. - Slot- en overgangsbepalingen
Inhoud
Titre 1er. - Champ d'application et définitions
Titre 2. - Dispositions générales
CHAPITRE Ier. - Implantation et construction
CHAPITRE II. - Exploitation
CHAPITRE III. - Eau
CHAPITRE IV. - Prévention des accidents et des ...
CHAPITRE V. - Déchets et effluents d'élevage
CHAPITRE VI. - Contrôle et surveillance
CHAPITRE VII. - Cession ou vente des animaux
CHAPITRE VIII. - Cessation d'activité
Titre 3. - Dispositions spécifiques
CHAPITRE Ier. - Animaux venimeux
CHAPITRE II. - Mammifères
CHAPITRE III. - Reptiles
CHAPITRE IV. - Oiseaux
CHAPITRE V. - Arthropodes
CHAPITRE VI. - Amphibiens
CHAPITRE VII. - Mollusques venimeux
CHAPITRE VIII. - Poissons
CHAPITRE IX. - Scolopendres
Titre 4. - Dispositions modificatives
Titre 5. - Dispositions transitoires et finales
Tekst (72)
Texte (72)
Titel 1. - Toepassingsgebied en begripsomschrijving
Titre 1er. - Champ d'application et définitions
Artikel 1. Deze sectorale voorwaarden zijn van toepassing op de installaties en activiteiten bedoeld in de rubrieken 92.53.02.01 en 92.53.02.03 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten.
Article 1er. Les présentes conditions sectorielles s'appliquent aux installations et activités visées aux rubriques 92.53.02.01 et 92.53.02.03 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° dieren : dieren die niet tot gedomesticeerde exotische soorten behoren;
2° giftige soorten : de soorten waarvan het venijn de dood of ernstige gezondheidsstoornissen kan veroorzaken;
3° de zogenaamde invaderende soorten : de soorten dieren die zich gevestigd hebben in gebieden die niet tot hun gewone habitat behoren en die een bedreiging voor de biodiversiteit zijn geworden;
4° dierlijke mest : de dierlijke uitwerpselen of mengsels, ongeacht de verhoudingen, van dierlijke uitwerpselen en andere bestanddelen zoals stalstro, zelfs na verwerking;
5° bestaande inrichting : inrichting die behoorlijk vergund is vóór de inwerkingtreding van dit besluit. De inrichting waarvoor een vergunningsaanvraag vóór de inwerkingtreding van dit besluit is ingediend, wordt gelijkgesteld met een bestaande inrichting. De verbouwing of uitbreiding van een inrichting die de uitbater vóór de inwerkingtreding van dit besluit vermeld heeft in het register bedoeld in artikel 10, § 2, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt met een bestaande inrichting gelijkgesteld.
1° dieren : dieren die niet tot gedomesticeerde exotische soorten behoren;
2° giftige soorten : de soorten waarvan het venijn de dood of ernstige gezondheidsstoornissen kan veroorzaken;
3° de zogenaamde invaderende soorten : de soorten dieren die zich gevestigd hebben in gebieden die niet tot hun gewone habitat behoren en die een bedreiging voor de biodiversiteit zijn geworden;
4° dierlijke mest : de dierlijke uitwerpselen of mengsels, ongeacht de verhoudingen, van dierlijke uitwerpselen en andere bestanddelen zoals stalstro, zelfs na verwerking;
5° bestaande inrichting : inrichting die behoorlijk vergund is vóór de inwerkingtreding van dit besluit. De inrichting waarvoor een vergunningsaanvraag vóór de inwerkingtreding van dit besluit is ingediend, wordt gelijkgesteld met een bestaande inrichting. De verbouwing of uitbreiding van een inrichting die de uitbater vóór de inwerkingtreding van dit besluit vermeld heeft in het register bedoeld in artikel 10, § 2, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt met een bestaande inrichting gelijkgesteld.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° animaux : les animaux appartenant à des espèces exotiques non domestiques;
2° espèces venimeuses : les espèces dont le venin est susceptible de provoquer la mort ou des troubles de santé graves;
3° espèces dites envahissantes : les espèces animales qui se sont implantées dans des zones qui ne constituent pas leur habitat normal et sont devenues une menace pour la biodiversité;
4° effluents d'élevage : les déjections d'animaux ou les mélanges, quelles qu'en soient les proportions, de déjections d'animaux et d'autres composants tels que des litières, même s'ils ont subi une transformation;
5° établissement existant : un établissement dûment autorisé avant l'entrée en vigueur du présent arrêté. L'établissement pour lequel une demande de permis a été introduite avant l'entrée en vigueur du présent arrêté est assimilé à un établissement existant. La transformation ou l'extension d'un établissement que l'exploitant a, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, consignée dans le registre prévu par l'article 10, § 2, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement est assimilée à un établissement existant.
1° animaux : les animaux appartenant à des espèces exotiques non domestiques;
2° espèces venimeuses : les espèces dont le venin est susceptible de provoquer la mort ou des troubles de santé graves;
3° espèces dites envahissantes : les espèces animales qui se sont implantées dans des zones qui ne constituent pas leur habitat normal et sont devenues une menace pour la biodiversité;
4° effluents d'élevage : les déjections d'animaux ou les mélanges, quelles qu'en soient les proportions, de déjections d'animaux et d'autres composants tels que des litières, même s'ils ont subi une transformation;
5° établissement existant : un établissement dûment autorisé avant l'entrée en vigueur du présent arrêté. L'établissement pour lequel une demande de permis a été introduite avant l'entrée en vigueur du présent arrêté est assimilé à un établissement existant. La transformation ou l'extension d'un établissement que l'exploitant a, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, consignée dans le registre prévu par l'article 10, § 2, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement est assimilée à un établissement existant.
Titel 2. - Algemene bepalingen
Titre 2. - Dispositions générales
HOOFDSTUK I. - Vestiging en bouw
CHAPITRE Ier. - Implantation et construction
Art. 3. De inrichting beschikt op zijn minst over :
1° een infrastructuur of een gebouw bestemd voor de huisvesting van de dieren;
2° een plaats voor de opslag van de levensmiddelen en, in voorkomend geval, van stalstro;
3° een plaats voor de opslag van de afvalstoffen en van de dierlijke mest;
4° een specifieke plaats voor de opslag van krengen van dieren.
1° een infrastructuur of een gebouw bestemd voor de huisvesting van de dieren;
2° een plaats voor de opslag van de levensmiddelen en, in voorkomend geval, van stalstro;
3° een plaats voor de opslag van de afvalstoffen en van de dierlijke mest;
4° een specifieke plaats voor de opslag van krengen van dieren.
Art. 3. L'établissement comporte au minimum :
1° une infrastructure ou un bâtiment destiné à l'hébergement des animaux;
2° un lieu réservé au stockage des aliments et, le cas échéant, des litières;
3° un lieu réservé au stockage des déchets et des effluents d'élevage;
4° un lieu spécifique pour le stockage des cadavres d'animaux.
1° une infrastructure ou un bâtiment destiné à l'hébergement des animaux;
2° un lieu réservé au stockage des aliments et, le cas échéant, des litières;
3° un lieu réservé au stockage des déchets et des effluents d'élevage;
4° un lieu spécifique pour le stockage des cadavres d'animaux.
Art. 4. De infrastructuren of gebouwen bestemd voor de huisvesting van dieren worden gebouwd om elke ontsnapping te vermijden.
De muren, wanden of tralies van de infrastructuren of gebouwen bestemd voor de huisvesting van de dieren zijn vlot wasbaar over de gezamenlijke hoogte die bevuild kan worden.
