Artikel 1. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 2 worden een punt 15° en 16° toegevoegd, die luiden als volgt :
  "15° "hbo5" : het hoger beroepsonderwijs als vermeld in artikel 4 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs;
  16° "omvorming van een hbo5-opleiding" : de omvorming van een hbo5-opleiding als vermeld in artikel 161 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs.";
  2° in paragraaf 11 wordt de zinsnede "anderzijds één instelling met een tweede, een derde en eventueel een vierde graad van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht die in eenzelfde gebouwencomplex is gelegen" vervangen door de zinsnede "anderzijds één instelling met een tweede en derde graad en eventueel het HBO5 van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht en die in hetzelfde gebouwencomplex is gelegen".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 OKTOBER 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage wat betreft de invoering van het professionaliseringstraject in het kader van de omvorming van een hbo5-opleiding, de invoering van het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer in het gewoon secundair onderwijs en de invoering van maatregelen tot herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid
Titre
24 OCTOBRE 2014. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif Ă la rĂ©partition de fonctions, Ă la mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, Ă la rĂ©affectation, Ă la remise au travail et Ă l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente, pour ce qui est de l'introduction d'un parcours de professionnalisation dans le cadre de la transformation d'une formation hbo5, de l'introduction de la fonction de professeur de morale non confessionnelle dans l'enseignement secondaire ordinaire et de l'introduction de mesures de rĂ©insertion aprĂšs une incapacitĂ© de travail dĂ©finitive
Documentinformatie
Info du document
Tekst (28)
Texte (28)
Article 1er. A l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif Ă la rĂ©partition de fonctions, Ă la mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, Ă la rĂ©affectation, Ă la remise au travail et Ă l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 2 est complété par les points 15° et 16°, rédigés comme suit :
  " 15° " hbo5 " : l'enseignement supérieur professionnel hbo5 tel que visé à l'article 4 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'enseignement secondaire aprÚs secondaire et l'enseignement supérieur professionnel hbo5 ;
  " 16° " transformation d'une formation hbo5 " : la transformation d'une formation hbo5 telle que visée à l'article 161 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'enseignement secondaire aprÚs secondaire et l'enseignement supérieur professionnel hbo5. " ;
  2° dans le paragraphe 11, le syntagme " et d'autre part un Ă©tablissement organisant un deuxiĂšme, troisiĂšme et Ă©ventuellement un quatriĂšme degrĂ© de l'enseignement secondaire, qui appartient au mĂȘme pouvoir organisateur et est situĂ© dans le mĂȘme complexe " est remplacĂ© par le syntagme " et d'autre part un Ă©tablissement organisant un deuxiĂšme et un troisiĂšme degrĂ© et Ă©ventuellement la formation hbo5 de l'enseignement secondaire, qui appartient au mĂȘme pouvoir organisateur et est situĂ© dans le mĂȘme complexe ".
  1° le paragraphe 2 est complété par les points 15° et 16°, rédigés comme suit :
  " 15° " hbo5 " : l'enseignement supérieur professionnel hbo5 tel que visé à l'article 4 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'enseignement secondaire aprÚs secondaire et l'enseignement supérieur professionnel hbo5 ;
  " 16° " transformation d'une formation hbo5 " : la transformation d'une formation hbo5 telle que visée à l'article 161 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'enseignement secondaire aprÚs secondaire et l'enseignement supérieur professionnel hbo5. " ;
  2° dans le paragraphe 11, le syntagme " et d'autre part un Ă©tablissement organisant un deuxiĂšme, troisiĂšme et Ă©ventuellement un quatriĂšme degrĂ© de l'enseignement secondaire, qui appartient au mĂȘme pouvoir organisateur et est situĂ© dans le mĂȘme complexe " est remplacĂ© par le syntagme " et d'autre part un Ă©tablissement organisant un deuxiĂšme et un troisiĂšme degrĂ© et Ă©ventuellement la formation hbo5 de l'enseignement secondaire, qui appartient au mĂȘme pouvoir organisateur et est situĂ© dans le mĂȘme complexe ".
Art. 2. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Als het professionaliseringstraject vermeld in artikel 47quinquies leidt tot een aanvullende onderwijsbevoegdheid wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid conform deze paragraaf.";
  2° er wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2bis. Voor de personeelsleden van wie de vaste benoeming ingeperkt is in het kader van herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid volgens artikel 55vicies/4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of artikel 44quinquiesdecies/4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, wordt "hetzelfde ambt" beperkt tot de vakken, specialiteiten, opleidingen of modules die nog tot de ingeperkte vaste benoeming behoren.";
  3° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "een leermeester niet-confessionele zedenleer" vervangen door de woorden "een leermeester niet-confessionele zedenleer en een leraar niet-confessionele zedenleer";
  4° aan paragraaf 3 wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 2bis, behoren de vakken, specialiteiten, opleidingen of modules die als gevolg van de inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming niet meer tot "hetzelfde ambt" behoren, ook niet tot "ander ambt".".
  1° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Als het professionaliseringstraject vermeld in artikel 47quinquies leidt tot een aanvullende onderwijsbevoegdheid wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid conform deze paragraaf.";
  2° er wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2bis. Voor de personeelsleden van wie de vaste benoeming ingeperkt is in het kader van herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid volgens artikel 55vicies/4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of artikel 44quinquiesdecies/4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, wordt "hetzelfde ambt" beperkt tot de vakken, specialiteiten, opleidingen of modules die nog tot de ingeperkte vaste benoeming behoren.";
  3° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "een leermeester niet-confessionele zedenleer" vervangen door de woorden "een leermeester niet-confessionele zedenleer en een leraar niet-confessionele zedenleer";
  4° aan paragraaf 3 wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 2bis, behoren de vakken, specialiteiten, opleidingen of modules die als gevolg van de inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming niet meer tot "hetzelfde ambt" behoren, ook niet tot "ander ambt".".
Art. 2. Dans l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 dĂ©cembre 2003 et 17 octobre 2008, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 2 est complété par un deuxiÚme alinéa, rédigé comme suit :
  " Si le parcours de professionalisation visĂ© Ă l'article 47quinquies mĂšne Ă une capacitĂ© d'enseignement complĂ©mentaire, la " mĂȘme fonction " est Ă©tendue conformĂ©ment Ă ce paragraphe. " ;
  2° il est ajouté un § 2bis, rédigé comme suit :
  " § 2bis. Pour les membres du personnel pour qui la nomination dĂ©finitive est limitĂ©e dans le cadre de la rĂ©insertion aprĂšs une incapacitĂ© de travail dĂ©finitive conformĂ©ment Ă l'article 55vicies/4 du dĂ©cret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire ou l'article 44quinquiesdecies/4 du dĂ©cret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionnĂ©, " la mĂȘme fonction " est limitĂ©e aux cours, spĂ©cialitĂ©s, formations ou modules qui font encore partie de la nomination dĂ©finitive limitĂ©e. " ;
  3° au paragraphe 3, deuxiÚme alinéa, les mots " un maßtre de morale non confessionnelle " sont remplacés par les mots " un maßtre de morale non confessionnelle et un professeur de morale non confessionnelle " ;
  4° le paragraphe 3 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Pour les membres du personnel, visĂ©s au paragraphe 2bis, les cours, spĂ©cialitĂ©s, formations ou modules qui, suite Ă la limitation de la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, n'appartiennent plus a la " mĂȘme fonction ", n'appartiennent pas non plus Ă une " autre fonction ". ".
  1° le paragraphe 2 est complété par un deuxiÚme alinéa, rédigé comme suit :
  " Si le parcours de professionalisation visĂ© Ă l'article 47quinquies mĂšne Ă une capacitĂ© d'enseignement complĂ©mentaire, la " mĂȘme fonction " est Ă©tendue conformĂ©ment Ă ce paragraphe. " ;
  2° il est ajouté un § 2bis, rédigé comme suit :
  " § 2bis. Pour les membres du personnel pour qui la nomination dĂ©finitive est limitĂ©e dans le cadre de la rĂ©insertion aprĂšs une incapacitĂ© de travail dĂ©finitive conformĂ©ment Ă l'article 55vicies/4 du dĂ©cret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire ou l'article 44quinquiesdecies/4 du dĂ©cret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionnĂ©, " la mĂȘme fonction " est limitĂ©e aux cours, spĂ©cialitĂ©s, formations ou modules qui font encore partie de la nomination dĂ©finitive limitĂ©e. " ;
  3° au paragraphe 3, deuxiÚme alinéa, les mots " un maßtre de morale non confessionnelle " sont remplacés par les mots " un maßtre de morale non confessionnelle et un professeur de morale non confessionnelle " ;
  4° le paragraphe 3 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Pour les membres du personnel, visĂ©s au paragraphe 2bis, les cours, spĂ©cialitĂ©s, formations ou modules qui, suite Ă la limitation de la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, n'appartiennent plus a la " mĂȘme fonction ", n'appartiennent pas non plus Ă une " autre fonction ". ".
Art. 3. In artikel 5, § 1, 2°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt b) worden de zinnen "Deze bepaling geldt niet voor het vak niet-confessionele zedenleer. Daarenboven kan ze niet worden ingeroepen door een leraar belast met het vak niet-confessionele zedenleer." opgeheven;
  2° er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";".
  1° in punt b) worden de zinnen "Deze bepaling geldt niet voor het vak niet-confessionele zedenleer. Daarenboven kan ze niet worden ingeroepen door een leraar belast met het vak niet-confessionele zedenleer." opgeheven;
  2° er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";".
Art. 3. A l'article 5, § 1er, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 1999 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 dĂ©cembre 2003, 23 septembre 2005 et 17 octobre 2008, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au point b) les phrases " Cette disposition n'est pas applicable au cours de morale non confessionnelle. En outre, elle ne peut ĂȘtre invoquĂ©e par un professeur chargĂ© du cours de morale non confessionnelle. " sont supprimĂ©es ;
  2° il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dĂ©rogation au premier alinĂ©a, a) et b), une charge pour un cours ou une spĂ©cialitĂ©, qui, suite Ă la limitation de la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, telle que visĂ©e Ă l'article 3, § 2bis, n'appartient plus Ă la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, n'appartient pas pour ce membre du personnel Ă la " mĂȘme fonction " ; ".
  1° au point b) les phrases " Cette disposition n'est pas applicable au cours de morale non confessionnelle. En outre, elle ne peut ĂȘtre invoquĂ©e par un professeur chargĂ© du cours de morale non confessionnelle. " sont supprimĂ©es ;
  2° il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dĂ©rogation au premier alinĂ©a, a) et b), une charge pour un cours ou une spĂ©cialitĂ©, qui, suite Ă la limitation de la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, telle que visĂ©e Ă l'article 3, § 2bis, n'appartient plus Ă la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, n'appartient pas pour ce membre du personnel Ă la " mĂȘme fonction " ; ".
Art. 4. In artikel 7, § 1, 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt b) worden de zinnen "Deze bepaling geldt niet voor het vak niet-confessionele zedenleer. Daarenboven kan ze niet worden ingeroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer of een leraar belast met het vak niet-confessionele zedenleer en in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs niet door een godsdienstleraar." opgeheven;
  2° er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";".
  1° in punt b) worden de zinnen "Deze bepaling geldt niet voor het vak niet-confessionele zedenleer. Daarenboven kan ze niet worden ingeroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer of een leraar belast met het vak niet-confessionele zedenleer en in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs niet door een godsdienstleraar." opgeheven;
  2° er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";".
Art. 4. A l'article 7, § 1er, 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 1999 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 dĂ©cembre 2003, 23 septembre 2005 et 17 octobre 2008, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au point b) les phrases " La présente disposition ne s'applique pas à la branche morale non confessionnelle. En outre, le maßtre de morale non confessionnelle ou le professeur chargé de la branche morale non confessionnelle et dans l'enseignement communautaire et l'enseignement officiel subventionné le maßtre ou professeur de religion ne peuvent l'invoquer ; " sont supprimées.
  2° il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dĂ©rogation au premier alinĂ©a, a) et b), une charge dans un cours ou une spĂ©cialitĂ©, qui, suite Ă la limitation de la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, telle que visĂ©e Ă l'article 3, § 2bis, n'appartient plus Ă la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, n'appartient pas pour ce membre du personnel Ă la " mĂȘme fonction " ; ".
  1° au point b) les phrases " La présente disposition ne s'applique pas à la branche morale non confessionnelle. En outre, le maßtre de morale non confessionnelle ou le professeur chargé de la branche morale non confessionnelle et dans l'enseignement communautaire et l'enseignement officiel subventionné le maßtre ou professeur de religion ne peuvent l'invoquer ; " sont supprimées.
  2° il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dĂ©rogation au premier alinĂ©a, a) et b), une charge dans un cours ou une spĂ©cialitĂ©, qui, suite Ă la limitation de la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, telle que visĂ©e Ă l'article 3, § 2bis, n'appartient plus Ă la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, n'appartient pas pour ce membre du personnel Ă la " mĂȘme fonction " ; ".
Art. 5. Aan artikel 8, § 1, 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 1994, 31 augustus 1999, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";".
  "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";".
Art. 5. A l'article 8, § 1er, 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 7 dĂ©cembre 1994, 31 aoĂ»t 1999, 23 septembre 2005 et 17 octobre 2008, est ajoutĂ© un alinĂ©a, rĂ©digĂ© ainsi qu'il suit :
  " Par dĂ©rogation au premier alinĂ©a, a) et b), une charge dans un cours ou une spĂ©cialitĂ©, qui, suite Ă la limitation de la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, telle que visĂ©e Ă l'article 3, § 2bis, n'appartient plus Ă la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, n'appartient pas pour ce membre du personnel Ă la " mĂȘme fonction " ; ".
