Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° decreet van 25 februari 1997: het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs;
2° vereniging: een vereniging zonder winstoogmerk als vermeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
26 SEPTEMBER 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de bepaling van de regels voor de aanvraag en de toekenning van de subsidie voor de Rijdende kleuterschool Vlaanderen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-11-2014 en tekstbijwerking tot 02-10-2025)
Titre
26 SEPTEMBRE 2014. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la fixation des règles de demande et d'octroi de la subvention à l'Ecole maternelle itinérante flamande(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-11-2014 et mise à jour au 02-10-2025)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (14)
Texte (14)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° décret du 25 février 1997 : le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental ;
2° association : une association sans but lucratif telle que visée à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations.
1° décret du 25 février 1997 : le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental ;
2° association : une association sans but lucratif telle que visée à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations.
HOOFDSTUK 2. - Aanvraag van de subsidie en een verlof wegens bijzondere opdracht
CHAPITRE 2. - Demande de la subvention et d'un congé pour mission spéciale
Art. 2. Om in aanmerking te komen voor de subsidie en het verlof wegens bijzondere opdracht voor één kleuteronderwijzer, overeenkomstig artikel 169 van het decreet van 25 februari 1997, dient de vereniging een aanvraag in.
Art. 2. Pour entrer en ligne de compte pour la subvention et le congé pour mission spéciale pour 1 instituteur préscolaire, conformément à l'article 169 du décret du 25 février 1997, l'association introduit une demande.
Art. 3. De aanvraag voor de Rijdende kleuterschool Vlaanderen, zoals vermeld in artikel 2, bevat minstens de volgende elementen:
1° de statuten van de vereniging;
2° de vermelding van de wijze waarop de vereniging aan de voorwaarden, vermeld in artikel 168 van het decreet van 25 februari 1997, zal voldoen;
3° de doelstellingen die ze heeft geformuleerd of de actieplannen die ze heeft opgemaakt voor de uitwerking van de Rijdende kleuterschool Vlaanderen en de wijze waarop de Rijdende kleuterschool Vlaanderen uitgevoerd zal worden gedurende de periode van vijf [1 kalenderjaren]1, vermeld in artikel 169, § 5, van het decreet van 25 februari 1997, waarbij onder andere de tocht van de kermissen die gevolgd worden, en een inschatting van het aantal kleuters dat bereikt zal worden, worden toegelicht;
4° een sluitende begroting voor de vijfjaarlijkse periode, met vermelding van de inkomsten en de uitgaven en met bijzondere aandacht voor cofinanciering.
1° de statuten van de vereniging;
2° de vermelding van de wijze waarop de vereniging aan de voorwaarden, vermeld in artikel 168 van het decreet van 25 februari 1997, zal voldoen;
3° de doelstellingen die ze heeft geformuleerd of de actieplannen die ze heeft opgemaakt voor de uitwerking van de Rijdende kleuterschool Vlaanderen en de wijze waarop de Rijdende kleuterschool Vlaanderen uitgevoerd zal worden gedurende de periode van vijf [1 kalenderjaren]1, vermeld in artikel 169, § 5, van het decreet van 25 februari 1997, waarbij onder andere de tocht van de kermissen die gevolgd worden, en een inschatting van het aantal kleuters dat bereikt zal worden, worden toegelicht;
4° een sluitende begroting voor de vijfjaarlijkse periode, met vermelding van de inkomsten en de uitgaven en met bijzondere aandacht voor cofinanciering.
Art. 3. La demande pour l'Ecole maternelle itinérante flamande, telle que visée à l'article 2, contient au moins les éléments suivants :
1° les statuts de l'association ;
2° la mention de la façon dont l'association remplira les conditions visées à l'article 168 du décret du 25 février 1997 ;
3° les objectifs qu'elle a formulés ou les plans d'action qu'elle a dressés pour l'élaboration de l'Ecole maternelle itinérante et la façon dont l'Ecole maternelle itinérante sera réalisée durant la période de cinq années [1 calendaires]1 visée à l'article 169, § 5, du décret du 25 février 1997, avec des explications sur entre autres le tour des kermesses qui seront suivies et sur l'estimation à faire du nombre de jeunes enfants qui seront atteints ;
4° un budget en équilibre pour la période quinquennale, avec mention des revenus et des dépenses, avec une attention particulière pour le cofinancement.
1° les statuts de l'association ;
2° la mention de la façon dont l'association remplira les conditions visées à l'article 168 du décret du 25 février 1997 ;
3° les objectifs qu'elle a formulés ou les plans d'action qu'elle a dressés pour l'élaboration de l'Ecole maternelle itinérante et la façon dont l'Ecole maternelle itinérante sera réalisée durant la période de cinq années [1 calendaires]1 visée à l'article 169, § 5, du décret du 25 février 1997, avec des explications sur entre autres le tour des kermesses qui seront suivies et sur l'estimation à faire du nombre de jeunes enfants qui seront atteints ;
4° un budget en équilibre pour la période quinquennale, avec mention des revenus et des dépenses, avec une attention particulière pour le cofinancement.