De muren, wanden of tralies van de infrastructuren of gebouwen bestemd voor de huisvesting van de dieren zijn vlot wasbaar over de gezamenlijke hoogte die bevuild kan worden.
Art. 4. Les infrastructures ou bâtiments destinés à l'hébergement des animaux sont construits de manière à éviter toute évasion.
Les murs, parois ou barreaux des infrastructures ou bâtiments destinés à l'hébergement des animaux sont facilement lavables sur toute la hauteur susceptible d'être souillée.
Les murs, parois ou barreaux des infrastructures ou bâtiments destinés à l'hébergement des animaux sont facilement lavables sur toute la hauteur susceptible d'être souillée.
Art. 5. Het type, de afmetingen en de wijdte tussen de palen, de wijdte van de draden of de afmetingen van de afrasteringen van de loopruimten worden aan het soort gehouden dier aangepast.
Art. 5. Le type, les dimensions et l'écartement des piquets, l'écartement des fils ainsi que les dimensions des grillages des clôtures des enclos sont adaptés au type d'animal détenu.
HOOFDSTUK II. - Exploitatie
CHAPITRE II. - Exploitation
Art. 6. Het bezit van gifslagen die tot Australische soorten behoren, is verboden.
Art. 6. La détention de serpents venimeux appartenant à des espèces australiennes est interdite.
Art. 7. Er worden maatregelen genomen om ongedierte, insecten en knaagdieren of vogels te vermijden met uitzondering van degene die voor de voeding van de gehouden dieren dienen, in het gebruik van erkende bestrijdingsmiddelen, toegelaten vallen of giften voor knaagdieren, in het behoud van de opslagen van voedermiddelen voor dieren in gezonde omstandigheden, in de sluiting van de deuren, in de bescherming ervan met voorzieningen zoals dunne afrasteringen, klamboes, elektrische insectenverdelgers, netten die boven de voedermiddelen geplaatst worden of in het gebruik van elk ander gelijkwaardig systeem.
Art. 7. Des mesures sont prises afin d'éviter l'apparition de vermine, la prolifération d'insectes et la présence de rongeurs ou d'oiseaux à l'exception de ceux destinés à l'alimentation des animaux détenus en utilisant des produits de lutte agréés, des pièges ou poisons autorisés pour les rongeurs, en maintenant les stocks d'aliments pour animaux dans des conditions saines, en fermant les portes, en assurant le stockage des aliments par des systèmes de protection tels que de fins grillages, des moustiquaires, des dispositifs insecticides électriques, des filets au-dessus des aliments ou en faisant usage de tout autre système équivalent.
Art. 8. Producten die een gevaar inhouden voor de mens en het milieu, zoals bijtende, ontvlambare, giftige producten, pesticiden, producten ter bestrijding van ongedierte, insecten en knaagdieren, alsmede reinigingsproducten, dierenzorg- en ontsmettingsproducten worden opgeslagen op een wijze die alle accidentele lozingen in het natuurmilieu of in het afwateringsnet vermijdt.
Art. 8. Les produits pouvant présenter un danger pour l'homme et l'environnement tels que les produits corrosifs, inflammables, toxiques, les pesticides, les produits de lutte contre la vermine, la pullulation d'insectes et la prolifération de rongeurs, de même que les produits de nettoyage, de soins aux animaux et de désinfection sont stockés dans des conditions propres à éviter tout déversement accidentel dans le milieu naturel ou dans le réseau d'égouttage.
Art. 9. De deuren van de infrastructuren of gebouwen bestemd voor de huisvesting van dieren worden permanent gegrendeld, uitgezonderd tijdens de verrichtingen nodig voor de zorg, de voeding, het onderhoud en het ophalen van de afval of dierlijke afval, of tijdens de invoering van een nieuw dier.
Wanneer de woningen voor de in het eerste lid bedoelde verrichtingen open zijn, zorgt er de exploitant voor dat de gehouden dieren niet kunnen ontsnappen.
De vensters van de woningen worden voortdurend gesloten behalve indien ze met voorzieningen die de ontsnapping van dieren verhinderen, uitgerust worden.
Wanneer de woningen voor de in het eerste lid bedoelde verrichtingen open zijn, zorgt er de exploitant voor dat de gehouden dieren niet kunnen ontsnappen.
De vensters van de woningen worden voortdurend gesloten behalve indien ze met voorzieningen die de ontsnapping van dieren verhinderen, uitgerust worden.
Art. 9. Les portes des infrastructures ou bâtiments destinés à l'hébergement des animaux sont verrouillées en permanence, sauf pendant les opérations nécessaires aux soins, à l'alimentation, à l'entretien et à l'enlèvement des déchets et des cadavres, ou lors de l'introduction d'un nouvel animal.
Lorsque les logements sont ouverts pour les opérations mentionnées au premier alinéa, l'exploitant veille à ce que les animaux détenus ne puissent s'évader.
Les fenêtres des logements sont maintenues fermées en permanence, sauf si elles sont équipées de dispositifs empêchant l'évasion des animaux.
Lorsque les logements sont ouverts pour les opérations mentionnées au premier alinéa, l'exploitant veille à ce que les animaux détenus ne puissent s'évader.
Les fenêtres des logements sont maintenues fermées en permanence, sauf si elles sont équipées de dispositifs empêchant l'évasion des animaux.
Art. 10. De aanplantingen worden in of bij de infrastructuren of gebouwen bestemd voor de huisvesting van de dieren uitgevoerd en gesnoeid zodat de dieren die erover kunnen klimmen of erin kunnen springen daardoor niet kunnen ontsnappen.
Art. 10. Les plantations dans ou à proximité des infrastructures ou bâtiments destinés à l'hébergement des animaux sont implantées et élaguées de manière à ce que les animaux capables de les escalader ou d'y sauter ne puissent s'échapper par ce moyen.
Art. 11. De teelt van prooien met name van insecten, wormen of van knaagdieren mag het nodige voor de voeding van de gehouden dieren niet overschrijden.
Dit soort teelt kan verboden zijn indien de aan de inrichting eigen omstandigheden het vereisen, met name wegens haar ligging, of wanneer het om invaderende exotische soorten gaat.
Dit soort teelt kan verboden zijn indien de aan de inrichting eigen omstandigheden het vereisen, met name wegens haar ligging, of wanneer het om invaderende exotische soorten gaat.
Art. 11. L'élevage de proies notamment d'insectes, de vers ou de rongeurs ne peut excéder ce qui est nécessaire afin d'assurer l'alimentation des animaux détenus.
Ce type d'élevage peut être interdit lorsque les circonstances propres à l'établissement l'exigent notamment en raison de sa localisation ou lorsqu'il s'agit d'espèces exotiques envahissantes.
Ce type d'élevage peut être interdit lorsque les circonstances propres à l'établissement l'exigent notamment en raison de sa localisation ou lorsqu'il s'agit d'espèces exotiques envahissantes.
Art. 12. Als een dier is ontsnapt, wordt verloren of gestolen, verwittigt de exploitant onmiddellijk de territoriaal bevoegde brandweerdienst, de burgemeester en de toezichthoudend ambtenaar en deelt, in voorkomen geval, zijn identificatiesysteem mee.
Art. 12. Lorsqu'un animal s'est échappé, est perdu ou volé, l'exploitant en avertit immédiatement le service régional d'incendie territorialement compétent, le bourgmestre et le fonctionnaire chargé de la surveillance et indique, le cas échéant, son système d'identification.