  " Par dĂ©rogation au premier alinĂ©a, a) et b), une charge dans un cours ou une spĂ©cialitĂ©, qui, suite Ă la limitation de la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, telle que visĂ©e Ă l'article 3, § 2bis, n'appartient plus Ă la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, n'appartient pas pour ce membre du personnel Ă la " mĂȘme fonction " ; ".
Art. 6. In artikel 9, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, 17 oktober 2008 en 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
  "2° als het een ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs betreft :
  a) een opdracht in dezelfde opleiding of dezelfde module waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld. Deze bepaling is alleen geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor die opleiding of die module;
  b) een opdracht in elke andere opleiding of elke andere module dan een opleiding of module als vermeld in punt a), waarvoor het personeelslid aan een van de volgende voorwaarden voldoet :
  1° het personeelslid bezit het vereiste bekwaamheidsbewijs of hij wordt bij overgangsmaatregel geacht in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;
  2° het personeelslid heeft die opleiding of die module, als hij daarvoor vastbenoemd was op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, onderwezen gedurende een periode van ten minste zes maanden in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen;";
  In afwijking van het eerste lid, a) en b) behoort een opdracht in een opleiding of module die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";".
  2° punt 2° bis wordt opgeheven;
  3° in punt 3°, b) wordt de zinsnede "gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden" vervangen door de zinsnede "gedurende een periode van ten minste zes maanden";
  4° aan punt 3°, b) wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  "De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen;";
  5° aan punt 3° wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt".";
  6° in punt 3° bis, b) wordt de zinsnede "gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden" vervangen door de zinsnede "gedurende een periode van ten minste zes maanden";
  7° aan punt 3° bis, b) wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  "De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen;";
  8° aan punt 3° bis wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een opleiding of module die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";".
  1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
  "2° als het een ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs betreft :
  a) een opdracht in dezelfde opleiding of dezelfde module waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld. Deze bepaling is alleen geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor die opleiding of die module;
  b) een opdracht in elke andere opleiding of elke andere module dan een opleiding of module als vermeld in punt a), waarvoor het personeelslid aan een van de volgende voorwaarden voldoet :
  1° het personeelslid bezit het vereiste bekwaamheidsbewijs of hij wordt bij overgangsmaatregel geacht in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;
  2° het personeelslid heeft die opleiding of die module, als hij daarvoor vastbenoemd was op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, onderwezen gedurende een periode van ten minste zes maanden in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen;";
  In afwijking van het eerste lid, a) en b) behoort een opdracht in een opleiding of module die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";".
  2° punt 2° bis wordt opgeheven;
  3° in punt 3°, b) wordt de zinsnede "gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden" vervangen door de zinsnede "gedurende een periode van ten minste zes maanden";
  4° aan punt 3°, b) wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  "De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen;";
  5° aan punt 3° wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt".";
  6° in punt 3° bis, b) wordt de zinsnede "gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden" vervangen door de zinsnede "gedurende een periode van ten minste zes maanden";
  7° aan punt 3° bis, b) wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  "De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen;";
  8° aan punt 3° bis wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een opleiding of module die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";".
Art. 6. A l'article 9, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 dĂ©cembre 2003 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 23 septembre 2005, 17 octobre 2008 et 10 septembre 2010, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° s'il s'agit d'une fonction d'enseignant de l'enseignement secondaire des adultes :
  a) une charge dans la mĂȘme formation ou dans le mĂȘme module dont le membre du personnel Ă©tait titulaire au 30 juin de l'annĂ©e scolaire prĂ©cĂ©dente ou pour laquelle/lequel le membre du personnel est mis en disponibilitĂ©. Cette disposition n'est applicable que si le membre du personnel auquel la notion " mĂȘme fonction " doit ĂȘtre appliquĂ©e, est porteur d'un titre requis ou jugĂ© suffisant ou est censĂ© ĂȘtre porteur d'un titre requis ou jugĂ© suffisant pour cette formation ou ce module ;
  b) une charge dans toute autre formation ou tout autre module que celle/celui visé(e) au point a) et pour laquelle/lequel le membre du personnel remplit une des conditions suivantes :
  1° le membre du personnel est porteur du titre requis ou, par mesure transitoire, est censĂ© ĂȘtre porteur du titre requis ;
  2° s'il Ă©tait nommĂ© dĂ©finitivement Ă cette formation ou ce module, sur base d'un titre jugĂ© suffisant ou d'un titre censĂ© ĂȘtre suffisant par mesure transitoire, le membre du personnel a enseignĂ© cette formation ou ce module pour une pĂ©riode de six mois au moins au cours des cinq derniĂšres annĂ©es scolaires prĂ©cĂ©dant la date Ă laquelle les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© sont appliquĂ©es. L'application de la prĂ©sente disposition est limitĂ©e aux Ă©tablissements appartenant au pouvoir organisateur qui a accordĂ© la nomination Ă titre dĂ©finitif ou qui a repris d'un autre pouvoir organisateur l'Ă©tablissement dans lequel le membre du personnel Ă©tait nommĂ© Ă titre dĂ©finitif, soit par une simple reprise, soit par une fusion d'Ă©tablissements ; " ;
  Par dĂ©rogation au premier alinĂ©a, a) et b), une charge dans une formation ou un module, qui, suite Ă la limitation de la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, telle que visĂ©e Ă l'article 3, § 2bis, n'appartient plus Ă la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, n'appartient pas pour ce membre du personnel Ă la " mĂȘme fonction " ; ".
  2° le point 2° bis est abrogé ;
  3° au point 3°, b), le syntagme " pour une période ininterrompue de six mois au moins " est remplacé par le syntagme " pour une période de six mois au moins " ;
  4° le point 3°, b), est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " L'application de la présente disposition est limitée aux établissements appartenant au pouvoir organisateur qui a accordé la nomination à titre définitif ou qui a repris d'un autre pouvoir organisateur l'établissement dans lequel le membre du personnel était nommé à titre définitif, soit par une simple reprise, soit par une fusion d'établissements ; " ;
  5° le point 3° est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dĂ©rogation au premier alinĂ©a, a) et b), une charge dans un cours ou une spĂ©cialitĂ©, qui, suite Ă la limitation de la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, telle que visĂ©e Ă l'article 3, § 2bis, n'appartient plus Ă la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, n'appartient pas pour ce membre du personnel Ă la " mĂȘme fonction " ; ".
  6° au point 3° bis, b), le syntagme " pour une période ininterrompue de six mois au moins " est remplacé par le syntagme " pour une période de six mois au moins " ;
  7° le point 3° bis, b), est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " L'application de la présente disposition est limitée aux établissements appartenant au pouvoir organisateur qui a accordé la nomination à titre définitif ou qui a repris d'un autre pouvoir organisateur l'établissement dans lequel le membre du personnel était nommé à titre définitif, soit par une simple reprise, soit par une fusion d'établissements ; " ;
  8° le point 3° bis est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dĂ©rogation au premier alinĂ©a, a) et b), une charge dans une formation ou un module, qui, suite Ă la limitation de la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, telle que visĂ©e Ă l'article 3, § 2bis, n'appartient plus Ă la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, n'appartient pas pour ce membre du personnel Ă la " mĂȘme fonction " ; ".
  1° le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° s'il s'agit d'une fonction d'enseignant de l'enseignement secondaire des adultes :
  a) une charge dans la mĂȘme formation ou dans le mĂȘme module dont le membre du personnel Ă©tait titulaire au 30 juin de l'annĂ©e scolaire prĂ©cĂ©dente ou pour laquelle/lequel le membre du personnel est mis en disponibilitĂ©. Cette disposition n'est applicable que si le membre du personnel auquel la notion " mĂȘme fonction " doit ĂȘtre appliquĂ©e, est porteur d'un titre requis ou jugĂ© suffisant ou est censĂ© ĂȘtre porteur d'un titre requis ou jugĂ© suffisant pour cette formation ou ce module ;
  b) une charge dans toute autre formation ou tout autre module que celle/celui visé(e) au point a) et pour laquelle/lequel le membre du personnel remplit une des conditions suivantes :
  1° le membre du personnel est porteur du titre requis ou, par mesure transitoire, est censĂ© ĂȘtre porteur du titre requis ;
  2° s'il Ă©tait nommĂ© dĂ©finitivement Ă cette formation ou ce module, sur base d'un titre jugĂ© suffisant ou d'un titre censĂ© ĂȘtre suffisant par mesure transitoire, le membre du personnel a enseignĂ© cette formation ou ce module pour une pĂ©riode de six mois au moins au cours des cinq derniĂšres annĂ©es scolaires prĂ©cĂ©dant la date Ă laquelle les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© sont appliquĂ©es. L'application de la prĂ©sente disposition est limitĂ©e aux Ă©tablissements appartenant au pouvoir organisateur qui a accordĂ© la nomination Ă titre dĂ©finitif ou qui a repris d'un autre pouvoir organisateur l'Ă©tablissement dans lequel le membre du personnel Ă©tait nommĂ© Ă titre dĂ©finitif, soit par une simple reprise, soit par une fusion d'Ă©tablissements ; " ;
  Par dĂ©rogation au premier alinĂ©a, a) et b), une charge dans une formation ou un module, qui, suite Ă la limitation de la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, telle que visĂ©e Ă l'article 3, § 2bis, n'appartient plus Ă la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, n'appartient pas pour ce membre du personnel Ă la " mĂȘme fonction " ; ".
  2° le point 2° bis est abrogé ;
  3° au point 3°, b), le syntagme " pour une période ininterrompue de six mois au moins " est remplacé par le syntagme " pour une période de six mois au moins " ;
  4° le point 3°, b), est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " L'application de la présente disposition est limitée aux établissements appartenant au pouvoir organisateur qui a accordé la nomination à titre définitif ou qui a repris d'un autre pouvoir organisateur l'établissement dans lequel le membre du personnel était nommé à titre définitif, soit par une simple reprise, soit par une fusion d'établissements ; " ;
  5° le point 3° est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dĂ©rogation au premier alinĂ©a, a) et b), une charge dans un cours ou une spĂ©cialitĂ©, qui, suite Ă la limitation de la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, telle que visĂ©e Ă l'article 3, § 2bis, n'appartient plus Ă la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, n'appartient pas pour ce membre du personnel Ă la " mĂȘme fonction " ; ".
  6° au point 3° bis, b), le syntagme " pour une période ininterrompue de six mois au moins " est remplacé par le syntagme " pour une période de six mois au moins " ;
  7° le point 3° bis, b), est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " L'application de la présente disposition est limitée aux établissements appartenant au pouvoir organisateur qui a accordé la nomination à titre définitif ou qui a repris d'un autre pouvoir organisateur l'établissement dans lequel le membre du personnel était nommé à titre définitif, soit par une simple reprise, soit par une fusion d'établissements ; " ;
  8° le point 3° bis est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dĂ©rogation au premier alinĂ©a, a) et b), une charge dans une formation ou un module, qui, suite Ă la limitation de la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, telle que visĂ©e Ă l'article 3, § 2bis, n'appartient plus Ă la portĂ©e de la nomination dĂ©finitive, n'appartient pas pour ce membre du personnel Ă la " mĂȘme fonction " ; ".
Art. 7. In artikel 11 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt de volgende tabel opgeheven :
  "
  1° in paragraaf 2 wordt de volgende tabel opgeheven :
  "
Art. 7. Dans l'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 octobre 2011, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 2, le tableau suivant est abrogé :
  "
  1° dans le paragraphe 2, le tableau suivant est abrogé :
  "
| TERBESCHIKKINGSTELLING | WEDERTEWERKSTELLING |
| de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn omdat zij door een beslissing van Medex definitief ongeschikt verklaard werden om op normale en regelmatige wijze hun ambt uit te oefenen, doch geschikt bevonden werden om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaarden | wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van Medex, van het :   - bestuurs- en onderwijzend personeel   - opvoedend hulppersoneel   - ondersteunend personeel   - beleids- en ondersteunend personeel   - administratief personeel   - psychologisch personeel   - paramedisch personeel   - sociaal personeel   - orthopedagogisch personeel   - medisch personeel   - technisch personeel |
| de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het kader van een procedure tot re-integratie en door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht zijn om een andere functie uit te oefenen | wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, van het :   - bestuurs- en onderwijzend personeel   - ondersteunend personeel   - beleids- en ondersteunend personeel   - opvoedend hulppersoneel   - administratief personeel   - psychologisch personeel   - paramedisch personeel   - sociaal personeel   - orthopedagogisch personeel   - medisch personeel   - technisch personeel |
  - bestuurs- en onderwijzend personeel
  - opvoedend hulppersoneel
  - ondersteunend personeel
  - beleids- en ondersteunend personeel
  - administratief personeel
  - psychologisch personeel
  - paramedisch personeel
  - sociaal personeel
  - orthopedagogisch personeel
  - medisch personeel
  - technisch personeelde personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het kader van een procedure tot re-integratie en door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht zijn om een andere functie uit te oefenen wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, van het :
  - bestuurs- en onderwijzend personeel
  - ondersteunend personeel
  - beleids- en ondersteunend personeel
  - opvoedend hulppersoneel
  - administratief personeel
  - psychologisch personeel
  - paramedisch personeel
  - sociaal personeel
  - orthopedagogisch personeel
  - medisch personeel
  - technisch personeel
";
  2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. Als een ter beschikking gesteld personeelslid van een centrum voor volwassenenonderwijs na omvorming van een hbo5-opleiding tewerkgesteld wordt in een hogeschool van het samenwerkingsverband, wordt dat als een wedertewerkstelling beschouwd voor de toepassing van dit besluit.".