Wijzigingen
Art. 4. De aanvraag wordt ingediend voor een periode van vijf [1 kalenderjaren overeenkomstig]1 artikel 169, § 5, van het decreet van 25 februari 1997.[1 Uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan de start van de periode van vijf kalenderjaren]1 waarop de aanvraag betrekking heeft, moet het aanvraagdossier worden ingediend bij het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, Departement Onderwijs en Vorming[2 ...]2.
Art. 4. La demande est introduite pour une période de cinq années [1 calendaires, conformément à ]1 l'article 169, § 5, du décret du 25 février 1997. [1 Au plus tard le 1er octobre de l'année précédant le début de la période de cinq années calendaires]1 sur laquelle porte la demande, le dossier de demande doit être introduit à l'adresse suivante : Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, Departement Onderwijs en Vorming[2 ...]2.
HOOFDSTUK 3. - Kwaliteitsbeoordeling en toekenning van de subsidie en een verlof wegens bijzondere opdracht
CHAPITRE 3. - Evaluation de la qualité et octroi de la subvention et d'un congé pour mission spéciale
Art. 5. De aanvraagdossiers worden beoordeeld door een commissie die is samengesteld uit drie afgevaardigden van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Art. 5. Les dossiers de demande sont évalués par une commission comportant trois délégués du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
Art. 6. De commissie beoordeelt de aanvraagdossiers op basis van de voorwaarden, vermeld in artikel 168, 1° tot en met 5°, en 7° tot en met 8°, van het decreet van 25 februari 1997.
In de beoordeling door de commissie worden volgende bijkomende criteria meegenomen op grond waarvan de verenigingen bijkomend kunnen worden gerangschikt:
1° de mate van cofinanciering;
2° een inschatting van het aantal kleuters dat bereikt zal worden.
In de beoordeling door de commissie worden volgende bijkomende criteria meegenomen op grond waarvan de verenigingen bijkomend kunnen worden gerangschikt:
1° de mate van cofinanciering;
2° een inschatting van het aantal kleuters dat bereikt zal worden.
Art. 6. La commission évalue les dossiers sur la base des conditions visées à l'article 168, 1° à 5°, et 7° à 8°, du décret du 25 février 1997.
La commission reprend dans son évaluation les suivants critères additionnels, sur la base desquels les associations peuvent être classées en complément :
1° la mesure de cofinancement ;
2° une estimation du nombre de jeunes enfants qui seront atteints.
La commission reprend dans son évaluation les suivants critères additionnels, sur la base desquels les associations peuvent être classées en complément :
1° la mesure de cofinancement ;
2° une estimation du nombre de jeunes enfants qui seront atteints.
Art. 7. De commissie brengt uiterlijk op [1 30 november voorafgaand aan het kalenderjaar]1 een advies uit aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
Art. 7. Au plus tard [1 le 30 novembre précédant l'année calendaire]1, la commission émet un avis au Ministre flamand chargé de l'enseignement.
Wijzigingen
Art. 8. Op basis van het gemotiveerde advies van de commissie selecteert de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, een vereniging die voor de periode van vijf [1 kalenderjaren]1, vermeld in artikel 169, § 5, van het decreet van 25 februari 1997, de Rijdende kleuterschool zal organiseren.
Vanaf het schooljaar 2015-2016 wordt voor de periode van vijf schooljaren een verlof wegens bijzondere opdracht voor één kleuteronderwijzer toegekend overeenkomstig artikel 169, § 4, van het decreet van 25 februari 1997.
De subsidie, vermeld in artikel 169, § 1, van het decreet van 25 februari 1997, wordt gedurende de vijfjaarlijkse periode in kwestie via jaarlijks ministerieel besluit toegekend aan de betrokken vereniging.
Vanaf het schooljaar 2015-2016 wordt voor de periode van vijf schooljaren een verlof wegens bijzondere opdracht voor één kleuteronderwijzer toegekend overeenkomstig artikel 169, § 4, van het decreet van 25 februari 1997.
De subsidie, vermeld in artikel 169, § 1, van het decreet van 25 februari 1997, wordt gedurende de vijfjaarlijkse periode in kwestie via jaarlijks ministerieel besluit toegekend aan de betrokken vereniging.
Art. 8. Sur la base de l'avis motivé de la commission, le Ministre flamand chargé de l'enseignement sélectionne une association qui organisera l'Ecole maternelle itinérante pendant la période de cinq années [1 calendaires ]1 visée à l'article 169, § 5, du décret du 25 février 1997.
A partir de l'année scolaire 2015-2016, un congé pour mission spéciale destiné à 1 instituteur préscolaire sera accordé, conformément à l'article 169, § 4, du décret du 25 février 1997.
La subvention visée à l'article 169, § 1er, du décret du 25 février 1997, est octroyée à l'association intéressée durant la période quinquennale en question par le biais d'un arrêté ministériel annuel.
A partir de l'année scolaire 2015-2016, un congé pour mission spéciale destiné à 1 instituteur préscolaire sera accordé, conformément à l'article 169, § 4, du décret du 25 février 1997.
La subvention visée à l'article 169, § 1er, du décret du 25 février 1997, est octroyée à l'association intéressée durant la période quinquennale en question par le biais d'un arrêté ministériel annuel.
Wijzigingen
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2015.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2015.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.