Art. 13. De exploitant vergewist zich ervan dat iemand die bekwaam is voor de dieren kan zorgen tijdens elke afwezigheid van meer dan 24 uur.
Het telefoonnummer van de contactpersoon wordt op zichtbare plaatsen in de nabijheid van de woning aangeplakt.
Het telefoonnummer van de contactpersoon wordt op zichtbare plaatsen in de nabijheid van de woning aangeplakt.
Art. 13. L'exploitant s'assure qu'une personne compétente s'occupe des animaux pendant toute absence d'une durée supérieure à 24 heures.
Le numéro de téléphone de la personne de contact est affiché de manière lisible à proximité du logement.
Le numéro de téléphone de la personne de contact est affiché de manière lisible à proximité du logement.
HOOFDSTUK III. - Water
CHAPITRE III. - Eau
Art. 14. Het is verboden rechtstreeks of onrechtstreeks dierlijke mest, afvloeisels en ander afvalwater dan huishoudelijk en regenwater te lozen in de ondergrond, een openbare riolering, een oppervlaktewater of een afvoer voor regenwater.
Art. 14. Tout rejet direct ou indirect d'effluents et de jus d'écoulement ainsi que d'eaux usées autres que domestiques et pluviales dans le sous-sol, dans un égout public, dans une eau de surface ou dans une voie d'écoulement des eaux pluviales est interdit.
HOOFDSTUK IV. - Ongevallen- en brandpreventie
CHAPITRE IV. - Prévention des accidents et des incendies
Art. 15. De exploitant maakt een afschrift van de globale vergunning of van de milieuvergunning aan de territoriaal bevoegde brandweerdienst over.
Art. 15. L'exploitant transmet une copie du permis unique ou d'environnement au service d'incendie territorialement compétent.
Art. 16. Wanneer giftige dieren worden gehouden, beschikt de exploitant over de gegevens van het ziekenhuis of van de serumbank die over specifieke dierlijk gif bestrijdende serums beschikt.
De exploitant plakt de noodtelefoonnummers aan bij de telefoon of op een plek waar iedereen langs moet, met name het telefoonnummer van de behandelende arts, van het ziekenhuis of van de serumbank bedoeld in het eerste lid.
Een verbandtrommel voor eerste hulp met de geneesmiddelen of accessoires die nuttig zijn in geval van beet, prik of vergiftiging wordt in een toegankelijke en aangegeven plek geplaatst.
De in het tweede lid vermelde noodnummers en de plek waarin de verbandtrommel wordt geplaatst, worden aangegeven bij de ingang van de inrichting ter aanvulling van de informatie bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning.
De exploitant plakt de noodtelefoonnummers aan bij de telefoon of op een plek waar iedereen langs moet, met name het telefoonnummer van de behandelende arts, van het ziekenhuis of van de serumbank bedoeld in het eerste lid.
Een verbandtrommel voor eerste hulp met de geneesmiddelen of accessoires die nuttig zijn in geval van beet, prik of vergiftiging wordt in een toegankelijke en aangegeven plek geplaatst.
De in het tweede lid vermelde noodnummers en de plek waarin de verbandtrommel wordt geplaatst, worden aangegeven bij de ingang van de inrichting ter aanvulling van de informatie bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning.
Art. 16. Lorsque des animaux venimeux sont détenus, l'exploitant dispose des coordonnées de l'hôpital ou de la banque de sérum disposant des sérums antivenimeux spécifiques.
L'exploitant affiche les numéros de téléphone d'urgence à proximité du téléphone ou à un endroit de passage obligé, notamment le numéro de téléphone du médecin traitant, de l'hôpital ou de la banque de sérums visés à l'alinéa 1er.
Une trousse de premiers secours comportant les médicaments ou accessoires utiles en cas de morsure, de piqûre ou d'envenimation est placée dans un endroit accessible et signalé.
Les numéros de secours repris à l'alinéa 2 et l'endroit où est rangée la trousse de secours, sont indiqués à l'entrée de l'établissement en complément des informations visées à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 fixant les conditions générales d'exploitation des établissements visés par le décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement.
L'exploitant affiche les numéros de téléphone d'urgence à proximité du téléphone ou à un endroit de passage obligé, notamment le numéro de téléphone du médecin traitant, de l'hôpital ou de la banque de sérums visés à l'alinéa 1er.
Une trousse de premiers secours comportant les médicaments ou accessoires utiles en cas de morsure, de piqûre ou d'envenimation est placée dans un endroit accessible et signalé.
Les numéros de secours repris à l'alinéa 2 et l'endroit où est rangée la trousse de secours, sont indiqués à l'entrée de l'établissement en complément des informations visées à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 fixant les conditions générales d'exploitation des établissements visés par le décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement.
HOOFDSTUK V. - Afval en dierlijke mest
CHAPITRE V. - Déchets et effluents d'élevage
Art. 17. De verwijdering van dierlijke mest en afval wordt regelmatig uitgevoerd zodat de buren er geen last van hebben.
Art. 17. L'enlèvement des effluents d'élevage et des déchets est effectué régulièrement afin que les voisins n'en soient pas incommodés.
Art. 18. § 1. Het kreng van een klein dier wordt in een dichte en hermetisch afgesloten container geplaatst, gemakkelijk te hanteren door een mechanisch middel, gelegen op een daartoe bestemde plaats in afwachting van zijn verwijdering overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 1993 betreffende dierlijke afvalstoffen.
Het kreng van een groot dier wordt geplaatst hetzij in een daartoe bestemde plaats onder een dekzeil dat het geheel van het dier bedekt in afwachting van zijn verwijdering, hetzij in een dichte en hermetisch afgesloten container, gemakkelijk te hanteren met een mechanisch middel, gelegen op een daartoe bestemde plaats in afwachting van zijn verwijdering overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 1993 betreffende dierlijke afvalstoffen.
De ratieten waarvan de hoogte groter is dan 50 centimeter en de zoogdieren waarvan de schofthoogte groter is dan 50 centimeter, zijn grote dieren. De andere dieren zijn grote dieren als hun lengte groter is dan 50 centimeter.
§ 2 Na elke verwijdering worden de opslagplaats en de containers gereinigd en ontsmet.
Het kreng van een groot dier wordt geplaatst hetzij in een daartoe bestemde plaats onder een dekzeil dat het geheel van het dier bedekt in afwachting van zijn verwijdering, hetzij in een dichte en hermetisch afgesloten container, gemakkelijk te hanteren met een mechanisch middel, gelegen op een daartoe bestemde plaats in afwachting van zijn verwijdering overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 1993 betreffende dierlijke afvalstoffen.
De ratieten waarvan de hoogte groter is dan 50 centimeter en de zoogdieren waarvan de schofthoogte groter is dan 50 centimeter, zijn grote dieren. De andere dieren zijn grote dieren als hun lengte groter is dan 50 centimeter.
§ 2 Na elke verwijdering worden de opslagplaats en de containers gereinigd en ontsmet.
Art. 18. § 1er. Le cadavre d'un animal de petite taille est placé dans un conteneur étanche et couvert hermétiquement, de manipulation facile par un moyen mécanique, disposé dans un endroit réservé à cet usage dans l'attente de son enlèvement conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 octobre 1993 relatif aux déchets animaux.
Le cadavre d'un animal de grande taille est placé soit à un endroit réservé à cet usage sous une bâche couvrant l'entièreté de l'animal dans l'attente de son enlèvement soit dans un conteneur étanche et couvert hermétiquement, de manipulation facile par un moyen mécanique, disposé dans un endroit réservé à cet usage dans l'attente de son enlèvement conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 octobre 1993 relatif aux déchets animaux.