| MISE EN DISPONIBILITE | REMISE AU TRAVAIL |
| les membres du personnel mis en disponibilitĂ© parce qu'une dĂ©cision de Medex les a dĂ©clarĂ©s dĂ©finitivement inaptes Ă exercer leur fonction d'une maniĂšre normale et rĂ©guliĂšre, mais qui ont Ă©tĂ© jugĂ©s aptes Ă ĂȘtre remis au travail Ă certaines conditions | fonctions de recrutement, compte tenu de la dĂ©cision de Medex, du personnel :   - directeur et enseignant   - auxiliaire d'Ă©ducation   - d'appui   - de gestion et d'appui   - administratif   - psychologique   - paramĂ©dical   - social   - orthopĂ©dagogique   - mĂ©dical   - technique |
| les membres du personnel mis en disponibilité dans le cadre d'une procédure de reclassement et étant jugés aptes à exercer une autre fonction par le conseiller en prévention-médecin du travail | fonctions de recrutement, compte tenu de la décision du conseiller en prévention-médecin du travail, du personnel :   - directeur et enseignant   - d'appui   - de gestion et d'appui   - auxiliaire d'éducation   - administratif   - psychologique   - paramédical   - social   - orthopédagogique   - médical   - technique |
  - directeur et enseignant
  - auxiliaire d'éducation
  - d'appui
  - de gestion et d'appui
  - administratif
  - psychologique
  - paramédical
  - social
  - orthopédagogique
  - médical
  - techniqueles membres du personnel mis en disponibilité dans le cadre d'une procédure de reclassement et étant jugés aptes à exercer une autre fonction par le conseiller en prévention-médecin du travail fonctions de recrutement, compte tenu de la décision du conseiller en prévention-médecin du travail, du personnel :
  - directeur et enseignant
  - d'appui
  - de gestion et d'appui
  - auxiliaire d'éducation
  - administratif
  - psychologique
  - paramédical
  - social
  - orthopédagogique
  - médical
  - technique
" ;
  2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Un membre du personnel mis en disponibilitĂ© d'un centre d'Ă©ducation des adultes qui est employĂ© aprĂšs la transformation d'une formation hbo5 dans un institut supĂ©rieur du partenariat, est considĂ©rĂ© ĂȘtre remis au travail pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 8. In artikel 12bis, § 5, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, vervangen en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, wordt punt 5° opgeheven.
Art. 8. A l'article 12bis, § 5, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 1999, remplacĂ© et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 octobre 2011, le point 5° est abrogĂ©.
Art. 9. In artikel 12ter, § 2, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, vervangen en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, wordt punt 7° opgeheven.
Art. 9. A l'article 12ter, § 2, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 1999, remplacĂ© et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 octobre 2011, le point 7° est abrogĂ©.
Art. 10. In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, 5 december 2003, 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, wordt aan het laatste lid een zin toegevoegd, die luid als volgt :
  "Als de Vlaamse reaffectatiecommissie personeelsleden uit of naar een centrum voor leerlingenbegeleiding van het gesubsidieerd vrij onderwijs reaffecteert of wedertewerkstelt, kan een vertegenwoordiger van de vrije VCLB-koepel adviserend lid zijn van deze reaffectatiecommissie.".
  "Als de Vlaamse reaffectatiecommissie personeelsleden uit of naar een centrum voor leerlingenbegeleiding van het gesubsidieerd vrij onderwijs reaffecteert of wedertewerkstelt, kan een vertegenwoordiger van de vrije VCLB-koepel adviserend lid zijn van deze reaffectatiecommissie.".
Art. 10. A l'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 31 aoĂ»t 1999, 5 dĂ©cembre 2003, 17 octobre 2008 et 28 mai 2010, il est ajoutĂ© au dernier alinĂ©a une phrase, rĂ©digĂ©e comme suit :
  " Si la commission flamande de rĂ©affectation rĂ©affecte ou remet au travail des membres du personnel d'un centre d'encadrement des Ă©lĂšves de l'enseignement libre subventionnĂ©, un reprĂ©sentant de la " Vrije-CLB-Koepel " (organisation coordinatrice libre CLB) peut ĂȘtre membre Ă voix consultative de cette commission de rĂ©affectation. ".
  " Si la commission flamande de rĂ©affectation rĂ©affecte ou remet au travail des membres du personnel d'un centre d'encadrement des Ă©lĂšves de l'enseignement libre subventionnĂ©, un reprĂ©sentant de la " Vrije-CLB-Koepel " (organisation coordinatrice libre CLB) peut ĂȘtre membre Ă voix consultative de cette commission de rĂ©affectation. ".
Art. 11. In artikel 17, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan punt 5° wordt de volgende zin toegevoegd :
  "Deze bepaling geldt niet voor een personeelslid dat het professionaliseringstraject vermeld in artikel 47quinquies weigert of niet succesvol beëindigt;";
  2° in punt 6° wordt de zinsnede "met toepassing van artikel 5, § 1bis of § 1ter van het decreet" vervangen door de zinsnede "met toepassing van artikel 5, § 1ter van het decreet";
  3° punt 7° wordt opgeheven.
  1° aan punt 5° wordt de volgende zin toegevoegd :
  "Deze bepaling geldt niet voor een personeelslid dat het professionaliseringstraject vermeld in artikel 47quinquies weigert of niet succesvol beëindigt;";
  2° in punt 6° wordt de zinsnede "met toepassing van artikel 5, § 1bis of § 1ter van het decreet" vervangen door de zinsnede "met toepassing van artikel 5, § 1ter van het decreet";
  3° punt 7° wordt opgeheven.
Art. 11. A l'article 17, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au point 5°, la phrase suivante est ajoutée :
  " Cette disposition ne s'applique pas au membre du personnel qui refuse de suivre le parcours de professionnalisation ou qui échoue audit parcours, visé à l'article 47quinquies ; " ;
  2° au point 6°, le syntagme " par application de l'article 5, § 1bis ou § 1ter " est remplacé par le syntagme " par application de l'article 5, § 1ter du décret " ;
  3° le point 7° est abrogé.
  1° au point 5°, la phrase suivante est ajoutée :
  " Cette disposition ne s'applique pas au membre du personnel qui refuse de suivre le parcours de professionnalisation ou qui échoue audit parcours, visé à l'article 47quinquies ; " ;
  2° au point 6°, le syntagme " par application de l'article 5, § 1bis ou § 1ter " est remplacé par le syntagme " par application de l'article 5, § 1ter du décret " ;
  3° le point 7° est abrogé.
Art. 12. Artikel 19 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008 en 10 september 2010, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 19. § 1. De inrichtende macht stelt voor de start van de driejaarlijkse omkaderingsperiode voor elk van haar centra de personeelsformatie vast.
  § 2. Binnen de volgens paragraaf 1 bepaalde personeelsformatie verdeelt de inrichtende macht jaarlijks bij het begin van het schooljaar de betrekkingen over de vastbenoemde personeelsleden op de volgende manier :
  1° de inrichtende macht wijst per centrum en in "hetzelfde ambt" de betrekkingen toe aan de vastbenoemde personeelsleden voor eenzelfde gepondereerd volume van de opdracht waarvan de betrokken personeelsleden vastbenoemde titularis waren op het einde van het voorafgaand schooljaar en/of ter beschikking waren gesteld wegens ontstentenis van betrekking, rekening houdend met het begrip "hetzelfde ambt";
  2° de inrichtende macht is verplicht een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking ten laste te laten komen van de vastbenoemde titularis in "hetzelfde ambt" met de kleinste dienstanciënniteit;
  3° wanneer voor één van de vastbenoemde titularissen een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking dreigt, moet de inrichtende macht vooraleer de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking uit te spreken de in artikel 20bis vermelde maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling nemen.".
  "Art. 19. § 1. De inrichtende macht stelt voor de start van de driejaarlijkse omkaderingsperiode voor elk van haar centra de personeelsformatie vast.
  § 2. Binnen de volgens paragraaf 1 bepaalde personeelsformatie verdeelt de inrichtende macht jaarlijks bij het begin van het schooljaar de betrekkingen over de vastbenoemde personeelsleden op de volgende manier :
  1° de inrichtende macht wijst per centrum en in "hetzelfde ambt" de betrekkingen toe aan de vastbenoemde personeelsleden voor eenzelfde gepondereerd volume van de opdracht waarvan de betrokken personeelsleden vastbenoemde titularis waren op het einde van het voorafgaand schooljaar en/of ter beschikking waren gesteld wegens ontstentenis van betrekking, rekening houdend met het begrip "hetzelfde ambt";
  2° de inrichtende macht is verplicht een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking ten laste te laten komen van de vastbenoemde titularis in "hetzelfde ambt" met de kleinste dienstanciënniteit;
  3° wanneer voor één van de vastbenoemde titularissen een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking dreigt, moet de inrichtende macht vooraleer de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking uit te spreken de in artikel 20bis vermelde maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling nemen.".
Art. 12. L'article 19 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 dĂ©cembre 2003 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 17 octobre 2008 et 10 septembre 2010, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Art. 19. § 1er. Avant le début de la période triennale d'encadrement, le pouvoir organisateur fixe le cadre organique de chacun de ses centres.
  § 2. Dans les limites du cadre organique fixé conformément au paragraphe 1er, le pouvoir organisateur répartit, au début de l'année scolaire, les emplois entre les membres du personnel nommés à titre définitif de la maniÚre suivante :
  1° par centre, le pouvoir organisateur attribue dans la " mĂȘme fonction " les emplois aux personnels nommĂ©s Ă titre dĂ©finitif pour le mĂȘme volume pondĂ©rĂ© de la charge dont les membres du personnel Ă©taient titulaires nommĂ©s Ă titre dĂ©finitif Ă la fin de l'annĂ©e scolaire prĂ©cĂ©dente et/ou pour laquelle ils Ă©taient mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, en tenant compte de la notion " mĂȘme fonction " ;
  2° S'il y a risque de mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, le pouvoir organisateur est obligĂ© de la mettre Ă la charge du titulaire nommĂ© Ă titre dĂ©finitif " dans la mĂȘme fonction " qui a le moins d'anciennetĂ© de service ;
  3° si un des titulaires nommĂ©s Ă titre dĂ©finitif risque d'ĂȘtre mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, le pouvoir organisateur doit prendre, avant de prononcer une mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, les mesures visĂ©es Ă l'article 20bis prĂ©alablement Ă la mise en disponibilitĂ©. ".
  " Art. 19. § 1er. Avant le début de la période triennale d'encadrement, le pouvoir organisateur fixe le cadre organique de chacun de ses centres.
  § 2. Dans les limites du cadre organique fixé conformément au paragraphe 1er, le pouvoir organisateur répartit, au début de l'année scolaire, les emplois entre les membres du personnel nommés à titre définitif de la maniÚre suivante :
  1° par centre, le pouvoir organisateur attribue dans la " mĂȘme fonction " les emplois aux personnels nommĂ©s Ă titre dĂ©finitif pour le mĂȘme volume pondĂ©rĂ© de la charge dont les membres du personnel Ă©taient titulaires nommĂ©s Ă titre dĂ©finitif Ă la fin de l'annĂ©e scolaire prĂ©cĂ©dente et/ou pour laquelle ils Ă©taient mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, en tenant compte de la notion " mĂȘme fonction " ;
  2° S'il y a risque de mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, le pouvoir organisateur est obligĂ© de la mettre Ă la charge du titulaire nommĂ© Ă titre dĂ©finitif " dans la mĂȘme fonction " qui a le moins d'anciennetĂ© de service ;
  3° si un des titulaires nommĂ©s Ă titre dĂ©finitif risque d'ĂȘtre mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, le pouvoir organisateur doit prendre, avant de prononcer une mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, les mesures visĂ©es Ă l'article 20bis prĂ©alablement Ă la mise en disponibilitĂ©. ".
Art. 13. Aan artikel 20 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, wordt een paragraaf 9 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 9. In het volwassenenonderwijs geldt de volgende specifieke maatregel bij de omvorming van een hbo5-opleiding.
  De inrichtende macht van het centrum voor volwassenenonderwijs dat bij de omvorming van een hbo5-opleiding is betrokken, bepaalt de competenties die een personeelslid in het ambt van lector nodig heeft om in de omgevormde opleiding een betrekking op te nemen. Als de inrichtende macht vaststelt dat een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector, over onvoldoende competenties beschikt om dat ambt uit te oefenen in de omgevormde opleiding, wordt dat personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en biedt de inrichtende macht aan dat personeelslid een professionaliseringstraject aan als vermeld in artikel 47quater.".
  " § 9. In het volwassenenonderwijs geldt de volgende specifieke maatregel bij de omvorming van een hbo5-opleiding.
  De inrichtende macht van het centrum voor volwassenenonderwijs dat bij de omvorming van een hbo5-opleiding is betrokken, bepaalt de competenties die een personeelslid in het ambt van lector nodig heeft om in de omgevormde opleiding een betrekking op te nemen. Als de inrichtende macht vaststelt dat een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector, over onvoldoende competenties beschikt om dat ambt uit te oefenen in de omgevormde opleiding, wordt dat personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en biedt de inrichtende macht aan dat personeelslid een professionaliseringstraject aan als vermeld in artikel 47quater.".