Les ratites dont la hauteur est supérieure à 50 centimètres et les mammifères dont la hauteur au garrot est supérieure à 50 centimètres constituent des animaux de grande taille. Les autres animaux constituent des animaux de grande taille lorsque leur longueur est supérieure à 50 centimètres.
§ 2. Après chaque enlèvement, le lieu de stockage et les conteneurs sont nettoyés et désinfectés.
Le cadavre d'un animal de grande taille est placé soit à un endroit réservé à cet usage sous une bâche couvrant l'entièreté de l'animal dans l'attente de son enlèvement soit dans un conteneur étanche et couvert hermétiquement, de manipulation facile par un moyen mécanique, disposé dans un endroit réservé à cet usage dans l'attente de son enlèvement conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 octobre 1993 relatif aux déchets animaux.
Les ratites dont la hauteur est supérieure à 50 centimètres et les mammifères dont la hauteur au garrot est supérieure à 50 centimètres constituent des animaux de grande taille. Les autres animaux constituent des animaux de grande taille lorsque leur longueur est supérieure à 50 centimètres.
§ 2. Après chaque enlèvement, le lieu de stockage et les conteneurs sont nettoyés et désinfectés.
Art. 19. De exploitant houdt een register "krengen van dieren". Na elke verwijdering wordt dit register aangevuld met de volgende inlichtingen :
1° het volgordenummer van de verwijdering;
2° de verwijderingsdatum;
3° het betrokken dier;
4° de personalia van de erkende ophaler en/of vervoerder; in voorkomend geval, het erkenningsnummer;
5° de personalia van de personen die de krengen ontvangt;
6° het gewicht van en het aantal verwijderde krengen.
Een afschrift van de verwijderingsdocumenten wordt als bijlage bij het register bewaard.
1° het volgordenummer van de verwijdering;
2° de verwijderingsdatum;
3° het betrokken dier;
4° de personalia van de erkende ophaler en/of vervoerder; in voorkomend geval, het erkenningsnummer;
5° de personalia van de personen die de krengen ontvangt;
6° het gewicht van en het aantal verwijderde krengen.
Een afschrift van de verwijderingsdocumenten wordt als bijlage bij het register bewaard.
Art. 19. L'exploitant tient un registre " cadavres animaux ". Ce registre est complété après chaque enlèvement par les informations suivantes :
1° le numéro d'ordre de l'enlèvement;
2° la date de l'enlèvement;
3° l'animal concerné;
4° les coordonnées du collecteur et/ou du transporteur agréé; le cas échéant, le numéro d'agrément;
5° les coordonnées du destinataire des cadavres;
6° le poids et le nombre de cadavres enlevés.
Une copie des documents d'enlèvement est conservée en annexe du registre.
1° le numéro d'ordre de l'enlèvement;
2° la date de l'enlèvement;
3° l'animal concerné;
4° les coordonnées du collecteur et/ou du transporteur agréé; le cas échéant, le numéro d'agrément;
5° les coordonnées du destinataire des cadavres;
6° le poids et le nombre de cadavres enlevés.
Une copie des documents d'enlèvement est conservée en annexe du registre.
HOOFDSTUK VI. - Controle en toezicht
CHAPITRE VI. - Contrôle et surveillance
Art. 20. De exploitant houdt een register met de lijst van alle gehouden soorten (Latijnse naam en, in voorkomend geval, volksnaam) en het aantal dieren per soort.
Dit register bevat ook de volgende informatie geordend volgens het diersoort :
1° de verhogingen van het aantal dieren met de datum, de oorzaak van de verhogingen, de herkomst en het aantal dieren;
2° de verminderingen van het aantal dieren met de datum, de oorzaak van de vermindering, de naam van de koper en het aantal dieren;
3° in voorkomend geval, de vaccinatiebewijzen.
Dit register bevat ook de volgende informatie geordend volgens het diersoort :
1° de verhogingen van het aantal dieren met de datum, de oorzaak van de verhogingen, de herkomst en het aantal dieren;
2° de verminderingen van het aantal dieren met de datum, de oorzaak van de vermindering, de naam van de koper en het aantal dieren;
3° in voorkomend geval, de vaccinatiebewijzen.
Art. 20. L'exploitant tient un registre comportant la liste de toutes les espèces détenues (nom latin et, le cas échéant, nom vernaculaire) et le nombre d'individus par espèce.
Ce registre contient également les informations suivantes, réparties par espèce animale :
1° les augmentations d'effectif avec la date, la cause des augmentations, l'indication de la provenance et le nombre d'animaux;
2° les diminutions d'effectif avec la date, la cause de la diminution, le nom de l'acheteur et le nombre d'animaux;
3° le cas échéant, les certificats de vaccination.
Ce registre contient également les informations suivantes, réparties par espèce animale :
1° les augmentations d'effectif avec la date, la cause des augmentations, l'indication de la provenance et le nombre d'animaux;
2° les diminutions d'effectif avec la date, la cause de la diminution, le nom de l'acheteur et le nombre d'animaux;
3° le cas échéant, les certificats de vaccination.
Art. 21. De in de artikelen 19, 20 en 26 bedoelde registers worden voortdurend op de exploitatiezetel bewaard en ter inzage gelegd van de toezichthoudende ambtenaar.
De informatie die erin voorgesteld wordt kan na vijf jaar eruit verwijderd worden.
Een keer per jaar, in geval van wijziging van de registers, wordt een afschrift van de documenten naar de technische ambtenaar en naar het gemeentecollege toegestuurd.
De informatie die erin voorgesteld wordt kan na vijf jaar eruit verwijderd worden.
Een keer per jaar, in geval van wijziging van de registers, wordt een afschrift van de documenten naar de technische ambtenaar en naar het gemeentecollege toegestuurd.
Art. 21. Les registres visés aux articles 19, 20 et 26 sont conservés en permanence au siège d'exploitation et sont tenus à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
Les informations qui y sont présentées peuvent en être retirées après cinq années.
Une fois par an, en cas de modifications des registres, une copie des documents est envoyée au fonctionnaire technique et au collège communal.
Les informations qui y sont présentées peuvent en être retirées après cinq années.
Une fois par an, en cas de modifications des registres, une copie des documents est envoyée au fonctionnaire technique et au collège communal.
HOOFDSTUK VII. - Overdracht of verkoop van dieren
CHAPITRE VII. - Cession ou vente des animaux
Art. 22. De dieren waarvan het bezit een vergunning vereist, kunnen slechts kosteloos gegeven worden of verkocht worden aan iemand die over de vereiste vergunning beschikt om de betrokken soorten te bezitten.
Art. 22. Les animaux dont la détention est soumise à permis ne peuvent être cédés à titre gracieux ou vendus qu'à un tiers disposant de l'autorisation requise pour détenir l'espèce concernée.
HOOFDSTUK VIII. - Stopzetting van activiteit
CHAPITRE VIII. - Cessation d'activité
Art. 23. In geval van stopzetting van activiteit verwittigt de exploitant de toezichthoudende ambtenaar minstens tien dagen vóór die verrichting.
De gehouden dieren worden gegeven aan een exploitant die over de vereiste vergunning beschikt om de betrokken soorten te bezitten.
In dezelfde tijd als hij zijn stopzetting van activiteit meedeelt, stelt de exploitant de bevoegde overheid en de toezichthoudende ambtenaar in kennis van de bestemmingsplaats van de overgedragen dieren.
De gehouden dieren worden gegeven aan een exploitant die over de vereiste vergunning beschikt om de betrokken soorten te bezitten.
In dezelfde tijd als hij zijn stopzetting van activiteit meedeelt, stelt de exploitant de bevoegde overheid en de toezichthoudende ambtenaar in kennis van de bestemmingsplaats van de overgedragen dieren.
Art. 23. En cas de cessation d'activité, l'exploitant avertit le fonctionnaire chargé de la surveillance au moins dix jours avant cette opération.
Les animaux détenus sont cédés à un exploitant disposant de l'autorisation requise pour détenir les espèces concernées.
En même temps qu'il notifie sa cessation d'activité, l'exploitant informe l'autorité compétente et le fonctionnaire chargé de la surveillance du lieu de destination des animaux cédés.
Les animaux détenus sont cédés à un exploitant disposant de l'autorisation requise pour détenir les espèces concernées.
En même temps qu'il notifie sa cessation d'activité, l'exploitant informe l'autorité compétente et le fonctionnaire chargé de la surveillance du lieu de destination des animaux cédés.
Titel 3. - Specifieke bepalingen
Titre 3. - Dispositions spécifiques
HOOFDSTUK I. - Giftige dieren
CHAPITRE Ier. - Animaux venimeux
Art. 24. Een afschrift van het in het kader van de vergunningsaanvraag opgemaakte veiligheidsprotocol wordt aan de toezichthoudende ambtenaar en aan de gemeenteoverheid overgemaakt.
Dit protocol ligt voortdurend ter inzage in het lokaal waarin de giftige dieren worden gehuisvest. Het vermeldt de naam en de personalia van 3 personen die voor de dieren kunnen zorgen wanneer de exploitant tijdens meer dan 24 uur afwezig is.
Dit protocol ligt voortdurend ter inzage in het lokaal waarin de giftige dieren worden gehuisvest. Het vermeldt de naam en de personalia van 3 personen die voor de dieren kunnen zorgen wanneer de exploitant tijdens meer dan 24 uur afwezig is.
Art. 24. Une copie du protocole de sécurité, établi dans le cadre de la demande de permis, est transmise au fonctionnaire chargé de la surveillance ainsi qu'à l'autorité communale.
Ce protocole se trouve en permanence à disposition dans le local hébergeant les animaux venimeux. Il indique le nom et les coordonnées de 3 personnes disponibles pour s'occuper des animaux lorsque l'exploitant s'absente plus de 24 heures.
Ce protocole se trouve en permanence à disposition dans le local hébergeant les animaux venimeux. Il indique le nom et les coordonnées de 3 personnes disponibles pour s'occuper des animaux lorsque l'exploitant s'absente plus de 24 heures.
Art. 25. Indien hij meer dan 24 uur afwezig is, vergewist de exploitant zich er eerst van dat minstens één van de in het veiligheidsprotocol vermelde personen beschikbaar is.
Art. 25. En cas d'absence de plus de 24 heures, l'exploitant s'assure, au préalable, de la disponibilité d'au moins une des personnes mentionnées dans le protocole de sécurité.
HOOFDSTUK II. - Zoogdieren
CHAPITRE II. - Mammifères
Art. 26. § 1. Bij gebrek aan een valorisatie door de exploitant wordt de dierlijke mest aan een spreidingscontract onderworpen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk IV van Titel VII van Deel II van het regelgevend deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek met als opschrift "duurzame stikstofbeheer in de landbouw" inhoudt, of door een erkende ophaler weggehaald.
§ 2. De exploitant houdt een register waarin hij voor elke handeling tot overdracht van dierlijke mest de volgende gegevens vermeldt :
1° de datum van overdracht;
2° de opgehaalde hoeveelheid in t of in m3;
3° het soort afvoeringskanaal;
4° identiteit van natuurlijke persoon of rechtspersoon die de overdracht uitvoert;
5° de persoon die de mest ontvangt en zijn personalia.
§ 2. De exploitant houdt een register waarin hij voor elke handeling tot overdracht van dierlijke mest de volgende gegevens vermeldt :
1° de datum van overdracht;
2° de opgehaalde hoeveelheid in t of in m3;
3° het soort afvoeringskanaal;
4° identiteit van natuurlijke persoon of rechtspersoon die de overdracht uitvoert;
5° de persoon die de mest ontvangt en zijn personalia.
Art. 26. § 1er. A défaut d'une valorisation par l'exploitant, les effluents d'élevage sont soumis à contrat d'épandage conformément aux dispositions du Chapitre IV du Titre VII de la Partie II de la partie réglementaire du Livre II du Code l'Environnement, contenant le Code de l'Eau intitulé " Gestion durable de l'azote en agriculture "ou enlevés par un collecteur agréé.
§ 2. L'exploitant tient un registre dans lequel il indique pour chaque opération de transfert d'effluents d'élevage les informations suivantes :
1° la date du transfert;
2° la quantité enlevée en t ou en m3;
3° le type de filière d'évacuation;
4° l'identité de la personne physique ou morale procédant au transfert;
5° le destinataire des effluents et ses coordonnées.
§ 2. L'exploitant tient un registre dans lequel il indique pour chaque opération de transfert d'effluents d'élevage les informations suivantes :
1° la date du transfert;
2° la quantité enlevée en t ou en m3;
3° le type de filière d'évacuation;
4° l'identité de la personne physique ou morale procédant au transfert;
5° le destinataire des effluents et ses coordonnées.
HOOFDSTUK III. - Reptielen
CHAPITRE III. - Reptiles
Art. 27. Het lokaal waarin de terrariums geplaatst worden, wordt ontworpen om elke ontsnapping van reptielen te voorkomen.
Indien giftige reptielen gehouden worden, is het lokaal van een sluis voorzien. Een van deze deuren van de sluis mag slechts open zijn indien de tweede gesloten is. De buitendeur van de sluis wordt gegrendeld behalve indien een persoon zich in het lokaal bevindt. Een paneel met de vermelding "gevaarlijke reptielen" wordt op de buitendeur van het lokaal geplaatst.
De terrariums met giftige reptielen worden uitgerust met schakelaars die een alarminstallatie in werking zetten, indien ze slecht afgesloten worden.
Indien giftige reptielen gehouden worden, is het lokaal van een sluis voorzien. Een van deze deuren van de sluis mag slechts open zijn indien de tweede gesloten is. De buitendeur van de sluis wordt gegrendeld behalve indien een persoon zich in het lokaal bevindt. Een paneel met de vermelding "gevaarlijke reptielen" wordt op de buitendeur van het lokaal geplaatst.
De terrariums met giftige reptielen worden uitgerust met schakelaars die een alarminstallatie in werking zetten, indien ze slecht afgesloten worden.
Art. 27. Le local dans lequel sont placés les terrariums est conçu de manière à éviter toute évasion de reptile.
Si des reptiles venimeux sont détenus, le local est muni d'un sas. L'une des portes du sas ne peut être ouverte que si la deuxième est fermée. La porte extérieure du sas est verrouillée, sauf si une personne se trouve dans le local. Un panneau indiquant " reptiles dangereux " est apposé sur la porte extérieure du local.
Les terrariums contenant des reptiles venimeux sont équipés de contacteurs déclenchant une alarme en cas de mauvaise fermeture.
Si des reptiles venimeux sont détenus, le local est muni d'un sas. L'une des portes du sas ne peut être ouverte que si la deuxième est fermée. La porte extérieure du sas est verrouillée, sauf si une personne se trouve dans le local. Un panneau indiquant " reptiles dangereux " est apposé sur la porte extérieure du local.