Art. 13. A l'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012, il est ajoutĂ© un paragraphe 9 ainsi rĂ©digĂ© :
  " § 9. Dans l'éducation des adultes, la mesure spécifique suivante s'applique lors de la transformation d'une formation hbo5.
  Le pouvoir organisateur du centre d'éducation des adultes qui est concerné dans la transformation d'une formation hbo5, fixe les compétences dont a besoin un membre du personnel dans la fonction de maßtre de conférences pour exercer un emploi dans la formation transformée. Lorsque le pouvoir organisateur constate qu'un membre du personnel nommé à titre définitif dans la fonction de maßtre de conférences ne possÚde pas les compétences nécessaires à l'exercice de cette fonction dans la formation transformée, ce membre du personnel est mis en disponibilité par défaut d'emploi et le pouvoir organisateur offre à ce membre du personnel un parcours de professionalisation, tel que visé à l'article 47quater. ".
  " § 9. Dans l'éducation des adultes, la mesure spécifique suivante s'applique lors de la transformation d'une formation hbo5.
  Le pouvoir organisateur du centre d'éducation des adultes qui est concerné dans la transformation d'une formation hbo5, fixe les compétences dont a besoin un membre du personnel dans la fonction de maßtre de conférences pour exercer un emploi dans la formation transformée. Lorsque le pouvoir organisateur constate qu'un membre du personnel nommé à titre définitif dans la fonction de maßtre de conférences ne possÚde pas les compétences nécessaires à l'exercice de cette fonction dans la formation transformée, ce membre du personnel est mis en disponibilité par défaut d'emploi et le pouvoir organisateur offre à ce membre du personnel un parcours de professionalisation, tel que visé à l'article 47quater. ".
Art. 14. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, wordt een artikel 20bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 20bis. § 1. In afwijking van artikel 20 gelden volgende bepalingen voor de centra voor leerlingenbegeleiding.
  § 2. Een inrichtende macht stelt een personeelslid pas ter beschikking wegens ontstentenis van betrekking nadat het in voorkomend geval en in volgende volgorde onder alle personeelsleden van het centrum in kwestie :
  1° een einde heeft gesteld aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden, die "hetzelfde ambt" uitoefenen;
  2° een einde heeft gesteld aan de diensten van vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;
  3° een einde heeft gesteld aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie in dienst genomen werden in "hetzelfde ambt".
  Een inrichtende macht kan een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking ook afwenden door een of meer vastbenoemde personeelsleden te affecteren naar een ander centrum van dezelfde inrichtende macht, voor zover dit gebeurt conform het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.".
  "Art. 20bis. § 1. In afwijking van artikel 20 gelden volgende bepalingen voor de centra voor leerlingenbegeleiding.
  § 2. Een inrichtende macht stelt een personeelslid pas ter beschikking wegens ontstentenis van betrekking nadat het in voorkomend geval en in volgende volgorde onder alle personeelsleden van het centrum in kwestie :
  1° een einde heeft gesteld aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden, die "hetzelfde ambt" uitoefenen;
  2° een einde heeft gesteld aan de diensten van vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;
  3° een einde heeft gesteld aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie in dienst genomen werden in "hetzelfde ambt".
  Een inrichtende macht kan een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking ook afwenden door een of meer vastbenoemde personeelsleden te affecteren naar een ander centrum van dezelfde inrichtende macht, voor zover dit gebeurt conform het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.".
Art. 14. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012, il est insĂ©rĂ© un article 20bis, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 20bis. § 1er. Par dérogation à l'article 20, les dispositions suivantes pour les centres d'encadrement des élÚves sont d'application.
  § 2. Un pouvoir organisateur ne prononce la mise en disponibilité par défaut d'emploi d'un membre du personnel qu'aprÚs avoir, le cas échéant et dans l'ordre suivant, parmi tous les membres du personnel du centre concerné :
  1° mis fin aux services des membres du personnel temporaires qui exercent " la mĂȘme fonction " ;
  2° mis fin aux services des membres du personnel nommĂ©s Ă titre dĂ©finitif qui exercent " la mĂȘme fonction " Ă titre de fonction accessoire ;
  3° mis fin aux services des membres du personnel temporaires ayant Ă©tĂ© engagĂ©s dans " la mĂȘme fonction " par voie de remise au travail ou de rĂ©affectation.
  Un pouvoir organisateur peut Ă©galement Ă©viter le risque de mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi en affectant un ou plusieurs membres du personnel nommĂ©s Ă titre dĂ©finitif Ă un autre centre du mĂȘme pouvoir organisateur, pour autant que cela se fasse conformĂ©ment au dĂ©cret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire et au dĂ©cret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionnĂ©. ".
  " Art. 20bis. § 1er. Par dérogation à l'article 20, les dispositions suivantes pour les centres d'encadrement des élÚves sont d'application.
  § 2. Un pouvoir organisateur ne prononce la mise en disponibilité par défaut d'emploi d'un membre du personnel qu'aprÚs avoir, le cas échéant et dans l'ordre suivant, parmi tous les membres du personnel du centre concerné :
  1° mis fin aux services des membres du personnel temporaires qui exercent " la mĂȘme fonction " ;
  2° mis fin aux services des membres du personnel nommĂ©s Ă titre dĂ©finitif qui exercent " la mĂȘme fonction " Ă titre de fonction accessoire ;
  3° mis fin aux services des membres du personnel temporaires ayant Ă©tĂ© engagĂ©s dans " la mĂȘme fonction " par voie de remise au travail ou de rĂ©affectation.
  Un pouvoir organisateur peut Ă©galement Ă©viter le risque de mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi en affectant un ou plusieurs membres du personnel nommĂ©s Ă titre dĂ©finitif Ă un autre centre du mĂȘme pouvoir organisateur, pour autant que cela se fasse conformĂ©ment au dĂ©cret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire et au dĂ©cret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionnĂ©. ".
Art. 15. Aan artikel 22, § 2, 4°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en 17 oktober 2008, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "De volgorde van terbeschikkingstelling vermeld in het eerste lid, a) en b), geldt niet als een personeelslid ter beschikking gesteld wordt met toepassing van artikel 20, § 9.".
  "De volgorde van terbeschikkingstelling vermeld in het eerste lid, a) en b), geldt niet als een personeelslid ter beschikking gesteld wordt met toepassing van artikel 20, § 9.".
Art. 15. A l'article 22, § 2, 4°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 23 septembre 2005 et 17 octobre 2008, il est ajoutĂ© un alinĂ©a rĂ©digĂ© comme suit :
  " L'ordre de mise en disponibilité visé au premier alinéa, a) et b), ne s'applique pas si un membre du personnel est mis en disponibilité par application de l'article 20, § 9. ".
  " L'ordre de mise en disponibilité visé au premier alinéa, a) et b), ne s'applique pas si un membre du personnel est mis en disponibilité par application de l'article 20, § 9. ".
Art. 16. In artikel 23 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt de zin "De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden, vastgelegd in artikel 5, § 1, derde, vierde, zevende, achtste en negende gedachtestreep, § 1bis, § 1ter en § 1quater van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III gaan in op de eerste van de maand volgend op de datum waarop de hierin vermelde beslissingen uitwerking hebben." vervangen door de zin "De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden, vermeld in artikel 5, § 1, derde, vierde, zevende, achtste, negende, elfde, twaalfde, dertiende en veertiende gedachtestreep, en in § 1ter, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, gaan in op de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop de hierin vermelde beslissingen uitwerking hebben.";
  2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De terbeschikkingstelling van een personeelslid, vermeld in artikel 20, § 9, gaat in op 1 september of op 1 februari.".
  1° in paragraaf 2 wordt de zin "De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden, vastgelegd in artikel 5, § 1, derde, vierde, zevende, achtste en negende gedachtestreep, § 1bis, § 1ter en § 1quater van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III gaan in op de eerste van de maand volgend op de datum waarop de hierin vermelde beslissingen uitwerking hebben." vervangen door de zin "De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden, vermeld in artikel 5, § 1, derde, vierde, zevende, achtste, negende, elfde, twaalfde, dertiende en veertiende gedachtestreep, en in § 1ter, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, gaan in op de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop de hierin vermelde beslissingen uitwerking hebben.";
  2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De terbeschikkingstelling van een personeelslid, vermeld in artikel 20, § 9, gaat in op 1 september of op 1 februari.".
Art. 16. Dans l'article 23 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 mai 2010, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 2, la phrase " Les mises en disponibilité des membres du personnel, prévues à l'article 5, § 1er, 3e, 4e, 7e, 8e et 9e tirets, § 1erbis, § 1erter et § 1erquater du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement III prennent cours le premier jour du mois qui suit la date à laquelle les décisions qui y sont prévues, produisent leurs effets. " est remplacée par la phrase " Les mises en disponibilité des membres du personnel visées à l'article 5, § 1er, 3e, 4e, 7e, 8e, 9e, 11e, 12e, 13e et 14e tirets, et § 1erter du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III prennent cours le premier jour du mois qui suit la date à laquelle les décisions qui y sont prévues, produisent leurs effets. " ;
  2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. La mise en disponibilité d'un membre du personnel visée à l'article 20, § 9, prend cours le 1er septembre ou le 1er février. "
  1° dans le paragraphe 2, la phrase " Les mises en disponibilité des membres du personnel, prévues à l'article 5, § 1er, 3e, 4e, 7e, 8e et 9e tirets, § 1erbis, § 1erter et § 1erquater du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement III prennent cours le premier jour du mois qui suit la date à laquelle les décisions qui y sont prévues, produisent leurs effets. " est remplacée par la phrase " Les mises en disponibilité des membres du personnel visées à l'article 5, § 1er, 3e, 4e, 7e, 8e, 9e, 11e, 12e, 13e et 14e tirets, et § 1erter du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III prennent cours le premier jour du mois qui suit la date à laquelle les décisions qui y sont prévues, produisent leurs effets. " ;
  2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. La mise en disponibilité d'un membre du personnel visée à l'article 20, § 9, prend cours le 1er septembre ou le 1er février. "
Art. 17. In artikel 25 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Als het personeelslid een professionaliseringstraject volgt als vermeld in artikel 47quinquies, voegt de inrichtende macht dat ook toe aan de mededeling. Als het personeelslid het voormelde professionaliseringstraject voortijdig beëindigt, deelt de inrichtende macht dat onmiddellijk mee aan de bevoegde diensten van het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming.";
  2° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "overeenkomstig artikel 23, § 2 van dit besluit" vervangen door de zinsnede "overeenkomstig artikel 23, § 2 of § 3".
  1° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Als het personeelslid een professionaliseringstraject volgt als vermeld in artikel 47quinquies, voegt de inrichtende macht dat ook toe aan de mededeling. Als het personeelslid het voormelde professionaliseringstraject voortijdig beëindigt, deelt de inrichtende macht dat onmiddellijk mee aan de bevoegde diensten van het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming.";
  2° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "overeenkomstig artikel 23, § 2 van dit besluit" vervangen door de zinsnede "overeenkomstig artikel 23, § 2 of § 3".
Art. 17. Dans l'article 25 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 octobre 2008, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 1er est complété par un troisiÚme alinéa ainsi rédigé :
  " Si le membre du personnel suit un parcours de professionalisation tel que visé à l'article 47quinquies, le pouvoir organisateur le précise dans la communication. Si le membre du personnel termine prématurément le parcours de professionalisation précité, le pouvoir organisateur le communique immédiatement aux services compétents du MinistÚre de l'Enseignement et de la Formation. " ;
  2° dans le paragraphe 4, la proposition " conformĂ©ment Ă l'article 23, § 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© " est remplacĂ©e par la proposition " article 23, § 2 ou § 3 ".
  1° le paragraphe 1er est complété par un troisiÚme alinéa ainsi rédigé :
  " Si le membre du personnel suit un parcours de professionalisation tel que visé à l'article 47quinquies, le pouvoir organisateur le précise dans la communication. Si le membre du personnel termine prématurément le parcours de professionalisation précité, le pouvoir organisateur le communique immédiatement aux services compétents du MinistÚre de l'Enseignement et de la Formation. " ;
  2° dans le paragraphe 4, la proposition " conformĂ©ment Ă l'article 23, § 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© " est remplacĂ©e par la proposition " article 23, § 2 ou § 3 ".
Art. 18. In artikel 25bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Dit artikel geldt voor instellingen van het basisonderwijs en het secundair onderwijs :
  1° die behoren tot een scholengemeenschap;
  2° die op 1 september 2014 tot een scholengemeenschap behoren en die na 1 september 2014 worden gesloten en niet worden betrokken bij een herstructurering;
  3° die op of na 1 september 2014 fuseren met een instelling van hetzelfde net die tot een scholengemeenschap behoort.";
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "van de in § 1, 1°, a tot en met d en 2°, a tot en met d, genoemde instellingen" vervangen door de zinsnede "van de instellingen vermeld in paragraaf 1";
  3° paragraaf 7 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 7. Als een instelling op 31 augustus uit een bestaande scholengemeenschap treedt en op 1 september daaropvolgend niet tot een andere scholengemeenschap zal behoren, moet de inrichtende macht van die instelling het eerste schooljaar volgend op de uittreding de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3, nog meedelen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap waar de instelling uittreedt. Vanaf het tweede schooljaar geldt artikel 25ter.