Les terrariums contenant des reptiles venimeux sont équipés de contacteurs déclenchant une alarme en cas de mauvaise fermeture.
Art. 28. De terrariums worden geplaatst op de grond of op meubelen die stevig genoeg zijn om ze te dragen. Ze worden aangelegd zodat ze niet toevallig omgegooid of gebroken kunnen worden.
Als het dier uit zijn terrarium wordt genomen, wordt het onmiddellijk in een ander terrarium dat onmiddellijk gegrendeld wordt of in een speciale bak die gesloten kan worden, geplaatst.
Als het dier uit zijn terrarium wordt genomen, wordt het onmiddellijk in een ander terrarium dat onmiddellijk gegrendeld wordt of in een speciale bak die gesloten kan worden, geplaatst.
Art. 28. Les terrariums sont placés sur le sol ou sur des meubles suffisamment robustes pour les supporter. Ils sont disposés de façon à ce qu'ils ne puissent pas être renversés ou brisés accidentellement.
Lorsque l'animal est retiré de son terrarium, il est transféré sans délai dans un autre terrarium qui est verrouillé immédiatement ou dans un récipient spécial pouvant être fermé.
Lorsque l'animal est retiré de son terrarium, il est transféré sans délai dans un autre terrarium qui est verrouillé immédiatement ou dans un récipient spécial pouvant être fermé.
Art. 29. Het lokaal waarin de terrariums met giftige reptielen worden geplaatst, wordt uitgerust met instrumenten waarmee ze op afstand gehanteerd kunnen worden, met een noodverlichting en met een telefoon.
Art. 29. Le local dans lequel sont placés les terrariums abritant des reptiles venimeux est équipé d'instruments permettant de manipuler ceux-ci à distance, d'un éclairage de secours et d'un poste téléphonique.
Art. 30. De terrariums met giftige reptielen worden op zodanige wijze ontworpen dat de hantering van de reptielen tijdens de reiniging zo weinig gevaarlijk mogelijk is.
Art. 30. Les terrariums abritant des reptiles venimeux sont conçus de façon telle que la manipulation des reptiles lors du nettoyage soit la moins dangereuse possible.
Art. 31. Op elk terrarium wordt een etiket geplakt dat de Latijnse naam van het dier en, in voorkomend geval, zijn volksnaam vermeldt en als het om een giftig reptiel gaat, het telefoonnummer van de behandelende arts en het nummer van het ziekenhuis of van de serumbank die over specifieke dierlijk gif bestrijdende serums beschikt.
Art. 31. Sur chaque terrarium est apposée une étiquette reprenant le nom latin de l'animal et, le cas échéant, son nom vernaculaire, et, s'il s'agit d'un reptile venimeux, le numéro de téléphone du médecin traitant et le numéro de l'hôpital ou de la banque de sérum disposant des sérums antivenimeux spécifiques.
Art. 32. De giftige reptielen worden niet met de blote hand gehanteerd.
In afwijking van het eerste lid kan de hantering met de blote hand tijdens de verrichtingen bestemd voor het opvangen van venijn voor de fabricatie van serum, tijdens veterinaire handelingen alsook in het kader van vormingsactiviteiten toegelaten worden.
In afwijking van het eerste lid kan de hantering met de blote hand tijdens de verrichtingen bestemd voor het opvangen van venijn voor de fabricatie van serum, tijdens veterinaire handelingen alsook in het kader van vormingsactiviteiten toegelaten worden.
Art. 32. Les reptiles venimeux ne sont pas manipulés à main nue.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la manipulation à main nue peut être admise lors des opérations destinées au recueil de venin pour la fabrication de sérum, lors d'actes vétérinaires ainsi que dans le cadre d'activités de formation.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la manipulation à main nue peut être admise lors des opérations destinées au recueil de venin pour la fabrication de sérum, lors d'actes vétérinaires ainsi que dans le cadre d'activités de formation.
HOOFDSTUK IV. - Vogels
CHAPITRE IV. - Oiseaux
Art. 33. De kooibodems worden regelmatig vervangen. De bevuilde kooibodems worden in gesloten zakken of containers gestopt in afwachting van hun ontruiming.
De bodems van de vogelkooien worden regelmatig gereinigd. Het afval en de uitwerpselen die worden opgehaald, worden in gesloten zakken of containers gestopt in afwachting van hun ontruiming.
De bodems van de vogelkooien worden regelmatig gereinigd. Het afval en de uitwerpselen die worden opgehaald, worden in gesloten zakken of containers gestopt in afwachting van hun ontruiming.
Art. 33. Les fonds de cages sont changés régulièrement. Les fonds de cages souillés sont placés dans des sacs ou des conteneurs fermés en attendant leur évacuation.
Les sols des volières sont nettoyés régulièrement. Les déchets et déjections ramassés sont placés dans des sacs ou des conteneurs fermés en attendant leur évacuation.
Les sols des volières sont nettoyés régulièrement. Les déchets et déjections ramassés sont placés dans des sacs ou des conteneurs fermés en attendant leur évacuation.
Art. 34. Wanneer een kasuaris gehouden wordt, omvat de inrichting een infrastructuur of een gebouw waarin hij kan worden opgesloten.
Art. 34. Lorsque qu'un casoar est détenu, l'établissement comprend une infrastructure ou un bâtiment dans lequel il peut être enfermé.
HOOFDSTUK V. - Geleedpotigen
CHAPITRE V. - Arthropodes
Art. 35. Het lokaal waarin de terrariums worden geplaatst, heeft geen opening waardoor de geleedpotigen kunnen ontsnappen.
Art. 35. Le local abritant les terrariums ne possède pas d'ouverture permettant aux arthropodes de s'échapper.
Art. 36. Het terrarium heeft geen opening waardoor de geleedpotigen kunnen ontsnappen.
De terrariums worden geplaatst op de grond of op meubelen die stevig genoeg zijn om ze te dragen en worden aangelegd zodat ze niet toevallig omgegooid of gebroken kunnen worden.
Als de geleedpotige uit zijn terrarium wordt genomen, wordt hij onmiddellijk in een ander terrarium dat onmiddellijk gegrendeld wordt of in een speciale bak geplaatst die gesloten kan worden, overgedragen.
De terrariums worden geplaatst op de grond of op meubelen die stevig genoeg zijn om ze te dragen en worden aangelegd zodat ze niet toevallig omgegooid of gebroken kunnen worden.
Als de geleedpotige uit zijn terrarium wordt genomen, wordt hij onmiddellijk in een ander terrarium dat onmiddellijk gegrendeld wordt of in een speciale bak geplaatst die gesloten kan worden, overgedragen.
Art. 36. Le terrarium ne possède pas d'ouverture permettant aux arthropodes de s'échapper.
Les terrariums sont placés sur le sol ou sur des meubles suffisamment robustes pour les supporter, et sont disposés de façon à ce qu'ils ne puissent pas être renversés ou brisés accidentellement.
Lorsque l'arthropode est retiré de son terrarium, il est transféré sans délai dans un autre terrarium qui est verrouillé immédiatement ou dans un récipient fermé.
Les terrariums sont placés sur le sol ou sur des meubles suffisamment robustes pour les supporter, et sont disposés de façon à ce qu'ils ne puissent pas être renversés ou brisés accidentellement.
Lorsque l'arthropode est retiré de son terrarium, il est transféré sans délai dans un autre terrarium qui est verrouillé immédiatement ou dans un récipient fermé.
Art. 37. De terrariums met giftige geleedpotigen worden op zodanige wijze ontworpen dat die geleedpotigen tijdens de reiniging niet gehanteerd worden.
De geleedpotigen mogen niet met de blote hand gehanteerd worden.
De geleedpotigen mogen niet met de blote hand gehanteerd worden.
Art. 37. Les terrariums abritant des arthropodes venimeux sont conçus de manière à ce que ces arthropodes ne soient pas manipulés lors du nettoyage.
Les arthropodes ne peuvent être manipulés à main nue.
Les arthropodes ne peuvent être manipulés à main nue.
Art. 38. Er wordt een etiket geplakt op het terrarium. Dit etiket vermeldt de Latijnse naam van het dier en, in voorkomend geval, zijn volksnaam en als het om een giftige geleedpotige gaat, het telefoonnummer van de behandelende arts en het nummer van het ziekenhuis of van de serumbank die over specifieke dierlijk gif bestrijdende serums beschikt.
Art. 38. Une étiquette est apposée sur le terrarium. Cette étiquette reprend le nom latin de l'animal et, le cas échéant, son nom vernaculaire et, s'il s'agit d'un arthropode venimeux, le numéro de téléphone du médecin traitant et le numéro de l'hôpital ou de la banque de sérum possédant le sérum antivenin spécifique.
Art. 39. De terrariums met jongeren die kleiner zijn dan één centimeter of met soorten die gemakkelijk ontsnappen, worden in een tweede hoger en ook gesloten terrarium geplaatst.
Art. 39. Les terrariums abritant des jeunes de taille inférieure à un centimètre ou des espèces reconnues comme s'échappant facilement sont placés dans un deuxième terrarium de taille supérieure, également fermé.
HOOFDSTUK VI. - Amphibia
CHAPITRE VI. - Amphibiens
Art. 40. De boomklimmers mogen niet met de blote hand gehanteerd worden.
Art. 40. Les dendrobates ne peuvent être manipulés à main nue.
Art. 41. Een dun draadgaas wordt aan de woningen vastgemaakt om alle ontsnapping van de amphibia te verhinderen.
Art. 41. Un fin treillis métallique est fixé sur les logements afin d'empêcher toute évasion des amphibiens.
HOOFDSTUK VII. - Giftige weekdieren
CHAPITRE VII. - Mollusques venimeux
Art. 42. De giftige weekdieren worden in volledig waterdichte aquariums voorzien van een vergrendelbaar sluitingssysteeem gehuisvest.
Art. 42. Les mollusques venimeux sont hébergés dans des aquariums parfaitement étanches et munis d'un système de fermeture verrouillable.
Art. 43. Die dieren worden slechts met instrumenten zoals tangen gehanteerd en mogen niet met de blote hand gehanteerd worden.
Art. 43. Ces animaux ne sont manipulés qu'à l'aide d'instruments tels que des pinces et ne peuvent pas être manipulés à main nue.
HOOFDSTUK VIII. - Vissen
CHAPITRE VIII. - Poissons
Art. 44. De bodems of de meubelen die het of de aquarium(s) dragen, zijn stevig genoeg om hen te dragen zonder gevaar voor instorting overeenkomstig de norm NF P06-001 Berekeningsbasis voor bouwwerken - Exploitatiekosten voor gebouwen of overeenkomstig elke andere Europese gelijkwaardige norm.
Art. 44. Les sols ou les meubles soutenant le ou les aquarium(s) sont suffisamment résistants pour soutenir ceux-ci sans risque d'effondrement, conformément à la norme NF P06-001 Bases de calcul des constructions - Charges d'exploitation des bâtiments ou à toute autre norme européenne équivalente.
HOOFDSTUK IX. - Duizendpoten
CHAPITRE IX. - Scolopendres
Art. 45. De duizendpoten mogen niet met de blote hand gehanteerd worden.
Art. 45. Les scolopendres ne peuvent être manipulés à main nue.
Titel 4. - Wijzigingsbepalingen
Titre 4. - Dispositions modificatives
Art. 46. Artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, gewijzigd bij het besluit van 18 juni 2009, wordt aangevuld als volgt :
"Indien de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een activiteit bedoeld in de rubrieken 93.53.02.01 en 92.53.02.03 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXIX.".
"Indien de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een activiteit bedoeld in de rubrieken 93.53.02.01 en 92.53.02.03 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXIX.".
Art. 46. L'article 2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, modifié par l'arrêté du 18 juin 2009, est complété comme suit :
"Si la demande de permis d'environnement est relative à une activité visée aux rubriques 93.53.02.01 et 92.53.02.03 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend, outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXIX.".
"Si la demande de permis d'environnement est relative à une activité visée aux rubriques 93.53.02.01 et 92.53.02.03 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend, outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXIX.".
Art. 47. Artikel 30 van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt :
"Indien de aanvraag tot globale vergunning betrekking heeft op een activiteit bedoeld in de rubrieken 92.53.02.01 en 92.53.02.03 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXIX.".
"Indien de aanvraag tot globale vergunning betrekking heeft op een activiteit bedoeld in de rubrieken 92.53.02.01 en 92.53.02.03 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXIX.".
Art. 47. L'article 30 du même arrêté est complété comme suit :
" Si la demande de permis unique est relative à une activité visée aux rubriques 92.53.02.01 et 92.53.02.03. de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à études d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXIX. ".
" Si la demande de permis unique est relative à une activité visée aux rubriques 92.53.02.01 et 92.53.02.03. de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à études d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXIX. ".
Art. 48. Hetzelfde besluit wordt aangevuld met een bijlage XXIX, luidend als volgt :
"Bijlage XXIX. - Gegevens betreffende het bezit van exotische dieren die tot niet gedomesticeerde soorten behoren en die bedoeld zijn in rubriek 92.53.02.
1. Latijnse naam van het dier (geslacht, soort), orde en zoölogische klasse waartoe het behoort, volksnaam, in voorkomend geval.
Indien meer dan 5 dieren, gelieve het volgende model als bijlage bij te voegen :
"Bijlage XXIX. - Gegevens betreffende het bezit van exotische dieren die tot niet gedomesticeerde soorten behoren en die bedoeld zijn in rubriek 92.53.02.
1. Latijnse naam van het dier (geslacht, soort), orde en zoölogische klasse waartoe het behoort, volksnaam, in voorkomend geval.
Indien meer dan 5 dieren, gelieve het volgende model als bijlage bij te voegen :
Art. 48. Dans le même arrêté, il est inséré une annexe XXIX rédigée comme suit :
" Annexe XXIX. - Informations relatives à la détention d'animaux exotiques non domestiques visée à la rubrique 92.53.02.
1. Nom latin de l'animal (genre, espèce), ordre et classe zoologique auquel il appartient, nom vernaculaire (commun), le cas échéant.
Si + de 5 animaux, joindre en annexe selon le modèle ci-dessous :
" Annexe XXIX. - Informations relatives à la détention d'animaux exotiques non domestiques visée à la rubrique 92.53.02.
1. Nom latin de l'animal (genre, espèce), ordre et classe zoologique auquel il appartient, nom vernaculaire (commun), le cas échéant.