  Als een instelling op 31 augustus uit een bestaande scholengemeenschap treedt en op 1 september daaropvolgend toetreedt tot een andere scholengemeenschap, moet de inrichtende macht van die instelling de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3, meedelen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap waartoe de instelling vanaf 1 september zal behoren.
  De gegevens worden meegedeeld conform paragraaf 4.".
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Dit artikel geldt voor instellingen van het basisonderwijs en het secundair onderwijs :
  1° die behoren tot een scholengemeenschap;
  2° die op 1 september 2014 tot een scholengemeenschap behoren en die na 1 september 2014 worden gesloten en niet worden betrokken bij een herstructurering;
  3° die op of na 1 september 2014 fuseren met een instelling van hetzelfde net die tot een scholengemeenschap behoort.";
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "van de in § 1, 1°, a tot en met d en 2°, a tot en met d, genoemde instellingen" vervangen door de zinsnede "van de instellingen vermeld in paragraaf 1";
  3° paragraaf 7 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 7. Als een instelling op 31 augustus uit een bestaande scholengemeenschap treedt en op 1 september daaropvolgend niet tot een andere scholengemeenschap zal behoren, moet de inrichtende macht van die instelling het eerste schooljaar volgend op de uittreding de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3, nog meedelen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap waar de instelling uittreedt. Vanaf het tweede schooljaar geldt artikel 25ter.
  Als een instelling op 31 augustus uit een bestaande scholengemeenschap treedt en op 1 september daaropvolgend toetreedt tot een andere scholengemeenschap, moet de inrichtende macht van die instelling de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3, meedelen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap waartoe de instelling vanaf 1 september zal behoren.
  De gegevens worden meegedeeld conform paragraaf 4.".
Art. 18. A l'article 25bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 1999 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  3° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Le présent article s'applique aux établissements d'enseignement fondamental et d'enseignement secondaire :
  1° qui appartiennent à un centre d'enseignement ;
  2° qui appartiennent à un centre d'enseignement au 1er septembre 2014 et qui sont fermés aprÚs le 1er septembre 2014 et ne sont pas impliqués dans une restructuration ;
  3° qui fusionnent le 1er septembre 2014 ou au plus tard avec un Ă©tablissement du mĂȘme rĂ©seau qui appartient Ă un centre d'enseignement. " ;
  2° au paragraphe 2, la proposition " des établissements cités au § 1er, 1°, a à d inclus, et 2°, a à d inclus " est remplacée par la proposition " des établissements visés au paragraphe 1er " ;
  3° le paragraphe 7 est remplacé par ce qui suit :
  " § 7. Lorsqu'un établissement se désaffilie le 31 août d'un centre d'enseignement existant et n'appartiendra pas à un autre centre d'enseignement le 1er septembre suivant, le pouvoir organisateur de cet établissement doit encore communiquer dans l'année scolaire qui suit la désaffiliation, les données visées aux § § 2 et 3 à la commission de réaffectation du centre d'enseignement duquel l'établissement se désaffilie. A partir de la deuxiÚme année scolaire, l'article 25ter s'applique.
  Lorsqu'un établissement se désaffilie le 31 août d'un centre d'enseignement existant et adhÚre à un autre centre d'enseignement le 1er septembre suivant, le pouvoir organisateur de cet établissement doit communiquer les données visées aux § § 2 et 3 à la commission de réaffectation du centre d'enseignement auquel l'établissement appartiendra à partir du 1er septembre.
  Les données sont communiquées conformément au paragraphe 4. ".
  3° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Le présent article s'applique aux établissements d'enseignement fondamental et d'enseignement secondaire :
  1° qui appartiennent à un centre d'enseignement ;
  2° qui appartiennent à un centre d'enseignement au 1er septembre 2014 et qui sont fermés aprÚs le 1er septembre 2014 et ne sont pas impliqués dans une restructuration ;
  3° qui fusionnent le 1er septembre 2014 ou au plus tard avec un Ă©tablissement du mĂȘme rĂ©seau qui appartient Ă un centre d'enseignement. " ;
  2° au paragraphe 2, la proposition " des établissements cités au § 1er, 1°, a à d inclus, et 2°, a à d inclus " est remplacée par la proposition " des établissements visés au paragraphe 1er " ;
  3° le paragraphe 7 est remplacé par ce qui suit :
  " § 7. Lorsqu'un établissement se désaffilie le 31 août d'un centre d'enseignement existant et n'appartiendra pas à un autre centre d'enseignement le 1er septembre suivant, le pouvoir organisateur de cet établissement doit encore communiquer dans l'année scolaire qui suit la désaffiliation, les données visées aux § § 2 et 3 à la commission de réaffectation du centre d'enseignement duquel l'établissement se désaffilie. A partir de la deuxiÚme année scolaire, l'article 25ter s'applique.
  Lorsqu'un établissement se désaffilie le 31 août d'un centre d'enseignement existant et adhÚre à un autre centre d'enseignement le 1er septembre suivant, le pouvoir organisateur de cet établissement doit communiquer les données visées aux § § 2 et 3 à la commission de réaffectation du centre d'enseignement auquel l'établissement appartiendra à partir du 1er septembre.
  Les données sont communiquées conformément au paragraphe 4. ".
Art. 19. In artikel 25ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "en in artikel 25bis, § 1, 1°, e en 2°, e," opgeheven.
  1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "en in artikel 25bis, § 1, 1°, e en 2°, e," opgeheven.
Art. 19. A l'article 25ter du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 1999 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1er, le deuxiÚme alinéa est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 1er, la proposition " et à l'article 25bis, § 1er, 1°, e et 2°, e " est abrogée ;
  1° au paragraphe 1er, le deuxiÚme alinéa est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 1er, la proposition " et à l'article 25bis, § 1er, 1°, e et 2°, e " est abrogée ;
Art. 20. Aan artikel 29, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, wordt de volgende bepaling toegevoegd :
  "- het volgen van een professionaliseringstraject als vermeld in artikel 47quinquies.".
  "- het volgen van een professionaliseringstraject als vermeld in artikel 47quinquies.".
Art. 20. A l'article 29, § 3, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 1999, la disposition suivante est ajoutĂ©e :
  " - la participation au parcours de professionnalisation tel que visé à l'article 47quinquies. ".
  " - la participation au parcours de professionnalisation tel que visé à l'article 47quinquies. ".
Art. 21. In artikel 34 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, A, wordt punt 5° bis opgeheven;
  2° in paragraaf 1, C, wordt punt 5° bis opgeheven.
  1° in paragraaf 1, A, wordt punt 5° bis opgeheven;
  2° in paragraaf 1, C, wordt punt 5° bis opgeheven.
Art. 21. A l'article 34 du mĂȘme arrĂȘtĂ© remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 octobre 2011, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 1er, A, le point 5° bis est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 1er, C, le point 5° bis est abrogé.
  1° dans le paragraphe 1er, A, le point 5° bis est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 1er, C, le point 5° bis est abrogé.
Art. 22. In artikel 36 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, A, wordt punt 3° bis opgeheven;
  2° in paragraaf 2, C, wordt punt 3° bis opgeheven.
  1° in paragraaf 2, A, wordt punt 3° bis opgeheven;
  2° in paragraaf 2, C, wordt punt 3° bis opgeheven.
Art. 22. A l'article 36 du mĂȘme arrĂȘtĂ© remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 octobre 2011, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 2, A, le point 3° bis est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 2, C, le point 3° bis est abrogé.
  1° dans le paragraphe 2, A, le point 3° bis est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 2, C, le point 3° bis est abrogé.
Art. 23. Aan artikel 39, § 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008, wordt de volgende zin toegevoegd :
  "Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat een professionaliseringstraject volgt als vermeld in artikel 47quinquies.".
  "Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat een professionaliseringstraject volgt als vermeld in artikel 47quinquies.".
Art. 23. A l'article 39, § 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ© remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 octobre 2008, est ajoutĂ©e la phrase suivante :
  " Cette disposition ne s'applique pas au membre du personnel qui suit un parcours de professionalisation tel que visé à l'article 47quinquies. ".
  " Cette disposition ne s'applique pas au membre du personnel qui suit un parcours de professionalisation tel que visé à l'article 47quinquies. ".
Art. 24. In artikel 45 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 13° wordt de zinsnede "met toepassing van artikel 5, § 1bis of § 1ter van het decreet" vervangen door de zinsnede "met toepassing van artikel 5, § 1ter, van het decreet";
  2° punt 14° wordt opgeheven.
  1° in punt 13° wordt de zinsnede "met toepassing van artikel 5, § 1bis of § 1ter van het decreet" vervangen door de zinsnede "met toepassing van artikel 5, § 1ter, van het decreet";
  2° punt 14° wordt opgeheven.
Art. 24. A l'article 45 du mĂȘme arrĂȘtĂ© remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au point 13°, la proposition " par application de l'article 5, § 1bis ou § 1ter du décret " est remplacée par la proposition " par application de l'article 5, § 1ter du décret " ;
  2° le point 14° est abrogé.
  1° au point 13°, la proposition " par application de l'article 5, § 1bis ou § 1ter du décret " est remplacée par la proposition " par application de l'article 5, § 1ter du décret " ;
  2° le point 14° est abrogé.
Art. 25. In artikel 47bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, wordt paragraaf 6 vervangen door wat volgt :
  " § 6. De bepalingen van dit artikel gelden ook voor een personeelslid dat met toepassing van artikel 5, § 1ter, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III ter beschikking wordt gesteld en nog geschikt wordt geacht om een ander ambt uit te oefenen.".
  " § 6. De bepalingen van dit artikel gelden ook voor een personeelslid dat met toepassing van artikel 5, § 1ter, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III ter beschikking wordt gesteld en nog geschikt wordt geacht om een ander ambt uit te oefenen.".
Art. 25. A l'article 47bis du mĂȘme arrĂȘtĂ© insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 dĂ©cembre 2003 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010, le paragraphe 6 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 6. Les dispositions du présent article s'appliquent également à un membre du personnel qui, par application de l'article 5, § 1ter du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, est mis en disponibilité et est jugé encore apte à accomplir une autre fonction. ".
  " § 6. Les dispositions du présent article s'appliquent également à un membre du personnel qui, par application de l'article 5, § 1ter du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, est mis en disponibilité et est jugé encore apte à accomplir une autre fonction. ".
Art. 26. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012 wordt een titel VIter, die bestaat uit artikel 47ter tot en met 47septies, ingevoegd, die luidt als volgt :
  "Titel VIter - Het professionaliseringstraject
  Art. 47ter. Deze titel is van toepassing op het volwassenenonderwijs.
  Art. 47quater. Als een hbo5-opleiding conform artikel 161 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs wordt omgevormd, bepaalt het samenwerkingsverband dat bij de omvorming betrokken is per opleiding en per module de competenties die een personeelslid nodig heeft om in deze opleiding of deze module van de omgevormde opleiding te kunnen worden ingezet. Dat gebeurt door per module of per opleiding een lijst vast te leggen van bekwaamheidsbewijzen als vermeld in artikel X.41 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, waarmee die competenties kunnen worden aangetoond. Het samenwerkingsverband maakt deze lijst van bekwaamheidsbewijzen bekend bij al haar personeelsleden.
  Het samenwerkingsverband toetst daarna op basis van haar lijst met bekwaamheidsbewijzen de competenties van de bij de omvorming betrokken personeelsleden af met de competenties die nodig zijn om in de omgevormde opleiding het ambt van lector te kunnen opnemen.
  Het personeelslid dat over voldoende competenties beschikt, kan onmiddellijk in de omgevormde hbo5-opleiding worden ingezet.
  Het personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector en niet over voldoende competenties beschikt om het ambt van lector uit te oefenen in de omgevormde opleiding, wordt ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. In dat geval biedt de inrichtende macht aan dat personeelslid een duidelijk uitgeschreven professionaliseringstraject aan. Dat traject moet het mogelijk maken dat het betrokken personeelslid binnen de tijdsspanne die voorzien wordt in artikel 47quinquies de vastgestelde tekorten in de competenties die vereist zijn om ingezet te worden in de omgevormde opleiding kan wegwerken, zodat het personeelslid inzetbaar wordt in deze opleiding.
  Het personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector en niet over voldoende competenties beschikt om het ambt van lector uit te oefenen in de omgevormde opleiding, kan in overleg met de inrichtende macht ook de keuze maken voor een andere hbo5-opleiding of voor een ander onderwijsniveau dan hbo5. In dat geval biedt de inrichtende macht aan dat personeelslid een duidelijk uitgeschreven professionaliseringstraject aan. Dat traject moet het mogelijk maken dat het betrokken personeelslid op basis van zijn keuze en binnen de tijdsspanne die voorzien wordt in artikel 47quinquies de tekorten in competenties kan wegwerken, zodat het personeelslid kan ingezet worden in een andere hbo5-opleiding van zijn keuze of in een ander onderwijsniveau dan hbo5.
  In afwijking van het vorige lid en in overleg met het betrokken personeelslid is de inrichtende macht niet verplicht aan dat personeelslid een professionaliseringstraject aan te bieden als het voor een tewerkstelling in een andere hbo5-opleiding kiest of vraagt om ingezet te worden in een ander onderwijsniveau dan hbo5, op voorwaarde dat het betrokken personeelslid daarvoor over een vereist of voldoend geachte bekwaamheidsbewijs beschikt. Als er omwille van deze reden geen professionaliseringstraject wordt aangeboden, dan moet dit blijken uit een document dat door de inrichtende macht en het betrokken personeelslid voor akkoord wordt ondertekend.