Si + de 5 animaux, joindre en annexe selon le modèle ci-dessous :
| Geslacht | Soort | Orde | Klasse | Volksnaam | |
| Dier 1 | |||||
| Dier 2 | |||||
| Dier 3 | |||||
| Dier 4 | |||||
| Dier 5 | |||||
| Voorbeeld | Bubo | virginiensis | Uilen | Vogels | Amerikaanse Oehoe |
2. Aantal dieren per soort.
Indien meer dan 5 soorten, gelieve het volgende model als bijlage bij te voegen :
| Genre | Espèce | Ordre | Classe | Nom commun | |
| Animal 1 | |||||
| Animal 2 | |||||
| Animal 3 | |||||
| Animal 4 | |||||
| Animal 5 | |||||
| Exemple | Bubo | virginiensis | Strigiformes | Oiseaux | Grand-duc d'Amérique |
2. Nombre d'animaux par espèce.
Si + de 5 espèces, joindre en annexe selon le modèle ci-dessous :
| Latijnse naam (geslacht + soort) | Aantal dieren | |
| Soort 1 | ||
| Soort 2 | ||
| Soort 3 | ||
| Soort 4 | ||
| Soort 5 |
3. Als het gaat om beschermde soorten krachtens bijlage A bij Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer worden de krachtens die regeling vereiste officiële documenten (met name een afschrift van de Cites certificaten) of, in voorkomend geval, de aanvraag van de officiële documenten gevoegd.
Als het gaat om een soort dat niet bedoeld is in een positieve lijst krachtens artikel 3bis, § 1, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren wordt de erkenning toegekend door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu voor het bezit van een dergelijk dier door een particulier of, in voorkomend geval, de erkenningsaanvraag gevoegd.
4. Doel van het bezit : reproductie, persoonlijk belang, wetenschappelijk onderzoek, valkerij,...
5. Veiligheidsmaatregelen :
a. Middelen of voorzieningen die gepland of gebruikt worden om de ontsnapping van de dieren te voorkomen. Nader te bepalen in geval van invasieve soorten.
b. Bestaan er noodprocedures indien een dier ontsnapt, iemand aanvalt, bijt of verwondt? indien ja, welke ?
De volgende punten c en d moeten alleen ingevuld worden voor het bezit van giftige of gevaarlijke dieren bedoeld in de rubrieken 92.53.02.01. en 92.53.02.03 :
c. Veiligheidsprotocol opgemaakt door de exploitant in geval van bezit van gevaarlijke en/of giftige dieren.
d. Naam van de persoon(en) gemachtigd om de exploitant in geval van langdurige afwezigheid te vervangen.
6. Door de dieren geproduceerde mest :
6.1. Soort mest : O vast O pluiveemest O vloeibaar
A) Opslagplaats :
In de inrichting : O JA O NEE
B) Opslagwijze
B.1. infrastructuren (container, vuilnisbak,...) : O JA O NEE
indien JA : B.1.1. volume (m3)
B.1.2. In een gesloten ruimte ? O JA O NEE
B.2. gebetonneerde ruimte (mestvaalt) O JA O NEE
indien JA : B.2.1. volume (m3)
B.2.2. oppervlakte van de gebetonneerde ruimte (m2)
B.2.3. overdekte ruimte ? O JA O NEE
B.2.4. volume van de opslagtank van de mestvaalt (m3)
B.2.5. systeem voor dichtheidscontrole O JA O NEE
B.3. opslagtank : O JA O NEE
indien JA : B.3.1. volume (m3)
B.3.2. systeem voor dichtheidscontrole ? O JA O NEE
C) Frequentie van de afvoer naar de opslagplaats of naar een andere bestemming ?
D) Eindbestemming van de dierlijke mest :
D.1. Valorisatie in de landbouw : O JA O NEE
D.2. Andere (nader bepalen)
6.2. Behandeling van de dierlijke mest : O JA O NEE
indien JA, omschrijven.
7. Hygiëne, gezondheid :
7.1. Frequentie van de reiniging van de kooien, terrariums, huisvestingslokalen,...
7.2. Eventuele veterinaire vaccins met afschrift van de vaccinatiebewijzen".
| Nom latin (genre + espèce) | Nombre d'animaux | |
| Espèce 1 | ||
| Espèce 2 | ||
| Espèce 3 | ||
| Espèce 4 | ||
| Espèce 5 |
3. S'il s'agit d'espèces protégées en vertu de l'annexe A du Règlement (CE) 338/97 du Conseil du 9 décembre 1996 relatif à la protection des espèces de faune et de flore sauvages par le contrôle de leur commerce, les documents officiels requis en vertu de cette règlementation sont joints (notamment copie des certificats Cites) ou le cas échéant la demande des documents officiels.
S'il s'agit d'une espèce non reprise dans une liste positive établie en vertu de l'article 3bis, § 1er, de la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux, l'agrément délivré par le Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement pour la détention d'un tel animal par un particulier est joint ou le cas échéant la demande d'agrément.
4. But de la détention : reproduction, intérêt personnel, étude scientifique, pratique de la fauconnerie, ...
5. Mesures de sécurité :
a. Moyens ou dispositifs prévus ou utilisés pour empêcher les animaux de s'échapper. A détailler en cas d'espèces invasives.
b. Existe-t-il des procédures d'urgence si un animal s'échappe, attaque, mord ou blesse quelqu'un ? Si oui, lesquelles ?
Les points c et d suivants sont à remplir uniquement pour la détention d'animaux venimeux ou dangereux visée aux rubriques 92.53.02.01. et 92.53.02.03 :
c. Protocole de sécurité élaboré par l'exploitant en cas de détention d'animaux dangereux et/ou venimeux.
d. Nom de la personne ou des personnes habilitées à remplacer l'exploitant en cas d'absence prolongée.
6. Effluents produits par les animaux :
6.1. Type d'effluents : O solides O fientes O liquides
A) Lieu de stockage :
Dans l'établissement : O oui O non
B) Mode de stockage :
B.1. infrastructures (conteneur, poubelle,...) : O oui O non
Si oui : B.1.1. volume (m3)
B.1.2. dans un local fermé ? O oui O non
B.2. aire bétonnée (fumière) : O oui O non
Si oui : B.2.1. volume (m3)
B.2.2. surface de l'aire bétonnée (m2)
B.2.3. aire couverte ? O oui O non
B.2.4. volume de la citerne équipant la fumière (m3)
B.2.5. système de contrôle d'étanchéité O oui O non
B.3. citerne : O oui O non
Si oui : B.3.1. volume (m2)
B.3.2. système de contrôle d'étanchéité ? O oui O non
C) Fréquence d'évacuation vers l'aire de stockage ou une autre destination ?
D) Destination finale des effluents :
D.1. valorisation en agriculture : O oui O non
D.2. autre (préciser)
6.2. Traitement des effluents : O oui O non
Si oui, décrire.
7. Hygiène, santé :
7.1. Fréquence de nettoyage des cages, terrariums, locaux d'hébergement,...
7.2. Vaccins vétérinaires éventuels avec copie des certificats de vaccination.
Titel 5. - Slot- en overgangsbepalingen
Titre 5. - Dispositions transitoires et finales
Art. 49. § 1. Dit besluit is van toepassing op de inrichtingen die vanaf zijn inwerkingtreding bestaan.
§ 2. In afwijking van het eerste lid, zijn de artikelen 4, eerste lid, 5, 27, tweede en derde lid, van toepassing op de bestaande inrichtingen uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.
§ 2. In afwijking van het eerste lid, zijn de artikelen 4, eerste lid, 5, 27, tweede en derde lid, van toepassing op de bestaande inrichtingen uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 49. § 1er. Le présent arrêté s'applique aux établissements existants dès son entrée en vigueur.
§ 2. Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 4, alinéa 1er, 5, 27, alinéas 2 et 3, s'appliquent aux établissements existants au plus tard six mois après l'entrée en vigueur du présent arrêté.
§ 2. Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 4, alinéa 1er, 5, 27, alinéas 2 et 3, s'appliquent aux établissements existants au plus tard six mois après l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 50. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 50. Le Ministre de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.