  Tijdens de loopbaan van een personeelslid kan hem maar één keer een professionaliseringstraject worden aangeboden.
  De kosten verbonden aan het volgen van een professionaliseringstraject komen ten laste van de inrichtende macht.
  Art. 47quinquies. § 1. Het professionaliseringstraject, vermeld in artikel 47quater, wordt opgesteld in overleg tussen de inrichtende macht en het personeelslid en omvat minstens de volgende elementen :
  1° een omschrijving van de bijkomende competenties die het personeelslid moet verwerven en de doelstelling daarvan;
  2° de wijze waarop het personeelslid de competenties, vermeld in punt 1°, moet behalen. Dit houdt minstens in dat de inrichtende macht een heel concreet en haalbaar professionaliseringstraject aanbiedt aan het personeelslid om de bijkomende competenties te verwerven. Bij het vastleggen van deze mogelijkheden moet de inrichtende macht alleszins ook rekening houden met de andere opdrachten die de lector eventueel nog uitoefent;
  3° de duur van het traject, waarbij alleszins de duur niet mag overschreden worden zoals die is vastgelegd in artikel 9, § 5 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III;
  4° de wijze waarop de inrichtende macht zal beoordelen of na het volgen van het traject de bijkomende competenties werden verworven. Deze zijn alleszins verworven als dat blijkt uit een certificaat, getuigschrift, diploma of ander document dat aan het personeelslid wordt afgeleverd na het volgen van dat traject en dat deel uitmaakt van de lijst van bekwaamheidsbewijzen vermeld in artikel 47quater;
  5° de concrete afspraken betreffende de betaling van alle kosten verbonden aan het volgen van het professionaliseringstraject.
  Als voormeld overleg leidt tot een akkoord, dan wordt het professionaliseringstraject schriftelijk vastgelegd en voor akkoord ondertekend door het personeelslid en de inrichtende macht.
  Als voormeld overleg niet leidt tot een akkoord, dan kan het personeelslid bezwaar aantekenen bij de Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5. Het personeelslid dient hiertoe bij deze commissie uiterlijk binnen een termijn van tien kalenderdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het schriftelijke aanbod, per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs, een gemotiveerd bezwaarschrift in.
  § 2. De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5 is paritair samengesteld en bestaat uit zes leden, aangevuld met een voorzitter en een secretaris. De leden bestaan uit drie directeurs van centra voor volwassenenonderwijs die hbo5-opleidingen aanbieden en een vertegenwoordiger van iedere representatieve vakorganisatie. De directeurs die deel uitmaken van de arbitragecommissie mogen geen deel uitmaken van het samenwerkingsverband dat het professionaliseringstraject heeft aangeboden en worden aangesteld door de administrateur-generaal van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen, of zijn afgevaardigde. De administrateur-generaal van het Agentschap voor Hoger Onderwijs of zijn afgevaardigde is voorzitter van deze commissie. De secretaris wordt door de voorzitter aangeduid onder de ambtenaren van zijn administratie.
  De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5 beoordeelt het bezwaarschrift van het personeelslid en kan daarbij zowel het personeelslid als een vertegenwoordiger van de inrichtende macht in kwestie horen.
  De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject beslist collegiaal binnen een termijn van dertig kalenderdagen nadat het bezwaarschrift bij de commissie ingediend werd. Als de leden van de commissie geen overeenstemming bereiken, beslist de voorzitter. De voorzitter van de commissie deelt de beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid en aan de betrokken inrichtende macht. Deze beslissing is bindend. De beslissing kan er ook uit bestaan dat er geen professionaliseringstraject mogelijk is of dat er geen professionaliseringstraject nodig is.
  Art. 47sexies. § 1. Tijdens het professionaliseringstraject blijft het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en heeft hij voor het volume van de opdracht waarvoor hij ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking recht op een wachtgeld of wachtgeldtoelage als vermeld in titel III van dit besluit. Tijdens de duur van het professionaliseringstraject wordt het personeelslid beschouwd als zijnde gereaffecteerd.
  § 2. Als het personeelslid het professionaliseringstraject niet succesvol beëindigt, omdat hij het traject vroegtijdig stopzet, en vervolgens niet onmiddellijk kan worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld conform dit besluit, werkt de duur van het professionaliseringstraject, in afwijking van artikel 29, § 3, niet opschortend voor de vaststelling van de vermindering van zijn wachtgeld of wachtgeldtoelage conform artikel 29, § 1. De duur van het professionaliseringstraject wordt dan onmiddellijk in mindering gebracht van de periode van twee jaar, vermeld in artikel 29, § 1, naar rato van het volume van de opdracht waarvoor het personeelslid als lector ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking.
  § 3. Als het personeelslid het te volgen professionaliseringstraject weigert en het niet onmiddellijk kan worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld conform dit besluit, wordt zijn wachtgeld of de wachtgeldtoelage, in afwijking van artikel 29, § 1, het eerste jaar onmiddellijk met 20% verminderd en de daaropvolgende jaren elk jaar telkens met 20% naar rato van het volume van de opdracht waarvoor het personeelslid als lector ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. De opeenvolgende verminderingen worden berekend op het wachtgeld of de wachtgeldtoelage die overeenkomt met het laatste activiteitssalaris of laatste activiteitssalaristoelage die het personeelslid geniet aan de vooravond van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking. Het wachtgeld of de wachtgeldtoelage mag echter niet lager zijn dan zoveel keer een dertigste van het activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt.
  Voor de toepassing van deze paragraaf gelden als dienstjaren de dienstjaren die in aanmerking komen voor de berekening van het rustpensioen. De bonificaties wegens diploma's tellen niet mee. De militaire dienst of burgerdienst die het personeelslid heeft vervuld voor zijn indiensttreding, wordt niet in aanmerking genomen en de in aanmerking komende militaire dienst en burgerdienst worden alleen meegerekend voor de gewone duur ervan, met behoud van de toepassing van artikel 13 van de gecoördineerde wetten van 3 augustus 1919 en 27 mei 1947 betreffende de prioriteiten.
  Art. 47septies. § 1. Na succesvolle beëindiging van het professionaliseringstraject met het oog op inzetbaarheid in de omgevormde hbo5-opleiding is het vastbenoemde personeelslid opnieuw inzetbaar in een betrekking in die hbo5-opleiding.
  Als het personeelslid wordt tewerkgesteld in een betrekking in een hbo5-opleiding die wordt ingericht in een hogeschool van het samenwerkingsverband conform artikel 4 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, blijft het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het ambt van lector en wordt de tewerkstelling in de hogeschool beschouwd als een wedertewerkstelling volgens dit besluit.
  § 2. Na succesvolle beëindiging van het professionaliseringstraject met het oog op inzetbaarheid in een andere hbo5-opleiding of in een ander onderwijsniveau dan hbo5, blijft het vastbenoemde personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het ambt van lector en komt hij in aanmerking voor een reaffectatie of wedertewerkstelling conform dit besluit.".
  "Titel VIter - Het professionaliseringstraject
  Art. 47ter. Deze titel is van toepassing op het volwassenenonderwijs.
  Art. 47quater. Als een hbo5-opleiding conform artikel 161 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs wordt omgevormd, bepaalt het samenwerkingsverband dat bij de omvorming betrokken is per opleiding en per module de competenties die een personeelslid nodig heeft om in deze opleiding of deze module van de omgevormde opleiding te kunnen worden ingezet. Dat gebeurt door per module of per opleiding een lijst vast te leggen van bekwaamheidsbewijzen als vermeld in artikel X.41 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, waarmee die competenties kunnen worden aangetoond. Het samenwerkingsverband maakt deze lijst van bekwaamheidsbewijzen bekend bij al haar personeelsleden.
  Het samenwerkingsverband toetst daarna op basis van haar lijst met bekwaamheidsbewijzen de competenties van de bij de omvorming betrokken personeelsleden af met de competenties die nodig zijn om in de omgevormde opleiding het ambt van lector te kunnen opnemen.
  Het personeelslid dat over voldoende competenties beschikt, kan onmiddellijk in de omgevormde hbo5-opleiding worden ingezet.
  Het personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector en niet over voldoende competenties beschikt om het ambt van lector uit te oefenen in de omgevormde opleiding, wordt ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. In dat geval biedt de inrichtende macht aan dat personeelslid een duidelijk uitgeschreven professionaliseringstraject aan. Dat traject moet het mogelijk maken dat het betrokken personeelslid binnen de tijdsspanne die voorzien wordt in artikel 47quinquies de vastgestelde tekorten in de competenties die vereist zijn om ingezet te worden in de omgevormde opleiding kan wegwerken, zodat het personeelslid inzetbaar wordt in deze opleiding.
  Het personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector en niet over voldoende competenties beschikt om het ambt van lector uit te oefenen in de omgevormde opleiding, kan in overleg met de inrichtende macht ook de keuze maken voor een andere hbo5-opleiding of voor een ander onderwijsniveau dan hbo5. In dat geval biedt de inrichtende macht aan dat personeelslid een duidelijk uitgeschreven professionaliseringstraject aan. Dat traject moet het mogelijk maken dat het betrokken personeelslid op basis van zijn keuze en binnen de tijdsspanne die voorzien wordt in artikel 47quinquies de tekorten in competenties kan wegwerken, zodat het personeelslid kan ingezet worden in een andere hbo5-opleiding van zijn keuze of in een ander onderwijsniveau dan hbo5.
  In afwijking van het vorige lid en in overleg met het betrokken personeelslid is de inrichtende macht niet verplicht aan dat personeelslid een professionaliseringstraject aan te bieden als het voor een tewerkstelling in een andere hbo5-opleiding kiest of vraagt om ingezet te worden in een ander onderwijsniveau dan hbo5, op voorwaarde dat het betrokken personeelslid daarvoor over een vereist of voldoend geachte bekwaamheidsbewijs beschikt. Als er omwille van deze reden geen professionaliseringstraject wordt aangeboden, dan moet dit blijken uit een document dat door de inrichtende macht en het betrokken personeelslid voor akkoord wordt ondertekend.
  Tijdens de loopbaan van een personeelslid kan hem maar één keer een professionaliseringstraject worden aangeboden.
  De kosten verbonden aan het volgen van een professionaliseringstraject komen ten laste van de inrichtende macht.
  Art. 47quinquies. § 1. Het professionaliseringstraject, vermeld in artikel 47quater, wordt opgesteld in overleg tussen de inrichtende macht en het personeelslid en omvat minstens de volgende elementen :
  1° een omschrijving van de bijkomende competenties die het personeelslid moet verwerven en de doelstelling daarvan;
  2° de wijze waarop het personeelslid de competenties, vermeld in punt 1°, moet behalen. Dit houdt minstens in dat de inrichtende macht een heel concreet en haalbaar professionaliseringstraject aanbiedt aan het personeelslid om de bijkomende competenties te verwerven. Bij het vastleggen van deze mogelijkheden moet de inrichtende macht alleszins ook rekening houden met de andere opdrachten die de lector eventueel nog uitoefent;
  3° de duur van het traject, waarbij alleszins de duur niet mag overschreden worden zoals die is vastgelegd in artikel 9, § 5 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III;
  4° de wijze waarop de inrichtende macht zal beoordelen of na het volgen van het traject de bijkomende competenties werden verworven. Deze zijn alleszins verworven als dat blijkt uit een certificaat, getuigschrift, diploma of ander document dat aan het personeelslid wordt afgeleverd na het volgen van dat traject en dat deel uitmaakt van de lijst van bekwaamheidsbewijzen vermeld in artikel 47quater;
  5° de concrete afspraken betreffende de betaling van alle kosten verbonden aan het volgen van het professionaliseringstraject.
  Als voormeld overleg leidt tot een akkoord, dan wordt het professionaliseringstraject schriftelijk vastgelegd en voor akkoord ondertekend door het personeelslid en de inrichtende macht.
  Als voormeld overleg niet leidt tot een akkoord, dan kan het personeelslid bezwaar aantekenen bij de Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5. Het personeelslid dient hiertoe bij deze commissie uiterlijk binnen een termijn van tien kalenderdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het schriftelijke aanbod, per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs, een gemotiveerd bezwaarschrift in.
  § 2. De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5 is paritair samengesteld en bestaat uit zes leden, aangevuld met een voorzitter en een secretaris. De leden bestaan uit drie directeurs van centra voor volwassenenonderwijs die hbo5-opleidingen aanbieden en een vertegenwoordiger van iedere representatieve vakorganisatie. De directeurs die deel uitmaken van de arbitragecommissie mogen geen deel uitmaken van het samenwerkingsverband dat het professionaliseringstraject heeft aangeboden en worden aangesteld door de administrateur-generaal van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen, of zijn afgevaardigde. De administrateur-generaal van het Agentschap voor Hoger Onderwijs of zijn afgevaardigde is voorzitter van deze commissie. De secretaris wordt door de voorzitter aangeduid onder de ambtenaren van zijn administratie.
  De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5 beoordeelt het bezwaarschrift van het personeelslid en kan daarbij zowel het personeelslid als een vertegenwoordiger van de inrichtende macht in kwestie horen.
  De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject beslist collegiaal binnen een termijn van dertig kalenderdagen nadat het bezwaarschrift bij de commissie ingediend werd. Als de leden van de commissie geen overeenstemming bereiken, beslist de voorzitter. De voorzitter van de commissie deelt de beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid en aan de betrokken inrichtende macht. Deze beslissing is bindend. De beslissing kan er ook uit bestaan dat er geen professionaliseringstraject mogelijk is of dat er geen professionaliseringstraject nodig is.
  Art. 47sexies. § 1. Tijdens het professionaliseringstraject blijft het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en heeft hij voor het volume van de opdracht waarvoor hij ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking recht op een wachtgeld of wachtgeldtoelage als vermeld in titel III van dit besluit. Tijdens de duur van het professionaliseringstraject wordt het personeelslid beschouwd als zijnde gereaffecteerd.
  § 2. Als het personeelslid het professionaliseringstraject niet succesvol beëindigt, omdat hij het traject vroegtijdig stopzet, en vervolgens niet onmiddellijk kan worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld conform dit besluit, werkt de duur van het professionaliseringstraject, in afwijking van artikel 29, § 3, niet opschortend voor de vaststelling van de vermindering van zijn wachtgeld of wachtgeldtoelage conform artikel 29, § 1. De duur van het professionaliseringstraject wordt dan onmiddellijk in mindering gebracht van de periode van twee jaar, vermeld in artikel 29, § 1, naar rato van het volume van de opdracht waarvoor het personeelslid als lector ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking.
  § 3. Als het personeelslid het te volgen professionaliseringstraject weigert en het niet onmiddellijk kan worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld conform dit besluit, wordt zijn wachtgeld of de wachtgeldtoelage, in afwijking van artikel 29, § 1, het eerste jaar onmiddellijk met 20% verminderd en de daaropvolgende jaren elk jaar telkens met 20% naar rato van het volume van de opdracht waarvoor het personeelslid als lector ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. De opeenvolgende verminderingen worden berekend op het wachtgeld of de wachtgeldtoelage die overeenkomt met het laatste activiteitssalaris of laatste activiteitssalaristoelage die het personeelslid geniet aan de vooravond van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking. Het wachtgeld of de wachtgeldtoelage mag echter niet lager zijn dan zoveel keer een dertigste van het activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt.
  Voor de toepassing van deze paragraaf gelden als dienstjaren de dienstjaren die in aanmerking komen voor de berekening van het rustpensioen. De bonificaties wegens diploma's tellen niet mee. De militaire dienst of burgerdienst die het personeelslid heeft vervuld voor zijn indiensttreding, wordt niet in aanmerking genomen en de in aanmerking komende militaire dienst en burgerdienst worden alleen meegerekend voor de gewone duur ervan, met behoud van de toepassing van artikel 13 van de gecoördineerde wetten van 3 augustus 1919 en 27 mei 1947 betreffende de prioriteiten.
  Art. 47septies. § 1. Na succesvolle beëindiging van het professionaliseringstraject met het oog op inzetbaarheid in de omgevormde hbo5-opleiding is het vastbenoemde personeelslid opnieuw inzetbaar in een betrekking in die hbo5-opleiding.
  Als het personeelslid wordt tewerkgesteld in een betrekking in een hbo5-opleiding die wordt ingericht in een hogeschool van het samenwerkingsverband conform artikel 4 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, blijft het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het ambt van lector en wordt de tewerkstelling in de hogeschool beschouwd als een wedertewerkstelling volgens dit besluit.
  § 2. Na succesvolle beëindiging van het professionaliseringstraject met het oog op inzetbaarheid in een andere hbo5-opleiding of in een ander onderwijsniveau dan hbo5, blijft het vastbenoemde personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het ambt van lector en komt hij in aanmerking voor een reaffectatie of wedertewerkstelling conform dit besluit.".
Art. 26. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ© modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012, il est insĂ©rĂ© un titre VIter, comprenant les articles 47ter Ă 47septies, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Titre VIter - Le parcours de professionalisation
  Art. 47ter. Le présent titre s'applique à l'éducation des adultes.
  Art. 47quater. Si une formation hbo5 est transformĂ©e conformĂ©ment Ă l'article 161 du dĂ©cret du 30 avril 2009 relatif Ă l'enseignement secondaire aprĂšs secondaire et l'enseignement supĂ©rieur professionnel hbo5, le partenariat concernĂ© dans la transformation dĂ©termine par formation et par module les compĂ©tences dont a besoin un membre du personnel pour ĂȘtre occupĂ© dans cette formation ou ce module de la formation transformĂ©e. Cela se fait en dĂ©terminant par module ou par formation une liste des titres tels que mentionnĂ©s Ă l'article X.41 du dĂ©cret du 14 fĂ©vrier 2003 relatif Ă l'enseignement XIV, par laquelle ces compĂ©tences peuvent ĂȘtre dĂ©montrĂ©es. Le partenariat informe tous ces personnels de la liste reprenant les titres.
  Le partenariat compare ensuite, à l'aide de sa liste de titres, les compétences des membres du personnel impliqués dans la transformation à celles nécessaires pour assumer la fonction de maßtre de conférences dans la formation transformée.
  Le membre du personnel possĂ©dant les compĂ©tences nĂ©cessaires peut ĂȘtre immĂ©diatement employĂ© dans la formation hbo5 transformĂ©e.
  Le membre du personnel nommé à titre définitif dans la fonction de maßtre de conférences qui ne dispose de suffisamment de compétences pour exercer la fonction de maßtre de conférences dans la formation transformée, est mis en disponibilité par défaut d'emploi. Dans ce cas, le pouvoir organisateur offre au membre du personnel un parcours de professionalisation clairement défini. Ce parcours doit permettre, dans un délai prévu à l'article 47quinquies, au membre du personnel intéressé de combler les lacunes constatées dans les compétences requises pour un emploi dans la formation transformée, de maniÚre à ce que le membre du personnel devienne employable dans cette formation.
  Le membre du personnel nommĂ© Ă titre dĂ©finitif dans la fonction de maĂźtre de confĂ©rences qui ne dispose pas des compĂ©tences nĂ©cessaires pour exercer la fonction de maĂźtre de confĂ©rences dans la formation transformĂ©e, peut Ă©galement, de concert avec le pouvoir organisateur, opter pour une autre formation hbo5 ou un niveau d'enseignement autre que la hbo5. Dans ce cas, le pouvoir organisateur offre au membre du personnel un parcours de professionalisation clairement dĂ©fini. Ce parcours doit permettre, sur la base de son choix et dans un dĂ©lai prĂ©vu Ă l'article 47quinquies, au membre du personnel intĂ©ressĂ© de combler les lacunes constatĂ©es dans les compĂ©tences de maniĂšre Ă ce qu'il puisse ĂȘtre employĂ© dans une formation hbo5 de son choix ou dans un niveau d'enseignement autre que la formation hbo5,
  Par dérogation à l'alinéa précédent et en concertation avec le membre du personnel, le pouvoir organisateur n'est pas obligé d'offrir un parcours de professionalisation à ce membre du personnel si celui-ci choisit un emploi dans une autre formation hbo5 ou demande un poste dans un niveau d'enseignement autre que la hbo5, à condition que le membre du personnel intéressé soit en possession d'un titre requis ou jugé suffisant pour cette formation. Si, pour cette raison, un parcours de professionalisation n'est pas offert, tel doit apparaßtre d'un document signé pour accord par le pouvoir organisateur et le membre du personnel intéressé.
  Pendant sa carriÚre, un membre du personnel ne peut bénéficier qu'une seule fois d'un parcours de professionalisation.
  Les frais encourus par la participation à ce parcours de professionalisation sont à charge du pouvoir organisateur.
  Art. 47quinquies. § 1er. Le parcours de professionalisation visé à l'article 47quater est établi à l'issue d'une concertation entre le pouvoir organisateur et le membre du personnel et comprend au moins les éléments suivants :
  1° une description des compétences complémentaires que le membre du personnel doit acquérir et l'objectif poursuivi ;
  2° la façon dont le membre du personnel doit atteindre les compétences visées au point 1°. Cela implique au moins que le pouvoir organisateur offre un parcours de professionalisation trÚs concret et trÚs faisable au membre du personnel pour lui permettre d'acquérir des compétences complémentaires. Pour la détermination de ces possibilités, le pouvoir organisateur doit en tout cas tenir compte des autres fonctions éventuellement exercées par le maßtre de conférences ;
  3° la durée du parcours, ne pouvant en tout cas pas dépasser la durée établie en vertu de l'article 9, § 5 du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III ;
  4° la façon dont le pouvoir organisateur jugera si les compétences complémentaires ont été acquises aprÚs avoir suivi le parcours. Celles-ci sont en tout cas acquises s'il ressort d'un certificat, d'un certificat d'études, d'un diplÎme ou d'un autre document délivré au membre du personnel aprÚs avoir suivi ce parcours et qui figure sur la liste des titres visée à l'article 47quater ;
  5° les arrangements concrets pour le paiement de tous les frais encourus dans le cadre du parcours de professionalisation.
  Si la concertation précitée conduit à un accord, le parcours de professionalisation est établi par écrit et signé pour accord par le membre du personnel et le pouvoir organisateur.
  Si la concertation susvisée ne mÚne pas à un accord, le membre du personnel peut déposer une réclamation auprÚs de la Commission d'arbitrage Parcours de professionalisation hbo5. A cet effet, le membre du personnel dépose, par lettre recommandée ou contre récépissé, une réclamation motivée auprÚs de cette commission dans un délai de dix jours calendriers au plus, à compter de la réception de l'offre écrite.
  § 2. La Commission d'arbitrage Parcours de professionalisation hbo5 est composée paritairement et consiste de six membres, et est complétée par un président et un secrétaire. La commission compte parmi ses membres trois directeurs de centres d'éducation des adultes dispensant des formations hbo5 et un représentant de chacune des organisations syndicales représentatives. Les directeurs faisant partie de la commission d'arbitrage ne peuvent pas faire partie du partenariat qui a offert le parcours de professionalisation et sont désignés par l'administrateur général de l'" Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen " (Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes et des Allocations d'études) ou son délégué. L'administrateur général de l'" Agentschap voor Hoger Onderwijs " ou son délégué préside cette commission. Le secrétaire est désigné par le président parmi les fonctionnaires de son administration.
  La Commission d'arbitrage - Parcours de professionalisation hbo5 juge la réclamation du membre du personnel et peut entendre à cet effet tant le membre du personnel que le représentant du pouvoir organisateur en question.
  La Commission d'arbitrage - Parcours de professionalisation statue de maniÚre collégiale dans les trente jours calendaires suivant le dépÎt de la réclamation auprÚs de la commission. Si les membres de la commission ne parviennent pas à un accord, c'est le président qui décide. Le président de la commission informe, par écrit, le membre du personnel et le pouvoir organisateur concerné de sa décision. Cette décision est contraignante. La décision peut également prévoir la conclusion qu'aucun parcours de professionalisation n'est possible ou qu'aucun parcours de professionalisation n'est nécessaire.
  Art. 47sexies. § 1er. Pendant le parcours de professionalisation, le membre du personnel continue Ă ĂȘtre mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi et a droit Ă un traitement d'attente ou une subvention-traitement d'attente telle que visĂ©e au titre III du prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour le volume de la charge pour laquelle il est mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi. Pendant la durĂ©e du parcours de professionalisation, le membre du personnel est censĂ© ĂȘtre rĂ©affectĂ©.
  § 2. Si le membre du personnel Ă©choue au parcours de professionalisation parce qu'il met prĂ©maturĂ©ment fin au parcours et ensuite ne peut ĂȘtre immĂ©diatement rĂ©affectĂ© ou remis au travail conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, la durĂ©e du parcours de professionalisation, par dĂ©rogation Ă l'article 29, § 3, n'est pas suspensive pour la fixation de la rĂ©duction de son traitement d'attente ou sa subvention-traitement d'attente conformĂ©ment Ă l'article 29, § 1er. La durĂ©e du parcours de professionalisation est immĂ©diatement dĂ©duite de la pĂ©riode de deux ans visĂ©e Ă l'article 29, § 1er, au prorata du volume de la charge pour laquelle le membre du personnel est mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi comme maĂźtre de confĂ©rences.
  § 3. Si le membre du personnel refuse de suivre le parcours de professionalisation et ne peut ĂȘtre immĂ©diatement rĂ©affectĂ© ou remis au travail conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, son traitement d'attente ou sa subvention-traitement d'attente, par dĂ©rogation Ă l'article 29, § 1er, est immĂ©diatement rĂ©duit de 20% et les annĂ©es suivantes chaque fois de 20% au prorata du volume de la charge pour laquelle le membre du personnel est mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi. Les rĂ©ductions successives sont calculĂ©es sur base du traitement d'attente ou de la subvention-traitement d'attente qui correspond au dernier traitement d'attente d'activitĂ© ou Ă la derniĂšre subvention-traitement d'activitĂ© dont bĂ©nĂ©ficie le membre du personnel Ă la veille de la mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi. Le traitement d'attente ou la subvention-traitement d'attente ne peut toutefois pas ĂȘtre infĂ©rieur Ă autant de fois un trentiĂšme du traitement d'activitĂ© ou de la subvention-traitement d'activitĂ© que le membre du personnel compte d'annĂ©es de service Ă la date de sa mise en disponibilitĂ©.
  Pour l'application du prĂ©sent paragraphe, sont admissibles comme annĂ©es de service les annĂ©es de service qui peuvent ĂȘtre valorisĂ©es pour le calcul de la pension de retraite. Les bonifications pour diplĂŽmes ne sont pas prises en compte. Le service militaire ou le service civil que le membre du personnel a accompli avant son entrĂ©e en service, n'est pas admissible et le service militaire ou le service civil admissible sont uniquement valorisĂ©s pour la durĂ©e ordinaire de ceux-ci, sans prĂ©judice de l'application de l'article 13 des lois coordonnĂ©es du 3 aout 1919 et 27 mai 1947 relatives aux prioritĂ©s.
  Art. 47septies. § 1er. AprÚs avoir terminé avec succÚs le parcours de professionalisation en vue de son employabilité dans la formation hbo5 transformée, le membre du personnel nommé à titre définitif est de nouveau employable dans une fonction dans cette formation hbo5.
  Si le membre du personnel est employĂ© dans une fonction dans une formation hbo5 qui est organisĂ©e dans un institut supĂ©rieur du partenariat conformĂ©ment Ă l'article 4 du dĂ©cret du 30 avril 2009 relatif Ă l'enseignement secondaire aprĂšs secondaire et l'enseignement supĂ©rieur professionnel hbo5, le membre du personnel continue Ă ĂȘtre mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi dans la fonction de maĂźtre de confĂ©rences et sa mise au travail dans l'institut supĂ©rieur est considĂ©rĂ©e comme une remise au travail conformĂ©ment au prĂ©sent dĂ©cret.
  § 2. AprĂšs avoir terminĂ© avec succĂšs le parcours de professionalisation en vue de son employabilitĂ© dans une autre formation hbo5 ou dans un niveau d'enseignement autre que la hbo5, le membre du personnel nommĂ© Ă titre dĂ©finitif continue Ă ĂȘtre mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi dans la fonction de maĂźtre de confĂ©rences et il entre en ligne de compte pour une rĂ©affectation ou une remise au travail conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
  " Titre VIter - Le parcours de professionalisation
  Art. 47ter. Le présent titre s'applique à l'éducation des adultes.
  Art. 47quater. Si une formation hbo5 est transformĂ©e conformĂ©ment Ă l'article 161 du dĂ©cret du 30 avril 2009 relatif Ă l'enseignement secondaire aprĂšs secondaire et l'enseignement supĂ©rieur professionnel hbo5, le partenariat concernĂ© dans la transformation dĂ©termine par formation et par module les compĂ©tences dont a besoin un membre du personnel pour ĂȘtre occupĂ© dans cette formation ou ce module de la formation transformĂ©e. Cela se fait en dĂ©terminant par module ou par formation une liste des titres tels que mentionnĂ©s Ă l'article X.41 du dĂ©cret du 14 fĂ©vrier 2003 relatif Ă l'enseignement XIV, par laquelle ces compĂ©tences peuvent ĂȘtre dĂ©montrĂ©es. Le partenariat informe tous ces personnels de la liste reprenant les titres.
  Le partenariat compare ensuite, à l'aide de sa liste de titres, les compétences des membres du personnel impliqués dans la transformation à celles nécessaires pour assumer la fonction de maßtre de conférences dans la formation transformée.
  Le membre du personnel possĂ©dant les compĂ©tences nĂ©cessaires peut ĂȘtre immĂ©diatement employĂ© dans la formation hbo5 transformĂ©e.
  Le membre du personnel nommé à titre définitif dans la fonction de maßtre de conférences qui ne dispose de suffisamment de compétences pour exercer la fonction de maßtre de conférences dans la formation transformée, est mis en disponibilité par défaut d'emploi. Dans ce cas, le pouvoir organisateur offre au membre du personnel un parcours de professionalisation clairement défini. Ce parcours doit permettre, dans un délai prévu à l'article 47quinquies, au membre du personnel intéressé de combler les lacunes constatées dans les compétences requises pour un emploi dans la formation transformée, de maniÚre à ce que le membre du personnel devienne employable dans cette formation.
  Le membre du personnel nommĂ© Ă titre dĂ©finitif dans la fonction de maĂźtre de confĂ©rences qui ne dispose pas des compĂ©tences nĂ©cessaires pour exercer la fonction de maĂźtre de confĂ©rences dans la formation transformĂ©e, peut Ă©galement, de concert avec le pouvoir organisateur, opter pour une autre formation hbo5 ou un niveau d'enseignement autre que la hbo5. Dans ce cas, le pouvoir organisateur offre au membre du personnel un parcours de professionalisation clairement dĂ©fini. Ce parcours doit permettre, sur la base de son choix et dans un dĂ©lai prĂ©vu Ă l'article 47quinquies, au membre du personnel intĂ©ressĂ© de combler les lacunes constatĂ©es dans les compĂ©tences de maniĂšre Ă ce qu'il puisse ĂȘtre employĂ© dans une formation hbo5 de son choix ou dans un niveau d'enseignement autre que la formation hbo5,
  Par dérogation à l'alinéa précédent et en concertation avec le membre du personnel, le pouvoir organisateur n'est pas obligé d'offrir un parcours de professionalisation à ce membre du personnel si celui-ci choisit un emploi dans une autre formation hbo5 ou demande un poste dans un niveau d'enseignement autre que la hbo5, à condition que le membre du personnel intéressé soit en possession d'un titre requis ou jugé suffisant pour cette formation. Si, pour cette raison, un parcours de professionalisation n'est pas offert, tel doit apparaßtre d'un document signé pour accord par le pouvoir organisateur et le membre du personnel intéressé.
  Pendant sa carriÚre, un membre du personnel ne peut bénéficier qu'une seule fois d'un parcours de professionalisation.
  Les frais encourus par la participation à ce parcours de professionalisation sont à charge du pouvoir organisateur.
  Art. 47quinquies. § 1er. Le parcours de professionalisation visé à l'article 47quater est établi à l'issue d'une concertation entre le pouvoir organisateur et le membre du personnel et comprend au moins les éléments suivants :
  1° une description des compétences complémentaires que le membre du personnel doit acquérir et l'objectif poursuivi ;
  2° la façon dont le membre du personnel doit atteindre les compétences visées au point 1°. Cela implique au moins que le pouvoir organisateur offre un parcours de professionalisation trÚs concret et trÚs faisable au membre du personnel pour lui permettre d'acquérir des compétences complémentaires. Pour la détermination de ces possibilités, le pouvoir organisateur doit en tout cas tenir compte des autres fonctions éventuellement exercées par le maßtre de conférences ;
  3° la durée du parcours, ne pouvant en tout cas pas dépasser la durée établie en vertu de l'article 9, § 5 du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III ;
  4° la façon dont le pouvoir organisateur jugera si les compétences complémentaires ont été acquises aprÚs avoir suivi le parcours. Celles-ci sont en tout cas acquises s'il ressort d'un certificat, d'un certificat d'études, d'un diplÎme ou d'un autre document délivré au membre du personnel aprÚs avoir suivi ce parcours et qui figure sur la liste des titres visée à l'article 47quater ;
  5° les arrangements concrets pour le paiement de tous les frais encourus dans le cadre du parcours de professionalisation.
  Si la concertation précitée conduit à un accord, le parcours de professionalisation est établi par écrit et signé pour accord par le membre du personnel et le pouvoir organisateur.
  Si la concertation susvisée ne mÚne pas à un accord, le membre du personnel peut déposer une réclamation auprÚs de la Commission d'arbitrage Parcours de professionalisation hbo5. A cet effet, le membre du personnel dépose, par lettre recommandée ou contre récépissé, une réclamation motivée auprÚs de cette commission dans un délai de dix jours calendriers au plus, à compter de la réception de l'offre écrite.
  § 2. La Commission d'arbitrage Parcours de professionalisation hbo5 est composée paritairement et consiste de six membres, et est complétée par un président et un secrétaire. La commission compte parmi ses membres trois directeurs de centres d'éducation des adultes dispensant des formations hbo5 et un représentant de chacune des organisations syndicales représentatives. Les directeurs faisant partie de la commission d'arbitrage ne peuvent pas faire partie du partenariat qui a offert le parcours de professionalisation et sont désignés par l'administrateur général de l'" Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen " (Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes et des Allocations d'études) ou son délégué. L'administrateur général de l'" Agentschap voor Hoger Onderwijs " ou son délégué préside cette commission. Le secrétaire est désigné par le président parmi les fonctionnaires de son administration.
  La Commission d'arbitrage - Parcours de professionalisation hbo5 juge la réclamation du membre du personnel et peut entendre à cet effet tant le membre du personnel que le représentant du pouvoir organisateur en question.
  La Commission d'arbitrage - Parcours de professionalisation statue de maniÚre collégiale dans les trente jours calendaires suivant le dépÎt de la réclamation auprÚs de la commission. Si les membres de la commission ne parviennent pas à un accord, c'est le président qui décide. Le président de la commission informe, par écrit, le membre du personnel et le pouvoir organisateur concerné de sa décision. Cette décision est contraignante. La décision peut également prévoir la conclusion qu'aucun parcours de professionalisation n'est possible ou qu'aucun parcours de professionalisation n'est nécessaire.
  Art. 47sexies. § 1er. Pendant le parcours de professionalisation, le membre du personnel continue Ă ĂȘtre mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi et a droit Ă un traitement d'attente ou une subvention-traitement d'attente telle que visĂ©e au titre III du prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour le volume de la charge pour laquelle il est mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi. Pendant la durĂ©e du parcours de professionalisation, le membre du personnel est censĂ© ĂȘtre rĂ©affectĂ©.
  § 2. Si le membre du personnel Ă©choue au parcours de professionalisation parce qu'il met prĂ©maturĂ©ment fin au parcours et ensuite ne peut ĂȘtre immĂ©diatement rĂ©affectĂ© ou remis au travail conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, la durĂ©e du parcours de professionalisation, par dĂ©rogation Ă l'article 29, § 3, n'est pas suspensive pour la fixation de la rĂ©duction de son traitement d'attente ou sa subvention-traitement d'attente conformĂ©ment Ă l'article 29, § 1er. La durĂ©e du parcours de professionalisation est immĂ©diatement dĂ©duite de la pĂ©riode de deux ans visĂ©e Ă l'article 29, § 1er, au prorata du volume de la charge pour laquelle le membre du personnel est mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi comme maĂźtre de confĂ©rences.
  § 3. Si le membre du personnel refuse de suivre le parcours de professionalisation et ne peut ĂȘtre immĂ©diatement rĂ©affectĂ© ou remis au travail conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, son traitement d'attente ou sa subvention-traitement d'attente, par dĂ©rogation Ă l'article 29, § 1er, est immĂ©diatement rĂ©duit de 20% et les annĂ©es suivantes chaque fois de 20% au prorata du volume de la charge pour laquelle le membre du personnel est mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi. Les rĂ©ductions successives sont calculĂ©es sur base du traitement d'attente ou de la subvention-traitement d'attente qui correspond au dernier traitement d'attente d'activitĂ© ou Ă la derniĂšre subvention-traitement d'activitĂ© dont bĂ©nĂ©ficie le membre du personnel Ă la veille de la mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi. Le traitement d'attente ou la subvention-traitement d'attente ne peut toutefois pas ĂȘtre infĂ©rieur Ă autant de fois un trentiĂšme du traitement d'activitĂ© ou de la subvention-traitement d'activitĂ© que le membre du personnel compte d'annĂ©es de service Ă la date de sa mise en disponibilitĂ©.
  Pour l'application du prĂ©sent paragraphe, sont admissibles comme annĂ©es de service les annĂ©es de service qui peuvent ĂȘtre valorisĂ©es pour le calcul de la pension de retraite. Les bonifications pour diplĂŽmes ne sont pas prises en compte. Le service militaire ou le service civil que le membre du personnel a accompli avant son entrĂ©e en service, n'est pas admissible et le service militaire ou le service civil admissible sont uniquement valorisĂ©s pour la durĂ©e ordinaire de ceux-ci, sans prĂ©judice de l'application de l'article 13 des lois coordonnĂ©es du 3 aout 1919 et 27 mai 1947 relatives aux prioritĂ©s.
  Art. 47septies. § 1er. AprÚs avoir terminé avec succÚs le parcours de professionalisation en vue de son employabilité dans la formation hbo5 transformée, le membre du personnel nommé à titre définitif est de nouveau employable dans une fonction dans cette formation hbo5.
  Si le membre du personnel est employĂ© dans une fonction dans une formation hbo5 qui est organisĂ©e dans un institut supĂ©rieur du partenariat conformĂ©ment Ă l'article 4 du dĂ©cret du 30 avril 2009 relatif Ă l'enseignement secondaire aprĂšs secondaire et l'enseignement supĂ©rieur professionnel hbo5, le membre du personnel continue Ă ĂȘtre mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi dans la fonction de maĂźtre de confĂ©rences et sa mise au travail dans l'institut supĂ©rieur est considĂ©rĂ©e comme une remise au travail conformĂ©ment au prĂ©sent dĂ©cret.
  § 2. AprĂšs avoir terminĂ© avec succĂšs le parcours de professionalisation en vue de son employabilitĂ© dans une autre formation hbo5 ou dans un niveau d'enseignement autre que la hbo5, le membre du personnel nommĂ© Ă titre dĂ©finitif continue Ă ĂȘtre mis en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi dans la fonction de maĂźtre de confĂ©rences et il entre en ligne de compte pour une rĂ©affectation ou une remise au travail conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 27. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2014.
  Artikel 18 heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2014.
  Artikel 18 heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2014.
Art. 27. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er septembre 2014.
  L'article 18 produit ses effets le 1er juin 2014.
  L'article 18 produit ses effets le 1er juin 2014.
Art. 28. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 28. La Ministre flamande qui a l'enseignement dans ses attributions est chargĂ©e de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.